Gemeentelijk rioleringsplan Geldrop-Mierlo De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo d.d. 16 augustus 2022; gehoord de commissie Ruimte d.d. 5 september 2022; besluit: het Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027 vast te stellen; de rioolheffing in de komende 5 jaren niet te verhogen behoudens de inflatie per jaar; de financiële gevolgen van dit voorstel te verwerken in de Begroting 2023 ev SAMENVATTING Met de blik vooruit… Voor u ligt het Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) van onze gemeente voor de planperiode 2023 tot en met
(2021)als ook de stromingsberekeningen over maaiveld in het BRP 2021 komen bovengrondse knelpunten in beeld waar er risico is voor onbegaanbare wegen en wateroverlast in woningen. Met klimaatdialogen wordt bepaald welk risico aanvaardbaar is en welk risico onaanvaardbaar. Daarop worden maatregelen voor de korte en lange termijn verwacht. 4c De vuiluitworp door hemelwaterlozingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn. Er zijn geen waterkwaliteitsknelpunten bekend. In het BRP 2021 is het verhard oppervlak geactualiseerd en is enkel het hydraulisch functioneren beschouwd en niet het milieutechnisch functioneren. Met de realisatie van randvoorzieningen en retentiebassins ligt de vuiluitworp vanuit het gemengde stelsel binnen de normen. 4d De vervuilingstoestand van de riolering dient acceptabel te zijn. Riolering wordt regelmatig geïnspecteerd, gebreken worden aangepakt. Uit meldingen komen geen locaties naar voren met verstoppingen. 4e Overstortingen en hemelwaterlozingen mogen niet leiden tot inundaties. In de meeste gevallen is er geen sprake van, echter als de Dommel een zodanig hoog niveau heeft, kan het zijn dat de overstort deels verdronken is. Dit geldt eventueel ook voor de watergangen die in beheer zijn van het waterschap. Als daar de stuwen opstaan verliezen onze overstorten hun afvoer. 4f Overstortwater moet ongestremd kunnen lozen op oppervlaktewater. Bij normale regenbuien is dit goed mogelijk binnen onze gemeente. Een te hoog peil in watergangen door benedenstroomse stuwen kan stremming opleveren. 4g De objecten moeten in goede staat zijn. Riolering wordt regelmatig geïnspecteerd en gebreken worden aangepakt. Meldingen worden snel opgelost. Doel 5: Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Functionele eisen Toetsing Uitleg 5a Nieuwbouw: Adequaat ontwerp van de ontwatering voor bebouwing en wegen (beheerfase). Sinds 2021 worden alle bouwplannen centraal getoetst via de zogenaamde "Intaketafel". Hierbij worden alle plannen vanuit de diverse disciplines getoetst op haalbaarheid. 5b Bestaande bebouwing: Adequaat ontwerp. Bij structurele meldingen van grondwateroverlast wordt gezocht naar een oplossing voor de lange termijn, dit is in het verleden gedaan door bijvoorbeeld de aanleg van een drainagesysteem. 5c De afvoercapaciteit van relevante drainageleidingen is voldoende om het drainagewater te kunnen verwerken. Grondwaterstanden (uit peilbuizen) geven geen knelpunten aan. Geen meldingen bekend bij de gemeente. 5d Actuele en publiektoegankelijke informatie . In de komende jaren worden de gegevens van het grondwatermeetnet voor eenieder toegankelijk via de landelijke website BRO. 3.2.2Wat is er gedaan in de planperiode? De enorme vervangingsopgave leidt er toe dat elk jaar vele straten opgebroken moeten worden. Jaarlijks wordt de vervangingsopgave integraal afgewogen met andere disciplines. Het opbreken van de straten biedt immers een uitgelezen kans voor het uitvoeren van een wegreconstructie om bijvoorbeeld ruimtelijke knelpunten op te lossen en eventuele wensen vanuit bewoners in te vullen. Echter het is in praktische en financiële zin niet realistisch om elke rioolvervanging te combineren met een wegreconstructie of herinrichting. Voor zulke situaties is het van binnenuit renoveren van de leiding (relining) de beste keuze, zeker als in de betreffende straat ook geen opgave aanwezig is ten aanzien van wateroverlast. Als in de daarop volgende jaren alsnog een wegreconstructie wordt uitgevoerd, kan een regenwaterriool eenvoudig worden bijgelegd voor een gescheiden afvoer. Per straat geldt dat er maatwerk geleverd wordt. Jaarlijks wordt de afweging vervangen of relinen bij het opstellen van het meerjaren investeringsprogramma gemaakt. Voor het opstellen van het nieuwe activiteiten plan wordt aandacht besteed aan het vaststellen van de herinrichtingsbehoefte zodat werk met werk kan worden gemaakt. Er is actief regenwater afgekoppeld van bestaand openbaar terrein. Bij nieuwbouwlocaties wordt hemelwater niet aangekoppeld. Het blijkt in de praktijk echter soms lastig hoe omgegaan wordt met inbreidingslocaties waarbij eerder al verhard oppervlak op de riolering was aangesloten. Vanuit het vakgebied riolering bekeken wordt het gezien als een kans om minder hemelwater naar de riolering af te voeren. Echter het afdwingen hiervan blijkt voor inbreidingslocaties niet eenvoudig en botst soms met de woningbouw ambities. Het nieuwe vGRP en de hemelwaterverordening gaan hiervoor betere handvatten bieden. Wij hebben sinds 2021 ook een subsidieregeling afkoppelen hemelwater voor particulieren. De afkoppelsubsidie laat inwoners actief aan de slag gaan met afkoppelen. In 2022 is de regeling geëvalueerd en herzien. In de planperiode heeft er personele wisseling plaats gevonden. Hierdoor is kennis verloren geraakt en moet deze opnieuw worden vergaard. Hier wordt actief aan gewerkt. Gebleken is dat voor de afhandeling van de wateroverlast in de zomer van 2020 nog steeds 0,8 fte fulltime wordt ingezet. Dit gaat merkbaar ten kosten van de reguliere werkzaamheden waardoor er een grote achterstand is ontstaan in de dagelijkse taken zoals beheer en onderhoud en het verwerken van de rioolgegevens. Omdat het grootste deel van het pakket aan maatregelen nu is uitgevoerd neemt deze uren besteding af. Er wordt een calamiteitenplan opgesteld om in de toekomst grote achterstanden van reguliere werkzaamheden te voorkomen. De afgelopen planperiode heeft met name in 2021 meer inzicht gegeven in mogelijke maatregelen om onze gemeente meer klimaatbestendig te maken. De klimaatstresstest, het basisrioleringsplan waarbij met name naar het hydraulisch functioneren is gekeken en een blauwe aderenplan hebben inzicht gegeven in korte en lange termijn maatregelen. Deze worden verwerkt in het nieuwe vGRP zodat uitvoering is geborgd. 3.3Speerpunten 3.3.1Speerpunt 1: Een duurzame waterketen Van oudsher zamelen we het afvalwater in en transporteren dit naar de zuiveringsinstallatie. Dit hele systeem van inzamelen en transporteren naar de rioolwaterzuivering noemen we de waterketen. Met de toenemende schaarste aan energie en grondstoffen wordt afvalwater steeds minder beschouwd als afval maar meer als bron van energie en grondstoffen. Doel: we zorgen voor doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater Als gemeente hebben we de zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden en de provincie ontheffing van de zorgplicht heeft verleend, moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking ervan. Met het in werking treden van de Omgevingswet vervalt de provinciale ontheffingsbevoegdheid en mogen we als gemeente samen met het waterschap zelf bepalen wat doelmatig is. Bedrijfsafvalwater, wat niet op dezelfde manier kan worden behandeld als huishoudelijk afvalwater, is geen stedelijk afvalwater. Aangezien we hier als gemeente geen zorgplicht voor hebben, kunnen we desgewenst bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven weigeren als dit ten goede komt van de zuivering. Ambitie: we verwerken het afvalwater op duurzame wijze Bij de inzameling en het transport van het stedelijk afvalwater zorgen we ervoor dat ons systeem zo doelmatig mogelijk functioneert, dat we duurzame technieken inzetten en dat de volksgezondheid niet in het geding komt. We beoordelen of we de zorgplicht stedelijk afvalwater naar behoren invullen en of we onze ambities voldoende waarmaken aan de hand van onderstaande prestatie beoordelingsgrondslagen: Er zijn geen herhaalde meldingen met betrekking tot volksgezondheidsklachten voor eenzelfde locatie; Het duurzaam omgaan met energie en grondstoffen maakt aantoonbaar deel uit van onze inspanningen. Gidsprincipes We behouden tenminste het huidige serviceniveau. Het streven is om minder afvalwater naar de RWZI te krijgen. We blijven gebruikt water hygiënisch verantwoord verwerken. We voorkomen nieuwe foutaansluitingen en heffen bestaande foutaansluitingen op. We voorkomen aantasting van de riolering bij lozingspunten drukriolering. We accepteren in beperkte mate rioolvreemd water. We staan open voor hergebruik van grondstoffen. We staan open voor nieuwe sanitatie concepten. Strategieën Verwerken van huishoudelijk afvalwater We blijven vooralsnog het huishoudelijk afvalwater in bebouwd gebied onder vrij verval inzamelen en afvoeren. In het buitengebied doen we dit door middel van mechanische riolering (drukriolering). De drukriolering loopt tegen het einde van levensduur aan. Bij vervanging zal nadrukkelijk worden bekeken of er alternatieve mogelijkheden zijn voor sanitatie. Als het doelmatig is accepteren we in overleg met het waterschap een individuele behandeling van afvalwater en een lozing op oppervlaktewater. Bij de vrijverval leidingen is het gebruikelijk om rekening te houden met een technische levensduur van 60 jaar, maar in de praktijk blijkt dat de buizen langer mee gaan. Er is een nieuwe restlevensduurberekening uitgevoerd op basis van dit uitgangspunt en de actuele kwaliteit. Dit heeft geleid tot een gemiddelde levensduurverwachting van een vrijverval riool in onze gemeente van 75 jaar. De keuze om de herinrichting van een weg op het activiteitenplan te plaatsen is meestal ingegeven vanuit de rioolvervangingsopgave van het vGRP. Omdat een herinrichting een langere doorlooptijd vraagt, wordt omwille van het omvangrijke vervangingsprogramma de riolering ook gerenoveerd. Bij het opstellen van het activiteitenplan voor de komende planperiode wordt overigens wel gekeken naar de herinrichtingsbehoefte en wordt afstemming gezocht met de andere disciplines (groen, wegen) om klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte te treffen. Voor een zo (kosten)effectief beheer en onderhoud blijven we kennis delen binnen het klimaatportaal Zuidoost- Brabant en streven we, waar dit mogelijk en efficiënt is, naar gezamenlijke onderhoudsbestekken en contracten. Voorkomen van aantasting bij lozingspunten drukriolering Binnen de gemeente is sprake van aantasting van de betonnen riolering door H2S vorming bij de lozingspunten van de drukriolering. Vanuit de drukriolering komen er echter zelden meldingen binnen over stank bij deze lozingspunten als gevolg van de vorming van H2S gas. De aanwezige luchtinjecties binnen de gemeente zijn bedoeld om aantasting door H2S tegen te gaan. Om aantasting (en eventuele stankoverlast) te voorkomen, injecteren we lucht in de persleidingen. We gaan hiermee door en breiden het systeem uit. Omgaan met rioolvreemd water en foutieve aansluitingen Vanuit doelmatigheidsoverwegingen accepteren we dat er een beperkte hoeveelheid grondwater als gevolg van lekke voegen de riolering binnen stroomt. Via de juiste systeemkeuze voorkomen we dat sterk verontreinigd hemelwater afstroomt naar het oppervlaktewater of dat dit de bodem vervuilt. We streven hierbij naar de meest optimale balans tussen afvoer naar een zuiverende voorziening en afvoer naar oppervlaktewater/bodem. Wanneer op basis van meldingen of metingen er een vermoeden is van foutieve aansluitingen op het vuilwater of het hemelwatersysteem, wordt dit nader onderzocht. Gevonden foutaansluitingen heffen we op in samenspraak met de lozer op basis van de zorgplicht stedelijk afvalwater (doelmatigheidsbeginsel). Beperken van de milieubelasting op het oppervlaktewater of de bodem Om een vinger aan de pols te houden monitoren we de werking van ons stedelijk watersysteem. De overstortgebeurtenissen worden continu gemonitord. Hiervoor hebben we niveaumeters in overstortputten en in gemengde of gescheiden riolering geplaatst. Indien we meer inzicht willen verkrijgen voeren we extra metingen uit in het kader van nader onderzoek. Afbeelding 5 Metingen in het rioolstelsel worden uitgevoerd Rioolstelsels moeten minimaal voldoen aan het de basisinspanning, zoals deze in 1992 is gedefinieerd. Dit betekent dat een gemengd rioolstelsel niet meer vuil mag lozen dan een (theoretisch) referentiestelsel. Tegenwoordig wordt in het licht van het Bestuursakkoord Water de afweging gemaakt tussen de baten voor het lokale water en de kosten van maatregelen. In totaal zijn 8 gemengde overstorten voorzien van een randvoorziening en is op een aantal locaties een groene berging om daarmee de vuiluitworp te beperken. In het basisrioleringsplan van 2013 is geconcludeerd dat met de gerealiseerde randvoorzieningen en retenties ruimschoots er wordt voldaan aan de basisinspanning. In 2021 is een nieuw BRP opgesteld waarbij vooral is gekeken naar het hydraulisch functioneren van de riolering. Er zijn voorstellen gedaan om af te koppelen en extra regenwaterleidingen aan te leggen. Indirect heeft dit ook effect op de milieubelasting op oppervlaktewater. Reduceren aanbod naar de Rioolwaterzuivering RWZI Het rendement van een RWZI is groter naarmate de inkomende stroom afvalwater (het influent) geconcentreerder en constanter is. De capaciteit van de RWZI Eindhoven is vrijwel volledig benut. Aangezien op de RWZI de afvalwaterstromen vanuit verschillende gemeenten bij elkaar komen, is het van belang dat alle gemeenten zich inspannen om de hoeveelheid regenwater in het afvalwater te reduceren door middel van afkoppelen van verhard oppervlak. De ambitie van Waterschap de Dommel is dat er in 2027 ten opzichte van nu 15 % minder schoon regenwater op de zuivering komt. Minder schoon regenwater op de zuivering heeft daarnaast tot gevolg dat er meer regenwater lokaal kan infiltreren ter aanvulling op het grondwater. Bij een voldoende gezamenlijke inspanning kunnen waterschappen uitbreiding van de RWZI’s voorkomen en functioneren deze beter. Beleidsregel verwerken van afvalwater van particulieren en bedrijven Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt hierbij is: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: Particulieren: Besluit lozing afvalwater huishoudens Bedrijven: Activiteitenbesluit milieubeheer Openbaar gebied: Besluit lozen buiten-inrichtingen Om een doelmatige werking te kunnen garanderen hanteren we de volgende beleidsregels zoals opgenomen in Tabel
- Tabel 2Beleid ten aanzien van afvalwaterlozingen particulieren bedrijven We accepteren bestaande lozingen van huishoudelijk afvalwater op de vrijvervalriolering. We accepteren bestaande en nieuwe bedrijfsafvalwaterlozingen op vrijveralriolering mits deze qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijk afvalwater. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. De gemeente kan nadere voorwaarden verbinden aan bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven of deze beëindigen of weigeren. Elke particulier (nieuw of bestaand) krijgt toestemming voor maximaal één aansluiting op de drukriolering of vrijvervalriolering, mits de aansluiting doelmatig is. Elke bedrijf (nieuw of bestaand) krijgt toestemming voor in principe één aansluiting op de drukriolering of vrijvervalriolering, tenzij meerdere aansluitingen doelmatiger zijn. . Elke particulier (bestaand en nieuw) mag huishoudelijk afvalwater op de drukriolering lozen, mits dit de doelmatige werking van de riolering niet belemmert. Elk bedrijf (bestaand en nieuw) mag huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater op de drukriolering lozen, mits dit de doelmatige werking van de riolering niet belemmert. Nieuwe (of bestaande) aansluitingen die de waterketen onevenredig zwaar belasten kunnen worden geweigerd. Lozing van hemelwater op drukriolering of vuilwaterriool is niet toegestaan. Buiten de bebouwde kom geldt een doelmatigheidsafweging, waarbij we de voorkeursvolgorde aanhouden rioleren – decentraal zuiveren – IBA. Een IBA heeft immers een constante stroom afvalwater nodig en is daardoor minder geschikt in geval van fluctuaties in aanbod. Nieuwe initiatieven buiten de bebouwde kom mogen aansluiten op bestaande infrastructuur wanneer noodzakelijke aanpassingen technisch mogelijk zijn. De kosten van huisaansluiting tot lozingspunt in de vrijvervalriolering, inclusief die van noodzakelijke technische aanpassingen, zijn voor rekening van de lozer/eigenaar. Huishoudelijk afvalwater van evenementen wordt alleen door de gemeente ingezameld als dat in de bestaande infrastructuur niet tot problemen leidt. Afvoer van dit afvalwater per as en lozing op een rioolstelsel elders binnen de gemeente, behoort in overleg ook tot de mogelijkheden. We handhaven deze beleidsregels op basis van de zorgplicht stedelijk afvalwater (doelmatigheidsbeginsel) en maken daarbij zo nodig gebruik van de beschikbare expertise en capaciteit van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB), waterschap de Dommel en waterschap Aa en Maas of externe marktpartijen. 3.3.2Speerpunt 2: Een klimaatbestendig watersysteem Het klimaat is aan het veranderen en leidt onder andere tot grotere en intensere buien. Het (hemel)watersysteem en de waterketen moeten deze neerslag kunnen verwerken. Daarnaast hebben we steeds vaker te maken met een toename van hete dagen (hittestress) met langdurige droogte (verdroging) en een risico op overstroming van de beekdalen. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met technische maatregelen is op te vangen (bijvoorbeeld grotere rioolbuizen), maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is. Met een integrale aanpak richten we ons op afstemming tussen de waterketen, het watersysteem en de leefomgeving. Naast het op orde houden (of brengen) van het rioleringssysteem geven we invulling aan opgaven die in de leefomgeving plaatsvinden. Bijvoorbeeld het wegnemen van een hydraulisch knelpunt in de riolering door de aanleg van een retentievijver of wadi (Vesperstraat, Heer Dickbierweg) en dit te combineren met het reduceren van hittestress door te vergroenen in sterk verstedelijkt gebied. Dit noemen we klimaatadaptatie. Ook verkeersdrempels kunnen hierbij een belangrijke rol spelen in positieve of negatieve zin. Het zijn immers “dijkjes” die water tegenhouden en die daarmee wateroverlast kunnen tegen gaan of juist doen ontstaan. Samen met Waterschap de Dommel en Waterschap Aa en Maas werken we aan een klimaatbestendig watersysteem en communiceren richting inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties wat ze wel of niet van ons mogen verwachten. Doel: Wij passen de fysieke leefomgeving aan op het veranderende klimaat De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en wat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft dit niet te ontvangen, tenzij de houder ervan het redelijkerwijs niet kan verwerken. Afbeelding 6Ruimte voor water in bestaand stedelijke gebied, aangelegde wadi aan Heer Dickbierweg Ambitie: We gebruiken hemelwatervoorzieningen voor verbetering van onze leefomgeving We houden bij de (her-)inrichting van de openbare ruimte binnen en buiten de bebouwde kom, rekening met de verwerking van extreme neerslaghoeveelheden. We zijn ons bewust dat de afvoer kan worden bemoeilijkt door hoge waterstanden in oppervlaktewater. We houden water vast waar dit in een behoefte kan voorzien en voorkomen onnodig hoge afvoerpieken. We beoordelen of we de zorgplicht hemelwater naar behoren invullen en onze ambities voldoende waarmaken aan de hand van onderstaande prestatie beoordelingsgrondslagen: Het anticiperen op extreme neerslag in de bovengrond maakt aantoonbaar deel uit van onze planvorming. Er is bij elke maatregel in de openbare ruimte de afweging gemaakt om hemelwater lokaal te infiltreren en indien dit niet mogelijk is, af te koppelen. We hanteren bij het invulling geven aan de wettelijke zorgplicht en onze ambities onderstaande gidsprincipes: Gidsprincipes We hanteren de voorkeursvolgorde ‘vasthouden – bergen – afvoeren’. We benutten de inrichting van de openbare ruimte voor het sturen en de opvang van overtollig hemelwater. We streven naar efficiënte, robuuste voorzieningen voor de opvang van hemelwater afkomstig van verhard openbaar terrein. We verwachten van onze inwoners dat zij hemelwater zoveel mogelijk verwerken op hun eigen perceel. We informeren en stimuleren inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en ondernemers hun eigen verantwoordelijkheid te nemen in de aanpak van wateroverlast problematiek. We accepteren vaker water op straat en communiceren dat water op straat hygiënisch verontreinigd kan zijn. We volgen bij keuzes voor locaties van waterberging de karakteristieken van de specifieke ondergrond met goed en minder goed doorlatende gebieden. We stemmen waterpeilen af op de functies in de omgeving en ondernemen zo nodig actie (we kijken daarbij naar de lange en korte termijn). Strategieën In de komende jaren willen we als gemeente met de uitwerking van het nieuwe klimaat beleid, steeds meer klimaatadaptieve maatregelen nemen. Enerzijds wordt ingespeeld op de klimaatveranderingen door ruimte te maken voor water en actiever regenwater af te koppelen, anderzijds wordt de omgeving ook vergroend zodat dit bijdraagt aan het voorkomen van hittestress. De openbare ruimte wordt daarmee steeds bestendiger tegen de extreme situaties. Klimaatbestendig betekent dat normale buien niet tot hinder leiden, dat de vitale functies bij meer extreme buien niet uitvallen en dat de mate van waterschade is verminderd ten opzichte van nu voor wat betreft de extreme piekbuien die de klimaatverandering heeft voortgebracht. Specificatie hierover is te vinden in Tabel
- Normale buien komen gemiddeld eenmaal per één à twee jaar voor. Bij extreme buien denken we aan buien met een theoretische frequentie van eenmaal per 10 -100 jaar. Normale buien proberen we zoveel mogelijk ondergronds te bergen en af te voeren. Extreme buien verwerken we vanuit economisch oogpunt bij voorkeur bovengronds op locaties met een laag/gemiddeld risicoprofiel zoals bijvoorbeeld verlaagde groenvoorzieningen. Daar waar mogelijk voeren we het hemelwater niet af, maar verwerken het op de plaats waar het valt als aanvulling op het grondwater. Beleidsregel omgaan met het risico op wateroverlast in de bestaande situatie Om onze inwoners en bezoekers van onze gemeente tegen wateroverlast te beschermen hanteren we een beleid waarbij we onderscheid maken tussen hinder, overlast en waterschade. DEFINITIE VAN HINDER, OVERLAST, WATERSCHADE Hinder (normale bui) Hinder heeft de volgende kenmerken: kortdurende periode van water op straat (15-30 minuten); verkeer is nog mogelijk. Overlast (extreme bui) (Water)overlast heeft één van de volgende kenmerken: langer durende periodes van water op straat (30-120 minuten); verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, hoge waterstand op straat). Waterschade (zeer extreme bui) (Water)schade heeft één van de volgende kenmerken: (grote) economische schade; gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); water in panden met schade tot gevolg. In geval van hinder treffen we geen maatregelen. Gelet op de klimaatverandering neemt de frequentie van water op straat toe. Met het nemen van klimaat adaptieve maatregelen proberen we de frequentie van optreden van water op straat te beperken. Ook wordt een beroep gedaan op het acceptatievermogen van inwoners die bijvoorbeeld hun rijgedrag moeten aanpassen. Inwoners zullen moeten accepteren dat er wat vaker en langer water op straat staat. In het geval van overlast situaties treffen we tijdelijke veiligheidsmaatregelen zoals verkeersafzettingen zodat verkeer geen golf van water veroorzaakt die tot overlast leidt in panden. Om de kans op overlast in de toekomst te beperken treffen we structurele verbetermaatregelen in combinatie met reconstructie-werkzaamheden of maatregelen in de openbare ruimte. Afbeelding 7Water op straat bij hevige neerslag van 16 juni 2020 Waterschade willen we uiteraard niet, doch dit is nooit volledig uit te sluiten. In de onverhoopte situatie dat er sprake is van waterschade, stellen we een onderzoek in naar mogelijke oorzaken. Afhankelijk van de bevindingen, en als blijkt dat geen sprake was van overmacht maar van een structureel probleem, streven we ernaar om (tijdelijke) kostenefficiënte maatregelen te nemen om het risico op waterschade te beperken. We streven er naar om binnen een periode van tien jaar structurele en lokale verbetermaatregelen of verbetermaatregelen elders in het systeem te nemen als dit effectiever is. Wateroverlast die ontstaat als gevolg van extreme neerslag waartegen we ons redelijkerwijs en tegen betaalbare kosten niet kunnen wapenen beschouwen we als overmacht. Om een vinger aan de pols te houden en in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen, houden we de hydraulische berekeningen actueel en stellen we periodiek het Systeemoverzicht Stedelijk Water bij (SSW, en is de opvolger van het BasisRioleringsPlan). We toetsen de riolering aan verschillende buien om meer inzicht te krijgen in locaties waar we maatregelen zouden moeten treffen. Hiervoor hanteren we buien die in de Kennisbank Riolering van Stichting RIONED zijn gedefinieerd. Tabel 3 geeft weer hoe we hiermee om gaan. Tabel 3Uitgangspunten gemeente bij neerslaggebeurtenissen Theoretische bui mm neerslag Uitgangspunt gemeente Bui 08 (T=2) 19,8 Bestaande rioolstelsels voldoen in basis aan deze bui en geven geen w.o.s. Voldoen we hier niet aan dan verruimen we de capaciteit van de riolering op het moment dat zich een vervangingsproject aan dient of koppelen we hemelwater af om de belasting op het rioolstelsel te beperken. Bui 09 (T=5) 29,4 Bij aanpassingen van de bestaande riolering toetsen we het ontwerp op deze bui en streven we er naar dat deze bui geen (extra) water op straat geeft. Bui 10 (T=10) 35,7 Bij aanpassingen toetsen we het risico op water in panden afkomstig vanaf openbaar terrein. Wanneer er een risico is onderzoeken we de situatie en wegen we op basis van kosteneffectiviteit af welke maatregel het meest passend is voor korte en lange termijn. Extreme bui (T=25) 40 We vinden dat wegen (niet zijnde hoofdwegen) begaanbaar moeten blijven (maximaal 0,15 m water op straat) bij extreme neerslag, maar dat er ook situaties zijn waarbij sprake is van overmacht. We streven ernaar de wegen begaanbaar te houden tot buien van 40 mm per uur. Treedt meer water op straat op dan gaan we onderzoeken welke maatregelen we kunnen treffen om de hoeveelheid water op straat te verminderen. We willen waterschade aan panden door neerslag zoveel mogelijk voorkomen. Ook inwoners hebben aangegeven hier veel belang aan te hechten. Daarom streven we ernaar om er voor te zorgen dat er bij een bui tot 40 mm per uur geen schade optreedt aan panden. Wanneer sprake is van waterschade in panden dan onderzoeken we de oorzaken. Afhankelijk van de bevindingen en als blijkt dat er geen sprake is van overmacht maar van een structureel probleem, streven we er naar om (tijdelijke) kosten efficiënte maatregelen te nemen om het risico op waterschade te beperken. Extreme bui (T=100) 70 We vinden dat hoofdwegen in principe begaanbaar moeten blijven (maximaal 0,15 m water op straat) bij extreme neerslag, maar dat er ook situaties zijn waarbij er sprake is van overmacht. We streven ernaar om hoofdwegen begaanbaar te houden voor hulpdiensten tot buien van 70 mm per uur. We streven er naar onze tunnels bij een bui van 70 mm per uur begaanbaar te houden, maar we realiseren ons ook dat het van belang is om kosten efficiënte maatregelen te nemen om het risico van onder gelopen tunnels te beperken. Ook toetsen we het risico op waterschade bij panden. Wij zoeken hierbij aansluiting bij de landelijke neerslaggebeurtenissen voor de stresstest die hiervoor zijn ontwikkeld. We beoordelen de kosteneffectiviteit van een maatje meer en dimensioneren daarop de verbetermaatregelen. Zeker in de hoofd afvoerstructuur kan een zwaarder gedimensioneerde leiding een behoorlijke uitstraling hebben op het beschermingsniveau tegen wateroverlast in een groter gebied. Aangezien de ondergrondse afvoercapaciteit nooit voldoende is om elke willekeurige bui probleemloos af te voeren, verwerken we het overtollige regenwater bovengronds. De inrichting van de openbare ruimte wordt aangepast, waardoor water naar plaatsen kan worden geleid waar het geen schade veroorzaakt, of door waterstromen op maaiveld niveau af te buigen (bv door plaatsen/weghalen van verkeersdrempels). Beleidsregels ontwerpnorm waterberging Als ontwerpnorm hanteren we net als de Brabantse waterschappen (Keur) 60 mm berging van hemelwater in de boven- en/of ondergrond en binnen het plangebied. Deze eis geldt voor (nagenoeg) elke toename of wijziging van afvoerend verhard oppervlak ongeacht de lozingssituatie. Bij de ontwikkeling van nieuwbouw geldt dus: “Eerst ’t water de rest komt later” Bij alle ontwikkelingen binnen onze gemeente zijn deze beleidsregels leidend. Dit geldt zowel voor particulier terrein als de openbare ruimte en voor lozingen op de bodem en op oppervlaktewater. De gemeente hanteert altijd de 60 mm norm voor waterberging en houdt geen rekening met een gevoeligheidsfactor zoals het waterschap dat doet. Naast de gemeentelijke regels blijven ook de regels van het waterschap van toepassing, waarbij de zwaarste ‘eis’ leidend is. Voor wat betreft bouwplannen dienen deze beleidsregels te worden vertaald in een bestemmingsplan of een dynamische verwijzing in je omgevingsplan (na invoering van de omgevingswet). Los van deze beleidsregels kijken we ook naar de standaard neerslaggebeurtenissen voor de stresstest. Bij een dergelijke bui mag in principe geen schade optreden aan eigendommen en/of mogen geen essentiële gebruiksfuncties uitvallen. Uitgangspunt is vasthouden van regenwater en het laten infiltreren naar de ondergrond of hergebruiken. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt regenwater geborgen en vertraagd afgevoerd. Hierbij gaat de voorkeur van vertraagde afvoer uit naar lozing op oppervlaktewater. Alleen bij inbreidingslocaties met hoge grondwaterstanden en/of kabels, leidingen of boomwortels én indien dit technisch niet haalbaar is bestaat de mogelijkheid om af te wijken van deze norm om 60 mm waterberging op de locatie van de ontwikkeling te realiseren. Het is aan de ontwikkelende partij om aantoonbaar te maken dat deze eis niet haalbaar is. Het streven is dan om minimaal 30mm waterberging te realiseren. Door middel van maatwerk mag het tekort aan waterberging in de nabije omgeving worden gerealiseerd (binnen het zelfde rioleringsgebied). Dit kan bijvoorbeeld een combinatie worden van waterberging die de gemeente al aan zou leggen waarbij initiatiefnemer een bijdrage doet om de waterberging te vergroten. Bij afwijking van de norm, wordt ervan uitgegaan dat alle te realiseren daken, binnen het plangebied, worden voorzien van een groen dak. Tenzij het dak noodzakelijk is om te voldoen aan de BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouwd) normen. Uitzondering hierop zijn de platte daken, aangezien op platte daken wel nog water geborgen en vertraagd kan worden afgevoerd. Om bij extreme situaties wateroverlast te voorkomen mag er na realisatie van waterberging wel een afvoer van hemelwater worden ingebouwd. In feite volgen we daarbij de trits, vasthouden – bergen – afvoeren (zie Afbeelding 8). Afbeelding 8Vasthouden – bergen - afvoeren Voor alle uitbreidingslocaties geldt dat de waterberging binnen het plan moet worden gerealiseerd. Het realiseren van waterberging wordt afgedwongen via het bestemmingsplan of in de toekomst via het omgevingsplan. Omgaan met hemelwater bij Nieuwbouw (uitbreiding, inbreiding en bijgebouwen), herbouw, aanbouw Bij de keuze van nieuwe bouwlocaties of vitale/belangrijke infrastructuur vermijden we, voor zover mogelijk, het bouwen op lager gelegen (grond)wateroverlastgevoelige locaties. Wanneer het niet anders kan dan op lager gelegen (grond)wateroverlast gevoelige locaties te bouwen eisen we dat de initiatiefnemer (extra) maatregelen neemt om overlast tegen te gaan en toetsen we hierop. We waken ervoor dat hoger gelegen/aangelegde nieuwbouw geen extra risico vormt op (grond)wateroverlast in nabij gelegen lagere gebieden. Afbeelding 9Groen dak en groene inrichting rondom bredeschoolLuchen Nieuwbouw (uitbreiding, inbreiding, bijgebouwen), herbouw of aanbouwen kan tot een toename leiden van afvoerend oppervlak en daardoor versnelde afvoer van hemelwater. Het risico op wateroverlast neemt hierdoor toe. Bij nieuwbouw is er vaak nog voldoende ruimte en flexibiliteit om water te bergen en de (openbare) ruimte klimaatbestendig in te richten. We streven naar robuuste watersystemen, waarbij het hemelwater bij voorkeur bovengronds wordt geïnfiltreerd in de bodem. In deze situaties dienen initiatiefnemers binnen het plangebied de waterberging op te lossen en geldt een eis van 60 mm per m2 verhard oppervlak. Groene daken worden in basis als verhard beschouwd maar tellen wel mee in de waterberging voor het aantal mm dat op het dak kan worden geborgen. Verhard oppervlak dat voorheen aanwezig was wordt niet in mindering gebracht op deze waterbergingsnorm. Enkel in geval van hoge grondwaterstanden kan worden afgeweken. Omgaan met hemelwater bij tijdelijke woonunits op bouwlocaties Bij tijdelijke bouwunits die worden geplaatst op een locatie waar een nieuwe woning wordt gebouwd geldt er geen verplichting om een waterberging op eigen perceel aan te leggen. Omgaan met hemelwater bij herinrichtingen en aanleg van gescheiden riolering Door klimaatverandering en het daardoor optreden van meer extreme buien neemt de druk op het stedelijk watersysteem steeds verder toe. Op het moment dat zich een reconstructie voordoet of de riolering wordt vervangen waarbij de straat open gaat, ontstaat een kans om hierop te anticiperen door op de riolering afvoerend oppervlak af te koppelen. Hierdoor ontlasten we het systeem en verminderen we ook de frequentie van riooloverstortingen. We zorgen voor een beter rendement van de RWZI en stimuleren het benutten van hemelwater voor de planten en bomen. De kwaliteit van de leefomgeving neemt hierdoor toe, ten gunste van de inwoners. We beschouwen klimaatadaptatie als een gezamenlijke opgave van overheid, inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Dit betekent dat we het op de riolering afvoerend oppervlak in de openbare ruimte afkoppelen op plaatsen waar we de gemengde riolering vervangen. Daarbij streven we naar zo veel mogelijk waterberging voor het afgekoppelde hemelwater om risico’s van wateroverlast te verminderen. We realiseren ons dat 60 mm berging per m2 verhard afgekoppeld oppervlak voor bestaand stedelijk gebied niet altijd realistisch is gezien de beperkt beschikbare ruimte, maar kijken per situatie wat wel te realiseren. Afbeelding 10Aanleg ondergrondse waterberging Parallelweg Door inzet van een afkoppelcoach stimuleren we particulieren, om op de riolering afvoerend oppervlak af te koppelen wanneer de straat open gaat. Voorzijdes van daken afkoppelen levert extra verhard oppervlak dat niet meer naar de riolering afvoert maar in de bodem kan infiltreren of vertraagd naar oppervlaktewater kan worden afgevoerd. Geven particulieren aan mee te doen met het afkoppelen, dan leggen we uitleggers aan vanaf het openbaar riool tot aan de erfgrens van het perceel en passen het rioolontwerp hierop aan. Op plaatsen waar in de openbare ruimte vanuit riolering geen opgave is maar vanuit andere werkvelden wel, zien we afkoppelen als een kans. Bij (her)inrichting van de openbare ruimte houden we, binnen de reikwijdte van de watertaken, rekening met het tegengaan van hittestress, verdroging en waterkwaliteitsproblemen. Als gemeente enthousiasmeren we inwoners hun tuin te vergroenen, regenwater af te koppelen of groene daken aan te leggen, hiervoor kan subsidie worden aangevraagd . Mooie voorbeeldprojecten en/of fraai verduurzaamde wijken zetten we in als smaakmakers voor de rest. Met betrekking tot de kwaliteit van het hemelwater hanteren we de voorkeursvolgorde: schoon houden-gescheiden houden-zuiveren. Hemelwater dat op daken van woningen/bedrijven en/of wegen met relatief weinig verkeer valt, beschouwen we als voldoende schoon om te kunnen infiltreren in de bodem. Ten aanzien van andere verharde oppervlakken die lozen op oppervlaktewater beoordelen we samen met het waterschap de situatie en streven we naar een doelmatige oplossing. Op die manier worden risico’s voor de waterkwaliteit zoveel mogelijk beperkt. De handreiking hemelwaterbeleid is in Afbeelding 11 weergegeven. Een grotere versie is te vinden in bijlage B
- Afbeelding 11Handreiking hemelwaterbeleid Geldrop-Mierlo Leegloopvoorziening gerealiseerde waterbergingen De waterbergende voorziening moet binnen 2 dagen weer beschikbaar zijn voor een volgende regenbui. Door de bergingsvoorziening in combinatie met de leegloopvoorziening slim te ontwerpen (inhoud, diameter knijpconstructie en hoogte knijpconstructie) kan er meer water worden geïnfiltreerd, waarbij het merendeel van de buien kan worden opgevangen en werkelijk een aanvulling op het grondwater is. Eventuele leegloop naar oppervlaktewater mag niet meer dan de landelijke afvoer van 1 l/s per hectare bedragen. Wanneer er een bui valt van meer dan T100 mag dit 2 l/s/ha zijn. Overloopvoorziening voor extreme situaties De gerealiseerde waterberging moet voorzien worden van een overloopvoorziening voor situaties waar er meer neerslag valt dan waarop de waterberging is ontworpen. Een overloopvoorziening kan bijvoorbeeld als een “omgekeerde kolk principe” worden uitgevoerd of een overstroompunt richting de openbare ruimte, maar ook een bladvanger of ontlastput kan als noodoverlaat dienen. De overloopvoorziening en de ontvangende ruimte waar het water naar toestroomt vanuit de overloopvoorziening moet zodanig ontworpen zijn, dat wateroverlast wordt beperkt. We gaan de dialoog aan met particulieren Sinds de extreme regenval in augustus 2020 zijn we actiever samen met het waterschap en onze inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers in gesprek gegaan over het klimaat. Met de klimaatstresstesten hebben we in 2021 de klimaatbestendigheid van onze gemeente in beeld gebracht en zijn in 2022 klimaatdialogen gehouden. We nemen samen met de waterschappen het initiatief om met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers in gesprek te komen en te blijven over klimaatbestendigheid. Aanleg en onderhoud duikers krijgt voldoende aandacht Om overlast door verstopte duikers te beperken is het belangrijk dat duikers in waterlopen goed worden aangelegd en worden onderhouden. De eigenaar (vergunninghouder/belanghebbende) is verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van duikers. Onderhoud van duikers heeft onvoldoende structurele aandacht gehad in de afgelopen periode. Hevige neerslag vraagt om een structurele aanpak zodat duikers die af moeten kunnen voeren dit ook doen. In de komende planperiode wordt een onderhoudsplan opgesteld voor de door de gemeente te onderhouden duikers. Het waterschap stelt via haar Keur regels ten aanzien van de aanleg van duikers in waterlopen. De gemeente vindt dat de aanleg van duikers maatwerk is, waarbij per locatie gekeken wordt wat acceptabel is, in overleg met initiatiefnemer maken we afspraken ten aanzien van aanleg en beheer en onderhoud. Toekomst bestendig onderhoud door waterschappen Slootonderhoud zorgt ervoor dat de waterstand en de waterkwaliteit op peil wordt gehouden. Regelmatig baggeren en maaien voorkomt dat beken en sloten dichtslibben en zorgt ervoor dat het water schoon en gezond blijft. Slootonderhoud voorkomt niet alleen droogte en wateroverlast, maar ook vissterfte en stankoverlast. Om A-watergangen in de regio Oost-Brabant veiliger en schoner te maken introduceert Waterschap Aa en Maas toekomstbestendig slootonderhoud. Het doel is de veiligheid vergroten, duurzamer onderhoud, verbetering van de waterkwaliteit en een eerlijke verdeling zodat iedereen evenveel merkt van het onderhoud. Waterschap de Dommel hanteert een zelfde wijze van beheer en onderhoud waarbij maatwerk op het onderhoudsregime mogelijk blijft. Als gemeente werken wij hier graag aan mee. Gebiedsgericht maatwerk Een belangrijke uitdaging bij het realiseren van opgaven op het gebied van water en klimaat is een gebiedsgerichte en integrale aanpak. Daar waar kansen worden gezien gaan we de samenwerking aan met gebiedspartners. 3.3.3Speerpunt 3: Grondwaterhuishouding in balans Het voorkomen van grondwaterproblemen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel particulieren, gemeente, waterschap en provincie. Door klimaatverandering, wijzigingen in ruimtegebruik en onttrekkingen van grondwater kunnen (potentiële) problemen zich vanzelf oplossen of juist verergeren. Binnen onze gemeente zijn de grondwaterstanden die worden gemeten redelijk gunstig en is de afgelopen jaren maar beperkt sprake geweest van grondwateroverlast. Echter op de hoger gelegen delen kan verdroging een probleem vormen terwijl op lager gelegen delen vernatting kan plaats vinden. Bovendien zijn er plekken die vragen om vernatting, zoals Sang en Goorkes en de Gijzenrooise Zegge. In alle gevallen is zorgvuldig handelen vereist om extreme verdroging of vernatting te voorkomen, vanwege de verschillen in de grondwaterhuishouding vergt dit lokaal maatwerk. Doel: we zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Mits doelmatig en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem. Ambitie: Het bodem- en watersysteem is leidend; functies dienen zich hierop aan te passen Een gezonde grondwaterhuishouding is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel particulieren, gemeente, waterschap en provincie. Samen streven we naar het voorkomen van verdroging en grondwateroverlast. De invloed van menselijke ingrepen op het grondwaterregime onderzoeken we vooraf, waarbij we de randvoorwaarden hanteren de natuurlijke situatie intact te laten. We beoordelen of we de zorgplicht grondwater naar behoren invullen en onze ambities voldoende waarmaken aan de hand van onderstaande prestatie beoordelingsgrondslagen: De meldingen met betrekking tot grondwateroverlast of grondwateronderlast worden periodiek vergeleken met eerdere meldingen en geanalyseerd op een significante toename. Ons meetnet geeft actuele en betrouwbare informatie om te kunnen beoordelen of er sprake is van grondwateroverlast. We houden bij ingrepen in de ondergrond aantoonbaar rekening met de mogelijke gevolgen hiervan op het verloop van de grondwaterstand. Gidsprincipes We hanteren de wettelijke voorkeursvolgorde voor het verwerken van grondwater. Eerst ophogen, dan pas draineren (is altijd maatwerk); Grondwater niet lozen op vuilwaterriool; Zo mogelijk hergebruiken of terugbrengen in de bodem. We houden bij het treffen van maatregelen rekening met de mogelijke effecten op de grondwaterhuishouding. Strategieën Bescherming tegen grondwateroverlast Inwoners en bedrijven zijn volgens de wet in eerste instantie op eigen terrein zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen tegen de nadelige gevolgen van grondwater. We verwachten van perceeleigenaren dan ook dat hun panden voldoen aan de geldende bouwregelgeving. Dit betekent in hoofdzaak dat de verblijfsruimten waterdicht zijn. De perceeleigenaar is als eerste aan zet om maatregelen te treffen bij grondwateroverlast. Als van perceeleigenaren niet kan worden verlangd dat zij op eigen terrein maatregelen treffen, zijn we als gemeente aan zet. In dat geval beoordelen we de situatie en treffen maatregelen in het openbaar gebied mits dit praktisch haalbaar en doelmatig is. Via een grondwatermeetnet houden we een vinger aan de pols met betrekking tot het ontwateringsniveau. Bij langdurige droogte kan het grondwater wegzakken. Bij langdurig natte perioden kan het grondwaterpeil stijgen. Er zal altijd sprake zijn van een bepaalde mate van fluctuatie. Met name als gevolg van klimaatverandering of grote ingrepen in het gebied kan het fluctuatiepatroon veranderen en mogelijk structurele grondwater onder- of overlast ontstaan. In geval van structureel nadelige onder- en overlast komen we mits dit doelmatig is als gemeente in actie. DEFINITIE STRUCTUREEL NADELIG De gemeentelijke taakopvatting ten aanzien van de begrippen structureel en nadelig vullen we als volgt in: Structureel regelmatig terugkerende of blijvende gebeurtenissen (geen incident) en een grondwaterstand ter plaatse van bebouwing/infrastructuur die minimaal vier aaneengesloten weken hoger is dan 70 cm onder maaiveld of hoger is dan in een lokaal waterhuishoudingsplan vastgelegd. Nadelig significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan; of chronische gezondheidsklachten; of schade aan gebouwen of infrastructuur. Grondwateroverlast voorkomen Bij ontwikkelingen zorgen we ervoor dat er geen structurele verandering van de grondwaterstand optreedt. Bestaande watersystemen worden zo min mogelijk verstoort en drainages worden zo min mogelijk toegepast. Enerzijds vanwege het behoud van bodemvocht voor natuurontwikkeling en voedselvoorziening en anderzijds om te voorkomen dat het risico op grondwateroverlast toeneemt. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling in of nabij deze gebieden plaatsvindt besteden we extra aandacht aan behoud van de grondwatervoorraad en het risico op verontreinigingen. Verdroging tegengaan Bij ontwikkelingen in stedelijk gebied gaan we verdroging tegen door hemelwater zoveel mogelijk vast te houden en te laten infiltreren door middel van klimaatbuffers waardoor we schade aan groenvoorzieningen en bomen voorkomen Vooral op de hoge zandgronden is sprake van verdroging en dat is het meest voelbaar in het buitengebied. Droge periodes zorgen voor negatieve effecten op natuur en landbouw. In het buitengebied gaan agrariërs en de waterschappen daarnaast verdroging tegen door het plaatsen van landbouwstuwtjes. In het klimaatbeleidsplan van de gemeente wordt hier verder op ingegaan. 3.3.4Speerpunt 4: Water als ordenend principe In het verleden was water vaak ondergeschikt aan ordenende principes als wegen, bebouwing en groen. Dit heeft geleid tot hoofdzakelijk ondergrondse en aan het zicht onttrokken voorzieningen. Met de toenemende druk op het watersysteem is de bovengrond steeds meer nodig voor de verwerking van overtollig hemelwater. Water en bodem wordt hierdoor nog belangrijker als mede ordenend principe. We werken toe naar vernieuwende deltabeslissingen voor een waterveilig land met voldoende zoetwater en een toekomstbestendige inrichting. Water en bodem worden sturend bij ruimtelijke planvorming. Om die reden worden waterschappen daarbij eerder betrokken en krijgt de watertoets een dwingender karakter. Ambitie: we gebruiken water als mede ordenend principe We streven ernaar om het watersysteem en de openbare ruimte in samenhang duurzaam in te richten. Ook passen we het landgebruik aan, zodat voor alle functies een geschikte en zo natuurlijk mogelijke waterhuishoudkundige conditie bestaat. We zorgen voor verankering in de Omgevingsvisie en hanteren onderstaande gidsprincipes: We beoordelen of we water als ordenend principe voldoende waarmaken aan de hand van onderstaande prestatie beoordelingsgrondslagen: In omgevingsplannen wordt vastgelegd hoe de waterhuishoudkundige situatie wordt geborgen en klimaatbestendig wordt ingericht. Gidsprincipes Eerst ‘t water de rest komt later. We maken ruimte voor water bij ontwikkelingen, zowel in de bebouwde kom als in het buitengebied. Nieuwe ontwikkelingen hebben geen nadelige gevolgen voor het watersysteem en dragen zo mogelijk bij aan een verbetering van watersysteem en waterketen. We ontwikkelen tenminste hydrologisch neutraal én hebben oog wat een ontwikkeling betekent voor het gebied buiten het directe plangebied. We communiceren uitgangspunten en verwachtingen m.b.t. de watertoets tijdig en goed naar initiatiefnemers, zodat zij vroegtijdig weten waar zij aan toe zijn en wij op tijd in gesprek zijn. Strategieën We zorgen dat we op tijd aan tafel zitten Binnen de gemeentelijke organisatie zorgen we ervoor dat onze watersysteemkennis ingezet wordt aan het begin van de planvormingsfase. Samen met onze collega’s bekijken we het gebied eerst vanuit de optiek van het water en de bodem en maken daarop een ontwerp (uitgaande van natuurlijke hoogteverschillen, voldoende ruimte voor water, etc.). In deze fase zijn er immers nog volop kansen om water als ordenend principe te hanteren. Afbeelding 12Ruimte voor water ingepast in de omgeving, met bestaande waterloop in combinatie met spelen Water waar passend verwerken op eigen terrein Bij het ordenen draait het niet alleen om de openbare ruimte, maar ook juist om wat er op het geheel van openbaar terrein en eigen ruimte gebeurt. We hebben als uitgangspunt dat grondwateroverlastproblemen in eerste instantie op eigen terrein voorkomen worden, zie paragraaf 3.3.
- Voor nieuwe ontwikkelingen is de drooglegging dan ook altijd een aandachtspunt. Ook stellen we eisen aan hoe op eigen terrein met hemelwater wordt omgegaan en wentelen we het niet af naar andere percelen. In stedelijk gebied willen we dat water ook wordt vast gehouden door onze inwoners. Om mensen te stimuleren regenwater vast te houden hebben we een afkoppelsubsidieregeling. Afbeelding 13Particuliere initiatieven voor ontstenen, vasthouden en hergebruik hemelwater Water vasthouden in het buitengebied In het buitengebied willen we vooral dat water langer wordt vast gehouden in de haarvaten. Ook nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied moeten hun hemelwater vasthouden. Door het water vast te houden in de haarvaten ontstaan minder grote afvoerpieken in de hoofdwaterlopen en daardoor indirect minder inundatie en minder beperkingen op afvoer. Tevens dragen we bij aan het tegengaan van verdroging en het voorkomen van natte voeten in gebouwd gebied. 3.3.5Speerpunt 5: Schoon, gezond en beleefbaar water Aan water kleven verhalen, water inspireert en water geeft rust. De behoefte aan schoon en gezond water zal er altijd zijn en blijven. We koesteren daarom ons water en gebruiken het om de leefbaarheid te verhogen. Ambitie: we dragen ons steentje bij aan een goede oppervlakte waterkwaliteit Water is een kenmerk van het landschap van de kleine Dommel door de gemeente. Dit water is goed bereikbaar en zichtbaar voor inwoners en recreanten. Al zijn we altijd ook alert om de natuur niet overal te storen. Wij dragen als gemeente bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Dit alles in lijn met de provinciale doelen. Daarbij hebben we oog voor de ecologie, de stoffen in het water én het vermijden van (nieuwe) gezondheidsrisico’s. Overstorten vanuit de riolering hebben, in verhouding met de landbouw op grote schaal, een vrij kleine invloed op de waterkwaliteit (lokaal kan het soms vervelend zijn). Toch proberen we door minder te verharden en het afkoppelen van verhard oppervlak minder frequent overstorten te hebben. Om het water zo optimaal mogelijk te kunnen beleven hanteren we onderstaande gidsprincipes: We beoordelen of we schoon, gezond en beleefbaar water waarmaken aan de hand van onderstaande prestatie beoordelingsgrondslagen: Samen met het waterschap vindt beoordeling van de oppervlaktewaterkwaliteit plaats, Het aantal signalen over waterkwaliteit vanuit de omgeving beperkt zich tot enkele meldingen per jaar. Gidsprincipes We scheiden schone en vuile waterstromen waar mogelijk. Herstel hydrologische condities van natuurgebieden, zodat de natuurdoelen kunnen worden gerealiseerd. We dragen bij aan herstel van beken en oevers. Geen (nieuwe) lozingen van schadelijke stoffen in bodem, grond- en oppervlaktewater. Terugdringen van de emissies vanuit riooloverstorten, indien de waterkwaliteit hier aanleiding voor geeft en de maatregel kosteneffectief is. Bij de inrichting en het beheer van wateren in stedelijk gebied zoeken we ruimte voor water en houden we rekening met het toekomstig gebruik. We maken water en natuur waar mogelijk toegankelijk voor de recreant. Strategieën We dragen bij aan de kwaliteit van het regionale watersysteem Als gemeente participeren we in de watersysteemherstelprojecten van Waterschap De Dommel en Waterschap Aa en Maas. Hoewel financiering niet vanuit het GRP plaats vindt dragen we daarmee wel bij aan het behalen van de volgens de Kaderrichtlijn Water afgeleide doelen en een water robuust watersysteem. Voor de gemeente bieden watersysteemherstelprojecten vooral kansen t.a.v. de ontwikkeling van een recreatief aantrekkelijk landschap. We hebben in onze participatie oog voor een optimale balans tussen de watersysteemdoelen én het gebruik van de omgeving. We nemen deel aan het regionale project “Dommeldal uit de verf 2.0”, waarbij we samen met gebiedspartners werk maken van de natuuropgaves binnen het Dommeldal, dat voor 2027 als Natuur Netwerk Brabant (NNB) moet zijn ingericht. Het verwerven van gronden heeft hier nog wel een hoge prioriteit om de natuuropgaves te behalen. Ook nemen we deel aan gebiedsteam Strabrecht, één van de GGA’s van de provincie Noord-Brabant rondom Natura 2000-gebieden, waar ook beide waterschappen in participeren. Dat biedt op termijn wellicht kansen voor een nieuwe aanpak voor de beekdalen. Om kansen in de toekomst te benutten is het goed om inzichtelijk te hebben welke opgaven er vanuit waterkwaliteit liggen. Een nadere toelichting op de wateropgaven die vanuit het regionale watersysteem binnen onze gemeente aanwezig zijn is te vinden in bijlage B
- We streven integrale oplossingen na Bij hydrologische afwegingen hebben we oog voor waterkwaliteitsproblemen en streven naar de beste maatschappelijke oplossing. Zo kunnen we bijvoorbeeld gericht de waterafvoer van specifieke watergangen stimuleren met het oog op doorstroming en het voorkomen van stank. We gaan stapsgewijs te werk bij de aanpak van waterkwaliteitsproblemen in gebouwd gebied Binnen Geldrop-Mierlo zijn geen waterkwaliteitsproblemen bekend en is de waterkwaliteit van de geïsoleerde oppervlaktewateren bovengemiddeld goed. Echter met de steeds warmer wordende zomers en droogte perioden is er wel een risico voor waterkwaliteitsproblemen. Wanneer er in de toekomst sprake is van terugkerende waterkwaliteitsproblemen (denk aan blauwalg of botulisme), bepalen we via gerichte analyses hoe we structureel verbetering kunnen bereiken. We besluiten daarna of we dit uitvoeren. Bepaalde mate van risico’s accepteren we. Bijvoorbeeld incidentele vorming van algen kunnen we niet volledig uitsluiten. Waterkwaliteitsproblemen zijn vooral te verwachting bij geïsoleerde wateren. Binnen onze gemeente gaat het met name om het zwemwater ter plaatse van vakantiepark Wolfsven (particulier eigendom), de drie (vis)vijvers van De Smelen bij recreatiepark Genoenhuis aan de zuidzijde van Geldrop, en de watergang om het appartementencomplex de DonJon. Hoewel de waterkwaliteit van stadswateren momenteel niet wordt gemonitord reageren we wel op signalen vanuit de omgeving. We nemen daar waar het ons water betreft onze verantwoordelijkheid en betrekken het waterschap om samen tot structurele verbeteringen te komen. We betrekken onze inwoners en gebruikers bij het behoud van schoon water We informeren onze inwoners en gebruikers hoe we de waterkwaliteit goed kunnen houden en wat ze zelf kunnen doen. Dit doen we door aan te sluiten bij landelijk beschikbare informatie via o.a. stichting Rioned. Zo wijzen we hen op de kwetsbaarheid van gescheiden riolering ten aanzien van autowassen, foutaansluitingen, lozing van olie etc. We verwachten dat onze inwoners en gebruikers een bijdrage leveren door hemel- en grondwater zoveel mogelijk schoon te houden, niet uitlogende materialen te gebruiken, zich te houden aan de teelt,- spuit,- en mestvrije zones nabij waterlopen en waar mogelijk waterzuiverende voorzieningen aan te leggen. We zijn trots op onze watersystemen en natte gebieden Als Geldrop-Mierlo zijn we trots op Sang en Goorkens en heeft de raad aangegeven geen ontwikkeling van woningbouw te willen in de omgeving van Sang en Goorkens om het karakter en de natuurwaarden in het gebied te beschermen. Ook dringt de raad aan om extra maatregelen om te voorkomen dat fietsers en brommers in het gebied kunnen komen. Vernattingsproject Sang en Goorkens is momenteel volledig afhankelijk van het verwerven van gronden waardoor het project dat Waterschap Aa en Maas trekt moeizaam verloopt. Enkele percelen die Waterschap Aa en Maas en Staatsbosbeheer in eigendom worden komende periode al wel ingericht. Daarnaast ligt ook de Kleine Dommel in onze gemeente, welke we koesteren en die we beleefbaarder willen maken door o.a. de aanleg van Dommelbeemden met natuurontwikkelingen en een nieuw recreatief fietspad. Ook in het centrum willen de gemeente de Kleine Dommel meer zichtbaar maken, maar is er veel druk vanuit het centrum met wensen voor woningbouw en parkeerdruk. Hier zoeken we naar een goede balans. Tenslotte hebben we ook nog de Gijzenrooisezegge aan de westkant van Geldrop. We zijn een gebiedsproces gestart om te kijken of het agrarische gebied ten zuiden ervan (wat grotendeels in eigendom is van de gemeente) natuurinclusiever kan worden ingericht als een waardevol kleinschalige agrarische landschap, waar ook elementen van het middeleeuwse watersysteem, zoals vloeiweiden, op termijn teruggebracht kunnen worden. 3.3.6Speerpunt 6: Samen werken aan water Er ligt voor een slordige €200 miljoen aan gemeentelijke infrastructuur (riolering, persleidingen, drukriool en bergingen) onder de grond om droge voeten en schoon water te houden. De waarde hiervan, de impact bij falen en de veelheid van functies die het watersysteem vraagt, rechtvaardigt een integrale aanpak. Ook hier is het de kunst om een gezonde balans te vinden tussen het zo goed mogelijk uitvoeren van de watertaken, het realiseren van ambities, om te gaan met risico’s en een betaalbare rioolheffing. Doel: we streven samen met partners een doelmatige waterketen en watersysteem na Door onze professionele inzet en het samenwerken met de omliggende gemeenten en de waterschappen krijgen we meer grip op het systeem waardoor we nog beter in staat zijn om tijdig en effectief in te grijpen. We krijgen hierdoor de handen vrij om meer proactief te handelen en waarden te optimaliseren binnen de waterketen en de leefomgeving. Ambitie: we benutten ingrepen in de boven- en ondergrond om tevens de leefomgeving te verbeteren We accepteren risico’s, maar zorgen voor beheersbaarheid en voorspelbaarheid. Dat betekent dat we vanwege verschil in omstandigheden en risico’s bewust differentiëren in beheer en onderhoud. Het accepteren van risico’s, betekent ook dat we accepteren dat het fout kan gaan, bijvoorbeeld een wegverzakking door een ingestort riool. We doen minder waar het kan en meer waar het moet. Hierbij houden we oog voor de algemene doelen waarvoor de riolering ooit is aangelegd, namelijk volksgezondheid en veiligheid. We zoeken de speelruimte met name op het vlak van comfort, milieu en belevingswaarde. We werken intensief samen met de andere gemeenten in de het klimaatportaal Zuidoost-Brabant en de Brabantse Peel, Brabant Water, waterschap de Dommel en Waterschap Aa en Maas aan een toekomstbestendig systeem mét een actieve rol voor de inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. We beoordelen de mate van professionaliteit en samenwerking aan de hand van onderstaande prestatie beoordelingsgrondslagen: Er vallen geen gaten in de weg ter plaatse van hoofdontsluitingswegen of belangrijke (afvalwater)transportroutes als gevolg van schades aan het hoofdriool. Er ontstaat geen structurele achterstand in de werkvoorraad als gevolg van personele wisselingen of uitval van personeel. Het samenwerkingsplatform wordt actief benut. We hanteren bij het invulling geven aan de wettelijke zorgplicht en onze ambities onderstaande gidsprincipes: Gidsprincipes We behouden of vergroten de kwaliteit van de uitvoering van watertaken (ook met het oog op de toekomstige opgaven). We nemen geen onaanvaardbare risico’s als het gaat om volksgezondheid en veiligheid. We streven naar kostenefficiëntie en doelmatigheid. We streven naar regionale samenwerking om de personele kwetsbaarheid te verminderen. We sturen op waarden. Op locaties met een hoog risico op waardeverlies onderhouden we eerder preventief dan op locaties met geringe gevolgen (risico gestuurd beheer). We streven naar uniformering om de personele kwetsbaarheid te verminderen. We behouden of vergroten de kwaliteit (ook met het oog op de toekomstige opgaven). We verminderen de kosten (of buigen de verwachte meerkosten af). Strategieën We besparen kosten door waar mogelijk te relinen Als vervanging of renovatie van riolen noodzakelijk is maken we een afweging wat de meest optimale maatregel is. Waar geen verbeteringsmaatregel nodig of mogelijk is, overwegen we om relining toe te passen. Met relining hebben we in de regio inmiddels voldoende ervaring opgedaan om deze op grotere schaal in te zetten als nagenoeg gelijkwaardig alternatief voor rioolvervanging. Het voordeel van relining is dat de weg in tact blijft. Ook de reparatietechnieken worden steeds beter en geavanceerder. Het in tact laten van de weg, betekent ook dat er geen herinrichting plaats vindt, geen hemelwater wordt afgekoppeld en dus ook geen verbetering van de leefomgeving plaats vindt. We controleren de toestand van de riolering periodiek In de huidige benadering houden we ter bepaling van de restlevensduur een vinger aan de pols via rioolinspecties. We voeren de inspectiefrequentie op naarmate de riolering meer op leeftijd komt. We zoeken de optimale balans tussen de faalkans van het object/systeem en de beheer- en onderhoudskosten. Ter plaatse van hoofdtransportroutes van afvalwater of ontsluitingswegen nemen we minder risico. Op andere locaties accepteren we juist een hoger risico. Afbeelding 14Uitvoering van rioolreiniging We verdelen de specialismen en stroomlijnen de informatie Binnen het klimaatportaal Zuidoost-Brabant is veel kennis en ervaring aanwezig. Door specialismen onderling goed te verdelen komen we tegemoet aan het risico op kwaliteitsvermindering. Een deel van de specialistische taken, zoals databeheer rondom meten en monitoren is al ondergebracht bij Waterschap de Dommel. Bepaalde taken, zoals systeemanalyses en interpretatie van monitoring voeren we samen met Waterschap de Dommel uit. We streven naar een optimale uitwisseling van de kennis, kunde en ervaring binnen het samenwerkingsverband (en daarbuiten). Dit leidt tot een kosteneffectieve professionalisering. Revisie Aanpassingen in ons rioolstelsel voeren we consequent door in ons beheersysteem en in de rioleringsmodellen. Dit doen we nadat revisietekeningen en inspecties zijn ontvangen en beoordeeld. Door personeelswisselingen is kennis verloren gegaan over het beheersysteem. Beheersystemen worden steeds uitgebreider waardoor veel specialistische kennis nodig is om revisies te verwerken. Door dit uit te besteden aan specialisten voorkomen we achterstanden en wordt het beheersysteem kwalitatief gevuld en niet kwantitatief. De nabije toekomst wordt dat data-uitwisseling onafhankelijk van applicaties plaats gaat vinden. Dit voorkomt conversies met de daarbij horende conversieverliezen. Stichting RIONED is hierbij de trekker middels het Gegevenswoordenboek Stedelijk Water (GWSW). Concreet betekent dit dat we onze data periodiek naar de GWSW-server van Stichting RIONED uploaden en dat applicaties straks via deze server data uitwisselen. Denk aan stamgegevens, maar ook aan inspectiegegevens. Tevens zijn er exportmogelijkheden via GWSW-Hyd, het uitwisselformaat voor hydraulische berekeningen. Dan hoeven revisies alleen nog maar in de beheerdata te worden gemuteerd en kunnen rekenbestanden met deze uitwisseling up-to-date worden gemaakt. Voorwaarde is wel dat in het beheersysteem riool- en randvoorzieningen op de juiste manier gemodelleerd zijn (compartimenten) en dat het totale verhard oppervlak inclusief waar dit op is aangesloten op kaarten wordt bijgehouden. Onze data gaan we GWSW bestendig maken. We stimuleren een duurzame omgang met water We houden inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers actief op de hoogte van ontwikkelingen op watergebied. Voor veel voorkomende vragen zorgen wij dat informatie beschikbaar is op de gemeentelijke website. We stimuleren de aanleg van groene daken en watertuinen met gebruikmaking van o.a. landelijke publicaties van Stichting RIONED. Er is ook een stimuleringsregeling zodat meer inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers van Geldrop-Mierlo in beweging komen om hemelwater af te koppelen of een groen dak te realiseren. Naast de gemeentelijke subsidie zijn er ook mogelijkheden om subsidie te verkrijgen bij de waterschappen. Van beide regelingen kan tegelijk gebruik worden gemaakt. Goede voorbeelden delen we ter inspiratie met onze inwoners. We werken samen bij uitvoeringsprojecten We streven er naar binnen het klimaatportaal Zuidoost-Brabant onderhoudsprojecten samen uit voeren. Hierdoor verminderen we de kwetsbaarheid. Daar waar mogelijk wordt ook samenwerking gezocht met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. 4UITVOERINGSPROGRAMMA RIOLERING EN WATER In het uitvoeringsprogramma zijn activiteiten opgenomen, die deze planperiode ondernomen gaan worden, om in te spelen op de huidige en toekomstige ontwikkelingen ten aanzien van water en riolering. Deze activiteiten zijn onderverdeeld in de categorieën regionale samenwerking, exploitatielasten, vervangingen, operationele investeringen. 4.1Regionaal uitvoeringsprogramma Regionaal wordt in het klimaatportaal Zuidoost-Brabant samengewerkt in de waterketen. De aanleiding voor deze samenwerking komt uit het bestuursakkoord Water (BAW) van 2011 waarbij kostenbesparing, kwaliteitswinst behalen en kwetsbaarheid verminderen in de waterketen belangrijk doelen waren. Dit zijn vandaag de dag nog steeds actuele doelen waar we samen aanwerken. Door de komst van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) uit 2018 zijn een aantal extra doelen toegevoegd. Tabel 4Doelen Klimaatportaal Zuidoost-Brabant BAW doelen DPRA doelen Kostenbeheersing Kwetsbaarheid in beeld brengen kwaliteitsverbetering Risicodialoog voeren en strategie op stellen Beperking personele kwetsbaarheid Stimuleren en faciliteren Meekoppelkansen benutten Uitvoeringsagenda opstellen Reguleren en borgen Handelen bij calamiteiten Binnen het klimaatportaal Zuidoost-Brabant wordt ieder jaar een jaarplan opgesteld van projecten die gezamenlijk worden opgepakt door de deelnemende gemeenten en het waterschap. Onder het Klimaatportaal zijn twee werkgroepen opgericht. Het eerste deel betreft de BAW-groep (Bestuursakkoord Water), die zich richt op de waterketen en de afstemming tussen waterketen en watersysteem. Het tweede deel betreft de DPRA-groep (Delta Programma Ruimtelijk Adaptatie) met een focus op klimaatadaptatie. 4.2Gemeentelijk uitvoeringsprogramma Het gemeentelijk uitvoeringsprogramma bestaat uit reguliere taken die binnen de exploitatie vallen, instandhouding en vervanging van bestaande voorzieningen en projecten (operationele investeringen). In het voorgaande hoofdstuk is uitvoerig ingegaan op de strategieën en daarmee ook al grotendeels wat we aan reguliere zaken doen. In dit hoofdstuk worden met name de projecten geconcretiseerd in de tijd. 4.2.1Exploitatielasten De jaarlijkse terugkerende zaken zijn opgenomen binnen de exploitatielasten. Het gaat dan voornamelijk over onderhoudskosten voor alle aanwezige voorzieningen (zie bijlage B3) voor het areaal) en personele uren. Ook zijn bijkomende activiteiten en kosten van bijvoorbeeld energieverbruik, softwarekosten, datacommunicatie, lidmaatschappen en communicatiemiddelen in de exploitatielasten opgenomen. In bijlage B9.2 is een overzicht van de exploitatiekosten weergegeven en in deze paragraaf worden de belangrijkste punten toegelicht. Onderhoudsbestekken Alle objecten van de riolering worden onderhouden om ervoor te zorgen dat ze goed blijven functioneren. Qua onderhoudsfrequenties wijken we niet af van het voorgaande GRP. In Tabel 5 zijn de onderhoudsfrequenties per rioleringsobject weergegeven. Het onderhoudswerk wordt veelal in de vorm van een 3 of 5 jarig onderhoudscontract aanbesteed. In de komende jaren gaan we inzetten op een intensiever toezicht bij de uitvoering van het onderhoudswerk. Tabel 5Overzicht onderhoudsfrequenties Object Onderhoud Frequentie Vrijvervalriolen Reiniging 1x per 10 jaar Inspectie 1x per 10 jaar Reparaties n.a.v. inspecties Kolken Legen 2x per jaar Straatvegen Vegen afhankelijk van locatie Gemalen Reiniging 2x per jaar Inspectie 2x per jaar Reparatie n.a.v. inspecties Drukriolering Reiniging 1x per 5 jaar Inspectie 1x per 5 jaar Reparatie n.a.v. inspecties Pers- en drukleidingen Reiniging bij aanleiding Inspectie bij aanleiding Reparatie bij aanleiding Randvoorzieningen Reiniging 2x per jaar Inspectie 2x per jaar Reparatie bij aanleiding Drainage Onderhoud op basis van onderhoudsplan Actualiseren database Goede en actuele gegevens vormen een basis voor veel keuzes in het rioleringsbeheer. We besteden veel aandacht aan het bijhouden van onze gegevens en dat willen we blijven doen. In de afgelopen jaren is de achterstand in gegevens verwerking deels weggewerkt. Maar omdat het rioolstelsel vrijwel dagelijks wijzigt blijft dit een belangrijk aandachtspunt. Grondwatertaken We hebben een grondwatermeetnet voor actuele gegevens over de grondwaterstanden. We analyseren de grondwatermeetdata om inzicht te krijgen in grondwaterfluctuaties. Hierbij werken wij nauw samen met het Waterschap de Dommel, Brabant Water en een commerciële partij. De grondwatermeetgegevens worden in de komende jaren openbaar toegankelijk via het BROloket. Hemelwaterverordening In een hemelwaterverordening worden regels gesteld aan het lozen van hemel- en grondwater. Hierin staan bijvoorbeeld voorwaarden voor nieuwbouw en grondige verbouwingen in relatie tot het aanbieden van hemelwater. Het is een zinvol instrument bij de bestrijding van wateroverlast. Aan de invoering zitten wel de nodige haken en ogen. Een eerder teruggetrokken voorstel zal in 2023 in herziene vorm opnieuw worden voorgelegd. Rioned De Stichting RIONED is dé nationale kennisbank voor de rioleringszorg. Wij zijn begunstiger van deze stichting omdat de kennis vanuit die de stichting op doet in ons dagelijkse werk wordt benut. Deze stichting is voor ons onmisbaar. Voor de plan periode van dit vGRP voorzien wij de volgende onderzoeken: Optimalisatie beheer wadi’s en waterbergingsvoorzieningen. Onderzoek naar uitbesteden van het gemalenbeheer. 4.2.2Vervangingen Bij rioolvervangingen proberen we zoveel mogelijk de openbare terreinen af te koppelen van het gemengde stelsel. Bij verbouw of reconstructie wordt per situatie bekeken of er schoon verhard oppervlak van het gemengde stelsel kan worden afgekoppeld en op andere wijze kan worden verwerkt (zoals infiltratie of afvoer naar oppervlaktewater). Vervanging van rioolbuizen is noodzakelijk om het functioneren van de riolering in stand te houden. Na verloop van tijd gaat de sterkte van rioolbuizen achteruit, bijvoorbeeld door scheuren of aantasting van de binnenwand. De riolen worden dan vervangen of relined. Dit is altijd maatwerk per geval. Wij wegen vooraf of een reconstructie van een hele straat meegenomen kan worden. Planning vervangingen periode 2023-2027 Tabel 6 geeft een overzicht van de vervangingsprojecten die we hebben gepland voor de periode 2023-
- Deze planning is ons vertrekpunt voor de komende jaren. Waar mogelijk pakken we deze projecten integraal op met andere vakgebieden binnen de gemeente. Samen zorgen we voor een goede planning van projecten en werkzaamheden, waarbij onderstaand projectenoverzicht het startpunt is voor de inbreng vanuit riolering. De planning is gebaseerd op de actuele kwaliteit van de rioleringen. Deze kwaliteit is vastgesteld met inwendige inspecties van de riolen. In de praktijk blijkt dat er gedurende de planperiode wel iets geschoven kan worden in de planning. Afbeelding 15 Vervanging van riolering Anders dan bij voorgaande GRP's is bij het opstellen van de vervangingsplanning gebruik gemaakt van een rekenmodel waarin de kwaliteit van de leidingen in relatie tot de leeftijd wordt gewogen. Een "oude" buis, in goede staat, kan waarschijnlijk nog lang mee in tegenstelling tot een relatief jonge buis die nu al veel scheuren of aantasting vertoont. Hier betaalt ons intensieve inspectieprogramma zich uit. Wij hebben in de afgelopen jaren vele video-inspecties in het stelsel uitgevoerd. Door analyse van het kwaliteitsverloop over de jaren kan tegenwoordig een betrouwbare inschatting worden gemaakt van de restlevensduur van de leidingen. De piek aan vervangingen die wij vreesden voor de komende 15 jaar wordt daardoor afgevlakt. Zoals elders in dit rapport is aangegeven zullen we bij elke rioolvervanging een integrale afweging maken met andere disciplines. Indien enigszins mogelijk laten we bovengrondse ruimtelijke ingrepen meeliften. Dit is altijd maatwerk per geval waarbij aanvullende middelen vrij gemaakt moeten worden voor die extra werkzaamheden. Tabel 6Overzicht vervangingen in de planperiode straatnaam 2023 2024 2025 2026 2027 Totaal Lengte (m) (m) (m) (m) (m) Adelaartlaan 648 648 Akert 12 12 Aragorn 364 364 Baljuwstraat 196 196 Berkenhof 41 41 Bogardeind 1 44 46 Bosrand 203 203 Burgemeester Verheugtstraat 396 396 Deelenstraat 123 123 Elendil 44 44 Elros 40 40 Elsbroekpad 89 89 Gersteland 139 139 Gildestraat 26 26 Goorstraat 941 941 Hazelaar 27 27 Heibeekstraat 24 24 Herdersveld 27 27 Hertogenlaan 5 195 37 237 Hofmeierstraat 209 209 Hoog Geldrop 1023 1023 Industrieweg 85 85 John Davisstraat 57 57 Kerkakkers 606 606 Korenland 75 47 123 Laan der vier heemskinde 67 30 97 Lisdodde 40 40 Losweg 423 423 Maarten Trompstraat 49 49 Mierloseweg 7 7 Mispelaar 73 73 Molenakker 30 30 Morgenland 19 19 Nijverheidsweg 10 10 P.J.Zweegersplein 66 66 Parallelweg 19 19 Poorterstraat 171 171 Raamveld 52 52 Ros Beiaard 41 15 55 Schepenenstraat 48 48 Sint Jozefplein 78 23 101 Sluisstraat 10 10 Suijlke 34 38 72 Tarweland 73 73 Ter Borghstraat 164 164 Torenakker 158 158 Tournooiveld 25 25 Vasco da Gamastraat 140 140 Vesperstraat 246 246 Vespuccistraat 34 34 Waleweinlaan 32 32 Wersakker 33 33 Wielewaal 106 106 Wilhelminastraat 199 199 Willem Barentszweg 36 36 Winkelcentrum Coevering 130 130 Ziggenstraat 52 52 Zomerland 57 151 48 255 Zonnedauw 42 42 Eindtotaal 932 2492 2376 1070 1919 8790 4.2.3Operationele investeringen (projecten) Doel van deze nieuwe investeringen is het garanderen van goed werkend stelsel voor de afvoer van hemel- en afvalwater. In 2021 hebben we een groot pakket aan maatregelen vastgesteld voor aanpak van wateroverlast. Dit pakket zal medio 2024 vrijwel geheel zijn uitgevoerd. In ons Klimaatbeleid zijn meerdere voorstellen voorgesteld voor de verdere aanpak van de effecten van de klimaatontwikkelingen. Voor zover deze maatregelen gerelateerd zijn aan de gemeentelijke watertaken en rioleringszorg kunnen zij worden bekostigd vanuit het vGRP. Voor deze maatregelen wordt tot en met 2027 in totaal een bedrag van 2 miljoen euro gereserveerd. Voor de periode na 2027 zal de financiering van de maatregelen te zijner tijd opnieuw worden bekeken. Basisrioleringsplan en Blauwe Aderplan In 2021 hebben we 2 technische analyses van ons riool- en watersysteem laten uitvoeren, te weten een Basisrioleringsplan en een Blauwe Aderenplan. Het basisrioleringsplan is een hydraulische toetsing van het stelsel aan de actuele omstandigheden. Daarnaast hebben we een Blauwe Aderplan opgesteld. Dit is een lange termijn visie over het omgaan met hemelwater en ook een plan op hoofdlijnen voor de aanleg van aan een gesloten hemelwatersystemen. Beide plannen zijn in de komende jaren de leidraad bij het ontwerp van rioolrenovaties en bij de aanpak van de regenwateroverlast. Beide analyses beperken zich tot de werking van het ondergrondse rioolstelsel. Daar waar het ondergrondse stelsel onvoldoende afvoercapaciteit heeft, ontstaan waterproblemen op maaiveldniveau. De kwetsbaarheden op dat niveau zijn zichtbaar gemaakt in de Klimaatstresstesten die we afgelopen najaar hebben gepresenteerd. In de analyses van beide plannen worden ook oplossingen op hoofdlijnen geschetst. Voor de ontwerpers is dit de basis van alle ontwerpen bij het vervangen van bijvoorbeeld verouderde riolen. De kosten voor de verbetermaatregelen worden gedeeltelijk opgevangen in de bestaande vervangingsbudgetten. Voor de komende 5 jaar is daarbij een bedrag van 3,5 miljoen opgenomen voor realisatie van verbeteringsmaatregelen uit het Blauwe Aderplan en basisrioleringsplan. Daarnaast nog 1 miljoen euro ter ondersteuning van maatregelen die voortvloeien uit het klimaatbeleidsplan. Tabel 7Samenvatting maatregelen Blauwe Aderenplan Tabel 8Samenvatting maatregelen BRP 5BENODIGDE MIDDELEN RIOLERING EN WATER 5.1Inleiding Voor het beheer van het stedelijk watersysteem zijn goede mensen en financiële middelen nodig. In de aankomende planperiode geven we hieraan gemiddeld €4,5 miljoen per jaar uit. Geld dat inwoners en bedrijven via de rioolheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde personele en financiële middelen om invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer in Geldrop-Mierlo. Van belang is de stand van zaken op korte en middellange termijn (5 tot 25 jaar) maar in het kostendekkingsplan maken we ook een doorkijk gelijk aan de technische levensduurverwachting van een gemiddeld vrijvervalriool in onze gemeente; deze bedraagt 75 jaar. 5.2Analyse personele middelen Om de beschreven rioleringstaken goed te kunnen uitvoeren, hebben we personeel nodig. Alle voor het riolerings- en waterbeheer benodigde activiteiten zijn vertaald naar takenpakketten (kernfuncties) die door personen moeten worden ingevuld. In de Kennisbank van Stichting RIONED zijn modellen opgenomen om de benodigde formatie op gemeentelijke watertaken te kunnen bepalen. Deze modellen zijn afhankelijk van de mate van uitbesteding en de omvang van de gemeente. In de Kennisbank worden de volgende taken onderscheiden: Planvorming Onderzoek Onderhoud van het areaal Maatregelen en investeringen Facilitair De uitkomst van de modellen geeft een situatie waarbij de gemeente zoveel als mogelijk in eigen hand houdt en een situatie waarbij de gemeente maximaal uitbesteed. Door de werkelijke uitbesteding aan te geven, krijgen we inzicht in de benodigde formatie. In onze situatie zijn wij uitgegaan van de maximaal mogelijke uitbesteding (volledige regiegemeente). Uit de berekening volgt dat wij een formatie van 5,7 fte nodig hebben om alle gemeentelijke watertaken te kunnen uitvoeren. Zie Tabel 9 voor de uitkomsten van de berekening. Tabel 9Samenvatting berekende tijdsbesteding Activiteit Tijdsbe