In het kort
Deze verordening regelt de indeling van Amsterdam in stadsdelen en de inrichting en werking van de dagelijkse besturen van deze stadsdelen. Het beschrijft de taken, bevoegdheden en de verhouding van deze besturen tot het college, de burgemeester, de gemeenteraad en de stadsdeelcommissies.
Wat het reguleert
- De geografische indeling van Amsterdam in stadsdelen en gebieden.
- De samenstelling en benoeming van de dagelijkse besturen in elk stadsdeel.
- De taken en bevoegdheden van de dagelijkse besturen en hun voorzitters.
- De procedures voor advies, informatie-uitwisseling en toezicht tussen de stadsdeelbesturen en het centrale stadsbestuur.
Wie het betreft
- De gemeente Amsterdam en haar stadsdelen.
- Leden van de dagelijkse besturen van de stadsdelen, de voorzitter, de bestuurssecretaris, het college, de burgemeester, de gemeenteraad en de stadsdeelcommissies.
Kernpunten
- Elk stadsdeel heeft een bestuurscommissie met een dagelijks bestuur van drie leden, benoemd en ontslagen door het college.
- Leden van het dagelijks bestuur leggen een eed of belofte af en er gelden regels voor onverenigbare betrekkingen en nevenfuncties.
- Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de dagelijkse bestuur- en beheerstaken in het stadsdeel en voert taken en bevoegdheden uit die het college heeft opgedragen.
- Het college en de burgemeester betrekken het dagelijks bestuur bij de voorbereiding van stedelijke kaders en vragen advies, met een adviestermijn van minimaal vier weken.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.