← Nederland

Warenwetregeling drukapparatuur

In het kort

Deze regeling gaat over de keuring en herkeuring van drukapparatuur, zoals drukvaten en installatieleidingen, en stelt vast welke apparatuur gekeurd moet worden en hoe deze keuringen moeten plaatsvinden.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

BWBR0010889_2015-01-01_0 Uitvoeringsregeling Besluit drukapparatuur Warenwetregeling drukapparatuur De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst; Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken; Gelet op de artikelen 4, vijfde en zesde lid, 5 derde lid, 11 eerste lid, 12 eerste lid, eerste zin, en 19 van de Wet op de gevaarlijke werktuigen en artikel 26, derde lid, van het Besluit drukapparatuur, Besluit: Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. het besluit: het Warenwetbesluit drukapparatuur; b. drukapparatuur, samenstellen, druksysteem, drukvat, installatieleidingen, aangewezen keuringsinstelling, aangewezen aangemelde keuringsinstelling, aangewezen keuringsdienst van gebruikers, aangewezen aangemelde keuringsdienst van gebruikers, maximaal toelaatbare druk, nominale maat, volume, richtlijn en wet: hetgeen het besluit daaronder verstaat; c. butaan en propaan: hetgeen PGS-richtlijn 19, versie: 1.16 210508, getiteld: Opslag van propaan daaronder verstaat, alsmede gestabiliseerde mengsels van methylacetyleen en propadieen met koolwaterstoffen; d. wetenschappelijk onderzoek: onderzoek dat uitsluitend is gericht op het verwerven van kennis over drukapparatuur, samenstellen of druksystemen of is gericht op stoffen of processen die hierbij zijn betrokken; e. parallel werkende drukapparatuur: drukapparatuur die als kenmerk heeft dat ze van dezelfde constructie is, uit dezelfde soort materialen is vervaardigd, onder vergelijkbare bedrijfsomstandigheden wordt bedreven en op dezelfde toe- en afvoerleidingen is aangesloten; f. termijn: de toegestane tijdsduur tussen de eerste keuring voor ingebruikneming onderscheidenlijk intredekeuring en de eerste herkeuring of de toegestane tijdsduur tussen twee opeenvolgende herkeuringen; g. flessen voor ademhalingstoestellen: flessen voor ademhalingstoestellen die onder de werkingssfeer van de richtlijn vallen; h. huurketel: brandstof of anderszins verwarmde drukapparatuur waarbij gevaar voor oververhitting bestaat, bestemd voor de productie van stoom of oververhit water met een temperatuur hoger dan 110 °C met een volume van meer dan 2 liter, die regelmatig van plaats van opstelling wisselt en geen eigendom is van de gebruiker; i. BRZO: Besluit risico’s zware ongevallen; j. kelderbierinstallatie: een bierinstallatie geplaatst bij de eindgebruiker, bestaande uit een of meerdere tanks, zijnde drukvaten, met een koelmantel en bijbehorende geïsoleerde installatieleidingen en onder druk staande appendages of waarbij alle onderdelen van de bierinstallatie geplaatst zijn in een geconditioneerde ruimte, waarbij de drukvaten per stuk een maximaal volume (V) hebben van 1.500 liter, de werkdrukmaximaal drie bar is en de drukvaten voorzien zijn van een kunststof of rubberen binnenmantel en gebruikmaken van lucht als drijfgas; k. mobiele kelderbierinstallatie: een bierinstallatie die op locatie wordt gebruikt waarvan alleen de bierleidingen nog dienen te worden aangesloten aan het tappunt of afleverpunt en alle onderdelen van de bierinstallatie geplaatst zijn in een geconditioneerde en afgesloten ruimte die alleen voor bevoegden toegankelijk is. De bierinstallatie bestaat uit een of meerdere tanks, zijnde drukvaten, met een koelmantel en bijbehorende geïsoleerde installatieleidingen en onder druk staande appendages, waarbij de drukvaten per stuk een maximaal volume (V) hebben van 1.500 liter, de werkdruk maximaal drie bar is en voorzien zijn van een kunststof of rubberen binnenmantel en gebruikmaken van lucht als drijfgas. Artikel 2 Grenzen en uitvoering van de keuring voor ingebruikneming 1 Drukvaten en installatieleidingen, alsmede de bijbehorende veiligheidsappendages waardoor zij beveiligd worden en bijbehorende onder druk staande appendages, worden aan een keuring voor ingebruikneming als bedoeld in artikel 12b, eerste lid, van het besluit, onderworpen voorzover het betreft: a. de in artikel 3, punt 1.1. onder

  1. a)van de richtlijn bedoelde drukvaten, voorzover ingedeeld in categorie I, II, III of IV volgens tabel 1 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 1 voorzover die zeer vergiftig of ontplofbaar zijn; b. de in artikel 3, punt 1.1. onder
  2. a)van de richtlijn bedoelde drukvaten, voorzover ingedeeld in categorie III of IV volgens tabel 1 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 1 voorzover niet bedoeld in onderdeel a, waarbij voor onstabiele gassen de indeling in categorie I of II ongewijzigd blijft, voor zuurstof- en distikstofoxyde-opslagreservoirs het volume groter is dan 25000 liter, voor stationaire bovengrondse propaan- en butaanopslagreservoirs met gasafname het volume groter is dan 5000 liter, en voor propaanopslagreservoirs met gasafname op een bouwterrein het volume groter is dan 8000 liter; c. de in artikel 3, punt 1.1. onder
  3. a)van de richtlijn bedoelde drukvaten, voorzover ingedeeld in categorie II, III of IV volgens tabel 2 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 2 als bedoeld in het BRZO, bijlage I, deel 2, kolom 1 onder 9 en 10; d. de in artikel 3, punt 1.1. onder
  4. a)van de richtlijn bedoelde drukvaten, met uitzondering van drukvaten behorende tot een kelderbierinstallatie of mobiele kelderbierinstallatie beide, voor zover ingedeeld in categorie III of IV volgens tabel 2 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 2 voor zover niet bedoeld in onderdeel c, waarbij voor drukvaten met lucht het volume groter is dan 2500 liter of de maximaal toelaatbare druk PS hoger is dan 30 bar, en voor stikstof-, argon-, helium- en koolzuur-opslagreservoirs het volume groter is dan 40000 liter; e. de in artikel 3, punt 1.1. onder
  5. b)van de richtlijn bedoelde drukvaten met een volume groter dan 1 liter, voorzover ingedeeld in categorie I, II of III volgens tabel 3 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 1 die zeer vergiftig of ontplofbaar zijn; f. de in artikel 3, punt 1.1. onder
  6. b)van de richtlijn bedoelde drukvaten met een volume groter dan 1 liter, voorzover ingedeeld in categorie II of III volgens tabel 3 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 1 voorzover niet bedoeld in onderdeel e; g. de in artikel 3, punt 1.1. onder
  7. b)van de richtlijn bedoelde drukvaten met een volume groter dan 10 liter, voorzover ingedeeld in categorie I of II volgens tabel 4 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 2 als bedoeld in het BRZO, bijlage I, deel 2, kolom 1 onder 9 en 10; h. de in artikel 3, punt 1.1. onder
  8. b)van de richtlijn bedoelde drukvaten, voorzover ingedeeld in categorie II volgens tabel 4 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 2 voorzover niet bedoeld in onderdeel g; i. de in artikel 3, punt 1.2. bedoelde drukapparatuur voorzover ingedeeld in categorie III of IV volgens tabel 5 van bijlage II bij de richtlijn; j. de in artikel 3, punt 1.3. onder
  9. a)van de richtlijn bedoelde installatieleidingen, voorzover ingedeeld in categorie I, II of III volgens tabel 6 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 1 voorzover die zeer vergiftig of ontplofbaar zijn; k. de in artikel 3, punt 1.3. onder
  10. a)van de richtlijn bedoelde installatieleidingen, voorzover ingedeeld in categorie II of III volgens tabel 6 van bijlage II bij de richtlijn, indien de waarde van DN groter is dan 65, voor stoffen in groep 1 voorzover niet bedoeld in onderdeel j, waarbij voor onstabiele gassen de indeling in categorie I of II ongewijzigd blijft; l. de in artikel 3, punt 1.3. onder
  11. a)van de richtlijn bedoelde installatieleidingen, voorzover ingedeeld in categorie II of III volgens tabel 7 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 2 als bedoeld in het BRZO, bijlage I, deel 2, kolom 1 onder 9 en 10; m. de in artikel 3, punt 1.3. onder
  12. a)van de richtlijn bedoelde installatieleidingen, met uitzondering van installatieleidingen behorende tot een kelderbierinstallatie of mobiele kelderbierinstallatie beide voorzover ingedeeld in categorie III volgens tabel 7 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 2 voorzover niet bedoeld in onderdeel l; n. de in artikel 3, punt 1.3. onder
  13. b)van de richtlijn bedoelde installatieleidingen, voorzover ingedeeld in categorie I, II of III volgens tabel 8 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 1 die zeer vergiftig of ontplofbaar zijn; o. de in artikel 3, punt 1.3. onder
  14. b)van de richtlijn bedoelde installatieleidingen, voorzover ingedeeld in categorie I, II of III volgens tabel 8 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 1 voorzover niet bedoeld in onderdeel n en waarbij de waarde van DN groter is dan 65; p. de in artikel 3, punt 1.3. onder
  15. b)van de richtlijn bedoelde installatieleidingen, voorzover ingedeeld in categorie I of II volgens tabel 9 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 2 als bedoeld in het BRZO, bijlage I, deel 2, kolom 1 onder 9 en 10; q. de in artikel 3, punt 1.3. onder
  16. b)van de richtlijn bedoelde installatieleidingen, voorzover ingedeeld in categorie II volgens tabel 9 van bijlage II bij de richtlijn, voor stoffen in groep 2 voorzover niet bedoeld in onderdeel p. 2 In afwijking van het eerste lid worden flessen voor ademhalingstoestellen niet onderworpen aan een keuring voor ingebruikneming. 3 De keuring voor ingebruikneming op basis van artikel 12b, zesde lid, van het besluit, wordt uitgevoerd overeenkomstig het Werkveldspecifiek certificatieschema voor beoordeling van drukapparatuur (producten): document: SBP-DA 2012, versie 1, opgenomen in bijlage 1 bij de regeling. Artikel 3 Grenzen en uitvoering van de herkeuring 1 Drukvaten en installatieleidingen, alsmede de daarbij behorende veiligheidsappendages waardoor ze worden beveiligd en de bijbehorende onder druk staande appendages, worden aan een herkeuring als bedoeld in artikel 12c, eerste lid, van het besluit, onderworpen voorzover het betreft: a. de drukvaten en installatieleidingen, genoemd in artikel 2, eerste lid, waarbij voor de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, genoemde propaan- en butaanopslagreservoirs en zuurstof- en distikstofoxyde-opslagreservoirs en voor de in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, genoemde stikstof-, argon-, helium- en koolzuur-opslagreservoirs, de vermelde grenzen niet van toepassing zijn; b. flessen voor ademhalingstoestellen. 2 De onderzoeken, bedoeld in artikel 12c, zesde lid, van het besluit, worden uitgevoerd overeenkomstig het Werkveldspecifiek certificatieschema voor beoordeling van drukapparatuur (producten): document: SBP-DA 2012, versie 1, opgenomen in bijlage 1 bij de regeling. Artikel 4 Verklaringen 1 In de verklaring van overeenstemming, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van het besluit worden de volgende gegevens opgenomen: a. een verwijzing naar artikel 12a, eerste lid, van het besluit; b. de naam en het adres van de gebruiker van het druksysteem; c. het adres en de plaats waar het druksysteem is opgesteld; d. een beschrijving van het druksysteem; e. de gevolgde overeenstemmingsbeoordelingsprocedure van het druksysteem; f. in voorkomend geval, naam en adres van de aangewezen keuringsinstelling of keuringsdienst van gebruikers die de keuring heeft verricht; g. in voorkomend geval, een verwijzing naar de verklaring van typeonderzoek of verklaring van ontwerponderzoek; h. in voorkomend geval, de technische specificaties die zijn gebruikt; i. de identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring namens de gebruiker te ondertekenen; j. de ondertekening en de datum. 2 In de verklaring of voorlopige verklaring van ingebruikneming, bedoeld in artikel 12b, tweede, onderscheidenlijk twaalfde lid, van het besluit worden de volgende gegevens opgenomen: a. een verwijzing naar artikel 12b, tweede of twaalfde lid, van het besluit; b. het kenmerk of registratienummer van de drukapparatuur; c. de naam en het adres van de gebruiker van de drukapparatuur, het samenstel of het druksysteem; d. het adres en de plaats waar de drukapparatuur, het samenstel of het druksysteem is opgesteld; e. een verwijzing naar de EG-verklaring van overeenstemming, bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, en 12, eerste lid, van het besluit onderscheidenlijk de verklaring van overeenstemming, bedoeld in artikel 12a, tweede lid, van het besluit; f. de gegevens die nodig zijn met betrekking tot de omstandigheden waaronder en de wijze waarop de apparatuur mag worden gebruikt; g. de datum van de keuring voor ingebruikneming; h. ten aanzien van een voorlopige verklaring van ingebruikneming: de geldigheidsduur van de verklaring; i. de datum van de periodieke keuring van de eerst in aanmerking komende apparatuur dat deel uitmaakt van het samenstel, het druksysteem of de groep installatieleidingen; j. de naam en het adres van de aangewezen keuringsinstelling of keuringsdienst van gebruikers die de keuring heeft verricht; k. de identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring namens de aangewezen keuringsinstelling of keuringsdienst van gebruikers te ondertekenen; l. de ondertekening en de datum. 3 Aan de verklaring van ingebruikneming wordt een rapport met bevindingen van de uitgevoerde keuring als bedoeld in artikel 12b, tiende lid, van het besluit toegevoegd. 4 Indien bij verplaatsing van een huurketel op een nieuwe plaats van opstelling geen bezwaar bestaat tegen de ingebruikneming van de ketel, wordt hiervan aantekening gemaakt op het aantekenblad, bedoeld in artikel 12e van het besluit. 5 In de verklaring van herkeuring, bedoeld in artikel 12c, tweede onderscheidenlijk negende lid, van het besluit, worden de volgende gegevens opgenomen: a. een verwijzing naar artikel 12c, tweede en negende lid, van het besluit; b. het kenmerk of registratienummer van het drukapparaat; c. de naam en het adres van de gebruiker van de drukapparatuur; d. het adres en plaats waar de drukapparatuur is opgesteld; e. in voorkomend geval, een verwijzing naar de verklaring van ingebruikneming, bedoeld in artikel 12b, tweede lid, van het besluit, of de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming, bedoeld in artikel 12d, tweede lid, van het besluit; f. de gegevens die nodig zijn met betrekking tot de omstandigheden waaronder en de wijze waarop de apparatuur mag worden gebruikt; g. de datum van de herkeuring; h. het jaar van de volgende herkeuring; i. de naam en het adres van de aangewezen keuringsinstelling of de keuringsdienst van gebruikers die de herkeuring heeft verricht; j. de identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring voor de aangewezen keuringsinstelling of keuringsdienst van gebruikers te ondertekenen; k. de ondertekening en de datum. 6 In geval van toekenning van een termijnverlenging of termijnflexibilisering wordt het herkeurjaar door de aangewezen keuringsinstelling vermeld op de verklaring van herkeuring. 7 In de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming, bedoeld in artikel 12d, tweede onderscheidenlijk negende lid van het besluit, worden de volgende gegevens opgenomen: a. een verwijzing naar artikel 12d, tweede en negende lid, van het besluit; b. het kenmerk of het registratienummer van de drukapparatuur; c. de naam en het adres van de gebruiker van de drukapparatuur; d. het adres en de plaats waar de drukapparatuur is opgesteld; e. gegevens van de veiligheidsappendages; f. de gegevens die nodig zijn met betrekking tot de omstandigheden waaronder en de wijze waarop de apparatuur mag worden gebruikt; g. de datum van de intredekeuring en ingebruikneming; h. het jaar van de herkeuring van de eerst in aanmerking komende apparatuur dat deel uitmaakt van het samenstel, druksysteem of groep installatieleidingen; i. de naam en het adres van de aangewezen keuringsinstelling of keuringsdienst van gebruikers die de beoordelingen en keuringen heeft verricht; j. de identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring voor de aangewezen keuringsinstelling of keuringsdienst van gebruikers te ondertekenen; k. de ondertekening en de datum. Artikel 5 Jaarverslag Vervallen Artikel 6 Termijn van periodieke herkeuring 1 De vaste termijn voor drukapparatuur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is: a. 2 jaar voor brandstofgestookte of anderszins verwarmde drukapparatuur, waarbij gevaar voor oververhitting bestaat, ingedeeld in tabel 1 tot en met 9 van bijlage II bij de richtlijn; b. 4 jaar voor drukvaten, ingedeeld in tabel 1 tot en met 4 van bijlage II bij de richtlijn, met uitzondering van drukapparatuur als bedoeld in onderdeel a; c. 4 jaar voor installatieleidingen, ingedeeld in tabel 6 tot en met 9 van bijlage II bij de richtlijn, met uitzondering van drukapparatuur als bedoeld in onderdeel a; d. in afwijking van onderdeel a: 4 jaar voor brandstofgestookte of anderszins verwarmde drukapparatuur, ingedeeld in tabel 1 tot en met 9 van bijlage II bij de richtlijn, indien op basis van een risicoanalyse is aangetoond dat er geen onaanvaardbaar risico voor de veiligheid of gezondheid van personen of het milieu bestaat; e. indien er voor drukapparatuur als bedoeld in onderdeel b, c of d, geen onaanvaardbaar risico bestaat voor de veiligheid of gezondheid van personen of het milieu, wordt een vervolgtermijn van 6 jaar vastgesteld; f. 5 jaar voor flessen voor ademhalingstoestellen. 2 Voor veiligheidsappendages geldt dat de termijn gelijk is aan de vaste termijn van het te beveiligen drukapparaat. 3 In afwijking van het eerste lid kan door de aangewezen keuringsinstelling of de aangewezen keuringsdienst van gebruikers voor een drukapparaat in een groep parallel werkende drukapparaten een afwijkende termijn worden vastgesteld. 4 In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, c of d, kan de aangewezen keuringsinstelling of aangewezen keuringsdienst van gebruikers, indien er geen onaanvaardbaar risico bestaat voor de veiligheid of gezondheid van personen of het milieu, een eerste termijn van 6 jaar vaststellen. 5 Door een aangewezen keuringsinstelling of een aangewezen keuringsdienst van gebruikers kan voor drukvaten met een maximaal volume (V) van 40.000 liter en bestemd voor niet industriële toepassing van propaan een vaste termijn van 12 jaar voor het inwendige onderzoek worden vastgesteld. Artikel 7 Kalenderjaar van herkeuring 1. Bij de bepaling van het kalenderjaar waarin de eerste herkeuring moet plaatsvinden, wordt uitgegaan van de datum waarop een verklaring van ingebruikneming of een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming is afgegeven. 2. Bij de bepaling van het kalenderjaar van de volgende herkeuring wordt uitgegaan van het kalenderjaar waarin de voorgaande herkeuring heeft plaatsgevonden, waarbij geen rekening wordt gehouden met een toegestane overschrijding van de termijn overeenkomstig artikel 10. 3. Een verklaring van ingebruikneming, afgegeven door een fabrikant verenigd in de branchevereniging ‘Vereniging van fabrikanten van industriële gassen’ met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde zuurstof- en distikstofoxide-opslagreservoirs met een volume kleiner of gelijk aan 25.000 liter en de in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, bedoelde opslagreservoirs voor stikstof, argon, helium en koolzuur met een volume kleiner of gelijk aan 40.000 liter, wordt voor de bepaling van de herkeurdatum gelijkgesteld met de verklaringen, bedoeld in het eerste lid. 4. Indien een verklaring als bedoeld in het eerste lid niet is vereist, wordt voor de bepaling van het tijdstip waarop de eerste herkeuring moet plaatsvinden de datum van afgifte van de EG-verklaring van overeenstemming, bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, en 12, eerste lid, van het besluit, onderscheidenlijk de verklaring van overeenstemming, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van het besluit, als uitgangsdatum genomen. Artikel 8 Termijnverlenging en uitvoering 1 Termijnverlenging kan worden verleend voor de drukapparatuur, genoemd in artikel 6, met uitzondering van de in artikel 6, eerste lid, onderdeel f, genoemde flessen voor ademhalingstoestellen en de in artikel 6, tweede lid, genoemde veiligheidsappendages, met een vaste termijn langer dan 2 jaar. 2 De termijnverlenging kan maximaal een verdubbeling zijn van de vaste termijnen, genoemd in artikel 6. 3 De termijnverlenging kan voor het eerst worden verleend na afloop van de tweede vaste termijn, met uitzondering van drukapparatuur met een vaste termijn van 2 jaar waarvoor termijnverlenging na afloop van de derde vaste termijn kan worden verleend. 4 Termijnverlenging wordt uitsluitend verleend voor het onderzoek, bedoeld in artikel 12c, zesde lid, onderdeel a, van het besluit. 5 Termijnverlenging kan slechts worden verleend indien ten aanzien van het betreffende drukapparaat: a. er geen materiaal met verhoogde scheurgevoeligheid is toegepast; b. er aanvullend passend onderzoek wordt uitgevoerd; c. reparaties, wijzigingen of geconstateerde afwijkingen geen beletselen vormen voor de verlenging. 6 De termijnverlenging kan door een aangewezen keuringsinstelling worden verleend onder de voorwaarde dat de gebruiker een keuringsdienst van gebruikers of een inspectieafdeling van de gebruiker heeft. 7 De aanvraag voor een termijnverlenging wordt gedaan door de gebruiker en omvat de documentatie, bedoeld in artikel 12c, vierde lid, van het besluit, en een verklaring van de gebruiker dat de aangevraagde termijnverlenging verantwoord is. 8 Het uitwendig onderzoek wordt uitgevoerd door een keuringsdienst van gebruikers of een inspectieafdeling van de gebruiker, die daartoe rapport uitbrengt aan de gebruiker. Dit rapport vormt een onderdeel van de aan de aangewezen keuringsinstelling gerichte aanvraag voor termijnverlenging. 9 Een toegekende termijnverlenging wordt door de instelling, bedoeld in het zesde lid, vastgelegd in een verklaring van herkeuring, waarbij als geldigheidstermijn als bedoeld in artikel 12c, negende lid, onderdeel a, van het besluit, het kalenderjaar van herkeuring wordt vermeld gebaseerd op de verlengde termijn. 10 De instelling, bedoeld in het zesde lid, houdt toezicht op de uitvoering van de overeengekomen inspecties tijdens de verlengde termijn. 11 De instelling, bedoeld in het zesde lid, vermeldt de bevindingen van de beoordeling van de termijnverlenging op het aantekenblad, bedoeld in artikel 12e van het besluit. Artikel 9 Termijnflexibilisering en uitvoering 1 Termijnflexibilisering kan worden verleend voor de drukapparatuur, genoemd in artikel 8, eerste lid. 2 De termijnflexibilisering kan maximaal een verviervoudiging zijn van de vaste termijnen, genoemd in artikel 6, met een maximum van 18 jaar, waarbij voor veiligheidsappendages met een vaste termijn van 2 jaar een maximum geldt van 4 jaar. 3 De termijnflexibilisering kan voor het eerst worden verleend na afloop van de tweede vaste termijn van het betreffende drukapparaat, met uitzondering van drukapparatuur met een vaste termijn van 2 jaar waarvoor termijnflexibilisering na afloop van de derde vaste termijn kan worden verleend. 4 Termijnflexibilisering wordt uitsluitend verleend voor het onderzoek, bedoeld in artikel 12c, zesde lid, onderdeel a, van het besluit. 5 De termijnflexibilisering kan door een aangewezen keuringsinstelling worden verleend onder de voorwaarden dat de gebruiker: a. een gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem hanteert voor de overige afdelingen van de gebruiker, die invloed hebben op de kwaliteit van de werkzaamheden in het kader van termijnflexibilisering; b. een gevalideerde methodiek van risicobeheersing toepast; c. beschikt over een vastgelegd jaarprogramma voor inspectie- en onderhoudswerkzaamheden; d. alle factoren registreert die bepalend zijn voor de integriteit van de installatie; e. beschikt over een overzicht van de installatie, de eventueel uitgevoerde wijzigingen en reparaties, de eventueel plaatsgevonden incidenten en de resultaten van uitgevoerde inspecties; f. een keuringsdienst van gebruikers of een inspectieafdeling van de gebruiker heeft. 6 De aanvraag voor de termijnflexibilisering wordt gedaan door de gebruiker en omvat de documentatie, bedoeld in artikel 12c, vierde lid, van het besluit, en een verklaring van de gebruiker dat de aangevraagde termijnflexibilisering verantwoord is. 7 Een toegekende termijnflexibilisering wordt door de instelling, bedoeld in het vijfde lid, vastgelegd in een verklaring van herkeuring, waarbij als geldigheidstermijn als bedoeld in artikel 12c, negende lid, onderdeel a, van het besluit, het kalenderjaar van herkeuring wordt vermeld op basis van de geflexibiliseerde termijn. 8 De instelling, bedoeld in het vijfde lid, houdt toezicht op de uitvoering van de in het jaarprogramma, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, overeengekomen inspecties tijdens de geflexibiliseerde periode. 9 De instelling, bedoeld in het vijfde lid, vermeldt de bevindingen van de beoordeling van de termijnflexibilisering op het aantekenblad, bedoeld in artikel 12e van het besluit. 10 In afwijking van het eerste lid kan voor afblazende, mechanische veiligheidsappendages termijnflexibilisering worden verleend met een maximum termijn van 10 jaar. Artikel 10 Overschrijding termijn van periodieke herkeuring De aangewezen keuringsinstelling of aangewezen keuringsdienst van gebruikers kan, indien dat om bijzondere redenen nodig is, toestaan dat na afloop van een termijn het jaar van herkeuring met maximaal 6 maanden wordt overschreden. Voor de vaststelling van het eerstvolgende kalenderjaar van herkeuring wordt geen rekening gehouden met de toegestane maximale overschrijding van 6 maanden. Artikel 11 Verkorting termijn van periodieke herkeuring De aangewezen keuringsinstelling of aangewezen keuringsdienst van gebruikers kan een kortere termijn vaststellen dan de vaste termijnen, genoemd in artikel 6, of het tijdstip nader aanduiden waarop de herkeuring in het betreffende kalenderjaar moet plaatsvinden. Bepalend daarvoor kunnen zijn: a. de staat waarin de drukapparatuur zich bevindt; b. de invloed van de in de drukapparatuur aanwezige stoffen; c. de invloed van specifieke bedrijfsomstandigheden; d. de constructieve uitvoering van het drukapparaat. Artikel 12 Merktekens Op flessen voor ademhalingstoestellen worden de datum van herkeuring en het identificatiemerk van de aangewezen keuringsinstelling of de aangewezen keuringsdienst van gebruikers goed leesbaar en onuitwisbaar aangebracht. Artikel 13 Intredekeuring De aangewezen keuringsinstelling of de aangewezen keuringsdienst van gebruikers hanteert bij de beoordelingen en onderzoeken, bedoeld in artikel 12d, zesde en achtste lid, van het besluit, als basis de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste normen. Artikel 14 Wijzigingen en reparaties 1 Bij de uitvoering van wijzigingen of reparaties aan drukapparatuur, bedoeld in artikel 14a, eerste lid, van het besluit, beoordeelt de aangewezen keuringsinstelling of de aangewezen keuringsdienst van gebruikers het ontwerp en houdt toezicht op de fabricage en eindcontrole van de wijziging of reparatie. 2 Indien de drukapparatuur, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig bijlage II bij de richtlijn naar categorie wordt ingedeeld, wordt bij de toepassing van de essentiële veiligheidseisen, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn, de vastgestelde categorie gehanteerd. Indien de drukapparatuur, bedoeld in het eerste lid, niet overeenkomstig bijlage II bij de richtlijn wordt ingedeeld, wordt bij de toepassing van de essentiële veiligheidseisen categorie IV gehanteerd. Artikel 15 Eisen voor aanwijzing en (blijven) functioneren als aangewezen keuringsinstelling, aangewezen aangemelde keuringsinstelling en aangewezen aangemelde onafhankelijke instelling 1 Een aanwijzing als aangewezen keuringsinstelling, aangewezen aangemelde keuringsinstelling of aangewezen aangemelde onafhankelijke instelling kan geschieden indien: a. in geval van een beoordeling, keuring of herkeuring van drukapparatuur en samenstellen als bedoeld in artikel 1, onderdelen e en j, van het besluit, de aanvragende instelling of dienst voldoet aan de eisen vastgelegd in het Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de certificerings- en keuringsinstellingen voor Drukapparatuur, documentcode: WDA&T-DA, opgenomen in bijlage 2 bij de regeling; b. in geval van een beoordeling, keuring of herkeuring van druksystemen als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van het besluit, de aanvragende instelling of dienst voldoet aan de eisen zoals neergelegd in het Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de certificerings- en keuringsinstellingen voor Drukapparatuur, documentcode: WDA&T-DA, opgenomen in bijlage 2 bij de regeling. 2 In geval van een aanwijzing als aangewezen keuringsinstelling voldoet de aanvragende instelling of dienst tevens aan de vastgelegd in het Werkveldspecifiek certificatieschema voor de beoordeling van systemen t.b.v. de productie en het gebruik van drukapparatuur: document SPB-DA 2012, versie 01, opgenomen in bijlage 3 bij de regeling. Artikel 15a Inspectieafdeling van de gebruiker 1 De inspectieafdeling van de gebruiker beschikt over een overeenkomst met een aangewezen keuringsinstelling voor de beoordeling van het gecertificeerde kwaliteitsmanagementsysteem en de uitoefening van het toezicht door deze instelling, bedoeld in het vierde en vijfde lid, van artikel 22e van het besluit. 2 De inspectieafdeling van de gebruiker beschikt over voldoende vaste personeelsleden, met voldoende vakbekwaamheid voor het uitoefenen van haar taken. Artikel 16 Drukapparatuur voor wetenschappelijk onderzoek 1 In afwijking van de artikelen 11, 12 en 12a van het besluit is voor de beoordeling van overeenstemming van drukapparatuur als bedoeld in artikel 7 van het besluit en samenstellen en druksystemen als bedoeld in artikel 8 van het besluit die uitsluitend zijn bestemd voor wetenschappelijk onderzoek, module A, genoemd in bijlage III bij de richtlijn, en ten aanzien van apparatuur ingedeeld in categorie III of IV volgens bijlage II bij de richtlijn tevens module B1, genoemd in bijlage III bij de richtlijn, van overeenkomstige toepassing. Voor het in module B1 vermelde begrip `EG-ontwerponderzoek' wordt gelezen: ontwerponderzoek, en voor `verklaring van EG-ontwerponderzoek ` wordt gelezen: verklaring van ontwerponderzoek. 2 Ten aanzien van de apparatuur, bedoeld in het eerste lid, wordt door degene die verantwoordelijk is voor de vervaardiging hiervan, een verklaring van overeenstemming opgesteld. Op deze verklaring is bijlage VII bij de richtlijn van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt verwezen naar het eerste lid. 3 Artikel 11, zesde lid, van het besluit is van toepassing. 4 Op de apparatuur, bedoeld in het eerste lid, wordt de CE-markering, bedoeld in artikel 16 van het besluit, niet aangebracht. 5 Een aangewezen keuringsinstelling of aangewezen aangemelde keuringsinstelling als bedoeld in artikel 20 van het besluit is, indien hiervoor aangewezen, belast met de beoordeling van overeenstemming, bedoeld in het eerste lid. 6 In afwijking van artikel 2, eerste lid, wordt drukapparatuur voor wetenschappelijk onderzoek niet onderworpen aan een keuring voor ingebruikneming. 7 In afwijking van artikel 3, eerste lid, wordt drukapparatuur voor wetenschappelijk onderzoek niet onderworpen aan een herkeuring indien het gebruik plaatsvindt onder deskundig toezicht en van dat gebruik aantekening wordt gehouden. 8 De gebruiker houdt aantekening van wijzigingen en reparaties aan drukapparatuur voor wetenschappelijk onderzoek en bij wijzigingen aan deze drukapparatuur, ingedeeld in categorie III of IV volgens bijlage II bij de richtlijn, wordt door een aangewezen keuringsinstelling het ontwerp daarvan beoordeeld en een aanvulling op de verklaring van ontwerponderzoek afgegeven. Artikel 17 Overgangsrecht Vervallen Artikel 18 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling drukapparatuur. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. ’s-Gravenhage 23 november 1999 De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F.Hoogervorst Bijlage 1 behorend bij de artikelen 2 en 3 van de Warenwetregeling drukapparatuur Werkveldspecifiek certificatieschema voor de beoordeling van drukapparatuur (producten) Document: SPB-DA: 2012, versie 01 Onder beheer van: CCvD-DASecretariaat CCvD-DA Vrieseweg 145 3311 NV Dordrecht INHOUDSOPGAVE DEEL I 1. INLEIDING 1.1. Toelichting 1.2. Nieuwbouwfase 1.3. Ingebruiknemingsfase 1.4. Gebruiksfase 2. DEFINITIES 3. SPECIFIEKE KENMERKEN VAN HET WERKVELD 3.1. Beschrijving schema 3.2. Actieve partijen 3.3. Risicoanalyse en afbreukcriteria 4. BEOORDELINGSREGELEMENT 4.1. Doelstelling 4.2. Beoordelingsprocedure 4.3. Procedures algemeen 4.4. Indelingsprocedures 4.5. Behandelingsprocedure module A1 4.6. Behandelingsprocedure module B 4.7. Behandelingsprocedure module B1 4.8. Behandelingsprocedure module C1 4.9. Behandelingsprocedure module F 4.10. Behandelingsprocedure module G 4.11. Behandelingsprocedure module H1 4.12. Behandelingsprocedure samenstellen 4.13. Behandelingsprocedure druksystemen 4.14. Behandelingsprocedure keuring voor ingebruikneming 4.15. Behandelingsprocedure herkeuring gebruiksfase 4.16. Behandelingsprocedure intredekeuring 4.17. Behandelingsprocedure beoordeling van wijzigingen 4.18. Behandelingsprocedure beoordeling van reparaties 4.19. Beslissing inzake de verklaring 4.20 Geldigheidsduur verklaring 4.21. Geldigheidscondities 4.22. Klachten over de CKI 4.23. Bezwaarprocedure 4.24. Normen en technische maatstaven 5. TOEZICHT 5.1 Inleiding 5.2 Toegang 5.3 De frequentie en wijze van uitvoering van het toezicht 5.4 Verslag van bevindingen 5.5 Maatregelen DEEL II: 6. ONDERWERP VAN VERKLARING 7. EISEN 8. TOETSMETHODIEK 9. DE VERKLARINGEN Bijlage 1: Overzicht – minimum inhoud ‘certificate of conformity’ Bijlage 2: Overzicht – minimum inhoud ‘(EG-)verklaring van type-/ontwerponderzoek’ Bijlage 3: Toetsingslijst – ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur – nieuwbouw – gebruiksfase’ Bijlage 4: Overzicht – minimum inhoud (inspectie) rapportages Bijlage 5: Inhoudsopgave technische documentatie – nieuwbouw Bijlage 6: Toetsingslijst ‘Inhoudsopgave technische documentatie – gebruiksfase’ Bijlage 7: Toetsingslijst – ‘ontwerpbeoordeling’ – nieuwbouw – gebruiksfase Bijlage 8: (Voorlopige) Verklaring van ingebruikneming Bijlage 9: Verklaring van herkeuring Bijlage 10: Verklaring van intredekeuring en ingebruikneming Bijlage 11: Nadere uitwerking taakverdeling bij herkeuring DEEL I: Deel 1 van dit certificatieschema bevat algemene uitgangspunten en bepalingen voor certificatie door CKI’s en voorwaarden waar onder de afgifte van certificaten dient te gebeuren. Beschreven wordt achtereenvolgens: • het werkveld waarop dit certificatieschema betrekking heeft

(1); • definities
(2); • een beschrijving van de specifieke kenmerken van het werkveld waaronder een risicoanalyse
(3); • het certificatiereglement
(4); • bepalingen met betrekking tot toezicht
(5). 1 INLEIDING 1.1 TOELICHTING Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor producten is door Stichting CCvD-DA opgesteld. Het betreft de inspectie van drukapparatuur op het gebied van het ontwerp, de fabricage, de samenbouw, de eindcontrole en het gebruik van drukapparatuur. Door de Minister van SZW is het schema op vastgesteld. De te keuren producten betreffen apparatuur met een overdruk van meer dan 0,5 bar. Dit schema betreft de nieuwbouw van drukapparatuur alsmede de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur. Voor nieuwbouw van drukapparatuur zijn diverse mogelijkheden vastgesteld ter borging van de veiligheid van de drukapparatuur. In para zijn deelgebieden te onderkennen, welke in paragrafen 1.3 en 1.4 zijn beschreven. In dit document zijn de eisen vastgelegd waaraan de beoordeling van drukapparatuur door CKI’s moeten voldoen. 1.2 NIEUWBOUWFASE Bij nieuwbouw van drukapparatuur, samenstellen en druksystemen van de risicocategorie II, II en IV moeten modules van bijlage III van de Richtlijn en artikel 11, 12 en 12a van het Warenwetbesluit drukapparatuur worden toegepast. In onderstaande tabel zijn de modules voor de borging van de veiligheid alsmede de gehanteerde aanduiding voor deze modules gegeven. Omschrijving module Aanduiding module Interne fabricagecontrole met toezicht op de eindcontrole A1 EG-typeonderzoek B EG-ontwerponderzoek B1 Overeenstemming met het type C1 Productkeuring F EG-eenheidskeuring G Het onderdeel controle van het ontwerp en bijzonder toezicht op de eindcontrole H1 Naast de modules inzake de overeenstemmingsbeoordelingen gelden voor samenstellen artikel 10 lid 2 van de PED en voor druksystemen artikel 12a van het Warenwetbesluit drukapparatuur. Tevens wordt in het kort het doel en toepassingsgebied van de modules beschreven. Module A1: Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een gedefinieerd toezicht en een of meerdere controle(
  1. s)van een monster, of de eindcontrole door de fabrikant van drukapparatuur voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn (PED bijlage I, punt 3.2). Module B: Het doel van deze module is het vaststellen door middel van een onderzoek of een voor de productie representatief exemplaar (= ‘type’) van drukapparatuur voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn. En het afgeven van een verklaring van EG-typeonderzoek door de CKI. Module B1: Het doel van deze module is het vaststellen door middel van een onderzoek of het ontwerp van een drukapparaat voldoet aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur. En het afgeven van een verklaring van EG-ontwerponderzoek door de CKI. Module C1: Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een gedefinieerd toezicht en een of meerdere controle(
  2. s)van een monster, of de eindcontrole door de fabrikant van drukapparatuur (d.w.z. is in overeenstemming met een verklaring van EG-typeonderzoek) voldoet aan het type en de desbetreffende eisen van de Richtlijn (PED bijlage I, punt 3.2.) Module F: Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een productkeuring (‘product verification’) of de fabricage van drukapparatuur (in overeenstemming met een verklaring van EG-typeonderzoek of EG-ontwerponderzoek) voldoet aan het type of het ontwerp en de desbetreffende eisen van de Richtlijn. En het afgeven van een EG-verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’) door een CKI over de verrichte proeven (= beoordelings-, onderzoek of beproevingsactiviteiten). Module G: Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een EG-eenheidskeuring (‘EC-unit verification’), of het ontwerp en de fabricage van drukapparatuur voldoet aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur. En het afgeven van een verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’) door een CKI over de verrichte proeven (= beoordelings- onderzoek of beproevingsactiviteiten). Module H1: Het doel van het betreffende deel van deze module is vaststellen of het ontwerp en bij-behorende documentatie voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn, bijlage III, module H1, punt. 1 en het toezicht houden op het blijvend voldoen door de fabrikant aan de verplichtingen voortvloeiend uit dat kwaliteitseissysteem. Drukapparatuur: Het doel van de beoordeling is het vaststellen of ‘drukapparatuur’ voldoet aan de PED bijlage I en het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van type-/ontwerponderzoek’ voor drukapparatuur en het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van overeenstemming ten aanzien van de verrichte proeven’ voor drukapparatuur. Samenstellen: Het doel van de beoordeling is het vaststellen of ‘samenstellen’ voldoen aan de Richtlijn, en het door de CKI afgeven van een ‘Verklaring van Overeenstemming t.a.v. de verrichte proeven’. Druksystemen: Het doel van de beoordeling is het vaststellen of een ‘druksysteem’ voldoet aan de Richtlijn, en het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van ontwerponderzoek’ voor een druksysteem en het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van overeenstemming ten aanzien van de verrichte proeven’ voor een druksysteem. 1.3 INGEBRUIKNEMINGSFASE Het doel van de beoordeling is het vaststellen of de drukapparatuur na installatie, of na installatie op een nieuwe plaats van opstelling of na een wijziging voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. En het door de CKI afgeven van een ‘(voorlopige) verklaring van ingebruikneming’ voor de drukapparatuur. Doordat er meerdere drukapparaten op één Verklaring van ingebruikneming vermeld mogen worden, kan deze Verklaring betrekking hebben op een samenstel of een druksysteem, dat als zodanig aangeduid is in de nieuwbouwfase. 1.4 GEBRUIKSFASE Voor de gebruiksfase zijn de volgende keuringen en/of beoordelingen te onderscheiden: Herkeuring met vaste termijnen Het doel van de beoordeling is het vaststellen of de drukapparatuur nog voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van herkeuring’, met bijbehorend rapport van herkeuring voor de drukapparatuur. Beoordelen van termijnverlenging Het doel van de beoordeling is of een termijnverlenging verantwoord is en vaststellen of de drukapparatuur nog voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van herkeuring’, met bijbehorend rapport van herkeuring voor de drukapparatuur. Beoordelen van termijnflexibilisering Het doel van de beoordeling is of een termijnflexibilisering verantwoord is en vaststellen of de drukapparatuur nog voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van herkeuring’, met bijbehorend rapport van herkeuring voor de drukapparatuur. Intredekeuring Het doel van de beoordeling is het vaststellen of de drukapparatuur voldoet aan het veiligheidsniveau als bedoeld in het Besluit ten aanzien van het beoogde gebruiksdoel. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van intredekeuring en ingebruikneming’ voor de drukapparatuur met bijbehorend aantekeningblad. Beoordelen van wijzigingen Het doel van de beoordeling is het vaststellen of in geval van wijziging van een drukapparaat in de gebruiksfase het ontwerp en/of de fabricage van de wijziging voldoet aan de desbetreffende eisen van het Besluit en de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste norm(
  3. en)of ontwerp- / constructieregels. Toepassing van andere normen of codes dient gemotiveerd te worden onderbouwd. En het door de CKI opstellen en afgeven aan de gebruiker van de rapportage betreffende de wijziging. En het door de CKI vermelden van de wijziging in het aantekenblad, met waar van toepassing een verwijzing naar de onderliggende rapportage en indien van toepassing het afgeven van een Verklaring van Ingebruikneming. Beoordelen van reparaties Het doel van de beoordeling is het vaststellen of de reparatie van een drukapparaat in de gebruiksfase voldoet aan de desbetreffende eisen (zie toelichting op art. 14a eerste lid) van het Besluit en de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste norm(
  4. en)of ontwerp- / constructieregels. Toepassing van andere normen of codes dient gemotiveerd te worden onderbouwd. En het door de CKI opstellen en afgeven aan de gebruiker van rapportage betreffende de reparatie. En het door de CKI vermelden van de reparatie in het aantekenblad, met waar van toepassing een verwijzing naar onderliggende rapportage. 2 DEFINITIES Begrip of afkorting : Betekenis Aanvrager van een verklaring : De rechtspersoon die bij de CKI een aanvraag doet voor het afgeven van een ‘’ verklaring’. Aanmelding : Aanmelding bij de EC van een CKI bij of krachtens wettelijk voorschrift door de minister van SZW. Aantekenbladen : Document die samen met de Verklaring van Ingebruikneming wordt afgegeven waarop gedurende de gebruiksfase aantekeningen inzake reparaties, wijzigingen of keuringswerkzaamheden worden ingevuld. Aanwijzing : Aanwijzing van een CKI bij of krachtens wettelijk voorschrift door de minister van SZW. AAKI : Aangemelde Aangewezen Keuringinstelling is een door de overheid aangewezen en bij de EC aangemelde CKI met toezichthoudende taken bij het ontwerp, de fabricage, en de eindcontrole van drukapparatuur. AKI : Aangewezen Keuringinstelling is een door de overheid aangewezen CKI met toezichthoudende taken bij de samenbouw, de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur. AKVG : Aangemelde Aangewezen Keuringsdienst van de Gebruiker Instelling is een door de overheid aangewezen en bij de EC aangemelde CKI met toezichthoudende taken bij het ontwerp, de fabricage, en de eindcontrole van drukapparatuur ten behoeve van de eigen organisatie. Besluit : Warenwetbesluit drukapparatuur Centraal College van Deskundigen Drukapparatuur (CCvD-DA) : Het college, onderdeel van en gefaciliteerd door de Stichting CCvD-DA, dat belanghebbende partijen in een bepaalde sector of branche de mogelijkheid biedt tot deelname bij het opstellen en onderhouden van werkveldspecifieke documenten op zodanige wijze dat sprake is van een evenwichtige en representatieve vertegenwoordiging van deze partijen. Certificerings en Keurings-instelling (CKI) : Kalibratie- of conformiteitsbeoordelingsinstellingen zoals certificatie-instellingen, keuringsdiensten van gebruikers, laboratoria, inspectie-instellingen en testinstituten. Conform het Warenwetbesluit Drukapparatuur worden de volgende CKI’s onderscheiden: AAKI; AKI; AKVG; KVG; erkende onafhankelijke instelling. EG-Verklaring van overeenstemming (VvO) : De EG-verklaring van typeonderzoek of EG-verklaring van overeenstemming als bedoeld in de Richtlijn drukapparatuur dan wel een verklaring van typeonderzoek of verklaring van overeenstemming als bedoeld in het Warenwetbesluit drukapparatuur. EER-landen : Landen die behoren bij de Europese Economische Ruimte Inspectie : Een inspectie is een controle van de documenten en de fysieke conditie van een apparaat, teneinde te kunnen beoordelen of voldaan wordt aan de van toepassing zijnde normen. IVG : Inspectiedienst van de Gebruiker KVG : Aangewezen Keuringsdienst van de Gebruiker is een door de overheid aangewezen CKI met toezichthoudende taken bij de samenbouw, de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur ten behoeve van de eigen organisatie. Keuring : Keuring is een in het werkveld drukapparatuur niet gangbare term. In plaats daarvan wordt veelal de term inspectie gebruikt. Verder zie inspectie. KvI : Keuring voor Ingebruikneming LMB : Las Methode Beschrijving LMK : Las Methode Kwalificatie NEN-EN-ISO 9001:2008 : Kwaliteitsmanagementsystemen – Eisen PED : Pressure Equipment Directive (97/23/EG) PRD’s Praktijkregels voor Drukapparatuur. Deze praktijkregels worden opgesteld door de Technische Commissie van Drukapparatuur van NEN en uitgegeven door de SDU-uitgevers. Regeling : Warenwetregeling drukapparatuur Richtlijn : Richtlijn drukapparatuur, PED (97/23/EG) RvA : Raad voor Accreditatie SBP-DA : Schema voor Beoordeling Producten (drukapparatuur) Stichting CCvD-DA : Stichting die de schema’s voor drukapparatuur beheert en het CCvD-DA faciliteert. SZW : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Verklaring van ingebruikneming (VvI) : Een door de CKI aan de gebruiker van drukapparatuur afgegeven verklaring dat de apparatuur in gebruik kan worden genomen. Verklaring van herkeuring (VvH) : Een door de CKI aan de gebruiker van drukapparatuur afgegeven verklaring dat de apparatuur op basis van de uitgevoerde herkeuring weer in gebruik kan worden genomen. 3 SPECIFIEKE KENMERKEN VAN HET WERKVELD Om het maatschappelijke belang – veiligheid van het product – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte beoordelingregeling voor de borging van de veiligheid van drukapparatuur. 3.1 BESCHRIJVING SCHEMA Het schema voor de beoordeling van producten (drukapparatuur) is door de Stichting CCvD-DA voorgesteld en door het ministerie van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld. Op- en of aanmerkingen over dit document kunnen worden ingediend bij het CCvD-DA. Correspondentieadres van het CCvD-DA is te vinden in het handelsregister van de Kamer van Koophandel in Rotterdam onder het nummer: 24386674. 3.2 ACTIEVE PARTIJEN Binnen het kader van dit schema voor beoordeling van Producten (drukapparatuur) zijn bij de opstelling betrokken geweest: • CKI’s; • Stichting CCvD-DA 3.3 RISICOANALYSE EN AFBREUKCRITERIA Drukapparatuur wordt onder overdruk bedreven. Dit houdt het risico in dat onder bepaalde omstandigheden de in de apparatuur aanwezige stoffen kunnen vrijkomen. Afhankelijk van de brandbaarheid, fysische explosiviteit en giftigheid brengt dit risico’s voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers en omwonenden en risico’s voor het milieu met zich mee. Om deze risico’s te beheersen is waarborging van de integriteit van de apparatuur van groot belang. Hiertoe worden eisen gesteld aan het ontwerp, de fabricage, de samenbouw, de eindcontrole, de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur. Deze eisen welke gesteld worden aan fabrikanten en gebruikers van drukapparatuur betreffen, de gehanteerde methoden en kwaliteitssystemen, de benodigde deskundigheid en het toezicht door een CKI. Uit een door het ministerie van SZW uitgevoerde risicoanalyse blijkt dat de apparatuur met het grootste risico voornamelijk bij grote bedrijven in gebruik is. Deze risicoanalyse geeft echter ook aan dat bij deze bedrijven veel deskundigheid aanwezig is in veelal goed gestructureerde inspectieafdelingen met een goede kwaliteitsborging. Dit maakt het mogelijk om bij die bedrijven, ondanks het relatief hoge risico, maatwerk bij de periodieke herbeoordelingen (verlenging van termijnen of flexibilisering van termijnen) toe te passen. Dit uiteraard mits toetsbaar aan voorgeschreven deskundigheidseisen en organisatorische eisen wordt voldaan. Apparatuur welke in gebruik is bij veel relatief kleine bedrijven heeft veelal een lager risico. Echter, bij deze bedrijven is ook het deskundigheidsniveau veel lager. Daarom zal voor de bij deze bedrijven in gebruik zijnde apparatuur uitgegaan moeten worden van voorgeschreven vaste herbeoordelingstermijnen. 4 BEOORDELINGSREGELEMENT 4.1 DOELSTELLING Dit reglement omschrijft de procedures die relevant zijn voor het juist toepassen van het schema. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer procedure van aanvraag, de condities met betrekking tot de certificatie, de afgifte van verklaringen, procedures bij het uitvoeren van keuringen, klachtenafhandeling en het indienen van bezwaarschriften. 4.2 BEOORDELINGSPROCEDURE De aanvrager dient bij een CKI,een aanvraag in tot het uitvoeren van een beoordeling. Vervolgens verstrekt de CKI informatie over de gang van zaken bij de afhandeling van de aanvraag. 4.3 PROCEDURES ALGEMEEN In het kader van het proces van het beoordelen van drukapparatuur komen verschillende procedures aan bod. De CKI dient: – aangewezen te zijn door de minister van SZW voor het uitvoeren van de betreffende keuringen; – een samenwerkingsovereenkomst te hebben gesloten met Stichting CCvD-DA. Daarnaast is de CKI verplicht: – de aanvrager schriftelijk te informeren over de regels, voor¬waar¬den en procedures die verband houden met het afgeven, intrekken, etc. van het certificaat of de verklaring. In dit hoofdstuk zijn deze procedures voor het beoordelen opgenomen door het CCvD-DA. 4.4 INDELINGSPROCEDURES De volgende procedures waarover een CKI dient te beschikken, zijn gebaseerd op de laatst geldende versie van het Warenwetbesluit drukapparatuur en de Warenwetregeling drukapparatuur. De indelingsprocedure is in principe geschikt voor toepassing op twee manieren, t.w.: * ter verificatie of een -door de aanvrager- gewenste behandelingsprocedure voldoet aan de desbetreffende eisen volgens het Besluit; * in overleg met de aanvrager vaststellen van de juiste behandelingsprocedure(
  5. s)in het geval dat geen gespecificeerde behandelingsprocedure(
  6. s)is(zijn) vermeld in de aanvraag. De indelingsprocedure dient op een toetsbare wijze te resulteren in de vaststelling van de respectievelijke behandelingsgrondslag c.q. procedure(s). 4.4.1 Nieuwbouw De CKI dient te beschikken over een procedure voor het vaststellen van de juiste indeling resp. overeenstemmingsbeoordelingsprocedure(
  7. s)c.q. module(
  8. s)voor de aangeboden drukapparatuur. De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling en de passende overeenstemmingsbeoordelingsprocedure(
  9. s)voor de desbetreffende drukapparatuur dienen op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.: * de vaststelling of de aangeboden drukapparatuur c.q. de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling onder het toepassingsgebied van de Richtlijn valt (PED art. 1) * de vaststelling van de indeling van de stof c.q. groep (PED art. 9) * de vaststelling van de indeling van de desbetreffende drukapparatuur, ergo de tabel en de categorie (PED art. 3 en bijlage II). * de vaststelling van de (combinatie van) module(
  10. s)(PED art. 10 en bijlage II). Het eindresultaat van de afwikkeling van deze indelingsprocedure is de vaststelling van de vereiste basisinformatie voor de definitie van de behandelingsgrondslag c.q. procedure(
  11. s)voor de uitvoering van de overeenstemmingsbeoordeling. 4.4.2 Samenbouw van een druksysteem dan wel samenstel De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure voor het vaststellen van de juiste indeling resp. overeenstemmingsbeoordelingsprocedure(
  12. s)c.q. module(
  13. s)voor een aangeboden druksysteem. De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling en de passende overeenstemmingsbeoordelingsprocedure(
  14. s)voor de samenbouw van een druksysteem dient op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.: * de vaststelling van de categorie van de desbetreffende drukapparatuur en/of samenstellen; * PS en TS (rekening houdend met de waarde hiervan in installatieverband); V of DN; * de vaststelling van de categorie van het druksysteem; * de vaststelling van de module voor de beoordeling van de integratie van de ver schillende onderdelen van het druksysteem (PED art. 10, lid 2b); * de vaststelling van de module voor de beveiliging van het druksysteem tegen overschrijding van de toelaatbare grenzen (PED art. 10, lid 2c). 4.4.3 Keuring vóór ingebruikneming De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure voor het vaststellen van de juiste indeling voor de aangeboden drukapparatuur. De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling voor de desbetreffende drukapparatuur dienen op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.: * PS en TS (rekening houdend met de waarde hiervan in installatieverband); V of DN; * de vaststelling van de stof en zijn kenmerk; * de vaststelling van de indeling van de desbetreffende drukapparatuur, op basis van artikel 2 van de regeling; * de vaststelling of een keuring vóór ingebruikneming voor de drukapparatuur is vereist. De indelingsprocedure is ook van toepassing op drukapparatuur na montage op een nieuwe plaats van opstelling (besluit art. 12b, lid 2 en art. 39a, lid 1) en kan ook van toepassing zijn na een wijziging. 4.4.4 Herkeuring gebruiksfase De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure voor het vaststellen van de juiste indeling voor de aangeboden drukapparatuur. De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling voor de desbetreffende drukapparatuur dienen op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.: * PS en TS (rekening houdend met de waarde hiervan in installatieverband); V of DN; * de vaststelling van de stof en zijn kenmerk; * de vaststelling van de indeling van de desbetreffende drukapparatuur, op basis van artikel 3 van de regeling; * de vaststelling of een herkeuring voor drukapparatuur is vereist. De indelingsprocedure kan ook worden toegepast op in gebruik zijnde apparatuur die volgens het oude herkeuringsregime aan een herkeuring zouden moeten worden onderworpen (besluit art. 39b, lid 1). De indelingsprocedure is niet van toepassing op in gebruik zijnde apparatuur waarvoor volgens het oude herkeuringsregime geen herkeuring is vereist (besluit art. 39b, lid 2) tenzij bij regeling nadere regels zijn gesteld. Voor zover van toepassing dient een CKI tevens over een procedure te beschikken voor het uitoefenen van het toezicht op de inspectieafdeling van de gebruiker, die de herkeuringen uitvoert van de in artikel 3, eerste lid, van de regeling aangeduide drukapparatuur, alsmede de onderzoeken in het kader van termijnverlenging en termijnflexibilisering. 4.4.5 Intredekeuring De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure voor het vaststellen of de aangeboden drukapparatuur in aanmerking komt voor een intredekeuring (besluit art. 12d). Door middel van deze procedure dienen de volgende punten te worden vastgesteld: • de drukapparatuur is vervaardigd voor 29 mei 2002; • de drukapparatuur is vervaardigd volgens wettelijke voorschriften van één der EER-landen, niet zijnde Nederland; • de drukapparatuur behoort tot de groep apparatuur bedoeld in art. 12c, eerste lid van het besluit. 4.4.6 Beoordeling van wijzigingen De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure om vast te stellen of een beoordeling van een voorgenomen wijziging aan drukapparatuur in de gebruiksfase door de CKI vereist is. Daartoe dient de procedure te leiden tot het vaststellen van de juiste indeling voor de aangeboden drukapparatuur ten aanzien van de meldingsplicht (besluit art. 14a). De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling voor de desbetreffende drukapparatuur dienen op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.: * PS en TS (rekening houdend met de waarde hiervan in installatieverband); V of DN; * de vaststelling van stof en zijn kenmerk; * de vaststelling van de indeling van de desbetreffende apparatuur op basis van artikel 3 van de regeling; * de vaststelling of een EG-verklaring van overeenstemming of verklaring van overeenstemming nog geldig is (hierbij rekening te houden met het overgangsrecht, artikel 39 a van het Warenwetbesluit Drukapparatuur); * de vaststelling of een keuring vóór ingebruikneming was vereist of vereist wordt na realisatie van de wijziging. 4.4.7 Beoordeling van reparaties De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure om vast te stellen of een beoordeling van een voorgenomen reparatie aan drukapparatuur in de gebruiksfase door de CKI vereist is. Daartoe dient de procedure te leiden tot het vaststellen van de juiste indeling voor de aangeboden drukapparatuur ten aanzien van de meldingsplicht. (besluit art. 14a). De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling voor de desbetreffende drukapparatuur dienen op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.: * PS en TS (rekening houdend met de waarde hiervan in installatieverband); V of DN; * de vaststelling van stof en zijn kenmerk; * de vaststelling van de indeling van de desbetreffende apparatuur op basis van artikel 3 van de regeling; * de vaststelling of een EG-verklaring van overeenstemming of verklaring van overeenstemming nog geldig (hierbij rekening te houden met het overgangsrecht, artikel 39 a van het Warenwetbesluit Drukapparatuur); 4.5 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE A1 De uitvoering van het toezicht op de eindcontrole door een CKI omvat de volgende activiteiten. In hoofdstuk 5 wordt het toezicht nader uitgewerkt. 4.5.1 Benodigde basisinformatie De CKI dient voor de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole te beschikken over de onderstaande basisinformatie. De benodigde basisinformatie is: * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling; * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole; * het beoogde productieschema (m.n. planning, productiefrequentie en partij-grootte); * de gedocumenteerde methode van eindcontrole van de fabrikant. 4.5.2 Identificatienummer De CKI draagt zorg voor het aanbrengen van het -aan haar toegekende- identificatienummer op ieder afzonderlijk drukapparaat. 4.5.3 Afwijkingen en passende maatregelen Een CKI neemt passende maatregelen indien, in het kader van de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole, een of meerdere drukapparaten niet in overeenstemming zijn met de desbetreffende eisen van de Richtlijn. De aard en omvang van de passende maatregelen zijn afhankelijk van de ernst en het karakter van de geconstateerde afwijkingen. Eventuele passende maatregelen zijn o.a.: * het intrekken van de toestemming tot het aanbrengen van het identificatienummer. * het aansporen van de fabrikant tot: * het in het quarantaine plaatsen van de desbetreffende drukapparatuur. * het uitvoeren van corrigerende bewerkingen/handelingen. * het uit de handel nemen van de desbetreffende drukapparatuur. * het uitvoeren van een oorzaakanalyse (incidenteel/structureel) en het formuleren en implementeren van maatregelen ter verbetering. * het wijzigen van het monsternameplan (o.a. de intensiteit, ref.: ISO 2859 deel 1). * een kennisgeving aan de bevoegde autoriteit, t.w. de lidstaat van aanwijzing (voor Nederland: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). 4.5.4 Rapportage en archivering De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van het toezicht op de eindcontrole worden door de CKI vastgelegd in rapportages. De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie-)rapportages’ (bijlage 4). De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, het productieschema, het monsternameplan, de (inspectie-)rapportages en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar). 4.6 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE B De uitvoering van een typeonderzoek door een CKI omvat de volgende activiteiten. 4.6.1 Benodigde basisinformatie De CKI dient voor de uitvoering van het typeonderzoek te beschikken over de onderstaande basisinformatie: * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling; * een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag is ingediend bij een an-dere CKI; * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van het typeonderzoek. 4.6.2 Beschikbaarheid representatief exemplaar De CKI dient voor de uitvoering van het typeonderzoek de beschikking te hebben over een voor de productie representatief exemplaar (= ‘type’) van de desbetreffende drukapparatuur. Opmerking De CKI richt een schriftelijk verzoek, met opgave van de redenen, indien meerdere representatieve exemplaren voor de uitvoering van het typeonderzoek benodigd zijn. 4.6.3 Controle technische documentatie De technische documentatie dient, voor zover dat voor de beoordeling van het type nodig is, inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking resp. te voorzien in de passende informatie voor de beoordeling van de overeenstemming van het type met de desbetreffende eisen van de Richtlijn. De CKI controleert de technische documentatie op volledigheid aan de hand van het desbetreffende overzicht ‘inhoudsopgave technische documentatie’ (bijlage 5). 4.6.4 Controle variant(
  15. en)De CKI dient in het geval het onderzoek van een type verscheidene varianten van drukapparatuur omvat te controleren of de verschillen tussen de varianten geen invloed hebben op het veiligheidsniveau van de drukapparatuur. De variant(
  16. en)die in overeenstemming zijn met de onderstaande voorwaarden voldoet (voldoen) aan de eis ‘geen invloed hebben’ op het veiligheidniveau: * alle varianten zijn ingedeeld in dezelfde categorie; * alle varianten worden behandeld volgens dezelfde overeenstemmingsbeoordelingsprocedure; * voor alle varianten is dezelfde ontwerpberekening van toepassing; * voor alle varianten worden dezelfde materialensoorten en/of uitvoeringsvormen van permanente verbindingen toegepast. 4.6.5 Beoordeling van het ontwerp De CKI bestudeert de technische documentatie van het type en identificeert de afzonderlijke onderdelen voor het uitvoeren van een beoordeling van het ontwerp. Voor de vaststelling van de aard en omvang van de beoordeling van het ontwerp van het type en/of de onderdelen worden twee verschillende uitgangspunten onderscheiden, t.w.: * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn zijn toegepast. * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn zijn niet toegepast. 4.6.6 Toepassing geharmoniseerde normen De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn zijn toegepast: * een controle of de juiste geharmoniseerde normen, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast. * een controle van het ontwerp van het type op basis van de toepassing van de geharmoniseerde normen, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7). 4.6.7 Geen toepassing geharmoniseerde normen De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde nor-men volgens artikel 5 van de Richtlijn niet zijn toegepast: * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven van de fabrikant voldoen aan de essentiële eisen van de Richtlijn. * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast. * een controle van het ontwerp van het type op basis van de toegepaste normen of technische maatstaven van de fabrikant, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7). 4.6.8 Controle personeel uitvoering permanente verbindingen De CKI controleert de gebruikte materialen op het voldoen aan een van de onderstaande voorwaarden: * een materiaal overeenkomstig de geharmoniseerde normen. * een materiaal overeenkomstig een Europese materiaalgoedkeuring voor drukapparatuur. De CKI verricht een aparte materiaalbeoordeling in het geval de gebruikte materialen niet voldoen aan een van deze voorwaarden. De CKI verricht een controle van het (
  17. de)keuringsdocument(en), afgegeven door de fabrikant van het materiaal, op basis van de desbetreffende eisen van de Richtlijn (PED bijlage I, punt 4.3) met betrekking tot: * de geschiktheid van het kwaliteitssysteem van de fabrikant van het materiaal. * het soort keuringsdocument. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een aparte materiaalbeoordeling resp. voor de vaststelling van het soort keuringsdocument zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.6.9 Beoordeling uitvoeringsmethoden permanente verbindingen De CKI controleert de uitvoeringmethode(
  18. n)voor de toegepaste permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn i.c. bijlage 1/punt 3.1.2 met betrekking tot een van de volgende voorwaarden: * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI. * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de Richtlijn. De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de desbetreffende uitvoeringsmethode(
  19. n)voor permanente verbindingen in het geval de uitvoeringsmethode(
  20. n)voor permanente verbindingen niet voldoen aan een van deze voorwaarden. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de uitvoeringsmethode(
  21. n)voor permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.6.10 Controle personeel uitvoering permanente verbindingen De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn i.c. bijlage 1/punt 3.1.2 met betrekking tot een van de volgende voorwaarden: * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI. * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de Richtlijn. De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen in het geval de kwalificatie(
  22. s)van het desbetreffende personeel niet voldoen aan een van deze voorwaarden. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.6.11 Controle personeel uitvoering niet destructieve proeven De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van niet destructieve proeven op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn i.c. bijlage 1/punt 3.1.3 met betrekking tot de volgende voorwaarde: * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de Richtlijn. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van niet destructieve proeven zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.6.12 Vooronderzoek fabricage en eindcontrole van het type De CKI verricht voor de aanvang van de controle van de fabricage van het type de onderstaande activiteiten: * het vaststellen resp. vastleggen van de noodzakelijke beoordelingen, onderzoeken en beproevingen (zie 4.6.11). 4.6.13 Uitvoering eindcontrole van het type De CKI verricht de vastgelegde onderzoeken en proeven Een detaillering van de essentiële toetsingselementen in het kader van de uitvoering van de controle van de fabricage van het type is vastgelegd in de toetsingslijst ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur’ (bijlage 3). 4.6.14 Verklaring van EG-typeonderzoek De CKI stelt een schriftelijke verklaring van EG-typeonderzoek op. Deze verklaring is 10 jaar geldig en de optie tot het aanvragen resp. verwerven van een vernieuwing. De verklaring van EG-typeonderzoek bevat ten minste de informatie conform het over-zicht ‘minimum inhoud EG-verklaring van EG-type cq EG-verklaring van ontwerponderzoek’ (bijlage 2). 4.6.15 Wijzigingen van goedgekeurd type De CKI dient voor de beoordeling van een wijziging aan een goedgekeurd type te beschikken over de onderstaande basisinformatie: * een aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde type. * de oorspronkelijke technische documentatie resp. oorspronkelijke verklaring van EG-typeonderzoek. De CKI verricht een passende overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde type gericht op de wijzigingen en de invloed van de geïdentificeerde wijzigingen op de overeenstemming met de essentiële veiligheidseisen resp. de voorgeschreven gebruiksomstandigheden. De CKI stelt voor een aanvullende goedkeuring een schriftelijke aanvulling op de oorspronkelijke verklaring van EG-typeonderzoek op. De aanvulling op de verklaring van EG-typeonderzoek bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud EG-verklaring van EG-type cq EG-verklaring van ontwerponderzoek’ (bijlage 2). 4.6.16 Weigering of intrekken verklaring van EG-typeonderzoek De CKI dient een werkwijze te hebben gericht op de behandeling van het weigeren of intrekken van een verklaring van EG-typeonderzoek. Deze werkwijze dient te voorzien in een (schriftelijke) opgave aan de fabrikant (aanvrager) van de gedetailleerde redenen voor een weigering of intrekking van een verklaring van EG-typeonderzoek. 4.6.17 Rapportage en archivering De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van een EG-typeonderzoek worden door de CKI vastgelegd in rapportages. De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie)rapportages’ (bijlage 4) De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van EG-typeonderzoek en aanvullingen, weigeringen, intrekkingen, de (inspectie) rapportages en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar). 4.6.18 Informatieverplichting De CKI dient een werkwijze te hebben gericht op het voldoen aan de onderstaande actieve/passieve informatieverplichtingen, t.w.: * het in kennis stellen van de lidstaten van de van belang zijnde informatie over de door haar ingetrokken verklaring(
  23. en)van EG-typeonderzoek. * het -op verzoek- in kennis stellen van de lidstaten van de van belang zijnde informatie over de door haar afgegeven verklaring(
  24. en)van EG-typeonderzoek. * het in kennis stellen van de andere aangemelde CKI’s van de van belang zijnde informatie over de door haar geweigerde of ingetrokken verklaring(
  25. en)van EG-typeonderzoek. * het -op verzoek- verstrekken van alle nuttige informatie aan de andere aangemelde CKI’s over de door haar afgegeven of ingetrokken verklaring(
  26. en)van EG-typeonderzoek en aanvullingen. 4.7 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE B1 De uitvoering van een ontwerponderzoek door een CKI omvat de volgende activiteiten. 4.7.1 Benodigde basisinformatie De CKI dient voor de uitvoering van het ontwerponderzoek te beschikken over de onderstaande basisinformatie: * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling; * een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag is ingediend bij een andere CKI; * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van het ontwerponderzoek. 4.7.2 Controle technische documentatie De technische documentatie dient, voor zover dat voor de beoordeling van het ontwerp van het drukapparaat nodig is, inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking resp. te voorzien in de passende informatie voor de beoordeling van de overeenstemming van het ontwerp van het drukapparaat met de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur. De CKI controleert de technische documentatie op volledigheid aan de hand van het desbetreffende overzicht ‘inhoudsopgave technische documentatie’ (bijlage 5). 4.7.3 Controle variant(
  27. en)De CKI dient in het geval het onderzoek van een ontwerp van een drukapparaat verscheidene varianten van drukapparatuur omvat te controleren of de verschillen tussen de varianten geen invloed hebben op het veiligheidsniveau van de drukapparatuur. De variant(
  28. en)die in overeenstemming zijn met de onderstaande voorwaarden voldoet (voldoen) aan de eis ‘geen invloed hebben’ op het veiligheidniveau: * alle varianten zijn ingedeeld in dezelfde categorie; * alle varianten worden behandeld volgens dezelfde overeenstemmingsbeoordelingsprocedure; * voor alle varianten is dezelfde ontwerpberekening van toepassing; * voor alle varianten worden dezelfde materialensoorten en/of uitvoeringsvormen van permanente verbindingen toegepast. 4.7.4 Beoordeling van het ontwerp De CKI bestudeert de technische documentatie van het ontwerp van het drukapparaat en identificeert de afzonderlijke onderdelen voor het uitvoeren van een beoordeling van het ontwerp. Voor de vaststelling van de aard en omvang van de beoordeling van het ontwerp van het type en/of de onderdelen worden twee verschillende uitgangspunten onderscheiden, t.w.: * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn toegepast; * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn niet toegepast. 4.7.5 Beoordeling gebruikte materialen De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn toegepast: * een controle of de juiste geharmoniseerde normen, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast. * een controle van het ontwerp van het drukapparaat op basis van de toepassing van de geharmoniseerde normen, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7). 4.7.6 Geen toepassing geharmoniseerde normen De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur niet zijn toegepast: * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven van de fabrikant voldoen aan de essentiële eisen van de richtlijn drukapparatuur. * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast. * een controle van het ontwerp van het drukapparaat op basis van de toegepaste nor men of technische maatstaven van de fabrikant, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7). 4.7.7 Beoordeling gebruikte materialen De CKI controleert de gebruikte materialen op het voldoen aan een van de onderstaande voorwaarden: * een materiaal overeenkomstig de geharmoniseerde normen. * een materiaal overeenkomstig een Europese materiaalgoedkeuring voor drukapparatuur. De CKI verricht een aparte materiaalbeoordeling in het geval de gebruikte materialen niet voldoen aan een van deze voorwaarden. De CKI verricht een controle van het (
  29. de)keuringsdocument(en), afgegeven door de fabrikant van het materiaal, op basis van de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur (PED bijlage I, punt 4.3) met betrekking tot: * de geschiktheid van het kwaliteitssysteem van de fabrikant van het materiaal. * het soort keuringsdocument. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een aparte materiaalbeoordeling resp. voor de vaststelling van het soort keuringsdocument zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.7.8 Beoordeling uitvoeringsmethoden permanente verbindingen De CKI controleert de uitvoeringmethode(
  30. n)voor de toegepaste permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1/punt 3.1.2 met betrekking tot een van de volgende voorwaarden: * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI. * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur. De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de desbetreffende uitvoeringsmethode(
  31. n)voor permanente verbindingen in het geval de uitvoeringsmethode(
  32. n)voor permanente verbindingen niet voldoen aan een van deze voorwaarden. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de uitvoeringsmethode(
  33. n)voor permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.7.9 Controle personeel uitvoering permanente verbindingen De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur (PED bijlage I, punt 3.1.2) met betrekking tot een van de volgende voorwaarden: * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI; * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur. De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen in het geval de kwalificatie(
  34. s)van het desbetreffende personeel niet voldoen aan een van deze voorwaarden. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.7.10 Controle personeel uitvoering niet destructieve proeven De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van niet destructieve proeven op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur (PED bijlage I, punt 3.1.3) met betrekking tot de volgende voorwaarde: * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van niet destructieve proeven zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.7.11 Verklaring van EG-ontwerponderzoek De CKI stelt een schriftelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek op. De verklaring van EG-ontwerponderzoek bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud verklaring van EG-type-/ontwerponderzoek’ (bijlage 2). 4.7.12 Wijzigingen van goedgekeurd ontwerp De CKI dient voor de beoordeling van een wijziging aan een goedgekeurd ontwerp te beschikken over de onderstaande basisinformatie: * een aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde ontwerp. * de oorspronkelijke technische documentatie resp. oorspronkelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek. De CKI verricht een passende overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde ontwerp gericht op de wijzigingen en de invloed van de geïdentificeerde wijzigingen op de overeenstemming met de essentiële veiligheidseisen resp. de voorgeschreven gebruiksomstandigheden. De CKI stelt voor een aanvullende goedkeuring een schriftelijke aanvulling op de oorspronkelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek op. De aanvulling op de verklaring van EG-ontwerponderzoek bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud verklaring van EG-type- of ontwerponderzoek’ (bijlage 2). 4.7.13 Weigering of intrekken verklaring van EG-ontwerponderzoek De CKI dient een werkwijze te hebben gericht op de behandeling van het weigeren of intrekken van een verklaring van EG-ontwerponderzoek. Deze werkwijze dient te voorzien in een (schriftelijke) opgave aan de fabrikant (aanvrager) van de gedetailleerde redenen voor een weigering of intrekking van een verklaring van EG-ontwerponderzoek. 4.7.14 Conditionele verklaring op verklaring van EG-ontwerponderzoek De CKI dient ingeval van de uitvoering van een onvolledig ontwerponderzoek op grond van een faseverschil tussen de realisatie van het ontwerp en de aanvang van de fabricage van de drukapparatuur in overleg te treden met de fabrikant (aanvrager). Na schriftelijk overleg en instemming van de fabrikant (aanvrager) is de CKI bevoegd tot het afgeven een verklaring van EG-ontwerponderzoek met een nadrukkelijke vermelding van een conditionele verklaring, inzake beperkingen van en voorwaarden voor de toepassing van de onderhavige verklaring van EG-ontwerponderzoek. Een tekstvoorstel voor deze conditionele verklaring luidt: Deze ‘verklaring van EG-ontwerponderzoek’ is onvolledig. De goedkeuring van de uitvoeringsmethoden voor permanente verbindingen en de controle van het personeel voor de uitvoering van de permanente verbindingen resp. de niet destructieve proeven is nog niet uitgevoerd. Deze ‘verklaring van EG-ontwerponderzoek’ is niet eerder volledig dan na een aantoonbare uitvoering van de desbetreffende beoordelingen door een CKI met een positief resultaat. 4.7.15 Rapportage en archivering De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van een EG-ontwerponderzoek worden door de CKI vastgelegd in rapportages. De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie)rapportages’ (bijlage 4). * De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van EG-ontwerponderzoek en aanvullingen, weigeringen, intrekkingen, de (inspectie) rapportages en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar). 4.7.16 Informatieverplichting De CKI dient een werkwijze te hebben gericht op het voldoen aan de onderstaande actieve/passieve informatieverplichtingen, te weten: * het in kennis stellen van de lidstaten van de van belang zijnde informatie over de door haar ingetrokken verklaring(
  35. en)van EG-ontwerponderzoek. * het – op verzoek – in kennis stellen van de lidstaten van de van belang zijnde informatie over de door haar afgegeven verklaring(
  36. en)van EG-ontwerponderzoek. * het in kennis stellen van de andere aangemelde CKI’s van de van belang zijnde informatie over de door haar geweigerde of ingetrokken verklaring(
  37. en)van EG-ontwerponderzoek. * het – op verzoek – verstrekken van alle nuttige informatie aan de andere aangemelde CKI’s over de door haar afgegeven of ingetrokken verklaring(
  38. en)van EG-ontwerponderzoek en aanvullingen. 4.8 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE C1 De uitvoering van het toezicht op de eindcontrole door een CKI omvat de volgende activiteiten. In hoofdstuk 5 wordt het toezicht nader uitgewerkt. 4.8.1 Benodigde basisinformatie De CKI dient voor de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole te beschikken over de onderstaande basisinformatie. De benodigde basisinformatie is: * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling; * de verklaring van EG-typeonderzoek; * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole; * het beoogde productieschema (m.n. planning, productiefrequentie en partijgrootte); * de gedocumenteerde methode van eindcontrole van de fabrikant. 4.8.2 Beoordeling verklaring EG-typeonderzoek De CKI beoordeelt of de verklaring van EG-typeonderzoek geldig is voor de onderhavige drukapparatuur. In het kader van deze beoordeling zal de CKI met name controleren: • de revisiestatus van de technische documentatie inzake het ontwerp en het fabricageprocedé van de onderhavige drukapparatuur versus de geldende revisiestatus conform de bijbehorende verklaring van EG-typeonderzoek en eventuele aanvullingen. 4.8.3 Identificatienummer De CKI draagt zorg voor het aanbrengen van het -aan haar toegekende- identificatienummer op ieder afzonderlijk drukapparaat. 4.8.4 Afwijkingen en passende maatregelen Een CKI neemt passende maatregelen indien, in het kader van de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole, een of meerdere drukapparaten niet in overeenstemming zijn met de desbetreffende eisen van de Richtlijn. De aard en omvang van de passende maatregelen zijn afhankelijk van de ernst en het karakter van de geconstateerde afwijkingen. Eventuele passende maatregelen zijn o.a.: * het intrekken van de toestemming tot het aanbrengen van het identificatienummer; * het aansporen van de fabrikant tot: * het in het quarantaine plaatsen van de desbetreffende drukapparatuur; * het uitvoeren van corrigerende bewerkingen/handelingen; * het uit de handel nemen van de desbetreffende drukapparatuur; * het uitvoeren van een oorzaakanalyse (incidenteel/structureel) en het formuleren en implementeren van maatregelen ter verbetering; * het wijzigen van het monsternameplan (o.a. de intensiteit, ref.: ISO 2859 deel 1); * een kennisgeving aan de bevoegde autoriteit, t.w. de lidstaat van aanwijzing (voor Nederland: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). 4.8.5 Rapportage en archivering De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van het toezicht op de eindcontrole worden door de CKI vastgelegd in rapportages. De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie-)rapportages’ (= bijlage 4). • De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van EG-typeonderzoek, het productieschema, het monsternameplan, de (inspectie-) rapportages en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar). 4.9 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE F De uitvoering van een productkeuring door een CKI omvat de volgende activiteiten. 4.9.1 Benodigde basisinformatie De CKI dient voor de uitvoering van de productkeuring te beschikken over de onderstaande basisinformatie: * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling; * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van de productkeuring; * de verklaring van EG-typeonderzoek of EG-ontwerponderzoek; * het beoogde productieschema. 4.9.2 Vooronderzoek fabricage en eindcontrole De CKI dient voor de aanvang van de fabricage van de desbetreffende drukapparatuur met de fabrikant in overleg te treden met betrekking tot de onderstaande elementen: * de beoordeling van de geldigheid van de verklaring van EG-type of -ontwerponderzoek voor de desbetreffende drukapparatuur, t.w.: een controle van de revisiestatus van de desbetreffende technische documentatie inzake het ontwerp en het fabricageprocedé versus de revisiestatus conform de verklaring van EG-type of -ontwerponderzoek en eventuele aanvullingen. * de beheersing c.q. borging van het fabricageproces van de desbetreffende drukapparatuur op de vereiste overeenstemming met het type of ontwerp conform de verklaring van EG-type- of -ontwerponderzoek. * de beheersing van de relevante registraties om het voldoen aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn aan te tonen. * het vaststellen resp. vastleggen van de aard en omvang van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten door de CKI. * de kennisgeving aan de fabrikant van de resultaten van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten door de CKI. Opmerking: De gevestigde methoden voor de beheersing van het onderhavige vooronderzoek fabricage en eindcontrole zijn: * het overleg tussen de CKI en de fabrikant door middel van een ‘pré inspection meeting’ (PIM). * het vastleggen van de beoordelings- onderzoek en beproevingsactiviteiten door of namens de fabrikant en de CKI door middel van een productie-/inspectie- / testplan. 4.9.3 Uitvoering keuring door onderzoek en beproeving De CKI verricht de vastgelegde proeven door het afleggen van een of meerdere bezoeken aan de fabricage, inspectie, beproeving- of opslagruimten van de fabrikant conform de vastgelegde aard en omvang van de beoordelings-, onderzoek of beproevingsactiviteiten voor ieder afzonderlijk drukapparaat. De CKI verricht de onderstaande activiteiten in het kader van een productkeuring van ieder afzonderlijk drukapparaat: * de controle of het personeel, dat belast is met de permanente verbinding van de onderdelen gekwalificeerd of goedgekeurd is door een vakkundige derde partij conform de Richtlijn, bijlage I, punt 3.1.2. * de controle of het personeel, dat belast is met het niet destructief onderzoek gekwalificeerd of goedgekeurd is door een vakkundige derde partij conform de Richtlijn, bijlage I, punt 3.1.2. * de controle van het keuringsrapport/-document van het gebruikte materiaal voor de belangrijkste onder druk staande delen van de drukapparatuur overeenkomstig de Richtlijn, bijlage I, punt 4.3. * het verrichten of laten verrichten van de eindcontrole aan ieder afzonderlijk drukapparaat conform de Richtlijn, bijlage I, punt 3.2, te weten: * eindinspectie en bijbehorende technische documentatie; * beproeving; * onderzoek van de veiligheidsvoorzieningen in geval van samenstellen. Een detaillering van de essentiële toetsingselementen in het kader van de uitvoering van de keuring door onderzoek en beproeving van ieder afzonderlijk drukapparaat is vastgelegd in de toetsingslijst ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur’ (bijlage 3). 4.9.4 Identificatienummer De CKI draagt zorg voor het aanbrengen van het – aan haar toegekende – identificatienummer op ieder afzonderlijk drukapparaat. 4.9.5 Verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’) De CKI stelt een schriftelijke verklaring van overeenstemming op ten aanzien van de verrichte beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten. De verklaring van overeenstemming bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud certificate of conformity’ (bijlage 1). 4.9.6 Rapportage en archivering De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van een productkeuring worden door de CKI vastgelegd in rapportages. De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie)rapportages’ (bijlage 4). De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van overeenstemming (‘declaration of conformity’), de verklaring van EG-type- of -ontwerponderzoek, het productieschema, de (inspectie) rapportages, de verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’) en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar). 4.10 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE G De uitvoering van een eenheidskeuring door een CKI omvat de volgende activiteiten. 4.10.1 Benodigde basisinformatie De CKI dient voor de uitvoering van een eenheidskeuring te beschikken over de on-derstaande basisinformatie: * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling; * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van het ontwerponderzoek; * een productieschema (planning); 4.10.2 Controle technische documentatie De technische documentatie dient, voor zover dat voor de beoordeling van het ontwerp van het drukapparaat nodig is, inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking resp. te voorzien in de passende informatie voor de beoordeling van de overeenstemming van het ontwerp van het drukapparaat met de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur. De CKI controleert de technische documentatie op volledigheid aan de hand van het desbetreffende overzicht ‘inhoudsopgave technische documentatie’ (bijlage 5). 4.10.3 Beoordeling van het ontwerp De CKI bestudeert de technische documentatie van het ontwerp van het drukapparaat en identificeert de afzonderlijke onderdelen voor het uitvoeren van een beoordeling van het ontwerp. Voor de vaststelling van de aard en omvang van de beoordeling van het ontwerp van het type en/of de onderdelen worden twee verschillende uitgangspunten onderscheiden, t.w.: * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn toegepast. * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn niet toegepast. 4.10.3.1 Toepassing geharmoniseerde normen De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn zijn toegepast: * een controle of de juiste geharmoniseerde normen, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast. * een controle van het ontwerp van het drukapparaat op basis van de toepassing van de geharmoniseerde normen, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7). 4.10.3.2 Geen toepassing geharmoniseerde normen De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn niet zijn toegepast: * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven van de fabrikant voldoen aan de essentiële eisen van de richtlijn drukapparatuur. * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast. * een controle van het ontwerp van het drukapparaat op basis van de toegepaste normen of technische maatstaven van de fabrikant, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7). 4.10.4 Beoordeling gebruikte materialen De CKI controleert de gebruikte materialen op het voldoen aan een van de onderstaande voorwaarden: * een materiaal overeenkomstig de geharmoniseerde normen. * een materiaal overeenkomstig een Europese materiaalgoedkeuring voor drukapparatuur. De CKI verricht een aparte materiaalbeoordeling in het geval de gebruikte materialen niet voldoen aan een van deze voorwaarden. De CKI verricht een controle van het (
  39. de)keuringsdocument(en), afgegeven door de fabrikant van het materiaal, op basis van de desbetreffende eisen van de Richtlijn, bijlage I, punt 4.3 met betrekking tot: * de geschiktheid van het kwaliteitssysteem van de fabrikant van het materiaal. * het soort keuringsdocument. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een aparte materiaalbeoordeling resp. voor de vaststelling van het soort keuringsdocument zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.10.5 Beoordeling uitvoeringsmethoden permanente verbindingen De CKI controleert de uitvoeringmethode(
  40. n)voor de toegepaste permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1/punt 3.1.2 met betrekking tot een van de volgende voorwaarden: * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI. * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de Richtlijn. De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de desbetreffende uitvoeringsmethode(
  41. n)voor permanente verbindingen in het geval de uitvoeringsmethode(
  42. n)voor permanente verbindingen niet voldoen aan een van deze voorwaarden. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de uitvoeringsmethode(
  43. n)voor permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.10.6 Controle personeel uitvoering permanente verbindingen De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1/punt 3.1.2 met betrekking tot een van de volgende voorwaarden: * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI. * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur. De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen in het geval de kwalificatie(
  44. s)van het desbetreffende personeel niet voldoen aan een van deze voorwaarden. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.10.7 Controle personeel uitvoering niet destructieve proeven De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van niet destructieve proeven op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1/punt 3.1.3 met betrekking tot de volgende voorwaarde: * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur. Opmerking De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van niet destructieve proeven zijn vastgelegd in paragraaf 4.24. 4.10.8 Vooronderzoek fabricage en eindcontrole De CKI dient voor de aanvang van de fabricage van de desbetreffende drukapparatuur met de fabrikant in overleg te treden met betrekking tot de onderstaande elementen: * de (deel)resultaten van de overeenstemmingsbeoordeling conform punt 4.10.1 t/m 4.10.7. * de beheersing van de relevante registraties om het voldoen aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn aan te tonen. * het vaststellen resp. vastleggen van de aard en omvang van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten door de CKI. * de kennisgeving aan de fabrikant van de resultaten van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten door de CKI. Opmerking: De gevestigde methoden voor de beheersing van het onderhavige vooronderzoek fabricage en eindcontrole zijn: * het overleg tussen de CKI en de fabrikant door middel van een ‘pré-inspection meeting’. * het vastleggen van de beoordelings- onderzoek en beproevingsactiviteiten door of namens de fabrikant en de CKI door middel van een productie-/inspectie-/ testplan. 4.10.9 Uitvoering keuring door onderzoek en beproeving De CKI verricht de vastgelegde proeven door het afleggen van een of meerdere bezoeken aan de fabricage, inspectie, beproeving- of opslagruimten van de fabrikant conform de vastgelegde aard en omvang van de beoordelings-, onderzoek of beproevingsactiviteiten voor ieder afzonderlijk drukapparaat. De CKI verricht de onderstaande activiteiten in het kader van een keuring door onderzoek en beproeving van ieder afzonderlijk drukapparaat: * het verrichten of laten verrichten van de eindcontrole aan ieder afzonderlijk drukapparaat conform de Richtlijn, bijlage I, punt 3.2, te weten: * eindinspectie en bijbehorende technische documentatie; * beproeving; * onderzoek van de veiligheidsvoorzieningen in geval van samenstellen. Een detaillering van de essentiële toetsingselementen in het kader van de uitvoering van de keuring door onderzoek en beproeving van ieder afzonderlijk drukapparaat is vastgelegd in de toetsingslijst ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur’ (bijlage 3). 4.10.10 Identificatienummer De CKI draagt zorg voor het aanbrengen van het – aan haar toegekende – identificatienummer op ieder afzonderlijk drukapparaat. 4.10.11 Verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’) De CKI stelt een schriftelijke verklaring van overeenstemming op ten aanzien van de verrichte beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten. De verklaring van overeenstemming bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud certificate of conformity’ (bijlage 1). 4.10.12 Rapportage en archivering De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van een EG-eenheidskeuring worden door de CKI vastgelegd in rapportages. De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum in-houd (inspectie)rapportages’ (bijlage 4). De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van overeenstemming (‘declaration of conformity’), het productieschema, de (inspectie) rapportages, de verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’), en de overige re-levante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar). 4.11 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE H1 Procedure voor de controle van het ontwerp. De procedures voor het beoordelen van het kwaliteitssysteem bevinden zich in het schema voor het beoordelen van systemen. 4.11.1 Benodigde basisinformatie De CKI dient voor de uitvoering van de controle van het ontwerp te beschikken over de onderstaande door de fabrikant beschikbaar gestelde basisinformatie: * de aanvraag * de technische informatie 4.11.2 Controle aanvraag en technische informatie op volledigheid 4.11.2.1 Aanvraag * Bevat de aanvraag een eenduidige relatie met het onder deze module beoordeelde kwaliteitssysteem ? * Bevat de aanvraag de vereiste technische informatie ? 4.11.2.2 Technische informatie Op basis van de technische informatie moet kunnen worden beoordeeld of de drukapparatuur in overeenstemming is met de betreffende eisen van de richtlijn. De technische informatie dient, voor zover dat voor de beoordeling nodig is, inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking van de drukapparatuur en dient het volgende te bevatten: * een algemene beschrijving van het ontwerp * ontwerp- en fabricagetekeningen alsmede schema's van de uitrustingsdelen * beschrijving en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van genoemde tekeningen en schema's en van de werking van de vervoerbare drukapparatuur * een overzicht van de normen/codes die geheel of gedeeltelijk zijn toegepast * een beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen indien deze normen/codes niet zijn toegepast * het nodige bewijsmateriaal ter bevestiging van de geschiktheid van het ontwerp. Dit bewijsmateriaal moet de resultaten van eventuele proeven omvatten die door het daarvoor in aanmerking komende laboratorium van de fabrikant of voor diens rekening zijn uitgevoerd * de gemaakte ontwerp- en eventuele controleberekeningen, de verrichte onderzoeken enz. 4.11.2.3 Controle van het ontwerp De CKI onderzoekt de technische informatie over het ontwerp om de overeenstemming van het ontwerp met de desbetreffende eisen van de richtlijn vast te kunnen stellen. Dit onderzoek dient de volgende controle-elementen te omvatten. Bij de bepaling van de aard, omvang en diepgang van haar onderzoek kan de CKI gemotiveerd rekening houden met de resultaten van haar onderzoek van het kwaliteitssysteem van de fabrikant voor het ontwerpproces. Controle-elementen zijn conform de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (bijlage 7). 4.11.2.4 Verklaring van EG-ontwerponderzoek De CKI stelt een schriftelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek op. De verklaring van EG-ontwerponderzoek bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud verklaring van EG-type-/ontwerponderzoek’ (bijlage 2). 4.11.2.5 Wijzigingen van goedgekeurd ontwerp De CKI dient voor de beoordeling van een wijziging aan een goedgekeurd ontwerp te beschikken over de onderstaande basisinformatie: * een aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde ontwerp. * de oorspronkelijke technische documentatie resp. oorspronkelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek. De CKI verricht een passende overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde ontwerp gericht op de wijzigingen en de invloed van de geïdentificeerde wijzigingen op de overeenstemming met de essentiële veiligheidseisen resp. de voorgeschreven gebruiksomstandigheden. De CKI stelt voor een aanvullende goedkeuring een schriftelijke aanvulling op de oorspronkelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek op. De aanvulling op de verklaring van EG-ontwerponderzoek bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud verklaring van EG-type- of ontwerponderzoek’ (bijlage 2). 4.11.2.6 Weigering of intrekken verklaring van EG-ontwerponderzoek De CKI dient een werkwijze te hebben gericht op de behandeling van het weigeren of intrekken van een verklaring van EG-ontwerponderzoek. Deze werkwijze dient te voorzien in een (schriftelijke) opgave aan de fabrikant (aanvrager) van de gedetailleerde redenen voor een weigering of intrekking van een verklaring van EG-ontwerponderzoek. 4.11.2.7 Rapportage en archivering De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van een EG-ontwerponderzoek worden door de CKI vastgelegd in rapportages. De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie)rapportages’ (bijlage 4). • De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van EG-ontwerponderzoek en aanvullingen, weigeringen, intrekkingen, de (inspectie) rapportages en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar). 4.11.2.8 Informatieverplichting De CKI dient procedures te hanteren om te voldoen aan de informatieverplichtingen als vastgelegd in de Richtlijn, bijlage III, * t.a.v. het kwaliteitssysteem: Module H, punt 6, conform het schema voor beoordeling van systemen; * t.a.v. de controle van het ontwerp: Module H1, punt 1e. Opmerking: voor beoordeling kwaliteitssystemen zie het schema voor beoordeling systemen. 4.12 BEHANDELINGSPROCEDURE SAMENSTELLEN 4.12.1 Benodigde basisinformatie De CKI dient voor de beoordeling te beschikken over de onderstaande basisinformatie: * de volledige technische documentatie van samenstellen; * een inventarisatie van de onderscheidenlijke drukapparaten waaruit samenstellen bestaat; * de vaststelling of deze afzonderlijke apparaten aan een afzonderlijke procedure voor de beoordeling van overeenstemming onderworpen zijn geweest en zijn voorzien van een aparte CE markering met bijbehorende documentatie. 4.12.2 Uitvoering De uitvoering dient te omvatten: * De beoordeling van de integratie van de verschillende onderdelen: * de vaststelling van het onderdeel met de hoogste categorie, waarbij veiligheidsappendages niet in aanmerking worden genomen; * de beoordeling van de integratie van de verschillende onderdelen van samenstellen overeenkomstig de Richtlijn bijlage I art. 2.8 en 2.9, met in acht name van het onderdeel met de hoogste categorie; * De beoordeling van de beveiliging van samenstellen: * de vaststelling van het te beveiligen onderdeel met de hoogste categorie; * de beoordeling van de beveiliging van samenstellen tegen overschrijding van de toelaatbare grenzen overeenkomstig de Richtlijn bijlage I art. 2.10 en 3.2.3. 4.12.3 Registratie De resultaten van de beoordeling worden vastgelegd in een controle- en proefverslag als onderdeel van de eindrapportage ten behoeve van de te verstrekken ‘Verklaring van overeenstemming’ voor samenstellen. 4.13 BEHANDELINGSPROCEDURE DRUKSYSTEMEN Deze procedure vertoont grote overeenkomst met de procedures voor het beoordelen van samenstellen zoals omschreven in de paragrafen 4.4 – 4.12. Om deze reden wordt in de hierna volgende tekst enkele malen naar deze paragrafen verwezen. 4.13.1 Benodigde basisinformatie De CKI dient voor de beoordeling te beschikken over een schriftelijke aanvraag van de gebruiker. Deze aanvraag moet de onderstaande basisinformatie bevatten: * naam en adres van de gebruiker; * de volledige technische documentatie van het druksysteem; * een inventarisatie van de onderscheidenlijke drukapparaten waaruit het druksysteem bestaat; * de vaststelling of deze afzonderlijke apparaten aan een afzonderlijke procedure voor de beoordeling van overeenstemming onderworpen zijn geweest en zijn voorzien van een aparte CE markering met bijbehorende documentatie; * voor zover nog niet voorzien door de voorgaande punten: de benodigde basisinformatie zoals is vermeld in de paragrafen 4.5 t/m 4.11 voor de betrokken behandelingsprocedure. 4.13.2 Procedures De CKI dient voor de behandeling van een beoordeling van de samenbouw van een druksysteem (besluit art. 12a, lid 1) over een schriftelijke procedure te beschikken. Met betrekking tot de vereisten voor de respectievelijke procedures op basis van de vastgestelde behandelingsprocedure (module) voor de uitvoering van de overeenstemmingsbeoordeling wordt verwezen naar de paragrafen 4.5 t/m 4.11. In het bijzonder wordt met betrekking tot de procedure voor het door een CKI verstrekken van een ‘verklaring van type-/ontwerponderzoek’ voor een druksysteem verwezen naar paragraaf 4.6 (module B) / paragraaf 4.7 (module B1) Opmerking: De behandelingsprocedures voor samenstellen volgens de Richtlijn (zie paragraaf 4.12) en die van het nationale regime voor druksystemen zijn aan elkaar gelijk. Er is een verschil in de te verstrekken documenten (zie hoofdstuk 9) en het niet aanbrengen van de CE-markering. Voor de samenbouw van druksystemen is de gebruiker de fabrikant. 4.13.3 Uit te voeren onderzoek De uitvoering door de CKI dient te omvatten:
  45. a)de beoordeling van de integratie van de verschillende onderdelen van het druksysteem overeenkomstig de Richtlijn bijlage I, punt 2.3, 2.8 en 2.9 en de overige van toepassing zijnde eisen van deze bijlage;
  46. b)de beoordeling van de beveiliging van het druksysteem tegen overschrijding van de toelaatbare grenzen overeenkomstig de Richtlijn bijlage I, punt 2.10 en 3.2.3. 4.13.4 Rapportage en archivering – Rapportage De rapportage over de samenbouw van een druksysteem dient te geschieden zoals is vermeld in de paragrafen 4.4 – 4.12 voor de betrokken behandelingsprocedure voor samenstellen. Daarbij worden de resultaten van de afzonderlijke beoordelingactiviteiten in het kader van de betrokken behandelingsprocedure door de CKI vastgelegd in rapportages. De rapportages bevatten tenminste de informatie volgens het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie) rapportages’ (bijlage 4). Aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek zal een CKI al of niet een ‘verklaring van overeenstemming ten aanzien van de verrichte proeven’ afgeven. Een ‘verklaring van ontwerponderzoek’ voor een druksysteem van de gebruiker m.b.t. het samenbouwen van druksystemen worden afgegeven door CKI’s. De genoemde verklaringen onderscheiden zich van de verklaringen van een fabrikant, niet zijnde de gebruiker, door het weglaten van de letters ‘EG’. De aangewezen CKI kan ter identificering van zichzelf gebruik maken van zijn Europees identificatienummer als aangewezen aangemelde CKI. – Archivering De archivering dient te geschieden zoals is vermeld in de paragrafen 4.5 – 4.12 voor de betrokken behandelingsprocedure. Hierbij worden de volgende documenten door de CKI bewaard: – aanvraag – de desbetreffende documentatie – afschriften van de ‘verklaring van overeenstemming ten aanzien van de verrichte proeven’ – (alleen voor CKI’
  47. s)afschriften van de ‘verklaring van ontwerponderzoek’ – een weigering of intrekking – de (inspectie-)rapportages – de overige relevante documenten De bewaartermijn bedraagt minimaal 10 jaar. 4.13.5 Verklaring van overeenstemming van de verrichte proeven De door de CKI getekende ‘verklaring van overeenstemming van de verrichte proeven’ wordt met bijbehorende rapportage verstrekt aan de aanvrager. De verklaring moet tenminste de informatie volgens bijlage 1 bevatten. 4.13.6 Verklaring van ontwerponderzoek De door de CKI getekende ‘verklaring van ontwerponderzoek’ wordt met bijbehorende rapportage verstrekt aan de aanvrager. De verklaring moet tenminste de informatie volgens bijlage 2 bevatten. 4.14 BEHANDELINGSPROCEDURE KEURING VOOR INGEBRUIKNEMING 4.14.1 Benodigde basisinformatie De CKI dient voor de uitvoering van het onderzoek te beschikken over een schriftelijke aanvraag door of namens de gebruiker. Deze aanvraag moet de volgende basisinformatie bevatten: * naam en adres van de gebruiker; * plaats waar de drukapparatuur staat opgesteld; * de EG-verklaring van overeenstemming of de verklaring van overeenstemming; * de gebruiksaanwijzing, bedoeld in bijlage I, punt 3.4 van de Richtlijn; * documentatie van de apparatuur zoals die gold voor inwerkingtreding van het besluit; * aanvullende documentatie, indien nodig. 4.14.2 Procedures De CKI dient voor de behandeling van een aanvraag voor een keuring vóór ingebruikneming (besluit, art. 12b, lid 3) over een schriftelijke procedure te beschikken. De procedure keuring vóór ingebruikneming is aansluitend op de procedures van de paragrafen 4.4 – 4.13, met betrekking tot de vervaardiging van drukapparatuur en samenstellen en samenbouw van een druksysteem. 4.14.3 Uit te voeren onderzoek De CKI zal, voor zover van toepassing, het volgende onderzoek uitvoeren, waarbij rekening gehouden wordt met de beoordelingen van overeenstemming die ingevolge de artikelen 11, 12, 12a of 14a van het besluit in het kader van de vervaardiging van de bedoelde apparatuur reeds hebben plaatsgevonden (zie besluit art. 12b, lid 7):
  48. a)de verificatie van de drukapparatuur aan de hand van de gebruiksaanwijzing en markeringen;
  49. d)de controle van de opstelling van de drukapparatuur. 4.14.4 Rapportage en archivering – Rapportage De rapportages bevatten tenminste de informatie volgens het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie) rapportages’ (bijlage 4). Aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek zal de CKI een rapport opmaken en al of niet een ‘verklaring van ingebruikneming’ of een ‘voorlopige verklaring van ingebruikneming’ afgeven. – Archivering De aanvraag, een afschrift van de ‘verklaring van ingebruikneming’ of een ‘voorlopige verklaring van ingebruikneming’, een weigering, een intrekking, de (inspectie) rapportages en de overige relevante documenten worden door de CKI bewaard (bewaartijd is minimaal de toegekende herkeurtermijn + 4 jaar, met een minimum van 10 jaar). 4.14.5 Verklaring van ingebruikneming De door de CKI getekende 'verklaring van ingebruikneming' of ‘voorlopige verklaring van ingebruikneming’ wordt met het bijbehorende rapport verstrekt aan de aanvrager. De verklaringen moeten tenminste de informatie volgens bijlage 8 bevatten. 4.14.6 Aantekenbladen De CKI verstrekt aan de aanvrager aantekenbladen, waarop de bevindingen van verrichtingen aan de drukapparatuur gedurende gebruiksfase worden vermeld. Ieder aantekenblad moet ten behoeve van de identificeerbaarheid tenminste de volgende informatie bevatten: een referentiekenmerk van het drukapparaat, dat tevens genoemd wordt op de ‘verklaring van ingebruikneming’. Er dient een zodanig systeem van bladnummering gehanteerd te worden dat daaruit het bestaan van alle aantekenbladen af te leiden is. 4.15 BEHANDELINGSPROCEDURE HERKEURING GEBRUIKSFASE 4.15.1 Benodigde basisinformatie De CKI dient ten aanzien van de uitvoering van het onderzoek te beschikken over een schriftelijke aanvraag van de gebruiker. Deze aanvraag moet de volgende basisinformatie bevatten: * naam en adres van de gebruiker; * plaats waar de drukapparatuur staat opgesteld; * (indien van toepassing) de verklaring van ingebruikneming, met inbegrip van het aantekenblad *1); * de verklaring van herkeuring afgegeven na een voorgaande herkeuring, met inbegrip van het bijbehorende rapport; * de documentatie van de apparatuur zoals die gold voor inwerkingtreding van het besluit (1 augustus 2005); * aanvullende documentatie, indien nodig; * een herbeoordelingplan voor de vaste termijn*2). *1) Ingeval van drukapparatuur waarvoor conform het Besluit geen Verklaring van Ingebruikneming vereist is conform Regeling artikel 2, maar waarvoor wel een herkeurplicht geldt conform de Regeling art. 3, treedt de Verklaring van overeenstemming betreffende het samenstel of druksysteem hiervoor in de plaats. *2) Een reeds in een eerder stadium goedgekeurd herbeoordelingsplan attendeert de gebruiker over de noodzakelijke voorbereidingen voor de uitvoering van de herkeuring. 4.15.1.1 Aanvullende specifieke informatie voor overschrijding jaargrens In aanvulling op de basisinformatie: * een voorstel voor een concrete datum, in de eerste 6 maanden na overschrijding van de jaargrens, waarop de herkeuring zal worden uitgevoerd; * gegevens waaruit blijkt dat de integriteit van de drukapparatuur op basis van technische maatstaven, tot het moment van de herkeuring, is gewaarborgd. 4.15.1.2 Aanvullende specifieke informatie voor termijnverlenging In aanvulling op de basisinformatie: – gegevens waaruit blijkt dat de drukapparatuur, op basis van technische maatstaven, in aanmerking komt voor de verlenging; – gegevens waaruit blijkt dat de inspectieafdeling van de gebruiker gecertificeerd is voor de betreffende taak, zoals vastgelegd in PRD 2.4*); – de gewenste termijnverlenging; – een herbeoordelingsplan voor termijnverlenging; – gegevens over de gebruiksomstandigheden, voor zover die van belang kunnen zijn voor de degradatie tijdens de verlengde termijn; – gegevens over uitgevoerde wijzigingen en reparaties; – een verklaring van de gebruiker dat de gewenste verlenging verantwoord is; – voor een overzicht van de taakverdeling tussen de gebruiker; IVG; KVG; AKI zie bijlage 11.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.