In het kort
Deze beleidsregels leggen uit hoe Waterschap Rivierenland omgaat met aanvragen voor activiteiten in de buurt van wateren, waterkeringen en wegen die onder hun beheer vallen, en hoe de Keur Waterschap Rivierenland 2014 wordt toegepast. Ze zorgen voor een consistente beoordeling van aanvragen en bieden duidelijkheid voor burgers.
Wat het reguleert
- Activiteiten die verboden zijn volgens de Keur Waterschap Rivierenland 2014, tenzij een vergunning wordt verleend.
- Onderhoudsverplichtingen voor aanwonenden langs oppervlaktewaterlichamen, waterkeringen en wegen.
- De beoordeling van aanvragen voor een (water)vergunning.
- De voorwaarden waaronder activiteiten gemeld kunnen worden in plaats van dat een vergunning nodig is.
Wie het betreft
- Burgers en bedrijven die activiteiten willen uitvoeren in of nabij wateren, waterkeringen of wegen die onder het beheer van Waterschap Rivierenland vallen.
- Waterschap Rivierenland zelf, bij de uitoefening van haar taken en de beoordeling van aanvragen.
Kernpunten
- Voor activiteiten met weinig invloed zijn er algemene regels: een schriftelijke melding volstaat, waarna binnen maximaal 14 dagen toestemming wordt ontvangen, zonder kosten.
- Voor alle andere verboden activiteiten is een (water)vergunning nodig, waarbij het "nee-tenzij" principe geldt en belangen worden afgewogen.
- Een nieuw talud van een A- of B-water mag in principe niet steiler zijn dan 1:2, tenzij de grondsoort een afwijking toelaat.
- Binnen 1,50 meter uit de insteek van A-wateren of boezems in landelijk gebied, en binnen 1 meter in stedelijk gebied, mogen geen objecten of ophogingen steiler dan 1:2 worden aangebracht.
- De bestaande bergingscapaciteit van wateren moet worden gewaarborgd; afname dient volledig te worden gecompenseerd in hetzelfde of een benedenstrooms gelegen peilgebied, berekend op basis van een peilstijging van 30 cm boven zomerpeil of boezempeil (20 cm in Alblasserwaard en Vijfheerenlanden).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.