Kort samengevat
Deze beleidsregels beschrijven hoe het Waterschap Aa en Maas omgaat met vergunningsaanvragen voor activiteiten die de waterkwantiteit, waterkering en grondwater beïnvloeden, om zo overstromingen, wateroverlast en waterschaarste te voorkomen of te beperken. Ze dienen als leidraad voor het verlenen van vergunningen wanneer activiteiten niet voldoen aan de algemene regels of vergunningvrije gevallen in de waterschapsverordening.
Wat het reguleert
- Het verlenen van vergunningen voor activiteiten die de waterkwantiteit, waterkering en grondwater beïnvloeden.
- De beoordeling van aanvragen voor peilafwijkingen in oppervlaktewaterlichamen, inclusief onderbemalingen.
- De omgang met activiteiten in beschermde gebieden, attentiegebieden, beekdalen en wijstgronden.
- De procedure voor vergunningen voor wateractiviteiten die het waterschap zelf uitvoert (vergunning eigen dienst).
Wie het aangaat
- Iedereen die activiteiten uitvoert die een nadelig effect kunnen hebben op het watersysteem en waarvoor een vergunning nodig is.
- Het dagelijks bestuur van Waterschap Aa en Maas bij het beoordelen en verlenen van vergunningen.
Kernpunten
- De beleidsregels zijn een aanvulling op de waterschapsverordening en treden in werking per 9 maart 2026.
- Ze voorkomen dat bij elke aanvraag een volledige belangenafweging moet worden gemaakt, maar het dagelijks bestuur kan gemotiveerd afwijken in individuele gevallen.
- Peilafwijkingen mogen geen nadelige effecten hebben voor het omliggende gebied en vergunningen hiervoor zijn tijdelijk, voor de looptijd van het vigerende peilbesluit.
- Bij een aanvraag moet de toestemming van de eigenaar en informatie over participatie met belanghebbenden worden bijgevoegd.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.