← Nederland

Aanvullende Rechtspositieregeling Brandweer Amsterdam-Amstelland (Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland)

In het kort

Deze wet regelt de rechtspositie van vrijwilligers bij de regionale brandweer van Amsterdam-Amstelland, inclusief hun aanstelling, vergoedingen en verzekeringen. Het zorgt ervoor dat de afspraken over hun arbeidsvoorwaarden formeel worden vastgelegd en gepubliceerd.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

Aanvullende Rechtspositieregeling Brandweer Amsterdam-AmstellandHet bestuur van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, GELET OP: het feit dat de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s geen cao is in de zin van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst, waardoor overeengekomen wijzigingen niet rechtstreeks doorwerken in de aanstelling van individuele ambtenaren; artikel 21 van de Gemeenschappelijke Regeling VrAA 2024 welke bepaalt dat het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio verantwoordelijk is voor de inrichting van de ambtelijke organisatie die valt onder de Veiligheidsregio en dat het bestuur de rechtspositieregeling voor het personeel vaststelt. het feit dat het bestuur in de vergadering van de bestuursvergadering van 16 december 2024 heeft ingestemd met het concept bestuursbesluit tot vaststelling van een groot aantal tekstuele wijzigingsvoorstellen van de NRGA en ARBAA. het feit dat gewijzigde arbeidsvoorwaardelijke regelingen rechtskracht krijgen door ze te publiceren op overheid.nl. het feit dat publicatie alleen kan plaatsvinden wanneer de door ons hiervoor ingeschakelde externe organisatie beschikt over actuele, door het bestuur vastgestelde regelingen in haar regelingenbestand en dit hierbij alsnog wordt gerealiseerd. BESLUIT De voorgelegde teksten van de NRGA-VrAA en ARBAA vast te stellen. HoofdstukIArbeidsvoorwaarden vrijwillige brandweer §1Algemene bepalingen Artikel1werkingssfeer Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die door de werkgever aangesteld is als vrijwilliger bij de regionale brandweer. Artikel2begripsbepaling Hoofdwerkgever: de werkgever waarbij de vrijwilliger in loondienst is. Artikel3overleg met vakorganisaties Het overleg over de aangelegenheden die van algemeen belang zijn voor de rechtstoestand van de vrijwilligers vindt plaats in de op grond van hoofdstuk IV van de ARBAA ingestelde commissie voor georganiseerd overleg. Dit geldt ook voor de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid gevoerd zal worden. Artikel4informatievoorziening aan de vrijwilliger 1.De vrijwilliger ontvangt op zijn verzoek kosteloos een exemplaar van dit hoofdstuk, van de wijzigingen daarvan en van alle andere schriftelijke regels die hij bij de uitvoering van zijn werkzaamheden heeft na te leven. 2.De vrijwilliger die regels heeft na te leven die niet schriftelijk zijn vastgesteld wordt hierover naar behoren geïnformeerd. Artikel5informatievoorziening aan derden Een exemplaar van dit hoofdstuk, van de wijzigingen daarvan en van alle regels die ter uitvoering van artikel 125 van de Ambtenarenwet voor de vrijwilliger worden getroffen met inbegrip van de wijzigingen daarop, worden kosteloos ter beschikking gesteld aan: de vakorganisaties die deelnemen aan het georganiseerd overleg bedoeld in artikel 3; ieder ander die daarvoor naar het oordeel van de werkgever in aanmerking komt. §2Aanstelling en bevordering Artikel6aanstelling in vaste of tijdelijke dienst 1.De werkgever kan de vrijwilliger aanstellen in vaste dienst, of in tijdelijke dienst voor een bepaalde periode. 2.Een aanstelling in tijdelijke dienst wordt alleen verleend bij wijze van proef. 3.Een aanstelling in tijdelijke dienst wordt voor een periode van maximaal twee jaar verleend. In bijzondere gevallen kan de tijdelijke aanstelling verlengd worden met een periode van ten hoogste een jaar. 4.De werkgever verleent de vrijwilliger een vaste aanstelling zodra de maximale termijn voor een tijdelijke aanstelling verstreken is, tenzij de proef niet geslaagd is. Artikel7voorwaarden voor aanstelling 1.Voor aanstelling als vrijwilliger kunnen alleen die personen in aanmerking komen die voldoen aan de eisen die het Besluit personeel veiligheidsregio’s daarvoor stelt. 2.Degene die in aanmerking wil komen voor aanstelling als vrijwilliger voldoet bovendien aan de volgende voorwaarden: hij beschikt over de voor de brandweerdienst vereiste karaktereigenschappen; hij is door de aard en de plaats van zijn dagelijkse werkzaamheden en de ligging van zijn woning, in staat om zijn taak bij de regionale brandweerdienst naar behoren te vervullen; hij is ten minste 18 jaar; een verklaring omtrent het gedrag (VOG) overlegt waaruit blijkt dat er geen bezwaren bestaan om betrokkene als vrijwilliger aan te stellen. Artikel7a (Vervallen) Artikel8bericht van aanstelling 1.De vrijwilliger ontvangt voor indiensttreding kosteloos een bericht van aanstelling. Hierin wordt vermeld: de naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum van de vrijwilliger; de duur van de aanstelling; bij een tijdelijke aanstelling wordt de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan zo nauwkeurig mogelijk omschreven; de ingangsdatum van de aanstelling; de functie waarin de vrijwilliger is aangesteld en de vergoeding die aan hem wordt toegekend. 2.De werkgever deelt wijzigingen in de punten b tot en met d zo spoedig mogelijk, kosteloos, mee aan de vrijwilliger. Artikel9bevordering De werkgever kan een vrijwilliger alleen tot een hogere functie bevorderen wanneer hij voldoet aan de eisen die het Besluit personeel veiligheidsregio’s daarvoor stelt. In het besluit tot bevordering worden ten minste de nieuwe functie en de daaraan verbonden vergoeding vermeld. Artikel10 (Vervallen) §3Relatie hoofdwerkgever Artikel11informatie over hoofdwerkgever 1.De vrijwilliger die in loondienst is verstrekt de werkgever bij indiensttreding de contactgegevens van zijn hoofdwerkgever en informeert de werkgever over zijn werktijden aldaar. De vrijwilliger informeert de werkgever zo spoedig mogelijk over wijzigingen. 2.De vrijwilliger die werkzaam is als zelfstandig ondernemer informeert de werkgever bij zijn indiensttreding hierover en verstrekt gegevens over de aard van zijn werkzaamheden en het tijdsbeslag daarvan. De vrijwilliger informeert de werkgever zo spoedig mogelijk over wijzigingen. Artikel12informatie aan hoofdwerkgever 1.De vrijwilliger bericht zijn hoofdwerkgever zo spoedig mogelijk na indiensttreding dat: hij aangesteld is als vrijwilliger bij de brandweer; hij tijdens werktijd ingezet kan worden voor brandweerwerkzaamheden; de Arbeidstijdenwet van toepassing is op zijn werkzaamheden voor de brandweer en dat bij de vaststelling van zijn werktijden hier rekening mee gehouden moet worden; de veiligheidsregio hem een vergoeding verstrekt voor brandweeractiviteiten tijdens werktijd; ingeval van ziekte als gevolg van een dienstongeval bij de brandweer, de hoofdwerkgever recht heeft op een vergoeding. 2.Indien het bestuur conform artikel 11 is geïnformeerd, informeert het bestuur de hoofdwerkgever over de aanspraken in het geval van tijdelijke arbeidsongeschiktheid als gevolg van een dienstongeval van de vrijwilliger. §4Vergoedingen Artikel13vergoeding De vrijwilliger ontvangt zolang de aanstelling duurt een vergoeding overeenkomstig de regels van dit hoofdstuk en bijlage bij dit artikel. Artikel14jaarvergoeding 1.De vrijwilliger ontvangt elk kalenderjaar een jaarvergoeding. 2.De jaarvergoeding wordt vastgesteld op het bedrag dat in de bijlage, genoemd in artikel 13 is vermeld achter de functiecategorie, behorende bij functie waarin de vrijwilliger is aangesteld, in de tweede kolom. 3.In de jaarvergoeding is een netto-bedrag opgenomen van € 136,00 ter vergoeding van onkosten die worden gemaakt in verband met de beroepsuitoefening. 4.In de jaarvergoeding voor officieren is tevens een netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2,00 per in het kader van de beroepsuitoefening verrichte activiteit niet zijnde brandbestrijding of andere hulpverlening. Artikel15vergoeding voor oefeningen, cursussen en overige werkzaamheden 1.De vrijwilliger die deelneemt aan een oefening, een cursus volgt met toestemming van de werkgever, of in opdracht van de werkgever overige werkzaamheden verricht heeft recht op een vergoeding. 2.De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het uurbedrag dat in de bijlage genoemd in artikel 13 staat vermeld achter de functie waarin de vrijwilliger is aangesteld, in de derde kolom. Wanneer de vergoeding op nul is gesteld heeft de vrijwilliger voor die activiteit geen recht op vergoeding. 3.In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2,00 per activiteit voor vrijwilligers niet zijnde officieren. Artikel16vergoeding voor daadwerkelijke brandbestrijding en hulpverlening 1.De vrijwilliger die zich, na hiertoe opgeroepen te zijn, bezighoudt met daadwerkelijke brandbestrijding en hulpverlening ontvangt hiervoor een vergoeding. 2.De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het uurbedrag dat in de bijlage genoemd in artikel 13 staat vermeld achter de functiecategorie, behorende bij de functie van de vrijwilliger, in de vierde kolom. 3.In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2,00 per activiteit voor vrijwilligers niet zijnde officieren. Artikel17vergoeding voor langdurige aanwezigheid 1.De vrijwilliger die, in opdracht van de werkgever, vijf uur of langer ingezet wordt voor oefeningen, cursussen of overige brandweerwerkzaamheden ontvangt een vergoeding voor langdurige aanwezigheid. De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het uurbedrag dat in de bijlage genoemd in artikel 13 vermeld staat achter de functiecategorie, behorende bij de functie waarin de vrijwilliger is aangesteld, in de vijfde kolom. 2.Wanneer de vergoeding op nul is gesteld heeft de vrijwilliger geen recht op een vergoeding voor langdurige aanwezigheid. 3.De vergoeding voor langdurige aanwezigheid wordt alleen verstrekt over die uren waarin de vrijwilliger daadwerkelijk geoefend heeft, een cursus gevolgd heeft of overige brandweerwerkzaamheden verricht heeft. Artikel18consignatievergoeding De vrijwilliger die zich ter beschikking moet houden om opgeroepen te worden voor werkzaamheden ontvangt een consignatievergoeding. Deze vergoeding bedraagt: Per uur 16% van het bedrag genoemd in kolom drie van de bijlage genoemd in artikel 13 op zondagen, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de koningin wordt gevierd en iedere andere dag die daarnaast door de werkgever wordt aangewezen als feestdag; per uur 10% van het bedrag genoemd in kolom drie van de bijlage genoemd in artikel 13 voor alle overige dagen. Artikel19kazerneringsdienst De werkgever kan bij lokale regeling regels stellen over de vergoeding van kazerneringsdiensten. Artikel20vergoeding tijdens en in verband met zwangerschap 1.De vrijwilliger bedoeld in artikel 29 heeft gedurende de periode dat zij niet ingezet wordt in de repressieve brandweerdienst, of niet deelneemt aan oefeningen recht op doorbetaling van de vergoedingen bedoeld in artikel 15 tot en met

  1. 2.De hoogte van deze vergoeding wordt berekend op basis van het bedrag dat de vrijwilliger gemiddeld over het kwartaal voorafgaand aan de eerste dag van het verlof ontvangen heeft. Indien het arbeidspatroon in deze periode sterk afwijkt van het gebruikelijke, past de werkgever deze berekening toe op een kalenderkwartaal waarin wel sprake was van een gebruikelijk arbeidspatroon. Artikel21opleidingskosten De werkgever vergoedt de kosten van het volgen van een opleiding of een cursus, deelname aan examens en het bijwonen van bijeenkomsten, voor zover deze in opdracht van of met toestemming van de werkgever zijn gemaakt. Artikel22gratificatie Bij lokale regeling kan de werkgever regels vaststellen voor het toekennen van een gratificatie. Artikel23fiscaal aantrekkelijke regelingen. De vrijwilliger kan gebruik maken van de lokale regeling met fiscaal gunstige personeelsvoorzieningen. Artikel24salarismutaties De algemene salarismutaties voor de sector gemeenten zoals die in het LOGA worden overeengekomen, zijn wat betreft het percentage en de ingangsdatum van overeenkomstige toepassing op de bedragen genoemd in bijlage bij artikel
  2. De overeenkomstig het vorige lid berekende vergoedingen worden wat betreft de jaarvergoeding afgerond op hele euro’s en wat betreft de overige vergoedingen op eurocenten. §5Verzekeringen en schadevergoeding Artikel25Financiële compensatie bij dienstongeval 1.Vervallen.. 2.Het bestuur biedt een financiële compensatie aan de vrijwilliger voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid, alsmede voor blijvende, lichamelijke invaliditeit/arbeidsongeschiktheid of overlijden ten gevolge van een dienstongeval bij de veiligheidsregio. 3.Vervallen. 4.Vervallen. 5.Vervallen. Artikel26vergoeding geneeskundige kosten 1.Bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid, alsmede bij blijvende, lichamelijke invaliditeit/arbeidsongeschiktheid of overlijden ten gevolge van een dienstongeval bij de veiligheidsregio komt de vrijwilliger in aanmerking voor vergoeding van noodzakelijk gemaakte medische kosten die hieruit ontstaan en voor zijn rekening blijven. 2.De aanspraken voortvloeiend uit het eerste lid zijn uitgewerkt in de Landelijke regeling aanspraken na Dienstongevallen Veiligheidsregio’s. Artikel27Financiële compensatie zelfstandige ondernemers 1.Het bestuur biedt financiële compensatie aan de vrijwilliger die zelfstandig ondernemer is voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid ten gevolge van het dienstongeval bij de veiligheidsregio. 2.Vervallen. Artikel28schade aan kleding en uitrusting De werkgever vergoedt de vrijwilliger de schade aan zijn kleding, uitrusting en een hem toebehorend motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, die hij buiten zijn schuld of nalatigheid lijdt ten gevolge van de door hem verrichtte werkzaamheden, voor zover de schade niet bestaat uit normale slijtage van die goederen. §6Zwangerschap Artikel29zwangerschap 1.De vrijwilliger meldt haar zwangerschap in een zo vroeg mogelijk stadium bij de werkgever. 2.Gedurende de zwangerschap, tot zes maanden daarna en tijdens de periode van borstvoeding wordt de vrijwilliger niet ingezet voor repressieve brandweeractiviteiten. 3.Deelname aan brandweeroefeningen in de in het tweede lid genoemde situaties vindt alleen plaats na voorafgaande toestemming door de bedrijfsarts. §7Beschikbaarheid en overige plichten vrijwilliger Artikel30beschikbaarheid van de vrijwilliger 1.De werkgever stelt regels over de beschikbaarheid van de vrijwilliger voor de brandweerdienst. 2.De vrijwilliger neemt deel aan oefeningen, bijeenkomsten en cursussen die door of vanwege de werkgever zijn georganiseerd. 3.De vrijwilliger die niet beschikbaar is voor de brandweerdienst, of niet kan deelnemen aan een oefening, bijeenkomst of cursus doet daarvan tijdig melding, onder opgave van redenen en overeenkomstig de instructie van de werkgever melding van. Artikel31verplichtingen 1.De vrijwilliger dient zijn werkzaamheden nauwgezet en ijverig te verrichten en zich te gedragen als een goed vrijwilliger. 2.De vrijwilliger is verplicht zo spoedig mogelijk melding te doen van persoonlijke omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de uitoefening van zijn functie. Artikel32eed of belofte De vrijwilliger is verplicht de eed of belofte af te leggen die bij wet, bij instructie of bij besluit van de werkgever is voorgeschreven. Artikel33verboden Het is de vrijwilliger verboden: de aan de veiligheidsregio toebehorende eigendommen aan te wenden voor persoonlijk gebruik, tenzij hiervoor toestemming is verleend door of namens de werkgever; vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen, tenzij hiervoor toestemming is verleend door of namens de werkgever; steekpenningen aan te nemen. Artikel34gebruik van motorrijtuig Het is de vrijwilliger slechts toegestaan een motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen te gebruiken ten behoeve van zijn werkzaamheden als vrijwilliger, indien hem daartoe door de werkgever toestemming is verleend. Aan deze toestemming kunnen bepaalde voorwaarden worden verbonden. Artikel35kledingvoorschriften 1.De vrijwilliger is verplicht tijdens zijn werkzaamheden de door de werkgever voorgeschreven dienstkleding en uitrustingsstukken te dragen. 2.De dienstkleding en uitrustingsstukken worden door de werkgever kosteloos in bruikleen verstrekt aan de vrijwilliger, die bij ontslag verplicht is deze bij de werkgever in te leveren. 3.De vrijwilliger draagt zorg voor het onderhoud van de hem in bruikleen verstrekte dienstkleding en uitrustingsstukken en hij is verplicht deze te doen onderwerpen aan inspectie en controle, wanneer daartoe door de werkgever opdracht is gegeven. 4.De werkgever is verantwoordelijk voor reparatie van de dienstkleding en uitrustingsstukken. Artikel36verboden ten aanzien van de kleding Het is de vrijwilliger verboden: de dienstkleding en uitrustingsstukken te dragen wanneer hij geen werkzaamheden als vrijwilliger verricht, behalve in de gevallen waarin de werkgever daarvoor toestemming heeft verleend; de dienstkleding en uitrustingsstukken aan derden in bruikleen te geven; dienstkleding te dragen voorzien van: andere rangonderscheidingstekenen dan die verbonden aan de rang, behorende bij de functie die de vrijwilliger bekleedt; insignes en andere onderscheidingstekenen, tenzij tot het dragen daarvan door de staat of door de werkgever toestemming is verleend. Artikel37vergoeding van schade 1.De vrijwilliger die door zijn schuld of nalatigheid de veiligheidsregio schade toebrengt kan verplicht worden deze schade geheel of gedeeltelijk te vergoeden. 2.De vrijwilliger wordt in de gelegenheid gesteld om zijn wensen kenbaar te maken ten aanzien van de inhouding van de schadevergoeding op zijn vergoeding. §8Disciplinaire maatregelen schorsing in het belang van de dienst Artikel38plichtsverzuim 1.De vrijwilliger die zich aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan disciplinair worden gestraft. 2.Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van een voorschrift als het overigens doen of nalaten van iets dat een goed vrijwilliger in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. Artikel39disciplinaire straffen De volgende disciplinaire straffen kunnen worden opgelegd: schriftelijke berisping; inhouding van een deel van de jaarvergoeding bedoeld in artikel 14; schorsing voor een bepaalde tijd, al dan niet met inhouding van de vergoeding; ongevraagd ontslag. Artikel40schorsing in het belang van de dienst De vrijwilliger kan voor een bepaalde tijd geschorst worden: wanneer hem de straf van disciplinair ontslag is opgelegd of hem het voornemen daartoe kenbaar is gemaakt; wanneer tegen hem, op grond van het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering, een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis ten uitvoer wordt gelegd; wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging is ingesteld wegens misdrijf; in andere gevallen waarin het belang van de dienst dit noodzakelijk maakt. §9Ontslag Artikel41ontslag op eigen verzoek 1.De werkgever verleent eervol ontslag aan de vrijwilliger die daarom verzoekt. 2.Dit ontslag wordt verleend met ingang van een datum die ten minste een maand en ten hoogste drie maanden ligt na de datum van ontvangst van het verzoek. 3.De werkgever kan een beslissing op het verzoek om eervol ontslag aanhouden, wanneer tegen de vrijwilliger een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf loopt, of wanneer overwogen wordt de vrijwilliger disciplinair te straffen. Beslissing op het ontslagverzoek vindt plaats zodra de uitspraak van de rechter onherroepelijk geworden is, respectievelijk zodra besloten is de vrijwilliger al dan niet disciplinair te straffen. Artikel42ongevraagd ontslag 1.De werkgever kan de vrijwilliger ongevraagd ontslag verlenen op grond van: het eindigen van de noodzaak tot beschikbaarheidstelling of wegens verandering van de brandweerorganisatie; de omstandigheid dat hij door de aard of de plaats van zijn dagelijkse werkzaamheden dan wel de ligging van zijn woning geacht moet worden niet langer in staat te zijn taak bij de brandweer te vervullen; onbekwaamheid of ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werkzaamheden op grond van ziekten of gebreken; onbekwaamheid of ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werkzaamheden anders dan op grond van ziekten of gebreken; onder curatelenstelling; toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf; een in het ontslagbesluit genoemde andere grond; 2.Het ongevraagd ontslag wordt eervol verleend, met uitzondering van het ontslag op de grond genoemd in het eerste lid, onderdeel g van dit artikel. Artikel43einde tijdelijk dienstverband 1.De tijdelijke aanstelling eindigt van rechtswege op de laatste dag van de periode waarvoor deze is aangegaan. Wordt het dienstverband nadien feitelijk gehandhaafd zonder dat opnieuw een tijdelijke aanstelling is verleend, dan is de vrijwilliger met ingang van de eerste dag na het verstrijken van vorenbedoelde periode in vaste dienst. 2.De tijdelijke aanstelling kan tussentijds ongevraagd beëindigd worden op een van de gronden genoemd in artikel
  3. HoofdstukIIArbeidsvoorwaarden Brandweer Amsterdam-Amstelland Artikel1begripsbepaling en toepassing 1.In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: ambtenaar: de betrokkene die geheel of gedeeltelijk is belast met het deelnemen aan de repressieve incidentenbestrijding, waartoe ook de daarmee verband houdende werkzaamheden in de stafdienst worden gerekend, tenzij anders is bepaald; bezoldiging: het salaris aangevuld met toelagen en toeslagen zoals vastgelegd in de NRGA en de ARBAA hoofdstuk II op 31 december 2015 wedde: het salaris aangevuld met toelagen en toeslagen zoals vastgelegd in de NRGA en de ARBAA hoofdstuk II op 31 december 2015 2.De arbeidsvoorwaarden van de ambtenaar zijn, voor zover deze afwijken van de overige hoofdstukken van de NRGA, geregeld in dit hoofdstuk. 3.In geval van verschil of tegenstrijdigheid tussen de artikelen uit dit hoofdstuk en de hoofdstukken van de NRGA, zijn de artikelen uit dit hoofdstuk van toepassing. Artikel2arbeidsduur 1.Voor de ambtenaar die is ingedeeld in de uitrukdienst geldt een diensttijd van niet meer dan gemiddeld 48 uur per week, waarvan de werktijd deel uitmaakt. 2.Overschrijding van de werktijd tot de in dit besluit genoemde diensttijd wordt voor de daaruit voortvloeiende aanspraken geacht binnen het vastgestelde werkrooster te vallen. 3.Bevelvoerders krijgen op jaarbasis 24 uren compensatieverlof voor de overdracht van werkzaamheden tussen de diensten. Artikel3vervalt Artikel4vakantie en verlof 1.De omvang van de wettelijke vakantie-uren voor de ambtenaar die dienstdoet in de uitrukdienst met uitzondering van de Officier van Dienst, is viermaal de formele arbeidsduur per week. Het wettelijke verlof bedraagt 192 uur (144 X 1,33) per jaar bij een voltijds dienstverband. 2.De wettelijke vakantie-uren voor de ambtenaar die dienstdoet in de uitrukdienst met uitzondering van de Officier van Dienst worden als volgt ingeroosterd: 8 aaneengesloten kalenderdagen voorjaarsvakantie; 14 aaneengesloten kalenderdagen zomervakantie; 10 aaneengesloten kalenderdagen najaarsvakantie. 3.De ambtenaar die dienstdoet in de uitrukdienst - met uitzondering van de Officier van Dienst - met een voltijddienstverband en in dienst is getreden vanaf 1 januari 2013, krijgt 57,6 (43,2 X 1,33) bovenwettelijke vakantie-uren naast de wettelijke vakantie-uren zoals bedoeld in het eerste lid. Er bestaat onverminderd aanspraak op compensatie voor het werken op feestdagen zoals genoemd in artikel 5 van deze regeling. 4.Op verzoek van de ambtenaar kan van het bepaalde in het derde lid worden afgeweken. 5.De omvang van de vakantie van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die in dienst is getreden vóór 1 januari 2013, bedraagt 288 uren per jaar (192 + 96 uren). 6.In afwijking van artikel 4 lid 3 behoudt de ambtenaar die op 31 december 2023 recht had op meer dan 57,6 bovenwettelijke vakantie-uren, zijn recht op deze vakantie-uren tot het einde van het dienstverband. Er bestaat onverminderd aanspraak op compensatie voor het werken op deze dagen als genoemd in artikel 5 van deze regeling. Het perspectief op meer bovenwettelijke uren vervalt tenzij hierover een andere afspraak wordt gemaakt tussen de bij deze rechtpositieregeling betrokken sociale partners. 7.De ambtenaar als genoemd in lid 6 maakt op grond van de overgangsregeling als opgenomen in de arbitrale uitspraak van de Advies en Arbitragecommissie Decentrale Overheden (AAC-DO) van 2 april 2024 aanspraak op de navolgende extra bovenwettelijke verlofuren: Per 1 januari 2024: 38,4 uren Per 1 januari 2025: 28,8 uren Per 1 januari 2026: 19,2 uren Per januari 2027: 9,6 uren en Per 1januari 2028: 0 uren Artikel5compensatie feestdag 1.De ambtenaar die is ingedeeld in de uitrukdienst wordt voor elke dag, bedoeld in artikel 6.9, eerste lid, van de NRGA, verlof verleend gedurende een vijfde deel van zijn gemiddelde diensttijd per week. 2.Indien het verlof om redenen van dienstbelang niet of niet volledig kan worden verleend is het bepaalde in artikel 6.9, zesde lid, van de NRGA van overeenkomstige toepassing. Artikel6extra verlof Ten aanzien van de ambtenaren die bij de Brandweer zijn tewerkgesteld en zijn ingedeeld in de uitrukdienst, met uitzondering van de officieren ingedeeld in het dienstrooster van de uitrukofficieren, wordt voor de toepassing van het bepaalde in artikel 6.17 (verlof bij huwelijk) en artikel 6.12 (o.a. verlof bij overlijden) van de NRGA een dag extra verlof op 24 aaneengesloten uren gesteld. Artikel7abrandweertoeslag (algemeen) 1.Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 7a tot en met 7d, wordt verstaan onder: ambtenaar: betrokkene die is ingedeeld in het 24-uurs-rooster of in het hybride 16-uursrooster van de uitrukdienst; werkuren: de uren waarop de ambtenaar te weten de manschap in het 24-uursrooster van maandag t/m vrijdag van 8.00 - 16.00 uur en op zaterdag en zondag gedurende twee uren per dag is belast met het verrichten van de tot zijn betrekking behorende werkzaamheden; voor de bevelvoerders in het 24 uursrooster zijn de werkuren op zaterdag en zondag vastgesteld op 5 uur. voor het hybride 16-uursrooster zijn de werkuren de uren waarop de ambtenaar te weten de manschap en bevelvoerder van maandag t/m zondag van 7.00 – 16.00 uur per dag is belast met het verrichten van de tot zijn betrekking behorende werkzaamheden; wachturen: de uren waarop de ambtenaar buiten de werkuren volgens het voor hem geldende rooster in de kazerne aanwezig is en waarbij hij beschikbaar is voor het onmiddellijk verrichten van tot zijn betrekking behorende werkzaamheden; uitrukuren: de uren vallende binnen de wachturen, waarop de betrokkene daadwerkelijk is ingezet voor het verrichten van werkzaamheden, verband houdende met hulpverlening en/of repressieve brandbestrijding. 2.Het aantal werkuren per aanwezigheidsdienst ligt vast. Het vastleggen van werkuren leidt niet tot de mogelijkheid om – indien noodzakelijk - flexibiliteit in de planning van de werkzaamheden op de dag aan te brengen. Hiervoor gelden de volgende aanvullende afspraken: Bij aanvang van de dienst geeft de dienstdoende bevelvoerder aan welke noodzakelijk te verrichten werkzaamheden voorliggen; Het is mogelijk om werkzaamheden met een maximale omvang van 2 uur te verplaatsen naar een tijdstip tussen 16.00 – 23.00 uur tijdens de aanwezigheidsdienst; Het verplaatsen gebeurt op incidentele basis afhankelijk van de noodzakelijk te verrichten werkzaamheden en onvoorziene omstandigheden; Het dienstdoende personeel wordt de betreffende dag betrokken bij de planning van deze werkzaamheden; Uitrukken kunnen de indeling van de werkzaamheden doen wijzigen. Artikel7bbrandweertoeslag (toekenning) 1.De ambtenaar heeft voor ieder uur dat voorkomt in het voor hem geldende dienstrooster, aanspraak op een brandweertoeslag ten bedrage van: 40% van zijn salaris per uur voor de werkuren op zaterdag; 65% van zijn salaris per uur voor de werkuren op zondag; 13% van zijn salaris per uur voor de wachturen; 33,33% van zijn salaris per uur voor de uitrukuren op maandag t/m vrijdag; 40% van zijn salaris per uur voor uitrukuren op zaterdag; 65% van zijn salaris per uur voor de uitrukuren op zondag, een en ander met inachtneming van het bepaalde in het tweede en derde lid, alsmede artikel 7c. 2.Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid aanhef en onder d, e en f, wordt uitgaande van een voltijds dienstverband het aantal uitrukuren op jaarbasis gesteld op: voor maandag t/m vrijdag 30 uur; voor zaterdag 11 uur; voor zondag 12 uur. 3.Voor de uren waarover aanspraak bestaat op de in het eerste lid onder d, e en f genoemde toeslag, bestaat geen aanspraak op de onder in het eerste lid onder c bedoelde toeslag. Artikel7cbrandweertoeslag (berekening) 1.De brandweertoeslag wordt berekend over ten hoogste het uursalaris behorende bij periodiek 11 van salarisgroep
  4. 2.Het totaal van de toeslag is over een periode van een kalendermaand niet hoger dan 90% van het maximumsalaris van salarisschaal
  5. Dit maximum geldt ook voor de ambtenaar met een deeltijdaanstelling. Artikel7dbrandweertoeslag (hoogte bij feestdag) 1.De ambtenaar heeft voor elk uur, voorkomende in het voor hem geldende dienstrooster, dat deel uitmaakt van de dagen, bedoeld in artikel 12d van deze regeling aanspraak op een brandweertoeslag van 100% van zijn wedde per uur, zulks met inachtneming van het bepaalde in het tweede en derde lid. 2.Het aantal uren, waarover de toeslag bedoeld in het eerste lid wordt berekend bedraagt per dag ten hoogste een vijfde deel van de werktijd. 3.De in het eerste lid bedoelde dagen worden voor de vaststelling van de toeslag geacht te lopen van 8.00 uur tot de daaropvolgende dag 8.00 uur waarbij een gedeelte van een half uur voor een half uur wordt gerekend. Voor de vaststelling van de toeslag in het hybride 16-uursrooster worden de in het eerste lid bedoelde dagen geacht te lopen van 07.00 uur tot 23.00 uur van dezelfde dag. Artikel7ebrandweertoeslag (wijziging hoogte toeslag) Op grond van het bepaalde in het Akkoord Arbeidstijden Brandweer van 7 maart 2007 wijzigt de hoogte van de toelagen van artikel 7a tot en met 7d niet. Het bepaalde in artikel 1.9 NRGA is van toepassing. Artikel8toelage duikploegleiders Aan de ambtenaar die leiding geeft aan een duikploeg en als zodanig verantwoordelijk is voor de veiligheid, het naleven van de werkinstructie in de duikploeg en de duikadministratie voert, zoals omschreven in het handboek duikafdeling, ontvangt een maandelijkse toeslag ter hoogte van het verschil tussen het maximum van periodiek 9 van salarisgroep 8 en periodiek 11 van salarisgroep
  6. Artikel9incidentele inconveniëntentoeslag 1.Voor de ambtenaar die is ingedeeld in de uitrukdienst geldt het recht op een incidentele inconveniëntentoeslag voor de navolgende inzetten of oefenmomenten: Voor iedere duik waarbij gebruik wordt gemaakt van een ademluchtapparaat, ook in het kader van de door de brandweer gegeven duikopleiding; Voor het verrichten van werkzaamheden met gevaarlijke stoffen waarbij gebruik wordt gemaakt van een gaspak, ook in het kader van de door de brandweer gegeven opleiding ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen; Voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van terrorisme gevolgbestrijding en grof en of extreem geweld in het kader van de Quick Response Team (QRT)-functie, ook in het kader van de door de brandweer gegeven opleiding “Quick Response”. 2.De incidentele inconveniëntentoeslag bedraagt voor een inzet of oefenen zoals hiervoor bedoeld € 36,18 (peiljaar 2024). 3.Voor de juiste toepassing van dit artikel is de Uitvoeringsregeling inconveniëntentoeslag VrAA van kracht. Artikel10acollectieve ziektekostenverzekering (algemeen) 1.Onder ambtenaar in artikel 10a tot en met 10e wordt verstaan: de betrokkene die in opdracht van de dienst is belast met het deelnemen aan de repressieve incidentenbestrijding in het (met lint) afgezette brongebied met het risico op gezondheidsklachten, met inachtneming van de dit hoofdstuk gevoegde toelichting. 2.De ambtenaar is aangesloten bij de door de werkgever afgesloten collectieve ziektekostenverzekering. 3.De ambtenaar is verzekerd vanaf de eerste dag van de tewerkstelling. Artikel10bcollectieve ziektekostenverzekering (premiebetaling) 1.De premie van de ziektekostenverzekering wordt betaald door de werkgever. 2.De ambtenaar wordt op de hoogte gesteld van de hoogte van de premie en van de polisvoorwaarden van de ziektekostenverzekering. Artikel10ccollectieve ziektekostenverzekering (beëindiging) De verzekering eindigt van rechtswege bij de beëindiging van de tewerkstelling in de functie. Artikel10dcollectieve ziektekostenverzekering (gedeeltelijk niet vergoede ziektekosten) 1.Als de zorgverzekeraar de ziektekosten deels vergoedt, kan de ambtenaar het resterende deel bij de werkgever declareren. 2.De werkgever vergoedt 50% van de voor eigen rekening gebleven ziektekosten tot maximaal € 965 per kalenderjaar. Artikel10ecollectieve ziektekostenverzekering (compensatie) 1.De ambtenaar heeft recht op een compensatie voor de ingehouden loonheffing. 2.De compensatie is € 30 per maand en wordt tegelijkertijd met de salarisbetaling uitgekeerd. 3.Als de ambtenaar meer dan 31 kalenderdagen verlof zonder bezoldiging heeft, wordt de compensatie gedurende de resterende duur van het verlof stopgezet. 4.Bij een aanstelling in deeltijd wordt de compensatie niet naar rato berekend. Artikel11apiketregeling BAA (algemeen) 1.Voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 11a t/m 11d, wordt verstaan onder: ambtenaar: de man of vrouw die door het Veiligheidsbestuur Amsterdam-Amstelland is aangesteld; kantooruren: de uren gelegen tussen 08.00 uur en 16.30 uur op de maandag tot en met de vrijdag; piketprofiel: het geheel van de bij het piket behorende en uit te voeren werkzaamheden; opkomsttijd: de tijd waarbinnen de ambtenaar wordt verplicht aanwezig te zijn om de werkzaamheden voortvloeiende uit het piketprofiel te verrichten; koude functie: de functie die de ambtenaar vervult en van waaruit hij de piketwerkzaamheden krijgt opgedragen. 2.De ambtenaar kan worden verplicht zich beschikbaar te houden voor het verrichten van werkzaamheden behorende tot een piketprofiel met een daarbij behorende opkomsttijd (piketdienst). 3.De verplichting wordt beëindigd als de ambtenaar niet langer voldoet aan de voor het piket vastgestelde kwaliteitscriteria. Artikel11bpiketregeling BAA (vergoeding) 1.De ambtenaar heeft recht op een vergoeding voor de uren waarop hij zich buiten kantooruren beschikbaar moet houden voor de piketdienst. 2.De berekeningsgrondslag voor de vergoeding is de salarisschaal vastgesteld voor het piketprofiel, aangevuld met de weddebestanddelen zoals genoemd in de toelichting op artikel 1, lid 1 onder c van dit hoofdstuk. 3.Als het salaris in de koude functie zich bevindt tussen het minimum- en maximumbedrag van de salarisschaal van het piketprofiel, is in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, dit salaris de grondslag voor de berekening. 4.Als het salaris in de koude functie lager is dan het minimumbedrag van de salarisschaal van het piketprofiel, is dit minimumbedrag de berekeningsgrondslag. Artikel 3.4 NRGA (salarisverhoging) is van overeenkomstige toepassing. 5.Als het salaris in de koude functie hoger is dan het maximumbedrag van de salarisschaal van het piketprofiel, is dit maximumbedrag de berekeningsgrondslag. 6.De vergoeding voor de piketdienst wordt in geld gegeven. 7.De vergoeding bedraagt 16% van het 1/156 gedeelte van de berekeningsgrondslag, voor elk uur waarin de ambtenaar zich ter beschikking moet houden, voor zover deze uren vallen op zondagen en elke dag, bedoeld in artikel 6.9, eerste lid NRGA. 8.In afwijking van het zevende lid bedraagt de vergoeding 10% van het 1/156 gedeelte van de berekeningsgrondslag, voor elk uur waarin hij zich ter beschikking moet houden, indien deze uren vallen op andere dagen. 9.De berekeningsgrondslag als hiervoor bepaald wordt voor de vaststelling van de piketvergoeding aangepast met de in tabel genoemde percentages. 10.Opkomsttijd Berekeningsgrondslag ≤ 30 minuten 100% ≥ 30 minuten en ≤ 60 minuten 75% 11.De ambtenaar die buiten kantoortijden wordt opgeroepen maar niet verplicht is aan de oproep gehoor te geven, ontvangt een vaste vergoeding per oproep volgens de staffel van onderstaande tabel en mits aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Voorwaarden vrije instroom * binnen 1 uur ter plekke; * maximaal 10 uur beschikbaar Vergoeding bruto per oproep (incl. de vergoeding voor de meergewerkte uren) Aantal uren werkzaamheden verricht € 400 3 tot 10 uur € 200 1 tot 3 uur € 100 < 1 uur Artikel11cpiketregeling BAA (betaling) Uitbetaling vindt plaats in de tweede maand volgende op die waarin de diensten zijn verricht van de piketvergoeding van artikel 11b op basis van de opgelegde diensten; de gewerkte uren tijdens piket van artikel 11d. Artikel11dpiketregeling BAA (gewerkte uren tijdens piket) 1.Als tijdens de piketdienst werkzaamheden buiten de eigen werktijd worden verricht, wordt voor het vaststellen van de duur van de werktijd gerekend vanaf het moment van alarmering door de Gemeenschappelijke Meldkamer tot het einde van de werkzaamheden, waarbij naar boven wordt afgerond op een kwartier. 2.De arbeidsuren die tijdens piket worden verricht, worden afhankelijk van het tijdstip waarop deze zijn gemaakt vergoed in geld of gecompenseerd in tijd volgens de onderstaande tabel: Maandag t/m Donderdag Vrijdag (Rooster)vrije dag Zaterdag Zondag tot maandag 08.00 uur 08.00-16.30 Geld Geld Geld 16.30-23.00 Geld Geld Geld Geld Geld 23.00-08.00 Tijd * Geld Volgende dag werken: Tijd* Volgende dag niet werken: Geld Geld Tijd* * en geld als sprake is van aanspraak op een toeslag genoemd in lid
  7. 3.De arbeidsuren zijn geen overwerk als bedoeld in artikel 1.1 aanhef en onder cc NRGA. 4.Het bepaalde in artikel 4.4 NRGA is niet van toepassing. 5.De vergoeding in geld, zoals genoemd in het tweede lid, bedraagt voor ieder arbeidsuur buiten de eigen werktijd, 1/156 van de berekeningsgrondslag zoals bepaald in artikel 11b, tweede t/m vijfde lid. 6.Als de voor het piketprofiel vastgestelde salarisschaal niet hoger is dan schaal 8, heeft de ambtenaar voor elk arbeidsuur buiten de eigen werktijd tevens aanspraak op een toeslag naar de percentages als genoemd in onderstaande tabel: Tijdstip maandag t/m vrijdag van 6.00 tot 22.00 uur maandag t/m vrijdag van 22.00 tot 6.00 uur en zaterdag van 0.00 tot 6.00 uur zaterdag of roostervrije dag van 6.00 tot 18.00 uur voor de ambtenaar volgens wiens werkrooster ook op zaterdag en zondag arbeid moet worden verricht. zaterdag of roostervrije dag van 18.00 tot zondag 6.00 uur voor de ambtenaar volgens wiens werkrooster ook op zaterdag en zondag arbeid moet worden verricht. zondag 6.00 uur tot maandag 6.00 uur Toeslag 1e en 2e uur: 25% vanaf 3e uur: 50% 50% 50% 75% 100% 7.De compensatie in tijd zoals genoemd in het tweede lid, bedraagt voor ieder arbeidsuur, buiten kantooruren, 100% van de arbeidsuren. 8.De toeslag genoemd in het zesde lid wordt berekend over de berekeningsgrondslag zoals bepaald in artikel 11b, tweede t/m vijfde lid. 9.De compensatie in tijd (rusttijd) als bedoeld in het zevende lid, wordt opgenomen in de eerste werkdag aansluitend aan de piketdienst. 10.Als sprake is van extra piketdiensten in de weekenden, kunnen de arbeidsuren die aanspraak geven op een vergoeding in geld, met een maximum van 9 uur op verzoek van de medewerker worden gecompenseerd in tijd. Artikel12aoverwerk 1.De ambtenaar van 18 jaar of ouder kan worden opgedragen overwerk te verrichten. 2.De ambtenaar met een salaris in één van de salarisschalen 1 tot en met 8, heeft bij overwerk recht op een gelijk aantal uren ter compensatie, ook als hij een deeltijdaanstelling vervult. 3.Van het gemaakte aantal uren overwerk wordt maximaal 50% in geld op basis van de wedde per uur uitbetaald. 4.Uren ter compensatie worden uiterlijk opgenomen in de derde kalendermaand volgend op die waarin het recht is ontstaan. 5.Als voor overwerk dat zowel met uren ter compensatie als in geld te verrekenen is, na negen maanden nog geen uren ter compensatie zijn opgenomen, worden de uren in geld, op basis van de wedde per uur uitbetaald, met inachtneming van lid
  8. 6.Aan de ambtenaar met een salaris in één van de salarisschalen 9 tot en met 11 kan in bijzondere gevallen bij overwerk geheel of gedeeltelijk compensatie met vrije tijd worden toegekend. Artikel12bfictief overwerk 1.De duur van het overwerk wordt op twee uur gesteld als minder dan twee uur wordt gewerkt en: het overwerk minimaal één uur na het einde van het rooster begint, of het overwerk vóór het begin van het rooster moet worden verricht. 2.Als het in het eerste lid onder a bedoelde overwerk wordt verricht op tijden, waarbij de ambtenaar zich ook beschikbaar moet houden, is dit artikel alleen van toepassing als de totale overwerkduur in dat etmaal korter is dan twee uur. Artikel12coverwerktoeslag 1.De ambtenaar bedoeld in artikel 12a, tweede lid van dit hoofdstuk, heeft voor elk uur overwerk recht op een toeslag ter hoogte van een percentage van zijn wedde per uur, als volgt: Tijdstip overwerk maandag t/m vrij-dag van 6.00 tot 22.00 uur maandag t/m vrijdag van 22.00 tot 6.00 uur en zaterdag van 0.00 tot 6.00 uur zaterdag of roostervrije dag van 6.00 tot 18.00 uur voor de ambtenaar volgens wiens werkrooster ook op zaterdag en zondag arbeid moet worden verricht. zaterdag of roostervrije dag van 18.00 tot zondag 6.00 uur voor de ambtenaar volgens wiens werkrooster ook op zaterdag en zondag arbeid moet worden verricht. zondag 6.00 uur tot maandag 6.00 uur Overwerk Toeslag 1e en 2e uur: 25% vanaf 3e uur: 50% 50% 50% 75% 100% 2.Als op uren op maandag tot en met de daaropvolgende vrijdag op of vóór 5.30 uur met het overwerk is begonnen, geldt na 6.00 uur een overwerktoeslag van 50%. 3.Bij samenloop van overwerktoeslag en feestdagtoeslag zoals bedoeld artikel 12d van dit hoofdstuk is het hoogste percentage van toepassing. 4.Overwerktoeslag voor overwerk op maandag tot en met vrijdag wordt verminderd met één uur met het laagste percentage overwerktoeslag op de totaal uit te betalen toeslag per week. Artikel12dfeestdagtoeslag De ambtenaar heeft per gewerkt uur recht op een feestdagtoeslag van 100% van zijn wedde per uur als hij werkt op: nieuwjaarsdag; eerste of tweede paasdag; Koningsdag; 5 mei; Hemelvaartsdag; eerste of tweede pinksterdag, of eerste of tweede kerstdag. Artikel13woonverplichting De ambtenaar die de functie vervult van commandant of plaatsvervangend commandant is op grond van artikel 9.6 van de NRGA, verplicht te wonen binnen de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Artikel14grondslag FLO Grondslag FLO: het salaris aangevuld met de toelagen en vergoedingen zoals vastgelegd in de NRGA, hoofdstuk 27b.2 en in de toelichting op artikel 1, lid 1 ARBAA hoofdstuk II op 31 december
  9. Artikel15overwerk bevelvoerders schaal 9 1.De bevelvoerder ingeschaald in salarisschaal 9 heeft ingeval van overwerk recht op een gelijk aantal uren ter compensatie, ook als hij een deeltijdaanstelling vervult. 2.Uren ter compensatie worden uiterlijk opgenomen in de negende kalendermaand volgend op die waarin het recht is ontstaan. 3.Als na negen maanden nog geen uren ter compensatie zijn opgenomen, worden de uren in geld, na toepassing van de omrekenfactor 36/48, op basis van de wedde per uur uitbetaald.” Artikel15aoverwerktoeslag 1.De ambtenaar bedoeld in artikel 15, eerste lid van dit hoofdstuk, heeft voor elk uur overwerk recht op een toeslag ter hoogte van een percentage van zijn wedde per uur, als volgt: Tijdstip overwerk Maandag tot en met vrijdag van 06.00 – 22.00 uur Maandag tot en met vrijdag van 22.00-06.00 uur en Zaterdag Van 00.00 – 06.00 uur Zaterdag of roostervrije dag van 06.00 – 18.00 uur voor de ambtenaar volgens wiens werkrooster ook op zaterdag en zondag arbeid moet worden verricht. Zaterdag of roostervrije dag van 18.00 tot zondag 6.00 uur voor de ambtenaar volgens wiens werkrooster ook op zaterdag en zondag arbeid moet worden verricht. zondag 6.00 uur tot maandag 6.00 uur Overwerk-toeslag 1ste en 2de uur: 25% Vanaf 3de uur: 50% 50% 50% 75% 100% 2.Als op uren op maandag tot en met de daaropvolgende vrijdag op of vóór 5.30 uur met het overwerk is begonnen, geldt na 6.00 uur een overwerktoeslag van 50%. 3.Bij samenloop van overwerktoeslag en feestdagtoeslag zoals bedoeld artikel 12d van dit hoofdstuk is het hoogste percentage van toepassing. 4.Overwerktoeslag voor overwerk op maandag tot en met vrijdag wordt verminderd met één uur met het laagste percentage overwerktoeslag op de totaal uit te betalen toeslag per week. Artikel16Vaste aflosvergoeding 1.Onder aflosbeweging wordt verstaan het in opdracht van de leidinggevende reizen van het huisadres of eigen werklocatie naar een werklocatie binnen de veiligheidsregio om daar werkzaamheden te verrichten. 2.Indien de ambtenaar, die is ingedeeld in de uitrukdienst, een aflosbeweging uitvoert, heeft hij recht op een vaste aflosvergoeding. 3.De hoogte van de aflosvergoeding bedraagt € 3,41 per aflosbeweging. 4.Recht op de aflosvergoeding bestaat onder de voorwaarde dat de medewerker zijn plunjebaal/kist vervoert. Hiervan kan worden afgeweken na toestemming van de leidinggevende. Artikel17toeslag bij roosterwijziging 1.De ambtenaar heeft recht op een roosterwijzigingstoeslag voor: een roosterwijziging die minder dan 31 kalenderdagen vóór ingang aan de ambtenaar is meegedeeld, of een tijdelijke roosterwijziging. 2.Onder roosterwijziging wordt verstaan het ingaan van een nieuw rooster dat betrekking heeft op uren tussen vrijdag 18.00 uur en de daaropvolgende maandag 8.00 uur en uren tussen 18.00 uur en de daaropvolgende dag 8.00 uur. 3.Onder tijdelijke roosterwijziging wordt verstaan een roosterwijziging van maximaal 31 dagen waarbij minimaal een dienst in een ander rooster wordt gewerkt. 4.De roosterwijzigingstoeslag wordt berekend over de uren waarop de ambtenaar door de roosterwijziging heeft gewerkt en die niet voorkomen in het voorgaande rooster. De ambtenaar ontvangt een vergoeding: voor de eerste zeven dagen: op basis van de overwerktoeslag in de zin van artikel 12c, eerste lid in dit hoofdstuk; voor de overige dagen op basis van de roostertoeslag in de zin van artikel 7b in dit hoofdstuk. 5.De ambtenaar behoudt tijdens een tijdelijke roosterwijziging het recht op roostertoeslag die wordt berekend naar het voorgaande rooster Artikel18proportionele ambtsjubileumgratificatie 1.De ambtenaar die gebruik maakt van het bepaalde in de eerste volzin van artikel 27b.4 eerste lid of 27b.28 NRGA heeft aanspraak op een proportionele ambtsjubileumgratificatie als bedoeld in artikel 3.19 NRGA. 2.Maakt de ambtenaar hier geen gebruik van maar wel van het bepaalde in artikel 27b.11 of 27b.35 NRGA dan ontstaat op dat moment de aanspraak. 3.Voor de vaststelling van de aanspraak als bedoeld in het eerste en tweede lid is het bepaalde in artikel 27b.9, 27b.18, 27b.30 en 27b.42 NRGA van overeenkomstige toepassing. Artikel19seniorenregeling De ambtenaar die een bezwarende functie vervult heeft geen aanspraak op het bepaalde in artikel 20.1 NRGA. Artikel20gereserveerd Artikel21aregeling vergoeding gekazerneerde diensten (begrippen) Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: ambtenaar: de officier van dienst die ingeroosterd is voor gekazerneerde diensten; gekazerneerde dienst: de 24-uursdienst die de ambtenaar volgens het rooster verricht op en vanuit een brandweerkazerne; rooster: de voor de ambtenaar geldende planning met minimaal 30 en maximaal 36 gekazerneerde diensten per jaar; extra gewerkte dienst: de dienst die de ambtenaar buiten het voor hem geldende rooster vervult, met uitzondering van een geruilde dienst. Artikel21bregeling vergoeding gekazerneerde diensten (gekazerneerde diensten) 1.De ambtenaar verricht de gekazerneerde diensten volgens een vastgesteld rooster. 2.Een gekazerneerde dienst staat voor 18 werkuren. Op de in lid a vermelde werkuren is de deeltijdfactor niet van toepassing 2.Indien een vrije zaterdag, zondag of een geplande (rooster)vrije dag samenvalt met de wettelijk rusttijd die na het vervullen van een gekazerneerde dienst in acht moet worden genomen, wordt 9 uur compensatie op de verlofkaart van de ambtenaar bijgeschreven. Artikel21cregeling vergoeding gekazerneerde diensten (toeslagen) 1.De ambtenaar heeft voor het vervullen van gekazerneerde diensten volgens het rooster aanspraak op een toeslag van € 224,74 per maand. Deze toeslag is een bestanddeel van de bezoldiging. 2.De ambtenaar heeft voor iedere extra gewerkte dienst aanspraak op een toeslag van € 74,91 per dienst. 3.De officier van dienst die niet in het rooster van gekazerneerde diensten is opgenomen en een gekazerneerde dienst verricht, heeft aanspraak op een toeslag van € 74,91 per dienst. 4.De officier van dienst die in de loop van het kalenderjaar wordt ingeroosterd voor gekazerneerde diensten, heeft aanspraak op de toeslag vanaf de datum van inroostering. HoofdstukIIIKeuringen brandweerpersoneel Artikel1Algemeen 1.Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die bij de brandweer is aangesteld, als beroeps of vrijwilliger, in de functie van bevelvoerder en manschap A en B zoals vermeld in het Besluit personeel veiligheidsregio’s. 2.De werkgever kan in aanvulling op het eerste lid andere functies bij de brandweer aanwijzen waarop dit hoofdstuk van toepassing is Artikel2Aanstellingskeuring 1.Aanstelling in een functie, bedoeld in artikel 1, is alleen mogelijk als na een geneeskundig onderzoek gericht op de te bekleden functie blijkt dat tegen het bekleden van de functie uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan. 2.Het geneeskundig onderzoek bestaat uit de onderdelen zoals opgenomen in de aanstellingskeuring in bijlage 1 behorende bij dit hoofdstuk. 3.Het geneeskundig onderzoek wordt gedaan door geneeskundigen, die daartoe door de werkgever zijn aangewezen. 4.De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van de werkgever. Artikel3Periodiek Preventief Medisch Onderzoek 1.Periodiek wordt de medische gezondheid van de ambtenaar, die is aangesteld in een functie, bedoeld in artikel 1, getoetst conform het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO). 2.Het PPMO bestaat uit de onderdelen, zoals opgenomen in bijlage 2 behorende bij dit hoofdstuk. 3.Het geneeskundig onderzoek geschiedt voor de ambtenaar gelijktijdig of minimaal een half jaar na indiensttreding. 4.Het geneeskundig onderzoek geschiedt voor de ambtenaar met een leeftijd van: jonger dan veertig één keer in de vier jaar; tussen de veertig en vijftig één keer per twee jaar; ouder dan vijftig jaar eens per jaar. 5.Als de werkgever daar aanleiding toe ziet kan in afwijking van de frequentie zoals bedoeld in lid 4 een tussentijdse keuring worden afgenomen. 6.Als de uitkomst van het PPMO daar aanleiding tot geeft, kan de werkgever de medewerker tijdelijk en voor een vooraf bepaalde tijd van een aantal of het totaal van zijn taken vrijstellen. Deze bepaalde tijd kan in bijzondere gevallen, zolang de mate van ongeschiktheid zich voordoet, worden verlengd. 7.Bij geheel of gedeeltelijke vrijstelling van taken houdt de beroepsmedewerker recht op zijn bezoldiging en de vrijwillige medewerker op zijn vergoeding, met dien verstande dat het recht op toeslagen en vergoedingen alleen geldt als de werkzaamheden van de medewerker recht hierop geven. Bij geheel of gedeeltelijke vrijstelling wegens ziekte en ongeschiktheid is hoofdstuk 7 NRGA onverkort van toepassing. 8.De werkgever kan de medewerker die is aangesteld als beroeps gedurende de tijdelijke vrijstelling van taken andere werkzaamheden opleggen. Artikel4Fysieke test Jaarlijks wordt de fysieke conditie van de ambtenaar, die is aangesteld in een functie bedoeld in artikel 1, getoetst. HoofdstukIVRegeling Organisatorische rechten BAA §1Definities Artikel1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Wor: Wet op de ondernemingsraden; dagelijks bestuur: het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio, bedoeld in de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 2008; ondernemer: De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VRAA); ondernemingsraad: de ondernemingsraad BAA, zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wor; lokale arbeidsvoorwaarden: rechtspositionele bepalingen, uitgedrukt in tijd of geld, die niet zijn voorbehouden aan het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) en waarbij de bevoegdheid tot het vaststellen bij het dagelijks bestuur VRAA berust; Georganiseerd Overleg: het overleg tussen de werkgever en de vakorganisaties met betrekking tot onderwerpen die BAA aangaan; vakorganisatie: een organisatie die de individuele en collectieve belangen van de aangesloten ambtenaren behartigt; vakcentrale: een federatie die de aangesloten vakorganisaties en hun leden vertegenwoordigt op overkoepelend niveau. §2Wet op de ondernemingsraden Artikel2uitoefenen van de bevoegdheden van de ondernemer De bevoegdheden en verplichtingen van de ondernemer worden uitgeoefend door het Dagelijks Bestuur van de VRAA met betrekking tot onderwerpen die BAA aangaan. Artikel3bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden Voor het overleg met de ondernemingsraad treedt de commandant Brandweer Amsterdam-Amstelland op als bestuurder in de zin van artikel 1, onder e, Wor. Artikel4convenant Aan het begin van iedere zittingsperiode van de OR sluiten de ondernemer en de ondernemingsraad een convenant over de benodigde inzet voor het OR-werk, de compensatie daarvoor en het maximumaantal zittingstermijnen. §3Georganiseerd Overleg Artikel5bevoegdheden Georganiseerd Overleg 1.In het Georganiseerd Overleg wordt overleg gevoerd over: de lokale arbeidsvoorwaarden die BAA aangaan en door de werkgever of de vakorganisaties zijn ingebracht; het sociaal plan bij ingrijpende veranderingen van de organisatie BAA; onderwerpen van medezeggenschap die door de werkgever of de vakorganisaties in dat overleg zijn ingebracht. 2.In het Georganiseerd Overleg wordt geen overleg gevoerd over onderwerpen die op grond van het Protocol voor het Arbeidsvoorwaardenoverleg in het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden zijn voorbehouden aan het LOGA. Artikel6werkgeversvertegenwoordiging in Georganiseerd Overleg De werkgever wordt in het Georganiseerd Overleg vertegenwoordigd door een lid van het Dagelijks Bestuur van de VRAA en de commandant van Brandweer Amsterdam-Amstelland. Artikel7werknemersvertegenwoordiging in Georganiseerd Overleg De ambtenaren worden in het Georganiseerd Overleg vertegenwoordigd door: twee deelnemers namens ABVAKABO/FNV; twee deelnemers namens CNV Publieke Zaak; twee deelnemers namens het Ambtenarencentrum (AC); twee deelnemers namens Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen (CMHF) Artikel8besluitvorming over lokale arbeidsvoorwaarden 1.Besluitvorming in het Georganiseerd Overleg over lokale arbeidsvoorwaarden vindt plaats door het bereiken van overeenstemming tussen de werkgever en alle vakorganisaties, dan wel een meerderheid ervan. 2.Als na uitputtend overleg over lokale arbeidsvoorwaarden overeenstemming met een meerderheid van de vakorganisaties niet haalbaar is, volstaat overeenstemming tussen de werkgever en twee vakorganisaties, mits deze vakorganisaties tezamen een meerderheid van het georganiseerde personeel BAA vertegenwoordigen. 3.Als overeenstemming is bereikt, verbindt de werkgever zich de benodigde regelgeving inzake de arbeidsvoorwaarden waarover overeenstemming bestaat, tot stand te brengen. 4.Als geen overeenstemming is bereikt, vinden de voorgenomen wijzigingen in de rechtspositieregelingen BAA niet plaats. Artikel9besluitvorming over sociaal plan 1.Besluitvorming in het Georganiseerd Overleg over een sociaal plan vindt plaats door het bereiken van overeenstemming tussen de werkgever en alle vakorganisaties, dan wel een meerderheid ervan. 2.Als na uitputtend overleg overeenstemming met een meerderheid van de vakorganisaties niet haalbaar is, volstaat overeenstemming tussen de werkgever en twee vakorganisaties, mits deze vakorganisaties tezamen een meerderheid van het georganiseerde personeel BAA vertegenwoordigen. §4Organisatie Georganiseerd Overleg Artikel10de vergadering 1.Het overleg wordt voorgezeten door een lid van het Dagelijks Bestuur van de VRAA en bij diens afwezigheid door de commandant Brandweer Amsterdam-Amstelland. 2.De werkgevers- en de werknemersvertegenwoordiging kunnen zich in het overleg door een beperkt aantal deskundigen laten bijstaan. 3.De vergaderingen van het Georganiseerd Overleg zijn niet openbaar. Artikel11het ambtelijk secretariaat en het huishoudelijk reglement 1.Het Georganiseerd Overleg kan een huishoudelijk reglement vaststellen ter invulling van de organisatorische afspraken. 2.Het Georganiseerd Overleg wordt bijgestaan door een ambtelijk secretariaat. 3.Het secretariaat vervult alle werkzaamheden die voor een goede voortgang van in het Georganiseerd Overleg te behandelen en behandelde onderwerpen noodzakelijk zijn; het verstrekt voorts aan alle deelnemers alle informatie betreffende de te behandelen onderwerpen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet openbaarheid van bestuur. §5Vakbondsverlof Artikel12aantal leden De vakorganisaties geven jaarlijks het aantal leden op in dienst van de VRAA bij BAA. Bij de opgave wordt aangegeven welke leden kaderleden zijn. Artikel13recht op vakbondsverlof 1.De ambtenaar heeft recht op verlof met behoud van bezoldiging wanneer hij in werktijd deelneemt aan activiteiten genoemd in artikel 14, 15 en
  10. 2.Het vakbondsverlof wordt verleend voor zover het dienstbelang zich hiertegen niet verzet. Artikel14deelnemen aan vergaderingen 1.De ambtenaar heeft recht op maximaal 108 uur verlof met behoud van bezoldiging verleend voor het bijwonen van vergaderingen van statutaire organen van vakorganisaties, van vakcentrales of van internationale ambtenarenorganisaties, mits de ambtenaar deelneemt aan: vergaderingen van vakorganisaties als bestuurslid van de vakorganisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een onderdeel daarvan; vergaderingen van vakcentrales als bestuurslid van die vakcentrale dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die centrale aangesloten vakorganisatie; vergaderingen van een internationale ambtenarenorganisatie als bestuurslid van deze organisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die organisatie aangesloten vakorganisatie of vakcentrale. 2.Voor het verlof om vergaderingen bij te wonen wordt per kalenderjaar maximaal 216 uur per 100 leden, die de vakorganisatie aan ambtenaren in dienst van VRAA bij BAA telt, beschikbaar gesteld. Artikel15kaderactiviteiten 1.De ambtenaar heeft per kalenderjaar recht op maximaal 187 uur verlof met behoud van bezoldiging om, als hij daartoe door een vakorganisatie of vakcentrale is aangewezen, bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen die vakorganisatie of vakcentrale, of binnen BAA, met als doel deze vakorganisatie of de vakcentrale te ondersteunen. 2.Voor het verlof voor kaderactiviteiten wordt per kalenderjaar maximaal 432 uur per 100 leden, die de vakorganisatie aan ambtenaren in dienst van VRAA bij BAA telt, beschikbaar gesteld. Artikel16deelnemen aan cursussen 1.De ambtenaar heeft recht op verlof voor het deelnemen aan een cursus die door of ten behoeve van de leden van die vakorganisatie wordt gegeven, als hij schriftelijk door de vakorganisatie wordt uitgenodigd. 2.Voor het verlof voor deelname aan cursussen wordt maximaal 43 uur per twee kalenderjaren toegekend. Artikel17maximumduur vakbondsverlof De ambtenaar heeft recht op maximaal 288 uur vakbondsverlof per kalenderjaar. Artikel18aanvraag 1.De aanvraag tot verlof: van korter dan één dag dient minimaal twee werkdagen van tevoren te worden ingediend; van minimaal één dag doch niet meer dan twee dagen dient minimaal vijf werkdagen van tevoren te worden ingediend; van meer dan twee dagen dient minimaal tien werkdagen van tevoren te worden ingediend. 2.De ambtenaar dient de aanvraag schriftelijk in bij de leidinggevende. Hij vermeldt hierbij de reden van zijn aanvraag en voegt de uitnodiging van de vakorganisatie toe. 3.Als de leidinggevende niet afwijzend op de aanvraag heeft beslist, wordt de ambtenaar geacht toestemming te hebben gekregen voor het gevraagde vakbondsverlof. Artikel19aanmerken als één vakorganisatie 1.Waar in deze paragraaf het vakbondsverlof is vastgesteld naar rato van het aantal leden, dat de vakorganisatie aan ambtenaren in dienst van de VRAA bij BAA telt, worden een vereniging, haar statutair geregelde onderdelen, de federatie en vakcentrale, waarbij zij is aangesloten, als één vakorganisatie aangemerkt. 2.Als twee of meer vakorganisaties daartoe aan de werkgever het verzoek doen, worden zij voor de toepassing van het eerste lid, als één vakorganisatie aangemerkt. Artikel20vergaderfaciliteiten Aan de vakorganisatie wordt, indien mogelijk, gratis vergaderruimte bij BAA en bijbehorende hulpmiddelen ter beschikking gesteld voor het houden van een vergadering waarbij activiteiten gericht op ambtenaren centraal staan. Artikel21Werkgeversbijdrage 1.De veiligheidsregio’s betalen de vakcentrales die partij zijn in het LOAV per kalenderjaar een financiële werkgeversbijdrage via de werkorganisatie van één van de aangesloten vakcentrales. 2.Het jaarbedrag voor de werkgeversbijdrage is gelijk aan de actuele norm van de Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN), vermenigvuldigd met het aantal medewerkers met een volledig dienstverband dat op 1 januari van dat jaar een aanstelling bij de veiligheidsregio heeft. Voor medewerkers die geen volledig dienstverband hebben geldt de deeltijdfactor in de berekening van het jaarbe-drag. Voor brandweervrijwilligers geldt een deeltijdfactor van 0,
  11. 3.De veiligheidsregio’s verstrekken de in lid 1 genoemde werkorganisatie uiterlijk op 1 april een overzicht van het totaal aantal medewerkers op 1 januari van dat lopende kalenderjaar. 4.De werkorganisatie stuurt uiterlijk 1 mei een factuur naar de veiligheidsregio voor het lopende kalenderjaar. De veiligheidsregio betaalt de factuur uiterlijk 1 juni. 5.Bestaande financiële lokale bijdrageregelingen vervallen. De vakcentrales die partij zijn in het LOAV leggen geen nieuwe andere bijdrageregeling voor aan de veiligheidsregio. 6.De vakcentrales doen uiterlijk op 1 april aan de Werkgeversvereniging Samen-werkende Veiligheidsregio’s opgave van de op 1 januari van dat jaar bij de Veilig-heidsregio’s werkzame leden waarop de CAR(-UWO) van toepassing is, gesplitst naar brandweervrijwilligers en overig personeel. 7.De vakcentrales die partij zijn in het LOAV zien af van bevoordeling van leden. HoofdstukVReorganisaties en Sociaal Plan BAA §1Reorganisatie Artikel1bevoegdheid tot reorganisatie 1.Het Veiligheidsbestuur van de Veiligheidsregio Brandweer Amsterdam-Amstelland (VRAA) neemt het besluit tot een ingrijpende reorganisatie. De commandant van BAA is bevoegd een besluit te nemen tot een niet-ingrijpende reorganisatie. 2.Er is in ieder geval sprake van een ingrijpende reorganisatie in de volgende gevallen: reorganisatie waarbij meer sectoren zijn betrokken; reorganisatie met een aanzienlijk verlies aan arbeidsplaatsen; reorganisatie die belangrijke beleidsmatige wijzigingen inhoudt; een verzelfstandiging, privatisering of uitplaatsing. Artikel2voorbereiding reorganisatie De commandant is belast met de voorbereiding van de reorganisatie. Dit houdt onder meer het opstellen van een reorganisatieplan in, waarin in ieder geval het volgende is opgenomen: voorbereiding bemensing van de organisatie middels inventarisatie van de huidige en gewenste formatie en het opstellen van een formatieplan; matching van beschreven organogram met functiebeschrijving per organisatorische eenheid; generiek functieboek binnen de kaders gesteld door het Veiligheidsbestuur; was-wordt lijst; bemensing van de organisatie in de vorm van plaatsingen en benoemingen. Artikel2Aafwijzing boventallige mobiliteitskandidaat 1.Een boventallige mobiliteitskandidaat die in aanmerking wil komen voor een naar zijn mening voor hem passende functie, kan alleen schriftelijk en met vermelding van de reden waarom de functie niet als passend is te beschouwen afgewezen worden. 2.Indien de boventallige mobiliteitskandidaat meent op grond van het in het Sociaal Plan BAA bedoelde voorrangsrecht voor het vervullen van een vacature bij BAA in aanmerking te komen, maar door of namens het sectormanager van de sector waar de vacature bestaat wordt afgewezen, kan hij bij de commandant van BAA schriftelijk bezwaar maken. 3.Het bezwaar dient binnen zes weken nadat de afwijzing aan de mobiliteitskandidaat is bekendgemaakt, te worden ingediend. 4.Indien het bezwaar wordt ingediend wordt de definitieve vervulling van de vacature opgeschort tot na de beslissing op het bezwaar. 5.De commandant neemt een beslissing over het bezwaar na het advies te hebben ingewonnen van de bezwaarcommissie (zie artikel 23), samengesteld uit: de sectormanager Bedrijfsvoering, respectievelijk een door hem aangewezen ambtenaar, tevens voorzitter van de commissie; een lid, aan te wijzen door de vakorganisaties; een lid, aan te wijzen door de manager van de (afwijzende) sector. §2Sociaal Plan BAA 2A ALGEMEEN Artikel3inleiding Dit sociaal plan vangt de personele gevolgen op van reorganisaties en is bedoeld om de positie van de ambtenaren in het reorganisatieproces te regelen en wel zodanig dat zo min mogelijk afbreuk wordt gedaan aan hun belangen. Vanuit goed werkgeverschap streeft BAA naar behoud van werk en inkomen. BAA als werkgever zal zich maximaal inspannen om te komen tot een optimale plaatsing van ambtenaren.1Op grond van het ontvlechtingsplan d.d. 31 augustus 2007, versie 0.6 krijgen ambtenaren afkomstig van Brandweer Amsterdam, die op 1 januari 2008 zijn overgegaan naar BAA en door een reorganisatie hun baan verliezen, dezelfde rechten die op dat moment gelden voor ambtenaren in dienst bij de gemeente Amsterdam. Deze afspraak geldt ook in omgekeerde richting voor ambtenaren van de gemeente Amsterdam. Artikel4toepassing 1.Dit sociaal plan is van toepassing op alle reorganisaties bij Brandweer Amsterdam-Amstelland (BAA) met uitzondering van verzelfstandigingen en privatiseringen. 2.Het toepassen van eigen regelingen of het afwijken van dit sociaal plan is niet toegestaan. Artikel5Bureau van Werk naar Werk Om bovenstaand doel te bereiken maakt BAA gebruik van het door het college van B&W van Amsterdam ingericht arbeidsmarktplatform (Bureau van Werk naar Werk) om boventallige ambtenaren naar nieuw werk te bemiddelen. Informatie over Bureau van Werk naar Werk is te vinden op de website van gemeente Amsterdam. Zowel de boventallige ambtenaar als het Bureau gaat actief op zoek naar een passende of aanvaardbare functie. Voor het Bureau van Werk naar Werk is een begeleidingscommissie ingesteld bestaande uit vijf leden: de directeur Concern Organisatie; een lid aangewezen door het Overleg Algemeen Directeuren; een lid aangewezen door het overleg van de stadsdeelsecretarissen; twee leden aangewezen door de vakorganisaties. Artikel6uitgangspunten Bij dit sociaal plan gelden de volgende uitgangspunten: Mens volgt functie Voor zover functies ongewijzigd of licht gewijzigd terugkomen binnen de nieuw te vormen organisatie geldt dat de ambtenaar zijn functie volgt, tenzij plaatsing niet mogelijk is als gevolg van de toepassing van het afspiegelingsbeginsel. Inzet werkgever en ambtenaar Bij reorganisaties gaat het om de vraag hoe tot een goed functionerende organisatie gekomen kan worden, rekeninghoudend met de belangen van de organisatie en het personeel. Het gaat hierbij om onder andere respect voor elkaar, goede arbeidsverhoudingen en betrokkenheid bij de organisatie, de ambtenaren en het werk. Plaatsingsproces Het plaatsingsproces wordt zodanig vorm gegeven dat optimaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de nieuwe organisatie biedt. Daarmee wordt niet-plaatsing, leidend tot boventalligheid, zoveel mogelijk voorkomen. Boventalligheid In geval van boventalligheid wordt zowel van de werkgever als van de ambtenaren verwacht dat zij zich intensief inzetten bij de bemiddeling naar een andere functie. De afspraken daarover worden vastgelegd in een trajectovereenkomst (zie artikel 12). De werkgever streeft ernaar om gedwongen ontslag van ambtenaren vallend onder dit sociaal plan zoveel mogelijk te vermijden door: een optimaal gebruik van alle ter beschikking staande mogelijkheden en aangeboden faciliteiten; een maximale inspanning van werkgevers- en werknemerszijde ter verkrijging van een passende functie voor betrokkene(n). Bemiddelingstermijn Als er tijdens de bemiddelingstermijn duidelijk sprake is van niet nakomen van de gemaakte afspraken door werkgever of betrokken ambtenaar, kan dit leiden tot een verlenging of verkorting van de bemiddelingstermijn. Artikel7werkingssfeer Dit sociaal plan is van toepassing op alle ambtenaren met vaste dienst en op alle ambtenaren met een tijdelijke aanstelling bij wijze van proef in dienst bij BAA. Op de ambtenaren met een tijdelijke aanstelling voor bepaalde of onbepaalde tijd is dit sociaal plan niet van toepassing. Voor hen geldt dat wanneer de aanstellingsgrond door de reorganisatie is vervallen, ontslag volgt. Dit sociaal plan is eveneens niet van toepassing op ambtenaren met een aanstelling als vrijwilliger bij BAA. Voor hen geldt artikel 42, lid 1 onder a hoofdstuk I (arbeidsvoorwaarden vrijwillige brandweer) van de Aanvullende Rechtspositieregeling Brandweer Amsterdam-Amstelland. 2B DEFINITIES EN OMSCHRIJVINGEN Artikel8reorganisatie Elke wijziging in de inrichting van de organisatie waardoor één of meer ambtenaren rechtstreeks in hun rechtspositionele belang worden getroffen. Artikel9plaatsing Plaatsing is het proces waarbij ambtenaren die betrokken zijn bij een reorganisatie een functie krijgen toegewezen in de categorieën 0, 1 of 2 zoals bepaald in artikel
  12. Artikel10boventalligheid Er is sprake van boventalligheid als ambtenaren na een reorganisatie niet geplaatst kunnen worden in de formatie binnen het reorganisatiegebied. Artikel11boventallige mobiliteitskandidaat De ambtenaar die aangesteld is in vaste dienst of in tijdelijke dienst bij wijze van proef en die schriftelijk boventallig wordt verklaard. Artikel12trajectovereenkomst De overeenkomst tussen boventallige mobiliteitskandidaat en werkgever waarin de afspraken en randvoorwaarden zijn vastgelegd om te komen tot plaatsing in een passende functie. Deze afspraken zijn wederzijds afdwingbaar. Artikel13passende functie Een functie is passend als: De functie maximaal twee schalen lager is ingedeeld dan de functionele indeling of- indien deze hoger is - de persoonlijke indeling van de (potentieel) boventallige mobiliteitskandidaat in de oorspronkelijke functie; waarvan de werkzaamheden liggen in de lijn van de oorspronkelijke functie of van het eerder verworven opleidings- en ervaringsniveau, en de verwachting is gerechtvaardigd dat de (potentieel) boventallige mobiliteitskandidaat de werkzaamheden op behoorlijke wijze zal kunnen verrichten, of door middel van om- en bijscholing zoals op genomen in de trajectovereenkomst binnen maximaal twee jaar de benodigde geschiktheid en bekwaamheid kan verwerven. De functie hoger is ingedeeld dan de functionele indeling of – indien deze hoger is – de persoonlijke indeling van de (potentieel) boventallige mobiliteitskandidaat in de oorspronkelijke functie, en de mobiliteitskandidaat deze, na een voor een dergelijke functie gebruikelijke inwerkperiode, volledig en naar behoren kan vervullen; De functie bovendien minimaal 50 procent van de aanstellingsuren in de oorspronkelijke functie omvat. Artikel14aanvaardbare functie Een functie die niet valt onder het begrip ‘passend’, als bedoeld in artikel 13, maar die de ambtenaar op vrijwillige basis bereid is te vervullen. Artikel15afspiegelingsbeginsel Het aantal ambtenaren dat per leeftijdscategorie boventallig wordt komt zoveel mogelijk overeen met de onderlinge verhouding van het aantal ambtenaren in elk van de leeftijdsgroepen binnen de betreffende categorie per functiegroep. Dit overeenkomstig de systematiek zoals beschreven in de handleiding afspiegeling algemeen van het UWV WERKbedrijf (voorheen Centrum voor Werk en Inkomen). http://www.uwv.nl De verschillende leeftijdscategorieën zijn: 15 jaar – jonger dan 25 jaar 25 jaar – jonger dan 35 jaar 35 jaar – jonger dan 45 jaar 45 jaar – jonger dan 55 jaar 55 jaar en ouder. In het reorganisatiebesluit wordt de peildatum om te bepalen in welke leeftijdcategorie een ambtenaar valt. De toepassing van het afspiegelingsbeginsel zorgt er voor dat de boventalligheid evenredig wordt verdeeld over alle leeftijdscategorieën. Artikel16anciënniteit Ontslagvolgorde waarbij degene die het laatst in dienst is gekomen bij BAA bij boventalligheid het eerst wordt ontslagen. De ononderbroken diensttijd, opgebouwd bij de aan de Veiligheidsregio deelnemende gemeenten, telt mee ter vaststelling van de anciënniteit. Dit geldt uitsluitend voor die ambtenaren die op 1 januari 2008 vanuit die gemeenten zijn overgegaan naar BAA in het kader van de regionalisering. Artikel17belangstellingsregistratie Registratie waarbij de ambtenaar zijn belangstelling voor een functie in de nieuwe organisatie kenbaar kan maken. Aan deze registratie kunnen geen rechten worden ontleend. Artikel18functiecategorieën Indeling van huidige functies of takenpakketten in vergelijking met de nieuwe functies in de nieuwe organisatie. Er zijn de volgende categorieën: Categorie 0: sleutelfuncties Dit zijn functies die cruciaal zijn voor het slagen van de reorganisatie. Indien gewenst kan in het plaatsingsproces prioriteit worden gegeven aan de plaatsing op aangewezen sleutelfuncties. Deze functionarissen kunnen dan vervolgens betrokken worden bij het plaatsingsproces van de volgende laag. De criteria voor geschiktheid voor een functie worden vastgelegd in een functieprofiel. Hierin worden de vereiste kennis, ervaring en vaardigheden vermeld waaraan de kandidaten moeten voldoen. Plaatsing in deze functie gebeurt op basis van geschiktheid. De plaatsingsprocedure zoals opgenomen in artikel 28 is voor deze functies van toepassing. Categorie 1: ongewijzigde en licht gewijzigde functies Dit zijn functies die voor wat betreft de inhoud niet of beperkt wijzigen en waaraan beperkte eisen ten aanzien van de competenties kunnen zijn toegevoegd. De enkele verandering van de functiebenaming is niet van invloed. Deze ambtenaren worden één op één geplaatst. Indien er niettemin sprake is van boventalligheid (er zijn meer ambtenaren dan formatieplaatsen) dan is de plaatsing zoals opgenomen in artikel 27 van toepassing (afspiegeling in combinatie met anciënniteit). Categorie 2: sterk gewijzigde en nieuwe functies Dit zijn functies die voor wat betreft de inhoud van de functie, de vereiste competenties of ophanging binnen de organisatie, wezenlijk wijzigen en nieuwe functies. Een verandering in de functiebenaming is niet relevant. De criteria voor geschiktheid voor een functie worden vastgelegd in een functieprofiel. Hierin worden de vereiste kennis, ervaring en vaardigheden vermeld waaraan de kandidaten moeten voldoen. Plaatsing in deze functies gebeurt op basis van geschiktheid. De plaatsing zoals opgenomen in artikel 28 is voor deze functies van toepassing. Artikel19verantwoordelijkheid De commandant is verantwoordelijk voor de bemensing in de vorm van plaatsingen en benoemingen voor de nieuwe organisatie, tenzij het Veiligheidsbestuur een ander aanwijst als verantwoordelijke. De commandant kan voor de bemensing van de nieuwe organisatie een projectleider aanwijzen en commissies instellen. Zeker bij grotere reorganisaties, kan het instellen van een aantal commissies (zie de artikelen 20 en 21) helpen om het plaatsingsproces (zie paragraaf 2 onder 2C Plaatsingsproces) optimaal te laten verlopen. Indien een ambtenaar naar verwachting bedenkingen zal hebben tegen een voorgenomen rechtspositioneel besluit, is de werkgever op grond van artikel 4:8 van de Algemene Wet Bestuursrecht verplicht om de ambtenaar in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te brengen. De verplicht voorgeschreven zienswijzeprocedure geldt ook indien daarvoor geen specifieke commissie is ingesteld. Artikel20inpassingscommissie/plaatsingscommissie Voor het plaatsingsproces zelf kan een inpassingscommissie, soms ook aangeduid als plaatsingscommissie worden ingesteld. Deze commissie is verantwoordelijk voor de voorbereiding van alle selectie- en plaatsingsprocedures. Artikel21zienswijzecommissie Voor de zienswijzeprocedure kan een zienswijzecommissie worden ingesteld. Deze commissie adviseert de werkgever over de door de ambtenaar ingediende zienswijze die de ambtenaren indienen omdat ze het niet eens zijn met de voorgenomen (niet) plaatsing. In de zienswijzecommissie zit in ieder geval een ambtenaar die is aangewezen door de OR. Toelichting 20 en 21 Het is raadzaam om bij grote reorganisaties of reorganisaties waarbij naar verwachting boventallige mobiliteitskandidaten zullen moeten worden aangewezen, een plaatsingscommissie en een zienswijzecommissie in te richten. Artikel22centrale toetsingscommissie Er wordt een centrale toetsingscommissie ingesteld door BAA. De toetsingscommissie heeft tot taak: Bindend advies uitbrengen aan de werkgever indien partijen verschil van mening hebben over het opstellen, uitvoeren en naleven van de trajectovereenkomst; advies uitbrengen aan de werkgever voordat tot ontslag wordt overgegaan; advies uitbrengen over het reële perspectief op effectieve plaatsing binnen redelijke termijn, zoals opgenomen in artikel
  13. De trajectovereenkomst bevat de wederzijdse afspraken gericht op plaatsing in een passende of aanvaardbare functie. Indien één van de partijen, dus werkgever of ambtenaar, van mening is dat de afspraken niet of niet voldoende worden nageleefd, kan hij de centrale toetsingscommissie om advies vragen. Indien de centrale toetsingscommissie van oordeel is dat één van partijen in gebreke blijft, kan de commissie adviseren om hetzij de bemiddelingstermijn te verlengen (als werkgever in gebreke is), hetzij de bemiddelingstermijn te verkorten (als de ambtenaar in gebreke is). De werkgever neemt na het advies van de centrale toetsingscommissie een besluit hierover. De leden van de toetsingscommissie mogen geen lid zijn van de bezwaarcommissie genoemd in artikel
  14. De centrale toetsingscommissie bestaat uit: een voorzitter aan te wijzen door de overige twee leden; een lid namens de vakorganisaties; een lid namens de werkgever. Artikel23bezwaarcommissie Ambtenaren kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht bij de commandant dan wel het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio in bezwaar gaan tegen de op hen betrekking hebbende rechtspositionele besluiten (Algemene Wet Bestuursrecht) voor zover deze besluiten in verband staan met de reorganisatie, zoals besluiten tot plaatsing of niet plaatsing, selectie en reorganisatie-ontslag na verstrijken bemiddelingsperiode. Voor de behandeling van deze bezwaren wordt een bezwaarcommissie als bedoeld in artikel 7:5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht ingesteld. Deze bezwaarcommissie bestaat uit: een lid namens de werkgever; een lid namens de vakorganisaties; een onafhankelijke voorzitter. De Bezwaarcommissie wordt ondersteund door een secretariaat. De leden van de bezwaarcommissie mogen geen lid zijn van de centrale toetsingscommissie genoemd in artikel 22 2C HET PLAATSINGSPROCES Artikel24inleiding In een reorganisatietraject zijn drie fases te onderscheiden. Fase 1 is de fase die voorafgaat aan de feitelijke reorganisatie. In deze fase wordt met behulp van een actief en stimulerend loopbaanbeleid geanticipeerd op de komende reorganisatie. Er worden loopbaanmogelijkheden aangeboden en ondersteuning (opleiding, stage) aan ambtenaren die op functies zitten waar er vermoedelijk na de reorganisatie minder van zijn en die dat willen. In deze fase wordt met de OR afgestemd hoe om te gaan met de openstelling van vacatures. In fases 2 en 3 vindt de feitelijke reorganisatie plaats. Hiervoor is het sociaal plan geschreven. Daarin wordt het formeel, juridisch toetsbare kader uitgewerkt. Fase 2 gaat over het plaatsingsproces binnen het reorganisatiegebied dat hieronder in dit hoofdstuk verder is uitgewerkt. Gedurende fase 2 maakt het afgebakende reorganisatiegebied geen deel uit van de interne arbeidsmarkt van BAA. Dat betekent dat eventueel vrijvallende functies binnen het reorganisatiegebied tijdens het plaatsingsproces primair gebruikt worden om boventalligheid na afloop ervan te voorkomen. Pas als de plaatsing volledig is afgerond, en de reorganisatiedatum gepasseerd is, maakt het reorganisatiegebied weer deel uit van de interne arbeidsmarkt van BAA. Een te lange afzondering is echter niet in het belang van BAA en boventallige ambtenaren buiten het reorganisatiegebied. Een redelijke termijn voor fase 2 varieert van twee maanden voor een kleine reorganisatie tot maximaal zes maanden voor een grote/complexe reorganisatie. Fase 3 gaat over het proces rondom boventallige ambtenaren met name over de bemiddeling (termijnen, proces) en matching van de boventallige ambtenaren, de besluitvorming over een eventueel reorganisatieontslag en het bij die activiteiten noodzakelijke flankerend beleid, zoals vertrekpremies, omscholingsbudget, trajectovereenkomst, enzovoorts. In fase 3 start ook de bemiddeling van de ambtenaren die niet binnen het reorganisatiegebied geplaatst konden worden en dus formeel boventallig zijn verklaard. Vanaf dat moment wordt er, zowel door werkgever als door ambtenaar, actief gezocht naar een passende en/of aanvaardbare functie. Alle vacatures binnen BAA zijn beschikbaar bij Bureau van Werk naar Werk. Dit bureau kijkt vervolgens of er een match is te maken tussen een boventallige ambtenaar en een vacature. De kandidaten zijn verplicht om mee te werken aan deze matchingsprocedure. De vacaturehouder maakt een keuze uit de gematchte mobiliteitskandidaten. Pas indien er geen verplichte mobiliteitskandidaten matchen, kan een vacature intern (zie vacaturevolgorde artikel 34) opengesteld worden. Artikel25plaatsingsprocedures Voorafgaand aan het plaatsingsproces in fase 2 zijn voor iedere ambtenaar het functieboek (inclusief de was-wordt lijst), de te volgen procedures, de selectiecriteria en samenstelling van de van belang zijnde commissies op een toegankelijke wijze (via intranet) te raadplegen en indien gewenst te verkrijgen. Artikel26toekenning functiecategorie Op basis van een vergelijking van de huidige functie in de oude organisatie en de functie in de nieuwe organisatie wordt bepaald in welke categorie de oude (huidige) functie wordt ingedeeld. Bij de huidige functie wordt gekeken naar de feitelijke situatie: met welke werkzaamheden is betrokkene belast en verricht hij daadwerkelijk. De categorie-indeling is de uitkomst van de vergelijking van de huidige en de nieuwe functie (was-wordt lijst). Artikel27mens volgt werk bij categorie 1-functies Als de functie van de ambtenaar ingedeeld is in categorie 1 en er geen boventalligheid gaat ontstaan, dan ontvangt de ambtenaar een voornemen tot plaatsing. Als de functie van de ambtenaar ingedeeld is in categorie 1 en er binnen de functiegroep wel boventalligheid gaat ontstaan, dan wordt op grond van het afspiegelingsbeginsel bepaald hoe de boventalligheid over de verschillende leeftijdscategorieën wordt verdeeld. Vervolgens wordt binnen iedere leeftijdscategorie op basis van anciënniteit bepaald wie daadwerkelijk boventallig wordt. De verschillende leeftijdscategorieën zijn: 15 jaar – jonger dan 25 jaar 25 jaar – jonger dan 35 jaar 35 jaar – jonger dan 45 jaar 45 jaar – jonger dan 55 jaar 55 jaar en ouder. De indeling in leeftijdscategorieën vindt plaats per functie(groep). Artikel28selectie op geschiktheid bij categorie 0- en categorie 2-functies Categorie 0 Aangezien de invulling van de sleutelfuncties cruciaal is voor het slagen van de reorganisatie, geldt een selectie op geschiktheid. Zijn er meerder geschikte kandidaten voor de sleutelfunctie, dan wordt de meest geschikte kandidaat geplaatst. Aan de hand van de belangstellingsregistratie kan de ambtenaar zijn belangstelling voor een functie kenbaar maken. Ten behoeve van de selectie zijn criteria opgenomen in het functieboek. Per functie wordt aangegeven welke kennis, ervaring en vaardigheden relevant zijn voor de betreffende functie. De informatie in het functieboek is vooraf beschikbaar. De functies kunnen ook door kandidaten van buiten het reorganisatiegebied worden vervuld. De selectie- en plaatsingsprocedure voor categorie 0-functies worden in het desbetreffende reorganisatieplan uitgewerkt en maken onderdeel uit van de adviesaanvraag OR. Categorie 2 Aangezien het bij deze functies gaat om sterk gewijzigde of nieuwe functies geldt een selectie op geschiktheid. Zijn er meerdere geschikte kandidaten voor de sterk gewijzigde of nieuwe functie, dan wordt de meest geschikte kandidaat geplaatst. Voor deze functies komen in de eerste plaats de ambtenaren in aanmerking van wie de oude functie sterk is gewijzigd of vervallen én degenen die op grond van de plaatsingsprocedure van de categorie 1 nog niet geplaatst zijn. Aan de hand van de belangstellingsregistratie kan de ambtenaar zijn belangstelling voor een functie kenbaar maken. Ten behoeve van de selectie zijn criteria opgenomen in het functieboek. Per functie wordt aangegeven welke kennis, ervaring en vaardigheden relevant zijn voor de betreffende functie. De informatie in het functieboek is vooraf beschikbaar. De selectie op geschiktheid is een plaatsingsprocedure en geen sollicitatieprocedure en vindt plaats op de volgende manier: alle ambtenaren die binnen het reorganisatiegebied nog niet zijn geplaatst en die voldoen aan de selectiecriteria, worden – voor zover mogelijk – geplaatst. Zijn er meerdere geschikte kandidaten voor de sterk gewijzigde of nieuwe functie, dan wordt de meest geschikte kandidaat geplaatst; indien na ronde 1 nog functies beschikbaar zijn kunnen alle betrokken ambtenaren binnen het reorganisatiegebied daarvoor opteren. Ook in deze ronde wordt op basis van geschiktheid geselecteerd en geplaatst. Zijn er meerdere geschikte kandidaten voor de sterk gewijzigde of nieuwe functie, dan wordt de meest geschikte kandidaat geplaatst; bij overblijvende formatieruimte worden vervolgens de ambtenaren binnen het reorganisatiegebied geplaatst voor wie de functie een passende functie is conform artikel
  15. Beide categorieën Ambtenaren die op basis van de gesprekken zijn geselecteerd ontvangen schriftelijk bericht dat het voornemen bestaat over te gaan tot plaatsing op de betreffende functie al dan niet met begeleiding. Indien het voornemen bestaat niet over te gaan tot plaatsing van een ambtenaar, ontvangt de ambtenaar hiervan een gemotiveerd schriftelijk bericht, waarbij de ambtenaar wordt uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek met één van de leden van de inpassingscommissie. Tevens ontvangt de ambtenaar schriftelijk bericht dat het voornemen bestaat de boventalligheidsstatus toe te kennen. De ambtenaar dient in de gelegenheid te worden gesteld zienswijzen naar voren te brengen tegen het voornemen hem niet te plaatsen en het toekennen van de boventalligheidsstatus. Dat kan schriftelijk of mondeling geschieden. Eerst na de afronding van de zienswijzeprocedure worden de definitieve besluiten tot plaatsing, niet-plaatsing, de aanwijzing als boventallige mobiliteitskandidaat en de ingangsdatum van de boventalligheid, bekendgemaakt. 2D PLAATSING EN BEMIDDELING BOVENTALLIGHEID Artikel29inleiding Dit hoofdstuk regelt het proces van plaatsing en of bemiddeling van boventallige mobiliteitskandidaten. Bemiddeling naar een passende functie vindt plaats zowel binnen als buiten BAA. Artikel30bemiddelingstermijn 1.De boventallige mobiliteitskandidaat heeft recht op een bemiddelingstermijn die maximaal twee jaar duurt, tenzij er besloten wordt tot verlenging (zie artikel 37). 2.De periode van twee jaar start op de dag waarop het besluit tot boventalligverklaring in werking is getreden. 3.Bemiddeling van een boventallige mobiliteitskandidaat geschiedt naar een vaste passende functie Artikel31trajectovereenkomst 1.Met de boventallige mobiliteitskandidaat wordt in overleg, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een maand na de start van de bemiddelingstermijn, een individueel maatwerkovereenkomst opgesteld. Deze zogenaamde Trajectovereenkomst mobiliteit bij boventalligheid bevat de doelen, de voorzieningen die nodig zijn om deze doelen te bereiken, nadere afspraken en daaraan verbonden termijnen. Afspraken worden gemaakt over: het al dan niet toekennen van professionele begeleiding en de tijdsduur daarvan; het al dan niet bemiddelen naar een aanvaarbare functie; het al dan niet elders opdoen van werkervaring; de werkzaamheden die de ambtenaar gedurende de bemiddelingsperiode verricht; het al dan niet volgen van een opleiding en het daarvoor beschikbare budget; eventuele beperkingen van de ambtenaar; de tijd die de ambtenaar beschikbaar heeft voor sollicitatieactiviteiten en andere inspanningen gericht op het vinden van een nieuwe werkkring. Deze tijd bedraagt tenminste 20% van de omvang van de aanstelling. 2.De noodzakelijke kosten van een bemiddelingstraject komen tot een bedrag van € 7.500,00 voor rekening van BAA. Ten aanzien van de kosten die dit bedrag overstijgen neemt de BAA een afzonderlijk besluit. 3.De bemiddelingstermijn schort niet op bij het verrichten van tijdelijk werkzaamheden, in het geval van ziekte of ouderschapsverlof. 4.Indien de ambtenaar de trajectovereenkomst niet wil ondertekenen, kan BAA, na advies te hebben ingewonnen bij de centrale toetsingscommissie, door middel van een besluit de inhoud eenzijdig vaststellen. Artikel32matching boventalligen 1.De boventallige ambtenaar wordt direct na de toekenning van de boventalligheidsstatus aangemeld bij Bureau van Werk naar Werk. Eerdere aanmelding is mogelijk als het nagenoeg zeker is dat van boventalligheid sprake zal zijn en de ambtenaar instemt met die eerdere aanmelding. 2.De boventallige mobiliteitskandidaat wordt gematched op beschikbare vacatures. 3.Zodra een match op een passende functie conform artikel 13 gevonden heeft, wordt de mobiliteitskandidaat uitgenodigd om aan het plaatsingsproces deel te nemen. De vacaturehouder is verantwoordelijk voor de plaatsingsprocedure en de mobiliteitskandidaat is verplicht om aan de plaatsingsprocedure deel te nemen. 4.De vacaturehouder is verantwoordelijk voor het bijbehorende tewerkstellingsbesluit. 5.Afwijzing is alleen mogelijk indien blijkt dat: de match beargumenteerd niet blijkt te kloppen en de vacature daardoor niet passend is, conform artikel
  16. een andere gematchte boventallige mobiliteitskandidaat de voorkeur krijgt van de vacaturehouder. Artikel33verrichten tijdelijke werkzaamheden Tijdens de bemiddelingsperiode is de boventallige mobiliteitskandidaat verplicht om in redelijkheid op te dragen tijdelijke werkzaamheden binnen of buiten BAA te verrichten. De werkgever heeft een inspanningsverplichting om dergelijke werkzaamheden aan te bieden. Gedurende de tijdelijke werkzaamheden wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld om tenminste 20% van zijn werktijd te besteden aan de afspraken in de trajectovereenkomst. Artikel34voorrang bij vervullen vacature Boventallige mobiliteitskandidaten hebben bij vacatures binnen BAA voorrang op alle overige kandidaten. Een vacature kan pas BAA-breed worden ingevuld als de plaatsingsprocedure in het betreffende reorganisatiegebied (artikel 24) is afgerond. Dit houdt in dat de mogelijkheid tot plaatsing van een boventallige mobiliteitskandidaat op een passende functie eerst beoordeeld moet worden voordat tot vacaturevervulling door kandidaten uit andere groepen overgegaan mag worden. De volgorde bij vacaturevervulling is als volgt: boventallige mobiliteitskandidaten organisatiebreed; arbeidsongeschikte ambtenaren voor wie de vacature passende arbeid is; overige ambtenaren en trainees organisatiebreed; voormalige ambtenaren BAA die direct aansluitend aan hun dienstverband een ww-uitkering of bovenwettelijke uitkering ontvangen in verband met beëindiging van dat dienstverband; externe sollicitanten. Artikel35reguliere beëindiging van de bemiddelingstermijn en trajectovereenkomst 1.De bemiddelingsperiode en de trajectovereenkomst eindigen; bij plaatsing op een passende functie binnen BAA; bij aanvaarding door de ambtenaar van een andere functie binnen of buiten BAA; bij ontslag op eigen verzoek; bij ontslagverlening om een andere reden; na de bemiddelingstermijn van twee jaar, tenzij er besloten is tot een verlenging; na afloop van de termijn waarmee de bemiddelingsperiode is verlengd. Artikel36ontslagprocedure bij reorganisatie 1.Om over te kunnen gaan tot ontslag op grond van artikel 12.11 NRGA (ontslag wegens reorganisatie) wordt de volgende procedure gevolgd: de werkgever stuurt een ontslagvoornemen aan de betrokken ambtenaar en vraagt de zienswijze van de ambtenaar hierop, en de werkgever vraagt tegelijkertijd een advies aan bij het van Bureau van Werk naar Werk; de werkgever vraagt tegelijkertijd advies aan bij de centrale toetsingscommissie over het ontslagvoornemen. zodra het advies van Bureau van Werk naar Werk en de eventuele zienswijze van betrokkene beschikbaar zijn, stuurt de werkgever deze aan de centrale toetsingscommissie. 2.Bij een reguliere beëindiging als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder e, start de procedure na verloop van 21 maanden van de bemiddelingstermijn. 3.De centrale toetsingscommissie beoordeelt – na ontvangst van het advies van Bureau van Werk naar Werk en de eventuele zienswijze – of werkgever en ambtenaar voldoende herplaatsingsinspanningen hebben verricht. 4.De centrale toetsingscommissie adviseert de commandant om: over te gaan tot een laatste verlengde bemiddelingstermijn indien er een reëel perspectief is op effectieve plaatsing binnen redelijke termijn, of over te gaan tot ontslag op grond van artikel 12.11 NRGA (ontslag wegens reorganisatie). 5.Indien de centrale toetsingscommissie adviseert over te gaan tot ontslag, volgt ontslag zonder verdere opzegtermijn of wachttijd maar niet vóór het verstrijken van de voor de ambtenaar geldende bemiddelingstermijn tenzij op het moment de ambtenaar binnen drie maanden geplaatst wordt in een functie. Artikel37niet-nakoming van afspraken uit de trajectovereenkomst of verplichtingen op grond van dit sociaal plan 1.Indien één van beide partijen gedurende de bemiddelingstermijn van mening is, dat de andere partij zich niet houdt aan de afspraken zoals vastgelegd in de trajectovereenkomst, maakt deze partij dit aan de ander partij in een gesprek kenbaar. Dit gesprek is erop gericht gezamenlijk afspraken te maken over verbetering. Van dit gesprek wordt een verslag opgesteld. 2.Indien één van de partijen na het gesprek in gebreke is gebleven ten aanzien van de in de trajectovereenkomst vastgelegde afspraken kan de andere partij eisen dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van de overeenkomst. Deze partij meldt dit schriftelijk aan de ander partij. 3.De bemiddelingsperiode kan op verzoek van de ambtenaar worden verlengd, indien: de werkgever nalatig is geweest de boventallige mobiliteitskandidaat aan de plaatsingsprocedure voor een beschikbare passende functie te laten deelnemen; de werkgever de ambtenaar gedurende het verrichten van tijdelijke werkzaamheden aantoonbaar geen gelegenheid heeft gegeven om tenminste 20% van zijn werktijd te besteden aan de afspraken in de trajectovereenkomst; de werkgever voor het overige in gebreke is gebleven ten aanzien van de uitvoering van de trajectovereenkomst. Indien de werkgever het verzoek van de ambtenaar om verlenging van de bemiddelingsperiode honoreert, bedraagt de verlenging een redelijke termijn, waarbij de periode die door de niet-nakoming verloren is gegaan als richtlijn kan dienen. Gedurende de periode van verlenging worden de gebreken die bij de uitvoering van de trajectovereenkomst zijn ontstaan, zoveel mogelijk hersteld. 4.De werkgever kan besluiten tot tussentijdse verkorting of beëindiging van de bemiddelingsperiode en ontslag, indien de ambtenaar zich zonder geldige reden niet houdt aan de afspraken uit de trajectovereenkomst. 5.De bemiddelingsperiode eindigt, indien de ambtenaar plaatsing in een passende functie binnen BAA of de aanvaarding van een aangeboden passende functie buiten de BAA zonder redelijke grond weigert. 6.Indien de bemiddelingsperiode eerder eindigt om de in vierde of vijfde lid genoemde reden, wordt de procedure van artikel 36 gevolgd. Bij ontslagverlening kan de werkgever aangeven dat sprake is van verwijtbare werkloosheid en vervallen de rechten op een aanvullende uitkering en een na-wettelijke uitkering. 7.Als er sprake is van een geschil over het opstellen, uitvoeren en naleven van de trajectovereenkomst, kunnen partijen dit geschil voorleggen aan de centrale toetsingscommissie voor advies. De bemiddelingstermijn wordt hierdoor niet opgeschort, tenzij anders wordt besloten. Artikel38toepassingsbereik garanties De garanties uit 2E, met uitzondering van artikel 39, zijn alleen van toepassing op de ambtenaar die boventallig is verklaard. Deze garanties zijn ook van toepassing op ambtenaren die formeel nog niet de boventalligheidsstatus hebben gekregen maar waarvan zeer aannemelijk is dat zij deze status wel zullen krijgen en die voorafgaande aan die status zelf reeds een ander functie hebben gevonden waaraan een lagere bezoldiging is verbonden. Of sprake is van een dergelijke situatie, is ter beoordeling aan de commandant. Een verzoek hiertoe kan ook op initiatief van de ambtenaar plaatsvinden. Een ambtenaar die uit een reorganisatie van vóór 27 september 2010 garanties heeft verkregen, behoudt die garanties. Voor zover de in deze paragraaf genoemde garanties gunstiger zijn van de eerder verkregen garanties in verband met een reorganisatie, worden die garanties op verzoek van de ambtenaar op hem van toepassing verklaard. Artikel39garanties bij interne plaatsing Na plaatsing in en functie behoudt de ambtenaar gedurende zijn dienstverband bij BAA aanspraak op een salaris overeenkomstig de salarisgroep waarnaar zijn oorspronkelijke functie is gewaardeerd. Het garanderen van de salarisschaal betekent dat de betrokken ambtenaar ingeschaald blijft in zijn oorspronkelijke salarisgroep, resp. de salarisgroep van zijn persoonlijke indeling. Het is niet toegestaan om in een dergelijk geval de ambtenaar in te schalen in een lagere salarisgroep en het verschil te overbruggen met een toelage. De NRGA kent namelijk geen basis voor een dergelijke toelage. Het begrip ‘persoonlijke indeling’ vereist een nadere toelichting. De NRGA gaat uit van het begrip functionele indeling, namelijk een indeling met behulp van de MRF. Toch kan er sprake zijn van een indeling die afwijkt van de functionele indeling. Dat is bijvoorbeeld het geval indien bij een eerdere reorganisatie een ambtenaar een lager gewaardeerde functie is gaan vervullen die als passend is aangemerkt. Hierbij is de oorspronkelijke functionele indeling gegarandeerd, waardoor er een verschil ontstaat tussen de functionele indeling en de feitelijke indeling. De feitelijke indeling wordt dan de ‘persoonlijke indeling’ genoemd. Bij een eventuele volgende reorganisatie zal de passendheid van een functie moeten worden beoordeeld op basis van deze persoonlijke indeling. Indien de functie waarin de ambtenaar is geplaatst wordt ingegeven door diens langdurige arbeidsongeschiktheid, geldt de salarisgarantie niet. In dat geval geldt artikel 7.8, tweede lid NRGA. Als de boventallige een functie aanvaardt die meer dan twee salarisgroepen lager (= aanvaardbare functie) is dan de oorspronkelijke salarisgroep, dan moeten er aparte afspraken gemaakt worden over salariëring en dergelijke. In feite wordt dan maatwerk afgesproken. Indien een passende functie is gevonden die één of twee salarisgroepen lager is dan de oorspronkelijke functie (of de persoonlijke indeling) dan ligt er zowel bij de werkgever als ambtenaar een inspanningsverplichting om de ambtenaar terug te brengen naar een functie op zijn oude niveau. Hetzelfde geldt in het geval een aanvaardbare functie is geaccepteerd. Indien de ambtenaar in de nieuwe organisatie geplaatst is in een hogere functie dan zijn de bevorderingsregels van de artikelen 3.7 en 3.8 NRGA van toepassing. Voor wegvallende toelagen of toeslagen, die behoren tot de bezoldiging, wordt een reorganisatietoeslag (paragraaf 10 van hoofdstuk 3 NRGA) toegekend. Artikel40garantie gedurende de periode van boventalligheid Tijdens de bemiddelingsperiode behoudt de boventallige mobiliteitskandidaat aanspraak op zijn volledige bezoldiging, zoals omschreven in artikel 1.1, onder j jo. 1.4 NRGA, tenzij sprake is van het bepaalde in artikel 3.13 NRGA (stopzetten bezoldiging), artikel 7.4 NRGA (recht op bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid) en artikel 13.6 NRGA (disciplinaire maatregel). Bij een tijdelijke plaatsing, als bedoeld in artikel 33 behoudt de boventallige de bezoldiging behorende bij de oorspronkelijke functie. Als de tijdelijke functie of de tijdelijke werkzaamheden hoger gesalarieerd zijn en er sprake is van het volledig vervullen daarvan, wordt een waarnemingstoeslag conform artikel 3.33 NRGA (waarnemingstoeslag) toegekend. Als aan de tijdelijke functie of de tijdelijke werkzaamheden tot de bezoldiging behorende toelagen of toeslagen zijn verbonden die de bezoldiging behorende bij de oorspronkelijke functie te boven gaan, heeft de boventallige recht op het meerdere. Artikel41garanties bij externe overplaatsing Externe plaatsing vindt plaats in overleg met de betrokken ambtenaar en wordt opgenomen in de trajectovereenkomst. Bezoldigingsgaranties extern Bij bemiddeling buiten BAA zal compensatie worden geboden voor verschillen in bezoldiging, (pre)pensioen en ziektekosten. a. De bezoldiging wordt als volgt gecompenseerd Indien er een negatief verschil is tussen de bezoldiging van de huidige werkgever en de bezoldiging bij de toekomstige werkgever, krijgt de ambtenaar het verschil in bezoldiging overeenkomstig onderstaande staffel vergoed. ABP jaren sector gemeenten Minder dan 5 jaar 5 tot en met 9 jaar 10 tot en met 14 jaar 15 tot en met 19 jaar 20 tot en met 24 jaar 25 jaar of langer Leeftijd jonger dan 30 jaar 1 jr 3 jr 5 jr Nvt Nvt Nvt 30 tot en met 39 jaar 2 4 6 8 10 Nvt 40 tot en met 49 jaar 3 5 7 9 11 13 50 tot en met 59 jaar 4 6 8 10 tot AOW tot AOW 60 jaar of ouder tot AOW* tot AOW tot AOW tot AOW tot AOW tot AOW *AOW-gerechtigde leeftijd Voorbeeld Een ambtenaar van 45 jaar met een dienstverband van 22 ABP jaren ontvangt in totaal 11 jaren bezoldigingscompensatie. De compensatie is bruto en eenmalig. b. Pensioenen worden als volgt gecompenseerd: Bij externe bemiddeling zullen de gevolgen van overgang naar het nieuwe pensioenfonds in kaart worden gebracht. Dit gebeurt door een erkend actuarieel bureau. Een nadelig verschil wordt voor een aantal jaren als volgt gecompenseerd: ABP jaren sector gemeenten Minder dan 5 jaar 5 tot en met 9 jaar 10 tot en met 14 jaar 15 tot en met 19 jaar 20 tot en met 24 jaar 25 jaar of langer Leeftijd jonger dan 30 jaar 1 jr 2 jr 3 jr Nvt Nvt Nvt 30 tot en met 39 jaar 2 3 4 5 6 Nvt 40 tot en met 49 jaar 3 4 5 6 7 8 50 tot en met 59 jaar 4 5 6 7 8 9 60 jaar of ouder tot AOW* tot AOW tot AOW tot AOW tot AOW tot AOW *AOW-gerechtigde leeftijd Voorbeeld Een ambtenaar van 45 jaar met een dienstverband van 22 ABP jaren ontvangt in totaal 7 jaren pensioencompensatie. Deze compensatie is bruto en eenmalig. c. De ziektekosten worden als volgt gecompenseerd: Indien er een negatief verschil is tussen de huidige werkgever en de toekomstige werkgever inzake de tegemoetkoming ziektekosten, krijgt de ambtenaar het verschil in ziektekostenvergoeding overeenkomstig onderstaande staffel vergoed. Garantie Ononderbroken diensttijd BAA ≥ 5 jaar Ononderbroken diensttijd BAA < 5 jaar 1e jaar 100% 100% 2e jaar 75% 50% 3e jaar 50% - 4e jaar 25% - 5e jaar - - d. Maximum bedrag De compensatie voor bezoldigingsverschillen, (pre)pensioen en ziektekostenvergoeding kan in totaal niet meer bedragen dan € 60.000,-. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd conform de LOGA-salarisontwikkeling. Deze compensatie is bruto en eenmalig. Indien de werkgever de boventallige ambtenaar een passende functie heeft aangeboden en de boventallige ambtenaar toch kiest voor de externe plaatsing, dan is dit artikel niet van toepassing. Artikel42vertrekpremie bij ontslag op eigen verzoek Als de boventallige ambtenaar na toekenning van de boventalligheidsstatus erin slaagt een functie te krijgen bij een andere werkgever dan BAA of hij start een eigen bedrijf en hij vrijwillig ontslag neemt, ontvangt hij een vertrekpremie. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: de vertrekpremie is alleen voor ambtenaren met de boventalligheidsstatus; de vertrekpremie is gerelateerd aan diensttijd niet aan leeftijd; de vertrekpremie wordt eenmalig aangeboden aan het begin van de boventalligheidsperiode; voor deeltijders geldt een vertrekpremie naar rato; dienstjaren is gerelateerd aan de meest recente ononderbroken periode in dienst van BAA; er is geen sprake van WW of aanvullende voorziening bij werkloosheid (hoofdstuk 30a NRGA); de vertrekpremie wordt alleen toegekend bij vrijwillig ontslag binnen twee maanden na toekenning van de boventalligheidsstatus; cumulatie van compensatie bij plaatsing buiten BAA, zoals bedoeld onder artikel 41 en de vertrekpremie bij ontslag op eigen verzoek is niet mogelijk. bij het starten van een eigen bedrijf ontvangt de boventallige de helft van de premie als hij een ondernemingsplan overlegt. Na een jaar dient hij een accountantsverklaring te overleggen en ontvangt betrokkene de andere helft. Indien de ex-ambtenaar een WW-uitkering aanvraagt die ten laste van BAA komt, wordt de vertrekpremie teruggevorderd of verrekend met de BWW-uitkering. De vertrekpremie bedraagt: Dienstjaren Vertrekpremie minder dan 5 jaar 2 maanden brutosalaris 5 tot en met 9 jaar 3 maanden brutosalaris 10 tot en met 14 jaar 5 maanden brutosalaris 15 tot en met 19 jaar 10 maanden brutosalaris 20 tot en 24 jaar 15 maanden brutosalaris 25 tot en met 29 jaar 20 maanden brutosalaris 30 jaar of meer 24 maanden brutosalaris Als na het vertrek en de toekenning van de vertrekpremie onverhoopt sprake is van WW- of aanspraken op basis van hoofdstuk 30 of 30a NRGA die ten laste worden gebracht van BAA, dan zal de vertrekpremie worden teruggevorderd. Artikel43ontheffingen In geval van ontslag op eigen verzoek wordt afgezien van: het terugvorderen van genoten studiefaciliteiten op grond van art. 10.5 en 10.6 NRGA; het terugbetalen van de bezoldiging op grond van art. 6.30, eerste lid NRGA; nog resterende terugbetalingstermijnen in verband met fietsproject als bedoeld in artikel 5.6 NRGA. Artikel44hardheidsclausule senioren Op voorwaarde van: geboren vòòr 1 januari 1950 en sinds 1 april 1997 onafgebroken pensioenopbouw bij het ABP toekenning boventalligheidsstatus worden: degenen die uiterlijk binnen 6 maanden na toekenning van de boventalligheidsstatus met de overgangsregeling FPU op de spilleeftijd kunnen en hiertoe ook een verklaring voor ondertekenen op verzoek vrijgesteld van bemiddeling. Onder de voorwaarden van het verrichten van beschikbare tijdelijke (passende) werkzaamheden ontvangen zij tot datum FPU 100% bezoldiging; degenen die na bovengenoemde periode van zes maanden met de overgangsregeling FPU kunnen, gedurende maximaal één jaar maar uiterlijk tot het bereiken van de spilleeftijd, bemiddeld naar een andere functie. Als die bemiddeling niet is gelukt, dan: dient men gebruik te maken van overgangsregeling FPU; na FPU-ontslag vult de werkgever –indien noodzakelijk- de FPU-uitkering (incl. FPU-Gemeenten) aan tot 80% van de FPU-berekeningsgrondslag. Artikel45om-, her- en bijscholing De boventallige zal waar nodig, op kosten van BAA, via om-, her- of bijscholing voor wellicht geheel andere functies geschikt moeten worden gemaakt. Ook ‘training on the job’ in een nieuwe passende functie kan daarbij aan de orde zijn. De boventallige kan niet langer zonder meer vasthouden aan herplaatsing in een functie, gelijksoortig aan die welke hij voorheen vervulde. Afspraken over om, her- en bijscholing worden opgenomen in de trajectovereenkomst. Artikel46outplacement In een aantal gevallen kan op voorhand duidelijk zijn dat een ambtenaar met een bij een reorganisatie betrokken functie binnen BAA weinig of geen herplaatsingsmogelijkheden kunnen worden geboden, terwijl een andere functie buiten BAA een reële optie is. In die gevallen kan een daarin gespecialiseerd extern outplacementbureau worden ingeschakeld. Afspraken hierover worden opgenomen in de trajectovereenkomst. De kosten hiervan zijn voor de werkgever. 2F BEZWAARPROCEDURE (Algemene Wet Bestuursrecht) Artikel47zienswijzeprocedure Indien de ambtenaar zich niet kan vinden in een voorgenomen besluit dan wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze binnen twee weken schriftelijk kenbaar te maken. Hierop wordt een zienswijzegesprek gehouden. De bevindingen uit het zienswijzegesprek worden teruggekoppeld aan de voorzitter van de inpassingscommissie. Die adviseert vervolgens de commandant die een definitief besluit aan de ambtenaar doet toekomen. Indien er geen inpassingscommissie is, worden de bevindingen rechtstreeks aan de commandant teruggekoppeld. Artikel48bezwaarprocedure De ambtenaar heeft de mogelijkheid tegen de op hem betrekking hebbende rechtspositionele besluiten bezwaar aan te tekenen conform de Algemene Wet Bestuursrecht. Er vindt bij een bezwaarprocedure geen opschorting van de plaatsing en/of benoeming van andere personeelsleden plaats, tenzij anders blijkt uit een voorlopige voorziening, dan wel de werkgever daartoe besluit. Indien de ambtenaar na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar in beroep wil gaan kan hij daartoe binnen 6 weken een gemotiveerd beroepschrift indienen bij de rechtbank van Amsterdam. 2G SLOTBEPALING Artikel49toepassing sociaal plan Dit Sociaal Plan is de aangepaste versie van het Sociaal Plan BAA dat op 27 september 2010 met de vakorganisaties is afgesloten. Dit sociaal plan is van toepassing op alle organisatieonderdelen binnen BAA. Deze aangepaste versie treedt in werking op 1 mei 2013 en geld voor alle reorganisaties behoudens die reorganisaties waarin de plaatsingsprocedure op of voor 1 mei 2013 is aangevangen. Artikel50afwijkende toepassing In die gevallen waarin het sociaal plan niet voorziet is artikel 33.1 NRGA (afwijkende toepassing van bepalingen) van toepassing. HoofdstukXXVII-aFunctioneel Leeftijdsontslag 27aAmbtenaren die vanaf 1 januari 2006 in dienst zijn getreden op een bezwarende functie (ingangsdatum 1 juni 2016 ZD2015-009451) Voetnoot vervallen Artikel27a.1algemeen Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die vanaf 1 januari 2006 in dienst is getreden op een bezwarende functie, die op 31 december 2005 recht gaf op functioneel leeftijdsontslag op grond van artikel 1124 ARA, zoals dat gold tot 1 januari
  17. Artikel27a.2definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: bezwarende functie: een functie met een hoge belasting door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten; Het gaat om de volgende functies: GGD Ambulancedienst: ambulancechauffeur, ambulanceverpleegkundige; Brandweer: brandwacht tot en met Officier van Dienst belast met actieve deelneming aan de repressieve brandbestrijding en het draaien van piket of 24 uursdienst. de tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de gemeente of buiten de organisatie van de gemeente die, in het kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie en die past bij de richting zoals afgesproken is in het loopbaanplan. Artikel27a.3medische keuring Vervallen m.i.v. 15 januari 2013 BD2012-013089 Artikel27a.4loopbaanplan 1.De ambtenaar blijft maximaal 20 jaar werkzaam in een bezwarende functie. 2.De ambtenaar heeft recht op een loopbaanplan, waardoor het de ambtenaar mogelijk is na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen binnen of buiten de gemeentelijke dienst. Artikel27a.5 (ingangsdatum 1 januari 2015 BD2015-000867) Met betrekking tot het loopbaanplan gelden voor de ambtenaar de volgende bepalingen. In een persoonlijk loopbaanplan worden de afspraken vastgelegd over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en vaardigheden, alsmede de in dat kader door de ambtenaar te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten, die nodig zijn om na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in een bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen. Het loopbaanplan omvat in ieder geval die opleidingselementen die nodig zijn om de ambtenaar die bij de brandweer werkzaam is, in 20 jaar op te leiden tot MBO-niveau. Hierbij moet het gaan om opleidingen die extern erkend worden. De werkgever en de ambtenaar zijn verplicht medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het loopbaanplan. Het loopbaanplan wordt in het jaar van indiensttreding opgesteld. Het loopbaanplan wordt ten minste een keer per drie jaar geëvalueerd, geactualiseerd en zo nodig bijgesteld. Bij het loopbaanplan wordt rekening gehouden met zowel de belangen van de gemeente als met de belangen van de ambtenaar. In het loopbaanplan worden afspraken vastgelegd met betrekking tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van de werkgever die de ambtenaar in staat moeten stellen de gemaakte afspraken uit te voeren. De kosten die gemaakt zullen worden in het kader van de in het loopbaanplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door de werkgever vergoed. In het loopbaanplan worden, indien mogelijk, ten aanzien van de activiteiten en de opleiding in ieder geval de volgende aspecten vastgelegd. het aanspreekpunt binnen de organisatie; het beroep of de richting die als tweede loopbaan gekozen wordt; de keuze van opleidingsvorm of het instituut, waar de activiteit plaatsvindt; de te maken kosten; de start- en einddatum van de te ondernemen activiteit of de te volgen scholing; de te maken voortgang binnen de activiteit of scholing; de minimaal te behalen resultaten van de activiteit of scholing; de planning van vervolgafspraken; de omstandigheden onder welke een te volgen opleiding of te ondernemen activiteit kan worden onderbroken of gestopt; eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de gemaakte afspraken. Artikel27a.6terugbetaling De ambtenaar die evident misbruik maakt van de loopbaanfaciliteiten die de gemeente biedt, is verplicht de kosten, verband houdende met de activiteiten dan wel opleidingen, die door de gemeente zijn vergoed, terug te betalen. Artikel27a.7tweede loopbaan binnen/buiten de gemeentelijke dienst 1.Plaatsing van een ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan binnen of buiten de gemeentelijke dienst vindt definitief plaats. 2.Definitieve plaatsing binnen de gemeentelijke dienst vindt plaats door aanpassing van de aanstelling. 3.Definitieve plaatsing buiten de gemeentelijke dienst vindt plaats door ontslag op grond van NRGA artikel 12.2 (ontslag op eigen verzoek) uit de bezwarende functie. Artikel27a.8disciplinaire straf 1.De ambtenaar die de verplichtingen, zoals neergelegd in het loopbaanplan, niet nakomt, wordt disciplinair gestraft. 2.Wanneer de tweede loopbaan na 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie door schuld of toedoen van de ambtenaar niet begonnen kan worden, wordt de ambtenaar op grond van NRGA artikel 13.6, eerste lid, onder f, disciplinair ontslag verleend. Artikel27a.9gevolgen niet starten tweede loopbaan (ingangsdatum 1 januari 2015 BD2015-000867) De ambtenaar blijft na 20 jaar in de bezwarende functie werkzaam wanneer: de tweede loopbaan niet begonnen kan worden, omdat de werkgever zijn verplichtingen uit het loopbaanplan niet nakomt; de tweede loopbaan niet begonnen wordt, omdat de werkgever en de ambtenaar daar gezamenlijk toe besluiten; Voorwaarde is dat de ambtenaar medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken. Het loopbaanplan wordt voortgezet tot de tweede loopbaan begonnen wordt. Als de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid na 20 jaar niet medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, geldt de procedure, bedoeld in artikel 27a.
  18. Artikel27a.10medisch niet meer geschikt; overbruggingsuitkering (ingangsdatum 1 januari 2015 BD2015-000867) De ambtenaar die niet meer medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, ontvangt een overbruggingsuitkering. De duur van de overbruggingsuitkering is afhankelijk van het aantal jaren dat betrokkene in een bezwarende functie werkzaam is geweest. Per dienstjaar in een bezwarende functie is de duur van de overbruggingsuitkering 12/10 maand. De maximumduur van de overbruggingsuitkering is 24 maanden. Zodra de medische ongeschiktheid voor de bezwarende functie is vastgesteld, stopt de opbouw van de overbruggingsuitkering. De hoogte van de overbruggingsuitkering bedraagt de eerste 12 maanden 100% van het salaris en de maanden daarna 80% van het salaris. De duur van de overbruggingsuitkering wordt in mindering gebracht op de duur van de loondoorbetaling, bedoeld in NRGA artikel 7.4 (recht op bezoldiging). De overbruggingsuitkering komt tot uitbetaling voor zover deze hoger is dan de loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid, bedoeld in NRGA artikel 7.4 (recht op bezoldiging). Artikel27a.11garantietoeslag, afbouwtoelage en afkoopbedrag (ingangsdatum 1 juli 2019 ledenbrief TAZ/U201900344) In dit artikel wordt onder berekeningsgrondslag verstaan: het inkomen dat wordt verkregen door een optelsom van: het salaris en de toegekende salaristoelage(n), als bedoeld artikel 3.3 NRGA en paragraaf 3 van hoofdstuk 3 NRGA; de IKB-onderdelen, bedoeld in artikel 3.28 lid 2 sub a en b NRGA; de TOR, bedoeld in artikel 3.37 NRGA; de toelagen en vergoedingen bedoeld in de ARBAA hoofdstuk II en de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend, berekend over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het begin van de tweede loopbaan. De ambtenaar die binnen de organisatie van de gemeente de tweede loopbaan begint, krijgt een garantietoeslag ter hoogte van het negatieve verschil tussen het oude en het nieuwe salaris. Het oude salaris wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen. Op de garantietoeslag wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele (salaris)toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoelage de berekeningsgrondslag overstijgt. De berekeningsgrondslag wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen. De ambtenaar die als gevolg van de tweede loopbaan binnen de organisatie van de gemeente de toelagen en vergoedingen verliest, die behoorden bij de bezwarende functie, krijgt een aflopende afbouwtoelage ter hoogte van een percentage van het verschil tussen de oude toelagen en vergoedingen en eventuele toelagen en vergoedingen die bij de nieuwe functie behoren. De afbouwtoelage bedraagt: het eerste jaar 100%; het tweede jaar 75%; het derde jaar 50%; het vierde jaar 25%. De oude toelagen en vergoedingen worden niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen. Op de afbouwtoelage wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoelage en de afbouwtoelage de ber

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.