← Nederland

Beleidskader Energietransitie 2023-2025 gemeente Lingewaard (Lingewaard)

Kort samengevat

Dit beleidskader van de gemeente Lingewaard beschrijft de noodzaak en urgentie van de energietransitie voor de periode 2023-2025, met als doel om in 2030 elektriciteitsneutraal te zijn en in 2050 energieneutraal. Het richt zich op energiebesparing, duurzame opwekking en de warmtetransitie, waarbij de gemeente een leidende rol neemt en samenwerking met inwoners en bedrijven stimuleert.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Beleidskader Energietransitie 2023-2025 gemeente Lingewaard De raad van de gemeente Lingewaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard d.d. 12 september 2023; gehoord de behandeling tijdens de Politieke Avond d.d.12 oktober 2023; besluit: Het beleidskader Energietransitie 2023-2030 vast te stellen; De Uitgangspuntennotitie energievisie zone A15/Betuweroute vast te stellen. SAMENVATTING Deze herijking van het beleidskader energietransitie benadrukt, nog meer dan de vorige keer, de noodzaak én urgentie om actie te ondernemen. Daarbij benadrukt dit beleidskader dat iedereen in de actie stand moet komen en dat het aanpassen van het energiesysteem niet alleen een verantwoordelijkheid is van de gemeente. Tegelijkertijd blijven de doelen hetzelfde. Een evaluatie van de projecten van afgelopen jaren is te vinden in bijlage

  1. Deze herijking focust zich vooral op de komende twee jaren. Lingewaard wil in 2030 elektriciteitsneutraal zijn. Dat houdt in dat we evenveel elektriciteit verbruiken als dat wij (groen) opwekken. Om dit te behalen, is een besparing van energie nodig van minimaal 2,5% per jaar. Om dit te realiseren, richten wij ons vooral op de gebouwde omgeving. Hiermee wordt bedoeld dat er volop wordt ingezet op het isoleren van woningen en gebouwen. De inzet bestaat uit voorlichting en activatie maar ook het aanreiken van financiële hulp en/of ontzorging waar nodig. Dit is nodig zodat iedereen mee kan doen. Naast energie besparen, wil de gemeente ook meer groene energie op gaan wekken. Dit is nodig omdat wij in de toekomst meer elektriciteit gaan gebruiken door onder andere de inzet van warmtepompen en elektrisch rijden. Tot 2030 willen wij de toename in opgewekte energie vooral realiseren met bestaande opwekmogelijkheden zoals zon en wind. We vullen de eerder vastgestelde zoekzone zon in tot een maximum van 30 hectare. Maar deze opwekcapaciteit is niet genoeg om elektriciteitsneutraal te worden. Hier is meer energieopwekking voor nodig en daarvoor wordt de komende tijd gewerkt aan de energievisie A15 zone/Betuweroute. Deze visie onderzoekt de komst van drie of vier windturbines in dat gebied, dan wel in combinatie met zonne-energie om de optimale energiemix te realiseren. De resterende 20 hectare zon die eerst voorzien was in de zoekzone zon, krijgt ook een plaats in de gebiedsvisie zone A15/Betuweroute. In het geval dat deze 20 hectare geen plaats krijgt, zal er gezocht worden naar een andere geschikte locatie binnen de gemeente. Als we verder vooruit kijken dan is het doel van Lingewaard om in 2050 energieneutraal te zijn (zie bijlage 2). Dit houdt in dat we evenveel energie opwekken als wij verbruiken. Aardgas is een bron die energie levert maar wij willen van het gebruik van aardgas af. Bij de verbranding hiervan ontstaan CO2 en andere broeikasgassen. Deze broeikasgassen laten de mondiale temperatuur stijgen waardoor het klimaat verandert. Om deze klimaatsverandering zoveel mogelijk tegen te gaan, moeten wij onze huizen anders gaan verwarmen. Om warmte te creëren wordt nu nog veelal aardgas gebruikt. Het anders verwarmen en koelen, wordt de warmtetransitie genoemd. In Lingewaard is de Zilverkamp in Huissen de eerste wijk die van het gas af gaat en andere wijken kunnen van de opgedane ervaringen leren. Ook Doornenburg heeft de ambitie om versneld te verduurzamen. De transitie is een zoektocht. Wij pakken bij deze zoektocht een leidende rol en werken samen met eventuele bewonersinitiatieven. Wij onderzoeken welke nieuwe warmtebron het meest geschikt is. Inwoners zijn aan zet om het huis klaar te maken om van het gas af te gaan door onder andere het toepassen van isolatie. Daarnaast onderzoeken wij welke (nieuwe) hernieuwbare energiebronnen er mogelijk zijn voor een ander warmtesysteem. Deze onderzoeken geven uiteindelijk inzicht in de mogelijkheden per wijk met daarbij een tijdspad. Dit wordt weergegeven in een ‘Transitieatlas Warmte’ zodat inwoners en bedrijven weten wanneer hun wijk van het gas af gaat en wat de beste handelingsstrategie is. Wij werken nu aan deze atlas maar de oplevering hiervan is voorzien na de komende herijking van dit beleidskader. Dit beleidskader focust zich op de komende twee jaar zodat we tijdig kunnen evalueren en bijstellen waar nodig. De energietransitie is dynamisch. De toenemende kennis, nieuwe technieken en (beleids)verandering vragen om snelle aanpassing van beleid. Daarnaast wordt de energietransitie verweven in een Programma Klimaat en Energie. Het opstellen van dit programma staat voor komend jaar gepland. Het verbindt de diverse onderwerpen met elkaar zodat de focus nog scherper wordt en de voortkomende projecten integraal worden bekeken. Deze nieuwe programmaopzet wordt mede mogelijk gemaakt door extra gelden die beschikbaar zijn gesteld door het rijk. Dit zijn de zogenaamde CDOKE gelden. Samenwerking en van elkaar leren is essentieel om de doelen te kunnen behalen. Zowel in de regio als met initiatiefnemers. Wij staan dan ook open voor nieuwe ideeën en samenwerkingen. Om toch voortgang te behouden, is focus belangrijk en daarvoor is het nodig dat deze ideeën voldoen aan gemeentelijke kaders en doelen. Voor inwoners en bedrijven komen hiervoor uitgangspunten zodat zowel de gemeente als inwoners/bedrijven weten wat de verwachtingen van elkaar zijn. Voor initiatiefnemers zijn de beleidskaders voor de opwek van zon en wind belangrijk. Kaders voor zon en kleine windturbines zijn opgenomen als bijlage vier en zijn iets aangepast en versimpeld. Het huidige windbeleid blijft bestaan en wordt geactualiseerd tijdens de gebiedsuitwerking van de A15 zone/ Betuweroute. In dit beleidskader zijn drie aanvullende voorwaarden opgenomen waar een initiatief aan moet voldoen. VOORWOORD Beste lezer, Het beperken van klimaatverandering is de grootste politieke, bestuurlijke en maatschappelijke uitdaging van de komende jaren. Hoewel we al veel langer weten dat het klimaat als gevolg van menselijk handelen verandert, worden de gevolgen de laatste jaren pas echt goed zichtbaar. Of het nu gaat om extreme weersomstandigheden, het verdwijnen van soorten of zichtbare veranderingen in de geologische structuur, experts wijzen ons bij herhaling op de in potentie existentiële impact van het door menselijk handelen veranderende klimaat. Dit alles kan verlammend werken. En het gevoel dat de uitdaging te groot is om vanuit Lingewaard echt het verschil te maken, is goed voorstelbaar. Bovendien brengt een uitdaging als deze belangrijke vragen naar de voorgrond: wat is er nu nodig in onze gemeente om in de toekomst een leefbare planeet na te laten aan toekomstige generaties? Moet dat ook echt hier of kan het ook elders? En kan iedereen een rol vervullen in de omslag die nodig is? Hoe zorgen we dat niemand achterop raakt en niemand onevenredig profiteert van gezamenlijke investeringen? Het zijn terechte vragen. Vragen die we in dit beleidskader niet allemaal en niet definitief van een antwoord kunnen voorzien. Maar desondanks is het onze stellige overtuiging dat we onze handen uit de mouwen moeten steken. Een grote overgang als de energietransitie is per definitie onzeker. En we zullen fouten maken, met spijt terugkijken. En soms ingewikkelde keuzes en belangenafwegingen moeten maken op basis van wat we nu weten. Maar voor die uitdaging gaan we als gemeente staan, omdat we weten dat er maar één ding erger is: niets doen. Als Lingewaard horen we dat we goed op weg zijn. Wij zijn daar trots op. Maar stellen ook vast dat we dat te weinig uitspreken. De afgelopen jaren zijn tal van kleinere en grotere projecten gerealiseerd, samenwerkingen gebouwd, plannen gesmeed en losse initiatieven genomen. Soms door de gemeente zelf, nog vaker door inwoners, ondernemingen, maatschappelijke organisaties en regionale samenwerkingsverbanden. Al die projecten en initiatieven willen we verbinden, versterken en zo samen verder brengen. In deze aanscherping van ons beleidskader Energietransitie leest u hoe de gemeente de route ziet naar 2030 en verder. Het is een marsroute die we sámen willen vervolgen. De komende jaren worden cruciaal in onze gezamenlijke reis naar een duurzamere toekomst. Deze urgentie moeten we met elkaar voelen en begrijpen. Alles wat u leest, is dan ook bedoeld als persoonlijke uitnodiging aan u om mee te doen. Als gemeente zetten we onze visie op de energietransitie uiteen en formuleren we onze ambitie richting 2030 en hoe wij verder als lokale overheid een leidende rol vervullen. Iedere reactie – lovend, constructief of kritisch – hierop is meer dan welkom. Ter afronding bedanken wij op onze plaats iedereen die tot op dit moment heeft bijgedragen aan de gezamenlijke inspanning op het gebied van klimaat en duurzaamheid. De weg naar een energieneutrale gemeente in 2050 is lang en niet altijd makkelijk. Maar als we gezamenlijk onze schouders eronder zetten, durven wij erop te vertrouwen dat we met elkaar daar komen waar we willen zijn. Met duurzame groet, namens het hele team, Maarten van den Bos – wethouder Jody Andernach – programmamanager Duurzaamheid INLEIDING Waarom is er nu actie nodig? De klimaatverandering is voor Nederland en ook voor Lingewaard een grote bedreiging. We merken het in de verhoging van de temperatuur, het toenemend aantal stortbuien, de funderingsproblematiek door de droogte en ook door toenemende kans op overstromingen. Het doorschuiven van de oplossing naar volgende generaties kan niet meer. Bovendien blijft de deken van CO2, die nu al onze aarde opwarmt en die we op dit moment met ons energieverbruik verder verdichten, vele generaties aanwezig en zorgt dus voor blijvende opwarming. De grens van anderhalve graad opwarming hebben we al bijna bereikt. De uitdagingen van klimaatverandering en de dringende noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, vragen een vastberaden aanpak. Als gemeente zijn we vastbesloten om onze maatschappelijke en sociale verantwoordelijkheid te nemen. We hebben een leidende rol in de overgang naar een duurzame en koolstofarme samenleving. Waarbij het ook onze rol is om te zorgen voor een rechtvaardige energietransitie, waarbij iedereen niet alleen mee moét maar ook mee kán doen. Waarom de energietransitie? Klimaatverandering is de voornaamste reden voor de energietransitie. Alleen niet de enige. Door de oorlog in Oekraïne wordt het streven naar energie-onafhankelijkheid nog urgenter. Ook de lokale milieuoverlast en de aardbevingsproblematiek in Groningen zijn belangrijke overwegingen. Het opwekken van energie gaat nu nog gepaard met veel schadelijke uitstoot zoals CO2 en onomkeerbare gevolgen voor onze leefomgeving. Dit moet veranderen. De energietransitie is de structurele overgang van een energiesysteem gebaseerd op fossiele brandstoffen naar een energiesysteem gebaseerd op hernieuwbare energiebronnen. Een transitie is altijd een langdurig proces dat veel in beweging brengt en leidt tot veranderingen in de samenleving. Dit biedt kansen voor nieuwe technieken, samenwerkingen, werkgelegenheid en voor de economie. Tegelijk zijn transities altijd trage en onzekere processen. Ze gaan gepaard met de inzet van veel geld en arbeid over lange perioden en raken veel belangen. De urgentie om nu maatregelen te nemen is groot. Daarom gaan we voortvarend aan de slag met het nemen van maatregelen om de gestelde doelen te behalen, ook als daarvoor soms lokale niet-hier-weerstand moet worden doorbroken. Waar gaat het beleidskaderEnergietransitie 2023-2025 over? Dit beleidskader markeert een omslag in onze gemeente: van kennisontwikkeling, bewustwording, proefprojecten en het creëren van draagvlak gaan we naar uitvoering en zichtbare projecten die gebaseerd zijn op hernieuwbare energie, innovatie en milieubewustzijn. We scherpen daarbij onze eigen inzet aan en breiden het team uit. Dit beleidskader is een leidraad die onze visie, doelstellingen en strategieën bepaalt voor onze drie pijlers: Pijler
  2. Energiebesparing Pijler
  3. Duurzame opwek Pijler
  4. Warmtetransitie Waarom een herijking van het beleidskader? In het vorige beleidskader hebben we de drie bovenstaande pijlers beschreven en hier bouwen we aan verder. We scherpen de bijbehorende opgaven aan om meer samenhang te creëren. Dit is hét moment om ambities goed af te stemmen en in samenhang uit te gaan voeren. Tegelijkertijd wil het college samenwerken met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Duurzaam denken en doen is geen eenrichtingsverkeer: initiatieven kunnen ondersteuning gebruiken, succesvolle proefprojecten kunnen uitgebreid worden en mensen in onze gemeente kunnen zelf meer doen. Dit beleidskader laat de route naar 2030 zien. We kiezen bewust om over twee jaar

(2025)het beleid opnieuw te evalueren en waar nodig bij te stellen. Dit doen we omdat de veranderingen binnen de energietransitie heel snel gaan. De belangrijkste aanscherpingen ten opzichte van het vorige beleidskader zijn: We gaan van 1,5 naar 2,5 % energiebesparing per jaar. We stellen een energievisie voor de A15 zone/Betuweroute op. We vullen de eerder vastgestelde zoekzone zon in tot een maximum van 30 hectare. We maken een ‘Transitieatlas Warmte’ zodat inwoners en bedrijven weten wanneer hun wijk van het gas af gaat. We zorgen dat de energietransitie betaalbaar blijft voor iedere bewoner. We pakken als gemeente een stevige regierol. We stellen uitgangspunten op voor inwonersinitiatieven en zullen hierbij kaderstellend handelen. Wat is het doel van dit beleidskader? Met dit herijkte beleidskader willen wij u informeren, inspireren en activeren. Het doel van dit beleidskader is om de raad, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties inzicht te geven in de aangescherpte doelen en de marsroute naar
  1. Daarmee is het voor iedereen duidelijker wat de verwachtingen van en naar de gemeente mogen zijn over de energietransitie. Naast inzicht biedt dit beleidskader ook focus. We kunnen niet alles in een keer doen en al doende leren wij ook. Om juist meer vaart te maken in de transitie moeten we keuzes maken. Er zijn vele keuzes te maken, zowel op strategisch gebied als bijvoorbeeld voor te gebruiken technieken. Maar ook in de vele initiatieven die er lopen. Om deze keuzes bewust te kunnen maken, biedt dit beleidskader niet alleen inzicht maar ook houvast. Hoe kunnen wij samenwerken? De weg naar een duurzame toekomst is complex en vraagt een integrale aanpak waarbij verschillende belanghebbenden, waaronder inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties, nauw met elkaar samenwerken. Participatie, transparantie en inclusie vormen de hoekstenen van dit beleidskader. We streven naar een breed draagvlak binnen onze gemeenschap, waarbij iedereen een rol kan vervullen om actief bij te dragen aan de energietransitie. Lingewaard wil een deel van de oplossing zijn, maar dan wel in samenwerking met andere partijen. Duurzame energie opwekken betekent samenwerken met netbeheerders, want de energie moet via het net verdeeld worden. Investeringen in het noodzakelijke netwerk kunnen alleen vanuit een groter perspectief gedaan worden, want het net moet regionaal en landelijk worden toegerust voor de toekomst. Daarom moeten we ook met andere gemeenten en regio’s samenwerken, om af te stemmen wat wanneer gebeurt, hoe we dat het meest efficiënt doen en hoe we dat ook goed ruimtelijk inpassen. Wij hebben een belangrijke rol om te zorgen dat er evenwicht komt tussen opwek, afname, opslag of conversie. Actieve afstemming met onze regionale partners, provincie, netbeheerders en het Rijk is absolute noodzaak. De energietransitie komt alleen op stoom als de transitie in harmonie wordt aangegrepen. DOELEN EN ROUTEKAART Dit beleidskader laat de routekaart zien tot
  2. Maar welke doelstellingen hebben we dan voor ogen? De landelijke doelstellingen en de doorvertaling naar Lingewaardse doelstellingen staan hieronder uitgelegd. In bijlage drie is een begrippenlijst opgenomen waarin deze doelstellingen nogmaals worden uitgelegd, evenals andere vaktermen. Doelstelling 2030 Nederland wil koploper zijn in Europa bij het tegengaan van de opwarming van de aarde. Hier werken we hard aan, maar we zijn er nog niet. Als doel voor 2030 staat in de Klimaatwet dat we een afname van tenminste 55% CO2 en equivalenten behalen ten opzichte van
  3. Elke gemeente zal mee moeten doen om dit doel te behalen. Als gemeente Lingewaard committeren we ons dan ook aan dit doel en zetten we extra stappen. In 2030 zijn wij elektriciteitsneutraal als gemeente. In 2030 willen wij evenveel elektriciteit duurzaam opwekken als dat lokaal aan elektriciteit wordt verbruikt. Doelstelling 2050 Het Klimaatakkoord is een belangrijk deel van de Nederlandse invulling van het Klimaatverdrag van Parijs. Daarin hebben 195 landen, inclusief Nederland, afgesproken om in 2050 de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, en zo mogelijk onder de 1,5 graden Celsius. Om daar te komen, wil de Nederlandse overheid 100% minder uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990 én een volledig CO2 neutrale elektriciteitsproductie. Hiermee streeft Nederland naar klimaatneutraliteit. Dit houdt in dat het energiesysteem per saldo geen broeikasgassen meer uitstoot. Onze gemeentelijke doelstelling voor 2050 is en blijft: energie-neutraal Lingewaard. Dit betekent dat we in Lingewaard evenveel energie duurzaam opwekken als we gebruiken; het netto energieverbruik is nul. Hiermee daalt ook de uitstoot van broeikasgassen. Routekaart 2030 Gemeente Lingewaard heeft ondersteuning van adviesbureau Over Morgen gevraagd om een aangescherpte marsroute uit te stippelen naar een elektriciteitsneutrale gemeente in
  4. Deze routekaart is een schematische weergave van ambities, maatregelen en doelstellingen die in de eerstvolgende jaren worden gerealiseerd. 2030 nemen we nu als ijkpunt op weg naar de doelstelling om in 2050 een energieneutrale gemeente te zijn. Hieronder is een deel te zien. Bijlage 2 laat de rest van de routekaart zien. SPEELVELD Klimaatdoelen en Klimaatwet Nederland heeft het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Het doel hiervan is om voor 2030 de uitstoot van CO2 met 49% terug te dringen ten opzichte van
  5. Dit doel is daarna in de Klimaatwet overgenomen. In 2050 moet ons land 80-95% minder CO2 uitstoten. Nationale Klimaatakkoord Het Nationale Klimaatakkoord legt vast hoe Nederland de klimaatdoelen wil halen. Voor vijf onderwerpen zijn hiervoor maatregelen voorgesteld: industrie, gebouwde omgeving, verkeer en vervoer, landbouw en landgebruik en hernieuwbare elektriciteit. In dit akkoord staat het nationale doel om in 2030 minimaal 35TWh grootschalige, hernieuwbare elektriciteit op land op te wekken. Hoe dat moet, staat niet in het Klimaatakkoord. Wel dat participatie en acceptatie hierbij belangrijk zijn. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NLPW) Vóór 2030 moeten 1,5 miljoen woningen en vele andere gebouwen in ons land zijn verduurzaamd en/of van het aardgas af zijn. Om gemeenten hierbij te ondersteunen met één loket, is op 1 januari 2023 het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) gestart. Het NPLW bouwt door op de ervaring, kennis en producten van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en het Expertise Centrum Warmte (ECW), die beiden overgaan naar het NPLW. Provincie Gelderland De provincie verleent subsidies, zet zich in voor kennisdeling zoals het aanbod voor het uitlenen van warmte experts, maar zoekt ook met de gemeenten naar goede plekken voor zonnevelden en windturbines voor de opwek van duurzame energie. De provincie heeft een belangrijke verbindende rol en zal ingrijpen als dit nodig is. In het coalitieakkoord van de provincie staat dat de gemaakte afspraken in de RES in stand blijven. De RES zoekgebieden voor windturbines worden opgenomen in de herijking van het provinciale windbeleid waarvan de verwachting is dat dit eind 2023 gereed is. Omdat dit directe gevolgen heeft voor het stroomnet werken wij samen met de provincie aan de omschakeling naar nieuwe warmtebronnen. De Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen (GMR) – circulaire regio In de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen - ‘de circulaire regio’ -werken zestien gemeenten, de provincie, drie waterschappen én netbeheerder Liander samen aan circulair denken en duurzaam handelen, in Nederland én Europa. Door circulaire en verduurzamingsprojecten op te schalen naar regionaal niveau, gezamenlijk onderzoek uit te voeren, kennis en ervaring uit te wisselen, onze gezamenlijke inkoopkracht te benutten en te investeren in de match met Europese, nationale en bovenregionale programma’s kunnen we onze ambities sneller realiseren. De regionale agenda voor de circulaire regio bestaat uit vier speerpunten: Circulaire bouw en infrastructuur Circulaire economie: grondstoffen en ketens Water en klimaatadaptatie Transitie naar duurzame energie Met de herijking van de regionale agenda in 2024 worden deze doelen opnieuw tegen het licht gehouden. Regionale Energie Strategie (RES) In het Nationale Klimaatakkoord staat dat dertig regio’s een Regionale Energie Strategie (RES) maken. Arnhem-Nijmegen is één van deze regio’s en bestaat uit zestien gemeenten, de provincie, drie waterschappen en Liander. Een RES beschrijft hoe een regio wil bijdragen aan de nationale opgave voor onder meer het produceren van hernieuwbare elektriciteit op land en het overschakelen op hernieuwbare warmtebronnen. Ook staat er in de RES welke infrastructuur en opslag er nodig is in de gebouwde omgeving. De herijking van de RES richting een RES 2.0 is naar verwachting in de eerste helft van 2024 gereed. Een herijking is nodig omdat de ontwikkelingen binnen de energietransitie snel gaan en er voor RES 1.0 een PlanMER nodig is. PlanMER In de RES 1.0 hebben we afgesproken om in 2030 1,62 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. De volgende stap is het realiseren van de afspraken uit de RES 1.0 en het vertalen van de RES naar gemeentelijk beleid. De resultaten vanuit onderzoek zijn gebundeld in een Milieueffectrapportage (planMER), deze is juni 2023 gepresenteerd. De planMER laat zien welke milieueffecten plaatsvinden wanneer de beoogde duurzame opwek uit het RES 1.0 wordt gerealiseerd. Zo is zorgvuldig beargumenteerd waarom locaties voor duurzame energieopwekking geschikt, geschikt te maken of ongeschikt zijn. De planMER is nodig omdat RES 2.0 een programma onder de omgevingswet wordt en dit programma is millieueffect onderzoeksplichtig. Regioarrangement Het Rijk wil eind 2023 met alle provincies afspraken maken over hoe wonen, bereikbaarheid, energie, economie, landbouw en natuur goed samen passen binnen de beschikbare ruimte. Het Rijk vraagt hiervoor een ruimtelijk voorstel van de provincies. De provincie Gelderland bouwt haar ruimtelijke voorstel vanuit zeven regio’s op. Wat voor regio willen ze zijn? Wat hoort daarbij en past het? Hoe krijgen ze dat voor elkaar en in welk tempo? Dat werken ze per regio uit en daar maken ze afspraken over. De provincie heeft de regie, omdat het totaal van de regio’s een samenhangend geheel moet opleveren. Voor een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland voor iedereen. Een van die zeven regio’s is de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR). De GMR heeft het regioarrangement als kans aangegrepen om onze ruimtelijke opgaven in beeld te brengen en te agenderen. Het regioarrangement beschrijft de ambities, doelen en opgaven voor de fysieke leefomgeving. De GMR heeft als belangrijke basis de Verstedelijkingsstrategie gebruikt. Het regioarrangement ‘Meer landschap, meer stad’ laat het gezamenlijke perspectief zien op hoe alle partijen de opgaven de komende twintig tot dertig jaar in samenhang gaan aanpakken. Het regioarrangement komt in de periode september-november binnen de gemeenten voor besluitvorming aan de orde. Lingewaard kent net als andere gemeente veel opgaven. Deze opgaven leiden tot uitdagingen. Dit omdat de opgaves samen een zogenaamde “ruimtelijke puzzel” vormen: De puzzel is voor onze gemeente in de kern: Woningen bouwen, tegelijk de bereikbaarheid waarborgen en een relatief groene en landelijke gemeente en woonomgeving blijven tussen twee steden in; Bouwen, werken aan een meer circulaire economie en het oplossen van netcongestie in de energie-infrastructuur; Bereikbaarheid waarborgen en een groene gemeente blijven, terwijl niet alleen ons eigen bouwprogramma, maar vooral ook het bouwprogramma van de omliggende steden extra druk legt op de regionale infrastructuur en onze groene ruimte. 1 januari 2024 wordt de Omgevingswet van kracht. Daarbij hoort ook de omgevingsvisie. Deze visie geeft in grote lijnen deze opgaves weer. De energietransitie wordt hierin benoemd als een belangrijke opgave die ruimte moet krijgen. The Economic Board In heel Nederland lopen bedrijventerreinen tegen barrières aan in aansluitingen op het elektriciteitsnet. Energiehubs kunnen hierin een oplossing vormen. The Economic Board gaat hierover in gesprek met verschillende bedrijventerreinen in de regio om hierin mee te denken. Verder is The Economic Board aan het kijken naar het gebruik van waterstof bij ondernemers in de regio. Ook in de gemeente Lingewaard zijn ondernemers die van waterstof gebruik willen maken. Netbeheerder Liander Wij staan voor grote opgaven, zoals de bouw van woningen, verduurzaming van wijken en buurten, mobiliteit en industrie en inpassing van zon en windenergie. Samen leiden deze ontwikkelingen tot file op het elektriciteitsnet. Hoewel netbeheerder Liander de netten komende tien jaar fors uitbreidt, zal er ook na die periode schaarste blijven bestaan als we doorgaan op de bestaande weg. Daarom willen we samen met alle collega gemeenten in de Groene Metropoolregio, Provincie Gelderland, bedrijfsleven en andere partijen slimme keuzes maken voor het toekomstige energiesysteem. Naast elektriciteit maken we maximaal gebruik van warmte en duurzame gassen, zoals waterstof. REE REE staat voor Regionaal Expertise centrum Energie. Het is het zakelijk energieloket opgericht vanuit de Groene Metropool regio. Het is een juni 2023 gestart. De service die geboden wordt is tweeledig. Basis advies is gratis voor bedrijven. Als een bedrijf op maat advies wilt ontvangen dan dient daarvoor een klein bedrag betaald te worden. Hiervoor is ook een subsidie vanuit de gemeente beschikbaar. Energieloket Lingewaard Bij Energieloket Lingewaard kunnen inwoners terecht voor gratis advies over energiebesparing. Het wordt bestuurd door Lingewaard Energie en gesubsidieerd door de gemeente Lingewaard. Twee keer per maand is er een fysiek inloopmoment in Huissen en een keer per maand in Doornenburg. Daarnaast is er ook online, telefonisch of maatwerkadvies mogelijk. Naast onafhankelijk advies worden inwoners ook geactiveerd om energie te besparen door bijvoorbeeld warmtewandelingen en verbinden ze inwonerscollectieven met elkaar. Coöperatie Duurzaam Zilverkamp Wij willen samen met onze inwoners en de woningcorporatie Waardwonen de wijk de Zilverkamp versneld van het aardgas halen. Inwonerscoöperatie Duurzaam Zilverkamp speelt hierbij een belangrijke rol. De coöperatie is opgericht om belangen van inwoners te behartigen bij de warmtetransitie en zet zich daar naast in om inwoners te ondersteunen en van informatie te voorzien bij het verduurzamen van hun huis. Leden van de coöperatie zijn vertegenwoordigd in een stuurgroep, projectteam en verschillende werkgroepen binnen het project. Werkgroep Doornenburg De gemeente Lingewaard wil stappen zetten om Doornenburg duurzaam en energie-zelfvoorzienend te maken en uiteindelijk volledig aardgasvrij. In de transitieopgave van Doornenburg speelt de themagroep Duurzaamheid van de werkgroep Doornenburg een prominente rol. Samen met ons werken zij aan de opgave. De themagroep bestaat uit een enthousiaste groep bewoners met ideeën over het transitieproces. De themagroep Duurzaamheid werkt als kartrekker en procesbegeleider van het transitieproces met een aantal ontwikkelpunten. Deze ontwikkelpunten maken deel uit van een beoogde integrale aanpak. Onder het motto ‘meedenken, meebeslissen, meedoen’ betrekt de themagroep de bewoners van Doornenburg bij het transitieproces. Andere inwonersinitiatieven Angeren, Gendt en ’t Zand Binnen-Buiten hebben allemaal hun interesse laten zien om zich in te zetten voor groen of duurzaamheid. Op dit moment zijn er vanuit deze DOPS en WOPS nog geen concrete duurzaamheidsprojecten. Warmtenetwerk Lingewaard In 2021 hebben wij samen met Duurzame Energienetwerken Gelderland (DENG) het Warmtenetwerk Lingewaard BV (WNL) opgericht. DENG is een Joint Venture van infra-specialist Firan en Innovatie-en Energiefonds Gelderland, een fonds van provincie Gelderland en Oost NL. Dit warmtenetwerkbedrijf gaat het warmtenet binnen NEXTgarden als open netwerk uitbreiden. Zo krijgen nieuwe en bestaande tuinbouwbedrijven op NEXTgarden en bedrijven op Agropark de mogelijkheid hierop aan te sluiten. Ook willen we het warmtenet in de toekomst uitbreiden naar de bebouwde omgeving. DE DRIE PIJLERS Pijler 1: Besparing Wat is de opgave? Om het doel elektriciteitsneutraal in 2030 te behalen, is energiebesparing essentieel (elektriciteit, gas en brandstoffen). Enerzijds is dit belangrijk omdat de bespaarde energie dan niet opgewekt hoeft te worden. Anderzijds draagt energiebesparing door isolatiemaatregelen bij aan de warmtetransitie (zie pijler 3). Het doel is om in 2030 25% energiebesparing te realiseren ten opzichte van
  6. De gemeente heeft de meeste invloed op de gebouwde omgeving, daarom leggen we hier de focus op. Dat betekent minder inzet vanuit de gemeente op mobiliteit, industrie en land- en tuinbouw. Het doel voor de gebouwde omgeving is 2,5% energiebesparing per jaar. Met de gebouwde omgeving bedoelen we huizen en gebouwen. Hierbij is het belangrijk dat iedereen meedoet en iedereen ook mee kan doen. Hoe komen we daar? Om uitvoering te geven aan deze pijler stellen we nog dit jaar een lange-termijn-strategie voor energiebesparing op. Hierbij zijn woningeigenaren en bedrijven de belangrijkste doelgroep. We willen actiever bewustwording creëren en stellen een brede communicatiestrategie op om hen te stimuleren te isoleren. Dit doen we onder meer door te communiceren over het ‘waarom’ en het ‘hoe’, gericht op huiseigenaren van een huis met een lagere energielabel. We beseffen dat niet iedereen in de financiële positie is of de juiste kennis heeft om energie te besparen. Daarom voeren we de komende jaren een isolatieaanpak uit. Voor huiseigenaren die het nodig hebben, is er extra (financiële) steun door een aanpak betaald vanuit het Nationaal Isolatie Programma en vanuit Energiearmoede gelden, zoals ook bij Operatie Isolatie is toegepast. Daarnaast moedigen we inwoners en bedrijven aan om zelf aan de slag te gaan. Dit kan ook zijn door middel van het vervangen van energie slurpende apparaten of het aanzetten tot elektrisch rijden. Energiebesparing in de land- en tuinbouw en de industrie levert vaak grote en snelle winsten op. Het is dus slim om hierop te acteren als bedrijf, want bedrijven hebben hierin ook een eigen verantwoordelijkheid. We nemen hier niet de leiding als gemeente, maar we geven ondersteuning waar nodig en mogelijk. Toch zijn we ook voor de gebouwde omgeving afhankelijk van anderen om daadwerkelijk energie te besparen. Onze rol is vooral om te stimuleren en energiebesparing zo makkelijk en betaalbaar mogelijk maken. Het onafhankelijk Energieloket Lingewaard ondersteunt ons hierbij. Dit is het eerste informatiepunt voor inwoners/VvE’s/maatschappelijke organisaties voor het nemen van besparingsmaatregelen. Maar ook buurt- of wijkinitiatieven kunnen bij de gemeente terecht voor ondersteuning om besparing aan te jagen. Hiervoor worden uitgangspunten opgesteld, zie hoofdstuk Communicatie & Participatie. Individuele bedrijven of georganiseerde en gemotiveerde bedrijfscollectieven kunnen voor adviesvragen én hulp bij de realisatie terecht bij het Regionaal Expertisecentrum voor Energie (REE). Wat gaan we doen? Als gemeente zetten we extra in op het professionaliseren van het Energieloket. Energieloket Lingewaard is de centrale ingang voor inwoners met vragen over (de financiering van) energiebesparing. Het Energieloket is gemakkelijk en goed bereikbaar en activeert op verschillende manieren inwoners, zoals via warmtewandelingen en inspiratiesessies. Om acties voor de buurt of wijk te organiseren om iedereen bewust te maken van energiebesparing ondersteunen we bestaande en nieuwe collectieve inwonersinitiatieven die passen binnen onze doelen (zie hoofdstukken Warmte en Communicatie & Participatie). In het kader van het Nationaal Isolatie Programma zetten we in op het stimuleren en helpen van inwoners om energiebesparings- en isolatiemaatregelen te treffen. Iedereen moet mee kunnen doen in de energietransitie. Om woningeigenaren in de speciale doelgroepen (onder meer met lage WOZ-waarde en laag energielabel) hierbij te helpen, zetten we een isolatieprogramma op waarbij een aanpak voor Doe-het-zelf isoleren en Laat-het-doen isoleren wordt aangeboden. We hebben aandacht voor de betaalbaarheid van isolatiemaatregelen. De Toekomst Bestendig Wonen lening blijft en wij kijken of er behoefte is aan financieel advies. Isoleren moet in lijn zijn met de wet Natuurbescherming. De provincie onderzoekt de komende tijd hoe ‘natuurinclusief isoleren’ het beste kan worden opgepakt en wij stellen aan de hand hiervan een aanpak op. Waarschijnlijk zal dit bestaan uit het opstellen van een (pre)soortenmanagementplan. Hierin worden alle beschermde diersoorten in kaart gebracht. Voor energiebespaaradvies aan bedrijven is het REE ingericht, het zakelijk energieloket vanuit de Groene Metropoolregio. Hier kunnen individuele bedrijven terecht met vragen over de optimale stappen in verduurzaming van het pand. Indien gewenst biedt het REE hulp aan bij het zetten van deze stappen. Daarnaast zetten we een pilot op waarbij het REE adviseert aan een bedrijfscollectief. De ODRA blijft handhaven op de energiebesparingsplicht voor bedrijven en de verplichting om als kantoorgebouw minimaal energielabel C te hebben. De REE kan bedrijven helpen bij de energiebesparingsplicht. Jaarlijks leggen we prestatieafspraken met de twee woningcorporaties in onze gemeente vast. Beide organisaties hebben al grote stappen gemaakt. Toch verdient het ophogen van energielabels in de hele woningvoorraad en het stimuleren van gedragsaanpassing onze blijvende aandacht. We stellen een brede communicatiestrategie op ter ondersteuning van bovengenoemde actiepunten. De belangrijkste verandering in dit herijkte beleidskader is dat wij van 1,5% naar 2,5% energiebesparing per jaar gaan om onze doelstelling te kunnen bereiken. Om de focus te behouden richten wij ons op de gebouwde omgeving. Hierbij is isoleren het belangrijkste. Gemeente geeft het goede voorbeeld De gemeentelijke gebouwen zijn door de jaren heen al verduurzaamd. Zo hebben we vanaf 2020 ruim 3.000 zonnepanelen geplaatst. Ook hebben veel gebouwen al energielabel A of B. Momenteel maken we een plan voor het energieneutraal maken van de gebouwen. Daarvoor bekijken we eerst per woonkern welke gebouwen we willen behouden en maken we een meerjarenplanning. Pijler 2: Duurzame opwek Wat is de opgave? De onvoorspelbare en stijgende energieprijzen én wind/zon als overheersende toekomstige energiebronnen vragen om een slim, lokaal en betrouwbaar toekomstig energiesysteem. Dit betekent sturen op lokaal afstemmen van opwek en verbruik, op lokaal eigendom en zeggenschap, op samenwerkingsverbanden met producenten, met lokale baten als basis. De opwek van duurzame elektriciteit is essentieel om de doelstellingen te halen. We gebruiken steeds minder fossiele energie (olie, gas) en steeds meer elektrische energie voor verwarmen en transport. De verwachte groei van benodigde elektriciteit stijgt tot 2030 met 30 tot 70% ten opzichte van 2020 (groei met 174 tot 410 TJ), dit ondanks ons doel om juist energie te besparen. Daarom blijft er naast de besparingsopgave ook een opgave om duurzame elektriciteit op te wekken. Tot 2030 doen we dat vooral met de bewezen technieken wind en zon. Hierbij ligt de focus op het realiseren van een ideale verhouding voor de meest efficiënte benutting van het netwerk. In 2030 willen we elektriciteitsneutraal zijn. Hiervoor is het nodig om in totaal 736 tot 971 TJ aan duurzame elektriciteit op te wekken. Dit betekent de volgende opgave: Zon op onder meer daken, parkeergarages en carports stimuleren. Er is een groei van 30% naar 50% in de benutting van daken mogelijk. Om geen (spontane) hinder te ondervinden van de netcongestie is afstemming/communicatie essentieel. We beperken de beleidsruimte in de reeds vastgestelde zoekzone zon tot een maximum van 30 hectare zon zoals bijlage 4 aangeeft. We kiezen voor deze aanpassing ten aanzien van het vorige beleidskader, om te voorkomen dat de landschappelijke kwaliteit van het gebied onevenredig aangetast wordt. Om de doelstelling te behalen moet er 20 hectare meer zonne-energie in de zone A15/Betuweroute of in het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) gerealiseerd worden. In het geval dat deze 20 hectare hier geen plaats krijgt, zal er gezocht worden naar een andere geschikte locatie binnen de gemeente. Onderzoeken of het haalbaar is om vier windturbines van 220-250 meter hoogte en 20 hectare zon in de zone A15/Betuweroute te plaatsen. Hierbij wordt gestreefd naar een goede verhouding zon/wind met oog op efficiënt gebruik van het elektriciteitsnet. In het vorige beleidskader hebben we drie locaties voor drie kleinere verspreide zonneparken benoemd. We bieden geen ruimte voor andere kleine zonneparken kleiner dan 3 ha. De drie kleinere verspreide zonneparken vullen we verder in, in samenwerking met de initiatiefnemers. Alleen als het voor een collectieve wijkvoorziening in de toekomst nodig is om nabij duurzame elektriciteit op te wekken, kunnen we hiervan afwijken. Te denken valt aan een zonnepark om het warmtenet te voeden. In 2050 wil en moet Lingewaard energieneutraal zijn. De aantallen hierboven gelden als richtlijn om in 2030 elektriciteitsneutraal te zijn, mits we ook 2,5% besparing halen (zie hoofdstuk besparing). Om energieneutraal te worden, is er nog meer opwek van duur zame elektriciteit nodig. Als er nog goede windlocaties of nieuwe technische mogelijkheden worden gevonden, is het mogelijk om dit te onderzoeken zodat we ook na 2030 verder kunnen gaan met de opgave. Bijlagen een en vier bieden meer informatie over opwek. Hoe komen we daar? De regio heeft een belangrijke verantwoordelijkheid bij het behalen van de RES-doelen. We pakken opgaven en kansen in de regio, zoveel mogelijk in regionaal of RES-verband op. We realiseren met onze RES partners een integraal programma in de RES 2.0 waarin duurzame opwek, energievragers en infrastructuur in samenhang geprogrammeerd gaan worden. Voor het realiseren van de benodigde duurzame opwek is de inzet van initiatiefnemers noodzakelijk. Dit kunnen bijvoorbeeld inwonersinitiatieven of bedrijfscollectieven zijn. De gemeente kan dit niet alleen. Als gemeente is het belangrijk om de urgentie te benadrukken en ons samen met initiatiefnemers in te spannen voor het realiseren van meer duurzame opwek. We communiceren over de beschikbaarheid van de zoekzone naar initiatiefnemers en in een later stadium ook naar inwoners. We moedigen initiatiefnemers van duurzame opwek aan om zich vroegtijdig te melden mits het idee binnen onze randvoorwaarden valt. Zo kunnen we samen kijken hoe dit initiatief bijdraagt aan de doelen en aan welke randvoorwaarden het initiatief moet voldoen. Uitwerking van het idee ligt vooral bij initiatiefnemers. Over de rolverdeling met betrekking tot communicatie en participatie maken we aan het begin heldere afspraken. We blijven in overleg met netbeheerder Liander over de beschikbare en gewenste ruimte op het elektriciteitsnet. We maken nieuwe ontwikkelingen en mogelijke knelpunten vroegtijdig bespreekbaar en maken gezamenlijk een afweging in prioritering bij projecten. Wat gaan we doen? We begeleiden initiatiefnemers met plannen voor grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Vooraf moeten we een anterieure overeenkomst sluiten met de betrokken partijen. We stellen drie randvoorwaarden voor grootschalige opwekinitiatieven: Opwekprojecten moeten voldoen aan een goede ruimtelijke ordening, waarbij een goede landschappelijke inpassing belangrijk is. Het project moet bijdragen aan een duurzaam en efficiënt energiesysteem. Een eerlijke verdeling van maatschappelijke (en financiële) lusten en lasten. Bijlage 4 bevat de criteria waaraan zoninitiatieven getoetst worden. Dit is een vervanging van het oude beleidskader zonne-energie. Het beleidskader Wind wordt geactualiseerd samen met de uitwerking van de Energievisie voor de zone A15/Betuweroute. We stellen een energievisie op voor de zone A15/Betuweroute om de mogelijkheden voor grootschalige zonne- en windenergie in dit gebied te verkennen. Hoe we de energievisie gaan opstellen kunt u lezen in het document dat tegelijkertijd met dit beleidskader naar de gemeenteraad gaat. We continueren de inzet in NEXTgarden (zie kader). We bieden ruimte aan initiatieven voor zonne-energie in de zoekzone zon tot het maximum van 30 hectare is behaald. En we stimuleren zon op dak. We blijven in gesprek met relevante partners zoals de netbeheerder, de regio en buurgemeenten. Het REE ondersteunt bedrijven bij vragen over, en het realiseren van, duurzame opwek projecten zoals zonnepanelen op het dak. We stimuleren initiatiefnemers om met ons in gesprek te gaan over nieuwe mogelijke technieken (zie hoofdstuk innovatie). We gaan door met zon op dak bij ons eigen vastgoed. De belangrijkste verandering in dit herijkte beleidskader is dat we de samenwerking met de initiatiefnemer(s) intensiveren. De vorm van de samenwerking is per casus verschillend en ook onze rolneming. NEXTgarden en de zone A15/Betuweroute Om verder uitvoering te geven aan de opgave duurzame opwek, ligt de focus op twee fysieke locaties: NEXTgarden en de zone A15/Betuweroute. NEXTgarden is een vitaal glastuinbouwgebied in de gemeente Lingewaard, met meerwaarde voor de omgeving en de regio. De ambitie is dat NEXTgarden in 2030 energieneutraal is. Dit is beschreven in de Strategische visie NEXTgarden
  7. In 2030 voeden we het warmtenet op NEXTgarden voor 80% met duurzame bronnen. We stellen het bestaande warmtenet van de tuinders open in 2024/2025 en breiden deze in samenwerking met de tuinders in NEXTgarden en Firan uit, in en naar de bebouwde omgeving. Verder onderzoeken we hoe we het energiesysteem op NEXTgarden op een slimme manier kunnen gebruiken en uit kunnen breiden naar de bebouwde omgeving. We verkennen de mogelijkheden voor opwek van zonne- en windenergie in de zone A15/Betuweroute en beschrijven dit in een energievisie. Deze visie is nodig zodat we voorbereid zijn als besloten wordt dat de A15 doorgetrokken wordt. Maar ook als er afwijkend wordt besloten op de doortrekking van de A15 is deze zone een belangrijk gebied om de opwek doelen te behalen. Hierin hebben we ook oog voor landelijke en regionale mogelijkheden, zoals het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER). De afwegingen voor de energievisie worden beschreven in de uitgangspuntennotitie energievisie zone A15/ Betuweroute. Daarmee houden we rekening met andere ontwikkelingen voor de A15/Betuweroute, zoals landschappelijke inpassing. Pijler 3: Warmtetransitie Wat is de opgave? Het produceren van warmte kost erg veel energie. Nu komt deze energie nog voor een groot deel uit aardgas. Aardgas is een fossiele brandstof. Deze dreigt op te raken en het verbranden van aardgas zorgt voor CO2 uitstoot, wat weer leidt tot de opwarming van de aarde. Om deze effecten te beperken, moeten we overstappen naar een duurzame manier om onze huizen en gebouwen te verwarmen en eventueel te koelen. Hier is een flinke overgang voor nodig, daarom heet het de ‘warmtetransitie’. De warmtetransitie is een relatief nieuw proces. Hierdoor kunnen we niet precies voorspellen hoe deze transitie eruit gaat zien. Wel weten we dat de uiteindelijke opgave is: het vervangen van aardgas door een alternatieve warmtebron. In 2050 moeten alle woningen en gebouwen in Lingewaard aangesloten zijn op een alternatieve warmtebron. Dit gaat stap voor stap. Lingewaard heeft hierbij een sturende rol. Er zijn verschillende manieren om aardgas te vervangen. Te denken valt aan collectieve oplossingen, zoals het aanleggen van een warmtenet dat gevoed wordt door een duurzame bron. Bij een warmtenet worden woningen en gebouwen verwarmd door een netwerk van leidingen waar warm water doorheen stroomt. Andere oplossingen zijn meer individueel van aard, zoals het aanbrengen van een elektrische/hybride warmtepomp. Deze warmtepompen vragen meer capaciteit van het elektriciteitsnetwerk en deze is al beperkt (zie hoofdstuk interactie tussen de pijlers, netcongestie en innovatie). Daarom heeft een collectieve oplossing onze voorkeur. Toename in omgevingsgeluid van alle individuele warmtepompen is een andere reden voor de voorkeur van een gezamenlijk warmtenet. Om de volgorde van de wijken die ‘van het gas af gaan’ in kaart te brengen, maken wij een Transitieatlas Warmte. We hanteren bij bovenstaande opgave de volgende uitgangspunten: De transitie moet betaalbaar blijven. We zien de collectieve oplossing daarom als de meest ‘sociale’ oplossing. Enerzijds omdat de individuele (elektrische) oplossing voor de gemiddelde woning gepaard gaat met een behoorlijke investering en dat dit niet voor iedere inwoner haalbaar is. Ook is de individuele oplossing door netcongestie technisch niet altijd mogelijk. De haalbaarheid van de collectieve oplossing valt of staat met een minimaal aantal deelnemers. Met de Transitieatlas Warmte streven we naar duidelijkheid voor inwoners. Het geeft de woning-of gebouweigenaar handelingsperspectief om te weten of er een collectief alternatief voor aardgas mogelijk is. Ook voorkomt deze atlas dat te veel inwoners een individuele oplossing kiezen, waardoor de haalbaarheid van de collectieve oplossing afneemt. De transitie naar duurzame warmte kunnen we niet alleen realiseren. Hiervoor hebben we de inzet van inwoners en bedrijven hard nodig. Als gemeente nemen wij het voortouw, maar verwachten we ook inzet van inwoners en bedrijven om de opgave te halen. Aan de hand van deze uitgangspunten werken we onder andere samen met bewoners uit de Zilverkamp en Doornenburg om de warmtetransitie daar als eerste gebieden van Lingewaard mogelijk te maken. In 2028 streven we ernaar om 500/600 woningen aardgasvrij-ready te maken en een transitieplan voor de hele wijk op te leveren in de Zilverkamp. In september 2019 heeft de raad de kaders en strategie vastgesteld voor de warmtetransitie. Deze is samengevat in bijlage
  8. Hoe komen we daar? Er zijn drie samenwerkende oplossingen om de warmtetransitie te realiseren: de warmtevraag verminderen; meer hernieuwbare warmte opwekken; elektrificatie van warmte. Dit maakt de opgave ingewikkeld en groots. Dus pakken wij als gemeente vooral een leidende rol bij de tweede en derde oplossing. Dit doen we samen met inwoners en bedrijven. Om de warmtetransitie te versnellen, gaan we met een aantal gebieden gefaseerd aan de slag. De Zilverkamp is aangewezen als Proeftuin Aardgasvrije Wijk (PAW). Hier onderzoeken we samen met inwoners en coöperatie Duurzaam Zilverkamp hoe we de wijk het best van het aardgas kunnen krijgen. Wij nemen het voortouw en zetten ons in om de voortgang van het proces te bewaken. Ook Doornenburg heeft de ambitie om van het gas af te gaan, maar dan met de gehele gemeenschap tegelijk. Werkgroep Doornenburg is hierbij kartrekker. Wij gaan het proces bewaken en werken de komende tijd de rolverdeling verder uit. Daarnaast ondersteunen we particuliere woningbezitters op een toegankelijke manier met hun route naar een aardgasvrije woning, bijvoorbeeld via het Energieloket. Isolatie tot minimaal niveau B is het uitgangspunt. Wij sporen inwoners aan om zoveel mogelijk zelf te doen en ondersteunen waar (financieel) nodig. Ook blijven we in gesprek met woningcorporaties en maken we afspraken zodat corporatiewoningen aardgasvrij-ready worden. We staan klaar voor bedrijven die zich gezamenlijk inzetten om van het aardgas af te gaan. Bedrijven pakken hierin het voortouw. Als gemeente willen wij een nieuw en gasloos bedrijventerrein ontwikkelen: Agropark
  9. Hier wordt onderzoek naar gedaan. Met het gemeentelijk warmtebedrijf (WNL) houden we de regie op het warmtenet en de uitbreiding hiervan. WNL is een samenwerking tussen de gemeente, Firan en Duurzame Energienetwerken Gelderland (DENG). WNL heeft voornamelijk tot doel: het realiseren, in stand houden en (doen) exploiteren van een warmte infrabedrijf, ten behoeve van een duurzame energievoorziening door middel van een warmtenet. De komende jaren zorgen we voor een open netwerk dat uiteindelijk ten goede komt aan de bebouwde omgeving. Bovendien trekken we regionaal op om warmteoplossingen te onderzoeken en te realiseren. Deze samenwerking in de Groene Metropoolregio wordt versterkt met meer kennisdeling en nog meer samen optrekken in projecten, zoals bij geothermie. In de regio nemen wij een sterke positie in. Daarnaast gaan we de samenwerking aan met Rijkswaterstaat, Alliander en de vereniging voor Nederlandse Riviergemeente voor de opwek van warmte uit grote wateren, zoals bij aquathermie. In 2021 is de transitievisie warmte door de gemeenteraad vastgesteld. Geothermie wordt genoemd als potentiële bron voor duurzame warmte. In opdracht van de provincie Gelderland is recent een onderzoek gedaan naar de kansrijkheid van geothermie. Daaruit blijkt dat in onze regio kansen zijn. NEXTgarden wordt gebruikt als casestudy, waarbij de energie ook gebruikt kan worden voor woonwijken buiten de eigen gemeentegrenzen. We werken hierin nauw samen met gemeentes Arnhem, Nijmegen en Overbetuwe. Het doel van de samenwerking is om de mogelijkheden van geothermie in de gemeenten verder te onderzoeken en gezamenlijk stappen te nemen om te komen tot de realisatie van bronnen. Omdat er steeds meer vraag komt naar het verkoelen van woningen en gebouwen wordt er bij de warmtetransitie ook aan koelen gedacht. Met de opwarming van de aarde gaat het aantal extreem warme dagen in de toekomst stijgen. Daarom moet het duurzaam afkoelen van woningen even belangrijk zijn als het duurzaam opwarmen. Wat gaan we doen? Wat doen we de komende twee jaar? WNL start in 2023/2024 op NEXTgarden en we gaan verder met de uitbreiding van het warmtenet naar én in de gebouwde omgeving. We zetten onderzoeken uit naar collectieve alternatieven voor aardgas. Deze onderzoeken zijn nodig voor de Transitieatlas Warmte. We gaan verder met het onderzoeken en toepassen van bronnen zoals zonnethermie, combinatie met zon en bijvoorbeeld e-boilers, aquathermie en verschillende manieren van opslag van warmte zoals Hoge Temperatuur Opslag (HTO). Vanuit de PAW Zilverkamp stimuleren we het aardgasvrij-ready maken van huizen en onderzoeken we wat de meest geschikte warmteoplossing is voor de Zilverkamp. In 2024 maken we een transitieplan voor de hele wijk. Dit houdt in dat er een keuze gemaakt wordt voor een alternatieve warmtebron. Bij deze keuze krijgen alle huishoudens een stem. Met de werkgroep Doornenburg onderzoeken we mogelijkheden voor alternatieve warmteoplossingen voor Doornenburg. Hierbij wordt gedacht aan aquathermie. We doen in regioverband onderzoek naar geothermie. Uitgangspunt is dat Lingewaard, onafhankelijk van de locatie van een mogelijke bron, aangehaakt blijft bij het proces en de resultaten van het onderzoek. Wij willen ons nog meer verdiepen in hoe we Lingewaardse inwoners kunnen stimuleren en wat zij nodig hebben in de transitie. Draagvlak creëren is daarbij noodzakelijk. Daarom zetten wij in op een hoge mate van participatie. Een burgerforum en digitale enquête kunnen hiervoor geschikte middelen zijn. Wat komt na 2025? We herijken de Transitievisie Warmte, met als essentieel onderdeel de Transitieatlas Warmte. Deze atlas laat de volgorde zien van wijken en kernen om van het aardgas af te gaan. Hierna gaan we aan de slag met een aantal wijken/kernen die in deze atlas naar voren komen als kansrijke plekken voor collectieve warmteoplossingen. De belangrijkste verandering in dit herijkte beleidskader is dat we de focus niet alleen maar op de Zilverkamp leggen maar ons ook gaan oriënteren op mogelijkheden en het bepalen van de volgorde voor andere wijken door de Transitieatlas warmte op te stellen. Wijkgerichte aanpak warmtetransitie We werken aan stapsgewijze opschaling binnen de warmtetransitie door te starten in de Zilverkamp, gevolgd door Doornenburg en daarna met nog een aantal wijken of kernen te starten aan een wijkgerichte aanpak. Voor wijken waarvoor blijkt dat een collectief alternatief voor aardgas de beste optie is, is een wijkgerichte aanpak een logische keuze. Voor wijken waar alleen een individuele oplossing mogelijk is, dient nog nader te worden uitgewerkt wat de meest effectieve aanpak is. We streven naar het ontwikkelen van een schaalbare wijkgerichte aanpak (framework) dat in Lingewaardse wijken en kernen toepasbaar is, maar waarbij nog voldoende ruimte is voor lokaal maatwerk. Technische en/of financiële kansen voor collectiviteit zijn een aanleiding om in een wijk of kern in te zetten op een versnelling van de warmtetransitie. Een bewonersinitiatief is dat niet. Bewonersinitiatieven zijn welkome participanten in een wijkgerichte aanpak warmtetransitie. INTERACTIE TUSSEN DE PIJLERS Energie is te vinden in verschillende vormen, zoals elektrische energie en thermische energie (warmte). De energie die voortkomt uit bijvoorbeeld fossiele brandstoffen of hernieuwbare bronnen wordt omgezet in voor ons bruikbare energie zoals elektriciteit of warmte. De totale energiebehoefte is dus groter dan de elektriciteitsbehoefte. Van het finale energiegebruik in Nederland verbruikt warmte ongeveer drie keer zoveel energie als elektriciteit1de Boer, S.
(2020). De energietransitie uitgelegd, p.
  1. . Naast warmte en elektriciteit kost vervoer en grondstofverbruik in de industrie ook energie. Als gemeente focussen we ons alleen op het verminderen van warmte en elektriciteit. Dit beleidskader bestaat uit de drie pijlers: besparing, opwek en warmte. Per pijler hebben we ambities en activiteiten geformuleerd, die bijdragen aan het behalen van de overkoepelende opgave. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat er een grote mate van afhankelijkheid is tussen de verschillende pijlers. Zie ook bijlage een. Wanneer er bijvoorbeeld minder energiebesparing gerealiseerd wordt, is er meer duurzame opwek nodig. Andersom werkt het ook zo: als er meer energiebesparing gerealiseerd wordt, kan de benodigde hoeveelheid duurzame opwek afnemen voor de opgave, in ieder geval tot
  2. De invloed van energieprijzen spelen hier ook een rol in. De onderlinge afhankelijkheid speelt ook een grote rol bij de derde pijler: warmte. De mate waarin een warmtenet wordt uitgerold en in hoeverre dat warmtenet gevoed kan worden met duurzame bronnen heeft veel invloed op het halen van de energiedoelen. Als het niet mogelijk is om een duurzaam warmtenet of duurzame warmtebron te realiseren, valt de energieconsumptie hoger uit. Deze hogere energieconsumptie leidt vervolgens tot een hogere elektriciteitsvraag. De keuze voor de warmtebron werkt ook door in de elektriciteitsvraag. Een hoge temperatuurbron heeft minder aanvullende energie nodig om het temperatuurniveau te verhogen. Maar als bijvoorbeeld gekozen wordt voor aquathermie (oppervlaktewater) als warmtebron, dan is weer meer elektrische energie nodig om met warmtepompen de gewonnen warmte waar nodig naar hogere temperaturen te brengen. Kortom, er is sprake van onzekerheid en onderlinge afhankelijkheid tussen de pijlers. Elke pijler kent zijn eigen ontwikkeling en snelheid en het is aan de gemeente om dit te stroomlijnen en in de gaten te houden. Om hier alert op te blijven, gaan we de voortgang van de energietransitie monitoren en regelmatig evalueren, zodat we kunnen bijsturen wanneer dit nodig is en we (opnieuw) duidelijk hebben wat de opgave is. Hierbij houden we nieuwe ontwikkelingen en kansen door innovaties nauwlettend in de gaten. Wat is de opgave? In Nederland hebben wij een sterk energienet. Het is betrouwbaar en als we energie willen hebben, was dat tot voor kort altijd mogelijk. De afgelopen jaren is de vanzelfsprekendheid van energieafname veranderd en neemt de druk op het elektriciteitsnet toe. Er is steeds meer vraag en aanbod van elektriciteit. Op sommige plaatsen is er niet genoeg capaciteit om op bepaalde momenten de energie efficiënt te transporteren, dat noemen we netcongestie. Netcongestie komt voort uit twee ontwikkelingen. Ten eerste omdat we meer elektriciteit nodig hebben de komende jaren. Dit komt door elektrificatie, dit is het vervangen van niet-elektrische systemen met elektrische systemen. Voorbeelden hiervan zijn meer elektrische apparatuur, elektrische auto’s, nieuwe manieren van verwarmen en verduurzaming in de industrie en landbouw. De tweede reden voor het ontstaan van netcongestie is dat er meer (en vaak veel tegelijkertijd) energie wordt teruggekeerd aan het net door bijvoorbeeld zonnepanelen. Hinder die ervan ondervonden kan worden, is dat nieuwe woonwijken of bedrijven niet aangesloten kunnen worden op het elektriciteitsnet. Of dat zonnepanelen geen elektriciteit meer mogen terugleveren. En het kan zelfs dat lampen in huis gaan knipperen. Hoe komen we daar? Om dit te verhelpen moet het net verzwaard worden. Netbeheerders staan aan de lat om hier uitvoering aan te geven. In onderlinge afstemming wordt de volgorde van de netverzwaring bepaald. Er wordt bepaald waar de grootste urgentie is en de grootste behoefte aan meer elektriciteit ontstaat. Voor het verkrijgen van een nieuwe aansluiting op het net is op dit moment de volgorde van aanmelding nog bepalend. Waarschijnlijk komt er een nieuw wetsvoorstel vanuit het rijk dat bepaalt dat gemeenten in samenspraak met regio/provincie/netbeheerder voorrang op aansluiten mogen verlenen. Dit kan bijvoorbeeld zijn bij het aansluiten van een gebouw met een maatschappelijke functie of een nieuwe woonwijk of energiesysteem. Verzwaring van het net heeft ook impact op de ruimtelijke ordening en leefomgeving, zoals door de komst van meer transformatorhuisjes in de wijk. Naast de ruimtelijke inpassing heeft de gemeente een communicatieve rol om inwoners te informeren over deze aanpassingen in de wijk. Een derde belangrijke rol voor de gemeente is oog hebben voor de effectieve werking van het energienetwerk. Windturbines, zonneparken en slimme technieken moeten strategisch geplaatst worden zodat zij het beste aangesloten kunnen worden op het net. Dit gebeurt in overleg met andere partners. Provincie Gelderland geeft met de aanpak Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS) invulling aan de inzet op de energie infrastructuur. In GEIS legt de provincie haar rol en houding vast ten aanzien van ontwikkeling en realisatie, integraal programmeren en slimme regionale oplossingen. Wij werken samen met de provincie en andere gemeenten om samen de best mogelijk aanpak van netcongestie te bepalen en deze af te stemmen op lokale initiatieven en vragen. Ook is deze samenwerking belangrijk om tot de beste energie infrastructuur te komen in relatie tot de andere ontwikkelingen in de (RES)regio. Voor de energietransitie en de realisatie van een duurzaam energiesysteem is het Landelijk Actieprogramma Netcongestie opgesteld. Dit richt zich op het sneller bouwen en realiseren van netuitbreidingen, sterker sturen op betere benutting van het net, en op het vergroten van de flexibele capaciteit2Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/12/21/landelijk-actieprogramma-netcongestie. Ook werkt het Rijk aan een Nationaal Plan Energiesysteem
  3. INNOVATIES Wat is de opgave? Samen op zoek naar lokale kansen voor innovaties binnen de energietransitie, dát is onze ambitie. Het jaar 2050 mag dan ver weg lijken; voor een ingrijpende verandering in het energiesysteem is dit jaar al dichtbij. De beslissingen van nu over nieuwe installaties of infrastructuur bepalen nu al het systeem over 35 jaar. In onze gemeente gaan we de uitdaging aan om actief bij te dragen aan een duurzame toekomst. Met vastberadenheid en een proactieve aanpak richten we ons op het onderzoeken en implementeren van innovatieve alternatieve energieoplossingen. Hoe komen we daar? Dit beleidskader benoemt de routekaart tot
  4. Daarbij zijn reële doelen gesteld voor een elektriciteitsneutraal Lingewaard. Als we dit doel halen, zijn we nog niet energieneutraal. Hier is energiebesparing en meer duurzame opwek voor nodig maar ook meer technologische oplossingen. Bij het realiseren van een nieuwe energie infrastructuur moet er balans zijn tussen vraag en aanbod van warmte, brandstoffen en elektriciteit. Zo kan bijvoorbeeld een juiste verdeling tussen wind en zon veel helpen om de behoefte aan nieuwe capaciteit te verminderen. De verdeling vraagt om een slimme sturing en samenwerking, vooral bij elektriciteit, voor afstemming op fluctuerend aanbod. Dit beperkt de maatschappelijke kosten voor aanpassing van het net. Om toe te werken naar een duurzaam en robuust energiesysteem zet de gemeente Lingewaard in op bewezen technieken zoals dit beleidskader beschrijft, maar staan we uiteraard open voor innovaties. Innovatie en nieuwe ontwikkelingen zijn nodig om de klimaatdoelstellingen te halen en een veerkrachtig en duurzaam energiesysteem te creëren. Omdat het energiesysteem nu nog grotendeels op fossiele brandstoffen draait, zijn er grote veranderingen nodig. Wat die veranderingen zijn, weten we nu nog niet precies en hoe goed deze gaan werken ook niet, de techniek gaat snel. Toch zetten we hier graag op in en daar hoort soms een beetje experimenteren bij. We creëren een voedingsbodem voor nieuwe ideeën en oplossingen waarbij we lokale ondernemers en initiatieven ondersteunen. Door actief in te zetten op kennisdeling en samenwerking met relevante partijen binnen en buiten onze gemeente, vergroten we de kans op succesvolle innovaties die kunnen worden opgeschaald naar bredere toepassingen. Ook hebben wij als gemeente een rol in de energieopwekking en -afname bij elkaar brengen en rechtstreeks aan elkaar laten verbinden buiten het net om. Als gemeente zijn we niet alleen geïnteresseerd in innovatietechnieken voor opwek, opslag of warmte. Maar het liefst passen we dit zoveel mogelijk toe op een wijze zodat we natuur en landschap zo weinig mogelijk beschadigen. Ook andere manieren van bouwen, zoals biobased of circulair onderzoeken wij graag. Net zoals we inzetten op natuur inclusief isoleren. Wat gaan we doen? Door slimme combinaties te maken van nieuwe technieken kunnen we de complexiteit van de transitie het hoofd bieden. Die complexiteit biedt ook kansen voor slimme oplossingen zoals: Het combineren van de energie infrastructuur om het elektriciteitsnet te ontlasten en het combineren van functies zoals een zonnecarport. Inzet van warmtenetten in de gebouwde omgeving met warmte uit diverse bronnen zoals de bodem (geothermie), het riool (riothermie), grote wateren (aquathermie) en restwarmte van bedrijven. Accu’s van elektrische voertuigen benutten voor energieopslag of slimladen van de accu’s. Het opslaan van energie in grote accu’s. Conversie naar andere energiedragers, zoals waterstof. Enzovoort. Een succesvolle energietransitie vraagt om een gezamenlijke inspanning. Daarom zetten we in op het versterken van de samenwerking met ketenpartners, zoals netbeheerders, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en andere overheden. Vooral de Groene Metropoolregio is een belangrijke partner en de komende tijd gaan we nog meer inzetten op het aanpakken van gezamenlijke projecten en het delen van informatie. Door met meerdere partijen actief samen te werken, bundelen we expertise en middelen waardoor we sneller vooruitgang kunnen boeken in de realisatie van innovatieve oplossingen. We kunnen hierbij ook denken aan innovatieve manieren van samenwerking. Bijvoorbeeld in energiehubs. Dit is een lokale samenwerking tussen verschillende partijen rondom energie3Samenwerken in energiehubs (www.rvo.nl). We nodigen alle belanghebbenden uit om mee te denken en bij te dragen. En ook om geleerde lessen te delen en openbaar te maken. Tenslotte geven we pilotprojecten een kans. We erkennen dat innovatie vaak gepaard gaat met risico’s en onzekerheden. Door pilots mogelijk te maken, kunnen nieuwe technologieën en concepten worden getest in realistische omstandigheden. Dat stelt ons in staat om waardevolle inzichten en kennis te verkrijgen en mogelijke barrières te identificeren. We komen graag in een vroeg stadium in contact met initiatiefnemers. COMMUNICATIE & PARTICIPATIE Dit beleidskader beschrijft de weg naar een elektriciteitsneutraal
  5. Het geeft de routekaart weer om daar te komen. Deze routekaart gaat vooral in op de technische kant van de energietransitie. Dit hoofdstuk beschrijft de, net zo belangrijke, ‘zachte’ kant van deze transitie: de randvoorwaarden die gelden om de transitie te laten slagen. Een van de belangrijkste voorwaarden is dat we de uitdaging samen aangaan en duidelijk is wie welke rol heeft. Communicatie en participatie spelen een sleutelrol. Het is belangrijk wat de verschillende belanghebbenden van ons als gemeente mogen verwachten en wat wij van anderen verwachten. Definities Onder communicatie verstaan wij het informeren (en hierdoor stimuleren) van alle betrokkenen (hierna vaak aangeduid met inwoners) met de juiste informatie. Participatie is een manier van beleid of plannen maken en uitvoeren waarbij inwoners, individueel of georganiseerd, direct of indirect, de kans krijgen om invloed uit te oefenen op de ontwikkeling, uitvoering en/of evaluatie van beleid of een project. Bij sommige onderwerpen beperken wij ons tot het informeren van inwoners of bedrijven. Bij andere onderwerpen vinden wij het belangrijk dat belanghebbenden adviseren, meedenken of meebeslissen. Of en op welk niveau participatie passend is, bepalen wij per onderwerp of project. Ook inwonersinitiatieven scharen we onder participatie, echter is dit een andere vorm. Het initiatief en/of de drijvende kracht voor een project ligt hierbij buiten de gemeentelijke organisatie. De gemeente kan dit echter wel ondersteunen. In 2024 wordt er gemeente breed Participatiebeleid opgesteld, dit wordt leidend. Wat is de opgave? De opgave voor communicatie is om zoveel mogelijk mensen te informeren over de noodzaak om deze transitie in te zetten. We kunnen er niet meer omheen dat de energietransitie nodig is en deze boodschap moet iedereen bereiken. Het is aan ons om iedereen dat te laten beseffen. Daarnaast is onze uitdaging om het besef van de noodzaak ook te vertalen in daadwerkelijke verandering. Omdat we te maken hebben met diverse belanghebbenden moet de boodschap op meerdere manieren verteld worden. Als wij als gemeente verandering inzetten, zoals bij de komst van een windmolen, dan is daar ook heldere en constante communicatie voor nodig. Het in acht nemen van de doelgroep is hierbij belangrijk. Zodat de communicatie niet alleen wordt gericht op mensen die hierom vragen, zoals bijvoorbeeld tegenstanders van windmolens, maar het is onze opgave om iedere belanghebbende te blijven informeren. De opgave bij participatie is nog complexer. Een geslaagde energietransitie is alleen mogelijk met inzet van onze bedrijven, organisaties en inwoners. Enerzijds gebruiken wij participatie om inwoners mee te laten beslissen over het beleid van de gemeente. Anderzijds hebben wij als opgave om deze belanghebbenden te stimuleren om actie/initiatief te ondernemen. Participatie is dan nodig om te achterhalen hoe wij deze inwoners het beste kunnen stimuleren en hen ook activeren om mee te doen. Elk onderwerp vraagt om een andere vorm, middelen en intensiteit van participatie. De opgave is om het proces zo te ontwerpen dat alle partijen zich gehoord voelen zodat er een keuze gemaakt kan worden waar uiteindelijk zo veel mogelijke belangen worden behartigd. Daarbij is er enige tijdsdruk om voor 2030 elektriciteitsneutraal te zijn, eindeloos discussiëren met elkaar zit er niet in. Hoe komen we daar? De energietransitie kenmerkt zich door verandering en verandering brengt uitdagingen met zich mee. De een vindt de verandering chaotisch en weet niet meer wat hij of zij moet doen. De ander vindt de verandering eng en gaat in de weerstand. En weer een ander vindt deze uitdaging leuk en wil sneller en meer. Hoe zorgen we dan toch dat iedereen mee kan doen? Want dat is wel ons uitgangspunt. Dat doen we door zorgvuldig te kijken wanneer welke vorm (communicatie of participatie) nodig is en wanneer we dit inzetten. De opgave bij communicatie is om zoveel mogelijk mensen zo goed mogelijk te informeren en in actie te brengen. Hiervoor zetten wij diverse communicatiemiddelen in. Daarnaast zien wij onszelf ook als verbinder en vertaler, zodat er een duidelijk beeld naar voren komt. De gemeente geeft objectieve informatie. Daarnaast zijn er goede afspraken nodig over in hoeverre inwoners en bedrijven per onderwerp of per project van de gemeente kunnen participeren. Om te bepalen in welke mate er geparticipeerd kan worden, is het beleidskader participatie van de gemeente Lingewaard leidend. Participatie toepassen in een project of thema is in dit geval een proces waarbij de belangen van diverse stakeholders in beeld worden gebracht en mee worden genomen in een zorgvuldige afweging. Het onderwerp, doel en project bepalen welk niveau van participatie zich het beste leent voor de betreffende situatie. Gelukkig hoeven we de energietransitie niet alleen vorm te geven en helpen er mensen mee die dit als uitdaging zien. Deze participatie door bewonersinitiatieven is belangrijk voor ons. We bieden deze initiatieven ondersteuning om samen tot het beste resultaat te kunnen komen. Ten opzichte van voorheen pakken wij de ondersteuning aan de initiatieven meer gestructureerd op zodat er focus ontstaat en we samenwerken aan concrete doelen. Hierbij onderscheiden we verschillende ontwikkelingsfasen van initiatieven en bieden we passende vormen van ondersteuning. Onderstaand staan onze uitgangspunten bij het ondersteunen van initiatieven en mogelijke ontwikkelingsstadia van een initiatief. Met de huidige inwonersinitiatieven stellen we binnenkort gezamenlijk een lijst op met verschillende ondersteuningsopties en wat de eisen hierbij zijn. Uitgangspunten: Het bewonersinitiatief moet in lijn zijn met het gemeentelijk beleid met betrekking tot de energietransitie om in aanmerking te komen voor een vorm van ondersteuning. Via het Energieloket Lingewaard bieden we initiatieven de mogelijkheid om verbonden te worden aan andere lokale initiatieven en van elkaar te leren. Een initiatief moet altijd opgezet worden door minimaal drie personen. Om medewerking te krijgen, vragen wij om een plan van aanpak met hierin het doel, de scope, de teamsamenstelling en inhoud van de eerste activiteiten. Wij kunnen ondersteuning bieden om dit verder uit te denken. Een eventueel budget dat nodig is bij de uitvoering van het initiatief is gekoppeld aan de grootte van het initiatief. Wij stimuleren met name acties die vaker kunnen worden ingezet/gebruikt zoals de aanschaf van warmtecamera’s. Een verantwoording is onderdeel van de uitvoering. We moedigen initiatieven aan. Om meer bekendheid te geven aan de initiatieven werkt een langdurige inzet het beste. Bij deze langdurige inzet hoort ook groei. Dit noemen wij een groeipad en een indicatie daarvan is hieronder beschreven. Het groeipad geeft een indicatie van de diverse stadia die we bij de bestaande initiatieven terugzien. Het is voor een initiatief niet verplicht om dit groeipad te volgen. Deze keuze om te groeien en eventueel onderstaand pad te volgen, ligt altijd bij het initiatief zelf. Groeipad initiatieven Initiatiefnemer of startend initiatief: Dit initiatief is nog in een beginfase waarbij onder meer het doel, de scope en activiteiten nog moeten worden vastgesteld. Afstemming met de gemeente is hierbij nodig om afspraken te kunnen maken over het vervolg van het initiatief. Vervolgens kan er passende ondersteuning geboden worden om samen tot het gewenst resultaat te komen. Eenmalig of actief bewonersinitiatief: Dit is een initiatief waarbij het doel, de scope en de samenwerkingsvorm helder zijn. Het initiatief kan nu tot uitvoer komen. Vorming juridische entiteit: Bij deze stap krijgt het bewonersinitiatief een eigen juridische entiteit. Professionele zelfstandige coöperatie of stichting: Bij deze fase is het bewonersinitiatief zelfstandig en niet langer afhankelijk van ons. Wat gaan we doen? De behoefte aan communicatie en participatie verschilt per persoon, bedrijf en ook per pijler. Vandaar dat wij hierin een onderscheid maken.
  6. Besparing Informeren Hier ligt een grote verantwoordelijkheid bij inwoners en bedrijven om gedrag te veranderen en maatregelen aan hun gebouw te nemen. Om inwoners te attenderen op, aan te zetten tot en te adviseren over besparing biedt de gemeente het Energieloket Lingewaard. Dit loket is toegankelijk en onpartijdig en is daarmee het eerste aanspreekpunt voor inwoners. Voor bedrijven is er een zakelijk Energieloket, het REE. Dit is opgezet door de regio en heeft ook als doel om bedrijven van advies te voorzien zodat ze minder energie verbruiken. De gemeente zorgt ervoor dat de energieloketten bekend zijn. De gemeente zorgt er ook voor dat onze eigen projecten voor besparing, bijvoorbeeld de aanpak om te isoleren, bij zoveel mogelijk mensen in de doelgroep bekend is. Participeren Van inwoners en ondernemers wordt eigen inzet om te besparen verwacht. Daarnaast sporen we aan mee te doen met de projecten die de gemeente opzet rondom besparing. Waar nodig worden inwoners geconsulteerd door middel van het evalueren van deze projecten, zoals Operatie Isolatie. Dit doen we om onze vervolg acties goed af stemmen op de behoeftes van de inwoner. Als een inwoner, een ondernemer of een groep inwoners/ondernemers zelf initiatief toont dan kan dit op basis van eerdergenoemde uitgangspunten ondersteund worden.
  7. Opwek Informeren Bij (grootschalige) opwek is informeren heel belangrijk en hebben we dus ook een belangrijke rol. We informeren inwoners, en met name omwonenden, samen met de initiatiefnemers wanneer er sprake is van nieuwe opwekmogelijkheden. Hierbij zijn we transparant. Ook de regio en andere belanghebbenden informeren we over de lopende projecten en dit vragen wij ook van onze regionale partners. Participeren Waarover en in welke mate er geparticipeerd kan worden, is afhankelijk per project en per doelgroep. De gemeenteraad of provincie is verantwoordelijk voor het opwekbeleid en beslist dus welke technieken of oplossingen er komen. Over de komst van de soort maatregel, zoals een zonnepark, is weinig tot geen ruimte voor participatie. De intentie is dat de inwoner mee kan denken over de inpassing en verdere gebiedsinvulling bij een gekozen opwekmethode, zoals de wens voor meer biodiversiteit bij een zonnepark. Hierbij moet wel binnen de wettelijke kaders en beleidskaders gebleven worden.
  8. Warmte Informeren Wanneer er voor inwoners mogelijkheden zijn om stappen te zetten in de warmtetransitie, dan informeren wij de inwoners zo volledig mogelijk hierover. Het is onze rol om duidelijk te maken welke mogelijkheden en onmogelijkheden er hierbij zijn op gebiedsniveau, om zo het handelingsperspectief voor de pand- of woningeigenaar te verhelderen. Dit doen we door het opstellen en uitbrengen van de Transitieatlas Warmte. Hierin wordt duidelijkheid gegeven over de mogelijkheden er per gebied zijn op het gebied van de warmtetransitie. Denk hierbij aan het aanschaffen van een (hybride) warmtepomp of de mogelijkheid tot het aansluiten op een warmtenet. Een belangrijke rol hierbij is het goed en helder uitleggen van de mogelijk ingewikkelde technische warmteoplossingen, zodat inwoners een weloverwogen keuze kunnen maken en dit omzetten in actie. Participeren Wanneer er voldoende onderzoek is gedaan om een keuze te maken voor een warmteoplossing voor een wijk of kern is het belangrijk dat inwoners zich aansluiten op de gekozen oplossing. Voor een collectieve warmte-oplossing is gezamenlijkheid en een bepaalde schaalgrootte namelijk een voorwaarde om het te doen slagen. Het initiatief hiertoe kan zowel vanuit de gemeente Lingewaard als vanuit bewoners worden genomen. In de Zilverkamp wordt de keuze voor een warmteoplossing samen met inwoners gemaakt. Dit om te verzekeren dat er bij een collectieve oplossing genoeg draagvlak is. Wij willen een burgerforum inzetten om antwoord te vinden op de vraag wat inwoners van de overheid nodig hebben om (collectief) van het gas af te gaan. Ook bij de werkgroep Doornenburg worden participatieafspraken gemaakt zodat iedereen zijn rol goed pakt. Wat mogen belanghebbenden van ons verwachten bij participatie: We zijn ons bewust van het feit dat de energietransitie ook veel van inwoners vraagt. Dit betekent voor de gemeente ook het oog hebben voor en meewegen van de belangen van inwoners; We zijn helder in wat wij als gemeente willen bereiken en op welke manier we dit doen; Het is een te complex onderwerp om als geheel op te participeren. De gemeente wijst onderwerpen aan waar op dat moment participatie gewenst is. Hiermee wordt geprobeerd om de inhoud minder complex te maken; We maken, het liefst aan het begin, een afweging per onderwerp of project welke ruimte voor participatie er is en communiceren deze naar de inwoners; We hebben oog voor representativiteit en inclusie en stemmen onze middelen hierop af; We koppelen de resultaten van een participatieproces / bijeenkomst terug; We werken open en transparant; We verwelkomen bewonersinitiatieven door concreet te maken op welke manier ze aanspraak kunnen maken op ondersteuning; We werken omgevingsgericht en brengen de verschillende belangen in kaart; De aanpak voor participatie is onderdeel van een projectplan en van een college- of raadsvoorstel. NAWOORD In de pagina’s hiervoor beschreven wij de urgentie van de energietransitie; wat Lingewaard doet de komende jaren om de energietransitie verder vorm te geven en dat we dit alleen kunnen met uw inzet. Door de routekaart te volgen zoals deze is beschreven, werken wij er aan om in 2030 elektriciteitsneutraal te zijn en in 2050 energieneutreaal. Dit zijn belangrijke stappen om klimaatverandering af te remmen. De energietransitie richt zich enkel op energie. Voor het afremmen van klimaatverandering is een integrale blik nodig. Deze blik is wat wij het programma Klimaat en Energie noemen. In 2024 wordt het programma Klimaat en Energie verder ingevuld. Dit houdt in dat we verschillende thema’s die hier onder vallen gaan bundelen. Er gebeurt al veel en dit laten we nu samen komen. Te denken valt aan thema’s zoals klimaatadaptatie en biodiversiteit, duurzame mobiliteit, circulariteit, duurzaam bouwen en de energietransitie natuurlijk. Met het programma beogen we dat de ambities op deze thema’s meer integraal worden opgepakt. Dit past ook binnen de denkwijze van de Omgevingswet. Uiteindelijk moet duurzaam denken en doen voor de gehele organisatie de norm zijn. En dit stopt natuurlijk niet bij de gemeentelijke organisatie. Om dit te bewerkstelligen, breiden wij het team Klimaat en Energie uit en worden daarvoor extra mensen aangetrokken. Hierdoor ziet u het hele Lingewaards grondgebied nog duurzamer worden. Dit beleidskader is zorgvuldig opgesteld. Wij gaan ervan uit dat de doelen realistisch zijn. Al zijn wij afhankelijk van onder andere menskracht, netcongestie en de inzet van onze inwoners. Het blijft maatwerk. Vandaar dat wij in 2025 dit beleidskader weer herijken. Op dat moment wordt er ook opnieuw naar de voortgang en de stand van zaken gekeken waarna de routekaart wordt bijgesteld. Hier kiezen we bewust een kort tijdspad voor zodat we tussendoor zo min mogelijk tijd hoeven te besteden aan monitoring en evaluatie. Tijd die wij goed kunnen gebruiken om projecten vooruit te helpen. Er is niet één weg om de transitie te bewerkstelligen. Dit kan lijken op chaos. Maar dit mag, want alleen hierdoor ontstaan er nieuwe oplossingen en dat brengt de transitie weer dichterbij. Nogmaals verzoeken wij u om duurzaamheid ook onderdeel van uw systeem te maken want alleen samen maken wij het verschil. Samen maken we de opgave haalbaar. Samen zetten we de woorden in dit beleidskader graag om in daden. De gemeente zorgt ervoor dat de transitie voor iedereen betaalbaar blijft. Er gaat veel veranderen in de toekomst en hiervoor vragen wij uw begrip en open blik want dit is noodzakelijk om een leefbare aarde te behouden. Wilt u met ons meedenken? Dat is voor ons heel waardevol. Daarom starten wij binnenkort met een burgerforum en komt er een digitale enquête. Wij gaan onder andere in gesprek over de rol van de inwoners (initiatieven). Wilt u nu al meedenken? Geef uw e-mailadres door via gemeente@lingewaard.nl en wij benaderen u. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 26 oktober
  9. Bijlage1Rapport Over Morgen Evaluatie, herijking en routekaart energietransitie Gemeente Lingewaard Marsroute richting 2030 Inleiding Lingewaard wil en moet zijn verantwoordelijkheid nemen om bij te dragen aan het verminderen van de klimaatverandering. De gemeente wil in deze noodzakelijke energietransitie een regisserende rol pakken. Afgesproken is om op mondiaal, nationaal en lokaal niveau maatregelen te nemen. Aan de gemeenten en regio’s in Nederland is de taak gesteld om bijdragen te leveren aan het opwekken van duurzame energie en aan het verminderen van het energieverbruik, zodat in 2030 Nederland als geheel tenminste 49% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 19951Inmiddels is het doel verhoogd en heeft de regering met Fit for 55 het doel verhoogd naar een reductie van 55% minder uitstoot CO2 met een zekerheidsmarge naar boven toe van 5% tot 60% reductie.. Lingewaard heeft de uitdaging geformuleerd om in 2030 evenveel elektriciteit duurzaam op te wekken als dat er lokaal aan elektriciteit wordt verbruikt. Dit noemen we “elektriciteitsneutraal”. Daarnaast is het doel gesteld, zowel lokaal als nationaal om in 2050 energieneutraal te zijn. Dit betekent dat niet alleen alle elektriciteit, maar alle vormen van energie (zoals warmte) duurzaam worden opgewekt. Om hier uitvoering aan te geven heeft de gemeenteraad in 2020 het Beleidskader Energietransitie vastgesteld. Het Beleidskader Energietransitie bestaat uit drie pijlers: energiebesparing, duurzame opwek en warmtetransitie. Door zuiniger om te gaan met energie, kunnen we energie besparen die vervolgens niet hoeft te worden opgewekt (pijler 1). Bij energiebesparing gaat het om elektriciteit, gas en brandstoffen tezamen. Maar ondanks die besparing stijgt de vraag naar elektrische energie. Daarom blijft er naast de opgave om te besparen ook een opgave om duurzame elektriciteit op te wekken (pijler 2). Tenslotte gaat Nederland, en dus ook Lingewaard, van het gas af. De manier waarop dat gebeurt heeft impact op het halen van energieneutraliteit in 2050 (pijler 3). Lingewaard maakt echt werk van de energietransitie. Met het besluit voor twee windturbines bij Caprice heeft Lingewaard aangegeven bereid te zijn om lastige besluiten te nemen. Veel gemeenten hikken nog tegen dit soort besluiten aan. Veel gemeenten zijn nog zoekend hoe de bijdragen van de RES ruimtelijk moeten worden ingevuld. Lingewaard heeft de eerste stap al gezet. Er is extra ambtelijke capaciteit vrijgemaakt, en zijn middelen beschikbaar gesteld. En er zijn resultaten. Naar onze mening is Lingewaard een actieve gemeente in een actieve regio. Daar mag de gemeente trots op zijn. De afgelopen drie jaar waren geen ‘normale’ jaren met betrekking tot energie. Door hogere energieprijzen en aangescherpte landelijke en Europese doelen is de urgentie voor de energietransitie duidelijker dan ooit. Ook in Lingewaard zijn er grote ontwikkelingen geweest: zo is de vergunning verleend voor windpark Caprice. In het coalitieakkoord (2022-2026) wordt prioriteit gegeven aan besparing, het uitbouwen van NEXTgarden als energiecluster, grootschalige opwek van windenergie bij Caprice en het opstellen van een energievisie voor de zone rond de A
  10. In het Beleidskader Energietransitie 2020 is opgenomen dat dit beleidskader na twee jaar wordt geëvalueerd. Adviesbureau Over Morgen is gevraagd om deze evaluatie uit te voeren, hier advies over uit te brengen en zo nodig het beleidskader te helpen herijken. Dit rapport is het resultaat van dat proces. Vanwege de complexe opgave is het raadzaam ook het beleidskader twee jaar na het vaststellen door de raad -dus in het najaar 2025- opnieuw te evalueren Over Morgen heeft met het proces van dit rapport beoogd om alle losse elementen op het gebied van de energietransitie met elkaar te verbinden. Er zijn flinke stappen vooruit gezet, maar tegelijkertijd is er ook noodzaak om meer focus aan te brengen, zodat de gemeente haar klimaatdoelstellingen haalt. Deze evaluatie is opgesteld in het eerste kwartaal van
  11. Gegevens zijn verwerkt zoals bekend op 1 april
  12. Evaluatie en herijking Beleidskader Energietransitie 2020 De evaluatie en herijking zijn een koerscheck, met zo nodig een koerscorrectie. De gemeente blijft op weg naar hetzelfde doel: energieneutraal in
  13. De maatregelen om de doelen te bereiken – zeker de maatregelen die de komende jaren prioriteit krijgen – worden in deze rapportage gewogen, geactualiseerd en zo nodig aangescherpt. De gemeente kan dit advies gebruiken bij het opstellen van een nieuw beleidskader energietransitie 2023-
  14. Door nu tussentijds te meten en bij te stellen waar nodig wordt bijgedragen aan het halen van de gestelde doelen voor 2030 en ontstaat er beter zicht op de maatregelen die in de eerstvolgende jaren moeten worden gerealiseerd. Dit is overigens wel een dynamisch leerproces, waarin soms ook zaken minder snel kunnen gaan dan verwacht. De beleidskaders zonne-energie en windenergie uit 2019 zijn ook in de evaluatie en herijking meegenomen. De evaluatie van het beleidskader warmte heeft in 2022 plaatsgevonden. Een samenvatting van dit rapport is opgenomen in hoofdstuk
  15. Tot slot zijn de evaluatie en herijking vertaald naar een nieuwe routekaart (bijlage 3). Het beleidskader voor kleine windturbines is geen onderdeel van de evaluatie, omdat dit nog voldoet voor de enkele aanvraag die hiervoor is ontvangen Leeswijzer De evaluatie en herijking van besparing en opwek (hoofdstukken 2 en 3) zijn op dezelfde wijze door Over Morgen opgebouwd: we starten met een samenvatting van het advies voor de herijking per pijler van het Beleidskader Energietransitie; dan volgt een evaluatie van de doelen en geven we een advies voor de herijking hiervan; daarna evalueren en herijken we de maatregelen uit het beleidskader van
  16. Dat betekent dat we advies geven over het aanscherpen van bestaande of concretiseren van nieuwe maatregelen. Ook schetsen we een aantal overwegingen expliciet; en naast een aantal gekwantificeerde maatregelen zoomen we in op een aantal rand voorwaardelijke zaken, zoals advies voor herijking van communicatie en participatie, en financiële randvoorwaarden. Vervolgens geeft hoofdstuk 4 een samenvatting van de warmtestrategie. Hoofdstuk 5 bevat een aantal algemene aanbevelingen voor de herijking van het Beleidskader Energietransitie. In hoofdstuk 6 sluiten we af met een reflectie en interactie tussen de 3 pijlers van het beleidskader. Pijler 1: Energiebesparing Door zuiniger om te gaan met energie, kunnen we energie besparen. Dit is een belangrijke eerste stap in de energietransitie. Pijler 1 van het Beleidskader Energietransitie is gericht op energiebesparing (elektriciteit, gas en brandstoffen tezamen) en bevat verschillende maatregelen met het doel om zuiniger om te gaan met energie. Samenvatting van het advies: input voor herijking beleidskader Op basis van de evaluatie en het doorlopen proces, adviseren wij om de volgende doelen, middelen en maatregelen met betrekking tot energiebesparing op te nemen in de herijking van het beleidskader: Doelen: Het doel is in 2030 25% energiebesparing ten opzichte van
  17. Het herijkte doel is: een daling van het energieverbruik in de gebouwde omgeving van iets meer dan 2,5% per jaar. Middelen: Woningen: Gemeentelijk plan van aanpak opstellen voor de inzet van de gelden die in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) beschikbaar gesteld worden. Voortzetten van de uitvoering van de prestatieafspraken voor de woningvoorraad van de woningcorporaties. Deze jaarlijks opnieuw bekijken en aanscherpen indien nodig. Plan van aanpak opstellen voor informeren en stimuleren andere doelgroepen met isolatie-opgave, met name doelgroepen waar extra ondersteuning gewenst is. Bedrijven: Bedrijven zijn zelf aan zet om energiebesparende maatregelen te treffen. Bedrijven kunnen terecht bij het REE voor informatie en individueel advies over verduurzaming. De ODRA blijft verantwoordelijk voor de controle en handhaving van energiebesparing bij bedrijven. Bij een collectief initiatief vanuit bedrijven verkent de gemeente – op basis van een aantal richtlijnen – welke rol zij hierbij kan en wil spelen. Proces en participatie: Energieloket Lingewaard is het centrale punt waar inwoners terecht kunnen voor informatie en advies op het gebied van energiebesparing in de eigen woning. Advies is om een overkoepelend communicatieplan gericht op duurzaamheid op te stellen (hoofdstuk 5). Advies om een toetsingskader voor lokale initiatieven, zowel bedrijven en woningen, op te stellen als hulpmiddel voor het bepalen van de rol van de gemeente (hoofdstuk 5). Het doel in het beleidskader 2020: 1,5% energiebesparing per jaar Lingewaard heeft in het Beleidskader Energietransitie 2020 voor de pijler besparing als doel aangenomen om in 2030 25% minder energie te verbruiken ten opzichte van
  18. Het tempo waarin dat moet gebeuren is vastgesteld op minimaal 1,5% per jaar. Dat is elektriciteit, gas en brandstoffen tezamen. In het beleidskader is er bij de besparingsdoelstelling geen uitsplitsing gemaakt in de hoeveelheid te besparen energie per sector. In het beleidskader is de te bereiken energiebesparing in 2030 niet gekwantificeerd. In 2015 verbruikte Lingewaard in totaal 4002 TJ aan energie. Het doel van 25% minder energieconsumptie in 2030 ten opzichte van 2015 is te kwantificeren als een vermindering van ongeveer 1000 TJ. In 2030 zou de totale energieconsumptie in Lingewaard niet hoger mogen zijn dan 3000 TJ. De trendmatige vermindering van het energieverbruik dient, om dat te bereiken van 2016 tot 2020, ruim 60 TJ per jaar te zijn geweest. In de volgende paragrafen evalueert Over Morgen eerst het doel om 1,5% per jaar energie te besparen met einddoel 25% besparing in
  19. Het is verstandig om dit doel vast te houden, maar ook SMART te maken. Daarom beginnen we met een analyse wat een SMART opgave inhoudt. Analyse van de gerealiseerde energiebesparing van 2015 tot nu Volgens het beleidskader 2020 zou vanaf 2015 per jaar ruim 60 TJ bespaard moeten worden. In de zes jaren tussen 2015 en 2021 zou dan een besparing van ruim 360 TJ moeten zijn gerealiseerd. Dat is niet gelukt. Tussen 2015 en 2021 werd in de praktijk juist méér energie verbruikt: 4415 TJ in 2021, ofwel een stijging van 413 TJ ten opzichte van
  20. Dat betekent een stijging van ruim 9% ten opzichte van 2015, in plaats van een beoogde daling van ruim 9%. Een gat van 773 TJ. De jaarlijkse besparingsdoelstelling van 1,5% is dus niet gehaald en de gemeente ligt uit koers voor de besparingsdoelstelling van 25% in
  21. Belangrijk aandachtspunt hierbij is de afhankelijkheid van inwoners en bedrijven en welke maatregelen zij wel of niet getroffen hebben. Het concrete handelingsperspectief ligt lang niet altijd bij de gemeente. Per sector verschilt de trendlijn van het energieverbruik: Gebouwde omgeving: lichte daling ondanks een groei van het woningbestand Land- en tuinbouw: forse stijging Verkeer en vervoer: stabiel, geen daling Industrie: lichte stijging Gebouwde omgeving Verkeer en Vervoer Industrie Landbouw Energievraag in 2015 (aandeel in totaal) 1532 TJ (38%) 1149 TJ (29%) 770 TJ (19%) 551 TJ (14%) Trend t.o.v. 2015 Woningen: Minimale besparing Commercieel vastgoed: -20% Maatschappelijk vastgoed: -20% Minimale besparing +5% +90% Energievraag in 2021 (aandeel in totaal) 1465 TJ (33%) 1124 TJ (25%) 832 TJ (19%) 994 TJ (23%) Nieuwe bedrijvigheid of groei van het aantal inwoners heeft geleid tot een hogere totale energievraag, ondanks een relatieve besparing. De cijfers van de routekaart hebben betrekking op
  22. Recent is er door stijgende energieprijzen een financiële stimulans geweest om meer energie te besparen. Die besparing is onbekend omdat deze cijfers nog niet beschikbaar zijn. Herijking van het doel van 1,5% besparing naar de hoeveelheid te besparen energie in de gebouwde omgeving De effecten van het niet halen van de besparingsdoelen in Lingewaard zijn groot. Als gekozen zou worden om de niet gehaalde besparing te compenseren met extra opwek van duurzame energie, dan zou de opwek-opgave voor 2021 al met 773 TJ verhoogd moeten worden. Dat staat gelijk aan de opbrengst van 10 extra te bouwen windturbines. Deze consequentie verbinden aan het niet halen van het besparingsdoel is onredelijk, de gemeente heeft immers maar beperkt handelingsperspectief in de totale besparingsopgave. Het Klimaatakkoord geeft aan dat gemeenten een regierol op energiebesparing in de gebouwde omgeving hebben: dit spitst zich toe op het isoleren en aardgasvrij maken van woningen en gebouwen, prestatieafspraken met woningcorporaties en het sturen op energiebesparing bij huishoudens, en in mindere mate maatschappelijk vastgoed en kantoren. Ook heeft de gemeente invloed op particuliere mobiliteit, door bijvoorbeeld laadvoorzieningen te laten realiseren. Op de sectoren bedrijvigheid (zowel industrie als landbouw) en transport heeft de gemeente slechts beperkte invloed. In het beleidskader 2020 staan weinig concrete maatregelen genoemd voor industrie, transport en bedrijvigheid. De gemeente heeft geen grip op individuele investeringsbeslissingen van bedrijven. De gemeente kan uitsluitend beperkt handelen door te handhaven op verplichtingen vanuit het Rijk, zoals EML-controles2Handhaving via EML is complex. De gemeente weet niet precies om welke bedrijven het gaat, en er is slechts een “zachte” informatieplicht. Het is dus niet direct duidelijk waar besparing noodzakelijk is. of de label C-verplichting bij kantoren groter dan 250 m². Daarnaast door het stimuleren van bedrijven door het op te richten energieloket. We adviseren het doel voor energiebesparing te herijken door het te versmallen tot het terrein waar de gemeente daadwerkelijk op kan sturen en een toegewezen rol heeft: De consumptie van energie in de gebouwde omgeving; woningen en commercieel en maatschappelijk vastgoed. Zowel commercieel en maatschappelijk vastgoed als industrie wordt al opgepakt door de omgevingsdienst. Toezicht, handhaving en advies door hen blijft bestaan. Het verminderen van het energieverbruik in de industrie, transport en de land- en tuinbouw is een verantwoordelijkheid die primair door de hogere overheden moet worden gedragen. De gemeente kan wel meespreken als belanghebbende. Over Morgen adviseert daarom om de besparingsdoelen, en dus ook de focus van het gemeentelijk handelen te beperken tot besparing in de gebouwde omgeving, met de nadruk op woningen en in mindere mate commercieel en maatschappelijk vastgoed. Tegelijkertijd vraagt dat om een concretisering van KPI’s want 1,5% per jaar is te grofmazig om goed te monitoren en bij te sturen. In de gebouwde omgeving moet het verbruik tussen 2016 en 2030 met 25% dalen van 1532 naar 1149 TJ. Dat doel houden blijft dan gehandhaafd. Tussen 2016 en 2021 is het energieverbruik in de gebouwde omgeving gedaald van 1532 TJ naar 1465 TJ. Als de gemeente vasthoudt aan het doel van 25% besparing tussen 2015 en 2030 betekent dat dat het energieverbruik in de gebouwde omgeving tussen 2022 en 2030 nog moet dalen van 1465 naar 1149 TJ. Dat betekent een daling van ruim 2,5% per jaar. Het herijkte doel is: een daling van het energieverbruik in de gebouwde omgeving van iets meer 2,5% per jaar. Advies is om dit percentage in de monitoring aan te houden, maar om dit in de uitvoering te vertalen naar fysieke inspanningen en maatregelen. Bijvoorbeeld het als een doel te stellen dat alle kantoorgebouwen voldoen aan de label C verplichting. Een ander voorbeeld is het vertalen naar het aantal te isoleren bouwdelen van woningen. Uit de analyse gaat dit om ca. 1.500 te isoleren bouwdelen per jaar tot 20503Let op: in de analyse is gerekend met afgegeven en indicatieve energie labels. Dit is vervolgens vertaald naar bouwdelen aan de hand van kengetallen. . Een deel daarvan kan gestimuleerd worden met de gelden vanuit het NIP. Bij het resterende deel van de woningen wordt er een beroep gedaan op het eigen initiatief van woningeigenaren en eventueel extra inzet vanuit de gemeente, bijvoorbeeld door communicatie en activatie. Maatregelen Evaluatie maatregelen uit beleidskader 2020: besparing in de gebouwde omgeving, met name woningen In het beleidskader 2020 zijn de volgende maatregelen opgenomen: Uitvoeren RRE/RREW-regeling Energieloket Lingewaard: informeren en stimuleren om energie te besparen Huur-koop samenwerking Verkennen collectief project en collectieve inkoopactie Gesprekken werkgroepen voortkomend uit WOPs en DOPs Aanvullende maatregelen: Operatie Isolatie Toekomstbestendig Wonen Lening Stand van zaken mei 2023: Uitvoeren Regeling Reductie Energiegebruik (Woningen) (RRE/RREW)-regeling Na de RRE, heeft het Rijk de RREW-regeling opgezet, waarmee gemeenten naast eigenaar-bewoners ook huurders konden stimuleren om energie te besparen in hun woning4RVO – Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW). De gemeente Lingewaard heeft voor de uitvoering samengewerkt met Energieloket Lingewaard. Energieloket Lingewaard: informeren en stimuleren om energie te besparen De RRE/RREW gaf de mogelijkheid om de activiteiten van Energieloket Lingewaard uit te breiden. Bij de uitvoering van de RRE lag er meer focus op de wijk Zilverkamp, de RREW is Lingewaard breed ingezet. Energieloket Lingewaard verzorgt verschillende activiteiten: Adviseren van inwoners (fysiek, digitaal, telefonisch, via huisbezoek en met het mobiele Energieloket) Het beleidskader benoemt dat er ingezet wordt op voorlichting en gedragsverandering, o.a. gericht op de jeugd en VvE’s. De communicatie over energiebesparing is veelal door Energieloket Lingewaard verzorgd, maar had geen doelgroepfocus. Aanvullend zijn er via de gemeentelijke kanalen communicatie-uitingen gedaan over energiebesparing. Op de gemeentelijke website staat ook informatie en wordt er verwezen naar Energieloket Lingewaard voor extra informatie en tips. Het maken en uitgeven van de Energiebespaarkrant Uitvoeren van energiescans Uitdelen van energiebespaarpakketten Warmtewandelingen (met warmtecamera) Energiesteunproject voor mensen met een kleine beurs In de praktijk ziet Energieloket Lingewaard dat er steeds een breder publiek gebruik maakt van de verschillende diensten. Eerder waren het vooral de ‘koplopers met een milieu reden’, sinds de stijging van de energieprijzen komen er meer vragen die zijn gedreven door kostenbesparing. In 2022 zijn er 140 contactmomenten geweest bij het loket of thuis. Verder is tijdens de evaluatie genoemd dat Energieloket Lingewaard in de communicatie van de gemeente beter gepositioneerd kan worden, zodat inwoners weten waar het Energieloket voor is. Energieloket Lingewaard fungeert als centraal betrouwbaar informatiepunt met deskundige vrijwilligers, waar inwoners terecht kunnen voor advies over de verduurzaming van hun woning. Huur-koop samenwerking Er zijn twee projecten opgezet waarbij particuliere woningeigenaren meedoen met de woningcorporaties met het treffen van verduurzamingsmaatregelen. Dit heeft uiteindelijk beperkt resultaat opgeleverd. Verkennen collectief project en collectieve inkoopactie Naast deze maatregel in het Beleidskader Energietransitie, is in de gemeenteraad een motie aangenomen om een collectieve inkoopactie te organiseren. Deze is opgezet, gericht op zonnepanelen en isolatiemaatregelen. In de praktijk waren er verschillende uitvoerende partijen betrokken, hierdoor ontstond onduidelijkheid over de verschillende installatiebedrijven en was er geen eenduidig aanspreekpunt bij sommige deelnemers. Een les is om één helder aanspreekpunt te hebben bij collectieve acties. Een andere les is dat collectieve acties het best verbonden kunnen worden aan bewonersinitiatieven en daarmee ook van onderaf gesteund worden Gesprekken werkgroepen voortkomend uit WOPS en DOPs Afgelopen periode heeft gemeente Lingewaard actief samengewerkt met Duurzaam Zilverkamp en Doornenburg Duurzaam. Na evaluatie blijkt dat het nodig is om een koers t.a.v. nieuwe initiatieven te kiezen, zodat vanaf begin af aan al duidelijk is wat de rol van de gemeente is. Dit komt in hoofdstuk 5 terug. Operatie Isolatie De gemeente Lingewaard heeft Operatie Isolatie opgezet, gericht op het helpen van eigenaren van slechtgeïsoleerde koopwoningen met een laag inkomen. Dit project is nog niet afgerond, gezien het belang is dit wel meegenomen als eerste evaluatie. Bij een succesvolle aanmelding betaalt de gemeente de rekening van de isolatiemaatregel in huis. Dit betreft dak-, spouwmuur- of vloerisolatie. Er wordt afgewogen welke maatregel in de woning mogelijk is en het meest effectief. De aanpak is succesvol. Inwoners worden effectief geholpen bij energiebesparing, omdat de gelden daadwerkelijk besteed worden aan isolatie-ingrepen. Eind 2022 is de grens van 130% verhoogd naar 140% van het sociaal minimum, om meer inwoners te helpen. In totaal zijn er 138 adviesgesprekken geweest. Er zijn bij 91 huishoudens isolatiemaatregelen uitgevoerd. Het gros van de afgevallen huishoudens heeft een kleine financiële compensatie ontvangen. Vrijwel iedereen vindt Operatie Isolatie een goede actie, waarbij de hulp gewaardeerd wordt. Soms zijn er vragen die buiten de scope vallen, zoals erg kostbare isolatie-ingrepen of zonnepanelen. De gemeente heeft Operatie Isolatie zelf geëvalueerd. Toekomstbestendig Wonen Lening In 2020 is de Toekomstbestendig Wonen Lening opgezet, deze is o.a. bedoeld voor het verduurzamen van de woning. Voorwaarde is dat er een energiemaatregel getroffen wordt, zoals dak- of vloerisolatie. De regeling wordt regelmatig gebruikt. Ook nemen de gevraagde bedragen voor de lening toe, bijvoorbeeld voor de aanschaf van een warmtepomp. Het is aan te raden om regelmatig te bekijken of er voldoende budget beschikbaar is en om af te wegen of de regeling nodig blijft i.v.m. andere beschikbare regelingen. Vanaf 2023 is de lening ook mogelijk voor Verenigingen ven Eigenaren, waardoor deze ook collectief kan worden ingezet.. 1.1.1.
  23. Overweging: breng focus aan voor energiebesparing bij woningen Afgelopen jaren is de aandacht voor energiebesparing in woningen gegroeid en worden er meer middelen vrijgemaakt ter ondersteuning. Het Rijk heeft begin juni 2022 het ‘Beleidsprogramma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving’ gepubliceerd5Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/01/beleidsprogramma-versnelling-verduurzaming-gebouwde-omgeving. Onderdeel hiervan is het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). Om invulling te geven aan het NIP is het aan gemeente Lingewaard om een concreet plan op te stellen hoe deze gelden besteed gaan worden. Het aanpakken van de eigen woning is voor minder zelfredzame groepen met een beperkte financiële armslag een lastige opgave. Over Morgen adviseert vooral te richten op mensen in een eigen koopwoning. Deze groepen moeten actief begeleid worden, en dat vraagt een intensieve inzet. Voor de huishoudens met een hoger risico op energiearmoede adviseren we een aanpak met meer ontzorging De groep die bestaat uit meer zelfredzame inwonerswillen op weg worden geholpen via een advies of via het energieloket, maar kunnen uiteindelijk zelf de maatregelen nemen. De woningbouwcorporaties zijn aan zet voor de aanpak van sociale huurwoningen en hebben geen steun of hulp van de gemeente nodig. De woningbouwcorporaties zijn goed op weg met de verduurzamingsopgave. Er zijn prestatieafspraken met de woningbouwcorporatie(s) gemaakt. Maar de isolatie- en besparingsopgave is groter dan de doelgroep van de NIP-gelden, er zijn nog meer woningen die niet op de landelijke isolatiestandaard6De landelijke isolatiestandaard geeft aan wanneer de woning goed genoeg is geïsoleerd om aardgasvrij te worden. Bron: Rijksoverheid https://www.rvo.nl/onderwerpen/wetten-en-regels-gebouwen/standaard-streefwaarden-woningisolatie zitten. Daarom adviseren we om een strategie op te stellen waarbij er ook aandacht is voor de overige doelgroepen, zoals woningen met energielabel C. Het is van belang om deze groepen te informeren en (financieel) te stimuleren. Het Rijk werkt momenteel aan enkele normen, zoals voor huurwoningen en voor de duurzaamheid van verwarmingsinstallaties. Het is nog onduidelijk hoe deze normen erin de praktijk precies uit gaan zien, mogelijk krijgen gemeenten hier nog een rol in combinatie met nieuw instrumentarium. De gemeente Lingewaard volgt de ontwikkelingen en speelt hierop in waar mogelijk. 1.1.1.
  24. Energieloket Lingewaard als centraal informatiepunt voor inwoners De afgelopen jaren heeft de gemeente met verschillende projecten ingezet op informatievoorziening, communicatie, stimulering en ondersteuning gericht op energiebesparing. Energieloket Lingewaard heeft hier een grote rol ingespeeld. Omdat deze informatievoorziening en activering onverminderd belangrijk is, zetten de gemeente deze samenwerking voort. We adviseren het Energieloket Lingewaard als centraal punt te positioneren waar inwoners van gemeente Lingewaard terecht kunnen voor informatie en waar ze verder op weg geholpen kunnen worden. Inwoners krijgen hier informatie en advies over de mogelijkheden van verduurzaming en welke regelingen en hulpmiddelen beschikbaar zijn. In overleg kan verkend worden of en hoe Energieloket Lingewaard een rol kan spelen in de uitvoering van het NIP. Evaluatie maatregelen uit beleidskader 2020: besparing bij bedrijven 1.1.1.
  25. Evaluatie energiebesparing bij bedrijven Het beleidskader 2020 noemt een beperkt aantal maatregelen om energiebesparing bij bedrijven te bevorderen: het handhaven van de ODRA op energiebesparing bij bedrijven; de promotie van duurzame bedrijven: er worden jaarlijks ten minste 5 bedrijven op het podium gezet, die verduurzamen. Dit wordt gedaan door een filmpje met hen op te nemen ofwel een artikel te plaatsen in het gemeentenieuws en/ of de nieuwsbrief bedrijven; het op orde brengen van de informatievoorziening van energietransitie bedrijven; en de bedrijvenvoucher, waarmee bedrijven op een natuurlijk (keuze)moment (zoals een verhuizing mof verbouwing e.d.), advies aan kunnen aanvragen over de mogelijkheden voor energiebesparing en energietransitie. Stand van zaken mei 2023: Handhaving energiebesparing door de ODRA De ODRA heeft EML-controles7In de EML staan energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Voor bedrijven en instellingen die aan de informatieplicht energiebesparing moeten voldoen, is de EML een hulpmiddel om te rapporteren bij RVO. Bron: RVO – Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing (EML) uitgevoerd o.b.v. de informatieplicht. In de praktijk bleek dat het lastig was te achterhalen welke bedrijven meldplicht hebben i.v.m. privacy. Zover mogelijk heeft de ODRA de relevante bedrijven bezocht. In verband met de complexiteit en de veranderlijkheid in de agrarische sector, is de tuin- en landbouw nog niet benaderd. Dit kan een aanknopingspunt zijn voor de herijking. Promotie duurzame bedrijven Er zijn totaal 8 video’s opgenomen. Deze video’s zijn onder andere verspreid via Lingewaard Doet Wat. In de evaluatie kwam naar voren dat deze maatregel geen waarneembaar effect heeft gehad. Informatievoorziening energietransitie bedrijven op orde Er is hier in de afgelopen beleidsperiode nog te weinig aandacht voor geweest, dit is een verbeterpunt. In regionaal verband wordt er in 2023 een energieloket voor bedrijven in de regio opgericht. Hier zal informatie te vinden zijn voor bedrijven en is een loket voor bedrijven die willen verduurzamen. Voucher bedrijven Deze maatregel is wel uitgevoerd, alleen bleek in de praktijk dat er maar gering animo voor was. Leerpunt is om eerst te achterhalen waar bedrijven behoefte aan hebben en de regeling daarop te laten afstemmen. 1.1.1.
  26. Overweging: energiebesparing bij bedrijven en rolneming gemeente Een belangrijke overweging voor de herijking van het beleidskader is welke rol de gemeente wil en kan pakken ten aanzien van energiebesparing bij bedrijven. De beslissingsbevoegdheid over het treffen van energiebesparende maatregelen ligt veelal bij bedrijven zelf. Daarbij liggen er grote opgaven op het gebied van energietransitie en duurzaamheid, waarin ambtelijke capaciteit noodzakelijk is. Dit vraagt om het maken van keuzes: waar zet je welke vorm van capaciteit in? Bij een volgende evaluatie over twee jaar zal de gemeente de voortgang van energiebesparing bij bedrijven meten en de eigen rolneming herijken. Indien de bedrijven geen of te weinig vooruitgang boeken is er wellicht reden om als gemeente een andere rol te nemen. 1.1.1.
  27. Herijking: bedrijven zelf aan de slag met energiebesparing De aanbeveling is om bij behoefte aan individueel advies, bedrijven door te verwijzen naar het Regionaal Expertiseteam Energie voor bedrijven (REE). Dit is bedoeld om bedrijven en instellingen te ondersteunen bij maatregelen om hun ondernemingen toekomstbestendig te maken. Zo is er een duidelijk loket waar bedrijven terecht kunnen voor informatie en advies. Q2 2023 moet dit loket operationeel zijn. Advies is dat de gemeente de rol van toezichthouder pakt, eveneens als doorverwijzer. Dat vraagt geringe ambtelijke capaciteit vanuit gemeente Lingewaard. Verder controleert en handhaaft de ODRA op energiebesparing bij bedrijven waar de gemeente opdrachtgever is. Versterking van de samenwerking tussen REE en ODRA is nuttig. Naast individuele verduurzamingsstappen kunnen er collectieve initiatieven ontstaan. Bijvoorbeeld gericht op duurzame opwek of het delen van een netaansluiting bij een (groep bedrijven op een) bedrijventerrein. Bij een duidelijk maatschappelijk voordeel en noodzaak van interventie door de overheid is het advies het gesprek aan te gaan. In dit gesprek kan verkend worden welke behoefte aan ondersteuning (geld, expertise, menskracht) er is en welke maatschappelijke belangen daarbij gebaat zijn. Paragraaf 5.4 bevat hier meer toelichting over.
  28. Pijler 2: Duurzame opwek Alles wat je kunt besparen hoef je niet op te wekken. Ondanks dat we veel energie willen besparen stijgt de vraag naar elektrische energie. Daarom blijft er naast de opgave om te besparen ook een opgave om duurzame elektriciteit op te wekken. Tot 2030 doen we dat met de bewezen technieken wind en zon. We gaan immers steeds minder fossiele energie (olie, gas)en steeds meer elektrische energie gebruiken voor verwarmen en transport. 2.
  29. Samenvatting van het advies: input voor herijking beleidskader Op basis van de evaluatie en het doorlopen proces, adviseren wij om de volgende doelen, middelen en maatregelen met betrekking tot duurzame opwek op te nemen in het nieuwe beleidskader: Doelen: Het doel in 2050 is energieneutraal en in 2030 elektriciteitsneutraal. Doel 2030: elektriciteitsneutraal Verwacht verbruik 2030: 736 – 971 TJ, een groei van 174-410 TJ (+30 tot +70%) t.o.v. 2020 Gekoppeld aan verwacht gebruik 2030 een opwek van 736-971 TJ duurzame elektriciteit Een taakstellende uitbreiding van wind en zon, liefst in ideale verhouding voor meest efficiënte benutting netwerk Middelen: Wind: Potentieel onderzoeken en waar mogelijk benutten van wind langs de A15 In A15 zone 3-4 windturbines van 7 MW Alternatief: In A15 zone mogelijk 20 ha zon op land met cable pooling (~35 MW – 20 ha); in dat geval 1 turbine minder of (kleinere) turbines met lager vermogen (5-6 MW). Zon: 50 ha zon in zoekgebied NEXTgarden afronden Na de huidige 3 initiatieven voor kleine zonneparken geen nieuwe kleine zonneparken < 3ha ontwikkelen Zon op dak faciliteren, groei benutting van 30% naar 50% van daken Proces en participatie: Binnen de gemeente wordt een projectleider aangewezen voor een initiatief. De gemeente neemt het voortouw in het proces en de participatie en is daarin ook het aanspreekpunt voor bewoners. De initiatiefnemer stelt een participatie- en communicatieplan op en wordt getoetst aan de eisen van de gemeente. Bij windprojecten wordt er een sociale grondvergoeding beschikbaar gesteld aan alle eigenaren in plangebied en dus niet alleen de eigenaren van de grond waarop turbines staan. Bij een windinitiatief wordt er altijd een omgevingsdialoog met direct aanwonenden georganiseerd (binnen 600 of 800 meter van turbines). Voor deze aanwonenden wordt in de exploitatie een jaarlijks budget bestemd om hen te compenseren. De verdeelsleutel hiervoor wordt bepaald tijdens de omgevingsdialoog. Voor het verlenen van de omgevingsvergunning moet duidelijk zijn waar de opbrengsten van het gemeenschapsfonds (beheerd door een stichting, > € 0,50/MW) ten behoeve van de brede gemeenschap aan besteed worden. Het fonds wordt ingezet voor investeringen in (duurzame) verbeteringen van de omgeving en/of natuur. Er is 50% lokaal eigenaarschap bij windturbines, waarbij bij lokaal eigenaarschap de condities voor de investerende inwoners gunstiger zijn dan de dan geldende marktvoorwaarden. Alternatief is afdracht van 50% van de operationele winst ten behoeve van maatschappelijke doelen. Alleen als aan deze randvoorwaarde wordt voldaan, wordt een initiatief in behandeling genomen. Financiële baten worden rechtvaardig geïnvesteerd in maatregelen (isolatie, (hybride) warmtepompen) bij inwoners met een hoge energierekening door slecht geïsoleerde koophuizen en een kleine portemonnee. Doel 2.1.
  30. Het doel in het beleidskader 2020: elektriciteitsneutraal in 2030 Lingewaard heeft in het beleidskader energietransitie 2020 voor de pijler opwek als doel aangenomen om in 2030 100% van de elektriciteitsvraag duurzaam op te wekken en dus elektriciteitsneutraal​ te zijn. Dat betekent dat er in Lingewaard evenveel elektriciteit duurzaam wordt opgewekt als dat er aan elektriciteit wordt afgenomen. Daarmee is de gemeente in 2030 nog lang niet energieneutraal, want energie ten behoeve van warmte en transport valt daar nog grotendeels buiten. In het beleidskader 2020 is het doel elektriciteitsneutraal niet SMART genoeg uitgewerkt door een target te stellen voor de hoeveelheid op te wekken energie. Het beleidskader geeft wel een SMART opdracht om een aantal maatregelen te realiseren: het realiseren van acht windturbines, 140.000 zonnepanelen op daken en 42 ha zonneveld voor
  31. In de komende paragrafen evalueert Over Morgen eerst het doel om in 2030 elektriciteits-neutraal te zijn. Het is verstandig om dit doel vast te houden, maar ook SMART te maken. Daarom beginnen we met een analyse wat de opgave om elektriciteitsneutraal te worden in 2030 naar de huidige inzichten aan SMART opgave betekent. 2.1.
  32. Herijking van het doel elektriciteitsneutraal in 2030 naar de hoeveelheid op te wekken energie Het doel voor elektriciteitsneutraal in 2030 blijft hetzelfde, maar we weten ook dat het elektriciteitsverbruik de komende jaren fors gaat stijgen. De opgave voor elektriciteitsneutraal wordt dus hoger dan de referentie 2020 (en 2015). Door de toename van elektrificatie in vervoer, elektrisch verwarmen én het achterblijven op de doelstelling besparing. Over Morgen ziet landelijk, en dus ook in gemeente Lingewaard, vier redenen waardoor het elektriciteitsverbruik tussen nu en 2030 gaat stijgen. En geeft een inschatting wat daardoor de toename van het elektriciteitsverbruik zal zijn. De snelheid van uitrol van collectieve warmtenetten; Het opzetten van een collectief warmtenet kan vragen om meer elektriciteit. Het verwarmen van huizen en bedrijven gebeurt nu nog vooral door fossiele brandstoffen. Als er een collectief warmtenet op midden- of hoge temperatuur wordt gerealiseerd kán het zo zijn dat bij gebruik van lage temperatuurbronnen, zoals de Linge of de buitenlucht, de bron met warmtepompen moet worden opgewerkt naar een hogere temperatuur. Dat vergt méér elektriciteit. De adoptiegraad van individuele en industriële warmtepompen bij huishoudens en bedrijven; Hetzelfde geldt voor individuele warmteoplossingen. Een woning of een bedrijf installeren een eigen warmtepomp om warmte uit de bodem of uit de lucht te onttrekken. Ook deze oplossing vergt méér elektriciteit. De snelheid waarin, met name in landelijk verband, elektrisch vervoer gemeengoed wordt;​ De transitie van fossiel naar elektrisch in de mobiliteit gaat snel, denk aan meer elektrisch vervoer en laadpalen. Ook dit vergt méér elektriciteit. Het aantal zonnepanelen dat wordt gerealiseerd in kleinschalige (< 15kWp) (dak)installaties. Het opwekken van elektriciteit met kleinschalig zon op dak verkleint daarentegen de noodzaak om meer elektriciteit grootschalig op te wekken en is in die zin een tegenwerkende kracht ten opzichte van de eerste drie trends. Het elektriciteitsverbruik in referentiejaar 2020 in Lingewaard was 562 TJ. Daarvan werd in 2020 23,6% duurzaam opgewekt. Het Nederlandse gemiddelde was 26,8%.82020 is het laatste volledige jaar waarover we cijfers hebben bin het opstellen van deze evaluatie. Sindsdien zijn natuurlijk weer een aantal stappen gezet. Bij een energieneutraal Lingewaard in 2050 wordt een elektriciteitsverbruik van 1500 TJ voorzien. Dat is bijna een verdriedubbeling van het elektriciteitsverbruik. Het is dan ook logisch dat er groei te verwachten is in het elektriciteitsgebruik in
  33. Het effect van de hiervoor genoemde ontwikkelingen op het elektriciteitsverbruik in 2030 schatten we als volgt in: De gemeente voorziet als gasloze warmteoplossing voor de Wijk van de Toekomst Zilverkamp een collectief warmtenet, met als mogelijke bron aquathermie. Deze warmte uit de Nederrijn wordt opgewaardeerd met een elektrische warmtepomp. Lingewaard heeft zich als doel gesteld om 4.000 woningequivalenten collectief te verwarmen in 2030 (Beleidskader 2020). Afhankelijk van de mate waarin elektriciteit nodig is om omgevingswarmte op te krikken resulteert dit in een extra vraag van 28-38 TJ. ​ In het beleidskader warmte heeft Lingewaard zich als doel gesteld om 3.000 woningen (en equivalenten daaraan, WEQ) individueel te verwarmen met (hybride) warmtepompen in
  34. Afhankelijk van de verhouding tussen hybride en all-electric en de adoptiegraad in de industrie resulteert dit in een groei van 72-167 TJ. ​ Voor de adoptiegraad van elektrisch vervoer moeten we leunen op nationale trends en ontwikkelingen. Daarvoor gebruiken we de prognoses van ELaadNL en de Klimaat- en Energieverkenning van het PBL. In Nederland verwachten we in 2030 ten minste 2 miljoen elektrische auto’s en duizenden vrachtauto’s elektrisch. Dit veroorzaakt in Lingewaard een extra vraag naar elektriciteit van 49-105 TJ. ​ Overige ontwikkelingen zoals koken op inductie en elektrisch koelen vraagt nog eens 25-100 TJ elektriciteit. Bovenstaand resulteert in een stijging van de elektriciteitsvraag met een

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.