← Nederland

Omgevingsvisie Heerlen 2050 - Een oude stad met een jong hart (Heerlen)

Kort samengevat

Deze wet, genaamd "Omgevingsvisie Heerlen 2050 - Een oude stad met een jong hart", is een visie op de fysieke leefomgeving van Heerlen die de koers uitzet voor de komende 25 jaar, tot 2050. Het doel is om Heerlen te ontwikkelen tot een stad waar inwoners gelukkiger, gezonder en veiliger zijn, met aandacht voor zowel de samenleving als de natuurlijke omgeving.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR748333 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0917/2024/Regeling0173e431e6fa4fd08ee3c7740d1cca6c /join/id/stop/work_019 2025-12-03 2025-12-03 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR748333/nld@2025-12-04 /join/id/proces/gm0917/2023/procedure1d60f74489a2445e9f5b6c509e2df7ec 2025-12-04 2025-12-04 /akn/nl/act/gm0917/2024/Regeling0173e431e6fa4fd08ee3c7740d1cca6c/nld@2025-11-27;14402744 /akn/nl/act/gm0917/2024/Regeling0173e431e6fa4fd08ee3c7740d1cca6c /akn/nl/act/gm0917/2024/Regeling0173e431e6fa4fd08ee3c7740d1cca6c/nld@2025-11-27;14402744 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie Heerlen 2050 - Een oude stad met een jong hart 1 Inleiding 1.1 Voorwoord Heerlen 2050: Pionier in balans en bloei Heerlen is een unieke stad, met een inspirerend Romeins, middeleeuws, en modern verleden, een veelbelovende toekomst, en veerkrachtige inwoners die soms dwars tegen de stroom in zichzelf en de stad vooruit stuwen. Dat is een bron van grote trots. En trots, zo gonst het van Heerlen-Noord tot Heerlen-Zuid, is de brandstof van onze inhaalrace. Gericht op onze leefomgeving schetst de voorliggende omgevingsvisie zowel de finish van die inhaalrace als de route ernaartoe. Als de mijnsluitingen onze stad 50 jaar geleden een diepe sociaal-ruimtelijke wond toe dienden, dan wordt de komende 25 jaar een periode van definitief herstel. Zichtbaar, voelbaar herstel. Met groenstructuren die het prachtige landschap dat Heerlen omringt de stad in dragen, zodat de weergaloze Brunssummerheide binnen handbereik voelt zodra je het Maankwartier uitloopt. Met gemengde buurten in balans, waarin iedereen, van starter tot senior, een thuis kan vinden. Met veilige wijken, omzoomd door biodivers groen en verbonden door fiets- en wandelroutes, die tezamen een coherent stedelijk mozaïek vormen. Met een mijnsteenberg en heuvels die boven de toegankelijke beekdalen uittorenen en uitzicht bieden op verduurzaamde mijnkoloniën, de tot natuur- en recreatiegebied herontwikkelde Sibelcogroeves als groen-blauwe poort van Heerlen-Noord, en op een spoorlijn die Eindhoven en Aken eindelijk met een intercity verbindt. Met een uniek cultureel profiel, waarin Romeinse resten en murals moeiteloos samengaan. Met een dynamische, circulaire economie ingebed in Parkstedelijke en (Eu)regionale samenhang, waarin niet alleen het bruisende onderwijscluster in het stadscentrum en de florerende bedrijventerreinen aan de stadsranden, maar ook MKB’ers een sleutelrol vervullen. En met een stevig, stimulerend sociaal vangnet dat álle Heerlenaren in staat stelt op een wezenlijke manier deel uit te maken van het verhaal van onze stad. De route naar deze toekomst is complex en bepaald niet zonder obstakels. De ingezette beweging van krimp naar groei en bloei vereist evenveel integraliteit als focus, evenzeer identiteitsbehoud als pioniersgeest. Het houden van deze precaire balans is misschien wel de kern van de Heerlense opgave de komende decennia. En hoewel er beslist tegenslagen zullen zijn, beschikken Heerlen en de Heerlenaren ruimschoots over de veerkracht die nodig is om deze opgave te doen slagen. Samen met bestaande en nieuwe partners, van regio tot Rijk, gaan we de komende decennia de enorme potentie van onze stad verzilveren. Want Heerlen is allang niet meer die stad zonder plan. Heerlen is een stad met een wil. Die wil is de kern van de overkoepelende visie die voor u ligt, en wijst de weg naar verwezenlijking in de komende 25 jaar. Casper Gelderblom Wethouder, portefeuillehouder omgevingsvisie Francine Houben Architect en stedenbouwkundige, verantwoordelijk voor het inspirerende handvest “Perspectief op Noord” 1.2 Uit liefde voor de stad en haar bewoners De omgevingsvisie is de visie op de (fysieke) leefomgeving van Heerlen. Het zijn immers de mensen die de stad maken. Mensen van jong tot oud, van alle achtergronden en kenmerken. De Heerlenaren met hun specifieke kracht en talenten, en natuurlijk ook met hun uitdagingen. De omgevingsvisie moet de randvoorwaarden bieden om talenten verder te ontwikkelen en uitdagingen aan te pakken. De Heerlenaar is gevormd door zijn omgeving en turbulente geschiedenis. Heerlen, met haar mooie beekdalen, is een stad die grenst aan het groene Heuvelland. Ontstaan als Romeinse nederzetting Coriovallum, die in de Middeleeuwen het Landsfort Herle werd en groot is geworden door de mijnbouw. De mijntijd heeft grote invloed gehad op onze stad en gemeenschap. De Heerlense samenleving was een smeltkroes van toegestroomde mijnwerkers, die van aanpakken wisten en goed samenwerkten. Die open houding is nog steeds kenmerkend. Door de snelle mijnbouwontwikkeling groeide ook de stad in sneltreinvaart, steeds met oog voor allerlei moderne vernieuwingen. Deze historie is nog altijd voelbaar en zichtbaar. De Heerlenaar ondervond echter ook nadelen van de mijnbouw. De gemiddelde gezondheid was duidelijk slechter dan in andere beroepen en de sluiting van de mijnen leidde tot massaontslag, waarbij het vanuit Den Haag beloofde vangnet van vervangende werkgelegenheid goeddeels ontbrak De klap was zo groot, dat de naweeën in delen van de stad nog steeds aanwezig zijn. Dat geldt voor de mens, maar ook voor de omgeving, zoals mijnschade aan woningen. Tegelijkertijd heeft zowel het DNA van de stad – Heerlen is open, vastberaden, creatief, eigenzinnig en veerkrachtig - als de ruimtelijke omgeving heel veel potentie. Die kracht willen we benutten. Daarvoor is herstel nodig, vanuit sociaal-ecologische opgaven, in de ruimtelijke omgeving. Met een nieuw, stevig en gezond investeringsklimaat als resultaat. We willen dat iedereen prettig in Heerlen kan leven, met alles wat daar bij hoort: jong, oud en alles ertussen in moet in Heerlen met plezier kunnen wonen, werken, ondernemen, ontspannen, leren, winkelen, recreëren, sporten, spelen, inspireren, ontmoeten en zich ontplooien. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld naar een fijn en betaalbaar huis, in een aangename en gezonde omgeving. Openbare ruimte die schoon, heel en veilig is, waar men elkaar kan ontmoeten. Gezonde, biodiverse flora en fauna in een robuuste groenstructuur waar het voor dieren en planten goed toeven is, waar ook mensen zonder de natuur te verstoren kunnen bewegen en ontspannen. Voldoende en kwalitatief goed onderwijs als basis om een goed bestaan te kunnen opbouwen. Werkgelegenheid in verschillende sectoren, zodat er voor iedereen een interessante baan te vinden is en onze economie weerbaar is. Een rijk cultuuraanbod als inspiratie en ontspanning. Voorzieningen voor het verenigingsleven, zoals buurthuizen en sportclubs. Een aantrekkelijk winkelaanbod en goede zorg, van ziekenhuis tot thuiszorg tot een volwaardig ziekenhuis – waar we voor zullen blijven knokken. Goede contacten met de buren van Heerlen, ook de naburige steden. Een omgeving die duurzaam is ingericht, zodat ook de volgende generatie Heerlenaren er fijn leeft. In de omgevingsvisie zetten we het welzijn van zowel samenleving als natuurlijke omgeving centraal. Uiteraard zijn er soms botsende belangen. We hebben nou eenmaal een bedrijvenpark en snelweg nodig voor de economie en om werkgelegenheid te bieden. Tegelijkertijd zijn ondernemers op zoek naar mogelijkheden om te verduurzamen. Dat is cruciaal om veilig te stellen dat de groei en bloei die Heerlen doormaakt de draagkracht van de natuur niet overschrijdt en de omgeving minder last heeft van bijvoorbeeld geluid of fijnstof. Mensen willen graag een baan hebben, maar ook gezonde lucht en een ongestoorde slaap. En zo zijn er heel veel voorbeelden. Het gaat erom de optimale balans te vinden en samen te werken bij het vinden van mogelijkheden en oplossingen. Het overkoepelende doel is dat iedere inwoner een goed leven kan hebben in onze stad in harmonie met haar of zijn sociale en ecologische omgeving: gelukkig, gezond, veilig en met voldoende mogelijkheden om zich te kunnen ontplooien. We willen in 2050 graag onze achterstanden hebben ingelopen, zodat we als stad goed scoren op allerlei ranglijsten: gezondheid en inkomen rond het landelijke gemiddelde. Zodat Heerlen weer duurzaam kan groeien, in kwaliteit, in welzijn en in (brede) welvaart. In de volgende hoofdstukken is beschreven wat de kracht van Heerlen is, welke uitdagingen onze stad heeft en wat ons verhaal is, onze visie op de toekomst. Daarbij komen tal van onderwerpen aan bod. Vaak hebben ze raakvlakken met elkaar, en moeten verschillende zaken in de toekomst verder worden uitgewerkt. Ook moet er ruimte zijn voor ontwikkelingen die we nu nog niet kunnen voorspellen. Als we 25 jaar terug kijken, waren veel huidige technologieën er nog helemaal niet. Als we 25 jaar vooruit kijken, zullen zaken als kunstmatige intelligentie onze wereld zeker hebben beïnvloed. Hoe, dat weten we nog niet. Wat we wel weten, is dat we met onze typisch Heerlense open blik onze uitdagingen enthousiast zullen aangaan. 1.3 Wat is een omgevingsvisie? De omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet. Deze wet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet regelt het beheer en de ontwikkeling van onze fysieke leefomgeving. Hiervoor golden allerlei losse wetten en regels, wat tot een onoverzichtelijk geheel leidde. Daarom zijn nu de regels voor onder andere wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water gebundeld in één wet. Dit maakt het mogelijk om regels meer in samenhang in te richten. De Omgevingswet stelt gemeenten en andere overheden bovendien in staat om meer lokaal maatwerk te leveren bij het inrichten van hun fysieke omgeving. Ze kunnen regels die voorheen nationaal golden, nu lokaal toepassen. Dit vraagt om een andere werk- en denkwijze van onze gemeente, maar ook van andere overheden, burgers en bedrijven. Integrale afweging van initiatieven en het geven van vertrouwen zijn sleutelbegrippen. Het doel en de meerwaarde van een initiatief in de fysieke leefomgeving moet centraal staan. Dus in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’ stellen we nu de vraag: ‘draagt het plan bij aan een goede inrichting van onze omgeving?’. De Omgevingswet bevat een aantal instrumenten waarmee overheden de doelen van de wet in de praktijk kunnen brengen. Deze instrumenten worden de ‘kerninstrumenten’ genoemd. Eén van de (verplichte) instrumenten voor gemeenten, die voortvloeit uit de Omgevingswet, is de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zetten we ‐ samen met onze inwoners, ondernemers, partners en gebruikers - de integrale koers uit op weg naar 2050, gericht op een fysieke leefomgeving waarin mensen gelukkiger, gezonder en veiliger zijn. De bestaande kwaliteiten en opgaven vormen daarbij het vertrekpunt. Tegelijkertijd willen wij met een heldere visie aangeven waar we met onze gemeente op de langere termijn naartoe willen. De omgevingsvisie vormt hiermee een ideaalbeeld van wat de gemeente in 2050 wil zijn, maar het is ook een realistisch verhaal, want het gaat in op de hoofdopgaven in de komende jaren. Figuur 1: Doorwerking beleidscyclus De manier van werken onder de Omgevingswet Bron: Memorie van Toelichting op de Omgevingswet, bewerkt door KuiperCompagnons De omgevingsvisie biedt bovendien een ‘flexibel raamwerk’ (met ‘spelregels’) voor nieuwe ontwikkelingen met heldere uitgangspunten voor alle partijen. Het is de toetssteen voor het gemeentelijk bestuur waarlangs plannen, projecten en initiatieven zullen worden gelegd. Tegelijkertijd is het een enthousiasmerende uitnodiging naar de samenleving. Kortom, het is een ‘integraal inspiratie- en afwegingskader’ en een opmaat voor de andere kerninstrumenten, zoals het omgevingsplan. Wij zien de omgevingsvisie als vliegwiel om de eerste stappen richting de toekomst te zetten en duidelijk te maken welke vervolgstappen nodig zijn. Het is dan ook belangrijk de omgevingsvisie te plaatsen in het geheel van de beleidscyclus. Zelfs wanneer de omgevingsvisie ‘af’ is, zal deze om de zoveel tijd geactualiseerd moeten worden. Als langjarige, coherente en realistische toekomstvisie moet de omgevingsvisie de herdefinitie, nieuwe identiteit en de toekomst van Heerlen ondersteunen. Nu de Heerlense lente heeft ingezet, moet de stad bij het maken van haar keuzes prioriteit geven aan visies en programma's die voor de langere termijn zijn en voor 'de gemeente als geheel' van bepalend voordeel (sociaal-economisch en anderszins) zijn, en als zodanig het incidentele ontstijgen. Het streven is een ontwikkeling in gang te zetten, die zoveel mogelijk de vigerende initiatieven en plannen dienstbaar maakt aan een universele toekomstvisie die daarmee versterkt wordt. Een dergelijke visie uitwerken is onze grootste opgave voor de komende jaren. Dit vergt interdisciplinair denken, verbinden en vindingrijkheid. 1.4 Hoe zijn we te werk gegaan? We zijn het maakproces van de omgevingsvisie begonnen door eerst goed te kijken wat de kernkwaliteiten van Heerlen zijn, wat er op de stad afkomt en wat er al aan (door de gemeenteraad vastgesteld) beleid ligt. Deze brede analyse is gedaan door een integraal projectteam, aangevuld vanuit de participatie met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners (zie hieronder). De kwaliteiten van Heerlen, die samen de ‘kracht van Heerlen’ vormen, zijn opgeschreven in hoofdstuk

  1. Op basis van gesprekken met het college en de directie hebben we de gewenste koers voor de lange termijn opgehaald. Vervolgens beschrijven we de opgaven en aandachtspunten voor de toekomst. Dit zijn lokale en autonome ontwikkelingen, maatschappelijke trends en andere aandachtspunten waarop we willen of moeten inspelen. Voor zover we die op dit moment kunnen voorzien. Voor veel van deze aandachtspunten hebben we al beleid en soms gaat het om zaken die doorlopend aandacht behoeven. Toch is het belangrijk alle aandachtspunten op een rijtje te zetten, zodat we deze integraal mee kunnen nemen bij het opstellen van de omgevingsvisie. Door de integrale benadering van de omgevingsvisie kunnen immers nieuwe kansen aan het licht komen. De opgaven voor de toekomst zijn op basis van gesprekken met bestuurders en medewerkers van de gemeente vertaald in een duidelijke visie voor Heerlen in
  2. Daarbij is het participatietraject een rijke bron van inspiratie geweest. Figuur 2: Planning omgevingsvisie Het inhoudelijke en participatieproces van de omgevingsvisie Bron: KuiperCompagnons Participatie van inwoners en andere belanghebbenden We hebben Heerlenaren, maatschappelijke organisaties en de regio- en ketenpartners bij de totstandkoming van de omgevingsvisie betrokken. Op tal van momenten en in diverse vormen konden zij meepraten en -denken over de kwaliteiten van Heerlen en de toekomstwensen. Het participatietraject rondom de omgevingsvisie is afgetrapt door de verschillende wijken in te trekken. Hier zijn verschillende interviews gehouden met mensen op straat over hun toekomstdromen voor Heerlen. Tijdens de stakeholdersbijeenkomst gingen de maatschappelijke organisaties en de regio- en ketenpartners vervolgens met elkaar het gesprek aan over belangrijke thema's voor de toekomst van Heerlen. De belangrijkste thema's zijn vervolgens per groep geformuleerd in een 'visiestatement’ waarin staat hoe Heerlen er in 2050 uitziet. Ook zijn er vier stadsdeelbijeenkomsten georganiseerd. Hier gingen bewoners met elkaar in gesprek over de vraag aan welke onderdelen van de leefomgeving de gemeente Heerlen de komende jaren moet werken. Bewoners konden aangeven wat er moet veranderen in hun buurt en in de stad als geheel. De centrale vraag van de gesprekken was, net als tijdens de stakeholdersbijeenkomst: “Wat zijn uw dromen voor Heerlen in de nabije en verre toekomst?” Bovendien konden mensen een digitale enquête invullen. Daar is goed gebruik van gemaakt. Bij elkaar hebben meer dan 2.600 inwoners, ondernemers en belanghebbenden die betrokken zijn bij hun stad, hebben meegewerkt aan het participatietraject door deze inbreng of door deel te nemen aan één van de bijeenkomsten. Aanvullend zijn interviews uitgevoerd met vertrokken, teruggekeerde en nieuwe Heerlenaren, nog meer jongeren, basisschoolkinderen, leden van het meeleespanel, leden van de ziel van Heerlen en met niet-Nederlanders. Het participatietraject heeft mooie inzichten en ideeën opgeleverd. Er zijn zes kernthema's geïdentificeerd die volgens inwoners, ondernemers en belanghebbenden van belang zijn voor de toekomst van Heerlen. Deze thema’s komen terug in hoofdstuk 5 waarin we beschrijven hoe we onze visie op Heerlen in 2050 gaan bereiken. De inbreng van de participatie is op de volgende pagina visueel samengevat. 1.5 Leeswijzer Deel I van de omgevingsvisie bevat de hoofdstukken 1 tot en met
  3. In hoofdstuk 2 leest u de kracht van Heerlen. Dit vertelt wie we als gemeente zijn en waar onze kernkwaliteiten liggen. Dit zijn belangrijke uitgangspunten voor de omgevingsvisie. In hoofdstuk 3 worden de uitdagingen van Heerlen behandeld. In hoofdstuk 4 wordt de visie op Heerlen in 2050 gepresenteerd: Het verhaal van Heerlen. Dat is onze ambitie en het streefbeeld waar we naartoe werken. Deel II van de omgevingsvisie bestaat uit de thematische uitwerking. Hoofdstuk 5 beschrijft per thema welke acties we moeten uitvoeren om te komen tot de visie zoals beschreven in hoofdstuk
  4. Tot slot leest u in hoofdstuk 1 van de bijlagen hoe we werken in de beleidscyclus. Figuur 3: Uitkomst participatie De resultaten van het participatieproces verbeeld Bron: Maatschap voor communicatie 2 De kracht van Heerlen 2.1 Inleiding Het is belangrijk de omgevingsvisie op te bouwen vanuit de identiteit en kernkwaliteiten van Heerlen omdat deze het minst veranderlijk zijn en dus een solide basis bieden voor het vervolg. In het kader hiernaast is dat uitgelegd. Identiteiten en kernkwaliteiten In de geest van de Omgevingswet gaan we op zoek naar kwaliteiten en identiteiten, de lijnen uit het verleden (om te verrijken en) door te trekken naar de toekomst, van groot naar klein te werken - en andersom - en onderscheid te maken in koersen voor verschillende (deel)gebieden met een eigen karakter. De omgevingsvisie bouwen we in de regel op vanuit de kern die bestaat uit de belangrijke identiteiten en kernkwaliteiten van Heerlen (zie onderstaand figuur). Deze zijn het minst veranderlijk en dus het langst houdbaar. Figuur 4: Identiteiten en kernkwaliteiten De doelen van de omgevingsvisie, van abstract naar concreet Bron: KuiperCompagnons We beschrijven in de omgevingsvisie welke beleidsdoelstellingen en eventueel uitvoeringsgerichte stappen de gemeente nastreeft om die kwaliteiten en identiteiten te beschermen en waar mogelijk te verrijken. Wanneer de omgevingsvisie de komende jaren geactualiseerd wordt, blijven de identiteiten en kernkwaliteiten van Heerlen als het goed is min of meer gelijk. Beleidsdoelstellingen die bijdragen aan deze identiteit en kernkwaliteiten veranderen sneller, bijvoorbeeld door het wisselen van raad en college, of op basis van monitoring en evaluatie. De buitenste ring kent de grootste dynamiek: Initiatieven komen immers op dagelijkse basis op de gemeente af. 2.2 Een stad die haar nek uitsteekt Figuur 5: Een stad die haar nek uitsteekt Impressies van de gemeente Bron: Beeldenbank van de gemeente Van oudsher zijn de mensen in Heerlen gewend de mouwen op te stropen en aan de slag te gaan. In de tijd van de mijnen, maar ook nu nog. Niet kletsen, maar aanpakken. Dat is de mentaliteit en tevens de basis van de sterke vernieuwingsdrang en experimenteerdrift. Na een onstuimige economische groei, waarin Heerlen in de jaren vijftig uitgroeide tot de op één na rijkste stad van Nederland, volgde met het sluiten van de mijnen een plotseling verlies van werkgelegenheid. Doordat de economie te zwaar op één pijler rustte, was dit een grote sociale en economische klap voor de stad. Ondanks dat het lang geleden is, werkt het nog steeds door in de samenleving van Heerlen. Vooruitgang is veel te lang veel te weinig terecht gekomen bij mensen die het écht nodig hebben en dat is niet rechtvaardig. Heerlen is als nooit tevoren klaar voor ontwikkeling. Verbreding van de economische structuur, om weerbaar te zijn bij conjuncturele golfbewegingen, is daarom een blijvende opgave. Zoals gezegd, komen we van ver maar werken we hard aan verbetering, waarbij we de nadruk op het welzijn van onze inwoners leggen. ‘Operatie Hartslag’ was een belangrijk keerpunt in de strijd tegen (drugs)criminaliteit en de maatschappelijke uitwassen daarvan. Onder de noemer ‘Heerlen Inclusieve Stad’ helpen we alle Heerlenaren om deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Trajecten zoals IBA Parkstad, de gebiedsgerichte aanpak van de sociaaleconomische problemen in het Nationaal Programma Heerlen-Noord (zie kader), het Verbond voor Energierechtvaardigheid (zie kader), de transitie van het centrum en de beweging van het onderwijs naar de binnenstad, het economische cluster medische logistiek en de Smart Services Campus zijn voorbeelden van een bijzondere aanpak en een brede samenwerking. Andere recente opgaven zijn de landelijke transities op het gebied van duurzaamheid, maar ook het slechten van de grensbarrières is een belangrijke opgave. Deze opgaven, maar ook andere opgaven, komen in hoofdstuk 3 in meer detail aan bod. Wat dat betreft is Heerlen een veerkrachtige stad die een positieve beweging opzoekt in de transitie van een krimpende regio. Dit maakt de weg vrij voor een nieuw elan in de stad. Heerlen zet fors in op cultuur. Cultureel centrum SCHUNCK, festival Cultura Nova, Street Art, International Breakdance Event; Pionier in stad maken met lef en durf. Nationaal Programma Heerlen-Noord Heerlen-Noord is een prachtig gebied met een rijke historie. Maar het is ook een gebied met grote uitdagingen. De afgelopen decennia is veel geïnvesteerd in het wegwerken van sociale-, economische- en gezondheidsachterstanden. Ook is er ingezet op het verbeteren van de woon- en leefomgeving. Dit heeft zeker effect gehad, maar toch zijn de verschillen nog steeds groot; al jaren is Heerlen-Noord aanvoerder van de ‘verkeerde’ lijstjes. In het Nationaal Programma Heerlen-Noord werken bewoners, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties de komende 25 jaar samen aan een betere toekomst voor Heerlen-Noord. De volgende ambitie staat centraal in het Nationaal Programma Heerlen-Noord: “De volgende generatie jeugd groeit gezonder op, heeft betere ontwikkelkansen, heeft meer werkperspectief en een fijnere leef- en woonomgeving. We groeien met Heerlen-Noord naar het Nederlands gemiddelde.” In het programma wordt gewerkt aan vijf samenhangende thema’s: a. Gezondheid: Ouders/verzorgers zijn veerkrachtig in staat hun kinderen gezond op te laten groeien, het aandeel kinderen en jongeren dat zich mentaal en fysiek gezond voelt groeit naar het landelijke gemiddelde. b. Veiligheid: Bewoners zijn weerbaar tegen criminaliteit en de leefbaarheid en sociale veiligheid stijgt naar het landelijk gemiddelde. c. Leren: Ieder kind gaat kansrijk van start, kan gebruik maken van een intensief en passend taal- en ontwikkelaanbod en kan hun talenten ontwikkelen. d. Werken: Het aandeel mensen in de bijstand en werkenden in armoede daalt naar het landelijk gemiddelde. e. Wonen: Het aandeel bewoners woonachtig in passende, duurzame en betaalbare woningen groeit naar het landelijke gemiddelde en de fysieke inrichting van Heerlen-Noord draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Voor de levenskansen en gezondheid van de volgende generaties mag het niet uitmaken of je in Heerlen-Noord of ergens anders in Nederland geboren wordt. We gaan voor gelijke kansen voor iedereen. Het Nationaal Programma Heerlen-Noord is onderdeel van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit programma is gestart om in 20 kwetsbare wijken in Nederland de leefbaarheid te verbeteren. Heerlen Noord is één van die wijken. Samen met het Rijk zorgt de gemeente voor een integraal uitvoeringsprogramma waarin staat hoe de komende jaren de leefbaarheid verbeterd gaat worden. Met een krachtige samenwerking van bewoners, scholen, woningcorporaties, gemeente, Rijk, zorgverzekeraar, GGD, ondernemers en andere maatschappelijke organisaties uit het gebied wordt geïnvesteerd in een generatielange aanpak. Verbond voor Energierechtvaardigheid De gemeente Heerlen vindt het belangrijk om iedereen te helpen bij energiebesparing en verduurzaming, maar heeft extra aandacht voor kwetsbare inkomensgroepen. Aan de andere kant raakt de crisis ook mensen die net geen recht hebben op de energietoeslag. Daarom heeft de gemeenteraad ingestemd met een voorstel om budget beschikbaar te stellen voor aanvullende maatregelen tegen energiearmoede waarvan een bredere groep kan profiteren. Figuur 6: Een stad van maatschappelijke voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen Bron: Bureau Verbeek Figuur 7: Een stad van maatschappelijke voorzieningen - 2 Brede maatschappelijke voorzieningen Bron: Bureau Verbeek 2.3 Een groene stad van bijzondere vormen Figuur 8: Een groene stad van bijzondere vormen Impressies van de gemeente Bron: Beeldenbank gemeente Heerlen ligt op een bijzondere plek, tegen het Heuvelland en ingeklemd tussen de Caumerbeek en de Geleenbeek. Deze blauwe linten, aangevuld door verschillende bronbeekjes, verbinden de stad met het groene buitengebied. Dat groene buitengebied bestaat uit een diversiteit aan landschappen. De Brunssummerheide (Natura 2000-gebied) in het oosten en een beekdalenlandschap (met het Natura 2000-gebied Geleenbeekdal) in het westen, met bijzondere cultuurhistorische waarden en het laaggelegen kasteelstadje Hoensbroek. Het plateaulandschap (onderdeel van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg) aan de noord- en zuidzijde, dat reikt tot in het stedelijke weefsel en zorgt voor de karakteristieke hoogteverschillen in Heerlen. Daarnaast heeft Heerlen ook een bijzondere geomorfologische opbouw; er ligt een mijngangenstelsel onder de grond en de bodem is rijk aan delfstoffen. De sterke groenstructuren van het landschap, gecombineerd met nieuwe groen- en parkstructuren in de stad door het verwijderen van ongebruikte gebouwen, creëert een samenspel van ‘park’ en ‘stad’. Het beekstelsel van de Caumerbeek is de groene ruggengraat die zorgt voor de groene dooradering van Heerlen en een verbinding met grotere groenbieden als het Geleenbeekdal en de Brunssummerheide. De groene beekdalen zijn ook kansrijke waterbergingsgebieden als spons voor de stad. Met de komst van de Parkstadroute wordt het natuurgebied bovendien beter ontsloten en recreatief verbonden met de rest van Parkstad. Figuur 9: Een stad van groene kwaliteiten Gebieden met natuur en water Bron: KuiperCompagnons Figuur 10: Een groene stad van bijzondere vormen Impressies van de gemeente Bron: Beeldenbank gemeente Heerlen is van oudsher een stad van transformaties. Er zijn vier belangrijke cultuurhistorische periodes die medebepalend zijn geweest voor de ontwikkeling van de stad. Ten eerste het stichten van de Romeinse stad Coriovallum, met het Romeinse badhuis als de belangrijkste getuige en een monument van (inter)nationale allure. Na de Romeinse tijd ontstond middeleeuws Heerlen rond het zogenaamde Landsfort Herle, waarvan de contouren nog zichtbaar zijn rond de Pancratiuskerk. Heerlen en omgeving kennen verder een grote dichtheid aan kastelen en buitenplaatsen uit deze periode, waaronder kasteel Hoensbroek. In de omgeving en in Heerlen zelf zijn veel archeologische vondsten gedaan die dateren uit die tijd. ANWB-verkiezing Bron Kasteel Hoensbroek verkiezing Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Figuur 11: Een groene stad van bijzondere vormen Impressies van de gemeente Bron: Beeldenbank gemeente Heerlen groeide uit tot een stad in de mijnperiode, een periode die een allesbepalende stempel op de stad zou drukken. De mijnbouwperiode, met een snelle economische groei, is zeer bepalend geweest voor de ruimtelijke opbouw en het huidige beeld van de stad. Rondom de mijnzetels (het hoofdgebouw van de mijn) en oude gehuchten ontstonden hele woonwijken voor de mijnwerkers. De stad is hierdoor niet gegroeid vanuit een concentrische ontwikkeling rond één centrum, maar is gefragmenteerd van opbouw. De mijnwerkers waren afkomstig van het platteland. De nieuwe wijken werden ingericht naar het idee van tuindorpen. Er was veel ruimte voor groen en de wijken hadden een duidelijke verbinding met het platteland. Zo zouden de mijnwerkers zich hier thuis voelen, was de gedachte. Elke wijk had een eigen school, kerk en winkels. Tuindorpen Het idee van tuindorpen, of tuinwijken of -steden, is ontstaan aan het eind van de 19e eeuw. Veel mensen trokken in die tijd naar de steden om te gaan werken in de fabrieken. De stad werd steeds drukker en de levenstandaard was slecht. De tuindorpen moesten hierin een oplossing bieden. Dit zijn wijken met een dorps karakter en veel groen. De grondlegger van de tuindorpen is Ebenezer Howard, die inspiratie ontleende aan utopische invloeden; sociale balans, duurzame energie en balans met de natuur speelden een prominente rol in zijn ontwerpen. De architect Jan Stuyt, die zich liet inspireren door Howard, ontwierp ook verschillende mijnkoloniën in Heerlen en Parkstad. De utopische invalshoek van Howard moest in Stuyts ontwerpen vaak wijken voor een combinatie van bedrijfseconomische overwegingen van de mijnindustrie en het conservatieve keurslijf van de katholieke kerk. De komende decennia hebben we echter een kans om de utopische wortels van de tuindorpgedachte in ere te herstellen in Heerlen. Die kans willen we met beide handen aangrijpen. De radiaalwegen die de dorpskernen met elkaar verbonden, werden dichter bebouwd tot bebouwingslinten. De komst van de mijnindustrie betekende ook de aanleg van (spoor)wegen en omdat de snelgroeiende samenleving ook in haar levensonderhoud moest kunnen voorzien, kwamen er kantoren, warenhuizen, winkels, banken en uitgaansgelegenheden. Heerlen transformeerde van een dorp naar een stad. Door de gigantische bouwactiviteit en welvaart rond de mijnindustrie (einde 19e eeuw en eerste helft van de 20e eeuw) heeft Heerlen veel modernistische architectuur voortgebracht met Frits Peutz als belangrijkste exponent en gebouwen zoals SCHUNK, de Stadsschouwburg en de Royal. De explosieve groei van woonwijken, elk met eigen voorzieningen rondom de voormalige mijnzetels, geeft de stad in de basis een decentraal of multipolair karakter. Doordat de mijnzetels op zichzelf waren gericht, met de rug naar elkaar toe, ontstonden daartussen open groene structuren. De nattere beekdalen bleven vrij van bebouwing. In de mijnperiode zijn veel beken gebruikt voor afvalwaterafvoer en overkluisd. De Caumberbeek is sindsdien grotendeels hersteld. Die confrontaties tussen park en stad zijn zo kenmerkend voor Parkstad. De belangrijkste identiteitsdragers uit het mijnbouwtijdperk zijn, met uitzondering van de karakteristieke mijnwerkerswijken en enkele monumentale gebouwen, echter verdwenen. Wel zijn oude mijngroeven nog zichtbaar in het landschap. Het Maankwartier is een volgende moderne stap in de transitie van de stedelijke identiteit van Heerlen. Figuur 12: Waar komen we vandaan? De geschiedenis van Heerlen Bron: Bureau Verbeek Figuur 13: Een bijzondere opbouw De functionele opbouw Bron: Bureau Verbeek? 2.4 Centrumstad en economische motor van Parkstad Figuur 14: Centrumstad en economische motor van Parkstad Impressies van de gemeente Bron: Beeldenbank gemeente Heerlen is de centrumstad van Parkstad-Limburg, een agglomeratie van 250.000 inwoners. Heerlen zelf telt anno 2024 ongeveer 87.000 inwoners en is na Maastricht en het stedelijk gebied Sittard-Geleen de derde stad van Zuid-Limburg. Er werken in Heerlen ruim 57.000 mensen (Heerlen aan het werk, 2023); dit is meer dan de helft van de werkgelegenheid in Parkstad. De binnenstad van Heerlen is de huiskamer van een kwart miljoen Limburgers. Een herkenbaar centrum met goede voorzieningen voor winkels, kantoren, horeca en cultuur, waarin levendigheid en leefbaarheid zorgen voor een unieke dynamiek. Deze mix, gecombineerd met een multimodale ontsluiting via spoor en (internationale) autowegen, levert gunstige voorwaarden voor het vervullen van de rol van ‘Parkstad City’. Heerlen is met een filmhuis, theater, poppodium en een breed cultureel aanbod het culturele hart van Parkstad. Daarnaast is Heerlen een belangrijke regionale evenementenstad met een breed scala aan evenementen, activiteiten, wedstrijden, een goed lopend theater en veel straatkunst. Voor elk wat wils en goed bezocht door de Heerlenaar en bezoekers van verder weg. De cultuur- en erfgoedsector is bloeiende in Heerlen en er wordt volop ingezet op de verdere uitbouw van het culturele leven. Heerlen-Centrum is bovendien één van de belangrijkste werklocaties in de gemeente. Hier concentreren zich de meeste banen in een relatief klein gebied waarvan de sectoren detailhandel en horeca belangrijke werkverschaffers zijn. In en direct rondom het centrum liggen ook een aantal grote en kleinere kantoren. De Woonboulevard Heerlen staat bekend als euregionaal koopicoon. Daarnaast huisvest Heerlen (boven)regionale voorzieningen onder andere in de gezondheidszorg. De zorg concentreert zich in de zorgvallei met het Zuyderland Medisch Centrum, de Mondriaan-kliniek en de Zorgacademie. Belangrijke zorgverleners zoals Sevagram en revalidatiekliniek Adelante zijn ook in Heerlen gevestigd.Verder kent Heerlen een sterk onderwijs- en kenniscluster. Op de onderwijscampus liggen Zuyd Hogeschool, Vista College (MBO), Sintermeerten College en de Open Universiteit. Verspreid over de stad liggen diverse andere scholen voor voortgezet onderwijs die samen de regionale onderwijsfunctie vervullen. Een relatief nieuwe en veelbelovende ontwikkeling is de Brightlands Smart Services Campus. Dit is een belangrijk kenniscluster voor digitale ontwikkeling en zakelijke dienstverlening. Hierin werken allerlei bedrijven samen met de Open Universiteit, de Universiteit Maastricht en Zuyd Hogeschool om slimme oplossingen voor toekomstige vraagstukken te ontwikkelen, denk aan kunstmatige intelligentie (AI). De Smart Service Campus bevindt zich in het centrum en in een aantal andere grootschalige kantoren in de directe omgeving en is in korte tijd een belangrijke economische drager geworden. De verwachting is dat die in de toekomst verder in belang gaat toenemen. Tot slot is er in het meest zuidelijke deel van Heerlen maakindustrie op de Beitel en een grote concentratie van ‘Medtech & Logistics’ op de bedrijventerreinen Avantis en Trilandis. In korte tijd is dit uitgegroeid tot het grootste logistieke cluster van Europa op het gebied van producten in ‘care, cure en pharma’. Hier zijn diverse wereldwijde spelers in de medisch-technologische bedrijvigheid gevestigd om vanuit Parkstad hun logistieke activiteiten uit te voeren. De uitstekende bereikbaarheid en nabijheid van diverse vliegvelden maakt dat deze bedrijven zich in Heerlen vestigen. Zo worden vanuit Heerlen en Parkstad diverse producten waaronder pacemakers en insulinepompen verzonden naar heel Europa. Heerlen is bovendien de oostelijke stad in de stedelijke regio Zuid-Limburg midden in de Euregio (Maastricht-Aken-Hasselt-Luik) En ligt hiermee op een strategische plek in Zuid Limburg nabij Aken. Bijzonder is dat Zuid-Limburg zich midden in het Europese netwerk van Vlaamse Ruit, Ruhrgebied en Randstad bevindt en ook liggen er stedelijke gebieden vlak over de grens. Het versterken van agglomeratiekracht binnen de Euregio biedt potentieel enorme kansen, niet alleen op economisch vlak. De Euregio zou kunnen functioneren als een Daily Urban System met diverse kennisinstituten en een grote arbeidsmarkt. Heerlen is dan ook goed bereikbaar via de weg en het spoor, ook vanuit de Euregio[1]. Het Maankwartier in het Centrum is een multimodaal knooppunt met een aantrekkelijke uitstraling als toegangspoort tot de stad. Daarnaast zijn we ook een grensgemeente met veel potentie vanwege het interessante achterland, dat uitstekend verbonden is via autowegen. Aken als kennisstad met de uitmuntende en grote technische universiteit (RWTH) en als sterke culturele en economische regio ligt op een steenworp afstand. Figuur 15: Diverse bedrijvigheid De plek van de verschillende economische activiteiten Bron: Bureau Verbeek? Figuur 16: Centrumstad van Parkstad De maatschappelijke en economische activiteiten van Heerlen in het perspectief van Zuid-Limburg en Parkstad Bron: Bureau Verbeek [1]Euregio is een samenwerkingsverband tussen regio’s uit verschillende Europese landen. In Europa zijn verschillende Euregio’s. Heerlen behoort tot de Euregio Maas-Rijn, met de steden Luik, Hasselt, Maastricht en Aken. 3 De uitdagingen in Heerlen 3.1 Inleiding Heerlen heeft de laatste jaren hard gewerkt aan een levendige, aantrekkelijke en mooie leefomgeving voor de inwoners, bedrijven en ondernemers, maatschappelijke organisaties en de bezoekers van de gemeente. Maar er moet ook nog veel gebeuren. Mede uit de gesprekken met mensen in de wijken bleek dat belangrijke opgaven spelen, waar een passende aanpak voor nodig is. Daarom hebben we het perspectief van inwoners, ondernemers en maatschappelijk partners op die (maatschappelijke) opgaven richting 2050 hieronder beschreven. Deze opgaven staan ook in beleidsstukken op nationaal, provinciaal en regionaal niveau, zoals de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), de gebiedsuitwerking van de NOVI voor Zuid-Limburg (NOVEX), de Provinciale Omgevingsvisie, Panorama Zuid-Limburg, het Regionaal Afstemmingskader Parkstad en de Strategische Agenda Parkstad
  5. Die hebben we daarom ook beschreven. We realiseren ons dat we lang niet alle opgaven kunnen voorzien; crisissen volgden zich de afgelopen jaren sneller en veelvuldiger op dan ooit. Ook in de toekomst zullen onvoorziene omstandigheden ons pad kruisen. Hoe het ook zij, we gaan deze opgaven met vertrouwen aan en zullen ons telkens inzetten voor de op dat moment meest passende, kwalitatieve en duurzame oplossingen. 3.2 Onze mensen: Vitaal, leefbaar en gezond Heerlen Inleiding Idealiter is de stad leefbaar en zijn de mensen vitaal en gezond. Op dit gebied liggen er in Heerlen dringende opgaven, zoals de sociale problematiek, een slechte (ervaren) gezondheid, een relatief laag opleidingsniveau, een relatief hoge werkloosheid, een te laag regionaal inkomen en wegtrekkende hoger opgeleide jongeren. De kwaliteit, het achterstallig onderhoud en de slechte isolatie van vele woningen, dragen evenmin bij aan een gezond leefklimaat. Door klimaatverandering hebben we daarnaast te maken met steeds warmere zomers, waardoor er meer hittestress wordt ervaren. Bij kwetsbare mensen kan dit een nadelige invloed op hun gezondheid hebben. Gelijke kansen Er is sprake van een sociale, maatschappelijke en economische kloof met de rest van Nederland. Dit gat blijkt moeilijk te dichten. De sociaalmaatschappelijke achterstanden, zoals onderwijsachterstanden, slechtere (ervaren) gezondheid (zie figuur 9 links), lager inkomensniveau (zie figuur 9 rechts) en gevoelens van onveiligheid, van vandaag de dag zijn hardnekkig, diepgeworteld en worden aan opeenvolgende generaties doorgegeven. Relatief veel kinderen groeien op in armoede of krijgen te maken met jeugdhulp. Figuur 17: De ervaren gezondheid Het aandeel inwoners met een goede ervaren gezondheid[1] (links) en het aandeel huishoudens met een bijstandsuitkering [2] (rechts). Bron: CBS 2023 De opgaven zijn duidelijk groter in het noordelijk deel van de stad (ook wel ‘boven het spoor’ in de volksmond genoemd) en concentreren zich daar in de wijken waar de eerdergenoemde sociaalmaatschappelijke achterstanden het grootst zijn. Deze ruimtelijke spreiding vindt zijn oorsprong in de historische verdeling van de mijnwerkerswijken. De Heerlenaren erkennen deze opgaven ook. Zij geven aan gevoelens van onveiligheid te ervaren mede vanwege (drugs)criminaliteit, agressie en afval op straat. De jeugd krijgt extra aandacht bij het aanpakken van de problematiek en het oplossen van de sociaaleconomische- en gezondheidsachterstanden. Vanuit de regio wordt al gewerkt vanuit het principe dat problemen opgelost moeten worden door een veilige basis te bieden aan de jeugd. Met een langdurige aanpak en inzet op een vitale samenleving onder meer via het Nationaal Programma Heerlen-Noord, het regionaal uitvoeringsprogramma VIE en het Zuid-Limburgse Trendbreukprogramma willen we de bestaande achterstanden doorbreken. citaat 1 “In Heerlen vind ik de slecht onderhouden stoepen, de gaten in de wegen en het rondslingerende afval het minst fijn.” – Bewoner uit Heerlerbaan-Schil citaat 2 “Ik voel mij in bepaalde delen van Heerlen onveilig en vermijd het om daar (alleen) te lopen.” – Inwoner Demografische ontwikkelingen Ontwikkelingen zoals vergrijzing, ontgroening en veranderende huishoudens zetten door. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de al bestaande druk op de woningmarkt nog groter wordt. Op dit moment is er te weinig passend woningaanbod door een mismatch tussen kwalitatieve vraag en aanbod. Met andere woorden, er zijn wel woningen - maar niet de juiste. Inwoners kunnen daardoor geen passende woning vinden. Hoewel recent Woonbehoefteonderzoek aantoont dat de gezonde groeiambitie die Heerlen heeft omarmd zeker haalbaar is, laten prognoses vooralsnog zien dat de bevolkingsontwikkeling in Heerlen richting 2050 negatief uitvalt. Dit krimpscenario is zeer onwenselijk. Het steeds verder afnemen van het aantal inwoners zou grote gevolgen hebben voor het voorzieningenaanbod en daarmee ook voor de leefbaarheid. Dit heeft een weerslag op de mentale en fysieke gesteldheid en ontwikkelmogelijkheden van onze inwoners. Vanuit Parkstad waarin wij deelnemen, maar ook op basis van nationaal beleid, willen we het tij keren en daarmee inzetten op groei, zowel kwalitatief als kwantitatief. Met name de kwalitatieve groei is belangrijk voor de leefbaarheid in de wijken en het centrum. Daarom moet de focus liggen op het aantrekken van ‘dragers’ omdat dit bijdraagt aan de vitaliteit, economie en sociale samenhang van Heerlen. De vergrijzing heeft grote gevolgen voor onze economie en samenleving. De verwachting is dat de vergrijzing de vraag naar zorg verder doet toenemen, maar ook verandert. Dit betekent een extra grote behoefte aan personeel. Om de samenleving in balans te houden, is het belangrijk om de werkzame beroepsbevolking en arbeidsparticipatie op niveau te houden. citaat 3 “Huur- en koopwoningen beter mixen binnen één buurt en ook hoger- en lager opgeleiden beter mixen binnen één buurt.” – Bewoner uit Heerlerbaan-Centrum Daarnaast wordt er op landelijk niveau op gestuurd dat mensen langer thuis blijven wonen. Het realiseren van voldoende levensloopbestendige woningen, zowel in de koop- als de huursector, is daarom de komende jaren een grote opgave. Hierin moeten we ook rekening houden met de veranderende zorgvraag waarbij de gezondheidszorg steeds dichter naar de inwoner wordt gebracht. Denk hierbij aan (ook ingrijpende) behandelingen die in de thuissituatie worden uitgevoerd zoals het ondergaan van chemokuren. Afbrokkeling van de verenigingsstructuur Veel inwoners zijn lid van een sport- of culturele vereniging en ontmoeten elkaar bij verenigingsactiviteiten. Daarmee vormen verenigingen de smeerolie van de samenleving en vervullen ze ook een rol in het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van onze inwoners. Tegelijkertijd brokkelt de vroegere verenigingsstructuur af. Het is steeds moeilijker om burgers te vinden die zich structureel willen inzetten voor buurt- en wijkgerichte activiteiten en verenigingen. [1] RIVM Buurtatlas; https://buurtatlas.vzinfo.nl/#ervaren_gezondheid [2] Parkstad in cijfers, sociale zekerheid; https://parkstad.incijfers.nl/dashboard/sociale-zekerheid 3.3 Onze leefomgeving: Dé tuinstad van Parkstad ,Inleiding Voor het welzijn is een fijne leefomgeving heel belangrijk. Het hebben van een passende woning heeft grote invloed op het welbevinden. Daarnaast hebben het milieu en het groen invloed op de gezondheid. Zonder natuur kunnen wij niet leven. Wij zijn er zelf deel van en stellen tegelijkertijd die natuur zwaar op de proef. In onze huidige tijd worden we geconfronteerd met uitdagingen die ons dwingen zorgvuldig na te denken over de manier waarop we groeien en ontwikkelen. Materiaalschaarste zet ons voor een realiteit waarin grondstoffen niet onbeperkt beschikbaar zijn, terwijl de noodzaak tot klimaatadaptatie vraagt om aanpassingen die onze leefomgeving toekomstbestendig maken. Dit stelt grenzen aan wat mogelijk is, maar biedt tegelijkertijd een kans om anders te kijken naar groei. Door duurzame en circulaire principes centraal te stellen, kunnen we deze grenzen niet alleen erkennen, maar ook benutten als leidraad voor vernieuwing. Het is een pad dat ons niet alleen de plicht, maar ook de mogelijkheid biedt om met creativiteit en verantwoordelijkheid vorm te geven aan een duurzamere toekomst. Vergroening speelt een cruciale rol in het vormgeven van deze toekomst. Het gaat hierbij niet alleen om het letterlijk groener maken van onze leefomgeving door bijvoorbeeld het aanplanten van bomen, maar ook om een fundamentele transitie in hoe we produceren en consumeren. Vergroening is niet louter een ecologische noodzaak, maar ook een kans om veerkrachtige en mooie gemeenschappen te creëren. Transformatie groevegebieden Een spectaculair heidelandschap bij Heerlen ligt op slechts 1500 meter van het Maankwartier. Daarnaast heeft Heerlen -met name aan de noordkant- een groot potentieel aan natuurelementen van geweldige kwaliteit, die nu nog als losse flodders verborgen, onbereikbaar of nauwelijks 'dienend' zijn ingericht. En deze onbekende, maar ongewoon mooie vijvers, beken en plassen liggen pal naast de armste wijken. Heerlen beschikt in het noordelijk deel over een aantal zandgroevegebieden. Deze zijn belangrijke leveranciers van zilverzand, maar zijn ontoegankelijk voor bewoners. Daarnaast zorgen de zandgroevegebieden voor overlast, met name door op en af rijdende vrachtwagens die het zand vervoeren. Het transformeren van de groevegebieden biedt verschillende mogelijkheden voor onze samenleving, bijvoorbeeld in de vorm van de recreatie en ontspanning, omdat het tegen de Brunssummerheide aan ligt en deels onder water staat. Natura 2000-gebieden onder druk Groen is heel belangrijk voor onze inwoners. Heerlen is een groene stad en beschikt over veel natuurgebieden waaronder het Imstenraderbos, het Geleenbeekdal en Terworm, het Caumerbeekdal en het Aambos. Tegelijkertijd hebben de natuurgebieden het moeilijk en neemt de biodiversiteit er af. Ruimtelijke ontwikkelingen en klimaatveranderingen zijn hier de voornaamste oorzaak van. Door klimaatverandering hebben we namelijk steeds vaker te maken met extreme hitte, lange perioden van droogte en piekbuien. Dit heeft een negatief effect op onze omgeving en brengt de leefbaarheid en gezondheid van onze inwoners in gevaar. Door meer ruimte te bieden aan groen en water kunnen deze negatieve effecten verlicht worden. Vanuit de samenleving wordt veel waarde gehecht aan het groen en wordt het versterken ervan gezien als een belangrijke opgave om de leefbaarheid te verhogen. Het belang van klimaatadaptatie wordt door alle overheidslagen benadrukt. Dit is terug te zien in de NOVI en het Regionaal Afstemmingskader Parkstad. citaat 4 “Het altijd goed om méér groen te krijgen. Gelukkig is Heerlen hier al goed mee bezig! Daarnaast hebben we nog altijd het Aambos; het Central Park van Heerlen.” – Bewoner uit Heerlen-Centrum Het Geleenbeekdal heeft daarnaast ook te maken met een slechte grondwaterkwaliteit en voldoet niet aan de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De hoge concentraties voedingsstoffen in het water hebben een negatieve invloed op de ontwikkeling van natuurgebieden. Voor het verbeteren van de grondwaterkwaliteit ligt de verantwoordelijkheid bij de provincie. Bodem kwaliteiten en opgaven Een groot deel van Nederland ligt onder NAP. Mede door klimaatverandering hebben deze delen van Nederland te maken met bodemdaling. Zuid-Limburg, en daarmee ook Heerlen, vormt hierin een uitzondering. In Heerlen stijgt de bodem en dit biedt vele kansen voor lokale-, regionale- en nationale ontwikkelingen. Maar de ondergrond kent nog meer kwaliteiten, zoals drinkwater, bodemenergie en klimaatadaptatie. Dat neemt niet weg dat deze kwaliteiten ook grote opgaven met zich meebrengen. Zo kunnen huidige en nieuwe ondergrondse functies (zoals mijnwater) de druk op de ondergrond vergroten en kunnen verkeerde keuzes uit het verleden en in de toekomst het aanpassingsvermogen verminderen. Dit is terug te zien bij piekbuien in de kwetsbare beekdalen. Om onze bodem te beschermen, in Heerlen, maar ook in de rest van Nederland, heeft het rijk ‘water en bodem sturend’ gemaakt bij ruimtelijke ontwikkelingen. Nieuwe functies mogen daardoor alleen plaatsvinden als dit past bij de bodem en deze niet (verder) aantast. citaat 5 “Het zou mooi zijn als mensen wat meer groen in hun tuin hebben. Nu zijn veel tuinen compleet betegelt of liggen ze vol met grind. Daarnaast is veel van het groen vervuild met plastic en hondenpoep. Langs de wegen zou ik ook graag meer aankleding zien, zoals bloemenbakken in lantarenpalen of ‘slaloms’ met groen erin. Kleine dingetjes maken al een groot verschil.” – Bewoner uit Molenberg Verandering in de woningmarkt en woonbehoefte Voor onze inwoners is het enorm belangrijk dat zij goed kunnen wonen. Dit staat onder druk van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals huishoudensontwikkeling, ontgroening, vergrijzing, individualisering, afnemend aantal vrijwilligers en verruiming van de actieradius. Nieuwe wettelijke kaders en ontwikkelingen in het onderwijs hebben daarnaast ook grote invloed op de maatschappelijke voorzieningen en accommodaties. Huishoudensontwikkeling, de ontwikkeling waarbij de huishoudensamenstelling verandert, vraagt om transformatie van onze woningvoorraad. De vraag naar eengezinswoningen verschuift naar kleinere en levensloopbestendige woningen in alle segmenten. Op de langere termijn heeft de woningmarkt vooral te maken met grote kwalitatieve opgaven. Door de vergrijzing, maar ook vanwege de individualisering en het grote aantal Heerlenaren in een kwetsbare positie, wordt zoals hiervoor aangegeven, de vraag naar maatschappelijke ondersteuning, zorg en dagbesteding groter. Ontgroening zet daarnaast druk op het aanbod van en het aantal scholen, speelvoorzieningen en aanverwante activiteiten. Zoals gezegd, is op de lange termijn een kwalitatieve impuls van de woningvoorraad nodig, maar ook nu staan we al voor een grote opgave. De huidige woningvoorraad is verouderd en eenzijdig en sluit niet meer goed aan bij de huidige en toekomstige behoefte van de inwoners. Zo is er meer behoefte aan: a. gerenoveerde en verduurzaamde woningen b. huurwoningen voor middeninkomens; c. levensloopbestendige woningen. Doordat het aanbod en de vraag niet op elkaar aansluiten ontstaat op sommige plekken leegstand. Zowel onze inwoners als Parkstad benadrukken de noodzaak de woningvoorraad te verduurzamen. Zo hebben ook veel woningen een laag energielabel, waardoor de maandelijkse energiekosten hoog zijn. De verduurzamingsopgave draagt niet alleen bij aan het wooncomfort van onze inwoners, maar is ook goed voor het milieu. Tegelijkertijd is bij het isoleren van de woning aandacht nodig voor hittestress binnenshuis. Zo wordt voorkomen dat tijdens warme zomerdagen de woning teveel opwarmt, omdat de warmte er niet meer uit kan. citaat 6 “Huur- en koopwoningen beter mixen binnen één buurt en ook hoger- en lager opgeleiden beter mixen binnen één buurt.” – Bewoner uit Heerlerbaan-Centrum Kwalitatief goede woningbouwplannen Om in te spelen op de uitdagingen van de stad is het van groot belang dat Heerlen een woningbouwprogrammering kent die zowel de kwantitatieve als kwalitatieve ambities op woongebied van de stad reflecteert. De afgelopen jaren hebben we gezien dat een gebrek aan kwantitatieve programmering de stad op slot dreigde te zetten, en te weinig ruimte liet voor kwalitatieve initiatieven. Nieuw woonbehoefteonderzoek creëert meer ruimte aan de kwantitatieve kant, die benut moet worden door sterk en streng te sturen op kwalitatief goede plannen - zowel qua product als qua doelgroep. Kwalitatief goede woningbouwplannen worden bereikt door een goede woning op een geschikte plek voor de juiste doelgroep. Dus om het: vastgoed (energielabel, woninggrootte/type, levensloopbestendigheid, milieukwaliteit) de woonomgeving (buurt, woonmilieu, hittestress en groen) evenwichtige mix in de buurten/wijken Want ook een goede menging van verschillende doelgroepen in relatie tot de omgeving waarin deze gehuisvest worden, draagt bij aan de kwaliteit van woningbouwplannen. Op deze weg zal de stad door moeten om gewenste woonontwikkelingen te faciliteren. Knooppuntontwikkeling De afgelopen periode hebben we Heerlen succesvol neergezet als een goede plek om volkshuisvestingssubsidies te investeren, getuige de verschillende succesvolle aanvragen bij het Volkshuisvestingsfonds (VHF), de Woningbouwimpuls, de Start Bouwimpuls, en meer. Op deze strategische weg willen en moeten we voort. Deelname aan het provinciale traject Limburg Centraal is daarvan een lopend voorbeeld, en de nieuwe landelijke ambitie om 130.000 woningen in de NPLV-gebieden (waaronder Heerlen Noord) te realiseren ten bate van de leefbaarheid is een volgende grote kans. Momenteel wordt er veel ingezet op knooppuntontwikkeling in het mobiliteitsnetwerk (TOD). Om de stad toekomstbestendig, gezond en aantrekkelijk te maken, zetten we in op gerichte verdichting in de centra en rondom mobiliteitsknooppunten. Deze aanpak brengt meerdere voordelen met zich mee, zowel ruimtelijk als sociaal-maatschappelijk. Die duurzame groei vraagt stevige investeringen in infrastructuur en voorzieningen voor die toekomstige bewoners van onze stad. Daarom moet kwalitatieve woningbouw hand in hand gaan met de verbetering en vergroening van de openbare ruimte, zijn maatschappelijke en culturele voorzieningen onlosmakelijk met die opgave verbonden en zetten we volop in op de vestiging van onderwijsinstellingen als bron van nieuwe dynamiek en trots in onze binnenstad. Autogebruik De mobiliteitssector is verantwoordelijk voor een substantieel aandeel van de CO2 emissie van Heerlen. Dit betreft zowel logistiek en distributie als ook autogebruik. Ook de dichtheid van personenauto’s per km2 is zeer hoog met 999 personenauto's per km² land in Heerlen, in tegenstelling tot 265 gemiddeld in Nederland. Volgens de Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 voldoet in Nederland gemiddeld 47,5% van de volwassenen van 18 jaar en ouder aan de beweegrichtlijnen. In Heerlen is dit ‘slechts’ 36,7%. Gezond bewegen is daarmee een opgave.Het autogebruik in onze regio is bovengemiddeld hoog. Uit enquêtes weten we dat voor boodschappen doen 65% van de mensen de auto neemt, tegenover 35% landelijk. In het beleid staan echter de fiets, voetganger en het openbaar vervoer op de eerste plek. Maar ook (vracht)auto’s blijven een rol vervullen. citaat 7 “Ik ben zelf een fervent automobilist, maar als Heerlen daadwerkelijk succesvol wil worden dan dient het lef te tonen met betrekking tot het weren van auto's. Zet maximaal in op compact wonen, voetganger vrije zones, fietsen, superieur OV en heel veel groen (in plaats van extra wegdek en parkeerplaatsen!). Jonge mensen zullen dan vanzelf de stad komen versterken met levendigheid, inzichten en hoogwaardige kennis.” – Bewoner uit Nieuw Lotbroek Wandelen en fietsen Er wordt veel gewandeld in Heerlen, maar het gebruik van de fiets blijft ver achter op de regio en het landelijk gemiddelde. Dit komt onder andere door het gebrek aan veilige, goede en doorlopende (snel)fietsroutes. Daarnaast is de fietsparkeergelegenheid in diverse winkelclusters benedenmaats. Ruimtevraag van de energietransitie In 2050 moet de energievoorziening in Nederland bijna helemaal duurzaam en CO2-neutraal zijn. Hiervoor is het nodig om duurzame energie op te wekken door middel van wind en zon en de overgang te maken naar duurzame aardgasvrije warmtealternatieven. De energie- en warmtetransitie kost ruimte, zowel in opwekfaciliteiten als in kabels en leidingen in de bodem, die nodig zijn om de energie te vervoeren. Een goede ruimtelijke inpassing hiervan is één van de grote opgaven. Tegelijkertijd zijn er belangrijke meekoppelkansen, omdat de ingrepen in de openbare ruimte kansen bieden om deze klimaatadaptief en meer biodivers in te richten onder andere door deze te vergroenen. Dit heeft eveneens een gunstige effect op de aantrekkelijkheid en beleving van de buitenruimte. De energietransitie stelt ons ook voor een aantal andere belangrijke opgaven waaronder de groeiende netcongestie. Daarom moet het elektriciteitsnet worden verzwaard en op plaatsen vernieuwd. Ongeacht de komst van warmtenetten legt Enexis in alle gevallen ‘all electric’ aan waarbij de energievraag volledig elektrisch ingevuld wordt. Netcongestie betekent letterlijk: file op het elektriciteitsnet. Het treedt op als de volledige capaciteit van het net is bereikt. Netbeheerders kunnen hierdoor niet meer altijd de groeiende vraag naar stroom blijven leveren. De infrastructuur van ons elektriciteitsnet is door de versnelde energietransitie verouderd. Het is dus een distributievraagstuk. Het elektriciteitsnet in Nederland staat al langer onder druk. Dit komt vooral door de snelle opkomst van hernieuwbare energie en de elektrificatie van de industrie. Denk aan wind- en zonneparken, laadinfrastructuur en warmtepompen. Te veel stroom van deze opwekkers vindt plaats op hele zonnige dagen maar ook winderige dagen. Hoe meer zon en wind, hoe groter de kans dat netcongestie optreedt. Daarnaast komt het ook door de toenemende energievraag en nieuwe bedrijven. Op het moment dat de vraag naar het transport van elektriciteit (zowel bij de aanbieder als de afnemer) groter is dan de transportcapaciteit van het net is er sprake van netcongestie. Circulaire economie De omslag van een lineaire economie waarin we grondstoffen gebruiken, producten maken en deze vervolgens weggooien, naar een circulaire economie waarin we producten blijven hergebruiken, er geen afval meer is en kringlopen gesloten zijn, is iets wat zowel op regionaal, provinciaal als nationaal niveau de aandacht heeft. Dit vraagt niet alleen om een andere manier van bedrijfsvoering, maar ook om een andere manier van omgaan met onze producten en ons afval. Voor de omslag naar een circulaire economie is meer ruimte nodig voor bedrijfsactiviteiten zoals reparatie, delen, recycling, de verwerking van (bio)grondstoffen en de benodigde transportinfrastructuur. Dit vraagt om een juiste afweging bij het transformeren of invullen van beschikbare ruimte. Kiezen we daarboven voor sociale circulariteit, dan is zelfontwikkeling een feit, met onderwijs en arbeid voor en door de stad, en daarmee een gezonde toekomst voor Heerlen ingezet. 3.4 Onze economie: Centrumstad van Parkstad Inleiding Naast een goede leefomgeving is het voor onze inwoners van belang passend werk te hebben. Dat kan zijn als ondernemer, als zzp’er of in loondienst. De opgave is om een welvarende stad te worden en te blijven, waar iedereen een goed bestaan voor zichzelf kan opbouwen. Dat is in Heerlen niet zo vanzelfsprekend. Na de mono-economie van de mijnen blijft het belangrijk om de economische basis te verbreden in harmonie met de natuurlijke omgeving. Enkele grote instellingen worden aangestuurd vanuit elders, waardoor er altijd een zeker risico is dat deze ten prooi vallen aan een centralisatietrend (als bijvoorbeeld het hoofdkantoor wordt verplaatst). In dat opzicht is de stad nog steeds kwetsbaar. We willen graag dat er een breed palet aan bedrijven en instellingen is zodat onze economie weerbaar is en tegenslagen kan opvangen. Mismatch op de arbeidsmarkt In Heerlen is er sprake van een mismatch tussen de vraag uit de markt en het aanbod aan werknemers. Er is een tekort aan passend opgeleide werknemers terwijl er een relatief grote groep minder goed opgeleide mensen rond moet komen van een uitkering. De opgave is om niet alleen een stevige economische structuur te hebben, maar ook een goed en passend aanbod aan opleidingen. Soms worden oplossingen voor de banenmismatch ook belemmerd door de landsgrenzen. Met name in de NOVI en NOVEX is er de komende jaren aandacht voor het wegnemen van procesmatige-, juridische-, infrastructurele- en andere grensbelemmeringen. Vanuit de samenleving wordt benadrukt dat het belangrijk is om aandacht te hebben voor het type bedrijvigheid dat we willen aantrekken. Bedrijven waar veel vraag is naar specifiek personeel, wat niet ingevuld kan worden door onze inwoners, draagt niet bij aan de brede welvaart van onze samenleving. Ook is het belangrijk om te focussen op de jeugd, omdat hier veel potentie ligt. Jongeren trekken nu vaak weg als ze gaan studeren en komen vervolgens (vooralsnog) te zelden terug (terwijl dat in andere gemeenten vaak wel het geval is). We moeten ervoor zorgen dat Heerlen aantrekkelijk blijft voor jongeren zodat ze na hun studie ook hier kunnen werken. Ruimtegebrek op en veroudering van bedrijventerreinen We zien dat op bestaande bedrijventerreinen ruimte is voor revitalisering en herontwikkeling, omdat veel panden niet meer geschikt zijn voor een nieuwe invulling. Naast personeelstekorten kampen bedrijven ook met ruimtetekorten. Met name bedrijven in de MedTech en hoogwaardige logistiek zoeken extra ruimte ter versterking van hun bedrijfsvoering, onder andere om de gewenste transitie op het gebied van energie en circulaire economie mogelijk te kunnen maken. Tot 2030 wordt een vraag verwacht in heel Parkstad van 50 tot 70 hectare, waarvan een deel in bestaande bedrijfspanden geaccommodeerd kan worden (veelal revitalisering, sloop en nieuwbouw). Voor de periode 2030-2040 verwachten we een aanvullende ruimtevraag van 40 hectare. Het bieden van voldoende ruimte is van groot belang voor het vitaal houden van deze bedrijven en daarmee het bieden van werkgelegenheid en het wegwerken van de sociaaleconomische achterstanden. Zowel vanuit de gemeente als de regio is er aandacht voor deze ontwikkeling en wordt er gekeken hoe bestaande bedrijven geherstructureerd kunnen worden, zodat het ruimtegebruik efficiënter wordt. Kantoorlocaties In en rondom Heerlen-Centrum liggen verschillende grootschalige kantoorlocaties. De vraag naar dit type kantoren neemt daarentegen al jaren af en sinds de coronapandemie veranderd dit nog steeds. Daarnaast moeten kantoorgebouwen energiezuinig zijn van de wetgever: een deel van onze kantorenvoorraad is zodanig verouderd, dat die geen toekomst meer heeft. Tegelijkertijd willen we voldoende aanbod houden voor nieuwe kantoorgebruikers of voor vervangende kantoorbehoefte van ondernemers. Vanuit de samenleving is er wel een toenemende vraag naar nieuwe en flexibele werklocaties, zoals kantoorruimtes, waar functies samenkomen en synergie kan ontstaan. Met name nieuwe horecavormen in het centrum kunnen deze synergie faciliteren. Locaties waar ruimte en tijd optimaal worden benut, zoals horecazaken die overdag worden benut als werklocatie en ‘s avonds dienstdoen als restaurant of grandcafé, zijn voorbeelden van nieuwe horecavormen. Digitalisering en AI We kunnen nog niet voorspellen welke vlucht de ontwikkeling van Artificial Intelligence gaat nemen en hoe zich dat zal vertalen in de fysieke omgeving. Inwoners mogen erop vertrouwen dat we ons goed voorbereiden op dit soort belangrijke trends. Boodschappenwinkels: tegenstrijdige belangen en leefbaarheid Heerlen kent historisch een zeer fijnmazig netwerk aan (kleine) boodschappenwinkels. De moderne consument wil daarentegen steeds meer gemak en een breed aanbod in één winkel (‘one stop shopping’). Deze winkels, met name supermarkten, hebben hierdoor te maken met een veranderende consumentenvraag, concurrentie en digitalisering. Dat leidt tot grotere winkels en met name grotere supermarkten. Het gevolg hiervan is dat supermarkten zich niet meer op buurtniveau, maar op wijkniveau of zelfs stadsdeelniveau oriënteren. Dus grotere winkels, maar minder in aantal en minder dichtbij. Bovendien kunnen grotere winkels door schaalvoordelen vaak wat lagere prijzen rekenen dan kleine buurtwinkels. citaat 8 “Een supermarkt die voor iedereen lopend te bereiken is.” – Bewoner Zeswegen-Nieuw Husken Heerlen-Centrum als traditionele koopstad staat onder druk citaat 9 “Er moet meer aandacht aan de stad worden besteed zoals meer horeca, uitgaansgelegenheden, leuke winkels en fijne pleintjes met groen. Maak van de stad één geheel, bijvoorbeeld door alle gebouwen in het centrum in Caribbean kleuren te schilderen. Dan komen er meer toeristen en dat is goed voor de economie en werkgelegenheid. Geef laaggeletterden een kans in dit project en betrek jongeren om hangjeugd tegen te gaan. Heerlen heeft zo veel mogelijkheden om haar slechte imago kwijt te raken en zichzelf op de kaart te zetten!” – Bewoner uit Heerlerheide-Passart Heerlen-Centrum heeft decennialang een duidelijk rol vervuld als koopstad voor heel Parkstad. Dit leidde lange tijd tot het bijbouwen van veel nieuwe winkelpanden, een groeitrend die niet alleen in Heerlen speelde. Deze groei is abrupt afgekapt door de bankencrisis van 2008 en de kredietcrisis van
  6. Doordat de koopkracht in die jaren instortte, werd er minder besteed. Hierdoor was het kernwinkelgebied ineens te groot. De snelle ontwikkeling van online shopping heeft de leegstand nog eens verder versterkt (zie figuur 11). Daarbovenop kwamen de effecten van de coronacrisis die (tijdelijk) tot een extra dip in het aantal bezoekers heeft geleid. Inmiddels gaat het de goede kant op wat betreft de bezoekersaantallen en zitten we inmiddels bijna op hetzelfde niveau als voor de coronacrisis. Figuur 18: Leegstand Aandeel leegstand verkooppunten Bron: Locatus 2023 citaat 10 “Wij hebben een prachtige en druk bezochte woonboulevard, maar in de stad is vooral leegloop. Heerlen centrum mag daarom wel wat meer winkels aantrekken waardoor de stad aantrekkelijker wordt voor mensen van buitenaf. Het eerste uur gratis parkeren was ook een groot succes. Soms als ik even snel iets wil ophalen in de stad dan mis ik dat wel en ga ik niet of bestel ik weer online.” – Bewoner uit Meezenbroek-Schaesbergerveld-Palemig Sinds 2005 is al voorzichtig ingezet op het wat compacter maken van het uitgestrekte kernwinkelgebied. Dit is in de Structuurvisie Heerlen 2035 en in de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL) verder doorgezet als aanpassing op de veranderde economische situatie. Daarbij is verschil gemaakt tussen het kernwinkelgebied en de aanloopstraten. We zijn voorzichtig met het nog verder inkrimpen, omdat dit het risico vergroot dat het kernwinkelgebied onder de kritische massa terecht komt en té klein wordt om het hoofdwinkelcentrum voor heel Parkstad te zijn. De kunst is om de juiste balans te vinden tussen een voldoende robuust en aantrekkelijk kernwinkelgebied en de overige functies die een binnenstad kenmerken. Een aantrekkelijke en kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte is niet zaligmakend, maar wel belangrijk voor het kernwinkelgebied en het horecagebied. Bovendien vormt het de verbinding met allerlei andere functies, zoals cultuur, kantoren en dienstverlening. Het wordt op deze manier ook aantrekkelijker om in de binnenstad te wonen. Wonen in de binnenstad kan een positieve impact hebben op het vergroten van de sociale controle en levendigheid, ook na winkelsluitingstijd. Horeca We hebben de afgelopen jaren gezien dat leegstaande winkelpanden in het centrum worden ingevuld door horeca. Hierdoor heeft de binnenstad, meer dan voorheen, een verblijfsfunctie gekregen: mensen gaan naar de stad voor een totaalbeleving. Toch is de marktruimte voor horeca min of meer verzadigd. Dit neemt niet weg dat we in Heerlen bepaalde gebieden hebben aangemerkt als horecaclusters die elkaar kunnen versterken doordat ze elk een net ander karakter hebben. Zowel overwegend anders in het type horeca (brasserie, lunchroom, restaurant of nachtcafé) als de plek in de stad die verschilt. In de wijken zien we een afname van de traditionele buurtcafés, snackbars en cafetaria’s. Kansen voor de vrijetijdseconomie citaat 11 “In mijn vrije tijd is er weinig te doen in Heerlen, met name na sluitingstijd van de winkels. Ook is er weinig aanbod voor kinderen en jongeren.” – Bewoner uit Molenberg Het verbeteren en versterken van de vrijetijdseconomie is op verschillende schaalniveaus als belangrijke opgave benoemd. Heerlen, maar ook de omgeving, heeft een rijke historie en beschikt over verschillende gebieden met hoge natuurwaarden en unieke landschappen. Hier liggen kansen om de landschappelijke kwaliteiten en de rijke historie van Heerlen, zowel voor onze inwoners als voor onze bezoekers, beter te benutten en beter beleefbaar te maken. Het ontsluiten en geschikt maken van groengebieden voor inwoners en bezoekers is werk dat aantrekkelijk en eenvoudig is, maar wel verantwoordelijk en dus in regie en samenhang moet worden uitgevoerd. Daarbij kunnen gebieden een thema krijgen waarmee een doelgroep extra wordt aangesproken. Door de verspreide ligging van deze natuurplaatsen aan elkaar te verbinden met nieuwe natuur (dus niet met wegen) van tenminste zo’n 100 meter breed, ontstaan routes die alle thema's aan elkaar vlechten en er voor vele soorten mensen vele bestemmingen en belevingssferen ontstaan. Als deze verbindingen strategisch worden gemaakt, worden daarmee ook wijken aantrekkelijker. Dit zal op meerdere plaatsen een verandering van de verkeersstructuur vragen, hetgeen een mooie gelegenheid is om het oude stedenbouwkundige model te corrigeren. Groevegebieden vormen een uniek en uitzonderlijk mooi decor dat nergens in Nederland te vinden is en bieden de bezoeker datgene, dat Heerlen mist: open water. Verbind deze elementen met nieuwe werkgelegenheid i.s.m. de bovengrondse praktijkschool, het techniekcollege en Yuverta en dagjesmensen worden door tal van initiatieven van alle gemakken voorzien. Onze cultuurhistorie is goed voelbaar in de mijnkoloniën, waarvan een aantal de status van beschermd stadsgezicht hebben. Maar ook in andere rijksmonumenten zoals de diverse voormalige watermolens langs de beken is dit goed zichtbaar. Op cultureel gebied is Heerlen ook een voorloper. Het culturele aanbod, inclusief evenementen en cultuurhistorie, is volop aanwezig, maar wordt nog niet in de volle breedte door iedereen even sterk beleefd. In een samenleving die sterker het accent legt op beleving, kan het cultuuraanbod een onderscheidende rol spelen. Een sterke concentratie aan cultureel aanbod is te vinden in en rondom Heerlen-Centrum. Uniek is het Thermenmuseum langs de Via Belgica, evenals het voormalige Landsfort Herle rondom de Pancratiuskerk. De bekendheid en de beleefbaarheid zijn echter nog niet optimaal. Hier is dus nog iets te winnen om ook bezoekers van verder weg aan te trekken als onderdeel van de vrijetijdseconomie. [1] Parkstad in cijfers, economie; https://parkstad.incijfers.nl/dashboard/economie 3.5 Afstemmingskader Parkstad Veel van de in dit hoofdstuk geschetste uitdagingen gelden voor de hele regio Parkstad en zijn in dat verband ook al eerder onderkend. Daarom heeft Parkstad het Regionaal Afstemmingskader GOVI’s Parkstad ‘PARKSTAD 2040; een grenzeloos perspectief’ opgesteld (zie bijlage voor een uitsnede). De Versie: 1.0 – Bouwsteen voor de Gemeentelijke Omgevingsvisies is vastgesteld door de Bestuurscommissie Ruimte & Mobiliteit en de Gemeenteraden. Dit regionaal afstemmingskader bevat het toekomstperspectief voor de leefomgeving van Parkstad richting 2040 en is de regionale bouwsteen voor de zeven gemeentelijke omgevingsvisies. Het is geen hard kader met strikte planologische sturingsprincipes, maar juist een inspirerend vergezicht gericht op het samenbrengen van kwaliteiten en opgaven op alle schaalniveaus. Met dit vergezicht schetsen de zeven gemeenten ook de belangrijkste ambities en ontwikkelingen waar ze samen mee aan de slag gaan in de omgevingsvisies. Aan de hand van dit vergezicht is het afwegingskader gemaakt. Dit helpt bij het bepalen of nieuwe ontwikkelingen met een regionaal belang passen in het overkoepelende doel. Parkstad Limburg Stadsregio Parkstad Limburg is een bestuurlijke samenwerking van zeven gemeente. Onze gemeente werkt hier samen met de gemeente Beekdaelen, Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal. De regio zet zich in voor een duurzame economische, fysieke en sociale ontwikkeling, waardoor welvaart, welzijn, werkgelegenheid en voorzieningen zowel nu als op de langere termijn worden bevorderd en gewaarborgd. Dat wordt gedaan door: a. Het realiseren van een duurzaam economisch groeipotentieel door het creëren van nieuw perspectief en het verzilveren van kansen, ook grensoverstijgend. b. Het realiseren van leefbare en gezonde wijken en kernen door het integreren van een sociale en fysieke aanpak op gebiedsniveau. 4 Visie op Heerlen 4.1 Inleiding In hoofdstuk 2 en 3 hebben we gezien dat Heerlen vele kwaliteiten heeft om trots op te zijn en die we koesteren, maar ook dat er veel opgaven op de gemeente afkomen waar we iets mee moeten. Dit doen we op een Heerlen-eigen manier die past bij onze inwoners en ondernemers. Dat kan soms afwijken van ‘hoe we het altijd doen’. Daarom is het goed om los van de dagelijkse praktijk na te denken over de (verre) toekomst van Heerlen. Wij zien Heerlen in 2050 als ‘een oude stad met een jong hart!’. Hieronder beschrijven we onze visie op Heerlen, de wenselijke situatie, in
  7. Daarbij geven we ook aan welke opgaven we daarvoor hebben aangepakt. Hoe we dat gaan doen beschrijven we in de thematische uitwerking in het volgende hoofdstuk

(5). 4.2 Heerlen in 2050; een oude stad met een jong hart! Heerlen in balans Anno 2050 is Heerlen een sociale en groene stad in balans, met een stralend centrum te midden van goed verbonden vitale buurten. We hebben een balans getroffen tussen samenleving en natuur, tussen materiële welvaart en immaterieel welzijn, tussen trots op een roemrijk verleden en zin in een lonkende toekomst. Na een opwaartse spiraal in de eerste helft van de 21e eeuw staat de stad gemiddeld tot hoog in landelijke lijstjes op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, gezondheid en sociaaleconomische status. De rigoureus vergroende én verduurzaamde wijken van Heerlen worden stuk voor stuk bewoond door een veerkrachtige mix van jonge en oude inwoners, van huishoudens met dikke én smalle beurzen. Heerlen heeft haar positie als bruisend hart van Parkstad bestendigd en is uitgegroeid tot bloeiend Euregionaal knooppunt dat zich onderscheidt op tal van thema’s, van cultuur tot circulariteit. De rond de eeuwwisseling voorspelde demografische krimp is uitgebleven. Heerlen is meebewogen met de gematigde groei van de Nederlandse bevolking, en is mede dankzij groeimagneten als het Medtech cluster en de Brightlands Service Campus geleidelijk doorontwikkeld tot een stad van ruim 100.000 inwoners. Identiteit, van nul tot nu Vandaag de dag zijn de vier belangrijke cultuurhistorische periodes die, zoals beschreven in hoofdstuk 2, medebepalend zijn geweest voor de ontwikkeling van Heerlen goed zichtbaar. De komst van het Maankwartier, dat bekend staat als de vierde en daarmee de jongste belangrijke cultuurhistorische periode, aan het begin van de 21e eeuw was na de zware en turbulente tijden van de mijnbouwperiode een eerste moderne stap in de transitie van de stedelijke identiteit van Heerlen. De stationsomgeving is een symbool voor het vermogen van de stad om zichzelf steeds weer opnieuw uit te vinden. Dat geldt ook voor het zwembad in de Sint Franciscus van Assisikerk waarmee Heerlen een pagina in de Lonely Planet veroverde. De slagzin van het in 2050 met succes afgeronde Nationaal Programma Heerlen-Noord “Trots, als brandstof van onze inhaalrace”, benadrukt de kracht van de identiteit die is voortgekomen uit deze vier belangrijke bloeiperiodes. Een stad met een gouden rafelrand Begin twintiger jaren van de 21e eeuw werd Heerlen beschreven als een stad met een gouden rafelrand. Aan de ene kant was Heerlen een stad met heel veel sociaaleconomische uitdagingen en een getroebleerd verleden. De sociale structuur van de stad stond onder enorme druk en Heerlen prijkte bovenaan alle negatieve lijsten. De armoedecijfers waren hoog, en Heerlen was nationaal koploper in energiearmoede, wat betekende dat veel mensen in slechte huizen woonden, met hoge energierekeningen en weinig middelen voor de nodige verduurzamingsslag. Aan de andere kant en desondanks was het een stad met het vermogen om de bladzijde om te slaan en zichzelf opnieuw uit te vinden. In dat proces zat – en zit nog steeds – veel creativiteit, energie en lef om erbovenop te komen. Door middel van pionieren en een vechtersmentaliteit slaagde de stad er in op een solidaire manier de energietransitie vorm te geven en stapje bij beetje de sociaaleconomische achterstanden achter het fenomeen energiearmoede in te halen. Diezelfde mentaliteit zorgt ervoor dat Heerlen ook nu gewoon nog steeds beschikt over een hoogwaardig, volwaardig ziekenhuis dat heel Parkstad bedient. Trendbreuk begon bij de jeugd Voor Heerlen is een betere toekomst altijd bij haar jeugd begonnen. Niet voor niets investeren we al decennia lang in de best mogelijke omstandigheden voor kinderen. Wie in een liefdevol en veilig gezin opgroeit, heeft later de grootste kans op een gelukkig, liefdevol en succesvol leven. Daarom ondersteunen we nog altijd via onder andere ‘Kansrijk van Start’ jonge ouders vanaf het moment van een kinderwens tot het moment dat kinderen naar school gaan en laten we ook daarna niet los. We zien het onderwijs als dé plek om gelijke kansen te bevorderen en behandelen scholen en kinderen daarom juist ongelijk: kinderen die meer ondersteuning nodig hebben, krijgen extra hulp en aandacht. We zijn blij met iedereen die op eigen kracht kan zorgen voor veiligheid, gezondheid en ontplooiing, maar voor wie dat niet vanzelfsprekend is, staan we klaar om te helpen. Via Familiescholen ondersteunen we kinderen en gezinnen met onder meer armoedebestrijding en zorg. Apetrots zijn we bovendien dat alle Heerlense scholen een Rijke Schooldag bieden, met volop aandacht voor gezond eten, bewegen, cultuur en samenwerking met de buurt. Vitaal, gezond en leefbaar Heerlen Ruimte voor positieve gezondheid In 2050 zijn de mensen uit Heerlen gezonder dan het gemiddelde van Nederland omdat, mede dankzij het succes van het Nationaal Programma Heerlen-Noord, de sociaaleconomische achterstanden zijn ingelopen, de basis op orde is en de basisvoorwaarden voor een gezonde leefomgeving altijd al aanwezig waren. Het groen is zoals gezegd altijd dichtbij: de beekdalen, de Brunssumerheide en de groene inrichting van de wijken en buurten dragen bij aan de positieve gezondheid en brede welvaart. Wel zijn die identiteitsdragers vanaf begin twintiger jaren versterkt door ze een duidelijker profiel mee te geven en ze aan elkaar te verbinden. Ook laten we in het groen het erfgoed, kunst en cultuur goed zien. Sociaal veilig Heerlen is anno 2050 ook een heel veilige stad. Dankzij grote inspanningen, ook in de landelijke lobby, zijn er extra politieagenten en BOA’s ingezet. Daarnaast is er strak gehandhaafd op diverse terreinen, waaronder in de fysieke leefomgeving via het goed inregelen van het omgevingsplan. Na een aantal jaren, toen de integrale aanpak van het Nationaal Programma Heerlen-Noord zich begon uit te betalen en meer mensen aan het werk gingen, nam de criminaliteit gaandeweg af tot een in Nederland gemiddeld tot laag niveau. Vertrouwen Anno 2050 is het vertrouwen tussen de inwoners en het gemeentebestuur relatief groot. Zo is de opkomst bij verkiezingen al jaren gemiddeld tot hoog vergeleken met de rest van Nederland en weten inwoners uit alle lagen van de bevolking de gemeente goed te vinden. Inwoners worden structureel betrokken bij de ontwikkeling van beleid en plannen voor de toekomst. Hier krijgen ze de gelegenheid om mee te praten en mee te denken over de toekomst van Heerlen zodat er een breed gedragen verhaal ontstaat waar zowel de stad als haar inwoners en ondernemers achter staan. Het gestructureerd werken in de beleidscyclus geënt op de Omgevingswet die in 2024 in werking is getreden, biedt hiertoe ook volop de gelegenheid. Het betrekken van de samenleving bij onderwerpen zoals klimaatverandering is ook succesvol gebleken. Hier zijn innovatieve ideeën uit voort gekomen waar Heerlenaren al jaren met elkaar de vruchten van plukken. Dé tuinstad van Parkstad Groen tot in het hart van de stad Door de ontstaansgeschiedenis van Heerlen, waarin diverse dorpen en mijnwerkerswijken aan elkaar zijn gegroeid, konden bezoekers zich aan het begin van de 21e eeuw soms nog moeilijk oriënteren. Anno 2050 vormen de beekdalen en andere groengebieden de juiste begeleiding om de weg door de stad te vinden. Ook de wijken en buurten zelf zijn zo rigoureus vergroend, met een fijnmazige dooradering, dat ze bijdragen aan biodiversiteit, gezondheid, klimaatadaptatie en bestrijding van hittestress. Ondanks de groei die Heerlen heeft doorgemaakt, vinden groen en bebouwing nog altijd een mooie, natuurinclusieve balans, waardoor het goed toeven is voor mensen én alle dieren. Nieuwe en verbeterde fiets- en wandelverbindingen door de groene aders maken de grote groenstructuren in en om de stad goed bereikbaar voor bewoners en recreanten. Vanuit het centrum en de wijken ben je in mum van tijd op de Brunssummerheide die zijn weg vindt tot in het hart van de stad. Heerlen kent ook vele prachtige groene, soms nog onbekende, plekken, meerachtige vijvers en beken. De natuurgebieden, de Caumerbeek en de Geleenbeek zijn volledig hersteld en beter zichtbaar gemaakt. Ook het groevegebied is na de exploitatie van zilverzand volledig getransformeerd tot een uniek groen- en waterrijk gebied met prachtige natuur, volop recreatiemogelijkheden en een sterke verknoping met de omliggende wijken. Door de verbeterde verbindingen tussen de stad en de omgeving is ook Kasteel Hoensbroek goed bereikbaar wat een positief effect heeft op de beleving van het groen en de cultuurhistorische waarden van Heerlen. Groen wordt hét verbindend element en daarmee tevens unique selling point van heel Heerlen! Cultureel brandpunt Voor kunst en cultuur ben je in 2050 in Heerlen aan het juiste adres. Dit vormt een groot deel van de identiteit van de stad. Door het brede culturele aanbod is Heerlen in de loop der jaren uitgegroeid tot culturele hoofdstad van zuidelijk Nederland. Er zijn culturele festivals, een drukbezocht theater en een poppodium dat bekend staat om zijn kwaliteit. Dankzij SCHUNCK, de stadsschouwburg, de Royal, het Maankwartier – en de gewaagde bouwwerken die volgden – is Heerlen een geliefd uitje voor liefhebbers van (moderne) architectuur. Het herontdekken van de culturele kwaliteiten van de stad en het centrum heeft ertoe geleid dat de unieke uitstraling overal zichtbaar en voelbaar is. Zo wordt de graffiti in de stad omarmd en als kunst beschouwd en is er op het gebied van kunst en cultuur invulling gegeven aan het voorheen ‘lege canvas’ van Heerlen. Daarnaast heeft Heerlen zich de afgelopen decennia verder ontwikkelt tot dé hiphop stad van de brede (Eu)regio. Internationale netwerkstad Nieuwe sociale netwerken Pioniersstad Heerlen heeft de capaciteit om zichzelf opnieuw uit te blijven vinden – een eigenschap die haar ook anno 2050 blijft vormen. Bijzonder daarbij is dat de situatie nu in veel opzichten ook weer elementen heeft van de situatie van vóór de mijnsluitingen: het gevoel van sociale cohesie, elkaar helpen en aangesloten zijn bij het verenigingsleven is in de loop van de jaren gebleven bij en gedragen door oudere inwoners en mede dankzij hen sterk gegroeid bij jongeren en relatieve nieuwkomers. Buurtvoorzieningen zijn teruggekeerd naar buurten en wijken die er eerder van verstoken waren en hebben eveneens bijgedragen aan de sociale cohesie. Ook zijn er energiecoöperaties opgebloeid, waarin Heerlenaren samen zorgdragen voor het onderhoud en de verbetering van volledig duurzame energievoorzieningen. De strijd tegen klimaatverandering en voor vergroening heeft gezorgd voor verbondenheid. Nieuwe fysieke netwerken Door de aanleg van nieuwe en logische verbindingen is de oriëntatie in de stad anno 2050 verbeterd, waardoor mensen zowel van binnen als van buitenaf nu gemakkelijk op de fiets of te voet de stad kunnen verkennen. Dankzij nieuwe overkluizingen vormt het spoor geen barrière meer en zijn de stadsdelen Heerlen-Noord en Heerlen-Zuid (fysiek en sociaal) naar elkaar toegegroeid. Grensoverstijgend samenwerken Heerlen ligt aan de rand van Nederland maar centraal in een grotere internationale regio met het Ruhrgebied en de omgeving Luik om de hoek, waarbinnen in totaal meer dan 30 miljoen mensen wonen. Die ligging wordt inmiddels optimaal benut door de uitstekende verbindingen en grensoverstijgende samenwerking. Er vindt uitwisseling van kennis en samenwerking met andere overheden over de grens plaats met Aken voorop. Dankzij de bloei van onder andere grensoverstijgende bedrijventerreinen en de dépendance van de RWTH in Heerlen, vindt er een sterke uitwisseling van kennis en mensen plaats. Hoogwaardige, snelle aansluiting op een Euregionaal (en vanuit de Euregio zelfs Europees) spoornetwerk biedt talloze mogelijkheden voor verdere samenwerking. Internationale kenniseconomie Heerlen onderwijsstad Anno 2050 heeft Heerlen alle kansen op het gebied van innovatie met beide handen aangepakt en gecombineerd met scholing en onderwijs. Ook hier zijn we begonnen bij de jeugd. Vanaf jonge leeftijd hebben we talentontwikkeling gestimuleerd, achterstanden bestreden en ondersteuning geboden daar waar dat nodig was en dit doen we nog steeds. We zetten daarmee maximaal in op het succesvol afronden van een schoolperiode met een startkwalificatie. Zo nemen alle jongeren volwaardig, zelfbewust, zelfstandig en in goed welbevinden deel aan de Heerlense samenleving en arbeidsmarkt en blijven ze zich doorontwikkelen. Daarom is het mbo, hbo en wo niet alleen meer voor studenten. De scholen zijn ook ontmoetings- en leerplekken voor volwassenen, bedrijven en maatschappelijke instellingen. In Heerlen zijn we al jaren voorlopers op het gebied van techniek, stedelijke transformatie, duurzaamheid, zorg, brede welvaart en veiligheid op alle niveaus. Dit gaat van mbo, hbo tot wo en van wetenschappelijk onderzoek tot het verzilveren van kennis en techniek. Onze internationale context en het gegeven dat we hier pionieren met transformaties op vele vlakken zorgt ervoor dat ook onderwijsinstellingen van over de grens onze regio en onze vraagstukken interessant vinden. De komst van de RWTH Aachen naar Heerlen begin twintiger jaren is wat dat betreft een opmaat gebleken. Vlak na de komst van de Akense universiteit, vonden ook de OU (Open Universiteit), de UM (Universiteit Maastricht) en Zuyd Hogeschool de weg naar het centrum van de stad. Tot op de dag van vandaag vindt er een succesvolle samenwerking en uitwisseling van kennis plaats tussen deze verschillende universiteiten en komen er jaarlijkse honderden studenten naar Heerlen. In de nabijheid van Heerlen, in de euregio, zijn aanvullend op de in Heerlen gevestigde (onderdelen van) onderwijsinstellingen nog onder andere de RWTH, Brightlands Maastricht Health en Chemelot campus Sittard gelegen. Hiermee is het beschikbare onderwijsaanbod zeer divers en compleet te noemen. Slimme hoofden en handige handen In de technologie en logistiek hebben we gewerkt en werken we nog steeds aan vraagstukken op allerlei niveaus. Van Artificial Intelligence (AI), robotisering en digitalisering als wetenschapsgebieden, tot de toepassingen ervan in de maatschappij en het bedrijfsleven, tot het onderhouden en het bedienen van dit soort toepassingen in de fabrieken. Daarnaast is de sector in medische technologie en medische logistiek, dankzij de internationale ligging, toenemend zorggebruik en verbeterde technologie, het afgelopen decennia een groeibriljant gebleken die voor de hele regio economisch stuwend is. Excellent onderwijs en onderzoek zijn van levensbelang om de kenniseconomie draaiende te houden en de regio door te blijven ontwikkelen. Met de komst van de ‘Einstein Telescope’ maar ook vragen vanuit ASML en onze financieel administratieve clusters hebben bijgedragen aan dit belang. De economische as De economische as, die vanaf de woonboulevard tot in het zuidelijkste punt van de gemeente loopt, huisvest naast de nog steeds bloeiende woonboulevard meerdere grote bedrijven binnen de Brightlands Smart Services Campus, een uitgebreide onderwijsboulevard met onderwijsinstellingen op verschillende niveaus, een hoogwaardig technologisch bedrijventerrein, een moderne zorgvallei, een industrieel cluster en tot slot de grote concentratie van medische logistiek. Deze as heeft Heerlen economisch op de kaart gezet. De digitalisering heeft hier een grote bijdrage aan geleverd door de nieuwe mogelijkheden op het gebied van medische technologie, smart services en AI. Het aantal hoogwaardige banen, alleen al in de medische sector, is door de jaren heen zo sterk gestegen, dat de stad veel meer kenniswerkers aan zich heeft kunnen binden. Deze ontwikkeling heeft daarnaast ruimte geboden voor de verduurzaming van bedrijven en processen en draagt bij aan de energietransitie. De energietransitie heeft gezorgd voor een nieuwe ‘groene economie’ en veel nieuwe groene banen. In deze ’bedrijfstak’ zijn we koploper in heel Nederland en zelfs Europa. Ook de groei van het toerisme en de vrijetijdssector is flink doorgezet. Toekomstbestendige woonomgeving Divers en inclusief woningaanbod Begin twintiger jaren werd de krimpgedachte ten grave gedragen en gaf de gemeente samen met maatschappelijke partners gestalte aan een nieuwe sociaal-ruimtelijke dynamiek in de stad. De woningvoorraad is nu, in 2050, kwantitatief en kwalitatief op orde. Door de ontwikkeling van de economische as zijn er niet alleen veel nieuwe banen bij gekomen voor Heerlenaren, maar ook voor mensen van buiten de gemeente. De woningvoorraad is behalve volledig duurzaam en klimaatadaptief daardoor ook groter en inclusiever geworden om de ruim 100.000 Heerlenaren in al hun verscheidenheid te accommoderen. Anno 2050 is niet alleen de woningvoorraad op orde, maar is ook de balans in het woonklimaat teruggekeerd. Dit werd bereikt met stevig volkshuisvestelijk beleid dat geen ruimte liet voor huisjesmelkers, en dat aanzette tot structurele verbetering van de samenstelling van wijken. De belangrijkste opgave hierbij was het ongedaan maken van de stelselmatige concentratie van kwetsbare groepen op dezelfde plekken in de stad, in samenwerking met de rest van de regio. Zo werden er in focuswijken woningen in het hogere segment gebouwd en in veerkrachtigere wijken juist sociale en betaalbare woningen. Een effectief instrument hiervoor bleken de zogenaamde “(Park)stadshuwelijken” – verbindingen tussen méér en minder veerkrachtige wijken in Parkstad waarin parallel werd ontwikkeld om overal tot een gezondere sociale mix te komen. Nu, in 2050, hebben alle wijken een evenwicht gevonden tussen betaalbare woningen en woningen in het hogere segment en alles wat daar tussenin zit. Dit heeft samen met het hoge maatschappelijke voorzieningenniveau geleid tot een sterke sociale cohesie in de wijken en buurten. Innovatieve woningbouw Heerlen beschikt anno 2050 over diverse woonmilieus: van hoog stedelijk wonen in het centrum tot ruim opgezet wonen in het groen. Daarnaast is er voldoende keuze tussen kwalitatief goede woningen, appartementen en eengezinswoningen en is ook hybride wonen mogelijk in Heerlen. De kwaliteit vertaalt zich ook naar de levensloopgeschiktheid van de woningen. Er zijn grote veranderingen en innovaties op het gebied van wonen en woningbouw doorgevoerd. Zo heeft de gemeente een grote rol gehad in het herstel van de woningmarkt. Bovendien is de gemeente voortvarend aan de slag gegaan met een brede herstructureringsslag. De leefbaarheid ging in herstructureringsgebieden zichtbaar vooruit doordat rotte plekken weg werden gewerkt, groenstructuren op grote schaal werden hersteld of nieuw werden aangelegd, en doordat er slim gemixt werd met woonsegmenten. Bij deze vernieuwingsslag werd zo veel mogelijk ingezet op innovatieve woon- en bouwvormen die energieneutraal en hittebestendig zijn. Het in Heerlen gevestigde Europees Centrum voor Circulaire Bouw en Transformatie vervulde een aanjagersrol tot ver in de Euregio. Optimale woonkwaliteit werd systematisch gekoppeld aan maximaal identiteitsbehoud in karakteristieke wijken als mijnkoloniën. Samenwerking boven marktwerking in de zorg Anno 2050 is Heerlen, meer dan ooit, een inclusieve stad. Dat ouderen, zorgbehoevenden en mensen met een beperking (langer) thuis blijven wonen, is ten opzichte van in de begin twintiger jaren, onder meer de gewenste uitkomst van de samenwerking in het zorglandschap. Het motto van deze samenwerking luidt: ‘Geen marktwerking, maar samenwerking in de zorg’. Dit is tot uitdrukking gebracht door de zorg en ondersteuning, waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zo veel mogelijk te organiseren via samenwerkingsverbanden. Hierbij wordt er met één contractpartner voor het zorg- en ondersteuningsaanbod gewerkt en wordt de samenwerking met ketenpartners veelvuldig gestimuleerd. Ook zijn er – met het oog op de vergrijzing, het streven naar inclusie en de wens dat mensen lang thuis blijven wonen – veel sociale en ruimtelijke aanpassingen in de omgeving gedaan en is het aantal levensloopbestendige woningen enorm gegroeid. Gelukkig ouder worden Iedereen wil gelukkig ouder worden en waar kan dat beter dan in de eigen omgeving. De samenwerking in het zorglandschap werd gekoppeld aan vooruitstrevend ouderenbeleid, met warme aandacht voor onze oudere inwoners. Het Heerlense ouderenbeleid stelde de ouderen zelf centraal, hielp hen zo lang als mogelijk gelukkig thuis te laten wonen en hen tegelijkertijd volop in staat te stellen deel te blijven nemen aan de maatschappij. Op het moment dat ouderen niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen, weten velen de weg te vinden naar het open Zorgbuurthuis. Het Zorgbuurthuis beschikt over een fijnmazig netwerk van zorg, begeleiding en maatschappelijke ondersteuning waar ouderen zo lang als mogelijk in hun eigen vertrouwde wijk of buurt kunnen blijven wonen. Om dit te realiseren werd in Heerlen ingezet op community building en "magic mix" in woon(zorg)complexen en wijken. Deze maatregelen en het creëren van groenvoorzieningen hebben een grote impact op de inclusiviteit en leefbaarheid van de wijken en de vitaliteit en positieve gezondheid van alle Heerlenaren. Energieneutraal, klimaatadaptief en duurzaam Energierechtvaardigheid Een belangrijke Heerlense invulling van de energietransitie is het bereiken van energierechtvaardigheid. We zijn gegroeid van energiearmoede naar een situatie, in 2050, waarin iedereen recht heeft op betaalbare energie en deze ook krijgt. Dit heeft Heerlen samen met Parkstad bereikt door het nastreven van vier principiële doelstellingen: een betaalbare energierekening, een leefbare woonkamertemperatuur, een houdbare ecologische voetafdruk en democratisch zeggenschap over de energiehuishouding. Om deze zeggenschap te creëren en waarborgen, is halverwege de twintiger jaren een sociaal energiebedrijf opgericht. Daarnaast is er veel onderzoek verricht naar de ruimtelijke inpassing van duurzame energiebronnen en het uitrollen van een grootschalige collectieve warmtetransitie. Heerlense energie wordt anno 2050 volledig duurzaam opgewekt, nadat de stad in 2040 al energieneutraal werd. Van energierechtvaardigheid naar klimaatrechtvaardigheid Heerlen is niet gestopt bij energierechtvaardigheid, maar heeft dit verder opgewerkt tot ‘klimaatrechtvaardigheid’ door ook klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en circulariteit mee te nemen. Zo werd de huizenvoorraad verduurzaamd en volledig voorzien van materiaalpaspoorten om te borgen dat materialen zo veel mogelijk hergebruikt worden. Door de opgedane kennis op dit gebied is Heerlen uitgegroeid tot Euregionaal knooppunt voor circulaire bouwinnovatie. De woon- en buitenruimte zijn volledig klimaatadaptief ingericht en we hebben voorzieningen voor hoog water getroffen in de beekdalen en in nieuwe buffergebieden. Door vooruitstrevend dierenwelzijnsbeleid is de Heerlense samenleving veel meer in balans met de Heerlense natuur, heeft biodiversiteit weer op kunnen bloeien en worden dieren erkend en beschermd als volwaardig onderdeel van het weefsel van de stad. 5 Thematische uitwerking 5.1 Inleiding Het is nog geen 2050. Er moet veel gebeuren om de ambities waar te maken. Daarom hebben we in dit hoofdstuk het wensbeeld voor 2050 terugvertaald naar de acties van morgen. Deze hebben we ingedeeld aan de hand van het afstemmingskader van Parkstad, maar in een vereenvoudigde vorm (minder thema’s) en met eigen Heerlense benamingen, die zijn gebaseerd op de identiteit, de kwaliteiten en de opgaven van de stad. Figuur 19: Afwegingskader omgevingsvisie Het wensbeeld van Heerlen in 2050 mede gebaseerd op het Afstemmingskader Parkstad Bron: KuiperCompagnons 5.2 Vitaal, leefbaar en gezond Heerlen 5.2.1 Inleiding Met een vitaal, leefbaar en gezond Heerlen (en Parkstad) zorgen we voor een betere sociaalmaatschappelijke situatie, een omgeving die veiligheid en positieve gezondheid centraal heeft staan en een voorzieningenaanbod dat past bij de regio. Figuur 20: Afwegingskader omgevingsvisie Het wensbeeld van Heerlen in 2050 mede gebaseerd op het Afstemmingskader Parkstad; vitaal, leefbaar en gezond Heerlen Bron: KuiperCompagnons 5.2.2 Het kind voorop Inleiding Zoals gezegd worden de achterstanden vaak van generatie op generatie overgedragen. Om die spiraal te doorbreken leggen we de focus op kinderen en jongvolwassenen. We stellen ‘het kind voorop’, want de kinderen van nu zijn de toekomst. Figuur 21: Vitaal, leefbaar en gezond Heerlen Impressies van de gemeente Bron: Beeldenbank gemeente Doorbreken van de sociaaleconomische en maatschappelijke achterstanden Het doel van het jeugdbeleid is dat alle kinderen en jongeren gezond en veilig kunnen opgroeien, hun talenten kunnen ontwikkelen en naar vermogen kunnen participeren in de samenleving. Hierbij ondersteunen we jeugdigen en hun gezinnen zoveel als mogelijk preventief, en bieden we hulp dicht bij huis en samen met andere partners in het jeugddomein zoals voorschoolse opvang, onderwijs en huisartsen. De aanpak van ‘het kind voorop’ betekent letterlijk en figuurlijk ruimte aan kinderen bieden. Alle kinderen en jongeren willen we maximale ontwikkelkansen bieden. Wij werken aan een zo optimale zorginfrastructuur door te zorgen voor een bereikbaar aanbod van sterke voorzieningen voor onderwijs, opvang en zorg, gericht op ontwikkelen, opvangen, zorgen en uitdagen van kinderen. Het doorbreken van de sociaalmaatschappelijke achterstanden vraagt om acties achter de voordeur, passend onderwijs, gelijke kansen, het vergroten van de kansen op werk, het tegengaan van armoede en het vergroten van (positieve) gezondheid (zie ook paragraaf 5.2.4.). Er zijn echter ook minder zichtbare factoren die bijdragen aan het terugdringen van achterstanden, zoals de bereikbaarheid van voorzieningen. De samenleving heeft deze opgaven en ambities ook aangestipt en verwoord in de volgende kernthema’s die van belang zijn voor de toekomst van Heerlen. ‘Zorgen van nu, kansen voor de toekomst’ De samenleving legt de nadruk op het aanpakken van de huidige uitdagingen van Heerlen als vertrekpunt voor verbetering. Deze problemen, zoals rommel op straat, leegstand, gebrek aan betaalbare woningen, sociaaleconomische verschillen en gevoelens van onveiligheid, worden gezien als kansen om de stad positief te veranderen en de basis te leggen voor een betere toekomst. ‘Verkleinen van achterstanden’ Vanuit de samenleving wordt het verminderen van de sociaaleconomische verschillen in de stad benadrukt. Ideeën om dit aan te pakken zijn het vergroten en verstevigen van verbindingen binnen en tussen wijken, een betere spreiding van de bevolking over verschillende gebieden, inzet van buurtvaders en -moeders, en het bevorderen van werkgelegenheid en vakopleidingen. Clustering van maatschappelijke voorzieningen Versnippering van maatschappelijke voorzieningen willen we voorkomen. We willen ook een goede bezettingsgraad en toegankelijkheid waarborgen. Daarom is clustering noodzakelijk, zodat deze voorzieningen ook levensvatbaar blijven. Er is al sprake van clustering in Brede Maatschappelijke Voorzieningen. Het is nu van belang dat voorzieningen multifunctioneel worden gebruikt en ruimten flexibel worden benut. Momenteel is echter nog sprake van tegengestelde belangen in de uitvoering. Daarom is het noodzakelijk om een balans te vinden tussen levensvatbare en goed bereikbare lokale voorzieningen enerzijds en clustering en modernisering anderzijds. Zuid-Limburg Als er niets verandert, wordt het aantal inwoners steeds lager (zie ook de Scenarioschets Narratief Parkstad op de volgende pagina). Ook neemt het aantal ouderen toe en het aantal jongeren af. Dat is een bedreiging voor de levensvatbaarheid van winkels en dus de leefbaarheid. Om dit tij te keren, hebben we twee actielijnen ingezet: enerzijds de ambitie om het aantal inwoners weer te laten toenemen, en anderzijds het herstructureren van de winkelvoorraad. Met de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL) streven de gemeenten in Zuid-Limburg naar een balans tussen de behoefte aan winkels in de wijk en de trend van schaalvergroting, waarbij winkels meer concentreren. Bestaande functies in de wijk kunnen samengebracht worden, waarbij een combinatie kan worden gemaakt van detailhandel, sociale activiteiten, sport of horeca. Door deze functies met elkaar te combineren ontstaan meerdere redenen om dit gebied te bezoeken, wat de vitaliteit ten goede komt. Scenarioschets Narratief Parkstad Figuur 22: Scenarioschets Narratief Parkstad Scenario's bevolkingsontwikkeling tot 2040 Bron: Parkstad 2023 Scenario A: Lichte bevolkingsdaling Als we geen extra inspanning verrichten en de migratie niet (versterkt) doorzet. Sociale cohesie (met name in de zwakste) wijken, komt verder onder druk te staan. Gemengde wijken kunnen zeer waarschijnlijk niet gerealiseerd worden. We bereiken hierdoor wellicht de ondergrens van het bestaansrecht van voorzieningen. We vangen daarnaast de teruglopende beroepsbevolking niet geheel op waardoor de druk op de arbeidsmarkt toeneemt en de basis onder het faciliteren van nieuwe investeringen en initiatieven is dun. We versterken we de op het behoud van jong talent uit Parkstad. Scenario B: Forse bevolkingsdaling Dit is een reëel risico als we de daling van de beroepsbevolking niet kunnen compenseren en wat doen de grote werkgevers die niet afhankelijk zijn van locatiefactoren in dat geval en wat is de toekomst van het MKB? Dit staat daarnaast nog los van het accommoderen van de additionele economische dynamiek waaronder de toenemende ruimtevraag op bedrijventerreinen. Hierdoor is het te verwachten dat jong talent vertrekt uit de regio. Het vertrek van bedrijven die niet afhankelijk zijn van locatiefactoren zou de neerwaartse spiraal versnellen. De kans is hierdoor nog groter dat we de ondergrens van het bestaansrecht van voorzieningen bereiken (of er doorheen zakken). De negatieve impact van scenario A wordt versterkt. Scenario C: Stabilisatie Om stabilisatie te kunnen realiseren moet de migratie (versterkt) doorgaan, bijvoorbeeld door hier bewust op te sturen. Daarbij denken we na over wie kan bijdragen aan onze toekomstige samenleving en is de integratie van migranten belangrijk. Een noodzakelijke bijdrage aan de arbeidsmarkt is om de netto afname van de beroepsbevolking op te vangen en daardoor een meer stabiele basis te realiseren onder het kunnen accommoderen van de economische dynamiek. Het huidige voorzieningenniveau blijft behouden en we sturen op meer menging in de wijken. We zetten ons daarnaast maximaal in om jong talent uit Parkstad te behouden. Scenario D: Parkstad groeit Om dit scenario, het gewenste scenario, te bereiken, moeten we ons vol durven in te zetten op de kansen van Parkstad. Om de groei te kunnen realiseren, moet de migratie versterkt doorgaan en moet hier bewust op gestuurd worden (net als in scenario C). We sturen op de nieuwe middenklasse door middel van gemengde wijken en het bedrijfsleven. Het aanbod en de kwaliteit van het voorzieningenniveau kan wellicht toenemen. Tot slot zetten we ons in dit scenario ook maximaal in op het behoud van jong talent uit Parkstad. (Sport)verenigingen als smeerolie van de samenleving Veel inwoners van Heerlen zijn lid van een sport- of culturele vereniging en ontmoeten elkaar bij verenigingsactiviteiten. Doordat de vrijetijdsbesteding steeds individueler wordt staat de traditionele (sport)verenigingen onder druk. Nieuwe (individuele) sportconcepten nemen in populariteit toe en hebben een totaal andere ruimtevraag. Daarom creëren we voor alle Heerlenaren in de openbare ruimte en in moderne sportaccommodaties een beweegvriendelijke omgeving. Daarbij zoeken we de balans tussen vraag en aanbod en zorgen we voor een goede spreiding over de stad en waar mogelijk voor een clustering van verschillende voorzieningen. Het verhogen van de sport- en beweegdeelname zelf is alleen een grote uitdaging. Het vraagt om een wisselwerking tussen ondernemende en innovatieve sportaanbieders (verenigingen en anderen), de inzet van intermediairs zoals sportconsulenten en een actieve overheid die zorgt voor passend beleid. 5.2.3 Veiligheid op orde Inleiding Een veilige leefomgeving is belangrijk voor het welzijn in Heerlen. Ook inwoners benoemen gevoelens van onveiligheid en zien kansen om deze te veranderen. De omgevingsvisie spitst zich toe op de invloedmogelijkheden van de fysieke leefomgeving. Door het behouden en versterken van een aangename en veilige openbare ruimte willen we de gezondheid en het welbevinden van onze bewoners versterken. Ook hier geldt het thema ‘Zorgen van nu, kansen voor de toekomst’ als uitgangspunt. Figuur 23: Veiligheid aan de orde Impressies van de gemeente Bron: Beeldenbank gemeente De aanpak Sociaal Veilig citaat 12 “Wat betreft sociale veiligheid: Een beter ecosysteem van veiligheidsbronnen, zoals een bewonersapp, samenwerking met politie en buurtsurveillance.” – Bewoner uit Mariarade Het is de uitdaging om participatie van burgers een belangrijke rol te laten spelen om overlast en leefstijl bespreekbaar te maken en samen werk te maken van de opgaven. De ‘aanpak Sociaal Veilig’ speelt hierin een cruciale rol en zorgt ervoor dat overlastsituaties vroegtijdig in beeld komen. Vervolgens kunnen we passend vanuit zorg en veiligheid reageren. Een veilige fysieke leefomgeving Een veilige fysieke omgeving is een belangrijke voorwaarde voor een leefbare stad. Daarbij richten we ons op LPG-tankstations, laadpunten voor nieuwe energiedragers en evenemententerreinen nabij risicovolle locaties. Risicobronnen op gevoelige locaties krijgen geen toestemming tot wijziging of uitbreiding. We verlenen bovendien geen medewerking aan (doorontwikkeling van) kwetsbare objecten die niet binnen onze visie passen op dergelijke locaties. In het kader van ontwikkelingsgericht denken, blijft maatwerk (onder voorwaarden) mogelijk op het gebied van verantwoording van risico’s en als het maatschappelijk of economisch belang daarom vraagt. Mocht er sprake zijn van een restrisico dan wordt dit expliciet benoemd, geaccepteerd en gecommuniceerd. Gewilde ontwikkellocaties liggen bijvoorbeeld vaak aan een drukke weg of langs het spoor. De belangrijkste risicovolle bronnen zijn: Bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen (o.a. op industrieterreinen De Koumen, De Beitel); De aardgastransportleidingen aan de noordoostkant en de zuidwestkant van Heerlen; De snelwegen, de Euregioweg en spoorwegen; De groei van Chemelot. ZETA-richtlijnen als inrichtingsprincipe van de openbare ruimte Bewoners zijn de experts van hun eigen woonomgeving. Zij weten wat speelt en waar waarde aan wordt gehecht. Voor grootschalige veranderingen in de openbare ruimte betrekken we hen dan ook. Verder passen we de ZETA-richtlijnen toe, die afkomstig zijn uit de methode Sociaal Veilig Ontwerp en Beheer[1]: Z: Zichtbaarheid, E: Eenduidigheid, T: Toegankelijkheid en A: Aantrekkelijkheid. Sfeer en straatbeeld Zoals 'sfeer' is opgebouwd uit specifieke, waar te nemen elementen die een gemeenschappelijk gevoel kunnen veroorzaken, zo is de bedreiging daarvan ook opgebouwd uit elementen waaruit een algemene eigenschap gedestilleerd zal worden. Veiligheid heeft geen vorm; oogt voornamelijk als 'rust'. Onveiligheid heeft wel een vorm: zichtbare onveiligheid is een signaal; een ingebouwd alarm. Dat wat verstorend of negatief werkt op het algemene beeld zoals vuilnis, achterstallig onderhoud, een dichtgetimmerd deur, een nare geur, harde muziek, verwaarloosde situatie of wangedrag in onze nabijheid, heeft beduidend meer impact op de stemming dan elementen die een positieve kant van welbehagen veroorzaken. Visuele, negatieve signalen hebben een oorzaak die psychologisch is, te relateren aan persoonlijke sociale omstandigheden, eigenwaarde, kennis, vertrouwen en hoop. Oplossingen daarvoor zijn geen stedenbouwkundige of logistieke opgaven, maar worden -begrijpelijk- wel steeds vanuit die hoek benaderd omdat het ontstane straatbeeld zo schrijnend en verontrustend is. Het straatbeeld van Heerlen vertoont nog veel 'littekenweefsel'; cosmetische en bouwkundige ingrepen die de oorspronkelijke zorgvuldige architectuur aangetast hebben en als geheel het straatbeeld kil en verbrokkeld maken. Het met toewijding en empathie repareren en genezen van zulke oude schade, samen met bewoners, zal onmiddellijk zichtbaar resultaat opleveren om trots op te zijn. Wij zien hier een uitdaging voor aan de oorsprong dienstbare architectonische ingrepen die het bestaande onroerend goed met kleine correcties -als een soort acupunctuur- in eerste lijn ontdoen van de littekens die door onzorgvuldig en pragmatisch handelen zijn ontstaan, of het corrigeren met slimme wijzigingen waardoor vergissingen juist als karakteristiek en zorgvuldig kunnen worden gelezen. Zo wordt het straatbeeld geheeld en daarmee wordt het woon- en investeringsklimaat snel beter. Hoop en vertrouwen zijn dan het zaaibed voor verdere verbetering. Deze methode is kostenefficiënt en zeer goed faseerbaar door prioritering van het meest storende, uiteindelijk naar het verbindende. Deze aanpak levert aanstekelijke oogst op. Vanuit milieuaspect is het behoud en de revisie van het bestaande een betere optie dan sloop en nieuwbouw. Zo behoudt men het goede en sloop alleen het hopeloze, dat vaak toch nog voor revisie interessant blijkt en de zichtbare historie wordt ermee gediend. We leren van de vergissingen van het verleden en herstellen die niet alleen, we zorgen voor een revisie, die een antwoord geeft op de uitdaging om datgene aan een pand te veranderen, waardoor het geheel een waardevollere bijdrage aan 'die plek' en straat als geheel biedt. Hier ligt een kans om van een zwak straatbeeld een kracht te maken: een nationaal voorbeeld van burgerparticipatie en zelfontwikkeling. Nodig hiervoor is: a. Collectiviteit veroorzaken: het leeuwendeel van eigenaars in een gebied moeten verleid worden om mee te werken aan straatbrede verbetering, want een enkeling gaat niet zijn pand opknappen als de buren dat niet ook doen, terwijl als de hele straat wil meewerken, de enkeling niet wil achterblijven. b. Vrijwilligers en/of mensen met een betaalde opdracht; Het vrijblijvend maken van vele ontwerpen en voorstellen die eigenaars zullen overtuigen om mee te doen en die een straat of buurt ook echt warm kunnen krijgen voor een gemeenschappelijk project. c. een groep vrijwilligers die willen meewerken om de buurt op te knappen d. een gemeenschappelijke werkplaats waar gewerkt, gegeten, gefeest en geleerd kan worden. e. Een goed voorbeeld is geleverd door Atelier Stadsrevisie, dat deze formule met succes heeft getest. f. een subsidie structuur die bijdraagt in de kosten van herstel onder strikte voorwaarden. Een verkeersveilige leefomgeving In de mobiliteitstransitie moet aandacht komen voor de (laagdrempelige) bereikbaarheid van werk-, retail en schoollocaties en de leefbaarheid, waaronder de veiligheid (zie ook paragraaf 5.3.5), rondom die gebieden. [1] Ook wel bekend als CPTED: Crime Prevention Through Environmental Design. 5.2.4 Gezonde basis Inleiding Een goede gezondheid wordt beschouwd als één van de belangrijkste factoren voor het welzijn en welbevinden van mensen. Hiertoe hebben wij als gemeente een verantwoordelijkheid t.a.v. gezondheidsbescherming en -bevordering. Wij zorgen voor onze eigen inwoners en werken, daar waar mogelijk, samen binnen Parkstad. Figuur 24: Gezonde basis Impressie van de gemeente Bron: Beeldenbank gemeente Langer thuis wonen Door veranderingen in het Rijksbeleid (de zogenoemde decentralisaties) zijn veel zorgtaken bij de gemeente terecht gekomen en is de inzet dat ouderen zo lang mogelijk (zelfstandig) thuis wonen. De uitdaging is daarom om zorg, welzijn en voorzieningen dichtbij en toegankelijk te houden. Derhalve willen wij meerdere Zorgbuurthuizen (laten) realiseren zodat inwoners in hun eigen wijk zolang mogelijk kunnen blijven wonen, voorzien van de juiste zorg. Daarnaast is de fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte (beweging stimuleren) en sociale toegankelijkheid (eenzaamheid voorkomen) belangrijk. Positieve gezondheid Positieve gezondheid staat centraal in ons gezondheidsbeleid. Dit gaat over een andere kijk op gezondheid. De focus ligt niet op de afwezigheid van ziekte, klachten of beperkingen, maar op het vermogen van een persoon om met de fysieke, mentale en emotionele uitdagingen van het leven om te gaan. Het gaat om het versterken van de veerkracht van mensen, waarbij beweging, mentaal welbevinden, zingeving en deel uitmaken van een sociale gemeenschap belangrijke aspecten zijn. Ook de leefomgeving is hierop van invloed en daarmee op de gezondheidservaring van mensen (denk hierbij aan geluid en geur). Positieve gezondheid biedt daarmee een integrale kijk op gezondheid en de leefomgeving. We hebben de ambitie om de gezondheid en het welbevinden van onze bewoners te versterken door het behouden en creëren van een aangename en veilige omgeving die meer uitnodigt tot beweging, ontmoeting en ontspanning. Het gaat kortom om gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering. Een gezonde samenleving Om de gezondheid te kunnen beschermen, moeten de omgevingswaarden op orde zijn. In Heerlen houden we vast aan de WHO-normen voor onder meer lucht en geluid. Met name grote infrastructuurlijnen hebben invloed op de lucht- en geluidkwaliteit in aangrenzende gebieden. Rondom het spoorgebied kan overlast van geluid en trillingen de komende jaren verergeren, omdat het aantal treinen binnen het geluidplafond mag toenemen en een spoorverdubbeling gepland staat op het traject tussen Heerlen en Landgraaf. Onder andere door het stimuleren van langzaam verkeer en elektrificatie van voertuigen wordt ingezet op een verdere verbetering. We zetten in op rustige woonwijken met schone lucht. Beperkte overlast van bedrijven Bedrijven in onze gemeente zorgen voor werkgelegenheid en verbeteren de economische positie van Heerlen, maar zij kunnen ook voor overlast zorgen. De meeste bedrijvigheid vindt plaats op bedrijventerreinen die ruimtelijk gescheiden zijn van de woongebieden, maar soms zijn ook in de woongebieden bedrijven te vinden. We verlenen medewerking aan beginnende ondernemers in de woonomgeving mits het gaat om kleinschalige activiteiten die niet tot overlast leiden. Een openbare ruimte die mentale en fysieke gezondheid stimuleert Zoals gezegd gaat positieve gezondheid ook over gezondheids-bevordering. Bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte kunnen hierin een belangrijke rol vervullen. Door aantrekkelijke wandel- en fietsverbindingen in de stad aan te leggen stimuleren we gezonde mobiliteit.De buitenruimte is bovendien een belangrijke plek waar mensen elkaar ontmoeten. Dit kan positief bijdragen aan de gezondheid van mensen. Daarom vinden wij het belangrijk dat de inrichting van de openbare ruimte uitnodigt om er te verblijven. Hierbij creëren we aangename plekken op loopafstand waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Dit kan ook gevoelens van eenzaamheid verminderen. Denk aan voldoende bankjes, groen, maar ook aan een nette omgeving, waar geen rommel op straat ligt. citaat 13 “Het is belangrijk dat er voorzieningen zijn voor de jeugd en dat deze worden afgestemd op de leeftijd van de doelgroep. Hangjongeren waren er vroeger ook, maar voor ons waren er wel voorzieningen waar we ons prima konden gedragen én waar er veel en leuk contact was met de wijkagent. “Speeltuin” Voetje van de gans, is met 10 jaar al “saai” te noemen. Betrek de jeugd en laat ze hierin meedenken en kiezen! Praat met ze op gelijk niveau, op straat, op “hun” plek, in plaats van op politiek niveau. Daar hebben de meeste nog geen interesse in.” – Bewoner uit Heerlerbaan-Schil ‘Basis op orde: Heerlen als schone en goed onderhouden stad’ De samenleving stelt voor om concrete verbeteringen aan te brengen die de leefbaarheid van Heerlen vergroten. Denk aan het opknappen van woningen, aanspreken van verhuurders en woningcorporaties om verantwoordelijkheid te nemen voor onderhoud en het aanpakken van afvalproblemen. De focus ligt op praktische en directe verbeteringen die het dagelijkse leven van bewoners positief beïnvloeden. Daar waar mogelijk werken we met bewoners aan een aantrekkelijke en veilige leefomgeving. Niet alleen in de vorm van participatie, maar we doen ook beroep op onze inwoners om de leefomgeving heel, schoon en veilig te houden. Verder hebben we in het bijzonder aandacht voor voorzieningen voor jongeren. Voor deze groep ontbreken voldoende mogelijkheden. ‘Meer voorzieningen voor de jeugd’ Er moeten voldoende en passende voorzieningen voor kinderen en jongeren zijn om hun binding met Heerlen te versterken. Voorbeelden zijn speelvoorzieningen, opleidings- en werkgelegenheidskansen voor jongeren, en het actief betrekken van jongeren bij het creëren van gewenste voorzieningen. citaat 14 “Jongeren hangen nu op speelplaatsen van kleine kinderen waardoor kinderen angstig zijn om nog buiten te komen. Er moet een plek komen waar jongeren zich fijn en veilig voelen om samen te komen.” – Bewoner uit Heerlerheide-Passart Beweging levert een positieve bijdrage aan de fysieke gezondheid, zoals het verminderen van overgewicht en het verkleint de kans op (chronische) ziektes. Het zorgt voor ontspanning en de vermindering van stress. Verschillende manieren van bewegen zoals sporten, recreëren en buitenspelen, vragen om een functionele en aantrekkelijke openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg en verbreding van fietspaden die gescheiden zijn van wegen, waarbij de verbindingen goed op elkaar aansluiten. Belangrijk is dat deze goed zijn onderhouden en aantrekkelijk zijn door de situering in een meer groene omgeving. Hierbij streven we ernaar om de openbare ruimte beter toegankelijk te maken voor ouderen en mensen met een lichamelijke of visuele beperking. ‘Nieuwe verbindingen’ Het draait om het creëre

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.