In het kort
Deze beleidsregels beschrijven wanneer en hoe financiële zekerheid moet worden gesteld voor activiteiten onder de Omgevingswet, om te zorgen dat herstel- en nalevingskosten gedekt zijn. Ze bepalen de hoogte van deze zekerheid en de voorwaarden waaraan deze moet voldoen.
Wat het reguleert
- De verplichting tot het stellen van financiële zekerheid voor bepaalde activiteiten.
- De berekening van het bedrag van de financiële zekerheid.
- De criteria voor het bepalen van de hoogte van de zekerheid, inclusief mogelijke matigingen.
- De randvoorwaarden waaraan de financiële zekerheid moet voldoen.
Wie het betreft
- Aanvragers van omgevingsvergunningen en houders van omgevingsvergunningen waarvoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn.
- Degenen die activiteiten verrichten waarvoor Gedeputeerde Staten bevoegd zijn maatwerkvoorschriften te stellen.
Kernpunten
- Financiële zekerheid is in ieder geval verplicht als de kosten voor afvoer en verwerking van stoffen € 100.000,-- of meer bedragen.
- De hoogte van de financiële zekerheid wordt bepaald met de "methodiek Berenschot", tenzij specifieke uitzonderingen gelden.
- Het bedrag van de zekerheid is minimaal € 100.000,-- voor majeure risicoactiviteiten en € 50.000,-- in andere gevallen, als de Berenschot-methodiek een lager bedrag oplevert.
- Het berekende bedrag kan met maximaal 25% worden gematigd op basis van criteria zoals draagkracht, veiligheidsmaatregelen en nalevingsgedrag.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.