← Nederland

Beheersverordening Buitengebied (De Wolden)

Kort gezegd

Deze verordening, genaamd "Beheersverordening Buitengebied (De Wolden)", definieert belangrijke termen die gebruikt worden in de regels voor het buitengebied van de gemeente De Wolden. Het gaat over wat wel en niet mag met betrekking tot bouwen en gebruiken van gronden en gebouwen.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Beheersverordening BuitengebiedHoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel1Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 verordening: de beheersverordening Buitengebied met identificatienummer NL.IMRO.1690.BV00328VP1-0401 van de gemeente De Wolden; 1.2 beheersverordening: het gebied waarop deze verordening van toepassing is, met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 aan- of uitbouw: een aan een (hoofd)gebouw aanwezig bouwwerk, dat ruimtelijk en architectonisch ondergeschikt is aan dat (hoofd)gebouw, maar in functioneel opzicht onderdeel uitmaakt van dat (hoofd)gebouw; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aangebouwd bijgebouw: een rechtstreeks (niet verbonden door kunstmatige toevoegingen zoals bijvoorbeeld een gang of sluis) aan het (hoofd)gebouw aanwezig gebouw, dat zowel ruimtelijk, architectonisch als functioneel ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw; 1.7 aan-huis-verbonden beroep: een in Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen genoemd, dan wel een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen beroep, dat in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en dat is gericht op het verlenen van diensten; 1.8 agrarisch aanverwant bedrijf: een bedrijf, dat in nauwe relatie staat tot het agrarisch bedrijf, waarvan de werkzaamheden in hoofdzaak bestaan uit het verlenen van diensten aan derden in bijvoorbeeld de vorm van het houden van dieren en/of het telen en bewerken van gewassen; 1.9 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.10 agrarisch dienstverlenend bedrijf: een bedrijf waarbinnen uitsluitend of overwegend arbeid wordt verricht ter productie of levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische bedrijven; 1.11 archeologisch waardevol terrein: een terrein waarin zich voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen bevinden; 1.12 architectonisch ondergeschikt een aan-, uit- of bijgebouw die qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan een op dezelfde plaats voorkomend hoofdgebouw; dit kan zich uiten door materiaalgebruik, gevelindeling en/of nokhoogte (minimaal 1 m lager dan de nokhoogte van het hoofdgebouw); 1.13 bar-dancing een bar, waar tevens gelegenheid wordt geboden tot dansen, en naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijven, zoals discotheken en nachtclubs; 1.14 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.15 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.16 bedrijfsmatige exploitatie het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/zodanige exploitatie, dat in de recreatieverblijven daadwerkelijk recreatief verblijf plaatsvindt; 1.17 bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een bedrijf, een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.18 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.19 beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.20 bestaand: het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening of een andere planologische toestemming; 1.21 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.22 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.23 bijgebouw: een op zichzelf staand niet voor bewoning bestemd gebouw, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.24 bijzondere dierenhouderijen: een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het houden van (exotische) huisdieren, vissen, bijen, maden en wormen; 1.25 bijzondere paardenhouderij: een agrarisch aanverwant bedrijf dat is gericht op het africhten, het opleiden en het trainen van paarden en pony's in eigen beheer; 1.26 bosbouw: het geheel van bedrijfsmatig handelen en van activiteiten gericht op de instandhouding en ontwikkeling van bestaande, respectievelijk nieuwe bossen ten behoeve van (de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu en recreatie; 1.27 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.28 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.29 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.30 (bouw)perceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.31 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.32 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die met de grond verbonden is, dan wel steun vindt in of op de grond (direct of indirect) 1.33 café of bar: een horecabedrijf waar de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van dranken, met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, waarbij de bedrijvigheid zich voornamelijk binnen de lokaliteit voltrekt; 1.34 co-vergisting: het gelijktijdig vergisten van verschillende biomassastromen in een vergistingsinstallatie, waarbij biogas wordt geproduceerd; 1.35 cultuurlandschappelijk waardevol terrein: een terrein met een toegekende waarde ontstaan door het gebruik van dat terrein in de loop van de geschiedenis door de mens; 1.36 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.37 erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.38 experimenteerruimte recreatie: ruimte bedoeld voor het op kleinschalige wijze uitproberen van nieuwe recreatievormen met als doel om de innovatiekracht van het bedrijf te versterken; 1.39 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.40 geluidbelasting vanwege een industrieterrein: de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen, aanwezig op het industrieterrein, het geluid van niet tot de inrichtingen behorende motorvoertuigen op het terrein daaronder niet begrepen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.41 geluidgevoelige gebouwen: gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een functie als bedoeld in het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit Geluidhinder Spoorwegen en/of het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen; 1.42 gestapelde stal: een stal waarin vee wordt gehuisvest in twee of meer bouwlagen boven elkaar; 1.43 glastuinbouw: een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het telen van gewassen, waarbij de productie in kassen plaatsvindt; 1.44 groepsaccommodatie: een verblijf met meer dan tien slaapplaatsen, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantiedoeleinden en andere recreatieve doeleinden; 1.45 groepsrecreatieverblijf: een recreatieverblijf, bestaande uit twee gekoppelde recreatieverblijven of één groot recreatieverblijf met dezelfde oppervlakte, bestemd voor een grotere groep van personen; 1.46 grondgebonden agrarische bedrijfsvoering: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf; 1.47 hogere grenswaarde: in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.48 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.49 horecabedrijf en/of -instelling: een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.50 houtteelt: de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe ontheffing is verleend van de melding- en herplantplicht ex artikel 2 en 3 van de Boswet; 1.51 intensief veehouderijbedrijf: een bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren, zoals rundveemesterij (exclusief vetweiderij), varkens-, geiten-, vleeskalver-, pluimvee-, of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; 1.52 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht, dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.53 kampeerterrein: een terrein ter beschikking gesteld voor het plaatsen, dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen; 1.54 kantine: een ruimte waarin de bedrijfsuitoefening is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van maaltijden, eenvoudige etenswaren en dranken; 1.55 karakteristiek gebouw een gebouw met zodanige kenmerken of een zodanige verschijningsvorm dat het een positieve invloed heeft op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in de omgeving 1.56 kas: een bouwwerk, niet zijnde een tunnelkas, dan wel een naar de aard daarmee vergelijkbaar bouwwerk, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van groenten, vruchten, bloemen of planten; 1.57 kleinschalige bedrijfsmatige activiteit: de in Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.58 kwekerij: een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die specifiek is gericht op het telen van bomen, struiken, tuinplanten en aanverwante gewassen; 1.59 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, die in acht moet worden genomen; 1.60 landschappelijke waarden: de cultuurhistorische en de visuele waarden van het landschap; 1.61 logiesverstrekkend bedrijf: een bedrijf waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, waarbij de logieseenheden enkel zijn ingericht voor nachtverblijf. Naast het verstrekken van logies kunnen accommodaties worden aangeboden voor dagverblijf en maaltijdbereiding; 1.62 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, (sociaal-)medische, (sociaal-)culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie - met uitzondering van voorzieningen ten behoeve van gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren - en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.63 manege-activiteiten: bedrijfsactiviteiten met een publieksgericht karakter, die zijn gericht op het bieden van gelegenheid tot het berijden en verzorgen van paarden en pony's (waaronder het lesgeven, de verhuur of het organiseren van wedstrijden en/of andere hippische evenementen, alsmede het opvangen en het stallen van paarden en/of pony's); 1.64 mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.65 mantelzorgunit: een eenvoudig te plaatsen gebouw, zoals een stacaravan of een prefab cabine, ten behoeve van mantelzorg dat na afloop van de mantelzorg op eenvoudig wijze te verwijderen is; 1.66 natuurlijke waarden: de abiotische en biotische waarden van een gebied; 1.67 niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk in gebouwen plaatsvindt, en die als zodanig niet afhankelijk is van agrarische gronden als productiemiddel; 1.68 normaal onderhoud: het onderhoud dat, gelet op de bestemming, regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming horen; 1.69 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.70 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat hooguit aan twee zijden tegen gevels is aangebouwd en aan minimaal twee zijden open is; 1.71 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.72 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.73 peil: indien op het land wordt gebouwd: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil; 1.74 permanente bewoning: bewoning als hoofdverblijf binnen de vaste woonplaats; 1.75 plattelandswoning: een bedrijfswoning behorend, of voorheen behorend tot een agrarisch bedrijf die door een derde mag worden bewoond; 1.76 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.77 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding; 1.78 prostitutiebedrijf: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie wordt verricht. Onder een prostitutiebedrijf worden in elk geval verstaan: een erotische massagesalon, een sekstheater, een bordeel of een parenclub, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.79 recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.80 recreatieverblijf: een gebouw, uitsluitend in de vorm van een zomerhuis, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor verblijfsrecreatie; 1.81 restaurant of café-restaurant: een horecabedrijf dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van maaltijden; 1.82 risicogevoelig bouwwerk c.q. object: een inrichting, waarvoor ofwel op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, ofwel op grond van het Vuurwerkbesluit vanwege de verwerking of opslag van verpakt of onverpakt professioneel vuurwerk, al dan niet in samenhang met consumentenvuurwerk, een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.83 semi-permanent kampeermiddel: kampeermiddel (stacaravan, pipowagen en/of hiermee vergelijkbaar onderkomen) bestemd voor gebruik gedurende de periode 15 maart tot en met 31 oktober ten behoeve van kamperen op erven van woningen en (agrarische) bedrijven (minicampings); 1.84 stacaravan: een caravan, die als een bouwwerk dient te worden aangemerkt; 1.85 toename van stikstofemissie en stikstofdepositie er is sprake van een toename van stikstofemissie van gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting wanneer de emissie N/ha/jaar meer bedraagt dan de emissie N/ha/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting; indien een gelijkblijvende of een afname van emissie N/ha/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologische legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie; als uitzondering op lid a en b van deze bepaling geldt het volgende; er is geen sprake van een toename van stikstofemissie wanneer er sprak is van één van de volgende situaties:het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting als bedoeld onder a en b veroorzaakt een stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied die afzonderlijk en ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer, in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting in de periode waarvoor het programma aanpak stikstof geldt, niet de van toepassing zijnde waarde(

  1. n)als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 en 2 Besluit natuurbescherming overschrijdt en voorzover er sprake is van een toename van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied gelegen tussen de 0,05 en 1 mol N/ha/jaar, beschikt wordt over een geregistreerde melding als bedoeld in artikel 2.7 Regeling natuurbescherming dan wel, voorzover de melding is geregistreerd vóór 1 januari 2017 artikel 8 Regeling programmatische aanpak stikstof; de emissie N/ha/jaar afkomstig van het agrarisch bedrijf bedraagt niet meer dan de emissie N/ha/jaar van het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting als bedoeld in lid a of b conform een ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 en/of artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming, en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, dan wel een verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die met toepassing van hoofdstuk IX Natuurbeschermingswet 1998 dan wel onder toepassing van artikel 2.2aa Bor juncto artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo is verleend en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt. het weiden van vee en het op of in de bodem brengen van meststoffen. Onder 'programma aanpak stikstof' als bedoeld in lid c onder 1 van deze bepaling wordt verstaan het programma als bedoeld in artikel 19 kg, eerste lid van de Natuurbeschermingswet 1998 dan wel titel 2.1 van het Besluit natuurbescherming. 1.86 tunnelkas: elke constructie van hout, metaal of ander materiaal, welke met plastic of in gebruik daarmee overeenstemmend materiaal is afgedekt en dient als teeltondersteuning voor bedekte teelten; 1.87 verblijfsrecreatie: een verblijf dat plaatsvindt in het kader van de weekendrecreatie en/of het vakantieverblijf; 1.88 verkoopvloeroppervlakte: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 1.89 voorgevel(rooilijn): langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zo veel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zo veel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 m, de lijn gelegen op 15 m uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 m, de lijn gelegen op 10 m uit de as van de weg; in situaties waarbij a en b geen uitsluitsel geven kunnen de volgende uitgangspunten worden gehanteerd: plaats huisnummering, zijde van het gebouw waar zich de voordeur of de hoofdingang bevindt, plaats brievenbus, plaats van de hoofdontsluiting van het perceel; 1.90 voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit Geluidhinder Spoorwegen en/of het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen; 1.91 vrijstaand bijgebouw: een niet met het (hoofd)gebouw verbonden gebouw, dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw; 1.92 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.93 woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.94 zorg (in combinatie met de woonbestemming) zorg in de vorm van dagbesteding en/of 24-uurs zorg ten behoeve van ouderen en/of personen met een lichamelijke en/of verstandelijke handicap. 1.95 zorgboerderij: een agrarisch bedrijf met een directe relatie tot de sociaal-medische opvang van al dan niet lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapte personen, in die zin dat de personen, al dan niet woonachtig op de zorgboerderij, behulpzaam zijn bij de agrarische bedrijfsactiviteiten. De zorgfunctie dient zich in ruimtelijk-planologische zin als ondergeschikte (tweede) tak van het agrarisch bedrijf te manifesteren. Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Hieronder wordt tevens verstaan de hoogste zijde van een lessenaarsdak. 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Overstekken van daken, dieper dan 40 cm, worden meegerekend bij de oppervlakte van bouwwerken; 2.6 de afstand tot de (bouw)perceelgrens: vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (bouw)perceelgrens; 2.7 de hoogte van een molen of windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de molen of windturbine. Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 1 m wordt overschreden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: de uitoefening van het agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf'; de uitoefening van een intensief veehouderijbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; de uitoefening van het agrarisch bedrijf in de vorm van een kwekerijbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kwekerij'; de uitoefening van het agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in combinatie met een sociaal-medisch woonverblijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij'; de uitoefening van een agrarisch bedrijf (zowel grondgebonden als intensief) in combinatie met een loonwerkbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch dienstverlenend bedrijf'; een gebruik als concoursterrein ten behoeve van de paardensport, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'concoursterrein'; de uitoefening van een agrarisch bedrijf (zowel grondgebonden als intensief) in combinatie met een agrarisch aanverwant bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch aanverwant bedrijf'; het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, die zijn genoemd in de Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen; de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; met daaraan ondergeschikt: het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden van de gronden; openbare nutsvoorzieningen; recreatieverblijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatieverblijf'; met de daarbij behorende: infrastructurele voorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; sloten, beken, en daarmee gelijk te stellen waterlopen; tuinen en erven; bedrijfsgebouwen; bedrijfswoningen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen; kassen; tunnelkassen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: er zullen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven worden gebouwd; de gebouwen en overkappingen zullen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning zullen ten minste 4 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; per bouwvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één agrarisch bedrijf worden gebouwd; de afstand van gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen; ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij', zal de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van een sociaal-medisch woonverblijf ten hoogste 500 m² bedragen; het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bouwperceel bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; er zullen geen torensilo's en tunnelkassen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'geen emissiepunt' zijn geen emissiepunten toegestaan; de maatvoering van een gebouw en een overkapping zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: functie van een bouwwerk maximale oppervlakte in m² goothoogte in m dakhelling in ° hoogte in m per bouwwerk gezamenlijk max. min. max. max. bedrijfsgebouw en overkappingen - - 5,5 15 60 12 bedrijfswoning 200# - 4 20 60 - aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning - 100 3 15 60 - torensilo bestaand - - - - bestaand kassen* - 1.000 4 - - 7 *kassen zijn niet toegestaan bij agrarische bedrijven die zijn gevestigd langs de Dr. Larijweg en langs Boerpad-Haakswold en Oosteinde-Wolddijk.# tenzij de bestaande maatvoering meer bedraagt, in welk geval de maatvoering van een bedrijfswoning ten hoogste de bestaande maatvoering zal bedragen Voor het bouwen van recreatieverblijven gelden de volgende regels: het aantal recreatieverblijven zal ten hoogste het bestaande aantal bedragen; de oppervlakte van een recreatieverblijf zal ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen, welke oppervlakte deel uitmaakt van de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij dezelfde bijbehorende bedrijfswoning; de goothoogte van een recreatieverblijf zal ten hoogste 3 m bedragen; de dakhelling van een recreatieverblijf zal ten minste 15° bedragen, dan wel minimaal de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: silo's en bassins zijn niet toegestaan buiten het bouwvlak; de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal binnen het bouwvlak ten hoogste 12 m bedragen; de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal buiten het bouwvlak ten hoogste 5 m bedragen. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 3.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 3.2 sub a onder 2 en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: de gebouwen aansluitend aan het bouwvlak worden gebouwd; de gebouwen landschappelijk worden ingepast conform het Landschapsontwikkelingskader De Wolden; de oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak ten hoogste 1.500 m² bedraagt, met dien verstande dat de oppervlakte van het aaneengesloten bouwperceel maximaal 1,5 ha zal bedragen; er zicht is op een langdurige vergroting van de productieomvang als gevolg van schaalvergroting of extensivering/verbreding van de bedrijfsactiviteiten en de noodzakelijkheid van de bedrijfsuitbreiding is aangetoond; lid 3.2 sub a onder 5 en toestaan dat de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens wordt verkleind; lid 3.2 sub a onder 10 en toestaan dat de goothoogte van bedrijfswoningen voor maximaal 25% wordt vergroot tot 5,5 m; lid 3.2 sub a onder 10 en toestaan dat wordt afgeweken van de dakhellingsvereisten ten behoeve van een serrestal, mits: de serrestal landschappelijk wordt ingepast conform het Landschapsontwikkelingskader De Wolden; geen serrestal wordt gebouwd in gebieden waarvoor de welstandnota 2013 (vastgesteld 13 december 2012) geldt; lid 3.2 sub a onder 8 en toestaan dat tunnelkassen worden gebouwd, mits: de hoogte van een tunnelkas ten hoogste 1,2 m zal bedragen; geen tunnelkas op een es, beekdal of in een open gebied wordt gebouwd; de tunnelkas gebruikt wordt bij open grondteelt ten behoeve van een volwaardige agrarische bedrijfsvoering; lid 3.2 sub a onder 10 en toestaan dat de dakhelling van een aan-, uitbouw, bedrijfsgebouw of overkapping voor maximaal 25% van het bedrijfsgebouw (niet zijnde de bedrijfswoning) tot een maximum van 100 m² wordt verlaagd tot 0°; lid 3.2 sub c onder 1 en toestaan dat silo's en bassins buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: deze opslag noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering (bedrijfseconomische redenen), dan wel om redenen van ontsluiting of milieu opslag binnen het bouwvlak niet mogelijk is; de opslag direct aansluitend aan het bouwvlak wordt gesitueerd. In uitzonderingsgevallen kan meegewerkt worden aan mestopslag op grotere afstand van bouwpercelen, mits daartoe een uitdrukkelijk bedrijfstechnische noodzaak aanwezig is. Dit is niet toegestaan in de landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle gebieden, alsmede in de milieubeschermingsgebieden en in de zones nabij natuurgebieden; de silo of bassin goed landschappelijk wordt ingepast conform het Landschapsontwikkelingskader De Wolden; de oppervlakte van een silo of een bassin ten hoogste 750 m² (in totaliteit) zal bedragen; de hoogte van een silo of een bassin ten hoogste 3,5 m, exclusief afdekking zal bedragen; ten behoeve van mestsilo's of -bassins tevens de in lid 3.6 sub c genoemde afwijking is toegepast; lid 3.2 sub c onder 4 en toestaan dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, wordt vergroot tot 12 m. 3.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: het opslaan van mest en/of overige landbouwproducten buiten het bouwperceel, met uitzondering van tijdelijke opslag van akkerbouwproducten; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een intensieve veehouderij, behalve ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; het gebruik van bouwwerken voor verblijfsrecreatieve doeleinden, anders dan bedoeld in lid 3.1; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, behalve ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel', in welk geval de gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitoefening van verkoop van zelfgekweekte of ter plaatse opgekweekte producten en specifieke tuinartikelen voor inrichting en onderhoud van tuinen, met bijbehorende accessoires, aan particulieren, waarbij de verkoopvloeroppervlakte niet meer bedraagt dat 10% van de gezamenlijke bedrijfsgebouwen met een maximum van 500 m²; het gebruik van de gronden als erf, buiten een zone van 25 m vanaf de zij- en achtergevel(
  2. s)van de bedrijfswoningen; het dempen van beken; het gebruik van gebouwen als (plattelands)woning, niet zijnde bedrijfswoning; het gebruik van gebouwen ten behoeve van gestapelde stallen; het gebruik van woonhuizen ten behoeve van in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, anders dan het gebruik van de gronden en bouwwerken in combinatie met een aan-huis-verbonden-beroep dan wel kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten voorzover voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de werkzaamheden dienen ondergeschikt te blijven aan de bestemming; het woongedeelte dient ten minste 70% van de begane vloeroppervlakte van het hoofdgebouw, inclusief de aan- en uitbouwen op het bouwperceel te beslaan; er mag geen grootschalige opslag van goederen plaatsvinden, alsook geen opslag van goederen op het buitenterrein; er mag geen detailhandel plaatsvinden anders dan in de in Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen opgenomen detailhandel; er mag maximaal 0,5 m2 aan verwijsborden c.q. reclame-uitingen geplaatst worden; parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden; de benodigde ruimte mag uitsluitend gebruikt worden ten behoeve van de hoofdbewoner van het perceel; er mag geen stapeling van ondergeschikte functies plaatsvinden. 3.6 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 3.5 en toestaan dat een agrarisch bedrijf wordt gecombineerd met co-vergisting, mits: is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; er in hoofdzaak sprake is van mest en/of organische (bij)producten van het eigen bedrijf, al dan niet aangevuld met mest en/of organische (bij)producten van andere bedrijven, al dan niet in een samenwerkingsverband, dan wel de output van de vergister (het digestaat) in hoofdzaak op het bedrijf of de bedrijven van het samenwerkingsverband worden gebruikt; de vergistinsinstallatie landschappelijk wordt ingepast conform het Landschapsontwikkelingskader De Wolden; is aangetoond dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; maatregelen worden getroffen waardoor de ammoniakdepositie op nabijgelegen natuurbeschermingsgebieden gelet op de instandhoudingsdoelstelling niet significant zal toenemen; lid 3.5 en toestaan dat een agrarisch bedrijf wordt gecombineerd met een zorgboerderij, mits:deze afwijking niet wordt toegepast binnen de aanduidingen 'veiligheidszone - munitie-opslagplaats A' en 'veiligheidszone - munitie-opslagplaats B'; lid 3.5 en toestaan dat gronden en bouwwerken buiten het bouwperceel worden gebruikt voor het opslaan van mest en/of overige landbouwproducten, voor zover de opslag langer dan één jaar plaatsvindt, mits; 1. deze opslag noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering (bedrijfseconomische redenen), dan wel om redenen van ontsluiting of milieu opslag binnen het bouwvlak niet mogelijk is; 2. de opslag voor zover op basis van bedrijfstechnische redenen mogelijk direct aansluitend aan het bouwvlak wordt gesitueerd; d. lid 3.5 en toestaan dat bouwwerken worden gebruikt voor logiesverstrekking, mits: 3. deze afwijking niet wordt toegepast binnen de aanduidingen 'veiligheidszone - munitie-opslagplaats A' en 'veiligheidszone - munitie-opslagplaats B'; 4. de logiesverstrekking plaatsvindt binnen bestaande bebouwing; 5. in een bijgebouw uitsluitend slaapplaatsen met sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd. Hieraan gekoppeld moet in het bijbehorende hoofdgebouw een ontbijtruimte, en mag een eventuele woonkamer worden gerealiseerd; 6. indien een bijgebouw gebruikt wordt ten behoeve van de logiesverstrekking, dit bijgebouw zich in de directe nabijheid bevindt van en een duidelijk relatie heeft met het hoofdgebouw; 7. indien een bijgebouw gebruikt wordt ten behoeve van de logiesverstrekking, de uiterlijke kenmerken van dit bijgebouw behouden blijven. Er mogen geen uiterlijke kenmerken van een woning worden toegevoegd; 8. er maximaal drie slaapkamers worden gerealiseerd; 9. er geen keukenblok in de kamers wordt gemaakt; 10. het parkeren op eigen erf plaatsvindt; 11. geen extra inrit wordt aangelegd in verband met de vestiging; 12. vestiging plaatsvindt aan een verkeersontsluiting van voldoende omvang; 13. vesting geen onevenredige afbreuk doet aan de milieusituatie van agrarische bedrijven in de directe omgeving; e. lid 3.5 en toestaan dat gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de uitoefening van productiegebonden detailhandel, mits: 1. de functie inherent is aan de agrarische bestemming; 2. vestiging van de detailhandel in bestaande bebouwing plaatsvindt; 3. geen reclame-uitingen worden gebruikt; 4. parkeren op eigen erf plaatsvindt; f. lid 3.5 en toestaan dat een bestaande bedrijfswoning wordt gebruikt als plattelandswoning, met dien verstande dat: 1. gebruik van de woning ten behoeve van de bedrijfsvoering van het bijbehorend agrarisch bedrijf niet meer noodzakelijk is; 2. het gebruik als plattelandswoning dient te passen in de karakteristiek van het gemeentelijke buitengebied ter plaatse en de voorgenomen ontwikkelingsrichting daarvan, zoals dat blijkt uit de gemeentelijke Structuurvisie 2030 (vastgesteld maart 2011); 3. onderbouwd dient te worden dat ter plaatse van de beoogde plattelandswoning nu, maar ook in de toekomst, een goed woon- en leefklimaat kan worden geboden. Daarbij worden in elk geval betrokken de bekende uitbreidingsplannen van het agrarische bedrijf waarvan de plattelandswoning (voorheen) onderdeel uitmaakt(e); 4. gebruik wordt gemaakt van de bestaande inrit; 3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: het aanplanten van bomen en/of houtgewas, over een oppervlakte van meer dan 100 m² voor zover niet gelegen binnen een bouwperceel, met uitzondering van houtteelt, sier- en fruitteelt en/of overige opgaande teeltvormen; het kappen en/of rooien van houtwallen en/of -singels; het verharden van agrarische perceel-, kavelontsluitings- en/of onderhoudswegen buiten het bouwperceel met een grotere breedte dan 4 m; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen ten behoeve van het agrarisch gebruik buiten het bouwperceel, niet zijnde perceel- en/of kavelontsluitingswegen, met een oppervlakte van meer dan 100 m²; het aanleggen van fiets-, voet- en/of ruiterpaden buiten het bouwperceel; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden, zodanig dat er een verschil in hoogte, c.q. diepte ten opzichte van het bestaande maaiveld ontstaat van meer dan 30 cm; het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik; het wijzigen van de grondsamenstelling en/of het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van de aanleg van paardrijbakken; het graven of dempen van sloten en daarmee gelijk te stellen waterlopen, uitsluitend indien dit een wijziging van het kavelpatroon tot gevolg heeft; het aanleggen van wegen ten behoeve van gebiedsontsluiting; het aanplanten van bomen en/of houtgewas ten behoeve van houtteelt, sier- en fruitteelt en/of overige opgaande teeltvormen. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits: geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen, c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan. 3.8 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gebouwen of delen daarvan te slopen, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld, de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven, en/of het delen van het pand betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm wordt veroorzaakt. Artikel 4 Agrarisch - Aanverwante bedrijven 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Aanverwante bedrijven' aangewezen gronden zijn bestemd voor: agrarisch aanverwant bedrijven in de vorm van: een bijzondere paardenhouderij; een dierenopvangcentrum; een gebruik als concoursterrein ten behoeve van de paardensport, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'concoursterrein'; een gebruik voor het ontvangst en verblijf van sponsoren en gasten in relatie tot het concours hippique, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'VIP gebouw'; al dan niet gecombineerd met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; het wonen ten behoeve van het bedrijf; de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; met de daarbij behorende: wegen en paden; water; tuinen, erven en terreinen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: per bouwperceel mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van één agrarisch aanverwant bedrijf worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen zal per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan 120% van de bestaande gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte 2.500 m² mag bedragen; de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen; de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning zullen ten minste 4 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bouwperceel bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; de maatvoering van een gebouw en een overkapping zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: functie van een bouwwerk maximale oppervlakte in m² goothoogte in m dakhelling in ° per bouwwerk gezamenlijk max. min. max. bedrijfsgebouw en overkappingen - - 5,5 15 60 bedrijfswoning 200# - 4 20 60 aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning - 100 3 15 60 # tenzij de bestaande maatvoering meer bedraagt, in welk geval de maatvoering van een bedrijfswoning ten hoogste de bestaande maatvoering zal bedragen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, geldt de regel dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, ten hoogste 10 m zal bedragen. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 4.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 4.2 sub a onder 2 en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen per bestemmingsvlak wordt vergroot tot maximaal 130% van de bestaande gezamenlijke oppervlakte; lid 4.2 sub a onder 3 en toestaan dat de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens wordt verkleind; lid 4.2 sub a onder 6 en toestaan dat de goothoogte van bedrijfswoningen voor maximaal 25% wordt vergroot tot 5,5 m; lid 4.2 sub a onder 6 en toestaan dat de dakhelling aan- en uitbouwen wordt verlaagd tot 0º. 4.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: het gebruik van de gronden en bouwwerken voor recreatieve doeleinden; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van manege-activiteiten met de daarbij behorende horecadoeleinden; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel; het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van de gronden als erf, buiten een zone van 25 m vanaf de zij- en achtergevel(
  3. s)van de bedrijfswoningen. 4.6 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 4.5onder b en toestaan dat de gronden en bouwwerken mede worden gebruikt ten behoeve van manege-activiteiten met de daarbij behorende en aan de manege-activiteiten ondergeschikte horecadoeleinden, zoals een kantine, mits: de horecavloeroppervlakte niet meer dan 50 m² bedraagt; het bedrijf gelegen is aan of nabij een weg met een doorgaande verkeersfunctie voor ten minste interlokaal verkeer; een op de aard en omvang van de manege-activiteiten afgestemde perceelsontsluiting aanwezig is; parkeren op eigen erf plaatsvindt; lid 4.5 onder c en toestaan dat de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de uitoefening van productiegebonden detailhandel, mits: de functie inherent is aan de agrarische bestemming; vestiging van de detailhandel in bestaande bebouwing plaatsvindt; geen reclame-uitingen worden gebruikt; parkeren op eigen erf plaatsvindt. 4.7 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gebouwen of delen daarvan te slopen, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld, de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven, en/of het delen van het pand betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm wordt veroorzaakt. Artikel 5 Agrarisch - Dienstverlenende bedrijven 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Dienstverlenende bedrijven' aangewezen gronden zijn bestemd voor: agrarisch dienstverlenende bedrijven, al dan niet in combinatie met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; het wonen ten behoeve van het bedrijf; de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; met de daarbij behorende: wegen en paden; water; tuinen, erven en terreinen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: per bouwperceel mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één agrarisch dienstverlenend bedrijf worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen zal per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan 120% van de bestaande gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen; de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen; de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning zullen ten minste 4 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bouwperceel bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; de maatvoering van een gebouw en een overkapping zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: functie van een bouwwerk maximale oppervlakte in m² goothoogte in m dakhelling in ° per bouwwerk gezamenlijk max. min. max. bedrijfsgebouw en overkappingen - - 5,5 15 60 bedrijfswoning 200# - 4 20 60 aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning - 100 3 15 60 # tenzij de bestaande maatvoering meer bedraagt, in welk geval de maatvoering van een bedrijfswoning ten hoogste de bestaande maatvoering zal bedragen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 10 m bedragen. 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 5.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 5.2 sub a onder 2 en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen per bestemmingsvlak wordt vergroot tot maximaal 130% van de bestaande gezamenlijke oppervlakte; lid 5.2 sub a onder 3 en toestaan dat de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens wordt verkleind; lid 5.2 sub a onder 6 en toestaan dat de goothoogte van bedrijfswoningen voor maximaal 25% wordt vergroot tot 5,5 m; lid 5.2 sub a onder 6 en toestaan dat de dakhelling van aan- en uitbouwen wordt verlaagd tot 0º. 5.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: het gebruik van de gronden en bouwwerken voor recreatieve doeleinden; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel; het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van de gronden als erf, buiten een zone van 25 m vanaf de zij- en achtergevel(
  4. s)van de bedrijfswoningen. 5.6 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.5 en toestaan dat de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de uitoefening van productiegebonden detailhandel, mits: de functie inherent is aan de agrarische bestemming; vestiging van de detailhandel in de bestaande bebouwing plaatsvindt; geen reclame-uitingen worden gebruikt; parkeren op eigen erf plaatsvindt. 5.7 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gebouwen of delen daarvan te slopen, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld, de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven, en/of het delen van het pand betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm wordt veroorzaakt. Artikel 6 Agrarisch met waarden 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: de uitoefening van het agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf'; de uitoefening van een intensief veehouderijbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; de uitoefening van het agrarisch bedrijf in de vorm van een kwekerijbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kwekerij'; de uitoefening van het agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in combinatie met een sociaal-medisch woonverblijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij'; de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in combinatie met een agrarisch dienstverlenend bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch dienstverlenend bedrijf'; de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in combinatie met een agrarisch aanverwant bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch aanverwant bedrijf'; recreatieverblijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatieverblijf'; het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, die zijn genoemd in de Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden van de gronden; de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; met daaraan ondergeschikt: openbare nutsvoorzieningen; recreatief medegebruik; met de daarbij behorende: infrastructurele voorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen; tuinen en erven; bedrijfsgebouwen; bedrijfswoningen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met dien verstande dat: ter plaatse van de aanduiding 'geen bedrijfsgebouwen en -activiteiten' geen bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. 6.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: er zullen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven worden gebouwd; gebouwen en overkappingen zullen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; per bouwvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één agrarisch bedrijf worden gebouwd; de afstand van gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen; de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning zullen ten minste 4 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij', zal de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen ten behoeve van een sociaal-medisch woonverblijf ten hoogste 500 m² bedragen; het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bouwperceel bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; er zullen geen nieuwe torensilo's, kassen en tunnelkassen worden gebouwd; de maatvoering van een gebouw en een overkapping zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: functie van een bouwwerk maximale oppervlakte in m² goothoogte in m dakhelling in ° hoogte in m per bouwwerk gezamenlijk max. min. max. max. bedrijfsgebouw en overkappingen* - - 5,5 15 60 12 bedrijfswoning 200# - 4 20 60 - aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning - 100 3 15 60 - Torensilo bestaand bestaand Kassen bestaand bestaand * met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'geen bedrijfsgebouwen en -activiteiten' geen bedrijfsgebouwen zijn toegestaan # tenzij de bestaande maatvoering meer bedraagt, in welk geval de maatvoering van een bedrijfswoning ten hoogste de bestaande maatvoering zal bedragen Voor het bouwen van recreatieverblijven gelden de volgende regels: het aantal recreatieverblijven zal ten hoogste het bestaande aantal bedragen; de oppervlakte van een recreatieverblijf zal ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen, welke oppervlakte deel uitmaakt van de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij dezelfde bijbehorende bedrijfswoning; de goothoogte van een recreatieverblijf zal ten hoogste 3 m bedragen; de dakhelling van een recreatieverblijf zal ten minste 15° bedragen, dan wel minimaal de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: silo's en bassins zijn niet toegestaan buiten het bouwperceel; de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal binnen het bouwperceel ten hoogste 12 m bedragen; de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal buiten het bouwperceel ten hoogste 5 m bedragen. 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 6.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 6.2 sub a onder 2 en/of lid 6.2 sub c onder 1 en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: de gebouwen aansluitend aan het bouwvlak worden gebouwd; de gebouwen landschappelijk worden ingepast conform het Landschapsontwikkelingskader De Wolden; de oppervlakte van de gebouwen buiten het bouwvlak ten hoogste 1.500 m² bedraagt, met dien verstande dat de oppervlakte van het aaneengesloten bouwperceel maximaal 1,5 ha zal bedragen; er zicht is op een langdurige vergroting van de productieomvang als gevolg van schaalvergroting of extensivering/verbreding van de bedrijfsactiviteiten en de noodzakelijkheid van de bedrijfsuitbreiding is aangetoond; lid 6.2 sub a onder 4 en toestaan dat de afstand van gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelgrens wordt verkleind; lid 6.2 sub a onder 9 en toestaan dat de goothoogte van bedrijfswoningen voor maximaal 25% wordt vergroot tot 5,5 m; lid 6.2 sub a onder 9 en toestaan dat ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' of 'kas' kassen worden gebouwd met dien verstande dat het oppervlakte van de kassen niet meer mag bedragen dan 200 m2 en de goot- en bouwhoogte van de kassen niet meer dan respectievelijk 4 m en 7 m; lid 6.2 sub a onder 9 en toestaan dat wordt afgeweken van de dakhellingsvereisten ten behoeve van een serrestal, mits: de serrestal landschappelijk wordt ingepast conform het Landschapsontwikkelingskader De Wolden; geen serrestal wordt gebouwd in gebieden waarvoor de welstandnota geldt; lid 6.2 sub a onder 9 en toestaan dat de dakhelling van een aan-, uitbouw, bedrijfsgebouw of overkapping voor maximaal 25% van het bedrijfsgebouw (niet zijnde de bedrijfswoning) tot een maximum van 100 m² wordt verlaagd tot 0°; lid 6.2 sub c onder 1 en toestaan dat silo's en bassins buiten het agrarisch bouwperceel worden gebouwd, mits: deze opslag noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering (bedrijfseconomische redenen), dan wel om redenen van ontsluiting of milieu opslag binnen het bouwvlak niet mogelijk is; de opslag direct aansluitend aan het bouwvlak wordt gesitueerd. In uitzonderingsgevallen kan meegewerkt worden aan mestopslag op grotere afstand van bouwpercelen, mits daartoe een uitdrukkelijk bedrijfstechnische noodzaak aanwezig is. Dit is niet toegestaan in de landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle gebieden, alsmede in de milieubeschermingsgebieden en in de zones nabij natuurgebieden; de silo of bassin goed landschappelijk wordt ingepast conform het Landschapsontwikkelingskader De Wolden; de oppervlakte van een silo of een bassin ten hoogste 750 m² zal bedragen; de hoogte van een silo of een bassin ten hoogste 3,5 m, exclusief afdekking zal bedragen; ten behoeve van mestsilo's of -bassins tevens de in lid 6.6 sub c genoemde afwijking is toegepast; lid 6.2 sub c onder 4 en toestaan dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, wordt vergroot tot 12 m. 6.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: het opslaan van mest en/of overige landbouwproducten buiten het bouwperceel, met uitzondering van tijdelijke opslag van akkerbouwproducten; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een intensieve veehouderij, behalve ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; het gebruik van bouwwerken voor verblijfsrecreatieve doeleinden; het gebruik van gebouwen als (plattelands)woning, niet zijnde bedrijfswoning; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; het gebruik van de gronden als erf, buiten een zone van 25 m vanaf de zij- en achtergevel(
  5. s)van de bedrijfswoningen. het dempen van beken, dobben en poelen; het gebruik van gebouwen ten behoeve van gestapelde stallen; het gebruik van woonhuizen ten behoeve van in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, anders dan het gebruik van de gronden en bouwwerken in combinatie met een aan-huis-verbonden-beroep dan wel kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten voorzover voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de werkzaamheden dienen ondergeschikt te blijven aan de bestemming; het woongedeelte dient ten minste 70% van de begane vloeroppervlakte van het hoofdgebouw, inclusief de aan- en uitbouwen op het bouwperceel te beslaan; er mag geen grootschalige opslag van goederen plaatsvinden, alsook geen opslag van goederen op het buitenterrein; er mag geen detailhandel plaatsvinden anders dan in de in Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen opgenomen detailhandel; er mag maximaal 0,5 m2 aan verwijsborden c.q. reclame-uitingen geplaatst worden; parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden; de benodigde ruimte mag uitsluitend gebruikt worden ten behoeve van de hoofdbewoner van het perceel; er mag geen stapeling van ondergeschikte functies plaatsvinden. 6.6 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 6.5 en toestaan dat een agrarisch bedrijf wordt gecombineerd met co-vergisting, mits: is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; er in hoofdzaak sprake is van mest en/of organische (bij)producten van het eigen bedrijf, al dan niet aangevuld met mest en/of organische (bij)producten van andere bedrijven, al dan niet in een samenwerkingsverband, dan wel de output van de vergister (het digestaat) in hoofdzaak op het bedrijf of de bedrijven van het samenwerkingsverband worden gebruikt; de vergistinsinstallatie landschappelijk wordt ingepast conform het Landschapsontwikkelingskader De Wolden; is aangetoond dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; maatregelen worden getroffen waardoor de ammoniakdepositie op nabijgelegen natuurbeschermingsgebieden gelet op de instandhoudingsdoelstelling niet significant zal toenemen; lid 6.5 en toestaan dat een agrarisch bedrijf wordt gecombineerd met een zorgboerderij; lid 6.5 en toestaan dat gronden en bouwwerken buiten het bouwperceel worden gebruikt voor het opslaan van mest en/of overige landbouwproducten, mits; deze afwijking niet wordt toegepast binnen de aanduidingen 'veiligheidszone -g munitie-opslagplaats A' en 'veiligheidszone - munitie-opslagplaats B'; deze opslag noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering (bedrijfseconomische redenen), dan wel om redenen van ontsluiting of milieu opslag binnen het bouwvlak niet mogelijk is; de opslag voor zover op basis van bedrijfstechnische redenen mogelijk direct aansluitend aan het bouwvlak wordt gesitueerd; lid 6.5 en toestaan dat bouwwerken worden gebruikt voor logiesverstrekking, mits: de logiesverstrekking plaatsvindt binnen bestaande bebouwing; in een bijgebouw uitsluitend slaapplaatsen met sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd. Hieraan gekoppeld moet in het bijbehorende hoofdgebouw een ontbijtruimte, en mag een eventuele woonkamer worden gerealiseerd; indien een bijgebouw gebruikt wordt ten behoeve van de logiesverstrekking, dit bijgebouw zich in de directe nabijheid bevindt van en een duidelijk relatie heeft met het hoofdgebouw; indien een bijgebouw gebruikt wordt ten behoeve van de logiesverstrekking, de uiterlijke kenmerken van dit bijgebouw behouden blijven. Er mogen geen uiterlijke kenmerken van een woning worden toegevoegd; er maximaal drie slaapkamers worden gerealiseerd; er geen keukenblok in de kamers wordt gemaakt; het parkeren op eigen erf plaatsvindt; geen extra inrit wordt aangelegd in verband met de vestiging; vestiging plaatsvindt aan een verkeersontsluiting van voldoende omvang; vesting geen onevenredige afbreuk doet aan de milieusituatie van agrarische bedrijven in de directe omgeving; lid 6.5 en toestaan dat gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de uitoefening van productiegebonden detailhandel bij agrarische bedrijven, mits: de functie inherent is aan de agrarische bestemming; vestiging van de detailhandel in bestaande bebouwing plaatsvindt; geen reclame-uitingen worden gebruikt; parkeren op eigen erf plaatsvindt. lid 6.5 en toestaan dat bomen en/of houtgewas, al dan niet ten behoeve van houtteelt, sier- en fruitteelt en/of andere opgaande teeltvormen worden aangeplant, mits: de afwijking niet plaatsvindt daar waar de gronden mede bestemd zijn voor Waarde - Waardevol grasland'; lid 6.5 en toestaan dat een bestaande bedrijfswoning wordt gebruikt als plattelandswoning, met dien verstande dat: gebruik van de woning ten behoeve van de bedrijfsvoering van het bijbehorend agrarisch bedrijf niet meer noodzakelijk is; het gebruik van de plattelandswoning dient te passen in de karakteristiek van het gemeentelijk buitengebied ter plaatse en de voorgenomen ontwikkelingsrichting daarvan, zoals dat blijkt uit de gemeentelijke Structuurvisie 2030 (vastgesteld maart 2011); onderbouwd dient te worden dat ter plaatse van de beoogde plattelandswoning nu, maar ook in de toekomst, een goed woon- en leefklimaat kan worden geboden. Daarbij worden in elk geval betrokken de bekende uitbreidingsplannen van het agrarische bedrijf waarvan de plattelandswoning (voorheen) onderdeel uitmaakt(e); gebruik wordt gemaakt van de bestaande inrit. 6.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: het aanplanten van bomen en/of houtgewas, over een oppervlakte van meer dan 100 m² voor zover niet gelegen binnen een bouwperceel, met uitzondering van houtteelt, sier- en fruitteelt en/of overige opgaande teeltvormen; het kappen en/of rooien van houtgewas en/of -singels; het verharden van agrarische perceel-, kavelontsluitings- en/of onderhoudswegen buiten het bouwperceel met een grotere breedte dan 4 m; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen ten behoeve van het agrarisch gebruik buiten het bouwperceel, niet zijnde perceel- en/of kavelontsluitingswegen, met een oppervlakte van meer dan 50 m²; het aanleggen van fiets-, voet- en ruiterpaden buiten het bouwperceel; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden, zodanig dat er een verschil in hoogte, c.q. diepte ten opzichte van het bestaande maaiveld ontstaat van meer dan 30 cm; het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik; het wijzigen van de grondsamenstelling en/of het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van de aanleg van paardrijbakken; het aanleggen van ligplaatsen voor vaartuigen; het graven of dempen, verdiepen of verbreden van sloten en daarmee gelijk te stellen waterlopen, uitsluitend indien dit een wijziging van het kavelpatroon tot gevolg heeft; het aanleggen van wegen ten behoeve van gebiedsontsluiting; het aanplanten van bomen en/of houtgewas ten behoeve van houtteelt, sier- en fruitteelt en/of overige opgaande teeltvormen. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits: geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen, c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan. 6.8 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Het is verboden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gebouwen of delen daarvan te slopen, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld, de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven, en/of het delen van het pand betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm wordt veroorzaakt. Artikel 7 Bedrijf 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: bedrijven, welke zijn genoemd in de Staat van bedrijven onder de categorieën 1 tot en met 3.1, alsmede bestaande bedrijven (waaronder ook een gasontvangststation), niet zijnde geluidzonerings- en m.e.r.-plichtige inrichtingen; detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; buitenopslag, maar indien de aanduiding "buitenopslag" op het bestemmingsvlak staat vermeld dan uitsluitend ter plaatse van deze aanduiding; opslag in gebouwen, maar indien de aanduiding "opslag" op het bestemmingsvlak staat vermeld dan uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag''; de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; het wonen ten behoeve van het bedrijf; met de daarbij behorende: wegen en paden; water; tuinen, erven en terreinen; bedrijfsgebouwen; bedrijfswoningen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: per bouwperceel mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één bedrijf worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen zal per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan 110% van de bestaande gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen; de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen; de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning zullen ten minste 4 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bedrijf bedragen; de maatvoering van een gebouw en een overkapping zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: functie van een bouwwerk maximale oppervlakte in m² goothoogte in m dakhelling in ° per bouwwerk gezamenlijk max. min. max. bedrijfsgebouw en overkappingen - - 5,5 15 60 bedrijfswoning 200# - 4 20 60 aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning - 100 3 15 60 # tenzij de bestaande maatvoering meer bedraagt, in welk geval de maatvoering van een bedrijfswoning ten hoogste de bestaande maatvoering zal bedragen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; in afwijking van het bepaalde onder 1 mag ter plaatse van een gasontvangststation de hoogte van de erf- en terreinafscheidingen ten hoogste 3,5 m bedragen; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 10 m bedragen. 7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 7.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 7.2 sub a onder 2 en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen per bestemmingsvlak wordt vergroot tot maximaal 120% van de bestaande gezamenlijke oppervlakte; lid 7.2 sub a onder 3 en toestaan dat de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens wordt verkleind; lid 7.2 sub a onder 6 en toestaan dat de goothoogte van bedrijfswoningen voor maximaal 25% wordt vergroot tot 5,5 m; lid 7.2 sub a onder 6 en toestaan dat de dakhelling van aan- en uitbouwen wordt verlaagd tot 0º. 7.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: het gebruik van de gronden en bouwwerken voor recreatieve doeleinden; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, behalve ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van de gronden als erf, buiten een zone van 25 m vanaf de zij- en achtergevel(
  6. s)van de bedrijfswoningen. 7.6 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 7.5 en toestaan dat de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor bedrijven, welke niet voorkomen in de Staat van bedrijven, dan wel behoren tot categorie 3.2 van de Staat van bedrijven, mits: het bedrijf naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen is met een bedrijf van categorie 1 tot en met 3.1 van de Staat van bedrijven, een en ander met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; het niet betreft detailhandelsbedrijven; lid 7.5 en toestaan dat de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de uitoefening van productiegebonden detailhandel, mits: de functie inherent is aan de bedrijfsbestemming; vestiging van de detailhandel in bestaande bebouwing plaatsvindt; geen reclame-uitingen worden gebruikt; parkeren op eigen erf plaatsvindt. 7.7 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Het is verboden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gebouwen of delen daarvan te slopen, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld, de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven, en/of het delen van het pand betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm wordt veroorzaakt. Artikel 8 Bedrijf - Tuincentrum 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Tuincentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: een tuinbouwbedrijf, waaronder kassen; detailhandel in planten, struiken, bomen en andere tuinbenodigdheden ten behoeve van de inrichting van tuinen en bouwwerken; de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; het wonen ten behoeve van het bedrijf; met de daarbijbehorende: wegen en paden; water; tuinen, erven en terreinen; bedrijfsgebouwen; bedrijfswoningen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: per bouwperceel mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één tuincentrum worden gebouwd; het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bouwperceel bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen; de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning zullen ten minste 4 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; de maatvoering van een gebouw en een overkapping zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: functie van een bouwwerk maximale oppervlakte in m² goothoogte in m dakhelling in ° per bouwwerk gezamenlijk max. min. max. bedrijfsgebouw en overkappingen 1.000 2.000 5,5 15 60 bedrijfswoning 200# - 4 20 60 aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning - 100 3 15 60 kassen - 1.000 3 - - # tenzij de bestaande maatvoering meer bedraagt, in welk geval de maatvoering van een bedrijfswoning ten hoogste de bestaande maatvoering zal bedragen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, zal ten hoogste 10 m bedragen. 8.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 8.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 8.2 sub a onder 3 en toestaan dat de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens wordt verkleind; lid 8.2 sub a onder 5 en toestaan dat de goothoogte van bedrijfswoningen voor maximaal 25% wordt vergroot tot 5,5 m; het bepaalde in lid 8.2 onder 5 en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte aan kassen wordt vergroot tot ten hoogste 2.500 m²; lid 8.2 sub a onder 5 en toestaan dat de dakhelling van aan- en uitbouwen wordt verlaagd tot 0º. 8.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: het gebruik van de gronden en bouwwerken voor recreatieve doeleinden; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandelsdoeleinden, anders dan detailhandel in planten, struiken, bomen en andere tuinbenodigdheden ten behoeve van de inrichting van tuinen en bouwwerken, indien de verkoopvloeroppervlakte groter is dan 10% van het bestemmingsvlak met een maximum van 500 m²; het gebruik van de gronden als erf, buiten een zone van 25 m vanaf de zij- en achtergevel(
  7. s)van de bedrijfswoningen. het gebruik van vrijstaande bedrijfsgebouwen voor bewoning; 8.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gebouwen of delen daarvan te slopen, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld, de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven, en/of het delen van het pand betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm wordt veroorzaakt. Artikel 9 Bedrijf - Voormalig Agrarisch Bedrijf 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Voormalig Agrarisch Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: bedrijven, welke zijn genoemd in de Staat van bedrijven onder de categorieën 1, 2 en 3.1, niet zijnde geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen, m.e.r.-plichtige bedrijven en/of vuurwerkbedrijven, al dan niet in combinatie met grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten; wonen ten behoeve van het bedrijf, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; met de daarbij behorende: wegen en paden; water; tuinen, erven en terreinen; bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen; bedrijfswoningen; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 9.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: per bestemmingsvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van het ter plaatse gevestigde bedrijf worden gebouwd; het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, zal per bestemmingsvlak ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen; de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning zullen ten minste 4 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; de maatvoering van een gebouw of een overkapping zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: functie van een bouwwerk maximale oppervlakte in m2 goothoogte in m dakhelling in ° per bouwwerk gezamenlijk min max bedrijfsgebouw en overkappingen - bestaand 4 bedrijfswoning 200# - 4* 20* 60* aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning - 100 3 15 60 # tenzij de bestaande maatvoering meer bedraagt, in welk geval de maatvoering van een bedrijfswoning ten hoogste de bestaande maatvoering zal bedragen Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van de bedrijfswoning(
  8. en)of bedrijfsgebouw(
  9. en)ten hoogste 2 m zal bedragen; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 10 m bedragen. 9.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 9.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 9.2 sub a onder 3 en 5 en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen, waaronder de bedrijfswoning en overkappingen, wordt vergroot, mits: de oppervlakte wordt vergroot tot maximaal 500 m² tenzij de bestaande oppervlakte groter is, dan mag deze oppervlakte gehandhaafd blijven; er middels een inrichtingsschets met landschappelijke inpassing conform het Landschappelijk Ontwikkelingskader De Wolden aangetoond moet zijn dat er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; lid 9.2 sub a onder 5 en toestaan dat de goothoogte van bedrijfsgebouwen, overkappingen en bedrijfswoningen verhoogd wordt tot 5,5 m, mits: voor het verhogen van de goothoogte van bedrijfsgebouwen en overkappingen aangetoond is dat dit bedrijfstechnisch noodzakelijk is; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; bij de bedrijfswoning dit voor maximaal voor 25% wordt toegepast; Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: het opslaan van goederen buiten de gebouwen; het gebruik van de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, voor bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van opslag van goederen, met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte groter dan 500 m², dan wel de bestaande oppervlakte, dan wel de gezamenlijke oppervlakte zoals verleend na toepassing van de afwijking in lid 9.4; het gebruik van woonhuizen ten behoeve van in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, anders dan het gebruik van de gronden en bouwwerken in combinatie met een aan-huis-verbonden-beroep dan wel kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten voorzover voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de werkzaamheden dienen ondergeschikt te blijven aan de bestemming; het woongedeelte dient ten minste 70% van de begane vloeroppervlakte van het hoofdgebouw, inclusief de aan- en uitbouwen op het bouwperceel te beslaan; er mag geen grootschalige opslag van goederen plaatsvinden, alsook geen opslag van goederen op het buitenterrein; er mag geen detailhandel plaatsvinden anders dan in de in Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen opgenomen detailhandel; er mag maximaal 0,5 m2 aan verwijsborden c.q. reclame-uitingen geplaatst worden; parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden; de benodigde ruimte mag uitsluitend gebruikt worden ten behoeve van de hoofdbewoner van het perceel; er mag geen stapeling van ondergeschikte functies plaatsvinden; gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden, tenzij het een mini-camping betreft. 9.6 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.1 onder a en toestaan dat de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor bedrijven, welke naar de aard en de invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de in de Staat van bedrijven onder de categorieën 1, 2 en 3.1. genoemde bedrijven, mits: het niet betreft detailhandelsbedrijven, geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen, planmerplichtige bedrijven en/of vuurwerkbedrijven; veel verkeer aantrekkende bedrijvigheid uitsluitend aan wegen die daarop zijn berekend gevestigd wordt; de aanwezige woonfunctie bij het bedrijf wordt gehandhaafd; de bedrijfsvestiging plaatsvindt binnen de bestaande oppervlakte aan gebouwen, waaronder overkappingen; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Artikel 10 Bos 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: bosbouw; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden van het bosgebied; met daaraan ondergeschikt: het recreatief medegebruik en het educatief medegebruik; met de daarbij behorende: bestaande infrastructurele voorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 10.2 Bouwregels Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en geen overkappingen worden gebouwd; Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, geldt de regel dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 5 m zal bedragen tenzij het een erfafscheiding betreft, dan mag de hoogte max. 2 m bedragen; 10.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 10.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: het opslaan van mest en/of andere landbouwproducten. 10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: het aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m²; het aanleggen van fiets-, voet- en/of ruiterpaden; het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief en/of educatief medegebruik; het ontgronden, afgraven, ophogen en/of egaliseren van de gronden; het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen; het verharden van perceel-, kavelontsluitings- en/of onderhoudswegen. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits: geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen, c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan. Artikel 11 Bos - Landgoed 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bos - Landgoed' aangewezen gronden zijn bestemd voor: ter plaatse van de aanduiding 'landgoed 1': een woonhuis met allure al dan niet in combinatie met ruimte voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; aan- en uitbouwen en (bij)gebouwen ten behoeve van het woonhuis; ter plaatse van de aanduiding 'landgoed 2', gebouwen ten behoeve van: een woning al dan niet in combinatie met ruimte voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; het onderhoud en beheer, ter plaatse van de aanduiding 'voorzieningengebouwen'; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschaps- en natuurwaarden; cultuurgrond, waarbij het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden, zoals houtwallen, houtsingels en bosschages, wordt nagestreefd; met daaraan ondergeschikt: agrarisch medegebruik; dagrecreatief medegebruik; met de daarbij behorende: terreinen; tuinen en erven; wegen en paden; parkeervoorzieningen water; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 11.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: de gebouwen en overkappingen zullen worden gebouwd binnen een bouwvlak; het aantal woningen per landgoed zal niet meer dan één bedragen, tenzij het bestaande aantal woningen meer bedraagt, in welk geval dit het maximum is; de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw zal ten minste 10 m bedragen; de breedte van de voorgevel van overige gebouwen zal ten minste 5 m bedragen; de afstand van de gebouwen en overkappingen, ter plaatse van de aanduiding 'landgoed 2' dienen minimaal 30 m uit de zijdelingse perceelgrens te worden opgericht; de maatvoering van een gebouw en een overkapping zal per bestemmingsvlak voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: aanduiding functie van een bouwwerk max. aantal per gebied gez. oppervlakte in m² inhoud in m³ goothoogte in m dakhelling in º min. per bouwwerk max. per gebouw min. max. min. max. landgoed 1 woonhuis 1 - 1.250 2.500 6 9 15 30 aan-of uitbouw, aangebouwd bijgebouw of overkapping - - 500 750 - 3 15 60 vrijstaand bijgebouw of overkapping 2 150 - - - 3 15 60 landgoed 2 gebouw t.b.v. landgoed/woon- huis (incl. aan- en uitbouwen) 1 - 500 750 - 3 30 60 gebouw of overkapping t.b.v. onderhoud en beheer 1 - - - - 3 30 60 vrijstaand bijgebouw of overkapping 1 150 - - - 3 30* 60 * geldt niet voor een overkapping Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 10 m bedragen. 11.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 11.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2 sub a onder 6 en toestaan dat de dakhelling van gebouwen wordt verlaagd tot 0°. 11.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: het gebruik van woonhuizen ten behoeve van in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, anders dan het gebruik van de gronden en bouwwerken in combinatie met een aan-huis-verbonden-beroep dan wel kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten voorzover voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de werkzaamheden dienen ondergeschikt te blijven aan de bestemming; de oppervlakte ten behoeve van het aan-huis-verbonden beroep dan wel de kleinschalige bedrijfsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 100 m2; er mag geen grootschalige opslag van goederen plaatsvinden, alsook geen opslag van goederen op het buitenterrein; er mag geen detailhandel plaatsvinden anders dan in de in Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen opgenomen detailhandel; er mag maximaal 0,5 m2 aan verwijsborden c.q. reclame-uitingen geplaatst worden; parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden; de benodigde ruimte mag uitsluitend gebruikt worden ten behoeve van de hoofdbewoner van het perceel; er mag geen stapeling van ondergeschikte functies plaatsvinden. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, horeca- en bedrijfsdoeleinden anders dan een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van agrarische bedrijfsactiviteiten; het gebruik van de gronden en gebouwen voor verblijfsrecreatieve doeleinden. 11.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: het aanbrengen en/of verwijderen van beplanting; het aanleggen van verharde kavel- en perceelontsluitingswegen; het aanleggen van verharde en halfverharde parkeervoorzieningen; het aanleggen van fiets-, voet- en ruiterpaden; het graven en dempen van sloten en andere watergangen; het aanleggen van recreatieve voorzieningen; het verrichten van exploratieboringen; het aanleggen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen. Het bepaalde sub a is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, die: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits: geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen, c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan. Artikel 12 Horeca 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: horecabedrijven, niet zijnde een bar, bar-/dancing of discotheek; een conferentiecentrum; groepsaccommodatie al of niet in combinatie met educatieve, sociaal-culturele en recreatieve doeleinden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'groepsaccommodatie'; de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; het wonen ten behoeve van het bedrijf; met de daarbij behorende: wegen en paden; water; tuinen, erven en terreinen; bedrijfsgebouwen; bedrijfswoningen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 12.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: per bouwperceel mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één horecabedrijf worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen zal per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan de bestaande gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen; de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning zullen ten minste 4 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen; het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per horecabedrijf bedragen; de maatvoering van een gebouw of een overkapping zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: functie van een bouwwerk maximale oppervlakte in m² goothoogte in m dakhelling in ° per bouwwerk gezamenlijk max. min. max. bedrijfsgebouw en overkappingen - - 4 15 60 bedrijfswoning 200# - 4 20 60 aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning - 100 3 15 60 # tenzij de bestaande maatvoering meer bedraagt, in welk geval de maatvoering van een bedrijfswoning ten hoogste de bestaande maatvoering zal bedragen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 10 m bedragen. 12.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 12.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 12.2 sub a onder 2 en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen per bestemmingsvlak wordt vergroot tot maximaal 120% van de bestaande gezamenlijke oppervlakte; lid 12.2 sub a onder 4 en toestaan dat de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens wordt verkleind; lid 12.2 sub a onder 6 en toestaan dat de goothoogte van bedrijfsgebouwen, overkappingen en bedrijfswoningen wordt vergroot tot 5,5 m. Voor bedrijfswoningen kan dit voor maximaal 25% worden toegepast; lid 12.2 sub a onder 6 en toestaan dat de dakhelling van aan- en uitbouwen wordt verlaagd tot 0º. 12.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: het gebruik van de gronden en bouwwerken voor recreatieve doeleinden; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel; het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van de gronden als erf, buiten een zone van 25 m vanaf de zij- en achtergevel(
  10. s)van de bedrijfswoningen. 12.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: het verwijderen van erfbeplanting. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits: geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen, c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan. 12.7 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Het is verboden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gebouwen of delen daarvan te slopen, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld, de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven, en/of het delen van het pand betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm wordt veroorzaakt. Artikel 13 Maatschappelijk 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: maatschappelijke voorzieningen; de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; het wonen ten behoeve van de maatschappelijke voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'cultuurpark': expositietuinen ten behoeve van dagrecreatieve, educatieve en sociaal-culturele doeleinden, alsmede de daarbij behorende gebouwen ten behoeve van: sociaal-culturele en sociaal medische doeleinden, met daaraan ondergeschikte horecadoeleinden, kwekerijactiviteiten en dienstverlening; een bedrijfswoning; onderhoud en beheer, waaronder tunnelkassen; met de daarbij behorende: wegen en paden; water; tuinen, erven en terreinen; bedrijfsgebouwen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de bedrijfswoning; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 13.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen zal per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan de bestaande gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen; het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste het bestaande aantal per bouwperceel bedragen; de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen; de goothoogte van een gebouw en overkapping zal ten hoogste 5 m bedragen; de dakhelling van een gebouw zal ten minste 15° ten hoogste 60° bedragen. de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning zullen ten minste 4 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen ter plaatse van de aanduiding 'cultuurpark' gelden de volgende regels: er zal ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd; de maatvoering van een gebouw en een overkapping zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: functie van een bouwwerk maximale oppervlakte in m² goothoogte in m dakhelling in ° per bouwwerk gezamenlijk max. min. max. gebouwen en overkappingen ten behoeve van de expositietuinen - - 5 15 60 bedrijfswoning 200 - 4 20 60 aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning - 100 3 15 60 gebouwen en overkappingen ten behoeve van onderhoud en beheer, waaronder tunnelkassen - 200 3 15 60 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 5 m bedragen. 13.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 13.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: het bepaalde in 13.2 sub a onder 1 en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen per bestemmingsvlak wordt vergroot tot maximaal 110% van de bestaande gezamenlijke oppervlakte; het bepaalde in lid 13.2 sub a onder 3 en toestaan dat de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens wordt verkleind; het bepaalde in lid 13.2 sub a onder 4 en sub b onder 2 en toestaan dat de goothoogte van de gebouwen, overkappingen en de bedrijfswoning wordt vergroot tot 5,5 m; Voor bedrijfswoningen kan dit voor maximaal 25% worden toegepast; het bepaalde in lid 13.2 sub a onder 5 en sub b onder 2 en toestaan dat de dakhelling van aan- en uitbouwen wordt verlaagd tot 0º. 13.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; het gebruik van de gronden als erf, buiten een zone van 25 m vanaf de zij- en achtergevel(
  11. s)van de bedrijfswoningen. 13.6 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 13.5 en toestaan dat de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de uitoefening van productiegebonden detailhandel, mits: de functie inherent is aan de maatschappelijke bestemming; vestiging van de detailhandel in bestaande bebouwing plaatsvindt; geen reclame-uitingen worden gebruikt; parkeren op eigen erf plaatsvindt. 13.7 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gebouwen of delen daarvan te slopen, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. De sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld, de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven, en/of het delen van het pand betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm wordt veroorzaakt. Artikel 14 Maatschappelijk - Begraafplaats 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk - Begraafplaats' aangewezen gronden zijn bestemd voor: begraafplaats; groenvoorzieningen; verhardingen; terreinen; met de daarbij behorende: gebouwen ten behoeve van onderhoud en beheer; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 14.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen zal ten hoogste 100 m² bedragen; de hoogte van de gebouwen ten hoogste 5 m zal bedragen. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, geldt de volgende regel: de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5 m bedragen. 14.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.