Kort samengevat
Deze beleidsregels van Waterschap Rivierenland leggen uit hoe aanvragen voor een omgevingsvergunning water worden beoordeeld, als aanvulling op de Waterschapsverordening. Ze zorgen voor duidelijke en consistente besluitvorming over activiteiten die invloed hebben op wateren, waterkeringen, grondwater en wegen.
Wat het reguleert
- Activiteiten bij oppervlaktewaterlichamen (wateren), waterkeringen (dijken of kades), grondwater of wegen in beheer bij Waterschap Rivierenland.
- De voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning water wordt verleend of geweigerd.
- De beoordeling van meldingen en vrijstellingen voor bepaalde activiteiten.
- De waarborging van de constructie, waterhuishoudkundige functie en het doelmatig beheer en onderhoud van wateren.
Wie het aangaat
- Burgers en initiatiefnemers die activiteiten willen uitvoeren in of nabij wateren, waterkeringen, grondwater of wegen die onder het beheer van Waterschap Rivierenland vallen.
- Waterschap Rivierenland zelf, bij de uitoefening van haar taken en het beoordelen van vergunningsaanvragen.
Kernpunten
- Voor activiteiten met weinig invloed kan een meldplicht gelden of zijn ze vrijgesteld van melding, mits ze voldoen aan toepasbare regels.
- Voor activiteiten die de Verordening verbiedt en niet onder toepasbare regels vallen, is een omgevingsvergunning water vereist, waarbij het "ja mits" principe geldt.
- Nieuwe taluds van primaire wateren mogen in principe niet steiler zijn dan 1:2, en die van secundaire wateren niet steiler dan 1:1,5.
- De bestaande bergingscapaciteit van wateren moet gewaarborgd blijven; afname dient volledig gecompenseerd te worden, waarbij in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden gerekend wordt met een maximale peilstijging van 20 centimeter, en elders met 30 centimeter.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.