Watertakenplan Kaag en Braassem 2024-2027De raad van de gemeente Kaag en Braassem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 oktober 2023; gelet op het bepaalde in artikel 4.22 Wet milieubeheer; b e s l u i t: Het Watertakenplan Kaag en Braassem 2024-2027 vast te stellen; De ingeslagen weg voort te zetten ten aanzien van het integraal uitvoeren van projecten, klimaatadaptatie en projectmatige afkoppeling. Het (flexibele en budgetgestuurde) investerings- en uitvoeringsprogramma 2024-2027 vast te stellen. De financiële consequenties van het plan (jaarlijks te vermeerderen met de indexatie) mee te nemen in de berekening van de rioolheffing voor de jaren 2024 tot en met
(2021). De functionarissen dienen gekwalificeerd te zijn 9Eveneens gekwalificeerd voor het uitvoeren van visuele inspecties bij pompen en gemalen, waaronder t.b.v. hijskettingen, daarvoor is periodiek een (opfris) cursus/ training benodigd (maatregel M8). De buitendienst voert zelf de periodieke keuringen en inspecties van pompunits uit onder leiding van de installatieverantwoordelijke. Daarnaast worden meldingen opgepakt en storingen verholpen door de eigen dienst. De gemalen en pompunits worden respectievelijk eens in de 2 en 4 jaar onderworpen aan een verplichte NEN3140 inspecties. Gelijktijdig met de inspectie wordt een keuring uitgevoerd en worden hijskettingen periodiek vervangen op basis van een visuele inspectie (deze kosten maken onderdeel uit van de regulieren werkzaamheden en onderhoudsbudgetten). Tevens vindt op hetzelfde moment de reguliere (jaarlijkse) reinigingsronde plaats. Naast het verkrijgen van meer inzicht van de buitendienst in (de kwaliteit en het functioneren van) de gemeentelijke pompen en gemalen, zal door deze gestructureerde aanpak het aantal storingen naar verwachting structureel afnemen, evenals de daaraan gerelateerde kosten. Dit zal de komende jaren gemonitord worden. Verschil tussen pompen en gemalen (inclusief bufferputten): Een pompunit maakt onderdeel uit van het drukrioolstelsel en heeft per definitie één pomp. Technisch: maximaal 15 vuilwateraansluitingen op een pompunit aangesloten. Inwendige putoppervlak maximaal 1,1 m² en inhoud maximaal 2,5 m3. Een gemaal maakt onderdeel uit van het vrijverval rioleringsstelsel en heeft vaak twee pompen. Technisch: meer dan 15 vuilwater- en/of gemengde aansluitingen. Inwendige putoppervlak minimaal 1,1 m² en inhoud minimaal 2,5 m3. Meestal 2 pomps uitrusting met het oog op bedrijfszekerheid. Bufferputten zijn verzamelputten die onderdeel uitmaken van het drukrioolstelsel. Deze putten vallen onder de categorie Gemalen. Beheer en onderhoud randvoorzieningen Binnen de gemeente liggen twee bergbezinkbassins en twee bergbezinkleidingen. Deze voorzieningen dienen om water te bergen zodat er minder vuilemissie naar oppervlaktewater plaatsvindt. Goed onderhoud is nodig om de werking te waarborgen. De gemeente voert het volgende onderhoudsregime: 2 keer per jaar monitoren werking in het veld en gelijktijdig reiniging pompen. Jaarlijks reiniging van de voorzieningen (bakken, leidingen) met een pomp-zuigwagen. De kosten voor het beheer en onderhoud maken onderdeel uit van de reguliere exploitatiebudgetten die gedekt worden uit de rioolheffing. Inzicht in functioneren vergroten Op het moment dat de data in voldoende mate geactualiseerd is in het beheersysteem voeren we per cluster een Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) studie uit. Een SSW is sinds 2020 de opvolger van het Basisrioleringsplan voor alle gemeentelijke watertaken, met daarin een beschrijving van de stedelijke watersystemen en het functioneren daarvan en een evaluatie van de gemeentelijke watertaken. Het SSW geeft ons inzicht in het theoretisch systeem functioneren onder normale en extreme omstandigheden. Net als bij de Basisrioleringsplannen in 2016-2017, voeren we ook de SSW’s in een zestal clusters uit. Ieder jaar één cluster, startend in 2024. De volgende clusters zijn aanwezig: Kaag Oud Ade en Rijpwetering Nieuwe Wetering en Veenderveld Rijnsaterwoude, Hoogmade en Woubrugge Roelofarendsveen en Oude Wetering Leimuiden en Bilderdam Tot en met 2029 reserveren we jaarlijks budget voor het opstellen van een van de SSW’s (maatregel M5). We vergroten ons inzicht in de grondwaterstanden en ontwateringsdiepten door het grondwatermeetnet uit te breiden ter plaatse van grootschalige nieuwbouwlocaties (om zodoende al voor de bouw inzicht te hebben op de optredende grondwaterstanden). Voorkomen contact met afvalwater Tijdens extreme neerslag kan water op straat voorkomen; niet alleen uit het regenwaterriool, maar deels ook vanuit de gemengde riolering. We scheiden vuilwater (zoals afvalwater) en schoonwater (zoals hemelwater) zo veel mogelijk, zodat overstorten minder frequent optreden en water op straat bij hevige buien minder vervuild is. Dit pakken we zoveel mogelijk integraal op, te weten bij rioolvervanging of andere grootschalige ingrepen in de openbare ruimte. Via de gemeentekanalen attenderen we onze inwoners er periodiek op voorzichtig om te gaan met water op straat en hier niet in te spelen (zie nevenstaande foto). Figuur 6 Contact met mogelijk vervuild water Water op straat bij hevige neerslag is niet altijd te voorkomen; we treffen maatregelen op locaties die in de praktijk niet aan de norm voldoen. We willen niet dat onze inwoners gezondheidsklachten ondervinden als gevolg van te hoge grondwaterstanden. Wij realiseren ons dat onze invloed daarop beperkt en niet altijd aanwezig is10onder andere: het peilbeheer van oppervlaktewater is een taak van het waterschap en perceeleigenaren hebben zelf een verantwoordelijkheid ten aanzien van grondwater op het eigen perceel, desalniettemin hebben wij (als gemeente) de loketfunctie, en zijn wij het eerste aanspreekpunt voor onze inwoners en het bedrijfsleven. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Wanneer er meldingen komen over een slechte waterkwaliteit, onderzoeken wij het aandeel van de riolering daaraan, voordat eventueel maatregelen getroffen worden. Wij sturen niet enkel op emissie, maar op kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater. We gaan het werkelijk functioneren monitoren, stellen periodiek SSW’s op en richten ons beheer en onderhoud dusdanig in dat emissies vanuit het rioolstelsel op oppervlaktewater (en/ of naar de bodem) worden geminimaliseerd. Wij vegen onze wegen periodiek, reinigen frequent de kolken en voeren rioolreiniging en -inspectie planmatig uit. Bij afkoppeling van verhard oppervlak nemen we de mogelijke effecten daarvan op de ecologische waterkwaliteit mee in onze afweging. Daar waar nodig overleggen we met onze waterpartners. Hemelwater mag geloosd worden op oppervlaktewater (indien dat kwantitatief niet tot problemen leidt) mits het de kwaliteit van het ontvangende water niet negatief beïnvloedt. Expliciete kwaliteitseisen ontbreken voor hemelwater dat geloosd wordt op oppervlaktewater. Waterschap en gemeente treden met elkaar in overleg over de te treffen maatregelen bij het lozen van afstromend hemelwater, zodat deze lozingen geen belemmering zijn voor een goede waterkwaliteit. Uitgangspunt is dat afstromend hemelwater “in beginsel schoon genoeg is om zonder verdere maatregelen terug te brengen in het milieu.” Wanneer het water echter afkomstig is van druk bereden wegen, markten, of aanzienlijke oppervlakken voorzien zijn van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink), dan zullen hieraan preventieve eisen gesteld worden. Bij nieuwbouw, waarbij afkoppeling (eigenlijk: niet aankoppeling) standaard is, dient de ontwikkelaar maatregelen te treffen zodat de kwaliteit van het afstromende hemelwater aan bovenstaande uitgangspunten voldoet. Hierbij wordt tevens verwezen naar de zorgplicht in het landelijk Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi, zie bijlage 0-1). Overstorting van afvalwater reduceren en afvoer van hemelwater naar de zuivering beperken Ondanks dat de vuilemissiedoelstellingen behaald zijn, gaat Kaag en Braassem verder met het scheiden van schone en vuile waterstromen. Dit gebeurt door bij nieuwbouw vermenging aan de bron te voorkomen en door bij bestaande situaties af te koppelen, mits doelmatig. Bij nieuwbouw blijft het hemelwater gescheiden van afvalwater en wordt alleen het afvalwater naar de AWZI afgevoerd. Het hemelwater komt in oppervlaktewater terecht11Eis LIOR: alle percelen die grenzen aan oppervlaktewater moeten hemelwater en drainagewater lozen op oppervlaktewater. Bij bestaande bebouwing is veelal een gemengd rioolstelsel aanwezig. Met het oog op klimaatverandering wordt een te vervangen gemengd riool in ongeveer de helft van de gevallen vervangen door een gescheiden stelsel12Het is niet altijd mogelijk, doelmatig of zinvol om gescheiden riolen aan te leggen. Bijvoorbeeld indien oppervlakkige afstroming van regenwater via de straat naar oppervlaktewater mogelijk is (niet nodig), of er onvoldoende ondergrondse ruimte is voor een gescheiden stelsel, dan wel geen afvoermogelijkheden voor hemelwater (niet mogelijk). Ondoelmatig kan het bijvoorbeeld zijn wanneer er relatief weinig verharding aangesloten is op de bestaande gemengde riolering.. Gestreefd wordt in die gevallen gelijktijdig een deel van het afvoerend oppervlak van de particuliere verharding af te koppelen. Hiermee wordt de kans op wateroverlast gereduceerd, de afvoer van schoon hemelwater naar de zuivering verder verminderd en het leidt tot het verder terugdringen van het aantal riooloverstortingen en het volume overstortend rioolwater tijdens hevige neerslag. Besluit lozen buiten inrichtingen In 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) in werking getreden. Als gevolg hiervan is de vergunningplicht voor (riool)overstorten afgeschaft, daarvoor in de plaats is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) gekomen. De Tweede Kamer heeft bepaald dat overstorten worden uitgezonderd van heffingsbetaling aan het waterschap. De algemene regel is dat een overstort moet zijn opgenomen in het GRP (voorliggend Watertakenplan). Vanuit de rijksoverheid is gekozen om de overstortvergunning te laten vervallen, omdat in het beleidsplan ook een beoordeling van de milieugevolgen plaatsvindt; voor Kaag en Braassem is dat in het Basisrioleringsplan. In bijlage 4-4 is een overzicht opgenomen van alle (kenmerken van) overstorten en bergbezinkbassins in de kernen van de gemeente Kaag en Braassem. Voor de uitgangspunten, (stelsel)kenmerken en berekeningsresultaten (het milieutechnisch functioneren van het rioolstelsel) wordt verwezen naar het Basisrioleringsplan 2018 (kenmerk WATBF7232R001 en -002), dat onlosmakelijk met dit Watertakenplan verbonden is. Controle op lozingen van bedrijven De omgevingsdienst voert namens de gemeente de milieutaken uit. Zij houden o.a. toezicht op het indirect lozen van afvalwater door bedrijven. Ook kan de Omgevingsdienst afvalwatermonsters nemen. Er is afstemming tussen gemeente en omgevingsdienst over de lozingen van bedrijven na constatering van vetophopingen bij gemalen en/of pompputten waardoor het functioneren wordt belemmerd. De omgevingsdienst voert hiervoor bij een aantal bedrijven extra controles uit. 4.2Klimaatadaptatie 4.2.1Algemeen We streven naar een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte in 205013Gemeenten hebben zich gecommitteerd aan een ‘klimaatbestendig en waterrobuust’ Nederland in 2050, via het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie [VNG position paper Klaimaatadaptieve gemeenten].. Dat geldt zowel ten aanzien van wateroverlast, hitte, droogte, als overstromingen14Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie – thema’s: Kennisdossiers - Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl). De Omgevingsvisie ligt hieraan ten grondslag. We onderzoeken welke verantwoordelijkheden bij inwoners of bedrijven liggen en wat we zelf (blijven) doen (maatregel M11). Nieuwe gemeentelijke beleidsregels verankeren we in het Omgevingsplan (maatregel M10). In dit Watertakenplan focussen wij ons (met het oog op de gemeentelijke watertaken) op wateroverlast (4.2.2) (als gevolg van extreme neerslag) en droogte (4.2.3). Maatregelen die we treffen kunnen een positief neveneffect hebben op het reduceren van de kans op hittestress. We zoeken naar de interactie in maatregelen. Autonome hitte-maatregelen worden niet bekostigd vanuit dit plan. Hetzelfde geldt voor overstromingen (van rivieren en ander open water); dit aspect wordt door de waterbeheerders (hoogheemraadschap en rijk) opgepakt. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft een Waterschapsverordening opgesteld. In de Waterschapsverordening, de vervanger van de Keur, staan regels om de sloten, rivieren, meren, plassen, de dijken en de gemalen in het gebied van Rijnland te beschermen. De hierin opgenomen regels gelden vanaf 1 januari 2024. In de Waterschapsverordening zijn ook verplichte klimaatbestendige regels voor nieuwe grootschalige gebiedsontwikkelingen opgenomen. De klimaatbestendige regels moeten ervoor zorgen dat een gebied zo wordt ingericht dat het goed voorbereid is op de gevolgen van klimaatverandering. Voor informatie over de Waterschapsverordening wordt verwezen naar bijlage 4-1. Op 23 maart 2023 is de landelijke maatlat voor een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving aan de Tweede Kamer gepresenteerd. De landelijke maatlat is de basis voor het klimaatadaptief bouwen, waaraan voldaan moet worden om toekomstbestendig te ontwikkelen. De landelijke maatlat definieert eenduidig voor nieuwbouw wat er onder klimaatadaptief bouwen en inrichten wordt verstaan en bestaat uit kwalitatieve doelen, kwantitatieve prestatie-eisen en richtlijnen voor de thema’s overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. Met deze maatlat wordt het voor gemeenten, vastgoedeigenaren en de bouwsector duidelijk wat nodig is voor klimaatbestendige nieuwbouwontwikkelingen. De landelijke maatlat zal juridisch geborgd worden via een instructieregel in het [landelijke] Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, zie bijlage 0-1) of de meer specifieke regelgeving in het [landelijke] Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, zie bijlage 0-1). Gezien de (omvang van
- de)bouwopgave, de urgentie van extremer weer door klimaatveranderingen en de wens om daarin geen kansen te missen, zal Kaag en Braassem niet afwachten tot de maatlat juridisch is geborgd maar actief aan de slag gaan om de maatlat in eigen te beleid borgen (zoals het LIOR/DIOR, omgevingsvisie 3.0) en in de praktijk toe passen. In bestaand gebied geldt dat de maatlat als inspanningsverplichting geldt, en geen resultaatverplichting. Meer informatie over de Maatlat: Landelijke maatlat (overheid.nl). De Klimaatadaptatiestrategie Kaag en Braassem 2023-2030 is onlangs afgerond. De gemeente zal haar beleid ten aanzien van hemelwaterberging, ook op particulier terrein, herzien op basis van de waterschapsverordening, maatregel M10-M11. Bij nieuwbouw (particuliere percelen) berging op eigen terrein voor te schrijven van 20 mm, vast te leggen in de anterieure overeenkomst. Dit wordt geborgd in het Omgevingsplan. Genoemde berging maakt onderdeel uit van de waterbergingseis van 90 mm (in 24 uur), waarvan 20 mm wateropvang in de bodem, die HHR voorschrijft per 1 januari 2024. Bij de realisatie van nieuwe bebouwing (meer dan 11 woningen) tellen de nog onverharde tuinen deels mee als verharding: Tuinen < 50 m2 tellen voor 75% mee als hard oppervlak; Tuinen vanaf 50 tot en met 150 m2 tellen voor 50% mee als hard oppervlak; Tuinen groter dan 150 m2 tellen voor 25% mee als hard oppervlak. Buitengebied - drukriolering In gebieden met drukriolering verzamelt de gemeente géén hemelwater in. De particulier verwerkt het hemelwater op eigen terrein of voert het hemelwater af naar oppervlaktewater. Hemelwater mag niet aangesloten zijn of worden op de drukriolering. Stedelijk gebied - vrijvervalriolering In bestaand stedelijk gebied is hemelwater veelal aangesloten op de gemengde riolering. De gemeente Kaag en Braassem kent voor deze situaties geen verplichting voor particulieren om dit hemelwater op termijn zelf op eigen terrein te verwerken (zie bijlage 4-2 voor de onderbouwing en de afkoppelstrategie). De huidige lozingssituatie wordt vooralsnog gehandhaafd. Indien de gemeente het bestaande gemengde riool in de straat vervangt door een gescheiden stelsel, wordt van de burger verwacht dat meegewerkt wordt aan afkoppeling van de voorzijde van de woning. Communicatie hierover wordt project specifiek ingestoken. De gemeente draagt de kosten voor de afkoppeling aangezien dit het algemeen nut dient (geen direct profijt voor de perceeleigenaar). Hiervoor is jaarlijks budget beschikbaar (investering I4). Daarnaast stimuleren wij onze inwoners om hemelwater af te koppelen en/ of de tuin te ont-tegelen, zie hoofdstuk 4.4. 4.2.2Wateroverlast Wij richten ons op het voorkómen van wateroverlast. Als uitgangspunt geldt daarbij dat te treffen maatregelen doelmatig zijn. Kaag en Braassem zet ook de komende jaren in op het treffen van klimaat adaptieve maatregelen in combinatie met andere ingrepen in de openbare ruimte (denk aan het meeliften bij rioolvervangingsprojecten en wegreconstructies). Ook blijven we inzetten op verdergaande afkoppeling van verhard oppervlak met als doel de afvalwaterketen te ontlasten en waterhinder en -overlast zoveel mogelijk te beperken. In de Omgevingsvisie is de doelstelling uitgesproken om de leefomgeving van Kaag en Braassem zo in te richten en te onderhouden dat we in de toekomst beter om kunnen gaan met klimaatverandering en extremer weer. Maatregelen die de gemeente Kaag en Braassem treft dragen daaraan bij, maar ook van de inwoners en ondernemers wordt een bijdrage verwacht; de tuinen en daken van alle inwoners samen vormen immers een groot deel van het totale (verharde) oppervlak (zie hoofdstuk 4.4). De kwetsbare gebieden voor wateroverlast zijn in beeld door uitvoering van de Basis Rioleringsplannen (2016-2017) en in het kader van de klimaatstresstest (2019-2020). In deze viewer15https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/ is vrij toegankelijke informatie te verkrijgen over de huidige en toekomstige situatie en risico’s. Reduceren risico op wateroverlast… … onder normale omstandigheden In het kader van het Basisrioleringsplan (BRP) is het hydraulisch functioneren van de bestaande rioolstelsels van alle kernen modelmatig getoetst aan de norm-bui 08 (zie bijlage 0-1). Geconcludeerd is dat er op een aantal locaties theoretisch water-op-straat voorkomt bij bui 08, maar dat dit niet leidt tot potentiële overlast bij deze norm-bui. Uit de praktijk is dat ook niet bekend bij ‘vergelijkbare buien’. Desondanks zijn met deze berekeningen wel de ‘gevoelige plekken’ in beeld gebracht: Locaties met water op straat bij de norm-bui zijn doorgaans ook gevoeliger voor overlast bij zwaardere buien; om deze reden is in het BRP voor al deze locaties bepaald welke maatregelen getroffen kunnen worden om water op straat te voorkómen bij deze gebeurtenis. Het is niet doelmatig om al deze maatregelen solitair (autonoom) uit te voeren. Daarnaast zal bij voorgenomen maatregelen ook altijd een doorkijk worden gemaakt naar zwaardere buien. Uitvoering van de BRP (SSW) maatregelen wordt gecontinueerd, waarbij we onderscheid aanbrengen in autonome maatregelen (grotendeels al uitgevoerd) en maatregelen die in combinatie met andere ingrepen en ontwikkelingen uitgevoerd worden (omwille van doelmatigheid). De komende planperiode is een constant bedrag per jaar16het tempo van uitvoering van de maatregelen staat niet vast (als gevolg van meeliften met andere dragers); de kredieten blijven beschikbaar indien deze later uitgevoerd worden beschikbaar voor uitvoering van deze maatregelen en het benutten van meekoppelkansen (investering I3), naast de in hoofdstuk 4.2.1 aangegeven investering voor particuliere afkoppeling (investering I4). … tijdens extremen Kaag en Braasem heeft daarnaast een hemelwaterstresstest laten uitvoeren; hiermee kan grip worden gekregen op de vraag wat de impact van extreme neerslag is op de rioolstelsels. Of deze impact reden is om maatregelen te treffen is een risicoafweging maar hangt ook af van kansen in de ruimtelijke ordening en ambities op andere (klimaat) vlakken. In de hemelwaterstresstest Kaag en Braasem zijn verschillende situaties en neerslaggebeurtenissen bekeken om inzicht te krijgen in het functioneren van de rioolstelsels bij extreme neerslag. In kaart is onder andere gebracht: De impact van de “Herwijnen bui”, de zwaarste gemeten neerslaggebeurtenis in Nederland. De impact van RIONED Bui 09 en Bui 10, inclusief een verkenning welke gebouwen gevaar lopen bij die bui. De impact van de historische bui (praktijkbui van 28 juli 2014). Bij de hemelwaterstresstest zijn locaties aan het licht gekomen die bovengemiddeld gevoelig zijn voor wateroverlast bij zwaardere c.q. extreme(
- re)buien dan de norm-bui. De gemeente heeft mogelijke maatregelen in kaart gebracht en de effecten hiervan op het risico op wateroverlast laten berekenen. Uit de hemelwaterstresstest blijkt ook dat het rioleringsstelsel van Kaag en Braassem goed functioneert. Het aantal aandacht locaties is relatief beperkt en vanuit het rioleringssysteem beschouwd is het risico op wateroverlast beperkt. We focussen ons op het uitvoeren van onderzoek naar en uitvoering van effectieve en doelmatige maatregelen om de kans op (potentiële) waterhinder en -overlast in deze gebieden te reduceren door gebruik te maken van het hemelwaterstructuurplan17Analyse van de mogelijke toekomstige hemelwaterstructuur van het rioolstelsel, zodat ontwikkelingen en rioolvervangingen in samenhang bekeken kunnen worden (voorbeeld: als we hier geen regenwaterriool aanleggen, waar moet het hemelwater van het bovenstroomse deel dan naartoe) en nadere (watersysteem)analyses uit te voeren in de SSW’s die de komende jaren opgesteld worden (maatregel M6). Daarbij kijken we ook nadrukkelijk naar het samenspel tussen de riolering en oppervlaktewater; hoge oppervlaktewaterstanden kunnen tijdens zware neerslag leiden tot retourstroming naar de riolering en extra opstuwing veroorzaken, hetgeen het risico op wateroverlast (aanzienlijk) kan vergroten. Een bekend voorbeeld is de bestaande wateroverlast bij Noord- en Zuideinde, zie hoofdstuk 4.2.3. In de planperiode en daarna, hebben wij in onze investeringsplanning ruimte om maatregelen te treffen om potentiële wateroverlast te voorkomen, of om anderszins op een meer duurzame wijze met hemelwater om te gaan door mee te liften met andere ingrepen in de openbare ruimte (investering I3 en I4). Als gevolg van het steeds beter in beeld krijgen van de opgave en concrete maatregelen die getroffen kunnen en moeten worden, wordt na de planperiode rekening gehouden met een toename van de jaarlijks benodigde investeringskosten in de jaren 2028 tot en met 2050 (investering I5). Het betreft opgaven naast de reguliere vervangingsprojecten alwaar meekoppelkansen al benut en gefinancierd worden vanuit het afkoppelbudget. Klimaatadaptatie – maatregelen wateroverlast Naast de (ondergrondse) maatregelen die uitgevoerd worden wanneer het bestaande riool vervangen wordt, betreft het aanvullende (veelal bovengrondse) maatregelen die getroffen kunnen worden indien in de praktijk blijkt dat plaatselijk extra ingrepen gewenst zijn én meegelift kan worden bij ingrepen in de openbare ruimte. Ingrepen om de kans op wateroverlast te reduceren zijn: Het vergroten van de riolering (meer berging en betere afvoer). Stoepranden en straatpeilverlaging toepassen (bergen op straat om afstroming naar woningen te voorkomen). Waterberging in de openbare ruimte (groenvoorzieningen en speelplaatsen gebruiken voor buffering van water bij hevige neerslag). Ondergrondse regenwaterberging (scheiden waterstromen, infiltreren en/of afvoeren van regenwater). Meer open water (berging- en afvoercapaciteit van oppervlaktewater vergroten, waardoor regenwater beter af kan stromen). Gebouwen beschermen tegen water (om laaggelegen ruimten droog te houden kunnen o.a. drempels worden verhoogd). 4.2.3Bodemdaling Een groot deel van Kaag en Braassem bestaat uit veengrond. Deze grondsoort is gevoelig door bodemdaling die kan ontstaan door veenoxidatie18Wanneer veengronden worden ontwaterd en in contact komen met zuurstof, breken ze af en lost de veen als het ware op. Hierdoor zakken veel polders in ons veenweidegebied. Sinds kort is ook duidelijk dat deze vorm van bodemdaling niet alleen zorgt voor een lager maaiveld. Het zorgt er ook voor dat enorme hoeveelheden broeikasgassen worden uitgestoten. Bodemdaling door veenoxidatie draagt daarmee bij aan de opwarming van de aarde. en door belasting van de veengrond19 Deze vorm van bodemdaling is vooral terug te zien in gebieden waar gebouwd wordt: de bebouwde kom en bij wegen. Deze vorm van bodemdaling kan (plaatselijk) oplopen tot centimeters per jaar een heeft grote gevolgen: wegen verzakken, rioleringsbuizen breken af, er ontstaat wateroverlast of hinder en er kan paalrot optreden in houten funderingen. met zwaarder ophoogmateriaal zoals zand, beton of asfalt. Het grondwaterpeil wordt continu kunstmatig verlaagd, dit lijkt op de lange termijn niet houdbaar en staat ter discussie. Wat betreft de bodemdaling die in bestaande situaties ontstaat vanwege belasting: enkel doorgaan met het opnieuw opbrengen van de bodem met zwaarder ophoogmateriaal om de opgetreden bodemdaling te compenseren biedt geen soelaas. Gezocht moet worden naar duurzame oplossingen. Dit is een gezamenlijke opgave voor en met agrariërs, met vrijwel alle overheden die bij bodemdaling en veenoxidatie betrokken zijn, zoals het hoogheemraadschap Rijnland, de provincie Zuid-Holland en de Omgevingsdienst West-Holland. Meer dan 40% van het totale landoppervlak van de gemeente Kaag en Braassem is gevoelig voor veenoxidatie, en derhalve voor bodemdaling; er zijn plekken waar de bodem de komende 30 jaar in totaal circa 60 centimeter zal dalen bij ongewijzigd beleid [bron: Omgevingsvisie 2.0 Kaag en Braassem] Bodemdaling is een opgave waar de gemeente voornamelijk een participerende en samenwerkende rol voor zichzelf ziet weggelegd. Deze opgaven vragen (provinciale en regionale) afstemming en samenwerking met voornamelijk onze agrariërs en het hoogheemraadschap20een groot deel van het bodemdalingsgebied en omliggend water is van hen en zij hebben hier dagelijks mee te maken. en de provincie. De Rijksoverheid wil in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) de natuur versterken, stikstofuitstoot verminderen, waterkwaliteit verbeteren en meer doen tegen klimaatverandering. De provincie Zuid-Holland wil samen met waterschappen, gemeenten en maatschappelijke partners, grondeigenaren en -gebruikers op zoek naar oplossingen per gebied. De plannen voor Zuid-Holland worden uitgewerkt in een Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Dat vormt de basis voor de gebiedsprocessen in de provincie. De provinciale PPLG’s moeten leiden naar de landelijke doelen in het NPLG. Het gebiedsplan van de provincie Zuid-Holland wordt uiterlijk op 1 juli 2023 ingediend bij het Rijk. Wateroverlast Noord- en Zuideinde - Polder voor elkaar In de Veender- en Lijkerpolder Buiten de Bedijking zijn flinke opgaven op het gebied van wateroverlast, waterkwaliteit en de gebruiksfunctie van het water. Bovendien vindt er een grootschalige gebiedsontwikkeling plaats in deze polder. Rijnland en de gemeente zijn een intensieve samenwerking aangegaan onder de noemer van project ‘Polder voor elkaar’. In delen van de polder wordt niet voldaan aan de provinciale normen voor wateroverlast. Er is veel open water, maar door de geringe drooglegging is er onvoldoende berging. Bovendien is de interactie tussen de riolering en het oppervlaktewatersysteem bij hevige regenval niet goed in beeld. Tevens is het gebied, gelegen in veengrond, onderhevig aan bodemdaling; dit heeft gevolgen voor drooglegging, onderhoud wegen, riolering, fundering huizen, etc. De problematiek van Noord- en Zuideinde is in kaart gebracht, geanalyseerd en oplossingsrichtingen (mitigatieplannen) worden geïnventariseerd. De realisatiefase van de voorkeursvariant is voorzien in de periode 2027-2028. In (de planperiode van) dit Watertakenplan zijn vooralsnog er geen additionele kosten voorzien vanuit het taakveld riolering. Wel bestaat de mogelijkheid om de bestaande riolering (uit kwalitatief oogpunt) te vervangen gelijktijdig met de nader te bepalen maatregelen uit de voorkeursvariant. Dit zal, zoals aangegeven, naar verwachting grotendeels ná de planperiode van voorliggend Watertakenplan zijn. 4.3Robuust en duurzaam Duurzaamheid heeft continue aandacht binnen Kaag en Braassem. Dat zit in ons eigen ‘doen en laten’, maar dat vragen en verlangen wij ook van ontwikkelaars, onze inwoners en het bedrijfsleven (Duurzaam Bouwloket): Het doel is om met elkaar een prettige en toekomstbestendige leefomgeving te realiseren die regenbestendig en minder gevoelig voor hitte is, meer biodiversiteit kent, en waarbij bewust omgegaan wordt met materialen en energie. Op het gebied van water trekken we samen op met onze waterpartners binnen de zuiveringskring. Innovatieve initiatieven van derden ondersteunen we. Als gemeente hebben we naast een voorbeeldrol, eveneens een sturende rol. We vergroenen de leefomgeving, realiseren waterberging, koppelen verhard oppervlak af en we stimuleren en enthousiasmeren anderen (zie hoofdstuk 4.4). Conform de principes “niet afwentelen” en de trits “vasthouden-bergen-afvoeren” gelden er (bergings)eisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Om het watersysteem klimaatbestendig te maken is veel berging nodig. Bij herontwikkelingen en nieuwbouw moet de toename van verhard oppervlak worden gecompenseerd door de aanleg van berging en open water (gemeentelijk beleid bij kleine en Waterschapsverordening bij grotere ontwikkelingen). Bij nieuwbouw en verbouw wordt, afhankelijk van de omvang, geen of slechts in beperkte mate hemelwater geaccepteerd door de gemeente, hiervoor is de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk. Dit wordt nader gespecificeerd en vastgelegd in het omgevingsplan (maatregel M10-M11). Voor de grotere ontwikkelingen geldt de Waterschapsverordening, voor de kleinere, individuele bouwprojecten het gemeentelijk beleid. Een voorbeeld is het lozen van het hemelwater op oppervlaktewater indien het perceel daaraan grenst, conform de LIOR. Continueren ingeslagen weg ten aanzien van afkoppelen De gemeente hanteert het beleid om duurzame rioleringssystemen aan te leggen door schoon water en vuilwater gescheiden te houden. Door minder gemengd water kan het afvalwater (op termijn) eenvoudiger benut worden als grondstof of energiebron, vraagt het transport minder capaciteit en minder energie en uiteindelijk minder voorzieningen, vinden minder (vuile) overstortingen op oppervlaktewater plaats en kan schoon water lokaal worden benut hetgeen verdroging tegengaat. Tevens draagt dit niet-aankoppelen en afkoppelen van het schone water ook bij aan het verminderen van de kans op wateroverlast. De ingeslagen weg ten aanzien van het afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering wordt gecontinueerd. Hierbij maken we gebruik van het hemelwaterstructuurplan, waarin weergegeven is hoe op termijn met het vrijkomende hemelwater omgegaan wordt en de dimensionering van (hoofd) hemelwaterstructuren. 4.4Communicatie en gedeelde verantwoordelijkheid Wij willen onze inwoners betrekken, enthousiasmeren en stimuleren om tuinen te ontharden, groene daken aan te leggen, een regenton te plaatsen en/of (zelf) af te koppelen. In bijlage 4-3 zijn de resultaten opgenomen van een analyse naar bestaande subsidiemogelijkheden voor afkoppeling en groene daken vanuit het Rijk, de provincie Zuid-Holland en Hoogheemraadschap van Rijnland. Als gemeente liften we mee op deze initiatieven en zullen we aandacht besteden aan het kenbaar maken van deze regelingen. Kaag en Braassem stimuleert afkoppelen en het treffen van andere klimaatadaptieve maatregelen door particulieren. Dit wordt deels gefinancierd vanuit het Watertakenplan (maatregel M18 afkoppelcoach) en deels vanuit de algemene middelen (breder karakter). Daarnaast bestaan er subsidiemogelijkheden voor particulieren en bedrijven, zie bijlage 4-3. De gemeente investeert in het anticiperen op zwaardere buien, maar verlangt daarbij ook participatie van haar inwoners; iedereen kan immers zijn of haar ‘steentje’ bijdragen: Kaag en Braassem is aangesloten bij Stichting Steenbreek. De missie van deze stichting is: “Onze leefomgeving verandert in een snel tempo: plant- en diersoorten verdwijnen en levende systemen raken verstoord. Daarom helpt elke vierkante meter steen die wordt vervangen door groen, in zowel de private als de openbare ruimte. Het zorgt ervoor dat water weer in de bodem zakt, de temperatuur in de stad tempert, fijnstof wordt afgevangen, insecten, amfibieën, vogels en kleine dieren weer een leefgebied vinden, het bodemleven verbetert en mensen zich prettiger en gezonder voelen. Stichting Steenbreek wil de trend van de verstening stoppen, zowel in de publieke als private ruimte, en onze leefomgeving in Nederland duurzaam vergroenen. Daarbij kijken we verder dan enkel ‘groen doen’, want dat is niet voldoende. Daarom richten onze activiteiten zich op vier kernthema’s: biodiversiteit, klimaatadaptatie, sociale cohesie en gezondheid.” Eén van de acties die geïnitieerd worden vanuit Stichting Steenbreek is het jaarlijkse NK Tegelwippen. De gemeente Kaag en Braassem is in 2023 debutant op het NK Tegelwippen, in het klassement ‘kleine gemeentes’. Iedereen kan zelf de gewipte tegels online opgeven. Ook alle tegels die we in de openbare ruimte wippen tellen mee. Hier zal ook via de gemeente-kanalen aandacht aan geven worden om zoveel mogelijk inwoners te stimuleren mee te doen. Voor andere ideeën met betrekking tot het verminderen van verharding op percelen kunnen inwoners contact opnemen met de gemeente. Op de website van Duurzaam Bouwloket [link] is informatie te vinden over regentonnen en groene daken. We willen dat gelijktijdig met de afkoppeling van openbaar gebied (deels) particuliere verharding afgekoppeld wordt. We continueren de ingeslagen weg op basis van vrijwilligheid. Indien de participatiegraad bij projectmatige afkoppeling tegenvalt, zal de gemeente dit verplichten (in het omgevingsplan). We informeren onze inwoners periodiek; dat geldt ook voor het zwemmen in natuurwater waarop riooloverstorten kunnen lozen en/of andere verontreinigingsbronnen aanwezig kunnen zijn. In Nederland is het niet verboden om te zwemmen in oppervlaktewater, dit is echter op eigen risico. De zwemwaterkwaliteit wordt (alleen) bij de 700 officiële zwemwaterlocaties in Nederland gemonitord door Rijkswaterstaat en de waterschappen. Meer informatie over officieel zwemwater via deze link21https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/gebruiksfuncties/zwemwater/. Ongewenst lozingsgedrag moet voorkomen worden. Het betreft zowel illegale lozingen van chemische stoffen, doekjes, vet, verf en medicijnen in het riool, als foutieve aansluitingen van afvalwater op de regenwaterriolering en vice versa. Wij zullen periodiek, in samenwerking met Rijnland, aandacht besteden aan het voorkomen van milieuverontreiniging en verstoppingen als gevolg van foutief gebruik van de riolering. We sluiten hiervoor aan bij landelijke campagnes en/ of communicatie vanuit HHR. Figuur 7 Dit hoort niet in het riool [www.nietinhetriool.nl/] Minimale overlast voor de omgeving bij werkzaamheden Om overlast van werkzaamheden voor de omgeving zo veel mogelijk te voorkomen, besteedt de gemeente veel aandacht aan goede communicatie richting inwoners. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte worden de belanghebbenden vroegtijdig en goed geïnformeerd over de gevolgen hiervan met betrekking tot bereikbaarheid en bedrijfsvoering. Tevens wordt rioolvervanging zoveel mogelijk afgestemd op wegwerkzaamheden. Hiermee wordt de (frequentie van) overlast voor omwonenden beperkt. 4.5Maatregelenprogramma water en riolering Om de gestelde doelen te bereiken zijn in dit hoofdstuk maatregelen bepaald. Onderstaande tabel toont de maatregelen die in de planperiode 2024 – 2027 uitgevoerd worden. Voor de investeringen wordt verwezen naar tabel 3 in hoofdstuk 5.3 en bijlage 5-1. Tabel 2: Maatregelenprogramma water en riolering 2024-2027. 5Wat is daarvoor nodig? Wat is daarvoor nodig (middelen) en hoe organiseren (personeel) en bekostigen we dat? In dit hoofdstuk worden de kosten en baten (inning van de rioolheffing) van de rioleringszorg behandeld. De Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stelt dat de rioolheffing maximaal kostendekkend mag zijn (de gemeente mag besluiten om een deel van de kosten uit andere middelen te financieren). Het is daarnaast toegestaan om voor toekomstige (riool)vervangingen of groot onderhoud een spaarvoorziening in het leven te roepen en voor deze toekomstige uitgaven te sparen. Een meer dan 100% kostendekkende rioolheffing is niet toegestaan. Aan de uitgavenzijde wordt onderscheid gemaakt in lopende kapitaallasten, nieuwe investeringen (vervanging en o.a. afkoppeling), exploitatielasten (personele inzet, maatregelen (onderzoek en plannen), beheer en onderhoud stelsel) en btw. Deze aspecten worden in dit hoofdstuk behandeld. De inkomstenkant is de exponent van de uitgavenzijde. In dit rapport wordt de heffing berekend die nodig is om een kostendekkend geheel te hebben en in ook de toekomst te houden. Om deze reden wordt een langere periode (tot 2065) dan de looptijd van het Watertakenplan in ogenschouw genomen. Er kan geanticipeerd worden op een toekomstige stijging of daling van de lasten. 5.1Algemeen Investeringen in de riolering moeten op grond van de gemeentelijke financiële voorschriften worden geactiveerd22Basisregel dat investeringen met economisch nut geactiveerd moeten worden (artikel 59, eerste lid BBV). Alle investeringen in het riool (vervanging en verbetering) zijn investeringen met een economisch nut. Immers, een gemeente kan middelen genereren via het riooltarief (artikel 59, tweede lid BBV).]. Activeren leidt tot kapitaallasten (rente en afschrijving). Indien de gemeente beschikt over een spaarvoorziening mógen investeringen bij voldoende saldo direct worden afgeboekt in de balanssfeer. Kaag en Braassem gebruikt de voorziening als een egalisatievoorziening om oplopende kapitaallasten als gevolg van toekomstige pieken in (riool)vervangingen op te vangen en om de jaarresultaten van het rioleringsplan te egaliseren. Onderzoeken mogen slechts onder voorwaarden worden geactiveerd; in Kaag en Braassem worden onderzoeken gedekt vanuit de exploitatie (kostensoort 4351000). Jaarlijks is hiervoor een bedrag gereserveerd. Daarnaast worden reeds voorziene onderzoeken meegenomen in de meerjarenraming van de exploitatie (onder dezelfde post). De gemeente kent ten aanzien van de rioolheffing een gebruikersheffing. Voor zowel woningen, als voor niet-woningen geldt een vast tarief afhankelijk van de capaciteit van de watermeter. Percelen die enkel hemelwater of grondwater afvoeren wordt een afwijkende (geringere) heffing opgelegd. Meer informatie over de verschillende categorieën en de hoogte van de heffing in 2023 is te vinden in de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2023 (officielebekendmakingen.nl).23 In de ‘Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2024’ wordt aan artikel 6.4 toegevoegd: “indien de gebruiker aan kan tonen dat het jaarlijkse leidingwaterverbruik lager is dan 400 m3, geldt het belastingtarief zoals vermeld in het tweede lid.” Hiermee wordt de weeffout hersteld en betalen deze gebruikers het reguliere tarief. Het saldo van de egalisatievoorziening (inclusief reserve) bedraagt op 1 januari 2023 € 7.581.000. Dit saldo wordt aangewend om stijgende kapitaallasten op te vangen en om schommelingen en/of eventuele tegenvallers in de exploitatie op te kunnen vangen, zonder dat er direct een begrotingstekort optreedt. Positieve resultaten (of uitgestelde kosten) worden eveneens aan de egalisatievoorziening toegevoegd. Het saldo in de voorziening is geen overschot, maar is benodigd om (met een acceptabele ontwikkeling van de rioolheffing) ook in de toekomst kostendekkend te blijven. Iedere 4 jaar, wanneer er ook een nieuw Watertakenplan komt (dan wel een Programma water en riolering), wordt er een nieuw kostendekkingsplan opgesteld waarin de doorkijk ook telkens 4 jaar opschuift. Tussentijds kan het kostendekkingsplan geactualiseerd worden indien daar aanleiding toe is: voor de jaarlijkse begroting en/ of bij substantiële afwijkingen ten opzichte van de prognoses. Bij een actualisatie wordt de heffing voor het volgende begrotingsjaar berekend en of de geprognosticeerde ontwikkeling van de rioolheffing nog volstaat. We kijken financieel vooruit tot en met 2065. De reden is dat op deze wijze ook een beeld verkregen wordt over de financiële consequenties van keuzes, ook op de middellange en lange termijn. Uitgangspunt voor de berekeningen is 100% kostendekkendheid in de periode tot en met 2065, waarbij het saldo van de voorziening volledig ingezet wordt (ultimo 2065 is het saldo van de voorziening rekenkundig nul). 5.2Kapitaallasten Kaag en Braassem hanteert een financiële afschrijvingstermijn (economische levensduur) van 50 jaar voor vrijverval riolering, afkoppelvoorzieningen en druk- en persleidingen24Ook voor de met de drukriolering en persleidingen meegelegde elektrakabel die de gemeentelijke pompputten van energie voorzien. Deze worden vanaf 2030 ook vervangen. De kosten worden te zijner tijd meegenomen in de ramingen.. De economische levensduur voor de vervanging van pompputten (bouwkundig) en mechanisch/elektrische onderdelen (van pompen en gemalen) bedraagt respectievelijk 40 en 15 jaar. Hiervoor geldt een annuïteiten afschrijving. De interne rekenrente (omslagrente) voor geactiveerde en nieuwe investeringen bedraagt 2,0% vanaf 2024 (uitgangspunt is een constant rentepercentage voor alle jaren). Onderstaande tabel toont de gehanteerde financiële afschrijvingstermijnen. Tabel 3 Financiële afschrijvingstermijnen Investeringen in het verleden, ten behoeve van vervangingen (al dan niet in combinatie met verbeteringen zoals afkoppeling) zijn geactiveerd; dit heeft geleid tot kapitaallasten. Onderstaande grafiek toont de lopende kapitaallasten van geactiveerde investeringen tot en met 2023 (blauw), alsmede de nieuwe kapitaallasten als gevolg van nieuwe, geplande, investeringen (groen). In 2024 bedragen de kapitaallasten 38% van de totale begroting van ruim € 4,84 miljoen. De prognose is dat deze oplopen tot € 5,0 miljoen in 2065 (59% van de totale begroting van € 8,46 miljoen). Figuur 8: Lopende en nieuwe kapitaallasten taakveld riolering. 5.3Nieuwe investeringen planperiode De komende jaren vinden investeringen plaats door riool gerelateerde maatregelen uit te voeren. Vervangings- en verbeteringsinvesteringen ten behoeve van riolering, die gefinancierd mogen worden vanuit de rioolheffing omdat deze één of meerdere zorgplichten dienen, worden geactiveerd en financieel afgeschreven over 40 tot 50 jaar (zie tabel 3). Dit geldt tevens voor afkoppeling of andere investeringen in het kader van klimaatadaptatie (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie maatregelen). Bij vervangingen maakt het niet uit of de riolering vervangen wordt, dan wel in zijn geheel gerenoveerd: gerelined25Grootschalige relining wordt gelijkgesteld aan vervanging, waardoor hiervoor dezelfde financiële(rekenkundige) uitgangspunten gelden. ‘grootschalige’ relining is een relatief begrip; als stelregel geldt dat het meerdere strengen betreft en dat als uitgangspunt geldt dat deze strengen (na relining) zullen blijven liggen, indien de overige strengen een aantal jaren later vervangen zouden worden.. In bijlage 5-1 zijn de geraamde (riool)vervangingsinvesteringen tot en met 2065 opgenomen. Vervangingsinvesteringen ten behoeve van pompen en gemalen worden geactiveerd en financieel afgeschreven over 15 tot 40 jaar, zie tabel 3. Kosten voor groot onderhoud, zoals het baggeren van waterbodems, mogen niet geactiveerd worden. Deze kosten komen direct ten laste van de rioolheffing. Een eventuele bijdrage vanuit de “Voorziening vervanging en groot onderhoud” is toegestaan. Kaag en Braassem hanteert de volgende definitie voor het begrip Groot onderhoud: Onderhoud van ingrijpende aard dat op een groot deel van het object wordt uitgevoerd én na een langere gebruiksperiode moet worden verricht, ook wel lang-cyclisch onderhoud genoemd. Hieronder valt bijvoorbeeld deel-relining van rioolbuizen, voor zover dit de levensduur van het rioolstelsel als geheel niet verlengt, en het periodiek opschonen van de bodems van retentievoorzieningen. Investeringen voor groot onderhoud mogen niet geactiveerd worden. Wanneer er sprake is van groot onderhoud, zullen de investeringsbedragen derhalve direct uit de voorziening onttrokken (moeten) worden, dan wel ten laste moeten komen van de exploitatie. Plannen en onderzoeken worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Onderstaand een samenvatting van de investeringen in de planperiode: Tabel 4 Investeringen planperiode 2024 tot en met 2027 (P = periodiek, S = structureel) Voor een samenvatting van het kostendekkingsplan wordt verwezen naar bijlage 5-1. 5.4Exploitatielasten De exploitatielasten bedragen in 2024 afgerond € 2.541.000, zie onderstaande tabel. Dit bedrag is exclusief kapitaallasten, exclusief btw toerekening en eventuele dotaties of onttrekkingen aan de voorziening. Tabel 5: Exploitatie taakveld riolering. 5.5BTW toerekening Gemeenten mogen bij bepaling van de omvang van de lasten ten behoeve van de berekening van de toegestane hoogte van de rioolheffing de geraamde BTW meenemen (229b,2b Gemeentewet). De reden hiervan is dat vóór de invoering van het BTW-compensatiefonds (BCF) dit ook al mocht en de gemeente bij de invoering van het BCF anders een niet bedoeld inkomstenverlies zou hebben geleden. Het gaat hierbij om alle BTW, dus zowel de BTW die drukt op goederen en diensten die direct als last op de exploitatie drukken of via een voorziening lopen, als ook de BTW die drukt op de investeringen, onverschillig of deze worden geactiveerd of direct uit een voorziening worden bekostigd. De gemeente Kaag en Braassem rekent de compensabele BTW-last toe die drukt op de exploitatie (derden), alsmede op de afschrijvingscomponent van investeringen (vanaf 2003). Dit is derhalve een grondslag voor de berekening van de kostendekkende rioolheffing. In de periode 2024-2027 bedraagt de jaarlijks toe te rekenen compensabele BTW gemiddeld € 504.000 (zie bijlage 5-1). 5.6Heffingseenheden Voor de berekening van de benodigde kostendekkende rioolheffing is voor 2023 uitgegaan van (omgerekend) 13.993 heffingseenheden categorie b. Bestaande uit de 13.654 heffingseenheden uit 2022 en de 339 woningen die in 2022 gerealiseerd zijn. Bij de bepaling van de kostendekkende rioolheffing wordt voor de periode 2024 tot en met 2027 uitgegaan van een gemiddelde stijging van het aantal heffingseenheden met 410 per jaar conform de woningbouwplanning 2023 (update maart 2023). Als gevolg van de areaaluitbreiding zullen de exploitatielasten stijgen. In het kader van dit Watertakenplan zijn de budgetten geactualiseerd. Conform de huidige plannen blijft het aantal heffingseenheden tot en met 2030 groeien (met 85 per jaar in de periode 2028 tot en met 2030). Na deze periode is voor de berekening uitgegaan van een constant aantal eenheden van 16.298. 5.7Berekening kostendekkende rioolheffing De kostendekkende rioolheffing is berekend voor de periode tot en met 2065, waarbij de in de voorgaande paragrafen aangegeven financiële en rekenkundige uitgangspunten gehanteerd zijn. Om de rioolheffing ook in de toekomst kostendekkend te houden is de volgende ontwikkeling benodigd: Tabel 6 Geprognotiseerde ontwikkeling rioolheffing (op basis van prijspeil 2024 en gehanteerde uitgangspunten). Jaar / Periode Stijging rioolheffing (exclusief indexatie)* Planperiode: jaar 2024 Totaal 5,2% indexatie Planperiode: 2025 tot en met 2027 1,75% per jaar (excl indexatie) 2028 tot en met 2051 1,75% per jaar (excl indexatie) 2052 tot en met 2065 0,35% per jaar (excl indexatie) Rioolheffing in 2065 € 507 per woning (prijspeil 2023) Kapitaallasten in 2065 63% t.o.v. baten (56% in 2050) * betreft de procentuele stijging van alle categorieën ten opzichte van het jaar ervoor. Stijging exclusief de jaarlijks door de gemeente vast te stellen indexatie. Gedurende de totale beschouwde periode wordt het saldo van de egalisatievoorziening volledig benut ten gunste van een gelijkmatige ontwikkeling van de rioolheffing. Onderstaande figuur toont de ontwikkeling van de rioolheffing in de periode 2023 t/m 2065 (exclusief indexatie, prijspeil 2023). Figuur 9: Ontwikkeling rioolheffing 2023 t/m 2065 (exclusief indexatie). 5.8Renterisico De interne rekenrente (omslagrente) op basis van het BBV (Commissie Besluit Begroting en Verantwoording) bedraagt 2,0%. We gaan als gemeente leningen aan om de investeringen te financieren. Als gevolg van de lage rente zijn de kapitaallasten (afschrijvingslasten en rente) van de totale lening portefeuille relatief laag. Wanneer de rente stijgt, zullen de kapitaallasten meestijgen. Dit kan op termijn leiden tot een additionele stijging van de rioolheffing. Onderstaande figuur toont de ontwikkeling van de rioolheffing tot en met 2065 bij de huidige interne rekenrente (blauwe staven). De gekleurde lijnen laten de 100% kostendekkende rioolheffing zien indien de omslagrente met ingang van 2026 stijgt naar 3,5% en 5%. Figuur 10: Effect van een stijgende omslagrente op de 100% kostendekkende rioolheffing 5.9Opbouw van de rioolheffing De rioolheffing bedraagt in 2024 afgerond € 303 voor categorie b26Voor een perceel, met een (direct of indirect) aansluiting op een watermeter met een capaciteit tot en met 3,5 m3/h. De totale baten bedragen afgerond € 4,19 miljoen. 52% van de kosten wordt besteed aan de exploitatie en dient voor de uitvoering van onder andere het dagelijks beheer en onderhoud, personeelslasten, onderzoeken en maatregelen (zie exploitatielasten in tabel 5). 38% van de kosten wordt besteed aan kapitaallasten; het betreft de rente en afschrijvingslasten van riool gerelateerde investeringen uit het (recente) verleden. Afgerond 10% van de kosten bestaat uit compensabele BTW over de exploitatie derden (6%) en de afschrijvingscomponent van investeringen (4%). Daarnaast vindt er in 2023 een onttrekking uit de voorziening plaats ter grootte van afgerond € 655.000. In totaliteit vormt het een 100% kostendekkend geheel. Figuur 11: Onderverdeling van de totale kosten (peiljaar 2024). 5.10Personele capaciteit Stichting RIONED heeft in 2022 een geactualiseerde formatie-rekentool voor de gemeentelijke watertaken uitgebracht. Kaag en Braassem heeft als pilot-gemeente meegewerkt aan de validatie van de nieuwe tool. Op basis van de grootte van de gemeente en de kenmerken en omvang van de verschillende onderdelen van het rioleringsstelsel wordt de theoretisch benodigde formatie voor de invulling van de gemeentelijke watertaken berekend. Vervolgens wordt per onderdeel aangegeven welke taken (en voor welk deel) de gemeente zelf uitvoert en welke werkzaamheden, en in welke mate, uitbesteed zijn aan marktpartijen. Deze exercitie leidt tot een benodigde formatie, waarbij onderscheid gemaakt wordt in een zestal functieprofielen (zie tabel 7). De aanwezige formatie binnen het taakveld riolering bedraagt 6,8 fte en is in onderstaande tabel weergegeven: Tabel 7: Aanwezige formatie taakveld riolering Op basis van de theoretisch benodigde en de werkelijk aanwezige formatie wordt een beeld verkregen van kritieke mogelijke hiaten. Voor Kaag en Braassem wordt geconcludeerd dat de formatie op het gebied van beleidsmedewerker (adviseur) en beheerder een punt van aandacht is. Uit de analyse blijkt dat er binnen Kaag en Braassem op onderdelen meer werkzaamheden uitbesteed worden dan geadviseerd door Stichting RIONED. Het risico daarvan is dat er onvoldoende (stelsel)kennis in de eigen formatie aanwezig is en de formatie kwetsbaar wordt. Het betreft voornamelijk taken die uitgevoerd worden door een beleidsmedewerker (adviseur) en beheerder. Daarnaast zijn het enkele taken die vallen onder het takenpakket van de gegevensbeheerder. Ten aanzien van de functieprofielen beleidsmedewerker (adviseur) en beheerder is een tekort in de formatie van 0,5 tot 0,8 fte per functieprofiel (respectievelijk bij huidig uitbestedingspercentage en bij geadviseerd uitbestedingspercentage). Een deel van de werkzaamheden vallend de beheerderstaken wordt binnen Kaag en Braassem door de buitendienst opgepakt, waarmee het tekort op het gebied van beheer in de praktijk beperkter is. De ontwerp werkzaamheden worden volledig uitbesteed aan marktpartijen. Er is dan ook geen formatie benodigd. Wel dienen uitgangspunten meegegeven en ontwerpen gecontroleerd te worden. Dit wordt uitgevoerd door de beheerder. Aangezien een groot deel van het gegevensbeheer wordt uitbesteed (maatregel M3-M4), is er geen tekort op dit vlak. Projectleiders, werkvoorbereiders en toezichthouders zijn aanwezig binnen de gemeentelijke formatie en/ of de flexibele schil en worden op projectbasis ingezet. Er is geen sprake van een tekort binnen dit functieprofiel. De buitendienst is de afgelopen jaren geprofessionaliseerd en uitgebreid (met ruim 2 fte), waardoor meer werkzaamheden in eigen beheer uitgevoerd kunnen worden. Hierdoor worden minder taken uitbesteed aan marktpartijen. Door de werkzaamheden zelf uit te voeren wordt een beter beeld verkregen van de staat van de assets, het (systeem)functioneren en de aandachtspunten. Geconcludeerd wordt dat de formatie op het gebied van beleidsmedewerker (adviseur) en beheerder krap is, met name bij eerstgenoemde functie. De komende jaren wordt gemonitord of alle cruciale kerntaken uitgevoerd kunnen worden. Minder urgente werkzaamheden kunnen worden uitbesteed (of inhuur), dan wel uitgesteld worden. Daarnaast streven we ernaar een vacatureplaats in te vullen voor het functieprofiel adviseur water en riolering. Begrippenlijst Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet. Door het activiteitenbesluit is de regulering van afvalwaterlozingen drastisch gestroomlijnd. Lozingen vanuit een inrichting worden in beginsel met het Activiteitenbesluit geregeld. In het Activiteitenbesluit staan milieuregels, vooral voor bedrijven. Alle bedrijven in Nederland vallen onder het Activiteitenbesluit. Afvalwaterwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) Het ingezamelde afval- en hemelwater wordt middels rioolgemalen en persleidingen via afvalwatertransportgemalen (AWTG) afgevoerd richting de rioolwaterzuiveringsinstallaties (AWZI). De AWZI’s en AWTG’s zijn eigendom van Hoogheemraadschap van Rijnland die verantwoordelijk is voor het bij het overnamepunt inzamelen, verder transporteren en zuiveren van het afvalwater. Binnen het grondgebied van Kaag en Braassem is in Nieuwe Wetering en Leimuiden een AWZI aanwezig. Afvalwatertransportgemaal (AWTG) Het door de gemeente ingezamelde afval- en hemelwater wordt middels rioolgemalen en persleidingen getransporteerd naar het overnamepunt van het hoogheemraadschap. Vanaf het overnamepunt is het hoogheemraadschap verantwoordelijk voor het verpompen middels het afvalwatertransportgemaal, het transport en uiteindelijk de zuivering van het stedelijk afvalwater bij de AWZI. Basisrioleringsplan (BRP) – vervangen door SSW Een BRP geeft inzicht in het hydraulische en milieutechnische functioneren van het rioolstelsel. Hierin worden alle gegevens van het rioolstelsel van het betreffende gebied of van de betreffende stad opgenomen en doorgerekend. Het gaat om de opbouw van het rioolstelsel in lengtes, diameters, jaar van aanleg, verhard oppervlak, etc. Op basis van deze gegevens worden in het BRP voorstellen gedaan hoe het stelsel te laten voldoen aan de gestelde eisen. De in het BRP aangegeven noodzakelijke veranderingen worden in het GRP opgenomen en (financieel) verwerkt. Kaag en Braassem heeft het BRP in 2017-2018 op laten stellen en alle vrijverval stelsels door laten rekenen bij gangbare en extreme neerslaggebeurtenissen. Bergbezinkbassin Een bergbezinkbassin, vaak afgekort als BBB, is een bak achter een overstort van een rioolstelsel. Bij een overstorting stroomt het BBB vol met water. Pas als het BBB vol is stort het water over vanuit het BBB op het oppervlaktewater. Na een overstorting wordt het water uit het BBB teruggebracht in het rioolstelsel, zodat het naar de AWZI kan stromen. Het BBB is bedoeld om vuilemissie via overstortingen te reduceren. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Besluit bouwwerken leefomgeving is een van de vier algemene maatregelen van bestuur onder de Omgevingswet en is te zien als de ‘vervanger’ van het Bouwbesluit 2012. In het Bbl staan de algemene rijksregels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving is een van de vier algemene maatregelen van bestuur (amvb) onder de Omgevingswet. Deze amvb bevat inhoudelijke regels voor bestuurshandelen. Het gaat daarbij onder meer over de omgevingswaarden, de instructieregels, de beoordelingsregels voor toestemmingsbesluiten (zoals de omgevingsvergunning en het projectbesluit), de programma’s en de programmatische aanpak, de monitoring en informatieverplichtingen en de bijzondere beheerbevoegdheden. Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) Op 1 juli 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen in werking getreden. In dit besluit zijn regels opgenomen voor categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen. Lozingen vanuit inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit en het lozen vanuit huishoudens is geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) Het Besluit lozing afvalwater huishoudens regelt alle lozingen vanuit particuliere huishoudens. De Wet milieubeheer, de Wet Bodembescherming en de Waterwet vormen de grondslag voor het besluit. Het Blah regelt alle lozingssituaties die bij een particulier huishouden aan de orde kunnen zijn. Zowel in stedelijk gebied als in het buitengebied. BTW compensatiefonds Als gemeenten en provincies diensten of goederen extern inkopen, betalen zij daarover btw. In tegenstelling tot bedrijven kunnen zij die btw niet terugvorderen van de Belastingdienst. Extern ingekochte diensten zijn daarom al snel duurder dan intern uitgevoerde activiteiten. Sinds 2003 kunnen gemeenten en provincies met het BTW compensatiefonds toch de btw terugvragen (onder voorwaarden) die ze hebben betaald over uitbesteed werk. Bui08 en Bui09 Theoretische standaard toegepaste buien: Bui08 heeft een omvang van 19,8 mm, een piekintensiteit van 110 l/s per ha en komt gemiddeld eens in de 2 jaar voor. Bui09 heeft een omvang van 29,4 mm, een piekintensiteit van 160 l/s per ha en komt gemiddeld eens in de 5 jaar voor (Kennisbank Stedelijk Water, Stichting RIONED, voorheen ‘Leidraad Riolering’). Droogweerafvoer (dwa) Dwa is de afvoer van afvalwater van huishoudens en bedrijven. In tegenstelling tot rwa (regenwaterafvoer) is er altijd sprake van dwa, ongeacht de weersomstandigheden. Dwa bestaat vrijwel volledig uit vuil water, doordat in droge perioden geen neerslag wordt afgevoerd. In gemengde rioolstelsels is het debiet (afvoerhoeveelheid) tijdens droog weer zeer gering ten opzichte van de maximale afvoercapaciteit. Drukriolering Drukriolering bestaat uit leidingen met een kleine diameter waardoor het afvalwater onder druk wordt afgevoerd. Elke aansluiting is voorzien van een pompunit die het afvalwater in het drukriool pompt. Om grotere afstanden en/of hoogteverschillen te overbruggen worden tussengemalen toegepast. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de AWZI of naar het gemengd rioolstelsel, van waar het water onder vrij verval naar de AWZI stroomt. Drukriolering wordt voornamelijk toegepast in het buitengebied, waar percelen op relatief grote afstand van elkaar liggen. Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) Het GRP beschrijft de beleidsvoornemens en bijbehorende maatregelen voor inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel- en grondwater voor een periode van 4 à 5 jaar. Vanaf 2008 zijn de hemelwater- en grondwaterzorgplicht aan de afvalwaterzorgplicht toegevoegd. Het GRP vertaalt de maatregelen in een kostendekkingsplan en geeft aan welke gevolgen dit heeft voor de rioolheffing. Het vGRP wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. De planverplichting komt te vervallen na 1 januari 2024, wanneer de Omgevingswet in werking treedt. Gemengd (riool)stelsel In een gemengd rioolstelsel wordt overtollig hemelwater en afvalwater van huishoudens en bedrijven door hetzelfde buizenstelsel afgevoerd. Bij droog weer is er alleen afvalwater van huishoudens en bedrijven (dwa). Tijdens neerslag mengt het regenwater (rwa) zich met het vuile water. Dit heeft twee grote nadelen. Ten eerste wordt het relatief schone regenwater gemengd met vuil water en dan naar de AWZI afgevoerd om te worden gezuiverd. Ten tweede wordt de riolering overbelast bij extreme neerslag. Het met vuil water vermengde regenwater komt dan via overstorten ongezuiverd in het oppervlaktewater terecht. Dit zorgt voor vervuiling van het oppervlaktewater en de waterbodem. Gescheiden (riool)stelsel In een gescheiden rioolstelsel zijn aparte buizenstelsels aangelegd voor vuil water (dwa) en regenwater (rwa). De dwa wordt naar de AWZI getransporteerd. De rwa wordt veelal afgevoerd naar nabijgelegen oppervlaktewater. Het nadeel van gescheiden stelsels is dat het regenwater soms tot vervuiling van het oppervlaktewater leidt. Dit is met name het geval als na droge perioden het vuil van wegen en andere oppervlakken met het regenwater in de riolering spoelt. Dit nadeel wordt grotendeels ondervangen in verbeterd gescheiden stelsels (vgs). Groot onderhoud Onderhoud van ingrijpende aard dat op een groot deel van het object wordt uitgevoerd en na een langere gebruiksperiode moet worden verricht, ook wel lang-cyclisch onderhoud genoemd. Individuele behandeling afvalwater (IBA) Een IBA systeem is een installatie om huishoudelijk afvalwater te zuiveren. Deze systemen worden vaak toegepast in situaties waar geen aansluiting op riolering kan worden gemaakt. In Nederland moeten alle IBA’s voldoen aan de lozingsbesluiten. Er zijn verschillende IBA-systemen; het meest bekend is de septic tank. Een ander voorbeeld is het helofytenfilter (rietveld). Kaderichtlijn Water (KRW) De KRW is een Europese richtlijn om het water in de Europese Unie te beschermen en duurzaam gebruik te bevorderen. De KRW gaat uit van een stroomgebiedbenadering, waarbij chemische en ecologische kwaliteitsdoelen worden gesteld. De KRW houdt een resultaatverplichting in per 2015. Dit wordt momenteel in Nederlandse regelgeving vertaald, onder andere door middel van de Provinciale waterplannen en de vernieuwde waterbeheersplannen van de waterschappen. Openbare hemelwaterstelsels Openbare (gemeentelijk) hemelwaterstelsels zijn voorzieningen voor de inzameling, transport en verdere verwerking van uitsluitend afvloeiend hemelwater. Daaronder vallen de rwa-riolen (regenwaterafvoer) van (verbeterd) gescheiden stelsels, infiltratievoorzieningen, doorlatende verharding en retentievijvers. Openbare ontwateringsvoorzieningen Ontwateringstelsels (voor grondwater) zijn voorzieningen waarmee structurele grondwateroverlast wordt voorkomen. Onder openbare ontwateringsvoorzieningen vallen onder andere: oppervlaktewateren (zoals greppels, sloten, kanalen en vijvers), drainagenetwerken en IT-riolen (infiltratie en transport) waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor het beheer. Ontwateringsvoorzieningen kunnen ook omgekeerd werken en in droge tijden water aanvoeren om grondwaterstanden op peil te houden. Openbare vuilwaterstelsels Een openbaar vuilwaterriool is een voorziening in beheer bij de gemeente voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater; dat wil zeggen het afvalwater geproduceerd door huishoudens en al het water dat hier mee gemengd is zoals bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater en/of grondwater. Onder het openbare vuilwaterstelsel vallen gemengde riolen, dwa-riolen (droogweerafvoer), drukriolering en (vrijwel) alle transportleidingen. Overstort Een overstort eis een (nood)uitlaat van een rioolstelsel. Overstorten treden in werking als de capaciteit van het gemengde rioolstelsel onvoldoende is om alle neerslag te verwerken. Randvoorziening Om de omvang en schade van riooloverstortingen te verminderen zijn diverse randvoorzieningen aangelegd bij de riooloverstorten. De randvoorzieningen zijn uitgevoerd als bergbezinkbassin of bergbezinkleiding. Dit is een grote betonnen bak of leiding waarin afvalwater tijdelijk wordt geborgen. Als de bui is overgetrokken en het riool niet meer vol is, stroomt het hemelwater en het vervuilde slib terug het rioolstelsel in naar de zuivering. Door deze extra inhoud aan het rioolstelsel toe te voegen, daalt het aantal riooloverstortingen. Daarnaast is de voorziening zo ontworpen dat het verontreinigde slib zo veel mogelijk bezinkt. Het water dat alsnog overstort vanuit de randvoorziening op oppervlaktewater is relatief schoon. Relinen Het renoveren van een riool middels (bijvoorbeeld) een met kunsthars geïmpregneerde kous. Na reiniging wordt de kous in de te repareren rioolstreng aangebracht. Door of lucht of water in te pompen wordt het doek tegen de leidingwand gedrukt, waarna het doek aan de wand hecht. Bij deze methode behoeft de straat niet te worden opgebroken, wat een (kosten)voordeel oplevert ten opzichte van traditionele vervanging. De restlevensduur van het op deze wijze gerepareerde riool is hoog. Regenwaterafvoer (rwa) Rwa is de afvoer van overtollig hemelwater. In tegenstelling tot dwa is er alleen sprake van rwa tijdens en na regenbuien. In gemengde rioolstelsels is het debiet (afvoerhoeveelheid) tijdens rwa-omstandigheden zeer groot t.o.v. de droogweerafvoer. Hierdoor kan het rioolstelsel overbelast worden, hetgeen leidt tot overstortingen op oppervlaktewater en in extreme situaties tot waterhinder of zelfs -overlast. Stichting RIONED Stichting RIONED is de koepelorganisatie voor de riolering en het stedelijk waterbeheer in Nederland. In RIONED participeren alle partijen die bij de rioleringszorg betrokken zijn: overheden (gemeenten, waterschappen, rijk en provincies), bedrijven (leveranciers, adviesbureaus, inspectiebedrijven en aannemers) en onderwijsinstellingen. Zij zijn de begunstigers van RIONED. De belangrijkste taak van Stichting RIONED is het beschikbaar stellen van kennis aan de vakwereld. Dit doet RIONED door onderzoek, het bundelen van bestaande kennis en het op vele manieren informeren en bij elkaar brengen van professionals. RIONED signaleert problemen in de dagelijkse praktijk van de rioleringsbeheerder en kaart deze aan bij bestuurders en beleidsmakers. Ook informeert Stichting RIONED het brede publiek. Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) Het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) is sinds 2020 de opvolger van het (verbrede) Basisrioleringsplan (BRP) voor alle gemeentelijke watertaken, met daarin een beschrijving van de stedelijke watersystemen en het functioneren daarvan en een evaluatie van de gemeentelijke watertaken. Telemetrie Letterlijk betekent telemetrie “meten op afstand”. Binnen het vakgebied riolering wordt de term telemetrie gebruikt voor het geheel aan apparatuur en communicatieverbindingen waarmee gegevens en signalen van kunstwerken (zoals pompen, schuiven en overstorten) worden doorgegeven. De meest bekende toepassing is het automatisch doorgeven van storingen die in rioolgemalen kunnen optreden. Telemetrie kan worden gebruikt voor storingsmeldingen (signalering en alarmering), verzameling van meetgegevens en voor besturing. Verbeterd gescheiden (riool)stelsel (vgs) Een verbeterd gescheiden stelsel is een gescheiden rioolstelsel waarbij het vuilwaterstelsel is gekoppeld met het regenwaterstelsel. Bij gescheiden stelsels komt meegespoeld vuil van wegen en andere oppervlakken in het oppervlaktewater terecht; met name aan het begin van een regenbui, na een droge periode. Dit wordt de “first flush” genoemd. In verbeterd gescheiden stelsels stroomt de first flush door de koppeling naar het vuilwaterriool en vandaar naar de AWZI. De koppeling is zo gemaakt dat alleen water van het regenwaterstelsel naar het vuilwaterstelsel kan stromen en niet andersom. Nadeel van verbeterd gescheiden stelsels is dat (op jaarbasis) relatief veel schoon regenwater wordt vermengd met vuil water en naar de AWZI wordt getransporteerd om te worden gezuiverd. Vrijvervalrioolstelsel In de meeste rioolstelsels wordt water onder vrij verval afgevoerd. Dit betekent dat het water door de zwaartekracht van hoog naar laag stroomt. De term vrijvervalrioolstelsel wordt vaak gebruikt in tegenstelling tot drukrioolstelsels, waarbij het water wordt afgevoerd door pompen. Watertakenplan (Wtp) Een Watertakenplan is ene ander woord voor het GRP (zie: gemeentelijk rioleringsplan) Omdat de inhoud van het plan veel breder is dan de naam ‘gemeentelijk rioleringsplan’ doet vermoeden is gekozen voor de term Watertakenplan; het plan beschrijft en verankert de strategie per watertaak: Afvalwater. De doelmatige inzameling en het transport van het stedelijke afvalwater (huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, eventueel gemengd met hemelwater en/of grondwater27Menging met grondwater is alleen toegestaan indien dat doelmatig is. Denk aan het lozen van drainagewater afkomstig van particuliere percelen met structurele grondwateroverlast. Aansluiting hiervan op het vuilwater riool is enkel doelmatig indien er geen andere lozingsmogelijkheden zijn.), dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen; Hemelwater. De doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (trits opvangen, bergen, afvoeren); Grondwater. Het in openbaar gebied treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken. Tevens wordt ingegaan op klimaatadaptatie (met name wateroverlast en droogte). Als gevolg van een integrale benadering neemt daarnaast de wederzijdse relatie met ruimtelijke ordening toe. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Kaag en Braassem gehouden op 18 december 2023. de griffer,T.P. Scherpenzeel de voorzitter,A. Heijstee-BoltBijlage0-1Begrippenlijst Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet. Door het activiteitenbesluit is de regulering van afvalwaterlozingen drastisch gestroomlijnd. Lozingen vanuit een inrichting worden in beginsel met het Activiteitenbesluit geregeld. In het Activiteitenbesluit staan milieuregels, vooral voor bedrijven. Alle bedrijven in Nederland vallen onder het Activiteitenbesluit. Afvalwaterwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) Het ingezamelde afval- en hemelwater wordt middels rioolgemalen en persleidingen via afvalwatertransportgemalen (AWTG) afgevoerd richting de rioolwaterzuiveringsinstallaties (AWZI). De AWZI’s en AWTG’s zijn eigendom van Hoogheemraadschap van Rijnland die verantwoordelijk is voor het bij het overnamepunt inzamelen, verder transporteren en zuiveren van het afvalwater. Binnen het grondgebied van Kaag en Braassem is in Nieuwe Wetering en Leimuiden een AWZI aanwezig. Afvalwatertransportgemaal (AWTG) Het door de gemeente ingezamelde afval- en hemelwater wordt middels rioolgemalen en persleidingen getransporteerd naar het overnamepunt van het hoogheemraadschap. Vanaf het overnamepunt is het hoogheemraadschap verantwoordelijk voor het verpompen middels het afvalwatertransportgemaal, het transport en uiteindelijk de zuivering van het stedelijk afvalwater bij de AWZI. Basisrioleringsplan (BRP) – vervangen door SSW Een BRP geeft inzicht in het hydraulische en milieutechnische functioneren van het rioolstelsel. Hierin worden alle gegevens van het rioolstelsel van het betreffende gebied of van de betreffende stad opgenomen en doorgerekend. Het gaat om de opbouw van het rioolstelsel in lengtes, diameters, jaar van aanleg, verhard oppervlak, etc. Op basis van deze gegevens worden in het BRP voorstellen gedaan hoe het stelsel te laten voldoen aan de gestelde eisen. De in het BRP aangegeven noodzakelijke veranderingen worden in het GRP opgenomen en (financieel) verwerkt. Kaag en Braassem heeft het BRP in 2017-2018 op laten stellen en alle vrijverval stelsels door laten rekenen bij gangbare en extreme neerslaggebeurtenissen. Bergbezinkbassin Een bergbezinkbassin, vaak afgekort als BBB, is een bak achter een overstort van een rioolstelsel. Bij een overstorting stroomt het BBB vol met water. Pas als het BBB vol is stort het water over vanuit het BBB op het oppervlaktewater. Na een overstorting wordt het water uit het BBB teruggebracht in het rioolstelsel, zodat het naar de AWZI kan stromen. Het BBB is bedoeld om vuilemissie via overstortingen te reduceren. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Besluit bouwwerken leefomgeving is een van de vier algemene maatregelen van bestuur onder de Omgevingswet en is te zien als de ‘vervanger’ van het Bouwbesluit 2012. In het Bbl staan de algemene rijksregels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving is een van de vier algemene maatregelen van bestuur (amvb) onder de Omgevingswet. Deze amvb bevat inhoudelijke regels voor bestuurshandelen. Het gaat daarbij onder meer over de omgevingswaarden, de instructieregels, de beoordelingsregels voor toestemmingsbesluiten (zoals de omgevingsvergunning en het projectbesluit), de programma’s en de programmatische aanpak, de monitoring en informatieverplichtingen en de bijzondere beheerbevoegdheden. Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) Op 1 juli 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen in werking getreden. In dit besluit zijn regels opgenomen voor categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen. Lozingen vanuit inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit en het lozen vanuit huishoudens is geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) Het Besluit lozing afvalwater huishoudens regelt alle lozingen vanuit particuliere huishoudens. De Wet milieubeheer, de Wet Bodembescherming en de Waterwet vormen de grondslag voor het besluit. Het Blah regelt alle lozingssituaties die bij een particulier huishouden aan de orde kunnen zijn. Zowel in stedelijk gebied als in het buitengebied. BTW compensatiefonds Als gemeenten en provincies diensten of goederen extern inkopen, betalen zij daarover btw. In tegenstelling tot bedrijven kunnen zij die btw niet terugvorderen van de Belastingdienst. Extern ingekochte diensten zijn daarom al snel duurder dan intern uitgevoerde activiteiten. Sinds 2003 kunnen gemeenten en provincies met het BTW compensatiefonds toch de btw terugvragen (onder voorwaarden) die ze hebben betaald over uitbesteed werk. Bui08 en Bui09 Theoretische standaard toegepaste buien: Bui08 heeft een omvang van 19,8 mm, een piekintensiteit van 110 l/s per ha en komt gemiddeld eens in de 2 jaar voor. Bui09 heeft een omvang van 29,4 mm, een piekintensiteit van 160 l/s per ha en komt gemiddeld eens in de 5 jaar voor (Kennisbank Stedelijk Water, Stichting RIONED, voorheen ‘Leidraad Riolering’). Droogweerafvoer (dwa) Dwa is de afvoer van afvalwater van huishoudens en bedrijven. In tegenstelling tot rwa (regenwaterafvoer) is er altijd sprake van dwa, ongeacht de weersom