← Nederland

Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025 (Breda)

Kort samengevat

Deze regeling beschrijft de algemene voorwaarden en procedures voor het aanvragen en ontvangen van subsidies van de gemeente Breda in 2025, met specifieke bepalingen voor het sociaal domein. Het doel is om activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan de beleidsdoelen van de gemeente.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

lege van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda; gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Breda 2025; besluit vast te stellen de volgende nadere regels: Alge

, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders, niet of niet voldoende voldoet aan een of meer criteria uit deze regeling die op de aanvraag van toepassing zijn, wordt afgewezen. 3.Activiteiten moeten beschikbaar zijn voor alle inwoners van Breda, uitgangspunt is zoveel mogelijk inclusief aanbod. 4.Burgemeester en wethouders subsidiëren geen jubilea, reprises en daarmee naar het oordeel van burgemeester en wethouders naar hun aard vergelijkbare activiteiten. Artikel1:3Beleidsdoelen 1.Activiteiten leveren onderbouwd en aantoonbaar een bijdrage aan een of meerdere door de raad vastgestelde beleidsdoelen die verwoord zijn in vastgestelde beleidskaders. 2.Uit de

blijkt hoe de beoogde doelgroep(en) bereikt wordt/ worden en met welk beoogd resultaat. Het resultaat is SMART omschreven en bevat in ieder geval het beoogd aantal gebruikers/bezoekers/deelnemers/leden en geeft inzicht in hoe het resultaat wordt vastgelegd. 3.Bij de beoordeling van de subsidieaanvragen wordt getoetst in hoeverre zij voldoen aan de volgende criteria: De mate van duurzaamheid van de beoogde resultaten: in hoeverre gaat het hier om langdurige effecten en inbedding in het reguliere activiteitenprogramma. De mate van innovatie: in hoeverre is sprake van vernieuwing ten opzichte van het bestaande stedelijke aanbod. De mate van uitvoerbaarheid: in hoeverre zijn activiteiten uitvoerbaar, is de begroting realistisch en is de organisatie solide. De mate van gebiedsgerichte aanpak: in hoeverre is er sprake van ketenaanpak van activiteiten in eenzelfde gebied/wijk/buurt. Artikel1:4Doelmatigheid 1.Voorwaarde is een realistische verhouding tussen de verwachte resultaten en de gevraagde gemeentelijke bijdrage. 2.De inzet van professionals is kwalitatief en kwantitatief in verhouding tot de te organiseren activiteiten en wordt ingezet tegen een realistische kostprijs. 3.De kostprijs is bepaald op basis van een integrale kostprijs en is opgebouwd uit de volgende elementen: personele lasten, huisvestingslasten, overhead, activiteitlasten en organisatielasten. 4.Uit de

blijkt welke bijdrage van de beoogde doelgroep wordt gevraagd in financiële dan wel in personele zin. Artikel1:5Samenwerking 1.In een

wordt aangetoond dat wordt aangesloten bij én wordt samengewerkt met voorzieningen en/of organisaties in de keten, de samenwerking. 2.Subsidieaanvragen die samenwerking in een ketenaanpak beogen, worden in gezamenlijkheid door de ketenpartners ingediend. 3.Subsidieaanvragen die samenwerking op het gebied van preventie, signalering, vroeghulp en behandeling beogen worden in gezamenlijkheid ingediend door ketenpartners, zowel vrijwilligersorganisaties of initiatieven als professionals. 4.Burgemeester en wethouders kunnen advies vragen aan het Bestuurlijk Overleg Breda (BOB) voor wat betreft nieuwe subsidieaanvragen voor activiteiten die in en om school plaatsvinden. Artikel1:6Projectsubsidie Vervallen Artikel1:7Jaarlijkse subsidie 1.Een jaarlijkse subsidie wordt alleen verstrekt aan organisaties die een, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, aantoonbare rol in de maatschappelijke keten innemen en die het meest optimaal bijdragen aan de beoogde resultaten zoals genoemd in artikel 1:3 van deze regeling. 2.Voor organisaties die een jaarlijkse subsidie aanvragen van € 50.000,-, of meer én die professionele krachten in dienst hebben, gelden daarnaast in ieder geval de volgende criteria: de efficiënte en effectieve manier om mensen vooruit te helpen in het leven; de vernieuwing in de werkwijze; de samenwerking; wijkgericht werken; de mate waarmee met vrijwilligers gewerkt wordt (vrijwillig waar het kan, professioneel waar het moet); de inclusieve aanpak; veilig (vrijwilligers)werk; het toepassen van de ‘Code Good Governance’ voor de sector. Deze toepassing van de code wordt verantwoord in het jaarverslag. Artikel1:8Voorschotten en betalen 1.Voor alle subsidies boven de € 10.000,- wordt maximaal 95% van de subsidie bevoorschot. De resterende 5% wordt uitgekeerd als de vaststelling van de subsidie daar aanleiding toe geeft. 2.Voor alle subsidies van € 125.000,- of meer geldt dat 95% wordt uitbetaald in termijnen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd hiervan, gelet op de situatie, af te wijken. De resterende 5% wordt uitgekeerd als de definitieve vaststelling van de subsidie daar aanleiding toe geeft. Artikel1:9Indieningsdatum aanvraag tot vaststelling subsidie 1.Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3, tweede lid van de ASV afwijken van artikel 13 van de ASV en subsidies tot en met €10.000: direct vaststellen, of; ambtshalve vaststellen binnen dertien weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. 2.Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3, tweede lid van de ASV afwijken van artikel 14 van de ASV indien de subsidie meer bedraagt dan € 10.

  1. Dan dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij burgemeester en wethouders: bij een eenmalige subsidie: uiterlijk dertien weken nadat de activiteiten zijn verricht; bij een jaarlijks verstrekte subsidie: uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk vier maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend; bij een meerjarig verstrekte subsidie: uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het subsidietijdvak waarvoor subsidie is verleend. Hoofdstuk2Sociaal domein Paragraaf2.1Algemene bepalingen Artikel2:1Toepassingsbereik 1.Onder ‘Beleidskader’ wordt in dit hoofdstuk verstaan: Beleidskader Samen Doorpakken en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), voorzover het subsidieplafond is geoormerkt als GALA. 2.Onder deelnemer wordt in dit hoofdstuk verstaan: maatschappelijke partner, ervaringsdeskundigen en inwoners, die deelnemen aan een of meerdere waardenetwerken. 3.Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op een of meer van de waarden die staan benoemd in het Beleidskader. 4.Op aanvragen als bedoeld in het tweede lid is hoofdstuk 1 niet van toepassing, met uitzondering van artikel 1:1 en de overige bepalingen uit dat hoofdstuk die in dit hoofdstuk uitdrukkelijk van toepassing zijn verklaard. 5.Op aanvragen als bedoeld in het tweede lid is dit hoofdstuk niet van toepassing als op de aanvraag specifieke nadere regels als bedoeld in hoofdstuk 3 en verder van toepassing zijn. Artikel2:2Soorten subsidie 1.Er wordt onderscheid gemaakt tussen basissubsidies en wijksubsidies. 2.Basissubsidies zijn subsidies die zijn bestemd voor activiteiten waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de doelen en beoogde resultaten van een waarde, zoals deze benoemd staan in het Beleidskader en voor zover die subsidies niet zijn aan te merken als wijksubsidies. 3.Wijksubsidies zijn subsidies die zijn bestemd voor activiteiten die de leefbaarheid en maatschappelijke betrokkenheid van bewoners bij hun eigen wijk of directe woonomgeving stimuleren en bevorderen. Onder leefbaarheid wordt daarbij verstaan de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de voorwaarden en behoeften die er door de bewoners aan worden gesteld met het oog op de waarden die staan benoemd in het Beleidskader. 4.Voor wat betreft de betaling en bevoorschotting van de in dit artikel bedoelde subsidies, is het bepaalde in artikel 1.8 van toepassing, waarbij geldt dat voor de meerjarige subsidies jaarlijks de resterende 5% wordt uitgekeerd als aan de tussentijdse verantwoordingseisen is voldaan. 5.Kosten voor vrijwilligersvergoedingen zijn in het kader van dit hoofdstuk niet subsidiabel. Paragraaf2.2Basissubsidies 2.2.1Aanvraag op basis van een uitvoeringsplan Artikel2:3Waardenetwerken 1.Een ieder die waarde kan toevoegen kan deelnemen aan een waardenetwerk. 2.Een waardenetwerk wordt voorgezeten door een door burgemeester en wethouders aangewezen procesmanager. De procesmanager bevordert de naleving van de spelregels als bedoeld in het vierde lid. 3.Een deelnemer die met een activiteit een probleem wil oplossen en daarmee doelen en/of resultaten beoogt te bereiken die passen binnen het Beleidskader en deze activiteit in aanmerking wil laten komen voor opname in het uitvoeringsplan neemt uiterlijk op 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin hij daarvoor subsidie wenst te ontvangen deel aan het waardenetwerk. 4.Het Beleidskader bevat spelregels met betrekking tot de waardenetwerken. Deelnemers aan de waardenetwerken houden zich aan de spelregels. Artikel2:4Criteria 1.Burgemeester en wethouders kunnen een basissubsidie verstrekken voor een in het uitvoeringsplan opgenomen activiteit van een deelnemer aan het desbetreffende waardenetwerk die deze deelnemer vermeldt in zijn aanvraag als: dat uitvoeringsplan voldoet aan de processtappen, het proces en de spelregels zoals beschreven in het hoofdstuk Proces richting uitvoeringsplannen van het Beleidskader; en in het uitvoeringsplan het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2:9, eerste lid, en de binnen dat plafond geoormerkte bedragen als bedoeld in artikel 2:9, tweede lid, zijn geëerbiedigd. 2.Burgemeester en wethouders beoordelen een aanvraag als bedoeld in het eerste lid aan de hand van artikel 2:
  2. 3.De subsidie wordt voor maximaal vier kalenderjaren verstrekt. Artikel2:5Procedure 1.In de periode 2024-2027 kan meerjarige subsidie (vierjaarlijks, driejaarlijks en tweejaarlijks) en jaarlijkse subsidie worden aangevraagd. 2.Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier, via de website van de gemeente. 3.De aanvraag gaat vergezeld van het uitvoeringsplan waarop de aanvraag betrekking heeft. 4.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na de uiterste indieningsdatum op de aanvraag. 5.Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste dertien weken verdagen. 2.2.2Aanvraag los van het uitvoeringsplan Artikel2:6Criteria 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 2:3 tot en met 2:5, kunnen burgemeester en wethouders een basissubsidie verstrekken op basis van een aanvraag die niet gebaseerd is op een uitvoeringsplan voor de duur van maximaal één kalenderjaar. 2.Burgemeester en wethouders beoordelen een aanvraag als bedoeld in het eerste lid aan de hand van artikel 2:
  3. 3.Burgemeester en wethouders verstrekken geen subsidie als bedoeld in het eerste lid aan een aanvrager die voor hetzelfde kalenderjaar en dezelfde in het Beleidskader genoemde waarde als waar de aanvraag betrekking op heeft, subsidie als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid heeft ontvangen. Artikel2:7Procedure 1.Artikel 2:5, tweede, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen als bedoeld in artikel 2:6, eerste lid. 2.Burgemeester en wethouders maken bij de beoordeling als bedoeld in artikel 2:4 tweede lid en 2:6 tweede lid een rangschikking van de bij aanvragen behorende activiteiten en beoordelen hoe deze aanvragen zich tot elkaar verhouden. Punten ten behoeve van de ranking worden toegekend aan de hand van onderstaande selectie- en wegingscriteria uit het Beleidskader: Maatschappelijk resultaat: Hoe draagt de activiteit bij aan de maatschappelijke doelen uit hoofdstuk ‘Wat wordt er bereikt: waarden, visie, inwonergroepen en doelen?’ uit het Beleidskader Samen Doorpakken en, indien van toepassing, het Beleidskader GALA. Wat is er als de activiteit klaar is? Weging 40 punten, minimum te behalen punten
  4. Kostprijs per klant: De prijs per bereikt lid uit de doelgroep. Ook hoort hierbij: een schatting van de kosten die bespaard kunnen worden door maatwerkvoorzieningen (indien van toepassing, weergave businesscase). Kan de kostprijs worden onderbouwd? Hoe verhoudt de prijs zich tot andere aanvragen? Weging 20 punten, minimum te behalen punten
  5. Vakmanschap: Wat is de toegevoegde waarde van de inzet van betaalde professionals? Anders gezegd: wat doen betaalde en opgeleide professionals beter of anders dan een willekeurige buurvrouw? En waar kan iemand die er weinig kennis van heeft dat aan zien? Weging 15 punten, minimum te behalen punten
  6. Samenwerking: Draagt de activiteit bij aan het realiseren van een ambitie? Kan deze activiteit door slim samenwerken zo goed mogelijk, zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk uitgevoerd worden? In welke mate wordt samengewerkt met andere partners binnen de waarde? Wat levert deze samenwerking op? Weging 10 punten, minimum te behalen punten
  7. Bereik: Hoe groot is de doelgroep? (aantal personen) En hoeveel personen binnen die doelgroep worden bereikt? Weging 5 punten. Zelfredzaamheid: Wat kan een persoon zelf, al dan niet met steun van anderen uit zijn/haar omgeving? Weging 5 punten. Tevredenheid: Hoe tevreden is de klant en zijn/haar omgeving? Maar ook: hoe tevreden zijn financiers, medewerkers, toezichthouders? De activiteiten moeten in de eerste plaats belangrijk en nuttig zijn voor de klant. Ook moeten alle betrokkenen in beeld zijn. Wat vindt de omgeving belangrijk? Hoe kan daaraan worden bijgedragen? En hoe kan er steeds beter in worden? Oftewel: omgevingssensitiviteit. Het gaat hierbij om hoe tevredenheid in kaart wordt gebracht, voor nieuwe of bestaande activiteiten. Weging 5 punten. 3.Voor de verschillende waardenetwerken kunnen aanvullende wegingscriteria opgenomen worden. 4.Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin een activiteit voldoet aan het criterium. Burgemeester en wethouders toetsen de aanvraag aan de criteria middels een beoordelingsformat, dat als bijlage 2A bij deze subsidieregeling is opgenomen. 5.Als op een wegingscriterium het daarbij vermelde minimumaantal punten niet behaald wordt, wijzen burgemeester en wethouders de aanvraag af. 6.Als twee of meer aanvragen voorzien in dezelfde activiteit, terwijl burgemeester en wethouders het niet wenselijk vinden dat die meermaals wordt aangeboden, worden deze aanvragen onderling vergeleken op het behaalde puntenaantal. Van deze aanvragen wordt alleen de aanvraag met het hoogste puntenaantal opgenomen in de rangschikking. Burgemeester en wethouders wijzen de andere aanvragen af. 7.De overgebleven aanvragen worden toegekend op volgorde van behaalde punten van hoog naar laag, tot het subsidieplafond is bereikt. 8.Bij gelijke rangschikking van aanvragen die vanwege het bereiken van het subsidieplafond niet allebei gehonoreerd kunnen worden, wordt voorrang verleend aan een aanvraag binnen het uitvoeringsplan, ten opzichte van een individuele aanvraag. In andere gevallen wordt geloot door een notaris. 2.2.3Aanvraag voor kleine initiatieven Artikel2:8Criteria 1.Burgemeester en wethouders kunnen, anders dan bij wijze van jaarlijkse subsidie, basissubsidies van ten hoogste € 5.000,- verstrekken. 2.Burgemeester en wethouders beoordelen of een aanvraag voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bijdraagt aan de zelfredzaamheid van de inwoners van Breda, zoals bepaald in het Beleidskader. 3.Een aanvrager komt per kalenderjaar ten hoogste één keer in aanmerking voor subsidie als bedoeld in het eerste lid. 4.Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie als bedoeld in het eerste lid aan een aanvrager die in het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft reeds subsidie heeft ontvangen als bedoeld in artikel 2:4 en 2:6, of daartoe een aanvraag heeft ingediend waarop burgemeester en wethouders nog niet hebben beslist of als de activiteit in het kalenderjaar in aanmerking komt voor een subsidie op basis van een andere subsidieregeling. 5.Aanvragen voor subsidie als bedoeld in dit artikel kunnen in twee tijdvakken worden ingediend: vanaf 1 november tot en met 1 maart; en vanaf 1 mei tot en met 1 september. 6.Toekenning van een subsidie vindt plaats op basis van het voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in het tweede lid en op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen. 2.2.4Subsidieplafonds Artikel2:9Procedure 1.Burgemeester en wethouders stellen voor ieder in het Beleidskader genoemde waarde een subsidieplafond vast voor subsidies als bedoeld in de artikelen 2:4, eerste lid, 2:6, eerste lid en artikel 2:8 eerste lid, onder voorbehoud van de jaarlijkse vaststelling van de begroting door de gemeenteraad. De subsidieplafonds voor de waardenetwerken staan opgenomen in bijlage
  8. Verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op basis van kwalitatieve toetsing van de aanvragen. 2.Bij de vaststelling van een subsidieplafond op grond van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders bepalen: dat daarin opgenomen bedragen geoormerkt zijn voor specifieke activiteiten; voor welke periode subsidie kan worden aangevraagd (looptijd). 3.Aanvragen worden ingediend voor 1 oktober voor het volgende kalenderjaar, tenzij burgemeester en wethouders bij de bekendmaking van het subsidieplafond een andere indieningstermijn voor subsidieaanvragen bekendmaken. 4.Als blijkt dat in één of meer waardenetwerken het subsidieplafond niet wordt overschreden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om het resterende bedrag aan één of meer andere waardenetwerken toe te voegen. Artikel2:10Verhoging van het subsidieplafond bij jaarlijkse subsidies 1.Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2:9, eerste lid, door burgemeester en wethouders wordt verhoogd, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op de extra gelden. 2.Artikel 2:9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een verhoging van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid. 3.Burgemeester en wethouders bepalen de termijn waarbinnen de aanvullende subsidieaanvragen als bedoeld in het eerste lid moeten zijn ingediend. 4.Bij verhoging van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, kan een waardenetwerk een aanvullend uitvoeringsplan opstellen. Artikel 2:3, derde lid, is niet van toepassing. 5.Burgemeester en wethouders kunnen een basissubsidie verstrekken voor een in het aanvullend uitvoeringsplan opgenomen activiteit van een deelnemer aan het desbetreffende waardenetwerk die deze deelnemer vermeldt in zijn aanvullende aanvraag als: het aanvullend uitvoeringsplan voldoet aan de eisen zoals beschreven in het hoofdstuk Proces richting uitvoeringsplannen van het Beleidskader; in het aanvullend uitvoeringsplan het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, en de binnen dat plafond geoormerkte bedragen als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, zijn geëerbiedigd. 6.Op een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid zijn artikel 2:4, tweede lid en artikel 2:5, tweede, derde lid en vierde lid en 2:7 tweede tot en met achtste lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aanvraag vergezeld dient te gaan van het aanvullende uitvoeringsplan. 7.Bij verhoging van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders een basissubsidie verstrekken op basis van een aanvraag die niet gebaseerd is op een aanvullend uitvoeringsplan. 8.Op de aanvraag als bedoeld in het zevende lid zijn artikel 2:5, tweede lid en vierde lid, 2:6 tweede en derde lid en 2:7 tweede tot en met achtste lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt beoordeeld hoe de aanvraag zich verhoudt tot andere aanvragen als bedoeld in het vijfde en zevende lid van dit artikel en de honorering van de aanvraag ten koste kan gaan van de honorering van die aanvragen. 9.Voor zover voor een aanvullende

vereiste gegevens al zijn verstrekt bij een eerdere aanvraag voor subsidie in hetzelfde kalenderjaar en onveranderd zijn gebleven, hoeven deze gegevens niet opnieuw te worden verstrekt. 2.2.5Bijzondere en onvoorziene omstandigheden Artikel2:11Bevoegdheden van burgemeester en wethouders 1.Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden bepalen dat een door deelnemers van een waardenetwerk als uitvoeringsplan of aanvullend uitvoeringsplan aangemerkt document geen uitvoeringsplan is als bedoeld in artikel 1:1. Burgemeester en wethouders kunnen in ieder geval bepalen dat er geen sprake is van een uitvoeringsplan als bedoeld in artikel 1:1 als artikel 2:3, zesde lid, niet is nageleefd of naar het oordeel van burgemeester en wethouders aannemelijk is dat het proces in een waardenetwerk niet op eerlijke wijze is verlopen. 2.In gevallen waarin deze subsidieregeling niet voorziet beslissen burgemeester en wethouders, onverminderd het bepaalde in de ASV. Paragraaf2.3Wijk- en dorpssubsidies Artikel2:12Doel Deze subsidieregeling heeft het doel om activiteiten te subsidiëren die het voor Bredase inwoners beter maakt om te wonen en te leven in de dorp of de wijk. Artikel2:13Betekenissen In deze subsidieregeling betekent wijkplatform of dorpsplatform: een overleggroep die aangeeft wat ze vinden van de aanvragen voor activiteiten voor het dorp of de wijk. Dit oordeel (bevindingen) nemen zij mee in hun besluitvorming. Voordat de

wordt ingediend bij burgemeester en wethouders, moet het plan voor de activiteit met een aanmeldformulier worden voorgelegd aan het wijk- of dorpsplatform of rechtstreeks aan de sociaal wijkbeheerder van de betreffende wijk of dorp. Betekenis natuurlijk persoon: een mens als individu. Geen rechtspersoon zoals een organisatie. Artikel2:14Voor wie is deze subsidie bedoeld? Subsidie op basis van deze regeling is bedoeld voor iedereen die een activiteit wil organiseren voor inwoners in een dorp of wijk in Breda op het gebied van: opgroeien/kunnen worden wie je wilt zijn; leren; ontwikkelen; werken/ leefbaar inkomen; ontmoeten/ Goed Wonen in een fijne buurt; betrokken zijn; leven. Artikel2:15Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? Subsidie kan worden verstrekt aan een ieder voor activiteiten die: belangrijk zijn voor het dorp of de wijk waar de activiteit plaatsvindt; de leefbaarheid en diversiteit in het dorp of de wijk ten goede komen en/of verbeteren; niet op een andere manier volledig betaald kunnen worden; en volgens het oordeel van het wijkplatform of het dorpsplatform voldoen aan de voorwaarden die in artikel 2:16 staan. Artikel2:16Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie? Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Het wijkplatform of het dorpsplatform oordeelt over het volgende: het belang van de activiteit voor het dorp of de wijk; en de noodzakelijkheid van de subsidie voor de activiteit; en eventueel de hoogte van de subsidie. Artikel2:17Hoeveel subsidie is er? 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor 2025 is als volgt verdeeld: Wijk/buurt Subsidieplafond in € Bedrag is op basis inwonersaantal Centrum, incl. Belcrum 22.361 Noord-Oost 34.777 Zuid-Oost 66.223 Zuid-West 46.529 Noord-West 44.665 2.Een natuurlijk persoon kan maximaal 5000 euro subsidie aanvragen.

Artikel2:18Wat is er nodig bij de aanvraag?

1.Voordat de

wordt ingediend bij burgemeester en wethouders, moet het plan voor de activiteit met een aanmeldformulier worden voorgelegd aan het wijk- of dorpsplatform of rechtstreeks aan de sociaal wijkbeheerder van de betreffende wijk of dorp. 2.Nadat het wijk- of dorpsplatform het plan heeft beoordeeld, zullen zij aangeven wat zij van het plan vinden en hun bevindingen op de laatste pagina van het aanmeldformulier vermelden. 3.Bij de

moeten de volgende documenten worden meegestuurd: het aanmeldformulier waarin het plan is toegelicht en waarin de bevindingen van het wijk- of dorpsplatform zijn opgenomen. en een digitaal ingevuld en ondertekend aanvraagformulier door de aanvrager. Artikel2:19Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? 1. Een

moet minimaal zes weken voor de start van de activiteiten bij burgemeester en wethouders zijn ingediend.

  1. Subsidie aanvragen voor 2025 kan tot en met 1 december
  2. Subsidiebehandeling Artikel2:20Hoe wordt de subsidie verdeeld? Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt. Artikel2:21Wanneer wordt besloten op de

? 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de beslistermijn van zes weken nog eens met maximaal zes weken verlengen. Artikel2:22Wanneer kan de subsidie geweigerd worden? 1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de Subsidieverordening van toepassing is. 2.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie ook als: het gaat om een straatfeest, jubileum of barbecue, of een soortgelijke activiteit; de activiteit in het teken staat van Sinterklaas, maar niet in lijn is met de landelijke intocht van Sinterklaas; De activiteit al gesubsidieerd wordt vanuit een andere gemeentelijke subsidieregeling Subsidieverstrekking Artikel2:23Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie. Artikel2:24Afwijkingsmogelijkheid 1.Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de ASV voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze subsidieregeling. 2.Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van deze regels als zij vinden dat het toepassen van de regels een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd. Paragraaf2.4Subsidieregeling Stevig Lokaal Team Breda Artikel2:25Doel Deze subsidieregeling heeft tot doel een ‘proof of concept’ te faciliteren met het oog op het innoveren en transformeren van de jeugdhulp in de gemeente Breda, in lijn met de beleidskaders die hiervoor door de gemeenten in Regio WBO zijn vastgesteld. Meer specifiek heeft de subsidieregeling de ontwikkeling van een Stevig Lokaal Team (SLT) tot doel. Het SLT bestaat uit een formeel netwerk van een of meer professionele partijen uit de sociale basis, de gespecialiseerde jeugdhulp en de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein. Het SLT zet zich als integraal samenwerkingsverband in voor een preventieve, effectieve en efficiënte uitvoering en coördinatie van jeugdhulp, met een focus op signalering, preventie en een laagdrempelig hulpaanbod. Het SLT zal worden ontwikkeld op basis van de volgende negen bouwstenen, zoals nader toegelicht in Bijlage 2C bij de Subsidieregeling: Veelvoorkomende vormen van Jeugdhulp; Gemeentelijk Sociaal Domein; Samenwerkingsverband; Taakgerichte bekostiging; Deel sociale basis; Expertise naar voren; Monitoring en sturing; Leren; Ontwikkeling en innovatie. Artikel2:26Betekenissen 1.In deze Subsidieregeling wordt verstaan onder: Gespecialiseerde jeugdhulp: jeugdhulp die veelal niet vrij toegankelijk is en waarvoor specifieke deskundigheid vereist is die de generalistische zorg in de eerste lijn, zoals huisartsen, wijkteams en Centra voor Jeugd en Gezin, niet kan bieden. Jeugdhulpaanbieder: een jeugdhulpaanbieder met rechtspersoonlijkheid, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die op grond van een overeenkomst met de gemeente Breda gespecialiseerde jeugdhulp aanbiedt; Penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende rechtspersoon zonder winstoogmerk die deelneemt aan het samenwerkingsverband; Raad: de raad van de gemeente Breda; Regio WBO: het samenwerkingsverband tussen de gemeenten Altena, Breda, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout waarbinnen gezamenlijk taken worden uitgevoerd rondom jeugdhulp; Samenwerkingsverband: een verband zonder rechtspersoonlijkheid dat bestaat uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers en dat is opgericht voor de uitvoering van activiteiten; Sociale basis: geheel van voorzieningen en diensten dat wordt geboden door instellingen en professionals gericht op sociale omgevingsdomeinen waaraan inwoners deelnemen, zoals buurthuizen, bibliotheken, vrijwilligerssteunpunten en sociaal werkers. SLT: het team van professionals vanuit het gemeentelijk sociaal domein, de sociale basis en de gespecialiseerde jeugdhulp. Vanuit hun eigen expertise en verantwoordelijkheid zorgen zij samen voor een preventieve, effectieve en efficiënte uitvoering en coördinatie van de jeugdhulp. 2.Voor zover in deze Subsidieregeling begrippen worden gebruikt die niet nader worden omschreven, hebben deze begrippen dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Jeugdwet en de Algemene subsidieverordening. Artikel2:27Voor wie is deze subsidie bedoeld? 1.Subsidie kan worden verstrekt aan de penvoerder van een samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband bestaat, inclusief de penvoerder, uit minstens één partner uit de Sociale basis en één aanbieder van gespecialiseerde jeugdhulp. 2.De subsidie wordt verstrekt aan de penvoerder van het samenwerkingsverband voor het (doen) uitvoeren van de activiteiten binnen dat samenwerkingsverband, zulks binnen de kaders van het bepaalde in artikel 2:25 en artikel 2:28 van de Subsidieregeling. 3.Alle deelnemers aan het samenwerkingsverband bezitten rechtspersoonlijkheid. 4.De penvoerder is een rechtspersoon zonder winstoogmerk. 5.Van de aan het samenwerkingsverband deelnemende partner(

  1. s)uit de Sociale basis is minimaal één daarvan gedurende minimaal drie jaar vóór publicatiedatum van deze Subsidieregeling ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. 6.Van de aan het samenwerkingsverband deelnemende gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder(
  2. s)is minimaal één daarvan gedurende minimaal drie jaar vóór publicatiedatum van deze Subsidieregeling ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Artikel2:28Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? 1.Op grond van deze Subsidieregeling kan subsidie worden verstrekt voor het vormen van een SLT en als zodanig in samenwerkingsverband (doen) uitvoeren van geïntegreerde inzet van preventie, respectievelijk toeleiding naar-, advisering over-, bepaling van- en het inzetten van een voorziening op het gebied van de jeugdhulp in de gemeente Breda, met in achtneming van het activiteitenplan en de begroting. De subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd in de jaren 2025 en 2026. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidiabele activiteiten nader concretiseren in het besluit tot subsidieverlening. Artikel2:29Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie? 1.Gelet op de aard van de activiteiten en het doel van de Subsidieregeling kunnen burgemeester en wethouders slechts aan de penvoerder van één samenwerkingsverband per in het tweede lid aangewezen grondgebied subsidie verstrekken voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. 2.De subsidiabele activiteiten kunnen uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van jeugdigen die wonen binnen het volgende geografisch afgebakende gedeelte van de gemeente Breda: Noordwest bestaat uit de wijken: Kesteren, Muizenberg, Heksenwiel, Hagebeemd, Overkroeten,Kroeten, Gageldonk en Kievitsloop, en het dorp Prinsenbeek (met postcodes 4822, 4823, 4824, 4841). 3.Op grond van deze Subsidieregeling kan subsidie worden verleend voor de tijdvakken 2025 en 2026. 4.De subsidie zal worden verleend onder de ontbindende voorwaarde dat er tussen (de gemeenten binnen) Regio WBO en de gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder(
  3. s)die deelneemt (deelnemen) aan het samenwerkingsverband, geen overeenkomst tot stand komt op grond van de procedure Jeugdhulp Regio WBO 2025, dan wel dat een tot stand gekomen overeenkomst om welke reden dan ook eindigt gedurende het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend. Artikel2:30Hoeveel subsidie is er? 1.Voor deze Subsidieregeling wordt een subsidieplafond vastgesteld van € 5.000.000,- voor het tijdvak 2025 en van € 5.000.000, - voor het tijdvak 2026. 2.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de subsidieplafonds als bedoeld in het eerste lid te verhogen in verband met onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 2:31, vierde lid. De verhoging als bedoeld in de eerste volzin bedraagt maximaal 10% van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid. 3.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het plafond als bedoeld in het eerste lid voor het tijdvak 2026 te verlagen als de Raad in de begroting de daarvoor benodigde middelen niet (volledig) ter beschikking stelt. Artikel2:31Hoogte van de subsidie 1.Subsidie kan alleen worden verstrekt voor kosten die de penvoerder en de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband maken en die rechtstreeks verband houden met en toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 2:28 van de Subsidieregeling. 2.De subsidie wordt verleend als vast bedrag (lump sum). De subsidie wordt verleend voor de daadwerkelijk gemaakte en in de begroting opgenomen kosten van de penvoerder en de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband voor het (doen) uitvoeren van de subsidiabele activiteiten. De subsidie wordt verleend tot een maximum van de uit de begroting als bedoeld in artikel 2:32 lid 4, aanhef en onder g blijkende subsidiabele kosten, zulks met inachtneming van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2:30. 3.Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt van een positief resultaat tussen de daadwerkelijke gemaakte kosten en het verleende subsidiebedrag, moet dat verschil worden terugbetaald. Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt van een negatief resultaat tussen de daadwerkelijk gemaakte kosten en het verleende subsidiebedrag, komt dat voor rekening en risico van de penvoerder en de overige aan het samenwerkingsverband deelnemende partijen. 4.Als er sprake is van onvoorziene omstandigheden die niet of niet in overwegende mate in de risicosfeer van de penvoerder of de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband liggen, kunnen burgemeester en wethouders het bedrag waarvoor subsidie is verleend verhogen met maximaal 10 procent van het verleende (maximale) subsidiebedrag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 2:30, tweede lid van de Subsidieregeling. Als onvoorziene omstandigheden kunnen bijvoorbeeld worden aangemerkt wijzigingen van (lokale) wet- en regelgeving of beleidswijzigingen aan de zijde van de gemeente.

Artikel2:32Wat is er nodig bij de aanvraag?

1.De aanvraag wordt ingediend door de penvoerder van het samenwerkingsverband. 2.Voordat toepassing wordt gegeven aan lid 3 (indienen concept activiteitenplan) hebben potentiële aanvragers de mogelijkheid om via de website gedurende vier weken na in datumstelling van de subsidieregeling vragen te stellen over de Subsidieregeling en de daarmee beoogde subsidie. Burgemeester en wethouders zullen vervolgens binnen twee weken (met een mogelijkheid tot verlenging van maximaal twee weken) via de website een antwoord op de gestelde vragen publiceren (‘Nota van Inlichtingen’). 3.Voordat de aanvraag wordt ingediend, moet de penvoerder bij burgemeester en wethouders een concept indienen van het activiteitenplan als bedoeld in artikel 2:32, vierde lid, onder f, van deze Subsidieregeling. Het concept van het activiteitenplan kan worden ingediend uiterlijk 31 augustus

  1. Burgemeester en wethouders zullen tijdens een mondeling overleg reageren op het concept van het activiteitenplan, met als doel dat de aanvraag zo goed mogelijk aan zal sluiten bij het doel van deze Subsidieregeling. Het mondeling overleg zal plaatsvinden in de maand september. Het blijft echter de verantwoordelijkheid van de aanvrager om een aanvraag in te dienen in overeenstemming met het bepaalde in de Subsidieregeling. Aan het mondeling overleg kan door de aanvrager niet het vertrouwen worden ontleend dat de in te dienen aanvraag, inclusief het daarvan deel uitmakende activiteitenplan, in overeenstemming is met het bepaalde in de Subsidieregeling. 4.De aanvraag bevat in ieder geval het volgende: gegevens over de deelnemers aan het samenwerkingsverband, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; per deelnemer aan het samenwerkingsverband: een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel; een volmacht en machtiging waaruit blijkt dat de penvoerder bevoegd is om, waar nodig, de overige deelnemer(s) aan het samenwerkingsverband te vertegenwoordigen; een ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemers aan het samenwerkingsverband, waarin in ieder geval de volgende onderwerpen zijn opgenomen De rolverdeling ten aanzien van de subsidiabele activiteiten; Een verdeling van de subsidiabele kosten; De verplichting voor deelnemers om de penvoerder tijdig te voorzien van alle benodigde informatie om aan zijn verplichtingen uit deze overeenkomst te voldoen; Een bepaling waaruit blijkt dat alle deelnemers zich ertoe committeren de samenwerking voort te zetten in 2026; een afschrift van de inschrijving in het Kwaliteitsregister Jeugd voor de gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder die deelneemt aan het samenwerkingsverband; een activiteitenplan, waarin aandacht wordt besteed aan de onderwerpen als bedoeld in artikel 2:34, derde lid van de Subsidieregeling. Per onderwerp moet in het activiteitenplan worden beschreven wat de visie van het samenwerkingsverband daarop is en op welke wijze het samenwerkingsverband aan dit onderwerp invulling gaat geven; een begroting waarin de subsidiabele kosten zijn opgenomen, alsmede de wijze waarop wordt voorzien in de daarvoor benodigde middelen. Hierbij wordt het format uit de Algemene subsidieverordening, als basis gehanteerd. Artikel2:33Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? 1.Aanvragen voor het tijdvak 2025 kunnen worden ingediend vanaf inwerkingtreding tot en met 1 oktober
  2. Een aanvraag die niet wordt ingediend binnen het hiervoor genoemde tijdvak, wordt afgewezen. 2.Aanvragen die worden ingediend binnen het tijdvak als genoemd in het voorgaande lid, worden getoetst op volledigheid. Als een aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager een termijn van twee weken gesteld waarbinnen hij de aanvraag moet aanvullen. Als de aanvraag na het verstrijken van deze termijn niet volledig is, kan deze buiten behandeling worden gesteld. In het geval de aanvrager niet binnen het tijdvak als genoemd in het voorgaande lid een activiteitenplan en begroting heeft ingediend als bedoeld in artikel 2:32, vierde lid, onder f en g van deze Subsidieregeling, wordt de aanvrager mede gelet op het bepaalde in artikel 2.37, eerste lid, onder b van deze Subsidieregeling in zoverre geen gelegenheid gegeven tot aanvulling van de aanvraag. 3.De aanvraag voor het tijdvak 2026 kan worden ingediend tot en met 1 oktober
  3. Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. SUBSIDIEBEHANDELING Artikel2:34Hoe wordt de subsidie voor 2025 verdeeld? 1.Tijdig ingediende volledige aanvragen voor het tijdvak 2025 worden getoetst aan de hand van de vereisten van deze Subsidieregeling. 2.Als na toetsing als bedoeld in het eerste lid meerdere toewijsbare aanvragen overblijven, wordt voor de verdeling van de subsidie een vergelijkende toets uitgevoerd conform het bepaalde in het derde tot en met het zesde lid van dit artikel. 3.Ter uitvoering van de vergelijkende toets als genoemd in het tweede lid, worden aanvragen getoetst op basis van de beoordelings- en wegingscriteria zoals vastgelegd in Bijlage 2C en 2D bij deze Subsidieregeling. 4.Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin een activiteit voldoet aan het criterium. Burgemeester en wethouders toetsen de aanvragen aan de criteria met behulp van een beoordelingsformat, dat als Bijlage 2D bij deze Subsidieregeling is gevoegd. Aanvragen worden gerangschikt op basis van het aantal toegekende punten. 5.Als een aanvraag bij de vergelijkende toets 54 punten of minder behaalt, wordt deze afgewezen. 6.De, na eventuele toepassing van vijfde lid resterende, aanvraag met het hoogste puntenaantal eindigt als hoogste in de rangschikking, de aanvraag met het één-na-hoogste puntenaantal eindigt als één-na-hoogste in de rangschikking, enzovoorts. De aanvraag die als hoogste in rangschikking is geëindigd komt voor toewijzing in aanmerking, tenzij een van de weigeringsgronden uit artikel 2:37 van de Subsidieregeling van toepassing is. De aanvragen die na toewijzing van een aanvraag resteren, worden afgewezen. In het geval waarin twee of meer aanvragen als hoogste in de rangschikking eindigen (hetzelfde puntenaantal), wordt de volgorde van de rangschikking bepaald door middel van loting. De loting zal worden verricht onder verantwoordelijkheid van een door burgemeester en wethouders aan te wijzen notaris. Artikel2:35Hoe wordt de subsidie voor 2026 verdeeld? 1.Verdeling van de subsidie voor het tijdvak 2026 vindt tevens plaats op basis van de rangschikking van de aanvragen voor het tijdvak
  4. Dit houdt in dat voor het tijdvak 2026 in beginsel enkel subsidie kan worden verstrekt aan de subsidieontvanger aan wie op grond van voornoemde rangschikking voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een aanvraag van de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend, in aanvulling op het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb, worden geweigerd indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de activiteiten van het samenwerkingsverband in onvoldoende mate hebben bijgedragen aan het bereiken van het doel van de Subsidieregeling als bedoeld in artikel 2:
  5. 3.Als de aanvraag met toepassing van het tweede lid wordt afgewezen of er door de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend geen aanvraag voor het tijdvak 2026 is ingediend, wordt de volgende procedure gevolgd. De in de rangorde met betrekking tot 2025 als een-na-hoogste geëindigde penvoerder wordt in de gelegenheid gesteld om een aanvraag voor 2026 in te dienen. Bij die aanvraag dienen de gegevens als bedoeld in artikel 2:32, vierde lid, worden gevoegd. De aanvraag zal vervolgens worden getoetst aan de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2:
  6. Indien de als een-na-hoogste penvoerder geen aanvraag indient of de aanvraag wordt afgewezen, wordt de hiervoor beschreven procedure gevolgd ten aanzien van de op twee-na-hoogste geëindigde penvoerder. De procedure wordt zo vaak herhaald totdat er een subsidie voor 2026 is verleend of er door geen van de (resterende) penvoerders een aanvraag is ingediend of alle aanvragen zijn afgewezen. Artikel2:36Wanneer wordt besloten op de

? 1.Burgemeester en wethouders beslissen op een

binnen 13 weken na de ontvangst daarvan. 2.Burgemeester en wethouders mogen hun beslissing één keer voor maximaal 13 weken verlengen. 3.Bij aanvragen die volgens artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden aangemeld bij de Europese Commissie, verlengen burgemeester en wethouders de beslistermijn totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel2:37Wanneer kan de subsidie geweigerd worden? 1.In aanvulling op de weigeringsgronden die zijn genoemd in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en in de Algemene subsidieverordening, weigeren burgemeester en wethouders de subsidie wanneer: de aanvraag of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet voldoet aan het ge- stelde in deze Subsidieregeling; de aanvraag niet uiterlijk op het moment van aflopen van het tijdvak als bedoeld in artikel 2:33, eerste lid van deze Subsidieregeling een activiteitenplan en begroting bevat als bedoeld in artikel 2:32, vierde lid, onder f en g van deze Subsidieregeling de aanvraag naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende tegemoetkomt aan het doel van deze Subsidieregeling; een deelnemer aan het samenwerkingsverband niet beschikt over de in de branche vigerende certificeringen of kwaliteitskeurmerken. de penvoerder, alvorens zijn aanvraag in te dienen, niet eerst een concept van het activiteitenplan bij burgemeester en wethouders heeft ingediend zoals bepaald in artikel 2:32 lid 2 van de Subsidieregeling; Naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende is verzekerd dat de SLT zal voorzien in een voldoende dekkend zorglandschap; De penvoerder en de deelnemers van het samenwerkingsverband naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet over voldoende financiële en economische draagkracht beschikt om de subsidiabele activiteiten, ook met behulp van de onderhavige subsidie, naar behoren uit te kunnen voeren en de aan de subsidie verbonden verplichtingen na te kunnen leven, met inbegrip van (aansprakelijkheids-)risico’s die verband houden met de eventuele inschakeling van onderaannemers. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een aanvraag bovendien afwijzen indien er sprake is van ernstig gevaar dat de subsidie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of om strafbare feiten te plegen. 3.In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het eerste lid onder f, kunnen burgemeester en wethouders, als zij dat nodig vinden, de aanvrager om nadere gegevens en bescheiden vragen om te bewijzen dat er sprake is van afdoende financiële en economische draagkracht. In dat kader kan onder meer worden gevraagd om een passende bankverklaring of een bewijs van verzekering tegen beroepsrisico’s, waaronder begrepen risico’s die verband houden met het inschakelen van onderaannemers, overlegging van jaarrekeningen of uittreksels uit de jaarrekening over de afgelopen drie jaar of een verklaring betreffende de totale omzet over de afgelopen drie jaar. 4.In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het tweede lid, kunnen burgemeester en wethouders, al dan niet door het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, onderzoek doen naar het bestaan van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De subsidie-aanvrager is verplicht om aan dit onderzoek alle medewerking te verlenen (Bibob-toets). 5.Als de aanvraag die als hoogste in de rangschikking is geëindigd met toepassing van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene subsidieverordening of het bepaalde in het eerste of tweede lid van dit artikel geweigerd wordt, zullen de resterende aanvragen in de overeenkomstig artikel 2:34, zesde lid bepaalde rangorde worden beoordeeld aan de hand van de in de eerste volzin bedoelde weigeringsgronden. De subsidie zal daarbij worden verleend aan de hoogst gerangschikte aanvraag waarop geen van de weigeringsgronden van toepassing is. De alsdan eventueel resterende aanvragen zullen niet meer worden getoetst aan de weigeringsgronden, maar worden afgewezen met toepassing van artikel 2:34, zesde lid. SUBSIDIEVERSTREKKING Artikel2:38Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? 1.In aanvulling op het bepaalde in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gelden de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger: De subsidieontvanger voert de subsidiabele activiteiten uit in overleg met de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein. Dit betekent in ieder geval dat de subsidieontvanger ervoor verantwoordelijk is dat er regelmatig overleg plaatsvindt tussen de subsidieontvanger en de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein over de uitvoering van de subsidiabele activiteiten en dat subsidieontvanger als dat naar het oordeel van de subsidieontvanger of burgemeester en wethouders nodig is op ad hoc basis in overleg zal treden met gemeentelijke afdeling Sociaal Domein; De subsidieontvanger treedt direct in overleg met burgemeester en wethouders wanneer hij bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten problemen voorziet die het behalen van de doelstelling van deze Subsidieregeling in gevaar kunnen brengen; Als de subsidieontvanger voorziet dat de begrote kosten in een lopende rapportageperiode met meer dan 25% zullen worden overschreden, meldt hij dit direct aan burgemeester en wethouders. Als de registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd van een gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder die deelneemt aan het samenwerkingsverband geschrapt dreigt te worden of geschrapt is, is de subsidieontvanger verplicht dit te melden; De deelnemers aan het samenwerkingsverband zullen gedurende het subsidietijdvak (blijven) beschikken over de in de branche vigerende certificeringen en voldoen aan de in de branche vigerende kwaliteitskeurmerken. De subsidieontvanger werkt ten behoeve van de doelstelling van deze Subsidieregeling waar nodig samen met andere partijen die voor de betrokken jeugdigen, hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers een rol vervullen op het gebied van jeugdhulp, onderwijs, zorg of maatschappelijke ondersteuning. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de verplichtingen uit het vorige lid bij subsidieverlening nader uitwerken en ook andere aanvullende verplichtingen stellen. Artikel2:39Afwijkingsmogelijkheid 1.Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de Algemene subsidieverordening voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze Subsidieregeling. 2.Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van deze Subsidieregeling als zij vinden dat het toepassen van de Subsidieregeling een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd of als toepassing van de Subsidieregeling leidt tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de met de Subsidieregeling te dienen doelen. 3.Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid om een wisseling te laten plaats vinden in het samenwerkingsverband als zij vinden dat het toepassen van de Subsidieregeling een onredelijke uitkomst heeft voor die de subsidie heeft aangevraagd of als toepassing van de Subsidieregeling leidt tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de met de Subsidieregeling te dienen doelen. SLOTBEPALINGEN Artikel2:40Per boekjaar verstrekte subsidie 1.Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op subsidies die op basis van deze subsidieregeling worden verleend. Het boekjaar wordt gelijkgesteld met het kalenderjaar. 2.Volgens het bepaalde in artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de subsidieontvanger toestemming van burgemeester en wethouders nodig voor de handelingen als genoemd in het eerste lid van dat artikel. Artikel2:41Inwerkingtreding subsidieregeling 1.Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 2.Deze subsidieregeling vervalt op 1 januari 2027 maar blijft gelden voor aanvragen die vallen onder deze subsidieregeling en voor besluiten op die aanvragen. Hoofdstuk3Wijk- en dorpsraden Paragraaf3.1Subsidieregeling Wijk- en dorpsraden Artikel3:1Doel Deze regeling is bedoeld voor de wijk- en dorpsraden die het algemeen belang behartigen door hun signalerende en adviserende rol ten aanzien van de sociale en fysieke leefbaarheid en actieve betrokkenheid bij vraaggerichte (gemeentelijke) projecten en plannen op wijk- en dorpsniveau, waarbij zij daarmee een relevante samenwerkingspartner voor de gemeente zijn. Artikel3:2Voor wie Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door wijk- en dorpsraden in Breda die aan de doelstelling van artikel 3:1 voldoen. Artikel3:3Voor wat 1.Een subsidie kan worden verleend voor de uitvoering van een activiteit of maatregel die bijdrage levert aan het doel zoals is opgenomen in artikel 3:1 van deze regeling. 2.Activiteiten die worden georganiseerd rondom of verband houden met het Sinterklaasfeest dienen in lijn te zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas. Subsidie aanvragen voor activiteiten die niet in lijn zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas worden geweigerd. Artikel3:4De aanvraag 1.Het maximale subsidiebedrag (het subsidieplafond) voor 2025 is € 90.686. 2.Aan een wijk- en dorpsraad, als bedoeld in artikel 3:2 kan jaarlijks een subsidie verleend worden van maximaal € 5.000 bestaande uit: een bedrag van maximaal € 2.500 voor bureaukosten en kosten voor PR, communicatie en vergaderingen om als wijk- of dorpsraad te kunnen functioneren een bedrag van maximaal € 2.500 voor de uitvoering van activiteiten gericht op het bevorderen van de fysieke en sociale leefbaarheid in wijk of dorp. Artikel3:5Bij de aanvraag in te dienen stukken Bij de aanvraag moeten de volgende stukken gevoegd zijn: een activiteitenplan. Deze bestaat uit: onderwerpen in het fysieke en sociale domein opgenomen die aandacht verdienen in de wijk of dorp. Per onderwerp wordt inzichtelijk gemaakt wat de relatie is met (gemeentelijke) plannen en projecten en/of (bewoners)initiatieven op wijk- of dorpsniveau. Dit activiteitenplan wordt in samenspraak met de gemeente afgestemd en geëvalueerd. Artikel3:6Procedure 1.Een

wordt ingediend via www.breda.nl en dient te zijn vergezeld met een activiteitenplan en begroting. 2.Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk binnen dertien weken na indiening, mits volledig ingediend en voorzien van alle vereiste bijlagen zoals bedoel in artikel 3:5 van deze regeling. Hoofdstuk4Geweld in afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg Paragraaf4.1Subsidieregeling Geweld in afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg Artikel4:1Toepassingsbereik 1.Onder ‘Beleidskader’ wordt in dit hoofdstuk verstaan: Regionaal beleidskader Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg West-Brabant 2022-2025. 2.Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op het voorkomen, signaleren, stoppen en duurzaam oplossen van verschillende geweldsvormen en acute en niet-acute crises, zoals beschreven in het Beleidskader. 3.In afwijking van artikel 1:2, derde lid van deze regeling komen de subsidies vanuit dit Beleidskader ten goede aan inwoners van gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke regeling Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg. Artikel4:2Voor wie 1.Subsidie in dit hoofdstuk is bestemd voor: Stichting Veilig Thuis West-Brabant; Stichting Safegroup; Organisaties of samenwerkingsverbanden met aantoonbare expertise op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties; Meldpunt crisiszorg West-Brabant. Artikel4:3Activiteiten 1.De volgende activiteiten komen in aanmerking voor subsidie: Voor de organisatie(

  1. s)genoemd in artikel 4:2 lid 1 onder a: Taken van Stichting Veilig Thuis West-Brabant zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 1 van het Beleidskader en uitvoering taken Cirkel is Rond zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 3 van het Beleidskader. Voor de organisatie(
  2. s)genoemd in artikel 4:2 lid 1 onder b: Activiteiten vrouwenopvang zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 2 van het Beleidskader Voor de organisatie(
  3. s)genoemd in artikel 4:2 lid 1 onder c: Overige activiteiten Geweld in Afhankelijkheidsrelaties zoals beschreven in het Beleidskader in het algemeen, en in bijlage 1, paragraaf 3 in het bijzonder (uitgezonderd de taken Cirkel is Rond). Voor de organisatie(
  4. s)of samenwerkingsverband genoemd in artikel 4:2 lid 1 onder d: Activiteiten meldpunt crisiszorg (acuut en niet-acuut), zoals beschreven in het Beleidskader, deel II. Artikel4:4Criteria 1.Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten: De activiteiten worden uitgevoerd in West-Brabant; De activiteiten zijn gericht op voorkomen, signaleren, stoppen en duurzaam oplossen van huiselijk geweld en kindermishandeling en acute en niet-acute crises; De subsidieaanvrager onderschrijft en werkt volgens de visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid. Artikel4:5Aanvraag Subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier, zie (www.breda.nl/subsidies). Artikel4:6Subsidieplafond 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor 2025 is als volgt en verdeeld over: Veilig thuis zoals bedoeld in artikel 4:2 lid 1: € 10.792.811. Vrouwenopvang zoals bedoeld in artikel 4:2 lid 2: € 4.471.061. Overige activiteiten GIA zoals bedoeld in artikel 4:2 lid 3: € 903.997. Meldpunt Crisiszorg West-Brabant zoals bedoeld in artikel 4:2 lid 4: € 947.828. 2.Bij de vaststelling van een subsidieplafond op grond van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat daarin opgenomen bedragen geoormerkt zijn voor specifieke activiteiten en voor specifieke organisaties zoals genoemd onder artikel 4:2 en 4:3. Verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op basis van kwalitatieve toetsing. 3.Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in lid 1, door burgemeester en wethouders worden verhoogd, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op de extra gelden. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven. Artikel4:7Procedure 1.Indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten genoemd onder artikel 4:3 lid 1 sub c én er is sprake van meerdere aanvragen voor vergelijkbare activiteiten door verschillende organisaties, dan maken burgemeester en wethouders een weging op basis van de volgende criteria: de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen en activiteiten zoals genoemd in het Beleidskader; in het bijzonder bijlage 1, maximaal 50 punten; de mate waarin de activiteit specifieke deskundigheid op het gebied van GIA toevoegt die lokaal onvoldoende vertegenwoordigd is., maximaal 10 punten; de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van ervaringsdeskundigheid, maximaal 10 punten; de mate waarin er wordt samengewerkt met andere relevante organisaties, maximaal 10 punten; de mate van vakmanschap en relevante ervaring, maximaal 10 punten; de kostprijs, maximaal 10 punten. 2.Alleen de aanvraag met de meeste punten, zoals genoemd in het eerste lid, komt in aanmerking voor toekenning. Bij een gelijk aantal punten, wordt er geloot door een notaris. 3.Indien het totaal van de tijdig ingediende, volledige en in aanmerking komende subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaat, zonder dat er sprake is van overlappende activiteiten, worden de aanvragen naar rato toegekend. 4.Burgemeester en wethouders kunnen van de procedure zoals beschreven in het eerste, tweede en derde lid afwijken als dit in het belang is van de optimale verdeling van de beschikbare middelen. Artikel4:8Weigeringsgronden 1.In aanvulling op de weigeringsgronden zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 en 7 van de ASV kan een subsidie worden geweigerd indien: De subsidieaanvrager geen rechtspersoonlijkheid bezit, blijkende uit een inschrijving van Kamer van Koophandel; De subsidieaanvrager geen aantoonbare relevante ervaring heeft met de activiteiten en/of doelgroep waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; De activiteiten alleen zijn bedoeld voor inwoners van een bepaalde gemeente of gemeenten en dus niet regionaal van aard zijn. Tenzij er sprake is van een pilot/proef, dienen subsidies ten goede te komen aan alle inwoners van West-Brabant die te maken hebben met geweld in afhankelijkheidsrelaties of crises (acuut en niet-acuut); Toekenning zou kunnen leiden tot versnippering van het ondersteuningsaanbod. Hoofdstuk5Cultuur Paragraaf5.1Subsidieregeling Creatieve Talenten en Makers Breda Artikel5:1Doel Deze subsidieregeling ondersteunt de ontwikkeling van Bredase, creatieve (jonge) talenten, (mogelijk-)makers en collectieven in verschillende fasen van hun creatieve loopbaan. Breda maakt creatieve experimenten en nieuwe initiatieven mogelijk, creëert ruimte voor leren, werken en ontmoeten, en verbindt (jonge) professionals aan het werkveld en de stad. Artikel5:2Betekenissen In deze subsidieregeling betekent: Creatief talent of creatieve maker: een persoon die op professionele, dat wil zeggen beroepsmatige, basis een bepaalde vorm van cultuur beoefent. Een creatieve maker produceert en/of verkoopt diens creatief werk en maakt dit zichtbaar door middel van een portfolio, website of iets dergelijks. De persoon heeft daartoe een professionele kunstopleiding afgerond en/of heeft op basis van ervaring artistieke competenties opgebouwd in het professionele cultuurveld, door minimaal twee jaar op beroepsmatige basis creatief werk te hebben ontwikkeld en een professionele creatieve beroepspraktijk te hebben uitgeoefend, zoals blijkt uit een cv; Creatieve mogelijk-maker: een persoon die werkt vanuit een uitgesproken creatieve visie en missie. Een creatieve mogelijk-maker produceert of presenteert werk van makers die hierbij passen. Voorbeelden van creatieve mogelijk-makers zijn creative producers, curatoren en programmeurs. De creatieve mogelijk-maker werkt bij of werkt samen met een professionele culturele organisatie in Breda en heeft minimaal twee jaar relevante ervaring en competenties opgebouwd in het professionele cultuurveld, zoals blijkt uit een cv; Culturele amateurkunstorganisaties: vrijwilligersorganisaties met een artistiek inhoudelijke doelstelling waarvan de deelnemers een bepaalde kunstvorm beoefenen op een niet-beroepsmatige basis; Culturele infrastructuur: alle culturele voorzieningen vormen, samen met het aanbod, de culturele infrastructuur van de stad; Culturele organisatie: een professionele organisatie met een in de statuten verankerde culturele doelstelling, die niet valt onder de bepaling van een culturele amateurkunstorganisatie; Professionele cultuurveld: het veld van professionele creatieve makers en professionele culturele organisaties die primair gericht zijn op het beroepsmatig vervaardigen, produceren, ontwikkelen of tonen van cultureel aanbod; Tendersysteem: subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van de in deze regeling genoemde vereisten en worden onderling gewogen. Artikel5:3Voor wie is deze subsidie bedoeld? 1.De subsidie is voor creatieve talenten en (mogelijk-)makers die werken in de gemeente Breda en zich artistiek willen ontwikkelen binnen hun professionele creatieve beroepspraktijk om ambities te realiseren. 2.Creatieve talenten en (mogelijk-)makers kunnen zowel individueel als namens een collectief subsidie aanvragen. Als er sprake is van een collectief kan er één

worden ingediend voor een gezamenlijk project. 3.Creatieve talenten en (mogelijk-)makers binnen alle cultuurdisciplines, Urban Culture, interdisciplinaire projecten en crossovers kunnen subsidie aanvragen. 4.Natuurlijke personen of rechtspersonen zonder winstoogmerk kunnen subsidie aanvragen. Artikel5:4Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? De subsidie is voor activiteiten die een impuls geven aan de professionele creatieve loopbaan van talenten en (mogelijk-)makers en waarmee zij zich verbinden aan het werkveld en de stad. Artikel5:5Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie? Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het profiel, de context en de ervaring van de subsidieaanvrager. Als niet is voldaan aan één of meerdere voorwaarden, dan krijgt de subsidieaanvrager geen subsidie. Het project is van voldoende artistieke kwaliteit, zoals blijkt uit visie, oorspronkelijkheid, vakdeskundigheid en zeggingskracht. Het project geeft een impuls aan de artistieke ontwikkeling van de creatieve loopbaan van de subsidieaanvrager, zoals blijkt uit uitbreiding of vernieuwing ten opzichte van eerdere activiteiten en ervaring. Het project heeft voldoende organisatorische en zakelijke kwaliteit, zoals blijkt uit een realistische begroting, een gedegen en doordachte aanpak en realistische planning. De aanvrager levert een bijdrage aan een evenwichtige Bredase culturele infrastructuur, door de positionering in de sector en door samenwerking met culturele organisaties en/of andere creatieve makers. Met het project verbindt de subsidieaanvrager zich aan het werkveld en/of de stad. De aanvrager is een creatief talent of een creatieve (mogelijk-)maker die werkt in de gemeente Breda. Het project vindt plaats in de gemeente Breda. Het project vindt plaats in 2025 en start niet eerder dan 13 weken na sluiting de indientermijn waarin de aanvraag is ingediend. Artikel5:6Hoeveel subsidie is er? 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 is € 250.000. 2.In de eerste indientermijn wordt maximaal 70% van het subsidieplafond besteed. 3.De aanvrager kan voor kalenderjaar 2025 één keer subsidie ontvangen uit deze regeling. 4.De maximale subsidie is € 5.000 per aanvraag. 5.De maximale subsidie voor een collectief is per lid van het collectief € 5.000 en in totaal maximaal € 15.000 per aanvraag. Artikel5:7Waar kan subsidie voor worden aangevraagd? 1.Subsidie aanvragen kan voor alle kosten direct gerelateerd aan de activiteit(en). 2.Materiële investeringen kunnen voor 1/3 deel van de kosten gesubsidieerd worden. Dit gaat alleen om materialen die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteit(en). De huur van apparatuur kan volledig gesubsidieerd worden voor de duur van de activiteit(en). 3.Er wordt geen subsidie gegeven voor de aankoop van computers, tablets en mobiele telefoons.

Artikel5:8Wat is er nodig bij de aanvraag?

1.Een subsidieaanvrager maakt gebruik van het formulier dat daarvoor op de website van de gemeente staat. 2.Bij de

moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een activiteitenplan, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de subsidievoorwaarden, in het format van de gemeente Breda; een activiteitenbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar, in het format van de gemeente Breda; een CV van het talent of de (mogelijk-)maker waaruit de reeds opgedane ervaringen binnen de creatieve loopbaan blijken; eventueel een samenwerkingsovereenkomst met een professionele culturele organisaties (in het geval van een mogelijk-maker); voor rechtspersonen: statuten en een uittreksel van de Kamer van Koophandel. Artikel5:9Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? 1.Een

moet bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd binnen een van de onderstaande indientermijnen: Van 1 augustus tot 1 oktober 2024 (start activiteiten vanaf 1 januari 2025) Van 1 januari tot 1 maart 2025 (start activiteiten vanaf 1 juni 2025) 2.In de eerste indientermijn wordt maximaal 70% van het subsidieplafond besteed. Subsidiebehandeling Artikel5:10Hoe wordt de subsidie verdeeld? 1.Als er in een indientermijn meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond met een tenderprocedure. De aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van behaalde punten van hoog naar laag, tot het subsidieplafond is bereikt. De beoordelingscriteria zijn: Het project is van voldoende artistieke kwaliteit, zoals blijkt uit visie, oorspronkelijkheid, vakdeskundigheid en zeggingskracht, te waarderen met onvoldoende (0 punten), voldoende (1 punt) of goed (2 punten). Het project geeft een impuls aan de artistieke ontwikkeling van de creatieve loopbaan van de subsidieaanvrager, zoals blijkt uit uitbreiding of vernieuwing ten opzichte van eerdere activiteiten en ervaring, te waarderen met onvoldoende (0 punten), voldoende (1 punt) of goed (2 punten). Het project heeft voldoende organisatorische en zakelijke kwaliteit, zoals blijkt uit een realistische begroting, een gedegen en doordachte aanpak en een realistische planning, te waarderen met onvoldoende (0 punten), voldoende (1 punt) of goed (2 punten). De aanvrager levert een bijdrage aan een evenwichtige Bredase culturele infrastructuur, door de positionering in de sector, door samenwerking met culturele organisaties en/of andere creatieve makers, en met het project verbindt de aanvrager zich aan het werkveld en de stad, te waarderen met onvoldoende (0 punten), voldoende (1 punt) of goed (2 punten). 2.Aanvragen worden gerangschikt op basis van het totaal aantal behaalde punten. De aanvraag waaraan de meeste punten is toegekend, komt het eerst voor subsidie in aanmerking. Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag voldoet aan het criterium. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het profiel, de context en de ervaring van de subsidieaanvrager. In de toelichting op deze regeling zijn de criteria en de manier waarop de criteria worden gewogen, uitgewerkt. 3.Als een aanvraag niet compleet is en/of niet voldoet aan voorwaarden e t/m g uit artikel 5:8, dan wordt de aanvraag geweigerd en doet deze aanvraag niet mee met de tenderprocedure. 4.Als de subsidieaanvrager op een beoordelingscriterium wordt beoordeeld met onvoldoende, dan wordt de aanvraag geweigerd. 5.Als aanvragen na de beoordeling op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking bepaald door het beoordelingscriterium d ‘Bijdrage aan culturele infrastructuur’, waarbij de aanvraag met de meeste punten op dit beoordelingscriterium hoger eindigt in de rangschikking. 6.Als het toepassen van het vorige lid ervoor zorgt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het beoordelingscriterium b ‘Impuls aan creatieve loopbaan’, waarbij de aanvraag met de meeste punten op dit beoordelingscriterium hoger eindigt in de rangschikking. 7.Als het toepassen van het vorige lid ervoor zorgt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie. Artikel5:11Wanneer wordt besloten op de

? 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van 13 weken nog eens met maximaal 13 weken verlengen. Artikel5:12Wanneer wordt de subsidie geweigerd? 1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als: De aanvrager of één van de leden van een collectief al subsidie heeft ontvangen vanuit deze regeling voor kalenderjaar

  1. De subsidieaanvrager voor kalenderjaar 2025 al € 60.000 aan activiteitensubsidies cultuur (Subsidieregelingen Cultuurbeoefening in de Vrije Tijd Breda 2025, Culturele Activiteiten in de Wijken en Dorpen Breda 2025, Culturele Projecten met Stedelijk Belang Breda 2025, Creatieve Talenten en Makers Breda 2025) heeft ontvangen. De activiteiten onderdeel uitmaken van een kunst(vak)opleiding/-cursus Subsidieverstrekking Artikel5:13Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? 1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie. 2.Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van deze subsidie: De subsidieontvanger stelt rechtenvrij beeld- en/of videomateriaal beschikbaar voor informatievoorziening en/of stadspromotie. De subsidieontvanger noemt de gemeente Breda in publiciteits- en communicatie-uitingen. De subsidieontvanger neemt deel aan (data)onderzoeken waarvoor de gemeente Breda opdracht geeft. Artikel5:14Afwijkingsmogelijkheid 1.Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de ASV voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze subsidieregeling. 2.Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van deze regels als zij vinden dat het toepassen van de regels een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd. Paragraaf5.2Subsidieregeling Culturele Activiteiten in de Wijken en Dorpen Breda Artikel5:15Doel subsidieregeling Deze subsidieregeling ondersteunt culturele activiteiten in de wijken en dorpen van Breda, die bewoners stimuleren om te komen kijken of mee te doen. De activiteit wordt gestart en ontwikkeld door of samen met buurtbewoners. Breda vergroot de leefbaarheid in de wijken en dorpen en versterkt de sociale cohesie. Artikel5:16Betekenissen In deze subsidieregeling betekent: Cultuurparticipatie: het meedoen aan cultuur, actief door zelf te maken of doen of passief door te kijken of luisteren als publiek; Laagdrempelig: gemakkelijk toegankelijk voor verschillende doelgroepen; Verbeter Breda-wijken: Verbeter Breda-wijken zijn aandachtswijken. Voor deze wijken zijn de plannen van Verbeter Breda vertaald naar een wijkagenda per wijk. Verbeter Breda is een samenwerkingsverband van partijen die zich inzetten om groeiende tweedeling in Breda, veroorzaakt door kansenongelijkheid, tegen te gaan. Wijk- of dorpsgericht cultureel project: een project dat primair van artistiek-culturele aard is en dat specifiek bedoeld is voor de inwoners van één of twee Bredase wijken of dorpen. Het project draait om een kunstzinnige of creatieve uiting. Artikel5:17Voor wie is deze subsidie bedoeld? 1.De subsidie is voor initiatiefnemers van een wijk- of dorpsgericht cultureel project, bijvoorbeeld buurtbewoners, wijk- en dorpsraden, creatieve makers, culturele organisaties en maatschappelijke organisaties. 2.Natuurlijke personen of rechtspersonen zonder winstoogmerk kunnen subsidie aanvragen. Artikel5:18Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? De subsidie is voor culturele projecten in de Bredase wijken en dorpen die bewoners stimuleren om te komen kijken of mee te doen. Artikel5:19Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie? Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Als niet is voldaan aan één of meerdere voorwaarden, dan krijgt de subsidieaanvrager geen subsidie. De subsidieaanvrager heeft een wijk- of dorpsgericht cultureel project. Het project wordt gestart en ontwikkeld door of samen met buurtbewoners. Het project is laagdrempelig en stimuleert buurtbewoners om mee te doen of te komen kijken. Het project is nieuw en vindt voor het eerst plaats of het project is een al bestaande activiteit, maar wordt verder doorontwikkeld. Dat wil zeggen dat het project wordt veranderd, verbeterd of vernieuwd. Het project vindt plaats in de gemeente Breda. Het project vindt plaats in 2025 en start niet eerder dan 13 weken na sluiting van de indientermijn waarin de aanvraag is ingediend. Artikel5:20Hoeveel subsidie is er? 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 is € 100.
  2. 2.Een aanvrager kan voor kalenderjaar 2025 subsidie meerdere keren subsidie ontvangen uit deze regeling. 3.De maximale subsidie per aanvrager is € 10.000 per kalenderjaar. Artikel5:21Waar kan subsidie voor worden aangevraagd? 1.Subsidie kan worden aangevraagd voor alle kosten direct gerelateerd aan het project, bijvoorbeeld de huur van een locatie, apparatuur en culturele programmering. 2.Materiële investeringen kunnen voor 1/3 deel van de kosten gesubsidieerd worden. Dit gaat alleen om materialen die nodig zijn voor het uitvoeren van het project. De huur van apparatuur kan volledig gesubsidieerd worden voor de duur van het project.

Artikel5:22Wat is er nodig bij de aanvraag?

1.Een subsidieaanvrager maakt gebruik van het formulier dat daarvoor op de website van de gemeente staat. 2.Bij de

moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een projectplan, in het format van de gemeente Breda; een projectbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar, in het format van de gemeente Breda; voor rechtspersonen: statuten en een uittreksel van de Kamer van Koophandel. Artikel5:23Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? 1.Een

moet bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd vóór 1 oktober 2025. 2.Als het subsidieplafond is bereikt, kunnen er geen aanvragen meer worden ingediend. Subsidiebehandeling Artikel5:24Hoe wordt de subsidie verdeeld? Burgemeester en wethouders verdelen subsidie op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvraag, totdat het subsidieplafond is bereikt. Artikel5:25Wanneer wordt besloten op de

? 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken nadat de indientermijn is gesloten. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van 13 weken nog eens met maximaal 13 weken verlengen. Artikel5:26Wanneer wordt de subsidie geweigerd? 1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als: De

voor kalenderjaar 2025 al € 10.000 aan subsidie uit deze regeling heeft ontvangen. De subsidieaanvrager voor kalenderjaar 2025 al € 60.000 aan activiteitensubsidies cultuur (Subsidieregelingen Samen Cultuur Maken Breda 2025, Culturele Activiteiten in de Wijken en Dorpen Breda 2025, Culturele Projecten met Stedelijk Belang Breda 2025, Creatieve Talenten en Makers Breda 2025) heeft ontvangen. Het project een regulier presentatiemoment van cultuurbeoefenaars in de vrije tijd is. Het project een straat- of buurtfeest is. Subsidieverstrekking Artikel5:27Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? 1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie. 2.Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van deze subsidie: De subsidieontvanger stelt rechtenvrij beeld- en/of videomateriaal beschikbaar voor informatievoorziening en/of stadspromotie. De subsidieontvanger noemt de gemeente Breda in publiciteits- en communicatie-uitingen. De subsidieontvanger meldt publieke activiteiten aan bij de UITagenda van explorebreda.com. Breda Marketing controleert en bepaalt vervolgens of de activiteit wordt geplaatst in de UITagenda. De subsidieontvanger neem deel aan (data)onderzoeken waarvoor de gemeente Breda opdracht geeft. Artikel5:28Afwijkingsmogelijkheid 1.Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de ASV voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze subsidieregeling. 2.Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van deze regels als zij vinden dat het toepassen van de regels een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd. Paragraaf5.3Subsidieregeling Culturele Projecten met Stedelijk Belang Breda Artikel5:29Doel subsidieregeling Deze subsidieregeling faciliteert culturele projecten die een breed publiek aantrekken en Breda op de kaart zetten als stad van de creatieve industrie. De projecten dragen bij aan één of meerdere doelen uit het cultuurbeleid: Het bieden van een podium aan Bredase talenten en makers; Het stimuleren van creatieve experimenten en nieuwe initiatieven; Het geven van een impuls aan cultuur voor en door jongeren; Het stimuleren van verbindingen tussen de cultuursector, het onderwijs, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven; Het vergroten van de zichtbaarheid van cultuur, bijvoorbeeld in de publieke ruimte; Het bijdragen aan Breda als internationale hotspot van Toegepaste Technologie en Creativiteit (TT&C). Artikel5:30Betekenissen In deze subsidieregeling betekent: Cofinanciering: andere inkomsten naast de subsidiebijdrage van de gemeente Breda uit deze regeling, bijvoorbeeld inkomsten uit kaartverkoop, sponsoring, fondsen en bijdragen in natura (met uitzondering van vrijwilligersinzet); Culturele infrastructuur: alle culturele voorzieningen vormen, samen met het aanbod, de culturele infrastructuur van de stad; Culturele amateurkunstorganisaties: vrijwilligersorganisaties met een artistiek inhoudelijke doelstelling waarvan de deelnemers een bepaalde kunstvorm beoefenen op een niet-beroepsmatige basis; Culturele organisatie: een professionele organisatie met een in de statuten verankerde culturele doelstelling, die niet valt onder de bepaling van een culturele amateurkunstorganisatie; Cultuurbeleid: het document Cultuurbeleid 2025-2040: ‘Stad van creatief talent’. Hierin staan beleidsdoelen die de gemeente Breda wil bereiken. Dit beleidskader wordt gebruikt bij het beoordelen van de aanvragen; Cultureel project met stedelijk belang: een project dat primair van artistiek-culturele aard is, draait om een kunstzinnige of creatieve uiting, Breda op de kaart zet als stad van creatief talent en aantrekkingskracht heeft op bewoners en bezoekers. Tendersysteem: subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van de in deze regeling genoemde vereisten en worden onderling gewogen. Artikel5:31Voor wie is deze subsidie bedoeld? 1.De subsidie is voor initiatiefnemers van een cultureel project met stedelijk belang, bijvoorbeeld creatieve makers, culturele organisaties, maatschappelijke organisaties of evenementenorganisaties. 2.Subsidie kan worden aangevraagd door een rechtspersoon. Artikel5:32Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? De subsidie is voor culturele projecten die Breda op de kaart zetten als stad van creatief talent en een breed publiek aantrekken. Artikel5:33Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie? Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het profiel, de context en de ervaring van de subsidieaanvrager. Als niet is voldaan aan één of meerdere voorwaarden, dan krijgt de subsidieaanvrager geen subsidie. Het project heeft voldoende artistieke kwaliteit, zoals blijkt uit de visie, oorspronkelijkheid, vakdeskundigheid en zeggingskracht. Het project heeft voldoende zakelijke kwaliteit, zoals blijkt uit een realistische begroting met minimaal 40% cofinanciering, een realistische planning en passend ondernemerschap qua verbindingen in stad en samenwerkingen. Het project heeft voldoende stedelijk belang, zoals blijkt uit de bijdrage aan de Bredase culturele infrastructuur, omgevingsbewustzijn en aansluiting bij het cultuurbeleid ‘Stad van Creatief Talent 2025-2040’. Het project heeft een voldoende breed en divers publieksbereik, zoals blijkt uit een visie op duurzame publieksopbouw en een passende benadering van (nieuwe) doelgroepen. De subsidieaanvrager is gevestigd in de gemeente Breda of werkt samen met een in de gemeente Breda gevestigde culturele organisatie. Het project vindt plaats in de gemeente Breda. De uitvoering van het project is duidelijk afgebakend in tijd en omvang. Het project vindt plaats in 2025 en start niet eerder dan 13 weken na sluiting van de indientermijn waarin de aanvraag is ingediend. Artikel5:34Hoeveel subsidie is er? 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 is € 420.000. 2.In de eerste indientermijn wordt maximaal 70% van het subsidieplafond besteed. 3.Een aanvrager kan voor kalenderjaar 2025 subsidie meerdere keren subsidie ontvangen uit deze regeling. 4.De maximale subsidie per aanvrager is € 50.000 per kalenderjaar. 5.De subsidie per aanvraag is maximaal 60% van de subsidiabele kosten. Artikel5:35Waar kan subsidie voor worden aangevraagd? 1.Subsidie aanvragen kan voor alle kosten direct gerelateerd aan de activiteit(en). 2.Materiële investeringen kunnen voor 1/3 deel van de kosten gesubsidieerd worden. Dit gaat alleen om materialen die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteit(en). De huur van apparatuur kan volledig gesubsidieerd worden voor de duur van de activiteit(en).

Artikel5:36Wat is er nodig bij de aanvraag?

1.Een subsidieaanvrager maakt gebruik van het formulier dat daarvoor op de website van de gemeente staat. 2.Bij de

moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een activiteitenplan, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden; een activiteitenbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar, in het format van de gemeente Breda; een toelichting op het dekkingsplan met de beoogde cofinanciering; eventueel een samenwerkingsovereenkomst met de betrokken organisatie(s); statuten en een uittreksel van de Kamer van Koophandel. 3.Als er sprake is van staatssteun en de Europese de-minimisverordening van toepassing is, wordt een de-minimisverklaring meegestuurd. Artikel5:37Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? 1.Een

moet bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd binnen een van de onderstaande indientermijnen: Van 1 augustus tot 1 oktober 2024 (start activiteiten vanaf 1 januari 2025) Van 1 januari tot 1 maart 2025 (start activiteiten vanaf 1 juni 2025) 2.In de eerste indientermijn wordt maximaal 70% van het subsidieplafond besteed. Subsidiebehandeling Artikel5:38Hoe wordt de subsidie verdeeld? 1.Burgemeester en wethouders verdelen het subsidieplafond met een tenderprocedure. De aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van behaalde punten van hoog naar laag, tot het subsidieplafond is bereikt. De beoordelingscriteria zijn: Het project heeft voldoende artistieke kwaliteit, zoals blijkt uit visie, oorspronkelijkheid, vakdeskundigheid en zeggingskracht, te waarderen met 100 punten. Het project heeft voldoende zakelijke kwaliteit, zoals blijkt uit een realistische begroting met minimaal 40% cofinanciering, een realistische planning en passend ondernemerschap qua verbindingen in stad en samenwerkingen, te waarderen met 100 punten. Het project heeft voldoende stedelijk belang, zoals blijkt uit de bijdrage aan de Bredase culturele infrastructuur, omgevingsbewustzijn en aansluiting bij het cultuurbeleid ‘Stad van Creatief Talent’, te waarderen met 100 punten. Het project heeft een voldoende breed en divers publieksbereik, zoals blijkt uit een visie op duurzame publieksopbouw en een passende benadering van (nieuwe) doelgroepen, te waarderen met 100 punten. 2.Aanvragen worden gerangschikt op basis van het totaal aantal behaalde punten. De aanvraag waaraan de meeste punten is toegekend, komt het eerst voor subsidie in aanmerking. Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag voldoet aan het criterium. In de toelichting op deze regeling zijn de criteria en de manier waarop de criteria worden gewogen, uitgewerkt. 3.Als een aanvraag niet compleet is en/of niet voldoet aan voorwaarden e t/m h uit artikel 5:33 , dan wordt de aanvraag geweigerd en doet deze aanvraag niet mee met de tenderprocedure. 4.Een aanvraag moet een minimum aantal punten halen per criterium en in totaal om voor subsidie in aanmerking te komen: Als een

tot en met € 24.999 op een beoordelingscriterium minder dan 41 punten behaalt, dan wordt de aanvraag geweigerd. Als een

tot en met € 24.999 in totaal minder dan 200 punten behaalt, dan wordt de aanvraag geweigerd. Als een

vanaf € 25.000 op een beoordelingscriterium minder dan 51 punten behaalt, dan wordt de aanvraag geweigerd. Als een

vanaf € 25.000 in totaal minder dan 240 punten behaalt, dan wordt de aanvraag geweigerd. 5.Als aanvragen na de beoordeling op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking bepaald door het beoordelingscriterium c ‘Stedelijk belang’, waarbij de aanvraag met de meeste punten op dit beoordelingscriterium hoger eindigt in de rangschikking. 6.Als het toepassen van het vorige lid ervoor zorgt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking bepaald door het beoordelingscriterium d ‘Publieksbereik’, waarbij de aanvraag met de meeste punten op dit beoordelingscriterium hoger eindigt in de rangschikking. 7.Als het toepassen van het vorige lid ervoor zorgt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie. Artikel5:39Wanneer wordt besloten op de

? 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken nadat de indientermijn is gesloten. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van 13 weken nog eens met maximaal 13 weken verlengen. Artikel5:40Wanneer wordt de subsidie geweigerd? 1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als: De subsidieaanvrager voor kalenderjaar 2025 al € 50.000 aan subsidie uit deze regeling heeft ontvangen. De subsidieaanvrager voor kalenderjaar 2025 al € 60.000 aan activiteitensubsidies cultuur (Subsidieregelingen Samen Cultuur Maken Breda 2025, Culturele Activiteiten in de Wijken en Dorpen Breda 2025, Culturele Projecten met Stedelijk Belang Breda 2025, Creatieve Talenten en Makers Breda 2025) heeft ontvangen. Subsidieverstrekking Artikel5:41Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? 1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie. 2.Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van deze subsidie: De subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders of de beoogde cofinanciering is gelukt. Als blijkt dat de cofinanciering niet is gelukt, kan de subsidie worden ingetrokken of lager worden bijgesteld. De subsidieontvanger stelt rechtenvrij beeld- en/of videomateriaal beschikbaar voor informatievoorziening en/of stadspromotie. De subsidieontvanger noemt de gemeente Breda in publiciteits- en communicatie-uitingen. De subsidieontvanger meldt publieke activiteiten aan op de UITagenda van explorebreda.com. Breda Marketing controleert en bepaalt vervolgens of de activiteit wordt geplaatst in de UITagenda. De subsidieontvanger neem deel aan (data)onderzoeken waarvoor de gemeente Breda opdracht geeft. Artikel5:42Afwijkingsmogelijkheid 1.Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de ASV voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze subsidieregeling. 2.Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van deze regels als zij vinden dat het toepassen van de regels een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd. Paragraaf5.4Subsidieregeling Samen Cultuur Maken Breda Artikel5:43Doel subsidieregeling Deze subsidieregeling stimuleert actieve cultuurparticipatie van Bredase bewoners in groepsverband. Breda maakt activiteiten mogelijk van (nieuwe) groepen van jongeren en amateurs die cultuur beoefenen in de vrije tijd, bestaande amateurkunstverenigingen die verbreden, vernieuwen of doorontwikkelen, en publieke presentatiemomenten van cultuurbeoefenaars in de vrije tijd. Artikel5:44Betekenissen In deze subsidieregeling betekent: Actieve cultuurparticipatie: cultuurbeoefening in de vrije tijd, bijvoorbeeld muziek maken met je band of orkest, schilderen, toneelspelen of breaken op straat; Cofinanciering: andere inkomsten naast de subsidiebijdrage van de gemeente Breda uit deze regeling, bijvoorbeeld deelnemersbijdragen of contributie, inkomsten uit kaartverkoop, sponsoring, fondsen en bijdragen in natura (met uitzondering van vrijwilligersinzet); Professionele cultuurveld: het veld van professionele creatieve makers en professionele culturele organisaties die primair gericht zijn op het beroepsmatig vervaardigen, produceren, ontwikkelen of tonen van cultureel aanbod. Artikel5:45Voor wie is deze subsidie bedoeld? 1.De subsidie is voor initiatieven op het gebied van actieve cultuurparticipatie in groepsverband, bijvoorbeeld amateurkunstverenigingen, urban-collectieven of game-ontwikkelgroepen. 2.Natuurlijke personen of rechtspersonen zonder winstoogmerk kunnen subsidie aanvragen. Artikel5:46Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? De subsidie is voor: Samen oefenen, repeteren en/of ontwikkelen, waarbij de deelnemers onder professionele begeleiding samenkomen om kunst te maken of een vorm van cultuur te beoefenen, nieuwe dingen te leren en elkaar te ontmoeten. Publieke presentatiemomenten door cultuurbeoefenaars in de vrije tijd, waarbij het resultaat wordt getoond aan een breed publiek. De activiteiten ‘samen oefenen, repeteren en/of ontwikkelen’ en ‘publieke presentatiemomenten’ kunnen in één aanvraag gecombineerd worden. Artikel5:47Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie? Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Als niet is voldaan aan één of meerdere voorwaarden, dan krijgt de subsidieaanvrager geen subsidie. In de toelichting op deze regeling zijn de voorwaarden uitgebreider uitgelegd. De aanvrager zet actief in op één of meerdere van de onderstaande doelen: Bevorderen van actieve cultuurparticipatie onder jeugd en jongeren: de activiteit is gericht op jeugd en/of jongeren, of deze doelgroep wordt actief betrokken; Stimuleren en versterken van verbindingen: de activiteit bevat een samenwerking met het professionele cultuurveld, een maatschappelijke of sociale organisatie, scholen, sportverenigingen, bedrijven of een (andere) amateurkunstorganisatie binnen een ander genre en/of discipline; Vergroten van de zichtbaarheid van cultuurbeoefening in de vrije tijd: met de activiteiten wordt bijgedragen aan de zichtbaarheid en bekendheid van cultuurbeoefening in de vrije tijd. De activiteiten zijn van voldoende organisatorische kwaliteit, zoals blijkt uit een realistische begroting met minimaal 40% cofinanciering en een realistische planning. Er is sprake van professionele leiding/begeleiding, zoals blijkt uit de samenwerking met een persoon of partij uit het professionele cultuurveld. Bij de activiteiten zijn minimaal 5 deelnemers betrokken of in het geval van een amateurkunstvereniging heeft deze minimaal 10 leden. De activiteiten vinden plaats in de gemeente Breda. De activiteiten vinden plaats in 2025 en starten niet eerder dan 13 weken na sluiting van de indientermijn waarin de aanvraag is ingediend. Artikel5:48Hoeveel subsidie is er? 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 is € 250.000. 2.In de eerste indientermijn wordt maximaal 70% van het subsidieplafond besteed. 3.Een aanvrager kan voor kalenderjaar 2025 subsidie meerdere keren subsidie ontvangen uit deze regeling. 4.De maximale subsidie per aanvrager is € 10.000 per kalenderjaar, waarvan maximaal € 7.500 voor samen oefenen, repeteren en/of ontwikkelen en maximaal € 2.500 voor publieke presentatiemomenten. 5.De subsidie per aanvraag is maximaal 60% van de subsidiabele kosten. Artikel5:49Waar kan subsidie voor worden aangevraagd? 1.Subsidie aanvragen kan voor alle kosten direct gerelateerd aan de activiteit(en), bijvoorbeeld de huur van een locatie, apparatuur en professionele leiding/begeleiding. 2.Materiële investeringen kunnen voor 1/3 deel van de kosten gesubsidieerd worden. Dit gaat alleen om materialen die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteit(en). De huur van apparatuur kan volledig gesubsidieerd worden voor de duur van de activiteit(en). 3.Er wordt geen subsidie gegeven voor de aankoop van computers, tablets en mobiele telefoons.

Artikel5:50Wat is er nodig bij de aanvraag?

1.Een subsidieaanvrager maakt gebruik van het formulier dat daarvoor op de website van de gemeente staat. 2.Bij de

moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een activiteitenplan, in het format van de gemeente Breda; een activiteitenbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar, in het format van de gemeente Breda; een toelichting op de inkomsten op de begroting met de beoogde cofinanciering (het dekkingsplan); een toelichting op de professionele leiding/begeleiding en een cv of samenwerkingsovereenkomst met een persoon of partij uit het professionele cultuurveld; voor rechtspersonen: statuten en een uittreksel van de Kamer van Koophandel. Artikel5:51Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? 1.Een

moet bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd binnen een van de onderstaande indientermijnen: Van 1 augustus tot 1 oktober 2024 (start activiteiten vanaf 1 januari 2025) Van 1 januari tot 1 maart 2025 (start activiteiten vanaf 1 juni 2025) 2.In de eerste indientermijn wordt maximaal 70% van het subsidieplafond besteed. Subsidiebehandeling Artikel5:52Hoe wordt de subsidie verdeeld? Als er in een indientermijn meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op de volgende manier: de subsidiebedragen van de aanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden naar rato naar beneden bijgesteld. Artikel5:53Wanneer wordt besloten op de

? 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken nadat de indientermijn is gesloten. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van 13 weken nog eens met maximaal 13 weken verlengen. Artikel5:54Wanneer wordt de subsidie geweigerd? 1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de Subsidieverordening van toepassing is. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als: De subsidieaanvrager voor kalenderjaar 2025 al € 10.000 aan subsidie uit deze regeling heeft ontvangen. De subsidieaanvrager voor kalenderjaar 2025 al € 60.000 aan activiteitensubsidies cultuur (Subsidieregelingen Samen Cultuur Maken 2025, Culturele Activiteiten in de Wijken en Dorpen Breda 2025, Culturele Projecten met Stedelijk Belang Breda 2025, Creatieve Talenten en Makers Breda 2025) heeft ontvangen. De activiteiten onderdeel uitmaken van cultuureducatie in schoolverband of een kunst(vak)opleiding/-cursus. De

de viering van jubilea of de publicatie van boeken, catalogi, platen, cd’s ter promotie van makers en gezelschappen betreft. Subsidieverstrekking Artikel5:55Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? 1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie. 2.Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van deze subsidie: De subsidieontvanger stelt rechtenvrij beeld- en/of videomateriaal beschikbaar voor informatievoorziening en/of stadspromotie. De subsidieontvanger noemt de gemeente Breda in publiciteits- en communicatie-uitingen. De subsidieontvanger meldt publieke activiteiten aan bij de UITagenda van explorebreda.com. Breda Marketing controleert en bepaalt vervolgens of de activiteit wordt geplaatst in de UITagenda. De subsidieontvanger neem deel aan (data)onderzoeken waarvoor de gemeente Breda opdracht geeft. Artikel5:56Afwijkingsmogelijkheid 1.Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de ASV voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze subsidieregeling. 2.Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van deze regels als zij vinden dat het toepassen van de regels een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd. Hoofdstuk6Erfgoed Paragraaf6.1Algemene bepalingen Artikel6:1Vigerend beleidskader Het beleidskader voor de subsidies uit dit hoofdstuk is de erfgoedvisie Grondstof voor de Toekomst 2019, zoals vastgesteld door de raad op 23 januari

  1. Artikel6:2Voor wie 1.Subsidies als bedoeld in dit hoofdstuk zijn bestemd voor: erfgoedorganisaties; natuurlijke personen die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht hebben op een gemeentelijk monument; stichtingen die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht hebben op een gemeentelijk monument of op maalvaardige molens (monumentnummers 30490 en 30511); aangewezen organisaties voor monumentenbehoud die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht hebben op een gemeentelijk of rijksmonument. rechtspersonen die op projectbasis initiatieven ontplooien op het gebied van erfgoed ten aanzien van talentontwikkeling, erfgoededucatie en erfgoedparticipatie 2.Subsidies worden alleen verstrekt voor zover de activiteiten overeenkomstig artikel 6 van de ASV zich richten op de gemeente Breda en aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente Breda. Paragraaf6.2Subsidieregeling Heemkundige en historische musea Artikel6:3Doel Het doel is dat erfgoedorganisaties met tentoonstellingen bijdragen aan de erfgoeddoelen van de gemeente Breda m.b.t. publieksbereik en educatie. Om dit langdurig interessant te houden voor bezoekers worden wisselende tentoonstellingen geëist, al dan niet in combinatie met een vaste presentatie. Artikel6:4Voor wie is deze subsidie bedoeld? Heemkundige en historische musea, gevestigd in Breda, kunnen subsidie aanvragen. Artikel6:5Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? De subsidie is voor activiteiten die bijdragen aan erfgoededucatie en het ontsluiten van erfgoedcollecties binnen de gemeente Breda, om zo de identiteit van de gemeente Breda te behouden en te versterken. Artikel6:6Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie? Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: 1.de subsidieaanvrager moet ten minste twee tentoonstellingen in 2025 in de gemeente verzorgen; en 2.minstens twintig keer per jaar is het museum open voor publiek. Artikel6:7Hoeveel subsidie is er? 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 is € 16.
  2. 2.Iedere subsidieaanvrager kan maximaal € 6.000 subsidie aanvragen. 3.Subsidie wordt op de volgende manier berekend: maximaal € 5000,- voor tentoonstellingen; maximaal € 1000,- voor de kosten van huisvesting van het museum.

Artikel6:8Wat is er nodig bij de aanvraag?

1.Bij de

moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een activiteitenplan; een activiteitenbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar; Artikel6:9Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? Een

moet bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd zijn vóór 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Subsidiebehandeling Artikel6:10Hoe wordt de subsidie verdeeld? Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op volgende manier: op volgorde van binnenkomst van volledig ingediende aanvragen tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Artikel6:11Wanneer wordt besloten op de

? 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen. Artikel6:12Wanneer wordt de subsidie geweigerd? 1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is. 2.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie ook als: voor dezelfde activiteiten al een subsidie van de gemeente wordt ontvangen; de activiteiten niet in de gemeente Breda zijn; de aanvrager geen rechtspersoon is volgens de Kamer van Koophandel. Subsidieverstrekking Artikel6:13Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie. Artikel6:14Afwijkingsmogelijkheid 1.Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de ASV voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze subsidieregeling. 2.Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van deze regels als zij vinden dat het toepassen van de regels een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd. Paragraaf6.3Subsidieregeling Erfgoedprojecten Breda Artikel6:15Doel subsidieregeling Deze subsidieregeling heeft als doel het bijdragen aan activiteiten die bijdragen aan erfgoed-: talenontwikkeling; educatie; participatie. Deze bijdragen hebben de volgende doelstellingen: ontwikkeling; productie; Presentatie Artikel6:16Voor wie is deze subsidie bedoeld? Subsidie op basis van deze regeling is bedoeld voor rechtspersonen die op projectbasis initiatieven ontplooien voor erfgoedtalenontwikkeling, erfgoededucatie en erfgoedparticipatie. Artikel6:17Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? De subsidie is voor activiteiten die ervoor zorgen dat Bredanaars in contact komen met erfgoed en daaraan mee gaan doen. Artikel6:18Wat is het afwegingskader bij deze subsidie? Bij deze subsidie geldt dit afwegingskader. Het is niet nodig om aan alle punten te voldoen. actieve erfgoedparticipatie stimuleert. Het is belangrijk dat Bredanaars meedoen die dat nu nog niet of weinig doen. Het wordt extra gewaardeerd als aanvrager een nieuwe doelgroep bereikt of betrekt bij de uitvoering van de activiteit. Voor dit onderdeel worden maximaal 10 punten toegekend; voldoende inhoudelijke kwaliteit heeft. Aanvrager toont aan dat aanvrager een maatschappelijk of stedelijk belang nastreeft. Dit zit op visie, oorspronkelijkheid, vakmanschap en zeggingskracht van het project. Ook draagt het project bij aan een evenwichtig erfgoed aanbod in de gemeente. Voor dit onderdeel kwordt maximaal 10 punten toegekend; bijdraagt aan het stimuleren van talentontwikkeling en/of deskundigheidsbevordering in het erfgoed. Voor dit onderdeel wordt maximaal 10 punten toegekend; voldoende publiekswerking heeft. Dit blijkt uit de bediening van en binding met het bestaande publiek. Dit blijkt ook uit de visie op en investeringen in een duurzame opbouw van nieuw publiek. Voor dit onderdeel wordt maximaal 10 punten toegekend; voldoende zakelijke kwaliteit heeft. Dit blijkt uit de bedrijfsvoering, realiteitszin en haalbaarheid van de inhoudelijke plannen en begroting; duidelijk is afgebakend in tijd en omvang. Artikel6:19Hoeveel subsidie is er? 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 is € 10.782. 2.Iedere subsidieaanvrager kan subsidie aanvragen voor 50% van de aangevraagde subsidiekosten. Aanvrager kan hierbij maximaal € 5.000 aanvragen.

Artikel6:20Wat is er nodig bij de aanvraag?

1.Bij de

moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een activiteitenplan; een sluitende activiteitenbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar 2.Als er sprake is van staatssteun en de Europese de-minimisverordening van toepassing is, wordt een de-minimisverklaring meegestuurd. Artikel6:21Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? 1.Subsidieaanvragen voor een subsidie op grond van deze paragraaf kunnen het gehele jaar worden ingediend, maar moeten wel minimaal dertien weken voor aanvang van de uitvoering van het project worden ingediend. 2.Subsidieaanvragen voor projecten die worden uitgevoerd in het daaropvolgende kalenderjaar kunnen vanaf 1 oktober het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het project wordt uitgevoerd, worden ingediend. Subsidiebehandeling Artikel6:22Hoe wordt de subsidie verdeeld? Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op volgende manier: op volgorde van binnenkomst van volledig ingediende aanvragen tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Artikel6:23Wanneer wordt besloten op de

? 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen. Artikel6:24Wanneer wordt de subsidie geweigerd? 1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is. 2.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie ook als: de aanvraag betrekking heeft op culturele activiteiten waar bij de gemeente subsidie voor kan worden aangevraagd; de activiteit niet binnen de gemeente Breda plaatsvindt; de aanvraag beoordeeld is met minder dan 20 punten. Subsidieverstrekking Artikel6:25Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie. Artikel6:26Afwijkingsmogelijkheid 1.Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de ASV voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze subsidieregeling. 2.Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van deze regels als zij vinden dat het toepassen van de regels een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd. Paragraaf6.4Subsidieregeling Instandhouding Monumenten Artikel6:27Definitie Een subsidie Instandhouding Monumenten kan worden verleend voor de instandhouding van één of meer beschermde monumenten of zelfstandige onderdelen aan: natuurlijke personen of stichtingen die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht hebben op een gemeentelijk monument of op maalvaardige molens (monumentnummers 30490 en 30511); aangewezen organisaties voor monumentenbehoud die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht hebben op een gemeentelijk of rijksmonument. Artikel6:28Weigeringsgronden In aanvulling op de weigeringsgronden zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 en 7 van de ASV wordt een subsidie op grond van artikel 6:31 geweigerd: indien de aanvraag betrekking heeft op een onroerende zaak dat niet als monument beschermd is, dan wel het monument niet binnen de gemeente Breda gelegen is; indien de aanvraag betrekking heeft op een gemeentelijk monument dat geen onderdeel is van het privévermogen van de aanvrager of een rijksmonument, tenzij de aanvrager vooraf door burgemeester en wethouders is aangewezen als een organisaties voor monumentenbehoud of de aanvraag betrekking heeft op maalvaardige molens (monumentnummers 30490 en 30511); indien de werkzaamheden waarvoor subsidie is aangevraagd niet noodzakelijk is voor de instandhouding van het beschermde monument, dan wel de werkzaamheden naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet somber en doelmatig zijn; indien de restauratiebehoefte naar oordeel van burgemeester en wethouders is ontstaan door onvoldoende onderhoud door de eigenaar van het beschermde monument; indien voor de instandhouding van het monument of het zelfstandige onderdeel voor vergelijkbare werkzaamheden afgelopen 15 jaar subsidie is verstrekt; indien het bedrag, dat overeenkomstig de bepalingen van deze regeling zou worden verstrekt, lager is dan € 3.000,-. Artikel6:29Subsidievereisten 1.De

omschrijft in ieder geval: een actueel inspectierapport per beschermd monument of per zelfstandig onderdeel wat de technische of fysieke staat van dat monument beschrijft en dat is opgesteld door een naar het oordeel van burgemeester en wethouders ter zake deskundige persoon of instantie; een restauratieplan per beschermd monument of per zelfstandig onderdeel waarin opgenomen een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden, een omschrijving van de daarmee beoogde resultaten en een begroting. Deze begroting dient te zijn opgezet in STABU systematiek; een kopie van de verleende omgevingsvergunning voor de betreffende werkzaamheden dan wel een schriftelijke verklaring van het bevoegd gezag (de afdeling Veiligheid en Leefomgeving namens het college) dat er voor de werkzaamheden waarvoor subsidie is aangevraagd geen vergunning noodzakelijk is. 2.De subsidieontvanger is verplicht voor de duur van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, een CascoAllRisk verzekering af te sluiten. 3.De subsidieontvanger is verplicht na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, op zijn kosten het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade. 4.De subsidieontvanger is verplicht na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel te bewaren en te onderhouden in de staat waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is gebracht. 5.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger bij de subsidieverlening verplichten het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel te voorzien van een of meer installaties ter beperking van schade als gevolg van brand of blikseminslag, ter bescherming van de monumentale waarde van het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel. 6.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger bij de subsidieverlening verplichten: mee te werken aan een onderzoek naar de bouw- of ontstaansgeschiedenis van het beschermd monument; mee te werken aan een onderzoek naar de uitvoering van het restauratieplan door een deskundige. Artikel6:30Aanvraagtermijn 1.Aanvragen voor een subsidie als bedoeld in deze paragraaf kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend. 2.Aanvragen dienen minimaal acht weken voor aanvang van de werkzaamheden zijn ingediend. Artikel6:31Subsidiehoogte 1.Burgemeester en wethouders stellen de subsidiabele kosten vast op basis van de begrotingsonderdelen die bijdragen aan de doelstelling van de regeling, vermeerderd met een forfaitaire opslag van 28,7% voor de algemene kosten, algemene bouwplaatskosten en winst & risico, alsmede voor de kosten van onderzoek, ontwerp, advies en vergunningaanvragen. 2.De subsidie bedraagt maximaal 30% van de vastgestelde subsidiabele kosten 3.In afwijking van bovenstaande leden wordt voor de maalvaardige molens enkel subsidie beschikbaar gesteld voor het onderhoud van de molen in aanvulling op subsidie van het rijk. De gemeente Breda stelt een subsidie van maximaal € 5.000 beschikbaar op basis van de volgende uitgangspunten: de subsidie van de gemeente Breda is nooit hoger dan de subsidie die de aanvrager van het rijk ontvangt; de totale subsidie van rijk en gemeente Breda bedraagt nooit meer dan 100% van de kosten van de voorgenomen werkzaamheden Artikel6:32Subsidieplafond 1. Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2025 is € 55.567. 2. Subsidieverstrekking vindt plaats op volgorde van ontvangst van aanvragen totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Hoofdstuk7Dierenweides en kinderboerderijen Paragraaf7.1Subsidieregeling Dierenweides en kinderboerderijen Artikel7:1Doel Deze subsidieregeling heeft de volgende doelen: stichtingen subsidiëren in de kosten voor het beheren van een dierenweide of kinderboerderij. Artikel7:2Voor wie is deze subsidie bedoeld? Subsidie op basis van deze regeling is bedoeld voor stichtingen die hobbymatig boerderijen houden op een dierenweide of kinderboerderij. De dierenweide of kinderboerderij is belangrijk buurtbewoners en kinderen: voor de vrijetijdsbesteding; als ontmoetingsplaats; of voor scholing. Artikel7:3Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? Subsidie kan worden verstrekt voor de kosten die horen bij de zorg voor de dierenweide of kinderboerderij, zoals: Dierenvoer, inclusief hooi; Dierenartskosten; Kosten mestafvoer; Destruc

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.