Uitvoering- en handhavingsstrategie omgevingsrecht gemeente Westerwolde 2025-2029Vastgesteld op: 23 april 2025 Samenvatting Deze uitvoerings- en handhavingsstrategie richt zich op de gemeentelijke taken rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. De handhavingstaken binnen het sociaal domein vallen buiten deze strategie. Deze uitvoerings- en handhavingsstrategie bundelt alle aspecten van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving, voorheen bekend als het VTH-beleid. Met dit strategisch document sluiten we aan bij de doelstellingen van de Omgevingswet; we gaan voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, waarbij duurzaamheid en de natuur centraal staan. Fysieke leefomgeving: De fysieke leefomgeving is de natuurlijke omgeving. Voorbeelden die onder de fysieke omgeving vallen zijn: lucht, water, bodem en natuur. We hechten in deze gemeente waarde aan een gezonde, veilige en duurzame omgeving. Deze focus op een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving komt terug in hoofdstuk 3 ‘visie en uitgangspunten’. Belangrijke ontwikkelingen: Deze strategie zal tevens de meest relevante ontwikkelingen belichten, omdat deze van invloed zijn op de uitvoering van de taken. De invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen op 1 januari 2024 brengen de meest ingrijpende veranderingen met zich mee. Andere ontwikkelingen, die ook zeker belangrijk zijn, zijn beschreven in hoofdstuk 2 ‘landelijke, regionale en gemeentelijke ontwikkelingen’. Doelstellingen: Deze uitvoerings- en handhavingsstrategie benoemt de doelstellingen voor de komende vier jaar. Ze zijn gebaseerd op de centrale uitgangspunten van de Omgevingswet en aangevuld met kwaliteitsdoelstellingen uit de op 23 april 2025 door de gemeenteraad vastgestelde ‘verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht van de gemeente Westerwolde’. Door de doelstellingen concreet en haalbaar te formuleren, kunnen we de uitvoering effectief monitoren en waar nodig bijsturen. Prioritering: Omdat niet alle taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving tegelijkertijd kunnen worden uitgevoerd, hanteren we een prioriteitenaanpak. De prioriteiten per domein (zoals bouwen, erfgoed en APV/bijzondere wetten) staan beschreven in bijlage 6. Strategieën: De strategieën vormen een verplicht onderdeel van de uitvoerings- en handhavingstrategie en zijn opgenomen in bijlage 2A t/m 2F. Ze bieden richting voor de uitvoering en handhaving en dragen bij aan een gestructureerde, transparante en uniforme besluitvorming. Het gekoppelde uitvoering- en handhavingsprogramma fysieke leefomgeving Westerwolde 2025-2026 beschrijft de inzet van capaciteit en middelen, met een overzicht van de formatie en financiële middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de uitvoering van de taken. Leeswijzer Deze uitvoerings- en handhavingsstrategie is opgebouwd uit negen samenhangende hoofdstukken, die gezamenlijk het kader vormen voor de uitvoering- en handhavingstaken. Hoofdstuk 1 wordt aandacht besteed aan de nodige achtergrondinformatie, waarbij het wettelijke kader en de beleidscyclus van deze strategie worden toegelicht. Dit vormt de basis voor de verdere uitwerking van de strategie. In hoofdstuk 2 worden de landelijke, regionale en gemeentelijke ontwikkelingen besproken. Door deze ontwikkelingen in kaart te brengen, wordt inzichtelijk gemaakt welke factoren van invloed zijn op de taken. In hoofdstuk 3 worden de visie, algemene uitgangspunten en doelstellingen uiteengezet. Naar aanleiding van de geformuleerde visie zijn de algemene uitgangspunten en doelstellingen opgesteld. De doelstellingen worden de aankomende jaren bij de uitvoering van de taken als richtlijn gehanteerd. In hoofdstuk 4 wordt de risicoanalyse toegelicht, waarbij inzicht wordt gegeven in de factoren die hebben bijgedragen aan het vaststellen van de prioriteiten. In bijlage 6 is de gehele risicoanalyse te vinden. In hoofdstuk 5 worden de hoogste prioriteiten gepresenteerd. Aan elke prioriteit zijn specifieke taken gekoppeld, zodat duidelijk wordt welke inspanningen nodig zijn om aandacht te geven aan de prioriteiten. In hoofdstuk 6 worden de verschillende strategieën voor vergunningverlening, toezicht en handhaving toegelicht. Hier wordt beschreven hoe de strategieën worden ingezet en welke werkwijzen worden toegepast om de gewenste resultaten te behalen. In bijlage 2A t/m 2F worden deze strategieën vervolgens uitgewerkt. In hoofdstuk 7 worden vervolgens de middelen toegelicht, met aandacht voor de financiële borging en de samenwerking met ketenpartners. Om te garanderen dat de strategie optimaal blijft functioneren en tijdig bijgestuurd kan worden, wordt in hoofdstuk 8 aandacht besteed aan de monitoring en evaluatie. Hoofdstuk 9 richt zich op de kwaliteitsborging. Hierin wordt gekeken in hoeverre de gemeente voldoet aan de kwaliteitscriteria 3.0. Deze criteria zijn vastgesteld om een uniforme en kwalitatieve uitvoering van de Omgevingswet door alle overheden te waarborgen. Hoofdstuk1Inleiding 1.1Achtergrond Dit is de uitvoering- en handhavingsstrategie omgevingsrecht gemeente Westerwolde 2025-2029 (hierna: U&HS) van de gemeente Westerwolde. Dit document vervangt de uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023-2027. Met deze U&HS wordt invulling gegeven aan de wettelijke verplichting om voor zowel omgevingsvergunningen als voor toezicht en handhaving een actuele U&HS vast te stellen. Deze wettelijke verplichting is terug te vinden in het Omgevingsbesluit (hierna: Ob) dat onderdeel uitmaakt van de Omgevingswet (hierna: Ow). In de Omgevingswet staan regels voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Dit beleid is het kader voor alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH) die volgens de Omgevingswet aan de gemeente zijn opgedragen ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Ook komen aspecten uit de Algemene Plaatselijke Verordening van gemeente Westerwolde (hierna: APV) en bijzondere wetten, voor zover deze betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, aan de orde. Deze U&H-strategie beschrijft hoe de gemeente, met de inzet van de beschikbare middelen, een eenduidige werkwijze en integrale afweging willen bereiken. De omvang van de taak bij vergunningverlening, het houden van toezicht en handhaven in combinatie met de schaarse middelen (personeel en financiën) maakt het namelijk noodzakelijk om prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Deze U&HS is een dynamisch document dat – wanneer nodig – tijdens de looptijd kan worden geactualiseerd of verder kan worden uitgewerkt. Inmiddels is er een nieuwe risicoanalyse uitgevoerd en zijn de visie en doelen herijkt, zodat het beleid is aangepast op de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging (hierna: Wkb). Met deze herziene strategie wordt dus aangesloten op actuele nieuwe terminologie, begrippen, wet- en regelgeving en de praktijk op het gebied van VTH. 1.2Wettelijk kader Deze U&HS is een uitvoerings- en handhavingsstrategie en primair gebaseerd op de Omgevingswet. De Omgevingswet stelt kwaliteitseisen aan de organisatie en uitvoering. Deze eisen zijn verankerd in het Omgevingsbesluit. De artikelen 13.5 tot en met 13.12 van het Ob bieden de wettelijke kaders waaraan de U&HS dient te voldoen. De U&HS dient volgens het Ob in ieder geval inzicht te bieden in onderstaande onderdelen: De prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden; De methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen uit het beleid worden bereikt; De criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen; De werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen; De, voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden, benodigde en beschikbare financiële en personele middelen moeten inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd. De handhavingsstrategie biedt ook inzicht in: De afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden; De wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden; De wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties; De wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd; De wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie; De wijze waarop meldingen en handhavingsverzoeken worden behandeld. Deze U&HS voldoet aan deze eisen. 1.3Beleidscyclus De werkwijze van de uitvoerings- en handhavingsstrategie is inzichtelijk gemaakt door de zogenoemde gesloten beleidscyclus. Zie hieronder figuur 1. De beleidscyclus doorloopt in principe twee cyclussen die onderling aan elkaar verbonden zijn. De bovenste cirkel beschrijft de cyclus van het beleid. Op basis van de onderste cirkel wordt het uitvoeringsprogramma opgesteld. Door monitoring wordt duidelijk wat het resultaat is van het uitvoeringsprogramma en evaluatie moet duidelijk maken of het uitvoeringsprogramma dient te worden aangepast. Een goede afstemming tussen de twee cirkels is van belang, zodat de totale cyclus goed doorlopen kan worden. Figuur 1 Onder de Omgevingswet wordt een tweede beleidscyclus geïntroduceerd (zie hieronder figuur 2), die een vergelijkbare structuur kent ten opzichte van de beleidscyclus in figuur 1. Het onderscheid ligt in de focus van deze cyclus, die specifiek gericht is op de doelen voor de fysieke leefomgeving. Deze doelen worden per gemeente vastgelegd in de Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma, en wordt verder uitgewerkt in regelgeving zoals het Omgevingsplan. Deze aanpak is aanzienlijk breder van opzet. Binnen deze cyclus kunnen VTH-taken worden gezien als één van de mogelijke instrumenten om deze doelen te realiseren. Figuur 2 1.4Reikwijdte en afbakening De U&HS gaat over de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet probeert richting te geven aan de definitie van de fysieke leefomgeving. Daaronder verstaat de wet in ieder geval: bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Deze opsomming is niet uitputtend. De wetgever wil daarmee een discussie over het toepassingsbereik in grensgevallen voorkomen. De U&HS gaat over de gemeentelijke uitvoerings- en handhavingstaken. Er is wettelijk vastgelegd dat alle gemeenten en provincies minimaal de basis milieutaken naar de Omgevingsdienst moeten overdragen. Dat volgt uit artikel 18.22 Omgevingswet. De gemeente Westerwolde heeft ervoor gekozen om de basistaken en de overige milieutaken naar de Omgevingsdienst Groningen over te dragen. De Omgevingsdienst Groningen heeft zich aangesloten bij de Landelijke Handhavingssstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO), waar de gemeente Westerwolde zich ook bij aansluit. Voor het afhandelen van omgevingsvergunningaanvragen, het houden van toezicht en het handhavend optreden staan in bijlage 1 onder meer de wetten, de beleidsdocumenten en de beleidskaders die voor deze U&HS van toepassing zijn. Daarnaast is van belang dat deze U&HS aansluit op het bredere beleid dat in gemeente Westerwolde is opgesteld, zoals het coalitieakkoord ‘krachtig Westerwolde 2022-2026’ en de Omgevingsvisie. Deze stukken zijn verder toegelicht in hoofdstuk 2 ‘landelijke, regionale en gemeentelijke ontwikkelingen’. 1.5Beleidsevaluatie Het is nuttig om, in de gemeentelijke beleidscyclus en voorafgaand aan (nieuwe) beleidsontwikkeling, te reflecteren op het huidige beleid. In de afgelopen jaren is geen invulling gegeven aan de wettelijke verplichting om het jaarverslag op te stellen. Een beleidsanalyse van de afgelopen jaren is dan ook niet mogelijk. Op basis van deze U&HS zal het uitvoeringsprogramma, die ook geactualiseerd is, jaarlijks worden geëvalueerd. Op basis van de evaluatie of op basis van onvoorziene omstandigheden kan de U&HS vervroegd of na de beleidscyclus worden aangepast. Het uitvoeringsprogramma wordt na een periode van twee jaar geactualiseerd. Hoofdstuk2Landelijke, regionale en gemeentelijke ontwikkelingen Het omgevingsrecht is continu in ontwikkeling. Het is dan ook onmogelijk om hier alle ontwikkelingen te schetsen die de komende jaren een rol zullen spelen. Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen voor de gemeente Westerwolde benoemd. Andere ontwikkelingen, die zeker niet onbelangrijk zijn, worden behandeld in het uitvoeringsprogramma VTH. In het uitvoeringsprogramma VTH worden de activiteiten opgenomen die inspelen op de relevante ontwikkelingen. 2.1Landelijke ontwikkelingen 2.1.1Omgevingswet De Omgevingswet vereenvoudigt het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving, door tientallen wetten en honderden regels te bundelen in één nieuwe wet. De wet gaat over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en bevat regels over de ruimtelijke ordening, infrastructuur, bouwen, monumenten, milieu, natuur en brandveiligheid. Met het vernieuwen van het omgevingsrecht wil de wetgever vier verbeteringen bereiken: het vergroten van de inzichtelijkheid, het centraal stellen van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en snellere besluitvorming. De Omgevingswet brengt ingrijpende veranderingen met zich mee, wat aanpassingen vereist in organisatiestructuren en werkprocessen. De wet legt vooral nadruk op de houding en werkwijze, en minder op de invoering van juridisch-planologische instrumenten. Het beleid richt zich op deregulering en het hanteren van doelvoorschriften. Deze grotere vrijheid vraagt echter ook om meer maatwerk en overleg, wat meer tijd kan kosten. 2.1.2Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Gelijktijdig met de Omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) ingevoerd. Hoewel het college verantwoordelijk blijft voor het toezicht op de bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid, worden een aanzienlijke hoeveelheid toezichts- en toetsingstaken overdragen aan de private kwaliteitsborger. Vooralsnog betreft dit alleen de nieuwbouw van gevolgklasse 1 bouwwerken. De kwaliteitsborger toetst of een bouwplan aan de technische regels voldoet. Het bevoegd gezag treedt - in beginsel - alleen nog op, op aangeven van de kwaliteitsborger. 2.1.3Arbeidsmarkt De gemeente Westerwolde heeft, net als op regionaal en landelijk niveau, te maken met een krappe arbeidsmarkt, zowel op het gebied van vergunningverlening als toezicht en handhaving. De gemeente probeert hiermee proactief om te gaan. Er worden daarom nieuwe medewerkers opgeleid op het gebied van vergunningverlening. Daarnaast wordt door tijdelijke inhuur extra kennis en capaciteit ingebracht, wat helpt om acute personeelsproblemen op te vangen en de kwaliteit van de uitvoering te waarborgen. Daarom heeft de gemeente besloten om de capaciteit voor de inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’
- s)te versterken via inhuur. De extra capaciteit draagt bij aan een betere leefbaarheid en veiligheid. Het doel is om een team met vaste medewerkers te hebben. 2.1.4Klimaatverandering Klimaatverandering leidt tot steeds warmere en drogere zomers, met hevige regenval en onweer. In natuurgebieden en op landbouwgrond kan de bodem uitdrogen, met gevolgen voor de stabiliteit van gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte. Dit kan ook gevolgen hebben voor de activiteiten in het buitengebied en binnen de bebouwde kom. Daarom is het noodzakelijk dat de gemeente Westerwolde extra aandacht besteedt aan deze uitdagingen binnen haar taken. 2.1.5Energietransitie De energietransitie houdt in dat we steeds meer overstappen op hernieuwbare energiebronnen in plaats van fossiele brandstoffen, om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Er moet invulling worden gegeven aan de Regionale Energie Klimaatstrategie (REKS). Daarbij is een zorgvuldige inpassing van de energieplannen in het landschap essentieel. Daarnaast worden de energie- en isolatie-eisen voor gebouwen steeds strenger, wat aandacht vraagt bij het beoordelen van vergunningaanvragen en het handhaven van deze regels. 2.1.6Stikstofproblematiek Sinds het wegvallen van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in 2019 zijn de uitdagingen rond de stikstofproblematiek flink toegenomen, met name op het gebied van bouwprojecten en agrarische activiteiten. Daarnaast heeft de rechtbank Den Haag op 22 januari 2025 geoordeeld dat de Nederlandse Staat onrechtmatig handelt door onvoldoende maatregelen te nemen om de verslechtering van stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden te stoppen. Wat deze uitspraak voor gemeenten betekent, is vooralsnog onduidelijk. 2.1.7Nieuwe kwaliteitscriteria 3.0 Om de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken te optimaliseren en borgen, zijn de kwaliteitscriteria in het leven geroepen. De nieuwe kwaliteitscriteria 3.0 zijn meegenomen in het uitvoeringsprogramma. Hierin, en ook in deze U&HS, wordt beschreven hoe we omgaan met de kwaliteitscriteria. We verantwoorden in welke mate we voldoen aan de kwaliteitscriteria en waar we niet voldoen, leggen we dat uit. 2.1.8Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) De inwerkingtreding van de Omgevingswet is de aanleiding voor het vaststellen van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. De LHSO heeft een breder werkingsbereik dan zijn voorganger, de Landelijke handhavingsstrategie (LHS) uit 2014. Een deel van de taken, het basistakenpakket, moet worden uitgevoerd door de regionale omgevingsdiensten. Voor die basistaken stellen de bestuursorganen die in een omgevingsdienst deelnemen gezamenlijk handhavingsstrategie vast. De gemeente heeft in deze uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2029 zich ook aangesloten bij de LHSO. De kwaliteitscriteria hebben zowel betrekking op de kwaliteit van de organisatie (robuustheid van de taakuitvoering) als de kwaliteit van de medewerkers (kennis en ervaring). Voor de organisatie betekent dit dat er een sluitende beleidscyclus is, een inhoudelijke ondergrens en dat de taken belegd worden bij organisaties die continuïteit in de uitvoering kunnen garanderen. Op medewerkersniveau betekent dit o.a. dat voldoende deskundigheid en ‘vlieguren’ (frequente uitvoering) gevraagd worden om de taken adequaat uit te kunnen voeren. 2.1.9De Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (de Wet Bibob) De Wet Bibob helpt overheidsinstanties bij het voorkomen dat vergunningen, subsidies of aanbestedingen worden misbruikt voor criminele activiteiten. Door integriteitsonderzoek kunnen bestuursorganen beslissen om aanvragen te weigeren of bestaande besluiten in te trekken als er een risico is op criminele beïnvloeding. 2.1.10Wetsvoorstel ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’ In de Tweede Kamer ligt het wetsvoorstel 'Wet versterking regie volkshuisvesting'. Het wetsvoorstel is ontworpen om het rijk, provincies en gemeenten meer wettelijke instrumenten te bieden voor gezamenlijke en regionale sturing op het gebied van volkshuisvesting. Als deze wet wordt vastgesteld, worden gemeenten verplicht om een urgentieregeling op te stellen in de vorm van een huisvestingsverordening, met daarin aan aantal verplichte urgentie categorieën. Urgent woningzoekenden zullen dan met voorrang op regulier woningzoekenden gehuisvest worden. 2.2Regionale ontwikkelingen 2.2.1Regionale aanpak ondermijning Tussen 2021 en 2023 is door Van der Torre, Tops en anderen onderzoek gedaan naar ondermijning in de tien Groninger gemeenten. De resultaten van het onderzoek zijn verwoord in de rapporten Groningse Praktijken en Ondermijning in het Ommeland. Uit deze rapporten is gebleken dat er in de provincie Groningen riante criminele kansen liggen, met name als het gaat om hennepteelt, drugshandel en misstanden met vastgoed. Naar aanleiding van deze onderzoeken is door de bestuurders in de provincie Groningen gezamenlijk commitment uitgesproken voor regionale samenwerking in de aanpak van ondermijnende criminaliteit. 2.2.2Omgevingsvisie provincie Groningen De omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’ van de provincie Groningen beschrijft de keuzes die Groningen maakt om richting te geven aan hoe de gemeente er over vijftien jaar uit zal zien. Er zijn enkele nieuwe thema’s aan de orde gesteld, zoals de kwaliteit van het natuur- en cultuurhistorisch landschap, duurzame landbouw, de vrijetijdseconomie, en de sociaal-economische vitaliteit en leefbaarheid van de dorpen in het landelijke gebied. Ook kreeg mobiliteit een belangrijke positie binnen deze visie. 2.2.3Rotte kiezen ‘Rotte kiezen’ hebben een negatieve invloed op de woon- en leefomgeving in Groningen. De Oost-Groningse gemeenten voeren daarom samen met het Regionaal Woon-en Leefbaarheidsplan Oost Groningen (RWLP), een aanpak uit. Het doel van de aanpak is het terugdringen van het aantal panden, om waardedaling van omliggende panden te voorkomen en de leefbaarheid in de omgeving te vergroten. Om dit te bereiken zet de aanpak in op het verbeteren of ultiem slopen van Rotte kiezen. De aanpak is een combinatie van een helpende hand (persoonlijke benadering en waar nodig financiële ondersteuning) en een harde hand (handhaving). 2.3Gemeentelijke ontwikkelingen 2.3.1Coalitieakkoord ‘krachtig Westerwolde 2022-2026’ In het coalitieakkoord beloven de coalitiepartijen de mouwen op te stropen en samen met inwoners te bouwen aan een ‘krachtig’ Westerwolde. In dit akkoord zijn diverse speerpunten opgenomen die ook hun uitwerking hebben op de VTH-taken. Het coalitieakkoord wordt vertaald in deze U&HS en het uitvoeringsprogramma. 2.3.2Omgevingsplan Onder de Omgevingswet, die per 1 januari 2024 geldt, dient iedere gemeente één Omgevingsplan te hebben. Het Omgevingsplan van de gemeente bevat regels voor de fysieke leefomgeving. Op dit moment is de gemeente bezig met het ontwikkelen van een Omgevingsplan voor het deelgebied Ter Apel. Vanuit daar wordt verder aan het Omgevingsplan gebouwd. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het Omgevingsplan vast te stellen. 2.3.3Woonvisie 2025-2029 Het inwoneraantal en aantal huishoudens in Westerwolde groeit, vooral door instroom uit Oost-Groningen en de provincie Groningen. Veel geboren en getogen inwoners blijven graag in de gemeente wonen. De gemeente Westerwolde speelt hierop in met plannen voor 441 extra woningen tot 2030, via nieuwbouw, woningsplitsing en transformatie van leegstaande panden. De huisvestingswet 2014 wordt hierbij in acht genomen. Hoofdstuk3Visie en uitgangspunten 3.1Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de visie, aansluitend op de missie zoals verwoord in het coalitieakkoord ‘krachtig Westerwolde 2022-2026’, en de uitgangspunten voor de komende periode. De visie wordt verder uitgewerkt in doelstellingen. 3.2Visie In de gemeente Westerwolde staat de veiligheid en de gezondheid van onze inwoners en de fysieke leefomgeving voorop. We richten ons op een integrale samenwerking en streven naar hoogwaardige resultaten, waarbij een harmonieuze afstemming tussen digitale en persoonlijke dienstverlening essentieel is. Door openheid te waarborgen in elke stap van onze processen, bevorderen we duidelijkheid en versterken we het vertrouwen van onze burgers. Daarnaast zorgen korte lijnen voor een doeltreffende communicatie. 3.3Algemene uitgangspunten In de deze paragraaf wordt uiteengezet welke uitgangspunten belangrijk zijn bij de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De uitgangspunten sluiten aan op de visie en zijn ook gekoppeld aan de vier leidende principes van de missie uit het coalitieakkoord. Bij het uitvoeren van onze taken hanteren we de volgende uitgangspunten: Oplossingsgericht (leidend principe: we durven voorbij de regels te kijken) Wij werken in lijn met de principes van de Omgevingswet en -visie, waarbij we een oplossingsgerichte benadering centraal stellen in plaats van een strikte proceduregerichte aanpak. Bij vergunningverlening denken we actief mee met initiatiefnemers binnen de wettelijke en beleidsmatige kaders om obstakels weg te nemen. Dit doen wij onder andere door vooroverleggen. Dit sluit aan bij de Omgevingswet-filosofie van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’. Uit ervaring blijkt bovendien dat een persoonlijke benadering niet alleen bijdraagt aan het vinden van oplossingen, maar ook de bereidheid daartoe vergroot. Duidelijkheid & heldere communicatie (leidend principe: onze taak is eerlijk, duidelijk en direct) Bij vergunningverlening, toezicht en handhaving staat duidelijkheid centraal. Om transparantie te bevorderen, koppelen we één medewerker aan elke zaak, zodat inwoners en bedrijven steeds een vast aanspreekpunt hebben. Medewerkers van de gemeente stellen zich transparant op door helderheid te bieden over procedures en wat er van beide partijen wordt verwacht. Om de toegankelijkheid verder te verbeteren, werken we eraan om vergunningen digitaal beschikbaar te maken, zodat deze eenvoudig online kunnen worden ingezien. Heldere communicatie is een belangrijk speerpunt in onze werkwijze. Brieven aan inwoners en bedrijven worden zo opgesteld dat ze duidelijk en begrijpelijk zijn, met informatie over de huidige stand van zaken en vervolgstappen. Telefonische vragen worden zorgvuldig behandeld, waarbij medewerkers zich inzetten voor een duidelijke uitleg over de procedures en de mogelijkheden. Ook onze website biedt overzichtelijke en toegankelijke informatie, zodat iedereen snel en eenvoudig antwoorden kan vinden. Op deze manier streven we naar een transparante, consistente en toegankelijke dienstverlening, waarbij het vertrouwen wordt vergroot. Gedeelde verantwoordelijkheid (leidend principe: bij meerwaarde, gaan we naar de mensen toe) Op de plaatsen waar mensen wonen en werken, worden verschillende activiteiten uitgevoerd, zoals landbouw, bouw en recreatie. Het is daarbij essentieel om de veiligheid en gezondheid van zowel mensen als het milieu te waarborgen bij dergelijke activiteiten. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt in beginsel bij de mensen die deze activiteiten uitvoeren. Volgens de principes van de Omgevingswet staat de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven centraal bij het oplossen van problemen. Initiatiefnemers voor vergunningaanvragen zijn zelf verantwoordelijkheid voor het indienen van een volledige aanvraag. Dit betekent dat zij plannen zorgvuldig moeten voorbereiden, benodigde documenten tijdig en volledig aanleveren en in een vroeg stadium de omgeving betrekken. De gemeente kan hierin adviseren, maar de verantwoordelijkheid ligt bij de aanvrager zelf. De gemeente is verantwoordelijk voor de uiteindelijke toetsing van aanvragen. Dit garandeert dat plannen voldoen aan wet- en regelgeving en dat de belangen van de gemeenschap goed worden beschermd. De gemeente borgt daarbij de kennis en kwaliteit. VTH-medewerkers beschikken over de benodigde expertise om aanvragen zorgvuldig te beoordelen en de naleving van regels te waarborgen. Een goede relatie met burgers is tijdens het toetsen van aanvragen essentieel. Door tijdig in gesprek te gaan, ontstaat wederzijds vertrouwen en begrip. Dit helpt om beter in te spelen op zorgen en behoeften van de samenleving en draagt bij aan een soepel verloop. Integraal werken Bij de gemeente is integraal werken niet de uitzondering, maar de norm. Wij geloven dat complexe vraagstukken de beste oplossingen krijgen wanneer verschillende disciplines samenwerken. Als een zaak daarom vraagt, schakelen we actief met collega’s uit andere afdelingen en met ketenpartners om tot een breed gedragen en doordachte aanpak te komen. Maatwerk (leidend principe: we gaan respectvol met elkaar
- om)De gemeente stemt de werkwijze af op de specifieke kenmerken van de casus. Elk evenement of project is anders, afhankelijk van de aard van de activiteit, de locatie en betrokken partijen. Voor elke situatie wordt een profielschets opgesteld, waarbij factoren zoals locatie, risico’s en betrokken partijen worden meegenomen. Ook worden de omgevingsfactoren zorgvuldig meegewogen, zodat de vergunningverlening aansluit bij de specifieke situatie. Sommige gevallen vragen om meer tijd of overleg om tot een duurzame oplossing te komen, daarin proberen wij mee te denken. Onze aanpak is gericht op passende en constructieve maatregelen, afgestemd op de situatie. Specifiek bij toezicht en handhaving denken we actief mee over oplossingen voor overtredingen. In complexe kwesties zoeken we samen met burgers naar praktische en haalbare maatregelen. Communicatie is daarbij een belangrijk onderdeel. Dit maatwerk versterkt niet alleen de naleving van regels, maar creëert ook meer begrip en draagvlak, waardoor de kwaliteit van de leefomgeving gewaarborgd blijft. Risicogestuurd werken De gemeente hanteert een risicogestuurde werkwijze door evenementen te kwalificeren en zaken te prioriteren aan de hand van een risicomatrix. Dit stelt ons in staat om de risico’s van een situatie systematisch in kaart te brengen en op basis daarvan de benodigde maatregelen te bepalen. Evenementen die potentieel meer risico’s met zich meebrengen, zoals grotere schaal of impact op de omgeving, worden hoger ingeschat en krijgen daardoor voorrang in de afhandeling. Hetzelfde geldt voor zaken die op basis van de risicomatrix zijn gekwalificeerd als een hogere prioriteit. De risicokwalificatie kan mede de mate bepalen waarin hulpdiensten worden betrokken. Kwaliteit De gemeente streeft ernaar de kwaliteit van haar dienstverlening hoog te houden door werkprocessen en werkafspraken zorgvuldig vast te leggen. Ook zorgt de gemeente ervoor dat er voldoende kennis in huis is. Daarnaast werken we projectmatig, zodat we gericht en efficiënt kunnen werken aan de realisatie van doelen. Door duidelijke afspraken en een gestructureerde aanpak kunnen we inspelen op de specifieke behoeften van projecten en zorgen we ervoor dat alle betrokkenen goed samenwerken. Deze werkwijze helpt ons om kwaliteit te waarborgen en processen continu te verbeteren. 3.4Doelstellingen De strategische doelstellingen van de gemeente Westerwolde zijn opgesplitst in een algemene U&HS-doelstellingen (gebaseerd op de Omgevingswet) en drie kwaliteitsdoelstellingen die voortkomen uit de gemeentelijke Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Westerwolde 2025. De doelstellingen zijn SMART opgesteld. De visie, zoals beschreven in paragraaf 3.2, vormt het uitgangspunt. De doelstellingen zijn gekoppeld aan de probleemanalyse. In hoofdstuk 4 en 5 wordt de koppeling met de doelstellingen verduidelijkt. Hier staat welke activiteiten bijdragen aan het realiseren van deze doelstellingen. Door deze koppeling maken we de beleidscyclus compleet, operationaliseren we de kwaliteitsdoelen en zorgen we voor de meetbaarheid van de resultaten. 3.4.1Algemene doelstellingen Met deze U&HS omarmen we de Omgevingswet. Dit doen we door aan te sluiten bij de nieuwe terminologie en begrippen uit de Omgevingswet én door algemene doelstellingen op te stellen die aansluiten bij de centrale doelstelling van de Omgevingswet. Deze centrale doelstelling is vastgesteld in artikel 1:3: “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur en b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” Veiligheid (De doelstelling is het beperken van de risico’s op het gebied van constructieve-, brand-, gebruiks- en omgevingsveiligheid) Bij de uitvoering van de VTH-taken richten wij ons op de zaken waar de risico’s het grootst zijn. Vergunningverlening vindt plaats volgens de preventie- en vergunningenstrategie (zie bijlage 2A en 2B). Wij houden risicogestuurd toezicht en handhaving op de fysieke leefomgeving en maken overtredingen op de meest efficiënte wijze ongedaan en handelen klachten en handhavingsverzoeken daarover af conform de vastgestelde strategieën (zie bijlage 2A t/m F). We bestrijden illegale (ver)bouw en het handelen in strijd met het omgevingsplan met het oog op brandveiligheid, constructieve veiligheid en omgevingsveiligheid. Dit doen wij door in alle gevallen conform onze toezicht- en handhavingsstrategie (bijlage 2A t/m F) te handelen. Gezondheid (De doelstelling is een gezonde leefomgeving creëren voor alle inwoners van de gemeente Westerwolde) We handhaven en verbeteren de huidige situatie rondom alcoholgebruik onder jongeren. Dit houdt in dat we eerst focussen op preventie en daarna op het uitvoeren van controles. Afhankelijk van het soort gebouw en het gebruik ervan (hoger of lager gezondheidsrisico) vindt een diepere of lagere toetsing op de gezondheidseisen uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (hierna: Bbl) plaats. We bestrijden het in strijd handelen met de gezondheidsaspecten uit het Bbl. Dit geldt ook voor toezicht en handhaving. Milieu (De doelstelling is om de impact op het milieu te verminderen) We beperken het illegaal dumpen van afval en zwerfvuil. Dit omvat het intensiveren van toezicht en handhaving en het aanbieden van genoeg afvalinzamelingsmogelijkheden. We zetten ons in om het terrein na een evenement opgeruimd en schoon achter te laten, zodat het zwerfvuil beperkt wordt. We volgen de Afvalstoffenverordening Westerwolde 2023. We verminderen het illegaal stoken. We richten ons daarbij eerst op het uitvoeren van gerichte controles om overtredingen te detecteren en aan te pakken. Duurzaamheid (De doelstelling van duurzaamheid is om positief bij te dragen aan de overstap naar schonere energie en een groenere toekomst) Afhankelijk van het soort gebouw en het gebruik ervan vindt een diepere of lagere toetsing op de energiezuinigheidsaspecten uit het Bbl plaats. We bestrijden het in strijd handelen met de energiezuinigheidsaspecten uit het Bbl. Dat geldt ook voor toezicht en handhaving. De gemeente pakt verpauperde panden aan. Door het renoveren of herbestemmen van deze panden wordt niet alleen de uitstraling van de buurt verbeterd, maar wordt ook energiebesparing gerealiseerd door het toepassen van duurzame bouw- en isolatiematerialen. Natuur (De doelstelling van natuur is om overlast te verminderen en ervoor te zorgen dat de regels worden nageleefd) De gemeente bestrijdt het handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning voor vellen van houtopstand (kappen). 3.4.2Kwaliteitsdoelstellingen Vakmanschap, expertise en kwaliteitsborging zijn cruciaal voor kwaliteitsproducten. Zonder vastgelegde afspraken, monitoring en rapportage ontstaat afhankelijkheid van individuele medewerkers. Kwaliteit betekent voldoen aan doelen en wettelijke eisen. In de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Westerwolde 2025 is een verplichting opgenomen om doelen uit te werken op de volgende onderwerpen. Zie hieronder: Dienstverlening In alle contacten met onze klanten zijn wij helder. De klant weet wat hij kan verwachten. En ook wat wij van de klant verwachten. Klanten voelen zich welkom. Wij luisteren naar onze klanten en voelen mee. In ons werk moeten wij ons houden aan de wet. Tegelijkertijd weerhoudt ons dit er niet van om verder te kijken dan de regels. We denken in mogelijkheden en gaan samen met de klant op zoek naar oplossingen. Terugbelnotities worden binnen twee werkdagen afgehandeld, met uitzonderingen van onvoorziene omstandigheden. De terugbelnotities worden administratief afgehandeld. Meldingen worden risicogestuurd behandeld (zie bijlage 2E). Is sprake van een hoge prioriteit, dan nemen wij zodra het kan de melding in behandeling. De uitvoeringskwaliteit van diensten en producten We ondernemen acties om te voldoen aan het kwaliteitsniveau van de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Westerwolde 2025 met betrekking tot de kritieke massa. Wij bekijken plannen en initiatieven zoveel mogelijk op een integrale wijze. We proberen plannen dus zoveel mogelijk af te stemmen met onze ketenpartners. We verbeteren de uitvoering van de VTH-taken die voortkomen uit de BIG-8 cyclus. De financiën Er wordt periodiek geïnventariseerd of de begroting toereikend genoeg is voor onze inzet op risicobeheersing en beleidsdoelrealisatie. Hoofdstuk4Probleemanalyse VTH 4.1Inleiding Het doel van de probleemanalyse is om sturing te geven aan de inspanningen van het toezicht en de handhaving. De probleemanalyse vormt daarmee de basis voor het stellen van prioriteiten en het uiteindelijk vaststellen van een uitvoeringsprogramma. De probleemanalyse bestaat uit een omgevingsanalyse en een risicoanalyse. 4.2Omgevingsanalyse In de Omgevingsvisie van de gemeente Westerwolde is een uitgebreide gebiedsbeschrijving terug te vinden. De gemeente Westerwolde is een jonge gemeente in een gebied met rijke historie. De gemeente ontstond in 2018 uit de voormalige gemeenten Bellingwedde en Vlagtwedde. Na de gemeentelijke herindeling in 2018 is de oude gebiedsindeling in grote lijnen hersteld. Het grondgebied van de nieuwe gemeente Westerwolde is, op kleine delen na, nagenoeg samen komen te vallen met het oorspronkelijke gebied Westerwolde. De gemeente Westerwolde telt ruim 26.000 inwoners. De gemeente ligt in het zuidoosten van de provincie Groningen. Het gebied grenst direct aan Duitsland en de provincie Drenthe, wat het tot een grensregio maakt. Hierdoor fungeert Westerwolde als schakel tussen Groningen, Drenthe en Duitsland. Grofweg kan het gebied worden opgedeeld in een centraal deel, bestaand uit de Ruiten Aa met zijn aangrenzende natuurgronden. Samen met het omringende karakteristieke landschap in landbouwgebieden vormen zij de gouden eieren van Westerwolde die we koesteren. In het overige deel overheerst het landbouwkundig gebruik. Vrijwel overal valt dit samen met karakteristieke landschappelijke waarden. Voorbeelden daarvan zijn houtwallen, houtsingels, steilranden, poelen en vennen. Naast het feit dat ook in Westerwolde uitbreiding van woningbouw, infrastructuur, industrie en moderne landbouw hun invloed hebben gehad, is er nog steeds sprake van een relatief gaaf en rijkgeschakeerd landschap. De impact is minder ingrijpend geweest dan in andere delen van Nederlanden. Wat rest is een opmerkelijk landelijk gebied met zeer “leesbare” landschappelijke structuren. Met name het beekdal van de Ruiten Aa met de meanderende beek, de rijke en veelal oude bossen met zelfs een stuk oerbos en de doorkijken naar de open ontginningsgebieden (voormalige venen) geven het gebied een eigen karakter. Westerwolde heeft daarnaast een rijk cultureel erfgoed verspreid over alle kernen dat zichtbaar is in de vorm van gebouwen, musea, het landschap en dergelijke. De meest in het oog springende locaties zijn iconen voor Westerwolde. Dit zijn de Burcht Wedde, de vestingschansen Bourtange en Oudeschans en het klooster Ter Apel. Het kleinschalige landschap en onze rijke cultuurhistorie koesteren we als basis van onze identiteit. 4.3Risicoanalyse Naast de omgevingsanalyse vormt de risicoanalyse een onderdeel van de probleemanalyse. De gemeente Westerwolde maakt gebruik van een kwalitatieve risicomethode. Deze kwalitatieve risicomethode wordt gebruikt om een integrale risicoanalyse uit te voeren, die uiteindelijk leidt tot een prioriteitstelling ten behoeve van het integraal vergunning- en handhavingsprogramma. Beleid opstellen draait om het maken van keuzes. Het stellen van prioriteiten heeft als doel de meest risicovolle problemen/overtredingen te identificeren, zodat hierop vanuit de gemeente het toezicht kan worden gericht. Een door het bestuur vastgestelde risicoanalyse biedt helderheid over de benodigde inzet van menskracht en middelen, gebaseerd op de risico’s van activiteiten, de specifieke lokale omstandigheden en de ambities van het bestuur. Hieronder zal kort de werking van de risicoanalyse worden toegelicht. In bijlage 5 wordt de uitgevoerde risicoanalyse nader toegelicht waarin dieper wordt ingegaan op de gebruikte methode, de begrippen en de wijze waarop aan deze begrippen getalsmatig waarden zijn toegekend. De risicoanalyse heeft geresulteerd in een prioritering, die als basis heeft gediend voor het opstellen en uitwerken van de VTH-strategieën. Voor het uitvoeren van een zorgvuldige risicoanalyse en het afwegen van de verschillende gemeentelijke VTH-taken is een risicomatrix toegepast. De risicomatrix is te vinden in de bijlage 6. 4.4Werking risicoanalyse Om de VTH-taken te kunnen prioriteren is een inventarisatie gemaakt waarbij de taken in beeld zijn gebracht. Elke taak is beoordeeld op basis van risico’s, effecten en naleefgedrag, waarbij de volgende criteria zijn meegewogen: veiligheid, duurzaamheid, gezondheid, leefbaarheid, financiële en economische impact, en het bestuurlijke imago. De risico’s van de taken/overtredingssoorten werden beoordeeld op een zestal beoordelingsaspecten. Per aspect werd het eventuele negatieve effect uitgedrukt op een schaal van 1 (gering negatief effect) tot 3 (groot negatief effect). De eerder genoemde zes beoordelingscriteria werden daarbij gebruikt. Daarnaast werd in eenzelfde risicomatrix de score ingevuld voor het naleefgedrag. In het afwegingsmodel werden de risicoscores gecorrigeerd met het naleefgedrag. Dit alles vormt de risicoscore die de uiteindelijke prioriteit van een taak/overtredingssoort beschrijft. Aan de hand van deze prioriteiten kan per VTH-onderdeel een strategie worden opgesteld. 4.5Analyse vakspecialisten en rol college De basis voor de huidige prioriteiten wordt gevormd door de risicoanalyse. Een onderdeel van de risicoanalyse is de beoordeling door de vakspecialisten van de gemeente. Deze vakspecialisten zijn in het VTH-domein werkzaam. De vakspecialisten bestonden uit: toezichthouders, boa’s, vergunningverleners en juristen. Zij hebben een goed beeld van de ontwikkelingen binnen het taakveld. Bovendien kennen zij de lokale situatie en de eventuele knelpunten waar zij in de dagelijkse praktijk mee te maken hebben. Het college van B&W heeft zich daarna gebogen over de resultaten van de risicoanalyse. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de prioriteitenverdeling. 4.6Uitvoeringsprogramma en jaarverslag In het uitvoeringsprogramma worden de prioriteiten en strategieën gekoppeld aan de beschikbare capaciteit. Het college van burgemeester en wethouders heeft hierbij de mogelijkheid om op grond van bestuurlijke afwegingen de prioriteiten tweejaarlijks aan te passen. Jaarlijks wordt een verslag gemaakt met conclusies en verbeterpunten die dienen als input voor het opstellen van een nieuwe U&HS en nieuw uitvoeringsprogramma. Hierdoor is het mogelijk de prioriteiten bij te stellen en in te spelen op actuele zaken en de prioriteitenlijst opnieuw bestuurlijk vast te laten stellen. Hoofdstuk5Prioriteiten 5.1Resultaten prioritering In hoofdstuk 4 is beschreven dat de risicoanalyse de basis is voor de prioriteitenlijst. In dit hoofdstuk wordt vastgelegd welke prioriteiten de gemeente Westerwolde aan de vergunning- en handhavingstaken toekent. De beoordeling van risico’s voor de leefomgeving vormt de basis voor het stellen van prioriteiten bij het stimuleren en/of afdwingen van naleefgedrag. Voorafgaand aan deze prioritering is een ambtelijke risicoanalyse uitgevoerd. Tijdens een bestuurlijke sessie heeft het college vervolgens input geleverd op deze risico’s. Omdat de beschikbare capaciteit beperkt is en niet overal kan worden ingezet, ligt de focus op thema’s en situaties waar de risico’s van niet-naleving het grootst zijn. Dit geldt eveneens voor meldingen en klachten. De landelijke, regionale en lokale prioriteiten en projecten worden verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Van belang is dat bij het bepalen van de prioriteiten risico’s een cruciale rol spelen. Het uitgangspunt hierbij is dat zowel interne als externe risico’s die ontstaan bij het niet uitvoeren van handhavingstaken grotendeels de bestuurlijke focus op een bepaald onderwerp bepalen. Het identificeren en afwegen van deze risico’s is daarom een essentiële stap in het ontwikkelen van een aanpak waarin de mate van toezicht en handhaving direct is afgestemd op de kans dat een probleem zich voordoet en de ernst van de mogelijke gevolgen van het niet optreden. Tegelijkertijd moet worden erkend dat minder urgente risico’s toch hoog op de politieke agenda kunnen staan, gestuurd door maatschappelijke of politieke opvattingen. 5.2De prioriteiten per taakveld Hieronder staan per taakveld de zeer hoge en hoge prioriteiten vermeld: Prioriteiten op basis van Bouwen: In strijd met brandveiligheidseisen Besluit Bouwwerken Leefomgeving (bouwmelding, GK 2 en 3 voor zowel nieuwbouw/verbouw als bestaande bouw) In strijd met constructieve eisen Besluit Bouwwerken Leefomgeving: Verpauperde panden, draagconstructie niet akkoord (bestaande bouw) Splitsen van panden t.b.v. toevoegen extra woning(
- en)(bestaande bouw én nieuwbouw/verbouw GK 2 en 3) Draagconstructie niet conform vergunning (bestaande bouw én nieuwbouw/verbouw GK 2 en 3) De komende jaren gaan we hier op de volgende manier aandacht aangeven: Punt 1. Brandveiligheid is een belangrijk aspect voor de fysieke veiligheid van personen. Bij deze gebouwen worden de brandveiligheidsaspecten gecontroleerd door de toezichthouders in overleg met, of samen met, de Veiligheidsregio Groningen (VRG). Punt 3. Rommelerven en verpauperde erven worden projectmatig aangepakt. Hierbij wordt risicogestuurd toezicht gehouden. In 2025 wordt naar verwachting één rommelerf ter hand genomen. Punt 4. De gemeente zal risicogestuurd toezicht houden op panden die mogelijk gesplitst zijn. Punt 5. De (ver)bouw van bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 2 en 3 wordt risicogestuurd opgepakt conform het toezichtsprotocol. Prioriteiten op basis van Omgevingsplanactiviteit (voorheen RO domein): Strijdig gebruik: Wonen (tijdelijk/permanent) waar niet is toegestaan (bv recreatiewoningen) Bedrijfsmatige activiteiten die niet zijn toegestaan Zorgactiviteiten die niet zijn toegestaan (bv zorgboerderij, dagbesteding) Erfgoed: Onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden (o.a. beschermd dorpsgezicht in Bellingwolde, Bourtange en Oudeschans) Sloop karakteristiek object/pand De komende jaren gaan we hier op de volgende manier aandacht aangeven: Punt 1,2 en 3. Het strijdig gebruik van recreatiewoningen wordt sinds 2022 projectmatig aanpakt. De handhaving op permanente bewoning van recreatieverblijven is echter momenteel opgeschort vanwege onduidelijkheid vanuit minister Keijzer. Verwacht wordt dat er tijdens de looptijd van dit document meer duidelijkheid komt. Op bedrijfsmatige activiteiten en zorgactiviteiten die niet zijn toegestaan, wordt ook risicogestuurd toezicht gehouden. Deze werkwijze zetten wij voort. Daarnaast is er een wettelijke verplichting om handhavingsverzoeken te behandelen. Punt 4 en 5. We gaan projectmatig toezicht houden op beschadiging of sloop van cultuurhistorie/erfgoed. Het project wordt in het uitvoeringsprogramma ondergebracht als ‘bescherming van Bourtange’. Prioriteiten op basis van APV: Afval illegale stort (meldingen afvalstort en zwerfvuil) Stookoverlast/illegale stook/houtrook (open vuur/vuurwerk/vreugde vuren/sloopafval verbranden) Handelen in strijd met de voorschriften carbid schieten Overtreden van het samenscholingsverbod en ongeregeldheden De komende jaren gaan we hier op de volgende manier aandacht aangeven: Punt 1,2, 3 en 4. Door gebiedsgerichte controle of op basis van ontvangen meldingen gaan we handhavend optreden. Prioriteiten Alcoholwet en Evenementen (door hoofdzakelijk Boa en vergunningverlening (APV) en toezichthouders): Alcoholwet: Schenken van alcohol aan minderjarigen/wederverstrekking Evenementen: Schenken van alcohol aan minderjarigen/wederverstrekking Het niet (tijdig) melden van een meldingsplichtig evenement of te laat aanvragen van vergunningsplichtig evenement De komende jaren gaan we hier op de volgende manier aandacht aangeven: Punt 1 en 2. Het is verboden om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 18 jaar. De gemeente Westerwolde houdt toezicht op de naleving van deze regel uit de Alocholwet. Verkopers van alcohol moeten verplicht de leeftijd controleren door naar een identiteitsbewijs te vragen. Daarnaast wordt toezicht gehouden op de vergunningvoorwaarden en de inrichtingseisen volgens de Alcoholwet. Aankomend jaar zal worden gecontroleerd of inrichtingen waar alcohol wordt geschonken voldoen aan de vergunningvoorschriften van de Alcoholwet. Punt 3. Bij evenementen ligt de focus op veiligheid en het beperken van overlast voor omwonenden. De organisator is verantwoordelijk voor het naleven van alle voorwaarden en regels die aan het evenement zijn verbonden. Toezichthouders van de gemeente en hulpdiensten zoals politie en brandweer controleren tijdens het evenement of alles volgens de vergunning verloopt en grijpen in bij risico’s voor de openbare orde, veiligheid of het leefklimaat. Aankomend jaar wordt in ieder geval bij de grotere evenementen gecontroleerd op naleving van de Alcoholwet. Hoofdstuk6Strategie en uitvoering 6.1Strategieën In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de doelen en prioriteiten worden gerealiseerd. Er worden daarom meerdere strategieën ingezet. Een deel van de uitvoeringsstrategieën zijn gebaseerd op de LHSO (Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht). De gemeente hanteert de volgende uitvoeringsstrategieën: Preventiestrategie Vergunningenstrategie Toezichtstrategie Handhavingsstrategie Gedoogstrategie 6.2Samenhang Preventie, toezicht en sancties kunnen zowel na elkaar als gelijktijdig worden ingezet om naleving te bevorderen. Preventieve maatregelen werken vaak beter bij welwillend gedrag, terwijl toezicht en sancties effectiever zijn bij bewuste overtredingen. Toch kunnen preventieve middelen ook bij calculerend gedrag bijdragen aan betere naleving. Handhaving is noodzakelijk bij onacceptabele omgevingsrisico’s of als andere middelen falen. In urgente of kritieke situaties kan directe handhaving nodig zijn, zonder voorafgaande stappen. Hoofdstuk7Organisatie en middelen 7.1Inleiding Uit artikel 13.10 Omgevingsbesluit volgt dat het college van burgemeester en wethouders er zorg voor draagt dat voor het bereiken van de doelen, de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting wordt gewaarborgd. Ook, moet op grond van artikel 13.10 Omgevingsbesluit, voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn. In dit hoofdstuk gaan we hier nader op in. 7.2Uitvoeringsprogramma In het uitvoeringsprogramma werken wij tweejaarlijks de werkzaamheden uit voor zowel vergunningverlening, als toezicht en handhaving. In het uitvoeringsprogramma beschrijven we de prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden uit dit beleid op operationeel niveau. Het uitvoeringsprogramma is dan ook een concreet actieplan. Wij beschrijven welke activiteiten wij in het betreffende jaar oppakken. Daarbij geven wij in het uitvoeringsprogramma een overzicht over benodigd en beschikbaar personeel. Het uitvoeringsprogramma sturen wij naar de provincie (IBT) en ter kennisname naar de gemeenteraad. 7.3Financiën Om de VTH-taken uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen nodig. Dit benodigde budget is geborgd in de begroting. Personele capaciteit vertaalt zich in een team met vaste medewerkers en een eventuele flexibele schil. In het uitvoeringsprogramma geven wij aan hoe wij de middelen inzetten. Daarnaast zijn er structureel middelen beschikbaar voor uitvoeringsorganisaties zoals de Veiligheidsregio Groningen (hierna: VRG) en de Omgevingsdienst Groningen (hierna: ODG). 7.4Voorzieningen Om een adequate en objectieve uitvoering van de wettelijke taken mogelijk te maken, stellen wij ondersteunende technische, juridische en administratieve middelen beschikbaar. Het gaat hierbij onder andere om bedrijfsauto’s, meetapparatuur, mobiele telefoons, laptops, software, informatiebeheersystemen, vakliteratuur, aansluiting op (juridische) databanken enzovoorts. Waar aan de orde, dragen wij er zorg voor dat betreffende instrumenten en apparaten in een goede staat van onderhoud verkeren, voldoen aan de wettelijke (controle)eisen en zo nodig worden gekalibreerd. 7.5Bereikbaarheid buiten kantooruren De gemeentelijke organisatie moet op basis van de wettelijke regeling ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn. Voor klachten die betrekking hebben op milieu, kan de Milieuklachtenlijn van de ODG worden benaderd. Deze lijn is 24/7 bereikbaar. Daarnaast is het centrale nummer van de gemeente ook 24 uur per dag bereikbaar, waarbij de telefoon buiten kantoortijden wordt doorgeschakeld naar een piketdienst. Dringende zaken worden direct opgepakt. Niet-urgente meldingen worden opgepakt via het reguliere werk. Hiermee is de bereikbaarheid en beschikbaarheid buiten kantooruren geborgd. 7.6Samenwerking met andere organisaties Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van belang. Binnen het omgevingsrecht werken wij op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving samen overeenkomstig de daarover binnen de samenwerkingsverbanden gemaakte afspraken. In deze paragraaf benoemen wij de belangrijkste partners waar wij mee samenwerken. De U&HS hebben wij vóór vaststelling afgestemd met andere betrokken bestuursorganen en partners, waarbij onder andere is gevraagd om, voor de hen relevante delen, een advies uit te brengen. Zo zijn de onderdelen van de U&HS die betrekking hebben op strafrechtelijke handhaving afgestemd met de politie. Ook hebben wij de U&HS met andere ketenpartners, zoals de ODG, de VRG en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (hierna: GGD) afgestemd. Daarnaast vindt afstemming tussen deelnemers van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groningen en ketenpartners plaats in het VTH-platform. 7.6.1ODG De gemeente Westerwolde heeft naast het verplichte basistakenpakket, ook de milieutaken ondergebracht bij de ODG. De ODG heeft dus het mandaat om namens ons milieutaken uit te voeren. Bij gecombineerde aanvragen (bijvoorbeeld bouw en milieu) blijft het casemanagement bij de gemeente, tenzij het zwaartepunt van de aanvraag op het onderdeel milieu ligt. Op dergelijke dossiers wordt nauw samengewerkt. Ook vindt er met de ODG regelmatig overleg plaats, zowel over algemene aangelegenheden als over specifieke dossiers. 7.6.2VRG De VRG voert, op basis van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Groningen, werkzaamheden uit op het gebied van brandweerzorg en crisisbeheersing in de provincie Groningen. De VRG werkt intensief samen met gemeenten in de provincie om veiligheid, brandveiligheid en crisisbeheersing te waarborgen. Via het Algemeen Bestuur worden veiligheidsvraagstukken besproken met externe partners zoals het Openbaar Ministerie en de politie. Onderwerpen als crisisbeheersing en huisvesting staan daarbij centraal. Daarnaast bespreken we de samenwerking met de VRG in ambtelijke overleggen met de ketenpartners en specifieke gevallen is er contact op dossierniveau. 7.6.3RBW De gemeente Westerwolde werkt nauw samen met de Regionale Brandweer, die onderdeel is van de Veiligheidsregio Groningen. Deze samenwerking richt zich op het waarborgen van brandveiligheid en effectieve incidentbestrijding binnen de gemeentegrenzen. De Regionale Brandweer ondersteunt de lokale brandweerposten in Westerwolde met materieel, opleiding en expertise om een snelle en adequate respons bij calamiteiten te garanderen. Daarnaast wordt er gezamenlijk gewerkt aan preventieve maatregelen en risicobeoordelingen om de veiligheid van inwoners te verhogen. 7.6.4GGD De gemeente Westerwolde en de GGD Groningen werken nauw samen om de gezondheid en het welzijn van de inwoners te bevorderen. Een belangrijk initiatief is de inzet van een wijk-GGD'er, die fungeert als schakel tussen bewoners en diverse zorg- en welzijnsorganisaties. Deze professional werkt samen met coördinatoren Zorg en Veiligheid en de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) van de gemeente om vroegtijdig signalen van onbegrepen gedrag op te vangen en passende ondersteuning te bieden. Voor het fysieke domein zijn er afspraken gemaakt voor de samenwerking tussen de GGD en de gemeente. De afgesproken samenwerking is vastgelegd in een document van het Regionaal Platform Omgevingswet Groningen. Daarbij is afgesproken dat de GGD verantwoordelijk is voor advisering rondom gezondheidsaspecten. Bij visie, plannen en vergunningen kan de GGD meedenken. Daarnaast is de afdeling Medische Milieukunde van de GGD bekend met onder andere gezondheidseffecten van diverse stoffen, en kan hierover adviseren. Dat kan bij de aanvraag van een vergunning, bij vragen tijdens het gebruik of in het geval er lozingen zijn geconstateerd en er sprake is van ongerustheid bij omwonenden. 7.6.5GHOR De VRG en de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (hierna: GHOR) werken nauw samen om de veiligheid en gezondheid tijdens evenementen in de provincie te waarborgen. De GHOR adviseert namens de Directeur Publieke Gezondheid gemeenten over gezondheidsrisico's bij evenementen. Het omvat een analyse van mogelijke gezondheidsrisico's, een capaciteitsanalyse en aanbevelingen voor maatregelen om problemen te voorkomen. GHOR adviseert naast evenementen ook in het kader van de Omgevingswet op de thema’s toegankelijkheid van zorg, zelfredzaamheid en fysieke veiligheid in relatie tot de witte keten. Daarnaast is de GHOR de geneeskundige tak van de multidisciplinaire samenwerking. Bij een ramp, crisis of groot incident moeten de slachtoffers snel en goed geholpen worden. Op dit gebied is de GHOR de spin in het web van de rampenbestrijding in de gezondheidszorg. De GHOR coördineert en regisseert de samenwerking tussen de verschillende zorginstellingen en organisaties. 7.6.6Politie De samenwerking tussen politie en gemeenten richt zich op het handhaven van openbare orde, veiligheid en het bestrijden van criminaliteit. De politie adviseert de gemeente onder andere over woonoverlast en het waarborgen van de veiligheid bij evenementen. De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en werkt daarvoor nauw samen met de politie en het Openbaar Ministerie in de lokale driehoek. In de driehoek vindt afstemming plaats over de aanpak van bijvoorbeeld jeugdproblematiek. Ook werken buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’
- s)met de politie bij handhaving van lokale regels. Preventieve acties en informatie-uitwisseling versterken de gezamenlijke inzet voor een veilige en leefbare gemeente. Hoofdstuk8Monitoring en evaluatie 8.1Monitoring In hoofdstuk 3 zijn onze doelen geformuleerd. In hoofdstuk 6 zijn de uitvoeringsstrategieën geschreven die binnen het VTH-domein worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de realisatie van deze doelen. Gedurende de uitvoering van de U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma vindt daarom monitoring plaats. Door een goede registratie bij te houden in Join en Digitale Checklisten, kan de monitoring goed plaatsvinden. Indien de monitoring daartoe aanleiding geeft, kan er tussentijds worden bijgestuurd. 8.2Evaluatie Na afloop van elk kalenderjaar worden de U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma geëvalueerd. Deze evaluatie wordt opgenomen in het jaarverslag. Indien uit de monitoring van de indicatoren blijkt dat we doelstellingen niet realiseren, wordt hiervoor een verklaring opgenomen in het jaarverslag. Op basis van de evaluatie kunnen conclusies worden getrokken over de U&H-strategie en de uitvoering daarvan. De evaluatie kan leiden tot aanpassing van de U&H-strategie en is input voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma voor het nieuwe jaar. Hoofdstuk9Kwaliteitsborging Het is belangrijk dat de uitvoering van de VTH-taken van gemeenten van hoge kwaliteit is. Om dit te waarborgen, zijn de landelijke kwaliteitscriteria VTH (versie 3.0) opgesteld. Deze criteria professionaliseren de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving, en waarborgen de kwaliteit en continuïteit binnen de organisatie. Daarnaast wordt de kwaliteit geborgd via de verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht gemeente Westerwolde 2025, die is vastgesteld door de gemeenteraad (zie bijlage 7). De kwaliteitscriteria stellen eisen aan: het "proces", oftewel de beleidscyclus (zie de BIG 8 cyclus) van de gemeentelijke organisatie met betrekking tot omgevingsrechtelijke taken; de "inhoud" van het operationele deel van het proces en de uitvoering daarvan; de "kritieke massa", oftewel de omvang en kwaliteit van het uitvoerende personeel. In januari 2025 hebben wij bureau Master Meester gevraagd om onze prestaties te meten aan de landelijke kwaliteitscriteria. Daaruit bleek dat de gemeente Westerwolde niet aan de kwaliteitseisen voldoet. Als kleine gemeente is het een uitdaging om volledig te voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria. De beperkte middelen en capaciteit maken het soms lastig om alle gestelde eisen te beantwoorden. Desondanks blijft de gemeente zich actief inspannen om hieraan te voldoen, met als doel de uitvoering- en handhavingstaken naar een zo hoog mogelijk niveau te brengen. De kwaliteitseisen voor medewerkers zijn vastgelegd in de functieomschrijvingen en de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Westerwolde 2025. De gemeenteraad heeft bepaald dat de kwaliteit van uitvoering en handhaving voor zowel omgevingsdiensttaken als door burgemeester en wethouders nader te bepalen taken minimaal gelijk moet zijn aan het landelijke niveau. Wij streven ernaar om te blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria. In het jaarverslag VTH geven wij jaarlijks een update over de naleving. Indien criteria niet nageleefd worden, geven we een gemotiveerde uitleg en beschrijven we de te nemen acties. Bijlagen bij U&HS gemeente Westerwolde Bijlage 1 Wettelijke kaders26 Bijlage 2 Uitvoeringsstrategieën27 Bijlage 2A Preventiestrategie28 Bijlage 2B Vergunningenstrategie30 Bijlage 2C Toezichtstrategie37 Bijlage 2D Handhavingsstrategie41 Bijlage 2E Strategie bij meldingen en handhavingsverzoeken42 Bijlage 2F Gedoogstrategie43 Bijlage 3 Beleid Wet Kwaliteitsborging voor Bouwen44 Bijlage 4 Toetsmatrix Bbl61 Bijlage 5 Handleiding risicoanalyse VTH74 Bijlage 6 Uitkomsten risicoanalyse VTH81 Bijlage 7 Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht83 Bijlage 8 Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht89 Bijlage1Wettelijke kaders Landelijk: Omgevingswet Besluit kwaliteit leefomgeving Besluit activiteiten leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Omgevingsregeling Omgevingsbesluit Algemene wet bestuursrecht Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Erfgoedwet Gemeentewet Huisvestingswet 2014 Alcoholwet Wet Bibob Opiumwet Vuurwerkbesluit Wegenverkeerswet 1994 Wet op de kansspelen Provinciaal: Omgevingsvisie Groningen Omgevingsprogramma Groningen Omgevingsverordening Groningen Provinciewet Gemeentelijk: Verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht gemeente Westerwolde 2025 Verordening speelautomatenhallen Westerwolde 2025 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Westerwolde 2023 Winkeltijdenverordening gemeente Westerwolde 2024 Evenementenbeleid Westerwolde 2020 Standplaatsenbeleid gemeente Westerwolde Beleidsregels voor de aanvraag- en selectieprocedure schaarse vergunningen Westerwolde 2025 Nadere regels tijdelijke reclame-uitingen in de openbare ruimte gemeente Westerwolde Beleid geluid in de openbare orde Nadere regels terrassen 2023 Participatiegids gemeente Westerwolde Bouwverordening gemeente Westerwolde Bijlage2Uitvoeringsstrategieën Bijlage2APreventiestrategie De preventiestrategie is erop gericht om enerzijds de kennis en bewustwording bij burgers, bedrijven en instanties te vergroten over de toepasselijke regelgeving en de activiteiten waarvoor een melding of vergunning vereist is. Om te zorgen dat men aan deze regels voldoen, is het van belang dat duidelijk is welke regels van toepassing zijn. Anderzijds richt de preventiestrategie zich op het motiveren van betrokkenen om zich aan deze regels te houden. De preventiestrategie wordt continu toegepast en is vaak gericht op het voorkomen van problemen vóórdat aanvragen of meldingen plaatsvinden. Door vroegtijdige inzet willen we zoveel mogelijk vermijden dat we achteraf moeten ingrijpen. Binnen de preventiestrategie onderscheiden we verschillende trajecten: Communicatie en informatievoorziening Uit ervaring blijkt dat niet volledige of onjuiste aanvragen en overtredingen bij burgers en bedrijven vaak voortkomen uit een gebrek aan kennis over de geldende wet- en regelgeving. Door dit gebrek aan kennis wordt vaak onbewust in strijd met de regels gehandeld. De gemeente moedigt aanvragers daarom actief aan om na te gaan of een melding of vergunning nodig is en om hun aanvragen zorgvuldig voor te bereiden. Om dit te bereiken, passen wij de preventiestrategie op de volgende manieren toe: Voorlichting en informatievoorziening worden onder meer aangeboden via het Omgevingsloket. Naast het landelijk Omgevingsloket staat er ook informatie op onze gemeentelijke website, waar we de informatievoorziening kunnen aanpassen op vragen die vaak voorkomen in de gemeente. Daarnaast hebben burgers en bedrijven de mogelijkheid om vragen te stellen per mail en telefoon. Vragen worden gesteld aan onze vergunningverleners. Dit noemen we informatieverzoeken. Indien nodig, sturen we aan op het indienen van een vooroverleg. Verkennen initiatief We bieden mogelijke aanvragers een vooroverleg aan, om de haalbaarheid van plannen te beoordelen. In het vooroverleg beoordelen wij of het bouwplan voldoet aan de ruimtelijke regels en de redelijke eisen van welstand. Indien het vooroverleg positief beoordeeld wordt dan werkt de gemeente in principe mee met een eventuele aanvraag. De initiatiefnemer maakt dan geen onnodige kosten voor de uitwerking van het plan en kan de procedure voor een aanvraag sneller doorlopen. Dit proces begint dus voordat een aanvraag voor een omgevingsvergunning officieel bij de gemeente wordt ingediend. Mogelijke aanvragers kunnen een principeverzoek indienen wanneer zij een bestemming willen wijzigen. Het principeverzoek wordt behandeld door de medewerkers van RO, maar via de prescan vindt afstemming plaats met de medewerkers VTH. Als een plan niet past binnen de regels van het omgevingsplan, vindt er een zogenoemde prescan plaats tussen de medewerkers van VTH en Ruimtelijke Ordening (RO). De prescan is een kort overleg tussen de medewerkers van VTH en RO over het plan. Indien een bredere afweging nodig is, dan wordt het plan verder besproken bij de intaketafel. Als een plan niet past binnen de regels, en een bredere afweging nodig is, wordt deze behandeld bij de intaketafel. Tijdens de intaketafel wordt het ingediende initiatief besproken en beoordeeld door medewerkers van verschillende afdelingen. Het belangrijkste doel van de intaketafel is om te bepalen of het initiatief haalbaar en wenselijk is. Ook wordt beoordeeld of het initiatief kansrijk genoeg is voor verdere uitwerking. Op deze manier krijgt de initiatiefnemer in een vroeg stadium inzicht in de haalbaarheid van het plan. Deze aanpak zorgt voor snelle duidelijkheid, waardoor tijd en kosten worden bespaard, omdat het plan in deze fase alleen globaal wordt beoordeeld. In enkele gevallen is het wenselijk dat ook enkele ketenpartners al in een vroegtijdig stadium bij deze intaketafel worden betrokken. In geval van een zeer complex plan wordt een omgevingstafel geïnitieerd. Participatie De gemeente Westerwolde wil dat inwoners zich betrokken voelen bij wat er in hun gemeente gebeurt. De nieuwe Omgevingswet moedigt participatie aan. Dit houdt in dat initiatiefnemers – zoals bewoners, ondernemers, organisaties en de gemeente zelf – in gesprek gaan met hun omgeving over hun plannen. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om belanghebbenden te informeren en/of uit te nodigen om mee te denken over het plan. Hoewel niet iedereen uiteindelijk eens hoeft te zijn met het plan, vermindert het gevoel van gehoord worden de kans op bezwaren in een later stadium. Bovendien ontstaan hierdoor vaak betere plannen. Het vroegtijdig betrekken van de omgeving kan aan het begin extra tijd kosten, maar bespaart meestal tijd in het verdere traject. Dit zorgt niet alleen voor meer begrip en draagvlak, maar maakt het ook eenvoudiger voor de gemeente om een weloverwogen besluit te nemen. Vroeg overleg helpt om belangen en standpunten inzichtelijk te maken en bezwaarprocedures achteraf te voorkomen. Initiatiefnemers worden aangemoedigd om in een vroeg stadium contact op te nemen met belanghebbenden én de gemeente. Uitvoering geven aan participatie ligt bij de initiatiefnemer. De gemeente heeft hierin een ondersteunende en beoordelende rol. De gemeente Westerwolde heeft een participatiegids opgesteld. Deze is te vinden op de website van de gemeente. In de gids zijn principes en doelen beschreven om tot een goede participatie te komen. In een aantal gevallen is het verplicht om participatie toe te passen. De gemeenteraad heeft op 2 november 2022 de lijst, met categorieën van buitenlandse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de participatieplicht geldt, vastgesteld: Projecten ten behoeve van de vestiging van bedrijven die vallen binnen de geluids- en/of geurruimtezone 2 of hoger als bedoeld in het ‘VNG-rapport: Milieuzonering nieuwe stijl’, tenzij sprake is van projecten die qua aard en milieuhinder vergelijkbaar zijn met een lagere geluiden/of geurruimtezone. Projecten ten behoeve van bedrijfsmatige, educatieve, sociale en/of medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport en recreatieve, welzijns- en maatschappelijke voorzieningen met bijbehorende voorzieningen, wijziging van bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen een in het bestemmingsplan aangegeven bouw- en/of bestemmingsvlak daaronder niet begrepen. Bouwprojecten voor de uitbreiding van agrarische bedrijven waarbij een overschrijding van meer dan 20% van de oppervlakte van een bouwvlak aan de orde is. Windmolens en zonneparken als bedoeld in de Beleidsnotitie zonneparken en kleine windmolens. Antenne-installaties en/of reclamemasten hoger dan 5 meter. Projecten die voorzien in de bouw van één of meerdere woning(
- en)Interne & externe samenwerking De waarde van communicatie en voorlichting hangt sterk af van een duidelijke en uniforme aanpak richting burgers en bedrijven. Hiervoor is een effectieve interne en externe samenwerking essentieel. Intern betekent dit goede afstemming tussen vergunningverleners, toezichthouders, handhavers, adviseurs en andere betrokkenen. Daarnaast is er een goede samenwerking nodig met de afdelingen die verantwoordelijk zijn voor de ruimtelijke plannen. Externe samenwerking is net zo belangrijk voor een optimaal resultaat. Door samen te werken met partners zoals waterschappen, politie, veiligheidsregio, omgevingsdiensten, provincies en ministeries, kunnen we elkaars expertise en informatie benutten. Ook overleg met adviseurs van aanvragers, zoals architecten en milieuadviseurs, draagt bij aan het behalen van een goed eindresultaat. Bijlage2BVergunningenstrategie Vergunningenstrategie BOUW/RO Een vergunning is een officiële toestemming van de overheid om bepaalde activiteiten uit te voeren, zoals bouwen, slopen of milieuactiviteiten. De wet kan bepalen dat iets verboden is zonder een vergunning. Voor veel handelingen in de fysieke leefomgeving is toestemming van het bevoegd gezag nodig. Ook kunnen voorschriften waaraan moet worden voldaan aan de vergunning worden verbonden. De vergunningsplichtige activiteiten zijn aangewezen door het Rijk in de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook kunnen vergunningsplichtige activiteiten worden aangewezen door de gemeente in het Omgevingsplan. Volgens de wet dient de U&HS inzicht te bieden in de criteria die worden gebruikt bij de beoordeling van en beslissen op aanvragen omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen. Met het vastleggen van deze vergunningenstrategie voldoen wij hieraan. Vormen vergunningverlening Informatieplicht Gemeenten hebben een informatieplicht. Dit betekent dat het bevoegd gezag duidelijke en volledige informatie geeft over de procedures, voorwaarden en mogelijke gevolgen van aanvragen die bij hen worden ingediend. Meldingen Een melding is een mededeling aan het bevoegd gezag en kan niet worden geweigerd. Het bevoegd gezag beoordeelt of de activiteit meldingsplichtig is en of de melding volledig is ingediend, waarna deze wordt geaccepteerd of niet. Het accent van de gemeentelijke taken bij meldingen ligt vooral bij het uitvoeren van toezicht. Maatwerkbesluit Het stellen of wijzigen van maatwerkvoorschriften na een melding is een besluit volgens de Awb. Vergunning(aanvraag) reguliere procedure Bij een aanvraag om omgevingsvergunning geldt de reguliere procedure: binnen een redelijke termijn, wat gelijk staat aan 8 weken, moet een besluit worden genomen. De termijn kan voor 6 weken verlengd worden. Daarnaast kan de termijn voor nog eens 4 weken verlengd worden, als instemming van de raad vereist is. Bij gefaseerde of meervoudige aanvragen zijn verschillende termijncombinaties mogelijk. Vergunning(aanvraag) uitgebreide procedure Bij de uitgebreide procedure moet binnen 26 weken een besluit worden genomen. De termijn kan voor 6 weken verlengd worden. Bij slechts een aantal activiteiten geldt de uitgebreide procedure. Het gevoegd gezag kan deze van toepassing verklaren, maar de aanvrager kan er ook zelf om verzoeken. Het gaat hierbij om sommige ingrijpende rijksmonumenten activiteiten, milieubelastende activiteiten en buitenplanse omgevingsplanactivteiten. Aanvragen Omgevingsvergunning Binnenkomst Vergunningaanvragen en meldingen worden via het DSO ontvangen en gearchiveerd in JOIN. Bij aanvragen waarvoor samenwerking nodig is, is afstemming vereist met externe partners. Verzoeken kunnen onder andere een informatieverzoek, een melding, een vergunningaanvraag of een principeverzoek betreffen. Registratie Werkzaamheden worden via het DSO geregistreerd en gearchiveerd in JOIN. Verkennen initiatief Initiatiefnemers kunnen voorafgaand aan een aanvraag omgevingsvergunning een vooroverleg indienen om de haalbaarheid te verkennen. De vergunningverleners zullen dan adviseren over onder andere de participatie, volledigheid en haalbaarheid van plannen. Korte versie stappen vergunningverlening: Aanvraag vooroverleg komt binnen; Toets ontvankelijkheid. Niet volledig? Aanvullende gegevens opvragen; Toets vergunningsvrij. Vergunningsvrij? Klant informeren en zaak sluiten; Omgevingsplantoets. Strijdigheden? Pre-scan en indien nodig intake; Terugkoppeling pre-scan/intake naar klant en plannen waar nodig laten aanpassen; Voorleggen welstand; Terugkoppeling welstand; Vooroverleg afronden en eindbrief versturen naar klant; Aanvraag omgevingsvergunning komt binnen; Aanvraag publiceren; Toets ontvankelijkheid. Niet volledig? Aanvullende gegevens opvragen; Toets aan omgevingsplan; Voorleggen welstand; Uitzetten adviezen (VRG, ODG, Constructeur, Provincie, RCE, Archeoloog, verkeerdeskundige, etc.) Toets Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); Opmaken legesberekening; Opmaken begeleidende brief + beschikking; Besluit/afronding publiceren. Adviescommissies Omgevingskwaliteit en de kleine commissie De gemeente Westerwolde kent drie adviescommissies voor de omgevingskwaliteit. Hun taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Westerwolde 2024. Deze commissies adviseren de gemeente over plannen die invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Door de inzet van deze drie commissies wordt de ruimtelijke kwaliteit en het erfgoed van Westerwolde zorgvuldig bewaakt. Kleine commissie De Kleine Commissie behandelt de reguliere bouwaanvragen. Deze betreffen vaak kleinere bouwplannen die worden getoetst aan de criteria uit de Welstandsnota. De focus ligt op een zorgvuldige beoordeling en de inpassing van de bouwwerken in de omgeving. Adviescommissie Omgevingskwaliteit Groningen (uiterlijk van gebouwen) Deze commissie beoordeelt omvangrijkere plannen met een stedenbouwkundig karakter. Het gaat om projecten die een grote ruimtelijke impact hebben, zoals nieuwbouwontwikkelingen of herstructureringen van gebieden. De commissie toetst of de plannen bijdragen aan een kwalitatieve leefomgeving. Adviescommissie Omgevingskwaliteit Groninger Gemeenten (Geïntegreerde commissie, monumentencommissie) Deze commissie adviseert specifiek over aanvragen die betrekking hebben op rijksmonumenten. Bij wijzigingen aan monumentale panden wordt getoetst of cultuurhistorische waarden behouden blijven. Toetsingskaders en werkwijze vergunningen en meldingen Van de volgende vergunning- en meldingsplichtige activiteiten lichten wij de toetsingskaders (criteria die door ons gebruikt worden voor de beoordeling) en de werkwijze (diepgang van toetsing/toetsniveaus) toe: 1. Omgevingsplanactiviteit (omgevingsvergunning planologisch) 2. Bouwactiviteit (omgevingsvergunning technische bouwactiviteit) 3. Cultureel Erfgoed/Rijksmonumentenactiviteit (omgevingsvergunning activiteit monument) 4. Activiteit brandveilig gebruik van een bouwwerk 5. Maatwerkvoorschriften 1. Omgevingsplanactiviteit Toetsingskader Een omgevingsplan bepaalt of voor bepaalde activiteiten een vergunning vereist is. Het uitgangspunt is: omgevingsplanactiviteiten die passen in het omgevingsplan zijn vergunningsvrij, tenzij er in het omgevingsplan een ‘verbod behoudens omgevingsvergunning’ is opgenomen. Dit verbod kan specifiek gelden voor bepaalde objecten of gebieden (binnenplanse vergunningplicht). Voor activiteiten die niet binnen het omgevingsplan passen, is een omgevingsvergunning vereist (buitenplanse vergunningsplicht). Er geldt een overgangsperiode waarin het omgevingsplan nog niet volledig voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet (Ow). Deze periode duurt naar verwachting tot 2032 (artikel 22.4 en 22.5 Ow). Gedurende deze tijd kunnen binnenplanse vergunningplichten staan in: Artikel 5.1 Omgevingswet (Ow). Het tijdelijke deel van het omgevingsplan (artikel 22.1 Ow). Gemeentelijke verordeningen die uiteindelijk in het omgevingsplan moeten worden opgenomen (artikel 22.8 Ow). Nieuwe delen van het omgevingsplan, zoals voorbeschermingsregels (artikelen 4.14 en 4.16 Ow). Werkwijze Formeel zijn de binnen- en buitenplanse procedures (van de omgevingsplanactiviteit) niet gescheiden, omdat het bevoegd gezag elke activiteit moet beoordelen op de mogelijkheid tot het verlenen van medewerking. Strijdigheid met de regels van het omgevingsplan is niet voldoende als weigeringsgrond, er moet altijd beoordeeld worden of de activiteit toch vergund kan worden met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Als dat niet op basis van de binnenplanse beoordelingsregels kan, vindt de buitenplanse beoordeling plaats. Bij een buitenplanse beoordeling geldt het bredere toetsingskader in de omgevingsvisie en de beleidsregels. Daarnaast moet er voldaan worden aan de beoordelingsregels van Rijk en Provincie en beoordelen wij of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onder andere door gebruik van zulke beleidsregels wordt willekeur in (buitenplanse) belangenafweging zoveel mogelijk vermeden. Indien het gaat om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit toetsen wij de aanvraag aan alle regels van het tijdelijk deel van de bruidsschat, de regels uit het (voormalige) bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand. Indien de aanvraag past binnen de regels geven we de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit af. Indien de aanvraag niet past binnen het omgevingsplan, is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dan toetsen wij deze aan de toepasselijke instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de toepasselijke instructieregels in de provinciale verordening én beoordelen wij of de BOPA in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ volgt het begrip ‘een goede ruimtelijke ordening’ op. Binnen onze gemeente gebeurt deze evenwichtige toedeling van functies aan locaties via de prescan en de intaketafel. 2. Bouwactiviteit (omgevingsvergunning technische bouwactivteit) Toetsingskader De Omgevingswet definieert een bouwactiviteit als ‘het bouwen van een bouwwerk’. Hierbij wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen: De technische bouwactiviteit, die zich richt op de bouwtechnische kwaliteit van het bouwwerk. De omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk, die zich richt op de ruimtelijke inpassing van het bouwwerk. De omgevingsplanactiviteit is onder punt 1 besproken. Deze splitsing staat bekend als ‘de knip’. De technische bouwactiviteit richt zich op de bouwtechnische kwaliteit van het bouwwerk en wordt getoetst aan de regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit omvat aspecten zoals: Constructieve veiligheid. Gezondheid. Bruikbaarheid. Duurzaamheid. Door de knip is de technische beoordeling gescheiden van ruimtelijke voorwaarden, waardoor meer technische bouwactiviteiten vergunningvrij zijn geworden. Bij meldingsplichtige bouwactiviteiten wordt de technische toetsing uitgevoerd door een onafhankelijke kwaliteitsborger. Voor technische bouwactiviteiten in gevolgklassen 2 en 3 blijft een vergunning vereist. Deze aanvraag wordt door de vergunningverleners beoordeeld aan de hand van het Bbl. De constructieve beoordeling wordt gedaan door ingenieursbureau Ritsema. De omgevingsplanactiviteit omvat de ruimtelijke toets van het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk. Dit betreft: Regels zoals bouwhoogte, bebouwingspercentage en functietoedeling. Uiterlijke eisen, waaronder welstandscriteria. In het Bbl staan regels voor welke bouwwerken geen vergunningplicht geldt. Daarnaast zijn er bouwwerken waarvoor regels zijn opgenomen in het omgevingsplan. Alle ruimtelijke regels die voorheen in bestemmingsplannen, bouwverordeningen en welstandsnota’s stonden, zijn nu samengevoegd in het omgevingsplan. Hiermee zouden de regels voor bouwactiviteiten eenvoudiger en eenduidiger worden, terwijl de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft. Werkwijze Bij de werkwijze is onderscheid gemaakt tussen bouwmeldingen en de omgevingsvergunning activiteit bouw. De bouwmeldingen We registeren de melding, bevestigen de ontvangst, checken de gevolgklasse, en de kwaliteitsborger. Vervolgens wordt een beoordeling gemaakt van het borgingsplan (inclusief risicobeoordeling) met eventueel afgesproken informatiemomenten. De vergunningverlener zoekt contact met de initiatiefnemer bij een onvolledige of niet-correcte melding om aan te geven wat er ontbreekt aan de melding. Wij hanteren de volgende algemene werkwijze voor de behandeling van een melding: Intake: De melding komt binnen via het DSO, deze wordt geregistreerd in de backoffice applicatie(
- s)en wordt toegewezen aan een vergunningverlener; Toets volledigheid: Toets melding aan de indieningsvereisten (volledigheid melding) en mogelijkheid tot aanvulling van een incomplete melding (vergunningverlener); Toets inhoud: Is voldoende aannemelijk dat de melding overeenkomt met het werkelijk (voorgenomen) gebruik of de (voorgenomen) uitvoering van werken? Het betreft een uiterst globale schouwing op basis van ervaring. De ingediende gegevens worden verder niet inhoudelijk getoetst, tenzij wettelijk voorgeschreven. Indien wettelijk voorgeschreven: (specialistische) toetsing en advisering door vergunningverlener en/of andere interne en of externe adviseur(
- s)m.b.t. alle relevante beoordelingskaders. Globale beoordeling of mogelijk nadere voorwaarden nodig zijn. Omgevingsvergunning activiteit bouw Als een vergunning nodig is voor een technische bouwactiviteit maken wij gebruik van het toetsingsprotocol. In dit toetsingsprotocol is voor het behandelen en beoordelen van aanvragen voor de activiteit bouw een bepaalde mate van diepgang in de bouwtechnische toets aan het Bbl aangebracht. Het is onmogelijk om vooraf aan te tonen dat een bouwwerk 100% zal gaan voldoen aan het Bbl. We vergunnen onze aanvragen, voor wat betreft de toets aan het Besluit bouwwerken leefomgeving, daarom risicogestuurd conform het bijgevoegde toetsprotocol Bbl. 3. Cultureel Erfgoed/Rijksmonumentenactiviteit (omgevingsvergunning activiteit monument) Toetsingskader Rijksmonumenten zijn (archeologische) monumenten die geregistreerd staan in het rijksmonumentenregister op basis van de Erfgoedwet. De regelgeving met betrekking tot rijksmonumentenactiviteiten en cultureel erfgoed is vastgelegd in diverse wet- en regelgeving, waaronder de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Omgevingsregeling. Ook het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet, het Invoeringsbesluit Omgevingswet, en de zogenoemde bruidsschat bevatten relevante bepalingen. Artikel 13.7 van het Bal legt een specifieke zorgplicht op om beschadiging of vernieling van rijksmonumenten te voorkomen. Vooralsnog is geen gebruik gemaakt van de bevoegdheid tot het opstellen van een Erfgoedverordening. Elke bouwactiviteit die betrekking heeft op een rijksmonument of hierop invloed heeft, wordt gekwalificeerd als een rijksmonumentactiviteit. Bij wijzigingen aan rijksmonumenten speelt advies een belangrijke rol. De monumentencommissie van Libau, ofwel de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Groninger Gemeenten, adviseert de gemeente Westerwolde over voorgenomen wijzigingen aan monumenten. Voor ingrijpende activiteiten moet daarnaast advies worden ingewonnen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), die namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) optreedt. De RCE kan worden betrokken bij minder ingrijpende activiteiten voor advies, maar dit is geen verplichting. Werkwijze De toetsing van de regels is belegd bij de gemeente, dit gaat in overleg met Libau en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Voor handelingen die ingrijpende wijzigingen aan een rijksmonument betreffen, is de uitgebreide procedure van toepassing. In andere gevallen geldt de reguliere procedure. De inhoudelijke beoordeling wordt uitgevoerd door advisering van de RCE. Indien instemming van de minister van OC&W vereist is, wordt deze aangevraagd (artikel 10.24, eerste lid onder a, jo. 4.32, eerste lid onder a of b van het Omgevingsbesluit). In de regel nemen wij het advies over, tenzij er concrete aanwijzingen zijn om te twijfelen aan de juistheid of volledigheid ervan. Bij de uitvoering van projecten kan het nodig zijn een archeologisch onderzoeksrapport in te dienen. Deze rapporten worden beoordeeld door een deskundige op het gebied van archeologie. 4. Activiteit brandveilig gebruik van een bouwwerk Toetsingskader De regels voor het brandveilig gebruik van bouwwerken zijn te vinden in hoofdstuk 6 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In sommige gevallen moet het gebruik van een bouwwerk bij de gemeente worden gemeld. Met de invoering van de Omgevingswet is de gebruiksvergunning afgeschaft, maar geldt er voor bepaalde situaties, zoals bij een hotel, nog steeds een meldingsplicht. Artikel 6.6 Bbl bevat een tabel waarin per gebruiksfunctie wordt aangegeven vanaf welk aantal aanwezige personen de meldingsplicht van toepassing is. Volgens artikel 6.7 Bbl moet deze melding uiterlijk vier weken vóór de start van het gebruik worden gedaan. Hierbij moeten verschillende gegevens en documenten worden ingediend, zoals beschreven in artikel 6.8 Bbl. Wanneer alle informatie volledig is, ontvangt de indiener een bevestiging van acceptatie, waarna het gebouw in gebruik kan worden genomen. Werkwijze De volledigheid van de melding wordt in principe behandeld door de behandelaar van de melding. Vervolgens onderzoekt de VRG op basis van geldende wet- en regelgeving het adviesverzoek inhoudelijk. Hierbij wordt beoordeeld of er sprake is van mogelijke onveilige situaties, waarbij gebruik wordt gemaakt van een vastgestelde checklist. Het niveau van diepgang in de advisering wordt bepaald door het landelijke toetsprotocol van de brandweer. De VRG brengt doorgaans binnen een redelijke termijn na ontvangst van het adviesverzoek een advies uit met betrekking tot de melding brandveilig gebruik. Wij volgen het advies van de VRG, tenzij er duidelijke redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid of volledigheid ervan. Indien uit de melding blijkt dat het voorgenomen gebruik mogelijk niet voldoende brandveilig is, stellen wij maatwerkvoorschriften op. 5. Maatwerkvoorschriften Toetsingskader De mogelijkheid om maatwerkvoorschriften vast te stellen wordt geboden via het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hierbij zijn er twee soorten maatwerkvoorschriften te onderscheiden: Voorschriften die aan een vergunning zijn gekoppeld, in welk geval het maatwerkvoorschrift onderdeel wordt van de vergunningvoorwaarden. Zelfstandige maatwerkbesluiten, los van een vergunning. Met behulp van maatwerkvoorschriften kan de gemeente afwijken van algemene regels. Dit biedt de mogelijkheid om: algemene regels verder uit te werken of aan te vullen; strengere of soepelere eisen te stellen dan in de algemene regels vastgelegd; uitzonderingen te maken op verboden die in de algemene regels zijn opgenomen. Werkwijze Het college kan een maatwerkvoorschrift inzetten voor bijvoorbeeld onvoorziene omstandigheden, bijzondere gevallen, lokale kenmerken, of om ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te verwezenlijken. Een maatwerkvoorschrift kan zowel ambtshalve worden vastgesteld als op verzoek. In paragraaf 4.3.2 van de Omgevingswet zijn algemene principes opgenomen die de naleving van zaken zoals veiligheid en gezondheidsbescherming bij maatwerkvoorschriften waarborgen. Daarnaast zijn er specifieke principes, zoals het waarborgen van toegankelijkheid van bouwwerken voor personen met een functiebeperking en het gebruik van de best beschikbare technieken. Het toepassen van maatwerkvoorschriften kent beperkingen. Veelal gelden de beoordelingsregels en voorwaarden die ook van toepassing zijn op vergunningen en vergunningvoorschriften. De reikwijdte van maatwerkvoorschriften is vastgelegd in het Bal en het Bbl. Vergunningenstrategie APV Een vergunning is een officiële toestemming van de overheid om bepaalde activiteiten uit te voeren. Dit geldt ook voor bepaalde activiteiten die vallen onder de APV of bijzondere wetten. Hieronder worden de activiteiten weergegeven waarvoor de meeste vergunningen worden aangevraagd op grond van de APV of een bijzondere wet. APV De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bevat met name regels ter bescherming de openbare orde en veiligheid. Binnen de APV is het mogelijk om vergunningen en ontheffingen te verlenen voor bepaalde activiteiten. De keuze tussen een vergunningenstelsel en een systeem van ontheffingen hangt af van de aard van de activiteit. Indien een activiteit onder bepaalde voorwaarden aanvaardbaar of zelfs gewenst is, past een vergunningensysteem beter. Wanneer het gaat om doorgaans ongewenst gedrag dat onder specifieke omstandigheden, acceptabel kan zijn, wordt doorgaans gekozen voor een ontheffingssysteem. Met de invoering van de Omgevingswet zullen sommige bepalingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving vanuit de APV worden overgeheveld naar het Omgevingsplan. Hierdoor ontstaat een integraal kader voor het reguleren van activiteiten die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. De APV bevat een vergunningplicht voor evenementen (artikel 2:25). Het is verboden een evenement te organiseren zonder vergunning van de burgemeester. Het Evenementenbeleid Westerwolde geeft een kader dat (lokaal) houvast geeft aan alle betrokken partijen bij de voorbereiding en uitvoering van evenementen. De evenementenvergunningen worden getoetst aan de kaders in het Evenementenbeleid Westerwolde. Op grond van de APV is het zonder vergunning verboden om open vuur te stoken in de openbare ruimte of op particuliere grond, tenzij sprake is van een uitzonderingssituatie. Dit verbod geldt om overlast, brandgevaar en milieuschade te voorkomen. Ook is er een vergunningplicht in de APV voor het exploiteren van een openbare inrichting (artikel 2:28). Hierin worden openingstijden, leidinggevenden en aanvullende voorwaarden geregeld. Bij overtreding kunnen vergunningen worden ingetrokken. Daarnaast volgt uit de APV dat standplaatsen niet mogen worden ingenomen zonder een vergunning. Het college bepaalt de locaties, zoals vastgelegd in het Standplaatsenbeleid gemeente Westerwolde. Het standplaatsenbeleid wordt het aankomende jaar geactualiseerd. Alcoholwet De Alcoholwet bevat regels voor bedrijven en paracommerciële rechtspersonen die alcoholhoudende dranken verstrekken, evenals voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen deze organisaties. Horeca- en slijtersbedrijven, maar ook paracommerciële instellingen zoals sportkantines en buurt- of dorpshuizen, hebben een vergunning van de burgemeester nodig om alcohol te mogen verstrekken. De Alcoholwet specificeert welke documenten bij een vergunningaanvraag moeten worden ingediend en geeft het wettelijke toetsingskader voor de beoordeling. Elke aanvraag wordt volledig getoetst, waarbij indien nodig voorschriften aan de vergunning worden verbonden. Een onderdeel hiervan kan zijn een beoordeling van het levensgedrag op grond van de wet Bibob. Wet op de Kansspelen In de Wet op de Kansspelen staan regels omtrent vergunningen voor kansspelen, zoals loterijen, gokken en casino’s. In de APV zijn in afdeling 10 zijn regels gesteld voor wat betreft kansspelen en speelgelegenheden. Daarnaast zijn in Verordening speelautomatenhallen Westerwolde 2025 regels gesteld voor speelautomatenhallen. Winkeltijden De Winkeltijdenwet regelt wanneer winkels geopend of gesloten moeten zijn. Volgens deze wet moeten winkels gesloten zijn op zon- en feestdagen en op werkdagen voor 06.00 uur en na 22:00 uur. Gemeenten kunnen echter vrijstellingen verlenen voor bovenstaande verboden. In de gemeente Westerwolde zijn hiervoor specifieke bepalingen vastgelegd in de Winkeltijdenverordening Westerwolde 2024. Bijlage2CToezichtsstrategie Toezichtsstrategie BOUW/RO Door toezicht uit te oefenen kunnen overtredingen worden voorkomen (preventieve werking) of worden hersteld. In deze toezichtstrategie beschrijven we de verschillende vormen van toezicht die we hanteren en de algemene aanpak daarbij. Soms kan toezicht ertoe leiden dat we uiteindelijk formeel handhavend (sanctionerend) moeten optreden. In de volgende strategie zullen we vervolgens ingaan op de handhavingsstrategie. Toezicht kan worden onderscheiden in twee trajecten: toezicht tijdens de realisatiefase en toezichttijdensde beheer- of gebruiksfase. Tijdens de realisatiefase wordt toezicht gehouden op het realiseren van een in een omgevingsvergunning omschreven activiteit. Tijdens de beheer- of gebruiksfase wordt toezicht gehouden op (het gebruik van) gerealiseerde bouwwerken, open erven en/of terreinen. Dit traject is van toepassing na de realisatie van een omgevingsvergunning of bij bouwwerken/activiteiten die plaatsvinden zonder de vereiste omgevingsvergunning. Algemene werkwijze Zoals hierboven is vermeld zijn er verschillende fasen van toezicht. Hoewel er verschillende fasen zijn, is het mogelijk om een algemene werkwijze te beschrijven. Voorbereiding toezicht Uitvoeren van dossieronderzoek op basis van beschikbaar materiaal uit digitale systemen of het archief. Hierbij wordt, waar relevant, onder andere onderzocht: Wie is de eigenaar? Welk bedrijf is in het pand gevestigd of wie maakt gebruik van het pand? Welke personen staan geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP)? Wat is de bestemming van het pand? Welke vergunningen zijn afgegeven? Wat is de historie van toezicht en handhaving? Zijn er andere relevante bijzonderheden? Welke regelgeving is van toepassing? (bijvoorbeeld bouwregelgeving, bestemmingsplan) Vaststellen wat het doel van het toezicht is. Het toezichtbezoek kan zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. Indien nodig wordt het bezoek vooraf aangekondigd of maakt de toezichthouder een afspraak. Uitvoering toezicht Een toezichthouder geeft bij aankomst de reden van zijn bezoek aan en toont op verzoek zijn legitimatiebewijs. De toezichthouder verricht de benodigde toezichtactiviteiten op de betreffende locatie. Hierbij registreert hij onder andere eigen waarnemingen, eventuele toelichtingen van betrokkenen, en neemt verklaringen op of vraagt informatie en/of documenten op, indien nodig. Afhankelijk van het type toezicht maken we gebruik van checklists. Soms worden foto’s gemaakt en/of monsters genomen. Waar mogelijk informeert de toezichthouder de betrokken persoon over de bevindingen. Als de gevolgen van de bevindingen direct en volledig duidelijk zijn, wordt de betrokken persoon hiervan onmiddellijk op de hoogte gesteld. Indien nodig bieden wij informatie, bijvoorbeeld over actuele ontwikkelingen of het gehanteerde handhavingsbeleid, en geven wij advies. Afwerking controle Na het toezichtsbezoek stellen wij een rapportage op. Hierin worden de feitelijke bevindingen en eventuele overtredingen op een heldere en uniforme manier schriftelijk vastgelegd, zodat een consistente en objectieve dossiervorming wordt gewaarborgd. Op basis van de bevindingen stemt de toezichthouder, indien nodig, het stappenplan van de handhavingsstrategie af met de jurist handhaving. De jurist handhaving documenteert de doorlopen stappen en genomen besluiten. Tot slot informeren wij de betrokkenen over het resultaat van de controle. Dit kan eventueel gepaard gaan met een opgelegde sanctie, conform de handhavingsstrategie. Naleving van de wet- en regelgeving tijdens de realisatiefase Zoals vermeld wordt tijdens de realisatiefase toezicht gehouden op het realiseren van een in een omgevingsvergunning omschreven activiteit. Belangrijk is dat de mate waarin toezicht wordt gehouden afhankelijk is van de toegekende prioriteit en de complexiteit van de vergunde activiteit. Daarnaast zijn er drie type controles te onderscheiden tijdens de realisatiefase: de reguliere controle, de administratieve controle en de eindcontrole. Toezicht bouwtechnische kwaliteit van te bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 Voor toezicht en handhaving van de Wkb voor gevolgklasse 1 hebben wij apart beleid opgesteld. Zie bijlage 3. Toezicht bouwtechnische kwaliteit bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 2 en 3 Gevolgklasse 2 (bijvoorbeeld bibliotheken, onderwijsgebouwen en woongebouwen tot 70 meter hoogte) en 3 (bijvoorbeeld hoogbouw boven 70 meter, ziekenhuizen, tunnels, enz.) zullen pas na minimaal 5 jaar na de inwerkingtreding onder kwaliteitsborging vallen. Dit betekent dat de gemeente de technische toetsing en het toezicht op gevolgklasse 2 ten minste tot en met 2028 zal blijven uitvoeren. Het is zowel praktisch niet haalbaar als inefficiënt om elk gebouw op elk moment tijdens de bouw te controleren, aangezien de benodigde middelen hiervoor ontbreken. Daarom richten wij ons toezicht op de cruciale momenten in het bouwproces. Gedurende de bouw onderscheiden wij verschillende toezichtmomenten, waarbij er per fase meerdere controles kunnen plaatsvinden. Wij onderscheiden de bouwfase in: de aanloop, de onderbouw, de bovenbouw, het gevel/dak, de installatie en de afbouw. Toezichtsmomenten tijdens de realisatiefase De controles in Westerwolde worden uitgevoerd op basis van de verleende vergunning en de Landelijke toezichtsmatrix bouw en verbouw van de Vereniging BWT. Door de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is de systematiek iets aangepast, er is nu een specifieke risicomatrix en er zijn specifieke checklisten voor nieuwbouw (Hoofdstuk 4 Bbl) en verbouw (Hoofdstuk 5 Bbl). De toezichtmatrix maakt duidelijk welke momenten en toezichtniveaus aan de orde zijn. Bijvoorbeeld, bij nieuwbouw van een woning wordt op meerdere momenten gecontroleerd, terwijl bij een gevelwijziging de controle minder intensief zal zijn. Alle vergunningen worden minimaal via een administratieve eindcontrole beoordeeld, waarmee de vergunning eindigt en het bouwwerk als bestaand wordt erkend. Daarnaast wordt vaak gewerkt volgens het principe van 'opbouwen van vertrouwen'. Dit betekent dat de frequentie en diepgang van het toezicht kan variëren, afhankelijk van de kwaliteit van de uitvoering. De toezichtmatrix is een leidraad, maar het is aan de toezichthouder om de intensiteit van de controles aan te passen op basis van de situatie. Toezicht brandveilig gebruik tijdens de realisatiefase Bij omgevingsvergunningen waarvoor de VRG advies heeft gegeven, voert de gemeentelijke bouwtoezichthouder tijdens de realisatiefase samen met de VRG-toezichthouder toezicht uit. De bouwtoezichthouder nodigt de VRG-toezichthouder uit voor gezamenlijke controles, bij voorkeur nadat de brandcompartimenteringen zijn aangebracht, maar vóór het plaatsen van verlaagde plafonds, en tijdens de eindoplevering. Het toezicht op omgevingsvergunningen voor “brandveilig gebruik” en meldingen valt onder de wettelijke taken van de VRG en is verplicht op basis van (provinciale) regelgeving. Het lokale controlebestand wordt bijgewerkt met vergunningen, meldingen en nieuwe bedrijven. De VRG controleert of het bouwwerk voldoet aan de vergunning en wet- en regelgeving, afhankelijk van de risicoclassificatie en het gebruik. Toezicht milieu tijdens de realisatiefase De ODG controleert of de inrichtingen voldoen aan de vergunningen en/of geldende wet- en regelgeving, onder andere aan het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Naleving van de wet- en regelgeving tijdens de beheer- of gebruiksfase Zoals besproken wordt tijdens de beheer- of gebruiksfase toezicht gehouden op (het gebruik van) gerealiseerde bouwwerken, open erven en/of terreinen. Het is belangrijk dat aan de vergunning of andere wettelijke kaders wordt voldaan. Bij het toezicht in de beheer- of gebruiksfase kunnen verschillende type controles worden onderscheiden: Routinematig toezicht Routinematige controles vinden plaats bij doorlopende activiteiten. Dit zijn bijvoorbeeld de controles in het kader van bouwtoezicht. Daarnaast worden ook verschillende onderdelen van de openbare ruimte routinematig gecontroleerd, zoals toezicht op het dumpen van afval. Objectgerichte controle Objectgerichte controle op bestaande bouwwerken en percelen omvat bijvoorbeeld het controleren van gebouwen op brandveiligheid of het controleren van percelen op basis van het omgevingsplan. Inventariserende controle Toezicht op bestaande bouwwerken en percelen betreft onder andere het controleren van gebouwen op brandveiligheid, het monitoren van de afloop van de instandhoudingstermijn van tijdelijke bouwwerken, en het controleren van percelen volgens het omgevingsplan. Administratieve controle Toezicht op de naleving van regels en voorschriften zonder fysiek bezoek, zoals een administratieve controle om te bepalen of een vergunning vereist is, het beoordelen van documenten, internetonderzoek of het vergelijken van luchtfoto's. Signaal toezicht Een bredere vorm van toezicht waarbij de toezichthouder een melding maakt van een geconstateerde overtreding die buiten zijn expertise of bevoegdheid valt. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op signalen over wettelijk verplichte basistaken of andere milieutaken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd. Passief toezicht Passief toezicht is ad hoc toezicht naar aanleiding van klachten, meldingen, calamiteiten en handhavingsverzoeken. Handhavingsverzoeken krijgen altijd een actieve opvolging, tenzij het gaat om overtredingen van geringe aard en ernst of overtredingen waartegen optreden anderszins onevenredig is. De prioriteit van meldingen en klachten bepaalt wanneer deze opgepakt worden. Bij anonieme meldingen is het voor de behandelaar niet mogelijk om aanvullende informatie op te vragen. Thematisch toezicht Thematisch toezicht bestaat uit controles die in een bepaalde periode op een specifiek thema zijn gericht. De toezichtsthema’s zijn vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. De thema’s kunnen voortvloeien uit landelijke en regionale doelen, maar ook uit maatschappelijke en politiek geprioriteerde onderwerpen, zoals het in het coalitieakkoord opgenomen toezicht op rommelerven en rotte kiezen. Ook het toezicht op cultuurhistorie (Bourtange) valt hieronder. We zullen hierop thematisch toezicht houden en voldoen door deze werkwijze te hanteren aan de kwaliteitscriteria. Toezichtsstrategie APV en bijzondere wetten Door toezicht uit te oefenen kunnen overtredingen worden voorkomen (preventieve werking) of worden hersteld. In deze toezichtstrategie beschrijven we de verschillende vormen van toezicht die we hanteren en de algemene aanpak daarbij. Soms kan toezicht ertoe leiden dat we uiteindelijk formeel handhavend (sanctionerend) moeten optreden. In de volgende strategie zullen we vervolgens ingaan op de handhavingsstrategie. Toezicht bij vergunningen Bij verleende vergunningen wordt het toezicht prioriterend uitgevoerd op basis van (risico)analyses en signalen uit het werkveld. Bij vergunninghouders die vaker overtredingen begaan, wordt intensiever gecontroleerd dan bij degenen die hun zaken op orde hebben. Ons toezicht kenmerkt zich door een open communicatiestijl, waarbij we het algemene doel van toezicht verduidelijken: naleving van wet- en regelgeving. Evenementen uitgelicht De aard en omvang van een evenement bepalen de wijze en intensiteit van het toezicht. Grootschalige evenementen worden, afhankelijk van de risico’s en de duur, tijdens het evenement één of meerdere keren fysiek gecontroleerd. Bij kleinere en reguliere evenementen ligt de focus op toezicht naar aanleiding van meldingen of klachten, maar laat niet onverlet dat steekproefsgewijs altijd controles kunnen plaatsvinden. In voorkomende gevallen (risicogericht) voert VRG toezicht uit op de brandveiligheid bij evenementen. Toezicht en surveillance door de boa De handhaving van het openbaar gebied vraagt om toezicht en, waar nodig, handhavend optreden. Boa’s houden toezicht in openbare ruimtes, zoals wijken, gebieden en parken, waarbij zij controleren op naleving van regels uit verordeningen en landelijke wetgeving. Door hun aanwezigheid dragen zij bij aan de veiligheid en leefbaarheid van de gemeente. Boa’s zijn herkenbaar door hun uniform en verrichten hun werk te voet, per fiets of met de auto, wat hun zichtbaarheid op straat vergroot. Voor een efficiënte en effectieve uitvoering werken boa’s samen met interne en externe partners, zoals de politie, ODG en toezichthouders. De bevoegdheden van boa’s omvatten onder andere het uitschrijven van boetes, het opvragen van ID-bewijzen en het laten wegslepen van voertuigen of voorwerpen. Taken van de boa De taken van boa’s zijn onderverdeeld in: Preventie: Gericht op het voorkomen van overlast door middel van voorlichting en actieve surveillance. Boa’s hebben hierbij een signaalfunctie voor de algemene dienst, bijvoorbeeld op het gebied van beheer openbare ruimte, groenvoorziening en reiniging. Repressie: Gericht op toezicht en handhaving. Boa’s controleren op naleving van regels en reageren op meldingen van burgers, bedrijven en samenwerkingspartners. In Westerwolde omvat het werkterrein van boa’s de openbare ruimte. Een groot deel van hun tijd wordt besteed aan de afhandeling van meldingen; de resterende tijd wordt benut voor preventieve surveillance. Bijlage2DHandhavingsstrategie Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Vanaf 2014 hebben bevoegde gezagen en handhavingsinstanties in Nederland een uniforme handhavingsstrategie geïmplementeerd, om passend in te grijpen tijdens toezicht gedane bevindingen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de LHS geactualiseerd. Inmiddels is de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) ingevoerd. De LHSO heeft een breder werkingsbereik dan de LHS. De LHSO heeft namelijk ook betrekking op de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regels. Ook zijn de uitgangspunten geactualiseerd en is de bestuurlijke boete toegevoegd. De LHSO is een strategie voor het opleggen van sancties. Deze strategie geeft richtlijnen voor het optreden bij wetsovertredingen, inclusief het moment en de manier van ingrijpen. De interventiematrix binnen de LHSO bepaalt of wordt gekozen voor bestuursrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen. De gemeente Westerwolde werkt conform de LHSO (opgenomen in de bijlage) en het stappenschema zoals is vastgelegd in de strategie. Hieronder is kort de LHSO uitgewerkt. Daarnaast is de LHSO in bijlage 8 bijgevoegd. Verzoek om handhaving Inwoners en ondernemers kunnen een verzoek tot handhaving aan de gemeente richten. Een verzoek om handhaving wordt in beginsel in behandeling genomen en afgewerkt binnen de gestelde termijnen, maar dit betekent niet dat ook altijd tot handhaving wordt overgegaan. De toezichthouder en handhavingsjuristen maken gebruik van de interventiematrix die volgt uit het LHSO. Interventiematrix In de LHSO is een stappenplan opgenomen om te komen tot een passende interventie. Deze is op hoofdlijnen: stap 1: positionering van de bevindingen in de basisinterventiematrix; stap 2: bepalen van de verzwarende aspecten die aanleiding kunnen geven voor een ingrijpender herstelsanctie of voor strafrechtelijk onderzoek of bestraffing; stap 3: optreden aan de hand van de interventiematrix; stap 4: bepalen of afstemmingsoverleg nodig is; stap 5: vastleggen stappen en beslissingen. Bijlage2EMeldingen en handhavingsverzoeken Overtredingen of vermoedens daarvan kunnen door derden worden gemeld bij de gemeente. Dit kan mondeling of schriftelijk, of via een formeel schriftelijk verzoek om handhaving. Het behandelen van deze meldingen en verzoeken vraagt om een gestructureerde aanpak. Meldingen Meldingen over mogelijke overtredingen, zoals Omgevingswet-gerelateerde zaken, komen binnen via DCC en worden gesynchroniseerd met JOIN. Deze meldingen kunnen digitaal worden ingediend of telefonisch via het KCC. Een behandelaar onderzoekt of er sprake is van een overtreding en of deze te legaliseren is. Bij anonieme meldingen kan de behandelaar geen aanvullende informatie over de mogelijke overtreding opvragen. Als daar aanleiding voor is, wordt een handhavingsprocedure gestart. De prioriteit van de melding bepaalt wanneer deze wordt opgepakt. Bij hoge prioriteit wordt deze zo spoedig mogelijk opgepakt, met een beoordeling ter plaatse door een toezichthouder. Verzoeken om handhaving Bij schriftelijke verzoeken om handhaving neemt de gemeente contact op met de verzoeker om het doel en de belanghebbendheid te bespreken. De situatie wordt onderzocht en belanghebbenden, waaronder de overtreder, worden geïnformeerd. Samen met de verzoeker wordt naar een informele oplossing gezocht. Lukt dit niet en is een overtreding vastgesteld, dan wordt volgens de handhavingsstrategie verdere actie overwogen. Voor deze verzoeken geldt een redelijke beslistermijn. Bijlage2FGedoogstrategie Uitzondering op de hoofdregel Er geldt een beginselplicht tot handhaving. Handhavingsbeleid mag er daarom niet toe strekken dat tegen overtredingen met een lage prioriteit nooit wordt opgetreden. Dit betekent echter niet dat wij geen prioritering mogen hanteren bij de handhaving. Het bepalen van prioriteiten is toegestaan en kan bijdragen aan een efficiënte uitvoering van de handhavingstaak, waarbij verschillen in aanpak mogelijk zijn. Wanneer een belanghebbende om handhaving verzoekt, kan dit verzoek niet uitsluitend worden afgewezen met een beroep op prioriteitstelling. Wij zullen dan uitgebreid moeten motiveren waarom wij (op dit moment) niet handhavend (kunnen) optreden. Soms kan daarvoor gebruik gemaakt worden van de uitzonderingen op de beginselplicht tot handhaving. Van bijzondere omstandigheden waardoor afgezien moet worden van handhaving is sprake als er concreet zicht is op legalisatie, handhaving onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen of als er een geslaagd beroep gedaan kan worden op een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur zoals het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. Voor de beoordeling of sprake is van een uitzondering op de beginselplicht tot handhaving zal het bestuursorgaan bij een handhavingsverzoek altijd een individuele belangenafweging moeten maken. De gedoogstrategie is een uitzondering op de hoofdregel, te weten handhavend optreden. Bijlage3Beleid Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: de Wkb) is op 1 januari 2024 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wkb is het bouwproces en de rol en taken van de gemeente gewijzigd voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 (o.a. grondgebonden woningen en industriehallen van maximaal twee bouwlagen). De gemeente kan handhaven als niet aan de wettelijke regels voor kwaliteitsborging is voldaan. Daarnaast blijft de gemeente te allen tijde het bevoegd gezag en kan zij handhaven als er niet voldaan wordt aan de technische voorschriften zoals deze gesteld zijn in het Bbl. Dit Wkb-beleid geeft aan hoe risicogestuurd en/of steekproefsgewijze toetsing en toezicht invulling krijgt bij bouwmeldingen gevolgklasse 1. In dit beleid wordt aangegeven: hoe de gemeente de bouwmelding beoordeelt; hoe de gemeente tijdens de bouw toezicht houdt en zo nodig handhaaft en; hoe de gemeente de gereedmelding beoordeelt en zo nodig handhaaft tegen ingebruikname bij het ontbreken van een verklaring van de kwaliteitsborger. De wetgever heeft uitdrukkelijk aangegeven dat de gemeente zelf de keuze kan maken wanneer zij wel handhaaft en wanneer niet. Daarenboven is het vanwege de beschikbare capaciteit binnen de gemeente niet mogelijk en ook onwenselijk om altijd te handhaven. De gemeente heeft in dit Wkb-beleid de keuze gemaakt om prioriteit te geven aan de handhaving bij constructieve onveiligheid en brandonveiligheid. Veiligheid is een groot goed. In dit Wkb-beleid wordt ingegaan op de handhavingsmogelijkheden die de gemeente heeft en hoe zij hier invulling aan geeft. Hierbij is de handreiking van de VNG “Toezicht en handhaving Wkb Handelingsperspectieven voor gemeenten, versie 2- januari 2024” als richtlijn genomen. Stelsel van kwaliteitsborging: nieuwe rol gemeente De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: de Wkb) is gelijktijdig met de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wkb is het bouwproces en de rol en taken van de gemeente gewijzigd voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 (o.a. grondgebonden woningen en industriehallen van maximaal twee bouwlagen ). De eerste vijf jaar (tot januari 2029) geldt het stelsel van kwaliteitsborging alleen voor bouwwerken uit gevolgklasse 1. Verbouwingen, waarbij de draagconstructie, brandcompartimentering of gevelisolatie wijzigt, worden in ieder geval het eerste jaar (in 2024) niet door de kwaliteitsborger beoordeeld. De minister en de VNG hebben wel afspraken gemaakt om ongeveer 40 proefprojecten te monitoren. Op basis van deze resultaten zou een besluit worden genomen over de mogelijke invoering van de Wkb voor verbouwingen per 1 juli 2025. In een brief van 10 december 2024 gaf de minister aan dat de invoering voorlopig wordt uitgesteld vanwege onzekerheid over kosten en kwaliteitsverbetering. Het stelsel van kwaliteitsborging is onderdeel van bouwen onder de Omgevingswet. De grootste verandering is de “knip” in de omgevingsvergunning voor bouwen in: een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; en een omgevingsvergunning voor een (technische) bouwactiviteit. Ad.1 een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit De gemeente toetst een bouwplan bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit aan het omgevingsplan (de opvolger van het bestemmingsplan, de welstandsnota en de bouwverordening). Dit betekent dat de gemeente bij deze omgevingsvergunning niet toetst aan technische bouwvoorschriften. In beginsel geldt een vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit. In hoofdstuk 2 van het Bbl en in de bruidsschat (straks omgevingsplan) staat wanneer een bouwplan omgevingsplan-vergunningvrij is. Ad.2 een omgevingsvergunning voor een (technische) bouwactiviteit. Daarnaast kan het zijn dat voor een bouwwerk een omgevingsvergunning voor een (technische) bouwactiviteit is vereist. De gemeente toetst het bouwplan aan de technische bouwvoorschriften uit het Bbl en het gemeentelijke maatwerk in het omgevingsplan. In hoofdstuk 2 Bbl staat of een technische vergunningplicht geldt. Als een vergunningplicht geldt, toetst de gemeente het bouwplan op dezelfde wijze als eerder onder de Wabo; het treft een aannemelijkheidstoets. Gevolgklasse 1 Het stelsel van kwaliteitsborging uit de Wkb regelt dat als een bouwwerk onder gevolgklasse 1 valt, er geen vergunningplicht geldt voor de (technische) bouwactiviteit. In de plaats daarvan moet de initiatiefnemer dan een bouwmelding onder kwaliteitsborging indienen bij de gemeente. Deze dient 4 weken voor de start van de bouwwerkzaamheden te zijn ingediend. De bouwmelding vermeldt welke private kwaliteitsborger erop toeziet dat het te realiseren bouwwerk aan de technische bouwvoorschriften zal voldoen en met welk instrument voor kwaliteitsborging (beoordelingsmethodiek) hij werkt. De kwaliteitsborger dient tevens een risicobeoordeling en borgingsplan op te stellen ten behoeve van de bouwmelding. In de risicobeoordeling geeft hij aan welke bouwtechnische risico’s hij ziet voor het bouwproject. Hij houdt in de risicobeoordeling rekening met de bijzondere lokale omstandigheden zoals de gemeente in dit Wkb-beleid formuleert. In het borgingsplan geeft de kwaliteitsborger aan hoe hij met de risico’s omgaat en welke beheersmaatregelen hij neemt opdat het gerealiseerde bouwwerk aan de technische bouwvoorschriften zal voldoen. Tijdens de bouw is de kwaliteitsborger verplicht om de gemeente te waarschuwen als het bouwwerk in aanbouw niet aan de technische bouwvoorschriften voldoet. De gemeente kan dan zo nodig na een eigen aanvullend onderzoek handhaven. Twee weken voor ingebruikname dient de initiatiefnemer bij de gemeente een gereedmelding onder kwaliteitsborging te doen (artikel 2.21 Bbl). Met een gereedmelding controleert het bevoegd gezag of de kwaliteitsborging is uitgevoerd volgens de regels. De initiatiefnemer moet bij die gereedmelding een dossier bevoegd gezag indienen. Belangrijkste onderdeel van dat dossier is de verklaring van de kwaliteitsborger dat het gerealiseerde bouwwerk aan de technische bouwvoorschriften voldoet. Ook bevat het dossier bevoegd gezag technische tekeningen en berekeningen. Deze stukken dienen volledig overeen te komen met het daadwerkelijk gerealiseerde bouwwerk. De kwaliteitsborger dient te verklaren dat het gerealiseerde bouwwerk aan de technische bouwvoorschriften voldoet. Zonder die verklaring is ingebruikname van rechtswege verboden. De primaire verantwoordelijkheid dat het bouwwerk aan de technische voorschriften voldoet, ligt onder het stelsel van kwaliteitsborger bij de bouwer zelf waarop de kwaliteitsborger toezicht houdt. De gemeente behoudt haar rol als toezichthouder en handhaver voor de naleving van de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De kwaliteitsborger heeft geen handhavingsbevoegdheden. Beleidskeuze risicogestuurd en/of steekproefs