Algemene plaatselijke verordening Middelharnis 2011 (Middelharnis)
Waar gaat deze regeling over?
Deze verordening regelt de algemene openbare orde en veiligheid in de gemeente Middelharnis, en stelt regels voor het gebruik van openbare plaatsen en wateren. Het omvat bepalingen over vergunningen, ontheffingen en verboden om de leefbaarheid en veiligheid te waarborgen.
Voor wie: Inwoners en bezoekers van de gemeente Middelharnis die gebruik maken van openbare plaatsen; Personen of bedrijven die activiteiten willen uitvoeren waarvoor een vergunning of ontheffing nodig is.
Termijnen:
- Wie een betoging wil houden op een openbare plaats, moet dit ten minste 48 uur van tevoren schriftelijk melden aan de burgemeester.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 361
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De procedures voor het aanvragen, verlenen, wijzigen en intrekken van vergunningen en ontheffingen.
- Gedragsregels op openbare plaatsen, zoals samenscholing, vechten en het dragen van wapens.
- Regels voor betogingen en het verspreiden van gedrukte stukken.
- Het gebruik en de bruikbaarheid van wegen en openbare ruimtes, inclusief het aanleggen van uitwegen.
Voor wie geldt deze regeling?
- Inwoners en bezoekers van de gemeente Middelharnis die gebruik maken van openbare plaatsen.
- Personen of bedrijven die activiteiten willen uitvoeren waarvoor een vergunning of ontheffing nodig is.
Wat zijn de kernpunten?
- Aanvragen voor vergunningen of ontheffingen worden binnen acht weken behandeld, tenzij anders bepaald.
- Vergunningen en ontheffingen zijn persoonsgebonden, tenzij anders vermeld, en kunnen worden ingetrokken of gewijzigd onder bepaalde voorwaarden.
- Het is verboden om op een openbare plaats deel te nemen aan samenscholing, te vechten, of messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te hebben.
- Wie een betoging wil houden op een openbare plaats, moet dit ten minste 48 uur van tevoren schriftelijk melden aan de burgemeester.
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (361)
- Artikel1:1 Begripsbepalingen
- Artikel1:2 Beslistermijn
- Artikel1:3 Indiening aanvraag
- Artikel1:4 Voorschriften en beperkingen
- Artikel1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
- Artikel1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
- Artikel1:7 Termijnen
- Artikel1:8 Weigeringsgronden
- Artikel1:9 Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen
- Artikel2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
- Artikel2:1a Messen en andere voorwerpen als wapen
- Artikel2:1b Vermomming
- Artikel2:2 Optochten
- Artikel2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
- Artikel2:4 Afwijking termijn
- Artikel2:5 Te verstrekken gegevens
- Artikel2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeld
- Artikel2:7 Feest, muziek, wedstrijd e.d
- Artikel2:8 Dienstverlening
- Artikel2:9 Straatartiest e.d
- Artikel2:10
- Artikel2:10a Winkeluitstallingen
- Artikel2:12 Maken, veranderen van een uitweg
- Artikel2:13 Veroorzaken van gladheid
- Artikel2:14 Winkelwagentjes
- Artikel2:14a Verbod rijden met skateboards, skelters, stepjes etc
- Artikel2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
- Artikel2:16 Openen straatkolken e.d
- Artikel2:17 Kelderingangen, koekoeken e.d
- Artikel2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
- Artikel2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
- Artikel2:20 Vallende voorwerpen
- Artikel2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
- Artikel2:21a Voorzieningen ten behoeve van handhaving van de openbare orde
- Artikel2:21b Verwijdering e.d. voorzieningen voor verkeer en verlichting
- Artikel2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
- Artikel2:23 Veiligheid op het ijs
- Artikel2:23a Slaapverblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen
- Artikel2:24 Begripsbepaling
- Artikel2:25 Evenement
- Artikel2:26 Ordeverstoring
- Artikel2:26a Gedrag bij evenementen
- Artikel2:27 Begripsbepalingen
- Artikel2:28 Exploitatie openbare inrichting
- Artikel2:28a Inhoud vergunning
- Artikel2:28b Leidinggevenden
- Artikel2:28c Verplichte aanwezigheid exploitant dan wel leidinggevenden
- Artikel2:28d Sluiting van het horecabedrijf
- Artikel2:28e Opheffing vergunningplicht
- Artikel2:29 Sluitingstijd
- Artikel2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
- Artikel2:31 Ordeverstoring
- Artikel2:32 Het college als bevoegd bestuursorgaan
- Artikel2:33 Geldigheidsduur van de vergunning
- Artikel2:34 Beëindiging exploitatie
- Artikel2:35 Begripsbepaling
- Artikel2:36 Kennisgeving exploitatie
- Artikel2:37 Nachtregister
- Artikel2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
- Artikel2:39 Speelgelegenheden
- Artikel2:40 Speelautomaten
- Artikel2:40a Aanwezigheidsvergunning
- Artikel2:40b Overname
- Artikel2:40c Gokken op/aan de openbare weg
- Artikel2:40d Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen
- Artikel2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
- Artikel2:42 Plakken en kladden
- Artikel2:43 Vervoer plakgereedschap e.d
- Artikel2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
- Artikel2:45 Betreden van plantsoenen e.d
- Artikel2:46 Rijden over bermen e.d
- Artikel2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
- Artikel2:48 Verboden drankgebruik
- Artikel2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen
- Artikel2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
- Artikel2:51 Neerzetten van fietsen e.d
- Artikel2:52 Overlast van een fiets of bromfiets op de markt e.d
- Artikel2:53 Bespieden van personen
- Artikel2:54 Bedelarij
- Artikel2:55 Alarminstallaties
- Artikel2:56 Loslopende honden
- Artikel2:57 Verontreiniging door honden
- Artikel2:58 Gevaarlijke honden
- Artikel2:59 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
- Artikel2:60 Loslopend vee
- Artikel2:61a Geleiden van paarden
- Artikel2:61b Berijden van paarden
- Artikel2:61c Verontreiniging door paarden
- Artikel2:62 Duiven
- Artikel2:63 Bijen
- Artikel2:64 Paarden, pony's en honden op het strand
- Artikel2:65 Bedelarij
- Artikel2:66 Begripsbepalingen
- Artikel2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
- Artikel2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafr
- Artikel2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
- Artikel2:70 Handel in horecabedrijven
- Artikel2:71 Begripsbepalingen
- Artikel2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdage
- Artikel2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
- Artikel2:74 Drugshandel op straat
- Artikel2:74a Openlijk drugsgebruik
- Artikel2:74b Verzameling van personen in verband met drugs
- Artikel2:74c Weggooien van spuiten e.d
- Artikel2:75 Bestuurlijke ophouding
- Artikel2:76 Veiligheidsrisicogebieden
- Artikel2:76a Verblijfsontzegging
- Artikel2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
- Artikel3:1 Begripsbepalingen
- Artikel3:2 Bevoegd bestuursorgaan
- Artikel3:3 Nadere regels
- Artikel3:4 Seksinrichtingen
- Artikel3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder
- Artikel3:6 Sluitingstijden
- Artikel3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
- Artikel3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
- Artikel3:9 Straatprostitutie
- Artikel3:10 Sekswinkels
- Artikel3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische go
- Artikel3:12 Beslissingstermijn
- Artikel3:13 Weigeringsgronden
- Artikel3:13a Geldigheidsduur vergunning
- Artikel3:13b Intrekkingsgronden
- Artikel3:13c Sluiting van de seksinrichting of het escortbedrijf
- Artikel3:14 Beëindiging exploitatie
- Artikel3:15 Wijziging beheer
- Artikel4:1 Begripsbepalingen
- Artikel4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
- Artikel4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
- Artikel4:4 Verboden incidentele feesten
- Artikel4:5 Nieuw Artikel
- Artikel4:6 Overige geluidhinder
- Artikel4:6e Routering
- Artikel4:7 Straatvegen
- Artikel4:8 Natuurlijke behoefte doen
- Artikel4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putte
- Artikel4:9a Melding voorvallen gevaarlijke stoffen
- Artikel4:10 Begripsbepalingen
- Artikel4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
- Artikel4:11a Intrekking vergunning
- Artikel4:11b Bijzondere vergunningsvoorschriften
- Artikel4:11c Herplant-/instandhoudingsplicht
- Artikel4:11d Schadevergoeding
- Artikel4:11e Bestrijding iepziekte
- Artikel4:12 Bescherming groenvoorzieningen
- Artikel4:12a Voorwerpen aan een houtopstand
- Artikel4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz
- Artikel4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen
- Artikel4:15 Omgevingsvergunning voor handelsreclame
- Artikel4:15a Aanschrijving
- Artikel5:1 Begripsbepalingen
- Artikel5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d
- Artikel5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
- Artikel5:4 Defecte voertuigen
- Artikel5:5 Voertuigwrakken
- Artikel5:6 Kampeermiddelen e.a
- Artikel5:7 Parkeren van reclamevoertuigen
- Artikel5:8 Parkeren van grote voertuigen
- Artikel5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
- Artikel5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
- Artikel5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
- Artikel5:12 Overlast van fiets of bromfiets
- Artikel5:13 Inzameling van geld of goederen
- Artikel5:14 Begripsbepaling
- Artikel5:15 Ventverbod
- Artikel5:16 Vrijheid van meningsuiting
- Artikel5:17 Begripsbepaling
- Artikel5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
- Artikel5:19 Toestemming rechthebbende
- Artikel5:20 Afbakeningsbepalingen
- Artikel5:21 Begripsbepaling
- Artikel5:22 Organiseren van een snuffeltocht
- Artikel5:23 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
- Artikel5:24 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
- Artikel5:25 Aanwijzingen ligplaats
- Artikel5:26 Verbod innemen ligplaats
- Artikel5:27 Beschadigen van waterstaatswerken
- Artikel5:28 Reddingsmiddelen
- Artikel5:29 Veiligheid op het water
- Artikel5:30 Overlast aan vaartuigen
- Artikel5:31 Crossterreinen
- Artikel5:32 Beperking verkeer in natuurgebieden
- Artikel5:33 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vu
- Artikel5:33a Verbod vuur te stoken
- Artikel5:34 Bescherming gemeentewapen, -vlag en gemeentelijk logo
- Artikel5:35 Begripsbepaling
- Artikel5:36 Verboden plaatsen
- Artikel5:37 Hinder of overlast
- Artikel6:1 Strafbepaling
- Artikel6:2 Toezichthouders
- Artikel6:3 Binnentreden woningen
- Artikel6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
- Artikel6:5 Overgangsbepaling
- Artikel6:6 Citeertitel
- Artikel 1:1
- Artikel 1:2
- Artikel 1:3
- Artikel 1:4
- Artikel 1:5
- Artikel 1:6
- Artikel 1:7
- Artikel 1:8
- Artikel 1:9
- Artikel 2:1
- Artikel 2:1a Messen en andere voorwerpen als wapenSpreekt voor zich
- Artikel 2:1b VermommingSpreekt voor zich
- Artikel 2:2
- Artikel 2:3
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 2:4 Afwijking termijn (vervallen)Opgenomen in artikel 2:3
- Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (vervallen)Opgenomen in artikel 2:3
- Artikel 2:6
- Artikel 2:7
- Artikel 2:8
- Artikel 2:9
- Artikel 2:10
- Artikel 2:10a Winkeluitstallingen (Vervallen) Opgenomen in artikel 2:10
- Artikel 2:11
- Artikel 2:12
- Artikel 2:13
- Artikel 2:14
- Artikel 2:14a Verbod rijden met skateboards, skelters, stepjes etcDeze bepaling spre
- Artikel 2:15
- Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.Deze bepaling spreekt voor zich
- Artikel 2:17
- Artikel 2:18
- Artikel 2:19
- Artikel 2:20
- Artikel 2:21
- Artikel 2:21a
- Artikel 2:21b
- Artikel 2:22
- Artikel 2:23
- Artikel 2:24
- Artikel 2:25
- Artikel 2:26
- Artikel 2:27
- Artikel 2:28
- Artikel 2:29
- Artikel 2:30
- Artikel 2:31
- Artikel 2:32
- Artikel 2.33
- Artikel 2.34
- Artikel 2:35 BegripsbepalingDeze bepaling spreekt voor zich
- Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
- Artikel 2:37
- Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
- Artikel 2:39
- Artikel 2:40 Speelautomaten Zie voor toelichting artikel 2:39
- Artikel 2:40a
- Artikel 2:40b
- Artikel 2:40c
- Artikel 2:40d
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. Het artikel spreekt voor zich
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwenVoor een toelichting wordt verwezen
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61a Geleiden van paardenHet artikel spreekt voor zich
- Artikel 2:61b Berijden van paardenHet artikel spreekt voor zich
- Artikel 2:61c Verontreiniging door paardenHet artikel spreekt voor zich
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64 Paarden, pony's en honden op het strandHet artikel spreekt voor zich
- Artikel 2:65 Bedelarij Het artikel spreekt voor zich
- Artikel 2:66 Begripsbepaling Bepaling spreekt voor zich
- Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister Bepaling spreekt
- Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafr
- Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (Vervallen)
- Artikel 2:70 Handel in horecabedrijvenDit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (To
- Artikel 2:71 BegripsbepalingenDeze bepaling spreekt voor zich
- Artikel 2:72
- Artikel 2:73
- Artikel 2:74 Drugshandel op straatDeze bepaling spreekt voor zich
- Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruikDeze bepaling spreekt voor zich
- Artikel 2:74b
- Artikel 2:74c Weggooien van spuiten e.d.Deze bepaling spreekt voor zich
- Artikel 2:75
- Artikel 2:76
- Artikel 2:76a VerblijfsontzeggingDeze bepaling spreekt voor zich
- Artikel 2:76b
- Artikel 2:77
- Artikel 3:1
- Artikel 3:2
- Artikel 3:3
- Artikel 3:4
- Artikel 3:5
- Artikel 3:6
- Artikel 3:7
- Artikel 3:8
- Artikel 3:9
- Artikel 3:10
- Artikel 3:11
- Artikel 3:12
- Artikel 3:13
- Artikel 3:14
- Artikel 3:15
- Artikel 3:16 OvergangsbepalingDeze bepaling spreekt voor zich
- Artikel 4:1 BegripsbepalingenDeze bepaling spreekt voor zich
- Artikel 4:2
- Artikel 4:3
- Artikel 4:4
- Artikel 4:5 Onversterkte muziek (Vervallen)
- Artikel 4:6
- Artikel 4:7
- Artikel 4:8
- Artikel 4:9
- Artikel 4:11
- Artikel 4:11b
- Artikel 4:12 Bescherming groenvoorzieningenBepaling spreekt voor zich
- Artikel 4:13
- Artikel 4:14
- Artikel 4:15
- Artikel 2a
- Artikel 5:1
- Artikel 5:2
- Artikel 5:3
- Artikel 5:4
- Artikel 5:5
- Artikel 5:6
- Artikel 5:7
- Artikel 5:8
- Artikel 5:9
- Artikel 5:10
- Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigenBepaling spreekt voor zic
- Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfietsBepaling spreekt voor zich
- Artikel 5:13
- Artikel 5:14
- Artikel 5:23
- Artikel 5:24
- Artikel 5:25
- Artikel 5:26 Verbod innemen ligplaatsBepaling spreekt voor zich
- Artikel 5:27
- Artikel 5:28
- Artikel 5:29
- Artikel 5:30 Overlast aan vaartuigenBepaling spreekt voor zich
- Artikel 5:31
- Artikel 5:32
- Artikel 5:35 BegripsomschrijvingBepaling spreekt voor zich
- Artikel 5:36
- Artikel 5:37
- Artikel 6:1
- Artikel 6:2
- Artikel 6:3
- Artikel 6:4
De raad van de gemeente Middelharnis; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 juni 2011 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de Algemene plaatselijke verordening gemeente Middelharnis 2011.
Hoofdstuk1Algemene bepalingen
Artikel1:1Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:a. Openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;b. Weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.d. Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet.e. Rechthebbende: degene die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;f. Bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1 van de bouwverordeningg. Gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet;h. Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.i. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.j. Badseizoen: de periode van 1 mei tot 1 oktober.
Artikel1:2Beslistermijn
1 Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of onthef-fing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.2 Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen.3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Artikel1:3Indiening aanvraag
Artikel1:4Voorschriften en beperkingen
Artikel1:5Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens de wet of deze verordening anders is bepaald, of de aard van de vergunning zich daartegen verzet.
Artikel1:6Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;e. indien de houder dit verzoekt.
Artikel1:7Termijnen
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Artikel1:8Weigeringsgronden
De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:a. de openbare orde;b. de openbare veiligheid;c. de volksgezondheid;d. de bescherming van het milieu.
Artikel1:9Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de volgende artikelen van deze Verordening• artikel 2:9: ontheffing van het verbod tot het optreden als straatartiest;• artikel 5:22: vergunning tot het organiseren van een snuffelmarkt;
Hoofdstuk2Openbare orde Afdeling1Bestrijding van ongeregeldheden
Artikel2:1Samenscholing en ongeregeldheden
Artikel2:1aMessen en andere voorwerpen als wapen
Artikel2:1bVermomming
Eenieder die zich gemaskerd, vermomd of op andere wijze onherkenbaar gemaakt op of aan de weg bevindt is verplicht zich op eerste vordering van een opsporingsambtenaar als bedoeld in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering herkenbaar te maken.
Afdeling2Betoging
Artikel2:2Optochten
(Vervallen, opgenomen in artikel 2:25)
Artikel2:3Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
Artikel2:4Afwijking termijn
(Vervallen, opgenomen in artikel 2:3)
Artikel2:5Te verstrekken gegevens
(Vervallen, opgenomen in artikel 2:3) Afdeling3Verspreiden van gedrukte stukken
Artikel2:6Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.3. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Afdeling4Vertoningen e.d. op de weg
Artikel2:7Feest, muziek, wedstrijd e.d
(Vervallen, opgenomen in artikel 2:24)
Artikel2:8Dienstverlening
(vervallen)
Artikel2:9Straatartiest e.d
Afdeling5Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Artikel2:10Het plaatsen of geplaatst houden van voorwerpen en/of beplanting op, aan of boven de weg in strijd met de publieke functie ervan
Artikel2:10aWinkeluitstallingen
(Vervallen, opgenomen in artikel 2:10) Artikel2:11(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van de weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.2. De vergunning wordt verleend a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn ver-boden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;b. door het college in de overige gevallen3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak.4. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening Zuid-Holland, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Artikel2:12Maken, veranderen van een uitweg
Afdeling6Veiligheid op de weg
Artikel2:13Veroorzaken van gladheid
(Vervallen)
Artikel2:14Winkelwagentjes
Artikel2:14aVerbod rijden met skateboards, skelters, stepjes etc
Het is verboden op daartoe door het college aangewezen wegen en plaatsen te rijden met skateboards, skelters, stepjes en andere soortgelijke voertuigen.
Artikel2:15Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
(Vervallen)
Artikel2:16Openen straatkolken e.d
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brand-kraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel2:17Kelderingangen, koekoeken e.d
(Vervallen)
Artikel2:18Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Artikel2:19Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
(Vervallen)
Artikel2:20Vallende voorwerpen
(Vervallen)
Artikel2:21Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel2:21aVoorzieningen ten behoeve van handhaving van de openbare orde
(Vervallen)
Artikel2:21bVerwijdering e.d. voorzieningen voor verkeer en verlichting
(Vervallen)
Artikel2:22Objecten onder hoogspanningslijn
Artikel2:23Veiligheid op het ijs
Artikel2:23aSlaapverblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen
Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang op de weg, al dan niet in een motorvoertuig, te slapen, dan wel op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel de gelegenheid daartoe te bieden.
Afdeling7Evenementen
Artikel2:24Begripsbepaling
Artikel2:25Evenement
De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.5. De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan te wijzen evenementen en/of categorieën evenementen.
Artikel2:26Ordeverstoring
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Artikel2:26aGedrag bij evenementen
(Vervallen) Afdeling8Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel2:27Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:a. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin be-drijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en andere aanhorigheden;b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
Artikel2:28Exploitatie openbare inrichting
De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, indien a. zich in de twaalf maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt, zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid en er binnen een (proef)periode van 12 maanden zich geen incidenten voordoen zoals bedoeld in het vijfde lid onder a.6.
De vrijstelling kan worden ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a.
Artikel2:28aInhoud vergunning
(Vervallen)
Artikel2:28bLeidinggevenden
(Vervallen)
Artikel2:28cVerplichte aanwezigheid exploitant dan wel leidinggevenden
(Vervallen)
Artikel2:28dSluiting van het horecabedrijf
(Vervallen)
Artikel2:28eOpheffing vergunningplicht
(Vervallen)
Artikel2:29Sluitingstijd
Artikel2:30Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
Artikel2:31Ordeverstoring
Het is verboden in een openbare inrichting de orde te verstoren.
Artikel2:32Het college als bevoegd bestuursorgaan
Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:31 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel2:33Geldigheidsduur van de vergunning
(Vervallen)
Artikel2:34Beëindiging exploitatie
(Vervallen) Afdeling9Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel2:35Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Artikel2:36Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artikel2:37Nachtregister
(Vervallen)
Artikel2:38Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Afdeling10Toezicht op speelgelegenheden
Artikel2:39Speelgelegenheden
Artikel2:40Speelautomaten
Artikel2:40aAanwezigheidsvergunning
(Vervallen)
Artikel2:40bOvername
(Vervallen)
Artikel2:40cGokken op/aan de openbare weg
(Vervallen)
Artikel2:40dSluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen
(Vervallen) Afdeling11Maatregelen tegen overlast en badadigheid
Artikel2:41Betreden gesloten woning of lokaal
Artikel2:42Plakken en kladden
Artikel2:43Vervoer plakgereedschap e.d
Artikel2:44Vervoer inbrekerswerktuigen
Artikel2:45Betreden van plantsoenen e.d
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.
Artikel2:46Rijden over bermen e.d
(Vervallen)
Artikel2:47Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel2:48Verboden drankgebruik
Artikel2:49Verboden gedrag bij of in gebouwen
Artikel2:50Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.
Artikel2:51Neerzetten van fietsen e.d
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien:a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van het gebouw of de portiek; b. daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel2:52Overlast van een fiets of bromfiets op de markt e.d
Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel2:53Bespieden van personen
(Vervallen)
Artikel2:54Bedelarij
(Vervallen, verplaatst naar 2:65)
Artikel2:55Alarminstallaties
(Vervallen)
Artikel2:56Loslopende honden
Artikel2:57Verontreiniging door honden
Het in het derde lid bedoelde hulpmiddel dient op de eerste aanvraag van de toezichthoudende ambtenaar direct te worden getoond.5. Het is verboden uitwerpselen al dan niet rechtstreeks te verwijderen via het riool.6. Onder een deugdelijk hulpmiddel als bedoeld in een hulpmiddel dat gezien de vorm en constructie dient tot het opruimen van hondenuitwerpselen en tot dat doel geschikt is. Onder een deugdelijk hulpmiddel wordt in ieder geval verstaan: een plastic of papieren zakje;7. Het college kan van het in het eerste lid gestelde gebod en van het in het derde lid gestelde verbod in zeer bijzondere gevallen ontheffing verlenen.8. Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid is niet van toepassing op visueel gehandicapten, die geleid worden door een geleidehond of de houder van een hond welke is opgeleid door de Stichting Sociale Honden voor Gehandicapten Nederland of door de Stichting Servicehonden voor Auditief of Motorisch Gehandicapten en aan de houder ter beschikking is gesteld in verband met een motorisch gebrek.
Artikel2:58Gevaarlijke honden
Artikel2:59Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Artikel2:60Loslopend vee
De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel2:61aGeleiden van paarden
Het is de eigenaar of houder van één of meer paarden verboden dit paard of deze paar-den op de weg te laten berijden of met de hand te laten geleiden door een persoon die niet de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt.
Artikel2:61bBerijden van paarden
Artikel2:61cVerontreiniging door paarden
Artikel2:62Duiven
(Vervallen)
Artikel2:63Bijen
Artikel2:64Paarden, pony's en honden op het strand
Artikel2:65Bedelarij
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Afdeling12Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Artikel2:66Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:a. Handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrechtb. Verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde zaken door de handelaar.
Artikel2:67Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde zaken die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot de zaak;b. de datum van verkoop of overdracht van de zaak;c. een omschrijving van de zaak, daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van de zaak;d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van de zaak;e. de naam en het adres van degene die de zaak heeft verkregen.
Artikel2:68Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:a. wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik genomen;b. de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik zijnde lokaliteit;c. aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt;d. indien hij in de gelegenheid is enige zaak te verkrijgen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a. bedoelde functionaris;e. zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester aangewezen ambtenaar;f. wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnendrie dagen schriftelijk in kennis te stellen.
Artikel2:69Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
[Reserveren]
Artikel2:70Handel in horecabedrijven
(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op horecabedrijven) onder artikel 2:32).
Afdeling13Vuurwerk
Artikel2:71Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.
Artikel2:72Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden gevestigd.
Artikel2:73Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
Afdeling14Drugsoverlast
Artikel2:74Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel2:74aOpenlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijk plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel2:74bVerzameling van personen in verband met drugs
(Vervallen)
Artikel2:74cWeggooien van spuiten e.d
Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan, zoals naalden, reservoirs, zuigers e.d. of daarop gelijkende voorwerpen op of aan de openbare weg dan wel in afvalbakken achter te laten met het kennelijke doel om afstand te doen van het voorwerp.
Afdeling15Bestuurlijke ophouding, Veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Artikel2:75Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2.1a, 2:10, 2:18, 2:26, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73 en 5:34 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.
Artikel2:76Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel2:76aVerblijfsontzegging
Artikel2:76b(Voorbereidingshandelingen) zakkenrollen (Vervallen)
Artikel2:77Cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling1Begripsbepalingen
Artikel3:1Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;b. prostitué(e): degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;f. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;h. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:1. de exploitant;2. de beheerder;3. de prostituee;4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening;6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Artikel3:2Bevoegd bestuursorgaan
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Artikel3:3Nadere regels
Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.
Afdeling2Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
Artikel3:4Seksinrichtingen
Artikel3:5Gedragseisen exploitant en beheerder
Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning; b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 5. De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen verwijt treft.
Artikel3:6Sluitingstijden
Artikel3:7Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
Artikel3:8Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
Artikel3:9Straatprostitutie
Artikel3:10Sekswinkels
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college, in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving, aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel3:11Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
Afdeling3Beslissingstermijn; weigeringsgronden
Artikel3:12Beslissingstermijn
Artikel3:13Weigeringsgronden
Artikel3:13aGeldigheidsduur vergunning
(Vervallen)
Artikel3:13bIntrekkingsgronden
(Vervallen)
Artikel3:13cSluiting van de seksinrichting of het escortbedrijf
(Vervallen) Afdeling4Beëindiging exploitatie; wijziging beheer
Artikel3:14Beëindiging exploitatie
Artikel3:15Wijziging beheer
Hoofdstuk4Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling1Geluid- en lichthinder
Artikel4:1Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:a. Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting;h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
Artikel4:2Aanwijzing collectieve festiviteiten
Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit direct als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid, dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk om 00.00 uur te worden beeindigd.
Artikel4:3Kennisgeving incidentele festiviteiten
Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer liet formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 65 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.7. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie.
Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwen gelaten.8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01:00 uur beëindigd.9. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Artikel4:4Verboden incidentele feesten
(Vervallen)
Artikel4:5Nieuw Artikel
Tabel 7.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-7.00 uurLAr.LT op de gevel van gevoelige ge-bouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A)LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A)LAmax op de gevel van gevoelige ge-bouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A)LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A)2.
Onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen, zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode, is uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.3. Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van deze verordening van toepassing is.
Artikel4:6Overige geluidhinder
Artikel4:6a(Geluid)hinder in de openlucht 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer in de openlucht een geluidsapparaat, een (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.3. Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod, vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van (geluid)hinder.4. De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen: a. het maximale geluidsniveau;b. de situering van geluidsbronnen;c. de frequentie en tijden van gebruik.
Artikel4:6b(Geluid)hinder door dieren Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.
Artikel4:6c(Geluid)hinder door muziekinstallaties (Vervallen) Artikel4:6c(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat.
Artikel4:6d(Geluid)hinder door vrachtauto's 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens op zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.
Artikel4:6eRoutering
Afdeling2Bodem , weg en milieuverontreiniging
Artikel4:7Straatvegen
Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.
Artikel4:8Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel4:9Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Artikel4:9aMelding voorvallen gevaarlijke stoffen
(Vervallen) Afdeling3Het bewaren van houtopstanden
Artikel4:10Begripsbepalingen
Artikel4:11Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
De vergunning kan worden geweigerd op grond van:a. de natuurwaarde van de houtopstand;b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.4. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
Artikel4:11aIntrekking vergunning
Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, kan het bevoegd gezag de vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken indien gedurende één jaar na de datum van inwerkingtreding geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning.
Artikel4:11bBijzondere vergunningsvoorschriften
(Vervallen)
Artikel4:11cHerplant-/instandhoudingsplicht
(Vervallen)
Artikel4:11dSchadevergoeding
(Vervallen)
Artikel4:11eBestrijding iepziekte
(Vervallen) Afdeling4Bescherming van flora en fauna
Artikel4:12Bescherming groenvoorzieningen
Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een bloem-, gras- of heesterperk dan wel aldaar bloemen te plukken.
Artikel4:12aVoorwerpen aan een houtopstand
(Vervallen) Afdeling5Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel4:13Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz
Mest, compost, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben.3. Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen.4. Het college kan op verzoek ontheffing verlening van het in lid 1 onder d gesteld verbod, voor zover het betreft de opslag van vaste mest en compost.5. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Wet Milieubeheer, het Besluit landbouw milieubeheer of de Verordening Bescherming landschap en natuur Zuid-Holland.
Artikel4:14Stankoverlast door gebruik van meststoffen
[Vervallen]
Artikel4:15Omgevingsvergunning voor handelsreclame
De vergunning kan worden geweigerd:a. indien het uiterlijk of de plaatsing van de handelsreclame, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onder a, van de Woningwet;b. in het belang van de verkeersveiligheid; ofc. ter voorkoming van ernstige hinder voor de omgeving.4. Het bepaalde in lid 1 en 2 geldt niet voor zover:a. voor het maken of voeren van de handelsreclame een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht benodigd is; ofb. landelijke of provinciale regelgeving in het onderwerp voorziet.
Artikel4:15aAanschrijving
(Vervallen) Hoofdstuk5Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Afdeling1Parkeerexcessen
Artikel5:1Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).
Artikel5:2Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d
Artikel5:3Te koop aanbieden van voertuigen
Artikel5:4Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel5:5Voertuigwrakken
Artikel5:6Kampeermiddelen e.a
Artikel5:7Parkeren van reclamevoertuigen
Artikel5:8Parkeren van grote voertuigen
Artikel5:9Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
Artikel5:10Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
(Vervallen)
Artikel5:11Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
Artikel5:12Overlast van fiets of bromfiets
Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
Afdeling2Collecteren
Artikel5:13Inzameling van geld of goederen
Afdeling3Venten
Artikel5:14Begripsbepaling
Artikel5:15Ventverbod
Artikel5:16Vrijheid van meningsuiting
Afdeling4Standplaatsen
Artikel5:17Begripsbepaling
Artikel5:18Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Artikel5:19Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel5:20Afbakeningsbepalingen
Afdeling5Snuffelmarken e.d.
Artikel5:21Begripsbepaling
Artikel5:22Organiseren van een snuffeltocht
Afdeling6Openbaar water
Artikel5:23Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Artikel5:24Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
Artikel5:25Aanwijzingen ligplaats
Artikel5:26Verbod innemen ligplaats
Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:25, tweede lid bepaalde.
Artikel5:27Beschadigen van waterstaatswerken
Artikel5:28Reddingsmiddelen
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel5:29Veiligheid op het water
Artikel5:30Overlast aan vaartuigen
Afdeling7Crossterreinen en gemotoriseerd- en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel5:31Crossterreinen
Artikel5:32Beperking verkeer in natuurgebieden
Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en brom-fietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverlenings diensten;b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: a. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Afdeling8Verbod vuur te stoken
Artikel5:33Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Artikel5:33aVerbod vuur te stoken
Het is verboden op 31 december en 1 januari in het openbaar bij zich te hebben of te vervoeren enig materiaal of voorwerp waarmee in de open lucht een vuur is aan te leggen, te stoken of te hebben, tenzij aannemelijk gemaakt kan worden dat materiaal of voorwerp hiervoor niet gebezigd of bestemd is.
Afdeling9Gemeentewapen
Artikel5:34Bescherming gemeentewapen, -vlag en gemeentelijk logo
Afdeling10Verstrooiing van as
Artikel5:35Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel5:36Verboden plaatsen
Artikel5:37Hinder of overlast
Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Hoofdstuk6Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel6:1Strafbepaling
Overtreding van bij of krachtens de in deze verordening bepaalde artikelen en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel6:2Toezichthouders
Artikel6:3Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel6:4Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
Artikel6:5Overgangsbepaling
Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel6:6Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel: "Algemene plaatselijke verordening gemeente Middelharnis 2011".
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadvan de gemeente Middelharnis op 7 juli 2011.
De griffier, De voorzitter, Publicatiedatum: 21 juli 2011 Inwerkingtreding: 29 juli 2011 Toelichting1Algemene Plaatselijke Verordening Middelharnis 2011
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1:1
BegripsbepalingenIn dit artikel wordt een aantal begrippen, dat in de verordening wordt gehanteerd, gedefinieerd. Van een aantal specifieke begrippen zijn in de desbetreffende afdeling definities opgenomen. Ten aanzien van de in artikel 1:1 opgenomen definities kan het volgende worden opgemerkt.a. Openbare plaats: velen van de in deze verordening opgenomen bepalingen hebben betrekking op (verboden) gedragingen ‘op een openbare plaats’ of ‘op of aan de weg’ (voor ‘weg’, zie onder b). De gemeentelijke wetgever is bevoegd ten aanzien van alle feitelijk voor de publiek toegankelijke plaatsen regels vast te stellen - dit ongeacht de eigendomssituatie met betrekking tot deze plaatsen - voor zover dat nodig is in het belang van de gemeentelijke huishouding.b Weg: de omschrijving van lid 1 Wegenverkeerswet luidt: ‘alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten’. Zie verder hierboven onder b. c. Openbaar water: de omschrijving in het artikel spreekt voor zich. Onder a is meer te lezen over de bevoegdheden van de gemeente t.a.v. openbare gebieden.d. Bebouwde kom: de reikwijdte van een aantal artikelen in deze verordening is (of kan) beperkt (zijn) tot de bebouwde kom. e. Bevoegd gezag: In dit artikel is aangehaakt bij de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Hiermee wordt doorgaans gedoeld op het College van burgemeester en wethouders, ofwel de burgemeester.
In een beperkt aantal gevallen berust de beslissingsbevoegdheid binnen de Wabo echter niet bij het college van B&W maar bij het College van gedeputeerde Staten en in enkele gevallen bij de Minister.
Artikel 1:2
BeslistermijnHet merendeel van de aanvragen kan binnen acht weken worden afgewerkt. De meer ingewikkelde aanvragen, zeker die waarvoor de adviezen van meerdere instanties moeten worden ingewonnen, vergen soms meer tijd. De verlenging van de beslistermijn biedt dan uitkomst, ook wanneer een verzoek om vergunning, gelet op het tijdstip van indiening, nog niet op zijn merites kan worden beoordeeld. Ook deze termijn is op acht weken gesteld (lid 2)
Artikel 1:3
Indiening aanvraagSoms wachten burgers met de aanvraag om een vergunning tot het laatste moment. Daarom wordt een termijn van drie weken aangehouden. De ‘kan’ bepaling maakt dat niet elke te laat ingediende aanvraag buiten behandeling hoeft te worden gelaten. Het komt ook voor dat burgers een aanvraag zeer vroeg indienen (soms meer dan een jaar vóór het moment waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing wil gebruiken). De gemeente moet in zo’n situatie belangen afwegen die in een dan nog onduidelijke toekomst zullen spelen. Dit zou tot onzorgvuldige besluiten kunnen leiden. Met lid 3 kunnen dergelijke onzorgvuldigheden voorkomen worden
Artikel 1:4
Voorschriften en beperkingenNiet-nakoming van voorschriften verbonden aan een vergunning/ontheffing, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning/ontheffing of voor toepassing van andere administratieve sancties. In artikel 1:6 is deze intrekkingsbevoegdheid vastgelegd In artikel 6:1 wordt de overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde met straf bedreigd. Daardoor is ook het overtreden van aan een vergunning/ontheffing verbonden voorschriften met straf bedreigd.
Artikel 1:5
Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffingPersoonlijk is de vergunning indien de mogelijkheid van verkrijging uitsluitend of in hoge mate afhangt van de persoon van de vergunningaanvrager (diens persoonlijke kwaliteiten, zoals het bezit van een diploma, bewijs van onbesproken levensgedrag etc.). De persoonlijke vergunning is in beginsel niet overdraagbaar, tenzij de regeling krachtens welke de vergunning is verleend hiertoe de mogelijkheid biedt
Artikel 1:6
Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffingHet hangt van de omstandigheden af of tot intrekking c.q. wijziging wordt overgegaan. Met name het rechtszekerheid- en het vertrouwensbeginsel beperken de bevoegdheid tot wijziging en intrekking. Als het bestuursorgaan overweegt om de vergunning of onthef-fing in te trekken of te wijzigen, dient het de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun bedenkingen in te dienen (artikel 4:8 Awb)
Artikel 1:7
TermijnenHet streven naar lastenvermindering voor burger en overheid en toetsing aan de Europese Dienstenrichtlijn hebben ertoe geleid in artikel 1:7 te bepalen dat de vergunning of ontheffing in beginsel voor onbepaalde tijd geldt
Artikel 1:8
WeigeringsgrondenDe genoemde gronden voor het weigeren van een vergunning of ontheffing gelden voor alle vergunningen en ontheffingen die in de APV worden genoemd
Artikel 1:9
Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissenOp vergunningsstelsels waarop de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing is, wordt de lex silencio positivo verplicht van toepassing, tenzij er dwingende reden van algemeen belang zijn om dat niet te doen
HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE
Afdeling 1: Bestrijding van ongeregeldheden
In deze afdeling zijn bepalingen opgenomen bedoeld om zowel het gebruik als de bruikbaarheid van de weg in goede banen te geleiden. De diverse functies van de openbare ruimte, onder andere voor demonstraties, optochten, feesten e.d. vraagt om een scheiding dan wel regulering van het gebruik.
Artikel 2:1
Samenscholing en ongeregeldhedenOnder omstandigheden is het denkbaar dat een samenscholing het karakter heeft van bijvoorbeeld een betoging. Gelet op de Wet openbare manifestaties (WOM) moeten dit soort samenscholingen van de werking van dit artikel uitgezonderd worden. In het vijfde lid is dit dan ook gebeurd. De politieambtenaar mag slechts het in lid 2 bedoelde bevel geven wanneer de in het lid beschreven toestand feitelijk bestaat. Het geen gehoor geven aan het bevel vormt een voorwaarde voor de toepasselijkheid van de strafbepaling
Artikel 2:1aMessen en andere voorwerpen als wapenSpreekt voor zich
Artikel 2:1bVermommingSpreekt voor zich
Afdeling 2: Betoging
Artikel 2:2
Optochten (Vervallen)Met het oog op het vereenvoudigen van de APV is dit artikel opgenomen onder de evenementenbepaling (artikel 2:24). Zie verder de toelichting bij artikel 2:24
Artikel 2:3
Kennisgeving betogingen op openbare plaatsenUit de artikelen 3 en 4 Wet openbare manifestaties (WOM) volgt dat de gemeenteraad moet bepalen of, en zo ja, voor welke activiteiten, een kennisgeving is vereist en daarbij enkele procedurebepalingen moet vaststellen
Artikel 5WOM kent de burgemeester de bevoegdheid toe om naar aanleiding van een kennisgeving voorschriften en beperkingen te stellen of een verbod te geven
Artikel 6
WOM kent hem een aanwijzingsbevoegdheid toe, terwijl artikel 7 WOM bepaalt, dat hij bevoegd is de organisatoren van de desbetreffende activiteit de opdracht te geven deze te beëindigen en uiteen te gaan. Ten aanzien van vergaderingen en betogingen op andere dan openbare plaatsen kent artikel 8 WOM de burgemeester o.a. de bevoegdheid toe opdracht te geven deze te beëindigen. De artikel 2:3 heeft alleen betrekking op betogingen. Blijkens de jurisprudentie kan van een betoging worden gesproken als:• een aantal personen openlijk en in groepsverband optreedt, al dan niet in bewe-ging, en• de groep er op uit is een mening uit te dragen.De memorie van toelichting bij de WOM geeft aan dat het bij de betoging gaat om het uitdragen van gemeenschappelijk beleefde gedachten of wensen op politiek of maatschappelijk gebied Drie eisen worden gesteld: meningsuiting (openbaren van gedachten en gevoelens), openheid en groepsverband. Het gezamenlijk optreden moet ook gericht zijn op het uitdragen van een mening. Een betoging is niet noodzakelijkerwijs een optocht en een optocht is niet perse een betoging. Een betoging kan geschieden door middel van een optocht. De Hoge Raad acht voor het aanwezig zijn van een betoging niet een ‘menigte’ nodig(HR 11-05- 1976, NJ 1976, 540). Acht personen worden al voldoende geacht om van een betoging te kunnen spreken. Van een collectieve uiting kan volgens de regering al sprake zijn wanneer daaraan meer dan twee personen deelnemen (TK 1986-1987, 19 427, nr. 5, p. 8). Alleen een vreedzame betoging maakt aanspraak op grondwettelijke bescherming.
Het aspect van de meningsuiting moet voorop staan. Als onder het mom van een betoging activiteiten worden ontplooid die strijdig zijn met onze rechtsorde, zal de vraag moeten worden beoordeeld of er nog wel sprake is van een betoging in de zin van het grondwettelijk erkende recht. Bij de parlementaire behandeling van artikel 9 WOM heeft de regering erop gewezen dat de door haar gegeven karakterisering van het begrip ‘betoging’ meebrengt dat acties, waarvan de hoedanigheid van gemeenschappelijke meningsuiting op de achtergrond is geraakt en die het karakter hebben van dwangmaatregelen jegens de overheid of jegens derden, geen betogingen in de zin van artikel 9 WOM zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij blokkades van wegen en waterwegen.
Ontbreekt aan een optocht primair het karakter van een gemeenschappelijke meningsuiting, zoals Sinterklaas- en carnavalsoptochten en bloemencorso’s, dan is er geen sprake van een manifestatie in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a WOM. Overigens kan een dergelijke optocht, indien het opiniërende elementen bevat, wel onder de bescherming van artikel 7, derde lid, Grondwet vallen.Voor zover de APV termijnen bevat die in uren worden uitgedrukt, bepaald door terugrekening vanaf een tijdstip of een gebeurtenis, is de Algemene termijnenwet niet van toepassing. Lid 4 bevat daarom een terugrekeningsregeling die voorkomt, dat afhandeling op zaterdag of zondag of op een algemeen erkende feestdag of op een werkdag na 12.00 uur moet plaatsvinden.
Dat laatste is gedaan om toch nog over enige uren voor beoordeling en besluitvorming te beschikken.