← Nederland

Besluit van het Dagelijks Bestuur van het Waterschap De Dommel houdende regels omtrent SAW Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel

In het kort

Dit besluit regelt de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van Waterschap De Dommel, vastgesteld door het dagelijks bestuur. Het zorgt voor een uniforme toepassing van regelingen binnen de waterschappen, met ruimte voor lokale aanpassingen.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

Besluit van het Dagelijks Bestuur van het Waterschap De Dommel houdende regels omtrent SAW Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen WaterschapspersoneelArbeidsvoorwaarden 1 Werking en begripsbepaling 1.

Artikel 3

.4.1 Recht vergoeding woon–

Artikel 3

.4.2 Vergoeding eigen vervoer woon–

Artikel 3

.4.3 Vergoeding openbaar vervoer woon–

Artikel 3

.4.4 Keuze uitvoering vergoeding woon-

Artikel 3

.4.5 Vaste maandelijkse vergoeding woon-

Artikel 3

.4.6 Declareren vergoeding woon-

Vergoeding dienstreizen Artikel 3.4.7 Recht vergoeding reis– en verblijfskosten dienstreizen Artikel 3.4.8 Vergoeding reis– en verblijfskosten dienstreizen Artikel 3.4.9 Samenloop dienst– en woon–werkkilometers bij een vaste maandelijkse vergoeding Artikel 3.4.10 Overige bepalingen Vergoeding verhuiskosten Artikel 3.4.11 Verhuiskosten Overige vergoedingen Artikel 3.4.12 Vergoeding voor de kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering Artikel 3.4.13 Bedrijfskleding en persoonlijke beschermingsmiddelen Artikel 3.4.14 Schadevergoeding Artikel 3.4.15 Plicht tot schadevergoeding Artikel 3.4.16 Aanvullingsplicht rekenplichtige ambtenaar Artikel 3.4.17 Ambtsjubilea Artikel 3.4.18 Uitkering na overlijden ambtenaar Artikel 3.4.19 Collectieve rechtsbijstandsverzekering Artikel 3.4.20 Vergoeding geneeskundige kosten Artikel 3.4.21 Lokale vergoedingen en verstrekkingen Artikel3.4.1Recht vergoeding woon–

De ambtenaar heeft recht op een vergoeding in verband met daadwerkelijke kosten voor het reizen tussen de woning en de standplaats. Artikel3.4.2Vergoeding eigen vervoer woon–

Lid 1 De vergoeding voor eigen vervoer is € 0,19 per kilometer. Lid 2 De afstand tussen de woning en de standplaats van de ambtenaar wordt bepaald met de meest recente versie van de ’ANWB routeplanner’ waarbij het gebruikelijke vervoermiddel en de gebruikelijke route worden gekozen. Lid 3 De vergoeding wordt toegekend over de hele kilometers van de woning naar de standplaats en van de standplaats naar de woning. Artikel3.4.3Vergoeding openbaar vervoer woon–

Lid 1 De ambtenaar die het woon-

per openbaar vervoer aflegt, ontvangt een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer tegen het laagste tarief. Lid 2 De ambtenaar ontvangt een vergoeding eigen vervoer conform artikel 3.4.2 SAW voor de kilometers van de woning naar het opstappunt openbaar vervoer en voor de kilometers van het uitstappunt openbaar vervoer tot de standplaats. Lid 3 De ambtenaar kan voor zowel het opstappunt als het uitstappunt kiezen voor de optimale reisroute. Artikel3.4.4Keuze uitvoering vergoeding woon-

Voor de uitvoering van de vergoeding woon-

kan de ambtenaar kiezen tussen een vaste maandelijkse vergoeding of onder voorwaarden (zie artikel 3.4.6) declareren van de kosten. Artikel3.4.5Vaste maandelijkse vergoeding woon-

Lid 1 De ambtenaar die in de regel vijf dagen per week tussen de woning en de standplaats reist, kan een vaste maandelijkse kilometervergoeding ontvangen, over het door de fiscus vastgestelde aantal reisdagen per jaar en/of een maandelijkse vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer tegen het laagste tarief op jaarbasis. Lid 2 De ambtenaar die met enige regelmaat minder dan vijf dagen per week tussen de woning en de standplaats reist, ontvangt een vaste maandelijkse vergoeding naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij/zij naar het werk reist. Lid 3 Indien de ambtenaar ten gevolge van ziekte niet reist tussen de woning en de standplaats dan wordt de vaste reiskostenvergoeding binnen de door de fiscus vastgestelde grenzen voor netto reiskostenvergoedingen stopgezet. Artikel3.4.6Declareren vergoeding woon-

Lid 1 Indien de ambtenaar ten gevolge van ziekte niet reist tussen de woning en de standplaats dan wordt de vaste reiskostenvergoeding binnen de door de fiscus vastgestelde grenzen voor netto reiskostenvergoedingen stopgezet. Lid 2 De keuze voor declareren wordt in principe voorafgaand aan het kalenderjaar gemaakt. Lid 3 Declareren kan uitsluitend indien de ambtenaar minimaal 20 keer per jaar op incidentele basis van de woning naar een andere plaats dan de standplaats reist. Of als de ambtenaar meer dan 150 kilometer woon-

per reisdag heeft. Lid 4 De ambtenaar kan de reiskosten declareren voor zowel eigen vervoer als voor openbaar vervoer. Lid 5 De ambtenaar die gebruik maakt van het openbaar vervoer voor het woon-

declareert de daadwerkelijk gereisde kilometers naar het opstappunt openbaar vervoer en vanaf het uitstappunt openbaar vervoer tot de standplaats en de kosten van het openbaar vervoer tegen het laagste tarief op maandbasis. Artikel3.4.7Recht vergoeding reis– en verblijfskosten dienstreizen De ambtenaar heeft recht op een vergoeding van reis– en verblijfkosten in verband met reizen die hij/zij in opdracht van de dienst, buiten de standplaats, met openbaarvervoer, auto of motorfiets, maakt. Artikel3.4.8Vergoeding reis– en verblijfskosten dienstreizen Lid 1 Dienstreizen worden in beginsel gemaakt per openbaar vervoer, dit ter beoordeling door het dagelijks bestuur. Lid 2 De kosten van dienstreizen per openbaar vervoer worden volledig vergoed. Lid 3 De ambtenaar kan voor dienstreizen, indien het dagelijks bestuur toestemming geeft, zijn/haar eigen motorvoertuig gebruiken voor dienstreizen. Indien de ambtenaar geen eigen motorvoertuig in kan– of wenst te zetten en reizen per openbaar vervoer niet mogelijk is, zorgt het waterschap voor vervoer vanwege de dienst. Lid 4 De vergoeding voor kosten van dienstreizen per eigen motorvoertuig bedraagt € 0,33 per kilometer. Lid 5 De vergoeding voor overige reis– en verblijfkosten voor dienstreizen wordt vastgesteld en uitgekeerd in overeenstemming met de door het rijk vastgestelde regels (de Reisregeling binnenland van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Lid 6 De ambtenaar declareert maandelijks de daadwerkelijk gemaakte reis- en verblijfskosten dienstreizen. Artikel3.4.9Samenloop dienst– en woon–werkkilometers bij een vaste maandelijkse vergoeding Lid 1 Indien de ambtenaar, die een vaste maandelijkse vergoeding ontvangt, door het maken van een dienstreis, minder kilometers van de woning naar de standplaats en/of van de standplaats naar de woning reist, dan de kilometers waarop de vaste vergoeding is gebaseerd, dan wordt de vergoeding van deze daadwerkelijk minder gereden kilometers in mindering gebracht op de vergoeding van de dienstreiskilometers. Lid 2 Lid 1 is niet van toepassing voor zover de ambtenaar voor de kilometers woonwerkverkeer gebruik maakt van een abonnement openbaar vervoer of voor de dienstreis het openbaar vervoer gebruikt en hiervoor een vervoersbewijs aanschaft. Artikel3.4.10Overige bepalingen Het dagelijks bestuur kan, bij organisatiewijzigingen volgens artikel 25 Wet op de Ondernemingsraden, een bijzondere regeling voor vergoeding van reiskosten woon-

treffen. Artikel3.4.11Verhuiskosten Lid 1 Het dagelijks bestuur kan, bij indiensttreding of doorstroming, afspraken maken over vergoeding van verblijfskosten en of verhuiskosten, waarbij rekening wordt gehouden met de lokale woningmarkt, privé omstandigheden en reisafstanden. Lid 2 Het dagelijks bestuur kan, bij organisatiewijzigingen volgens artikel 25 Wet op de Ondernemingsraden, een regeling voor vergoeding van verhuiskosten treffen, die recht doet aan de (lokale) woningmarkt en reisafstanden. Artikel3.4.12Vergoeding voor de kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering Maandelijks wordt als vergoeding voor de kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering, 0,3 procent van het voor de ambtenaar in die maand geldende salaris uitbetaald. Artikel3.4.13Bedrijfskleding en persoonlijke beschermingsmiddelen Lid 1 De ambtenaar is verplicht tijdens de vervulling van zijn/haar functie de door het dagelijks bestuur voor die functie of voor bepaalde werkzaamheden voorgeschreven kleding of uniform en persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen. Lid 2 Het dagelijks bestuur stelt regels over de verstrekking, reiniging en herstelling van de in lid 1 bedoelde kleding. Artikel3.4.14Schadevergoeding Lid 1 Aan de ambtenaar wordt de schade vergoed, die buiten zijn/haar schuld of nalatigheid ontstaat aan hem/haar toebehorende kleding en uitrusting, bij de vervulling van zijn functie. Dit voor zover die schade niet bestaat uit normale slijtage van de goederen en geen motorrijtuigen in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen zijn. Lid 2 Schade aan een motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, die de ambtenaar lijdt, bij de vervulling van zijn/haar functie wordt vergoed, tenzij: die schade bestaat uit de normale slijtage of er sprake is van aan opzet of bewuste roekeloosheid grenzende verwijtbaarheid of de ambtenaar in de regel 10.000 of meer kilometers per jaar rijdt ten behoeve van de dienst. Lid 3 Het dagelijks bestuur kan bepalen in welke niet elders voorziene gevallen schadeloosstelling en vergoeding van kosten zullen worden verleend. Artikel3.4.15Plicht tot schadevergoeding Lid 1 De ambtenaar kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van door het waterschap geleden schade, voor zover deze aan zijn/haar schuld of nalatigheid is te wijten. Lid 2 Het bedrag van de schadevergoeding en de wijze van inhouding daarvan op de bezoldiging van de ambtenaar worden niet eerder vastgesteld voordat hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden en ter zake van de wijze van inhouding zijn/haar wensen kenbaar te maken. Artikel3.4.16Aanvullingsplicht rekenplichtige ambtenaar Lid 1 De rekenplichtige ambtenaar is verplicht tot aanvulling van een tekort. De ambtenaar kan naarmate hij/zij het beheer nauwgezet heeft gevoerd en de nodige voorzorgen heeft genomen voor de bewaring van gelden en geldswaardige papieren, geheel of gedeeltelijk ontheven worden van de aanvullingsplicht. Lid 2 Vloeit de verplichting tot aanvulling van een tekort voort uit aansprakelijkheid voor ondergeschikt personeel, dan wordt bovendien in aanmerking genomen in hoeverre hij/zij op de handelingen van dat personeel deugdelijk toezicht heeft gehouden. Lid 3 De rekenplichtige ambtenaar is van zijn/haar verantwoordelijkheid ontheven gedurende de tijd dat hij/zij door ziekte of wettige afwezigheid zijn beheer niet persoonlijk heeft gevoerd. Dit als gedurende die tijd zijn/haar functie wordt waargenomen krachtens aanwijzing door of namens het dagelijks bestuur. Artikel3.4.17Ambtsjubilea Lid 1 In de maand waarin de ambtenaar gedurende 25, 40 of 50 jaar een functie bij de overheid heeft vervuld, ontvangt hij/zij een gratificatie gelijk aan een bedrag, overeenkomende met de gehele bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief waarop hij/zij in de maand van deze jubilea aanspraak heeft. De op grond van het vorenstaande berekende bedragen worden naar boven afgerond tot een volle euro. Lid 2 De ambtenaar die volledig uittreedt om gebruik te maken van de regeling Keuzepensioen, ontvangt een ambtsjubileumgratificatie bedoeld in het eerste lid. Voorwaarde is dat hij/zij, ware hij/zij in dienst gebleven tot het bereiken van de volgens artikel 7.3 eerste lid van het Pensioenreglement ABP voor het recht op ouderdomspensioenvereiste leeftijd, hiervoor in aanmerking zou zijn gekomen. Lid 3 De in het vorige lid bedoelde gratificatie bedraagt een deelbedrag van de gratificatie, zoals omschreven in lid 1, berekend naar het werkelijk aantal dienstjaren gedeeld door 25, 40 of 50, al naar gelang welke gratificatie aan de orde is. Artikel3.4.18Uitkering na overlijden ambtenaar Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de ambtenaar wordt aan de erfgenamen een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief over een periode van drie maanden. Uitgegaan wordt van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging per maand op de dag van overlijden. Artikel3.4.19Collectieve rechtsbijstandsverzekering Het dagelijks bestuur van het waterschap sluit een collectieve rechtsbijstandsverzekering ten behoeve van de ambtenaar voor die gevallen: waarin de ambtenaar uit hoofde van zijn/haar functie strafrechtelijk wordt vervolgd of civielrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld; voor de ambtenaar die door hem/haar geleden schade als gevolg van fysiek en/of verbaal geweld door derden tijdens de functievervulling gerechtelijk op die derde wil verhalen. De rechtsbijstandsverzekering geldt niet in geval van disciplinaire maatregelen van de werkgever tegen de ambtenaar, in procedures van de ambtenaar tegen het waterschap of een strafbaar feit van de ambtenaar waarvan het waterschap aangifte heeft gedaan. Artikel3.4.20Vergoeding geneeskundige kosten Lid 1 In geval van ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn/haar schuld of nalatigheid is te wijten, worden hem/haar vergoed de ten laste blijvende, naar het oordeel van het dagelijks bestuur noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging. Lid 2 Het dagelijks bestuur kan omtrent het bepaalde in lid 1 nadere voorschriften geven. Artikel3.4.21Lokale vergoedingen en verstrekkingen Het dagelijks bestuur kan een lokale regeling voor een vergoeding treffen, waarbij voor de vergoeding of verstrekking het uitgangspunt voorop staat dat de ambtenaar de daadwerkelijke kosten vergoed krijgt, die hij/zij gerelateerd aan het werk maakt. 4 Werktijd en verlof 4.1 Arbeidsduur en werktijden Artikel 4.1.1 Arbeidsduur Artikel 4.1.2 Arbeidsduur verminderen of uitbreiden Artikel 4.1.3 Jaarlijkse keuze meerwerk Artikel 4.1.4 Jaarlijkse keuze minderwerk Artikel 4.1.5 Werktijden Artikel4.1.1Arbeidsduur In de aanstelling wordt de gemiddelde arbeidsduur over een jaar vastgelegd. Artikel4.1.2Arbeidsduur verminderen of uitbreiden Lid 1 Overeenkomstig de Wet flexibel werken heeft een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht de formele arbeidsduur per week te verminderen of de formele arbeidsduur per week uit te breiden tot het aantal uur van een volledige betrekking, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten. Lid 2 Overeenkomstig de Wet flexibel werken heeft een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht de werktijden aan te passen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten. Lid 3 Overeenkomstig de Wet flexibel werken kan een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan het college verzoeken tot aanpassing van zijn/haar arbeidsplaats. Lid 4 De bepaling in lid 1 geldt niet voor de ambtenaar of de persoon met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Artikel4.1.3Jaarlijkse keuze meerwerk Lid 1 De ambtenaar met een voltijd aanstelling kan, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, kiezen voor maximaal 288 uur meerwerk per jaar. Lid 2 Voor de ambtenaar met een deeltijd aanstelling geldt het bepaalde in lid 1 naar evenredigheid van de arbeidsduur volgens de aanstelling. Lid 3 De ambtenaar met een aanstelling voor 40 uur (artikel 2.1.10 SAW) kan, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, kiezen voor maximaal 96 uur meerwerk per jaar. Lid 4 De keuze voor meerwerk wordt voor één kalenderjaar gemaakt. Lid 5 De ambtenaar ontvangt maandelijks een vergoeding ter grootte van het salaris per uur over de in het rooster opgenomen aantal uren meerwerk van de betreffende maand. Lid 6 De tijdelijk verlengde arbeidsduur werkt door in de pensioenopbouw. Hiertoe wordt de deeltijdfactor verhoogd die aan het ABP wordt doorgegeven. De verhoogde deeltijdfactor wordt vastgesteld als het product van de deeltijdfactor en een verhogingsfactor. Deze verhogingsfactor is het quotiënt van het pensioengevend inkomen bij verlengde arbeidsduur zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel gedeeld door het pensioengevend inkomen zonder de verlenging van de arbeidsduur zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel. Lid 7 De tijdelijke verlenging van de arbeidsduur heeft geen consequenties voor de aanspraken op grond van andere arbeidsvoorwaarden. Lid 8 Indien de ambtenaar een kalendermaand aaneengesloten verhinderd is zijn functie te vervullen eindigt de maandelijkse vergoeding voor het geroosterde meerwerk met ingang van de eerste dag van de opvolgende kalendermaand. De vergoeding van het geroosterde meerwerk herleeft binnen het kalenderjaar op de eerste dag van de kalendermaand na volledige hervatting van de functie. Lid 9 De ambtenaar die wenst te kiezen voor een langere arbeidsduur als bedoeld in dit artikel, dient hiertoe een schriftelijk verzoek in bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan het verzoek op organisatorische gronden, budget, formatie, begroting en/of het niet voorhanden zijn van voldoende werk en/of geld afwijzen. Een afwijzing van het verzoek gebeurt schriftelijk en gemotiveerd. Lid 10 Op de ambtenaar die bij aanvang van het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft gebruik maakt van korting arbeidsduur op medische indicatie, een regeling voor langdurig verlof of een aanvraag heeft ingediend om in dat kalenderjaar daarvan gebruik te maken, is dit artikel niet van toepassing. Ook voor de ambtenaar aan wie gedeeltelijk ontslag is verleend onder toekenning van deeltijdpensioen staat de keuze voor meerwerk in het kader van dit artikel niet open. Lid 11 Ambtenaren die op 1 januari van het kalenderjaar een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de WAO of WIA ontvangen zijn uitgesloten van de toepassing van dit artikel. Lid 12 Het is niet mogelijk om binnen hetzelfde kalenderjaar gelijktijdig de keuzemogelijkheid meerwerk te combineren met de keuzemogelijkheid minderwerk (artikel 4.1.4 SAW). Artikel4.1.4Jaarlijkse keuze minderwerk Lid 1 De ambtenaar met een voltijd aanstelling kan, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, kiezen voor maximaal 288 uur minderwerk per jaar. Lid 2 Voor de ambtenaar met een deeltijd aanstelling geldt het bepaalde in lid 1 naar evenredigheid van de arbeidsduur volgens de aanstelling. Lid 3 De keuze voor minderwerk wordt voor één kalenderjaar gemaakt. Lid 4 Bij de ambtenaar wordt maandelijks op het salaris ingehouden het uurloon van de in het rooster opgenomen aantal uren minderwerk van de betreffende maand. Lid 5 De keuze voor minderwerk heeft tot 10% vermindering van de arbeidsduur in het kalenderjaar geen gevolgen voor de hoogte van de berekeningsgrondslag voor het pensioen. Lid 6 De tijdelijke vermindering van de arbeidsduur heeft met uitzondering van het bepaalde in lid 5 gevolgen voor de aanspraken op grond van andere arbeidsvoorwaarden. Lid 7 Indien de ambtenaar een kalendermaand aaneengesloten verhinderd is zijn functie te vervullen eindigt de maandelijkse vermindering van het salaris voor het geroosterde minderwerk met ingang van de eerste dag van de opvolgende kalendermaand. De vermindering voor het geroosterde minderwerk herleeft binnen het kalenderjaar op de eerst dag van de kalendermaand na volledige hervatting van de functie. Lid 8 De ambtenaar die wenst te kiezen voor een kortere arbeidsduur dan zijn aanstellingsduur, dient hiertoe een schriftelijk verzoek in bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan het verzoek op grond van organisatorische gronden of formatie afwijzen. Een afwijzing van het verzoek gebeurt schriftelijk en gemotiveerd. Lid 9 Het is niet mogelijk om binnen hetzelfde kalenderjaar de keuzemogelijkheid voor minderwerk te combineren met de keuzemogelijkheid voor meerwerk (artikel 4.1.2 SAW). Artikel4.1.5Werktijden Lid 1 Met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet, worden de werktijden bij besluit van het dagelijks bestuur vastgesteld. Lid 2 Bij de regeling van de werktijd wordt in acht genomen dat: de arbeid zodanig georganiseerd wordt dat de ambtenaar ten hoogste 12 uur per dag, 60 uur per week, in elke periode van 4 achtereenvolgende weken maximaal gemiddeld 55 uur per week en in elke periode van 16 achtereenvolgende weken maximaal gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht; geen arbeid wordt verricht op zaterdagen en zondagen, tenzij afwijking van deze regel in het belang van de dienst noodzakelijk is; de werktijd behoorlijk door rusttijd wordt onderbroken. Lid 3 Bij de regeling van de werktijd en haar toepassing wordt er voorts zoveel mogelijk voor gezorgd dat de ambtenaar op zondag en de voor hem/haar geldende religieuze feestdagen kan vieren en dat hij/zij in zijn rust zo weinig mogelijk wordt beperkt. Lid 4 Afwijking als bedoeld in lid 2, onder b, is wat betreft de zondag slechts mogelijk indien tenminste 13 vrije zondagen per jaar overblijven. Lid 5 Hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van arbeid op zondag is bepaald, geldt mede voor het verrichten van arbeid op feestdagen volgens artikel 1.2.1 SAW. Lid 6 Het bepaalde in dit artikel is overeenkomstig van toepassing voor de ambtenaar die tot een kerkgenootschap behoort, dat de wekelijkse rustdag op de sabbat of de zevende dag viert. hij/zij dient een daartoe strekkend verzoek tot de (algemeen) directeur te richten. Lid 7 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder ‘werkdag’ de krachtens dit artikel voor de functie van de ambtenaar per dag vastgestelde – al dan niet gelijke – arbeidsperiode. Lid 8 Onder roostervrije tijd wordt verstaan de in het kader van de regeling van de werktijd door het dagelijks bestuur aangewezen uren waarop door de ambtenaar, in beginsel, geen arbeid behoeft te worden verricht. 4.2 Verlof Artikel 4.2.1 Recht op verlof Artikel 4.2.2 Aanvragen verlof Artikel 4.2.3 Verlenen verlof Artikel 4.2.4 Recht op opnemen verlof op religieuze dagen Artikel 4.2.5 Compensatie bij niet verlenen basisverlof wegens dienstbelang Artikel 4.2.6 Intrekking verlof wegens dienstbelang Artikel 4.2.7 Vervaltermijn Artikel 4.2.8 Verlofrecht bij bijzondere omstandigheden Artikel 4.2.9 Verlof en ziekte Artikel 4.2.10 Ontslag en verlof Artikel4.2.1Recht op verlof Lid 1 Ieder kalenderjaar heeft de ambtenaar recht op basisverlof. Dit basisverlof bedraagt vier keer de in de aanstelling vastgelegde gemiddelde arbeidsduur per week. Lid 2 De ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar is aangesteld of wordt ontslagen, heeft recht op een evenredig deel van het basisverlof dat voor een geheel kalenderjaar voor hem/haar zou gelden. Artikel4.2.2Aanvragen verlof Lid 1 De ambtenaar dient een verzoek in om verlof op te nemen. Door of namens het dagelijks bestuur wordt beslist over de duur van het verlof en op welke tijdstippen het verlof wordt verleend. Lid 2 De ambtenaar dient een verzoek om langdurig verlof voor meer dan één maand en minder dan drie maanden tenminste drie maanden voor het beoogde tijdstip van ingang schriftelijk bij het dagelijks bestuur in. Bij een langdurig verlof van drie maanden of langer moet de aanvraag tenminste zes maanden voor het beoogde tijdstip van ingang schriftelijk bij het dagelijks bestuur worden ingediend. Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan het bevoegd gezag in daartoe aanleiding gevende gevallen toestaan dat een kortere aanvraagtermijn in acht wordt genomen. Lid 4 De aanvraag om toekenning van langdurig verlof bevat de volgende gegevens: de gewenste datum van ingang van de verlofperiode; het aantal uren verlof dat wordt opgenomen; de verdeling van de uren verlof over de weken; Lid 5 Bij de beslissing over een verlofverzoek wordt, voor zover de belangen van de dienst en die van de andere ambtenaren dit toelaten, zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van de ambtenaar. Lid 6 Ingeval door of namens het dagelijks bestuur niet wordt ingestemd met de verlof aanvraag, dan wordt dat schriftelijk en gemotiveerd binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek meegedeeld. Artikel4.2.3Verlenen verlof Lid 1 In het kader van een goede zorg voor gezondheid en vitaliteit dient het basisverlof in beginsel in het jaar van toekenning te worden opgenomen en verleend. Lid 2 Het basisverlof kan worden gesplitst, maar wordt in beginsel voor tenminste eenmalig tien werkdagen aaneensluitend verleend. Lid 3 Het basisverlof wordt desgevraagd zoveel mogelijk, in het bijzonder wat betreft de aaneengesloten periode als bedoeld in het vorige lid, verleend in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober. Lid 4 Het basisverlof wordt verleend, tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten. Is aan de ambtenaar om redenen van dienstbelang in enig kalenderjaar het basisverlof niet of niet geheel verleend, dan wordt hem/haar het nog niet genoten basisverlof zoveel mogelijk in het eerstvolgende, doch uiterlijk voor 1 juli van het daarop volgende kalenderjaar verleend. Lid 5 Indien in enig kalenderjaar het basisverlof geheel of gedeeltelijk niet is verleend, wordt het niet genoten verlof in de eerste helft van het volgend kalenderjaar verleend, tenzij het belang van de dienst of de belangen van de andere ambtenaren zich daartegen verzetten. Lid 6 Het bepaalde in het voorafgaande lid geldt met dien verstande, dat de ambtenaar in enig kalenderjaar nimmer meer basisverlofuren kan opnemen dan twee maal het hem/haar bij of krachtens artikel 4.2.1 SAW toekomende aantal uren, tenzij op een desbetreffend verzoek van de ambtenaar uitdrukkelijk anders is beslist. Lid 7 Indien de ambtenaar tijdens het verlof ziek wordt, dan worden die uren als niet opgenomen verlof aangemerkt. De ambtenaar dient hierbij aan de volgende voorwaarden te voldoen: ziekmelden bij verblijf in het buitenland dient achteraf het ziek zijn aangetoond te worden bij verblijf in het buitenland moeten geadviseerde vaccinaties voor de bestemming geldig zijn. Artikel4.2.4Recht op opnemen verlof op religieuze dagen Lid 1 De ambtenaar heeft het recht op het opnemen van verlof uit zijn/haar verloftegoed op de voor hem/haar geldende religieuze dagen. Lid 2 Dit recht kan niet worden ontzegd op grond van zwaarwegend dienstbelang. Artikel4.2.5Compensatie bij niet verlenen basisverlof wegens dienstbelang Lid 1 Indien het belang van de dienst het onvermijdelijk maakt, dat het basisverlof of het aaneengesloten gedeelte daarvan wordt genoten buiten het in artikel 4.2.3, lid 3 SAW, genoemde tijdvak, kan door het dagelijks bestuur de duur van het basisverlof of het aaneengesloten deel daarvan met 1/3 worden verlengd. Dit verlof kent dezelfde vervaltermijn als het oorspronkelijke basisverlof. Lid 2 Aan de ambtenaar die tijdens zijn/haar basisverlof bepaalde voordelen die verbonden zijn aan zijn functie misloopt, kan deswege een vergoeding worden toegekend. Artikel4.2.6Intrekking verlof wegens dienstbelang Lid 1 Verleend verlof kan worden ingetrokken, wanneer dringende redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken. Dit met uitzondering van de redenen genoemd in artikel 4.2.4 SAW. Indien ten gevolge van dit intrekken van verlof de ambtenaar op een bepaalde dag slechts gedeeltelijk verlof geniet, worden de uren van deze dag niet in aanmerking genomen bij de berekening van het aantal genoten verlofuren. Lid 2 Indien de ambtenaar ten gevolge van de intrekking van het verlof geldelijke schade lijdt, wordt deze schade hem/haar vergoed. Artikel4.2.7Vervaltermijn Lid 1 Het basisverlof van een kalenderjaar vervalt 6 maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin het recht is ontstaan, tenzij de ambtenaar niet in staat is geweest om dit verlof op te nemen. Lid 2 Het basisverlof dat niet als gevolg van het eerste lid vervalt, vervalt na verloop van twee kalenderjaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin het recht is ontstaan. Lid 3 In gevallen waarin dit artikel niet voorziet stelt het dagelijks bestuur bijzondere regelen vast. Artikel4.2.8Verlofrecht bij bijzondere omstandigheden Lid 1 Voor de ambtenaar die wegens oorzaken anders dan die bedoeld in artikel 4.2.1 SAW niet gedurende het volle kalenderjaar, dan wel niet volledig, arbeid verricht, wordt het recht op het basisverlof van het lopende kalenderjaar naar evenredigheid verminderd. Lid 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien geheel of gedeeltelijk geen arbeid wordt verricht wegens: ziekte; zwangerschaps- en bevallingsverlof; re-integratieactiviteiten volgens artikel 6.2.1 SAW. Lid 3 In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid en in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, heeft de ambtenaar geen recht op verlof: voor de tijd die hij/zij geheel of gedeeltelijk ziek is en deze ziekte door zijn opzet is ontstaan; voor de tijd die hij/zij geheel of gedeeltelijk ziek is tengevolge van een gebrek waarover hij/zij in het kader van de medische keuring bij aanstelling opzettelijk valse inlichtingen heeft gegeven; voor de tijd die hij/zij door zijn toedoen genezing belemmert of vertraagt; voor de tijd die hij/zij, hoewel hij/zij daartoe in staat is, zonder deugdelijke grond passende arbeid niet verricht; voor de tijd die hij/zij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door het dagelijks bestuur of door een door hem/haar aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en getroffen maatregelen die er op gericht zijn hem/haar in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten. 4.2.9 Verlof en ziekte Lid 1 De ambtenaar kan tijdens ziekte verlof opnemen. Gedurende dit verlof hoeft de ambtenaar geen arbeid of re-integratie activiteiten te verrichten. Lid 2 Bij de ambtenaar die wegens ziekte gedeeltelijk arbeid verricht, worden bij het opnemen van het verlof de uren voor de gehele geroosterde arbeidsduur in mindering gebracht op het basisverlof. 4.2.10 Ontslag en verlof Voor verlofuren waarop de ambtenaar recht heeft, maar die met ingang van de dag van ontslag nog niet zijn verleend, wordt een vergoeding gegeven. Deze vergoeding wordt berekend met het uurloon volgens artikel 1.2.1 op ontslagdatum van de ambtenaar voor elk niet verleend verlofuur. 4.3 Buitengewoon verlof Artikel 4.3.1 Verlof op feestdagen Artikel 4.3.2 Bijzonder verlof Artikel 4.3.3 Verlof voor vakbondsactiviteiten Artikel4.3.1Verlof op feestdagen Voor zover het dienstbelang niet anders vereist, wordt aan de ambtenaar op feestdagen volgens artikel 1.2.1 SAW verlof met behoud van bezoldiging verleend. De openbare dienst van het waterschap is deze dagen gesloten. Artikel4.3.2Bijzonder verlof Het dagelijks bestuur kan op verzoek van de ambtenaar bijzonder verlof verlenen. Het dagelijks bestuur kan voor dit bijzondere verlof nadere voorwaarden stellen en bepalen of dit (gedeeltelijk) met behoud van bezoldiging wordt verleend. Artikel4.3.3Verlof voor vakbondsactiviteiten Lid 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: Centrales van overheidspersoneel: de Algemene Centrale van Overheidspersoneel (ACOP); de Christelijke Centrale van Overheids– en Onderwijzend Personeel (CCOOP); de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen (CMHF). Verenigingen van ambtenaren: de verenigingen van ambtenaren die zijn aangesloten bij de onder a genoemde centrales van overheidspersoneel. Lid 2 Aan de ambtenaar, benoemd tot bezoldigd bestuurder van een vereniging van ambtenaren, kan het dagelijks bestuur na diens aanvraag verlof buiten genot van bezoldiging verlenen voor de duur van de vervulling van deze functie, evenwel slechts voor ten hoogste twee jaar. Lid 3 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt door het dagelijks bestuur buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend aan de ambtenaar: voor het bijwonen van algemene vergaderingen van verenigingen van ambtenaren of, voor zover het algemene verenigingen betreft die ook andere groepen van ambtenaren dan waterschapspersoneel organiseren, voor het bijwonen van algemene vergaderingen van een landelijke groep van waterschapspersoneel, indien de ambtenaar lid van het hoofdbestuur, bestuurslid van een landelijke groep of afgevaardigde van een afdeling is, met dien verstande dat van elke afdeling voor iedere vijftig leden of gedeelte daarvan aan ten hoogste twee afgevaardigden tot een maximum van tien afgevaardigden, verlof wordt verleend; voor het bijwonen van hoofdbestuursvergaderingen indien hij/zij lid is van het hoofdbestuur van bondsraad– of bestuursvergaderingen indien hij/zij lid is van de bonds– of bestuursraad en van groepsraadsvergaderingen indien hij/zij lid is van een landelijke groepsraad; voor het bijwonen van één algemene vergadering van de centrale organisatie waarbij de vereniging van de ambtenaar is aangesloten, indien hij/zij als vertegenwoordiger van zijn/haar vereniging aan die vergadering deelneemt. Lid 4 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt door het dagelijks bestuur aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend: om, indien hij/zij daartoe door een centrale van overheidspersoneel als bedoeld in het eerste lid onder a of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen, bestuurlijke en/of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen of namens die centrale of die daarbij aangesloten vereniging, onderscheidenlijk binnen het waterschapsapparaat, die ertoe strekken de doelstellingen van deze centrale van overheidspersoneel en/of de daarbij aangesloten vereniging te ondersteunen, alles samen voor ten hoogste 187,2 uren per kalenderjaar; voor het – op uitnodiging van een vereniging van ambtenaren – als cursist deelnemen aan een cursus die door of ten behoeve van de leden van die vereniging van ambtenaren wordt gegeven, alles samen voor ten hoogste 43,2 uren per twee kalenderjaren. Lid 5 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten en indien de vereniging van ambtenaren als bedoeld in lid 1 onder b bij het betreffende waterschap een verzoek heeft ingediend om een ambtenaar aan te wijzen als vakbondsconsulent, wordt door het dagelijks bestuur buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend: bij een waterschap tot 400 fte aan een of meerdere ambtenaren voor het verrichten van werkzaamheden als vakbondsconsulent voor samen ten hoogste 100 uur per kalenderjaar; bij een waterschap vanaf 400 fte aan een of meerdere ambtenaren voor het verrichten van werkzaamheden als vakbondsconsulent voor samen ten hoogste 200 uur per kalenderjaar. Elke vereniging van ambtenaren als bedoeld in lid 1 onder b kan in het waterschap één ambtenaar als vakbondsconsulent aanwijzen. Lid 6 Het buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging van een ambtenaar met een onvolledige werktijd kan ten hoogste een naar evenredigheid van het in lid 4 onder a en b genoemde aantal uren bedragen. Lid 7 Het verlof volgens de leden 3, 4 en 5 samen kan voor de individuele ambtenaar niet meer bedragen dan ten hoogste 216 uren per kalenderjaar, echter met dien verstande dat ten hoogste 288 uren verlof kan worden verleend aan de ambtenaar die: lid is van het hoofdbestuur van een centrale van overheidspersoneel, genoemd in het eerste lid onder a, nr. 1 of 2 en/of van een vereniging van ambtenaren die rechtstreeks bij die centrale is aangesloten; lid is van het centrale bestuur van de centrale genoemd in het eerste lid onder a, nr. 3 en/of bestuurslid is van een sector of sectie van de centrale. Voor de ambtenaar met een onvolledige werktijd kan het verlof bedoeld in de leden 3 en 4 samen ten hoogste een naar evenredigheid van de in dit lid genoemde aantallen uren bedragen. Lid 8 Verlof als bedoeld in de vorige leden kan slechts worden verleend aan de ambtenaar die lid is van een vereniging van ambtenaren volgens lid 1 onder b. Lid 9 Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij/zij lid is, is aangewezen als lid van de commissie volgens artikel 10.1, lid 1 SAW, buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend voor het bijwonen van de vergadering van die commissie, alsmede voor één voorvergadering per uitgeschreven commissievergadering. Hetgeen ten aanzien van de voorvergadering is bepaald, geldt eveneens voor de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij/zij lid is, is aangewezen als plaatsvervangend lid van de commissie volgens artikel 10.1, lid 1 SAW. Lid 10 Het dagelijks bestuur kan omtrent het bepaalde in dit artikel nadere regelen stellen, waarbij het te verlenen verlof volgens de leden 3, 4 en 6 op een lager aantal werkdagen kan worden gesteld. 4.4 Verlof in verband met Arbeid en Zorg De Wet arbeid en zorg (Wazo) is van toepassing. De volgende aanvullende bepalingen zijn voor waterschapspersoneel overeengekomen. Artikel 4.4.1 Adoptie en pleegzorg Artikel 4.4.2 Kortdurend zorgverlof Artikel4.4.1Adoptie en pleegzorg De ambtenaar heeft het recht op het opnemen van verlof uit zijn/haar verloftegoed om de mogelijkheid te hebben om aanvullend op de aanspraak uit de Wet arbeid en zorg betreffende adoptie en pleegzorg 1 week verlof op te nemen. Dit recht kan niet worden ontzegd op grond van zwaarwegend dienstbelang. Artikel4.4.2Kortdurend zorgverlof Gedurende het kortdurend zorgverlof heeft de ambtenaar recht op 75% doorbetaling van zijn/haar bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief over de arbeidsduur waarvoor het kortdurend zorgverlof geldt. 4.5 Overgangsrecht seniorenregeling en levensloopregeling Artikel 4.5.1 Seniorenregeling Artikel 4.5.2 Levensloopregeling Artikel4.5.1Seniorenregeling De ambtenaar die op 30 september 2009 deelnam aan de seniorenregeling mag dit blijven doen tot aan de datum waarop hem/haar –al dan niet gedeeltelijk- ontslag wordt verleend. De seniorenregeling is opgenomen in deel 3 SAW. Artikel4.5.2Levensloopregeling De ambtenaar die op 31 december 2011 deelnemer aan de levensloopregeling was en een positief saldo van € 3.000,00 op de levenslooprekening of polis had staan, kon deelname aan de levensloopregeling voortzetten. De levensloopregeling is opgenomen in deel 3 SAW. 5 Activerend personeelsbeleid 5.1 Uitgangspunten Artikel 5.1.1 Ambitie Artikel 5.1.2 A&O-fonds Waterschappen Artikel 5.1.3 Strategische personeelsplanning Artikel 5.1.4 Activerend Personeelsbeleid Artikel 5.1.5 Opleidingsplan Artikel5.1.1Ambitie Waterschappen zijn kennisintensieve organisaties. Om het werk goed uit te voeren en een goede samenwerkingspartner te zijn, is excellente kennis onder andere op het gebied van watersystemen, waterkeringen en afvalwater nodig. Met strategische personeelsplanning brengen we als organisaties in beeld welke kennis en kunde nodig is, nu en in de toekomst. Waterschappen zijn werkgevers die ambtenaren stimuleren om zich te ontwikkelen en zelf regie te voeren over carrière en werk. Het is belangrijk om zowel fysiek als mentaal vitaal te zijn en daarmee duurzaam inzetbaar. Ambtenaren zijn samen met de leidinggevende verantwoordelijk voor inzetbaarheid en ontwikkeling. Artikel5.1.2A&O-fonds Waterschappen Het A&O-fonds heeft als doel het initiëren, stimuleren en bevorderen van (vernieuwende-) activiteiten in de sector Waterschappen op het gebied van arbeidsmarkt en HRM-beleid. Op verzoek van het LAWA voert het fonds activiteiten uit die rechtstreeks verband houden met de SAW, de werkgelegenheid en van een adequate scholing en opleiding voor de ambtenaren. Het A&O-fonds wordt gefinancierd door middel van een jaarlijkse bijdrage van de waterschappen van 0,12% van de totale loonsom per van het voorgaande jaar van de waterschappen. Jaarlijks doen de waterschappen aan het A&O-fonds opgaaf van de totale loonsom van het voorgaande jaar. Een kopie van de loonstaat waaruit dit bedrag kan worden afgeleid wordt bijgevoegd. 5.1.3 Strategische personeelsplanning Strategische personeelsplanning is het in kaart brengen van de verschillen tussen de gewenste toekomstige organisatie en het huidige personeelsbestand. Daarmee is het één van de belangrijkste instrumenten om de continuïteit van de organisatie met goed gekwalificeerde ambtenaren te waarborgen. In ieder waterschap is strategische personeelsplanning een jaarlijks onderwerp van gesprek tussen het dagelijks bestuur en de medezeggenschap. Artikel5.1.4Activerend Personeelsbeleid Het dagelijks bestuur en de ambtenaar zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor duurzame inzetbaarheid en –loopbaanontwikkeling. Het dagelijks bestuur zorgt voor een activerend personeelsbeleid in het waterschap en faciliteert de ambtenaar door inzicht te verschaffen in de toekomstige personeelsbehoefte vastgesteld op basis van strategische personeelsplanning, zodat deze zijn/haar verantwoordelijkheid kan nemen voor de eigen inzetbaarheid en loopbaanontwikkeling. Dit vraagt van partijen een actieve rol. Het dagelijks bestuur en de ambtenaar maken afspraken gericht op optimale inzetbaarheid van de ambtenaar, die dan in staat is werk en inkomen te krijgen en te behouden. Artikel5.1.5Opleidingsplan Het dagelijks bestuur stelt een opleidingsplan vast voor organisatie brede opleidingen ter hoogte van een bedrag dat minimaal gelijk is aan 1% van de loonsom. Het opleidingsplan wordt met de OR besproken. 5.2 Gesprekscyclus Artikel 5.2.1 Gesprekscyclus Artikel 5.2.2 Planningsgesprek Artikel 5.2.3 Voortgangsgesprek Artikel 5.2.4 Evaluatie- en beoordelingsgesprek Artikel5.2.1Gesprekscyclus Lid 1 De gesprekscyclus bestaat in beginsel uit drie gesprekken per jaar tussen het dagelijks bestuur en de ambtenaar. In deze gesprekken komen planning, voortgang en evaluatie en beoordeling aan de orde. In overleg tussen dagelijks bestuur en ambtenaar kan bepaald worden dat het moment van evaluatie en beoordeling samenvalt met het moment waarop planningsafspraken worden gemaakt. Lid 2 Binnen de gesprekscyclus komen ontwikkeling, loopbaan, mobiliteit, vitaliteit, opleiding, Arbeidsomstandigheden, integriteit en Tijd- en PlaatsOnafhankelijk Werken aan de orde. Lid 3 De gesprekken in de cyclus kunnen uitgebreid worden met gesprekken over een Persoonlijk OntwikkelingsPlan, vitaliteit, de loopbaan, de tweede loopbaan of de afronding van de loopbaan. Artikel5.2.2Planningsgesprek Lid 1 Het dagelijks bestuur en ambtenaar maken ieder jaar, na gezamenlijk overleg, vóór 31 maart concrete planningsafspraken. Lid 2 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar brengen hun opvattingen over de te maken planningsafspraken vooraf en in het gesprek in. Lid 3 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar kunnen afspreken dat andere personen aanwezig zijn bij het planningsgesprek. Lid 4 In het planningsgesprek worden concrete afspraken gemaakt over de te behalen resultaten en over talent- en competentieontwikkeling. Afspraken over (te ontwikkelen) competenties worden pas gemaakt nadat de organisatie een competentiewoordenboek/systeem heeft vastgesteld waarover overeenstemming is bereikt met de Ondernemingsraad. Tevens komen de wensen, ambities, vitaliteit, loopbaan en ontwikkelmogelijkheden van de ambtenaar aan de orde en hierover worden concrete afspraken gemaakt. Lid 5 De planningsafspraken worden schriftelijk vastgelegd. Het dagelijks bestuur en de ambtenaar tekenen de gemaakte afspraken. Lid 6 Als het dagelijks bestuur en de ambtenaar het niet eens worden over de te maken planningsafspraken beslist het dagelijks bestuur. De ambtenaar kan schriftelijk zijn zienswijze kenbaar maken en tekent daarna de afspraken voor gezien. Artikel5.2.3Voortgangsgesprek Lid 1 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar bespreken halverwege het jaar tenminste eenmaal de voortgang van de gemaakte afspraken. Hierbij kan onder meer aandacht worden besteed aan de wijze waarop de werkzaamheden worden verricht, de randvoorwaarden om de resultaten te bereiken, de arbeidsomstandigheden en de wijze van leidinggeven. Ook de afspraken gemaakt in het kader van Persoonlijk Ontwikkelingsperspectief, loopbaan of vitaliteit worden besproken. Lid 2 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar kunnen afspreken dat andere personen bij het voortgangsgesprek aanwezig zijn. Lid 3 Het voortgangsgesprek heeft tot doel de realisering van de vastgelegde planningsafspraken te volgen en te ondersteunen. Zo nodig worden de afspraken nader ingevuld, aangevuld dan wel bijgesteld. Afspraken over nadere invulling, aanvulling of bijstelling worden schriftelijk vastgelegd. Lid 4 Als het dagelijks bestuur en de ambtenaar het niet eens worden over de te maken afspraken beslist het dagelijks bestuur. De ambtenaar kan schriftelijk zijn zienswijze kenbaar maken en tekent daarna de afspraken voor gezien. Artikel5.2.4Evaluatie- en beoordelingsgesprek Vóór 1 december van ieder jaar hebben het dagelijks bestuur en ambtenaar een evaluatieen beoordelingsgesprek. Zo nodig vinden extra gesprekken plaats. Lid 1 Minimaal één week voordat het evaluatie- en beoordelingsgesprek zal plaatsvinden, ontvangt de ambtenaar de concept evaluatie en beoordeling. Lid 2 De ambtenaar wordt uitgenodigd zijn/haar opvattingen over de concept evaluatie- en beoordeling voor het evaluatie- en beoordelingsgesprek in te brengen. Lid 3 In het evaluatie- en beoordelingsgesprek evalueren het dagelijks bestuur en de ambtenaar de realisatie van de gemaakte afspraken uit het plannings- en voortgangsgesprek. Lid 4 Het dagelijks bestuur kent een eindoordeel A, B, C, D, of E toe aan het totale functioneren van de ambtenaar. A Uitstekend:De ambtenaar voldoet beduidend beter dan de norm (C=Goed). De ambtenaar realiseert veel meer dan in de functie en/of op basis van resultaatafspraken en/of competenties verwacht mag worden. Realiseert dit op een beduidend hoger niveau dan het normniveau. B Zeer goed: De ambtenaar voldoet beter dan de norm (C=Goed). De ambtenaar realiseert meer dan in de functie en/of op basis van de resultaatafspraken en/of competenties verwacht mag worden. Realiseert dit op een hoger niveau dan het normniveau. C Goed:De ambtenaar voldoet aan de norm. De ambtenaar realiseert wat in de functie en/of resultaatafspraken en/of competenties verwacht mag worden op het gewenste niveau. D Nog te ontwikkelen ten opzichte van score C (Goed): De ambtenaar voldoet op een aantal punten (nog) niet aan de norm (C = Goed). Er is ruimte voor ontwikkeling in de realisatie van datgene wat in de functie en of op basis van de resultaatafspraken en/of competenties verwacht mag worden. E Onvoldoende: Het functioneren op basis van de (functie)eisen en/of resultaatafspraken en/of competenties dient op een groot aantal punten een drastische verbetering.De ambtenaar voldoet niet aan de norm en kan niet realiseren wat in de functie en/of op basis van de resultaatafspraken verwacht mag worden op het gewenste niveau. Lid 5 Deze score wordt vastgelegd in een evaluatie- en beoordelingsformulier. Een beslissing tot toekenning van een eindoordeel wordt de ambtenaar uiterlijk voor 31 december, schriftelijk, dan wel digitaal meegedeeld. Lid 6 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar kunnen afspreken dat andere personen bij het evaluatie- en beoordelingsgesprek aanwezig zijn. Lid 7 Het dagelijks bestuur kan voor het opmaken van de evaluatie- en beoordeling inlichtingen bij derden inwinnen. Ook de ambtenaar kan aan het dagelijks bestuur vragen om informatie bij derden in te winnen. Het dagelijks bestuur deelt de ambtenaar mee welke informatie hij/zij van deze derden heeft ontvangen. Lid 8 Indien de ambtenaar weigert deel te nemen aan het evaluatie- en beoordelingsgesprek of de ambtenaar niet kan deelnemen, terwijl uitstel naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet verantwoord is, kan het dagelijks bestuur besluiten de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel buiten aanwezigheid van de ambtenaar uit te brengen. Het dagelijks bestuur stelt de ambtenaar hiervan tijdig schriftelijk en gemotiveerd in kennis. Lid 9 Het dagelijks bestuur ondertekent het evaluatie- en beoordelingsformulier, inclusief eindoordeel voor akkoord. De ambtenaar ondertekent het evaluatie- en beoordelingsformulier, inclusief eindoordeel voor gezien. Indien de ambtenaar het niet eens is met de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel kan hij/zij binnen twee weken de geschilpunten op het evaluatie- en beoordelingsformulier vermelden. Lid 10 Indien de ambtenaar niet binnen twee weken zijn/haar geschilpunten kenbaar heeft gemaakt wordt de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel, door het dagelijks bestuur vastgesteld. Lid 11 De ambtenaar die zijn/haar geschilpunten volgens lid 10 kenbaar heeft gemaakt wordt binnen twee weken nadat hij/zij dit heeft gedaan in de gelegenheid gesteld deze bezwaren mondeling toe te lichten bij het dagelijks bestuur. Lid 12 Het dagelijks bestuur wijzigt de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel, voor zover hij/zij de bezwaren van de functionaris deelt. Wanneer hij/zij geheel aan de bezwaren tegemoet komt, stelt hij/zij de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel vast. Indien het dagelijks bestuur de bezwaren niet deelt wordt de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel uiterlijk na 6 weken nadat deze is uitgebracht vastgesteld door het dagelijks bestuur. 5.3 Opleiding, ontwikkeling, loopbaan en vitaliteit Dagelijks bestuur en ambtenaar beschikken over de volgende instrumenten: Artikel 5.3.1 Persoonsgebonden basis budget Artikel 5.3.2 Persoonlijk OntwikkelingsPlan Artikel 5.3.3 Individuele loopbaanscan Artikel 5.3.4 Algemene instrumenten loopbaan en ontwikkeling Artikel5.3.1Persoonsgebonden basis budget Lid 1 Het persoonsgebonden basis budget (PBB) bedraagt ten minste € 5.000,00. Het PBB kan in een periode van 5 jaar ingezet worden voor de eigen opleiding, ontwikkeling, loopbaan en vitaliteit. Het PBB heeft tot doel dat de ambtenaar inzetbaar is en blijft en om zicht te krijgen op de eigen kwaliteiten, ontwikkeling, ambities, mogelijkheden etc. Lid 2 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar maken afspraken over de inzet van het PBB, waarbij duurzame inzetbaarheid centraal staat. Dit betreft zowel inzet van het PBB voor de huidige functie als voor andere werkzaamheden. Artikel5.3.2Persoonlijk OntwikkelingsPlan Dagelijks bestuur en ambtenaar kunnen in overleg vaststellen dat er in aanvulling op de afspraken uit de reguliere gesprekscyclus, behoefte is aan een gesprek over opleiding, ontwikkeling, carrière en mobiliteit. Het gesprek en de afspraken, inclusief de inzet van het PBB, het Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP), worden vastgelegd in het personeelsdossier. Artikel5.3.3Individuele loopbaanscan Lid 1 De ambtenaar kan een individuele loopbaanscan (www.aenowaterschappen.nl) gebruiken om zich te oriënteren op zijn/haar inzetbaarheid. Lid 2 De individuele loopbaanscan kan leiden tot maatregelen en afspraken over de inzet van het PBB om de employability van de ambtenaar te verbeteren. Lid 3 De afspraken over in het vorige lid bedoelde maatregelen worden opgenomen in het POP, waarbij het dagelijks bestuur en de ambtenaar wederzijds zijn verplicht om zich maximaal in te spannen om uitvoering te geven aan het POP. Artikel5.3.4Algemene instrumenten loopbaan en ontwikkeling De ambtenaar kan, in overleg met het dagelijks bestuur, binnen de in dit hoofdstuk genoemde gesprekken, het PBB voor een diversiteit aan instrumenten inzetten. Gedacht kan worden aan: loopbaanadvies; coachen; mentor; assessment; psychologisch onderzoek; opleidingen; Eerder Verworven Competenties (EVC) meting bij een erkende EVC aanbieder; cursussen en trainingen; loopbaanscan; 5.4 Duurzame inzetbaarheid Artikel 5.4.1 Arbowet Artikel 5.4.2 Duurzame inzetbaarheid Artikel 5.4.3 Individueel KeuzeBudget Artikel 5.4.4 Vitaliteitgesprek Artikel 5.4.5 Individuele vitaliteitscan Artikel 5.4.6 Afronding loopbaan voor het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd Artikel 5.4.7 Algemene instrumenten vitaliteit Artikel 5.4.8 Preventief medisch onderzoek Belastend werk Inzetbaarheid staat centraal, uitstroom via de WIA is niet wenselijk. Uitgangspunt is dan ook dat belastend werk niet een leven lang uitgevoerd wordt. Tijdig moet een tweede loopbaan voorbereid worden. Met de afspraken in dit deel wordt een beleid in gang gezet om verminderde inzetbaarheid te voorkomen en doorstroming te bevorderen. Artikel 5.4.9 Vaststellen belastend werk Artikel 5.4.10 Belastend werk en vitaliteitsscan Artikel 5.4.11 Loopbaangesprek Artikel 5.4.12 Tweede loopbaan Artikel 5.4.13 Korting arbeidsduur op medische indicatie Artikel5.4.1Arbowet Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het naleven van de Arbowet en voert daartoe een beleid om de arbeidsomstandigheden zo goed mogelijk in te richten. Het dagelijks bestuur zet hier de volgende drie instrumenten voor in: De risico inventarisatie en evaluatie (RIE) Een plan van aanpak Preventiemedewerker Doel van de RIE is inzicht krijgen in de arbeidsomstandigheden, waarbij het terug dringen van de risico’s centraal staat. Het dagelijks bestuur investeert in het terug dringen van de belastende werkzaamheden op organisatieniveau middels een plan van aanpak. Artikel5.4.2Duurzame inzetbaarheid De ambtenaar is mee verantwoordelijk voor de eigen inzetbaarheid en vitaliteit en kan daarbij de volgende door het dagelijks bestuur beschikbare gestelde instrumenten, waaronder het persoonsgebonden basis budget (PBB) inzetten. Artikel5.4.3Individueel KeuzeBudget Het Individueel KeuzeBudget geeft de ambtenaar de mogelijkheid keuzes te maken die aansluiten bij de behoeften en de levensfase waarin de ambtenaar zich bevindt om zodoende zijn/haar vitaliteit te bevorderen. Artikel5.4.4Vitaliteitgesprek Dagelijks bestuur en ambtenaar kunnen in overleg vaststellen dat er in aanvulling op de afspraken uit de reguliere gesprekscyclus, behoefte is aan een vitaliteitgesprek over mobiliteit, tweede loopbaan, gezondheid, vitaliteit en welzijn. De afspraken en inzet van instrumenten en het PBB worden vastgelegd in het personeelsdossier. Artikel5.4.5Individuele vitaliteitscan Lid 1 De ambtenaar kan de individuele vitaliteitscan ‘vitaal in je werk’ (www.aenowaterschappen.nl) gebruiken om te onderzoeken hoe het met de eigen vitaliteit en gezondheid is gesteld. Lid 2 De scan ‘vitaal in je werk’ geeft inzicht in de factoren die de vitaliteit, de werkbeleving en de omgevingsfactoren kunnen beïnvloeden. De scan kan leiden tot afspraken over het PBB en de inzet van instrumenten om de vitaliteit van de ambtenaar te verbeteren. Lid 3 De afspraken zijn onderdeel van het vitaliteitgesprek, waarbij het dagelijks bestuur en de ambtenaar zich wederzijds verplichten om zich maximaal in te spannen om uitvoering te geven aan de gemaakte afspraken. Artikel5.4.6Afronding loopbaan voor het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd Lid 1 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar kunnen in overleg vaststellen dat er in aanvulling op de afspraken uit de reguliere gesprekscyclus, behoefte is aan een gesprek met de leidinggevende over de afronding van zijn/haar loopbaan. Het gesprek en de afspraken worden vastgelegd in het personeelsdossier. Lid 2 Drie jaar voor het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd wordt standaard een gesprek gevoerd met de ambtenaar over de afronding van de loopbaan. Lid 3 Dagelijks bestuur en ambtenaar bespreken wensen als coachen, kennis overdracht, flexibele pensionering, deeltijdpensioen of op basis van artikel 8.4

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.