In het kort
Deze beleidsregels beschrijven de verschillende manieren waarop gemeenten ondersteuning kunnen bieden aan mensen die hulp nodig hebben, met een focus op voorzieningen in natura, persoonsgebonden budgetten en financiële tegemoetkomingen. Ze leggen uit hoe deze opties werken en wanneer welke vorm van ondersteuning van toepassing is.
Wat het reguleert
- De verschillende manieren waarop individuele voorzieningen verstrekt kunnen worden.
- De voorwaarden voor het ontvangen van een persoonsgebonden budget (PGB).
- Het onderscheid tussen een persoonsgebonden budget, een financiële tegemoetkoming en een forfaitaire financiële tegemoetkoming.
- De omvang en berekening van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden en andere voorzieningen.
Wie het betreft
- Personen die aanspraak hebben op een individuele voorziening via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
- Eigenaren van woonruimtes die een bouwkundige of woontechnische ingreep nodig hebben.
Kernpunten
- Er zijn drie vormen van verstrekking: voorziening in natura, persoonsgebonden budget (PGB) en financiële tegemoetkoming.
- Een PGB kan geweigerd worden als er een ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben met het omgaan met het budget, of als hulp bij het huishouden maximaal 3 maanden noodzakelijk is.
- Het PGB voor hulp bij het huishouden wordt uitgedrukt in uren per week en het uurtarief moet ten minste het minimumloon bedragen.
- Voor bepaalde eenvoudige aanpassingen van niet-bouwkundige en niet-woontechnische aard gelden vaste bedragen, zoals €263 voor een verhoogde toiletpot 6+ en €54 voor een handgreep van 300mm.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.