← Nederland

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Fysieke Leefomgeving 2024-2028 (Nuenen, Gerwen en Nederwetten)

Kort samengevat

Dit is de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Fysieke Leefomgeving 2024-2028 van de gemeente Nuenen, die de gemeentelijke taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving regelt. Het vervangt eerdere beleidskaders en is geactualiseerd volgens de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Fysieke Leefomgeving 2024-2028Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nuenen heeft op 1 juli 2024 de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Fysieke Leefomgeving (U&HS) 2024-2028 voor de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) vastgesteld. Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking op overheid.nl en vervangt de eerdere beleidskaders voor VTH: het Vergunningenbeleid omgevingsrecht 2020-2021 en het Toezicht- en Handhavingsbeleid omgevingsrecht 2017-2021 van de gemeente Nuenen. De tekst van de U&HS is te vinden op de website van de gemeente Nuenen www.nuenen.nl. Management samenvatting Deze U&HS ziet toe op de gemeentelijke uitvoerings- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving die de gemeente zelf uitvoert. Wij behandelen vergunningaanvragen en meldingen en verrichten andere activiteiten in de fysieke leefomgeving. Ook geven wij informatie daarover aan inwoners en ondernemers, houden we toezicht op het naleven van vergunningvoorschriften en algemene regels en treden we handhavend op indien nodig. In deze U&HS wordt alles samengebracht wat te maken heeft met Vergunningverlening en Toezicht en Handhaving (VTH) voor de fysieke leefomgeving. Voorheen werd dit het VTH-beleid genoemd. Met deze strategie omarmen we de Omgevingswet; we gaan voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘fysieke leefomgeving’ verstaan we datgene wat je ziet, voelt, hoort en ruikt. Dat zijn bijvoorbeeld gebouwen, wegen, parken, een schone lucht, sloten, rivieren, bossen, enzovoort. Naast duurzaam, gezond en veilig verwachten we dat onze omgeving ook aantrekkelijk en goed verzorgd is. We willen van onze omgeving genieten. Het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit is daarom toegevoegd als centrale doelstelling in de Omgevingswet en is in deze U&HS 2024-2028 opgenomen. Deze U&HS legt het minimaal uit te voeren (kwaliteits)niveau vast, zoals de Omgevingswet en de geldende kwaliteitscriteria voor de VTH dat vereisen. Belangrijke ontwikkelingen: de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen die op 1 januari 2024 in werking zijn getreden hebben ook de komende jaren invloed op de VTH taken. In de afgelopen jaren zijn er in verschillende regionale werkgroepen samenwerkingsafspraken gemaakt over het ketenproces Omgevingswet, om daar waar we elkaar tegenkomen het VTH-proces efficiënt in te richten. Ook hebben we milieu strategieën vastgelegd in het Regionaal Operationeel Kader Milieutoezicht (ROK-TH) en een Regionaal Operationeel Kader Vergunningverlening (ROK-VV) van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant dat geactualiseerd en samengevoegd is tot 1 integraal ROK-VTH 2025-2027 (besluitvorming vindt hierover in 2024 plaats) om zo op een gestructureerde en integrale wijze te werken en een gelijk speelveld te creëren. Doelstellingen: Deze U&HS benoemt doelstellingen die wij de komende vijf jaar nastreven. Deze doelstellingen zijn gebaseerd op de centrale doelstelling van de Omgevingswet en bevat ook kwaliteitsdoelstellingen gebaseerd op de op 14 december 2023 door de gemeenteraad vastgestelde verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht gemeente Nuenen. We zijn succesvol in onze uitvoering als we goede invulling hieraan geven. Daarom hebben we de doelstellingen concreet en realistisch geformuleerd zodat we ze goed kunnen monitoren. Prioriteren: Omdat het onmogelijk is om alle VTH-taken van de fysieke leefomgeving te kunnen uitvoeren werken we met een prioritering. Door te prioriteren maken we keuzes in de VTH- taken die we in deze beleidsperiode (2024-2028) uitvoeren. Per domein in de fysieke leefomgeving (Bouwen en slopen, Erfgoed en RO, APV en bijzondere wetten) zijn de prioriteiten benoemd. Deze zijn tot stand gekomen middels een omgevingsanalyse en een risicoanalyse. De uitkomsten hiervan zijn weergegeven in bijlage 4B. Strategieën: Een verplicht onderdeel van de U&HS zijn de strategieën. Deze zijn weergegeven in bijlage 2A t/m 2F. Met de vaststelling van deze strategieën geven we sturing aan de uitvoering en handhaving. Het zorgt voor een gestructureerde wijze van werken en draagt bij aan transparantie en uniformiteit in besluitvorming. 1.Inleiding Voor u ligt de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Fysieke Leefomgeving 2024-2028 (U&HS). Dit document vervangt de beleidskaders voor VTH: het Vergunningenbeleid omgevingsrecht 2020-2021 en het Toezicht- en Handhavingsbeleid omgevingsrecht 2017-2021 van de gemeente Nuenen. Dit beleid was op 27 februari 2022 door ons verlengd met 1 jaar en is, conform afspraak met de Interbestuurlijk Toezichthouder van de provincie Noord-Brabant, nogmaals verlengd tot 1 juli 2024. In onderhavige U&HS hebben we de beleidskaders voor VTH geactualiseerd aan de nieuwe wet- en regelgeving zoals de Omgevingswet en de Wet private kwaliteitsborging Bouw (Wkb) en de landelijke kwaliteitscriteria VTH. Deze U&HS ziet toe op de gemeentelijke uitvoerings- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving die de gemeente zelf uitvoert. Wij behandelen vergunningaanvragen en meldingen en verrichten andere activiteiten in de fysieke leefomgeving. Ook geven wij informatie daarover aan inwoners en ondernemers, houden we toezicht op het naleven van vergunningvoorschriften en algemene regels en treden we handhavend op indien nodig. In deze U&HS wordt alles samengebracht wat te maken heeft met Vergunningverlening en Toezicht en Handhaving (VTH) voor de fysieke leefomgeving. De U&HS schetst de visie, de doelen en uitgangspunten voor de komende jaren (2024-2028), de inhoudelijke prioriteiten die daarin worden gesteld (op basis van een omgevings- en risico-analyse en bestuurlijke, landelijke en regionale prioriteiten) en geeft weer hoe wij een eenduidige werkwijze voorstaan, hoe de VTH-organisatie is ingericht en hoe wij binnen het omgevingsrecht op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de samenwerkingsverbanden gemaakte afspraken samen werken. Met deze U&HS geven we uitvoering aan de wettelijke verplichting in het Omgevingsbesluit behorende bij de Omgevingswet om voor zowel omgevingsvergunningen als het toezicht en de handhaving hierop een actuele uitvoering- en handhavingsstrategie vast te stellen. Daarnaast komen we de afspraak na die met de Interbestuurlijk Toezichthouder van de provincie is gemaakt om nieuw actueel VTH-beleid vast te stellen in de vorm van een meerjaren U&HS 2024-2028 voor de Fysieke Leefomgeving. 1.1Hoe is het document opgebouwd? Dit document bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft de visie, doelen, probleemanalyse, prioriteiten, strategieën, samenwerking en organisatie op het gebied van de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH).Het tweede deel bestaat uit een bijlagenbundel waar onderwerpen uit het eerste deel gedetailleerd zijn uitgewerkt. De visie en uitgangspunten op vergunningverlening, toezicht en handhaving staan in hoofdstuk 2. De doelstellingen die we de komende vier jaar willen realiseren zijn weergegeven in hoofdstuk 3. De risico’s en (bestuurlijke) prioriteit die wij aan taken toekennen staan in hoofdstuk 4 en bijlage 4A en 4B. Strategieën voor vergunningverlening, toezicht en handhaving oftewel de werkwijze(

  1. n)waarop wij de doelen en risicogericht werken willen bereiken staan in hoofdstuk 5 en zijn nader uitgewerkt in bijlage 2A tm 2F en bijlage 3. De Inrichting van de uitvoeringsorganisatie (VTH) en samenwerking met andere organisaties is te vinden in hoofdstuk 6; Het minimaal uit te voeren (kwaliteit)niveau/ kwaliteitsborging is opgenomen in hoofdstuk 7. 1.2Wettelijke eisen Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Volgens de wettelijke regeling (artikel 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit) dient elke Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&HS) in ieder geval inzicht te bieden in onderstaande onderdelen: De prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden (toelichting in paragraaf 4.3); De methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen uit het beleid worden bereikt (toelichting op de BIG 8 in bijlage 1B); De criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen (toelichting in bijlage 2A en 2B onderdeel vergunningenstrategie); De werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen (toelichting in bijlage 2A en 2B onderdeel vergunningenstrategie); De afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden (toelichting in bijlage 2D sanctiestrategie); de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden (toelichting in bijlage 2C toezichtstrategie); De wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties (toelichting in bijlage 2C toezichtstrategie ); De wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd (toelichting in bijlage 2D sanctiestrategie); De wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie (toelichting in bijlage 2D sanctiestrategie). De wijze waarop meldingen en handhavingsverzoeken worden behandeld (bijlage 2E) De wijze waarop omgegaan wordt met gedogen (bijlage 2F) Onderhavige U&HS voldoet aan deze eisen. Met deze U&HS omarmen we de nieuwe Omgevingswet. We stellen de centrale doelstelling van de Omgevingswet in deze U&HS centraal. Deze staat verwoord in artikel 1.3: Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur en b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” Hierboven is aangegeven wat we, in het kader van de reikwijdte van deze U&HS, onder de onderstreepte termen uit voornoemde centrale doelstelling dienen te verstaan. Naast een U&HS (= meerjarenstrategie), eist de wet ook een jaarlijks uitvoeringsprogramma en evaluaties die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen uit de U&HS. Deze beleidscyclus staat bekend als de ‘BIG EIGHT’-cyclus. Zie figuur 1 hieronder. Een toelichting staat in bijlage 1B. Figuur 1 BIG 8 Onder de Omgevingswet is sprake van een tweede beleidscyclus (zie figuur 2). Deze kent een vergelijkbare opzet (Plan, Do, Check, Act). Het verschil zit in het feit dat die cyclus betrekking heeft op de doelen ten aanzien van de fysieke leefomgeving, zoals per gemeente vervat in een omgevingsvisie, Omgevingsprogramma en in de regelgeving uitgewerkt in het Omgevingsplan en Omgevingsvergunning. Het is veel meer omvattender. VTH taken zijn in die cyclus te definiëren als één van de mogelijk in te zetten instrumenten. Figuur 2 Beleidscyclus Omgevingswet 1.3Reikwijdte en afbakening De leefomgeving is onder te verdelen in een fysiek en een sociaal domein. De U&HS gaat over het fysieke domein. De Omgevingswet omschrijft de ‘fysieke leefomgeving’ als datgene wat je ziet, voelt, hoort en ruikt. Dat zijn bijvoorbeeld gebouwen, wegen, parken, een schone lucht, sloten, rivieren, bossen, enzovoort. De wettelijke verplichting om een U&HS vast te stellen maakt onderscheid tussen basistakenen niet basistaken. Basistaken worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (hierna: ODZOB). Hiervoor hebben wij samen met de regio in 2018 en 2019 een uniforme regionale uitvoering- en handhavingsstrategie (het ROK-VV en het ROK-TH ) vastgesteld die onlangs geactualiseerd is en vervangen wordt door één integraal ROK-VTH (zie 1.5.2 ‘regionale ontwikkelingen’). Vanuit het oogpunt van effectiviteit, efficiency en het creëren van een gelijk speelveld is in onze gemeente de regionale uitvoering- en handhavingsstrategie ook van toepassing op de overige (niet onder de basistaken vallende) milieutaken inclusief het aspect externe veiligheid en groene wetgeving1De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) geeft voor de hele provincie Noord-Brabant de vergunningen af voor de Wet natuurbescherming. Ook is de ODBN verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van de regels.. Het gaat hier om de zogenaamde “verzoektaken”. Deze U&HS ziet toe op de (overige) gemeentelijke uitvoerings- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving. Voor het afhandelen van omgevingsvergunningaanvragen, het houden van toezicht en ons handhavend optreden staan in bijlage 1A onder meer (niet uitputtend) de wettelijke- en beleidsmatige kaders waar deze U&HS betrekking op heeft. 1.4Beleidsevaluatie In de afgelopen beleidsperiode hebben wij vrijwel alle doelstellingen behaald die in onze vorige VTH-beleidstukken stonden opgenomen. We hebben hiermee een concrete bijdrage geleverd aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. We zetten in op een sluitende beleidscyclus. We verantwoorden de uitvoering van doelstellingen middels het jaarverslag. De doelstellingen worden jaarlijks uitgewerkt in het VTH-uitvoeringsprogramma. Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het vorige VTH-beleid: Deze nieuwe U&HS die het vorige Vergunningenbeleid en het Toezicht- en Handhavingsbeleid vervangt, is in één document samengevoegd wat een goede grondslag biedt voor integrale afweging in het fysieke domein; De visie is geactualiseerd en gericht op integrale uitvoering van de VTH-taken; De VTH-doelen zijn beter verbonden met de doelen uit de nieuwe omgevingswet en de kwaliteitsdoelstellingen voortkomend uit de gemeentelijke verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Nuenen (vastgesteld op 14 december 2023); De VTH-prioriteiten zijn in grote lijnen gelijk gebleven. De VTH-strategieën zijn uitgebreid met een meldingenstrategie dat is afgestemd op de doelen en prioriteiten. De verordening Uitvoering en Handhaving (voorheen verordening VTH omgevingsrecht) is door de raad op 14 december 2023 geactualiseerd aan de vernieuwde kwaliteitseisen 2.3 en de Omgevingswet. Met als gevolg dat er een minimaal kwaliteitsniveau is vastgelegd voor de uitvoering van de VTH-taken. 1.5Ontwikkelingen Het omgevingsrecht is continu in ontwikkeling. Het is dan ook onmogelijk om hier alle ontwikkelingen te schetsen die de komende jaren een rol zullen spelen. We benoemen hieronder de belangrijkste ontwikkelingen. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma VTH worden de activiteiten opgenomen die inspelen op relevante ontwikkelingen in dat jaar. 1.5.1Landelijke ontwikkelingen Hieronder worden de landelijke ontwikkelingen benoemd die de komende periode van invloed (kunnen) zijn op het uitvoeren van de gemeentelijke VTH-taken. 1.5.1.1De Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Deze wet bundelt 26 wetten, 120 sectorale Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’
  2. s)en honderden ministeriële regelingen. Naast verandering in wet- en regelgeving is ook de wijze van raadplegen van regelgeving anders geworden en de wijze waarop vergunningaanvragen en meldingen kunnen worden ingediend. Dit is de invoering van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Figuur 4 Veranderingen Omgevingswet De knip: scheiden van technisch en ruimtelijk bouwen Met de Omgevingswet is bouwen in een technisch en een ruimtelijk deel gescheiden. Dat levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit (artikel 5.1 lid 2a Omgevingswet); en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk (artikel 5.1 lid 1a Omgevingswet). Deze scheiding heet 'de knip' (verderop in & 1.5.2 wordt hier nader op ingegaan ) Criterium ‘Onlosmakelijkheid’ is verdwenen Het criterium uit de Wabo dat de aanvrager onlosmakelijk verbonden toestemmingen in één aanvraag moest aanvragen, bestaat met ingang van 1 januari 2024 (Omgevingswet in werking en vervangt Wabo) niet meer. De aanvrager mag dus zelf kiezen welke aanvragen hij in welke volgorde indient. Het bevoegd gezag is daarbij verplicht, voor zover dat door het bevoegd gezag in te schatten is, de initiatiefnemer te laten weten welke vergunningen er nog meer nodig zijn (artikel 3:20, Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb). Het is een zogenaamde inspanningsverplichting. Er geldt ook geen conversiebepaling meer. Hiermee wordt een bepaling bedoeld zoals voorheen opgenomen in artikel 2.10, lid 2 Wabo, waarbij een met het bestemmingsplan strijdige aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van rechtswege ook wordt aangemerkt als een aanvraag om af te wijken van het bestemmingsplan. Deze vrijheid van keuze voor initiatiefnemers kan ook een toename van vergunningverlening, toezicht- en handhavingsactiviteiten veroorzaken, omdat voor een initiatiefnemer niet altijd duidelijk is welke aanvragen nodig zijn. Lex silencio positivo is vervallen Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de lex silencio positivo (hierna: lsp) in het omgevingsrecht vervallen. Dit betekent dat er vanaf 1 januari 2024 niet langer een vergunning van rechtswege ontstaat wanneer wij niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet. In gevallen waarin het niet lukt om op tijd een besluit te nemen, kan een initiatiefnemer gebruik maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (na een schriftelijke ingebrekestelling gaat het bestuursorgaan dwangsommen verbeuren en de initiatiefnemer kan naar de bestuursrechter stappen om besluitvorming af te dwingen). Digitaal stelsel Omgevingswet Met de invoering van de Omgevingswet, is ook gestart met het werken met het platform Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het DSO vervangt onder andere een aantal bestaande loketten zoals www.ruimtelijke- plannen.nl, Omgevingsloket online (OLO), Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) en het Meldpunt Bodemkwaliteit. Om te kunnen werken volgens de Omgevingswet hebben we de gemeentelijke systemen aangesloten op onderdelen van het DSO. Binnen het Omgevingsloket kunnen hierdoor documenten en gegevens met initiatiefnemers en andere overheden worden uitgewisseld. De gemeente Nuenen werkt met het zaaksysteem Djuma en met Power Browser. De relevante wijzigingen die de Omgevingswet met zich meebrengt zijn voor zover mogelijk verwerkt in de operationele strategieën in bijlage 2A t/m 2F. 1.5.1.2De Wet private kwaliteitsborging Bouw (Wkb) Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen in werking getreden. De Wkb heeft samen met de Omgevingswet gevolgen voor het proces van bouwen, vergunningverlening en het gemeentelijk (bouw)toezicht op bouwwerken gevolgklasse 1. Onder gevolgklasse 1 vallen gebouwen waarbij de persoonlijke gevolgen beperkt zijn wanneer er niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. We hebben het dan over bouwwerken zoals woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen. De Wkb geldt dus niet voor alle gebouwen, maar voorlopig (de komende 3 jaar) alleen voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Tevens zijn verbouwingen voorlopig uitgezonderd2Demissionair minister Hugo de Jonge van BZK heeft op 6 juni 2024 de Tweede Kamer geïnformeerd dat het besluit om ook het verbouwen van bouwwerken onderdeel te maken van de Wkb uitgesteld is tot 1 juli 2025. van de Wkb. Daarnaast is onder de Omgevingswet de bouwactiviteit in 2 activiteiten geknipt: Een omgevingsplanactiviteit. Hieronder vallen alle lokale regels (ruimtelijke ordening, welstand, gemeentelijke monumenten, kap, reclame, etc.). Deze toetst blijft de gemeente uitvoeren. Of je vergunning nodig hebt voor de omgevingsplanactiviteit hangt af van de activiteit en voornoemde lokale regels (die in het omgevingsplan worden opgenomen). Een technische bouwactiviteit. Hieronder valt het voldoen aan de bouwregels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Bij bouwen onder gevolgklasse 1 van de Wkb heb je voor de technische bouwactiviteit geen vergunning meer nodig. De gemeente toetst plannen die met ingang van 1 januari 2024 binnenkomen niet meer aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. De gemeente besteedde deze taak voorheen uit aan een extern bureau. Dit hoeft dus voor aanvragen die op of na 1 januari 2024 zijn binnengekomen niet meer. Deze taak wordt overgenomen door private kwaliteitsborgers. Een kwaliteitsborger is een onafhankelijk bedrijf dat erop moet toezien dat een bouwwerk als het klaar is voldoet aan de bouwtechnische voorschriften in het Bbl. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid en blijft het bevoegd gezag voor het bouwdomein. Naast dat er taken blijven bestaan en sommige wegvallen, komen er ook nieuwe taken bij voor de gemeente. In onderhavige U&HS is de werkwijze die de gemeente Nuenen hanteert met betrekking tot toetsing, toezicht en handhaving binnen het stelsel van kwaliteitsborging voor de bouw nader beschreven in bijlage 3. 1.5.1.3Arbeidsmarkt De huidige krapte op de arbeidsmarkt heeft ook effect op het VTH-domein. Vooral juridische en beleidsmatige functies zijn moeilijk vervulbaar. 1.5.1.4.Openbare ruimte Vanuit de overheid worden steeds meer toezichtstaken die nu bij de politie horen (impliciet) overgedragen naar de gemeenten. Ook heeft de VNG een voorstel gedaan bepaalde politietaken over te gaan dragen naar de gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van verkeer (snelheidscontroles e.d.). Deze taken moeten dan door de gemeentelijke toezichthouders (met opsporingsbevoegdheid) worden uitgevoerd. 1.5.1.5Ondermijnende criminaliteit Binnen de zes gemeenten van het basisteam Dommelstroom is medio 2018 het initiatief ingezet om te komen tot een doorontwikkeling en professionalisering van integrale handhaving in relatie tot de aanpak van ondermijning en (integrale) veiligheid. Hiertoe is medio 2020 binnen het basisteam Dommelstroom een bestuurlijk interventieteam onder aanvoering van een intergemeentelijke teamleider van start gegaan (DIT). Op basis van de o.a. in een convenant vastgelegde afspraken nemen vaste vertegenwoordigers (waaronder de gemeente Nuenen, ODZOB, VRBZO, Politie en Senzer) deel aan de structurele overleggen en interventies. De afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in onderhavige U&HS geregeld via de lijn van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Het VTH-uitvoeringsprogramma is gebaseerd op deze U&H-strategie. Hiermee wordt een duidelijke link gelegd tussen de organen die belast zijn met bestuurs- en strafrechtelijke handhaving waarbij deze U&HS en het VTH-uitvoeringsprogramma afgestemd worden met de organen (politie en OM) die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, met als doel prioriteiten met elkaar te delen waardoor afstemming van werkzaamheden kan plaatsvinden. 1.5.1.6Duurzaamheid Nederland staat voor grote opgaven op het gebied van de leefomgeving: Er moet een groot aantal nieuwe woningen worden gebouwd. Om de opwarming van de aarde te beperken moeten er locaties worden gevonden voor windmolens en zonnepanelen. Door klimaatverandering, de landbouw, woningbouw en bedrijvigheid staat de draagkracht van de bodem, het water en de biodiversiteit onder grote druk. Al deze opgaven komen samen op het beperkte grondgebied van Nederland. Het aanpakken ervan is een ingewikkelde puzzel, niet alleen omdat voor bestaande en nieuwe functies ruimte moet worden gevonden, maar ook omdat daarbij rekening moet worden gehouden met de interactie tussen het benodigde ruimtegebruik. Hoe kunnen woonwijken niet alleen snel worden aangelegd maar ook zodanig dat ze bestand zijn en blijven tegen langere periodes van droogte, warmte en heftigere regenbuien, hoe kan de uitkoopregeling voor de landbouw tegelijkertijd bijdragen aan de vermindering van de stikstofdepositie op natuurgebieden en de aanpak van verdroging, en hoe kunnen windturbines en zonnepanelen een plaats krijgen zonder landschappen al te veel aan te tasten en met draagvlak onder de bevolking? Deze vraagstukken op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, stikstofdepositie e.d. raken ook de VTH-taken op gemeentelijk niveau. In 2024 wordt de nieuwe nota duurzaamheid Nuenen vastgesteld. Hieruit volgt een uitvoeringsplan voor de komende jaren. Op één van de bedrijventerreinen willen we een pilot starten op het gebied van grootschalige energieopslag. Op het gebied van afval willen we in 2025 het nieuwe afvalbeleid vaststellen, waarbij circulariteit het uitgangspunt is. Evenementen en duurzaamheid: Voor alle evenementen gelden nieuwe regels voor het gebruik van plastic bekers en bakjes. Wegwerp is verboden, herbruikbaar wordt de nieuwe norm. Vanaf 1 juli 2023 mogen bij open evenementen geen gratis wegwerpbekers en -bakjes van plastic meer verstrekt worden en vanaf 1 januari 2024 is bij gesloten evenementen wegwerpplastic niet meer toegestaan en hergebruik of hoogwaardige recycling verplicht. 1.5.1.7Wet goed verhuurderschap Met ingang van juni 2023 is de Wet goed verhuurderschap in werking getreden. Deze wet geeft gemeenten de mogelijkheid om op te treden bij misstanden op de lokale huurmarkt. In de wet is een landelijke norm met bijbehorende regels ingesteld. Gemeenten hebben een belangrijke rol gekregen in het handhaven hiervan. De gemeente is bij private verhuurders en verhuurbemiddelaars het bevoegd gezag voor het toezicht en het handhaven van de algemene regels en de verhuurvergunning. In het geval van woningcorporaties is het toezicht en handhaving belegd bij de Autoriteit Woningcorporaties. Iedere gemeente moet vanaf 2024 een meldpunt hebben voor klachten over ongewenst verhuurgedrag. De gemeente Nuenen heeft in oktober 2023 een meldpunt goed verhuurderschap ingericht. In de komende beleidsperiode zal duidelijk worden of een Verhuurverordening met verhuurdersvergunningen moet worden vastgesteld om uitvoering te kunnen geven aan de Wet goed verhuurderschap. Toezicht vindt voorlopig alleen klachtgestuurd plaats. 1.5.2Regionale ontwikkelingen In de regio vinden allerlei ontwikkelingen plaats die van invloed zijn op de gemeente Nuenen. Daarom hebben we actief contact met buurgemeenten en de provincie Noord-Brabant. Bovendien nemen we op verschillende thema’s deel aan regionale samenwerkings¬verbanden. De uitvoering van de milieutaken (de zogenaamde basistaken) van gemeenten is wettelijk verplicht ondergebracht bij de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB). De ODZOB heeft voor milieutoezicht in 2018 het Regionaal Operationeel Kader milieutoezicht 2018 opgesteld(ROK-TH) dat richting geeft aan de wijze waarop milieutoezicht en -handhaving worden uitgevoerd. In 2019 is vervolgens voor milieuvergunningverlening een ROK opgesteld (ROK-VV). Deze beleidskaders zijn geëvalueerd. Hiertoe is een regionale omgevingsanalyse uitgevoerd, heeft een klachtenanalyse plaatsgevonden en is een (theoretische)risico-analyse uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een Regionaal Operationeel Kader Milieu Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (= ROK VTH) 2025-2028 dat het huidige ROK-VV en het ROK-TH vervangt. Het ROK-VTH beschrijft het kader zowel voor vergunningverlening als toezicht & handhaving en vormt de concrete basis voor de gezamenlijke uitvoering in de regio. Naar verwachting wordt het ROK-VTH 2025-2028 medio juli 2024 ter vaststelling aangeboden van het Algemeen Bestuur van de ODZOB en zal het vervolgens ter vaststelling worden aangeboden aan alle college’s in de regio Brabant-Zuidoost. Ook hebben we actief contact met onze ketenpartners zoals de waterschappen, GGD, de veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO), de politie etc. Verderop in & 6.2 “ Samenwerking met andere organisaties” wordt dieper ingegaan op de samenwerkingsverbanden en de gemaakte afspraken. 1.5.3Lokale ontwikkelingen Veiligheid: Nuenen scoort goed op de veiligheidsmonitor en we blijven ons dan ook inzetten om dit niveau te behouden. Regionaal zetten we verder in op het tegengaan van ondermijning in onze samenleving. Ondermijnende criminaliteit bestaat uit alle vormen van misdaad die een bedreiging vormen voor de integriteit van onze samenleving. Denk aan zaken als drugshandel en -productie, mensenhandel en prostitutie, wapenhandel etc. Maar ook onderwerpen als het (op grote schaal) ontduiken van belasting, crimineel geld witwassen of frauderen met vastgoed, uitkeringen of overheidssubsidies. De aanpak van georganiseerde misdaad vraagt om een georganiseerde overheid en een integrale aanpak. De verbinding tussen bestuurs- en strafrecht is belangrijk voor een goede aanpak van ondermijnende criminaliteit en een level-playing-field. Dat doen we samen met de regio en de Taskforce RIEC en het Dommelstroom Interventie Team (DIT). Zie verderop in & 6.2 “Samenwerking met andere organisaties” voor meer informatie hierover. Als gemeente Nuenen vinden wij een veilige woon- en leefomgeving belangrijk. Daarom treedt de burgemeester hard op tegen drugscriminaliteit. De burgemeester heeft op 13 maart 2020 Damoclesbeleid vastgesteld. In dat beleid staat bij welke hoeveelheid soft- en/of harddrugs een woning of bedrijfspand wordt gesloten en hoe lang de sluiting duurt. Ook de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (Wet Bibob) wordt als (preventief) bestuursrechtelijk instrument blijvend ingezet. Voor de toepassing heeft gemeente Nuenen Bibob-beleid vastgesteld in 2021. Regelmatig wordt bekeken of het beleid geactualiseerd moet worden aan de hand van landelijke en/of regionale ontwikkelingen. In 2020 is een start gemaakt met de ontwikkeling van het programma Bedrijventerrein met als doel: veiligere leefomgeving, beter ondernemersklimaat en betere kwaliteit openbare ruimte. Dit wordt de komende beleidsperiode (2024-2028) voortgezet. In de beleidsperiode wordt de instrumentenmix om de bedrijventerreinen veiliger te maken verder verstevigd. Te denken valt aan voortzetting cameratoezicht, Keurmerk Veilig Ondernemen, integrale controles en voorlichting. Tevens is er op bedrijventerrein Eeneind de exploitatievergunningplicht voor autobranche gerelateerde bedrijven. Het huidige veiligheidsbeleid van de gemeente Nuenen “Kadernota veiligheid 2019-2022” zal geactualiseerd worden. Omdat de inzet vanuit de gemeente, en dan met name toezicht en handhaving, steeds meer gewenst is in verschillende veiligheidsvelden, kan de wijziging van het veiligheidsbeleid invloed hebben op de uitvoering van onderhavig beleid. Evenementenbeleid: Het huidige evenementenbeleid dateert uit 2015 en zal in 2025 geactualiseerd worden. De wijziging van het Evenementenbeleid kan invloed hebben op de uitvoering van de U&HS. Woningbouw(versnelling): We zetten in op versnelling van de woningbouw, zoals in fase 3 van Nuenen-West. Eind 2025 is de woningbouwopgave van circa 765 woningen voor fase 1 Nuenen West door Nuenen West BV gerealiseerd en opgeleverd. In 2024 wordt gestart met de uitwerking van de plannen voor fase 2, in totaal 425 woningen bestemd voor verschillende doelgroepen en woning categorieën. De start bouw is voorzien voor begin 2025 en wordt gedurende 5 jaar gefaseerd gerealiseerd. Daarnaast onderzoeken we in de kernen Gerwen en Nederwetten in een participatief proces naar nieuwe kansrijke woningbouwlocaties voor de korte en lange termijn. De uitvoering van de huisvesting voor Sinti aan de Bosweg krijgt in 2025 verder vorm. Daarnaast wordt er een start gemaakt met de herontwikkeling van de locatie Kremersbos. Opvang vluchtelingen: Sinds januari 2024 worden in de binnentuin van het gemeentehuis tijdelijk 50 vluchtelingen in de noodopvang gehuisvest (CNO). In maart 2024 heeft de raad een besluit genomen voor meerjarige opvang van vluchtelingen aan de Pastoorsmast (AZC). De verdere voorbereiding en uitvoering hiervan zal in de beleidsperiode plaats gaan vinden. Datagestuurd/-gericht werken Goede en tijdige beschikbaarheid van data maakt een steeds belangrijker onderdeel uit van ons werk. Het vereist dat wij het databeheer goed in de organisatie moeten borgen door onder andere uniforme afspraken over het verzamelen, ordenen en opslaan van gegevens vast te leggen waardoor we een gewenst kwaliteitsniveau van onze data kunnen realiseren. Door adequaat databeheer is het mogelijk data-analyses uit te voeren waardoor het mogelijk is om trends te vinden en bedrijfsprocessen te optimaliseren. Het vormt een belangrijk instrument om de kwaliteit van onze dienstverlening te verhogen en maakt het mogelijk om de VTH-taken op basis van analyses efficiënter en effectiever uit te voeren. Het proces om te komen tot een adequaat databeheer zal de aankomende jaren verder geoptimaliseerd worden. De “Brabantse norm weerbare overheid” is een gezamenlijke aanpak voor alle Brabantse gemeenten en de provincie om ondermijning en criminele activiteiten te voorkomen. In deze handreiking worden normen gegeven om te werken aan bewustwording, informeren en het beveiligen van informatie, beleid en handhaving en een veilige werkomgeving met aandacht voor integriteit. We implementeren deze norm binnen de VTH-werkzaamheden en – werkprocessen van onze organisatie. 2.Visie en uitgangspunten Dit hoofdstuk geeft de visie en missie op onze uitvoering en beschrijft de uitgangspunten die wij hanteren bij onze taakuitvoering. 2.1Visie De visie van de gemeente Nuenen voor de uitvoering van de VTH taken is: Gemeente Nuenen zet in op integrale samenwerking en kwaliteit met urgentie, waarbij een balans tussen digitale en persoonlijke dienstverlening voorop staat. Transparantie in elk stadium van onze processen verzekert duidelijkheid en vertrouwen bij onze burgers. Korte lijnen binnen de organisatie en naar buiten toe zorgen voor efficiënte en effectieve communicatie en dienstverlening. De dikgedrukte termen zijn hieronder uitgelegd: 2.2Algemene uitgangspunten Bij het uitvoeren van onze VTH taken hanteren we de volgende uitgangspunten: ➢ Oplossingsgericht: We handelen in de geest van de Omgevingswet en -visie en werken met een ‘oplossingsgerichte’ in plaats van ‘procedure gerichte’ aanpak en houding. Dit doen we door steeds de vraag te stellen: ‘Hoe kan het wel?’. Voor vergunningverlening betekent dit dat wij binnen wettelijke en eigen beleidsmatige kaders in het algemeen met de initiatiefnemer meedenken om eventuele belemmeringen weg te nemen. Passend bij de Omgevingswet gedachte van ‘Nee, tenzij’ naar ‘Ja, mits’. De ervaring leert dat persoonlijke benadering vaak ook de oplossingsbereidheid en de oplossingsgerichtheid vergroot. ➢ Integrale afweging en het geven van vertrouwen: De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het beschermen en benutten van onze omgeving onder het motto ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’ van de leefomgeving. De insteek is minder regels die meer overzichtelijk zijn en meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk. Integrale afweging van initiatieven en het geven van vertrouwen zijn sleutelbegrippen. De meerwaarde van een ontwikkeling moet centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’ Het gaat dan om meerwaarde voor de duurzame kwaliteit van een gebied en de meerwaarde voor de gezondheid en het welbevinden van de inwoners. Dit vraagt om een andere werk- en denkwijze van onze gemeente, maar ook van andere overheden, burgers en bedrijven bijvoorbeeld door tijdig aan te schuiven bij de omgevingstafel. ➢ Duidelijkheid (preventief gaat voor repressief) Het succes van vergunningverlening, toezicht en handhaving staat of valt met het gedrag van bewoners en gebruikers. Communicatie speelt hierbij een belangrijke rol. Door een persoonlijke, directe en actieve communicatie blijven de lijnen kort, waardoor minder ruimte voor interpretatie of een afwachtende houding is. Communicatie is dan ook een inherent onderdeel van het handhavingsproces. Het is wenselijk dat er een verschuiving plaats vindt naar taken met meer aandacht voor ‘de voorkant’. Het doel van communicatie is om een steviger beroep te doen op de eigen verantwoordelijkheid voor veiligheid en leefbaarheid om zo (spontane) naleving van de regels te bevorderen. Daarin nemen wij het voortouw en hanteren de stelregel ‘preventief gaat voor repressief’. Het handhaven gebeurt, zo veel mogelijk, integraal en met de menselijke maat. Hiervoor maken wij gebruik van -en werken wij samen met- bestaande netwerken om afspraken aan 'de voorkant' te maken en om sancties achteraf zoveel als mogelijk te voorkomen. De menselijke maat is samen met klagers en overtreders waar mogelijk zoeken naar een oplossing om een illegale situatie op te heffen. In deze gevallen zorgt het gesprek er aan de ‘voorkant’ voor dat de overtreders overtuigd worden dat ze de illegale situatie moeten opheffen zonder het opleggen van sancties. Het uitgangspunt voor de manier waarop wij toezicht houden is 'zacht waar het kan, hard waar het moet'. Voor degene die hun verantwoordelijkheid nemen, zijn wij een deskundige gesprekspartner. Maar wie zich niet aan de regels houdt, pakken we aan. We nemen direct maatregelen als we tijdens een controle misstanden of (mogelijke) risico's voor de veiligheid aantreffen. ➢ Risico- en informatiegestuurd werken Het beoordelen van vergunningsaanvragen en meldingen vindt risicogerichtplaats. Dat wil zeggen dat wij steeds kijken naar waar de risico’s zich bevinden en dat op basis daarvan de beoordeling plaatsvindt. Bij de beoordeling kijken wij waar mogelijk winst valt te behalen op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en/of leefbaarheid. Toezicht en handhaving vindt risico- en informatiegestuurd plaats. De gemeente analyseert alle beschikbare informatie over specifieke onderwerpen, locaties en doelgroepen en bepaalt daarmee welke acties er ondernomen moeten worden. Op basis van informatie van meldingen van inwoners, informatie van partners en informatie uit eigen waarnemingen houdt de gemeente toezicht op het veld. Voordat toezichthouders het veld ingaan, weten zij al waar zij (met nadruk) op moeten letten. 3.Doelstellingen De strategische doelstellingen van de gemeente Nuenen zijn onderverdeeld in een algemene U&H doelstelling (gebaseerd op de Omgevingswet) en een drietal kwaliteitsdoelstellingen voortkomend uit de gemeentelijke verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Nuenen. De doelstellingen zijn SMART geformuleerd. In hoofdstuk 4 is de koppeling met de probleemanalyse VTH gemaakt. Daar staat welke activiteiten bijdragen aan het realiseren van deze doelstellingen. Door het maken van deze koppeling is de beleidscyclus sluitend, operationaliseren we de kwaliteit en realiseren we de meetbaarheid van de doelstellingen. 3.1Algemene doelstelling De centrale doelstelling van de Omgevingswet, beschreven in paragraaf 1.2, hebben we vertaald naar onze gemeente en leidt tot het streven naar de volgende doelstellingen. Zie tabel hieronder: Algemeen U&H doel Doelstelling 2024-2028 Veiligheid De doelstelling van veiligheid is het beperken van de risico’s op het gebied van constructieve-, brand-, gebruiks- en omgevingsveiligheid. Periodiek houden wij samen met de VRBZO integraal risicogericht toezicht op vooraf afgesproken (categorieën) bouwwerken. Bij de uitvoering van de VTH-taken richten wij ons op de zaken waar de risico’s het grootst zijn. Vergunningverlening vindt plaats volgens de Preventie- en Vergunningenstrategie (zie bijlage 2A en 2B) Wij houden risico-gestuurd toezicht en handhaving op de fysieke leefomgeving en maken overtredingen op de meest efficiënte wijze ongedaan en handelen meldingen (=klachten en handhavingsverzoeken) daarover af conform de vastgestelde strategieën (zie Bijlage 2 C t/m F). We bestrijden illegale (ver)bouw en strijdig gebruik met de in het omgevingsplan vastgelegde functies (o.a illegale bewoning, illegale bedrijven etc.) met het oog op brandveiligheid, constructieve veiligheid en omgevingsveiligheid). Dit doen wij door in alle gevallen conform onze toezicht- en sanctiestrategie (Bijlage 2C t/m F) te handelen. Gezondheid De doelstelling van gezondheid is het streven naar een leefomgeving waar gezondheid voor een ieder tot de basiswaarden behoort en in balans is. We vergunnen onze aanvragen, voor wat betreft de toets aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) risicogestuurd conform het toetsprotocol Bbl (zie bijlage 2B). Afhankelijk van het soort gebouw en het gebruik ervan (hoger of lager gezondheidsrisico) vindt een diepere of lagere toetsing op de gezondheidseisen uit het Bbl plaats. Dit geldt ook voor toezicht en handhaving. Toezicht vindt risico gestuurd plaats conform het toezichtsprotocol Bbl (zie bijlage 2C). We zorgen ervoor dat de huidige situatie met betrekking tot alcoholgebruik onder jongeren behouden blijft of verbetert. Dit betekent dat wij in eerste instantie inzetten op preventie en in tweede instantie op het uitvoeren van controles. Omgevingskwaliteit De doelstelling van omgevingskwaliteit is het beperken en/of voorkomen van aantasting van cultureel erfgoed, architectuur, stedenbouw, landschap, natuur, beleving en identiteit. Voorkomen en bestrijden van illegale (ver)bouw en strijdig gebruik van de in het omgevingsplan vastgelegde functies met oog voor het behoud van cultureel erfgoed en bestaande (landschappelijke) waarden. We beperken de overlast en/of de effecten daarvan voor omwonenden. Duurzaamheid De doelstelling van duurzaamheid is het leveren van een constructieve bijdrage aan de energie transitie en verduurzaming. We leveren een indirecte bijdrage aan de energie transitie en verduurzaming. In 2024 wordt de nieuwe nota duurzaamheid vastgesteld. Hieruit volgt een uitvoeringsplan voor de komende jaren. Op één van de bedrijventerreinen willen we een pilot starten op het gebied van grootschalige energieopslag. Op het gebied van afval willen we in 2025 het nieuwe afvalbeleid vaststellen, waarbij circulariteit het uitgangspunt is. Natuur De doelstelling van natuur is om overlast te verminderen en ervoor te zorgen dat regels nageleefd worden. We verminderen overlast en zorgen dat regels nageleefd worden, zodat iedereen van de natuur kan genieten en de natuur goed beschermd blijft. Dit doen we door het toezicht in het buitengebied te behouden in deze beleidsperiode. We werken daarbij samen met onze samenwerkingspartners en stemmen de controles met elkaar af. 3.2Kwaliteitsdoelstellingen Cruciaal voor het leveren van kwaliteitsproducten is de beschikbaarheid van vakmanschap en expertise en de borging van de kwaliteit. Als kwaliteitsafspraken niet worden vastgelegd, gemonitord en gerapporteerd is er een sterke mate van afhankelijkheid van de individuele medewerker. Kwaliteit is

(1)het realiseren van de afgesproken doelstellingen en
(2)het voldoen aan de wettelijke eisen. In de verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Nuenen is een verplichting opgenomen om doelen uit te werken op de volgende onderwerpen. Zie de tabel hieronder: 4.Probleemanalyse VTH Het doel van de probleemanalyse is om sturing te geven aan de inspanningen van het toezicht en de handhaving. De probleemanalyse vormt daarmee de basis voor het stellen van prioriteiten, het formuleren van doelstellingen en het uiteindelijk vaststellen van een uitvoeringsprogramma. De probleemanalyse bestaat uit een omgevingsanalyse (beschrijvend gedeelte) en een risicoanalyse (cijfermatig gedeelte). De omgevingsanalyse richt de blik naar buiten, op de omgeving waarbinnen VTH werkzaam is en beschrijft relevante trends, gebeurtenissen en transities die een invloed hebben op de VTH-werkzaamheden in de komende beleidsperiode. 4.1Omgevingsanalyse In de omgevingsvisie is een uitgebreide omgevingsanalyse gemaakt van de gemeente Nuenen c.a.. Hier volgt een korte uitwerking hiervan. De gemeente Nuenen c.a. bestaat uit de drie kerkdorpen Nuenen, Gerwen en Nederwetten en een aantal buurtschappen, waarvan Eeneind de grootste is. Hier ligt ook het bedrijventerrein Eeneind. In totaal ligt in de gemeente ± 80 ha bedrijventerreinen, voornamelijk voor kleine bedrijven. Er wonen ruim 24.000 inwoners in gemeente Nuenen c.a.. Nuenen ligt midden in de Brainportregio. De grootstedelijke dynamiek is altijd dichtbij maar tegelijkertijd ook ver weg. Dichtbij, omdat Eindhoven en Helmond met hun voorzieningen op een steenworp afstand liggen en goed bereikbaar zijn. Ver weg, omdat van de stedelijke hectiek weinig is te merken door de groene omgeving, die als buffer werkt. Nuenen ligt in een omgeving met prachtige bossen en weiden. Onze gemeente heeft een rijk verleden en er is nog veel erfgoed dat daaraan herinnert. Samen met de regio-archeoloog van de Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant, leden van de Heemkundekring De Drijehornick en leden van de klankboordgroep Erfgoed is alle beschikbare informatie samengebracht in de Beleidsnota Erfgoed: archeologie, gebouwd erfgoed en historisch landschap Gemeente Nuenen 2023-2029. Op de website van de Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant vindt u de Interactieve erfgoedkaart van Nuenen. De erfgoedkaart geeft met de archeologische verwachtingen- en waardenkaart en de cultuurhistorische waardenkaart, een compleet overzicht van de waardevolle archeologische en cultuurhistorische gebieden en structuren binnen de gemeente Nuenen, zie externe link: https://odzob.nl/kaarten-erfgoed-archeologie. Het is de bedoeling om de waardenkaarten op te nemen in het nog te ontwikkelen Omgevingsplan. De gemeente Nuenen c.a. kent rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en een beschermd gezicht. Nuenen is een bijzonder dorp en een gewilde woongemeente. Rondom het oude centrum met zijn historische kwaliteiten zijn er aantrekkelijke woonwijken gebouwd, ruim opgezet en met veel groen. Daarnaast bieden de oorspronkelijke agrarische kernen Nederwetten, Gerwen en Eeneind een landelijke woonomgeving voor een deel van de inwoners. Ieder deel van het dorp heeft eigen ruimtelijke kwaliteiten. Variatie in het type bebouwing, de hoeveelheid groen, grote bomen, doorzichten of mooie straten zorgen voor verschillende sferen binnen het dorp. Naast kwaliteiten zijn er op sommige plekken in Nuenen ook verbeterpunten, zoals daar waar de openbare ruimte vooral bestaat uit geparkeerde auto’s, de kwaliteit van het groen afneemt, of er te weinig onderscheid is in de architectuur. Tegelijkertijd staat de gemeente voor een aantal opgaves die aanleiding kunnen zijn om aanpassingen te doen in deze buurten. Er is een grote behoefte aan woningen en Nuenen moet tot 2030 nog een groot aantal woningen bouwen als onderdeel van de regionale bouwopgave. Tegelijkertijd wil de gemeente dat het dorpse karakter behouden blijft, met duidelijke grenzen voor hoogbouw. De belangrijke kernkwaliteiten in de omgevingsvisie die uit het participatietraject naar voren zijn gekomen, zijn: groen, dorps, rustig en gezellig. “Houd Nuenen zoals het is”, is in essentie de boodschap die door de Nuenense samenleving is meegegeven. 4.2Risicoanalyse VTH Naast de omgevingsanalyse vormt de risicoanalyse een onderdeel van de probleemanalyse. Wij hebben gekozen voor een kwalitatieve risicomethode. Deze kwalitatieve risicomethode is gebruikt om een integrale risicoanalyse uit te voeren, die uiteindelijk leidt tot een prioriteitstelling ten behoeve van het jaarlijks op te stellen integrale vergunning-, toezicht- en handhavingsprogramma (VTH-programma). Beleid opstellen betekent keuzes maken. Het stellen van prioriteiten heeft dus als doel het bepalen van die problemen/overtredingssoorten die in potentie risicovol zijn en waar derhalve het meeste toezicht op moet worden gehouden vanuit de overheid. Een door het bestuur vastgestelde risicoanalyse levert inzicht in de benodigde menskracht en middelen, gebaseerd op de risico’s van activiteiten, op de specifieke lokale situatie en de ambities van het bestuur. In deze benadering komen de door de experts belangrijk gevonden onderwerpen naar boven. In de tabellen is dan ook geen opsomming opgenomen van alle activiteiten die binnen een VTH-taak aan de orde zijn, maar alleen die activiteiten die de experts aanmerken als risico voor de komende jaren. De risicoanalyse is uitgevoerd per domein van de VTH-taken (Bouwen, Slopen, Erfgoed, RO, APV en Bijzondere wetten). In bijlage 4A ‘Handleiding Risicoanalyse‘ is een toelichting opgenomen van de uitgevoerde risicoanalyse, waarin nader wordt ingegaan op de gebruikte methode, de begrippen en de wijze waarop aan deze begrippen getalsmatig waarden zijn toegekend. De uitkomst is een risicoscore: ‘laag’, ‘gemiddeld’, ‘hoog’ en ‘zeer hoog’.. Een weergave van de uitkomsten van de ingevulde risicomatrix is opgenomen in bijlage 4B ‘Uitkomsten risicoanalyse’. Onderhavige risico-analyse ziet niet op de milieutaken van de gemeente. Deze worden door de ODZOB uitgevoerd en zij hebben een regionale omgevingsanalyse en een risicoanalyse voor de basistaken (milieutaken) uitgevoerd. Het domein ‘Brandveiligheid’ is in regionaal verband door de veiligheidsregio VRBZO uitgevoerd. 4.3Prioriteitstelling VTH In deze paragraaf is vastgelegd welke prioriteiten de gemeente Nuenen aan de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH) toekent. De inschatting van de risico’s voor de leefomgeving is richtinggevend voor de prioriteiten die worden gesteld bij het stimuleren en/of afdwingen van het naleefgedrag. In onderstaande tabel zijn de zeer hoge en hoge prioriteiten weergegeven. Deze taken hebben de hoogste prioriteit omdat deze taken scoren als een zeer hoog/hoog risico. De prioriteiten die gemiddeld en laag scoren zijn weergegeven in bijlage 4B. De toegekende prioriteit is bepalend voor de mate waarin wij toezichtactiviteiten in beginsel uitvoeren. Bij een zeer hoge en hoge prioriteit voeren wij actief toezicht uit en krijgt de afhandeling van signalen voorrang op andere werkzaamheden. Bij een gemiddelde prioriteit handelen wij signalen af afhankelijk van de aard en omvang van de klacht en kunnen wij planmatig toezicht uitvoeren. Bij een lage prioriteit voeren wij in beginsel passief toezicht uit. Voor de mate van inzet van het VTH instrumentarium betekent de prioritering het volgende: Prioriteit Mate van VTH inzet Zeer Hoog (Pro)actief Afhandeling van signalen bij activiteiten met een zeer hoog risico (klachten, meldingen en handhavingsverzoeken) krijgt voorrang op andere werkzaamheden. De gemeente neemt initiatief tot controles op deze activiteiten met een zeer hoog risico, ook als geen signalen (klachten, meldingen of handhavingsverzoeken) zijn ontvangen. hoog Actief Afhandeling van signalen bij activiteiten met een hoog risico (klachten, meldingen en handhavingsverzoeken) krijgt voorrang op andere werkzaamheden. Planmatig toezicht op een specifiek thema, doelgroep of gebied behoort tot de mogelijkheden. Gemiddeld Actief en/of passief Signalen bij activiteiten met een gemiddeld risico (klachten, meldingen en handhavingsverzoeken) worden afhankelijk van aard, ernst en omvang afgehandeld. Planmatig toezicht op een specifiek thema, doelgroep of gebied behoort tot de mogelijkheden Laag Passief Signalen bij activiteiten met een laag risico (klachten, meldingen of handhavingsverzoeken) worden niet of niet direct afgehandeld, tenzij acuut ingrijpen noodzakelijk is. We informeren waar mogelijk de betrokkenen hierover. Signalen kunnen worden gebundeld (om informatie over problematiek op te bouwen) en daarna mogelijk tijdens planmatig toezicht (thema-doelgroep- of gebiedsgericht) worden opgepakt. 4.3.1Totstandkoming prioritering Bij het vaststellen van de prioriteiten nemen de risico’s (uitkomst risicoanalyse bijlage 4B) een belangrijke plaats in. De gedachte daarbij is dat interne en externe risico’s die de gemeente loopt bij het niet uitvoeren van haar handhavingstaken in belangrijke mate de bestuurlijke aandacht voor een onderwerp zullen bepalen. Het benoemen van risico’s en het afwegen hiervan is dan ook een belangrijke stap naar een organisatie waarin de intensiteit van toezicht en handhaving een directe relatie heeft met de kans dat een probleem zich voordoet en de ernst van de mogelijke gevolgen bij het niet uitvoeren van deze taken. Daarbij moet worden onderkend dat ondergeschikte risico’s hoog op de politieke agenda kunnen staan, omdat maatschappelijke en/of politieke opvattingen daartoe dwingen. Ook kunnen ondergeschikte taken die veel voorkomen tot problemen leiden, waardoor een gestructureerde aanpak om die reden nodig is. Beeldvormende avond raad: Een afvaardiging van alle 7 fracties van de gemeenteraad hebben op 14 maart 2024 een beeldvormende avond bijgewoond waarbij de hoogste risico’s uit de risicoanalyse zijn gepresenteerd en de raadsleden in de gelegenheid zijn gesteld deze risico’s te prioriteren. Middels een ‘wild kaart’ kon, desgewenst, per fractie ook een prioriteit worden benoemd die niet als hoogste risico uit de risicoanalyse is gekomen. In onderstaande tabellen is de uitkomst hiervan weergegeven. Hieruit blijkt dat de geprioriteerde risico’s overeenkomen met de hoogst scorende risico’s uit de risico-analyse. Uitzondering hierop is de ingebrachte Wild kaart ‘ losse drugsverkoop aan veelal jongeren in nabijheid van scholen en openbare ruimtes, zoals parkeerplaatsen bij sportclubs’. De prioritering wordt verder uitgewerkt in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma VTH. 5.Uitvoerings- en handhavingsstrategie In bijlage 2A t/m 2F worden de strategieën weergegeven die de gemeente in deze beleidsperiode (2024-2028) hanteert voor de uitvoering van de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving. Hiermee voldoet de gemeente aan de verplichting in artikel 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit. Preventiestrategie De preventiestrategie beschrijft hoe overtredingen van wet- en regelgeving kunnen worden voorkomen. Communicatie en voorlichting spelen een grote rol. De preventiestrategie is vooral gericht op het vergroten van de bewustwording van inwoners en bedrijven dat zij zélf verantwoordelijk zijn voor het naleven van wet- en regelgeving. Bekendheid met de regels vormt immers de basis voor het naleven van regels. Vergunningenstrategie In de vergunningenstrategie is vastgelegd welke vormen van vergunningverlening er zijn en welke toetsingskaders daarbij gelden. We gaan hierbij ook specifiek in op de Omgevingswet en de Wet private kwaliteitsborging die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Met deze strategie zorgen wij ervoor dat we het kwaliteitsniveau van de diverse processen en werkzaamheden zo hoog mogelijk houden en voldoen aan de wettelijke eisen. Toezichtstrategie De toezichtstrategie beschrijft op welke manier en in welke mate toezicht wordt gehouden. Toezicht houden draagt eraan bij dat mensen wettelijke voorschriften naleven en het beperkt de risico’s op het overtreden van die voorschriften. De aard en de frequentie van het toezicht zijn afhankelijk van het risico dat een project vormt. We werken met risicogericht toezicht. Voor het houden van toezicht hanteren wij de toezichtmatrix van het Integraal toezichtsprotocol BWT. Sanctiestrategie Als uit het toezicht blijkt dat er sprake is van een overtreding, dan treden we hiertegen handhavend op. Als uitgangspunt voor de handhavingsmiddelen die we inzetten, geldt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) opvolger van de LHS. Conform de LHSO zetten we een passende sanctie in die zo effectief en efficiënt mogelijk leidt tot beëindiging van de overtreding. De sanctie wordt aangepast aan de beschikbare feiten, de aard en omstandigheden van de overtreding en het naleefgedrag van de inwoner of het bedrijf. Met het vaststellen van dit document stellen wij ook de LHSO vast. Gedoogstrategie Er zijn omstandigheden waarbij we niet handhavend optreden tegen een overtreding. Dit zogenoemde ‘gedogen’ gebeurt op basis van een vastgestelde gedoogstrategie. De landelijke regels voor gedogen vormen de basis voor deze U&HS. Omdat het naleven van de regels ons uitgangspunt is, gaan we terughoudend om met gedogen. Het kan alleen onder strikte voorwaarden. Strategie meldingen en handhavingsverzoeken Overtredingen of mogelijke overtredingen kunnen ook door derden onder de aandacht van de gemeente worden gebracht. Dit kan door middel van het indienen van een mondelinge of schriftelijke melding of door middel van het indienen van een schriftelijk verzoek om handhaving. Het omgaan met deze meldingen en verzoeken om handhaving vraagt een specifieke aanpak. Een uitgebreide uitwerking van de strategieën is te vinden in bijlage 2A t/m 2F. Hierin beschrijven we per strategie waar deze voor dient, wat de uitgangspunten en het juridisch kader is. Wat landelijke en lokale richtlijnen zijn en welke vormen we kennen. In de strategieën is ook de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet en de Wkb beschreven. 6.Organisatie en middelen Op basis van het Omgevingsbesluit moet de organisatie van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zodanig zijn ingericht dat een adequate en behoorlijke uitvoering van de Uitvoerings- en handhavingsstrategie en het VTH-uitvoeringsprogramma gewaarborgd is. In deze paragraaf geven wij inzicht in de wijze waarop wij dit organisatorisch hebben ingevuld. 6.1Borging organisatie en middelen VTH organisatie Dit beleid en de daarvoor uit te voeren activiteiten werken wij jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma leggen wij de benodigde en beschikbare capaciteit ten behoeve van de uitvoering en de handhaving (uitgedrukt in fte’
  1. s)vast. Om tijdens de uitvoering de objectiviteit van werkzaamheden te borgen en belangenverstrengeling te voorkomen, hanteren wij een strikte functiescheiding tussen vergunningverlening en toezicht & handhaving. De taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten behoeve van de uitvoering en handhaving liggen vast in functieomschrijvingen. In de functieomschrijving is rekening gehouden met de vereiste deskundigheid van het personeel. Daarnaast is er opleidingsbudget beschikbaar, waardoor het mogelijk is om een gewenst deskundigheidsniveau te behouden en eventueel te bereiken. Sinds 1 oktober 2021 zijn de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving van de Omgevingswet, de APV en bijzondere wetten en Veiligheid ondergebracht in het cluster Vergunningen, Handhaving en Veiligheid (hierna: VHV) van de afdeling Realisatie. Het cluster VHV is met betrekking tot de VTH-taken onder te verdelen in 3 subclusters: Handhaving; Vergunningen; Veiligheid. Tevens zijn in het cluster VHV de functies van beleidsmedewerker Omgevingsrecht en Veiligheid ondergebracht. Borging personele en financiële middelen Binnen de gemeente zijn de personele en financiële middelen, die nodig zijn voor een adequate uitvoering van deze Uitvoerings- en handhavingsstrategie vastgelegd. Financiële middelen borgen wij in de begroting. Personele capaciteit vertaalt zich in een team met vaste medewerkers en een eventuele flexibele schil. In het uitvoeringsprogramma geven wij jaarlijks aan hoe wij de middelen inzetten. Daarnaast zijn er structureel middelen beschikbaar voor uitvoeringsorganisaties zoals de veiligheidsregio VRBZO en de omgevingsdienst ODZOB. Technische, juridische en administratieve voorzieningen Om een adequate en objectieve uitvoering van de wettelijke taken mogelijk te maken, stellen wij ondersteunende technische, juridische en administratieve middelen beschikbaar. Het gaat hierbij onder andere om bedrijfsauto’s, meetapparatuur, fototoestellen, mobiele telefoons, laptops, tablet, software, informatiebeheersystemen (o.a. PowerBrowser), vakliteratuur, aansluiting op (juridische) databanken enzovoorts. Waar aan de orde dragen wij er zorg voor dat betreffende instrumenten en apparaten in een goede staat van onderhoud verkeren, voldoen aan de wettelijke (controle)eisen en zo nodig worden gekalibreerd. Bereikbaarheid buiten kantooruren De gemeentelijke organisatie moet op basis van de wettelijke regeling ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn. Deze 24-uurs bereikbaarheid regelen wij via de consignatiedienst van de omgevingsdienst ODZOB en de centrale meldkamer, die bij calamiteiten worden ingeschakeld. Daarnaast is het centrale nummer van de gemeente ook 24 uur per dag bereikbaar, waarbij de telefoon buiten kantoortijden wordt doorgeschakeld naar een piketdienst. Dringende zaken worden direct opgepakt. Niet-urgente meldingen worden opgepakt via het reguliere werk. 6.2Samenwerking met andere organisaties Binnen het omgevingsrecht werken wij op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving samen overeenkomstig de daarover binnen de samenwerkingsverbanden gemaakte afspraken. In deze paragraaf benoemen wij de belangrijke partners waar wij mee samenwerken. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) De ODZOB voert taken uit voor de regio Zuidoost-Brabant op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er is onderscheid tussen basistaken, verzoektaken en collectieve taken: Basistaken zijn taken op gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving Milieu die in het basistakenpakket vallen en verplicht door een omgevingsdienst uitgevoerd moeten worden; Verzoektaken kunnen vergelijkbaar zijn met de basistaken, maar vallen niet onder het wettelijke basistakenpakket. Het kunnen ook taken zijn op gebied van de fysieke leefomgeving, zoals onderzoeken en adviezen. In Nuenen beleggen wij o.a. taken met betrekking tot cultuurhistorie en alle milieu-gerelateerde taken bij de ODZOB; Collectieve taken zijn taken die op verzoek van (en in samenspraak met) de deelnemers voor het collectief worden uitgevoerd. Het zijn taken waarbij er voordeel ligt in of een noodzaak is voor een gezamenlijke aanpak. Bijvoorbeeld in verband met schaalvoordelen, gemeentegrens overschrijdende impact en/of bundeling van expertise. Het gaat hier onder andere om de regionale Milieu Klachten Centrale met 24-uursbereikbaarheid/ consignatieregeling, en ketenhandhaving zoals Samen Sterk in Brabant (SSIB)3In dit provinciale programma werkt onze gemeente samen met o.a. de provincie, de omgevingsdiensten en alle andere Brabantse gemeenten, waterschappen, het Openbaar Ministerie, de politie en terreinbeheerders, om misstanden in het buitengebied aan te pakken. Het gaat dan o.a. om de aanpak van stroperij, wildcrossen en (drugs)afvaldumpingen.4De feitelijke uitvoering van het SSIB ligt bij het team SSIB van de Omgevingsdienst Brabant-Noord o.b.v. het SSIB regioplan en uitvoeringsprogramma. voor toezicht in het buitengebied. Jaarlijks stemmen wij met de ODZOB het werkprogramma voor het komende jaar af en periodiek evalueren wij de samenwerking. Voor het opstellen van het werkprogramma overleggen wij één of enkele malen met de accountmanager van de ODZOB. Wij ontvangen iedere maand een overzicht van de voortgang van (de uitvoering van) het werkprogramma. Daar is 4 of 5 keer per jaar overleg over met de accountmanager van de ODZOB. In deze overleggen worden eventuele knelpunten, de onderlinge samenwerking en dergelijke ook besproken. Indien nodig of gewenst hebben wij uiteraard vaker overleg. Over individuele aanvragen en werkzaamheden is er naar behoefte ad hoc overleg tussen de betreffende uitvoerende ODZOB-medewerker(
  2. s)en de inhoudelijk betrokken medewerker(
  3. s)van de gemeente Nuenen. Wij hebben de ODZOB gemandateerd om de taken namens ons uit te voeren, informatie uit te wisselen en af te stemmen met andere met (strafrechtelijke) handhaving belaste organen. In het kader van (inhoudelijke) afstemming wordt er actief informatie uitgewisseld tussen de ODZOB-medewerkers en gemeentelijke vakafdeling(en). Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) De VRBZO voert taken uit voor de regio Brabant-Zuidoost op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het gaat hier om wettelijk verplichte taken en gemeentelijke taken, die collectief aan de VRBZO zijn opgedragen. Bij de collectieve taken gaat het om taken waarvan het voor de veiligheidsregio efficiënter is om deze regionaal op te pakken in plaats van in elke gemeente afzonderlijk. In het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de taken van de VRBZO onder andere: advisering bij omgevingsvergunningen en/ of meldingen over brandveiligheidsaspecten; advisering vergunningverlening evenementen en controle op brandveilig gebruik van deze tijdelijke inrichtingen; controle brandveiligheid gebouwen vergunning/ melding brandveilig gebruik; toezicht- en handhavingscontroles brandveiligheid. Jaarlijks stemmen wij met de VRBZO in twee overleggen het werkprogramma voor het komende jaar af en evalueren wij het voorgaande werkprogramma en de onderlinge samenwerking. Daarnaast overleggen wij gemiddeld 3 keer per jaar samen over eventuele knelpunten en de vordering van het werkprogramma. Daar waar het om lopende zaken gaat vindt, indien nodig, direct overleg plaats. Waar mogelijk controleren wij integraal met de VRBZO. Politie Op veel gebieden werken wij nauw samen met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Naast het afstemmen van het jaarlijkse (concept) uitvoeringsprogramma vragen wij bijvoorbeeld aan de politie om input bij het opstellen van bepaalde beleidsstukken of verordeningen. Maar er wordt o.a. ook wederzijdse informatie verstrekt over bepaalde zaken die ons gezamenlijk aangaan. Tevens verstrekken wij onze bestuurlijke besluiten aan de politie indien het gaat om voor de politie relevante onderwerpen. Denk aan o.a. het toepassen van het Damoclesbeleid of Bibob-beleid. Ook indien wij problemen verwachten bij toezicht controles, evenementen en dergelijke speelt de politie een ondersteunende rol door bijvoorbeeld aanwezig te zijn. De politie heeft een post op het gemeentehuis, waardoor afstemming veelal direct plaats vindt. Verder is er een zogenaamd driehoeksoverleg. Hieraan nemen wij met de gemeenten basisteam Dommelstroom, de politie basisteam Dommelstroom en het OM deel. Bij het driehoekplusoverleg sluit daar de belastingdienst nog extra bij aan. Dommelstroom InterventieTeam Binnen de zes gemeenten van het basisteam Dommelstroom is medio 2018 het initiatief ingezet om te komen tot een doorontwikkeling en professionalisering van integrale handhaving in relatie tot de aanpak van ondermijning en (integrale) veiligheid. Hiertoe is medio 2020 binnen het basisteam Dommelstroom een bestuurlijk interventieteam onder aanvoering van een intergemeentelijke teamleider van start gegaan (DIT). Het DIT is gericht op het integraal uitoefenen van toezicht en handhaving van wettelijke en lokale regelgeving ten behoeve van complexe casuïstiek, het voorkomen en signaleren van strafbare feiten en het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Dit naar voorbeeld van het Peelland Interventie Team (PIT). Op basis van de o.a. in een convenant vastgelegde afspraken nemen vaste vertegenwoordigers deel aan de structurele overleggen en interventies. In de beleidsperiode vindt er een evaluatie plaats met gemeenten om te bekijken hoe wij met het DIT verder gaan en op welke wijze. Er vindt regelmatig een DIT-overleg plaats binnen het zogenaamde kernteam dat bestaat uit inhoudelijk afgevaardigden van de diverse deelnemende instanties (o.a. gemeenten, ODZOB, VRBZO, Politie, Senzer). 7.Kwaliteitsborging Het is belangrijk dat de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken goed is geregeld. Hiervoor zijn de landelijke kwaliteitscriteria VTH (recente versie 2.3) in het leven geroepen. De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken te professionaliseren en de gewenste kwaliteit (en continuïteit) in de organisatie te borgen. Daarnaast borgt onze gemeente de kwaliteit met de verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Nuenen. Deze is vastgesteld door de raad op 14 december 2023 (zie bijlage 5). De kwaliteitscriteria stellen eisen aan: het “proces” ofwel de beleidscyclus (BIG 8, zie figuur 2) van de gemeentelijke organisatie met betrekking tot het verrichten van omgevingsrecht taken; de “inhoud” van het operationele deel van het proces en de uitvoering daarvan; de “kritieke massa” ofwel de omvang en kwaliteit van het uitvoerende personeel. In oktober 2023 hebben wij het bureau Master Meester opdracht gegeven om ons te meten aan de kwaliteitscriteria VTH (landelijke eisen die gesteld worden aan medewerkers en processen). Daaruit is naar voren gekomen dat de gemeente Nuenen voldoet aan de kwaliteitseisen die gesteld worden. De kwaliteitseisen, die wij aan medewerkers stellen, liggen vast in de functieomschrijvingen en de verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Nuenen. In deze verordening heeft de gemeenteraad bepaalt dat, voor de taken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd én voor de nader door burgemeester en wethouders te bepalen (niet door de omgevingsdienst uitgevoerde) taken, de kwaliteit voor uitvoering en handhaving minimaal gelijk is aan het landelijk niveau voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Wij streven ernaar om deze beleidsperiode (2024-2028) te blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria. In het jaarverslag VTH doen wij jaarlijks mededeling over de (wijze van) naleving van de kwaliteitscriteria. Voor zover de kwaliteitscriteria niet konden worden nageleefd doen wij daarvan gemotiveerd opgave en geven wij de te ondernemen actie(
  4. s)aan hoe alsnog voldaan kan worden. Bijlage1AWettelijke- en beleidsmatige kaders Omgevingswet: Besluit kwaliteit leefomgeving Besluit activiteiten leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Omgevingsregeling Omgevingsbesluit Algemene wet bestuursrecht (Awb) Besluit bereikbaarheid en bluswatervoorziening Brabant Erfgoedwet Gemeentewet APV & Bijzondere wetten: Huisvestingswet Alcoholwet (Aw) Wet Bibob Opiumwet Vuurwerkbesluit Wegenverkeerswet 1994 Wet op de kansspelen (Wok) Provinciaal: Omgevingsvisie Noord-Brabant Omgevingsprogramma Noord-Brabant Omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciewet Gemeentelijk: Handreiking voor participatie Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Nuenen Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet Uitvoeringsnotitie Evenementenbeleid APV Beleidsregel Bibob Erfgoedverordening Beleidsnota Erfgoed: archeologie, gebouwd erfgoed en historisch landschap Gemeente Nuenen 2023-2029 Welstand Nuenen Bouwgids Nuenen Verordening Winkeltijdenwet Bijlage1BToelichting BIG8 De U&HS is onderdeel van de ‘BIG 8’-beleidscyclus (zie figuur hierboven). Strategisch beleidskader: U&H-strategie De U&HS vormt binnen deze cyclus het strategisch beleidskader. De strategie is gebaseerd op een probleem- en risicoanalyse en bevat onder meer doelen, strategieën en afspraken over samenwerking. De periode waarop de strategie betrekking heeft, is niet voorgeschreven. In deze U&HS kiezen wij voor de lokale beleidstaken voor een periode van 4 jaar. Operationeel beleidskader: het uitvoeringsprogramma Wij werken op basis van een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma werken wij zowel de doelstellingen als de prioriteiten verder uit en benoemen wij deze als concrete activiteiten, inclusief de capaciteit die daar bij hoort. Vertrekpunt is de bestaande capaciteit. Voorbereiden en uitvoeren: de uitvoeringsorganisatie Onze organisatie is zodanig ingericht dat een adequate en effectieve uitvoering van de VTH-taken gewaarborgd is en de mogelijkheid blijft om aan te passen. Hiervoor zijn ten minste geborgd: Personeelsformatie, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; Scheiding ten aanzien van vergunningverlening en toezicht & handhaving; Bereikbaarheid buiten kantooruren; Werkprocessen, procedures ten aanzien van de uitvoering van vergunningverlenings- en handhavingstaken ten toezien op het werken conform vastgestelde processen; Financiële middelen. Monitoring Wij werken volgens de systematiek van monitoring van processen, resultaten en de effecten hiervan. Hiermee bepalen wij of doelstellingen worden behaald en stellen wij waar nodig doelen en prioriteiten bij. Voor het monitoren van het effect van vergunningverlening en handhaving zijn waar mogelijk doelen en maatregelen (indicatoren) benoemd. Deze maatregelen sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld over in hoeverre doelstellingen behaald worden. Rapportage en evaluatie Een gedegen verantwoording maakt het mogelijk de efficiëntie en effectiviteit van het gevoerde beleid te beoordelen en waar nodig bij te sturen. Verantwoording vindt plaats met het jaarverslag VTH, waarbij wij rapporteren over de in het uitvoeringsprogramma VTH geplande en uitgevoerde activiteiten. Het jaarverslag stellen wij bestuurlijk vast. Geconcludeerd wordt of de bestuurlijk wenselijke situatie aanwezig is. Eventuele aanpassingen of bijstellingen nemen wij op in het VTH-uitvoeringsprogramma voor het daaropvolgende jaar. Bijlage2Uitvoeringsstrategieën Bijlage2APreventiestrategie Preventiestrategie De preventiestrategie richt zich enerzijds op het vergroten van kennis en bewustwording bij burgers, bedrijven en instanties over welke regelgeving van toepassing is en voor welke activiteiten een melding of vergunning nodig is. Om aan deze regels te kunnen voldoen, moet immers bekend zijn welke regels van toepassing zijn. Anderzijds richt de preventiestrategie zich op het stimuleren van betrokkenen om aan de geldende regels te voldoen. Inzet van de preventiestrategie vindt doorlopend plaats en gaat veelal vooraf aan potentiële aanvragen of meldingen. Door inzet in het voortraject willen wij zoveel mogelijk voorkomen dat wij achteraf tot actie moeten overgegaan. Bij de preventiestrategie onderscheiden wij een aantal trajecten: Communicatie en voorlichting Vooroverleg Participatie Interne en externe afstemming & samenwerking Communicatie en voorlichting Uit ervaring blijkt dat onvolledige en/of onjuiste aanvragen dan wel overtredingen bij burgers en bedrijven regelmatig voortkomen uit het gebrek aan kennis over de geldende wet- en regelgeving. Door dit gebrek aan kennis ontbreekt het besef dat er niet volgens de regels wordt gehandeld. De gemeente stimuleert potentiële aanvragers actief na te gaan of aanvragen/meldingen nodig zijn. Hiertoe passen wij de preventiestrategie op de onderstaande manieren toe: Voorlichting en informatievoorziening vindt deels plaats in de vorm van het Omgevingsloket Online, waarvoor potentiële aanvragers een afspraak kunnen maken en zowel algemene als de voor een specifieke locatie geldende informatie kunnen opvragen. Daarnaast maken wij gebruik van (publicaties
  5. in)de (lokale) media, de gemeentelijke website en/of nieuwsbrief. Op de gemeentelijke website en bij het Omgevingsloket bieden wij (doorlopend) informatie aan over vergunningverlening en/of onderwerpen die wij een hoge prioriteit toekennen,. Tevens informeren wij burgers en bedrijven met name via de vergunningverleners/casemanagers die veelal het eerste aanspreekpunt zijn. Vooroverleg/verkennen initiatief Wij bieden potentiële aanvragers een vooroverleg aan. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Dit vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. Een proces dat (ruimschoots) start voordat een aanvraag om omgevingsvergunning formeel ingediend wordt bij de gemeente. Dit alles krijgt vorm in het vooroverleg. Op het moment dat een initiatiefnemer zich meldt bij de gemeente met een initiatief, wordt vanuit de gemeente als eerste gestart met een intaketafel. Het ingediende initiatief wordt aan de intaketafel besproken en beoordeeld. Het hoofddoel van de intaketafel is om te bepalen of het initiatief wenselijk is. Dat wil zeggen: past het initiatief bij het omgevingsplan, de (omgevings)visie, beleid en strategische doelen van de gemeente en mogelijk ook van de ketenpartners; is het kansrijk om verder te onderzoeken? Onderdeel kan ook zijn dat het initiatiefplan voorgelegd wordt aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Deze kan ook een advies uitbrengen welke meegewogen wordt bij de wenselijkheid van een initiatiefplan. Zo weet de initiatiefnemer vroeg of diens plan wenselijk is. Deze procedure geeft snel duidelijkheid of zijn of haar plan wenselijk is en dat bespaart ook tijd en geld, omdat het plan alleen maar in hoofdlijnen wordt beoordeeld. De intaketafel functioneert dus als poortwachter. Participatie is bij de intaketafel nog niet aan de orde, omdat het plan zich bevindt in een verkennende fase en de wenselijkheid vanuit de gemeente nog niet bekend is. De leden van het intaketeam beoordelen het initiatief in de breedte, dus gericht op alle thema’s en ook interbestuurlijk. Het intaketeam is goed op de hoogte van het gemeentelijk beleid en de bestuurlijke agenda. Zij kunnen integraal beoordelen of een initiatief wenselijk is of niet. De kaders zijn beschikbaar, zoals de omgevingsvisie en andere relevante beleidsstukken. Soms is het wenselijk dat ook enkele ketenpartners al in een vroegtijdig stadium bij deze intaketafel worden betrokken. In het geval van een zeer complex plan sluit Nuenen aan bij de regionale omgevingstafel. Doel vooroverleg: het doel van het vooroverleg (al dan niet in de vorm van een intaketafel en/of regionale omgevingstafel) is om na te gaan of een voorgenomen activiteit mogelijk is. Bij strijdigheid met de (wettelijke) toetsingskaders kan vroegtijdig onderzocht worden of het plan zodanig is aan te passen dat het past binnen de kaders óf dat er een mogelijkheid is om het initiatief passend te maken zonder veel kosten te maken en het plan al tot in detail uit te hoeven werken. Participatie onder de Omgevingswet De gemeente Nuenen wil dat inwoners zich betrokken voelen bij wat er in hun gemeente gebeurt. De nieuwe Omgevingswet stimuleert participatie. Participatie betekent dat initiatiefnemers - dit kunnen bewoners, ondernemers, organisaties en ook de gemeente zelf zijn - met hun omgeving in gesprek gaan over hun plan. Zij zijn daar verantwoordelijk voor. Dat betekent dat een initiatiefnemer de omgeving zelf informeert en/of vraagt mee te denken over het plan. Niet iedereen hoeft het uiteindelijk eens te zijn met het plan, maar als mensen zich gehoord voelen, vermindert dat wel de kans dat ze in een later stadium bezwaar maken. Er komen vaak ook nog eens betere plannen uit. Het betrekken van de omgeving bij het maken van een plan kost aan de voorkant misschien extra tijd, maar levert over het gehele traject meestal tijd op. Van groot belang bij participatietrajecten is dat een initiatiefnemer in een zo vroeg mogelijk stadium afstemming zoekt met belanghebbenden. Dit maakt besluitvorming vanuit de gemeente eenvoudiger en voorkomt bezwaarprocedures achteraf. Het traject is naast het creëren van begrip en draagvlak van belang voor het inzichtelijk krijgen van alle belangen en standpunten. Deze belangen en standpunten zijn voor de gemeente noodzakelijk om tot een gewogen besluit te komen over een initiatief. Bovenstaande betekent dat de initiatiefnemer zowel in contract treedt met de belanghebbenden en tijdig afstemming zoekt met de gemeente over het initiatief. Uitvoering geven aan de participatie is een taak van de initiatiefnemer. De gemeente is er om de initiatiefnemer hierin te faciliteren. En de uitvoering te beoordelen. De gemeente Nuenen heeft een handreiking voor participatie gemaakt. Deze is te vinden op de website van de gemeente. In de handreiking zijn de verschillende stappen weergegeven die een initiatiefnemer moet nemen om tot een gedegen participatietraject te komen. Verplichte participatie In een aantal gevallen is het verplicht om participatie toe te passen voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend. De gemeenteraad heeft op 16 november 2023 de lijst met gevallen waarvoor participatie verplicht is vastgesteld: het bouwen van meer dan 5 woningen; het realiseren van windmolens en weiden met zonnepanelen; indien de activiteit strijdig is met de omgevingsvisie Nuenen; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nuenen; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nuenen-Zuid; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Gerwen; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nederwetten; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Rijk van Dommel en Aa; indien de activiteit strijdig is met de Landschapsvisie Buitengebied Nuenen; indien de activiteit strijdig is met amendement 22 Initiatiefvoorstel Kaders voor hoger bouwen Nuenen c.a. van 17 februari 2022; indien de activiteit strijdig is met de notitie Bouwen in het buitengebied van Nuenen, Richtlijn voor Ruimte voor Ruimte-initiatieven in bebouwingsconcentraties; indien de activiteit strijdig is met het Programma Wonen. In bovengenoemde gevallen moet de initiatiefnemer belanghebbenden betrekken bij de ontwikkeling van een initiatief. De initiatiefnemer zal duidelijk moeten maken hoe de belanghebbenden zijn betrokken bij het initiatief, wat met de inbreng van belanghebbenden is gedaan en wat de uiteindelijke gevolgen zijn voor de uitwerking voor het initiatief. Interne en externe afstemming & samenwerking De toegevoegde waarde van communicatie en voorlichting valt of staat met een eenduidige en uniforme toetsing en optreden naar burgers en bedrijven. Adequate interne en externe afstemming en samenwerking is daarbij noodzakelijk. Het gaat dan om interne afstemming en samenwerking tussen zowel vergunningverleners en andere interne betrokkenen onderling, als ook tussen vergunningverlener(s), toezichthouder(s), handhaver(
  6. s)en adviseur(s). Daarnaast omvat dit de relatie met andere organisatieonderdelen, zoals de teams die verantwoordelijk zijn voor ruimtelijke plannen en de uitvoering van projecten. Externe afstemming en samenwerking is van belang om te komen tot een optimaal en integraal resultaat in zowel vergunningverlening, toezicht als handhaving en is bovendien cruciaal om een vergunning te kunnen afgeven binnen 8 weken. De samenwerkende partners (waterschap, politie, veiligheidsregio, omgevingsdienst, provincie, ministerie enzovoorts) benutten op deze manier de specifieke deskundigheid, ondersteuning, aanvulling en informatie over en weer. Ook het overleg met adviseurs van aanvragers, zoals architecten, milieuadviseurs enzovoorts, is veelal nodig en van betekenis voor het gewenste eindresultaat. De wijze waarop wij samenwerken en het moment van afstemming liggen vast in specifieke werkprocessen, -instructies en afspraken. Bijlage2BVergunningenstrategie Vergunningenstrategie Hieronder beschrijven wij de vergunningenstrategie en lichten de volgende onderdelen toe: de begrippen vergunning en vergunningverlening
(1); samenwerking
(2)het doel van de vergunningenstrategie
(3); de vormen van vergunningverlening
(4); de basiswerkwijze
(5); én toetsingskaders en werkwijze vergunningverlening en meldingen
(6). 1.Begrippen vergunning en vergunningverlening Een vergunning is een officiële (noodzakelijke) toestemming van de overheid om een bepaalde activiteit uit te voeren. De wet kan bepalen dat een activiteit verboden is zonder (omgevings)vergunning. Wij hebben als overheid de bevoegdheid om de toestemming te verlenen om een bepaalde activiteit uit te voeren. Ook kunnen wij voorschriften waaraan voldaan moet worden aan de vergunning verbinden. Een vergunning op het gebied van de fysieke leefomgeving kan betrekking hebben op verschillende werkvelden (bouwen, water, wonen, milieu, natuur e.d.) en op verschillende wijzen tot stand komen (reguliere procedure, uitgebreide procedure, melding e.d.). De vergunningsplichtige activiteiten zijn aangewezen door het Rijk in de Omgevingswet, het besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook in het gemeentelijke omgevingsplan zijn vergunningsplichtige activiteiten aangewezen. Wij verstaan onder vergunningverlening: verlenen, weigeren of wijzigen van een vergunning waarbij we aan een bedrijf, inwoner of bestuurlijke organisatie toestemming verlenen om een bepaalde activiteit (die zonder vergunning verboden is en niet mag worden uitgevoerd), tóch uit te voeren; verlenen van een ontheffing van met name gemeentelijke regels; afhandelen van een melding; opleggen van een maatwerkbesluit of maatwerkregel (voorheen maatwerkbesluit of nadere voorwaarde); afgeven van bindend advies (voorheen een verklaring van geen bedenkingen); het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning. 2.Samenwerking bij de vergunningverlening Vergunningaanvragen worden beoordeeld vanuit de benodigde disciplines en afhankelijk van de aan- gevraagde activiteit vindt samenwerking plaats met diverse interne en externe adviseurs. Het overhevelen van het basistakenpakket naar de ODZOB betekent voor de gemeente dat een deel van de VTH (milieu-)taken extern wordt uitgevoerd. De specialistische bouwplantoetsing (bouwfysica, bouwakoestiek, constructieve veiligheid) wordt getoetst door een extern bureau (SWECO). Voor de toetsing van de (brand)veiligheidsaspecten bij de vergunningverlening vraagt de gemeente advies bij de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO). Bouwplannen worden voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit (welstand). Ook aanvragen voor monumenten worden door deze commissie getoetst (wettelijke adviesplicht). Waar de aanvraag in strijd is met de archeologische paragraaf uit het omgevingsplan adviseert de regio-archeoloog. 3.Doel van de vergunningenstrategie Met de vergunningenstrategie streven we ernaar om te komen tot een integrale vergunningverlening die op een efficiënte en gestructureerde wijze vorm wordt gegeven. De vergunningenstrategie stelt ons in staat om: binnen de gestelde wettelijke termijnen een besluit te nemen op een aangevraagde vergunningplichtige activiteit; heldere, transparante en handhaafbare vergunningen op te stellen én deze binnen de gestelde wettelijke termijn te verlenen; en tevens om binnen de gestelde termijnen te komen tot een besluit op een aanvraag of acceptatie van een melding. Volgens de Omgevingswet dient de U&HS inzicht te bieden in: de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen; en de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen; en het beoordelen van meldingen. Met het vastleggen van deze vergunningenstrategie voldoen wij hieraan. We leggen een werkwijze(
  1. n)vast die wij toepassen voor het beoordelen en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen én het afhandelen van meldingen om de gestelde doelen van de U&HS te realiseren. 4.Vormen van vergunningverlening De vergunningplichten komen voort uit hoofdstuk 5 van de Omgevingswet. De verschillende vormen van vergunningverlening die wij hanteren zijn: Vorm Omschrijving Meldingen De melding betreft een mededeling aan het bevoegd gezag en kan niet geweigerd worden. Tegen (de acceptatie van) een melding staan dan ook geen rechtsmiddelen zoals bezwaar open. Aan het bevoegd gezag is het de taak te beoordelen of de activiteit inderdaad meldingsplichtig is en of de melding volledig is ingediend, met als resultaat het al dan niet als melding accepteren. Een inhoudelijke beoordeling is, tenzij anders in de wet- en regelgeving bepaald, dan ook niet aan de orde. Het accent van de gemeentelijke taken bij meldingen ligt daarom vooral bij het uitvoeren van toezicht. Vergunning(AANVRAAG) Reguliere procedure Het volgen van de reguliere procedure is bij een aanvraag om omgevingsvergunning het uitgangspunt: binnen maximaal 8 weken moet op de aanvraag worden besloten. Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd. Als de beslistermijn verstreken is zonder dat er een besluit is genomen, kan de gemeente op grond van de Algemene wet bestuursrecht een dwangsom aan de aanvrager verschuldigd zijn. VERGUNNING(AANVRAAG) Uitgebreide procedure Uitzondering op de regel is de uitgebreide procedure, waarbij wij binnen 26 weken op de aanvraag moeten besluiten. Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd. Verder kunnen wij de uitgebreide procedure op verzoek óf met instemming van de aanvrager van toepassing verklaren. Ook bij activiteiten die aanzienlijke (maatschappelijke) gevolgen voor de omgeving kunnen hebben en waarvan de verwachting is dat verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben, kunnen wij na het horen van de aanvrager, eenzijdig maar gemotiveerd besluiten dat de uitgebreide procedure van toepassing is. Indien dit zich voordoet, krijgt een initiatiefnemer de gelegenheid om hierover een zienswijze in te dienen. Maatwerkbesluit Het stellen of wijzigen van maatwerkvoorschriften (na een melding) is een besluit in de zin van de Awb. 5.Basiswerkwijze Ow vergunningen Wij hanteren onderstaande basiswerkwijze voor de behandeling van aanvragen om een omgevingsvergunning en/of melding. Binnenkomst Vanuit het DSO worden de vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de Ow ontvangen. Het VTH-systeem is gekoppeld aan het DSO. Via de samenwerkingsmodule kunnen wij bij aanvragen (waarvoor bijvoorbeeld advies of advies met instemming nodig
  2. is)samenwerken met ketenpartners. Voor de Ow zijn de volgende soorten verzoeken vastgesteld: aanvraag vooroverleg (principeverzoek); (Concept)Aanvraag vergunning; melding; informatie; informatie ongewoon voorval; aanvraag maatwerkvoorschrift; aanvraag gelijkwaardige maatregel; en aanvraag toestemming gelijkwaardige maatregel. Registratie Alle werkzaamheden worden geregistreerd in Powerbrowser waarbij een directe link is met het zaak- systeem in Djuma waar zaken worden opgeslagen en gearchiveerd. Centrale rol casemanager Voor de benodigde integrale en samenhangende besluitvorming kennen wij in de vergunningenstrategie een centrale rol aan de casemanager toe. Casemanagement draagt bij aan een integrale behandeling en het verkorten en transparant maken van procedures. Dit verhoogt het kwaliteit- en dienstverleningsniveau. Goed casemanagement zorgt uiteindelijk voor besluitvorming op maat, passend in de omgeving. Wij beogen reeds in het informele voortraject zo veel mogelijk af te stemmen met een aanvrager om tot een vergunbare aanvraag of (volledige) melding te komen. Hierdoor kan in het formele traject een vlottere afhandeling en besluitvorming worden gewaarborgd. Casemanagement passen wij dus toe bij zowel het informele - als het formele traject. Wij ontvangen de initiatieven, (concept)aanvragen om vergunningen, meldingen, (informele) verzoeken allemaal volgens eenzelfde wijze. Elk ontvangen verzoek wordt na een korte intake toegewezen aan een casemanager. De casemanager is verantwoordelijk voor de integrale beoordeling van aanvragen en/of meldingen, bewaakt de termijnen en coördineert samenhangende besluiten. Afhankelijk van de casus wordt er door de casemanager afstemming gezocht met interne beleidsmedewerkers, andere betrokken bevoegde gezagen en/of adviesorganen. Verder is de casemanager het aanspreekpunt voor de aanvrager/melder en is deze verantwoordelijk voor het informeren van de aanvrager/melder. Voor het verlenen van omgevingsvergunningen waarbij meer bevoegde gezagen (provincie en/of waterschap) een gedeelde verantwoordelijkheid hebben, hangt onze inzet af van de positie en rol van de gemeente in de specifieke casus. Vooroverleg/verkennen initiatief Zoals vermeld in onze preventiestrategie (bijlage 2A), biedt de gemeente Nuenen de mogelijkheid aan initiatiefnemers om vooroverleg te hebben over de kansrijkheid van nieuwe initiatieven nog voordat er een definitieve aanvraag wordt ingediend. Het overleg kan ook worden ingezet om ingediende aanvragen te toetsen aan de wenselijkheid van de ontwikkeling. Om een snelle scan te doen naar de haalbaarheid van plannen, hebben wij een ‘intaketafel’ ingericht die bestaat uit een intaketeam (o.a. deskundigen RO, vergunningverleners en juristen). De rol van het intaketeam is essentieel. Hier komen plannen (in de vorm van balievragen of eerste concept) binnen en worden ze getoetst met behulp van de Nuenense Bouwgids en andere beleidskaders (zoals Programma Wonen, omgevingsvisie, omgevingsplan). De Bouwgids is een praktisch, handzaam en inspirerend kader voor initiatieven en plannen, evenals een toetsingskader waarmee gemeente en initiatiefnemers (ontwikkelende partijen) aan de voorzijde beter en eenvoudiger kunnen beoordelen hoe kansrijk een nieuw woningbouw-initiatief kan zijn in ruimtelijk opzicht. Een belangrijk onderdeel is daarbij ook hoe we intern (procesmatig) met een nieuw initiatief omgaan wanneer deze bij de gemeente binnenkomt. Het proces hiertoe staat in deel III van de Bouwgids beschreven. STAPPEN Initiatief komt binnen (balievraag / of bij casemanager), Bouwgids wordt verstrekt; Initiatief wordt voorgelegd aan intaketeam en deze geeft eerste reactie op plan/idee, beoordeeld of plan volledig is en reageert ook inhoudelijk, adviseert over participatieniveau en toetst aan Bouwgids; Initiatiefnemer ontvangt reactie vanuit intaketeam. Indien wenselijk kan het initiatief (informeel) worden voorgelegd aan de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit; Initaitiefnemer verwerkt opmerkingen, komt met aangevuld of uitgewerkter plan; Intaketeam bevestigd of plan kan worden ingediend als principeverzoek; Principebesluit door college, samen met intentieovereenkomst en RIB; Projectopdracht opgesteld door projectleider; Reguliere RO-proces Wanneer RO-proces is doorlopen collegebesluit op omgevingsplan/BOPA samen met anterieure overeenkomst; Daarna volgt raadsbesluit. Aanvraag omgevingsvergunning. Adviescommissie Omgevingskwaliteit Nuenen ca. Deze commissie geeft aan B&W integraal advies over de plannen van de initiatiefnemer, op het gebied van welstand, erfgoed, ruimtelijke ordening/stedenbouw en landschap/groen. De taken van deze adviescommissie zijn in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Nuenen ca. 2023 omschreven. De adviescommissie adviseert onder meer in de gevallen waarvoor de Omgevingswet een adviescommissie verplicht stelt, zoals voor de beoordeling van wijzigingsplannen voor rijksmonumenten; Als een toets nodig is vanwege het welstandsbeleid; Als een toets nodig is vanwege de erfgoedverordening; over planologische maatregelen, waarbij gemeentelijke monumenten en/of rijksmonumenten, beschermde stads- of dorpsgezichten of beeldbepalende zaken, als bedoeld in de gemeentelijke erfgoedverordening zijn betrokken; Als uitgangspunt in een vroeg stadium van de planvorming: over alle ruimtelijke plannen in afwijking van het bestemmingsplan waarvoor -naar het oordeel van burgemeester en wethouders- nog een afweging qua ruimtelijke ordening (RO)/stedenbouw nodig is en ook over de impactvolle bouwplannen zoals bedoeld in de welstandsnota. 6.Toetsingskaders en werkwijze vergunningverlening en meldingen Van de volgende vergunning- en meldingsplichtige activiteiten lichten wij de toetsingskaders (criteria die door ons gebruikt worden voor de beoordeling) en de werkwijze (diepgang van toetsing/toetsniveaus) toe: Omgevingsplanactiviteit (omgevingsvergunning planologisch) Bouwactiviteit (omgevingsvergunning activiteit bouw) Cultureel Erfgoed/Rijksmonumentenactiviteit (omgevingsvergunning activiteit monument) Maatwerkvoorschriften Apv en bijzondere wetten 1. Omgevingsplanactiviteit De omgevingsplanactiviteit is volgens de Omgevingswet een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat: het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan; of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Toetsingskader Met een omgevingsplan kan worden bepaald dat voor een bepaalde activiteit een vergunning nodig is. Het principe is: omgevingsplanactiviteiten die passen in het omgevingsplan zijn vergunningvrij, tenzij er in het omgevingsplan een ‘verbod behoudens omgevingsvergunning’ is opgenomen. Dit verbod kan per object en/of gebied gelden (een binnenplanse vergunningplicht). Voor alles wat niet past in het omgevingsplan moet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit worden aangevraagd (buitenplanse vergunningsplicht). Er is een periode dat het omgevingsplan nog niet aan alle regels uit de Omgevingswet (Ow) hoeft te voldoen (artikelen 22.4 en 22.5 Ow). Deze periode duurt waarschijnlijk tot eind 2029. In die periode kunnen binnenplanse vergunningplichten staan in: het tijdelijk deel van het omgevingsplan (artikel 22.1 Ow) gemeentelijke verordeningen die uiteindelijk in het omgevingsplan moeten (artikel 22.8 Ow) het nieuwe deel van het omgevingsplan (o.a. voorbeschermingsregels) (artikelen 4.14 en 4.16 Ow). Werkwijze Formeel zijn de binnen- en buitenplanse procedures (van de omgevingsplanactiviteit) niet gescheiden, omdat het bevoegd gezag elke activiteit moet beoordelen op de mogelijkheid tot het verlenen van medewerking. Strijdigheid met de regels van het omgevingsplan is niet voldoende als weigeringsgrond, er moet altijd beoordeeld worden of de activiteit toch vergund kan worden met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Als dat niet op basis van de binnenplanse beoordelingsregels kan, vindt de buitenplanse beoordeling plaats. Bij een buitenplanse beoordeling geldt het bredere toetsingskader in de omgevingsvisie en de beleidsregels. Daarnaast moet er voldaan worden aan de beoordelingsregels van Rijk en Provincie en beoordelen wij of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies. Onder andere door gebruik van zulke beleidsregels wordt willekeur in (buitenplanse) belangenafweging zoveel mogelijk vermeden. De beoordeling van de activiteiten onder de Omgevingswet is in onderstaande figuur schematisch weergegeven. Indien het gaat om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit toetsen wij de aanvraag aan alle regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan en de verordening Fysieke leefomgeving. Indien de aanvraag past binnen de regels geven we de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit af. Indien de aanvraag niet past binnen het omgevingsplan dan is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dan toetsen wij deze aan de toepasselijke instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de toepasselijke instructieregels in de provinciale verordening én beoordelen wij of de BOPA in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ volgt het begrip ‘een goede ruimtelijke ordening’ op. Binnen onze gemeente gebeurt deze evenwichtige toedeling van functies aan locaties via de intaketafel. Bij besluit van 16 november 2023 heeft de gemeenteraad van Nuenen c.a. de volgende lijst vastgesteld van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) waarvoor de raad bindend adviesrecht aanwijst: het bouwen van meer dan 5 woningen; het realiseren van windmolens en weiden met zonnepanelen; indien de activiteit strijdig is met de omgevingsvisie Nuenen; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nuenen; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nuenen-Zuid; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Gerwen; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nederwetten; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Rijk van Dommel en Aa; indien de activiteit strijdig is met de Landschapsvisie Buitengebied Nuenen; indien de activiteit strijdig is met amendement 22 Initiatiefvoorstel Kaders voor hoger bouwen Nuenen c.a. van 17 februari 2022; indien de activiteit strijdig is met de notitie Bouwen in het buitengebied van Nuenen, Richtlijn voor Ruimte voor Ruimte-initiatieven in bebouwingsconcentraties; indien de activiteit strijdig is met het Programma Wonen. 2. Bouwactiviteit Toetsingskader De omgevingswet definieert de bouwactiviteit als ‘het bouwen van een bouwwerk’ Met de Omgevingswet is bouwen in een technisch en ruimtelijk deel gescheiden. Dat levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit en; de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Deze scheiding noemen we 'de knip'. Gevolgklasse 1: Een initiatiefnemer die een bouwactiviteit wil verrichten dient bij eenvoudige bouwwerken (de zogenaamde gevolgklasse 1) voor het bouwtechnische deel een melding te doen bij de gemeente (de technische bouwactiviteit) Gevolgklasse 2 en 3: voor complexe bouwwerken (en voor verbouwingen gevolgklasse 1 tot 31 december 2024) dient men een omgevingsvergunning aan te vragen. Technische bouwactiviteit Het gaat hier over de toets van een aanvraag aan de regels voor de technische bouwkwaliteit uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bijvoorbeeld de constructieve veiligheid van een bouwwerk. Door de knip zijn er meer technische bouwactiviteiten vergunningvrij, omdat ruimtelijke randvoorwaarden niet langer een rol spelen. Als een vergunning nodig is voor een (technische) bouwactiviteit volgt toetsing aan de technische regels voor bouwactiviteiten in het Bbl (bijvoorbeeld voorschriften met betrekking tot de brandveiligheid, de daglichttoetreding en de energiezuinigheid van bouwwerken). De toets is te vergelijken met de toets die voorheen (voor 1 januari 2024) werd gedaan aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Voor de gevolgklasse 2 en 3 blijft de vergunningsplicht voor de technische bouwactiviteit bestaan en wordt de aanvraag getoetst aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Alle bouwwerken moeten aan de technische eisen in dit Besluit voldoen. De gemeente Nuenen heeft deze toetst uitbesteed aan een deskundig bureau SNW. Voor meldingsplichtige (technische) bouwactiviteiten wordt de bouwtechnische toets aan het Bouwbesluit niet meer door gemeenten maar door een onafhankelijke kwaliteitsborger uitgevoerd. Omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk De (ruimtelijke) toets van “bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk” aan het omgevingsplan noemen we een omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Voorbeelden zijn de bouwhoogte en het bebouwingspercentage. Maar ook regels over het uiterlijk van een bouwwerk (welstand) en de functietoedeling in het omgevingsplan. Wij kunnen in ons omgevingsplan bepalen of een vergunning nodig is voor een (ruimtelijke) omgevingsplanactiviteit. Zo kunnen wij bijvoorbeeld in ons omgevingsplan bepalen dat een bouwactiviteit vergunningsvrij is of van een meldings- of informatieplicht is voorzien. Onder het ruimtelijk deel vallen alle regels die eerder in het bestemmingsplan, de bouwverordening en/of de welstandsnota opgenomen waren en die allen overgaan naar het omgevingsplan. Werkwijze De bouwmeldingen We registeren de melding, bevestigen de ontvangst, checken de gevolgklasse, het gekozen instrument en de kwaliteitsborger. Vervolgens wordt een beoordeling gemaakt van het borgingsplan (inclusief risicobeoordeling) met eventueel afgesproken informatie- en stopmomenten. De casemanager vergunningen zoekt contact met de initiatiefnemer bij een onvolledige of niet-correcte melding om aan te geven wat er ontbreekt aan de melding. Wij hanteren de volgende algemene werkwijze voor de behandeling van een melding: Intake: Inboeken en zo nodig digitaliseren van de melding, registeren melding in backoffice applicatie(s), toekennen aan toezichthouder door de administratief medewerker; Publiceren melding (administratie); Toets volledigheid: Toets melding aan de indieningsvereisten (volledigheid melding) en mogelijkheid tot aanvulling van een incomplete melding (toezichthouder); Toets inhoud: Is voldoende aannemelijk dat de melding overeenkomt met het werkelijk (voorgenomen) gebruik of de (voorgenomen) uitvoering van werken? Het betreft een uiterst globale schouwing op basis van ervaring. De ingediende gegevens worden verder niet inhoudelijk getoetst, tenzij wettelijk voorgeschreven. Indien wettelijk voorgeschreven: (specialistische) toetsing en advisering door vergunningverlener en/of andere interne en of externe adviseur(
  3. s)m.b.t. alle relevante beoordelingskaders. Globale beoordeling of mogelijk nadere voorwaarden nodig zijn. Omgevingsvergunning activiteit bouw Als een vergunning nodig is voor een technische bouwactiviteit maken wij gebruik van het toetsingsprotocol. In dit toetsingsprotocol is voor het behandelen en beoordelen van aanvragen voor de activiteit bouw een bepaalde mate van diepgang in de bouwtechnische toets aan het Bbl aangebracht. Het is onmogelijk om vooraf aan te tonen dat een bouwwerk 100% zal gaan voldoen aan het Bbl. We vergunnen onze aanvragen, voor wat betreft de toets aan het Besluit bouwwerken leefomgeving, daarom risicogestuurd conform het bijgevoegde toetsprotocol Bbl. 3. Erfgoed/Omgevingsplanactiviteit Rijksmonument De rijksmonumentenactiviteit is een activiteit inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Voorbeschermde rijksmonumenten zijn monumenten of archeologische monumenten die nog niet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven, maar waarvoor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument al naar de eigenaar heeft gestuurd. De rijksmonumentenactiviteit is vergunningplichtig op grond van artikel 5.1, lid 1 onder b van de Omgevingswet. Toetsingskader Rijksmonumenten zijn (archeologische) monumenten die volgens de Erfgoedwet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. De regels over de rijksmonumentenactiviteit en over cultureel erfgoed staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Omgevingsregeling, het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en in het Invoeringsbesluit Omgevingswet waaronder de bruidsschat. Artikel 13.7 Bal bevat een specifieke zorgplicht om beschadiging en vernieling aan een rijksmonument te voorkomen. Een bouwactiviteit die van invloed is op, of een rijksmonument betreft, is dan ook een rijksmonumentactiviteit. De adviescommissie Omgevingskwaliteit adviseert onder andere de gemeente Nuenen wanneer er wijzigingen (gaan) plaatsvinden in of aan monumenten. Daarnaast moet ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om advies worden gevraagd bij een ingrijpende activiteit. Bij desbetreffende activiteiten dient de “Erfgoedverordening 2023 gemeente Nuenen c.a.” en de “beleidsnota Erfgoed, Archeologie, gebouwd erfgoed en historisch landschap Nuenen 2023-2029” in acht te worden genomen. Werkwijze Voor handelingen die een wijziging inhouden van een rijksmonument is de uitgebreide procedure van toepassing. In de overige gevallen geldt de reguliere procedure. Inhoudelijke toetsing vindt plaats door advisering van respectievelijk de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen. Bij benodigde instemming van de minister OC&W wordt deze aangevraagd (artikel 10.24, eerste lid onder a jo. 4.32, eerste lid, onder a of b Omgevingsbesluit). In de hoofdregel geldt dat wij het advies overnemen, tenzij wij concrete aanknopingspunten hebben voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering. De beslissing op de aanvraag voor deze activiteiten baseren wij in beginsel dan ook op deze advisering. Bij de uitvoering van projecten moet soms een archeologisch onderzoeksrapport worden ingediend. Archeologische onderzoeksrapporten worden altijd getoetst. De toetsing wordt uitgevoerd door een deskundige op gebied van archeologie, welke taak wij als verzoektaak bij de omgevingsdienst belegd hebben. 4. Activiteit brandveilig gebruik van een bouwwerk De Omgevingswet en de 4 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) bevatten geen definitie voor het brandveilig gebruik van een bouwwerk. De Omgevingswet geeft wel een definitie voor het begrip bouwwerk. Bij het gebruiken van een bouwwerk moet aan de regels voor brandveilig gebruik worden voldaan. Het gebruiken van het bouwwerk valt hiermee onder de activiteit het brandveilig gebruik van een bouwwerk Toetsingskader Voor het brandveilig gebruik zijn regels opgenomen in hoofdstuk 6 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Soms moet het gebruik van het bouwwerk gemeld worden bij de gemeente. Met de Omgevingswet is de gebruiksvergunning vervallen, maar geldt voor (bijvoorbeeld een hotel) nog wel een meldingsplicht. In artikel 6.6 Bbl is een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk. Op grond van artikel 6.7 Bbl moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. Er moeten een aantal gegevens en bescheiden worden ingediend. Dit staat opgesomd in artikel 6.8 Bbl. Als alle informatie compleet is, ontvangt de indiener van de melding een acceptatie. Daarna kan het gebouw in gebruik worden genomen. Werkwijze In afwijking van de algemene werkwijze toetst de veiligheidsregio VRBZO (i.p.v. de casemanager) of de melding volledig is. Vervolgens toetst de VRBZO op basis van de geldende wet- en regelgeving het adviesverzoek inhoudelijk, in die zin dat er beoordeeld wordt of er sprake is van onveilige situaties. Dit gebeurt aan de hand van een vastgestelde checklist. Het landelijk toetsprotocol van de brandweer bepaalt het niveau van diepgang in de advisering5Verwezen wordt naar “Taken Risicobeheersing, een werkwijzer voor gemeenten” van de VRBZO.. De VRBZO adviseert in de regel binnen 10 werkdagen na het adviesverzoek melding brandveilig gebruik. Wij nemen het advies van de VRBZO over, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering. Indien het op basis van de melding niet aannemelijk is dat het voorgenomen gebruik voldoende brandveilig is, stellen wij maatwerkvoorschriften. 5. Maatwerkvoorschriften Toetsingskader De mogelijkheid tot maatwerkvoorschriften wordt geboden middels het Bal en het Bbl. Er kan worden gesproken van twee typen maatwerkvoorschriften: gekoppeld aan vergunning, dan is een maatwerkvoorschrift een vergunningvoorschrift; een separaat maatwerkbesluit (los van een vergunning). Met een maatwerkvoorschrift kan de gemeente afwijken van algemene regels. De gemeente kan met maatwerkvoorschriften bijvoorbeeld: algemene regels nader invullen of aanvullen; eisen opstellen die strenger of minder streng zijn dan de algemene regels; en afwijken van een verbod in algemene regels. Werkwijze Het college kan een maatwerkvoorschrift gebruiken voor bijvoorbeeld onvoorziene situaties, bijzondere gevallen, lokale omstandigheden of het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het maatwerkvoorschrift kan ambtshalve worden opgesteld of op verzoek. In paragraaf 4.3.2 van de Omgevingswet zijn algemene uitgangspunten die zaken als veiligheid en het beschermen van de gezondheid in het kader van maatwerkvoorschriften waarborgen. Daarnaast zijn er ook specifieke uitgangspunten, zoals toegankelijkheid van bouwwerken voor mensen met een functiebeperking en het toepassen van de best beschikbare technieken. Maatwerkvoorschriften zijn niet onbeperkt mogelijk. Beoordelingsregels voor vergunningen en de eisen aan vergunningvoorschriften gelden vaak ook voor maatwerkvoorschriften. De mogelijkheden zijn aangeduid in het Bal en Bbl. 6. APV en Bijzondere wetten Het proces en de toetsingsniveaus voor onder andere de APV wordt hier beschreven. De meest voor- komende vergunningen zijn die voor evenementen en voor vergunningen op basis van de Alcoholwet. Hieronder worden de wetten en (gemeentelijke) regelingen uiteengezet die van toepassing zijn op de beoordeling van de vergunningen in het kader van de APV en bijzondere wetten. 1. APV De APV bevat bepalingen die dienen ter bescherming van zaken als de openbare orde, de veiligheid en het milieu. De APV biedt de mogelijkheid tot het verlenen van vergunningen en ontheffingen van verboden. De keuze tussen vergunning en ontheffing in de APV is bepaald door de aard van de activiteiten. Zijn die onder bepaalde voorwaarden aanvaardbaar (of zelfs gewenst), dan ligt een vergunningenstelsel voor de hand. Gaat het in de regel om ongewenst gedrag, dat onder bepaalde omstandigheden bij de wijze van uitzondering aanvaardbaar is, dan ligt het systeem van ontheffingen voor de hand. Het gaat daarbij vaak om het inperken van de gevolgen van de activiteit. Evenementen In de APV is in artikel 2:25 een vergunningplicht opgenomen voor evenementen. Daarin staat dat het verboden is om zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Voor een klein evenement is geen vergunning nodig , mits voorafgaand aan dit evenement melding wordt gedaan aan de burgemeester en het evenement voldoet aan alle hieronder gestelde eisen, in andere gevallen dient een vergunning te worden aangevraagd. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; het evenement tussen 07:00 uur en 23:00 uur plaats vindt als de volgende dag een werkdag is en tussen 07:00 uur en 01:00 uur als de volgende dag geen werkdag is; het geluidsniveau van versterkte muziek en/of versterkt stemgeluid tijdens het evenement niet hoger is dan 50 dB(A); het evenement niet plaatsvindt op een doorgaande weg of op of aan een andere weg als daardoor het verkeer en/of de hulpdiensten ernstig worden belemmerd; er geen gesloten tent wordt geplaatst en tenten en andere objecten niet op de rijbaan worden geplaatst, tenzij deze gemakkelijk en onmiddellijk te verplaatsen zijn; er een organisator is; en de organisator ten minste 20 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding een klein evenement verbieden als er aanleiding bestaat om te vermoeden dat de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu door het evenement in gevaar komt. Zoals eerder gesteld is voor een evenement dat niet aan alle hierboven gestelde vereisten voldoet, een vergunning nodig. De evenementenvergunningen worden getoetst aan de kaders zoals opgenomen in de Nota Evenementenbeleid gemeente Nuenen 2015. In het aanvraagformulier voor een evenement wordt ook de mogelijkheid geboden voor het aanvragen van een muziekontheffing op grond van artikel 4:6 van de APV en/of een muziekontheffing op grond van artikel 3 van de Zondagswet. In de komende beleidsperiode (2024-2028) wordt het evenementenbeleid geëvalueerd en geactualiseerd. Exploitatie In de APV is een vergunningplicht opgenomen voor het exploiteren van een openbare inrichting. In artikel 2:28 en verder van de APV staan de toetsingskaders en de aanvullende weigeringsgronden genoemd. Verder is het aanwijzingsbesluit APV Nuenen c.a. 2018 opgenomen dat de vergunningplicht voor een terras in stand blijft en per individueel geval moet worden getoetst. In de exploitatievergunning wordt aangegeven wat de openingstijden zijn van de openbare inrichting en wie de leidinggevende zijn. De APV bevat verder nog wat bepalingen omtrent activiteiten die binnen een openbare inrichting niet mogen plaatsvinden. Worden deze bij een controle wel aangetoond dan kan de exploitatievergunning worden ingetrokken. Standplaatsen In artikel 5:18 van de APV is bepaald dat het is verboden een standplaats in te nemen, als: een weigeringsgrond uit artikel 1.8 van deze APV van toepassing is. de standplaats niet verkeersveilig is geplaatst. de standplaats onevenredige overlast of hinder voor de omgeving veroorzaakt. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. dit in strijd is met een ter plaatse geldend bestemmingsplan. Uiterlijk 4 weken voor het innemen van een standplaats moet hiervan melding zijn gedaan bij het college. Als deze melding niet of te laat wordt gedaan, is het niet toegestaan een standplaats in te nemen. Het college wijst plaatsen aan waar standplaats kan worden ingenomen en bepaalt daarbij ook hoeveel standplaatsen er per locatie per dag(deel) kunnen worden ingenomen. Zie hiervoor de vastgestelde “Beleidsnotitie standplaatsen gemeente Nuenen 2010”. 2. Alcoholwet In de Alcoholwet zijn (vergunning)regels opgenomen voor bedrijven en paracommerciële rechtspersonen waar alcoholhoudende dranken worden verstrekt. Ook bevat de wet regels over het uitvoeren van werkzaamheden bij dergelijke bedrijven en rechtspersonen. Horeca- en slijtersbedrijven, maar ook paracommerciële rechtspersonen (zoals sportkantines en buurt- en dorpshuizen) hebben, op basis van de Alcoholwet, een vergunning van de burgemeester nodig voor het verstrekken van alcoholhoudende drank. In de Alcoholwet is bepaald welke stukken bij de vergunningaanvraag moeten worden ingediend en geeft hierbij het wettelijke toetsingskader aan. Elke aanvraag wordt volledig getoetst en zo nodig worden er voorschriften verbonden aan de vergunning. Vanuit het wettelijke toetsingskader is er een beoordeling van het levensgedrag. Bij relevante antecedenten van (toekomstige) leidinggevenden van het horecabedrijf of het slijtersbedrijf vindt altijd afstemming met de politie plaats. Bij verordening kunnen regels worden gesteld over paracommerciële rechtspersonen. In de vijfde afdeling uit hoofdstuk 2 van de APV zijn hierover regels opgenomen. Deze regels hebben betrekking op regulering van deze rechtspersonen. 3. Wet op de Kansspelen In de Wet op de Kansspelen staan regels omtrent vergunningen voor kansspelen, zoals loterijen, gokken en casino’s. In de APV zijn in afdeling 7 nadere regels gesteld voor wat betreft kansspelen en speelgelegenheden. 4. Winkeltijdenwet Wanneer winkels open mogen zijn of juist gesloten moeten zijn, is opgenomen in de Winkeltijdenwet. Het uitgangspunt van deze wet is dat de winkel op zon- en feestdagen en voor 06.00 uur en na 22.00 uur gesloten zijn. Gemeenten kunnen echter zelf bepalen of (en in hoeverre) zij vrijstelling of ontheffing verlenen van deze verboden. Voor de gemeente Nuenen zijn hiervoor nadere regels opgesteld in de Verordening Winkeltijden 2013. Toetsprotocol Besluit bouwwerken leefomgeving: Bbl In dit toetsingsprotocol is voor het behandelen en beoordelen van aanvragen voor de activiteit bouw een bepaalde mate van diepgang in de bouwtechnische toets aan het Bbl aangebracht. We vergunnen onze aanvragen, voor wat betreft de toets aan het Besluit bouwwerken leefomgeving, risicogestuurd. Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden getoetst aan de voorschriften uit het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan), de redelijke eisen van welstand en het Bbl (voorheen Bouwbesluit 2012). Het toetsprotocol heeft betrekking op de voorschriften uit het Bbl (Bouwbesluit 2012). De wetgever heeft de technische voorschriften uit het Bbl (Bouwbesluit 2012) niet gedifferentieerd naar zwaarte. Bij de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning moet voor bepaalde normen worden bepaald of het aannemelijk is dat aan de normen uit het Bbl (Bouwbesluit) wordt voldaan. Deze aannemelijkheidstoets biedt enige ruimte om te kunnen variëren in toetsintensiteit. Door het protocol wordt hier invulling aan gegeven. Net als voor alle andere gemeenten is het ook voor Nuenen praktisch niet mogelijk om alle voorschriften even uitputtend te toetsen. Ook vraagt niet elk gebouw/bouwwerk om dezelfde mate van toetsing en controle. Bouwplannen lopen immers zeer uiteen. Met het vaststellen van het toetsprotocol worden bouwplannen eenduidig, consequent, transparant en adequaat ge

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.