Deze regels beschrijven de procedure voor het aanvragen en toekennen van jeugdhulp in de gemeente Maasgouw, en hoe de gemeente de hulpvraag beoordeelt. Ze zorgen voor een zorgvuldige procedure en informeren jeugdigen en ouders over hun rechten en plichten.
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw houdende nadere regels omtrent jeugdhulp (Nadere regels jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020)Het college besluit: de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasgouw 2020 vast te stellen per 1 januari 2020; de Nadere regels Jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 vast te stellen per 1 januari 2020; de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasgouw 2020 vast te stellen per 1 januari 2020; het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasgouw 2016 per 1 januari 2020 in te trekken; de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasgouw 2016 per 1 januari 2020 in te trekken; De Nadere regels Jeugdhulp gemeente Maasgouw 2018 per 1 januari 2020 in te trekken; Het college neemt besluiten 1 tot en met 4 onder het voorbehoud dat de raad op 17 december 2019 de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 vaststelt. Nadere regels jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 Artikel1Begrippen Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet en de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020. Artikel2Toegang jeugdhulp via de gemeente, aanmelding hulpvraag 1.Jeugdigen en ouders kunnen een hulpvraag melden bij het college. 2.Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk, tenzij de jeugdige of zijn ouders hebben medegedeeld dit niet te wensen. 3.In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. 4.Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een overige voorziening. Artikel3Vooronderzoek 1.Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 3, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem of zijn ouders een afspraak voor een gesprek. Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. 2.Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 3.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een onderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Artikel4Gesprek 1.Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de jeugdige of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen: in het kader van het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur, wordt de ondersteuning die door de verschillende partijen gegeven wordt op elkaar afgestemd; hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders; de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget (pgb), waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek. 3.Binnen 14 werkdagen na het gesprek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouders een schriftelijk verslag van het vooronderzoek, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet te wensen. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders worden aan het verslag toegevoegd. 4.Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. 5.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van het gesprek. Artikel5Onderzoek naar de hulpvraag en aanvraag 1.Het college onderzoekt met de jeugdige of zijn ouders of inzet van een individuele voorziening nodig is. Hierbij worden de volgende stappen ondernomen: vaststellen wat de jeugdhulpvraag inhoudt; door een ter zake deskundige laten vaststellen of er 'opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen' aanwezig zijn; door een ter zake deskundige laten vaststellen welke hulp naar aard en omvang nodig is. Pas als het voorgaande is vastgesteld, kan worden vastgesteld of: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn. Het feit dat de jeugdhulp die verzocht wordt of die geïndiceerd wordt gebruikelijke zorg betreft, kan een aanwijzing zijn voor het feit dat de eigen mogelijkheden toereikend zijn. 2.Het college hanteert bij haar onderzoek de volgende afwegingsfactoren: welke hulp nodig is om de jeugdige in staat te stellen om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende redzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; wat de te bereiken resultaten zijn; in hoeverre ouders deze hulp kunnen bieden; in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders en het sociale netwerk toereikend zijn om in de hulpbehoefte van een jeugdige te kunnen voorzien; de beoogde inzet in de vorm van zorg in natura (product en/of profiel) of pgb; de evaluatiemomenten. 3.Het resultaat van dit onderzoek wordt vastgelegd in een ondersteuningsplan deel 1. 4.Het door de jeugdige en/of zijn ouders ondertekende ondersteuningsplan deel 1 wordt aangemerkt als de aanvraag. Artikel6Onderzoek naar de inzet 1.Bij zorg in natura onderzoekt de geselecteerde aanbieder samen met de jeugdige of zijn ouders welke inzet nodig is om te komen tot de resultaten binnen het beoogde profiel en/of product en maakt hierbij een inschatting van tijd, duur, activiteiten en frequentie. 2.Bij een pgb wordt dit onderzoek door het college samen met de jeugdige of zijn ouders gedaan. 3.De inzet in tijd, duur, activiteiten en frequentie wordt vastgelegd in deel 2 van het ondersteuningsplan. Deel 2 wordt ondertekend door de aanbieder en de jeugdige en/of zijn ouders als er sprake is van zorg in natura. Bij een pgb ondertekent het college en de jeugdigen en/of zijn ouders. Artikel7Afwegingsfactoren Op basis van het onderzoek als bedoeld in artikel 5 en de afwegingsfactoren als opgenomen in sub a tot en met e van het tweede lid van dat artikel, bepaalt het college welke jeugdhulpvoorziening nodig is. Artikel8Beschikking 1.In geval van toekenning van een individuele voorziening in natura wordt in de beschikking opgenomen: welk resultaat beoogd wordt (vastgelegd in deel 1 van het ondersteuningsplan); voor welk product of profiel de inzet geboden mag worden; wat de inzet, activiteiten, duur en frequentie daarbij is; welke evaluatiemomenten gepland zijn. 2.In geval van toekenning van een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking opgenomen: welk resultaat beoogd wordt; wat de hoogte van het pgb is en hoe dit is berekend; wat de inzet, activiteiten, duur en frequentie is van de verstrekking van een individuele voorziening waarvoor het pgb is bedoeld; de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 3.In geval van weigering van een aanvraag van een individuele voorziening wordt dit in de beschikking gemotiveerd toegelicht. Artikel9Inwerkingtreding en citeertitel 1.De nadere regels jeugdhulp gemeente Maasgouw 2018 worden ingetrokken. 2.De nadere regels jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 treden in werking per 1 januari 2020. 3.Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020. TOELICHTING Algemeen De Jeugdwet schept een jeugdhulpplicht voor gemeenten. Doel is het versterken van de eigen kracht van de jeugdigen en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving. De jeugdhulpplicht geldt alleen als de jeugdige en zijn ouders er zelf niet uitkomen. Deze nadere regels bevatten een aantal regels die bijdragen aan een zorgvuldige procedure. In de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Maasgouw 2020 draagt de raad het college op om nadere regels te stellen met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Het college geeft daarbij aan op welke wijze het de jeugdige en ouders informeert over de mogelijkheid en het belang om in bepaalde gevallen een beroep op jeugdhulp te doen. In de verordening staan in bijlage 1 de volgende individuele voorzieningen genoemd: Persoonlijke verzorging. Begeleiding individueel en groep, welke niet verleend wordt door de basisvoorzieningen; Behandeling individueel en groep. Behandeling dyslexie. Logeren. Verblijf met begeleiding dan wel behandeling. Forensische zorg. Spoedeisende zorg (crisis). Gesloten jeugdzorg. Vervoer. Jeugdbescherming. Jeugdreclassering. In de productenboeken (bijlage 1) worden deze jeugdhulpvoorzieningen (uitgezonderd de separate subsidieregeling voor de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering) nader beschreven. De aard en omvang van jeugdhulp wordt bepaald op basis van het te behalen resultaat. De inzet die een aanbieder daarvoor moet leveren is niet beperkt door specifieke producten die zijn ingekocht maar kan bestaan uit alle noodzakelijke interventies die aan dat resultaat bijdragen. Dit resultaat wordt door de jeugdige en zijn ouders zelf, eventueel samen met de sociale omgeving, ondersteund door het college, beschreven op basis van de persoonlijke doelen. Om deze persoonlijke doelen vast te stellen zijn, ter ondersteuning, generieke resultaten beschreven en uitgewerkt tot sub resultaten (bijlage 2). De beoogde resultaten worden gekoppeld aan een product (zie productenboek gespecialiseerde jeugdhulp 2020). Een product is een bepaalde vorm van ondersteuning uitgedrukt in eenheden zoals uren, dagdelen, etmalen. Kenmerkend voor een product is dat het een afgebakende vorm van ondersteuning beschrijft bijvoorbeeld ‘Behandeling Individueel Zwaar’. Een product wordt ingezet om een specifiek resultaat te behalen. Jeugdigen, ouders en het college bepalen samen op maat het resultaat. Het product wordt bekostigd naar gelang de duur en omvang waarmee het product wordt ingezet conform de P X Q- systematiek. Artikel 1 Begripsbepalingen Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 2 Toegang jeugd hulp via de gemeente, aanmelding hulpvraag Eerste lid: Het college is verantwoordelijk voor de inzet van individuele voorzieningen op het gebied van jeugdhulp volgens de bepalingen van de Jeugdwet. In de gemeente Roermond heeft het college de beslissing over het inzetten van jeugdhulp gemandateerd aan het Centrum voor Jeugd en Gezin Midden-Limburg. Tweede lid: Dit artikellid spreekt voor zich. Derde lid: Wanneer sprake is van spoedeisende hulp, kan direct een individuele voorziening worden ingezet. Vierde lid: De jeugdige of zijn ouders die een beroep willen doen op een overige voorziening kunnen hier direct naartoe zonder procedure in de zin van (artikel 1 en volgende). Artikel 3 Vooronderzoek Deze bepaling is hier opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen en te zorgen dat jeugdigen en ouders goed worden geïnformeerd. De regels met betrekking tot de privacy van betrokkenen en gegevensuitwisseling die gelden op grond van de Jeugdwet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming zijn van toepassing. Indien gegevens nodig zijn waartoe het college geen toegang heeft in verband met de privacyregels, kan het college de jeugdige of zijn ouders vragen om toestemming om deze op te vragen of in te zien. Het vooronderzoek kan afhankelijk van de inhoud van de melding meer of minder uitgebreid zijn en omvat ook de uitnodiging voor het gesprek. De tweede zin van het eerste lid (familiegroepsplan) vloeit voort uit het amendement Voordewind/Ypma (Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 83). De wet vraagt niet om hierover bij verordening of nadere regels een regeling op te stellen. De bepaling is opgenomen vanwege het belang om in de nadere regels een zorgvuldige procedure te waarborgen en te zorgen dat jeugdigen en ouders goed worden geïnformeerd over hun rechten en plichten. Jeugdigen en ouders kunnen niet gedwongen worden om een familiegroepsplan op te stellen. Het college kan in bepaalde gevallen waar dat meerwaarde zou kunnen hebben, dit wel aanraden en stimuleren. Als er geen familiegroepsplan is, wordt de inbreng van de jeugdige en of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden betrokken in het onderzoek. De gemeente heeft in dezen de taak om haar beleid zo vorm te geven dat het gericht is op het tot stand brengen en uitvoeren van familiegroepsplannen (artikel 2.1, onder g, van de wet). Het kan zijn dat het nodig is om enige vorm van ondersteuning te bieden bij het opstellen van een familiegroepsplan om hier effectief uitvoering aan te geven. Dat deze ondersteuning geboden dient te worden als de jeugdige of zijn ouders hier behoefte aan hebben, wordt bevestigd in de laatste zin van het eerste lid. De jeugdige of zijn ouders kunnen niet gedwongen worden om ondersteuning te accepteren, maar kan het college het – in bepaalde gevallen waar dat meerwaarde zou kunnen hebben – ook hier wel aanraden en stimuleren. Welke vorm deze ondersteuning heeft, is aan de gemeente, bovendien kan deze van geval tot geval verschillen. Het familiegroepsplan moet binnen redelijke termijn opgesteld worden. Een vaste termijn stellen is niet mogelijk, aangezien dit ook mede afhangt van de mate waarin en de vorm van eventuele geboden ondersteuning. Omdat het onderwerp zal zijn van het onderzoek, ligt het voor de hand dat het familiegroepsplan voorafgaand aan het begin van het onderzoek wordt opgesteld. Maar ook tijdens het onderzoek kan mogelijk nog de (gedeelde) wens ontstaan om de eigen kracht nader te onderzoeken en een familiegroepsplan op te stellen. Zo de situatie zich daarvoor leent, kan dan besloten worden hiermee aan de slag te gaan en het onderzoek daarna voort te zetten. Het familiegroepsplan is in artikel 1.1 van de Jeugdwet gedefinieerd als: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren. In artikel 4.1.2 van de Jeugdwet is bepaald dat de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling bij het uitvoeren van artikel 4.1.1 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als eerste de mogelijkheid biedt om, binnen redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Op grond van artikel 2.1, onder g, van de Jeugdwet maakt het familiegroepsplan onderdeel uit van het gemeentelijk beleid. Deze bepalingen zijn een uitvloeisel van het amendement Voordewind/Ypma (Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 83). Dit amendement beoogt ouders, familieleden en anderszins direct betrokkenen de mogelijkheid te geven om (ook in de preventieve fase) voor gedwongen of vrijwillige jeugdhulp mee te denken en te helpen aan een oplossing. Burgers zijn in veel gevallen zeer wel in staat verantwoordelijkheid te nemen voor problemen in eigen familie- of vriendenkring. Sociale samenhang draagt daarnaast bij aan het welzijn van kinderen. Door vormen van hulp van betrokkenen en steun uit directe kring kan bovendien uithuisplaatsing worden afgewend en wordt netwerkpleegzorg bevorderd. Een familiegroepsplan kan bijvoorbeeld binnen een wijkteam worden georganiseerd. Indien het een machtiging of een voorwaardelijke machtiging betreft biedt de kinderrechter de kans voor het opstellen van een familiegroepsplan. Als er een familiegroepsplan is opgesteld, kan dit als hulpverleningsplan gaan gelden. De jeugdhulpaanbieder zal dan niet zelf weer een heel nieuw plan gaan opstellen. Wel kan het in de loop van het traject nodig blijken het plan te actualiseren. De hulpverlener zal dat dan bij de opstellers van het familiegroepsplan aan moeten kaarten. Ook is de uitvoering van een familiegroepsplan begrensd door het professionele kader op grond van de te hanteren professionele standaard als bedoeld in artikel 453 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 4.1.1, tweede lid, juncto 4.1.5, eerste lid, van de Jeugdwet en de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze eisen zijn geoperationaliseerd in het Kwaliteitskader van het Besluit Jeugdwet. De professional zal dus vanuit zijn beroepsuitoefening moeten toetsen of hij uitvoering kan geven aan het familiegroepsplan en daarover in gesprek moeten gaan met betrokkenen, met als ondergrens de veiligheid en gezonde ontwikkeling van de jeugdige. Het familiegroepsplan speelt zoals vermeld ook een rol in het gedwongen kader. Tweede lid: Bij de planning van het gesprek kunnen ook concrete vragen worden gesteld of kan aan de jeugdige of zijn ouders worden verzocht om nadere stukken te overleggen. In het kader van de rechtmatigheid wordt in ieder geval de identiteit van de jeugdige en/of ouders vastgesteld. In het derde lid is een bepaling opgenomen ter voorkoming van onnodige bureaucratie. Als de gemeente al een voor de beoordeling compleet dossier heeft van de jeugdige en/of zijn ouders, en de jeugdige en/of zijn ouders geven toestemming om dit dossier te gebruiken, kan een vooronderzoek achterwege blijven. Een gesprek over de acute hulpvraag is in de regel nog wel nodig. Indien de hulpvraag ook al bekend is, en het bijvoorbeeld over een vervolgvraag gaat, kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders ook van het gesprek worden afgezien (zie artikel 4, lid 5). Artikel 4 Het gesprek Voor een zorgvuldig te nemen besluit is het van belang dat alle feiten en omstandigheden van de specifieke hulpvraag worden onderzocht. Daarbij is het van belang dat het onderzoek in samenspraak met de jeugdige en zijn ouders wordt verricht. Voor een zorgvuldig onderzoek is veelal persoonlijk contact nodig om een totaalbeeld van de jeugdige en zijn ouders te krijgen. Het ligt daarom voor de hand dat tijdens een gesprek met de jeugdige en zijn ouders het een en ander wordt besproken. Of dit gesprek op een gemeentelocatie (wijkteam) plaatsvindt, op school, bij de jeugdige of zijn ouders thuis, of bij een andere deskundige zal afhankelijk van de concrete situatie worden besloten. Indien nodig voor het onderzoek, kan ook sprake zijn van meerdere (opeenvolgende) gesprekken. Het gesprek moet zo spoedig mogelijk plaatsvinden. Het hangt af van de situatie hoe snel dat kan of moet plaatsvinden. In de onderdelen a tot en met i zijn de onderwerpen van het gesprek weergegeven. Het betreft uiteraard altijd maatwerk. Indien de jeugdige al bij de gemeente bekend is, zullen een aantal gespreksonderwerpen niet meer uitgediept hoeven te worden en kan bijvoorbeeld alleen worden gevraagd of er nog nieuwe ontwikkelingen zijn. Komen een jeugdige of zijn ouders voor het eerst bij de gemeente, dan dient het gesprek om een totaalbeeld van de jeugdige en zijn situatie te krijgen. In onderdeel c wordt de eigen kracht van jeugdige en ouders voorop gesteld overeenkomstig het in de aanhef van de wet vermelde uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt. Een te verstrekken voorziening kan ook juist nodig zijn om de mate van probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouders en die van de naaste omgeving te versterken. In onderdeel d wordt bedoeld mogelijkheden van een voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet. Onder e worden de mogelijkheden van een algemene/overige voorziening genoemd, zoals bedoeld in bijlage 1 van de verordening. Ten aanzien van de afstemmingsplicht in onderdeel g valt te denken aan een voorziening die een jeugdige ontvangt op grond van de Wlz of de Zvw en een voorziening op het gebied van passend onderwijs. Derde lid: Deze bepaling is opgenomen in het belang van een zorgvuldige dossiervorming en een zorgvuldige procedure. De invulling van deze verslagplicht is vormvrij. Hierbij is een voorbeeld genomen aan de praktijk van de Wmo. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel Wmo 2015 (Kamerstukken II 2013/14 33 841, nr.3) staat hierover dat het college een weergave van de uitkomsten van het onderzoek verstrekt om de cliënt in staat te stellen een aanvraag te doen voor een maatwerkvoorziening. Dat moet in beginsel schriftelijk. Een goede weergave maakt het voor de gemeente inzichtelijk om een juiste beslissing te nemen te nemen op een aanvraag en draagt bij aan een inzichtelijke communicatie met de cliënt. Het later toevoegen van opmerkingen of het aanbrengen van wijzigingen en/of het herstellen van feitelijke onjuistheden is eveneens vormvrij. Het definitieve verslag wordt vervolgens aan de jeugdige en/of zijn ouders verstrekt. Artikel 5 Onderzoek naar de hulpvraag en aanvraag Deze bepaling is een uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2.9, onder a, van de wet, waarbij is bepaald dat de gemeente in ieder geval regels stelt met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Een aanvraag is nodig om een besluit omtrent een individuele voorziening te verkrijgen. In de Awb worden regels gegeven omtrent de aanvraag. Deze nadere regels wijken daarvan niet af. Op grond van artikel 4:1 van de Awb wordt een aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen (hier het college), tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Lid 1: De uitspraak van de CRvB dd. 1 mei 2017 nr. 16/4442 JW heeft duidelijkheid gebracht over de stappen die een college moet doorlopen om tot een goed en zorgvuldig jeugdhulpbesluit te kunnen komen. In dit artikellid zijn deze stappen opgenomen. Lid 2 en 3: spreekt voor zich. Bij een weigering van jeugdhulp omdat een beroep gedaan kan worden op de eigen kracht van het gezin, is het belangrijk dat het college dit baseert op een zorgvuldig onderzoek waarbij de genoemde vragen worden beantwoord en in het dossier vastgelegd. Beslistermijnen Awb: In de verordening en in de nadere regels zijn geen termijnen opgenomen om te beslissen op een aanvraag. De regeling in de Awb geldt onverkort. In artikel 4:13 van de Awb is bepaald dat een beschikking dient te worden gegeven binnen een redelijke termijn. Deze is in ieder geval verstreken acht weken na ontvangst van de aanvraag. Indien een beschikking niet acht weken kan worden gegeven, dient het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede te delen en daarbij een redelijk termijn te noemen waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien (artikel 4:14, derde lid, van de Awb). Deze termijnen zijn maximumtermijnen. In complexe situaties is in de regel in het belang van een zorgvuldig onderzoek een langere termijn nodig. Indien bijvoorbeeld een langer durend diagnosetraject benodigd is, kan dit ook tot een langere afhandelingsduur van de aanvraag leiden. Artikel 6 Onderzoek naar de inzet Bij zorg in natura bepaalt de gemeente samen met de jeugdige en/of ouders welke (gecontracteerde) aanbieder voor de nodige hulp het meest geschikt is en neemt contact op met de aanbieder. De aanbieder ontvangt deel 1 van het ondersteuningsplan met het profiel en/of product. Indien het noodzakelijk is dat een niet gecontracteerde aanbieder de ondersteuning gaat bieden moet deze vooraf een contract aangaan met de gemeente. Hierbij toetst de gemeente of deze aanbieder voldoet aan de eisen. Alleen als gevolg van het woonplaatsbeginsel kan een niet gecontracteerde aanbieder ondersteuning bieden. De aanbieder onderzoekt samen met de jeugdige en/of zijn ouders welke ondersteuning en inzet nodig is om te komen tot de resultaten binnen het aangegeven profiel en/of product. Hij maakt hierbij een inschatting van inzet, activiteiten, duur en frequentie. De resultaten van dit onderzoek en de inschatting legt de aanbieder vast in deel 2 van het ondersteuningsplan. Dit wordt voor akkoord ondertekend door de aanbieder en de jeugdige en/of zijn ouders. Bij een pgb wordt hetzelfde onderzoek door het college samen met de jeugdige en/of zijn ouders gedaan. Het ondersteuningsplan deel 2 wordt door het college en de jeugdigen en/of zijn ouders getekend. Artikel 7 Afwegingsfactoren Zie de toelichting bij artikel 5. In de Jeugdwet wordt overwogen dat het wenselijk is dat wanneer hulp op maat wordt geboden, er meer ruimte voor professionals is. Streven is het demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren van de jeugdsector. Het uitgangspunt is daarbij dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdigen zelf ligt. De genoemde afwegingsfactoren zijn daarop gericht. Passende jeugdhulp wordt geboden zo licht als het kan, zo zwaar als het moet. De beoordeling van passende jeugdhulp wordt aan de ter zake deskundige overgelaten. Ter beoordeling van wat hoort onder gebruikelijke zorg en boven gebruikelijke zorg bij een ontwikkeling/leeftijdsfase van een jeugdige wordt de publicatie “De basis van opvoeding en ontwikkeling” van het Nederlands Jeugdinstituut gebruikt. Artikel 8 Beschikking In artikel 8 is nader uitgewerkt welke onderdelen in een beschikking voor een individuele voorziening in natura of beschikking voor een individuele voorziening in de vorm van een pgb moeten worden opgenomen. Een beschikking heeft een looptijd passend bij de behoefte van de ondersteuning maar de maximale looptijd is altijd twee jaar. Bijlage1Productenboeken Productenboek Gespecialiseerde Jeugdhulp MLO 2020 v20190905 Inleiding Dit producten-en dienstenboek is een weergave van Midden-Limburg Oost ingekochte gespecialiseerde jeugdhulp. De regio Midden-Limburg Oost richt zich op alle jeugd waarbij de focus ligt op het normale opgroeien en opvoeden. Elk kind is uniek en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Het kind staat centraal, maar wel in de context van de eigen opvoedomgeving. Het gezin is de basis en ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding en het welzijn van hun kinderen. Zij worden daarop aangesproken. Dat betekent ook dat zij altijd betrokken zijn bij zaken die spelen rond hun kinderen. Jeugdigen en hun gezin kunnen problemen ervaren bij het opvoeden en opgroeien, gedrags-, psychische en/of psychiatrische problemen ervaren of een lichamelijke, zintuiglijke of een verstandelijke beperking hebben. Daarbij kunnen onder andere het CJG (de door de Gemeente gemandateerde toegang), huisarts, medisch specialist, jeugdarts of gecertificeerde instellingen jeugdhulp inzetten. De Gemeente heeft ook de verplichting die jeugdhulp in te zetten die de rechter, het Openbaar Ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig vindt bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing. Het gaat hierbij om alle jeugdhulp die niet binnen de competenties en verantwoordelijkheden van het voorliggend veld zoals CJG past en niet als algemene voorziening kan worden aangemerkt. Wat is Jeugdhulp? Jeugdhulp is volgens de Jeugdwet: Ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, of opvoedingsproblemen van ouders; Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht. Voor welke personen is de Gemeente verplicht de benodigde jeugdhulp te verlenen/ voort te zetten? De Gemeente is verplicht om alle personen van 0 tot 18 jaar de benodigde jeugdhulp te verlenen, danwel voort te zetten. Ook verplicht de Jeugdwet de Gemeente om jeugdhulp te verlenen, danwel voort te zetten aan ouders, indien er sprake is van multiproblematiek (Jeugdwet Artikel 2.1. onder f). De jeugdhulp voor de volwassenen richt zich dan specifiek op het verbeteren van de opvoed- en opgroeisituatie. Daarnaast bestaat verlengde jeugdhulp: voor wie na het 18e levensjaar (en bij pleegzorg: na het 21e levensjaar) geen opvolgende hulp beschikbaar is vanuit een andere wet (als Wlz, WMO of ZvW) en voor wie wel zorg noodzakelijk is in de lijn van de Jeugdhulp. Dit geld bij personen van 18 tot 23 jaar: bij wie jeugdhulp is ingezet voor het 18e jaar en waarvan de Gemeente van mening is dat verdere jeugdhulp noodzakelijk is; die voor het 18e jaar jeugdhulp hebben ontvangen en waarvan de Gemeente van mening is dat die binnen een half jaar na het 18 jaar opnieuw in aanmerking komen voor jeugdhulp; die een strafbaar feit hebben begaan tussen het 18e en 23e jaar en waarvoor een maatregel (als bedoeld in artikel 77c van het wetboek van Strafrecht) is uitgesproken. Pleegzorg is voortaan standaard beschikbaar tot het 21e levensjaar. Jeugdhulp die is uitgesloten Dit Producten-en dienstenboek bevat vrijwel alle jeugdhulpvoorzieningen waarvoor de Gemeente met ingang van 1 januari 2015 verantwoordelijk zijn. De volgende typen jeugdhulp vormen echter geen onderdeel van deze inkoopprocedure: Gesloten Jeugdhulp (JeugdzorgPlus): hiervoor worden bovenprovinciaal afspraken gemaakt Veilig Thuis (advies en meldpunt kindermishandeling en huiselijk geweld): hiervoor worden separaat bovenregionaal afspraken gemaakt. Jeugdbescherming en jeugdreclassering: Hiervoor loopt een separate subsidietraject met gecertificeerde instellingen. Crisisdienst en hulp in crisissituaties voor jeugdigen: Hiervoor loopt een separate subsidietraject. Voorzieningen uit het landelijk transitiearrangement: Het betreft landelijke, specialistische functies waarbij regionale of lokale inkoop vanwege hun specialisme niet voor de hand ligt en die door de VNG namens alle Gemeente zijn ingekocht. Trainingen, cursussen of andere vormen van ondersteuning/ coaching die de Gemeente ofwel als algemene voorziening/vrij toegankelijke voorziening hebben aangemerkt, ofwel door ouders normaliter zelf gefinancierd worden, ofwel worden gefinancierd vanuit andere wet- en regelgeving zoals de zorgverzekeringswet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Vaktherapiën, Animal Assisted Therapieën en counseling. Leeswijzer In hoofdstuk 1 zijn onderstaande algemene uitvoeringseisen opgenomen en ‘overige jeugdhulp’. Norm van verantwoorde werktoedeling Regiebehandelaar en gedragswetenschapper Vanaf hoofdstuk 2 worden de specifieke percelen met bijbehorende grondslagen beschreven. Per perceel specificeren we de doelgroep, de producten, productcodes en de bijbehorende productbeschrijvingen met aanvullende eisen. Eisenstructuur Buiten de algemene uitvoeringseisen in hoofdstuk 1 zijn er verder eisen per perceel en / of eisen per product opgenomen. Perceel indeling Midden-Limburg Oost onderkend per 1-1-2020 de volgende percelen: ADHD Ambulant Dagbesteding Dyslexiezorg Verblijf met behandeling + Wonen 1Algemene uitvoeringseisen en overige producten 1.1Algemene uitvoeringseisen Norm van verantwoorde werktoedeling Hiermee wordt een Aanbieder verplicht om hulp te bieden van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend. En die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige en/ of ouder. De norm verplicht de Aanbieder tot het werken met geregistreerde professionals uit het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ), of het BIG-register (voor arts, verpleegkundige, GZ-psycholoog of psychotherapeut). Daarnaast moet de Aanbieder bij het toedelen van taken rekening houden met de specifieke kennis en vaardigheden van de geregistreerde medewerker. Deze dienen passend te zijn bij de hulpvraag/ ondersteuningsbehoefte van de jeugdige. Als laatste verplicht deze norm Aanbieders er voor te zorgen dat geregistreerde professionals kunnen werken volgens hun professionele standaarden (beroepscodes, vakinhoudelijke richtlijnen). Ook vrijgevestigde professionals (ZZP’ers) die jeugdhulp aanbieden, zijn gebonden aan de norm van verantwoorde werktoedeling, zoals opgenomen in de Jeugdwet. Regiebehandelaar en gedragswetenschapper Bij GGZ-producten dient gewerkt te worden met regiebehandelaarschap zoals opgenomen in het Model Kwaliteitsstatuut GGZ. We verwijzen hier nadrukkelijk naar en nemen derhalve geen aanvullende beschrijving van de rol van de regiebehandelaar hier in op. De regiebehandelaar dient een dienstverband te hebben bij de gecontracteerde zorgaanbieder waar de Jeugdige ondersteuning krijgt. De omvang van de formatie van regiebehandelaar dient proportioneel te zijn ten opzichte van de omvang van de organisatie. NB het woord regiebehandelaar komt veelvuldig voor in dit productenboek en wordt derhalve een begrip en voortaan aangeduid beginnend met een hoofdletter. Bij niet GGZ-producten Voor behandeling in de niet GGZ-producten geldt als basis ook het werken met een Regiebehandelaar echter verschilt het regiebehandelaarschap met die van de GGZ op de volgende punten: Er wordt gesproken over een ‘gedragswetenschapper’ in plaats van ‘Regiebehandelaar’. Een gedragswetenschapper neemt periodiek deel aan een vorm van intercollegiale toetsing en intervisie. hoeft zelf geen wezenlijk aandeel te hebben in de inhoudelijke behandeling. Behandeling wordt onder verantwoordelijkheid van de gedragswetenschapper uitgevoerd door behandelaren die daartoe zijn bevoegd conform de Norm van Verantwoorde Werktoedeling; is niet de eerste contactpersoon voor Jeugdige en diens netwerk, dat is de uitvoerend behandelaar, mentor of groepsleiding; voert wel eventuele testdiagnostiek uit conform de beschreven rolverdeling onder “diagnostiek” in het Model Kwaliteitsstatuut GGZ, maar indien sprake is van handelingsgerichte diagnostiek (of: beeldvormend onderzoek), dan kan dit worden gedaan door een uitvoerend behandelaar (conform de Norm van Verantwoorde Werktoedeling) op minimaal WO-niveau; kan aanvullend op de functionarissen zoals genoemd in het Model Kwaliteitsstatuut GGZ ook zijn: voor behandeling zwaar: Kinder- en Jeugdpsycholoog NIP, GZ- psycholoog BIG, Orthopedagoog Generalist NVO, psycholoog postmaster met specialisatie jeugd en een orthopedagoog postmaster. voor behandeling licht en midden: bovenstaande functionarissen aangevuld met een psycholoog met specialisatie jeugd en orthopedagoog. Aanvullend geldt voor de niet GGZ-behandelingsproducten midden en zwaar dat deze enkel kan worden uitgevoerd in multi-disciplinair verband waarbij: de gedragswetenschapper in dienst is bij de Aanbieder van behandeling; de uitvoerend behandelaren altijd een beroep kunnen doen op de gedragswetenschapper; de verantwoordelijkheden zijn toebedeeld volgens de Norm van Verantwoorde Werktoedeling, specifiek het Kwaliteitskader Jeugd. NB het woord gedragswetenschapper komt veelvuldig voor in dit productenboek en wordt derhalve een begrip en voortaan aangeduid beginnend met een hoofdletter. In schema: GGZ behandelingsproducten Vrijgevestigd Instelling Basis (licht) Spec (midden & Basis (licht) Spec (midden zwaar) & zwaar) GZ psycholoog X X X Psychotherapeut X X X X Klinisch psycholoog X X X X Klinisch neuro psycholoog X X X X Psychiater X X X X Verpleegkundig specialist GGZ X X Orthopedagoog generalist X X X Kinder & Jeugdpsycholoog NIP X X X Kinderarts/ sociaal pediater met GGZ- X X specialisatie Niet GGZ-behandelingsproducten: Licht Midden Zwaar Kinder- en Jeugdpsycholoog NIP X X X Orthopedagoog generalist NVO X X X GZ psycholoog BIG X X X Psychotherapeut X X X Klinisch psycholoog X X X Klinisch neuro psycholoog X X X Psychiater X X X Verpleegkundig specialist GGZ X X X Orthopedagoog postmaster X X X Psycholoog postmaster specialisatie Jeugd X X X Orthopedagoog X X Psycholoog specialisatie Jeugd X X 1.2Overige Jeugdhulp De gemeenten Midden-Limburg Oost vragen Aanbieders binnen het product Overige Jeugdhulp een aanbieding in te dienen voor vernieuwende ondersteuningstrajecten, voor zover dit op geen enkele wijze past binnen de hiervoor beschreven productcategorieën. Verder kan de Gemeente via deze route, nieuwe producten, zijnde ambulante alternatieven, toevoegen in het perceel “Verblijf met behandeling +”. Daarnaast zijn er voor eenmalige experimenten subsidiemogelijkheden. Beoordeling De ingediende aanbiedingen voor dit product worden door een beoordelingscommissie inhoudelijk beoordeeld op onderstaande beoordelingscriteria. Indien het aanbod volgens de beoordelingscommissie voldoet aan de criteria, dan worden over het specifieke product met de betreffende Aanbieder afspraken gemaakt. Als het aanbod volgens de beoordelingscommissie niet voldoet aan de criteria, dan wordt het aanbod niet opgenomen in de afspraken met de Aanbieder. Indien het aanbod voor betreffende Aanbieder wordt opgenomen, dient binnen een jaar een evaluatie plaats te vinden op basis waarvan zal worden geconcludeerd of het aanbod van toegevoegde waarde is op het aanbod dat reeds in de regio beschikbaar is en wordt opgenomen in het Producten-en dienstenboek voor de regio. Beoordelingscriteria Onderstaande beoordelingscriteria gelden in het algemeen voor aanbiedingen op dit product. Integrale, multidisciplinaire jeugdhulp over de instellingsgrenzen heen, waarbij verschillende (jeugdhulp) Aanbieders in netwerkverband samenwerken. Andersoortige trajecten die de huidige (semi-)residentiële zorg kunnen vervangen. (Gedeeltelijke) vervanging van bestaand aanbod en onderscheidend ten opzichte van bestaand aanbod, zonder dat een overcapaciteit wordt gecreëerd of ‘meer van hetzelfde’. Het product past op geen enkele wijze binnen de hiervoor beschreven percelen. Het product betreft jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet. Concreet dient het aangeboden product, en de omschrijving daarvan, antwoord te geven op de volgende vragen: Op welke wijze draagt het aanbod bij tot de oplossing van problemen of maatschappelijke vraagstukken die de gemeente met het jeugdbeleid wil aanpakken? Welk resultaat wordt beoogd door het initiatief? En wanneer is dat resultaat ‘goed genoeg’ behaald? Op welke wijze is er aandacht voor de preventieve effecten van het initiatief? Op welke wijze vindt monitoring van effectiviteit plaats? Op welke wijze draagt het initiatief bij aan het versterken van de eigen kracht van het (gezins)systeem? Op welke wijze worden er momenten van op- en afschaling overwogen? Op welke wijze wordt aandacht besteed aan het invullen van het regisseurschap? Welke bestaande producten/ diensten worden met het initiatief vervangen? En op welke wijze is er sprake van een verbetering ten opzichte van het voorgaande product/ dienst? Welke kostenreductie (hoogte bedrag) mag er worden verwacht? Is er sprake van een evidence based initiatief? En waaruit blijkt dat? Is deze Aanbieder de juiste Aanbieder om dit initiatief op te pakken? Op welke wijze wordt de PDCA-cyclus vormgegeven van het nieuwe aanbod (dus op niveau van het product, niet op het niveau van de Jeugdige)? Op welke wijze vindt eventuele gemeentelijke betrokkenheid plaats? Aanvullende voorwaarden voor de ambulante alternatieven binnen het perceel “Verblijf met behandeling +”. Product is evidence based Product is gelieerd aan wetenschappelijk onderzoek (bijv door universiteit) Product is samen met jeugdzorgregio MLO ontwikkeld Vanuit de organisatie in minimaal een Gedragswetenschapper betrokken (bij GGZ-producten een Regiebehandelaar) Product is geënt op een methodiek die specifiek gericht is op voorkomen & verkorten residentiële behandeling. Product heeft een vaste prijs en duur (in de duur kan maatwerk geleverd worden maar kan nooit meer dan 25% afwijken van de vastgestelde duur) Indienen van het aanbod In de aanbieding voor dit product dient aandacht te zijn voor de volgende onderdelen: omschrijving product doelstelling product aansluiting bij bovengenoemde criteria en vragen aard en omvang activiteiten bereik product aantoonbare en duurzame behoefte en concrete belangstelling van jeugdigen en hun ouders voor het aanbod samenwerking tussen Aanbieders doelgroep deelnemers minimum en maximum aantal deelnemers per groep bij groepsactiviteiten tarief per uur of per traject per jeugdige die gebruik maakt van het product opleidingsniveau van degenen die de behandeling of begeleiding uitvoeren beschrijving van de manier waarop het product na een jaar geëvalueerd gaat worden 2Perceel ADHD Algemeen Wanneer de geestelijke geneeskundige zorg door de kinderarts geen (of niet langer een) somatisch karakter heeft, is de behandeling een GGZ-behandeling die valt onder de Jeugdwet. Het gaat hier zowel om diagnostiek en behandeling van ADHD als overige psychiatrische stoornissen. De kinderarts vervult een belangrijke rol bij de diagnostiek en behandeling van kinderen met ADHD. De kinderarts kan zelf geen psychiatrische diagnose stellen maar wel de (medicatie)behandeling op zich nemen. De diagnostiek vindt altijd multidisciplinair plaats, veelal samen met een daarin gespecialiseerde kinder- en jeugdpsycholoog, binnen of buiten het ziekenhuis/ zelfstandig behandelcentrum. De kinderarts integreert in zijn/haar werk de fysieke en mentale domeinen van gezondheid en levert integrale zorg. Juist deze integrale benadering van de zorg voor het kind, rekening houdende met de sociale en biologische aspecten, zorgt voor een optimale zorg voor het kind. Tijdens de behandeling door de kinderarts wordt gekeken naar de samenhang en interactie van de stoornis/ziekte en de niet biologische factoren zoals gedrag, leefstijl en sociaal-economische factoren. Daarbij heeft de kinderarts kennis van de meest voorkomende bijwerkingen van stimulantia en andere (ADHD-)medicijnen. Doelgroep Het gaat om jeugdigen met (een ernstig vermoeden van) ADHD en/ of een andere psychiatrische stoornis. De kenmerken van ADHD zijn impulsief gedrag, concentratieproblemen, rusteloosheid en leermoeilijkheden. De symptomen beginnen in de kindertijd en werken veelal belemmerend bij het dagelijks maatschappelijk functioneren. Volgens de multidisciplinaire richtlijn 1 Multidisciplinaire richtlijn ADHD, Richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van ADHD bij kinderen en jeugdigen, ontwikkeld door de Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2005 uit 2005 is somatisch onderzoek een noodzakelijk onderdeel van het diagnostisch proces. Het doel van het somatisch onderzoek is primair het uitsluiten van een aantal somatische aandoeningen die de symptomen kunnen verklaren en het opsporen van mogelijke contra-indicaties en interferenties van medicatie. Eisen Het betreft hier behandeling die louter door een kinderarts uitgevoerd wordt die verbonden is aan een algemeen of universitair ziekenhuis of een zelfstandig behandelcentrum voor medisch specialistische zorg 2 Handreiking Curatieve GGZ-zorg door kinderartsen, uitgegeven door het Ministerie van VWS in samenwerkingmet de VNG en de NVK, juli 2015. 2.1Behandeling Productbeschrijving Code Productomschrijving Eenheden Frequentie 53A02 Behandeling Psychiatrie licht stuks beschikking 53A04 Behandeling Psychiatrie midden stuks beschikking 53A05 Behandeling Psychiatrie zwaar stuks beschikking Behandeling Psychiatrie licht 1 of 2 polikliniekbezoeken bij gedragsproblemen of een aandoening met een psychische oorzaak. Behandeling Psychiatrie midden Poliklinische diagnostiek/ ingreep of meer dan 2 polikliniekbezoeken bij gedragsproblemen of een aandoening met een psychische oorzaak. Behandeling Psychiatrie zwaar Poliklinische diagnostiek/ ingreep of meer dan 2 polikliniekbezoeken met bijzondere activiteiten bij een aandoening met een psychische oorzaak. Of: meer dan 6 polikliniekbezoeken of meer dan 1 dagbehandeling bij een aandoening met een psychische oorzaak. 3Perceel Ambulant Algemeen Ambulante jeugdhulp is gericht op gezinnen met kinderen die problemen ervaren in de opvoeding en/of het gedrag van één of meerdere gezinsleden. Deze ervaren problemen hebben een grote weerslag op de woon- en leefsituatie van de gezinsleden of op het gezin als geheel. Ambulante jeugdhulp is erop gericht het gezin en de gezinsleden te ondersteunen en te begeleiding bij het omgaan met deze problemen en hen zodanig te versterken dat zij hun eigen situatie kunnen veranderen. Ambulante jeugdhulp kan plaatsvinden in het gezin of bij de hulpaanbieder, individueel of in groepsverband. Kortom jeugdhulp zonder overnachting. Onder ambulant vallen: Begeleiding individueel Behandeling individueel en behandeling groep Waar begeleiding zich richt op het bijsturen, aanleren of automatiseren van praktische vaardigheden om uitingsvormen van probleemgedrag of de aandoening te beperken, grijpt behandeling in op de dieperliggende oorzaak van het probleemgedrag en/of de aandoening (“herprogrammeren”). Behandeling zet in op verandering van de sociaal emotionele ontwikkeling van een Jeugdige waardoor een basis wordt gelegd om het handelingsrepertoire van de Jeugdige duurzaam uit te breiden. Bij jeugdigen betekent dit dat zowel de jeugdige zelf alsook het gezinssysteem behandeld kan worden. Belangrijk uitgangspunt bij behandeling is daarom dat de Jeugdige voldoende in staat is om het geleerde toe te passen in, en te generaliseren naar, diverse praktijksituaties. Is generalisatie niet (meer) mogelijk, en moeten voor elke situatie gerichte vaardigheden worden aangeleerd dan is inzet van behandeling van de jeugdige zelf niet toegewezen, maar begeleiding. Doelgroep Het gaat om Jeugdigen en / of hun gezin met een hulpvraag die zij niet zonder ondersteuning kunnen oplossen. Het betreft altijd de hulpvraag van een jeugdige onder achttien. De mate van ondersteuning kan verschillen, net uitgangspunt is altijd zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Het doel van ambulante jeugdhulp is om een jeugdige veilig en op een positieve manier te laten opgroeien in de eigen omgeving. De ondersteuning is gericht op verbetering van de situatie zodat het gezin zonder extra ondersteuning de opvoeding kan bieden. In sommige gevallen is verbetering niet mogelijk, hier heeft de ondersteuning als doel om stabiliteit te creëren. Eisen De kwaliteitseisen zoals omschreven in de Jeugdwet zijn van toepassing. Voor alle producten die vallen onder behandeling (zowel individueel als in een groep) en verblijf met behandeling geldt dat gewerkt wordt met een Gedragswetenschapper. Aanbieders die product “Behandeling individueel zwaar GGZ” bieden, zijn indien gevraagd, verplicht deel te nemen aan de “werkgroep behandeling individueel zwaar GGZ” (onderdeel van de overlegtafel), die twee tot vier keer per jaar wordt georganiseerd, en waar de te behalen doelstelling van een kortere behandelduur wordt gemonitord. In de individuele contractgesprekken is Aanbieder verplicht de kwaliteit van de behandeling binnen het product Behandeling individueel zwaar GGZ toe te lichten op basis van de volgende kwaliteitseisen ten opzichte van de prestaties van de eigen organisatie in het verleden (ntb): doelrealisatie en klanttevredenheid. Voor levering van “Begeleiding Individueel Zwaar”. Net als bij de regiebehandelaar dient de gedragswetenschapper in dienst te zijn van de organisatie. Mocht dit niet mogelijk zijn dient betreffende aanbieder contact op te nemen met de Gemeente om dit kenbaar te maken af te geven en te bespreken om zo tot een mogelijke oplossing te komen. 3.1Persoonlijke verzorging Productbeschrijving Code Productomschrijving Eenheden Frequentie 40A04 Persoonlijke verzorging uur week Doelgroep Jeugdigen met een verstandelijke (VG), lichamelijke (LG), zintuiglijke (ZG), somatische (SOM) of psychische (PSY) aandoening resulterend in een tekort aan zelfredzaamheid bij persoonlijke zorg (noodzaak dat een hulpverlener de ADL-activiteiten ondersteunt of geheel of gedeeltelijk overneemt). Doel Het ondersteunen bij, of overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging (met inbegrip van enige begeleiding bij die activiteiten), gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid. De aard van de hulpvraag ligt hier nadrukkelijk NIET op een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico hierop. Activiteiten Persoonlijke verzorging basis omvat de volgende activiteiten: Vergroten van de zelfredzaamheid van de jeugdige, indien mogelijk wordt er op ingezet dat de jeugdige in de toekomst de taken zelf of met familie uit kan voeren. Hulp bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL-taken), namelijk bij het zich wassen, zich kleden, beweging en houding (waaronder in/uit bed gaan), eten en drinken, toiletgang, eventueel ook de controle van lichaamsfuncties. Hulp bij beperkingen op het vlak van zelfverzorging van haren, sieraden omdoen, zich opmaken, scheren, mond- en gebitsverzorging, hand- en voetverzorging, aanbrengen en uitdoen van prothesen, hoortoestel aan of uitzetten, bril poetsen en opzetten, medicijnen klaarzetten (met uitzondering van het vullen van de weekdozen) en toedienen. Advies, instructie en voorlichting aan de jeugdige en zijn gezin die in directe relatie staan met de persoonlijke verzorging. Onder persoonlijke verzorging vallen ook persoonlijke verzorging via beeldcommunicatie op afstand en persoonlijke verzorging in de vorm van farmaceutische telezorg. Vanaf 1 januari 2018 verandert de oorspronkelijke verdeling van verzorging tussen de Jeugdwet en Zorgverzekeringswet. De reden voor de verandering van de afbakening is dat ouders, kinderverpleegkundigen en andere betrokkenen bij de zorg voor kinderen aangaven dat de oorspronkelijke afbakening voor verzorging te star is. Het volgende zal gaan gelden: Indien de verzorging bij jeugdigen verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop, valt die zorg onder de Zvw; Indien de verzorgende handelingen bij jeugdigen gericht zijn op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), blijft die zorg onder de Jeugdwet te vallen. De inschatting of verzorging wel of niet verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop ligt bij de indicerende kinderverpleegkundige. Het aanbod van verzorgende handelingen gericht op zelfredzaamheid ligt bij de medewerker van de gemeente. Gemeentes blijven verantwoordelijk voor verzorging indien die gericht is op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid. Het is dus mogelijk dat een kind tegelijkertijd vanuit de Jeugdwet als vanuit de Zorgverzekeringswet ondersteuning krijgt. 3.2Begeleiding Algemene beschrijving Begeleiding bevat voornamelijk het ondersteunen bij en aanleren van praktische vaardigheden om de uitingsvormen van probleemgedrag of de aandoening te beperken. Begeleiding kent zowel ondersteunende als activerende activiteiten. Ondersteunende activiteiten bevorderen de participatie van de Jeugdige in de maatschappij en ondersteunen hem bij zijn dagindeling. Daarbij kan gedacht worden aan het structureren van de dag, het geven van praktische hulp, het in het kader van de doelstelling van de zorg vergezellen van de Jeugdige, het bieden van ondersteuning bij het voeren van de regie over het leven. Deze begeleiding vindt onder andere plaats door middel van gesprekken en non-verbale communicatie, het oefenen van dagelijkse vaardigheden en het stimuleren van gedrag dat al bij de Jeugdige aanwezig is. Met activerende activiteiten wordt de Jeugdige geleerd (anders) om te gaan met (de gevolgen van) de aandoening, beperking, handicap of opvoed- en opgroeiproblemen door het aanleren van praktische vaardigheden. Bij deze hulp valt te denken aan het interveniëren in het gedrag van de Jeugdige (gedragscorrectie), het houden van inzichtgevende gesprekken en non-verbale communicatie, het oefenen danwel het automatiseren van sociale of praktische vaardigheden, signalering van de aanwezigheid van problematiek alsmede advies, instructie of voorlichting over de aanpak van de problematiek. Tot de doelgroep van begeleiding behoren jeugdigen, en hun gezinssysteem, met enkelvoudige danwel zware, complexe problemen die ondersteuning of begeleiding nodig hebben bij het stabiliseren, compenseren, verbeteren en/ of ontwikkelen van de zelfredzaamheid, het welbevinden en/of de kwaliteit van leven. Aanvullende informatie begeleiding individueel en groep Begeleiding kent een onderscheid in begeleiding individueel en begeleiding groep. Een belangrijk criterium om voor begeleiding individueel te kiezen is dat ingeschat wordt dat het behalen van de gestelde doelen het beste tot stand kan komen door individuele begeleidingsmethodieken in te zetten. Daarbij kan de Aanbieder in samenspraak met de jeugdige en de ouders/verzorgers ook de begeleiding in de thuissituatie aanbieden waarmee een positief effect beoogd wordt op de ontwikkeling van de jeugdige, zijn gezin en zijn omgeving. Een belangrijk criterium om voor begeleiding groep te kiezen is dat ingeschat wordt dat de jeugdige en/of diens ouders/verzorgers in een groep beter de gestelde doelen kan/kunnen behalen. De sociale interactie in een groep; leren van elkaar en ook steun ervaren van leeftijdsgenoten, wordt in de groepsbegeleiding als instrument gebruikt. Daarnaast wordt er door professionals een specifiek pedagogisch klimaat geboden, dat de ontwikkeling van de jeugdigen stimuleert. Het geheel heeft zeer waarschijnlijk een positief effect op de jeugdige en/of zijn ouders verzorgers. Het vergroot de eigenwaarde en eigen kracht van de jeugdige en zijn gezin. Het is uiteraard ook mogelijk om een combinatie van individuele- en groepsbegeleidingsmethodieken in te zetten om de gestelde doelen te behalen. Zowel begeleiding individueel als groep worden verder gespecificeerd naar licht, midden en zwaar. De complexiteit van de problematiek van de jeugdige, het gezin en/of zijn omgeving bepalen in hoge mate de indeling in licht, midden of zwaar. De intensiteit wordt bepaald door het aantal uur begeleiding dat nodig is. Productbeschrijving Code Productomschrijving Eenheden Frequentie 45A04 Begeleiding individueel- licht uur week 45A05 Begeleiding individueel- midden uur week 45A06 Begeleiding individueel- zwaar uur week Begeleiding individueel licht De begeleiding betreft het bieden van activiteiten gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en die strekken tot voorkoming van opname in een instelling of verwaarlozing. Ondersteunen bij beperkingen op het vlak van zelfregie over het dagelijks leven, waaronder begeleiding bij tekortschietende vaardigheden in zelfregelend vermogen. Begeleiden bij het toepassen en inslijpen van aangeleerde vaardigheden en gedrag in het dagelijks leven door herhaling en methodische interventie. De activiteiten bestaan uit: Het aanleren van, ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen. Het aanleren van, ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van (dag)structuur of het voeren van regie. Het overnemen van toezicht. Het aansturen van gedrag. Doelgroep De gemiddelde cliëntkenmerken zien er als volgt uit: Veel beschermende factoren en weinig risicofactoren Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Enkelvoudige vraag van de jeugdige, het gezin of de omgeving. Vraag op één leefgebied. Jeugdige loopt achter op een enkele ontwikkeltaak. Hoge mate van zelfstandigheid, maar bijsturing gewenst. Kan zelf om hulp vragen, kan zich zelfstandig redden met hulp vanuit netwerk, geen noodzaak taken over te nemen. Goede samenwerking mogelijk tussen Aanbieder en Jeugdige. Is met praten bij te sturen, staat open voor ondersteuning, heeft lerend vermogen. Veiligheid niet in geding. NB: Bovenstaande punten zijn bedoeld als richtlijn. Eisen aan begeleiding door de professional De directe begeleider heeft minimaal een relevante opleiding (of aantoonbaar relevant werk- en denkniveau) op MBO-niveau 4 (zie norm van verantwoorde werktoedeling). Ook acht opdrachtgever het wenselijk dat de directe begeleider terug kan vallen op een geregistreerde jeugdzorgwerker (minimaal HBO). Begeleiding individueel midden Hierbij geldt eenzelfde omschrijving van aard van de begeleiding als bij het product Begeleiding Individueel Licht met als aanvulling dat: de Jeugdige erop kan rekenen dat de zorgaanbieder naast planbare zorg ook oproepbare zorg levert binnen redelijke tijd, de Jeugdige kenmerken heeft zoals beschreven in de algemene productcategorieën onder begeleiding individueel midden. Doelgroep De gemiddelde cliëntkenmerken zien er als volgt uit: Beschermende en risicofactoren zijn in gelijke mate aanwezig. Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Meervoudige vraag van de Jeugdige, het gezin en/of de omgeving. Vraag op diverse leefgebieden. Jeugdige loopt achter op een aantal ontwikkeltaken en/of vertoont probleemgedrag. Zelfstandigheid niet vanzelfsprekend, bijsturing vereist, soms (gedeeltelijk) overnemen Zelfstandig redden met hulp vanuit netwerk niet vanzelfsprekend, is afhankelijk van hulp, soms nodig om taken over te nemen. Goede samenwerking tussen Aanbieder en Jeugdige niet vanzelfsprekend. Goede communicatie niet altijd mogelijk, staat niet altijd open voor ondersteuning, leervermogen beperkt. Geen of nauwelijks veiligheidsrisico’s. NB: Bovenstaande punten zijn bedoeld als richtlijn. Eisen aan begeleiding door de professional De directe begeleider heeft minimaal een relevante opleiding (of aantoonbaar relevant werk- en denkniveau) op MBO-niveau 4 (zie norm van verantwoorde werktoedeling). Daarnaast kan de directe begeleider terugvallen op een geregistreerde jeugdzorgwerker (minimaal HBO). Begeleiding Individueel Zwaar Deze begeleiding kan gericht zijn op de jeugdige zelf en/ of de ouders. Bij begeleiding van de jeugdige gaat het om specialistische ondersteuning of begeleiding gericht op het aanleren van nieuwe competenties en vaardigheden/ het bevorderen van gedragsverandering. De uitvoering gebeurt op locatie van de Aanbieder, maar kan ook plaatsvinden in de context van het gezin zoals thuis of op school. Bij begeleiding van ouders/ het gezin, omvat de inzet het bevorderen van de opvoedkundige vaardigheden die gericht zijn op het hanteerbaar maken van de meervoudig complexe problematiek op verschillende leefgebieden. Deze vorm van begeleiding versterkt de vaardigheden van ouders/opvoeders, zodat zij beter om kunnen gaan met lastige opvoedingssituaties en andere problematiek die het kind in de ontwikkeling kan bedreigen. Samen met het gezin wordt er gewerkt aan het beheersbaar maken en verminderen van de meervoudig complexe problematiek waarbij de veiligheid en de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind(eren) centraal staan. De activiteiten kunnen bestaan uit: begeleiden in verband met tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen (dagelijkse bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken, beheerszaken regelen, communicatie, sociale relaties, organisatie van de huishouding, persoonlijke zorg); begeleiden bij de mogelijke integratie in de samenleving, met extra aandacht voor ontwikkeltrajecten op het vlak van wonen, werken, sociaal netwerk (doelgericht toepassen van methoden van casemanagement). Doelgroep De gemiddelde cliëntkenmerken zien er als volgt uit: Weinig beschermende factoren en veel risicofactoren. Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Meervoudige complexe vraag van de jeugdige, het gezin en/of de omgeving. Complexe vragen op meerdere leefgebieden. Jeugdige loopt achter op een meerdere ontwikkeltaken en/of vertoont ernstig probleemgedrag. Beperkte zelfstandigheid, deskundige sturing nodig, vaak taken overnemen. Is afhankelijk van hulp, kan niet zelfstandig functioneren, ook lichte taken moeten worden overgenomen. Beperkte of complexe samenwerking tussen Aanbieder en Jeugdige. Communiceren gaat moeizaam, staat veelal niet open voor ondersteuning, leervermogen zeer beperkt. Onvoorspelbaarheid in gedrag en zorgbehoefte. Er zijn veiligheidsrisico’s aanwezig. Kan gevaar zijn voor zichzelf, zijn omgeving of hulpverlener. NB: Bovenstaande punten zijn bedoeld als richtlijn. Eisen aan begeleiding door de professional De directe begeleider heeft minimaal een relevante opleiding (of werk- en denkniveau) op Hbo- niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Daarnaast wordt door de directe begeleider een geregistreerde Gedragswetenschapper (minimaal WO-niveau) betrokken. Net als bij de Regiebehandelaar dient de Gedragswetenschapper in dienst te zijn van de organisatie. Mocht dit niet mogelijk zijn dient betreffende Aanbieder contact op te nemen met de Gemeente om dit kenbaar te maken af te geven en te bespreken om zo tot een mogelijke oplossing te komen. 3.3Behandeling Algemene beschrijving Waar begeleiding zich richt op het bijsturen, aanleren of automatiseren van praktische vaardigheden om uitingsvormen van probleemgedrag of de aandoening te beperken, grijpt behandeling in op de dieperliggende oorzaak van het probleemgedrag en/of de aandoening (“herprogrammeren”). Behandeling zet in op verandering van de sociaal emotionele ontwikkeling van een Jeugdige waardoor een basis wordt gelegd om het handelingsrepertoire van de Jeugdige duurzaam uit te breiden. Bij jeugdigen betekent dit dat zowel de Jeugdige zelf alsook het gezinssysteem behandeld kan worden. Belangrijk uitgangspunt bij behandeling is daarom dat de Jeugdige voldoende in staat is om het geleerde toe te passen in, en te generaliseren naar, diverse praktijksituaties. Is generalisatie niet (meer) mogelijk, en moeten voor elke situatie gerichte vaardigheden worden aangeleerd dan is inzet van behandeling van de Jeugdige zelf niet toegewezen, maar begeleiding. De behandeling duurt een afgebakende periode met, in principe, een maximum van 1 jaar. Handelingsgerichte diagnostiek of observatie/onderzoek is altijd onderdeel van de behandeling. Grondslag voor de behandeling is en/ of: somatische, psychische of psychiatrische aandoening; verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking; opvoedkundig/systemisch probleemgedrag. Voor behandeling is een DSM-V classificatie vereist ofwel een door de verwijzer benoemd sterk vermoeden daarvan. Echter, aanwezigheid van een classificatie betekent niet automatisch dat behandeling moet worden ingezet. Afhankelijk van de aard van de benodigde hulp kan ook begeleiding aangewezen zijn. GGZ-behandeling richt zich vooral op de (medische) aanpak van een psychiatrische stoornis en bijbehorende problemen op verschillende levensgebieden van de jeugdige. Behandeling in de LVB richt zich zowel op de jeugdige zelf als mogelijk het systeem. Behandeling in de Jeugd- en Opvoedhulp richt zich met name op gezins-/ en systeemfactoren. Eisen aan behandeling door de professional Voor een behandeling is expertise op het niveau van een specifiek medicus, specifiek paramedicus of behandelaar vereist. Er is in ieder geval sprake van een WO-opgeleide Regiebehandelaar conform het Model Kwaliteitsstatuut GGZ voor GGZ-behandeling aangevuld met de eisen zoals opgenomen in paragraaf 1.1 Algemene uitvoeringseisen ‘Regiebehandelaar en Gedragswetenschapper’. Aanvullende informatie behandeling individueel en groep Behandeling kent een onderscheid in behandeling individueel en behandeling groep. Een belangrijk criterium om voor behandeling individueel te kiezen is dat ingeschat wordt dat het behalen van de gestelde doelen het beste tot stand kan komen door individuele behandelingsmethodieken in te zetten. Daarbij kan de Aanbieder in samenspraak met de jeugdige en de ouders/verzorgers ook de behandeling in de thuissituatie aanbieden waarmee een positief effect beoogd wordt op de ontwikkeling van de jeugdige, zijn gezin en zijn omgeving. Een belangrijk criterium om voor behandeling groep te kiezen is dat ingeschat wordt dat de jeugdige en/of diens ouders/verzorgers in een groep beter de gestelde doelen kan/kunnen behalen. De sociale interactie in een groep; leren van elkaar en ook steun ervaren van leeftijdsgenoten, wordt in de groepsbehandeling als instrument gebruikt. Daarnaast wordt er door professionals een specifiek pedagogisch klimaat geboden, dat de ontwikkeling van de jeugdigen stimuleert. Het geheel heeft zeer waarschijnlijk een positief effect op de jeugdige en/of zijn ouders verzorgers. Het vergroot de eigenwaarde en eigen kracht van de jeugdige en zijn gezin. Het is uiteraard ook mogelijk om een combinatie van individuele- en groepsbehandelingsmethodieken in te zetten om de gestelde doelen te behalen. Zowel behandeling individueel als groep worden nader gespecificeerd naar licht, midden en zwaar. De complexiteit van de problematiek van de jeugdige, het gezin en/of zijn omgeving bepalen in hoge mate de indeling in licht, midden of zwaar. De intensiteit wordt bepaald door het aantal uur behandeling dat nodig is. Voor een jeugdige die niet in een instelling verblijft, maar wel medicijnen voor psychische klachten krijgt voorgeschreven, valt het voorschrijven van medicatie onder de Jeugdwet (en wordt betaald door opdrachtgever), maar de medicijnen zelf vallen onder de Zorgverzekeringswet (en worden betaald door de zorgverzekeraar). Ook curatieve GGZ-zorg door kinderartsen en hulp bij ernstige enkelvoudige dyslexie valt onder behandeling. Behandeling is onderverdeeld in drie categorieën die nader worden beschreven: Behandeling licht Behandeling midden Behandeling zwaar Productbeschrijving Productbeschrijving Code Productomschrijving Eenheden Frequentie 45A66 Behandeling individueel- licht uur week 45A67 Behandeling individueel- midden uur week 45A68 Behandeling individueel- zwaar uur week 54001 Behandeling individueel- licht JGGZ uur week 54002 Behandeling individueel- zwaar JGGZ uur week 54003 Behandeling individueel- Diagnostiek uur week 41A11 Behandeling groep- licht dagdeel week 41A12 Behandeling groep- midden dagdeel week 41A13 Behandeling groep- zwaar dagdeel week 41A15 Behandeling groep- midden JGGZ dagdeel week 41A16 Behandeling groep- zwaar JGGZ dagdeel week Behandeling individueel licht De gemiddelde cliëntkenmerken zien er als volgt uit: Veel beschermende factoren en weinig risicofactoren Op niveau van jeugdige, gezin en omgeving, denk hierbij bijvoorbeeld aan intelligentie, zelfbeeld, persoonlijkheid, jeugdervaringen, gezondheid, opvoedingscompetentie, gezinssituatie, sociale steun, financiën, culturele aspecten. Enkelvoudige vraag van de jeugdige, het gezin of de omgeving. Vraag op één leefgebied. Jeugdige loopt achter op een enkele ontwikkeltaak. Hoge mate van zelfstandigheid, maar bijsturing gewenst. Kan zelf om hulp vragen, kan zich zelfstandig redden met hulp vanuit netwerk, geen noodzaak taken over te nemen. Goede samenwerking mogelijk tussen Aanbieder en Jeugdige. Is met praten bij te sturen, staat open voor ondersteuning, heeft lerend vermogen. Veiligheid niet in geding. NB: Bovenstaande punten zijn bedoeld als richtlijn. Eisen aan behandeling door de professional De directe behandelaar heeft minimaal een relevante opleiding op HBO-niveau en is geregistreerd conform de norm van verantwoorde werktoedeling. Daarnaast is er een geregistreerde WO- opgeleide Regiebehandelaar danwel Gedragswetenschapper betrokken. Doelgroep Jeugdigen met probleemgedrag, al dan niet met een beperking,. De ouder(s)/verzorger(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.