← Nederland

Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018 (Berg en Dal)

Kort gezegd

Deze verordening regelt de maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp in de gemeente Berg en Dal, met als doel burgers te helpen zelfredzaam te zijn en te participeren in de samenleving. Het beschrijft hoe hulpvragen worden behandeld en welke ondersteuning geboden kan worden.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018De raad van de gemeente Berg en Dal; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 november 2017; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 derde lid van de Jeugdwet; overwegende dat: burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven; van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan; dat burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving; het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp; het wenselijk is de regels op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen en in één verordening onder te brengen; besluit vast te stellen de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018 Artikel1.Begripsbepalingen Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, vrij toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als een overige voorziening; Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat de cliënt daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken; Andere voorziening: voorziening op het gebied van jeugdhulp, zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; Cliënt: persoon die op grond van Jeugdwet of Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als een jeugdige en zijn ouders; Gebruikelijke hulp in relatie tot jeugdhulp: de dagelijkse verzorging en/of opvoeding die (pleeg)ouders/wettelijk vertegenwoordigers aan kinderen geacht worden te bieden; Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 5; Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning en/of jeugdhulp; Ingezetene: cliënt die in het kader van maatschappelijke ondersteuning woonachtig is in de gemeente Berg en Dal.; Maatwerkvoorziening: op de behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden van de cliënt afgestemde maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als individuele voorziening; Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; Melding: het kenbaar maken van de hulpvraag door of namens de cliënt; Persoonlijk plan: plan als bedoeld in artikel 4, vierde lid; Pgb: persoonsgebonden budget, zijnde een door het college verstrekt budget aan een cliënt, dat de cliënt in staat stelt de maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp die tot de maatwerkvoorziening behoort, van derden te betrekken; Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; Verslag: schriftelijke weergave van het onderzoek en een advies aan het college over het treffen van een voorziening; Voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee geheel of gedeeltelijk aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen en waardoor een maatwerkvoorziening achterwege kan blijven; Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Artikel2.Melding hulpvraag 1.Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college of een andere daartoe door het college aangewezen organisatie, verder te noemen de andere organisatie, worden gemeld. 2.Het college of de andere organisatie bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk, of indien mogelijk, digitaal, binnen een termijn van tien werkdagen. Bij de bevestiging wordt informatiemateriaal toegezonden over: De meldingsdatum De termijnen van behandeling, het onderzoek en het besluitvormingsproces de mogelijkheid voor de cliënt om een persoonlijk plan in te dienen waarin hij/zij kan aangeven welke maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp het meest passend is de mogelijkheid om een kosteloze en onafhankelijke cliëntondersteuner in te schakelen het kunnen betrekken van de mantelzorger of een andere ondersteuner bij het onderzoek. 3.Indien bij het college melding wordt gedaan van een hulpvraag betreffende maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zes weken na de melding, een onderzoek uit overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 6. 4.In spoedeisende gevallen verstrekt het college of de andere organisatie na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp aan de rechter. 5.Voor zover de hulpvraag betrekking heeft op jeugdhulp kan de hulpvraag ook worden gemeld bij de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, die elk kan verwijzen naar gecontracteerde jeugdhulp. De gecontracteerde jeugdhulpaanbieder beoordeelt welke maatwerkvoorziening nodig is. 6.Het college legt de te verlenen maatwerkvoorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking. Artikel3.Cliëntondersteuning en vertrouwenspersoon 1.Het college zorgt ervoor dat cliënten een beroep kunnen doen op kosteloze en onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. 2.Het college zorgt ervoor dat de jeugdige, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon als bedoeld in de Jeugdwet. 3.Het college of de andere organisatie wijst de cliënt en mantelzorger voor het onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze cliëntondersteuning of, indien van toepassing, een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Artikel4.Vooronderzoek 1.Het college of de andere organisatie verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke (bekende) gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. 2.Voor het gesprek verschaft de cliënt het college of de andere organisatie alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college of andere organisatie voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt op verzoek van het college of de andere organisatie een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 3.Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college of de andere organisatie in overleg met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. 4.Het college of de andere organisatie brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om binnen zeven dagen na de melding schriftelijk de hulpvraag te beschrijven en aan te geven welke mogelijke oplossingen volgens hem nodig zijn. Dit wordt aangeduid als persoonlijk plan. Artikel5.Gesprek 1.Het college of de andere organisatie voert een onderzoek uit naar aanleiding van de melding. Het onderzoek omvat in ieder geval een gesprek, tenzij sprake is van de situatie bedoeld in het vijfde lid. 2.Het college of de andere organisatie onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de cliënt, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; het gewenste resultaat van de hulpvraag; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, een algemene voorziening of algemeen gebruikelijke voorzieningen een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om met mantelzorg, het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, een oplossing voor de hulpvraag te vinden en de wijze waarop een mogelijk toe te kennen maatwerkvoorziening wordt afgestemd op andere voorzieningen op deze domeinen; de mogelijkheden om met een maatwerkvoorziening een oplossing voor de hulpvraag te vinden; welke bijdragen in de kosten de cliënt voor de maatschappelijke ondersteuning verschuldigd zal zijn, en de mogelijkheid een pgb te verstrekken als de cliënt dit wenst, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die mogelijke keuze. 3.Als de cliënt het persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4, vierde lid, aan het college of de andere organisatie heeft verstrekt, betrekt het college of de andere organisatie dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 4.Het college of de andere organisatie informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt expliciet toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken wanneer het gaat om gegevens die zijn verkregen: krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; van een zorgverzekeraar of een zorgaanbieder als bedoeld in de zorgverzekeringswet. 5.Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college of de andere organisatie in overleg met de cliënt afzien van een gesprek. 6.Het college of de andere organisatie kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien dat voor een zorgvuldig onderzoek van belang is. Artikel6.Verslag 1.Het college of de andere organisatie zorgt voor een schriftelijke weergave van het onderzoek en de uitkomsten daarvan, waaronder een verslag van het gesprek. 2.Na het onderzoek, waar het gesprek deel van uitmaakt, verstrekt het college of de andere organisatie zo spoedig mogelijk aan de cliënt een verslag 3.Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag toegevoegd. Artikel7.Aanvraag 1.Een cliënt of zijn gemachtigde of zijn vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk of elektronisch indienen bij het college. 2.Het college merkt een ondertekend verslag als bedoeld in artikel 6 lid 1 als aanvraag aan als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven. 3.Een aanvraag om een maatwerkvoorziening wordt niet ingediend voordat een gesprek als bedoeld in artikel 5 heeft plaatsgevonden, tenzij het college toepassing heeft gegeven aan artikel 5, vijfde lid. 4.Binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag om een maatwerkvoorziening geeft het college een beschikking af. 5.Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op een aanvraag voor gesloten jeugdhulp in het vrijwillig kader. Artikel8.Criteria voor een maatwerkvoorziening 1.Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2.Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen; met gebruikmaking van een (wettelijk) voorliggende voorziening; of met gebruikmaking van algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; met gebruikmaking van een (wettelijk) voorliggende voorziening; met gebruikmaking van algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. indien naar het oordeel van het college een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn. Het college betrekt daarbij in ieder geval de mate waarin de jeugdige een oplossing kan vinden voor de ondersteuningsvraag: op eigen kracht of met zijn ouders; met gebruikelijke hulp; met behulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; met gebruikmaking van algemene voorzieningen; met gebruikmaking van andere voorzieningen De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waardoor de jeugdige in staat wordt gesteld: gezond en veilig op te groeien; te groeien naar zelfstandigheid, en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. 3. Voor alle maatwerkvoorzieningen geldt bovendien dat: deze naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening moet kunnen worden aangemerkt; deze in overwegende mate op het individu zijn gericht. 4. Voor de maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie, op grond van de Wmo 2015, geldt bovendien dat: de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs onvermijdbaar moet zijn geweest; deze voorziening langdurig noodzakelijk dient te zijn; in het geval de voorziening voorzienbaar was, vast komt te staan dat van de cliënt redelijkerwijs niet kon worden verwacht, dat de cliënt maatregelen had getroffen die de hulpvraag overbodig maakte. 5. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte maatwerkvoorziening, wordt deze maatwerkvoorziening slechts verstrekt als de eerder verstrekte maatwerkvoorziening technisch is afgeschreven, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of als de eerder verstrekte voorziening niet langer compensatie biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. Artikel9.Afwijzingsgronden 1. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot maatschappelijke ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen, of in zijn behoefte aan jeugdhulp kan voorzien; voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen of andere voorzieningen de beperkingen kan verminderen of wegnemen, of in zijn behoefte aan jeugdhulp kan voorzien; als de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; als cliënt voor de Wmo 2015 geen ingezetene is van de gemeente Berg en Dal met uitzondering van beschermd wonen1Tijdelijk verblijf LVB valt niet onder beschermd wonen. Voor deze voorziening is het ingezetenencriterium dus onverkort van toepassing. en opvang, of volgens het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Berg en Dal valt; als het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van de beschikking heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; als de cliënt die maatschappelijke ondersteuning vraagt geen of onvoldoende eigen verantwoordelijkheid heeft getoond; voor zover er aan de zijde van de cliënt geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie; voor zover de voorziening naar objectieve maatstaven niet als goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt; voor zover de voorziening niet in overwegende mate op het individu is gericht. 2. Voor alle woonvoorzieningen geldt bovendien dat geen woonvoorziening wordt verstrekt: in het geval de beperkingen bij het normaal gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen, ADL‐clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; ten behoeve van specifiek op personen met beperkingen en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij (nieuw)bouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden; als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig was. 3. Voor beschermd wonen geldt dat er geen toegang is tot deze voorziening als de cliënt uitsluitend (feitelijk) dakloos is of slachtoffer is van huiselijk geweld; 4. Voor opvang geldt dat de toegang kan worden geweigerd wanneer: een cliënt zich (na toegang tot de opvangvoorziening) niet houdt aan de huisregels; een cliënt onveiligheid en overlast veroorzaakt; een cliënt niet bereid is om mee te werken aan een passend ondersteuningstraject; er sprake is van een tegenstellende indicatie waardoor een opvangtraject geen geschikte vorm van maatschappelijke ondersteuning voor een cliënt is; een cliënt zich ernstig misdraagt jegens andere cliënten in de opvang of richting medewerkers van de opvanginstelling; de eigen bijdrage (na veelvuldige waarschuwingen) niet betaald wordt; er in het geval van vrouwenopvang geen sprake is van huiselijk geweld en/of geweld in een afhankelijkheidsrelatie. 5. Geen pgb wordt verstrekt als niet voldaan wordt aan de voorwaarden voor een pgb zoals bedoeld in de artikelen 11 t/m 13. Artikel10.Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn; welke verplichtingen zijn verbonden aan het verstrekken van de maatwerkvoorziening; 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 4. Als sprake is van een te betalen bijdrage in de kosten wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd. Artikel11.Regels voor pgb algemeen 1.De cliënt die een pgb wenst, motiveert schriftelijk in het plan, bedoeld in lid 3 onder a: waarom hij op eigen kracht voldoende in staat is tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk dan wel met een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp in staat is de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; waarom hij de maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo 2015 als een pgb wenst geleverd te krijgen of waarom hij een maatwerkvoorziening in het kader van de Jeugdwet in natura niet passend acht; hoe naar zijn mening gewaarborgd is dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend, van goede kwaliteit en cliëntgericht is. Daarbij is in elk geval van belang dat wanneer degene die de diensten verleent in contact kan komen met personen die jonger zijn dan achttien jaar, voor aanvang van de dienstverlening over een actuele verklaring omtrent het gedrag beschikt als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, met uitzondering van bloedverwanten in de eerste en tweede graad en degenen die incidentele ondersteuning bieden. 2.Het pgb kan worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparatie en verzekering van een hulpmiddel voor zover onderhoud en verzekering door het college wordt verlangd en het geen onderdeel is van het pgb. 3.Het tarief voor een pgb: is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen; wordt afgestemd op de verschillende vormen van ondersteuning en de verschillende typen hulpverleners; voor een zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt; voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten. 4. Indien de jeugdige niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, wordt hij niet in staat geacht de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. 5.Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 6.Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van het pgb. Het college besluit jaarlijks over indexering van de verschillende bedragen, genoemd in de financiële bijlage. Artikel12.Regels voor pgb professional voor diensten 1. Dit artikel heeft betrekking op de zorgaanbieder die middels een persoonsgebonden budget wordt gefinancierd en een eventuele onderaannemer die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaamheden verricht. 2. In het pgb-plan spreken budgethouder en college of de andere organisatie af binnen welke termijn de behaalde resultaten en de daaraan verbonden voorwaarden worden geëvalueerd, waaronder de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen voldoet zoals in het pgb-plan is aangegeven. 3. Naast de verantwoording over het bestede bedrag aan de SVB, verplicht het college de budgethouder om bij een (tussen)evaluatie van het pgb-plan ook aan te geven wat de behaalde resultaten zijn met het pgb en de daaraan verbonden voorwaarden, waaronder de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen voldoet. 4. De aanbieder dient te voldoen aan de kwaliteitscriteria zoals vastgelegd in de bijlage kwaliteit pgb-aanbieders (bijlage 3) 5. De zorgaanbieder dient te voldoen aan de criteria zoals vastgelegd in bijlage 3. Indien de kwaliteitscriteria bij een zorgaanbieder zijn beoordeeld door het college en het college is van oordeel dat zorgaanbieder niet voldoet aan de kwaliteitstoets, worden gedurende 1 jaar geen pgb’s toegekend waarbij de betreffende zorgaanbieder partij is. Als na afloop van dat jaar de kwaliteit zodanig verbeterd is dat wel aan de eisen kan worden voldaan, kan de zorgaanbieder een verzoek indienen bij het college om opnieuw te toetsen aan de kwaliteitseisen. 6. Als het niet voldoen aan de kwaliteitseisen gevolg is van verwijtbaar handelen of er is sprake van voortdurende wanprestatie kan het college een waarschuwing geven, de aanbieder niet (langer) meer accepteren in het kader van een pgb. Artikel13.Regels voor pgb sociaal netwerk 1.Tot het sociale netwerk worden personen gerekend uit de huiselijke kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt, zoals familieleden, buren, vrienden, kennissen etc. 2.De cliënt die in aanmerking komt voor een pgb, kan alleen diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk als dat aantoonbaar tot betere en efficiëntere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Het college kan bij nadere regeling nadere voorwaarden stellen aan de verstrekking van een pgb aan een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk. 3.Als een pgb wordt verstrekt aan een persoon die behoort tot het sociaal netwerk, krijgt deze persoon een lager tarief betaald voor zijn diensten dan door het college in het Besluit vastgestelde tarief voor professionals. 4.Bij de beoordeling of sprake is van hulp die het sociale netwerk zonder betaling kan bieden en of bij wijze van uitzondering de inzet van het sociale netwerk met een pgb betaald kan worden, spelen in elk geval de volgende aspecten een rol: het type hulp dat wordt geleverd (pgb kan niet worden ingezet voor behandeling); de frequentie van de hulp; een tijdelijke hulpvraag of hulp over een lange periode; de mate van verplichting; kwaliteit van de ondersteuning zit in de nabijheid van ondersteuner; pgb leidt tot een betere en effectievere ondersteuning die aantoonbaar doelmatig is. als volgens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist is moet de persoon uit het netwerk die kwalificatie minimaal hebben; de persoon uit het netwerk moet aangegeven dat de zorg voor hem niet tot overbelasting leidt. 5.In aanvulling op de wettelijke voorwaarden en weigeringsgronden, wordt een pgb voor hulp uit het sociale netwerk alleen verstrekt, als voldaan is aan de volgende voorwaarden: type hulp: voor begeleiding, behandeling, jeugdhulp, dagbesteding, verblijf en beschermd wonen Ggz (Wmo 2015 en Jeugdhulp) is deskundigheid/bekwaamheid van degene(

  1. n)uit het sociaal netwerk die het pgb uitvoert een voorwaarde. Bij hulp bij het huishouden is deskundigheid geen voorwaarde. De deskundigheid dient te worden aangetoond met een relevante opleiding en/of werkervaring; kostenderving: een uitzondering voor ‘pgb door sociaal netwerk’ is er als iemand er voor kiest om minder te gaan werken om (meer) mantelzorg te kunnen blijven bieden of op een andere wijze iets moet organiseren (bijv. oppas voor de andere kinderen) om intensieve mantelzorg te kunnen bieden. Bij schoolgaande kinderen met een beperking gaan we er van uit dat ouders met behulp van (passende) naschoolse opvang (reguliere kinderopvang al dan niet met aanvullende zorg of via specialistisch naschoolse opvang/dagbesteding voor kinderen) kunnen werken zoals andere ouders met kinderen in de schoolgaande leeftijd; betere/efficiëntere ondersteuning: een reden voor ‘pgb door sociaal netwerk’ kan (bijv.) ook zijn dat het sociale netwerk een grotere flexibiliteit kan bieden of dat een cliënt/kind vanwege de beperking of problematiek moeite heeft om vreemden toe te laten, waardoor de ondersteuning minder effectief zal zijn als onbekende hulpverleners de zorg verlenen (gebrek aan vertrouwen in buitenstaanders, taalbarrière,). Hiertegenover staat dat een ‘vreemde’ in sommige gevallen beter het gestelde doel (patronen doorbreken bijv. voorkomen symbiotische verhouding) kan bereiken dan een vertrouwde persoon. Van belang is om te beoordelen of professionele distantie/reflectie gewenst is met het oog op het bereiken van doelen. Artikel14.Regels voor pgb-beheer 1.Pgb-beheer kan plaatsvinden door iemand die tot het sociaal netwerk behoort of door een professional. Een professional is een vertegenwoordiger die zijn diensten tegen marktconform tarief levert. Het college of de andere organisatie kan vragen om een bewijs van betaling. 2.De pgb-beheerder moet in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen van zijn cliënt. 3.De pgb-beheerder is niet tevens de zorgaanbieder/zorgverlener, diens vast/flexibel personeel, diens organisatie adviseur of op andere wijze aan de zorgaanbieder verbonden persoon (de combinatie van zorgverlener en pgb-beheerder in één persoon of instantie is gezien de belangenverstrengeling onwenselijk en niet toegestaan), met uitzondering van situaties waarin familieleden in de eerste of tweede graad (een deel van) de -zorg verlenen. 4.De pgb-beheerder van de cliënt ondersteunt de cliënt van aanvraag tot en met de evaluatie van zorg, beschermt de rechten van de cliënt en is ook integraal aanspreekpunt. 5.Een bewindvoerder kan als vertegenwoordiger optreden, mits uit het onderzoek blijkt dat hij ook over zorginhoudelijke kennis beschikt. 6.De pgb-beheerder dient aan te geven dat het beheren van het pgb voor hem of haar niet tot overbelasting leidt. 7.Kosten voor pgb-beheer en vertegenwoordiging mogen niet worden voldaan uit het persoonsgebonden budget. Artikel15.Controle 1.Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. 2.Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de controle op de besteding. Artikel16.Bijdrage in de kosten (Wmo) 1.Een cliënt is in het kader van de Wmo 2015 een bijdrage in de kosten verschuldigd: voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, als de aanbieder een bijdrage vraagt; voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een pgb tenzij de specifieke voorziening is uitgezonderd; 2. Voor bepaalde groepen personen kan op de bijdrage voor een algemene voorziening een korting gelden. 3.De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 4.De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 5. De kostprijs van een pgb is gelijk aan de hoogte van het aan een cliënt uitgekeerde bedrag. 6. In de financiële bijlage bij deze verordening wordt de omvang van de bijdrage in de kosten bepaald met inachtneming van het Uitvoeringsbesluit Wmo2015. 7. Het college kan de vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten van de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor opvang mandateren aan de aanbieder die de opvang verzorgt. 8. Als een maatwerkvoorziening in natura of een pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene aan wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgelijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 9.In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage verschuldigd als de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet. 10. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vaststelling van de bijdrage in de kosten. Artikel17.Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1.De aanbieder dient te komen tot een goede samenwerking en een goede afstemming met andere professionals en het sociale netwerk van de cliënt. 2.De zorgaanbieder dient zelfregie en samenredzaamheid te stimuleren door eenduidig handelen, zelfregie en sociale netwerkstrategieën, inzet van deskundig personeel en het toepassen van de zelfredzaamheidsmatrix. 3.De zorgaanbieder dient invulling te geven aan een inclusieve samenleving. 4.De zorgaanbieder dient invulling te geven aan toegankelijkheid van de zorg voor alle doelgroepen, effectieve methodes en aanpakken voor alle doelgroepen en een personeelsbeleid dat hierop aansluit. 5.Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; 6.Het college kan bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen in het kader van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. Het college kan, met uitzondering van aanbieders die hulpmiddelen of woningaanpassingen leveren, eisen dat de beroepskracht die maatschappelijke ondersteuning biedt voor aanvang van de dienstverlening over een actuele verklaring omtrent het gedrag beschikt als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 7.Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 8.Indien een aanbieder aan het college toestemming vraagt voor het inschakelen van een onderaannemer, wordt de onderaannemer getoetst aan de criteria opgenomen in bijlage 3. Indien de kwaliteitscriteria bij een zorgaanbieder zijn beoordeeld door de gemeente en de gemeente is van oordeel dat zorgaanbieder niet voldoet aan de kwaliteitstoets mag de betreffende zorgaanbieder slechts als onderaannemer gecontracteerd worden door de hoofdaannemer indien de hoofdaannemer zich garant stelt voor de kwaliteit van de door onderaannemer geleverde ondersteuning. De onderaannemer dient in ieder geval zelfstandig te voldoen aan de wettelijke kwaliteitskaders zoals opgenomen in bijlage 3. Artikel18.Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1.Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan in het kader van maatschappelijke ondersteuning. 2.Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 3.De toezichthoudend ambtenaar doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten in het kader van maatschappelijke ondersteuning en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. 4.Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening. Artikel19.Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1.Een cliënt doet aan het college of de andere organisatie op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing. 2.Het college kan een beslissing tot verstrekking van maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp beëindigen, herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing had geleid; de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; de maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten; de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is verstrekt. 3.Als het college een beslissing heeft ingetrokken en de cliënt redelijkerwijs kon begrijpen dat hij ten onrechte een maatwerkvoorziening of daaraan gekoppeld pgb ontving kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4.Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 5.Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 6.Het college kan een vordering op grond van ten onrechte genoten pgb verrekenen met te verstrekken pgb of een andere periodieke uitkering. Artikel20.Jaarlijkse waardering mantelzorgers Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat. Artikel21.Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen 1.Het college kan op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. 2.Het college kan bij nadere regeling bepalen in welke gevallen en in welke mate een tegemoetkoming kan worden verstrekt. Artikel22.Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden 1.Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de Wmo 2015 en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of een reële prijs die geldt als ondergrens voor: een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2.Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de Wmo 2015, en rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de Wmo 2015, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3.Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs bedoeld in het eerste lid op tenminste de volgende kostprijselementen: de kosten van de beroepskracht; redelijke overheadkosten; kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; reis en opleidingskosten; indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; 4.Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. 5.Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat. Hieronder wordt verstaan een aanbieder, te weten een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die jegens het college gehouden is een voorziening te leveren. Artikel23.Klachtregeling 1.Het college draagt zorg dat er een regeling is vastgesteld voor afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening. 2.Aanbieders van voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van de door het college gecontracteerde voorzieningen. 3.Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders van voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel24.Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1.Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van de door het college gecontracteerde instellingen. 2.Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden kan het college nadere regels treffen ten aanzien van medezeggenschap en ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel25.Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1.Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2.Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3.Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 4.Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het tweede en derde lid. Artikel26.Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1.Op het tijdstip genoemd in artikel 29 lid 1 worden de Verordening maatschappelijke ondersteuning Berg en Dal 2017 en de Verordening jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2016 ingetrokken. 2.Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Berg en Dal 2017, of de Verordening jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2016, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3.Aanvragen die zijn ingediend en meldingen die zijn gedaan onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Berg en Dal 2017, of de Verordening jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2016 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. 4.Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Berg en Dal 2017, of de Verordening jeugdhulp Berg en Dal 2016, wordt beslist met inachtneming van die betreffende verordening(en). Artikel27.Nadere regels en hardheidsclausule 1.In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2.Het college kan nadere regels en beleidsregels stellen over de uitvoering van deze verordening. 3.Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening als de toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel28.Evaluatie en bijstelling 1.De verordening en de uitvoering van het Wmo- en Jeugdhulpbeleid worden jaarlijks kwantitatief en kwalitatief geëvalueerd op basis van prestatie-indicatore, zoals die in het beleidsplan zijn opgenomen. 2.De verordening kan naar aanleiding van de bevindingen van de evaluatie, zoals bedoeld in lid 1, en/of op basis van nieuwe jurisprudentie worden bijgesteld. Artikel29.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 14 december 2017.De raadsgriffier J.A.M. vanWorkumDe voorzitter mr. M.Slinkman BIJLAGE1:vormen van maatschappelijk ondersteuning en jeugdhulp Vormen van maatschappelijke ondersteuning Op grond van de Wmo 2015 kunnen de volgende voorzieningen worden verstrekt: Huishoudelijke hulp Woningaanpassingen Begeleiding Kortdurend verblijf Rolstoel Vervoersvoorzieningen Persoonlijke verzorging Beschermd wonen Woonvoorzieningen Vervoersregeling Dagbesteding Opvang Vormen van jeugdhulp De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar: Welzijnswerk/sociaal cultureel werk jeugd Schoolmaatschappelijk werk Opvoedondersteuning en opvoedadvies De volgende vormen van maatwerkvoorzieningen zijn beschikbaar: Dagbesteding, dagbehandeling, kortdurend verblijf jeugd inclusief vervoer Ambulante trajecten jeugd - begeleiding en jeugd- en opvoedhulp Ambulante trajecten jeugd - behandeling (basis en specialistische jeugd-GGZ) Ambulante trajecten jeugd - observatie en diagnostiek Pleegzorg (Semi-)residentiële jeugdhulp Het college kan in nadere regels vaststellen welke overige maatwerk- en algemene voorzieningen beschikbaar zijn. Bijlage2:financiële bijlage HOOFDSTUK 1 ALGEMEENParagraaf 1.1 Begripsbepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze financiële bijlage wordt verstaan onder: Budgethouder: een persoon aan wie als gevolg van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Berg en Dal 2016 en/of de Verordening Jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2016, of op basis van een eerder versie, een persoonsgebonden budget is toegekend. Centrumgemeente: Om de maatschappelijke opvang binnen het kader van de WMO in goede banen te leiden, zijn 43 centrumgemeenten verantwoordelijk voor het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door een of meer problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De centrumgemeenten werken hiertoe samen met opvanginstellingen, zorgkantoren en woningcorporaties. De centrumgemeenten ontvangen hiervoor specifieke uitkeringen van het Rijk. Voor de gemeente Berg en Dal is de gemeente Nijmegen de centrumgemeente. Eenmalig persoonsgebonden budget: pgb dat niet is bestemd voor dienstverlening maar voor een (vervoers)hulpmiddel, een vervoerskostenvoorziening of een woningaanpassing. Dit pgb wordt door de gemeente uitbetaald en niet door de sociale verzekeringsbank (Svb) middels trekkingsrecht Financiële Bijlage: Bijlage 2: financiële bijlage bij de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018 Gebruikelijke zorg: de normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende kinderen en/of andere huisgenoten geacht worden elkaar te bieden. Bovengebruikelijke zorg: De zorg voor kinderen of een partner met een beperking die groter is dan de zorg voor een gezonde partner of een gezond kind van de zelfde leeftijd. Zorgperiode: een periode van 4 weken, zoals door het Centraal Administratie Kantoor, verder te noemen het CAK, gehanteerd wordt bij de berekening en inning van de eigen bijdrage. Er zijn 13 zorgperioden is één jaar. Paragraaf 1.2 Bijdrage in de kostenArtikel 2 Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorzieningVoor maatwerkvoorzieningen die in natura of als persoonsgebonden budget worden verstrekt is een bijdrage in de kosten verschuldigd. Indien een cliënt een duurdere maatwerkvoorziening wil dan de goedkoopst adequate komt het meerdere voor rekening van de cliënt. Voor deze meerprijs is geen bijdrage in de kosten verschuldigd, met andere woorden: de eigen bijdrage wordt in dat geval niet geheven over het gedeelte dat de cliënt zelf heeft betaald. In uitzondering op het onder lid 1 gestelde, is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor: Rolstoelvoorziening, rolstoelaccessoires en duwondersteuning. De Vervoerspas ten behoeve van het collectief vervoer; Maatwerkvoorzieningen (Wmo 2015) of Individuele voorzieningen (Jeugdwet) voor een minderjarig kind, met uitzondering van; woningaanpassingen Arbeidsmatige dagbesteding; Eenmalige tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen; Vergoeding voor huurderving Jeugdhulp Maatwerkvoorzieningen voor Zorgmijders zolang de situatie niet stabiel is. In afwijking van het vorige lid onder c gestelde is wel een bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene aan wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, én; degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt, als een maatwerkvoorziening in natura of een Pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige. In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage in de kosten verschuldigd als de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet. Artikel 3 Omvang van de bijdrage in de kostenDe omvang van de bijdrage in de kosten is gelijk aan de wettelijke maximumbedragen zoals opgenomen in het landelijke Uitvoeringsbesluit Maatschappelijke Ondersteuning 2015. Dit landelijke besluit geeft aan welke bedragen de Minister als maximum voor de eigen bijdrage of het eigen aandeel laat gelden voor welke groepen. Naast het inkomen geldt per 1 januari 2015 ook een vermogensinkomensbijtelling, waarbij het gaat om 8% van de grondslag sparen en beleggen. Berekening, oplegging, vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten vindt plaats door het CAK met de door de gemeente Berg en Dal vastgestelde regels. In afwijking van lid 1 vindt de vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten van de cliënt: voor een maatwerkvoorziening voor opvang plaats door de aanbieder die de opvang verzorgt; voor een algemene voorziening door de aanbieder van deze voorziening. Artikel 4 Duur van de oplegging van de bijdrage in de kosten:Bij de verstrekking van dienstverlening: Elke zorgperiode zoals gehanteerd door het CAK, zolang de dienstverlening, of het hiervoor bestemde persoonsgebonden budget, wordt geleverd. Bij de verstrekking van een hulpmiddel in bruikleen (ook vervanging): Elke zorgperiode zoals gehanteerd door het CAK, zolang het hulpmiddel wordt gebruikt. Bij de verstrekking van een eenmalig persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een hulpmiddel in plaats van een hulpmiddel in bruikleen: Het aantal zorgperiodes zoals gehanteerd door het CAK, overeenkomstig de gemiddelde levensduur van het hulpmiddel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt (zie bijlage 2.1: gemiddelde levensduur hulpmiddelen gemeente Berg en Dal 2018). Bij de verstrekking van een bouwkundige of bouwtechnische woonvoorziening, of het hiervoor bestemde persoonsgebonden budget: Elke zorgperiode zoals gehanteerd door het CAK, zolang de aanpassing wordt gebruikt. Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening of het hiervoor bestemd persoonsgebonden budget: Elke zorgperiode zoals gehanteerd door het CAK, zolang de voorziening wordt gebruikt Bij het meerderjarig worden van een minderjarige: De duur van de oplegging van de bijdrage in de kosten bij een verstrekking van een voorziening zoals genoemd in artikel 4 lid 1 onder 3 van deze financiële bijlage, wordt verminderd met de actuele leeftijd van deze maatwerkvoorziening. HOOFDSTUK 2 COMPENSATIE OP BASIS VAN LEEFGEBIED EN MAATWERKVOORZIENINGBij wet is geregeld dat de tarieven voor een Persoonsgebonden budget (Pgb) toereikend moeten zijn. Uitgangspunt is dat het Pgb mogelijk goedkoper is, maar altijd gerelateerd is aan de kosten van zorg in natura. Belangrijk is dat de tarieven van het Pgb reëel zijn, zodat de juiste zorg daadwerkelijk ingekocht kan worden. Dat geldt ook voor het vaststellen van de tarieven voor betaling aan personen uit het eigen netwerk. Onderscheid in betaling tussen particulieren of familie is gebaseerd op verschil in kosten. Bijvoorbeeld: minder overheadkosten, lagere opleiding, minder werkgeverslasten in verband met vallen onder regeling dienstverlening aan huis etc. Volgens artikel 13 lid 2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018 is betaling aan personen uit het eigen netwerk uit een Pgb alleen toegestaan als dit aantoonbaar tot betere en efficiëntere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Paragraaf 2.1. Activiteiten dagelijks levenArtikel 5 Hulp bij het huishoudenDe tarieven voor hulp bij het huishouden in natura worden bepaald door de door de gemeente bedongen uurtarieven middels een aanbesteding. De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp bij het huishouden vindt plaats in de vorm van een bedrag per uur (zie bijlage 2.3) Bij overlijden van de cliënt die een partner heeft, wordt de indicatie voor hulp bij het huishouden (zowel bij zorg in natura en als bij een persoonsgebonden budget) uiterlijk zes weken na de datum van overlijden beëindigd. Paragraaf 2.2. HuisvestingArtikel 6 WoonvoorzieningenSoorten Woonvoorzieningen Het college kent twee soorten woonvoorzieningen een woonvoorziening van bouwkundige of bouwtechnische aard een woonvoorziening niet van bouwkundige of bouwtechnische aard Het bedrag voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening zoals genoemd in het eerste lid onder a, die in natura of als eenmalig persoonsgebonden budget wordt verstrekt, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de goedkoopste van de minimaal 2 aan het college overlegde offertes met een gespecificeerde begroting, die voldoet aan het programma van eisen. Voor woningaanpassingen met een waarde van meer dan € 10.000,- dienen 3 offertes te worden overlegd aan het college. Het in lid 1 gestelde geldt niet voor zogenoemde ‘kleine’ woningaanpassingen met een waarde tot maximaal € 500,-. Voor deze aanpassingen hoeft geen offerte te worden ingediend, maar wordt een standaard bedrag uitgekeerd (zie bijlage 2.2: prijslijst kleine woningaanpassingen gemeente Berg en Dal 2018). Het toe te kennen eenmalig persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening, zoals genoemd in het eerste lid onder b, is gelijk aan de huurprijs per maand van de voorziening zoals die bij een verstrekking in natura in bruikleen door het college aan de contractleverancier betaald zou worden, vermenigvuldigd met de gemiddelde levensduur (zie bijlage 2.1: gemiddelde levensduur hulpmiddelen gemeente Berg en Dal 2018). In dit bedrag zijn de kosten van instandhouding, zoals onderhoud, reparatie en indien van toepassing, verzekering reeds opgenomen. Reparatiekosten die niet onder het onderhoudscontract vallen, worden, na goedkeuring van de offerte, vergoed op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Het college rekent de volgende uitgaven tot kosten van een woonvoorziening: de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening; wanneer de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking; het architectenhonorarium, indien het noodzakelijk is dat een architect voor de woonvoorziening wordt ingeschakeld, tot ten hoogste 10% van de aanneemsom (exclusief B.T.W.) met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in DNR2011 van de BNA.; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; de verschuldigde en niet verrekenbare- of terugvorderbare omzetbelasting; de prijs van grond, waarop het oprichten van een aanbouw, bijgebouw of nieuwbouw als onderdeel van de aanpassing noodzakelijk is, voor zover die aanbouw, bijgebouw of nieuwbouw niet kan worden gerealiseerd op de grond behorende bij de woning; de door burgemeester en wethouders schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn; de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; de administratie- en begeleidingskosten die de verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening, voor zover de kosten onder a t/m f meer bedragen dan € 1000,-, 10% van die kosten met een maximum van € 350,-; Overige kosten voor zover deze naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het aanpassen van de woning. Verhuis- en inrichtingskosten Als eenmalige tegemoetkoming meerkosten ten behoeve van een verhuizing voor personen met een beperking of chronische problemen waarbij sprake is van het ‘primaat van verhuizen’, geldt als normbedrag € 2.365,-. Burgemeester en wethouders kunnen een tegemoetkoming verlenen in de kosten van verhuizing en inrichting aan een persoon die op verzoek van de gemeente een aangepaste woning vrijmaakt ten behoeve van een belanghebbende die vanwege zijn beperking aanspraak kan maken op een aangepaste woning. In deze situatie geldt het volgende: De kosten van verhuizing én de kosten voor herinrichting worden vergoed. Om de hoogte van het bedrag te bepalen wordt aangesloten bij het bedrag dat bij stadsvernieuwing wordt gehanteerd. De minimumbijdrage wordt ieder jaar voor 1 maart gewijzigd met het percentage van de inflatie over het voorgaande jaar (consumentenprijsindex). De actuele tekst van de regeling is vermeld in de Regeling minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie. Woningsanering Indien een woonvoorziening bestaat uit een rolstoeltapijt welke noodzakelijk is voor het gebruik van de rolstoel binnenshuis, of: een woningsanering welke volgens medisch advies noodzakelijk is wegens huisstof- of huismijtallergie, astma of een chronische bronchitis, kan een eenmalig persoonsgebonden budget voor vloerbedekking - inclusief rolstoeltapijt - en gordijnen worden verstrekt. Het eenmalig persoonsgebonden budget, zoals genoemd onder artikel 6.4 sub 1 van deze financiële bijlage, is gelijk aan het normbedrag dat vermeld staat in de Prijzengids voor de bijzondere bijstand van het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting (Nibud). Het eenmalig persoonsgebonden budget is afhankelijk van de ouderdom van de te vervangen goederen: 0 tot 2 jaar oud: 100% van normbedrag; 2 tot 4 jaar oud: 75% van normbedrag; 4 tot 6 jaar oud: 50% van normbedrag; 6 tot 8 jaar oud: 25% van normbedrag; Ouder dan 8 jaar: geen eenmalig persoonsgebonden budget Huurderving Een bedrag voor huurderving wordt verstrekt indien een leegstaande woning is aangepast of voor een inwoner met beperkingen adequaat te maken is voor een bedrag van meer dan €10.000,-. De tegemoetkoming is gemaximeerd op drie maanden waarin de woning op verzoek van de gemeente wordt vrij gehouden en/of ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en op basis van de netto (kale) huurprijs. In bijzondere gevallen kan het college deze periode verlengen met maximaal drie maanden. De extra tegemoetkoming is dan gelijk aan de kosten van de kale huur over deze periode. Tijdelijke huisvesting Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van tijdelijke huisvesting een eenmalige tegemoetkoming meerkosten aan personen met een beperking of chronische problemen verlenen, indien deze moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van: De huidige woonruimte van belanghebbende; De door belanghebbende nog te betrekken woonruimte. De eenmalige tegemoetkoming meerkosten ten behoeve van tijdelijke huisvesting wordt uitsluitend verleend voor de periode, waarin de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en belanghebbende als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan die redelijkerwijs niet voorkomen kunnen worden. De hoogte van een eenmalige tegemoetkoming meerkosten ten behoeve van tijdelijke huisvesting bedraagt: De werkelijke kosten - met een maximum van € 550,- per maand - in verband met het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte; De werkelijke kosten - met een maximum van € 280, - per maand - in verband met het tijdelijk betrekken van niet-zelfstandige woonruimte. De eenmalige tegemoetkoming meerkosten ten behoeve van tijdelijke huisvesting kan maximaal zes maanden worden verleend. Bezoekbaar maken van de woning Indien een aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een WLZ-instelling, kan een woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één woonruimte. Het gaat dan om een eenmalige tegemoetkoming meerkosten van maximaal € 2.000,00 voor personen met een beperking of chronische problemen die in een Wlz-instelling verblijven voor het bezoekbaar maken van een woning van een partner of familielid. De aanvraag voor het bezoekbaar maken van een woning van een partner of familielid wordt aangevraagd door de aanvrager die zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling. Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de aanvrager de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan bereiken en gebruiken. Terugbetaling bij verkoop De hoogte van het terug te betalen bedrag als bedoeld in artikel 19 van de Verordening maatschappelijke voorzieningen en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018 bedraagt voor het eerste jaar 100% van de totale aanpassingskosten met een lineaire daling van 10% per jaar tot 10% in het tiende jaar. Paragraaf 2.3. Verplaatsen en vervoerArtikel 7 Hoogte persoonsgebonden budget RolstoelvoorzieningenHet toe te kennen eenmalig persoonsgebonden budget voor een rolstoelvoorziening is gelijk aan de huurprijs per maand van de voorziening zoals die bij een verstrekking in natura in bruikleen door het college aan de contractleverancier betaald zou worden, vermenigvuldigd met de gemiddelde levensduur (zie bijlage 2.11: gemiddelde levensduur hulpmiddelen gemeente Berg en Dal 2018). In dit bedrag zijn de kosten van instandhouding, zoals onderhoud, reparatie en indien van toepassing, verzekering reeds opgenomen. Reparatiekosten die niet onder het onderhoudscontract vallen, worden, na goedkeuring van de offerte, vergoed op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Artikel 8 VervoersvoorzieningenHoogte persoonsgebonden budget rijdend hulpmiddel Het toe te kennen eenmalig persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een rijdend hulpmiddel is gelijk aan de huurprijs per maand van de voorziening zoals die bij een verstrekking in natura in bruikleen door het college aan de contractleverancier betaald zou worden, vermenigvuldigd met de gemiddelde levensduur (zie bijlage 2.1: gemiddelde levensduur hulpmiddelen gemeente Berg en Dal 2018). In dit bedrag zijn de kosten van instandhouding, zoals onderhoud, reparatie en indien van toepassing, verzekering reeds opgenomen. Reparatiekosten die niet onder het onderhoudscontract vallen, worden, na goedkeuring van de offerte, vergoed op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Hoogte persoonsgebonden budget trainingen gesloten buitenwagen en scootmobiel. Het toe te kennen eenmalig persoonsgebonden budget voor een training om deel te nemen aan het verkeer met een gesloten buitenwagen of scootmobiel is gelijk aan de werkelijke kosten van de training zoals die door de gemeente in natura is ingekocht, met een maximum van 5 lessen. Hoogte persoonsgebonden budget voor gebruik van een (eigen) auto of (rolstoel) taxi Ingeval een eenmalig persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor gebruik van een (eigen)auto of een (rolstoel) taxi, is de hoogte daarvan afhankelijk van de feitelijke vervoersbehoefte waarbij wordt uitgegaan van een maximale vervoersbehoefte van 2250 kilometer per jaar. Het eenmalig persoonsgebonden budget dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (eigen) auto bedraagt € 0,19 per kilometer. Het eenmalig persoonsgebonden budget dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een taxi bedraagt (conform de maximumtarieven taxi 2017) € 2,19 per kilometer. Het eenmalig persoonsgebonden budget dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt (conform de maximumtarieven taxibus 2017) € 2,76 per kilometer. Wanneer in het specifieke individuele geval wordt vastgesteld dat de vervoersbehoefte, die nodig is om maatschappelijk te participeren naar het oordeel van het college, groter is dan 2250 kilometer per jaar, kan een hoger eenmalig persoonsgebonden budget verstrekt worden. Kinderen Het toe te kennen eenmalig persoonsgebonden budget dat wordt verstrekt voor gebruik van auto, taxi of rolstoeltaxi door kinderen bedraagt: Bij kinderen > 4 jaar en < 12 jaar: de helft van het bedrag zoals genoemd in artikel 8.3 van deze financiële bijlage; Bij kinderen >12 jaar: het volledige bedrag zoals genoemd in artikel 8.3 van deze financiële bijlage; Echtgenoten Indien de behoeften van echtgenoten samenvallen en gebruik kan worden gemaakt van dezelfde vervoersvoorziening, wordt aan beiden maximaal de helft van een enkele vergoeding toegekend van het van toepassing zijnde persoonsgebonden budget. Indien de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt aan hen samen niet meer dan anderhalf maal een enkele vergoeding toegekend. Vermindering persoonsgebonden budget bij personen met een (eigen)vervoermiddel: Het toe te kennen eenmalig persoonsgebonden budget dat wordt verstrekt voor gebruik van eigen auto, taxi of rolstoeltaxi wordt verminderd met 40% indien belanghebbende gebruik kan maken van een al of niet gesubsidieerd vervoersmiddel waarmee belanghebbende (deels) zelfstandig in de vervoersbehoefte kan voorzien. Noodzakelijke begeleiding Het bedrag in verband met noodzakelijke begeleiding wordt achteraf op declaratiebasis vergoed tegen het tarief van het openbaar vervoer. Dezelfde vergoeding geldt bij noodzakelijke reiskosten voor de mantelzorger bij verplaatsingen tussen de eigen woning en die van belanghebbende. Paragraaf 2.4. Maatschappelijke participatieArtikel 9 SportvoorzieningEen eenmalige tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen ten behoeve van een sportvoorziening kan worden verstrekt, indien er sprake is van actieve sportbeoefening en er vanwege de beperking extra kosten worden gemaakt voor de aanschaf van zaken die nodig zijn bij deze sportbeoefening. De eenmalige tegemoetkoming voor een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.711,06 (inclusief BTW). Dit bedrag is bedoeld als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening voor een periode van drie jaar. Indien de sportvoorziening 3 jaar na verstrekking nog adequaat is, wordt geen voorziening als genoemd onder artikel 9.1 verstrekt. Paragraaf 2.5. BegeleidingArtikel 10 BegeleidingIn Natura De tarieven voor begeleiding in natura worden bepaald door de door de gemeente bedongen (uur)tarieven middels een aanbesteding. Persoonsgebonden budget De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van begeleiding/dagbesteding vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid (zie bijlage 2.3) Artikel 11 Maatwerkvoorziening opvang en beschermd wonenHet college verstrekt de maatwerkvoorziening beschermd wonen overeenkomstig het daartoe vastgesteld beleid van de centrumgemeente (gemeente Nijmegen). Dit artikel is van toepassing op alle instellingen voor maatschappelijke opvang en voor opvang van personen die de huiselijke situatie hebben verlaten in verband met risico´s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld en waar voltijdopvang noodzakelijk is. De tarieven voor beschermd wonen in natura worden bepaald door de gemeente bedongen uurtarieven middels een aanbesteding. De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van beschermd wonen vindt plaats in de vorm van een combinatie van bedragen per dag(deel) (zie bijlage): persoonlijke verzorging; verpleging; individuele begeleiding/dagbesteding; dagbesteding (oftewel groepsbegeleiding of BG-groep); zorg zwaarte pakket (ZZP). Ten aanzien van het tarief voor informele ondersteuning uit het sociaal netwerk geldt dat er wordt gerekend met een uurtarief. De vaststelling van het persoonsgebonden budget voor informele ondersteuning is gebaseerd op het aantal begeleidingsuren dat een cliënt met een bepaald profiel nodig zou hebben. In onderstaande tabel is het indicatief aantal uren zorg overgenomen uit de ZZP cliëntprofielen zoals deze destijds door de Nederlandse Zorgautoriteit zijn vastgesteld. Uit onderstaande tabel blijkt dan ook dat 24-uurs beschikbaarheid niet betekent dat er 24 uur per dag begeleidt moet worden. Cliëntprofiel (ZZP) ZZP 3C GGZ excl. DB ZZP 3C GGZ incl. DB ZZP 4C GGZ excl. DB ZZP 4C GGZ incl. DB ZZP 5C GGZ excl. DB ZZP 5C GGZ incl. DB ZZP 6C GGZ excl. DB ZZP 6C GGZ incl. DB Max. aantal uren per week 9,5 – 12,0 12,5 – 15,0 (incl. DB) 12,0 – 15,0 15,0 – 18,5 (incl. DB) 13,5 – 16,5 16,5 – 20,0 (incl. DB) 17,5 - 21,5 20,5 – 25,5 (incl. DB) Indien een cliënt met een persoonsgebonden budget zowel professionele zorg inkoopt bij een aanbieder als informele zorg uit zijn eigen netwerk leveren beide partijen ieder een deel van de totaal geïndiceerde hoeveelheid zorg. Met andere woorden: het totale persoonsgebonden budget is gebaseerd op een totaal aantal uren dat de uren in bovenstaande tabel niet kan overschrijden. De huisvestingscomponent kan alleen worden toegekend indien er sprake is van een wooninitiatief. Dit wordt als volgt gedefinieerd: Is er sprake van een geclusterde woonsetting waarbij minimaal 3 en maximaal 26 bewoners een pgb hebben voor ondersteuning beschermd wonen en hiervoor door bundeling van pgb’s gezamenlijk de zorg inkopen; Verblijven de bewoners op één woonadres als bedoeld in artikel 1 van de Wet basisregistratie personen, of op meerdere woonadressen binnen een straal van 100 meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten; Indien een persoon inwoont bij ouders, vertegenwoordigers of andere particuliere personen, dan wordt dit niet beschouwd als een kleinschalig wooninitiatief. De huisvestingscomponent moet besteed worden waarvoor deze in het leven is geroepen: het organiseren van zorg en gemeenschappelijke ruimtes. De toeslag is dus uitsluitend bestemd voor kosten gemaakt voor het organiseren van de zorg van pgb-houders en infrastructuur in het kader van doelmatige zorgverlening en voor zover het niet mogelijk is deze te financieren uit voorliggende voorzieningen, waaronder het pgb beschermd wonen. Vanuit de wooninitiatieventoeslag kan de cliënt de volgende kosten declareren: Alarmsystemen; Uitluisterapparatuur; Brandveiligheid; Domotica; Onderhoud van onder punt 1 t/m 4 genoemde punten; Zorg gerelateerde investeringen in gemeenschappelijke ruimten. Overige kosten, zoals woonlasten en overheadkosten komen niet in aanmerking voor vergoeding vanuit de wooninitiatieventoeslag. Het is belangrijk dat de wooninitiatieventoeslag afzonderlijk in de zorgbeschrijving wordt opgenomen. Pgb-houders dienen aan te geven waaraan het wooninitiatief de toeslag in 2016 gaat besteden. De wooninitiatieventoeslag bedraagt maximaal € 4.000,- per bewoner en dient aannemelijk gemaakt te worden. Hiervoor moet vooraf een begroting worden ingediend. Op basis daarvan wordt de beoordeling gemaakt of het wooninitiatieventoeslag wordt toegekend of niet. Artikel 12 Bijdrage in de kostenVoor het vaststellen aan wie een bijdrage in de kosten wordt opgelegd bij de maatwerkvoorziening omgevingsbegeleiding, is bepalend op wiens naam deze voorziening wordt verstrekt. Het betreft hier begeleiding van de omgeving van cliënten die in behandeling zijn. Staat de indicatie op naam van een minderjarige (wanneer de ouder of verzorger wordt begeleid in hoe om te gaan met de beperking van de minderjarige), dan is geen eigen bijdrage verschuldigd. In het geval dat het product wordt ingezet ten behoeve van de ouder en/of een volwassene zelf, dan is wel een eigen bijdrage verschuldigd. HOOFDSTUK 3 JEUGDHULPArtikel 13 Tarieven JeugdhulpDe tarieven voor jeugdhulp in natura worden bepaald door de door de gemeente bedongen (uur)tarieven middels een aanbesteding. De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van jeugdhulp vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid (zie bijlage 2.3). Artikel 14 DeelproductenDe volgende deelproducten van individuele voorzieningen zijn beschikbaar: Product groep Belevingsgerichte dagbesteding en vervoer jeugd Kortdurend verblijf jeugd (niet met vervoer) Dagbehandeling Jeugd Ambulante trajecten jeugd (ondersteuning en behandeling) Ambulante trajecten jeugd (ondersteuning en behandeling) 2 Ambulante trajecten jeugd (Observatie en diagnostiek) B1 B1 B1 B2 B2 B2 Deelpro-ducten Geïntegreerde dagbesteding op school/ Kinderopvang Weekend-opvang lokaal georganiseerd Vakantie opvang lokaal georganiseerd Dagbehandeling locatie Waakvlam begeleiding Begeleiding kort* Diagnostiek Medisch Kleuterdagverblijf (MKD) Kortdurend Verblijf Dagbehandeling onderwijs/ kinderopvang Behandeltraject kort Begeleiding middel* Observatie en diagnostiek 0-6 Vervoer Kortdurend verblijf specialistisch (regionaal) deeltijd-dagbehandeling locatie Behandeltraject Middel Begeleiding intensief* Observatie en diagnostiek 6-12 deeltijd-dagbehandeling onderwijs/ kinderopvang Behandeltraject Intensief Verzorging en Begeleiding Diagnostiek Behandeltraject chronisch Specialistische Jeugd GGZ, incl. diagnostiek JeugdGGZ Omgevingsbegeleiding HOOFDSTUK 4 OVERIGParagraaf 4.1. Algemene regels over het persoonsgebonden budgetArtikel 15 Algemene regels over het persoonsgebonden budgetVerlening en vaststelling van een persoonsgebonden budget Een persoonsgebonden budget wordt verleend voor een periode die niet eerder aanvangt dan op de dag waarop het persoonsgebonden budget is aangevraagd. Vaststelling van het persoonsgebonden budget vindt plaats na verantwoording, met uitzondering van het eenmalig persoonsgebonden budget voor de vervoerskosten voor het gebruik van een (eigen) auto of een (rolstoel)taxi. Het is de budgethouder niet toegestaan om te schuiven tussen verschillende onderdelen waarvoor een budget is verstrekt (bijvoorbeeld tussen begeleiding en vervoer en hulp bij het huishouden. Het is een budgethouder toegestaan om het ene onderdeel (geheel) in zorg in natura te ontvangen, terwijl een ander onderdeel (geheel) als pgb wordt bekostigd. (Bijvoorbeeld de logeeropvang in ZIN en de begeleiding als pgb ). Wanneer een inwoner van de gemeente Berg en Dal aanspraak wil maken op een pgb, dan dient deze hiervoor een Budgetplan aan de gemeente te overleggen. Behalve een plan voor de bekostiging van de benodigde zorg, wordt hierin ook aangegeven hoe men voldoet aan de voorwaarden uit de Jeugdwet (artikel 8.1.1, tweede lid) of de Wmo (voldoende eigen kracht, motivering en waarborgen voor de kwaliteit). Afhankelijk van het type hulp dat wordt gevraagd kunnen eisen worden gesteld om de kwaliteit van de zorg die via een pgb wordt ingekocht te waarborgen. Bijvoorbeeld dat aan de gemeente wordt doorgegeven wie de hulp verleent, dat een VOG moet worden overgelegd of dat voor bepaalde vormen van hulp een geregistreerde professional nodig is. Voor jeugdhulp geldt daarnaast dat de zorgverlener in het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) ingeschreven moet staan. Budgetperiode en tussentijdse verstrekking Het eenmalig persoonsgebonden budget wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn voor een periode overeenkomend met de gemiddelde levensduur (zie bijlage 2.1: gemiddelde levensduur hulpmiddelen gemeente Berg en Dal 2018) die, voor zover van toepassing, geldt voor de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening. Indien de periode waarvoor een eenmalig persoonsgebonden budget is verstrekt nog niet is verstreken kan een –aanvullend- persoonsgebonden budget worden verstrekt in de volgende situaties: Er is sprake van gewijzigde omstandigheden die aanpassing dan wel vervanging van het hulpmiddel noodzakelijk maken Er is sprake van een calamiteit die belanghebbende niet te verwijten is. Indien de met het eenmalig persoonsgebonden budget aangeschafte voorziening na het verstrijken van de budgetperiode nog adequaat, kwalitatief verantwoord en compenserend is, dan wordt geen nieuw persoonsgebonden budget verstrekt. Een persoonsgebonden budget voor instandhoudingskosten kan dan wel worden verstrekt. Onder instandhoudingskosten wordt verstaan: de noodzakelijke kosten om de voorziening in stand te houden, in het bijzonder de kosten van onderhoud en reparatie en, voor zover van toepassing, de verzekeringskosten Betaling van het eenmalig persoonsgebonden budget Het eenmalig persoonsgebonden budget wordt uitsluitend betaalbaar gesteld door overmaking op een door de aanvrager of diens gemachtigde opgegeven bankrekeningnummer. In overleg met de persoon aan wie het eenmalig persoonsgebonden budget is verleend, wordt het persoonsgebonden budget betaalbaar gesteld ná de dag waarop het besluit tot verlening aan belanghebbende verzonden is. Onverminderd het bepaalde in lid 2, wordt het eenmalig persoonsgebonden budget op een zodanig moment betaalbaar gesteld dat de aanvrager in staat is om de noodzakelijk geachte voorziening tijdig te realiseren. De uitbetaling van een eenmalig persoonsgebonden budget vindt in beginsel in één keer plaats. Een uitzondering geldt voor een eenmalig persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing van meer dan € 10.000,- . Dit persoonsgebonden budget kan in termijnen worden verstrekt. Het schema van de periodieke betalingen wordt in overleg met de belanghebbende opgesteld. De (periodieke) betaling van een persoonsgebonden budget kan worden opgeschort als de aanvrager/budgethouder één of meer verplichtingen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2018 niet nakomt. Algemene verplichtingen Bij de verlening van een persoonsgebonden budget worden de budgethouder de volgende verplichtingen opgelegd: de budgethouder gebruikt het persoonsgebonden budget uitsluitend voor betaling van een voorziening(
  2. en)als genoemd in de toekenningsbeschikking en daaraan noodzakelijk verbonden kosten; De budgethouder dient zelf een aansprakelijkheidsverzekering te hebben (afgesloten) voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan; De budgethouder dient zelf een voorziening die een motorrijtuig is in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) te verzekeren in overeenstemming met artikel 2 van die wet; De budgethouder bewaart de rekening(
  3. en)en betalingsbewijzen van de met het persoonsgebonden budget verworven geïndiceerde voorziening gedurende vijf jaar of, indien de normale afschrijvingsduur langer is dan deze termijn, in overeenstemming met deze langere termijn, en stelt deze, desgevraagd, ter beschikking van het college; Bijzondere verplichtingen bij het persoonsgebonden budget voor dienstverlening: Ten behoeve van de verlening van het persoonsgebonden budget op basis van het trekkingsrecht, levert de budgethouder alle noodzakelijke gegevens daarvoor aan bij de Sociale Verzekeringsbank. In het kader van de invoering van het trekkingsrecht kan iedere gemeente enkele beleidskeuzes te maken. De gemeente Berg en Dal heeft de volgende keuzes gemaakt. Reiskosten die de zorgverlener maakt kunnen worden vergoed uit een pgb. Deze zijn onderdeel van het integrale pgb-tarief en het budgetplan. De SVB beoordeelt zelf afwijkende bestedingspatronen of voortijdig budget-uitputting. Hierover vindt communicatie naar gemeente plaats. Na overlijden van een budgethouder, kan de achterblijvende partner indien nodig nog maximaal 6 weken gebruik blijven maken van de dienstverlening die uit het pgb wordt bekostigd. Het is de budgethouder NIET toegestaan om: Een zorgovereenkomst met partner of familielid af te sluiten. In uitzonderingsgevallen is een zorgovereenkomst met een partner of familielid wel mogelijk: dit wordt n.a.v./in keukentafelgesprek bepaald; Een feestdagen uitkering uit het pgb uit te betalen; Een deel van het pgb aan te wenden als vrij besteedbaar bedrag; Uit het pgb een eenmalige uitkering uit te betalen; Bemiddelingskosten te betalen uit pgb; Uit het pgb extra kosten te betalen aan de aanbieder wanneer er via een acceptgiro wordt gefactureerd; De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten wordt bepaald aan de hand van het ondersteuningsplan en het budgetplan en is afhankelijk van: De mate van de beperkingen die de cliënt ondervindt in zijn zelfredzaamheid en participatie; Het te bereiken resultaat zoals de cliënt en/of zijn ouders en de zorgaanbieder zijn overeengekomen; De begroting (budgetplan) voor de ondersteuning die de cliënt toevoegt bij het ondersteuningsplan. Het pgb wordt op basis van deze begroting vastgesteld en is maximaal gelijk aan een percentage van de goedkoopst compenserende oplossing in natura. Dit percentage is afhankelijk van het type hulpverlener. Wanneer de budgethouder toch een duurdere voorziening wil inkopen, dan kan dit, maar betaalt de budgethouder het meerdere zelf. is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp in te kopen. Het maximale tarief is een all-in tarief waarin alle kostencomponenten zijn verdisconteerd. Hieronder vallen sowieso de volgende kosten: salaris, vervanging tijdens vakantie, werkgeverslasten, verzekeringen, reiskosten, arbeidsomstandigheden, administratie, regelkosten. Weigering verstrekking persoonsgebonden budget Verstrekking in de vorm van persoonsgebonden budget vindt niet of niet langer plaats als: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een persoonsgebonden budget in het verleden; er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking. Bijlage2.1:gemiddelde levensduur hulpmiddelen gemeente Berg en Dal 2018 Afschrijvingstermijnen Gemiddelde levensduur hulpmiddel in maandenRV 1 ROLSTOELEN ROLSTOEL VOORZIENINGEN Subproductgroep 1A Incidenteel gebruik 84 Subproductgroep 1B Kinderbuggy 60 RV2 ROLSTOELEN VOORZIENINGEN Subproductgroep 2A Actief of semi-permanent gebruik vouwbaar 84 Subproductgroep 2B Actief gebruik vast frame 84 Subproductgroep 2C Kinderrolstoelen actief of semi-permanent 60 RV3 ROLSTOELEN VOORZIENINGEN Subproductgroep 3A Permanent gebruik kantelbaar 60 Subproductgroep 3B Kinder duwwandelwagen 60 Subproductgroep 3C Kinderrolstoelen permanent gebruik kantelbaar 60 RV4 ROLSTOELEN VOORZIENINGEN Subproductgroep 4A Primair geschikt voor gebruik binnenshuis en secundair buitenshuis 84 Subproductgroep 4B Geschikt voor gebruik buitenshuis en binnenshuis 84 Subproductgroep 4C Kinderrolstoelen geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis 84 RV5 ROLSTOELEN VOORZIENINGEN Subproductgroep 5A Hulpmotor te integreren met rolstoel uit 1B, 1C, 1F en 1G 84 VV1 VERVOERSVOORZIENINGEN Subproductgroep 6A Driewiel compact maximaal 10 km per uur 84 Subproductgroep 6B Driewiel maximaal 12 km per uur 84 Subproductgroep 6C Driewiel maximaal 15 km per uur 84 Subproductgroep 6D Driewiel extra geveerd maximaal 15 km per uur 84 VV2 VERVOERSVOORZIENINGEN Subproductgroep 7A Voor volwassenen 84 Subproductgroep 7B Voor volwassenen met hulpmotor 84 Subproductgroep 7C Voor kinderen 60 Subproductgroep 7D Voor kinderen met PAS motor 60 Subproductgroep 7E Rolstoelfiets 84 Subproductgroep 7F Duofiets/tandem 84 Subproductgroep 7G Duofiets waarbij men naast elkaar zit 84 Subproductgroep 7H Tweewielfietsen 84 Subproductgroep 7I Handbikes te combineren met rolstoelen uit 1C en 1D 84 Subproductgroep 7J Handbikes met (hulp)motor te combineren met rolstoelen uit 1C en 1D 84 VV3 VERVOERSVOORZIENINGEN Subproductgroep 8A Autostoeltjes / fixatiesysteem 60 Subproductgroep 8B Autostoeltjes zwenkbaar 60 Subproductgroep 8C Aanhangwagen t.b.v fiets 60 WV1 WOONVOORZIENINGEN Subproductgroep 9A Tilliften t.b.v. een actieve tilhandeling 84 Subproductgroep 9B Tilliften t.b.v. een passieve tilhandeling 84 WV2 WOONVOORZIENINGEN Subproductgroep 10A Toiletstoelen op poten 60 Subproductgroep 10B Douchestoelen op poten 60 Subproductgroep 10C Douche- toiletstoelen met wielen en hoepels of vier beremde zwenkwielen 84 Subproductgroep 10D Douche- toiletstoel verrijdbaar, kantelbaar en in hoogte verstelbaar 84 Subproductgroep 10E Kinder douche- toiletstoelen 60 Subproductgroep 10F Kinder badzitje 60 Subproductgroep 10G Badplanken 60 Subproductgroep 10H Toiletbril-verhogers met geïntegreerde armondersteuning 60 Subproductgroep 10I Douchestretchers 84 Subproductgroep 10J Transferhulpmiddelen 60 Subproductgroep 10K Badliften 60 Prijslijst kleine woningaanpassingen gemeente Berg en Dal 2018 Omschrijving Materiaal-prijs Tijd Arbeidsloon (Uurloon 2016 excl.) Toeslag bevestigings materiaal Totaal. Ex. BTW € 42,69 Antisliptegel per m2 R10 € 26,21 1 € 42,69 € 27,86 € 96,77 Antisliptegel per m2 , incl.slopen en afvoeren bestaande vloer € 42,38 2 € 85,38 € 88,12 € 215,88 Dubbele steunpoot voor douchezit € 98,08 0,5 € 21,35 5% € 124,33 Opklapbare douchezit € 143,51 2 € 85,38 5% € 236,06 Opklapbare douchezit met rugleuning € 242,62 2 € 85,38 5% € 340,13 Opklapbare douchezit met rug- en armleuning € 277,72 2 € 85,38 5% € 376,99 Rolstoeldrempel kunststof binnenshuis, incl. verwijderen dorpel € 22,20 1 € 42,69 € 64,89 Wandcontactdoos ra dubbel lengte 10 mtr. € 322,72 € 322,72 Verstelbare papegaai voor wandbevestiging € 196,16 1 € 42,69 5% € 248,66 Triangel papegaai plafondmontage € 77,43 1 € 42,69 5% € 123,99 Opklapbare toiletbeugel 50 cm € 99,11 1 € 42,69 5% € 146,76 Opklapbare toiletbeugel 60 cm € 101,18 1 € 42,69 5% € 148,93 Opklapbare toiletbeugel 70 cm € 103,24 1 € 42,69 5% € 151,09 Opklapbare toiletbeugel 80 cm € 106,34 1 € 42,69 5% € 154,35 Opklapbare toiletbeugel 90 cm € 108,40 1 € 42,69 5% € 156,51 Statief voor opklapbare toiletbeugel € 114,60 1,5 € 64,04 5% € 184,37 Vaste toiletbeugel 30 cm € 37,17 1 € 42,69 5% € 81,72 Vaste toiletbeugel 40 cm € 38,20 1 € 42,69 5% € 82,80 Vaste toiletbeugel 50 cm € 40,26 1 € 42,69 5% € 84,97 Vaste toiletbeugel 60 cm € 42,33 1 € 42,69 5% € 87,14 Vaste toiletbeugel 70 cm € 47,49 1 € 42,69 5% € 92,56 Wastafelbeugel wit (max wastafel 60x45) € 205,45 1 € 42,69 5% € 258,41 Wastafel beugel verwijderen € 1,03 0,5 € 21,35 € 22,38 Bijlage2.3Tabel tarieven pgb gemeente Berg en Dal 2018 Professionele ondersteuning Wmo 2015/ Jeugd Informele ondersteuning (door sociaal netwerk) Eenheid Maatwerkvoorzieningen en individuele voorzieningen Hulp bij het huishouden 1 HH1 € 16,62 € 16,62 per uur Hulp bij het huishouden 2 HH2 € 19,06 € 19,06 per uur Dagbesteding Dagbesteding Arbeidsmatig standaard € 28,16 € 20,00 per dagdeel Dagbesteding Arbeidsmatig specialistisch € 68,40 € 31,06 per dagdeel Vervoersdiensten Vervoer volwassenen dagbesteding arbeidsmatig € 08,28 n.v.t. per etmaal Dagbesteding Dagbesteding volwassenen € 28,16 € 20,00 per dagdeel Specialistische dagbesteding ouderen € 28,42 € 20,00 per dagdeel Kortdurend verblijf Kortdurend verblijf volwassenen € 146,88 € 31,06 per etmaal Begeleiding Reguliere begeleiding volwassenen € 41,76 € 20,00 per uur Reguliere begeleiding volwassenen in een groep € 13,92 n.v.t. per uur Specialistische begeleiding volwassenen € 50,40 € 20,00 per uur Specialistische begeleiding volwassenen in een groep € 16,80 n.v.t. per uur Persoonlijke verzorging Persoonlijke verzorging volwassenen € 37,44 € 20,00 per uur Vervoerdiensten Vervoer volwassenen € 08,28 n.v.t. per etmaal Tijdelijk verblijf LVB Tijdelijk verblijf LVB met begeleiding en evt. verzorging € 102,00 n.v.t. per etmaal Jeugd Tijdelijk verblijf LVB met (dagelijks) intensieve begeleiding en verzorging en/of gedragsregulering € 138,72 n.v.t. per etmaal Zonder verblijf: daghulp op locatie van de aanbieder Dagbesteding jeugd (intersectoraal) € 31,47 € 20,00 per dagdeel Specialistische dagbesteding jeugd (intersectoraal) € 37,27 € 20,00 per dagdeel Dagbehandeling jeugd (intersectoraal) € 81,60 € 20,00 per dagdeel Kortdurend verblijf jeugd € 146,88 € 31,06 per etmaal Vervoer jeugd € 8,28 nvt per etmaal Zonder verblijf: jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige Reguliere begeleiding jeugd € 41,76 € 20,00 per uur Reguliere begeleiding jeugd in een groep € 13,92 n.v.t. per uur Specialistische begeleiding jeugd € 50.40 € 20,00 per uur € 16,80 n.v.t. per uur VerzorSpecialistische begeleiding jeugd in een groepging en begeleiding jeugd € 46,56 € 20,00 per uur Zonder verblijf: ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder Behandeling basis Jeugd GGZ € 1,18 n.v.t. per minuut Behandeling jeugd-LVG € 70,08 nvt per uur Specialistische Jeugd GGz (incl. obs en diagnostiek) € 1,36 n.v.t. per minuut Vaktherapie € 57,60 € 20,00 per uur Groepsgerichte vaktherapie € 19,20 n.v.t. per uur Ambulante behandeling J&O J-LVG € 1,20 n.v.t. per minuut Ambulante groepsgerichte behandeling J&O J-LVG € 0,40 n.v.t. per minuut Casemanagement € 50,40 n.v.t. per uur Zintuigelijk gehandicapten Beantwoording korte begeleidingsvragen € 41,76 € 20,00 per uur Gespecialiseerde begeleiding ZG € 41,76 € 20,00 per uur Revaliderende begeleiding ZG € 41,76 € 20,00 per uur Dagactiviteit zintuigelijk gehandicapten € 41,76 € 20,00 per etmaal Ondersteuning visueel Beantwoording korte begeleidingsvragen € 41,76 € 20,00 per uur Gespecialiseerde begeleiding doofblinden € 41,76 € 20,00 per uur Begeleidersvoorziening Doofblinden € 41,76 € 20,00 per uur Revaliderende begeleiding ZG € 41,76 € 20,00 per uur Dagactiviteit zintuigelijk gehandicapten €41,76 € 20,00 per etmaal Jeugd met verblijf Time out voorziening / tussenvoorziening Time out voorziening € 56,36 n.v.t. per etmaal Moeder Kind Huis € 191,76 n.v.t. per etmaal Pleegzorg Pleegzorg 24 uurs € 32,70 n.v.t. per etmaal Netwerkonderzoek € 21,46 n.v.t. per etmaal Gezinshuis Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding (2LVG) € 136,49 n.v.t. per etmaal Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding en behandeling (3LVG) € 142,80 n.v.t. per etmaal Gezinshuis J&O incl. begeleiding € 111,82 n.v.t. per etmaal Gezinshuis J&O begeleiding en behandeling € 114,71 n.v.t. per etmaal Deeltijd wonen Kamertraining € 70,46 n.v.t. per etmaal Fasehuis, leerhuis, behandelgroep in wijk € 126,48 n.v.t. per etmaal Beschermd wonen Beschermd wonen J-GGZ en verslavingszorg € 124,67 n.v.t. per etmaal Behandelgroep 24-u op terrein Behandelgroep incl. dagbesteding en behandeling (3LVG) € 182,77 n.v.t. per etmaal Behandelgroep excl. dagbesteding incl behandeling (3LVG) € 100,68 n.v.t. per etmaal Behandelgroep incl dagbesteding en behandeling (3LVG) € 132,06 n.v.t. per etmaal 3-leefmilieusvoorzieningen incl behandeling en dagbesteding (4-LVG) € 224,51 n.v.t. per etmaal 3-leefmilieusvoorzieningen incl behandeling en dagbesteding (5-LVG) € 223,62 n.v.t. per etmaal Terreinvoorziening Gezinsopname (VF4) € 236,64 n.v.t. per etmaal Behandelgroep 24 uur op terrein (VF6) € 138,02 n.v.t. per etmaal Behandelgroep 24 uur op terrein (VF7) € 204,16 n.v.t. per etmaal Behandelgroep 24 uur op terrein (VF8) € 216,13 n.v.t. per etmaal Beschermd wonen Professioneel BW met intensieve begeleiding 3 GGZ-C € 80,46 n.v.t. dag BW met intensieve begeleiding en dagbesteding 3 GGZ-C € 106,21 n.v.t. dag Gestructureerd BW met intensieve begeleiding en verzorging 4 GGZ-C € 101,93 n.v.t. dag Gestructureerd BW met intensieve begeleiding en verzorging en dagbesteding 4 GGZ-C € 127,68 n.v.t. dag BW met intensieve begeleiding en gedragsregulering 5 GGZ-C € 110,45 n.v.t. dag BW met intensieve begeleiding en gedragsregulering en dagbesteding 5 GGZ-C € 136,20 n.v.t. dag BW met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging 6 GGZ-C € 150,81 n.v.t. dag BW met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging en dagbesteding 6 GGZ-C € 176,56 n.v.t. dag Vervoer dagbesteding € 10,35 n.v.t. aanwezigheidsdag Beschermd wonen professioneel én niet professioneel – in combinatie BW met intensieve begeleiding 3 GGZ-C € 52,54 € 20,00 uur BW met intensieve begeleiding en dagbesteding 3 GGZ-C € 54,22 € 20,00 uur Gestructureerd BW met intensieve begeleiding en verzorging 4 GGZ-C € 53,00 € 20,00 uur Gestructureerd BW met intensieve begeleiding en verzorging en dagbesteding 4 GGZ-C € 53,51 € 20,00 uur BW met intensieve begeleiding en gedragsregulering 5 GGZ-C € 51,69 € 20,00 uur BW met intensieve begeleiding en gedragsregulering en dagbesteding 5 GGZ-C € 52,39 € 20,00 uur BW met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging 6 GGZ-C € 54,29 € 20,00 uur BW met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging en dagbesteding 6 GGZ-C € 53,88 € 20,00 uur Bijlage3kwaliteit pgb zorgaanbieders en onderaannemers Waar in deze bijlage wordt gesproken van ‘zorgaanbieder’, wordt zowel de pgb-zorgaanbieder bedoeld als de onderaannemer, tenzij expliciet anders is aangegeven. Kwaliteit pgb zorgaanbiedersGemeenten zijn eindverantwoordelijk voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg aan burgers. Ook als de ondersteuning wordt geboden via een pgb. De zorgaanbieders dienen te werken met deskundig personeel en kwalitatief goede zorg bieden, waarin de cliënt en zijn netwerk centraal staan. Het hulpverlenings- en evaluatieplan dient aan de volgende eisen te voldoen: De gemeente hecht (
  4. er)veel waarde aan: “één huishouden, één plan” waarin alle leefdomeinen aan bod komen en samenhang is tussen de hulp van de verschillende dienstverleners en de informele zorg en ondersteuning; dat iedereen zijn eigen mogelijkheden benut, zelfregie houdt over zijn leven en zijn sociale netwerk versterkt (samenredzaamheid); dat ook kwetsbare doelgroepen volwaardig kunnen meedoen in de samenleving en een betekenisvolle tijdsbesteding hebben aansluitend bij de wensen en mogelijkheden; methodisch werken aan ontwikkeling met door de cliënt gedragen doelen en concrete acties. Er moet een check zijn gedaan van alle leefdomeinen. Leefdomeinen: inkomen, werk en opleiding, tijdsbesteding, huisvesting, huiselijke relaties, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik, vaardigheden bij activiteiten van het dagelijks leven (ADL), sociaal netwerk (en woonomgeving), maatschappelijke participatie en justitie. Het plan moet perspectiefgericht zijn. Er zijn doelen geformuleerd die duidelijk, concreet en haalbaar zijn en die niet alleen perspectief bieden op de langere termijn, maar zich ook richten op praktische, snelle resultaten. Er zijn activiteiten geformuleerd gericht op het behalen van de korte- en lange termijn doelen met een duidelijke prioritering. Het evaluatieplan evalueert de doelen, zoals geformuleerd in het hulpverleningsplan. De informele en formele betrokkenen zijn in kaart gebracht. Er zijn afspraken gemaakt over hoe de afstemming tussen de betrokken eruit ziet. Er wordt beschreven wie de regie voert: Cliëntsysteem, casemanagement door de Zorgaanbieder, Gemeentelijke Toegangspoort, of Gecertificeerde Instelling. Er is een goede balans tussen formele en informele zorg: en er wordt goed beschreven hoe wordt samengewerkt met het sociale netwerk en hoe gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en de informele voorzieningen in de samenleving (verenigingen en vrijwilligersorganisaties). Er wordt ook beschreven of individuele hulp (deels) omgezet kan worden in groepsactiviteiten met motivatie waarom dit al dan niet mogelijk is. De mogelijkheden voor deelname aan gewone maatschappelijke activiteiten worden onderzocht en gestimuleerd. Er staat beschreven hoe er wordt gewerkt aan versteviging van de eigen regie van de cliënt en de versterking van zijn/haar sociale netwerk. Het eigen denkvermogen (= leervermogen) wordt aangesproken en cliënt is, naar vermogen, eigenaar en regisseur van zijn eigen plan. Bereik en participatie specifieke doelgroepen De gemeente hecht veel waarde aan een inclusieve samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen. Dat vereist toegankelijkheid van de zorg voor alle burgers met een ondersteuningsvraag bijvoorbeeld vanwege lichamelijke, verstandelijke en /of psychische beperkingen. Daarbinnen zijn er kwetsbare doelgroepen met extra uitdagingen vanwege taal, etniciteit, culturele achtergrond, geloofsovertuiging en/of seksuele geaardheid. Van zorgaanbieder wordt verwacht dat hij deze specifieke doelgroepen kan bereiken, in hun kracht zet, hun sociaal netwerk versterkt en laat meedoen in de samenleving. Betaalbaarheid De zorgaanbieder dient bij te dragen aan de doelstelling betaalbaarheid van zorg vanuit de doelstelling: licht waar kan, zwaar waar nodig. Duurzaamheid De gemeente hecht belang aan duurzaamheid rondom de thema’s personeel en milieu. Een duurzaam personeelsbeleid is van cruciaal belang in de zorg: de kwaliteit van de zorg wordt voor een groot deel bepaald door de kwaliteit van het personeel, de match van het personeel met de cliënt en de continuïteit van de Professional voor de cliënt. Daar hoort bij dat het personeel vakbekwaam, vitaal en toekomstbestendig is en dat er geen hoog verloop van personeel is. Kwaliteitseisen WETTELIJKE KWALITEITSKADERS Wet maatschappelijke ondersteuning 1 Maatschappelijke ondersteuning Gemeente verstaat onder maatschappelijke ondersteuning: • bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; • ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; • bieden van beschermd wonen en opvang. 2 Maatwerkvoorziening Gemeente verstaat onder een maatwerkvoorziening een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: • ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen; • ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, • ten behoeve van beschermd wonen en opvang. 3 Kwaliteitssysteem De Zorgaanbieder draagt zorg voor de goede kwaliteit van de voorziening. Een voorziening wordt in elk geval: • veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt; • afgestemd op de reële behoefte van de Cliënten op andere vormen van zorg of hulp die de Cliënt ontvangt; • verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; • verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt. 4 Klachtenregeling Zorgaanbieder hanteert een eenvoudige en transparante klachtenregeling die voldoet aan de uitgangspunten van de Wmo 2015 en voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten. 5 Medezeggenschapsregeling Zorgaanbieder hanteert een regeling voor medezeggenschap van Cliënten over voorgenomen besluiten van Zorgaanbieder die voor de Cliënten van belang zijn. 6 Meldcode huiselijk geweld een kindermishandeling 6.1 Zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen. 6.2 Bovenwettelijk; Zorgaanbieder heeft een aandachtsfunctionaris aangesteld. 7 Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) Bovenwettelijk; Zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van personen die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met cliënten. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij aanvang van de werkzaamheden. De Zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is. 8 Verwijsindex risicojongeren Bovenwettelijk; Zorgaanbieder die werkt met jongvolwassenen voldoet aan de eisen van de in de Jeugdwet verplichte landelijke Verwijsindex risicojongeren2Zie http://www.handreikingmelden.nl/ voor de Handreiking.. De verwijsindex is een vroeg-signaleringsinstrument dat risicomeldingen van Professionals over jongeren tot 23 jaar bij elkaar brengt. Hierdoor weten betrokkenen sneller of een jongere ook bekend is bij een andere Professional. Het doel is vroege signalering van risico’s die een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassen­heid van een jongere bedreigen, zodat tijdig passende hulp, zorg of bijsturing kan worden gegeven. Zorgaanbieder die werkt met jongvolwassenen wijst een instellingscoördinator VIR aan die de implementatie van VIR in de organisatie waarborgt. Zorgaanbieder implementeert toekomstige wijzigingen van de Verwijsindex. Jeugdwet 9 Jeugdhulp Gemeente verstaat onder jeugdhulp het volgende: • Ondersteuning, hulp en zorg, niet zijnde preventie, voor Jeugdigen en hun ouders3Hier kan ook gelezen worden verzorgers of wettelijk vertegenwoordiger(s). bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de Jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie-gerelateerde problemen; • Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van Jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt; • Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij Jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. 10 Doelgroep jeugdhulp Jeugdhulp is bedoeld voor de Jeugdige die: • de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt of; • de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt en jeugdhulp ontvangt in het kader van jeugdstrafrecht of; • de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van de Jeugdwet: ○ is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is; ○ vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of; ○ is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is. 11 Verantwoorde hulp 11.1 De Zorgaanbieder verleent verantwoorde hulp. Dat is hulp van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltref­fend, doelmatig is en cliëntgericht wordt verleend en is afgestemd op de reële behoefte van Jeugdige of ouder. 11.2 De Zorgaanbieder organiseert zich op zodanige wijze, voorziet zich kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel en draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde hulp. De jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instellingen betrekken hierbij de resultaten van overleg tussen jeugdhulpaanbieders, het college en cliëntenorganisaties. 12 Verantwoorde werktoedeling 12.1 De Zorgaanbieder voldoet aan de norm van verantwoorde werktoedeling. 12.2 De Zorgaanbieder zet Professionals in die over de juiste expertise beschikken en vakbekwaam zijn. Vakbekwaam zijn houdt in dat Professionals in staat zijn om een beroep uit te oefenen volgens de voor de beroepsgroep geldende professionele standaard. Dat betekent dat steeds die Professional moet worden ingezet die past bij de vraag van de cliënt, die beschikt over de noodzakelijke vakbekwaamheid en die handelt volgens de beroepsethische normen. 12.3 De Zorgaanbieder draagt er zorg voor dat Professionals hun taken kunnen verrichten met inachtneming van de voor hen geldende professionele standaarden (beroepscodes, vakinhoudelijke richtlijnen en veldnormen). 12.4 De Zorgaanbieder werkt met geregistreerde Professionals (SKJ of BIG) 12.5 De Zorgaanbieder deelt taken toe met inachtneming van de specifieke kennis en vaardigheden van de geregistreerde Professional. 12.6 De Zorgaanbieder draagt er zorg voor dat taken worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde Professional. 12.7 De Zorgaanbieder belast niet-geregistreerde Professionals uitsluitend met de uitvoering van taken indien het aannemelijk is dat dat niet afdoet aan de kwaliteit, of zelfs noodzakelijk is voor de kwaliteit van de uit te voeren taak. 12.8 De Zorgaanbieder moet kunnen verantwoorden waarom een geregistreerde, dan wel een niet-geregistreerde Professional wordt ingezet voor een taak​. 13 Kwaliteitssysteem Zorgaanbieder moet de kwaliteit van de geboden hulp systematisch bewaken, beheersen en verbeteren. Zorgaanbieder moet daarnaast gegevens over de kwaliteit van hulp systematisch verzamelen en registreren. 14 Hulpverleningsplan Zorgaanbieder werkt op basis van een hulpverleningsplan waarover is overlegd met de Jeugdige en de verzorgers en dat is afgestemd op de behoeften van de Jeugdige. 15 Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) 15.1 Zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van personen die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met Jeugdigen of verzorgers. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij aanvang van de werkzaamheden. Zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is. De VOG van een solistisch werkende jeugdhulpverlener mag tijdens de werkzaamheden niet ouder zijn dan drie jaar. 15.2 Bovenwettelijk; Zorgaanbieder raadpleegt het BIG/SKJ-register en het register met tuchtrechtuitspraken alvorens een Professional aan te nemen. 16 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 16.1 Zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen. 16.2 Bovenwettelijk; Zorgaanbieder heeft een aandachtsfunctionaris aangesteld. 17 Vertrouwenspersoon 17.1 Zorgaanbieder stelt de vertrouwenspersoon AKJ (Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg) in staat werk te verrichten. Dit betekent dat de vertrouwenspersoon in ieder geval; • vrije toegang heeft tot de gebouwen, terreinen en ruimten van jeugdhulpaanbieders waar Jeugdigen kunnen verblijven, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is. De vertrouwenspersoon behoefte geen toestemming van derden om met een Jeugdige te spreken • Zorgaanbieder aan de vertrouwenspersoon alle inlichtingen verschaffen en alle bescheiden tonen die de vertrouwenspersoon voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft • De vertrouwenspersoon de faciliteiten verschaffen die de vertrouwenspersoon voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft 17.2 Zorgaanbieder informeert Cliënten en hun verzorgers actief over het recht tot ondersteuning van een onafhankelijk vertrouwenspersoon. 18 Klachtenregeling Zorgaanbieder hanteert een klachtenregeling die voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten van Jeugdigen, verzorgers en (pleeg)ouders over de Zorgaanbieder of personen die voor hem werkzaam zijn. Zorgaanbieder heeft een klachtencommissie ingesteld. Zorgaanbieder informeert Cliënten en hun (pleeg)ouders actief over de klachtenregeling en toegang tot de klachtencommissie. 19 Cliëntenraad De Zorgaanbieder stelt een cliëntenraad in en volgt daarbij de wettelijke bepalingen opgenomen in artikel 4.2 van de Jeugdwet. 20 Inzicht in kwaliteitsverslag Zorgaanbieder stelt jaarlijks een verslag op over de naleving van de regels omtrent de kwaliteit van de jeugdhulp, onderscheidenlijk de kwaliteit van de uitvoering van de taken, het klachtrecht en de medezeggenschap. De Zorgaanbieder verleent inzicht in dit verslag aan de Gemeente door het jaarlijks aan te leveren bij de Contractmanager. Zorgaanbieder maakt dit verslag openbaar. 21 Verwijsindex risicojongeren Zorgaanbieder voldoet aan de eisen van de wettelijk verplichte landelijke Verwijsindex risicojongeren, en wijst een instellingscoördinator VIR aan die de implementatie van VIR in de organisatie waarborgt. Zorgaanbieder implementeert toekomstige wijzigingen van de Verwijsindex. OVERIGE WET- EN REGELGEVING 22 In dit document staan slechts een aantal wettelijke eisen benoemd waaraan Zorgaanbieder moet voldoen. Gemeente verwacht dat Zorgaanbieder bekend is met, en voldoet aan, alle op de Zorgaanbieder van toepassing zijnde wet- en regelgeving, richtlijnen en verdragen zoals, maar niet beperkt tot; • Geneesmiddelenwet • Jeugdwet • Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg (van de Gemeenten) • VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind • VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap • Wet aanpak schijnconstructies • Wet arbeid vreemdelingen • Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) • Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie • Wet gebruik Burgerservicenummer in de zorg • Wet Ketenaansprakelijkheid • Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) • Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag • Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) • Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst • Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg • Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 23 Doorstroom en afstemming Wmo, Jeugdwet, Zorgverzekerswet, Wet Langdurige Zorg en de Participatiewet Doorstroom Jeugdwet naar Zorgverzekeringswet (Zvw) Als een Jeugdige Zvw-zorg krijgt, bestaat er geen recht op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Indien de behandeling van een Jeugdige nog niet afgesloten kan worden en continuering daarvan ná het 18e jaar noodzakelijk is vanuit de Zvw, zorgt Zorgaanbieder er in samenspraak met de Jeugdige voor dat er tijdig een verwijzing van de huisarts is. Daarnaast begeleidt Zorgaanbieder de Jeugdige bij het tijdig aanvragen van een zorgverzekering. Doorstroom Jeugdwet naar Wet Langdurige Zorg (Wlz) Jeugdigen met een blijvende beperking worden vaak in eerste instantie van hulp en begeleiding voorzien vanuit de jeugdhulp. Voor Jeugdigen tot 18 jaar is de Wlz van toepassing op de meeste kwetsbare Jeugdigen met 'een blijvende behoefte' aan 'permanent toezicht' of '24 uur per dag zorg in de nabijheid'. Het gaat dan om zorg vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, een zintuiglijke beperking of meervoudige beperkingen. Bij Jeugdigen met een perspectief of vermoeden van een Wlz traject (in de toekomst) is het van belang om op een zo vroeg mogelijk moment na te gaan of voortzetting van de hulp in het kader van de Wlz is aangewezen. Bovenstaande verplicht Zorgaanbieders die met deze Jeugdigen werken tot een zorgvuldige diagnose, een zorgvuldige opbouw van het dossier en begeleiding bij de aanvraag Wlz bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Als een Jeugdige dus recht heeft op Wlz-zorg, bestaat geen recht op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Dit geldt ook wanneer er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de Jeugdige een indicatie voor Wlz-zorg zou kunnen krijgen, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van dit indicatiebesluit. In dat geval meldt de Zorgaanbieder deze weigering bij de desbetreffende Gemeente. Uitzondering hierop is als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problemen van de Jeugdige. In dat geval kan het zijn dat de Jeugdige zowel op grond van de Wlz als op grond van de Jeugdwet een soortgelijke voorziening kan krijgen. De jeugdhulpvoorziening op grond van de Jeugdwet gaat dan voor. Afstemming Wmo 2015, de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) Er wordt geen maatwerkvoorziening vanuit de Wmo 2015 verstrekt voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat. Dit betekent: Wlz Bij een verdere achteruitgang van de Cliënt met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem wordt indien noodzakelijk tijdig een Wlz-indicatie aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) door de Cliëntzelf of diens vertegenwoordiger met begeleiding van de aanvraag Wlz door Zorgaanbieder. Na de toekenning van de Wlz-indicatie vervalt de Wmo-indicatie, behoudens de door de wetgever benoemde uitzonderingssituaties. De Zorgaanbieder heeft de verplichting de desbetreffende Gemeente onverwijld te informeren over de toegekende Wlz-indicatie. De Wmo 2015 bepaalt dat de Gemeente een maatwerkvoorziening kan weigeren indien er redenen zijn om aan te nemen dat de Cliënt op de Wlz aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande. In dat geval meldt de Zorgaanbieder deze weigering bij de desbetreffende Gemeente. Zvw Als de Zvw toegang biedt voor zorg die al vanuit de Wmo 2015 geleverd wordt, dan moet de Zorgaanbieder in die gevallen actie ondernemen om Zvw-indicatie te verkrijgen, de Wmo-indicatie op dit onderdeel te stoppen en hiertoe contact op te nemen met de Gemeente. Overig Tenslotte kan het voorkomen dat een Cliënt niet alleen ondersteuning krijgt vanuit de Wmo 2015, maar ook uit de aanpalende wetten, waarin bijvoorbeeld leerlingenvervoer en jeugdzorg is geregeld. Waar die zorg geleverd wordt door andere zorgZorgaanbieder(
  5. s)dient Zorgaanbieder de dienstverlening af te stemmen met deze betrokken zorgZorgaanbieder(s). Samenloop Wmo 2015 en Participatiewet De Participatiewet kan voor veel Cliënten mogelijkheden bieden in de verdere verbetering van de levenssituatie van de cliënt. De Zorgaanbieder denkt actief mee in de mogelijkheden die de Participatiewet in deze kan bieden voor de Cliënten ondersteunt de Cliëntbij de toeleiding naar (aangepast) werk. 24 Privacy en informatie uitwisseling 24.1 De Zorgaanbieder is verplicht zich te houden aan privacy wet en regelgeving (Wmo, Jeugdwet en Wet Bescherming Persoonsgegevens). Dit geldt ook voor de samenwerking met de Gemeentelijke Toegangs. Daar waar mogelijk en noodzakelijk willen we dat de Zorgaanbieder goede afspraken maakt over de uitwisseling van informatie in het belang van de cliënt. De Zorgaanbieder geeft zich er rekenschap van dat de Europese verordening (Algemene Verordening Gegevensbescherming) is aangenomen, die direct werking heeft. Alle organisaties in publieke en private sector moeten uiterlijk 25 mei 2018 aan deze nieuwe wetgeving voldoen. 24.2 Gemeente vindt het belangrijk dat uitwisseling van persoonsgegevens goed beveiligd plaatsvindt, onder andere door middel van beveiligd e-mailverkeer. Gemeente sluit daartoe de Gemeentelijke Toegangspoort aan op Zorgmail. Zorgaanbieder heeft de keuze van ditzelfde instrument gebruik te maken, of de beveiligde berichtenuitwisselingsomgeving van de Regio te gebruiken of op niet- elektronische wijze te communiceren. Ontwikkelingen op het vlak van beveiligde gegevensuitwisselingen staan niet stil. Gemeente zal tijdig communiceren wat de volgende stappen zijn. PRESTATIE-EISEN 25 Cliëntondersteuning Elke Cliënt heeft recht op een onafhankelijke cliëntondersteuning. Zorgaanbieder informeert de Cliënt hierover en beperkt zich tot betrokkenheid bij de Cliënt op basis van de ondersteunings- en/of zorgbehoefte van desbetreffende cliënt. 26 Cliënt centraal 26.1 De regie op de hulpverlening ligt bij de cliënt, al dan niet samen met familieleden, buren of vrienden uit het eigen netwerk. Zorgaanbieder sluit aan bij de regiemogelijkheden die de Cliënten zijn sociaal netwerk hebben. 26.2 Zorgaanbieder betrekt de Cliënt bij beslissingen en behandelt de Cliënt als een gelijkwaardige gesprekspartner. Praten met de cliënt, en niet over de Cliënten naast de Cliëntstaan, en niet er tegenover staan, zijn de uitgangspunten. 26.3 Zorgaanbieder stemt de inzet van ondersteuning af op de agenda van de Cliënten/of zijn verzorgers/mantelzorgers. 26.4 Bij iedere situatie/aanvraag/casus waarbij er signalen, dan wel vermoedens zijn van een mogelijk onveilige situatie voor Jeugdige en/of volwassene wordt een veiligheidsinschatting gedaan en zo nodig wordt er een veiligheidsplan opgezet en uitgevoerd. Een veiligheidsinschatting omvat een beoordeling- en risicotaxatie van de veiligheid van de Jeugdige en/of volwassene. Het dient als een signaleringsmiddel voor onveilige situaties en als kapstok voor een open gesprek over een lastig thema. Risicofactoren die kunnen worden benoemd en ingeschat zijn bijvoorbeeld (echt)scheiding, ziekte, werkloosheid, huiselijk geweld, seksueel grensoverschrijdend gedrag, huisvesting en sociaal isolement. Op basis van een veiligheidsinschatting moet worden bepaald welke inzet en/of afspraken nodig zijn om de risico’s te minimaliseren en de veiligheid te verhogen. Gestandaardiseerde risicotaxatie instrumenten die bijvo

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.