Welstandsnota 2012Gemeente Geertruidenberg Welstandsnota 2012 Gemeente Geertruidenberg Datum: juni 2012 Projectgegevens: WSN01-GEE00031-01E Vastgesteld: 28 juni 2012 Inhoud Leeswijzer 1 1 Inleiding 5 1.1 Naar een nieuw welstandsbeleid 5 1.2 Uitgangspunten welstandstoezicht in Geertruidenberg 6 1.3 Relatie met andere beleidsterreinen 6 1.3.1 Bestemmingsplan 7 1.3.2 Beeldkwaliteitplannen 7 1.3.3 Monumenten en het beschermd stadsgezicht 7 2 Juridisch en organisatorisch kader 9 2.1 Vaststelling en aanpassing van het welstandsbeleid 9 2.1.1 Vaststelling 9 2.1.2 Aanpassing van de welstandsnota 9 2.2 De adviescommissies 10 2.2.1 Welstandscommissie 10 2.2.2 Monumentencommissie 13 2.3 Het welstandsoordeel 14 2.3.1 Burgemeester en wethouders voeren het welstandstoezicht uit 14 2.3.2 Het welstandsadvies 14 2.3.3 Afwijking van het advies; afwijken van de criteria 15 2.3.4 Openbaarheid 16 2.3.5 Bezwarenprocedure 17 2.4 Handhaving en excessenregeling 17 3 Beoordelingskader 19 3.1 Beoordelingskader in een ander daglicht sinds 1 oktober 2010 19 3.2 Opzet van het beoordelingskader bij een vergunningaanvraag 21 3.3 Algemene welstandscriteria 22 3.4 Gebiedscriteria 23 3.5 Criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken 24 3.6 De toets bij ontwikkelingen 29 3.6.1 Beeldkwaliteitplannen 29 3.6.2 Nieuwe ontwikkelingen 29 3.7 Reclamecriteria 30 3.8 Monumenten en beschermd stadsgezicht 32 4 Algemene welstandscriteria 35 4.1 Relatie tussen vorm, gebruik en constructie 35 4.2 Relatie tussen bouwwerk en omgeving 36 4.3 Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context 36 4.4 Evenwicht tussen helderheid en complexiteit 37 4.5 Schaal en maatverhoudingen 37 4.6 Materiaal, textuur, kleur en licht 38 5 Historische beschrijvingen 39 5.1 Algemene beschrijving gemeente Geertruidenberg 39 5.1.1 Situering 39 5.1.2 Globale ruimtelijke ontwikkeling 39 5.2 Beschrijving kern Raamsdonksveer 40 5.2.1 Ontstaansgeschiedenis 40 5.2.2 Karakteristieke deelgebieden 40 5.2.3 (Historische) bebouwingslinten 41 5.3 Beschrijving kern Geertruidenberg 42 5.3.1 Ontstaansgeschiedenis 42 5.3.2 Historische stadsgebieden 43 5.3.3 Historische bebouwing rondom het centrum 43 5.3.4 Voormalige vestingwerken 44 5.4 Beschrijving kern Raamsdonk 44 5.4.1 Ontstaansgeschiedenis 44 5.4.2 Historische (dorpsgebieden
(1985), die ook aanleiding is geweest voor de huidige Woningwet. In sommige gevallen zal bij de welstandstoetsing teruggegrepen moeten worden op de algemene welstandscriteria. Dat is bijvoorbeeld het geval als een ingediend bouwplan een dermate hoge kwaliteit heeft dat burgemeester en wethouders daaraan willen meewerken, ook al past het niet binnen het bebouwingstype dat ingevolge de welstandsnota van kracht is. Ook kan het zijn dat een bouwplan aan de meeste, maar niet aan alle gebiedsgerichte criteria voldoet, maar wel goed vanuit de algemene welstandscriteria te motiveren is. De algemene criteria vormen dan als het ware een vangnet voor die gevallen waarin de overige criteria niet toereikend zijn. Voorts wordt er aan algemene welstandscriteria getoetst wanneer er sprake is van een omgevingsvergunningplichtig plan in een welstandsvrij gebied met betrekking tot een monument of beeldbepalende zaak of in een beschermd stadsgezicht. Voorzover de gebiedscriteria niet specifiek zijn gericht op bepaalde vergunningplichtige bouwactiviteiten, gelden aanvullend de algemene welstandscriteria voor die activiteiten, als deze plaatsvinden in beschermd stadsgezicht of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat. 4.1 Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het welstandstoezicht slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. Ook wanneer andere aspecten dan gebruik en constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie houdt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk gezegd dat de verschijningsvorm méér is dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie. Er zijn daarnaast andere factoren die hun invloed kunnen hebben, zoals de omgeving en de associatieve betekenis van de vorm in de sociaal-culturele context. Maar als de vorm in tegenspraak is met het gebruik en de constructie, dan verliest zij daarmee aan begrijpelijkheid en integriteit. 4.2 Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de gebouwen als ook de wanden van de openbare ruimte die zij gezamenlijk bepalen. Het gebouw is een particulier object in een openbare context. Het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het eigen functioneren alleen, maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een gebouw dat contrasteert met zijn omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren, kunnen de gebiedsgerichte welstandscriteria duidelijkheid verschaffen. 4.3 Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels, net zoals een taal zijn eigen grammaticale regels heeft om zinnen en teksten te maken. Die regels zijn geen wetten en moeten ter discussie kunnen staan. Maar als ze worden verhaspeld of ongeïnspireerd gebruikt, wordt een tekst verwarrend of saai. Precies zo wordt een bouwwerk verwarrend of saai als de regels van de architectonische vormgeving niet bewust worden gehanteerd. Als vormen regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen naar zuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang. In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders al aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is naar zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd kan worden geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd. Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het verleden, maar bij nieuw- of verbouw in bestaande (monumentale) omgeving betekent dit dat duidelijk moet zijn wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden. Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te 'begrijpen' als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant van een stijl. Daarom is het zo belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan; zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst. 4.4 Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen niet direct prijsgeven. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan. Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Complexiteit in de architectonische compositie ontstaat vanuit de stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het bouwwerk. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle relatie. 4.5 Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. leder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn, maar worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze er uit zien alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande, kleine bouwwerken. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar wáárom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking hebben. De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst. 4.6 Materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Door materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als materialen en kleuren teveel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben, maar slechts worden gekozen op grond van decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan de materiaal- en kleurkeuze afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard en de ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat. 5 Historische beschrijvingen 5.1 Algemene beschrijving gemeente Geertruidenberg 5.1.1 Situering De gemeente Geertruidenberg ligt in de noordwesthoek van Noord-Brabant aan de monding van de Donge en de Bergsche Maas, in de regio die bekend staat als het Brabants kleigebied. In het westen en noorden grenst de gemeente Geertruidenberg aan de gemeenten Drimmelen en Werkendam, in het oosten en zuiden aan de gemeenten Oosterhout, Dongen en Waalwijk. De grenzen hebben deels een kunstmatig, deels een natuurlijk verloop. In het noorden volgt de gemeentegrens de Bergsche Maas, in het zuiden gedeeltelijk de rivier de Donge en het Kromgat. Aan de westzijde ligt de grens langs het Kanaal naar de Amer, aan de oostgrens loopt de grens als een rechte lijn door de Groot Waspiksche en Raamsdonksche Polder. De westpunt van de Overdiepsche Polder valt ook binnen de gemeentegrens. 5.1.2 Globale ruimtelijke ontwikkeling Bewoning vond vanouds plaats op de hoger gelegen oeverwallen langs de Maas en Donge. De kern Geertruidenberg ligt op een donk: een zandopduiking die boven het plaatselijke veen- en kleipakket uitsteekt. Vanaf de 12de eeuw werd het gebied van de huidige gemeente Geertruidenberg in cultuur gebracht. Vanaf de oeverwallen werd het veengebied zuidwaarts ontgonnen, waarbij een landschap tot stand kwam van lange smalle kavels die haaks op de bewoningsas aansloten. Het veengebied werd ontwaterd, waardoor inklinking optrad. Doordat de gronden ongeschikt werden voor akkerbouw, verschoof de bewoning omstreeks het midden van de dertiende eeuw van de oeverwallen richting de nieuw ontgonnen bouwlanden op enige afstand van de rivier. In Raamsdonk ontwikkelde de nieuwe nederzetting zich langs de Achterste Dijk. Later verplaatste het bebouwingslint zich nogmaals, waardoor de middeleeuwse Lambertuskerk eenzaam achterbleef. Lambertuskerk Na de St. Elisabethsvloed in 1421 vond inpoldering in noordelijke richting plaats. Door de overstromingen was in het gebied ten noorden van de Achterste Dijk een kleilaag afgezet. De ontginning van dit overspoelde gebied ging tot in de 17de eeuw door en bracht een sterk lineaire verkavelingpatroon voort. In tegenstelling tot de zuidelijke zone van de middeleeuwse veenontginningen rond de kernen Raamsdonk en Raamsdonksveer, kenmerkt de noordelijke zone van de kleipolders zich tegenwoordig nog door een grote landschappelijke openheid. 5.2 Beschrijving kern Raamsdonksveer 5.2.1 Ontstaansgeschiedenis De grenzen van Raamsdonksveer gaan terug naar die van een middeleeuwse parochie, waarvan de naam voor het eerst in 1273 als 'Dunc' in akten voorkomt. In de loop van de eeuwen tekenden zich de kernen af. Het 'Veer' werd een oord van schippers, vissers, polder- en griendwerkers vanwege de ligging aan de Donge. Rond de oude Haven en het Heereplein ligt het centrum. Een tweede belangrijke structuur is de weg van Geertruidenberg naar Oosterhout. Deze vormt de hoofdas van Raamsdonksveer. Daarnaast is er nog een aantal secundaire historische bebouwingslinten, zoals de Grote Kerkstraat en Sandoel. In de 20ste eeuw zijn rond het oude centrum diverse woonbuurten ontwikkeld. De grootste is de wijk Hooipolder aan de noordzijde van de kern. De meest recente wijk is Achter de Hoeven. Raamsdonksveer beschikt over het grote bedrijventerrein Dombosch. Dit ligt gunstig aan de A
- Ook langs de Donge is de nodige bedrijvigheid te vinden. Een deel van deze bedrijvigheid heeft al plaats gemaakt voor woningbouw en een deel zal in de nabije toekomst nog plaats maken voor woningbouw in het kader van het plan ‘Dongeburgh’. 5.2.2 Karakteristieke deelgebieden Historische dorpsgebieden In Raamsdonksveer behoren de volgende gebieden tot de historische dorpsgebieden: het gebied rond Heereplein, Haven, Hoofdstraat, Poststraat Keizersdijk/Prins Bernhardstraat. Haven/Heereplein Het Heereplein en de in de jaren zeventig gedempte haven vormen samen een langgerekte open ruimte, die in het midden met bomen is begroeid. Ook de Hoofdstraat en de Poststraat, die de verbinding vormen met de Prins Bernhardstraat, maken deel uit van het historisch dorpsgebied. Het historische bebouwingsbeeld wordt gekenmerkt door een diversiteit aan stijlen, kleuren en materialen en een ontwikkeling over een lange periode. Kenmerkend is de dicht op elkaar geplaatste bebouwing doorgaans in één tot twee bouwlagen met kap. De bebouwing is in de regel direct met een rabatstrook aan de weg geplaatst, met naar de weg gekeerde gevels. Deze hebben een representatieve vormgeving, terwijl de zij- en achtergevels minder bewerkt zijn. Er is een aantal kleinschalige voormalige agrarische en ambachtswoningen te vinden met een eenvoudige architectuur. Deze panden van één laag hebben meestal een dwarskap en een bescheiden breedte. Enkele van deze panden beschikken over klokgevels. Daarnaast zijn er ook forse, meer grootschalige panden, die bestaan uit twee hoge bouwlagen met schilddak. Deze panden zijn breed en rijk gedecoreerd met daklijsten, plinten en versierde vensters. Bijzondere bebouwingselementen zijn: de kiosk op het Heereplein; de forsere bebouwing aan de zuidoostkant van dit plein; een aantal monumenten; het gemeentehuis met achterliggend groene ruimte. Haven in Raamsdonksveer incl. kiosk Heereplein De openbare ruimte is historiserend van karakter met volgroeide bomen, historische bestrating en passend straatmeubilair. Keizersdijk / Prins Bernhardstraat De Keizersdijk en de Prins Bernhardstraat maken deel uit van de historische doorgaande route ‘Geertruidenberg-Oosterhout’. De straat is dicht bebouwd met aaneengesloten bebouwing van één en twee bouwlagen met een kap. Het bebouwingsbeeld wordt gekenmerkt door een diversiteit aan stijlen, kleuren en materialen en een ontwikkeling over een lange periode. De bebouwing staat direct aan de weg. Er komen veel winkels en horeca voor. 5.2.3 (Historische) bebouwingslinten In Raamsdonksveer vormen de Grote Kerkstraat / Sandoel / Kadepad, de Koningstraat, Julianalaan / Prins-Hendrikstraat, Oranjestraat en Wilhelminalaan (historische) bebouwingslinten. Deze straten vormen van oudsher de verbinding naar omliggende plaatsen. Het profiel is overwegend smal, met uitzondering van de Wilhelminalaan. De bebouwing is overwegend historisch en divers qua stijl, kleur en materiaal. Grote Kerkstraat / Sandoel / Kadepad is de voormalige dijk en kent een slingerend profiel. Het hoogteverschil met de omgeving is opvallend. De bebouwing is veelal agrarisch van oorsprong en staat direct aan de straat. De hoogte bedraagt één laag met langs- of dwarskappen. Aan de Sandoel staat de bebouwing wat verder uit elkaar dan aan de Grote Kerkstraat. Een bijzonder gedeelte is de ‘Slaperdijk’ met bebouwing in een waaiervorm. Dit historische gebied zet zich voort in het open buitengebied bij de Karthuizerstraat en de Kloosterweg. De Koningstraat, Julianalaan / Prins Hendrikstraat en de Oranjestraat zijn lange, rechte lijnen met kleinschalige bebouwing dicht op elkaar en dicht op de rand van het openbaar gebied geplaatst. Deze straten hebben een meer stedelijk karakter. De Grote Kerkstraat en de Sandoel hebben een meer landelijk karakter. De bebouwing staat op smalle percelen en telt over het algemeen één laag met een kap. Langs de Koningstraat heeft een deel van de bebouwing het karakter van een ‘tuindorp’. De bebouwing is hier dan ook van recentere datum. De Wilhelminalaan heeft een meer open bebouwingspatroon met grotere panden op ruimere percelen. Een groot aantal panden aan deze laan en de Prins Bernhardstraat betreft monumenten. Grote Kerkstraat Keizersdijk 5.3 Beschrijving kern Geertruidenberg 5.3.1 Ontstaansgeschiedenis In 1213 verleende Graaf Willem I van Holland 'Sint Geertruidenberg' stadsrechten. In de late middeleeuwen was de stad een belangrijk handelscentrum, waar graven en edelen bijeen kwamen om hun belangen te behartigen. De Hoekse en Kabeljauwse Twisten in 1420 en de Sint Elisabethsvloed van 1421 maakten een einde aan die welvarende handelsfunctie, maar de stad kreeg er de rol van grensvesting voor terug. Pas in 1813 wordt Geertruidenberg definitief bij Brabant gevoegd. Hollands oudste stad Geertruidenberg heeft een historische kern met vestingwallen, bolwerken en ravelijnen. Het eeuwenoude marktplein wordt omzoomd door schaduwrijke leilinden. De statige toren van de Geertruidskerk kijkt al eeuwenlang uit over stad en inwoners. Nadat in eerste instantie de uitbreidingen binnen de vestingwallen werden gerealiseerd, zijn na de Tweede Wereldoorlog uitbreidingswijken ten westen en ten noorden van de stad gebouwd. Aan de zuidzijde was bedrijvigheid aanwezig. Van grote invloed op Geertruidenberg is de Amercentrale die direct ten noorden van het stadje ligt aan de rivier de Amer. Vooral de koeltoren is tot in de verre omtrek zichtbaar. In de jaren negentig zijn er woningen gebouwd langs de Donge aan de oostkant van de stad. Dit heeft in het project Dongeburgh ook aan de zuidkant een vervolg gekregen. 5.3.2 Historische stadsgebieden Geertruidenberg beschikt over een fraai historisch centrum. Het gehele centrum is aangewezen als beschermd stadsgezicht en er is een groot aantal monumenten en beeldbepalende panden aanwezig. Vooral de Markt, die wordt omzoomd met leilinden, is de blikvanger. De Venestraat gaat over in het langgerekte Marktplein dat zich verbreedt en afgesloten wordt door de statige kerk. Ook de Vismarktstraat, Havendijkstraat, Brandestraat, Kerkstraat, Dordtsestraat, Gasthuisstraat en de Haven behoren tot het historische stadsgebied. De Venestraat vormt de westelijke toegang van de Markt, terwijl de Koestraat de entree vanuit het zuiden is. Het historische stedelijke bebouwingsbeeld wordt gekenmerkt door: een diversiteit aan stijlen, kleuren en materialen; een ontwikkeling over een lange periode. Vestingwerken Markt Er is een aantal belangrijke gebouwen aanwezig die een beeldbepalende functie hebben. Naast de kerk zijn dit het voormalige raadhuis, de Markt- en de Havenkazerne, het Arsenaal en het cultureel centrum De Schattelijn. De openbare ruimte is historiserend van karakter met volgroeide leilinden, historische bestrating en passend straatmeubilair. 5.3.3 Historische bebouwing rondom het centrum In en rondom de historische kern is de bebouwing verdicht. Aangezien deze verdichting heeft plaatsgevonden over een lange periode zijn uiteenlopende stedenbouwkundige en architectonische principes naast elkaar te vinden. Dit proces heeft geresulteerd in een gevarieerd bebouwingsbeeld met een rafelige stedenbouwkundige structuur. Deze gemengde bebouwing is in Geertruidenberg terug te vinden aan de zuidzijde van het historisch centrumgebied rondom de Zuidwal en de Stationsweg. De bebouwing stamt uit diverse perioden en kent diverse stijlen, kleuren en materialen. Er is een aantal historische panden aanwezig. Een deel van de bebouwing bestaat uit vrijstaande woningen of twee-onder-één kappers. Er zijn ook rijenwoningen aanwezig, alsook seniorenwoningen aan het Pijpershof. Over het algemeen staan de gebouwen direct aan de weg. 5.3.4 Voormalige vestingwerken Het historische stadshart wordt omgeven door de voormalige vestingwerken. Deze zijn nog goed herkenbaar door de aarden wallen en de grachten. Het gebied maakt deel uit van het beschermd stadsgezicht. Een gedeelte van de vestingwerken is ingericht als wandelpark, maar aan de buitenzijde zijn er ook sportvelden in gelegen. Een ander groengebied is het introverte gebied rondom zwembad de Schans. 5.4 Beschrijving kern Raamsdonk 5.4.1 Ontstaansgeschiedenis De grenzen van Raamsdonk gaan terug naar die van een middeleeuwse parochie. De naam komt voor het eerst in 1273 als 'Dunc' in akten voor. Raamsdonk ontwikkelde zich tot een voornamelijk op landbouw gericht dorp. Kenmerkend voor Raamsdonk zijn de bebouwingslinten langs de Lange Broekstraat, Bergenstraat, Kerklaan, Molenstraat en Schansstraat. De voormalige spoorlijn en de snelweg A59 hebben een grote stempel gedrukt op de ruimtelijke structuur van het dorp. 5.4.2 Historische (dorpsgebieden en) bebouwingslinten In Raamsdonk komen twee locaties voor die als historisch dorpsgebied zijn aan te merken. Omdat het gebieden betreft die beperkt zijn in omvang, die feitelijk deel uitmaken van oude bebouwinglinten, zijn zij in deze welstandsnota aangemerkt als historisch bebouwingslint. In Raamsdonk bestaat het historische dorpsgebied uit twee delen. Aan het Kerkplein is een open ruimte aanwezig waaraan een aantal grootschalige, historische gebouwen staat. Het meest opvallend is de grote kerk. Daarnaast zijn er het ontmoetingscentrum en het wooncomplex voor senioren. Aan de zuidzijde ligt de basisschool met een moderne architectuur. Het samenspel van de bebouwing en de open, groene ruimte biedt een aantrekkelijk beeld. Aan de Kerkstraat en de Stationstraat is een meer kleinschalig, aaneengesloten bebouwingsbeeld aanwezig. Het historische bebouwingsbeeld wordt hier gekenmerkt door een diversiteit aan stijlen, kleuren en materialen door een ontwikkeling over een lange periode. Kenmerkend is de afwisselende, dicht op elkaar geplaatste bebouwing met een grote variatie aan bouwvormen en stijlen, doorgaans in één tot twee bouwlagen met kap. De bebouwing is in de regel direct met een rabatstrook aan de weg geplaatst, met naar de weg gekeerde gevels. Deze hebben een representatieve vormgeving, terwijl de zij- en achtergevels minder bewerkt zijn. In Raamsdonk behoren de Lange Broekstraat, Bergenstraat, Kerklaan, Molenstraat en Schansstraat tot de historische bebouwingslinten. Deze straten vormen van oudsher de verbinding naar de omliggende plaatsen. De historische bebouwingslinten bestaan uit (voormalige) agrarische bebouwing in een gestaffelde verkaveling. Er is nog een groot aantal historische (voormalige) boerderijen aanwezig. Naast de gestaffelde verkaveling, waarbij de bebouwing onder een hoek met de weg geplaatst is, valt de dicht op de weg gepositioneerde bebouwing op. Er is zo een bijna doorlopend bebouwingslint aanwezig. Tussen de bebouwing zijn open ruimtes aanwezig, die zicht bieden op het achterliggende, open agrarisch gebied. De bebouwing is agrarisch van karakter. Aan de straat staan de woongedeelten van de boerderijen. Deze bestaan over het algemeen uit één bouwlaag met een kap dwars op de weg. De voorgevels bepalen sterk het beeld. De schuren zijn achter op het erf geplaatst. Bij het gedeelte van de Kerklaan richting Raamsdonksveer en het westelijke gedeelte van de Lange Broekstraat is het bijzondere ruimtelijke beeld minder sterk aanwezig. Stationstraat Kerklaan 5.5 Buitengebied Opvallend aan het buitengebied van de gemeente Geertruidenberg is het onbebouwd karakter. Bebouwing komt slechts incidenteel voor. Aan de oostzijde van de A27 is ten noorden en ten zuiden van het dorp Raamsdonk sprake van een open slagenontginningslandschap. Dit landschap bestaat uit lange rechte kavels met ook rechte wegen en kavels. Enkel de oudere bebouwingslinten hebben een meer slingerend verloop. Ten zuiden van Raamsdonk loopt het riviertje de Donge waarlangs dijken en beplanting aanwezig is. De voornamelijk agrarische gronden vinden hun ruimtelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden in de openheid en de samenhang, die er bestaat tussen de riviergronden, de polders, de dijken, de verkavelingspatronen, de beperkte landschappelijke elementen en de kernranden. Rond de kern Raamsdonk bevindt zich een geleidelijk dichter wordend landschap. In het bebouwingslint van dit dorp bevindt zich feitelijk een belangrijk deel van de agrarische bedrijfsbebouwing van het landelijk gebied. Ten westen van de A27 ligt ten zuiden van de kern Raamsdonksveer een half open zeeklei polderlandschap. Ook hier is nauwelijks bebouwing aanwezig. De Donge loopt door het gebied heen en langs de A59 is een zandput aanwezig met dichte beplanting en een recreatieve, parkachtige inrichting. De Oosterhoutseweg loopt door dit gedeelte en vormt de verbinding met Oosterhout. Langs deze weg is enige verspreide bebouwing aanwezig met een matige ruimtelijke kwaliteit. Opvallend element is de watertoren. Het gebied ten westen van de kern Geertruidenberg is aan te merken als een half open landschap. Het gebied wordt echter gedomineerd door diverse hoogspanningsleidingen, het Wilhelminakanaal en de Kanaalweg-Oost. 6 Gebiedscriteria De gebiedsgerichte uitwerkingen dienen gezien te worden als een beoordelingskader gerelateerd aan de bestaande ruimtelijke context. Een beoordelingskader omvat het beeld dat een beoordelaar nodig heeft voor de toetsing van bouwplannen: geen absolute meetbare criteria, maar een argumentatiegrond voor planbeoordeling. De genoemde criteria zijn het kader waarbinnen de discussie tussen de welstandscommissie/monumentencommissie en de indiener zich af speelt. De discussie richt zich uitsluitend op deze punten, niet meer en niet minder. Zo krijgen planindieners vooraf duidelijkheid over de beoordelingskaders die de gemeente hanteert. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de verschillende gebieden die voorkomen in Geertruidenberg. Per gebied worden de karakteristieken beschreven en worden criteria opgesomd. 6.1 Gebieden met een uitgebreide toets 6.1.1 Historische dorpsgebieden (H1) Prins Bernhardstraat Raamsdonksveer Markt Geertruidenberg Waar is dit bebouwingstype van toepassing? Dit bebouwingstype is van toepassing voor de historische kernen van Geertruidenberg en van Raamsdonksveer Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving Historische dorpsgebieden kenmerken zich door relatief gesloten en kleinschalige bebouwing met daarbinnen een diversiteit aan stijlen, kleuren en materialen. Ook kenmerkend is dat een (historische) ontwikkeling over een lange periode waarneembaar is. Er komen uiteenlopende functies voor zoals wonen, detailhandel en verschillende ambachten. Kenmerkend is de afwisselende bebouwing, doorgaans in twee tot drie bouwlagen met kap. De panden zijn overwegend aan elkaar gebouwd. Desondanks is elk pand als individueel gebouw herkenbaar, ook doordat het meestal voorzien is van een eigen kap. De gevellengte van de gebouwen varieert sterk. Kenmerkend is de grote mate aan detaillering, vooral bij de historische panden. De meeste panden hebben een zadeldak, een mansardekap of een schilddak. De bebouwing is in de regel direct aan de weg geplaatst, met naar de weg gekeerde gevels. Deze hebben een representatieve vormgeving, terwijl de zij- en achtergevels minder bewerkt zijn. Deelaspecten: massaopbouw, gevel en onderdelen De panden zijn over het algemeen rijk gedecoreerd met daklijsten, plinten en versierde vensters. Er komen veel lijstgevels voor, maar ook top-, trap- en klokgevels. Belangrijk voor het karakteristieke beeld van het historisch centrumgebied is de grote harmonie in gevelcomposities. Deze is vooral te danken aan het overheersende ritme van de muuropeningen, dat zowel over grote als kleine panden doorgaat (primaire architectonische geleding). Vooral in Geertruidenberg vormt het historisch stadsgebied een waardevol element in het huidige beeld met een hoge belevingswaarde. Het vormt de context van veel objecten Een aantal belangrijke gebouwen in Geertruidenberg heeft een beeldbepalende functie. Naast de kerk zijn dit het voormalige raadhuis, de Markt- en de Havenkazerne, het Arsenaal en het cultureel centrum De Schattelijn. In Geertruidenberg is de openbare ruimte historiserend van karakter met volgroeide leilinden, historische bestrating en passend straatmeubilair. In Raamsdonksveer is de openbare ruimte meer op praktisch gebruik ingericht, met een gecombineerd gebruik van asfalt gebakken materiaal en betonverharding. Detailaspecten: Materiaal, detaillering en kleur De gevels zijn in de meeste gevallen opgetrokken in baksteen, de meeste daken zijn gedekt met pannen. De detaillering van de bebouwing is zeer divers, ornamenten (aparte rollagen, metseltechnieken, luiken en dergelijke) komen voor. Er is overwegend gebruik gemaakt van sobere, rustige en donkere kleuren. Het gebruik van natuurlijke materialen staat voorop. Waardering en dynamiek; achtererfgebied soms welstandsvrij Behalve in geval van situering in beschermd stadgezicht en/of op een perceel waarop een moment of beeldbepalende zaak staat, is het achtererfgebied bij dit bebouwingstype welstandsvrij. Bij bouwactiviteiten op een perceel waarop een monument/beeldbepalende zaak staat, gelden de algemene welstandscriteria aanvullend op de gebiedscriteria in de zin zoals vermeld in paragraaf 3.8 en hoofdstuk
- Het totaalbeeld van de bebouwing in relatie tot de omgeving, maar ook de bebouwing op zich is uit cultuurhistorisch oogpunt van grote waarde. Hierin is de ontstaansgeschiedenis van Geertruidenberg en Raamsdonksveer afleesbaar. Naast het algehele beeld zijn ook de individuele panden cultuurhistorisch van waarde en dient er dus ook op detailniveau zorgvuldig met nieuwe ontwikkelingen te worden omgesprongen. Weliswaar is de bebouwing vaak zeer divers van aard, maar doordat het beeld organisch is gegroeid, vallen dissonanten onmiddellijk op als storend element. De historische binnenstad van Geertruidenberg en het centrum van Raamsdonksveer zijn uit cultuurhistorisch, architectonisch en stedenbouwkundig oogpunt van belang. Vergelijkenderwijs verdient de bebouwing een relatief hoog welstandsniveau, waarvoor ook de openbare ruimte in aanmerking komt. Vandaar dat dit bebouwingstype valt onder gebieden met een uitgebreide toets. In historische dorpsgebieden is meestal sprake van een matige dynamiek. Het gaat daarbij om overwegend om functieverandering van panden (gebruik als winkel, horecapand, dienstverlening etc.) om schaalvergroting en verdichting van de bebouwing. Ook de behoefte aan presentatie van bedrijven en faciliteiten voor bezoekers en bedienend verkeer zijn aanleiding om veranderingen aan gebouwen, op erven of op de openbare weg aan te brengen. Deze veranderingen doen zich geleidelijk en incidenteel voor, maar kunnen op den duur tot ingrijpende en onbedoelde verandering van het bebouwingsbeeld leiden. Voor dit bebouwingstype zijn navolgende gebiedsgerichte criteria van toepassing. Gebiedscriteria Op plekken waar in het verleden panden gerealiseerd zijn met de kenmerken van een andere architectuurperiode, zijn de kenmerken van deze architectuurperiode bij verbouw en/of renovatie uitgangspunt bij de beoordeling van plannen, zodat hierdoor de essentie van de bestaande architectuur gehandhaafd blijft. Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving De karakteristiek van de bebouwing dient aan te sluiten op de karakteristiek van de omliggende historische bebouwing. De karakteristiek van de bebouwing uit zich onder andere in de bouwmassa, de kapvorm, de mate van detaillering, het kleur- en materiaalgebruik en de variatie daartussen. De huidige mate van geslotenheid is leidend voor veranderingen. De situering of wijziging van de bouwmassa en/of de oriëntatie mag het historische straatbeeld niet verstoren. De diversiteit in gevelwanden staat in relatie met de karakteristiek en de ontstaansperiode (van de bebouwing) van de omgeving. Deze diversiteit moet behouden blijven. Het wisselende bebouwingsbeeld van herkenbare individuele panden is uitgangspunt. Bebouwing, die qua schaal sterk afwijkt van de bebouwing in de omgeving, is niet gewenst. De bestaande samenhang, afwisseling en vormgeving van de kappen in de omgeving dient gehandhaafd te blijven. Nieuwe, herkenbaar eigentijdse invullingen of toevoegingen dienen te passen bij het bestaande karakter en geïnspireerd te zijn op de bestaande historische bebouwing. Deelaspecten: Massaopbouw, gevel en onderdelen Bij een aanpassing of wijziging van de bebouwing dient zorgvuldig omgegaan te worden met de historische en cultuurhistorische waarde van de bebouwing. De bestaande hoofdvorm en bouwmassa zijn leidend bij veranderingen. Samenvoeging van bouwmassa’s is ongewenst. De oorspronkelijke parcellering moet herkenbaar blijven. Kortom: De bebouwingseenheden dienen individueel herkenbaar te blijven. De positionering en uitstraling van bijbehorende bouwwerken dient overeenkomstig de gebiedskarakteristiek te worden weergeven en dient ondergeschikt te zijn aan de hoofdvorm. Traditionele kapvormen zijn uitgangspunt. Bij panden, die een stedenbouwkundig geheel vormen, dienen toevoegingen per pand ondergeschikt te zijn aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel. Ingrepen op begane-grondniveau mogen de harmonie van de individuele gevel als geheel niet verstoren. De oorspronkelijke kapsituatie en de oorspronkelijke bouwvorm moeten leesbaar blijven bij verandering aan de bouwmassa. De oorspronkelijke gevelopbouw en traditionele indeling van de gevels dienen gerespecteerd te worden. De voorgevel van de hoofdmassa dient gericht te zijn op de openbare ruimte, waarbij de hoofdgebouwen met een representatieve gevel gericht dienen te zijn op deze openbare ruimte. Detailaspecten: Detaillering, kleur en materiaal De oorspronkelijke ornamenten en detailleringen in de gevel dienen herkenbaar en zinvol te blijven. Bij verbouwing en renovatie dient zorgvuldig omgaan te worden (herstel, interpretatie of reactie) met de ornamentiek zoals: overstekken, daklijsten, siermetselwerk, lijsten en speklagen en de specifieke detaillering van gevelopeningen, balkonhekken, deurluifels en dergelijke. De hoofdkleurtoon en het overwegend materiaalgebruik dienen afgestemd te zijn op de karakteristiek van het individuele pand en de omgeving, waarbij het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen voorop staat. Het bestaande materiaal- en kleurgebruik is het uitgangspunt. Afwijkingen hiervan zijn mogelijk, mits passend binnen de karakteristiek van het individuele pand en de omgeving. Kunststof en plaatmaterialen zijn niet toegestaan, tenzij in verschijningsvorm vergelijkbaar met traditionele materialen. Bij monumentale en beeldbepalende panden is de toepassing van kunststof beplating voor boeiborden en dergelijke ongewenst. Het gebruik van heldere, felle en contrasterende kleuren is niet toegestaan. Veranderingen in materiaal- en kleurgebruik van de individuele bebouwing dient in relatie te staan met de gevelwand als geheel. De materialisering, detaillering en het kleurgebruik van bijbehorende bouwwerken dient in relatie te staan tot die van het hoofdgebouw. Reclamerichtlijnen: Algemeen Gelet op de karakteristiek van de betreffende gebieden (het min of meer dorpse karakter) dienen reclamevoeringen qua hoeveelheid, afmetingen, kleurstellingen en vormgeving terughoudend te zijn en het karakter van deze gebieden te respecteren. Bij de beoordeling van reclame wordt ervan uitgegaan dat deze technisch, reclametechnisch en visueel optimaal wordt aangepast aan het gebouw en ingepast in de omgeving. De attentiewaarde dient meer op het stedenbouwkundig-architectonische ensemble te liggen dan op alleen de commerciële reclamekant. Bij reclame moet sprake zijn van integratie in de architectuur van het pand. Aan de kwaliteit van het pand mag geen afbreuk worden gedaan. Bij nieuwbouw en/of verbouw moet in het ontwerp worden aangegeven waar de ontwerper reclames mogelijk acht, rekening houdend met de criteria Reclame moet een functionele relatie met het betreffende pand hebben. Verwijzen naar een elders gelegen bedrijf of winkel is niet toegestaan. Een reclame moet zich als een bescheiden en terughoudend vormgegeven toevoeging aan een pand presenteren, hetgeen geldt voor de grootte, vorm en materialisering. Productenwerving of presentatie op doeken die gespannen zijn tussen metalen frames op gevels van gebouwen zijn niet toegestaan. Per pand mogen in beginsel slechts twee reclame-uitingen worden aangebracht; één vlak tegen de gevel en één als uithangbord, banier of lichtreclame die loodrecht op de gevel staat. Hoekpercelen kunnen aan beide gevels reclame voeren. Reclames bovenop luifels, daken, gebouwen, dakgoten of dienovereenkomstige bouwdelen zijn niet toegestaan. Een huisstijl van een onderneming of gestandaardiseerde reclame is alleen toegestaan, indien deze voldoet aan de in deze nota gestelde eisen. Enkelzijdige lichtbakken zijn niet toegestaan, tenzij deze zijn geïntegreerd in het pui-ontwerp. Verticaal gerichte, bewegende of knipperende reclames zijn niet toegestaan. Als uitgangspunt is het onderstrepen van teksten en benadrukken van de winkellengte door een licht- of neonlijn niet toegestaan. In gebieden met een overwegende woonbestemming dienen reclames achterwege te blijven, omdat zij de visuele rust van de omgeving verstoren. Een uitzondering hierop vormen woningen met een praktijkruimte. In deze gevallen is een beperkte naams- of beroepsaanduiding mogelijk. Reclamerichtlijnen: Reclame tegen de gevel Handelsreclame tegen de gevel moet passen binnen de zone tussen de onderpui en verdiepingramen en moet in een goede verhouding tot de gevel en de omgeving staan. Reclames mogen niet boven de onderkant van de raamdorpels van de verdiepingskozijnen uitkomen. Bij reclames bestaande uit losse belettering zijn twee- of meerregelige teksten niet toegestaan. Reclames mogen niet in of nabij de perceelsgrenzen worden aangebracht, maar dienen bij voorkeur nabij de hoofdingang van een gebouw te worden aangebracht. Reclamerichtlijnen: Uitstekende reclame Handelsreclame welke haaks op de gevel is geplaatst mag niet meer dan 0,8 m uit de gevel steken, met een maximale breedte van 0.6 m, een maximale hoogte van 0,6 m en een maximale dikte van 0,3 m. Reclames mogen niet boven de onderkant van de raamdorpels van de verdiepingskozijnen uitkomen en mogen niet bevestigd worden aan erkers of balkons. De minimale doorgangshoogte onder uitstekende reclames dient 2.3 meter te bedragen. Reclamerichtlijnen: Vlaggen Het gebruik van vlaggen, vaandels, wimpels of banieren is beperkt tot één per 4 m gevelbreedte van het pand met een maximale vlagomvang van 150 x 75 cm, en een maximale banieromvang van 180 x 60 cm. Vlaggenstokken moeten bevestigd worden onder de vloer van de eerste verdieping, banieren onder de bovendorpel van de kozijnen op de eerste verdieping. Banieren mogen maximaal 0,8 m uit de gevel steken. Reclamerichtlijnen: Andere aspecten Kokers uitsluitend bestemd voor het opbergen van elektrische leidingen en andere hulpconstructies die voor het bevestigen van reclames zijn bedoeld dienen geschilderd te worden in de kleur van het gevelvlak, waartegen de reclame wordt aangebracht. Bij nieuwbouw aan en verbouwing van bestaande panden dienen de elektrische leidingen ten behoeve van de reclame onzichtbaar te worden aangebracht. Reclame op zonweringen is slechts beperkt toegestaan, op de volant of op het onderste segment van de markies, met een maximale hoogte van 0,15 m, bij voorkeur nabij de toegangsdeur. 6.1.2 Historische bebouwingslinten (H2) Waar is dit bebouwingstype van toepassing? Dit bebouwingstype is van toepassing voor de bebouwing langs de oude radiaalwegen naar het dorpscentrum van Raamsdonksveer (Keizersdijk, Maasdijk, Prins Hendrikstraat, Wilhelminalaan, Grote Kerkstraat) en voor de bebouwing langs alle historische wegen in Raamsdonk. In Geertruidenberg is dit bebouwingstype niet van toepassing. Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving Historische bebouwingslinten zijn vaak ontstaan als bebouwingsconcentraties langs historische verbindingswegen. Door een langdurig proces van verdichting zijn ze langzaam aaneengegroeid. De bebouwing is perceelsgewijs tot stand gekomen waardoor een wisselend straatbeeld is ontstaan. Slechts incidenteel is een beperkte herhaling van een woningtype aanwezig, waarbij kleinschalige en grootschalige bebouwing elkaar afwisselen. De kavels zijn veelal smal en diep. De hoofdbebouwing is direct aan de ontsluitingsweg gelegen en richt zich hierop. De rooilijn is dikwijls individueel bepaald en hierdoor verspringend. De bebouwingsstructuur is overwegend open, met veel doorzichten naar het achterliggende gebied. Vaak zijn nog onbebouwde percelen in gebruik als weiland of moestuin. Bergenstraat Schansstraat De openbare ruimte, de straat en de begeleidende bomen enerzijds en anderzijds de voortuinen of de aanstrating en stoep zijn bepalend in het straatbeeld en zorgen voor de samenhang. Hierdoor vormen de perceelsgewijze, individuele invullingen één straatwand, terwijl ze onderling van elkaar verschillen in hoogte, afmetingen, materialen, details en kleuren. De kavels hebben vaak diepe achtertuinen en voortuinen die in diepte variëren. Het straatbeeld wordt bepaald door hoofdgebouwen. Aanbouwen en bijgebouwen staan op het erf en zijn meestal niet of nauwelijks zichtbaar vanaf de openbare ruimte. De aanbouwen en bijgebouwen onderscheiden zich duidelijk van de hoofdgebouwen. Ze zijn veelal kleiner en lager dan de hoofdgebouwen. Woningen, kleine ambachtelijke werkplaatsen, winkels, horeca en boerderijen zijn de diverse functies die je aantreft in de historische gebieden en de lintbebouwing. Soms heeft een functieverandering plaatsgevonden. Als dit heeft plaatsgevonden met behoud van de oorspronkelijke bebouwingsmassa wordt dit niet als storend ervaren. In de bebouwingslinten is er een grote diversiteit aan bouwstijlen. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat in de loop der tijden de open ruimten tussen de bebouwing zijn bebouwd. Nieuwe ontwikkelingen komen dan ook vaak voor in de linten en hebben geen historische waarde. Gezien het individuele karakter van de bebouwing voegen deze nieuwe ontwikkelingen zich echter eenvoudig in het straatbeeld. Bij de toetsing is de relatie met de historische context van belang en dit belang weegt zwaarder dan de detaillering van het individuele pand. Deelaspecten: massaopbouw, gevel en onderdelen De bebouwing in de historische bebouwingslinten is divers van karakter, ook door de geleidelijke verdichting van de linten. Er is sprake van eenheid binnen de verscheidenheid. De gebouwen zijn individueel ontworpen en dateren uit verschillende tijdsperioden. De bebouwing bestaat overwegend uit één tot twee lagen met een kap. Kenmerkend is dat er niet één goothoogte voorkomt, maar de goothoogte verschilt per pand. Daarnaast komen diverse kapvormen voor zoals een zadeldak (met wolfseind) en mansardekap. Soms is er sprake van intensievere bebouwing richting het centrum. De percelen zijn hier smaller en de bebouwing hoger. Molenstraat Grote Kerkstraat Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal De gevels zijn in de meeste gevallen opgetrokken uit baksteen, soms gestuukt, het dak is bedekt met riet of pannen. De kleur van de gevels is in hoofdzaak rood, maar ook zandkleurige stenen komen voor. De daken zijn vaak voorzien van rode of gesmoord blauwe dakpannen. De detaillering van de bebouwing is divers en afhankelijk van de ontstaansperiode. Veelal zijn bij recent gebouwde woningen wel details opgenomen, zoals die bij (oudere) woningen aan het lint voorkomen. Men treft diverse ornamenten, detailleringen in het metselwerk (strek- en rollagen) en diverse gevelbeëindigingen aan. Kenmerkend is het contrast tussen de kleur van het metselwerk en die van de kozijnen. Het kleur- en materiaalgebruik van kozijnen en draaiende delen is ingetogen en traditioneel. Vaak zijn deze in hout uitgevoerd en (wit) geschilderd. Waardering en dynamiek; achtererfgebied soms welstandsvrij Behalve in geval van situering op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat en mits het bouwperceel niet g