← Nederland

Omgevingsvisie gemeente Leiden (Leiden)

In het kort

Deze wet, genaamd "Omgevingsvisie gemeente Leiden", is een integrale visie die kaders stelt en richting geeft voor de lange termijn ontwikkeling van de stad Leiden tot 2040. Het beschrijft strategische keuzes voor de stad op hoofdlijnen, met aandacht voor de fysieke leefomgeving en sociale thema's.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR756299 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0546/2025/Regeling6651013bf6e64c89a68be9e2f26f6c35 /join/id/stop/work_019 2026-02-02 2026-02-02 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR756299/nld@2026-02-02 /join/id/proces/gm0546/2025/procedure8a579bcca59e42098aa2768066723cde 2026-02-02 2026-02-02 /akn/nl/act/gm0546/2025/Regeling6651013bf6e64c89a68be9e2f26f6c35/nld@2026-01-30;14515412 /akn/nl/act/gm0546/2025/Regeling6651013bf6e64c89a68be9e2f26f6c35 /akn/nl/act/gm0546/2025/Regeling6651013bf6e64c89a68be9e2f26f6c35/nld@2026-01-30;14515412 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie gemeente Leiden 1 Inleiding 1.1 Doel van de visie Leiden is een levendige stad, een stad van ontdekkingen, waar hard wordt gewerkt om in de toekomst ook een levendige en aantrekkelijke stad te zijn en te blijven. Leiden staat voor grote uitdagingen op het gebied van de fysieke leefomgeving. Dit zijn complexe opgaven zoals verstedelijking, klimaatadaptatie, verduurzaming en bereikbaarheid. Met deze Omgevingsvisie Leiden 2040 voorziet Leiden in een integraal en richtinggevend kader, waardoor deze vraagstukken in samenhang worden opgepakt en (sneller) keuzes gemaakt kunnen worden. 1.1 Doel van deze visie Omgevingsvisie Leiden 2040 ‘Stad van Ontdekkingen en kloppend hart van de regio’ omvat één integrale visie die kaders stelt en richting geeft voor de lange termijn. De visie beschrijft strategische keuzes voor de stad op hoofdlijnen. We geven aan hoe de ruimtelijke opgaven in de toekomst een plek krijgen in de stad. Daarbij gaan we uit van de bestaande kwaliteiten, opgaven en kansen van Leiden. De concreetheid van de onderwerpen in deze visie varieert, omdat we voor sommige thema’s al jaren beleid maken, terwijl andere thema’s relatief nieuw zijn.De Omgevingsvisie Leiden 2040 is geen blauwdruk, maar schetst een wenkend toekomstperspectief voor de stad waarin keuzes op de schaal van de stad met elkaar zijn afgestemd of worden geagendeerd. Met dit wenkend toekomstperspectief willen we eenieder die aan Leiden werkt van harte uitnodigen om zijn of haar steentje hieraan bij te dragen.De Omgevingsvisie Leiden 2040 heeft de volgende doelen: 1.2 Reikwijdte en positionering De Omgevingsvisie Leiden 2040 gaat over het Leidse grondgebied. Leiden is een compacte stad met veel verstedelijkt gebied en een beperkt buitengebied binnen de stadsgrenzen. Dat schept specifieke kansen en opgaven die we oppakken in deze visie. Als we breder kijken, maakt Leiden onderdeel uit van de verstedelijkte Leidse regio van Zoeterwoude tot Zee. Deze regionale ligging en het gegeven dat de afstanden naar de buurgemeenten beperkt zijn, biedt een aantal nieuwe kwaliteiten en kansen zoals een breed scala aan woonmilieus, werkgebieden en prachtige landschappen zoals de kust, het plassengebied en het veenweidegebied. Het geeft ook een aantal gedeelde opgaven, die we in regionaal verband op moeten pakken. Daarom kijken we in deze visievooral naar Leiden, maar geven we ook aan wat hierbij de relatie met onze omgeving is. Fysieke leefomgeving De omgevingsvisie is hoofdzakelijk een strategische visie op de fysieke leefomgeving. De Leidse omgevingsvisie hanteert dezelfde brede opvatting van het begrip fysieke leefomgeving zoals gedefinieerd in de Omgevingswet: de natuurlijke omgeving met grote wateren en natuurlandschappen, agrarische cultuurlandschappen, de gebouwde omgeving met steden, dorpen, bedrijventerreinen, netwerken en infrastructuur voor het verkeer van personen, goederen, data, stoffen en energie, en het cultureel erfgoed. Naast de fysieke leefomgeving komen er ook sociale thema’s naar voren in deze omgevingsvisie. Dit omdat op vele plekken de fysieke en sociale leefomgeving onlosmakelijk verbonden zijn met elkaar. Omgevingswet De omgevingsvisie is één van de wettelijk verplichte instrumenten uit de Omgevingswet, die naar verwachting juli 2022 in werking treedt. Tot die tijd valt de omgevingsvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en is de omgevingsvisie juridisch gezien een structuurvisie. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, wordt de structuurvisie automatisch een omgevingsvisie en behoudt deze omgevingsvisie zijn rechtskracht (gelijksstellingsbepaling). 1.3 Totstandkoming Deze Omgevingsvisie bouwt voort op de Omgevingsvisie 1.0-versie uit 2019. We benutten de inzichten, de waarden en verhaallijnen uit de Omgevingsvisie 1.0 die in samenspraak met vele mensen in de stad is opgesteld. Ook voor de Omgevingsvisie 1.1 is op diverse momenten en aan de hand van verschillende thema’s gesproken met bewoners en partijen in de stad. Daarnaast is een Omgevingseffectrapport opgesteld dat ons verder inzicht geeft in de stand van de leefomgeving en effecten van keuzes in de visie. Omdat Leiden hoort bij de Global Goals-gemeenten is er tijdens het opstelproces ook rekening gehouden met de duurzame ontwikkeldoelen (ook wel Sustainable Development Goals (SDG’

  1. s)genoemd) van de Verenigde Naties. Doorontwikkeling van de 1.0-versie Op 15 juli 2019 is de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0-versie vastgesteld door de gemeenteraad van Leiden. In de Omgevingsvisie 1.0 zijn, op basis van de vele gesprekken met bewoners en ondernemers in de stad, zeven Leidse waarden voor de ontwikkeling van de stad geformuleerd. Op basis van de Leidse waarden en gesprekken met de stad zijn in Omgevingsvisie 1.0-versie een zestal verhaallijnen uitgewerkt die richting geven aan de toekomst van de stad. Deze verhaallijnen zijn naast elkaar uitgewerkt, zonder dat keuzes zijn gemaakt. Deze verhaallijnen hadden ieder een centraal thema en samen weerspiegelden ze de visie en ambities voor toekomstige ontwikkelingen van de stad. Deze Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1 bouwt voort op, en vervangt, de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0. De waarden en verhaallijnen zijn belangrijke bouwstenen die we in de 1.1-versie verder hebben uitgewerkt. In deze Omgevingsvisie 1.1 is gekeken hoe de ambities en ideeën uit de verhaallijnen zich laten vertalen naar gebieden in de stad en welke keuzes dat vraagt vanwege de beperkte ruimte. Dit is gecombineerd met de andere bouwstenen zoals de trends en ontwikkelingen, de ambities en de richtinggevende hoofdlijnen van nieuw beleid. Zo zijn er nieuwe inzichten en eerder ontbrekende onderwerpen toegevoegd waar de 1.0-versie onvoldoende richting aan gaf. Daarnaast bevat deze Omgevingsvisie ook een Omgevingseffectrapport (OER). Dit alles leidt tot deze nieuwe integrale omgevingsvisie voor Leiden met een duidelijke koers tot 2040, waarin samenhangende keuzes gemaakt zijn. Participatie Tijdens het opstellen van de 1.0-versie van de omgevingsvisie is intensief geparticipeerd. In dat proces hebben Leidenaren en andere betrokkenen bij onze stad op verschillende momenten en op verschillende manieren kunnen meedenken. Met schetsboeken zijn de maatschappelijke opgaven op een laagdrempelige manier zichtbaar gemaakt. Regiogemeenten, ketenpartners en professionals die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de stad zijn actief gevraagd om input te leveren. Er is een ‘Week van het Stadsgesprek’ georganiseerd waar elke avond een andere thema stadsbreed werd besproken. Daarnaast zijn er specifieke partijen en organisaties, zoals bijvoorbeeld Platform Gehandicapten en Plaatselijke kamer van studentenverenigingen, actief benaderd om te praten over Leiden 2040. Al deze inbreng is meegenomen in het proces van de doorontwikkeling naar deze Omgevingsvisie 1.1-versie. Bij de doorontwikkeling van de Omgevingsvisie Leiden 2040 zijn wederom inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere partijen in de stad betrokken. Dit is om twee redenen op een andere manier georganiseerd dan bij het proces van de Omgevingsvisie 1.0. Veel ideeën en reacties die zijn opgehaald bij het participatieproces van de 1.0-versie waren nog actueel en relevant. Daarnaast is in de tussentijd nieuw beleid ontwikkeld met bijbehorende participatieprocessen en gemaakte afspraken, zoals het mobiliteitsbeleid, de Regionale Energie Strategie, de woonvisie, het hoogbouwbeleid, de autoluwe binnenstad en gebiedsvisie Stationsgebied. Deze omgevingsvisie is als het ware de strik om al die eerdere gesprekken. Daarom lag in het participatieproces van deze omgevingsvisie het accent met name op het inzichtelijk maken van het samenspel tussen de verschillende opgaven, ambities en richtinggevende keuzes voor Leiden 2040 en het ophalen van aanvullingen en aanscherpingen op de gepresenteerde inhoud. Er zijn verschillende gesprekken gevoerd met de stadmakers, adviesraden, (keten)partners en regiogemeenten. Ook is er een digitaal breed stadsgesprek (webtalk) georganiseerd waar de focus lag op het maken van eerste samenhangende keuzes voor de gehele stad richting 2040. Via de stadspecial in de stadskrant, korte video’s en teksten zijn de keuzes toegelicht. Iedereen kon de webtalk en losse video’s terugkijken (via doemee.leiden.
  2. nl)en meedoen aan een digitale enquête. De reacties en aanvullingen die voortkwamen uit deze gesprekken en de enquête zijn meegenomen in het proces, verwerkt in het samenhangende verhaal en passend gemaakt bij het detailniveau van de omgevingsvisie (zie het participatieverslag). PlanMER (OER) Voor de omgevingsvisie is een planMER opgesteld. Hierin worden de kansen en risico’s beschreven voor de fysieke leefomgeving van de in de omgevingsvisie gemaakte beleidskeuzes. Omdat het beleid in de omgevingsvisie de menselijke leefomgeving als geheel omvat - dus zowel fysiek, economisch als sociaal - is het begrip ‘milieu’ breder op te vatten dan meestal gebruikelijk is in milieueffectrapportages. Dit vraagt om een vernieuwende m.e.r.-aanpak met een breed georiënteerd proces dat de afzonderlijke beleidsterreinen overstijgt. Daarom wordt vanaf nu gesproken over een omgevingseffectrapportage (o.e.r.) in plaats van een milieueffectrapportage (m.e.r.). Wat is m.e.r., wat is MER en wat is OER? M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een Milieueffectrapport (MER) wordt opgesteld. Zo’n MER bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘plan’ (planMER) wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie. Leiden heeft ervoor gekozen om niet alleen milieueffecten maar ook andere omgevingseffecten in beeld te brengen. Daarom praten we niet over een planMER maar over een Omgevingseffectrapport (OER). Voor de juridische juistheid gebruiken we nog wel de term m.e.r.-procedure. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie is ingezet op een proces met interactie tussen het uitwerken van de omgevingsvisie en het opstellen van het OER. De omgevingsvisie beschrijft het beleid, de ambities en wat de gemeente op hoofdlijnen gaat doen. Het OER beschrijft de kwaliteiten van de leefomgeving, de gevolgen van het omgevingsvisiebeleid op de leefomgeving en de bijdrage van het omgevingsvisiebeleid aan het halen van de gestelde ambities. De interactie bestond uit regelmatige wederzijdse terugkoppeling tussen de beleidsontwikkeling aan de ene kant (omgevingsvisie) en de gevolgen ervan voor de leefomgeving aan de andere kant (o.e.r.). Op deze manier is de o.e.r. gebruikt om beleidskeuzes te maken en aan te scherpen. 1.4 Inspraak De ontwerp Omgevingsvisie heeft vanaf vrijdag 2 april 2021 voor een periode van zes weken voor inspraak ter visie gelegen. Inwoners van Leiden en andere belanghebbenden hebben een inspraakreactie kunnen indienen op de ontwerp Omgevingsvisie gedurende deze zes weken. Er zijn 77 ontvankelijke inspraakreacties binnengekomen. Deze zijn samengevat en beantwoord in de inspraaknota. Tijdens de inspraakperiode heeft de Commissie-m.e.r. een advies uitgebracht over het uitgevoerde OER. Naar aanleiding van dit advies is het OER nog op enkele plekken aangevuld en aangescherpt. Het advies van de Commissie-m.e.r. is via hun website in te zien. 1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 schetst de beleidskaders en samenwerkingsverbanden die doorwerken in deze omgevingsvisie. Hoofdstuk 3 beschrijft de huidige staat van de leefomgeving, de trends en ontwikkelingen, de ambities en de bijdrage aan duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. Hoofdstuk 4 beschrijft de integrale hoofdvisie tot 2040. Deze hoofdvisie wordt in hoofdstuk 5 uiteengezet in vier thema’s met bijbehorende stadskeuzes: 5.1 Groen Blauw Raamwerk, 5.2 Aantrekkelijk vestigingsklimaat, 5.3 Duurzame mobiliteit en 5.4 Bodem als fundament. Hoofdstuk 6 beschrijft de gebiedsgerichte uitwerking in drie verschillende leefmilieus. Elk leefmilieu heeft eigen kenmerken en aandachtspunten bij ontwikkeling, die aansluiten bij de ambities, doelstellingen en stadskeuzes in deze omgevingsvisie. Hoofdstuk 7 geeft aan hoe er met de omgevingsvisie gewerkt wordt. Foto Studio Hartzema 2 Leiden in de regio 2.1 Doorwerking relevante beleidsstukken voor de Leidse omgevingsvisie Inleiding Leiden in regio Leiden vormt het historische, culturele en economische centrum van het aaneengesloten verstedelijkte gebied langs de Oude Rijn, de Leidse regio van Zoeterwoude tot Zee. In dit verstedelijkte gebied van Hart van Holland, dat samen met de kernen in het omliggende landschap een samenhangend dagelijks stedelijk netwerk vormt, wonen ongeveer 300.000 mensen. Daarvan wonen er zo’n 125.000 in Leiden. Leiden ligt centraal in de Randstad, het meest verstedelijkte deel van Nederland. Dit hoofdstuk beschrijft de relatie van Leiden met haar (wijdere) omgeving. 2.1 Doorwerking relevante beleidsstukken voor de Leidse omgevingsvisie Nationale Omgevingsvisie en Omgevingsvisie Zuid-Holland Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft de Rijksoverheid richting aan de grote opgaven die de leefomgeving in Nederland de komende dertig jaar (tot 2050) ingrijpend zullen veranderen. Onder deze grote opgaven vallen: het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Het uitwerken van deze opgaven moet hand in hand gaan met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omdat de grootste bevolkings- en verstedelijkingsgroei verwacht wordt in de Randstad, zijn agglomeratiekracht en verdichting belangrijke concepten in het voornemen om duurzame economische groei te realiseren en de sociaaleconomische slagkracht te vergroten. Leiden onderschrijft de benoemde opgaven, vier prioriteiten en de drie afwegingsprincipes uit de NOVI. Afwegingskader uit de Nationale Omgevingsvisie

(2020)Ook de provincie Zuid-Holland geeft met de Omgevingsvisie van Zuid-Holland (POVI) richting aan de strategische ontwikkeling van de leefomgeving voor de lange termijn. In lijn met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zet de provincie in op het versterken van de agglomeratiekracht. Het Verstedelijkingsakkoord dat inzet op verdere verdichting langs het spoor tussen Dordrecht en Leiden (de ‘Oude Lijn’) en de verbetering ervan, is onderdeel van die ambitie. Daarnaast staat het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio hoog op de agenda. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Dat betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde brengen en zorgen voor een gezonde, aantrekkelijke en klimaatadaptieve leefomgeving. Leiden bouwt voort op de sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie Zuid-Holland en geeft verdere lokale invulling aan deze drie punten. Voor Leiden bieden de NOVI en POVI kansen om de kenniseconomie en het bijhorende vestigingsklimaat met goede openbaarvervoerverbindingen te versterken op een manier die bijdraagt aan sociaal-inclusieve groei en brede welvaart. Regionale Agenda Omgevingsvisie Hart van Holland In samenwerking met negen gemeenten (Kaag en Braassem, Katwijk, Leiderdorp, Noordwijk, Oegstgeest, Voorschoten, Teylingen, Wassenaar en Zoeterwoude) en het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft Leiden de ‘Regionale Agenda Omgevingsvisie 2040’ opgesteld. De gemeenten zijn ruimtelijk sterk met elkaar verweven en leggen in de agenda een gezamenlijke koers vast voor de ontwikkeling van de leefomgeving in de regio. Hierbij zijn de waarden “mooi”, “open”, “sterk” en “compleet” richtinggevend voor hun ruimtelijke ontwikkeling. Net als in het rijksbeleid, is hier het uitgangspunt binnenstedelijke verdichting. Zo kunnen we het karakter en diversiteit van de kernen behouden en de karakteristieke en waardevolle landschappen die zo belangrijk zijn voor ons leef- en vestigingsklimaat, behouden en versterken. In deze Regionale Omgevingsagenda worden de opgaven voor het gezamenlijke ‘daily urban system’ beschreven en kaders meegegeven voor de verdere ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Ook wordt de economie van het verstedelijkte gebied in een bredere context geplaatst. Dat levert een krachtig samenhangend economisch ecosysteem op dat een breed spectrum van banen biedt. Het gaat onder andere om het kenniscluster rond het Leiden Bio Science Park, ESA-ESTEC Space Campus Noordwijk, Unmanned Valley en Heineken in Zoeterwoude. In het vervolg ‘Aan de slag met Hart van Holland’ is een aantal gebieden aangewezen waar een grensoverschrijdende samenwerking bij gebiedsontwikkelingen van grote betekenis kan zijn voor de ontwikkeling van de hele regio. Door samen op te trekken en ontwikkelingen op elkaar af te stemmen kan de regio als geheel een aantrekkelijk en aanvullend palet aan woon- en werkmilieus en landschappen (blijven) bieden. Afgesproken is dat de Regionale Agenda Omgevingsvisie 2040 Hart van Holland vertaald wordt in de omgevingsvisies van de betrokken gemeenten. Regionale Energiestrategie In de Regionale Energiestrategie beschrijft de regio hoe zij invulling geeft aan de energiedoelstellingen van het Nationale Klimaatakkoord. De Regionale Energiestrategie (RES) voor de regio Holland Rijnland, waar Leiden onderdeel van is, beschrijft zoekgebieden voor de opwek van zonne- en windenergie en de toekomstbeelden voor de warmtetransitie. Voor Leiden betekent dit inzet op zon op daken én inzet op de realisatie van restwarmte uit Rotterdam ter vervanging van het huidige gasgestookte warmtenet. Leiden, Stad van Ontdekkingen ‘Ontwikkelvisie 2030. Leiden, Stad van Ontdekkingen’ uit 2012 is tot op de dag van vandaag een belangrijk uitgangspunt wanneer er naar de toekomst wordt gekeken. Deze ontwikkelvisie overstijgt zowel de sociale als fysieke structuurvisies. Daarmee blijft deze ontwikkelvisie, ook na vaststelling van deze omgevingsvisie, relevant. Kennis en innovatie zijn steeds meer een voorwaarde voor maatschappelijk succes. In de Leidse regio zetten we ons daarom in voor excellent onderwijs voor alle leerlingen en studenten, voor commerciële en maatschappelijke toepassing van kennis, voor goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, het aantrekken en behouden van talent en voor maatschappelijke innovatie. We zetten ons ook in voor het verder versterken van het innovatieve ‘ecosysteem’ en de kennisclusters in de stad en regio waarin onderwijs, onderzoek, ondernemers en overheid gezamenlijk een nieuwe bron van welvaart en welzijn leveren. De Leidse binnenstad heeft met haar duizenden monumenten, haar musea en haar historische structuur een onderscheidende kwaliteit in vergelijking met andere gemeenten in de (wijde) omgeving. In de komende decennia willen wij blijven investeren in een aantrekkelijke binnenstad. Om deze ambities te realiseren, is het belangrijk om samen met de regio te werken aan genoeg ruimte van voldoende kwaliteit, een uitstekende bereikbaarheid, een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, circulariteit en energie. 2.2 Leiden werkt samen Leiden ligt strategisch in de Randstad tussen de Metropoolregio’s Amsterdam (MRA), Den-Haag/ Rotterdam (MRDH), luchthavens en Utrecht. Daarin vormen Leiden en de Leidse regio met het kenniscluster Leiden Bio Science Park, Unmanned Valley en het spacecluster ESA-ESTEC/Spacecampus Noordwijk een van de knooppunten in het netwerk van kennissteden. Deze steden groeien volop. Hun populariteit is groot en de groei versterkt zichzelf. In dit stedelijke netwerk werkt Leiden voor de verschillende opgaven samen met de daarvoor relevante partners. Ook daarbuiten neemt Leiden actief deel aan diverse samenwerkingsverbanden op het gebied van bijvoorbeeld verstedelijking, mobiliteit, economie, landschap en energie. Leiden onderschrijft dat samenwerken met verschillende partners cruciaal is om met de (vaak grensoverschrijdende) toekomstige opgaven om te gaan die op de stad en onze leefomgeving afkomen. Enkele voorbeelden van deze samenwerkingen worden hier kort toegelicht. In de Verstedelijkingsalliantie werken acht gemeenten, MRDH en provincie Zuid-Holland aan een gezamenlijke strategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling en het beter benutten van het bestaande vestigingsklimaat met zijn economische potenties en voorzieningen. Deze strategie is gericht op de integrale ontwikkeling van geconcentreerde verstedelijking nabij haltes op de bestaande spoorverbinding Dordrecht-Leiden. Daarnaast werkt het gebiedsprogramma MoVe aan uitdagingen op het gebied van bereikbaarheid, verstedelijking en economische groei. Dit gebeurt door een bijdrage te leveren aan het oppakken van deze uitdagingen, door in integrale gebiedsgerichte projecten bij te dragen aan oplossingen en door richting en strategie te bepalen voor de inzet van programmapartners. Binnen Regio Holland Rijnland werkt Leiden samen met 13 gemeenten aan regionale opgaven voor een sterke en gezonde toekomstbestendige regio. Dit staat beschreven in de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland (ROA), de Regionale Strategie Mobiliteit Holland Rijnland (RSM) en de Regionale Energiestrategie Holland Rijnland (RES). Hierin worden keuzes voor de lange termijn rond verstedelijking, mobiliteit, economie, landschap en energie vastgelegd. De eerder genoemde Regionale Agenda Omgevingsvisie 2040 Hart van Holland maakt hier integraal onderdeel van uit. Leiden in de grotere context Op economische vlak werkt Leiden samen met het Rijk, provincie, economic boards en het bedrijfsleven aan de Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (REOS), gericht op de versterking van de Nederlandse economische toplocaties. Met Katwijk, Oegstgeest, Leiderdorp, Zoeterwoude en Voorschoten werkt Leiden samen met het lokale bedrijfsleven in Economie 071 aan concrete projecten die de regionale economie van de Leidse Regio versterken. Leiden werkt samen met Den Haag, Delft en Zoetermeer in Kennisregio aan Zee aan een gezamenlijke ontwikkelagenda voor ruimtelijk-economische structuurversterking. Ook op gebied van landschap en recreatie werkt Leiden samen, bijvoorbeeld in de Leidse Ommelanden en Nationaal Park Hollandse Duinen. 3 Waarden, trends en ontwikkelingen en ambities 3.1 De bestaande stad Inleiding Waarden, trends en ontwikkelingen en ambities Leiden onderschrijft de in de Nationale Omgevingsvisie benoemde opgaven, waaronder het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie. Om te kunnen bepalen welke opgaven het meest zwaarwegend zijn, is het van belang om als gemeente te weten waar je vandaan komt, waar je (voor) staat en welke trends en ontwikkelingen je kunt verwachten. In de Omgevingsvisie 1.0 is het vertrekpunt bepaald aan de hand van de zeven waarden en een eerste koers uitgezet met het zestal verhaallijnen (zie paragraaf 1.3). In deze versie wordt een verdiepingsslag gemaakt en is in het kader van de Omgevingseffectrapportage (o.e.r.) de huidige staat van de stad in beeld gebracht. Vanuit wat was, wat is en wat komt, wordt beschreven welke ambities richting geven aan de toekomst voor Leiden. Als laatste zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN toegelicht. 3.1 De bestaande stad Leiden heeft een lange geschiedenis en kent daardoor een sterke historische gelaagdheid. Deze gelaagdheid is zichtbaar op lokaal niveau in bijvoorbeeld gebouwen en op stadsniveau in verbindende structuren, in de bodem en in afzonderlijke gebieden in de stad met een duidelijke eigen historische identiteit. Leiden bouwt voort op deze geschiedenis, behoudt wat van waarde is en geeft dit een plek in het hedendaagse gebruik. Tegelijkertijd is er ook ruimte voor vernieuwing met respect voor de historische waarden in de stad. Dit alles vanuit het besef dat de historische kenmerken van de stad een kwaliteit zijn, die herkenbaar zijn en waar mensen trots op zijn. Ze dragen bij aan de kwaliteit van leven en werken in de stad. In de bijlage (bijlage 2) volgt een overzicht van de historische gelaagdheid van de stad, gevolgd per tijdslaag door een puntsgewijze samenvatting met de belangrijkste kernwaarden uit deze periode. Leiden is vandaag de dag een stad met vele gezichten en kwaliteiten, en heeft daardoor veel te bieden aan de inwoners, de regio en andere delen van de Randstad. Zo is Leiden een compacte kennisstad met een rijke historie en veel cultuur, het is een universiteitsstad, het heeft één van de mooiste binnensteden van Nederland, een toonaangevend economisch cluster (LBSP), is voorzien van veel stedelijke voorzieningen en ligt in een aantrekkelijk stedelijk landschap met daaromheen goed bereikbare open en groene landschappen. Daarnaast heeft Leiden een gunstige ligging ten opzichte van de rest van de Randstad en is het daar ook goed mee verbonden door Station Leiden Centraal en het hoofdwegennet. 3.2 De staat van de Leidse leefomgeving De kwaliteit van de leefomgeving is in beeld gebracht in de foto van de leefomgeving (vanaf nu leefomgevingsfoto), onderdeel (en bijlage) van het OER. Deze leefomgevingsfoto is een bouwsteen voor de omgevingsvisie en brengt de staat van de leefomgeving in beeld. Deze leefomgevingsfoto gaat alleen over het grondgebied van Leiden. In de leefomgevingsfoto is voor 39 verschillende beoordelingsaspecten een kwaliteitsscore (rood, oranje of groen) in beeld gebracht. Deze kwaliteitsscore is, voor zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling (tot 2030, vanwege de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van data), bepaald aan de hand van beschikbare openbare data. Voor de kwaliteitsscore voor de autonome ontwikkeling zijn de effecten van de huidige trends, ontwikkelingen en het reeds vastgestelde beleid meegenomen. De uitkomsten van deze leefomgevingsfoto zijn in de afbeelding weergegeven. In zijn algemeenheid geldt: bij kwaliteitsniveau groen is sprake van een overwegend goede kwaliteit, er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins. Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er in zijn algemeenheid sprake van risico op normoverschrijding of knelpunten. Hierbij is een kanttekening van belang: de resultaten van de leefomgevingsfoto worden mede bepaald door de meetlat (bepaald door criteria en de referentiewaarde) en anderzijds door de op dat moment beschikbare openbare data. Daarnaast is het goed om te benoemen dat niet elke ‘rode’ kwaliteitsscore betekent dat er op dat beoordelingsaspect een opgave ligt voor de gemeente Leiden. Dit kan twee oorzaken hebben: de opgave overstijgt het lokale en is daardoor lastig lokaal beïnvloedbaar of (geografische) eigenschappen van een gemeente maken dat er voor bepaalde opgaven minder ruimte is of dat er minder behoefte aan is. Voorbeelden hiervoor zijn het beoordelingsaspect ‘Beschermde natuurgebieden Natura 2000/NNN’, waarbij een verandering in kwaliteit teweegbrengen meer een nationale (en internationale) opgave dan een lokale opgave is; of het beoordelingsaspect ‘duurzame energieopwekking’, waarvoor in een stedelijke gemeente met weinig open gebied minder ruimte voor lokale energieopwekking is dan in een rurale gemeente met juist veel open gebied. Niettemin geeft deze analyse inzichten die bij het bepalen van de koers voor de omgevingsvisie nuttig zijn. Voor meer achtergrondinformatie over de kwaliteitsscores en de gebruikte data, criteria en referentiewaarden in bijgaande afbeelding wordt doorverwezen naar bijlage 1 in het OER (‘de Foto van de Leefomgeving’). Het Rad van de Leefomgeving uit het OER Huidige situatie De huidige staat van de fysieke leefomgeving laat een wisselend beeld in kwaliteitsniveaus zien. Vooral ten aanzien van de beoordelingsaspecten voorzieningenniveau, openbare ruimte, landschappelijke kwaliteit, cultuurhistorie en erfgoed, werkgelegenheid, kennis en innovatie, recreatie en toerisme, en openbaar vervoer staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (‘groen’). Beoordelingsaspecten met een rood kwaliteitsniveau zijn gezonde leefstijl, duurzame woningen en passend en toegankelijk woningaanbod, klimaat (wateroverlast, hitte en broeikasgassen), natuur, duurzame energieopwekking en grondstoffen en circulariteit. Autonome ontwikkelingAspecten waar de kwaliteit in de autonome ontwikkeling goed is, zijn de beoordelingsaspecten openbare ruimte, werkgelegenheid, voorzieningenniveau, cultuur en historie en kennis en innovatie. Daarnaast is de verwachting dat de beoordelingsaspecten bodemkwaliteit en duurzame, slimme mobiliteit en economische zelfredzaamheid tot 2030 ook een positieve ontwikkeling (naar een groen kwaliteitsniveau) doormaken, uitgaande van de huidige inzet. Passend en toegankelijk woningaanbod, duurzame woningen, en grondstoffen en circulariteit verbeteren in de autonome ontwikkeling van rood naar oranje. Positieve trends binnen oranje zijn er bij sociale cohesie in buurten, inclusiviteit, luchtkwaliteit, grond- en oppervlaktewater, beschermde soorten, energiebesparing, autobereikbaarheid en wandel- en fietsnetwerk. Op basis van de leefomgevingsfoto kan worden geconcludeerd dat de gemeente Leiden op de beoordelingsaspecten wateroverlast en hitte lage kwaliteitsscores heeft. Hier liggen vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving opgaven voor de omgevingsvisie. Andere aspecten, zoals gezonde leefstijl, uitstoot broeikasgassen, beschermde natuurgebieden, gemeentelijke natuur en duurzame energieopwekking hebben nu een rode kwaliteitsscore, maar hier zijn wel (enige) positieve ontwikkelingen te verwachten voor de toekomst. Ondanks deze te verwachten positieve ontwikkelingen ligt hier een opgave vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving. Bij landschappelijke kwaliteit en cultuurhistorie en erfgoed zijn negatieve trends te verwachten van groen naar oranje. Negatieve trends binnen oranje zijn er bij externe veiligheid, sociale veiligheid, maatschappelijke participatie, droogte, geluidhinder, bodemdaling en archeologie. COVID-19 en de kwaliteit van de leefomgeving Tijdens het opstellen van het OER vond een uitbraak plaats van het coronavirus COVID-19. Om de verspreiding en gevolgen van dit virus in te dammen zijn door de Rijksoverheid maatregelen ingesteld. Deze maatregelen hebben ook impact op de leefomgeving. Het is nog onbekend wat de gevolgen van COVID-19 zijn op de middellange en lange termijn. Daarom zijn deze mogelijke gevolgen niet in de prognoses opgenomen. Voor meer informatie over de impact van COVID-19 op de scores uit de leefomgeving wordt doorverwezen naar bijlage 1 van het OER. 3.3 Trends en ontwikkelingen De wereld is continu in verandering, onder andere op sociaal, economisch en klimatologisch vlak. Dit leidt tot vraagstukken die groot en onderling verweven zijn. De kwaliteit van leven in de stad hangt af van de manier waarop we inspelen op zulke veranderingen. Deze veranderingen vragen niet alleen om een andere kijk op de inrichting van de fysieke leefomgeving, maar bieden soms ook nieuwe kansen om huidige (en toekomstige) vraagstukken op te lossen. En ze vragen vaak een verandering van het gebruik van de ruimte of een ruimtereservering in en om de stad. Het is daarom van belang om te kijken welke trends en ontwikkelingen op onze gemeente afkomen. Trek naar de stad: Sinds kort woont meer dan de helft van de wereldbevolking in de stad. Dit percentage zal naar verwachting blijven toenemen. Volgens prognoses van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) blijven de meeste gemeenten in de Randstad groeien. Dit geldt ook voor gemeente Leiden. De toekomst zal uitwijzen welk effect de COVID19-pandemie heeft op de trek naar de stad. Huishoudensverdunning: Het aantal huishoudens in Nederland groeit al decennia sneller dan het aantal inwoners. De huishoudens bestaan uit steeds minder personen. In 1971 telde het gemiddelde huishouden 3,25 personen en in 2017 was dit gedaald naar 2,16 personen (Centraal Bureau voor Statistiek, CBS)). In Leiden ligt het gemiddelde vanwege het grote aandeel studenten nog lager dan het landelijk gemiddelde. Bevolkingsgroei: Naar verwachting zal Nederland in 2063 circa 20 miljoen inwoners hebben volgens de bevolkingsprognose 2020 – 2070 van het CBS. In 2038 zullen dit er ongeveer 19 miljoen zijn. Deze groei is hoofdzakelijk toe te wijzen aan migratie en stijgende levensduur. Vergrijzing: In Leiden is sprake van dubbele vergrijzing: er zijn meer ouderen en mensen worden ook steeds ouder. Tussen 2018 en 2040 zal het aantal 75-plussers en het aantal 85-plussers naar verwachting verdubbelen. Zowel procentueel als in absolute aantallen groeit de leeftijdsgroep van 75-plussers in Leiden het snelste. Dit blijkt uit regionale bevolkingsprognoses (PBL & CBS). Extramuralisering: Het aanbieden van deze zorg buiten een intramurale instelling (bijvoorbeeld verpleegtehuis) wordt extramuralisering genoemd. Ouderen, die behoefte hebben aan verzorging of verpleging, willen steeds vaker en langer zelfstandig blijven wonen. Dit heeft gevolgen voor het soort zorg dat geleverd wordt maar ook voor het woningaanbod. Klimaatverandering: Het klimaat is aan het veranderen. Door de uitstoot van onder andere broeikasgassen stijgt de gemiddelde temperatuur op aarde. Dit leidt tot zeespiegelstijging, heftigere regenbuien, droogte en hitte. Afnemende biodiversiteit: Het huidige Nederlandse landschap is grotendeels door menselijk handelen gemaakt. Door veranderingen in landgebruik, zoals de toename van landbouw en verstedelijking, is er aanzienlijk minder natuurgebied dan eeuwen geleden. Dit heeft als gevolg dat de biodiversiteit, het aantal soorten dieren en planten, afneemt. Deze trend is recent gestuit. Tegenwoordig wordt er hard gewerkt om de biodiversiteit verder te versterken. Verduurzaming: De voorraad fossiele brandstoffen en grondstoffen is eindig. In het klimaatakkoord van Parijs is afgesproken om de CO2-uitstoot te verminderen. Deze doelstelling is alleen te bereiken door op grote schaal te besparen, te kiezen voor efficiëntere alternatieven, over te stappen op schone energiebronnen (energietransitie) en grondstoffen te hergebruiken (circulariteit). Deelconcepten mobiliteit en economie: In de afgelopen jaren hebben deel-initiatieven (zoals woningverhuursites, deeltaxi’s en deelauto’
  1. s)hun intrede gedaan in onze maatschappij, soms met grote gevolgen. De verwachting is dat dit soort deelconcepten een steeds grotere rol gaan spelen in de toekomst. Mensen gaan hierdoor van het betalen voor bezit naar het betalen voor gebruik. Dit heeft gevolgen voor de fysieke ruimte. Flexibilisering in ruimte en tijd: Door technologische ontwikkelingen als internet en mobiele telefonie is het mogelijk om bijvoorbeeld gebouwen en wegen flexibeler te gebruiken. Zo zijn we steeds flexibeler gaan werken, los van kantoor en kantoortijden. De recente COVID19-pandemie heeft dit proces versneld. De verwachting is dat een deel van de werknemers mogelijk meer thuis of op andere locaties gaat werken in de toekomst. Dit kan mogelijk gevolgen hebbenvoor de functie van kantoren, maar ook voor de huisvesting en voor de vervoersbewegingen. Digitalisering/connectiviteit: Als samenleving doen we steeds meer digitaal, zowel zakelijk als privé. Data is inmiddels een nieuwe ‘grondstof’ in het economisch denken. Nieuwe technologische ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie, robotica, 5G/6G, sensortechnologie, internet of things, mixed reality en de ontwikkeling van autonome voertuigen maken de stad en de mens steeds ‘slimmer’ en meer datagedreven. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de ‘zachte’ infrastructuur (sociaaleconomisch) in de samenleving, maar ook op harde fysieke infrastructuur (o.a. glasvezelkabels, antennes, datacenters, energievoorziening). Bodemdaling: Bodemdaling heeft meerdere oorzaken. Een van die oorzaken is oxidatie (verbranding) van veen door daling van de grondwaterstand. Een andere oorzaak is de belasting van het bovengrondse gebruik (compactie). Dit kan leiden tot problemen met de fundering van gebouwen of met huisaansluitingen van ondergrondse leidingen zoals riolering, gas en water. In Leiden komt bodemdaling vooral voor ten noorden van de binnenstad. Toenemende ongelijkheid: de stijgende huizenprijzen en de verdergaande digitalisering, automatisering en robotisering zullen impact hebben op (de beroepen van) de mensen in stad en dus ook op het besteedbare inkomen. Wat maakt dat de ongelijkheid tussen groepen in de samenleving groter wordt. 3.4 Ambities De bestaande stad, trends en ontwikkelingen en de foto van de leefomgeving leiden, samen met de vraag wat voor een stad Leiden in de toekomst wil zijn, tot ambities. Een ambitie kan het streven zijn om iets te behouden waar de gemeente al goed in is (zoals cultureel erfgoed), maar kan ook inspelen op grote toekomstige opgaven (zoals klimaatverandering). De stadsvisie ‘Leiden, Stad van Ontdekkingen’ met de pijlers ‘(internationale) kennis’ en ‘(historische) cultuur’ is de overkoepelende ambitie die de stad de afgelopen jaren vooruit heeft gebracht. Een stad die ontdekkingen doet én een stad die het waard is om ontdekt te worden. De Stad van Ontdekkingen verwelkomt nieuwe ideeën, nieuwe ondernemers, nieuwe bewoners, nieuwe inzichten en nieuwe gebruiken, nu en richting 2040. Daarbij is duurzame verstedelijking richting 2040 de opgave bij de ontwikkeling van de stad, waarbij klimaatadaptatie een belangrijke plek inneemt. Om op alle trends, ontwikkelingen en toekomstige opgaven in te spelen, zijn de volgende ambities voor 2040 geformuleerd. Deze ambities zijn een verdere aanscherping ten opzichte van de ambities uit de diverse verhaallijnen in de Omgevingsvisie 1.0. Het toe te voegen programma (wonen, werken, voorzieningen) wordt zoveel mogelijk binnenstedelijk ingepast om de landschappelijke waarden aan de randen van de stad en in het buitengebied te behouden. In 2040 is Leiden een aantrekkelijke en gastvrije stad om te wonen. De stad heeft een gevarieerd en passend woningaanbod. Een stad waar iedereen mee kan doen, waar ruimte en aandacht is voor kwetsbare groepen en waar betaalbare woningen zijn voor elke inkomensgroep. In 2040 is de stedelijke economie van Leiden versterkt en verduurzaamd door op weg te zijn naar een volledig circulaire economie. Hierbij profileert Leiden zich als stad van (internationale) kennis en innovatie, met Leiden Bio Science Park als wereldspeler. In 2040 heeft Leiden een goed ondernemersklimaat, met bedrijvigheid die werk biedt op alle niveaus. De werkgelegenheid in de Leidse regio van 2040 past bij de diverse samenstelling van de beroepsbevolking. In 2040 heeft Leiden haar historische omgevingskwaliteiten en erfgoed behouden, benut, versterkt en zoveel mogelijk beleefbaar gemaakt. In 2040 blijft de stad in beweging en bereikbaar. Dit vraagt een overstap naar meer duurzame en ruimte-efficiënte mobiliteit en actieve vormen van verplaatsing als lopen, fietsen en openbaar vervoer (modal shift). Leiden Centraal is een belangrijk intercitystation en ov-knooppunt. In 2040 is Leiden klimaatadaptiever ingericht In 2040 heeft Leiden meer groen en water en is dit beter bruikbaar en beleefbaar, met een grotere biodiversiteit en betere ecologische en recreatieve verbindingen In 2040 is Leiden een stad waar Leidenaars gestimuleerd worden om er een gezondere leefstijl op na te houden, onder meer door meer te bewegen en door een gezonder gewicht te hebben. Een stad waar het voor iedereen mogelijk is om te sporten, bewegen en spelen in en buiten de stad. De openbare ruimte is veilig en nodigt uit tot spelen, bewegen en sporten. In 2040 is de gezondheidswinst toegenomen door schonere lucht en is het aantal geluidgehinderden, ondanks de verdichtingsopgave, afgenomen. In 2040 is de uitstoot door broeikasgassen afgenomen. In 2040 is de gebouwde omgeving van Leiden voor een groot deel aardgasvrij. Duurzame elektriciteit wordt binnen de stad vooral opgewekt met zonnepanelen. Het overige deel zal, gezien de beperkte ruimte in de stad, vooral van buiten de stad moeten komen. 3.5 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen Verenigde Naties Met deze omgevingsvisie draagt de gemeente Leiden bij aan realisatie van de Sustainable Development Goals (SDG’s; Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen) van de Verenigde Naties. Deze 17 doelen fungeren als agenda voor duurzame ontwikkeling tot 2030. Alle doelen hebben subdoelen die direct of indirect verband houden met het dagelijkse werk van lokale overheden. Het onderschrijven van deze doelen helpt de gemeente Leiden bij het behalen van haar duurzaamheidsambities. Hieronder laten we in steekwoorden zien hoe deze omgevingsvisie aan 9 van de 17 doelen bijdraagt. VN-doel: Goede gezondheid en welzijn (Mentale) gezondheid en welzijn van inwoners bevorderen, Veilige inrichting van openbare ruimte, gebouwen en installaties, Uitnodigende voorzieningen voor sport, spel, recreatie, wandelen en fietsen, Aantal doden en gewonden in het verkeer verminderen. Aandacht in omgevingsvisie Gezonde en beweegvriendelijke openbare ruimte. Bevorderen van lopen en fietsen. Autoluwe gebieden in de stad. Veilige inrichting van straten met (waar mogelijk) voorrang voor voetgangers en fietsers. Groen-blauw raamwerk in de stad met aantrekkelijke openbare ruimte met water en groen in alle wijken. Goede routes naar het landschap om de stad. Tegengaan hittestress door vergroening en koele routes. Groene en uitdagende schoolpleinen, stadstuinieren, daktuinen. Ontmoetingsfuncties in wijken, voldoende afwisseling van functies, nabijheid door mix aan functies. Beperking lawaaioverlast en licht-, trillings- of geurhinder. Rookvrije Generatie. VN-doel: Schoon water en sanitair Veilig en betaalbaar drinkwater, vermindering verontreiniging, efficiency waterverbruik verhogen, integraal waterbeheer, ecosystemen beschermen en herstellen, bewonersparticipatie. Aandacht in omgevingsvisie Bij toename aantal woningen uitbreiding van ondergrondse infrastructuur nodig, zoals riolering en drinkwatervoorziening. Klimaatadaptatie: duurzame riolering en ruimte voor wateropvang en buffering. Koppelkansen voor vervangen riolering. Waterstad: drager van zowel recreatief als functioneel nut. Milieukwaliteit als voorwaarde voor gezonde leefomgeving. Ecologische waterkwaliteit verbeteren, natuurvriendelijke oevers. Verbinden van infrastructuur en ontwikkelingen boven en onder de grond; afstemmen beheer en onderhoud. VN-doel: Betaalbare en duurzame energie Aandeel hernieuwbare energie vergroten en energie-efficiëntie verhogen. Aandacht in omgevingsvisie Energietransitie. Uitbreiding ondergrondse infrastructuur. Netwerken en ruimtebeslag in beeld brengen en klaar maken voor de toekomst. In 2050 klimaatneutraal. Energiebesparing, opwekken van duurzame energie en toewerken naar aardgasvrije stad. Warmtenet in 2040. Water als energiedrager. Nieuwe en andere manieren om woningen te verwarmen. Beperken van energievraag. Optimale benutting van daken van woningen, (met aandacht voor erfgoed). VN-doel: Eerlijk werk en economische groei Economische productiviteit door diversificatie en innovatie, focus op sectoren met hoge toegevoegde waarde en arbeidsintensieve sectoren, Volledige werkgelegenheid en waardig werk voor iedereen, ook jonge mensen en mensen met een beperking, Duurzaam toerisme dat banen schept en bijdraagt aan lokale cultuur en streekproducten. Aandacht in omgevingsvisie Aantrekkelijk ondernemers- en vestigingsklimaat. Twee grote en onderscheidende economische clusters: Innovation District Leiden Bio Science Park en historische binnenstad (o.a. cultuurtoerisme). Gaat samen met brede economische basis in de stad. Circulaire economie in 2050. Aansluiting tussen vraag/aanbod (beroeps)onderwijs en arbeidsmarkt, werkgelegenheid en bedrijfslocaties. Functievermenging wonen-werken in wijken, waar mogelijk. Goede bereikbaarheid kantoor- en bedrijfslocaties, ook met OV. Goede digitale connectiviteit voor alle bewoners en gebieden. Behoud, herstel, ontsluiten en verbinden van waardevol landschap en erfgoed. VN-doel: Duurzame steden en gemeenschappen Adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisvoorzieningen. Beschermen en versterken van cultureel en natuurlijk erfgoed. Verkeersveiligheid en openbaar vervoer. Integrale plannen voor duurzame verstedelijking. Rampenparaatheid. Milieueffect steden. Groene en openbare ruimte. Relatie stad en omgeving, Gevarieerd en gespreid aanbod van passende, goede (huur) woningen voor alle doel- en inkomensgroepen, Goede bereikbaarheid van dagelijkse voorzieningen, toegankelijkheid. Aandacht in omgevingsvisie Ruimtelijke en historische structuren beter benutten en herkenbaar maken. Compleet, sterk, open en mooi. Historie, cultuur, kennis versterken elkaar. Universiteit, monumenten, musea, Leiden Bio Science Park, stedelijke voorzieningen. Sterke economische positie. Groene en verstedelijkte leefomgeving. Biodiversiteit versterken en natuurinclusief ontwikkelen. De stad is van ons allemaal, waarin mensen worden uitgenodigd mee te doen. Oog voor kwetsbare groepen, en een woning voor iedereen. Wonen, werken en voorzieningen zoveel mogelijk nabij (mix), bereikbaar te voet, te fiets of met OV via aantrekkelijke veilige routes. Duurzaam veilige inrichting van infrastructuur. Nadruk op actieve en gezonde manier van verplaatsen. Duurzame waterstad. Leefbaar, duurzaam, groen. Klimaatadaptie en energieneutraal. Compacte stad, kloppend hart in de regio, met menselijke schaal. Werk-met-werk maken. Gebiedsgericht werken met leefmilieus. VN-doel: Verantwoorde consumptie en productie Duurzaam beheer en gebruik van natuurlijke hulpbronnen, Afvalproductie verminderen via preventie, recycling en hergebruik. Aandacht in omgevingsvisie Grondstoffenstromen, circulaire economie in 2050. Materialen en grondstoffen steeds zo hoogwaardig mogelijk inzetten. Verantwoord omgaan met onze grondstoffen. Verdergaande afvalscheiding en het tijdelijk opslaan van materialen, grondstoffen of producten. Kennis en innovatie op dit gebied stimuleren. VN-doel: Klimaatactie Weerbaarheid en aanpassing aan klimaatrisico’s verhogen; verbetering menselijke en institutionele vaardigheden voor klimaatadaptie en mitigatie, ook in ontwikkelingslanden. Aandacht in omgevingsvisie Groene en gezonde leefomgeving. Energietransitie en aardgasvrij. Klimaatverandering en klimaatadaptatie > klimaatrobuustheid. Energieneutraal en klimaatneutraal. Leefbaar, duurzaam en groen. Waterstad. Hittestress tegengaan door vergroening van openbare en private ruimten. Waterberging en -afvoer verbeteren, opvangcapaciteit vergroten. Groen-blauw raamwerk draagt bij aan kwaliteit leefomgeving mens, planten dier. Natuurhistorische locaties koesteren en biodiversiteit verbeteren. Ondergrond en boven de grond koppelen. VN-doel: Leven in het water Verontreiniging veroorzaakt op land tegengaan; duurzaam beheer kustecosystemen; duurzaam gebruik van maritieme hulpbronnen, overbevissing tegengaan. Aandacht in omgevingsvisie Behouden, beter benutten en beleefbaar maken van watergangen als Oude Rijn, Vliet, grachten, trekvaarten etc. Ook als verbinding met omringende landschappen. Onderdeel van groene leefomgeving. Recreatie, ecologie, Waterstad. Klimaatrobuustheid. Toegankelijkheid van water. Mogelijkheden energieopwekking en transport via water onderzoeken. VN-doel: Leven op het land Duurzaam gebruik van bossen, droge gebieden, biodiversiteit versterken, waarden van ecosystemen en biodiversiteit integreren in nationale en lokale planning. Aandacht in omgevingsvisie Behoud en versterking van open, robuuste en onderling verbonden landschappen die doorlopen tot aan de oevers van de Oude Rijn. Groen-blauw raamwerk verbindt klein en groot groen: ‘van gevel tot Groene Hart’ en draagt bij aan groene en biodiverse leefomgeving. Compact en nabij. Historie koesteren. Klimaatrobuuste leefomgeving. Leefbaar, duurzaam en groen. Stadsontwikkeling en bevolkingsgroei, verstedelijking en verdichting. Natuurinclusief bouwen. Voorkomen van uitdroging en bodemdaling, afstemming bij boven- en ondergrondse (bouw)werkzaamheden. Integrale visiekaart Leiden 2040 - Stad van Ontdekkingen en kloppend hart in de regio 4 Leiden, Stad van Ontdekkingen en kloppend hart in de regio 4.1 Leiden, Stad van ontdekkingen We kijken terug vanuit 2040. Samen met bewoners, ondernemers, private partijen en andere overheden heeft de gemeente zich ingespannen om van Leiden een aantrekkelijke, leefbare, duurzame, inclusieve en ondernemende stad te maken. In dit hoofdstuk kijken we terug op de keuzes die Leiden heeft gemaakt tot de stad die ze nu is. Het is 2040. Leiden, Stad van Ontdekkingen met de pijlers ‘(internationale) kennis’ en ‘(historische) cultuur’, is een prachtige en prettige stad om in te wonen, te werken, te recreëren en om te bezoeken. De afgelopen twintig jaar is er geïnvesteerd in deze pijlers en in de duurzame, leefbare, innovatieve en inclusieve stad waar plek is voor iedereen. 4.2 Kloppend hart in de regio Leiden maakt onderdeel uit van een verstedelijkt gebied langs de Oude Rijn. Bewoners gebruiken deze Leidse regio om hun dagelijkse activiteiten te organiseren. De Leidse regio van Zoeterwoude tot Zee is één stedelijk netwerk waarbinnen bewoners vaak niet eens merken dat ze gemeentegrenzen kruisen. Leiden is de historische en innovatieve centrumstad van deze Leidse regio. De regio heeft een rijke variatie aan woonmilieus, werkgebieden, voorzieningen en landschappen. Je kan in deze regio landelijk wonen of juist hoogstedelijk, bijvoorbeeld rond het station. Je kan op alle niveaus kennis opdoen: bij de Universiteit Leiden, het hbo en mbo, via vakopleidingen, op middelbare en lagere scholen en in de praktijk bij bedrijven. Ook kan je doorstromen naar werk in de top van innovatieve bedrijven in Europa, in de maakindustrie en bij midden- en kleinbedrijven. De parken, groengebieden en karakteristieke landschappen bieden allerhande recreatiemogelijkheden zoals varen, fietsen, sporten en spelen. Leiden heeft in 2040 de centrale ligging verder benut en vormt de verbindende schakel tussen de Metropoolregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam- Den Haag en Utrecht en ligt nabij twee luchthavens. Leiden – met in het bijzonder de historische binnenstad, de spoorzone (met intercitystation Leiden Centraal) en Leiden Bio Science Park – vormt het kloppende hart van deze aaneengesloten stedelijke regio. De historische binnenstad – met de grachten en historische monumenten, de vele winkels, voorzieningen, culturele activiteiten, zoals de musea en evenementen en congresfaciliteiten – trekt inwoners van de stad en regio, bezoekers van daarbuiten, cultuurtoeristen en zakelijke bezoekers. De historische binnenstad, die in de noordwestzijde overgaat in de spoorzone Knooppunt Leiden Centraal, is het hart van de historische cultuur. Knooppunt Leiden Centraal is met het intercitystation hét in-, uit- en overstapknooppunt voor de hele regio. De spoorzone is uitgegroeid tot een aantrekkelijk gemengd (hoog)stedelijk gebied met werken, wonen, horeca en vrijetijds- en andere voorzieningen en een uitnodigende openbare ruimte. Het Leiden Bio Science Park aan de westzijde van het station is het hart van de internationale kennis: een indrukwekkend kenniscluster en wereldspeler op gebied van Life Science & Health. Het LBSP is doorgegroeid naar een Innovation District met een mix aan stedelijke functies in een inspirerende omgeving. Hier komen innovatieve bedrijven, het LUMC, de Universiteit Leiden en andere onderwijsinstellingen samen met de creatieve sector, woningen, voorzieningen en horeca in een aantrekkelijke buitenruimte. De openbare ruimte nodigt uit tot formele en informele ontmoetingen, flexibel werken en spontane kennisuitwisseling. De historische binnenstad, de spoorzone en Innovation District LBSP lopen – met elk een eigen sfeer – als vanzelfsprekend in elkaar over. Leiden is in 2040 een compacte historische centrumstad waarvan een groot deel van het grondgebied bebouwd is. Het open buitengebied dat er is, wil Leiden behouden. Dit biedt kansen en maakt tegelijkertijd keuzes noodzakelijk. Leiden heeft zich de afgelopen decennia onderscheiden in stedelijke gemengde woon- en werkmilieus met voorzieningen. Daarbij is de stad zeer zorgvuldig met de beschikbare ruimte omgegaan. Er is ruimte gecreëerd voor het bouwen van woningen en het realiseren van banen. Er zijn woningen voor alle doelgroepen en alle categorieën bijgekomen, met aandacht voor betaalbare woningen en kwetsbare doelgroepen. Leiden heeft een weerbare en vitale economie met een breed palet aan stedelijke en (circulaire) economische functies met bedrijvigheid, kantoren en gemengde werkgebieden. Het Leiden van 2040 is een verbonden stad, zowel fysiek als sociaal. Wonen, werken, voorzieningen en recreëren zijn gecombineerd of liggen op korte afstand van elkaar. Leiden is een sociale stad. In het inclusieve Leiden van 2040 is het vanzelfsprekend dat alle Leidenaren meetellen, meedoen, zich thuis voelen en naar elkaar omkijken. Er is ruimte gemaakt voor groen en water om in te spelen op klimaatveranderingen, de biodiversiteit te versterken en een gezonde en beweegvriendelijke leefomgeving te bieden. Dit zien we op veel plekken terug; van meer ruimte voor wateropvang en -berging, vergroening op en aan gebouwen, in tuinen en in de openbare ruimte, tot aan goede routes naar het buitengebied: van de geveltuin tot het Groene Hart. Een robuust groen-blauw raamwerk in de stad vormt de basis voor een goede stedelijke ontwikkeling, waardoor Leiden op een aantrekkelijke manier kon worden verdicht. Stadsontwikkeling gaat daarmee altijd samen op met groen/blauw-ontwikkeling. Naast het Singelpark (de eerste groene ring) is een tweede groene ring tot stand gekomen, als onderdeel van het groen-blauwe raamwerk. Groene routes, de ‘spaken’, verbinden de ringen met elkaar en verbinden de stad met de karakteristieke landschappen rond de stad. Het raamwerk van groen-blauwe ringen en spaken verbindt bestaande parken, (wijk)sportparken, groene plekken en water in de stad. Daarnaast voegt het raamwerk nieuw groen toe. Zo ligt er al op korte afstand van de woning een groene route voor ommetjes, om te sporten, naar een park of naar het buitengebied te gaan. Dit draagt bij aan de gezonde, diverse en beweegvriendelijke leefomgeving met ruimte voor sporten, ontmoeten, spelen en bewegen, zo veel als mogelijk in de buurt. Een aantrekkelijke leefomgeving voor mens, plan en dier. De extra ruimte voor groen en water is gevonden door de beschikbare ruimte anders in te delen, door in te zetten op een verschuiving tussen vervoerswijzen (modal shift), compact te bouwen, verticaal ruimte te benutten (op en aan gebouwen) en openbare ruimte minder stenig te maken. De afgelopen decennia is het accent steeds meer gelegd op duurzame mobiliteit: manieren van vervoer die gezond, schoon, veilig en ruimte-efficiënt zijn. De nadruk ligt in 2040 meer op lopen en fietsen, het openbaar vervoer en vervoer over water en minder op auto’s, met als basis verbeterde voetgangers- en fietsnetwerken. Dankzij de uitgekiende wegenstructuur in combinatie met hubs/overstapplekken en deelsystemen is de stad ook voor bijvoorbeeld bedrijven, winkels en hun toeleveranciers bereikbaar. Deze andere verdeling van de ruimte, waarbinnen de auto een minder prominente rol speelt, heeft bijgedragen aan een leefbare, klimaatbestendige, biodiverse en beweegvriendelijke stad. Bij alle ontwikkelingen zijn milieuaspecten luchtkwaliteit, geluid, geur en trillingen onderdeel geweest van de afweging. Er is ook ruimte gemaakt voor de netwerken van vitale infrastructuur, elektra en water en data. Op deze manier wordt continu voorzien in water, elektriciteit, warmte en data, zodat alle functies in de stad kunnen blijven functioneren. Deze netwerken zijn in samenhang met elkaar en in relatie tot andere functies die de bodem heeft (klimaatadaptatie, biodiversiteit, ondergrondse bebouwing) ontworpen. Om alle ontwikkelingen en voorzieningen in de stad te faciliteren en te laten functioneren zijn de bovengrondse en ondergrondse functies zorgvuldig in kaart gebracht en op elkaar afgestemd. Daarnaast zijn er energiebesparende maatregelen genomen en is er in de stad en samen met de regio geïnvesteerd in de overstap naar duurzame energie. De geconcentreerde ontwikkeling van de stad maakte het belangrijk om in alle delen van de stad een hoge ruimtelijke kwaliteit te behouden of te realiseren, zowel in de openbare ruimte als in (de architectuur van) de bebouwing. Ontwikkelingen dragen ook bij aan de kwaliteit van de ons omringende landschappen. Hierbij vormt de historie de basis en inspiratie voor nieuwe ingrepen. De cultuurhistorische ontwikkeling van de stad blijft in alle wijken zo veel mogelijk beleefbaar. Daarbij is ook ruimte voor nieuwe lagen, kwaliteiten en leefmilieus. De ontwikkeling van de stad staat immers nooit stil. De stad verandert voortdurend. Als drager van de lokale identiteit is het erfgoed de rode draad die zorgt voor verbondenheid met de eigen leefomgeving. Richting 2040 zijn veel keuzes gemaakt, steeds in samenhang met elkaar. Dankzij deze keuzes is er ruimte gemaakt om de stad te verdichten en tegelijkertijd aantrekkelijk, gezond en leefbaar te houden. De opgaven die op de stad afkwamen, zijn benut om nieuwe kansen en nieuwe leefmilieus te creëren. Er is meer samenhang binnen de stad tussen de wijken onderling en tussen de stad en de kernen in de regio, zowel ruimtelijk als sociaal. Dit heeft de gemeente niet alleen gedaan. Juist door samen te werken met bewoners, ondernemers, andere overheden en private partijen is Leiden in 2040 de aantrekkelijke, leefbare, duurzame, gezonde, inclusieve en ondernemende stad die we voor ogen hadden. Verbeeldingen kaartlagen en visie 5 Visie vertaald naar Leidse keuzes op stadsniveau 5.1 Groen Blauw Raamwerk Inleiding stadsbrede thema's De visie op de fysieke leefomgeving van Leiden in 2040 vraagt om keuzes. Daarbij zien we duurzame verstedelijking als rode draad in de ontwikkeling van de stad, waarbij klimaatadaptatie een belangrijke plek in neemt. De omgevingsvisie bestaat uit een veelvoud aan onderwerpen, daarom is de uitwerking opgedeeld in vier overkoepelende thema’s. De vier thema’s hebben een onderlinge relatie en dragen elk op hun eigen manier bij aan de realisatie van de ambities. Binnen de thema’s worden Leidse keuzes gemaakt die de richting voor de toekomst van de stad aangeven. Deze keuzes zijn stadsbreed, maar kunnen wel een verschillende uitwerking/inpassing krijgen in specifieke delen van de stad. De thema’s zijn als het ware verschillende samenhangende lagen in dezelfde kaart. De vier overkoepelende thema’s zijn: • Groen-blauw raamwerk• Aantrekkelijk vestigingsklimaat• Duurzame mobiliteit• Bodem als fundament De opgaven en ambities in deze omgevingsvisie zijn fors, dit vraagt diverse inspanningen van iedereen die woont, werkt en recreëert in de stad, de gemeente en van onze partners. De gevraagde inspanningen kunnen per thema en uitwerking verschillen. Verdere concretisering vindt plaats bij diverse initiatieven, in de uitvoering, het beleid of de regelgeving. Bij het maken van de Leidse keuzes heeft de gemeente een afweging gemaakt in hoeverre de keuzes:• voortbouwen op lijn van de stad en Leidse kenmerken en identiteit versterken;• inspelen op de transitieopgaven waar de gemeente voor staat, zodat geen afwenteling op volgende generaties plaatsvindt;• het slim combineren van opgaven en meervoudig en flexibel ruimtegebruik mogelijk maken (zowel ondergronds als bovengronds);• bijdragen aan de leefbaarheid in de stad;• waar nodig regionale opgaven agenderen. 5.1 Groen-blauw raamwerk Themakaart groen-blauw raamwerk 2040 Om de grote en urgente opgaven op het gebied van onder andere klimaatadaptie, biodiversiteit, gezondheid, duurzame mobiliteit en ruimte voor groene recreatiemogelijkheden in en rondom de stad het hoofd te bieden, heeft Leiden niet voldoende aan de huidige groene plekken, groenstructuren en waterlopen in de stad. Die huidige groene plekken en waterlopen komen al onder druk te staan vanwege de verstedelijkings- en verdichtingsopgave in de stad en voldoen niet voor het opvangen van gevolgen van de klimaatveranderingen (droogte, extreme neerslag en hitte). Daarom is het belangrijk om op de schaal van de stad na te denken over het versterken van de groen-blauwstructuur in Leiden, zowel wat betreft de ruimtevraag als de kwaliteit. Een aantrekkelijke groen-blauwstructuur en een goed ingerichte openbare ruimte spelen in op deze urgente opgaven, dragen bij aan de leefbaarheid en verblijfskwaliteit in de stad. Daarnaast draagt het ook bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven en heeft het daarmee ook economische waarde voor de stad. Leidse keuzes op stadsniveau We realiseren een robuust groen-blauw raamwerk voor klimaatadaptatie, mens, dier en natuur. Een uitstekend groen-blauw raamwerk in de stad vormt de basis voor een leefbare stad, een goede stedelijke ontwikkeling, een aantrekkelijk vestigingsklimaat en hoe om te gaan met de gevolgen van klimaatveranderingen. We maken een groen-blauw raamwerk voor mens, dier en natuur door bestaande groengebieden en waterlopen met elkaar te verbinden via groene routes tot een samenhangend stadsnetwerk met groene ringen en spaken. Dit groen-blauw raamwerk vindt veelal zijn basis in de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische groen- en waterstructuren in de stad. We versterken de kwaliteit en identiteit van die gebieden en structuren en verbinden deze tot een hoogwaardig netwerk. Dit raamwerk draagt bij aan klimaatadaptatie, versterken van de biodiversiteit, gezonde leefomgeving en het verbeteren van de luchtkwaliteit, leefbaarheid, recreatiemogelijkheden, beleving van cultuurhistorische waarden en de beweegvriendelijkheid van de stad. Daarnaast versterkt het raamwerk de beleefbaarheid van de historische structuren van de stad en draagt het bij aan de (historische) betekenis van openbare (groene) ruimte als plek voor ontspanning en sociale ontmoeting. Dit groen-blauw raamwerk is zo ontworpen dat het kleine en grote groen en blauw overal in de stad nabij zijn. Delen worden intensiever gebruikt en zijn bijvoorbeeld meer gericht op recreatie. Andere delen zijn luwer en meer gericht op natuurwaarden. Het raamwerk verbindt ook de stad met het buitengebied (de landschappen buiten de stad zoals de kust, de plassen en het veenweidegebied). Het groen-blauw raamwerk vormt zo de levensaders voor mens, plant en dier in de stad. Met het groen-blauwe raamwerk worden bestaande, soms versnipperde groengebieden en waterstructuren slim verbonden, (grotendeels) toegankelijk gemaakt of uitgebreid zodat de meerwaarde voor gebruik, beleving en zichtbaarheid zo groot mogelijk is voor de stad. Het verbindt onder andere parken, (wijk)sportparken, groenzones, begraafplaatsen, volkstuinen, stadstuinen, delen van de landgoederenzone, natuurhistorische locaties (gebieden met hoge ecologische waarden, indicatief aangegeven op de kaart) en waterlopen. De inrichting en vormgeving van het groenblauwe raamwerk is afgestemd op de functie en de betekenis in dat deel van de stad en draagt bij aan de identiteit van de plek. De grotere structuur is steeds herkenbaar. We intensiveren het vergroenen van de stad waar mogelijk Op veel plekken in de stad zijn kleine oppervlakken groen en water aanwezig in straten, hoven en tuinen. Deze kleine oppervlakken hebben veel betekenis op straat- en buurtniveau en zijn gezamenlijk van belang voor de stad als geheel. Denk bijvoorbeeld aan de ecologische betekenis van alle privétuinen in Leiden bij elkaar. Het vergroenen, natuurinclusief en energieneutraal bouwen en klimaatadaptief en natuurvriendelijk inrichten en beheren kan op tal van manieren en op veel verschillende plekken. De openbare ruimte draagt met een natuurinclusieve en faunavriendelijke aanleg, natuurlijke vegetatie en ecologisch beheer bij aan een biodiverse inrichting. Leiden stimuleert bewoners, eigenaren en stadspartners om ook in de privétuinen en -terreinen te ontharden en te vergroenen. Daarbij stimuleert Leiden ook het stadstuinieren in bijvoorbeeld buurttuinen, moestuinen, volkstuinen en op schoolpleinen. Dit draagt mede bij aan de biodiversiteit. Al dit groen en water kan, naast de eerder beschreven doelen, ook bijdragen aan bijvoorbeeld onderwijsdoeleinden, het kan gecombineerd worden met realiseren van speel-, sport- en beweegmogelijkheden in de openbare ruimte en heeft een maatschappelijke functie: het brengt mensen bij elkaar. We benutten het water beter en maken het beter beleefbaar Leiden is van oudsher verbonden met het water en heeft in totaal ongeveer 110 kilometer aan watergangen. Het is ons erfgoed, het draagt bij aan de identiteit van de stad, de leefbaarheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit in de stad. We kiezen ervoor om het water beter te benutten en zo de identiteit van de stad te versterken, de biodiversiteit in de stad te vergroten en ecologische verbindingen te versterken, wateroverlast en watertekort tegen te gaan en recreatiemogelijkheden in de stad te vergroten. Waar nodig wordt extra ruimte voor water gemaakt in de stad. Bijvoorbeeld op plekken waar het verhard oppervlak toeneemt of als verbinding tussen bestaande waterlopen. De historische trekvaarten van Leiden – zoals de Vliet (voormalig kanaal van Corbulo) en de Haarlemmertrekvaart – vormen een belangrijke schakel tussen stad en regio en maken deel uit van de provinciale erfgoedlijn Trekvaarten. We zetten ons in om de ruimtelijke kwaliteit en het gebruik van de trekvaarten te optimaliseren. In de tijd van de Romeinen vormde de Rijn de Romeinse rijksgrens: de Limes. Met park Matilo maakt Leiden deel uit van het internationale Unesco werelderfgoed Romeinse Limes. Een goede borging van de cultuurhistorische waarden van de Limes in Leiden (op basis van de onderzoeks-agenda archeologie en bouwhistorie) en van de beleving en verbinding van de Limes, in het bijzonder van park Matilo als Unesco-locatie en stepping stone stad en ommeland, is daarbij van belang, ook als onderdeel van de provinciale erfgoedlijn Romeinse Limes. Groen wordt hier gebruikt als verzamelnaam voor straat, natuurlijk grasland, natuurlijke oevers, bosjes/struiklagen en boomstructuren. Blauw wordt hier gebruikt als verzamelnaam voor al het water in de stad zoals rivieren, grachten, singels, vaarten en sloten. Beiden zijn belangrijk als leefomgeving van mens, dier en plant. Hoe bereiken we dit? Uitwerking robuust stedelijk groen-blauw raamwerk Groene ringen en spaken realiseren Het groen-blauwe raamwerk bestaat uit groene ringen en spaken die bestaand groen en blauw verbinden, samen met de grote waterlopen. De groene ringen en spaken dragen onder andere bij aan de klimaatadaptatie, het versterken van de biodiversiteit, aan de leefbaarheid en een gezonde en beweegvriendelijke leefomgeving. De ringen kunnen gezien worden als groene kralensnoeren (inclusief water), die al aanwezige groene en betekenisvolle plekken in de stad, zoals parken, (wijk) sportparken, groenzones, begraafplaatsen, natuurhistorische locaties en waterlopen, verbinden via aantrekkelijke groene voetgangers- en waar mogelijk fietsroutes. Het Singelpark is de eerste groene ring, een 6 km lang stadspark centraal in de stad. Rondom de stad ligt het buitengebied bijvoorbeeld de Oostvlietpolder en Park Cronesteyn). Hiertussen komt een nieuwe tweede groene ring, door het verstedelijkte gebied. Groene spaken verbinden de ringen. Een aantal van deze spaken verbindt ook de stad met de omringende karakteristieke landschappen in de regio, zoals kust en bossen, landgoederen, plassengebied en veenweidegebied. Hier maken (extra) bruggen de routes compleet. Op deze manier is het mogelijk om je in alle windrichtingen door de stad lopend of fietsend via groene routes te verplaatsen. De ringen en spaken bestaan onder andere uit royale voetgangers- en fietsroutes met een groene (vaak met water gecombineerde) inrichting, uitstraling en belevingswaarde. Ze dragen waar mogelijk bij aan opvang en buffering van neerslag, koele routes en plekken en aan biodiversiteit. Delen van het raamwerk worden intensiever gebruikt. Andere delen zijn luwer en meer op natuurwaarden ingericht, met minder toegankelijke of meer donkere delen. Zo wordt bij de inrichting van de verschillende delen van het raamwerk rekening gehouden met de lokale identiteit van de plek in de stad, met verschillende thema’s (zoals klimaatbestendigheid, biodiversiteit, recreatie en gezond bewegen en spelen in de stad) en met het beheer. De inrichting van het raamwerk kan bijdragen aan verbetering van de luchtkwaliteit en beperking van geluidsoverlast. Waar mogelijk worden doelstellingen op het gebied van groen gecombineerd om de beschikbare ruimte zo slim mogelijk te benutten. De inrichting van de ringen en spaken moet voldoen aan een aantal basiskwaliteiten. De inrichting heeft een groene uitstraling door de aanwezigheid van beplanting of bomen. De keuze valt daarbij op boom- en plantensoorten die passen bij het toekomstige klimaat in de stad, de biodiversiteit versterken, zorgen voor voldoende schaduw en passen bij de lokale bodemkenmerken. Waar mogelijk worden groengebieden natuurinclusief en faunavriendelijk aangelegd en ingericht en ecologisch beheerd. Vaak wordt de groene route gecombineerd met water. De routes voor voetgangers en fietsers zijn comfortabel en veilig. De herkenbaarheid van de (routes
  2. in)ringen en spaken kan bijvoorbeeld versterkt worden door het gebruik van herkenbaar straatmeubilair, afstemming in materiaalgebruik en soorten flora. Het is belangrijk om deze ringen en spaken in samenhang met bodem en ondergrond te ontwikkelen. Dit omdat de inrichting van de bodem zowel kansen (vrijhouden van bebouwing) als bedreigingen (beperkte wortelruimte voor bomen) kan bieden voor het groen. Verbindingen met het buitengebied verbeteren De waarde van het omliggende buitengebied is groot voor een compacte stad als Leiden. De verscheidenheid aan landschappen in onze regio biedt veel keuze om bijvoorbeeld te recreëren. De verbindingen van de stad naar het buitengebied en vice versa worden versterkt door het realiseren van goede routes en extra verbindingen voor mens en natuur. Verbindingen op de schaal van Hart van Holland zijn eerder geagendeerd in de Regionale Agenda Omgevingsvisie 2040, in provinciaal beleid Groene Blauwe Raamwerk Zuid-Holland en bij Nationaal Park Hollandse Duinen. Deze verbindingen zijn van stadsoverstijgend belang met routes richting bijvoorbeeld het Groene Hart, de kust en het Valkenburgse Meer.. Ze kunnen ook als voetgangers- en fietsroutes of ecologische verbindingen meerdere doelen dienen. Leiden zal met de buurgemeenten en bijvoorbeeld de provincie samenwerken om deze routes te behouden of te realiseren en de beoogde kwaliteit te borgen. Rond het Valkenburgse Meer werkt Leiden samen met buurgemeenten aan de ‘recreatieve hotspot’ tussen Leiden en Valkenhorst. De Oostvlietpolder is een van de weinige (buiten)gebieden in Leiden. De Oostvlietpolder blijft open, onbebouwd en groen en wordt doorontwikkeld als een duurzame groene en recreatieve schakel die de omliggende groengebieden met elkaar verbindt. Initiatieven binnen de Oostvlietpolder dienen bij te dragen aan de versterking van het duurzaam groene karakter. Het karakteristieke open slagenlandschap is daarbij het uitgangspunt voor verdere inrichting. Ecologie en biodiversiteit versterken We willen de ecologische waarden in de stad versterken. Onderdeel van het raamwerk zijn ook de belangrijke natuurhistorische locaties (gebieden met hoge ecologische waarden, zie kaart.) en de ecologische verbindingen hiertussen en naar het buitengebied. De natuurhistorische locaties hebben verschillende verschijningsvormen en specifieke flora of fauna waarom deze bijzonder zijn Bij ontwikkeling dient hier rekening mee gehouden te worden. Onderdeel van het raamwerk is ook een aantal ecologische verbindingen en routes voor verschillende soorten dieren. Daarnaast spelen ook gebieden als spoorbermen een rol als ecologische zone. Om de ecologische waarde in de stad te versterken, is het belangrijk de openbare ruimte natuurvriendelijk in te richten en te beheren. Verder moeten ontbrekende schakels worden gerealiseerd. Dit zijn bijvoorbeeld de verbindingen tussen groen aan beide zijden van de A44, beide zijden van de A4 en beide zijden van het spoor (Oude Lijn). Voor het versterken van de biodiversiteit is het ook van belang dat er in het groenblauwe raamwerk rustige en donkere delen zijn, die minder toegankelijk zijn voor mensen. Parken en (wijk)sportparken onderdeel maken van het raamwerk en verbinden met het omliggende groen De bestaande parken en wijksportparken worden met elkaar verbonden via de groene ringen en spaken en krijgen hierdoor meer betekenis voor de stad dan ze hebben als losstaande parken. De parken en wijksportparken hebben een recreatief doel. Daarnaast zijn ze belangrijk voor de biodiversiteit in de stad en bij het treffen van klimaatadaptieve maatregelen tegen hittestress (koele plekken) en tegen wateroverlast en droogte (buffering en infiltratie). Polderpark Cronesteyn en Oostvlietpolder vormen de overgang naar het Groene Hart en het veenweidegebied. Beide groengebieden hebben een belangrijke recreatieve betekenis en ook landschappelijke en ecologische waarden. Sportparken en publieke speeltuinen zijn straks volledig rookvrij. Door de wijksportparken goed te verankeren in de wijk zijn ze toegankelijk en multifunctioneel qua gebruik, zowel wat betreft doelgroepen als functies. Goed in de wijk verankerde parken en wijksportparken zijn openbaar en kunnen laagdrempelig worden gebruikt door diverse sportverenigingen, maatschappelijke organisaties en wijkbewoners. Uitwerking intensivering van het vergroenen van de stad waar mogelijk Hittestressgevoelige gebieden vergroenen Het vergroenen van grotere stenige gebieden, zoals op bedrijfsterreinen, delen van woonwijken, rond winkelcentra en in de binnenstad, is nodig omdat hittestress hier een steeds groter probleem wordt. Dit kan op meerdere manieren worden aangepakt, volgens de ‘hittetrits blokkeren - ventileren- verkoelen’. Het vergroenen van deze gebieden is niet alleen goed tegen hittestress, maar biedt ook kansen om de biodiversiteit en verblijfskwaliteit te vergroten. Bovendien maakt vergroening het mogelijk om water bij hevige neerslag langer vast te houden of in de bodem te laten infiltreren. Het vergroenen van grotere stenige gebieden vraagt ruimte. Deze ruimte is het gemakkelijkst te creëren door de auto, en dan vooral de geparkeerde auto, minder ruimte op de straat te geven. Het natuurinclusief ontwikkelen van eventuele nieuwbouw draagt ook bij aan het maken van ruimte voor vergroening van hittestressgevoelige gebieden. Openbare ruimte vergroenen Het vergroenen van straten en pleinen kan op verschillende manieren. In veel woonwijken van Leiden is de auto altijd en overal aanwezig. Het clusteren van geparkeerde auto’s en het opheffen van parkeerplekken, bijvoorbeeld in gebieden waar de parkeerdruk laag is, biedt mogelijkheden om te vergroenen. Vergroenen kan ook met geveltuintjes en begroeide boomspiegels. De biodiversiteit kan vergroot worden met een natuurlijke vegetatie, natuurvriendelijke inrichting en beheer. In sommige straten is het mogelijk met groen (zoals hagen of laanbeplanting) en een andere inrichting van de ruimte ook het historische karakter terug te brengen of specifieke routes te versterken. Stadstuinieren is ook een manier om te vergroenen. We willen ruimte geven voor stadstuinieren in bijvoorbeeld buurttuinen, moestuinen en volkstuinen en op schoolpleinen. Dit draagt ook bij aan de sociale samenhang in een buurt. Hierbij ligt het initiatief bij de bewoners en de gemeente inspireert en faciliteert. Vergroenen privéterreinen stimuleren We stimuleren het vergroenen van privétuinen, daken, hoven en overige privéruimtes. Dit groen draagt bij aan het vertraagd afvoeren van neerslag, afkoelen van de stad en het verbeteren van de biodiversiteit in de stad. Snippergroen blijft zoveel mogelijk in gemeentelijk eigendom, omdat deze gebieden bijdragen aan de natuurwaarde in de stad. Waar erfgoedwaarden bepalend zijn, gaan we het volbouwen of verstenen van waardevolle groene privéruimtes, zoals historische binnentuinen, tegen. Het ‘Hart van de wijk’ vergroenen Het Hart van de wijk heeft een belangrijke functie in het dagelijks leven van vele Leidenaren. Dit is de plek met veel voorzieningen, maar ook een plek voor ontmoeting. Het is daarom van belang dat dit een prettige plek is om in te verblijven en dat de meest gebruikte routes van en naar het Hart van de wijk ook prettig, veilig, goed toegankelijk en comfortabel zijn. De aanwezigheid van aantrekkelijke (natuurlijke) vegetatie, bomen en water draagt hieraan bij en zorgt voor verkoeling op warme dagen. Het Hart van de wijk vormt zo ook een groene of waterrijke (koele) verblijfsplek. Natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en ontwikkelen Uitgangspunt bij nieuwbouw is natuurinclusieve, klimaatadaptieve en energieneutrale gebieds- en gebouwontwikkeling. Bij de ontwikkeling van nieuwe gebouwen stellen we eisen vanuit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland op het gebied van wateroverlast, bodemdaling, hitte en biodiversiteit. Bij ontwikkelingen in de stad is natuurinclusief bouwen een van de vereisten. Uitwerking water beter benutten en beleefbaar maken Behouden van schoon oppervlaktewater en verbeteren van de waterkwaliteit We werken mee aan het hebben en behouden van schoon oppervlaktewater en het verbeteren van de waterkwaliteit. Een goede waterkwaliteit is van belang voor de gezondheid en vitaliteit van mens, dier en plant. Een goede fysische en ecologische waterkwaliteit vergroot de belevingswaarde van water en draagt bij aan de (ruimtelijke) kwaliteit van de leefomgeving. Ruimte maken voor extra oppervlaktewater in de openbare ruimte Vanwege de toenemende extremen in het weer door klimaatverandering maken we ruimte voor extra oppervlaktewater. Ook stimuleren we waterberging op bijvoorbeeld daken, of in reservoirs en regentonnen. Ruimte voor nieuw water inpassen in de stad is erg kostbaar. We kiezen er mede daarom voor om, in gebieden waar de wateropgave het grootst is, bestaande waterstructuren te verlengen, te verbreden of onderling te verbinden. Verder zal bij toename van verharding (nieuwe woningen, bedrijven of wegen) extra ruimte voor water moeten worden gemaakt. Het maken van deze ruimte wordt gecombineerd met andere opgaven zoals het realiseren van groene verblijfsplekken, het stimuleren van de biodiversiteit of het vergroten van de kwaliteit van de openbare ruimte. Om de erfgoedwaarde en ruimtelijke kwaliteit in de binnenstad te vergroten, is het aantrekkelijk om verdwenen stadswateren weer terug te brengen. Dit zijn dure ingrepen die goed afgewogen moeten worden en meerdere doelen moeten dienen, maar die veel kwaliteit kunnen toevoegen aan de historische binnenstad. Dit dient verder onderzocht te worden, waarbij de kosten en de opbrengsten van de ingreep in balans moeten zijn. Waterranden, kades en oevers vergroenen Leiden is een rivier- en waterstad. Hiervan kunnen we meer profiteren op ecologisch, recreatief en landschappelijk vlak. Leiden investeert in riviernatuur (op plekken die zich ervoor lenen) door ruimte langs de rivier te reserveren voor ecologische zones. Dit zijn bijvoorbeeld plekken langs de (Oude) Rijn, de Korte Vliet en Trekvliet. Om de biodiversiteit en toegankelijkheid van het water te vergroten, worden walkanten buiten de Singel waar mogelijk omgevormd naar natuurvriendelijke en groene oevers, of wordt gekeken naar het toepassen van fasering van het rietbeheer. In de binnenstad en singel staan de cultuurhistorische waarden voorop, maar ook hier zijn kansen voor natuurvriendelijke maatregelen. Het realiseren van nieuwe routes en verblijfsplekken langs, en aan, het water Om het water beter beleefbaar te maken, zijn meer verblijfsplekken en recreatieve routes langs het water in de stad nodig. De waterzijde moet weer waar mogelijk openbaar verblijfsgebied worden. Door bij gebiedsontwikkelings- en transformatieprojecten waar mogelijk openbare ruimte, routes of een openbaar toegankelijke plek aan het water te maken, wordt het water zichtbaar en is de oever of kade toegankelijk vanaf de straat. Waterstructuren worden benut en uitgebouwd tot aantrekkelijke (recreatieve of historische) routes, zowel op de oever als op het water. Voorbeelden hiervan zijn de Haarlemmertrekvaart, de Vliet en de grachten in de binnenstad. Voor de biodiversiteit is het van belang dat er ook rustige en donkere plekken aan en op het water blijven. 5.2 Aantrekkelijk vestigingsklimaat Themakaart aantrekkelijk vestigingsklimaat 2040 Om prettig te kunnen blijven wonen, werken en recreëren in Leiden is een gezond en aantrekkelijk vestigingsklimaat voor iedereen nodig. We willen verdichten om zo te voldoen aan de vraag naar extra woningen, banen en voorzieningen en om de beperkte ruimte in de stad zo goed mogelijk te gebruiken. De verdere verstedelijking moet gelijk opgaan met de aanpak van transitieopgaven zoals klimaatadaptatie, circulariteit, energietransitie en flexibilisering. Zo gaat stadsontwikkeling steeds samen op met groen-blauwontwikkeling. Dit vraagt naast slimme en creatieve oplossingen om samenwerking en investeringen. Ook in 2040 wil Leiden een inclusieve stad zijn, waar plek is voor álle inwoners en waar iedereen meedoet en kansen krijgt. In een kansrijke stad verdient iedereen dezelfde kansen, om te zijn wie je wil zijn en om je een leven lang te kunnen blijven ontwikkelen. Dit vraagt om voldoende woningaanbod, ook voor de midden- en lagere inkomens en voor specifieke of kwetsbare doelgroepen. Het vraagt om goed en toegankelijk onderwijs, volop aanbod van (duurzame) banen in de stad of regio die aansluiten op verschillende opleidingsniveaus, een levendig cultureel klimaat en genoeg sport en spelvoorzieningen. Het vraagt ook om nabijheid en toegankelijkheid van dagelijkse voorzieningen, zoals winkels voor dagelijkse boodschappen, zorg, basisonderwijs en maatschappelijke voorzieningen. Het betekent bijvoorbeeld ook dat we met elkaar aandacht hebben voor de ‘Rookvrije Generatie’. Daarnaast zetten we ons in voor een gezond en vitaal Leiden. Het Leidse Preventieakkoord stelt dat alle Leidenaren gelijke kansen en mogelijkheden moeten krijgen om in een zo goed mogelijke gezondheid te kunnen leven en werken. We investeren in gezondheid en sport, waarbij sporten en bewegen nabij, en op een toegankelijke manier, kan. Dit betekent dat heel Leiden (dus ook de gebouwen) toegankelijk moeten zijn voor iedereen, ook voor mensen met een beperking. Daarvoor passen wij het ‘design for all’ principe toe. Om levendige gebieden te vormen met werk en voorzieningen zoveel mogelijk op loop- of fietsafstand (nabijheid), willen we meer functies (wonen, werken, recreëren en voorzieningen) mengen. Het verdichten en mengen van functies leidt tot intensief en meervoudig ruimtegebruik, met meer gevarieerde, compactere of hogere bebouwing. Door meervoudig ruimtegebruik te combineren met vergroening en hoogwaardige openbare ruimten, creëren we aantrekkelijke en levendige stedelijke leefmilieus. Leiden werkt aan een vitale en weerbare economie en aan groei van de werkgelegenheid. Een weerbaar economisch systeem is een divers systeem. Daarom zetten we zowel in op bijzondere economische clusters als op het opleiden en behouden van vakmensen. De stad heeft bijzondere economische clusters zoals het kenniscluster Lifescience & Health in Leiden Bio Science Park en het cultuur- en toerismecluster in de historische binnenstad. Hiermee onderscheidt Leiden zich in regionaal en (inter)nationaal verband. Daarnaast is er een brede economische basis, verspreid over de stad. De verdere toename van het aandeel zzp’ers en micro-ondernemingen vraagt om afwegingen bij de inrichting van de woon- en werkgebieden in de stad. Leidse keuzes op stadsniveau We kiezen voor stadsinbreiding in plaats van stadsuitbreiding om te voorzien in de vraag naar woningen en banen Wanneer het om het vestigingsklimaat van Leiden in 2040 gaat, kiezen we voor stadsinbreiding in plaats van stadsuitbreiding. We bouwen woningen bij in de stad om tegemoet te komen aan de stijgende vraag. Hierbij gaat de voorkeur uit naar woningen die geschikt zijn voor meerdere typen huishoudens. Naast de groei van het aantal woningen streven we naar een evenredige groei van de werkgelegenheid. Door te kiezen voor stadsinbreiding voorzien we in de grote vraag naar woningen en een evenredige groei van het aantal banen, terwijl we tegelijkertijd het waardevolle groen aan de randen van de stad en in bijvoorbeeld het Groene Hart behouden. Daarnaast is inbreiden duurzaam. Het gaat uit van het efficiënt benutten van grond en faciliteiten (zoals voorzieningen) en het bevorderen van lopen en fietsen. Op enkele plekken verruimen we de mogelijkheden voor hoogbouw. Stadsinbreiding is maatwerk dat moet passen bij de locatie in de stad. Het is bovendien slim te combineren met andere ambities zoals vergroening, duurzame mobiliteit en klimaatadaptatie. We werken aan uitbreiding van stedelijke gemengde milieus Leiden is de compacte centrumstad in een verstedelijkte regio. Het totale palet aan woonmilieus en type werkgebieden wordt afgestemd in regionaal verband. Leiden voorziet binnen dit verband vooral in de stedelijke leefmilieus, waar elders in de regio meer ruimte is voor bijvoorbeeld suburbane en landelijke woonmilieus. We willen onze positie als centrumstad verder uitbouwen. Dit heeft invloed op het soort woningen, banen en voorzieningen die gerealiseerd worden en het type bereikbaarheid dat daarbij past. We streven daarbij naar een stedelijke menging van wonen, werken en voorzieningen. Ruimtelijk economisch gezien verdwijnt de huidige scheiding tussen wonen, werken en voorzieningen meer en meer en wordt functiemenging in Leiden op steeds meer plekken mogelijk. De scheiding tussen wonen, werken en voorzieningen blijft echter in stand waar dat door functionele eisen of milieueffecten tot onverenigbare combinaties zou leiden. Menging waar mogelijk creëert levendige stedelijke gebieden, waar mensen in de buurt van hun werk kunnen wonen en de voorzieningen dichtbij zijn (‘nabijheid’). Werk en stedelijke voorzieningen, zoals avondhoreca, culturele voorzieningen en winkelmogelijkheden bevinden zich op loop-of fietsafstand. Buurtgebonden voorzieningen, zoals daghoreca, dagelijkse boodschappen en persoonlijke dienstverlening bevinden zich op loopafstand. We werken aan de uitbreiding van gemengd stedelijke milieus, afgestemd op de betekenis en karakteristiek van de verschillende delen van de stad. Hierbij onderscheiden we drie gebieden waarbij de aard van de functies, de mate van menging en de dynamiek (verschil tussen ‘rust’ en ‘reuring’) verschilt. Deze drie type leefmilieus zijn verder beschreven in hoofdstuk 6. We zetten in op het versterken en verduurzamen van de economie We zetten in op het versterken en verduurzamen van de economie. Deze economie is vooral gericht op (internationale) kennis en (historische) cultuur. Leiden trekt daarvoor waar nodig op in regionaalverband en werkt samen met andere kennissteden en kennisinstellingen. Leiden heeft daarnaast een brede stedelijke economische basis met mkb, waarin de sectoren zorg, onderwijs en techniek sterk vertegenwoordigd zijn en met de maakindustrie. Er zijn banen voor denkers en doeners. Het verknopen van (boven)regionale en stedelijke bedrijven, maakindustrie, kennisinstellingen en opleidingen kan leiden tot nieuwe economische en sociale kansen en meer lokale worteling van (inter)nationaal opererende bedrijven. De komende jaren staan verduurzaming, digitale transitie en ruimte voor circulaire initiatieven centraal. We bieden ruimte aan bedrijvigheid In de stad is er ook ruimte nodig voor de brede economische basis. Het is de verwachting dat de vraag naar bedrijfsruimte zal blijven bestaan en zal mogelijk groeien. We willen ruimte blijven bieden aan de maakindustrie, het lokaal gewortelde bedrijf dat wil groeien, het leerbedrijf dat Leidse jongeren opleidt tot vakmensen, het bouwbedrijf dat hard nodig is om in de gemeentelijke woningbouwopgave te voorzien, het logistieke depot vanwaar pakketjes worden gedistribueerd en het innovatieve bedrijf dat onze stad en regio op de kaart zet. Verder verwachten we dat de energietransitie, circulaire opgaven en andere duurzaamheidopgaven ook leiden tot nieuwe werkgelegenheid en kennis en zo tot economische kansen. De ruimtevraag en de gewenste condities zijn divers en moeten voor sommige onderdelen verder in beeld gebracht worden (denk aan circulariteit). Het gaat om ruimte in de stad en om ruimte op bedrijventerreinen in de stad of in de regio. Leiden wil een stad zijn waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Waar nodig werken we samen met de regio om in de ruimte voor de brede economische basis te voorzien. We hebben een gevarieerd aanbod van voorzieningen Om in een stad prettig te kunnen wonen, werken en recreëren, is een gevarieerd aanbod van voorzieningen nodig. We maken daarbij een onderscheid tussen stedelijke voorzieningen (avondhoreca, culturele voorzieningen, hoger onderwijs, kernwinkelgebied, grotere sportparken) en buurtgerichte voorzieningen (persoonlijke dienstverlening, daghoreca, winkels voor dagelijkse boodschappen, basisonderwijs, maatschappelijke en zorgvoorzieningen, sport en spel in de buurt). Daarbij biedt de ligging in een verstedelijkte regio kansen om over en weer gebruik te maken van elkaars voorzieningen, waardoor er een breed aanbod en veel keuze is. Richting 2040 wordt het voorzieningenniveau op peil gehouden. Maatschappelijke en dagelijkse buurtgerichte voorzieningen zijn nabij en toegankelijk voor iedereen. De clusters met buurtgerichte dagelijkse voorzieningen willen we spreiden over de stad, met extra aandacht voor de gebieden waar de komende jaren ontwikkeld wordt. De verdeling van (commerciële) voorzieningen en functies over de stad wordt mede bepaald door het economisch draagvlak. Verdichting draagt bij aan vergroting van dit draagvlak. Daarbij heeft een aanzienlijk deel van de stedelijke voorzieningen ook een regionale betekenis. In de binnenstad en spoorzone is vrijwel het hele pakket aan voorzieningen aanwezig en bevinden zich zowel stedelijke als buurtgerichte voorzieningen. Binnen de wijken met overwegend een woonfunctie is het aanbod aan voorzieningen beperkter, maar ook hier zijn de dagelijkse buurtgerichte voorzieningen veelal op loopafstand aanwezig. Bovendien bevinden de andere voorzieningen zich in een compacte stad als Leiden doorgaans op fietsafstand. We benutten historie en cultuur als belangrijke waarde van de stad Leiden heeft de op-een-na-grootste 17e-eeuwse historische binnenstad van Nederland, met meer dan 3000 monumenten (waaronder gebouwen en parken). Ook buiten de 17e-eeuwse historische binnenstad is de gelaagdheid in de ontwikkeling van de stad vaak goed afleesbaar. De aanwezigheid van erfgoed en historische structuren zoals de erfgoedlijnen van trekvaarten, landgoederenzone en de Limes, maakt Leiden aantrekkelijk als vestigingsplaats, zowel voor inwoners als ondernemers. We willen de historische waarden in de stad dan ook behouden, versterken, benutten en beleefbaar maken, zowel voor bewoners als bezoekers. Dit krijgt in de stad op verschillende manieren vorm, omdat elke wijk andere kwaliteiten en karakteristieken kent. Hoe bereiken we dit? Uitwerking Leiden kiest voor stadsinbreiding om te voorzien in de vraag naar woningen en banen Stadsinbreiding door hoofdzakelijk te verdichten in de potentiegebieden en nabij (H) OV-haltes We kiezen voor stadsinbreiding (verdichting) in plaats van stadsuitbreiding om te voorzien in de vraag naar woningen en banen en om tegelijkertijd het waardevolle landschap rond de stad zoveel mogelijk vrij te houden van bebouwing. We verdichten op zo’n wijze dat het aantrekkelijk en prettig blijft om in de stad te wonen, te werken en om de stad te bezoeken. Er worden woon-, werkfuncties en/of voorzieningen toegevoegd, terwijl er tegelijkertijd een kwaliteitsimpuls wordt gegeven door het verduurzamen, klimaatadaptiever en leefbaarder maken van de stad (duurzame verstedelijking). Verdichting vergroot ook het draagvlak voor het realiseren van (ontbrekende) voorzieningen op die plekken en draagt bij aan duurzame mobiliteit. Verdichting is door de hele stad mogelijk, maar niet overal in gelijke mate. In sommige delen van de stad wordt meer en intensiever verdicht dan in andere delen. Hiervoor zijn potentiegebieden1 aangewezen. Dit zijn gebieden veelal in de buurt van HOV-haltes (R-net) en NS-stations Leiden Centraal en Leiden Lammenschans, in buurten waar verdichten een kwaliteitsimpuls geeft voor kwetsbare wijken en daar waar intensievere verdichting bijdraagt aan het draagvlak van voorzieningen. Verdichting kan gaan om intensivering met woningbouw en werkfuncties, of alleen werkfuncties, maar ook andere functies, zoals voorzieningen, onderwijs, wetenschap en recreatie en sport. 1 Benoemde potentiegebieden: de spoorzone (ruime stationsgebied), de omgeving van de voormalige industriezone westzijde Willem de Zwijgerlaan inclusief Energiepark, de omgeving oostzijde Willem de Zwijgerlaan, de omgeving kruising Plesmanlaan-Haagse Schouwweg, het centrum van Leiden Zuidwest, de grote Lammenschansdriehoek, op het Werninkterrein, bij de Humanities Campus aan de Witte Singel, bedrijventerrein De Waard en de Vlietzone tussen de Voorschoterweg en de Vliet. In de stad worden relatief veel woningen toegevoegd nabij NS-stations en HOV-haltes. Dit past bij de visie op bereikbaarheid waarbij de bewoners van Leiden minder afhankelijk worden van de auto. Het sluit aan bij onze ambitie om in 2040 een modal shift (verschuiving van vervoermiddel) te bereiken, waarbij het zwaartepunt van de auto naar het OV, de fiets en lopen is verschoven. Zo wordt rondom OV-knooppunten het gebruik van de fiets en het OV gestimuleerd, en wordt terughoudend omgegaan met het realiseren van nieuwe autoparkeerplaatsen. In delen van de stad, bijvoorbeeld in de historische binnenstad, moeten ontwikkelingen goed afgestemd worden op de historische waarden. Op specifieke plekken is hoogbouw wenselijk en kan hogere bebouwing een nieuwe woon- en werkkwaliteit toevoegen aan de stad. Bouwen op basis van behoefte Tussen 2017 en 2030 worden er 8.500 woningen, waarvan 30 procent sociaal, bijgebouwd om tegemoet te komen aan de vraag naar woningen. Dit zijn bij voorkeur woningen die geschikt zijn voor meerdere typen huishoudens. Naast de groei van het aantal woningen streven we naar een evenredige groei van de werkgelegenheid. Voor de periode van 2030 tot 2040 staat Leiden ook voor een woningbouwopgave. We bouwen naar aanleiding van de behoefte. Vanwege de grote onzekerheid over de bevolkingsprognose tussen 2030 en 2040 is het nog niet mogelijk om hier een concreet getal aan te verbinden. Op basis van de huidige cijfers in de woningbouwprognose gaan we voorlopig uit van een bandbreedte van nog eens 3.000 tot 5.000 woningen. Over de bouwopgave na 2030 moet op een later moment besluitvorming plaatsvinden in het kader van integrale afweging Omgevingswet. Bij deze afweging hoort ook het benoemen van nieuwe potentiegebieden voor de woningbouwopgave en werkgelegenheid, waarbij vanuit de brede verstedelijkingsopgave ook het realiseren van werkplekken en voorzieningen wordt meegenomen. Bouwen voor iedereen Bij het realiseren van de woningbouwopgave hebben we oog voor de diverse doelgroepen. Van de totale woningbouwopgave tot 2030 dient ten minste 30 procent sociale huur te zijn. Zo houdt Leiden plaats voor iedereen, ook voor inwoners met een lager inkomen. Tot 2040 zien we een grote groei van ouderen, zowel alleenstaand als samenwonende. We bouwen daarom woningen die geschikt zijn voor ouderen (bijvoorbeeld gelijkvloers, woningen met liften of coöperatieve woonvormen met gedeelde voorzieningen) én voor bijvoorbeeld starters en kleine gezinnen. Ouderen die vanuit hun te groot geworden eengezinswoning en binnen hun wijk willen verhuizen, krijgen zo de mogelijkheid door te stromen. We sturen onder andere op het bouwen van middeldure huurwoningen om meer doorstroming te realiseren voor sociale huurders die in een voor hun inkomen te goedkope woning wonen en studenten die hun studentenwoning ontgroeid zijn. Er is aandacht voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen, op locaties die hiervoor geschikt zijn (zoveel mogelijk ‘gezonde’ locaties met beperkte hinder). Hiermee blijft de woningvoorraad in de toekomst passend, ook wanneer de bevolkingssamenstelling verandert. We streven naar gemengde buurten wat betreft woningtypen, doelgroepen en prijscategorieën op het niveau van de wijk en waar mogelijk op projectniveau. Dit laatste is afhankelijk van de grootte van het project en van wat de buurt/wijk nodig heeft om een gemengde buurt of wijk te worden. We richten ons op voldoende, divers en flexibel aanbod van woningen, met daarin de benodigde flexibiliteit ten bate van doorstroom. Hier wordt ook rekening gehouden met voldoende stallingsruimte voor fietsen. Bij uitbreiding van studentenhuisvesting heeft het realiseren van extra eenheden op bestaande en nieuwe campussen de voorkeur. We streven ook naar gemengde buurten wat betreft functies, waardoor wonen, (dagelijkse) voorzieningen en werk op korte loop- of fietsafstand van elkaar liggen (nabijheid). Dit draagt bij aan een sociaal-inclusieve stad, omdat het voor iedereen mogelijk is om de dagelijkse activiteiten te organiseren. Hoogbouw inpassen in de stad Eén van de middelen om de gewenste verdichting in de stad te realiseren is hoogbouw. Als de druk op de ruimte toeneemt, is het logisch dat de oplossing ook in de hoogte wordt gezocht. Daarbij willen we een balans zoeken waarbij we rekening houden met de Leidse karakteristiek als middelgrote en historische stad, maar tegelijkertijd erkennen dat we in een dynamisch deel van het land liggen, met een grote verstedelijkingsopgave. In het hoogbouwbeleid wordt de Leidse hoogte van 70 meter als maximum aangehouden. Er zijn limitatief locaties aangegeven waarop van deze hoogte mag worden afgeweken. De volgende gebieden worden onderscheiden: Laagbouwgebieden: Dit zijn de beschermde stadsgezichten en de woonwijken met overwegend grondgebonden woningen. Hier mag incidenteel tot 30 meter gebouwd worden. Gemengd gebied en hoofdroutes: De naoorlogse gebieden met strokenverkaveling kenmerken zich door meer variatie in bouwhoogtes. Laagbouw en middelhoogbouw (20 – 30
  3. m)wisselen elkaar hier af. Incidenteel kunnen hier gebouwen tot 40 meter gebouwd worden. Op de volgende locaties wordt de mogelijkheid geboden tot 55 meter te bouwen: Werninkterrein, Kopermolen. Hoofdwegen: Langs de belangrijke hoofdwegen in de stad mag verspreid tot een hoogte van 50 meter gebouwd worden. Daarbij moet voorkomen worden dat hoge bebouwing langs deze wegen gaat concurreren met de hoogbouwclusters. Hoogbouwclusters: Dit zijn locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, een voorzieningencluster kennen en mogelijkheden voor ontwikkeling. Op deze locaties mag tot 70 meter hoog worden gebouwd, Op de volgende locaties wordt de mogelijkheid geboden om hoger dan 70 meter te bouwen: Trafolocatie (max. 100 m), Schipholweg (max. 90 m), Westerpoort (max. 100
  4. m)en KPN/Monuta (LEAD) (max. 115 m). Om hoogbouw zo goed mogelijk in te passen wordt een Kwaliteitstoets Hoogbouw voorbereid. Concrete initiatieven voor hoogbouw zullen aan deze toets worden onderworpen. Zo snel mogelijk na de vaststelling van de Omgevingsvisie zal ook de Kwaliteitstoets Hoogbouw door de gemeenteraad worden vastgesteld. Aandachtspunten in deze kwaliteitstoets zijn: de bijdrage die hoogbouw levert aan een aantrekkelijk en levendig maaiveld variatie in de skyline hoogwaardige architectuur bescherming van prominente historische zichtlijnen bescherming van molenbiotopen een gezond microklimaat (wind en zon) stimuleren van duurzame mobiliteit stimuleren van biodiversiteit en waterretentie draagvlakverwerving in de omgeving. Oog houden voor omgevingsveiligheid, sociale veiligheid en gezondheid bij stadsinbreiding Door de verstedelijking, de herbestemming, het multifunctioneel gebruik van gebouwen en de verduurzaming van bestaande gebouwen, ontstaan er nieuwe of hogere risico’s op het gebied van omgevingsveiligheid. Het is belangrijk dat er, voor zover mogelijk in een compacte stad als Leiden, voldoende afstand is tussen risicobronnen en kwetsbare groepen/locaties. Daarnaast is er bij ontwikkelingen in de stad aandacht voor sociale veiligheid. We spelen in op deze risico’s door bij nieuwe ontwikkelingen in de leefomgeving (sociale en omgevings-) veiligheids- en milieuaspecten vroegtijdig in beeld te brengen, samenwerking te zoeken en lokaal maatwerk toe te passen. Gezondheid is een breed begrip. De milieuaspecten geluid, geur, luchtkwaliteit en trillingen zijn integraal onderdeel van gezondheid. We streven steeds een goed woon- en leefklimaat na bij de ontwikkelingen in Leiden. Dit betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen de gezondheid niet negatief beïnvloed mag worden door geluid-, trilling-, en geuroverlast of door een slechte luchtkwaliteit. Uitwerking uitbreiding van stedelijk gemengde leefmilieus Spoorzone, binnenstad en LBSP doorontwikkelen als gemengd hoogstedelijk en dynamisch gebied Deze drie gebieden zijn het meest stedelijk en hier bevinden zich de belangrijkste functies wat kennis en cultuur betreft. Dit zijn ook de ‘vaandeldragers’ waarmee de stad Leiden zich binnen de Randstad profileert. De spoorzone (inclusief het Stationsgebied) wordt integraal ontwikkeld door de kwaliteit van de openbare ruimte een impuls te geven, de bereikbaarheid te verbeteren en door in dit gebied te verdichten. Door hier functies als wonen, werken en stedelijke voorzieningen te mengen met functies die zijn gericht op ontmoeten, wordt het een plek van samenkomen, verbinden en vergroenen. Een goede en aantrekkelijke looproute tussen LBSP-station-binnenstad is hierbij van belang. In de binnenstad wordt ruimte geboden aan het versterken van het huidige economische cluster en waar mogelijk aan nieuwe economische functies die passen bij de maat en schaal van de binnenstad en bij de combinatie met de woonfunctie. Er wordt terughoudend omgegaan met het toevoegen van nieuwe horecavestingen in het horecagebied. Er is in de binnenstad beperkt ruimte voor verdichting vanwege de erfgoedwaarde in dit gebied. De binnenstad wordt als woongebied versterkt door meer ruimte voor spelen en groen in de openbare ruimte te maken. De komende jaren wordt ingezet op een autoluwe stad, waardoor het verblijf nog aantrekkelijker wordt, vergroening en een klimaatadaptieve inrichting mogelijk is en er ook plek voor bijvoorbeeld speelruimte wordt gemaakt. Het Leiden Bio Science Park wordt een meer gemengd stedelijk gebied waarin naast werkfuncties woningen, voorzieningen en horeca worden toegevoegd. De openbare ruimte krijgt een stevige kwaliteitsimpuls, gericht op verblijven en ontmoeten. De menging met bijvoorbeeld wonen mag verdere groei van de bedrijvenfunctie niet in de weg staan, maar draagt wel bij aan de aantrekkelijkheid en levendigheid in dit gebied. Stadse en levendige wijken rondom de binnenstad verdichten met woningen, voorzieningen en werken. De verdichting van de stad vindt voor een groot deel plaats in de wijken rond het centrum. Hier komen verschillende opgaven bij elkaar en zijn de basiscondities voor verdere verstedelijking en menging van functies al aanwezig. Deze menging met functies bevindt zich vaak aan historische routes, op hoeken van straten, in kleinere clusters en in de wijkcentra. Groene en luwe wijken aan de rand van de stad behouden en meer mengen met werkfuncties Deze wijken liggen aan de rand van de stad, met de voorkant naar het landschap. Ze hebben een groen karakter en zijn relatief luw wat betreft ligging en levendigheid. In deze wijken zal verdicht worden met woningen, vooral om doorstroming binnen de wijken op gang te brengen en daarmee eengezinswoningen beschikbaar te laten komen voor bijvoorbeeld gezinnen. Daarnaast zal in de toekomst meer werken in de wijken toegestaan worden, vooral nabij en in bestaande wijkcentra. Niet alleen het thuiswerken maar ook nieuwe economische functies, creatieve en cultuurfuncties en cross-overconcepten worden toegestaan, onder de voorwaarde dat ze goed samengaan met de woonfunctie. Uitwerking versterken en verduurzamen van de stedelijke economie LBSP doorontwikkelen naar Innovation District, met een uitstekende verbinding naar Stationsgebied en binnenstad Leiden is een kennisstad die regionaal, nationaal en internationaal van betekenis is. Met de doorontwikkeling van Leiden Bio Science Park tot Innovation District heeft Nederland één van de troeven in handen om wereldspeler te worden op het gebied van Life Science & Health. De kenniseconomie van Leiden draait voor een groot deel op het Leiden Bio Science Park. Hier werken bedrijven, onderzoeks- en kennisinstellingen en overheden aan de gezondheid van vandaag en morgen. We ontwikkelen het Leiden Bio Science Park samen met onze partners door tot Innovation District. Dit is het in feite al, maar ruimtelijk-programmatisch kan dit nog versterkt worden door het gebied te verdichten en het stedelijke karakter te versterken. Deze versterking van het stedelijke karakter is te verwezenlijken door meer te mengen met woningbouw, horeca en andere voorzieningen, door de openbare ruimte aantrekkelijker te maken en meer op voetgangers en fietsers, verblijven en ontmoeten in te richten. Het Innovation District Leiden Bio Science Park, een hoogstedelijk gemengd gebied in de spoorzone, en een historische binnenstad zo dicht bij elkaar en ook nog eens zo dicht bij een groot OV-knooppunt is uniek. Dit zijn belangrijke ingrediënten voor de ‘metro mix’ (Guiding principles CRA en REOS). Zo’n internationaal verbonden metropolitane mix van wonen, werken en voorzieningen levert een bijdrage aan het versterken van de Nederlandse economie en haar agglomeratiekracht. Om tot die metro mix te komen, werken we aan uitstekende en hoogwaardige verbindingen tussen en binnen deze gebieden. Het gebied wordt beter ingericht op lopen, fietsen en openbaar vervoer. De auto speelt hier in de toekomst een minder dominante rol. Er wordt een kwaliteitssprong gemaakt in de route tussen LBSP, het station en de binnenstad en daarmee in de entree van de stad. Een goede aansluiting op knooppunt Leiden Centraal, beter voor- en natransport en de directe ligging aan het rijkswegennet, zorgen voor een uitstekende verbinding van LBSP met de rest van de regio, andere kennisregio’s en in (inter)nationaal verband. Samen met onze partners werken we aan de noodzakelijk voorzieningen (data, digitale infrastructuur/connectiviteit, elektra) om de groei optimaal te faciliteren. In regionaal verband versterken we de kennisas van Zoeterwoude tot Zee met de innovatieve bedrijven(clusters) als Heineken, LBSP, Valkenhorst/Unmanned Valley en ESA-ESTEC. Daarnaast werken we samen met innovatieve bedrijven en kennisinstellingen in Den Haag, Delft en Rotterdam (zoals TU Delft en Erasmus MC) aan kennisuitwisseling en in de lobby voor specifieke functies en bedrijven om het innovatiecluster in dit deel van het land verder te versterken (Groeiagenda Zuid-Holland). Binnenstad versterken als economisch cluster Leiden is ook de stad van cultuur. Het historisch centrum is daarbij van bijzondere betekenis. Het is een van de belangrijkste economische clusters in de stad. De binnenstad heeft toonaangevende (Rijks)musea, een rijk aanbod aan culturele voorzieningen en evenementen, horeca en het kernwinkelapparaat voor de stad, de regio en daarbuiten. De collecties van de musea vormen mede de basis van de kennis die we in Leiden hebben. Ze horen bij de stad en het is belangrijk voor de ontwikkeling van de stad om de collecties aan Leiden te binden. De aantrekkelijkheid van de vele historische en culturele voorzieningen en congresfaciliteiten, draagt bij aan een attractief vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven en zorgt voor een gezonde toestroom aan (zakelijke) bezoekers en (cultuur)toeristen van buiten de stad. Dit draagt bij aan de bezoekerseconomie. Tal van ondernemers hebben in de binnenstad een florerend bedrijf. Deze rijke variëteit en kwaliteit in de binnenstad willen we ook richting 2040 behouden en versterken, in combinatie met de woonfunctie die de binnenstad heeft. In de komende decennia willen wij blijven investeren in een aantrekkelijke binnenstad voor zowel Leidenaren, de regio, als (zakelijke) bezoekers van buiten de Leidse regio. De warenmarkt, winkels, horeca, musea, hotels, evenementen, cultuur, monumenten, singelpark en het water in de binnenstad spelen hierbij een belangrijke rol. De openbare ruimte ligt er goed onderhouden bij en er zijn goede aankomstplekken van waaruit de bezoeker de stad lopend verkent. Leiden streeft naar een breed en kwalitatief aanbod aan cultuur, ook buiten de binnenstad. Het is daarbij van belang dat er ook ruimte is voor ateliers, creatieve broedplaatsen en makers in de kunsten. Daarmee is de stad extra aantrekkelijk om er te wonen en willen bedrijven zich er graag vestigen. We willen het aanbod aan cultuur beter benutten en beter zichtbaar maken in de stad. Naast de vele cultuurinstellingen zijn het cultuurkwartier en het Cultuurplein aan de Lammermarkt gebieden waar kunst en cultuur ervaren, beleefd en gevoeld kunnen worden. Maar ook elders in de stad dragen cultuurfuncties bij aan de aantrekkelijkheid en levendigheid in de stad. Grootschalige kantoorontwikkelingen alleen toevoegen in de spoorzone en het Leiden Bio Science Park Kantoren zijn nu vrijwel alleen in de spoorzone, in het Leiden Bio Science Park en in beperkte mate in de binnenstad aanwezig. De spoorzone en (delen van) het Leiden Bio Science Park zijn gebieden waar grote kantoorruimte (>1000m2) mag worden toegevoegd. Op andere plekken, zoals de potentiegebieden, voegen we kleinere kantoordeelconcepten en andere voorzieningen toe waar lokale zzp’ers flexibel een kleine ruimte kunnen huren. Campusontwikkeling stimuleren De kenniseconomie van Leiden leunt voor een groot deel op de aanwezigheid van het hoger onderwijs in de stad met als belangrijkste motor de Universiteit Leiden en het LUMC en met als meest aansprekende verschijningsvorm het Leiden Bio Science Park. De ontwikkeling van de verschillende kennisclusters, zoals rondom het LUMC/LBSP, Space, het Law Park, de Humanities Campus en nabij station Leiden Lammenschans, draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de onderwijs -en kennissectoren in de stad en aan de stad Leiden zelf als plek om te studeren, te werken en te wonen. De kennisclusters willen we meer onderdeel van de stad maken. Het idee is dat dit creatieve broedplaatsen en attractieve fysieke ontmoetingsplaatsen zijn waar onderwijs, onderzoek en ondernemerschap elkaar ontmoeten. Locaties die toegankelijk zijn voor alle Leidenaren. Economisch systeem creëren met circulariteit als uitgangspunt Om een aantrekkelijk en leefbaar vestigingsklimaat te houden, is een duurzame economie gericht op circulariteit van groot belang. Als we slimmer omgaan met ons afval en onze grondstoffen, houden we voor volgende generaties een schonere wereld over. Om in 2050 circulair te kunnen consumeren en te produceren zijn forse veranderingen nodig in het huidige economische systeem én in het denken en handelen van bedrijven en consumenten. Dit biedt kansen die we in Leiden met beide handen aanpakken. We stimuleren en faciliteren circulaire initiatieven, smeden nieuwe allianties en gaan verantwoord om met onze grondstoffen. Verdergaande afvalscheiding en het tijdelijk opslaan van materialen, grondstoffen of producten vragen ruimte in onze stad en regio. We brengen in beeld wat dit betekent voor de ruimtevraag in de stad en de regio en welke kansen het biedt voor bijvoorbeeld kennisontwikkeling. Inzetten op de ‘next economy’ De ‘next economy’ is niet alleen een circulaire en energieneutrale economie, maar ook een digitale, datagedreven, sociale deeleconomie die we willen faciliteren. In ruimtelijke zin vraagt dit goede digitale randvoorwaarden, waaronder een optimale en veilige digitale infrastructuur. Daarnaast is het belangrijk om oog te houden voor het ontstaan van nieuwe innovatieve en creatieve bedrijvigheid, samenwerkingen en de doorontwikkeling van bestaande bedrijvigheid, en de daarbij behorende fysieke ruimtevraag. Digitale diensten hebben een bredere digitale snelweg nodig. Steeds meer digitale apparaten willen verbinding maken met het internet en maken ook gebruik van steeds meer data. Hiervoor is een optimale open acces digitale infrastructuur nodig. Dit betekent dat iedereen mee kan doen via verbindingen zoals glasvezel, wifi en 5G en dat er voldoende ruimte is voor opslag van data. Dit is goed voor het vestigingsklimaat en maakt nieuwe maatschappelijke toepassingen mogelijk. Technologische innovaties maken dat bestaande bedrijvigheid zich ontwikkelt en andere eisen stelt en behoeftes heeft qua fysieke ruimte dan we voorheen zagen. Het gaat dan om ontwikkelingen als de automatisering of robotisering van maakprocessen en de toenemende tendens naar online winkelen c.q. de opkomst van webshops met regionale distributiecentra, die maken dat minder of andersoortige ruimte nodig is dan wat we vandaag de dag aanbieden in de stad. Tegelijkertijd zien we ook allerlei maatschappelijke ontwikkelingen die nieuwe wensen met zich meebrengen voor de inrichting van de fysieke ruimte. Uitwerking ruimte bieden in de stad voor bedrijvigheid Bedrijventerreinen dragen bij aan de verstedelijkingsopgave en verduurzamingsopgave Ook in 2040 blijven bedrijventerreinen en de maakindustrie belangrijk voor de lokale en regionale economie en werkgelegenheid. Bedrijventerreinen zijn toekomstbestendig en dragen bij aan gemeentelijke duurzaamheidsambities, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. In de stad streven we naar menging van functies, tenzij dat niet wenselijk of niet mogelijk is. De bedrijventerreinen Rooseveltstraat Trekvliet (deels), Rooseveltstraat West, Werninkterrein, Veilingterrein en Lammenschans zijn aangewezen om in de periode tot 2030 te transformeren tot gemengde stedelijke woon-/werkgebieden, waar naast ruimte voor werken ook ruimte is voor wonen, bijbehorende voorzieningen en vergroening. Deze bedrijventerreinen liggen nabij de binnenstad en kunnen daardoor een bijdrage leveren aan de grote behoefte aan stedelijke woon- en werkmilieus. Vanzelfsprekend wordt deze ontwikkeling gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Als menging ten koste gaat van ruimte voor bedrijvigheid zal daarvoor een oplossing worden gezocht. Voor de woningbouwopgave tot 2030 hebben we met de daarvoor aangewezen potentiegebieden en de voor woningbouw (of gemengd woon-werken) aangewezen gebieden voldoende locaties om de woningbouwopgave tot 2030 te realiseren. Voor de overige bedrijventerreinen houden we vast aan het profiel zoals vastgelegd in de Ruimtelijke strategie bedrijventerreinen. Bedrijven hebben investeringszekerheid nodig om te groeien. Concreet betekent dit dat bedrijven op de bedrijventerreinen hun locatie kunnen behouden en niet actief zullen worden uitgeplaatst om ruimte te maken voor andere functies. We monitoren de behoefte aan ruimte voor verschillende typen bedrijven en de effecten daarvan op bedrijventerreinen. Werken en bedrijvigheid op veel plekken in de stad Zowel de kennis- als de stedelijke economie vraagt om meer gemengde gebieden. Om dit mogelijk te maken wordt op veel plekken in de stad ruimte geboden aan menging van werkfuncties, hybride bedrijfsvoering en cross-overconcepten (niet-wonen). Dit kan bijvoorbeeld in de binnenstad, de spoorzone en het Leiden Bio Science Park, in bestaande wijkcentra en op een deel van de bestaande bedrijfsterreinen. Het bevorderen van meer gemengde gebieden draagt bij aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van deze gebieden en biedt ruimte aan economische functies. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden om werkfuncties met een lage milieucategorie (categorie 1 en 2) en met beperkte verkeers- en milieuhinder die bijdragen aan duurzaamheid (makersplaatsen) of de ‘next economy’ stimuleren, toe te staan in en rondom de wijkcentra in woongebieden. Voor ambachtelijke bedrijven (onderdeel van de maakindustrie) met een directe meerwaarde voor de historische stad zien we waar mogelijk ruimte in of bij het centrum. Zij vormen een belangrijkestimulans voor de instandhouding van de stad en dragen bij aan vakonderwijs. Behouden ruimte voor zwaardere bedrijvigheid Omdat de kenniseconomie een relatief schone economie is en omdat productiewijzen en -processen zullen veranderen dankzij digitalisering en technologische ontwikkelingen, wordt het steeds beter mogelijk om te werken in woongebieden en te wonen in werkgebieden. Er blijft in de stad echter ook ruimte nodig voor bedrijvigheid die zich moeilijker laat combineren met een woonfunctie zoals (productieprocessen van
  5. de)belangrijke maakindustrie, laboratoria, hindergevende stadsverzorgende bedrijven en circulaire bedrijven waar elementen uit de kringloop worden gehaald en weer worden teruggebracht. Deze ruimte blijven we zo goed mogelijk bieden. Daar waar nodig werken we samen met de regio om hierin te voorzien. Uitwerking aanbieden gevarieerd aanbod van voorzieningen Aanbod van evenementen past bij ‘Leiden, Stad van Ontdekkingen’ Evenementen zijn belangrijk voor Leiden. Zij dragen bij aan de economische vitaliteit van de binnenstad, het vestigingsklimaat van de stad en de groei van de werkgelegenheid. Evenementen trekken bezoekers aan, zorgen ervoor dat mensen langer in de stad verblijven en zorgen voor meer bestedingen door en levendigheid voor bewoners én bezoekers. Ze zijn ook belangrijk voor het aantrekken van studenten, kenniswerkers en bedrijven. Evenementen stimuleren ontmoetingen en verbinding tussen bewoners en bezoekers. We willen in Leiden een kwalitatief hoogwaardig evenementenaanbod voor diverse doelgroepen dat past bij ‘Leiden, Stad van Ontdekkingen’. We willen meer spreiding over de stad, waarbij een aandachtspunt is dat evenementen passen bij de locatie. Er wordt meer aandacht besteed aan het beperken van geluidsoverlast in de stad en we zoeken naar het optimale niveau van geluid passend bij het evenement en de locatie. Dit wordt bereikt door lagere geluidsnormen bij evenementen in de binnenstad voor te schrijven en meer op zoek te gaan naar spreiding va

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.