VERORDENING WONINGGEBONDEN SUBSIDIES 1994 Samenwerkingsverband Rijnmondgemeenten ter regionale uitvoering van het Besluit Woninggebonden Subsidies nummer: SRA 94/005 Het Algemeen Bestuur van het Samenwerkingsverband Rijnmondgemeenten, Gelet op de bepalingen van de gemeenschappelijke regeling “Samenwerkingsverband Rijnmondgemeenten ter regionale uitvoering van het Besluit Woninggebonden Subsidies", de gemeentewet, het Besluit Woninggebonden Subsidies en de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t: de volgende verordening vast te stellen: VERORDENING WONINGGEBONDEN SUBSIDIES 1994 SAMENWERKINGSVERBAND RIJNMONDGEMEENTEN HOOFDSTUK1.ALGEMENE BEPALINGEN Paragraaf1.Begripsbepalingen Artikel1 a.Algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het openbaar lichaam “Samenwerkingsverband Rijnmondgemeenten ter regionale uitvoering van het Besluit Woninggebonden Subsidies". b.Begunstigde: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een verzoek doet om vaststelling en uitbetaling van de door het openbaar lichaam verleende geldelijke steun. c.Belegger: rechtspersoon als bedoeld in het Besluit woninggebonden subsidies. d.Het Besluit: het Besluit woninggebonden subsidies (Staatsblad 1991, 440 en nadien gewijzigd). e.Bouwplan: de beschrijving van de te bouwen woningen, standplaatsen of woonwagens of de te treffen voorzieningen aan woningen of standplaatsen zoals deze op het door het dagelijks bestuur voorgeschreven formulier door de aanvrager is gedaan, vergezeld van alle voorgeschreven gegevens, zoals vereist op grond van deze verordening. f.Bouwprogramma: besluit van de gemeenteraad, waarin voor zover mogelijk wordt vastgesteld welke bouwplannen van welke gegadigden op welke lokaties in aanmerking kunnen komen voor geldelijke steun vanuit een subsidiecategorie. g.Budget: bedrag aan geldelijke steun dat jaarlijks door de minister aan het openbaar lichaam beschikbaar wordt gesteld, alsmede het bedrag dat resteert van in vorige jaren toegekende budgetten, alsmede daaraan op grond van het Besluit of op grond van een besluit van het algemeen bestuur toegevoegde vrijvallende middelen ten behoeve van: 1. Sociale-huurwoningen, huurstandplaatsen, huurwoonwagens, sociale-koopwoningen, koopstandplaatsen, koopwoonwagens, ingrijpende voorzieningen aan huurwoningen en ingrijpende voorzieningen aan huurstandplaatsen, te noemen het budget voor de sociale-bouwsector, of 2. huurwoningen van beleggers en premiewoningen, of 3. toeslagen ten behoeve van plaatselijk verschillende omstandigheden, of 4. toeslagen ten behoeve van huurverlaging. h.Burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente. i.Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Samenwerkingsverband Rijnmondgemeenten ter regionale uitvoering van het Besluit Woninggebonden Subsidies. j.Datum eerste bewoning: datum waarop de eerste eigenaar zich als bewoner in heeft laten schrijven bij het bevolkingsregister. k.Deelbudget: dat deel van een budget dat door het algemeen bestuur beschikbaar is gesteld voor een categorie woningen, standplaatsen, woonwagens of voorzieningen dan wel toeslagen als bedoeld in de artikelen 5 en 6 juncto 8. l.Geluidwerende maatregelen: voorzieningen als bedoeld onder hh, die strekken tot het op het, ingevolge het Besluit geluidwering gebouwen (Staatsblad 1982, 755) vereiste, niveau brengen van de geluidwering van de gevel waarvoor op grond van hoofdstuk 3 paragraaf 10 geldelijke steun kan worden verleend. m.Gemeenteraad: de raad van een deelnemende gemeente. n.Gereedkomingsdatum: de dag waarop de woning, de standplaats of de woonwagen gereed komt, dan wel de dag waarop de administratief in een plan samengevoegde woningen gemiddeld gereedkomen, dan wel de dag waarop een buiten de standplaats gebouwde woonwagen op de standplaats wordt geplaatst. Indien de Uniforme Administratieve Voorwaarden 1989 (UAV) van toepassing zijn valt de gereedkomingsdatum samen met de in paragraaf 10, lid 1 of 2 van de UAV bedoelde datum van oplevering. o.Hoofdsom: het op de datum waarop de geldelijke steun wordt verleend te bepalen bedrag aan geldelijke steun aan de hand van de desbetreffende, bij ministeriële regeling vastgestelde tabel. p.Huurder: degene die met de verhuurder een huurovereenkomst heeft gesloten als bedoeld in artikel 7A: 1584 van het Burgerlijk Wetboek. q.Huurprijs: prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd conform het Besluit. r.Huurwoning: verhuurde of te verhuren woning. s.Ingrijpende voorziening aan een woning: voorziening aan een huurwoning waarvan de bouw is voltooid voor 1 januari 1946 en waarvan de kosten verminderd met de op grond van paragraaf 10 van hoofdstuk 3 verleende toeslag per woning meer bedragen dan de in het Besluit genoemde minimum kosten. t.Initiatiefnemer: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een aanvraag indient voor de verlening van geldelijke steun. u.Kosten van het verkrijgen in-eigendom: de door burgemeester en wethouders vast te stellen noodzakelijke direct met de bouw samenhangende kosten, verminderd met de eventueel op grond van paragraaf 10 van hoofdstuk 3 toegekende toeslagen. v.Kosten van ingrijpende voorzieningen: de door burgemeester en wethouders vast te stellen kosten die direct samenhangen met het treffen van ingrijpende voorzieningen. w.De minister: de minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer. x.Particuliere huurwoning: huurwoning die niet in eigendom is van de gemeente of een toegelaten instelling. y.Projectovereenkomst: overeenkomst tussen burgemeester en wethouders en een initiatiefnemer waarin per bouwplan afspraken worden vastgelegd. z.Reservering: de door het algemeen bestuur voor een gemeente gereserveerde financiële middelen in een budgetjaar. aa.Sociale-huurwoning: huurwoning in eigendom van de gemeente of een toegelaten instelling. bb.Sociale-koopwoning: te bouwen woning waarvoor op grond van paragraaf 3 van hoofdstuk 3 geldelijke steun wordt verleend. cc.Splitsingsvergunning: een vergunning zoals bedoeld in artikel 33 Huisvestingswet (Stb.1992, 548). dd.Subsidiecategorie: dat deel van de door het algemeen bestuur voor de gemeente gereserveerde geldelijke steun dat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld voor een categorie woningen, standplaatsen, woonwagens of voorzieningen dan wel toeslagen als bedoeld in de artikelen 5 en 6 juncto 11 en 12. ee.Toegelaten instelling: instelling, toegelaten krachtens artikel 70 van de Woningwet. ff.Vaststellen van geldelijke steun: het besluit van het dagelijks bestuur waarbij de hoogte van de verleende geldelijke steun wordt vastgesteld en het openbaar lichaam zich verplicht tot uitbetaling, mits voldaan is aan de in deze verordening opgenomen voorwaarden die van toepassing zijn op de desbetreffende subsidie-categorie. gg.Verlenen van geldelijke steun: het besluit van het dagelijks bestuur dat een opschortend voorwaardelijke aanspraak op geldelijke steun verschaft. hh.Voorziening: bouwkundige of bouwtechnische maatregel aan een woning of standplaats, die strekt tot verbetering van de indeling of het woongerief, waaronder begrepen de daartoe noodzakelijke opheffing van technische gebreken, of tot bouwkundige splitsing of samenvoeging. ii.Vrije-sectorwoning: een nieuw te bouwen woning die in het kader van het besluit alleen in aanmerking kan komen voor een bijdrage uit het fonds bedoeld in artikel 11 lid 2 onder c. Artikel2 Voor de toepassing van deze verordening wordt mede verstaan onder: Eigenaar: opstalIer, erfpachter, gerechtigde tot een appartementsrecht of degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaatschapsrecht is verleend dat recht geeft op gebruik van een woning. Eigendom: opstal, erfpacht, appartementsrecht of door een rechtspersoon verleend deelnemings-of lidmaatschapsrecht dat recht geeft op gebruik van een woning. Woning: onzelfstandige woonruimte. Het verlenen van geldelijke steun aan een toegelaten instelling: het verlenen van geldelijke steun ten behoeve van het bouwen dan wel het treffen van voorzieningen van gemeentewege. Bouwen: het verbouwen van een gebouwde onroerende zaak tot woonruimte, waarbij de bestemming van de onroerende zaak wordt gewijzigd. Artikel3 Deze verordening is niet van toepassing op: woningen die niet geschikt of bestemd zijn om voortdurend door dezelfde persoon of personen te worden bewoond; woningen die als ambts-of dienstwoning in gebruik zijn of als zodanig bestemd; bejaardenoorden als bedoeld in de Wet op de bejaardenoorden (Staatsblad 1990, 468); woonschepen als bedoeld in de Wet op de woonwagens en woonschepen (Staatsblad 1918, 492), en; Artikel4 De algemene bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing, tenzij in de overige hoofdstukken van deze verordening hiervan nadrukkelijk wordt afgeweken. Paragraaf2.Grondslag en werkingssfeer Artikel5 Op grond van deze verordening kan het dagelijks bestuur geldelijke steun verlenen voor: het bouwen van sociale-huurwoningen; het bouwen van huurstandplaatsen; het bouwen van huurwoonwagens; het bouwen van sociale-koopwoningen; het bouwen van koopstandplaatsen; het bouwen van koopwoonwagens; het treffen van ingrijpende voorzieningen aan sociale-huurwoningen; het treffen van ingrijpende voorzieningen aan particuliere huurwoningen; het treffen van ingrijpende voorzieningen aan huurstandplaatsen; het bouwen van huurwoningen van beleggers; het bouwen van premiewoningen; het bouwen van vrije-sectorwoningen. Artikel6 1.Het dagelijks bestuur kan geldelijke steun verlenen in de vorm van een toeslag ten behoeve van plaatselijk verschillende omstandigheden voor het bouwen van woningen of standplaatsen of het treffen van ingrijpende voorzieningen aan huurwoningen of huurstandplaatsen. 2.Het dagelijks bestuur kan geldelijke steun verlenen in de vorm van een toeslag ten behoeve van huurverlaging aan een toegelaten instelling die een sociale-huurwoning of een huurstandplaats beheert: die wordt gebouwd ter vervanging van een andere woning of een huurstandplaats, of waaraan ingrijpende voorzieningen worden getroffen. Paragraaf3.Vaststelling en reservering van de budgetten Artikel7 1.Burgemeester en wethouders verstrekken jaarlijks voor 1 juli aan,het algemeen bestuur een overzicht van de in het eerstkomende begrotingsjaar te verwachten bouwplannen alsmede een overzicht van bouwplannen die in de drie daarop volgende jaren naar hun oordeel te verwachten zijn. 2.Bij het in het eerste lid bedoelde overzicht worden de in artikel 5 onderscheiden bouwplannen afzonderlijk vermeld. 3.Het dagelijks bestuur kan per onderscheiden categorie bouwplannen nadere eisen stellen aan de, met betrekking tot deze categorie door de gemeenten te leveren, gegevens. Artikel8 1.Jaarlijks besluit het algemeen bestuur welk deel van de budgetten voor geldelijke steun voor de gemeenten wordt gereserveerd. 2.Het algemeen bestuur deelt jaarlijks acht weken na ontvangst van de budgetbrief, met inachtneming van de in artikel 7 door de gemeenten overgelegde informatie, schriftelijk aan de gemeenten mee hoeveel geldelijke steun uit de onderscheiden budgetten in het volgende jaar is gereserveerd voor het bouwen van woningen, standplaatsen en woonwagens, het treffen van voorzieningen aan woningen en standplaatsen, en het verstrekken van toeslagen voor plaatselijk verschillende omstandigheden en voor huurverlaging in hun gemeenten. 3.Bij de reservering van de budgetten als bedoeld in het tweede lid houdt het algemeen bestuur rekening met door het rijk en de provincie gestelde prioriteiten, alsmede met in het kader van de ontwikkeling van een regionaal volkshuisvestingsplan gemaakte afspraken. 4.Bij de reservering van budgetten ten laste waarvan geldelijke steun kan worden verleend waarvan de hoogte per bouwplan kan variëren maakt het algemeen bestuur gebruik van door hem vast te stellen normbedragen 5.Indien de minister een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 11 van het Besluit, houdt het algemeen bestuur daarmee rekening bij de verdeling als bedoeld in het tweede lid. 6.Het algemeen bestuur kan terzake van de in het tweede lid bedoelde budgetreservering bepalen dat een deel van dit budget slechts mag worden aangewend ten behoeve van het realiseren van door het algemeen bestuur aangewezen bouwplannen dan wel ten behoeve van het realiseren van bouwplannen met nader door het algemeen bestuur omschreven plankenmerken. 7.Het algemeen bestuur stelt de gemeenteraden tevens op de hoogte van de voorgenomen reservering voor de drie jaar volgend op het eerstvolgende jaar. Paragraaf4.Prioriteiten en nadere voorwaarden Artikel9 1.De gemeenteraad besluit welke prioriteiten hij stelt bij het voorleggen van aanvragen aan het dagelijks bestuur om verlening van geldelijke steun voor het bouwen van woningen, standplaatsen en woonwagens en het treffen van voorzieningen aan huurwoningen en huurstandplaatsen. 2.De gemeenteraad besluit welke nadere voorwaarden hij stelt aan het voorleggen van aanvragen aan het dagelijks bestuur om verlening van geldelijke steun voor het bouwen van woningen, standplaatsen en woonwagens of het treffen van voorzieningen aan huurwoningen en huurstandplaatsen. 3.De voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, zullen functioneel zijn ten opzichte van de beleidsdoelstelling van het subsidie-instrument. Artikel10 1.Burgemeester en wethouders doen eerst een voorstel tot het stellen van prioriteiten en nadere voorwaarden aan de gemeenteraad nadat daaromtrent door hen de in artikel 18, eerste lid, bedoelde organisaties zijn geraadpleegd. 2.Burgemeester en wethouders doen schriftelijk verslag van deze raadpleging aan de raad. Tevens geven zij voor zover nodig een reactie op de daarbij naar voren gebrachte argumenten. Artikel11 1.De gemeenteraad kan de voor de gemeente gereserveerde geldelijke steun in subsidiecategorieën onderverdelen. 2.De volgende subsidiecategorieën kunnen worden onderscheiden: binnen het budget voor de sociale-bouwsector: 1. sociale-huurwoningen; 2. huurstandplaatsen; 3. huurwoonwagens; 4. sociale-koopwoningen; 5. koopstandplaatsen; 6. koopwoonwagens; 7. ingrijpende voorzieningen aan sociale-huurwoningen; 8. ingrijpende voorzieningen aan particuliere huurwoningen; 9. ingrijpende voorzieningen aan huurstandplaatsen. binnen het budget huurwoningen van beleggers en premiewoningen: 1. huurwoningen van beleggers; 2. premiewoningen. toeslagen in verband met plaatselijk verschillende omstandigheden huurverlagingstoeslagen. 3.De gemeenteraad kan een subsidiecategorie bedoeld in het eerste lid in meerdere onderdelen splitsen; dergelijke onderdelen zijn ook subsidiecategorieën in de zin van deze verordening. Artikel12 1.Jaarlijks stelt de raad het bouwprogramma vast. 2.Jaarlijks bespreekt de raad de evaluatie van de produktie van het voorafgaande jaar. Artikel13 Indien het vooruitzicht bestaat, dat een bepaalde subsidiecategorie niet of niet geheel zal worden bestreken met hierop betrekking hebbende subsidieaanvragen zijn burgemeester en wethouders bevoegd het als gevolg hiervan niet door subsidieaanvragen bestreken deel van deze subsidiecategorie, met inachtneming van het hieromtrent in deze verordening en het Besluit gestelde, geheel of gedeeltelijk aan een andere subsidiecategorie toe te voegen. Artikel14 1.Het dagelijks bestuur kan op verzoek van de initiatiefnemer en na goedkeuring door burgemeester en wethouders, binnen het budget voor de sociale-bouwsector verleende geldelijke steun wijzigen in geldelijke steun voor een andere categorie dan waarvoor de geldelijke steun is verleend indien hiervoor naar zijn oordeel redelijke termen aanwezig zijn. 2.Bij een omzetting als bedoeld in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders de in artikel 11 genoemde subsidiecategorieën dienovereenkomstig wijzigen. Artikel15 Indien door de minister op grond van het Besluit een budget wordt herzien kan het dagelijks bestuur afwijken van de op grond van artikel 8, eerste lid, vastgestelde voor gemeenten gereserveerde geldelijke steun en van de op grond van artikel 8, tweede lid, vastgestelde verdeling over de gemeenten. Artikel16 Het algemeen bestuur kan afwijken van de op grond van artikel 8, tweede lid, vastgestelde verdeling over de gemeenten indien: de betrokken gemeenten de herverdeling instemmen, of, op 1 augustus een zodanig aantal aanvragen om geldelijke steun bij het dagelijks bestuur is ingediend dat bij toekenning daarvan meer dan vijftig procent resteert van een of meer budgetten die voor dat jaar zijn toegekend. Paragraaf5.Raadpleging belanghebbende personen en organisaties Artikel17 1.Deze verordening wordt niet gewijzigd dan nadat over het ontwerp door het dagelijks bestuur voorafgaand geraadpleegd zijn de gemeenteraden, de lokaal of regionaal toegelaten instellingen en andere naar het oordeel van het algemeen bestuur daarvoor in aanmerking komende natuurlijke en rechtspersonen, waaronder woonconsumentenorganisaties 2.Ingeval de lokaal of regionaal toegelaten instellingen zijn verenigd in een hun vertegenwoordigend lichaam, kan de in het eerste lid bedoelde raadpleging zich tot een dergelijk lichaam beperken. Artikel18 1.Ten minste eenmaal per jaar raadplegen burgemeester en wethouders de in hun gemeente werkzame toegelaten instellingen en andere naar het oordeel van de gemeenteraad daarvoor in aanmerking komende natuurlijke en rechtspersonen, waaronder woonconsumentenorganisaties, over de uitvoering van deze verordening door de gemeente. 2.Het tweede lid van artikel 17 is van overeenkomstige toepassing. Artikel19 In de in artikel 18 bedoelde raadpleging komt ten minste aan de orde: een raming, voor zover mogelijk, van de plannen waarvoor geldelijke steun zal worden gevraagd voor de komende jaren; de door burgemeester en wethouders voorgenomen verdeling van de geldelijke steun voor het eerstkomende budgetjaar; het door burgemeester en wethouders nagestreefde huurniveau voor de verschillende categorieën woningen, standplaatsen en woonwagens. Artikel20 1.Het dagelijks bestuur-namens het openbaar lichaam- en burgemeester en wethoudersnamens de gemeente voor zover hiertoe gemachtigd door de betrokken gemeenteraad kunnen ter uitvoering van deze verordening overeenkomsten sluiten met daarvoor in aanmerking komende natuurlijke en rechtspersonen als bedoeld in de artikelen 17 en 18. 2.Burgemeester en wethouders kunnen, indien de betrokken gemeenteraad hen daartoe heeft gemachtigd, in het belang van de voortgang van bouwplannen projectovereenkomsten aangaan. 3.Indien de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten worden gesloten brengt het dagelijks bestuur deze ter kennis van het algemeen bestuur en brengen burgemeester en wethouders deze ter kennis van de gemeenteraad en het algemeen bestuur. HOOFDSTUK2.AANVRAGEN, VERLENEN EN VASTSTELLEN VAN GELDELIJKE STEUN Paragraaf1.Algemene bepaling Artikel21a Het dagelijks bestuur neemt een beslissing op een aanvraag als in dit hoofdstuk bedoeld voorzover de bevoegdheid tot het nemen van deze besluiten in deze verordening niet is toegekend aan burgemeester en wethouders. Paragraaf2.De aanvraag om geldelijke steun Artikel21 1.De initiatiefnemer vraagt de geldelijke steun aan bij het dagelijks bestuur door tussenkomst van burgemeester en wethouders. 2.Een aanvraag om het verlenen van geldelijke steun geschiedt op een door het dagelijks bestuur vastgesteld en door de initiatiefnemer volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier. Artikel22 1.De initiatiefnemer dient de aanvraag als bedoeld in artikel 21 in bij burgemeester en wethouders voor één september van het jaar waarin de beslissing wordt gevraagd, dan wel op het in de projectovereenkomst afgesproken tijdstip. 2.Indien de aanvraag wordt ontvangen na de in het eerste lid bedoelde datum kan de aanvraag worden aangehouden tot het volgende jaar. 3.Een beslissing tot aanhouding van een plan voor datzelfde plan slechts eenmaal genomen worden. 4.Burgemeester en wethouders bevestigen binnen twee weken de ontvangst van de aanvraag bedoeld in artikel 21. Artikel23 1.Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 gaat in elk geval vergezeld van de volgende gegevens: de geraamde kosten van het verkrijgen in eigendom dan wel van het treffen van ingrijpende voorzieningen; bestekken en tekeningen van het bouwplan; een opgave van het aantal woningen, standplaatsen of woonwagens waarop het bouwplan betrekking heeft. 2.Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid gaat tevens vergezeld van de op grond van hoofdstuk 3 vereiste gegevens. 3.Het dagelijks bestuur kan op een daartoe strekkend en gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer of burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het verstrekken van één of meer van de in het eerste en tweede lid genoemde gegevens. 4.Een verzoek als genoemd in het derde lid afkomstig van burgemeester en wethouders kan betrekking hebben op een algemene ontheffing ten behoeve van een nader aangeduide categorie aanvragen in het kader van een door de gemeente gewenste vereenvoudiging van de planbehandelingsprocedure. 5.Ingeval van een besluit als genoemd in het derde lid stelt het dagelijks bestuur de hiermee samenhangende voorwaarden waaronder de verlening van de geldelijke steun plaats moet vinden vast. Artikel24 1.Indien een aanvraag niet voldoet aan de prioriteiten gesteld op grond van artikel 9, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders de aanvraag aanhouden tot 1 september van het jaar waarin de beslissing om verlening van geldelijke steun wordt gevraagd. 2.In afwijking van artikel 28 beslissen burgemeester en wethouders, op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, voor 1 december van het hetzelfde jaar. Artikel25 1.Indien het bouwplan niet in het bouwprogramma is opgenomen dan wel de betreffende subsidiecategorie of de voor de gemeente gepleegde reservering overschreden zou worden wanneer geldelijke steun wordt verleend, houden burgemeester en wethouders de aanvraag aan tot het volgende jaar. 2.Een besluit tot aanhouding van een plan kan voor dat zelfde plan slechts eenmaal genomen worden. 3.Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste lid afwijken indien: de betreffende subsidiecategorie in het bouwprogramma dan wel de voor de gemeente gepleegde reservering niet of slechts gedeeltelijk wordt bestreken met aanvragen om geldelijke steun. bouwplannen die opgenomen zijn in het bouwprogramma in het betreffende jaar geen doorgang vinden. Artikel26 Burgemeester en wethouders leggen een aanvraag om geldelijke steun aan het dagelijks bestuur voor indien: de noodzaak van het bouwen van de woning(en), de standplaats, de woonwagen of van het treffen van de ingrijpende voorzieningen is aangetoond; met het bouwplan het belang van de volkshuisvesting in voldoende mate wordt gediend; het bouwplan sober en doelmatig is; hieronder wordt onder meer verstaan dat de geraamde kosten van de voorzieningen geacht worden in een redelijke verhouding te staan tot het te bereiken resultaat; is voldaan aan de nadere voorwaarden als bedoeld in artikel 91 tweede lid; voor het bouwplan een bouwvergunning is verleend of zal kunnen worden verleend; voor het besluit tot het verlenen van de geldelijke steun niet reeds een begin met de werkzaamheden is gemaakt zonder hun instemming. Artikel27 De noodzaak van een bouwplan bedoeld in artikel 26, onder a, en het belang van de volkshuisvesting als bedoeld in artikel 26, onder b worden geacht te zijn aangetoond, indien dit plan opgenomen is in het bouwprogramma als bedoeld in artikel 12. Artikel28 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in artikel 21 of de aanvraag wordt voorgelegd aan het dagelijks bestuur. 2.Aanvragen welke overeenkomstig het gestelde in artikel 22 lid 2 of 25 lid 1 zijn aangehouden tot een volgend jaar worden voor wat betreft de werking van dit artikel geacht te zijn ontvangen op 1 januari van dit volgende jaar. Artikel29 De indiening van de aanvraag bij het dagelijks bestuur gaat vergezeld van een verklaring van burgemeester en wethouders dat is voldaan aan het gestelde in deze verordening. Artikel30 Een aanvraag om geldelijke steun als bedoeld in artikel 21 wordt door burgemeester en wethouders aan het dagelijks bestuur voorgelegd voor 1 december van het jaar waarin de beslissing wordt gevraagd. Paragraaf3.De verlening van geldelijke steun Artikel31 De hoogte van de te verlenen geldelijke steun wordt, onverminderd het gestelde in artikel 47, berekend overeenkomstig het hieromtrent in het Besluit gestelde. Artikel32 Het dagelijkse bestuur bevestigt binnen twee weken aan burgemeester en wethouders en aan de initiatiefnemer dat de aanvraag bedoeld in artikel 29 door burgemeester en wethouders aan het dagelijks bestuur is voorgelegd. Artikel33 Het dagelijks bestuur beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in artikel 29. Artikel34 Het dagelijks bestuur verleent geldelijke steun indien de voor de gemeente gepleegde reservering niet wordt overschreden. Artikel35 Het dagelijks bestuur verleent geldelijke steun onder voorwaarde dat: Wordt voldaan aan de door de gemeenteraad gestelde prioriteiten en andere voorwaarden als bedoeld in artikel 9; zonder toestemming van burgemeester en wethouders bij de werkzaamheden niet wordt afgeweken van het bouwplan; binnen zeventien weken na het besluit tot verlening van geldelijke steun de eerste paal is geslagen dan wel ingeval van verbouw, het bouwen van woonwagens of standplaatsen of het treffen van voorzieningen met de werkzaamheden is gestart en een regelmatige voortgang van de werkzaamheden gerealiseerd wordt; de initiatiefnemer dient dit moment schriftelijk te melden aan burgemeester en wethouders; de gereedmelding van de werkzaamheden plaatsvindt overeenkomstig artikel 37; De initiatiefnemer de informatie als bedoeld in artikel 55 van het Besluit beschikbaar houdt en op verzoek van het dagelijks bestuur of burgemeester en wethouders terstond levert; Artikel36 Het dagelijks bestuur verleent geldelijke steun onder de voorwaarde dat de door burgemeester en wethouders daartoe aangewezen personen op door burgemeester en wethouders te bepalen tijdstippen: toegang wordt verleend tot de bouwplaats, de woning, de standplaats, de woonwagen of het gebouw dat tot woning wordt verbouwd; inzage wordt verleend in de op de bouw betrekking hebbende bescheiden en tekeningen; alle inlichtingen worden verstrekt die naar hun oordeel noodzakelijk zijn voor de beoordeling of aan de voorwaarden verbonden aan het verlenen van geldelijke steun wordt voldaan. Paragraaf4De gereedmelding Artikel37 1.De begunstigde verklaart door tussenkomst van burgemeester en wethouders aan het dagelijks bestuur, onder overlegging van een door het dagelijks bestuur vastgesteld en door begunstigde volledig ingevuld en ondertekend gereedmeldingsformulier, dat de bedoelde werkzaamheden volledig zijn uitgevoerd. 2.De gereedmelding wordt tevens aangemerkt als een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de geldelijke steun. 3.De begunstigde dient de gereedmelding, bedoeld in het eerste lid, terstond na de voltooiing van de werkzaamheden doch uiterlijk binnen drie jaar na het verlenen van de geldelijke steun in bij burgemeester en wethouders. Artikel38 1.De gereedmelding bedoeld in artikel 37, eerste lid, gaat vergezeld van een verklaring dat bij de bouw respectievelijk het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de geldelijke steun is verleend. 2.De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid gaat tevens vergezeld van de op grond van hoofdstuk 3 vereiste gegevens. 3.De initiatiefnemer dient gedurende een periode van vijf jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden. Artikel39 Burgemeester en wethouders bevestigen binnen twee weken de ontvangst van de gereedmelding, bedoeld in artikel 37. Artikel40 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na ontvangst van een gereedmelding, bedoeld in artikel 37, of de gereedmelding wordt ingediend bij het dagelijks bestuur. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een besluit bedoeld in het eerste lid eenmaal met vier weken verdagen. Artikel41 De indiening van de gereedmelding gaat vergezeld van een verklaring van burgemeester en wethouders dat is voldaan aan het gestelde in deze verordening. Paragraaf5.De vaststelling van de geldelijke steun Artikel42 Het dagelijks bestuur bevestigt binnen twee weken aan burgemeester en wethouders en aan de initiatiefnemer de ontvangst van de gereedmelding bedoeld in artikel 41 . Artikel43 1.Binnen vier weken na ontvangst van de gereedmelding bedoeld in artikel 41, neemt het dagelijks bestuur een besluit op het verzoek tot vaststelling en uitbetaling van de geldelijke steun. 2.Het dagelijks bestuur kan een besluit als bedoeld in het eerste lid eenmaal met vier weken verdagen. Artikel44 1.Indien het dagelijks bestuur instemt met het verzoek tot vaststelling en uitbetaling van de geldelijke steun, stelt het de geldelijke steun vast overeenkomstig het bij of krachtens het Besluit bepaalde. 2.De geldelijke steun wordt in beginsel slechts vastgesteld en uitbetaald wanneer aan alle in deze verordening genoemde voorwaarden is voldaan die van toepassing zijn op de desbetreffende subsidiecategorie. Paragraaf6.De intrekking van geldelijke steun Artikel45 1.Het dagelijks bestuur kan een besluit tot verlening of vaststelling van geldelijke steun geheel of gedeeltelijk intrekken alsmede een reeds betaalde bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien: niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; een bijdrage op grond van deze verordening is verleend of vastgesteld op grond van gegevens en gebleken is dat deze zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. 2.Indien in een geval als bedoeld in het eerste lid onder b de begunstigde wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat de aldaar bedoelde gegevens onjuist waren, vordert het dagelijks bestuur reeds betaalde geldelijke steun met vergoeding van wettelijke rente volledig terug. 3.Het dagelijks bestuur kan een besluit tot het verlenen of vaststellen van een toeslag in verband met plaatselijk verschillende omstandigheden intrekken, indien de verlening of vaststelling van de voor dezelfde woningen, op grond van artikel 11, tweede lid, onder a of b, wordt ingetrokken. 4.Het dagelijks bestuur kan een besluit tot verlening of vaststellen van een toeslag ten behoeve van huurverlaging intrekken indien de verlening of vaststelling van de geldelijke steun voor dezelfde woningen op grond van artikel 11, tweede lid onder a1 en a3 wordt ingetrokken. 5.Het dagelijks bestuur trekt zijn besluit tot verlening van geldelijke steun in ieder geval in, indien de initiatiefnemer door tussenkomst van burgemeester en wethouders meldt dat de bouw geen doorgang zal vinden. Paragraaf7.Nadere bepalingen Artikel46 Het dagelijks bestuur en burgemeester en wethouders delen een besluit als bedoeld in dit hoofdstuk onverwijld schriftelijk mee aan hetzij de initiatiefnemer hetzij de begunstigde, onder vermelding van de gronden waarop het besluit berust. Artikel47 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing, tenzij in hoofdstuk 3 hiervan nadrukkelijk is afgeweken. Artikel48 1.Het dagelijks bestuur kan op een daartoe strekkend en gemotiveerd verzoek van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van de in artikel 30 genoemde termijn. Een dergelijk verzoek wordt vóór het verstrijken van de betreffende termijn bij het dagelijks bestuur ingediend. 2.Indien het dagelijks bestuur een verzoek als bedoeld in het eerste lid honoreert, geeft het een nieuwe termijn aan en stelt hiervan de initiatiefnemer in kennis. Artikel49 1.Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer dan wel de begunstigde ontheffing verlenen van de termijnen genoemd in de artikelen 22, 35 en 37. Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk voor het verstrijken van de betreffende termijn bij burgemeester en wethouders ingediend 2.Indien burgemeester en wethouders een verzoek als in het eerste lid bedoeld honoreren, geven zij een nieuwe termijn aan. Artikel49a 1.Van een melding start bouw als bedoeld in artikel 35 sub c wordt het dagelijks bestuur onverwijld door burgemeester en wethouders in kennis gesteld. 2.Indien op grond van artikel 49 uitstel wordt verleend van de termijn waarop met de uitvoering van de werkzaamheden een aanvang moet zijn gemaakt is het in het eerste lid gestelde van overeenkomstige toepassing. 3.Een opgave van het subsidierendement als bedoeld in artikel 75 wordt door burgemeester en wethouders onverwijld ter kennis gebracht van het dagelijks bestuur. 4.De gemeenteraad en burgemeester en wethouders verstrekken op verzoek van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur alle informatie met betrekking tot de op grond van de bepalingen van deze verordening door hen uitgevoerde werkzaamheden. Artikel50 Het dagelijks bestuur kan voor de uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen. HOOFDSTUK3.BEPALINGEN PER SUBSIDIECATEGORIE Paragraaf1.Sociale-huurwoningen Artikel51 Het dagelijks bestuur kan ten laste van het deelbudget genoemd in artikel 11, tweede lid, onder a.1, geldelijke steun verlenen voor het bouwen van sociale-huurwoningen aan een toegelaten instelling. Artikel52 Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 om geldelijke steun gaat in aanvulling op de gegevens van artikel 23 vergezeld van: een opgave van de voorgestelde gemiddelde huurprijs per woning; de gemiddelde koopsom van de bouwrijpe grond; de in het aanvraagformulier genoemde bescheiden. Artikel53 1.Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun in aanvulling op artikel 26 slechts in indien: de koopsom van de bouwrijpe grond waarop de woningen worden gebouwd, niet meer bedraagt dan de in het Besluit bepaalde maximum koopsom van de bouwrijpe grond; naar hun oordeel in voldoende mate overleg over het bouwplan heeft plaatsgevonden met de toekomstige huurder(
- s)van de woning(en), waarop het bouwplan betrekking heeft en/of de hen vertegenwoordigende organisaties. 2.Indien de toepassing van het bepaalde in het eerste lid onder a betrekking heeft op het bouwen van een aantal administratief in een complex samengevoegde woningen geldt het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in het eerste lid onder a, als de gemiddelde koopsom van de bouwrijpe grond van de in dat complex opgenomen woningen. 3.In gevallen waarin een woning wordt gebouwd op grond waarop een recht van opstal rust of waarop een recht van erfpacht is gevestigd dan wel de grond en de woning afzonderlijk in eigendom worden verkregen of de grond reeds geruime tijd eigendom is van de eigenaar, wordt als koopsom van de bouwrijpe grond aangehouden een door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag. Artikel54 1.Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35 en 36 geldelijke steun onder de voorwaarde dat de voor te stellen huurprijs per woning bij de gereedmelding niet hoger is dan de in het Besluit bepaalde maximum huurprijs. 2.Het dagelijks bestuur verleent op verzoek van burgemeester en wethouders in aanvulling op het gestelde in het eerste lid de geldelijke steun onder de voorwaarde dat de voorgestelde gemiddelde huurprijs per woning niet hoger is dan het door burgemeester en wethouders vastgestelde percentage van de kosten van het verkrijgen in eigendom, na aftrek van de regio-bijdrage. 3.Het in het tweede lid bedoelde percentage zal zodanig zijn dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders bij een daaraan gelijke gemiddelde huurprijs bij aanvang van de eerste huur naar verwachting een kostendekkende exploitatie van het complex waarvan de woning deel uit maakt mogelijk is met behulp van uitsluitend de huuropbrengst en de te verlenen bijdragen. Artikel55 Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, gaat in aanvulling op de verklaring bedoeld in artikel 38 vergezeld van een opgave van de voorgestelde huurprijs per woning, de gemiddelde gereedkomingsdatum van het bouwplan en van de in het gereedmeldingsformulier genoemde bescheiden. Artikel56 De geldelijke steun wordt ter keuze van het algemeen bestuur uitbetaald: of in jaarbedragen, voor de eerste maal een jaar na de gemiddelde gereedkomingsdatum en telkens een jaar nadien. of als een bijdrage-ineens binnen 14 werkdagen na het besluit tot vaststellen van geldelijke steun zoals bedoeld in artikel 44, waarbij er vanaf de gemiddelde gereedkomingsdatum rente wordt vergoed, mits het complex binnen dertien weken na de oplevering van de laatste woning gereed gemeld is. Deze rentevergoeding wordt berekend aan de hand van het subsidierendement minus 0,5 procent; Artikel57 1.Het dagelijks bestuur beëindigt de uitbetaling van de geldelijke steun voor een sociale huurwoning en stelt de geldelijke steun opnieuw vast op het op dat moment ontvangen bedrag, indien de eigendom van een sociale-huurwoning, waarvoor geldelijke steun wordt verleend, overgaat op een ander dan de gemeente of een toegelaten instelling, indien de woning gesloopt wordt of indien de woning aan de woonbestemming onttrokken wordt. 2.Indien de eigendom van de woning overgaat op de gemeente of een toegelaten instelling, wordt deze vanaf het moment van de eigendomsoverdracht de begunstigde. 3.Het dagelijks bestuur kan, indien de geldelijke steun als bijdrage ineens is uitbetaald, in de in het eerste lid bedoelde gevallen, de bijdrage terugvorderen tot een bedrag van de restant hoofdsom dat nog verschuldigd zou zijn geweest op het moment dat de bijdrage als jaarlijkse bijdrage betaald zou zijn. Paragraaf2.Huurstandplaatsen en huurwoonwagens Artikel58 1.Het dagelijks bestuur kan ten laste van de deelbudgetten genoemd in artikel 11, tweede lid, onder a2 en a3, geldelijke steun verlenen voor het bouwen van een huurstandplaats of een huurwoonwagen aan een toegelaten instelling. 2.Het dagelijks bestuur kan gelijktijdig met de verlening van geldelijke steun voor een huurstandplaats aanvullende geldelijke steun verlenen voor sanitaire voorzieningen op die standplaats of aan of in de daarop te plaatsen woonwagen. Artikel59 Een aanvraag om geldelijke steun als bedoeld in artikel 21 gaat in aanvulling op de gegevens van artikel 23 vergezeld van: een opgave van de voorgestelde gemiddelde huurprijs per huurstandplaats of huurwoonwagen; de gemiddelde koopsom van de bouwrijpe grond; de in het aanvraagformulier genoemde bescheiden. Artikel60 Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun voor een huurstandplaats in aanvulling op artikel 26 slechts in indien: de standplaats wordt gebouwd overeenkomstig een goedgekeurd bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, dan wel overeenkomstig een vrijstelling daarvan als bedoeld in artikel 19 van die wet; en door het bouwen van de standplaats in de onmiddellijke nabijheid van andere standplaatsen het aantal bijeen gelegen standplaatsen niet meer dan 15 zal bedragen, tenzij met instemming van Gedeputeerde Staten daarvan wordt afgeweken. Artikel61 Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun voor een huurwoonwagen in aanvulling op artikel 26 en 60 slechts in indien de standplaats waarop die woonwagen wordt geplaatst is gebouwd met geldelijke steun van rijkswege op voet van enige voor 1 januari 1993 geldende wettelijke regeling, dan wel wordt gebouwd met geldelijke steun op voet van het Besluit. Artikel62 Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun voor het bouwen van een huurstandplaats of een huurwoonwagen slechts in indien naar hun oordeel in voldoende mate overleg over het bouwplan heeft plaatsgevonden met de toekomstige huurder(
- s)van de huurstandplaats of huurwoonwagen, waarop het bouwplan betrekking heeft en/of de hen vertegenwoordigende organisaties. Artikel63 Burgemeester en Wethouders dienen in aanvulling op artikel 26, 60, 61 en 62 een aanvraag voor aanvullende geldelijke steun voor sanitaire voorzieningen in indien: geen sanitaire voorzieningen aanwezig zijn in of aan de daarop te plaatsen woonwagen; en de huurwoonwagen op 1 januari 1993 bestaat. Artikel64 Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35 en 36 de geldelijke steun onder de voorwaarde dat de voor te stellen huurprijs per huurstandplaats of huurwoonwagen bij de gereedmelding niet hoger is dan de in het Besluit bepaalde maximum huurprijs. Artikel65 1.Het dagelijks bestuur verleent op verzoek van burgemeester en wethouders in aanvulling op artikel 64 de geldelijke steun onder de voorwaarde dat de voorgestelde gemiddelde huurprijs per huurstandplaats of huurwoonwagen niet hoger is dan het door burgemeester en wethouders vastgestelde percentage van de kosten van het verkrijgen in eigendom, na aftrek van de regio-bijdrage. 2.Het in het eerste lid bedoelde percentage zal zodanig zijn dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders bij een daaraan gelijke gemiddelde huurprijs bij aanvang van de eerste huur naar kostendekkende exploitatie van het complex waarvan de huurstandplaats of huurwoonwagen deel uit maakt mogelijk is met behulp van uitsluitend de huuropbrengst en de te verlenen bijdragen. Artikel66 1.Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun in aanvulling op artikel 26, 60, 61 en 62 slechts in indien de koopsom van de bouwrijpe grond waarop de huurstandplaats wordt gebouwd, niet meer bedraagt dan de in het Besluit bepaalde maximum koopsom van de bouwrijpe grond. 2.In gevallen waarin een huurstandplaats wordt gebouwd op grond waarop een recht van opstal rust of waarop een recht van erfpacht is gevestigd dan wel de grond en de standplaats afzonderlijk in eigendom worden verkregen of de grond reeds geruime tijd eigendom is van de eigenaar, wordt als koopsom van de bouwrijpe grond aangehouden een door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag. Artikel67 Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, gaat in aanvulling op de verklaring bedoeld in artikel 38 vergezeld van: een opgave van de voorgestelde huurprijs per huurstandplaats of huurwoonwagen; de gemiddelde van het bouwplan; en de in het gereedmeldingsformulier genoemde bescheiden. Artikel68 De geldelijke steun wordt ter keuze van het algemeen bestuur uitbetaald: of in jaarbedragen, voor de eerste maal een jaar na de gemiddelde gereedkomingsdatum en telkens een jaar nadien. of als een bijdrage-ineens binnen 14 werkdagen na het besluit tot vaststellen van geldelijke steun zoals bedoeld in artikel 44, waarbij er vanaf de gemiddelde gereedkomingsdatum rente wordt vergoed, mits het complex binnen drie maanden na de oplevering van de laatste huurstandplaats of huurwoonwagen gereedgemeld is. Deze rentevergoeding wordt berekend aan de hand van het subsidierendement minus 0,5 procent; Artikel69 1.Het dagelijks bestuur beëindigt de uitbetaling van geldelijke steun voor een huurstandplaats of huurwoonwagen en stelt de geldelijke steun opnieuw vast op het op dat moment ontvangen bedrag, indien de eigendom van een huurstandplaats en huurwoonwagen, waarvoor geldelijke steun wordt verleend, overgaat op een ander dan de gemeente of een toegelaten instelling, indien de huurstandplaats of huurwoonwagen gesloopt wordt of indien de huurstandplaats of huurwoonwagen aan de woonbestemming onttrokken wordt. 2.Indien de eigendom van de huurstandplaats of huurwoonwagen overgaat op de gemeente of een toegelaten instelling, wordt deze vanaf het moment van de eigendomsoverdracht de begunstigde. 3.Het dagelijks bestuur kan, indien de geldelijke steun als bijdrage ineens is uitbetaald, in de in het eerste lid bedoelde gevallen, de bijdrage terugvorderen tot een bedrag van de restant hoofdsom dat nog verschuldigd zou zijn geweest op het moment dat de bijdrage als jaarlijkse bijdrage betaald zou zijn. Paragraaf3.Sociale-koopwoningen Artikel70 Het dagelijks bestuur kan ten laste van het deelbudget genoemd in artikel tweede lid, onder a.4, geldelijke steun verlenen ten behoeve van een sociale-koopwoning aan een natuurlijke persoon die de woning als eigenaar zal bewonen. Artikel71 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder kosten van het verkrijgen in eigendom verstaan: de som van de bedragen afzonderlijk vermeld als koopsom van de bouwrijpe grond en de koopsom of de koop- aanneemsom van de woning in de overeenkomst van koop en verkoop of koop en aanneming, of in gevallen waarin een woning wordt gebouwd op grond waarop een recht van opstal rust of waarop een recht van erfpacht is gevestigd dan wel de grond en de woning afzonderlijk in eigendom worden verkregen of de grond reeds geruime tijd eigendom is van de eigenaar, wordt als koopsom van de bouwrijpe grond aangehouden een door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag; indien een woning geheel of gedeeltelijk met eigen arbeid of in eigen beheer wordt gebouwd wordt als kosten van het verkrijgen in eigendom aangehouden een door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag; de kosten van het verkrijgen in eigendom in voorkomende gevallen verminderd met de geldelijke steun verleend als bijdrage ten behoeve van voorzieningen voor gehandicapten op grond van artikel 52 van het Besluit. Artikel72 Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 om geldelijke steun gaat in aanvulling op de gegevens van artikel 23 vergezeld van: de koopsom van de bouwrijpe grond per woning; de in het aanvraagformulier genoemde bescheiden. Artikel73 Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun in aanvulling op het gestelde in artikel 26 slechts in indien: de kosten van het verkrijgen in eigendom niet meer bedragen dan het in het Besluit bepaalde maximum bedrag voor een sociale-koopwoning; de koopsom van de bouwrijpe grond waarop de woning wordt gebouwd niet meer bedraagt dan de in het Besluit bepaalde maximum koopsom van de bouwrijpe grond; een garantiecertificaat wordt afgegeven dooreen door de minister erkende ter zake kundige instantie; de risicoverrekening wordt afgekocht; Artikel74 1.Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35 en 36 geldelijke steun onder de voorwaarde dat het aangaan van de koopovereenkomst of de koop- en aanneemovereenkomst niet afhankelijk wordt gesteld van het tegen een meerprijs afnemen van voorzieningen, leveringen of diensten. 2.Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35 en 36 geldelijke steun onder de voorwaarde dat de begunstigde degene is die: de woning als eerste eigenaar bewoont, of de woning bewoont met ingang van een tijdstip dat minder dan een jaar ligt na het tijdstip van het verlijden van de akte, bedoeld in artikel 3:89 van het Burgerlijk Wetboek, of indien zodanige akte voor het verkrijgen in eigendom niet noodzakelijk was, met ingang van een tijdstip dat minder dan een jaar ligt na de dag waarop het dagelijks bestuur de geldelijke steun voor de eerste eigenaar heeft vastgesteld, de woning als eigenaar bewoont, of de woning heeft bewoond bedoeld onder a, b en c, indien na diens vertrek diens partner in de woning is blijven wonen. 3.Bij overlijden van een eigenaar, als bedoeld in het eerste lid, worden diens erfgenamen die de woning blijven bewonen beschouwd als begunstigde. Artikel75 Ter vaststelling van het subsidierendement dient een afschrift van de door beide partijen ondertekende koop- en aanneemovereenkomst aan burgemeester en wethouders te worden overlegd. Het subsidierendement wordt vastgesteld op de datum waarop de gemeente de genoemde overeenkomst heeft ontvangen. Dit kan geschieden op een door de eigenaar-bewoner te bepalen moment na het verlenen van de geldelijke steun doch uiterlijk bij de gereedmelding door de eigenaar-bewoner. Artikel76 1.Het bepaalde in artikel 73, onder c, is niet van toepassing, indien de aanvraag betrekking heeft op: een woning die geheel of in belangrijke mate wordt gebouwd door degene die deze als eigenaar zal bewonen; een woning die wordt gebouwd als casco; een woning die onderdeel is van een complex waarvan ook andere woningen of niet voor bewoning bestemde onderdelen deel uitmaken; woonruimte die ontstaat door het verbouwen van een niet voor bewoning geschikt gebouwde onroerende zaak; een sociale-huurwoning die op grond van artikel 14 wordt omgezet in een sociale-koopwoning. 2.In de onder het eerste lid genoemde gevallen kunnen burgemeester en wethouders in plaats van het garantiecertificaat een bankgarantie verlangen en eisen dat de bouwer is aangesloten bij een door de minister erkende ter- zake kundige instantie. 3.Het bepaalde in artikel 73, onder c, is evenmin van toepassing indien naar het oordeel burgemeester en wethouders voldoende is gewaarborgd dat aan de doelstelling van een garantiecertificaat is voldaan. Artikel77 Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, door de initiatiefnemer gaat naast de in artikel 38 bedoelde verklaring vergezeld van de in het gereedmeldingsformulier genoemde bescheiden. Artikel77a 1.In afwijking van het gestelde in artikel 40 lid 1 beslissen burgemeester en wethouders binnen acht weken na ontvangst van een gereedmelding, bedoeld in artikel 37, of de gereedmelding wordt ingediend bij het dagelijks bestuur. 2.In afwijking van het gestelde in artikel 43 lid 1 neemt het dagelijks bestuur binnen acht weken na ontvangst van de gereedmelding als bedoeld in artikel 41, een besluit op het verzoek tot vaststelling en uitbetaling van de geldelijke steun. 3.Het tweede lid van artikel 40 en 43 is van overeenkomstige toepassing. Artikel78 1.Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, door de eigenaar-bewoner gaat vergezeld van de volgende gegevens: een door de inspecteur der directe belastingen te verstrekken formulier, waarop is aangegeven het definitief vastgestelde of nog vast te stellen inkomen, dan wel het brutoloon van de personen bedoeld in bijlage VI van het Besluit, in het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de geldelijke steun werd verleend; op dit formulier is tevens aangegeven of bedoelde personen wel of niet vermogensbelasting verschuldigd zijn; de in het gereedmeldingsformulier genoemde bescheiden. 2.Indien op het tijdstip van gereedmelding nog geen opgave van het definitief vastgestelde inkomen als bedoeld in het eerste lid, onder a, verstrekt kan worden, wordt de vaststelling van de geldelijke steun aangehouden tot het moment dat de opgave van het definitief vastgestelde inkomen wordt overgelegd. Artikel79 Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, door de eigenaar-bewoner gaat naast het in artikel 78 gestelde vergezeld van: een bewijs van eigendom in de vorm van een afschrift van de akte, bedoeld in artikel 3:89 van het Burgerlijk Wetboek; een bewijs van de datum van eerste bewoning, in de vorm van een uittreksel uit het persoonsregister; en een door beide partijen ondertekende koop- en aanneemovereenkomst indien deze nog niet aan burgemeester en wethouders is overlegd zoals bedoeld in artikel 75. Artikel80 Het dagelijks bestuur stemt in met het verzoek bedoeld in artikel 37, tweede lid, mits: de woning ten behoeve waarvan geldelijke steun is verleend wordt bewoond door de eigenaar; de eigenaar of diens erfgenaam over het kalenderjaar dat voorafgaat aan het tijdstip waarop geldelijke steun is verleend geen vermogensbelasting in de zin van de Wet op de vermogensbelasting 1964 (Staatsblad 520) verschuldigd is, dan wel geen gemeenschappelijke huishouding voert met een persoon die krachtens die wet vermogensbelasting verschuldigd is; en de som der inkomens, bepaald volgens bijlage VI bij het Besluit, bij uitbetaling van de geldelijke steun als jaarlijkse bijdrage gedurende de hele uitbetalingsduur niet meer bedraagt dan het bij het Besluit bepaalde maximum. Artikel81 De som van de inkomens, bedoeld in bijlage VI van het Besluit op grond waarvan de geldelijke steun wordt berekend, wordt bepaald aan de hand van de in artikel 78 genoemde gegevens, over het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de geldelijke steun is verleend. Artikel82 1.Vier weken voor het verstrijken van het eerste jaar van bewoning en telkens een jaar nadien dient de begunstigde door tussenkomst van burgemeester en wethouders een bewoningsverklaring in op een daartoe door het dagelijks bestuur beschikbaar gesteld en volledig ingevuld formulier. 2.De geldelijke steun wordt uitbetaald in jaarbedragen binnen acht weken na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde verklaring. Artikel83 Indien de geldelijke steun wordt uitbetaald als bijdrage-ineens geldt als voorwaarde dat de woning gedurende ten minste één jaar is bewoond door de eigenaar of in geval van overlijden van de eigenaar diens in de woning woonachtige erfgenaam of in geval van vertrek van de eigenaar uit de woning diens in de woning woonachtige gewezen partner. Artikel84 1.Het dagelijks bestuur beëindigt de uitbetaling van geldelijke steun voor een koopwoning en stelt de geldelijke steun opnieuw vast op het tot dat moment uitbetaalde bedrag, indien wordt geconstateerd dat: de eigenaar bedoeld in artikel 75 dan wel de op het tijdstip van diens overlijden in de woning woonachtige erfgenaam, dan wel de op het moment van diens vertrek uit de woning diens in de woning woonachtige gewezen partner de woning niet langer bewoont; eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden; 2.Het dagelijks bestuur komt tot een besluit als bedoeld in het eerste lid aan de hand van het in artikel 82 bedoelde door de eigenaar jaarlijks in te zenden formulier. Artikel85 Het dagelijks bestuur stelt de geldelijke steun opnieuw vast overeenkomstig het in het Besluit bepaalde, indien het constateert dat de som van de inkomens bedoeld in bijlage VI van het Besluit zodanig is gestegen ten opzichte van de som van de inkomens op grond waarvan de geldelijke steun werd vastgesteld, respectievelijk op grond waarvan een herziene vaststelling als bedoeld in dit artikel heeft plaatsgevonden, dat daarbij volgens het Besluit een ander bedrag aan geldelijke steun moet worden vastgesteld. Artikel86 1.Ten behoeve van een vaststelling als bedoeld in artikel 85 dient de eigenaar, terstond nadat het vijfde jaarbedrag is uitbetaald, onderscheidenlijk telkens vijf jaar nadien een door de inspecteur der directe belastingen verstrekte opgave van inkomens te overleggen van die personen waarvan het inkomen ingevolge het Besluit deel uitmaakt van de som van de inkomens bedoeld in bijlage VI van het Besluit over de in het Besluit bepaalde periode. 2.Indien de in het eerste lid genoemde gegevens niet of onvoldoende binnen de in het eerste lid genoemde termijn vanwege de eigenaar worden overgelegd doet het dagelijks bestuur daarvan schriftelijk mededeling aan de eigenaar onder vermelding van de nog te leveren gegevens en de termijn waarbinnen zij geleverd dienen te zijn. 3.Indien de in het tweede lid gegeven termijn door de eigenaar wordt overschreden, wordt de uitbetaling van de geldelijke steun met onmiddellijke ingang gestaakt en de hoogte van de geldelijke steun opnieuw vastgesteld op het tot dat moment uitbetaalde bedrag. Artikel87 Het dagelijks bestuur besluit omtrent een vaststelling als bedoeld in artikel 85 binnen zesentwintig weken nadat de in artikel 86, eerste lid, bedoelde gegevens zijn verstrekt. Artikel88 Op een daartoe strekkend verzoek stelt het dagelijks bestuur de geldelijke steun eenmalig opnieuw vast overeenkomstig het in Besluit bepaalde, indien uit dit verzoek blijkt dat in het kalenderjaar waarin de eigenaar de woning heeft betrokken of in één van de zes daaropvolgende kalenderjaren één van de personen van wie het inkomen mede bepalend is geweest voor de som van de inkomens bedoeld in bijlage VI van het Besluit en met wie de eigenaar in bedoeld kalenderjaar een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd, geen inkomen heeft genoten, doch in het jaar voorafgaande aan dat jaar wel een inkomen heeft genoten. Artikel89 In afwijking van het bepaalde in artikel 86, eerste lid, dient de eigenaar de in dat artikel genoemde gegevens te leveren vijf jaar na de herziene vaststelling bedoeld in artikel 88 en telkens vijf jaren nadien. Paragraaf4.Koopstandplaatsen en koopwoonwagens Artikel90 1.Het dagelijks bestuur kan ten laste van de deelbudgetten genoemd in artikel 11, tweede lid, onder a5 en a6, geldelijke steun verlenen ten behoeve van een koopstandplaats of een koopwoonwagen aan een natuurlijke persoon die de standplaats of de woonwagen als eigenaar zal bewonen. 2.Het dagelijks bestuur kan gelijktijdig met de verlening van geldelijke steun voor een koopstandplaats steun verlenen voor sanitaire voorzieningen op die standplaats of aan of in de daarop te plaatsen woonwagen. Artikel91 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder kosten van het verkrijgen in eigendom verstaan: de som van de bedragen afzonderlijk vermeld als koopsom van de bouwrijpe grond en de koopsom of de koop-/aanneemsom van de standplaats of de woonwagen in de overeenkomst van koop en verkoop of koop en aanneming; of in gevallen waarin de standplaats wordt gebouwd op grond waarop een recht van opstal rust of waarop een recht van erfpacht is gevestigd dan wel de grond en de standplaats afzonderlijk in eigendom worden verkregen of de grond reeds geruime tijd eigendom is van de eigenaar, wordt als koopsom van de bouwrijpe grond aangehouden een door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag; indien een standplaats of woonwagen geheel of gedeeltelijk met eigen arbeid of in eigen beheer wordt gebouwd, wordt als kosten van het verkrijgen in eigendom aangehouden een door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag; de kosten van het verkrijgen in eigendom in voorkomende gevallen verminderd met de geldelijke steun verleend als bijdrage ten behoeve van voorzieningen voor gehandicapten op grond van artikel 52 van het Besluit. Artikel92 Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 om geldelijke steun gaat in aanvulling op de gegevens van artikel 23 vergezeld van: de koopsom van de bouwrijpe grond per standplaats; de in het aanvraagformulier genoemde bescheiden. Artikel93 Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun in aanvulling op het gestelde in artikel 26 slechts in indien: de kosten van het verkrijgen in eigendom niet meer bedragen dan het in het Besluit bepaalde maximum bedrag voor een koopstandplaats of een koopwoonwagen; de koopsom van de bouwrijpe grond waarop de standplaats wordt gebouwd niet meer bedraagt dan de in het Besluit bepaalde maximum koopsom van de bouwrijpe grond; voor een woonwagen een garantiecertificaat wordt afgegeven door een door de minister erkende terzake kundige instantie; de risicoverrekening wordt afgekocht; Artikel94 Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35 en 36 geldelijke steun voor een koopstandplaats onder voorwaarde dat: de standplaats wordt gebouwd overeenkomstig een goedgekeurd bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, dan wel overeenkomstig een vrijstelling daarvan als bedoeld in artikel 19 van die wet; en door het bouwen van de standplaats in de onmiddellijke nabijheid van andere standplaatsen het aantal bijeen gelegen standplaatsen niet meer dan 15 zal bedragen, tenzij met instemming van Gedeputeerde Staten daarvan wordt afgeweken. het aangaan van de koopovereenkomst of de koop- en aanneemovereenkomst niet afhankelijk wordt gesteld van het tegen een meerprijs afnemen van voorzieningen, leveringen of diensten. Artikel95 Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35 en 36 geldelijke steun voor een koopwoonwagen, indien de standplaats waarop de woonwagen wordt geplaatst is gebouwd met geldelijke steun van rijkswege op voet van enige voor 1 januari 1993 geldende wettelijke regeling, dan wel wordt gebouwd met geldelijke steun op voet van het Besluit. Artikel96 Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35, 36, 94 en 95 geldelijke steun voor sanitaire voorzieningen indien: geen sanitaire voorzieningen aanwezig zijn in of aan de daarop te plaatsen woonwagen; en de woonwagen op 1 januari 1993 bestaat. Artikel97 1.Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35, 36, 94, 95 en 96 geldelijke steun onder de voorwaarde dat de begunstigde degene is die: de standplaats of woonwagen als eerste eigenaar bewoont, of de standplaats of woonwagen bewoont met ingang van een tijdstip dat minder dan een jaar ligt na het tijdstip van het verlijden van de akte, bedoeld in artikel 3:89 van het Burgerlijk Wetboek, of indien zodanige akte voor het verkrijgen in eigendom niet noodzakelijk was, met ingang van een tijdstip dat minder dan een jaar ligt na de dag waarop het dagelijks bestuur de geldelijke steun voor de eerste eigenaar heeft vastgesteld, de standplaats of woonwagen als eigenaar bewoont, of de standplaats of heeft bewoond bedoeld onder a, b en c, indien na diens vertrek diens partner in de standplaats of woonwagen is blijven wonen. 2.Bij overlijden van een eigenaar, als bedoeld in het eerste lid, worden diens erfgenamen die de standplaats of woonwagen blijven bewonen beschouwd als begunstigde. 3.Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op het eerste lid geldelijke steun voor een koopwoonwagen onder de voorwaarde dat ten aanzien van de begunstigde zich een van de gevallen voordoet, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel b, onder 2 o, van de Woonwagenwet juncto artikel 11 van de wet van 30 oktober 1974 (Staatsblad 703) tot wijziging van eerstgenoemde wet. 4.Het tweede lid is, voor zover het de erfgenaam van de eerste eigenaar van een koopwoonwagen betreft, slechts van toepassing op de erfgenaam die voldoet aan de voorwaarde bedoeld in het derde lid. Artikel98 Ter vaststelling van het subsidierendement dient een afschrift van de door beide partijen ondertekende koop- en aanneemovereenkomst aan burgemeester en wethouders te worden overlegd. Het subsidierendement wordt vastgesteld op de datum waarop de gemeente de genoemde overeenkomst heeft ontvangen. Dit kan geschieden op een door de eigenaar-bewoner te bepalen moment na het verlenen van de geldelijke steun doch uiterlijk bij de gereedmelding door de eigenaar-bewoner. Artikel99 1.Het bepaalde in artikel 93 sub c, is niet van toepassing, indien de aanvraag betrekking heeft op een woonwagen die geheel of in belangrijke mate wordt gebouwd door degene die deze als eigenaar zal bewonen. 2.In het onder het eerste lid genoemde geval kan het dagelijks bestuur in plaats van het garantiecertificaat een bankgarantie verlangen en eisen dat de bouwer is aangesloten bij een door de minister erkende ter zake kundige instantie. Artikel100 Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, door de initiatiefnemer gaat naast de in artikel 38 bedoelde verklaring vergezeld van de in het gereedmeldingsformulier genoemde bescheiden. Artikel101 1.Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, door de gaat vergezeld van de volgende gegevens: een door de inspecteur der directe belastingen te verstrekken formulier, waarop is aangegeven het definitief vastgestelde of nog vast te stellen inkomen, dan wel het brutoloon van de personen bedoeld in bijlage VI van het Besluit; op dit formulier is tevens aangegeven of bedoelde personen wel of niet vermogensbelasting verschuldigd zijn; de in het gereedmeldingsformulier genoemde bescheiden. 2.Indien op het tijdstip van gereedmelding nog geen opgave van het definitief vastgestelde inkomen als bedoeld in het eerste lid, onder a, verstrekt kan worden, wordt de vaststelling van de geldelijke steun aangehouden tot het moment dat de opgave van het definitief vastgestelde inkomen wordt overgelegd. Artikel102 Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, door de eigenaar-bewoner gaat naast het in artikel 101 gestelde vergezeld van: een bewijs van eigendom in de vorm van een afschrift van de akte, bedoeld in artikel 89 van het Burgerlijk Wetboek; een bewijs van de datum van eerste bewoning, in de vorm van een uittreksel uit het persoonsregister; en een door beide partijen ondertekende koop- en aanneemovereenkomst indien deze nog niet aan burgemeester en wethouders is overlegd zoals bedoeld in artikel 98. Artikel103 Het dagelijks bestuur stemt in met het verzoek bedoeld in artikel 37, tweede lid, mits: de standplaats of de woonwagen ten behoeve waarvan geldelijke steun is verleend wordt bewoond door de eigenaar; de eigenaar of diens erfgenaam over het kalenderjaar dat voorafgaat aan het tijdstip waarop geldelijke steun is verleend geen vermogensbelasting in de zin van de Wet op de vermogensbelasting 1964 (Staatsblad 520) verschuldigd is, dan wel geen gemeenschappelijke huishouding voert met een persoon die krachtens die wet vermogensbelasting verschuldigd is; en de som der inkomens, bepaald volgens bijlage VI van het Besluit, bij uitbetaling van de geldelijke steun als jaarlijkse bijdrage gedurende de hele uitbetalingsduur niet meer bedraagt dan het bij het Besluit bepaalde maximum. Artikel104 De som van de inkomens bedoeld in bijlage VI van het Besluit op grond waarvan de geldelijke steun wordt berekend, wordt mede bepaald aan de hand van de in artikel 101 genoemde gegevens, over het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de geldelijke steun is verleend. Artikel105 1.Vier weken voor het verstrijken van het eerste jaar van bewoning en telkens een jaar nadien dient de begunstigde een bewoningsverklaring in op een daartoe door het dagelijks bestuur beschikbaar gesteld en volledig ingevuld formulier. 2.De geldelijke steun wordt uitbetaald in jaarbedragen binnen acht weken na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde verklaring. Artikel106 Het dagelijks bestuur verhoogt een koopstandplaats het eerste jaarbedrag met het in bijlage VI van het Besluit bepaalde bedrag indien op grond van artikel 90, tweede lid, aanvullende geldelijke steun voor sanitaire voorzieningen is verleend. Artikel107 Indien de geldelijke steun wordt uitbetaald als bijdrage-ineens geldt als voorwaarde dat de standplaats of de woonwagen gedurende ten minste één jaar is bewoond door de eigenaar of in geval van overlijden van de eigenaar diens in de standplaats of in de woonwagen woonachtige erfgenaam of in geval van vertrek van de eigenaar van de standplaats of uit de woonwagen diens op de standplaats of in de woonwagen woonachtige gewezen partner. Artikel108 1.Het dagelijks bestuur beëindigt de uitbetaling van geldelijke steun voor een koopstandplaats of een koopwoonwagen en stellen de geldelijke steun opnieuw vast op het tot dat moment uitbetaalde bedrag, indien zij constateren dat: de eigenaar bedoeld in artikel 98, eerste lid, dan wel de op het tijdstip van diens overlijden op de standplaats of in de woonwagen woonachtige erfgenaam, dan wel de op het moment van diens vertrek van de standplaats of uit de woonwagen diens op de standplaats of in de woonwagen woonachtige gewezen partner de standplaats of de woonwagen niet langer bewoont; eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden. 2.Het dagelijks bestuur komt tot een besluit als bedoeld in het eerste lid aan de hand van het in artikel 105 bedoelde door de eigenaar jaarlijks in te zenden formulier. Artikel109 Het dagelijks bestuur stelt de geldelijke steun opnieuw vast overeenkomstig het in het Besluit bepaalde, indien het constateert dat de som van de inkomens bedoeld in bijlage VI van het Besluit zodanig is gestegen ten opzichte van de som van de inkomens op grond waarvan de geldelijke steun werd vastgesteld, respectievelijk op grond waarvan een herziene vaststelling als bedoeld in dit artikel heeft plaatsgevonden, dat daarbij volgens het Besluit een ander bedrag aan geldelijke steun moet worden vastgesteld. Artikel110 1.Ten behoeve van een vaststelling als bedoeld in artikel 109 dient de eigenaar, terstond nadat het vijfde jaarbedrag is uitbetaald, onderscheidenlijk telkens vijf jaar nadien een door de inspecteur der directe belastingen verstrekte opgave van inkomens te overleggen van die personen waarvan het inkomen ingevolge het Besluit deel uitmaakt van de som van de inkomens bedoeld in bijlage VI van het Besluit over de in het Besluit bepaalde periode. 2.Indien de in het eerste lid genoemde gegevens niet of onvoldoende binnen de in het eerste lid genoemde termijn vanwege de eigenaar worden overlegd doet het dagelijks bestuur daarvan schriftelijk mededeling aan de eigenaar onder vermelding van de nog te leveren gegevens en de termijn waarbinnen zij geleverd dienen te zijn. 3.Indien de in het tweede lid gegeven termijn door de eigenaar wordt overschreden, wordt de uitbetaling van de geldelijke steun met onmiddellijke ingang gestaakt en de hoogte van de geldelijke steun opnieuw vastgesteld op het tot dat moment uitbetaalde bedrag. Artikel111 Het dagelijks bestuur besluit omtrent een vaststelling als bedoeld in artikel 109 binnen zesentwintig weken nadat de in artikel 110, eerste lid, bedoelde gegevens zijn verstrekt. Artikel112 Op een daartoe strekkend verzoek stelt het dagelijks bestuur de geldelijke steun eenmalig opnieuw vast overeenkomstig het in het Besluit bepaalde, indien uit dit verzoek blijkt dat in het kalenderjaar waarin de eigenaar de standplaats of de woonwagen heeft betrokken of in één van de zes daaropvolgende kalenderjaren één van de personen van wie het inkomen mede bepalend is geweest voor de som van de inkomens bedoeld in bijlage VI van het Besluit en met wie de eigenaar in bedoeld kalenderjaar een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd, geen inkomen heeft genoten, doch in het jaar voorafgaande aan dat jaar wel een inkomen heeft genoten. Artikel113 In afwijking van het bepaalde in artikel 110, eerste lid, dient de eigenaar de in dat artikel genoemde gegevens te leveren vijf jaar na de herziene vaststelling bedoeld in artikel 112 en telkens vijf jaren nadien. Paragraaf5.Ingrijpende voorzieningen aan sociale-huurwoningen Artikel114 Het dagelijks bestuur kan ten laste van het deelbudget genoemd in artikel 11, tweede lid, onder a.7, geldelijke steun verlenen voor het treffen van ingrijpende voorzieningen aan sociale-huurwoningen aan een toegelaten instelling. Artikel115 Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 om geldelijke steun gaat in aanvulling op de gegevens van artikel 23 vergezeld van: een opgave van de voorgestelde gemiddelde huurprijs per woning na het treffen van de ingrijpende voorzieningen. de in het aanvraagformulier als bedoeld in artikel 21 genoemde bescheiden. Artikel116 1.Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun in aanvulling op artikel 26 slechts in indien: de kosten van het treffen van de ingrijpende voorzieningen verminderd met de krachtens paragraaf 10 van dit hoofdstuk verleende toeslagen meer bedragen dan de in het Besluit bepaalde minimum kosten; de warmteweerstand van de gevel en het dak na het treffen van ingrijpende voorzieningen gelijk of hoger is dan het in het Besluit bepaalde met inbegrip van de daarbij gegeven uitzonderingsbepalingen; naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate overleg over het bouwplan heeft plaatsgevonden met de huurder(
- s)van de woning(en}, waarop het bouwplan betrekking heeft en/of de hen vertegenwoordigende organisaties; 2.Indien de in het eerste onder a. bedoelde kosten betrekking hebben op een aantal administratief in een plan voor het treffen van ingrijpende voorzieningen samengevoegde woningen en aan die woningen ingrijpende voorzieningen worden getroffen die in financieel opzicht met elkaar vergelijkbaar zijn, geldt het daartoe in het Besluit bepaalde. Artikel117 1.Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35 en 36 geldelijke steun voor het treffen van ingrijpende voorzieningen onder de voorwaarde dat de voor te stellen huurprijs per woning na het treffen van de ingrijpende voorzieningen niet hoger is dan de in het Besluit bepaalde maximum huurprijs; 2.Het dagelijks bestuur verleent op verzoek van burgemeester en wethouders in aanvulling op het gestelde in het eerste lid de geldelijke steun voor het treffen van ingrijpende voorzieningen onder de voorwaarde dat de voorgestelde gemiddelde huurprijs per woning na het treffen van de ingrijpende voorzieningen niet hoger is dan het door burgemeester en wethouders vastgestelde percentage van de gezuiverde stichtingskosten zoals bepaald in het aanvraagformulier als bedoeld in artikel 21 . 3.Het in het tweede lid bedoelde percentage zal zodanig zijn dat naar het oordeel van burgemeester en .wethouders na het treffen van de ingrijpende voorzieningen op termijn een kostendekkende exploitatie mogelijk is. Artikel118 Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, gaat in aanvulling op de verklaring als bedoeld in artikel 38 vergezeld van een opgave van de voorgestelde huurprijs per woning, de gemiddelde gereedkomingsdatum van het bouwplan en van de in het gereedmeldingsformulier genoemde bescheiden. Artikel119 De geldelijke steun wordt ter keuze van het algemeen bestuur uitbetaald: of in jaarbedragen, voor de eerste maal een jaar na de gemiddelde gereedkomingsdatum en telkens een jaar nadien. of als een bijdrage-ineens binnen 14 werkdagen na het besluit tot vaststellen van geldelijke steun zoals bedoeld in artikel 44, waarbij er vanaf de gemiddelde gereedkomingsdatum rente wordt vergoed, mits het complex binnen drie maanden na de oplevering van de laatste woning gereed gemeld is. Deze rentevergoeding wordt berekend aan de hand van het subsidierendement minus 0,5 procent; Artikel120 1.Het dagelijks bestuur beëindigt de uitbetaling van geldelijke steun voor een sociale-huurwoning en stelt de geldelijke steun opnieuw vast op het op dat moment ontvangen bedrag, indien de eigendom van een sociale-huurwoning, waarvoor geldelijke steun wordt verleend, overgaat op een ander dan de gemeente of een toegelaten instelling, indien de woning gesloopt wordt of indien de woning aan de woonbestemming onttrokken wordt. 2.Indien de eigendom van de woning overgaat op de gemeente of een toegelaten instelling, wordt deze vanaf het moment van de eigendomsoverdracht de begunstigde. 3.Het dagelijks bestuur kan, indien de geldelijke steun als bijdrage ineens is uitbetaald, in de in het eerste lid bedoelde gevallen, de bijdrage terugvorderen tot een bedrag van de restant hoofdsom dat nog verschuldigd zou zijn geweest op het moment dat de bijdrage als jaarlijkse bijdrage betaald zou zijn. Artikel121 1.Het dagelijks bestuur kan de geldelijke steun opnieuw vaststellen, indien na het uitbetalen van een bijdrage-ineens, wederom geldelijke steun wordt aangevraagd voor het aanbrengen van ingrijpende voorzieningen op een tijdstip waarop nog niet alle jaarbedragen zouden zijn uitbetaald indien sprake zou zijn geweest van een uitbetaling in jaarlijkse bijdragen. 2.Het dagelijks bestuur kan in het onder lid 1 genoemde geval, het eventueel meerdere aan reeds uitbetaalde geldelijke steun dan het opnieuw vastgestelde bedrag, verrekenen met de opnieuw te verlenen geldelijke steun. 3.Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen bij de uitvoering van de in lid 1 en 2 bedoelde vaststellingen en verrekeningen. Artikel122[Vervallen] Paragraaf6.Ingrijpende voorzieningen aan huurstandplaatsen Artikel123 1.Het dagelijks bestuur kan ten laste van de deelbudgetten genoemd in artikel 11, tweede lid, onder a9 geldelijke steun verlenen voor het treffen van ingrijpende voorzieningen aan een huurstandplaats. 2.Het dagelijks bestuur kan gelijktijdig met de verlening van geldelijke steun voor het treffen van ingrijpende voorzieningen aan een huurstandplaats aanvullende geldelijke steun verlenen voor sanitaire voorzieningen op die standplaats of aan of in de daarop te plaatsen woonwagen. Artikel124 Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 om geldelijke steun gaat in aanvulling op de gegevens van artikel 23 vergezeld van: een opgave van de voorgestelde gemiddelde huurprijs per standplaats na het treffen van de ingrijpende voorzieningen. de in het aanvraagformulier als bedoeld in artikel 21 genoemde bescheiden. Artikel125 Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun in aanvulling op artikel 26 slechts in indien: de kosten van het treffen van de ingrijpende voorzieningen verminderd met de krachtens paragraaf 10 van dit hoofdstuk verleende toeslagen meer bedragen dan de in het Besluit bepaalde minimum kosten. naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate overleg over het bouwplan heeft plaatsgevonden met de huurder(
- s)van de standplaats(en), waarop het bouwplan betrekking heeft en/of de hen vertegenwoordigende organisaties. voor de standplaats waaraan de ingrijpende voorzieningen worden getroffen, geen gemeenteraadsbesluit tot onteigening dan wel tot ontbinding van de erfpachtsrechten is genomen. Artikel126 1.Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35 en 36 geldelijke steun voor het treffen van ingrijpende voorzieningen onder de voorwaarde dat de voor te stellen huurprijs na het treffen van de ingrijpende voorzieningen niet hoger is dan de bij of krachtens het Besluit bepaalde maximum huurprijs; 2.Het dagelijks bestuur verleent op verzoek van burgemeester en wethouders in aanvulling op het gestelde in het eerste lid -indien de eigenaar een toegelaten instelling is- de geldelijke steun voor het treffen van ingrijpende voorzieningen onder de voorwaarde dat de voorgestelde gemiddelde huurprijs per standplaats na het treffen van de ingrijpende voorzieningen niet hoger is dan een door burgemeester en wethouders vastgesteld percentage van de gezuiverde stichtingskosten zoals bepaald in het aanvraagformulier als bedoeld in artikel 21; 3.Het in het tweede lid bedoelde percentage zal zodanig zijn dat na het treffen van de ingrijpende voorzieningen op termijn een kostendekkende exploitatie mogelijk is. Artikel127 Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35, 36 en 126 slechts geldelijke steun voor het treffen van ingrijpende voorzieningen aan een standplaats, indien de standplaats niet is gelegen op een centrum als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet dat bij ministeriële regeling, in een woonwagenplan als bedoeld in artikel 4a van die wet, in een streekplan als bedoeld in artikel 4a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of bij een ander besluit van Provinciale Staten is aangewezen om te worden opgeheven of verkleind. Artikel128 Het dagelijks bestuur verleent aanvullende geldelijke steun voor sanitaire voorzieningen indien: geen sanitaire voorzieningen aanwezig zijn op de standplaats of in of aan de daarop te plaatsen woonwagen; en de woonwagen op 1 januari 1993 bestaat. Artikel129 Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, gaat in aanvulling op de verklaring als bedoeld in artikel 38 vergezeld van de voorgestelde huurprijs per standplaats, de gemiddelde gereedkomingsdatum van het bouwplan en van de in het gereedmeldingsformulier genoemde bescheiden. Artikel130 De geldelijke steun wordt ter keuze van het algemeen bestuur uitbetaald: of in jaarbedragen, voor de eerste maal een jaar na de gemiddelde gereedkomingsdatum en telkens een jaar nadien. of als een bijdrage-ineens binnen 14 werkdagen na het besluit tot vaststellen van geldelijke steun zoals bedoeld in artikel 44, waarbij er vanaf de gemiddelde gereedkomingsdatum rente wordt vergoed, mits het complex binnen drie maanden na de oplevering van de laatste woning gereed gemeld is. Deze rentevergoeding wordt berekend aan de hand van het subsidierendement minus 0,5 procent; Artikel131 1.Het dagelijks bestuur beëindigt de uitbetaling van de geldelijke steun en stelt de geldelijke opnieuw vast op het op dat moment ontvangen bedrag, indien de eigendom van een standplaats waaraan met geldelijke steun ingrijpende voorzieningen zijn getroffen, overgaat op een ander dan de gemeente of een toegelaten instelling, indien de standplaats gesloopt wordt of indien de standplaats aan de woonbestemming onttrokken wordt. 2.Indien de eigendom van de standplaats overgaat op de gemeente of een toegelaten instelling, wordt deze vanaf het moment van de eigendomsoverdracht de begunstigde. 3.Het dagelijks bestuur kan, indien de geldelijke steun als bijdrage ineens is uitbetaald, in de in het eerste lid genoemde gevallen, de bijdrage terugvorderen tot een bedrag van de restant hoofdsom dat nog verschuldigd zou zijn geweest op het moment dat de bijdrage als jaarlijkse bijdrage betaald zou zijn. Artikel132 1.Het dagelijks bestuur kan de geldelijke steun opnieuw vaststellen, indien na het uitbetalen van een wederom geldelijke steun wordt aangevraagd voor het aanbrengen van ingrijpende voorzieningen aan een standplaats, op een tijdstip waarop nog niet alle jaarbedragen zouden zijn uitbetaald indien sprake was geweest van een uitbetaling in jaarlijkse bijdragen. 2.Het dagelijks bestuur kan in het onder lid 1 genoemde geval, het eventueel meerdere aan reeds uitbetaalde geldelijke steun dan het opnieuw vastgestelde bedrag, verrekenen met de opnieuw te verlenen geldelijke steun. 3.Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen bij de uitvoering van de in lid 1 en lid 2 bedoelde vaststelling en verrekeningen. Paragraaf7.Ingrijpende voorzieningen aan particuliere huurwoningen Artikel133 In aanvulling op en deels in afwijking van hetgeen is gesteld onder de begripsbepalingen in Hoofdstuk I, paragraaf 1 wordt in deze paragraaf verstaan onder: actieve woningverbeteringsprojecten: door burgemeester en wethouders geselecteerde woningverbeteringsprojecten; convenant: een overeenkomst tussen burgemeester en wethouders enerzijds en een toekomstige subsidieaanvrager anderzijds op basis waarvan burgemeester en wethouders overgaan tot reservering ten behoeve van een nader aangeduid woningverbeteringsproject in een bepaald jaar ten laste van een bepaalde subsidiecategorie en waarin de toekomstige subsidieaanvrager toezegt te zullen overgaan tot de planvoorbereiding met inachtneming van de in het convenant bepaalde randvoorwaarden; onderhoudsplan: een door burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende een periode van 10 jaar nodig worden geacht, om het bouwtechnische kwaliteitsniveau dat met de voorzieningen is of zal worden bereikt, te handhaven; passieve woningverbeteringsprojecten: niet actieve woningverbeteringsprojecten waarvoor geen convenant is of wordt uitvoeringsschema: overzicht van een nauwkeurige planning van de uit te voeren werkzaamheden en een daaraan gekoppelde termijnbetalingsregeling voor de aannemer, conform het 1000-puntensysteem, een en ander overeenkomstig een door burgemeester en wethouders vastgesteld model; woningverbeteringscontract: overeenkomst tussen huurder en verhuurder inhoudende een samenstel van afspraken betreffende de uitvoering van de werkzaamheden, de eventuele huurverhoging en mogelijke andere gevolgen van het treffen van de voorzieningen, een en ander overeenkomstig een door burgemeester en wethouders vastgesteld model. Artikel134 1.Deze paragraaf is niet van toepassing op woningen die bedrijfsmatig kamergewijs worden verhuurd. 2.Het dagelijks bestuur kan op verzoek van burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen afwijken van het in het eerste lid gestelde. Artikel135 1.Het dagelijks bestuur kan ten laste van het deelbudget genoemd in artikel 11, tweede lid, onder a.8, geldelijke steun verlenen voor particuliere huurwoningen. 2.De geldelijke steun wordt verleend aan de eigenaar van de woning waaraan ingrijpende voorzieningen worden getroffen. 3.Ingeval van brandschade worden de subsidiabele kosten berekend aan de hand van de kosten van de voorzieningen bedoeld in artikel 137 minus de verzekeringspenningen. Artikel136 1.De geldelijke steun wordt verleend: als jaarlijkse bijdrage overeenkomstig het hieromtrent bij of krachtens het Besluit bepaalde of indien de betreffende gemeenteraad deze mogelijkheid nadrukkelijk heeft geopend, op verzoek van de eigenaar, in afwijking van artikel 44 lid 1, als een bijdrage-ineens op termijn. 2.De bijdrage-ineens, als bedoeld in het eerste lid onder b, bedraagt naar keuze van de eigenaar 50, 70 of 100 procent van de bij verlening van de geldelijke steun door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen met een maximum van zeventigduizend gulden. 3.De termijn als bedoeld in het eerste lid onder b is de tijdsduur die nodig is om de hoofdsom, vermeerderd met een eventueel hiertoe bestemde toeslag ten behoeve van plaatselijk verschillende omstandigheden alsmede overige beschikbare subsidies, na de vaststelling van de geldelijke steun door belegging te laten aangroeien tot respectievelijk 50, 70 of 100 procent van de kosten van de voorzieningen als bedoeld in het tweede lid, welke termijn wordt verlengd tot aan het einde van het lopende kwartaal van het jaar waarin de belegging tot bedoelde 50, 70 of 100 procent is aangegroeid. 4.De hoofdsom als bedoeld in het derde lid is de hoofdsom op het moment van de verlening van de geldelijke steun als bedoeld in het Besluit. 5.Het bij belegging als bedoeld in het derde lid geldende rentepercentage is gelijk aan het op het moment van verlening van de geldelijke steun geldende gemiddelde van de percentages die grotere landelijk opererende hypotheekinstellingen berekenen voor ongegarandeerde leningen met een rentevastheidsperiode van 10 jaar en langer minus 1,5 procent. 6.In afwijking van het gestelde in het tweede en derde lid bedraagt de bijdrage-ineens ingeval van eigendomsoverdracht, voor de afloop van de in het eerste lid onder b bedoelde termijn. de som van de in het vierde lid bedoelde hoofdsom, een eventuele toeslag plaatselijk verschillende omstandigheden en overige subsidies, vermeerderd met de hierop tot op het moment van verkoop, ingevolge het vijfde lid geldende rentepercentage, verkregen rentebaten minus 5 procent mits aan de voorwaarden en verplichtingen zoals in deze verordening bepaald wordt voldaan. Artikel137 Onder kosten van ingrijpende voorzieningen als bedoeld in artikel 1, sub v, wordt in deze paragraaf verstaan de door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten die worden gemaakt ter zake van: de aanneemsom voor het verrichten van de werkzaamheden; de risicoverrekening van en materiaalprijsstijgingen, met inachtneming van het bedoelde in de Risicoregeling 1991; het architectenhonorarium; het toezicht op de uitvoering; de aansluiting op de nutsvoorzieningen; de leges op de bouwvergunning; huurderving, voor zover deze verband houdt met het treffen van de voorzieningen; renteverlies, voor zover dit verband houdt met het treffen van de voorzieningen; kosten planadvisering; onderzoek en adviezen op het gebied van constructies of op installatietechnisch of bouwfysisch gebied; administratieve kosten; een vergoeding van door de verhuurder verstrekte tegemoetkomingen voor door de huurder met toestemming van de verhuurder aangebrachte voorzieningen, voor zover deze gehandhaafd kunnen blijven en één of meer van de te treffen voorzieningen overbodig maakt of maken; de kosten van een bouwtechnisch garantiecertificaat; collectieve begeleidingskosten; een reservering voor kostenverhogingen, goedgekeurd door burgemeester en wethouders, die ten tijde van de raming van de onder ten a tot en met n genoemde kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar waren. Artikel138 1.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stenen met betrekking tot: de normering van de in artikel 137 genoemde kostensoorten bij het treffen van ingrijpende voorzieningen; de wijze van specificatie van elk van die kostensoorten; de wijze waarop, bij een gemeenschappélijke aanpak, de uitvoering van de heden juridisch en financieel georganiseerd. 2.Burgemeester en wethouders kunnen, indien de betrokken gemeenteraad hen daartoe heeft gemachtigd, in het belang van de ontwikkeling en voortgang van woningverbeteringsprojecten aangaan. Artikel139 1.Overeenkomstig het gestelde in artikel 11, derde lid, kan de raad jaarlijks de in artikel tweede lid sub a onder 8 genoemde subsidiecategorie in de nagenoemde subsidiecategorieën verdelen: de subsidiecategorie Actief en Convenanten, ten behoeve van actieve woningverbeteringsprojecten en woningverbeteringsprojecten waarvoor door burgemeester en wethouders met toekomstige subsidieaanvragers een convenant is afgesloten; de subsidiecategorie Passief, ten behoeve van de overige woningverbeteringsprojecten. 2.Indien het vooruitzicht bestaat, dat een bepaalde subsidiecategorie niet of niet geheel zal worden besteed, zijn burgemeester en wethouders gerechtigd deze subsidiecategorie geheel of gedeeltelijk aan een andere subsidiecategorie toe te kennen. 3.In afwijking van het in het eerste lid en van het in artikel 133 sub d gestelde, kunnen burgemeester en wethouders ten laste van het deelbudget passief in het belang van de verbetering van door de gemeenteraad aangewezen woonhuismonumenten convenanten aangaan, in welk geval artikel 147 lid 5 van toepassing is. Artikel140 1.Een aanvraag om geldelijke steun als bedoeld in artikel 135 gaat in aanvulling op de gegevens van artikel 23 vergezeld van: een opgave van de huurprijs voor en na het treffen van de voorzieningen per woning; een verklaring dat na het treffen van de voorzieningen naar verwachting een op termijn kostendekkende exploitatie mogelijk is; een opgave van de verwachte woningkwaliteit na het treffen van de voorzieningen, uitgedrukt in punten volgens het Besluit Huurprijzen woonruimte en gespecificeerd volgens een door burgemeester en wethouders voorgeschreven model een kort verslag van het met de huurder gevoerde overleg, de uitkomsten daarvan en een schriftelijke verklaring van de huurder dat deze instemt met de te treffen voorzieningen en de nieuwe huurprijs na het treffen van de voorzieningen; een bewijs van eigendom blijkend uit een authentiek afschrift van de koopakte en een gewaarmerkt recent uittreksel uit de kadastrale legger; voor zover van toepassing een afschrift van de akte van splitsing; voor zover van toepassing een verklaring van de Vereniging van Eigenaren welke bouwdelen gemeenschappelijk dan wel niet gemeenschappelijk zijn; een opnamestaat van de woningen waarin de gebreken per woning zijn genoteerd ingedeeld volgens de Q en Q elementenclassificatie (basisbestek vernieuwbouw) overeenkomstig een door burgemeester en wethouders voorgeschreven model. een akoestisch onderzoeksrapport van een daartoe binnen de gemeenteverantwoordelijke dienst waarin wordt aangegeven of, en in welke mate, de wettelijke grenswaarden welke ingevolge de Wet Geluidhinder aan de verschillende geluidsbronnen worden gesteld, worden overschreden; ingeval van overschrijding van de grenswaarden als bedoeld in dit lid, onder i, een, door de binnen de gemeente hiervoor verantwoordelijke dienst goed te keuren, akoestisch-bouwtechnisch rapport waarin de te treffen geluidwerende maatregelen zijn aangegeven; een gespecificeerde begroting van de kosten uitgesplitst in lonen en materiaalkosten per te treffen voorziening waarbij de delen A en C van het Standaard Referentiebestek voor Onderhoud en Woningverbetering (SROW) zijn toegepast, en verder ingedeeld volgens de Q en Q elementenclassificatie (basisbestek vernieuwbouw), zodanig dat de kosten per woning te herleiden zijn; een bestek met voorwaarden waarbij de delen A en C van het Standaard Referentiebestek voor Onderhoud en Woningverbetering (SROW) zijn toegepast, en verder ingedeeld volgens de Q en Q elementen-classificatie (basisbestek vernieuwbouw) en tekeningen van de bestaande en de te maken toestand van de woning (schaal 1:100), zodanig dat de werkzaamheden per woning te herleiden zijn; de naam en het adres van de aannemer alsmede het inschrijvingsnummer van deze aannemer bij de Kamer van Koophandel en het Sociaal Fonds Bouwnijverheid; een uitsplitsing van de gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde kosten; indien de aanvraag om geldelijke steun gepaard gaat met een verzoek aan de gemeente om de betaling van rente en aflossing op een lening ter financiering van de kosten van het treffen van de voorzieningen op enigerlei wijze te garanderen, en de gemeenteraad van de betreffende gemeente hiertoe de mogelijkheid nadrukkelijk heeft geopend, de hiertoe in het aanvraagformulier genoemde bescheiden; alle overige bescheiden en gegevens die naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig zijn voor een juiste beoordeling van de aanvraag. 2.De in artikel 23 en het eerste lid gevraagde gegevens dienen in drievoud geleverd te worden. Artikel141 Geldelijke steun wordt slechts verleend voor woningen, gereed gekomen voor 1 januari 1946, gelegen in die delen van het grondgebied van een gemeente die voor het betreffende jaar door de gemeenteraad aangewezen zijn voor particuliere woningverbetering. Artikel142 1.Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun in aanvulling op artikel 26 slechts in indien: de kosten van het treffen van de voorzieningen verminderd met de krachtens paragraaf 10 van dit hoofdstuk verleende toeslagen meer bedragen dan de bij of krachtens het Besluit bepaalde minimum kosten; de warmteweerstand van de gevel en het dak na het treffen van voorzieningen gelijk of hoger is dan het bij of krachtens het Besluit bepaalde met inbegrip van de daarbij gegeven uitzonderingsbepalingen; de woning na het treffen van de voorzieningen zoals bedoeld in artikel 1, onder s, voldoet aan het kwaliteitsniveau zoals dat vooraf door burgemeester en wethouders is omschreven, welk kwaliteitsniveau kan zijn neergelegd in een door burgemeester en wethouders vastgesteld programma van eisen. de verdeling van de kosten van de voorzieningen, conform de in de betreffende akte van splitsing opgenomen kostenverdeelsleutel, niet leidt tot een onredelijk resultaat, tenzij hiervan wordt afgeweken; de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen niet binnen 15 jaar voor het tijdstip van de indiening van de aanvraag met geldelijke steun ingevolge deze verordening is verbeterd. naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate overleg over het bouwplan heeft plaatsgevonden met de huurder(
- s)van de woning(en), waarop het bouwplan betrekking heeft en/of de hen vertegenwoordigende organisaties; voor het pand waarin de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen gelegen is, geen raadsbesluit tot onteigening dan wel tot ontbinding van de erfpachtsrechten is genomen; 2.Indien de in het eerste lid onder a. bedoelde kosten betrekking hebben op een aantal administratief in een plan voor het treffen van voorzieningen samengevoegde woningen van één eigenaar en aan die woningen voorzieningen worden getroffen die in financieel opzicht met elkaar vergelijkbaar zijn geldt het daartoe in het Besluit bepaalde. 3.Bij de beoordeling van de redelijkheid van de verdeling van de kosten van de voorzieningen als bedoeld in het eerste lid onder d, wordt tenminste rekening gehouden met de functie en de binnenwerkse kernoppervlakte (bko) van die gedeelten van het gebouw, die bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan volgens de akte van splitsing het uitsluitend gebruik in een appartementsrecht is begrepen, alsmede met alle overige factoren die naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor deze beoordeling relevant zijn. 4.Plannen met betrekking tot woningen, waaraan voor de laatste maal voorzieningen zijn getroffen op voet van een andere regeling kunnen voor verlening van geldelijke steun in de kosten van het treffen van voorzieningen in aanmerking worden gebracht op of na 1 januari 2008, tenzij de op het voor de laatste maal treffen van voorzieningen aan de desbetreffende woning van toepassing zijnde regeling een eerder tijdstip mogelijk maakt, in welk geval dat eerdere tijdstip van toepassing blijft. Artikel143 1.Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op artikel 35 en 36 geldelijke steun voor het treffen van ingrijpende voorzieningen onder de voorwaarde dat: de huurprijs na het treffen van de voorzieningen niet hoger is dan de bij of krachtens het Besluit bepaalde maximum huurprijs; niet tot verkoop van de woning wordt overgaan tot aan het moment van vaststelling van de geldelijke steun conform de bepalingen van deze verordening, tenzij voor een zodanige verkoop vooraf door burgemeester en wethouders toestemming is verleend. 2.De in het eerste lid onder b, bedoelde toestemming kan slechts worden verleend indien: 1. is gewaarborgd dat de woning voor de bestaande huurvoorraad blijft behouden; 2. de koper zich schriftelijk akkoord verklaart met de projectgewijze aanpak en overname van alle rechten en verplichtingen welke voor de aanvrager uit de verleningsbeschikking voortvloeien; 3. de koopprijs gezien de getaxeerde waarde van de woning voor het treffen van de voorzieningen niet onevenredig hoog is als gevolg van de verlening van de geldelijke steun; 4. financiering van de ingreep naar het oordeel van burgemeester en wethouders afdoende is zeker gesteld. Artikel144 1.Het dagelijks bestuur verleent in aanvulling op en deels in afwijking van het gestelde in artikel 35, 36 en 143 slechts geldelijke steun onder de voorwaarde dat: binnen drie maanden na de dag waarop aan de aanvrager het besluit tot verlening van geldelijke steun is toegezonden, een plan van uitvoering bij burgemeester en wethouders wordt ingeleverd, tenzij op verzoek van burgemeester en wethouders door het dagelijks bestuur is aangegeven dat een plan van uitvoering niet is vereist. Onder een plan van uitvoering dient ten minste te worden verstaan: -een uitvoeringsschema; -woningverbeteringscontracten; de aanvang van de werkzaamheden tenminste 14 werkdagen van te voren schriftelijk wordt gemeld bij burgemeester en wethouders met dien verstande dat deze melding, en dienovereenkomstig de start van de uitvoering, niet eerder plaatsvindt dan nadat het plan van uitvoering door burgemeester en wethouders schriftelijk is goedgekeurd; in afwijking van artikel 35 sub c, met de uitvoering van de werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt binnen zesentwintig weken na de dag waarop het besluit tot verlening van de geldelijke steun is verzonden; binnen 14 werkdagen na de dag waarop het totale werk is opgeleverd, conform het goedgekeurde plan van uitvoering, de voltooiing van de werkzaamheden bij burgemeester en wethouders wordt gemeld, onder vermelding van de werkzaamheden die niet of niet geheel conform het goedgekeurde plan zijn verricht (melding voltooiing). Heeft de melding voltooiing mede betrekking op geluidwerende voorzieningen, dan wordt een schriftelijke verklaring overgelegd, waaruit blijkt aan welke woningen, aangegeven met straat, huisnummer en postcode, geluidwerende voorzieningen zijn getroffen onder vermelding van de in het plan begrepen woningen waaraan eventueel geen geluidwerende voorzieningen zijn aangebracht; de melding voltooiing plaatsvindt binnen 18 maanden nadat met de uitvoering van de werkzaamheden, overeenkomstig het hierboven onder sub c bepaalde, een aanvang is gemaakt; uiterlijk binnen dertien weken na de dag waarop de melding voltooiing heeft plaatsgevonden en nadat de werkzaamheden door burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden, de werkzaamheden met inachtneming van de in artikel 37, lid 3 genoemde termijn door tussenkomst van burgemeester en wethouders bij het dagelijks bestuur worden gereedgemeld. 2.Het treffen van de voorzieningen, zonder een goedgekeurd plan van uitvoering, alsmede het zonder toestemming afwijken van het goedgekeurde plan en de goedgekeurde raming van de kosten van het treffen van de voorzieningen is voor eigen rekening en risico van de aanvrager. 3.Controle van de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onder f, vindt plaats binnen veertien werkdagen na de dag waarop de melding voltooiing van alle in het plan van uitvoering begrepen werkzaamheden, overeenkomstig het eerste lid, onder d, heeft plaatsgevonden. 4.Binnen 7 werkdagen na de dag waarop de werkzaamheden overeenkomstig het derde lid zijn gecontroleerd, wordt het besluit omtrent de goedkeuring van deze werkzaamheden, aan de aanvrager gezonden. 5.In op en deels in afwijking van artikel 43 kan het dagelijks bestuur bij de verlening van de geldelijke steun een termijn bepalen, in verband met het beschikbare budget, waarvoor niet tot vaststelling van geldelijke steun wordt overgegaan. Artikel145 1.Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, gaat naast de in artikel 38 bedoelde verklaring vergezeld van: een opgave van de gereedkomingsdatum van het bouwplan; een volledig ingevuld door burgemeester en wethouders voorgeschreven gereedmeldingsformulier; een kostenoverzicht volgens een door burgemeester en wethouders voorgeschreven model; alle rekeningen welke per kostencomponent, als in het kostenoverzicht aangegeven, zijn gerangschikt en waarbij het totaal van deze kostencomponent afzonderlijk is aangegeven; alle betalingsbewijzen welke op datum van betaling zijn gerangschikt; indien de kosten van het meer- en minderwerk ingevolge het gestelde in artikel 146 lid 3 sub b nog niet door burgemeester en weth9uders zijn vastgesteld; een gespecificeerde begroting van de kosten die verband houden met de goedgekeurde planafwijking(en); ingeval geluidwerende voorzieningen zijn aangebracht, een meetrapport van de binnen de betreffende gemeente met controle belaste gemeentelijke organisatie waaruit blijkt dat deze voorzieningen zijn gecontroleerd en akkoord bevonden; een verklaring van een accountant waaruit blijkt, dat het overgelegde kostenoverzicht juist en volledig is. 2.Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van het dagelijks bestuur, nadere eisen stellen aan de aard en de omvang van het in het eerste lid onder h, bedoelde accountantsonderzoek. Artikel146 1.Indien gedurende het treffen van de voorzieningen, zich de noodzaak voordoet om van het vastgestelde bouwplan, zoals bedoeld in artikel 1, onder e, af te wijken, behoeft die afwijking de voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders. 2.Burgemeester en wethouders stellen terzake van een planafwijking als bedoeld in het eerste lid de kosten van het meer- en minderwerk vast. 3.Toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend indien:. genoegzaam is aangegeven om welke redenen de afwijking noodzakelijk is; een gespecificeerde begroting is, of uiterlijk bij de gereedmelding als bedoeld in artikel 145 eerste lid wordt overgelegd van de kosten die verband houden met de de kosten van het treffen van de voorzieningen als gevolg van de afwijking niet lager worden dan in artikel 1, sub s bedoelde minimum kosten; een opgaaf is verstrekt van de eventuele gevolgen die de afwijking zal hebben op de berekening van de huurprijs na verbetering, alsmede zonodig een schriftelijke instemming van de huurder met die veranderde huurprijs; opgegeven is tot welke andere wijzigingen de afwijking leidt in de gegevens zoals vermeld in de aanvraag; ook overigens door de afwijking geen strijd ontstaat met enige bepaling in deze verordening. 4.Vervalt. 5.Indien de kosten van het meer- en minderwerk, ingevolge het gestelde in het derde lid onder b, niet gelijktijdig met de goedkeuring van de planafwijking kunnen worden vastgesteld, draagt de aanvrager risico van het in het derde lid onder c en f gestelde. 6.De besteding van de reservering voor kostenverhogingen als bedoeld in artikel 137, sub o, vindt plaats na voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders. 7.Indien zonder voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders, als in het eerste lid bedoeld, van het bouwplan wordt afgeweken worden de hiermee kosten van het meerwerk niet gerekend tot de kosten van de voorzieningen als in artikel 1 sub s en evenmin gecompenseerd met kostenbesparingen als gevolg van eventueel minderwerk. 8.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertig dagen na ontvangst van een verzoek tot afwijking. Een beslissing tot weigering is met redenen omkleed. Artikel147 1.Aanvragen voor het verlenen van geldelijke steun krachtens deze paragraaf worden afgehandeld naar volgorde van indiening. 2.Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid voor wat betreft de volgorde van indiening geacht te zijn ingediend, op het moment dat de aanvrager heeft voldaan aan het gestelde in artikel 23 en 140. 3.Indien een subsidiecategorie als bedoeld in artikel 139 niet toereikend is om alle aanvragen te honoreren, zijn burgemeester en wethouders bevoegd voor deze subsidiecategorie een indieningsstop met betrekking tot aanvragen om verlening van geldelijke steun, als bedoeld in artikel 140, af te kondigen. Een indieningsstop wordt bekend gemaakt in één of meer of nieuwsbladen en geldt voor een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn. 4.In afwijking van het in het eerste lid gestelde, kan het dagelijks bestuur, op verzoek van burgemeester en wethouders, de beslissing omtrent aanvragen voor het verlenen van geldelijke steun in de tijd naar voren of naar achter schuiven, indien dit ten behoeve van een projectgewijze aanpak waarbij sprake is van een gemengde eigendomsstructuur redelijkerwijs noodzakelijk is, dan wel een afwijking als hier bedoeld noodzakelijk is, om tot een volledige uitputting van een subsidiecategorie als bedoeld in artikel 11, tweede lid, sub a, onder 8 of de subsidiecategorieën, als bedoeld in artikel 139, te kunnen komen. 5.In afwijking van het in het eerste lid gestelde geven burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur voorrang aan aanvragen met betrekking tot welke een convenant als bedoeld in artikel 139 lid 3 is aangegaan. Artikel148 1.Indiening van de gereedmelding door burgemeester en wethouders bij het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 40 vindt plaats nadat: de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden op een daartoe door burgemeester en wethouders te verstrekken formulier zijn gereedgemeld; de onder a bedoelde werkzaamheden door of vanwege burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden; de bij de gereedmelding behorende gegevens en bescheiden als genoemd in artikel 145, zijn overgelegd en door of vanwege burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden; is voldaan aan de gestelde voorwaarden in de artikelen 142,143,144 en 146; een overzicht is overgelegd van de getroffen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde voorzieningen en de daarop betrekking hebbende kosten. 2.De geldelijke steun wordt bepaald aan de hand van de bij vaststelling goedgekeurde en door middel van rekeningen en betalingsbewijzen aantoonbaar gemaakte kosten. Artikel149 1.In aanvulling op artikel 36, 143 en 144 verleent het dagelijks bestuur de geldelijke steun en stelt het deze vast, onder de voorwaarde dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de woning deugdelijk zal onderhouden. 2.Het dagelijks bestuur verleent, op verzoek van burgemeester en wethouders, de geldelijke steun en stelt deze vast onder de voorwaarde dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger: - de woning zal onderhouden overeenkomstig een door burgemeester en wethouders goed te keuren onderhoudsplan als bedoeld in artikel 133 sub c; - deelneemt aan een door burgemeester en wethouders goed te keuren cascofondsconstructie ten behoeve van het gezamenlijk planmatig onderhoud door eigenaren op complexniveau; - periodiek een bouwkundig inspectierapport overlegt, opgemaakt door een daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders deskundige partij, onder de verplichting om de in een dergelijk rapport geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld te (laten) herstellen. 3.Het dagelijks bestuur kan op verzoek van burgemeester en wethouders nadere voorwaarden stellen met betrekking tot het eerste en het tweede lid. Artikel150 In aanvulling op artikel 35, 36, 143, 144 en 149 verleent het dagelijks bestuur de geldelijke steun en stelt het deze vast, onder de voorwaarde dat: de huurprijs van de woning in overeenstemming zal zijn met de Huurprijzenwet Woonruimte en het Besluit huurprijzen woonruimte; gedurende 15 jaren na de vaststelling van de geldelijke steun op verzoek van het dagelijks bestuur dan wel burgemeester en wethouders een opgave van de op dat moment geldende huur wordt gedaan op een hiervoor ter beschikking gesteld formulier hetwelk is ondertekend door de verhuurder en de huurder. Artikel151 1.In aanvulling op artikel 35, 36, 143, 144, 149 en 150 verleent het dagelijks bestuur de geldelijke steun en stelt het deze vast onder de voorwaarde dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de eigendom van de woning niet laat overgaan op een derde tenzij voor een zodanige eigendomsoverdracht vooraf door het dagelijks bestuur toestemming is verleend. 2.Toestemming als bedoeld in het eerste lid kan worden verleend indien: bij de eigendomsoverdracht de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening bepaald, mede worden overgedragen, en; leningen welke, ter financiering van de kosten van het treffen van de voorzieningen, door de eigenaar dan wel de rechtsopvolger, zijn aangegaan en waarbij de betaling van rente en aflossing door 'of vanwege de gemeente op enigerlei wijze is gegarandeerd, voor de eigendomsoverdracht, algeheel worden afgelost. 3.Het dagelijks bestuur kan, al dan niet op verzoek van burgemeester en wethouders, voorwaarden verbinden aan de toestemming als bedoeld in het eerste lid. Artikel152 In aanvulling op artikel 35, 36, 143, 144, 149, 150 en 151 verleent het dagelijks bestuur de geldelijke steun en stelt het deze vast onder de voorwaarde dat, gedurende 15 jaren na de vaststelling, de rechthebbende op de jaarlijkse termijnen tevens eigenaar van de gesubsidieerde woning is. Artikel153 1.In aanvulling op artikel 35, 36, 143, 144, 149, 150, 151, en 152 verleent het dagelijks bestuur de geldelijke steun en stelt het deze vast onder de voorwaarde dat: de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, geen splitsingsvergunning aanvraagt, of indien reeds een splitsingsvergunning verleend is, niet tot splitsing overgaat van het gebouw in appartementsrechten en dit gebouw ook niet inbrengt in een vereniging of vennootschap tot verlening van deelnemings- of lidmaatschapsrechten, indien deze deelnemings- of lidmaatschapsrechten recht geven op gebruik van één of meer gedeelten van het gebouw als woning; de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen niet wordt gesloopt of aan de bestemming tot woning wordt onttrokken, dan wel wordt onttrokken aan de bestemming om gedurende het gehele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond. 2.Het dagelijks bestuur kan, al dan niet op verzoek van burgemeester en wethouders, aan de verlening en vaststelling van de geldelijke steun voorwaarden verbinden. Artikel154 De voorwaarden als bedoeld in de artikelen 149 t/m 153 gelden gedurende een periode van 15 jaren na de vaststelling van de geldelijke steun. Artikel155 1.Ingeval van overtreding van de voorwaarden als bedoeld in de artikelen 149 t/m 153 zal het dagelijks bestuur: een besluit tot verlening en vaststelling van geldelijke steun geheel of gedeeltelijk intrekken; reeds betaalde geldelijke steun geheel of gedeeltelijk terugvorderen. 2.Ingeval overtreding van de voorwaarden als bedoeld in het eerste lid niet of niet geheel verwijtbaar is kan het dagelijks bestuur besluiten geheel of gedeeltelijk van het gestelde in eerste lid onder b af te wijken. 3.Artikel 45, lid 3 is van overeenkomstige toepassing. Artikel156 1.De geldelijke steun wordt uitbetaald aan de eigenaar van de woningen waaraan ingrijpende voorzieningen zijn getroffen. 2.De geldelijke steun zoals bedoeld in artikel 136 lid 1 onder a, wordt uitbetaald in jaarbedragen, voor de eerste maal een jaar na de gereedkomingsdatum en telkens een jaar nadien. 3.De geldelijke steun zoals bedoeld in artikel 136 lid 1 onder b, wordt uitbetaald binnen 14 werkdagen na de afloop van de in artikel 136 lid 3 bedoelde termijn. 4.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet indien het gaat om: woningen terzake waarvan dégene, die als eigenaar of uit anderen hoofde bevoegd is voor het treffen van voorzieningen is aangeschreven krachtens artikel 14 van de Woningwet, ingeval de in de aanschrijving bepaalde termijn, gedurende welke de voorzieningen te worden getroffen, is verstreken; woningen die op grond van de Huisvestingswet zijn gevorderd. Paragraaf8.Huurwoningen van beleggers Artikel157 1.Het dagelijks bestuur kan ten laste van het deelbudget genoemd in artikel 11, tweede lid onder b.1, geldelijke steun verlenen ten behoeve van een belegger of een toegelaten instelling die de woning zal verhuren. 2.Artikel 71, onder a, ben d, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat ingeval de woning tot stand wordt gebracht krachtens meerdere, onderscheidene overeenkomsten van koop, aanneming en andere, daarmede samenhangende overeenkomsten, als kosten van het verkrijgen in eigendom wordt aangehouden het door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag. 3.Voor de toepassing van het eerste lid geldt artikel 2, vierde lid, niet. Artikel158 Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 om geldelijke steun gaat in aanvulling op de gegevens van artikel 23 vergezeld van een opgave van de voorgestelde gemiddelde huurprijs van het complex en van de in het aanvraagformulier genoemde bescheiden. Artikel159 Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om geldelijke steun in aanvulling op artikel 26 slechts in indien de kosten van het verkrijgen in eigendom niet meer bedragen dan het in het Besluit genoemde maximum bedrag voor een huurwoning van een belegger; Artikel160 Het dagelijks bestuur verleent op verzoek van burgemeester en wethouders de geldelijke steun onder de voorwaarde dat: de voorgestelde gemiddelde huurprijs per woning niet hoger zal zijn dan een door burgemeester en wethouders vastgesteld percentage van de kosten van het verkrijgen in eigendom; de voor te stellen huurprijs per woning bij de gereedmelding niet hoger is dan een door burgemeester en wethouders vastgestelde maximum huurprijs; de woning gedurende ten minster vijf jaar voor verhuur beschikbaar blijft; de woning op het moment van gereedmelding eigendom is van een belegger of toegelaten instelling; Artikel161 Een gereedmelding als bedoeld in artikel 37, eerste lid, gaat naast de verklaring bedoeld in artikel 38 vergezeld van: een opgave van de voorgestelde huurprijs per woning; een verklaring dat de woning waarvoor geldelijke steun is aangevraagd eigendom is van de begunstigde en dat de woning ten minste vijf jaar verhuurd blijft; een opgave van de gereedkomingsdatum van het bouwplan; de in het gereedmeldingsformulier genoemde bescheiden. Artikel162 1.De geldelijke steun wordt uitbetaald in jaarbedragen voor de eerste maal een jaar na gereedkomingsdatum en telkens een jaar nadien. 2.Indien de gereedmelding als bedoeld in artikel 37 later plaats vindt dan drie maanden voor de onder lid 1 genoemde datum, vindt uitbetaling van de eerste bijdrage plaats binnen 14 werkdagen na vaststelling van de geldelijke steun, doch niet eerder dan een jaar na de gereedkomingsdatum. Het volgende jaarbedrag wordt uitbetaald twee jaar na de gereedkomingsdatum en telkens een jaar nadien. Artikel163 Het dagelijks bestuur kan ten laste van het deelbudget genoemd in artikel 11, tweede lid, onder geldelijke steun verlenen ten behoeve van een natuurlijke persoon die de woning als eigenaar zal bewonen of een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die de woning zal verhuren. Artikel164 Een aanvraag bedoeld als in artikel 21 om geldelijke steun gaat in aanvulling op de gegevens van artikel 23 vergezeld van: indien het een woning betreft die verhuurd zal worden: de voorgestelde gemiddelde huurprijs per complex; de in het aanvraagformulier genoemde bescheiden. Artikel165 Artikel 71 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat, indien de woning een huurwoning is die tot stand wordt gebracht krachtens meerdere, onderscheidene overeenkomsten van koop, aanneming en andere, daarmede samenhangende overeenkomsten, als kosten van het verkrijgen in eigendom wordt aangehouden het door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag. Artikel166 Burgemeester en wethouders dienen aanvraag om geldelijke steun in aanvulling op het gestelde in artikel 26 slechts in indien: De kosten van het verkrijgen in eigendom niet meer bedragen dan het in het Besluit bepaalde maximum bedrag voor een premiewoning. Indien het een woning betreft die bewoond zal worden door de eigenaar: een garantiecertificaat is afgegeven door een door de minister erkende ter zake kundige instantie; de risicoverrekening is afgekocht. Artikel167 1.Het bepaalde in artikel 166, tweede lid, onder is niet van toepassing, indien de aanvraag betrekking heeft op: een woning die geheel of in belangrijke mate wordt gebouwd door degene die deze als eigenaar zal bewonen; een woning die wordt gebouwd als casco; een woning die onderdeel is van een complex waarvan ook andere woningen of niet voor bewoning bestemde onderdelen deel uitmaken; woonruimte die ontstaat door het verbouwen van een niet voor bewoning geschikt gebouwde onroerende zaak. 2.In de onder het eerste lid genoemde gevallen kunnen burgemeester en wethouders in plaats van het garantiecertificaat een bankgarantie verlangen en eisen dat de bouwer is aangesloten bij een door de minister erkende ter zake kundige instantie. 3.Het bepaalde in artikel 166, tweede lid, onder a, is evenmin van toepassing indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende is gewaarborgd dat aan de doelstelling van een garantiecertificaat is voldaan. Artikel168 1.Het dagelijks bestuur verleent de geldelijke steun in aanvulling op het gestelde in artikel 35 en 36 op verzoek van burgemeester en wethouders indien het een woning betreft die verhuurd zal worden, onder de voorwaarde dat: de voorgestelde gemiddelde huurprijs per woning niet hoger zal zijn dan het door burgemeester en wethouders vastgestelde percentage van de kosten van het verkrijgen in eigendom.; de voor te stellen huurprijs per woning bij de gereedmelding niet hoger zal zijn dan een door burgemeester en wethouders vastgestelde maximum huurprijs. 2.Het dagelijks bestuur verleent de geldelijke steun in aanvulling op het gestelde in artikel 35 en 36 op verzoek van burgemeester en wethouders indien het een woning betreft die bewoond zal worden door de eigenaar, onder de voorwaarde dat: het aangaan van de koopovereenkomst of de koop- en aanneemovereenkomst niet afhankelijk wordt gesteld van het tegen een meerprijs afnemen van voorzieningen, leveringen of diensten; Artikel169 Een gereedmelding, als bedoeld in artikel 37, eerste lid, door de initiatiefnemer gaat naast de in artikel 38 bedoelde verklaring vergezeld van een opgave van de voorgestelde huurprijs per woning, de gereedkomingsdatum en van de in het gereedmeldingsformulier genoemde bescheiden. Artikel170 Een gereedmelding, als bedoeld in artikel 37, eerste lid, door de eigenaar-bewoner gaat naast de in het gereedmeldingsformulier genoemde bescheiden vergezeld van de volgende gegevens: een bewijs van eigendom in de vorm van een afschrift van de akte, bedoeld in artikel 3:89 van het Burgerlijk Wetboek; een bewijs van de datum van eerste bewoning, in de vorm van een uittreksel uit het persoonsregister. Artikel171 Uitbetaling vindt plaats binnen twee maanden na de beslissing bedoeld in artikel 44. Paragraaf10Toeslagen ten behoeve van plaatselijk verschillende omstandigheden Artikel172 Het dagelijks bestuur kan ten laste van het deelbudget genoemd in artikel 11, tweede lid, onder c, een toeslag verlenen aan de initiatiefnemer ten behoeve van de bouw van woningen, woonwagens, standplaatsen en het treffen van ingrijpende voorzieningen aan woningen of standplaatsen. Artikel173 Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 om een toeslag vindt plaats door tussenkomst van burgemeester en wethouders op een door het dagelijks bestuur beschikbaar gesteld formulier en gaat vergezeld van de op dit formulier genoemde bijlagen en bescheiden. Artikel174 1.Burgemeester en wethouders dienen een aanvraag om een toeslag slechts in in aanvulling op een aanvraag om geldelijke steun ingevolge de paragrafen 1 tot en met 9 van dit hoofdstuk. 2.Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het gestelde in het eerste lid een aanvraag om een toeslag indienen ten behoeve van de bouw van vrije-sectorwoningen die niet vallen onder de paragrafen 1 tot en met