GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Gelet op artikel 1.2, tweede lid, van de Subsidieverordening vitaal Gelderland 2011; BESLUITEN Vast te stellen de volgende gewijzigde regeling: Regels subsidieverord
Artikel 4
.1.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: goederenvervoer: vervoer van goederen over de weg en over water; halteplaats: punt van het regionet met wacht- en informatievoorziening waar de reiziger kan in- en uitstappen; mobiliteitsmanagement: alle activiteiten gericht op het afstemmen van vraag en aanbod van verkeer en vervoer gericht op het keuzeproces en bewustwording van de reiziger en goederen; openbaar vervoer: vervoer per trein, bus, tram of regiotaxi dat wordt verzorgd door een vervoerder waaraan op grond van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend; regionet: netwerk van buslijnen, buurtbusvervoer en regiotaxi ter ontsluiting van dorpen, steden en regio's met een inwonertal; snelnet: netwerk van snelle buslijnen en regionale railverbindingen die zowel de belangrijkste relaties binnen regio's als de relaties met belangrijke bovenregionale centra binnen en buiten de provincie op hoogwaardige manier verbinden; sociale veiligheid: objectieve veiligheid en het gevoel van veiligheid onder reizigers en personeel, ten aanzien van misdaad en wangedrag binnen het openbaar vervoer, bij transferpunten en halteplaatsen; toegankelijkheid: toegankelijkheid van voertuigen, halteplaatsen en de route naar halteplaatsen voor openbaar vervoer voor mensen met een mobiliteitsbeperking; transferpunt: punt van het snelnet met wacht- en informatievoorziening waar de reiziger kan in-, uit- of overstappen op andere vormen van vervoer; vervoerder: de rechtspersoon die openbaar vervoer verricht, waaronder begrepen regiotaxi. Paragraaf 4.1.2 Gemeentelijke projecten in het kader van de Brede Doeluitkering (BDU) Artikel 4.1.2.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: infrastructuur projecten; intergemeentelijke niet-infrastructuur projecten. Artikel 4.1.2.2 Criteria Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.2.1 wordt slechts verstrekt voor projecten die zijn opgenomen in het Bestedingsplan Brede Doeluitkering als bedoeld in artikel 6 van de Wet BDU Verkeer en Vervoer. Artikel 4.1.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten en gemeenschappelijke regelingen die rechtspersoonlijkheid bezitten. Artikel 4.1.2.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste: 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 50.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.2.1, aanhef en onder a; 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.2.1, aanhef en onder b. 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.3 Verkeersveiligheid Artikel 4.1.3.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder b, van de SvG kan worden verstrekt voor niet-infrastructurele verkeersveiligheidsactiviteiten. Artikel 4.1.3.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt als de niet infrastructurele activiteiten voldoen aan eisen vermeld in het werkplan van het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Gelderland. Artikel 4.1.3.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen die zich krachtens hun statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden inzetten voor de verkeersveiligheid in Gelderland. Artikel 4.1.3.5 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 1.
- 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.4 Openbaar vervoer waaronder begrepen regiotaxi Artikel 4.1.4.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder e, van de SvG kan worden verstrekt voor het verrichten van: openbaar vervoer; of vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Artikel 4.1.4.2 Criteria Subsidie voor het verrichten van openbaar vervoer wordt slechts verstrekt voor de duur van de concessie of voor de duur van de overeenkomst tussen de provincie en vervoerder. Artikel 4.1.4.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: vervoerders voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.4.1, aanhef en onder a; gemeenten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.4.1, aanhef en onder b. Artikel 4.1.4.4 Hoogte van de subsidie De subsidie, als bedoeld in artikel 4.1.4.1, aanhef en onder a, bedraagt maximaal het bedrag zoals is overeengekomen in de concessie. De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd. Paragraaf 4.1.5 Infrastructurele openbaarvervoervoorzieningen Artikel 4.1.5.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder f, van de SvG kan worden verstrekt voor: de aanpassing van bestaande treinstations; de aanpassing van de omgeving van bestaande treinstations; nieuwe of te verplaatsen treinstations; planstudies voor nieuwe of te verplaatsen treinstations; het verbeteren van de doorstroming van het openbaar vervoer op het snelnet; de aanleg of verbetering van transferpunten op de routes van het snelnet; de aanleg of verbetering van halteplaatsen op de routes van het regionet; de plaatsing van zuilen en panelen voor reisinformatie voor reizigers van het openbaar vervoer bij transferpunten en halteplaatsen; uitbreiding van fietsenstallingen bij stations in het kader van het programma van Ruimte voor de Fiets van Prorail. Artikel 4.1.5.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan publiekrechtelijke rechtspersonen, vervoerders en rechtspersonen die zich krachtens hun statuten inzetten voor het openbaar vervoer in Gelderland. Artikel 4.1.5.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 66% van subsidiabele kosten tot een maximum van € 350.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder a tot en met d; 90% van subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder e; 50% van subsidiabele kosten tot een maximum van € 45.000 per transferpunt voor activiteiten als bedoeld artikel 4.1.5.1, aanhef en onder f; 35% van subsidiabele kosten voor tot een maximum van € 10.000 per halteplaats voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder g; 100% van subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder h; 40% van subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder i. 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.6 Sociale veiligheid en toegankelijkheid Artikel 4.1.6.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder g en h, van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten ter verbetering van de: sociale veiligheid; en toegankelijkheid. Artikel 4.1.6.2 Criteria Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die plaatsvinden in gebieden waar en ten behoeve van bus- en treinlijnen waarvoor de provincie Gelderland bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000 verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer. Artikel 4.1.6.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten en vervoerders. Artikel 4.1.6.4 Hoogte van de subsidie 1 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.6.1, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste 80% van de subsidiabele kosten. 2 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.6.1, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste: 80% van de subsidiabele kosten voor vervoerders; 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 5.400 per halteplaats voor gemeenten; 90% van de subsidiabele kosten tot een minimum van € 5.400 en een maximum van € 13.500 per moeilijk aanpasbare halte voor gemeenten; 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250 per geplaatst bankje bij een halteplaats. 3 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.7 Fietsvoorzieningen Artikel 4.1.7.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder i, van de SvG 2011 kan worden verstrekt voor: het aanleggen van funderingen, verhardingen, kunstwerken, oversteekvoorzieningen, bermen, taluds en bermsloten; het aanbrengen van verlichting ten behoeve van vrij liggende fietspaden; het plaatsen van verkeerstekens behorende bij een fietsreconstructie, oversteekvoorzieningen en verkeersregelinstallaties. Artikel 4.1.7.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten. Artikel 4.1.7.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste: 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 35.000 en een maximum van € 500.000; 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 750.000 voor nieuwe, vrijliggende fietspaden, fietstunnels of fietsbruggen. 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.8 Mobiliteitsprojecten Artikel 4.1.8.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder j, van de SvG kan worden verstrekt voor haalbaarheidsstudies, onderzoek, pilots en promotieprojecten gericht op mobiliteitsmanagement. Artikel 4.1.8.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten; privaatrechtelijke rechtspersonen: voor zover de activiteit gericht is op de eigen organisatie en uitsluitend voor eigen gebruik is; of die zich krachtens hun statuten inzetten voor de bevordering van mobiliteitsmanagement. Artikel 4.1.8.3 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.
- Paragraaf 4.1.9 Goederenvervoer Artikel 4.1.9.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder l, van de SvG kan worden verstrekt voor: haalbaarheids- en onderzoeksstudies voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer; investeringsprojecten infrastructuur ten behoeve van overslagvoorzieningen voor multimodaal goederenvervoer; pilots of praktijkproeven voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer. Artikel 4.1.9.2 Criteria Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.9.1 wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten worden uitgevoerd in de provincie Gelderland dan wel, in geval van een provinciegrensoverschrijdende goederenvervoerstroom, het eind- of beginpunt in Gelderland ligt; de activiteiten passen binnen het strategisch uitvoeringsprogramma logistiek en Goederenvervoer 2012-2015; en voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in artikel 4.1.9.1, onder c, de beoogde innovatie een bijdrage of besparing oplevert voor de Gelderse logistieke sector. Artikel 4.1.9.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.9.1, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 100.
- 2 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.9.1, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 1.000.
- 3 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.9.1, aanhef en onder c, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van: € 100.000 voor zover deze betrekking hebben op transport over de weg; € 200.000 voor zover deze geen betrekking hebben op transport over de weg; € 300.000 voor zover deze worden uitgevoerd door publiekrechtelijke rechtspersonen of publiekrechtelijke instellingen. 4 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Titel 4.2 Gelderse Gebiedsontwikkeling Paragraaf 4.2.
Artikel 4
.2.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: cultuurhistorisch object: elk object behorende tot tenminste een van de volgende categorieën: andere objecten dan de waterlinieforten genoemd in artikel 4.2.1.1 onder e en die een functie hadden in de militaire werking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie; relicten van landschappelijke veranderingen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot en met 1945 die direct het gevolg zijn van doorbraken van een kade of dijk van een inundatiekom; relicten van maatregelen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot en met 1945 om schade als gevolg van een doorbraak van kade of dijk van een inundatiekom te herstellen; relicten van menselijke ingrepen in het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als onderdeel van ontginningen voor landbouwkundig gebruik tot en met
- normaal onderhoud: regulier onderhoud dat noodzakelijk is om de functie en zichtbare kenmerken van een object te behouden; restauratie: werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en noodzakelijk zijn voor het herstel van een object of om verval van een object te voorkomen; voorbereiding: alle handelingen, die nodig zijn om met de uitvoering van werkzaamheden te kunnen starten, inclusief het aanvragen van vergunningen; waterliniefort: een van de navolgende objecten: Complex Fort bij Asperen; Complex Fort aan de Nieuwe Steeg; Complex Fort bij Vuren; Complex Werk op de Spoorweg bij de Diefdijk; Complex Batterij onder Poederoijen; Complex Batterij onder Brakel; Complex Fort Everdingen. Paragraaf 4.2.2 Ontwikkeling forten Artikel 4.2.2.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: de restauratie of voorbereiding van de restauratie van een waterliniefort; het voorbereiden of het realiseren van fysieke veranderingen aan een waterliniefort. Artikel 4.2.2.2 Criteria Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.2.1, aanhef en onder a, wordt slechts verstrekt indien: de wijze van uitvoering van de werkzaamheden voldoet aan de door Gedeputeerde Staten vastgestelde Uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van duurzame instandhouding cultuurhistorische waarden, en; de werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een leerlingbouwplaats of opleidingsplaats voor leerlingen in de restauratiebouw. Artikel 4.2.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van een waterliniefort. Artikel 4.2.2.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste: 100% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.2.1, aanhef en onder a, ten behoeve van de waterlinieforten genoemd in artikel 4.2.1.1, aanhef en onder e, onderdelen i tot en met vi; 50% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.2.1, aanhef en onder a, ten behoeve van het waterliniefort genoemd in artikel 4.2.1.1, aanhef en onder e, onderdeel vii, met uitzondering van monumentnummers 531684, 531664 en 531666; 75% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.2.1, aanhef en onder b. Artikel 4.2.2.5 Communautair toetsingskader Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.2.1, aanhef en onder a, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd zijn met Beschikking N 606/2009 van de Europese Commissie van 15 december 2009 inzake de Nationale regeling voor de instandhouding en het herstel van beschermde historische monumenten. Paragraaf 4.2.3 Gebiedsontwikkeling Artikel 4.2.3.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de SvG kan worden verstrekt voor de voorbereiding of uitvoering van werkzaamheden waarmee: een cultuurhistorisch object wordt gerestaureerd; bewegwijzering of straatmeubilair wordt aangeschaft en geplaatst; informatiepanelen worden aangeschaft en geplaatst; straatverlichting wordt aangeschaft en geplaatst; wandel- of rolstoelpaden worden aangelegd of aangepast; aanleg of aanpassingen worden gerealiseerd van parkeerplaatsen; landschappelijke of bouwkundige aanpassingen worden gerealiseerd ten gunste van het overwinteren, het zwermen of migreren van vleermuizen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Artikel 4.2.3.2 Criteria 1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder a, wordt slechts verstrekt indien: de wijze van uitvoering van de werkzaamheden voldoet aan de door Gedeputeerde Staten vastgestelde Uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van duurzame instandhouding cultuurhistorische waarden; en de werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een leerlingbouwplaats of opleidingsplaats voor leerlingen in de restauratiebouw. 2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder b, wordt slechts verstrekt indien: de plaatsing van de bewegwijzering of het straatmeubilair gebeurt op openbaar terrein in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, en; de bewegwijzering of het straatmeubilair worden geproduceerd in de vormgeving zoals ontwikkeld voor het Nationaal Project Nieuwe Hollandse Waterlinie. 3 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt indien: de informatiepalen worden geplaatst op openbaar terrein in de Nieuwe Hollandse Waterlinie; de informatiepanelen worden geproduceerd in de vormgeving zoals ontwikkeld voor het Nationaal Project Nieuwe Hollandse Waterlinie; en de informatiepanelen bevatten informatie over het historische, militaire systeem de Nieuwe Hollandse Waterlinie. 4 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder d, wordt slechts verstrekt indien: de straatverlichting wordt geplaatst op openbaar terrein aan de Diefdijk in de gemeenten Vianen en Leerdam, de Meerdijk, de Nieuwe Zuiderlingedijk of de Zuiderlingedijk in de gemeente Lingewaal; en de straatverlichting wordt geproduceerd in de vormgeving zoals ontwikkeld voor het Nationaal Project Nieuwe Hollandse Waterlinie. 5 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder e, wordt slechts verstrekt indien: de wandel- of rolstoelpaden openbaar toegankelijk zijn; en de wandel- of rolstoelpaden leiden naar een cultuurhistorisch object of vormen een aaneengesloten route om een cultuurhistorisch object. 6 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder f, wordt slechts verstrekt indien: de parkeerplaatsen openbaar toegankelijk zijn; en de ingang van de parkeerplaatsen is gelegen op een afstand van minder dan 200 meter van objecten die zijn aangewezen als Rijksmonumenten en die een functie hadden in de militaire werking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Artikel 4.2.3.3 Aanvrager 1 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder a en g, wordt verstrekt aan de eigenaar van het cultuurhistorisch object. 2 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder b tot en met f, wordt verstrekt aan de eigenaar van het terrein waarop de werkzaamheden plaatsvinden of de materialen worden geplaatst. Artikel 4.2.3.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten. Artikel 4.2.3.5 Communautair toetsingskader Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder a, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd zijn met Beschikking N 606/2009 van de Europese Commissie van 15 december 2009 inzake de Nationale regeling voor de instandhouding en het herstel van beschermde historische monumenten. Paragraaf 4.2.4 Beleef de Waal Artikel 4.2.4.1 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: Beleef de Waal: het deelproject van het Uitvoeringsprogramma WaalWeelde 2013 - 2017 zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 5 maart 2013; samenwerking "Rondje Pontje": een samenwerkingsverband van ondernemers en initiatiefnemers rond twee pontjes en de routes daartussen op de beide oevers van de Waal; vertierplek: plek aan de Waal die met minimale aanpassingen zodanig is ingericht dat er toegang is tot de oever en gelegenheid om aan het water te recreëren; WaalWeeldegebied: het gebied omvattende het grondgebied van de gemeenten Beuningen, Druten, Lingewaal, Lingewaard, Maasdriel, Millingen a/d Rijn, Neerijnen, Neder- Betuwe, Nijmegen, Overbetuwe, Rijnwaarden, Tiel, Ubbergen, West Maas en Waal en Zaltbommel. Artikel 4.2.4.2 Subsidiabele activiteiten 1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, eerste lid, van de SvG kan worden verstrekt voor: de voorbereiding van de aanleg en de realisatie van vertierplekken en veerstoepen en de ontwikkeling, productie en plaatsing van informatievoorzieningen; de ontwikkeling van producten en arrangementen op het gebied van duurzaam toerisme; het opzetten en ontwikkelen van de samenwerking "Rondje Pontje"; het organiseren en uitvoeren van evenementen en manifestaties. 2 Geen subsidie wordt verstrekt voor de aanleg of wijziging van wegen of dijken. Artikel 4.2.4.3 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten die: worden uitgevoerd in het WaalWeeldegebied; passen binnen de doelstellingen van Beleef de Waal; positief zijn beoordeeld door burgemeester en wethouders van de gemeente in het WaalWeeldegebied waar de activiteit plaatsvindt, voor zover het activiteiten betreft als bedoeld in artikel 4.2.4.2, eerste lid, aanhef en onder a, b en d; en passen in een duurzame ontwikkeling van het WaalWeeldegebied. Artikel 4.2.4.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: een natuurlijk persoon die woonachtig is in het WaalWeeldegebied; een gemeente in het WaalWeeldegebied; rechtspersonen die blijkens hun statutaire doelen en activiteiten een bijdrage kan leveren aan Beleef de Waal; Artikel 4.2.4.5 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een schriftelijke verklaring van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de betreffende subsidiabele activiteit positief is beoordeeld, voor zover het een activiteit als bedoeld in artikel 4.2.4.2, eerste lid, aanhef en onder a, b of d betreft; een uiteenzetting dat de betreffende subsidiabele activiteit past in een duurzame ontwikkeling van het WaalWeeldegebied. Artikel 4.2.4.6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 75.
- Artikel 4.2.4.7 Weigeringsgrond Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.2, eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, wordt geweigerd voor zover fysieke voorzieningen niet worden aangelegd of gewijzigd op grond die in eigendom is van publiekrechtelijke rechtspersonen. Titel 4.3 Ruimtelijke Ontwikkeling Gereserveerd Titel 4.4 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap Paragraaf 4.4.1 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap Artikel 4.4.1.1 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: collectief: een groep natuurlijke personen die zich verenigd hebben in een rechtspersoon die beoogt hun belangen in een CPO-woningbouwproject te behartigen. CPO: Collectief Particulier Opdrachtgeverschap; CPO-woningbouwproject: de bouw en realisatie van minimaal 3 woningen door een collectief. Artikel 4.4.1.2 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1 van de SvG kan worden verstrekt ten behoeve van: procesbegeleidingsactiviteiten door een procesbegeleider of architect met ervaring in procesbegeleiding; ontwerpactiviteiten door een deskundige voor woningbouwprojecten die gerealiseerd worden door middel van CPO; eenmalige niet-reguliere activiteiten ter stimulering van woningbouw met CPO. Artikel 4.4.1.3 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de omgevingsvergunning, onderdeel bouwen, nog niet verleend is; de maximale koopprijs van de woningen binnen een CPO-woningbouwproject bij indienen van de aanvraag beneden de grens van de Nationale Hypotheekgarantie ligt; en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente een positief advies heeft afgegeven ten behoeve van het CPO-woningbouwproject. Artikel 4.4.1.4 Aanvrager 1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1.2, aanhef en onder a en b, wordt verstrekt aan een collectief. 2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1.2, aanhef en onder c, wordt verstrekt aan gemeenten. Artikel 4.4.1.5 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie, als bedoeld in artikel 4.4.1.2, aanhef en onder a en b, bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten en maximaal: € 5.000 per woning, tot een maximum van € 50.000 per CPO-woningbouwproject indien het nieuwbouw betreft; € 8.000 per woning, tot een maximum van € 80.000 per CPO-woningbouwproject indien het bestaande bouw betreft of sloop met nieuwbouw. 2 De subsidie, als bedoeld in artikel 4.4.1.2, aanhef en onder c, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten van niet reguliere werkzaamheden, tot een maximum van € 25.000 per gemeente. Titel 4.5 Impulsplan Wonen Paragraaf 4.5.1 Procesondersteuning Impulsplan Wonen Artikel 4.5.1.1 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: domotica: technische hulpmiddelen in woningen om de kwaliteit van wonen en leven op peil te houden; Gelderse huistest: een mede door de provincie Gelderland ontwikkeld instrument waarmee ouderen en mensen met een beperking zelf de geschiktheid van hun woning voor hun situatie kunnen bepalen; Impulsplan Gelderse Woningmarkt: beleidsplan vastgesteld door Provinciale Staten d.d. 26 september 2012, PS2012-656, inzake het stimuleren van projecten op het gebied van binnenstedelijk wonen, functieverandering van leegstaande gebouwen, herstructurering als verdunningsopgave, revitalisering van kernen in krimpgebieden of gebieden met soortgelijke problematiek, langer zelfstandig wonen en innovatieve initiatieven; intentieovereenkomst: overeenkomst waarin partijen de intentie vastleggen een project gezamenlijk te realiseren; kleinschalige voorziening: voorziening waar een bewonersgroep samen met het personeel een gezamenlijke huishouding voert, ondersteund met zorg; project: activiteit die voldoet aan de inhoudelijke criteria uit het Vervolgvoorstel Uitwerking Impulsplan Gelderse Woningmarkt (PS 2012-656). Artikel 4.5.1.2 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.5.1 van de SvG kan worden verstrekt voor: het verrichten van een studie naar de technische haalbaarheid van een project; het verrichten van een studie naar de financiële uitvoerbaarheid van een project; het opstellen van een plan van aanpak voor de uitvoering van een project. Artikel 4.5.1.3 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt: wanneer de aanvrager met deelnemende partijen een intentieovereenkomst heeft gesloten; voor zover de aanvraag een project op het gebied van langer zelfstandig wonen betreft, sprake is van een samenhangende aanpak van wonen, welzijn en zorg; het plan van aanpak maatregelen omvat die, op grond van de Gelderse huistest en met toepassing van domotica, leiden tot woon- en zorgtechnologische aanpassingen; en maatregelen bevat die leiden tot een kleinschalige woonvoorziening voor dementerenden; voor zover de aanvraag een project op het gebied van leegstaande gebouwen betreft en aannemelijk is dat: revitalisering bijdraagt aan de vermindering van de leegstand; de uitvoering van het plan van aanpak leidt tot een functieverandering van de gebouwen; de in het plan van aanpak voorgestelde maatregelen de functiewijziging mogelijk maken. Artikel 4.5.1.4 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie komen de kosten van inhuur van deskundigen in aanmerking. 2 De kosten die voorafgaand aan het sluiten van de intentieovereenkomst worden gemaakt, komen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 4.5.1.5 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten. Artikel 4.5.1.6 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag een ondertekende intentieovereenkomst overgelegd waarin zijn opgenomen de aanleiding van de overeenkomst, het doel van het te realiseren project, de werkwijze waarlangs partijen tot realisering van het project willen komen, de financiering van het project en een planning van de werkzaamheden. Artikel 4.5.1.7 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000 per aanvraag en tot een maximum van € 100.000 per gemeenten per jaar. Hoofdstuk 5 Economie en Samenleving Titel 5.1 Cultuur Gereserveerd Titel 5.2 Erfgoed Gereserveerd Titel 5.3 Sociaal Profiel Gereserveerd Titel 5.4 Jeugd Paragraaf 5.4.1 Jeugd Artikel 5.4.1.1 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: Regio Achterhoek: de samenwerkende gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk; Regio Arnhem: de samenwerkende gemeenten Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Wageningen, Westervoort en Zevenaar; Regio Food-Valley: de samenwerkende gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk en Scherpenzeel; Regio Nijmegen: de samenwerkende gemeenten Beuningen, Druten, Groesbeek, Heumen, Millingen a/d Rijn, Nijmegen, Ubbergen, West Maas en Waal en Wijchen; Regio Noord-Veluwe: de samenwerkende gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten; Regio Oost-Veluwe Midden-IJssel: de samenwerkende gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen; Regio Rivierenland: de samenwerkende gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel en Zaltbommel. transitie van de jeugdzorg: overdracht van bevoegdheden en taken voor jeugdzorg van het provinciebestuur naar de gemeentebesturen en de daarmee gepaard gaande transformatie van de jeugdzorg; Artikel 5.4.1.2 Subsidiabele activiteit Subsidie, als bedoeld in artikel 5.4.1 van de SvG, kan worden verstrekt voor activiteiten die tot doel hebben de transitie van de jeugdzorg voor te bereiden en uit te voeren. Artikel 5.4.1.3 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten: die tot doel hebben de transitie structureel te verankeren of als werkwijze over te nemen na de transitie van de jeugdzorg; en waarvan de resultaten en opgedane kennis en ervaringen door de aanvrager overgedragen aan andere Gelderse regio's of betrokkenen partijen en worden gepubliceerd op de website www.voordegeldersejeugd.nl. Artikel 5.4.1.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een regio als bedoeld in artikel 5.4.1.1, aanhef en onder a tot en met g. Artikel 5.4.1.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 400.000 per regio. Titel 5.5 Leefbaarheid en gemeenschapsvoorzieningen Gereserveerd Titel 5.6 Sport Paragraaf 5.6.
Artikel 5
.6.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: breedtesport: sport die wordt beoefend door grote groepen uit alle lagen van de bevolking vanwege de sportieve, gezonde en sociale functie ervan; buurtsportcoach: functionaris die sportbeoefening bevordert in buurten en wijken, zoals bedoelt in de Junicirculaire Gemeentefonds 2012, met kenmerk 2012-0000347887, van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; FieldLab: locatie voor veldonderzoek in de topsport onder de hoede van Stichting InnosportNL; InnoSportlab: test- en onderzoeksfaciliteiten om innovatieve activiteiten ten uitvoer te brengen onder de hoede van Stichting InnosportNL, de landelijke organisatie die sport, bedrijfsleven en kennisinstellingen bij elkaar brengt teneinde sportinnovaties tot stand te brengen; interventie: elke planmatige en doelgerichte aanpak om het gedrag van burgers te veranderen en hun omstandigheden te beïnvloeden, met als doel de kwaliteit van het leven of het samenleven te vergroten; jongeren: personen jongeren dan 18 jaar; kernsport: de vijf sporten atletiek, hippische sport, wielersport, volleybal en judo, zoals aangewezen door PS op 30 juni 2010 in het document "Gelderland Sportland: Programma 2010-2016" (besluit PS2010-510; zaaknummer 2010-009055); kernsportbond: voor de atletiek: Koninklijke Nederlandse Atletiekunie (KNAU); KNBLO Wandelsportorganisatie Nederland (KNBLO-NL); Nederlandse Wandelsportbond (NWB); voor de hippische sport: Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS); voor de wielersport: Koninklijke Nederlandsche Wielrenunie (KNWU); Nederlandse Toerfietsunie (NTFU); voor het volleybal: Nederlandse Volleybalbond (Nevobo); voor de judosport: Judobond Nederland (JBN); lage sociaal-economische status: personen met een lage sociaal- economische status hebben een laag opleidingsniveau; MBvO: Meer Bewegen voor Ouderen; deze activiteit wordt begeleid door speciaal opgeleide docenten; mensen met een functiebeperking: personen die in het dagelijks leven beperkingen ondervinden door chronische problemen van lichamelijke, psychische of verstandelijke aard; multifunctionele breedtesportaccommodatie: accommodatie waarin breedtesport centraal staat en geschikt is voor andere publieke functies; niet-economische activiteit: activiteiten waarbij geen goederen of diensten op een bepaalde markt worden aangeboden; onrendabele top: berekening van de contante waarde van de projectkosten voor realisering van een accommodatie minus de contante waarde van de netto inkomsten gedurende een periode van twintig jaar, waarbij een discontovoet van 5,5% wordt gehanteerd; publieke functie: niet aan sport gerelateerde functies op het gebied van cultuur, welzijn, zorg en educatie; regionaal talentencentrum: een organisatievorm waarin voor een geselecteerde groep talenten in een kernsport in hun directe leefomgeving onafhankelijk van en aanvullend op hun eigen vereniging extra faciliteiten worden georganiseerd; RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; RIVM Centrum voor Gezond Leven: Rijksorganisatie die de kwaliteit van lokale gezondheidsbevordering versterkt, onder meer door interventies te beoordelen op effectiviteit; senioren: personen van 55 jaar en ouder; side event: stimuleringsevenement voor Gelderse burgers, dat georganiseerd wordt rondom een topsportevenement of topsportwedstrijd met als doel de participatie in de sport te verbeteren; spin-off: bestedingen door burgers en organisaties, of investeringen door bedrijven die zonder de te subsidiëren activiteit niet zouden plaatsvinden; sportevenement: evenement dat tot de categorie internationaal topevenement f landelijk kampioenschap behoort, of tot de categorie breedtesport, waarbij verbindingen worden gemaakt met sport, economie en ruimte; sporttalent: Gelderse sporter waaraan NOC*NSF of Topsport Gelderland de talentenstatus heeft toegekend; topaccommodatie: sportaccommodatie die ten behoeve van de te beoefenen kernsporten voldoet aan de in de betreffende tak van sport, door de betreffende sportbond, gestelde wedstrijdeisen; tweede ring van potentiële kernsporten: de sporten golf, gymnastiek, handbal, hockey, schaatsen (inclusief skeeleren), schermen, tennis, vrouwenvoetbal, waterpolo en zwemmen die zijn aangewezen door Provinciale Staten op 30 juni 2010 in het document Gelderland Sportland: Programma 2010-2016 (besluit PS2010-510; zaaknummer 2010-009055) als mogelijke toekomstige kernsport; vitale bedrijven: bedrijven of instellingen die activiteiten ondernemen met betrekking tot vitaliteitsmanagement binnen hun organisatie; vitale werknemers: werknemers in dienst bij bedrijven of instellingen gevestigd in Gelderland die activiteiten of maatregelen ondernemen ter bevordering van hun eigen gezondheid of levensstijl. Paragraaf 5.6.2 Vitale samenleving - sportieve bewegingsruimte Artikel 5.6.2.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: de aanleg van outdoor fitnessvoorzieningen; het inrichten van sport- en speelterreinen op een voor Gelderland andere manier dan de reeds bestaande; het realiseren van toeristische of recreatieve voorzieningen, die de aansluiting van wandel-, hardloop-, fiets-, paardrij- of menroutes op elkaar verbeteren; het realiseren van voor Gelderland innovatieve voorzieningen voor wandel-, hardloop-, fiets-, paardrij- of menroutes waardoor deze aantrekkelijker worden voor de beoefenaars van kernsporten en de tweede ring van potentiële kernsporten; de aanleg van nieuwe beachvolleybalvelden in de buitenruimte. Artikel 5.6.2.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten: als bedoeld in artikel 5.6.2.1, aanhef en onder a, indien bij de aanvraag een activiteitenplan wordt overgelegd waaruit blijkt dat de aanvrager borgt dat de voorzieningen structureel gebruikt zullen worden in de eerste vier jaar na de aanleg van de voorzieningen; als bedoeld in artikel 5.6.2.1, aanhef en onder b, indien: bij de aanvraag een activiteitenplan wordt overgelegd waaruit blijkt dat de aanvrager borgt dat de voorzieningen structureel gebruikt zullen worden in de eerste vier jaar na de aanleg van de voorzieningen; de voorzieningen passen binnen het gemeentelijksport beleid; als bedoeld in artikel 5.6.2.1, aanhef en onder e, indien: ten minste drie velden op één locatie worden aangelegd; de velden in aanmerking komen voor classificatie door de Nevobo; ten aanzien van de materiële veldeisen, de materiële zandeisen en de veldafmetingen ten minste de B-status kan worden verkregen van de Nevobo; een bij de Nevebo aangesloten vereniging toeziet op het gebruik, het onderhoud en de veiligheid van de velden. Artikel 5.6.2.3 Aanvrager Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.2.1, aanhef en onder e, wordt verstrekt aan: een volleybalvereniging die is aangesloten bij de Nevebo; een gemeente. Artikel 5.6.2.4 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de SvG wordt bij de aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 5.6.2.1, aanhef en onder a en b, een vierjarig activiteitenplan als bedoeld in artikel 5.6.2.2, aanhef en onder a en onder b sub i, overgelegd. Artikel 5.6.2.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van: € 50.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.2.1 aanhef en onder a; € 25.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.2.1 aanhef en onder b; € 100.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.2.1 aanhef en onder c; € 50.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.2.1 aanhef en onder d; € 25.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.2.1 aanhef en onder e. Paragraaf 5.6.3 Vitale samenleving - actieve senioren Artikel 5.6.3.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1 van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het door middel van sporten en bewegen bevorderen van de fysieke inspanning door senioren. Artikel 5.6.3.2 Criteria 1 Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten: die worden georganiseerd als onderdeel van een programma of project gericht op de gezonde leefstijl van senioren; gericht op de uitbreiding van het scholingsaanbod voor MBvO-docenten, of professionals en vrijwilligers die senioren begeleiden in hun sport- of bewegingsactiviteiten; gericht op valpreventie in combinatie met bewegings- of sportactiviteiten; waarbij maatschappelijke participatie van senioren een effect is van de georganiseerde activiteiten; of waar de inzet van mee-sportende senioren of begeleiding in de vorm van onder meer intermediairs en professionals werkzaam ten behoeve senioren een onderdeel vormt van de methodiek. 2 De activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.3.1 worden in meer dan één gemeente uitgevoerd. Artikel 5.6.3.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een organisatie, gemeente of kernsportbond, die activiteiten ontplooit voor senioren; of andere organisaties ondersteund bij het organiseren of uitvoeren van activiteiten voor senioren. Artikel 5.6.3.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000 en een maximum van € 400.000 per activiteit. Paragraaf 5.6.4 Vitale samenleving - sport en gezondheid bij jeugd Artikel 5.6.4.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1 van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het door middel van sporten en bewegen bevorderen van fysieke inspanning door jongeren. Artikel 5.6.4.2 Criteria 1 Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten: die door een kernsportbond of een sportbond uit de tweede ring van potentiële kernsporten erkend zijn als activiteiten om jongeren met deze kernsport, of tweede ring van potentiële kernsporten in aanraking te brengen; of waarbij leefstijlinterventies uit de Interventiedatabase van het Loket Gezond Leven van het RIVM of van de Menukaart van het samenwerkingsverband Effectief Actief worden ingezet. 2 De activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.4.1 worden in meer dan één gemeente uitgevoerd. Artikel 5.6.4.3 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000 en een maximum van € 400.000 per activiteit. Paragraaf 5.6.5 Vitale samenleving - sport en gezondheid bij mensen met een lage sociaal- economische status Artikel 5.6.5.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1 van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het door middel van sporten en bewegen bevorderen van fysieke inspanning door personen met een lage sociaaleconomische status. Artikel 5.6.5.2 Criteria 1 Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten die worden georganiseerd als onderdeel van een programma of project gericht op een gezonde leefstijl van personen met een lage sociaal- economische status. 2 De activiteiten als bedoeld in het eerste lid worden in meer dan één gemeente uitgevoerd. Artikel 5.6.5.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een organisatie, gemeente of kernsportbond die: activiteiten ontplooit voor personen met een lage sociaal- economische status; of andere organisaties ondersteunt bij het organiseren of uitvoeren van activiteiten voor personen met een lage sociaal- economische status. Artikel 5.6.5.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000 en een maximum van € 400.000 per activiteit. Paragraaf 5.6.6 Vitale samenleving - sport en gezondheid bij mensen met een functiebeperking Artikel 5.6.6.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1 van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het door middel van sporten en bewegen bevorderen van fysieke inspanning door mensen met een zodanige functiebeperking, dat zij niet in staat zijn om een reguliere of aangepaste vorm van een sport te beoefenen. Artikel 5.6.6.2 Criteria 1 Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten die worden georganiseerd als onderdeel van een programma of project gericht op mensen met een zodanige functiebeperking dat zij niet in staat zijn om een reguliere of aangepaste vorm van een sport te beoefenen. 2 De activiteiten als bedoeld in het eerste lid worden in meer dan één gemeente uitgevoerd. Artikel 5.6.6.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een organisatie, gemeente of kernsportbond, die activiteiten ontplooit voor mensen met een functiebeperking; of andere organisaties ondersteunt bij het organiseren of uitvoeren van activiteiten voor mensen met een functiebeperking. Artikel 5.6.6.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000 en een maximum van € 400.000 per activiteit. Paragraaf 5.6.7 Excellente prestaties - Talentontwikkeling Artikel 5.6.7.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1, aanhef en onder c van de SvG, kan worden verstrekt voor: het oprichten en opstarten van een Regionaal Talenten Centrum ten behoeve van één van de kernsporten; de opleiding van coaches tot topsportcoach; scholingsactiviteiten gericht op de ondersteuning van jeugdige sporttalenten en hun ouders of pleegouders bij het opgroeien en opvoeden van die sporttalenten. Artikel 5.6.7.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.7.1, aanhef en onder a en b, zijn erkend door de betreffende kernsportbond en stichting Topsport Gelderland; de scholingsactiviteiten als bedoeld in artikel 5.6.7.1, aanhef en onder c, zijn erkend door stichting Topsport Gelderland. Artikel 5.6.7.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten en: ten hoogste € 20.000 per jaar met een maximum van € 60.000 per Regionaal Talentencentrum voor subsidies als bedoeld in artikel 5.6.7.1, aanhef en onder a; minimaal € 1.250 en maximaal € 2.500 per aangevraagde opleidingsplaats, met een maximum van € 20.000 voor subsidies als bedoeld in artikel 5.6.7.1, aanhef en onder b; minimaal € 2.500 en maximaal € 5.000 per aanvraag voor subsidies als bedoeld in artikel 5.6.7.1, aanhef en onder c. 2 De subsidie als bedoeld in artikel 5.6.7.1, aanhef en onder a, wordt ten hoogste voor een periode van drie jaren verstrekt. Artikel 5.6.7.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: een kernsportbond; stichting Topsport Gelderland. Paragraaf 5.6.8 Excellente prestaties - Accommodaties Artikel 5.6.8.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor: de bouw van een topaccommodatie; de verbouw van een accommodatie tot een topaccommodatie; de bouw van een multifunctionele breedtesportaccommodatie. Artikel 5.6.8.2 Criteria 1 Accommodaties als bedoeld in artikel 5.6.8.1: worden ten minste gebruikt voor de beoefening van een kernsport; zijn geschikt voor de beoefening van sport door zowel sporters met als zonder handicap; worden ten minste gebruikt door inwoners uit ten minste twee Gelderse gemeenten; worden voor minimaal 80% ter beschikking gesteld aan gebruikers die niet-economische activiteiten verrichten tegen tarieven die ten hoogste kostprijs dekkend zijn; worden onverminderd het bepaalde onder d ter beschikking gesteld aan gebruikers die economische activiteiten verrichten tegen tarieven die ten minste marktconform zijn; en komen slechts voor subsidie in aanmerking indien de accommodatie past binnen het provinciaal sportbeleid en het sportbeleid van de gemeente waarin de accommodatie wordt gerealiseerd dan wel de gemeenten waarvoor de accommodatie bestemd is. 2 Accommodaties als bedoeld in artikel 5.6.8.1, aanhef en onder c, dienen huisvesting te bieden aan ten minste twee publieke functies die minimaal drie jaren nadat de subsidie is vastgesteld in stand worden gehouden. Artikel 5.6.8.3 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie komen kosten die rechtstreeks betrekking hebben op de bouw of verbouw van de accommodatie die voldoet aan de door de sportbonden gestelde eisen om wedstrijden breedtesporten te kunnen beoefenen in aanmerking. 2 Niet voor subsidie komen in aanmerking kosten die betrekking hebben op: de aankoop van grond, eventuele opstallen en de waarde van de grond; de aanleg van parkeervoorzieningen; de aanleg van groenvoorzieningen; de aanleg van voorzieningen die niet op de bouwkavel zijn gelegen waar de accommodatie wordt gerealiseerd dan wel verbouwd; de inrichting van de accommodatie, welke niet aard- en nagelvast met de accommodatie zijn verbonden. Artikel 5.6.8.4 Weigeringsgrond Geen subsidie wordt verstrekt voor: de verbouw van of de aanbouw aan bestaande accommodaties, tenzij er sprake is van het bepaalde in artikel 5.6.8.1, aanhef en onder b; de bouw of verbouw van een accommodatie in een gemeente waar in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag reeds voor een accommodatie ten behoeve van dezelfde kernsport subsidie is verstrekt. Artikel 5.6.8.5 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van: € 5.000.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.8.1, aanhef en onder a en b; € 2.000.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.8.1, aanhef en onder c. 2 Het subsidiebedrag als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten hoogste de onrendabele top die het gevolg is van het bepaalde in artikel 5.6.8.2, eerste lid, aanhef en onder d. 3 Ter vaststelling van de onrendabele top dient de subsidieaanvrager een realistisch onderbouwd bedrijfsplan te overleggen. In dit bedrijfsplan is ten minste een bezettingsindicatie, een risicoparagraaf en een investerings- en exploitatiebegroting opgenomen. 4 De subsidieaanvrager is verplicht een gescheiden boekhouding te voeren dan wel een ander monitoringssysteem te hanteren waaruit blijkt dat er geen sprake is van overcompensatie. Artikel 5.6.8.6 Verplichtingen De subsidie-ontvanger is verplicht de inkomsten die boven de geraamde inkomsten worden gegenereerd terug te betalen aan de provincie naar evenredigheid van de verleende subsidie. Deze inkomsten worden daarbij vermeerderd met die overstijgende inkomsten, die ten goede komen aan een subsidieontvanger. Paragraaf 5.6.9 Economische impact - Sportevenementen Artikel 5.6.9.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1, aanhef en onder b van de SvG kan worden verstrekt voor de organisatie van: nationale en internationale kernsportevenementen of sportevenementen op het gebied van de tweede ring van potentiële kernsporten; regionale breedtesportevenementen die zijn gericht op de tweede ring van potentiële kernsporten; een reeks van Europa Cup wedstrijden inclusief voorrondewedstrijden, waaraan wordt deelgenomen door Gelderse clubteams in de kernsporten of tweede ring van potentiële kernsporten. Artikel 5.6.9.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten: als bedoeld in artikel 5.6.9.1, aanhef en onder a en b, indien rondom het sportevenement een programma van breedtesport stimuleringsactiviteiten wordt georganiseerd in ten minste vier Gelderse WGR-regio's en in samenwerking met scholen en sportverenigingen of lokale sportbedrijven; als bedoeld in artikel 5.6.9.1, aanhef en onder b, indien het evenement een beoogd bereik heeft van minimaal 2.000 deelnemers; als bedoeld in artikel 5.6.9.1, aanhef en onder c, indien: een programma van breedtesportstimuleringsactiviteiten rondom het evenement wordt georganiseerd; dit programma in ten minste drie gemeenten van de betreffende WGR-regio wordt uitgevoerd; en een samenwerking wordt aangegaan met scholen en sportverenigingen of lokale sportbedrijven. Artikel 5.6.9.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.9.1, aanhef en onder a bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van: € 75.000 voor een Nederlands Kampioenschap of een evenement met een vergelijkbare status op het hoogste nationale niveau van sportbeoefening; € 150.000 voor een Europees Kampioenschap of een evenement met een vergelijkbare status op het hoogste Europese niveau van sportbeoefening; € 200.000 voor een Wereldkampioenschap of een evenement met een vergelijkbare status op het hoogste wereldniveau van sportbeoefening. 2 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.9.1, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste 50 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 35.000. 3 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.9.1, aanhef en onder c, bedraagt ten hoogste 50 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000 per reeks van Europa Cup wedstrijden. Artikel 5.6.9.4 Verplichtingen De subsidieontvanger voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.9.1, aanhef en onder a en b, is verplicht binnen zes maanden na het einde van het evenement een onderzoeksrapport te overleggen, met de resultaten van een onderzoek naar de economische spin-off van het evenement voor het bedrijfsleven in Gelderland conform de methodiek van de landelijke werkgroep Evaluatie Sportevenementen. Paragraaf 5.6.10 Economische impact - Kennis en innovatie Artikel 5.6.10.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1 van de SvG kan worden verstrekt voor: activiteiten die bijdragen aan de toepassing van innovatie op het gebied van top en breedtesport in Gelderland; de realisering van een FieldLab of InnoSportLab in de provincie Gelderland dat zich richt op een kernsport of de tweede ring van potentiële kernsporten. Artikel 5.6.10.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.10.1, aanhef en onder a, betrekking hebben op een kernsport of een sport uit de tweede ring van potentiële kernsporten; ten aanzien van de activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.10.1, aanhef en onder b, een positief advies is uitgebracht door de betrokken sportbond(en) en door InnosportNL; uit de aanvraag blijkt dat de resultaten van een innovatie in eerste instantie ten goede komen aan Gelderse sporttalenten. Artikel 5.6.10.3 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000 per activiteit. Artikel 5.6.10.4 Weigeringsgronden Geen subsidie wordt verstrekt voor het verrichten van fundamenteel onderzoek. Paragraaf 5.6.11 Economische impact - Vitale bedrijven, vitale werknemers Artikel 5.6.11.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1 van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het verspreiden van kennis, het verbinden en bijeen brengen van bedrijven of instellingen met betrekking tot het thema vitaliteit en gezondheid van werknemers. Artikel 5.6.11.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt voor het organiseren van bijeenkomsten, waar ten minste vijf bedrijven of instellingen, welke in Gelderland gevestigd zijn, aan deelnemen. Artikel 5.6.11.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: het organiseren van bijeenkomsten; het inhuren van sprekers of deskundigen; of het opstellen dan wel laten opstellen van communicatie uitingen. Artikel 5.6.11.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de organisator van een bijeenkomst. Artikel 5.6.11.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 25.000 per bijeenkomst. Titel 5.7 Topsectoren en Innovatie Paragraaf 5.7.
Artikel 5
.7.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: arbeidsmarktdiscrepantie: kwalitatief of kwantitatief verschil tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; basisvoorwaarden: voorwaarden waaraan een business case moet voldoen, zijnde duidelijkheid omtrent een beproefde techniek, aangetoonde marktkansen, een beschouwing van de financiering van de marktintroductie en de organisatorische inbedding van de marktintroductie; bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw bedoeld voor de huisvesting van meerdere afzonderlijke ondernemingen die in dezelfde sector of fase in het bestaan van de onderneming actief zijn; concept: een schriftelijke uitwerking van een innovatie met een onderbouwing ter voldoening aan ten minste één van de basisvoorwaarden; incubator: broedplaats die tot doel heeft om startende ondernemingen te ondersteunen in hun groei naar gezonde, goed draaiende ondernemingen, door hen huisvesting, seedcapital, administratie, technische ondersteuning, contacten en managementadvies te bieden; innovatie-infrastructuur: fysieke faciliteiten, zoals laboratoria en onderzoeksruimten, waar onderzoek kan worden gedaan door of in opdracht van verschillende ondernemingen als onderdeel van het innovatieproces door deze ondernemingen; innoverende onderneming: een onderneming waarvan aantoonbaar is, door middel van een door een externe deskundige uitgevoerde evaluatie, op basis van met name een businessplan, dat zij in de voorzienbare toekomst producten, diensten of procedés zal ontwikkelen die technologisch nieuw zijn of een wezenlijke verbetering inhouden ten opzichte van de state-of-the-art in deze sector in de Europese Gemeenschap, en die een risico op technologische of industriële mislukking inhouden, of een onderneming waarvan de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling ten minste 15% van haar totale exploitatiekosten bedragen in ten minste één van de drie jaren voorafgaande aan de steunverlening of, in het geval van een startende onderneming zonder enige financiële voorgeschiedenis, bij de audit van haar lopende belastingjaar, gecertificeerd door een onafhankelijke accountant; kennisinstelling: universiteiten, hogescholen en academische ziekenhuizen, instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en onderzoeksinstellingen die zonder winstoogmerk onderzoek en ontwikkeling verrichten en voor minimaal 10% meerjarig structureel door de overheid worden gefinancierd; maakindustrie: het met behulp van machines bedrijfsmatig bewerken van grondstoffen en produceren van halffabricaten en eindproducten voor de commerciële markt; marktfalen: situatie waarin ondernemingen activiteiten niet of niet voldoende zouden verrichten als zij alleen naar de signalen van de markt zouden kijken; marktintroductie: overgang van de eindfase van het innovatieproces naar de pioniersfase van ondernemerschap; fase waarin afnemers en producenten van innovatieve producten overeenkomsten aangaan; MKB-onderneming: een onderneming die behoort tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling (EG) nr. 2003/361 van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU L 124); proeftuinen: fysieke of virtuele proefomgeving voor meerdere onafhankelijke ondernemingen en organisaties waar eindgebruikers van innovatieprojecten of innovatieprocessen in participeren teneinde te komen tot versnelde marktintroducties van een innovatief product; programma: samenhangende reeks van projecten en activiteiten met een gezamenlijk doel; Regionale Centra voor Technologie: de stichting Achterhoeks Centrum voor Technologie te Doetinchem, de stichting Platform Creatieve Technologie te Arnhem, de stichting RCT Rivierenland te Tiel, de stichting RCT Vallei te Ede, stichting Regionaal Nijmeegs Centrum voor Technologie te Nijmegen, stichting Innovatienetwerk Stedendriehoek te Apeldoorn, de stichting Veluws Centrum voor Technologie te Nunspeet; technische haalbaarheidsstudie: een studie naar de technische onzekerheden bij de ontwikkeling van producten, processen of diensten teneinde de slagingskans van een innovatie te vergroten; Valleybureaus: Stichting Food Valley te Wageningen en de Stichting Health Valley te Nijmegen. Paragraaf 5.7.2 Versnellen van innovaties Food, Health en Maakindustrie Artikel 5.7.2.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor het ten behoeve van MKB-ondernemingen laten doen van onderzoek gericht op: de fase van het innovatieproces waarbinnen ideeën worden omgezet in concepten; deelname aan programma's van de Europese Unie. Artikel 5.7.2.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie. Artikel 5.7.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: Valleybureaus; Regionale Centra voor Technologie. Artikel 5.7.2.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste € 500.
- Artikel 5.7.2.5 Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op fundamenteel onderzoek. Artikel 5.7.2.6 Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de subsidie zodanig aan te wenden dat per kalenderjaar per onderneming ten behoeve waarvan het onderzoek wordt uitgevoerd maximaal € 10.000 wordt aangewend en maximaal 50% van de onderzoekskosten wordt vergoed. Paragraaf 5.7.3 Collectief onderzoek Artikel 5.7.3.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: industrieel onderzoek; experimentele ontwikkeling; technische haalbaarheidsstudies. Artikel 5.7.3.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; en de aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico met ten minste één andere onderneming of kennisinstelling samenwerkt en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd. Artikel 5.7.3.3 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.3.1, aanhef en onder a en b, komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, technische kennis en octrooien die tegen marktprijzen worden verworven bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, mits de transactie conform het arm's length-beginsel plaatsvond en er geen sprake is van collusie. Voorts ook kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor de onderzoeksactiviteiten worden gebruikt; extra algemene vaste kosten die rechtstreeks uit het onderzoeksproject voortvloeien. 2 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.3.1, aanhef en onder c komen de studiekosten in aanmerking. Artikel 5.7.3.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen. Artikel 5.7.3.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste: 30% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.7.3.1, aanhef en onder a en c; 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.7.3.1, aanhef en onder b; Artikel 5.7.3.6 Communautair toetsingskader 1 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.7.3.1, aanhef en onder a en b, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Module 1 van de Omnibus Decentraal Regeling zoals die door de Europese Commissie is goedgekeurd bij beschikkingen N 726a/2007 en N 726b/
- 2 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.7.3.1, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd zijn met Module 2 van de Omnibus Decentraal Regeling zoals die door de Europese Commissie is goedgekeurd bij beschikkingen N 726a/2007 en N 726b/
- Paragraaf 5.7.4 Projectsubsidie Artikel 5.7.4.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: industrieel onderzoek; experimentele ontwikkeling. Artikel 5.7.4.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; de aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met meerdere andere ondernemingen of kennisinstellingen en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd; en de subsidiabele activiteit binnen de betreffende sector betrekking heeft op een keten van producent, leverancier en eindgebruiker. Artikel 5.7.4.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, technische kennis en octrooien die tegen marktprijzen worden verworven bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, mits de transactie conform het arm's length-beginsel plaatsvond en er geen sprake is van collusie. Voorts ook kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor de onderzoeksactiviteiten worden gebruikt; extra algemene vaste kosten die rechtstreeks uit het onderzoeksproject voortvloeien. Artikel 5.7.4.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen. Artikel 5.7.4.5 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een schriftelijk bewijsstuk verstrekt waar uit blijkt dat de subsidiabele activiteit binnen de betreffende sector betrekking heeft op de keten van producent, leverancier en eindgebruiker. Artikel 5.7.4.6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste: 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.7.4.1, aanhef en onder a; 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.7.4.1, aanhef en onder b. Artikel 5.7.4.7 Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager niet beschikt over een aantoonbaar marktaandeel van de betreffende markt waarbinnen de innovatie plaatsvindt. Artikel 5.7.4.8 Communautair toetsingskader Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Module 1 van de Omnibus Decentraal Regeling zoals die door de Europese Commissie is goedgekeurd bij beschikkingen N 726a/2007 en N 726b/
- Paragraaf 5.7.5 Innovatie-infrastructuur Artikel 5.7.5.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: het realiseren van innovatie-infrastructuur; het beschikbaar stellen van innovatie-infrastructuur. Artikel 5.7.5.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; en de innovatie-infrastructuur is bedoeld voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling. Artikel 5.7.5.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen in aanmerking: kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking. Artikel 5.7.5.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste: 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 300.000 voor innovatie-infrastructuur die is bedoeld voor industrieel onderzoek; 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 300.000 voor innovatie-infrastructuur die is bedoeld voor experimentele ontwikkeling. Artikel 5.7.5.5 Communautair toetsingskader Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Module 1 van de Omnibus Decentraal Regeling zoals die door de Europese Commissie is goedgekeurd bij beschikkingen N 726a/2007 en N 726b/
- Paragraaf 5.7.6 Proeftuinen ten behoeve van marktintroducties Artikel 5.7.6.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor het: ontwikkelen van proeftuinen ten behoeve van marktintroducties; generiek promoten van het Gelderse proeftuinklimaat; generiek promoten van het Gelderse ondernemingsklimaat voor innoverende ondernemingen. Artikel 5.7.6.2 Criteria 1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie. 2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.6.1, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt indien de aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste één andere onderneming, kennisinstelling of publiekrechtelijke rechtspersoon en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd. Artikel 5.7.6.3 Aanvrager 1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.6.1, aanhef en onder a, wordt verstrekt aan ondernemingen. 2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.6.1, aanhef en onder b, wordt verstrekt aan Valleybureaus en Regionale Centra voor Technologie. 3 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.6.1, aanhef en onder c, wordt verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; privaatrechtelijke rechtspersonen. Artikel 5.7.6.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50 % van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.
- Artikel 5.7.6.5 Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op de realisatie, verkrijging, gebruik of beheer van onroerende zaken en infrastructuur. Paragraaf 5.7.7 Ondersteunen innovatieve starters Artikel 5.7.7.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een programma gericht op het ondersteunen van innovatieve starters teneinde innovatie en ondernemerschap te bevorderen. Artikel 5.7.7.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; de begunstigde onderneming een kleine onderneming is die minder dan zes jaar bestaat op het tijdstip dat de steun wordt toegekend; en de begunstigde onderneming een innoverende onderneming is. Artikel 5.7.7.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon die deels of volledig statutair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van onderwijs- of kennisinstellingen en die zich blijkens zijn statuten het bevorderen van het ontstaan van jonge innoverende ondernemingen tot doel stelt. Artikel 5.7.7.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.000.
- Artikel 5.7.7.5 Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd indien samenwerking met andere door de provincie ondersteunde programma's ter bevordering van ondernemerschap ontbreekt. Artikel 5.7.7.6 Verplichtingen De subsidie ontvanger is verplicht: de steun per innovatieve starter te beperken tot ten hoogste € 1.000.000; per innovatieve starter in de periode dat deze als zodanig wordt beschouwd niet meer dan één keer steun te verlenen. Artikel 5.7.7.7 Communautair toetsingskader Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Module 4 van de Omnibus Decentraal Regeling zoals die door de Europese Commissie is goedgekeurd bij beschikkingen N 726a/2007 en N 726b/
- Paragraaf 5.7.8 Internationalisering Gereserveerd. Paragraaf 5.7.9 Verkleinen arbeidsmarktdiscrepantie sectoren Food, Health en Maakindustrie Artikel 5.7.9.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor het verkleinen van arbeidsmarktdiscrepanties. Artikel 5.7.9.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; en bij de voorbereiding en uitvoering van de activiteiten één of meerdere ondernemingen zijn betrokken. Artikel 5.7.9.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: ondernemingen; verenigingen van ondernemingen; kennisinstellingen; gemeenten. Artikel 5.7.9.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.
- Paragraaf 5.7.10 Ondersteuning Valleybureaus als innovatie-intermediair Artikel 5.7.10.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor: opleiding met het oog op meer en beter gekwalificeerd personeel; verspreiding van onafhankelijke onderzoeksresultaten; activiteiten inzake technologieoverdracht in de vorm van licentiëring, creatie van spinoffs of andere gecreëerde vormen van kennisbeheer. Artikel 5.7.10.2 Criteria 1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt ten behoeve van de sector Food of Health. 2 Subsidie, als bedoeld in artikel 5.7.10.1, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt indien: het kennisbeheer door de aanvrager zelf, al dan niet in samenwerking met een andere onderzoeksorganisatie of innovatie-intermediair, wordt uitgevoerd; en eventuele inkomsten uit deze activiteit geïnvesteerd worden in kennisbeheer door aanvrager. Artikel 5.7.10.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de Valleybureaus. Artikel 5.7.10.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 500.
- Paragraaf 5.7.11 Aanjagen en stimuleren van regionale gebiedsontwikkeling Artikel 5.7.11.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder e, van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten die betrekking hebben op de fysieke realisatie van een incubator, een bedrijfsverzamelgebouw of een gedeelde onderzoeksfaciliteit. Artikel 5.7.11.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; en de bij de subsidiabele activiteit betrokken publieke en private partijen hun samenwerkingsafspraken schriftelijk hebben vastgelegd en daarbij ten minste regelingen hebben getroffen terzake de financiering van de voorgenomen fysieke realisatie en de verdeling van financiële risico's. Artikel 5.7.11.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: het opstellen van een ruimtelijk-planologische visie of een ruimtelijk plan; het opstellen van een business case; het financieren van een onrendabele top in de vorm van kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als subsidiabele kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking. Artikel 5.7.11.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; privaatrechtelijke rechtspersonen. Artikel 5.7.11.5 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000 voor kosten als bedoeld in artikel 5.7.11.3, aanhef en onder a of b; 2 De subsidie voor kosten als bedoeld in artikel 5.7.11.3, aanhef en onder c, bedraagt ten hoogste: 50% van de subsidiabele kosten indien en voor zover de betreffende gebouwen en grond als bedoeld in artikel 5.7.11.1 worden gebruikt voor industrieel onderzoek; 25% van de subsidiabele kosten indien en voor zover de betreffende gebouwen en grond als bedoeld in artikel 5.7.11.1 worden gebruikt voor experimentele ontwikkeling. Artikel 5.7.11.6 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien: niet uit een marktonderzoek het nut, de noodzaak en de realiseerbaarheid van de subsidiabele activiteit volgt; de uitgangspunten van de subsidiabele activiteit niet in overleg met de provincie zijn opgesteld. Artikel 5.7.11.7 Communautair toetsingskader Subsidie ten behoeve van de onrendabele top in de zin van artikel 5.7.11.3, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Module 1 van de Omnibus Decentraal Regeling zoals die door de Europese Commissie is goedgekeurd bij beschikkingen N 726a/2007 en N 726b/
- Titel 5.8 Economisch beleid Paragraaf 5.8.
Artikel 5
.8.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: Actieplan Vrijetijdseconomie: het actieplan zoals vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 22 mei 2012 (zaaknummer 2012-008498); arbeidsmarktdiscrepantie: kwalitatief of kwantitatief verschil tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; basisvoorwaarden: voorwaarden waaraan een business case moet voldoen, zijnde duidelijkheid omtrent een beproefde techniek, aangetoonde marktkansen, een beschouwing van de financiering van de marktintroductie en de organisatorische inbedding van de marktintroductie; businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving: een plan met een visie op hoofdlijnen waarbij een beeld wordt geschetst van een herstructureringsproces van de bedrijfsomgeving; concept: een schriftelijke uitwerking van een innovatie met een onderbouwing ter voldoening aan ten minste één van de basisvoorwaarden; creatieve sector: sector van ondernemingen die gericht zijn op de exploitatie van kunstzinnigheid en intellectueel eigendom; economische spin-off: positieve (boven)regionale economische effecten voorafgaand aan, tijdens of na het evenement; evenement: een bestaand één- of meerdaags sport- of cultuurevenement met een (boven)regionaal karakter dat georganiseerd wordt in Gelderland en past binnen het "Gelders Evenementenbeleid 2013-2016; Beleef de Gelderse Streken"; innovatie-infrastructuur: fysieke faciliteiten, zoals laboratoria en onderzoeksruimten, waar onderzoek kan worden gedaan door of in opdracht van verschillende ondernemingen als onderdeel van het innovatieproces door deze ondernemingen; innoverende onderneming: een onderneming waarvan aantoonbaar is, door middel van een door een externe deskundige uitgevoerde evaluatie, op basis van met name een businessplan, dat zij in de voorzienbare toekomst producten, diensten of procedés zal ontwikkelen die technologisch nieuw zijn of een wezenlijke verbetering inhouden ten opzichte van de state-of-the-art in deze sector in de Europese Gemeenschap, en die een risico op technologische of industriële mislukking inhouden, of een onderneming waarvan de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling ten minste 15% van haar totale exploitatiekosten bedragen in ten minste één van de drie jaren voorafgaande aan de steunverlening of, in het geval van een startende onderneming zonder enige financiële voorgeschiedenis, bij de audit van haar lopende belastingjaar, gecertificeerd door een onafhankelijke accountant; kennisinstelling: universiteiten, hogescholen en academische ziekenhuizen, instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en onderzoeksinstellingen die zonder winstoogmerk onderzoek en ontwikkeling verrichten en voor minimaal 10% meerjarig structureel door de overheid worden gefinancierd; Maakindustrie: het met behulp van machines bedrijfsmatig bewerken van grondstoffen en produceren van halffabricaten en eindproducten voor de commerciële markt; marktfalen: situatie waarin ondernemingen activiteiten niet of niet voldoende zouden verrichten als zij alleen naar de signalen van de markt zouden kijken; marktintroductie: overgang van de eindfase van het innovatieproces naar de pioniersfase van ondernemerschap; fase waarin afnemers en producenten van innovatieve producten overeenkomsten aangaan; MKB-onderneming: een onderneming die behoort tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling (EG) nr. 2003/361 van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU L 124); Platform Onderwijs Arbeidsmarkt: een door de provincie gefaciliteerd regionale samenwerkingsverband tussen bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en gemeenten om het arbeidsaanbod beter en tijdig af te stemmen op de behoefte uit de markt; proeftuinen: fysieke of virtuele proefomgeving voor meerdere onafhankelijke ondernemingen en organisaties waar eindgebruikers van innovatieprojecten of innovatieprocessen in participeren teneinde te komen tot versnelde marktintroducties van een innovatief product; programma: samenhangende reeks van projecten en activiteiten met een gezamenlijk doel; regiocontract: contract tussen enerzijds provincie en anderzijds regio's en steden in het kader van het Programma Stad en Regio; Regionaal Programma Bedrijventerreinen: een document dat afspraken bevat tussen de betreffende regio en de provincie voor de planning en de programmering van bedrijventerreinen, waarbij voornoemde afspraken een uitwerking betreffen van de gemeentelijke, regionale en provinciale doelstellingen op het gebied van bedrijventerreinen; Regionale Bureaus voor Toerisme: organisaties ter bevordering van toerisme per regio zoals aangegeven op een als bijlage bij onderhavige subsidieregeling gevoegde kaart; Regionale Centra voor Technologie: de stichting Achterhoeks Centrum voor Technologie te Doetinchem, de stichting Platform Creatieve Technologie te Arnhem, de stichting RCT Rivierenland te Tiel, de stichting RCT Vallei te Ede, stichting Regionaal Nijmeegs Centrum voor Technologie te Nijmegen, stichting Innovatienetwerk Stedendriehoek te Apeldoorn, de stichting Veluws Centrum voor Technologie te Nunspeet; sector logistiek: sector van ondernemingen die goederen vervoeren, overslaan, sorteren of opslaan; technische haalbaarheidsstudie: een studie naar de technische onzekerheden bij de ontwikkeling van producten, processen of diensten teneinde de slagingskans van een innovatie te vergroten; technostarter: een MKB-onderneming of een MKB-onderneming waarvan de start wordt voorbereid die op basis van een nieuwe technische vinding of een nieuwe toepassing van een bestaande technologie producten, processen of diensten levert; toeristische informatie: informatie ten behoeve van (dag)recreanten die ten minste bezienswaardigheden, horeca, natuur en landschap en dagrecreatieve mogelijkheden betreft; Uitvoeringsplan voor herstructurering: een plan dat een concrete uitwerking behelst van het Businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving, dat de kosten van de maatregelen weergeeft en dat de herstructureringsmaatregelen zodanig omschrijft dat deze uitgevoerd kunnen worden; vrijetijdseconomie: de economie die bestaat uit ondernemingen die zich in hoofdzaak bezighouden met dienstverlening ten behoeve van (dag)recreanten en toeristen; WESP-methodiek: de door de Werkgroep Evaluatie Sportevenementen ontwikkelde meetmethodiek om de economische spin-off voorafgaand aan, tijdens of na een evenement te meten. Paragraaf 5.8.2 Verbeteren positie van starters Artikel 5.8.2.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder a, b en c, van de SvG kan worden verstrekt voor de uitvoering van een door meerdere partijen gezamenlijk opgesteld programma: ter verbetering van ondernemersvaardigheden; voor het opzetten van een fysieke bedrijfsomgeving; of gericht op het ondersteunen van individuele startende ondernemingen. Artikel 5.8.2.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: het programma is bedoeld ter begunstiging van startende ondernemingen en technostarters die zijn aan te merken als: kleine onderneming die minder dan zes jaar bestaat op het tijdstip dat de steun wordt toegekend; en innoverende onderneming; de in artikel 5.8.2.1 bedoelde partijen hun samenwerking schriftelijk hebben vastgelegd; het programma leidt tot een research- en developmentimpuls bij ondernemingen of kennisinstellingen of het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen; en de doelgroep van het programma bij de totstandkoming daarvan is betrokken. Artikel 5.8.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: ondernemingen; verenigingen van ondernemingen; kennisinstellingen; gemeenten. Artikel 5.8.2.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 500.
- Artikel 5.8.2.5 Communautair toetsingskader Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Module 4 van de Omnibus Decentraal Regeling zoals die door de Europese Commissie is goedgekeurd bij beschikkingen N 726a/2007 en N 726b/
- Paragraaf 5.8.3 Versnellen van innovaties in logistiek, vrijetijdseconomie en de creatieve sector Artikel 5.8.3.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor het ten behoeve van MKB-ondernemingen laten doen van onderzoek gericht op: de fase van het innovatieproces waarbinnen ideeën worden omgezet in concepten; deelname aan programma's van de Europese Unie. Artikel 5.8.3.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren logistiek, vrijetijdseconomie en de creatieve sector. Artikel 5.8.3.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de Regionale Centra voor Technologie. Artikel 5.8.3.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt maximaal € 50.
- Artikel 5.8.3.5 Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op fundamenteel onderzoek. Artikel 5.8.3.6 Verplichtingen De subsidie-ontvanger is verplicht de subsidie zodanig aan te wenden dat per kalenderjaar per onderneming ten behoeve waarvan het onderzoek wordt uitgevoerd maximaal € 10.000 wordt aangewend en maximaal 50% van de onderzoekskosten vergoed. Paragraaf 5.8.4 Verkleinen arbeidsmarktdiscrepantie in logistiek, vrijetijdseconomie, land- en tuinbouw en de creatieve sector Artikel 5.8.4.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder b, van de SvG kan worden verstrekt voor het verkleinen van arbeidsmarktdiscrepanties. Artikel 5.8.4.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren logistiek, vrijetijdseconomie, land- en tuinbouw en de creatieve sector; bij de voorbereiding en uitvoering van de activiteiten één of meerdere ondernemingen zijn betrokken; en bij de voorbereiding en uitvoering van de activiteiten afstemming heeft plaatsgevonden met het Platform Onderwijs Arbeidsmarkt. Artikel 5.8.4.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: ondernemingen; verenigingen van ondernemingen; kennisinstellingen; gemeenten. Artikel 5.8.4.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.
- Paragraaf 5.8.5 Collectief onderzoek Artikel 5.8.5.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: industrieel onderzoek; experimentele ontwikkeling; technische haalbaarheidsstudies. Artikel 5.8.5.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren logistiek, vrijetijdseconomie en de creatieve sector; en de aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste één andere onderneming of kennisinstelling en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd. Artikel 5.8.5.3 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie als bedoeld onder artikel 5.8.5.1, aanhef en onder a en b, komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, technische kennis en octrooien die tegen marktprijzen worden verworven bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, mits de transactie conform het arm's length-beginsel plaatsvond en er geen sprake is van collusie. Voorts ook kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor de onderzoeksactiviteiten worden gebruikt; extra algemene vaste kosten die rechtstreeks uit het onderzoeksproject voortvloeien. 2 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder c, komen de studiekosten in aanmerking. Artikel 5.8.5.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen. Artikel 5.8.5.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste: 30% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder a en c; 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder b; Artikel 5.8.5.6 Communautair toetsingskader 1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder a en b, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Module 1 van de Omnibus Decentraal Regeling zoals die door de Europese Commissie is goedgekeurd bij beschikkingen N 726a/2007 en N 726b/
- 2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd zijn met Module 2 van de Omnibus Decentraal Regeling zoals die door de Europese Commissie is goedgekeurd bij beschikkingen N 726a/2007 en N 726b/
- Paragraaf 5.8.6 Projectsubsidie Artikel 5.8.6.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: industrieel onderzoek; experimentele ontwikkeling. Artikel 5.8.6.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren logistiek, vrijetijdseconomie en de creatieve sector; aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met meerdere andere ondernemingen of kennisinstellingen en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd; en de subsidiabele activiteit binnen de betreffende sector betrekking heeft op een keten van producent, leverancier en eindgebruiker. Artikel 5.8.6.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, technische kennis en octrooien die tegen marktprijzen worden verworven bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, mits de transactie conform het arm's length-beginsel plaatsvond en er geen sprake is van collusie. Voorts ook kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor de onderzoeksactiviteiten worden gebruikt; extra algemene vaste kosten die rechtstreeks uit het onderzoeksproject voortvloeien. Artikel 5.8.6.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen. Artikel 5.8.6.5 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een schriftelijk bewijsstuk verstrekt waar uit blijkt dat de subsidiabele activiteit binnen de betreffende sector betrekking heeft op de keten van producent, leverancier en eindgebruiker. Artikel 5.8.6.6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste: 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.6.1, aanhef en onder a; 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.6.1, aanhef en onder b. Artikel 5.8.6.7 Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager niet beschikt over een aantoonbaar marktaandeel van de betreffende markt waarbinnen de innovatie plaatsvindt. Artikel 5.8.6.8 Communautair toetsingskader Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Module 1 van de Omnibus Decentraal Regeling zoals die door de Europese Commissie is goedgekeurd bij beschikkingen N 726a/2007 en N 726b/
- Paragraaf 5.8.7 Innovatie-infrastructuur Artikel 5.8.7.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: het realiseren van innovatie-infrastructuur; het beschikbaar stellen van innovatie-infrastructuur. Artikel 5.8.7.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren logistiek, vrijetijdseconomie en de creactieve sector; de innovatie-infrastructuur is bedoeld voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling; en de innovatie-infrastructuur is bedoeld voor MKB-bedrijven. Artikel 5.8.7.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen in aanmerking: kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens een goede boekhoudpraktijk, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking. Artikel 5.8.7.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste: 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 150.000 voor innovatie-infrastructuur die is bedoeld voor industrieel onderzoek; 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 150.000 voor innovatie-infrastructuur die is bedoeld voor experimentele ontwikkeling. Artikel 5.8.7.5 Communautair toetsingskader Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Module 1 van de Omnibus Decentraal Regeling zoals die door de Europese Commissie is goedgekeurd bij beschikkingen N 726a/2007 en N 726b/
- Paragraaf 5.8.8 Proeftuinen ten behoeve van marktintroducties Gereserveerd Paragraaf 5.8.9 Kwaliteitsverbetering en meeropbrengst ondernemingen vrijetijdseconomie Artikel 5.8.9.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor regionale projecten ter versterking van de vrijetijdseconomie. Artikel 5.8.9.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit: plaatsvindt in de sector vrijetijdseconomie; bijdraagt aan de doelstellingen uit het Actieplan Vrijetijdseconomie; is gericht op verhoging van de kwaliteit van de activiteiten van aanvrager, toeristische bezoekersaantallen of werkgelegenheid; leidt tot meer toeristische bestedingen; aanvrager voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste vier andere ondernemingen uit eenzelfde regio en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd; en bijdraagt aan de bestaande regionale identiteit zoals die volgt uit het Actieplan Vrijetijdseconomie of aansluit bij de activiteiten uit het regiocontract. Artikel 5.8.9.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: uitvoering van procesbegeleiding; uitvoering van haalbaarheidsonderzoek; investeringsbijdragen. Artikel 5.8.9.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen in de sector vrijetijdseconomie. Artikel 5.8.9.5 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie, voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.9.3, aanhef en onder a en b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 25.000 per kalenderjaar per regio zoals aangegeven op de in de bijlage opgenomen kaart. 2 De subsidie, voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.9.3, aanhef en onder c, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000 per kalenderjaar per regio zoals aangegeven op de in de bijlage opgenomen kaart. Artikel 5.8.9.6 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien en voor zover ten behoeve van de regio waar de subsidiabele activiteit betrekking op heeft in het jaar waarin de aanvraag is gedaan de totale som van reeds verstrekte subsidie in de zin van deze titel € 25.000 bedraagt. Paragraaf 5.8.10 Samenwerkingsinitiatieven vrijetijdseconomie Artikel 5.8.10.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor: procesbegeleiding bij samenwerkingsinitiatieven; conceptontwikkeling van nieuwe producten of diensten; haalbaarheidsonderzoek naar nieuwe producten of diensten. Artikel 5.8.10.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector vrijetijdseconomie; de subsidiabele activiteit bijdraagt aan de doelstellingen uit het Actieplan Vrijetijdseconomie; de subsidiabele activiteit leidt tot meer toeristische bestedingen, hogere toeristische bezoekersaantallen of een toename van werkgelegenheid; en aanvrager voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste twee andere ondernemingen en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd. Artikel 5.8.10.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen in de sector vrijetijdseconomie. Artikel 5.8.10.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.
- Paragraaf 5.8.11 Wandelen, fietsen en varen Artikel 5.8.11.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor: het verbeteren van toeristische routestructuren voor fietsen, wandelen of paardrijden; het maken van aanlegplaatsen voor vaartuigen; het maken van een digitaal routesysteem in de vorm van een applicatie voor wandelen, fietsen varen en paardrijden. Artikel 5.8.11.2 Criteria 1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector vrijetijdseconomie; de subsidiabele activiteit leidt tot meer toeristische bestedingen en hogere toeristische bezoekersaantallen; en het onderhoud en beheer na uitvoering van de subsidiabele activiteit zijn verzekerd. 2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.11.1, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt indien: de applicatie de gehele provincie Gelderland betreft; en de applicatie toeristische informatie bevat. Artikel 5.8.11.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie zoals bedoeld in artikel 5.8.11.1, aanhef en onder c, komen de kosten voor het verzamelen van data en toeristische informatie niet in aanmerking. Artikel 5.8.11.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen die blijkens hun statutaire doelen en activiteiten een bijdrage kunnen leveren aan vrijetijdseconomie. Artikel 5.8.11.5 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 1998 wordt bij de aanvraag in elk geval een toelichting verstrekt in de vorm van een projectplan op de in artikel 5.8.11.2 opgenomen criteria. Artikel 5.8.11.6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.
- Artikel 5.8.11.7 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit: zich niet leent voor herhaalde toepassing ten aanzien van andere routestructuren of aanlegplaatsen dan die waar de aanvraag betrekking op heeft; de aanleg of bebording van nieuwe wandel-, fiets- of ruiterpaden betreft tenzij binnen een straal van 2 kilometer respectievelijk 5 kilometer geen alternatieve mogelijkheden bestaan voor recreatief wandelen respectievelijk fietsen of paardrijden; de aanleg van wandelknooppunten betreft; reguliere onderhoudswerkzaamheden betreft; geheel of gedeeltelijk bestaat uit marketing en promotie. Paragraaf 5.8.12 Marketing en promotie vrijetijdseconomie Artikel 5.8.12.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor generieke marketing en promotie van de provincie Gelderland of Gelderse regio's ter bevordering van de vrijetijdseconomie. Artikel 5.8.12.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: Regionale Bureaus voor Toerisme; Stichting Vrijetijdshuis; Stichting Toerisme Gelderland. Artikel 5.8.12.3 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 750.
- Artikel 5.8.12.4 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit niet past binnen de campagne "Gelderse Streken". Paragraaf 5.8.13 Evenementen ter versterking van de vrijetijdseconomie Artikel 5.8.13.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor: het uitvoeren van een plan van aanpak om de economische spin-off van een evenement te vergroten; het ontwikkelen en aanschaffen van producten en materialen voor zover die nodig zijn voor het realiseren van de economische spin-off van een evenement. Artikel 5.8.13.2 Criteria 1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien de activiteit wordt georganiseerd rondom een evenement dat: een (boven)regionaal karakter heeft; aantoonbaar tenminste 25.000 bezoekers trekt; 2 Indien de activiteit wordt uitgevoerd rondom meerdere evenementen die in een samenwerkingsverband worden georganiseerd, geldt in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, dat de evenementen gezamenlijk tenminste 25.000 bezoekers trekken. 3 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt een subsidie voor een activiteit als bedoeld in: artikel 5.8.13.1, aanhef en onder a, slechts verstrekt wanneer een meting volgens de WESP-methodiek deel uit maakt van de uitvoering van het plan van aanpak; artikel 5.8.13.1, aanhef en onder b, slechts verstrekt wanneer de ontwikkeling en aanschaf van materialen en producten plaatsvindt ter uitvoering van een plan van aanpak. 4 Een plan van aanpak als bedoeld in artikel 5.8.13.1, aanhef en onder a, bevat in ieder geval: een overzicht van de activiteiten; de beoogde economische spin-off van de activiteiten; een kostenraming; een tijdplanning; de partners waarmee samenwerking wordt gezocht en andere betrokkenen; de wijze waarop de activiteiten worden georganiseerd en uitgevoerd. 5 De meting volgens de WESP-methode wordt uitgevoerd door een externe deskundige die beschikt over aantoonbare ervaring met deze werkzaamheid. 6 Het plan van aanpak wordt door de aanvrager uitgevoerd. 7 Voor zover de uitvoering van het plan van aanpak wordt begeleid door een externe deskundige, beschikt deze aantoonbaar over ervaring met deze werkzaamheid. Artikel 5.8.13.3 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: de aan het uitvoeren van het plan van aanpak bestede uren door de subsidieontvanger; de inhuur van een externe deskundige voor het begeleiden van de uitvoering van een plan van aanpak; het uitvoeren van de meting volgens de WESP-methodiek door een extern deskundige; het ontwikkelen en aanschaffen van producten en informatiematerialen. 2 Kosten voor sponsor- en promotieactiviteiten van het evenement worden niet gesubsidieerd. Artikel 5.8.13.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon: die het evenement organiseert; die blijkens de aanvraag optreedt als penvoerder en eindverantwoordelijke van een samenwerkingsverband van organisaties dat het evenement organiseert. Artikel 5.8.13.5 Aanvraag 1 Ingevolge artikel 1.5, eerste lid, van de AsG worden aanvragen ingediend: van 1 november 2013 tot en met 31 januari 2014 voor evenementen te houden in 2014; van 1 augustus tot en met 30 september 2014 voor evenementen te houden in 2014 en 2015; van 1 januari tot en met 28 februari 2015 voor evenementen te houden in
- 2 Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG worden bij een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 5.8.13.1 ingediend: een offerte van een externe deskundige voor zover deze de uitvoering van het plan van aanpak begeleidt; een offerte van een externe deskundige voor de uitvoering van de meting volgens de WESP-methodiek; drie referenties waaruit blijkt dat de externe deskundigen ieder naar tevredenheid tenminste drie vergelijkbare activiteiten hebben uitgevoerd in een periode van maximaal twee jaar voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag. Artikel 5.8.13.6 Selectie criteria 1 Bij de verdeling van de beschikbare middelen krijgen die activiteiten voorrang die naar verwachting de grootste economische spin-off tot gevolg hebben in de vorm van: toename van het aantal bezoekers van het evenement; meer besteding per bezoeker van het evenement; langduriger verblijf van de bezoekers van het evenement in Gelderland. 2 De mate waarin aan de in het eerste lid genoemde onderdelen wordt voldaan, wordt door middel van de toekenning van punten gewaardeerd waarbij per onderdeel maximaal 10 punten wordt toegekend. Artikel 5.8.13.7 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 60% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.
- Paragraaf 5.8.14 Herstructureren van de fysieke bedrijfsomgeving Artikel 5.8.14.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor: het opstellen van een businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving; het opstellen van een uitvoeringsplan; de uitvoering van herstructurering van de bedrijfsomgeving. Artikel 5.8.14.2 Criteria 1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.14.1 wordt slechts verstrekt indien het betreffende bedrijventerrein is opgenomen in een Regionaal Programma Bedrijventerreinen van de betreffende regio. 2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.14.1, aanhef en onder a, wordt slechts verstrekt indien deze: een beschrijving van de projecten of deelprojecten bevat; een beschrijving van de uitgangssituatie voor het bedrijventerrein bevat; een opsomming van de beoogde bedrijfskenmerken bevat; een omschrijving van de knelpunten, kansen, algemene ambities en doelstellingen bevat; en een beschrijving van de organisatie, communicatie, planning, kosten en financiering van de herstructurering bevat. 3 Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.14.1, aanhef en onder b, wordt slechts verstrekt indien aan de activiteit een businessplan ten grondslag ligt dat voldoet aan de vereisten van het voorgaande lid. 4 Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.14.1, aanhef en onder c wordt slechts verstrekt indien een uitvoeringsplan gereed is. Artikel 5.8.14.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten. Artikel 5.8.14.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste: 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 25.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.14.1, aanhef en onder a en b. 50% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.14.1, aanhef en onder c. Paragraaf 5.8.15 Bedrijfsverplaatsingen Artikel 5.8.15.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor bedrijfsverplaatsing. Artikel 5.8.15.2 Criteria Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.15.1 wordt slechts verstrekt indien de bestemming van het bedrijf niet is opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Artikel 5.8.15.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komt in aanmerking de compensatie die via minnelijke schikking tussen de gemeente en de onderneming wordt vastgesteld, waarbij alleen de daadwerkelijk door de onderneming geleden schade, waarvoor deze laatste volgens de Nederlandse onteigeningswetgeving recht op compensatie heeft en die is vastgesteld door een beëdigd registertaxateur, zal worden gecompenseerd. Artikel 5.8.15.4 Aanvrager De subsidie wordt verstrekt aan gemeenten. Artikel 5.8.15.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 500.
- Paragraaf 5.8.16 Digitale bereikbaarheid Artikel 5.8.16.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor: het uitvoere