Beleidsplan Fysieke Leefomgeving 2019-2022 Vergunningverlening, Toezicht & HandhavingDit beleid is vastgesteld door burgemeester en wethouders op 10 december
- 1.Inleiding 1.1Achtergrond, aanleiding en leeswijzer 1.1.1 Achtergrond en aanleidingVoor u ligt het Beleidsplan Fysieke Leefomgeving 2019-2022 van de gemeente Oosterhout. Met dit beleid wordt aangesloten op huidige wet- en regelgeving en de praktijk op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Dit beleidsplan is tot stand gekomen in afstemming met alle afdelingen van de gemeente, het college, de gemeenteraad, strafrechtelijke handhavingsinstanties en andere ketenpartners. Dit document bevat een overzicht van alle beleidsvelden die een relatie hebben met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Algemene plaatselijke verordening (APV), en Bijzondere Wetten (BW). Dit beleid gaat niet over taken in het kader van handhaving in het sociale domein of leerplicht. Ook bepaalt dit plan niet de inhoudelijke of toekomstige invulling van de beleidsonderwerpen in het domein van de fysieke leefomgeving. Voor alle beleidsonderwerpen is nagegaan wat het bestaande beleid, betekent voor de uitvoeringstaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. In het omgevingsrecht zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving voor gemeenten de belangrijkste instrumenten om de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid in de samenleving te borgen. Bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, sloopactiviteiten waar asbest vrijkomt, geluid- of geurhinder in de woonwijken, grote milieurisico’s op bedrijventerreinen of brandveiligheid, evenementen en horecagelegenheden. Omdat de overheid niet alles kan toetsen en controleren, is het noodzakelijk om keuzes te maken: waar moeten de prioriteiten liggen? Hoe strikt worden zaken geregeld en gecontroleerd? En welke inspanning wordt daarvoor geleverd? Om die vragen te kunnen beantwoorden is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de omvang van de risico’s die samenhangen met activiteiten. Zijn die groot, dan krijgen ze meer prioriteit. In de tweede plaats is er een meer principiële afweging: waar ligt de grens tussen de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven en die van de gemeentelijke overheid? In de derde plaats is er een praktische reden: de capaciteit en middelen van de gemeente voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn beperkt en bij de inzet daarvan moeten keuzes gemaakt worden. Tussen deze drie zaken moet voldoende balans zijn. In dit beleid wordt beschreven hoe de gemeente Oosterhout met deze balans omgaat. De prioriteiten en doelen worden aangegeven evenals de instrumenten die worden ingezet om deze te realiseren. Met dit beleid wordt de vergunningverlening en de uitvoering van het toezicht en handhaving van de taken in het kader van de fysieke leefomgeving transparant en is het voor een ieder duidelijk hoe de gemeente Oosterhout haar capaciteit inzet bij vergunningverlening en om naleving van regels op een efficiënte en effectieve manier te bereiken en/of te bevorderen. Dit beleid vormt de basis voor het jaarlijkse ‘Uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving Fysieke Leefomgeving’, waarin wordt vastgelegd welke activiteiten dat jaar worden uitgevoerd en met welke middelen dit gebeurt. Tevens wordt hierin jaarlijks een rapportage opgenomen met verantwoording over de behaalde resultaten uit het uitvoeringsprogramma. Door de jaarlijkse analyse, is bijstelling van het beleidsplan mogelijk. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma worden vastgesteld door het college en ter informatie voorgelegd aan de Raad. Het beleidsplan 2015-2018 is opgesteld volgens de destijds geldende wet- en regelgeving en visie van gemeente Oosterhout. De doelen die gesteld zijn in het plan van 2015-2018 zijn bereikt. Zo zijn de werkzaamheden gedigitaliseerd, processen in beeld gebracht en zo veel als mogelijk geoptimaliseerd. Er is meer managementinformatie en de interne controles zijn uitgebreid. Medewerkers hebben gelegenheid gekregen zich te ontwikkelen en scholing te volgen. Echter het stellen van doelen is geen statisch gegeven. Altijd is het mogelijk om zaken te verbeteren en om nieuwe keuzes te maken. Veranderende wetgeving en veranderde inzichten en omstandigheden leiden tot weer nieuwe doelen. Dit beleidsplan is veel uitgebreider dan het vorige beleidsplan, om de redenen dat we een integraal en volledig plan willen bieden, gewijzigde wetgeving en de zorgplicht die we onszelf opleggen ten aanzien van de kwaliteit die we willen leveren. 1.1.2 LeeswijzerIn hoofdstuk 2 is het wettelijk kader beschreven en de beleidscyclus beschreven. Hoofdstuk 3 bevat het profiel van Oosterhout, onderwerpen uit het bestuursakkoord als het gaat om de VTH- taken en de landelijke en gemeentelijke ontwikkelingen. In hoofdstuk 4 staan de uitgangspunten voor het VTH-beleid benoemd, uitgaande van de organisatievisie. Hoofdstuk 5 en 6 bevatten de wijze waarop we van een risicoanalyse tot prioritering en doelen zijn gekomen. In hoofdstuk 7 staat uitgebreid beschreven hoe wij invulling geven aan de uitvoering als het gaat om preventie, vergunningverlening, toezicht, handhaving en gedogen. In hoofdstuk 8 is tot slot de gemeentelijke organisatie beschreven en de wijze waarop we de kwaliteit borgen. 2.Wettelijk kader 2.1Wettelijk kader 2.1.1 AlgemeenDe samenleving verwacht dat de overheid op een professionele wijze aansturing geeft aan de fysieke leefbaarheid van de samenleving. Daartoe heeft de overheid een instrumentarium van wet- en regelgeving ter beschikking. 2.1.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Besluit omgevingsrechtVoor de aansturing van de fysieke leefbaarheid van de samenleving heeft de overheid sinds 2010 onder andere de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Via de Wabo beschikt de overheid over een stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving, dat verder is uitgewerkt in het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor). In het verlengde daarvan verplicht hoofdstuk 7 van het Bor het bevoegde gezag over een handhavingsbeleid te beschikken. Het terrein waar de Wabo, de Bor en de Mor betrekking op hebben, betreffen onder meer bouw en sloop, milieu, ruimtelijke ordening en brandveiligheid. 2.1.3 Wet VTHOm de uitvoering van de VTH-taken in het Wabo-domein eenduidiger en qua kwaliteit beter te maken is er de afgelopen jaren een landelijk proces op gang gekomen, waarbij Omgevingsdiensten zijn ontstaan en waarbij een set landelijke kwaliteitscriteria is opgesteld die zowel betrekking heeft op de kwaliteit van de VTH-organisatie als de kwaliteit van de VTH-medewerkers. In verband hiermee is op 14 april 2016 de Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Wet VTH) in werking getreden. Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. De wet is een invulling van de Wabo, formaliseert de omgevingsdiensten en regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit te komen. Zo is het basistakenpakket1De basistaken zijn de milieutaken van gemeenten met een bovenlokale dimensie die op regionaal niveau uitgevoerd moeten worden, taken die zeer complex zijn en provinciale milieutaken. Deze zijn vastgelegd in het Basistakenpakket voor Regionale uitvoeringsdiensten. Het basistakenpakket is bij het Besluit van 21 april 2017 tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vth) (Stb. 2017, 193) wettelijk in het Besluit omgevingsrecht verankerd. van de omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en zijn gemeenten verplicht een verordening kwaliteit VTH te hebben. De gemeenteraad heeft de ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Oosterhout’ vastgesteld en deze is vanaf 5 april 2017 van kracht. Deze verordening regelt de kwaliteit van de in opdracht van burgemeester en wethouders door de omgevingsdienst uitgevoerde vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) binnen het omgevingsrecht. Ten aanzien van de overige Wabo-taken die door of in opdracht van burgemeester en wethouders worden uitgevoerd hebben burgemeester en wethouders een zorgplicht voor een goede kwaliteit van de uitvoering. Het kwaliteitsniveau van de uitvoering van deze taken wordt jaarlijks door burgemeester en wethouders bepaald en geborgd in het ‘Uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving Fysieke Leefomgeving’ (UVP). In hoofdstuk 8 van dit beleidsplan gaan we nader in op de kwaliteitscriteria 2.
- 2.1.4 AMvB VTH / Aanpassing BorNaast de wet VTH is er ook de zogenaamde AMvB VTH (Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht die verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving beoogt), welke op 1 juli 2017 in werking is getreden. Er zijn procescriteria opgenomen voor vergunningverlening en de basis is gelegd voor een gemeenschappelijk inspectiesysteem (Inspectieview Milieu). Met de komst van de AMvB VTH gaan de procescriteria ook gelden voor vergunningverlening. In artikel 7.3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is vastgelegd dat het uitvoerings- en handhavingsbeleid jaarlijks moet worden uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma waarin wordt opgenomen welke activiteiten in het komende jaar worden uitgevoerd. In artikel 7.7 is geregeld dat gerapporteerd moet worden over de mate waarin doelen zijn gerealiseerd en afspraken zijn nagekomen. 2.1.5 Algemene plaatselijke verordening (Apv) en Bijzondere WettenOnder de fysieke leefomgeving worden ook openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening), kleine verkeersovertredingen, overlast die niet direct de openbare orde en veiligheid raakt en Bijzondere Wetten, zoals de Drank- en Horecawet en de Wet op de kansspelen geschaard. Voorliggend VTH-beleid heeft ook betrekking op de gemeentelijke taken die vallen onder deze wetten en een relatie hebben met de fysieke leefomgeving. 2.2Beleidscyclus 2.2.1 SystematiekIn het Bor en in de (voor de basistaken verplichte) kwaliteitscriteria zijn minimumeisen opgenomen waaraan elke professionele handhavings- en vergunningenorganisatie moet voldoen. Deze eisen leiden tot een strategische, programmatische en onderling afgestemde uitoefening van de VTH-taken. Hierdoor wordt een transparante en systematische manier van werken bereikt, waarmee gestuurd kan worden op prioriteiten en de in te zetten capaciteit en waarover achteraf via het evaluatieverslag verantwoording kan worden afgelegd. De beleidscyclus kan als volgt worden weergegeven: Big 8 cyclusHet systematisch doorlopen van deze cyclus zorgt ervoor dat de handhaving en vergunningverlening steeds doelmatiger kan worden uitgevoerd. 2.2.2 De beleidscyclus in de praktijkIn deze paragraaf lichten we toe hoe wij de beleidscyclus vormgeven en wat de positie van dit VTH-beleid daarin is. Strategisch beleidskader Het strategisch beleid op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving is vastgelegd in dit meerjarig beleidsplan Fysieke Leefomgeving. In dit plan beschrijven we de landelijke en lokale ontwikkelingen en de uitgangspunten en visie op vergunningverlening, toezicht en handhaving en de daaruit voortvloeiende algemene doelstelling. Ook beschrijven we welke instrumenten ingezet worden en hoe met andere partijen wordt samengewerkt. We analyseren en beschrijven onze gemeente, onze organisatie, onze taken en de manier waarop wij werken. Operationeel beleidskader - Prioriteiten en doelen Via een risicoanalyse maken we een inschatting van de kans dat in Oosterhout wetten en regels worden overtreden en wat de impact daarvan is. Uit deze risicoanalyse vloeien de prioriteiten en concrete doelstellingen voor de komende vier jaar voort. Deze probleemanalyse bestaat uit: Een beschouwing van interne vakspecialisten van het taakveld waarop zij werkzaam zijn. Ook bestuurders zijn hierbij betrokken. Onder meer wordt ingegaan op ontwikkelingen binnen het vakgebied, specifieke aandachtspunten en knelpunten (op basis van ervaring) met betrekking tot risico’s, methodieken en procedures, organisatie en middelen en de doelstellingen die hieruit voortvloeien. Een risicoanalyse van de fysieke leefomgeving. Dit is een inschatting van de kans dat in de gemeente Oosterhout wetten en regels worden overtreden en wat de impact daarvan is. Voor deze risicoanalyse is gebruik gemaakt van een afwegingsmodel, zoals opgenomen in bijlage
- Planning en control: Het borgen van de middelen De doorwerking van de prioriteiten en doelen op de personele en financiële capaciteit vindt plaats in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en wordt geborgd in de begroting. Rapportage en evaluatie: Bijstellen beleid De risicoanalyse en de probleemanalyse, die onderdeel uitmaken van dit beleidsplan, worden één keer in de vier jaar opgesteld en bestuurlijk vastgesteld. Jaarlijks vindt monitoring plaats van de mate waarin de doelen uit dit beleidsplan gerealiseerd zijn en wordt het ‘Uitvoeringsplan fysieke leefomgeving, vergunningen, toezicht en handhaving’ (UVP) geëvalueerd. Het eventuele bijgestelde beleidsplan, de evaluatie en de actualisatie van de risicoanalyse vormen de basis voor het UVP. In het jaarlijkse UVP geven wij aan wat de unit Vergunning en Handhaving dat jaar gaat doen, welke prioriteiten we daarbij stellen en met welke capaciteit we het gaan doen. Hierover wordt gerapporteerd aan het college. Het jaarverslag wordt ter kennisname gezonden aan de gemeenteraad, de provincie in het kader van het interbestuurlijk toezicht, en de andere handhavingspartners. 3.Ontwikkelingen en bestaand beleid 3.1Profiel van Oosterhout Gemeente Oosterhout ligt in West-Brabant (op de grens met Midden-Brabant) en is een middelgrote gemeente met totaal ruim 55.000 inwoners en ongeveer 24.700 woningen. Oosterhout is sinds 1809 een stad. Ze heeft haar rechten gekregen van koning Lodewijk Napoleon. De gemeente Oosterhout bestaat verder uit drie kerkdorpen: Den Hout (1.200 inwoners), Oosteind (ruim 1.200 inwoners) en Dorst (3.000 inwoners). Er zijn in Oosterhout 82 rijksmonumenten en170 gemeentelijke monumenten. Een van de rijksmonumenten is het klooster Sint Catharinadal in de Heilige Driehoek. Dit is een uniek gebied doordat hier drie kloosters gevestigd en nog actief zijn. Oosterhout is een aantrekkelijke gemeente voor mensen die zoeken naar ruimte om te wonen, te werken, te ondernemen en/of te recreëren. Opvallend zijn het groene karakter en de ruime opzet. Oosterhout vervult een sub-regionale functie als winkel- en uitgaanscentrum. Het voorzieningenniveau is hoog met veel sportaccommodaties, waaronder het nieuwe sportpark de Contreie en het vernieuwde zwembad de Warande. Qua cultuur heeft Oosterhout een theater in het beeldbepalende gebouw De Bussel, waarin ook de bibliotheek en de VVV zijn gevestigd. Oosterhout heeft een uitgebreid campingaanbod. Met alle sportieve mogelijkheden, in combinatie met het uitgebreide horeca- en winkelaanbod en de vele evenementen in de stad bieden we ruime mogelijkheden voor (groeps-)arrangementen voor korte en langere duur. Oosterhout heeft een strategische ligging in het hart van de Benelux, is gunstig gelegen aan twee autosnelwegen, de A27 en de A59, en is ook per water (Wilhelminakanaal) en goederenspoor bereikbaar. Onder meer vanwege deze goede bereikbaarheid en het ondernemersvriendelijke klimaat heeft de gemeente een belangrijke economische functie met ruim 4.300 grote en kleine bedrijven, waar in totaal ruim 26.000 mensen werkzaam zijn. In Oosterhout is een sterke vertegenwoordiging van bedrijven op het gebied van transport, logistiek en distributie, voeding, betonindustrie, metaal, elektrotechniek en toeleveringsbedrijven. De zakelijke dienstverlening is tevens sterk vertegenwoordigd. Oosterhout heeft vijf grote en een aantal kleinere bedrijventerreinen, met een totaal oppervlakte van meer dan 750 hectare. Het grootste bedrijventerrein, Weststad, is voorzien van ontsluiting via goederenspoor en ligt aan het Wilhelminakanaal. Bedrijvenpark Everdenberg wordt uitgebreid met bedrijventerrein Everdenberg-Oost. De agrarische sector is van oudsher een belangrijke maatschappelijk-economische drager voor met name het buitengebied. Deze functie concentreert zich vooral in de Gecombineerde Willemspolder ten oosten van de A27 en rond de kerkdorpen Oosteind, Dorst en Den Hout. De agrarische gebieden kennen in relatie tot hun landschapstype, verschillende vormen van agrarische gebruiksmogelijkheden; in het open kleigebied van de Gecombineerde Willemspolder aan de oostkant en de Oranjepolder ten noorden van de kern richt de landbouw zich op akkerbouw en vollegronds tuinbouw. Op de hogere zandgronden tussen Oosterhout en Teteringen vindt boomteelt plaats. De glastuinbouwsector is geconcentreerd in het gebied ten zuiden van het lint Oosteind. 3.2Bestuursakkoord Samen op weg naar 2030: 2018 – 2022 Gemeente Oosterhout heeft, samen met inwoners, ondernemers, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, verenigingen en instellingen, gewerkt aan het formuleren van een gezamenlijk toekomstbeeld van Oosterhout. Eerst is het DNA van de gemeente beschreven: wat voor gemeente is Oosterhout, wat zijn de sterke en minder sterke kanten, waarin onderscheidt Oosterhout zich van vergelijkbare gemeenten? Dat onderzoek resulteerde in het rapport “De staat van Oosterhout”. De opgaven die daarin voor de toekomst van Oosterhout zijn geformuleerd, zijn op hun beurt weer het vertrekpunt geweest voor het opstellen van een nieuwe, integrale toekomstvisie. Bij het opstellen van het bestuursakkoord is steeds de volgende vraag gesteld: als Oosterhout wil toewerken naar een stad die ook in 2030 aantrekkelijk is voor inwoners, bezoekers en ondernemers, welke stappen moet Oosterhout dan in deze bestuursperiode zetten? Op het gebied van de fysieke leefomgeving is het volgende van belang voor het bestuur: Veiligheid, handhaving en preventie Veiligheid raakt de inwoners van onze gemeente, die hechten aan een veilige woon- en leefomgeving Waar de onderwereld steeds meer met de bovenwereld verweven raakt, wordt onze rechtsstaat in zijn fundament aangetast. Veiligheid raakt ook de gemeentelijke disciplines en de bewustwording daarvan bij alle medewerkers. Veiligheidsbeleid is gericht op het tegengaan van criminaliteit en ongewenst gedrag (preventie). Veiligheidsbeleid heeft ook te maken met de inrichting van de openbare ruimte, met goed onderwijs, een voldoende aanbod van voorzieningen, een effectieve jeugdzorg, zorg voor verwarde personen en ex-gedetineerden, verslavingszorg, voorkomen van radicalisering, veilig uitgaan en sociale participatie. Het eerste doel van Handhaving is het bevorderen van gewenst gedrag. Pas daarna komt het bestraffen van ongewenst gedrag. In de praktijk zal dit moeten neerkomen op: meer praten, minder prenten met inzet van publieksvriendelijke handhavingscampagnes die het gastheerschap ondersteunen, boven massale, doelgerichte handhavingsacties. Handhavingsacties moeten een duidelijk doel dienen, wat betekent dat ze specifiek worden ingezet als een reactie op overlastsituaties, waarbij in voorkomende gevallen de geest van de wet- en regelgeving zwaarder weegt dan de letter. ‘Werken in de wijk’ met aandacht, nog meer dan de afgelopen jaren het geval was, voor preventie en samenwerking van de boa’s met wijkagenten en buurtpreventieteams. Economie en werkgelegenheid – aantrekkelijke binnenstad De gemeente stimuleert nieuwe ondernemers, onder andere door, binnen de bestaande ruimtelijke regelingen, beroepen aan huis toe te staan. Ontwikkelen deze bedrijven zich door tot ondernemingen met meerdere werkzame personen, dan zullen ze op zoek moeten naar een bedrijven- of detailhandelslocatie. Evenementen leveren een belangrijke bijdrage aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van het stadscentrum. Het uitgangspunt van een nieuw op te stellen evenementenbeleid is dat evenementenorganisatoren de ruimte krijgen en dat het beleid in gezamenlijkheid ontwikkeld gaat worden. Daarbij komen aan de orde: invoeren van maatwerk, bijvoorbeeld als het gaat om eindtijden van evenementen het verminderen van de administratieve lastendruk voor organisatoren, bijvoorbeeld door verdere digitalisering van het proces en/of de invoering van meerjarige aanvragen. regionale afstemming van grootschalige evenementen. Bekijken hoe de verbinding tussen de kermis en het centrum kan worden versterkt. Het bestemmingsplan voor het deel van de Klappeijstraat tussen Markt en Mathildastraat moet overeenkomen met het feitelijk gebruik, zodat de horecaondernemers de ruimte krijgen om daadwerkelijk te ondernemen en evenementen te organiseren. In samenwerking met de betrokken ondernemers willen wij kijken naar mogelijkheden om “veilig uitgaan” op een eigentijdse manier vorm te geven. Doel van het systeem van betaald- en vergunning parkeren is en blijft het reguleren van de parkeerstromen. Dat moet op een zodanige manier gebeuren dat de belangen van bewoners, bezoekers en werknemers op een evenredige wijze zijn geborgd. Daarbij is als financieel uitgangspunt van belang dat het parkeersysteem een gesloten systeem is: parkeerinkomsten en –uitgaven houden elkaar in evenwicht, tekorten en/of overschotten worden in het systeem verwerkt. Mogelijke beleidskeuzes kunnen leiden tot minder opbrengsten. De financiële consequenties hiervan kunnen mogelijk worden opgevangen door het wijzigen van de gemeentelijke exploitatie van de fietsenstalling op de Markt en een andere inzet van de gemeentelijke handhavers voor het onderdeel 'parkeren'. Levendige gemeente De primaire taak van de gemeente ligt bij gezondheidszorg op het gebied van preventie en daarmee een rol in het bevorderen van gezond gedrag. De gemeente blijft zich, samen met haar maatschappelijke partners, inzetten voor de preventie van (bovenmatig) alcohol- en drugsgebruik (niet alleen richting de jeugd, maar ook in de richting van ouders). In aanvulling op wat hiervoor staat over evenementen: Het uitgangspunt van een nieuw op te stellen evenementenbeleid is dat het beleid in gezamenlijkheid ontwikkeld gaat worden. Dus samen met de gemeenteraad, met evenementen-organisatoren, met horecaondernemers, met bezoekers en omwonenden. Daarnaast wil Oosterhout, overeenkomstig het gemeentelijk gezondheidsbeleid, sportverenigingen en organisatoren van evenementen aanspreken op maatregelen die een gezonde leefstijl bevorderen. Ruimtelijke ontwikkelingen – duurzaamheid In het kader van duurzaamheid zijn er diverse ambities. Duurzaamheid moet als een rode draad door het gemeentelijk beleid lopen. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie te vervullen. Dat betekent dat er werk wordt gemaakt van het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Er zal strakker dan in het verleden gehandhaafd worden op het dumpen van afval in de openbare ruimte. In het mobiliteitsplan hebben onder anderen de volgende aspecten de aandacht: verkeersveiligheid bij scholen; realiseren van voldoende vrachtwagenparkeerplaatsen, waardoor de overlast aan bijvoorbeeld de rand van woonwijken afneemt. 3.3Landelijke en provinciale ontwikkelingen Vergunningverlening, toezicht en handhaving is een dynamisch werkveld dat wordt gedreven door trends en ontwikkelingen, op politiek en maatschappelijk gebied, maar ook door veranderende wet- en regelgeving. Deze trends en ontwikkelingen vragen continu om bijstelling van prioriteiten, activiteiten, werkwijze en inzet van capaciteit. Belangrijkste landelijke ontwikkelingen welke relevant zijn voor de gemeentelijke VTH-uitvoering in het fysieke domein zijn beschreven. Het effect op gemeentelijke werkzaamheden is niet voor alle onderwerpen op dit moment bekend. Zodra er wel meer over bekend is, gaan we hier op acteren en nemen we de werkzaamheden vervolgens op in het jaarlijkse ‘Uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving Fysieke Leefomgeving’, waarin wordt vastgelegd welke activiteiten dat jaar worden uitgevoerd. 3.3.1 OmgevingswetHet omgevingsrecht is nu versnipperd in tientallen wetten, circa 120 AMvB’s en een vergelijkbaar aantal ministeriële regelingen. Deze historisch gegroeide hoeveelheid aan wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving wordt geïntegreerd in één nieuw stelsel, 1 wet, 4 AMvB’s en 10 ministeriële regelingen. De Omgevingswet zet de gebruiker centraal én beoogt meer flexibiliteit te bieden. Het wetsvoorstel gaat over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en bevat regels over milieu, natuur, bouwen, infrastructuur, monumenten en ruimte. Op onderdelen is de Omgevingswet nog volop in de maak. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2021 in werking. De wet kent vier verbeterdoelen: Vergroten van inzichtelijkheid; Integrale gebiedsbenadering; Verbeteren en versnellen van de besluitvorming; Vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte. De Omgevingswet sluit aan bij de veranderprocessen die we als gemeente al hebben ingezet, zoals bijvoorbeeld het resultaat- en klantgericht werken en deregulering en is feitelijk een doorontwikkeling van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De wet kent meerdere kerninstrumenten. Voor gemeenten zijn de volgende kerninstrumenten het meest relevant; de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunning. De Omgevingsvisie is te vergelijken met een Structuurvisie, zoals we die thans kennen. Hierin worden ambities van de gemeente vastgelegd voor de fysieke leefomgeving. De in de omgevingsvisie gemaakte keuzen ten aanzien van te hanteren normen en ontwikkelingsmogelijkheden worden in het omgevingsplan geborgd en zijn daarmee ook juridisch bindend. Het omgevingsplan is te vergelijken met een bestemmingsplan, aangevuld met andere beleidsregels en verordeningen (bijvoorbeeld de APV) die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsplan biedt samen met de landelijk vastgestelde normen, de kaders voor de werkzaamheden op het vlak VTH. Een omgevingsvergunning, wordt verleend op basis van het omgevingsplan en landelijk normen, en is gelijk aan de huidige omgevingsvergunning. Voor VTH-taken (en daarmee dit beleidsdocument) zal de nieuwe Omgevingswet niet veel nieuws brengen. Gezien de huidige (concept)wetteksten zullen de handhavingsinstrumenten, kwaliteitseisen en beleidscycli gelijk blijven. Wel is duidelijk dat de Omgevingswet het toepassingsbereik van de bestuurlijke boete zal uitbreiden naar overtredingen van regels die toezien op het cultureel erfgoed en risicovolle inrichtingen die vallen onder de SEVESO-richtlijn2Is een Europese richtlijn waarin de drempel is vastgesteld van de hoeveelheden gevaarlijke stoffen waarboven een bedrijf onderworpen is aan de voorschriften inzake de preventie van zware ongevallen en de beperking van de gevolgen daarvan voor mens en milieu.. Het is te verwachten dat de Omgevingswet een verandering zal brengen in de dagelijkse werkzaamheden van de vergunningverlener, toezichthouder en handhaver. Men zal meer dan thans worden geconfronteerd met meer algemene regels en minder omgevingsvergunningen, meer doelvoorschriften en open normen, meer vertrouwen en een terugtredende overheid, en een veranderende houding van nee-tenzij naar ja-mits. Dit vergt andere competenties van vergunningverleners, toezichthouder en handhavers. Ook zal de Omgevingswet leiden tot een verschuiving van het zwaartepunt van vergunningverlening, naar toezicht en handhaving. Hierbij wordt wel aangetekend dat voornoemde tendens al is ingezet met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en deze onder de Omgevingswet verder wordt doorgezet. 3.3.2 Bouw
- Wet kwaliteitsborging voor het bouwenDit wetsvoorstel heeft betrekking op bouwvergunningverlening en -toezicht. Het doel van deze wet is het verbeteren van de kwaliteitsborging voor het bouwen en het versterken van de positie van de bouwconsument. Het wetsvoorstel voorziet erin dat er vanuit de gemeente geen technisch inhoudelijke toets plaatsvindt bij de aanvraag om bouwvergunning. De gemeentelijke werkzaamheden voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen beperken zich tot een toets aan het bestemmingsplan, welstand en omgevingsveiligheid. Ook zal de gemeente op dit punt geen toezicht meer uitvoeren. Begonnen wordt met de minst risicovolle bouwwerken. Private partijen ontwikkelen methodes voor kwaliteitsbewaking om te zorgen dat aannemers zich houden aan de bouwtechnische eisen uit het Bouwbesluit
- Datzelfde geldt ook voor de bouwaanvraag. Deze (gecertificeerde) aanbieders moeten, na afronding van de werkzaamheden, een certificaat afgeven dat overlegd moet worden aan de gemeente. Zonder een dergelijk certificaat mag het bouwwerk niet in gebruik genomen worden. Het wetsvoorstel is in april 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd. In februari 2017 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het voorstel en doorgestuurd naar de Eerste Kamer. De verwachting is dat de inwerkingtreding wordt gelijkgeschaard met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De VNG is vooralsnog kritisch en vindt het onuitvoerbaar voor gemeenten. Door deze herverdeling, zal het takenpakket van de gemeente gaan veranderen. Omdat de huidige werkprocessen, verordeningen en beleidsregels die betrekking hebben op kwaliteitsborging in de bouw gebaseerd zijn op het huidige takenpakket, zullen ook de werkprocessen, beleidsregels en verordeningen mee moeten veranderen.
- Vergunningvrij bouwen / verdere dereguleringIn de afgelopen jaren zijn door wetswijzigingen de mogelijkheden van vergunningvrij bouwen vergroot. Ook is het brandveilig gebruik van bouwwerken meestal niet meer vergunningsplichtig, net als milieugerelateerde activiteiten. Het lijkt erop dat het bouwvergunningvrij bouwen nog verder uitgebreid gaat worden, omdat de Omgevingswet hiervoor mogelijkheden zou kunnen gaan geven. Onder de Wabo wordt voor de activiteit bouwen onderscheid gemaakt in vergunningsplichtig en vergunningvrij bouwen. Met de inwerkingtreding van het gewijzigde Bor (Bijlage II) per 1 november 2014 heeft een aanzienlijke verruiming en aanpassing van het vergunningvrije bouwen plaatsgevonden. De landelijke verwachting was dat er hierdoor minder vergunningsaanvragen voor de activiteit bouwen werd gedaan bij de gemeente. Echter blijkt, ook in Oosterhout, dat er meer tijd besteed wordt aan informatieverstrekking en het bevestigen of een project inderdaad vergunningvrij is.
- Wet BAGAls gemeente zijn we bronhouder van de volgende basisregistraties: de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) en de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) Beide registraties hebben wettelijke verplichtingen met wettelijke termijnen voor het opnemen van de feitelijke situatie (legaal of illegaal) in de registraties. In de BGT wordt als kaart de feitelijke situatie (zoals die buiten zichtbaar is) opgenomen; de BAG volgt daarin als het gebouwen betreft. De overheid maakt het voor de burger steeds makkelijker door steeds meer vergunningvrij te maken voor wat betreft het bouwen van uitbouwen, dakkapellen of bijgebouwen. Van de andere kant wil de overheid dat de BAG / BGT wijzigingen (legaal of illegaal) in panden vastlegt binnen wettelijke termijnen. Verleende omgevingsvergunningen worden in de BAG vastgelegd. Doordat er voor wijzigingen in panden niet altijd vergunningen (vergunning vrij) nodig zijn moeten wij als beheerder slimme en efficiënte manieren bedenken om de feitelijke situatie vast te leggen. Mutaties in de BGT en de BAG moeten worden opgespoord en doorgevoerd in beide registraties. Met behulp van het vergelijken van luchtfoto’s van opvolgende jaren kunnen we mutaties signaleren en deze mutaties ook vanuit luchtfoto’s inmeten en doorvoeren. Dit soort mutaties, waarvoor geen vergunningen gevonden kunnen worden, moeten onderzocht worden door de (bouw)handhavers en moet onderzoek op locatie plaatsvinden. De bevindingen worden vastgelegd in een vastgesteld document, waarna de BAG-beheerder deze verwerkt in de registratie. Hoge inzet op uitvoering wet BAG betekent extra druk op toezicht bij VTH. De verdergaande deregulering van de Rijksoverheid en het steeds meer aan de markt overlaten staat dus haaks op de uitgangspunten van de wet BAG die voorschrijft dat een gemeente alle gebouwde eigendommen in beeld moet hebben. Het betekent dat een gemeente verplicht is de nodige inzet te plegen op toezicht en handhaving van de gebouwde eigendommen.
- Brabantse Zorgvuldigheidsscore VeehouderijBegin 2014 heeft de provincie Noord-Brabant de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) vastgesteld. De BZV is een uitwerking van de regels van de Verordening ruimte 2014 en is een (ruimtelijk) instrument dat stuurt en stimuleert dat een veehouderij zorgvuldig is en daarmee goed past in haar omgeving. Een veehouder moet een voldoende BZV-score hebben op het moment dat hij zijn bedrijf (planologisch) wil uitbreiden. Dan wordt in die procedure op allerlei aspecten van volksgezondheid, milieu en dierwelzijn getoetst. Afstemmen tussen de gemeente (bouw en RO) en de OMWB (milieu) is hierbij belangrijk.
- Asbestdaken 2024Asbest is levensgevaarlijk als asbestvezels vrijkomen en deze ingeademd worden. Dit kan gebeuren als asbest in slechte staat verkeert of als het ondeskundig wordt verwijderd. Elk jaar overlijden ongeveer 1000 mensen aan de gevolgen van asbest. De overheid wil in 2040 geen nieuwe asbestslachtoffers meer. Daarom stelt de Rijksoverheid regels die het gevaar van asbest zo klein mogelijk houden. Tevens wil de regering asbestdaken, naar verwachting, per 2024 verbieden. In 2018 is een budget van € 17,5 miljoen beschikbaar gesteld als subsidieregeling voor het verwijderen van asbestdaken. Particulieren, (agrarische) bedrijven, non-profit organisaties en overheden kunnen gebruik maken van de subsidieregeling. De subsidie bedraagt € 4,50 per m2 verwijderd asbestdak met een maximum van € 25.000 per adres. Subsidie kan worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO). Het meeste nog aanwezige asbest zit in gebouwen van voor
- Wie gaat verbouwen of slopen moet daarom in veel gevallen laten inventariseren waar het asbest zit. Al het (milieu-) toezicht op het bedrijfsmatig verwijderen van het asbest valt onder de basistaken van de OMWB. Het gaat dan over het beoordelen van het asbestinventarisatierapport op basis van de SC-540 (certificatieschema voor asbestinventarisaties), het geven van een advies en het milieukundig toezicht op de asbestverwijdering.
- EnergietransitieEind december 2015 is in Parijs het Klimaatakkoord afgesloten. Doel van het akkoord is de klimaatverandering af te remmen, zodanig dat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot 1,5 -2 graden. Daartoe moet de CO2 uitstoot drastisch omlaag. Nederland loopt in Europa op dit gebied achter, dus moet de uitstoot in Nederland flink naar beneden. Het doel is dat het definitieve Nederlandse klimaatakkoord eind 2018 wordt gesloten. De doelstelling van het kabinet is om in 2030 een CO2-reductie van 49% te realiseren. Aardgasvrij bouwenPer 1 juli 2018 is de wet VET (Voortgang EnergieTransitie) in werking getreden. Het kabinet heeft hiermee besloten dat vanaf 1 juli 2018 nieuw te bouwen woningen niet meer op het aardgasnetwerk aangesloten mogen worden. Het Rijk stelt als doel dat in 2050 alle woningen aardgasvrij zijn. 3.3.3 Milieu
- Activiteitenbesluit milieubeheer en activiteitenregelingIn januari 2016 is de vierde tranche van het Activiteitenbesluit in werking getreden. Dit was de laatste grote wijziging van het Activiteitenbesluit voordat dit besluit in de Omgevingswet opgaat. Onder meer betekende dit dat verschillende vergunningsplichtige groepen inrichtingen, zoals ziekenhuizen, gieterijen en asbestverwijderingsbedrijven, onder het Activiteitenbesluit zijn komen te vallen (van type C naar type B, deels met en deels zonder nieuwe voorschriften). Het aantal bedrijven met een omgevingsvergunning (milieu) is gering. Wel is het aantal omgevingsvergunningen beperkte milieutoets (OBM) en het opstellen van maatwerkvoorschriften, vooral voor geluid toegenomen. Het Besluit milieueffectrapportage (MER) is gewijzigd, waardoor voor een veel groter aantal procedures (vergunningen + meldingen Activiteitenbesluit) milieueffectbeoordelingen en -besluiten moeten plaatsvinden.
- Wet natuurbescherming (Wnb)Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet Natuurbescherming heeft de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en de Boswet vervangen. De wet geeft provincies extra bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden om het natuurbeleid te realiseren, zoals het vaststellen van een provinciale Natuurvisie, het aanwijzen van gebieden met een speciale bescherming, beleid voor ontheffingen voor ruimtelijke ingrepen met effect op beschermde soorten en bestrijding van door de Minister aangewezen exoten en criteria voor houtopstanden. De natuuronderdelen uit de Wnb hebben een vaste plek gekregen in het Besluit omgevingsrecht en haken aan bij de andere onderdelen van de Wabo. Dit betekent dat vanuit de Wabo het bevoegde gezag beoordeelt of ook natuuronderdelen moeten worden aangevraagd en of de gegevens hiervoor ontvankelijk zijn. De natuuronderdelen in de Wabo procedure worden getoetst door de provincie. Indien vergunbaar, geeft de provincie een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af aan de gemeente. Een initiatiefnemer kan er voor kiezen om voorafgaand aan de Wabo-aanvraag een losse Wnb-aanvraag in te dienen. Een losse Wnb-procedure wordt ingediend en afgehandeld door de provincie. Op 7 juli 2017 heeft de provincie de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant aangepast. Deze aanpassing betekent dat veehouders hun oude stallen eerder emissiearm moeten uitvoeren en dat intern salderen niet meer toegepast mag worden. Dit betekent dat veel veehouders versneld zullen moeten investeren in stallen. 3.3.4 Algemene plaatselijke verordening en Bijzondere Wetten
- Toezicht in openbare ruimte door politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar (Boa)Vanuit de Rijksoverheid worden steeds meer toezichtstaken die nu bij de politie horen overgedragen aan de gemeenten. Tevens heeft de VNG in haar toekomstvisie een voorstel gedaan bepaalde politietaken over te gaan dragen naar de gemeenten. We gaan onderzoeken welke taken bij politie en welke taken bij de boa kunnen liggen en of verschuiving van taken van politie naar gemeente wenselijk is. Hierbij moeten we rekening houden met landelijke richtlijnen. Dit betekent dat onderzocht moet worden waar meer inzet wordt verlangd van de boa’s (o.a. verkeer, burenruzies, jeugdoverlast, dierenoverlast e.d.) en wat dit gaat betekenen wat capaciteit en scholing e.d. betreft.
- Evaluatie Drank- en Horecawet (DHW)De DHW wet kent een strikte scheiding tussen wat mag in levensmiddelenwinkels (alleen verkoop van zwak-alcoholhoudende drank), in slijterijen (verkoop van zwak-alcoholhoudende en sterke drank en verbod op het houden van een proeverij), in de horeca (alleen alcohol schenken voor drinken ter plaatse) en in niet-levensmiddelenwinkels en bij dienstverleners (geen alcoholverkoop of schenken van alcohol). Daarnaast kent de DHW een verbod op de verkoop van producten (detailhandel) in gelegenheden met een drank- en horecavergunning. Pilot en conclusiesDe Drank- en Horecawet (DHW) is in 2013 en 2014 ingrijpend veranderd en destijds is toegezegd de wet in 2016 te evalueren en daarbij tevens technische eisen rondom verkoop en mengvormen van horeca en retail (blurring) te betrekken bij de evaluatie. Er zijn in 2016/2017 diverse pilots in het land geweest met blurring, hoewel dat wettelijk niet was toegestaan. Berenschot heeft in opdracht van de VNG twee rapportages over de blurring-pilot opgesteld. In februari 2017 verscheen een tussenrapportage. Daaruit bleek dat de meeste gemeenten en ondernemers zeiden te ervaren dat blurring een grote bijdrage levert aan klantbeleving en klantbinding en soms tot meer bezoekers en meer levendigheid. Medio september 2017 verscheen de eindrapportage. De resultaten zijn in lijn met de tussenrapportage. De belangrijkste conclusies zijn: Zowel gemeenten als ondernemers zijn ervan overtuigd dat mengvormen gecontinueerd moeten worden in een aangepaste Drank- en Horecawet; Mengvormen waarbij niet-alcohol gerelateerde producten worden verkocht worden als nevenactiviteit beoordeeld; Het organiseren van proeverijen (bijvoorbeeld bij een slijter) wordt positief beoordeeld. Er is draagvlak voor het schenken of verkopen van alcohol bij zowel gemeenten als ondernemers als dat in het verlengde ligt van de hoofdactiviteit. Dat houdt in dat het schenken of de verkoop van alcohol altijd een nevenactiviteit is. WetsvoorstelHet VVD Kamerlid Erik Ziengs is voorstander van het legaliseren van blurring en heeft begin juni 2018 een initiatiefwetsvoorstel ingediend, waar in staat dat horecabedrijven en slijters straks bij de gemeente een vergunning kunnen aanvragen voor 'nevenactiviteiten' onder voorwaarden. In de Drank- en Horecawet zou dan een nieuwe categorie alcoholverstrekkers geïntroduceerd worden: het gemengd kleinhandelsbedrijf. Dat zijn winkels waar met een vergunning alcohol mag worden verkocht en geschonken. De staatssecretaris voor Volksgezondheid, Paul Blokhuis, is tegen dit wetsvoorstel. Het wetsvoorstel houdt totaal geen rekening met volksgezondheidsaspecten. In het wetsvoorstel wordt het mogelijk gemaakt om het aantal plekken waar alcoholhoudende drank kan worden verstrekt aanmerkelijk uit te breiden en dat staat haaks op het gehele gedachtengoed van de (huidige) Drank- en Horecawet, waarin de economische belangen zoals beschreven in het genoemde wetsvoorstel geen rol spelen. Na invoering van een nieuwe DHW bekijken we wat dit kan betekenen voor Oosterhout, rekening houdend met aspecten van alcoholpreventie (bij jongeren) en de volksgezondheid.
- Brandveiligheid - Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop)Het Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen is op 1 januari 2018 in werking getreden. Het besluit geeft brandveiligheidsvoorschriften voor het in georganiseerd verband gebruik maken van een afgebakende locatie (in het Besluit een plaats genoemd), waarvoor vanuit andere regels (zoals Bouwbesluit 2012, Activiteitenbesluit) geen brandveiligheidseisen zijn gesteld. Denk hierbij bijvoorbeeld aan evenementen, campings, straatfeesten en jachthavens. Benadering vindt meer plaats vanuit de te verwachten risico’s dan vanuit regelgeving. Dit besluit beoogt landelijke uniformiteit, waardoor meer rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en duidelijkheid. Met een meldingsformulier kan een activiteit ten minste vier weken voor de start van een activiteit gemeld worden die valt onder de gebruiksmeldingplicht uit het Bgbop.
- Invoering nieuwe Prostitutiewet- Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbrancheDe exploitatie van prostitutie is sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 een legale activiteit en wordt beschouwd als een reguliere uitoefening van bedrijf. De evaluatie van de opheffing van het bordeelverbod in 2007 is aanleiding geweest voor het ‘wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche’ (Wrp). Doel van deze wet is, in navolging van de opheffing van het bordeelverbod, tweeledig. Door nadere regulering van de branche beoogt de wet enerzijds misstanden in de branche beter tegen te gaan, anderzijds beoogt deze wet de sociale positie van sekswerkers te verbeteren door een prostitutiebranche te creëren waar prostituees op een veilige en gezonde manier hun beroep kunnen uitoefenen. Een overkoepelend doel van de Wrp is dat voor alle Nederlandse gemeenten eenduidig beleid opgesteld kan worden waarmee er meer eenheid en lijn in het prostitutiebeleid gebracht kan worden. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen. Het is nog niet bekend wanneer de wet in werking treedt.
- Uitspraak schaarse vergunningenDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in 2016 een belangrijke uitspraak gedaan over de wijze waarop de overheid dient om te gaan met het verlenen van zogenaamde schaarse vergunningen. De verdelingsprocedure, aanvraagtijdvak en toe te passen criteria voor het beoordelen van vergunningaanvragen dienen, wanneer sprake is van een schaarse vergunning, vooraf transparant en duidelijk te zijn. Ook mogen schaarse vergunningen niet meer voor onbepaalde tijd worden verleend. Als gevolg van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak over de wijze waarop de overheid dient om te gaan met het verlenen van zogenaamde schaarse vergunningen, dienen we te onderzoeken wat de consequenties zijn van die uitspraak voor ons bestaand beleid. Over het algemeen betreft het vergunningen voor bijvoorbeeld speelautomatenhallen, ligplaatsen voor boten, markten en standplaatsen.
- Wet KinderopvangVoor het naleven van de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang (Wko) en de aanvullende regelgeving houdt de gemeente toezicht op de kinderopvang en voorscholen. De gemeente hanteert hiervoor het “Handhavingsbeleid kwaliteit kinderopvang 2018”. De GGD West-Brabant is op basis van de wet aangewezen als toezichthouder. Hij voert inspecties uit op verschillende locaties aan de hand van landelijke toetsingskaders. Via een inspectierapport worden de bevindingen en afspraken met houders van kinderopvanglocaties aan de gemeente gerapporteerd. De GGD West-Brabant onderzoekt of elk bestaand kindercentrum, gastouderbureau of gastouder aan de kwaliteitseisen voldoet. De inspectievoorwaarden waarop de toezichthouder controleert zijn voor dagopvang (met of zonder voorschoolse educatie), buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouders afzonderlijk bepaald. De gemeente besluit, op basis van dit rapport of, en op welke wijze er handhaving zal plaatsvinden op de kinderopvanglocatie. Naast toezicht en handhaving is de gemeente verantwoordelijk voor het juist en volledig bijhouden van het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en het opstellen van een jaarverslag waarmee verantwoording wordt afgelegd aan de Inspectie van het Onderwijs. 3.3.5 Landelijk bepaalde samenwerkingsverbanden
- Omgevingsdienst (OMWB)Een aantal taken op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving zijn verplicht overgedragen aan de OMWB, het zogenaamde ‘Basistakenpakket’, dit zijn grotendeels complexe milieutaken en de zogenaamde ‘Thuistaken’. Oosterhout heeft daarnaast ook diverse zogenaamde ‘verzoektaken’3Dit zijn in grote lijnen het afwikkelen van de aanvragen totaalsloop, het administratief afhandelen van de meldingen van het verwijderen van asbestdaken, het inventariseren van alle asbestdaken in de gemeente Oosterhout, het uitvoeren van audits in het kader van de EED – richtlijn, Incidenteel advisering op bodem – milieu en ruimtelijke ordening, geluidmetingen bij grote evenementen en uitvoeren van projecten, zoals het project ‘intensief toezicht veehouderijen’. bij de OMWB belegd. Het bestuur van de OMWB heeft een ‘Gemeenschappelijk Uitvoeringskader Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018 Regio Midden- en West-Brabant’ vastgesteld. Dit uitvoeringskader vormt het raamwerk voor het meerjaren uitvoeringsprogramma van de OMWB voor de basistaken en de ingebrachte verzoektaken. De Brzo-taak wordt door de OMWB voor heel Brabant uitgevoerd en valt sinds 2016 geheel onder het bevoegd gezag van de Provincie Noord-Brabant. Namens het college van Oosterhout neemt de OMWB aanvragen om omgevingsvergunning voor de activiteit milieu in behandeling en beoordeelt hij meldingen. Gemeenten blijven het bevoegd gezag en zijn dus verantwoordelijk. Daarnaast oefent de OMWB toezicht uit en, waar nodig, handhaaft hij regelgeving. Bij bezwaar- en beroepsprocedures valt de OMWB terug op de gemeente als het gaat om de coördinatie van het proces, de vaktechnische input wordt geleverd door de OMWB. De OMWB heeft tevens een adviserende rol op diverse gebieden in relatie met milieu: hij adviseert over milieuaspecten bij het opstellen van bestemmingsplannen en het wijzigen hiervan, bij diverse geluidsaspecten, in het kader van externe veiligheid, luchtkwaliteit, etc. Gemeente Oosterhout heeft ook zelf nog specialisten op het gebied van milieu en geluid in dienst met een adviserende rol. Milieuklachten worden door de OMBW in behandeling genomen. Jaarlijks wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld en wordt gerapporteerd over de uitgevoerde werkzaamheden. Beiden worden ter informatie voorgelegd aan de gemeenteraad. Ieder kwartaal is er een accountmanagementoverleg. Daarnaast vindt ook op bestuurlijk niveau overleg met de OMWB plaats, bijvoorbeeld over de Brzo bedrijven.
- Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB)Veiligheidsregio's zijn verantwoordelijk voor de brandweerzorg, het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR). De veiligheidsregio is een vorm van verlengd lokaal bestuur en heeft een (bij wet verplichte) gemeenschappelijke regeling als juridische grondslag. Dit betreft de Wet veiligheidsregio's. Via deze gemeenschappelijke regeling is elke gemeente deelnemer en daardoor medeverantwoordelijk voor de bestuurlijke en organisatorische aansturing van de veiligheidsregio. Om de kans op brand in gebouwen, en de gevolgen daarvan, te beperken worden aan gebouwen en het gebruik ervan brandveiligheidseisen gesteld. De VRMWB adviseert in het geval van vergunningen en meldingen brandveilig gebruik. Dit gebeurt niet alleen bij bouwwerken maar ook bij bijvoorbeeld evenementen. In het geval van overtredingen wordt in overleg met de juristen van de gemeente Oosterhout een handhavingsprocedure gestart. De VRMWB heeft ook een taak in het kader van preventie in de vorm van voorlichting, onder andere op scholen. GGD staat voor Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst. GHOR voor de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio. De gemeente en de GGD GHOR vinden elkaar voor advisering over gezondheidsaspecten bij bv. evenementenvergunningen, afstemming van controles in het kader van kinderopvang en soms inzet of coördinatie bij evenementen of uitvoering van actiepunten uit het preventie en handhavingsplan alcohol. Brandweer, GGD en GHOR en de gemeente werken nauw samen. 3.4Lokale ontwikkelingen en beleid 3.4.1 Veiligheid
- Integrale veiligheidElke vier jaar wordt een nieuw Meerjarenplan Integrale Veiligheid (MJPIV) opgesteld. Voorjaar 2019 zal een nieuw MJPIV 2019-2022 vastgesteld worden. Het MJPIV gaat over de hoofdlijnen van het veiligheidsbeleid voor de komende vier jaar. Voor het nieuwe MJPIV zijn dit de in het bestuursakkoord benoemde speerpunten: het tegengaan van ondermijning door de georganiseerde criminaliteit; het versterken van het samenspel tussen veiligheid en het sociale domein met bijzondere aandacht voor het preventief beleid, met name gericht op voorkoming van criminaliteit bij jongeren. Het zet daarmee de “stip op de horizon” en vormt tevens de basis voor de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Handhaving en toezicht dragen bij aan het behalen van de doelstellingen van het veiligheidsbeleid omdat zij deel uitmaken van de uitvoering. Het streven is om zoveel mogelijk aan de voorkant van de keten te investeren, om op basis van een gerichte, sluitende aanpak onveilige situaties en criminaliteit te vermijden of erger te voorkomen (pro-actie en preventie). Daar waar een onveilige situatie onafwendbaar is, wordt op basis van kennis en kunde actief ingezet op het oplossen en voorkomen van herhaling (preparatie, repressie en nazorg). Dit is onder andere terug te zien in: het hebben van een signaal functie; de functionarissen buiten zijn de oren en ogen voor de organisatie binnen; het verbinding maken met burgerparticipatie; voor het verbeteren van de leefbaarheid in wijken en buurten wordt steeds meer een beroep gedaan op burgers. Een actieve bijdrage van burgers en samenwerking tussen overheid en burger zorgt voor extra ogen, oren en handen om veiligheidsproblemen vroegtijdig aan te pakken of te voorkomen; preventie en toezicht voorop te stellen; om er voor te zorgen dat de burgers de afspraken en regels ook naleven betekent dit dat regels en afspraken bekend moeten zijn bij de burger. Dit bevordert acceptatie van het doel en de invulling van de regels en kennis hoe de regels nageleefd kunnen worden. Doel van dit alles is, om er voor te zorgen dat organisaties en burgers zich, uit eigen beweging, beter aan regels willen houden; handhaven waar nodig; bijvoorbeeld bij bewust overtreden, niet willen oplossen van kwesties of bij acuut gevaar. Dat sluit ook aan bij de wettelijke beginselplicht tot handhaving; het gebruik maken van gegevensmanagement om steeds meer preventief en aan de ‘voorkant’ te kunnen handelen.
- Carrousel / BITDe gemeente Oosterhout maakt deel uit van het Baronie Interventie Team (BIT). Dit is een samenwerking met diverse partners waaronder de gemeenten4Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Oosterhout, Werkendam, Woudrichem en Zundert. in het district, politie, OM, richt zich op: het integraal uitoefenen van toezicht op en handhaving van wettelijke en lokale regelgeving, het voorkomen en signaleren van strafbare feiten en het handhaven van de openbare orde en veiligheid, ieder op basis van eigen toegekende wettelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De handhaving en het toezicht richten zich onder andere op het verzamelen van indicaties op, of signalering van strafbare feiten (zoals illegale werknemers, (woon-)overlast en strijdig gebruik) ten aanzien van woningen, bedrijven, industrieterreinen, woonwagenlocaties, uitzendbureaus, kamerverhuurbedrijven en locaties in het buitengebied. Daarnaast kan het BIT worden ingezet als instrument om Ondermijning tegen te gaan. Per casus wordt in onderling overleg een strategie naar de meest effectieve en efficiënte aanpak opgesteld, waarbij noodzakelijk verder onderzoek wordt overgedragen aan de betreffende verantwoordelijke afdelingen in de organisaties van de partners; een door alle partners gezamenlijk gedragen keuze van de aan te pakken kwesties in het gehele gebied van de Baronie; een professionele aanpak en professioneel overheidsoptreden naar burgers en bedrijven; het benutten en bevorderen van elkaars netwerk, ervaring en expertise; het op basis van ervaringen en inzicht vanuit de uitvoering, doen van beleidsvoorstellen aan de verschillende partners. Voor de uitvoering van het BIT wordt een samenwerkingsovereenkomst opgesteld. Op lokaal niveau werkt de gemeente Oosterhout daarnaast samen met politieteam Dongemond en woningbouwcorporatie Thuisvester in de carrousel aanpak. Doel van deze aanpak is het gezamenlijk voorkomen en terugdringen van overlast en criminaliteit binnen de woon- en leefomgeving in de gemeente Oosterhout om op deze wijze de rechtshandhaving van (publiekrechtelijke) regelgeving doelmatiger en doeltreffender in te zetten. Dit met gebruikmaking van alle beschikbare instrumenten, met behoud van individuelen verantwoordelijkheden van ieder van de partijen bij de aanpak woonoverlast. Voor de uitvoering van de Carrousel is een convenant en een protocol vastgesteld in
- BIBOBOp 1 juni 2003 is de ‘Wet bevordering integriteits beoordelingen door het openbaar bestuur’ (Wet Bibob) in werking getreden. Deze wet biedt het gemeentebestuur een instrument om zich te beschermen tegen het risico, dat het onbewust criminele activiteiten, personen of samenwerkingsverbanden faciliteert. Denk hierbij aan het witwassen van zwart geld en het gebruik van crimineel geld in reguliere ondernemingen. De Wet Bibob geeft een aantal mogelijkheden om deze risico-inschatting op een juiste wijze te kunnen maken en biedt een weigering- en/of intrekkingsgrond, waarop onder andere vergunningen en ontheffingen kunnen worden geweigerd. We passen in Oosterhout Bibob toe voor aanvragen om een vergunning in het kader van: gemeentelijke vergunningen; Wabo-bouwen; Wabo-milieu; huisvesting; vastgoed; horeca en speelautomaten; subsidies; prostitutie. Daarnaast passen we Bibob toe wanneer we signalen ontvangen die wijzen op criminele beïnvloeding of -activiteiten.
- Wet aanpak woonoverlastPer 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden. In de praktijk bleek landelijk behoefte te zijn aan een juridisch instrument om woonoverlast tegen te gaan. Als gevolg van dit nieuwe instrumentarium is een nieuw artikel, te weten 151d, aan de Gemeentewet toegevoegd. De gemeenteraad kan door dit artikel de burgemeester de bevoegdheid geven een gedragsaanwijzing op te leggen waarbij de overlastgever iets moet doen of nalaten. Als ultimum remedium kan de burgemeester een huisverbod opleggen. Het tweede lid van het wetsartikel regelt dat het instrument van de bestuursdwang of dwangsom alleen wordt ingezet als er geen andere geschikte manier voorhanden is om de overlast aan te pakken. Voor het toepassen van dit instrument is artikel 2.79 opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening, heeft de gemeenteraad de burgemeester de bevoegdheid gegeven een gedragsaanwijzing op te leggen en heeft de burgemeester op 14 mei 2018 beleid vastgesteld. De wet en het beleid kunnen gelden voor gevallen waarin ernstige of herhaaldelijke overlast is van geluid- of geurhinder, hinder van dieren, hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn, overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf of intimidatie van derden vanuit een woning of een erf. Medewerkers handhaving hebben de volgende rollen in het voortraject: preventief door het afschrikeffect door de fysieke aanwezigheid signaleringsfunctie verwijsfunctie naar hulpinstanties of inschakelen van hulpdiensten houden van toezicht op de problemen = dossieropbouw
- Beleid sluitingsbevoegdheid (vuur)wapensDoor de burgermeester is 21 augustus 2018 de ‘beleidsregel sluitingsbevoegdheid (vuur)wapens gemeente Oosterhout’ vastgesteld. De burgemeester is ingevolgde artikel 174 Gemeentewet belast met het toezicht op openbare vermakelijkheden. In artikel 2:80 APV heeft de gemeenteraad de burgemeester de bevoegdheid gegeven voor publiek toegankelijk gebouw en of daarbij behorend erf te sluiten als zich daar feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die naar het oordeel van de burgemeester de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw en of erf ernstig gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid. Dit is in ieder geval zo bij overtredingen van de Wet wapens en munitie. In deze beleidsregel is vastgelegd hoe de burgmeester gebruik maakt van zijn bevoegdheid om op te treden. Dit beleid heeft onder meer gevolgen voor de inzet van uren van de vak afdelingen bij de daadwerkelijke sluiting van voor publiek toegankelijke gebouwen (bouwtoezicht en juridische zaken).
- Beleid OpiumwetDe handhaving van de Opiumwet verloopt sinds de inwerkingtreding van de Wet Damocles (artikel 13b) via het strafrecht en het bestuursrecht. Op basis van artikel 13b Opiumwet heeft de burgemeester rechtstreeks de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen indien in woningen of lokalen dan wel in of bij zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I en II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt, dan wel daartoe aanwezig is. Het is de bedoeling van de wetgever geweest om de burgemeester de mogelijkheid te geven op te kunnen treden tegen drugshandel in of vanuit inrichtingen of woningen zonder dat daarbij steeds aangetoond moet worden dat sprake is van overlast. Op 15 september 2016 heeft de burgemeester de ‘beleidsregels op grond van artikel 13b Opiumwet gemeente Oosterhout’ vastgesteld. In deze beleidsregels is in een handhavingsmatrix vastgelegd hoe de burgemeester omgaat met zijn bevoegdheid op grond van dit artikel. De handhavingsmatrix is opgenomen in bijlage 8 en heeft tot doel: een geconstateerde overtreding te laten volgen door een maatregel die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de ernst van de overtreding; duidelijkheid en kenbaarheid te verschaffen over welke maatregel van de burgemeester volgt na een overtreding, waardoor er mogelijk een preventieve werking van uit gaat; herstel door het beëindigen van, dan wel het voorkomen van herhaling van de overtreding in het pand; door onderliggend beleid de motivering van bestuurlijke maatregelen in een gerechtelijke procedure te versterken. Bij een geconstateerde overtreding wordt de gemeente door de politie geïnformeerd. De medewerkers veiligheid, bouwtoezicht en juridisch medewerkers voeren integraal de beleidsregel uit.
- Digitaal opkopers register (DOR)Artikel 2:67 lid 1 van de APV bepaalt dat een handelaar verplicht is aantekening bij te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register. Op 28 maart 2018 heeft de burgemeester besloten het Digitaal Opkopers Register (DOR) aan te wijzen als doorlopend en gewaarmerkt register voor de in- en verkoop van gebruikte of ongeregelde goederen. Het DOR is gekoppeld aan een landelijk systeem van de politie waarin gestolen goederen worden geregistreerd. Het voordeel van dit digitale systeem is dat de politie automatisch bericht krijgt, als gestolen geregistreerd goed in het opkopersregister wordt ingevoerd. De snelle uitwisseling van gegevens met de politie, vergroot de pakkans van helers, inbrekers en veelplegers. Met het DOR dragen we bij aan de integrale aanpak van helers, inbrekers en veelplegers. De gemeente voert in samenwerking met de politie de controles uit op de registerplicht. Binnen het district de Baronie vindt er nadere afstemming plaats over het vaststellen van een gezamenlijke beleidslijn handhaving DOR naar het model van de gemeente Tilburg. 3.4.2 Bouw
- WelstandsnotaMet ingang van 1 oktober 2015 zijn in bijna heel Oosterhout de welstandsregels en de welstandstoetsing afgeschaft. Dit betekent dat aanvragen voor een omgevingsvergunning in de welstandsvrije gebieden niet langer getoetst worden aan welstandscriteria. In verband met de veranderingen is een nieuwe Welstandsnota vastgesteld tijdens de Raadsvergadering van 20 september
- In de beschermde stads- en dorpsgezichten, bij rijks- en gemeentelijke monumenten en in de nieuwbouwwijk de Contreie blijven de welstandsregels van kracht. Aanvragen voor omgevingsvergunningen in welstandsvrije gebieden kunnen wel achteraf aan de excessenregeling getoetst worden. Dit kan gebeuren als mensen in de omgeving een bouwplan niet acceptabel vinden en geconstateerd wordt dat er sprake is van een exces. Voor de toetsing en advisering aan de welstandsregels worden omgevingsvergunningsaanvragen voorgelegd aan de Monumentencommissie, geleverd door de Stichting Dorp, Stad en Land.
- Archeologiebeleid (Erfgoedkaart)Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden waarin is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. In de Erfgoedwet is een instandhoudingsverplichting opgenomen voor Rijksmonumenten. Oosterhout kent vele archeologische bodemschatten, monumentale gebouwen en plekken met een rijke cultuurhistorie. Dit cultuurhistorisch erfgoed bepaalt in belangrijke mate de sfeer en identiteit van de stad en de kerkdorpen. De gemeenteraad heeft de Beleidsnota Cultuurhistorie Monumenten en Archeologie 2008 / 2018 vastgesteld. Op 25 januari 2012 heeft de gemeenteraad de Erfgoedkaart Oosterhout vastgesteld. Deze kaart geeft de archeologische verwachtingen en archeologische en cultuurhistorische waarden in Oosterhout weer waardoor deze als volwaardig belang in ruimtelijke planvorming mee kunnen worden gewogen. Tevens worden op deze kaart de voorschriften vastgesteld voor de omgang met archeologische bodemschatten in de ruimtelijke inrichting en in bouwprojecten.
- Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden artikel 4 bijlage ll BorEen wijziging van het Besluit omgevingsrecht (Bor) op 1 november 2014 had onder andere gevolgen voor de reikwijdte van de zogenaamde kruimelgevallenregeling, Als gevolg daarvan zijn aanvullende richtlijnen opgesteld voor het al dan niet verlenen van een afwijking van de bestemmingsplanregels als het gaat om: Niet zelfstandige woonruimten Het college heeft op 17 november 2015 het beleid niet zelfstandige woonruimten vastgesteld. In dit beleid is verwoord onder welke voorwaarden er medewerking kan worden verleend aan een aanvraag voor een omgevingsvergunning, voor het huisvesten van personen. Hierin is de volgende doelstelling opgenomen: Het op een gedegen en verantwoorde wijze reguleren van de huisvesting van personen in de gemeente, opdat de leefomstandigheden van de te huisvesten personen van een deugdelijk niveau zijn, de veiligheid voldoende is gewaarborgd en de huisvesting niet ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid van de omgeving. De gemeente biedt hiertoe enerzijds de ruimtelijke en juridische kaders, waarin huisvesting van personen als legaal en passend kan worden aangemerkt. Anderzijds stelt het de gemeente in staat te handhaven bij huisvesting, die niet correspondeert met de voorgestelde beleidsrichting. Aan huis verbonden beroepen en bedrijf Het college heeft op 15 september 2015 het beleid aan huis verbonden beroepen en bedrijf vastgesteld. In dit beleid is verwoord onder welke voorwaarden medewerking kan worden verleend aan een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een aan huis verbonden beroep en bedrijf.
- Voorwaardelijke verplichtingMeer en meer wordt er gewerkt met een voorwaardelijke verplichting; een voorwaarde die gekoppeld is aan een omgevingsvergunning (activiteit bouw) en waaraan moet worden voldaan voordat een bouwwerk wordt opgericht of in gebruik wordt genomen. Ook zijn er varianten waarbij binnen een bepaalde termijn aan de voorwaarden moet worden voldaan. Op dit moment is de eis van een landschappelijke inpassing (aanleggen en beheer erfbeplanting) de meest voorkomende vorm van een voorwaardelijke bepaling. Het toetsen aan dergelijke, niet strikt aan bouwtechnisch gerelateerde voorwaarden, is nieuw voor toezichthouders. In de uitvoering van de toezichtstaken zal hier aandacht voor moeten zijn. Zowel qua urenbesteding, als qua bewustwording van deze taak en de kennis over specifieke voorwaarden.
- BrandveiligheidIedereen heeft een belangrijke rol bij het creëren van een (brand)veilige leefomgeving. Wat daarbij voorop staat is dat de primaire verantwoordelijkheid voor het realiseren en behouden van een (brand)veilige situatie bij de gebruikers/eigenaren van gebouwen en inrichtingen ligt. De unit V&H en de regionale brandweer ondersteunen gebouweigenaren bij de invulling van die verantwoordelijkheid. Hierbij is de aanpak in beginsel gericht op verhoging van het brandveiligheid bewustzijn en kennisontwikkeling bij gebouweigenaren. Daar waar de gebouweigenaar niet kan naleven of niet weet hoe hij moet naleven zal de nadruk liggen op advies respectievelijk voorlichting. Daar waar de gebouweigenaar niet wil naleven zal de brandweer via de unit V&H het gemeentebestuur adviseren om te handhaven. Op 29 januari 2015 heeft het Algemeen Bestuur (de 26 burgemeesters) van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant ingestemd met het Basistakenpakket Brandweerzorg Risicobeheersing 2.
- Dit vormt een belangrijke uitwerking van de strategische visie op de taakuitvoering door de Sector Risicobeheersing van Brandweer Midden- en West-Brabant, zoals verwoord in het uitvoeringsprogramma Risicobeheersing 2.
- Het Basistakenpakket bestaat uit voor de brandweer specifiek in de Wet Veiligheidsregio’s genoemde taken en taken waarbij de brandweer de gemeente ondersteunt bij het uitvoeren van brandveiligheid gerelateerde wetten en regelingen. Het Basistakenpakket heeft tot doel overal dezelfde, gelijkwaardige brandweerzorg binnen de regio te kunnen bieden. Toezicht op brandveiligheid is één van de taken. Het basistakenpakket wordt de komende jaren in samenwerking met betrokken partners verder doorontwikkeld en geïmplementeerd. Het toezicht op brandveiligheid vindt plaats op basis van een jaarlijks overleg tussen brandweer en gemeente vast te stellen toezichtsplan. Er wordt gestreefd naar een, in de gehele regio, gelijkwaardige uitvoering van de brandweerzorg.
- RecreatieterreinenOp verschillende recreatieterreinen over heel Nederland komen incidenten voor als brand(stichting), woningvervuiling, criminaliteit, prostitutie, onveilige opslag van gevaarlijke stoffen en structurele problemen als ongezonde woonomstandigheden, lage kwaliteit van (sociale) leefbaarheid en illegale bouw en bewoning. Deze zaken zijn ongewenst in Oosterhout. Het is van groot belang dat de recreatieve waarde en de toeristische en economische potentie van recreatieterreinen in Oosterhout behouden blijft. Daarom heeft een externe adviseur in mei 2017 een onderzoek naar de Oosterhoutse situatie uitgevoerd en een rapport opgeleverd waarin zes Oosterhoutse recreatieterreinen op hoofdlijnen bekeken zijn. Dit rapport geeft een eerste indruk van welke zaken er op welke recreatieterreinen spelen, maar geen zicht in aard en omvang. Inmiddels heeft er een nadere detailinventarisatie plaatsgevonden. Het Regionale Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Zeeland West Brabant heeft een model ontwikkeld waarbij recreatieparken op basis van een aantal op voorhand vastgestelde indicatoren een rood, oranje of groen risicoprofiel verkrijgen, het zgn. ‘stoplichtmodel’. Deze indicatoren hebben betrekking op onder andere de ondernemer, de locatie en de recreanten. Het risicoprofiel van het park indiceert het handelingsperspectief: saneren (rood), normaliseren (oranje) of vitaliseren (groen). Handhaving kan plaatsvinden door repressief handhaven, niet handhaven of gedifferentieerd handhaven. Het college heeft besloten gedifferentieerd te handhaven op recreatieterreinen, waarbij primair ingezet wordt op stapsgewijs via een dialoog met eigenaren en met gebruikmaking van het RIEC stoplichtmodel, toe te werken naar verbetering. Als gevolg van de inventarisaties wordt een plan van aanpak opgesteld en vindt verdere besluitvorming hierover plaats. In ieder geval willen we meer inzicht krijgen in de behoefte / problemen van de recreanten / bewoners. Door middel van de samenwerking met ketenpartners zal per park een werkgroep worden gevormd, waarbij er voor elk park een maatwerkaanpak zal volgen.
- Programma wonenDe in 2016 vastgestelde Woonvisie en het onlangs vastgestelde Bestuursakkoord 2018-2022 gaan niet specifiek in op de relatie met de fysieke leefomgeving voor wat betreft vergunningen en handhaving. Wel zijn een aantal ontwikkelingen te noemen die een raakvlak hebben met wonen, maar ook met vergunningverlening en handhaving (en daarmee inzet op het gebied van vergunningverlening en handhaving). Te denken valt aan: Woonvisie: sociaal domein: het langer zelfstandig wonen van ouderen en andere doelgroepen. Dit vraagt soms (bouwkundige) aanpassingen aan de woning. flexibiliteit van de woning en de in de woning aanwezige ruimten: om beter in te kunnen spelen op huisvesting van diverse doelgroepen in de betreffende woning Duurzaamheid: energiebesparende en energieopwekkende maatregelen bij nieuwbouw, maar zeker ook bij de bestaande bouw kunnen een bouwkundige impact hebben op de woning en de leefbaarheid/veiligheid. Openbare ruimte: inrichting en functionaliteit van de openbare ruimte (denk aan verlichting, veilige achterom etc.). Dit kan ook vanuit jullie discipline aandacht vragen vanuit veiligheid en handhaving. Bestuursakkoord (deels mede in relatie tot het hierboven gestelde): Meer aandacht voor maatschappelijke crisissituaties (bijvoorbeeld huisuitzettingen) Huisvesting arbeidsmigranten (integraal beleid) Meer aandacht voor en prioriteit aan transformatie van leegstaande gebouwen (naar bijvoorbeeld woningen)
- Huisvesting statushoudersDe gemeente heeft een wettelijke verplichting tot huisvesting van statushouders. Halfjaarlijks ontvangt de gemeente via het Rijk een circulaire waaruit blijkt om hoeveel mensen dit gaat. Met onze corporatie Thuisvester zijn (prestatie)afspraken gemaakt dat zij deze taakstelling (vrijwel) geheel op zich neemt. De gemeente zorgt voor de inburgering.
- ArbeidsmigrantenDe gemeente heeft (nog) geen integraal beleid voor (grootschalige) huisvesting van arbeidsmigranten. Vanuit het Bestuursakkoord 2018-2022 is hiervoor wel aandacht gevraagd. De gemeente heeft (deels in bestemmingsplannen en deels in een beleidsnota) wel regels voor onzelfstandige bewoning vastgesteld. Deze regels voorzien in de praktijk vaak op de huisvesting(mogelijkheden) voor de specifieke doelgroep arbeidsmigranten. Daarnaast heeft het college aangegeven dat op recreatieterreinen (campings) niet structureel gewoond mag worden. Vanuit de werkeenheid handhaving wordt er dus kennis en inzet gevraagd bij de uitvoering en handhaving van de bestaande regels, maar ook bij het op te stellen (integrale) beleid. 3.4.3 Milieu
- Vervallen van de VelvergunningAnders dan voor bomen op particulier terrein, geldt dat nu nog steeds een velvergunning vereist is voor bomen in de openbare ruimte. Deze vergunning is vooral in stand gehouden om de rechten van direct belanghebbenden (omwonenden) zeker te stellen. Tegelijkertijd is de vraag of deze rechten ook niet op een ander wijze geborgd kunnen worden, bijvoorbeeld door omwonenden in een vroegtijdig stadium mee te nemen in de planvorming. Wij zijn er daarom voorstander van de voor- en nadelen te onderzoeken van het afschaffen van de velvergunning voor bomen in de openbare ruimte. Uiteraard blijft de velvergunning voor monumentale bomen gehandhaafd.
- Duurzaamheid / klimaatadaptatieIn het kader van duurzaamheid zijn er diverse ambities. Duurzaamheid moet als een rode draad door het gemeentelijk beleid lopen. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie te vervullen. Dat betekent dat er werk wordt gemaakt van het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed en plaatst de gemeente ongeveer 1500 zonnepanelen op de gemeentewerf. Ook heeft de gemeente een duurzaamheidslening waardoor mensen kunnen investeren in duurzame energieopwekking en/of isoleren van de woning. Aspecten van duurzaamheid zijn bijvoorbeeld het stimuleren van zonne-energie, (door middel van het plaatsen van zonnepanelen) en/of windenergie. Daarnaast is het aansluiten op gas per 1 juli 2018 verboden voor nieuwbouwwoningen. Overige aspecten zijn het aanleggen van wadi’s of een aparte regenwaterafvoer, een toename van het gebruik van elektrische laadpalen leidt tot het meer aanleggen van die laadpalen voor elektrische auto’s en fietsen. Maatregelen in het kader van duurzaamheid kunnen effect hebben op soort en hoeveelheid aanvragen voor de vergunningverleners.
- Externe veiligheidDe gemeenteraad heeft in oktober 2017 de nieuwe bijgewerkte Beleidsvisie externe veiligheid van Oosterhout vastgesteld. Daarin is aan de hand van de nieuwste wet- en regelgeving voor externe veiligheid bepaald op welke grondgebieden risicobronnen niet en wel zijn toegelaten. Deze zijn in te delen naar milieu-inrichtingen, transportroutes en buisleidingen. Voor de VTH-taken is alleen de eerste categorie van belang. Bij de vergunningverlening moet precies getoetst worden aan de “harde” normen maar mag ook de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico in nieuwe situaties niet groter worden dan
- Bij bestaande situaties geldt een stand-still boven een waarde van
- Verder moeten minder-zelfredzame personen (kinderen, zorg, onderwijs) beter worden beschermd indien ze zich kunnen bevinden binnen het invloedsgebied van een risicobron. Daarvoor zijn uitgangspunten opgesteld. In de handhaving bij de bedrijven waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen moet regelmatig en intensief worden gecontroleerd op de naleving van de veiligheidsregels en de geldende wet- en regelgeving. 3.4.4 Algemene plaatselijke verordening en Bijzondere Wetten
- Bruisende binnenstad – Binnenstadsvisie en detailhandelsbeleidIn juni 2017 heeft de gemeenteraad de Binnenstadsvisie vastgesteld. Deze visie is de kapstok voor de ‘look and feel’ van de Oosterhoutse binnenstad in de toekomst en voor toekomstig beleid. Te denken valt daarbij aan (geografische) keuzes omtrent detailhandel, horeca, evenementen, weekmarkten, standplaatsen, wonen etc. Aanpalende beleidsterreinen zoals het horecabeleid, terrassenbeleid, standplaatsenbeleid en evenementenbeleid worden afgestemd op de Binnenstadsvisie en het bestuursakkoord. Afhankelijk van de keuzes binnen de bedoelde beleidsterreinen kan dat effect hebben op bijvoorbeeld vergunningverlening.
- Drank- en horecawet – Horecabeleid – TerrassenbeleidIn juli 2017 is een geactualiseerd terrassenbeleid vastgesteld, waarbij reeds rekening is gehouden met de inzichten in het kader van de Binnenstads-visie. Ondernemers hebben tot 1 augustus 2018 de tijd gekregen om aan dit terrassenbeleid te gaan voldoen. Door de toename van de blurring concepten en het verschil in mogelijkheden van een terras bij een winkel of horeca is er voor zowel de ondernemer als de vergunningverleners en hun adviseurs duidelijkheid nodig over wanneer een concept in de basis een vorm van detailhandel is met een deel horeca zonder alcohol of wanneer een concept in de basis een vorm van horeca is zonder alcohol met een deel detailhandel. Daaraan gekoppeld zijn beleidsmatige keuzes te maken over inzet Bibob en het voldoen aan bepaalde inrichtingsvereisten. Mogelijk dat aanpalende toekomstige wetgeving, zoals een geactualiseerde Drank- en Horecawet, hier meer duidelijkheid over gaat geven. De Drank- en Horecawet schrijft voor dat de gemeenteraad iedere vier jaar een preventie- en handhavingsplan alcohol moet vaststellen. Hiermee wil de wetgever stimuleren dat gemeenten actief nadenken over en uitvoering geven aan het verbinden van de beleidsterreinen Volksgezondheid (voorlichting en bewustwording) en Openbare Orde en Veiligheid (beleid en handhaving) als het gaat om alcoholpreventie. Het plan bevat de hoofdzaken van het beleid betreffende de preventie van alcoholgebruik, met name onder jongeren, en de handhaving van de wet. In 2018 is een projectgroep samengesteld om samen met partners invulling te geven aan dit preventie -en handhavingsplan en in 2019 zal het plan vastgesteld gaan worden. In het plan wordt in ieder geval aangegeven: wat de doelstellingen zijn van het preventie- en handhavingsbeleid alcohol; welke acties worden ondernomen om alcoholgebruik, met name onder jongeren, te voorkomen, al dan niet in samenhang met andere preventieprogramma's; de wijze waarop het handhavingsbeleid wordt uitgevoerd en welke handhavingsacties in de door het plan bestreken periode worden ondernomen; welke resultaten in de door het plan bestreken periode minimaal behaald dienen te worden.
- Parkeren – parkeerbeleidZoals in het huidige beleid rondom parkeren is bepaald en zoals in het bestuursakkoord ook nog eens is bekrachtigd, is het doel van het systeem van betaald- en vergunning parkeren het reguleren van de parkeerstromen, rekening houdend met de belangen van bewoners, bezoekers en werknemers op een evenredige wijze. Daarbij is als financieel uitgangspunt van belang dat het parkeersysteem een gesloten systeem is: parkeerinkomsten en -uitgaven houden elkaar in evenwicht, tekorten en/of overschotten worden in het systeem verwerkt. Op dit moment worden drie fte handhavers, met taakaccent ‘parkeren’ bekostigd uit de uitvoering van het parkeerbeleid. Bij een keuze om minder te handhaven (en meer ‘in gesprek te gaan’) en parkeeropbrengsten mogelijk minder worden, kan dit consequenties hebben voor het aantal fte voor handhaving. Bij parkeerhandhaving gaat het in 1e instantie niet om prenten uit te delen, maar de bewoner of bezoeker uit te leggen / te wijzen op de verkeers- en parkeerregels. Daarbij is de afweging belangrijk of er gevaarlijke situaties zijn of gaan ontstaan. Ook moet de gemeente er voor waken dat er nalevingsbereidheid van de parkeerregels blijft bestaan. Op industrieterreinen is er een toename van overlast van parkeren van het vrachtverkeer. Verkeersdrukte bij scholen door het met de auto brengen en ophalen van de kinderen. In de wijken toename van autobezit, parkeeroverlast en snelheidsovertredingen of gevaarlijk rijgedrag.
- MobiliteitsplanIn 2018 is gewerkt aan het opstellen van het mobiliteitsplan (verkeers- en vervoerplan). Het beleid is nog niet vastgesteld. Het mobiliteitsplan gaat bestaan uit een “visiedeel” en een “uitvoeringsagenda”. In het visiedeel wordt vastgelegd op welke wijze we via ons verkeers- en vervoerbeleid een bijdrage willen leveren aan de ambitie van Oosterhout om ook in de toekomst een vitale en aantrekkelijke woon- en werkgemeente te blijven. Daarbij ook rekening houdend met de opgaven die er liggen op het gebied van duurzaamheid en demografie. Dit visiedeel is kaderstellend bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen en bij reconstructies van bestaande wegen. Het geeft richting aan de investeringen op het gebied van verkeer en vervoer. Dit visiedeel vormt ook de basis voor onze inzet / insteek in gemeente-overstijgende dossiers en overlegstructuren. Uit het visiedeel volgt een aantal opgaven waar we als gemeente de komende jaren mee aan de slag moeten. De vertaling van deze opgaven naar oplossingen vindt plaats in de in 2019 op te stellen uitvoeringsagenda. Voor mogelijke oplossingen / oplossingsrichtingen zijn er drie aangrijpingspunten, te weten: de infrastructuur (fysiek en digitaal), het voertuig en de mens (gedrag). De gedragscomponent moet daarbij niet worden onderschat. Zeker in relatie tot de thema’s veiligheid en duurzaamheid en gezondheid kunnen maatregelen gericht op de mens / gedragsverandering een bijdrage leveren aan een aantal opgaven. Daarbij gaat het om communicatie, bewustwording én handhaving, waarbij de inzet van de gemeentelijke boa’s een van de middelen is. In welke mate via de boa’s een bijdrage kan worden geleverd aan de uitvoering van het gemeentelijke verkeers- en vervoerbeleid is ook afhankelijk van de mate waarin de bevoegdheden van boa’s worden verruimd als het gaat om de handhaving van verkeersregels. 3.4.5 Gemeentelijke organisatie
- GegevensmanagementNieuwe technieken op het gebied van gegevensmanagement stellen ons, veel meer dan in het verleden, in staat om aan te geven op welke locaties in Oosterhout de kans groot is dat criminaliteit zich gaat manifesteren. Dan kan het gaan om sociaalmaatschappelijke gegevens die bij de gemeente bekend zijn (onder andere door inzet van enquêtes en monitoring) en ook om cijfers van de politie of observaties van ondernemers of buurtpreventieteams. Door het samenbrengen van deze gegevens zullen wij, samen met onze veiligheidspartners, steeds beter in staat zijn preventieve maatregelen te treffen of te interveniëren voordat situaties uit de hand lopen en van kwaad tot erger worden. Dit alles binnen de wettelijke kaders van de AVG.
- Digitalisering en technische hulpmiddelenDe unit Vergunningverlening, toezicht en handhaving werkt volledig digitaal. Bij de registratie van werkzaamheden wordt van verschillende systemen gebruik gemaakt. Allereerst is er het brede zaaksysteem Green Valley wat steeds verder wordt ingericht. Als het gaat om activiteiten op Wabo-gebied (omgevingsvergunningen activiteit bouwen, slopen, kappen, in- en uitrit, etc.) wordt gebruik gemaakt van Key2vergunningen. Zowel de vergunningverleners als de toezichthouders registreren hierin alles. De vergunningprocedure wordt hierin in zijn geheel doorlopen, compleet met alle documenten. De toezichthouders maken zo veel mogelijk bij hun toezichtcontroles gebruik van een tablet, waardoor zij alle informatie over een vergunning kunnen uploaden en hun bevindingen registreren. Op dit moment zitten we in een transitie om vanuit het backofficeprogramma een koppeling te maken met het zaaksysteem Green Valley en een daaraan gekoppeld archiefsysteem. Het proces rond de Drank- en Horecawet is ingericht in het zaaksysteem. Dit betekent dat alle informatie (vergunning, leidinggevenden, controles, handhaving, etc.) gekoppeld zal worden aan de inrichting. Hieruit kan de managementinformatie worden verzameld ten behoeve van het jaarverslag en het jaarlijkse UVP. Vergunningen en ontheffingen in het kader van de APV (evenementen en andere vergunningen) worden eveneens geregistreerd in het zaaksysteem. Voor de boa ’s zijn in 2017 nieuwe handterminals aangeschaft, waardoor op locatie meer algemene gegevens bekend zijn en er direct foto’s en rapporten opgesteld kunnen worden. De boa’s verwerken de gegevens van de uitgeschreven strafbeschikkingen in de transactiemodule van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Het CJIB verstrekt jaarlijks een overzicht van de strafbeschikkingen en processen verbaal die door de gemeentelijke Boa’s zijn uitgevaardigd. Daarnaast registreren de boa’s hun werkzaamheden en bevindingen in een logboek, waaruit jaarlijks een rapportage wordt samengesteld. Per kwartaal worden aantallen, uren, doelen en projecten besproken in het kwaliteitsoverleg. In het 4e kwartaal van 2018 is een start gemaakt met een aanbesteding om een specifiek proces gestuurd vergunningen en handhavingssysteem aan te schaffen. Dit heeft als voordeel dat er, meer dan nu het geval is, gemonitord kan worden op procescriteria en producten. Managementinformatie (dashboard) is in ontwikkeling, steeds meer gegevens worden ontsloten met behulp van Cognos. 4.Uitgangspunten voor VTH 4.1Organisatievisie Oosterhout wil een toekomstbestendige organisatie zijn. Een organisatie die meer dan ooit flexibel kan omgaan met snelle veranderingen, in een dynamische en complexe omgeving. Ondernemerschap van medewerkers is daarbij een belangrijke sleutel tot resultaatgericht werken met een extern georiënteerde blik, waarbij verbindingen worden gelegd tussen de stad en de organisatie, de ketenpartners en de organisatie, de organisatie en haar medewerkers en tussen collega’s onderling. We zijn daarbij een betrouwbare partner voor onze inwoners, ketenpartners en voor elkaar. Dit vanuit het motief: 'Wij maken Oosterhout nog beter'. We werken continu aan kwaliteitsverbetering op alle fronten. Bovengenoemde kernwaarden vereisen dat wij een flexibele organisatie zijn die lean (procesmatig) wordt ingericht, maatwerk levert waar dit nodig is en toegankelijk is in zowel letterlijk als figuurlijk zin. Immers, onze diensten zijn via meerdere kanalen bereikbaar en wij zijn aanspreekbaar op de manier waarop wij onze dienstverlening vormgeven. Een moderne organisatie die aansluit op de (maatschappelijke) trends en ontwikkelingen. 4.2Dienstverlening De gemeente zet zich in voor een optimaal woon-, werk- en leefklimaat op basis van landelijk, provinciaal en gemeentelijk vastgestelde regels. Vergunningverlening, toezicht en handhaving maakt onderdeel uit van het totale dienstverleningsconcept van de gemeente. De werkzaamheden op deze gebieden hebben een directe relatie met onze klanten. De klanten kunnen aanvragers van vergunningen, uitvoerende partijen, overtreders van regels en andere belanghebbenden zijn. De doelstelling voor vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt als volgt omschreven: ‘De dienstverlening staat bij ons voorop, met preventie boven repressie.’Deze doelstelling staat centraal in onze manier van denken en werken. Het gaat er daarbij om dat we constant aandacht hebben voor onze dienstverlening en kijken hoe we deze kunnen verbeteren, op een korte afstand tot onze inwoners. Hierbij hoort ook een duidelijke ‘nee’ te kunnen verkopen wanneer een ontwikkeling niet kan. In het voortraject doen we zo veel mogelijk om te voorkomen dat we achteraf tot handhaving over moeten gaan. Vergunning verlenen en handhaven zijn geen doelen op zich. Het doel is de naleving van de regelgeving bevorderen. Voorschriften beogen de bescherming en verbetering van de kwaliteit van de openbare, bebouwde en onbebouwde ruimte, waarbij veiligheid, gezondheid, leefomgeving en duurzaamheid voorop staan. Vergunningverlening en handhaving dragen bij aan een leefbare, veilige en duurzame gemeente waar het prettig is om te wonen, te werken en te verblijven. De vraag naar doelmatigheid is steeds aan de orde. We kiezen voor een gerichte aanpak die bestaat uit een mix van instrumenten. Daar waar mogelijk zetten we ook communicatie als preventief middel in. Dit alles om repressieve handhaving te voorkomen en naleving van de regels te bevorderen. Het zou ondoenlijk zijn alle regels, wetten en verordeningen naar de letter te handhaven. Wel is het van belang het gehele spectrum van de vergunningverlening en handhaving te bekijken, de risico’s te analyseren en prioriteiten te stellen. Vanuit deze invalshoek geldt voor handhaven dat dit zowel opportuun moet zijn (geschikt en op een passend moment) als proportioneel (in verhouding staan tot het vergrijp of het gevaar). Dit veronderstelt een heldere belangenafweging. Op basis daarvan komen we tot een herkenbaar beleid en een jaarlijks, in januari, vast te stellen, ‘Uitvoeringsplan fysieke leefomgeving, vergunningen, toezicht en handhaving’ (UVP). 4.3Uitgangspunten voor VTH Eigen verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen initiatiefEen uitdaging ligt in een ‘kanteling’ bij de inzet van de verschillende instrumenten die we hebben op basis van het omgevingsrecht. Het accent lag tot nu toe – ook vanuit het Rijk zo bepleit – op het programmatisch en vanuit de regelgeving sturen op naleefgedrag. Alhoewel het naleven van de wet niet ter discussie staat, zullen we de komende jaren de burgers en ondernemers meer op hun eigen verantwoordelijkheid aanspreken maar hen ook de ruimte laten om met eigen oplossingen te komen. Waar de eigen verantwoordelijkheid onvoldoende leidt tot het realiseren van het gewenste effect, zullen burgers en ondernemers gefaciliteerd worden. De gemeente wil daarmee ook vooruitlopen op de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 in werking treedt. Uitgangspunt is de verwachting dat de meeste ondernemers en inwoners deze verantwoordelijkheid aankunnen. Maar daar waar dit niet het geval is en leidt tot onacceptabele risico’s zal zo nodig stevig handhavend worden opgetreden. Van handhaving naar preventieEen andere uitdaging is het vroegtijdiger bijsturen in ontwikkelingen die voorzienbaar problematisch kunnen worden. Door alerter te zijn op mogelijke onderliggende conflicten bij klachten of signalen kunnen escalaties mogelijk worden voorkomen en voorkomen we buitensporige inzet vanuit de handhaving. Dit gebeurt door de preventieve en voorlichtende rol van toezichthouders, boa’s en wijkteams, de inzet van communicatie-instrumenten, mediation, buurtbemiddeling of via maatschappelijke ondersteuning. Hetzelfde geldt voor het voorkomen van onnodige overtredingen of klachten doordat burgers (en bedrijven) onvoldoende op de hoogte zijn van risico’s en regelgeving, bijvoorbeeld ten aanzien van asbestdaken. Ook hiervoor kan door tijdige voorlichting aan het loket, via de website en gemeentelijke publicaties, herstelkosten en eventuele schade voorkomen worden. Ook bij de aanpak om te komen tot een veilige leefomgeving staat preventie voorop waarbij wordt doorgepakt daar waar het nodig is. Zorgen voor zicht op zakenOm ‘zicht op zaken te hebben’ zullen we meer en beter zicht moeten krijgen op ontwikkelingen. Bijvoorbeeld als het gaat om veranderend gebruik van vrijkomende bebouwing, de vestiging van bedrijvigheid aan huis, initiatieven van burgers, bedrijven/verenigingen, buurten of dorpen rond (zorg)voorzieningen of renovatie en verbouwing van bestaande gebouwen (in verband met brandveiligheid). Niet door nog meer toezicht uit te oefenen, maar door slim gebruik te maken van bestaande informatie (gegevensmanagement), signalering, inzet van nieuwe technologie én de bereidheid van burgers en bedrijven om bijvoorbeeld verbouwingen tijdig te melden. Leefbaarheid en veiligheid op straatToezicht en handhaving in de openbare ruimte is een gedeeltelijke verantwoordelijkheid van gemeenten en politie. Gemeenten zorgen met boa’s voor ogen en oren op straat en kunnen daar ingrijpen waar de leefbaarheid wordt aangetast door overtredingen die overlast veroorzaken en tot kleine ergernissen leiden. De politie is primair aan zet wanneer het gaat om het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Boa’s en politie vullen elkaar dus aan en dragen zo, samen met de buurtpreventieteams, samen zorg voor leefbaarheid en veiligheid op straat. Het bovenstaande leidt tot de volgende concrete uitgangspunten: De primaire verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de leefomgeving, bouwen, gebruiken en slopen ligt bij de burgers, bedrijven en instanties dan wel de partijen die namens hen optreden. Door ontwikkelingen in wet- en regelgeving, jurisprudentie en evaluaties na calamiteiten, wordt steeds meer een scheiding duidelijk tussen de bestuurlijke en privaatrechtelijke verantwoordelijkheid. De bestuurlijke verantwoordelijkheid richt zich meer op het beperken van risico’s en houden van toezicht hierop. Enerzijds door toetsing van vergunningen en anderzijds door het toezien op de naleving van algemene regels en voorschriften uit vergunningen. Bedrijven en burgers hebben hierin een grote verantwoordelijkheid. Dit geldt voor vergunningsplichtige, meldingsplichtige maar ook voor vergunning vrije zaken. Daarom worden initiatiefnemers gewezen op hun eigen verantwoordelijkheid. Indien nodig worden zij op hun verantwoordelijkheid aangesproken. Bij verwijtbare overtredingen kunnen zij ook privaatrechtelijk aangesproken voor de gevolgen na bijvoorbeeld overtredingen en calamiteiten. De gemeente ziet toe of de verantwoordelijkheid voldoende wordt genomen en onderneemt acties op basis van geschat risico, wettelijke voorschriften en bestuurlijke prioriteit. Altijd moet voldoende aannemelijk zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. Het is voor gemeenten niet mogelijk alle wettelijke aspecten integraal te toetsen en hierop toezicht te houden. Bij de taakuitoefening geldt het uitgangspunt dat altijd voldoende aannemelijk moet zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. Het is niet de bedoeling om het werk van deskundigen (ondernemers, adviseurs, bouwers) over te doen. Afhankelijk van het risico is een keuze gemaakt in het niveau van taakuitoefening. De gemeente zorgt ervoor dat zij zelf voldoende kennis en een professionele organisatie op de diverse disciplines bezit, zodat de gemeente zich er altijd van vergewissen of derden voldoen aan de regelgeving. Dit vergt een basis kennisniveau. De uitvoering van de taken moet op een adequaat niveau gebeuren. Wat het adequate niveau is, is vastgelegd in landelijke kwaliteitscriteria. De gemeente heeft een vangnetfunctie voor de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke omgeving. De vangnetfunctie heeft vooral een publiekrechtelijk en geen privaatrechtelijk karakter, tenzij de gemeente zelf eigenaar is. Ook speelt hierbij de eigen verantwoordelijkheid een rol. Als de eigen verantwoordelijkheid van een burger of bedrijf onvoldoende of niet wordt genomen, zal de gemeente zorg dragen voor het naleven van de voorschriften, vaak met gevolg het voeren van handhaving procedures. De gemeente hanteert hierbij de zogenaamde “aanpak aan de voorkant”. Dat wil zeggen dat burgers, bedrijven en instanties direct worden aangesproken op de geleverde kwaliteit. Communicatie met de klant speelt daarbij een centrale rol. Er is sprake van een proactieve en preventieve benadering die probeert te voorkomen dat zaken achteraf tegen hoge kosten moeten worden gecorrigeerd. 5.Van een risicoanalyse naar VTH strategieën 5.1Algemeen Vergunningverlening, toezicht en handhaving vindt risicogericht plaats. Dit betekent dat er een omgevings- en risicoanalyse wordt uitgevoerd en prioriteiten gesteld worden. Deze activiteiten richten zich op die gebieden en onderwerpen waar de risico’s het grootst zijn en het naleefgedrag laag is. De gegevens van de risicoanalyse worden jaarlijks gebruikt bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma (UVP). Hierin worden voor het betreffende jaar, op basis van de risicomatrix en bestuurlijke prioriteiten, de prioriteiten bepaald. De risicoanalyse, de prioritering en de vorming van de VTH strategieën, zijn als volgt tot stand gekomen: Er is een keuze gemaakt voor een te gebruiken risicomatrix Vakspecialisten in het VTH domein van de gemeente, de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en politie en brandweer van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) hebben met behulp van een risicomatrix en analyse ervan de prioriteiten bepaald. De vakspecialisten hebben een goed beeld van de ontwikkelingen binnen het taakveld, kennen de lokale situatie en weten de mogelijke knelpunten waar zij in de dagelijkse praktijk mee te maken hebben. Gemeente Oosterhout wil graag van de burger en de ondernemer weten wat belangrijk is voor hen. Op systematische en betrouwbare wijze wordt door middel van enquêtes informatie verzamelt. We kennen: de Bedrijvenenquête: een peiling om meer inzicht te krijgen in het vestigingsklimaat en de gemeentelijke dienstverlening aan ondernemers. de Buurtenquête (driejaarlijkse bewoners enquête): hoe denken de inwoners van de gemeente Oosterhout over hun eigen woonbuurt, wijk of kerkdorp een belangrijke onderdeel van dit onderzoek is de ‘Leefbaarheid- & Veiligheidsmonitor (L&V-monitor)’ de Burgerijenquête (jaarlijkse inwoners enquête): om te weten te komen hoe de inwoners van de gemeente Oosterhout denken over hun stad of kerkdorp Bovenstaande enquêtes en informatie vanuit andere bronnen geven op hun beurt ook weer input voor de ‘Atlas van Oosterhout, de wijk- en buurtatlas. De resultaten van de diverse enquêtes geven een goed beeld van de prioriteiten die burgers en ondernemers stellen in het kader van de fysieke leefomgeving. Het college van burgemeester en wethouders en de raadsleden hebben input en reactie kunnen geven op de gevormde prioriteiten. Dit beleid is voordat het is vastgesteld door het college ter inzage gelegd, zodat burgers, ondernemers en verschillende platforms en belangenverenigingen in de gelegenheid zijn gesteld om hun reactie uit te brengen op het concept van dit ‘Beleidsplan Fysieke Leefomgeving’. Het bovengenoemde biedt een basis voor de prioriteiten die gesteld worden voor de taakvelden vergunningverlening, toezicht en handhaving. 5.2Risico’s en adequaat niveau Inzet van de gemeente vindt plaats op basis van risicomanagement. Op hoofdlijnen kunnen de volgende algemene risico’s worden onderscheiden: Fysieke onveiligheid leidend tot letsel en dood, omdat bijvoorbeeld sprake is van constructief en brandonveilige situaties. Gevaar voor de gezondheid, omdat sprake is van een slecht binnenklimaat van bouwwerken of het verwijderen van asbest. Aantasting van de kwaliteiten van de leefomgeving, omdat de inpassing van bouwwerken in hun omgeving niet of onvoldoende bijdraagt aan een prettige en duurzame omgeving, bedrijfsactiviteiten onveilig of niet duurzaam worden geëxploiteerd en invloed hebben op water, lucht, bodem e.d. Aantasting van de sociale kwaliteit van het leven tot uiting komend in bijvoorbeeld gevoelens van onveiligheid (onder meer brandonveilig gebruik, verkeersonveilige situaties), hinder/overlast en het uitsluiten van doelgroepen van maatschappelijke activiteiten door ontoegankelijke bouwwerken. De zojuist genoemde risico’s hebben als zij ontstaan bepaalde neveneffecten, die niet uit het oog mogen worden verloren. De belangrijkste neveneffecten zijn: Externe financiële schade: de gemeenschap wordt geconfronteerd met extra uitgaven ten gevolge van bijvoorbeeld een calamiteit. Deze kosten kunnen zowel een collectief als individueel karakter hebben. Maatschappelijke onrust: onrust die ontstaat wanneer (in de beleving) niet adequaat wordt gehandeld. Bijvoorbeeld na het vaststellen van onveiligheid rond bouw- en sloopterreinen of balkons. Aantasting van het bestuurlijk imago: de betrouwbaarheid, daadkracht, integriteit van de overheid wordt in twijfel getrokken wanneer incidenten of calamiteiten zich voordoen. Er wordt vaak snel naar de gemeente gewezen als boosdoener. Het bestuur kan hierop worden afgerekend. Procesrisico’s: onjuiste uitvoering van werkzaamheden kan leiden tot bijvoorbeeld vergunningen van rechtswege, bezwaren, schadeclaims, ontevreden klanten, onjuist afgegeven vergunningen. Adequaat niveau Onder het begrip adequaat wordt verstaan het niveau dat is afgeleid van landelijke protocollen, vastgesteld beleid en de kennis en ervaring van de eigen medewerkers. Het niveau ‘adequaat’ of ‘representatief’ als uitgangspunt is feitelijk het gemiddelde erkende minimumniveau van toetsing waarbij voldaan wordt aan de zorgplicht van het bevoegde gezag. Kleine objecten zullen een lager niveau hebben en grotere en meer risicovolle objecten zullen minimaal representatief behandeld worden op het adequate niveau. 5.3Risicoanalyse Voor de taken van de gemeenteAls systematiek voor het bepalen van de risico’s is gekozen voor de Risicomodule van de Antea Group. Hoewel de risicomatrix met cijfers werkt is de uitkomst niet objectief maar subjectief. Het is het gevolg van een keuze. De matrix helpt bij het rationaliseren van die keuze. De beleidsvelden waar de grootste risico’s liggen hebben prioriteit. Hieruit volgt dan een prioritering die als vertrekpunt is gebruikt voor het opstellen en uitwerken van de VTH strategieën. Alle ongewenste gedragingen van burgers en bedrijven, waaronder ook overheden, die zich kunnen voordoen binnen het domein van de Fysieke Leefomgeving zijn benoemd. Feitelijk gaat het dan om overtredingen van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Per ongewenste gedraging / cluster van gelijksoortige gedragingen, is samen met in- en externe vakspecialisten beoordeeld hoe groot de kans is dat deze overtreding zich voordoet en hoe groot de impact is als de overtreding zich voordoet. Hieruit komt een bepaalde risicoscore, die in eerste aanzet de indeling in een laag risico, gemiddeld risico of hoog risico bepaalt. Vervolgens is deze initiële indeling getoetst aan de aspecten feitelijk naleefgedrag, klachten/ signalen en lokale, regionale en landelijke speerpunten. Als bijvoorbeeld blijkt dat een bepaalde overtreding op basis van kans en impact als een laag of gemiddeld risico wordt beoordeeld, maar er veel klachten ten aanzien van deze overtreding zijn of het tegengaan van deze overtreding lokaal, regionaal of landelijk prioriteit heeft, dan kan dat ertoe leiden dat de betreffende overtreding toch ingedeeld wordt als een hoog risico. Voor de taken van de OMWBHet bestuur van de OMWB heeft een ‘Gemeenschappelijk Uitvoeringskader Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018 Regio Midden- en West-Brabant’ vastgesteld. In dit kader staat onder meer uitgelegd welke bestuurlijke prioriteiten zijn vastgesteld, op welke manier een risicoanalyse voor de taken van de OMWB tot stand is gekomen en tot welke uitkomsten dit heeft geleid, zoals de frequentie van controles bij routinematige controles en de frequentie bij beperkte en grote milieurisico’s. Het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader, de risicoanalyse en de bestuurlijke wensen van gemeente Oosterhout leiden tot een jaarlijks gemeentelijk werkprogramma voor de basistaken en de andere taken die wij hebben uitbesteed aan de OMWB. 6.Prioriteiten en doelen 6.1Prioriteiten 6.1.1 Prioriteiten als gevolg van een risicoanalyseZoals in hoofdstuk 5 is beschreven, is de basis voor de prioriteitenlijst gevormd door de uitgevoerde risicoanalyse. Verzoeken om handhaving en klachten (meldingen) hebben, in beginsel, altijd een hoge prioriteit, vanuit een wettelijke taak en/of uit oogpunt van dienstverlening en klantgerichtheid. Calamiteiten en ongewone voorvallen zijn niet opgenomen in de prioriteitenlijst, hiervoor wordt standaard capaciteit gereserveerd. De in dit hoofdstuk gestelde prioriteiten en doelen vormen de basis voor het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma (UVP). De risicoanalyse gaat uit van overtredingen. De volgende overtredingen scoren hoog: Bouwen (inclusief sloop, asbest en ruimtelijke ordening) Het gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan ten aanzien van hennep (in samenhang met Opiumwet 13b/ 11a); Het gebruik in strijd met brandveiligheidsvoorschriften voor bouwwerken met omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik; Het bouwen van een bouwwerk in afwijking van een omgevingsvergunning (constructieve eisen uit het Bouwbesluit); Het bouwen van een bouwwerk zonder omgevingsvergunning; Het gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan ten aanzien van illegale bewoning; Problematiek recreatieparken; Het bouwen van een bouwwerk in afwijking van een omgevingsvergunning (brandveiligheid uit het Bouwbesluit); Het niet voldoen aan de eisen voor bestaande bouw uit het Bouwbesluit (brandveiligheid); Het gebruik in strijd met brandveiligheidsvoorschriften voor bouwwerken zonder omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik (melding); Illegale bebouwing en illegaal gebruik in het buitengebied. APV en Bijzondere Wetten Handelen in strijd met wet- en regelgeving op het gebied van honden; Handelen in strijd met wet- en regelgeving op het gebied van zwerfafval; Handelen in strijd met wet- en regelgeving op het gebied van parkeren grote voertuigen, uitzicht belemmerende voertuigen en voertuigen met stank verspreidende stoffen; Handelen in strijd met wet- en regelgeving op het gebied van parkeren van kampeermiddelen, aanhangers en dergelijke; Handelen in strijd met wet- en regelgeving op het gebied van afvalstoffeninzameling. Verkeersovertredingen (o.b.v. de Wet Mulder); Handelen in strijd met de wet- en regelgeving op het gebied van vuurwerk en carbid; Handelen in strijd met wet- en regelgeving op het gebied van sluitingstijd horeca; Handelen in strijd met de wet- en regelgeving ten aanzien van overige geluid- en lichthinder; Handelen in strijd met de wet- en regelgeving ten aanzien van verboden gedrag bij of in gebouwen; Handelen in strijd met de wet- en regelgeving ten aanzien van hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten; Handelen zonder of in afwijking van een evenementenvergunning. Milieu Het niet treffen van maatregelen / voorzieningen ten aanzien van emissie naar de lucht (stedelijk (geur)); Het niet treffen van maatregelen / voorzieningen ten aanzien van geluid (industrie); Het niet treffen van maatregelen / voorzieningen ten aanzien van geluid (horeca); Handelen in strijd met het besluit bodemkwaliteit; Het niet treffen van maatregelen / voorzieningen ten aanzien van emissie naar de lucht (agrarisch); Handelen in strijd met het besluit gebruik dierlijke meststoffen; Ongewone voorvallen niet (tijdig) melden en niet nemen van maatregelen. (calamiteiten); Veranderen inrichting zonder vergunning; Oprichten/ veranderen inrichting zonder melding activiteitenbesluit. Voor de volledige prioriteiten als gevolg van de gemeentelijke risicoanalyse verwijzen we naar bijlage
- Daarnaast heeft de OMWB, op basis van een risicoanalyse, de volgende sectoren aangewezen met een hoge prioriteit: Chemische industrie: grootschalige opslag gevaarlijke stoffen, Bevi5Bevi: Besluit externe veiligheid inrichtingen.Het bevoegd gezag moet rekening houden met veiligheidsafstanden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven en beperkt het aantal aanwezige personen in de directe omgeving van een risicovol bedrijf.; Chemische industrie: kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen; Industrie: afval(water)beheer; Industrie: transport en distributiebedrijven; Industrie: mengvoederindustrie; Industrie: voedingsmiddelenindustrie; Agrarische sector: veehouderij (IPPC)6IIPC: Integrated Pollution Prevention and Control, Europese richtlijn.Het regelt dat er strengere richtlijnen en eisen gesteld kunnen worden, wanneer het aantal dieren boven een bepaald aantal uit komt.; Agrarische sector: veehouderij (niet IPPC). Voor de volledige prioriteiten als gevolg van de risicoanalyse van de OMWB verwijzen we naar bijlage
- 6.1.2 Prioriteiten als gevolg van een omgevingsanalyseMonitor Leefbaarheid en VeiligheidDe Monitor Leefbaarheid en Veiligheid geeft een goed beeld van de waardering van de bewoners over hun eigen woonbuurt. Aan de hand van indicatoren en rapportcijfers wordt een beeld geschetst van die woonbuurt op de volgende aspecten: algemeen oordeel, fysieke leefomgeving, sociale leefomgeving, voorzieningen en sociale veiligheid. De resultaten van deze monitor worden uiteindelijk, samen met andere gegevens, opgenomen in de Atlas van Oosterhout. In de volgende tabel zijn per buurt de scores op een aantal indicatoren en rapportcijfers opgenomen (Monitor Leefbaarheid & Veiligheid 2017, bron is de buurtenquête). Toelichting: De cijfers zijn afkomstig uit de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid
- De indicator “Algemeen oordeel woonbuurt” heeft een score tussen 10 en 100 (hoger is beter), de indicator “Fysieke kwaliteit (mate van verloedering)” heeft een score tussen de 10 en 100 punten (lager is beter, score boven 55 is oranje gekleurd). Bij de rapportcijfers geldt: hoe hoger, hoe beter (score 5,5 en lager is oranje gekleurd). De mate van verloedering is samengesteld uit het oordeel van de bewoners wat gegeven is over rommel en hondenpoep op straat, bekladden van muren en gebouwen, vervuiling (zwerfafval, verkeerd geplaatst huisafval e.d.) en het oordeel over schoonhouden van de woonbuurt. In onderstaande tabel staat per buurt de top 5 van belangrijkste problemen in de woonbuurt volgens de inwoners (Monitor Leefbaarheid & Veiligheid
(2017)Wat is het belangrijkste probleem in uw woonbuurt? Zie bijlage 4 voor een grafisch overzicht van de wijk- en buurtindeling. Kernresultaten uit de Bedrijvenanalyse
(2013)Ondernemers in Oosterhout gaven aan parkeren en bereikbaarheid, onderhoud van wegen, opruimen van zwerfafval, openbare verlichting & veiligheid en toezicht & preventie zeer belangrijk te vinden. Op het gebied van dienstverlening vinden ondernemers afhandelingssnelheid, informatieverstrekking, behulpzaamheid, bereikbaarheid ambtenaren en flexibiliteit belangrijk. Kernresultaten uit de Burgerij enquête, onderdeel woonomgeving
(2016)Inwoners van Oosterhout gaven aan tevreden te zijn over zowel hun woning als hun leefomgeving. Bijna 80% van de ondervraagden vindt dat de gemeente genoeg aandacht heeft voor de leefbaarheid en veiligheid in hun woonbuurt. De leefbaarheid in de woonbuurt krijgt van de inwoners een 7,6 als gemiddeld rapportcijfer. Het veiligheidsgevoel wordt beoordeeld met een 7,3. 6.1.3 Resultaten als gevolg van consultatie van de gemeenteraadAlle leden van de gemeenteraad zijn uitgenodigd om een werkbijeenkomst bij te wonen. De door de risicoanalyse hoog scorende prioriteiten en een aantal onderwerpen die de afgelopen jaren veel aan de orde zijn gekomen, zijn per thema bouw, milieu en APV op een A4-tje weergegeven. De raadsleden werden uitgenodigd om per thema 5 punten te verdelen, naargelang hun persoonlijke prioriteit. Dit werd als moeilijk ervaren, maar men realiseerde zich wel dat er keuzes gemaakt moeten worden, omdat nu eenmaal niet alles (even uitgebreid) kan worden gecontroleerd. Alle scores zijn opgeteld en dit heeft geleid tot de volgende top 5 per thema: BouwenProblematiek recreatieparken; Het gebruik in strijd met brandveiligheidsvoorschriften voor bouwwerken; Het niet voldoen aan de eisen voor bestaande bouw uit het Bouwbesluit; Het bouwen van een bouwwerk zonder omgevingsvergunning; Illegale bebouwing en illegaal gebruik in het buitengebied. MilieuHandelen in strijd met het besluit bodemkwaliteit (drugsafval, asbest, overige bodemvervuilingen); Ongewone voorvallen niet (tijdig) melden en het niet nemen van maatregelen (calamiteiten, lekkage tanks, silo’s en brandjes); Het niet treffen van maatregelen / voorzieningen ten aanzien van emissie naar de lucht (agrarische sector, provinciale richtlijnen); Het niet treffen van maatregelen / voorzieningen ten aanzien van geluid (industrie, binnen en buiten zones, generatoren); Handelen in strijd met het besluit gebruik dierlijke meststoffen (illegaal uitrijden, stankoverlast). APV en Bijzondere WettenHandelen in strijd met wet- en regelgeving op het gebied van zwerfafval; Betaald parkeren; Handelen in strijd met wet- en regelgeving op het gebied van afvalstoffeninzameling; Handelen in strijd met wet- en regelgeving op het gebied van honden Handelen zonder of in strijd met een horecavergunning. 6.2Doelen bij vergunningverlening, toezicht en handhaving Vooropgesteld dat de prioriteiten al doelen op zich zijn, zijn in deze paragraaf nog een aantal aanvullende doelen beschreven voor de komende vier jaar. Voor zowel de prioriteiten als de doelen geldt dat in het jaarlijks vast te stellen UVP deze verder worden geconcretiseerd. 6.2.1 Operationele doelenDe volgende doelstellingen hanteren wij binnen de reguliere bedrijfsvoering: Besluitvorming op vergunningaanvragen en handhavingsverzoeken binnen wettelijke termijnen en volgens de Algemene wet bestuursrecht en met toepassing van de landelijke en gemeentelijke wet- en regelgeving. Zie ook hoofdstuk 7 van dit beleid. Toezicht en handhaving van de VTH-taken op een professionele wijze uitvoeren, zoals beschreven in hoofdstuk 7 van dit beleid. Gelegenheid bieden aan medewerkers zich te (blijven) ontwikkelen op hun vakgebied en hiertoe stimuleren. Uitvoeren van interne controle door de kwaliteitsadviseur. Doelstelling van de interne controle is het geven van advies en een oordeel over de kwaliteit van het proces omgevingsvergunningen en toezicht en handhaving. Actualisatie van beleid, protocollen, werkprocessen en instructies. Verbeteren en uitbreiding van managementinformatie uit de ICT systemen, waardoor steeds betere monitoring mogelijk is op termijn. Onderzoeken of gemeente Oosterhout de sanctiemaatregel bestuurlijke boete in wil zetten, voor welke vergrijpen en welke consequenties dit zou hebben voor de organisatie (personele capaciteit, scholing, ICT systemen etc.) Het vaststellen van het UVP, inclusief de evaluatie van het afgelopen jaar, volgens wettelijke termijnen, de raad hiervan in kennis stellen en aanleveren bij het IBT. Jaarlijks evalueren van de Kwaliteitscriteria 2.1 en zo nodig bijstellen in het jaarlijkse UVP. Adequate informatie-uitwisseling op dossierniveau. Voor zover nog niet van toepassing, daar waar nodig voor goede bestuursrechtelijke opvolging van dossiers, met ketenpartners convenanten sluiten om te voorzien in een goede informatie-uitwisseling, binnen de wettelijke mogelijkheden van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). 6.2.2 Bestuurlijke doelen en toekomstige ontwikkelingenIn hoofdstuk 3 zijn de onderwerpen uit het bestuursakkoord die de fysieke leefomgeving raken, als het gaat om de taakgebieden Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, weergegeven. Naast een aantal hierin benoemde reguliere taken van de gemeente is een aantal doelen te benoemen die de komende vier jaar voor het bestuur extra van belang zijn. Daarnaast benoemen we een aantal doelen die voortkomen uit (toekomstig) landelijke ontwikkelingen. Doelen voor de komende vier jaarTegengaan van ondermijning door de georganiseerde misdaad Werken in de wijk met aandacht, nog meer dan de afgelopen jaren het geval was, voor preventie en samenwerking van de boa’s met wijkagenten en buurtpreventieteams. Strak handhaven op het dumpen van afval in de openbare ruimte. Een integraal, beleidsmatige standpuntbepaling rondom jongeren en alcoholgebruik. Handhaving op recreatieparken in overleg met het RIEC met behulp van het 'stoplichtenmodel', zodat maatwerk per recreatiepark gerealiseerd kan worden. Anticiperen op de komst van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. Betrekken van inwoners bij het formuleren en uitvoeren van beleid (burgerparticipatie) en inzet van het instrument de ‘omgevingsdialoog’. Het behalen van deze doelen is een gemeente brede taak en niet alleen de taak van ISC of de unit Vergunningen en Handhaving 6.2.3 Aandachtspunten gemeentelijke organisatieDe gemeentelijk organisatie is voortdurend in ontwikkeling. Diverse ontwikkelingen, bijvoorbeeld op ICT gebied of (Europese) wet- en regelgeving kunnen leiden tot (tijdelijke) knelpunten of extra inzet van tijd, aandacht en financiële middelen. Informatie-uitwisseling tussen de diverse opsporende en toezichthoudende instanties is alleen binnen de wettelijke kaders mogelijk, waarbij we vooral rekening moeten houden met de AVG. De AVG biedt echter voldoende ruimte om adequaat te kunnen handelen. In het kader van de Omgevingswet wordt een nieuw digitaal stelsel voor de Omgevingswet ontwikkeld. Alle digitale informatie is straks op één plek te vinden: in het nieuwe Omgevingsloket. Via dit loket kunnen initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel zien wat mag in de fysieke leefomgeving en kan gecheckt worden of zij een vergunning nodig hebben of een melding moeten doen voor activiteiten die zij uitvoeren in de buitenwereld. Via het Omgevingsloket kunnen vergunningen of meldingen worden ingediend. Dit digitale stelsel moet gekoppeld worden aan de ICT structuur van gemeente Oosterhout. In het 4e kwartaal van 2018 is gestart met een aanbesteding voor de inkoop van een vergunning- toezicht en handhaving ICT systeem. Nieuwe wet- en regelgeving Als gevolg van onder andere de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen, is er meer dan voorheen tijd, aandacht en mogelijk financiële middelen nodig voor het op peil houden van het kennisniveau van medewerkers, voor het veranderen van werkprocedures en voor het leren en inrichten van nieuwe ICT voorzieningen. 7.Strategie en uitvoering 7.1Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze de doelen en prioriteiten uit hoofdstuk 6 worden gerealiseerd. Hiertoe wordt een aantal strategieën ingezet. Deze uitvoeringsstrategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën (voor gedogen en sanctioneren) en zijn aangevuld met regionale afspraken en gemeentelijke werkwijzen. In onderstaand figuur staan de door Oosterhout gehanteerde uitvoeringsstrategieën weergegeven. Figuur: De samenhang tussen de strategieën VergunningverleningIn het omgevingsrecht wordt onder vergunningverlening verstaan het beoordelen en toetsen van aanvragen aan geldende wet- en regelgeving. Uiteindelijk moet dit resulteren in een kwalitatief goed besluit, eventueel onder voorwaarden en met voorschriften, binnen de hiervoor geldende proceduretijd. Belangrijk is dat men zich hierbij realiseert dat het vaak gaat om het toetsen aan landelijke wetgeving, dat wil zeggen dat afwijken lang niet altijd mogelijk is. ToezichtToezicht is het uitvoeren van controles en het naar aanleiding van klachten of meldingen verzamelen van informatie, ten einde te beoordelen of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen in wet en/of regelgeving. Van toezicht kan een preventieve werking uitgaan: het resultaat van toezicht kan zijn dat voorschriften, zonder inzet van verdere handhavingsmiddelen, worden nageleefd. Toezicht omvat een breed scala aan activiteiten, zoals bijvoorbeeld ook in een voorlichtende, meedenkende en adviserende rol. Op deze wijze kan al in een vroeg stadium worden voorkomen dat een strijdige situatie ontstaat. Door middel van aansporing, overreding of een waarschuwing kan worden bereikt dat de voorschriften alsnog worden nageleefd. De bestuurlijke opdracht is om vooral in gesprek te gaan en geen ‘bonnen’ te schrijven. Indien desondanks het gewenste effect niet bereikt wordt gaan we over tot handhaving. HandhavingOp het moment dat geconstateerd wordt dat niet aan de wet- en regelgeving wordt voldaan, zal hierop door ons ingegrepen worden met als doel de overtreding te beëindigen, het eventuele nadelige effect ongedaan te maken dan wel te beperken en om herhaling te voorkomen. De manier waarop dit gebeurt, is afhankelijk van de ernst van de overtreding en kan v