← Nederland

Bomenbeleidsplan Gemeente Nuenen (Nuenen, Gerwen en Nederwetten)

Kort samengevat

Dit beleidsplan beschrijft de visie en het beleid van de gemeente Nuenen voor het beheer en de ontwikkeling van bomen, met als doel het groene karakter van de gemeente te behouden. Het plan richt zich op het maken van weloverwogen keuzes voor een duurzaam bomenbestand.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Bomenbeleidsplan Gemeente Nuenen1Inleiding Bomenrijke gemeente Gemeente Nuenen is een landelijke gemeente in het Brabantse land. Een gemeente met een aantrekkelijk en groen woon- en leefklimaat. Voor het in stand houden van deze leefomgeving is visie en beleid nodig op het beheer en de ontwikkeling van bomen. In het groenstructuurplan is de eerste aanzet gedaan om door te ontwikkelen naar een passende boomstructuur (zie afbeelding 1). Het beleidsplan zal richting geven aan de wijze waarop de gemeente het groene karakter zal behouden en de keuzes die daarvoor nodig zijn. Afbeelding

  1. Gewenste boomstructuren Bomen; kansen en bedreigingen Bomen zijn emotie. Bomen hebben een lange omlooptijd en vragen daarom om een lange termijn visie. Bomen zijn van grote toegevoegde waarde op de leefbaarheid van gemeente Nuenen. Toch kunnen ze ook tot last zijn. Waar ze ruimte bieden aan de door ons gewaardeerde vogels en insecten, vinden we het ook weer lastig als de auto eronder geparkeerd staat. Waar ze enerzijds de gezondheid bevorderen blijken ze ook ziekte te kunnen veroorzaken. Waar het de structuur van het dorp versterkt door een imposante laan geven diezelfde bomen schaduw in de huiskamer. Bomen in de woonomgeving kunnen leiden tot een groeiend probleem. Beleidsplan als instrument Een eenduidige aanpak voor bomen is van groot belang. Bomen gaan soms meer dan een mensenleven mee. Voor gemeente Nuenen met circa 30.000 bomen gaan we uit van een omlooptijd van gemiddeld 40 à 60 jaar. Naast de levensduur van bomen hebben we in de bebouwde omgeving ook te maken met nieuwe inzichten, herinrichtingen en reconstructie van wegen. Allemaal redenen waarom bomen niet altijd de beoogde leeftijd behalen. Het maken van keuzes om tijdig te kunnen ingrijpen is daarom nodig. De gemeente Nuenen is graag transparant over de wijze van beheer en keuzes rond het in stand houden van de groenstructuur. Een beleidsplan is daarvoor een goed instrument. Daarnaast wil ze het niet alleen doen. De woonomgeving is ook een opgave van de gemeenschap. Voorinspraak Wat vindt de inwoner belangrijk, welke rol ziet zij voor de gemeente en wat kan en moet samen worden aangepakt? Om antwoord op deze vragen te krijgen is dit plan in samenspraak opgesteld. Het uitwerken van de visie in gezamenlijkheid is dan een vanzelfsprekend vervolg. Status Het Bomenbeleidsplan is een document dat wordt vastgesteld in de gemeenteraad van gemeente Nuenen. Leeswijzer Het voorliggende hoofddocument is een opzichzelfstaand document voor de besluitvorming. In hoofdstuk 2 is verwoord wat de visie van de gemeente Nuenen ten aanzien van bomen is, nu en in de toekomst. Dit plan is bedoeld voor medewerkers en inwoners van de gemeente Nuenen. Daarom is in hoofdstuk 3 het beleid samengevat in korte alinea’s. In de bijlagen is ieder van deze onderwerpen uitgewerkt. Goed om te weten; door de tekst heen wordt gesproken over ‘bomen’ en soms over ‘houtopstanden’. In de meeste gevallen zijn deze termen inwisselbaar. In de Bomenverordening van de gemeente Nuenen wordt veelal gesproken over ‘houtopstanden’. In het Bomenbeleidsplan wordt de term ‘bomen’ gebruikt, omdat deze in spreektaal meer gangbaar is en door inwoners veelal beter wordt begrepen. Onder bomen verstaan wij alle opgaande houtige gewassen, doorgaans met één doorgaande stam en een boomkroon. Ook jonge bomen, meerstammige bomen en niet-opgekroonde bomen vallen onder de term ‘boom’. Wordt echter uitleg gegeven over het gemeentelijk velverbod van de Bomenverordening dan verwijzen deze termen naar de definities van artikel 1 van de Bomenverordening Nuenen
  2. Bestaand beleid, wet- en regelgeving Dit beleidsplan sluit aan op bestaand beleid en wet- en regelgeving. Dit zijn het Groenstructuurplan

(2010), de Algemeen Plaatselijke Verordening en de Boswet. Er is tevens navolging gezocht op het huidige Bomenbeleidsplan uit 2003. 2Visie De gemeente Nuenen is een groene gemeente en zal dat ook blijven. in het vorige Bomenbeleidsplan is dit verwoord als ‘Nuenen is een bomenbolwerk’. De gemeente Nuenen staat ervoor om dat bolwerk te laten bestaan uit gezonde bomen waar zowel inwoners als de gemeente trots op zijn. Gezonde bomen waar de gemeente haar groene karakter mee behoud, een prettig leefklimaat heeft en ook in de toekomst zal behouden. Het boombeheer gaat over nu en over later. Deelvisie: Om vorm te geven aan de complexe aanpak van bomen kunnen we de volgende deelvisies benoemen. De juiste boom op de juiste plaats. Een combinatie van boomsoorten, groeiplaats en groeiruimte maakt een keuze passend of niet. In het verleden zijn niet alle keuzes voldoende afgewogen. Daarop moet actie worden ondernomen. Gemeente Nuenen zet in op een klimaat- en daarmee toekomstbestendig beheer van het bestaande bomenbestand door expertise en passie voor bomen. Behouden van bomen waar het kan, vernieuwen als het moet. Volgend op de eerste deelvisie gaan we voor behoud van het bestaande bomenbestand. Indien nodig worden verbetermaatregelen genomen voor een langere levensduur van de boom. Monumentale bomen vragen aparte aandacht. Zo min mogelijk overlast. Bomen zijn van algemeen belang, daarmee is het individu ondergeschikt. Er zijn echter grenzen. Het benoemen van acceptabel en niet acceptabele overlast moet helder worden in dit beleidsplan. Beperken van overlast is een expliciet doel. Dit plan voorziet in objectivering van overlast. Bomen zijn een deel van de natuurlijke omgeving. In en rond bomen krijgt natuur een kans. Een betaalbaar bomenbestand is mogelijk zolang de situatie dicht bij de natuurlijke habitat van de bomen is. Daar waar het om toegevoegde kostenposten gaat, zoals behoud van monumentale bomen, zullen mogelijkheden voor alternatieve baten worden benut. De gemeente Nuenen beheert haar bomen binnen de wettelijke en juridische kaders. Een groene woonomgeving maak je samen. Naast de expertise van de gemeente als eigenaar van de bomen zijn het de inwoners die meedenken en meebeslissen. Niet alle aspecten kunnen worden aangepakt via een beleidsplan. Daar waar nodig wordt in ‘kijk op uw wijk’ en via ‘communicatie’ een oplossing voor vraagstukken gevonden. Kaders van het plan Het bomenbeleid Nuenen heeft betrekking op alle bomen in de gemeente Nuenen. Dit beleid betreft niet alleen de handelswijze van de gemeente zelf, maar ook die van andere partijen die bomen planten of beheren in de openbare ruimte. Het gaat niet in op bomen die onder de Boswet vallen en bomen die niet als straatboom gezien kunnen worden. Het bomenbeleid heeft een termijn van 15 jaar, de visie is voor een langere periode. De veranderingen in inzichten, maatschappij en klimaat volgen elkaar snel op. Een tussentijdse evaluatie voor het bomenbeleid is gewenst. Voorinspraak Om tot dit bomenbeleid te komen is inwoners gevraagd mee te denken en mee te schrijven. In een viertal bijeenkomst hebben inwoners en gemeente samen nagedacht hoe gemeente Nuenen met haar bomen moet omgaan (zie foto 1). Gezamenlijk is aangegeven welk belang aan bomen wordt gehecht, welke rol de inwoners daarin van de gemeente verwachten en waar de inwoners een rol zien voor zichzelf. Duidelijk kwam naar voren dat inwoners graag bomen in de gemeente Nuenen hebben, maar er in de eigen omgeving wel iets over te zeggen willen hebben. Binnen gestelde kaders wil de Nuenenaar graag meedenken en een steentje bijdragen. Scan de QR code en bekijk de uitnodiging voor Bomen over Bomen 3Hoe Nuenen omgaat met bomen We genieten van bomen maar kunnen er ook overlast van ondervinden. Gemeente Nuenen maakt voor het bomenbeleid een tweedeling tussen emotie en feiten. De feiten zijn de basis voor een weloverwogen, toekomstbestendige keuze. Dit beleidsplan, met de bijlagen, biedt het objectieve kader. Voor de emoties is per situatie een afstemming met inwoners voorzien. 3.1De juiste boom op de juiste plaats Een visie opstellen voor de lange termijn betekent uitspraken doen van de ideale situatie. De stelling is dat we graag de juiste boom op de juiste plaats hebben. De bovengrondse openbare ruimte komt dan overeen met de natuurlijk groeivorm van de boom. De ondergrondse groeiplaats geeft dan voldoende voeding en stabiliteit aan de boom. De soorten zijn afgestemd op het gebruik van de openbare ruimte. Voor nieuwe situaties wordt dit uitgangspunt toegepast. Voor bestaande situaties is dat niet altijd zo. Infrastructuur en verdichting van bebouwing hebben de druk op de openbare ruimte opgevoerd. Structuur In gemeente Nuenen zijn veel situaties waar ‘de juiste boom op de juiste plaats’ niet opgaat. Maatregelen als herplant, groeiplaatsverbetering en dunning zijn nodig om deze situatie wel te bereiken. In het Groenstructuurplan
(2010)worden verschillende niveaus onderscheiden: de historische structuren, de nevenstructuren en solitaire bomen of gebieden. Deze structuuropbouw bepaalt het groene karakter van de gemeente Nuenen en is leidend voor het maken van keuzes. Het is aan experts de juiste keuze te maken voor beheer en herplant. Bij solitaire bomen kan het realiseren van een lange levensduur voorop staan. In de lanen en structuren staat het behoud van de laan als geheel voorop. Leefbaarheid van de wijk is een van de afwegingskaders. 3.2Toekomstbestendige en gezonde bomen Kabels en leidingen Graafwerkzaamheden voor kabels en leidingen veroorzaken vaak (onbedoelde) schade aan boomwortels. Het aanleggen van en onderhouden van kabels en leidingen is daarom aan regels gebonden, zie ook het Handboek kabels en leidingen. Voor werkzaamheden nabij bomen gelden restricties zoals de minimale afstand tot de boom en de wijze van uitvoeren. Goede controle vanuit de gemeente is van levensbelang voor bomen [Zie bijlage D]. Ziekten en plagen Ziekten en plagen in bomen zijn van alle tijden. Door de verandering van het klimaat en het toepassen van monoculturen wordt de verspreiding ervan wel bevorderd. Gemeente Nuenen bestrijdt deze ziekten en plagen actief wanneer de volksgezondheid in het geding komt of als er een wettelijke verplichting is. Ook houdt zij in de boomsoortkeuze rekening met ziekten en plagen. [Zie bijlage D, bijlage E, bijlage J]. Groeiplaatsen Gemeente Nuenen wil bomen probleemloos, duurzaam en zonder buitensporige kosten aanplanten en onderhouden. Dat kan alleen als de juiste soort, op de juiste plek, en in de juiste omstandigheden wordt aangeplant. In principe worden daarom alleen bomen geplant in open grond met voldoende groeiruimte en die geschikt zijn voor de lokale grondsoort. Bij bestaande bomen zijn soms ingrepen nodig om hieraan te kunnen voldoen. [Zie bijlage D]. Plantlocaties De ruimte die een boom nodig heeft moet passen in de openbare ruimte. Onderlinge concurrentie tussen bomen, hinder bij straatverlichting, verkeersborden en dakgoten kan in de ontwerpfase voorkomen worden. Uitgangspunt is de natuurlijke groeiwijze van de boom. [Zie bijlage D]. Soortkeuze De basis om de juiste boomsoort te kiezen is de bodem en de functie die de boom krijgt in de inrichting als geheel. Niet iedere boom groeit goed op het Nuenens zand. Daarnaast bepalen ook zaken als klimaatverandering, droogteresistentie, gesloten verharding, verkeersdruk en voorkomen van overlast de keuze. De gemeente Nuenen streeft naar een gevarieerd bomenbestand, waarbij soorten worden gekozen die in hun natuurlijke vorm een welkome bijdrage leveren aan de inrichting van de dorpen. [Zie bijlage D]. Experts met hart voor bomen Voor een goed boombeheer is kennis en ervaring met bomen binnen de bebouwde kom essentieel. De gemeente zal experts inzetten om niet alleen voor de korte termijn, maar vooral voor de lange termijn de juiste maatregelen te nemen. Eindbeelden Het beheer is erop gericht om het vooraf vastgestelde eindbeeld te bereiken. Het uitgangspunt is dat bomen hun natuurlijke kroonvorm behouden. Hier geldt wel dat de boom veilig is en voldoende is opgekroond om de benodigde takvrije ruimte te behalen. Deze takvrije ruimte is afhankelijk van de locatie. [Zie bijlage E]. Kroonvormen Het toepassen van bomen met een kroonvorm anders dan de natuurlijke kroonvorm gebeurt alleen in specifieke situaties. Het voordeel hiervan is dat het onderhoud aan bomen met een natuurlijke kroonvorm veel goedkoper is dan onderhoud aan vormbomen. [Zie bijlage E]. Snoeien van bomen Een boom wordt gedurende zijn levensloop verschillende malen gesnoeid. In eerste instantie richt de snoei zich op het behalen van de beoogde takvrije zone door de zogenoemde begeleidingssnoei. Na het bereiken van de takvrije zone is het beheer gericht op het verwijderen van gevaarlijke takken, de onderhoudssnoei. [Zie bijlage E]. 3.3Behouden waar het kan, vernieuwen als het moet Gebruik openbare ruimte De openbare ruimte wordt boven- en ondergronds intensief gebruikt. Dit gebruik heeft grote invloed op de mogelijkheden en groeikracht van bomen. Bij herontwikkeling zal hierop meer en beter worden ingespeeld. Gemeente Nuenen voorkomt veel problemen door in een vroeg stadium de verschillende belangen in kaart te brengen, op elkaar af te stemmen en keuzes te maken. Planproces Om ruimtelijke ontwikkelingen beter af stemmen is een leidraad opgesteld waarin wordt uitgegaan van drie fases in een planproces. Al in de initiatieffase wordt vastgelegd of er te behouden bomen in het plangebied staan. Wordt besloten de bomen in te passen, dan zijn de bomen gedurende het hele proces onderdeel van de planvorming. Beschikbare hulpmiddelen worden ook in gemeente Nuenen ingezet. Dit zijn inpasbaarheidsonderzoek, bomeneffectanalyse en boombeschermingsplan. Tijdens de uitvoering worden de bomen beschermd zoals beschreven in het boombeschermingsplan. Belangrijk is dat een toezichthouder de bevoegdheid heeft om het werk te mogen stilleggen. [Zie bijlage C]. Vervanging Verwijderde bomen worden niet standaard vervangen door nieuwe exemplaren. Het is beter een goede en gezonde boom te planten die de ruimte krijgt om de bedoelde leeftijd te halen. Het is gewenst een goed groeiende gezonde boom te behouden, of in de laan voldoende groeiruimte te creëren. Minder is meer. De vastgestelde groenstructuur is leidend. Op woonstraatniveau mogen solitair geplante bomen van de eerste orde het beeld bepalen. Bij de historische lanen geldt dat de structuur bepalend is en boven de individuele boom staat. Gemeente Nuenen hanteert een vervangingsmodel om de afweging voor het al dan niet vervangen te maken. [Zie bijlage B, bijlage D, bijlage E]. Veiligheid en zorgplicht De bomen in gemeente Nuenen worden zo lang mogelijk behouden. Maar soms is de veiligheid in het geding. Maatregelen zijn dan nodig. Net als iedere eigenaar van bomen heeft de gemeente zorgplicht over haar bomen. Dit betekent dat zij de verantwoording draagt om schade aan derden te voorkomen. Een goed beheer van bomen en regelmatige controle is daarbij een verplichting. Bij afwijkingen of gebreken vindt aanvullend onderzoek plaats of voert de gemeente maatregelen uit. [Zie bijlage E]. Afwegingskader bij velling Op bomen die niet staan op de ‘Waardevollehoutopstandenlijst’ rust geen kapverbod. Komt er voor deze bomen een verwijderingsverzoek binnen? Dan maakt de gemeente Nuenen een afweging of hieraan medewerking wordt verleend. Om te bepalen of medewerking wordt verleend maakt de gemeente gebruik van een beoordelingsmatrix. [Zie bijlage J]. Handhaving Een onderdeel van het boombeheer is het handhaven op naleving van de beleidsregels. Bij het beschadigen of verwijderen van andermans eigendom, en dus ook van bomen, zal de gemeente optreden. Afhankelijk van de situatie gebeurt dit door het opleggen van een boete of een strafrechtelijke vervolging. [Zie bijlage B]. Wortelopdruk Het planten van de juiste boom op de juiste plaats in de juiste omstandigheden voorkomt wortelopdruk. Bij bestaande bomen wordt met behulp van duidelijke kaders een afweging gemaakt tussen kosten en mogelijke oplossingen. De gemeente wil een duidelijke keuze maken tussen óf de boom óf de verharding. Het streven is naar structurele oplossingen tegen minimaal budget. De keuze is vaak tussen een kans op een gezonde boom of geen boom. De beste oplossing is vaak het maken van een passende groeiplaats. [Zie bijlage F]. 3.4Monumentale bomen Status bomen In de Bomenverordening 2017 beschrijft gemeente Nuenen hoe zij haar bomen beschermt. De eerste stap hierin is het toekennen van een status aan een boom. De gemeente Nuenen gebruikt de volgende groepen: Beschermde houtopstanden: ‘Waardevollehoutopstandenlijst’. Deze bestaat uit: Houtopstanden die staan in Landelijk Register van Monumentale Bomen van De Bomenstichting; Gemeentelijke waardevolle houtopstanden; Particuliere waardevolle houtopstanden. Bomen die staan op Monumentale percelen Houtopstanden aangeplant op grond van een herplantplicht. De lijst ‘Waardevollehoutopstandenlijst’ bevat de bomen die staan in de historische linten. Ook particuliere bomen kunnen op de ‘Waardevollehoutopstandenlijst‘ worden geplaatst. [Zie bijlage B]. Behoud van bijzondere bomen Op plaatsen waar de ruimte is, kunnen bomen uitgroeien tot levende monumenten van honderden jaren oud. Voorwaarde is dat de volledige omvang van de groeiplaats zoals de boom deze uiteindelijk nodig heeft, wordt beschermd. Het opnemen van een boomlocatie in het bestemmingsplan is de beste bescherming tijdens eventuele ruimtelijke ontwikkelingen. [Zie bijlage B]. Velling Voor een Beschermde houtopstand geldt een zware bescherming. Velling is alleen mogelijk met een ontheffing van het bevoegd gezag. Bomen op Monumentale percelen, en houtopstanden vanuit herplantplicht mogen alleen met een vergunning van het bevoegd gezag worden geveld. Het bevoegd gezag kan in geval van noodkap de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking laten treden. [Zie bijlage B]. 3.5Overlast beperken Voorkomen is beter dan genezen. In de voorliggende paragraven kwam aan de orde wat goed boombeheer inhoudt en hoe dat overlast voorkomen kan worden. Bij bestaande bomen en lanen kan overlast zich toch voordoen. Het aanpakken van de overlast wordt voorgesteld aan de hand van objectieve criteria. Overlast beperken Gemeente Nuenen wil een groene gemeente zijn en blijven, daarom is zij terughoudend met het vellen van bomen. In geval van hinderklachten handelt de gemeente bij voorkeur op basis van feiten. De waarde van de boom, samenhang van de boomstructuur en functie van de openbare ruimte en invloed op de volksgezondheid zijn van invloed. [Zie bijlage J]. 3.6Bomen en de natuurlijke omgeving Natuur onder bomen Bomen vormen een natuurlijke leef- en broedplaats voor veel dieren en zijn essentieel voor het leven van de mens. Ook onder bomen zijn veel kansen om natuur de ruimte te geven. Natuurlijk beheer en beheren met de natuur is het uitgangspunt van toekomstbestendig boombeheer. Gemeente Nuenen wil op locaties waar dit kan meer ruimte voor natuur. Hoe zij hieraan invulling geeft wordt uitgewerkt in het groenbeleid en -beheer. 3.7Betaalbaar bomenbestand Kostenbeperking Het hebben van eigendommen kost geld, zo ook bomen. Beheer, onderhoud en herplant kost geld. Door te kiezen voor kwaliteit in plaats van kwantiteit kan geld worden bespaard, voor nu en ook voor de toekomst. Inzetten op toekomstbestendig beheer van bomen zorgt eveneens voor een beperking van de kosten. Financiën Grootschalige vervanging van bomen in gemeente Nuenen is nu meestal onderdeel van grotere renovatieprojecten. Incidentele vervanging wordt betaald vanuit de inboet. In het nieuwe beheerplan komt onderscheid tussen projectmatig en planmatig vervangen. De middelen voor projectmatig vervangen worden onderdeel van de budgetaanvraag voor het project. Het budget voor planmatig vervangen van bomen komt in een vijf-jaren-planning, onderdeel van het beheerplan. [Zie bijlage G]. Vind alternatieve baten Gemeente Nuenen wil ruimte bieden voor alternatieve baten door burgerinitiatieven om bijvoorbeeld monumentale bomen te behouden. Het maken van een bomenfonds kan daarvan een onderdeel zijn. 3.8Juridische aspecten Bij alle aspecten rondom bomen speelt ook het juridische aspect een rol. Daarom staat bij veel onderdelen van dit plan het juridisch kader of achtergrond vermeld. Particuliere bomen in de semi-openbare ruimte Bomen in particulier eigendom die staan in een vorm van ‘openbare ruimte’ worden soms onderhouden door de gemeente. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente ook aansprakelijk is in geval van schade. Gemeente Nuenen wil dit onderhoud stoppen, uitgezonderd wanneer er een overeenkomst voor onderhoud met de eigenaar is gesloten. [Zie bijlage H]. Voorpootrecht Het voorpootrecht houdt in dat grondbezitters het recht hebben om bomen te planten, te bezitten en te rooien in de berm die grenst aan het eigen perceel. Gemeente Nuenen erkent dit recht wanneer kan worden aangetoond dat deze rechten ooit verworven zijn. Alleen bestaande voorpootrechten worden erkend, er komen geen nieuwe meer bij. Gemeente Nuenen stelt een aparte gedragslijn op hoe met het voorpootrecht wordt omgegaan. Onderdeel hiervan is een onderzoek naar oude overeenkomsten. [Zie bijlage H]. Mandelige bomen Een boom waarvan de stamvoet over de erfgrens groeit is een mandelige boom. Beide partijen hebben zeggenschap en verantwoordelijkheid over de boom. Het is de wens van gemeente Nuenen om zo min mogelijke mandelige bomen te hebben. [Zie bijlage B]. Zonnepanelen De ontwikkelingen in de bebouwde omgeving gaan door. Momenteel is de vraag naar zonnepanelen actueel. Voor het boombeheer is een beperkte zienswijze hierop van toepassing. Bij bestaande bomen en bomenrijen wordt in geval van nieuw geplaatste zonnepanelen de boom niet aangemerkt als onrechtmatige hinder. Maatregelen ten koste van bomen liggen dan ook niet voor de hand. Hinder door overhangende takken of nieuwe aanplant van bomen wordt door de gemeente voorkomen. [Zie bijlage I]. 3.9Samenwerken gemeente en inwoners Samenwerking gemeente en inwoners Bij herontwikkelingen en boomsoortkeuze worden inwoners nauw betrokken. Communicatie verloopt via diverse media, zowel actief als interactief. Direct contact tussen inwoners en gemeente heeft de voorkeur. Het met enthousiasme ontvangen ‘Kijk op uw wijk’ wordt dan ook ingezet voor boomvraagstukken. De verschillende klankbordgroepen krijgen vanuit de gemeente een contactpersoon aangewezen. De suggestie voor het aanstellen van een accountmanager voor iedere wijk valt voorlopig samen met de pilot ‘kijk op uw wijk’. Bij regulier beheer en onderhoud worden inwoners via de website zo veel mogelijk geïnformeerd over uit te voeren werkzaamheden. [Zie bijlage E]. BijlageA:Achtergronden Voordat we ingaan op de beleidskeuzes, bespreken we in dit hoofdstuk de achtergronden van de gemeente Nuenen. Hoe is de gemeente opgebouwd, hoe ziet de bestaande wet- en regelgeving eruit en hoe gaan we daarmee om? A.1Plangebied De gemeente Nuenen ligt tussen de stedelijke gebieden van Eindhoven en Helmond en telt circa 23.000 inwoners. Het grenst aan de oostelijke oever van de Domme en Kleine Dommel. De gemeente heeft een oude historie. De zandgronden waar Nuenen en de naastgelegen plaatsen Gerwen en Nederwetten op liggen, zijn al vroeg in gebruik genomen, omdat deze eenvoudig ontginbaar waren. Veel oude structuren hebben latere ontwikkelingen overleefd, waardoor de cultuurhistorische waarde van het plangebied groot is. Het Bomenbeleidsplan heeft betrekking op het beleid voor de bomen in de gehele gemeente Nuenen. Het gaat echter niet in op bomen die onder de werking van de Boswet vallen en die niet als straatboom gezien worden. A.2Groenstructuurplan 2010 De gemeente Nuenen staat bekend om haar groene uitstraling en monumentale karakter. Deze groene uitstraling wordt op de eerste plaats bepaald door het aantrekkelijke, kleinschalige buitengebied. Het landschappelijke groen is verweven met de dorpsstructuur, bijvoorbeeld door de Hooidonksebeek die door Nuenen-Oost stroomt (zie afbeelding 2) met singels en vijvers. De groene uitstraling is verder sterk afhankelijk van de stedenbouwkundige structuur. De wijken hebben elk een eigen opzet en groene karakteristiek, dat binnen de kernen voor een gevarieerde groenstructuur zorgt. De groenstructuur heeft een sterke relatie met de ontstaansgeschiedenis en het monumentale karakter van de kernen. Vooral rond het oude centrum van Nuenen en in het buurtschap Eeneind ligt veel historisch groen. Oude groenstructuren en individuele bomen sluiten aan op de bebouwing in de kern. Dit versterkt het karakter en de beleefbaarheid van de historische elementen. Vanuit de centra lopen historische, beplante lanen het buitengebied in. De groenstructuur heeft een structurerende werking binnen de kernen. Het benadrukt belangrijke ontsluitingswegen en stedenbouwkundige structuren. Daarnaast draagt groen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving voor zowel volwassen als jonge mensen. Groen biedt hier ook een ontmoetingsplek, wat de sociale cohesie in buurten en wijken versterkt. Door deze ruimte voor rust, recreatie en ontmoeting is groen van invloed op onze gezondheid en maatschappelijke tevredenheid (www.Groenforum.nl). Deze functies maken groen een belangrijk onderdeel van de kernen en zorgen ervoor dat het sterk bijdraagt aan de kwaliteit van de woonomgeving. Groen binnen de kernen is echter niet vanzelfsprekend. Woningbouw en parkeren vragen binnen de bebouwde kom om ruimte, waardoor gebieden steeds verder verdichten. Groen is daardoor regelmatig kind van de rekening. Door vast te leggen welk groen van belang is voor de uitstraling van de gemeente Nuenen, voorkomen we dat dit groen een andere functie krijgt en zo verloren gaat. Het Groenstructuurplan heeft betrekking op het groen binnen de kernen Gerwen, Nederwetten en Nuenen en het buurtschap Eeneind. Het plan legt het belang van het groen voor de komende decennia vast en geeft voor de periode 2011 – 2020 richting aan de ontwikkeling van de groenstructuur in de gemeente Nuenen. De doelstelling voor dit Groenstructuurplan is: Het vaststellen van de structuur- en beeldbepalende delen van het openbaar groen binnen de bebouwde kommen van de gemeente Nuenen, zodat het beleid van de gemeente kan gericht op behoud en ontwikkeling van het historisch waardevolle, groene karakter (zie afbeelding 3). Afbeelding 2.Gemeentelijke structuren Afbeelding 3.Gewenste structuren Het Groenstructuurplan heeft geen juridische status, maar met het vaststellen van de inhoud legt het gemeentebestuur haar beleid met betrekking tot de ontwikkeling van de gemeentelijke groenstructuur voor een langere periode vast. Het Groenstructuurplan wordt daarmee een uitgangspunt in de discussies over het groen in de gemeente. Daarnaast biedt dit Groenstructuurplan uitgangspunten voor het opstellen en toetsen van andere ruimtelijke plannen (bv. bestemmingsplannen). Ook bij het dagelijkse werk van de afdelingen ‘Openbare Werken’, ‘Ruimtelijke Ontwikkeling’ en ‘Grondzaken’ geeft dit plan handvatten en sturing, bijvoorbeeld bij verbetering van de groenstructuur en behandeling van een aanvraag tot verkoop van gemeentelijk groen. A.3Bomenverordening 2017 De regelgeving voor houtopstanden is opgenomen in de Bomenverordening van de gemeente Nuenen. Toepassing van deze Bomenverordening staat in bijlage B. De gemeente Nuenen heeft gekozen voor bescherming van die houtopstanden die op een Waardevolle houtopstandenlijst staan. Verder vallen bomen met een minimale stamdiameter van 20 cm (gemeten op 1,30 m hoogte boven maaiveld) die staan op aangewezen Monumentale percelen en houtopstanden die zijn aangeplant vanuit een herplantplicht onder het velverbod. Vellen van deze bomen kan –behoudens vrijstellingen- slechts met een omgevingsvergunning voor de activiteit vellen. A.4Boswet De Boswet zorgt door middel van een meld- en herplantplicht, dat de hoeveelheid bos in Nederland zoveel mogelijk gelijk blijft. Voor de werking van de Boswet is de vaststelling van de bebouwde kom Boswet van belang. Deze wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Voor houtopstanden binnen die bebouwde kom Boswet geldt in het kader van de Boswet geen meldplicht- of herplantplicht. Buiten de bebouwde kom Boswet geldt dat voor bepaalde categorieën houtopstanden de velling vooraf (1 maand) moet worden gemeld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Onder velling wordt in het kader van de Boswet verstaan: vellen alsmede rooien alsmede het verrichten van handelingen, welke de dood of ernstige beschadiging van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Geen velling is: het periodieke afzagen van griend- en hakhout. De Boswet is niet van toepassing bij velling: in het kader van dunning, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd; van houtopstanden op erven en in tuinen (binnen en buiten de bebouwde kom Boswet); van wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen (binnen en buiten de bebouwde kom Boswet); van Italiaanse populier, linde, paardenkastanje en treurwilg (binnen en buiten de bebouwde kom Boswet); van vruchtbomen en windschermen om boomgaarden (binnen en buiten de bebouwde kom Boswet); van fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaren, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen (binnen en buiten de bebouwde kom Boswet); van kweekgoed (binnen en buiten de bebouwde kom Boswet). Bij deze vellingen hoeft dus niet vooraf te worden gemeld noch te worden herplant. Deze meld- en herplantplicht Boswet ontbreekt ook bij velling van: houtopstanden die een zelfstandige eenheid vormen van meer dan 10 are of bij rijbeplanting niet meer dan 20 bomen bevatten; houtopstanden die moeten worden geveld voor uitvoer van een werk overeenkomstig het bestemmingsplan. Op grond van de Boswet kan de Minister van Economische Zaken in bijzondere gevallen. een velverbod opleggen. De Boswet zal in 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming. A.5Boombeleidsplan 2003 In 2003 is het huidige Boombeleidsplan vastgesteld door de toenmalige gemeenteraad. Hierin heeft de gemeente Nuenen aangegeven de bomenstructuur te willen vastleggen en in stand houden binnen vooraf vast te stellen integrale randvoorwaarden met de nodige flexibiliteit. Dit is gebaseerd op de visie: ‘Nuenen is een ‘Bomenbolwerk’’. BijlageB:Boombehoud Bomen hebben jaren de tijd nodig om volwassen te worden. Onze wereld ontwikkelt zich vaak sneller dan de boom de tijd krijgt om te groeien. Gezien het belang van (grote) bomen is het belangrijk bomen te behouden voor de toekomst. B.1Status bomen B.1.1 Algemeen De status van de houtopstanden in de gemeente zoals opgenomen in de Bomenverordening bestaat uit de volgende groepen: Beschermde houtopstanden zoals opgenomen in de Waardevollehoutopstandenlijst, bestaande uit: Houtopstanden die staan in Landelijk Register van Monumentale Bomen van De Bomenstichting Gemeentelijke waardevolle houtopstanden Particuliere waardevolle houtopstanden Bomen die staan op Monumentale percelen. Houtopstanden aangeplant op grond van een herplantplicht. B.1.2 Beschermde houtopstanden: Waardevollehoutopstandenlijst Houtopstanden Register Bomenstichting Bomen die opgenomen zijn in het Landelijk Register van Monumentale bomen van de Bomenstichting worden in de gemeente Nuenen beschouwd als Waardevolle houtopstand en om die reden, gezien als Beschermde houtopstand en dus opgenomen op de Waardevolle houtopstandenlijst. Deze landelijke stichting is opgericht in 1970 en heeft als doel zorg en aandacht voor de bomen in de stad en op het platteland te bevorderen. Zij doet dit door belangstelling voor bomen bij het publiek te wekken, ervoor te zorgen dat gemeenten en andere boombeheerders verstandig met bomen omgaan en door voorlichting te geven. Bescherming van bomen is een hoofdtaak van de Bomenstichting. Onder andere hierom heeft de Bomenstichting het Register van Monumentale bomen opgesteld op basis van een uitgebreide inventarisatie. Om in het register van de Bomenstichting te komen zijn er twee criteria waaraan deze bomen moeten voldoen: De boom moet een minimale leeftijd van 80 jaar hebben. De enige uitzonderingen daarop zijn bomen die wegens een bijzondere gelegenheid zijn geplant. Bijvoorbeeld een geboorteboom, geplant ter ere van de geboorte van een koningskind, of het groeiend monument van de Bijlmerramp: ‘de boom die alles zag’. Daarnaast moet de boom, de groep of de laan, minimaal één van de volgende betekenissen hebben: Esthetische waarde/beeldbepalend voor de omgeving Cultuurhistorische waarde: standplaats is een belangrijk plek in de (lokale) geschiedenis Dendrologische waarde: zeldzame soort of variëteit Natuur- of milieuwaarde: is het een moederboom, herbergt de boom bijzondere planten en/of dieren Zeldzaamheidswaarde: omvang, hoogte, ouderdom of anderszins opvallend Gemeentelijke waardevolle houtopstanden Tevens staan er gemeentelijke waardevolle houtopstanden op de ’Waardevollehoutopstandenlijst’. De gemeentelijke houtopstanden op deze lijst staan veelal in de historische linten. Aan deze houtopstanden worden verder geen eisen gesteld, omdat de structuren belangrijker zijn dan het individu. Ook staan er herdenkings en gelegenheidsbomen op de Waardevollehoutopstandenlijst. Bij bijzondere gelegenheden wordt vaak een boom geplant ter herinnering aan de gebeurtenis. Zo is in bijna elke Nederlandse gemeente een Koningslinde geplant ter ere van de inauguratie van Koning Willem-Alexander. Het initiatief hiervoor kan zowel bij de gemeente als bij andere partijen liggen. De gemeente stelt, wanneer zij achter de plaatsing staat, een boom en een locatie ter beschikking. Behoud van deze bomen is belangrijk. Daarom zijn en worden deze houtopstanden opgenomen op de Waardevollehoutopstandenlijst. Particuliere waardevolle houtopstanden Voor particuliere houtopstanden geldt dat ze op de lijst kunnen worden opgenomen. Het initiatief tot plaatsing op de lijst ligt niet bij de gemeente. Een boom kan op de lijst komen te staan als ze aan de volgende eisen voldoen: De soort van de boom staat niet een lijst met minder gewenste soorten. (Een boom van de soorten: Alnus (tenzij solitair), Albizia, Amelanchier, Betula (tenzij solitair), Celtis, Cercidiphyllum, Cercis, Cornus, Elaeagnus, Euodia, Eucommia, Hibiscus, Photinia, Populus nigra ‘Italica’, Prunus serotina, Prunus padus, Tamarix, Tetradium, Abies, Araucaria, Calocedrus, Cepthalotaxus, Chamaecyparis, Cryptomeria, Cupressocyparis, Juniperus, Picea, Sciadopitys, Thuja en Tsuga). De boom staat op maximaal 30 m van de openbare weg. De boom markeert de plek en is voor ten minste 50% zichtbaar vanuit drie windrichtingen. De boom heeft zijn eindbeeld (solide stam en een goed ontwikkelde, blijvende kroon) bereikt. B.1.3 Bomen op Monumentale percelen en houtopstanden vanuit herplantplicht Buiten de Beschermde houtopstand die staat op de Waardevolle houtopstandenlijst, kent de Bomenverordening Nuenen 2017 nog een groep houtopstanden die onder een velverbod vallen. Voor bomen met een minimum stamdiameter van 20 cm (gemeten op 1,30 m hoogte boven maaiveld) geldt een velverbod als zij staan op Monumentale percelen zoals vermeld op de Lijst Monumentale percelen. Daarnaast vallen ook houtopstanden die zijn aangeplant op grond van een door het bevoegd gezag opgelegde herplantplicht onder een velverbod. B.1.4. Bestemmingsplan Een boom kan extra worden beschermd door de groeiplaats waarop de boom staat een extra status te geven. Dit kan door het opnemen van boomlocatie in het bestemmingsplan. Dit vormt de beste bescherming tijdens eventuele ruimtelijke ontwikkelingen. Voorwaarde is dat de volledige omvang van de groeiplaats zoals de boom deze uiteindelijk nodig heeft, wordt beschermd. B.2Afwegingkaders bij velling B.2.1 Beschermde houtopstand; Waardevollehoutopstandenlijst Voor een Beschermde houtopstand geldt een zware bescherming. Velling is alleen mogelijk met een ontheffing van het bevoegd gezag. Het college van B&W kan een omgevingsvergunning voor vellen alleen verlenen – op voorwaarde dat alternatieven voor behoud zijn onderzocht - indien: naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade of; het gaat om een houtopstand die staat vermeld in het ‘Landelijk Register van Monumentale Bomen van De Bomenstichting’ of een Gemeentelijke waardevolle houtopstand, dan dient sprake te zijn van een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang dat opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of; sprake is van een Particuliere waardevolle houtopstand (mits onder b. niet van toepassing is), een algemeen maatschappelijk belang of een zwaarwegend individueel belang van niet tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of de verwachte levensduur van de houtopstand minder is dan 5 jaar. Dit betekent dus niet dat onveilige bomen niet geveld mogen worden als zij Beschermde houtopstand zijn. In dergelijke gevallen moet een onderzoek worden uitgevoerd door een boomdeskundige. Met dit onderzoek wordt er een gedegen inschatting van gevaarzetting en/of levensverwachting gemaakt. Op basis daarvan wordt de verlening van een omgevingsvergunning overwogen. B.2.2 Bomen op Monumentale percelen en houtopstanden vanuit herplantplicht Voor deze groep bomen en houtopstanden geldt een lichtere bescherming. Velling kan met een vergunning van het bevoegd gezag. Het college van B&W kan in dat geval een omgevingsvergunning voor vellen alleen weigeren of onder voorschriften of beperkingen verlenen als de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden: Natuur- en milieuwaarden Landschappelijke waarden Cultuurhistorische waarden Waarden van stads- en dorpsschoon Beeldbepalende waarden Vrijstelling velverbod Geen velverbod geldt voor al deze categorieën houtopstanden als het gaat om: houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag; periodiek vellen van hakhout als reguliere onderhoud; periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen als regulier onderhoud; het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan een houtopstand met achterstallig onderhoud; dunning van een houtopstand; houtopstanden die moeten worden geveld in het kader van een beheerplan; wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstanden die zich bevinden buiten de bebouwde kom, tenzij de houtopstanden in erven of tuinen staan of het houtopstanden betreffen die een zelfstandige eenheid vormen die: ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen. Noodkap Het bevoegd gezag kan als een houtopstand dusdanig gevaar oplevert dat noodkap noodzakelijk is, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt. B.2.3 Overige bomen Net als houtopstanden die niet in de categorie Beschermde houtopstand of onder het overige velverbod vallen, geldt voor overige gemeentelijke houtopstanden ook geen omgevingsvergunningsplicht. Dit betekent echter niet dat deze vrij of op eerste verzoek geveld kunnen worden. Bij een verzoek tot vellen van een gemeentelijke boom zal op basis van de toestand van de boom en het belang van velling een afweging worden gemaakt. De meeste verzoeken hebben betrekking op overlast, op basis van een beoordelingsmatrix bepaald de gemeente of een vergunning verleend wordt. Deze leidraad wordt door het college vastgesteld [zie bijlage J]. B.2.4 Herplantplicht Bij het verlenen van een omgevingsvergunning kan het college een plicht tot herplant opleggen. Dit geldt ook bij het vellen van een houtopstand zonder vergunning terwijl er een omgevingsvergunningsplicht geldt. Een bedrag gelijk aan de actuele boomwaarde van de te vellen of gevelde houtopstand moet worden gebruikt voor de herplanting. Die bestaat uit het leveren en planten van de nieuwe boom, maar ook voor het treffen van (ondergrondse) voorzieningen bij deze boom. B.2.5 Instandhoudingsplicht Wanneer een houtopstand waarvoor een vergunningsplicht geldt ernstig wordt bedreigd, kan de gemeente eisen dat de bedreiging weg te nemen. Ook kan zij eisen dat er een Bomeneffect- analyse wordt opgesteld. B.2.6 Alternatieven bij velling Afhankelijk van de aanleiding tot het willen vellen van een boom zijn er soms ook alternatieven mogelijk. Hieronder staan enkele alternatieven. Kandelaberen en knotten In specifieke gevallen is het mogelijk om in plaats van een boom te vellen deze te kandelaberen of te knotten. Hier moet echter terughoudend mee worden omgegaan en alleen worden toegepast wanneer het om een waardevolle of monumentale boom gaat, met een historische achtergrond of op een bijzondere locatie. Door kandelaberen en knotten stijgen de beheerkosten flink, waardoor dit zo weinig mogelijk moet worden gedaan. Na kandelaberen of knotten ontwikkelen zich namelijk nieuwe scheuten waarvan de aanhechting minder stevig is dan normaal. De kans op afscheuren op deze aanhechting stijgt naar mate het groeien en dus zwaarder worden van de scheuten, met als gevolg dat takken sneller kunnen afbreken. In het kader van de zorgplicht moet de boom periodiek (frequentie afhankelijk van soort, conditie en locatie) en dus vaker worden gesnoeid. De eerste keer kandelaberen of knotten is vergunningsplichtig voor beschermde houtopstanden zoals vermeld in B.1 Dat geldt niet voor het daarna in stand houden door periodieke snoei. Bij (dode) bomen met een stamdiameter van 50 cm of meer kan de stam behouden blijven, terwijl de kroon verwijderd wordt. Dit alleen als de stam van belang is voor flora en fauna (vleermuizen, spechten, enzovoorts) en de stam veilig gehandhaafd kan worden. In de praktijk zal dit vaker voorkomen in het buitengebied dan binnen de bebouwde kom. Verplanten van bomen Het verplanten van bomen wordt zoveel mogelijk afgehouden. Het is meestal een kostbare ingreep, vergt veel voorbereidingstijd en heeft een grote impact op een boom. Dit laatste geldt zeker als er niet voldoende tijd (voorbereiding en nazorg) en/of middelen beschikbaar zijn om dit zorgvuldig uit te voeren. Net als bij aanplanten van bomen geldt ook voor verplanten: goed uitvoeren en anders niet doen. Het verplanten van beschermde bomen zoals vermeld in B.1 is vergunningsplichtig. B.3Mandelige bomen Indien bomen gezamenlijk eigendom zijn van de gemeente en particulier dan is sprake van ‘mandelige’ bomen. Een boom is mandelig als de erfgrens ergens onder de stamvoet van de boom doorloopt. In dat geval kan een boom slechts worden gekapt als beide eigenaren hiermee akkoord gaan. Het maakt niet uit of een boom vanaf plantdatum mandelig is of naar mandeligheid is toegegroeid. Voor mandelige gemeente bomen geldt dat in beginsel de gemeente medeverantwoordelijk is voor onderhoud en controle. Maar dat de mede- eigenaar mee moet betalen aan de kosten (art. 5:65 Burgerlijk Wetboek). Ook de kosten van herstel van bijvoorbeeld de tuin zijn voor de gezamenlijke eigenaren. Wil de gemeente mandelige bomen vellen, dan zal zij hiervoor moeten overleggen met de mede-eigenaar. Gemeente Nuenen streeft ernaar zo min mogelijk mandelige bomen binnen de gemeente te hebben. Wel streeft zij ernaar om vroegtijdig met betreffende partijen in gesprek te gaan. B.4Handhaving Beleid maken is van belang om de lijnen voor de toekomst uit te zetten en te omschrijven wat de gemeente op dit gebied wel en niet wil. Naast het opstellen van regels is het nodig om ook te omschrijven op welke wijze gehandhaafd en gesanctioneerd gaat worden indien men zich niet aan deze regels houdt. B.4.1 Illegale velling Bij illegale velling van een boom die omgevingsvergunningsplichtige is wordt na constatering door de afdeling Openbare Werken altijd aangifte gedaan. Zonder dader zal dit in de praktijk weinig vervolg krijgen, maar indien een dader bekend is wordt dit kenbaar gemaakt bij het Openbaar Ministerie (hierna OM). Het OM neemt een besluit over het vervolg. Dit kan een vervolging, een schikkingsvoorstel of seponeren betekenen. Ook bij beschadigingen die zo ernstig zijn dat dit de dood van de boom tot gevolg heeft, wordt deze werkwijze gevolgd. Dit laatste alleen indien dit gevolg zonder voorbehoud is vastgesteld. Het OM kan dus naar aanleiding van het proces-verbaal een boete opleggen. Daarnaast zal de gemeente de schade verhalen nadat deze is getaxeerd door een geregistreerd boomtaxateur lid van de NVTB. Daarnaast kan het college bij illegale velling of ernstige beschadiging van een houtopstand die onder het velverbod valt, een zelfstandige herplantplicht of een instandhoudingsplicht opleggen. B.4.2 Beschadigen van de boom Het beplakken, bekladden, snoeien, verwijderen of beschadigen en dergelijke van houtopstanden die openbaar eigendom zijn, is ongewenst. Dit is daarom als verbod opgenomen in de Bomenverordening. Indien als gevolg hiervan schade aan de boom ontstaat, dan wordt aangifte gedaan door de afdeling Openbare Werken. Tevens zal de gemeente de schade aan de boom laten taxeren door een geregistreerd boomtaxateur lid van de NVTB. B.4.3 Knelpunten bij handhaving Een veel voorkomend probleem is dat er vaak geen dader bekend is of er alleen een vermoeden bestaat. Zolang er geen bewijzen zijn, zal wel aangifte worden gedaan, maar kunnen geen vervolgstappen genomen worden totdat de dader bekend is. Een aanrijding van een auto tegen een boom is hierop een uitzondering. Hiervan kan de gemeente schade verhalen bij het Waarborgfonds. BijlageC:Planproces ruimtelijke ontwikkelingen Aanleiding Ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen en infrastructurele werken zijn belangrijk, ook in de gemeente Nuenen. Groot nadeel hiervan is echter dat houtopstanden soms worden beschadigd of vernietigd door deze ontwikkelingen. Vaak gebeurt dit onbedoeld, bijvoorbeeld omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de bomen. Pas aan het einde van het proces, vlak voor of tijdens de uitvoering, worden aanwezige bomen onderdeel van het proces. Hierdoor loopt de ontwikkeling vaak vertraging op of wordt het plan niet zoals vooraf bedacht. De kans is dan groot dat in het plan geen mogelijkheid meer is om de bomen duurzaam in te passen of het plan geen doorgang kan vinden zoals bedoeld. Doel De gemeente Nuenen wil graag een leidraad om het voor de gebruikers gemakkelijker te maken het proces van initiatief tot na de oplevering te doorgronden. Hierin is duidelijk welke beslissing op welk moment nodig is en bij wie de verantwoordelijkheid ligt. Dit proces is geen strakke werkwijze maar een hulpmiddel om de juiste afwegingen op het juiste moment te maken. Gemeente Nuenen wil hiermee voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen en het behoud van beschermde houtopstanden met elkaar in strijd zijn. Proces Hieronder staat de hoofdlijn van het planproces sterk verkort weergegeven. Initiatieffase In beeld brengen van de politieke en beleidsmatige wensen Moeten de aanwezige bomen onderdeel van het plan gaan uitmaken? Willenwe nieuwe bomen in het plan opnemen? Is er budget beschikbaar? Definitiefase Opstellen van een programma van eisen. O.a. vastleggen welke bomen er staan, welke bomen behouden moeten blijven (InpasbaarheidsOnderzoek) en het hanteren van de richtlijnen voor groeiplaatsen (zie ook bijlage D). Ontwerpfase Maken schetsontwerp, voorlopig ontwerp, definitief ontwerp.Iedere ontwerpfase wordt getoetst aan BomenEffectAnalyse en het programma van eisen en zo nodig aangepast. Voorbereidingsfase Uitwerken van het definitief ontwerp tot een uitvoeringsplan. Er wordt een BoomBeschermingsPlan opgesteld. Sluit het nog steeds aan bij het programma van eisen? Realisatiefase Het werk wordt uitgevoerd. Een deskundig toezichthouder controleert op te behouden en te realiseren groen. Belangrijk is dat hij ook de bevoegdheid heeft om in te grijpen. Nazorgfase Na oplevering wordt het overgedragen aan de beheerder. Belangrijk is dat de beheerder kennis krijgt over de gang van zaken tijdens de uitvoeringen het bedoelde ontwerp. BijlageD:Aanplant van bomen De gemeente Nuenen plant bomen met de intentie deze van meerwaarde te laten zijn voor het straatbeeld en de beleving van omwonenden. Voor de gemeente als beheerder is het daarbij van groot belang dat bomen probleemloos en zonder buitensporige kosten kunnen worden onderhouden. Dat kan alleen als de juiste soort, op de juiste plek, en in de juiste omstandigheden wordt aangeplant. In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het Handboek Bomen van het Normeninstituut gebruikt. D.1Basisregels Iedereen die ontwerpt met bomen, moet zich in de gemeente Nuenen aan de volgende basisregels houden. 1- Open bodem Plant bomen bij voorkeur in open bodems, dus gras- of plantvakken. Bomen planten in verharding gebeurt alleen als het niet anders kan. Planten we bomen toch in verharding? Dan worden omvang en inrichting van de groeiplaats afgestemd op de verwachtingen (zie ook punt 3). 2- Aaneengesloten groeiplaatsen Bundel groeiplaatsen zoveel mogelijk. Maak bij bomen in rijen bijvoorbeeld een aaneengesloten, langgerekte groeiplaats. 3- Geef boomwortels voldoende ruimte Geef een boom voldoende ruimte. Een boom heeft voldoende ruimte als deze voldoende vocht, voeding en stabiliteit biedt voor de boom, ook in de volwassen fase. Maak bewuste keuzes over de plekken waar een boom mag wortelen: mag deze alleen in het plantvak wortelen? Zorg dan dat het doorwortelbaar volume groot genoeg is. Mag (of moet) de boom ook onder verharding wortelen? Zorg dan dat hier een passend substraat wordt toegepast. 4– Stuur boomwortels Is beworteling op een plek absoluut ongewenst? Houd wortels dan tegen. Dit kan door het zorgvuldig ontwerpen van niet-doorwortelbare funderingsconstructies of wortelwering. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat de kluit nog voldoende omvang moet kunnen hebben om stabiliteit van de boom te garanderen. 5- Houd rekening met groei Bij het ontwerp moet al rekening worden gehouden met de groei van de boom. Teken bomen daarom in op de grootte die ze gaan bereiken. Het eindbeeld van de boom moet passen binnen de beschikbare ruimte, zonder dat repeterende noodingrepen zoals vormsnoei noodzakelijk zijn. 6- Overweeg inpassing in plaats van nieuw planten Soms kan met het inpassen van een bestaande boom, in één keer een groen beeld worden gerealiseerd. Terwijl een nieuw geplante, jonge boom nog vele jaren nodig heeft om tot diezelfde kwaliteit te komen. 7- ‘minder is meer’ Eén gezonde boom, met voldoende ruimte om vrij uit te groeien tot een volwassen exemplaar, kan een veel groener beeld geven dan een hele rij bomen met beperkte groei. Moet een keuze worden gemaakt tussen ‘kwantiteit’ of ‘kwaliteit’? De gemeente Nuenen kiest dan voor ‘kwaliteit’. Dat houdt in dat bomen technisch van een goede groei- en standplaats zijn voorzien, duurzaam zijn te onderhouden en overlast van bomen tot een minimum is beperkt. Daarnaast kan het beleven van een open landschap of een stenige wijk een contrast oproepen met besloten of bosachtige delen en beplante wijken. Deze contrasten kunnen voor de beleving van een dorp of landschap zeer waardevol zijn. 8- Bewuste toepassing vormbomen Leibomen, knotbomen en gekandelaberde bomen vragen gedurende het gehele leven van de boom extra onderhoud. Dit onderhoud vormt een extra kostenpost. Het toepassen van vormbomen dient dan ook alleen te geschieden op locaties waar deze extra kosten verantwoord zijn, zoals centrumgebieden of nabij monumenten. Het knotten en kandelaberen van bomen als maatregel om overlast en klachten te bestrijden, dient voorkomen te worden. 9– Houd rekening met natuurwaarden Sommige boomsoorten leveren een wezenlijke bijdrage aan de natuurwaarde van een plek. Denk bij het kiezen van sortiment dan ook aan eigenschappen zoals bloem- en vruchtdracht en bloeiperiode. Het vergroten van het aanbod bijenbomen is noodzakelijk voor een verbeterde biodiversiteit en toename van de voedselvoorziening voor honing- en wilde bijen en andere bestuivers in de gemeente Nuenen. Stem dat af op de omgeving zodat een wijk op elk moment wat te bieden heeft. 10- Geen bomen planten die er eigenlijk niet kunnen staan Voorafgaand aan het inplannen van bomen, bepaalt de initiatiefnemer samen met de groenbeheerder met bovengenoemde punten in het achterhoofd welke verwachtingen de gemeente heeft van die boom. Daarbij is belangrijk: welk beeld wordt verwacht; welke hoofd- en nevenfuncties de boom moet vervullen (verfraaiing, natuur, schaduwvorming, verkeersgeleiding….); de leeftijd die de boom moet kunnen bereiken; de omvang die de boom (minimaal of maximaal) mag bereiken. Bomen hebben een bepaalde groeiruimte nodig. Deze technische en ruimtelijke criteria zijn vanuit vakkennis en ervaring ontstaan. Bij aanplant moet worden bepaald of gedurende de levensduur van de boom aan deze criteria kan worden voldaan. Wanneer dit niet het geval is, is aanplant niet wenselijk. Bomen die bijvoorbeeld erg breed uitgroeien staan mooi in een park maar passen niet in een smalle woonstraat. D.2Sortimentskeuze Naast de basisregels uit D.1 is ook de soortkeuze van groot belang. Behalve de grondsoort bepaalt ook klimaatverandering, gevoeligheid voor boomziekten en droogteresistentie of een boomsoort geschikt is. Diversiteit In het moderne boombeheer wordt gestreefd om te kiezen voor diversiteit. Het planten in monoculturen heeft namelijk nadelen: Wanneer een boomsoort niet bevalt, of een boomziekte slaat toe, dan moeten alle bomen ineens worden verwijderd. Boomziekten Overal eisen de laatste jaren meer en relatief nieuwe boomziekten hun tol. Uitval van kastanjes of essen is daar een goed voorbeeld van. Het bestrijden van boomziekten is in de openbare ruimte om uiteenlopende redenen (bijvoorbeeld omwonenden, wetgeving, fauna) niet mogelijk. De beste manier om niet al te kwetsbaar te zijn voor hoge uitvalpercentages, is het kiezen van een gevarieerd sortiment. Iedere gemeente staat voor de taak bomen slim te vervangen. Dit kan door het toepassen van meer en andere boomsoorten, beter geschikt voor de lokale omstandigheden en van belang en meerwaarde voor mens en dier. Bomen moeten bovendien opgewassen zijn tegen de klimaatveranderingen die optreden. Urban heat effect Bij de soortkeuze vergeten wij vaak dat de meeste bomen van oorsprong in een bos voorkomen. Samen met andere bomen vormen ze daar een beschut microklimaat. Hun wortels groeien in een luchtige bosgrond vol bodemleven. Door bomen in verharding te planten, zijn dat microklimaat en de voeding goeddeels verdwenen. Verder is het in de stad warmer dan in het omliggende buitengebied. Op afbeelding 4 ziet u de temperatuurverschillen. Veranderend algemeen klimaat Dat het klimaat verandert, lijkt wel zeker. Nu al merken we dat buien heftiger zijn dan eerder en dat er langere droge periodes zijn. Volgens de laatste klimaatscenario’s van het KNMI (mei 2014) moeten we rekening houden met: sterkere straling van de zon; drogere lucht door meer oostenwind, waardoor grotere verdamping; langere periodes van droogte in de zomer; pieken in de hoeveelheid neerslag; wisselende grondwaterstand; nattere omstandigheden in de winter door meer regen. Afbeelding 4. Urban Heat Island Effect Soortkeuze uit het landklimaat Voor de keuze van boomsoorten betekent voorgaande dat bomen beter tegen langdurigere droogte moeten kunnen. Een boomsoort als de beuk zal langzaam uit Nederland verdwijnen. Inheemse soorten als de zwarte els krijgen door het langere groeiseizoen een diepere winterrust en lopen door de warmere winter in het voorjaar later uit. Veel bomen die van oorsprong uit een landklimaat komen, lijken in de toekomst bij uitstek geschikt om in Nederland te groeien. Boomsoorten Gemeente Nuenen hanteert een lijst met bomen die geschikt zijn binnen het grondgebied van de gemeente. Deze lijst is dynamisch en varieert naar gelang er nieuwe inzichten zijn. De bomen die hierop staan zijn klimaatbestendig, zijn geschikt voor de grondsoort en grondwaterstanden, passen binnen het historisch karakter en zijn zoals nu bekend is zoveel mogelijk vrij van ernstige ziekten en plagen. Variatie Een eentonig sortiment is een kwetsbaar sortiment. Vaak ontstaat deze keuze vanuit een behoefte aan uniformiteit. Maar het aanleggen van lange lanen of grote delen van groenstructuren in een gelijke boomsoort vormt een snelweg voor ziekte en plagen. Wanneer de soort alleen in de betreffende laan staat is het probleem beperkt. Wanneer deze soort echter in de hele gemeente veel gebruik wordt vormt het een potentieel groot probleem. Door meerdere cultivars te kiezen van één soort of gebruik te maken van verschillende soorten maar met gelijke habitus, is uniformiteit in lanen nog steeds haalbaar. In de periode dat de bomen volop in het blad staan zullen velen niet eens zien dat sprake is van meer soorten. De momenten van uitlopen en bladverlies, en het type bladverkleuring zullen de gemengde aanplant verraden. D.3Maatvoeringseisen Bepalen van de mogelijkheden Om de gewenste leeftijd en omvang te kunnen bereiken, moet een boom voldoende ruimte hebben, zowel ondergronds als bovengronds. De status van de boom zoals benoemd in het Groenstructuurplan speelt een belangrijke rol in de keuze van de boomgrootte. Bomen in hoofdstructuur zijn bij voorkeur van de eerste grootte, nevenstructuren van de tweede grootte en buurtgroen van de derde grootte. Een solitaire boom in een wijk met voldoende ruimte kan echter ook prima van de eerste grootte zijn. In tabel 1 zijn richtlijnen te vinden voor maten en volumes. De aanduiding van deze maten zijn af te lezen in afbeelding 5. Deze maten en volumes zijn gebaseerd op de situatie waarin de boom de genoemde leeftijd bereikt. Een ontwerper moet bij aanplant al de nodige ruimte reserveren. Invloed van grondwater Bomen hebben water nodig. Dat water is nodig voor essentiële processen zoals fotosynthese (omzetting van zonlicht en CO2 in suikers). De bereikbaarheid van water voor de wortels heeft dan ook veel invloed op de groeicapaciteit, conditie en levenskracht van de boom. Zodra een groeiplaats wordt ontworpen is de eerste stap het bepalen of er sprake is van een hangwaterprofiel of een grondwaterprofiel. Hoe diep het grondwater zich bevindt kan worden afgelezen uit de peilbuisgegevens die de gemeente Nuenen bijhoudt. Bij twijfel over geschiktheid van een groeiplaats is het zinvol om profielboringen te doen om de precieze grondwaterstand op de boomlocatie te bepalen. Tabel 1. Ruimtelijke eisen maatvoering 1egrootte, 80 jaar 1e grootte, 40 jaar 1e grootte, 20 jaar 2e grootte, 80 jaar 2e grootte, 40 jaar 3e grootte, 80 jaar * Omvang van de boom zelf A Boomhoogte > 18 m 10-18 m > 10 m B Kroondiameter 15 - 20 m 8 - 12 m 3 - 5 m C Stamdiameter 60 - 80 cm 30 - 40 cm 15 - 20 cm Benodigde ruimte bovengronds gemeten vanaf het hart van de boom D Afstand tot obstakels** 9 -12 m 5 - 7 m 3 m E Vrije boomspiegel 2 x 2 m 1,50 x 1,50 m 1 x 1 m Benodigde ruimte ondergronds bij hangwaterprofiel (boom is afhankelijk van regenwater) F Breedte plantplaats 5 m 3 m 2,5 m G Minimale bewortelbare ruimte 40 - 70 m3 20 -35 m3 10 - 20 m3 Benodigde ruimte ondergronds bij grondwaterprofiel (boom kan putten uit grondwater én profiteert van regenwater) H Breedte plantplaats 3,5 m 2,5 m 1,5 m I Minimale bewortelbare ruimte 25 - 40 m3 15 – 20 m3 5 - 10 m3 de ruimte is voldoende voor een omlooptijd van 80 jaar, echter niet alle soorten van de 3e grootte kunnen zo oud worden bij lichtmasten, hoogspanningsleidingen, kabels en leidingen en verkeer gelden nadere specificaties zie D.5.1. Grondwaterprofiel Grondwater is er altijd en overal. Afhankelijk van de bodemopbouw en hoogteligging van het maaiveld bevindt het zich diep of ondiep. Er is dus sprake van een lage of hoge grondwaterstand. Is de grondwaterstand hoog (maximaal 1,5 m onder het maaiveld) dan is de kans groot dat bomen contact kunnen maken met het grondwater. Een boom kan dan continu putten uit het grondwater en op die manier ook voldoende vocht benutten (zie afbeelding 6). Met een relatief kleine kluit kan een boom dan toch in zijn behoeften voorzien. Het is echter ongunstig als het grondwater extreem hoog staat. Een boom wortelt bijna nooit in het grondwater omdat in zuurstofloze situaties zijn wortels zouden gaan rotten. Hoe hoger de grondwaterstand, hoe platter de wortelkluit. Een boom die niet diep kan wortelen heeft dus wel meer ondergrondse ruimte nodig in de breedte voor voldoende groei! Afbeelding 5.Ruimtelijke eisen – aanduiding items Afbeelding 6.Grondwaterprofiel Afbeelding 7.Hangwaterprofiel Hangwaterprofiel Hangwater is regenwater dat nog niet is weggezakt in de bodem en dat niet beïnvloed wordt door de beweging van de grondwaterspiegel. Als de wortels van bomen het grondwater niet kunnen bereiken, zijn ze afhankelijk van regenwater voor hun vochtvoorziening. Regenwater is er echter niet altijd en op zandbodems blijft het ook niet lang in de bovenste bodemlagen hangen. Om toch zoveel mogelijk van dit hangwater te bereiken hebben deze bomen een wijdverspreide kluit nodig. Er komen ook diepere wortels voor, maar in hoofdzaak tot circa 1,4 m. Dieper zijn de omstandigheden ongunstig voor wortelgroei (zie afbeelding 7). Bomen die gebruikmaken van hangwater hebben tot twee keer zoveel ondergrondse ruimte nodig dan vergelijkbare bomen die bij het grondwater kunnen. Dat is een belangrijk aandachtspunt bij planvorming. Is bijvoorbeeld sprake van een hangwaterprofiel in combinatie met een asfaltverharding die van de boom af watert? Dan heeft de boom zo weinig vocht ter beschikking dat het beter is geen boom te planten. Staat diezelfde boom echter in open grond? Dan kan daar gerust een boom worden geplant. Dit is per situatie dus maatwerk. Gebruik van de tabel 1: Ruimtelijke eisen – maatvoering Het gebruik van tabel 1 wordt toegelicht met een voorbeeld. Stel: de gemeente wil bomen gaan planten in de hoofdstructuur. Bij voorkeur gebeurt dit met bomen van de eerste grootte, die minimaal 80 jaar oud kunnen worden. In de tweede kolom staan alle eisen waar een plantplaats voor een dergelijke boom aan moet voldoen. Als de benodigde ruimte niet beschikbaar is, haalt de betreffende boom van de 1e grootte de gewenste omlooptijd niet. Ook kan worden gekozen voor een kleinere boomsoort, zie daarvoor de derde of vierde kolom. Uit de maatvoeringseisen blijkt dat een kleinere boom veel minder groeiruimte nodig heeft, en toch de gewenste lange omlooptijd mee kan. Is de wens toch nadrukkelijk om wel een grotere boom in het straatprofiel te krijgen, dan zal gezocht moeten worden naar vergroting van de groeiruimte, wat ten koste gaat van andere functies in de openbare ruimte. Wordt een grote boom aangeplant zonder vergroting van de groeiruimte? Dan moet men zich realiseren dat de beheerkosten van de openbare ruimte in de toekomst toe kunnen nemen als gevolg van verhardingsopdruk. Ook kunnen bomen in te kleine groeiplaatsen al conditieverlies vertonen voordat deze aan hun functie voldoen. Voortijdige vervanging van bomen past doorgaans niet in de onderhoudsbegroting. De tabel kan ook andersom worden gebruikt. Aan de hand van de beschikbare bewortelbare ruimte, kan in de regels G en I worden opgezocht welke grootteklasse en/of omlooptijd hier kan worden toegepast. D.4Substraten en constructies D.4.1 Substraten Verhardingen worden aangebracht op een fundering. De keuze voor een fundering is afhankelijk van het gebruik van bovenliggend maaiveld en de verdichtingseisen die daaraan worden gesteld. Bij bomen in open maaiveld waaraan geen verdichtingseisen worden gesteld (zoals plantsoen) wordt teelaarde of bomengrond toegepast. Veelal is de aanwezige natuurlijke bodem geschikt om in te planten. Voer daarom, alvorens de bodem te vervangen of te verrijken, een bodemonderzoek uit. Voor bomen in verharding kan niet met teelaarde worden gewerkt, maar worden verschillende substraten toegepast. Deze substraten vormen een compromis tussen de eisen die een boom stelt aan zijn groeiplaats en de eisen die vanuit de civiele techniek aan een fundering worden gesteld. In deze paragraaf worden verschillende mogelijkheden toegelicht. In afbeelding 8 is een afwegingsmodel opgenomen voor de verschillende substraten. Licht belaste verhardingen Bij een lichte belasting (bijvoorbeeld fiets- en loopstroken) wordt eentoppig bomenzand gebruikt. Eentoppig bomenzand kenmerkt zich doordat het is samengesteld uit zand waarvan de individuele zandkorrels allemaal ongeveer even groot zijn. Het zand is daardoor te vergelijken met een pot met knikkers. Nadat het verdicht is blijft er tussen ‘de knikkers’ nog ruimte over – poriën. De maximale verdichting van bomenzand is ongeveer 2,5 mPa. Dat is onvoldoende voor zwaarder belaste verhardingen. Bomenzand bevat 3- 5% organische stof. Zwaar belaste verhardingen Wie een groeiplaats wil creëren onder parkeerplaatsen of rijbanen is aangewezen op andere substraten. Bomenzand wordt onder deze belastingen namelijk te veel in elkaar getrild, waardoor verhardingen nazakken en de groeiplaatsen verdichten. Bomengranulaat Er zijn diverse bomengranulaten op de markt. Een bomengranulaat met een skelet van hardsteen kan het best zware belastingen verdragen. Tussen het gebroken hardsteen is een mengsel van klei en/of organische stof verwerkt. Evenals bij bomenzand, vormt het hardsteen een skelet waar na verdichting holle ruimtes over blijven. Hardsteen kan extreem belast worden, zonder dat het bezwijkt. Hierdoor blijven er grote en kleine poriën over waar bomen in kunnen groeien. Bomengranulaat wordt in de gemeente Nuenen alleen in uitzonderlijke gevallen toegepast en de samenstelling wordt exact afgestemd op de locatie, verkeersdruk en de eisen die de geplande boomsoort stelt. Aanbrengen substraat Zowel bomenzand als bomengranulaat worden tot ongeveer 1,2 m diepte toegepast. Dieper in de bodem mag nauwelijks organische stof verwerkt worden of er moeten aanvullende beluchtingsvoorzieningen worden toegepast. Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat deze substraten nooit tot in het grondwater mogen worden aangebracht. Dit om te voorkomen dat het organisch materiaal gaat rotten en op die manier veel zuurstof verbruikt. Daarom moet er altijd minimaal 10 cm overblijven tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand en de onderzijde van de plantplaats. In het geval van een grondwaterprofiel is dit een belangrijke voorwaarde. Het kan betekenen dat een groeiplaats heel ondiep wordt, maar dus wel meer lengte en breedte nodig heeft om toch aan voldoende volume te komen. Bij toepassing van groeisubstraat moeten randen en de bodem van de plantlocatie worden losgestoken om scherpe grenzen tussen nieuw substraat en bestaand profiel te voorkomen. Breng het substraat aan in lagen van 30 cm. Het substraat mag niet stofdroog verwerkt worden omdat dit dan ontmengt. Afhankelijk van de precieze samenstelling van het substraat gelden er maximale vochtpercentages (bomenzand 12 tot 18%, bomengranulaat <12%). Onder nattere bodemomstandigheden vindt geen verwerking van substraat plaats omdat dit dan ontmengt. Verdichting Bomenzand moet verdicht worden tot maximaal tot 2,5 mPa. Bomengranulaat mag maximaal verdicht worden. Bomengrond wordt alleen aangedrukt en mag een maximale verdichting van 1,5 mPa bereiken. Vocht en zuurstof Om bij grondwaterprofielen te voorkomen dat het plantgat werkt als een drain en de boom verzuipt, blijft er tussen de onderkant van de plantplaats en de grondwaterstand een zone van circa 15 cm ‘ongeroerd’ (dit met uitzondering van eventueel aan te leggen wortelpijlers). Als substraten nat worden, ontstaat anaerobe afbraak van organische stof. Hierdoor keldert het zuurstofgehalte van de bodem drastisch. Daarnaast kan er gasvorming ontstaan. Om dat te voorkomen wordt bij hogere grondwaterstanden in de onderste laag van het plantgat sterk verschaald bomenzand of drainzand toegepast. Afbeelding 8.Afwegingsmodel substraat D.4.2 Constructies Wanneer er sprake is van bijzonder duurzame bomen met goede kans op het behalen van een hoge leeftijd kan de gemeente ervoor kiezen om te werken met bijzondere constructies. Deze constructies zijn erg kostbaar en worden in de gemeente Nuenen alleen in uitzonderlijke gevallen toegepast. Bijvoorbeeld als sprake is van waardevolle bomen of monumentale bomen op plekken waar extra hoge eisen worden gesteld aan beeldkwaliteit of comfort van de weggebruiker (zie bijlage B.1.1 en B.1.2). Zwevende constructie In de grond worden hardhouten of kunststof pijlers geplaatst met daarop bijvoorbeeld een stalen of betonnen plaat. Op die plaat wordt bestrating aangebracht. Dit kan plaatselijk - bij individuele bomen - worden aangebracht, maar ook over grotere oppervlakten/lengten. Wortelbrug ‐ watershells In de grond worden pijlers geplaatst met daarop kunststof watershells. Op die watershells en in de pijlers wordt beton gestort. Tezamen vormt dit een sterk skelet. Sandwichconstructie Op/in bestaand maaiveld wordt een laag prefab kunststof elementen met een open structuur aangebracht. Deze elementen kunnen (deels) worden opgevuld met een voedingsrijk substraat. Om inspoeling in de kratten te voorkomen worden ze omwikkeld met gronddoek. D.4.3 Verhardingsopbouw rond bomen Bomen in verharding kunnen problemen geven doordat hun wortels verhardingen opdrukken. Om dat te voorkomen is het nodig om, naast een goede groeiplaats, een cunetopbouw te realiseren die ingroei van wortels zoveel mogelijk voorkomt (zie afbeelding 9). Funderingen van verhardingen kunnen ontoegankelijk worden gemaakt op de volgende manieren: Fundering meer dan 3 mPa verdichten Fundering droog en vrij van organische stof houden Groeiplaats en fundering fysiek van elkaar scheiden door middel van wortelschermen of -doek Afbeelding 9. Principeschets verharding rondom bomen Ad. a Een fundering meer dan 3 mPa verdichten is doorgaans goed mogelijk. De horizontale scheidingsvlakken tussen twee mediums blijven dan echter nog een mogelijke toegang voor boomwortels. Ook blijkt in de praktijk vaak dat de buitenkanten van de fundering wat minder sterk verdicht blijven zodat boomwortels toch kunnen ingroeien. Ad. b. Een fundering opbouwen met een granulaat in een grove fractie (bijvoorbeeld 8-32
  1. mm)zorgt ervoor dat er veel grote, lege poriën voorkomen. Hierin wordt geen vocht vastgehouden, waardoor een boomwortel hierin niet kan groeien. Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat de poriën ook leeg blijven. Tussen granulaat en straatzand moet daarom een scheidingsdoek worden aangebracht. Afbeelding 9. geeft een voorbeeld van een dergelijke profielopbouw. Ad c. Wortelschermen en worteldoeken kunnen het ingroeien van boomwortels in fundering voorkomen mits deze perfect zijn aangebracht (zie ook paragraaf D.4.4). Om de kans op verhardingsopdruk te minimaliseren is een combinatie van bovenstaande maatregelen het meest kansrijk. Indien er tevens wortelwerend doek wordt aangebracht op de grens tussen het granulaat en de straatlaag, wordt de kans op opdruk nog kleiner D.4.4 Wortelwering Wortelgeleiding en wortelschermen worden aangebracht om boomwortels tegen te houden in hun groei naar ongewenste locaties of juist te leiden naar een goed bewortelbare ruimte. Het wordt alleen toegepast indien een natuurlijke barrière niet mogelijk is (een goede, ruime plantlocatie versus een slecht bewortelbare omgeving zorgt ervoor dat de wortels binnen de plantlocatie blijven). Het materiaal bestaat uit folie of platen. Een wortelscherm vormt zodoende een fysieke grens en kan daarom handig zijn op bijvoorbeeld perceelsgrenzen. Correct aanbrengen van wortelscherm Dit is een relatief dure maatregel en de ervaring leert dat een minimaal foutje bij de aanleg er al toe leidt dat de schermen onvoldoende effect hebben. Bij verticale wortelschermen gelden de volgende randvoorwaarden voor een gewenst effect: Tussen de boom en het wortelscherm dient een goed bewortelbare zone aanwezig te zijn. Aan de andere zijde dient een wortelonvriendelijk milieu aanwezig te zijn. De schermen mogen niet leiden tot ontoelaatbare inperking van de wortelgroei en het wegnemen van stabiliteitswortels. Dit leidt namelijk tot een ‘bloempoteffect', dat ongunstig is voor de conditie en stabiliteit van de boom. De schermen mogen niet rondom de boom (dus aan vier zijden) worden aangebracht. Een scherm mag niet dichter dan 2 m bij de stam worden aangebracht. De schermen moeten met hun bovenzijde 1 cm boven het maaiveld uit komen. De schermen moeten met hun onderzijde tot in het grondwater reiken of tot in een niet doorwortelbare laag (te verdicht of zuurstofarm). Na aanbrengen Het is belangrijk dat de situatie ook na de aanleg aan deze voorwaarden blijft voldoen. In de praktijk raken deze voorzieningen vaak beschadigd, bijvoorbeeld door het overrijden van schermen waardoor deze scheuren, of door graafschade waarbij doeken en schermen beschadigd of ontwricht raken. Pas schermen alleen toe op plekken waar zelden wordt gereden of gegraven. D.5Richtlijnen positioneren bomen In deze paragraaf staan allerhande in acht te nemen richtlijnen in de toepassing van bomen in de openbare ruimte. Ze hebben betrekking op openbare verlichting, verkeer, hoogspanningsleidingen en kabels en leidingen. D.5.1 Openbare verlichting In het Beleids- en beheerplan van gemeente Nuenen is omschreven wat de afstand tussen bomen en lichtmasten moet zijn. Hoe hoger de lichtpunthoogte en hoe verder de masten uit elkaar staan, hoe verder de meest dichtbij zijnde boom moet staan. In tabel 2 zijn deze afstanden weergegeven. Tabel 2. Afstanden bomen – lichtmasten (bron: Beleids- en beheerplan openbare verlichting gemeente Nuenen, 2012-2016) Lichtpunthoogte Mastafstand Afstand tot de meest dichtbij zijnde boom 4 m 20-30 m 4 m 6 m 20 – 30 m 6 m 8 m 32 m 8 m 10 m 35 m 10 m D.5.2 Verkeer Er gelden verschillende uitgangspunten ten aanzien van het verkeer. De uitgangspunten verschillende per wegtype. Deze staan in het Handboek wegontwerp 2103, uitgegeven door het CROW. Bij de positionering van bomen houdt gemeente Nuenen hier rekening mee. Slingering Bij alle voertuigen is er sprake van een zijwaartse slingering als gevolg van: zijwind, onoplettendheid, onverschilligheid, spoorvorming en de behoefte voor een goed blikveld langs de vóór de bestuurder rijdende voertuigen. Er dient daarom rekening gehouden te worden ruimte naast de rijbaan. Obstakelvrees Obstakels naast de weg (bijvoorbeeld bomen) kunnen leiden tot obstakelvrees. Dit vraagt om vrije ruimte naast de rijbaan. Uitzichtdriehoeken Voor het oprijzicht wordt ervan uitgegaan dat er vóór het kruisingsvlak voldoende zicht moet zijn. Dit om voldoende remweg te krijgen, uitgaande van twee seconden reactietijd. Vrije doorrijhoogtes Boven de verharding is een vrije doorrijhoogte noodzakelijk (zie tabel 3). Afhankelijk van de functie van de verharding kan de vrije doorrijhoogte variëren tussen 2,5 m en 4,5 m. De vrije doorrijhoogte houdt in dat in deze zone geen hinderlijke takken aanwezig mogen zijn. Dit vraagt om het opkronen van bomen. Om de vrije ruimte te waarborgen moeten bomen opgekroond worden. De noodzakelijke opkroonhoogte is sterk afhankelijk van de boomsoort. Belangrijk is dat in ieder geval rekening wordt gehouden met het toekomstige doorhangen van takken waardoor de vrije doorrijhoogte in het gedrang komt. De opkroonhoogte moet daarom altijd hoger zijn dan de uiteindelijk gewenste takvrije ruimte. Tabel 3. Vrije doorrijdhoogtes Profiel van vrije ruimte Opkroonhoogte Erftoegangsweg 4,5 m 6-8 m Gebieds- ontsluitingsweg 4,5 m 6-8 m Fietspad 2,5 m 3-6 m D.5.3 Kabels en leidingen In beginsel wordt het werken nabij bomen vermeden, de voorkeur gaat uit naar alternatieve routes. Als het werken nabij bomen onvermijdelijk is, is in het Handboek Kabels en Leidingen van gemeente Nuenen omschreven hoe moet worden gewerkt nabij bomen. Grondwaterstandverlaging Bij werkzaamheden aan kabels en leidingen moet soms het grondwater worden verlaagd. Wanneer dit gebeurt binnen de bewortelde zone geeft de grondroerder in overleg met de toezichthouder water. Schade aan bomen Bij schades aan bomen die niet door de vastgestelde hersteltarieven worden gedekt, wordt de schade achteraf getaxeerd op basis van de Richtlijnen van de NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen). Dit geldt ook wanneer bomen zonder toestemming worden verwijderd. Graafstand tot een boom Ook is omschreven wat de afstand tussen bomen kabels en leidingen moet zijn. Hoe groter de stamdiameter van de boom, hoe groter de graafafstand moet zijn. Bij een scheefstaande boom of boom met een zichtbaar eenzijdig ontwikkelde wortelkluit is de afstand groter. Naast de graafafstanden zoals aangegeven in tabel 4, gelden nog de graafafstanden zoals in tabel 5. Werken rondom bomen Bij het werken nabij bomen gelden aanvullende voorwaarden. De grondroerder treft maatregelen om schade aan de bomen te voorkomen. Deze maatregelen staan op de bomenposter ‘Werken rondom bomen’ van Stadswerk (zie https://www.norminstituutbomen.nl/producten/ bomenposter/). Wanneer er binnen deze zone gegraven moet worden, is toestemming van de toezichthouder nodig. De werkzaamheden gebeuren door middel van gestuurd boren of handmatig graven. In principe worden geen wortels verwijderd. Blootliggende wortels worden beschermd tegen vorst en uitdroging. D.5.4 Hoogspanningsleidingen Zone 1 Hoogspanningsverbindingen kennen verschil- lende urgentiezones. Binnen zone 1 (de risicozone) mogen zich geen objecten bevinden hoger dan 1,75 m. Uitzondering hierop is een zone van 2 m rondom de mastvoet om deze bereikbaar te houden. Hier mag geen enkele opgaande beplanting groeien. De risicozone beslaat het gebied van de buitenste geleider tot aan zone 2, die afhankelijk is van het spanningsniveau (tabel 6). Zone 2 In zone 2 kan beplanting staan die als hinderlijk en belemmerend wordt ervaren in het kader van veiligheid maar ook de leveringszekerheid van de hoogspanningsverbinding. Een boom met de stamvoet in zone 2, maar takken die nu of binnen drie jaar in zone 1 groeien moet daarom worden gesnoeid. Onveilige bomen die bij omvallen tot in zone 1 vallen moeten worden verwijderd. Tabel 4. Minimale graafafstanden Stamdiameter Minimale graafafstand vanuit het hart van de stamvoet, gelijkmatige wortelkluit Minimale graafafstand vanuit het hart van de stamvoet, eenzijdige wortelkluit of scheefstand 20 cm > 1,25m > 2,00 m 40 cm > 1,50 m > 2,50 m 60 cm > 1,75m > 3,00 m 80 cm > 2,25 m > 3,50 m 100 cm > 2,50 m > 4,00 m 150 cm > 3,50 m > 5,00 m Tabel 5. Aanvullende graafafstanden Omschrijving Richtlijn Handholes c.q. distributiepunten > 5,00 m vanaf bomen en niet binnende kroonprojectie Wegkruisingen d.m.v. persing of gestuurd boren > 5,00 m vanaf bomen Zone 3 In zone 3 kan beplanting voorkomen die mogelijk hinderlijk is in het kader van veiligheid maar ook voor de leveringszekerheid van de hoogspanningsverbinding. Bij bomen die bij omvallen in zone 1 kunnen vallen, zoekt de energieleverancier in overleg naar een oplossing. Staat een boom in zone 3 maar hangen de takken in zone 2, dan kan de boom blijven staan. Als de takken reiken tot zone 1 moet de boom worden gesnoeid. Zie ook afbeelding 10. Tabel 6. Maten voor zone 1, risicozone Spanningsniveau Maten voor risicozone, zone 1 380 kV 7 m 220 kV 6 m 150 kV 5 m 110 kV 4 m Afbeelding 10.Risicozones hoogspanningsverbinding (bron TeNNeT) BijlageE:Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte, waaronder de bomen, wordt planmatig uitgevoerd. Dit betekent dat voor werkzaamheden een vaste meerjarenplanning wordt aangehouden. Maatwerk is niet onmogelijk, maar in grote lijnen is het planmatig. Doel hiervan is efficiëntie in uitvoering en begeleiding van werkzaamheden, met als achterliggend doel om meer te bereiken met minder budget. E.1Zorgplicht De gemeente is eigenaar van bomen in de openbare ruimte. Als eigenaar en beheerder van deze bomen, kent de gemeente een zogeheten ‘zorgplicht’. Dat betekent dat de gemeente het onderhoud van de bomen op deugdelijke wijze en aantoonbaar moet organiseren. Gebeurt dit niet, dan kan de gemeente verantwoordelijk worden gehouden bij schades en/of ongelukken. Wat van een boomeigenaar verwacht wordt in het kader van de zorgplicht is niet vastgelegd in de Nederlandse wet. Het is in feite een risico- inschatting: welk risico ben ik als boomeigenaar bereid te lopen op dit gebied, zowel financieel als in morele zin? We onderscheiden drie niveaus met betrekking tot de zorgplicht. Reguliere zorgplicht De reguliere zorgplicht houdt in dat de bomen onderhouden worden. Hiermee wordt bedoeld het regelmatig inspecteren en het nemen van beheermaatregelen. Van een gemeentelijke organisatie mag verwacht worden dat deze op de hoogte is van het feit dat bomen onderhouden moeten worden om veilig te blijven. Verhoogde zorgplicht Bomen die door hun standplaats of geconstateerde gebreken meer dan de reguliere zorg nodig hebben, vallen onder de verhoogde zorgplicht. Dit betreft bomen waarbij er een verhoogde kans op schades te verwachten is. Voorbeeld: de kans dat er een dode tak op een auto valt langs een ontsluitingsweg is groter dan bij een bospad. Of: een boom waarnaast gegraven is, heeft een verhoogde kans op windworp of verminderde groei (en dus vorming van dood hout). Onderzoeksplicht Indien er een gebrek wordt geconstateerd aan een boom waarvan de ernst niet visueel kan worden vastgesteld, dan heeft de boomeigenaar de plicht dit verder te onderzoeken. Ervaren boomtechnisch onderzoekers zijn in staat door middel van onderzoeksapparatuur een inschatting te maken van het veiligheidsrisico. Werkwijze Gemeente Nuenen hanteert de volgende werkwijze. De resultaten van ieder onderdeel worden vastgelegd. Reguliere zorgplicht: bomen die hieronder vallen worden één maal per vijf jaar door middel van een zogenaamde VTA-controle (visuele boominspectie) beoordeeld. De resultaten worden in het beheersysteem vastgelegd. Verhoogde zorgplicht: bomen waarvoor een verhoogde zorgplicht geldt, worden jaarlijks middels een VTA-controle bekeken en resultaten worden in het beheersysteem verwerkt. Onderzoeksplicht: bomen waarvoor een onderzoeksplicht geldt zullen door een boomtechnisch adviseur nader onderzocht worden, al dan niet met technische hulpmiddelen. Naar aanleiding van bovenstaande controles en onderzoeken voert de gemeente Nuenen beheermaatregelen uit. E.2Eindbeelden Bomen worden aangeplant om aan een vooraf vastgesteld beeld te gaan voldoen. Hierdoor zijn de bomen medebepalend voor de leefomgeving. Het beheer is erop gericht dit eindbeeld te halen en te behouden. Buiten de vormbomen is het uitgangspunt dat bomen zoveel mogelijk hun soortspecifieke habitus (kroonvorm) ontwikkelen. Dit echter wel met als randvoorwaarden dat de bomen voldoende hoog opgekroond zijn, geen schades veroorzaken (dus veilig zijn) en geen probleemtakken hebben. Probleemtakken zijn takken die gevaar opleveren, bijvoorbeeld door dood hout, gescheurde takken of plakoksel (slechte aanhechting van tak met verhoogd risico op uitscheuren). Het opkronen van bomen wordt gedaan om doorgang van het verkeer niet te belemmeren. Hierbij wordt voor verschillende omgevingstypen aangegeven binnen welke hoogte boven het wegprofiel geen takken mogen voorkomen. Per boomsoort kan de daarbij behorende takvrije stam sterk verschillen. Een boom met afhangende takken (bijvoorbeeld linde) wordt hoger opgekroond dan een boomsoort met opstaande takken (zuilvormende bomen). Gemeente Nuenen hanteert takvrije ruimtes zoals weergegeven in tabel 7. Bomen in de begeleidingssnoeifase of bomen van de 3de grootte kunnen niet altijd voldoen aan bovenstaande eisen. In dat geval dient een kroon- stam verhouding van minimaal 1:1 aangehouden te worden. Oftewel, bij een kroonhoogte van 5 m mag een takvrije stam van maximaal 5 m horen. Tabel 7. Takvrije ruimte zoals gehanteerd in de gemeente Nuenen Omgevingstype Takvrije ruimte Onderbouwing (Hoofd)ontsluitingswegen 4,60 m Maximale hoogte verkeersdeelnemers is 4 m. In verband met snelheid (>50 km/uur) wordt een marge van 60 cm aangehouden om te kunnen garanderen dat in alle omstandigheden de weg met de toegestane snelheid veiligbegaanbaar zijn. Overige verharde wegen 4,20 m Deze wegen dienen bereikbaar te zijn met vrachtwagens (maximale hoogte 4 m). Hierbij wordt een marge van 5% (= 20
  2. cm)gehanteerd. Onverharde wegen 4,20 m Deze wegen dienen bereikbaar te zijn met vrachtwagens (maximale hoogte 4 m). Hierbij wordt een marge van 5% (= 20
  3. cm)gehanteerd. Fietspaden (strooiroutes) 4,20 m Deze wegen dienen bereikbaar te zijn met materieel t.b.v. strooidiensten (maximale hoogte 4 m). Hierbij wordt een marge van 5% (= 20
  4. cm)gehanteerd. Fiets-, voet- en wandelpaden 3,00 m Deze wegen dienen bereikbaar te zijn met onderhoudsmaterieel t.b.v. vegen/maaiwerkzaamheden. Beplantingen 3,00 m Bij beplanting wordt deze hoogte aangehouden om de onderstaande beplanting te kunnen onderhouden en deze van voldoende licht te voorzien. Gazons 3,00 m Het gazon onder de kroonprojectie dient met maaimachines bereikbaar te zijn. Vrij-uitgroeiend 0,00 m Alleen mogelijk indien onder kroonprojectie geen beplanting of gazongewenst is (keuze beheerder) en als er voldoende ruimte is om de kroonvan de boomvolledig uit te laten groeien. Met maatwerk wordt in dit geval bedoeld: anders dan standaard snoeien, vervangen van de boom, herprofileren van de bestrating, enzovoorts. Indien aan twee kanten van een boom een ander omgevingstype aanwezig is, dan kan er aan elke zijde een andere takvrije ruimte worden nagestreefd (afbeelding 11). Dit voorkomt onnodig snoeien. E.3Kroonvormen Zoals uit de vorige paragraaf blijkt, worden bomen geplant om aan een bepaald beeld te gaan voldoen. Hierbij gaat de ontwerper uit van de natuurlijke habitus (kroonvorm) van die specifieke boomsoort. Snoeien gebeurt daarom in principe alleen om bomen op te kronen en om probleemtakken te verwijderen. Dit om de soorteigen kroonvorm van de boom of laan te behouden ten behoeve van het algemeen belang. Voordeel hiervan is dat het onderhoud aan bomen met een natuurlijke kroonvorm veel goedkoper is dan onderhoud aan vormbomen. E.4Instandhouding E.4.1 Verbetering groeiplaats Zoals u overal in dit Beleidsplan kunt lezen, hecht de gemeente Nuenen belang aan het in stand houden van haar bomen. Door keuzes in het verleden of uitgevoerde herontwikkelingen kan de groeiplaats van een boom inmiddels ontoereikend zijn. Dit uit zich in bomen waarvan de groei afneemt en daardoor soms meer overlast veroorzaken. Het verbeteren van de groeiplaats kan een manier zijn om de conditie een boost te geven. Dit kan door eenvoudig en kortdurende verbeteringen of langwerkende maar uitgebreide maatregelen. Hieronder staan enkele manier om de groeiplaats te verbeteren. Beluchten en bemesten. Pneumatisch opheffen van verdichting en het injecteren van voedingsstoffen en structuurverbeteraars. Effectief voor enkele jaren. Voedingspijlers. Boren van gaten en deze opvullen met een medium rijk aan voedingstoffen. Effectief voor circa 5 jaar. Mulchen. Gedurende meerdere jaren aanbrengen van een laag uitgerijpte humuscompost in het voor- en najaar. Na enkele jaren is het percentage organische stof met enkele procenten gestegen. Effectief voor vele jaren. Alleen toepasbaar in open grond. Uitbreiden doorwortelbare ruimte. Aansluitend op de groeiplaats uitwisselen van aanwezige grond door een goed doorwortelbaar medium rijk aan voedingsstoffen. De effectiviteit is afhankelijk van de omvang van de uitwisseling, maar is in potentie voldoende voor tientallen jaren. Welk medium wordt gebruikt is afhankelijk van het gebruik van de buitenruimte (zie ook D.4.1. Substraten). E.4.2. Kostenplaatje Het verbeteren van groeiplaatsen is een kostbare ingreep. Gemeente Nuenen voert verbeteringen daarom uit in bijzondere gevallen bij bijvoorbeeld bomen op de Waardevollehoutopstandenlijst. Hierbij wordt altijd een afweging gemaakt tussen het effect en de kosten van de verbeteringen. E.5Snoeien van bomen E.5.1 Algemeen Snoeien van bomen, oftewel het verwijderen van takken van een boom is de meest voorkomende beheermaatregel bij bomen. Gedurende de levensloop van een boom wordt meerdere malen een snoeibeurt uitgevoerd. Vanuit de boom gezien is het in principe nooit nodig om te snoeien. In een natuurlijke situatie bepaalt de boom zelf welke tak hij laat afsterven. Dit wordt voornamelijk gestuurd door het rendement dat de boom kan halen uit het blad aan de betreffende tak tijdens de fotosynthese (het proces waarbij licht en koolstofdioxide wordt omgezet in koolhydraten, zoals glucose). Afbeelding 11. Te realiseren takvrije ruimtes bij overige wegen en fietspaden (boven) en hoofdontsluitingswegen (onder) Veiligheid is de belangrijkste aanleiding om een boom te snoeien. Takken die te laag hangen, die gevaar opleveren of in de toekomst gevaar gaan opleveren dienen verwijderd te worden. Naast de in paragraaf E.1 omschreven zorgplicht speelt het gebruik van de ruimte rondom de boom sterk mee in de wijze van snoeien. Een boom naast een hoofdontsluitingsweg wordt hoger opgekroond dan een boom in een park. Over de hoofdontsluitingsweg rijden vrachtwagens met 80 km per uur, terwijl in dat park alleen wandelaar en een maaimachine bij de boom komen. Wanneer een dode tak in een boom naast een doorgaande weg staat, wordt de tak verwijderd, terwijl de tak in een boom die in het weiland staat langer kan blijven zitten of helemaal niet verwijderd hoeft te worden. Er wordt op plaatsen ook met incidenteel gebruik rekening gehouden. Bijvoorbeeld een zandpad dat normaal door wandelaars gebruikt wordt, kan tevens als toegangsweg voor onderhoudsmaterieel of bijvoorbeeld brandweer dienen. Met elke levende tak die van de boom gesnoeid dient te worden ontstaat een snoeiwond. Deze snoeiwond wordt door de boom afgesloten en overgroeid. Hoe groter de snoeiwond, hoe meer energie het de boom kost om dit af te sluiten en te overgroeien. Zolang de wond niet afgesloten en overgroeid is, blijft dit een invalsweg voor aantastingen. Boomtechnisch, maar ook qua kosten, is het nodig om op tijd terug te keren bij een boom in plaats van grote achterstanden te laten ontstaan. Gemeente Nuenen wil haar bomen graag cyclisch en efficiënt beheren. Dit wordt verder uitgewerkt in een bomenbeheerplan. E.5.2 Overlast van bomen De beleving van bomen verschilt van persoon tot persoon. Een boom aan de overkant van de straat kan mooi gevonden worden, terwijl men overlast ondervindt van eenzelfde boom aan de ‘eigen’ kant van de straat. Wat door de een als overlast wordt ervaren, daar is een ander blij mee. In bijlage J staat hoe gemeente Nuenen hiermee omgaat. E.5.3 Noodsnoei Er kunnen aanleidingen zijn om met spoed een boom te snoeien. Hierbij moet gedacht worden aan stormschades of aanrijdingen bij bomen. Dit zal in de praktijk door de brandweer of de piketdienst worden uitgevoerd. Hun doel is het wegnemen van gevaar. Nadien dient door de beheerder de afweging gemaakt te worden of het nodig is de boom alsnog een uitgebreide snoeibeurt te geven, of wellicht over te gaan tot het vellen van de boom. E.6Ziekten en plagen Door verschillende oorzaken, waaronder klimaatverandering en opengestelde grenzen, bereiken naast bestaande ook nieuwe ziekten en plagen ons land. De een vestigt zich door hernieuwd natuurlijk evenwicht, terwijl een ander weer verdwijnt. Het gebeurt ook dat een ziekte of plaag dermate uitgroeit dat het gevolgen heeft voor de veiligheid of volksgezondheid. Niet alle ziekten en plagen hoeven of kunnen worden opgelost. Het is soms technisch niet mogelijk of niet urgent genoeg om het haalbaar te maken. In veel gevallen hebben mensen het gevoel overlast te hebben van een ziekte of plaag in plaats van daadwerkelijk de gevolgen ervan te ondervinden. In deze paragraaf wordt de werkwijze omtrent enkele actuele boomziekten en plagen behandeld. E.6.1 Iepziekte Iepziekte is een schimmelinfectie die voornamelijk bij iepen voorkomt. De ziekte wordt verspreid door de grote en kleine iepenspintkever en wortelcontact. Deze (zeer) besmettelijke ziekte heeft in sommige delen van Nederland ervoor gezorgd dat het bestand aan iepen is gedecimeerd. Er worden geen standaard inspectierondes gehouden om eventuele besmettingen van iepziekte vast te stellen. Besmette iepen of zelkova’s (hoort tot de iepenfamilie) worden meestal opgemerkt door medewerkers van de buitendienst, groenbeheerders of inwoners. Bij constatering van iepziekte wordt de betreffende boom zo snel mogelijk gerooid om verspreiding van de ziekte te voorkomen. Door er zo kort mogelijk op te zitten, wordt geprobeerd het aantal besmettingen binnen de perken te houden. E.6.2 Eikenprocessierups De eikenprocessierups is een rups die, zoals de naam al zegt, vooral voorkomt op eiken. Nesten van deze rups bestaan uit een dicht spinsel van vervellingshuidjes, uitwerpselen en brandharen. Deze brandharen komen na de derde vervelling vrij en zijn irriterend voor de mens. Indien brandharen in ogen of longen komen kunnen ze een gevaar voor de volksgezondheid vormen. Vooral in de buurt van eikenlanen is de problematiek groot, omdat daar veel rupsen bij elkaar zitten. Door de grote aantallen en het schadelijke effect op onze gezondheid wordt de eikenprocessierups beschouwd als plaaginsect. De gemeente Nuenen bestrijdt de eikenprocessierups en houdt daarbij alle ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend in de gaten. De noodzaak van de bestrijding is duidelijk, en bevestigd door een rechtelijke uitspraak. Gemeente Nuenen kiest voor de methode die op dat moment het meest efficiënt is, rekening houdend met duurzaamheid en ecologie. E.6.3 Massaria De massariaziekte wordt veroorzaakt door de schimmel Splanchnonema platani. Deze ziekte veroorzaakt een snel optredende houtrot in takken van platanen, met takbreuk tot gevolg. Afhankelijk van de locatie van de boom kan dit ernstige problemen met betrekking tot de openbare veiligheid opleveren. Massaria bevindt zich altijd aan de bovenzijde van takken, waardoor het waarnemen vanaf de grond moeilijk is. Er zijn geen of nauwelijks meldingen van de aanwezigheid van massaria in de gemeente Nuenen. Binnen de huidige controlesystematiek lijkt het risico op besmetting op een acceptabel niveau te liggen. Hierdoor is er op dit moment geen aanleiding om de controlefrequentie bij platanen te verhogen. Mocht er in de toekomst aanleiding voor zijn, dan zullen de benodigde maatregelen worden getroffen. E.6.4 Paardenkastanjebloedingsziekte De kastanjebloedingsziekte is een ziekte die al meerdere jaren aanwezig is in de gemeente Nuenen. De ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Pseudomonas syringae pv ‘Aesculi’. Kenmerk is dat op de bast van de kastanjeboom roestbruine plekken ontstaan waaruit een stroperige vloeistof komt. Later sterft de bast pleksgewijs af. Uiteindelijk kan de ziekte tot gevolg hebben dat een tak of de gehele boom afsterft en daarmee onveilig wordt. Hoewel de paardenkastanjebloedingsziekte in de gemeente Nuenen geconstateerd is, lijken tot op heden de gevolgen mee te vallen. De aantastingen zetten dermate traag door dat de veiligheid niet in het geding komt. Binnen de huidige controlesystematiek lijkt de veiligheid voldoende geborgd. Bomen waarin de ziekte wordt geconstateerd worden geregistreerd als attentie of- risicoboom. Mocht hier in de toekomst aanleiding voor zijn, dan zullen passende maatregelen worden genomen. E.6.5 Essensterfte Deze ziekte wordt veroorzaakt door een schimmel waar twee namen voor bestaan. Chalara fraxinea voor de ongeslachtelijke vorm en Hymenoscyphus pseudoalbidus (vals essenvlieskelkje) voor de geslachtelijke vorm. Door de aantasting verstoppen de houtvaten en verdrogen bladeren en takken. Uiteindelijk kunnen de bomen afsterven, dit gebeurt in eerste instantie vooral bij jonge bomen, maar later ook bij de volwassen exemplaren. In het kader van de zorgplicht is een reguliere inspectie afdoende. Om de ontwikkeling van de ziekte nauwlettend te volgen is een jaarlijkse controle noodzakelijk. E.6.6 Overige ziekten en plagen Buiten de hierboven omschreven ziekten en plagen om worden er op dit moment geen maatregelen genomen om aanwezige of toekomstige ziekten en plagen te bestrijden of te voorkomen. Mochten er zich op dit gebied ontwikkelingen voordoen die daar wel aanleiding toe geven, dan zal daar op dat moment maatwerk voor worden geleverd. E.7Vellen van bomen Het doel van het boombeheer is het in stand houden van het bomenbestand waarbij veiligheid voor de omgeving voorop staat Echter, bomen zijn onderhavig aan allerlei invloeden van buitenaf. Het komt dus voor dat de veiligheid van een boom in het geding komt of dat het om andere redenen gewenst is om bomen te verwijderen. E.7.1 Veiligheidsoogpunt Bomen kunnen om verschillende redenen onveilig worden. Met onveilig bedoelen we dat er een (sterk) verhoogd risico op stam- of takbreuk ontstaan is of dat er stabiliteitsproblemen met de wortelkluit zijn. Dit kan gelden voor zowel levende als dode bomen. Dergelijke gebreken komen vaak aan het licht tijdens controle of tijdens een nader technisch onderzoek. Maar ook op basis van meldingen van derden. De zorgplicht met bijbehorende cycli en methoden is het uitgangspunt bij de keuze of, en zo ja welke maatregelen genomen worden. Angst voor omvallende bomen door extreme weersomstandigheden is bijvoorbeeld geen aanleiding voor kap als dit niet door onderzoek is onderbouwd. E.7.2 Dunnen Dunnen is van origine een beheermaatregel voor het onderhoud van oppervlakten zoals bosplantsoen. Maar afhankelijk van de locatie en te behalen eindbeeld kan dunnen ook in het bomenbeheer als maatregel worden uitgevoerd. Dunnen is altijd ten behoeve van de overblijvende beplanting en kan daarom een meerwaarde hebben. Zonder dunning kan er door lichtconcurrentie meer dood hout ontstaan of kunnen de bomen niet tot volle wasdom komen. Door de juiste bomen te vellen kan met een dunning ook overlast in de vorm van overhangende takken worden verminderd. Naar verwachting zullen om deze reden relatief veel bomen gekapt worden in de komende jaren. Dit komt doordat veel bomen op relatief korte plantafstanden zijn geplant. Dit in combinatie met de steeds groter wordende omvang van de nu nog relatief jonge bomen, maakt dat steeds meer bomen in de verdrukking komen. E.7.3 Soortspecifieke overwegingen 3e grootte bomen Bomen van de 3e grootte (tot en met circa 6 m), zoals Sorbus (lijsterbes), Pyrus (peer), Malus (appel) en Crataegus (meidoorn) hebben een beperkte omlooptijd. Vanaf een leeftijd van 25 tot 30 jaar is de groei meestal nagenoeg verdwenen en gaat de conditie achteruit. Dit soort bomen kan echter nog jaren met deze minimale groei en het daarbij behorende slechte beeld blijven leven. In afwijking van paragraaf E.8 kan er bij deze soorten eerder worden overgegaan tot het compleet renoveren van een straat- of laanbeplanting. Zodra er 25% van de bomen is verdwenen en van de overige bomen heeft 75% heeft een levensverwachting van minder dan 15 jaar, dan heeft het de voorkeur de complete straatbeplanting vervangen. Populieren Er zijn populierensoorten die naarmate ze ouder worden een verhoogde kans hebben op het uitbreken van takken. Dit zijn onder andere Populus canadensis ‘Hees’, ‘Robusta’ en ‘Heidemij’. De takbreuk is met snoei moeilijk te voorkomen. Deze cultivars worden, wanneer ze binnen het valbereik van eigendommen van derden en/of openbare gebieden staan, in het geval van een verhoogde kans op takbreuk geveld. Populieren soorten die beter geschikt zijn, zijn bijvoorbeeld: Populus alba ‘Raket’ Populusberolinensis Populuscanescens ’De Moffart’ Populuscanescens ‘Witte van Haamstede’ Populuscanadensis ‘Koster’ Populusnigra ‘Vereecken’ Populus ‘Rochester’ Populussimonii Populustremula Populustrichocarpa E.7.4 Schades door bomen Schades aan eigendommen van derden door bomen kunnen op verschillende manieren worden veroorzaakt. Wortelopdruk is een bekend beeld. Wettelijk wordt de eigenaar van het aanliggende perceel eigenaar van de boomwortels zodra ze de eigendomsgrens passeren. Deze ‘nieuwe’ eigenaar is dan verantwoordelijk voor het al dan niet verwijderen van die wortel. Het verwijderen moet zonder dat de boom er ernstige schade aan overhoudt (zie J.7). E.7.5 Na het vellen Het vellen van bomen is een kosten baten afweging en gebeurt op een zo efficiënt mogelijke manier. Hierbij let de gemeente er op dat bomen kunnen worden ‘hergebruikt’, zoals bijvoorbeeld een klimboom of kunstwerk. E.8Wortelopdruk Wortelopdruk is een veel voorkomend probleem van bomen in of nabij verharding. Hoewel het oplossen hiervan niet alleen onderdeel van het boombeheer is, dient wel een onderbouwde afweging gemaakt te worden wanneer de kosten voor het oplossen van die wortelopdruk teveel worden. Hoe gemeente Nuenen hiermee om gaat staat in Bijlage F. E.9Vervanging complete straat/lanen Voor behoud van het straat- of laanbeeld (boomstructuren) is het in sommige gevallen beter om complete of gedeeltes van straten of lanen te vervangen. Straat- en laanbomen zijn aangeplant om het beeld van een laan te creëren. Hierbij is de structuur leidend in plaats van de individuele boom. Indien er om welke reden dan ook bomen uit de laan verdwijnen, dan kan daarmee dat beeld worden aangetast. Omdat het beeld van de straat- of laanbeplanting (de structuur) bepalend is, dient de afweging gemaakt te worden of tussentijds herplanten zinvol is. Daarom is in afbeelding 12 een beslisschema opgenomen waaruit blijkt wanneer men wel of niet kiest voor herplant en wanneer men over gaat tot het compleet renoveren van een straat- en laanbeplanting. Renovatie is niet van toepassing op de historische structuren (Waardevolle gemeentelijke bomen). Daarin wordt elke verwijderde boom herplant. E.10Samenwerking gemeente en inwoners Beheer en onderhoud Het onderhoud van bomen bestaat uit zogenoemd technisch beheer. Dit is bedoeld om het bomenbestand en de daarbij op een veilige manier te behouden. Tevens voldoet de gemeente hierdoor aan haar zorgplicht. Gezien de noodzaak en belang hiervan worden er geen mogelijkheden geboden voor inspraak. Ontwikkelingen en grootschalige ingrepen Inwoners worden zo veel mogelijk geïnformeerd over uit te voeren onderhouden. Dit zal dan gebeuren via de gemeentelijke website. In geval van grootschalige werkzaamheden of ingrepen worden inwoners betrokken via bijvoorbeeld een inwonersavond. Grootschalig of ingrijpend is bijvoorbeeld het vellen van een laanbeplanting of het kandelaberen van bomen. Afbeelding 12.Beslisschema herplanten of renoveren laanbeplanting Klankbordgroepen In navolging op de avonden volgens het Wereldcafé blijven de klankbordgroepen actief. Per groep kan er een contactpersoon, een ‘accountmanager’, vanuit de gemeente worden aangewezen. Hiermee is het gemakkelijk te communiceren, de lijntjes zijn kort. Het is aan te raden minstens een maal per jaar een samenkomst per klankbordgroep te houden. Communicatie Afhankelijk van het doel gebeurt het verstrekken van informatie en publiceren puur informatief, actief of interactief. De gemeente streeft ernaar gebruik te maken van diverse media, niet alleen in wijkkranten en op de gemeentelijke website, maar ook via Twitter en Facebook. Het reeds opgezette ‘Kijk op uw wijk’ is met veel enthousiasme ontvangen en wordt dan ook voortgezet. BijlageF:Verhardingsopdruk Foto 1. Verhardingsherstel kost tijd, geld én boomwortels Een veelvoorkomend probleem in de gemeente Nuenen is verhardingsopdruk door boomwortels. Bij elke wijkschouw komt dit probleem aan de orde. 70 tot 80% van alle gebreken die dan worden aangetroffen, betreft verhardingsopdruk. Gemiddeld besteedt de gemeente € 80.000,- per jaar aan het kleinschalig herstraten van oneffen verhardingen. Hier komt bij dat het een terugkerend probleem betreft: afgezaagde wortels lopen vaak opnieuw uit met heel veel kleine wortels waardoor het probleem zich binnen enkele jaren opnieuw voordoet. Het is daarmee een kostbaar probleem. F.1Ontstaan van verhardingsopdruk Bomen die in hun groeiplaats onvoldoende vocht, voeding, zuurstof of stabiliteit kunnen vinden, ontwikkelen juist wortels op plekken waar wel aan die basisvoorwaarden voor groei wordt voldaan. Ze groeien onder verhardingen door naar geschikte groeiplaatsen. Zodra een geschikte groeiplaats is bereikt, begint de diktegroei van de boomwortel en wordt de verharding omhoog gedrukt. Een boomwortel zoekt zijn weg vooral op het horizontale scheidingsvlak tussen twee mediums. Bijvoorbeeld tussen verharding en straatzand of tussen straatzand en granulaat (foto 1). Ook is het vaak zo dat vlak onder verharding gunstige omstandigheden voorkomen voor wortelgroei: Onder gesloten verharding bevindt zich vaak een condenslaag. Onder open verharding bevindt zich vaak organische stof en vocht dat door de voegen is gekomen. F.2Voorkomen van verhardingsopdruk De manier om verhardingsopdruk te voorkomen is meerledig: Zo min mogelijk bomen in verharding plaatsen. Groeiplaatsen van bomen zodanig inrichten dat de behoefte/noodzaak om elders te wortelen minimaal is. Funderingen van verhardingen inrichten ten behoeve van wortelgroei en zodanig dat beworteling zich vooral onder in het cunet ontwikkelt en niet alleen vlak onder de verharding. Funderingen van verhardingen ontoegankelijk maken voor wortelgroei. Hoofdstuk 3 ‘Aanplant van bomen’ geeft aan welke basisregels de gemeente hanteert ten aanzien van bomen en hoe een groeiplaats en/of een (on-)doorwortelbaar cunet correct worden ingericht. F.3Herstellen van verhardingsopdruk Er bestaan diverse mogelijkheden om het probleem van verhardingsopdruk op te lossen. Die mogelijkheden veranderen, omdat marktpartijen en collega-gemeenten continu zoeken naar nieuwe producten en methoden. In tabel 8 is een overzicht gevoegd met de meest gangbare methoden van dit moment. Daarbij wordt van elke methode vermeld: Omschrijving Voordelen Nadelen Voorwaarden Kostenindicatie per boom Methoden Er zijn zes methoden die toegepast worden. Onderstaand zijn ze in volgorde van veelvuldig gebruik opgenomen: Wortelkap en verhardingsherstel Verhardingsvlak omvormen Verharding omhoog straten Boomspiegel vergroten Boom vervangen Boom verwijderen Deze mogelijkheden past de gemeente Nuenen overal toe. In de volgende paragrafen staat wat de afwegingen zijn om een bepaalde keuze te maken. Daarnaast komen enkele methoden aan bod die slechts incidenteel worden toegepast, eenvoudigweg omdat ze ingrijpend en/of kostbaar zijn. Dit zijn: Sandwichconstructie Zwevende bestrating Wortelbrug – watershells Wortelschermen Groeiplaatsverbetering Aanvullend op de bovengenoemde methoden is er de methode van groeiplaatsverbetering. Groeiplaatsverbetering alleen is geen remedie tegen verhardingsopdruk als die al aanwezig is. Elke maatregel heeft echter het meeste effect als die wordt uitgevoerd in combinatie met groeiplaatsverbetering. Het doel van groeiplaatsverbetering is voornamelijk om de bodem luchtiger te maken, zodat boomwortels gestimuleerd worden dieper te wortelen en lucht en voeding niet voornamelijk onder de verharding te halen. F.4Keuzes maken Er bestaan grote verschillen in de kosten per boom. Aan veel methoden worden technische voorwaarden gesteld. Kosten en technische voorwaarden zijn samen sterk bepalend bij de keuze voor een maatregel. Bij een ongelimiteerd budget en eindeloze technische mogelijkheden zou bij elke opdruklocatie een zwevend maaiveld worden aangebracht. Het opdrukprobleem is verholpen en de boom blijft onbeschadigd. Beschikbaar budget en technische beperkingen noodzaken er echter toe keuzes te maken. Gemeente Nuenen wil structurele oplossingen De gemeente Nuenen geeft de voorkeur aan structurele oplossingen. Bewust kiezen tussen bomen óf verharding is daarbij belangrijk. Voor de inwoners kan dat betekenen dat het straatbeeld of het comfort van de weggebruiker verandert. Vaak betekent dat een forse ingreep die zowel op ruimtelijk als financieel vlak grote impact heeft. De onderhoudsbudgetten zijn niet toereikend om overal een structurele oplossing door te voeren. Deze paragraaf legt uit hoe de gemeente kiest tussen kleinschalige oplossen in de onderhoudsfase en grootschalig oplossen door middel van renovatie en reconstructie (zie afbeelding 13). F.4.1 Onderhoudsfase Onderhoudsfase - verharding weg of omhoog? De beste oplossing bij verhardingsopdruk is het scheiden van de functies ‘boom’ en ‘verharding’. Daarom probeert de gemeente Nuenen het probleem altijd eerst op te lossen door verharding weg te nemen. Dit kan kleinschalig, door boomspiegels te vergroten, of grootschalig door parkeerplaatsen en trottoirs om te vormen tot plantvak. Incidenteel wordt verharding omhoog gestraat om een vloeiend verhardingsverloop te krijgen Maar alleen als sprake is van een boom waarbij wortelkap onacceptabel is. Overwegingen Bij de vraag of verharding mag worden verwijderd spelen de volgende overwegingen mee: Is verwijdering van een parkeerplaats in strijd met de parkeernorm? Past het vergroten van boomspiegels binnen de normen die in de ASVV 2012 (CROW) worden gesteld? Naast een boom moet minimaal een 0,90 m breed trottoir over blijven. Past het opheffen van voet- of fietspaden in het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan? Is er in de directe omgeving sprake van kwetsbare doelgroepen die veel baat hebben bij de aanwezigheid van aparte voetpaden (oftewel die bij voorkeur niet de rijbaan gebruiken om te belopen, denk aan ouderen, mindervaliden of jonge kinderen). Onderhoudsfase - boom weg? De tweede vraag die de gemeente zich stelt, is of de boom op deze plek kan worden verwijderd zonder de beeldkwaliteit van de openbare ruimte aan te tasten. Binnen de onderhoudsbudgetten is het mogelijk om bomen weg te halen en boomspiegels dicht te straten. Herplant van bomen past niet binnen de onderhoudsbudgetten. Dit omdat de gemeente ervoor kiest om alleen bomen aan te planten als deze direct een goede groeiplaats kunnen krijgen. Het aanleggen van nieuwe groeiplaatsen in verharding past ook niet binnen deze budgetten. Overwegingen Bij de vraag of een boom weg zou mogen, worden de volgende overwegingen gemaakt: Is de boom of de bomenstructuur beschreven in het Groenstructuurplan, het bestemmingsplan, een beeldkwaliteitsplan of heeft het een aparte status (zie B.1)? In dat geval is verwijderen van bomen, zonder direct herplanten niet wenselijk. Draagt de boom of bomenstructuur op dit moment wezenlijk bij aan het groene karakter van de omgeving? In dat geval is de gemeente terughoudend met het verwijderen van bomen. Heeft de boom een hoge actuele waarde? (zie ook de paragraaf Boomwaarde) Kunnen andere houtopstanden het verlies aan groen karakter compenseren als deze boom of bomen worden verwijderd? Dit kan de keuze om bomen te verwijderen vergemakkelijken. Doen zich met deze boom meer problemen voor? Denk aan overlast of beheerproblemen. Als dat het geval is, kan dat reden zijn om een boom te verwijderen. Op die manier worden meerdere problemen in één keer opgelost. Een teruglopende conditie, levensverwachting of boomveiligheid kan reden zijn om een boom te verwijderen. Zijn er kabels en leidingen aanwezig onder de boom die het onmogelijk maken om nieuwe bomen terug te planten op dezelfde plek? Dat kan een reden zijn om de bestaande boom zo lang mogelijk te behouden. Boomwaarde De meest recente versie van de Richtlijnen van de NVTB wordt gebruikt om de waarde van bomen te bepalen. In de basis is dit een optelsom van de kosten plantgoed, aanplant en nazorg, plus het uitgevoerde onderhoud. Het voert te ver om voor alle mogelijke situaties aan te geven wat de monetaire waarde van bomen is. De boomwaarde wordt namelijk bepaald door verschillende variabelen, zoals boomsoort, conditie, locatie en groeiplaats. Aansluitend op de vorige paragraaf, staan hier onder van een aantal voorbeeldbomen de waarde om een idee te krijgen. Hollandse linde, 120 jaar, gezond, parkboom, herplantmaat 20-25: € 19.170,- Zomereik, 40 jaar, gezond, straatboom, herplantmaat 18-20: € 8.215,- Sierkers, 25 jaar, gezond, woonstraat, herplantmaat 14-16 : € 3.990,- Onderhoudsfase - wortelkap en verhardingsherstel Als uit voorgaande stappen blijkt dat zowel de boom als de verharding wenselijk zijn, zal periodieke wortelkap met verhardingsherstel nodig blijven. Omdat dit hoge kosten met zich meebrengt zonder dat het structurele oplossingen oplevert, is dit een onwenselijke situatie. De kans op aansprakelijkheidstellingen als gevolg van opgedrukte verhardingen blijft aanwezig. Daarom wordt in een dergelijk geval een heroverweging gemaakt op basis van kosten. Uit deze heroverweging kunnen drie scenario’s voortkomen: Periodiek blijven herstellen van verhardingen. Hierbij blijft de gemeente wortels afkappen en verhardingen herstellen maar accepteert de structurele kosten daarvan om het straatbeeld in stand te houden. Veilig stellen met onderhoudsbudget. Hierbij besluit de gemeente om onderhoudsmiddelen in te zetten om verhardingen of bomen weg te halen en deze (voorlopig) niet terug te brengen. Daarmee is de situatie veilig gesteld zonder dat de onderhoudsbegroting uit balans raakt. Naar voren halen van reconstructie of renovatie. Als uit de heroverweging blijkt dat zowel bomen als verharding op die plek wenselijk zijn, kan de gemeente de locatie op een renovatie- of constructielijst zetten. Het is dan zaak om, eventueel na het veiligstellen van de situatie, weer zo snel mogelijk een volwaardig straatbeeld met bomen én verharding te hebben. Afbeelding 13.Overwegingen onderhoudsfase F.4.2 Renovatie en reconstructie Voor de locaties waar bovenstaande stappen geen oplossing bieden, is vaak een grootschaliger maatregel nodig, zoals: het verwijderen van bomen en het herplanten van bomen inclusief het aanleggen van een goede groeiplaats; het aanbrengen van constructies (watershells, wortelbruggen, wortelweringen, enzovoort); het herschikken van plantvakken, voetpaden en parkeerplaatsen. Dergelijke locaties worden als een integraal project opgepakt. Niet alleen omwille van de ruimtelijke en financiële impact maar ook omdat hierbij een intensieve communicatie met inwoners nodig is. Dit kan de uiteindelijke keuze voor een maatregel beïnvloeden en het maakt dat het voorbereidingstraject langer duurt. Dergelijke locaties komen op een ‘renovatie- en reconstructielijst’ te staan. Het is niet mogelijk om alle locaties op de lijst in één keer aan te pakken. Door het grote aantal probleemlocaties zou dat een te grote druk geven op de gemeentelijke begroting, en capaciteit voor voorbereiding en begeleiding. Maar het geeft ook fysieke problemen voor de verkeerssituatie in de gemeente. Denk aan wegafsluitingen, omleidingen en dergelijke. Daar komt nog bij dat het een grote impact zou hebben op het groene karakter en imago van de gemeente als in één keer op veel plaatsen bomen worden gerooid. Prioritering Daarom is prioritering nodig. Daarbij spelen de volgende aspecten mee: Omvang opdruk: de resultaten van de weginspecties en de frequenties waarmee opdruk opnieuw optreedt worden bijgehouden. De locaties met de meest ernstige opdruk (in hoogte of oppervlakte) of die het vaakst moeten worden opgeknapt, worden relatief hoog geprioriteerd. Kans op win-winsituaties: als op de opdruklocatie ruimtelijke of beheertechnische problemen spelen die tegelijkertijd kunnen worden aangepakt, worden deze locaties hoog geprioriteerd. Samenhang met reconstructies en renovaties: bij locaties die al op de nominatie staan voor renovatie of reconstructie, wordt dit moment van grootschalige aanpak aangegrepen om ook het probleem van verhardingsopdruk aan te pakken. Matrix oplossingen bij verhardingsopdruk Prijzen gebaseerd op kleinschalige aanpak, maar met een gecontracteerde aannemer Tabel 8. Oplossingen bij verhardingsopdruk BijlageG:Financiën G.1Geldstromen Door geld slim te besteden wordt hetzelfde werk uitgevoerd voor minder geld. Een voorbeeld is het werk maken met werk. Het vervangen van bomen of verbeteren van groeiplaatsen kan bijvoorbeeld gecombineerd worden met een rioolvervanging. Het effect is hierdoor tweeledig: door het meeliften met andere projecten wordt niet alleen geld bespaard, maar vermindert ook de overlast voor de omgeving. G.2Alternatieve baten Naast het budget van de gemeente Nuenen zelf, wil de gemeente ruimte voor alternatieve baten uit bijvoorbeeld burgerinitiatieven. Naast financieel voordeel biedt dit ook betrokkenheid van de Nuenenaar. G.3Vervangingskosten G 3.1. Vervanging In de komende jaren is een verschuiving van ontwikkeling naar beheer en onderhoud te verwachten. Hierbij wordt de renovatie (vervanging) van openbare ruimte steeds belangrijker. Ook het groen raakt een keer op. Met technische beheer wordt de kwaliteit van bomen in stand gehouden. Dit voorkomt dat bomen vroegtijdig aan vervanging toe zijn. Gemiddeld gaan bomen 40 tot 60 jaar mee. Hierna is meestal vervanging aan de orde of vinden er grootschalige renovatieprojecten plaats. Voor de noodzakelijke vervangingen moeten wel voldoende middelen gereserveerd of beschikbaar worden gesteld zodat deze tijdig kunnen worden uitgevoerd. G 3.2. Technische afschrijving Door tijdig te vervangen wordt voorkomen dat aftakelende bomen gevaar opleveren (omwaaien of takbreuk) voor hun omgeving. Daarnaast motiveert achterstallig onderhoud bewoners zeker niet betrokken te zijn bij hun leefomgeving. De jaarlijkse kosten voor vervanging worden bepaald door het aantal bomen en de levensduur van deze bomen. Samen vormen ze de theoretische vervangingskosten. Deze zogenoemde technische afschrijving is bepaald op basis van het werkelijke areaal, een inschatting van de gemiddeld levensduur en een grove berekening van de gemiddelde vervangingskosten. Kosten voor ontwerp en nazorg zijn hierin niet opgenomen. Naast het uitvallen van bomen na hun omloop zijn ook andere factoren van invloed op de levensduur zoals bijvoorbeeld aanrijdingen, ziekten en plagen, herontwikkeling en slechte groeiplaatsen. G 3.3. Middelen De theoretische vervangingskosten voor planmatige vervanging bedragen gemiddeld € 316.000,- per jaar. Hiervoor zijn in het verleden geen structurele middelen beschikbaar gesteld. De reden is dat grootschalige vervanging van bomen onderdeel was van grotere renovatieprojecten. De middelen werden hierdoor steeds incidenteel beschikbaar gesteld. Incidentele vervanging van bomen werd betaald vanuit de inboet. Het is de wens dit te veranderen omdat nu niet iedere boom vervangen wordt die eigenlijk vervangen zouden moeten worden. Er wordt in het op te stellen beheerplan onderscheid gemaakt tussen het projectmatig en het planmatig vervangen. Voorgesteld wordt om de middelen voor vervanging van bomen binnen projecten onderdeel te laten zijn van de budgetaanvraag voor het project. Het planmatig vervangen van bomen wordt via een vijf-jaren- planning onderdeel van het op te stellen beheerplan. In dat beheerplan wordt rekening gehouden met de dekking uit en aframing van de post ‘vervanging groen bij einde levensduur’ (inboet). Deze post is onderdeel van het product ‘openbaar groen’. Naast het vervangen van bomen is ook onderhoud aan bomen noodzakelijk. Het onderhoud wordt bekostigd vanuit de voorziening openbaar groen. Hier is jaarlijks een bedrag beschikbaar van € 269.875,-. In het nog op te stellen beheerplan zal dit budget mede op basis van het Bomenbeleidsplan geactualiseerd worden. Voor de uitvoering van het beheerplan en het actualiseren van de beheerdata is een bedrag gemoeid van circa € 7.600,- Deze kosten worden via de concrete vijf-jaren-planning opgenomen in het nog op te stellen beheerplan. Verder dient na afloop van dit Bomenbeleidsplan rekening te worden gehouden met bijkomende kosten voor communicatie en actualisatie van het beleidsplan van circa € 49.000,-. In het beheerplan zal dit budget mede op basis van het Bomenbeleidsplan geactualiseerd worden. G.4.Bomenfonds In een zogenoemd Bomenfonds worden

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.