Kort samengevat
Deze beheersverordening, genaamd "Buitengebied Noord Hoogeveen, 2017", stelt regels vast voor het gebruik en de bebouwing van gronden in het buitengebied van Hoogeveen. Het definieert diverse begrippen die nodig zijn voor de toepassing van deze regels.
Wat het reguleert
- Het gebruik en de bebouwing van gronden in het buitengebied Noord Hoogeveen.
- De aard, omvang en uitstraling van aan-huis-verbonden bedrijfsactiviteiten en beroepen.
- De inrichting en het gebruik van agrarische bedrijven, inclusief nevenactiviteiten.
- De definitie van diverse bouwwerken, gebouwen en ruimtes, zoals aanbouwen, bijgebouwen, hoofdgebouwen en bedrijfswoningen.
Wie het aangaat
- Inwoners en bedrijven in het buitengebied Noord Hoogeveen.
- Personen die bouwplannen hebben of bedrijfsactiviteiten willen uitoefenen in dit gebied.
Kernpunten
- Een aan-huis-verbonden bedrijfsactiviteit of beroep moet de woonfunctie van de (bedrijfs)woning behouden.
- Agrarische nevenactiviteiten mogen maximaal 30% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing gebruiken en maximaal 30% van de inkomsten genereren.
- Een Bed & Breakfast is een kleinschalige, ondergeschikte toeristische verblijfsvoorziening voor logies en ontbijt, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw of in bestaande bijgebouwen is gevestigd.
- Een agrarisch bedrijf kan co-vergisting tot een capaciteit van 100 ton per dag omvatten voor energieopwekking.
Wettekst
BEHEERSVERORDENING Buitengebied Noord Hoogeveen, 2017 Hoofdstuk
- Inleidende regels Artikel1Begrippen 1.1 plan: beheersverordening Buitengebied Noord Hoogeveen, 2017 van de gemeenteHoogeveen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervast in het GML-bestand NL.IMRO.0118.2017BV9006001-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuelebijlagen); 1.3 aanbouw een bijgebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee hetin directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid,waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aaneengebouwde woningen: woningen gekoppeld door middel van gebouwen; 1.7 aan-huis-verbondenbedrijfsactiviteit: het verlenenvan diensten, waaronder mede wordt verstaan e-commerce, c.q. het uitoefenen van ambachtelijke –geheel of overwegend doormiddel van handwerk uit te oefenen- bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteitin de (bedrijfs) woning en/of daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend; 1.8 aan-huis-verbondenberoep: het in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van dienstenop administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, kunstzinnig of ontwerptechnisch dan wel daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede de beroepenvan schoonheidsspecialist(e) en mani- en/of pedicure,waarbij de (bedrijfs)woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming ismet de woonfunctie, hieronder mede begrepenBed & Breakfast; 1.9 afhankelijkewoonruimte: een aanbouw c.q. een vrijstaand bijgebouw waarin één of meerderehulpbehoevenden vanuit het oogpunt van mantelzorg gehuisvest zijn en dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning; 1.10 agrarischbedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen vanproducten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waaronder tot een capaciteit van 100 ton per dag tevens wordt begrepen co-vergisting ten behoeve van energieopwekking; 1.11 agrarische nevenactiviteit: een agrarischbedrijf kan ondergeschikt aan de hoofdfunctie op het bouwperceel een bedrijfs- of beroepsmatige activiteituitoefenen. Deze moet in ruimtelijk, functioneel eninkomensverwervend opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie. Al deze activiteiten mogen uitsluitend bij een volwaardigagrarisch bedrijf en uitsluitend binnen de bestaande bebouwing worden uitgeoefend, waarbij maximaal 30% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing mag worden gebruikt en maximaal 30% van de inkomsten uit de ondergeschikte activiteit mogen worden gegenereerd. De ondergeschiktheid moet aangetoond worden door middel van een bedrijfsplan. 1.12 ander werk: een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.13 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.14 bebouwingslint: een lijnvormige verzameling van gebouwenlangs een weg of vaart in het buitengebied met voldoende doorzichten en ritme in massa en ruimte. 1.15 bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal of minimaalbebouwd mag/moet worden; 1.16 bed and breakfast: een kleinschalige, aan de betreffende bestemming ondergeschikte, kortdurende, toeristische verblijfsvoorziening, voor uitsluitend logies en ontbijt, diedeel uitmaakt van het hoofdgebouw of is gevestigdin één van de bestaande bijgebouwen, aan- of uitbouwen en wordt gerunddoor de gebruikersvan het betreffende perceel." Onder een B&B voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. Een B&Bvoorziening mag de toegestane maximale oppervlakte van de aan-huis-verbonden beroepsactiviteit niet overschrijden. 1.17 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voorde uitoefening van een bedrijf; 1.18 bedrijfsmatige uitoefening van het agrarischbedrijf: een agrarischbedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of omvang heeft van ten minsteéén volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieutechnisch verantwoorde wijze. 1.19 bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel, bedrijf of daarmee vergelijkbare voorzieningen, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten; 1.20 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein,bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, ten behoeve van de bedrijfsbestemming vanhet gebouw of het terrein; 1.21 begraafplaats: een (gedeeltevan een) terreindat geschikt is gemaaktvoor het begraven van overleden personen, het bijzetten van urnen en asverstrooiing. 1.22 beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheidinrichtingen een richtwaarde voor het plaatsgebonden risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, waarmee rekening wordt gehouden; 1.23 beroeps- cq. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte vande ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.24 bestaand: de op het moment van ter inzage legging van het ontwerpbeheersverordening en conform de op dat moment geldende regels aanwezigegebouwen/ oppervlakten/ gebruik of waarvooreen bouwvergunning is verleend danwel een aanvraag om bouwvergunning is ingediend die kan worden verleend; 1.25 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.26 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfdebestemming; 1.27 Bevi-inrichtingen: inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.28 bosbouw: het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gerichtop de instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu en recreatie. 1.29 bouwen: het plaatsen,het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk,alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwenof veranderen van een standplaats; 1.30 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.31 bouwlaag: een doorlopendgedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benaderinggelijke hoogte liggende vloerenof horizontale balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.32 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.33 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.34 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.35 bouwwerk: elke constructievan enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirectmet de grond is verbonden,hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.36 bouwwerk geen gebouw zijnde: elke constructievan enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en een niet voor mensen toegankelijke, overdekte,geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.37 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw,dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.38 camper: een motorvoertuig, ingericht voor het vervoeren van personen en kamperen c.q. buitenshuis verblijven met de mogelijkheid tot overnachten 1.39 camperplaats: een kampeerplaats op een kleinschalig kampeerterrein, die uitsluitend wordt gebruiktdoor campers en het hele jaar verhuurd mag worden voor recreatief verblijf met een camper 1.40 consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik; 1.41 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.42 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.43 dienstverlenend bedrijf: bedrijf of instellingwaarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en prostitutie; 1.44 dienstverlening: het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, evenwel met uitzondering van prostitutie; 1.45 dierenbegraafplaats: een (gedeelte van) een terreindat geschikt is gemaaktvoor het begraven van overleden huisdieren. 1.46 e-commerce: vorm van bedrijfsvoering waarbij het bedrijf uitsluitend goederen aan particulieren verhandelt door middel van contactmet die particulieren dat uitsluitend verlooptvia post, fax, telefoon, e-mail of internet waardoor geen handelswaren op het bedrijf worden aangeprezen en waarbij het bedrijfspand geen uitstraling heeft van een winkelpand, de goederenniet uitstalt ten verkoop, en daarmee een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met magazijn c.q. opslag van goederenten behoeve van de op grond van de bestemming toegelaten bedrijven. 1.47 evenement: een publiekeactiviteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in (tijdelijke) onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronderbegrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieveof een daarmee gelijk te stellen activiteiten, zoals markten, braderieën, beurzen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten, e.d.; 1.48 erf: al dan niet bebouwd perceel,of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij en onder het hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienstevan het gebruik van dat gebouw en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichtingniet verbieden; 1.49 gebouw: elk bouwwerk,dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, waaronder mede een carport en overkapping wordt verstaan; 1.50 geluidbelastingvanwege een weg: de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op eenbepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten; 1.51 groepsaccommodatie: (Deel van) een gebouw dat is bestemdvoor periodiek recreatiefnachtverblijf door groepen, met permanentdaarvoor ingerichte ruimtenmet gemeenschappelijke voorzieningen 1.52 grondgebonden agrarischbedrijf: een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaaktvan open grond; 1.53 hogere (geluidsgrens)waarde: een waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreetgeval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder; 1.54 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemmingals het belangrijkste gebouw is aan te merken; 1.55 horecabedrijf: een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.56 horecabedrijf categorie 1: een complementairhorecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag bereiden en verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals een broodjeszaak, een crêperie,een croissanterie, een eetcafé, een konditorei, een lunchroom, een pannenkoekenhuis, een patisserie, een petitrestaurant, een poffertjeszaak, een theehuis, een traiteur,een ijssalon, en/of een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf; 1.57 horecabedrijf categorie 2: een horecabedrijf met een in het algemeenhoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, dat voornamelijk is gericht op het bereiden en verstrekken vanmaaltijden en/of (alcoholische) dranken, zoals een afhaalcentrum, een automatiek, een café, een café-restaurant, een cafetaria, een grillroom, een hotel-café, een hotel-café-restaurant, een restaurant, een shoarmazaak, een snackbar,en/of een naar aard en invloed op deomgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf; 1.58 inrichtingsplan: een inrichtingsplan is de grafische beschrijving van de gewensteruimtelijke ontwikkeling binnen het plangebied, inclusief een schriftelijke onderbouwing, door een deskundig bureau. Een landschappelijk inpassingplan bestaat in ieder geval uit een analyse van het omliggende landschap. Het ontwerpis een logisch vervolg van deze analyse. 1.59 intensieve veehouderij: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate is gericht op het houden van dieren zonder te beschikken over open grond bestemd voor de voerproductie van deze dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten-, - of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkveehouderij en het biologisch houden van dieren conform de Landbouwkwaliteitswet; 1.60 kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel andere onderkomens of andere voertuigen, gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, die geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden of kunnen worden gebruiktvoor recreatief nachtverblijf dan wel voor nachtverblijf van personeel,werkzaam op het kampeerterrein waar deze onderkomens of voertuigen zijn geplaatst; 1.61 kampeerplaats: een stuk grond voor het plaatsen van één kampeermiddel met bijzettentjes; 1.62 kap: een geslotenen (overwegend) hellende bovenbeëindiging van een bouwwerk, bestaande uit ten minsteéén niet horizontaal vlak; 1.63 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheelof grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten; 1.64 kleinschaligeverblijfsrecreatie: het houden van een kampeerterrein voor ten hoogste 25 kampeerplaatsen; 1.65 kwekerij: een bedrijfsvoering dat het kweken omvat van houtachtige en/of kruidachtige gewassen,zoals (sier) bomen, (sier)heesters, coniferen, vaste planten enéén- en tweejarigen; 1.66 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolgehet Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomenmoet worden; 1.67 landschap: De waarneembare ruimtelijke verschijningsvorm van het aardoppervlak die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en wederzijdse beïnvloeding van de factorenreliëf, bodem, water, klimaat, flora en fauna alsmede de wisselwerking met de mens. 1.68 landschappelijkeinpassing: Een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op de bestaande dan wel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. 1.69 leisureactiviteiten: activiteiten die gericht zijn op recreatie en ontspanning welke individueel of in groepen kunnen plaatsvinden, zoals karten, overdekt skiën en bowlen; 1.70 lessenaarsdak: een dak bestaande uit één hellend dakvlak; 1.71 maatschappelijkedoeleinden: educatieve, sociaal-medische (hieronder niet bedoeld zorgwoningen), sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste vandeze voorzieningen; 1.72 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaringvan een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.73 nabij bestaande kernen: Direct aansluitendop de bebouwdekom van de bestaande dorpen, de stad Hoogeveenen de bebouwingslinten 'Alteveer', 'Riegshoogtendijk', 'Brugstraat' en 'Johannes Poststraat', voor zover gelegenin het beheersverordening Buitengebied Noord of Zuid. 1.74 niet agrarischbedrijf, categorie B1: een bedrijf dat naar de aard van zijn activiteiten is gebonden aan het buitengebied of waarvande activiteiten zijn gericht op het buitengebied. 1.75 niet agrarischbedrijf, categorie B2: een bedrijf dat naar de aard van zijn activiteiten niet is gebonden aan het buitengebied of waarvan de activiteiten niet zijn gericht op hetbuitengebied. 1.76 niet-grondgebonden agrarischbedrijf: een agrarisch bedrijf waarbij in hoofdzaak geen gebruik wordt gemaaktvan open grond; 1.77 ondergeschikte horecavoorziening: een ondergeschikte horecavoorziening, ten opzichte van de hoofdfunctie op een perceel, die gericht is op hethoofdzakelijk overdagbereiden en verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en etenswaren 1.78 peil:
- voor gebouwen,waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
- in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.79 perceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.80 permanente bewoning: de bewoning van een recreatiewoning of een vast kampeermiddel als hoofdverblijf. 1.81 platdak: horizontaal of nagenoeg horizontaal gelegen dak; 1.82 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederendie ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.83 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.84 reconstructie van een weg: een of meer wijzigingenop of aan een aanwezigeweg, ten gevolge waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg met 1,5 dB of meer wordt verhoogd; 1.85 recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden en opstallen dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.86 recreatieve bewoning: de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie; 1.87 recreatiewoning: een gebouw dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning; 1.88 salderingruimte voor ruimte: het voldoen aan de voorwaarden door niet één slooplocatie, maar twee slooplocaties te betrekken bij de ontwikkeling. 1.89 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, ofvertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan:een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatiemet elkaar; 1.90 Staat van Bedrijfsactiviteiten: de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt; 1.91 twee-aan-een gebouwde woning: blok van twee aaneengebouwde woningen; 1.92 tuincentrum: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewasenen/of detailhandel en groothandel inal dan niet ter plaatse geteelde gewassenen andere goederenvoor het inrichten van tuinen. 1.93 uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaanderuimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.94 vast kampeermiddel: een op de grond staand of vast metde grond verbonden bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf en het hele jaar verhuurd mogen voor recreatief verblijf; 1.95 verblijfsrecreatie : activiteiten ter ontspanningin de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting is toegestaan; 1.96 verblijfsrecreatieve voorzieningen: speciaal aangelegde accommodatie al dan niet overdekt ten behoeve van verblijfsrecreatie; 1.97 verkoopvloeroppervlakte: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 1.98 volwaardigagrarischbedrijf: een agrarischbedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of omvang heeft van ten minsteéén volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieutechnisch verantwoorde wijze. 1.99 voorkeursgrenswaarde: de streefwaarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.100 voorgevel: het meest naar de zijde van de weg, waaraande hoofdontsluiting van het perceel is gelegen, gekeerde deel van een hoofdgebouw; 1.101 winkel: een gebouw of een deel van een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruiktvoor de detailhandel; 1.102 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één (of meerdere) huishouden(s). Artikel
- Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkantvan de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord,of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijdevan de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmeegelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 de afstand tot de perceelgrens: de afstand tussen de perceelgrens en het dichtstbijzijnde punt van een bouwwerk. 2.7 ondergeschikte bouwdelen: Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. De maximale bouwhoogte mag ten behoeve van deze ondergeschikte bouwwerken met ten hoogste 1 meter worden overschreden. Artikel
- Agrarisch - 1 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch-1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: behoud en herstel van de landschappelijke waarden; behoud van de natuurlijkewaarden; behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden, uitsluitend voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduidmet 'natuur'; uitoefening van het agrarischbedrijf; bosbouw, met uitzondering van de gronden aangeduid met 'open gebied'; dagrecreatie; wonen, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduidmet 'woning' of 'dubbele woning'; tuincentrum, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduidmet 'tuincentrum'; tweede bedrijfswoning, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'tweede bedrijfswoning'; niet-agrarische bedrijven, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2'; verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van recreatiewoningen met bijbehorende recreatieve voorzieningen en beheersvoorzieningen, uitsluitend voorzover de gonden zijn aangeduid met 'recreatiewoningterrein'; camping, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduidmet 'kampeerterrein'; gaslocatie, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduid met 'gaslocatie'; recreatiewoning, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangegeven met 'recreatiewoning'; sportterrein, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduidmet 'sportterrein'; maatschappelijke doeleinden, uitsluitend voor zover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'maatschappelijke doeleinden'; bestaand bos, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduid met 'bestaand bos'; zandwinning, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduidmet 'zandwinning'; verkeer, uitsluitendvoorzover het de bestaande wegen betreft; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; terrein van archeologische betekenis,uitsluitend voorzoverde gronden zijn aangeduid met 'terrein van archeologische betekenis'; terrein van hoge archeologische waarde, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'terrein van hoge archeologische waarde'; veiligheidszone munitie, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'veiligheidszone munitie A , 'veiligheidszone munitie B en 'veiligheidszone munitie C'; vrijwaringszone radiotelescoop, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met vrijwaringszone radiotelescoop; ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken. 3.1.1 Nadereuitwerking bestemmingsomschrijving In het doel 'behoud en herstel van de landschappelijke waarden' is het aanbrengen van landschapselementen groter dan 1 ha niet begrepen; In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' is het kweken van laan- en parkbomen en boomfruitteelt niet begrepen indien de gronden op de toetsingskaart zijn aangeduid met 'open gebied'; In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' is het vergisten van mest/organische bijproducten begrepen tot een doorzet van maximaal 100 ton per etmaal; Mestopslagplaatsen, toren- en sleufsilo's, buiten het in 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, zijn niet in het doel 'uitoefening vanhet agrarisch bedrijf' begrepen; In het doel 'tuincentrum' is detailhandel toegestaan; Voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'natuur', is de bestemming gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden; Het doel 'bosbouw' is beperkt tot bestaand bos, bestaande bosstroken en de aanleg van bos en bosstroken. De aanleg van bos en bosstroken is niet toegestaan voorzover de grondenzijn aangeduid met 'open gebied'. Het doel 'niet-agrarische bedrijven' is beperkt tot de, op het moment dat de beheerverordening is vastgesteld, aanwezige bedrijfsuitoefening en voor nijverheidsbedrijven of ambachtelijke of dienstverlenende bedrijven(waaronder opslag begrepen) genoemd in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijvendan wel hiermee wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven. Bij de beoordeling of sprake is van een bedrijf dat wat betreft het leefklimaat vergelijkbaar is met de bedrijvengenoemd in de categorieën 1 en 2, ligt de nadruk op de aspecten geluid, lucht, water, bodem en verkeer. In het doel 'Ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken' geldt dat nieuwe ontsluitingsvoorziening alleen zijn toegestaan, voorzover de overige doeleindenuit de bestemmingniet in hun doelmatig gebruiken/of hun functie worden beperkt. De doeleinden ten aanzien van het behoud en herstel van de landschappelijke waarden en behoud van de natuurlijke waarden en voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduidals 'natuur' het behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden worden nagestreefd door middel van behoud en herstel van de landschappelijke waarden en behoud van de natuurlijke waarden en, voorzover degronden op de plankaart zijn aangeduid als 'natuur',het behoud, herstel en de ontwikkeling van de volgende essentiële ruimtelijke randvoorwaarden: verwevenheid tussen bosstrokenen openheid ten noordoosten en oosten van Pesse en rond de Haar; grootschalige openheid van het Pesserveld en het gebied ten noorden en zuiden van Kremboong; cultuurhistorisch waardevolle wijken nabij Nieuweroord; lintbebouwing en verspreide bebouwing; bebouwing in één bouwlaag met kap; beekdal Ruiner Aa ten noorden van Pesse; overheersend regelmatige verkaveling; rond de Haar en Pesse veel bosjes en houtwallen; terrein van archeologische betekenis nabij Nuil; Nuil cultuurhistorisch waardevolle nederzetting. Het doel 'dagrecreatie' is beperkttot de inrichtingen het gebruik van de bestaande dagrecreatieve terreinenen van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknickplaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen; Van de in de bestemming begrepen wegen mag het aantal rijstroken ten hoogste twee bedragen. 3.1.2 Onderlinge verhoudingen Ondergeschikte doeleinden; Alle overige doeleinden zijn ondergeschikt aan het doel 'uitoefening van het agrarischbedrijf'. Bovengeschikte doeleinden; Het doel 'uitoefening van het agrarischbedrijf' is bovengeschikt aan de overigedoeleinden. Nevengeschikte doeleinden; Voorzover de onderlinge verhouding niet is aangemerkt als ondergeschikt of bovengeschikt zijnde doeleinden nevengeschikt aan elkaar. Voorzover activiteiten slechts toelaatbaar zijn op grond van een afwijking of aanlegvergunning zal voorzoverhet betreft het behoud en/of herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden de onderlinge verhouding worden bepaald ten opzichte van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de in 3.1 genoemde kenmerken en kwaliteiten. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bebouwing ten dienste van de bedrijfsmatigeuitoefening van het agrarisch bedrijf de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing is toegestaan, ter plaatse van de aanduidingagrarisch bedrijf,mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha, met dien verstandedat deze oppervlakte 1 ha mag bedragen voor zover de gronden op de verbeelding zijn aangeduidmet 'veiligheidszone munitie A' en/of 'veiligheidszone munitie B'; de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing is toegestaan, waarbij een intensieve tak is uitgesloten, ter plaatse van de aanduiding grondgebonden agrarisch bedrijf, mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha, met dien verstande dat deze oppervlakte 1 ha mag bedragen voor zover de gronden op de verbeeldingzijn aangeduid met 'veiligheidszone munitie A' en/of 'veiligheidszone munitie B'; de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met intensievetak met bijbehorende bebouwing is toegestaan, ter plaatse van de aanduiding grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak, mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5ha, met dien verstande dat deze oppervlakte 1 ha mag bedragen voor zover de gronden op de verbeelding zijn aangeduidmet 'veiligheidszone munitie A' en/of 'veiligheidszone munitie B'. 3.2.1.1 Bedrijfsgebouwen De oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen,mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangeduid met 'grondgebonden agrarisch bedrijf' ten hoogste 250 m² dan wel ten hoogste de bestaandeoppervlakte bedragen indien deze meer bedraagt; onder bedrijfsgebouwen zijn kassen toegestaan met een bouwhoogte van meer dan 1,2 m tot een oppervlakte van 1000m2, met dien verstandedat het oprichten van kassen niet is toegestaan voor zover de gronden zijn gelegen binnen het gebied dat op de verbeelding aangeduid is met 'veiligheidszone munitie C'; Van gebouwenmag de goot- en bouwhoogte ten hoogste 4,5 m, respectievelijk 12m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen. De bouwhoogte van kassen bedraagt ten hoogste 8 m. De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m. 3.2.1.2 Bedrijfswoningen Per bedrijf is ten hoogsteéén bedrijfswoning toegestaan, met dien verstandedat twee bedrijfswoningen zijn toegestaan voorzover de gronden zijn aangeduid met 'tweede bedrijfswoning'. Wat betreft de bouwvoorschriften van dienstwoningen gelden de bepalingenzoals opgenomen in 3.2.2; 3.2.1.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogtevan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 12 m bedragenbinnen het genoemdeaaneengesloten oppervlak van 1,5 ha of 1 ha; Buiten het genoemdeaaneengesloten oppervlak van 1,5 ha of 1 ha:
- is de bouw van kassen toegestaan,met uitzondering van de gronden aangeduid met 'open gebied' en tot een bouwhoogte van 1,2 m;
- is de bouw van overkappingen niet toegestaan;
- mogen uitsluitendandere bouwwerken, niet zijnde overkappingen en mest- en sleufsilo's, worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 3 m. 3.2.1.4 Overige bepalingen De bebouwing dient per bedrijf te worden geconcentreerd binnen een denkbeeldige vierhoek. De uitbreidingsrichting dient aan te sluiten bij het aanwezige bebouwingspatroon, waarbij tevens rekening dient teworden gehouden met het uitzicht van woningen. 3.2.2 Bebouwing ten dienste van wonen 3.2.2.1 Bouwregels hoofdgebouw Ten behoeve van wonen is per met 'woning' aangeduid gebied ten hoogste één woning toegestaan; Per met 'dubbele woning' aangeduid gebied zijn ten hoogste twee woningen toegestaan,uitsluitend in de vorm van twee-aaneen-gebouwde woningen dan wel in de vorm van twee wooneenheden in een voormalig agrarisch bedrijf; De goothoogte bedraagt voor ten minste 65 % van de lengte maximaal 3,5 m en voor het resterende gedeelte ten hoogste 4,5 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen; De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m. Het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap, waarvan de helling minimaal 30° en maximaal 60° dient te bedragen; Bij verbouw dient te worden aangesloten bij de bestaandeverschijningsvorm; De oppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 200 m², dan wel de bestaandeoppervlakte indien deze groter is. 3.2.2.2 Bouwregels bijgebouwen Voor het bouwenvan bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende bepalingen gelden: De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedragen maximaal;
- 150 m2 bij een erf met een oppervlakte tot 1.500m2;
- 175 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 1.500m2 tot 2.000m2;
- 200 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 2.000m2 en groter; met dien verstande dat: ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd; de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouwen maximaal 30 meter mag bedragen; de bouwhoogteniet meer dan 80% van de bouwhoogtevan het hoofdgebouw mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte in ieder geval maximaal 6 meter mag bedragen, ongeacht de bouwhoogtevan het hoofdgebouw; een bijgebouw moet zijn voorzien van kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; In aanvullingop het bepaalde onder sub a tot en met sub e is de bestaande maatvoering toegestaan, met uitzondering van op het tijdstip van inwerking treden van het plan bestaande maatvoering die is gebouwd zonder vergunning en in strijd is met het daarvoor geldendeplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Wanneer dit bestaande bijgebouw wordt gesloopt is voor de bebouwing het bepaalde onder sub a tot en met sub e van toepassing, met uitzondering van de oppervlakte. Hiervoor geldt dat de bestaande overschrijding van het aantal vierkantemeters aan aan- en bijgebouwen terug mag worden gebouwd,tot een maximum van 500 m2 aan aan- en bijgebouwen. Hierbij zijn de m2 die bij recht zijn toegestaan inbegrepen. 3.2.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, niet meer dan 3 meter mag bedragen,met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengdevan de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd. 3.2.3 Bebouwing ten dienste van niet-agrarische bedrijven Ten behoeve van de betreffende bedrijven op de verbeelding aangeduid met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2' mag de oppervlakte van de bestaandegebouwen met maximaal10% worden vergroot; De goot- en bouwhoogtevan de gebouwen mogen maximaal 4,5 m respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen, indien deze meer bedragen; De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; Per op de verbeelding met 'bedrijven, categorie B1' aangeduid bedrijf is de bouw van maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Voor het overige is de bouw van bedrijfswoningen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoningen, niet toegestaan; Wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 3.2.2; De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen. 3.2.4 Bebouwing ten dienste van tuincentrum Gebouwd dient te worden binnen het bouwvlak; De goot- en bouwhoogte van gebouwen mogen maximaal 3,5 m respectievelijk 8 m, dan wel ten hoogste de bestaandegoot- en bouwhoogte, indien deze meer bedragen; De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; Bedrijfswoningen (met uitzondering van de bestaande) zijn niet toegestaan. Wat betreft de bouwvoorschriften van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 3.2.2; De hoogte van bouwwerkengeen gebouwen zijnde mag ten hoogste 3 m bedragen. 3.2.5 Bebouwing ten dienste van recreatiewoningenterrein Voorzover de grondenzijn aangeduid met 'recreatiewoningterrein' gelden de volgende bepalingen: het bebouwde oppervlakbedraagt maximaal 100 m² (inclusief aanbouwen en bijgebouwen) dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is; de perceelsoppervlakte bedraagt per recreatiewoning minimaal 300 m²; de afstand van gebouwentot de grens met de aanduiding 'recreatiewoningterrein' dient ten minste 10 m, dan wel ten minste de bestaande afstand indien deze minder is, te bedragen; de gronden met de aanduiding'recreatiewoningterrein' mogen tot een oppervlakte van 5 ha voor ten hoogste 3% worden bebouwd ten behoeve van beheer en voorzieningen, te verhogen met 1% van het aantal meerdere hectares boven de 5 ha; uitbreiding van het aantal bestaanderecreatiewoningen op het recreatiewoningterrein is niet toegestaan; gebouwd dient te worden in één bouwlaag met of zonder kap met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 m en 6,5 m voor de recreatiewoningen, dan wel ten hoogste de bestaandegoothoogte en bouwhoogte indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; de bouwhoogtevoor gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen bedraagt ten hoogste 10 m, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedragen. Gebouwd dient te worden in één bouwlaag met kap; per recreatiewoningterrein is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Wat betreft de bouwregels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 3.2.2; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor speeltoestellen maximaa 8 m en voor overige bouwwerkenmaximaal 3 m bedragen. 3.2.6 Bebouwing ten dienste van camping Op de gronden aangeduid met 'camping' zijn uitsluitend kampeermiddelen toegestaan als bedoeld in 1.60, alsmede gebouwenten behoeve van beheer en voorzieningen (zoals kampwinkel, zwembad, recreatieruimtes et cetera), chalets, stacaravans en groepsaccommodatie, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: tot een oppervlakte van 5 ha mag ten hoogste 3% van de oppervlakte van het verblijfsrecreatieterrein worden bebouwd met een groepsaccommodatie en gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen; indien een terrein groter is, mag voor iedere hectare meer 1% meer worden bebouwd; gebouwenten behoeve van beheer en voorzieningen dienen te worden gebouwd in één bouwlaag met kap; de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen bedraagt maximaal 10 m; binnen reeds aanwezigebebouwing mag een groepsaccommodatie worden gerealiseerd, met dien verstandedat bij herbouw uitsluitend de bestaande oppervlakte mag worden herbouwd en de bouwhoogte maximaal 80% van het hoofdgebouw mag bedragen; de afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; maximaal 20 % van het aantal standplaatsen mag gebruikt worden voor een vast kampeermiddel als bedoeld in 1.94 , waarbij de oppervlakte van een vast kampeermiddel maximaal 50 m2 bedraagt en de goothoogte maximaal 3,5 m; per camping is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Wat betreft de bouwvoorschriften van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 3.2.2 de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor speeltoestellen maximaal 8 m en voor overige bouwwerkenmaximaal 3 m bedragen; het kampeerterrein moet worden voorzien van een afschermende groenstrook van minimaal 8m breed, waarbij alleen gebruik mag worden gemaakt van inheemse struik- en boomvormers. Tevens dient deze groenstrook op een zodanige wijze te worden onderhouden dat een goede landschappelijke inpassingwordt gewaarborgd. 3.2.7 Bebouwing ten dienste van gaslocatie De oppervlakte van de gebouwen mag ten hoogste 5% van de oppervlakte van de aanduiding 'gaslocatie' bedragen; De bouwhoogtevan de gebouwen mag ten hoogste 5 m, dan wel de bestaandebouwhoogte bedragen; De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; De bouwhoogtevan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 8 m bedragen. 3.2.8 Bebouwing ten dienste van zandwinning De oppervlakte van de gebouwen mag ten hoogste 1% van de oppervlakte van de aanduiding ‘zandwinning’ bedragen; De bouwhoogte van gebouwen mag maximaal 8 m, dan wel ten hoogste de bestaande bouwhoogte bedragen; De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 8 m bedragen. 3.2.9 Bebouwing ten dienste van overige doeleinden Voor het doel 'verkeer' is het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 12 m; Ten behoeve van het doel 'natuur' is het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot een bouwhoogte van 3 m, met dien verstandedat bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend mogen worden gebouwd indien deze ten dienste staan aan de natuurdoelstellingen; Voor de overige doeleindenis het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot een bouwhoogtevan maximaal 3 m. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadereeisen stellen aan: de plaats van de bebouwing ten behoeve van agrarischebedrijven in die zin dat:
- dient te worden gebouwd binnen een denkbeeldige rechthoek;
- de maximalebreedte langs de weg ten hoogste 100 m en de maximale diepte ten hoogste200 m mag bedragen; b. de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en dakvorm en afmeting van de gebouwen; c. de situeringvan woningen en aanbouwen en bijgebouwen; de situeringvan gebouwen en bouwwerken bij agrarische bedrijven in die zin dat wordt gestreefd naar een geconcentreerde vorm van bebouwingbinnen een bouwvlak; de verhouding tussen de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aanbouwen en bijgebouwen. 3.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van:
- van het bepaaldein 3.2.1.2 en de bouw van een tweede bedrijfswoning toestaan bij een agrarisch bedrijf, mits wordt gebouwd binnen het in 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, met dien verstandedat een tweede bedrijfswoning niet mag worden gebouwd op de gronden die op de verbeelding zijn aangeduidmet 'veiligheidszone munitie A' en 'veiligheidszone munitie B', mits: de noodzaakvan de tweede bedrijfswoning is aangetoond voor de bedrijfsvoering van het agrarischbedrijf; de levensvatbaarheid van het agrarisch bedrijf is aangetoond.
- van het bepaaldein 3.2.1 en een vergroting van het oppervlak ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimveetoestaan, bij de met 'grondgebonden agrarisch bedrijf' aangeduide bedrijven,indien dit noodzakelijk is op basis van wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en gezondheid, mits wordt gebouwd binnen het 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak;
- van het beplaadein 3.2.1.1 en 3.2.4 en een grotere goothoogte van agrarische bedrijfsgebouwen en tuincentra toestaan tot een goothoogtevan 5 m;
- van het bepaaldein 3.2.1 en de bouw toestaan van een mestsilo buiten het in 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlaktot een inhoud van 2.500 m³ en met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m (exclusief afdekking), met dien verstande dat deze afwijking niet van toepassingis voorzover de gronden zijn aangeduidmet 'open gebied', mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceelaanwezig is of; vanwege milieuhygiënische knepunten realiseringop het bouwperceelongewenst is of; bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslag op een veldkavel moet worden gerealiseerd.
- van het bepaaldein 3.2.
- en de bouw toestaan van sleufsilo's buiten het in 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak tot een bouwhoogte van 3 m en tot een inhoud van maximaal 2.500 m³;
- van het bepaaldein 3.2.2 en de verbouw toestaan van een bestaande woning met bijgebouwen tot buitenplaats met een minimum oppervlakte van 300 m² en een maximum oppervlakte van 600 m², mits: het gelegen is op de gronden aangeduidmet 'landschapsbouw'; sprake is van (de aanplant van) minimaal1 ha bos; de woning op een hoek of een overgang in het landschapsbeeld staat, dan wel de beëindiging van een zichtlijn vormt of een soortgelijke prominenteplaats; door de situering,afmetingen, kleurstelling en bouwstijl van de gebouwen het karakter als buitenplaats wordt verkregen; het erf van voldoende omvang is (ten minste 1.500 m²);deze afwijkingis niet van toepassing voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'veiligheidszone munitie A' of 'veiligheidszone munitie B.
- van het bepaaldein 3.2.2 en het afwijken van de bestaande verschijningsvorm toestaan bij her- en/of verbouw van een bestaand hoofdgebouw, uitsluitend voorzover het pand op de verbeelding is aangeduid met 'woning' of 'dubbele woning', mits: bestaande verschijningsvorm stedenbouwkundig gezien niet de meest gewenste is; indien van toepassingbij het wijzigen van de verschijningsvorm rekening wordt gehouden met de ter plaatse geldendeuitgangspunten zoals deze in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit zijn vastgelegd; De onder a bedoelde afwijking mag:
- geen onevenredige afbreuk doen aan de in 3.1 omschreven waarden;
- geen onevenredig negatieve invloed hebben op het milieu,de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater;
- geen negatieve invloed hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van andere gronden en gebouwen Voorzoverde afwijking onder a gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cmen betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceelof bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduidals 'terrein van archeologische betekenis' of 'terreinvan hoge archeologische waarde', wordt de afwijking niet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek is gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de afwijkingbetrekking heeft. Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek is tevens van toepassingop een strook van 50m rond de verbeeldingmet 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde' aangeduide gebieden. 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdigmet deze bestemming zoals bedoeld in 3.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:
- het gebruik van vrijstaandebijgebouwen voor bewoning met uitzondering van mantelzorg;
- het gebruik van de gronden voor een paardenbak, met uitzondering van alle soorten agrarische bedrijven en niet agarischebedrijven categorie B1;
- het gebruik van recreatiewoningen en vaste kampeermiddelen ten behoeve van permanente bewoning;
- het gebruik van kampeermiddelen ten behoeve van bewoning. Gebruik van ruimten binnen de (bedrijfs)woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
- maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten;
- de activiteitdient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving;
- de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn;
- er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit of e-commerce;
- ten behoeve van e-commerce is geen showroomaanwezig. 3.6 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouderskunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.5 indien strikte toepassingvan dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringenderedenen wordt gerechtvaardigd; Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken voor het aanbrengen van mestopslagplaatsen, welke niet als bouwwerk worden aangemerkt, tot een inhoud van 2.500 m³, buiten het in 3.2.1 genoemdeaaneengesloten oppervlak, mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceelaanwezig is of; vanwege milieuhygiënische knepunten realiseringop het bouwperceelongewenst is of; bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslag op een veldkavel moet worden gerealiseerd. Burgemeester en wethouderskunnen ten behoeve van het gebruik van gronden voor een paardenbak bij omgevingsvergunnning afwijken van de regels, met dien verstande dat:
- de afwijkingalleen betrekking heeft op de aanduiding 'woning' en 'dubbele woning';
- de afstand tot het erf niet meer dan 30 m bedraagt;
- de afstand tussen de paardenbaken een bestaande woning van derden ten minste 15 m bedraagt;
- de oppervlakte van de paardenbak niet meer dan 800 m² bedraagt;
- een open omheining wordt toegepast met een maximalehoogte van 2 m;
- de paardenbakniet is voorzien van bestrating of andere verharding;
- de hoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 3,5 m met dien verstande dat de lampen moeten worden voorzien van een afschermende kap, waardoor de lichtbundel uitsluitend is gericht op de paardenbak, zodat de omgeving gevrijwaardblijft van lichthinder;
- een goede landschappelijke inpassing is gewaarborgd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van evenementenbij omgevingsvergunning afwijken van de regels. Deze afwijking is niet van toepassingvoorzover de gronden op de verbeelding zijn aangegevenmet 'veiligheidszone munitie A' of 'veiligheidszone munitie B'. Voorzoverde onder b, c en d genoemde afwijking gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceelof bouwblok en op de verbeeldingzijn aangeduid met 'terreinvan archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de afwijkingniet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek is gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de afwijkingbetrekking heeft. Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek is tevens van toepassing op een strook van 50 m rond de plankaartmet 'terrein van archeologische betekenis' of 'terreinvan hoge archeologische waarde' aangeduide gebieden. De onder b, c en d genoemdeafwijking mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in 3.1 omschrevenwaarden. 3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijkingvan een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het aanbrengen van beplantingen ten behoeve van de teelt van laan- en parkbomen en boomfruit, alsmede bos voorzover de gronden niet zijn aangeduidmet 'open gebied';
- het aanleggenvan dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen en parkeervoorzieningen. Deze bepaling geldt niet voor de gronden die op de plankaart binnen 'veiligheidszone munitie A' vallen;
- het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
- het aanbrengen van lijnvormige beplantingen;
- het aanbrengen van drainage en/of een greppelsysteem, het zoeken naar delfstoffen (seismisch onderzoek en exploratieonderzoek), het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen voorzover het gronden betreft die zijnnaangeduid met 'hydrologisch aandachtsgebied';
- egaliseren. De sub a bedoelde vergunning is niet vereist indien:
- werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud tot doel hebben;
- De sub a, onder 4 bedoelde vergunning is niet vereist indien sprake is van erfbeplanting;
- De sub a, onder 1 bedoelde vergunning is niet vereist indien de aaneengesloten oppervlakte (inclusiefbestaand) voor dit doel minder dan 1 ha gaat bedragen. Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in z'n geheel in de beoordeling betrokken. De sub a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in lid 3.1 omschreven waarden. Indien de aanlegvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies. Voorzover de aanlegvergunning onder a gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid als 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de aanlegvergunning niet eerder verleend dan nadat advies is ingewonnen bij de provinciaal archeoloog. Dit advies zal tevens worden ingewonnenindien de aanlegvergunning betrekking heeft op gronden binnen een strook van 50 m rond de gebieden op de plankaartaangeduid met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde'. Voorzover de sub a, onder 5 bedoelde vergunning betrekking heeft op gronden die zijn aangeuid met 'hydrologische aandachtsgebied' en tevens op de plankaart zijn voorzien van de aanduiding 'bestaand bos', zal het verzoek om aanlegvergunning mede worden afgewogen op basis van de gevolgen voor het omliggende agrarische gebied. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt, voorzover deze betrekking heeft op de aanplant van bos, niet eerder verleend dan nadat advies is ingewonnenbij de provincie Drenthe. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt niet verleend indien als gevolg van de bosaanplant omliggendeagrarische bedrijven in de (toekomstige) uitbreidingsmogelijkheden worden belemmerd. Artikel
- Agrarisch - 2 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch-2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijkewaarden, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'landgoed'en/of 'natuur'; uitoefening van het agrarischbedrijf; bosbouw, met uitzondering van de gronden aangeduid met 'open gebied'; edagrecreatie; wonen, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'woning', 'woning landgoed' en/of 'dubbele woning'; kwekerij, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduidmet 'kwekerij'; niet-agrarische bedrijven, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2; verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van recreatiewoningen met bijbehorende kleinschalige recreatieve voorzieningen en beheersvoorzieningen, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'recreatiewoningterrein'; camping, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduidmet 'kampeerterrein'; begraafplaats, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduidmet 'begraafplaats; bestaand bos, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduid met 'bestaand bos'; beheersgebouw, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduidmet 'beheersgebouw'; clubhuis, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduid met 'clubhuis'; verkeer, uitsluitendvoorzover het de bestaande wegen betreft; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; terrein van archeologische betekenis, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'terrein van archeologische betekenis'; terrein van hoge archeologische waarde, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'terreinvan hoge archeologische waarde'; terrein van zeer hoge archeologische waarden, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'terreinvan zeer hoge archeologische waarde'; veiligheidszone munitie, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'veiligheidszone munitie A', 'veiligheidszone munitie B en 'veiligheidszone munitie C'; vrijwaringszone radiotelescoop, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'vrijwaringszone radiotelescoop'; ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken. 4.1.1 Nadere uitwerking bestemmingsomschrijving In het doel'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' is het aanbrengen vanlandschapselementen groter dan 1 ha niet begrepen. In het doel 'kwekerij' is detail-en groothandel begrepen, uitsluitend voorzover het ter plaatse gekweekte producten betreft. In het doel 'uitoefening vanhet agrarisch bedrijf' zijn kwekerijen niet begrepen. In het doel 'uitoefening van het agrarischbedrijf' is het kweken van laan- en parkbomen en boomfruit niet begrepen indien de gronden zijn aangeduid met 'open gebied'; In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' is het vergisten van mest/organische bijproducten begrepen tot een doorzet van maximaal 100 ton per etmaal. Mestopslagplaatsen, toren- en sleufsilo's, buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, zijn niet in het doel 'uitoefening vanhet agrarisch bedrijf' begrepen. Het doel 'bosbouw' is beperkt tot bestaand bos, bestaande bosstroken en de aanleg van bos en bosstroken. De aanleg van bos en bosstrokenis niet toegestaan voorzover de grondenzijn aangeduid met 'open gebied'. Het doel 'niet-agrarische bedrijven' is beperkttot de op het moment dat de beheersverordening is vastgesteld aanwezige bedrijfsuitoefening en voor nijverheidsbedrijven of ambachtelijke of dienstverlenende bedrijven(waaronder opslag begrepen) genoemd in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijvendan wel hiermee wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven. Bij de beoordeling of sprake is van een bedrijf dat wat betreft het leefklimaat vergelijkbaar is met de bedrijvengenoemd in de categorieën 1 en 2, ligt de nadruk op de aspecten geluid, lucht, water, bodem en verkeer. In het doel 'Ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken' geldt dat nieuwe ontsluitingsvoorziening alleen zijn toegestaan, voorzover de overige doeleindenuit de bestemmingniet in hun doelmatig gebruiken/of hun functie worden beperkt. De doeleinden ten aanzien van het behoud en herstel,en voorzover de grondenop de verbeelding zijn aangeduid als 'landgoed' en/of 'natuur' de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden worden nagestreefd doormiddel van behoud, herstel en/of, voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid als 'landgoed' en/of 'natuur', de ontwikkeling van de volgendeessentiële ruimtelijke randvoorwaarden: open gebied ten noorden van Fluitenbergen nabij Zonne Claer reliëf; grootschalige landbouwpercelen nabij Zonne Claer; malle, langgerektepercelen ten noorden van Fluitenberg, ten noorden van de Wijsterse Weg en rond Zwartschaap; afwisseling in open gebiedenen bosgebieden tussen Tiendeveen en Nieuweroord; twee grafheuvelsten noorden van Fluitenberg; cultuurhistorisch waardevolle wijken nabij Nieuweroord; beekdal Ruiner Aa ten noorden van Pesse; terreinen van archeologische betekenis en archeologische waarde; verspreide bebouwingnabij Zwartschaap; bebouwing in één bouwlaag met kap; Nuil cultuurhistorisch waardevolle nederzetting. Het doel 'dagrecreatie' is beperkt tot de inrichting en hetgebruik van de bestaande dagrecreatieve terreinen en van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknick-plaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen en voorzover op de plankaart aangegeven met 'dagrecreatie' tevens voor een golfterrein. Van de in de bestemming begrepen wegen mag het aantal rijstroken ten hoogste twee bedragen. 4.1.2 Onderlinge verhoudingen Ondergeschikte doeleinden Alle overige doeleinden zijn ondergeschikt aan het doel 'uitoefening van het agrarischbedrijf' en 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden'. Bovengeschikte doeleinden Het doel 'uitoefening van het agrarischbedrijf'en 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' zijn bovengeschikt aan de overigedoeleinden. Nevengeschikte doeleinden Voorzover de onderlinge verhouding niet is aangemerkt als ondergeschikt of bovengeschikt zijnde doeleinden nevengeschikt aan elkaar. Voorzover activiteiten slechts toelaatbaar zijn op grond van een afwijking of aanlegvergunning zal voorzoverhet betreft het behoud en/of herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden de onderlinge verhouding worden bepaald ten opzichte van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de in 4.1 genoemde kenmerken en kwaliteiten. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Bebouwing ten dienste van de bedrijfsmatigeuitoefening van het agrarisch bedrijf de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding agrarisch bedrijf,mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha; de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing waarbij een intensieve tak is uitgesloten, ter plaatse van de aanduiding grondgebonden agrarisch bedrijf,mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha; de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak, mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha. 4.2.1.1 Bedrijfsgebouwen Van gebouwenmag de goot- en bouwhoogte ten hoogste 4,5 m, respectievelijk 12m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen. De bouwhoogte van kassen bedraagt ten hoogste 8 m. De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; De oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen,mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangeduid met 'grondgebonden agrarisch bedrijf' en 'grondgebonden agrarische bedrijf met bestaandeintensieve tak' ten hoogste 250 m² dan wel ten hoogste de bestaandeoppervlakte bedragen indien deze meer bedraagt; De oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen,mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangeduid met 'agrarisch bedrijf' ten hoogte de bestaandeoppervalkte bedragen, vermeerderd met 250 m2 of ten hoogste 10 % van de bestaandeoppervlakte indien deze oppervlakte meer dan 2500m2 bedraagt; Onder bedrijfsgebouwen zijn kassen toegestaan met een bouwhoogte van meer dan 1,2 m tot een oppervlakte van 1000m2, met dien verstandedat het oprichten van kassen niet is toegestaan voor zover de gronden zijn gelegen binnen het gebied dat op de verbeelding aangeduid is met 'veiligheidszone munitie C'; 4.2.1.2 Bedrijfswoningen Per bedrijf is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; 4.2.1.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogtevan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 12 m bedragenbinnen het genoemdeaaneengesloten oppervlak van 1,5 ha; Buiten het genoemde aaneengesloten oppervlak van 1,5 ha:
- is de bouw van kassen toegestaantot een bouwhoogte van 1,2 m, met dien verstandedat het oprichtenvan kassen niet is toegestaan voorzover de gronden zijn gelegen binnen het gebied dat op de verbeeldingis aangeduid met 'veiligheidszone munitie C';
- mogen uitsluitend andere bouwwerken, niet zijnde overkappingen en mest- en sleufsilo's, worden gebouwd tot een maximalebouwhoogte van 3 m. 4.2.1.4 Overige bepalingen De bebouwing dient per bedrijf te worden geconcentreerd binnen een denkbeeldige vierhoek. De uitbreidingsrichting dient aan te sluiten bij het aanwezige bebouwingspatroon, waarbij tevens rekening dient teworden gehouden met het uitzicht van woningen. 4.2.2 Bebouwing ten dienste van wonen 4.2.2.1 Bouwregels hoofdgebouw Ten behoeve van wonen is per met 'woning' aangeduid gebied ten hoogste één woning toegestaan; Per met 'dubbele woning' aangeduid gebied zijn ten hoogste twee woningen toegestaan, uitsluitend in de vorm van twee-aaneen-gebouwde woningen dan wel in de vorm van twee wooneenheden in een voormalig agrarisch bedrijf; De goothoogte bedraagt voor ten minste 65 % van de lengte maximaal 3,5 m en voor het resterende gedeelte ten hoogste 4,5 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen. De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m. Het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap, waarvan de helling minimaal 30° en maximaal 60° dient te bedragen. Bij verbouw dient te worden aangesloten bij de bestaandeverschijningsvorm. De oppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 200 m², dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is. 4.2.2.2 Bouwregels bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende bepalingen gelden: De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedragen maximaal:
- 150 m2 bij een erf met een oppervlakte tot 1.500m2;
- 175 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 1.500m2 tot 2.000 m2;
- 200 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 2.000m2 en groter; en met dien verstande dat: ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd; de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouwen maximaal 30 meter mag bedragen; de bouwhoogteniet meer dan 80% van de bouwhoogtevan het hoofdgebouw mag bedragen, met dien verstandedat de bouwhoogte in ieder geval maximaal 6 meter mag bedragen, ongeacht de bouwhoogte van het hoofdgebouw; een bijgebouw moet zijn voorzien van kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30°en niet meer dan 60° mag bedragen; In aanvullingop het bepaalde onder sub a tot en met sub e is de bestaande maatvoering toegestaan, met uitzondering van op het tijdstip van inwerking treden van het plan bestaande maatvoering die is gebouwd zonder vergunningen in strijd is met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Wanneer dit bestaande bijgebouw wordt gesloopt is voor de bebouwinghet bepaalde onder sub a tot en met sub e van toepassing, met uitzondering van de oppervlakte. Hiervoor geldt dat de bestaande overschrijding van het aantal vierkantemeters aan aan- en bijgebouwen terug mag worden gebouwd,tot een maximum van 500 m2 aan aan- en bijgebouwen. Hierbij zijn de m2 die bij recht zijn toegestaan inbegrepen. 4.2.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte vanbouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: maximaal1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen,mits meer dan 1 meter achter het verlengdevan de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd; 4.2.3 Bebouwing ten dienste van woning landgoed Ten behoeve van wonen is per met 'woning landgoed' aangeduid gebied ten hoogste één woning toegestaan; De vloeroppervlakte van de woning bedraagt minimaal 350 m2 en maximaal600 m²; De bouwhoogtebedraagt minimaal 5 m en maximaal 12 m; De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; Indien het hoofdgebouw wordt afgedekt met een kap, mag de hoogte van de dakopbouw maximaal twee/vijfde van de totale hoogte bedragen; Ten behoeve van de woning aangeduid met 'woning landgoed' zijn aan- en bijgebouwentoegestaan tot een gezamenlijke oppervlakte van 200 m²; De bouwhoogtevan de aan- en bijgebouwen mag maximaal 6 m bedragen, terwijl de goothoogtemaximaal 4,5 m mag bedragen; De aan- en bijgebouwendienen een ruimtelijke eenheid te vormen met het hoofdgebouw. Het aantal bijgebouwenbedraagt maximaal twee. 4.2.4 Bebouwing ten dienste van niet-agrarische bedrijven Ten behoeve van de betreffende bedrijven op de verbeelding aangeduid met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2' mag de oppervlakte van de bestaandegebouwen met maximaal10% worden vergroot; De goot- en bouwhoogtevan de gebouwen mogen maximaal 4,5 m respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen, indien deze meer bedragen; De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; d. Per op de verbeelding met 'bedrijven, categorie B1' aangeduid bedrijf is de bouw van maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Voor het overige is de bouw van bedrijfswoningen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoningen, niet toegestaan; e. Wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; f. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen. 4.2.5 Bebouwing ten dienste van kwekerij Gebouwd dient te worden binnen het bouwvlak; De goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt respectievelijk ten hoogste 3,5 m en 8 m dan wel ten hoogste de bestaandegoot- en bouwhoogte, indien deze meer bedragen; De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; Bedrijfswoningen (met uitzondering van de bestaande) zijn niet toegestaan. Wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; De hoogte van bouwwerkengeen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen. 4.2.6 Bebouwing ten dienste van recreatiewoningenterrein Voorzover de gronden zijn aangeduid met 'recreatiewoningterrein' gelden de volgende bepalingen: het bebouwdeoppervlak bedraagt maximaal 100 m² (inclusief aanbouwen en bijgebouwen) dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is; de perceelsoppervlakte bedraagt per recreatiewoning minimaal 300 m²; de afstand van gebouwentot de grens met de aanduiding 'recreatiewoningterrein' dient ten minste 10 m, dan wel ten minste de bestaande afstand indien deze minder is, te bedragen; de gronden met de aanduiding'recreatiewoningterrein' mogen tot een oppervlakte van 5 ha voor ten hoogste 3% worden bebouwd ten behoeve van beheer en voorzieningen, te verhogen met 1% van het aantal meerdere hectares boven de 5 ha; uitbreiding van het aantal bestaanderecreatiewoningen op het recreatiewoningterrein is niet toegestaan; gebouwd dient te worden in één bouwlaag met of zonder kap met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 m en 6,5 m voor de recreatiewoningen, dan wel ten hoogste de bestaandegoothoogte en bouwhoogte indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; de bouwhoogtevoor gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen bedraagt ten hoogste 10 m, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedragen. Gebouwd dient te worden in één bouwlaag met kap; per recreatiewoningterrein is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Wat betreft de bouwregels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor speeltoestellen maximaal 8 m en voor overige bouwwerkenmaximaal 3 m bedragen. 4.2.7 Bebouwing ten dienste van camping Op de gronden aangeduid met 'camping' zijn uitsluitend kampeermiddelen toegestaan als bedoeld in 1.60, alsmede gebouwenten behoeve van beheer en voorzieningen (zoals kampwinkel, zwembad, recreatieruimtes et cetera), chalets, stacaravans en groepsaccommodatie, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: tot een oppervlakte van 5 ha mag ten hoogste 3% van de oppervlakte van het verblijfsrecreatieterrein worden bebouwd met een groepsaccommodatie en gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen; indien een terrein groter is, mag voor iedere hectare meer 1% meer worden bebouwd; gebouwenten behoeve van beheer en voorzieningen dienen te worden gebouwd in één bouwlaag met kap; de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen bedraagt maximaal 10 m; binnen reeds aanwezigebebouwing mag een groepsaccommodatie worden gerealiseerd, met dien verstandedat bij herbouw uitsluitend de bestaande oppervlakte mag worden herbouwd en de bouwhoogte maximaal 80% van het hoofdgebouw mag bedragen; de afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; maximaal 20 % van het aantal standplaatsen mag gebruikt worden voor een vast kampeermiddel als bedoeld in 1.94 , waarbij de oppervlakte van een vast kampeermiddel maximaal 50 m2 bedraagt en de goothoogte maximaal 3,5 m; per camping is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Wat betreft de bouwvoorschriften van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor speeltoestellen maximaal 8 m en voor overige bouwwerkenmaximaal 3 m bedragen; het kampeerterrein moet worden voorzien van een afschermende groenstrook van minimaal 8m breed, waarbij alleen gebruik mag worden gemaakt van inheemse struik- en boomvormers. Tevens dient deze groenstrook op een zodanige wijze te worden onderhouden dat een goede landschappelijke inpassingwordt gewaarborgd. 4.2.8 Bebouwing ten dienste van landgoed Voorzover de grondenzijn aangeduid met 'woning landgoed' gelden de bepalingen zoals opgenomenin 4.2.3; Ten behoeve van het doel 'landgoed' mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwdten behoeve van: de uitoefening van het grondgebonden agrarisch bedrijf,met uitzondering van mest- en sleufsilo's; niet-commerciële duivenhouderij; openbare nutsvoorzieningen. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagtmaximaal 6 m. De inhoud van bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronderbegrepen een duiventil, bedraagt 16 m
- 4.2.9 Bebouwing ten dienste van dagrecreatie Ten behoeve van het doel 'dagrecreatie' is uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduidmet 'beheersgebouw' een beheersgebouw ten behoeve van het golfterreinmet een maximale oppervlakte van 850 m² en een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 m en 8 m toegestaan; Ten behoeve van het doel 'dagrecreatie' is uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduidmet 'clubhuis' een clubhuis ten behoeve van het golfterreinmet een maximale oppervlakte van 1.750 m² en een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 m en 8 m toegestaan. 4.2.10 Bebouwing ten dienste van overige doeleinden Voor het doel 'verkeer' is het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 12 m; Ten behoeve van de doel 'begraafplaats' is het bouwen van bouwwerkenbeperkt tot 5% van deze gronden en is de bouwhoogtevan bouwwerken beperkt tot maximaal 6 m, met dien verstandedat het realiseren van een bedrijfswoning ten behoeve van de doel 'begraafplaats' niet is toegestaan. De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; Ten behoeve van het doel 'natuur' is het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot een bouwhoogte van 3 m, met dien verstandedat bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend mogen worden gebouwd indien deze ten dienste staan aan de natuurdoelstellingen; Voor de overige doeleindenis het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot een bouwhoogtevan maximaal 3 m. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: de plaats van de bebouwingten behoeve van agrarischebedrijven in die zin dat:
- dient te worden gebouwd binnen een denkbeeldige rechthoek;
- de maximalebreedte langs de weg ten hoogste 100 m en de maximale diepte ten hoogst 200 m mag bedragen; de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en dakvorm en afmeting van de gebouwen; de situeringvan woningen en aanbouwen en bijgebouwen; de situeringvan gebouwen en bouwwerken bij agrarische bedrijven in die zin dat wordtgestreefd naar een geconcentreerde vorm van bebouwingbinnen een bouwvlak; de verhouding tussen de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aanbouwen en bijgebouwen. 4.4 Afwijken bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van:
- van het bepaaldein 4.2.1.2 en de bouw van een tweede bedrijfswoning toestaan bij een agrarisch bedrijf, mits wordt gebouwd binnen het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, met dien verstandedat een tweede bedrijfswoning niet mag worden gebouwd op de gronden die op de verbeeldingzijn aangegeven met 'veiligheidszone munitie B', mits: de noodzaakvan de tweede bedrijfswoning is aangetoond voor de bedrijfsvoering van het agrarischbedrijf; de levensvatbaarheid van het agrarisch bedrijf is aangetoond.
- van het bepaaldein 4.2.
- en een vergroting van het oppervlak ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimveetoestaan, bij de met 'grondgebonden agrarisch bedrijf' aangeduide bedrijven,indien dit noodzakelijk is op basis van wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid, mits wordt gebouwd binnen het 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak;
- van het bepaaldein 4.2.
- en een vergroting van het oppervlak ten behoeve van fokkerijen,mesterijen en/of pluimveetoestaan, bij de met 'grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande intensievetak' en 'agrarisch bedrijf' aangeduide bedrijven, indien ditnoodzakelijk is op basis van wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid, mits wordt gebouwd binnen het 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak
- van het bepaaldein 4.2.1.1 en 4.2.5 en een grotere goothoogte van agrarische bedrijfsgebouwen en kwekerijentoestaan tot een goothoogte van 5 m;
- van het bepaaldein 4.2.4 en uitbreiding van bebouwing ten dienste van niet-agrarische bedrijven toestaan,uitsluitend voorzover deze op de plankaart zijn aangeduidmet 'bedrijven, categorie B1', mits de oppervlakte met niet meer dan 25% wordt vergroot; een uitbreiding met meer dan 25% is mogelijk na een vooraf verkregen schriftelijke akkoordverklaring van Gedeputeerde Staten en als de bedrijfseconomische noodzaakis aangetoond;
- van het bepaaldein 4.2.1 en de bouw toestaan van een mestsilo buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlaktot een inhoud van 2.500 m³ en met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m (exclusief afdekking), met dien verstande dat deze afwijking niet van toepassingis voorzover de gronden zijn aangeduidmet 'open gebied', mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceelaanwezig is of ;vanwege milieuhygiënische knepunten realiseringop het bouwperceelongewenst is of;bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslag op een veldkavel moet worden gerealiseerd.
- van het bepaaldein 4.2.1 en de bouw toestaan van sleufsilo's buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak tot een bouwhoogte van 3 m en tot een inhoud van maximaal 2.500 m³;
- van het bepaaldein 4.2.3 en toestaan dat de vloeroppervlakte van de woning aangeduid als 'woning landgoed' wordt vergroot tot maximaal 750 m2;
- van het bepaaldein 4.2.3 en toestaan dat bij de woning aangeduid als 'woning landgoed' de maximale oppervlakte voor aan- en bijgebouwen wordt vergroot tot 250 m2;
- van het bepaaldein 4.2.2 de verbouw toestaan van een bestaande woning met bijgebouwentot buitenplaats met een minimum oppervlakte van 300 m² en een maximum oppervlakte van 600 m², mits: het gelegen is op de gronden aangeduidmet 'landschapsbouw'; sprake is van (de aanplant van) minimaal1 ha bos; de woning op een hoek of een overgang in het landschapsbeeld staat, dan wel de beëindiging van een zichtlijn vormt of een soortgelijke prominenteplaats; door de situering,afmetingen, kleurstelling en bouwstijl van de gebouwen het karakter als buitenplaats wordt verkregen; het erf van voldoende omvang is (ten minste 1.500 m²); deze afwijkingis niet van toepassing voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'veiligheidszone munitie A' of 'veiligheidszone munitie B'.
- van het bepaalde in 4.2.
- enhet afwijken van de bestaande verschijningsvorm toestaan bij her- en/of verbouw van een bestaand hoofdgebouw, uitsluitend voorzover het pand op de verbeelding is aangeduid met 'woning' of 'dubbele woning', mits: bestaande verschijningsvorm stedenbouwkundig gezien niet de meest gewenste is; indien van toepassingbij het wijzigen van de verschijningsvorm rekening wordt gehouden met de ter plaatse geldendeuitgangspunten zoals deze in de nota ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd; De onder a bedoelde afwijking mag:
- geen onevenredige afbreuk doen aan de in 4.1 omschreven waarden;
- geen onevenredig negatieve invloed hebben op het milieu,de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater;
- geen negatieve invloed hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van andere gronden en gebouwe Voorzover de afwijking onder a gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid als 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de afwijking niet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek is gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de afwijkingbetrekking heeft. Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek is tevens van toepassingop een strook van 50 m rond de verbeelding met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde' aangeduidegebieden. 4.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdigmet deze bestemming zoals bedoeld in 4.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:
- het gebruik van vrijstaandebijgebouwen voor bewoning met uitzondering van mantelzorg;
- het gebruik van de gronden voor een paardenbak, met uitzondering van alle soorten agrarische bedrijven en niet agarischebedrijven categorie B1;
- het gebruik van recreatiewoningen en vaste kampeermiddelen ten behoeve van permanente bewoning;
- het gebruik van kampeermiddelen ten behoeve van bewoning. Gebruik van ruimten binnen de (bedrijfs)woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
- maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten;
- de activiteitdient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving;
- de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn;
- er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit of e-commerce;
- ten behoeve van e-commerce is geen showroomaanwezig. 4.6 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.5 indien strikte toepassingvan dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringenderedenen wordt gerechtvaardigd; Burgemeester en wethouderskunnen bij omgevingsvergunning afwijken voor het aanbrengen van mestopslagplaatsen, welke niet als bouwwerk worden aangemerkt, tot een inhoud van 2.500 m³, buiten het in 4.2.1 genoemdeaaneengesloten oppervlak, mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceelaanwezig is of;vanwege milieuhygiënische knepunten realisering op het bouwperceel ongewenst is of; bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslagop een veldkavel moet worden gerealiseerd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van het gebruik van gronden voor een paardenbakbij omgevingsvergunnning afwijken van de regels, met dien verstande dat:
- de afwijkingalleen betrekking heeft op de aanduiding 'woning' en 'dubbele woning';
- de afstand tot het erf niet meer dan 30 m bedraagt;
- de afstand tussen de paardenbaken een bestaande woning van derden ten minste 15 m bedraagt;
- de oppervlakte van de paardenbak niet meer dan 800 m² bedraagt;
- een open omheining wordt toegepast met een maximalehoogte van 2 m;
- de paardenbakniet is voorzien van bestrating of andere verharding;
- de hoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 3,5 m met dien verstande dat de lampen moeten worden voorzien van een afschermende kap, waardoor de lichtbundel uitsluitend is gericht op de paardenbakzodat de omgeving gevrijwaardblijft van lichthinder;
- een goede landschappelijke inpassing is gewaarborgd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van evenementenbij omgevingsvergunning afwijken van de regels. Deze afwijking is niet van toepassingvoorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'veiligheidszone munitie A' of 'veiligheidszone munitie B'. Voorzover de onder b, c en d genoemde afwijkinggepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekkingheeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceelof bouwblok en op de verbeeldingzijn aangeduid met 'terreinvan archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de afwijking niet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek is gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de afwijking betrekking heeft. Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek is tevens van toepassingop een strook van 50 m rond de plankaartmet 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde' aangeduide gebieden. De onder b, c en d genoemdeafwijking mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in lid 1 omschreven waarden. 4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijkingvan een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het aanbrengen van beplantingen ten behoeve van de teelt van laan- en parkbomen en boomfruit, alsmede bos voorzoverde gronden niet zijn aangeduidmet 'open gebied';
- het aanleggenvan dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen en parkeervoorzieningen.
- het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
- het aanbrengen van lijnvormige beplantingen;
- het aanbrengen van drainage en/of een greppelsysteem, het zoeken naar delfstoffen (seismisch onderzoek en exploratieonderzoek), het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen voorzover het gronden betreft die zijn aangeduid met 'hydrologisch aandachtsgebied';
- egaliseren. De sub a bedoelde vergunning is niet vereist indien:
- werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud tot doel hebben;
- De sub a, onder 4 bedoelde vergunning is niet vereist indien sprake is van erfbeplanting. Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in z'n geheel in de beoordeling betrokken. De sub a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in lid 1 omschreven waarden. Indien de aanlegvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies. Voorzoverde aanlegvergunning onder a gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeeldingzijn aangeduid als 'terreinvan archeologische betekenis' of 'terreinvan hoge archeologische waarde', wordt de aanlegvergunning niet eerder verleend dan nadat advies is ingewonnen bij de provinciaal archeoloog. Dit advies zal tevens worden ingewonnenindien de aanlegvergunning betrekking heeft op gronden binnen een strook van 50 m rond de gebiedenop de plankaart aangeduid met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde'. Voorzoverde sub a, onder 5 bedoelde vergunningbetrekking heeft op gronden die zijn aangeduidmet 'hydrologische aandachtsgebied' en tevens zijn voorzien van de aanduiding 'bestaand bos', zal het verzoek om aanlegvergunning mede worden afgewogen op basis van de gevolgen voor het omliggende agrarische gebied. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt, voorzoverdeze betrekking heeft op de aanplant van bos, niet eerder verleend dan nadat advies is ingewonnen bij de de provincie Drenthe. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt niet verleend indien als gevolg van de bosaanplant omliggende agrarische bedrijven in de (toekomstige) uitbreidingsmogelijkheden worden belemmerd. Artikel5 Agrarisch - 3 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch-3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaartzijn aangeduid met 'natuur'; en voor de volgendesociaal-economische doeleinden: uitoefening van het agrarisch bedrijf; bosbouw, met uitzondering van de gronden op de verbeeldingaangeduid met 'open gebied'; dagrecreatie; wonen, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduidmet 'woning' en/of 'dubbele woning'; manege, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduidmet 'manege'; niet-agrarische bedrijven, uitsluitend voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2'; maatschappelijke doeleinden,uitsluitend voor zover de gronden op de verbeeldingzijn aangeduid met 'maatschappelijke doeleinden'; camping, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangeduidmet 'camping'; verkeer, uitsluitendvoorzover het de bestaande wegen betreft; water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; begraafplaats, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduidmet 'begraafplaats'; dierenbegraafplaats, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduidmet 'dierenbegraafplaats'; terrein van hoge archeologische waarde, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduidmet 'terrein van hoge archeologische waarde'; veiligheidszone munitiedepot, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'veiligheidszone munitie B' en 'veiligheidszone munitie C''; vrijwaringszone radiotelescoop, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'vrijwaringszone radiotelescoop'; ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken. 5.1.1 Nadere uitwerking bestemmingsomschrijving In het doel 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' is het aanbrengen van landschapselementen groter dan 1 ha niet begrepen. In het doel 'uitoefening van het agrarischbedrijf' zijn kwekerijen alsmede het kwekenvan laan- en parkbomenen boomfruitteelt niet begrepen. In het doel 'uitoefening van het agrarischbedrijf' is het vergistenvan mest/organische bijproducten begrepen tot een doorzet van maximaal 100 ton per etmaal. Mestopslagplaatsen, toren- en sleufsilo'sbuiten het in 5.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, zijn niet in het doel 'uitoefening vanhet agrarisch bedrijf' begrepen. Het doel 'niet-agrarische bedrijven' is beperkt tot de op het moment dat de beheersverordening is vastgesteld aanwezigebedrijfsuitoefening en voor nijverheidsbedrijven of ambachtelijke of dienstverlenende bedrijven (waaronder opslag begrepen)genoemd in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijven dan wel hiermee wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven. Bij de beoordeling of sprake is van een bedrijf dat wat betreft het leefklimaat vergelijkbaar is met de bedrijvengenoemd in de categorieën 1 en 2, ligt de nadruk op de aspectengeluid, lucht, water, bodem en verkeer. In het doel 'Ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken' geldt dat nieuwe ontsluitingsvoorziening alleen zijn toegestaan, voor zover de overige doeleinden uit de bestemming niet in hun doelmatig gebruiken/of hun functie worden beperkt. Voorzover de grondenop de verbeelding zijn aangeduid met 'natuur',is de bestemming gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden. De doeleinden ten aanzien van het behoud en herstel, en voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid als 'natuur' de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden worden nagestreefd door middel van behoud, herstel en/of, voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid als 'natuur',de ontwikkeling van de volgende essentiële ruimtelijke randvoorwaarden: landschappelijk, cultuurhistorische en natuurlijk waardevol beekdal van het Oude Diep; reliëf; smalle percelering, veelal haaks op de beekbedding; bebouwing veelal langs de randen van het beekdal; afwissing in open beslotendelen Kalenberg en Pesse; essen potentieelarcheologische waarde; terreinen van hoge archeologische waarde;- verspreide bebouwing; grootschalig open veenweidegebied met verspreide bomen en bosjes; cultuurhistorisch waardevolle wijken; waardevolle vegetatiein sloten en wijken; open gebied van belang voor weidevogels; zwanen, ganzen en steltlopers; enkele waardevolle poelen; verspreide waardevolle loofbosjes; slechts enige verspreidebebouwing; bebouwing in één bouwlaag met kap. Het doel 'dagrecreatie' is beperkt tot de inrichtingen het gebruik van de bestaande dagrecreatieve terreinenen van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknickplaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen. Het doel 'bosbouw' is beperkt tot bestaand bos of bosstroken. Van de in de bestemmingbegrepen wegen mag het aantal rijstroken ten hoogste twee bedragen. 5.1.2 Onderlinge verhoudingen Ondergeschikte doeleinden Alle overige doeleinden zijn ondergeschikt aan de doeleinden 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' (met uitzondering van intensieve veehouderij) en 'behouden herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden'. Bovengeschikte doeleinden De doeleinden 'uitoefening van het agrarischbedrijf' (met uitzondering van intensieve veehouderij) en 'behouden herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' zijn bovengeschikt aan de overige doeleinden. Nevengeschikte doeleinden Voorzover de onderlinge verhouding niet is aangemerkt als ondergeschikt of bovengeschikt zijn de doeleinden nevengeschikt aan elkaar. Voorzover activiteiten slechts toelaatbaar zijn op grond van een afwijking of aanlegvergunning zal voorzoverhet betreft het behoud en/of herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden de onderlinge verhouding worden bepaald ten opzichte van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de in 5.1 genoemde kenmerken en kwaliteiten. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Bebouwing ten dienste van de bedrijfsmatigeuitoefening van het agrarisch bedrijf de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding agrarisch bedrijf,mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1 ha; de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing waarbij een intensieve tak is uitgesloten, ter plaatse van de aanduiding grondgebonden agrarisch bedrijf,mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1 ha; de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak, mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1 ha. 5.2.1.
- Bedrijfsgebouwen De oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen,mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangegevenmet 'grondgebonden agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaandeintensieve tak' en 'agrarisch bedrijf' ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen. Van gebouwenmag de goot- en bouwhoogte ten hoogste 4,5 m respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen. De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; Zowel binnen als buiten het genoemde aaneengesloten oppervlak zijn geen kassentoegestaan. 5.2.1.
- Bedrijfswoningen Per bedrijf is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Wat betreft de bouwvoorschriften van bedrijfswoningen, gelden de bepalingen zoals opgenomen in 5.2.
- 5.2.1.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogtevan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 12 m bedragen; Buiten het genoemdeaaneengesloten oppervlak van 1 ha, mogen uitsluitend andere bouwwerken, niet zijnde overkappingen en mest- en sleufsilo's , worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 3 m. 5.2.1.4 Overige bepalingen De bebouwing dient per bedrijf te worden geconcentreerd binnen een denkbeeldige vierhoek. De uitbreidingsrichting dient aan te sluiten bij het aanwezige bebouwingspatroon, waarbij tevens rekening dient teworden gehouden met het uitzicht van woningen. 5.2.2 Bebouwing ten dienste van wonen 5.2.2.1 Bouwregels hoofdgebouw Ten behoeve van wonen is per met 'woning' aangeduid gebied ten hoogste één woning toegestaan; Per met 'dubbele woning' aangeduid gebied zijn ten hoogste twee woningen toegestaan, uitsluitend in de vorm van twee-aaneen-gebouwde woningen dan wel in de vorm van twee wooneenheden in een voormalig agrarisch bedrijf; De goothoogte bedraagt voor ten minste 65 % van de lengte maximaal 3,5 m en voor het resterende gedeelte ten hoogste 4,5 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen; De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; Het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap, waarvan de helling minimaal 30° en maximaal 60° dient te bedragen; Bij verbouw dient te worden aangesloten bij de bestaandeverschijningsvorm; De oppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 200 m², dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is. 5.2.2.
- Bouwregels bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende bepalingen gelden: De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedragen maximaal:
- 150 m2 bij een erf met een oppervlakte tot 1.500m2;
- 175 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 1.500 m2 tot 2.000 m2;
- 200 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 2.000m2 en groter; met dien verstande dat: ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd; de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouwen maximaal 30 meter mag bedragen; de bouwhoogteniet meer dan 80% van de bouwhoogtevan het hoofdgebouw mag bedragen, met dien verstandedat de bouwhoogte in ieder geval maximaal 6 meter mag bedragen, ongeacht de bouwhoogte van het hoofdgebouw; een bijgebouw moet zijn voorzien van kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30°en niet meer dan 60° mag bedragen; In aanvullingop het bepaalde onder sub a tot en met sub e is de bestaande maatvoering toegestaan, met uitzondering van op het tijdstip van inwerking treden van het plan bestaande maatvoering die is gebouwd zonder vergunningen in strijd is met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Wanneer dit bestaande bijgebouw wordt gesloopt is voor de bebouwinghet bepaalde onder sub a tot en met sub e van toepassing, met uitzondering van de oppervlakte. Hiervoor geldt dat de bestaande overschrijding van het aantal vierkantemeters aan aan- en bijgebouwen terug mag worden gebouwd,tot een maximum van 500 m2 aan aan- en bijgebouwen. Hierbij zijn de m2 die bij recht zijn toegestaan inbegrepen. 5.2.2.
- Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte vanbouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen,mits meer dan 1 meter achter het verlengdevan de voorgevelvan het hoofdgebouw wordt gebouwd. 5.2.3 Bebouwing ten dienste van niet-agrarische bedrijven Ten behoeve van de betreffende bedrijven op de verbeelding aangegeven met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2' mag de oppervlakte van de bestaandegebouwen met maximaal10% worden vergroot; De goot- en bouwhoogtevan de gebouwen mogen maximaal 4,5 m respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen, indien deze meer bedragen; De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; Per op de verbeelding met 'bedrijven, categorie B1' aangegeven bedrijf is de bouw van maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Voor het overige is de bouw van bedrijfswoningen,met uitzondering van de bestaande bedrijfswoningen, niet toegestaan; Wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 5.2.2; De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen. 5.2.4 Bebouwing ten dienste van camping Op de gronden aangeduid met 'camping' zijn uitsluitend kampeermiddelen toegestaan als bedoeld in 1.60, alsmede gebouwenten behoeve van beheer en voorzieningen (zoals kampwinkel, zwembad, recreatieruimtes et cetera), chalets, stacaravans en groepsaccommodatie, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: tot een oppervlakte van 5 ha mag ten hoogste 3% van de oppervlakte van het verblijfsrecreatieterrein worden bebouwd met een groepsaccommodatie en gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen; indien een terrein groter is, mag voor iedere hectare meer 1% meer worden bebouwd; gebouwenten behoeve van beheer en voorzieningen dienen te worden gebouwd in één bouwlaag met kap; de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen bedraagt maximaal 10 m; binnen reeds aanwezigebebouwing mag een groepsaccommodatie worden gerealiseerd, met dien verstandedat bij herbouw uitsluitend de bestaande oppervlakte mag worden herbouwd en de bouwhoogte maximaal 80% van het hoofdgebouw mag bedragen; de afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; maximaal 20 % van het aantal standplaatsen mag gebruikt worden voor een vast kampeermiddel, waarbij de oppervlakte van een vast kampeermiddel maximaal 50 m2 bedraagt en de goothoogtemaximaal 3,5 m; per camping is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Wat betreft de bouwvoorschriften van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 5.2.2; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor speeltoestellen maximaal 8 m en voor overige bouwwerkenmaximaal 3 m bedragen; het kampeerterrein moet worden voorzien van een afschermende groenstrook van minimaal 8 m breed, waarbij alleen gebruik mag worden gemaakt van inheemse struik- en boomvormers.Tevens dient deze groenstrook op een zodanige wijze te worden onderhouden dat een goede landschappelijke inpassingwordt gewaarborgd. 5.2.5 Bebouwing ten dienste van maatschappelijkedoeleinden Ten behoeve van de op de verbeelding met 'maatschappelijke doeleinden' aangeduide gronden mag de oppervlakte van de bestaande gebouwen met maximaal 10% worden vergroot; De goot- en bouwhoogtevan de gebouwen mogen maximaal 3,5 m respectievelijk 8 m, dan wel ten hoogste de bestaandegoot- en bouwhoogte bedragen, indien deze meer bedragen. De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; De bouw van bedrijfswoningen, met uitzondering van de bestaande dienstwoningen, is niet toegestaan. Wat betreft de bouwregels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 5.2.2; De bouwhoogtevan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen. 5.2.6 Bebouwing ten dienste van manege Ten behoeve van de betreffende bedrijven op de verbeelding aangeduid met 'manege' mag de oppervlakte van de bestaande gebouwen met maximaal 10% worden vergroot; Gebouwd dient te worden binnen het bouwvlak; De goot- en bouwhoogtevan gebouwen mag maximaal 4,5 m respectievelijk 12 m dan wel ten hoogste de bestaandegoot- en bouwhoogte bedragen, indien deze meer bedragen; De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; De bouw van bedrijfswoningen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoningen, is niet toegestaan; Wat betreft de bouwvoorschriften van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 5.2.2; De bouwhoogtevan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen. 5.2.7 Bebouwing ten dienste van overige doeleinden Voor het doel 'verkeer' is het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 12 m; Ten behoeve van de doelen 'begraafplaats' en 'dierenbegraafplaats' ishet bouwen van bouwwerken beperkt tot 5% van de oppervlakte van de als zodanig aangeduide gronden en is de bouwhoogtevan bouwwerken beperkt tot maximaal 6 m, met dien verstandedat het realiserenvan een (bedrijfs)woning ten behoeve van de doelen 'begraafplaats' en 'dierenbegraafplaats' niet is toegestaan. De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m. Ten behoeve van het doel 'natuur'is het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van 3 m, met dien verstande dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitendmogen worden gebouwd indien deze ten dienstestaan aan de natuurdoelstellingen; Voor de overige doeleindenis het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwenzijnde, tot een bouwhoogtevan maximaal 3 m. 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: de plaats van de bebouwingten behoeve van agrarischebedrijven in die zin dat:
- dient te worden gebouwd binnen een denkbeeldige rechthoek;
- de maximalebreedte langs de weg ten hoogste 100 m en de maximale diepte ten hoogste 200 m mag bedragen; de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en dakvorm en afmeting van de gebouwen; de situeringvan woningen en aanbouwen en bijgebouwen; de situeringvan gebouwen en bouwwerken bij agrarische bedrijven in die zin dat wordt gestreefd naar een geconcentreerde vorm van bebouwingbinnen een bouwvlak;e. de verhouding tussen de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aanbouwen en bijgebouwen. 5.4 Afwijken bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van:
- van het bepaaldein 5.2.1.2 en de bouw van een tweede bedrijfswoning toestaan bij een agrarisch bedrijf, mits wordt gebouwd binnen het in 5.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, mits: de noodzaakvan de tweede bedrijfswoning is aangetoond voor de bedrijfsvoering van het agrarischbedrijf; de levensvatbaarheid van het agrarisch bedrijf is aangetoond.
- een vergrotingvan het oppervlak ten behoeve van fokkerijen,mesterijen en/of pluimvee, bij de met 'grondgebonden agrarischbedrijf' aangeduide bedrijven, indien dit noodzakelijk is op basis van wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid, mits wordt gebouwd binnen het in 5.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak;
- een vergrotingvan het oppervlak ten behoeve van fokkerijen,mesterijen en/of pluimvee, bij de met 'grondgebonden agrarischbedrijf met bestaande intensieve tak' en 'agrarisch bedrijf' aangeduidebedrijven, indien dit noodzakelijk is op basis van wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid, mits wordt gebouwd binnen het in 5.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak;
- de bouw van een sleufsilo buiten het in 5.2.1 genoemdeaaneengesloten oppervlak tot een bouwhoogtevan 3 m en tot een inhoud van maximaal 2500m3;
- een grotere goothoogtevan agrarische bedrijfsgebouwen tot een goothoogte van 5 m;
- uitbreiding van bebouwingten dienste van niet-agrarische bedrijven, uitsluitend voorzover deze op de plankaart zijn aangeduid met 'bedrijven, categorie B1', mits de oppervlakte met niet meer dan 25% wordt vergroot; een uitbreiding met meer dan 25% is mogelijk na een vooraf verkregen schriftelijke akkoordverklaring van Gedeputeerde Staten en als de bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond; 7.de verbouw van een bestaande woning met bijgebouwen tot buitenplaats met een minimum oppervlakte van 300 m² en een maximum oppervlakte van 600 m², mits: het gelegen is op de gronden aangeduidmet 'landschapsbouw'; sprake is van (de aanplant van) minimaal1 ha bos; de woning op een hoek of een overgang in het landschapsbeeld staat, dan wel de beëindiging van een zichtlijn vormt of een soortgelijke prominenteplaats; door de situering,afmetingen, kleurstelling en bouwstijl van de gebouwen het karakter als buitenplaats wordt verkregen; het erf van voldoende omvang is (ten minste 1.500 m²).
- het afwijken van de bestaande verschijningsvorm bij her- en/of verbouw van een bestaand hoofdgebouw, uitsluitend voorzover het pand op de verbeelding is aangeduid met 'woning' of 'dubbele woning', mits: bestaande verschijningsvorm stedenbouwkundig gezien niet de meest gewenste is; indien van toepassing bij het wijzigen van de verschijningsvorm rekening wordt gehouden met de ter plaatse geldendeuitgangspunten zoals deze in de nota ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd; De onder a bedoelde afwijking mag:
- geen onevenredige afbreuk doen aan de in 5.1 omschreven waarden;
- geen onevenredig negatieve invloed hebben op het milieu,de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater;
- geen negatieve invloed hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van andere gronden en gebouwen Voorzover de afwijking onder a gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid als 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de afwijking niet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek is gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de vrijstelling betrekking heeft. Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek is tevens van toepassingop een strook van 50 m rond de verbeeldingmet 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde' aangeduidegebieden. 5.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdigmet deze bestemming zoals bedoeld in 5.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:
- het gebruik van vrijstaandebijgebouwen voor bewoning met uitzondering van mantelzorg;
- het gebruik van de gronden voor een paardenbak, met uitzondering van alle soorten agrarische bedrijven en niet agarischebedrijven categorie B1;
- het gebruik van recreatiewoningen en vaste kampeermiddelen ten behoeve van permanente bewoning;
- het gebruik van kampeermiddelen ten behoeve van bewoning. Gebruik van ruimten binnen de (bedrijfs)woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
- maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten;
- de activiteitdient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving;
- de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn;
- er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit of e-commerce;
- ten behoeve van e-commerce is geen showroomaanwezig. 5.6 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouderskunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.5 indien strikte toepassingvan dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringenderedenen wordt gerechtvaardigd; Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken voor het aanbrengen van mestopslagplaatsen, welke niet als bouwwerk worden aangemerkt, tot een inhoud van 2.500 m³, buiten het in 5.2.1 genoemdeaaneengesloten oppervlak. Burgemeester en wethouderskunnen ten behoeve van het gebruik van gronden voor een paardenbak bij omgevingsvergunnning afwijken van de regels, met dien verstande dat:
- de afwijkingalleen betrekking heeft op de aanduiding 'wonen';
- de afstand tot het erf niet meer dan 30 m bedraagt;
- de afstand tussen de paardenbaken een bestaande woning van derden ten minste 15 m bedraagt;
- de oppervlakte van de paardenbak niet meer dan 800 m² bedraagt;
- een open omheining wordt toegepast met een maximalehoogte van 2 m;
- de paardenbakniet is voorzien van bestrating of andere verharding;
- de hoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 3,5 m met dien verstande dat de lampen moeten worden voorzien van een afschermende kap, waardoor de lichtbundel uitsluitend is gericht op de paardenbakzodat de omgeving gevrijwaardblijft van lichthinder;
- een goede landschappelijke inpassing is gewaarborgd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van evenementenbij omgevingsvergunning afwijken van de regels. Voorzover de onder b, c en d genoemde afwijkinggepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekkingheeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeeldingzijn aangeduid met 'terreinvan archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de afwijking niet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek is gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de afwijking betrekking heeft. Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek is tevens van toepassingop een strook van 50 m rond de plankaartmet 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde' aangeduide gebieden. De onder b, c en d genoemdeafwijking mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in lid 1 omschreven waarden. 5.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijkingvan een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het aanleggenvan dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen en parkeervoorzieningen.
- het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
- het aanbrengen van lijnvormige beplantingen;
- het dempen van wijken of sloten;
- het aanbrengen van drainage en/of een greppelsysteem, het zoeken naar delfstoffen (seismisch onderzoek en exploratieonderzoek), het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen voorzover het betreft de gronden die zijn aangeduid met 'hydrologisch aandachtsgebied';
- egaliseren. De sub a bedoelde vergunning is niet vereist indien:
- werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud tot doel hebben;
- De sub a, onder 3 bedoelde vergunning is niet vereist indien sprake is van erfbeplanting; Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in z'n geheel in de beoordeling betrokken. De sub a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in 5.1 omschreven waarden. Indien de aanlegvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies. Voorzover de aanlegvergunning onder a gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid als 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de aanlegvergunning niet eerder verleend dan nadat advies is ingewonnen bij de provinciaal archeoloog. Dit advies zal tevens worden ingewonnenindien de aanlegvergunning betrekking heeft op gronden binnen een strook van 50 m rond de gebieden op de plankaartaangeduid met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde'. Voorzover de sub a, onder 5 bedoelde vergunning betrekking heeft op gronden welke zijn aangeduid met 'hydrologische aandachtsgebied' en tevens op de verbeelding zijn voorzien van de aanduiding 'bestaand bos', zal het verzoek om aanlegvergunning mede worden afgewogen op basis van de gevolgen voor het omliggende agrarische gebied. Artikel6 Agrarisch - 4 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch-4' aangewezen gronden zijn bestemd voor: behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; en voor de volgendesociaal-economische doeleinden: uitoefening van het agrarisch bedrijf; bosbouw; wonen, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangegeven met 'woning'; bestaand bos, uitsluitendvoorzover de gronden zijn aangegeven met 'bestaand bos'; niet-agrarische bedrijven, uitsluitend voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangegeven met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2'; verkeer, uitsluitendvoorzover het de bestaande wegen betreft; water en waterhuishoudkundige voorzieninge ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken. 6.1.1 Nadere uitwerking bestemmingsomschrijving In het doel 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' is het aanbrengen van landschapselementen groter dan 1 ha niet begrepen. Het doel 'niet-agrarische bedrijven' is beperkt tot de op het moment dat de beheersverordening is vastgesteld aanwezigebedrijfsuitoefening en voor nijverheidsbedrijven of ambachtelijke of dienstverlenende bedrijven (waaronder opslag begrepen)genoemd in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijven dan wel hiermee wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven. Bij de beoordeling of sprake is van een bedrijf dat wat betreft het leefklimaat vergelijkbaar is met de bedrijvengenoemd in de categorieën 1 en 2, ligt d
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.