Vergunning- toezicht en handhavingsbeleid 2023 Het Vergunning- toezicht en handhavingsbeleid 2023 (VTH-beleid 2023) (inclusief bijlagenbundel) vast te stellen; Het Vergunning- toezicht en handhavingsbeleid 2023 (VTH-beleid 2023) (inclusief bijlagenbundel) actief met dit besluit mee te zenden aan de gemeenteraad; Het collegebesluit ter kennisname aan te bieden aan de provincie Zuid-Holland in het kader van IBT Omgevingsrecht. Deel I: VTH-beleid 2023 Gemeente Capelle aan den IJssel Risico’s beheersen, naleefgedrag stimuleren Samenvatting Voor u ligt het VTH-beleid van de gemeente Capelle aan den IJssel met betrekking tot de uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het VTH-beleid bestaat uit twee delen. Deel I bevat het VTH-beleid waarin op een visuele manier kort de hoofdlijnen worden weergegeven van de missie & visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deel II bestaat uit een bijlagenbundel waarin de onderwerpen uit het eerste deel uitgebreider worden behandeld en waarbij zoveel mogelijk digitaal wordt verwezen naar de onderliggende stukken. Beide delen zijn van toepassing op bouw- en woningtoezicht. Dit VTH beleid Capelle aan den IJssel 2023 is op 6 december 2022 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en treedt in werking op 1 januari 2023. 1.Inleiding Voor u ligt het vergunning-, toezicht- en handhavingsbeleid 2023 (hierna: VTH-beleid) van de gemeente Capelle aan den IJssel. Dit VTH-beleid schetst het kader waarbinnen wij uitvoering geven aan de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken op het gebied van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In de Wabo worden 25 bestaande vergunningen op het gebied van de fysieke leefomgeving teruggebracht tot één geïntegreerde omgevingsvergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. Het team Bouw- en Woningtoezicht van de unit VTH voert de Wabo-taken uit op gebied van de activiteit bouwen, wonen, monumenten en natuur. De taken op het gebied van milieu zijn uitbesteed aan de DCMR Milieudienst Rijnmond en op het gebied van brandveiligheid aan de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. Deze werkzaamheden worden voor de gemeente en de regio uitgevoerd. Hiervoor is een algemeen VTH-beleid en specifiek VTH-uitvoeringsprogramma vastgesteld. Dit VTH-beleid geeft weer hoe wij een eenduidige werkwijze en een integrale afweging van de inzet van beschikbare middelen willen bereiken. Het biedt de basis voor het jaarlijks op te stellen VTH-uitvoeringsprogramma. De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), verandert de komende jaren veel in de uitvoering van de VTH-taken. Om deze reden is dit VTH-beleid dus geen statisch document, maar een ‘dynamisch’ document dat tussentijds zal worden aangepast indien de wet- en regelgeving daarom vragen en/of nieuwe ontwikkelingen zich voordoen. Deze dynamiek is ook terug te zien in de cyclus die telkens wordt doorlopen om de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken te verbeteren. In dit beleid volgen we de systematiek van de “BIG 8” cyclus uit de Wet VTH. De verschillende stappen in de cyclus worden samen gevormd door het VTH-beleid en het VTH-uitvoeringsprogramma. De stappen geven ook richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. In bijlage 4 van de bijlagenbundel staat een uitgebreide uitleg van de “BIG 8”. Waarom VTH-beleid? Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn voor de overheid in relatie tot belanghebbenden belangrijke instrumenten. Initiatiefnemers willen graag dat hun ideeën worden gerealiseerd en omwonenden willen op hun beurt juist dat hun belangen worden beschermd. Met dit beleidsplan zijn wij transparant over wat we doen, waarom we het doen, welke keuzes we maken bij het uitvoeren van onze VTH-taken en hoe we dit organiseren. Over welke VTH-taken gaat dit beleidsplan? Dit VTH-beleid ziet toe op de wettelijke taken met trekking tot de (fysieke) leefomgeving voor zover hieraan een vergunningen-, toezicht- en/of handhavingscomponent vastzit. Voor een volledige uiteenzetting van de reikwijdte, het wettelijk- en bestuurlijk kader, wordt verwezen naar de bijlagen 3, 5 en 6 van de bijlagenbundel. Leeswijzer Dit VTH-beleid bestaat uit twee delen. Deel 1 geeft de hoofdlijnen van onze visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving weer. In deel 2 (de bijlagenbundel) worden de onderwerpen uit het eerste deel gedetailleerd uitgewerkt. Bijlage 1 van de bijlagenbundel bevat een overzicht van veel gebruikte afkortingen en bijlage 2 bevat een overzicht van meest gebruikte begrippen. 2.Ontwikkelingen 2.1Terugkijken Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid 2016-2022 De Wet VTH bepaalt dat we de VTH-taken uitvoeren volgens de systematiek van de BIG 8. De BIG8 bestaat uit een cyclus van het continue doorlopen van stappen (instrumenten). De kern van de dubbele regelkring wordt gevormd door het VTH-beleid (bovenste deel) en het VTH-uitvoeringsprogramma (onderste deel). Het uitvoeringsprogramma of werkplan bestaat uit jaarlijkse activiteiten die worden ondernomen op basis van de PDCA-cyclus. Figuur 1: BIG 8-cyclus Figuur 2: PDCA-cyclus Voordat een beleidsperiode is verstreken, wordt ten behoeve van het nieuwe beleid een evaluatie uitgevoerd. Er wordt dan beoordeeld of vastgestelde beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan zijn bereikt en voorgenomen activiteiten uit het VTH-beleidsplan zijn uitgevoerd. Deze resultaten worden dan weer gebruikt voor het nieuwe VTH-beleid voor de volgende beleidsperiode en het VTH-uitvoeringsprogramma voor het volgende jaar en zo ontstaat een continue cyclus die leidt tot een hogere kwaliteit van uitvoering van VTH-taken. Zo zou het in beginsel moeten gaan. In de afgelopen periode is systematisch werken volgens de BIG8 (dubbele regelkring) niet goed van de grond gekomen. Hiervoor zijn een aantal oorzaken aan te wijzen: ICT beperkingen leverde in beperkte mate bruikbare sturingsinformatie op; Een groot verloop van toezichthouders, vergunningverleners en unithoofden; Span of control; Uitvoering van de VTH-taken was meer gericht op ‘de winkel openhouden’ dan dat er aandacht was voor programmatisch werken of werken volgden de BIG8. Nulmeting 2022 interbestuurlijk toezicht In 2022 heeft de provincie Zuid-Holland een nulmeting uitgevoerd naar de uitvoering van de VTH-taken. De gemeente is met betrekking tot de uitvoering van de bouw- en woningtoezichttaken geplaatst op trede 3a omdat er documenten (uitvoeringsprogramma, evaluatieverslag) ontbreken en/of niet meer actueel zijn (handhavingsbeleid) dan wel uitgebreid moeten worden met het onderdeel vergunningen. De gemeente is daarom verzocht om een verbeterplan op te stellen om de beleidscyclus m.b.t. de uitvoering van de bouw- en woningtoezichttaken op orde te brengen zodat volgens de systematiek van de BIG 8 kan worden gewerkt. De gemeente heeft de volgende voorstellen tot verbetering gedaan om systematisch werken weer op orde te krijgen: Het opstellen van een evaluatie van het beleid; Het opstellen van een nieuw VTH-beleid; Het opstellen van een Werkplan of VTH-uitvoeringsprogramma; Het opstellen van een jaarverslag (eindrapportage) uitvoering WP 2023. Het verbeterplan is afgestemd met de provincie en hieraan wordt nu uitvoering gegeven met het onderhavige VTH-beleid. De verwachting is dat we in 2023 weer beter scoren op de IBT-ladder en systematisch kunnen werken volgens de BIG8. De volledige evaluatie en de verbetervoorstellen zijn terug te vinden in bijlage 7. 2.2Vooruitkijken De gemeente Capelle aan den IJssel staat voor een gezonde, schone, duurzame en veilige leefomgeving. Om veilig, gezond en duurzaam te kunnen wonen, werken en recreëren in Capelle zullen keuzes gemaakt moeten worden die recht doen aan de identiteit van Capelle. Met het coalitieakkoord en het collegeprogramma brengen wij focus aan in de ontwikkelingen van onze gemeente. In bijlage 8 staan de belangrijkste uitgangspunten voor het VTH-beleid uit deze visie-documenten. Deze uitgangspunten hebben we meegenomen in het opstellen van onze missie, visie, doelstellingen en prioriteiten. Vooruitkijken betekent ook het in kaart brengen van de ontwikkelingen die in deze beleidsperiode op ons af komen. Wij maken daarbij een onderscheid in de juridische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen. Hierna geven wij een korte opsomming van de belangrijkste ontwikkelingen. Zie uitgebreid bijlage 8. De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vragen de meeste aandacht. Deze twee wetten vormen een uitdaging op het gebied van de werkprocessen, een andere manier van werken en financiën. In bijlage 6 worden deze twee wetten nader toegelicht, hierna worden kort de hoofdpunten benoemd. 2.3Juridische ontwikkelingen De Omgevingswet (Ow) De Ow bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur, tot één wet voor de fysieke leefomgeving. In de Ow staat de decentrale besluitvorming door de gemeente centraal. Gemeenten krijgen meer beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid en meer mogelijkheden om lokale afwegingen te maken en rekening te houden met gezondheid, veiligheid en wensen van inwoners. Ook maakt de wet het mogelijk om beter in te spelen op actuele ontwikkelingen. De gemeenten krijgen hiervoor nieuwe (kern)instrumenten, die zij kunnen inzetten om hun doelen en ambities t.a.v. de fysieke leefomgeving te verwezenlijken, namelijk de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de Omgevingsprogramma’s. Door de omgevingsvisie uit te werken in een omgevingsplan worden de kaders waarbinnen wordt gewerkt straks vastgelegd en wordt het proces van afweging naar voren gehaald, waar voorheen het afwegingsproces vaak pas plaatsvond nadat er vergunning was aangevraagd. Het zou er ook toe kunnen leiden dat er geen vergunning hoeft te worden aangevraagd, als bepaalde activiteiten worden toegestaan die passen binnen de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan van de gemeente en kunnen worden afgedaan met een melding of het stellen van algemene regels waar men zich aan moet houden (vereenvoudiging). Helder en inhoudelijk goed beleid is noodzakelijk voor een goede vergunningverlening en voor een goede dienstverlening met betrekking tot de activiteiten in de fysieke leefomgeving. De kaders, de producten en de processen die de gemeente gebruikt in het fysieke domein dienen daarom inzichtelijk, voorspelbaar en gemakkelijk in het gebruik te zijn voor zowel de Capellenaar als de gemeentelijke organisatie zelf. De Ow zal naar verwachting op 1 juli 2023 in werking treden. Het maatschappelijk doel van de Ow is het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving door een balans te bereiken tussen: een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken en in stand houden en de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. De wetgever duidt dit ook wel aan met ‘het bieden van ruimte voor ontwikkeling en het waarborgen van kwaliteit’, of kort gezegd: het ‘ja, mits principe’. De Ow kent tevens vier verbeterdoelen: De gemeente is zich volop aan het voorbereiden op de komst van de Ow en geeft uitvoering aan de ROADMAP Capelle Omgevingswetproof maken. In het kader van werken volgens de Ow wordt al gewerkt met een ‘Intaketafel’ en aan een model voor de omgevingstafel zodat het begeleiden van een aanvraag ‘Omgevingswetproof’ wordt gemaakt en we daadwerkelijk in staat zijn om een aanvraag binnen 8 weken te behandelen en vergunning te verlenen. De gemeente experimenteert hiermee bij het project Goudenregenhofje en het project NK1. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Met de komst van de Wkb heeft het bevoegd gezag bij de toetsing van de aanvraag en het toezicht tijdens de bouw geen inhoudelijke rol meer met betrekking tot de bouwtechnische voorschriften en zal het bevoegd gezag niet meer toetsen of het aannemelijk is dat het bouwwerk hieraan voldoet. Dit wordt namelijk door marktpartijen gedaan. Doel van de nieuwe wet is het verbeteren van de kwaliteit van bouwwerken. Om dit doel te realiseren wordt een nieuw systeem van toezicht op de bouwkwaliteit geïntroduceerd. In het nieuwe toezicht systeem ziet een private kwaliteitsborger met behulp van een zogenaamd instrument van kwaliteitsborging toe op de bouw en de bouwplannen. Als na de afronding van de bouwwerkzaamheden naar het oordeel van de kwaliteitsborger er een gerechtvaardigd vertrouwen is dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften, geeft hij een verklaring af. De Wkb treedt naar verwachting in werking op 1 juli 2023. De nieuwe wet geldt dan eerst alleen nog voor een bepaald type bouwwerken (“Gevolgklasse 1”; woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen, waarbij de persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan beperkt zijn). Na drie jaar wordt gekeken of de Wkb ook kan gaan gelden voor de overige bouwwerken. De gemeente doet ervaring op met werken onder de Wkb met het project Voetgangersbrug. 2.4Maatschappelijke ontwikkelingen Er is sprake van een ongekend ernstige wooncrisis. Er spelen tal van factoren die elkaar ook versterken. Zo is er een lage woningproductie (die ook weer wordt afgeremd door milieuproblematiek zoals stikstof), een hoge bevolkingsgroei (sinds 2015 met name door migratie), gezinsverdunning en een beleid om met name senioren langer zelfstandig te laten wonen (en senioren leven langer), wijken en buurten die aan het eind van hun levensduur zijn en moeten worden geherstructureerd, gebrek aan ruimte etc. Dit alles maakt dat de wachtlijsten voor sociale huur steeds verder oplopen, starters zowel op de huur- als de koopmarkt niet meer aan de bak komen, de doorstroming stokt, de woningmarkt wordt verstoord door speculanten en beleggers etc. Als Capelle kunnen we de wooncrisis niet oplossen. Wel kunnen we een beleid voeren om de scherpe kantjes er voor de Capellenaar af te halen en die Capellenaar meer kansen te bieden op de woningmarkt. Die kansen bieden we onder meer met ‘Capelle bouwt aan de stad’ waardoor naar de huidige planning naast de voorgenomen ontwikkeling van Rivium ruim 2.100 woningen gaan worden toegevoegd aan de woningvoorraad. Ook de invoering van de Verordening opkoopbescherming zal koopstarters en middeninkomens, op de woningmarkt meer kans geven op een betaalbare koopwoning of extra druk op de leefbaarheid als gevolg van de opkoop van woningen voor verhuur te beperken. Door deze ontwikkelingen staat de gemeente voor allerlei organisatorische en financiële vraagstukken. Dit heeft invloed op de manier van (samen)werken op het gebied van VTH. Wij proberen hier in dit VTH-beleid op in te spelen. 2.5Organisatorische ontwikkelingen De afgelopen jaren lag de focus vooral op het inrichten van de nieuwe organisatie met een nieuw bestuur en de veranderende personele bezetting. De juridische én maatschappelijke ontwikkelingen vragen ook een andere manier van werken, waardoor een verbreding van functies binnen de gemeente plaatsvindt. De genoemde uitgangspunten IPOW (dienstverlening & één loket, digitale informatievoorziening en werken volgens de Omgevingswet) sluiten goed aan bij de visie van de gemeente op dienstverlening. 3.Missie en visie In dit hoofdstuk beschrijven wij onze missie en visie. Deze missie en visie vloeien voort uit de verbeterpunten van het vorige beleid, eerder benoemde ontwikkelingen en het coalitieakkoord. Deze missie is waar wij voor staan als gemeente en de visie geeft weer hoe de unit VTH invulling geeft aan deze missie. Missie & Visie “Wij zijn een resultaatgerichte organisatie en voelen ons medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van leven en werken van burgers, bedrijven en instellingen in de stad. Een professionele en daadkrachtige organisatie waar Capellenaren graag een beroep op doen, het bestuur op kan bouwen en medewerkers trots op zijn. Wij spelen adequaat in op ontwikkelingen in de samenleving, verbeteren voortdurend en behoren tot de top van Nederland.” Onze missie is door het uitvoeren van de VTH-taken het behouden en bevorderen van een gezonde, veilige en duurzame (fysieke) leefomgeving voor iedereen, waarin de VTH-taken de instrumenten zijn waarmee we vanuit een positieve grondhouding initiatieven en ontwikkelingen behandelen, vraagstukken integraal benaderen en eigen verantwoordelijkheid en naleefgedrag van inwoners en bedrijven stimuleren en vanzelfsprekend vinden”. 4.Uitgangspunten Vanuit onze missie en visie hebben wij onderstaande uitgangspunten opgesteld en gesplitst in algemene en specifieke uitgangspunten voor de instrumenten Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de invulling van onze missie en visie en het vertrekpunt voor de ontwikkeling van onze doelstellingen en acties voor de komende beleidsperiode. 4.1Algemene uitgangspunten We passen regels consequent toe en leveren maatwerk waar mogelijk. We beoordelen en behandelen gelijke gevallen op gelijke wijze. We zijn omgevingsbewust. We communiceren open, duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid en de rol van onze inwoners en ondernemers (wanneer wat verwacht wordt met welk resultaat). We werken risico-gestuurd. De mate waarin inwoners/ondernemers zich aan afspraken/regels houden, is van invloed op de snelheid waarmee aanvragen/verzoeken e.d. worden afgehandeld. We blijven op een constructieve manier in contact met inwoners/ondernemers. We sturen op goed naleefgedrag van wet- en regelgeving. We streven naar minder regels en meer service. 4.2Vergunningverlening We beoordelen initiatieven vanuit mogelijkheden en oplossingen. (“Ja, mits…” i.p.v. “Nee, tenzij..”). De diepgang van de beoordeling van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de activiteit (wij werken risico-gestuurd). We handelen aanvragen zo snel mogelijk af in ieder geval binnen de wettelijke beslistermijnen. Vergunningverlening vindt plaats volgens de Vergunningenstrategie in bijlage 15. 4.3Toezicht Het toezicht voeren we ‘slim’ uit. Dat wil zeggen: doelmatig, efficiënt en effectief. Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden. De wijze en diepgang van het toezicht is afhankelijk van de risico’s van de betreffende activiteit (wij werken risico-gestuurd). We voeren het toezicht vergunning-, object- en themagericht uit en waar mogelijk integraal met andere partijen. Toezicht vindt plaats volgens de Toezichtstrategie in bijlage 16. 4.4Handhaving We hebben oog voor de situatie van de overtreding/overtreder. Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden. Het gesprek aan gaan en het stimuleren van het eigen oplossingsvermogen zijn belangrijke onderdelen van het voortraject. We passen de Landelijke Handhaving Strategie (LHS) toe Behalve bij spoedeisende omstandigheden is bestuursrechtelijke handhaving het sluitstuk van een (informeel) voortraject waarbij mogelijke oplossingen zijn bekeken en afgewogen. Handhaving vindt plaats volgens de Handhavingsstrategie in bijlage 17. 5.Hoofddoelen: van visie naar uitvoering Het is aan ons de taak om in te spelen op de verschillende ontwikkelingen (hoofdstuk 2) en uitvoering te geven aan onze missie en visie (hoofdstuk 3). Daarom stellen wij 5 doelstellingen op. Deze doelstellingen zullen jaarlijks in het uitvoeringsprogramma VTH worden uitgewerkt in activiteiten in de monitoringstool. In deze tool vertalen we de productbladen en nemen we per productblad acties op, stellen we een planning vast, benoemen we de verantwoordelijke en belichten we de aanpak voor het komende jaar. Op die manier maken wij de doelstellingen concreet en haalbaar. In de pijl hieronder geven we eerst aan wat we willen bereiken (onze visie), wat we daarvoor gaan doen (de activiteiten in de monitoringstool) en wanneer we tevreden zijn (het gewenste resultaat). Onze 5 beleidsdoelstellingen voor de komende beleidsperiode zijn: Wij realiseren een VTH-cyclus die voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de VTH-taken. Wij realiseren de implementatie van een uniforme uitvoering van werkzaamheden op basis van een risicoanalyse en prioritering. De koppeling tussen beleid en uitvoering wordt versterkt en we gaan nadrukkelijker sturen op prioriteit en inzet. 6.Omgevingsanalyse De basis voor het stellen van prioriteiten en doelen m.b.t. de uitvoering van de VTH-taken wordt gevormd door een analyse van problemen en risico’s binnen de fysieke leefomgeving: de omgevingsanalyse. Capelle aan den IJssel is vandaag de dag een krachtige middelgrote gemeente gelegen in de provincie Zuid-Holland. De gemeente maakt onderdeel uit van de Randstad en is omringd door de gemeente Rotterdam, Krimpen aan den IJssel en Zuidplas. Capelle telt ruim 67.000 inwoners met 125 verschillende nationaliteiten en is een stad met een heel eigen identiteit en kwaliteit. Kort gezegd: ‘Stadsdorp tussen IJssel, stad en groen.’ De oppervlakte van de gemeente is circa 15 km2 en Capelle is daarmee ook één van de dichtst bevolkte gemeenten van Nederland, maar met prachtige groene natuurgebieden gelegen in en om de gemeente. Dit alles brengt enorme uitdagingen en kansen met zich mee voor de uitvoering van de VTH-taken op het gebied van bouwen, wonen, monumenten en natuur. Een verdere uitwerking van de omgevingsanalyse is opgenomen in bijlage 9 van de bijlagenbundel. 7.Risicoanalyse en prioriteiten Om onze capaciteit zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten zullen we keuzes moeten maken en prioriteiten moeten stellen. We doen dit aan de hand van een prioriteitstelling waaraan een risicoanalyse ten grondslag ligt. Hiermee maakt het team vergunningen, toezicht en handhaving keuzes ten aanzien van de inzet van capaciteit en middelen. De uitvoering van VTH-taken vindt risico-gestuurd plaats; wat inhoudt dat bij de diepgang van het toetsen van aanvragen om vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van regels prioriteit wordt gegeven aan onderwerpen met de grootste impact op de veiligheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Wat de meeste aandacht verdient, moet ook de meeste aandacht krijgen. De werkwijze wordt verder toegelicht in bijlage 10. De risicoanalyse en prioritering voor de Wabo-taken op het gebied van bouwen is opgesteld door de gemeente en gebaseerd op landelijke en eigen ervaring van de medewerkers. Zie bijlage 11 voor de volledige risicoanalyse en prioritering van de Wabo-taken bouwen. Voor de Wabo-taken op het gebied van milieu en brandveiligheid is een eigen risicoanalyse en prioritering opgesteld door de DCMR en de VRR die afgestemd is met de gemeente en de regio. Hieronder worden alleen de 5 hoogste én laagste prioriteiten van de Wabo-taken bouwen weergegeven. 7.1Top 5 hoogste prioriteiten Wabo-taak bouwen Publieke- en bedrijfsfunctie complex (bijeenkomst, gezondheidszorg, industrie, agrarisch, logies, etc.) Woonfunctie complex Omgevingsvergunning brandveilig gebruik Slopen/veranderen in beschermd stads- en dorpsgezicht of monument complex Handelen in strijd met bestemmingsplan uitgebreid 7.2Top 5 laagste prioriteiten Wabo-taken bouwen Melding brandveilig gebruik Bouwwerken vergunningsvrij Bouwwerk geen gebouw zijnde eenvoudig Uitvoeren werk en werkzaamheden (aanleggen) Reclame 8.Strategieën 8.1Preventiestrategie (voorkomen) Communicatiestrategie (Voor)overleg, (intake- en omgevingstafel onder Omgevingswet) Buurtbemiddeling en mediation Toezichthouders zichtbaar buiten aanwezig Zie voor een toelichting bijlage 13 en 14 van de bijlagenbundel. 8.2Vergunningenstrategie (reguleren) Risicogericht toetsen Vaste toetsingskaders (sneltoetscriteria) Beleidsregel intrekken vergunningen Zie voor een toelichting bijlage 15 en 25 in de bijlagenbundel. 8.3Toezichtstrategie (controleren) Risicogericht toezicht Preventief toezicht Actief toezicht Reactief toezicht Zie ook de bijlage 16 in de bijlagenbundel. 8.4Handhavingsstrategie (optreden) Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) Risicogericht handhaven Handhaving tegen bestuursorganen Zie ook de bijlage 17 in de bijlagenbundel. 8.5Gedoogstrategie (gemotiveerd accepteren) Landelijk beleid (Grenzen aan gedogen) Zie ook bijlage 20 in de bijlagenbundel. 9.VTH-organisatie Algemeen Besluitvorming op (vergunnings)aanvragen, toezicht en handhaving zijn een kerntaak van de gemeente, die hierin duidelijk haar verantwoordelijkheden heeft en neemt. Bestuur, directie, unithoofden en de medewerkers van het team (de teams) hebben ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. In bijlage 6 van de bijlagenbundel wordt dit nader uitgewerkt. Hieronder een korte beschrijving van de organisatie en kwaliteitscriteria die van toepassing zijn. Organisatie en financiën De uitvoering van de VTH-taken op het gebied van de Wabo-taken bouwen is ondergebracht bij de unit Vergunningen, Toezicht en Handhaving. In het uitvoeringsprogramma VTH en het jaarverslag wordt de formatie die zich met de uitvoering van deze taken bezighoudt beschreven. De in de beleidsnota beschreven doelen en prioriteiten worden in beginsel uitgevoerd binnen het beschikbare budget. Indien blijkt dat de formatie bijstelling behoeft dan zal dit via de reguliere begrotingscyclus worden aangekaart. De Wabo-taken milieu zijn (wettelijk verplicht) neergelegd bij de DCMR. Met betrekking tot brandveiligheid adviseert de VRR in opdracht van de gemeente op vergunningaanvragen voor bouw, milieu en evenementen en houdt toezicht op de realisatie (nieuwbouw), bestaande bouw, milieu en evenementen. Kwaliteit(criteria) Dit VTH-beleid maakt onderdeel uit van de beleidscyclus zoals wettelijk vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Door het volgen van deze beleidscyclus wordt de kwaliteit van de VTH-taken in de organisatie geborgd. De kwaliteit van de uitvoering van deze taken wordt bovendien geborgd door de op 7 maart 2022 door de raad vastgestelde ‘Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Gemeente Capelle aan den IJssel 2022’, waarin is aangegeven dat de gemeente bij de uitvoering van de VTH-taken de landelijke kwaliteitscriteria hanteert. De toezichthouders zijn aangewezen en aangesteld door het college van B&W voor de uitvoering van hun taken waarbij er op persoons- en functieniveau een scheiding is tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Bij de activiteiten met betrekking tot milieu is bij de DCMR en VRR sprake van een roulatiesysteem waardoor niet jaren steeds dezelfde ambtenaren bij dezelfde inrichtingen betrokken zijn. Ook bepalen de landelijke kwaliteitscriteria op welke wijze de gemeentelijke organisatie borgt dat de uitvoering van de VTH-taken door de gemeente en externe partijen structureel op een adequaat niveau plaatsvindt. Instrumenten om deze kwaliteit te borgen, zijn bijvoorbeeld het VTH-beleid, VTH-uitvoeringsprogramma, werkprocessen, protocollen en monitoring en verslaglegging. De resultaten zullen jaarlijks worden geëvalueerd en hiervan verslag worden gedaan in het jaarverslag. Vanuit haar taak tot Interbestuurlijk toezicht (IBT) ziet de Provincie hier op toe en de rapportages worden ter informatie aan de gemeenteraad en provincie gezonden. 10.Monitoring en evaluatie Sluitstuk van de toepassing en uitvoering van het beleid en de diverse processen is de verantwoording over de inspanningen en resultaten. Daarin staat de vraag centraal of de geleverde inspanningen hebben bijgedragen aan het realiseren van de gestelde doelen en of de ingezette maatregelen succesvol zijn geweest. Daarom moet beleid periodiek geëvalueerd en gemonitord worden. Zo wordt de beleidscirkel gesloten. De evaluatie bestaat uit het beoordelen van jaarresultaten en het effect hiervan op de uitgangspunten en doelstellingen uit het beleid. Er wordt periodiek gemonitord aan de hand van het beleid om de tussenresultaten te beoordelen, jaarlijks verslag gelegd over het uitvoeringsprogramma VTH en het beleid wordt tussentijds geëvalueerd. Hieronder worden monitoring, verantwoording en evaluatie van het beleid verder toegelicht. Monitoring Een goede registratie vergemakkelijkt het vervolgtraject (repressief toezicht en sancties) en verschaft inzicht in de hele keten vanaf een vergunning tot en met een overtreding en de naleving. Het voordeel hiervan is dat alle (handhavings)partners profiteren van de informatie. Het registreren van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens is met name van belang voor het te voeren beleid, de in te zetten capaciteit en de verantwoording naar het bestuur en management. De voortgang van VTH wordt periodiek gemonitord op basis van het uitvoeringsprogramma VTH en de monitoringstool doelstellingen en acties. Deze monitoring wordt gebruikt om te beoordelen of de gestelde doelen uit het VTH-beleidsplan worden behaald. De DCMR en VRR rapporteren periodiek aan de gemeente over de door hen behaalde resultaten. Verantwoording Na afloop van het kalenderjaar wordt een jaarverslag opgesteld voor het college, waarin tenminste over de volgende onderwerpen wordt gerapporteerd: De uitvoering en voortgang van de voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma VTH; Of de uitvoering van deze activiteiten heeft bijgedragen aan de voortgang van de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan; Of het VTH-beleidsplan (mede op basis van bovenstaande) eventueel aangepast moet worden. Of de VTH-organisatie nog voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria. Het college maakt het jaarverslag bekend aan de gemeenteraad en Gedeputeerde Staten. Evaluatie Voordat een beleidsperiode is verstreken, wordt ten behoeve van het nieuwe beleid een evaluatie uitgevoerd. Er wordt dan beoordeeld of: Vastgestelde beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan zijn bereikt; De voorgenomen activiteiten uit het VTH-beleidsplan zijn uitgevoerd; Er aan de afspraken is voldaan die met externe partijen zijn gemaakt. Ook deze evaluatie documenteren wij in het jaarverslag en de resultaten worden gebruikt voor het nieuwe VTH-beleid voor de volgende beleidsperiode en het uitvoeringsprogramma VTH voor het volgende jaar. 11.Samenwerkingspartners Voor de realisatie van haar doelstellingen is de gemeente mede afhankelijk van andere partijen. Dit hoofdstuk beschrijft welke samenwerkingspartners en overlegvormen er zijn en hoe de samenwerking wordt gestructureerd. Dit is geen uitputtend overzicht, maar dit zijn de meest voorkomende samenwerkingspartners. Rijnmondberaad Er wordt in de regio Rijnmond door gemeenten, DCMR, VRR en de Provincie Zuid-Holland actief samengewerkt om ervaringen te delen, kennis uit te wisselen en projecten af te stemmen. De gemeente participeert hier actief in. Ook de voorbereiding van de Omgevingswet is in deze samenwerking opgepakt door de werkgroep VTH (o.a. ) Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) De Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond adviseert de gemeente in het kader van de vergunningverlening (bouwen, milieu, gebruik) op het gebied onderdeel brandveiligheid, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, brandveiligheid en gezondheidsaspecten bij evenementen en ruimtelijke ordening inclusief externe veiligheid van brandveilig gebruik. Ook voert de VRR op dit gebied het toezicht uit. De samenwerkingsafspraken tussen de VRR en de gemeente liggen vast in een DVO. De VRR rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente een jaarplan/jaarprogramma op. DCMR milieudienst Rijnmond (DCMR) De DCMR voert voor de gemeente de wettelijke én enkele aanvullende (milieu)taken uit. De samenwerkingsafspraken tussen de DCMR en de gemeente liggen vast in gemeenschappelijke regeling DCMR. De DCMR rapporteert iedere maand over de uitvoering van het werkplan en jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken. Ook stelt de DCMR jaarlijks een uitvoeringsprogramma op. De regievoerder DCMR van de gemeente ziet hierop toe. Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) De OZHZ voert de VTH-taken uit op het gebied van de Wet natuurbescherming. Bijvoorbeeld het verlenen van een ontheffing voor het opzettelijk verstoren van leefgebieden van vleermuizen in verband met slopen van een gebouw in het kader van herontwikkeling van een locatie en houden van toezicht op de voorwaarden gesteld in de ontheffing. Provincie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft de (wettelijke) taak om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren door middel van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). De Provincie Zuid-Holland monitort of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats. Politie Het Milieuteam van de politie Rotterdam Rijnmond valt voor wat betreft aansturing onder het functioneel parket Rotterdam. Op het gebied van strafrechtelijke milieuzaken zijn de milieu-agenten het eerste aanspreekpunt voor de gemeente. Daarnaast is de plaatselijke politiepost het vaste aanspreekpunt voor de gemeente, de Boa’s en de omgevingsdienst. Afhankelijk van de positionering van de overtreding in de matrix van de Landelijke Handhaving strategie komt het Milieuteam vroeg of later in beeld. Openbaar Ministerie (OM) In het geval strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen, waarbij sprake is van economische delicten, vindt afstemming plaats met het functioneel parket te Rotterdam. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het OM Rotterdam. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard De samenwerking tussen het waterschap en de gemeente heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen. Ook adviseert het waterschap de gemeente over waterhuishoudkundige gevolgen en bij vergunningverlening en handhaving van lozingen op de riolering. Daarnaast stelt het waterschap een waterschapsverordening vast. De waterschapsverordening bevat regels voor waterkeringen, watergangen en grondwater. Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid (RWS-WNZ) De samenwerking tussen Rijkswaterschap en de gemeente heeft betrekking op snelwegen en hoofdvaarwegen. De gemeente valt geheel binnen het beheergebied van RWS-WNZ. Rijkswaterstaat en Waterschap werken nauw samen wat betreft het monitoren versterken van de veiligheid van de waterkeringen. Deel II: Bijlagenbundel 2023 Gemeente Capelle aan den IJssel Risico’s beheersen, naleefgedrag stimuleren Leeswijzer Het gemeentelijke VTH-beleid bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel geeft op een visuele manier kort de hoofdlijnen weer van de missie & visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het tweede deel is de voorliggende bijlagenbundel waarin de onderwerpen uit het eerste deel verder zijn uitgewerkt. De volgorde van de bijlagen in deze bijlagenbundel volgt de volgorde in het VTH-beleid. Deel II is van toepassing op het taakveld bouwen, wonen, monumenten en natuur. De taken op het gebied van milieu zijn uitbesteed aan de DCMR Milieudienst Rijnmond en op het gebied van brandveiligheid aan de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. Beide diensten voeren deze taak uit voor de regio en daarvoor is een eigen VTH-beleid en VTH-uitvoeringsprogramma vastgesteld. Het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma zijn dynamische documenten. Dat kan ook niet anders, wet en regelgeving zijn voortdurend in beweging. Dat zie je ook terug in de cyclus die steeds wordt doorlopen om de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken te verbeteren. Stilstand is achteruitgaan. In het VTH-beleid en uitvoeringsprogramma anticiperen we op nieuwe ontwikkelingen die zich voordoen en waar op dat moment behoefte aan is. 1.Lijst met veel gebruikte afkortingen Wetgeving en besluiten AMvB Algemene Maatregel van Bestuur APV Algemene Plaatselijke Verordening AVG Algemene Verordening Gegevensbescherming Awb Algemene wet bestuursrecht Bbl Besluit bouwwerken leefomgeving Bor Besluit omgevingsrecht Brzo Besluit risico’s zware ongevallen BWT Bouw- en woningtoezicht LHS Landelijke Handhavingsstrategie Mor Ministeriële regeling omgevingsrecht Ow Omgevingswet RO Ruimtelijke Ordening Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wed Wet op de economische delicten Wet Bibob Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Wet VTH Wet vergunningen, toezicht en handhaving (is de werknaam) Wet WOZ Wet Waardering Onroerende Zaken Wkb Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Wro Wet ruimtelijke ordening Organisaties CJIB Centraal Justitieel Incassobureau DCMR Milieudienst Rijnmond OM Openbaar Ministerie VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten VRR Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Overig B&W College van burgemeester en wethouders BAG Basisregistratie Adressen en Gebouwen BBT Beste beschikbare technieken BOA Buitengewoon opsporingsambtenaar DSO Digitaal Stelsel Omgevingswet IBT Interbestuurlijk Toezicht LOB Last onder bestuursdwang LOD Last onder dwangsom PV Proces-verbaal 2.Begrippenlijst Begrip Toelichting Ambtelijke waarschuwing of constateringsbrief Brief naar aanleiding van een controle waarbij wel een overtreding is vastgesteld. In de brief wordt aangegeven welke maatregelen getroffen moeten worden om de overtreding te beëindigen en binnen welke termijn (hersteltermijn) dit moet zijn uitgevoerd. In deze brief worden eventuele sancties aangekondigd. Beginselplicht tot handhaving Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te treden bij een geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af te zien. Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb (het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond) en artikelen 39 en verder van het Wetboek van strafrecht (strafuitsluitingsgronden). Uit de rechtspraak volgt voorts dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Bij verzoek om handhaving kan voorlopig van handhaving worden afgezien omdat wegens het bestaan van een redelijk handhavingsbeleid betrokkenen eerst de gelegenheid krijgt om de overtreding ongedaan te maken. Verzoeken om handhaving worden eveneens getoetst aan dit beleid, hetgeen kan inhouden dat aan laag-prioritaire zaken niet direct aandacht wordt geschonken, maar op een later tijdstip. Begunstigingstermijn (artikel 5:24 lid 2 en artikel 5:32a lid 2 Awb) Termijn die wordt gesteld in een bestuursdwang- of dwangsombeschikking waarbinnen de overtreder de overtreding ongedaan kan maken zonder dat de bestuursdwang wordt uitgevoerd of een dwangsom moet worden betaald. Belangenafweging Bij de voorbereiding van besluiten moet het bevoegd gezag de betrokken belangen afwegen. Aan de ene kant kunnen dit bijvoorbeeld zijn de persoonlijke, economische en financiële belangen van een overtreder. Aan de andere kant de gemeentelijke taak om toezicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving, veiligheid, voorkomen dat een dergelijke overtreding op meerdere locaties in de gemeente plaatsvindt (precedentwerking) en dergelijke. Mede op basis van deze belangenafweging bepaald het bevoegd gezag of er handhavend wordt opgetreden, welke termijn er wordt gehanteerd, of er een sanctie wordt opgelegd Bestuursdwangbeschikking (last onder bestuursdwang) (artikelen 5:21 t/m 5:31c Awb) Bestuursdwang is het optreden door het bevoegd gezag tegen een overtreding op kosten van de overtreder. De definitie van last onder bestuursdwang in de Awb luidt: ’Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.’ Artikel 5:25 Awb bepaald dat de kosten van toepassing van bestuursdwang op de overtreder verhaald kunnen worden. Tegen een bestuursdwangbeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. Bevinding Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van onderzoek tijdens een inspectie wordt gedaan. Na beoordeling ervan kunnen bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen overtreding. Bevoegd gezag Het bestuursorgaan dat bevoegd is een handhavingsbesluit te nemen of een besluit te nemen op een aanvraag om Omgevingsvergunning. Doorgaans is dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. Uitzondering is bijvoorbeeld het college van Gedeputeerde Staten (bijvoorbeeld bij provinciale milieu-inrichtingen). Dwangsombeschikking (last onder dwangsom) (artikel 5:31d t/m 5:36 Awb) Een last onder dwangsom betekent dat een overtreding binnen een bepaalde periode ongedaan moet worden gemaakt. Als dit niet binnen die periode is gebeurd, dan moet de overtreder een boetebedrag (dwangsom) betalen. Een last onder dwangsom is bedoeld om de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding of een herhaling van de overtreding te voorkomen. De definitie van een last onder dwangsom in de Awb luidt als volgt: Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Tegen een last onder dwangsombeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. Fysieke leefomgeving De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de woonwijk/gemeente inclusief de wegen, parken, industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt deels bepaald door de milieukwaliteit. Gedoogbeschikking Een schriftelijk besluit van het bevoegde gezag voor het afzien van het gebruik van ter beschikking staande bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten voor een bepaalde termijn. Gedoogstrategie Een bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd in welke situaties en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan blijven. Geheel of gedeeltelijke intrekking vergunning of ontheffing Naast een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang kan een bestuursorgaan ook als sanctie de vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken. Door intrekking van een vergunning of ontheffing ontneemt het bevoegde gezag de overtreder de juridische basis van zijn activiteit. Gelijkwaardige oplossing Er is sprake van een afwijking van (een of meerdere voorschriften van) een vergunning/ontheffing/vrijstelling, maar het door de rechtsregel beschermde belang wordt in dezelfde mate of beter gewaarborgd. Handhaven Door toezicht en het toepassen van bestuursrechtelijke, strafrechtelijk of privaatrechtelijke middelen bereiken dat geldende rechtsregels worden nageleefd. Handhavingsbeleid Dit is een beleid(snota) voor alle betrokken beleidsvelden. Daarin staat een beschrijving van de gemeentelijke prioriteiten, de doelen, de strategieën en de activiteiten. Het beleid is afgestemd met andere betrokken bestuursorganen (zoals Waterschap, Provincie en dergelijke). Handhavingsstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. De handhavingsstrategie omvat ten minste: een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde milieunormen; een passende reactie op geconstateerde overtredingen; een stringentere reactie bij voortduring van de overtreding; een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie en andere overheden; transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor. Handhavingsuitvoeringsprogramma Jaarprogramma waarin wordt omschreven welke handhavingsactiviteiten er zullen worden uitgevoerd. Hierbij is rekening gehouden met de onderkende risico’s en de vastgestelde prioriteiten. In dit programma staat ook een overzicht van de financiering en de capaciteit. Handhavingsverzoek Een handhavingsverzoek is een verzoek aan de overheid om handhavend op te treden tegen de overtreding van een bestuursrechtelijke norm. Een handhavingsverzoek dient schriftelijk en gemotiveerd ingediend te worden en kan niet anoniem. Integrale handhaving Het afstemmen en samenbrengen van handhavingsactiviteiten binnen verschillende taakvelden en/of organisaties. Interventie Actieve handeling om een geconstateerd probleem op te lossen. Legalisatie (concreet zicht
- op)Het vooruitzicht dat een overtreding binnen de geldende regels toegestaan kan worden. Voorwaarde is dat er door de overtreder concreet om gevraagd moet worden, bijvoorbeeld door het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Legalisatietoets Toets om na te gaan of legalisatie van een overtreding mogelijk is. Motiveringsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat besluiten goed gemotiveerd moeten zijn, feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn. Nalevingstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met welke instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol handhaving daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in ieder geval een toezichtstrategie, een handhavingsstrategie en een gedoogstrategie. Normadressaat Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of voorschrift geldt. Omgevingsdiensten Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTH-taken. De Omgevingsdiensten werden eerder ook aangeduid als Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s). Overtreding Een afwijking van een rechtsregel, waarbij geen sprake is van een gelijkwaardige oplossing (zie artikel 5:1 lid 1 Awb). Preventieve handhaving Het vergunningsproces en het al dan niet vergunning-gebonden toezicht op activiteiten en/of gebruik. Preventiestrategie De strategie is gericht om burgers en ondernemers spontaan wet- en regelgeving te laten naleven. Privaatrechtelijke handhaving Handhaven op grond van civiel recht in plaats van bestuurs- en/of strafrecht. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het om eigendomsrecht gaat. Programmatisch handhaven Een structurele en integrale aanpak van de handhaving. Daarbij zijn prioriteiten gesteld en de handhavingsactiviteiten op elkaar afgestemd. Bij een programmatische aanpak worden beleid en uitvoering van beleid opgevolgd door evaluatie en bijsturen. Het bevoegd gezag stelt een dergelijk uitvoeringsprogramma jaarlijks vast. Rechtsgelijkheid Rechtsbeginsel dat bepaalt dat gelijke gevallen gelijk dienen te worden behandeld en ongelijke verschillend naar de mate van het verschil. Rechtvaardigingsgrond Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Repressieve handhaving Met repressie wordt bedoeld het herstellen van situaties die in strijd zijn met de geldende wet- en regelgeving of een verleende vergunning. Sanctie Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overschreden. Schulduitsluitingsgrond Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Strafuitsluitingsgrond Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigheidsgronden en schulduitsluitingsgronden. Strafrechtelijke handhaving Strafrechtelijke handhaving betekent dat, na het instellen van een proces-verbaal, strafvervolging wordt ingesteld. Toezicht Het controleren of en in hoeverre wettelijke bepalingen worden nageleefd. Toezichthouder Toezichthouders zijn ambtenaren die door of namens het college benoemd zijn om te controleren of de rechtsregels worden nageleefd. In hun functie als toezichthouder mogen deze ambtenaren elke plaats, met uitzondering van een woning, betreden. Indien noodzakelijk kunnen ze ook met bijzondere toestemming van de burgemeester een woning zonder toestemming van de bewoner betreden, zelfs tegen de wil van de eigenaar of bewoner (op grond van de Algemene wet op het binnentreden). Toezichtstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Voorlopige maatregel Een maatregel opgelegd door de rechter of de officier van justitie ter voorkoming van verdere overtreding van de wet. Voornemen last of voorwaarschuwing Schriftelijke waarschuwing van het bevoegde gezag waarin wordt aangekondigd dat, vanwege een geconstateerde overtreding, het voornemens is een bestuursrechtelijke sanctie op te leggen. In dit voornemen wordt een termijn gegeven waarbinnen de overtreder de gelegenheid krijgt om mondeling of schriftelijk zijn zienswijze naar voren te brengen op de voorgenomen bestuursrechtelijke sanctie (artikel 4:8 Awb). VTH Kwaliteitscriteria Landelijke kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Wraken Op schriftelijke wijze aangeven dat het bestuursorgaan zich het recht voorbehoudt om handhavend op te treden, maar daar niet per direct aan toe komt. Zienswijze (artikel 4:8 Awb e.v.) De belanghebbenden kunnen hun visie geven op de vraag of er sprake is van een overtreding, of er goede redenen zijn handhaving (tijdelijk) achterwege te laten en op de vraag welke belangen daarmee gediend zouden zijn. Daarnaast kan gereageerd worden op voorgenomen dwangsombedragen en begunstigingstermijn voor zover deze bij het vragen van een zienswijze al bekend zijn. De zienswijze kan mondeling of schriftelijk worden ingediend bij het bevoegde gezag. Zorgvuldigheidsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming. 3.Reikwijdte VTH-beleid Capelle aan den IJssel Het VTH-beleid van de gemeente heeft betrekking op de volgende taakvelden en in ieder geval op de daarbij aangegeven onderdelen. Dit betreft echter geen limitatieve opsomming. Nr. Taakveld Verantwoordelijk Onderdelen 1. Bouwen en wonen Gemeente Aanleg, bouw- en oprichtingsfase (vergunning, toezicht) Monumenten en archeologie Aanlegvergunning Vellen houtopstand In-/uitritten Reclame 2. Ruimtelijke ordening Gemeente Illegaal gebruik van bouwwerken en gronden Illegale sloop, bouw of aanleg Woonkwaliteit/Onveilige bewoning (o.a. huisjesmelker) 3. Brandveiligheid Gemeente en VRR Advies brandveiligheid (waaronder evenementen) Toezicht tijdens de bouw Toezicht gebruik bouwwerken (zorginstellingen, bijeenkomst, onderwijs, sport, industrie, logies, kamerverhuur, winkel) Toezicht evenementen Toezicht milieu (integraal met DCMR) Toezicht bij meldingen brandonveilige situaties Integrale toezicht- en handhavingsacties 4. Omgevingsveiligheid Gemeente en VRR Activiteiten met gevaarlijke stoffen met aandachtsgebieden brand, explosie en gifwolk 5. Overige activiteiten Gemeente Klachten/meldingen Verzoeken om handhaving 4.De Big-8 Cyclus Inleiding In dit beleid volgen we de systematiek van de “BIG 8” uit de Wet VTH. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. Het telkens doorlopen van de cyclus levert een bijdrage aan de verbetering van de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken en daarmee aan het doel van de Wet VTH. In dit VTH-beleidsplan geven wij de BIG 8 cyclus weer aan de hand van iconen. Ieder icoon staat voor een bepaalde stap uit de cyclus. Hieronder word per icoon uitgewerkt welke inhoudelijke stukken hierbij horen. Figuur 1: BIG 8-cyclus Figuur 2: PDCA-cyclus Overzicht stappen BIG-8 Prioriteiten & Doelen Ten behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende beleidsperiode beschrijven we in het VTH-beleid:\ De verbeterpunten uit de evaluaties van het vorige beleid De visie van de gemeente aan de hand van bijvoorbeeld het coalitieakkoord en andere visiedocumenten. De relevante ontwikkelingen voor de komende periode Strategie De missie van de gemeente komt terug in het VTH-beleidsplan. De strategie van het VTH-beleidsplan wordt bepaald door het uitwerken van deze missie in de visie voor VTH. Programma & Organisatie Vanuit de missie en visie stellen we een aantal hoofddoelstellingen op. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze doelstellingen uitgewerkt in acties voor dat betreffende jaar in het uitvoeringsprogramma. Werkwijze Door middel van een risicoanalyse en priortering geven wij vorm aan de werkwijze van onze VTH-taken. Uitvoering Door middel van het beschrijven van onze uitvoeringsstrategieën voor V, T en H geven wij weer hoe wij uitvoering geven aan onze VTH-taken. Programma-evaluatie Wij maken de beschikbare personele en financiële middelen voor de komende beleidsperiode inzichtelijk. Aan de hand van dit inzicht kunnen we monitoren of de gestelde doelen haalbaar zijn en/of deze moeten worden aangepast. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma gaan wij hier voor dat specifieke jaar verder op in. Beleid- evaluatie Met de beleidsevaluatie maken we de beleidscyclus rond. In het VTH-beleid beschrijven we de manier van evalueren van het beleid en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. De beleidscyclus gaat uit van het ‘Plan-Do-Check-Act’-managementprincipe (figuur 2): Plannen (wat we gaan doen en hoe we dat gaan doen); Doen (wat we hebben gepland); Controleren (of alles volgens plan is verlopen); Aanpassen (wat niet volgens plan is verlopen). Door het continu doorlopen van de beleidscyclus blijft het VTH-beleid en VTH- uitvoeringsprogramma actueel en wordt de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken op termijn verbeterd. 5.Bestuur en organisatie Besluitvorming op (vergunning)aanvragen, toezicht en handhaving zijn een kerntaak van de gemeente, die hierin duidelijk haar verantwoordelijkheden heeft en neemt. Het bestuur, de directie en de (zelforganiserende) teams hebben ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. De (zelforganiserende) teams en de unithoofden hebben onder andere als taak interne processen aan te sturen. Daarvoor is het nodig om het (gewenste) verloop van primaire werkprocessen inzichtelijk te maken, te structureren en te bewaken. Naast de bestuurlijke verantwoordelijkheid, zal duidelijk moeten zijn wie operationeel verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (wie is verantwoordelijk voor de activiteit, (tussen)resultaten en besluitvormingsmomenten). In het kader van deze beleidsnota past het dan ook om de diverse rollen en verantwoordelijkheden van de actoren nader te beschrijven. De rol van de gemeenteraad Nadat het college het VTH-beleid, uitvoeringsprogramma en jaarverslag heeft vastgesteld worden die in het kader van de controlerende taak van de gemeenteraad ter kennisname aan de raad verstuurd. Het jaarverslag dient dan ook als evaluatie van het VTH-uitvoeringsprogramma en daarin wordt gerapporteerd aan de raad hoe en of de gestelde doelen zijn bereikt. Het college van burgemeester en wethouders Het college stelt het VTH-beleid, het Jaarverslag en het Jaarprogramma vast en heeft de plicht om deze te delen met de gemeenteraad en de provincie Zuid-Holland. De rol van samenwerkingspartners Het doel is samen met o.a. politie, VRR, DCMR, burgers, bedrijven en instellingen verder te werken aan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Een ieder zal daarom op zijn of haar eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken; elk individu, elke organisatie kan namelijk op eigen wijze in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. De samenwerking op verschillende niveaus zal de komende periode worden geïntensiveerd, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande overlegvormen. De belangrijkste samenwerkingspartners met betrekking tot het VTH-beleid staan benoemd in hoofdstuk 11 Samenwerkingspartners van het VTH-beleid. Coördinatie en afstemming in de regio: Rijnmondberaad Het Rijnmondberaad is een regionaal platform voor de regio Rotterdam-Rijnmond dat ieder kwartaal wordt georganiseerd door de DCMR en waaraan wordt deelgenomen door gemeenteambtenaren uit de regio, de provincie Zuid-Holland en ketenpartners, zoals de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, GGD Rotterdam-Rijnmond, het Waterschap. Het Rijnmondberaad VTH is een algemeen beraad en het Rijnmondberaad Omgevingswet is een specifiek overleg gericht op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierin wordt kennis en ervaring gedeeld en gekeken naar samenwerking in de regio. Er zijn verschillende werkgroepen actief: Werkgroep VTH; Werkgroep Leges; Werkgroep mandaten. In het laatste Rijnmondberaad is gesproken over de status van de Omgevingswet en de status van de invoeringsdatum en hoe we hiermee in het Rijnmondgebied mee om gaan. Het proces wordt begeleid door een Regionale Implementatiecoach Omgevingswet (RIO). Platform Samenwerking Toezicht en Handhaving Omgevingswet Dit is een platform georganiseerd door de gemeente Rotterdam, waaraan Capelle aan den IJssel, de DCMR, de VRR en het Waterschap deelnemen. Workshop Toezicht en Handhaving Omgevingswet De Omgevingswet wordt wel de grootste wetswijziging sinds de grondwet genoemd. Het raakt onze werk- en beheerprocessen, onze samenwerking met de stad en onze uitvoering van het werk. Er zijn landelijk 23 processen benoemd die het meest geraakt worden door de komst van de Omgevingswet. Rotterdam heeft deze gebundeld tot 10 hoofdprocessen. Eén daarvan is Toezicht en Handhaving, bestaande uit Toezicht houden, Opleggen sanctie, Toepassen sanctie en Opsporen. Wat betekent de komst van de Omgevingswet voor deze processen en hoe raakt dat jouw werkzaamheden? Daarvoor zijn een drietal workshops georganiseerd in 2019 en deze zijn als tweewekelijks overleg voortgezet. Een product van de samenwerking is de nalevingstafel. De nalevingstafel is in het leven geroepen voor complexe overtredingen die uit meerdere activiteiten bestaan en hoe daar adequaat tegen kan worden opgetreden. De rol van de Provincie Zuid-Holland (IBT) De provincie Zuid-Holland heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren door middel van het Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT). De provincie ziet toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. Op basis van data wordt periodiek getoetst of er signalen zijn van mogelijke taakverwaarlozing. Naast de beschikbare data kan de toezichthouder daarbij ook andere signalen betrekken. Denk daarbij aan berichtgeving in de pers of meldingen van inwoners. In het Uitvoeringsprogramma Generiek interbestuurlijk toezicht 2022 is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van (aan de provinciale toezichthouder beschikbaar gestelde) informatie kijkt de toezichthouder of er mogelijk sprake is van onvoldoende taakuitvoering door de gemeente. Als op basis van de data-analyse geen sprake is van vermoedelijke taakachterstand of taakverwaarlozing, is het onderzoek afgerond. 6.Wettelijk kader Inleiding Hieronder staat een beknopte opsomming van landelijke wet en regelgeving die een rol speelt in het VTH-beleid. Deze opsomming is niet uitputtend. Gemeentewet In artikel 125 lid 2 en 3 van de Gemeentewet staat dat het college van B&W of de burgemeester een bevoegdheid heeft om handhavend op te treden. Letterlijk staat er dat het college of de burgemeester een last onder bestuursdwang kan opleggen. Wie een last onder bestuursdwang kan opleggen, mag in plaats hiervan op grond van artikel 5:32 lid 1 Awb ook een last onder dwangsom opleggen. Aan het bestuursorgaan die deze handhavende bevoegdheden heeft, worden in de Awb ook allerlei toezichtsbevoegdheden gegeven. Dit artikel in de gemeentewet vormt dus de wettelijke basis voor het college of de burgemeester om toezicht uit te oefenen en de herstelsancties (last onder bestuursdwang en last onder dwangsom) op te leggen. Het college heeft de bevoegdheid om toezichthouders aan te stellen. Daarnaast stelt het college op grond van artikel 142 Wetboek van Strafvordering Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’
- s)aan. Deze Boa’s hebben opsporingsbevoegdheden binnen het strafrecht. Naast de herstelsancties in het bestuursrecht kent het bestuursrecht ook een bestraffende sanctie. De wettelijke basis voor de raad om in een verordening op te nemen dat op overtreding van wettelijke voorschriften een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, is artikel 154b Gemeentewet. De Boa’s hebben de bevoegdheid om een bestuurlijke strafbeschikking aan te kondigen. Uiteindelijk legt de officier van justitie de strafbeschikking op. Algemene wet bestuursrecht (Awb) In de Awb (hoofdstuk 5) worden geen bevoegdheden tot het verlenen van vergunningen of het uitvoeren van toezicht en handhaving toebedeeld aan bestuursorganen, maar worden aan de hiertoe bevoegde bestuursorganen en daartoe aangewezen ambtenaren instrumenten gegeven (een gereedschapskist om mee te werken). De voornaamste handhavingsinstrumenten die beschreven staan, zijn de herstelsancties in titel 5.3 van Hoofdstuk 5 te weten de last onder bestuursdwang (afdeling 5.3.1) en de last onder dwangsom (afdeling 5.3.2). Deze instrumenten bieden een bestuursorgaan de bevoegdheden om zelf de overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of te beëindigen dan wel de overtreder een dwangsom op te leggen om dit zelf te doen. Daarnaast staat in titel 5.4 Awb een bestraffende sanctie opgenomen; te weten een bestuurlijke boete. Deze sanctie beoogt leed toe te voegen aan de overtreder en mag naast een herstelsanctie worden opgelegd. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wabo is een kaderwet waarmee bevoegd gezag (bij gemeente meestal het college van B&W) één integraal besluit tot vergunningverlening kan nemen waarbij in een besluit diverse aspecten aan de orde kunnen komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving (zoals ruimte, milieu, natuur alsook aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid). Met deze diverse deelvergunningen beoogt de wetgever diverse belangen te beschermen. In hoofdstuk 5 van de Wabo staan bepalingen over de uitvoering en handhaving van de Wabo. In artikel 5.2 Wabo staat een algemene bepaling opgenomen dat het bevoegde gezag zorg moet dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van bepalingen bepaald bij of krachtens de Wabo en een aantal in de Wabo genoemde wetten. In artikel 5.5. Wabo wordt daaraan toegevoegd dat het college zorg moet dragen voor een goede kwaliteit van de uitvoering en handhaving. In artikel 5.3 Wabo is de instelling van de omgevingsdiensten geregeld. Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Wet VTH) De wet VTH is op 14 april 2016 in werking getreden. Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering van het omgevingsrecht. De wet is een invulling van de Wabo, formaliseert de Omgevingsdiensten en regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit te komen. Zo wordt het basistakenpakket van de omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en worden gemeenten verplicht een verordening kwaliteit VTH te hebben. In deze verordening dient de gemeenteraad de kaders vast te leggen waaraan de uitvoering van de basistaken minimaal dient te voldoen. VTH verordening De gemeenteraad heeft op grond van artikel 5.4 lid 1 aanhef en onder b Wabo een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Capelle aan den IJssel (VTH-verordening) vastgesteld op 30 augustus 2016 (kwaliteitscriteria 2.1) met verseonnummer 821821 en op 7 maart 2022 de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Gemeente Capelle aan den IJssel 2022 (kwaliteitscriteria 2.2) die aansluit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet met djuma zaaknummer 629070. Deze verordening heeft betrekking op de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de wetten (onder andere de Wabo, Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Natuurbeschermingswet) voor wat betreft de taken die de gemeente zelf uitvoert als de taken die in mandaat worden uitgevoerd door bijvoorbeeld de DCMR Milieudienst Rijnmond en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) uitvoert. In de VTH-verordening is bepaald dat op de uitvoering en de handhaving van alle taken de landelijke kwaliteitscriteria van toepassing zijn. De gemeente vraagt de externe partners of zij voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria middels een verklaring. AMvB VTH Naast de Wet VTH is er ook de zogenaamde AMvB VTH (Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving)), welke op 1 juli 2017 in werking is getreden. In deze AMvB wordt een vertaalslag gemaakt naar het Bor. Ook zijn procescriteria opgenomen voor vergunningverlening. Besluit omgevingsrecht In het Bor wordt onder meer invulling gegeven aan diverse bepalingen van hoofdstuk 5 (Uitvoering en handhaving) van de Wabo. In artikel 5.7 Wabo lid 1 staat dat in een AMvB regels worden gesteld over: een strategische en programmatische uitvoering en handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten door de betrokken bestuursorganen; een onderling afgestemde uitoefening van bevoegdheden met betrekking tot de uitvoering en handhaving, bedoeld onder a, en de daarmee samenhangende werkzaamheden tussen de bij de handhaving betrokken bestuursorganen en de onder hun gezag werkzame toezichthouders alsmede over de afstemming van deze werkzaamheden op de werkzaamheden van de instanties die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten; over de prioriteitstelling bij de uitvoering en handhaving voor zover die prioriteitstelling van bovenregionaal belang is. In artikel 7.2 lid 5 en 6 van het Bor staat dat het Uitvoerings- en handhavingsbeleid (voor zover handhaving en toezicht valt onder de Wabo) ten minste inzicht moet geven in: de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de krachtens het eerste en tweede lid voorgenomen activiteiten; de methodiek die de bestuursorganen gebruiken om te bepalen of de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen worden bereikt; de daarin opgenomen objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissen over een Omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen, en de werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden; de wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen te bereiken; de rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; de wijze waarop bestuurlijke sancties alsmede de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; de wijze waarop de bestuursorganen handelen na overtredingen die zijn begaan door of in naam van die bestuursorganen of van andere organen behorende tot de overheid. In artikel 7.1 van het BOR zijn de basistaken van de omgevingsdiensten beschreven. Voor deze basistaken die verplicht worden overgedragen aan een omgevingsdienst moet het Uitvoerings- en handhavingsbeleid bovendien regionaal zijn afgestemd. Bovenstaande verplichtingen gelden voor de activiteiten waarvan de handhaving verloopt via Hoofdstuk 5 van de Wabo (en bijvoorbeeld niet voor de activiteiten van artikel 2.2 Wabo (kapvergunningen etc.). Overige wetten reikwijdte VTH-beleidsplan Hieronder volgt nog een opsomming van andere wetten die in relatie staan met de reikwijdte van dit beleid. Ook deze opsomming is geen uitputtende lijst. Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit bevat de bouwtechnische voorschriften waaraan zowel de bestaande bouwwerken alsmede de nieuw te realiseren bouwwerken dienen te voldoen. Tevens wordt in het Bouwbesluit de verplichting tot het indienen van een sloopmelding dan wel een melding brandveilig gebruik geregeld en welke procedure beide meldingen dienen te doorlopen. Wet natuurbescherming (Wnb) Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet zijn opgegaan de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. In hoofdstuk 7 van deze wet is handhaving geregeld. In dit hoofdstuk staat onder andere welke bestuursorganen zijn belast met toezicht en handhaving. Er worden handhavingsinstrumenten genoemd en een koppeling gemaakt met de Wabo. Wet economische delicten (Wed) Een toezichthouder kan bij het constateren van bepaalde overtreding ook kiezen voor het strafrechtelijke spoor. In de wet economische delicten staan in artikel 1 en 1a veel verwijzingen naar wetsartikelen. Overtreding van die wettelijke artikelen is een delict in de zin van de Wet economische delicten (Wed). Ook in een lokale verordening kan een verwijzing staan naar de Wed. De DCMR heeft eigen BOA’s m.b.t. de milieutaken. De BOA’s zijn dan bevoegd om strafrechtelijke bevoegdheden toe te passen bij het uitvoeren van hun toezicht. De BOA’s mogen ook een proces-verbaal opmaken en een sanctie aankondigen. Het OM beslist uiteindelijk of er daadwerkelijke tot vervolging wordt overgegaan en legt mogelijk een sanctie op. Wet ruimtelijke ordening (Wro) Vanaf 1 juli 2008 is de Wro in werking getreden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) regelt hoe ruimtelijke plannen tot stand komen en welke bestuurslaag voor deze plannen verantwoordelijk is. Daarnaast regelt de Wro de verhoudingen in het ruimtelijk domein tussen de verschillende overheden en bestuursorganen in Nederland. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) Sinds 2007 is in de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) geregeld dat overheden inzicht geven in welke beperkingen zij op eigendom hebben gelegd. Bijvoorbeeld het aanwijzen van een pand als gemeentelijk monument of het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom. Vanaf 1 januari 2021 kunnen inwoners, ondernemers en overige partijen alle informatie over beperkingen en bijbehorende brondocumenten bij één partij vinden: het Kadaster. Het doel van deze wet is om eenvoudig inzicht te geven in door de overheid opgelegde beperkingen op een stuk grond of een gebouw. Sinds 2007 regelt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) dat de burger inzicht heeft over welke beperkingen de overheid mogelijk heeft gesteld aan wat er met een huis of een stuk grond (onroerende zaak) gedaan mag worden, of waar de burger rekening mee moet houden. Zowel het Rijk als provincies, waterschappen en gemeenten kunnen besluiten nemen waaruit de beperkingen voortvloeien op een perceel, huis of gebouw. Alle beperkingen zijn voor burgers te raadplegen via een kadastraal bericht, aan te vragen via internet bij het Kadaster. Echter de gemeentelijke beperkingenbesluiten (brondocumenten) zelf moet een burger nu nog bij de desbetreffende gemeente opvragen. Deze huidige vorm van de Wkpb bestaat nu ruim tien jaar en door betrokkenen wordt gesteld dat de Wkpb nooit tot wasdom is gekomen. Met het project Beter Kenbaar (gemeenten, Kadaster, ministerie van BZK) is een verbetering van de dienstverlening, een modernisering van de registratie en de aanlevering van de publiekrechtelijke beperkingen beoogd. Nieuwe wetgeving Omgevingswet De komst van de Omgevingswet betekent dat er veel verandert. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur, tot één wet voor de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet staat de decentrale besluitvorming door de gemeente centraal. Gemeenten krijgen meer beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid en meer mogelijkheden om lokale afwegingen te maken en rekening te houden met gezondheid en wensen van inwoners. Ook maakt de wet het mogelijk om beter in te spelen op actuele ontwikkelingen. De gemeenten krijgen hiervoor nieuwe (kern)instrumenten, die zij kunnen inzetten om hun doelen en ambities t.a.v. de fysieke leefomgeving te verwezenlijken, namelijk de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan. Een omgevingsvisie is een strategische visie, met ambities en beleidsdoelen, voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De gemeente stelt voor het gehele grondgebied 1 omgevingsvisie vast. Het programma bevat de uitwerking van beleid en bevat maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving (omgevingswaarde). Er zijn verplichte (geluid en dreigende overschrijding van omgevingswaarden) en onverplichte programma’s. Het omgevingsplan neemt binnen de Omgevingswet een prominente rol in. De gemeente kan de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving, zoals beschreven in de omgevingsvisie, concreter maken door die ook stevig juridisch vast te leggen. Het omgevingsplan bevat juridisch bindende regels voor de gemeente en haar burgers en ondernemers. De regels kunnen betrekking hebben op de gehele gemeente of op slechts delen daarvan. Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2023 (verwachte inwerkingtredingsdatum) moet een groot aantal rijksregels decentraal (in het omgevingsplan) worden geregeld, zoals verschillende milieuregels uit het Activiteitenbesluit. Deze specifieke rijksregels zijn opgenomen in de bruidsschat om te voorkomen dat er een juridisch gat ontstaat voor onderwerpen c.q. specifieke regels die tot het moment van inwerkingtreding landelijk geregeld werden, maar na inwerkingtreding van de Omgevingswet gedecentraliseerd zijn. Het Rijk verwacht namelijk niet van gemeenten om een omgevingsplan (waar deze onderwerpen voortaan in geregeld gaan worden) direct bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vast te stellen. De gemeente krijgt wel de verantwoordelijkheid voor deze regels. Tijdens een overgangsfase kunnen gemeenten keuzes maken over hoe én of deze tijdelijke regels worden opgezet. Onder de Omgevingswet zullen de algemene rijksregels minder vergunningplichten voor activiteiten bevatten. Voor de meest voorkomende activiteiten, zoals milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten, geldt nog steeds een plicht om een Omgevingsvergunning aan te vragen. De wetgever heeft op rijksniveau voor zoveel mogelijk activiteiten algemene regels gemaakt. Daardoor heeft de initiatiefnemer van een activiteit niet meer altijd toestemming nodig. Ten aanzien van de Omgevingsvergunning wijzigt het volgende: De reguliere procedure wordt standaard De vergunning van rechtswege vervalt Eén loket, gemeenten bij meervoudige aanvragen bevoegd gezag Meldingen en aanvragen komen binnen via DSO, per mail of analoog Nieuwe definities, begrippen en terminologie Nieuwe aanvraagvereiste m.b.t. participatie De ‘knip’ (en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, Wkb) Omgevingsvergunning geen omgevingsdocument, wel verplichting na 5 jaar verwerken in het omgevingsplan (na 2029) Nieuw toetsingskader inhoudelijke beoordeling en toezicht en handhaving. Invoeringsbesluit van de Omgevingswet Aangezien we het huidige VTH-beleid en de voorliggende bijlagenbundel al getoetst hebben aan het Invoeringsbesluit van de Omgevingswet, plaatsen we hieronder de relevante artikelen. Uiteraard gaan met de komst van de Omgevingswet de Wabo, wet VTH, het Bouwbesluit 2012, etc. ook over in de Omgevingswet. In artikel 13.6 wordt aangegeven waar met de uitvoerings- en handhavingsstrategie inzicht in moet worden gegeven. Deze elementen zijn gelijk aan de elementen uit het voormalige artikel 7.2, zesde en zevende lid, van het Besluit omgevingsrecht. De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt in ieder geval inzicht in: de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid; de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid, worden bereikt; de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet; en de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet. De handhavingsstrategie biedt ook inzicht in: de afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden; de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden; de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties; de wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd; en de wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie. In artikel 13.7 wordt aangegeven welke elementen in ieder geval behoren tot de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt uitgeoefend (artikel 13.6, tweede lid, onder b). Deze elementen zijn afkomstig uit artikel 10.3 van de Regeling omgevingsrecht. Tot de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden, bedoeld in artikel 13.6, tweede lid, onder b, behoort in ieder geval: de wijze waarop toezicht wordt voorbereid, uitgaande van een register waarin in ieder geval IPPC-installaties zijn opgenomen; de frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die frequentie voor IPPC-installaties, afhankelijk van de milieurisico’s, het nalevingsgedrag en de aanwezigheid van een gecertificeerd milieuzorgsysteem, ten minste is: eenmaal per drie jaar bij beperkte milieurisico’s; en eenmaal per jaar bij grote milieurisico’s; en de termijn waarbinnen na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding niet-routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die termijn voor IPPC-installaties is: na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding: zo spoedig mogelijk en in voorkomend geval voor de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning; of na het vaststellen van een ernstige overtreding: in ieder geval binnen zes maanden. Tot de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties, bedoeld in artikel 13.6, tweede lid, onder c, behoort in ieder geval: de termijn waarbinnen een rapportage wordt gedeeld met betrokkenen, waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot IPPC-installaties twee maanden is; en de termijn waarbinnen en mate waarin een rapportage openbaar wordt gemaakt, waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot IPPC-installaties vier maanden is en de artikelen 19.3 tot en met 19.5 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing zijn. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Met de komst van de Wkb heeft het bevoegd gezag bij de toetsing van de aanvraag en het toezicht tijdens de bouw geen inhoudelijke rol meer met betrekking tot de bouwtechnische voorschriften en zal het bevoegd gezag niet meer toetsen of het aannemelijk is dat het bouwwerk hieraan voldoet. Dit wordt namelijk door marktpartijen gedaan. Doel van de nieuwe wet is het verbeteren van de kwaliteit van bouwwerken. Om dit doel te realiseren wordt een nieuw systeem van toezicht op de bouwkwaliteit geïntroduceerd. In het nieuwe toezicht systeem ziet een private kwaliteitsborger met behulp van een zogenaamd instrument van kwaliteitsborging toe op de bouw en de bouwplannen. Als na de afronding van de bouwwerkzaamheden naar het oordeel van de kwaliteitsborger er een gerechtvaardigd vertrouwen is dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften, geeft hij een verklaring af. Het bevoegd gezag toetst nog wel aan welstand, ruimtelijke ordening en omgevingsveiligheid (zowel bij de toetsing van de aanvraag als tijdens de bouw). Daarnaast controleert het bevoegd gezag de risicobeoordeling die wordt geleverd door een private partij. Vervolgens blijft het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de toezicht op de bestaande bouw en eventuele handhaving. De Wkb treedt in werking op 1 januari 2023. De nieuwe wet geldt dan eerst alleen nog voor een bepaald type bouwwerken (“Gevolgklasse 1, gedefinieerd in artikel 1:35 Bouwbesluit). Na 1 januari 2024 wordt de werking mogelijk uitgebreid tot alle nieuwe bouwwerken. In het Besluit bouwwerken leefomgeving is beschreven welke bouwwerken in de nieuwe wet onder gevolgklasse 1 vallen. Bij deze gevolgklasse valt te denken aan woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen. De persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan zijn beperkt. Voor meer informatie zie: Factsheet 'De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen: gevolgklassen' (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/03/01/factsheet-de-wet-kwaliteitsborging-voor-het-bouwen-gevolgklassen). 7.Evaluatie Handhavingsbeleid 2016-2021 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de evaluatie van het “Handhavingsbeleid 2016. In het VTH-beleid volgen we de systematiek van de BIG 8 cyclus uit de wet VTH. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleid en het VTH-uitvoeringsprogramma. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. Voordat een beleidsperiode is verstreken, wordt ten behoeve van het nieuwe beleid een evaluatie uitgevoerd. Er wordt dan beoordeeld of vastgestelde beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan zijn bereikt en voorgenomen activiteiten uit het VTH-beleidsplan zijn uitgevoerd. De resultaten worden dan weer gebruikt voor het nieuwe VTH-beleid voor de volgende beleidsperiode en het uitvoeringsprogramma VTH voor het volgende jaar en zo ontstaat een cyclus. Zo zou het in beginsel moeten gaan, maar zo is het de afgelopen periode niet gegaan. Het meest recente beleid dat is vastgesteld dateert van 2016 en had alleen betrekking op het onderdeel toezicht en handhaving. Hierin waren strategische doelen voor het uitvoeren van toezicht en handhaving opgenomen voor vergunningsgericht, objectgericht en thematisch of gebiedsgericht werken. Op basis van een risicoanalyse (bepaald aan de hand van zes negatieve effecten voor veiligheid, volksgezondheid, natuur/milieu, financieel-economisch, leefbaarheid en imago) is prioriteit aangebracht in de werkzaamheden met een hoog, gemiddeld en laag risico. Voor de uitvoering zijn diverse handhavingsinstrumenten opgenomen, zoals preventieve als repressieve instrumenten. Met monitoring van de resultaten worden de toezicht en handhavingswerkzaamheden dan inzichtelijk gemaakt. Uitvoering vindt plaats op basis van de vastgestelde prioriteiten, vertaald in het beleid en het uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma Wabo werd aangegeven welke activiteiten het komende jaar zouden worden uitgevoerd en hoeveel handhavingscapaciteit nodig is om de prioriteiten te kunnen uitvoeren. Daarbij wordt rekening gehouden met capaciteit voor overige taken zoals, klachten, meldingen en verzoeken om handhaving. De resultaten van de monitoring kunnen, afgezet tegen de handhavingsdoelen, leiden tot een bijstelling van het programma in de loop van het uitvoeringsjaar. Bovendien kunnen de gegevens worden gebruikt voor verbeterslagen in volgende jaren. Monitoring is daarmee een instrument om te sturen en een middel van het continue cyclisch proces tot optimalisering. Als unit VTH diende we zorg te dragen voor een goede vastlegging van alle gegevens met betrekking tot handhaving. Conform de prioriteitenmatrix wordt het aantal handhavingszaken per handhavingstaak vastgelegd. Om de resultaten van toezicht en handhaving zichtbaar te maken zal in eerste instantie voornamelijk gerapporteerd worden over aantallen uitgevoerde controles, her/controles en bestuursrechtelijk optreden (de output). Dit zegt namelijk iets over de inspanningen die zijn verricht, maar nog niet wat die inspanningen hebben opgeleverd. Zoals in het Handhavingsbeleid 2016 al werd opgemerkt, is als gevolg van ICT beperkingen (mogelijkheden om zaken gebruiksvriendelijk te registeren), in beperkte mate bruikbare sturingsinformatie beschikbaar. Registratie en monitoring worden gevolgd door analyse van de informatie. De huidige systemen Wave en Verseon boden onvoldoende mogelijkheid om bruikbare sturingsinformatie vast te leggen en te analyseren. In 2016 is DigEplan en Digitale Checklisten ingevoerd waarmee Verseon en Wave werden geïntegreerd en volledig digitaal voor de Wabo kan worden gewerkt zowel op het gebied van vergunningverlening als toezicht en handhaving. Ook deze systemen waren niet gebruiksvriendelijk. Na het doorlopen van enkele jaarcycli zou het beter mogelijk worden om het uitvoeringsprogramma aan te laten sluiten op ervaringscijfers uit de praktijk. In de jaren daarna was het streven om de cijfermatige kengetallen steeds beter te onderbouwen met of voorzien van kwalitatieve gegevens zodat inzet en effect goed met elkaar in relatie gebracht konden worden. In deze periode is systematisch werken volgens de BIG8 (dubbele regelkring) niet van de grond gekomen. De periode van 2016-2021 wordt ook gekenmerkt door een groot verloop van toezichthouders, zowel medewerkers als senioren. Dit was ook het geval bij de vergunningverleners. Ook hebben we in deze periode drie verschillende unithoofden gehad die meer gericht waren op de winkel ophouden dan aandacht hebben voor beleid en het uitvoeren van een werkprogramma. De span of control is mogelijk ook een reden dat hier minder aandacht voor was. De unit is in deze periode hard gegroeid. Desalniettemin is de winkel opgebleven en hebben we iedereen zo goed mogelijk bediend. De unit VTH begint thans weer vorm te krijgen, er is een nieuw unithoofd, jonge mensen zijn aangetrokken, de samenwerking verbeterd en knelpunten worden door ons zelf ingevuld. Dit neemt niet weg dat de krapte op de arbeidsmarkt en het blijvend invullen van vacatures een uitdaging blijft om de capaciteit op orde te krijgen en te houden. De provincie Zuid-Holland houdt interbestuurlijk toezicht op de uitvoering van de medebewindstaken op het gebied van het omgevingsrecht. Het doel van het IBT Omgevingsrecht is de gemeente ertoe te bewegen de beleidscyclus voor vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) op orde te krijgen en daarmee de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren. De vier bovenstaande documenten dienen in iedere geval aanwezig te zijn. Interbestuurlijk toezicht provincie Zuid-Holland: nulmeting 2022 De provincie heeft in 2022 een nulmeting uitgevoerd. De gemeente is voor wat betreft de uitvoering van de bouw- en woningtoezichttaken geplaatst op trede 3a (oranje/ambtelijke afspraken met termijn) omdat er documenten (uitvoeringsprogramma, evaluatieverslag) ontbreken en/of niet meer actueel zijn (handhavingsbeleid) dan wel uitgebreid moeten worden met het onderdeel vergunningen. De gemeente is verzocht om een verbeterplan op te stellen om de beleidscyclus m.b.t. de uitvoering van de bouw- en woningtoezichttaken op orde te brengen (Djuma: collegebrief van 10 mei 2022 met kenmerk 675477/767981). Het doel van het verbeterplan is om aan te geven hoe de gemeente gaat toewerken naar het op orde krijgen van de beleidscyclus voor vergunningverlening, toezicht en handhaving met betrekking tot de uitvoering van taken op het gebied van Bouw- en Woningtoezicht. Het plan omvat vier onderdelen: 1. De evaluatie van beleid (Q2 -april 2022) Informatie en gegevens (input) verzamelen afgelopen jaren Analyseren Opstellen evaluatie Vaststellen evaluatie 2. Het VTH-beleid (Q3-september 2022) Integraal VTH (aanvulling met vergunningverlening, toetsingskader) Aanvullen c.q. aanpassen met Wkb Aanvullen c.q. aanpassen met Omgevingswet Concept opstellen Vaststellen VTH-beleid 3. Het Werkplan of uitvoeringsprogramma VTH 2023 (Q4-oktober 2022) Vertaalslag vanuit beleid naar concreet werkplan Prioriteiten Concept opstellen Vaststellen werkprogramma 4. Een jaarverslag (eindrapportage) uitvoering WP 2022 (Q1-februari 2023) Verzamelen informatie (activiteiten uitgevoerd, bijgedragen aan doel, voldoet personeel aan de kwaliteitscriteria) Analyseren Concept opstellen Vaststellen evaluatie Bij de uitvoering van de bovenstaande onderdelen worden de criteria zoals opgenomen in de wet- en regelgeving in acht genomen. Het verbeterplan wordt, middels een periodiek gesprek, gemonitord en meegenomen in de jaarlijkse toetsingsronde. Tussentijds wordt gecommuniceerd met de provincie over de uitvoering van onderdelen van het verbeterplan. De gemeente heeft in 2022 een verbeterplan opgesteld en is bezig met de uitvoering daarvan om weer te voldoen aan de wettelijke eisen. De verwachting is dat we in 2023 weer beter te scoren op de IBT-ladder. 8.Bestuurlijk- en beleidskader 8.1. Stadsvisie 2021. ‘Met het oog op de toekomst’ Mensen maken de stad. Capellenaren maken Capelle! De Stadsvisie vormt een brede toekomstvisie op de leefomgeving voor Capelle gericht op ruimte, maatschappij en veiligheid. Het geeft een antwoord op hoe Capelle er in 2040 uit ziet en wat voor soort gemeente we willen zijn. De stadsvisie heeft de volgende doelen: het bepalen van een koers voor de toekomst van Capelle het uitnodigen van Capellenaren bij het maken van hun stad het integraal benaderen van opgaven in Capelle: mensen willen in een prettige omgeving wonen, waar het veilig is en er voldoende voorzieningen zijn zoals supermarkt, speeltuin en huisarts het stimuleren van een nieuwe manier van werken van de gemeente: uitnodigend en faciliterend, van regels naar mogelijkheden Deze kernwaarden zijn vertaald in een vijftal thema’s: Capelle aan den IJssel, Stadsdorp tussen IJssel, stad en groen; Dorps Capelle: Veerkrachtige Capellenaren in leefbare en veilige buurten; Stads Capelle: Nabijheid en hoogwaardige voorzieningen; Groen en waterrijk Capelle: voor een prettige, gezonde en sociale omgeving; Werken met het oog op de toekomst; iedereen die wil moet mee kunnen doen. De uitvoering van de visie is vertaald in vier programma’s: Wonen, Economie, Duurzaamheid en Mobiliteit. De stadsvisie is daarnaast ook een omgevingsvisie als bedoeld in de Omgevingswet. Dit betekent dat van alle bouwplannen bekeken wordt of ze passen binnen deze visie. De stadsvisie is te vinden op: www.capelleaandenijssel.nl/stadsvisie 8.2. Coalitieakkoord 2022-2026. ‘Voor vandaag en morgen.’ De coalitiepartijen willen een bestuur van alle Capellenaren zijn. Een bestuur dat luistert naar de zorgen van de Capellenaren en met hen naar perspectief en oplossingen zoekt. Een bestuur dat de tweedeling in de samenleving niet groter maakt, maar kleiner. Dat vertrouwen geeft en Capellenaren (weer) overtuigt dat meedenken, inspreken en stemmen ertoe doet. Wij staan dan ook voor een bestuur, dat: De menselijke maat centraal stelt en maatwerk levert. Zorgt dat eenieder alle kansen krijgt om zich te ontwikkelen. Denkt in mogelijkheden. De denk- en doe-kracht van de Capellenaar stimuleert, actief benadert en gebruikt en alle ruimte geeft. Zorgt dat eenieder zich in huis en in de openbare ruimte veilig voelt en zichzelf kan zijn. Bevordert dat we respect hebben voor elkaar en klaar staan voor elkaar. Transparant en controleerbaar is. Zorgt voor een optimale dienstverlening. In het coalitieakkoord staan onder andere de afspraken over: Werken aan vertrouwen Een veilig Capelle Een Capelle om in te wonen Kansen bieden aan Capelse jeugd Respect voor de Capelse senioren Een bruisend ‘’cultureel’’ Capelle Een duurzaam en schoon Capelle Een groen Capelle Een bereikbaar Capelle Een sociaal en zorgzaam Capelle Een sportief en recreatief Capelle Een Capelle om in te ondernemen en in te werken Hierna worden een tweetal afspraken toegelicht. Ad. 3 Een Capelle om in te wonen Er is sprake van een ongekend ernstige wooncrisis. Er spelen tal van factoren die elkaar ook versterken. Zo is er een lage woningproductie (die ook weer wordt afgeremd door milieuproblematiek zoals stikstof), een hoge bevolkingsgroei (sinds 2015 met name door migratie), gezinsverdunning en een beleid om met name senioren langer zelfstandig te laten wonen (en senioren leven langer), wijken en buurten die aan het eind van hun levensduur zijn en moeten worden geherstructureerd, gebrek aan ruimte etc. Dit alles maakt dat de wachtlijsten voor sociale huur steeds verder oplopen, starters zowel op de huur- als de koopmarkt niet meer aan de bak komen, de doorstroming stokt, de woningmarkt wordt verstoord door speculanten en beleggers etc. Als Capelle kunnen we de wooncrisis niet oplossen. Wel kunnen we een beleid voeren om de scherpe kantjes er voor de Capellenaar af te halen en die Capellenaar meer kansen te bieden op de woningmarkt. Die kansen bieden we onder meer met ‘Capelle bouwt aan de stad’ waardoor naar de huidige planning naast de voorgenomen ontwikkeling van Rivium ruim 2.100 woningen gaan worden toegevoegd aan de woningvoorraad. Wat hierbij niet helpt is de wijze waarop het Rijk meent gemeenten te moeten bewegen om meer sociale huurwoningen aan asielzoekers met een verblijfstatus (niet 9%, maar 12,5%) toe te wijzen. Wij onderschrijven de kritiek dat het Rijk beter eerst de gemeenten kan gaan aanspreken die (ver) achterlopen bij het huisvesten van statushouders en daadwerkelijk beleid moet gaan voeren op het punt van de afhandeling van asielaanvragen. We willen ervoor zorgen dat wonen in Capelle aantrekkelijk blijft. Capelle moet een bereikbare, groene stad blijven met voorzieningen waar de Capellenaar behoefte aan heeft en waar het plezierig toeven is. Dat houdt ook in dat we ook moeten blijven inzetten op bijvoorbeeld het voorkomen en bestrijden van woonoverlast en gebruik moeten maken van middelen om daar waar nodig de kwetsbaarheid van wijken of buurten te verminderen. Bouwgrond is schaars in Capelle. Nieuwbouw mag niet ten koste gaan van hoogwaardig groen. In die gevallen kan hoogbouw die ruimtelijk inpasbaar is in de omgeving een oplossing bieden. Waar sprake is van sloop en nieuwbouw gaan we in beginsel uit van een gelijkblijvende footprint. Steeds zetten we in op een verhoging van de belevings-, gebruiks- en toekomstwaarde van het gebied. We hebben de volgende speerpunten: We organiseren een stadsconferentie om van de Capellenaar creatieve ideeën te horen voor de aanpak van de wooncrisis. De ontwikkeling van Rivium houdt prioriteit. Woningen zijn om in te wonen en zijn geen verdienmodel. De zelfbewoningsplicht wordt uitgebreid en de verhuur van koopwoningen wordt tegengegaan. Doorstroming wordt bevorderd door dit aantrekkelijk te maken (geen dwang, maar verleiding) door bijvoorbeeld het toevoegen van appartementen voor senioren. Ook kan worden gedacht aan een eenmalige stimuleringspremie. Steun bij het vormgeven van initiatieven voor anders wonen door senioren zoals een zogenaamd Knarrenhof. De Rotterdamwet blijft gehandhaafd. We doen voor het verzoek tot verlenging in juni 2023, opnieuw een evaluatie naar de effecten hiervan. Het percentage sociale woningbouw (huur) blijft gehandhaafd op 30% en we bouwen 30% middel dure woningen (huur en koop). Bij bespreking van het rekenkamerrapport over het woonbeleid voeren we zo nodig een discussie over de definitie van een woning. Ad. 9 Een duurzaam en schoon Capelle Duurzaamheid, klimaatverandering en de energietransitie zijn grote uitdagingen waarvoor deze wereld staat. Ook voor ons als gemeente is niets doen geen optie. De landelijke overheid heeft een klimaatfonds ingesteld en gevuld met € 35 miljard. Op dit vlak zullen nieuwe taken (en uitvoeringskosten) naar de gemeenten komen. Dit maakt dat wij, met de erkenning dat niets doen geen optie is, vooralsnog behoedzaam willen opereren om geen uitgaven te doen die straks wellicht uit het klimaatfonds betaald kunnen worden. Anderzijds willen we ook stappen maken om onze duurzaamheids-doelstellingen te behalen. Hiervoor stellen we een Programma Duurzaamheid 2023-2026 op. Plannen op het gebied van duurzaamheid, klimaatverandering en de energietransitie moeten haalbaar, betaalbaar en realistisch zijn. Wat wij niet willen is dat door deze plannen de ongelijkheid en tweedeling in de samenleving wordt vergroot. Nu zien we dat huishoudens met hoge inkomens hun koophuis met subsidies kunnen verduurzamen, terwijl gezinnen met lage inkomens in hun huurwoning met hoge energielasten achterblijven. Voor ons is woonlastenneutraliteit (de netto kosten voor huur, elektra etc. blijven gelijk) en het voorkomen van energiearmoede dan ook het uitgangspunt. Capelle kent nog altijd een grote hoeveelheid restafval per persoon en een laag scheidingspercentage. Ook het dumpen van afval in de openbare ruimte is en blijft een bron van ergernis bij de goedwillende Capellenaar. Vooralsnog zetten we in op de uitvoering van het Afvalbeleidsplan alvorens alternatieven te overwegen (zoals Diftar). Daarbij letten we ook op de technische ontwikkelingen bij nascheiding waar we steeds slimmere machines zien met een steeds hoger rendement. We hebben de volgende speerpunten: Initiatieven vanuit wijken en/of buurten om te komen tot haalbare en betaalbare plannen op het gebied van duurzaamheid, klimaatverandering en energietransitie worden gestimuleerd en ondersteund. Het Energie Collectief Capelle moet behouden blijven. We blijven werken met energiecoaches. We onderzoeken de mogelijkheid van een (nieuw) demonstratiepunt om aan Capellenaren te laten zien wat er voor mogelijkheden zijn op het gebied van energietransitie en wat dat kost. De sociale verhuurders worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid om duurzaamheidsinvesteringen te doen in hun woningen zoals isoleren. Ook vinden wij het wenselijk dat zij huurders toestaan om aanbrengvoorzieningen (bijv. zonnepanelen) te realiseren. Daarnaast brengen we samen met deze verhuurders in kaart hoe de verduurzaming van sociale woningen kan worden versneld. Er komen geen nieuwe windmolens. We pakken armoede door hoge energieprijzen aan. Hiervoor trekken we de wijk in met een energie bus en voeren we energiebesparende maatregelen door bij Capellenaren (bijv. het verstrekken en installeren van de energiebox). We willen Capellenaren de mogelijkheid gaan bieden om een duurzaamheidslening af te sluiten en leggen aan de gemeenteraad de opties voor van de energiebespaarlening van het Nationaal Warmtefonds en/of de duurzaamheidslening van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). Te komen tot minimaal 155.000 zonnepanelen op woningen en andere gebouwen in Capelle eind 2026. Het gemiddelde afvalscheidingspercentage stijgt naar 60%. Bij aanleg van nieuwe parkeerplekken of herbestrating in de openbare ruimte wordt er, indien mogelijk en passend, vaker gekozen voor een groene (waterdoorlatende) bestrating. Een insectenvriendelijk en ecologisch verantwoord maaibeleid waar het veilig en verantwoord kan en passend is in de omgeving. Overlast van ongedierte bestrijden we op een diervriendelijke en ecologische manier. Een voederverbod voor ganzen, eenden en zwanen (waar dat nog niet het geval
- is)om overlast door ratten te voorkomen en te voorkomen dat deze dieren eten krijgen dat niet goed voor hen is. Onderdeel van het op te stellen Programma Duurzaamheid 2023-2026 wordt een duurzaamheidsleidraad voor nieuwbouw, grote renovaties en transformaties waarin het stimuleren van groene gevels, zonnepanelen, zonnecollectoren en daken wordt opgenomen. Onderdeel van het op te stellen Programma Duurzaamheid 2023-2026 wordt een duurzaamheidsleidraad voor nieuwbouw, grote renovaties en transformaties voor circulariteit (de producten van nu zijn de grondstoffen voor later). In het kader van de warmtetransitie onderzoeken we de mogelijkheden bij nieuwbouw, grote renovaties en transformaties tot het aansluiten hiervan op stadsverwarming. Het coalitieakkoord is te vinden op: www.capelleaandenijssel.nl/coalitieakkoord-2022-2026 8.3. Programmabegroting 2022 Het Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Voor vandaag en morgen’ is verwerkt en uitgewerkt in de Programmabegroting 2022. 8.4. Ontwikkelingen Er komen diverse ontwikkelingen op de gemeente af die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de VTH-taken. Deze ontwikkelingen hebben wij onderverdeeld in juridische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen en organisatorische ontwikkelingen en deze worden hieronder verder uitgewerkt. 8.4.1 Juridische ontwikkelingen Omgevingswet De Omgevingswet is een fundamentele herziening van het omgevingsrecht en huidige wetgeving. Volgens planning zal de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking treden. In de Omgevingswet zullen alle wettelijke bepalingen, besluiten en regelingen opgaan die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De wet heeft als maatschappelijke doelen (artikel 1.3 Omgevingswet) het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Gemeenten, provincies en waterschappen krijgen binnen de Omgevingswet meer ruimte om hun eigen beleid te bepalen. Het bestuur van de gemeente stelt daartoe een omgevingsvisie vast met daarin het gewenste resultaat voor de fysieke leefomgeving. Vervolgens is er voor de gemeente de opdracht om gebied dekkende omgevingsplannen, met functietoedeling en met regels voor activiteiten op te stellen. Mede in aansluiting op de omgevingsplannen worden toezichts- en handhavingsinstrumenten ingezet. Dit nieuwe stelsel voor de fysieke leefomgeving heeft meerdere gevolgen voor de taakuitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De gemeente bereidt zich daar via een implementatieprogramma op voor. In dit implementatieprogramma is ook de samenwerking met andere partners opgenomen. Omgevingswet Capelle Informatie over de implementatie van de Omgevingswet De basis voor de Capelse voorbereiding op de Omgevingswet is het Implementatieplan Omgevingswet Capelle aan den IJssel (IPOW), dat eind 2016 is vastgesteld. Op dat moment was de geplande invoeringsdatum 1 juli 2019. Na meerdere keren uitstel heeft de minister de invoering onlangs nogmaals uitgesteld naar 1 januari 2023. De ambitie en inhoud van de Omgevingswet is niet veranderd. Het IPOW 2016 is omgevormd tot de ROADMAP Capelle Omgevingswetproof. Deze ROADMAP kent vijf sporen met activiteiten, gericht op de voorbereiding op de Omgevingswet: Samen Stad Koers voor Capelle Dienstverlening & één loket Digitale informatievoorziening Werken volgens de Omgevingswet Goed om te weten: bij de inwerkingtreding is de invoering van de Omgevingswet nog niet afgerond. Dan gaat de transitieperiode in; deze duurt tot 2030. Zie: https://iris.ijsselgemeenten.nl/groepen-2/omgevingswet-capelle/80 Voor het vergunningverleningsproces en de dienstverlening heeft de inwerkingtreding van de Omgevingswet aanzienlijke gevolgen. Een belangrijk aspect is dat de duur van de vergunningenprocedure sterk wordt ingekort; alle aanvragen moeten in principe via de reguliere procedure binnen 8 weken worden afgehandeld. Ook de wijze waarop vergunningaanvragen getoetst worden verandert. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Bij vergunningaanvragen waar meerdere overheden regels voor stellen, wordt er één bevoegd gezag aangewezen als coördinator van het afhandelingsproces. Dit zal meestal de gemeente zijn. De Omgevingswet gaat uit van een gelijkwaardige informatiepositie voor alle betrokkenen, waaronder de initiatiefnemer. Dit houdt in dat de geldende regels begrijpelijk ontsloten moeten worden en dat er zaakgericht gewerkt moet worden. Op die manier kunnen initiatiefnemers het vergunningverleningsproces volgen. Verder wordt participatie bij een vergunningaanvraag verplicht (indieningsvereiste). Deze eis verplicht initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop de belangen van belanghebbenden zijn gehoord en hoe het resultaat daarvan is verwerkt in het plan. Dit alles vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. In het geval van een complexe aanvraag zal dat naar verwachting niet binnen 8 weken kunnen worden doorlopen. De gemeente experimenteert met de Intake- en Omgevingstafel o.a. bij het project Goudenregenhofje. Er wordt ervaring opgedaan met een uitgebreider vooroverleg om het begeleiden van een aanvraag Omgevingswetproof te maken. De inzet is dat het vooroverleg zich afspeelt via de Omgevingstafel en voordat de formele vergunningaanvraag wordt ingediend en de afhandeltijd van 8 weken gaat lopen. Aan de Omgevingstafel komen (in een of meerdere sessies) de initiatiefnemer en alle betrokkenen bij elkaar. Het initiatief wordt dan besproken vanuit de gedachte om het mogelijk te maken. Vanuit de gemeente en de ketenpartners kunnen bestuurlijke prioriteiten en randvoorwaarden zoals de energietransitie (energiebesparing en -opwekking) aan de orde worden gesteld. De Omgevingstafel levert de initiatiefnemer een integraal advies op, waarmee hij de vergunningaanvraag kan opstellen en indienen. Daarna kan de vergunning in acht weken worden afgehandeld. De voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet wordt ook in de regio Rijnmond door de verschillende partijen (provincie, gemeenten, omgevingsdienst, waterschappen) gezamenlijk opgepakt in het Rijnmondberaad. Er zijn een aantal werkgroepen ingesteld die zich bezighouden met VTH, leges, mandaten, samenwerking. Andere onderwerpen worden in regionaal verband nog onderzocht om samen te werken. De (voorlopige) resultaten zijn of worden zoveel mogelijk meegenomen bij het opstellen van dit VTH beleidsplan. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen In mei 2019 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) door de Eerste Kamer aangenomen. Inwerkingtreding van de wet zal bij koninklijk besluit worden bepaald. Dit kan voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan op verschillende tijdstippen worden vastgesteld. Door deze wetswijziging wordt een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen geïntroduceerd. Dit betekent dat bouwpartners zelf de kwaliteitsborging dienen te regelen en daarbij zelf maatregelen moeten nemen zodat aan het Bouwbesluit 2012 wordt voldaan. De gemeente beoordeelt als bevoegd gezag niet meer direct op deze aspecten maar nog wel op de ruimtelijke ordening, omgevingsveiligheid en de welstand van het te realiseren bouwwerk. Op 17 januari 2019 is een bestuursakkoord gesloten tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en de VNG over de implementatie en invoering van de wet. Het akkoord regelt de rol van de gemeente na invoering van de wet en bevat afspraken over de voorwaarden voor inwerkingtreding. Het akkoord gaat uit van invoering per 1 januari 2022, tegelijk met de Omgevingswet. De invoering is inmiddels uitgesteld tot 1 januari 2023. Die invoering zal gefaseerd plaatsvinden. Er wordt gestart met de seriematige nieuwbouw. Het eindbeeld van het Rijk is dat uiteindelijk alle categorieën bouwwerken overgaan naar de private sector. Afhankelijk van de precieze vorm waarin de voorstellen worden doorgevoerd, leidt dit op middellange termijn tot consequenties voor de gemeente. Met de invoering van de Omgevingswet zal zowel beleidsmatig als op het niveau van de uitvoering hierop worden ingespeeld. Via de jaarlijkse verslaglegging zal de gemeenteraad hierover worden geïnformeerd. Proefproject Voetgangersbrug Dit project is een proefproject binnen het kader van de nieuwe wetgeving voor de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Deze publiekrechtelijke situatie zal parallel gaan lopen aan de privaatrechtelijke overeenkomst. Het proefproject zal worden gevolgd door de toezichthouders. Het is de bedoeling dat zij ook steeds allen aansluiten bij deze vergadering ten behoeve van het leerproject. De Omgevingsvergunning is verleend en met bijlagen opgenomen in de teams-map. Voor het proefproject is een financiële compensatie besproken met de ambassadeursgemeente Rotterdam. Deze compensatie moet worden aangevraagd door de Kwaliteitsborger Vertex. Dit proces is in werking gezet en inmiddels is de compensatie toegezegd. Er zal door Vertex een overleg worden voorgesteld om de risico inventarisatie en het borgingsplan te bespreken met de toezichthouders. Daarna zal de bouwmelding worden ingediend. De gemeente heeft een impactanalyse opgesteld m.b.t. het effect van de Wkb op de uitvoering van VTH-taken. Daarnaast is een toezicht en handhavingsstrategie opgesteld hoe om te gaan met overtredingen onder de Wkb en zijn hiervoor diverse brieven opgesteld. Gezondheidsbeleid Gezondheidsbeleid is al een gemeentelijke taak maar wordt met de komst van de Omgevingswet nog belangrijker. Een van de hoofddoelen van de Omgevingswet is om gezondheid een plek te geven binnen de fysieke leefomgeving. Want de fysieke leefomgeving heeft invloed op de gezondheid van burgers. De inrichting van de omgeving kan hiertoe bijdragen. Denk bijvoorbeeld aan: een gezondere leefomgeving (bijvoorbeeld levensloopbestendig wonen, meer bewegen, sociale veiligheid, ontmoeten, groen, gezonde lucht, geluidkwaliteit); het verminderen van gezondheidsverschillen. De Omgevingswet biedt gemeenten en provincies daarvoor de mogelijkheid om expliciet en vroegtijdig gezondheid en (fysieke) veiligheid te betrekken bij ruimtelijke planvorming en beslissingen. Bijvoorbeeld door vergunningen te weigeren vanwege ernstige gezondheidsrisico’s (artikel 5.32 Ow). De vraag is nog hoe dat precies gedaan moet worden. Met dit VTH-beleidsplan en de ontwikkeling van omgevingsplannen en het opdoen van ervaringen met de Intake- en Omgevingstafel starten we met de invoering van dit nieuwe aspect van het gezondheidsbeleid. 8.4.2 Maatschappelijke ontwikkelingen Polarisatie en mondigheid van de burger De maatschappij en omgeving veranderen. In een complexere samenleving neemt de culturele, economische en etnische diversiteit toe, dit kan leiden tot polarisatie en individualisering. Daarbij worden burgers en ondernemers steeds ‘mondiger’ en weten zij de gemeente steeds beter te vinden. Enerzijds kan dit leiden tot meer handhavingsverzoeken, anderzijds tot een grotere behoefte aan participatie. Burgers nemen regelmatig zelf en samen het initiatief om de vormgeving van hun leefomgeving en andere maatschappelijke belangen ter hand te nemen. De overheid kiest er dan ook voor om meer en meer te ‘dereguleren’. De verantwoordelijkheid van de inwoners wordt daarmee groter. In lijn met de Omgevingswet vraagt dit om een andere rol van VTH-medewerkers c.q. gemeente. Ondermijning Ondermijning is een steeds groter thema in de landelijke en lokale politiek en verschijnt op vele agenda’s in het publiek domein. De aanpak van ondermijning is al langer geen exclusieve taak van de politie en het Openbaar Ministerie. Een effectieve aanpak van ondermijning vraagt om een georganiseerde (lokale) overheid die alle middelen en instrumenten inzet die ze tot haar beschikking heeft. De aanpak die de gemeente hierbij hanteert staat beschreven in de Bibob beleidsregel 2014. Ontwikkelingen milieu De stikstofproblematiek heeft door een uitspraak van de Raad van State grote gevolgen voor onder meer woningbouw, aanleg van nieuwe snelwegen en de landbouw. Er is een handelingskader opgesteld aan de hand van het advies van het RIVM over risicogrenzen voor PFOS, PFOA en GenX (stofgroep PFAS). Met lokaal beleid blijft het voor decentrale bevoegde gezagen mogelijk om beargumenteerd af te wijken van de landelijke norm Programma Duurzaamheid In december 2018 heeft de Tweede Kamer de Klimaatwet aangenomen. In deze wet is vastgelegd dat de politiek moet streven naar het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland, tot een niveau dat 95% lager ligt in 2050 ten opzichte van 1990. In 2030 moet dit al 49% lager zijn. In 2010 zijn er op Europees niveau afspraken gemaakt over de energietransitie. Het streven is dat er in 2020 20% hernieuwbare energie en 20% energiebesparing is bereikt. Deze ambitie is in Nederland in 2013 uitgewerkt in het energieakkoord tussen de overheid en ruim veertig organisaties over energiebesparing, duurzame energie en klimaatmaatregelen, met als doel een betaalbare en schone energievoorziening. Op 5 februari 2018 heeft de gemeenteraad het Koersdocument Duurzaam Capelle vastgesteld. Het koersdocument is de leidraad voor het Capelse duurzaamheidsbeleid. De volgende ambitie is hierin vastgelegd: Capelle aan den IJssel is in 2050 een duurzame, groene en schone stad. De uitstoot van CO2 door energiegebruik, verkeer en bedrijvigheid is bijna nul. Capellenaren wekken individueel of collectief duurzame energie op en verbruiken minder energie dan nu. Capelse bedrijven doen goede zaken in de nieuwe ‘groene’ economie. We maken bijna alleen nog gebruik van hernieuwbare grondstoffen. Capelle is als groene parkstad voorbereid op een veranderend klimaat: bestand tegen extremere buien, droogte en hitte. De lucht-, bodem-, geluid- en waterkwaliteit voldoen aan de wettelijk eisen. De gemeente werkt samen met de stad en de regio aan de opgaven waar we voor staan en geeft daarbij zelf het goede voorbeeld. Samenwerking bij deze grote opgaven; energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie is essentieel om onze welzijn en welvaart te versterken. We werken lokaal en regionaal samen met andere overheden, maatschappelijke organisaties, bewoners en bedrijven. Zo werken we in regionaal verband aan het opstellen van een regionale energiestrategie. De samenwerking die we de afgelopen jaren hebben opgebouwd binnen de duurzaamheidsagenda 2015-2018 bouwen we de komende jaren verder uit. Dit programma is uiteraard ook in samenwerking met vele Capellenaren en partners tot stand gekomen. De gemeente is een belangrijke partij in de transitie naar een duurzame leefomgeving, maar we beseffen dat onze invloed op onderdelen beperkt is. Sommige zaken kunnen bijvoorbeeld alleen op nationaal niveau worden geregeld. Afhankelijk van onze mogelijkheden bepalen we welke rol ons past: faciliterend, kaderstellend, stimulerend, initiërend, samenwerkend. De energietransitie, klimaatadaptatie en de circulaire economie komen terug in alle beleidsterreinen van de gemeente. We benaderen duurzaamheid daarom integraal. Hiermee haken we aan op de invoering van de Omgevingswet in 2023. In de praktijk betekent dit dat we verbindingen leggen tussen verschillende maatschappelijke opgaven waaronder de energietransitie, klimaat, wonen, mobiliteit, recreatie, werkgelegenheid, het sociaal domein en veiligheid. Zo benutten we koppelkansen. Zie verder: programma Duurzaamheid (https://stadsatlas.capelle.nl/) Programma Wonen 2019-2022 Thuis in een veelzijdige woonstad In 2030 wil Capelle aan den IJssel nog steeds een groene woonstad zijn waarin Capellenaren zich thuis voelen. Vanuit deze ambitie hebben wij ons woonbeleid voor 2019-2025 en de daarbij behorende actiepunten bepaald en in dit Programma Wonen vastgelegd. Het Programma Wonen is rond vier pijlers uitgewerkt: Duurzaam Wonen met kwaliteit; Voor iedereen een (t)huis; Wonen met zorg en welzijn; Samen leven in de wijk. Daarbinnen wordt prioriteit gegeven aan een zestal strategische speerpunten: Toekomstbestendig ontwikkelen: woningen realiseren met name in nabijheid hoogwaardige OV-punten en verduurzamen bestaande woningvoorraad; Stadstransitie via herstructurering en transformatie van gebieden en gebouwen; Consolideren, spreiden en vernieuwing van de sociale woningcorporatie huurwoningenvoorraad; Vergroten huisvestingsmogelijkheden voor jongeren (18 tot 27 jaar) en ouderen in de AOW-gerechtigde leeftijd; Toevoegen van eenheden voor Begeleid Wonen en verplegings- en verzorgingsplekken; Vernieuwende inzet op leefbaarheid in wijken. De wereld om ons heen verandert in een snel tempo. De Nederlandse bevolking groeit nog licht, vooral in de steden. Op basis van de huidige prognoses van het CBS groeit ook de bevolking van Capelle aan den IJssel in de periode van 2017-2040. Met deze autonome groei van drie procent stijgt het aantal inwoners van 66.800 in 2017 tot naar verwachting 68.900 inwoners in 2040. Het toenemend aantal bouwinitiatieven (zoals we bijvoorbeeld in de wijk Rivium zien) kan deze groei nog beïnvloeden. Op basis van het huidige bouwprogramma wordt een groei met 13.000 inwoners niet uitgesloten. Door de krapte op de woningmarkt, stijgen de woningprijzen en neemt het aantal woningaankopen af. Hierdoor zijn er tot 2025 volgens minister Ollongren 700.000 nieuwe woningen nodig. In 2018 is de Nationale Woonagenda opgesteld. Hierin maken rijksoverheid, gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen afspraken die ertoe moeten leiden dat er jaarlijks gemiddeld 75.000 woningen worden gebouwd. In het plan is aandacht voor drie punten: het versnellen van de woningbouw, het beter benutten van de bestaande woningvoorraad en de betaalbaarheid van het wonen. De provincie Zuid-Holland staat voor een grote opgave. Tussen 2018 en 2030 zijn er zo’n 150.000 woningen extra nodig en tussen 2030 en 2040 nog eens aanvullend zo’n 60.000 woningen. De uitdaging is om de juiste woning- en op de juiste plek te bouwen. De provincie vervult een belangrijke rol in de regionale verbindingen en afstemming hierin. Zie verder: programma Wonen (https://stadsatlas.capelle.nl/). Overbewoning c.q. woonoverlast Woningen zijn om in te wonen en zijn geen verdienmodel. De zelfbewoningsplicht wordt uitgebreid en de verhuur van koopwoningen wordt tegengegaan. De gemeente heeft te maken met overbewoning. Woningen die worden opgekocht door beleggers en worden verhuurd of onderverhuurd aan derden. Hiervan is sprake als het woongebruik in strijd is met het bestemmingsplanvoorschrift. De gemeente heeft hiervoor nog geen apart beleid opgesteld. Veel onrechtmatige bewoners zijn arbeidsmigranten. De gemeente is, net als andere Nederlandse gemeente nog op zoek naar een permanente op