Uitvoeringsprogramma VTH 2023 en Jaarverslag VTH 2022Het college besluit: Het Uitvoeringsprogramma VTH 2023 en Jaarverslag VTH 2022 vast te stellen met hierin opgenomen top-10 handhavingsprioriteiten voor 2023 Aanpak jeugdoverlast Alcoholwet / Horecanacht Evenementen Parkeren Slopen met asbest Toezicht op sociale veiligheid (waaronder ondermijning) Milieu / Energie bij bedrijven Huishoudelijk afval Bescherming van groen en ecologie: Buitengebied, parken en groencompensatie Brand- en constructieve veiligheid bestaande bouw, Brandveilig gebruik en brandveiligheid stallen De Dienstverleningsovereenkomst 2023 RUD Utrecht aan te gaan Het VTH Uitvoeringsbeleid 2019-2022 te verlengen tot 1 januari 2024 De RIB ‘Uitvoeringsprogramma VTH 2023’ vast te stellen Samenvatting In het bijlagenboek bij dit programma zijn in het indicatoren overzicht de belangrijkste gegevens terug te vinden over de behaalde resultaten van het afgelopen jaar. Deze gegevens zijn gebruikt om de doelbereiking te scoren (zie hoofdstuk 3), de prioriteitstelling aan te passen (hoofdstuk 5) en verder verwerkt in de productbladen (bijlage 3) voor het aanpassen van de doelstellingen. Hieronder per thema de belangrijkste conclusies uit het indicatoren overzicht gecombineerd met de kwalitatieve analyse van de collega’s / experts gevolgd door de top 10 prioriteiten en de nieuwe doelstellingen. Vergunningverlening Wabo en brandveiligheid Het aantal aanvragen om Omgevingsvergunningen is ten opzichte van 2020 en 2021 stabiel gebleven na een sterke stijging van 21% in 2019 en 2020. Exacte aantallen staan vermeld in het bijlageboek. Ook specifiek voor de activiteit bouwen is het aantal aanvragen stabiel rond de 1200 per jaar. Het aantal van rechtswege verleende vergunningen is net niet binnen de doelstelling van 0.03% Het aantal aanvragen kapvergunningen is stabiel op 500 per jaar. De uniforme bouwkostenberekening is noodzakelijk voor transparantie en rechtsgelijkheid. Structurele toepassing van de Wnb ontheffing Flora en Fauna voor bouwen en slopen is gewenst. Het is wenselijk om beleid op te stellen voor airco’s en buitenunits Het aantal bouwstops en constructieve afkeuringen geeft nut van werkzaamheden aan en moet beter geregistreerd worden. Toetsing en toezicht op brandveiligheidsaspecten is op niveau Vergunningverlening APV en Bijzonder wetten Het aantal meldingen / evenementen / vergunningen is na de coronajaren weer terug op niveau. In contact met niet professionele aanvragers van evenementen is de meeste winst te behalen. Het ontwikkelen van een toetsingskader Wet natuurbescherming voor evenementen is gewenst. Toezicht en handhaving Wabo, APV en bijzondere wetten 95% van de juridische inzet komt voort uit handhavingsverzoeken ten aanzien van erfafscheidingen, te hoog bouwen, gebruik van gronden en kamerverhuur. Het aantal meldingen over houtrook is gestegen. Verklaring is de deelname aan stookwijzer.nu en toegenomen houtstook door hoge gasprijzen. Het aantal meldingen over jeugdoverlast is 23% gedaald. Dit is te verklaren door de afname van corona gerelateerde meldingen. Jongerennetwerken zijn in beeld, maar fluïde. Daar is de aanpak ook op gericht. Bij evenementen nemen de klachten in aantal en vasthoudendheid toe. Na 2 rustige coronajaren kan overlast heviger worden ervaren. Dit krijgt een sneeuwbaleffect op social media. Parkeeroverlast is nog steeds de meest ervaren (gemelde) overlast. Zowel auto’s als fietsen. 1 op de 4 klachten betreft parkeren. Toezicht op asbest naar aanleiding van asbestmeldingen is geïntensiveerd. Voor 2023 zetten we hier ook meer middelen op in. Het aantal meldingen per categorie is lastig te vergelijken omdat er met een nieuwe meer verfijnde categorie-indeling is gewerkt. Bezwaar en beroep In 2021 zagen we sterke stijging van de (deels) gegronde bezwaren en beroepen. Deze stijging is grotendeels te wijten aan een paar clusters van bezwaren voor zowel bouwen als kappen. Naar aanleiding van bezwaren is een andere weging gemaakt. Het percentage (deels) gegronde bezwaren en beroepen is in 2022 weer afgenomen van 28.2% naar 19.6%. We leren dat bij besluiten waarbij afgeweken wordt van het bestemmingsplan de motivatie beter opgenomen moet worden in de vergunning. Ook zouden we in de vergunning al mee moeten nemen wat er met reacties voor de bezwaarfase is gedaan en hoe deze zijn gewogen. Top 10 prioriteiten De top-10 prioriteiten waar we concrete doelstellingen op geformuleerd hebben is, in willekeurige volgorde, als volgt: Aanpak jeugdoverlast Alcoholwet / Horecanacht Evenementen Parkeren Slopen met asbest Toezicht op sociale veiligheid (waaronder ondermijning) Milieu / Energie bij bedrijven Huishoudelijk afval Bescherming van groen en ecologie: Buitengebied, parken en groencompensatie Brand- en constructieve veiligheid bestaande bouw, Brandveilig gebruik en brandveiligheid stallen Nieuwe doelstellingen en acties: De provinciale ontheffing Wnb doorvoeren bij alle relevante Omgevingsvergunningen voor bouwen en slopen. Een werkwijze ontwikkelen voor het voldoen aan de Wet natuurbescherming bij evenementen en deze toepassen. Alle relevante Omgevingsvergunningen voor nieuwbouw, transformatie en wijzigen van gebruik laten adviseren op stikstof depositie op Natura 2000 gebieden Het inzetten van groene boa’s binnen ons boa-corps. Het invoeren van een uniforme en transparante bouwkostenberekening ten behoeve van het vaststellen van de leges. Het afronden van de werkinstructies BENG, MPG, Leidraad duurzaam bouwen en grootschalige renovaties. Alle casemanagers worden getraind op de nieuwe regels voor vergunningsvrij bouwen Alle collega’s worden getraind op werken onder de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. Alle werkprocessen worden aanpast aan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Omgevingswet en aangepast in de applicatie. Het beter registreren van het aantal bouwstops en constructieve afkeuringen. Het aanschrijven van alle label-c plichtige kantoorpandeigenaren en het toetsen van de plannen van aanpak die ingediend worden. Vanaf 2024 handhaven. Het leveren van een bijdrage aan beleid voor groencompensatie en bomenkap en handhaven waar nodig. In 2023 worden op basis van een analyse van het bedrijvenbestand een selectie van de (grotere) stallen gecontroleerd op brandveiligheidsaspecten. 1Inleiding 1.1Waarom een jaarverslag en een Uitvoeringsprogramma? Dit Uitvoeringsprogramma en jaarverslag is een uitwerking van het VTH Beleidsplan 2019 -2022. Daarin is de basis gelegd hoe de gemeente Amersfoort haar rol, en die van haar inwoners ziet als het gaat om taken op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). We kiezen er voor om het VTH Beleidsplan 2019 – 2022 met maximaal een jaar te verlengen als gevolg van het uitstel van de invoering van de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De samenleving en daarmee het VTH-landschap is de afgelopen jaren wel veranderd. Denk aan het toegenomen belang dat gehecht wordt aan duurzaamheid. Om deze reden hebben we, vooruitlopend op een nieuw VTH beleid, wel de doelstellingen uit het beleid geëvalueerd (zie hoofdstuk 3). In dit Uitvoeringsprogramma is, met name bij de nieuwe doelstellingen, rekening gehouden met de ambities uit het coalitieakkoord gesloten in 2022. Het jaarverslag beschrijft wat de gemeente in 2022 heeft uitgevoerd op het gebied van Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Het Uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de activiteiten die de gemeente op het gebied van VTH in 2023 wil gaan uitvoeren. Hierbij worden de activiteiten die worden uitgevoerd door de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) meegenomen. Het Uitvoeringsprogramma van de RUD Utrecht is ook als bijlage opgenomen. De gemeente wil hiermee bereiken dat het voor iedereen helder en duidelijk is hoe de gemeente uitvoering geeft aan haar VTH-beleid. Duidelijkheid en transparantie over het beleid en de uitvoering draagt namelijk bij aan het vergroten van het begrip bij diegenen die hiermee te maken krijgen. Het jaarlijks vaststellen van een Uitvoeringsprogramma is een plicht die voortvloeit uit art. 7.3 van het Besluit Omgevingsrecht. Procescriteria In het Omgevingsrecht zijn er regels waar overheden zich aan moeten houden bij het uitvoeren van VTH-taken. Deze regels zijn er om de veiligheid en gezondheid van mens en natuur binnen de fysieke leefomgeving te beschermen. Eisen aan de inrichting van deze processen zijn wettelijk vastgelegd in de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) en de daarbij behorende algemene maatregelen van bestuur (Besluit Omgevingsrecht en Ministeriele regeling Omgevingsrecht). Dit zijn de zogenaamde procescriteria. De procescriteria bevatten de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus: de zogenaamde en bekende ´BIG-8´-cyclus. De provincie beoordeelt of gemeenten het uitvoeren van de wettelijke VTH-taken adequaat uitvoert. Het VTH-beleid en het Uitvoeringsprogramma vormen hiervoor de basis. Met dit Uitvoeringsprogramma en jaarverslag wordt invulling gegeven aan deze wettelijke verplichtingen. 1.2Leeswijzer Dit jaarverslag en Uitvoeringsprogramma bestaat enerzijds uit een algemene beschrijving van wat de gemeente heeft gedaan en wat de gemeente wil gaan doen aan de uitvoering van haar VTH-taken. Anderzijds bestaat het uit ‘Productbladen’ waarin per product of activiteit toelichting wordt gegeven op vragen als ‘Wat doen we? Waarom doen we het? Wat vinden we belangrijk?’ etc. De productbladen zijn tot stand gekomen vanuit de provincie brede samenwerking op VTH-gebied. Er is een ‘menukaart’ ontwikkeld van alle VTH-taken. Per gemeente wordt bepaald welke productbladen in de gemeente van toepassing zijn. Deze productbladen worden jaarlijks ‘gekozen’. De opzet en opbouw van de productbladen is altijd hetzelfde en wordt als zodanig door alle gemeenten gebruikt. Hiermee is bereikt dat per product inzichtelijk is hoe voor de betreffende taak/activiteit invulling is/wordt gegeven aan de beleids- en uitvoeringscyclus. Ook wordt de inhoud van de productbladen zoveel mogelijk met elkaar afgestemd. Aan de andere kant staat het gemeenten vrij om een eigen invulling te geven aan de inhoud van de productbladen. Er blijft ruimte om maatwerk mogelijk te maken en lokale nuances aan te brengen. 1.3Doorgevoerde verbeteringen Ten opzichte van het vorige VTHUP zijn de volgende verbeteringen doorgevoerd: Inzicht in de berekening van de benodigde financiële middelen (personeel): Paragraaf 2.2 Verantwoording op de kwaliteitscriteria: Paragraaf 2.3 Beleidsevaluatie: Paragraaf 3.2 2.Algemeen 2.1Welke taken voeren we uit? Dit Uitvoeringsprogramma gaat over (de uitvoering van) de VTH-taken waarvoor wij het bevoegd gezag zijn. Het gaat over wet- en regelgeving die betrekking heeft op de fysieke leefomgeving in een zo breed mogelijk zin. Concreet zijn dit de volgende landelijke en gemeentelijke kaders: Landelijke wet- en regelgeving Lokale regelgeving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)) Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Besluit omgevingsrecht (Bor) Marktverordening 2013 Regeling omgevingsrecht (Mor) Erfgoedverordening 2010 Woningwet (Wonw) Winkeltijdenverordening 2013 Bouwbesluit Afvalstoffenverordening 2015 Wet milieubeheer Huisvestingsverordening 2018 Activiteitenbesluit milieubeheer Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort 2020 Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Besluit externe inrichtingen buisleidingen/- transportroutes Besluit risico zware ongevallen (Brzo) Vuurwerkbesluit Wet bodembescherming (Wbb) Besluit bodemkwaliteit Besluit lozing afvalwater huishoudens Besluit lozing buiten inrichtingen Wet luchtkwaliteit (Wlk) Wet geurhinder veehouderij (Wgv) Wet geluidhinder (Wgh) Monumentenwet (Monw) Alcoholwet Wet op de kansspelen (Wodk) Winkeltijdenwet (Ww) Zondagswet (Zw) Welke VTH-taken de gemeente Amersfoort precies uitvoert en hoe hieraan concreet invulling wordt gegeven staat beschreven in de Productbladen (bijlage 3). 2.2Wie voeren de VTH-taken uit? De VTH-taken worden niet alleen door de gemeente zelf uitgevoerd, er wordt samengewerkt met meerdere VTH-partners. Uitvoeringsorganisatie gemeente Amersfoort De gemeente Amersfoort heeft de uitvoering van haar VTH-taken georganiseerd binnen de afdeling VTH. Daarbij zijn vrijwel alle VTH-taken op het gebied van milieu ondergebracht bij de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (hierna: RUD). Op het gebied van brandveiligheid wordt nauw samengewerkt met de Veiligheidsregio Utrecht (hierna: VRU). Binnen de afdeling VTH zijn Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving functioneel en per medewerker gescheiden. Hiermee wordt voorkomen dat een bedrijf een vergunning én daarna een controle krijgt van dezelfde medewerker. Beschikbare capaciteit 2022 De beschikbare capaciteit bij de afdeling VTH voor de uitvoering van de VTH-taken over 2022 staat opgenomen in bijlage 4 Formatieoverzicht VTH 2022. In 2022 is de beschikbare capaciteit toegenomen van 62,9 fte naar 68,9 fte: Juridische medewerkers +1 fte Bouwinspecteurs: +1 fte Sr. Casemanagers: +1 fte Casemanagers: +2 fte Teamanagers: +1 fte Hiernaast beschikken we nog over een flexibele schil van circa 6,5 fte die voornamelijk wordt ingezet voor Handhavers (boa’s). De formatie is met 12,44 fte toegenomen sinds de vaststelling van het VTH-beleid waarin de lange-termijn-doelstellingen staan opgenomen. Waaronder bijna 2 fte aan kwaliteitsmedewerkers om de gestelde doelen te realiseren. In de beleidsevaluatie in hoofdstuk 3 is opgenomen welke doelstellingen we met deze formatie hebben gerealiseerd. Op basis van deze evaluatie concluderen we dat naast het reguliere werkaanbod, er ruimte is om aanvullende doelstellingen te realiseren en de niet gerealiseerde doelstellingen alsnog te behalen. Deze doelstelling zijn te vinden in hoofdstuk 5. In de komende jaren zullen we de doelbereiking blijven afzetten tegen de formatieontwikkeling om zo in te schatten of de formatie afdoende zal zijn voor de gewenste kwaliteit. Financiële Borging De financiële borging voor de inzet van de beschikbare capaciteit en de nodige middelen ligt vast in de gemeentelijke jaarlijkse begroting. De benodigde middelen voor Vergunning, Toezicht en Handhaving worden deels gedekt door inkomsten uit de leges en deels door financiering vanuit de algemene middelen. Werkzaamheden die gerelateerd zijn aan het vergunningenproces worden gefinancierd uit de legesinkomsten. De overige kosten worden gedekt uit de algemene middelen. Dit bedrag is financieel gewaarborgd in de begroting. Uit de leges worden de kosten voor vergunningverlening, administratieve zaken en de helft van beleid en kwaliteitszorg bekostigd. Dit betreft namelijk werkzaamheden die zowel omgevings- als evenementenvergunning betreffen. Beleid en kwaliteitszorg wordt slechts voor de helft betrokken omdat zij ook werkzaamheden buiten het vergunningenproces verrichten. Het budget voor het management en toezicht en handhaving en de andere helft van beleid en kwaliteitszorg komt uit de algemene middelen. Zodra de vraag om vergunningen toeneemt, en ook het daaraan verbonden toezicht, wordt er extra ingehuurd vanuit het budget dat ontstaat door de toegenomen leges. Samenwerkingspartners De RUD voert voor de gemeente Amersfoort milieutaken uit. De samenwerkingsafspraken tussen de RUD en Amersfoort liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst (hierna: DVO). De RUD rapporteert ieder half jaar en ook jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken voor de gemeente. Ook stelt de RUD jaarlijks een uitvoeringsplan op. Dat uitvoeringsplan maakt ook dit jaar integraal onderdeel uit van dit Uitvoeringsprogramma (zie bijlage 2). Het Algemeen Bestuur van de RUD heeft in 2021 het programma “Samen op weg” vastgesteld. Dat programma wordt met- en door de deelnemers van de RUD uitgevoerd. Binnen het programma is een apart spoor ingericht waarbij in 2021 een uniforme strategie voor de uitvoering van VTH taken door de RUD is vastgesteld. Het toezicht op bedrijven is vanaf 2021 anders vormgegeven. In een gezamenlijke (RUD – Amersfoort) pilot kijken is gekeken hoe risico gestuurd toezicht door middel van slim gebruik van data de effectiviteit van toezicht kan vergroten. De pilot is in 2022 voortgezet en succesvol afgerond en ook in 2023 zal het toezicht risico gestuurd worden uitgevoerd. De VRU adviseert de gemeente Amersfoort en de Provincie Utrecht in het kader van de vergunningverlening op het gebied van brandveilig gebruik. Ook voert de VRU op dit gebied het toezicht uit. De VRU controleert daarnaast risicogericht op bestaande bouwwerken en geeft voorlichting over brandveiligheid aan consumenten en ondernemers. De samenwerkingsafspraken tussen de VRU en de gemeente Amersfoort liggen vast in een DVO. De VRU rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente Amersfoort een jaarplan op. De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren. In de provincie Utrecht is al jaren een breed samengesteld PSO operationeel, dat is doorontwikkeld in een Bestuurlijk Overleg VTH. Hiermee wordt invulling gegeven aan de formele eisen uit de Wabo/Wet VTH. Naast de overheden (gemeenten, provincie, waterschappen, politie, Openbaar Ministerie), landelijke inspectiediensten (NVWA, RWS, Belastingdienst, SZW, ILT) en de Veiligheidsregio, nemen ook een aantal beherende instanties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Utrechts Landschap) en belangenorganisaties, zoals Utrechts Particulier Grondbezit deel aan het overleg. Daarnaast nemen ook de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) als adviseurs deel aan het overleg. Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT) De Provincie Utrecht ziet toe of- en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het Omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats. Hierbij kon het oordeel uitkomen op “voldoet niet”, “voldoet deels” of “voldoet”. De Amersfoort is over de periode 2016-2017 beoordeeld met het oordeel ’redelijk adequaat’. Voor de periode 2017-2021 is dit verbeterd naar het oordeel ‘adequaat’. De beoordeling over 2022 is uitgekomen op ‘voldoet deels’. De samenwerking tussen de waterschappen en gemeenten in de provincie Utrecht heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen. Voor 2022 zijn afspraken gemaakt voor het samen bezoeken van bedrijven. In incidentele gevallen wordt gezamenlijk opgetrokken. In dat kader vindt uitwisseling van gegevens plaats. In voorkomende gevallen vindt er signaaltoezicht plaats. In het geval strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen, waarbij sprake is van economische delicten, vindt afstemming plaats met het functioneel parket. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het Openbaar Ministerie Midden-Nederland. Inzet van OM en politie is conform de landelijke handhavingsstrategie, die geborgd is in ons handhavingsbeleid. Politie, OM, belastingdienst en gemeenten werken regionaal samen met het RIEC. Regionaal Informatie en Expertise Centrum. (Landelijk LIEC). Het RIEC Midden Nederland heeft een actieplan “wie praat, die gaat” opgesteld, hierin zijn de regionale prioriteiten voor de komende jaren vastgelegd, gericht op het tegengaan van ondermijning. Casuïstiek wordt opgepakt onder het werkproces van signaal tot interventie; hieronder val onder andere de lokale casuïstiek uit het ondermijningsoverleg, maar ook casuïstiek in het Districtelijk Team Ondermijning. Bij de lokale casuïstiek, indien relevant, betrekken wij ook onze partners zoals de RUD. De politie treedt als partner vooral zichtbaar op bij de handhaving van de openbare orde. De politie werkt nauw samen met de BOA’s, bijvoorbeeld tijdens de horecaconctroles in de weekenden. Ook tijdens de reguliere werkzaamheden van de BOA’s ondersteunt de politie wanneer dat gevraagd wordt. En vice versa. De politie besteedt daarnaast op drie niveaus aandacht aan milieudelicten: eenvoudige delicten, zoals zwerfvuil, afval lozen in wateren, verbranden van afval en geluidsoverlast. Iedere politiefunctionaris kan hiertegen optreden. middelzware delicten, zoals het illegaal dumpen van afval, het in bezit hebben van bedreigde dier- en plantensoorten, en handel in illegaal vuurwerk. Milieurechercheurs verrichten zelfstandig onderzoek naar het delict; zwaardere delicten. Hierbij werkt de milieurecherche samen met andere opsporingsdiensten of ministeries. Zware milieudelicten zijn vaak nauw verbonden met delicten als fraude, oplichting en valsheid in geschrifte. Het opsporen en bestrijden van (middel)zware milieucriminaliteit gebeurt door een Regionaal Milieuteam. Ook is er een landelijke recherche die zich bezighoudt met (inter)nationale milieumisdaden. In 2022 is er een handhavingsarrangement met de politie getekend waarin nadere afspraken over o.a. de samenwerking zijn gemaakt. 2.3Ontwikkelingen in het vakgebied Verdwijnen van het Coronavirus (COVID-19) In de loop van 2022 is corona in het werk van VTH een steeds kleinere rol gaan spelen. Aanvragen zijn weer terug op het oude niveau. Voor 2023 verwachten we dan ook niet dat het van invloed zal zijn op de werkzaamheden binnen VTH. Stikstof De Raad van State besloot op 29 mei 2019 dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Bij elk ruimtelijk initiatief moet nu op voorhand aangetoond worden dat het geen significant schadelijke effecten heeft op de Natura 2000-gebieden. Het gaat om bijvoorbeeld woningbouw, de aanleg van infrastructuur (o.a. vaar-, spoor-, en autowegen), de bouw van nieuwe bedrijven en agrarische activiteiten. Amersfoort heeft een onderzoek uit laten voeren, en heeft met het daaruit voortvloeiende rapport in beeld gebracht wat het effect is van het realiseren van woningen op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Dit is gedaan voor de bouwfase en de gebruiksfase van woningbouwprojecten. De gevolgen voor de dagelijkse praktijk van vergunningverlening zijn geïmplementeerd en vastgelegd in een werkinstructie. Energie - Duurzaamheid - MPG – BENG De energietransitie die landelijk gaande is betekent ook verandering voor de uitvoering van de VTH-taken. Energiebesparing is wettelijk verplicht en is standaard onderdeel van de bedrijfscontroles die de RUD voor Amersfoort uitvoert. Ook de verandering van EPC naar BENG en het verlagen van de MPG geeft verandering in het toetsen van aanvragen om Omgevingsvergunningen en het toezicht op de uitvoering. Binnen Amersfoort is de ambitie om de MPG verder te verlagen dan de landelijke eis. Inmiddels heeft Amersfoort daar een regionaal convenant over afgesloten. Implementatie volgt. Dit is geen sinecure omdat bovenwettelijke afspraken moeilijk af te dwingen zijn. Label-C verplichting kantoorgebouwen In 2023 wordt er gestart met het toezicht en handhaving op de energielabel-C verplichting van kantoorgebouwen. In 2023 schrijven we alle pandeigenaren aan waarbij we aangeven dat ze moeten voldoen aan de labelverplichting. Tevens geven we ze de mogelijkheid om in een plan van aanpak aan te geven hoe ze per 1 januari 2024 wel voldoen aan de labelplicht indien dit nu nog niet het geval is. Soorten management plan (SMP) Het SMP is gericht op het behoud en zo mogelijk versterking van bepaalde gebouwbewonende soorten(populaties)binnen een gebied en is gerelateerd aan ruimtelijke ingrepen (al dan niet grootschalig). Door het vaststellen van het Soortenmanagementplan hoeven niet voor alle aanvragen die eigenlijk een ook ontheffing van de Wet natuurbescherming van de provincie Utrecht behoeven deze ontheffing te worden aangevraagd. Als gemeente Amersfoort mogen we dan voorwaarden in de omgevingsvergunning opnemen. De impact die dit heeft voor slopen, bouwen, renoveren en verduurzamen hebben wij in werkinstructies voor casemanagers en bouwinspecteurs vertaald. In 2023 wordt deze werkwijze structureel doorgevoerd. Inrichten “Administratieve organisatie” In 2022 hebben wij veel energie gestoken in de centrale documentatie van alle voor VTH relevante onderwerpen, zoals werkinstructies, ontsluiting van informatiebronnen, in- en uitwerkprogramma, formats en sjablonen, werkprocessen etc. Hierdoor verhogen wij de kwaliteit, uniformiteit en de continuïteit van onze dienstverlening. Gelet op het feit dat we, als gevolg van de huidige arbeidsmarkt, met relatief veel ingehuurde krachten werken en we een hoog verloop zien, is deze administratieve organisatie een vereiste. Omgevingswet In lijn met het geschetste veranderingsproces in de samenleving zal naar verwachting in 2024 de Omgevingswet werking treden. De uitgangspunten van deze wet zijn participatie en integrale aanpak op basis van vertrouwen, met als doelen minder en overzichtelijkere regels, meer ruimte voor initiatieven van burgers en bedrijven en lokaal maatwerk. Binnen de gemeente Amersfoort hebben we ons programmatisch voorbereid op de Omgevingswet. De voorbereiding is inmiddels dusdanig ver gevorderd dat het programma team in 2022 is opgeheven en de laatste fase van de voorbereiding heeft overgedragen aan de lijnorganisatie. Binnen VTH gaat het onder meer om de volgende activiteiten: Implementatie van nieuwe VTH software Testen van – en oefenen met nieuwe processen, software en zaakgericht werken Medewerkers opleiden / trainen en voorbereiden op de (nieuwe) rol onder de Omgevingswet Implementatie van regionale samenwerkingsafspraken De verbeteringen die de voorbereiding op de Omgevingswet nu al hebben opgeleverd zijn inmiddels onderdeel van het dagelijks werk: Initiatieven worden integraal, via één centrale “ingang” op wenselijk en haalbaarheid getoetst en besproken. Aan de omgevingstafel doen we dat met de initiatiefnemer erbij. We hebben vastgesteld participatiebeleid, dat wordt toegepast bij vooroverleg over projecten en principeplannen. Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen en het plaatsen van dakkapellen kennen een korte doorlooptijd (uitgangspunt is 2 weken). Nieuw op te stellen beleid wordt integraal én samen met VTH in de “Omgevingskamer” besproken. Zo kijken we dus niet alleen naar dwarsverbanden, maar onderzoeken we ook de uitvoerbaarheid in een vroeg stadium. Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen Private kwaliteitsborging is het technisch toetsen van bouwplannen en het houden van toezicht op de realisatie van de bouw door private partijen in plaats van door de overheid. De bouwsector wordt zelf verantwoordelijk voor de bouwkwaliteit. De invoering van de Wkb heeft effecten op legesinkomsten in combinatie met capaciteitsbehoefte, nieuwe werkprocessen etc. Invoeringsdatum van de wet is gelijk aan die van de Omgevingswet op 1 januari 2024. In 2022 hebben we deelgenomen aan 3 pilots waarin al conform de Wkb werd gewerkt. In deze pilots leren we dat ieders rol in de keten nog verder duidelijk zal worden als de wet in werking is getreden. Kwaliteitscriteria VTH Om de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken te optimaliseren en borgen, is de Wet VTH in het leven geroepen. Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering en handhaving van het Omgevingsrecht. De wet regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van handhaving te komen. Zo is het basistakenpakket van de omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en is het aan gemeenten een verordening kwaliteit VTH te hebben. In Amersfoort is deze verordening op 3 augustus 2017 vastgesteld. In het VTH beleidsplan is als bijlage de “Visie op kwaliteit” opgenomen waarin we beschrijven hoe we omgaan met de kwaliteitscriteria. Amersfoort wil voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria. Voldoen aan de kwaliteitscriteria is niet eenvoudig en vergt continu investeren en onderhoud. We verantwoorden in welke mate we voldoen aan de kwaliteitscriteria en waar we niet voldoen leggen we dat uit (‘comply or explain’). De kwaliteitscriteria bestaan uit 3 delen: Inhoudelijke criteria Inhoudelijke elementen probleemanalyse, beleid, strategie en programma; Diepgang toetsing vergunningen bouw en toezicht bouwfase; Wijze van toezicht ter plaatse; Toepassing landelijke sanctiestrategie; Landelijke prioriteiten toezicht en handhaving. In grote lijnen voldoen we aan de inhoudelijke criteria. Het merendeel is geborgd in het VTH Beleidsplan 2019 -2022. Aandachtspunten zijn het vaststellen van een leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen voor zowel de eigen taakuitvoering als de taakuitvoering door de RUD Utrecht en het doorvoeren van een toetsings- en toezichtsprotocol in de nieuw backoffice applicatie. Procescriteria De procescriteria zijn een gedetailleerde uitwerking van de inhoudelijke criteria. De procescriteria samen leiden tot een sluitende beleidscyclus en kwaliteitsborging. Deze beleidscyclus is in Amersfoort gesloten door middel van het VTH Uitvoeringsbeleid, Probleemanalyse, Uitvoeringsstrategien, VTH uitvoeringsprogramma, Begroting, Jaarrekening, de uitvoering, het monitoren van de doelstellingen en de beleidsevaluatie. Criteria voor kritieke massa De criteria voor kritieke massa zorgen voor voldoende vakmanschap in de vorm van voldoende opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en het borgen daarvan. In bijlage 5 is, op hoofdlijnen, opgenomen in welke mate in Amersfoort wordt voldaan de deze criteria. In bijlage 6 staat een overzicht in hoeverre de RUD Utrecht aan de gestelde kwaliteitscriteria voldoet. Door de invoering van zowel de Wkb als de Omgevingswet gaat het VTH-speelveld1Met name met het oog op de competentieprofielen onder de Omgevingswet. er heel anders uitzien, wat grote gevolgen zal hebben in welke mate aan de gestelde kwaliteitscriteria kan worden voldaan. Zoals in bijlage 5 te lezen valt voldoet Amersfoort op vrijwel alle deskundigheidsgebieden aan de gestelde eisen. Die deskundigheidsgebieden waar niet wordt voldaan zijn vrijwel allemaal belegd bij de RUD. In bijlage 6 geeft de RUD aan hoe zij ook op deze deskundigheidsgebieden ook wil voldoen aan die eisen. Ten aanzien van het bijhouden van de vakkennis zal in 2023 met name ingezet worden op het opdoen van kennis over de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. 3Wat vinden we belangrijk? 3.1.Algemeen - Visie In ons beleid is vastgelegd wat we belangrijk vinden als het gaat om de uitvoering van de VTH-taken. Op basis van de visie en de risicoanalyse is aangegeven aan welke thema’s en taken we prioriteit geven. Dit jaarverslag en Uitvoeringsprogramma is hier een uitwerking van. Daarbij is het goed om in het algemeen en ook specifiek (per productblad) nogmaals aan te geven wat we belangrijk vinden. Onderstaande visie op het uitvoeren van de VTH-taken hebben we vastgelegd in het VTH-beleid en vertalen we zo goed mogelijk in doelstellingen en prioriteiten. 3.2Doelstellingen & Beleidsevaluatie VTH Beleid 2019 – 2022 Omdat het VTH Beleid 2019 – 2022 met maximaal een jaar wordt verlengd voeren we een beknopte beleidsevaluatie uit op dit VTH beleid. Welke doelstellingen zijn bereikt? Welke zijn nog in uitvoering? En wat is niet gelukt? Per doelstelling is in onderstaande tabel aangegeven of deze t/m 2022: Nog relevant is voor 2023. Een doelstelling kan vervallen omdat deze is afgerond of niet meer aansluit bij het huidige VTH-landschap. Als een doelstelling vervalt is deze uitgegrijsd. In het VTH-beleidsplan maken we onderscheid in 3 typen doelstellingen: Algemene doelstellingen Kwaliteitsdoelstellingen Prioriteitsdoelstellingen De prioriteitsdoelstellingen passen we jaarlijks aan in het VTHUP. De overige doelstelling gelden voor de periode van 4 jaar. Algemene doelstellingen: Doelstellingen voor VTH die we gaan meten op outcome aangevuld met de doelstellingen per domein, veelal gemeten op output. Deze doelstellingen gelden voor 4 jaar. Dus niet enkel voor de looptijd van dit Uitvoeringsprogramma. De voortgang op deze doelstellingen is voor het jaar 2022 in de onderstaande tabel weergegeven. Op de oranje smileys is al wel voortgang geboekt, maar is de doelstelling nog niet bereikt. In de productbladen komen deze doelstellingen, voor zover we er dit jaar acties aan koppelen, terug. Kwaliteitsdoelstellingen: Deze doelstellingen komen voort uit de Bor, de kwaliteitscriteria en de VTH-visie. Er is een aantal onderwerpen waar je vanuit de Bor en de kwaliteitscriteria verplicht doelstellingen over op moet nemen. Daarnaast formuleren we een aantal doelstellingen op basis van de VTH-visie die we hebben om deze visie ook te realiseren. Deze doelstellingen gelden voor 4 jaar. In de productbladen komen deze doelstellingen, voor zover we er dit jaar acties aan koppelen, terug. Prioriteitsdoelstellingen: Voor alle activiteiten die we hebben geprioriteerd en die voor dat jaar in de top-10 van het Uitvoeringsprogramma zijn opgenomen, nemen we tenminste één doelstelling op in het Uitvoeringsprogramma. De prioriteitsdoelstellingen zullen we jaarlijks toetsen op doelbereiking en eventueel bijstellen. De resultaten van 2022 staan als smiley achter de doelstellingen opgenomen. Voor de nieuwe doelstellingen (dikgedrukt) is nog geen smiley weergegeven. De doelstellingen die in 2023 niet terugkomen zijn in het grijs weergegeven. Deze doelstellingen komen allemaal terug in de productbladen van de desbetreffende onderwerpen. In deze productbladen staat ook beschreven of wat er op basis van de resultaten uit 2022 bij wordt gestuurd. In hoofdstuk 4 gaan we nader in op de resultaten van het afgelopen jaar. Conclusie beleidsevaluatie Doelbereiking Algemene doelstellingen Kwaliteitsdoelstellingen Prioriteitsdoelstellingen Behaald 53% 59% 89% Deels behaald 19% 25% 4% Niet behaald 5% 16% 7% Nog niet meetbaar 23% - - Totaal 100% 100% 100% Bij elke type doelstelling ligt de doelbereiking ruim boven de 50%. Van die doelstellingen die niet (volledig) worden behaald ligt de oorzaak vaak in het niet kunnen meten van de benoemde indicatoren als gevolg van het uitstel van de OW en de Wkb. Voor deze doelstellingen geldt dat de ambitie er nog wel is en dat we de doelstelling laten staan. Het doorontwikkelen van het backoffice applicatie die net in gebruik is genomen levert daar een grote bijdrage aan. Voor 7 doelstellingen geldt dat ze niet meer relevant zijn omdat ze zijn afgerond, niet meer aansluiten bij de huidige VTH-praktijk of niet realiseerbaar blijken. Hiervoor in de plaats komen een aantal nieuwe doelstellingen terug. Zie hoofdstuk 5. Bij de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging wordt het beleid volledig herzien een aangepast aan het hernieuwde Omgevingsrecht. 3.3Uitvoeringsstrategieën In het VTH-beleid zijn voor vergunningverlening en toezicht en handhaving uitvoeringsstrategieën vastgesteld. In dit Uitvoeringsprogramma volstaan we met een verwijzing naar deze algemene werkwijzen en komen ze dus ook niet terug in de productbladen. In deze strategieën is namelijk al rekening gehouden met de prioriteit die we toekennen aan het uitvoeren van een bepaalde taak. 4Wat hebben we gedaan? – Jaarverslag- 4.1Inleiding Jaarlijks wordt een Uitvoeringsprogramma en een jaarverslag opgesteld. In het afgelopen jaar hebben we gewerkt aan het uitvoeren van het Uitvoeringsprogramma zoals dat was vastgesteld. In dit hoofdstuk wordt zowel in algemene zin teruggeblikt op dit Uitvoeringsprogramma, als gedetailleerd verslag gelegd per taak/activiteit. Hiervoor wordt verwezen naar de productbladen en naar het bijlagenboek ‘bijlage 1 Indicatoren overzicht 2022’. Dit maakt dit hoofdstuk het Jaarverslag van 2022. Tenslotte wordt ingegaan op de lessen die hierbij zijn geleerd en of en in hoeverre we hierdoor moeten bijsturen in de toekomst. 4.2Belangrijkste bevindingen In het bijlagenboek bij dit programma zijn in het indicatoren overzicht de belangrijkste gegevens terug te vinden over de behaalde resultaten van het afgelopen jaar. Deze gegevens zijn gebruikt om de doelbereiking te scoren (zie hoofdstuk 3), de prioriteitstelling aan te passen (hoofdstuk 5) en verder verwerkt in de productbladen (bijlage 2) voor het aanpassen van de doelstellingen. Hieronder per thema de belangrijkste conclusies uit het indicatoren overzicht gecombineerd met de kwalitatieve analyse van de collega’s / experts. De resultaten per doelstelling zijn in hoofdstuk 3 weergegeven. Vergunningverlening Wabo en brandveiligheid Het aantal aanvragen om Omgevingsvergunningen is ten opzichte van 2020 en 2021 stabiel gebleven na een sterke stijging van 21% in 2020. Exacte aantallen staan vermeld in het bijlageboek. Ook specifiek voor de activiteit bouwen is het aantal aanvragen stabiel. Het aantal van rechtswege verleende vergunningen is bijna binnen de doelstelling. Het aantal aanvragen kapvergunningen is stabiel op 500 per jaar. Een uniforme bouwkostenberekening is noodzakelijk voor transparantie en rechtsgelijkheid in het opleggen van de leges. Structurele toepassing van de ontheffing van de Wet natuurbescherming voor bouwen en slopen is gewenst. Het is wenselijk om beleid op te stellen voor airco’s en buitenunits Het aantal bouwstops en constructieve afkeuringen geeft het nut van de werkzaamheden aan en moet beter gemeten worden. Er moet meer inzicht komen in de aard van de meldingen over bouwen en RO. Deze zijn onvoldoende uitgesplitst waardoor er moeilijk een trend uit te halen is. Toetsing en toezicht op brandveiligheidsaspecten is op niveau. Vergunningverlening APV en Bijzonder wetten Het aantal meldingen / evenementen / vergunningen is na de coronajaren weer terug op niveau In contact met niet professionele aanvragers van evenementen is de meeste winst te behalen Het ontwikkelen van een toetsingskader Wet natuurbescherming voor evenementen is gewenst Toezicht en handhaving Wabo, APV en bijzondere wetten 95% van de juridische inzet komt voort uit handhavingsverzoeken ten aanzien van erfafscheidingen, te hoog bouwen, gebruik van gronden en kamerverhuur. Het aantal meldingen over houtrook is gestegen. Verklaring is de deelname aan stookwijzer.nu en toegenomen houtstook door hoge gasprijzen. Het aantal meldingen over jeugdoverlast is 23% gedaald. Dit is te verklaren door de afname van corona gerelateerde meldingen. Jongerennetwerken zijn in beeld, maar fluïde. Daar is de aanpak ook op gericht. Bij evenementen nemen de klachten in aantal en vasthoudendheid toe. Na 2 rustige coronajaren kan overlast heviger worden ervaren. Dit krijgt een sneeuwbaleffect op social media. Parkeeroverlast is nog steeds de meest ervaren (gemelde) overlast. Zowel van auto’s als fietsen. Toezicht op asbest naar aanleiding van asbestmeldingen is geïntensiveerd. Voor 2023 zetten we hier ook meer middelen op in. Het aantal meldingen per categorie is lastig te vergelijken omdat er met een nieuwe meer verfijnde categorie-indeling is gewerkt. Bezwaar en beroep In 2021 zagen we een sterke stijging van de (deels) gegronde bezwaren en beroepen. Deze stijging is grotendeels te wijten aan een paar clusters van bezwaren voor zowel bouwen als kappen. Naar aanleiding van bezwaren is aan andere weging gemaakt. Het percentage (deels) gegronde bezwaren en beroepen is in 2022 weer afgenomen van 28.2% naar 19.6%. We leren dat bij besluiten waarbij afgeweken wordt van het bestemmingsplan de motivatie beter opgenomen moet worden in de vergunning. Ook zouden we in de vergunning al mee moeten nemen wat er met reacties voor de bezwaarfase is gedaan en hoe deze zijn gewogen. 4.3Welke lessen hebben we geleerd en wat gaan we bijsturen? De resultaten geven geen aanleiding om de top-10 prioriteiten bij te stellen. We kiezen er dus voor om aan dezelfde opgaven te blijven werken als afgelopen jaar. Voor de lange termijn doelstellingen werken we in 2023 aan de doelstellingen die nog niet zijn bereikt. In 2024 stellen we een nieuw VTH-beleid vast waarin met name de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen betrekken. Wel geven bovenstaande conclusies aanleiding om een aantal doelen toe te voegen ter vervanging van gerealiseerde doelstellingen. In de productbladen staat verder per product beschreven wat we in 2023 willen bereiken en verbeteren. 5Wat gaan we doen? 5.1Algemeen De lessen die we hebben geleerd in het voorgaande jaar nemen we mee in het komende jaar. Dit hoofdstuk beschrijft zowel in algemene zin, als in gedetailleerde zin per taak/activiteit wat het komende jaar in het Uitvoeringsprogramma komt. De activiteiten die we prioriteren komen niet enkel voort uit de geleerde lessen van afgelopen jaar, maar komen ook uit het VTH beleid 2019-2022 en daarin opgenomen lange termijn doelstellingen. In paragraaf 5.2 staat de top-10 prioriteiten waar we in 2023 gerichte acties op plannen. De doelstellingen die hier bij horen staan al opgesomd in paragraaf 3.2 en komen terug in de productbladen. We sluiten dit hoofdstuk en het Uitvoeringsprogramma als geheel af, met de productbladen van alle activiteiten die we binnen VTH het komende jaar uit zullen voeren. 5.2Top-10 De top-10 prioriteiten waar we concrete doelstellingen op geformuleerd hebben (zie paragraaf 3.2) is, in willekeurige volgorde, als volgt: Aanpak jeugdoverlast Alcoholwet / Horecanacht Evenementen Parkeren Slopen met asbest Toezicht op sociale veiligheid (waaronder ondermijning) Milieu / Energie bij bedrijven Huishoudelijk afval Bescherming van groen en ecologie: Buitengebied, parken en groencompensatie Brand- en constructieve veiligheid bestaande bouw, Brandveilig gebruik en brandveiligheid stallen De onderwerpen in deze top-10 krijgen in de vergunningverlening veel aandacht en zijn in het toezicht buiten ook geprioriteerd. Daarnaast kennen we op enkele onderwerpen programmatische inzet. Ook is de top-10 helpend bij het uitleggen over de keuzes die we in de uitvoering moeten maken. Het voorstel is om de tijdsbesteding op de deze onderwerpen niet aan te passen. Wel zijn er een aantal nieuwe ontwikkelingen en ervaringen van de het afgelopen jaar die we meenemen in de vorm van nieuwe doelstellingen en acties: De provinciale ontheffing Wnb doorvoeren bij alle relevante Omgevingsvergunningen voor bouwen en slopen. Een werkwijze ontwikkelen voor het voldoen aan de Wet natuurbescherming bij evenementen en deze toepassen. Alle relevante Omgevingsvergunningen voor nieuwbouw, transformatie en wijzigen van gebruik laten adviseren op stikstof depositie op Natura 2000 gebieden Het inzetten van groene boa’s binnen ons boa-corps. Het invoeren van een uniforme en transparante bouwkostenberekening ten behoeve van het vaststellen van de leges. Het afronden van de werkinstructies BENG, MPG, Leidraad duurzaam bouwen en grootschalige renovaties. Alle casemanagers worden getraind op de nieuwe regels voor vergunningsvrij bouwen Alle collega’s worden getraind op werken onder de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. Alle werkprocessen worden aanpast aan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Omgevingswet en aangepast in de applicatie. Het beter registreren van het aantal bouwstops en constructieve afkeuringen. Het aanschrijven van alle label-c plichtige kantoorpandeigenaren en het toetsen van de plannen van aanpak die ingediend worden. Vanaf 2024 handhaven. Het leveren van een bijdrage aan beleid voor groencompensatie en bomenkap en handhaven waar nodig. In 2023 worden op basis van een analyse van het bedrijvenbestand een selectie van de (grotere) stallen gecontroleerd op brandveiligheidsaspecten. 5.3Productbladen Per productblad van uit te voeren VTH-taak staan de volgende onderdelen zo concreet mogelijk beschreven: Wat doen we? (Beschrijving van de taak/activiteit) Wat vinden we belangrijk? (Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-Beleid) Welk(
- e)doel(
- en)willen we bereiken? (Doelen uit het VTH-beleid aangevuld met taak-/activiteit gerelateerde doelstellingen) Hoe meten we dit? Hoe houden we dit in de gaten? (Monitoringsindicatoren en –instrumenten) Wie voert de betreffende VTH-taak uit? Hoe gaan we dit doen? Welke strategie(ën) passen we toe? (Relatie met de strategie(ën) uit het VTH-Beleid) Wat hebben we gedaan in 2022? Doelstelling en resultaten van 2022 Hoe is dit gegaan en moeten we bijsturen in 2023? (Evaluatie & Bijsturing) Wat gaan we in het nieuwe jaar doen? De lijst met producten is samen met de regiogemeenten ontwikkeld. Wij leveren niet alle producten die in de lijst opgenomen staan, omdat niet elke gemeente dezelfde afbakening hanteert voor dit Uitvoeringsprogramma. 5.4Overzicht productbladen VTH-samenwerking Onderstaand de productbladen zoals die voor Amersfoort gelden. De productbladen die regionaal wel ontwikkeld zijn, maar die we in Amersfoort niet gebruiken (bijvoorbeeld omdat ze niet binnen de scope van dit plan passen, of omdat de taken in een ander productblad op zijn genomen) zijn uitgegrijsd. De productbladen zijn te vinden in het bijlagenboek in bijlage en 3. Bijlage1Indicatoren overzicht 2022 1. Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) Er kunnen kleine verschillen in de cijfers zitten omdat de datum van ontvangst van een vergunningaanvraag en de datum van besluiten op de aanvraag de jaargrens overschrijden (onder handen werk). Daarnaast zijn we in 2022 veranderd van backoffice applicatie waardoor de registratie dit jaar anders is verlopen. Cijfers zijn daarom niet altijd betrouwbaar en vergelijkbaar. Reguliere omgevingsvergunning Aanvragen Verleend Geweigerd Binnen wet. beslistermijn 2017 1658 1506 52 98% 2018 1596 1268 50 98% 2019 1539 1243 25 99,7% 2020 1867 1363 37 99,7% 2021 1894 1524 59 99,7% 2022 1837 1444 46 99,6% Uitgebreide omgevingsvergunning Aanvr. Verleend 2017 22 onbekend 2018 39 12 2019 26 20 2020 28 20 2021 23 27 2022 18 11 Kapvergunning Aanvragen Verleend 2017 676 onbekend 2018 532 477 2019 510 406 2020 573 486 2021 501 424 2022 500 404 Algemene cijfers Van rechtswege verleend 0,67% Dakkapellen Aanvragen Verleend 2017 onbekend onbekend 2018 165 2019 155 121 2020 184 150 2021 268 223 2022 235 230 2. Algemene Plaatselijke Verordening en Alcoholwet Evenementen Aanvragen Verleend 2017 140 125 2018 143 120 2019 134 118 2020 79 42 2021 79 33 2022 151 84 Seksinrichting* Aanvragen Verleend 2017 7 5 2018 7 7 2019 6 2 2020 3 4 2021 7 4 2022 8 8 Gedoogverklaring coffeeshop* Aanvragen Verleend 2017 10 4 2018 4 1 2019 4 9 2020 7 6 2021 9 5 2022 2 ? Horeca exploitatievergunning* Aanvragen Verleend 2017 78 77 2018 68 50 2019 88 64 2020 65 66 2021 70 55 2022 44 42 Drank- en horecavergunning / alcoholvergunning Aanvragen Verleend 2017 82 79 2018 99 96 2019 102 77 2020 72 71 2021 65 57 2022 51 ? Terrasvergunning Aanvragen Verleend 2017 104 84 2018 89 65 2019 64 57 2020 - 31 2021 - 31 2022 64 41 *inclusief bijschrijven van leidinggevenden 3. Samenwerking met ketenpartners 3.1 Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) Voor de uitvoering van de taken bij de RUD wordt is in de bijlage de jaarrapportage opgenomen. Daar wordt ook op doelstellingen en aantallen verantwoord. 3.2 Veiligheidsregio Utrecht Adviezen/ Vergunningverlening Jaarplan 2021 2022 Aantal adviezen, activiteit Bouw 226 210 233 Aantal adviezen, activiteit Milieu 6 8 3 Aantal adviezen, activiteit Gebruik 97 80 83 Evenementen 152 33 88 Ruimtelijke Ordening 54 36 40 Toezicht Jaarplan 2021 2022 Realisatie bouw 90 62 122 Bestaande bouw 464 302 367 Milieu 17 14 12 Gemeentespecifiek toezicht (bijzondere handhaving) 210 7 104 Klachten/ meldingen brandonveiligheid 20 9 18 BRZO 1 1 7 Evenementen 52 0 36 Brandveilig gedrag Jaarplan 2021 2022 Voorlichting 9 26 14 Roadshow 4 4 2 Zorginstellingen - - - Scholen 29 15 8 Advies: Het uitbrengen van adviezen is vraaggestuurd. De productie is in grote lijnen conform de planning. Er is minder geadviseerd op evenementen dan verwacht, met name op de A-evenementen. Het mindere aantal is te verklaren als naweeën van Covid en de gemeente en we handelen meer A-evenementen zelf af. Het minder aantal adviezen “overig” is toe te schrijven aan het geringe aantal omgevingstafels. Toezicht: Bouw: Controles Bouw zijn vraaggestuurd. Alle gevraagde controles zijn uitgevoerd. Dit lag hoger dan het geplande aantal controles. Gebruik: Het totaal van initiële controles en hercontroles is lager dan het geplande aantal. (uiteindelijk 367 controles i.p.v. de geplande 464). Dit kan als volgt worden verklaard: De locaties die gescreend zijn voor de opvang van vluchtelingen of asielzoekers kosten meer tijd dan reguliere controles. Een deel van de beschikbare capaciteit is ingezet bij controles Bouw. De verwachting was dat dit jaar een deel van de controles bij kantoren en kinderdagverblijven met behulp van een zelfscan kon worden uitgevoerd. Door technische problemen is dit helaas niet gelukt. Evenementen: De evenementencontroles worden vooral uitgevoerd bij B- en C-evenementen. De VRU heeft op 34 grotere evenementen geadviseerd en vervolgens ook gecontroleerd. Daarnaast zijn nog enkele kleinere evenementen bezocht. Overig: Er is aandacht besteed aan 2 gemeente specifieke projecten: Inspectie bedrijventerrein de Isselt. Controle Brandveiligheid winkels met bovenwoningen Langestraat. Milieu: Geen bijzonderheden Brandveilig Leven (BVL): (Brand)Veilig Leven richt zich op het stimuleren van brandveilig gedrag van o.a. burgers en instellingen zodat zij beter brandgevaarlijke situaties signaleren en brand kunnen voorkomen. Tot half maart hebben alle fysiek activiteiten stilgestaan i.v.m. COVID-19 maatregelen. Deze maatregelen hebben echter deze gehele periode nog gevolgen gehad op de mate waarin activiteiten zijn uitgevoerd i.v.m. afhankelijkheid van andere partijen bij verschillende producten, wat terug te zien is in de cijfers. Het aantal basisschoollessen is achtergebleven t.o.v. de verwachtingen door de late start en beperkte capaciteit. Aanvragen pakketjes nieuwe inwoners: Publiekszaken van de Gemeente Amersfoort heeft ervoor gekozen onze informatie over de brandveiligheid niet te delen bij inschrijving van verhuizing/nieuwe inwoner. Dit wordt wel gedaan bij aangifte geboorte waarbij 61 gezinnen een extra informatiepakket bij ons hebben aangevraagd en ontvangen. De verkenning naar de portal voor ondernemers heeft vertraging opgelopen door de complexiteit van het vraagstuk. In januari 2023 vond hierover een eerste overleg plaats. Naast de gemeente specifieke activiteiten, hebben er ook verschillende regio brede activiteiten plaatsgevonden. Deze activiteiten omvatten de burgervragenservice, die vragen via WhatsApp, mail en telefoon beantwoordt. Ook verspreidt de VRU via sociale media berichten. Vanaf april is er voor alle MBO opleidingen gericht op zorg en bouw het online lesmateriaal ‘Brandmeester’ beschikbaar. Dit is in 2022 door 8 docenten van MBO opleidingen in Amersfoort gebruikt. Sinds december is er ook een lespakket ‘Brandmeester’ beschikbaar voor de bovenbouw van het VMBO en 3 docenten van scholen in Amersfoort zich hier in 2022 nog voor aangemeld. In februari is uitvoering gegeven aan de Nationale CO-Campagne en in juni t/m augustus is nog eens extra aandacht besteed aan de Nationale campagne rookmelderplicht. Hiernaast is met 48 zorginstellingen (organisatieniveau) een periodiek overleg geweest over de (brand)veiligheid binnen de organisatie en het gebruik van de toolbox brandveiligheid in de zorg hiervoor. Sinds februari reist de Expo ‘Zo gepiept’ door de regio. Tijdens de herfstvakantie heeft de expo een week gestaan in de Sint Joriskerk in Amersfoort waar we samen met Lego- incidentencity een evenement hebben georganiseerd i.h.k.v. de Nationale Brandpreventieweken en ruim 7700 bezoekers over de brandveiligheid thuis hebben voorgelicht. BRZO/Bedrijfsbrandweer: Het bedrijfsbrandweerrapport van Smit & Zn is ingediend en een eerste concept ambtelijke analyse is opgesteld. Van het spoorwegemplacement (Prorail) is het concept-bedrijfsbrandweerrapport ingediend. De verdere afronding wordt in 2023 in gezamenlijkheid met andere Veiligheidsregio’s gedaan vanwege de landelijke aanpak spoorwegemplacementen. Hoofdstuk 3 Toezicht & handhaving Er zijn 10 prioriteiten benoemd voor toezicht en handhaving in 2022. Deze 10 prioriteiten zijn tot stand gekomen op basis van de evaluatie van 2017 en 2018 en in gesprek met de raad. De 10 prioriteiten zijn: Aanpak jeugdoverlast Alcoholwet / Horecanacht Evenementen Parkeren Brandveiligheid en constructieve veiligheid bestaande bouw en Brandveilig gebruik Slopen met asbest Toezicht op sociale veiligheid (waaronder ondermijning) Milieu / Energie bedrijven Huishoudelijk afval Landelijke bouwincidenten met slachtoffers Op elk van deze prioriteiten houden we relevante indicatoren bij. Deze staan hieronder per prioriteit weergegeven. 1. Aanpak jeugdoverlast Jeugd 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Aantal risicojongeren in beeld 150 150 321 340 400 350 Aantal jeugdgroepen waarvan dynamiek bekend is en activiteiten in kaart zijn gebracht. 3 4 7 13 17 12 Het aantal meldingen rondom jeugdoverlast < 203 250 230 509 400 307 2. Alcoholwet Horeca / alcoholgebruik 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Aantal vergunningscontroles 100 127 101 16 20 Bij 90% van de (gecontroleerde) (para) commerciële horeca-instellingen wordt volgens de vergunningafspraken gewerkt. 84% 80% 83% Onbekend Onbekend Onbekend Aantal opgelegde sancties op het gebied van dronkenschap, wildplassen en baldadigheid (D505, D530, F121a en b, F185) 259 438 461 191 145 535 Aantal opgelegde sancties op het gebied van alcoholgebruik onder minderjarigen (E211 a en
- b)35 50 41 8 11 32 Aantal confrontaties 24 onbekend 35 0 0 0 3. Evenementen Evenementen 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Aantal risico-evenementen 118* 138* 44 1 10 2 Aantal schouwen onbekend onbekend 44 1 3 2 Aantal evaluaties onbekend onbekend 98% 0 3 2 Aantal klachten risico-evenementen onbekend 12 8 0 1 53* * Voor het eerst als losse categorie geregistreerd. Inclusief horeca meldingen. 4. Parkeren Fietsparkeren 2018 2019 2020 2021 2022 Inzet op fietsparkeren 12 uur p.w. 12 uur p.w. 12 uur p.w. 12 uur p.w. 12 uur p.w. Fiscale naheffingen 5573 5002 2977 1741 1988 5. + 10. Brandveiligheid en constructieve veiligheid bestaande bouw en Brandveilig gebruik + landelijke bouwincidenten Brandveiligheid en constructieve veiligheid bestaande bouw en Brandveilig gebruik 2018 2019 2020 2021 2022 Aantal landelijke incidenten die zijn opgevolgd Onbekend 100% 0 0 0 Aantal bouwincidenten in Amersfoort Onbekend 0 0 0 0 6. Slopen met asbest Slopen met asbest 2018 2019 2020 2021 2022 Aantal asbestmeldingen bedrijven 500 (inclusief particuliere 374 (+ 123 particulier) 374 402 417 Percentage toezicht op bedrijven asbestverwijdering Circa 20% Circa 5% 21% 21% 28% Aantal asbestdumpingen 5 2 - 6 1 7. Toezicht op sociale veiligheid (waaronder ondermijning) Ondermijning 2018 2019 2020 2021 2022 Percentage van de tijd die boa's besteden aan het bevorderen van sociale veiligheid (jeugd, alcohol, wijkboa’s). Onbekend 60% 60% 60% 60% 8. Milieu en energie bij bedrijven Gedetailleerd jaarverslag voor de milieutaken en het Uitvoeringsprogramma 2023 wordt los aangeboden en in besluitvorming gebracht. 9. Grofvuil en huishoudelijk afval Grofvuil en huishoudelijk afval 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Het aantal meldingen van grofvuil en huishoudelijk afval 1666* 515 492 694 701 635 Het aantal sancties >119 159 132 216 233 169 Inzet boa capaciteit op afval onbekend onbekend 80 uur 80 uur 80 uur 80 uur * inclusief afval algemeen, dus niet specifiek voor handhaving 3.2 Structurele werkzaamheden Naast de thema’s waar de gemeente in 2022 extra aandacht aan wilde geven, zijn er reguliere taken uitgevoerd. Om goed zicht te hebben op de inzet en welke (strafrechtelijke) middelen hiervoor worden gebruikt, worden verschillende gegevens geregistreerd. Daarnaast geven deze gegevens een beeld van de trends en prestaties waarop gestuurd kan worden. De te registreren gegevens zijn als volgt: Aantal meldingen van inwoners per categorie; Aantal opgelegde sanctiemiddelen per type sanctiemiddel; Aantal opgelegde waarschuwingen per type sanctiemiddel; Percentage klachten dat binnen 2 weken wordt afgehandeld (doel = 100%; cijfer 2017 = 84%). 3.2.1 Meldingen en handhavingsverzoeken Per categorie Per 2022 zijn we overgestapt naar een andere meldingenapplicatie waardoor de categorisering van de meldingen is aangepast en verfijnd. Om de vergelijking mogelijk te maken staan de meldingen van de jaren 2019 – 2021 in een losstaande tabel. Categorie Aantal Afval/milieu 635 Parkeeroverlast 2345 Coronavirus 30 Deelfiets 79 Deelscooter 182 Fietsen 790 Graffiti 48 Honden 151 Hondenpoep 62 Houtrook 134 Jongeren 307 Milieu bedrijven 117 Misbruik openbare ruimte 531 Overige (alles wat niet gecategoriseerd kan worden) 422 VTH (meldingen voor de bouwinspecteur) 231 Vuurwerkoverlast 413 Zwerfvuil 295 Geluidsoverlast 278 Langdurig gestalde aanhangers / camper 149 Parkeren 86 Horeca / evenementen 53 Verkeersveiligheid 46 Winkelwagens 39 Bouwvergunningen / sloopwerken 30 Fietsbeleid 12 Honden bijtincident 7 Overig ( 6 of minder meldingen) 43 Totaal 7515 Opvallende zaken: De toename van het aantal meldingen is te wijten aan enerzijds een structurele toename van het aantal meldingen. Anderzijds zitten vanaf medio 2022 ook de meldingen in de cijfers die niet per se handhaving betreffen, maar wel door een boa worden opgepakt. De categorie ‘overige’ is met 1200 meldingen verminderd Parkeeroverlast blijft onverminderd de grootste ergernis. Deze meldingen worden in 2023 nader geanalyseerd. Sterke toename van de milieuklachten bedrijven. Meldingen per categorie 2019 2020 2021 Afval / milieu 492 695 701 Auto’s / aanhangers 1920 1934 2158 Coronavirus - 514 157 Deelmobiliteit - 34 128 Fietsen 554 618 709 Honden 243 264 225 Jeugdoverlast 230 509 400 Milieuklacht bedrijven 12 4 10 Misbruik openbare ruimte - 181 293 Vuurwerk 349 562 555 Houtrook 57 79 131 Overige + VTH 1159 1345 1419 Totaal meldingen* 5016 6739 6888 Handhavingsverzoeken 6 9 ? * In het totaal zitten nog een aantal meldingen die niet gecategoriseerd zijn. 3.2.2 Sanctiemiddelen en waarschuwingen Waarschuwingen 2018 2019 2020 2021 2022 Aantal waarschuwingen - mulder 2279 3128 2513 2400 2489 Aantal waarschuwingen – bestuurlijke strafbeschikking 612 842 1515* 482* 489 Aantal waarschuwingen - fiscale sanctiemiddelen 305 322 342 139 180 Cameratoezicht geslotenverklaring + kernwinkelgebied 0 1.600 30081 10549 Sancties Aantal strafrechtelijke sanctiemiddelen - mulder 8528 8545 4225 4286 6894 Aantal strafrechtelijke sanctiemiddelen – bsb 963 834 505* 292* 580 Aantal fiscale naheffingen 5573 5002 2977 1741 1988 Aantal opgelegde bouwstops 13 onbekend >21** onbekend onbekend Aantal opgelegde last onder dwangsom 14 onbekend onbekend onbekend onbekend Cameratoezicht geslotenverklaring + kernwinkelgebied - 1692 11.344 23815 34360 * Inclusief corona-aanpak ** Inclusief waarschuwingen 3.2.3 Bezwaar en beroep Bezwaar en beroep 2019 2020 2021 2022 Geen uitspraak 35 21 28 23 Deels gegrond 11 23 37 74 Doorgezonden 4 7 0 3 Gegrond 9 3 29 12 Herzien 4 2 0 0 Ingetrokken 42 55 46 154 KNO /KOG 13 15 9 27 Niet ontvankelijk 27 23 6 28 Ongegrond 233 174 79 117 Totaal 425 323 234 438 Percentage (deels) gegrond 4,7% 8,0% 28,2% 19,6% Bijlage2Jaarverslag en Uitvoeringsprogramma (JUP) RUD Utrecht Jaarrapportage 2022 en uitvoeringsprogramma 2023 RUD Utrecht - gemeente Amersfoort Voorwoord Beste lezers, Een paar maanden geleden rapporteerden we nog een flinke achterstand in onze productie. Nu 2022 is afgesloten en alle cijfers bekend zijn, kan ik melden dat we uiteindelijk over de hele linie zo’n 95% van de afgesproken productie hebben gerealiseerd. Onze medewerkers – en dan in het bijzonder de toezichthouders bij bedrijven – hebben alle zeilen bijgezet en een enorme inhaalslag gemaakt. De laatste maanden van het jaar hebben zij zich volledig geconcentreerd op de productie, en dat is niet voor niets geweest. Uiteindelijk is het overgrote deel van de afgesproken controles uitgevoerd, zijn verreweg de meeste adviezen op tijd gegeven en vrijwel alle meldingen en aanvragen binnen de termijn afgehandeld. Daar ben ik ontzettend trots op. Hoewel de focus lag op het VTH-productiewerk, heeft ook de ontwikkeling van de RUD in 2022 niet stilgestaan. Het uitstel van de Omgevingswet gaf ruimte om in een aantal projecten pas op de plaats te maken en ons te concentreren op onderdelen die ons als RUD en deelnemers echt verder helpen. Zoals het ROM (ruimtelijke ontwikkeling en milieu) -advies en de ontwikkeling van stikstofdiensten om onze opdrachtgevers te ondersteunen bij deze opgave. Eind vorig jaar konden we het team uitbreiden met twee nieuwe ROM-adviseurs, waarmee deze nieuwe tak van sport serieuze vormen aan begint te nemen. De vraag neemt toe. En bij elke opdracht wordt de RUD beter in het samenbrengen van de milieukennis van onze experts en de ruimtelijke opgaven van de gemeenten. Dit past bij de toekomst zoals we die met elkaar voor ons zien. We zijn op weg om, naast een uitvoerder van VTH-taken, een expertisecentrum voor de leefomgeving te worden. Ook de samenwerking met de ODRU stond niet stil. Dit geldt zowel voor de werkvloer, waar collega’s elkaar steeds beter weten te vinden, als voor het creëren van randvoorwaarden. Zo is er met oog op de Omgevingswet een dienstverleningsovereenkomst tussen de ODRU en de RUD afgesloten voor de bodemtaken. Hierdoor zijn er geen aparte financiële afspraken per project meer nodig, en kunnen de collega’s met elkaar meelopen om van elkaar te leren. Ook beide managementteams spraken intensief met elkaar in 2022. Hun conclusie: er zijn onderwerpen, zoals het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel, stikstof, energietransitie, integrale gebiedsontwikkeling, en datagedreven werken, die we alleen met elkaar tot een succes kunnen maken. Vanuit deze inhoudelijke overwegingen hebben de dagelijkse besturen inmiddels met elkaar gesproken over de toekomst van de ODRU en de RUD. Deze bestuursleden zien de meerwaarde van meer gezamenlijkheid en agenderen dit onderwerp bij de algemeen besturen. In 2023 wordt duidelijk welke vorm de gezamenlijke toekomst krijgt. We zullen elkaar ongetwijfeld nog spreken over dit onderwerp, en over het werk dat de RUD voor u als gemeente of provincie doet. Vorig jaar was ik samen met collega’s die de lokale situatie kennen te gast bij de meeste gemeenteraden. Toen merkte ik de groeiende belangstelling voor de taken die wij uitvoeren. Een veilige leefomgeving en de bescherming van natuur en milieu staan hoog op de agenda. De eerste kennismaking was niet genoeg om alle vragen goed te kunnen beantwoorden. Daarom krijgt de ‘RUD on tour’ in 2023 een vervolg, waarbij we meer de diepte in kunnen gaan. We zetten de deur graag open voor bestuurders, raadsleden, statenleden en ambtenaren om meer van ons werk te laten zien. Hugo Jungen 1.Inleiding In het omgevingsrecht staan regels voor de fysieke omgeving waarin wij leven. Tot die fysieke omgeving behoren onder andere de atmosfeer, de bodem, het water, de natuur en de ruimtelijke ordening. We willen dat deze regels in en over de fysieke leefomgeving worden nageleefd om de omgeving en haar gebruikers te beschermen. Daarom zetten we middelen en capaciteit in op het vergunning verlenen, toezicht houden en de handhaving (VTH) van verschillende wetten en regels. Sinds dit jaar is de Uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie (UHS) vastgesteld in onze regio. Op basis van uniforme beleidsuitgangspunten van onze opdrachtgevers zijn de kaders en doelstellingen vastgesteld om een kwaliteitsimpuls te realiseren in de fysieke leefomgeving. De rapportages zullen vanaf volgend jaar gefaseerd rapporteren over deze regionale doelstellingen en bijhorende KPI’s. Zo maken we deze nieuwe beleidscyclus sluitend. In samenwerking met onze opdrachtgevers moeten er keuzes gemaakt blijven worden over wat meer of minder aandacht verdient bij de inzet van ons VTH instrumentarium. In deze samenwerkingsruimte ontstaat er ruimte voor maatwerk op lokaal niveau, zodat er rekening gehouden wordt met specifieke beleidsdoelen en bestuurlijke prioriteiten. Deze keuzes die zijn gemaakt in het jaarprogramma 2022 zijn leidend geweest voor de uitvoering. We beschrijven in de jaarrapportage het totaal aantal gerealiseerde producten (adviezen, vergunningen en toezicht) en overige activiteiten. Natuurlijk kan de uitvoering door omstandigheden wijzigen en betreft deze rapportage de realisatie tot en met 31 december. Er is in de uitvoeringsplannen van de jaarrapportage ook een sectie gewijd aan de uitvoeringsplannen voor 2023. Daarnaast zijn er monitoringsindicatoren opgenomen in hoofdstuk 4 waarin we cijfermatig iets kunnen zeggen over de kwaliteit van onze uitvoering op het gebied van juridische zaken, het spontaan-naleefgedrag en de doorlooptijd van meldingen en vergunningen. Vanwege de adaptatie van een nieuw zaaksysteem en de migratie van zaken zijn de KPI’s niet operationeel en geschikt om in deze rapportage op te nemen. Er wordt komend jaar projectmatig gewerkt om deze gefaseerd in te voeren. In 2021 hebben we de systematiek en de RGT app in een pilot toegepast voor de gemeente Amersfoort. De toepassing van de systematiek resulteert in de toekenning van een risicocategorie. Bij een specifieke risicocategorie hoort een specifieke bezoekfrequentie: hoe hoger het risico, hoe frequenter we het bedrijf of de locatie bezoeken. Of we in een specifiek jaar wel of niet op bezoek gaan wordt bepaald door de combinatie bezoekfrequentie en de laatste bezoekdatum. Na een leerzame pilot in Amersfoort hebben we de toepassing van de systematiek in 2022 voortgezet in de gemeenten Leusden en Soest. Tegelijkertijd hebben we de systematiek in onze ontwikkelomgeving op onderdelen verbeterd. Onlangs zijn op basis van deze verbeterde RGT systematiek de conceptjaarlijsten voor 2023 voor de gemeenten Amersfoort, Leusden, Soest, Baarn, Woudenberg, Bunschoten, Eemnes en Lopik definitief gemaakt. Na de ingang van de Omgevingswet (verwachting per 1 januari 2024) zullen we de systematiek naar verwachting gaan actualiseren. De aanpassingen worden in de vorm van nieuwe jaarlijsten effectief per 2024. In de nieuwe systematiek zal dan ook de Regionale Risicoanalyse worden meegenomen. De RGT app blijft naast de jaarlijst systematiek van toegevoegde waarde voor zowel de toezichthouder in het veld als de opdrachtgevers van de RUD. 2.Leeswijzer In het volgende hoofdstuk van deze rapportage staat de relatie naar de specifieke beleidsdoelen van de opdrachtgever beschreven, vanaf komend jaar zal dit hoofdstuk geactualiseerd worden naar de uniforme beleidsdoelen uit het UHS. In het derde hoofdstuk is een overzicht van actualiteiten die in 2022 hebben gespeeld. In hoofdstuk 3 staat tevens in tabelvorm de samenvatting van de gerealiseerde inzet. In hoofdstuk 4 is een beschrijving van de resultaten van de monitoringsindicatoren opgenomen. In bijlage 1 is een beschrijving van de organisatie van het werkaanbod opgenomen. In bijlage 2 zijn de uitvoeringsbladen opgenomen die bestaan uit de realisatie per wetgeving op detail niveau, en het (juridisch)kader waarin we opereren. Deze uitvoeringsbladen zijn in ontwikkeling. 3.Beleidsdoelen De beleidsdoelen voor de inzet staan geformuleerd in de beleidskaders VTH van de opdrachtgevers. Deze beleidskaders zijn onlangs geüniformeerd in de UHS, echter zijn we nog niet in staat om op deze beleidsdoelstellingen te rapporteren. Voor dit jaar rapporteren we nog op de specifieke beleidsdoelen van de individuele opdrachtgevers. Op basis van de specifieke beleidsdoelen van elke gemeente is de inzet aan producten en diensten bepaald en vertaald in ureninzet per product. In dit hoofdstuk staat een kort overzicht over welke beleidsdoelen en -prioriteiten bij deze gemaakte keuzes zijn gebruikt. 3.1Doelen en prioriteiten van de opdrachtgever De gemeente Amersfoort wil weten wat er leeft in Amersfoort, en ondersteunt inwoners en partners waar nodig om kansen te stimuleren en problemen op te lossen. Daarvoor handelt de gemeente Amersfoort volgens de kernwaarden dichtbij, nieuwsgierig en aanspreekbaar. De RUD medewerkers zijn regelmatig bij de afdeling VTH van de gemeente Amersfoort waar zij samen met de Amersfoortse collega’s invulling geven aan de kernwaarden. Binnen het werk van de RUD Utrecht worden dan ook de volgende doelstellingen aangehouden bij de uitvoering van het werk: Het werk heeft als doel om een veilige en gezonde leefomgeving te bevorderen; Effectieve en efficiënte inzet van mensen en middelen. Keuzes in de uitvoering van VTH-taken gebeurt onder andere op basis van risico- en probleemanalyse, waardoor zo effectief mogelijk ingespeeld wordt op de lokale behoefte; Taakuitvoering voldoet aan de wettelijke verplichting; Preventie is ook handhaving; We handelen eenduidig en transparant; Rechtszekerheid en rechtsgelijkheid; Bevorderen goed naleefgedrag door goed gedrag te belonen; Zelfredzaamheid van inwoners en bedrijven bevorderen; Alle vergunningen worden bij wetswijzigingen binnen een jaar geactualiseerd; Omgevingsvergunningen activiteit milieu worden binnen de wettelijke termijn afgehandeld; Milieuhandhaving wordt volgens de Landelijke Handhaving Strategie uitgevoerd; Halfjaarlijks wordt getoetst op actualiteit van het Uitvoeringsprogramma van de RUD en wordt indien wenselijk/noodzakelijk bijgestuurd; Signalen van inwoners over bedrijven zonder vergunning of melding voor de activiteit milieu worden altijd opgepakt; 1 maal in de drie maanden wordt het bedrijvenbestand gecheckt op vestiging van nieuwe bedrijven. Bedrijven in een zwaardere milieucategorie, op basis van deze check, worden gecontroleerd; In 2022 worden alle (100%) milieuaanvragen en –meldingen op basis van objectieve criteria getoetst. De RUD Utrecht draagt er zorg voor dat deze objectieve criteria in afstemming met de andere RUD Utrecht partners worden opgesteld, waardoor uniformiteit binnen het werkgebied van de RUD Utrecht is gewaarborgd (indien noodzakelijk kan gemotiveerd worden afgeweken); Ten minste 20 bedrijven worden gecontroleerd op de energievoorschriften uit de Wet milieubeheer en het activiteitenbesluit; De analyse van de informatieplicht energiebesparing voor Amersfoortse bedrijven is afgerond De RUD monitort in welke mate toezicht en handhaving op het gebied van energie bij bedrijven effectief is. De RUD Utrecht zet zich in op diverse aspecten die te maken hebben met de bescherming van het milieu. De hoogste risico’s die ze bij de gemeente Amersfoort voor het milieu zien, zijn te vinden in de landelijke risico prioritering; bij de volgende activiteiten en/of branches: Het opslaan of gebruiken van gevaarlijke stoffen; Het naleefgedrag bij intensieve veehouderij; Bedrijven waar veel potentieel aanwezig is voor energiebesparing; Het toepassen van verontreinigde grond; Risicovolle inrichtingen (genoemd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen); Bodemsanering Vervoer gevaarlijke stoffen In het VTH-uitvoeringsprogramma zijn door de gemeente Amersfoort 10 prioriteiten benoemd. Deze 2 punten zijn relevant voor de RUD Utrecht Milieu en energie toezicht bij bedrijven Slopen met asbest 4.Overzicht inzet RUD Utrecht voor de opdrachtgever 5.Inleiding In dit hoofdstuk worden de behaalde resultaten over de periode januari tot en met december 2022 op hoofdlijnen weergegeven. De hoofdlijn beschrijft de resultaten in het algemeen (Dvo), van de aanvullende opdrachten en van de projecten. De realisatie van de regionale taken vallen buiten deze rapportage, vanwege de aard van de werkzaamheden, en worden eind van het jaar verrekend onder de deelnemers. 6.Resultaten op hoofdlijnen Hieronder treft u de overzichten aan van de resultaten op hoofdlijnen, per wetgeving en van de aanvullende opdrachten en de projecten. De gerealiseerde omzet wordt getoetst aan een toetspercentage, genaamd verwachte omzet (%). Voor deze rapportage is het toetspercentage 100%. We hanteren de volgende indeling over de voortgang van de realisatie: Tabel 1. Overzicht realisatie op hoofdlijnen Tabel 2. Overzicht realisatie per wetgeving Dvo Tabel 3. Overzicht realisatie projecten Project Vetgasfabriek te Amersfoort Voor het project bodemsanering vetgasfabriek Amersfoort zijn afgelopen jaar verschillende werkzaamheden verricht, Hierbij is vooral het testen van het uitvoeringssysteem en uitbreiding van het monitoringssysteem essentieel geweest om te komen tot de meest doeltreffende saneringsaanpak. Vanuit onze adviesrol worden in afgelopen periode van 2022 op verschillende momenten adviezen gegeven over de innovatieve wijze waarop de uitvoering van de sanering moet gaan plaatsvinden. Met name de diepteligging en werking van de onttrekkingsfilters zijn aangepast. Daarnaast zijn adviezen gegeven en verwerkt in het uitvoeringsplan over de plaats en aantallen van deze filters, alsmede ook aanpassingen met betrekking tot de monitoringsfilters van het monitoringsplan. In overleg is besloten dat de jaarlijkse monitoringsronde in dit geval voor 2021 enigszins vertraagd in februari 2022 naar behoren is uitgevoerd. Ook op basis van deze resultaten vindt er een verdere aanpassing of bijstelling van de saneringsuitvoering plaats. Eén van de lopende actie’s is het plaatsen van MCW (multi channel well) peilbuizen in het 2e watervoerende pakket, hiervoor loopt momenteel een offerte traject. De uitvoering hiervan is gecompliceerd gezien de grote diepte van de boring. De definitieve uitvoeringsfase van de sanering is gestart begin mei 2022. In het saneringsplan is opgenomen dat tijdens de exploitatie/saneringsfase halfjaarlijks een voortgangsrapportage moet worden ingediend. Afgesproken is met de betrokken partijen dat deze rapportage in november 2022 eerst met elkaar zal worden besproken alvorens deze wordt ingediend ter goedkeuring. De werkzaamheden worden volgens de regels en richtlijnen uitgevoerd, waarbij zo nu en dan een kleine aanpassing of aanvullende informatie noodzakelijk is. Doordat tijdens het inregelen van de installatie regelmatig pompen of andere installatieonderdelen buiten bedrijf raken zonder dat de RUD hiervan op de hoogte wordt gesteld, was er afgelopen periode behoefte aan verbetering van de communicatie. Hierover zijn dan ook met de opdrachtgever en hun adviseurs nieuwe afspraken gemaakt, waardoor de handhaver van de RUD momenteel voldoende op de hoogte wordt gehouden van start- of stopmomenten van de installatieonderdelen. De duur van het project zal zeker nog enige jaren doorlopen, afhankelijk van de omvang van de verontreiniging die (nog) steeds niet volledig in beeld is en de effectiviteit van de saneringsaanpak. Het aantal uren voor 2021 is begroot op 600 uur, terwijl er ongeveer 100 uur zijn gerealiseerd. Dit betekent dat er eind dit jaar een overschot aan uren kunnen worden doorgeschoven naar volgend jaar of er zal worden afgeraamd. In het overleg van 14 september is inmiddels afgesproken de niet bestede uren (ca 350) van de aanvullende opdracht van dit jaar worden doorgeschoven naar 2023. Deze uren zullen specifiek worden aangewend voor de adviestaken om zo ook de scheiding tussen bevoegd gezag taken (in DVO) en adviestaken (op aanvullende opdracht) te borgen. Wel van belang is dat deze 350 uur voor advies te ruim is begroot (op basis van de huidige verwachtingen) voor 2023 en wellicht een langere doorloop zal hebben. Tevens is dus een aantal producten extra voor toezicht voorgesteld in de DVO voor de vetgasfabriek. 6.1Aandachtspunten Over het geheel genomen loopt de realisatie van de bedrijfsomzet net achter op schema, en dat is gezien de huidige omstandigheden, verklaarbaar. Onze mensen hebben geprobeerd te anticiperen en te sturen op de realisatie waar mogelijk. Er zijn echter wel een aantal aandachtpunten waarbij het de realisatie vanwege een aantal oorzaken gestremd is. 1. Wm/Wabo Op wetgevingsniveau hebben we 95% gerealiseerd ten opzichte van de begroting. Hiermee is de verwachte omzet gerealiseerd. De realisatie op het instrument beschikkingen is achtergebleven, echter hebben we extra gerealiseerd op de instrumenten technische advisering en meldingsafhandeling. Alle voorgenoemde instrumenten (vraag gestuurde producten) hebben gezamenlijk een overschrijding. De realisatie op het instrument toezicht is een onderbesteding welke wordt veroorzaakt door verschillende producten. Het niet behalen van de gehele planning van fysieke Wm controles en er zijn meer energiecontroles uitgevoerd dan stimulerend toezicht. De realisatie op het instrument klachtenafhandeling is achtergebleven, het betreft een vraag gestuurd product. We zien dat het aantal klachten gelijk is aan vorig jaar, dit is exclusief de inzet van de TH op specifieke vragen van de gemeente inzake klachten. 2. Besluit bodemkwaliteit Op wetgevingsniveau hebben we 119% gerealiseerd. Hiermee is sprake van een overschrijding. De eerste helft van het jaar liepen wij echter flink achter op schema. De tweede helft van het jaar is de inzet op toezicht behoorlijk geïntensiveerd. De overschrijding op Besluit bodemkwaliteit wordt gedekt van de onderbesteding op de Wet bodembescherming. 3. Asbest Op wetgevingsniveau hebben we 161% gerealiseerd. Dit is in de vorige rapportages reeds gesignaleerd en afgestemd met de gemeente. Desalniettemin is de overschrijding in het laatste kwartaal wederom hoger dan verwacht in de laatste rapportage. Belangrijkste oorzaak is een forsere stijging van het aantal meldingen en controles in de tweede helft van het jaar. Ter illustratie, in de eerste 6 maanden zijn 180 meldingen ontvangen, in het 3e kwartaal waren dat er 110 en in het 4e kwartaal zijn 130 meldingen ontvangen. Aangezien het aantal fysieke controles afhankelijk is van de gemelde/uitgevoerde asbestsaneringen is het beeld voor toezicht vergelijkbaar met de meldingen en is ook hier richting eind van het jaar een toename van de bestede uren waar te nemen. 4. Wet natuurbescherming; soortenbescherming Er waren geen uren begroot voor deze dienst verlening. Desalniettemin zijn er een beperkt aantal uren ingezet voor stikstofberekening (12 uur) en ecologische advisering (52 uur). Voor 2023 heeft de gemeente Amersfoort afspraken met ons gemaakt om te starten met het ondersteunen bij ecologische vraagstukken. 7.Monitoringsindicatoren Om inzicht te bieden in de kwaliteit van het werk dat geleverd wordt, zijn we hard bezig met het ontwikkelen van monitoringsindicatoren. Deze indicatoren zijn toegespitst op kwaliteit en in gezamenlijkheid ontwikkeld. Deze monitoringsindicatoren betreffen nu de indicator over de kwaliteit van onze juridische inzet, de doorlooptijd op vergunningen en meldingen, en het spontaan naleefgedrag. Vanwege de adaptatie van een nieuw zaaksysteem en de migratie van zaken zijn de KPI’s niet operationeel en niet geschikt om in deze rapportage op te nemen. Er wordt hard gewerkt om deze volgend jaar in de junirapportage weer te geven. Daarnaast zal er een traject worden gestart om de indicatoren overeenkomstig de UHS vorm te geven. Juridische inzet betreft als volgt, er zijn 4 zaken behandeld en afgesloten in 2022, er staan er nog 2 open. De uitkomsten van de zaken vindt u in de onderstaande KPI. Bijlage 1: Achtergronden en organisatie Verantwoording werkzaamheden van de RUD Utrecht Om een goede input te kunnen leveren voor de beleidskeuzes die de opdrachtgevers moeten maken, moet de RUD Utrecht zorgen voor een goede vastlegging van alle gegevens met betrekking tot haar werkzaamheden. Dit doet ze door het vastleggen van o.a.: De hoeveelheid getoetste vergunningen, Hoeveelheid controles, Het aantal handhavingszaken, Het aantal opgelegde sanctie, De uitgevoerde projecten, De gemaakte kosten, Deze monitoring maakt inzichtelijk in welke mate doelgroepen de regels naleven en welke knelpunten er zijn als het gaat om het naleefgedrag. De RUD Utrecht is samen met haar opdrachtgevers bezig om hier een juiste vorm van verslaglegging in te ontwikkelen. In ieder geval worden na afloop van een begrotingsjaar de behaalde prestaties en de werkelijke kosten geëvalueerd. De evaluatie laat zien wat er met de ureninzet voor toezicht en handhaving is bereikt. Bovendien bevat de monitoringsinformatie gegevens over de toezichttaken in relatie tot de beschikbare capaciteit. Door planning en realisatie met elkaar te vergelijken ontstaat inzicht in een meest doelmatige inzet van de beschikbare capaciteit. Gehanteerde werkprocessen Het samenwerkingsverband van de RUD Utrecht hanteert een gezamenlijk werkproces. Dit past in de gedachte van “de BIG 8” waarbij de werkprocessen afgestemd worden op de strategische doelen en prioriteiten van de opdrachtgevers. De RUD Utrecht is vervolgens de specialist in de uitvoering en bepaalt de juiste werkprocessen. Vervolgens stemt de RUD Utrecht in het Producten en Dienstencatalogus (PDC) deze werkprocessen af met de opdrachtgevers. Sinds dit jaar hebben de gemeenten en Provincie binnen de Provincie Utrecht ook een Uniforme Handhavings Strategie (UHS) vastgesteld, een unicum in de regio Utrecht. In de UHS staat een uniforme risico-analyse op basis van milieubelastende activiteiten (voor de basistaken) opgenomen alsook de Landelijke handhavingsstrategie. Deze zullen beide leidend zijn voor de uitvoering van onze toezichtstaken. Bij de RUD Utrecht zal bij de invoering van de Omgevingswet een vertaling plaats gaan vinden naar nieuwe Omgevingswet werkprocessen bij o.a. het cluster milieutoezicht en vergunningverlening. In de handhavingsbesluiten motiveert de RUD Utrecht bij eventuele afwijkingen en deze legt ze vast in de digitale omgeving van PowerBrowser. Juridische achtergronden Met het maken van dit jaarprogramma geven we invulling aan diverse wettelijke plichten, te weten: Artikel 7.3 van het Besluit omgevingsrecht en artikel 10.4 van de Regeling omgevingsrecht: plicht tot jaarlijkse uitwerking handhavingsbeleid in een uitvoeringsprogramma; Artikel 3 lid 1 sub b van de Verordening Systematische Toezichtinformatie Provincie Utrecht, waarbij burgemeester en wethouders in de provincie Utrecht dit uitvoeringsprogramma aan Gedeputeerde Staten moeten verstrekken. 24-uurs bereikbaarheid De RUD Utrecht heeft een milieuklachtentelefoon. Per februari 2019 is de RUD Utrecht voor klachten ook bereikbaar via één telefoonnummer (frontoffice). Deze meldkamer is 24/7 bereikbaar en zorgt er voor dat klanten direct en professioneel te woord worden gestaan. Zo nodig wordt de melding doorgezet naar de gemeente of een waterschap. Wanneer een melding/klacht door de RUD Utrecht namens het bevoegd gezag opgepakt moet worden, zorgt de meldkamer er voor dat de juiste discipline (groen, grijs, blauw) ingezet wordt. Bij het organiseren van de consignatie kijkt de RUD Utrecht hoe de verschillende taakvelden zo efficiënt en effectief mogelijk kunnen worden ingezet. Scheiding vergunningverlening/toezicht en handhaving Vergunningverlening enerzijds en toezicht en handhaving anderzijds zijn functioneel gescheiden en deels in verschillende teams belegd. Hiermee is gewaarborgd dat de medewerkers, die verantwoordelijk zijn voor een vergunning, niet ook toezicht houden of handhaven op de zelfgeschreven vergunning. Periodieke roulatie Om te voorkomen dat na verloop van tijd de toezichthouder te lang verantwoordelijk is voor handhaving van één en dezelfde inrichting, worden medewerkers periodiek gerouleerd over de inrichtingen. Ook in 2022 zal weer gerouleerd worden. Brede inzetbaarheid personeel Nieuwe, op de RUD Utrecht afkomende wetten vergen het nodige van haar personeel. Een brede inzetbaarheid van personeel wordt steeds belangrijker voor een adequate/efficiënte taakuitvoering. De RUD Utrecht traint daarom haar medewerkers op bijv. adviesvaardigheden en het vergaren van nieuwe kennis (bijv. op het gebied van ruimtelijke ordening en de omgevingswet). Kwaliteitscriteria Medio 2022 zijn de kwaliteitscriteria voor de kritieke massa door een werkgroep van IPO/VNG aangepast in het kader van de Omgevingswet. Onze medewerkers volgen allemaal opleidingen voor de Omgevingswet daarmee hebben de aanpassingen geen grote invloed op het kennisniveau van onze medewerkers. We voldoen daarmee nog steeds voor de generieke onderdelen aan de criteria. Op de specialistische deskundigheidsgebieden voldoen we deels niet meer door vertrekkende medewerkers dit wordt opgelost door de samenwerking met collega omgevingsdiensten of door specialistische kennis in te huren. Voor de toekomst blijft dit een aandachtpunt omdat een aantal medewerkers de komende jaren hun pensioengerechtigde leeftijd bereiken en opvolging geborgd moet worden. Hiervoor wordt op teamniveau plannen gemaakt. In de bijlage 3 vindt u een actueel en gedetailleerd overzicht van de kwaliteitscriteria. Samenwerking en afstemming met andere VTH-partners De RUD Utrecht werkt in het veld samen met andere VTH-partners. De intensiteit van samenwerking en de mate waarin de samenwerking structureel is ingericht, verschilt. De RUD Utrecht werkt in toenemende mate samen (bijv. met de ODRU), waarbij de samenwerking niet op basis van een samenwerkingsovereenkomst plaatsvindt. Hieronder zijn (niet limitatief) samenwerkingspartners opgesomd en een aantal samenwerkingsafspraken. Partij Opmerkingen Waterschap Samenwerking in het kader van indirecte lozingen en eventuele andere projecten Provincie Samenwerkingsprogramma VTH, Wet natuurbescherming Verschillende partners Samenwerkingsovereenkomst getekend in het kader van optreden op elkaars grondgebied (BOA) OFGV Samenwerking op het gebied van handhaving randmeren VRU Incidenteel afstemmingsoverleg en in het kader van projecten o.a. bij de opslag van gevaarlijke stoffen Driehoek: RUD Utrecht, OM en Politie Overleg in het kader van strafrecht (wettelijk) ODRU Verschillende inhoudelijke samenwerkingen Bijlage 2: Uitvoeringsbladen Amersfoort Omgevingswet 0 Wat doen we? (omschrijving) De Omgevingswet (Ow) poogt het omgevingsrecht, welke op dit moment zo complex is dat veel sectorale omgevingsrechtelijke wet- en regelgeving elkaar overlappen en er veel verschillende procedures moeten worden gebruikt, te vereenvoudigen. Daarbij draagt de wet continue zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en creëert zij meer ruimte voor ontwikkelingen. Als uitvoeringsdienst heeft de RUD Utrecht, als risicobeheerser, een belangrijke rol in zowel het beschermen van de fysieke leefomgeving als ook het mogelijk maken van ontwikkelingen. Wat vinden we belangrijk? (relatie met het strategisch VTH-beleid) We willen het leefmilieu beschermen tegen aantasting door bedrijfsmatige activiteiten en tegelijkertijd initiatieven mogelijk maken. Door onze kennis en ervaring te delen dragen we bij aan kwalitatieve omgevingsplannen met daarbij oog voor de lokale afwegingsruimte. Uitvoeringskaders: Tot en met de invoering van de omgevingswet: Algemene wet bestuursrecht, Wet milieubeheer, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, activiteitenbesluit, besluit lozen buiten inrichtingen, Wet geurhinder en veehouderij, Wet luchtkwaliteit, Wet ruimtelijke ordening en de landelijke handhavingsstrategie en de vastgestelde onderdelen van de uniforme VTH-strategie voor de RUD Utrecht. Welke instrumenten zetten we in? Toezicht, technische advisering, data en digitale ondersteuning Wat zijn de doelstellingen? Het beoogde resultaat is: De opdrachtgever in staat stellen goed voorbereid, bij inwerkingtreding, de Ow te implementeren. En dat bereiken we door de volgende doelstellingen te formuleren: De opdrachtgever als afdeling op afstand bedienen in zijn of haar vragen met betrekking tot de omgevingswet. De opdrachtgever, zo goed mogelijk, ondersteunen in pilots, projecten en adviesvragen die raakvlakken hebben met de omgevingswet. Het afstemmen en efficiënt inrichting van nieuwe werkprocessen om toekomstige samenwerking te optimaliseren onder de Ow. Hoe meten we dit? (monitoringsindicatoren) Door in productstructuren de communicatie op peil te houden, voortgang te monitoren, en gezamenlijk onze inzet en samenwerking te evalueren. Realisatie samenvatting Op de wetgeving Omgevingswet hebben we op verzoek van de gemeente inzet gerealiseerd. Deze inzet was niet begroot. Hiervoor zijn voldoende uren beschikbaar gesteld binnen de DVO op andere wetgevingsgebieden. Realisatie per ingezet instrument Technische advisering DVO: Niet afgenomen Realisatie ureninzet: € 5.357 (79 uur) gerealiseerd Naar aanleiding van een aantal vragen vanuit de gemeente hebben we 79 uur besteed aan het product Advisering Omgevingsplan (PRD.OW1). Deze uren waren niet begroot binnen de DVO. Werkzaamheden zijn onder andere uitgevoerd met betrekking tot de geluidsregels Hoogland, bijeenkomsten en feedback op de Omgevingsvisie en vragen over tijdelijke woningen op een gezoneerd industrieterrein. Inzet 2023 Totaal DVO 0 uren, waarvan Technische advisering 0 uur Toezicht 0 uur Informatie gestuurd handhaven 1 Wat doen we? (omschrijving) Onder deze dienst vallen activiteiten rondom informatie gestuurd handhaven (IGH) en ketentoezicht. Deze vormen van toezicht gaan over meerdere wetgevingsgebieden. Ketentoezicht is het op elkaar afgestemde toezicht van één of meer toezichthoudende instanties op de naleving, de kwaliteit of de veiligheid van een handeling of zaak, dat zich uitstrekt tot alle partijen die achtereenvolgens betrokken zijn bij deze handeling of zaak. Ketentoezicht richt zich op processen waar verschillende organisaties als schakels in een keten bij betrokken zijn. Ketentoezicht krijgt in de praktijk vorm doordat de betrokken toezichthoudende instanties afspraken maken over de aanpak en deze vastleggen in vaste werkafspraken en/of een projectopzet. Op goederenstromen (afval, grond, asbest, dierlijke vetten, enzovoort) wordt ketentoezicht verricht op regionale of bovenregionale schaal. Toezichtbevindingen of klachten ten aanzien van individuele bedrijven kunnen aanleiding zijn om een ketenonderzoek op te starten. Wat vinden we belangrijk? (relatie met het strategisch VTH-beleid) Het algemene doel van de inzet van toezicht is om regelnaleving te stimuleren en overtredingen te signaleren. Uitvoeringskaders: Bij de uitvoering maken we gebruik van de LHS en de diverse wettelijke kaders. Welke instrumenten zetten we in? toezicht Wat zijn de doelstellingen? Het informatie gestuurd handhaven richt zich bij de RUD Utrecht op vier methodieken: uniform risicogericht werken: doel om de beschikbare tijd zoveel mogelijk in te zetten waar het risico echt het grootst is; het gebruik maken van ogen en oren van professionals en burgers: doel is door verbetering in de signalering effectiever te handhaven; het verbeteren van de informatiepositie: het doel is meer efficiëntie te behalen en beter te kunnen inspelen op calamiteiten door informatie over (activiteiten bij) bedrijven sneller op tafel te krijgen; het aanpakken van illegale activiteiten met data-analyse: het doel is bedrijven die de wet overtreden te signaleren door datasets van verschillende systemen naast elkaar te leggen. Een goede samenwerking met andere handhavingspartners om zodoende op basis van beschikbare informartie de inzet van toezicht effectief te kunnen sturen. Hoe meten we dit? (monitoringsindicatoren) Het aantal uitgevoerde fysieke controles in relatie tot de overtredingen die zijn begaan (soort overtredingen en ingezette strategie) en het registeren van de overtreder. Realisatie samenvatting Er is 105% gerealiseerd. We hebben daardoor een geringe overschrijding. Met name het ketenproject grondstromen, waarbij data van de ontvangers en leveranciers van grond werden opgevraagd, om inzicht te krijgen of er ook illegale grondstromen hebben plaatsgevonden, heeft de nodige inzet gevergd. Het project is nog niet afgesloten en loopt gedeeltelijk door in 2023. Realisatie per ingezet instrument Toezicht DVO: 50 uur Realisatie ureninzet: 105%. Er zijn in 2022 52 uur gerealiseerd. We hebben daardoor een geringe overschrijding. Het project is nog niet afgesloten en loopt gedeeltelijk door in 2023. Inzet 2023 Totaal DVO 50 uren, waarvan Toezicht 50 uur VTH ondersteuning 2 Wat doen we? (omschrijving) Om kwaliteit in de uitvoering en toezicht van het omgevingsrecht te verbeteren volgen we een beleidscyclus waarbij de uitvoeringsorganisatie input levert voor de door de bevoegde gezagen op te stellen beleid. Wat vinden we belangrijk? (relatie met het strategisch VTH-beleid) De uitvoering van VTH en de specialistische kennis die daarvoor nodig is en opgedaan wordt, is een belangrijke input voor de beleidscyclus van de "BIG-8". Uitvoeringskaders: Besluit Omgevingsrecht, VTH beleidskaders en andere relevante wetgeving Welke instrumenten zetten we in? technische advisering, data en digitale ondersteuning Wat zijn de doelstellingen? Het bevoegd gezag kan het gemaakte VTH-beleid, inclusief risicoanalyse evalueren en bijsturen. Met de ondersteuning van de RUD Utrecht is de BIG-8 cyclus sluitend en is er een goede koppeling tussen de beschikbare data. Hoe meten we dit? (monitoringsindicatoren) Het jaarlijks bijsturen van de risicoanalyse en prioriteiten afstemmen met bestuurders in de daarvoor bestemde stukken. Realisatie samenvatting Op wetgevingsniveau hebben we 38% gerealiseerd ten opzichte van de begroting. We hebben hier te maken met een onderbesteding. Het betreffen vraag gestuurde producten, sturing is hier beperkt tot niet mogelijk. We hebben minder vraag ontvangen, waardoor we minder inzet hebben kunnen realiseren dan was begroot Realisatie per ingezet instrument Technische advisering DVO: 200 uur Realisatie ureninzet: 2% We hebben op dit instrument 2% gerealiseerd. Er is sprake van een onderbesteding. Het betreffen vraag gestuurde producten. De vraag is achtergebleven ten opzichte van het geraamde aantal uren. Binnen deze post vallen de producten technische advisering algemeen en advisering bodemenergiesystemen. Er is enkel inzet geweest op het product Technische advisering algemeen (PRD.AO). In 2021 hebben we voor dit product het protocol Laagfrequent geluid (LFG) opgeleverd. Dit jaar hebben we geadviseerd over de geluidsregels bij een gezoneerd industrieterrein en deelgenomen aan de ketentest Omgevingswet. Data en digitale ondersteuning DVO: 280 uur Realisatie ureninzet: 62% We hebben op dit instrument 62% gerealiseerd. Er is sprake van een onderbesteding. Op productniveau verschilt dit echter. We hebben met name inzet gerealiseerd op het product Informatieverstrekking overig (PRD.IVO). Hiervoor zijn diverse documenten verstrekt en korte vragen beantwoord. Voor de dynamische monitoring bedrijvenbestand hebben we de data geactualiseerd van verschillende databronnen. Hier hebben we in totaal 41 uur besteed van de 200 begrote uren. Inzet 2023 Totaal DVO 480 uren, waarvan Technische advisering 200 uur Data en digitale ondersteuning 280 uur Algemene wet bestuursrecht 5 Wat doen we? (omschrijving) De behandeling van bezwaar, (hoger) beroep of de inhoudelijk juridische ondersteuning daarbij. Wat vinden we belangrijk? (relatie met het strategisch VTH-beleid) Een eerlijke, transparante belangenafweging. Uitvoeringskaders: Algemene wet bestuursrecht en alle aan de zaak gerelateerde wetgeving Welke instrumenten zetten we in? beschikkingen, handhaving Wat zijn de doelstellingen? Een juridisch correcte behandeling van het bezwaar, (hoger) beroep en/of verzoek om voorlopige voorziening. Geen procedurele fouten tijdens bezwaar/beroep/hoger beroep. Hoe meten we dit? (monitoringsindicatoren) Het aantal juridische zaken in relatie tot het resultaat. Realisatie samenvatting Overall hebben we 36% gerealiseerd, waarmee de achterstand in de loop van het jaar is ingelopen. Dit is mogelijk te wijten aan het oppakken en afhandelen van een langlopend dossier (Cruquius 69). Het vermoeden bestaat dat niet alle juridische zaken worden doorgestuurd naar de RUD. Ook wordt in bezwaarzaken niet actief om advies gevraagd. Realisatie per ingezet instrument Handhaving DVO: 200 uur Realisatie ureninzet: 36% Er was minder inzet nodig dan verwacht. Dit hebben we eerder al gemeld. Er was een handhavingsverzoek (Noorderwierweg 120) ingediend, maar na afstemming met de verzoeker mocht dit beschouwd worden als een klacht. Er is een last onder dwangsom opgelegd, maar het restaurant aan de Noorderwierweg besloot de activiteiten te beëindigen (er liep ook een civiele procedure). De zaak is afgehandeld. Verder is er een bezwaar ingediend inzake een afgewezen handhavingsverzoek voor locatie Ariane 22A. Over dit bezwaar hebben wij advies gegeven. Door de gemeente Amersfoort is een besluit op bezwaar genomen, waartegen beroep is aangetekend. Hierin is advies gevraagd van de RUD. Het handhavingsverzoek van Ariane 22A is overigens niet door ons behandeld. Om onduidelijke redenen is dit niet bij de RUD terecht gekomen. Handhavingsverzoeken zijn een product dat onder Algemene wet bestuursrecht valt. Ook is een bezwaar ingediend tegen de opgelegde last onder dwangsom t.a.v. Flink B.V. gevestigd aan de Kamp 58. Hierin is actief advisering aangeboden. Tot slot is er een melding ontvangen van een bewoner aan de Cruquius. Na afstemming wordt dit behandeld als een verzoek om handhaving. Met deze melder is een gesprek gevoerd, waarbij bij ook de gemeente was vertegenwoordigd. Hierna is een afrondende brief gestuurd, waartegen bezwaar open stond. Er is geen bezwaar gemaakt. We hebben een onderbesteding voor dit product. We willen erop aandringen dat zaken die voor de RUD bestemd zijn, zo snel mogelijk naar de RUD gestuurd worden. Onderbesteding is veroorzaakt doordat er minder juridische zaken binnenkwamen dan verwacht. Inzet 2023 Totaal DVO 200 uren, waarvan Handhaving 200 uur Wet openbaarheid van bestuur 6 Wat doen we? (omschrijving) De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) regelt het recht op informatie van de overheid. Overheidsinformatie is altijd openbaar, tenzij de Wob of andere wetgeving bepaalt dat de gevraagde informatie niet geschikt is om openbaar te maken. Wat vinden we belangrijk? (relatie met het strategisch VTH-beleid) Een eerlijke, transparante belangenafweging. Uitvoeringskaders: Wet openbaarheid van bestuur Welke instrumenten zetten we in? technische advisering Wat zijn de doelstellingen? De overheid vervult en ondersteunt bij de uitvoering van haar taak openbaarheid. Een correcte afhandeling van een WOB verzoek, binnen de wettelijke termijnen. Hoe meten we dit? (monitoringsindicatoren) Het aantal WOB verzoeken Realisatie samenvatting Overall hebben we 153% gerealiseerd. Er zijn tot nu toe twee WOB/Who/Woo verzoeken ingediend en gesloten. Realisatie per ingezet instrument Beschikking DVO: 20 uur Realisatie ureninzet: 153% Er zijn 2 Woo verzoeken ingediend en gesloten. Inzet 2023 Totaal DVO 20 uren, waarvan Beschikking 20 uur Wet bodembescherming 7 Wat doen we? (omschrijving) De Wet bodembescherming (Wbb) stelt regels om de bodem te beschermen. De Wbb maakt duidelijk dat grondwater een onderdeel van de bodem is. Daarnaast worden de sanering van verontreinigde bodem en grondwater door middel van de Wbb geregeld. Ook lozingen in of op de bodem kunnen op grond van de Wbb worden gereguleerd. Wat vinden we belangrijk? (relatie met het strategisch VTH-beleid) De gemeenten en/of provincie is verantwoordelijk voor het beperken en het zoveel mogelijk ongedaan laten maken van ernstige en nieuwe verontreinigingen in de bodem. Daarnaast is handhaving gericht op naleving van de voorschriften, zoals opgenomen in de beschikkingen en het tegenhouden van mogelijke illegale handelingen. De Wet bodembescherming biedt het bevoegd gezag ook de mogelijkheid om een onderzoek af te dwingen om te bepalen of er sprake is van een spoedlocatie. Uitvoeringskaders: We maken gebruik van de LHS en de door de gemeente vastgestelde strategie. Het bevelsinstrumentarium Wet bodembescherming (bevelsbeleid 2011) beschrijft hoe we hier invulling aan moeten geven. De RUD gaat nog een uniforme VTH-strategie ontwikkelen. Deze uniforme strategie zal de gemeentelijke strategie gaan vervangen. Welke instrumenten zetten we in? Meldingafhandeling, beschikkingen, toezicht, handhaving, technische advisering, data en digitale ondersteuning, klachtafhandeling Wat zijn de doelstellingen? Procedures worden binnen de wettelijke termijn afgehandeld (indicator 90%). Termijn-gerelateerde procedures en spoedlocaties hebben prioriteit boven procedures zonder wettelijke termijnen. Tijdens de inzet van toezicht worden bij 80% geen overtredingen geconstateerd die leiden tot een voornemen LOD (handhaving). Een verantwoorde bodemkwaliteit en correcte toepassingen van bouwstoffen, grond en afvalwater en het zoveel mogelijk voorkomen van overlast voor omgeving of bewoners. Hoe meten we dit? (monitoringsindicatoren) Het aantal uitgevoerde fysieke controles in relatie tot de overtredingen die zijn begaan (soort overtredingen en ingezette strategie) en het registeren van de overtreder. Realisatie samenvatting Op wetgevingsniveau hebben we 85% gerealiseerd. Hiermee is sprake van een onderbesteding in 2022. Daarnaast is in 2022 een andere mix afgenomen dan voorzien. Alleen op het instrument Data en digitale ondersteuning is de verwachte omzet gerealiseerd. Voor de overige instrumenten is sprake van onderbesteding. De mate waarin kan enorm verschillen per instrument. Met name op de instrumenten Toezicht en Meldingen is de inzet achtergebleven. Realisatie per ingezet instrument Technische advisering DVO: 650 uur Realisatie ureninzet: 89% We hebben op dit instrument 89% gerealiseerd. Er is sprake van een geringe onderbesteding. Binnen het instrument is uiteindelijk een andere mix van producten afgenomen dan voorzien. De inzet op beleidsadvisering is ruim overschreden terwijl inzet op de advisering bij bouwaanvragen en inrichtingen achter zijn gebleven ten opzichte van de prognose. Dit is zowel in de juni als in de oktoberrapportage gesignaleerd. De inzet op beleidsadvisering betreft o.a. inzet die wij leveren voor omgevingsplannen en de omgevingsvisie. Meldingsafhandeling DVO: 164 uur Realisatie ureninzet: 62% We hebben op dit instrument uiteindelijk 62% gerealiseerd. Er is sprake van een behoorlijke onderbesteding op dit instrument. Net als in de eerdere rapportages aangegeven, constateren wij dat met name de realisatie op de reguliere BUS-meldingen achter is gebleven. Het betreft vraaggestuurde producten. Mogelijk dat als gevolg van de stikstofproblematiek, het tekort aan personeel en grondstoffen er minder initiatieven van de grond komen en als gevolg daarvan de meldingen achter zijn gebleven. Beschikking DVO: 897 uur Realisatie ureninzet: 86% We hebben uiteindelijk op dit instrument 86% gerealiseerd. Ten tijde van de oktoberrapportage is geconstateerd dat we achterliepen en is de verwachting dat we dit instrument niet volledig zouden realiseren uitgesproken. Er is binnen dit instrument een andere mix aan producten afgenomen dan voorzien. Met name de inzet op het beoordelen van bodemonderzoeken, het voeren van vooroverleg en de inzet op het product beoordelen Wbb, niet bevoegd gezag taak is enorm toegenomen. Deze laatste betreft de inzet op de potentiële spoedlocaties. Van belang is om voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet de potentiële spoedlocaties beschikt te hebben. Er is door de RUD namens de gemeente Amersfoort opdracht verleend voor het uitvoeren van bodemonderzoek op een 5-tal potentiële spoedlocaties. Het betreft de locaties: Euterpeplein nabij 51: Aanvullend onderzoek is uitgevoerd. Er is verontreiniging aangetroffen. Verder onderzoek is nodig. Na akkoord van de gemeente inzake de kosten, wordt het veldwerk uitgevoerd. Prins Frederiklaan 1a-3c: Het veldwerk is uitgevoerd en er zijn geen aanwijzingen dat de ondergrondse tanks (die niet meer zijn aangetroffen) een verontreiniging hebben veroorzaakt. Kamp 53-55: Is onderzocht, geen aanleiding tot verder onderzoek. Er is geen sprake van een spoedlocatie. Schimmelpenninckkade 30: Tijdens het bodemonderzoek zijn ten hoogste lichte verontreinigingen aangetoond. Voldoende onderzocht, geen sprake van een spoedlocatie. Teut/Bredesteeg: na bureaustudie bleek een bodemonderzoek niet nodig, er is geen sprake van een spoedlocatie. De insteek is om voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet of de locatie te hebben afgevoerd als spoedlocatie of de ernst en spoed te hebben vastgesteld. Een 4-tal locaties vallen inmiddels af als spoedlocatie. Deze locaties worden als ‘Beoordelen Wbb niet bevoegd gezag’ taak opgepakt. Onder dit instrument is een locatie in het verleden al als complex gewaarmerkt. Er heeft op deze locatie ook inzet in 2022 plaatsgevonden. Het betreft de locatie Bleekerseiland. Er is 29 uur gerealiseerd. Toezicht DVO: 458 uur Realisatie ureninzet: 68% We hebben op dit instrument 68% gerealiseerd. Hiermee is sprake van een onderbesteding. Er zijn minder startmeldingen binnengekomen. Daarnaast komen projecten niet of later dan verwacht in uitvoering. Ook in het laatste kwartaal heeft inzet op gebiedscontroles Wbb plaatsgevonden. De inzet op fysieke controles op saneringen is het laatste kwartaal wel toegenomen. Daarbij zijn geen overtredingen geconstateerd. Handhaving DVO: 20 uur Realisatie ureninzet: 0% Er heeft in 2022 geen realisatie op het instrument Handhaving plaatsgevonden. Data en digitale ondersteuning DVO: 700 uur Realisatie ureninzet: 96% We hebben op dit instrument 96% gerealiseerd en hebben hiermee de te verwachte omzet gerealiseerd. Het betreft de producten Bodemloket (geraamd 400 en besteed 385 uur) en Beheer bodeminformatie (geraamd 300, besteed 286 uur). De technische problemen bij Bodem+ (RWS) en TNO waardoor de informatie via het landelijk bodemloket tijdelijk niet beschikbaar is geweest, zijn in het laatste kwartaal opgelost. Vanaf 23 november is de dubbele kaart van het landelijke bodemloket, die tot extra vragen heeft geleid, verdwenen. Gemeente Amersfoort heeft in het derde kwartaal 2022 een externe partij opdracht gegeven om de bodemrapporten van Amersfoort te digitaliseren. Wanneer de scanoperatie is afgerond, zal Amersfoort met de RUD Utrecht contact opnemen om deze digitale informatie te gaan uitwisselen. Hiervoor zal op dat moment een projectplan worden opgesteld om de gescande documenten en documenten die in het verleden als werkbestanden zijn aangeleverd en opgeslagen op de G-schijf van de RUD, uniform te gaan registreren in het document- en zaakmanagementsysteem, zodat ook deze bestanden op termijn kunnen worden meegenomen in de digitale ontsluiting van bodeminformatie. Verder wordt in samenwerking met de ODRU en PU gewerkt aan een aangepast uniform invoerprotocol met het oog op de Omgevingswet. Het wordt een dynamisch document gezien alle ontwikkelingen rondom de Omgevingswet en de BRO. Inzet 2023 Totaal DVO 2.889 uren, waarvan Technische advisering 650 uur Meldingsafhandeling 164 uur Beschikking 897 uur Toezicht 458 uur Handhaving 20 uur Data en digitale ondersteuning 700 uur Besluit bodemkwaliteit 8 Wat doen we? (omschrijving) Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is duurzaam bodembeheer. Dat wil zeggen: een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu, én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen. Wat vinden we belangrijk? (relatie met het strategisch VTH-beleid) Het algemene doel van toezicht en handhaving op bodemsaneringen en/of grondverzet is dat deze activiteiten voldoen aan de wettelijke eisen van de Wet bodembescherming en het Besluit Bodemkwaliteit. De huidige bodemkwaliteit moet hierbij minimaal op een zelfde kwaliteitsniveau blijven. De toezichts- en handhavingsactiviteiten dragen bij aan het behoud van een veilige en gezonde leefomgeving. Hierbij moet het controleren van Bbk-meldingen in verhouding staan met het beoogde effect en om dat te bepalen gebruiken we de risicoanalyse uit het beleidskader. Uitvoeringskaders: We maken gebruik van LHS en de uniforme VTH-strategie voor de RUD Utrecht (nog te ontwikkelen, tot dan de door de gemeente vastgestelde strategie). Welke instrumenten zetten we in? Meldingafhandeling, toezicht , handhaving, technische advisering, data en digitale ondersteuning, klachtafhandeling Wat zijn de doelstellingen? Bij 80% van de gemelde situaties worden geen overtredingen geconstateerd die leiden tot een voornemen LOD en we voeren een 100% inzet van toezicht bij alle gesignaleerde niet-gemelde situaties. Een verantwoorde bodemkwaliteit en een correcte toepassingen van bouwstoffen, grond en afvalwater. Het achterhalen van niet gemelde situaties. Daar proberen we overtredingen te voorkomen of anders treden we op. Hoe meten we dit? (monitoringsindicatoren) Het aantal ontvankelijke meldingen ten opzichte van de ingediende meldingen en het aantal uitgevoerde fysieke controles in relatie tot de overtredingen die zijn begaan (soort overtredingen en ingezette strategie) en het registeren van de overtreder. Realisatie samenvatting Op wetgevingsniveau hebben we 119% gerealiseerd. Hiermee is sprake van een overschrijding. De eerste helft van het jaar liepen wij echter flink achter op schema. De tweede helft van het jaar is de inzet op toezicht behoorlijk geïntensiveerd. De overschrijding op Besluit bodemkwaliteit wordt gedekt van de onderbesteding op de Wet bodembescherming. Realisatie per ingezet instrument Meldingsafhandeling DVO: 390 uur Realisatie ureninzet: 80% We hebben op dit instrument 80% gerealiseerd. Hiermee is sprake van een onderbesteding op dit instrument. Er zijn wel ontwikkelingen gaande met grondverzet en derden melden de toepassingen maar minder dan verwacht. Mogelijk dat door het personeelstekort bij de aannemers, het tekort aan grondstoffen en de landelijke stikstofdiscussie, er minder initiatieven zijn opgestart in 2022 en er uiteindelijk minder meldingen zijn binnengekomen. Toezicht DVO: 650 uur Realisatie ureninzet: 144% De eerste helft van het jaar liepen wij flink achter op het schema. In de tweede helft van het jaar is de inzet op toezicht behoorlijk geïntensiveerd. Uiteindelijk is er op dit instrument 144% gerealiseerd. Er zijn extra fysieke gebiedscontroles uitgevoerd om na te gaan of derden alles netjes melden. Er zijn daarbij wat kleine overtredingen geconstateerd. Inzet 2023 Totaal DVO 1.040 uren, waarvan Meldingsafhandeling 390 uur Toezicht 650 uur Asbestverwijderingsbesluit 9 Wat doen we? (omschrijving) Het Asbestverwijderingsbesluit heeft als doel de emissie van asbestvezels te beperken bij: het afbreken van gebouwen of objecten of het verwijderen van asbestbevattende materialen uit gebouwen of objecten Ook het opruimen van asbesthoudende materialen na incidenten valt onder het besluit. Echter de toezicht- en handhavingstaken, die wettelijk gepaard gaan bij de uitvoering van de asbesttaken, door de omgevingsdiensten, beperken zich tot de bedrijfsmatige saneringen van asbest. Onder deze vorm van toezicht en handhaving vallen: Het beoordelen van de asbestinventarisatierapporten Toezicht op de sanering van asbest, zoals is vastgelegd in de werkprotocollen. Het handhaven op overtredingen, zoals is vastgelegd in de werkprotocollen Beoordelen van werkplannen saneringen Signaalfunctie voor ISZW (zie hiervoor de toezichtstrategie) Communicatie en overleg met gemeente en bestuur bij (sensitieve) handhavingstrajecten Ketentoezicht Wat vinden we belangrijk? (relatie met het strategisch VTH-beleid) Het VTH uitvoeringsbeleid regio Utrecht geeft vorm aan het kwantificeren van de omgevingsrisico’s bij asbestsaneringen en wat dit vraagt aan inzet en werkwijze van de RUD Utrecht. Het doel is een effectief en efficiënt asbestbeleid. Het beleid richt zich nadrukkelijk op bedrijfsmatige saneringen en doet geen uitspraken over het toezicht op asbestverwijdering door particulieren. Het beleid richt zich op de taken die vanuit de gemeenten over worden geheveld naar de RUD Utrecht. Beleid met betrekking tot de taken in het ketentoezicht waar de omgevingsdiensten mee belast zijn, maakt nog geen onderdeel uit van dit stuk. Het is de bedoeling dat dit vorm krijgt in de volgende editie van het beleid. Uitvoeringskaders: Asbestverwijderingsbesluit 2005, Bouwbesluit 2012, certificatieschema's voor werken met asbest, het Landelijk Asbest Volg Systeem, de toezichtsstrategie Asbest RUD Utrecht, de landelijke handhavingsstrategie. Welke instrumenten zetten we in? Meldingafhandeling, toezicht , handhaving, technische advisering, data en digitale ondersteuning, klachtafhandeling Wat zijn de doelstellingen? De naleefdoelstelling is dat bij controle vrijwel 100% van de gecontroleerde onderdelen, hetzij gelijk, hetzij naar aanleiding van tijdens de controle gemaakte opmerkingen van de toezichthouder of opgelegde sancties, voldoet aan de volgens het Bouwbesluit 2012 geldende eisen. Het onderwerp asbest is veel in het nieuws. De teneur hierbij is dat de omgang met asbest meer praktisch en genuanceerd vorm moet krijgen. Tegelijk is het een onderwerp waarbij gezondheidsrisico’s, de publieke beeldvorming en het effect van asbestsaneringen op de omgeving zeer serieus aandacht vragen. Het is daarom het beoogde resultaat dat alle wettelijke taken rond asbest en asbestsaneringen zorgvuldig uitgevoerd zijn en dat er dus minimaal overtredingen plaats vinden. De naleefdoelstelling is dat bij controle vrijwel 100% van de gecontroleerde onderdelen, hetzij gelijk, hetzij naar aanleiding van tijdens de controle gemaakte opmerkingen van de toezichthouder of opgelegde sancties, voldoet aan de volgens het Bouwbesluit 2012 geldende eisen. Hoe meten we dit? (monitoringsindicatoren) Om te beoordelen of de beoogde doelstellingen zijn gehaald en te kunnen verantwoorden wat we gedaan en bereikt hebben gebruiken we verschillende indicatoren. Voorwaarde is wel dat deze indicatoren via het administratiesysteem te registreren en te rapporteren zijn. Bijvoorbeeld: aantal asbestsloopmeldingen voor bedrijfsmatige asbestverwijdering per gemeente en per categorie (licht, normaal, normaal +) het aantal en de aard van de overtredingen de benodigde uren het aantal keren signaaltoezicht aantal meldingen CI aantal in ontvangst genomen meldingen in relatie tot de ingediende meldingen Realisatie samenvatting Op wetgevingsniveau hebben we 161% gerealiseerd. Dit is in de vorige rapportages reeds gesignaleerd en afgestemd met de gemeente. Desalniettemin is de overschrijding in het laatste kwartaal wederom hoger dan verwacht in de laatste rapportage. Belangrijkste oorzaak is een forsere stijging van het aantal meldingen en controles in de tweede helft van het jaar. Ter illustratie, in de eerste 6 maanden zijn 180 meldingen ontvangen, in het 3e kwartaal waren dat er 110 en in het 4e kwartaal zijn 130 meldingen ontvangen. Aangezien het aantal fysieke controles afhankelijk is van de gemelde/uitgevoerde asbestsaneringen is het beeld voor toezicht vergelijkbaar met de meldingen en is ook hier richting eind van het jaar een toename van de bestede uren waar te nemen. Normaliter zien we tegen het einde van het jaar een afname van de meldingen, maar het beeld voor 2022 wijkt hier sterk van af met het hoogste aantal meldingen in de laatste maanden van het jaar. Een duidelijke oorzaak daarvoor is moeilijk aan te wijzen. Wel is deze (onverwacht hoge) stijging bij meer gemeenten in de regio te zien. Voor wat betreft de handhaving wordt de overschrijding volledig veroorzaakt door de gevoelige en complexe handhavingszaak aan de Argonweg 17 waar met verschillende partners en strafrecht opgetrokken wordt. De overschrijdingen voor het asbestverwijderingsbesluit kunnen worden gedekt vanuit de onderbesteding in de complete DVO voor de gemeente. Realisatie per ingezet instrument Technische advisering DVO: 108 uur Realisatie ureninzet: 115% Er zijn meer adviezen ontvangen dan vorig jaar. Technische advisering bij asbest is voor een groot deel afhankelijk van wat er aan meldingen is ingediend. Zijn er veel combinaties waar zowel gesloopt wordt als asbest verwijderd dan zal er meer technische advisering nodig zijn. Het beeld voor advisering is in lijn met de overige meldingen waarvoor ook sprake is van een overbesteding. Daarnaast is er nog ecologisch advies uitgebracht dat onder de post asbest is geschreven. De gemeente heeft deze vraag wel uitgezet bij de RUD, maar geen uren daarvoor opgenomen. Dit betreft ongeveer 15 uur. Vanaf 2023 wordt dit anders geregistreerd. Meldingsafhandeling DVO: 664 uur Realisatie ureninzet: 171% Zoals eerder aangegeven zijn er meer meldingen ontvangen dan voorheen en zijn deze doorgaans ook complexer. Ter illustratie, in de eerste 6 maanden zijn 180 meldingen ontvangen, in het 3e kwartaal waren dat er 110 en in het 4e kwartaal 130. De twee lopende complexe meldingen (de Vasco da Gamastraat 10A tm 72C, Ringweg-Kruiskamp 80 t/m 94 – fase 1 en Grote Beer en Orion) zijn grotendeels afgerond. Wel is het mogelijk dat er nog aparte kleinere meldingen binnenkomen voor deze locaties, maar deze kunnen volgens het reguliere proces worden afgehandeld. Toezicht DVO: 300 uur Realisatie ureninzet: 150% Als gevolg van de sterk toegenomen meldingen zijn ook de controles fors gestegen. Er zijn 115 controles uitgevoerd. Daarmee is ongeveer 1 op de 3 á 4 meldingen gecontroleerd. Dat is meer dan andere jaren, waar de verdeling meer 1 op de 4 á 5 meldingen was. Reden is dat er meer meldingen zijn ontvangen waarbij de risicobeoordeling hoger uitvalt. Conform afspraak in het beleid worden asbestsaneringen met een hoger risico vaker bezocht. In het laatste kwartaal is in verband met de geconstateerde overbesteding voor locaties met een lager risico een lager percentage van de locaties bezocht. Handhaving DVO: 100 uur Realisatie ureninzet: 177% Zoals eerder genoemd is als gevolg van een complexe handhavingszaak aan de Argonweg 17 forse inzet gepleegd op handhaving. Daarbij zijn meerdere partners betrokken en is inzet van strafrecht en de juristen nodig. Ook is de locatie meermaals bezocht en hebben overleggen plaatsgevonden met verschillende bureaus. De gemeente is direct betrokken bij de zaak. Er heeft gezamenlijk toezicht plaatsgevonden waarna een voornemen last onder dwangsom opgelegd is, opgesteld door de RUD, en verzonden door de gemeente in het kader van de woningwet. Gebleken is dat de RUD niet gemandateerd is om taken uit te voeren onder de woningwet. Voor toekomstige handhavingstrajecten kan het zinvol zijn om de RUD hiervoor ook te mandateren. N.a.v. het voornemen LOD zijn gesprekken op gang gekomen tussen RUD en de overtreders en was het uiteindelijk niet nodig om de last daadwerkelijk op te leggen aangezien aan de voorwaarden was voldaan. Er wordt nog wel bekeken of aanvullend strafrechtelijk optreden tegen de veroorzaker van de asbestbesmetting noodzakelijk is. Inzet 2023 Totaal DVO 1.328 uren, waarvan Meldingsafhandeling 720 uur Toezicht 350 uur Technische advisering 108 uur Handhaving 150 uur Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 10 Wat doen we? (omschrijving) In drukke gebieden is ook de ruimte in de bodem schaars, toch willen we die ruimte optimaal benutten voor bodemenergiesystemen. Om het principe "wie het eerst komt, die het eerst maalt" te voorkomen, hebben een aantal gemeenten (Amersfoort en Utrecht) een “interferentiegebieden bodemenergiesystemen” vastgesteld. Het doel hiervan is om de ruimte in de bodem: Eerlijk te verdelen en Duurzaam te gebruiken (optimale energieefficiëntie) Wat vinden we belangrijk? (relatie met het strategisch VTH-beleid) Heeft een gemeente deze verordening vas