In het kort
Deze nadere regel stelt voorschriften vast voor de registratie, validatie, declaratie en informatievoorziening van forensische zorg, zoals diagnose-behandel-beveiligingscombinaties (dbbc’s) en zorgzwaartepakketten (zzp’s). Het doel is om zorgaanbieders te begeleiden bij het correct declareren van geleverde forensische zorg.
Wat het reguleert
- De regels voor diagnose-behandel-beveiligingscombinaties (dbbc’s).
- De bepalingen met betrekking tot zorgzwaartepakketten (zzp’s).
- Voorschriften voor extramurale parameters forensische zorg (fz) en overige zorgproducten.
- Het registratieproces (registreren-valideren-afleiden) voor forensische zorg.
Wie het aangaat
- Zorgaanbieders die forensische zorg verlenen in een strafrechtelijk kader.
- Patiënten die forensische zorg ontvangen.
Kernpunten
- De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) stelt regels op het gebied van forensische zorg.
- Vanaf 2017 wordt voor nieuwe zorgtrajecten de diagnose geclassificeerd in DSM-5, maar registratie en bekostiging vinden nog plaats conform DSM-IV.
- De regel is van toepassing op dbbc’s, zzp’s, extramurale parameters fz en overige zorgproducten.
- De dbbc-systematiek geldt voor zorg in het kader van de behandeling van de patiënt, terwijl zzp’s en extramurale parameters fz gelden voor verblijf met begeleiding zonder behandeling (zzp-c) en zorg aan verstandelijk beperkten (zzp-vg), met uitzondering van behandeling van gedragsstoornissen, verslaving of psychiatrische problematiek.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.