← Nederland

Omgevingsvisie gemeente Rijssen-Holten (Rijssen-Holten)

In het kort

Deze wet, de Omgevingsvisie gemeente Rijssen-Holten, beschrijft een langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Rijssen-Holten, met doelen en ambities voor de komende tien jaar. Het is een instrument om richting te geven aan de ontwikkeling, bescherming en benutting van de leefomgeving.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR726629 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1742/2024/Regeling8aa8a07e540a4165b30ffd0fa4c370f3 /join/id/stop/work_019 2024-11-13 2024-11-13 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR726629/nld@2024-11-21 /join/id/proces/gm1742/2024/procedure6dbcc3e8cb794e2599e1a96aa57f3f2d 2024-11-21 2025-11-27 2024-11-21 2025-11-27 2024-11-21 2025-11-27 /akn/nl/act/gm1742/2024/Regeling8aa8a07e540a4165b30ffd0fa4c370f3/nld@2024-11-12;10071028 /akn/nl/act/gm1742/2024/Regeling8aa8a07e540a4165b30ffd0fa4c370f3 /akn/nl/act/gm1742/2024/Regeling8aa8a07e540a4165b30ffd0fa4c370f3/nld@2024-11-12;10071028 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie gemeente Rijssen-Holten 1 Omgevingsvisie deel 1 1.1 Inleiding 1.1.1 Een visie op de leefomgeving voor de lange termijn Met de omgevingsvisie Rijssen-Holten geven we een toekomstbeeld waarmee we laten zien hoe onze gemeente er over tien jaar uit kan zien en waar onze doelen en ambities liggen. Dit toekomstbeeld gaat over de fysieke leefomgeving: alles wat we buiten zien en nodig hebben om te kunnen leven, wonen, werken en ontspannen. Zowel binnen de kernen als in ons buitengebied. Met de omgevingsvisie geven we richting, sturing en duidelijkheid over de wijze waarop we Rijssen-Holten willen ontwikkelen, zowel voor onze inwoners als voor onze partners waarmee we samen optrekken en investeren in een toekomstbestendig Rijssen-Holten. We zoeken hierbij een balans tussen het beschermen en benutten van onze leefomgeving en geven richting over de wijze waarop we ontwikkelingen kunnen en willen bevorderen en faciliteren. We maken ruimte voor dat wat we belangrijk vinden en zetten in op behoud van dat we koesteren. Zo werken we samen aan een toekomstbestendig Rijssen-Holten voor de generaties van nu en in de toekomst. Beschermen, bevorderen en faciliteren zijn drie perspectieven op een gezonde leefomgeving van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het model van het PBL laat zien dat de drie verschillende perspectieven elkaar raken en overlappen, zo hebben het fysieke en sociale domein elkaar nodig om doelen te bereiken. Wij hebben benutten als vierde perspectief toegevoegd, omdat wij dit perspectief vonden ontbreken. Elk perspectief zegt iets over de rol die wij als gemeente innemen. Hieronder worden de perspectieven toegelicht:

  1. Het beschermen gaat over het zorgen dat de schade aan de leefomgeving zo laag mogelijk is. Dit betreft bijvoorbeeld normeringen of milieuzoneringen die bepalend zijn in de planontwikkeling. Wanneer wij als gemeente ruimtelijk gezien iets willen of moeten beschermen, nemen wij daarvoor regels op in het omgevingsplan. Op basis van deze regels kunnen we als gemeente handhaven als dat nodig is.
  2. Het benutten gaat over het gebruiken van de kwaliteiten en kansen die de leefomgeving biedt. Het is daarbij belangrijk dat de activiteiten die plaatsvinden geen significante negatieve effecten hebben op de leefomgeving. Als gemeente stellen we in het omgevingsplan welke activiteiten zijn toegestaan of onder voorwaarden kunnen worden toegestaan.
  3. Het bevorderen gaat over het actief stimuleren van verbetering van de leefomgeving. Bijvoorbeeld ervoor zorgen dat gezond gedrag een makkelijke keuze is in de leefomgeving. Hierbij werken we als gemeente actief samen met inwoners en gebruikers.
  4. Het faciliteren gaat over het nemen van eigen initiatief en verantwoordelijkheid van inwoners: de zelf- en samenredzaamheid. De gemeente heeft hierbij slechts een ondersteunende rol en kan randvoorwaarden stellen. 1.1.2 Leeswijzer In deel 1 van de omgevingsvisie Rijssen-Holten wordt het overkoepelende beeld voor de gehele gemeente geschetst. Dit gedeelte bevat de inleiding, de relatie met het landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid, en de kenmerken, opgaven, strategie en ambities per thema voor de gehele gemeente. In deel 2 van de omgevingsvisie Rijssen-Holten worden beleidsuitgangspunten per thema vertaald naar de kaart. Hierin komen de verschillende deelgebieden die onze gemeente kent: de centra, de woonwijken, het bedrijventerrein en het buitengebied tot uiting. De thema's waar we op in gaan zijn: leefbaarheid en omgeving; milieu en gezondheid; klimaat en energie; bodem en water; natuur, landschap en groen; mobiliteit; recreatie en toerisme; economie en wonen. 1.1.3 Aanpak omgevingsvisie Aanleiding De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en zorgt voor een nieuw stelsel van regels voor de gehele fysieke leefomgeving. De Omgevingswet heeft als doel dat alle thema's binnen de fysieke leefomgeving integraal worden opgepakt en afgestemd. De wet heeft daarnaast als doel de regels voor de ontwikkeling en het beheer van de fysieke leefomgeving eenvoudiger en inzichtelijker te maken. De Omgevingswet biedt zes kerninstrumenten om overheidsinstanties hierbij te helpen. De omgevingsvisie is één van deze kerninstrumenten. De Omgevingswet stelt dat gemeenten een omgevingsvisie op moeten stellen net als de provincie en het Rijk.De gemeente Rijssen-Holten heeft de verplichting tot het opstellen van een omgevingsvisie vooral aangegrepen als kans. We zien het als kans om vanuit onze unieke positie in de regio te kijken naar wie wij zijn als gemeente, welke ambities we hebben en welke beleidsuitgangspunten hierbij horen. Daarnaast zien we het als gemeente als uitdaging om op een andere manier aan onze beleidsvoorbereiding, beleidsdoorwerking, monitoring en evaluatie te werken. Hierbij zetten we in op inwonersparticipatie en een integrale benadering, waarbij naast fysieke ook sociale belangen afgewogen worden. Aanpak omgevingsvisie Het proces om te komen tot de omgevingsvisie Rijssen-Holten bestaat uit twee hoofdstappen. Stap 1 Omgevingsagenda Rijssen-Holten: De eerste stap voor de omgevingsvisie Rijssen-Holten is gezet bij het maken van 'De Foto van Nu' (maart 2019). 'De Foto van Nu' heeft inzicht gegeven in een gedeeld beeld van het profiel van Rijssen-Holten, onze karakteristieken, kwaliteiten en de positie die wij in de regio hebben. Vanuit 'De Foto van Nu' zijn perspectieven en kernopgaven vastgesteld (juni 2019). Vervolgens zijn deze kernopgaven verder uitgewerkt en is een aanpak geformuleerd om te komen tot een gemeentebrede omgevingsvisie Rijssen-Holten. Hierbij komen de ambitie, opgaven en de aanpak op het terrein van de fysieke leefomgeving samen in de Omgevingsagenda Rijssen-Holten. Deze Omgevingsagenda is de basis voor stap 2: de omgevingsvisie Rijssen-Holten. Stap 2 omgevingsvisie Rijssen-Holten: De aanpak om te komen tot een omgevingsvisie Rijssen-Holten is vastgesteld in de Omgevingsagenda Rijssen-Holten. Het opstellen van een omgevingsvisie voor de gehele gemeente werd hierbij als een te grote stap in één keer gezien. Daarom is gekozen voor een gefaseerde en gebiedsgerichte aanpak. Gebiedsgerichte aanpak Met een gebiedsgerichte aanpak proberen we zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de 'werkelijke leefwereld' van onze inwoners. Daarbij worden de gebiedspartners betrokken (zie 1.1.6 Participatie). Binnen de gebiedsgerichte aanpak wordt de gemeentebrede omgevingsvisie stap voor stap opgebouwd aan de hand van vier verschillende deelgebieden: buitengebied, bedrijventerreinen, centra en wijken.In hoofdstuk 2 van de omgevingsvisie is de gebiedsgerichte uitwerking van de deelgebieden te vinden. Dit deel wordt gekoppeld aan de kaart, om zo inwoners ook gebiedsgericht de visie te laten zien. Wanneer je als inwoner op een locatie klinkt zullen alle relevante visieteksten voor die locatie getoond worden. Thema's omgevingsvisie De omgevingsvisie is opgebouwd vanuit thema's die de fysieke leefomgeving raken. Binnen de verschillende deelgebieden worden dezelfde thema's besproken, waarbij per thema bekeken wordt in welke mate er beschermd, benut, bevorderd of gefaciliteerd moet worden. Actualisering van de omgevingsvisie Rijssen-Holten De omgevingsvisie Rijssen-Holten wordt geen statisch document. Na vaststelling is het een kwestie van actualiseren en bijstellen waar nodig. Dat kan gebiedsgericht, maar ook thematisch. In de tijd zal de omgevingsvisie Rijssen-Holten zich verder ontwikkelen op basis van nieuwe trends, ontwikkelingen en opgaven binnen de gemeente. Beleidscyclus Omgevingswet Aan de slag met de Omgevingswet 1.1.4 Relatie landelijk, provinciaal en lokaal beleid 1.1.4.1 Wettelijke kaders omgevingsvisie Wij zijn als gemeente niet de enige overheid die een omgevingsvisie opstelt. Het Rijk heeft een nationale omgevingsvisie (NOVI) opgesteld en ook de provincie Overijssel is druk bezig met het opstellen van een provinciale omgevingsvisie (POVI). Het fundament voor deze laatste visie is in juni 2022 door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Bij de verdere uitwerking van de nieuwe provinciale omgevingsvisie zullen wij als gemeente betrokken blijven en deze spiegelen aan onze gemeentelijke omgevingsvisie. Daarnaast hebben we te maken met wettelijke kaders waaraan onze gemeentelijke omgevingsvisie moet voldoen. De omgevingsvisie moet rekening worden houden met/moet het volgende bevatten: a. een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (wat is er en wat is de kwaliteit daarvan); b. de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied (wat gebeurt er/gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied); c. de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid (wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt); d. de milieubeginselen:
  5. het voorzorgsbeginsel en hoe dat vormgegeven wordt;
  6. het beginsel van preventief handelen en hoe dat vormgegeven wordt;
  7. het beginsel dat milieuaantastingen bij voorkeur aan de bron dienen te worden bestreden;
  8. het beginsel dat de vervuiler betaalt. 1.1.4.2 Relatie landelijk beleid Nationale omgevingsvisie (NOVI) Nederland staat voor grote ruimtelijke uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De NOVI zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten:
  9. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
  10. Duurzaam economisch groeipotentieel: Nederland werkt naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in
  11. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede kwaliteit van leven. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
  12. Sterke en gezonde steden en regio's: Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stellen en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.
  13. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, zijn ongewenst en worden tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiervoor worden drie afwegingsprincipes gebruikt:
  14. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
  15. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;
  16. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Landelijk Gebied Het landelijk gebied zal flink moeten veranderen. We willen de kwaliteit van onze natuur verbeteren, ons watersysteem robuuster en gezonder maken en op weg naar een klimaatneutraal landelijk gebied. De natuur kan niet langer wachten en op meerdere vlakken zullen grote stappen moeten worden gezet, niet in de laatste plaats op het terrein van de overbelasting aan stikstofdepositie. Een forse inzet op natuurherstel en -behoud is ook nodig om zo ruimte te creëren voor duurzame, economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast geldt dat Nederland zich op meerdere terreinen Europees en internationaal verplicht heeft aan diverse natuur-, water- en klimaatdoelstellingen.
  17. Natuur: Voor de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) hebben de verplichtingen betrekking op de instandhouding van Europees beschermde soorten en habitats binnen Natura 2000-gebieden, maar ook daarbuiten. Op dit moment vormt de overbelasting van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden een grote belemmering om te voldoen aan de verplichtingen van de VHR, met alle gevolgen van dien. Het realiseren van de wettelijke stikstofdoelstellingen, ofwel het terugbrengen van overmatige depositie/emissie, van groot belang.
  18. Water: Vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Nitraatrichtlijn en de EU Grondwaterrichtlijn wordt de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater bepaald. In 2027 moeten de benodigde KRW-maatregelen genomen zijn.
  19. Klimaat: De internationale klimaatafspraken, de Europese klimaatwetgeving, de nationale Klimaatwet en het Klimaatakkoord landbouw en landgebruik (terugdringen broeikasgassen door landbouw en landgebruik) bepalen de opgave voor landbouw en landgebruik: veeteelt, glastuinbouw, veenweide, landbouwbodems en bomen, bossen en natuur. Met het coalitieakkoord is het nationale reductiedoel in de Klimaatwet aangescherpt. Hier zijn indicatieve emissiedoelen voor 2030 van afgeleid voor de verschillende sectoren. Op basis van de ramingen in de Klimaat- en Energieverkenning 2022 worden definitieve restemissiedoelen 2030 voor alle sectoren, en dus ook voor de landbouw en voor het landgebruik, vastgesteld. De hiervoor benodigde broeikasgasreductie zal voor een belangrijk deel gerealiseerd moeten worden met de integrale aanpak in het landelijk gebied. In het coalitieakkoord is een indicatieve broeikasgasreductie van 5 megaton gekoppeld aan deze aanpak. De klimaatopgave voor de glastuinbouw maakt overigens geen onderdeel uit van de integrale aanpak in het landelijk gebied. Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig ruimtegebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijk ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wordt een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk gemaakt, dan moet gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk is. Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49 % ten opzichte van
  20. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in
  21. Mocht een aangescherpte doelstelling in de EU niet haalbaar blijken, dan zal Nederland ernaar streven om met gelijkgestemde Noordwest-Europese landen tot ambitieuzere afspraken te komen dan de door de EU toegewezen landenallocatie. Omdat de uitkomst van de internationale gesprekken nog niet vaststaat, kan de uiteindelijke doelstelling voor 2030 afwijken van de 49% waar het kabinet nu van uitgaat. Een betekenisvolle stap is gezet in de Europese Raad van 20 juni 2019, waarbij een grote meerderheid van de lidstaten klimaatneutraliteit voor 2050 heeft omarmd. Het centrale doel van het Klimaatakkoord, het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, raakt aan het leven van alledag. De transitie is in de eerste plaats een maatschappelijke transitie. Burgers en bedrijven staan voor een reeks beslissingen die van invloed zijn op hoe we wonen, ons verplaatsen, wat we eten, de producten die we kopen, hoe we ons geld verdienen. Het zijn niet altijd gemakkelijke keuzes, waarbij burgers en bedrijven bovendien op elkaar en op de overheid zijn aangewezen. Een bundeling van daadkracht, investeringen, kennis en kunde is nodig. Sinds februari 2018 hebben daarom meer dan 100 partijen gewerkt aan een samenhangend pakket aan voorstellen waarmee het CO2-reductiedoel in 2030 gerealiseerd kan worden. Het eindresultaat is het voorliggende Klimaatakkoord. Dit Klimaatakkoord is zodoende een pakket aan maatregelen met een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak, dat de actieve steun heeft van zoveel mogelijk bijdragende partijen en waarmee het politieke reductiedoel van 49% in 2030 wordt gerealiseerd. Per sector zijn de volgende afspraken gemaakt:
  22. Elektriciteit: In 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Auto’s worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas door schone stroom. Gebouwen gaan van het gas af en zullen meer stroom nodig hebben voor verwarmen en koken. Omdat de stroomvoorziening meer afhankelijk wordt van het grillige weer zijn veel maatregelen nodig om de levering betrouwbaar te houden.
  23. Gebouwde omgeving: In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Er moet flink wat gebeuren. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Dat gaat wijk voor wijk, maar wel in een steeds hoger tempo. Bewoners worden daarbij betrokken. Het is de bedoeling dat de investering in verduurzaming betaald kan worden uit de opbrengst van een lagere energierekening.
  24. Industrie: In 2050 is de industrie circulair en stoot vrijwel geen broeikasgas meer uit. De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit uit zon en wind of energie uit aardwarmte, waterstof en biogas. De grondstoffen komen uit biomassa, reststromen en -gassen. De restwarmte gebruikt de industrie zelf of levert die aan de tuinbouw of gebouwen en woningen. De industrie is dan naast gebruiker van energie ook producent en buffer van energie. In 2030 moet de industrie al flink minder CO2 uitstoten. Dat is een tussenstap op weg naar volledige duurzaamheid. Veel van de nieuwe manieren van produceren staat nog in de kinderschoenen en is nog te duur. Bedrijven investeren zelf in deze vernieuwing. Er is ook subsidie om de ontwikkeling op gang te krijgen. Op die manier kan de industrie uitgroeien tot de meest CO2-efficiënte industrie in Europa, en wel op een manier die de internationale concurrentiepositie niet in gevaar brengt.
  25. Landbouw en landgebruik: In 2050 moet de landbouw en het landgebruik klimaatneutraal zijn. Een ingewikkelde uitdaging, omdat een deel van de uitstoot van broeikasgas niet te vermijden is. Koeien produceren methaan (CH4) en uit kunstmest komt lachgas (N2O) vrij, beide zijn broeikasgassen. Anderzijds legt de sector ook CO2 vast: in de bomen, de bodem en het gras. Dat draagt weer bij aan de reductiedoelstelling. Het klimaatbeleid staat ook niet op zichzelf, maar is onderdeel van de noodzakelijke verduurzaming van onze voedselproductie en -consumptie. Er is dan ook zo veel mogelijk synergie gezocht met andere doelen, zoals beschreven in de visie Landbouw, Natuur en Voedsel ‘Waardevol en verbonden’. Voor ondernemers is dit van groot belang, omdat de verschillende maatregelen samenkomen op het boerenerf. Een integrale aanpak maakt de slagingskans groter.
  26. Mobiliteit: Mobiliteit in 2050 is emissieloos en van hoge kwaliteit. Nog niet alle oplossingen zijn voorhanden, bijvoorbeeld voor het vrachtvervoer. Toch moet het wel schoner, slimmer en dus anders. Hierover zijn tientallen afspraken gemaakt tussen betrokken partijen en de overheid. Die zorgen dat er voor 2030 structurele veranderingen in gang worden gezet. Elektrisch rijden is daarbij belangrijk. 1.1.4.3 Relatie provinciaal beleid Omgevingsvisie en omgevingsverordening Overijssel In 2030 ziet Overijssel er anders uit dan nu. En in 2050 zal er weer van alles veranderd zijn. De provincie Overijssel heeft samen met experts, boegbeelden, bewoners, studenten, het Rijk, gemeenten en waterschappen de toekomst verkend. De conclusie: het is niet te voorspellen hoe Overijssel er in 2030 precies uitziet, laat staan in
  27. Wel is bekend wat van waarde is in Overijssel en waar opgaven en kansen liggen om de provincie leefbaar en vitaal te houden. Kortom, het is bekend waarvoor ruimte gemaakt en behouden moet worden. De omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en heeft een wettelijke basis in de Omgevingswet. In de omgevingsvisie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang bekeken voor een duurzame ontwikkeling van Overijssel. Ontwikkeling die nodig is om Overijssel toekomstbestendig te houden. De hoofdambitie van de provincie is om een vitale samenleving tot ontplooiing te laten komen in een mooi en vitaal landschap (ruimtelijke kwaliteit). De centrale kwaliteitsambitie hierbij is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn (sociale kwaliteit) met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke voorraden (duurzaamheid). Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Duurzaamheid wil de provincie realiseren door een transparante en evenwichtige afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele beleidsambities. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door naast bescherming in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast zet de provincie Overijssel in op de sociale kwaliteit. Dit gaat over welzijn of 'goed voelen' van de mens. Daarbij spelen zaken als gezondheid en vitaliteit een belangrijke rol, maar ook arbeidsparticipatie (mede in relatie tot onderwijs), sociale uitsluiting en armoede. In de omgevingsvisie ligt de focus ten aanzien van sociale kwaliteit op het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. De omgevingsverordening is een uitvoeringsinstrument van de omgevingsvisie. In de omgevingsverordening zijn onderwerpen juridisch geborgd waar de provincie belang aan hecht. Er wordt dus niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in de omgevingsvisie is verwoord. De verordening voorziet ten opzichte van de omgevingsvisie niet in nieuw beleid. Op weg naar een nieuwe omgevingsvisie Overijssel Op dit moment is de provincie Overijssel bezig met het vernieuwen van het beleid voor de leefomgeving in Overijssel. In het beleid komen belangrijke thema's aan de orde, zoals klimaatverandering, energie, wonen, werken, natuur, landbouw, duurzaamheid, mobiliteit en gezondheid. Gedeputeerde Staten hebben hierbij de keuze gemaakt voor het perspectief 'Zelfbewust Overijssel'. Op basis van dit perspectief zijn beleidsvoorstellen uitgewerkt vanuit vier leidende principes: Water en bodem als basis (uitgaan van het natuurlijke systeem); Zuinig en meervoudig ruimtegebruik (het combineren van functies op één plek); Krachtige en complementaire DUS-regio's (dit zijn grotere en kleinere steden en dorpen waar dagelijks gewoond, gewerkt en geleefd wordt, die liggen in regio's die elkaar aanvullen en versterken); Voortbouwen op sterke netwerken. Daarnaast zijn in de beleidsvoorstellen vier belangrijke waarden voor het provinciale Omgevingsbeleid meegenomen, ofwel rode draden: sociale kwaliteit, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Samen vormen de leidende principes en de rode draden het fundament van de omgevingsvisie Overijssel. 1.1.4.4 Relatie lokaal beleid Strategische visie Rijssen-Holten In 2030 ziet de gemeente Rijssen-Holten er anders uit dan nu. Hoe anders, dat is lastig te zeggen, maar met de strategische visie wordt richting gegeven aan deze ontwikkeling. De ontwikkeling zoals opgeschreven in de strategische visie is gebaseerd op drie pijlers: Pijler 1: Eigen identiteit De kernen van Rijssen-Holten hebben een eigen identiteit. Door die te erkennen, te koesteren en te versterken krijgt onze gemeente meer uitstraling naar buiten. De kern Rijssen en de kern Holten met zijn buurtschappen hebben elk eigen sterke punten. Die ondersteunen we en stimuleren we. Pijler 2: Ondernemend Rijssen-Holten! Het ondernemerschap zit bij veel inwoners in de genen en het is er goed wonen en werken. De gemeente steunt en stimuleert het ondernemende klimaat. Daarmee is Rijssen-Holten aantrekkelijk voor het bedrijfsleven en een economische factor om rekening mee te houden in de regio. Pijler 3: Modern noaberschap Modern noaberschap betekent dat we als inwoners van Rijssen-Holten voor elkaar zorgen. We zijn trots op de samenhang die inwoners ervaren in onze gemeente. Om dat te behouden en te versterken heeft dit gevolgen voor de inwoners en het bestuur. Hierbij kunnen we denken aan sociaal ondernemerschap, aan welzijnsactiviteiten en aan een aanpak waarin de wensen en mogelijkheden van de wijk centraal staan. Verdere relevante aspecten over de fysieke leefomgeving die genoemd worden zijn: Cultureel erfgoed is onlosmakelijk verbonden met de identiteit van Rijssen-Holten. Als gemeente stellen we heldere kaders om de kwaliteit van monumenten te waarborgen, daarnaast hebben we een visie op het behoud van (materieel en immaterieel) erfgoed en houden we oog op nieuw cultureel erfgoed. We willen als gemeente een goed vestigingsklimaat bieden. Hierbij horen een prettige woonomgeving, een mooi aanbod aan detailhandel, cultuur en horeca. De commerciële leegstand in onze gemeente behoort tot de laagste in Overijssel. Dit willen we zo houden en we spannen ons in om leegstand waar mogelijk te reduceren, de verblijfskwaliteit verder te verbeteren en functieverandering mogelijk te maken. Dit komt de vitaliteit en aantrekkelijkheid van onze centra ten goede. Het toerisme is een belangrijke pijler onder de economie en de Holterberg is daarbij een natuurlijk voordeel en een krachtig merk. Voorwaarde voor de ontwikkeling in de recreatiesector is dat de recreatievorm past binnen de gewenste uitstraling van onze gemeente. Rijssen-Holten is trots en zuinig op haar groene omgeving en wil investeren in behoud en verbetering van leefkwaliteit. Inbreiding en vernieuwing gaan hierbij in beginsel voor uitbreiding van de stedelijke bebouwing, mits een ontwikkeling bijdraagt aan een duurzaam aantrekkelijke (en groene) leefomgeving. Er wordt ecologisch gebruik gemaakt van het landschap en er is een gezonde balans in het beschermen en benutten van de omgeving en de natuurwaarden. Waarbij aandacht is voor het verminderen van druk op kwetsbare gebieden. Het landelijk gebied is een gebied met een grote economische, sociale, ecologische en landschappelijke component. Het is geen 'leeg gebied' waarin de niet-stedelijke functies gepland worden. De gemeente werkt samen met inwoners en partners aan een aantrekkelijke, groene en herkenbare leefomgeving. Groenstructuren worden gehandhaafd en waar mogelijk versterkt tot een duurzaam, samenhangend en daardoor herkenbaar raamwerk van groenelementen. Biodiversiteit wordt bevorderd en er is aandacht voor klimaatadaptatie en het tegengaan van hittestress. Richting 2030 verwachten we een toenemende ruimtevraag, met name door de transitie binnen de maakindustrie naar een meer digitale en innovatieve industrie en de ontwikkelingen in dienstverlening binnen de logistieke sector. We spannen ons in om zoveel mogelijk openingen te creëren voor ondernemersinitiatieven. Hierbij houden we rekening met de beperkte ruimte binnen onze gemeentegrenzen, het Natuurnetwerk Nederland en stimuleren we intensief ruimtegebruik, met mogelijkheden voor hoogbouw. Coalitieakkoord 'Met daadkracht, in vertrouwen' Met daadkracht, in vertrouwen hebben de coalitiepartners in 2022 hun schouders onder de grote maatschappelijke opgaven gezet waar Rijssen-Holten mee te maken heeft. In het coalitieakkoord 2022-2026 zijn afspraken vastgelegd. Deze afspraken zijn: In Rijssen-Holten hebben we oog voor elkaar. Gezondheid, eigen regie over je zorg en meedoen in de maatschappij is voor iedereen belangrijk. We koesteren ons modern noaberschap. Die doen we door te werken aan een sociale, inclusieve samenleving; Rijssen-Holten is een ondernemende gemeente. Onze ondernemers spelen een essentiële rol in de lokale economie, zorgen voor veel werkgelegenheid en bevorderen daarmee de vitaliteit van Rijssen-Holten. we willen een MKB-vriendelijk klimaat, met ruimte voor ondernemerschap en aandacht voor duurzaam ondernemen. Dit vraagt een balans tussen economische groei en leefomgeving. We gaan voor levendige centra en op de bedrijventerreinen gaan we naast de in gang gezette uitbreidingen aan de slag met herstructurering. We staan open voor groei, maar deze groei heeft grenzen; Rijssen-Holten heeft een vitaal buitengebied en een sterke agrarische sector. De ontwikkelingen die op de agrarische sector afkomen zijn uitdagend. Toch moeten agrarische bedrijven zich kunnen ontwikkelen om levensvatbaar te blijven, passend bij het karakter en de schaal van ons landschap. Het buitengebied geeft ook plek aan toerisme, verkoop van streekproducten en zorg als nevenfunctie bij agrarische bedrijven. Nieuwe of extra functies worden gestimuleerd. Wonen in een goed, duurzaam en betaalbaar huis is een basisbehoefte; Mooie en groene wijken dragen bij aan de leefbaarheid en veiligheid en nodigen uit om naar buiten te gaan, te ontmoeten en te bewegen; Er wordt ingezet op groene en veilige wijken, waarbij specifiek aandacht is voor klimaatadaptatie en de gevolgen van hittestress, maar ook voor veiligheid en sociale aspecten; De duurzame groei en ontwikkeling van de gemeente Rijssen-Holten speelt een centrale rol in het coalitieakkoord. Er wordt ingezet op de transitie naar schone energie, een toekomstbestendige leefomgeving en er is aandacht voor biodiversiteit. Thematische visies De thematische visies die de gemeente Rijssen-Holten kent worden waar mogelijk integraal verwerkt in de visie, waarbij gebiedsgericht een ruimtelijke vertaling gemaakt zal worden van de verschillende thema's. Het gaat hierbij om: Het landschapontwikkelingsplan; Kadernota Landelijk Gebied; Duurzaamheidsvisie 2021-2024; Visie vrijetijdseconomie Rijssen-Holten; Visie westrand Holterberg; Watervisie; Structuurvisie Rijssen-Holten 2012; Woonvisie 2021-2023; Ambitieplan Nationaal Park Sallandse Heuvelrug en Twents Reggedal; Integraal veiligheidsplan; Lichtbeleid; Visie en programma Water en Riolering 2024-2028; Externe veiligheidsbeleid; Transitievisie warmte; Themalaag landschap en groen (verwerking Groenstructuurvisie); 1.1.5 Procesverantwoording 1.1.5.1 Algemeen De omgevingsvisie is een dynamisch document. Dit betekent dat de visie met enige regelmaat geactualiseerd en / of aangevuld wordt. Dit kan plaatsvinden op basis van thema's, gebieden of in zijn geheel. Per actualisatie wordt het gehele document opnieuw aangeboden. Deze eerste omgevingsvisie bestaat uit de vertaling van de Omgevingsagenda Rijssen-Holten naar opgaven en ambities per thema (deel 1 Omgevingsvisie). In 2022 heeft de gemeenteraad de themalaag 'landschap en groen' voor de omgevingsvisie vastgesteld. Deze themalaag is verwerkt in deze omgevingsvisie (zowel in deel 1 als in deel 2). In onderliggende sub-paragrafen wordt de procesverantwoording beschreven over de betreffende actualisatie in de omgevingsvisie. 1.1.5.2 Thema mobiliteit De gemeente heeft het doel gesteld om te komen tot een integrale en actuele visie op het thema mobiliteit. Hierbij zijn de volgende stappen doorlopen: Begin 2023 is gestart met de visie op basis van een bestuursopdracht; Start ambitiebepaling en participatie; Vaststelling nota van uitgangspunten door college als koersdocument voor de uitwerking van de visie op mobiliteit in september 2023; Vervolg participatie en uitwerking visie; Concept visie maart 2024; Ontwerp visie juni
  28. 1.1.6 Participatie 1.1.6.1 Algemeen Rijssen-Holten hecht grote waarde aan inbreng van haar inwoners en partners. Zij krijgen de kans om mee te denken en te praten over onderwerpen die hen aangaan, mits dit passend en haalbaar is binnen het vraagstuk. Samen komen we tot betere ideeën en gezamenlijke beelden. Samen vergroten we de kwaliteit en uitvoerbaarheid van het beleid. Door participatie willen wij betrokkenheid creëren bij de totstandkoming en uitvoering van beleid binnen de fysieke leefomgeving. Een goede betrokkenheid kan leiden tot draagvlak, maar draagvlak is geen doel op zichzelf. Het is het gevolg van een goede 'noaber' zijn, het maken van betere plannen en zorgvuldige en transparante besluitvorming. Voorafgaand aan de start van het opstellen van de omgevingsvisie Rijssen-Holten heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden bij het opstellen van de Foto van Nu. Dit proces wordt toegelicht in 1.
  29. Bij het opstellen van de omgevingsvisie Rijssen-Holten vindt per deelgebied of per thema gefaseerd ook participatie plaats. 1.1.6.2 Thema mobiliteit Voor het thema mobiliteit heeft participatie plaatsgevonden. Onderstaande is in een kort overzicht weergegeven welke partijen hebben mee-geparticipeerd, op welk niveau zij hebben mee-geparticipeerd en welke rol zij hadden binnen het participatieproces: Overzicht participatie thema Mobiliteit Participanten Participatieniveau Rol Externe stakeholders - Adviesraad Sociaal Domein (ASD) - Verkeersoverleggroep (VOG: gemeente, politie, VVN) - Buurtbusvereniging (FlexRRReis) - Hulpdiensten (Brandweer, politie) - GGD - Onderwijsinstellingen - Winkeliersverenigingen (HABI / HHV) - Bedrijfsverenigingen (Werkgroep Mobiliteit: HIG, KWR, Bij de Tijd) Adviseren Meedenken Inwoners Raadplegen Mening geven 1.1.6.3 Participatieaanpak buitengebied [Gereserveerd] 1.1.6.4 Participatieaanpak bedrijventerreinen [Gereserveerd] 1.1.6.5 Participatieaanpak centra [Gereserveerd] 1.1.6.6 Participatieaanpak wijken [Gereserveerd] 1.2 Perspectief en principes 1.2.1 Profiel Rijssen-Holten en positie in de regio Rijssen-Holten heeft een unieke ligging tussen drie stedelijke regio's (regio Twente, regio Zwolle en regio Deventer-Apeldoorn). Het maakt Rijssen-Holten een erg aantrekkelijke woongemeente: wel de eigen voorzieningen en de lusten van de voorzieningen van de grotere steden binnen handbereik, maar niet de lasten en de agglomeratienadelen van deze grotere steden. Dit maakt, gecombineerd met de unieke ligging in het groen, Rijssen-Holten een bijzonder aantrekkelijke plek om te wonen. Voornamelijk voor gezinnen met jonge kinderen. Rijssen-Holten is bovendien de MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland. Het MKB is en blijft de basis voor een regionale en landelijke economie. Met deze sterke uitgangspositie en centrale ligging heeft Rijssen-Holten een belangrijke troef in handen om als onmisbare schakel te functioneren tussen kennis en praktijk. De unieke ligging in het groen, met bijbehorende rust, ruimte en natuur maken van Rijssen en Holten ook in recreatieve zin een economische pijler van formaat. Ook hier zorgt de centrale ligging tussen de stedelijke regio's voor alle gemakken van de stad binnen handbereik en andersom. Kortom, Rijssen-Holten is door de unieke strategische ligging tussen de drie grootstedelijke regio's een belangrijke woongemeente, en heeft een schakelfunctie als MKB- én (verblijfs)recreatieve gemeente in de regio voor nu en in de toekomst. Profiel Rijssen-Holten en positie in de regio Omgevingsagenda Rijssen-Holten

(2019)1.2.2 Identiteit Naast het profiel en onze positie in de regio vinden we ook onze identiteit belangrijk. We nemen daarom de Rijssen-Holtense identiteit als vertrekpunt voor onze toekomst. Dat doen we omdat we uiteindelijk willen komen tot een gemeenschap waar men goed en prettig kan wonen, werken en leven. In de 'foto van nu' wordt een beeld gegeven van onze karakteristieken en kwaliteiten. Als er één woord is dat de inwoners van de gemeente Rijssen-Holten kenmerkt, dan is het ondernemerschap. Zowel de inwoners van Rijssen als de inwoners van Holten. Ook noaberschap is alomvertegenwoordigd. Maar er zijn ook duidelijke verschillen. Rijssenaren worden gezien als harde werkers, betrouwbaar, wat behoudend en spaarzaam, maar ook enigszins eigenwijs. Holtenaren worden als meer vrijgevochten, liberaal en open minded gekarakteriseerd. In Holten is er ook meer sprake van 'import' (inwoners van elders) dan in Rijssen. Holtenaren kenmerken zich verder door gastvrijheid en ze zijn goed in feestjes bouwen, iets wat goed van pas komt in een omgeving die aantrekkelijk is voor toerisme en recreatie. De verschillen in volksaard van de inwoners van Rijssen en Holten zijn deels te verklaren door het verschil in de rol van het geloof in de gemeenschap, maar ook door het verschil in streekgevoel. In Rijssen voelen mensen zich Twents, in Holten voelen inwoners over het algemeen meer verbinding met Salland. Identiteit Rijssen en Holten Omgevingsagenda Rijssen-Holten - De foto van nu
(2019)1.2.3 Maatschappelijke opgaven De maatschappelijke opgaven waar wij de komende jaren voor aan de lat staan zijn groot, complex en er is een sterke onderlinge samenhang. Denk hierbij aan klimaatverandering en de energietransitie, de opgaven in het landelijk gebied en de woningbouwopgave. Deze opgaven zijn niet op te lossen door de opgaven sectoraal te benaderen. De omgevingsvisie geeft een richting waarbinnen de uitwerking plaats kan vinden. Invulling geven aan deze opgaven kan alleen door samen te werken met onze inwoners, maatschappelijke partners, ondernemers en medeoverheden. Naast de grootte en de samenhang van de opgaven, doen ze ook allemaal een beroep op de beperkte ruimte die we hebben binnen onze gemeente. Niet alles kan overal. Dat vraagt om (ruimtelijke) keuzes, die in deze omgevingsvisie tot uitdrukking komen. Hierbij is ons doel om deze keuzes en ons handelen aan te laten sluiten bij ons profiel en onze identiteit, te kijken wat we als gemeente kunnen en willen zijn in 2030 en wat en wat we daarvoor nodig hebben om dat te bereiken. 1.2.4 Perspectief 2030 Rijssen-Holten: 'De onmisbare schakel tussen stad en platteland: dynamiek aan de voordeur, rust en ruimte aan de achterdeur'. Met deze hoofdambitie willen we onze unieke positie in de regio behouden en versterken en werken aan een mooi en toekomstbestendig Rijssen-Holten. Hierbij staan vier perspectieven centraal: Ondernemen: de schakel tussen kennis en praktijk Leven: aantrekkelijk wonen in het groen Recreëren: de schakel tussen rust, ruimte en vermaak Noaberschap: als de verbindende schakel Ondernemen: de schakel tussen kennis en praktijk. Omgevingsagenda Rijssen-Holten
(2019)Leven: aantrekkelijk wonen in het groen. Omgevingsagenda Rijssen-Holten
(2019)Recreëren: de schakel tussen rust, ruimte en vermaak. Omgevingsagenda Rijssen-Holten
(2019)Noaberschap: als de verbindende schakel. Omgevingsagenda Rijssen-Holten
(2019)1.2.5 De tien kernopgaven voor Rijssen-Holten Via tien kernopgaven geven wij invulling aan ons toekomstperspectief voor
  1. Deze tien kernopgaven werken hierbij als een vliegwiel voor een duurzame, ruimtelijk-economische ontwikkeling van onze gemeente en zijn daarmee richtinggevende kaders voor onze gemeentelijke omgevingsvisie:
  2. Het profiel van MKB-gemeente benutten, versterken en aanvullen;
  3. Zorg voor voldoende en 'goed' geschoold personeel;
  4. Het profiel van recreatief aantrekkelijke gemeente benutten, versterken en aanvullen;
  5. Bereikbaarheid: zorg voor goede verbindingen met de stedelijke regio's;
  6. Het vergroten van de leefkwaliteit: zorg voor een gezond en aantrekkelijk leefklimaat;
  7. Een duurzame woningvoorraad (zowel kwalitatief als kwantitatief);
  8. Vitale centra;
  9. Vitaal platteland;
  10. Benut vooral de eigen sociale kracht;
  11. Zet in op een maatwerksamenwerking. 1.2.6 Rode draden en leidende principes De aanpak van de maatschappelijke opgaven en kernopgaven zoals hiervoor beschreven vraagt om het maken van ruimtelijke keuzes. Deze keuzes hebben impact op onze leefomgeving, waarbij we een aantal belangrijke rode draden en leidende principes voorop willen stellen. De rode draden worden gezien als doorsnijdende thema's die in elke opgave een plek krijgen. De leidende principes vormen een gezamenlijk kompas binnen de opgave. Deze twee samen ondersteunen bij het maken van de keuzes en het uitwerken van ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. Rode draden De rode draden in de gemeente Rijssen-Holten zijn:
  12. Duurzaamheid a. Ecologische duurzaamheid b. Economische duurzaamheid c. Sociale duurzaamheid
  13. Leefbaarheid en veiligheid
  14. Gezondheid; en
  15. Ruimtelijke kwaliteit a. Belevingswaarde b. Gebruikerswaarde, en c. Toekomstwaarde Met duurzaamheid bedoelen we dat we keuzes die we nu maken er ook in de toekomst voor zorgen dat we fijn kunnen blijven wonen en werken in de gemeente Rijssen-Holten. Met leefbaarheid en veiligheid bedoelen we dat de gemeente samen met inwoners en partners werkt aan een aantrekkelijke, groene, veilige en herkenbare leefomgeving. Fysieke en sociale veiligheid zijn een belangrijk element bij de inrichting van onze leefomgeving. Met gezondheid bedoelen we dat onze leefomgeving uitnodigt tot bewegen en er ruimte is voor ontmoeting wat bijdraagt aan de geestelijke gezondheid en veiligheidsbeleving van onze inwoners en bezoekers. Met ruimtelijke kwaliteit bedoelen we dat ontwikkelingen in de leefomgeving passen bij de plek en het landschap, ruimte bieden voor mens, dier en natuur, cultuurhistorische waarden worden gerespecteerd en toekomstbestendig worden ingericht. De rode draden staan niet op zichzelf, maar komen bij elk ruimtelijk initiatief in samenhang naar voren. Aan de hand van de rode draden wordt er een basisambitie neergelegd voor de kwaliteit bij de planvorming en de uitvoering. Leidende principes Naast de rode draden zijn er een aantal leidende principes die richtinggevend zijn voor de ruimtelijke keuzes om onze gemeente op een toekomstbestendige manier in te richten. Als gemeente Rijssen-Holten vinden we het belangrijk om inkleuring te geven aan de leidende principes van het Rijk en de provincie Overijssel. Hierbij geven wij onze eigen blik op de invulling van de leidende principes en vullen we deze aan met onze gebiedseigen principes. De leidende principes in Rijssen-Holten zijn:
  16. Water en bodem is de basis: Het eerste principe is dat water en bodem de basis vormen van waaruit we werken. Door klimaatverandering staat het water- en bodemsysteem onder druk. We merken dit in de vorm van extreme wateroverlast of juist extreme droogte, ook in onze gemeente. Vanwege de klimaatopgave stelt het Rijk en daarmee ook de Provincie Overijssel het water- en bodemsysteem voorop bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat we bij ruimtelijke ontwikkelingen goed moeten afwegen of de ontwikkeling past bij het aanwezige water- en bodemsysteem en wat de effecten van de ontwikkeling zijn op het water- en bodemsysteem. De plek wordt niet meer aangepast aan (nieuwe) functies, maar de functies moeten passend zijn op de plek. Het ruimtelijke ontwerp van een ontwikkeling moet dus rekening houden met het aanwezige bodem- en watersysteem. Dit betekent voor ons als gemeente niet dat we alle mogelijke technische oplossingen achterwege laten. Dit houdt in dat we wel voor een technische oplossing kiezen wanneer er een zwaarwegend maatschappelijk belang aan de ontwikkeling vast zit.
  17. Duurzaam omgaan met onze ruimte: Het tweede principe is duurzaam omgaan met onze ruimte. De lokale economie en onze lokale ambities vragen om groei, maar we zijn ons ervan bewust dat de ruimte voor groei beperkt is. Als gemeente willen we bij ruimtelijke ontwikkelingen slim omgaan met de ruimte die er is. Dit betekent dat meervoudig ruimtegebruik, of een combinatie van functies wenselijker is dan enkelvoudig ruimtegebruik. Daarnaast leidt dit principe tot keuzes of bepaalde functies wel of niet wenselijk zijn in bepaalde gebieden. Waar we als gemeente met dit principe ook aandacht op willen vestigen bij ruimtelijke ontwikkelingen is klimaat- en natuurinclusief bouwen. In beginsel gaat inbreiding en vernieuwing voor uitbreiding van de stedelijke bebouwing, mits de ontwikkeling bijdraagt aan een duurzaam aantrekkelijk (en groene) leefomgeving. Dit ondersteunt het eerste principe door met technische en innovatieve oplossingen bij te dragen aan biodiversiteit, het tegengaan van hittestress en wateroverlast met als doel een kwalitatief goede leefomgeving.
  18. Inzetten op leefbare kernen en hierop voortbouwen: Het derde principe gaat uit van het inzetten op leefbare kernen. Onze kernen Dijkerhoek, Holten en Rijssen hebben elk hun eigen identiteit en structuur. We zien als gemeente graag dat ontwikkelingen deze identiteit en structuur versterken en verbeteren. Dat gaat onder andere over geschikte en duurzame woningen, (sociale) voorzieningen, onderwijs, werkgelegenheid, bedrijven, detailhandel, horeca, bereikbaarheid en infrastructuur. Het is hierin belangrijk om onze kernen in samenhang met elkaar te bekijken en elkaar te laten versterken met hun eigen identiteit. Zoals eerder benoemd staan we ruimtelijk gezien voor een grote opgave als het gaat om het meewerken aan oplossingen voor alle (maatschappelijke) opgaven. De drie leidende principes hierboven, met in achtneming van de rode draden, zijn de basis voor de te maken ruimtelijke keuzes. 1.3 Opgaven en ambities per thema 1.3.1 Thema Leefbaarheid en Omgeving 1.3.1.1 Kenmerken en opgaven 1.3.1.1.1 Leefbaarheid en Omgeving Ruimte, rust, natuur, een breed voorzieningenaanbod, aantrekkelijke woonbuurten, aanbod van werkgelegenheid en een goede ligging en bereikbaarheid maken Rijssen en Holten aantrekkelijke kernen. Het rijke en gevarieerde landschap vol wandel-, fietspaden en mountainbikeroutes biedt bovendien een aantrekkelijke omgeving voor recreatie. Karakteristiek zijn de Holterberg, kerken, het Parkgebouw, de Pelmolen, de beide centrale pleinen in de centra en natuurlijk de paasvuren. Op het gebied van duurzaamheid zijn er steeds meer initiatieven die bijdragen aan Rijssen-Holten als groene en toekomstbestendige gemeente. Ondanks deze initiatieven is er nog een slag te maken. Inwoners stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit en veiligheid van hun woon- en leefomgeving. De keuze om ergens te (gaan) wonen wordt steeds vaker genomen op grond van de leefkwaliteit. Belangrijk hierbij is het gemak dat werk, gezin, sport en ontspanning gecombineerd kunnen worden met de mogelijkheid om van daaruit banen te bereiken. Wat betreft een veilige woon- en leefomgeving is het belangrijk om bij de inrichting van een gebied ook door een veiligheidsbril te kijken. Dit houdt in dat er nagedacht wordt over bijvoorbeeld de aanrijroute naar woonwijken en bedrijventerreinen. Daarnaast voorkomen we ongewenste donkere plekken in de omgeving die zorgen voor een onveilig gevoel. Bovendien draait het bij een goede leefkwaliteit, naast een gezonde en veilige leefomgeving, ook om een eigen identiteit. We gaan aan de slag om de leefkwaliteit en hiermee de aantrekkelijkheid van onze gemeente te vergroten. We hebben aandacht voor klimaatadaptatie, de energietransitie en het tegengaan van hittestress (meer groen). Onze leefomgeving is veilig en er is ruimte voor ontmoeting. Daarnaast nodigt een groene omgeving uit tot beweging en draagt bij aan de positieve gezondheid en veiligheidsbeleving van onze inwoners en bezoekers. We maken hierbij gebruik van onze eigen sociale kracht, ons noaberschap. Voorzieningen dragen voor een belangrijk deel bij aan de leefbaarheid van een buurt, wijk of kern. Denk hierbij aan scholen, dorpshuizen, medische voorzieningen, winkels, culturele- en sportvoorzieningen en parken. Niet alle voorzieningen hoeven overal te zijn, want we kunnen terugvallen op de voorzieningen in omliggende steden. Door in te zetten op goede verbindingen met deze steden, zijn de voorzieningen goed bereikbaar. Ook hebben we aandacht voor ons verleden, door ons erfgoed te beschermen en te bewaren. Denk hierbij aan monumenten, oude landschappen, bomenrijen, holle wegen, sloten, oude hessenwegen, mini reliëf, archeologie en karakteristieke bebouwing. Erfgoed is tenslotte een verbindende factor voor de samenleving, het is ons DNA. Toch is er niet altijd voldoende kennis over erfgoed. Er liggen kansen om de kennis over erfgoed te vergroten, denk daarbij aan onderwijs en recreatie en toerisme. 1.3.1.2 Strategie en ambities voor het thema leefbaarheid en omgeving 1.3.1.2.1 Beschermen De gemeente Rijssen-Holten beschermt de leefkwaliteit van haar inwoners door: onze ruimte, rust en natuur te beschermen; ons brede voorzieningenaanbod op peil te houden; onze aantrekkelijke woonbuurten in stand te houden; erfgoedwaardige structuren of (onderdelen van) panden te beschermen door ze aan te wijzen als gemeentelijk monument, karakteristiek of waardevol. 1.3.1.2.2 Benutten De gemeente Rijssen-Holten benut kansen om de leefkwaliteit van haar inwoners beter te benutten door: bestaande aantrekkelijke factoren in onze leefomgeving behouden. 1.3.1.2.3 Bevorderen De gemeente Rijssen-Holten bevordert de leefkwaliteit van haar inwoners door: de aantrekkelijkheid van onze gemeente te vergroten aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, de energietransitie en hittestress; aandacht te hebben voor erfgoed; onze werkgelegenheid te vergroten; erfgoed te koppelen aan recreatie, toerisme en onderwijs; de realisatie van basissportvoorzieningen, waarbij kwaliteit gaat voor kwantiteit. 1.3.1.2.4 Faciliteren De gemeente Rijssen-Holten faciliteert: in de openbare ruimte een groene leefomgeving die uitnodigt om in beweging te komen; een bedrijventerrein met een aantrekkelijk vestigingsklimaat; levendige centra; de samenwerking tussen verschillende partners om te werken aan cultuureducatie en het belang van ons cultuurhistorisch erfgoed; de lokale en streekgebonden cultuur; de samenwerking tussen onderwijs, sport, jeugd- en jongerenwerk, politie, kerken, welzijnswerk en culturele instellingen. 1.3.2 Thema Gezondheid en Milieu 1.3.2.1 Kenmerken en opgaven 1.3.2.1.1 Gezondheid Mensen die niet kunnen meekomen in de maatschappij verdienen aandacht en zorg. Dit staat hoog in het vaandel bij onze gemeente. Het is de gezamenlijke uitdaging van de gemeente en de gemeenschap om voldoende aandacht te geven en zorg te verlenen in een veranderend zorgstelsel, waarbij de menselijke maat het uitgangspunt is. We kantelen van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij. Van een samenleving die draait om welvaart naar een samenleving die meer gericht is op welzijn. Preventie en leefstijl zijn belangrijk. Hier ligt een stimulerende rol voor de gemeente. Leefbaarheid en welzijn beginnen in de straat, de wijk en in de eigen netwerken van mensen. Netwerken en vertrouwen vormen de basis voor leefbaarheid en welzijn. Ook wordt meer aandacht geschonken aan een gezonde leefstijl. Dat gebeurt door de gemeente, maar ook door zorgverzekeraars en andere instanties. We schenken aandacht aan meer bewegen, ontspanning en gezonde voeding en aan minder roken en alcoholconsumptie. Dit doen we niet alleen, maar samen met de maatschappelijke partijen in het veld. De gemeente Rijssen-Holten wil naast gezondheidspreventie ook gaan inzetten op gezondheidsbevordering. Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving worden kansen op gezondheidsbevordering benut. Het Beweegvriendelijke Omgeving Model (BVO-model) geeft inzicht in het nut, de mogelijkheden en de (sociale) effecten van een beweegvriendelijke omgeving. Een omgeving die uitdaagt tot bewegen draagt binnen een gemeente immers bij aan een betere gezondheid van de inwoners, betere leefbaarheid en meer participatie van kwetsbare groepen. Een gezonde fysieke leefomgeving draagt bij aan de aantrekkelijkheid van onze gemeente voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. In hoeverre fysieke ingrepen direct bijdragen aan het verminderen van gezondheidsverschillen is niet eenduidig aan te tonen. Er zijn diverse onderzoeken met data beschikbaar bij de GGD Twente (Gezondheidsmonitor VO 2020). Eén van de onderzochte dingen is of inwoners van de gemeente Rijssen-Holten voldoen aan de beweegrichtlijn. Volwassenen en ouderen voldoen aan de beweegrichtlijn als ze 150 minuten per week matig intensief bewegen, en daarnaast twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten doen. In Rijssen-Holten voldoet 53% van de volwassenen en 35% van de ouderen aan deze richtlijn. Daarnaast geven 61% van de volwassenen en 72% van de ouderen aan meer te bewegen door aanwezigheid van groen in de buurt. Hoewel maatregelen in de fysieke leefomgeving niet één op één te relateren zijn aan gezondheidswinst is het wel duidelijk dat combinaties van maatregelen ervoor zorgen dat de leefomgeving hoger wordt gewaardeerd en de gezondheid van bewoners verbetert. Maatregelen waar je aan zou kunnen denken zijn: een omgeving die uitnodigt tot bewegen, spelen en sporten. Waar fietsen, wandelen en het gebruik van openbaar vervoer worden gestimuleerd. Er plekken zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Een goede milieukwaliteit aanwezig is (geluid, lucht, bodem en externe veiligheid). Er voldoende groen, natuur en water en aandacht voor klimaatadaptatie is. Er duurzame woningen met een gezond binnenklimaat zijn. En er een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte is. Ook is een gevarieerd aanbod van voorzieningen, zoals scholen, winkels, cultuur, bedrijven een sport belangrijk. Tot slot dragen investeringen in veiligheid en noaberschap bij aan een gezonde fysieke leefomgeving en mogelijk het verminderen van gezondheidsverschillen. 1.3.2.1.2 Milieu Bij een gezonde leefomgeving is een goede milieukwaliteit een randvoorwaarde. Daarom moet in de omgevingsvisie expliciet rekening worden gehouden met de vier milieubeginselen. Dit zijn: Het voorzorgsbeginsel; Het beginsel van preventief handelen; Het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden; Het beginsel dat de vervuiler betaalt. De milieubeginselen dragen samen met de algemene rechtsbeginselen bij aan de kwaliteit van beleid en regelgeving en aan het vinden van een goede balans tussen bescherming en benutting van de fysieke leefomgeving. Om de milieubeginselen en het begrip milieu concreet te maken hebben we het specifiek over: luchtkwaliteit, geluid, trillingen, geur, licht en donkerte en externe veiligheid. Per milieu-onderdeel volgt hieronder een toelichting. Luchtkwaliteit Luchtverontreiniging levert een belangrijke bijdrage aan ziektelast door milieufactoren. In de lucht komen allerlei verontreinigde stoffen voor. Dit zijn bijvoorbeeld de gassen stikstofdioxide (NO2) en ozon (O3), maar daarnaast ook deeltjes fijnstof. Fijnstof is een verzamelnaam voor alle deeltjes die in de lucht zweven en kleiner zijn dan 10 micrometer (=0,01 mm) in doorsnede. Verkeer, industrie, landbouw en huishoudens (o.a. houtstook) zijn belangrijke bronnen van fijnstof. Zo is bijvoorbeeld bandenslijtage een bron van fijne stofdeeltjes in de lucht (PM2,5). Deze deeltjes kunnen schadelijk zijn voor de luchtwegen en de menselijke gezondheid, voornamelijk in de vorm van luchtweg aandoeningen en een toenemend risico op hart- en vaatziekten.Voor NO2 is het autoverkeer de grootste bron. Als er zich veel verontreinigde stoffen in de lucht bevinden, dan is er sprake van een slechte luchtkwaliteit. Dit heeft effect op de gezondheid. We zetten daarom in op de drie V's (verminderen, verschuiven en verschonen). Dit betekent eerst nadenken over of je wel moet verplaatsen, daarna welk vervoersmiddel het best geschikt is en vervolgens probeer je de impact van je verplaatsing te beperken (bijvoorbeeld door het gebruik van een elektrische (deel)auto). Voor fijnstof voldoen wij als gemeente aan de norm die de World Health Organisation stelt. Deze waarde is strenger dan de landelijke omgevingswaarde (ondergrens). Om deze norm ook in de toekomst te kunnen behouden is het van belang dat nieuwe ontwikkelingen niet in betekende mate bijdragen aan de voorgrondbelasting. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een toename van 1,2 µg/m3 niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Beide normen zullen geborgd worden in het omgevingsplan. Voor stikstof (NO2) geldt de bestaande emissie als maximaal. De bestaande emissie is voor (agrarische) bedrijven en infrastructurele projecten vastgelegd in een vergunning of melding op basis van de Wet natuurbescherming, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor bedrijfsmatige activiteiten blijft hogere regelgeving onverkort van toepassing. Dat betekent dat bedrijven nog steeds een melding moeten indienen of een omgevingsvergunning voor de activiteiten milieu of beperkte milieutoets moeten aanvragen als hogere regels dat voorschrijven. De milieuregels uit het omgevingsplan zijn afgestemd op eventuele hogere regelgeving. Niet alleen de veehouderijen leveren een bijdrage aan de concentraties verontreinigende stoffen, maar ook het wegverkeer en industrie. De verkeersaantrekkende werking als gevolg van nieuwe voorzieningen, woonwijken en/of uitbreiding van bedrijfsbebouwing kan leiden tot een toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Per functie kan sprake zijn van sterk uiteenlopende verkeersgeneraties. Voor wat betreft luchtkwaliteit zijn de volgende stoffen van belang: PM1, PM2,5 en PM10 (fijnstof), NOx, en NH
  19. Geluidshinder Voor geluid gelden regels rondom (agrarische) bedrijven en (spoor)wegen om omliggende gevoelige functies te beschermen. Als gemeente willen we niet dat het aantal geluidgehinderde woningen toeneemt. Hier moet bij ontwikkelingen rekening mee gehouden worden. Dit doen we door regels over geluid op te nemen in het omgevingsplan. Trillingshinder Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn of schade aan gebouwen veroorzaken. Bronnen van trillingen kunnen bijvoorbeeld weg- en railverkeer en bouw- en sloopwerkzaamheden zijn. Hier moet bij ontwikkelingen rekening mee gehouden worden. Dit doen we door regels over trillingen op te nemen in het omgevingsplan. Geurhinder Voor geur gelden er regels rondom (agrarische) bedrijven om omliggende gevoelige functies te beschermen. Als gemeente willen we niet dat het aantal geur-gehinderde woningen toeneemt. Hier moet bij ontwikkelingen rekening mee gehouden worden. Dit doen we door regels over geur op te nemen in het omgevingsplan en regelmatig te monitoren of de geurhinder niet toeneemt. Licht/donkerte Donkerte is een kwaliteit waar de gemeente Rijssen-Holten trots op is. Sommige plekken van het buitengebied behoren tot de donkerste plekken van Nederland. Ontwikkelingen in het buitengebied mogen niet leiden tot aantasting van donkerte. Dit borgen we door regels over licht/donkerte op te nemen in het omgevingsplan. Nieuwe ontwikkelingen moeten hier aan voldoen. Ten aanzien van het gebruik van licht in de openbare ruimte worden in het centrumgebied en de woongebieden de thema's sociale veiligheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en economie belangrijk gevonden. Verlichting in centrum- en woongebieden is nodig in het kader van veiligheid. De inrichting van deze gebieden moet daarom altijd vanuit het veiligheidsoogpunt bekeken worden. Denk hierbij aan donkere plekken die leiden tot (jeugd)overlast, maar ook hotspots van verkeer of thuisroutes van uitgaanspubliek. Wel wordt de uitstraling van licht van stedelijk gebied naar het buitengebied zoveel mogelijk voorkomen. Bedrijventerreinen zijn een grote bron van lichtvervuiling. Bij een bedrijventerrein worden verkeersveiligheid en economie (snelle doorstroom van verkeer) hoog gewaardeerd. 's Avonds en 's nachts ligt het accent op donkerte. Voorwaarde daarbij is dat de verkeersveiligheid en sociale veiligheid worden gewaarborgd. Externe veiligheid GERESERVEERD 1.3.2.2 Strategie en ambitie voor gezondheid en milieu 1.3.2.2.1 Beschermen Leefomgevingskwaliteit die gezondheid geen schade doet, waarin: blootstelling aan schadelijke factoren wordt beperkt, door regels te stellen aan een goede milieukwaliteit (geluid, trillingen, geur, lucht, bodem en externe veiligheid); schadelijke uitstoot wordt teruggedrongen; gevaarlijke situaties worden gesaneerd; ruimtelijke functies worden gescheiden waar nodig. 1.3.2.2.2 Benutten De gemeente Rijssen-Holten benut haar leefomgeving voor gezondheid door: de huidige aanwezigheid van mogelijkheden om te bewegen: fiets- en wandelpaden, mountainbikeroutes etc. te behouden; een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte; een gevarieerd aanbod van voorzieningen, zoals scholen, winkels, cultuur, bedrijven, openbaar vervoer en sport te behouden. 1.3.2.2.3 Bevorderen De gemeente Rijssen-Holten bevordert gezondheid door: een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, spelen, sporten en ontmoeten; wandelen, het gebruik van de fiets en openbaar vervoer te stimuleren; wandel-, fietspaden en routestructuren een kwaliteitsimpuls te geven; de leefomgeving aantrekkelijk en (bio-)divers in te richten, met voldoende groene en blauwe elementen en waarbij aandacht is voor rust en stilte; de leefomgeving klimaatadaptief in te richten; rekening te houden met de behoeften van (toekomstige) bewoners en specifieke doelgroepen (kinderen, ouderen, chronisch zieken, gehandicapten en lagere inkomensgroepen). 1.3.2.2.4 Faciliteren De gemeente Rijssen-Holten faciliteert samen met maatschappelijke partners een gezonde leefomgeving, die: maximaal begaanbaar is; toegankelijke basisvoorzieningen heeft; vertrouwd en veilig is; sociale samenhang bevordert en waar mensen elkaar kunnen ontmoeten; zelf- en samenredzaamheid gemakkelijk maakt. 1.3.3 Thema Klimaat en Energie 1.3.3.1 Kenmerken en opgaven 1.3.3.1.1 Klimaat Ons dagelijks leven heeft een grote impact op onze leefomgeving. Door de vele grondstoffen die we gebruiken en de uitstoot van broeikasgassen putten we onze aarde uit. De uitstoot van broeikasgassen heeft weerslag op ons klimaat en ecosystemen staan onder druk. Daarom liggen er voor de gemeente grote uitdagingen op het gebied van klimaat en energie. Rijssen-Holten is in 2050 100% circulair. We hebben nagenoeg geen zwerfafval meer, voedsel wordt niet verspild en al onze materialen en gebouwen komen uit en keren terug in gezonde kringlopen. Ons afval dient als bouwsteen voor een volgend leven. Recycling en hergebruik van al onze huishoudelijke afvalstromen vinden vooral lokaal of regionaal plaats. Dit stimuleert de lokale en regionale economie met sociale werkgelegenheid en vergroot de zichtbaarheid en bewustwording van een circulaire economie. Dit vraagt een aanpassing van onze manier van leven met minder afval en het hergebruiken van materialen. We kennen in onze gemeente nog steeds veel lineair consumptiegedrag waardoor er ook diverse reststromen zijn die we niet hergebruiken of recyclen, maar afdanken. Dit gebeurt door zowel bedrijven als door inwoners zelf. In 2020 bedroeg ons huishoudelijk restafval circa 134 kilogram per inwoner per jaar. Hierdoor verspillen we schaarse grondstoffen en vernietigen we waarde. De landelijke doelstelling voor 2025 bedraagt maximaal 30 kilogram restafval per inwoner per jaar. Ook wordt de samenwerking met het bedrijfsleven opgezocht. Er zijn veel bedrijven in Rijssen-Holten die de ontwikkeling richting een circulaire economie hoog op de agenda hebben staan. Als gemeente sluiten we aan bij regionale en lokale overleggen waarin ontwikkelingen en kennis met elkaar wordt gedeeld. Er wordt samen met het bedrijfsleven steeds meer gewerkt om kringlopen korter te sluiten en af te stappen van lineaire productieprocessen. Op het gebied van circulariteit is binnen de gemeente Rijssen-Holten nog een slag te maken. Al wordt circulariteit steeds meer meegenomen in de (her)ontwikkeling van de openbare ruimte en wordt het meegenomen in aanbestedingen, er is altijd ruimte voor verbetering. De transitie richting een circulaire economie kost tijd. Naast het bereiken van een circulaire economie in het kader van klimaatverandering, moet ook de fysieke leefomgeving aangepast worden aan het veranderende klimaat. Binnenstedelijk gaat het daarbij vooral over de aanpak van hittestress en wateroverlast. In het buitengebied speelt vooral verdroging een grote rol. In 2050 is Rijssen-Holten klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. De gemeente Rijssen-Holten zet tot 2050 in op het kunnen opvangen van wateroverlast tot buien van 70 millimeter en het verkoelen van centra en wijken door het versterken van de groene leefomgeving. Zo zorgen wij ervoor dat in 2050 de veiligheid op orde is door de robuustheid van onze vitale infrastructuur en dat de leefbaarheid voor onze inwoners in stand blijft. Dit doen wij samen met onze inwoners, ondernemers en sociale partners. De leefbaarheid wordt vergroot door het creëren van een veilige, groene en gezonde leefomgeving waarin we wateroverlast tegengaan door onder andere vergroening en ontstening van de openbare ruimte te bevorderen. Er zijn vijf pijlers gedefinieerd waarop de visie op een klimaatadaptief Rijssen-Holten in 2050 steunt:
  20. Gezonde en groene kernen;
  21. Een robuuste en vitale infrastructuur;
  22. Klimaatadaptieve ontwikkelingen;
  23. Betrokken en actieve mensen;
  24. Een adaptief landelijk gebied. 1.3.3.1.2 Energie Volgens de klimaatmonitor wordt in Rijssen-Holten gemiddeld per inwoner 36,8 gigajoule (GJ) energie (gas en elektra) op jaarbasis gebruikt. Deze hoeveelheid is net onder het gemiddelde van gemeenten binnen de provincie Overijssel (37,8 GJ). In de totale energiebalans van de gemeente zijn verkeer en vervoer de grootste verbruiker van energie. Het totaal bekend energieverbruik (incl. auto) van de gemeente Rijssen-Holten ligt op 3.568 terajoule (TJ). Hiervan wordt 265 TJ hernieuwbaar opgewekt. Kortom ongeveer 7% van het totaal bekende energieverbruik binnen de gemeente is afkomstig van hernieuwbare energie. We volgen de landelijke doelstellingen uit het Nationale Klimaatakkoord als het gaat over het afscheid nemen van fossiele brandstoffen. Dit betekent dat we in 2030 naar 49% minder CO2-uitstoot willen ten opzichte van 1990 en richting 2050 inzetten op 95% CO2-reductie ten opzichte van
  25. Om deze doelstellingen te halen wordt ingezet op drie verschillende sporen: Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord moeten realistische plannen worden gemaakt. Op regionaal niveau wordt gewerkt aan de Regionale Energie Strategie Twente (RES Twente). De RES is een instrument om te komen tot regionaal gedragen keuzes voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving, de opwekking van duurzame elektriciteit en de daarvoor benodigde infrastructuur en opslagcapaciteit. In juli 2021 is de RES Twente 1.0 vastgesteld, echter heeft de gemeente Rijssen-Holten zich hier niet aan gecommitteerd. Wel steunt het college van B&W de gezamenlijke ambitie van 1,5 TWh duurzame energie op te wekken en de energietransitie te realiseren. Eind 2023 wordt de RES 2.0 vastgesteld. Hierin wordt de verhouding in opwekking van zon- en windenergie vastgelegd en ruimtelijk vertaald. Op dit moment wordt er regiobreed toegewerkt naar RES 2.0; Vanuit de kant van bedrijven wordt ook een substantiële inspanning verwacht. Acties vloeien voort vanuit de tafel "industrie" (behorende bij het landelijk Klimaatakkoord). We zetten samen in op een efficiënter gebruik van fossiele bronnen door betere benutting van industriële restwarmte met als doel: CO2-emissievrij; Voor de gebouwde omgeving betekent dit dat alle 7 miljoen woningen en 1 miljoen (commerciële) gebouwen in Nederland van het aardgas af moeten. Rijssen-Holten heeft als doel gesteld om voor 2030 44% aardgasreductie te realiseren ten opzichte van
  26. Dit is een flinke opgave voor de gemeente. Maar het is nodig om stapsgewijs toe de besparing in 2050 te komen die het Rijk ons oplegt. In de Transitievisie Warmte Rijssen-Holten, stapsgewijs naar een aardgasvrij Rijssen-Holten
(2021)zijn de ambities, doelstellingen en aanpak van de warmtetransitie voor Rijssen-Holten verwoord. Hierbij wordt uitgegaan van individuele oplossingen, zoals het aanschaffen van een warmtepomp of aanschaffen van zonnepanelen. Dit vraagt om actie van de inwoner, waarbij de gemeente Rijssen-Holten alleen maar ondersteunt en faciliteert. Deze ontwikkeling is dus afhankelijk zowel intrinsieke motivatie als beschikbare middelen van de inwoners. De gemeente zoekt samenwerking met de woningcorporaties bij het verduurzamen van wijken waar ook huurwoningen staan. Daarnaast gaat het toenemende aantal elektrische voertuigen een groeiende druk leggen op het bestaande energie netwerk. Gezien de problematiek (capaciteit van het net en de teruglopende salderingsregeling) is het kunnen opslaan van eigen opgewekte duurzame energie in de toekomst belangrijk. Daarbij bieden elektrische voertuigen kansen voor inwoners om eigen opgewekte duurzame energie op piekmomenten te kunnen opslaan en te gebruiken op momenten van energieschaarste. 1.3.3.2 Ambitie en strategie voor het thema klimaat en energie 1.3.3.2.1 Beschermen Een leefomgeving waarbij we de basis beschermen door ervoor te zorgen dat: een basisveiligheidsniveau wordt gehanteerd: door normeringen en eisen te stellen aan nieuwbouw en herinrichtingen; bebouwing geen schade ondervindt bij hevige neerslag (een bui van 70 mm/u); geen onveilige situaties ontstaan bij hevige neerslag (een bui van 70 mm/u); de kans op nachthitte verlaagd is bij hitte; hittestress bij kwetsbare groepen tot de verleden tijd behoort; schade aan openbaar groen beperkt blijft bij droogte; nooddiensten beschikbaar blijven bij hevige neerslag; vitale en kwetsbare functies geen schade of uitval ondervinden bij hevige neerslag; schade aan landbouwgewassen en natuur beperkt blijft bij wateroverlast en droogte; open water en grondwater van voldoende kwaliteit blijven bij droogte en hitte; voldoende (drink)water beschikbaar blijft voor inwoners bij droogte. 1.3.3.2.2 Benutten Een leefomgeving waarbij we gebruik maken van: beschikbare reststromen/bronnen om invulling te geven aan de warmte- en energietransitie; bestaande groenstructuren voor het klimaatbestendig inrichten van onze buitenruimte. 1.3.3.2.3 Bevorderen Een leefomgeving die toekomstbestendig, circulair en klimaatrobuust is door: als gemeenschap onze leefomgeving klimaatadaptief in te richten; bewustwording te creëren en mensen te activeren hun eigen perceel energieneutraal en klimaatadaptief in te richten; 10% van de bestaande woningen voor 2030 van het aardgas af te koppelen ten opzichte van 2017; 10% van de oude woningen te slopen en te vervangen voor 2030 voor duurzame, toekomstbestendige woningen ten opzichte van 2017; 20% te besparen op het gasverbruik van overige woningen voor 2030 ten opzichte van 2017 via het verduurzamen van de bestaande bouw en grootschalige isolering; bewustwording rondom afvalscheiding te vergroten; meer dan 30% schaduw op openbare verblijfsplekken in de kernen tegen hittestress en er is binnen 300 meter een koelteplek aanwezig; meer dan 40% schaduw op loop- en fietsroutes; het toegankelijk blijven van hoofdontsluitingen bij hevige neerslag; het binnen een uur weer toegankelijk zijn van overige wegen voor calamiteitenverkeer bij hevige neerslag; het hanteren van een 'basisveiligheidsniveau' om nieuwbouw en herinrichtingen alleen nog maar klimaatadaptief te realiseren. Totdat het 'basisveiligheidsniveau' er is, benutten we meekoppelkansen maximaal; de toename van biodiversiteit en de weerbaarheid van flora en fauna aanzienlijk is versterkt bij droogte; verkoeling die mensen en dier bij hitte kunnen vinden in het (open) landelijk gebied. 1.3.3.2.4 Faciliteren Als gemeente creëren we voorwaarden zodat: inwoners zelf in staat zijn om hun eigen perceel klimaatadaptief in te richten; het gesprek/particitpatieproces rondom de energietransitie gevoerd kan worden; we het goede voorbeeld geven op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en klimaatadaptatie; particuliere groene initiatieven in overweging genomen kunnen worden; er regionaal samengewerkt kan worden op het thema klimaatadaptatie; er toegewerkt kan worden naar een mogelijkheid voor verplichte natuurinclusieve bouw; inwoners en bedrijven zich bewust zijn van de effecten van wateroverlast, hitte en droogte op hun leefomgeving; inwoners kennis hebben van welke maatregelen zij kunnen nemen om risico's op wateroverlast, hittestress en droogte tegen te gaan. 1.3.4 Thema Bodem en Water 1.3.4.1 Kenmerken en opgaven 1.3.4.1.1 Bodem en water Bodem en water sturend Ons bodem- en watersysteem staat onder druk. Dit systeem kan de effecten van de klimaatverandering, zoals wateroverlast of extreme droogte, niet meer aan. De Rijksoverheid en de Provincie kiezen er daarom voor om het bodem- en watersysteem sturend te laten zijn. Wij willen daarbij aansluiten door een bodem- en watersysteem te realiseren dat klimaateffecten opvangt, aansluit bij het natuurlijke systeem en zorgt voor een zo goed mogelijke beschikbaarheid van water voor verschillende functies, zoals landbouw, natuur en wonen.We houden bij water de strategie van "vasthouden, bergen, afvoeren" aan. Waarbij water eerst vastgehouden wordt in het gebied, als dat niet kan wordt water tijdelijk geborgen en als dat niet kan wordt het water afgevoerd. Hiermee houden we water zo lang mogelijk vast in het gebied, zodat het kan infiltreren in de bodem en het op een later moment beschikbaar kan komen voor gebruikers (natuur, landbouw, etc.).De bodem en de ondergrond vervullen veel functies waar mensen afhankelijk van zijn: het bouwen van woningen, het verbouwen van landbouwgewassen, etc. Voor het goed uitvoeren van deze functies is een draagkrachtige, vruchtbare en schone bodem nodig. Ook bewaart de bodem een deel van onze geschiedenis in de vorm van archeologische bijzonderheden en het landschap. Daarnaast zijn de bodem en de ondergrond van belang voor maatschappelijke vraagstukken als klimaatadaptatie, energietransitie en biodiversiteit.Het leidende principe water en bodem sturend betekent dat het bodem- en watersysteem niet meer wordt aangepast aan (nieuwe) functies. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten zich aanpassen aan het bodem- en watersysteem ter plaatse. We willen een robuust bodem- en watersysteem realiseren dat klimaateffecten opvangt en zorgt voor een zo goed mogelijke beschikbaarheid van water voor verschillende functies, zoals steden, natuur of landbouw. Op sommige plekken is het bodem- en watersysteem niet meer geschikt voor bepaalde nieuwe functies, op andere plekken wel. Gebieden die een grote kans op overstromingen hebben, zijn bijvoorbeeld niet geschikt voor extra woningbouw. Gebieden die droogte kennen zijn niet meer geschikt voor hoogproductieve landbouw. Het betekent voor ons als gemeente niet dat we alle mogelijke technische oplossingen achterwege laten. Als er een zwaarwegend maatschappelijk belang aan een ontwikkeling vast zit, kiezen wij in overleg met andere overheden voor technische oplossingen. Stedelijk afvalwater Om de uitdagingen met water aan te gaan en de kwaliteit van de leefomgeving in de gemeente op niveau te houden, is het van belang om de openbare ruimte met de onderliggende systemen en structuren te onderhouden. Eén van de kernfactoren hierbij is het in stand houden en optimaliseren van de voorzieningen omtrent de riolering en het watersysteem. Deze hebben immers de volgende belangrijke doelen voor het dagelijks leven: het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten; het schoon houden van de bodem en het oppervlaktewater; het voorkomen van schade door hevige regenval én bij extreme droogte in de bebouwde omgeving; het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater. Het inzamelen en verwerken van afvalwater en hemelwater is een taak van de gemeente. We hebben als gemeente een zorgplicht voor de samenstelling van het in te zamelen (bedrijfs)afvalwater via de gemeentelijke riolering (indirecte lozingen). Het waterschap zorgt vervolgens voor de zuivering van het afvalwater. Tevens heeft de gemeente een regierol in de aanpak van structurele grondwateroverlast in het stedelijke gebied. De riool- en watertaken gaan verder dan alleen de buizen onder de grond. Onder meer de gemalen, sloten en greppels dragen bij aan de bovenstaande doelen. De effecten van klimaatverandering raken nauw aan de gemeentelijke watertaken en zorgplichten; de gevolgen van hevige regenbuien, meer hittestress en toenemende droogte komen nu al aan het licht. Ook leidt het verstenen van de bebouwde omgeving, zeker in combinatie met de klimaatverandering tot een grotere kwetsbaarheid van woon-, werk- en winkelgebieden. Van belang is dat, zodra de openbare ruimte meerdere functies vervult (zoals berging van water-op-straat, verwerking van water in groenvoorzieningen), dit duidelijk wordt gecommuniceerd naar de gebruikers hiervan. Door de klimaatadaptatie mee te nemen bij de invulling van de watertaken, blijft de kwaliteit van de leefomgeving ook in de toekomst op niveau. Een doorvertaling van bovenstaande doelen naar concretere ambities en maatregelen voor de gemeentelijke watertaken en zorgplichten is gemaakt in het Programma Water en Riolering 2024-2028. Drinkwater De gemeente Rijssen-Holten heeft op haar grondgebied twee drinkwaterwinningen: Espelose Broek en Holten. Daar omheen liggen verschillende beschermingszones (grondwaterbeschermingsgebied en intrekgebied) om de kwaliteit van het drinkwater te waarborgen. De gemeente heeft, net als alle overheden, een drinkwaterzorgplicht. Ten behoeve van de gezondheid van onze inwoners streeft de gemeente samen met de waterschappen, de provincie Overijssel, het Rijk en Vitens, naar een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Dat betekent dat functies binnen drinkwaterbeschermingsgebieden geen negatieve invloed hebben op de drinkwaterkwaliteit. De provincie is leidend in de bescherming van grondwater bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening. De gemeente volgt het beleid dat hiervoor in de provinciale omgevingsvisie en - verordening wordt opgenomen en neemt de ruimtelijke beschermingsregels van de provincie over die gelden voor de gebieden aangewezen als: waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, koude-warmteopslagvrije zone, boringsvrije zone en intrekgebied. In deel 2 van deze omgevingsvisie zijn de verschillende beschermingszones voor drinkwater opgenomen. Onder de zorgplicht valt ook het beschermen van de infrastructuur en de productiemiddelen (zoals pompen) die nodig zijn voor de levering van drinkwater aan inwoners. Ook de hoofdtransportleidingen die het water vervoeren van de waterwinlocatie naar de productielocatie en van de productielocatie naar de afnemers van het water vallen onder de zorgplicht. Deze transportleidingen worden planologisch beschermd, zodat voorkomen wordt dat deze leidingen verlegd hoeven te worden, niet worden beschadigd en beheer en onderhoud aan de leidingen plaats kan vinden. Dit voorkomt veiligheidsrisico's en hoge maatschappelijke kosten. Ook ligt er een taak in het bewust maken van inwoners en bedrijven van de consequenties van het wonen en werken binnen een grondwaterbeschermingsgebied/intrekgebied en hun invloed op de drinkwaterkwaliteit en drinkwaterkwantiteit. Drinkwaterbesparing Drinkwater is een onmisbare grondstof en het is van belang dat we daar spaarzaam mee omgaan. De gemeente zet daarom in op het duurzaam omgaan met/gebruik van drinkwater. Dit kan bijvoorbeeld door haar eigen gebouwen te verduurzamen, door groen/blauwe (klimaatadaptieve) inrichting van het stedelijk gebied om droogte en hittestress te voorkomen (zo hebben we minder energie en drinkwater nodig), door berging van water in tijden van hevige neerslag (zo hebben we voldoende water in tijden van droogte) en door het minimaliseren van verharding en het vergroenen van bestaande verharding (zo kan meer regenwater infiltreren naar het grondwater). Daarnaast zal de gemeente sturen op vermindering van waterverbruik bij bouwplannen. Stedelijke uitbreiding vergroot namelijk de watervraag, maar waterbesparende maatregelen kunnen vraagstijging afvlakken. Tot slot stimuleert de gemeente waterbesparing bij inwoners door te werken aan bewustwording over drinkwatergebruik. Bodemenergiesystemen Met de energietransitie wordt steeds vaker naar de (diepe) ondergrond gekeken. Het gaat dan om aardwarmte (geothermie) en bodemwarmte (bijvoorbeeld warmte-koudeopslag). Deze systemen brengen risico's met zich mee voor de kwaliteit van het grondwater. De belangrijkste zijn het doorboren van de afdekkende kleilaag, de risico's op lekkage van boor- en vloeistoffen of afdracht van warmte aan het grondwater. In waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones zijn energiesystemen niet toegestaan. Voor intrekgebieden wordt per situatie beoordeeld of de risico’s van het bodemenergiesysteem acceptabel zijn en worden eventueel aanvullende eisen gesteld aan de installatie. Geothermie is nooit toegestaan in drinkwaterbeschermingsgebieden. 1.3.4.2 Ambitie en strategie voor het thema bodem en water 1.3.4.2.1 Beschermen De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar bodem- en watersysteem op de volgende manieren: we zorgen voor een balans tussen het beschermen en benutten van de bodem en ondergrond. Daarbij houden we er rekening mee dat de bodem een traag werkend systeem is; we beschermen de bodem als grootste en meest geschikte reservoir om water vast te houden en te bergen; functie volgt bodem en water; functies plaatsen wij bij voorkeur op de plekken met de juiste kwaliteiten van bodem en ondergrond. Initiatieven moeten bijdragen aan het beschermen en waar mogelijk herstellen van de kwaliteiten van bodem en ondergrond. Het bodem- en watersysteem is daarom leidend bij ontwikkelingen; de bescherming van het bodem- en watersysteem heeft een plek in regels en normeringen; door het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten met een afdoende vuilwaterafvoer; door het schoon houden van de bodem en het oppervlaktewater in samenwerking met de waterschappen; door het voorkomen van schade door hevige regenval én extreme droogte in de bebouwde omgeving; door het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen voor grondwater; door het beschermen van de drinkwatervoorziening en daarbij behorende infrastructuur. 1.3.4.2.2 Benutten De gemeente Rijssen-Holten benut haar bodem- en watersyteem op de volgende manieren, door: te zorgen voor een balans tussen het beschermen en benutten van de bodem en ondergrond. Daarbij houden we er rekening mee dat de bodem een traag werkend systeem is; het meegeven van voorwaarden voor het gebruik van bodem en ondergrond. Het gebruik moet passend zijn bij een duurzame regionale ontwikkeling en de risico's zijn aanvaardbaar en beheersbaar; geen van de maatschappelijke opgaven volledig leidend te laten zijn in het gebruik van de ondergrond. We maken een integrale afweging van de functies die bodem en ondergrond (kunnen) vervullen in het betreffende gebied; nagenoeg al het afvalwater in te zamelen via riolering en centraal te zuiveren. Op enkele locaties in het buitengebied wordt het afvalwater niet via riolen ingezameld, maar wordt dit lokaal verwerkt (gezuiverd). Stankklachten en/of verontreinigingen van sloten en bodem komen hierdoor nauwelijks voor; de rioleringsinspectie op een gedetaileerde wijze uit te voeren en te monitoren in het beheersysteem. Reparaties, relinen en vervangingen worden doelmatig en adequaat uitgevoerd, na een transparante en integrale afweging. Overlast voor bewoners bij storingen/calamiteiten is beperkt tot een minimum; de huidige technische staat en onderhoud van bermsloten en gemeentelijke watergangen te blijven voortzetten; de huidige reactieve aanpak van klachten bij grondwateroverlast voort te zetten; de huidige monitoring van de grondwatersituatie in stedelijk gebied goed in beeld te blijven houden ten behoeve van grondwateroverlast. 1.3.4.2.3 Bevorderen De gemeente Rijssen-Holten bevordert het duurzaam gebruik van haar bodem- en watersysteem op de volgende manieren, door: duurzaam, veilig en efficiënt bodem- en ondergrondgebruik om de maatschappelijke opgaven en gemeentelijke ambities voor de leefomgeving uit onze omgevingsvisie te realiseren; rekening te houden met nationale en provinciale kaders. Waar die kaders onze ambities in de weg staan gaan wij in gesprek over (technische) oplossingsrichtingen om het duurzaam benutten van de bodem en ondergrond te bevorderen en te faciliteren; het stimuleren van meervoudig gebruik bij initiatieven. We reserveren ruimte in de ondergrond voor toekomstig gebruik; het bodem- en watersysteem meer ruimte te geven, zodat het ruimte houdt en krijgt om te functioneren; te zorgen voor een robuust bodem- en watersysteem dat in staat is om hevige neerslag op te vangen en vast te houden en daarnaast een goede basis is voor het vergroten van de biodiversiteit, natuur en groen; regenwater te zien als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem, niet als afvalwater, waarbij de voorkeursvolgorde van vasthouden-bergen-afvoeren wordt aangehouden; de riolering robuuster te maken met behulp van het afkoppelen van verhard oppervlak, waarbij inwoners gevraagd wordt hun hemelwater te bergen en verwerken op eigen terrein; nieuwe systemen robuust aan te leggen. Enig water-op-straat is acceptabel, zolang er geen wateroverlast optreedt. Anticiperend op de verwachte toename van hevige regenbuien als gevolg van klimaatverandering is de maatstaf van een bui van 70 mm in één uur; samen met waterschappen met het regulier beheer in te zetten op de optimale uitstraling en het functioneren van de watergangen en (retentie)vijvers; de belevingswaarde en biodiversiteit van het oppervlaktewater, gezamenlijk met de waterschappen, te vergroten. het bevorderen van waterbesparende maatregelen bij nieuwbouw, om zo de watervraag af te vlakken. 1.3.4.2.4 Faciliteren De gemeente Rijssen-Holten faciliteert het duurzaam gebruik van het bodem- en watersysteem door: rekening te houden met de nationale en provinciale kaders. Waar die onze ambities in de weg staan gaan wij in gesprek over oplossingsrichtingen om het duurzaam benutten van de bodem en ondergrond te bevorderen en te faciliteren; samenwerking tussen initiatiefnemers, belanghebbenden en gemeente te stimuleren en te faciliteren bij beleidsvorming en projecten rondom water, bodem en ondergrond; samenwerking tussen verschillende partijen in het buitengebied (waterschap, agrariërs en andere grondeigenaren) te stimuleren om water beter bovenstrooms vast te houden; het vergroten van kennis rondom bodem en bodemgebruik bij grondgebruikers in het buitengebied; bewoners bewust te maken van het positieve effect van het vergroenen van tuinen; het creëren van een aantrekkelijke woonomgeving waar genieten van water mag, om zo het waterbewustzijn van inwoners te vergroten; het creëren van bewustwording over de consequenties van wonen en werken in een grondwaterbeschermingsgebied en hun invloed op de drinkwaterkwaliteit en drinkwaterkwantiteit; het vergroten van kennis over het nut en de noodzaak van de openbare ruimte als het gaat om opvang van water etc. 1.3.5 Thema Natuur, Landschap en Groen 1.3.5.1 Kenmerken en opgaven 1.3.5.1.1 Natuur De meest markante waarden in de natuurlijke ondergrond van de gemeente Rijssen-Holten zijn de stuwwallen van de Sallandse Heuvelrug (de Holterberg) en de Rijsserberg, Beuseberg en Zuurberg. De stuwwallen zijn in de ijstijd opgeduwde aardlagen, die nu nog tientallen meters hoger liggen dan de omgeving. Daarmee zijn ze goed zichtbaar in de wijde omgeving en bieden wijdse uitzichten over de omgeving. De stuwwallen bestaan uit zandgronden die nu zijn begroeid met heide en bos. De rest van de gemeente bestaat uit dekzandvlakten en beekdalen, die overigens nauw verbonden zijn met elkaar. De dekzandvlakten zijn een door de wind gevormd zandlandschap. Door de aanwezigheid van reliëf in het zandpakket kent het dekzandlandschap natte en droge delen, waarbij de grote reliëfverschillen in de loop der jaren vaak zijn geëgaliseerd om de productieomstandigheden van de landbouw te verbeteren. Tussen de dekzandruggen liggen de beekdalen. In deze laagtes verzamelde het water zich, wat leidde tot broekbossen en beken, zoals de Regge, de Oude Schipbeek en Schipbeek, Boterbeek, Soestwetering, Peters Waterleiding, Koordes Waterleiding en de Maatgraven. De van oorsprong meanderende loop van de beken is ten behoeve van de waterhuishouding recht getrokken, maar deze wordt nu op een aantal locaties teruggebracht in oude staat. Zo is de natuurlijke veerkracht van o.a. de Regge vergroot.Op dit moment scoort de natuur in Rijssen-Holten op de GDI-index twee keer zo hoog als de landelijke score vanwege het groene buitengebied. Tegelijkertijd is de natuur in onze gemeente kwetsbaar voor verdroging en zien we dat de natuur (mede) daardoor onder druk komt te staan en de kans op natuurbranden wordt vergroot. Daarnaast speelt de negatieve invloed van stikstof op natuur op dit moment een grote rol. Natuur is net als landschap in belangrijke mate kaderstellend voor nieuwe ontwikkelingen, doordat ze een belangrijke basis vormt voor de ambities van de gemeente op het vlak van duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. De natuur is een basisfunctie in het buitengebied en één van de belangrijkste trekpleisters van de gemeente, met de Sallandse Heuvelrug als letterlijk en figuurlijk hoogtepunt. Natuur en recreatie trekken samen op. Inwoners en toeristen kunnen op velerlei manieren van de natuurlijke omgeving genieten. De kwaliteiten van de natuur zijn hoog en dragen in grote mate bij aan de belevingswaarde van het landelijk gebied. Het in stand houden en beschermen van de bestaande natuurwaarden staat voorop. De gemeente vindt gezonde ecosystemen van belang. De provincie Overijssel werkt op dit moment aan de uitwerking de methodiek Basiskwaliteit Natuur (afhankelijk van de keuze van Provinciale Staten). Als gemeente houden we deze ontwikkeling in de gaten en waar nodig zal de gemeente de basiskwaliteit van de natuur buiten de natuurgebieden vergroten. We stimuleren biodiversiteit bij inwoners reeds door diverse subsidies (bloemmengsels voor akkerranden, boomplantdag, 1001ha kruidenrijk grasland, etc.) en zijn ook actief als gemeente bezig met bijvoorbeeld het omvormen van naaldbos naar loofbos. In de gemeente liggen meerdere natuurgebieden. Voor het overgrote deel zijn de natuurwaarden beschermd op bovengemeentelijk niveau. De gemeente hecht veel waarde aan de bestaande natuurgebieden. Het gaat dan om de op landelijk niveau aangewezen Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebieden, maar ook de gemeentelijke basisfunctielaag natuurlandschap in het omgevingsplan Buitengebied. De gemeente wil hier de natuurfunctie beschermen. Daarnaast zijn er de landelijke opgaven om het bosareaal uit te breiden (bossenstrategie) en het vergroten van de groen-blauwe dooradering. Ook zijn er de Weidevogelgebieden. Deze gebieden hebben als uitgangspunt dat zij verschillende flora en fauna beschermen, zodat deze niet verdwijnen. Nieuwe grootschalige functies worden in en nabij de natuurgebieden niet toegestaan, tenzij er toch voldaan wordt aan alle relevante wetgeving en geldende beleidsuitgangspunten. De door de gemeente aangewezen ecologische verbindingszones (Visie thema landschap en groen) zorgen voor verbindingen tussen natuurgebieden. Binnen de ecologische verbindingszone ligt de focus op het versterken van de biodiversiteit in de zones, waarbij ook rekening wordt gehouden met klimaatadaptatie. Recreatieve druk en de bescherming van de natuurwaarden gaan niet altijd samen. Waar nodig zal de gemeente de recreatieve druk beperken om kwetsbare natuur de ruimte te geven, door middel van zoneringen. Verbinden en verweven van natuurgebieden in de recreatieve infrastructuur wordt door de gemeente ondersteund, daar waar kan en behoefte is. De gemeente wil de toegankelijkheid van de natuurgebieden optimaliseren waar dat mogelijk is, waarbij bezoekers ook daadwerkelijk de kwaliteiten van de natuurgebieden kunnen ervaren. Daarbij gaat het om zaken als het ervaren van rust en ruimte, geuren, echte duisternis en natuurgeluiden. Verder willen we als gemeente proberen landbouw en natuurbehoud te verbinden door ons in te zetten voor natuur-inclusieve landbouw, waarbij meer balans wordt gezocht tussen economische rendabele landbouw en natuurbehoud en -verbetering. 1.3.5.1.2 Landschap en groen "De gemeente werkt samen met inwoners en partners aan een aantrekkelijke, groene en herkenbare leefomgeving. We zetten in op het handhaven waar mogelijk en versterken van groenstructuren tot een duurzaam, samenhangend en daardoor herkenbaar raamwerk van groenelementen. Onze leefomgeving nodigt hierbij uit tot bewegen en er is ruimte voor ontmoeting, wat bijdraagt aan de gezondheid van veiligheidsbeleving van onze inwoners en bezoekers. Samen met de inwoners en partners gaan we aan de slag met het vergroenen van openbare en particulieren ruimtes (meer groen, water en minder asfalt en stenen). We bevorderen biodiversiteit, zetten in op soortenbescherming en passen ons wijk- en gebiedsbeheer hierop aan. Binnen ons beleid hebben we aandacht voor klimaatadaptatie en het tegengaan van hittestress en door het toepassen van ruimtelijke adaptatie bij ontwikkelingen wordt de inrichting van onze leefomgeving aangepast op de effecten van klimaatverandering" (Strategische Visie 2022). Bovenstaand citaat uit de Strategische visie onderstreept het cruciale belang van groen voor een leefomgeving die klaar is voor de toekomst. Groen vormt geen op zichzelf staand element, maar is integraal verbonden met de bredere benadering van de leefomgeving. Het openbaar groen speelt een essentiële rol in het streven naar een gezonde, duurzame en aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De waarde van groen is veelzijdig: het biedt een habitat voor planten en dieren, draagt bij aan natuurwaarden, is een krachtig middel tegen hittestress, reguleert wateroverlast en droogte, fungeert als toeristische trekpleister, is een drager van de gemeentelijke identiteit, en bevordert de gezondheid door bij te dragen aan schone lucht en mentaal welbevinden. De ambities op het gebied van landschap en groen benadrukken het behoud en de versterking van bestaand groen en kenmerkende landschappen. Onze gemeente kent diverse landschapstypen en -elementen. Dit diverse karakter koesteren we en willen we voor de toekomst zichtbaar en beleefbaar houden. Er wordt daarnaast actief ingezet op het verder vergroenen van de kernen, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Deze ambities vinden aansluiting bij verschillende pijlers, waaronder biodiversiteit en natuurwaarde, klimaatadaptatie en duurzaamheid, economie, recreatie en toerisme, identiteit en beleving, en een vitale leefomgeving. Deze geïntegreerde aanpak vormt de basis voor een leefomgeving die niet alleen groen is maar ook veerkrachtig, duurzaam, en aantrekkelijk voor de huidige en toekomstige generaties. De ambitie is om de totale oppervlakte aan openbaar groen minimaal gelijk te houden en bij voorkeur te vergroten. Dit gaat hand in hand met het versterken van de biodiversiteit en het creëren van een robuust groen-blauw netwerk met verbindingen op grote en kleine schaal. De groene trekpleisters blijven een blijvende bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van de gemeente. Het groen dat de toeristische trekpleisters met elkaar en met de centra verbindt, wordt versterkt. Op toeristisch belangrijke locaties is het openbaar groen van een hoger niveau dan het gemiddelde binnen de gemeente. 1.3.5.2 Ambitie en strategie voor het thema natuur, landschap en groen 1.3.5.2.1 Beschermen De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar natuurlijke waarden op de volgende manieren, door het diverse karakter van de verschillende landschapstypen te koesteren en voor de toekomst zichtbaar en beleefbaar te houden; onze landschapselementen te behouden en te versterken; het totale oppervlakte aan openbaar groen te behouden, waarbij de totale oppervlakte minimaal gelijk blijft en bij voorkeur toeneemt. het belang van groen op het gebied van een goede luchtkwaliteit, het voorkomen van ziekten en plagen en het mentale welbevinden te erkennen; op toeristisch belangrijke plekken het openbaar groen van een hoger niveau dan gemiddeld in de gemeente te laten zijn; specifiek voor de oude wal van Rijssen de cultuurhistorie te waarborgen in het groen; gemeentelijk groen in eigendom te houden en geen nieuwe ontwikkelingen met bebouwing toe te staan in gemeentelijk groen. Wel is het mogelijk om met grondruil het bestaande areaal te vergroten of robuuster te maken; te zorgen dat recreatieve druk zo veel mogelijk verspreid wordt over de gemeente. Daar waar nodig gaan we het gesprek aan over recreatieve zoneringen. 1.3.5.2.2 Benutten De gemeente Rijssen-Holten benut haar natuurlijke waarden op de volgende manieren, door: de natuurlijke waarden te gebruiken in het vermarkten van onze gemeente in de toeristische sector; inwoners de ruimte en mogelijkheid te bieden om te bewegen, ontspannen en recreëren; de aantrekkelijkheid van haar gemeente in te zetten in het aantrekken van nieuwe inwoners en bedrijven. 1.3.5.2.3 Bevorderen De gemeente Rijssen-Holten bevordert kansen om de natuurlijke waarden te versterken, door: het stimuleren van biodiversiteit door milieuvriendelijker bermbeheer; de biodiversiteit te versterken en het creëren van een robuust groen-blauw netwerk met verbindingen op grote en kleine schaal; een klimaatadaptieve, duurzame en groene inrichting van de openbare ruimte die bestand is tegen het veranderende klimaat en zorgt voor minder hittestress; het koesteren van de verschillende landschappen, landschapstypen en -elementen. Deze willen we behouden, beschermen en waar mogelijk versterken; het bevorderen van de groene trekpleisters in onze gemeente, omdat ze blijvend bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de gemeente; de relatie tussen bebouwde kom en het omliggende landschap te versterken en biodiversiteit te vergroten met gebiedskarakteristieke beplanting; het vasthouden van water op de hoger gelegen gebieden van de kernen te vergroten; het groenareaal optimaal in te zetten voor waterberging en klimaatadaptatie, waarbij koppelkansen worden gezocht met biodiversiteit; verhard oppervlak te vergroenen en optimaal in te zetten voor klimaatadaptatie, bijvoorbeeld door het stimuleren van groene daken en gevels, het benutten van bermen bij het vasthouden regenwater; openbaar groen ook voor natuurlijk spelen, aankleding van recreatieve routes, sport en spelen te gebruiken; waar mogelijk de hoogwaardige groenstructuur uit te breiden en het groen oppervlak te vergroten; stads- en dorpsranden groen in te kleden, om de overgang van kern naar buitengebied zo natuurlijk mogelijk te laten verlopen. 1.3.5.2.4 Faciliteren De gemeente Rijssen-Holten heeft een faciliterende rol, door: samenwerking met verschillende partijen in de natuurgebieden te stimuleren; samen met inwoners en bedrijven te werken aan een groener, biodiversere en klimaatadaptieve leefomgeving, waarbij middelen beschikbaar worden gesteld voor bijvoorbeeld: akkerranden, groen-blauwe diensten, operatie steenbreek en boomplantdag. 1.3.6 Thema Mobiliteit 1.3.6.1 Kenmerken en opgaven 1.3.6.1.1 Kenmerken en opgaven De gemeente Rijssen-Holten ligt in het hart van de driehoek gevormd door de stedelijke regio's Zwolle, Enschede-Hengelo en Deventer-Apeldoorn-Zutphen. De ligging van de A1 en de treinstations zorgen ervoor dat Rijssen en Holten in oostelijke en westelijke richting goed verbonden zijn met hun omgeving, met de grotere steden Deventer, Almelo, Hengelo en Enschede en met Randstad en Duitsland. We zien Rijssen-Holten hiermee als de verbindende schakel tussen stad en platteland. Vanuit landelijke regelgeving worden gemeenten geconfronteerd met ruimtelijke uitdagingen. Denk hierbij aan de verduurzaming van mobiliteit, het verbeteren van verkeersveiligheid en het verlagen van maximumsnelheden. Als gemeente willen we aantrekkelijk blijven voor inwoners en ondernemers. We willen blijven ontwikkelen op het gebied van wonen en bedrijvigheid, wat hand in hand gaat met verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. Verkeersveiligheid Vanaf 1970 is er door overheden sterk ingezet op een verbetering van de verkeersveiligheid. Zo zijn er verplichte maatregelen voor voertuigen toegepast zoals gordels op achterbanken en airbags voor bestuurders en bijrijders. Door zowel maatregelen voor voertuigen als voor de infrastructuur te nemen is het aantal verkeersdoden door de jaren heen flink gedaald. Landelijke cijfers laten zien dat dit blijft steken boven de zeshonderd doden per jaar. Het aandeel betrokken fietsers bij verkeersongevallen is flink gestegen. Niet alleen ongevallen met andere voertuigen en andere fietsers, maar ook eenzijdige ongevallen onder 70-plussers is sterk toegenomen. De elektrische fiets biedt naast de bewegingsvrijheid van ouderen ook gevaren voor deze groep. De elektrische aandrijving leidt tot hogere snelheden, wat vooral binnen de bebouwde kom kan leiden tot verkeersonveiligheid. Als gemeente willen we dat mensen meer en vaker kiezen voor de fiets. Daarbij is het belangrijk dat we als gemeente beschikken over fietsvoorzieningen van hoge kwaliteit, welke afgezonderd zijn van rijbanen met minimale conflictpunten. Daarbij moet rekening gehouden worden met de directheid van fietsroutes en de snelheid die daarop gereden kan en mag worden. Ook voorrangssituaties tussen motorvoertuigen en fietsers moet goed afgewogen worden, waarbij de veiligheid van fietsers altijd bovenaan dient te staan. Het aannemen van dit standpunt, samen met het uitvoeren van de hoogwaardige fietsvoorzieningen draagt bij aan de verkeersveiligheid van fietsers. We borgen en verbeteren onze verkeersveiligheid door: Proactief en risico-gestuurd in te zetten op het verder terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers; Adequate maatregelen te nemen ten aanzien van harde cijfers en statistieken, zoals ongevallenstatistieken en snelheidsmetingen; De rijsnelheden voor gemotoriseerd verkeer zoveel mogelijk te verlagen. Bereikbaarheid Bereikbaarheid is een belangrijke factor in de toegankelijkheid van essentiële voorzieningen zoals winkels en scholen, alsook voor de bevordering van economische groei. Het vergemakkelijkt de mobiliteit van werknemers, wat de werkgelegenheid stimuleert. Bovendien draagt goede bereikbaarheid bij aan sociale inclusie door ervoor te zorgen dat alle burgers gelijke kansen hebben om deel te nemen aan de samenleving. Daarnaast speelt het een belangrijke rol bij het verminderen van verkeerscongestie en luchtverontreiniging, waardoor de milieubelasting wordt verminderd. We houden onze gemeente bereikbaar, waarbij: Inwoners, bedrijven en bezoekers beschikken over toegang tot betrouwbare verbindingen welke een voorspelbare reistijd hebben met minimale verstoringen; Inwoners, bedrijven en bezoekers veilig, makkelijk en voldoende snel van A naar B kunnen reizen; Mobiliteitsarmoede wordt bestreden zodat eenieder over de mogelijkheden en voorzieningen kan beschikken om zich vrij te kunnen verplaatsen. Leefbaarheid De mate van mobiliteit in een straat heeft een aanzienlijke invloed op de leefbaarheid. Factoren zoals de snelheid van het verkeer, het aantal passerende auto's en de hoeveelheid parkeerplaatsen bepalen in grote mate de ervaren veiligheid, rust en uitstraling van de straat. Deze aspecten dragen bij aan de identiteit van de straat en hebben een directe impact op de algehele verblijfs- en woonkwaliteit. Onze visie op leefbaarheid in woonwijken draait om het creëren van aangename leefstraten waar bewoners zich thuis voelen en veilig kunnen leven. We streven naar verbeterde infrastructuur voor voetgangers en fietsers om de leefstraten groener, rustiger en socialer te maken. Duurzame mobiliteit staat centraal, waarbij we actief wandelen, fietsen en openbaar vervoer aanmoedigen en autoverkeer verminderen. Toegankelijkheid en bereikbaarheid van voorzieningen blijven belangrijk. Leefstraten vormen het kloppende hart van de buurt, waar mensen verbonden zijn met elkaar en met hun omgeving. Door te investeren in een gezonde mix van mobiliteit, groen en sociale interactie, streven we naar een plek waar mensen graag wonen, werken en ontspannen. Mobiliteitstransitie De mobiliteitstransitie verwijst naar een verandering in hoe onze inwoners zich verplaatsen. Deze transitie is een reactie op diverse uitdagingen, waaronder klimaatverandering, congestie, luchtvervuiling en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Het doel van de mobiliteitstransitie is om het transportsysteem te transformeren naar een duurzamer, efficiënter en meer geïntegreerd systeem dat voldoet aan de behoeften van de samenleving, terwijl het de impact op het milieu vermindert. Om bij te dragen aan de mobiliteitstransitie zetten we als gemeente in op de drie V's. Dit houdt in dat de volgende punten nodig zijn: 1) een vermindering van automobiliteit; 2) een verschuiving van de automobiliteit naar openbaar vervoer, fietsen en wandelen; 3) het verschonen van de resterende conventionele automobiliteit naar elektrische automobiliteit. Daarnaast maken we gebruik van het STOMP-principe bij het opstellen van ons mobiliteitsbeleid en de inrichting van de fysieke leefomgeving. Dit principe staat voor het Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility-as-a-service (deelmobiliteit) en Personenauto. We houden hierbij rekening met het karakter en de schaal van onze gemeente, de verschillende kernen en deelgebieden. Dit principe geeft de prioritering van vervoerswijzen (modaliteiten) aan. Binnen deze visie is ervoor gekozen om per deelgebied een andere prioritering te geven aan deze modaliteiten. 1.3.6.2 Ambitie en strategie voor het thema mobiliteit 1.3.6.2.1 Beschermen De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar weggebruikers door: veilige en directe looproutes en oversteekpunten te realiseren om onze kwetsbare verkeersdeelnemers te beschermen; toegankelijkheid voor mindervalide verkeersdeelnemers te borgen, met name in de centrumgebieden en woonwijken; fietsers als kwetsbare verkeersdeelnemer extra te beschermen; fietsers veilige fietsvoorzieningen te bieden langs gebiedsontsluitingswegen; deelmobiliteit in de toekomst te reguleren; het gebruik van de auto door onze inwoners positief te ontmoedigen; de personenauto een ondergeschikte plaats te geven binnen centrumgebieden en woonwijken; de interne verkeersuitwisseling van de auto te verminderen tussen woonwijken en centrumgebieden en tussen woonwijken en bedrijventerreinen; de externe autobereikbaarheid tussen andere gemeenten, de bedrijventerreinen en de centrumgebieden te borgen; bestaande en toekomstige woon- en werkgebieden op hoofdstructuur te ontsluiten op een toekomstbestendige manier; sluipverkeer in het buitengebied te weren / tegen te gaan; te blijven lobbyen bij hogere overheden om verkeersveiligheid op wegvakken buiten onze jurisdictie te verbeteren; de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer in schoolomgevingen te verminderen; de Dorpsstraat tussen rotonde Larenseweg en Kerstraat voor gemotoriseerd verkeer af te sluiten; het Zwartepad in te richten als voetgangerszone; de verkeersveiligheid op de Nijverdalseweg te verbeteren. 1.3.6.2.2 Benutten De gemeente Rijssen-Holten benut haar infrastructuur door: de 3 V's samen met het STOMP-principe te gebruiken om deelgebieden in te richten; het voetgangersnetwerk te benutten en te versterken, met name in centrumgebieden en woonwijken; het fietsnetwerk beter te benutten; de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de personenauto in de centrumgebieden en woonwijken te borgen; de bestaande weginfrastructuur in te richten naar de geldende maximum snelheid; bestemmings- en doorgaand verkeer zoveel mogelijk te geleiden over de hoofdinfrastructuur; onderzoek te doen naar de mogelijkheden om parkeren op eigen terrein in bestaande woonwijken mogelijk te maken; ondernemers op bedrijventerreinen te verplichten om voldoende parkeergelegenheden op eigen terrein te gaan regelen; de huidige Nota Parkeernormen te herzien. 1.3.6.2.3 Bevorderen De gemeente Rijssen-Holten bevordert haar infrastructuur door: proactief en risico-gestuurd in te zetten op het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers; adequate maatregelen te nemen ten aanzien van harde cijfers en statistieken, zoals ongevallenstatistieken en snelheidsmetingen; onze straten in te richten aan de hand van de multidimensionale ontwerpmethode waarbij we meer ruimte geven aan leefbaarheidsaspecten; als gemeente aansluiting te zoeken bij de provinciale ambitie om bovenregionale fietsverbindingen, samen met fietssnelwegen, te realiseren om intergemeentelijk fietsverkeer te bevorderen; een variantenstudie te doen naar een ongelijkvloerse fietsverbinding om de noord- en zuidzijde van het station Holten met elkaar te verbinden; zich in te zetten om openbaar vervoer binnen de gemeente te behouden en te bevorderen; actief samen te werken met RRReisFlex en Arriva voor verdere doorontwikkeling; ontwikkelingen op het gebied van Mobility-as-a-Service te volgen en te kijken bij andere gemeenten in de regio; alternatieve mobiliteitsvoorzieningen te bieden waarmee gestuurd wordt op een vermindering van het autobezit onder onze inwoners; alternatieve mobiliteitsvoorzieningen te bieden waarmee het buitengebied toegankelijker wordt voor andere modaliteiten; duurzame (stads)logistiek te stimuleren om een beter leefklimaat in bebouwde gebieden te realiseren; onderzoek te doen op welke wijze de frequentie van pakketbezorging in woonwijken kunnen verminderen (/ de efficiëntie te verbeteren); veilige en korte aanrijroutes voor bevoorrading te borgen en dit te bespreken met onze ondernemers; ons als gemeente in te zetten voor een robuust transportnetwerk tussen en van Rijssen en Holten over provinciale wegen en naar Rijkswegen; landelijk beleid omtrent GOW30 (gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 30 km/u) te implementeren. Op basis hiervan herzien we het huidige hoofdwegennet en het onderliggend wegennet; de robuuste verbindingen van bedrijventerreinen met het hoofdwegennet en Rijkswegen te bevorderen; alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als gebiedsontsluitingswegen (GOW50) met verplaatsingsfunctie, in te richten als 50 km/uur wegen; alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als gebiedsontsluitingswegen (GOW30) met verplaatsingsfunctie, in te richten als 30 km/uur wegen; alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als erftoegangswegen (ETW30) met verblijfsfunctie, in te richten als 30 km/uur wegen; alle wegen binnen de bebouwde kom in Rijssen-Holten, welke gekenmerkt zijn of worden als erven met verblijfsfunctie, in te richten als 15 km/uur gebieden; in ieder geval tot en met 2030 aangesloten te blijven bij de regionale laadconcessie van Gelderland en Overijssel (GO-RAL); 1.3.6.2.4 Faciliteren De gemeente Rijssen-Holten faciliteert mobiliteit voor haar inwoners, bedrijven en bezoekers door: toegang te bieden tot betrouwbare verbindingen welke voorspelbare reistijd hebben met minimale verstoringen; veilig, makkelijk en voldoende snel van A naar B te kunnen laten reizen; lokale en regionale ontwikkelingen van deelmobiliteit binnen de gemeente te ondersteunen; onderzoek te doen naar de mogelijkheid om gemeentelijke voertuigen in te zetten als deelauto; te ondersteunen in de aanstaande mobiliteitstransitie; rondom mobiliteitsknooppunten binnen de kernen van Rijssen en Holten hubs te realiseren, met daarbij als doel om op de middellange termijn een netwerk van hubs te realiseren op strategische locaties binnen de gehele gemeente; parkeervoorzieningen voor de centrumgebieden in de nabije toekomst gratis en goed toegankelijk met de auto te houden; hoogwaardige parkeervoorzieningen te realiseren met meervoudige voorzieningen; meer fietsparkeervoorzieningen in centrumgebieden en rond openbare (mobiliteits)voorzieningen te realiseren; op strategische locaties openbare laadlocaties aan te wijzen door: aanvragen van inwoners in te willigen; proactief laadlocaties aanwijzen, op basis van: beschikbare laadgegevens (gebruiksintensiteit); gaten in het netwerk (dichtheid). 1.3.7 Thema Recreatie en Toerisme 1.3.7.1 Kenmerken en opgaven 1.3.7.1.1 Recreatie en toerisme Met de landschappelijke en natuurlijke rijkdom en status van het Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug, is het niet verwonderlijk dat er sprake is van veel natuurrecreatie. Deze wordt gefaciliteerd met een uitgebreid routenetwerk voor fietsers, wandelaars, ruiters en mountainbikers. Naast het landschap en de natuur zijn er ook andere toeristische trekpleisters. De Canadese Begraafplaats markeert niet alleen een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis, maar trekt ook veel bezoekers. Ook zorgen evenementen als de Triathlon Holten en de Ronde van Overijssel voor grote aanloop van buitenaf. Toeristen kunnen onderdak vinden in verschillende vakantieparken, campings en hotels. Holten biedt horeca en speciaalzaken en Rijssen is een prettige winkelomgeving en beschikt over cultuurhistorische bezienswaardigheden als de Pelmolen/Zomp, de Oosterhof, het Parkgebouw en het Leemspoor. Al met al zorgen de verschillende vormen van en mogelijkheden tot verblijfsrecreatie ervoor dat het gebied interessant is voor (dag)recreanten en toeristen. De toeristische sector blijft landelijk en regionaal groeien. Met onze goede bereikbaarheid en landschappelijke rijkdom hebben we daarbij alle troeven in handen om een recreatief aantrekkelijke gemeente te zijn en te blijven. Er is ruimte voor kwaliteitsverbetering, vitalisering, diversificatie en uitbreiding van het recreatieve aanbod. Op dit moment zijn er zowel positieve als negatieve ontwikkelingen in het aanbod van verblijfsrecreatie. Daarnaast willen we het aanbod aan (slechtweer-) voorzieningen uitbreiden. De aantrekkingskracht van Rijssen-Holten houdt niet op bij de gemeentegrens. Bij het vermarkten van Rijssen-Holten zijn we onderdeel van Salland Marketing en Twente Marketing. De lokale toeristische informatie wordt verzorgd door Toerisme Rijssen-Holten. Duurzaamheid is een breed begrip en moet in het kader van recreatie en toerisme gezien worden vanuit een goede balans tussen ecologie en economie. Natuur moet je beleven, maar als het te druk is dan gaat dat ten koste van de natuur en van de recreatiebeleving. Het zoneren van natuur en recreatie om de recreatiedruk te spreiden kan hierbij helpen. Daarnaast zien we duurzame recreatie als vergroening van de sector. Stimuleren van duurzaam (recreatief) vervoer en minder auto's in de kwetsbare natuurgebieden zijn hier voorbeelden van. 1.3.7.2 Ambitie en strategie voor het thema recreatie en toerisme 1.3.7.2.1 Beschermen De gemeente Rijssen-Holten beschermt haar recreatief potentieel door: het beschermen van de natuur door zoneringen aan te brengen, zodat de natuur ook in de toekomst een kernwaarde blijft; geen toevoegingen van nieuwe permanente verblijfsrecreatie binnen natuurlandschap. 1.3.7.2.2 Benutten De gemeente Rijssen-Holten benut haar recreatief potentieel door: het versterken van bestaande routestructuren, waaronder het realiseren van een aantal nieuwe startpunten; het verbeteren van de kwaliteit en vitaliteit van de bestaande (verblijfs)recreatie en vakantieparken, naar duurzame hoogwaardige en toekomstbestendige (verblijfs)recreatie. 1.3.7.2.3 Bevorderen De gemeente Rijssen-Holten bevordert haar recreatief potentieel door: de toegankelijkheid van routes vergroten, zodat iedereen de kans krijgt om van de natuur te genieten; seizoensverlenging te stimuleren, bijvoorbeeld door het realiseren van dagrecreatieve slechtweervoorzieningen; de interactie tussen het dorp Holten en de Holterberg te stimuleren en vergroten;

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.