In het kort
Deze regeling stelt regels vast over de huisvesting van zeevarenden aan boord van schepen en behandelt enkele andere onderwerpen, ter uitvoering van het Maritiem Arbeidsverdrag, 2006.
Wat het reguleert
- De huisvesting en voorzieningen voor zeevarenden aan boord.
- De procedures en documenten voor het aanmonsteren van zeevarenden.
- Definities van verschillende scheepstypes en functies aan boord.
- Uitzonderingen voor bepaalde scheepscategorieën en personen die niet als zeevarenden worden aangemerkt.
Wie het betreft
- Zeevarenden die werkzaam zijn aan boord van schepen.
- Scheepsbeheerders en eigenaren van diverse scheepstypes.
Kernpunten
- Verblijven voor zeevarenden moeten voldoen aan specifieke normen van het Maritiem Arbeidsverdrag, zoals die voor stahoogte, isolatie, materialen, verlichting, waterafvoer, airconditioning en verwarming.
- Bepaalde personen, zoals passagiers, familieleden zonder werkzaamheden, militairen, inspecteurs, loodsen, en personen die alleen in een haven aan boord zijn, worden niet als zeevarenden aangemerkt.
- Paragraaf 3 over huisvesting is niet van toepassing op schepen waarvan de kiel is gelegd voor de inwerkingtreding van artikel XII van de wet van 6 juli 2011, vissersvaartuigen en schepen die traditionele vaardigheden bevorderen, tenzij anders bepaald.
- Schepen van minder dan 500 GT zijn onder bepaalde voorwaarden uitgezonderd van de artikelen 3.3 tot en met 3.7 betreffende huisvesting, indien zeevarenden ten hoogste 13 uur per etmaal en 84 uur per 7 dagen aan boord verblijven en er voldoende zitplaatsen en sanitaire voorzieningen zijn.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.