Vergunningen-, toezicht- en handhavingsbeleid 2025-2029Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; gelezen het voorstel van 6 november 2024 met registratienummer 24.1043998; b e s l u i t : Het Vergunningen-, toezicht- en handhavingsbeleidsplan 2025-2029 inclusief bijlagenbundel vast te stellen; De Landelijke Handhavingstrategie Omgevingsrecht als onderdeel van dit beleid vast te stellen. 1Inleiding en kader 1.1Inleiding Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn belangrijke instrumenten die Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) kan inzetten om de aan hem wettelijk opgedragen taken uit te voeren. Het VTH-proces raakt verschillende partijen. Zo zijn er initiatiefnemers die graag hun ideeën willen realiseren ook al hebben deze invloed op een waterbelang. Ook kunnen particulieren, andere overheden en bedrijven activiteiten uitvoeren die een negatief effect hebben op een watersysteem waardoor HHNK mogelijk moet ingrijpen. Als gevolg van de beperkte beschikbare personele capaciteit en de middelen die zij tot hun beschikking moet HHNK prioriteiten stellen. Het moeten stellen van prioriteiten kan ook het gevolg zijn van de ontwikkelingen zoals klimaatveranderingen, technische- en maatschappelijke ontwikkelingen. Deze kunnen er namelijk voor zorgen dat de prioriteiten die ten grondslag liggen aan de taakuitvoering van het waterschap aan verandering onderhevig zijn. Met dit VTH-beleidsplan geeft HHNK transparantie over de keuzes die gemaakt zijn voor de periode 2025-2029 voor het uitvoeren van de VTH-taken. Daarnaast wordt inzicht gegeven hoe en waarom deze taken uitgevoerd worden en hoe de VTH-taken binnen HHNK zijn georganiseerd. 1.2Kader De Big-8 Naast het feit dat HHNK met dit beleidsstuk openheid wil geven over de wijze van uitvoering van zijn taken, is het vaststellen van beleid voor de uitvoerings- en handhavingstaken een wettelijke verplichting die vastgelegd is in het omgevingsrecht of de Omgevingswet. Vanuit het oogpunt van kwaliteitsbevordering heeft de centrale overheid in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit een aantal wettelijke verplichtingen (kwaliteitscriteria) opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de VTH-taken door overheden. Tot 1 januari 2024 waren deze verplichtingen opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht. Het verplichte proces dat doorlopen moet worden wordt ook wel de "Big-8"genoemd. In het plaatje hieronder wordt de (gekantelde) Big-8 schematisch weergegeven. Figuur 1: Big-81de "A" in VTHA staat voor advisering Op basis van de Big 8 wordt ongeveer elke vier jaar beleid vastgesteld voor de VTH uitvoering- en handhavingstaken. In dit beleid worden beleidsdoelen en prioriteiten opgenomen en de strategie bepaald hoe binnen de gestelde termijn tot deze doelen te komen. Ieder jaar wordt in een uitvoeringsprogramma aangegeven hoe de capaciteit en middelen in die periode worden ingezet om, middels SMART gemaakte operationeel doelen, een bijdrage te leveren aan de in het beleid gestelde doelen. Door deze inzet te monitoren worden het uitwerkingsprogramma en het beleid jaarlijks geëvalueerd. Mocht uit de evaluatie blijken dat de doelen, strategieën of prioriteiten moeten worden bijgesteld dan dient het beleid hierop aangepast te worden. HHNK heeft in 2015 beleid vastgesteld met betrekking tot de toezicht- en handhavingstaken. Dit beleid is in 2019 geëvalueerd en geactualiseerd. Voor de uitvoeringstaak (vergunningverlening) vormt dit het eerste beleidskader. Ons beheergebied Het beheergebied van HHNK omvat het gebied vanaf het Noordzeekanaal tot en met Texel. Het gebied heeft een totaaloppervlakte van 196.600 hectare waarvan het grootste gedeelte onder zeeniveau ligt. Om de ongeveer 1,2 miljoen mensen die in het gebied wonen tegen overstromingen te beschermen is een heel netwerk van primaire en regionale waterkeringen aangelegd. In totaal heeft het beheergebied 1.568 kilometer aan waterkeringen. De primaire keringen die de eerste bescherming bieden tegen de omliggende waterlichamen bestaan deels uit duinen (totale lengte 90 kilometer) en deels uit dijken (175 kilometer). In het westen en noorden van het gebied zijn met name zandgronden aanwezig terwijl het zuidoosten met name uit veengronden bestaat. Tussen deze gebieden is er vooral veel kleigrond te vinden. Voor HHNK geeft elk van deze gebieden weer andere uitdagingen. Daarnaast bestaat het beheergebied voor ongeveer acht procent uit oppervlaktewater zoals kanalen, meren en sloten. HHNK is tevens eigenaar van ongeveer 40 procent van dit oppervlaktewater en toezichthouder voor de directe lozingen op dit oppervlaktewater. In het oppervlaktewater komt namelijk dagelijks afvalwater van onder andere bedrijven en huishoudens terecht. Als toezichthouder ziet HHNK erop toe dat illegale lozingen beëindigd worden. HHNK heeft tevens de taak om ervoor te zorgen dat het water schoon (genoeg) is. Om die reden zijn er in het beheergebied 301 rioolgemalen en 15 rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's). Per jaar wordt door de rwzi's van HHNK ongeveer 100 miljoen kubieke meter afvalwater gereinigd. Afbeelding 1: beheergebied Naast de wettelijke taken om het beheergebied veilig te houden, ervoor te zorgen dat er voldoende (niet te veel en niet te weinig) water is en het water schoon is, is HHNK ook nog beheerder van ongeveer 100 kilometer aan vaarwegen. HHNK zorgt ervoor dat deze vaarwegen veilig bevaarbaar zijn en dat de 36 sluizen en bruggen die daarin gelegen zijn naar behoren werken. Daarnaast heeft HHNK de taak om ook andere aan haar toegewezen vaarwegen veilig bevaarbaar te houden. Door uitvoering van de VTH-taken beschermt HHNK de belangen in het beheergebied die wettelijk aan ons zijn toebedeeld. 2Beleid- en probleemanalyse 2.1Inleiding Om inzicht te krijgen in de wijze waarop de VTH-instrumenten dienen te worden ingezet, is een probleemanalyse uitgevoerd. Daarbij zijn de uitgangspunten vanuit verschillende beleidsstukken geïnventariseerd, de relevante ontwikkelingen in kaart gebracht en zijn mogelijke uitdagingen in beeld gebracht. In dit hoofdstuk worden deze uiteengezet. Een uitgebreide beleids- probleemanalyse is terug te vinden in hoofdstukken 1 en 2 van de bijlagenbundel. 2.2Uitgangspunten vanuit beleidstukken Het huidige beleid van HHNK met betrekking tot zijn wettelijke taken is beschreven in het Waterplan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2022-2027. Dit beleidsstuk is gebaseerd op de uitgangspunten vanuit Europees-, Rijks- en Provinciaal beleid met betrekking tot het omgaan en borgen van het waterbelang. Hiermee vormt dit beleidsstuk de basis voor de beleidsdoelen zoals deze in dit beleidsplan zijn opgenomen. Daarnaast heeft de coalitie van HHNK in 2023 het Coalitieakkoord 2023-2027 "Water verbindt" opgesteld, waarin is opgenomen op welke wijze invulling dient te worden gegeven aan de uitvoering van de taken. Het VTH-beleidsplan 2025-2029 omvat een langere periode dan zowel het Waterplan als het coalitieakkoord. De beleidsdoelen in dit plan zijn echter gebaseerd op wettelijke regelgeving. Het ligt daarom niet in de verwachting dat deze na 2027 aan grote veranderingen onderhevig zijn. Mogelijk dat er na 2027 nieuwe inzichten komen hoe deze doelen het beste bereikt kunnen worden. Het beleidsplan kan hierop worden aangepast. Voor de wettelijk taken van HHNK die de VTH-organisatie raken (waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en vaarwegbeheer) wordt gestreefd te voldoen aan de door hogere overheden opgelegde normen. Dit betekent voor waterveiligheid dat in 2050 het beheergebied klimaatbestendig en water robuust is ingericht en de waterkeringen en kunstwerken voldoen aan de wettelijke normen. Daarnaast wordt ingezet op crisisbeheersing. Eventuele noodsituaties als gevolg van extreme weersomstandigheden worden, indien mogelijk, voorkomen. Mocht het toch zover komen dan is HHNK hierop voorbereid. In het kader van de waterkwantiteit wordt ernaar gestreefd dat het beheergebied in 2050 naast klimaatbestendig ook leefbaar is met voldoende water aan- en afvoer en een optimale verdeling van het beschikbare water. Het watersysteem en de beheerinstrumenten zijn op dat moment op orde en afgestemd op en met de omgeving. Met betrekking tot waterkwaliteit is het doel dat het water in het beheergebied van een goede chemische en ecologische waterkwaliteit is en dus vrij van vervuiling en waarin de planten en dieren kunnen leven die er thuishoren. Daarnaast is het streven dat de waterlichamen in het beheergebied in 2027 voldoen aan de doelen uit de Europese richtlijn Kaderrichtlijn Water (KRW). Om een zo groot mogelijk bijdrage aan deze doelen te leveren heeft HHNK op 16 oktober 2024 het Impulsprogramma KRW vastgesteld waarin extra maatregelen zijn opgenomen. Voor vaarwegbeheer is als doel gesteld dat voldaan wordt aan de afspraken die HHNK hierover gemaakt heeft met de Provincie Noord-Holland waarbij veilig gebruik van deze wateren en bescherming van de waterbelangen voorop staan. HHNK is betrokken, deelt kennis en denkt mee, dit wordt dus ook van de VTH-organisatie verwacht. Gestreefd wordt naar een betrouwbare organisatie, die vakkundig, kostenbewust en rolvast is. Werkzaamheden worden door de organisatie vooruitstrevend uitgevoerd door in te zetten op duurzaamheid en innovatie. Van de organisatie wordt verwacht dat zij zich flexibel en adaptief opstelt en processen bijstuurt indien dat nodig is. Waar mogelijk wordt gebiedsgericht gewerkt waardoor afgestemd kan worden op de specifieke eigenschappen en uitdagingen van het gebied. Ingezet wordt op het voorkomen van overtredingen door de inzet van communicatie. Echter indien nodig wordt handhavend opgetreden. 2.3Ontwikkelingen Voor het bepalen van de strategische inzet van het VTH-instrumentarium is het van belang dat de ontwikkelingen die invloed kunnen hebben bekend zijn. In dit beleidsplan zijn de volgende ontwikkelingen meegenomen. Wijzigingen in wet- en regelgeving Binnen HHNK is de Waterschapsverordening één van de belangrijkste kaders voor het verlenen van vergunningen en andere toestemmingen, het houden van toezicht en daarmee, indien noodzakelijk, handhavend optreden. Deze verordening wordt door HHNK gezien als een levend instrument waarmee ingespeeld kan worden op onder andere input vanuit praktijkervaringen, gewijzigde inzichten en gewijzigde wet- en regelgeving. Dit gegeven kan invloed hebben op de VTH-organisatie omdat wijzigingen gevolgen kunnen hebben voor bijvoorbeeld de vergunningplicht van activiteiten. Voor de medewerkers van vergunningen kan dit betekenen dat er bijvoorbeeld minder vergunningen verleend dienen te worden terwijl juist voor de medewerkers van toezicht de taak mogelijk verzwaard wordt omdat meer ingezet dient te worden op signaleren van eventuele overtredingen met betrekking tot deze activiteit in het beheergebied. Technische ontwikkelingen Technische ontwikkelingen gaan steeds sneller. Er komen meer en meer toepassingen die ingezet kunnen worden voor ondersteuning van de werkzaamheden. HHNK zet zich in om de mogelijkheden van deze toepassingen voor de organisatie te onderzoeken. Zo kan je denken aan het gebruik van satellietfoto's en scripts als hulpmiddel voor het opsporen van mogelijke overtredingen. Er wordt gewerkt aan een dashboard voor gewasbeschermingsmiddelen waarmee actuele meetgegevens op eenvoudige wijze worden ingezien. Ook wordt een dashboard voor de KRW ontwikkeld, waarmee overzichtelijk in beeld wordt gebracht wat per gebied de toestand is voor alle KRW-parameters en stoffen en wat de trend in het gebied is. Resultaten van monitoring kunnen gebruikt worden binnen de werkprocessen van de gehele organisatie. Door digitalisatie kunnen ook doelgroepen makkelijker benaderd worden en gegevens van bijvoorbeeld samenwerkingspartners makkelijker gedeeld of opgezocht worden. De technische ontwikkelingen hebben echter ook een keerzijde doordat tijdens het uitvoeren van de VTH-taken tevens aandacht moet worden besteed aan de veiligheid van de systemen met het oog op cybercriminaliteit, het lekken van data en de schending van privacy. Overname stedelijk water Afgelopen jaren is door HHNK ingezet op het overdragen van de wegen in het beheer van HHNK naar de verschillende gemeenten. HHNK heeft de taak van de gemeenten overgenomen voor het uitvoeren van het reguliere onderhoud aan wateren in de stedelijke gebieden. Met de gemeenten waarvan dit onderhoud eind 2024 nog niet is overgenomen zijn afspraken gemaakt over het traject en moment van overname van het onderhoud. Overname van het onderhoud betekent dat er meer zicht is op het voldoen van deze wateren aan de onderhoudsverplichting. 2.4Uitdagingen Naast bovenstaande ontwikkelingen zijn er ook enige uitdagingen die invloed kunnen hebben op het uitvoeren van de VTH-taken of de VTH-organisatie zelf. Klimaatverandering De klimaatverandering die gaande is zorgt ervoor dat Nederland te maken heeft met zowel perioden van extreme droogte als perioden met extreme regenval. Daarnaast stijgt de zeespiegel. Dit betekent dat onze watersystemen en waterkeringen op orde moeten zijn. De werking hiervan dient niet gehinderd te worden door illegale activiteiten en bouwwerken die in deze systemen en/of de beschermingszones zijn uitgevoerd. Daarnaast dienen, indien nodig, beregenings- en onttrekkingsverboden genomen te worden die gehandhaafd dienen te worden. Om onze taken goed uit te kunnen voeren is het belangrijk om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen het waterbelang zo vroeg mogelijk veilig te stellen. Inzet van het VTH-instrumentarium kan hierin een grote rol betekenen. Naderen uiterlijke datum voldoen KRW-doelen Uiterlijk in 2027 dienen de doelen die opgenomen zijn in de KRW behaald te zijn. Het behalen van deze doelen is niet alleen een taak voor HHNK maar ook voor alle andere betrokken overheden. Onduidelijk is of de gezamenlijke inspanningen voldoende zullen zijn om tijdig aan de doelen te voldoen. De maatregelen uit het impulsprogramma KRW 2024-2027 zijn erop gericht de bijdrage van HHNK aan het behalen van deze doelen zo groot mogelijk te maken. Voor de VTH-organisatie betekent dit met name een inspanning van het onderdeel vergunningverlening door onder andere het actualiseren van de lozingsvergunningen. Voor toezicht en handhaving kunnen acties die in het kader van deze maatregelen worden genomen leiden tot een herziening van de risicoanalyse en daarmee de prioriteiten in de uitvoering. Een onderdeel van het programma is het inrichten van een KRW-loket voor complexe vraagstukken waardoor een centraal kennispunt ontstaat voor de diverse werkprocessen. Voldoen aan kwaliteitscriteria Op grond de Omgevingswet geldt een zorgplicht voor een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak. In principe geldt deze zorgplicht alleen voor overheidsorganen die een taak hebben belegd bij Omgevingsdiensten. In 2015 heeft de Unie van Waterschappen het stuk "Samen sterk als waterbeheerders!" uitgebracht. Hierin zijn kwaliteitscriteria opgenomen die specifiek gericht zijn op het beoordelen van de kwaliteit van de VTH-organisatie en de VTH-processen bij waterschappen. Er heeft een globale toetsing aan deze criteria plaatsgevonden waarna geconcludeerd is dat HHNK (nog) niet aan alle criteria voldoet. HHNK streeft naar het voldoen aan de zorgtaak en gaat vanaf 2025 een invulling en/of uitwerking geven aan deze kwaliteitscriteria zodat meer inzicht ontstaat in de kwaliteit van de VTH-processen en de VTH-organisatie. Daarnaast wordt beoogd meer sturing te hebben op deze processen en inzicht te krijgen in en de resultaten die hiermee behaald worden. Met dit beleidsplan wordt een eerste invulling gegeven aan het onderdeel procescriteria van de kwaliteitscriteria. Jaarlijks zal vanaf 2025 middels een uitvoeringsprogramma en een evaluatierapport aan dit onderdeel verdere invulling worden gegeven. Tevens zal monitoring worden ingezet om de kwaliteit en de resultaten te bewaken. Binnen HHNK zijn nog geen eenduidige werkwijzen of toetsingskaders vastgelegd of afgesproken binnen de VTH-organisatie om de integrale kwaliteit te beoordelen. Ook is niet vastgelegd welk kwaliteitsniveau wordt nagestreefd. In 2025 zal hiervoor een integrale systematiek worden opgezet en toegepast. In deze systematiek zal ook de kwaliteit en de borging van het onderdeel "kritieke massa" worden beschreven. De kritieke massa van een organisatie geeft aan of deze beschikt over voldoende capaciteit op alle onderdelen van de VTH-organisatie. Dit betreft dus niet alleen voor de VTH-taken zelf, maar ook de ondersteuning in de vorm van juristen en vakinhoudelijke adviseurs. Daarnaast geeft de kritieke massa inzicht in de mate van deskundigheid van de organisatie die verkregen is door opleidingen en verkregen vakbekwaamheid door ervaring. Tot slot vormt continuïteit een aspect van de kritieke massa. Bij dit aspect vormt de tijd die aan de VTH-taak wordt besteed het criterium. De achterliggende gedachte daarbij is dat wanneer een taak niet vaak genoeg uitgevoerd wordt, er niet voldoende vaardigheid wordt opgebouwd. Organisatorische uitdagingen Voorafgaand aan het opstellen van dit beleidsstuk heeft een inventarisatie plaats gevonden van zaken die als knelpunt worden gezien binnen de organisatie. Deze zaken kunnen namelijk invloed hebben op de kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaken. De knelpunten die genoemd zijn hebben met name te maken met de werkdruk, de werkprocessen, de werkafspraken/instructies, de interne samenwerking en de communicatie binnen HHNK. Ook de gewijzigde wetgeving sinds 1 januari 2024 heeft de nodige druk op de organisatie gelegd. Eind 2024 zijn processen opgestart om deze knelpunten zoveel mogelijk te ondervangen. Ook het opstellen van het systeem voor de kwaliteitsborging in 2025 zal voor meer efficiëntie en duidelijkheid binnen de processen zorgen. Maatschappelijke ontwikkelingen De maatschappij is zich aan het ontwikkelen. Er komen steeds meer mensen. Daarnaast wordt de samenleving mondiger en gaat sociale media een steeds grotere rol innemen wanneer het gaat om het innemen van een standpunt over allerlei zaken. Deze ontwikkeling is met name goed te zien aan de jaarlijkse toename van het aantal verzoeken op grond van de Wet open overheid dat bij HHNK binnenkomt. Ook hebben met name toezichthouders te maken met toenemende strijdbaarheid van potentiële overtreders. Deze ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de capaciteit en inzet van de VTH-organisatie aangezien er meer aandacht moet worden besteed aan administratieve taken. Daarnaast betekent dit dat hierdoor soms meerdere toezichthouders op een toezichtzaak gezet moeten worden in plaats van het afhandelen van de zaak door één toezichthouder. Bovendien spelen het klimaat en de natuur bij het nemen van beslissingen een steeds grotere rol terwijl door de toename van het aantal inwoners er steeds meer vraag is naar het verstenen van de leefomgeving door onder andere woningbouw. De VTH-werkzaamheden worden hierdoor steeds complexer. Het betekent echter ook dat het belang dat deze taken goed worden uitgevoerd toeneemt. Door middel van de uitvoering van dit beleidsplan streven wij ernaar onze VTH-instrumenten zo efficiënt mogelijk in te zetten. 3Beleidsdoelen In dit hoofdstuk worden de beleidsdoelen aangegeven die nagestreefd zullen worden gedurende periode 2025-2029. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de strategieën toegelicht waarmee HHNK beoogd een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan deze doelen. De beleidsdoelen voor de periode 2025-2029 sluiten aan bij de doelstellingen zoals weergegeven in het Waterbeheerplan 2023-2027. Deze doelstellingen geven immers al aan wat HHNK met betrekking tot haar kerntaken wil bereiken. Naast de kerntaken is een beleidsdoel opgesteld voor de VTH-organisatie. Om tot een efficiënte uitvoering van de VTH-taken te komen is een goed georganiseerde, vakbekwame organisatie nodig. In onderstaand overzicht is per taak weergeven welk beleidsdoel HHNK wilt bereiken, welke activiteit(
- en)HHNK daarvoor wil uitvoeren en welk resultaat daarmee beoogd wordt. Elk jaar zullen de beleidsdoelen in het uitvoeringsprogramma op operationeel niveau worden uitgewerkt in activiteiten met SMART doelen. Het uiteindelijke doel dat wordt nagestreefd is de VTH- instrumenten dusdanig in te zetten, te prioriteren en zo nodig op elkaar af te stemmen dat een zo groot mogelijke bijdrage aan de beleidsdoelen wordt behaald. Met betrekking tot het beleidsdoel voor de kerntaak voor waterkwaliteit wordt opgemerkt dat waterschappen slechts een bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van dit doel. Dit komt doordat deze taak verdeeld is over verschillende overheden die ieder verantwoordelijk zijn voor de eigen inzet. Te denken valt aan gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de indirecte lozingen die plaats vinden via de rioolwaterzuiveringen op het oppervlaktewater in het beheergebied of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur die onder andere toeziet op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Beleidsdoelen Hoofdactiviteit Gewenste resultaat Waterkwaliteit Water met een goede chemische en ecologische waterkwaliteit Het leveren van een zo groot mogelijke bijdrage aan de KRW-doelen In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma de beleidsdoelen operationeel uitwerken en activiteiten formuleren die bijdragen aan het voorkomen en beëindigen van activiteiten en handelingen van derden die een (mogelijk) negatief effect hebben op de waterkwaliteit. De conclusie in de jaarverslagen dat de operationele doelen zoals opgenomen in de uitvoeringsprogramma's zijn behaald of kunnen motiveren waarom hiervan afgeweken is. Waterkwantiteit Niet te veel en niet te weinig water in normale en extreme weersomstandigheden In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma het beleidsdoel op operationeel niveau uitwerken en activiteiten formuleren die bijdragen aan het voorkomen en beëindigen van activiteiten en handelingen van derden die een (mogelijk) negatief effect hebben op de watersystemen of bijdragen aan water-inclusieve ruimtelijke ontwikkelingen. De conclusie in de jaarverslagen dat de operationele doelen zoals opgenomen in de uitvoeringsprogramma's zijn behaald of kunnen motiveren waarom hiervan afgeweken is. Waterveiligheid Een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van het beheergebied in 2050. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma het beleidsdoel op operationeel niveau uitwerken en activiteiten formuleren die bijdragen aan voorkomen en beëindigen van activiteiten en handelingen van derden die een (mogelijk) negatief effect hebben op de waterkeringen en de bijbehorende beperkingsgebieden of een toename geven op de overstromingskans. Tevens activiteiten formuleren die bijdragen aan het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van het beheergebied. De conclusie in de jaarverslagen dat de operationele doelen zoals opgenomen in de uitvoeringsprogramma's zijn behaald of kunnen motiveren waarom hiervan afgeweken is. Vaarwegen Veilige vaarwegen die voldoen aan de wettelijk eisen en afspraken met de provincie Noord- Holland In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma het beleidsdoel op operationeel niveau uitwerken en activiteiten formuleren die bijdragen aan het veilig gebruik van de vaarwegen. De conclusie in de jaarverslagen dat de operationele doelen zoals opgenomen in de uitvoeringsprogramma's zijn behaald of kunnen motiveren waarom hiervan afgeweken is. Organisatie HHNK voldoet aan haar zorgplicht met betrekking tot een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma het beleidsdoel op operationeel niveau uitwerken en activiteiten formuleren die bijdragen aan het (blijven) voldoen aan de zorgplicht. De conclusie in de jaarverslagen dat de operationele doelen zoals opgenomen in de uitvoeringsprogramma's zijn behaald of kunnen motiveren waarom hiervan afgeweken is. 4Strategieën Om de bijdrage aan de beleidsdoelen zo groot mogelijk te maken wordt door HHNK bij de inzet van het VTH-instrumentarium gebruik gemaakt van strategieën. Hierbij wordt een vijftal strategieën onderscheiden waarvan de samenhang in onderstaand schema is weergeven. Figuur 2: VTH-strategieën In de rest van dit hoofdstuk wordt per strategie aangegeven waar deze uit bestaat en wat HHNK hiermee beoogt. De strategieën zijn in hoofdstuk 3 van de bijlagenbundel verder uitgewerkt. 4.1Preventie en advies strategie De preventie- en advies strategie richt zich in de eerste plaats op het vergroten van het bewustzijn van ingelanden, bedrijven en andere overheden dat bij sommige activiteiten die zij uitvoeren waterbelangen een rol kunnen spelen en dat het belangrijk is met deze belangen rekening te houden. In de tweede plaats richt deze strategie zich op het vergroten van het bewustzijn dat, om het waterbelang te beschermen, bepaalde regels gelden en dat het naleven van deze regels in het belang van eenieder is. De gedachte achter het vergroten van het bewustzijn is het ontwikkelen van begrip. Dit is namelijk een belangrijke factor voor het contentieus omgaan met het waterbelang bij ontwikkelingen en activiteiten en spontane naleving van wet- en regelgeving. Preventie is met name gericht op het voorkomen van overtredingen en vervult daarmee een centrale rol in de uitvoering van het VTH-beleid. Dit is ook gedeeltelijk het doel dat met advisering wordt nagestreefd. Advisering wordt binnen HHNK echter ook gebruikt om het waterbelang op voorhand in ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijke plannen te borgen. Dit kan op basis van een wettelijke adviestaak of door de juiste weg te wijzen aan mensen of organisaties die een activiteit willen uitvoeren die het waterbelang raakt. Het gaat daarbij om activiteiten waarvoor een toestemming voor de uitvoering daarvan nodig is, maar ook om andere mogelijk schadelijke activiteiten te voorkomen. HHNK geeft hieraan invulling door onder andere haar wet- en regelgeving duidelijk en toegankelijk te maken, in te zetten op (voor)overleg en door bij alle VTH-taken in te zetten op het adviseren en informeren. Ook maakt HHNK gebruik van de inzet van mediation in VTH-zaken. De achterliggende gedachte daarbij is dat middels het kweken van begrip voorkomen kan worden dat zaken verder escaleren. Tot slot heeft HHNK middels het Omgevingsbesluit een aantal adviesrechten waarvan zij gebruik kan maken wanneer een ander bevoegd gezag een aanvraag om omgevingsvergunning dient te beoordelen. Hoewel dit geen bindend advies betreft kan HHNK hiermee wel haar standpunt omtrent de betreffende aanvragen naar voren brengen, waarna het aan het bevoegd orgaan is om te bepalen wat hier mee te doen. 4.2Reguleringsstrategie In de reguleringsstrategie wordt aangegeven hoe HHNK het instrument vergunningverlening inzet om een bijdrage te leveren aan de beleidsdoelen. Het instrument vergunningen omvat niet alleen het beslissen op aanvragen om omgevingsvergunning, maar ook de overleggen die daaraan voorafgaand plaatsvinden en het behandelen van andere "toestemmingen" zoals de meldingen in het kader van het Besluit activiteit leefomgeving, informatieplichten en adviesverzoeken van andere overheden. De strategie die hierbij gevolgd wordt om een zo groot mogelijke bijdrage aan de beleidsdoelen te behalen, is gericht op het voorkomen van negatieve effecten van derden op watersystemen, waterkwaliteit en waterkeringen en bijbehorende beperkingen gebieden. Ook wordt ingezet op het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van het beheergebied mede door mee te werken en bij te dragen aan water-inclusieve ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast wordt ingezet op een dienstverlening en het leveren van producten van voldoende kwaliteit. Dit betekent dat HHNK voor het instrument vergunningverlening de volgende uitgangspunten hanteert: Vergunningen moeten primair voldoen aan de eisen van de wet- en regelgeving; Vergunningen zijn eenduidig en helder geformuleerd en handhaafbaar; Vergunningen omvatten indien nodig voorschriften die gericht zijn op een juiste uitvoering van de vergunning; Bij de milieuvraagstukken van de omgevingsvergunning worden ten minste de Best Beschikbare Technieken (BBT) als uitgangspunt genomen; Voor vergunningen waarbij meerdere vergunningen nodig zijn, vindt afstemming plaats met bevoegde gezagen; De actualiteit van vergunningen wordt bewaakt en leidt zo nodig tot aanpassing van de vergunningsvoorwaarden of intrekking van de vergunning; Er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het slechts verlenen van tijdelijke vergunningen indien dit wettelijk mogelijk is en dit een bijdrage levert aan het van behalen van de beleidsdoelen van HHNK; Maatwerkregels kunnen vanuit de taakafdelingen worden opgesteld indien hiermee de doelen van HHNK beter bereikt kunnen worden. Bij vergunningverlening wordt aan deze regelgeving getoetst; Informatieplichten en meldingen worden getoetst op volledigheid; De kwaliteit van de producten voldoet aan de daarvoor vastgelegde criteria; De adviezen aan andere bevoegd gezagen zijn helder geformuleerd en kunnen direct over worden genomen in het besluit; Medewerkers hebben de kennis en de middelen om hun werkzaamheden kwalitatief goed uit te kunnen (blijven) voeren; Werkprocessen zijn duidelijk, effectief en vastgelegd. Afhankelijk van de hoeveelheid initiatieven van ingelanden en bedrijven is capaciteit benodigd. Ook voor het actueel houden van het vergunningenbestand is capaciteit benodigd. De hoeveelheid initiatieven en de inzet die nodig is om de vergunningen actueel te houden, kan ertoe leiden dat er keuzes dienen te worden gemaakt hoe de beschikbare capaciteit dient te worden ingezet. Om ervoor te zorgen dat alle aanvragen, meldingen en informatieplichten binnen de daarvoor gestelde termijn met een goede kwaliteit kunnen worden afgedaan zijn de volgende keuzes gemaakt: ➢ Prioritering In het geval van een te grote druk op de aanwezige capaciteit zal de werkvoorraad zoals deze op dat moment aanwezig is op prioriteit worden ingedeeld. Daarbij wordt aan aanvragen voor een lozingsactiviteit de hoogste prioriteit gegeven. Voor informatieplichten geldt op dat moment de laagste prioriteit. De overige producten worden geprioriteerd op de impact van de verzochte activiteit op de waterbelangen. ➢ Gebruik maken van termijnverlening In principe is het streven om aanvragen binnen de wettelijke termijn van acht weken af te handelen. Indien een te groot beroep wordt gedaan op de beschikbare capaciteit zal gebruik worden gemaakt van de (wettelijke) mogelijkheid deze termijn te verlengen. ➢ Toe te zien op borging interne adviestermijn In voorkomende gevallen is een intern advies nodig in het kader van de behandeling van een aanvraag (bijv. veiligheid, hydrologie, ecologie, waterkwaliteit). Met de intern adviseurs worden heldere afspraken gemaakt over de termijn waarbinnen een advies wordt verwacht. Het hanteren van en toezien op de nakoming van de te stellen termijn is van groot belang voor een tijdige afhandeling. Tot slot dient er een functiescheiding te zijn tussen vergunningverlening enerzijds en toezicht en handhaving anderzijds. Binnen HHNK is er sprake van een scheiding op organisatieniveau tussen het cluster Vergunningen en de clusters waar toezichthouders ondergebracht zijn. Vanuit de clusters met toezichthouders wordt op sommige producten van cluster Vergunningen input gegeven. De beoordeling van de verzoeken en het beslissen hierop wordt echter door de medewerkers van cluster Vergunningen gedaan aan de hand van het betreffende toetsingskader. Hiermee is de functiescheiding tevens op functieniveau gewaarborgd. De werkwijze en strategie van het instrument vergunningverlening is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de bijlagenbundel. 4.3Nalevingsstrategie De nalevingstrategie bestaat uit de toezichtstrategie en de handhavingsstrategie waarbij de laatste weer onderverdeeld is in de sanctiestrategie en de gedoogstrategie. De drie strategieën worden in de volgende paragrafen toegelicht. De werkwijzen en de strategieën met betrekking tot toezicht en handhaving zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de bijlagenbundel. 4.3.1Toezichtstrategie Met het houden van toezicht wordt toegezien op de naleving van wet- en regelgeving, voorschriften in vergunningen en andere beschikkingen en algemene regelgeving waaronder de informatieplicht, melding en zorgplicht. De strategie van HHNK voor het instrument toezicht is gericht op het voorkomen, beëindigen en, indien mogelijk, laten herstellen van de gevolgen van activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief gevolg hebben op de watersystemen, waterkwaliteit en waterkeringen in het beheergebied. Het beheergebied van HHNK is relatief groot. HHNK heeft beschikking over een beperkte capaciteit toezichthouders waardoor keuzes moeten worden gemaakt op welke activiteiten en handelingen toezicht wordt gehouden. Bij de uitvoering van dit instrument wordt daarom opdracht- en risicogericht gewerkt. Opdrachtgericht werken heeft met name te maken met toezicht op vergunningen en speerpunten die vanuit de taakafdelingen zijn aangegeven. Bij risicogericht toezicht vormen de risico’s en bedreigingen in relatie tot de taak en doelstellingen van het waterschap het uitgangspunt. Deze risico's zijn gerangschikt door middel van analyses die per wettelijke taak zijn gemaakt. Deze risicoanalyses zijn terug te vinden in bijlage 1 van de bijlagenbundel. De prioritering van het risicogericht toezicht is als volgt: Incidenten en calamiteiten Zaken waarbij veiligheid in het geding komt, hebben de hoogste prioriteit en worden direct opgepakt. Daarbij valt te denken aan incidenten waarbij de waterkwaliteit ernstig wordt aangetast zoals bij lozingen van verontreinigde stoffen in het oppervlaktewater. Hieronder vallen ook incidenten waarbij (de stabiliteit van) de waterstaatwerken aangetast worden zoals bijvoorbeeld in het geval van dijkboringen waarvoor geen toestemming is verleend. Meldingen, klachten en toezicht naar aanleiding van een verzoek tot handhaving. Toezicht op basis van de risicoanalyses Bij zaken die niet direct de algemene veiligheid of waterkwaliteit in het geding brengen wordt risicogericht gewerkt. Dit betekent dat deze worden ingepland of de meeste aandacht genieten bij signaal toezicht. De prioritering hangt dus af van de ernst van waterschapbelangen die in het geding zijn. Opgemerkt wordt dat de risicoanalyse uitgaat van een gemiddelde impact van een overtreding. Er kunnen situaties voorkomen dat de impact hoger is. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen in situaties dat activiteiten geheel zonder een voorafgaande vergunning zijn uitgevoerd. De impact kan, door bijvoorbeeld het geheel niet handelen conform de kaders in de wet- en regelgeving, een stuk groter zijn dan in de situatie dat wel een vergunning verleend is maar niet voldaan is aan één voorwaarde. Middels motivering kan er in die situaties afgeweken worden van de prioritering. Naast de risicoanalyses is in paragraaf 3.3 van de bijlagenbundel een lijst opgenomen van activiteiten/handelingen waarvan het risico groter is gedurende een bepaalde periode van het jaar. Zo worden in juli bijvoorbeeld door de telers de bloembollen gespoeld en in oktober ontsmet waardoor een grotere kans bestaat op vervuiling van het oppervlaktewater. Voor deze activiteiten/handelingen geldt dat gedurende de periode dat de kans bestaat dat zij tot een verhoogd risico leiden, deze activiteiten/handelingen voor toezicht een hoge prioriteit hebben. Dit betekent impliciet dat de hogere prioritering ook voor het instrument handhaving geldt aangezien het toezicht mogelijk tot sanctionering moet leiden. Om een zo groot mogelijk bijdrage aan de beleidsdoelen te behalen hanteert HHNK tevens als uitgangspunt dat: Medewerkers tijdens hun taak inzetten op informeren om op deze wijze overtredingen te voorkomen en/of te beëindigen; Medewerkers de kennis en de middelen hebben om hun werkzaamheden kwalitatief goed uit te kunnen (blijven) voeren; Werkprocessen duidelijk, effectief en vastgelegd zijn en leidend zijn in de uitvoering van de werkzaamheden; De samenwerking wordt gezocht met handhavingspartners om effectief toezicht te houden; De verbale en schriftelijke communicatie richting (potentiële) overtreders begrijpelijk is en dat het voor hen duidelijk is wat het vervolgproces en de eventuele consequenties zijn; Elke geconstateerde overtreding een passend gevolg krijgt. Wachtdiensten Buiten werktijden wordt door de toezichthouders van cluster Gebiedsbeheer wachtdienst gehouden zodat altijd vijf toezichthouders bereikbaar zijn ten behoeve van incidenten en calamiteiten. Deze toezichthouder is bereikbaar via het callcenter waarvan het telefoonnummer op de website van HHNK is vermeld. Vanuit cluster Handhaving wordt deze wachtdienst aangevuld met een handhaver. Samenwerken HHNK werkt met betrekking tot het houden van toezicht samen met andere overheden om zodoende een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Samenwerking vindt plaats met de drie omgevingsdiensten (OD’
- s)in het beheergebied (OD-IJmond, OD- Noordzeekanaal en OD-Noord Holland Noord). Gemeenten hebben hun basistaken met betrekking tot milieu bij deze OD's belegd waardoor ook hun belangen met deze samenwerking deels worden gewaarborgd. Andere samenwerkingspartners zijn: Rijkswaterstaat, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de (aangrenzende) waterschappen Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Hoogheemraadschap van Rijnland, het openbaar ministerie (OM), de (milieu)politie en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). HHNK richt zich bij deze samenwerking met name op het toezicht op de waterbelangen met oog voor de integrale belangen. Indien mogelijk vanwege de geheimhoudingsplicht vindt informatie-uitwisseling plaats met de partners om zodoende het toezicht effectiever in te zetten. Voor een volledig overzicht m.b.t. interne en externe samenwerking wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van de bijlagenbundel. Roulatie toezichthouders Voor de toezichthouders van cluster Gebiedsbeheer is het toezichthouden op VTH-taken een functie die zij uitvoeren naast hun hoofdtaak als gebiedsbeheerder. Zij voeren het VTH-toezicht uit in het gebied waar zij ook gebiedsbeheerder zijn. Aangezien zij voor hun taak als gebiedsbeheerder specifieke kennis nodig hebben van het gebied vindt vrijwel nooit roulatie plaats. Hierdoor kan bedrijfsblindheid of een vaste handhavingsrelatie helaas niet voorkomen worden. De toezichthouders van cluster Handhaving werken ook in vaste gebieden. Deze gebieden zijn echter dusdanig omvangrijk dat het risico op het ontstaan van bedrijfsblindheid of een vaste handhavingsrelatie niet groot is. Thema gerichte projecten worden om deze reden uitgevoerd in een ander gebied dan waar zij werkzaam zijn. Ook de toezichthouders van cluster Onderhoud werken in vaste gebieden. Deze houden zich echter met name bezig met het toezicht op vergunningen waardoor zij niet vaak te maken hebben met dezelfde partij. Toezicht eigen organisatie/andere overheden HHNK is tevens een uitvoerende organisatie. In opdracht van HHNK worden bijvoorbeeld bagger- of maaiwerkzaamheden of werkzaamheden aan waterkeringen verricht. Op de uitvoering van deze werkzaamheden door aannemers wordt toezicht gehouden waarna zo nodig het werk gecorrigeerd dient te worden. Het is in het belang van HHNK zelf dat deze werkzaamheden goed worden uitgevoerd. Dit toezicht valt niet onder toezicht in het kader van VTH-taken en wordt daarom niet meegenomen in dit beleidsstuk. Met betrekking tot de werking van de rioolwaterzuiveringen (rwzi'
- s)van HHNK, worden meldingen daarover afgehandeld door de eigen toezichthouders. Wel is voor toezicht op deze installaties een samenwerking met het Wetterskip Fryslan. Jaarlijks voeren de toezichthouders/handhavers van cluster Handhaving inspecties uit bij vier rwzi's van het andere waterschap en vice versa. Op deze wijze wordt een onafhankelijk oordeel gevormd. Op activiteiten en handelingen van andere overheden wordt op dezelfde wijze toezicht gehouden als bij ingelanden en bedrijven. 4.3.2Sanctiestrategie De sanctiestrategie vormt samen met de gedoogstrategie de handhavingsstrategie. De sanctiestrategie is daarbij gericht op het beëindigen en, indien mogelijk, laten herstellen van de gevolgen van activiteiten en handelingen die een (mogelijk) negatief effect hebben op de watersystemen, waterkwaliteit en waterkeringen in het beheergebied. De werkwijze met betrekking tot het handelen bij overtredingen van wet- en regelgeving en de sanctiestrategie zijn uitgewerkt in paragraaf 3.4 van de bijlagenbundel. Met sanctioneren beoogt HHNK in de eerste plaats het naleefgedrag van de overtreder af te dwingen. In de tweede plaats kan sanctioneren bijdragen aan preventie en dus beter naleefgedrag van derden. Als immers bekend is dat HHNK optreedt tegen bepaalde overtredingen zullen anderen aangezet worden na te denken voordat zij een vergelijkbare overtreding begaan. HHNK maakt bij het sanctioneren gebruik van zowel bestuursrechtelijk- als strafrechtelijk instrumenten. De strategie met betrekking tot de inzet van deze instrumenten is gebaseerd op de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) van oktober 2022. De LHSO is als bijlage 2 bij de bijlagenbundel opgenomen. In de LHSO zijn een interventiematrix en bijbehorende overwegingen opgenomen waarmee wordt bepaald welk instrument dient te worden toegepast. In de matrix is onderscheid gemaakt naar sancties op basis van het straf- en bestuursrecht. Sancties op basis van bestuursrecht zijn met name gericht op herstel terwijl sancties gebaseerd op het strafrecht met name het straffen van de overtreder tot doel hebben. Op grond van het gedrag van de overtreder, de gevolgen van de overtreding voor de waterbelangen en de mate waarin de gevolgen van de overtreding ongedaan kunnen worden gemaakt, kan de sanctie uiteenlopen van het (schriftelijk) aanspreken of informeren van de overtreder tot het opleggen van een last onder bestuursdwang/last onder dwangsom of het opstellen van een proces verbaal of een bestuurlijke strafbeschikking. Indien de gevolgen van een overtreding niet meer ongedaan te maken zijn, is het bestuursrecht niet effectief en wordt bekeken of middels het strafrecht een sanctie kan worden opgelegd. Voor de verdere overwegingen met betrekking tot de inzet van de verschillende bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke instrumenten wordt verwezen naar paragraaf 3.4 en bijlage 2 van de bijlagenbundel. Naast de bovengenoemde strategie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd om een zo groot mogelijke bijdrage aan de beleidsdoelen te leveren: Besluiten en procedures moeten primair voldoen aan de eisen van de wet- en regelgeving; Bij de prioritering van handhavingszaken wordt in principe gebruik gemaakt van de risicoanalyses; Brieven zijn helder geformuleerd waarbij voor het voor de betrokkene duidelijk is wat verwacht wordt en wat het vervolgproces inhoudt; De kwaliteit van de producten voldoet aan de daarvoor vastgelegde criteria; Medewerkers hebben de kennis en de middelen om hun werkzaamheden kwalitatief goed uit te kunnen (blijven) voeren; Werkprocessen zijn duidelijk, effectief en vastgelegd en worden conform uitgevoerd; De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd in het zaaksysteem. 4.3.3Gedoogstrategie Gedogen is feitelijk een verklaring van een bestuursorgaan dat zij, al dan niet onder voorwaarden, niet handhavend zal optreden tegen een illegale situatie. Aangezien HHNK de beginselplicht tot handhavend optreden heeft, is het uitgangspunt van de gedoogstrategie dat gedogen een uitzondering is. Indien gekozen wordt om een situatie te gedogen dan gebeurt dit zeer zorgvuldig, uitsluitend actief middels een gedoogverklaring en altijd voor een bepaalde tijdsduur. Daarnaast worden over het algemeen voorwaarden aan het gedogen verbonden. Aan passief gedogen, dat wil zeggen “het door de vingers zien” van een overtreding, wordt door HHNK geen medewerking verleend. In paragraaf 3.5 van de bijlagenbundel is aangegeven in welke situaties HHNK kan overwegen een gedoogverklaring af te geven. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een situatie waarbij het doel van de regelgeving beter gediend is met het tijdelijk gedogen van de overtreding. Op de voorwaarden van gedoogverklaringen wordt toezicht gehouden. Indien een overtreding wordt geconstateerd zal HHNK overwegen de gedoogverklaring in te trekken en een bestuursrechtelijke sanctie op te leggen tegen de overtreding die aanleiding vormde tot het opstellen van de verklaring. Andere uitgangspunten die worden gehanteerd zijn: De gedoogverklaringen zijn helder geformuleerd waarbij het voor de betrokkene duidelijk is wat verwacht wordt, dat het gaat om een tijdelijke situatie en wat de mogelijke gevolgen zijn van het niet voldoen aan de voorwaarden; De kwaliteit van de producten voldoet aan de daarvoor vastgelegde criteria; Medewerkers hebben de kennis en de middelen om hun werkzaamheden kwalitatief goed uit te kunnen (blijven) voeren; Werkprocessen zijn duidelijk, effectief en vastgelegd en worden conform uitgevoerd; De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd in het zaaksysteem. 5Borging en uitvoering 5.1Financiële en personele middelen Om een zo groot mogelijke bijdrage te kunnen leveren aan de doelstellingen zijn personele en financiële middelen nodig. In de begroting zijn verschillende kostenposten gelabeld voor de uitvoering van de VTH-taken. Indien voor de uitvoering van bepaalde operationele doelen die worden opgenomen in een uitvoeringsprogramma extra geld benodigd is, zal dit tijdig worden zeker gesteld. 5.2Uitvoeringsprogramma Het VTH-beleidsplan wordt jaarlijks uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma voor zowel vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het uitvoeringsprogramma omvat operationele doelen en de activiteiten die een bijdrage zullen leveren aan de beleidsdoelen uit dit beleidsplan. In het programma wordt ook aangegeven welke financiële en personele middelen nodig zijn om deze operationele doelen te behalen. Doordat de doelen SMART beschreven zijn kan de voortgang daarvan gemonitord worden en zo nodig worden bijgestuurd. Het uitvoeringsprogramma wordt ter kennisname aangeboden aan het algemeen bestuur van het waterschap. Conform de verordening systematische toezichtinformatie Noord-Holland 2023 worden de uitvoeringsprogramma's (net als de evaluatie) elk jaar voor 15 juli toegezonden aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland. 5.3Uitvoeringsproces De in het beleid opgenomen werkwijzen en strategieën zijn grotendeels al vertaald naar specifieke procesbeschrijvingen. Voor zover dit niet gebeurd is, zal dit uiterlijk in 2025 geborgd worden. De bestaande procesbeschrijvingen zijn bekend gemaakt bij alle betrokken medewerkers en zijn geborgd binnen de organisatie. Voor de nog op te stellen of aan te passen procesbeschrijvingen zal dit plaatsvinden zodra zij gereed zijn. Alle procesbeschrijvingen worden bekend gesteld aan nieuwe en bestaande medewerkers. Het inwerken van de personen vindt plaats op basis van deze beschrijvingen. 5.4Samenwerking en afstemming Voor een goede uitvoering van de wettelijke taken van HHNK is het samenwerken van de VTH-organisatie met interne en externe partijen een belangrijk onderdeel van de taakuitvoering. In hoofdstuk 4 van de bijlagebundel is de samenwerking met alle interne en externe partners uitgewerkt. De onderdelen van het VTH-beleid die betrekking hebben op de strafrechtelijke handhaving zijn gebaseerd op reeds bestaande afspraken. Indien in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma's activiteiten zijn opgenomen die een effect kunnen hebben op de inzet van de politie en/of Openbaar Ministerie dan vindt hierover afstemming plaats binnen de vaste overlegstructuur. 5.5Kwaliteitscriteria Zoals onder paragraaf 2.3 (uitdagingen) is aangegeven wordt voor de beoordeling van de kwaliteit van de VTH-organisatie en de VTH-processen vooralsnog gebruik gemaakt van het document "Samen sterk als waterbeheerders! Kwaliteitscriteria voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Waterbeheer" van de Unie van Waterschappen. Het document is gebaseerd op wetgeving van voor 1 januari 2024 waardoor een herziening aan de orde is. Landelijk zal hiervoor afstemming plaats vinden tussen de waterbeheerders. In 2025 zal HHNK een integrale systematiek voor kwaliteitsborging opzetten waardoor vooruitlopend op de resultaten van deze afstemming voor de eigen organisatie al een gedeeltelijk beoordelingssysteem zal worden opgezet. In de jaarverslagen zal worden aangegeven in hoeverre HHNK het betreffende jaar heeft voldaan aan de kwaliteitscriteria of op welke wijze een andere invulling is gegeven aan de borging van de kwaliteit van de VTH-taken en organisatie. Indien geconcludeerd dient te worden dat op één of meer punten niet aan de criteria is voldaan dan zal hiervoor een motivering worden geven. 6 Evaluatie De laatste stap van de beleidscyclus is de evaluatie. Vanaf het beleidsjaar 2025 rapporteert HHNK jaarlijks over de uitvoering van het vastgestelde uitvoeringsprogramma in een jaarverslag. Dit jaarverslag zal over het algemeen in het voorjaar van het jaar volgend op het beleidsjaar worden opgesteld. In het jaarverslag is in ieder geval opgenomen: Of de voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd en de gestelde jaardoelen zijn behaald; In hoeverre de uitvoering van deze activiteiten hebben bijgedragen aan de beleidsdoelen uit dit beleidsplan; In hoeverre de resultaten van de evaluatie een effect hebben op de operationele doelen en/of activiteiten zoals die zullen worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar. Of de resultaten van de evaluatie aanleiding geven om het VTH-beleid aan te passen. Aldus besloten in de vergadering van 3 december 2024 van het college van dijkgraaf en hoogheemraden,de secretaris,M.J. Kuipersde voorzitter,ir. R.P.G. BosmaBijlagenbundel Vergunningen-, toezicht- en handhavingsbeleid 2025-2029 1Beleidsanalyse Het uitvoerings- en handhavingsbeleid is onder andere gebaseerd op de onderstaande Europese, rijks en provinciale wetgeving. Daarnaast vormen de eigen wet- en regelgeving, beleidstukken en programma's van het Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier (HHNK) input voor dit beleid. Het onderstaande vormt geen uitputtende lijst maar geeft inzicht in de uitgangspunten die ten tijde van het opstellen van dit stuk zijn meegenomen. Europees Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn met betrekking tot de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. De richtlijnen in het KRW zijn in 2000 vastgesteld door de landen van de Europese Unie. De KRW heeft als doelstelling dat in 2027 het water in de EU landen een goed leefgebied vormt voor de planten en dieren die er thuishoren. Daarnaast moet van het water redelijk eenvoudig drinkwater te maken zijn. In Nederland zijn de richtlijnen van de KRW opgenomen in de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Systeem verantwoordelijke voor de uitvoering van de KRW is de minister van Infrastructuur en Waterstaat. De waterbeheerders, zoals HHNK, zijn echter verantwoordelijk voor de uitvoering van de richtlijnen binnen hun beheergebied. In de KRW zijn prioritaire en specifieke verontreinigende stoffen met bijbehorende normen aangewezen waaraan moet worden voldaan. Sinds 2018 zijn basisdocumenten beschikbaar waarin voor stoffen die niet aan de norm voldoen, informatie is opgenomen over de overschrijding, de mogelijke bronnen van verontreiniging en de noodzaak en effectiviteit van mogelijke maatregelen. Deze basisdocumentatie kan de waterbeheerder gebruiken om een monitorings- en maatregelen-programma te ontwikkelen. De gegevens worden continue geactualiseerd en regelmatig worden nieuwe stoffen toegevoegd. Op dit moment bestaat de lijst uit ruim 40 Europees genormeerde stoffen en bijna 80 nationaal genormeerde stoffen maar er zijn wetvoorstellen om deze lijsten uit te breiden met nieuwe medicijnresten (hormoonverstoorders, pijnstillers en antibiotica), pesticiden en een selectie van PFAS stoffen. Daarnaast zijn voor de KRW beschermde gebieden aangewezen waar aanvullende omgevingswaarden gelden. Een voorbeeld hiervan is het IJsselmeer bij Andijk waar wateronttrekking plaats vindt voor de productie van drinkwater. De KRW verlangt dat de toestand van oppervlakte- en grondwaterlichamen niet achteruitgaat. Van een achteruitgang is sprake als de toestand van een stof of parameter in een waterlichaam een klasse daalt. Indien de toestand reeds in de slechtste klasse verkeert, is iedere significante verslechtering van de kwaliteit niet toegestaan. Voor waterlichamen waarin een waterwinlocatie is gelegen moet dusdanige bescherming plaats vinden dat achteruitgang van de kwaliteit daarvan wordt voorkomen. Van achteruitgang is geen sprake wanneer schadelijke milieuvreemde stoffen vervangen worden door andere stoffen met een vergelijkbare werking die minder schade aan het watermilieu toebrengen. De termijn voor het halen van de milieudoelstellingen liep tot 2015. Deze termijn kon twee maal met zes jaar verlengd worden tot 2027. Na 2027 is verlenging slechts mogelijk indien de oorzaak van de vertraging aan natuurlijke omstandigheden is te wijten. Het duurt immers een zekere periode voordat de hydromorfologie, stoffen en de biologie zich aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Voor stoffen die later aan de lijst zijn toegevoegd (zoals in 2008 in 2021) kan de termijn verder verlengd worden. Er kunnen minder strenge milieudoelstellingen worden vastgesteld wanneer waterlichamen zodanig door menselijke activiteiten zijn aangetast of hun natuurlijke gesteldheid van dien aard zijn dat het bereiken van de doelstellingen niet haalbaar of onevenredig kostbaar zou zijn. Ook andere Europese richtlijnen stellen normen aan de waterkwaliteit, vaak als invulling van of aanvulling op de KRW. Zo zijn er onder andere de Grondwaterrichtlijn en de Zwemwaterrichtlijn. De Grondwaterrichtlijn bevat normen voor een goede chemische toestand met betrekking tot acht stoffen van het grondwater. Naast deze stoffen moeten de EU-lidstaten zelf stoffen aanwijzen die in hun land tot risico's kunnen leiden voor de mens, oppervlaktewateren of natuurgebieden die afhankelijk zijn van grondwater. De eisen met betrekking tot de waterkwaliteit uit de KRW zijn sinds 1 januari 2024 opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en deels in de Bruidsschat van de Omgevingswet. In het Bkl zijn de doelen van het KRW, de Grondwaterrichtlijn en de Richtlijn prioritaire stoffen vastgelegd als omgevingswaarden. In het Bkl is ook vastgelegd dat de waterschappen verantwoordelijk zijn voor het behalen van de chemische en ecologische doelen van de oppervlaktelichamen waarvan zij beheerder zijn. De provincie is verantwoordelijk voor behalen van de goede kwantitatieve toestand en goede chemische toestand van de grondwaterlichamen. Ook is vastgelegd dat Rijk, provincie en waterschappen verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van achteruitgang van de toestand van zowel oppervlakte- als grondwaterlichamen. Aangezien het een gezamenlijke opgave blijft vindt afstemming plaats binnen de regionaal bestuurlijke overleggen van stroomgebieden. In het Besluit activiteit leefomgeving (Bal) zijn mogelijkheden opgenomen om middels wetgeving maatregelen te nemen voor de waterkwaliteit zoals het beperken van lozingsactiviteiten in oppervlaktelichamen. Herziening Richtlijn stedelijk afvalwater Op 5 november 2024 heeft de Europese unie ingestemd met de Herziene Richtlijn stedelijk afvalwater. De herziene richtlijn is één van de belangrijkste resultaten van het actieplan van de EU voor nulvervuiling en omvat onder andere een pakket aan maatregelen dat moet leiden tot een betere bescherming van de waterkwaliteit en de volksgezondheid. Het betreft onder andere maatregelen met betrekking tot: Betere monitoring van chemische verontreinigende stoffen, ziekteverwekkers en antimicrobiële resistentie; Het financieren van kosten van aanvullende behandelingen van microverontreinigingen door producenten van geneesmiddelen en cosmetica en de lidstaten; Meer hergebruik van gezuiverd stedelijk afvalwater om waterschaarste te voorkomen Uiterlijk 36 maanden na de datum van inwerkingtreding van de HRSA moeten de lidstaten een nationaal uitvoeringsprogramma voor de richtlijn hebben opgesteld. In Nederland is dit een taak voor het ministerie van I&W. 1.2 Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de Nationale omgevingsvisie (NOVI) de langetermijnvisie voor Nederland in beeld. Uitgangspunt in de NOVI is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Een ander uitgangspunt is dat dat functies in de leefomgeving beter afgestemd moeten worden op het bodem-watersysteem waarbij dit systeem leidend is. In de NOVI zijn de volgende opgaven voor Nederland opgenomen: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, duurzaam economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In 2024 zal een aangescherpte versie van de NOVI worden vastgesteld. Deltaprogramma Door stijging van de zeespiegel en extremer weer wordt de kans op overstromingen en wateroverlast in Nederland groter. Waterkeringen beschermen ongeveer 60% van Nederland tegen overstromingen. In dit overstroombare gebied wonen nu zo'n 9 miljoen mensen en dit aantal neemt toe. In dit gebied wordt 70% van het bruto nationaal product verdiend. In het jaarlijkse Deltaprogramma staan plannen om Nederland nu en in de toekomst te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatveranderingen. Het Deltaprogramma is een uitwerking van onder andere het Nationaal Waterplan. Jaarlijks wordt middels het programma gerapporteerd over nieuwe inzichten en de voortgang van de plannen. Een onderdeel van het programma vormen de veiligheidsnormen voor dijken, dammen en duinen die opgenomen zijn in de Omgevingswet. Het Deltaprogramma gaat ervan uit dat door extra inzet op waterbeheer de effecten van klimaatverandering voor een deel kan worden opgevangen. Daarnaast worden oplossingen gezocht in het gebruik van onze omgeving en gronden. De plannen zijn in 2025 gericht op drie opgaven te weten: een klimaatbestendige inrichting, weerbaarheid tegen een watertekort en bescherming tegen overstromingen. Voor 2025 bevat het programma de volgende aanbevelingen: Doorbreek de impasse, denk bij investeringsplannen groter en kijk vooruit. Geef water ruimte, maak ruimte om teveel neerslag te bergen en vast te houden. Geef duidelijkheid over wat er wel en niet kan in reserveringszones. Investeer in financiële zekerheid en voldoende en tijdig opleiden van professionals. Nationaal Waterplan Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) beschrijf de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van Rijkswateren en Rijksvaarwegen voor de periode 2022-2027. Doel van het plan is om de vele functies die afhankelijk zijn van water een plek te geven en met elkaar in balans te brengen uitgaande van de uitdagingen waarvoor we staan. Het beleidsstuk gaat uit van een drietal grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Blijvende aandacht voor een goede bescherming tegen overstromingen en een klimaat robuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Blijvende aandacht voor de zorg voor goede waterkwaliteit en een duurzame drinkwatervoorziening. Het Stroomgebiedbeheerplan 2022-2027 en Overstromingsrisico-beheerplan 2022-2027 maken deel uit van het NWP 2022-2027. Nu de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking is getreden mogen deze programma's in de toekomst zelfstandig worden vastgesteld. Stroomgebiedbeheerplan 2022-2027 De KWR geeft de verplichting om eens in de 6 jaar stroomgebiedbeheerplannen (SGBP'
- s)vast te stellen. Deze SGBP's geven voor elk stroomgebied een overzicht van de toestand, problemen, doelen en maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit. Een SGBP staat niet op zich: er is een nauwe samenhang met de plannen en maatregelen van regionale waterbeheerders. Doel van de SGBP's is het streven naar chemisch schoon en ecologisch gezond water. Het SGP 2022-2027 omvat de visie voor alle vier de stroomgebieden van Nederland. In het SGP 2022-2027 is opgenomen dat uit een onderzoek van 2020 is gebleken dat een expliciete koppeling tussen waterkwaliteitsdoelen en de opgave voor de VTH-organisaties vaak niet scherp gelegd wordt en dat beleids- en uitvoeringscyclus vaak onvoldoende op elkaar aansluiten. Doordat de taken versnipperd zijn kan het voorkomen dat organisaties andere prioriteiten geven aan de uitvoering van de taken. Om deze reden is binnen de Delta-aanpak Waterkwaliteit afgesproken dat Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten, omgevingsdiensten en waterschappen een impuls zullen geven aan de VTH-taken op het onderdeel waterkwaliteit. Belangrijk is dat daarbij aandacht wordt besteed aan rollen, capaciteit en actuele kennis. In het SGBP is opgenomen dat de bevoegde gezagen minimaal één keer per 10 jaar de vigerende watervergunningen dienen te beoordelen en zo nodig te actualiseren. Overstromingsrisicobeheerplan Het overstromingrisicobeheerplan (ORBP) beschrijft de doelen en maatregelen van het overstromingsrisicobeheer in Nederland. Nederland heeft ervoor gekozen om één beheerplan op te stellen voor de vier Nederlandse stroomgebieden. Doel van het ORBP is zoveel mogelijk beperken van overstromingsrisico’s op basis van risicobenadering. Vaarwegen De verkeersregels voor een veilige en vlotte scheepvaart zijn vastgelegd in de scheepvaartverkeerswet. Deze wet regelt daarnaast de wijze waarop vaarwegen in stand dienen te worden gehouden. Verder is vastlegt hoe de vaarwegen onderhouden dienen te worden en schade door het scheepvaartverkeer aan onder andere oevers voorkomen of beperkt dient te worden. In de wet is ook regelgeving opgenomen om verontreiniging door scheepvaart te voorkomen en beperken. Ambtenaren van waterschappen kunnen worden aangewezen als toezichthouder op deze wet. 1.3 Provinciaal beleid Omgevingsvisie NH 2050 In de Omgevingsvisie NH 2050 geeft de provincie Noord-Holland haar beleid weer met betrekking tot de leefomgeving tot het jaar 2050. Uitgangspunt daarbij is het vasthouden aan het relatief hoge welvaarts- en welszijnsniveau door een balans te houden tussen economische groei en leefbaarheid. Ontwikkelingen dienen zoveel mogelijk natuur-inclusief te zijn, (karakteristieke) landschappen te behouden en rekening te houden met de ondergrond. In de omgevingsvisie zijn de volgende thema's opgenomen welke een verband houden met de werkzaamheden van HHNK: Klimaatverandering Noord-Holland dient klimaatbestendig en water robuust te zijn. Ontwikkelingen in stad, land en infrastructuur zijn klimaatbestendig en waterrobuust. Ingezet wordt om gebiedsgericht en in gezamenlijkheid met de partners die daar mede voor verantwoordelijk zijn de bodemdaling in veenweidegebieden af te remmen, te stoppen en zo mogelijk te herstellen. Gezondheid en veiligheid. Inzet is gericht op het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen
- in)de ondergrond. Aan de wettelijke normen wordt voldaan en waar mogelijk wordt ruimte gezocht voor verbetering. Gestreefd wordt om in samenwerking met partners zo spoedig mogelijk aan de KRW-normen voor water en aan de WHO2Normen van de World Health Organization-normen voor luchtkwaliteit te voldoen, doch uiterlijk in 2027 wat betreft de KRW-normen en 2050 wat betreft de WHO-normen. Biodiversiteit en natuur. Door het vergroten van de biodiversiteit kunnen ook andere ambities/doelen worden bereikt zoals een gezonde leefomgeving, economisch duurzame landbouw, bodem- en waterkwaliteit, aantrekkelijke verstedelijking en klimaatadaptatie. Regionaal Waterprogramma In het Regionaal Waterprogramma is het waterbeleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie NH 2050 uitgewerkt voor een drietal onderdelen: Op peil houden van de kwaliteit van de regionale wateren en waar nodig verbeteren, conform de eisen van de KRW. Op peil houden van de voorraad en de kwaliteit van het grondwater. Beschermen tegen en beperken van gevolgen van overstromingen. Omgevingsverordening Noord-Holland In de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland is de verdeling van toezichtstaken opgenomen met betrekking tot het watersysteembeheer waaronder het vaarwegbeheer en het nautisch beheer. Vaarwegbeheer is gericht op de instandhouding, bruikbaarheid en bescherming van een vaarweg en bijbehorende werken. Daarbij kunnen in het gebied waar de vaarweg is gelegen de belangen met betrekking tot het beschermen van landschappelijke en aardkundige waarden en de natuurbescherming worden meegenomen. HHNK heeft op verschillende vaarwegen een taak met betrekking tot vaarwegbeheer. Daarnaast heeft HHNK een taak met betrekking tot nautisch beheer. Nautisch beheer betreft de wijze waarop de infrastructuur door het scheepvaartverkeer gebruikt wordt. Het nautisch beheer wordt uitgevoerd door bijvoorbeeld het geven van verkeersaanwijzingen, het aanbrengen of verwijderen van verkeerstekens ('bebording') en het handhaven van de verkeersregels voor het scheepvaartverkeer. 1.4 Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Deltavisie 2012 In 2012 is door HHNK de Deltavisie opgesteld. Hierin heeft HHNK haar lange termijnvisie vastgelegd. Deze visie is vervolgens vertaald in de Waterplannen. Ook het Waterplan 2022-2027 bouwt voort op deze visie. Waterplan HHNK 2022-2027 In het Waterplan (WBP6) geeft HHNK haar koers weer voor de periode 2022-2027. Het plan gaat uit van een organisatie die betrokken (meedenken, kennis delen), betrouwbaar (vakkundig, kostenbewust, rolvast), vooruitstrevend (duurzaam en innovatief) en flexibel en adaptief (bijsturen indien nodig) is. Daarnaast wordt met het plan een gebiedsgerichte aanpak nagestreefd die uitgaat van het gebied eigen kenmerken. Uitgangspunt is dat bij ruimtelijke ontwikkelingen water en bodem leidend zijn n het waterbelang zo vroeg mogelijk geborgd wordt. Per wettelijke taak is de aanpak gedurende de beleidsperiode beschreven. ➢ Waterveiligheid Met betrekking tot waterveiligheid is het doel dat het beheergebied in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Daarbij dienen alle waterkeringen en kunstwerken tijdig te voldoen aan het wettelijke beschermingsniveau. Om dit te bewerkstelligen wordt ingezet op het in stand houden en periodiek versterken van de waterkeringen en aandacht te geven aan crisisbeheersing en ruimtelijke inrichting. Daarnaast wordt ingezet op de inzet van nieuwe ontwikkelingen die meer informatie en real-time informatie opleveren en op de structurele(
- re)inzet van meet-/monitorings-technieken. Door de technische ontwikkelingen wordt een verschuiving gecreëerd van correctief naar preventief onderhoud. ➢ Voldoende water HHNK streeft ernaar dat uiterlijk 2050 het beheergebied klimaatbestendig en leefbaar is met voldoende water aan- en afvoer en een optimale verdeling van het beschikbare water. Het watersysteem en de beheerinstrumenten zijn dan op orde en afgestemd op en met de omgeving. Dit wil HHNK bewerkstellingen door goed onderhoud, risico gestuurd beheer, het bestrijden van verzilting door doorspoeling, het stimuleren van ondergrondse opslag zoet water en het ondersteunen van waterrecreatie. De rol van de organisatie ontwikkeld hierbij van initiatiefnemer naar een adviserende rol. ➢ Gezond water Gezond water betekent water met een goede chemische en ecologische waterkwaliteit dat vrij is van vervuiling en waarin de planten en dieren kunnen leven die er thuishoren. HHNK zet zich hiervoor in door het uitvoeren en stimuleren van natuurvriendelijk onderhoud (begroeiing op oevers), het creëren van een gezonde leefomgeving voor vissen en baggeren wanneer dit een positief effect heeft. Daarnaast is het streven om in 2027 te voldoen aan de KRW-doelen. Daarbij wordt gebruik gemaakt verschillende instrumenten zoals het aanpassen van het peilbeheer, de aanpak bij de bron voor nutriënten, zware metalen en microverontreiniging, het geven van voorlichting, handhavend optreden en samen te werken met onder andere agrariërs en andere overheden. ➢ Schoon water HHNK heeft zich als doel gesteld dat, door te zuiveren, schoon water beschikbaar dient te voor nu en in de toekomst. Dit door onder andere voorspellend en programmatisch (datagestuurd) onderhoud uit te voeren, samen te werken met gemeenten en PWN en in te zetten op nieuwe ontwikkelingen. ➢ Veilige (vaar)wegen HHNK had tot 2024 nog wegen in beheer. Deze zijn, uitgaande dat het project eind 2024 is afgerond, overgedragen aan de gemeenten waarin zij gelegen zijn. Daarnaast heeft HHNK vaarwegen in beheer. Met betrekking tot deze vaarwegen (inclusief sluizen en bruggen) is tot doel gesteld dat deze voldoen aan de afspraken met de Provincie rond vaarwegbeheer. ➢ Crisisbeheersing HHNK heeft, om een crisis te voorkomen en goed voorbereid zijn als het misgaat, 24/7 een crisisbeheersingsorganisatie beschikbaar die adequaat handelt door het maken en volgen van draaiboeken en het actueel houden van materieel en organisatie. ➢ Bestuur en organisatie Met betrekking tot het bestuur van HHNK wordt nagestreefd dat deze in overleg met de omgeving acteert en efficiënt, effectief en rechtmatig handelt. In de organisatie wordt onder andere ingezet op investering in duurzaamheid, samenwerking, het onderhouden van watererfgoed, communicatie die gericht is op reputatiemanagement, het vergroten van waterbewustzijn, kennisdeling en het voorkomen van normatief handhaven. Van medewerkers wordt onder andere verwacht dat zij innovatief, adaptief, flexibel en inclusief zijn. Daarnaast is ruimtelijke adaptie als thema in het WBP6 opgenomen: Door onder andere het stimuleren van maatregelen voor het vergroten van zoetwater beschikbaarheid, het creëren van buffers in landelijk gebied en leveren van kennis aan de provincie om samen verdere daling van veenbodems te voorkomen streeft HHNK ernaar het beheergebied bestendig te maken tegen extremere weersomstandigheden. Coalitieakkoord 2023-2027 Water verbindt In het coalitieakkoord 2023-2027 geeft de coalitie aan op welke wijze zij deze termijn het beleid van HHNK willen inrichten en uitvoeren. Daarbij is het beleid met name gericht op het voortzetten van het eerdere bestaande beleid waarbij inwoners centraal staan. De coalitie staat voor doelgericht en transparant beleid waarbij de maatschappelijke meerwaarde voorop staan. Het beleid geeft duidelijkheid over de (on)mogelijkheden en de keuzes die zijn gemaakt zijn gemotiveerd. De coalitie is innovatie gericht. Met betrekking tot de ambtelijke organisatie gaat het akkoord uit van een organisatie die onder andere op haar taken berekend is, een positieve grondhouding heeft, integraal handelt en denkt, innovatief en betrouwbaar is. De organisatie is gericht op samenwerking en een integrale, gebiedsgerichte aanpak. De adviesrol van het HHNK wordt proactief ingezet om aan de voorkant het waterbelang in te brengen. Door data gedreven te werken kan de efficiëntie worden verhoogd. De coalitie ziet verder onder andere mogelijkheden in het bevorderen van ruimtelijke adaptie door kennis en ervaring in te brengen in gebiedsprocessen en –ontwikkelingen. Daarnaast ziet zij mogelijkheden in het versterken van de biodiversiteit door de bron aan te pakken bij het lozen van schadelijke stoffen in oppervlaktewater (bijv. medicijnresten, hormonen, resistente bacteriën, gewasbeschermingsmiddelen en microplastics) en het inbouwen van een vierde zuiveringstrap in de rwzi's om meer stoffen uit het water te verwijderen. Door de inzet van participatie worden betrokkenen in een vroegtijdig stadium actief meegenomen in de taken van HHNK. Op deze wijze kunnen kansen, belangen, meningen en mogelijke creatieve oplossingen mee worden genomen. Met betrekking tot de wettelijke taken is in het akkoord onder andere het volgende opgenomen: ➢ Waterveiligheid Ingezet wordt op het gebruik van innovatieve technieken en het continu onderzoeken en uitwerken van nieuwe inzichten omtrent dijkversterking en -verbetering met een zo hoog mogelijk maatschappelijk rendement. Bij de voorbereiding van de werkzaamheden worden de inwoners betrokken. ➢ Voldoende water Door vroegtijdig en als gelijkwaardige gesprekspartner te participeren in gebiedsprocessen en ruimtelijke ontwikkeling kan meegedacht en geadviseerd worden over mogelijke oplossingen. Daarbij kan tevens ingezet worden op de juiste functie. Het maken van impactanalyses kan helpen beter voorbereid te zijn op droogteperiodes. Door het waterbewustzijn van gebruikers te verhogen kan een bijdrage worden geleverd aan een effectieve zoet waterverdeling. ➢ Gezond water HHNK zet extra in op de waterkwaliteit in kansrijke gebieden zodat een efficiënt en effectief resultaat kan worden bereikt. In de overige gebieden wordt het bestaande beleid gecontinueerd. Daarnaast wordt onder andere ingezet op bewustwording en gedragsverandering van betrokkenen en op bestrijding van emissies en het kaart brengen van factoren die invloed hebben op de waterkwaliteit, zoals de historische belasting en de achtergrondbelasting. ➢ Schoon water Voor de taak "schoon water" wil de collatie onder andere inzetten op samenwerking met partners zoals gemeenten en drinkwaterbedrijf PWN en het actief ondersteunen van innovatieve technieken en nieuwe manieren van werken. Daarnaast kan de inzet van communicatie ook voor dit punt het waterbewustzijn vergroten en daarmee het draagvlak voor de werkzaamheden verbeteren. Impulsprogramma KRW 2024-2027 Op 16 oktober 2024 heeft HHNK het Impulsprogramma KRW 2024-2027 vastgesteld. In dit programma zijn maatregelen opgenomen die moeten resulteren in een grotere bijdrage aan de KRW-doelen. Dit betreft maatregelen die te maken hebben met het meer zicht en grip krijgen op de KRW-risico's maar ook concrete acties zoals het actualiseren van de lozingsvergunningen. De taken op het gebied van toezicht en handhaving zijn wel meegenomen in het programma echter niet begroot. Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier De waterschapsverordening bevat regels om watergangen, grondwater, waterkeringen en vaarwegen te beschermen. Dit door het opleggen van een vergunningplicht, een zorg- of een informatieplicht, maatwerkregels of -voorschriften of door het stellen van algemene regels. Onderhoudsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier In de onderhoudsverordening zijn de bepalingen opgenomen met betrekking tot onderhoud en beheer van de oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen of ondersteunende kunstwerken in het beheergebied. Daarnaast bevat het regels voor de schouw van deze waterstaatswerken. Legger Wateren Jaarlijks wordt door het HHNK een Legger Wateren vastgesteld. De legger vormt de basis voor de onderhoudsverordening. Hierin is namelijk voor elk oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied en de bijbehorende kunstwerken beschreven op welke afmetingen deze minimaal moeten worden onderhouden en wie daarvoor verantwoordelijk is. Daarnaast wordt aangegeven hoe en wanneer gecontroleerd zal worden op een goede uitvoering van de onderhoudsplicht. 2Probleemanalyse 2.1 Terugblik eerder VTH-beleid Dit beleidsstuk vormt het eerste strategische beleidskader van HHNK voor alle drie de VTH- instrumenten (vergunningverlening, toezicht en handhaving). In 2015 zijn een risicoanalyse en enige beleidskaders vastgesteld voor de instrumenten toezicht en handhaving. In 2019 heeft een evaluatie van de risicoanalyse plaats gevonden waarna deze is aangepast. Dit document is vervolgens als werkdocument voor de inzet van toezicht en handhaving gebruikt. In een onderzoek van de rekenkamer van 2020 is met betrekking tot dit beleid geconcludeerd dat het handhavingsbeleid niet navolgbaar is vastgelegd waardoor het onduidelijk is of er sprake is van doeltreffend handelen. Door de rekenkamer is aangegeven dat niet duidelijk is hoe het beleid doorwerkt in de aanpak en welke concrete doelen met de bijbehorende acties worden beoogd. Met het VTH-beleidsplan 2025-2029 wordt hier duidelijkheid aan gegeven. Tevens vormt dit beleidsplan het eerste strategische beleidskader voor het instrument vergunningverlening. 2.2 Kwaliteit uitvoerings- en handhavingstaak Op grond van artikel 18.20 Omgevingswet dienen de bestuursorganen die betrokken zijn bij een omgevingsdienst zorg te dragen voor een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak. In het verleden hebben gemeenten hiervoor een kwaliteitsverordening vastgesteld waarmee zij zich committeren aan een set kwaliteitscriteria. Met deze kwaliteitscriteria kan de kwaliteit van de VTH-organisatie en de VTH-procescriteria binnen de organisatie in beeld worden gebracht. In 2015 heeft de Unie van Waterschappen het stuk "Samen sterk als waterbeheerders!" uitgebracht. Hierin zijn kwaliteitscriteria opgenomen die specifiek gericht zijn op waterschappen. De kwaliteitscriteria zijn verwerkt in Excel bestand met invulmatrix. Toetsing kwaliteitscriteria HHNK wil voldoen aan de zorgtaak en inzicht hebben in de kwaliteit van haar VTH-organisatie, producten en werkwijze. Middels de criteria set zoals vastgelegd in "Samen sterk als Waterbeheerders!" is daarom een inschatting gemaakt in hoeverre op dit moment aan deze zorgtaak wordt voldaan. Hierbij dient opgemerkt te worden dat dit document en de daarbij behorende invulmatrix gebaseerd is op wetgeving van voor 1 januari 2024. Met betrekking tot de procescriteria hebben geen grote wijzingen plaatsgevonden en kan toetsing aan deze set een indicatie geven in hoeverre HHNK aan deze procescriteria voldoet. De eisen van de criteria set met betrekking tot de kritieke massa (opleiding, deskundigheid etc.) kunnen worden toegepast voor medewerkers collega's die voor 2024 in dienst waren bij het HHNK. Daarbij wordt gekeken in hoeverre zij al aan de criteria voldeden en of er voldoende bijscholing heeft plaatsgevonden om de werkzaamheden onder de nieuwe regelgeving uit te voeren. Voor medewerkers die in 2024 bij HHNK zijn begonnen geldt deels dat nog gezocht wordt naar opleidingen om voldoende kennis op te bouwen onder de nieuwe wet- en regelgeving terwijl voor een ander deel deze opleidingen al beschikbaar zijn. Procescriteria In het verleden heeft HHNK bij het opstellen van het TH-beleid slechts op enkele punten aansluiting gezocht bij de criteria met betrekking tot de kwaliteitsbevordering en afstemming van uitvoering en handhaving zoals vastgelegd in afdeling 18.3 van de Omgevingswet en afdeling 13.2 van het Omgevingsbesluit (voorheen Wet algemene bepalingen en Besluit omgevingsrecht). Zo is er nooit een meerjarige uitvoerings- en handhavingsstrategie opgesteld waarin onder andere beleidsdoelen en een prioriteitenstelling zijn opgenomen. Daarnaast zijn er geen jaarlijkse uitvoeringsprogramma's vastgesteld waarin onder andere werd aangegeven welke werkzaamheden dat jaar werden uitgevoerd om een bijdrage te leveren aan de gestelde doelen in het beleid. Ook de jaarlijkse evaluatierapportage ontbrak. Ondanks dat er regelmatig contact is geweest, zijn door de Sector Interbestuurlijk toezicht van de provincie Noord-Holland nooit aanwijzingen gegeven dat HHNK hierdoor niet voldeed aan de wettelijke vereisten. Vanuit HHNK is de behoefte ontstaan om meer sturing te hebben op de VTH-processen en inzicht te krijgen in de kwaliteit van deze processen en de resultaten die hiermee behaald worden. Met dit beleidsplan wordt daarom een eerste invulling gegeven aan de procescriteria. Jaarlijks zal vanaf 2025 middels een uitvoeringsprogramma en een evaluatierapport hieraan een verdere invulling worden gegeven. Tevens zal monitoring worden ingezet om de kwaliteit en de resultaten te bewaken. HHNK beschikt in 2024 nog niet over een integrale systematiek voor de kwaliteitszorg. Incidenteel worden kwaliteitstoetsen op sommige aspecten uitgevoerd. Er zijn echter geen eenduidige werkwijzen of toetsingskaders vastgelegd of afgesproken binnen de VTH-organisatie om de integrale kwaliteit te beoordelen. Ook is niet vastgelegd welk kwaliteitsniveau wordt nagestreefd. In 2025 zal deze systematiek worden vastgelegd en vervolgens worden toegepast. Kritieke massa Uitgaande van de criteria zoals opgenomen in "Samen sterk als Waterbeheerders" en de invulmatrix kan worden geconcludeerd dat met betrekking tot de onderdelen vergunningverlening, handhaving (uitgezonderd schouw) en specialistische deskundigheidsgebieden grotendeels wordt voldaan aan de criteria met betrekking tot de kritieke massa. De kritieke massa van een organisatie geeft aan of deze beschikt over voldoende capaciteit op alle onderdelen van de VTH-organisatie. Dit betreft dus niet alleen voor de VTH-taken zelf maar ook de ondersteuning in de vorm van juristen en vakinhoudelijke adviseurs. Daarnaast geeft de kritieke massa inzicht in de mate van deskundigheid van de organisatie die verkregen is door opleidingen en verkregen vakbekwaamheid door ervaring. Tot slot vormt continuïteit een aspect van de kritieke massa. Bij dit aspect vormt de tijd die aan de VTH-taak wordt besteed het criterium. De achterliggende gedachte daarbij is dat wanneer een taak niet vaak genoeg uitgevoerd wordt, er niet voldoende vaardigheid wordt opgebouwd. Wel zijn met name bij de clusters vergunningen en handhaving in 2024 veel nieuwe medewerkers begonnen zijn die nog niet alle basisopleidingen en cursussen hebben gehad. Het onderdeel toezicht is over verschillende afdelingen van de organisatie verspreid en daarbij ingedeeld naar specialisme. Per specialisme zijn de opleidingscriteria niet verder uitgewerkt waardoor slechts kan worden gesteld dat naar verwachting aan de criteria met betrekking tot opleiding wordt voldaan. Daarbij wordt, in afwijking van de invulmatrix, uitgegaan van de aanwezigheid van minimaal twee personen per specialisatie in plaats van het gehele onderdeel toezicht en handhaving. Hiermee wordt namelijk het beschikbaar zijn van deskundigen- en toezichthouder specialisme gewaarborgd. Voor een groot deel van de toezichthouders van cluster Gebiedsbeheer vormt het houden van toezicht in het kader van VTH-processen slechts een klein onderdeel van functie. Hierdoor zou door deze groep nooit aan het onderdeel "continuïteit" kunnen worden voldaan aangezien deze voorschrijft dat minimaal de helft van de functie aan de VTH-taak besteed dient te worden. Ook in andere onderdelen van de VTH-organisatie is het aspect "continuïteit" een aandachtspunt. Vanuit het schouwteam van het cluster Waterlopen, afdeling Watersystemen worden besluiten gestuurd naar aanleiding van overtredingen van de Onderhoudsverordening. De medewerkers van dit team maken hiermee deel uit van de handhavingsorganisatie. De meeste medewerkers hebben echter geen aanvullende opleidingen gehad die specifiek gericht zijn op deze taak waardoor op dit punt voor deze groep niet voldaan wordt aan de kwaliteitscriteria. In het integrale systeem van kwaliteitszorg dat in 2025 ontwikkeld zal worden zal aandacht worden besteed aan het omschrijven en het borgen van de kwaliteit van de kritieke massa van de gehele VTH-organisatie. Knelpunten binnen de organisatie Voorafgaand aan het opstellen van dit beleidsstuk heeft een inventarisatie plaats gevonden van zaken die als knelpunt gezien worden binnen de organisatie. Hierbij zijn zowel medewerkers als leidinggevenden benaderd. Deze zaken kunnen invloed hebben op de kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaken. De knelpunten die genoemd zijn hebben met name te maken met de werkdruk, de werkprocessen, de werkafspraken/instructies, de interne samenwerking en de communicatie binnen het HHNK. Ook de gewijzigde wetgeving sinds 1 januari 2024 heeft de nodige druk op de organisatie gelegd. Op dit moment zijn er reeds processen opgestart om deze knelpunten zoveel mogelijk te ondervangen. Ook het opstellen van het systeem voor de kwaliteitsborging in 2025 zal voor meer efficiëntie en duidelijkheid binnen de processen zorgen. 2.3 Ontwikkelingen Voor het bepalen van de strategische inzet van het VTH-instrumentarium is het van belang dat de ontwikkelingen die invloed kunnen hebben bekend zijn. In dit beleidsplan zijn de volgende ontwikkelingen meegenomen. Klimaatverandering De klimaatverandering die gaande is zorgt ervoor dat Nederland te maken heeft met zowel perioden van extreme droogte als perioden met extreme regenval. Daarnaast stijgt de zeespiegel. Dit betekent dat onze watersystemen en waterkeringen op orde moeten zijn. De werking hiervan dient niet gehinderd te worden door illegale activiteiten en bouwwerken die in deze systemen en/of de beschermingszones zijn uitgevoerd. Inzet van het VTH-instrumentarium kan hierin een grote rol betekenen. Daarnaast dienen, indien nodig, beregenings- en onttrekkingsverboden genomen te worden die gehandhaafd dienen te worden. Naderen uiterlijke datum voldoen KRW doelen Uiterlijk in 2027 dienen de doelen die opgenomen zijn in de KRW behaald te zijn. Het behalen van deze doelen is niet alleen een taak voor het HHNK maar ook voor alle andere betrokken overheden. In oktober 2024 heeft HHNK het impulsprogramma KRW 2024-2027 vastgesteld waarin maatregelen zijn opgenomen waarmee HHNK haar bijdrage kan doen aan het zo veel mogelijk behalen van deze doelen. Voor de VTH-organisatie betekent dit met name een inspanning van het onderdeel vergunningverlening door onder andere het actualiseren van de lozingsvergunningen. Voor toezicht en handhaving kunnen acties die in het kader van deze maatregelen worden genomen leiden tot een herziening van de risicoanalyse en daarmee de prioriteiten in de uitvoering. Een onderdeel van het programma is het inrichten van een KRW-loket voor complexe vraagstukken waardoor een centraal kennispunt ontstaat voor de diverse werkprocessen. Wijzigingen in wet- en regelgeving Binnen HHNK wordt de Waterschapsverordening gezien als een levend instrument waarmee ingespeeld kan worden op onder andere input vanuit praktijkervaringen, gewijzigde inzichten en gewijzigde wet- en regelgeving. Dit kan betekenen dat bijvoorbeeld vergunningplichten naar algemene regelgeving gaan en andersom. Deze ontwikkeling kan invloed hebben op de inzet van de VTH-organisatie. Zo wordt in 2024 gewerkt aan een beheerplan voor de kust. Dit plan zal uiteindelijk mede leiden tot een aanpassing van de verordening met betrekking tot de vergunningplicht voor bouwwerken op het strand. Ook de maatregelen in het kader van het Impulsprogramma KRW kunnen leiden tot aanpassing van de Waterschapverordening. Het kan dan gaan om onderwerpen als bescherming van natuurvriendelijke oevers en rietoevers en lozingsregels. Mogelijke ontwikkelingen volgend uit het impulsprogramma zouden tevens het opstellen van maatvoorschriften voor RWZI en het instellen van nieuwe beperkingsgebieden voor KRW kunnen inhouden. Daarnaast wordt in 2025 de "Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2025" vastgesteld. De Wet Bibob (Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur) geeft de mogelijkheid een aanvraag om omgevingsvergunning te weigeren of een omgevingsvergunning in te trekken als twijfel bestaat over de integriteit van een betrokkene. De provincie Noord-Holland gaat regels opstellen over lozingen op de riolering. Dit biedt een juridisch kader voor de inzet van gemeenten en omgevingsdiensten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving op indirecte lozingen. Hoewel HHNK geen bevoegd gezag is op dit gebied kunnen deze regels wel effect hebben op de kwaliteit van het water en daarmee de watersystemen. Mogelijk leidt dit voor het HHNK op termijn tot nieuwe inzichten en/of wijzigingen in de risicoanalyses. Vanuit de pilot indirecte lozingen die in 2023 is uitgevoerd is gebleken dat bij de uitvoeren van de toezichtstaak een goede samenwerking tussen de omgevingsdiensten en het waterschap zeer waardevol is. Maatschappelijke ontwikkelingen De maatschappij is zich aan het ontwikkelen. Er komen steeds meer mensen. Daarnaast wordt de samenleving mondiger en gaat sociale media een steeds grotere rol innemen wanneer het gaat om het innemen van een standpunt over allerlei zaken. Deze ontwikkeling is met name goed te zien aan de jaarlijkse toename van het aantal verzoeken op grond van de Wet open overheid dat bij het HHNK binnenkomt. Ook hebben met name toezichthouders te maken met toenemende strijdbaarheid van potentiële overtreders. Deze ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de capaciteit en inzet van de VTH-organisatie aangezien er meer aandacht moet worden besteed aan administratieve taken. Daarnaast betekent dit dat hierdoor soms meerdere toezichthouders op een toezichtzaak gezet moeten worden in plaats van het afhandelen van de zaak door één toezichthouder. Bovendien spelen het klimaat en de natuur bij het nemen bij beslissingen een steeds grotere rol terwijl door de toename van het aantal inwoners er steeds meer vraag is naar het verstenen van de leefomgeving door onder andere woningbouw. De VTH-werkzaamheden worden hierdoor steeds complexer. Het betekent echter ook dat het belang dat deze taken goed worden uitgevoerd toeneemt. Door middel van de uitvoering van dit beleidsplan streven wij ernaar onze VTH-instrumenten zo efficiënt mogelijk in te zetten. Technische ontwikkelingen Technische ontwikkelingen gaan steeds sneller. Er komen meer en meer toepassingen die ingezet kunnen worden voor ondersteuning van de werkzaamheden. HHNK zet zich in om de mogelijkheden van deze toepassingen voor de organisatie te onderzoeken. Zo kan gedacht worden aan het gebruik van satellietfoto's en scripts als hulpmiddel voor het opsporen van mogelijke overtredingen. Er wordt gewerkt aan een dashboard voor gewasbeschermingsmiddelen. Hiermee kunnen actuele meetgegevens op eenvoudige wijze worden inzien. Deze gegevens kunnen meegenomen worden in de afstemming over de waterkwaliteitsopgaven met de landbouw. Daarnaast wordt een dashboard voor de KRW ontwikkeld, waarmee overzichtelijk in beeld wordt gebracht wat per gebied de toestand is voor alle KRW-parameters en stoffen en wat de trend in het gebied is. Resultaten van monitoring kunnen gebruikt worden binnen de werkprocessen van beleid, beheer, vergunningen, toezicht en handhaving. Het gaat daarbij zowel om snelle signalering bij hoge waarden, als om jaarlijkse evaluatie en rapportage. Overname stedelijk water Afgelopen jaren is ingezet op het overdragen van de wegen in het beheer van HHNK naar de verschillende gemeenten. Hierbij heeft het HHNK de taak van de gemeenten overgenomen voor het uitvoeren van het reguliere onderhoud aan wateren in de stedelijke gebieden. Met de gemeenten waarvan dit onderhoud eind 2024 nog niet is overgenomen zijn afspraken gemaakt over het traject en moment van overname van het onderhoud. Overname van het onderhoud betekent dat er meer zicht is op het voldoen van deze wateren aan de onderhoudsverplichting. 2.4 Analyse van inzichten Om inzicht te krijgen in de omvang van het takenpakket is voor verschillende producten een analyse gemaakt. Daarnaast is een inschatting gemaakt of er, gedurende de periode dat dit beleidsstuk omvat, wezenlijke afwijkingen te verwachten zijn in de aantallen producten. Vergunningverlening In tabel 1 op de volgende pagina is voor de jaren 2023 en 2024 het totaal aantal aanvragen om omgevingsvergunning weergegeven. Hierbij is voor 2024 de data tot 1 september 2024 meegenomen waarna vervolgens een prognose is gemaakt voor het gehele jaar. Dit is voor alle tabellen met betrekking tot het instrument vergunningverlening op deze wijze ingevuld. De onderstaande tabel geeft verder inzicht in het resultaat van de aanvraag. Over de informatie in de tabel 1 kan opgemerkt worden dat het jaar 2024 het eerste jaar was dat HHNK vergunningen toetste aan de Waterschapsverordening. Hierdoor is een vergelijking met het voorgaande jaar alleen globaal mogelijk. Een voorzichtige conclusie kan zijn dat de gewijzigde wetgeving geleidt heeft tot een (lichte) afname in het aantal aanvragen. De toename van het resultaat "anders" heeft met name te maken met wat opstartproblemen met het digitale vergunningen loket (DSO) door de gewijzigde wetgeving waarbij producten verkeerd werden aangevraagd. 2023 2024 (1 sept) 2024 prognose Totaal aantal aanvragen 1973 1180 1706 Verleend Gedeeltelijk verleend 1684 913 1370 1 0 0 Geweigerd 1 5 7 Buiten behandeling 89 47 70 Ingetrokken 100 56 70 Vergunningsvrij 43 34 50 Anders 40 119 130 Ander bevoegd gezag 15 6 9 Uitgebreide procedure 7 2 3 Reguliere procedure 1768 963 1444 Tabel 1: Aantal aanvragen omgevingsvergunning Tabel 2 op de volgende pagina geeft inzicht in het aandachtsgebied waarop de aangevraagde activiteiten betrekking hadden. Uit deze tabel valt af te leiden dat de gewijzigde wetgeving mogelijk gedeeltelijk heeft geleid tot een verschuiving van het aandachtsgebied waarop de aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft. Dit kan te maken hebben met het wijzigen van een vergunningplicht naar een informatieplicht of juist het wijzigen van een meldingsplicht naar een vergunningplicht. Niet in de tabel opgenomen zijn de verzoeken om een maatwerkvoorschrift. Tot 21 oktober werden 24 verzoeken hiertoe ingediend. In 2023 en 2024 (tot oktober) zijn geen verzoeken om een gelijkwaardige voorziening toe te passen ontvangen. aandachtsgebied 2023 2024 (1 sept) 2024 prognose bodem 3 11 16 grondwater 3 37 55 oppervlaktewater 32 574 860 riolering 222 10 15 primaire waterkeringen 1196 163 244 secundaire waterkeringen 1 543 814 vaarwegen 733 1 2 wegen 197 65 90 Tabel 2: Aandachtsgebieden aangevraagde activiteiten Naast aanvragen om omgevingsvergunning werden ook meldingen, informatieplichten en adviesverzoeken behandeld. De aantallen voor 2023 en 2024 (inclusief prognose) zijn in onderstaande tabel 3 terug te vinden. 2023 2024 (1 sept) 2024 prognose Meldingen 2035 86 90 Informatieplichten 0 1936 2900 Adviesverzoeken 197 212 310 Tabel 3: Aantal ingediende meldingen, informatieverzoeken en adviesverzoeken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Waterschapsverordening per 1 januari 2024 is het instrument informatieplicht geïntroduceerd en komen meldingen bij het HHNK alleen nog maar voort op basis van het Bal. De meeste meldingen genoemd bij 2024 waren nog in behandelingen van het jaar daarvoor. Het grootste aandeel informatieplichten heeft betrekking op het aandachtsgebied oppervlaktewater (49%). Andere aandachtsgebieden waar redelijk veel informatieplichten voor worden ingediend zijn grondwater (14%) en secundaire keringen (9%). De meest voorkomende activiteiten waarvoor een informatieplicht wordt ingediend waren "kabels en leidingen" (19%), "onttrekken grondwater"(15%) en '" beschoeiing" (12%). In 2023 betrof 44% van de meldingen de activiteit "kabels en leidingen". De adviesverzoeken zoals deze in de tabel zijn opgenomen vallen in diverse categorieën. Zo kan het gaan om vragen voorafgaand aan een aanvraag, adviesverzoeken van andere overheden of algemenen vragen. Daarnaast wordt een deel van dit soort vragen niet vastgelegd in het zaaksysteem. Er mist derhalve data. Ook data met betrekking tot de vooroverleggen die worden gevoerd door met name de regioadviseurs is niet aanwezig. Dit is een aandachtspunt. Daarnaast dient voor werkzaamheden m.b.t. kabels en leidingen een MOOR-melding te worden ingediend bij het MOOR platform. Vanuit dit platform wordt HHNK verzocht meldingen goed- of af te keuren. Het aantal verzoeken loopt jaarlijks op: 2088 in 2021, 2356 in 2022, 2528 in 2023 en voor 2024 is de prognose 2.900. De verwachting was dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet in ieder geval het aantal aanvragen om omgevingsvergunning zou afnemen. Op basis van bovenstaande informatie kan daarover nog geen harde conclusie worden getrokken aangezien deze slechts gebaseerd is op een deel van 2024. Daarnaast is bekend dat eind 2025 een nieuwe versie van de Waterschapverordening zal worden vastgesteld waardoor mogelijk een verdere verschuiving in productsoort kan ontstaan. Zoals bij "ontwikkelingen" is aangegeven zal het niet bij een eenmalige wijziging van deze verordening blijven. Het is daarom nog te vroeg om voor de gehele beleidsperiode een inschatting te maken van de verschillende producten van het instrument vergunningen. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma's kan wel een redelijke inschatting worden gemaakt aangezien op het moment van het opstellen van dit programma vaak de jaarlijkse wijziging van de verordening bekend is. Toezicht Het toezicht op verleende vergunningen is afhankelijk van het aantal vergunningen dat dat jaar verleend is. In tabel 4 wordt het aantal controles op de vergunningen per wettelijke taak aangegeven. Daarbij is uitgegaan van data van 2024 tot 1 september waarbij in de laatste regel een prognose is aangegeven voor het gehele jaar. In 2023 was bij 2% van de gecontroleerde vergunningen niet conform de vergunningsvoorwaarden gehandeld. In 2024 werd (tot september) in 3% van de controles een overtreding vastgesteld. In 2023 leidde dit in ongeveer 70% van de gevallen tot een vervolgactie (de verzending van een waarschuwingsbrief). In 2024 was dit 95%. Aangezien de meeste controles uitgevoerd zijn op waterkwantiteit werden daar ook de meeste overtredingen vastgesteld. waterveiligheid waterkwaliteit waterkwantiteit overig Totaal 2023 413 31 755 1 1200 2024 1 sept 213 17 430 4 664 2024 prognose 319 25 645 5 994 Tabel 4: Aantal toezichtscontroles op verleende vergunningen Gezien de ontwikkelingen in de organisatie is het nog niet geheel duidelijk of het toezicht op vergunningen voor de komende periode gelijk blijft of dat een deel van deze capaciteit die hiervoor was gereserveerd anders zal worden ingezet. In tabel 5 is het aantal toezichtcontroles vermeld op basis van actief toezicht en meldingen. Een groot gedeelte daarvan betreft controles die uitgevoerd zijn bij de agrarische sector met als aandachtpunt de waterkwaliteit (2023: 68%, 2024: 49%). Cijfermateriaal 2024 is tot 1 september 2024 en middels een prognose voor het gehele jaar. 2023 2024 (1 sept) 2024 prognose Bagger 0 2 3 Bodem 3 3 5 Grondwater 10 31 45 Oppervlaktewater 683 430 645 Primaire waterkering 3 8 12 Secundaire waterkering 8 11 16 Wegen 3 3 5 Vaarwegen 0 1 1 Riolering 8 19 28 Totaal 718 508 760 Tabel 5: Aantal toezichtcontroles op basis van actief toezicht en meldingen Naar verwachting zal de komende jaren meer ingezet worden op dit soort toezicht waardoor met name voor waterkwantiteit en waterveiligheid hogere aantallen worden verwacht. Met betrekking tot het thema toezicht op agrarische bedrijven valt op te merken dat in beide jaren bij 20% van de controles een overtreding is vastgesteld. In beide jaren was in 65% een vervolgactie nodig. In 2022 en 2023 zijn totaal respectievelijk 5.106 en 5.006 meldingen voor de toezichthouders binnengekomen. Onduidelijk is hoeveel van deze meldingen daadwerkelijk te maken hadden met toezicht in het kader van de VTH-taken. Uiteindelijk zijn slechts de bovenstaande aantallen benoemd in tabel 5 in het zaaksysteem verwerkt. Handhaving In 2023 heeft het HHNK in het kader van bestuursrechtelijke handhaving 15 keer een last onder bestuursdwang (LOB) opgelegd en zeven keer een last onder dwangsom (LOD). In twee gevallen is de LOB daadwerkelijk uitgevoerd. Bij één LOD is het daadwerkelijk op inning van de verbeurde dwangsom uitgelopen. Tot 1 september 2024 waren zijn er acht LOB’s opgelegd waarvan drie uiteindelijk zijn uitgevoerd. Er zijn zeven LOD’s opgelegd. De meeste bestuursrechtelijke handhaving zaken hebben te maken met het aspect oppervlaktewater. De laatste jaren was er binnen HHNK weinig capaciteit beschikbaar voor het inzetten van bestuursrechtelijke handhaving. De verwachting is dat vanaf 2025 voor deze taak 1,89 fte extra beschikbaar is waardoor meer producten kunnen worden geproduceerd. Met betrekking tot strafrechtelijke handhaving zijn door de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa'
- s)van het HHNK in 2023 zes bestuurlijke straf beschikkingen (bsb) opgesteld en vijf processen verbaal (
- pv)opgemaakt. Daarnaast zijn dat jaar, naar aanleiding van gezamenlijk surveillance, door de politie vier pv's opgemaakt. In 2024 hebben de Boa's geen bsb's opgesteld maar wel twee boete rapporten. Verder zijn er vier pv's en drie pv's van bevindingen opgesteld. De politie heeft naar aanleiding van de pv's van bevindingen van HHNK pv's opgemaakt. Tot slot kwamen uit gezamenlijke surveillance vier pv's van de politie voort en hebben zij één pv opgemaakt tegen het HHNK. Het team dat zich bezighoudt met de handhaving van de overtredingen die tijdens één van de schouwmomenten worden geconstateerd heeft niet de beschikking over een zaaksysteem waaruit eenvoudig data kan worden gedestilleerd. Het betekent dat er slechts een grove schatting kan worden gegeven van het aantal besluiten dat jaarlijks door dit team worden opgesteld. Dit is een aandachtspunt. Geschat wordt dat er jaarlijks 9.000 lasten onder bestuursdwang worden opgelegd. Het jaarlijks aantal kostenbeschikkingen die dienen te worden opgesteld varieert in aantal: dit kan van ongeveer tien in 2023 tot meer dan honderd in voorgaande jaren. Bij het HHNK worden ook verzoeken om handhaving ingediend. In de navolgende tabel wordt een overzicht gegeven van het aantal verzoeken en de afhandeling daarvan sinds 2020. Verzoek naar oordeel 2023 2022 2021 2020 (Deels) toegewezen 2 4 1 2 Afgewezen 6 2 6 3 Doorgestuurd naar bevoegd gezag 3 2 0 0 Melding geworden 6 0 0 0 Geen documentatie 0 2 0 0 Ingetrokken 1 0 0 0 Totaal 18 10 7 5 Tabel 6: Aantal verzoeken om handhaving Tot 1 oktober 2024 waren er 11 verzoeken binnengekomen. Op basis van een prognose zou dit kunnen oplopen tot 14 verzoeken voor 2024. Dit zou betekenen dat de jaarlijkse toename die uit de tabel volgt aan het afvlakken is. Deze toename was mogelijk het gevolg van een onduidelijkheid op de website die nu aangepast is. In 2023 lag de gemiddelde beslistermijn op een verzoek om handhaving op ongeveer acht weken. De verzoeken waren met name gericht op activiteiten die plaatsvonden nabij de dijken/het duingebied, sloten en vaarwater en op bouwwerken in het water. Verzoeken Wet open overheid In 2023 en 2024 (tot 1 oktober 2024) zijn 14 respectievelijk 27 verzoeken bij HHNK binnengekomen in het kader van de Wet open overheid (Woo). In 2023 was de VTH-organisatie zes keer betrokken bij een degelijk verzoek. Tot 1 oktober 2024 was dit negen keer het geval. De nadruk van deze verzoeken ligt op het gebied van toezicht en handhaving. Op basis van de tendens van de laatste jaren lijkt het aantal verzoeken jaarlijks toe te nemen. Hiermee komt meer administratieve druk op de VTH-organisatie. Bezwaar Tegen de besluiten van het HHNK kan bezwaar worden gemaakt. Voor de VTH-organisatie gaat het om besluiten in het kader van vergunningverlening en handhavingsbesluiten. Tegen het besluit dat daarop volgt is beroep mogelijk en vervolgens hoger beroep. Het aantal bezwaar- en beroepzaken en de uitkomst daarvan is in tabel 7 voor de jaren 2022, 2023 en tot 1 oktober 2024 weergegeven. Resultaat Vergunningen Handhaving Bezwaar Beroep Bezwaar Beroep 2022 2023 2024 2022 2023 2024 2022 2023 2024 2022 2023 2024 Ongegrond 10 2 2 3 2 0 1 1 0 1 0 0 Deels gegrond 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 Gegrond 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ingetrokken 28 26 0 0 1 0 3 6 0 2 2 1 Niet ontvankelijk 7 6 0 0 0 0 2 0 0 0 0 0 In behandeling 0 0 14 0 0 2 0 0 0 0 0 0 Totaal 45 35 18 3 3 2 7 7 0 3 2 0 Tabel 7: Aantal bezwaar- en beroepzaken en de uitkomst daarvan In 2024 waren er tevens nog drie lopende hoger beroepszaken die toezagen op verleende vergunningen. In 2024 is één voorlopige voorziening naar aanleiding van een handhavingsbesluit ingediend. Nadat dit verzoek door de rechtbank is afgewezen, is het beroepschrift ingetrokken. Gezien de uitbreiding van de capaciteit in 2025 met betrekking tot bestuursrechtelijke handhaving ligt het in de verwachting dat meer handhavingsbesluiten zullen worden genomen. Naar verwachting zullen dan tevens meer bezwaarschriften tegen deze besluiten volgen. Dit betekent dat meer inzet benodigd is van zowel team mediation als de juristen die zich bezig houden met de bezwaar- en (hoger)beroepschriften. Mediation HHNK maakt gebruikt van de inzet van mediation (zie paragraaf 3.1 de preventie en adviesstrategie). In 2023 is met betrekking tot handhavingsbesluiten zeven keer (pre)mediation ingezet. Dit heeft in zes gevallen geleid het intrekken van het bezwaarschrift. Het overige bezwaarschrift is behandeld door de commissie bezwaarschriften. Tot 1 oktober 2024 is in zes handhavingszaken mediation aangeboden. In twee zaken is van dit aanbod geen gebruik gemaakt. Twee kwesties zijn op deze wijze opgelost en in één kwestie heeft de mediation niet tot een oplossing geleid. De laatste zaak was op 1 oktober 2024 nog in behandeling. Met betrekking tot watervergunningen is in 2023 bij 34 bezwaarschriften (pre)mediation toegepast of aangeboden. In één geval hebben partijen van dit aanbod afgezien. In 26 gevallen heeft de mediation geleidt tot het intrekken van het bezwaarschrift. De overige bezwaarschriften zijn behandeld door de commissie bezwaarschriften. In 2024 is tot 1 oktober bij 12 bezwaarschriften tegen omgevingsvergunningen (pre) mediation aangeboden. In twee zaken is van dit aanbod geen gebruik gemaakt. In twee andere zaken heeft dit geleid tot het intrekken van het bezwaarschrift terwijl in één zaak de (pre) mediation niet geslaagd is en de zaak doorgezet is naar de commissie bezwaarschriften. De overige zaken waren op 1 oktober 2024 nog in behandeling. 3Werkwijzen en strategieën In dit onderdeel worden de werkwijzen met betrekking tot de VTH-processen beschreven. Deze processen zijn aangevuld met de strategie (per instrument) die gevolgd wordt om een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan de beleidsdoeleinden die opgenomen zijn in het VTH-beleidsplan. Binnen HHNK wordt naast het gebruik van de instrumenten vergunningverlening, toezicht en handhaving ook actief ingezet op advisering en preventie om deze doelen te behalen. Daarom is hier ook een strategie voor opgenomen. Schematisch worden de volgende strategieën onderscheiden: Figuur 1: Strategieën 3.1 Preventie en advies strategie De preventie en advies strategie richt zich in de eerste plaats op het vergroten van het bewustzijn van ingelanden, bedrijven en andere overheden dat bij sommige activiteiten die zij uitvoeren waterbelangen een rol kunnen spelen en dat het belangrijk is met deze belangen rekening te houden. In de tweede plaats richt deze strategie zich op het vergroten van het bewustzijn dat, om het waterbelang te beschermen, bepaalde regels gelden en dat het naleven van deze regels in het belang van eenieder is. De gedachte achter het vergroten van het bewustzijn is het ontwikkelen van begrip. Dit is namelijk een belangrijke factor voor het contentieus omgaan met het waterbelang bij ontwikkelingen en activiteiten en spontane naleving van wet- en regelgeving. Preventie is met name gericht op het voorkomen van overtredingen en vervult daarmee een centrale rol in de uitvoering van het handhavingsbeleid. Dit is ook gedeeltelijk het doel dat met advisering wordt nagestreefd. Advisering wordt binnen HHNK echter ook gebruikt om het waterbelang op voorhand in ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijke plannen te borgen. Dit kan op basis van een wettelijke adviestaak of door de juiste weg te wijzen aan mensen of organisaties die een activiteit willen uitvoeren die het waterbelang raakt. Het gaat daarbij om activiteiten waarvoor een toestemming voor de uitvoering daarvan nodig is maar ook andere mogelijk schadelijke activiteiten te voorkomen. Ook de inzet van mediation valt onder deze strategie. Mediation is namelijk vaak gericht op creëren van begrip. Tot slot heeft het HHNK middels het Omgevingsbesluit een aantal adviesrechten waarvan zij gebruik kan maken wanneer een ander bevoegd gezag een aanvraag om omgevingsvergunning dient te beoordelen. Hoewel dit geen bindend advies betreft kan HHNK hiermee wel haar standpunt omtrent de betreffende aanvragen naar voren brengen, waarna het aan het bevoegd orgaan is om te bepalen wat hier mee te doen. Middelen die in het kader van de preventie en advies strategie ingezet worden zijn bijvoorbeeld: • Duidelijke en toegankelijke regelgeving Regelgeving die duidelijk en begrijpelijk is en die eenvoudig kan worden gevonden draagt bij aan een handelen dat in overeenstemming is met die regels. Naleving van regels draagt bij aan doelbereik. • Gerichte communicatie Hiermee wordt gedoeld op het juiste moment, met het juiste middel de juiste groep informeren. Voor vergunningen is de digitale vergunning checker via het Omgevingsloket hierin een belangrijk middel. Daarnaast kan o.a. via publicaties op het internet, persberichten, de (sociale) media en nieuwsbrieven worden gecommuniceerd. Ook de communicatie van onder andere medewerkers van het klantcontactcentrum, vergunningen, toezicht, handhaving, de regioadviseurs, de adviseurs integraal waterbeheer en de gebiedsbeheerders speelt hierbij een rol. Tot slot kan gedacht worden aan het organiseren van of aansluiten bij bijeenkomsten. De gerichte communicatie kan ingezet worden voor zowel preventie als advies. • Betrekken van relevante partijen Relevante partijen kunnen bij de voorbereiding van het beleid en regelgeving betrokken worden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om ingelanden, bedrijven en andere overheden maar ook landbouw-, natuur- en milieuorganisaties. Ook uitleg geven omtrent beleid en regelgeving aan deze partijen is een wijze om meer begrip te creëren. Hiermee kan namelijk het draagvlak voor en bekendheid met regelgeving en beleid worden vergroot. Dit heeft een positief effect op naleving daarvan. Deze betrokkenheid kan op formele wijze (inspraak), maar vooral ook op informele wijze (voorlichtingsbijeenkomsten, sociale media). • Vooroverleg Door middel van vooroverleg kan HHNK de ingelanden, bedrijven en andere overheden enerzijds voorlichten en daarmee ervoor zorgen dat zij meteen de juiste investeringen verrichten, de juiste procedures volgen en om eventuele strijdige situaties te voorkomen. Anderzijds kan vooroverleg gebruikt gezien worden als een mogelijkheid sturing te geven aan een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling om zodoende het waterbelang optimaal te borgen. • Uitleg door toezichthouders tijdens controles Vaak is het eerste contact moment tussen het HHNK en een ingeland of bedrijf tijdens een toezichtmoment. De toezichthouders kunnen mede van dit moment gebruik maken om actief informatie te verstekken over de waterbelangen en de van toepassing zijnde regelgeving en procedures (zowel strafrecht als bestuursrecht). Ook kan dit moment benut worden om voorlichting te geven over nieuwe regelgeving en de gevolgen daarvan voor de ingeland of het bedrijf. Hiermee kunnen (vaak onbedoelde) overtredingen worden opgelost of worden voorkomen. Overtredingen worden soms niet opzettelijk begaan maar vinden plaats doordat ingelanden en bedrijven niet op de hoogte zijn van de regelgeving of deze te complex vinden. Door informatie te delen wordt ook de kennis van de ingelanden en bedrijven vergroot waardoor andere (mogelijke) overtreders hier kennis van krijgen. • Gebruik maken van het wettelijk adviesrecht Dit inzet van dit middel wordt hieronder verder toegelicht. • Mediation HHNK beschikt over een mediation team dat wordt ingezet naar gelang de situatie daarom vraagt. Het kan daarbij gaan om een situatie tussen derden zoals bijvoorbeeld in het geval van een handhavingsverzoek. Ook het HHNK kan echter één van de partijen zijn zoals bijvoorbeeld in het geval van een bezwaarschrift tegen een verleende vergunning. Mediation wordt standaard ingezet wanneer een bezwaarschrift of een verzoek om handhaving wordt ingediend. In deze zaken kan de inzet van mediation helpen om tussen de partijen meer begrip te krijgen voor elkaars standpunt door middel van het geven van voorlichting of een toelichting. Ook kan mediation bij deze zaken worden ingezet om partijen nader bij elkaar te laten komen doordat bijvoorbeeld één of meerdere partijen bereid zijn concessies doen. Mediation kan ook ingezet worden gedurende de toezicht- en/of handhavingsfase met het doel de overtreding te beëindigen zonder dat over dient te worden gegaan tot inzet van sanctiemaatregelen. Naast het feit dat medewerkers die onderdeel uitmaken van de VTH-organisatie het geven van advies geïntegreerd hebben in hun functie zijn er binnen het HHNK verschillende functies waarbij het geven van advies aan derden onderdeel is van deze functie. Dit kan in het kader van vergunningverlening of voorafgaand aan vergunningverlening maar ook tijdens de toezicht-, handhavings- of bezwaarfase. ➢ Regioadviseurs en integraal adviseurs Binnen de afdeling Watersystemen houden de regioadviseurs en de integraal adviseurs zich voor een groot deel van het functie bezig met het geven van advies. Met dit advies wordt mede uitvoering gegeven aan het water robuust maken van het beheergebied vanuit de gedachte van water en bodem sturend. De regioadviseurs richten zich daarbij voornamelijk op het stedelijk gebied en hebben hiervoor hechte contacten met gemeenten. Zij worden vanuit het HHNK als eerste betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij zij zich erop richten om zo vroegtijdig mogelijk de waterbelangen (waaronder waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkringen, waterketen etc.) te agenderen. Dit doen zij door advies te geven op omgevingsplannen, omgevingsvergunningen, omgevingsvisies etc. Zij sluiten daarnaast aan bij de omgevingstafels die door de gemeenten in het kader van vooroverleg worden georganiseerd. Ook zetten zij zich in om met gemeenten het gesprek aan te gaan over ruimtelijke adaptie. De integraal adviseurs houden zich bezig met de advisering over het functioneren van het watersysteem. Dit betreft het geven van intern advies maar ook het geven van advies met betrekking tot watersystemen aan gebiedspartners. Dit kunnen gemeenten, natuurorganisaties, provincie, organisaties zoals LTO, maar ook ingelanden zijn. Zij adviseren derden met betrekking tot de mogelijkheden van vergunningverlening binnen het landelijk gebied. Bij dempingen bekijken zij mogelijke koppelkansen met betrekking tot compensatie om zodoende deze activiteit mogelijk te maken. De regioadviseurs en integraal adviseurs zijn binnen het beheergebied ingedeeld in vier gebieden. Op diverse locaties in ons beheergebied (o.a. Dirkshorn, Zwaagdijk, Anna Paulowna, Texel) komt elke maand het gebiedsteam bijeen om zaken en initiatieven in dit gebied te kunnen bespreken met de gebiedsbeheerders. Ook ingelanden en bedrijven kunnen hun plannen of vragen op dat moment ter advisering voorleggen of voorlichting krijgen over onderwerpen die het HHNK raken. ➢ Wettelijk adviesrecht In het Omgevingsbesluit zijn in de artikelen 4.24 en 4.35 de gevallen aangegeven wanneer HHNK gebruik mag maken van haar adviesrecht op aanvragen om omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift waarbij een andere overheid bevoegd gezag is. Het andere bevoegde gezag hoeft dit advies niet over te nemen maar dient de reden hiervoor wel goed te onderbouwen. Het adviesrecht geeft het HHNK de mogelijkheid haar waterbelangen te borgen ook al is zij geen bevoegd gezag met betrekking tot de aanvraag om omgevingsvergunning. Op deze wijze kan zij invulling geven aan de eigen beleidsdoelen. Indien het advies niet over wordt genomen heeft HHNK in ieder geval haar standpunt met betrekking tot de aangevraagde activiteit naar voren gebracht. In de volgende gevallen kan van het wettelijk adviesrecht op een aanvraag om omgevingsvergunning gebruik worden gemaakt: Een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam dat in beheer is bij het HHNK; Een lozingsactiviteit op een zuivering technisch werk; Een wateronttrekkingsactiviteit voor industriële toepassingen waarmee meer dan 150.000m3 grondwater wordt onttrokken of toegevoegd of de openbare drinkwatervoorzieningen (onder voorwaarden); Een milieubelastende activiteit aangaande de aanleg en het gebruik van een bodemenergiesysteem; Een milieubelastende activiteit die betrekking heeft op het brengen van afvalwater of andere afvalstoffen in een zuivering technisch werk of een oppervlaktelichaam. Het adviesrecht geldt ook bij wijziging van de voorschriften of intrekking van een besluit of bij ambtshalve besluiten hiertoe. Naast het adviesrecht dient het bestuur van het HHNK voor de eerste twee activiteiten ook instemming te geven voordat een vergunning verleend kan worden. Indien naar aanleiding van het advies voorschriften in de vergunningen voor deze twee activiteiten worden opgenomen heeft het HHNK op grond van artikel 13.3 Omgevingsbesluit tevens een medehandhavingstaak (uitgezonderd bij complexe bedrijven). 3.2 Werkwijze vergunningverlening en reguleringsstrategie In dit onderdeel wordt een algemeen inzicht gegeven in de werkwijze die vergunningverleners hanteren bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Daarnaast worden de beoordelingscriteria voor de producten van dit team omschreven. Tot slot volgt de strategie die gevolgd wordt om bij te dragen aan de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan. Werkwijze Op de website van het HHNK is een link beschikbaar die leidt naar de vergunningencheck van het Omgevingsloket. Via deze website kunnen initiatiefnemers bekijken of voor de gewenste activiteit(
- en)een informatieplicht, melding of vergunning nodig is. Vervolgens kunnen zij via dezelfde link de aanvraag of de aangegeven informatie indienen. Ook kan via deze site een verzoek om het toepassen van maatwerkregels, een gelijkwaardige maatregel of een adviesverzoek worden gedaan. • Vooroverleg Initiatiefnemers hebben de mogelijkheid om een adviesverzoek in te dienen om te laten beoordelen of voor hun voorgenomen activiteit een vergunning of maatwerk besluit kan worden verleend. Daarbij wordt door HHNK een oplossingsgerichte houding aangenomen en met de initiatiefnemer, indien nodig, naar alternatieven gezocht. Naast deze reactieve houding zet HHNK zich actief in om zo vroegtijdig mogelijk de waterbelangen in stedelijke ruimtelijke ontwikkelingen te waarborgen en te adviseren over initiatieven in het landelijk gebied die invloed kunnen hebben op het functioneren van het watersysteem, de waterkwaliteit en de waterveiligheid. • Procedure aanvraag om omgevingsvergunning Aanvragen om omgevingsvergunning kunnen op verschillende binnenkomen bij het HHNK. De meest gebruikte manier is via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Schriftelijke aanvragen zijn mogelijk indien duidelijk is dat het een aanvraag om een omgevingsvergunning betreft. De aanvraag wordt beoordeeld op ontvankelijkheid waarbij bekeken wordt of HHNK wel het bevoegde gezag is, de aanvrager gerechtigd is om de aanvraag in te dienen en alle benodigde stukken met de aanvraag zijn meegestuurd. De aanvraag wordt getoetst aan de daarop van toepassing zijnde wetgeving. Tevens wordt beoordeeld of interne of externe advisering omtrent de aanvraag nodig is. Interne advisering wordt, afhankelijk van de gevraagde activiteit, verzorgd door de adviseurs van de taak afdelingen en/of de gebiedsbeheerder van het desbetreffende gebied. Externe advisering kan nodig zijn van een ander bevoegd gezag bijvoorbeeld de gemeente waarin de activiteit plaa