Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert houdende nadere regels omtrent jeugdhulp (Nadere regels jeugdhulp gemeente Weert 2020)Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert, gelet op artikel 156 van de Gemeentewet, de Jeugdwet en artikel 4 van de Verordening jeugdhulp gemeente Weert 2020; overwegende dat het noodzakelijk is nadere regels te stellen ter uitvoering van Jeugdwet en de Verordening jeugdhulp gemeente Weert 2020; besluit vast te stellen: Nadere regels jeugdhulp gemeente Weert 2020 Artikel1Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet en de Verordening jeugdhulp gemeente Weert 2020. Artikel2Toegang jeugdhulp via de gemeente, aanmelding hulpvraag 1.Jeugdigen en ouders kunnen een hulpvraag melden bij het college. 2.Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk, tenzij de jeugdige of zijn ouders hebben medegedeeld dit niet te wensen. 3.In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een overige voorziening Artikel3Vooronderzoek 1.Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem of zijn ouders een afspraak voor een gesprek. Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. 2.Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 3.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een onderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Artikel4Gesprek 1.Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de jeugdige of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen: in het kader van het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur, wordt de ondersteuning die door de verschillende partijen gegeven wordt op elkaar afgestemd; hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders; de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget (pgb), waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek. 3.Binnen 14 werkdagen na het gesprek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouders een schriftelijk verslag van het vooronderzoek, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet te wensen. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders worden aan het verslag toegevoegd. 4.Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. 5.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van het gesprek. Artikel5Onderzoek naar de hulpvraag en aanvraag 1.Het college onderzoekt met de jeugdige of zijn ouders of inzet van een individuele voorziening nodig is. Hierbij worden de volgende stappen ondernomen: vaststellen wat de jeugdhulpvraag inhoudt; door een ter zake deskundige laten vaststellen of er 'opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen' aanwezig zijn; door een ter zake deskundige laten vaststellen welke hulp naar aard en omvang nodig is. Pas als het voorgaande is vastgesteld, kan worden vastgesteld of: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn. Het feit dat de jeugdhulp die verzocht wordt of die geïndiceerd wordt gebruikelijke zorg betreft, kan een aanwijzing zijn voor het feit dat de eigen mogelijkheden toereikend zijn. 2.Het college hanteert bij haar onderzoek de volgende afwegingsfactoren: welke hulp nodig is om de jeugdige in staat te stellen om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende redzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; wat de te bereiken resultaten zijn; in hoeverre ouders deze hulp kunnen bieden; in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders en het sociale netwerk toereikend zijn om in de hulpbehoefte van een jeugdige te kunnen voorzien; de beoogde inzet in de vorm van zorg in natura (product en/of profiel) of pgb; de evaluatiemomenten. 3.Het resultaat van dit onderzoek wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan deel 1. 4.Het door de jeugdige en/of zijn ouders ondertekende ondersteuningsplan deel 1 wordt aangemerkt als de aanvraag. Artikel6Onderzoek naar de inzet 1.Bij zorg in natura onderzoekt de geselecteerde aanbieder samen met de jeugdige of zijn ouders welke inzet nodig is om te komen tot de resultaten binnen het beoogde profiel en/of product en maakt hierbij een inschatting van tijd, duur, activiteiten en frequentie. 2.Bij een pgb wordt dit onderzoek door het college samen met de jeugdige of zijn ouders gedaan. 3.De inzet in tijd, duur, activiteiten en frequentie wordt vastgelegd het ondersteuningsplan deel 2. Dit wordt ondertekend door de aanbieder. Bij een pgb ondertekent het college en de jeugdigen en/of zijn ouders. Artikel7Afwegingsfactoren Op basis van het onderzoek als bedoeld in artikel 5 en de afwegingsfactoren als opgenomen in sub a tot en met e van het tweede lid van dat artikel, bepaalt het college welke jeugdhulpvoorziening nodig is. Artikel8Beschikking 1.In geval van toekenning van een individuele voorziening in natura wordt in de beschikking opgenomen: welk resultaat beoogd wordt (vastgelegd het ondersteuningsplan deel 1); voor welk product of profiel de inzet geboden mag worden; wat de inzet, activiteiten, duur en frequentie daarbij is; welke evaluatiemomenten gepland zijn. 2.In geval van toekenning van een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking opgenomen: welk resultaat beoogd wordt; wat de hoogte van het pgb is en hoe dit is berekend; wat de inzet, activiteiten, duur en frequentie is van de verstrekking van een individuele voorziening waarvoor het pgb is bedoeld; de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 3.In geval van weigering van een aanvraag van een individuele voorziening wordt dit in de beschikking gemotiveerd toegelicht. Artikel9Inwerkingtreding 1.Deze nadere treden in werking per 1 januari 2020 en kunnen worden aangehaald als: Nadere regels jeugdhulp gemeente Weert 2020; 2.Per gelijke datum worden de Nadere regels jeugdhulp gemeente Weert 2018 ingetrokken. TOELICHTING Algemeen De Jeugdwet schept een jeugdhulpplicht voor gemeenten. Doel is het versterken van de eigen kracht van de jeugdigen en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving. De jeugdhulpplicht geldt alleen als de jeugdige en zijn ouders er zelf niet uitkomen. Deze nadere regels bevatten een aantal regels die bijdragen aan een zorgvuldige procedure. In artikel 4 van de Verordening Jeugdhulp gemeente Weert 2020 draagt de raad het college op om nadere regels te stellen met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Het college geeft daarbij aan op welke wijze het de jeugdige en ouders informeert over de mogelijkheid en het belang om in bepaalde gevallen een beroep op jeugdhulp te doen. In de verordening staan in artikel 2 de volgende individuele voorzieningen genoemd: Persoonlijke verzorging; Begeleiding individueel en groep, welke niet verleend wordt door de basisvoorzieningen; Behandeling individueel en groep; Behandeling dyslexie Logeren; Verblijf met begeleiding dan wel behandeling; Forensische zorg; Spoedeisende zorg (crisis); Gesloten jeugdzorg; Vervoer; Jeugdbescherming; Jeugdreclassering. In de toelichting van de verordening en in de productenboeken (bijlage 1) worden deze jeugdhulpvoorzieningen nader beschreven. De aard en omvang van jeugdhulp wordt bepaald op basis van het te behalen resultaat. De inzet die een aanbieder daarvoor moet leveren is niet beperkt door specifieke producten die zijn ingekocht maar kan bestaan uit alle noodzakelijke interventies die aan dat resultaat bijdragen. Dit resultaat wordt door de jeugdige en zijn ouders zelf, eventueel samen met de sociale omgeving, ondersteund door het college, beschreven op basis van de persoonlijke doelen. Om deze persoonlijke doelen vast te stellen zijn, ter ondersteuning, generieke resultaten beschreven en uitgewerkt tot sub resultaten (bijlage 2). De beoogde resultaten worden gekoppeld aan een profiel. Een profiel wordt gedefinieerd als een bepaalde hoeveelheid ondersteuning (met inbegrip van diagnostiek, zorg en/of hulp) gericht op het halen van specifieke resultaten. Op deze manier is meer ruimte voor maatwerk gecreëerd in het bepalen van de ondersteuning. Jeugdigen, ouders en het college bepalen samen op maat het resultaat. De aanbieder, de jeugdige en zijn ouders zoeken samen naar de gewenste ondersteuning die moet leiden tot het resultaat. Het profiel wordt bekostigd per periode of per ondersteuningstraject. Er is ondersteuning die niet ingevuld kan worden door een profiel. Deze ondersteuning wordt gekoppeld aan een product. Artikel 1 Begripsbepalingen Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 2 Toegang jeugdhulp via de gemeente, aanmelding hulpvraag Eerste lid: Het college is verantwoordelijk voor de inzet van individuele voorzieningen op het gebied van jeugdhulp volgens de bepalingen van de Jeugdwet. In de gemeente Weert heeft het college de beslissing over het inzetten van jeugdhulp gemandateerd aan het Centrum voor Jeugd en Gezin Midden-Limburg. Tweede lid: Dit artikellid spreekt voor zich. Derde lid: Wanneer sprake is van spoedeisende hulp, kan direct een individuele voorziening worden ingezet. Vierde lid: De jeugdige of zijn ouders die een beroep willen doen op een overige voorziening kunnen hier direct naartoe zonder procedure in de zin van (artikel 1 en volgende). Artikel 3 Vooronderzoek Deze bepaling is hier opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen en te zorgen dat jeugdigen en ouders goed worden geïnformeerd. De regels met betrekking tot de privacy van betrokkenen en gegevensuitwisseling die gelden op grond van de Jeugdwet en de Wet bescherming persoonsgegevens/Algemene Verordening Gegevensbescherming zijn van toepassing. Indien gegevens nodig zijn waartoe het college geen toegang heeft in verband met de privacyregels, kan het college de jeugdige of zijn ouders vragen om toestemming om deze op te vragen of in te zien. Het vooronderzoek kan afhankelijk van de inhoud van de melding meer of minder uitgebreid zijn en omvat ook de uitnodiging voor het gesprek. De tweede zin van het eerste lid (familiegroepsplan) vloeit voort uit het amendement Voordewind/Ypma (Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 83). De wet vraagt niet om hierover bij verordening of nadere regels een regeling op te stellen. De bepaling is opgenomen vanwege het belang om in de nadere regels een zorgvuldige procedure te waarborgen en te zorgen dat jeugdigen en ouders goed worden geïnformeerd over hun rechten en plichten. Jeugdigen en ouders kunnen niet gedwongen worden om een familiegroepsplan op te stellen. Het college kan in bepaalde gevallen waar dat meerwaarde zou kunnen hebben, dit wel aanraden en stimuleren. Als er geen familiegroepsplan is, wordt de inbreng van de jeugdige en of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden betrokken in het onderzoek. De gemeente heeft in dezen de taak om haar beleid zo vorm te geven dat het gericht is op het tot stand brengen en uitvoeren van familiegroepsplannen (artikel 2.1, onder g, van de wet). Het kan zijn dat het nodig is om enige vorm van ondersteuning te bieden bij het opstellen van een familiegroepsplan om hier effectief uitvoering aan te geven. Dat deze ondersteuning geboden dient te worden als de jeugdige of zijn ouders hier behoefte aan hebben, wordt bevestigd in de laatste zin van het eerste lid. De jeugdige of zijn ouders kunnen niet gedwongen worden om ondersteuning te accepteren, maar kan het college het – in bepaalde gevallen waar dat meerwaarde zou kunnen hebben – ook hier wel aanraden en stimuleren. Welke vorm deze ondersteuning heeft, is aan de gemeente, bovendien kan deze van geval tot geval verschillen. Het familiegroepsplan moet binnen redelijke termijn opgesteld worden. Een vaste termijn stellen is niet mogelijk, aangezien dit ook mede afhangt van de mate waarin en de vorm van eventuele geboden ondersteuning. Omdat het onderwerp zal zijn van het onderzoek, ligt het voor de hand dat het familiegroepsplan voorafgaand aan het begin van het onderzoek wordt opgesteld. Maar ook tijdens het onderzoek kan mogelijk nog de (gedeelde) wens ontstaan om de eigen kracht nader te onderzoeken en een familiegroepsplan op te stellen. Zo de situatie zich daarvoor leent, kan dan besloten worden hiermee aan de slag te gaan en het onderzoek daarna voort te zetten. Het familiegroepsplan is in artikel 1.1 van de Jeugdwet gedefinieerd als: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren. In artikel 4.1.2 van de Jeugdwet is bepaald dat de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling bij het uitvoeren van artikel 4.1.1 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als eerste de mogelijkheid biedt om, binnen redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Op grond van artikel 2.1, onder g, van de Jeugdwet maakt het familiegroepsplan onderdeel uit van het gemeentelijk beleid. Deze bepalingen zijn een uitvloeisel van het amendement Voordewind/Ypma (Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 83). Dit amendement beoogt ouders, familieleden en anderszins direct betrokkenen de mogelijkheid te geven om (ook in de preventieve fase) voor gedwongen of vrijwillige jeugdhulp mee te denken en te helpen aan een oplossing. Burgers zijn in veel gevallen zeer wel in staat verantwoordelijkheid te nemen voor problemen in eigen familie- of vriendenkring. Sociale samenhang draagt daarnaast bij aan het welzijn van kinderen. Door vormen van hulp van betrokkenen en steun uit directe kring kan bovendien uithuisplaatsing worden afgewend en wordt netwerkpleegzorg bevorderd. Een familiegroepsplan kan bijvoorbeeld binnen een wijkteam worden georganiseerd. Indien het een machtiging of een voorwaardelijke machtiging betreft biedt de kinderrechter de kans voor het opstellen van een familiegroepsplan. Als er een familiegroepsplan is opgesteld, kan dit als hulpverleningsplan gaan gelden. De jeugdhulpaanbieder zal dan niet zelf weer een heel nieuw plan gaan opstellen. Wel kan het in de loop van het traject nodig blijken het plan te actualiseren. De hulpverlener zal dat dan bij de opstellers van het familiegroepsplan aan moeten kaarten. Ook is de uitvoering van een familiegroepsplan begrensd door het professionele kader op grond van de te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 4.1.1, tweede lid, juncto 4.1.5, eerste lid, van de Jeugdwet en de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze eisen zijn geoperationaliseerd in het Kwaliteitskader van het Besluit Jeugdwet. De professional zal dus vanuit zijn beroepsuitoefening moeten toetsen of hij uitvoering kan geven aan het familiegroepsplan en daarover in gesprek moeten gaan met betrokkenen, met als ondergrens de veiligheid en gezonde ontwikkeling van de jeugdige. Het familiegroepsplan speelt zoals vermeld ook een rol in het gedwongen kader. Tweede lid: Bij de planning van het gesprek kunnen ook concrete vragen worden gesteld of kan aan de jeugdige of zijn ouders worden verzocht om nadere stukken te overleggen. In het kader van de rechtmatigheid wordt in ieder geval de identiteit van de jeugdige en/of ouders vastgesteld. In het derde lid is een bepaling opgenomen ter voorkoming van onnodige bureaucratie. Als de gemeente al een voor de beoordeling compleet dossier heeft van de jeugdige en/of zijn ouders, en de jeugdige en/of zijn ouders geven toestemming om dit dossier te gebruiken, kan een vooronderzoek achterwege blijven. Een gesprek over de acute hulpvraag is in de regel nog wel nodig. Indien de hulpvraag ook al bekend is, en het bijvoorbeeld over een vervolgvraag gaat, kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders ook van het gesprek worden afgezien (zie artikel 4, lid 5). Artikel 4 Het gesprek Voor een zorgvuldig te nemen besluit is het van belang dat alle feiten en omstandigheden van de specifieke hulpvraag worden onderzocht. Daarbij is het van belang dat het onderzoek in samenspraak met de jeugdige en zijn ouders wordt verricht. Voor een zorgvuldig onderzoek is veelal persoonlijk contact nodig om een totaalbeeld van de jeugdige en zijn ouders te krijgen. Het ligt daarom voor de hand dat tijdens een gesprek met de jeugdige en zijn ouders het een en ander wordt besproken. Of dit gesprek op een gemeentelocatie (wijkteam) plaatsvindt, op school, bij de jeugdige of zijn ouders thuis, of bij een andere deskundige zal afhankelijk van de concrete situatie worden besloten. Indien nodig voor het onderzoek, kan ook sprake zijn van meerdere (opeenvolgende) gesprekken. Het gesprek moet zo spoedig mogelijk plaatsvinden. Het hangt af van de situatie hoe snel dat kan of moet plaatsvinden. In de onderdelen a tot en met i zijn de onderwerpen van het gesprek weergegeven. Het betreft uiteraard altijd maatwerk. Indien de jeugdige al bij de gemeente bekend is, zullen een aantal gespreksonderwerpen niet meer uitgediept hoeven te worden en kan bijvoorbeeld alleen worden gevraagd of er nog nieuwe ontwikkelingen zijn. Komen een jeugdige of zijn ouders voor het eerst bij de gemeente, dan dient het gesprek om een totaalbeeld van de jeugdige en zijn situatie te krijgen. In onderdeel c wordt de eigen kracht van jeugdige en ouders voorop gesteld overeenkomstig het in de aanhef van de wet vermelde uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt. Een te verstrekken voorziening kan ook juist nodig zijn om de mate van probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouders en die van de naaste omgeving te versterken. In onderdeel d wordt bedoeld mogelijkheden van een voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet. Onder e worden de mogelijkheden van een overige voorziening genoemd, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van de verordening. Ten aanzien van de afstemmingsplicht in onderdeel g valt te denken aan een voorziening die een jeugdige ontvangt op grond van de Wlz of de Zvw en een voorziening op het gebied van passend onderwijs. Derde lid: Deze bepaling is opgenomen in het belang van een zorgvuldige dossiervorming en een zorgvuldige procedure. De invulling van deze verslagplicht is vormvrij. Hierbij is een voorbeeld genomen aan de praktijk van de Wmo. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel Wmo 2015 (Kamerstukken II 2013/14 33 841, nr.3) staat hierover dat het college een weergave van de uitkomsten van het onderzoek verstrekt om de cliënt in staat te stellen een aanvraag te doen voor een maatwerkvoorziening. Dat moet in beginsel schriftelijk. Een goede weergave maakt het voor de gemeente inzichtelijk om een juiste beslissing te nemen te nemen op een aanvraag en draagt bij aan een inzichtelijke communicatie met de cliënt. Het later toevoegen van opmerkingen of het aanbrengen van wijzigingen en/of het herstellen van feitelijke onjuistheden is eveneens vormvrij. Het definitieve verslag wordt vervolgens aan de jeugdige en/of zijn ouders verstrekt. Artikel 5 Onderzoek naar de hulpvraag en aanvraag Deze bepaling is een uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2.9, onder a, van de wet, waarbij is bepaald dat de gemeente in ieder geval regels stelt met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Een aanvraag is nodig om een besluit omtrent een individuele voorziening te verkrijgen. In de Awb worden regels gegeven omtrent de aanvraag. Deze nadere regels wijken daarvan niet af. Op grond van artikel 4:1 van de Awb wordt een aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen (hier het college), tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Lid 1: De uitspraak van de CRvB dd. 1 mei 2017 nr. 16/4442 JW heeft duidelijkheid gebracht over de stappen die een college moet doorlopen om tot een goed en zorgvuldig jeugdhulpbesluit te kunnen komen. In dit artikellid zijn deze stappen opgenomen. Lid 2 en 3: spreekt voor zich. Bij een weigering van jeugdhulp omdat een beroep gedaan kan worden op de eigen kracht van het gezin, is het belangrijk dat het college dit baseert op een zorgvuldig onderzoek waarbij de genoemde vragen worden beantwoord en in het dossier vastgelegd. Indien een individuele voorziening nodig is, bepaalt de gemeente welke inzet van ondersteuning nodig is en koppelt dit aan een: profiel en/of product. Primair wordt gekozen voor een profiel. Wanneer een profiel niet ingezet kan worden, wordt een product ingezet conform het productenboek gespecialiseerde jeugdhulp 2020. Met een daartoe ontwikkelde beknopte vragenlijst wordt de passende intensiteit van het profiel bepaald. Dat gebeurt aan de hand van vijf vragen die in een vijf- of vierpuntsschaal worden gescoord. De vragen gaan over: veiligheid; de balans tussen de beschermende- en risicofactoren; de afstand tot het beoogde resultaat; de mate van zelfstandigheid van de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk en de mate van samenwerkingsgerichtheid van de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk. Door dit beoordelingsmodel te gebruiken ontstaat een gemeenschappelijk taalgebruik tussen het college en de aanbieders. Deze gemeenschappelijke taal is vastgelegd in de definities die horen bij de verschillende scores in het beoordelingsmodel. (De uitkomst van dit beoordelingsmodel is van invloed op de uitkomst van de in te zetten hulp en bepaalt dus de bandbreedte van de hulp. De keuze moet objectief bepaalbaar zijn). Beslistermijnen Awb: In de verordening en in de nadere regels zijn geen termijnen opgenomen om te beslissen op een aanvraag. De regeling in de Awb geldt onverkort. In artikel 4:13 van de Awb is bepaald dat een beschikking dient te worden gegeven binnen een redelijke termijn. Deze is in ieder geval verstreken acht weken na ontvangst van de aanvraag. Indien een beschikking niet acht weken kan worden gegeven, dient het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede te delen en daarbij een redelijk termijn te noemen waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien (artikel 4:14, derde lid, van de Awb). Deze termijnen zijn maximumtermijnen. In complexe situaties is in de regel in het belang van een zorgvuldig onderzoek een langere termijn nodig. Indien bijvoorbeeld een langer durend diagnosetraject benodigd is, kan dit ook tot een langere afhandelingsduur van de aanvraag leiden. Artikel 6 Onderzoek naar de inzet Bij zorg in natura bepaalt de gemeente samen met de jeugdige en/of ouders welke (gecontracteerde) aanbieder voor de nodige hulp het meest geschikt is en neemt contact op met de aanbieder. De aanbieder ontvangt het ondersteuningsplan met het profiel en/of product. Indien het noodzakelijk is dat een niet gecontracteerde aanbieder de ondersteuning gaat bieden moet deze vooraf een contract aangaan met de gemeente. Hierbij toetst de gemeente of deze aanbieder voldoet aan de eisen. Alleen als gevolg van het woonplaatsbeginsel kan een niet gecontracteerde aanbieder ondersteuning bieden. De aanbieder onderzoekt samen met de jeugdige en/of zijn ouders welke ondersteuning en inzet nodig is om te komen tot de resultaten binnen het aangegeven profiel en/of product. Hij maakt hierbij een inschatting van inzet, activiteiten, duur en frequentie. De resultaten van dit onderzoek en de inschatting legt de aanbieder vast in het ondersteuningsplan. Dit wordt voor akkoord ondertekend door de aanbieder. Bij een pgb wordt hetzelfde onderzoek door het college samen met de jeugdige en/of zijn ouders gedaan. Het ondersteuningsplan wordt door het college en de jeugdigen en/of zijn ouders getekend. Artikel 7 Afwegingsfactoren Zie de toelichting bij artikel 5. In de Jeugdwet wordt overwogen dat het wenselijk is dat wanneer hulp op maat wordt geboden, er meer ruimte voor professionals is. Streven is het demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren van de jeugdsector. Het uitgangspunt is daarbij dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdigen zelf ligt. De genoemde afwegingsfactoren zijn daarop gericht. Passende jeugdhulp wordt geboden zo licht als het kan, zo zwaar als het moet. De beoordeling van passende jeugdhulp wordt aan de ter zake deskundige overgelaten. Ter beoordeling van wat hoort onder gebruikelijke zorg en boven gebruikelijke zorg bij een ontwikkeling/leeftijdsfase van een jeugdige wordt de publicatie “De basis van opvoeding en ontwikkeling” van het Nederlands Jeugdinstituut gebruikt. Artikel 8 Beschikking In artikel 8 is nader uitgewerkt welke onderdelen in een beschikking voor een individuele voorziening in natura of beschikking voor een individuele voorziening in de vorm van een pgb moeten worden opgenomen. Een beschikking heeft een looptijd passend bij de behoefte van de ondersteuning maar de maximale looptijd is altijd twee jaar. Bijlage: 1. Producten- en dienstenboek gespecialiseerde Jeugdhulp 2020 Inleiding Dit producten-en dienstenboek is een weergave van de door de Midden Limburgse gemeenten ingekochte gespecialiseerde jeugdhulp. De regio Midden-Limburg richt zich op alle jeugd waarbij de focus ligt op het normale opgroeien en opvoeden. Elk kind is uniek en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Het kind staat centraal, maar wel in de context van de eigen opvoedomgeving. Het gezin is de basis en ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding en het welzijn van hun kinderen. Zij worden daarop aangesproken. Dat betekent ook dat zij altijd betrokken zijn bij zaken die spelen rond hun kinderen. Jeugdigen en hun gezin kunnen problemen ervaren bij het opvoeden en opgroeien, gedrags-, psychische en/of psychiatrische problemen ervaren of een lichamelijke, zintuiglijke of een verstandelijke beperking hebben. Daarbij kunnen onder andere het CJG (de door de gemeente gemandateerde toegang), huisarts, medisch specialist, jeugdarts of gecertificeerde instellingen jeugdhulp inzetten. De gemeente heeft ook de verplichting die jeugdhulp in te zetten die de rechter, het Openbaar Ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig vindt bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing. Het gaat hierbij om alle jeugdhulp die niet binnen de competenties en verantwoordelijkheden van het voorliggend veld zoals CJG past en niet als algemene voorziening kan worden aangemerkt. Wat is Jeugdhulp? Jeugdhulp is volgens de Jeugdwet: Ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, of opvoedingsproblemen van ouders; Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht. Voor welke personen is de gemeente verplicht de benodigde jeugdhulp te verlenen/ voort te zetten? De gemeente is verplicht om alle personen van 0 tot 18 jaar de benodigde jeugdhulp te verlenen, danwel voort te zetten. Evenals alle personen van 18 tot 23 jaar: bij wie jeugdhulp is ingezet voor het 18e jaar en waarvan de gemeente van mening is dat verdere jeugdhulp noodzakelijk is; die voor het 18e jaar jeugdhulp hebben ontvangen en die binnen een half jaar na het 18 jaar opnieuw in aanmerking komen voor jeugdhulp; die een strafbaar feit hebben begaan tussen het 18e en 23e jaar en waarvoor een maatregel (als bedoeld in artikel 77c van het wetboek van Strafrecht) is uitgesproken. Pleegzorg is voortaan beschikbaar tot het 21e levensjaar. Daarnaast bestaat verlengde jeugdhulp: voor wie na het 18e levensjaar (en bij pleegzorg: na het 21e levensjaar) geen opvolgende hulp beschikbaar is vanuit een andere wet (als Wlz, WMO of ZvW) en voor wie wel zorg noodzakelijk is in de lijn van de Jeugdhulp. Ook verplicht de Jeugdwet de gemeente om jeugdhulp te verlenen, danwel voort te zetten aan ouders, indien er sprake is van multiproblematiek (Jeugdwet Artikel 2.1. onder f). De jeugdhulp voor de volwassenen richt zich dan specifiek op het verbeteren van de opvoed- en opgroeisituatie. 1 Gezin 1 Plan Van de aanbieder wordt verwacht dat hij breder kijkt dan enkel de jeugdige waaraan de Gespecialiseerde Jeugdhulp is toegewezen, namelijk dat hij werkt op basis van het gedachtegoed van 1Gezin1Plan. Hiermee bedoelen we het werken vanuit het perspectief van het gezin, inzetten op versterken van eigen kracht van het gezin, gebruikmakend van het netwerk van het gezin. De professional heeft een normaliserende houding richting gezinnen, biedt perspectief aan het gezin, en neemt het “gewone” leven als focus. Waar nodig is er samenwerking met partners op andere leefdomeinen. Er is altijd een toets op voldoende veiligheid bij jeugdigen. De aanbieder biedt de meest passende hulp en schaalt af waar mogelijk. Indeling profielen (Midden-Limburg west – Leudal, Nederweert en Weert) De gemeenten uit Midden-Limburg west werken met resultaat gerichte profielen. Indeling producten De indeling van producten (naar licht/ midden/ zwaar) is gebaseerd op cliëntkenmerken die bij de verschillende productcategorieën nadrukkelijk zijn omschreven. De gemeenten Midden-Limburg west zullen voor het grootste deel van de trajecten met profielen gaan werken. Echter, niet alle bestaande ondersteuning zal ondergebracht worden onder profielen dus de regio ML west zal ook gebruik maken van een aantal producten. Norm van verantwoorde werktoedeling Ook verwijzen we expliciet naar de norm van verantwoorde werktoedeling zoals opgenomen in de Jeugdwet. Hiermee wordt een aanbieder verplicht om hulp te bieden van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend. En die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige en/ of ouder. De norm verplicht de aanbieder tot het werken met geregistreerde professionals uit het Kwaliteitsregister Jeugd, of het BIG-register (voor arts, verpleegkundige, GZ-psycholoog of psychotherapeut). Daarnaast moet de aanbieder bij het toedelen van taken rekening houden met de specifieke kennis en vaardigheden van de geregistreerde medewerker. Deze dienen passend te zijn bij de hulpvraag/ ondersteuningsbehoefte van de jeugdige. Als laatste verplicht deze norm aanbieders er voor te zorgen dat geregistreerde professionals kunnen werken volgens hun professionele standaarden (beroepscodes, vakinhoudelijke richtlijnen). Ook vrijgevestigde professionals (ZZP’ers) die jeugdhulp aanbieden, zijn gebonden aan de norm van verantwoorde werktoedeling. Regiebehandelaar en gedragswetenschapper Jeugd GGZ werkt met regiebehandelaarschap zoals opgenomen in het Model Kwaliteitsstatuut GGZ. We verwijzen hier nadrukkelijk naar en nemen derhalve geen aanvullende beschrijving van de rol van de regiebehandelaar bij de jeugd GGZ hier in op. De regiebehandelaar dient een dienstverband te hebben bij de gecontracteerde zorgaanbieder waar de cliënt ondersteuning krijgt. De omvang van de formatie van regiebehandelaar dient proportioneel te zijn ten opzichte van de omvang van de organisatie. Behandeling in de Jeugd- en opvoedhulp en voor Jeugd met een Beperking verschilt van de behandeling die plaatsvindt bij de Jeugd GGZ. Voor behandeling in de niet-GGZ (dus Jeugd- en Opvoedhulp en Jeugd met Beperking) geldt als basis ook het werken met een regiebehandelaar conform het Model Kwaliteitsstatuut GGZ. Op enkele onderdelen wordt voor de niet-GGZ behandeling een uitzondering gemaakt op het regiebehandelaarschap. Om begripsverwarring te voorkomen met de GGZ-behandeling noemen we de regiebehandelaar bij de niet-GGZ ‘gedragswetenschapper’; De gedragswetenschapper kent, ten opzichte van de regiebehandelaar zoals omschreven in het Model Kwaliteitsstatuut GGZ, een iets andere taak- en rolomschrijving. De gedragswetenschapper in de niet-GGZ: hoeft zelf geen wezenlijk aandeel te hebben in de inhoudelijke behandeling. Behandeling wordt onder verantwoordelijkheid van de gedragswetenschapper uitgevoerd door behandelaren die daartoe zijn bevoegd conform de Norm van Verantwoorde Werktoedeling; is niet de eerste contactpersoon voor cliënt en diens netwerk, dat is de uitvoerend behandelaar, mentor of groepsleiding; voert wel eventuele testdiagnostiek uit conform de beschreven rolverdeling onder “diagnostiek” in het Model Kwaliteitsstatuut GGZ, maar indien sprake is van handelingsgerichte diagnostiek (of: beeldvormend onderzoek), dan kan dit worden gedaan door een uitvoerend behandelaar (conform de Norm van Verantwoorde Werktoedeling) op minimaal WO-niveau; kan aanvullend op de functionarissen zoals genoemd in het Model Kwaliteitsstatuut GGZ ook zijn: voor behandeling zwaar: Kinder- en Jeugdpsycholoog NIP, GZ- psycholoog BIG, Orthopedagoog Generalist NVO, psycholoog postmaster met specialisatie jeugd en een orthopedagoog postmaster. voor behandeling licht en midden: bovenstaande functionarissen aangevuld met een psycholoog met specialisatie jeugd en orthopedagoog. Een gedragswetenschapper neemt periodiek deel aan een vorm van intercollegiale toetsing en intervisie. Aanvullend geldt voor de niet-GGZ behandeling midden en zwaar dat deze enkel kan worden uitgevoerd in multi-disciplinair verband waarbij: de gedragswetenschapper werkzaam is bij de aanbieder van behandeling; de uitvoerend behandelaren altijd een beroep kunnen doen op de gedragswetenschapper; de verantwoordelijkheden zijn toebedeeld volgens de Norm van Verantwoorde Werktoedeling, specifiek het Kwaliteitskader Jeugd. In schema: GGZ behandeling Vrijgevestigd Instelling Basis (licht) Spec (midden & zwaar) Basis (licht) Spec (midden & zwaar) GZ psycholoog X X X Psychotherapeut X X X X Klinisch psycholoog X X X X Klinisch neuro psycholoog X X X X Psychiater X X X X Verpleegkundig specialist GGZ X X Orthopedagoog generalist X X X Kinder & Jeugdpsycholoog NIP X X X Kinderarts/ sociaal pediater met GGZ-specialisatie X X Niet- GGZ behandeling: Jeugd- en Opvoedhulp & Jeugd met Beperking: Licht Midden Zwaar Kinder- en Jeugdpsycholoog NIP X X X Orthopedagoog generalist NVO X X X GZ psycholoog BIG X X X Psychotherapeut X X X Klinisch psycholoog X X X Klinisch neuro psycholoog X X X Psychiater X X X Verpleegkundig specialist GGZ X X X Orthopedagoog postmaster X X X Psycholoog postmaster specialisatie Jeugd X X X Orthopedagoog X X Psycholoog specialisatie Jeugd X X Vervoer Het komt voor dat bij de inzet van de Jeugdhulp ook een vervoersvraag ligt. Hierbij is altijd het uitgangspunt dat er sprake is van eigen kracht, waarbij het vervoer wordt verzorgd door de ouder(s)/ verzorger(s), mantelzorgers of anderen uit het sociale netwerk van de jeugdige. Indien dit niet mogelijk is, wordt als volgt gehandeld: het Centrum voor Jeugd en Gezin Midden-Limburg (CJG) beoordeelt of het vervoer noodzakelijk is aan de hand van de volgende uitgangspunten: Passende hulp wordt dicht bij huis georganiseerd; Vervoer wordt verzorgd door de ouder(s)/ verzorger(s), mantelzorgers of anderen uit het sociale netwerk van de jeugdige. Daarbij wordt afgewogen of de jeugdige in staat is op eigen gelegenheid de jeugdhulpinstelling te bereiken (bijvoorbeeld met openbaar vervoer of door de ouder(s)/verzorger(s)). Een gebrek aan oriëntatie-vermogen en/of het hebben van ernstige fysieke of psychische beperkingen van de jeugdige, maar ook een onevenredige belasting van de ouder(s)/verzorger(s), zijn daarin leidend. De inzet van vervoer vanuit jeugdhulpmiddelen moet altijd zo kort mogelijk plaatsvinden. Het CJG en de aanbieder maken een plan waarin gewerkt wordt aan vervoer vanuit de eigen kracht. Aan ouder(s)/ verzorger(
- s)die het vervoer van hun kind zelf regelen wordt in principe geen financiële vergoeding gegeven. Het zelf oplossen van het vervoer behoort namelijk tot het maximaal benutten van de eigen kracht en mogelijkheden, met het doel het probleem zelf op te lossen voordat er jeugdhulpmiddelen worden ingezet. Wanneer ouder(s)/ verzorger(
- s)in principe het vervoer zelf zouden kunnen regelen, maar onvoldoende financiële middelen hebben om dit te kunnen doen, kan een beroep gedaan worden op de bijzondere bijstand. Alleen als er zeer dringende, urgente reden zijn of de jeugdige in het kader van zelfredzaamheid gestimuleerd moet worden, kan overwogen worden een financiële vergoeding te verstrekken. Het volgende vervoer valt niet onder de Jeugdwet: Vervoer naar andere locaties of vervoer van de ouders van de jeugdige. (Onder omstandigheden kan dit wel onder de Wmo 2015 vallen). Voor jeugdigen die zorg ontvangen volgens de Wlz worden de kosten van het vervoer naar een plaats waar de jeugdige gedurende een dagdeel begeleiding of behandeling ontvangt, vergoed vanuit de Wlz (artikel 3.1.1 Wlz). de kosten van het vervoer naar een school. (Het is mogelijk dat de gemeente het vervoer naar een school moet vergoeden op grond van Leerlingenvervoer. Daaraan zijn wel “voorwaarden” verbonden. Zo moet de jeugdige bijvoorbeeld basis- of voortgezet onderwijs volgen en door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap aangewezen zijn op ander vervoer dan openbaar vervoer, óf niet zelfstandig met het openbaar kunnen reizen. Ambulancevervoer (valt onder de Zorgverzekeringswet). Perceel Jeugd met een beperking Bij een indicatie vervoer van het CJG dient de aanbieder het vervoer van woonadres naar locatie (en v.v.) te verzorgen. Dit betekent dat de aanbieder verantwoordelijk is voor het vervoer van en naar het adres waar de behandeling/hulp/ondersteuning plaatsvindt. Dit vervoer voldoet aan de vereisten die noodzakelijk zijn om de jeugdige veilig te kunnen vervoeren, zoals bijvoorbeeld het vervoer van personen met een rolstoel. Hierbij mag geen eigen bijdrage worden gevraagd. Het is aan de aanbieder om de wijze waarop het vervoer wordt georganiseerd te bepalen, danwel in het gedachtengoed van de Jeugdwet tot alternatieve oplossingen te komen in samenspraak met de jeugdige, ouder(s)/ verzorger(
- s)en CJG, waarbij eventuele (meer)kosten van de alternatieve oplossing voor rekening van de aanbieder komen. Het gaat bij de toekenning van vervoer voornamelijk om groepsvervoer. Perceel Jeugd-GGZ Bij een indicatie vervoer van het CJG wordt dit doorgegeven aan de verantwoordelijke gemeente. De verantwoordelijke gemeente regelt het vervoer. Dit kan op twee manieren: De jeugdige reist mee met leerlingenvervoer. Wanneer een jeugdige met het leerlingenvervoer mee gaat, wordt aan de aanbieder uitdrukkelijk verzocht de behandeling zo te plannen dat vervoer met het lokale leerlingenvervoer mogelijk is. Omdat het contract leerlingenvervoer niet voorziet in vervoer tijdens de schoolvakantie, wordt de aanbieder geacht hier rekening mee te houden en geen behandelingen in de schoolvakanties te plannen, tenzij dit in het belang van behandeltraject echt niet mogelijk is. Als in uitzonderlijke situaties vervoer tijdens de schoolvakanties noodzakelijk is, dient de aanbieder dit tijdig aan het CJG mede te delen, zodat het CJG samen met ouder(s)/ verzorger(
- s)kan bekijken of het vervoer tijdens de schoolvakantie vanuit eigen kracht kan worden opgevangen. Als dit niet mogelijk is, regelt de verantwoordelijke gemeente het vervoer via een individueel taxivervoer. De jeugdige reist met individueel taxivervoer. Bij hoge uitzondering wordt door de verantwoordelijk gemeente individueel taxivervoer gerealiseerd. Individueel taxivervoer is een erg dure aangelegenheid. De inzet van individueel taxivervoer moet derhalve zo kort mogelijk plaatsvinden, waarbij door de aanbieder gewerkt wordt aan vervoer vanuit de eigen kracht. Perceel Jeugd- en Opvoedhulp De aanbieder Jeugd- en Opvoedhulp lost het vervoer op. Als dit in specifieke, uitzonderlijke situaties niet lukt, kunnen zij zich wenden tot het CJG. Eenheden van facturatie In Midden Limburg is de praktijk ontstaan dat toewijzingen zowel in eenheden per week als voor de gehele duur van de looptijd worden afgegeven, deze wordt hierbij geformaliseerd. De praktijk levert tijdswinst en flexibiliteit op, mits het totaal aantal eenheden niet wordt overschreden. In het productenboek zijn de frequenties geformuleerd als eenheden per week, die gebruik maken van pleegzorg en waarbij de voortzetting van zorg nog nodig is. echter kan ook de frequentie in aantal eenheden voor de totale looptijd worden genomen. Omwille van de leesbaarheid is dit niet nogmaals per product weergegeven. Jeugdhulp die is uitgesloten in dit Producten-en dienstenboek Dit Producten-en dienstenboek bevat vrijwel alle jeugdhulpvoorzieningen waarvoor gemeenten met ingang van 1 januari 2015 verantwoordelijk zijn. De volgende typen jeugdhulp vormen echter geen onderdeel van deze inkoopprocedure: Gesloten Jeugdhulp (JeugdzorgPlus): hiervoor worden bovenprovinciaal afspraken gemaakt Veilig Thuis (advies en meldpunt kindermishandeling en huiselijk geweld): hiervoor worden separaat bovenregionaal afspraken gemaakt. Jeugdbescherming en jeugdreclassering: Hiervoor wordt een separate aanbesteding gelopen met gecertificeerde instellingen. Crisisdienst en hulp in crisissituaties voor jeugdigen: Hiervoor wordt een separate aanbesteding gelopen. Voorzieningen uit het landelijk transitiearrangement: Het betreft landelijke, specialistische functies waarbij regionale of lokale inkoop vanwege hun specialisme niet voor de hand ligt en die door de VNG namens alle gemeenten zijn ingekocht. Trainingen, cursussen of andere vormen van ondersteuning/ coaching die gemeenten ofwel als algemene voorziening/vrij toegankelijke voorziening hebben aangemerkt, ofwel door ouders normaliter zelf gefinancierd worden, ofwel worden gefinancierd vanuit andere wet- en regelgeving zoals de zorgverzekeringswet. Leeswijzer In hoofdstuk 0 wordt een beschrijving gegeven in het werken met resultaat gerichte profielen voor Midden Limburg- West. In hoofdstuk 1 en navolgende artikelen worden de algemene productcategorieën toegelicht zoals die per perceel kunnen voorkomen. Hierin zijn cliëntkenmerken en vereiste professionele inzet algemeen van aard beschreven en dus niet gespecificeerd naar een perceel met bijbehorende grondslag. Het betreft hier de categorieën: persoonlijke verzorging, begeleiding, naar individueel & groep en naar licht/ midden/ zwaar behandeling, naar individueel & groep en naar licht/ midden/ zwaar logeren, naar licht- midden en zwaar verblijf met begeleiding, naar licht/ midden/ zwaar verblijf met behandeling, naar licht/ midden/ zwaar overige jeugdhulp Vanaf hoofdstuk 2 worden de specifieke percelen met bijbehorende grondslagen beschreven. Per perceel specificeren we de doelgroep, de voorkomende productcategorieën met producten, codes en de bijbehorende productbeschrijvingen met eventuele aanvullende eisen. 0 Werken met profielen – Midden-Limburg west Sturen op resultaten De in te zetten ondersteuning is specifiek gericht zijn op het behalen van een vooraf omschreven resultaat. Dit resultaat wordt door de cliënt zelf, eventueel samen met zijn/haar sociale omgeving, ondersteund door de toegangsmedewerker, beschreven op basis van de persoonlijke doelen. De resultaten zijn altijd gericht op participatie en zelfredzaamheid van de cliënt. Ter ondersteuning zijn generieke resultaten beschreven voor de verschillende leeftijdsfasen van jeugdigen. Deze generieke resultaten zijn enkel ter ondersteuning om op cliënt niveau resultaten te kunnen bepalen. De resultaten vormen de basis waarop de aanbieder zijn in te zetten ondersteuning moet richten. De resultaten vormen ook onderdeel van het ondersteuningsplan deel 2 dat door een aanbieder in samenspraak met een cliënt wordt opgesteld. De toegang geeft daardoor richting aan “wat” er moet gebeuren om de hulpvraag van de cliënt te beantwoorden. Het ondersteuningsplan deel 2 geeft de cliënt en de toegang inzicht in de vraag “hoe” aanbieder en cliënt het beoogde resultaat willen bereiken. Deze werkwijze bevordert tevens de consensus tussen cliënt en aanbieder over de te behalen resultaten, plaatst de cliënt meer centraal en biedt de gemeente de mogelijkheid om hierop inhoudelijk te sturen. Werken met profielen Een aanbieder moet kunnen beschikken over een grote mate van regelruimte als het gaat om de specifiek in te zetten interventies om het resultaat te halen. Het is immers het specialisme en de inzet van de aanbieder dat, in samenspel met de cliënt en diens sociale omgeving, moet leiden tot het beoogde resultaat. De beoogde resultaten zullen op cliëntniveau dan ook bij voorkeur gekoppeld worden aan een profiel. We onderscheiden bij de gespecialiseerde jeugdhulp 5 profielen met elk drie intensiteiten: Perceel Code Productomschrijving Eenheden Frequentie Beperking P5003 Profiel Basis Stuks maand Beperking P5018 Profiel Aanvullend Stuks maand Beperking P5033 Profiel Intens Stuks maand GGZ P5001 Profiel GGZ Kort Basis Stuks beschikking GGZ P5016 Profiel GGZ Kort Aanvullend Stuks beschikking GGZ P5031 Profiel GGZ Kort Intens Stuks beschikking GGZ P5007 Profiel GGZ Specialistisch Basis Euro beschikking GGZ P5022 Profiel GGZ Specialistisch Aanvullend Euro beschikking GGZ P5037 Profiel GGZ Specialistisch Intens Euro beschikking GGZ P5052 Profiel GGZ Plus Basis Euro beschikking GGZ P5067 Profiel GGZ Plus Aanvullend Euro beschikking GGZ P5082 Profiel GGZ Plus Intens Euro beschikking Jeugd- en Opvoedhulp P5002 Profiel Basis Stuks maand Jeugd- en Opvoedhulp P5017 Profiel Aanvullend Stuks maand Jeugd- en Opvoedhulp P5032 Profiel Intens Stuks maand De inhoud van een profiel wordt op cliëntniveau bepaald. Elke profiel heeft een vastgesteld tarief. Een profiel kan worden gedefinieerd als een bepaalde soort en hoeveelheid ondersteuning (met inbegrip van diagnostiek, zorg en/of hulp) gericht op het halen van specifieke, op cliëntniveau vastgelegde, resultaten. Er is dus geen vooraf omschreven inhoud in een profiel gestopt. Werken met profielen geeft een aanbieder ruimte om alternatieven toe te passen voor de heersende producten en diensten. Er is ruimte gekomen om verandering en innovatie door te voeren rondom de vraag op welke wijze de cliënt het beste ondersteund kan worden om gewenste resultaten te bereiken. Dit ligt bij uitstek op het expertiseterrein van de aanbieder. De enige beperking die deze interventies begrensd is het financieel kader waarbinnen de ondersteuning moet passen. Bepalen van de intensiteit van het profiel Met een daartoe ontwikkelde beknopte vragenlijst zal de passende intensiteit van de in te zetten ondersteuning worden bepaald. Dat gebeurt aan de hand van 5 vragen die in een vijf- of vierpunts schaal worden gescoord door de toegangsmedewerker. In onderstaande figuur is het scoremodel voor de intensiteit weergegeven. De te geven scores worden afgeleid uit de analyse van de ondersteuningsvraag tijdens de intakefase. Dit beoordelingsmodel is bedoeld om medewerkers van het CJG en de GI’s die de toegang verlenen te faciliteren. Het model zal ook door de aanbieders gebuikt worden bij verwijzingen door de huisarts, jeugdarts of medisch specialist. Ook kan dit model door een aanbieder worden gebruikt wanneer deze van mening is dat het profiel dat op de cliënt van toepassing is niet toereikend is. Door dit beoordelingsmodel te gebruiken ontstaat een gemeenschappelijk taalgebruik tussen toegang en aanbieders. Deze gemeenschappelijke taal is vastgelegd in de definities die horen bij de verschillende scores in het beoordelingsmodel (worden opgenomen in de werkinstructie). Doelgroep omschrijving bij de profielen Schematische weergave van de profielen: Profiel Basis Aanvullend Intens Argumentatie Jeugd-GGZ kort Doelgroep 1 Doelgroep 1 Doelgroep 1 Hier wordt argumentatie voor de gekozen richting en intensiteit aangegeven Jeugd-GGZ specialistisch Doelgroep 1 Doelgroep 2 Doelgroep 3 Jeugd-GGZ specialistisch-plus Doelgroep 3 Doelgroep 3 Doelgroep 3 Jeugd en Opvoedhulp Doelgroep 1 Doelgroep 2 Doelgroep 3 Jeugd met een beperking Doelgroep 1 Doelgroep 2 Doelgroep 3 Doelgroep beschrijving 1: Jeugd-GGZ kort basis – aanvullend - intens Jeugd-GGZ specialistisch basis Jeugd en opvoedhulp basis Jeugd met een beperking basis Bij deze profielen wordt als richtlijn de volgende gemiddelde cliëntkenmerken gegeven: Veel beschermende factoren en weinig risicofactoren Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Enkelvoudige vraag van de jeugdige, het gezin of de omgeving. Vraag op één leefgebied. Jeugdige loopt achter op een enkele ontwikkeltaak. Hoge mate van zelfstandigheid, maar bijsturing gewenst. Kan zelf om hulp vragen, kan zich zelfstandig redden met hulp vanuit netwerk, geen noodzaak taken over te nemen. Goede samenwerking mogelijk tussen aanbieder en cliënt. Is met praten bij te sturen, staat open voor ondersteuning, heeft lerend vermogen. Veiligheid niet in geding. Het niveau van het profiel J-GGZ basis wordt vooral bepaald door de intensiteit de noodzakelijke inzet om het resultaat te halen. Doelgroep beschrijving 2: Jeugd-GGZ specialistisch aanvullend Jeugd en opvoedhulp aanvullend Jeugd met een beperking aanvullend Bij deze profielen wordt als richtlijn de volgende gemiddelde cliëntkenmerken gegeven: Beschermende en risicofactoren zijn in gelijke mate aanwezig. Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Meervoudige vraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving. Vraag op diverse leefgebieden. Jeugdige loopt achter op een aantal ontwikkeltaken en/of vertoont probleemgedrag. Zelfstandigheid niet vanzelfsprekend, bijsturing vereist, soms (gedeeltelijk) overnemen. Zelfstandig redden met hulp vanuit netwerk niet vanzelfsprekend, is afhankelijk van hulp, soms nodig om taken over te nemen. Goede samenwerking tussen aanbieder en cliënt niet vanzelfsprekend. Goede communicatie niet altijd mogelijk, staat niet altijd open voor ondersteuning, leervermogen beperkt. Geen of nauwelijks veiligheidsrisico’s. Doelgroep beschrijving 3: Jeugd-GGZ specialistisch intens Jeugd-GGZ specialistisch plus basis aanvullend intens Jeugd en opvoedhulp intens Jeugd met een beperking intens Bij deze profielen wordt als richtlijn de volgende gemiddelde cliëntkenmerken gegeven: Weinig beschermende factoren en veel risicofactoren. Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Meervoudige complexe vraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving. Complexe vragen op meerdere leefgebieden. Jeugdige loopt achter op een meerdere ontwikkeltaken en/of vertoont ernstig probleemgedrag. Beperkte zelfstandigheid, deskundige sturing nodig, vaak taken overnemen. Is afhankelijk van hulp, kan niet zelfstandig functioneren, ook lichte taken moeten worden overgenomen. Beperkte of complexe samenwerking tussen aanbieder en cliënt. Communiceren gaat moeizaam, staat veelal niet open voor ondersteuning, leervermogen zeer beperkt. Onvoorspelbaarheid in gedrag en zorgbehoefte. Er zijn veiligheidsrisico’s aanwezig. Kan gevaar zijn voor zichzelf, zijn omgeving of hulpverlener. Het niveau van het profiel J-GGZ specialistisch plus wordt vooral bepaald door de intensiteit de noodzakelijke inzet om het resultaat te halen. Overig: Alle noodzakelijke interventies, ondersteuning die nodig zijn om het resultaat te halen vallen onder het profiel. Er worden dus geen aparte producten gefinancierd bovenop een profiel. Uitzondering hierbij is de combinatie profiel-product bij verblijf. Verblijffuncties zijn namelijk geen onderdeel van een profiel dus hier is een combinatie mogelijk. Per perceel (GGZ, Jeugd met een beperking of J&O) kan maar 1 profiel ingezet worden. Indien de aanbieder het niet eens is met het ingezette profiel door de toegang treedt de aanbieder in overleg met de toegang gericht op het krijgen van consensus. Indien er geen overeenkomst komt bepaalt de toegang het profiel. De profielen voor Jeugd-GGZ betreffen alleen behandeling. De profielen van het perceel Jeugd met beperking zijn ook van toepassing op de ondersteuning, begeleiding en logeren bij GGZ problematiek. Er kan gemotiveerd afgeweken worden van de uitkomst van het score model waarbij de intensiteit bepaald wordt. Bijvoorbeeld, soms kan het nodig zijn lichte ondersteuning in te zetten bij een complexe situatie. Bij het werken met profielen zijn aanbieders gehouden aan de norm van verantwoorde werktoedeling. Er volgt een aparte werkinstructie voor de nieuwe toegangsprocessen, het werken met profielen en producten. 1 Algemene omschrijving productcategorieën We maken onderscheid tussen ambulante jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf. Met ambulante jeugdhulp worden alle vormen van jeugdhulp bedoeld zonder overnachting. Dit kan zowel in de thuissituatie of omgeving van de jeugdige als op locatie van de aanbieder gegeven worden. Jeugdhulp met verblijf bestaat uit alle vormen van jeugdhulp waarbij sprake is van een of meerdere overnachtingen, al dan niet gecombineerd met begeleiding en/ of behandeling. In de volgende paragrafen worden de algemene uitgangspunten van deze productcategorieën beschreven. Vervolgens wordt per perceel aangegeven welke producten geleverd kunnen worden en onder welke voorwaarden. Voor alle producten geldt dat we eisen stellen aan de professional zoals hieronder in de algemene productcategorieën beschreven is. Wanneer niet aan de eisen wordt voldaan, kan het betreffende product niet geleverd worden. Indien aanvullende eisen/ voorwaarden worden gesteld aan het leveren van het product, naast de omschreven algemene eisen, dan zijn die bij het betreffende perceel benoemd. Productenstructuur Gespecialiseerde Jeugdhulp Midden Limburg in beeld 1.1 Persoonlijke verzorging Doelgroep Jeugdigen met een verstandelijke (VG), lichamelijke (LG), zintuiglijke (ZG), somatische (SOM) of psychische (PSY) aandoening resulterend in een tekort aan zelfredzaamheid bij persoonlijke zorg (noodzaak dat een hulpverlener de ADL-activiteiten ondersteunt of geheel of gedeeltelijk overneemt). Doel Het ondersteunen bij, of overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging (met inbegrip van enige begeleiding bij die activiteiten), gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid. De aard van de hulpvraag ligt hier nadrukkelijk NIET op een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico hierop. Activiteiten Persoonlijke verzorging basis omvat de volgende activiteiten: Vergroten van de zelfredzaamheid van de jeugdige, indien mogelijk wordt er op ingezet dat de jeugdige in de toekomst de taken zelf of met familie uit kan voeren. Hulp bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL-taken), namelijk bij het zich wassen, zich kleden, beweging en houding (waaronder in/uit bed gaan), eten en drinken, toiletgang, eventueel ook de controle van lichaamsfuncties. Hulp bij beperkingen op het vlak van zelfverzorging van haren, sieraden omdoen, zich opmaken, scheren, mond- en gebitsverzorging, hand- en voetverzorging, aanbrengen en uitdoen van prothesen, hoortoestel aan of uitzetten, bril poetsen en opzetten, medicijnen klaarzetten (met uitzondering van het vullen van de weekdozen) en toedienen. Advies, instructie en voorlichting aan de jeugdige en zijn gezin die in directe relatie staan met de persoonlijke verzorging. Onder persoonlijke verzorging vallen ook persoonlijke verzorging via beeldcommunicatie op afstand en persoonlijke verzorging in de vorm van farmaceutische telezorg. Vanaf 1 januari 2018 verandert de oorspronkelijke verdeling van verzorging tussen de Jeugdwet en Zorgverzekeringswet. De reden voor de verandering van de afbakening is dat ouders, kinderverpleegkundigen en andere betrokkenen bij de zorg voor kinderen aangaven dat de oorspronkelijke afbakening voor verzorging te star is. Het volgende zal gaan gelden: Indien de verzorging bij jeugdigen verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop, valt die zorg onder de Zvw; Indien de verzorgende handelingen bij jeugdigen gericht zijn op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), blijft die zorg onder de Jeugdwet te vallen. De inschatting of verzorging wel of niet verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop ligt bij de indicerende kinderverpleegkundige. Het aanbod van verzorgende handelingen gericht op zelfredzaamheid ligt bij de medewerker van de gemeente. Gemeentes blijven verantwoordelijk voor verzorging indien die gericht is op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid. Het is dus mogelijk dat een kind tegelijkertijd vanuit de Jeugdwet als vanuit de Zorgverzekeringswet ondersteuning krijgt. 1.2 Begeleiding Begeleiding bevat voornamelijk het ondersteunen bij en aanleren van praktische vaardigheden om de uitingsvormen van probleemgedrag of de aandoening te beperken. Begeleiding kent zowel ondersteunende als activerende activiteiten. Ondersteunende activiteiten bevorderen de participatie van de cliënt in de maatschappij en ondersteunen hem bij zijn dagindeling. Daarbij kan gedacht worden aan het structureren van de dag, het geven van praktische hulp, het in het kader van de doelstelling van de zorg vergezellen van de cliënt, het bieden van ondersteuning bij het voeren van de regie over het leven. Deze begeleiding vindt onder andere plaats door middel van gesprekken en non-verbale communicatie, het oefenen van dagelijkse vaardigheden en het stimuleren van gedrag dat al bij de cliënt aanwezig is. Met activerende activiteiten wordt de cliënt geleerd (anders) om te gaan met (de gevolgen van) de aandoening, beperking, handicap of opvoed- en opgroeiproblemen door het aanleren van praktische vaardigheden. Bij deze hulp valt te denken aan het interveniëren in het gedrag van de cliënt (gedragscorrectie), het houden van inzichtgevende gesprekken en non-verbale communicatie, het oefenen danwel het automatiseren van sociale of praktische vaardigheden, signalering van de aanwezigheid van problematiek alsmede advies, instructie of voorlichting over de aanpak van de problematiek. Tot de doelgroep van begeleiding behoren jeugdigen, en hun gezinssysteem, met enkelvoudige danwel zware, complexe problemen die ondersteuning of begeleiding nodig hebben bij het stabiliseren, compenseren, verbeteren en/ of ontwikkelen van de zelfredzaamheid, het welbevinden en/of de kwaliteit van leven. In tegenstelling tot behandeling is voor begeleiding geen (sterk vermoeden van een) DSM-V classificatie bij de jeugdige vereist. Begeleiding aan een jeugdige met een DSM-V classificatie kan echter wel voorkomen, afhankelijk van de aard van de benodigde hulp voor de cliënt. Voorwaarde is dan wel dat de betreffende begeleider extra kennis heeft van psychiatrische problematiek. Begeleiding, ongeacht of deze individueel of in groepsverband wordt aangeboden, is onderverdeeld in drie categorieën die hierna nader worden beschreven: Begeleiding licht Begeleiding midden Begeleiding zwaar Aanvullende informatie begeleiding individueel en groep Begeleiding kent een onderscheid in begeleiding individueel en begeleiding groep. Een belangrijk criterium om voor begeleiding individueel te kiezen is dat ingeschat wordt dat het behalen van de gestelde doelen het beste tot stand kan komen door individuele begeleidingsmethodieken in te zetten. Daarbij kan de aanbieder in samenspraak met de jeugdige en de ouders/verzorgers ook de begeleiding in de thuissituatie aanbieden waarmee een positief effect beoogd wordt op de ontwikkeling van de jeugdige, zijn gezin en zijn omgeving. De verschillende vormen van individuele begeleiding zijn per perceel uitgewerkt in de navolgende hoofdstukken. Een belangrijk criterium om voor begeleiding groep te kiezen is dat ingeschat wordt dat de jeugdige en/of diens ouders/verzorgers in een groep beter de gestelde doelen kan/kunnen behalen. De sociale interactie in een groep; leren van elkaar en ook steun ervaren van leeftijdsgenoten, wordt in de groepsbegeleiding als instrument gebruikt. Daarnaast wordt er door professionals een specifiek pedagogisch klimaat geboden, dat de ontwikkeling van de jeugdigen stimuleert. Het geheel heeft zeer waarschijnlijk een positief effect op de jeugdige en/of zijn ouders verzorgers. Het vergroot de eigenwaarde en eigen kracht van de jeugdige en zijn gezin. Het is uiteraard ook mogelijk om een combinatie van individuele- en groepsbegeleidingsmethodieken in te zetten om de gestelde doelen te behalen. De verschillende vormen van begeleiding groep zijn per perceel uitgewerkt in de navolgende hoofdstukken. Zowel begeleiding individueel als groep worden verder gespecificeerd naar licht, midden en zwaar. De complexiteit van de problematiek van de jeugdige, het gezin en/of zijn omgeving bepalen in hoge mate de indeling in licht, midden of zwaar. De intensiteit wordt bepaald door het aantal uur begeleiding dat nodig is. Begeleiding licht Doelgroep De gemiddelde cliëntkenmerken zien er als volgt uit: Veel beschermende factoren en weinig risicofactoren Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Enkelvoudige vraag van de jeugdige, het gezin of de omgeving. Vraag op één leefgebied. Jeugdige loopt achter op een enkele ontwikkeltaak. Hoge mate van zelfstandigheid, maar bijsturing gewenst. Kan zelf om hulp vragen, kan zich zelfstandig redden met hulp vanuit netwerk, geen noodzaak taken over te nemen. Goede samenwerking mogelijk tussen aanbieder en cliënt. Is met praten bij te sturen, staat open voor ondersteuning, heeft lerend vermogen. Veiligheid niet in geding. NB: Bovenstaande punten zijn bedoeld als richtlijn. Eisen aan begeleiding door de professional Begeleiding individueel licht De directe begeleider heeft minimaal een relevante opleiding (of aantoonbaar relevant werk- en denkniveau) op MBO-niveau 4 (zie norm van verantwoorde werktoedeling). Ook acht opdrachtgever het wenselijk dat de directe begeleider terug kan vallen op een geregistreerde jeugdzorgwerker (minimaal HBO). Begeleiding groep licht Ten minste één van de directe begeleiders heeft minimaal een relevante opleiding (of aantoonbaar relevant werk- en denkniveau) op MBO-niveau 4 (zie norm van verantwoorde werktoedeling). Bij meerdere begeleiders op één groep wordt een verantwoorde samenstelling van het team van aanwezige begeleiders verwacht, conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Ook bij begeleiding groep geldt dat opdrachtgever het wenselijk acht dat de begeleiders terug kunnen vallen op een geregistreerde jeugdzorgwerker (minimaal HBO). Begeleiding midden Doelgroep De gemiddelde cliëntkenmerken zien er als volgt uit: Beschermende en risicofactoren zijn in gelijke mate aanwezig. Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Meervoudige vraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving. Vraag op diverse leefgebieden. Jeugdige loopt achter op een aantal ontwikkeltaken en/of vertoont probleemgedrag. Zelfstandigheid niet vanzelfsprekend, bijsturing vereist, soms (gedeeltelijk) overnemen Zelfstandig redden met hulp vanuit netwerk niet vanzelfsprekend, is afhankelijk van hulp, soms nodig om taken over te nemen. Goede samenwerking tussen aanbieder en cliënt niet vanzelfsprekend. Goede communicatie niet altijd mogelijk, staat niet altijd open voor ondersteuning, leervermogen beperkt. Geen of nauwelijks veiligheidsrisico’s. NB: Bovenstaande punten zijn bedoeld als richtlijn. Eisen aan begeleiding door de professional Begeleiding individueel midden De directe begeleider heeft minimaal een relevante opleiding (of aantoonbaar relevant werk- en denkniveau) op MBO-niveau 4 (zie norm van verantwoorde werktoedeling). Daarnaast kan de directe begeleider terugvallen op een geregistreerde jeugdzorgwerker (minimaal HBO). Begeleiding groep midden Ten minste één van de directe begeleiders heeft minimaal een relevante opleiding (of aantoonbaar relevant werk- en denkniveau) op MBO-niveau 4 (zie norm van verantwoorde werktoedeling). Bij meerdere begeleiders op één groep wordt een verantwoorde samenstelling van het team van aanwezige begeleiders verwacht, conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Ook bij begeleiding groep kan de directe begeleider terugvallen op een geregistreerde jeugdzorgwerker (minimaal HBO). Begeleiding zwaar Doelgroep De gemiddelde cliëntkenmerken zien er als volgt uit: Weinig beschermende factoren en veel risicofactoren. Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Meervoudige complexe vraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving. Complexe vragen op meerdere leefgebieden. Jeugdige loopt achter op een meerdere ontwikkeltaken en/of vertoont ernstig probleemgedrag. Beperkte zelfstandigheid, deskundige sturing nodig, vaak taken overnemen. Is afhankelijk van hulp, kan niet zelfstandig functioneren, ook lichte taken moeten worden overgenomen. Beperkte of complexe samenwerking tussen aanbieder en cliënt. Communiceren gaat moeizaam, staat veelal niet open voor ondersteuning, leervermogen zeer beperkt. Onvoorspelbaarheid in gedrag en zorgbehoefte. Er zijn veiligheidsrisico’s aanwezig. Kan gevaar zijn voor zichzelf, zijn omgeving of hulpverlener. NB: Bovenstaande punten zijn bedoeld als richtlijn. Eisen aan begeleiding door de professional Begeleiding individueel zwaar De directe begeleider heeft minimaal een relevante opleiding (of werk- en denkniveau) op HBO-niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Daarnaast wordt door de directe begeleider een geregistreerde gedragswetenschapper (minimaal WO-niveau) betrokken. Net als bij de regiebehandelaar dient de gedragswetenschapper in dienst te zijn van de organisatie. Begeleiding groep zwaar Ten minste één van de directe begeleiders heeft minimaal een relevante opleiding (of werk- en denkniveau) op HBO-niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Bij meerdere begeleiders op één groep wordt een verantwoorde samenstelling van het team van aanwezige begeleiders verwacht, conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Ook bij begeleiding groep wordt een geregistreerde gedragswetenschapper (minimaal WO-niveau) betrokken. Net als bij de regiebehandelaar dient de gedragswetenschapper in dienst te zijn van de organisatie. 1.3 Behandeling Waar begeleiding zich richt op het bijsturen, aanleren of automatiseren van praktische vaardigheden om uitingsvormen van probleemgedrag of de aandoening te beperken, grijpt behandeling in op de dieperliggende oorzaak van het probleemgedrag en/of de aandoening (“herprogrammeren”). Behandeling zet in op verandering van de sociaal emotionele ontwikkeling van een cliënt waardoor een basis wordt gelegd om het handelingsrepertoire van de cliënt duurzaam uit te breiden. Bij jeugdigen betekent dit dat zowel de jeugdige zelf alsook het gezinssysteem behandeld kan worden. Belangrijk uitgangspunt bij behandeling is daarom dat de cliënt voldoende in staat is om het geleerde toe te passen in, en te generaliseren naar, diverse praktijksituaties. Is generalisatie niet (meer) mogelijk, en moeten voor elke situatie gerichte vaardigheden worden aangeleerd dan is inzet van behandeling van de jeugdige zelf niet toegewezen, maar begeleiding. De behandeling duurt een afgebakende periode met, in principe, een maximum van 1 jaar. Handelingsgerichte diagnostiek of observatie/onderzoek is altijd onderdeel van de behandeling. Grondslag voor de behandeling is en/ of: somatische, psychische of psychiatrische aandoening; verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking; opvoedkundig/systemisch probleemgedrag. Voor behandeling is een DSM-V classificatie vereist ofwel een door de verwijzer benoemd sterk vermoeden daarvan. Echter, aanwezigheid van een classificatie betekent niet automatisch dat behandeling moet worden ingezet. Afhankelijk van de aard van de benodigde hulp kan ook begeleiding aangewezen zijn. GGZ-behandeling richt zich vooral op de (medische) aanpak van een psychiatrische stoornis en bijbehorende problemen op verschillende levensgebieden van de jeugdige. Behandeling in de LVB richt zich zowel op de jeugdige zelf als mogelijk het systeem. Behandeling in de Jeugd- en Opvoedhulp richt zich met name op gezins-/ en systeemfactoren. Eisen aan behandeling door de professional Voor een behandeling is expertise op het niveau van een specifiek medicus, specifiek paramedicus of behandelaar vereist. Er is in ieder geval sprake van een WO-opgeleide regiebehandelaar conform het Model Kwaliteitsstatuut GGZ voor GGZ-behandeling aangevuld met de eisen zoals opgenomen in de inleiding onder ‘Regiebehandelaar en gedragswetenschapper’. Eisen die gesteld worden aan de gedragswetenschapper bij de niet- GGZ, zijn opgenomen in de inleiding onder ‘Regiebehandelaar en gedragswetenschapper’. Aanvullende informatie behandeling individueel en groep Behandeling kent een onderscheid in behandeling individueel en behandeling groep. Een belangrijk criterium om voor behandeling individueel te kiezen is dat ingeschat wordt dat het behalen van de gestelde doelen het beste tot stand kan komen door individuele behandelingsmethodieken in te zetten. Daarbij kan de aanbieder in samenspraak met de jeugdige en de ouders/verzorgers ook de behandeling in de thuissituatie aanbieden waarmee een positief effect beoogd wordt op de ontwikkeling van de jeugdige, zijn gezin en zijn omgeving. Een belangrijk criterium om voor behandeling groep te kiezen is dat ingeschat wordt dat de jeugdige en/of diens ouders/verzorgers in een groep beter de gestelde doelen kan/kunnen behalen. De sociale interactie in een groep; leren van elkaar en ook steun ervaren van leeftijdsgenoten, wordt in de groepsbehandeling als instrument gebruikt. Daarnaast wordt er door professionals een specifiek pedagogisch klimaat geboden, dat de ontwikkeling van de jeugdigen stimuleert. Het geheel heeft zeer waarschijnlijk een positief effect op de jeugdige en/of zijn ouders verzorgers. Het vergroot de eigenwaarde en eigen kracht van de jeugdige en zijn gezin. Het is uiteraard ook mogelijk om een combinatie van individuele- en groepsbehandelingsmethodieken in te zetten om de gestelde doelen te behalen. Zowel behandeling individueel als groep worden nader gespecificeerd naar licht, midden en zwaar. De complexiteit van de problematiek van de jeugdige, het gezin en/of zijn omgeving bepalen in hoge mate de indeling in licht, midden of zwaar. De intensiteit wordt bepaald door het aantal uur behandeling dat nodig is. Voor een jeugdige die niet in een instelling verblijft, maar wel medicijnen voor psychische klachten krijgt voorgeschreven, valt het voorschrijven van medicatie onder de Jeugdwet (en wordt betaald door opdrachtgever), maar de medicijnen zelf vallen onder de Zorgverzekeringswet (en worden betaald door de zorgverzekeraar). Ook curatieve GGZ-zorg door kinderartsen en hulp bij ernstige enkelvoudige dyslexie valt onder behandeling. Behandeling is onderverdeeld in drie categorieën die nader worden beschreven: Behandeling licht Behandeling midden Behandeling zwaar Behandeling licht Doelgroep De gemiddelde cliëntkenmerken zien er als volgt uit: Veel beschermende factoren en weinig risicofactoren Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Enkelvoudige vraag van de jeugdige, het gezin of de omgeving. Vraag op één leefgebied. Jeugdige loopt achter op een enkele ontwikkeltaak. Hoge mate van zelfstandigheid, maar bijsturing gewenst. Kan zelf om hulp vragen, kan zich zelfstandig redden met hulp vanuit netwerk, geen noodzaak taken over te nemen. Goede samenwerking mogelijk tussen aanbieder en cliënt. Is met praten bij te sturen, staat open voor ondersteuning, heeft lerend vermogen. Veiligheid niet in geding. NB: Bovenstaande punten zijn bedoeld als richtlijn. Eisen aan behandeling door de professional Behandeling individueel licht De directe behandelaar heeft minimaal een relevante opleiding op HBO-niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Daarnaast is er een geregistreerde WO-opgeleide regiebehandelaar danwel gedragswetenschapper 1 Zie omschrijving in de inleiding betrokken. Behandeling groep licht Van professionals die behandelen wordt minimaal een relevante opleiding op HBO-niveau verwacht en registratie conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Voor de begeleiding binnen de behandeling, geldt dat ook professionals met een relevante MBO-niveau 4 opleiding dit uit kunnen voeren. Daarnaast is er een geregistreerde WO-opgeleide regiebehandelaar danwel gedragswetenschapper2 Zie omschrijving in de inleiding betrokken. Behandeling midden Doelgroep De gemiddelde cliëntkenmerken zien er als volgt uit: Beschermende en risicofactoren zijn in gelijke mate aanwezig. Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Meervoudige vraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving. Vraag op diverse leefgebieden. Jeugdige loopt achter op een aantal ontwikkeltaken en/of vertoont probleemgedrag. Zelfstandigheid niet vanzelfsprekend, bijsturing vereist, soms (gedeeltelijk) overnemen Zelfstandig redden met hulp vanuit netwerk niet vanzelfsprekend, is afhankelijk van hulp, soms nodig om taken over te nemen. Goede samenwerking tussen aanbieder en cliënt niet vanzelfsprekend. Goede communicatie niet altijd mogelijk, staat niet altijd open voor ondersteuning, leervermogen beperkt. Geen of nauwelijks veiligheidsrisico’s. NB: Bovenstaande punten zijn bedoeld als richtlijn. Eisen aan behandeling door de professional Behandeling individueel midden De directe behandelaar heeft minimaal een relevante opleiding op HBO-plus- of WO-niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Daarnaast is er een geregistreerde WO-opgeleide regiebehandelaar danwel gedragswetenschapper3 Zie omschrijving in de inleiding betrokken. Behandeling groep midden Van professionals die behandelen wordt minimaal een relevante opleiding op HBO-plus of WO-niveau verwacht en registratie conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Voor de begeleiding binnen de behandeling, geldt dat ook professionals met een relevante MBO-niveau 4 opleiding dit uit kunnen voeren. Daarnaast is er een geregistreerde WO-opgeleide regiebehandelaar danwel gedragswetenschapper4 Zie omschrijving in de inleiding betrokken. Behandeling zwaar Doelgroep De gemiddelde cliëntkenmerken zien er als volgt uit: Weinig beschermende factoren en veel risicofactoren. Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Meervoudige complexe vraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving. Complexe vragen op meerdere leefgebieden. Jeugdige loopt achter op een meerdere ontwikkeltaken en/of vertoont ernstig probleemgedrag. Beperkte zelfstandigheid, deskundige sturing nodig, vaak taken overnemen. Is afhankelijk van hulp, kan niet zelfstandig functioneren, ook lichte taken moeten worden overgenomen. Beperkte of complexe samenwerking tussen aanbieder en cliënt. Communiceren gaat moeizaam, staat veelal niet open voor ondersteuning, leervermogen zeer beperkt. Onvoorspelbaarheid in gedrag en zorgbehoefte. Er zijn veiligheidsrisico’s aanwezig. Kan gevaar zijn voor zichzelf, zijn omgeving of hulpverlener. NB: Bovenstaande punten zijn bedoeld als richtlijn. Eisen aan behandeling door de professional Behandeling individueel zwaar De directe behandelaar heeft een relevante opleiding op WO- of WO-plus-niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Daarnaast is er een geregistreerde WO-plus opgeleide regiebehandelaar danwel gedragswetenschapper5 Zie omschrijving in de inleiding betrokken. Behandeling groep zwaar Van professionals die behandelen wordt een relevante opleiding op WO-plus niveau verwacht en registratie conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Voor de begeleiding binnen de behandeling, geldt dat ook professionals met een relevante HBO-opleiding (of werk- en denkniveau) dit uit kunnen voeren. Daarnaast is er een geregistreerde WO-plus opgeleide regiebehandelaar danwel gedragswetenschapper6 Zie omschrijving in de inleiding betrokken. 1.4 Logeren Logeren is een vorm van verblijf die is gericht op ontlasting van de ouders, stiefouders of anderen die een jeugdige als gezinslid verzorgen en opvoeden (respijtzorg). De jeugdige verblijft tijdelijk elders waar toezicht en de noodzakelijke zorg geboden wordt. Doel is te voorkomen dat de verzorgers/opvoeders overbelast raken. Daarmee wordt ook beoogd dat de jeugdige (langer) thuis kan blijven wonen. Logeren kan worden ingezet in de percelen Jeugd met Beperking, Jeugd GGZ en Jeugd- en Opvoedhulp. Het betreft telkens dezelfde producten met dezelfde productcodes. Doelgroep Jeugdigen waarvan de ouders, stiefouders of anderen die een jeugdige als gezinslid verzorgen en opvoeden, als een gevolg van factoren in de thuissituatie eventueel in combinatie met kindfactoren ontlast dienen te worden. Activiteiten Logeren wordt uitgevraagd als een allesomvattend product. Dit betekent dat alles wat redelijkerwijs tijdens het verblijf verwacht mag worden, hier onder valt. Dus: de nacht (inclusief slaap- of nachtdienst, bedoeld voor etmaal), maaltijden, toezicht, verzorging, begeleiding (naar norm verantwoorde werktoedeling), dagbesteding, enz. Aanvullende informatie Aan logeren kan op verschillende manieren invulling gegeven worden. Zo kan men verblijven: in logeerhuizen, opvanghuizen, zorgboerderijen, instellingen; voor kortdurende perioden: weekenden, door de week, in vakantieperioden. Er kunnen twee soorten producten worden ingezet: Logeren etmaal: betreft een etmaal logeren, dus 24 uur. Logeren dagdeel: betreft het verlengen van een etmaal met 4 uur. Deze producten worden redelijkerwijs gecombineerd ingezet. Dat betekent dat logeren tot en met 26 uur onder een etmaal valt (bij een logeerperiode langer dan 1 etmaal, geldt de + 2 uur eenmaal voor de gehele logeerperiode). Duurt de logeerperiode langer, dan kan opgeplust worden met een dagdeel. Redelijkerwijs volgt de volgende verdeling: t/m 26 uur: logeren etmaal t/m 30 uur: logeren etmaal + logeren dagdeel t/m 34 uur: logeren etmaal + 2x logeren dagdeel t/m 38 uur: logeren etmaal + 3x logeren dagdeel t/m 50 uur: 2x logeren etmaal Verschil licht/midden en zwaar Bij het toewijzen van logeren licht/midden of zwaar is het uitgangspunt altijd de mate van nabijheid van begeleiding die een kind nodig heeft. Licht/midden: Jeugdigen die enige ondersteuningsbehoefte hebben en die behoefte hebben aan structuur en regelmaat, vallen onder categorie licht/midden. Bij deze jeugdigen is geen continue directe nabijheid van een begeleider noodzakelijk. Deze jeugdigen kunnen ook tijdelijk zelfstandig een activiteit ondernemen. Van de begeleiding wordt verwacht dat zij minimaal een relevante opleiding op MBO-niveau hebben en er voldaan wordt aan de norm van verantwoorde werktoedeling. Zwaar: Jeugdigen die een grote ondersteuningsbehoefte (qua verzorging en begeleiding) hebben en een grote noodzaak tot structuur en regelmaat, vallen onder de categorie zwaar. Bij deze jeugdigen is een continue nabijheid van een begeleider noodzakelijk. Van de begeleiding wordt verwacht dat zij minimaal een relevante opleiding op HBO-niveau hebben en er voldaan wordt aan de norm van verantwoorde werktoedeling. 1.5 Verblijf met begeleiding Onder Verblijf met begeleiding wordt verstaan dag en nacht verblijf van een jeugdige elders dan thuis onder verantwoordelijkheid van een jeugdhulpaanbieder. Het gaat hier specifiek om verblijf met begeleiding en zonder behandeling. Verblijf met begeleiding is ingedeeld in de categorieën licht, midden en zwaar. Lichtere vormen van Verblijf met begeleiding zijn overwegend gerelateerd aan verblijven in een gezinssituatie en zwaardere vormen aan Verblijf met begeleiding in een groep bij een professionele jeugdhulpinstelling. Uiteindelijk bepaalt de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige of gezin de keuze voor een best passende verblijfssituatie. Doel Het gaat met name om het bieden van ‘orthopedagogische basiszorg’, dat wil zeggen zorgvuldig pedagogisch handelen, binnen een bepaalde cultuur van omgaan met elkaar, leefregels en sfeer. Het is gericht op: verbeteren/ ontwikkelen stabiliseren/ compenseren van zelfredzaamheid, welbevinden of de kwaliteit van leven. Het betreft veelal langdurig verblijf in een veilige stabiele leefomgeving. Het doel is de jeugdige zo normaal en veilig mogelijk op te laten groeien, het vergroten van de draagkracht en de zelfstandigheid, aangepast op zijn mogelijkheden. Samen met de jeugdige wordt een concreet, haalbaar perspectief ten aanzien van zijn toekomst ontwikkeld. Doelgroep Jeugdigen die als gevolg van factoren in de thuissituatie in combinatie met eventueel kindfactoren niet thuis kunnen wonen. Er kan sprake zijn van probleemgedrag of chronische problematiek, maar een classificatie is geen vereiste. Aanvullende informatie In veel gevallen is minder specifieke deskundigheid vereist dan bij verblijf met behandeling. Professionals die begeleiding bieden, hebben minimaal een brancherelevante opleiding op MBO-niveau gevolgd, conform hetgeen is opgenomen in de norm van verantwoorde werktoedeling. De betrokkenheid van een behandelaar (WO) is ondersteunend en vaak consultatief. Verblijf met begeleiding licht (pleegzorg) Verblijf met begeleiding licht betreft het verblijven in een normale gezinssituatie buiten het eigen gezin begeleid door professional(s); pleegzorg. De jeugdhulpaanbieder biedt het pleeggezin begeleiding. De pleegzorgbegeleider zet zich in om de ouders te ondersteunen, pleegouders te begeleiden en/of de jeugdige extra zorg te bieden. Doel Realiseren van een veilige opvoedingssituatie in een normale gezinssituatie waarbinnen de jeugdige optimale ontwikkelingsmogelijkheden heeft. Indien de situatie in het gezin van herkomst het toelaat wordt gestreefd naar terugkeer van de jeugdige in het gezin van herkomst. Daar waar de jeugdige geen uitzicht meer heeft op terugkeer naar het gezin van herkomst is het doel een continue en veilige opvoedingssituatie te bieden waar de jeugdige optimale ontwikkelingsmogelijkheden heeft en zo ‘gewoon’ mogelijk kan opgroeien. Eisen aan begeleiding door de professional De professionele begeleider van pleegouders en –kind is een geregistreerde jeugdzorgwerker (minimaal HBO). Verblijf met begeleiding midden Verblijf met begeleiding midden is verblijven in een gezinssituatie of (begeleid) op kamers van een jeugdhulpaanbieder, met een professionele betaalde opvoeder (gezinshuis) of begeleiding(kamertraining). Het is een kleinschalige vorm van jeugdhulp waarbij een of meerdere jeugdigen op een plek verblijven die ofwel sterk lijkt op een natuurlijk gezin, danwel op zelfstandige kamerbewoning. Bij deze vorm van jeugdhulp is 24 uur per dag, 7 dagen per week professionele ondersteuning beschikbaar. Doel Het doel bij Verblijf met begeleiding Midden is dat de jeugdige (eventueel met minder intensieve begeleiding) weer thuis, zelfstandig of bij iemand uit het netwerk van het gezin, kan wonen. Afhankelijk van de aard en ernst van de problematiek van de jeugdige kan het doel ook zijn de jeugdige een veilig en stabiel verblijf te bieden, waar hij zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. Eisen aan begeleiding door de professional Ten minste één van de directe begeleiders heeft minimaal een relevante opleiding (of aantoonbaar relevant werk- en denkniveau) op MBO-niveau 4 (zie norm van verantwoorde werktoedeling). Bij meerdere begeleiders op één groep wordt een verantwoorde samenstelling van het team van aanwezige begeleiders verwacht, conform de norm van verantwoorde werktoedeling. De directe begeleider kan terugvallen op een geregistreerde jeugdzorgwerker (minimaal HBO). Verblijf met begeleiding zwaar Verblijf met begeleiding zwaar is verblijven in een groep bij een jeugdhulpaanbieder. De jeugdhulpaanbieder biedt (tijdelijk) professionele verzorging, opvoeding, begeleiding en ondersteuning buiten het eigen gezin. Hier is dus geen sprake van een gezinssituatie. Onder deze categorie vallen onder meer de vormen: Leefgroepen Fasehuis Beschermd wonen Doel Het doel van deze ondersteuning is jeugdigen kwalitatief goede verzorging en opvoeding te bieden, op zo’n manier dat een gezonde ontwikkeling mogelijk is. Afhankelijk van de aard en ernst van de problematiek van de jeugdige kan bovendien begeleiding en toezicht worden ingezet: bij wonen, onderwijs of werk en vrije tijdsbesteding in het ontwikkelen van meer zelfstandigheid en participatie bij het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een (uitbehandeld) psychiatrisch ziektebeeld en het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast. Zo nodig wordt ook (via een aparte beschikking) voor (ambulante) behandeling gezorgd. Het doel is dat de jeugdige (eventueel met minder intensieve begeleiding) weer thuis of bij iemand uit het netwerk van het gezin, zelfstandig of in een pleeggezin kan wonen. Eisen aan begeleiding door de professional Ten minste één van de directe begeleiders heeft minimaal een relevante opleiding (of werk- en denkniveau) op HBO-niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Bij meerdere begeleiders op één groep wordt een verantwoorde samenstelling van het team van aanwezige begeleiders verwacht, conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Ook bij begeleiding groep kan een geregistreerde gedragswetenschapper (minimaal WO-niveau) geconsulteerd worden. 1.6 Verblijf met behandeling Bij verblijf met behandeling verblijft de jeugdige (tijdelijk) elders dan thuis onder verantwoordelijkheid van een jeugdhulpaanbieder. Behandeling in de thuissituatie is niet mogelijk. Het gaat hier om 7 x 24 uurs zorg, uitgevoerd door een behandelteam. Voor een behandeling is specifieke deskundigheid van de professional vereist. Tevens is een (sterk vermoeden van een) DSM-V classificatie vereist. Andersom hoeft aanwezigheid van een classificatie niet automatisch te betekenen dat verblijf met behandeling moet worden ingezet. De aard van de inzet kan ook Verblijf met begeleiding zijn. Verblijf met behandeling wordt ingedeeld in de categorieën licht, midden en zwaar. De inzet en complexiteit van de jeugdigen bepalen in hoge mate de indeling in licht, midden of zwaar. Bij het afschalen is de zorgvraag van het kind bepalend voor de zwaarte van de categorie (binnen de eisen van het perceel), en niet de fysieke plek zelf. Dit betekent dat als er geen ruimte is op de afgeschaalde plek (de aanbieder heeft de plek wel, maar die is op dat moment niet beschikbaar), niet de opdrachtgever, maar de jeugdhulpaanbieder verantwoordelijk is voor de kosten. Instellingen die verblijf bieden dienen te voldoen aan de drie bodemeisen waaraan de instellingen moeten voldoen volgens de inspectie Jeugdzorg (IJZ): geen vrijheidsbeneming bij jongeren zonder rechtelijke machtiging gesloten jeugdhulp (of BOPZ); Geen toepassing vrijheid beperkende maatregelen zoals genoemd in hoofdstuk zes van de jeugdwet (of in de BOPZ) op jongeren zonder rechterlijke machtiging gesloten jeugdhulp (of BOPZ),tenzij er sprake is van een noodsituatie; Jongeren zonder rechtelijke machtiging gesloten jeugdhulp (of BOPZ) mogen geen getuige zijn van toepassing van zware vrijheidsbeperkende maatregelen bij jongeren met een rechtelijke machtiging gesloten jeugdhulp (of BOPZ) tenzij er sprake van een noodsituatie. Doel Bij verblijf met behandeling gaat het behalve het bieden van ‘orthopedagogische basiszorg’ ook om het toepassen van behandelingsinterventies die gericht zijn op: herstel/genezing/ontwikkelen stabiliseren/hanteerbaar maken van het “probleem” of aandoening. Het doel is herstel van het reguliere leven en terugkeer van de jeugdige naar huis of een zo zelfstandig mogelijke vorm van wonen. Daarnaast wordt ingezet op begeleiding/ behandeling van het gezin, om de resultaten van de behandeling te kunnen borgen en terugkeer binnen het gezinssysteem waar mogelijk te stimuleren. Eisen aan behandeling door de professional Voor de eisen die aan professionals worden gesteld, verwijzen we naar de norm van verantwoorde werktoedeling. Professionals die behandelen, hebben minimaal een brancherelevante opleiding op HBO-niveau gevolgd en zijn geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Voor het begeleidingsdeel dat binnen de behandeling valt, geldt dat ook professionals met een MBO-opleiding dit uit kunnen voeren. Een geregistreerde regiebehandelaar danwel gedragswetenschapper7 Zie omschrijving in de inleiding (WO) is direct betrokken, heeft direct contact met de jeugdige en heeft een (eind)verantwoordelijke positie voor de behandeling. Aanvullende informatie Waar van toepassing gelden de eisen van de WGBO en de richtlijnen jeugdhulp. Verblijf met behandeling licht In geval van verblijf met behandeling licht zijn meerdere (combinaties van) interventies noodzakelijk om de problematiek op te lossen of beheersbaar te maken. Het gaat om een open behandelsetting. Er is sprake van slaapdiensten en niet van nachtdiensten. Eisen aan behandeling door de professional Voor de eisen die aan professionals worden gesteld, verwijzen we naar de norm van verantwoorde werktoedeling en inzet van de regiebehandelaar danwel gedragswetenschapper8 Zie omschrijving in de inleiding . Aanvullende informatie Waar van toepassing gelden de eisen van de WGBO en de richtlijnen jeugdhulp. Verblijf met behandeling midden Bij verblijf met behandeling midden zijn meerdere (combinaties van) interventies en behandelaren noodzakelijk om de problematiek op te lossen of beheersbaar te maken. Het gaat om een open behandelsetting. Er is sprake van slaapdiensten en niet van nachtdiensten. Eisen aan behandeling door de professional Voor de eisen die aan professionals worden gesteld, verwijzen we naar de norm van verantwoorde werktoedeling en inzet van de regiebehandelaar danwel gedragswetenschapper9 Zie omschrijving in de inleiding . Aanvullende informatie Waar van toepassing gelden de eisen van de WGBO en de richtlijnen jeugdhulp. Verblijf met behandeling zwaar Bij verblijf met behandeling zwaar zijn zware en intensieve (combinaties van) interventies en behandelaren noodzakelijk om de problematiek op te lossen of beheersbaar te maken. Het gaat om een besloten of gesloten setting. Er is in de meeste gevallen sprake van nachtdiensten en niet van slaapdiensten. Keuze hierin is afhankelijk van de groepssamenstelling. Er is 24 uurs-toezicht nodig (aanwezigheid groepsleiding). Eisen aan behandeling door de professional Voor de eisen die aan professionals worden gesteld, verwijzen we naar de norm van verantwoorde werktoedeling en inzet van de regiebehandelaar danwel gedragswetenschapper 10 Zie omschrijving in de inleiding . Aanvullende informatie Waar van toepassing gelden de eisen van de WGBO en de richtlijnen jeugdhulp. In de navolgende hoofdstukken wordt per perceel aangegeven welke producten geleverd kunnen worden en welke aanvullende eisen worden gesteld aan de producten. 1.7 Overige Jeugdhulp De gemeenten Midden-Limburg West vragen aanbieders binnen het product Overige Jeugdhulp een aanbieding in te dienen voor vernieuwende ondersteuningsproducten / -trajecten, voor zover deze op geen enkele wijze passen binnen de beschreven productcategorieën van dit producten en dienstenboek of de ruimte die aanbieders hebben om binnen profielen de gewenste resultaten te behalen. Naast dit nieuwe aanvullend producten “overige Jeugdhulp” zijn er voor eenmalige experimenten subsidiemogelijkheden. Beoordeling De ingediende aanbiedingen voor dit product worden door de regionale strategisch beleidsadviseur Jeugd en de regionale contractmanager inhoudelijk beoordeeld op onderstaande beoordelingscriteria. Indien het aanbod voldoet aan de criteria, dan worden over het specifieke product met de betreffende aanbieder afspraken gemaakt. Indien het aanbod voor betreffende aanbieder wordt opgenomen, dient binnen een nader te bepalen tijd een evaluatie plaats te vinden op basis waarvan zal worden geconcludeerd of het aanbod van toegevoegde waarde is op het aanbod dat reeds in de regio beschikbaar is en wordt opgenomen in het Producten-en dienstenboek voor de regio. Beoordelingscriteria Onderstaande beoordelingscriteria gelden voor aanbiedingen op dit product. Integrale, multidisciplinaire jeugdhulp, eventueel over de instellingsgrenzen heen, waarbij verschillende (jeugdhulp)aanbieders in netwerkverband samenwerken. Andersoortige trajecten die de huidige (semi-)residentiële zorg kunnen vervangen. Mogelijke (gedeeltelijke) vervanging van bestaand aanbod en onderscheidend ten opzichte van bestaand aanbod, zonder dat een overcapaciteit wordt gecreëerd of ‘meer van hetzelfde’. • Het product betreft jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet. Concreet dient het aangeboden product, en de omschrijving daarvan, antwoord te geven op de volgende vragen: Op welke wijze draagt het aanbod bij tot de oplossing van problemen of maatschappelijke vraagstukken die de gemeente met het jeugdbeleid wil aanpakken? Welk resultaat wordt beoogd door het initiatief? En wanneer is dat resultaat behaald? Op welke wijze vindt eventuele gemeentelijke betrokkenheid plaats? Indienen van het aanbod In de aanbieding voor dit product dient aandacht te zijn voor de volgende onderdelen: omschrijving product doelstelling product aansluiting bij bovengenoemde criteria en vragen aard en omvang activiteiten bereik product • • doelgroep deelnemers aantal deelnemers per groep bij groepsactiviteiten tarief per uur of per traject per jeugdige die gebruik maakt van het product opleidingsniveau van degenen die de behandeling of begeleiding uitvoeren beschrijving van de manier waarop het product geëvalueerd gaat worden 2. Perceel: Jeugd met beperking Doelgroep Jeugdigen met een beperking betreft jeugdigen die in het verleden op grond van de AWBZ ondersteuning of hulp ontvingen. De groep jeugdigen met een beperking is zeer divers, zowel in omvang als wat betreft de soort aandoening. Het gaat om jeugdigen met een: (licht) verstandelijke beperking zintuiglijke beperking lichamelijke beperking somatische aandoening (zoals een chronische ziekte) psychiatrische aandoening (waaronder autisme) Eisen De kwaliteitseisen zoals omschreven in de Jeugdwet zijn van toepassing. Voor alle producten die vallen onder behandeling (zowel individueel als in een groep) en verblijf met behandeling geldt dat gewerkt wordt met een gedragswetenschapper 11 Zie omschrijving in de inleiding . Waar van toepassing gelden de eisen van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en de richtlijnen Jeugdhulp. Productcategorieën Jeugd met beperking De ambulante begeleiding voor jeugd met een beperking is verdeeld in persoonlijke verzorging, begeleiding en behandeling. Begeleiding en behandeling zijn elk onderverdeeld in individueel en groep, en in licht, midden en zwaar. Zie onderstaande figuur. Het verblijf voor jeugdigen met een beperking is verdeeld in logeren en verblijf met begeleiding of behandeling. 2.1 Persoonlijke verzorging Code Productomschrijving Eenheden Frequentie 40A04 Persoonlijke verzorging uur week Een toelichting op het product persoonlijke verzorging is opgenomen in de algemene omschrijving van de productcategorieën. 2.2 Begeleiding Code Productomschrijving Eenheden Frequentie 45A04 Begeleiding individueel- licht uur week 45A05 Begeleiding individueel- midden uur week 45A06 Begeleiding individueel- zwaar uur week 45A74 Begeleiding groep-licht kinderopvang Plus dagdeel week 41A22 Begeleiding groep- licht dagdeel week 41A18 Begeleiding groep- licht LZA dagdeel week 41A23 Begeleiding groep- midden dagdeel week 41A24 Begeleiding groep- zwaar dagdeel week Begeleiding individueel licht Onder Begeleiding Individueel Licht verstaan we onder andere het voormalige product begeleiding individueel. De begeleiding betreft het bieden van activiteiten gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en die strekken tot voorkoming van opname in een instelling of verwaarlozing. Ondersteunen bij beperkingen op het vlak van zelfregie over het dagelijks leven, waaronder begeleiding bij tekortschietende vaardigheden in zelfregelend vermogen. Begeleiden bij het toepassen en inslijpen van aangeleerde vaardigheden en gedrag in het dagelijks leven door herhaling en methodische interventie. De activiteiten bestaan uit: Het aanleren van, ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen. Het aanleren van, ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van (dag)structuur of het voeren van regie. Het overnemen van toezicht. Het aansturen van gedrag. Begeleiding individueel midden Begeleiding Individueel Midden omvat onder meer het voormalige product begeleiding extra. Hierbij geldt eenzelfde omschrijving van aard van de begeleiding als bij het product Begeleiding Individueel Licht met als aanvulling dat: de cliënt erop kan rekenen dat de zorgaanbieder naast planbare zorg ook oproepbare zorg levert binnen redelijke tijd, de cliënt kenmerken heeft zoals beschreven in de algemene productcategorieën onder begeleiding individueel midden. Begeleiding Individueel Zwaar Onder Begeleiding Individueel Zwaar verstaan we de voormalige gespecialiseerde begeleiding (psy) en de ambulante specialistische jeugdhulp. Deze begeleiding kan gericht zijn op de jeugdige zelf en/ of de ouders. Bij begeleiding van de jeugdige gaat het om specialistische ondersteuning of begeleiding gericht op het aanleren van nieuwe competenties en vaardigheden/ het bevorderen van gedragsverandering. De uitvoering gebeurt op locatie van de aanbieder, maar kan ook plaatsvinden in de context van het gezin zoals thuis of op school. Bij begeleiding van ouders/ het gezin, omvat de inzet het bevorderen van de opvoedkundige vaardigheden die gericht zijn op het hanteerbaar maken van de meervoudig complexe problematiek op verschillende leefgebieden. Deze vorm van begeleiding versterkt de vaardigheden van ouders/opvoeders, zodat zij beter om kunnen gaan met lastige opvoedingssituaties en andere problematiek die het kind in de ontwikkeling kan bedreigen. Samen met het gezin wordt er gewerkt aan het beheersbaar maken en verminderen van de meervoudig complexe problematiek waarbij de veiligheid en de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind(eren) centraal staan. De activiteiten kunnen bestaan uit: begeleiden in verband met tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen (dagelijkse bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken, beheerszaken regelen, communicatie, sociale relaties, organisatie van de huishouding, persoonlijke zorg); begeleiden bij de mogelijke integratie in de samenleving, met extra aandacht voor ontwikkeltrajecten op het vlak van wonen, werken, sociaal netwerk (doelgericht toepassen van methoden van casemanagement). Algemene beschrijving Begeleiding Groep - Jeugd met beperking Dagactiviteiten voor jeugdigen met een verstandelijke handicap die als gevolg van hun beperkingen niet kunnen deelnemen aan gewoon werk of begeleid werk (maatschappelijke integratie is niet mogelijk). De activiteit vindt overdag plaats, buiten de woonsituatie, in groepsverband. Het dagprogramma legt naar inhoud een accent op: arbeidsmatige dagbesteding (activiteiten met een zelfstandig karakter waarbij het vaak zal gaan om het tot stand brengen van een product of dienst, afgestemd op de mogelijkheden en interesse van de jeugdige); “activering” (activiteiten gericht op zinvol besteden van de dag, aangepast aan mogelijkheden en interesse van de jeugdige, waar onder handvaardigheid, expressie, beweging, belevingsactiviteiten); “activering, individueel belevingsgericht” (belevingsgerichte activiteiten op een eenvoudig niveau met extra aandacht voor sfeer, geborgenheid, veiligheid, ritme en regelmaat). Begeleiding groep licht kinderopvang Plus Kinderopvang Plus is naschoolse opvang georganiseerd door een kinderopvangorganisatie waarbij op indicatie van het CJG-ML een jeugdhulpaanbieder extra begeleiding levert. De toegang wordt verleend als er activerende en/of ondersteunende activiteiten geboden moeten worden waarbij het kind geleerd wordt hoe (anders) om te gaan met (de gevolgen van) de aandoening, beperking, handicap of opvoed- en opgroeiproblemen door het aanleren van praktische vaardigheden. Er wordt ingeschat dat het kind in een groep beter de gestelde doelen kan/kunnen behalen. De sociale interactie in een groep; leren van elkaar en ook steun ervaren van leeftijdsgenoten, wordt hierbij als instrument gebruikt. Dit is de begeleiding bij reguliere opvang. Begeleiding groep licht Aanvullend op voorgaande algemene beschrijving: onder Begeleiding Groep Licht vallen onder andere de voormalige producten dagactiviteiten LG kind licht en dagactiviteiten VG kind licht. De groepsgrootte is vaak groter dan 6. Begeleiding groep licht LzA Dagbesteding in groepsverband gericht op: educatie en/of arbeidsmatige activiteit voor jeugdigen die niet maatschappelijk kunnen participeren. Het dagprogramma is bedoeld voor jeugdigen met een langdurige psychische stoornis en daarmee samenhangende beperkingen (onder meer sociale redzaamheid). Er worden educatieve en recreatieve activiteiten aangeboden waarbij wordt uitgegaan van een weekprogramma. Iedere week worden op vaste tijdstippen bepaalde activiteiten aangeboden in een groepssetting. Uitgaande van een gemiddelde groepsgrootte van 8 jeugdigen bij deze dagactiviteit kan de zorgaanbieder per type activiteit komen tot een variërend aantal deelnemers (van enkele tot wel twintig). Onder arbeidsmatige activiteiten vallen gestructureerde activiteiten, waarbij met de jeugdige gerichte afspraken zijn gemaakt over de werkzaamheden die verricht zullen worden (er is een overeenkomst tussen jeugdige en zorgaanbieder). Het gaat om onbetaalde werkzaamheden (wél is in de praktijk een beperkte onkostenvergoeding mogelijk). Er zijn duidelijke afspraken gemaakt over het aantal dagdelen dat de jeugdige werkzaam is en het tijdstip waarop de werkzaamheden verricht worden. Begeleiding groep midden Aanvullend op voorgaande algemene beschrijving: onder Begeleiding Groep Midden vallen onder andere de voormalige producten dagactiviteiten LG kind midden, dagactiviteiten VG kind midden en de naschoolse dagbegeleiding jeugd GGZ. De groepsgrootte is vaak tussen de 5 en 6. Begeleiding groep zwaar Aanvullend op voorgaande algemene beschrijving : onder Begeleiding Groep Zwaar vallen onder meer de voormalige producten dagactiviteiten LG kind zwaaren dagactiviteiten JLVG. Waarbij de groepsgrootte vaak kleiner is dan 5. De begeleiding is gericht op de ontwikkeling van het kind, met name op het aanleren van praktische vaardigheden bijvoorbeeld ten aanzien van persoonlijke verzorging en communicatie. 2.3 Behandeling Code Productomschrijving Eenheden Frequentie 45A66 Behandeling individueel- licht uur week 45A67 Behandeling individueel- midden uur week 45A68 Behandeling individueel- zwaar uur week 41A11 Behandeling groep- licht dagdeel week 41A12 Behandeling groep- midden dagdeel week 41A13 Behandeling groep- zwaar dagdeel week Behandeling individueel licht Zie de algemene omschrijving van behandeling en de cliëntkenmerken van ‘licht’ in hoofdstuk 1. Doelgroep Jeugdigen met probleemgedrag, al dan niet met een beperking,. De ouder(s)/verzorger(
- s)en hun omgeving ervaren opvoedingsproblemen. Behandeling individueel midden Hieronder vallen onder andere de voormalige producten behandeling basis jlvg en behandeling IOG (j)LVG. Zie de algemene omschrijving van behandeling en de cliëntkenmerken van ‘midden’ in hoofdstuk 1. Doelgroep Jeugdigen met ernstig probleemgedrag, al dan niet met een licht verstandelijke handicap. Het kind is meestal jonger dan 16 jaar. De ouder(s)/verzorger(
- s)en hun omgeving ervaren opvoedingsproblemen. Behandeling individueel zwaar Hieronder valt onder meer het voormalige product behandeling gedragswetenschapper. Zie ook de algemene omschrijving van behandeling en de cliëntkenmerken van ‘zwaar ‘in hoofdstuk 1. Doelgroep Behandeling gericht op jeugdigen met ernstige gedragsproblemen, chronische gezondheidsproblemen en/ of beperkingen. Activiteiten: functionele diagnostiek door een gedragswetenschapper, bestaande uit multidisciplinair onderzoek ofwel ‘assessment’ om te bepalen welk arrangement of welk zorg- en behandelplan een persoon nodig heeft. consulten door een gedragswetenschapper, gericht op gedragswetenschappelijke advisering en/of interventies ter ondersteuning van de reguliere eerstelijnszorg. specifieke CSLM-zorg (continue, systematische, langdurige, multidisciplinaire zorg). De behandeling vindt plaats onder verantwoordelijkheid van en onder regie van een gedragswetenschapper met deskundigheid van de grondslagen van de specifieke doelgroepen. kortdurende behandeling gericht op herstel en/of het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag, als dit een programmatische aanpak vereist waarvoor specifieke deskundigheid nodig is. De nieuw aan te leren vaardigheden of het gedrag richten zich op het terugdringen van stoornissen en beperkingen. De kortdurende behandeling kan zich ook richten op mantelzorg in de directe omgeving van de cliënt, als dit ten goede komt aan de cliënt. De behandeling is dan gericht op het aanleren van vaardigheden of gedrag aan de mantelzorger/gebruikelijke zorger hoe om te gaan met de gevolgen van de aandoening, stoornis of beperking van de cliënt. Behandeling groep licht Hieronder valt onder meer het voormalige product dagbehandeling VG kind midden. Het dagprogramma betreft een integraal aanbod, gebaseerd op een multidisciplinair behandelplan. Er is sprake van multidisciplinaire inzet van bijvoorbeeld gedragskundige(n), therapeuten en begeleiders op het niveau van activering. Het doel van de behandeling is het ontwikkelen en aanleren van praktische, cognitieve en/of sociaal emotionele vaardigheden waarbij de mogelijkheden van het kind optimaal benut worden, zodat een zo zelfstandig mogelijk niveau van functioneren bereikt kan worden. Dit kan een grotere zorgvraag op volwassen leeftijd voorkomen. Het kan ook gaan om CSLM-behandeling met als doel het voorkomen van gevolgen/complicaties van de aandoening of van het ontstaan van met de aandoening gerelateerde stoornis. De dagbehandeling is gericht op de ontwikkeling van het kind en op zo zelfstandig mogelijk leren leven. Daarnaast wordt achteruitgang voorkomen door inzet van paramedische disciplines en door doelgerichte prikkeling door middel van therapieën. Er zijn concrete en haalbare behandeldoelen. De behandeling is programmatisch en doelmatig. Zie ook de algemene omschrijving van behandeling en de cliëntkenmerken van ‘licht ‘in hoofdstuk 1. Behandeling groep midden Hieronder valt onder meer het voormalige product dagbehandeling VG kind zwaar. Het dagprogramma betreft een integraal aanbod, gebaseerd op een multidisciplinair behandelplan. Er is sprake van multidisciplinaire inzet van bijvoorbeeld gedragskundige(n), therapeuten en begeleiders op het niveau van activering. Het doel van de behandeling is het ontwikkelen en aanleren van praktische, cognitieve en/of sociaal emotionele vaardigheden waarbij de mogelijkheden van het kind optimaal benut worden, zodat een zo zelfstandig mogelijk niveau van functioneren bereikt kan worden. Dit kan een grotere zorgvraag op volwassen leeftijd voorkomen. Het kan ook gaan om CSLM-behandeling met als doel het voorkomen van gevolgen/complicaties van de aandoening of van het ontstaan van met de aandoening gerelateerde stoornis. De dagbehandeling is gericht op de ontwikkeling van het kind en is gericht op zo zelfstandig mogelijk leren leven. Daarnaast achteruitgang voorkomen door inzet van paramedische disciplines en door doelgerichte prikkeling door middel van therapieën. Het betreft specifieke AWBZ-behandeling door een AWBZ-behandelaar. Er zijn concrete en haalbare behandeldoelen. De behandeling is programmatisch en doelmatig. Zie ook de algemene omschrijving van behandeling en de cliëntkenmerken van ‘midden ‘in hoofdstuk 1. Behandeling groep zwaar Hieronder valt onder meer het voormalige product dagbehandeling VG kind gedrag. Het dagprogramma wordt uitgevoerd in een passende setting. Dit is in een overzichtelijke ruimte in een rustige (kleine) en prikkelarme groep. Er zijn individuele speelmomenten met binnen- en buitenruimtes voor bewegingsspel. Het dagprogramma is een integraal aanbod, gebaseerd op een multidisciplinair behandelplan. Het biedt één op één behandeling gedurende delen van het programma. Er is sprake van orthopedagogische ondersteuning en inbreng van therapieën. Het vastgestelde behandelplan kan onder meer door begeleiding (op het niveau van activerende begeleiders) worden uitgewerkt. Doel: Het aanleren van vaardigheden en gedrag gericht op vermindering of beheersing van gedragsproblematiek. Waar mogelijk het ontwikkelen van cognitieve en fysieke vaardigheden. Het kan ook gaan om CSLM-behandeling met als doel het voorkomen van gevolgen/complicaties van de aandoening of van het ontstaan van met de aandoening gerelateerde stoornis. Het betreft specifieke AWBZ-behandeling door een AWBZ-behandelaar. Er zijn concrete en haalbare behandeldoelen. De behandeling is programmatisch en doelmatig. De kinderen hebben (zeer ernstige) verstandelijke beperkingen en/ of blijvende zwaarwegende gedragsproblemen. Dit product is bedoeld voor: kinderen met een zeer ernstige verstandelijke beperking en/ of blijvende, zwaarwegende gedragsproblemen in de leeftijd van variërend van 0 tot 18 jaar: cognitieve ontwikkelingsleeftijd is lager dan 12 maanden; sociaal-emotioneel functioneren van 0- 6 maanden; gedragsproblemen uiten zich in onder meer zelfverwonding, extreem huilen en schreeuwen, etc.; er is een noodzaak van één op één behandeling en begeleiding gedurende delen van het dagprogramma. kinderen met matige tot ernstige verstandelijke beperking en blijvende, zwaarwegende gedragsproblemen en andere uiteenlopende vormen van extreem aandachtvragend gedrag in de leeftijd van variërend van 0 tot 18 jaar: cognitieve ontwikkelingsleeftijd tussen 1-4 jaar; sociaal-emotioneel niveau is lager dan cognitieve ontwikkelingsleeftijd; vaak disharmonisch ontwikkelingsprofiel, gedragsproblematiek; ook cerebrale beschadiging die leidt tot duurzame gedragsproblemen; of stoornis in autistisch spectrum; gedragsproblematiek komt tot uiting in frequent agressief gedrag naar anderen; noodzaak van één op één behandeling en begeleiding gedurende delen van het dagprogramma; tevens veilige en gestructureerde omgeving. Zie ook de algemene omschrijving van behandeling en de cliëntkenmerken van ‘zwaar ‘in hoofdstuk 1. 2.4 Logeren Zie de algemene omschrijving van de producten die vallen onder Logeren. Code Productomschrijving Inclusief Exclusief Eenheden Frequentie 43A41 Logeren- Licht/ midden etmaal Begeleiding Dagbesteding etmaal week 44A33 Logeren- Licht/ midden dagdeel Begeleiding Dagbesteding dagdeel week 43A42 Logeren- Zwaar etmaal Begeleiding Dagbesteding etmaal week 44A34 Logeren- Zwaar dagdeel Begeleiding Dagbesteding dagdeel week 2.5 Verblijf met begeleiding Code Productomschrijving Inclusief Exclusief Eenheden Frequentie 43A35 Verblijf begeleiding- licht JmB Begeleiding Dagbesteding etmaal week 43A36 Verblijf begeleiding- midden JmB Begeleiding Dagbesteding etmaal week 43A37 Verblijf begeleiding- Zwaar Beschermd Wonen Begeleiding Dagbesteding etmaal week 43A38 Verblijf begeleiding- Zwaar Beschermd Wonen Plus Begeleiding Dagbesteding etmaal week Verblijf met begeleiding Licht JmB Onder Verblijf met Begeleiding Licht JmB valt onder andere het voormalige product ZZP 1 VG exclusief dagbesteding en exclusief behandeling. Deze cliëntgroep functioneert sociaal redelijk zelfstandig. De cliënten zijn zich bewust van de verstandelijke handicap en van de gevolgen daarvan voor het sociaal functioneren. Cliënten kunnen ondersteuning soms moeilijk accepteren. De cliënten hebben ten aanzien van hun sociale redzaamheid beperkte begeleiding nodig. Dit betreft met name toezicht en stimulatie bij het aangaan van sociale relaties en contacten en deelname aan het maatschappelijk leven. Met betrekking tot besluitnemings- en oplossingsvaardigheden en (schriftelijke) communicatie is naast toezicht en stimulatie soms hulp nodig. Bij het uitvoeren van complexere taken hebben cliënten veelal hulp nodig. De cliënten hebben ten aanzien van de psychosociale/cognitieve functies af en toe hulp, toezicht of sturing nodig. Dit betreft met name het geheugen en denken, concentratie en het psychosociaal welbevinden. Cliënten hebben in het algemeen geen hulp nodig bij ADL. Ten aanzien van kleine verzorgingstaken en het wassen kan toezicht of stimulatie nodig zijn. Ten aanzien van mobiliteit is doorgaans geen hulp nodig. Bij deze cliënten is meestal geen sprake van verpleging, gedragsproblematiek of psychiatrische problematiek. De aard van het begeleidingsdoel is gericht op stabilisatie of ontwikkeling. Dit richt zich met name op vermaatschappelijking. De zorgverlening is op afspraak en direct oproepbaar of voortdurend in de nabijheid te leveren. Verblijf met begeleiding Midden JmB Onder Verblijf met Begeleiding Licht JmB valt onder andere het voormalige product ZZP 2 VG exclusief dagbesteding en exclusief behandeling. Deze cliëntgroep functioneert sociaal beperkt zelfstandig. Cliënten zijn zich onvoldoende bewust van de verstandelijke handicap waardoor er op sociaal-emotioneel gebied problemen kunnen ontstaan. In de vaste vertrouwde omgeving kan de cliënt zich oriënteren. Een belangrijk doel van de begeleiding is het bieden van een veilige en vertrouwde leef- en werkwoonomgeving en/of het trainen naar wonen met enige begeleiding. Ten aanzien van de sociale redzaamheid van cliënten is zowel toezicht of stimulatie nodig als concrete hulp. Hulp is met name nodig met betrekking tot lezen, schrijven en rekenen, de regievoering over het dagelijks leven (dagelijkse routine), het nemen van besluiten, het zoeken van oplossingen en het communiceren met anderen. Daarnaast hebben cliënten vaak moeite met het zelfstandig contacten maken met anderen, deelnemen aan clubs en vrijetijdsbesteding buitenshuis en het naar algemene voorzieningen gaan. Op dit gebied hebben cliënten hulp nodig. Met betrekking tot de psychosociale/cognitieve functies hebben cliënten af en toe hulp, toezicht en sturing nodig. Met name waar het gaat om geheugen en denken en het psychosociaal welbevinden. Ten aanzien van ADL hebben de cliënten in het algemeen geen hulp nodig. Alleen met betrekking tot het verrichten van de kleine verzorgingstaken, de persoonlijke zorg voor tanden, haren, nagels, huid en bij het wassen kan sprake zijn van toezicht of stimulatie. Ten aanzien van mobiliteit hebben de cliënten doorgaans geen hulp nodig. Bij deze cliënten is doorgaans geen sprake van verpleging. Bij deze cliënten is niet of in geringe mate sprake van gedragsproblematiek en psychiatrische problematiek. De aard van het begeleidingsdoel is gericht op stabilisatie of ontwikkeling. Dit uit zich bijvoorbeeld (waar mogelijk) in vermaatschappelijking. De zorgverlening is voortdurend in de nabijheid te leveren. Verblijf met begeleiding Zwaar - Beschermd wonen Onder Verblijf met begeleiding Zwaar Beschermd Wonen verstaan we onder meer het voormalige product ZZP 4 GGZ c inclusief dagbesteding. Het betreft hier gestructureerd beschermd wonen met intensieve begeleiding, dagbesteding en verzorging. Doelgroep Jeugdigen die (meesta