Kort gezegd
Deze wet regelt wie binnen de gemeente Amsterdam welke besluiten mag nemen en handelingen mag verrichten namens het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. Het doel is om duidelijkheid te scheppen over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden binnen de ambtelijke organisatie.
Wat het regelt
- De definities van belangrijke termen zoals 'gemeente', 'college', 'mandaat' en 'volmacht'.
- De algemene voorwaarden en beperkingen waaronder bevoegdheden mogen worden uitgeoefend.
- De specifieke bevoegdheden die aan de gemeentesecretaris en andere functionarissen zijn toegekend.
- De regels voor vervanging bij afwezigheid van functionarissen en de wijze van ondertekening van stukken.
Wie het aangaat
- Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Amsterdam.
- Alle functionarissen binnen de ambtelijke organisatie van de gemeente Amsterdam, zoals de gemeentesecretaris, directeuren, stadsdeelsecretarissen, rve-directeuren en afdelingshoofden.
Kernpunten
- Een besluit of handeling moet altijd passen binnen het bestaande beleid, wettelijke en gemeentelijke regels, en het beschikbare budget.
- Functionarissen mogen een mandaat niet uitoefenen bij politiek of bestuurlijk gevoelige onderwerpen, zoals onderwerpen met hoge afbreukrisico's of organisatieonderdeel-overstijgende belangen.
- De gemeentesecretaris krijgt een algemeen mandaat voor bevoegdheden van het college en de burgemeester, zoals verder gespecificeerd in Bijlage 1.
- Bij afwezigheid van de gemeentesecretaris worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door specifieke directeuren, afhankelijk van de aard van de taak.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.