In het kort
Dit besluit stelt beleidsregels vast voor natuurbescherming in de provincie Zeeland, met name gericht op de toepassing van de Wet natuurbescherming. Het bundelt bestaande regels en geeft invulling aan de bevoegdheden van Gedeputeerde Staten op dit gebied.
Wat het regelt
- Het verlenen van vergunningen voor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken in Natura 2000-gebieden, met name via 'salderen'.
- Het verlenen van vergunningen voor lozing van proceswater en storten van tarra in de Oosterschelde.
- Het verlenen van vergunningen voor het bedrijfsmatig rapen van schelpdieren en snijden van zeegroenten in de Deltawateren.
- Het verlenen van ontheffingen voor de bescherming van soorten en houtopstanden, en het sluiten van de jacht.
Wie het aangaat
- Bedrijven en initiatiefnemers die activiteiten willen uitvoeren die een effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden, zoals projecten die stikstofdepositie veroorzaken.
- Personen die bedrijfsmatig schelpdieren rapen of zeegroenten snijden in de Deltawateren.
Kernpunten
- Bij extern salderen voor stikstofdepositie wordt 70% van de N-depositie van de saldogevende activiteit betrokken, tenzij het project noodzakelijk is voor de doelen van een Natura 2000-gebied, dan kan 100% betrokken worden.
- De AERIUS Calculator is het rekenmodel voor de beoordeling van N-depositie.
- Een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit moet binnen drie jaar na onherroepelijk worden gerealiseerd.
- Depositieruimte uit de microdepositiebank wordt alleen toegekend als de benodigde ruimte boven de microdeposities op een andere wijze wordt vergund.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.