ALGEMEEN - Bevoegdhedenbesluit ambtelijke organisatie AmsterdamHoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities
(2008): a. Het indienen van een subsidieaanvraag en het indienen van een aanvraag tot vaststelling van de subsidie bij de Vervoerregio Amsterdam. P. Regeling voertuigen Gemandateerd aan de directeur Verkeer en Openbare Ruimte worden de volgende bevoegdheid op grond van de Regeling voertuigen: het verlenen van ontheffingen voor het rijden met motorvoertuigen met beperkte snelheid die niet voldoen aan de eisen uit de Regeling voertuigen ten aanzien van afmetingen en massa's (artikel 9.1 in samenhang met artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onder c, en tweede lid, en artikel 5.7.6 van de Regeling voertuigen). Q. Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels Gemandateerd aan de directeur Dienstverlening wordt de volgende bevoegdheid op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990): het beslissen op aanvragen van ontheffingen van de milieuzones (artikel 87 van het RVV 1990)
- directeur Metro en Tram Gemandateerd aan de directeur Metro en Tram worden de volgende bevoegdheden op grond van: A. Plan van aanpak leefbaarheid Noord/Zuid-lijn Het beslissen over het nemen van de maatregelen zoals genoemd in het Plan van Aanpak Leefbaarheid Noord/Zuidlijn, dit met de beperking dat daarover positief door het projectcommissariaat van de RVE Metro en Tram dient te zijn geadviseerd indien dat op grond van het reglement voor het projectcommissariaat van de RVE Metro en Tram nodig is. B. Verwerving en vervreemding onroerende zaken Het verwerven en vervreemden van onroerende zaken in verband met de opdracht aan de RVE Metro en Tram, dit met de beperking dat daarover positief door het projectcommissariaat van de RVE Metro en Tram dient te zijn geadviseerd indien dat op grond van het reglement voor het projectcommissariaat van de RVE Metro en Tram nodig is. C. Opdracht RVE Metro en Tram Het uitoefenen van alle overige taken en bevoegdheden in het kader van de opdracht aan de RVE Metro en Tram, dit met de beperking dat daarover positief door het projectcommissariaat van de Noord/Zuid-lijn dient te zijn geadviseerd indien dat op grond van het reglement voor het projectcommissariaat Metro en Tram nodig is. D. Wet lokaal spoor a. Het verlenen, eisen, schorsen en intrekken van een vergunning voor het indienststellen van lokale spoorweginfrastructuur op grond van artikel 9, tweede lid, artikel 10, derde lid, en artikel 11 van de Wet lokaal spoor. b. Het verlenen van de vergunning voor indienststelling van een spoorvoertuig, een gewijzigd spoorvoertuig of een type spoorvoertuig op grond van artikel 32, tweede en vijfde lid, artikel 33, derde lid, en artikel 34, eerste en zesde lid, van de Wet lokaal spoor, alsmede de bevoegdheid tot het verbieden van het gebruik van een spoorvoertuig op grond van artikel 35,tweede lid, Wet lokaal spoor. c. Het verlenen van de vergunning de voor het op, in boven, naast of onder de lokale spoorweg uitvoeren of doen uitvoeren van werkzaamheden of het plaatsen van zaken, als bedoeld in artikel 12 van de Wet lokaal spoor. d. Het opleggen van een last onder bestuursdwang (en daarmee ook de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom), uitsluitend en alleen ter handhaving van overtreding van verplichtingen uit de Wet lokaal spoor voor zover deze betrekking hebben op de bevoegdheden die op 14 november 2019 door het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam zijn gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. e. Het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 44, eerste lid van de Wet Lokaal Spoor Uitsluitend en alleen ter handhaving van overtreding van verplichtingen uit de Wet Lokaal Spoor voor zover deze betrekking hebben op de bevoegdheden die op 14 november 2019 door het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam zijn gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. E. Gemeentewet Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid (onder)gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris (artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet).
- directeur Zuidas A. Gemeentewet
- Gemandateerd aan de directeur Zuidas worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a. Het aanwijzen van deskundigen van de zijde van de gemeente (artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet). b. Het doen van uitgaven ten behoeve van bodemonderzoeken, bodemsaneringen en verwerking van verontreinigde grond tot een maximum van € 1.500.000,== (exclusief BTW) per project, voor zover passend binnen en ten laste van de jaarlijks vast te stellen Stelpost Bodemsanering binnen het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing- en/of het Vereveningsfonds danwel een fonds dat daarvoor in de plaats is getreden (artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet). c. De bevoegdheid om grond te vorderen welke vrijkomt tijdens de uitvoering van ruimtelijke plannen (artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet). d. Het voeren van grondprijsonderhandelingen binnen het door het college voor de Zuidas vastgestelde Raamwerk voor de grondprijzen dit met de beperking dat de RVE Grond en Ontwikkeling wordt geconsulteerd bij het opstellen van de erfpachtaanbieding, erfpachtbesluit en de controle van de concept-akte van uitgifte (artikel 160 en 171 van de Gemeentewet). e. Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid (onder)gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris (artikel 171, eerste lid van de Gemeentewet). f. De planvorming voor de ruimtelijke ontwikkelingen binnen grootstedelijk plangebied Zuidas. g. De planuitvoering van de bestuurlijk voor de Zuidas vastgestelde besluiten binnen de door B&W vastgestelde kaders voor de grondexploitaties en conform het gemeentebrede aanbestedingsbeleid.Het voeren van een administratie voor grondexploitaties waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande administratieve systemen van de RVE Grond en Ontwikkeling, waardoor de Interne Controle, de (gemeentebrede) BTW aspecten en het betalingsverkeer zijn geborgd.
- Voorbehouden aan de directeur Zuidas worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a. Het nemen van besluiten inzake erfpachtuitgifte waarbij wordt afgeweken van de meest actuele door de Gemeenteraad aanvaarde (bandbreedtes van de) grondprijzen, ter realisering van de meest optimale grondprijs (artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet). b. Het maken van uitzonderingen op het beginsel van meervoudige selectie van marktpartijen voor gebiedsontwikkeling met inachtneming van het terzake geldende beleidskader (artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet). B. Wet voorkeursrecht gemeenten Gemandateerd aan de directeur Zuidas worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten: a. Alle bevoegdheden ter uitoefening van een gevestigd voorkeursrecht mits, indien aan de orde, voor de met de uitoefening van deze bevoegdheden gemoeide uitgaven financiële dekking aanwezig is in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost of een daarvoor beschikbaar gesteld krediet (Wet voorkeursrecht gemeenten). C Onteigeningswet Gemandateerd aan de directeur Zuidas worden de volgende bevoegdheden op grond van de Onteigeningswet: c. Het uitbrengen van biedingsbrieven (artikel 17 van de Onteigingswet). d. De in artikel 3.12 Awb bedoelde kennisgeving en de tervisielegging van het ontwerp Koninklijk Besluit met bijbehorende stukken als bedoeld in artikel 78, lid 2 van de Onteigeningswet, alsmede de kennisgeving en tervisielegging van het Koninklijk Besluit (artikel 78, zevende lid van de Onteigeningswet).
- directeur Ingenieursbureau A. Wet basisregistratie ondergrond Gemandateerd aan de directeur Ingenieursbureau wordt de bevoegdheid tot het aanbieden van brondocumenten aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter inschrijving in het register brondocumenten ondergrond als bedoeld in artikel 9 van de Wet basisregistratie ondergrond. B. Wet milieubeheer Gemandateerd aan de directeur Ingenieursbureau worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet milieubeheer: Het verstrekken van begeleidingsbrieven aan een vervoerder en ontvanger van afvalstoffen op grond artikel 10.
- directeur Projectmanagementbureau Geen specifieke mandaten.
- directeur Gemeentelijk Vastgoed A. Gemeentewet Gemandateerd aan de directeur Gemeentelijk Vastgoed worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a. Het verhuren of op enige wijze in gebruik te geven van gemeenteeigendommen voor zover het betreft (artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet):
- roerende zaken, mits voor niet langer dan tien jaren;
- gebouwen en gronden. b. Het besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met betrekking tot het in gebruik nemen of verlaten van onroerende goederen ten behoeve van de huisvesting van een gemeentelijke diensttak of bedrijf (artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet). c. Het besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen ten behoeve van de uitvoering van het erfpachtbeheer (artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet). d. Het besluiten tot het geven van opdrachten in het kader van de vastgoedexploitatie, waarvoor krediet is verleend (artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet). e. Het besluiten tot het sluiten van overeenkomsten voor tijdelijke verhuur in de zin van artikel 7:230 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet). f. Het besluiten tot het opzeggen van de huur in het kader van planvorming (artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet). g. Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid (onder)gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris (artikel 171, eerste lid van de Gemeentewet). h. Besluiten tot het afsluiten van huurovereenkomsten ten behoeve van verhuur die resulteren in een opbrengst van minder dan € 22.500,- per jaar met een duur van niet meer dan vijf jaren en voor zover niet wordt afgeweken van de normale huurprijsvaststelling (artikel 160, eerste lid, onder e van de Gemeentewet).
- directeur Materiaalbureau Geen specifieke mandaten.
- directeur Parkeren A. Parkeerverordening Gemandateerd aan de directeur Parkeren worden de volgende bevoegdheden op grond van de Parkeerverordening: a. Het vaststellen van regels (artikel 4, eerste lid van de Parkeerverordening) aangaande:
- de indeling in vergunninggebieden en de grenzen daarvan;
- plafonds voor vergunningen, bewonersvergunningen en bedrijvenvergunningen;
- plafond voor milieuparkeervergunningen;
- de bloktijden gedurende welke parkeerbelasting wordt geheven;
- het aanwijzen en het gebruik van overloopgebieden;
- het maximum aantal te verlenen bewoners- en bedrijfsparkeervergunningen per adres. b. Het vaststellen van regels (artikel 5, eerste lid van de Parkeerverordening) aangaande het verlenen van:
- volkstuinvergunningen;
- maatschappelijke vergunningen;
- bezoekersvergunningen. c. Het vaststellen van regels (artikel 5, eerste lid van de Parkeerverordening) aangaande het verlenen van de volgende vergunningen met wisselend kenteken:
- bedrijfsvergunningen;
- sportverenigingsvergunningen;
- volkstuinvergunningen;
- maatschappelijke vergunningen;
- autodeelvergunningen;
- belanghebbendenvergunningen. d. Het vaststellen van regels (artikel 6, eerste lid en 24, derde lid van de Parkeerverordening) aangaande:
- het mogelijk maken van een uitzondering op de aftrek van stallingplaatsen bij het maximum aantal te verlenen bedrijfsvergunningen;
- een extra voorwaarde aan een bedrijfsvergunning voor een ambulante handelaar;
- het maximum aantal sportverenigingsvergunningen per organisatie;
- het vaststellen en beperken van het maximum aantal uren dat tegen gereduceerd tarief kan worden geparkeerd met een bezoekersvergunning;
- het beperken van de geldigheid van een bezoekersvergunning voor een beperkt aantal bloktijden;
- het beperken van de geldigheid van parkeervergunningen binnen een vergunninggebied naar plaats gedurende bepaalde tijden;
- de ingangsdatum van parkeervergunningen en bijzondere vergunningen;
- het instellen van parkeerduurbeperkingen;
- het maken van uitzonderingen op parkeerduurbeperking voor sportverenigingsvergunningen. e. Het vaststellen van regels (artikel 6, eerste lid van de Parkeerverordening) aangaande:
- het wijzigen van het kenteken waarvoor vergunning is verleend;
- het wijzigen van het kenteken van vergunningen met wisselend kenteken. f. het vaststellen van het aanvraagformulier vergunningen (artikel 8 lid 2 van de Parkeerverordening); g. het samenstellen van de lijst hulpverlenersvergunning (artikel 15 lid 4 van de Parkeerverordening); h. het geven van nadere regels omtrent het verlenen van het aantal milieuparkeervergunningen voor bewoners en de wijze van uitgifte (artikel 16 lid 3 van de Parkeerverordening); i. het vaststellen van eisen voor het verlenen van een milieuparkeervergunning voor bewoners (artikel 16 lid 5 van de Parkeerverordening); j. het geven van nadere regels omtrent het verlenen van het aantal milieuparkeervergunningen voor bedrijven en de wijze van uitgifte (artikel 17 lid 3 van de Parkeerverordening); k. het vaststellen van eisen voor het verlenen van een milieuparkeervergunning voor bedrijven (artikel 17 lid 5 van de Parkeerverordening); l. het vaststellen van de nadere regels aan de autodeelorganisatie te stellen voorwaarden (artikel 19 lid 3 en artikel 20 lid 2 van de Parkeerverordening); m. het vaststellen van eisen ten behoeve van het verlenen van de stadsbrede autodeelvergunning (artikel 20 lid 3 van de Parkeerverordening); n. het samenstellen van de lijst voor belanghebbendenvergunning (artikel 25 lid 4 van de Parkeerverordening); o. bepalen dat een parkeervergunning geldig is in een parkeergarage en hieromtrent nadere regels stellen (artikel 28 lid 6 van de Parkeerverordening; p. het vaststellen van nadere weigeringsgronden voor een milieuparkeervergunning voor bewoners en een milieuparkeervergunning voor bedrijven (artikel 32 lid 6 van de Parkeerverordening); q. het verlenen van ontheffing (artikel 32 lid 7 van de Parkeerverordening) r. het beslissen in eerste aanleg op alle aanvragen, wijzigings- en intrekkingsverzoeken voor parkeervergunningen op basis van de Parkeerverordening
- B. Gemeentewet Gemandateerd aan de directeur Parkeren worden de volgende bevoegdheden op grond van de Gemeentewet: a. het door de directeur rve Parkeren in de hoedanigheid als aangewezen heffingsambtenaar voor parkeerbelastingen, verlenen van ondermandaat aan medewerkers werkzaam bij Egis Parking Services BV om overeenkomstig artikel 231, lid 2 onderdelen b en c van de Gemeentewet, de daaruit voortvloeiende of daarmee samenhangende rechtshandelingen te verrichten als ambtenaar belast met de heffing en invordering van parkeerbelastingen voor de gemeente Amsterdam. C. Algemene wet bestuursrecht Gemandateerd aan de directeur Parkeren wordt de volgende bevoegdheid op grond van de Algemene wet bestuursrecht Het nemen van besluiten over het verstrekken van subsidies op grond van de Subsidieregeling Langparkeren Amsterdam, waaronder begrepen het aanwijzen van parkeergarages en het aanwijzen van vergunningsgebieden.
- directeur Kunst en Cultuur A. Algemene wet bestuursrecht Gemandateerd aan de directeur Kunst en Cultuur worden de volgende bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht: Het nemen van besluiten over het verstrekken van subsidies op grond van de: Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan. In de (bijlage bij) de gemeentebegroting opgenomen begrotingspostsubsidies ten behoeve van de Stichting Openbare Bibliotheek Amsterdam.
- directeur Wonen A. Subsidieverstrekking Gemandateerd aan de directeur Wonen worden de volgende bevoegdheden in het kader van subsidieverstrekking: a. De bevoegdheden tot het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie worden uitgeoefend met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 en de bijzondere subsidieverordeningen of subsidieregelingen die behoren tot het werkterrein van de directie Wonen, zijnde: - Subsidieregeling Stedelijke Vernieuwing, verhuisregelingen en ouderenhuisvesting Amsterdam 2019; - Bijzondere Subsidieverordening Basiskwaliteit Woningbouw Marktsector Amsterdam; - Regeling Duurzame Zelfbouw; - Subsidieregeling wonen boven winkels en bedrijven
- b. Onder het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie wordt zowel het verlenen als het vaststellen van subsidie verstaan alsmede het weigeren, wijzigen of intrekken verstaan als mede het opleggen van verplichtingen en voorts de uitvoering van al die bepalingen in genoemde regelingen die zien op de verstrekking van subsidies. c. Het nemen van beslissingen met betrekking tot het verstrekken van subsidies aan in de gemeentebegroting vermelde subsidieontvangers alsmede het verstrekken van subsidies waartoe het college ten laste van een begrotingspost heeft besloten op het beleidsterrein Wonen. B. Woonruimteverdeling en woonruimtevoorraad: Huisvestingswet 2014 en de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 Gemandateerd aan de directeur Wonen: a. Het nemen van alle besluiten die gebaseerd zijn op de Huisvestingswet of de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 en de handhaving daarop, en alle daarmee samenhangende handelingen zoals het vragen van nadere gegevens bij een huisvestingsvergunningaanvraag, het bijhouden van inschrijvingsregisters of het vaststellen van nadere vormvereisten bij de aanvraag van urgentieverklaringen, met uitzondering van het verlenen en intrekken van vergunningen waarvoor het mandaat volgens de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam bij de dagelijkse besturen van de stadsdelen ligt. b. Het verlenen van ondermandaat aan eigenaren of beheerders van woonruimte voor het nemen van besluiten op een aanvraag voor een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 19 van de Huisvestingswet 2014, dan wel het intrekken van het desbetreffende mandaat. c. Het beslissen omtrent het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen nodig bij het beheer van woonwagenlocaties, standplaatsen en woonwagens. C. Leegstandwet en Leegstandverordening Gemandateerd aan de directeur Wonen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Leegstandwet en de Leegstandverordening: a. Het nemen van een leegstandsbeschikking (artikel 4, tweede lid van de Leegstandwet). b. Het nemen van een besluit omtrent het voordragen van een gebruiker (artikel 5 van de Leegstandwet). c. Het nemen van besluiten op aanvragen om een vergunning voor tijdelijke verhuur als bedoeld in artikel 15 van de Leegstandwet en bij de verlening van deze vergunning afwijken van de termijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Nadere regels Amsterdam voor tijdelijke verhuur. d. Het nemen van besluiten omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete (artikel 6 van de Leegstandsverordening wegens overtreding van de artikel 3, eerste lid en 7, derde lid van de Leegstandwet). D. Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek Gemandateerd aan de directeur Wonen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek: a. Het in bijzondere omstandigheden aanmerken van een bij een nieuwbouwwoning behorende parkeervoorziening als onderdeel van een nieuwbouwwoning (artikel 2, eerste lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). b. Het toestaan dat, indien sprake is van bijzondere omstandigheden, een eigenaar-bewoner opnieuw in aanmerking kan komen voor een AMH, indien aan die eigenaar-bewoner reeds eerder een AMH is verleend (artikel 2, tweede lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). c. Het verlenen van geldelijke steun aan een eigenaar-bewoner gedurende de looptijd van een hypothecaire lening (artikel 4 van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). d. Het akkoord gaan met een andere bescherming van de koper dan een garantiecertificaat (artikel 2, eerste lid, onder c van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). e. Het akkoord gaan met wijzigen leningvorm die geen nadeel of risico voor de gemeente inhoudt of kan inhouden (artikel 8, derde lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). f. Het voorzien in interpretatie, wijziging of vervanging van de bij de verordening behorende bijlage 1 (bepaling toetsinkomen), met inachtneming van het doel en de strekking van de uitgangspunten voor de bepaling van het toetsinkomen en voor zover de Nationale Hypotheek- garantie tot vervanging van haar lijst met inkomenscomponenten overgaat (artikel 9, tweede lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). g. Het verzoeken aan eigenaar-bewoners om levering van inlichtingen en bewijsstukken ten behoeve van controle toetsinkomen (artikel 9, derde lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). h. Het treffen van een regeling ter beëindiging van de geldelijke steun met de financier indien de bewoning wordt beëindigd (artikel 12, tweede lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). i. Het intrekken van geldelijke steun en terugvordering van een verstrekte lening indien deze op onjuiste of onvolledige gegevens is verstrekt dan wel indien er sprake is van nalatigheid inlichtingen en/of bewijsstukken te verstrekken (artikel 12, vierde lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). j. Het vaststellen model-aanvraagformulier (artikel 14 eerste lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). k. Het bepalen welke overige bescheiden nodig zijn voor de vaststelling van de geldelijke steun (artikel 16, eerste lid, onder c van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). l. Het verlenen van geldelijke steun aan een eigenaar-bewoner na hernieuwde vaststelling (artikel 16, tweede lid van de Verordening Amsterdamse Middensegment Hypotheek). E. Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht Gemandateerd aan de directeur Wonen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht: a. Het verlenen van subsidie i.v.m. verhoging erfpacht (artikel 3 van de Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht). b. Het vaststellen aanvraagformulier (artikel 8, eerste lid van de Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht). c. Het verlenen van uitstel van indiening aanvraagformulier (artikel 8, tweede lid van de Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht). d. Het opschorten van de betaling van subsidie bij redelijk vermoeden dat subsidie geheel of gedeeltelijk ten onrechte is toegekend (artikel 10, eerste lid van de Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht). e. Het herzien van de toegekende subsidie (artikel 10, tweede lid van de Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht). f. Het in voorkomende gevallen terugvorderen subsidie (artikel 10, derde lid van de Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht). g. Het stellen van nadere regels omtrent de uitvoering van de regeling, zoals ten aanzien van de aanvraagprocedure en de uitbetaling (artikel 11 van de Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht). h. Het nemen van beslissingen ter uitvoering van de Beleidsregel (artikel 5.6a van de Beleidsregel in het kader van de Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht). F. Verordening VROM Starterslening Amsterdam Gemandateerd aan de directeur Wonen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam: a. Het toekennen van een VROM Starterslening (artikel 4, eerste lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam). b. Het vaststellen van de hoogte van de Starterslening (artikel 4, tweede lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam). c. Het toetsen of het huishouden voldoet aan de in artikel 6 opgenomen criteria (artikel 7, tweede lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam). d. Het aan de aanvrager meedelen van de beslissing (artikel 7, vierde lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam). e. Het geheel of gedeeltelijk intrekken van een besluit tot toekenning van een VROM Starterslening als niet voldaan is aan de bij of krachtens de verordening gestelde voorschriften of bepalingen (artikel 8, eerste lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam). f. Het intrekken van een besluit tot toekenning als de koopovereenkomst wordt ontbonden (artikel 8, tweede lid van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam). g. Het toepassen van de hardheidsclausule (artikel 10 van de Verordening VROM Starterslening Amsterdam). G. Verordening Energieleningen Amsterdam 2012 Gemandateerd aan de directeur Wonen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012: a. Het beslissen op een aanvraag voor een energielening voor het treffen van duurzaamheidsmaatregelen (artikel 4, 7, 8 en 9 van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). b. Het wijzigen van de “Duurzaam Bouwen Lijst Amsterdam” (artikel 5, tweede lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). c. Het beslissen over het afwijken van de isolatiewaarden genoemd onder 1 van bijlage 1 (artikel 5, vierde lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). d. Het vaststellen van het toepasselijke rentepercentage (artikel 14, eerste lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). e. Het beslissen over het verlengen van de het vijfde en zesde lid. genoemde termijnen (artikel 14, zevende lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). f. Het beslissen over het geheel of gedeeltelijk intrekken van de toegekende energielening (artikel 16 van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). g. Het vaststellen van nadere regels voor de uitvoering (artikel 17, eerste lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). h. Het beslissen over het wijzigen van de in artikel 1, onder a, genoemde maximum aantal huurwoningen (artikel 17, tweede lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). i. Het beslissen over het wijzigen van de in artikel 2, lid 2 genoemde doelgroepen (artikel 17, derde lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). j. Het beslissen over het toepassen van de hardheidsclausule (artikel 18 van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). k. Het afwijken van bijlage 1 ten behoeve van duurzaamheidsmaatregelen die gelijkwaardig of beter zijn dan de duurzaamheidsmaatregelen opgenomen in bijlage 1 (artikel 5, derde lid van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). l. Het afwijken van bijlage 1 ten behoeve van een monumentale karakter van een pand indien de aanvraag van de Energielening betrekking heeft op een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht (artikel 8a van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). m. Het beslissen over het vergoeden van een deel of het totaal van de door de VvE aan SVn te betalen afsluitenkosten voor de lening zoals genoemd in de voorwaarden van SVn (artikel 12 lid 6 van de Verordening Energieleningen Amsterdam 2012). H. Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en Woningwet Gemandateerd aan de directeur Wonen worden de volgende bevoegdheden op grond van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (BTIV) en de Woningwet: Het kenbaar maken van een zienswijze ten behoeve van goedkeuring of beslissing door de bevoegde minister over: a. Het aangaan van verbindingen (artikel 8, eerste lid aanhef en onder b, BTIV) b. Vervreemding van een woongelegenheid, een gebouw of een andere onroerende zaak, of vestiging van een recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik op een onroerende zaak of van overdracht van de economische eigendom ervan (artikel 25, tweede lid BTIV). c. Het voornemen feitelijk werkzaam te zijn in een gemeente in de directe nabijheid van Nederland (artikel 34, eerste lid aanhef en onder c, BTIV). d. Het verzoek van twee of meer aan elkaar grenzende gemeenten in Nederland om de in een of meer van die gemeenten feitelijke werkzame toegelaten instellingen en samenwerkingsvennootschappen in al die gemeenten feitelijk werkzaam te laten zijn (artikel 35, eerste lid aanhef en onder c, BTIV). e. Het verzoek om een lager percentage te bepalen dan het percentage, genoemd in artikel 48 eerste lid van de Woningwet (artikel 60, tweede lid BTIV). f. De voorgenomen administratieve scheiding (artikel 73, eerste lid, BTIV). g. Het verzoek dat werkzaamheden als genoemd en bedoeld in het bepaalde bij en krachtens artikel 47, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van de Woningwet ten aanzien van een toegelaten instelling of samenwerkingsvennootschape niet behoren tot de diensten van algemeen economisch belang (artikel 80, tweede lid, aanhef en onder b, BTIV). h. De voorgenomen juridische scheiding (artikel 84, eerste lid, BTIV). i. De voorgenomen fusie (artikel 95, eerste lid, aanhef en onder b, BTIV) j. De voorgenomen splitsing (artikel 100, tweede lid, aanhef en onder b, BTIV). k. Het projectplan voor de aanvraag van subsidie ter tegemoetkoming in de kosten van werkzaamheden (artikel 113, tweede lid, aanhef en onder b, BTIV). l. Het toelaten als instellingen, uitsluitend in het belang van volkshuisvesting werkzaam (artikel 19, tweede lid van de Woningwet). m. De voor 1 juli ingediende jaarrekening, jaarverslag en volkshuisvestingsverslag over het aan die datum voorafgaande kalenderjaar (artikel 38, derde lid, Woningwet). n. Het verstrekken van een verklaring van geen bezwaar (artikel 41, eerste lid Woningwet). o. Het bezwaar van een andere gemeente tegen het feitelijk aldaar werkzaam zijn door de toegelaten instelling (artikel 41, vijfde lid van de Woningwet). p. Het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van artikel 92a van de Woningwet wegens overtreding van een verbod in artikel 1b van de Woningwet. q. Het geven van een aanwijzing in het belang van de volkshuisvesting (artikel 61d, vierde lid Woningwet). I. Verordening op de Woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2013 Gemandateerd aan de directeur Wonen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Verordening op de Woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2013: a. Het nemen van beslissingen tot handhaving van de bepalingen van de Verordening op de Woning- en kamerbemiddelingsbureaus
- b. Het aanwijzen van ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Verordening op de Woning- en kamerbemiddelingsbureaus
- J. Garantstellingen Gemandateerd aan de directeur Wonen worden de volgende bevoegdheden inzake garantstellingen: a. Het nemen van beslissingen inzake het aanpassen van verstrekte garanties ten behoeve van de verkrijging van eigen woningen en woonwagens, ter uitvoering van de Regeling deelneming in garanties woninggebonden subsidies, en de daaraan voorafgaande regelingen. b. Het nemen van beslissingen inzake het verstrekken van garantstellingen ter uitvoering van de op 17 oktober 1994 gesloten Raamovereenkomst met Uitvoeringsbepalingen en de (toekomstige) aanvullingen daarop, met inachtneming van de Modelregeling gemeentegarantie voor Totaalfinancieringen van de Stichting Nationaal Restauratie Fonds. c. Het nemen van beslissingen inzake het aanpassen van leningen van niet-winstbeogende instellingen, in het belang van de volkshuisvesting werkzaam. d. Het nemen van beslissingen inzake het uitvoeren van de overdracht van gemeentelijke risico's van leningen en garanties aan toegelaten instellingen aan de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw alsmede het verkrijgen van borgtocht ten behoeve van leningen van toegelaten instellingen. e. Het goedkeuren van te garanderen leningovereenkomsten als onder a, b en d bedoeld, alsmede het vervallen verklaren van daarmee verband houdende hypotheekakten. f. Het nemen van beslissingen in het kader van uitvoeringshandelingen met betrekking tot verstrekte leningen en garanties als onder a tot en met d bedoeld. g. Het aangaan van uitvoeringsovereenkomsten met de Stichting Nationaal Restauratie Fonds ter uitvoering van de onder b genoemde Raamovereenkomst. h. Het nemen van beslissingen tot het aanpassen of intrekken van de onder dit punt genoemde garantstellingen. K. Verordening Stimuleringslening Wooncoöperaties Amsterdam Gemandateerd aan de directeur Wonen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Verordening Stimuleringslening Wooncoöperaties Amsterdam: a. Het besluiten op een aanvraag van een Stimuleringslening. b. Onder het nemen van besluiten op een aanvraag wordt zowel het verlenen, vaststellen, weigeren, wijzigen of intrekken van de Stimuleringslening verstaan en voorts de uitvoering van de bepalingen in de Verordening Stimuleringslening Wooncoöperaties Amsterdam die zien op de verstrekking van de Stimuleringslening. L. Diversen Gemandateerd aan de directeur Wonen worden de volgende bevoegdheden: a. Het voorbereiden, inclusief het horen van belanghebbenden voor te nemen besluiten op bezwaarschriften in het kader van de aan de directeur Wonen gemandateerde bevoegdheden. b. Het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten tot het verlenen, weigeren of intrekken van urgentieverklaringen aan stadsvernieuwingskandidaten, genomen door de woningcorporaties die aangesloten zijn bij de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en verleende huisvestingsvergunningen door deze woningcorporaties. c. [vervallen] d. [vervallen] III. Cluster Sociaal
- directeur Inkomen A. Subsidies en voorzieningen Gemandateerd aan de directeur Inkomen wordt de bevoegdheid tot het nemen van besluiten tot het verstrekken van subsidies en voorzieningen op het gebied van armoedebeleid en van de aanpak jeugdwerkloosheid, aan in de gemeentebegroting vermelde subsidieontvangers alsmede het verstrekken van subsidies waartoe het College ten laste van een begrotingspost heeft besloten op grond van deAlgemene Subsidieverordening Amsterdam
- B. Participatiewet en Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam Gemandateerd aan de directeur Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Participatiewet en de Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam a. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 6b, 7, 8d, 9, 9a, 10, 10a, 10f, 10g, 15, 16, 17, 18, 18a, 18b, 19a, 27, 28, 31, 35, 36, 36b, 40, 41, 42, 43, 44, 44a, 45, 47c, 48, 49, 51, 52, 53a, 54, 55, 57, 58, 60, 60a, 60c, 61, 62b, 62c, 62e, 62f, 62g, 62h, 63, 64, 66, 67, 76a, 78j, 78o, 78y, en 78z van de Participatiewet. b. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de:
- Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam met uitzondering van het vaststellen van nadere regels als bedoeld in de artikelen 1.5, 3.1, 3.4, 3.6, 3.7 en 4.
- Maatregelenverordening Participatiewet.
- Verordening Tegenprestatie Participatiewet Amsterdam.
- Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet.
- Verordening WSW.
- Verordening Participatieraad Amsterdam.
- Amendement 2004/937 (motie Sargentini).
- Nadere regels Re-integratieverordening Participatiewet.
- Nadere regels Maatregelenverordening Participatiewet.
- Nadere regels financiële tegemoetkoming in de meerkosten voor mensen met een chronische ziekte of beperking.
- Beleidsregels Participatie minimakinderen.
- Beleidsregels vergoeding kosten kinderopvang Amsterdam.
- Beleidsregels vervoersvoorzieningen minima ouderen.
- Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ vanaf 21 januari 2015, zoals luidend na toevoeging van de Beleidsregels voorbereidingskrediet zelfstandigen.
- Beleidsregels Educatievoorzieningen volwassenen.
- Beleidsregels Stadspas Amsterdam.
- Beleidsregels volledige tegemoetkoming leges Nederlandse ID-kaart voor stadspashouders met een minimuminkomen.
- Beleidsregels Investeringsfonds sociale firma’s Amsterdam.
- Beleidsregels premie in het kader van het Amsterdams experiment Participatiewet.
- Beleidsregels Re-integratieverordening vanaf 24 juli
- Beleidsregels Individuele Inkomenstoeslag.
- Beleidsregels Regeling tegemoetkoming kosten openbaar vervoer voor mantelzorgers.
- Beleidsregels Amsterdamse Dierenhulp aan minima. C. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Gemandateerd aan de directeur Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW): Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 4b, 5, 12, 13, 14, 15, 16a, 17, 17a, 18, 19, 20, 20a, 25, 28, 29a, 34, 36, 37, 37a, 38, 38a, 42, 44, 45, 47, 48, 48, 49, 53, 54, 55 van de IOAW en de daarbij behorende besluiten. DWet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Gemandateerd aan de directeur Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ): Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken als bedoeld in de artikelen 4b, 5, 12, 13, 14, 15, 16a, 17, 17a, 18, 19, 20, 20a, 25, 28, 29a, 34, 36, 37, 37a, 38, 38a, 42, 44, 45, 47, 48, 48, 49, 53, 54, 55 van de IOAZ en de daarbij behorende besluiten. E. Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 Gemandateerd aan de directeur Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004:
- Het uitoefenen van de bevoegdheden en het uitvoeren van de taken als bedoeld in de artikelen 8, 12, 16, 17, 23, 35, 36, 38, 39, 40, 41, 42, 43a, 43b, 44 en 45 van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen
- Gemandateerd aan de directeur Inkomen worden de bevoegdheden op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. F. Wet kinderopvang Gemandateerd aan de directeur Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet kinderopvang: a. Het uitoefenen van de bevoegdheden en het uitvoeren van de taken als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet Kinderopvang. G. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Gemandateerd aan de directeur Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: a. Het opstellen van een plan alsmede het weigeren van een aanvraag (artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). b. Het geven van inzicht (artikel 4, derde lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). c. Verzoek om een afkoelingsperiode (artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). d. Het vaststellen van de identiteit van een persoon (artikel 7 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). e. Het nemen van besluiten op aanvragen om schuldhulpverlening en het beëindigen van schuldhulpverlening (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, het beleidsplan en de beleidsregels Schuldhulpverlening en de Wet schuldsanering natuurlijke personen en titel III van de Faillissementswet). H. Bankreglement Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam, Garantiefonds Microkredieten Amsterdam en het Europees Fonds voor Regionale ontwikkeling: Gemandateerd aan de directeur Inkomen worden de volgende bevoegdheden op grond van het Bankreglement Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam (GKA), Gemeenteblad 2009 afd. 3B nr. 45) en in verband met het Garantiefonds Microkredieten Amsterdam en het Europees Fonds voor Regionale ontwikkeling: a. Het nemen van besluiten inzake het verstrekken van kredieten aan kredietnemers met een inkomen tot 130% van het minimumloon, een beschadigd kredietverleden of problematische schulden dan wel kredietnemers die zonder extra zekerheden geen krediet kunnen krijgen, in overeenstemming met de Wet financiering decentrale overheden (artikel 15, tweede lid van het Bankreglement GKA). b. Het nemen van besluiten inzake het verstrekken van saneringskredieten c. Het nemen van besluiten tot het incasseren dan wel kwijtschelden van verstrekte kredieten (artikel 32 en 33 van het Bankreglement GKA). d. Het aanbieden van budgetbeheer, budgetbegeleiding, schuldregeling en schuldhulpverlening. e. Het opstellen van algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de door de gemeentelijke kredietbank gesloten kredietovereenkomsten (artikel 24 van het Bankreglement GKA). f. Het opstellen van algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de door de gemeentelijke kredietbank gesloten overeenkomst tot schuldregeling (artikel 39 van het Bankreglement GKA). g. Het vaststellen van een kredietvergoeding (interest) als bedoeld in (artikel 30, eerste lid van het Bankreglement GKA). h. Het nemen van besluiten in alle gevallen waarin de Wet op het f