/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR737518 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0553/2023/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2025-04-23 2025-04-23 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR737518/nld@2025-04-23 /join/id/proces/gm0553/2025/1_1016_nieuweregeling /join/id/proces/gm0553/2025/1_1021_integraletekstvervanging 2025-04-23 2025-04-23 /akn/nl/act/gm0553/2023/omgevingsvisie/nld@1021 /akn/nl/act/gm0553/2023/omgevingsvisie /akn/nl/act/gm0553/2023/omgevingsvisie/nld@1021 /join/id/stop/work_019 v1 Omgevingsvisie Lisse Titelblad 0 Voorwoord Voor u ligt de Omgevingsvisie Lisse 2040, samen werken aan een levendig Lisse! Lisse maken we met elkaar. Omdat de ruimte in ons mooie dorp beperkt is, is het belangrijk om met elkaar keuzes te maken. Voor nu, maar vooral ook voor de toekomst. Wat vinden we belangrijk voor Lisse? Hoe houden we het centrum levendig en sfeervol? Hoe zorgen we voor voldoende huizen? En hoe gaan we om met veranderingen in het klimaat of de overgang van traditionele, fossiele brandstoffen als olie, kolen en gas, naar duurzame energie? In 2021 hebben we de omgevingsvisie vastgesteld met als stip aan de horizon het jaar
- Maar de wereld om ons heen staat niet stil. De Omgevingswet is in 2024 in werking getreden. Ook hebben we stappen gezet in de regionale woonagenda waarin de afspraken over woningbouw in onze regio staan, de visie op verblijfsrecreatie, het mobiliteitsplan dat gaat over het verplaatsen van personen en goederen in een gebied en het gemak waarmee dat gebeurt, en de regionale en lokale energiestrategie. Al deze ontwikkelingen maakten het nodig om onze visie te actualiseren. Dat betekent niet dat de omgevingsvisie helemaal klaar is. Het gesprek over de onderwerpen in de fysieke leefomgeving, wonen, parkeren, duurzame energieopwekking, omgaan met het veranderende klimaat, bedrijventerreinen, houdt eigenlijk nooit op. We blijven continu met elkaar in gesprek over deze onderwerpen. Is dit wat we willen? Zijn we met elkaar op de goede weg? Ik kijk ernaar uit om dit gesprek met u te voeren en samen te werken aan een levendig Lisse. Jolanda Langeveld, Wethouder Omgevingsvisie 1 Inleiding 1.1 Een omgevingsvisie voor Lisse Onze gemeente is bekend om de centrale positie in de bollenstreek en de wereldberoemde bloementuin Keukenhof, waar toeristen uit binnen- en buitenland op af komen. Onze gemeente kent een rijke historie, maar tegelijk zijn we ook een aantrekkelijke woonplaats voor bijna 23.000 inwoners. Aan hen biedt Lisse een rustige en dorpse woonomgeving, met een hoogwaardig voorzieningenniveau, aantrekkelijke natuur en recreatiemogelijkheden én een gunstige ligging met grote steden, Schiphol en de kust binnen handbereik. In deze omgevingsvisie beschrijven we wat voor een gemeente we in de toekomst willen zijn. De visie schetst op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling van Lisse op weg naar
- Het gaat om een integrale ontwikkelingsrichting voor de gehele fysieke leefomgeving, waarin de verschillende belangen vanuit landschap en natuur, het dorp, woon- en werkgebieden, de agrarische sector en recreatie en toerisme samenkomen. Daarbij gaan we uit van ons huidige karakter, we nemen de identiteit en kracht van Lisse als startpunt. Op basis daarvan geven we aan hoe we deze kwaliteiten willen behouden en versterken aan de hand van toekomstige ontwikkelingen. We schetsen de keuzes die daarbij horen, waarmee Lisse een nog levendigere plaats wordt om te wonen, te werken en te verblijven. Gezien de verre tijdshorizon van 2040, is de visie veel meer een route en richting dan een hard eindbeeld. Het is dan ook onmogelijk en onwenselijk om nu alles exact vast te leggen, maar de kaders worden zo helder mogelijk geschetst. Samen werken aan een levendig Lisse Daarmee vormt de omgevingsvisie ook een uitnodiging om bij te dragen aan het verbeteren van onze leefomgeving. Als gemeente kunnen we de opgaven niet allemaal zelf oppakken, de middelen zijn beperkt. We hebben investeringen, ondernemerschap en dynamiek vanuit de samenleving nodig om de visie te verwezenlijken. Daarbij staan we open voor nieuwe ideeën, innovaties. Met het toekomstperspectief dat wij in deze visie schetsen hopen we u te inspireren, te enthousiasmeren en te verleiden. Want het is belangrijk dat we samenwerken aan een levendig Lisse! Daarbij richten we ons tot de Lissers van nu, maar ook tot de Lissers van de toekomst: nieuwe inwoners die andere ideeën en manieren van werken met zich meebrengen. Om in de toekomst een evenwichtige bevolkingsopbouw te hebben in Lisse is het belangrijk dat we jonge en ondernemende mensen faciliteren om in Lisse te komen wonen en werken. Daarvoor bieden we in de omgevingsvisie nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld om wonen en werken te combineren op de bedrijventerreinen en in de woongebieden. Innoveren om kwaliteiten te behouden Met deze omgevingsvisie zetten we onze koers uit richting
- Dat lijkt misschien ver weg, maar komt snel dichterbij. Tegelijkertijd komen er nu al allerlei complexe opgaven en vraagstukken op ons af, waar we een antwoord op moeten vinden. Op verschillende terreinen bevinden we ons op een kantelpunt en zullen ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden. Door de noodzaak tot verandering, ontstaat ook de mogelijkheid tot verbetering. Er zijn allerlei factoren en ontwikkelingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Lokale aandachtspunten zijn bijvoorbeeld de toekomst van het dorpshart, de bereikbaarheid, de wens van meer groen in en rond het centrum, de toekomstbestendigheid van de bollensector en in het algemeen de grote druk op de beperkte fysieke ruimte. Maar ook regionale, landelijke of zelfs mondiale ontwikkelingen, zoals de grote woningbouwopgave, vergrijzing, gezinsverdunning en individualisering, milieuproblematiek, afname van biodiversiteit, klimaatverandering en klimaatadaptatie en de energietransitie hebben invloed op onze leefomgeving. Gezien deze ontwikkelingen, kan onze gemeente uitdrukkelijk niet los worden gezien van de grotere verbanden. Op vlakken zoals de woningmarkt, infrastructuur, voorzieningen, de landbouw, energie en natuur zijn we onlosmakelijk verbonden met omliggende gemeenten en andere bestuurslagen. We werken dan ook nauw samen met onze buurgemeenten (HLTsamen) en in regionaal verband binnen de Duin- en Bollenstreek en Holland Rijnland. Ook een goede afstemming met de gemeente Haarlemmermeer vinden we heel belangrijk, zeker gezien de belangrijke relaties met Lisserbroek en de ontwikkelingen die daar spelen. Naast buurgemeenten, regio, provincie en Rijk zijn er nog vele andere partijen betrokken bij het beheer en de verdere ontwikkeling van specifieke onderdelen van onze gemeente, zoals het waterschap, de omgevingsdienst, de woningcorporatie, natuurorganisaties, LTO, de Greenport, verenigingen en ondernemers. Daarbij gaat het zowel om formele als informele partijen. Gezamenlijk dragen al deze partijen een steentje bij aan de fysieke omgeving en het functioneren van de gemeente Lisse. Alleen met elkaar kunnen we (blijven) zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving, een hechte samenleving, goede voorzieningen en een passend woningaanbod. Ideeën en initiatieven van organisaties en inwoners die bijdragen aan deze doelen ondersteunen we daar waar mogelijk. Met deze omgevingsvisie beginnen we niet ‘op nul’, maar bouwen we verder op eerder opgesteld beleid, van de gemeente maar ook de regio, provincie en het Rijk. Ook sociaal-maatschappelijke thema’s die raakvlakken hebben met de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie brengt al dit beleid op verschillende niveaus en beleidsterreinen bij elkaar, als integrale koers voor de gehele fysieke leefomgeving. Daarbij worden verbanden gelegd en strijdigheden aangepakt. Maar de omgevingsvisie gaat ook een stap verder. Gezien de grootte en de veelheid aan opgaven waar onze gemeente mee te maken krijgt in de komende jaren, is het - om Lisse levendig en aantrekkelijk te houden - nodig een innoverende denkrichting uit te zetten met ingrijpender maatregelen dan het huidige beleid. Het komt erop neer dat Lisse moet veranderen om haar kwaliteiten te behouden. Een zorgvuldige afweging tussen alle opgaven is van groot belang, want de ruimte is schaars. Door middel van een heldere visie geven we de richting aan waar we met onze gemeente naartoe willen. We bepalen onze positie en nemen waar nodig stelling. De omgevingsvisie dient als kapstok voor toekomstige ontwikkelingen en initiatieven. Daarmee zorgen we dat de gemeente zich niet ad hoc ontwikkelt, maar zoeken we met deze visie in de hand naarmeerwaarde voor onze omgeving. Daarbij staan we zoals gezegd open voor gedachten, initiatieven en ontwikkelingen die (meer of minder concreet) in onze gemeente spelen, en innovatieve oplossingen die inspelen op trends en ontwikkelingen (zoals demografische ontwikkelingen en de energietransitie). We willen als gemeente ruimte bieden aan huidige en toekomstige inwoners en ondernemers en hun initiatieven faciliteren, met als voorwaarde dat deze bijdragen aan de ontwikkelrichting zoals uiteengezet in deze omgevingsvisie. Een omgevingsvisie is ‘zelfbindend’ voor de bestuurslaagdie de visie heeft opgesteld. Dit betekent dat de Omgevingsvisie Lisse alleen verplichtingen schept voor het gemeentebestuur van de gemeente Lisse. Het gemeentebestuur moet bij het inzetten van instrumenten van de Omgevingswet (omgevingsplan, programma’s en bij samenwerking met partners en de inzet van andere instrumenten zoals subsidies) rekening houden met het beleid in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie bevat dus geen rechtstreekse regels voor burgers, bedrijven of andere overheden, maar vormt wel de basis van (onder meer) het omgevingsplan (onder de Omgevingswet de opvolger van het bestemmingsplan, zie hieronder), dat wel juridisch bindend is voor burgers en bedrijven. Uitvoering en monitoring van de visie Om ervoor te zorgen dat de visie echt tot uitvoering van projecten leidt, hebben we een hoofdstuk ‘Uitvoering en monitoring’ opgenomen (5 Uitvoering en monitoring). In dit hoofdstuk geven we aan hoe de ambities verwezenlijkt moeten gaan worden. Belangrijk element daarin is de ‘beleidscyclus’. Dit houdt in dat beleid in een continu proces wordt gemaakt, geëvalueerd en weer wordt aangepast. Daarom is de relatie van de omgevingsvisie met andere instrumenten uit de Omgevingswet belangrijk, zoals het omgevingsplan en gebiedsprogramma’s en thematische programma’s (bijvoorbeeld een programma Groenstructuren). De bedoeling is om al het beleid voor de fysieke leefomgeving in deze instrumenten op te nemen. In de volgende paragraaf gaan we hier nader op in. In het hoofdstuk ‘Uitvoering en monitoring’ geven we ook weer hoe we de voortgang van de uitvoering gaan meten (‘monitoren’). Concrete projecten werken we uit in een separate uitvoeringsagenda. Deze gaan we jaarlijks herzien, waarbij we de projectplannen steeds verder uitwerken en updaten. De uitvoeringsagenda wordt jaarlijks als onderdeel van de begroting vastgesteld. 1.2 De Omgevingswet en de omgevingsvisie De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De wet bundelt en vervangt 26 oude wetten over onder andere ruimtelijke ordening, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De wet beoogt daarmee dat al deze aspecten die een plek hebben in de ‘fysieke leefomgeving’ goed op elkaar worden afgestemd, zodat onderlinge strijdigheden en kansen tijdig in beeld zijn. De belangrijkste maatschappelijke doelen van de wet (Artikel 1.3 Omgevingswet) zijn het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. De Omgevingswet verplicht iedere gemeente één gebiedsdekkende omgevingsvisie op te stellen. Deze Omgevingsvisie Lisse 2040 is als zodanig opgesteld en vormt de eerste stap in de invoering van de Omgevingswet in Lisse. De omgevingsvisie vervangt de oude Structuurvisie Lisse die binnen het huidige stelsel is opgesteld. De omgevingsvisie vervangt de oude Structuurvisie Lisse die binnen het oude stelsel is opgesteld. Omgevingswet Met de stelselwijziging beoogt de wetgever een eenvoudiger en inzichtelijker omgevingsrecht. In plaats van een sectorale benadering stelt de Omgevingswet daarbij de fysieke leefomgeving op een integrale manier centraal in beleid en regelgeving. Daarnaast moet de Omgevingswet zorgen voor meer lokale bestuurlijke afwegingsruimte, flexibiliteit en ruimte voor initiatief, en snellere besluitvorming.De Omgevingswet kent zes ‘kerninstrumenten’, die kunnen worden ingezet om deze doelen te bereiken. Voor gemeenten gaat het om de omgevingsvisie, programma’s, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. De omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen de visie op en keuzes voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving. Daarmee vormt de omgevingsvisie de beleidsmatige basis voor nieuwe ontwikkelingen in de gemeente en voor de uitwerking in de andere instrumenten. Programma’s zijn gericht op uitvoering en op de kortere termijn. Daarom zijn ze concreter in uitwerking. Een programma kan bijvoorbeeld een gebieds- of themagerichte uitwerking van de visie bevatten. Er zijn zowel vrijwillige als verplichte of voorwaardelijke programma’s. Het omgevingsplan is de opvolger van het bestemmingsplan en bevat alle regels voor de fysieke leefomgeving in de gemeente. Het omgevingsplan vormt daarmee de juridische doorvertaling van het beleid uit de omgevingsvisie. Met een omgevingsvergunning kunnen activiteiten in de fysieke leefomgeving worden toegestaan. 1.3 Omgevingsvisie Lisse: het proces In 2020 zijn we het participatieproces om te komen tot een omgevingsvisie gestart. Onder de titel ‘Inzoomen op Lisse’ zijn we in drie fases in gesprek gegaan met inwoners, ondernemers en instellingen. Na afloop van elke fase hebben we de opbrengsten besproken met een participatiekerngroep: deze groep bestaat uit mensen met een groot netwerk in Lisse of die een maatschappelijk relevant belang representeren. In de eerste fase (van 30 januari tot en met 6 februari 2020) hebben we bij inwoners op straat, tijdens een inloopavond en via het digipanel nagevraagd welke onderwerpen meegenomen moesten worden in de omgevingsvisie. De tweede fase (van 8 tot en met 18 oktober 2020) was als gevolg van covid-maatregelen geheel digitaal. Omdat we niet fysiek op straat het gesprek konden voeren, hebben we posters, banners en vlaggen opgehangen en 1.300 ansichtkaarten naar willekeurige adressen in Lisse gestuurd. We hebben tien gesprekken (online) gevoerd met inwoners, ondernemers en verenigingen. In de gesprekken hebben we de ontwikkelrichtingen van de verschillende deelgebieden besproken. Daarnaast hebben we twee enquêtes aan het digipanel uitgestuurd, met vragen over de uit te zetten koers op weg naar
- In de derde fase (van 24 tot en met 30 juni 2021) konden we weer de straat op. Aan de hand van prikkelende stellingen over ‘het Vierkant autovrij’, ‘wonen in kantoorgebouwen’ en ‘een weg door de Rooversbroekpolder’ zijn we met Lissers het gesprek aangegaan over hoe ver Lisse mag veranderen om levendig te blijven in de toekomst. We hebben gesprekken gevoerd met kinderen en jongeren over wat zij van Lisse vinden: Lisse is ‘gezellig’, zo vond de overgrote meerderheid. Uit al deze gesprekken - onder het genot van een kop koffie op straat of (online) in de eigen woonkamer - kwam een beeld naar voren van een dorp waar men trots op is. De meeste inwoners willen het graag houden zoals het is, maar staan wel open voor andere keuzes. De komende jaren gaat de gemeente samen met haar inwoners werken aan een levendig Lisse. Op deze plek spreken wij graag een dankwoord uit aan alle personen en instanties die een bijdrage hebben geleverd aan deze omgevingsvisie. 1.4 Leeswijzer In deze paragraaf beschrijven we de opbouw van de visie. In hoofdstuk 2 De kracht van Lisse vindt u een beschrijving van de kracht van Lisse: wat maakt Lisse tot Lisse en waarom is dat bijzonder? In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de belangrijkste kwaliteiten van onze leefomgeving. Deze kwaliteiten willen we behouden en vormen daarom het vertrekpunt op weg naar de toekomst. In hoofdstuk 3 Aandachtspunten voor de toekomst zetten we de belangrijkste aandachtspunten voor de toekomst op een rij. Welke zaken kunnen nog worden verbeterd en met welke trends en ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op onze kwaliteiten (denk bijvoorbeeld aan verduurzaming en het inspelen op demografische ontwikkelingen) moeten we de komende jaren rekening houden? In hoofdstuk 4 Omgevingsvisie Lisse 2040 beschrijven we de visie voor de lange termijn: welke koers gaat Lisse varen op weg naar het jaar 2040, wat is onze stip op de horizon? In dit hoofdstuk beschrijven we eerst de belangrijkste ambities voor de hele gemeente aan de hand van vijf thema’s en vervolgens werken wij deze uit voor verschillende deelgebieden met een eigen karakter. Voor elk deelgebied beschrijven we eerst de huidige kenmerken en geven we vervolgens aan hoe we de koers richting 2040 vorm willen geven en welke ontwikkelingen daar op welke wijze aan bij kunnen dragen. Aan het einde van dit hoofdstuk treft u ook de omgevingsvisiekaart. Op deze kaart ziet u de belangrijkste ambities, kansen en uitdagingen voor onze gemeente. Tot slot vindt u in hoofdstuk 5 Uitvoering en monitoring een toelichting op de manier waarop we onze visie tot uitvoering brengen. We geven ook een toelichting op aspecten die nog moeten worden uitgewerkt of waar we al mee bezig zijn, bijvoorbeeld in een gebiedsprogramma of thematisch programma. Tevens vindt u hier informatie over de manier waarop we deze visie gaan verwerken in het omgevingsplan (de opvolger vanhet bestemmingsplan). Ook gaan we in op hoe we de voortgang van de uitvoering bijhouden (‘monitoren’) en hoe we zorgen dat de omgevingsvisie actueel blijft. 2 De kracht van Lisse 2.0 Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we wat de kracht van Lisse is, op dit moment. Een belangrijk doel van deze omgevingsvisie is namelijk om de al bestaande kwaliteiten van Lisse in de toekomst te behouden en zoveel mogelijk te versterken. Want we starten immers niet op ‘nul’: Lisse kent ook nu al vele kwaliteiten, die de fundering vormen voor de koers richting de toekomst die we met deze omgevingsvisie uitstippelen. 2.1 Rijke historie Duizenden jaren geleden vestigden zich de eerste mensen op de plek waar nu Lisse ligt. De vroegste bewoners van de streek waren boeren die gebruik maakten van stenen werktuigen. Ook in de latere jaren van de prehistorie - de bronstijd en de ijzertijd - was het strandwallenlandschap waar Lisse op ligt bewoond. De resten van de nederzettingen van deze vroege bewoners liggen nog in de bodem begraven en worden waar mogelijk zo veel mogelijk bewaard. Het dorp Lisse is ontstaan in de vroege middeleeuwen, op de meest oostelijke strandwal (duinenrij). Lisse was aanvankelijk een kleine nederzetting. Omstreeks 1250 kreeg Lisse een eigen kapel. In de middeleeuwen leefden veel mensen in Lisse van het turfsteken, de jacht op konijnen, het houden van koeien en het telen van graan. Door het turfsteken tot onder de waterspiegel ontstond het Haarlemmermeer, dat door stormen en golfslag steeds groter werd. Hier vond een aantal inwoners een bestaan in de visserij. Met de drooglegging van het Haarlemmermeer (1848-1852) was deze bron van inkomsten voorbij. In 1657 is in anderhalf jaar tijd de Trekvaart Haarlem-Leiden (Leidsevaart) gegraven als vaarverbinding tussen Haarlem en Leiden. Die bracht Lisse nieuwe bronnen van welvaart. Geleidelijk ontwikkelde zich de nijverheid en er ontstonden leerlooierijen en vlasserijen. In de zeventiende en achttiende eeuw werd Lisse een geliefde vestigingsplaats voor de adel en andere welgestelden van destijds. Hierdoor kreeg Lisse het deftige karakter, dat nog steeds aanwezig is. Er werden verschillende buitenplaatsen gebouwd in opdracht van bestuurders en kooplieden uit Amsterdam en Den Haag. Landgoed Keukenhof in Lisse is met het aangrenzende gebied van de Lageveensepolder het grootste landgoedcomplex in de Bollenstreek. Pas in de laatste eeuwen ontstond de bloembollencultuur. De zandgrond in Lisse bleek hiervoor zeer geschikt. Hiervoor werden de tot dan toe aanwezige oude duinen steeds verder afgegraven. De bollenteelt en -handel bracht werkgelegenheid en welvaart met zich mee. De Heereweg is een onderdeel van het historische lint tussen Leiden en Haarlem dat over de oude en hoger gelegen strandwal loopt. Aan deze oude structuur werden de eerste functies en gebouwen van Lisse gevestigd. Er zijn nog verschillende beeldbepalende historische gebouwen te vinden, zoals de Sint Agathakerk en de Hervormde Kerk. Ook ’t Huys Dever (een donjon of versterkte woontoren, uit de 14e eeuw) ligt langs deze oude route. Verder zijn er verschillende bollenvilla’s aanwezig, vaak met bollencomplexen erachter. De cultuurhistorische waarden dragen bij aan de huidige identiteit van Lisse: ze zorgen voor herkenbaarheid en een eigen karakter. 2.2 Centrum van de Bollenstreek voor handel en toerisme Lisse maakt deel uit van de Duin- en Bollenstreek en wordt gekenmerkt door het karakteristieke bollenlandschap. Er worden ook vaste planten en bloemen geteeld, maar de bloembollenteelt is toch wel het meest bepalend voor de Lisser identiteit. Eind negentiende eeuw heeft het centrum van de bloembollenhandel zich verplaatst van Haarlem naar Lisse en Hillegom. Voor de verkoop kwam een grote bloembollenveiling tot stand. Nabij Kasteel Keukenhof werd in 1949 een bloementuin aangelegd, waarvan de bloemententoonstelling grote nationale en internationale bekendheid is gaan genieten.Lissers zijn trots op ‘hun’ wereldberoemde bloementuin.De bloembollenstreek en Keukenhof vormenéén van de belangrijke toeristische attracties van Nederland. De kleurrijke velden in de bollenstreek trekken elk voorjaar honderdduizenden kijkers uit binnen- en buitenland. Jaarlijks komt het Bloemencorso van de bollenstreek langs Lisse, dat ook veel bezoekers trekt. Lisse is als onderdeel van de Greenport Duin- & Bollenstreek van grote economische waarde voor Nederland. Door de voortdurende schaalvergroting neemt het aantal bedrijven in deze sector af, maar de omvang en intensiteit van het grondgebruik en de daarbij horende handel en export blijft onverminderd hoog. Bloembollen worden grootschalig geëxporteerd naar meer dan honderd landen over de hele wereld. Lisse is centraal gelegen in de Bollenstreek en is daardoor het centrum vande bloembollensector als het gaat om handel (de Bloembollenkeuringsdienst is niet voor niets in Lisse gevestigd) en - met de aanwezigheid van Keukenhof als internationale trekker - toerisme. 2.3 Beleefbaar afwisselend landschap De omgeving van Lisse bestaat uit een gevarieerd historisch landschap. Het meest bekend zijn de grootschalige open bollenvelden. Maar er zijn ook veel besloten bollenvelden, omzoomd door houtwallen, bomenrijen, beukenhagen en bosjes (bollenvelden in groene ‘kamers’). De bollenvelden zijn ontstaan op de afgegraven zandgronden van de oude duinen. Karakteristiek voor Lisse zijn echter ook de niet afgegraven delen van het voormalige duingebied waar het oude duinlandschap nog steeds zichtbaar is, zoals in het bosgebied van Landgoed Keukenhof. Een heel ander landschap is het wat meer verborgen en veel nattere halfopen veengebied met weides en vochtige bossen (zogenoemde broekbossen) met veel natuurwaarden langs de Trekvaart Haarlem-Leiden. De trekvaart zelf vormt ook een cultuurhistorisch waardevol element langs de westelijke grens van de gemeente. Ten zuiden van Lisse is het landschap weer anders: hier ligt een open weidegebied, dat hoofdzakelijk een agrarisch karakter heeft met vooral melkveehouderijen. De afwisseling aan fraaie landschappen met cultuurhistorische elementen (zoals oude bollenschuren, boerderijen, molens, en natuurlijk Kasteel Keukenhof en ’t Huys Dever) en verschillende natuurwaarden zoals weidevogels en akkervogels maakt Lisse tot een prettige plek om te recreëren, zowel voor Lissers als voor bezoekers. De belevingswaarde van vooral het Keukenhofbos, het bollengebied en de weidegebieden wordt door bezoekers hoog beoordeeld. Het is dan ook niet voor niets dat Lisse onderdeel is van het Nationaal Park Hollandse Duinen. Nationaal Park Hollandse Duinen is één van de eerste nationale parken nieuwe stijl, dat wil zeggen met een combinatie van waardevolle natuur en rijke cultuur en historie. Hollandse Duinen omvat het landschap tussen Hoek van Holland en Hillegom en is uniek door de afwisseling van landgoederen, duinen, bollenvelden, veenweiden, dorpen en steden. Lisse (en de Duin- en Bollenstreek als geheel) is een populaire wandelregio. Het Wandelnetwerk Bollenstreek is een van de grootste van Nederland, met 100 kilometer bewegwijzerde paden. Vanuit Lisse lopen verschillende routes het buitengebied in. In de natuurzone (zie paragraaf 4.3.3) ligt een toeristisch overstappunt, dat de uitvalsbasis vormt voor veel wandel- en fietsroutes. Ook waterrecreanten kunnen terecht in Lisse. We hebben meerdere jachthavens langs de Ringvaart en er lopen verschillende kanoroutes door onze gemeente. 2.4 Hoogwaardig voorzieningenniveau Lisse heeft een relatief hoog voorzieningenniveau. Zo kent ons dorp een aantrekkelijk winkelhart, met een uitgebreid en kwalitatief hoogwaardig winkelaanbod, waar zowel ketens als boetiekjes en andere (lokale) kwaliteitswinkels gevestigd zijn. Dit in combinatie met de aanwezige horeca maakt winkelen in het centrum van Lisse tot een gezellig dagje uit. Ook hebben we verschillende culturele voorzieningen, zoals cultureel centrum Floralis met een theater, bioscoop en vergaderruimtes, Museum de Zwarte Tulp (hét museum over de bloembollencultuur in Nederland) en het Lisser Art Museum (LAM, een kunstmuseum voor alle leeftijden) op Landgoed Keukenhof. Er worden bovendien aantrekkelijke evenementen georganiseerd, met naast het Bloemencorso onder meer de jaarlijkse Feestweek, de jaarmarkt en het Castlefest. Op het gebied van onderwijs zijn er in Lisse diverse basisscholen aanwezig en biedt het Fioretti College voortgezet onderwijs. Lisse kent een grote diversiteit aan verenigingen, op het gebied van sporten, spelen en kunst en cultuur. Het aanbod aan goede sportvoorzieningen is hoog in Lisse. Lissers geven de aanwezige voorzieningen hoge rapportcijfers. Ze zijn bovengemiddeld tevreden over het aanbod van openbaar vervoer, winkels, speelgelegenheid, horeca en activiteiten voor de jeugd. Met het relatief brede voorzieningenaanbod heeft Lisse bovendien een bovenlokale functie, waardoor ook mensen uit buurgemeenten naar Lisse komen voor bepaalde voorzieningen. 2.5 Vitale samenleving Lisse kent een vitale samenleving. Vijf op de zes inwoners hebben een hoge vitaliteit en ervaren de eigen gezondheid als (zeer) goed. De bereikbaarheid van (zorg)voorzieningen is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde en de toegankelijkheid voor minder mobiele mensen is vrij goed. Lisse werkt aan een integrale aanpak om de inwoners van Lisse de gezonde keus te laten maken. Dit gebeurt samen met de samenleving en we streven naar meer samenwerking. Eén van de instrumenten om dit te bereiken is het inrichten van een verenigingstafel waarin een brede maatschappelijke vertegenwoordiging zitting heeft en gebruik gemaakt wordt van het sterke verenigingsleven. Veel mensen zijn betrokken en actief in diverse verenigingen. De verenigingen dragen bij aan de onderlinge verbindingen tussen inwoners. Er zijn veel lokaal georganiseerde evenementen. En de goede en mooie faciliteiten, zeker op het gebied van sport, maken Lisse ook voor jongeren aantrekkelijk. Daarnaast is de zorg voor ouderen in Lisse op peil. Relatief veel inwoners van Lisse hebben een betaalde baan. De netto arbeidsparticipatie is op alle onderwijsniveaus hoger dan gemiddeld in Nederland. Lisse is daarnaast ook een relatief veilige gemeente. Op het gebied van veiligheid scoort Lisse beter dan het landelijk gemiddelde, op verschillende veiligheidsindicatoren. 2.6 Gunstige ligging Lisse bevindt zich in de westflank van de Randstad in de buurt van Haarlem, Leiden, Den Haag, Schiphol en de Metropoolregio Amsterdam (MRA), allemaal binnen 30 minuten (auto)reistijd te bereiken. De nabijheid van de steden zorgt enerzijds voor eengunstig vestigingsklimaat in Lisse en anderzijds voor veel werkgelegenheid in de omgeving van onze gemeente. Ook recreatief gezien heeft Lisse een aantrekkelijke ligging in de buurt van de duinen en het strand. 2.7 Dorps wonen met een stedelijk tintje Bovengenoemde kwaliteiten maken Lisse tot een aantrekkelijke plek om te wonen. Lisse biedt een dorpse woonomgeving, in combinatie met een relatief hoog voorzieningenniveau dat Lisse een stedelijk tintje geeft. Het woningaanbod is bovendien aantrekkelijk en gedifferentieerd. De meeste Lissers wonen dan ook naar tevredenheid in Lisse: in het dorp zelf (‘op Lis’), in de buurtschappen De Engel, Ter Beek, 3e Poellaan en Halfweg en in het buitengebied. Lisse is een aantrekkelijke en rustige woonplaats. 3 Aandachtspunten voor de toekomst 3.0 Inleiding In het voorgaande hoofdstuk is de kracht van Lisse beschreven: de aspecten die de gemeente op dit moment al maken tot een aantrekkelijke plaats om te wonen, werken en recreëren. Er is veel om trots op te zijn! Dat neemt niet weg dat er ook nog een aantal aandachtspunten voor de toekomst is. Om Lisse leuk en gezellig te houden zullen we moeten inspelen op trends en ontwikkelingen en daarbij moeten innoveren. De belangrijkste aandachtspunten voor de toekomst beschrijven we (per thema) in dit hoofdstuk. 3.1 Wonen Er is een sterke toename zichtbaar van de woningvraag in alle segmenten. De woningbehoefte is volgens het in 2020 vastgestelde woonprogramma 810 woningen tot
- Recentere cijfers uit 2021 geven echter aan dat in de gehele regio Holland Rijnland tot 2030 30% extra vraag is naar woningen ten opzichte van de raming in het woonprogramma. Dat betekent voor Lisse dat de woningbehoefte voor de periode tot 2030 naar verwachting ruim boven 1.000 woningen uitkomt. Met de locatie Geestwater en verschillende kleinere locaties binnen de kern kan aan deze opgave worden voldaan. De grote (boven)regionale woningbouwopgave wordt hoofdzakelijk elders in de regio gerealiseerd, zoals in Lisserbroek en na 2030 voor een groot deel in de zuidelijke Duin- en Bollenstreek. Als er (na 2040) behoefte is aan meer woningen in Lisse zal hiervoor een plek gevonden moeten worden. Dat is een lastige opgave omdat woningbouw aan de zuidzijde van Lisse niet mogelijk is als gevolg van beperkingen vanuit Schiphol, terwijl de bollengronden ook zijn uitgesloten voor grootschalige woningbouw. Op kleine schaal kunnen onder voorwaarden wel Greenportwoningen worden gebouwd. Deze zijn nodig voor de herstructurering in de bollensector en de kwaliteitsverbetering van het bollenlandschap. De huidige woningvoorraad sluit niet optimaal aan op de vraag naar woningen. Het huidige woningaanbod van Lisse bestaat voornamelijk uit relatief dure koopwoningen en sociale huurwoningen. Van de huurwoningen in de gemeente is het overgrote deel sociale huur en een klein deel particuliere huur en de vraag overstijgt hier het aanbod. Daarnaast is ook het aanbod van goedkope koopwoningen en woningen in het middensegment beperkt. Voor starters en jonge gezinnen zijn de beschikbare woningen in Lisse vaak niet betaalbaar. Behalve de prijzen van de woningen spelen hierbij de strenge financieringsnormen ook een rol. En met de hogere energieprijzen zijn de vaste lasten ook gestegen. Dat laatste is niet alleen een aandachtspunt voor woningzoekenden maar ook voor bestaande huishoudens met een laag besteedbaar inkomen, voor wie ‘energiearmoede’ op de loer ligt. Specifieke doelgroepen die extra aandacht verdienen zijn jongeren en ouderen. Een belangrijk vraagstuk is te bedenken hoe de gemeente Lisse aantrekkelijker kan worden voor jongeren. In dit licht zijn de beschikbaarheid van woonruimte en de juiste voorzieningen van belang. Tegelijkertijd wonen veel ouderen in een eengezinswoning en kunnen of willen niet doorstromen naar een meer geschikte (levensloopbestendige) woning. Delen van Poelpolder, waarveel ouderen wonen, zijn bijvoorbeeld juist mindergeschikt om oud te worden. Bedrijven in Lisse werken veel met arbeidsmigranten (onder andere in de bollenteelt, logistiek, tuinbouw en voedingsindustrie). De mogelijkheden voor (tijdelijke) huisvesting voor deze groep blijven echter achter bij de vraag vanuit het bedrijfsleven naar arbeidsmigranten. Ook op het gebied van duurzaamheid ligt er een belangrijke opgave: veel woningen in Lisse moeten worden verduurzaamd door middel van isolatie en omschakeling van aardgas naar een alternatieve duurzame energiebron. Verhuurders zoals de woningcorporaties zijn daarbij verantwoordelijk voor de (sociale) huurwoningen en gaan over de sloop en nieuwbouw van deze woningen. Bij deze opgave is het ook de vraag wat dit met een wijk doet en wat er met de ruimte gedaan moet worden. 3.2 Leefbaarheid Lisse kent een enigszins opvallende welvaartsverdeling onder de bevolking. Er zijn zowel relatief veel hoge inkomens (50%) en lage inkomens (40%), terwijl de groep middeninkomens (10%) beperkt is. De onderlinge verbondenheid (sociale cohesie) in Lisse is gemiddeld. Om de gemeenschapszin te versterken dient bijvoorbeeld bij de inrichting van de openbare ruimte rekening gehouden te worden met mogelijkheden voor bewegen en ontmoeten voor alle doelgroepen. Hoewel minder dan het landelijk gemiddelde, geeft nog steeds ruim een derde van de inwoners aan (wel eens) eenzaam te zijn. Verder tegengaan van (ernstige) eenzaamheid is dan ook een opgave. Belangrijk aandachtspunt is het behoud van een inclusieve samenleving: een samenleving waar iedereen ertoe doet en mee kan doen. Leegstand van winkels en bedrijfsruimtes heeft een negatieve invloed op de uitstraling van Lisse (zie ook 3.5 Leren, Werken en Ondernemen). Tegelijkertijd kan de uitbreiding van Lisserbroek, hoewel op langere termijn, een positief effect hebben op de winkel- en maatschappelijke voorzieningen in Lisse. De bereikbaarheid wordt wel steeds meer een aandachtspunt, en vormt op sommige plaatsen al een knelpunt. Zo moet al het verkeer van en naar Lisserbroek via één brug (Lisserbrug/Kanaalstraat) over de Ringvaart. Gebouwen met een rijke historie dragen bij aan de historie en daarbij aan de identiteit en uitstraling van Lisse. Er dient daarom in het bijzonder aandacht te zijn voor het behouden van deze gebouwen. Onder de Lissers is de tevredenheid over het aandeel groen in de wijk lager dan gemiddeld in Nederland. Ook scoort onze gemeente slecht op het aspect hittestress, wat samenhangt met het hoge percentage verhard oppervlak. Deze zaken spelen vooral in en rondom het centrumgebied van Lisse. Op het gebied van milieuhinder blijft in het bijzonderde geluidsoverlast van vliegtuigen een aandachtspunt binnen de gemeente. 3.3 Bereikbaarheid Het regionale verkeersnetwerk (naar Haarlem, Leiden en Schiphol) staat onder druk. Ondanks de snelle verbindingen tussen Amsterdam/Schiphol en Den Haag/Rotterdam heeft het regionale OV- en wegennetwerk nog niet het kwaliteitsniveau om de bestaande en groeiende (duurzame) mobiliteitsvraag te kunnen invullen. Economische groei in de regio zal zorgen voor meer woon-werkverkeer, meer zakelijk verkeer en meer goederenvervoer. Ook zal het aantal verkeersbewegingen verder groeien als gevolg van grootschalige woningbouw in de regio (onder andere Valkenhorst in Katwijk en in Lisserbroek). Oplossingen hiervoor zullen regionaal gevonden moeten worden. Daarnaast staat in de voorjaarsmaanden de bereikbaarheid van Lisse extra onder druk als gevolg van het toerisme (rondom de tentoonstelling van Keukenhof, en bloeiende bollenvelden). Wanneer het toerisme verder groeit zal dit een nog belangrijker aandachtspunt worden. Binnen Lisse is vooral sprake van een hoge verkeersdruk op de uitgaande wegen, in het bijzonder op de N
- De oorzaak ligt deels in de matige oost-westverbindingen. Net buiten Lisse is de te smalle brug over de Ringvaart ter hoogte van de N207 ten noorden van Lisse een knelpunt. Voor Lisse is dit een aandachtspunt, maar ook in regionaal verband (bijvoorbeeld de matige verbinding tussen de gemeente Haarlemmermeer en de kust). En ook de brug tussen Lisse en Lisserbroek wordt (zoals in de vorige paragraaf al aangegeven) steeds meer een knelpunt, zeker gezien de woningbouw in beide dorpen. Binnen de gemeente zijn er diverse locaties die om verbetering van de verkeersveiligheid vragen, vooral daar waar fietsers en autoverkeer elkaar in de weg zitten en rond scholen. Ook de parkeerregulering en de bereikbaarheid van het centrum kunnen beter. Op de lange termijn zal het (hoogwaardig) openbaar vervoer of (H)OV een belangrijkere drager van de mobiliteit (moeten) worden in verband met de groei van de mobiliteit en de toenemende aandacht voor duurzaamheid en klimaatbeleid (waaronder het verminderen van CO2-uitstoot). Uit de participatie rond het op te stellen Mobiliteitsplan voor Lisse blijkt dat inwoners de snelheid van OV-verbindingen nu nog niet optimaal vinden (verbinding van en naar Schiphol). Maar er wordt nu hard gewerkt aan de verbetering hiervan met de realisatie van de HOV-verbinding Noordwijk-Lisse-Schiphol. Om het fietsgebruik te verhogen is een kwalitatief hoogwaardig fietsnetwerk nodig, bestaande uit comfortabele directe (lange afstands-) routes en verbindingen met ov-knooppunten. De fietsvriendelijkheid is over het algemeen goed, knelpunten zijn fietspaden die niet gescheiden zijn van 50 km/uur wegen en de omrijdfactor voor fietsers binnen de bebouwde kom. Ook zijn op strategische locaties bewaakte fietsenstallingen (inclusief laadpunten voor elektrische fietsen en ruimte voor bijzondere fietsen) gewenst. Voor voetgangers zijn veilige en comfortabele looproutes nodig rondom basisscholen, winkelvoorzieningen, ov-haltes en woonomgevingen, zowel in Lisse als in de buurtschappen. Speciale aandacht moet daarbij uitgaan naar ouderen en personen met een beperking, bijvoorbeeld als het gaat om de toegankelijkheid van de openbare ruimte en voorzieningen. 3.4 Zorg en Welzijn Het aandeel 65-plussers in Lisse is hoger dan het landelijk gemiddelde en neemt de komende jaren sterk toe. In absolute aantallen neemt het aantal 65-plussers in de periode tot 2030 met circa 1.600 toe. Hoewel het aandeel van jongeren in de bevolking van Lisse naar verwachting ongeveer gelijk blijft, wordt de dragende groep in de leeftijd van 19 tot 65 jaar kleiner. Tegelijk neemt het aantal mensen dat mantelzorg nodig heeft door de vergrijzing toe: senioren en mensen die aanvullende zorg behoeven blijven tegenwoordig langer thuis wonen, en kunnen minder vaak een beroep doen op professionele zorg; hierdoor neemt de vraag naar mantelzorg verder toe. Mensen die aanvullende zorg behoeven (zoals dementerenden) moeten tegenwoordig langer thuisblijven wonen. Dit kan leiden tot problemen voor de mensen zelf maar ook voor hun omgeving. In Lisse wonen circa 450 mensen met een vorm van dementie. De komende jaren zal het aantal mensen met dementie geleidelijk groeien naar circa
- In dat geval lijdt dus ongeveer 1 op de 25 inwoners aan een vorm van dementie. Dit vraagt extra aandacht op het gebied van zorgvoorzieningen. Onze gemeente krijgt de komende jaren extra middelen van het rijk in verband met de toenemende kosten van de jeugdzorg. Desondanks verwachten we nog steeds tekorten te ervaren op dit gebied. In het licht daarvan en om te voorkomen dat knelpunten ontstaan in het leveren van tijdige en passende zorg, investeren we in initiatieven die de transformatie van de zorg aan de jeugd bevorderen. Tot slot is ook riskant gedrag (zoals roken, obesitas en extreem drinken) een punt van zorg. Voor de fysieke leefomgeving is van belang dat deze een gezonde leefstijl bevordert en stimuleert. 3.5 Leren, Werken en Ondernemen Relatief veel Lissers werken buiten de eigen regio. De groei van de werkgelegenheid binnen de regio blijft de laatste jaren achter bij het landelijk gemiddelde. Bijkomend gevolg daarvan is dat dit de mobiliteitsdruk vergroot. Hoewel de werkloosheid in Lisse in de afgelopen jaren sterk is afgenomen, is er wel een toename zichtbaar in het aantal langdurig werklozen en het aantal huishoudens in de bijstand. Daarnaast is de aansluiting van het onderwijs op de lokale arbeidsmarkt voor verbetering vatbaar. De bedrijvendynamiek is relatief beperkt binnen onze gemeente en er zijn weinig startende bedrijven en opheffingen. De detailhandelsbranche staat al jaren onder druk. Door onder andere centrumontwikkelingen in de regio en de sterke groei van online bestedingen (die nog een vlucht heeft genomen door de Coronacrisis) staat ook de regionale positie van het dorpshart onder druk. Indien niet wordt ingezet op revitalisering van het kernwinkelgebied door nieuwe functies aan te moedigen, dreigt de kans op verschraling van het centrum (afname van het voorzieningenniveau, toename van de leegstand). Ook de leegstand van kantoorruimte is een probleem. Op dit moment staat ruim een derde van de kantoorruimten in Lisse leeg, die in de huidige vorm niet geschikt zijn voor (grote) bedrijven. Transformatie of renovatie is dan ook nodig om deze panden weer een functie te geven. De bollenteelt levert naast een iconisch landschapselement ook een belangrijke bijdrage aan de lokale economie en werkgelegenheid. De sector staat wel voor een aantal grote uitdagingen. De druk op voor bollenteelt geschikte grond is hoog, gewasziektes nemen toe, de kwaliteit van het oppervlaktewater is op veel plekken matig of slecht, de biodiversiteit in het bollengebied staat onder druk en de vruchtbaarheid van de bodem neemt af door de intensieve teelt. De intensieve teelt heeft daarmee ook een aantal negatieve effecten op de leefomgeving. Daarnaast vormt klimaatverandering (extreem weer, wateroverlast, droogte en verzilting) een belangrijk risico voor de sector. Een nieuwe teeltwijze met aandacht voor een gezonde omgeving en de juiste balans tussen teelt en ecosysteem is dan ook nodig. Dat onderkent de sector zelf ook en is met de introductie van nieuwe technologieën en teeltsystemen een ontwikkeling gestart richting een duurzame bedrijfsvoering. Ook recreatie en toerisme zijn belangrijk voor de economie van Lisse en de Duin- en Bollenstreek. De piek (in het voorjaar) aan bezoekers is echter maar kort. Het verbreden van de toeristische aantrekkelijkheid van Lisse en de Duin- en Bollenstreek als geheel is een aandachtspunt. 3.6 Duurzaamheid en Water Om ook in 2040 leefbaar te zijn moet Lisse (her)ingericht worden met het oog op de toekomst. Er liggen uitdagingen op het gebied van duurzame energieopwekking, energiebesparing en het verminderen van uitstoot van broeikasgassen. Ook wordt een efficiënte omgang met grondstoffen vereist. Sommige van deze zaken hebben een grote ruimtevraag. Het terugdringen en verduurzamen van ons energieverbruik is een belangrijke opgave. De komende decennia moeten we ‘van het gas af’. In 2050 zullen alle 10.600 woningen plus overige gebouwen op een andere manier verwarmd moeten gaan worden dan met aardgas. Deze ‘energietransitie’ is een grote opgave. Dit betekent dat er vanaf 2022 tot 2050 jaarlijks bijna 400 woningen en 12.500 m² aan utiliteitsgebouwen moeten overschakelen op een duurzame energievoorziening. Het huidige aandeel duurzaam opgewekte elektriciteit is met 4% nog vrij laag. Minder dan 5% van het dakoppervlak van daken groter dan 1.000 m2 is bedekt met zonnepanelen. Daarmee scoort Lisse relatief slecht. Er is dus nog ruimte voor verbetering. Op het gebied van duurzame mobiliteit blijft het aantal elektrische auto’s en laadpunten in onze gemeente nu nog achter bij het landelijke gemiddelde. Hier zijn we echter grote stappen in aan het zetten met het Mobiliteitsplan als leidraad. De komende jaren gaan we daarmee verder aan de hand van een integraal Uitvoeringsprogramma Mobiliteit. Om efficiënter met grondstoffen om te gaan is een circulaire economie en circulair bouwen van belang. We hebben de ambitie om in 2040 een circulaire economie te hebben. Het is nog een vraagstuk hoe we deze ambitie precies gaan invullen en verwezenlijken. In het licht van klimaatverandering moet onder meer rekening gehouden worden met overstromingen, met wateroverlast door vaker voorkomende hevige regenbuien, met perioden van hitte en van droogte en met bodemdaling. Op het gebied van klimaatadaptatie is daarvoor een Stresstest Klimaatbestendigheid uitgevoerd, waarmee de belangrijkste risico’s en aandachtspunten in kaart zijn gebracht. De resultaten van de test zijn te vinden in de HLTsamen Klimaatatlas (zie hltsamen.klimaatatlas.net). Langdurige droogte, verzilting en bodemdaling kunnen negatieve effecten hebben voor de vegetatie (natuur, bollenteelt, landbouw en openbaar gebied), de drinkwatervoorziening en de bebouwing. Aandachtspunt is het beschikken over voldoende groen en open water om deze verschijnselen het hoofd te bieden. Het verhard oppervlakte is aan de hoge kant in de gemeente en een punt van aandacht. Vooral de hoge mate van verstening in en rond het centrum vormt een uitdaging in het kader van klimaatadaptatie. Verschillende delen van Lisse hebben te maken met wateroverlast en ook op het gebied van hittestress (hitte-eilandeffect) zijn er verschillende risicolocaties. De verwachting is dat deze effecten als gevolg van klimaatverandering in de toekomst vaker gaan voorkomen. Een ander aandachtspunt in relatie tot klimaatverandering zijn droogte en bodemdaling. Door droge zomers daalt de grondwaterstand. De klei- enveengronden die aanwezig zijn in de ondergrond van Lisse klinken onomkeerbaar in bij verdroging. En het bollengebied is bovendien gevoelig voor droogte, evenals het stedelijk gebied. Deze zaken kunnen leiden tot (economische) schade voor landbouw en gebouwen en tot achteruitgang van de biodiversiteit. Aan de andere kant vereisen bollengronden juist een lage grondwaterstand en het langer vasthouden van water om verdroging tegen te gaan kan betekenen dat gronden tijdelijk onbruikbaar worden voor bollenteelt. Specifieke aandachtspunten zijn daarnaast de kwaliteit en kwantiteit van het water. De nadruk ligt onder andere op het voorkomen en verminderen van vervuiling van het oppervlaktewater en het ecologisch inrichten van oevers. Op het gebied van klimaatadaptatie is inmiddels ook een klimaatstresstest uitgevoerd, waarin de belangrijkste risico’s en aandachtspunten in kaart zijn gebracht. In verband met de inrichting van groen en water is ook de relatief lage biodiversiteit een aandachtspunt. In het bebouwd gebied is het relatief lage aandeel groen hier een belangrijke oorzaak van. In het buitengebied komt het vooral door het steeds intensiever worden van de landbouw (waaronder de bollenteelt). Het vergroten van de biodiversiteit vraagt maatregelen op het gebied van openbaar groen en natuurinclusief bouwen. Ook andere (f)actoren spelen hierbij een rol, zoals de stikstofdepositie maar ook de mate waarin onder meer de bollensector en het waterschap natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen nemen. In de ondergrond liggen belangrijke pijlers voor de volksgezondheid; schoon drinkwater, rioolwaterbehandeling en veilige recirculatie in de leefomgeving. De infrastructuur voor deze primaire levensbehoeften zal als vanzelfsprekend adaptief meegroeien in de huidige trends van weersveranderingen en de opbouw van een cyclische samenleving. Uit de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater komen de gemeentelijke watertaken voort. Deze hangen inhoudelijk sterk samen met de zorgplichten voor het zuiveren van afvalwater en voor het regionaal watersysteem van de waterbeheerder (Hoogheemraadschap van Rijnland). De Blauwe Lens: toekomstperspectieven voor een klimaatbestendige ruimtelijke inrichting (Hoogheemraadschap van Rijnland 2021) Door het hoogheemraadschap van Rijnland worden de verschillende opgaven op het gebied van water onderkend. In ‘De Blauwe Lens: toekomstperspectieven voor een klimaatbestendige ruimtelijke inrichting’ schetst het hoogheemraadschap toekomstperspectieven voor een klimaatbestendige ruimtelijke inrichting, waarbij vooruitgeblikt wordt naar 2200 en de verschillende scenario’s over de opwarming van de aarde en de zeespiegelstijging. Uit de drie toekomstperspectieven die naar aanleiding daarvan worden geschetst blijkt dat op langere termijn het watersysteem steeds meer leidend wordt voor andere opgaven. Wegzakkende grondwaterstanden en de gevolgen van een opwarmend klimaat kunnen steeds moeilijker met technologische oplossingen worden gemitigeerd. Het hoogheemraadschap stelt daarom dat de omgeving zich steeds meer zal moeten gaan voegen naar de randvoorwaarden voortkomend vanuit het watersysteem. De Blauwe Lens wordt nader toegespitst in subregionale uitwerkingen en voor een deel vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 6 (WBP6). Deze worden momenteel nog opgesteld en zullen in een later stadium in deze omgevingsvisie worden verwerkt. Water De gemeentelijke watertaken komen voort uit drie zorgplichten, te weten afvalwater, hemelwater en grondwater. De gemeentelijke zorgplichten hebben inhoudelijk een sterke samenhang met de zorgplichten voor het zuiveren van afvalwater en die voor het regionaal watersysteem van de waterbeheerder, in dit geval Hoogheemraadschap van Rijnland. Zorgplicht afvalwater De gemeente is verantwoordelijk voor aanleg en beheer van openbare vuilwaterriolen (of gelijkwaardige voorzieningen) binnen de bebouwde kom en transport van het afvalwater naar een zuiveringtechnischwerk (bijvoorbeeld de RWZI). Bij de invulling van de zorgplicht afvalwater in de gemeentelijke omgevingsvisie wordt onderscheid gemaakt tussen de bebouwde kom en het buitengebied en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater. Zorgplicht hemelwater De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. Als de gemeente hemelwater inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere omgang, inclusief de lozing op oppervlaktewater of in de bodem. De gemeente kan het zowel gescheiden van als gemengd met afvalwater inzamelen. De gekozen route bepaalt de betrokkenheid van de waterbeheerder. Het waterschap kan betrokken zijn als beheerder van de ontvangende zuivering of van het ontvangende oppervlaktewater, soms van beide. Zorgplicht grondwater De gemeente is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen in de openbare ruimte om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstanden voor de aan die grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen. Althans, voor zover de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. Vaak zal het gaan om het aanbieden van inzamelvoorzieningen voor overtollig grondwater. Als de gemeente inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere omgang met het grondwater. Ook is de gemeente aanspreekpunt bij grondwaterproblemen: zij heeft de regie bij het onderzoeken van oorzaken en oplossingen. Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar gebiedstypen. Dat geldt dus ook voor de gemeente zelf als gebouw- en perceeleigenaar. Bij nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met de grondwaterstand, zodat er bij deze nieuwbouw geen nadelige gevolgen ontstaan, maar er ook niet wordt afgewenteld op de omgeving. Zorgplicht drinkwater Naast de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater heeft de gemeente net als de andere overheden een zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht heeft inhoudelijk een sterke samenhang met de zorgplichten voor het zuiveren van afvalwater en die voor het regionaal watersysteem van de waterbeheerder. De provincie is leidend in de bescherming van grondwater dat bestemd is voor de openbare drinkwatervoorziening. De gemeente volgt het beleid dat hiervoor in de provinciale omgevingsvisie wordt opgenomen. Waar nodig neemt de gemeente regels op in het omgevingsplan om de kwaliteit van het grondwater in grondwaterbeschermingsgebieden te beschermen. Onder de zorgplicht valt ook het beschermen van de infrastructuur die nodig is voor de levering van drinkwater aan inwoners. 3.7 Milieu afwegingsruimte De staat van het milieu is een van de belangrijkste pijlers onder een leefbare en prettige leefomgeving. Wat betreft milieuwetgeving met de inwerkingtreding van de Omgevingswet veel veranderd. Voorheen werd een groot deel van de milieuwetgeving opgelegd door het Rijk. Onder de Omgevingswet hebben gemeenten meer taken en bevoegdheden gekregen dan voorheen het geval was. Dit zorgt ervoor dat gemeenten regels kunnen stellen die meer zijn afgestemd op de lokale omstandigheden. Voor bijvoorbeeld het ‘milieuaspect’ geluid mag een gemeente per gebied bepalen welke geluidsregels er gelden, mits dit goed wordt gemotiveerd. Of een gemeente gebruik maakt van deze zogenaamde afwegingsruimte, komt voort uit de koers die voor een gebied is uitgestippeld. Zo kan er bijvoorbeeld voor het aspect geluid in het centrumgebied meer worden toegestaan dan bijvoorbeeld in het buitengebied. Deze afweging wordt vervolgens in het omgevingsplan verankerd door middel van regels. Er kan echter ook gekozen worden om aan te sluiten bij de standaardwaarden uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. In 4.2.4 In Lisse floreert iedereen een leven lang wordt de afwegingsruimte voor de verschillende milieuaspecten beschreven. Hierbij maken wij het voorbehoud dat het omgevingsplan nog moet worden opgesteld en dat deze paragraaf in de komende actualisaties verder zal worden ingevuld. 3.8 Ruimtelijke kwaliteit Ten aanzien van de toekomstige inrichting en kwaliteit van onze leefomgeving zijn er meerdere vraagstukken, elk met hun eigen ruimteclaims, die zorgvuldig tegen elkaar afgewogen moeten worden. Zo zoeken we locaties om woningen en bedrijvigheid te realiseren, maar hebben we ook meer groen nodig voor klimaatadaptatie en om te bewegen, te spelen en elkaar te ontmoeten. Het aandeel (beleefbaar) groen verschilt sterk tussen wijken en voorheen opgestelde richtlijnen voor openbaar groen per woning worden op veel plekken (vooral in en rondom het centrum van Lisse) niet gehaald. Ook de energietransitie is een actuele opgave die vraagt om (schaarse) ruimte. Een belangrijk aandachtspunt is ook dat de bedrijven(terreinen) binnen de gemeente verspreid liggen en niet allemaal ideaal gepositioneerd zijn ten opzichte van ontsluitingswegen en andere functies zoals wonen (bijvoorbeeld een vleeswarenfabriek in de kern). Dit geeft bijvoorbeeld het gebied rond buurtschap De Engel een wat rommelige indruk. Een aandachtspunt op het gebied van ruimtelijke kwaliteit is dat de entrees van Lisse aantrekkelijker kunnen worden vormgegeven. Dat geldt ook voor de ruimtelijke relaties tussen het dorp en het buitengebied. In het dorp zelf is zoals hiervoor al aangegeven relatief weinig groen aanwezig. Vergroening draagt bij aan de uitstraling van de (openbare) ruimte. En we zouden in het straatbeeld (zeker in het centrum) meer kunnen doen met het imago van Lisse als groen bollendorp. Het aanwezige culturele erfgoed kan benut worden om de ruimtelijke kwaliteit van deleefomgeving te verhogen en door verbindingen te leggen binnen het dorp en de streek. Ook in het buitengebied kan de uitstraling op sommige plekken nog beter. Dat geldt bijvoorbeeld in het bollengebied waar soms grote bollenschuren open en bloot in het landschap staan. In het noordelijk deel van de Rooversbroekpolder staat verspreide glastuinbouw en andere bebouwing die het landschap ontsiert. Ook hier is al beleid voor, gericht op het opruimen van oude kassen. Dit wordt ook al in regionaal verband aangepakt door de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), maar blijft om aandacht vragen. Zo zijn vanuit landschappelijk en groen rondom gebouwen wenselijk. Als de Cultuurhistorische Waardenkaart is vastgesteld, wordt deze verwerkt in de omgevingsvisie. Dan kan verder uitgewerkt worden hoe het cultureel erfgoed benut kan worden voor het verhogen van de kwaliteit van de leefomgeving. 4 Omgevingsvisie Lisse 2040 4.0 Inleiding Hoe willen we dat Lisse er in 2040 uitziet? Wat is onze stip op de horizon en hoe bereiken we die? Welk beleid voor de fysieke leefomgeving hebben we nodig om richting te geven en ruimte te bieden aan gewenste ontwikkelingen? Met andere woorden: wat is onze visie op de toekomst van Lisse? Uitgangspunt voor de koers (ontwikkelrichting) voor de komende jaren is het behouden en waar mogelijk groter maken van de bestaande kwaliteiten (die beschreven staan in hoofdstuk 2 De kracht van Lisse). Daarvoor is het belangrijk in te spelen op de verschillende aandachtspunten (die beschreven staan in hoofdstuk 3 Aandachtspunten voor de toekomst). Hieronder beschrijven we eerst hoe we de positie van Lisse in de regio zien, op weg naar 2040 (4.1 Lisse in de regio van de toekomst). Vervolgens zoomen we in op Lisse en beschrijven we de richtinggevende ambities voor onze gemeente (paragraaf 4.2). Vervolgens zoomen we nog wat verder in en werken we deze ambities verder uit voor verschillende deelgebieden binnen de gemeente met een eigen karakter (4.3 Ontwikkelrichting per deelgebied). Van elk deelgebied geven we eerst een overzicht van de kenmerken die tezamen het huidige karakter (de identiteit) vormen. Vervolgens geven we aan hoe we de koers richting 2040 vorm willen geven en welke ontwikkelingen daar op welke wijze aan bij kunnen dragen. Aan het einde van dit hoofdstuk is de omgevingsvisiekaart opgenomen (4.4 Omgevingsvisiekaart). Op deze kaart zijn de belangrijkste ambities, kansen en uitdagingen voor onze gemeente aangegeven (voor zover deze zijn weer te geven op een ruimtelijk kaartbeeld). 4.1 Lisse in de regio van de toekomst Onderdeel van de Duin- en Bollenstreek Lisse staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een bredere regionale context. Om een toekomstperspectief voor Lisse te kunnen schetsen, moeten we onszelf daarom eerst binnen de regio van de toekomst plaatsen. Als we uitzoomen en breder kijken dan de grenzen van Lisse, zien we onze gemeente als onderdeel van de Duin- en Bollenstreek. Binnen de Duin- en Bollen streek trekken we samen op in onder meer de Bedrijventerreinenstrategie voor de Bollenstreek en de Economische Agenda van de Duin- en Bollenstreek. Samen hebben we bovendien de Strategische Agenda Ruimte Duin- en Bollenstreek 2040 opgesteld. Daarin wordt de identiteit van de streek als volgt geschetst: “Zee, duinen, strandwallen, bollen, polders, landgoederen, plassen, trekvaarten, diverse mooie historische dorpskernen en de Oude Rijn. De Duin- en Bollenstreek is een hoogwaardig en prettig woon- en leefgebied met een landelijk karakter tussen de metropoolregio’s Amsterdam/Schiphol, en Den Haag en Rotterdam. Het is onderdeel van Nationaal Park Hollandse Duinen en twee Daily Urban Systems; Haarlem/Haarlemmermeer en Leiden e.o., waar het heerlijk wonen, werken en vertoeven is! Naast ons ‘dorpse’ en wat landelijke karakter, zijn onze parels (werelderfgoed) en economische pijlers over de hele wereld bekend: De Keukenhof, Limes, Greenport, Space, Unmanned Valley, bio- en flowerscience en onze ontwikkelingen op het gebied van sensorbased technologie. Het MKB, toerisme en onze cultuur(historie), handel en visserij, maken de Duin- en Bollenstreek tot een aantrekkelijk en bedrijvig Hollands Kustlandschap. De verbindingen en doorstroom van noord naar zuid én west naar oost zorgen voor een zeer aantrekkelijk woon-, leef- en werkklimaat in open contact met de omliggende regio’s.” Onderdeel van Holland Rijnland De Duin- en Bollenstreek is als ‘subregio’ onderdeel van de grotere regio Holland Rijnland. In dat verband trekt Lisse op in onder meer de Regionale Omgevingsagenda 2040 Holland Rijnland (ROA; zie Regionale Omgevingsagenda 2040 Holland Rijnland), de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) en de Regionale Mobiliteitsstrategie (RSM; zie Regionale Strategie Mobiliteit Holland Rijnland). Hierin zijn op regionaal niveau strategische keuzes tot 2040 gemaakt die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals leefbaarheid, wonen, werken, mobiliteit, natuur en landschap, economie en toerisme, klimaat en energie. Duurzame Greenport, bollenteelt en -toerisme Lisse is gelegen in het oostelijke deel van de Duin- en Bollenstreek. Hier zijn de clustering van de bollensector (Greenport) en het karakteristieke bollenlandschap van grote recreatieve, toeristische en economische waarde op regionale en zelfs (inter)nationale schaal. De betrokken gemeenten (naast Lisse zijn dit Hillegom, Katwijk,Noordwijk en Teylingen) zetten hier in op een transitie naar een vitale, gezonde en duurzame bollenteelt, waarbij tegelijk de identiteit van het cultuurlandschap én natuurlijke en ecologische waarden in het gebied worden behouden en versterkt. Ook worden onderzoeken uitgevoerd om (daarbij aansluitend) in andere sectoren innovatie en duurzame economische groei te realiseren. Met de Economic Board Duin- en Bollenstreek, de Stichting Greenport Duin- en Bollenstreek en het Overlegplatform Greenport worden daarnaast afspraken gemaakt op het gebied van economie, toerisme en de Greenport. Voor inwoners en bezoekers van de regio staat leefbaarheid centraal: een landelijk gebied met vitale dorpskernen waar het aangenaam wonen, werken en recreëren is. Enerzijds is vergrijzing binnen de regio hierbij eenbelangrijke factor. Anderzijds worden aan de overkant van de Ringvaart (in de gemeente Haarlemmermeer) bij Lisserbroek, Nieuw-Vennep en Beinsdorp de komende jaren duizenden nieuwe woningen gebouwd, met een bovenregionale opgave. Deze grootschalige verstedelijkingsopgave zal ook een grote impact hebben op Lisse. Nieuwe bewoners zullen gebruik maken van ons brede en bovenlokale voorzieningenniveau - zoals winkels (een centraal koopcentrum Lisse), horeca, maatschappelijke voorzieningen en scholen. Ontwikkelingen in de regio zorgen zo voor extra draagvlak voor voorzieningen en (mogelijk) werkgelegenheid. Tegelijk vergroten ze ook de druk op bestaande verbindingen en daarmee wordt het belang van een goede regionale infrastructuur onderstreept. Het voorzieningenniveau, de werkgelegenheid maar ook een gedifferentieerde bevolkingsopbouw en een daarbij passend woningaanbod zijn cruciaal om de vitaliteit en leefbaarheid op peil te houden. Afstemming op regionaal niveau - niet alleen met de andere bollengemeenten maar nadrukkelijk ook met buurgemeente Haarlemmermeer - hierover is van groot belang. Nationaal Park Hollandse Duinen Lisse maakt deel uit van het nog jonge Nationaal Park Hollandse Duinen. Het gaat om het kustlandschap dat loopt van Hoek van Holland tot en met Hillegom, bekend als de ‘Hollandse Duinen’. Voor de begrenzing van het gebied zijn de landschappelijke grenzen van de strandwallen en de ringvaart gevolgd. Lisse is hier dan ook volledig in opgenomen. Het nationaal park verstevigt de identiteit en positie in de regio van Lisse: ontstaan in duingebied, waar tegenwoordig een bollengebied opbloeit. De status van nationaal park kan, in combinatie met de landschappelijke en cultuurhistorische trekpleisters zoals Keukenhof, Huys Dever et cetera, fungeren als een extra trekker van bezoekers. Hollandse Duinen is een nationaal park ‘nieuwe stijl’. Dat wil zeggen dat het veel meer is dan alleen natuur. Het gaat niet uitsluitend om een beschermd natuurgebied, maar ook om een levendig gebied waarbinnen combinaties van verschillende functies bestaan. Het betekent dan ook nadrukkelijk niet dat onze gemeente ‘op slot’ gaat en dat geen ontwikkelingen meer mogelijk zijn. Strategische Agenda Ruimte Duin- en Bollenstreek Regionale Omgevingsagenda 2040 Holland Rijnland De Regionale Omgevingsagenda 2040 (ROA) bespreekt hoe op integrale wijze alle ruimtevragende functies een plek kunnen krijgen in de regio of waar keuzes gemaakt moeten worden. Hieronder staan eerst kort de belangrijkste kwaliteiten (de ‘vele gezichten’) weergegeven en vervolgens de keuzes voor de toekomst, zoals die staan beschreven in de omgevingsagenda. Een regio met vele gezichten De gevarieerde economie met topsectoren in de regio biedt kansen voor verdere regiobrede vernieuwing. Met onder meer het Bio Science Park, Unmanned Valley, de Greenports, een krachtig en sterk mkb, als ook een universiteit en verschillende hbo- en mbo-instellingen hebben we hiervoor in de regio Holland Rijnland de kennis, kunde en kwaliteiten in huis. Wat wordt bedacht, kan ook worden gemaakt. En we hebben nog ruimte voor vestiging van nieuwe bedrijven. Het spoor Brussel-Rotterdam-Amsterdam, autosnelwegen A4, A44, N11 en A12 én goede mogelijkheden voor (duurzaam) containervervoer, maakt onze regio goed verbonden met zowel noord, zuid áls oost. Station Leiden Centraal vormt het centrale ov-knooppunt en verbindt de regio met de wereld om ons heen. Zee, strand, duinen, strandwallen en -vlakten, landgoederen en bloembollenvelden, Hollandse plassen, droogmakerijen en veenweidegebieden in het Groene Hart, aaneengeregen door de Oude Rijn, maken Holland Rijnland aantrekkelijk om te leven, te recreëren en te bezoeken en dat alles in het meest verstedelijkte deel van het land. Dit brede palet aan kwaliteiten en mogelijkheden willen we koesteren én voorbereiden op de grote (transformatie) opgaven van de toekomst. Samen keuzes maken voor de toekomst De verschillende ruimtevragende activiteiten in Holland Rijnland zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat leidt tot de integrale hoofdopgave: zoeken naar balans. We nemen daarbij in de regio onze verantwoordelijkheid voor nu én in de toekomst. We werken samen aan een sterke, gezonde en toekomstbestendige regio. We bouwen in regionaal verband de topsectoren LifeScience, Space en Health uit en ontwikkelen nationaal en internationaal opererende kennisclusters tot centers of excellence. Hier sluiten we het breed mkb op aan, zo werken we aan een sterke kenniseconomie en complementaire bedrijvigheid. In combinatie met versterking van de economie is passende huisvesting noodzakelijk, zeker gezien de huidige wooncrisis; daarom realiseren we binnen Holland Rijnland flinke woningbouwaantallen. We kiezen voor geconcentreerde verstedelijking om het landschap te sparen en programmeren woningbouw zoveel mogelijk in de nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoer. Investeringen in infrastructuur voor verschillende vormen van mobiliteit en in de energievoorziening zijn nodig om de condities voor deze groei op orde te brengen. Vanuit onze afspraken in het Klimaatakkoord en de uitwerking in de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) creëren we voldoende plekken om duurzame energie op te wekken. De Greenports en agrarische bedrijven zijn een belangrijk onderdeel van onze economie en maken samen het landschap. We zoeken naar een balans tussen deze sectoren en natuurlijke processen die beide worden beïnvloed door de klimaatverandering. Dat vraagt om een toekomstperspectief voor ons landschap. En daarbij betrekken we onze partners in het groen, maar nadrukkelijk ook in de blauwe sector (zoals het Hoogheemraadschap). We houden de lange termijn steeds in het vizier: we respecteren bestaande afspraken en zoeken tegelijkertijd voor de middellange en lange termijn naar aanvullende oplossingen. Zo een aanvulling is de introductie van de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn als drager voor duurzame verstedelijking in Holland Rijnland. Dat betekent dat we inzetten op beperkte extra woningbouw in of nabij de overige kernen, waaronder Lisse. Hierbij is wel van belang dat de kernen vitaal blijven. Beperkte extra woningbouw is mogelijk, primair voor de lokale behoefte. Rondom de vitale en veelkleurige kernen is voldoende natuur en water dichtbij huis. Dat maakt onze regio tot een prettig leef- en vestigingsgebied, aantrekkelijk voor recreatie en toerisme. Onze groengebieden koesteren én beschermen we. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat het landgebruik zoals we dat nu kennen onder druk staat van de klimaatverandering. Parallel aan de nadere uitwerking van een integrale verstedelijkingsstrategie voor Holland Rijnland willen we daarom toewerken naar een nadere uitwerking van een regionale landschapsstrategie, als toekomstperspectief voor het landschap: ‘de kracht van rust en ruimte’. Met de Regionale Omgevingsagenda zetten we met de regio een stip op de horizon. Zo levert Holland Rijnland een bijdrage aan nationaal en provinciaal beleid en bestaande afspraken over verstedelijking, economie en mobiliteit, met als doel een sterke en gezonde toekomstbestendige regio. Ambities 4.2 Samen werken aan een levendig Lisse 4.2.0 Het toekomstperspectief van Lisse Naast de positie van de regio als geheel zijn ook de specifieke kwaliteiten binnen Lisse van groot belang voor de ontwikkelrichting van onze gemeente op weg naar
- Uit de vele gesprekken die we hebben gevoerd met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties is wel gebleken dat men veel waarde hecht aan onder meer de historie, het afwisselende landschap, het hoogwaardige voorzieningenniveau en de vitale samenleving van Lisse. Daarbij werd duidelijk dat deze kwaliteiten het vertrekpunt moeten zijn voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente. Het streven zou moeten zijn die kwaliteiten zoveel mogelijk te behouden en verder te ontwikkelen. Daarbij vinden we het belangrijk dat we dit samen met onze inwoners, ondernemers en andere partijen oppakken en samen werken aan een levendig Lisse! Hoe we dat willen doen beschrijven we aan de hand van vijf richtinggevende ambities, die gemeentebreed van toepassing zijn: onze leefomgeving laten bloeien; Lisse leert, werkt en onderneemt met oog op detoekomst; dorps wonen in het centrum van de Bollenstreek; in Lisse floreert iedereen een leven lang; Lisse gaat voor duurzaamheid. Gezamenlijk geven deze ambities richting aan de ontwikkeling van Lisse op weg naar
- Hieronder werken we ze verder uit. 4.2.1 Onze leefomgeving laten bloeien Gezonde en veilige leefomgeving We willen onze leefomgeving nu en in de toekomst net zo mooi laten bloeien als onze bollenvelden. Daartoe spelen we actief in op de veranderingen in de maatschappij zodat we een fijne leefomgeving behouden in Lisse. In het algemeen hebben we daarbij extra aandacht voor buurten die dat nodig hebben. We streven naar een goede kwaliteit van de ruimte om ons heen. Onze openbare ruimte en publieke gebouwen moeten in elk geval veilig en toegankelijk zijn voor iedereen. In het Beleidsplan wegen 2022-2026 staat beschreven hoe we omgaan met het beheer en onderhoud van alle verhardingen die we als gemeente zelf in beheer hebben. Daarin hebben we aangegeven dat we voor de fietspaden, de verhardingen in winkelcentra en de voetpaden / trottoirs rond zorgcentra zorg dragen voor een hoger kwaliteitsniveau. Lisse moet in 2040 bovendien een groene en levendige gemeente zijn. Door meer groen, een openbare ruimte die bewegen door jong en oud stimuleert en door het terugdringen van geluidhinder, geur en fijnstof bevorderen we de gezondheid van onze inwoners. In het buitengebied versterken we onder meer de landschappelijke en cultuurhistorische waarden en willen we verrommeling terugdringen. Groenstructuren / openbare ruimte We zetten in op het versterken van groenstructuren en we vergroten de hoeveelheid groen in de openbare ruimte waar mogelijk. Hoe we dit gaan doen werken we uit in een thematisch Programma Groenstructuren. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de ruimte binnen de bebouwde kom, dient daarin eerst een analyse gemaakt te worden van de ruimte die beschikbaar is voor openbaar groen. Vervolgens kan per wijk op basis van een functieanalyse bepaald worden hoe de maatschappelijke baten van openbaar groen verzilverd kunnen worden. Daarbij kan een onderverdeling van de functies naar verblijfsgroen, aankledingsgroen, biodiversiteitsgroen en klimaatgroen als leidraad dienen. Een belangrijk aspect daarbij is het zoeken naar ruimte voor grote bomen en robuuste laanstructuren. Daarvoor is het nodig dat bomen (ook ondergronds) voldoende ruimte hebben om groot te worden. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen hebben we aandacht voor het aandeel openbaar groen en een klimaatadaptieve inrichting van de omgeving, als onderdeel van een integrale afweging. Dit kan (per gebiedstype of wijk) worden uitgewerkt in beoordelingsregels in het omgevingsplan. Daarmee willen we er bijvoorbeeld voor zorgen dat er voldoende openbaar groen wordt gerealiseerd in de woningbouwlocatie Geestwater. Bij verdichting is daar vaak minder ruimte voor. De woonopgave is echter vrij beperkt en het deels invullen hiervan met de herontwikkeling van bedrijfsterreinen naar gebieden met gemengde functies biedt juist kansen om wijken met lagere woningdichtheden en een groter aandeel openbaar groen te realiseren. Ook op en aan zomen van bedrijventerreinen zien we ruimte voor extra groenstructuren. Uitgangspunt is dat de hoeveelheid groen bij ‘stedelijke’ herontwikkelingen tenminste gelijk blijft (maar bij voorkeur toeneemt). Natuur/biodiversiteit/landbouw We stimuleren natuurinclusiviteit in de wijken: het ruimte bieden aan planten en dieren. Het toevoegen van groen en water (met natuurvriendelijke oevers) is daarin belangrijk, vooral als laan-/groen- en waterstructuren met elkaar en met het buitengebied verbonden zijn. We planten en stimuleren het planten van zoveel mogelijk bomen, struiken en kruiden die van nature in de omgeving voorkomen (gebiedseigen planten-/boomsoorten). Deze trekken meer bijen, vlinders, vogels en andere dieren aan. Ook passen we zoveel mogelijk een ecologisch maaibeheer toe, zodat visueel aantrekkelijke bloemrijke bermen ontstaan in plaats van kort gemaaidegazons. Daarmee kunnen we tegelijkertijd de onderhouds- en beheerkosten beperken. Met het ecologisch maaibeheer sluiten we aan bij het ontwikkelen van een ‘bijenlint’ (Groene Cirkel Bijenlandschap), dat op initiatief van de Rabobank wordt gerealiseerdin de bollenstreek. Het bijenlint loopt door de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen met de provinciale weg N208 als centrale as. Zorginstellingen, inwoners, bedrijven, gemeenten (waaronder Lisse) en provincie leveren een bijdrage met hun tuinen, bedrijventerreinen en groen langs (vaar)wegen en in parken. Deze plekken gaan voedsel en nestgelegenheid bieden aan bijen en andere bestuivers door meer bloemen, bijenhotels en andere nestelplekjes. Deze en andere zaken (zoals het ophangen van nestkasten voor vogels en vleermuizen) werken we verder uit in het hiervoor genoemde Programma Groenstructuren. Bovendien gaan we inwoners stimuleren bij te dragen aan het beheer van de openbare ruimte (adoptiegroen) en om hun woningen/bebouwing en tuinen geschikt te maken voor planten en dieren. Dit kan bijvoorbeeld door het aanleggen van sedumdaken en begroeide gevels, het plaatsen van nestkasten en dakpannesten voor vogels en vleermuizen, het aanplanten van gebiedseigenbeplanting in plaats van verharding en van hagen in plaats van schuttingen. Voorlichting en het creëren van bewustwording zijn daarin belangrijk. We zoeken hierbij samenwerking met andere partijen zoals (de ‘tuinambassadeurs’ van) het IVN. Bij nieuwbouw en herontwikkelingen is natuurinclusiviteit één van de voorwaarden. In het buitengebied zoeken we de samenwerking met onder meer bollentelers/agrariërs, (agrarische) natuurverenigingen, de provincie en het hoogheemraadschap om de biodiversiteit te verhogen. We willen bijvoorbeeld dat de natuurwaarden in bermen en in en rondom watergangen worden versterkt, bijvoorbeeld door kades en steile taluds te vervangen door natuurvriendelijke flauwe oevers. Zo kan een fijnmazig ecologisch netwerk ontstaan met hier en daar grotere stukjes natuur (stapstenen). In het bollengebied zetten we in op het herstel van verdwenen groenstructuren als houtwallen en hagen en op kruidenrijke akkerranden. Hier liggen ook kansen voor combinatie met recreatieve ontwikkelingen (bijvoorbeeld een aantrekkelijke plek voor een rustpunt). In zowel het bollengebied als het weidegebied stimuleren we een omslag naar een duurzame, circulaire en ‘natuurinclusieve’ bedrijfsvoering. Dat betekent bijvoorbeeld dat reststoffen worden hergebruikt, de uitstoot van stikstof en fosfor wordt verminderd, waterstanden hoger worden, er geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, de bodem gezond blijft en er ruimte is voor onder meer insecten en boerenlandvogels op de erven, in de weilanden en op de bollenvelden. Uiteraard moet dat wel gepaard gaan met behoud van een rendabele bedrijfsvoering. We gaan in gesprek met onze agrariërs/bollentelers om te bespreken wat zij nodig hebben om deze omslag te maken en hoe we ze daarbij kunnen ondersteunen. Samenwerking met provincie, Greenport en hoogheemraadschap is daarbij essentieel. Hier liggen belangrijke raakvlakken met het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (zie het kader hieronder). In overleg kunnen we samen op zoek gaan naar koppelkansen en aangepaste verdienmodellen. Te denken valt aan natuur- en landschapsbeheer, klimaatadaptatie (tegengaan van droogte door water vast te houden in de polders in plaats van snel af te voeren), opwekken van duurzame energie en recreatie (zoals kleinschalige verblijfsrecreatie). We faciliteren de melkveehouders in de polders ook bij het komen tot kortere ketens, waarbij Lisser producten meer lokaal kunnen worden afgezet (bijvoorbeeld via een streekmarkt of boerderijwinkel). Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied Momenteel wordt in het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) onderzocht hoe het landelijk gebied zich binnen de randvoorwaarden van natuur, water, stikstof en klimaat voor een vitaal platteland kan ontwikkelen tot een aantrekkelijk gebied om te wonen, werken, landbouw te bedrijven en te recreëren. Lisse is onderdeel van het Kerngebied Kust & Duinen binnen het ZH-PLG. Het Kust- en Duinengebied bevat veel kwetsbare natuur en kent een hoge druk op biodiversiteit en waterkwaliteit. De druk is afkomstig van recreatie, van stikstof en ammoniak en van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten uit de land- en tuinbouw. De opgaven richten zich op het herstellen, versterken en uitbreiden van de natuur, het verbeteren van de waterkwaliteit, ruimte voor waterkwantiteit voor de zoetwaterbeschikbaarheid en waterberging en de transitie naar volhoudbare land- en tuinbouw die toewerkt naar een toekomstgericht, duurzaam en circulair systeem. De provincie is de plannen nog samen met gebiedspartners aan het uitwerken. Als het programma is goedgekeurd door het ministerie van LNV ontvangt de provincie in 2024 financiering om met de uitvoering ervan aan de slag te gaan. Bovenstaande ambities werken we verder uit in een biodiversiteitsactieplan als onderdeel van het op te stellen Uitvoeringsprogramma Groenstructuren. Daarin formuleren we heldere doelen en een biodiversiteitsstrategie. Deze strategie vertalen we vervolgens naar beleid en verwerken we in het omgevingsplan. Daarnaast zetten we concrete projecten op. Landschap (buitengebied) De kwaliteiten en karakteristieken van de verschillende landschapstypen in de gemeente zijn leidend bij alle ontwikkelingen. Deze zijn per deelgebied uitgewerkt in 4.3 Ontwikkelrichting per deelgebied. Erfgoed, kunst en cultuur Erfgoed, kunst en cultuur dragen bij aan een aantrekkelijke en herkenbare leefomgeving en bepalen mede onze identiteit. Dit draagt bij aan het welbevinden van mensen en daarmee aan een gezonde leefomgeving. Dat geldt zeker voor het vele culturele erfgoed in onze gemeente (rijks- en gemeentelijke monumenten). We willen het cultureel erfgoed vanzelfsprekend behouden en waar nodig en mogelijk het erfgoed beter zichtbaar maken en meer bekendheid geven (bijvoorbeeld dat Ter Specke gebouwd is op een oud landgoed). Samen met eigenaren, bewoners, gebruikers en beheerders streven we waar nodig naar toekomstgerichte functies van het erfgoed. Momenteel werken we aan een Cultuurhistorische Waardenkaart van Lisse, die gericht is op al het erfgoed in onze gemeente. Deze zal na afronding in een actualisatie van de omgevingsvisie worden opgenomen, alsmede in het omgevingsplan. Belangrijk is dat cultuurhistorisch-landschappelijk waardevolle elementen en structuren en de verhalen die erachter liggen en erin doorwerken zoveel mogelijk de onderlegger vormen bij ruimtelijke ontwikkelingen c.q. terug te zien zijn (zoals bijvoorbeeld in het ontwerp van het appartementengebouw De Veilingmeester op de plek van de voormalige bloemenveilinghallen). Ook de musea en het bruisende verenigingsleven willen we graag behouden in Lisse. Lokale evenementen blijven we stimuleren en nieuwe evenementen waar mogelijk faciliteren en we sluiten aan bij evenementen die in regionaal verband plaatshebben. Particulier initiatief, gekoppeld aan expertise, is daarvoor onmisbaar. Recreatie en toerisme We zetten in op het verbeteren van het recreatieve netwerk en bieden ruimte aan initiatieven die inspelen op de recreatieve waarde van onze gemeente. Zo kan de recreatieve beleving van landschap en natuur worden vergroot. Het is belangrijk dat alle doelgroepen daarvan profiteren, bijvoorbeeld door routes zodanig in te richten dat ze ook voor minder mobiele mensen toegankelijkzijn. Daarbij bekijken we of we de relatie van het buitengebied met het dorp kunnen versterken, door uitbreiding en verbetering van het bestaande wandelroutenetwerk (o.a. met meer informatieborden om de routes meer bekendheid te geven). In dat kader zijn recent al de wandelroute en -brug bij Huys Dever gerealiseerd. Dit is aantrekkelijk voor Lissers maar kan omgekeerd ook meer recreanten het dorp intrekken en daardoor zorgen voor meer levendigheid en een economische impuls voor het centrum. Ook gaan we het recreatieve netwerk richting de kust en Noordwijkerhout verbeteren. Momenteel lopen er door de Lageveense Polder (de natuurlijke zone, zie 4.3.3 Natuurlijke zone) nog geen doorgaande oost-westverbindingen voor wandelaars en fietsers (anders dan langs de Stationsweg). Naast verbetering van het wandel- en fietsnetwerk zien we ook potentie voor uitbreiding van de mogelijkheden voor waterrecreatie, zeker voor sloepen en kano’s. We onderzoeken hoe we het routenetwerk voor onder meer sloepen en kano’s kunnen vergroten en welke kansen er nog meer liggen ten aanzien van waterrecreatie. Ook willen we de beleving van het water in onze gemeente vergroten. Door bijvoorbeeld de toegankelijkheid van de dijk langs Poelpolder te vergroten, ontstaan daar meer mogelijkheden om het water van de Ringvaart en de Greveling te ervaren. Om het bollengebied - dat buiten het bloeiseizoen niet overal evenveel landschappelijke aantrekkingskracht heeft - gedurende een langere periode van het jaar interessant te maken voor recreanten, zetten we in op het versterken van het landschap (door bijvoorbeeld het herstellen van de karakteristieke beukenhagen) en op het toevoegen van educatieve elementen aan het landschap. We bieden ook ruimte aan kleinschalige verblijfsaccommodaties (op bestaande erven), om het gebied interessant te maken voor toeristen uit eigen land en de ons omringende landen. Daarbij richten we ons op kleinschalige, hoogwaardige concepten die een duidelijke meerwaarde hebben en onderscheidend zijn ten opzichte van het huidige aanbod. We staan open voor verblijfsrecreatie-initiatieven die bijdragen aan de beleefbaarheid van onze gemeente jaarrond. Door een samenspel van dag- en verblijfsrecreatie ontstaat een aantrekkelijk recreatieaanbod. Verbinden van boven- en ondergrond Als het gaat om duurzame verbindingen moeten we ook rekening houden met de niet direct zichtbare ondergrond. Het duurzaam veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond staat ook wel bekend als 3D-Ordening. In bodem en ondergrond ligt niet alleen bestaande infrastructuur, zoals kabels en leidingen, maar er liggen ook veel ruimteclaims voor de toekomst. Zeker bij vraagstukken als energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie kunnen we gebruik maken van de kwaliteiten van de ondergrond, maar moeten we ook rekening houden met de kenmerken van die ondergrond. Het behalen van de in deze visie beoogde ambities van energiebesparing en opwekking van duurzame energie kan immers consequenties hebben voor de ondergrond. De aanleg van een warmtenet vanuit de noordelijke of zuidelijke Randstad is waarschijnlijk niet mogelijk. Andere oplossingen worden momenteel onderzocht. Lisse is in 2020 aangesloten op de Basisregistratie Ondergrond en hiermee komt steeds meer informatie over de ondergrond beschikbaar, die meer inzicht geeft in de bodem en (diepe) ondergrond. Gelet op de ruimteclaims en maatschappelijke opgaven is het van belang dat in een omgevingsvisie slimme keuzes worden gemaakt voor combinaties van robuuste bodem- en (ondergrondse) watersystemen en een duurzaam gebruik van de bodem en ondergrond. Hierbij is het van belang dat de identiteit van het gebied en de daarbij behorende de geologische en aardkundige waarden in stand blijft. De komende jaren vindt in overleg met de partners steeds meer 3D-ordening plaats en vindt de vertaling plaats in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Het is interessant voor de inwoners en recreanten om de ondergrond zichtbaarder te maken. Vooral de verschillen in bodemopbouw, die door de afgravingen een belangrijk onderdeel van het DNA van Lisse zijn, willen we beter afleesbaar maken. Ook kunnen ondergrondse voorzieningen ingezet worden voor het ‘bollentoerisme’. In het kader van 3D-Ordening is verder een aantal acties relevant: om 3D-Ordening in de omgevingsvisie en omgevingsplan met een afwegingskader te verankeren gaan we in overleg met onze partners hoogheemraadschap Rijnland, Dunea, nutsbedrijven, provincie Zuid-Holland, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, buurgemeenten en Omgevingsdienst West-Holland; om de doelstelling 100% emissieloze en residuvrije teelt te halen en een betere bodemkwaliteit en grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit te behalen, participeren we in de initiatieven die voortkomen uit de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG; Duin- en Bollenstreek 2016) en die moeten leiden tot een ‘duurzame bollenteelt’; ook om een robuust klimaatbestendig bodem- en watersysteem te realiseren nemen we deel aan initiatieven die voortkomen uit de ISG
- Infrastructuur en mobiliteit In regionaal verband hebben we in 2021 de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) Holland Rijnland vastgesteld, een korte samenvatting van de Regionale Strategie Mobiliteit Holland Rijnland. Hieronder geven we aan hoe we de RSM binnen de gemeente Lisse uitwerken in een lokale strategie voor mobiliteit. We zetten in Lisse in op het verbeteren van de bereikbaarheid en de doorstroming van verkeer. Dit zoeken we vooral in de oost-west verbindingen en in de bereikbaarheid met het openbaar vervoer. De volgende zaken zijn daarin belangrijk: de realisatie van een HOV-verbinding Noordwijk-Lisse-Schiphol; de realisatie van een nieuwe brug tussen Lisse en Lisserbroek ten behoeve van de HOV-verbindingen voor fietsverkeer. de realisatie van een extra verkeersbrug over de Ringvaart naar Lisserbroek. Hoewel een extra HOV- en langzaam verkeersverbinding soelaas biedt, blijft de huidige Lisserbrug voor autoverkeer een belangrijke ‘bottleneck’. Voor de bovenlokale functie van het dorpscentrum van Lisse is een goede autoverbinding met Lisserbroek (ook in het licht van de beoogde woningbouwontwikkeling aan deze zijde van de Ringvaart) belangrijk; de komst van een nieuwe wegverbinding ten zuiden van Lisse, tussen de N208 en de A44 (door de noordkant van de Rooversbroekpolder, in het verlengde van de 2e Poellaan); aanpakken van het knelpunt in de N207 door verdubbeling van de weg ter hoogte van de brug over de Ringvaart (net buiten onze gemeente, aan de noordkant). De eerste twee punten worden het komende jaar ten uitvoer gebracht (gereed in 2022). Over de overige punten zijn/gaan we in gesprek met de gemeente Haarlemmermeer en andere bevoegde overheden. Fietsers en voetgangers staan op één in Lisse en waar dat mogelijk is maken we gebieden autoluw (bijvoorbeeld in het centrum). We gaan nieuw parkeerbeleid hanteren (inclusief parkeernormen en parkeerregulering), gericht op het bevorderen van duurzame mobiliteit (fietsen en lopen, elektrisch rijden, deelauto’s). Om het verkeer om het centrum heen te leiden, onderzoeken we de mogelijkheden voor een ruitstructuur rond Lisse en Lisserbroek. De verbindingen in en met het buitengebied maken we veiliger en beter toegankelijk voor inwoners, bezoekers en agrariërs. Om de bereikbaarheid van Lisse met het openbaar vervoer te verbeteren en om de piekdrukte in het voorjaar op de wegen in de bollenstreek te verminderen, kan het heropenen van station Lisse een optie zijn. We gaan hierover in gesprek met ProRail en onze partners in de regio. We stimuleren duurzame vormen van mobiliteit, zoals elektrisch rijden, onder andere door te zorgen voor laadinfrastructuur en zelf het goede voorbeeld te geven. Ook willen we ruimte bieden voor (innovatieve) mobiliteitsconcepten die voor iedereen toegankelijk zijn, te denken valt bijvoorbeeld aan (elektrische) deelauto’s. Daarbij bereiden we ons ook voor op het concept van ‘mobility as a service’ (MaaS). Daarnaast stimuleren we zo veel mogelijk het gebruik van de fiets, door te zorgen voor veilige en aantrekkelijke fietsverbindingen bijvoorbeeld van en naar het centrum en rondom scholen, en het plaatsen van bewaakte fietsenstallingen waarin ook laadpalen staan voor elektrische fietsen en voldoende ruimte is voor bijzondere fietsen. We streven naar een prettige en veilige leefomgeving in Lisse. Daarom zorgen we voor een hoge mate van verkeersveiligheid. We hebben daarbij speciale aandacht voor fietsers en schoolroutes/-zones. Een maatregel om de veiligheid te vergroten is een betere scheiding tussen rijbanen van wegen waar 50 km/uur gereden mag worden en fietspaden. We willen in Lisse mobiliteit die voor iedereen toegankelijk is en actieve mobiliteit die aanzet tot bewegen. Voor wat betreft de fysieke leefomgeving zien we hiervoor met name mogelijkheden in de inrichting van de openbare ruimte. Zo zorgen we bijvoorbeeld dat bushaltes en trottoirs goed toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Ook de aanwezigheid van deelmobiliteit in alle woonwijken draagt bij aan een toegankelijke mobiliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen hebben we nadrukkelijk oog voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid. Om inwoners te stimuleren om te bewegen zorgen we voor aantrekkelijke, comfortabele en veilige fiets- en wandelroutes. Op en rond die routes realiseren we voldoende fietsparkeerplaatsen en rust-, recreatie- en ontmoetingsplekken. Beschermd erfgoed: Kroonjuweel Landgoed Keukenhof en omgeving, Landgoedbiotoop Huis Keukenhof (inclusief blikveld, basisstructuur en zichtlijnen) en molenbiotopen rond oude windmolens (zie ook 4.3.2 Recreatieve zone). 4.2.2 Lisse leert, werkt en onderneemt met oog op de toekomst Circulaire economie/werken en ondernemen Onze ambitie is dat iedereen in Lisse kan leren, werken en ondernemen, met oog op de toekomst. Lisse biedt alle randvoorwaarden voor een duurzaam sterke lokale (circulaire) economie en goed onderwijsklimaat. Om dit te verwezenlijken doen we lokaal wat nodig is, maar regionaal wat beter regionaal kan. Zo werken we nauw samen binnen de regionale verbanden HLTsamen, Holland-Rijnland en Duin- en Bollenstreek en zoeken we de verbinding met de gemeente Haarlemmermeer. We streven naar het bevorderen van de werkgelegenheid in de nabijheid en het verbeteren van de sociaal-economische positie van mensen, ook omdat dit bijdraagt aan een gezonde leefstijl en betere gezondheid. Andersom stimuleren en faciliteren we ook een goede gezondheid en vitaliteit, dit vormt een basis voor een succesvolle loopbaan of goedlopend bedrijf (maatschappelijk verantwoord ondernemen en voldoende aandacht voor ‘brede welvaart’). Om de werkgelegenheid te vergroten zien we kansen in verschillende sectoren. Zo zien we mogelijkheden voor meer banen in de dienstverlening. De toenemende vergrijzing en de daaruit volgende vraag naar gezondheidszorg vormt een opgave, maar biedt tegelijk economische kansen om op in te spelen. Ook zouden we graag zien dat de aanwezigheid van het brede gebied rond Keukenhof, inclusief het landgoed, in economische zin nog beter wordt benut. Ook fysieke maatregelen kunnen bijdragen aan het versterken van de lokale economie. We willen blijven bouwen aan een levendig dorpshart waar de inwoners van Lisse en bezoekers uit te regio graag winkelen en de horeca bezoeken. We investeren in een kwalitatief hoogwaardig ‘kernwinkelgebied’, met een concentratie van winkels en horeca. Daarbuiten (in de aanloopstraten) bieden we ruimte voor nieuwe functies (wonen, werken, verblijf en vermaak), ook op de begane grond. De momenteel wat verspreid liggende bedrijven(terreinen) in Lisse willen we gaan clusteren op een kleiner aantal toekomstbestendige bedrijventerreinen. Een belangrijk streven daarbij is uitplaatsing (op termijn) van grootschalige en/of zwaardere bedrijven die zich momenteel bevinden op locaties dichtbij woongebieden en/of op locaties waar mogelijkheden liggen om op termijn woningen te realiseren (zoals bedrijventerrein Dever). Zo willen we het leefklimaat en de uitstraling van Lisse verder verbeteren en tegelijk ook in de toekomst aan de woningvraag kunnen blijven voldoen. Meer flexibiliteit en functiemenging van werken en wonen (mogelijk te maken in het omgevingsplan) is daarbij een mogelijkheid, afhankelijk van de aanwezige typen bedrijvigheid (en milieucontouren). De precieze invulling van onze bedrijventerreinen gaan we nader uitwerken. Afhankelijk van de vraag naar nieuwe locaties die het uitplaatsen van bedrijven met zich meebrengt en afhankelijk van de komst van een nieuwe oostwestverbinding aan de zuidkant van Lisse onderzoeken we de mogelijkheid om langs deze nieuwe wegverbinding in de Rooversbroekpolder een nieuw kleinschalig en duurzaam bedrijventerrein ‘Lisse-Zuid’ te ontwikkelen. Woningbouw is hier niet mogelijk door de beperkingen vanuit Schiphol, maar voor bedrijven gelden deze beperkingen niet. Nieuwe ontwikkelingen en transformaties van bedrijventerreinen stemmen we uiteraard af op regionale afspraken en ontwikkelingen, om een overcapaciteit aan bedrijventerreinen in de regio te voorkomen. In nieuwe woongebieden (waaronder bedrijventerreinen die worden omgevormd) bieden we ruimte aan innovatieve woon-werkwoningen (voor zzp’ers die van huis uit willen werken) en kleine bedrijfsverzamelgebouwen voor zzp’ers, gemengd met ‘lichte’ bedrijven die passen bij een ligging in/nabij een woongebied. Onderwijs Op het gebied van onderwijs streven we naar toekomstbestendige en brede onderwijsvoorzieningen in Lisse. Daarbij zetten we in op duurzame verbindingen tussen onderwijs, onderzoek, ondernemingen en overheid (‘triple helix’). Bijzonder aandachtsgebied daarbij is onder meer de sierteelt en bloembollensector. In regionaal verband werken we samen met het bedrijfsleven, de Economic Board Duin- en Bollenstreek en het Overlegplatform Greenport Duin- en Bollenstreek om de vraag vanuit verschillende economische sectoren en het opleidingsniveau van onze inwoners beter op elkaar te laten aansluiten. In breder perspectief zetten we ook in op cultuureducatie, om de historie van onze bollencultuur levend te houden en toegankelijk te maken. 4.2.3 Dorps wonen in het centrum van de Bollenstreek Lisse biedt een aangename plaats om dorps te wonen centraal in de Bollenstreek. We willen dat dit ook in de toekomst het geval is, voor alle doelgroepen. Daarom realiseren we voldoende woningaanbod - zowel in kwantitatief (aantal woningen) als kwalitatief (type woningen) opzicht - om een evenwichtige bevolkingsopbouw te behouden. In het Woonprogramma 2020-2024 ‘Evenwicht op de woningmarkt’ hebben we daarom onderstaande ambities geformuleerd. Ambitie 1: ruimte bieden aan een gevarieerde woningvraag:- voldoende en divers aanbod in woningbouw;- variatie in woonvormen, met nieuwe woonconcepten.Ambitie 2: woonwijken en woningen klaar voor de toekomst:- verduurzaming van het woonaanbod in de wijken.Ambitie 3: lang zelfstandig wonen als onderdeel van de gemeenschap:- passend woonaanbod bij iedere levensfase. Ruimte bieden aan een gevarieerde woningvraag Uitbreidingen zijn erop gericht om te voorzien in de lokale behoefte en de leefbaarheid en het voorzieningenniveau op peil te houden. Grootschalige en (boven)regionale woningbouwopgaven worden elders in de regio ingevuld. De locatie Geestwater levert met 450 woningen een belangrijke bijdrage aan de woningbouwopgave voor Lisse (die in totaal ruim duizend woningen bedraagt tot 2030). De overige woningen die nodig zijn tot 2030 kunnen worden op ‘binnendorpse’ locaties (binnen het bestaand ‘stedelijk’ gebied) gerealiseerd. Daarnaast onderzoeken we de entrees van het dorp aan de Heereweg / Vennestraat en Westelijke Randweg / Heereweg als mogelijke bouwlocaties. Daarbij biedt de herontwikkeling van bedrijventerrein tot woon-werkgebied kansen. Dat geldt ook voor de omvorming van (winkel)panden buiten het kernwinkelgebied naar woningen (onder meer appartementen voor senioren). En waar dat kan en past binnen het dorpse karakter van Lisse, gaan we ook in de hoogte bouwen om efficiënt met de beschikbare grond om te gaan en zoveel mogelijk woningen te realiseren. We houden daarbij rekening met de ruimtelijke kwaliteit in brede zin, sociale cohesie, klimaatadaptatie en voorzieningen. Er zijn in Lisse relatief veel duurdere koopwoningen. Door bouwplannen zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de woningbehoefte proberen we meer betaalbare woningen te realiseren. Op basis van de ‘Woonagenda Holland Rijnland’
(2023)geldt bij nieuwbouwprojecten (vanaf 2024) dat minimaal 65% van de woningen betaalbaar moet zijn voor doelgroepen met lage en middeninkomens. Daarvan dient minimaal 30% uit sociale huurwoningen te bestaan en minimaal 35% uit middeldure huur-, sociale koop- en betaalbare koopwoningen (tot de actuele NHG-grens). Als bij projecten vanaf vijf woningen niet aan de eis van 30% sociale huurwoningen voldaan bestaat de mogelijkheid om dit percentage af te kopen via een bijdrage in het vereveningsfonds sociale woningbouw (een zogenaamde bestemmingsreserve). Met dit geld kan het fonds sociale woningbouwprojecten faciliteren door bijvoorbeeld op andere locaties grond te kopen of corporaties te helpen bij een sluitende exploitatie. We zorgen voor een afwisseling van aantrekkelijke woongebieden, waar al onze inwoners duurzaam, betaalbaar en comfortabel wonen. De focus ligt daarbij op verdichting van binnendorpse locaties, om het open landschap in het buitengebied te behouden. Inbreiding binnen de bebouwde kom vraagt goede afstemming met andere opgaven die ruimte vragen, maar biedt ook kansen om in te spelen op ontwikkelingen in de kwalitatieve woningvraag. We onderzoeken de mogelijkheden voor tijdelijke huisvestingsvoorzieningen voor arbeidsmigranten en spoedzoekers en om bijzondere of gezamenlijke woonvormen mogelijk te maken (zoals kangoeroewoningen, woongroepen, aantrekkelijke gestapelde bouw met een gezamenlijke tuin). Woonwijken en woningen klaar voor de toekomst Uitgangspunt is dat nieuwe woningen zijn voorbereid op de toekomstige eisen en wensen ten aanzien van klimaatverandering, zoals hernieuwde energievoorziening. Zo dienen alle nieuwe woningen per saldo energie op te leveren. Maar om de aantrekkelijkheid van Lisse als woonplaats de komende jaren verder te vergroten, blijven we ook werken aan kwaliteitsverbetering van de bestaande woongebieden. Deze kwaliteitsverbetering dient hand in hand te gaan met een verduurzamingsslag binnen de bestaande woningvoorraad door corporaties en particulieren. We zullen corporaties en huizenbezitters verleiden en stimuleren om tot actie over te gaan. Maar het gaat ook om het toevoegen van (ruimtelijke) accenten op strategische plekken (‘acupunctuur’), bijvoorbeeld in de vorm van een gebouw met een bijzondere architectuur. Ontwikkelingen die passen binnen de gebiedskenmerken en die kwaliteit toevoegen aan de omgeving worden gestimuleerd om zo de uitstraling te versterken. Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan een aantrekkelijk karakter dat past binnen de deelgebieden zodat ze bijdragen aan het dorps wonen in het centrum van de Bollenstreek. Passend woonaanbod Gezien het toenemende aantal ouderen in Lisse en de verschuiving van professionele naar meer mantelzorg, is een belangrijke opgave het mogelijk maken en faciliteren dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen. In de ambitieovereenkomst Wonen, Welzijn en Zorg HLT zijn hiervoor de volgende doelstellingen opgenomen: prettig wonen, betrokken gemeenschap en passende zorg. Daarbij valt te denken aan levensloopbestendige of generatiewoningen, maar ook de inzet van domotica, ‘smart devices’ en ‘smart living’. Een bijkomende voorwaarde hiervoor is dat het glasvezelnetwerk verder moet worden uitgerold. Daarnaast zijn er verschillende woonvormen denkbaar tussen zelfstandig thuis wonen en een verzorgingstehuis in. Belangrijk is in ieder geval dat er meer huizen gerealiseerd worden voor senioren. Dat zal de ‘doorstroming’ op de woningmarkt bevorderen: de huizen die senioren achterlaten kunnen worden bewoond door gezinnen. Goede voorzieningen Met ‘Dorps wonen in het centrum van de Bollenstreek’ bedoelen we niet alleen dat we het belangrijk vinden dat het dorpse karakter van Lisse behouden blijft, maar ook dat we voorzieningen willen behouden die een regionale aantrekkingskracht hebben. We dragen zorg voor een kwalitatief hoogwaardig en passend voorzieningenniveau, op de juiste plaats voor de juiste doelgroep. Dit gaat om winkels, horeca en andere ontmoetingsplekken die diverse verenigingen bieden. Ook willen we ons aanbod van hoogwaardige sportvoorzieningen, en Lisse als ‘sportdorp’ behouden. En we vinden kunst en cultuur belangrijk, omdat dit bijdraagt aan een aangenaam leefklimaat. In het kader van de toenemende vergrijzing en de ontwikkeling dat senioren langer thuis blijven wonen, is het van belang het voorzieningenniveau hierop aan te passen. De invulling hiervan kan op verschillende manieren plaatsvinden. Door het stimuleren van omvorming van panden in de aanloopstraten van het centrum naar levensloopbestendige appartementen kunnen bijvoorbeeld woningen worden gerealiseerd voor senioren die dichter bij dagelijkse en zorgvoorzieningen liggen. Door een wijkgerichte aanpak te hanteren worden alle wijken op een geschikte manier aangepast. Een toegankelijke en gezonde leefomgeving Een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte draagt bij aan een aantrekkelijke woonomgeving. In een groen ingerichte leefomgeving wordt water afgevoerd of vastgehouden en de buitentemperatuur verlaagd, daarnaast nodigt het inwoners uit tot beweging waarmee het verder bijdraagt aan de gezondheid. Maar de openbare ruimte heeft ook een belangrijke sociale functie, onder andere als ontmoetingsplek. Door een goede inrichting van de buitenruimte (met bijvoorbeeld groen, bankjes en sport- en spelmogelijkheden) en de aanwezigheid van voorzieningen kunnen Lissers elkaar op een aangename en veilige manier ontmoeten. Het is belangrijk dat het centrum, de woongebieden en de aanwezige voorzieningen voor iedereen bereikbaar en toegankelijk zijn. Iedereen moet zich er thuis kunnen voelen, ook kwetsbare inwoners zoals ouderen en mensen met een beperking. 4.2.4 In Lisse floreert iedereen een leven lang Inclusieve samenleving In Lisse moet iedereen een leven lang kunnen floreren. Dat betekent dat we een inclusieve samenleving willen zijn: iedereen doet mee. Ook de meest kwetsbare mensen moeten een plek kunnen vinden en houden binnen Lisse. We zorgen dat zowel oorspronkelijke als nieuwe Lissers zich hier thuis voelen. We ondersteunen mantelzorgers en vrijwilligers en faciliteren de diverse verenigingen om activiteiten voor jong en oud te organiseren. Zorg voor kwetsbare inwoners moet beschikbaar zijn wanneer zij dat nodig hebben. Zo organiseren we goede jeugdhulp en zorg voor mensen met dementie. Maar ook problemen als armoede en eenzaamheid vragen om aanpak. We streven ernaar dat Lissers betrokken zijn bij hun omgeving. We vragen inwoners mee te helpen Lisse leuk en gezellig te houden, bijvoorbeeld door zorg te dragen voor een stukje van de openbare ruimte of door een actieve rol bij (veiligheids)crises. Maatschappelijke Agenda Lisse In onze maatschappelijke agenda beschrijven we de opgaven in het brede sociale domein en geven we onze visie op een Lisse ‘van morgen’. De agenda gaat over het (gewone) leven: wonen, leren, werken, gezondheid, bewegen, cultuur, zorgen voor elkaar en ondersteuning als dat nodig is. De opgaven geven focus, zodat we weten wat ons te doen staat. De agenda gaat over wat we willen bereiken voor inwoners, dus de doelen. Wat we er voor gaan dóen zal in concrete uitvoeringsplannen komen te staan. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is een uitvoeringsprogramma van de pijlers ‘vitaliteit’ en ‘zorg voor elkaar’, waarin we laten zien hoe we de beweging richting preventie kunnen maken, Met een brede blik op gezondheid (positieve gezondheid), integraal denken (health in all policies) en integraal werken (samen voor en met elkaar) Positieve gezondheid Een gezonde inrichting van de leefomgeving beschermt tegen negatieve omgevingsinvloeden en bevordert de gezondheid. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die bewoners als prettig ervaren, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn, en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is. Belangrijke elementen voor een gezonde leefomgeving zijn uitnodigen tot bewegen (wandelen, fietsen, spelen), elkaar ontmoeten, ontspannen, een goede milieukwaliteit (lucht, geluid), klimaatbestendigheid (zoals meer groen voor tegengaan hitte- en wateroverlast) en een goede toegang tot voorzieningen. In Lisse gaan we uit van positieve gezondheid, met daarbij aandacht voor twee principes. Ten eerste is dat ‘de gezonde keuze wordt de makkelijke keuze’, als het gaat over aspecten als bewegen, ontmoeten, voeding en samenwerken. Ten tweede geldt het ‘terugdringen van gedrag dat de kans op het ontstaan of het verergeren van een aandoening vergroot’, zoals onvoldoende bewegen, ongezond voedingspatroon, roken en/of drinken. Ruim 13% van de totale ziektelast is toe te schrijven aan roken. Door ervoor te zorgen dat kinderen opgroeien in een rookvrije omgeving neemt de kans af dat zij ooit gaan roken. Want zien roken doet roken. De focus ligt dus op een rookvrije omgeving rond kinderopvangcentra, schoolpleinen, speeltuinen,(buiten-)sportverenigingen en kinderboerderijen. Beleid en regelgeving ten aanzien van een rookvrije omgeving werken we op een later tijdstip uit in (een actualisatie van) de omgevingsvisie en het omgevingsplan. In de fysieke leefomgeving zetten we onder meer in op een beweeg- en speelvriendelijke leefomgeving, bijvoorbeeld met gezamenlijke (beweeg)tuinenvoor jong en oud. Ook faciliteren en stimuleren we het fietsgebruik. Om de beweegvriendelijkheid van openbare ruimtes te vergroten worden daarnaast ‘vitaliteitsroutes’ aangelegd (veilige en aantrekkelijke wandelroutes). De toegankelijkheid voor minder mobiele mensen wordt daarbij altijd als aandachtspunt meegenomen. Er kunnen vaak al verbeteringen worden aangebracht in de detaillering bij herinrichtingen, zoals opritten voor rolstoelen. Ook de nabijheid van voldoende openbaar groen en ontmoetingsmogelijkheden (waaronder voor jongeren) is daarbij belangrijk. Bij mogelijke inbreidingen in bebouwd gebied is het aandeel openbaar groen, en daarmee de ruimte voor ontmoeten en bewegen, daarom een punt van aandacht en afweging. Milieu Ons uitgangspunt is dat Lissers gezond, veilig en duurzaam kunnen wonen. De negatieve invloed van milieufactoren moet daarom zo laag mogelijk zijn. Daarom hechten wij grote waarde aan onder meer een goede bodemkwaliteit, weinig geluidhinder, een goede luchtkwaliteit, weinig geurhinder en weinig lichthinder en weinig overlast door trillingen. Onder de Omgevingswet krijgen wij als gemeente meer zeggenschap over het stellen van (milieu)regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Dit vormt dan ook een belangrijk aspect voor de omgevingsvisie, als basis voor de uiteindelijke regels in het omgevingsplan. In het algemeen hangt hoe wij als gemeente willen omgaan met deze afwegingsruimte af van lokale omstandigheden. Voorlopig gaan we uit van de standaardwaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het vervolg gaan we de milieunormen specifiek uitwerken voor de verschillende deelgebieden (zie 4.3 Ontwikkelrichting per deelgebied), bij actualisatie van deze omgevingsvisie en in het kader van het omgevingsplan. Hieronder gaan we vast kort op een aantal milieuaspecten in. In een later stadium gaan we ook in op aspecten als houtstook, elektromagnetische velden en trillingen. Bodem Op basis van een verplichting op grond van het Besluit bodemkwaliteit artikel 55, lid 1 hebben we een nieuwe bodemfunctieklassenkaart opgesteld. De bodemfunctieklassenkaart is van belang voor de bepaling van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen (terugbrengen van de bodemkwaliteit naar een acceptabel niveau) en als toepassingnormering bij grondverzet. In de bodemfunctieklassenkaart is de gemeente ingedeeld in de functies wonen, industrie en achtergrondwaarde (landbouw, natuur). Een bodemfunctieklassenkaart geeft géén beeld van de actuele bodemkwaliteit. De bodemfunctieklassenkaart wordt opgenomen als onderdeel van het omgevingsplan, evenals de nadere uitwerking van dit aspect. Geluid Geluidhinder is van grote invloed op de beleving van de leefkwaliteit en het woongenot van onze inwoners. Het behouden van de huidige geluidssituatie en waar dat nodig is het verbeteren hiervan is het uitgangspunt op dit gebied in Lisse. Voor geluid door activiteiten, spoor- en wegverkeer worden in het omgevingsplan nadere regels gesteld. Geur Geur kan zorgen voor hinder en schade aan de gezondheid. Sommige activiteiten die geur veroorzaken kunnen wel wenselijk of nodig zijn vanuit economisch of maatschappelijk oogpunt. Geurhinder kan in veel gevallen worden verminderd of voorkomen door het kritisch bekijken van bedrijfs- of hobbymatige activiteiten die geur veroorzaken. De komende jaren wordt de geursituatie in Lisse in kaart gebracht, ook gezien de veranderende regelgeving onder de Omgevingswet. Luchtkwaliteit De Europese grens- en streefwaarden voor de kwaliteit van buitenlucht zijn omgezet naar omgevingswaarden voor de Rijksoverheid. Dat betekent dat het Rijk ervoor moet zorgen dat deze waarden gehaald worden, eventueel met hulp van provincie en gemeenten. We kunnen in Lisse bijdragen aan een goede luchtkwaliteit door bijvoorbeeld het verduurzamen van de bollenteelt, het terugdringen van (vracht)verkeer, het bevorderen van de doorstroming en het stimuleren van OV- en fietsgebruik. Daarbij is het uitgangspunt in principe geen nieuwe gevoelige functies (zoals scholen) in de nabijheid van drukke wegen te realiseren. Bij N-wegen (N208) gaat het hierbij om een afstand van 50 meter. Lichthinder Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen de regels met betrekking tot lichthinder van sportterreinen. Alleen voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen staan rijksregels in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor overige soorten lichthinder kunnen we zelf regels opnemen in het omgevingsplan. Beleid en regels ten aanzien van lichthinder werken we op een later tijdstip uit in (een actualisatie van) de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Veiligheid Het is belangrijk dat de leefomgeving in Lisse veilig is en dat inwoners deze ook als veilig ervaren. De inrichting van de openbare ruimte kan hierin een belangrijke bijdrage leveren. Hier houden we rekening mee bij (her)inrichtingsprojecten. Daarnaast blijft de aanpak van ondermijning een belangrijk speerpunt. We zetten daarom de samenwerking met politie, openbaar ministerie, belastingdienst en ondernemersverenigingen voort. Externe veiligheid gaat over de risico’s die bepaalde functies of activiteiten met zich meebrengen. Vanuit het oogpunt van veiligheid worden risicovolle activiteiten niet toegelaten op plaatsen waar ze conflicteren met de leefbaarheid. Van belang is dat bedrijven en activiteiten passen bij de karakteristieken en beoogde koers van het gebied waarin zij aanwezig zijn/plaatsvinden. Voor bestaande functies die risico’s met zich meebrengen en waar aanpassing van bedrijfsvoering niet mogelijk blijkt, bekijken we de mogelijkheden om een andere (meer geschikte) locatie te vinden. Op het gebied van externe veiligheid zijn onder andere het omgaan met zeer kwetsbare objecten binnen aandachtsgebieden, het stellen van voorschriften door middel van voorschriftengebieden en ontwikkelingen binnen afwegingsgebied Schiphol belangrijke aandachtspunten. In het omgevingsplan stellen we hierover regels op. 4.2.5 Lisse gaat voor duurzaamheid Duurzame energie: elektriciteit Om te zorgen dat onze gemeente ook voor toekomstige generaties nog bloeit, gaan we als Lisse voor duurzaamheid. We willen een energieneutrale gemeente worden: dat doen we enerzijds door energie te besparen en anderzijds door het duurzaam opwekken van elektriciteit (met zon en/of wind). In 2050 zijn we energieneutraal en wordt alle verbruikte elektriciteit door zon en wind binnen de gemeentegrenzen opgewekt. Momenteel onderzoeken we de wijze waarop we deze doelstelling gaan realiseren. Hierover hebben we in regionaal verband afspraken gemaakt in de Regionale Energie Strategie (RES), deze is vastgesteld in de zomer van 2021. We geven eerste prioriteit aan het uitvoeren van energiebesparende maatregelen (zoals isolatie van woningen), het toepassen van zuinige energiegebruikers (zoals LED) in de gebouwde omgeving en het plaatsen van zonnepanelen op daken. We willen dat in Lisse zoveel mogelijk daken benut worden voor het opwekken van zonne-energie. In de RES 1.0 zijn de grote daken binnen Lisse aangegeven. Om in 2050 energieneutraal te zijn, zijn zonnepanelen op daken niet afdoende. Daarom zijn in de RES 1.0 ook zoekgebieden opgenomen voor windturbines en grondgebonden zonnevelden langs de hoofdinfrastructuurin Lisse: de N208 en de A44. Daarnaast is de voormalige vuilstortplaats langs de Trekvaart Haarlem-Leiden - een locatie van circa drie hectare groot - aangegeven als zoekgebied voor een zonneveld. Voor de zoekgebieden geldt dat we op gemeentelijk niveau een nadere uitwerking hebben gemaakt in een Lokale Energie Strategie (LES) om de mogelijkheden te verkennen. Daaruit volgt dat als we vol inzetten op zonnepanelen op daken en langs infrastructuur de doelstelling voor 2030 behaald kan worden. In alle gevallen zoeken we daarbij naar functiecombinaties (bijvoorbeeld boven parkeerplaatsen en met natuurontwikkeling, recreatieve functies, waterberging en/of landbouw) en een goede landschappelijke inpassing. En we streven naar 50% lokaal eigendom bij (grootschalige) duurzame energieprojecten. Op weg naar 2050 is nader onderzoek nodig om te bepalen waar nog meer ruimte gemaakt kan worden voor het opwekken van duurzame elektriciteit. Op grond van het huidige beleid en gezien de (beperkte) ruimte die op de lange termijn beschikbaar is binnen onze gemeentegrenzen is voldoende grootschalige productie van elektriciteit om in 2050 energieneutraal te zijn waarschijnlijk niet mogelijk. We gaan verkennen of we onze beleidsuitgangspunten kunnen herzien. Ook blijven we innovaties op de voet volgen. Als dit alles onvoldoende is dan zullen we nagaan of we wellicht toch een deel van onze elektriciteit willen importeren. De uitkomsten van het vervolgtraject van de RES en LES borgen we op een later tijdstip in (een actualisatie van) de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Nieuwe woningen worden (minimaal) energieneutraal ontworpen. Dat wil zeggen, dat nieuwe woningen hun benodigde energie volledig zelf opwekken. Ook stimuleren we het gebruik van duurzame vormen van mobiliteit, met schone en stille voertuigen zoals elektrische auto’s en e-bikes. We faciliteren en stimuleren fietsgebruik, onder andere in de inrichting van de fysieke leefomgeving. De veiligheidsrisico’s door de energietransitie (bijvoorbeeld buurtbatterijen en elektrische auto’s) zien we niet als belemmering maar als iets om op in te spelen. We zijn ons ervan bewust en waar dat nodig is nemen we maatregelen om de veiligheid te garanderen. Duurzame energie: warmte In de Transitievisie Warmte geven we aan hoe we voor onze woningen en andere gebouwen de warmtetransitie in gang zetten, zodat in 2050 verwarming alleen nog plaatsvindt via alternatieve bronnen voor aardgas. We kiezen voor duurzame warmteoplossingen die betaalbaar zijn voor onze inwoners. We stellen een uitvoeringsprogramma op, waarin we onderstaande denkrichtingen nader uitwerken in concrete activiteiten. We willen in de komende jaren nog geen bestaande wijken helemaal aardgasvrij maken. Er zijn daarvoor nog te veel dingen onzeker. Dat betekent niet dat we afwachten: we beginnen nu al met de voorbereidingen. Zo starten we met een aantal verdiepende onderzoeken. Op die manier weten we straks beter hoe en wanneer wij gebouwen aardgasvrij kunnen maken. Wat we nu al zeker weten is dat we energie moeten besparen. Welke oplossing het ook wordt: aardgas dat je niet gebruikt hoef je ook niet te vervangen door een duurzaam alternatief. Daarom hebben we grote plannen op het gebied van energiebesparing: in 2025: 12% energiebesparing in de gebouwde omgeving ten opzichte van 2014; in 2030: 15% energiebesparing in de gebouwde omgeving ten opzichte van 2014 en 11% energiebesparing bij mobiliteit. Met energiebesparing alleen wordt Lisse niet aardgasvrij. Daarom hebben we ook onderzocht hoe de huizen en gebouwen in onze gemeente zonder aardgas verwarmd kunnen worden. Daarbij hebben we gekeken naar verschillende technieken. Voorbeelden zijn een warmtenet met verschillende warmtebronnen, elektrische warmtepompen en groen gas. Een warmtenet noemen we een collectieve oplossing. In dat geval kan een hele straat, buurt of wijk gebruik maken van dezelfde oplossing. Dat gebeurt door de gebouwen aan te sluiten op een warmtebron via een leidingnetwerk. Hier stroomt warm water doorheen. Dit verwarmt weer het water dat door het (centrale) verwarmingssysteem (bijvoorbeeld de radiatoren) van de aangesloten gebouwen stroomt. Behalve warmtenetten bestaan er ook individuele oplossingen; de warmte wordt dan in of bij het gebouw zelf opgewekt. Voorbeelden zijn een elektrische warmtepomp en een CV-ketel die gebruik maakt van groen gas of waterstof. Een tussenvorm, met zowel een warmtepomp als een CV-ketel met gasaansluiting, noemen we een hybride oplossing. We hechten er belang aan dat maatregelen voor verduurzaming en/of het tegengaan van klimaatverandering gepaard gaan met de realisatie van een goed binnenklimaat (qua comfort en ventilatie) en dat overlast (zoals bijvoorbeeld geluid door warmtepompen) zoveel mogelijk wordt voorkomen. De warmteoplossingen Uiteindelijk moet iedere gebouweigenaar zelf een keuze maken hoe hij of zij zijn of haar woning of gebouw verwarmt. Maar dit kan alleen binnen de mogelijkheden die de infrastructuur geeft. Die infrastructuur bestaat uit het elektriciteitsnetwerk, het gasne