LEIDRAAD INVORDERING 2010 GEMEENTE SITTARD-GELEEN1.1 InleidingOpzetBij zowel de opzet als de inhoud van de “Leidraad invordering gemeente Sittard-Geleen” is als uitgangspunt gehanteerd dat de leidraad zoveel mogelijk aansluit bij de Rijksleidraad (Leidraad invordering 2008). Deze leidraad moet dan ook voornamelijk worden gezien als een vertaalslag van de Rijksleidraad naar de toepassing door de gemeente Sittard-Geleen en naar de toepassing van Gemeentewet. Voor zover bepaalde onderdelen van de Rijksleidraad niet van toepassing en/of van belang zijn, is dit weggelaten. IndelingDe inhoud van deze leidraad volgt zo veel als mogelijk de artikelen van de Invorderingswet 1990. De integrale tekst van het betreffende artikel in de Invorderingswet is niet opgenomen, maar is raadpleegbaar via www.overheid.nl. Voor zover er een direct verband bestaat tussen het betreffende artikel van de Invorderingswet 1990 en een specifieke bepaling uit de Gemeentewet is dit in het begin van ieder onderdeel opgenomen. De leidraad kent een doorlopende paginanummering. Ontvanger/inspecteurTeneinde de leesbaarheid te bevorderen is in deze leidraad de wettelijke term 'gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen' vertaald door 'ontvanger'. De 'gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen' wordt om dezelfde reden aangeduid als de 'inspecteur'. Aansprakelijkgestelden en andere derdenDe invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats als de invordering met betrekking tot belastingschuldigen. Omwille van de leesbaarheid is vermeden steeds de aansprakelijkgestelden en andere derden te noemen, zonder dat hiermee wordt beoogd de toepasselijkheid van die voorschriften te beperken. 1.2 Begrippen, definities en afkortingenambtenaar van de gemeentede door het College van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen als bedoeld in artikel 232, lid 4, sub c van de Gemeentewet, bevoegd tot de heffing of de invordering van belastingen en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; belastingdeurwaarderde door het College van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen als bedoeld in artikel 232, lid 4, sub d van de Gemeentewet; belastingengemeentelijke belastingen: de belastingen als bedoeld in de artikelen 220 (onroerende zaakbelasting), 226 (hondenbelasting) en 229 (rechten, speciaal rioolrechten) van de Gemeentewet afvalstoffenheffing: de belasting als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; belastingverordeningde verordening tot heffing en invordering van belasting of rechten van de gemeente Sittard-Geleen; beleidsregelsbeleidsregels in de zin van Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht op het gebied van de heffing en invordering van belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; besluit (het)het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990; inspecteur (heffingsambtenaar)de door het College van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, als bedoeld in artikel 232, lid 4, sub a, van de Gemeentewet, bevoegd tot het heffen van belastingen, en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; kwijtscheldingsregelsde door de gemeenteraad vastgestelde regels als bedoeld artikel 255, leden 3 en 4 van de Gemeentewet; nadere regelsnadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990 en van de belastingverordening; negatieve definitieve aanslagde aanslag als bedoeld in artikel 15 AWR, waarbij de aldaar bedoelde verrekeningen hebben geleid tot een per saldo negatief bedrag; negatieve voorlopige aanslagde aanslag als bedoeld in artikel 13, eerste lid, AWR tot een negatief bedrag; ondernemerde belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent; ontvanger (invorderingsambtenaar)de door het College van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, als bedoeld in artikel 232, lid 4, sub b, van de Gemeentewet, bevoegd tot invordering van belastingen; particulierde belastingschuldige die niet als ondernemer wordt aangemerkt; regeling (de)de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; voorlopige teruggaafde aanslag als bedoeld in artikel 13, tweede lid, AWR; wet (de)de wet van 30 mei 1990 op de invordering van rijksbelastingen (Invorderingswet 1990). Onder de overige in deze leidraad gebruikte begrippen wordt hetzelfde verstaan als de wet daaronder verstaat. Lijst met gebruikte afkortingenAwb Algemene wet bestuursrecht Awir Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen AWR Algemene wet inzake rijksbelastingen BW Burgerlijk Wetboek FW Faillissementswet MSNP minnelijke schuldsanering natuurlijke personen Rv Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Sr Wetboek van Strafrecht Sv Wetboek van Strafvordering UWV Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen WSF Wet Studiefinanciering 2000 WSNP wettelijke schuldsanering natuurlijke personen Wwb Wet werk en bijstand 2. Inleiding en toepassingsgebied - beleid op artikel 1 Invorderingswet 1990Gemeentewet, artikel 231, 249. Bij de invordering van gemeentelijke belastingen blijven van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing de artikelen 5, 20, 21, 59, 62 en 69. Bij de invordering van belastingen die op andere wijze worden geheven, blijven bovendien de artikelen 7, derde lid, en 8, eerste lid van die wet buiten toepassing. Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuurDe ontvanger handelt bij de invordering zoveel mogelijk in overeenstemming met de Awb en zoveel mogelijk in aansluiting op het Besluit Fiscaal bestuursrecht, ondanks het feit dat artikel 3:40, hoofdstuk 4, afdeling 5.2, de hoofdstukken 6 en 7, en afdeling 10.2.1 Awb niet van toepassing zijn op de wet. Dit betekent onder meer dat de beslistermijnen uit de Awb inclusief de mogelijkheden tot verlenging van toepassing zijn, tenzij de wet, de regeling of deze leidraad anders bepaalt. Voor beschikkingen op aanvraag geldt daarom een termijn van acht weken met de mogelijkheid hiervan af te wijken door een redelijke termijn te noemen (zie artikel 4:13, 4:14 en 4:15 Awb). Voor bezwaarschriften en beroepschriften bij administratief beroep geldt een termijn van zes weken met de mogelijkheid tot verlenging met vier weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (zie artikel 7:10 en 7:24, Awb). Een andere bepaling uit de Awb die van toepassing is bij invordering is artikel 4.84 Awb. Op grond van die bepaling is het mogelijk af te wijken van de beleidsregels zoals die zijn opgenomen in deze leidraad. Dit is gerechtvaardigd als toepassing van die regels voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die de leidraad dient. Dit laatste zal slechts bij hoge uitzondering aan de orde zijn. Het afwijken van beleidsregels leidt in de regel immers tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Er moet dus sprake zijn van daadwerkelijk bijzondere omstandigheden op grond waarvan onverkorte toepassing van de leidraad onevenredig nadeel voor de betrokkene zou opleveren. Dit criterium gaat aanzienlijk verder dan een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 Awb. Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke). Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelenAls de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, heeft de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze voor de gemeente Sittard-Geleen de voorkeur. Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijvenAls de ontvanger invorderingsmaatregelen wil treffen die het voortbestaan kunnen bedreigen van een bedrijf met meer dan vijftig werknemers, dan vraagt hij daartoe toestemming van het College van burgemeester en wethouders. Onder een bedrijf wordt in dit verband ook verstaan een geheel van bij elkaar behorende bedrijven of een zelfstandig uitgeoefend beroep. Beslaglegging hoeft niet het hiervoor bedoelde effect te hebben, als de ontvanger op een zodanige wijze kan handelen dat derden daarvan geheel onwetend blijven. De ontvanger vraagt altijd toestemming als: met de beslaglegging op korte termijn de verkoop van (een deel van) de activa van het bedrijf wordt beoogd; door de beslaglegging de werkvoorraad en/of geldmiddelen geheel of nagenoeg geheel worden vastgelegd; derden niet onkundig blijven van de beslaglegging, zoals steeds het geval is bij derdenbeslag; de ontvanger aan een schuldeiser zodanige inlichtingen omtrent openstaande belastingaanslagen verstrekt, dat deze kunnen dienen als steunvorderingen bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser. Voor de invordering minder geschikte dagenOp grond van de artikelen 64 en 438b Rv verricht de deurwaarder geen exploten of andere executiehandelingen tussen 20.00 uur ’s avonds en 07.00 uur ’s ochtends, op een zondag en op een algemeen erkende feestdag, behalve na een daartoe strekkend verlof van de voorzieningenrechter. In aanvulling hierop geldt dat de ontvanger geen invorderingsmaatregelen treft op Goede Vrijdag. De ontvanger zal geen invorderingsmaatregelen nemen tegen particulieren op dagen die daarvoor minder geschikt kunnen worden geacht, als die maatregelen zonder bezwaar naar een later tijdstip kunnen worden verschoven. Deze terughoudendheid geldt bij ondernemers slechts voor zover sprake is van invorderings-maatregelen die betrekking hebben op bezittingen die tot de privésfeer kunnen worden gerekend. De terughoudendheid geldt niet als de ontvanger een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 9, achtste lid, van de wet terstond invordert. Voor invordering minder geschikte dagen zijn met name: landelijk of regionaal vrij algemeen erkende feest- en gedenkdagen met inbegrip van de daaraan voorafgaande en de daarop volgende dag; de dagen tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Binnenkomst van bescheidenAls aan het indienen van bepaalde bescheiden rechtsgevolgen zijn verbonden dan wel rechten kunnen worden ontleend en indiening gebeurt bij een verkeerde afdeling van de gemeente, dan geldt als datum van binnenkomst van die stukken de datum van binnenkomst bij die afdeling. Dit geldt ook als dergelijke bescheiden worden ingediend bij een andere autoriteit waarvan de indiener meende – en redelijkerwijs kon menen – dat deze autoriteit de tot ontvangst bevoegde instantie was. Als de ontvanger in de tussentijd heeft verrekend of dwangmaatregelen heeft genomen ter invordering van de belastingschuld, dan blijven deze gehandhaafd als hij niet van de indiening op de hoogte was en er redelijkerwijs ook niet van op de hoogte kon zijn. Onder dwangmaatregelen moeten in dit verband worden verstaan: alle maatregelen in het kader van de dwanginvordering respectievelijk invordering langs civielrechtelijke weg, en het aansprakelijk stellen van derden. Positie belastingdeurwaarderBelastingdeurwaarder is de door het College van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, als bedoeld in artikel 232, lid 4, sub d, van de Gemeentewet. De rechten en plichten uit de Ambtenarenwet zijn op hem van toepassing. In de uitoefening van zijn functie is de belastingdeurwaarder bestuursorgaan in de zin van de Awb, dan wel handelt hij onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan (de ontvanger). Als zodanig vervult hij zijn taak zonder vooringenomenheid. Hij gebruikt zijn bevoegdheid niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Hij waakt ervoor dat de nadelige gevolgen van zijn handelen niet onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die hij met die handelingen dient. Om misverstanden te voorkomen, meldt de belastingdeurwaarder steeds in welke hoedanigheid hij optreedt en hij legitimeert zich desgevraagd. Op grond van artikel 67 van de wet is het de belastingdeurwaarder verboden om wat hem over de persoon of de zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld – in enige werkzaamheid bij de uitvoering van de wet, of in verband daarmee – verder bekend te maken dan nodig is voor de uitvoering van de wet of voor de heffing van enige belasting. De leiding van de invordering berust steeds in handen van de ontvanger. Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder de bevoegdheden die hij rechtstreeks ontleent aan de wet en aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), slechts uitoefent nadat hij daartoe een opdracht van de ontvanger heeft verkregen en zich bij de uitoefening van die bevoegdheden houdt aan diens aanwijzingen. Op grond van artikel 9:1 Awb heeft een ieder het recht om een klacht in te dienen over de wijze waarop de belastingdeurwaarder zich tegenover hem of een ander heeft gedragen. Klachten in verband met zijn ambtsuitoefening kunnen worden ingediend bij de ontvanger in wiens opdracht en onder wiens verantwoordelijkheid de belastingdeurwaarder werkzaam is. Bewaren invorderingsbescheidenDe ontvanger bewaart de bescheiden die direct betrekking hebben op de invordering gedurende drie jaar na afdoening, of zoveel langer als het recht tot dwanginvordering van de belastingaanslag die daaraan ten grondslag ligt nog niet is verjaard. De bescheiden die op kwijtschelding betrekking hebben, worden gedurende ten minste drie jaar na de verleende kwijtschelding bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang definitief hebben verloren. Bescheiden die geen betrekking hebben op één of meer bepaalde belastingaanslagen, worden eveneens gedurende ten minste drie jaar bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang definitief hebben verloren. Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingenOp verzoek van de belastingschuldige of zijn gemachtigde geeft de ontvanger een verklaring af, dat op dat moment geen belastingaanslagen of andere vorderingen openstaan waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen. Tevens verklaart de ontvanger desgevraagd dat zich in het verleden – voor wat betreft de invordering – geen moeilijkheden hebben voorgedaan. In de verklaring kan de ontvanger nadere bijzonderheden vermelden. De ontvanger zendt de verklaring aan het adres van de belastingschuldige of reikt deze aan hem uit. Toezending of uitreiking aan een ander dan de belastingschuldige blijft achterwege, tenzij de ontvanger zich ervan heeft overtuigd dat die ander tot ontvangst van de verklaring bevoegd is. InformatieplichtDe ontvanger maakt van de bevoegdheden van hoofdstuk VII van de wet enkel gebruik bij een betalingsachterstand, dat wil zeggen als niet is betaald binnen de betalingstermijn(
- en)die voor de belastingaanslag gelden. De informatieplicht vervalt zodra volledige betaling plaatsvindt. De ontvanger kan altijd gebruik maken van zijn bevoegdheid van hoofdstuk VII als de toepassing van artikel 10 van de wet aan de orde kan komen. Diplomatieke statusDe invordering van belastingschulden van personen met een diplomatieke status gebeurt door tussenkomst van de minister van Buitenlandse Zaken. De ontvanger richt een verzoek om bemiddeling rechtstreeks tot: Ministerie van Buitenlandse Zaken Directie Kabinet en Protocol Postbus 20061 2500 EB ’s-Gravenhage ToepassingsgebiedDe ontvanger handelt zoveel mogelijk in overeenstemming met de Awb en het Besluit fiscaal bestuursrecht. 3. Begrippen - beleid op artikel 2 van de Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 2 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over het begrip ‘woonplaats’. Gemeentewet, artikel 231. WoonplaatsDe begrippen ‘woonplaats’ en ‘plaats van vestiging’ hebben bij de uitvoering van de wet niet steeds dezelfde inhoud. Als het gaat om de betekening van stukken of om andere handelingen overeenkomstig Rv, sluit de ontvanger aan bij het begrip ‘woonplaats’ als bedoeld in de artikelen 1:10 en volgende van het BW. Bij de aansprakelijkheidsbepalingen van Afdeling 1 van Hoofdstuk IV van de wet ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de begrippen ‘woonplaats’ en ‘plaats van vestiging’ die gelden voor de heffingswet op grond waarvan de belastingschuld – waarvoor de aansprakelijkheid bestaat – is ontstaan. 4. Bevoegdheden ontvanger - beleid op artikel 3 van de Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: de fiscale en civiele bevoegdheden van de ontvanger; het leggen van conservatoir beslag; het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures. Gemeentewet, artikel 231. Fiscale en civiele bevoeghedenDe ontvanger beschikt op grond van de wet over diverse specifieke bevoegdheden om een belastingschuld in te vorderen. Daarnaast heeft hij alle bevoegdheden die op grond van enigerlei wettelijke bepaling aan een schuldeiser toekomen. Dit leidt er in veel gevallen toe dat de ontvanger zowel gebruik kan maken van zijn specifieke fiscale bevoegdheden, als van zijn algemene civielrechtelijke bevoegdheden om zijn doel te bereiken. De ontvanger is vrij in de keuze van de invorderingsinstrumenten die hij het meest geschikt acht voor een juiste uitoefening van zijn taak. Als de ontvanger het wenselijk of noodzakelijk acht van fiscale bevoegdheden over te schakelen op civielrechtelijke bevoegdheden of andersom, dan doet hij dit alleen als het belang van de invordering opweegt tegen de belangen van de belastingschuldige en eventuele derden. Conservatoir beslagOm de rechten van de gemeente Sittard-Geleen veilig te stellen heeft de ontvanger naast de versnelde invordering de mogelijkheid conservatoir beslag te leggen. Feiten en omstandigheden bepalen de keuze van de ontvanger. Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invorderingAls de voorzieningenrechter van de rechtbank geen toestemming verleent tot het leggen van conservatoir beslag omdat hij gegronde vrees voor verduistering van de goederen niet aanwezig acht, dan legt de ontvanger niet alsnog om dezelfde reden executoriaal beslag op grond van de artikelen 10 en 15 van de wet. Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslagAls het niet mogelijk is eerst een belastingaanslag op te leggen, vraagt de ontvanger slechts verlof om conservatoir beslag te leggen aan de voorzieningenrechter als de belasting in redelijkheid materieel verschuldigd geacht mag worden. Het opleggen van de belastingaanslag wordt beschouwd als het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700, derde lid, Rv. Gerechtelijke procedures – toestemmingIn gerechtelijke procedures waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toestemming hebben van het College van burgemeester en wethouders. Behalve voor in hoger beroep te voeren zaken geldt het voorgaande niet voor: verklaringsprocedures in het kader van derdenbeslagen; kantonzaken; verzoekschriftprocedures; aansprakelijkheidsprocedures. 5. Belastingdeurwaarder - beleid op artikel 4 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 4 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over de reikwijdte van die bevoegdheid. Gemeentewet, artikel 231. Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarderDe belastingdeurwaarder is bevoegd is tot het uitbrengen van alle exploten en het treffen van alle invorderingsmaatregelen die rechtstreeks verband houden met de invorderingstaak en de hieruit voortvloeiende bevoegdheden van de ontvanger. Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder ook bevoegd is tot die werkzaamheden die voortvloeien uit de invordering langs civielrechtelijke weg, waartoe de ontvanger op grond van artikel 3, tweede lid, van de wet gerechtigd is en tot die werkzaamheden die verricht moeten worden, wanneer de ontvanger zelfstandig eisend en verwerend in rechte optreedt. 6. Reikwijdte van de wet - beleid op artikel 6 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 6 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over rente en kosten. Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wetOnder rente als bedoeld in artikel 6 van de wet wordt alleen verstaan: de invorderingsrente. Onder kosten wordt verstaan: alle kosten die op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten die zijn verbonden aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht bij de invordering langs civielrechtelijke weg. 7. Betaling en afboeking - beleid op artikel 7 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 7 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: het tijdstip van de betaling; de afboeking van de betaling; teveelbetalingen; het rekenen van rente en kosten bij afboeking; het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen; de afboeking van de betaling op de bestuurlijk boete; de afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden; betaling bij vergissing; het verzenden van een mededeling bij een afboeking van een betaling. Tijdstip betalingAls tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de ontvanger c.q. afdeling Belastingen van de gemeente Sittard-Geleen. Ook bij betaling door middel van storting van contant geld op het postkantoor, geldt als tijdstip van betaling de datum van bijschrijving op de rekening van de ontvanger c.q. afdeling Belastingen van de gemeente Sittard-Geleen. Bij betaling door middel van een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip van betaling. De afboeking van de betalingBij de afboeking van betalingen gelden de volgende richtlijnen: Betalingen waarvan de bestemming is aangegeven worden afgeboekt overeenkomstig de opgave van de betaler, tenzij de aangegeven bestemming strijdig is met de in artikel 7 van de wet neergelegde wijze van toerekening van betalingen. Betalingen waarvoor geen bestemming is aangegeven (de zogenoemde ongerichte betalingen) worden afgeboekt op de oudste en/of meest bezwarende openstaande belastingaanslagen, met dien verstande dat de aard van die belastingaanslagen of het belang van de belastingschuldige aanleiding kan zijn hiervan af te wijken. TeveelbetalingAls de aangegeven bestemming van de betaling een belastingaanslag betreft die al is betaald terwijl nog diverse andere belastingaanslagen openstaan, wordt die betaling aangemerkt als een ongerichte betaling en dienovereenkomstig behandeld. Rente en kosten bij afboeking betalingenOnder kosten wordt verstaan: alle kosten die op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten die verbonden zijn aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht bij de invordering langs civielrechtelijke weg. Onder rente als bedoeld in artikel 7 van de wet wordt alleen verstaan: de invorderingsrente. Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagenKosten die niet betrekking hebben op één specifieke belastingaanslag worden toegerekend aan een van de belastingaanslagen waarvoor de kosten zijn gemaakt. Afboeking betaling op bestuurlijke boeten waarvoor uitstel van betaling is verleendAls sprake is van een belastingaanslag en een in verband met die aanslag vastgestelde bestuurlijke boete, vindt toerekening uitsluitend plaats aan de belasting, als voor de betaling van de bestuurlijke boete uitstel van betaling is verleend in verband met een ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep). Als echter – ondanks dit uitstel – zoveel wordt betaald dat er na afboeking op de belasting nog een bedrag overblijft, dan wordt dit bedrag afgeboekt op de bestuurlijke boete. Als op de bestuurlijke boete is afgeboekt en de bestuurlijke boete wordt alsnog aangevochten, dan blijven de afboekingen gehandhaafd. Afboeking van betalingen door aansprakelijkgesteldenAls een betaling wordt verricht door een aansprakelijkgestelde, worden eerst de vervolgingskosten afgeboekt die aan de aansprakelijkgestelde zelf in rekening zijn gebracht. Het resterende bedrag wordt afgeboekt op de onderliggende belastingaanslag – waarbij artikel 7 van de wet wel van toepassing is – echter met dien verstande dat de invorderingsrente en kosten die op die aanslag zelf betrekking hebben alleen worden afgeboekt indien en voor zover men hiervoor aansprakelijk is gesteld. Als na afboeking van genoemd resterend bedrag nog een bedrag overblijft, dan wordt dit op de belastingaanslag afgeboekt, met inachtneming van de toerekeningsbepaling van artikel 7, tweede lid, van de wet. Van deze toerekening naar evenredigheid wordt afgeweken als de derde niet aansprakelijk is gesteld voor de bestuurlijke boete. In dit geval kan namelijk niet op de bestuurlijke boete worden afgeboekt. De ontvanger licht zowel de aansprakelijkgestelde als de belastingschuldige schriftelijk in over de wijze van afboeking van de betaling. Betaling bij vergissingMet de terugbetaling van een bedrag dat is voldaan ten gevolge van een evidente vergissing of misverstand aan de zijde van de betaler, wordt bijzondere voorzichtigheid betracht. Het is zeer wel mogelijk dat de betaling niet onverschuldigd heeft plaatsgehad, zodat de schuldvordering is tenietgegaan en invordering niet zonder meer opnieuw kan plaatshebben. In die gevallen wordt het betaalde bedrag niet terugbetaald, tenzij voor de ontvanger wordt verklaard dat geen beroep zal worden gedaan op het feit dat de schuld in een eerder stadium teniet is gegaan en dat de schuld te gelegener tijd op juiste wijze zal worden voldaan. Mededeling afboekingDe belastingschuldige ontvangt géén vervolgaccept(
- en)en/of kennisgeving(
- en)(hierna: mededeling afboeking) om hem op de hoogte te brengen van financiële mutaties op de belastingaanslag. Een mededeling afboeking wordt ook niet verstuurd indien betaling plaatsvindt op grond van een machtiging tot automatische afschrijving (automatische incasso). 8. Uitbetaling van belastingteruggaven - beleid op artikel 7a Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 7a van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: de aanwijzing van het rekeningnummer voor uitbetaling; uitbetalingsfouten. Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetalingDe aanwijzing door de belastingschuldige vindt in beginsel plaats bij de aangifte of het verzoek in verband waarmee het desbetreffende uit te betalen bedrag wordt vastgesteld. Als de belastingschuldige niet reageert op het schriftelijk ter verificatie aanbieden van het bij de gemeente Sittard-Geleen bekende rekeningnummer door de gemeente, geldt dit ook als aanwijzing. Als de belastingschuldige bij een volgende gelegenheid met betrekking tot hetzelfde belastingmiddel en hetzelfde soort uit te betalen bedrag een ander rekeningnummer aanwijst, dan wordt laatstbedoeld rekeningnummer geacht ook te zijn aangewezen voor het doen van uitbetalingen voortvloeiend uit eerdere aangiften of verzoeken. Aanwijzing moet voor het overige per uitbetaling schriftelijk plaatsvinden en wel op een zodanig tijdstip, dat daarmee redelijkerwijze bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden. UitbetalingsfoutenAls uitbetaling van een uit te betalen bedrag plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan die daarvoor door hem is aangewezen, dan moet de ontvanger in beginsel opnieuw uitbetalen. De ontvanger verbindt daaraan de voorwaarde dat het eerder betaalde bedrag eerst wordt gerestitueerd. Indien en voor zover blijkt dat het eerder betaalde bedrag niet ter beschikking van de belastingschuldige is gekomen – bijvoorbeeld omdat de rekening ten tijde van de bijschrijving een debetstand kent en ook de (eventuele) kredietfaciliteit van de rekening de restitutie niet toelaat – vindt hernieuwde uitbetaling direct plaats. Indien en voor zover aan de daartoe gestelde (wettelijke) voorwaarden wordt voldaan, zal de ontvanger het aldus teveel betaalde bedrag vervolgens terugvorderen uit ongerechtvaardigde verrijking. Uitbetalingsfouten die het gevolg zijn van een onjuiste aanwijzing door de belastingschuldige, blijven voor diens rekening. De ontvanger beroept zich in dat geval op het bevrijdende karakter van de (uit)betaling (artikel 6:34 BW). Desgevraagd wordt de belastingschuldige op de hoogte gesteld omtrent de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de derde aan wie onverschuldigd is betaald. 9. Bekendmaking aanslag - beleid op artikel 8 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 8 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: de verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties; de verzending van de aanslagbiljetten via TNT-Post; de gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet; het verzenden van een uitnodiging tot betaling aan erfgenamen. Gemeentewet, artikel 232. Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situatiesDe toezending of uitreiking van het aanslagbiljet gebeurt aan de belastingschuldige of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger, met dien verstande dat: aanslagbiljetten ten name van een onder curatele gestelde aan de curator worden gezonden; ingeval van faillissement het aanslagbiljet aan de curator wordt gezonden als de belastingschuld in het faillissement valt dan wel een boedelschuld vormt; als de belastingschuldige minderjarig is, het aanslagbiljet aan de wettelijke vertegenwoordiger wordt gezonden als bekend is dat verzending aan de belastingschuldige zelf al eerder problemen heeft opgeleverd; aanslagbiljetten ten name van een belastingschuldige van wie bekend is dat hij is overleden, worden gezonden aan de executeur, de bewindvoerder over de nalatenschap of de erfgenamen. Verzending aanslagbiljetten via TNT-PostVoor de verzending van de aanslagbiljetten en andere bescheiden maakt de ontvanger gebruik van de diensten van TNT-Post. Digitale notaDe gemeente Sittard-Geleen biedt ook de mogelijkheid om de gemeentelijke aanslagen digitaal te ontvangen. Bij de digitale nota ontvangt de belastingschuldige de aanslag digitaal en niet meer per post. De aanslag met bijbehorende documenten worden gepresenteerd via internetbankieren. Ook de acceptgiro's worden digitaal gepresenteerd zodat met 1 muisklik eenvoudig kan worden betaald. Het gebruik van de digitale nota is gratis. Meer informatie over de digitale nota op de website www.sittard-geleen.nl. Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljetDe gehoudenheid tot betalen wordt niet ongedaan gemaakt door de omstandigheid dat de schuld vermeld op de belastingaanslag afwijkt van hetgeen materieel is verschuldigd, noch door de omstandigheid dat de belastingaanslag ten name staat van een ander dan degene die de belasting materieel is verschuldigd. Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslagAls voor een belastingaanslag ten name van een overledene tegen de erfgenamen afzonderlijk moet worden opgetreden, worden zij zoveel mogelijk vooraf schriftelijk uitgenodigd het verschuldigde binnen een redelijk termijn te voldoen. 10. Betalingstermijnen - beleid op artikel 9 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 9 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: de dagtekening van het aanslagbiljet; het begrip maand bij betalingstermijnen. Gemeentewet, artikel 250. Dagtekening aanslagbiljetDe dagtekening van het aanslagbiljet wordt normaliter zodanig bepaald dat de belastingschuldige het biljet enige dagen voor de dag van dagtekening ontvangt. Hiervan kan worden afgeweken als op grond van artikel 10 van de wet versnelde invordering wordt toegepast. Begrip maand bij betalingstermijnAls de betalingstermijn van een aanslag is gesteld op één maand of is gesteld op twee maanden, dan houdt dat in dat als de dagtekening van een aanslagbiljet valt op 31 oktober, de betalingstermijn van één maand vervalt op 30 november en de betalingstermijn van twee maanden vervalt op 31 december. Als de dagtekening 28 februari is, dan vervalt de betalingstermijn van een maand op 31 maart en de betalingstermijn van twee maanden op 30 april, tenzij het jaartal aangeeft dat het een schrikkeljaar is, in welk geval de termijn vervalt op 28 maart dan wel 28 april. Als de dagtekening van het aanslagbiljet valt op een andere dag dan de laatste dag van de kalendermaand, dan vervalt de termijn een maand later (bij een betalingstermijn van een maand) of twee maanden later (bij een betalingstermijn van twee maanden) op de dag die hetzelfde nummer heeft als dat van de dagtekening. Als de dagtekening bijvoorbeeld 15 februari is, dan vervalt de termijn dus op 15 maart dan wel op 15 april. Betaaltermijn(
- en)en betaalwijze via automatische incassoOp elke belastingaanslag wordt (worden) de betaaltermijn(
- en)aangegeven. Uiterlijk op die datum moet de belastingschuldige de aanslag (of het evenredige deel ervan bij meerdere termijnen) hebben betaald. Onder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde belastingaanslagen is het mogelijk om het verschuldigde via automatische incasso te betalen. Bij automatische incasso wordt de belastingschuldige (een) afwijkende - ruimere - betalingstermijn(
- en)toegestaan. De regeling (incassoreglement) is verkrijgbaar bij de ontvanger. De mogelijkheid om gebruik te maken van automatische incasso wordt in ieder geval medegedeeld bij de toezending van de betreffende belastingaanslag(en). Ook is informatie te verkrijgen via de website www.sittard-geleen.nl. De mogelijkheid van betaling via een automatische incasso komt te vervallen zodra tweemaal de automatische incasso niet is uitgevoerd (door bankinstelling en/of belastingschuldige) c.q. tweemaal het termijnbedrag niet is ontvangen. In voorkomende gevallen geldt (gelden), na het vervallen verklaren van de automatische incasso, de oorspronkelijke betaaltermijn(
- en)als ware er geen toestemming tot automatische incasso gegeven. 11. Versnelde invordering - beleid op artikel 10 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 10 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: de reikwijdte van de versnelde invordering; de vrees voor verduistering; het metterwoon verlaten van Nederland; geen vaste woonplaats in Nederland; als er al beslag ligt; de verkoop namens derden; de vordering ex artikel 19. Reikwijdte versnelde invorderingAls de ontvanger het in een specifiek geval noodzakelijk acht daadwerkelijk tot versnelde invordering (als bedoeld in artikel 10 van de wet) over te gaan, dan vermeldt hij op het uit te reiken of te verzenden aanslagbiljet dat de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is. Voorts vermeldt de ontvanger op het aanslagbiljet het onderdeel van het eerste lid van artikel 10 van de wet op grond waarvan hij tot versnelde invordering overgaat. Als versnelde invordering zich voordoet nadat het aanslagbiljet is uitgereikt of verzonden – maar voordat de belastingaanslag (geheel) invorderbaar is – deelt de ontvanger de belastingschuldige schriftelijk mee dat hij de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar verklaart en dat de op het aanslagbiljet vermelde betalingstermijnen niet meer gelden. Hij doet dit eveneens onder opgave van het onderdeel van het eerste lid van artikel 10 van de wet op grond waarvan hij tot versnelde invordering overgaat. Veelal zal dan ook gebruik worden gemaakt van de versnelde dwanginvorderingsprocedure als bedoeld in artikel 15 van de wet, zodat vermelding op het dwangbevel dat de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is verklaard tot de mogelijkheden van mededeling behoort. In het laatste geval zal de betekening van het dwangbevel overigens niet per post kunnen plaatsvinden. De belastingdeurwaarder zal voordat tot de versnelde dwanginvordering als bedoeld in artikel 15 van de wet wordt overgegaan – als sprake is van direct contact met de belastingschuldige – deze eerst in de gelegenheid stellen om onmiddellijk te betalen. Als versnelde invordering zich voordoet nadat een dwangbevel is betekend – maar voordat de termijn van twee dagen van het bevel tot betaling is verstreken (bij een per post betekend dwangbevel in feite vier dagen) – vermeldt de ontvanger op het beslagexploot of op een aparte schriftelijke kennisgeving: artikel 15 juncto artikel 10, eerste lid, van de wet, gevolgd door het desbetreffende onderdeel. Hetzelfde geldt als de noodzaak tot versnelde invordering zich voordoet na het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling en de tweedagentermijn die daarbij geldt nog niet is verstreken. Er hoeft geen nieuw dwangbevel te worden betekend. De belastingschuldige wordt – als sprake is van direct contact met laatstgenoemde – eerst in de gelegenheid gesteld om onmiddellijk te betalen. Een belastingaanslag die op grond van artikel 10, eerste lid, van de wet terecht geheel opeisbaar is geworden, blijft geheel opeisbaar ook al zouden de feiten en omstandigheden die daartoe aanleiding hebben gevormd zich niet langer voordoen. Op verzoek van de belastingschuldige verleent de ontvanger in zo’n situatie altijd uitstel van betaling, welk uitstel overeenkomt met de betalingstermijn(
- en)die normaal zou(den) gelden. Vrees voor verduistering en versnelde invorderingVan gegronde vrees voor verduistering van goederen van de belastingschuldige als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet is sprake, als de ontvanger aannemelijk kan maken dat redelijkerwijs te verwachten is dat niet alleen het verhaal op een aantal goederen van de belastingschuldige metterdaad onmogelijk zal worden gemaakt, maar ook dat daardoor de verhaalbaarheid van de belastingschuld in ernstig gevaar zal komen. De vrees voor verduistering zal in de regel gelegen zijn in gedragingen van de belastingschuldige, maar kan in bepaalde situaties ook ontstaan door gedragingen van derden (bijvoorbeeld crediteuren), die aanleiding geven voor de veronderstelling dat voor onverhaalbaarheid moet worden gevreesd. Als verduistering wordt gevreesd van goederen waarvan na versnelde beslaglegging blijkt dat deze uitsluitend van een derde zijn, is niet voldaan aan artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet en is het beslag niet rechtsgeldig. Het beslag hoeft dan niet formeel te worden opgeheven maar de ontvanger moet de betrokkenen wel informeren over het feit dat er geen beslag ligt. Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invorderingNaast het redelijke vermoeden van de ontvanger dat de belastingschuldige van plan is Nederland metterwoon te verlaten, dan wel zijn plaats van vestiging naar een plaats buiten Nederland wil verplaatsen, moet de ontvanger – alvorens de belastingaanslag op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet dadelijk en tot het volle bedrag invorderbaar te verklaren – er in redelijkheid van overtuigd zijn dat de belastingaanslag na het verstrijken van de gebruikelijke betalingstermijn niet meer verhaald kan worden op goederen van de belastingschuldige die zich in Nederland bevinden. Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invorderingHet enkele feit dat de belastingschuldige buiten Nederland woont of is gevestigd, is op zich geen reden voor de ontvanger om de belastingaanslag dadelijk en tot het volle bedrag in te vorderen. Er moet een situatie bestaan waarin de ontvanger er redelijkerwijs vanuit kan gaan dat de belastingschuld niet binnen de termijnen zal worden voldaan en de belastingschuld niet in Nederland kan worden verhaald. Beslag en versnelde invorderingAls voor bepaalde belastingschulden op goederen van de belastingschuldige beslag is gelegd en er worden tijdens de duur van dat beslag nieuwe belastingaanslagen opgelegd, dan kan de ontvanger die belastingaanslagen dadelijk en tot het volle bedrag invorderen. Verkoop namens derden en versnelde invorderingIngeval van dwanginvordering door derden kan de dadelijke invorderbaarheid pas ontstaan door de (aankondiging van
- de)executoriale verkoop, zodat de ontvanger op deze grond niet eerder maatregelen kan treffen dan op het moment dat redelijkerwijs vaststaat dat verkoop zal plaatshebben. Vordering ex artikel 19 en versnelde invorderingDe ontvanger mag geen vordering als bedoeld in artikel 19 van de wet doen, enkel om te bereiken dat daardoor een belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar wordt. Als de ontvanger met betrekking tot een bepaalde belastingaanslag een vordering jegens een derde heeft gedaan en nadien worden andere belastingaanslagen opgelegd, dan kunnen ook die aanslagen tot het volle bedrag worden ingevorderd, ook als de betalingstermijnen van die nieuwe aanslagen nog niet zijn verstreken. 12. Aanmaning - beleid op artikel 11 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 11 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: kostenloze betalingsherinneringen de geadresseerde van de aanmaning; als de aanmaning ten onrechte is verzonden; het achterwege laten van tussentijdse vervolging; de gedeeltelijke voldoening na aanmaning; de betalingsherinnering; de aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg. Eerste vervolgingsmaatregelIndien de belastingschuldige na de vervaldatum van de betaaltermijn(
- en)van het belastingaanslagbiljet, de verschuldigde belasting niet volledig heeft voldaan zal, ongeacht de hoogte van het verschuldigde bedrag, een kostenloze betalingsherinnering worden verstuurd. Ook voor die belastingschuldige die wel het bedrag van de belasting betaalt maar niet de in rekening gebrachte invorderingsrente, wordt een kostenloze betalingsherinnering verstuurd. Indien belastingschuldige in gebreke blijft wordt na de laatste betaaltermijn een aanmaning verstuurd. De geadresseerde van de aanmaningDe ontvanger zendt de aanmaning aan degene aan wie het aanslagbiljet is verzonden of uitgereikt. Als naderhand blijkt dat de ontvanger de vervolging voort moet zetten voor een belastingschuldige die minderjarig is of onder curatele staat, dan zendt de ontvanger alsnog een aanmaning naar het adres van de wettelijke vertegenwoordiger. Als de belastingschuldige is overleden, dan zendt de ontvanger de aanmaning naar de gezamenlijke erfgenamen. Als de ontvanger weet dat de nalatenschap al is verdeeld, dan zendt hij een aanmaning aan iedere erfgenaam afzonderlijk. Aanmaning ten onrechte verzondenAls een belanghebbende zich tot de ontvanger wendt met de mededeling dat hem ten onrechte een aanmaning is toegezonden, dan wordt de vervolging niet voortgezet voordat dit is opgehelderd. Als de ontvanger concrete aanwijzingen heeft dat moet worden gevreesd voor de verhaalbaarheid van de belastingaanslagen, of dat de mededeling is gedaan om de invordering te traineren, dan kan hij maatregelen nemen die de rechten van de gemeente Sittard-Geleen veilig stellen. Achterwege laten tussentijdse vervolgingDe gemeente Sittard-Geleen doet, behoudens voor het verzenden van de kostenloze betalingsherinnering, niet aan termijnvervolging. Gedeeltelijke voldoening aan aanmaningAls na de verzending van een aanmaning een gedeelte van het achterstallige bedrag wordt voldaan, dan wordt de uitvaardiging van een dwangbevel voor het restant niet door een nieuwe aanmaning voorafgegaan. Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke wegAls de ontvanger invordert langs civielrechtelijke weg, dan gaat de ontvanger over tot het uitbrengen van een dagvaarding. De dagvaarding hoeft niet vooraf te worden gegaan door een ingebrekestelling. Wel verzendt de ontvanger eerst een aanmaning. De ontvanger verzendt echter geen aanmaning als reeds conservatoir beslag is gelegd. 13. Dwangbevel - beleid op artikel 12 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 12 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: het onderwerp van het dwangbevel; tegen wie een dwangbevel wordt verleend. Onderwerp van het dwangbevelEen dwangbevel wordt uitgevaardigd voor het per saldo verschuldigde bedrag van op een aanslagbiljet voorkomende belastingaanslagen en beschikkingen respectievelijk voor het per saldo verschuldigde bedrag van de termijnen waarvoor een aanmaning is verzonden, verminderd met de inmiddels gedane betalingen, verleende verminderingen, ontheffingen en bedragen waarvoor kwijtschelding is verleend. Indien de belastingschuldige na de vervaldatum van de aanmaning de verschuldigde belasting inclusief de invorderingsrente en/of aanmaningskosten niet heeft voldaan, zal, zonder voorafgaande betalingsherinnering of waarschuwing, een dwangbevel worden uitgevaardigd. Ook voor die belastingschuldigen die wel het bedrag van de belasting betalen maar niet de invorderingsrente en/of vervolgingskosten, wordt, zonder voorafgaande betalingsherinnering of waarschuwing, tot uitvaardiging en betekening van het dwangbevel overgegaan. Alleen indien het niet aan de belastingschuldige is te verwijten dat niet tijdig is voldaan wordt de in rekening gebrachte invorderingsrente en/of kosten voor het betekenen van het dwangbevel buiten invordering gelaten. Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevelDe ontvanger verleent een dwangbevel tegen de belastingschuldige of diens rechtsopvolgers. Als de ontvanger het dwangbevel verleent tegen een ander dan de belastingschuldige, moet duidelijk blijken op welke gronden dit gebeurt. Als de ontvanger bekend is met de minderjarigheid of curatele van een belastingschuldige, dan brengt hij dit in het dwangbevel tot uitdrukking. Als de ontvanger hiermee niet bekend is, hoeft hij niet vooraf een daarop gericht onderzoek in te stellen. Als de ontvanger een belastingschuld van een overledene moet verhalen op diens onverdeelde nalatenschap, verleent hij één dwangbevel tegen de gezamenlijke erfgenamen. Als betekening ten aanzien van de gezamenlijke erfgenamen van een overledene op de voet van artikel 53 Rv niet mogelijk of niet wenselijk is, dan vermeldt de ontvanger alle erfgenamen met naam en adres alsmede met hun kwaliteit van erfgenaam van de overleden belastingschuldige in het dwangbevel. De ontvanger brengt daarbij evenwel niet het deel van ieders aansprakelijkheid tot uitdrukking. 14. Betekening van het dwangbevel - beleid op artikel 13 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 13 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: de betekening van het dwangbevel per post; de betekening van het dwangbevel door de deurwaarder; bijzondere gevallen van betekening van het dwangbevel. Betekening dwangbevel per postDe betekening van het dwangbevel per post met het bevel tot betaling vindt plaats door het ter post bezorgen door de ontvanger van een voor de belastingschuldige bestemd afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling. Onder ter post bezorging wordt verstaan: het door de ontvanger ter verzending aanbieden van het afschrift aan TNT-Post. Als betekeningsdatum geldt in het algemeen de datum van de ter post bezorging. De ontvanger maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel per post te betekenen Adressering van per post betekende dwangbevelenVerzending van het voor de belastingschuldige bestemde afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling vindt plaats aan het in de administratie van de gemeente Sittard-Geleen bekende adres van de belastingschuldige. Voor in Nederland woonachtige natuurlijke personen zal dit over het algemeen het adres van de belastingschuldige zijn, dat in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens is geregistreerd. Als de belastingschuldige te kennen heeft gegeven voor hem bestemde poststukken te willen ontvangen op een ander adres dan het adres volgens de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens – bijvoorbeeld een postbusadres – kan verzending ook plaatsvinden aan dat adres. Als achteraf mocht blijken dat het afschrift van het dwangbevel aan een – ten tijde van de terpostbezorging – onjuist adres is verzonden en de belastingschuldige niet heeft bereikt, dan wordt aan het dwangbevel geen rechtsgevolg verbonden. Als het afschrift van het dwangbevel aan het juiste adres van de belastingschuldige is verzonden, maar laatstgenoemde beweert het afschrift niet te hebben ontvangen, dan geldt het dwangbevel als betekend. Dit is niet het geval als de belastingschuldige bijzondere omstandigheden aannemelijk kan maken op grond waarvan moet worden aangenomen dat het afschrift van het dwangbevel het bestemde adres niet heeft bereikt. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarderAls bij de betekening van een dwangbevel door de belastingdeurwaarder aanwijzingen bestaan dat de belastingschuldige bezwaar heeft tegen kennisneming van de inhoud van het dwangbevel door de huisgenoot aan wie de belastingdeurwaarder het afschrift moet achterlaten, dan betekent de belastingdeurwaarder het dwangbevel op de wijze als bepaald in artikel 47, eerste lid, Rv. Deze handelwijze volgt de belastingdeurwaarder ook als hij verwacht dat achterlating van het afschrift van het dwangbevel aan de huisgenoot er niet toe zal leiden dat het afschrift de belastingschuldige ook daadwerkelijk zal bereiken. Bij de betekening van het dwangbevel wordt domicilie gekozen op het adres van het kantoor van de gemeente Sittard-Geleen waar de belastingdeurwaarder zijn standplaats heeft. Een ruimere domiciliekeuze vindt slechts plaats wanneer daartoe aanleiding bestaat, gelet op de van de omstandigheden afhankelijke, bijzondere wettelijke voorschriften. Bijzondere gevallen van betekening dwangbevelEen dwangbevel dat – hetzij door terpostbezorging, hetzij door de belastingdeurwaarder – is betekend aan een minderjarige of onder curatele gestelde, moet mede worden betekend aan de wettelijke vertegenwoordiger alvorens tot tenuitvoerlegging ervan kan worden overgegaan. Zo nodig zal aan de laatstbedoelde betekening het verzenden van een aanmaning aan de wettelijke vertegenwoordiger voorafgaan. Ten aanzien van schippers zonder vaste woonplaats aan de wal, is betekening mogelijk op het adres van het verplicht gekozen domicilie. 15. Tenuitvoerlegging van het dwangbevel - beleid op artikel 14 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 14 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: de algemene regels over tenuitvoerlegging; beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn; beslag op onroerende zaken; beslag onder derden; beslag op schepen. 15.1. Tenuitvoerlegging algemeenIndien de belastingschuldige de verschuldigde belasting, vervolgingskosten en/of invorderingsrente niet volledig heeft voldaan zal, ongeacht de hoogte van het verschuldigde bedrag, zonder voorafgaande betalingsherinnering of waarschuwing, de (dwang)invordering worden voortgezet Het dwangbevel levert een executoriale titel op. Na betekening aan de belastingschuldige, kan de belastingdeurwaarder het dwangbevel met toepassing van de voorschriften van Rv ten uitvoer leggen (artikel 14, eerste lid, van de wet). Als het dwangbevel per post is betekend moet de belastingdeurwaarder een hernieuwd bevel tot betaling betekenen, voordat hij tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaat (artikel 14, tweede lid, van de wet). Als de betekening van het hernieuwd bevel tot betaling plaatsvindt conform artikel 47 Rv – dat wil zeggen door achterlating van het bevel in een gesloten envelop of door terpostbezorging van het bevel – gaat de belastingdeurwaarder pas na twee dagen na betekening van het hernieuwde betalingsbevel over tot tenuitvoerlegging. In de overige gevallen kan de belastingdeurwaarder onmiddellijk tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaan. Betekening van een hernieuwd bevel tot betaling hoeft overigens niet plaats te vinden als het dwangbevel met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet, terstond ten uitvoer kan worden gelegd (artikel 14, derde lid, van de wet). Keuze van invorderingsmaatregelenDe tenuitvoerlegging gebeurt op de voet van Rv dat toelaat de verschillende mogelijkheden van tenuitvoerlegging tegelijkertijd te benutten. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerleggingDe tenuitvoerlegging van verschillende dwangbevelen tegen dezelfde belastingschuldige gebeurt zoveel mogelijk tegelijkertijd. Bij de tenuitvoerlegging wordt onnodige ruchtbaarheid vermeden. Ook wordt de nodige soepelheid betracht. Dit brengt met zich mee dat de formeel voorgeschreven handelwijze wordt onderbroken, als het uit menselijk of tactisch oogpunt wenselijk is eerst persoonlijk contact met de belastingschuldige op te nemen. In dit verband kan het verantwoord zijn dat de belastingdeurwaarder niet dadelijk tot beslaglegging overgaat of deze onderbreekt of beëindigt, als hij vermoedt dat de ontvanger de beslagopdracht niet zou hebben gegeven als alle omstandigheden bekend waren geweest. Dit geldt ook als de belastingschuldige aantoont dat de betaling inmiddels heeft plaatsgevonden. Als het dwangbevel eenmaal ten uitvoer is gelegd door middel van beslag, wordt onverwijld tot uitwinning van de goederen waarop beslag is gelegd, overgegaan. Hiervan kan worden afgeweken als de belastingschuldige een voorstel doet tot minnelijke afdoening van het beslag. Voorwaarde is dan wel dat met de afdoening – gelet op de omstandigheden – naar het oordeel van de ontvanger akkoord kan worden gegaan. Hierbij geldt als uitgangspunt dat een minnelijke afdoening moet passen in het in deze leidraad geformuleerde beleid. Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overledenAls degene tegen wie het dwangbevel is uitgevaardigd, is overleden, gaat de belastingdeurwaarder pas tot tenuitvoerlegging over nadat de termijn van drie maanden als bedoeld in artikel 4:185 BW is verstreken. Als alle erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard, kan de rechtbank de termijn van drie maanden verlengen. Als de nalatenschap wordt vereffend, kan de ontvanger gedurende de vereffening zijn vordering niet op de nalatenschap verhalen. Volgorde van uitwinning bij beslagAls de ontvanger naast zaken van de belastingschuldige, ook zaken in beslag heeft genomen waar derden rechten op hebben, dan wint hij die zaken uit in de volgorde: zaken van belastingschuldige zelf; zaken waar anderen dan de belastingschuldige een beperkt recht op hebben; De ontvanger hoeft deze volgorde niet in acht te nemen als op voorhand duidelijk is dat: de hoogte van de belastingschuld aantasting van de rechten van derden onvermijdelijk maakt of; het belang van de invordering zich hiertegen verzet. Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zakenVoordat verhaal wordt gezocht op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zaken, of op goederen verkregen onder de ontbindende voorwaarde van overlijden waarbij zich een opschortende voorwaarde ten gunste van een verwachter aansluit, licht de ontvanger andere belanghebbenden dan de erfgenamen van de belastingschuldige zoveel mogelijk in over zijn voornemen. Beslaglegging voor vordering van derdenAls de ontvanger voor een belastingschuld beslag heeft gelegd, gaat hij ook over tot beslaglegging voor vorderingen van derden met gelijke preferentie, waarvan de invordering aan hem is opgedragen, ongeacht de executiewaarde van de inbeslaggenomen zaken. Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan voorwaardenDe ontvanger kan een beschikking afgegeven, die inhoudt dat voor een openstaande belastingschuld geen invorderingsmaatregelen meer worden getroffen wanneer alsnog een bepaald bedrag wordt voldaan dan wel dat aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan. De ontvanger heft de gelegde beslagen op nadat dit bedrag is betaald of aan die voorwaarden is voldaan. Opheffing beslag tegen betaling door een derdeAls de ontvanger van een derde een bedrag krijgt aangeboden ter opheffing van het beslag, dan kan de ontvanger hieraan zijn medewerking verlenen als ten minste is voldaan aan de volgende voorwaarden: Het aangeboden geldbedrag komt niet direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige. Het aangeboden geldbedrag is aanzienlijk hoger dan de opbrengst die naar verwachting zou zijn verkregen bij een executie. De belangen van de gemeente Sittard-Geleen worden niet geschaad. De ontvanger houdt bij zijn beslissing rekening met de gerechtvaardigde belangen van andere schuldeisers die op de betreffende zaken verhaal zoeken, en hij kan aan zijn medewerking nadere voorwaarden verbinden. Opschorten van de executieDe belastingdeurwaarder stelt bij het opmaken van het proces-verbaal van beslag een verkoopdatum vast. Op deze datum vindt de openbare verkoop plaats, tenzij de ontvanger ervan overtuigd is dat betaling van de belastingschuld alsnog op zeer korte termijn zal plaatsvinden. In dat geval kan de ontvanger besluiten de verkoopdatum op te schorten tot (in totaal) maximaal vier maanden na de datum waarop het beslag is gelegd. Als sprake is van beslag op roerende zaken, dan deelt de belastingdeurwaarder de nieuwe verkoopdatum bij exploot aan de belastingschuldige mee, tenzij deze nieuwe datum op grond van een schriftelijke overeenkomst tussen de ontvanger en de belastingschuldige is verschoven. Het opschorten van de verkoopdatum houdt op zich geen uitstel van betaling in, in de zin van artikel 25 van de wet. Onderhandse verkoopAls een onderhandse verkoop van in beslag genomen zaken naar verwachting aanzienlijk meer oplevert dan de verwachte opbrengst bij openbare verkoop, dan kan de ontvanger kiezen voor een onderhandse verkoop. De ontvanger moet hierbij rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van eventuele derde-rechthebbenden die zich bij hem bekend hebben gemaakt. De ontvanger stelt deze derden in de gelegenheid om een bedrag aan te bieden ter opheffing van het beslag. Onderhandse verkoop vindt niet plaats als hierdoor de belangen van de gemeente Sittard-Geleen wordt geschaad. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoopDe ontvanger kan de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen: een aangeboden bedrag ter opheffing van het beslag tegen betaling door een derde een onderhandse verkoop. De ontvanger geeft dan in het algemeen de voorkeur aan opheffing van het beslag; voorwaarde is dat de hierdoor verkregen opbrengst niet lager is dan die van een onderhandse verkoop. Strafrechtelijk beslagAls op een inbeslaggenomen goed ook een strafrechtelijk beslag ex artikel 94 Sv rust – dat wil zeggen niet zijnde een beslag in het kader van een ontnemingsmaatregel – dan wordt het beslag dat de belastingdeurwaarder heeft gelegd pas vervolgd nadat het strafrechtelijke beslag is opgeheven. Zolang niet duidelijk is wat met het strafrechtelijke beslag gebeurt, kan het fiscale beslag blijven liggen. Invordering en ontnemingswetgevingDe gemeente Sittard-Geleen belemmert zo min mogelijk de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen. In geval van samenloop van de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen en het nemen van invorderingsmaatregelen tot verhaal van een belastingschuld, treedt de ontvanger terughoudend op. Dit houdt in dat de ontvanger in beginsel niet direct overgaat tot uitwinning van gelegd beslag tenzij hiermee de belangen van de gemeente Sittard-Geleen worden geschaad. Als de verdachte/veroordeelde naast illegaal inkomen nog legaal inkomen heeft waarvoor belastingaanslagen zijn opgelegd, dan kan de ontvanger wel tot daadwerkelijke uitwinning van die vermogensbestanddelen overgaan, die – anders dan door onderzoek van politie of openbaar ministerie – zijn opgespoord. Voor zover sprake is van een maatregel tot schadevergoeding, als bedoeld in artikel 36f, eerste lid, Sr ten behoeve van slachtoffers of benadeelde derden, of anderszins aan slachtoffers of benadeelde derden tegemoet wordt gekomen, treedt de ontvanger niet terughoudend op. Als de gemeente Sittard-Geleen – op het moment dat de invordering wel is gestart, maar nog niet tot beslaglegging is overgegaan – in kennis wordt gesteld van een ontnemingszaak en van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van de belastingschuldige, dan treft de ontvanger invorderingsmaatregelen met een conservatoir karakter. Als de belangen van de gemeente Sittard-Geleen worden geschaad door opschorting van uitwinning, gaat de ontvanger echter wel over tot uitwinning. Hierbij kan onder meer – doch niet uitsluitend – worden gedacht aan: een situatie waarin door de daadwerkelijke uitwinning van het inbeslaggenomene niet ter hand te nemen, de verhaalswaarde daarvan in onevenredige mate vermindert (denk hierbij onder meer aan voorraden, personenauto’s en dergelijke); een situatie waarin het niet uitwinnen van de beslagen zaak leidt tot een schadeactie, hetzij van de zijde van de belastingschuldige, hetzij van de zijde van de medecrediteuren. 15.2. Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijnKennisgeving vooraf en beslag roerende zakenAls de belastingdeurwaarder op het woonadres van de belastingschuldige niemand thuis treft en beslag op roerende zaken alleen kan plaatsvinden met gebruikmaking van artikel 444 Rv, dan blijft deze wijze van tenuitvoerlegging vooralsnog achterwege. De belastingdeurwaarder laat in dat geval een schriftelijke kennisgeving achter met vermelding van dag en uur waarop hij zich weer op het woonadres zal vervoegen. Deze handeling blijft achterwege als een belastingschuldige het stelselmatig hierop laat aankomen, dan wel van deze handelwijze misbruik wordt gemaakt of op andere wijze het belang van de invordering zich tegen deze handelwijze verzet. Aanbod van betaling en beslag roerende zakenAls de belastingschuldige ter voorkoming van beslaglegging aan de belastingdeurwaarder aanbiedt om ter plekke te betalen, aanvaardt de deurwaarder deze betaling. Van de betaling wordt een kwitantie opgemaakt, waarvan een afschrift aan de belastingschuldige wordt gelaten. Omvang van het beslag op roerende zakenHet beslag wordt gelegd op zoveel zaken als – naar het oordeel van de belastingdeurwaarder – ruimschoots voldoende is voor dekking van de openstaande schuld inclusief rente en kosten. Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zakenAls een derde bij de belastingdeurwaarder bezwaar maakt tegen de inbeslagname van bepaalde roerende zaken waarvan hij de eigendom claimt, wijst de belastingdeurwaarder op de mogelijkheid een beroepschrift in te dienen bij het College van burgemeester en wethouders op grond van artikel 22, eerste lid, van de wet en eventueel in verzet te gaan op grond van artikel 456 of artikel 435 Rv. Als aan de eigendom van een derde niet kan worden getwijfeld en vaststaat dat de ontvanger zijn verhaalsrecht niet kan effectueren, blijft inbeslagname achterwege. Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en beslag roerende zakenDe ontvanger kan het restant van de schuld van belastingschuldige aan een derde op grond van artikel 6:30 BW voldoen in afwachting van verrekening met de belastingschuldige, als de belastingdeurwaarder de volgende zaken aantreft: zaken die niet onder het bodemrecht vallen; en eigendom zijn van een derde; en strekken tot zekerheid voor de voldoening van een schuld die de belastingschuldige aan de derde heeft (bijvoorbeeld huurkoop, eigendomsvoorbehoud); en waarop de ontvanger zich na voldoening van die schuld zou kunnen verhalen. De ontvanger maakt van deze mogelijkheid slechts gebruik als de executiewaarde van de desbetreffende zaken beduidend hoger is dan het restant van de schuld. Dit geldt ook als het gaat om zaken van de belastingschuldige die bij een derde in beslag zijn genomen en waarop deze derde een retentierecht heeft. Beslag roerende zaken bij derdenOp zaken van de belastingschuldige die zich bij een derde bevinden, verhaalt de belastingdeurwaarder de belastingschuld zoveel mogelijk door het leggen van een beslag op roerende zaken. De deurwaarder zal in de volgende gevallen echter beslag onder derden leggen als: de derde geen medewerking verleent aan het leggen van een beslag roerende zaken; het voor de belastingdeurwaarder feitelijk onmogelijk is om de zaken zelf te zien, dan wel te inventariseren; de derde een beroep doet als bedoeld in artikel 461d Rv, voordat het exploot van beslag op roerende zaken is afgesloten. Als de derde een dergelijk beroep doet nadat het exploot van beslag op roerende zaken is afgesloten, legt de belastingdeurwaarder geen afzonderlijk derdenbeslag maar geldt het beslag roerende zaken als derdenbeslag. De belastingdeurwaarder betekent in dat geval binnen drie dagen na de beslaglegging aan de derde een formulier in tweevoud als bedoeld in artikel 475, tweede lid, Rv. Dit laatste geldt ook als de verwachting is gerechtvaardigd dat de derde voor de executoriale verkoop een beroep zal doen als bedoeld in artikel 461d Rv. Wegvoeren van beslagen zakenNadat op roerende zaken beslag is gelegd, wordt zoveel mogelijk aan de belastingschuldige het feitelijk gebruik gelaten. Onder bijzondere omstandigheden kan de belastingdeurwaarder beslagen zaken wegvoeren. Hij stelt daartoe een gerechtelijke bewaarder aan als bedoeld in Rv. Het aanstellen van een bewaarder ontheft de ontvanger niet van zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de in beslag genomen zaken. Het wegvoeren van zaken is mogelijk, als dit voor het behoud van die zaken redelijkerwijze noodzakelijk is (artikel 446 Rv). Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de zaken dreigen te worden verduisterd of beschadigd. Hetzelfde geldt als er gegronde vrees bestaat dat verhaal op de zaken ernstig bemoeilijkt wordt of feitelijk onmogelijk is, indien de zaken niet worden afgevoerd. Van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken wordt slechts gebruik gemaakt: als de verwachting bestaat dat zonder het wegvoeren de schuld niet volledig kan worden ingevorderd; en de ontvanger na marginale toetsing niet heeft kunnen constateren dat de belastingaanslagen materieel onverschuldigd moeten worden geacht. Het wegvoeren van zaken gebeurt niet dan na daartoe verkregen toestemming van het College van burgemeester en wethouders of zijn plaatsvervanger. Afsluiting en beslag roerende zakenDe deurwaarder dan wel de bewaarder kan tot afsluiting van de ruimte overgaan waarin ten laste van de onderneming in beslag genomen zaken zich bevinden, als: de omstandigheden zich voordoen als hiervoor genoemd in “wegvoeren van beslagen zaken”; en de desbetreffende zaken niet of slechts tegen naar verhouding zeer hoge kosten kunnen worden afgevoerd. Na afsluiting zal zo spoedig mogelijk tot executoriale verkoop worden overgegaan. Bewaarder en beslag roerende zakenAls zaken op grond van het hiervoor in “wegvoeren van beslagen zaken” worden weggevoerd of op grond van het hiervoor in “afsluiting en beslag roerende zaken” afsluiting plaatsvindt, stelt de belastingdeurwaarder daarbij een bewaarder aan die in staat moet worden geacht ook daadwerkelijk de taken verbonden aan het bewaarderschap met betrekking tot die zaken uit te oefenen. De aanstelling van de bewaarder wordt vermeld in het proces-verbaal dat in de betreffende situaties moet worden opgemaakt. Als een ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen als bewaarder wordt aangesteld, is dit zoveel mogelijk een belastingdeurwaarder, niet zijnde de belastingdeurwaarder die het beslag heeft gelegd. Aan de ambtenaar die tot bewaarder is aangesteld, wordt hiervoor geen vergoeding gegeven. De tot bewaarder aangestelde ambtenaar draagt er zorg voor dat de beslagen zaken waarover hij tot bewaarder is aangesteld zo nodig worden vervoerd of opgeslagen op een wijze die het risico van fysiek of economisch bederf minimaliseert, meer dan voor de onderhavige zaken onder normale omstandigheden gebruikelijk is. De in dit verband te nemen maatregelen en de daaraan verbonden kosten moeten in een redelijke verhouding staan tot de aard en de waarde van de desbetreffende zaken. Tijdens de periode dat het beslag ligt, wordt in de navolgende gevallen aan de bewaarder het bewaarderschap ontnomen en een ander tot bewaarder aangesteld: als de bewaarder geacht moet worden gedurende langere tijd lichamelijk of geestelijk niet in staat te zijn de aan het bewaarderschap verbonden taken uit te oefenen; als de bewaarder is overleden; in dit geval hoeft het bewaarderschap niet uitdrukkelijk te worden ontnomen; als een ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen tot bewaarder is aangesteld en deze ambtenaar door oorzaken van personele of organisatorische aard redelijkerwijs moet worden geacht geen betrokkenheid meer te (kunnen) hebben bij het beslag. Ontslag van een bewaarder gebeurt steeds schriftelijk; in voorkomend geval kan dit bij deurwaardersexploot. Executoriale verkoop computerapparatuurAls de belastingdeurwaarder beslag legt op computerapparatuur, dan valt alleen de zogenoemde ‘hardware’ onder dit beslag. De belastingdeurwaarder moet – voordat tot executoriale verkoop wordt overgegaan – nagaan of deze apparatuur nog de zogenoemde ‘software’ bevat (bestanden, programma’s en dergelijke). Als dat het geval is, dan moet de belastingschuldige de mogelijkheid worden geboden om die software te verwijderen en een back-up te maken. Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina werkenDe ontvanger moet er voor zorgdragen dat geen zilveren, gouden of platina werken die niet zijn voorzien van de stempeltekenen die volgens de Waarborgwet 1986 vereist zijn, in openbare verkoop worden gebracht of met dat doel worden tentoongesteld. Van het houden van een openbare verkoop waarin zilveren, gouden of platina werken voorkomen – al dan niet met het vereiste stempelteken – moet de ontvanger ten minste drie dagen van tevoren aangifte doen bij Waarborg Holland. Beslag op illegale zakenAls voor beslag vatbare zaken worden aangetroffen waarvan in beginsel de vervaardiging, het bezit of het gebruik strafbaar is (of het vermoeden van strafbaarheid bestaat), kan de beslaglegging op de normale wijze doorgang vinden. Wel wordt direct of zo snel mogelijk na de beslaglegging de politie ingeschakeld om te bezien in hoeverre aanleiding bestaat om strafrechtelijke maatregelen te nemen. Hierbij geldt het bepaalde zoals hier omschreven in “strafrechtelijk beslag”. Bieden voor rekening van de gemeente Sittard-Geleen en beslag roerende zakenOm een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger een andere belastingdeurwaarder dan de deurwaarder die met de verkoop belast is, opdragen voor rekening van de gemeente Sittard-Geleen te bieden. Opheffing van het beslag op roerende zakenAls de belastingschuldige er uitdrukkelijk om verzoekt of als de ontvanger dit wenselijk acht, wordt opheffing van het beslag bij deurwaardersexploot kenbaar gemaakt. Opheffing van het beslag op roerende zaken als bedoeld in artikel 445 Rv wordt altijd kenbaar gemaakt bij deurwaardersexploot. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zakenDe ontvanger boekt de opbrengst van de executie af met inachtneming van het bepaalde m.b.t. artikel 7 van de wet. Als er andere schuldeisers zijn die beslag hebben gelegd of als er beperkt gerechtigden zijn van wie het recht door de executie is vervallen, dan wordt zoveel mogelijk getracht in der minne overeenstemming te bereiken over de toedeling van de netto-executieopbrengst. Als dat niet mogelijk blijkt, dan is artikel 481 Rv en volgende van toepassing. Proces-verbaal van verkoop roerende zakenAls de belastingschuldige te kennen geeft dat hij een afschrift van het proces-verbaal van verkoop wenst, wordt hem dit zo spoedig mogelijk toegezonden, met dien verstande dat de namen en woonplaatsen van de kopers onleesbaar zijn gemaakt. Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende zakenAls de belastingschuldige of een belanghebbende derde de ontvanger vraagt of een beslag nog ligt, dan verstrekt de ontvanger deze informatie tenzij het belang van de invordering zich daartegen verzet. 15.3. Beslag op onroerende zakenBewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag onroerende zakenAls gelijktijdig met het beslag op de onroerende zaak beslag wordt gelegd op roerende zaken die in of op de onroerende zaak aanwezig zijn, kan de belastingdeurwaarder deze zaken afvoeren om in bewaring te geven als dit voor het behoud van die zaken redelijkerwijs noodzakelijk is. De belastingdeurwaarder heeft hiervoor toestemming nodig van de ontvanger. Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende zakenAls de ontvanger voor een belastingschuld beslag op een onroerende zaak heeft gelegd, zal hij voor nader opgekomen belastingschuld zoveel mogelijk opnieuw tot beslaglegging overgaan. In gevallen waarin de ontvanger zelf de eerste beslaglegger is, gaat hij altijd tot beslaglegging over voor vorderingen van derden waarvan de invordering aan hem is opgedragen. Verhuurde of verpachte onroerende zakenDe ontvanger die beslag op de onroerende zaak heeft laten leggen en tevens de huur of pacht wil incasseren, doet hiervoor zoveel mogelijk een vordering ex artikel 19 van de wet onder de huurder of pachter. Er wordt in zo’n geval dus niet gehandeld als bedoeld in artikel 507, derde lid, Rv. Voorwaarden van verkoop van onroerende zakenDe ontvanger vraagt de notaris een afschrift van de veilingvoorwaarden die op de verkoop van toepassing zijn en hij treedt zo nodig in overleg over de inhoud van deze voorwaarden. In overleg met de notaris wordt in de voorwaarden van verkoop bepaald dat de kosten van executie, toewijzing en eventuele rangregeling door de executant zullen worden voldaan uit de koopprijs en dat het tekort – als de koopprijs niet toereikend mocht zijn – door de executant zal worden aangezuiverd. Opheffing van het beslag onroerende zakenVan de opheffing van een beslag op een onroerende zaak wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de belastingschuldige. Als het beslag aan de huurder of pachter is betekend, ontvangt deze ook een schriftelijke mededeling. Ook wordt van deze opheffing bij deurwaardersexploot mededeling gedaan aan de (eventuele) derde-eigenaar, aan alle (eventuele) hypotheekhouders en – indien van toepassing – aan de bewaarder. 15.4. Beslag onder derdenBeslag op vordering van een derdeIn artikel 475 Rv en volgende is de mogelijkheid gegeven ten laste van de belastingschuldige beslag te leggen onder een derde. Als blijkt dat – na het afleggen van de buitengerechtelijke verklaring – de derde geen gelden of zaken onder zich heeft, dan blijkt het beslag nooit te hebben gelegen. De ontvanger stelt de derde hiervan op de hoogte. Een belastingaanslag kan ook worden verhaald door het leggen van derdenbeslag op een vordering die formeel aan een ander dan de belastingschuldige toebehoort, dan wel op naam van die ander – bijvoorbeeld door een bank – wordt geadministreerd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de echtgenoot met wie de belastingschuldige in gemeenschap van goederen is gehuwd. In dat geval wordt het derdenbeslag gelegd ten laste van de echtgenoot van de belastingschuldige, als de echtgenoot alleen gerechtigd is de vermogensbestanddelen te vorderen die onder het beslag vallen. In het beslag-exploot (waarvan afschrift wordt gelaten aan de derdebeslagene) dat zowel aan de belastingschuldige als aan de echtgenoot binnen acht dagen na het leggen van het beslag moet worden betekend, moet de ontvanger zoveel mogelijk aangeven op welke gronden hij de vordering die op naam van de echtgenoot is geadministreerd, meent te kunnen uitwinnen ter verhaal van een vordering op de belastingschuldige. Derdenbeslag of vordering ex artikel 19Als naast een derdenbeslag ook een vordering op grond van artikel 19 van de wet mogelijk is, kiest de ontvanger voor het doen van een vordering. Roerende zaken bij derdenAls zich onder de derde roerende zaken van de belastingschuldige bevinden, wordt gehandeld overeenkomstig hetgeen hiervoor is bepaald onder “Beslag roerende zaken bij een derde”. Plaats beslaglegging en omvang derdenbeslagAan de nauwkeurige vermelding in het exploot van beslag van de naam en de eventuele rechtsvorm van de derde wordt bijzondere aandacht geschonken. De situatie kan zich voordoen dat de derde een hoofdkantoor heeft en een of meerdere bijkantoren. In dat geval legt de belastingdeurwaarder het beslag zoveel mogelijk bij het hoofdkantoor dan wel het filiaal of bijkantoor dat bemoeienis heeft met de gelden of zaken waarop verhaal wordt gezocht. In spoedeisende gevallen kan het beslag worden gelegd onder een ander filiaal of bijkantoor. Als er aanleiding toe bestaat, kan de ontvanger de omvang van het beslag bij de beslaglegging beperken. Voor zover niet door een andere schuldeiser beslag is gelegd, kan de omvang ook op een later tijdstip nog worden beperkt. Van de beperking wordt in het beslagexploot of in een afzonderlijk geschrift aan de derde uitdrukkelijk melding gemaakt. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldtAls beslag is gelegd in een situatie als bedoeld in artikel 475e dan wel artikel 475f Rv en de belastingschuldige toont aan dat hij voor zijn levensonderhoud volledig afhankelijk is van de beslagen betalingen, dan past de ontvanger zonder rechterlijke tussenkomst de regeling van de beslagvrije voet toe als bedoeld in de artikelen 475b en 475d Rv. Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van verklaringDe derde-beslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in gebreke gesteld als zeven kalenderdagen na de termijn van vier weken nog geen verklaring van hem is ontvangen. Hij wordt daarbij gesommeerd om onverwijld tot verklaring over te gaan. Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van verklaringDe derde-beslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in gebreke gesteld als niet is overgegaan tot afdracht van de opeisbare geldsommen of tot het aan de belastingdeurwaarder ter beschikking stellen van de goederen en/of zaken binnen de termijn die is genoemd in de schriftelijke uitnodiging van de ontvanger aan de derde-beslagene. Hij wordt daarbij gesommeerd om binnen zeven kalenderdagen aan zijn verplichting te voldoen. Afdracht binnen de vierwekentermijn bij derdenbeslagEen derde-beslagene kan binnen de termijn van vier weken verklaring doen van hetgeen hij onder zich heeft en de belastingdeurwaarder laat weten direct tot afdracht te willen overgaan. In dat geval deelt de ontvanger hem namens de belastingdeurwaarder mee – als er geen aanleiding bestaat de verklaring te betwisten – dat het beslag van rechtswege vervalt op het moment dat de door de derde-beslagene af te dragen geldsommen of ter beschikking te stellen goederen en/of zaken door de belastingdeurwaarder zijn ontvangen. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of lijfrenteBij een derdenbeslag op een polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente geldt – naast de voorschriften in artikel 479l Rv en volgende – het volgende: De ontvanger stelt zich terughoudend op bij het leggen van derdenbeslag als er sprake is van een niet-bovenmatige oudedagsvoorziening. De ontvanger betrekt in zijn overwegingen de verhouding tussen de openstaande belastingschuld en de opbrengst bij afkoop of belening van de polis. Bij de bepaling van de opbrengst houdt de ontvanger rekening met het feit dat een (voortijdige) afkoop of belening van de polis in bepaalde gevallen wordt aangemerkt als een verboden handeling die tot negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen leiden als gevolg waarvan een aanslag in de inkomstenbelasting kan worden opgelegd. Als de netto-opbrengst van de polis minder dan € 2.500 bedraagt, de polis wordt afgekocht of het derdenbeslag is gelegd drie jaren voor de expiratiedatum, wint de ontvanger het derdenbeslag niet uit en gaat hij niet over tot afkoop of belening. In dat geval laat de ontvanger – in overleg met belastingschuldige – het beslag liggen tot de expiratiedatum. De omstandigheid dat het verzekerde bedrag pas na lange tijd tot uitkering komt, staat op zich een derdenbeslag niet in de weg. De belastingaanslagen waarvoor het derdenbeslag wordt gelegd moeten onherroepelijk vaststaan en in redelijkheid materieel verschuldigd worden geacht. Retentierecht en derdenbeslagAls de derde-beslagene een retentierecht heeft op de zaken die door het derdenbeslag van de ontvanger zijn getroffen, dan kan de ontvanger op grond van artikel 6:30 BW overgaan tot betaling van het bedrag waarvoor het retentierecht geldt in afwachting van verrekening met de belastingschuldige. Het bedrag moet dan wel beduidend lager zijn dan de executiewaarde van de desbetreffende zaak. Opheffing van het derdenbeslagAls de belastingschuldige er uitdrukkelijk om verzoekt of als de ontvanger dit wenselijk acht, wordt opheffing van het beslag bij deurwaardersexploot kenbaar gemaakt aan zowel de belastingschuldige als de derde. In andere gevallen wordt van de opheffing schriftelijk kennis gegeven aan de derde-beslagene. De ontvanger zendt aan de belastingschuldige een afschrift van deze kennisgeving gezonden. Onverschuldigde betaling en derdenbeslagAls een derde tegen de ontvanger een vordering uit onverschuldigde betaling instelt en de ontvanger aan deze vordering voldoet, wordt de belastingaanslag waarvoor het derdenbeslag is gelegd, geacht in zoverre niet te zijn voldaan. De ontvanger kan de invordering van die aanslag dan ook hervatten alsof er geen derdenbeslag is gelegd. Derdenbeslag onder de Staat of de ontvanger en het doen van verklaringAls derdenbeslag wordt gelegd onder de gemeente Sittard-Geleen of de ontvanger, dan is specificatie verplicht; er wordt in dit verband verwezen naar artikel 479 Rv. De verplichting tot specificatie heeft niet tot doel het verhaal te belemmeren, maar de taak van de gemeente Sittard-Geleen of de ontvanger te verlichten. Dit betekent dat de verklaring in het kader van het derdenbeslag zich niet moet beperken tot de ex artikel 479 Rv genoemde vermogensbestanddelen, maar zich ook moet uitstrekken tot alles wat de geëxecuteerde te vorderen heeft van de gemeente Sittard-Geleen of de ontvanger en wat bij de gemeente Sittard-Geleen of de ontvanger bekend was op het moment van beslaglegging. Derdenbeslag op voorlopige teruggaafAls derdenbeslag onder de ontvanger van de Belastingdienst wordt gelegd op een voorlopige teruggaaf, dan wordt rekening gehouden met de regeling van de beslagvrije voet. 15.5. Beslag op schepenBeletten van het vertrek van het schipDe belastingdeurwaarder kan een bewaarder aanstellen en de nodige maatregelen nemen om het vertrek van het schip te beletten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het ‘aan de ketting leggen’ van het schip. Zo nodig voorziet de belastingdeurwaarder zich – na daartoe overleg te hebben gepleegd met de ontvanger – van deskundige bijstand. De kosten van deze bijstand komen voor rekening van de belastingschuldige. In daartoe aanleiding gevende gevallen kan het feitelijk gebruik van het schip weer aan de belastingschuldige worden gelaten, bijvoorbeeld wanneer ter voorkoming van een executoriale verkoop door de belastingschuldige een voorstel tot minnelijke afdoening is gedaan en dit voorstel voor de ontvanger – gelet op de omstandigheden – aanvaardbaar is. In ieder geval zal een minnelijke afdoening moeten passen in het in deze leidraad geformuleerde uitstelbeleid op artikel 25 van de wet. De executie van schepenTenzij een andere wijze van verkoop is toegestaan of voorgeschreven gebeurt de executoriale verkoop van een schip ten overstaan van een bevoegde notaris. De verkoop van een buitenlands zeeschip kan ook plaatsvinden ten overstaan van de rechtbank. Van deze mogelijkheid zal met name gebruik moeten worden gemaakt als het land van herkomst de verkoop door een notaris niet erkent. De executie van niet-teboekgestelde schepen gebeurt op dezelfde wijze als de executie van andere roerende zaken die geen registergoederen zijn. Om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger een andere belastingdeurwaarder dan de belastingdeurwaarder die met de verkoop is belast, opdragen voor rekening van de gemeente Sittard-Geleen te bieden. De ontvanger geeft deze belastingdeurwaarder zo nodig nadere aanwijzingen. Afgelasting van de verkoop van een schipAls een aangekondigde verkoop van een schip om enigerlei reden geen doorgang kan vinden, dan draagt de ontvanger er zorg voor dat de aanplakbiljetten onmiddellijk worden verwijderd. Hij treft ook voor op andere wijze gedane aankondigingen dienovereenkomstige maatregelen. Als de belastingschuldige niet van de afgelasting op de hoogte is, dan wordt hem hiervan onverwijld schriftelijk en gemotiveerd mededeling gedaan. Als verwacht mag worden dat deze mededeling de belastingschuldige niet meer voor het aangekondigde tijdstip van verkoop bereikt, dan stelt de ontvanger hem zo mogelijk op een andere wijze in kennis. Deskundige hulp en beslag op schepenAls bij een executie deskundige hulp is gewenst, kan de ontvanger een makelaar of een andere ter zake kundige inschakelen. Opheffing van het beslag op schepenVan de opheffing van het beslag wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de belastingschuldige. Ook wordt – ingeval van teboekgestelde schepen – van de opheffing bij deurwaardersexploot mededeling gedaan aan de ingeschreven schuldeisers. 16. Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel - beleid op artikel 17 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 17 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: de schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel; verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering. Schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevelAls naar de mening van de ontvanger het doen van verzet zo duidelijk kansloos is dat er sprake is van misbruik van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 3:13 BW, kan hij – na verkregen toestemming van het College van burgemeester en wethouders – besluiten de tenuitvoerlegging van het dwangbevel voort te zetten. Als sprake is van een beslag onder een derde, en de derde heeft een buitengerechtelijke verklaring afgelegd die de ontvanger onjuist of onvolledig acht, dan deelt de ontvanger de schorsing van de executie schriftelijk aan de derde mee onder vermelding van de grond waarop deze schorsing berust. De ontvanger vermeldt daarbij tevens onder verwijzing naar artikel 476 Rv, dat door deze mededeling de schorsing ook tegen de derde werkt. Ook wordt in de mededeling vermeld dat de verklaring wordt betwist en dat tot dagvaarding zal worden overgegaan, nadat de schorsende werking van het verzet is opgeheven. Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adresseringAls het aanslagbiljet, de aanmaning of het afschrift van het per post betekende dwangbevel aan een onjuist adres is verzonden en daarom de belastingschuldige niet heeft bereikt, is verzet mogelijk. 17. Doen van een vordering - beleid op artikel 19 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 19 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: de algemene regels over het doen van een vordering; de faillissementsvordering; vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringen. 17.1. Vordering algemeenIndien de belastingschuldige de verschuldigde belasting, vervolgingskosten en/of invorderingsrente niet volledig heeft voldaan zal, ongeacht de hoogte van het verschuldigde bedrag, zonder voorafgaande betalingsherinnering of waarschuwing, de (dwang)invordering worden voortgezet Als het doen van een vordering rechtens mogelijk is, wordt mede ter besparing van kosten aan dit eenvoudige invorderingsmiddel de voorkeur gegeven boven derdenbeslag. Ingeval van twijfel of degene aan wie de vordering zou moeten worden gericht wel houder van penningen is, moet al naar gelang de omstandigheden worden beoordeeld of het leggen van derdenbeslag de voorkeur verdient. Bekendmaking vorderingDe ontvanger maakt de vordering bekend door toezending van een brief aan degene aan wie de vordering is gedaan en aan de belastingschuldige. Als de ontvanger dat wenselijk acht, kan hij de vordering ook aan genoemde personen laten betekenen door de belastingdeurwaarder. Bij de betekening van een vordering handelt de belastingdeurwaarder overeenkomstig de voor betekening van exploten geldende regels van Rv. Voor de betekening brengt de belastingdeurwaarder geen kosten in rekening. Voldoen aan de vorderingAls de derde betaalt op een vordering die betrekking heeft op twee of meer belastingaanslagen heeft hij niet het recht om aan te geven ter voldoening van welke belastingaanslag de betaling strekt. Niet voldoen aan de vorderingDerdenbeslag wordt alleen gelegd als aan de vordering ten onrechte niet is voldaan, dan wel de derde hierop ten onrechte niet heeft gereageerd. Hiervan is zeker sprake als blijkt dat het uitblijven van het voldoen aan de vordering te wijten is aan de derde. Als de ontvanger in verband met de kosten of om andere redenen derdenbeslag niet opportuun acht, wordt daarvan afgezien en wordt de vordering ingetrokken. Als wordt overgegaan tot het leggen van derdenbeslag wordt in het beslagexploot melding gemaakt van de vordering die aan het beslag is voorafgegaan en van de datum waarop die vordering is gedaan. Intrekken van een vorderingZodra een vordering om enigerlei reden niet langer hoeft te worden gehandhaafd, trekt de ontvanger deze bij beschikking in. De ontvanger maakt deze beschikking bekend aan degene aan wie de vordering is gedaan. Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag in relatie tot vorderingAls een derde op vordering van de ontvanger betaalt en naderhand vermindert of vernietigt de inspecteur de belastingaanslag, dan wordt de hieruit voortvloeiende teruggaaf verrekend of uitbetaald aan de belastingschuldige. Doorbreken beslagverboden en vorderingBij de toepassing van artikel 19, eerste lid, van de wet (het vereenvoudigd beslag op vorderingen tot bepaalde periodieke uitkeringen) bestaat onder voorwaarden de mogelijkheid een wettelijk beslagverbod gedeeltelijk te negeren. Van deze mogelijkheid maakt de ontvanger alleen gebruik als de belastingschuldige kan worden gekwalificeerd als een notoire wanbetaler in de zin van artikel 19, tweede lid, van de wet. De vordering waarbij een beroep wordt gedaan op de verruimde beslagmogelijkheid vindt steeds separaat plaats en wordt vooraf schriftelijk aangekondigd aan de belastingschuldige, onder vermelding van het bijzondere karakter daarvan. De vordering kan niet plaatsvinden voor kinderbijslag onder welke benaming dan ook. In voorkomend geval wordt voor de toepassing van de verruimde beslagmogelijkheid uitgegaan van het maximale bereik: een tiende deel van het bedrag dat op grond van de wet niet vatbaar is voor beslag. Notoire wanbetaler en vorderingIn afwijking in zoverre van artikel 19, tweede lid, van de wet vindt de vordering waarbij de doorbreking van een wettelijk beslagverbod wordt ingeroepen slechts plaats indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: op het tijdstip waarop de vordering plaats vindt heeft de belastingschuldige meer dan één aanslag onbetaald gelaten; de enige of laatste betalingstermijn van deze aanslagen is op het tijdstip waarop de vordering plaats vindt met ten minste twee maanden overschreden; de belastingschuldige komt niet voor uitstel van betaling of kwijtschelding in aanmerking omdat hij, naar de ontvanger bekend is, beschikt over voldoende vermogen of voldoende betalingscapaciteit om de belastingaanslagen te voldoen; Voor deze aanslagen geldt – naast de voorwaarden genoemd onder a en b – als extra voorwaarde dat op het tijdstip waarop de vordering plaatsvindt sprake moet zijn van een belastingschuld die door middel van reguliere invorderingsmiddelen (voor particulieren: de vordering; voor ondernemers: de tenuitvoerlegging van het dwangbevel) naar verwachting niet zal worden voldaan binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf genoemd tijdstip. 17.2. De faillissementsvorderingAan te melden schulden in faillissementIn een faillissement vallen de belastingschulden – en ook de invorderingsrente – voor zover zij materieel zijn ontstaan vóór de dag van de faillietverklaring. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de materiële belastingschuld ontstaat van dag tot dag tenzij het tegendeel blijkt: Belastingschulden ontstaan tot aan de datum van het faillissement worden als faillissementsschulden aangemerkt. Belastingschulden ontstaan vanaf de datum van het faillissement zijn niet verifieerbaar en moeten eventueel als boedelschuld worden aangemeld. De ontvanger splitst de belastingaanslag naar tijdsevenredigheid en doet twee aparte vorderingen: één voor het gedeelte dat ter verificatie kan worden aangemeld; één voor het gedeelte dat als boedelschuld kan worden aangemerkt. Voorlopige aanslagen kan de ontvanger niet eerder aanmelden dan nadat de termijnen die aan die aanslagen verbonden zijn, zijn vervallen. De ontvanger splitst de voorlopige aanslagen naar tijdsevenredigheid. Bij het bepalen of een bestuurlijke boete in een faillissement valt, is uitsluitend van belang de dagtekening van de desbetreffende beschikking. Als die beschikking is gedagtekend voor het faillissement, kan de ontvanger de boete in het faillissement aanmelden. Als de dagtekening ligt na uitspraak van het faillissement, dan kan de ontvanger de boete niet meer in het faillissement aanmelden, ook al heeft de boete betrekking op een situatie vóór het faillissement. Belastingschulden ontstaan gedurende een surseance zijn boedelschulden in faillissementBelastingschulden die materieel zijn ontstaan gedurende de periode van een surseance van betaling die aan het faillissement voorafgaat, kunnen op grond van artikel 249 Fw worden beschouwd als boedelschulden in het faillissement. Het bepaalde hiervoor onder “Aan te melden schulden in faillissement” is op deze schulden en de belastingaanslagen die hierop betrekking hebben op soortgelijke wijze van toepassing. Opkomen in faillissementVan de bevoegdheid om van de curator dadelijke voldoening aan de vordering te verlangen maakt de ontvanger geen gebruik, tenzij bijzondere omstandigheden met het oog op het belang van de invordering daartoe noodzaken. In alle gevallen waarin de ontvanger in het faillissement opkomt, vermeldt hij in de vordering dat hij aanspraak maakt op eventuele voorrang. Als de curator tijdens het faillissement materieel ontstane belastingschulden die als boedelschuld kunnen worden aangemerkt, ten onrechte niet voldoet, dan wendt de ontvanger zich in beginsel eerst tot de curator om langs minnelijke weg alsnog voldoening te bewerkstelligen. Als dit niet leidt tot een bevredigende oplossing, wendt de ontvanger zich met zijn grieven tot de rechter-commissaris. In het uiterste geval kan de ontvanger zich rechtstreeks verhalen op de boedel. 17.3. Vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringenOverwegen van vordering op periodieke uitkeringenBij de beoordeling van de vraag of een vordering wordt gedaan met betrekking tot een periodieke uitkering, is doorslaggevend het feit dat de vordering een bijzonder invorderingsinstrument betreft waarmee een doelmatige en doeltreffende invordering van belastingschulden is beoogd. Dit betekent dat de vordering in beginsel de voorkeur verdient boven andere invorderingsmaatregelen waarbij het dwangbevel ten uitvoer wordt gelegd door middel van beslag. Als het invordering van zeer geringe bedragen betreft, bestaat er aanleiding eerst andere invorderingsmaatregelen te proberen alvorens de derde via de vordering te betrekken. Vooraankondiging van vordering op periodieke uitkeringenAls de ontvanger het dwangbevel per post heeft betekend en de invordering vervolgt door middel van een vordering onder de werkgever (artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van de wet) of door een andere vordering op een periodieke uitkering waaraan een beslagvrije voet is verbonden, is hij verplicht de belastingschuldige vooraf schriftelijk in kennis te stellen van zijn voornemen een vordering te doen. De ontvanger doet de vooraankondiging niet eerder dan nadat vier dagen zijn verstreken na de datum waarop hij het afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling ter post heeft bezorgd. De ontvanger doet de betreffende vordering niet eerder dan zeven dagen na de dagtekening van de vooraankondiging. De vooraankondiging blijft achterwege als de ontvanger de vordering doet bij een werkgever of uitkeringsinstantie die reeds op vordering van de ontvanger een belastingaanslag van de belastingschuldige betaalt of zou moeten betalen. Beslagvrije voet en vordering op periodieke uitkeringenAls een vordering wordt gedaan voor periodieke uitkeringen die niet vallen onder de opsomming van artikel 19, eerste lid, van de wet (en waarvoor geen beslagvrije voet geldt) en de belastingschuldige toont aan dat hij voor zijn levensonderhoud volledig afhankelijk is van deze uitkeringen, dan past de ontvanger de artikelen 475b en 475d Rv toe. In dat geval geldt de vordering nog slechts voor het gedeelte waarmee de periodieke uitkering de beslagvrije voet overtreft. Hetzelfde geldt bij vorderingen ten laste van een belastingschuldige die niet in Nederland woont of vast verblijft. Voor een alleenstaande jonger dan 21 jaar en een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar – indien zij een ander inkomen genieten dan een bijstandsuitkering – geldt een beslagvrije voet van 90% van het feitelijk inkomen (+ vakantieaanspraak) met een minimum van 90% van de bijstandsnorm genoemd in artikel 21, onderdeel a onderscheidenlijk onderdeel b, van de Wet werk en bijstand en een maximum van 90% van de bijstandsnorm nadat deze verhoogd is met het bedrag genoemd in artikel 25 van die wet. Informatieverstrekking voor vaststelling beslagvrije voetDe beslagvrije voet wordt bepaald aan de hand van de gegevens die bij de ontvanger bekend zijn. Als de ontvanger de beslagvrije voet niet tot een juist bedrag kan vaststellen zonder nadere informatie van de belastingschuldige, stelt hij – op basis van artikel 58 van de wet – de belastingschuldige in de gelegenheid die nadere informatie te verstrekken, bijvoorbeeld in de situatie dat de belastingschuldige een partner heeft en het inkomen van de partner bij de ontvanger niet bekend is. Als de belastingschuldige de gevraagde informatie niet verstrekt, wordt de beslagvrije voet vastgesteld op 45% van de bijstandsnorm. Belastingschuldige woont in buitenland en beslag periodieke uitkeringAls de belastingschuldige in het buitenland woont, kan hij uit Nederland een periodieke uitkering genieten die in het woonland belast is op grond van een overeenkomst inzake voorkoming van dubbele belasting. In dat geval wordt op verzoek van de belastingschuldige het beslag op de periodieke uitkering beperkt met de belasting die in het woonland over die uitkering verschuldigd is. De belastingschuldige moet bij zijn verzoek gegevens overleggen waaruit deze belasting blijkt. Periodieke uitkeringen onder de bijstandsnormPeriodieke uitkeringen kunnen lager zijn dan de bijstandsnorm omdat de betrokkene in natura geniet wat een bijstandsgerechtigde uit de bijstandnorm geacht wordt te betalen. In een dergelijk geval vermindert de ontvanger de beslagvrije voet met het bedrag dat aan deze genietingen in natura kan worden toegerekend. 18. Verzet door derden die eigendom pretenderen - beleid op artikel 22 Invorderingswet 1990AlgemeenDerden die de eigendom pretenderen van inbeslaggenomen roerende of onroerende zaken, kunnen hun rechten op die zaken – op de voet van artikel 456 Rv respectievelijk 538 Rv en volgende – geldend maken. Op grond van artikel 435 Rv kunnen derden zich ook tegen het beslag verzetten. Onafhankelijk hiervan kunnen derden die geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben op roerende zaken waarop voor een belastingschuld beslag is gelegd, hun bezwaren tegen de beslaglegging van die zaken in de administratieve sfeer door middel van een beroepschrift voorleggen aan het Dagelijkse Bestuur. Met derden worden hier niet alleen bedoeld degenen die zich op een eigendomsrecht beroepen, maar ook degenen die een beperkt recht op de zaak menen te hebben. Een tijdig ingediend beroepschrift op de voet van artikel 22, eerste lid, van de wet schort de executie van rechtswege op. Artikel 22, derde lid, van de wet ontneemt derden de mogelijkheid van verzet in rechte tegen de inbeslagneming van de in dat artikel bedoelde zaken en genoemde belastingaanslagen. Dit noemt men het bodemrecht van de fiscus. Deze beperking is uitgezonderd voor toepassing door de gemeente Sittard-Geleen. Overbetekening beslagAls de ontvanger bekend is met de omstandigheid dat zaken in eigendom toebehoren aan een derde, dan is hij op grond van artikel 435, derde lid, Rv verplicht bij beslaglegging op die zaken, dit beslag binnen acht dagen na de beslaglegging aan die derde te doen betekenen door de belastingdeurwaarder. Bij deze overbetekening moet de derde schriftelijk worden gemeld dat hij de mogelijkheid heeft een beroepschrift tegen de inbeslagneming te richten aan het Dagelijkse Bestuur. De ontvanger gaat onmiddellijk tot betekening aan de derde over als hij op enig later tijdstip – maar vóór de geplande verkoopdatum – kennis krijgt van het feit dat de in beslag genomen zaken eigendom zijn van die derde. Als tussen het moment van de betekening aan de derde en de vastgestelde verkoopdatum minder dan acht dagen liggen, gaat de ontvanger over tot het vaststellen van een nieuwe verkoopdatum. Verzet en beroepAls uit een verzetschrift ex artikel 435, derde lid, Rv blijkt dat de derde geen eigenaar is van de zaken genoemd in dat verzetschrift, of voor de ontvanger anderszins duidelijk is dat de derde geen eigenaar is van de betreffende zaken, dan vindt executie van die zaken in beginsel doorgang. Als de derde een schriftelijke mededeling ex artikel 435, derde lid, Rv heeft gedaan, heft de ontvanger het beslag op als zonder meer duidelijk is dat het zaken betreft waarop de ontvanger geen verhaal kan nemen. In de overige gevallen zendt de ontvanger de schriftelijke mededeling door naar het College van burgemeester en wethouders. Als ook het College van burgemeester en wethouders geen aanleiding ziet aan het verzet tegemoet te komen, dan stuurt de ontvanger de stukken door naar een advocaat met het verzoek een procedure aan te spannen om een executoriale titel tegen de derde te verkrijgen. Een verzet op de voet van artikel 456 Rv tegen de verkoop van roerende zaken schort de voortgang van de executie niet van rechtswege op. Niettemin schort de ontvanger de invordering in het algemeen op en neemt hij geen onherroepelijke maatregelen, tenzij naar het oordeel van de ontvanger de verzetprocedure alleen wordt gebruikt om de invordering te traineren. Beroepschrift ex artikel 22 van de wetHet beroepschrift ex artikel 22 van de wet moet worden ingediend bij de ontvanger, waaronder de belastingschuldige ressorteert. Een beroepschrift kan niet meer worden ingediend als het beslag is opgeheven of vervallen. Als toch een beroepschrift wordt ingediend, dan zal het College van burgemeester en wethouders dit beroepschrift niet in behandeling nemen omdat het beslag niet meer ligt. Onverminderd het bepaalde in artikel 22 van de wet geldt voor de beroepsfase dat als uit een beroepschrift niet duidelijk blijkt waarop het beroep is gebaseerd, de ontvanger de indiener verzoekt om het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te motiveren. De ontvanger wijst de indiener op een mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan de motiveringsplicht. Een beroepschrift dat te laat is ingediend – maar dat betrekking heeft op een beslag dat nog steeds ligt – zal het College van burgemeester en wethouders niet ontvankelijk verklaren, tenzij hij van oordeel is dat de indiener niet in verzuim is geweest. Een beroepschrift dat in verband met te late indiening niet-ontvankelijk is verklaard, zal het College van burgemeester en wethouders ambtshalve in behandeling nemen. De ontvanger schort in het algemeen eveneens de verkoop op – ongeacht de eventuele wettelijke noodzaak daartoe – als een tijdig ingediend beroepschrift niet op alle inbeslaggenomen zaken betrekking heeft. Als de belanghebbende zich met zijn bezwaren tot de ontvanger wendt voordat hij een beroepschrift indient of een procedure aanspant, dan wijst de ontvanger de belanghebbende op de mogelijkheid een beroepschrift tot het College van burgemeester en wethouders te richten. Als de ontvanger in dit stadium met de belanghebbende tot een oplossing kan komen, verdient dit uiteraard aanbeveling. In geval van leasing geldt echter dat de ontvanger een beslag niet opheft dan na overleg met het College van burgemeester en wethouders. Beslissing College van burgemeester en wethouders op het beroepschriftHet College van burgemeester en wethouders motiveert de beslissing ook als sprake is van een te laat ingediend beroepschrift. Het College van burgemeester en wethouders zendt zijn beslissing op een ontvankelijk verklaard beroepschrift aan de ontvanger. De ontvanger draagt zorg voor onmiddellijke betekening van de beslissing aan de derde, aan de belastingschuldige of hun gemachtigden en – zo nodig – aan de bewaarder. Voor de betekening van de beslissing van het College van burgemeester en wethouders worden geen kosten in rekening gebracht. Een beslissing op een niet-ontvankelijk verklaard beroepschrift wordt hetzij door het College van burgemeester en wethouders rechtstreeks aan de adressant of zijn gemachtigde en zo nodig aan de bewaarder gezonden, hetzij op verzoek van het College van burgemeester en wethouders verzonden en betekend op de wijze die geldt voor een ontvankelijk verklaard beroepschrift. Als het gewenst is dat de zaken – in afwachting van de beslissing op het beroepschrift – spoedig worden verkocht, dan kan de ontvanger na overleg met het College van burgemeester en wethouders erin toestemmen dat de verkoop door de derde gebeurd mits de opbrengst – die in de plaats van de zaken treedt – in afwachting van de beslissing bij de ontvanger wordt gedeponeerd. Onduidelijk bezwaar tegen beslagDe situatie kan zich voordoen dat de ontvanger uit het ingediende bezwaarschrift niet kan opmaken of is beoogd administratief beroep in te stellen op grond van artikel 22, eerste lid, van de wet dan wel verzet aan te tekenen op grond van artikel 435, derde lid, Rv. Als dat het geval is, nodigt de ontvanger de derde uit zich daarover binnen tien dagen uit te laten. Als de derde niet reageert, wordt het geschrift aangemerkt als een beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet. Samenloop administratief beroep en verzet tegen beslagAls de derde zowel een beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet indient als een schriftelijke mededeling doet als bedoeld in artikel 435, derde lid, Rv, dan behandelt de ontvanger eerst het verzet ex artikel 435, derde lid, Rv, voordat hij het beroepschrift doorzendt aan het College van burgemeester en wethouders. Als de ontvanger daarbij van oordeel is dat het beslag kan worden opgeheven, dan bevordert hij de intrekking van het beroepschrift ex artikel 22 van de wet. Bij een verzetprocedure beslist het College van burgemeester en wethouder op het beroepschrift, in die zin dat hij zich zal houden aan de uitspraak gewezen in de verzetprocedure. 19. Verrekening - beleid op artikel 24 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 24 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: wanneer verrekening; betwiste schuld en verrekening; reikwijdte van de verrekening; bekendmaking verrekening; instemmingsregeling bij cessie en verpanding. Gemeentewet, artikel 252. Wanneer verrekeningDe verrekening vindt niet van rechtswege plaats. De ontvanger bepaalt of al dan niet tot verrekening wordt overgegaan. Als de belastingschuldige de ontvanger verzoekt een bepaalde belastingteruggaaf of een ander uit te betalen bedrag met een bepaalde openstaande aanslag of andere vordering te verrekenen, dan willigt de ontvanger dit verzoek altijd in. Dit geldt ook als het verzoek wordt gedaan nog voordat de teruggaaf is geformaliseerd of het uit te betalen bedrag is vastgesteld. In dat geval schort de ontvanger de invordering echter niet zonder meer op. Zo nodig kan de belastingschuldige om uitstel van betaling in verband met de te verwachten teruggaaf respectievelijk het te verwachten uit te betalen bedrag verzoeken. Betwiste schuld en verrekeningIn het algemeen gaat de ontvanger niet tot verrekening over met een te betalen bedrag dat de belastingschuldige betwist en waarvoor de ontvanger uitstel van betaling heeft verleend op grond van het beleid dat in deze leidraad is verwoord op artikel 25 van de wet. De ontvanger kan wel verrekenen als de financiële situatie van de belastingschuldige zodanig is dat vrees voor onverhaalbaarheid bestaat. Reikwijdte van de verrekeningOndanks het feit dat de wet daartoe wel de mogelijkheid biedt, worden uit te betalen bedragen niet automatisch verrekend met aanslagen die (nog) niet invorderbaar zijn. Dit laat onverlet dat de ontvanger bevoegd is om in daartoe aanleiding gevende gevallen binnen de betalingstermijn te verrekenen. Bekendmaking verrekeningVerrekening van een uit te betalen bedrag door de ontvanger gebeurt bij beschikking. De beschikking wordt aan de belastingschuldige bekendgemaakt door toezending of uitreiking van een kennisgeving. Het achterwege laten van de bekendmaking heeft niet tot gevolg dat de verrekening nietig is. Geen verrekening bij instemming cessie of verpandingIn artikel 24, vijfde lid, van de wet is een instemmingsregeling opgenomen die verrekening uitsluit als de ontvanger instemt met cessie (artikel 3:94 BW) of stille verpanding (artikel 3:239 BW) van een uit te betalen bedrag. Als de ontvanger niet heeft ingestemd, kan hij tot verrekening met openstaande schulden overgaan ook al is de cessie of verpanding aan hem meegedeeld. De ontvanger verrekent het uit te betalen bedrag met de belastingschulden die openstaan op het moment van formalisering van het uit te betalen bedrag. Bij openbare verpanding van een uit te betalen bedrag geldt geen instemmingsregeling. Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragenCessie of stille verpanding van een uit te betalen bedrag is mogelijk mits dit bedrag voldoende bepaald is omschreven. Stille verpanding is mogelijk vanaf het moment dat de aanspraak op teruggaaf van het saldo van positieve en negatieve elementen van de belastingaanslag of de teruggaafbeschikking materieel vaststaat. Dit is op zijn vroegst het geval na het einde van het jaar of tijdvak waarop de teruggaaf betrekking heeft. Instemming of weigering met een cessie of verpandingDe weigering van een instemming met de cessie of verpanding heeft betrekking op de gehele cessie of verpanding. De instemming wordt niet gedeeltelijk verleend. Wel bestaat de mogelijkheid om een uit te betalen bedrag in gedeelten te cederen of te verpanden. De ontvanger moet dan bij iedere cessie of verpanding afzonderlijk beoordelen of hij daarmee instemt. Instemming met een cessie of verpanding wordt alleen geweigerd als de ontvanger gegronde redenen heeft om aan te nemen dat instemmen met de cessie of verpanding zal kunnen leiden tot oninbaarheid dan wel onverhaalbaarheid van een ten tijde van de mededeling invorderbare belastingaanslag (of anderszins voor verrekening vatbare schuld) waarmee het uit te betalen bedrag zonder cessie of verpanding had kunnen worden verrekend. De weigering voorkomt aldus dat de invordering van deze aanslag wordt gefrustreerd. Deze situatie zal zich onder meer voordoen bij een belastingschuldige die bekend staat als een notoir slechte betaler. Met nadruk wordt vermeld dat bij de beoordeling of met een cessie of verpanding moet worden ingestemd geen rekening wordt gehouden met materieel ontstane belastingschulden die nog niet zijn geformaliseerd in een belastingaanslag. De ontvanger is verplicht met een cessie of verpanding in te stemmen als op het tijdstip van de mededeling van de cessie of verpanding ten name van de belastingschuldige geen voor verrekening vatbare (en dus geformaliseerde) schuld invorderbaar is. De ontvanger maakt zijn beschikking aan de belastingschuldige en aan de derde – in dit geval de pandhouder of cessionaris – bekend door middel van een gedagtekende kennisgeving, waarbij de belastingschuldige op de mogelijkheid wordt gewezen bij het College van burgemeester en wethouders beroep in te stellen. Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en AwbOnverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet geldt met betrekking tot een beroepschrift waaruit niet direct duidelijk blijkt waarop het beroep is gebaseerd, dat de ontvanger de indiener verzoekt het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te motiveren. De ontvanger wijst de indiener op een mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan deze motiveringsplicht. Bekendmaking beschikking College van burgemeester en wethouders bij cessie of verpandingDe beschikking van het College van burgemeester en wethouders op het beroepschrift wordt bekend gemaakt door toezending of uitreiking van de beschikking aan zowel de belastingschuldige als de derde, in dit geval de pandhouder of cessionaris. Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessie of verpandingDe belastingschuldige kan zich tot de voorzieningenrechter wenden met het verzoek de ontvanger te verbieden de instemming te weigeren. Totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan, gaat de ontvanger niet tot verrekening over. Als de rechter het verzoek afwijst, dan verrekent de ontvanger niet eerder dan nadat veertien dagen zijn verstreken na de dag van de uitspraak, tenzij tegen deze uitspraak hoger beroep is ingesteld. Als de rechter het verzoek ook in hoger beroep afwijst, verrekent de ontvanger niet eerder dan nadat de uitspraak in hoger beroep onherroepelijk vaststaat. 20. Uitstel van betaling - beleid op artikel 25 Invorderingswet 1990In aansluiting op artikel 25 van de wet beschrijft dit onderdeel het beleid over: de algemene uitgangspunten van het uitstelbeleid; uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag; uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag; uitstel in verband met betalingsproblemen; betalingsregeling voor particulieren; betalingsregeling voor ondernemers; administratief beroep. 20.1. Algemene uitgangspunten uitstelbeleidHouding van de ontvanger tijdens behandeling verzoek om uitstelGedurende de behandeling van het verzoek om uitstel van betaling handelt de ontvanger overeenkomstig het beleid dat wordt gevoerd als het verzoek is toegewezen. Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de gemeente Sittard-Geleen kunnen worden geschaad, kan de ontvanger ondanks het verzoek om uitstel wel invorderingsmaatregelen treffen. Toewijzing van het verzoek om uitstel van betalingBij toewijzing van het verzoek vermeldt de ontvanger de voorwaarden waaronder hij uitstel van betaling verleent in de beschikking. Redenen afwijzing verzoek om uitstelEen verzoek om uitstel van betaling wordt in ieder geval afgewezen als: de medewerking van de verzoeker aan de gemeente Sittard-Geleen naar het oordeel van de ontvanger onvoldoende is; onjuiste gegevens worden verstrekt; de gevraagde gegevens niet (volledig) binnen de door de ontvanger daartoe gestelde termijn zijn verstrekt; de gevraagde zekerheid niet wordt gesteld de waarde van vermogensobjecten in redelijkheid te gelde kan worden gemaakt teneinde daarmee de verschuldigde belasting te betalen; de berekende betalingscapaciteit zodanig is dat de schuld direct voldaan kan worden; de betalingsregeling zich over een voor de ontvanger onaanvaardbare termijn uitstrekt; de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling volgens de ontvanger geen uitkomst zal bieden; sprake is van een verzoek om uitstel van betaling van een belastingaanslag in verband met betalingsmoeilijkheden en voorafgaande aan dat verzoek uitstel is genoten in verband met een bezwaar- of beroepsprocedure tegen die aanslag, terwijl gedurende die procedure betalingsmiddelen ter beschikking hebben gestaan, waarmee de belastingschuld kon worden betaald. De ontvanger is niet verplicht de belastingschuldige in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te laten brengen voordat hij het verzoek om uitstel geheel of gedeeltelijk afwijst. Als het verzoek om uitstel wordt afgewezen, moet gemotiveerd worden waarom tot afwijzing van het verzoek is besloten. Daarbij moeten alle afwijzingsgronden worden genoemd; er kan niet worden volstaan met het noemen van de voornaamste afwijzingsgrond. Redenen beëindigen uitstelHet uitstel wordt in ieder geval beëindigd als: niet aan de voorwaarden wordt voldaan waaronder het uitstel is verleend; tijdens de looptijd van het uitstel blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt; de aanleiding tot uitstel van betaling is weggevallen; de financiële omstandigheden van de belastingschuldige zodanig veranderen of zijn veranderd dat het naar het oordeel van de ontvanger onjuist is het uitstel te continueren; de medewerking van de verzoeker aan de gemeente Sittard-Geleen naar het oordeel van de ontvanger onvoldoende is; zich een situatie voordoet zoals omschreven in artikel 10 van de wet en de ontvanger van mening is dat de verhaalbaarheid van de belastingschuld waarvoor uitstel is verleend, ernstig in gevaar komt; belastingschuldige in staat van faillissement wordt verklaard, hem surseance van betaling wordt verleend of hij wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen. Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijnAls de belastingschuldige een betalingsregeling van meer dan één termijn niet nakomt, kan de ontvanger alvorens hij de regeling beëindigt, de belastingschuldige in de gelegenheid stellen om alsnog binnen tien dagen de achterstand te voldoen. Van rechtswege vervallen van een verleend uitstelAls de ontvanger uitstel heeft verleend tot een bepaald tijdstip en dit tijdstip is verstreken, dan is daardoor het uitstel van rechtswege vervallen. Als het verzoek om uitstel van betaling schriftelijk is ingediend, stelt de ontvanger de belastingschuldige van het vervallen van het verleende uitstel schriftelijk op de hoogte onder opgaaf van reden. Geen invordering tijdens verleend uitstelTenzij in de leidraad anders is aangegeven, kan de ontvanger voor een belastingaanslag waarvoor hij uitstel van betaling heeft verleend, geen invorderingsmaatregelen nemen. Na (afwijzen) uitstel tien dagen wachttijdAls de ontvanger geen (verder) uitstel van betaling verleent of een verleend uitstel beëindigt, of als het College van burgemeester en wethouders afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing of beëindiging, dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van tien dagen na dagtekening van de beschikking. Hetzelfde geldt als het uitstel van betaling van rechtswege is vervallen en daarvan een mededeling is gedaan. Een dergelijke mededeling blijft overigens achterwege als op telefonisch verzoek uitstel is verleend. In dat geval geldt de termijn van tien dagen niet. Verkorting of het niet verlenen van deze termijn vindt onder meer plaats als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet onmiddellijk aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente Sittard-Geleen worden geschaad. Verder geldt deze termijn niet als een executieverkoop wordt opgeschort en in verband daarmee uitstel van betaling is verleend in samenhang met een prolongatieovereenkomst. Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslagAls de belastingschuldige uitstel van betaling vraagt voor een ambtshalve opgelegde belastingaanslag, dan verleent de ontvanger ten hoogste één maand uitstel om de belastingschuldige in de gelegenheid te stellen alsnog een aangiftebiljet in te dienen. Als de belastingschuldige het aangiftebiljet niet binnen deze termijn indient, dan deelt de ontvanger hem mee dat het uitstel is vervallen. De ontvanger verleent niet nogmaals uitstel van betaling om het aangiftebiljet alsnog in te dienen. Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechtenVoor een aanslag die uitsluitend wordt opgelegd met het doel de bevoegdheid tot het vaststellen van een aanslag te behouden – een en ander als bedoeld in artikel 11, derde lid, artikel 16, derde lid, en artikel 20, derde lid, van de AWR – verleent de ontvanger ambtshalve uitstel van betaling. Het uitstel wordt verleend voor het gehele bedrag van de aanslag en duurt tot het moment waarop de inspecteur de belastingplichtige de precieze elementen van de aanslag heeft meegedeeld. Uitstel voor een bestuurlijke boeteDe ontvanger verleent uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete in verband met bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de bestuurlijke boete. De ontvanger verleent ook uitstel v