← Nederland

Algemene regels voor het watersysteem en de wegen 2014 (Waterschap Hollandse Delta)

In het kort

Deze wet stelt algemene regels vast voor activiteiten die invloed kunnen hebben op waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, grondwater en wegen binnen het gebied van Waterschap Hollandse Delta, om de administratieve lasten te verminderen. Het doel is om bepaalde, minder risicovolle activiteiten vrij te stellen van een vergunningsplicht, mits aan specifieke voorwaarden wordt voldaan en deze vaak gemeld worden.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Algemene regels voor het watersysteem en de wegen 2014Algemene regels voor het watersysteem en de wegen 2014 Algemene regels op grond van de keur 2014 voor waterschap Hollandse Delta 1. Inleiding Inhoudsopgave Inleiding Algemene regels waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, grondwater en wegen WW 1. Verwijderen objecten WW 2. Bodemonderzoek WW 3. Kabels en leidingen WW 4. Gras en eenjarige gewassen Algemene regels waterkeringen WK 1. Beplanting WK 2. Hekwerken, schuttingen en afrasteringen WK 3. Tijdelijke en eenvoudig demontabele objecten WK 4. Onderhoud aan wegbermen en het plaatsen van verkeersborden WK 5. Erfverharding Algemene regels oppervlaktewaterlichamen WT 1. Steigers en vlonders WT 2. Bruggen WT 3. Beschoeiing WT 4. Damwanden WT 5. Versnelde afvoer via nieuw verhard oppervlak WT 6. Anti-worteldoek WT 7. Dam met duiker WT 8. Dempen WT 9. Graven WT 10. Bomen WT 11. Natuurvriendelijke oever WT 12. Afrasteringen WT 13. Lozen en onttrekken via een voorziening Algemene regels wegen WE 1. Evenementen op wegen WE 2. Veekerende afrastering WE 3. Uitweg Algemene regels grondwater GW 1. Onttrekking voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering GW 2. Onttrekking voor brandblusvoorziening GW 3. Onttrekking voor grondwatersanering GW 4. Onttrekking voor beregening, bevloeiing en veedrenking GW 5. Onttrekking voor overige doeleinden Bijlagen Kaart 1. Oppervlaktewaterlichamen uitgesloten van WT 2. Bruggen Kaart 2. Gebiedsindeling onttrekkingen grondwater Principetekening 1. Steigers en vlonders Principetekening 2. Bruggen Principetekening 3. Beschoeiing Principetekening 4. Damwanden Principetekening 5. Dam met duiker Principetekening 6. Natuurvriendelijke oever Principetekening 7. Permanente lozings- of onttrekkingsvoorziening Principetekening 8. Drainageleidingen Inleiding In principe zijn alle handelingen, werken, activiteiten en gedragingen, die op de één of andere manier van invloed (kunnen) zijn op waterstaatwerken, verboden volgens de keur van Hollandse Delta 2014. Voor specifieke activiteiten kan een (water)vergunning worden verleend. In de beleidsregels is voor veel activiteiten beschreven of en onder welke voorwaarden vergunningen kunnen worden verleend. Een vergunningaanvraag doorloopt een wettelijke procedure, welke doorgaans een aantal weken in beslag neemt. De ervaring leert dat bepaalde, regelmatig voorkomende, activiteiten in, of in de directe omgeving van waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen en wegen, weinig invloed hebben op de staat van deze beheersobjecten van het waterschap. Voor deze weinig risicovolle en regelmatig voorkomende activiteiten heeft het waterschap de afweging gemaakt dat ze niet langer vergunningplichtig zijn, indien voldaan wordt aan de gestelde criteria en voorwaarden. Hierdoor worden de administratieve lasten voor zowel het waterschap als voor burgers en bedrijven verminderd. Door het stellen van algemene regels zijn de betreffende activiteiten vrijgesteld van de vergunningplicht. Wel dienen ze in de meeste gevallen aan het waterschap te worden gemeld. Aan het behandelen van een melding zijn geen legeskosten verbonden. Indien bij een melding blijkt dat wordt afgeweken van de in de algemene regels gestelde criteria en voorwaarden, dienen de activiteiten te worden aangepast om alsnog conform de algemene regels te worden uitgevoerd, of dient een vergunningaanvraag te worden ingediend. Wanneer sprake is van een werk waarbij zowel vergunningplichtige als meldingplichtige activiteiten worden uitgevoerd, kan voor alle activiteiten gezamenlijk een vergunningaanvraag worden ingediend. Het is voor veel activiteiten denkbaar dat daarmee belangen van derden (bijvoorbeeld aangrenzende eigenaren) zijn gemoeid. Een melding op grond van een algemene regel geeft niet het recht om activiteiten uit te voeren op eigendomsgrenzen met derden of op eigendommen van derden. Degene die gebruik maakt van een algemene regel dient in dat geval voor een eventuele toestemming of machtiging van derden te zorgen. ALGEMENE REGELS WATERKERINGEN, OPPERVLAKTEWATERLICHAMEN, GRONDWATER EN WEGEN WW 1. Verwijderen objecten WW 2. Bodemonderzoek WW 3. Kabels en leidingen WW 4. Gras en eenjarige gewassen WW 1. Verwijderen objecten Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, en/of artikel 4.3, lid c, van de keur, voor het verwijderen van objecten in, op, boven, over, onder of naast een weg, wegberm, waterstaatswerk en/of bijbehorende beschermingszone, voor zover het: een object in een oppervlaktewaterlichaam en/of bijbehorende beschermingszone betreft dat: 1. gelegen is op en/of aansluit op percelen waarvan initiatiefnemer rechthebbende is; 2. geen onderdeel uitmaakt van een onderhoudsroute; 3. geen peilscheidend, waterkerend of peilregulerende functie heeft; 4. niet gelegen is in een aangewezen vaarweg; een object in een waterkering en/of bijbehorende beschermingszone betreft dat: 5. gelegen is op en/of aansluit op percelen waarvan initiatiefnemer rechthebbende is; 6. niet gelegen is in duin- en/of strandgebied; 7. geen onderdeel uitmaakt van een onderhoudsroute; 8. geen (gedeeltelijke) grond- of waterkerende functie heeft; 9. in geval van een kabel en/of leiding niet dieper ligt dan 1,20 m beneden maaiveld; 10. een oppervlak heeft van maximaal 10 m2 in/op de waterkering; 11. in de waterkering niet dieper dan 0,60 m beneden maaiveld is gefundeerd; 12. in de beschermingszone niet dieper dan 1,00 m beneden maaiveld is gefundeerd; een object in een weg of wegberm betreft dat: 13. gelegen is op en/of aansluit op percelen waarvan initiatiefnemer rechthebbende is; 14. niet gelegen is onder een 45-graden lijn gemeten vanuit de zijkant wegverharding; 15. geen (gedeeltelijke) grond- of waterkerende functie heeft; 16. geen noodzakelijke verkeersfunctie vervult; 17. geen onderdeel uitmaakt van de constructie van de weg; 18. geen onderdeel uitmaakt van een onderhoudsroute; 19. waarvoor de wegverharding niet hoeft te worden opgebroken; een kabel/leiding onder een weg gelegen op een waterkering betreft die; 20. gelegen is op en/of aansluit op percelen waarvan initiatiefnemer rechthebbende is; 21. niet gelegen is in duin- en/of strandgebied; 22. niet dieper dan 1,20 m onder maaiveld is gelegen; 23. de weg haaks kruist. Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: voor zover het een oppervlaktewaterlichaam betreft: 1. verwijdert het object volledig uit het oppervlaktewaterlichaam en/of beschermingszone, inclusief bijbehorende werken; 2. draagt er zorg voor dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren. 3. brengt het oppervlaktewaterlichaam na verwijdering van het object terug op de afmetingen conform het naastgelegen profiel; 4. verlegt eventuele vrijkomende kabels en leidingen conform de algemene regel ‘WW 3. Kabels en leidingen’; 5. beschermt taluds op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; 6. damt het oppervlaktewaterlichaam, indien nodig, niet eerder af dan na overleg met de toezichthouder van het waterschap; 7. verwijdert bestaande kabels en/of leidingen die uit gebruik zijn of worden genomen volledig; voor zover het een waterkering betreft: 8. verwijdert het object uit de primaire waterkering niet in periode 1 oktober tot 1 april; 9. verwijdert het object in open ontgraving; 10. voert de activiteiten aaneengesloten uit en houdt de uitvoeringsduur zo kort mogelijk; 11. dicht zowel voor het einde van de dagelijkse werktijd als na de voltooiing van het werk de ontgraving op de waterkering met de uitkomende grond tot een proctordichtheid van 98%; 12. hindert bij het verwijderen van het object de afwatering van de waterkering en het omliggende terrein niet; 13. verwijdert het object volledig uit de waterkering en/of beschermingszone, inclusief bijbehorende werken; 14. verwijdert funderingspalen van bouwwerken tot 1,00 m onder maaiveld; 15. herstelt na verwijdering van het object direct het maaiveld of dijktalud waarbij een minimale kleilaag van 1,00 m blijft gehandhaafd of wordt aangebracht. De aangebrachte klei moet erosiebestendigheid categorie 1 of 2 hebben; 16. vergraaft niet meer grond dan nodig is; 17. verwijdert bij het rooien van beplanting de boomstronken en wortels uit de bodem tot een maximale diepte van 1,00 m onder maaiveld; 18. voert gerooide bomen, takken, wortels en andere boom- en/of struikresten af; 19. sluit het te herstellen talud aan overeenkomend aan de aangrenzende taluds; 20. zaait de bodem, direct nadat deze is aangevuld, als volgt in: Type graszaadmengsel Inzaai (kg/

  1. ha)Doorzaai (kg/
  2. ha)Beweid D1 100-150 50-75 Niet beweid D2 100-150 50-75 21. treft, wanneer op 1 oktober op de waterkering en haar bijbehorende beschermingszones geen grasmat aanwezig is, of de grasmat zich naar het oordeel van het waterschap in slechte staat bevindt, op aanzegging van het waterschap, alle maatregelen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen; voor zover het een weg of wegberm betreft: 22. verwijdert het object volledig uit de wegberm, met uitzondering van boomwortels onder de weg; 23. verricht niet meer grondroeringen dan noodzakelijk voor de verwijdering; 24. voorkomt beschadigingen of verzakkingen van de weg; 25. herstelt de wegberm, dicht eventuele ontgravingen tot maaiveld en werkt het oppervlak af zoals het naastgelegen profiel; 26. slaat uit te graven grond niet binnen 1,00 m uit de kant verharding op; 27. draagt er zorg voor dat uitvoering van de activiteiten geen gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid en dat het verkeer zo min mogelijk hinder van de werkzaamheden heeft; 28. en voor zover het een kabel/leiding betreft: a. verwijdert de kabel/leiding volledig uit de weg; b. zaagt een sleuf voor een wegkruising in asfalt te allen tijde op klinkermaat; c. herstelt wegverhardingen conform de ‘Regeling Herstel wegopbrekingen’. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van het te verwijderen object (inclusief fundering), ten opzichte van het waterstaatswerk en/of de weg, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Op grond van artikel 4.3, derde lid, van de keur is het verboden zonder vergunning van het bestuur enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in, of onder de weg. Op grond van artikel 4.8 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Beplanting: Bomen, struiken en lage beplanting, uitgezonderd gras. Risico’s Het verwijderen van een object uit een oppervlaktewaterlichaam heeft een positief effect op de waterhuishouding, met name omdat daardoor de doorstroming van het water verbetert. Het verwijderen van een object van een waterkering is positief voor de stabiliteit en het onderhoud van de waterkering. Het belang van het waterschap bij het verwijderen van een object is er in gelegen dat ingravingen tot een minimum worden beperkt en het oppervlaktewaterlichaam, weg en/of de waterkering in goede staat wordt hersteld. De risico’s bij het verwijderen van een object zijn zo gering dat kan worden volstaan met een algemene regel. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WW 2. Bodemonderzoek Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, en/of artikel 4.3 van de keur, voor het uitvoeren van bodemonderzoek voor zover: 1. het handmatig en/of mechanisch onderzoek binnen het waterstaatswerk, bijbehorende beschermingszone en/of in de wegberm, bestaat uit: a. sonderingen; b. handboringen met een maximale diameter van 0,15 m; c. aanbrengen van peilbuizen; 2. het handmatige en mechanisch onderzoek in de waterkering en beschermingszone buitendijks niet plaatsvindt in de periode tussen 1 oktober en 1 april; 3. peilbuizen niet dieper reiken dan 1,00 m onder de gemiddelde laagste freatische grondwaterstand; 4. het onderzoek niet plaatsvindt in duin- en/of strandgebied; Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. voert afzonderlijke sonderingen of boringen uit op tenminste 10,00 m afstand van elkaar; 2. verwijdert niet meer in gebruik zijnde peilbuizen; 3. dicht gaten die zijn ontstaan door de werkzaamheden afdoende met zwelklei of bentoniet, 4. werkt peilbuizen af op maaiveldniveau met een straatpot, of markeert en beschermd peilbuizen op zodanige wijze dat deze duidelijk zichtbaar zijn en dat beschadiging tijdens onderhoudswerkzaamheden uitgesloten zijn; 5. steekt voorafgaand aan de werkzaamheden de graszoden uit en plaatst deze na uitvoering van de werkzaamheden terug; 6. brengt peilbuizen in de waterkering en bijbehorende beschermingszone handmatig aan zonder gebruik van een spuitlans; 7. brengt het werkterrein direct na de voltooiing van de activiteiten in een nette staat en in gelijke gesteldheid terug; 8. treft, wanneer op 1 oktober op de waterkering en haar bijbehorende beschermingszones geen grasmat aanwezig is, of de grasmat zich naar het oordeel van het waterschap in slechte staat bevindt, op aanzegging van het waterschap, alle maatregelen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, diepte van de peilbuizen t.o.v. de gemiddelde laagste freatische grondwaterstand, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Op grond van artikel 4.3, derde lid, van de keur is het verboden zonder vergunning van het bestuur enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in, of onder de weg. Op grond van artikel 4.8 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Bodemonderzoek: Een onderzoek ter bepaling van de inhoud, kwaliteit of gesteldheid van de bodem. Risico’s Voor grondonderzoek worden vaak grondboringen en sonderingen uitgevoerd en peilbuizen aangebracht binnen waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, de bijbehorende beschermingszones of de wegberm. Deze activiteiten hebben een zeer gering effect op de staat van een waterkering, oppervlaktewaterlichaam of wegberm doordat de grondroeringen zijn gelimiteerd in de toegestane onderlinge afstand, manier van uitvoeren en diepte. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WW 3. Kabels en leidingen Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, en/of artikel 4.3 van de keur, voor het aanleggen en behouden van kabels en leidingen, voor zover het: een kabel en/of leiding in en nabij een oppervlaktewaterlichaam en/of beschermingszone betreft die: 1. in een sleuf parallel aan het oppervlaktewaterlichaam in de beschermingszone op 0,50 m vanaf de insteek wordt gelegd, en/of 2. een oppervlaktewaterlichaam, brug en/of duiker kruist en daarbij minimaal 1,50 m bij hoofdwatergangen en minimaal 1,00 m bij alle andere oppervlaktewaterlichamen onder de vaste bodem en taluds wordt gelegd, en/of 3. een duiker onderlangs of bovenlangs kruist; een kabel in de waterkering en/of beschermingszone betreft die: 4. in open ontgraving wordt gelegd, en/of 5. in een mantelbuis mag worden gelegd zover wordt voldaan aan het volgende: a. de mantelbuis is gelegen of wordt gelegd ter plaatse van zijwegen en/of dijkafritten met een gesloten verharding, en b. de mantelbuis alleen parallel aan de waterkering en buiten het leggerprofiel wordt aangebracht, en c. de mantelbuis wordt aangebracht via open ontgraving of via een persing; 6. geen in de waterkering aanwezige waterstaatskundige kunstwerken kruist; 7. niet in duin- en/of strandgebied wordt gelegd; 8. een waterkering haaks kruist waarbij de onderkant van de kabel boven maatgevend hoogwater en onder de kleilaag wordt aangebracht; 9. in parallelligging in de wegberm van de binnenkruin en/of de beschermingszone, maar niet in het dijktalud wordt gelegd; 10. ten behoeve van een individuele eindgebruiker functioneert; 11. een maximale tracélengte heeft van 200 m; 12. een maximale capaciteit heeft van 3x80 A; een drukleiding in de waterkering en/of beschermingszone betreft die: 13. in open ontgraving wordt gelegd, en/of 14. in een mantelbuis mag worden gelegd zover wordt voldaan aan het volgende: a. de mantelbuis is gelegen of wordt gelegd ter plaatse van zijwegen en/of dijkafritten met een gesloten verharding, en b. de mantelbuis alleen parallel aan de waterkering en buiten het leggerprofiel wordt aangebracht, en c. de mantelbuis wordt aangebracht via open ontgraving of via een persing; 15. geen in de waterkering aanwezige waterstaatskundige kunstwerken kruist; 16. niet in duin- en/of strandgebied wordt gelegd; 17. een waterkering haaks kruist waarbij de onderkant van de leiding boven maatgevend hoogwater en onder de kleilaag wordt aangebracht; 18. in parallelligging onder de kleilaag en in de wegberm van de binnenkruin en/of de beschermingszone, maar niet in het dijktalud wordt gelegd; 19. een maximale buitendiameter heeft van 110 mm; 20. een maximale druk heeft van 3,50 bar voor drinkwater; 21. een maximale druk heeft van 0,20 bar voor gas; 22. ten behoeve van een individuele eindgebruiker functioneert; 23. een maximale tracélengte heeft van 200 m; een vrijvervalriolering in de waterkering en/of beschermingszone betreft die: 24. in open ontgraving wordt gelegd; 25. niet in duin- en/of strandgebied wordt gelegd; 26. ten behoeve van een individuele eindgebruiker functioneert; 27. een maximale tracélengte heeft van 200 m; 28. geen in de waterkering aanwezige waterstaatskundige kunstwerken kruist; 29. een waterkering haaks kruist waarbij de onderkant van de rioolleiding boven maatgevend hoogwater en onder de kleilaag wordt aangebracht; 30. in parallelligging in de wegberm van de binnenkruin en/of de beschermingszone, maar niet in het dijktalud wordt gelegd; 31. een maximale binnendiameter heeft van 315 mm; een kabel en/of leiding in en/of nabij een weg betreft die: 32. in parallelligging op een afstand van de wegverharding wordt gelegd die tenminste gelijk is aan de diepte waarop de kabel en/of leiding wordt gelegd; 33. een weg welke niet is gelegen op een waterkering, haaks kruist door middel van een sleufloze techniek, waarbij de kabel en/of leiding minimaal 1,25 m onder het wegdek wordt aangebracht; 34. een weg welke is gelegen op een waterkering, haaks kruist door middel van een open ontgraving, waarbij de kabel en/of leiding boven maatgevend hoogwater en onder de kleilaag wordt aangebracht. Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: in het algemeen: 1. ontwerpt, legt aan, en beheert de leiding conform de geldende NEN-normen; 2. voert de kabel en/of leidingwerkzaamheden uit zonder onderbreking waarbij alle aanwijzingen door of namens het waterschap onmiddellijk worden opgevolgd; 3. zorgt ervoor dat na voltooiing van de uitvoering van de werkzaamheden dat alle achtergebleven materialen, bagger, losse grond, gereedschappen, werktuigen en/of tijdelijke voorzienin­gen zijn verwijderd; 4. legt een nieuwe kabel en/of leiding die wordt gelegd op een bestaand tracé, zoveel mogelijk in de sleuf van de oude/bestaande kabel en/of leiding; 5. mag ter bepaling van de exacte ligging van bestaande kabels en/of leidingen een proefsleuf graven met maximale afmetingen van 0,50 m breed, 2,00 m lang en 1,20 m diep; 6. ontgraaft laagsgewijs waarbij verschillende grondsoorten gescheiden worden; 7. dicht alle ontgravingen met de uitkomende grond, zo nodig aangevuld met gelijkwaardige grond, die in lagen van maximaal 0,20 m mechanisch vast moet worden aangedrukt. De grond moet ter plaatse zoveel mogelijk dezelfde samenstelling, opbouw en draagkracht verkrijgen als voor aanvang van het graafwerk het geval was; 8. brengt de oorspronkelijke afdekking, bezoding, dijktaludverdediging, wegverharding en dergelijke aan op de gedichte sleuf; 9. treft, wanneer op 1 oktober op de waterkering en haar bijbehorende beschermingszones geen grasmat aanwezig is, of de grasmat zich naar het oordeel van het waterschap in slechte staat bevindt, op aanzegging van het waterschap, alle maatregelen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen; 10. is verantwoordelijk voor herstelwerkzaamheden tot één jaar na uitvoering van de werkzaamheden; 11. verwijdert en voert bestaande kabels en/of leidingen die buiten gebruik worden of zijn gesteld, volledig uit het waterstaatswerk conform algemene regel ´WW 1. Verwijderen objecten´ voor zover de diepteligging van het werk niet groter is dan 1,20 m onder maaiveld of de vaste bodem; voor zover het een oppervlaktewaterlichaam betreft: 12. houdt de afstand tussen de insteek van het oppervlaktewaterlichaam en de ontgraving zo groot mogelijk; 13. werkt het oppervlaktewaterlichaam af conform oorspronkelijk talud en beschermd deze op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; 14. draagt er zorg voor dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren. 15. voert de werkzaamheden in de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam zodanig uit dat de stabiliteit van taluds niet nadelig wordt beïn­vloed; 16. werkt de taluds en waterbodem onder strak profiel af; 17. beschadigt de duikerbuizen niet als de kabel en/of leiding via een dam met duiker een oppervlaktewaterlichaam kruist; voor zover het een waterkering betreft: 18. worden drukleidingen minimaal uitgevoerd in PE100 SDR11; 19. voert werkzaamheden in waterkeringen, bestemd voor het keren van zee- en rivierwater, en bijbehorende beschermingszones niet uit tussen 1 oktober en 1 april. 20. graaft een sleuf niet dieper en breder dan strikt noodzakelijk is, met een maximum van 1,00 m diep en 0,50 m breed; 21. brengt een mantelbuis aan die voldoet aan het volgende: a. lengte bedraagt maximaal 10,00 m; b. geen grotere diameter dan voor het doel noodzakelijk, tot een maximale buitendiameter van 125 mm; c. onder bestaande verhardingen kan de mantelbuis in de gebruiksfase optredende uitwendige belastingen opvangen zonder dat er vervormingen aan de mantelbuis optreden; d. mag via een persing alleen stalen mantelbuizen aanbrengen; e. dicht een mantelbuis waterdicht af; 22. beperkt het aantal lassen in de waterkering tot het absolute minimum; 23. koppelt drukleidingen door middel van spiegellassen of electrolasmoffen; 24. voorziet een drukleiding van afsluiters conform de geldende NEN-normen als de leiding een waterkering kruist, dit om de leiding drukloos te kunnen maken. Deze afsluiters moeten te allen tijde bereikbaar en bedienbaar zijn; 25. laat geen holle ruimtes ontstaan ten gevolge van de ondergrondse werken; voor zover het een weg betreft: 26. ontgraaft en slaat de uit de sleuf afkomstige grond zodanig op dat de boven­laag met een dikte van 0,15 m tot 0,20 m cm niet vermengd wordt met de overige grond; 27. vult een sleuf in de wegberm als volgt aan: a. met het uitgekomen materiaal (in omgekeerde volgorde) in lagen van 0,20 m; b. iedere laag wordt apart verdicht tot een proctordichtheid van 98%; c. als bovenlaag wordt de uitkomende grasmat teruggebracht of de bovenlaag wordt ingezaaid met bermgraszaadmengsel; 28. draagt er zorg voor dat de activiteiten afwatering van het weglichaam over de bermen en/of taluds niet ontoelaatbaar belemmeren; 29. zorgt ervoor dat het verkeer zo min mogelijk hinder van de werkzaamheden ondervindt; 30. past wegafzettingen toe die voldoen aan de CROW-publicatie 96b. 31. zorgt voor een door het waterschap goedgekeurde omleidingsroute indien een weg volledig wordt afgesloten; 32. herstelt de wegverharding conform de ‘Regeling Herstel wegopbrekingen’. Artikel 3 Maatwerk Het waterschap kan met betrekking tot de aanleg van bijbehorende voorzieningen, zoals schakelkasten, afdekplaten en reduceerstations, maatwerkvoorschriften stellen ten aanzien van de locatie, constructie en wijze van uitvoering. Artikel 4 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit ten opzichte van het waterstaatswerk, bestaand en nieuw tracé, type kabel/leiding, materiaalkeuze en toe te passen bijbehorende voorzieningen, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 5 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur, voor handelingen waarvoor algemene regels zijn gesteld, maatwerkvoorschriften stellen. Op grond van artikel 4.3, derde lid, van de keur is het verboden zonder vergunning van het bestuur enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in, of onder de weg. Op grond van artikel 4.8 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: (Druk- of pijp)leidingen: Buis of samenstel van buizen waardoor een stof (vast, vloeibaar of gas) verpompt wordt of stroomt. Kabel: Een geïsoleerde draadvormige elektrische geleider, meestal gemaakt van koper en bedoeld voor het transport van elektrische energie of elektrische signalen. Leidingen met een diameter van maximaal 40 mm die gebruikt worden voor (glasvezel)kabels worden beschouwd als een kabel. Gestuurde boring: Een sleufloze boortechniek waarbij obstakels zoals oppervlaktewaterlichamen diep onder het maaiveld kunnen worden gepasseerd. Insteek: Snijlijn van het bovenwatertalud van het oppervlaktewaterlichaam met het aangrenzende maaiveld. Vaste bodem: Bodem van het oppervlaktewaterlichaam zoals deze is vastgelegd in de legger of, indien deze maatvoering ontbreekt, de werkelijke bodem wanneer deze is ontdaan van slib en/of bagger. Duiker: Buis in gronddam gelegen in een oppervlaktewaterlichaam Profiel: Breedte, diepte en taludhellingen van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger. Risico’s Aan de uitvoering van de werkzaamheden in deze beheersobjecten kunnen risico’s zijn verbonden, welke in het algemeen goed kunnen worden afgewogen in het kader van beoordeling van vergunningsaan­vra­gen. Met het vaststellen van een algemene regel, waarmee een vrijstelling van de vergunningsplicht wordt bereikt, moet er vooral zekerheid bestaan over de omvang van die risico’s. De werkzaamheden in de bovenvermelde beheersobjecten worden veelal uitgevoerd door of namens nutsbedrijven die voorzieningen van algemeen nut en in het algemeen belang aanleggen. In dit verband wordt onder voorzieningen van algemeen nut verstaan, gas-, water, elektriciteits-, telecommunicatie­voorzieningen en riolering. Door deze bedrijven worden in het beheersgebied jaarlijks honderden werken uitgevoerd. Omdat het om vele aanvragen met betrekking tot soortgelijke werken gaat en de risico’s in algemene zin goed kunnen worden beheerd, leent deze activiteit zich voor een Algemene Regel. Aan de in principe aanwezige risico’s van het vergunningsvrij werken wordt voldoende tegemoet gekomen door onderstaande toetsingscriteria en voorwaarden. Oppervlaktewaterlichamen (inclusief vaarwegen) Het te beschermen belang voor het waterschap bij het aanleggen, hebben, houden en onderhouden van kabels en leidingen binnen de kern- en beschermingszone van oppervlaktewaterlichamen betreft voornamelijk de stabiliteit van de oever van het betreffende water. Kabels en leidingen worden veelal geplaatst door middel van een open ontgraving en/of een gestuurde boring. Wanneer deze werkzaamheden te dicht op de insteek van het water worden uitgevoerd, kan dat een negatief effect hebben op de stabiliteit van de oever. Daarnaast moet worden voorkomen dat kabels en leidingen worden beschadigd bij onderhoudswerkzaamheden aan oppervlaktewaterlichamen en/of ten gevolge van scheepvaart op de als vaarweg aangewezen oppervlaktewaterlichamen. Waterkeringen Het te beschermen belang voor het waterschap bij het aanleggen, hebben, houden en onderhouden van kabels en leidingen binnen de kern- en beschermingszone van waterkeringen is de stabiliteit van de waterkering. Indien wordt voldaan aan de criteria en voorwaarden, hebben deze werkzaamheden een gering effect op de staat van een waterkering. Daarom kan de vergunningplicht voor het aanleggen en behouden van deze kabels en leidingen vervangen worden door algemene regels. Wegen Het waterschap heeft veel wegen buiten de bebouwde kom in beheer. Het waterschap is verantwoordelijk voor de veiligheid op deze wegen. Het leggen van kabels en leidingen is een veel voorkomend werk langs of onder de weg, door het stellen van criteria en voorschriften in deze regeling kan het belang van de weg voldoende worden gewaarborgd. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WW 4. Gras en eenjarige gewassen Artikel 1 Criterium Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, en/of artikel 4.3 van de keur, voor het aanbrengen en behouden van gras of eenjarige gewassen langs een weg en/of in de beschermingszone van een waterstaatswerk voor zover het betreffende perceel een agrarische bestemming heeft. Artikel 2 Overgangsrecht Indien voor het uitvoeren van de activiteiten, bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van dit besluit een vergunning krachtens artikel 3.2 van de keur in werking was, worden de voorschriften van die vergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9, derde lid, van de keur. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Op grond van artikel 4.3, derde lid, van de keur is het verboden zonder vergunning van het bestuur enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in, of onder de weg. Op grond van artikel 4.8 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. Risico’s Het aanbrengen en behouden van gras of eenjarige gewassen op agrarische percelen heeft een zeer gering effect op de waterhuishoudkundige, waterstaatkundige en wegenbelangen. Om deze reden is voor het aanbrengen en behouden van deze gewassen langs een weg en/of in de beschermingszone van een waterkering of oppervlaktewaterlichaam geen vergunning op grond van de keur vereist. Ook hoeft geen melding te worden gedaan. Voor deze gewassen geldt dat het waterschap voor jaarlijks onderhoud, de beschermingszone doorgaans gebruikt ofwel vóór dat de gewassen zijn geplant, ofwel nadat deze zijn geoogst. Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht. ALGEMENE REGELS WATERKERINGEN WK 1. Beplanting WK 2. Hekwerken, schuttingen en afrasteringen WK 3. Tijdelijke en eenvoudig demontabele objecten WK 4. Onderhoud aan wegbermen en het plaatsen van verkeersborden WK 5. Erfverharding WK 1. Beplanting Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het plaatsen en behouden van beplanting voor zover deze: 1. in de zonering van een regionale waterkering wordt geplaatst; 2. niet in of nabij een weg en/of oppervlaktewaterlichaam wordt geplaatst; 3. niet in duin- en/of strandgebied wordt geplaatst; 4. in tuinen en parken wordt geplaatst; 5. indien het bomen betreft, op tenminste 3,00 m uit de kruin van de waterkering worden geplaatst. Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. brengt geen voorzieningen aan voor beluchting, drainage of watervoorziening; 2. beperkt ingravingen tot een minimum en dicht deze aan het eind van elke werkdag met het uitgekomen materiaal; 3. Voorkomt dat overhangend hout hinder of gevaarlijke situaties veroorzaakt. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit ten opzichte van de waterkering, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Tuin: Door particulieren aangelegde sierpercelen behorend bij een private woning. Park: Openbaar terrein, beheerd door een gemeente met bomen en paden, waar mensen komen om hun vrije tijd door te brengen. Kruin van de waterkering: Het ‘platte’ vlak tussen de kruinlijnen. Beplanting: Bomen, struiken en lage beplanting, uitgezonderd gras. Voorzieningen voor beluchting, drainage en watertoevoer: Werken ten behoeve van beluchting, drainage en watertoevoer voor de beplanting die in de waterkering worden aangebracht. Hiervan uitgesloten zijn bovengrondse regelbare en afsluitbare irrigatiesystemen. Risico’s Wijzigingen in de inrichting van gronden rondom de woning zijn in principe vergunningplichtig terwijl het afwegingskader van de vergunning niet zal wijzigen. Voor waterkeringen waar bij vergunning is bepaald dat het toelaatbaar is om een openbaar park of particuliere tuin in te richten is het niet effectief wijzigingen in de vergunde situatie steeds weer bij vergunning te reguleren. Voor de stabiliteit van de waterkering is het van belang dat aan deze werkzaamheden voorwaarden worden gesteld om bijvoorbeeld een eventuele ontgrondingskuil door een ontwortelde boom zo klein mogelijk te houden. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap op basis van voorschriften, toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden aan het waterstaatswerk. Om deze reden is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WK 2. Hekwerken, schuttingen en afrasteringen Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het plaatsen en behouden van een hekwerk, schutting en/of afrastering voor zover het: een veekerende afrastering betreft, die: 1. op de waterkering en/of bijbehorende beschermingszone wordt geplaatst; 2. niet in of nabij een weg en/of oppervlaktewaterlichaam wordt geplaatst; 3. niet in duin- en/of strandgebied wordt geplaatst; 4. een maximale hoogte van 1,20 m heeft, maar niet hoger is dan voor het doel toereikend is; 5. met de palen een maximale diepte van 0,60 m onder maaiveld bereikt; een schutting en/of hekwerk betreft, die: 6. op woonpercelen in de beschermingszone van de waterkering wordt geplaatst; 7. niet in of nabij een weg en/of oppervlaktewaterlichaam wordt geplaatst; 8. niet in duin- en/of strandgebied wordt geplaatst; 9. met een maximale hoogte van 1,80 m wordt geplaatst; 10. op palen met een maximale diepte van 0,90 m onder maaiveld wordt geplaatst en/of wordt gefundeerd met poeren met een maximale diepte van 0,60 m onder maaiveld. Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. houdt de constructie in een goede staat van onderhoud; 2. houdt de op en langs de waterkering onderhoudspaden gelegen 4,00 m brede onderhoudspaden toegankelijk voor inspectie en onderhoud door middel van een poort; 3. zorgt ervoor dat eventuele poorten te allen tijde door de toezichthouder te openen zijn; 4. zorgt ervoor dat de draden van een afrastering over onderhoudspaden of onderhoudsstroken, gemakkelijk met de hand verwijderd kunnen worden en zijn voorzien van geïsoleerde handgrepen; 5. slaat en/of drukt de palen van een afrastering in de grond. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit (inclusief fundering), legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Afrastering: Eenvoudige constructie bestaande uit houten palen met draad of gaas ten behoeve van het keren van vee. Schutting: Perceelscheidende constructie bestaande uit overwegend dichte delen. Hekwerk: Perceelscheidende constructie bestaande uit overwegend open delen. Binnenkruin: Virtuele lijn die overgang vormt tussen talud en bovenzijde waterkering, gelegen in de binnendijkse berm. Risico’s Van belang is dat onderhoudspaden langs waterkeringen en oppervlaktewaterlichamen toegankelijk zijn voor inspectie en onderhoud. Middels de gestelde criteria en voorwaarden worden de risico’s voor de waterkering tot een minimum beperkt. De werkzaamheden hebben een zeer gering effect op de staat van een waterkering. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WK 3. Tijdelijke en eenvoudig demontabele objecten Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het plaatsen en behouden van een tijdelijk of eenvoudig demontabel object voor zover: 1. deze niet in of nabij een weg en/of oppervlaktewaterlichaam wordt geplaatst; 2. deze niet in duin- en/of strandgebied wordt geplaatst; 3. een tijdelijk object zonder fundering wordt geplaatst op bestaand maaiveld op de waterkering of in de beschermingszone, met uitzondering van de dijktaluds; 4. een eenvoudig demontabel object in de beschermingszone van een waterkering wordt geplaatst; 5. bij een eenvoudig demontabel object geen grondroeringen plaatsvinden dieper dan 0,30 m onder maaiveld; 6. bij een eenvoudig demontabel object geen gestorte fundering wordt toegepast. Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. graaft het te plaatsen object (met uitzondering van de fundering) niet in; 2. voorkomt verlaging of verhoging van het huidige maaiveld anders dan de natuurlijke achtergrondzettingen ter plaatse; 3. brengt een stellaag aan die qua gewicht niet minder is dan dat van de verwijderde bovenlaag; 4. houdt doorgaande onderhoudsroutes vrij van objecten. 5. treft, wanneer op 1 oktober op de waterkering en haar bijbehorende beschermingszones geen grasmat aanwezig is, of de grasmat zich naar het oordeel van het waterschap in slechte staat bevindt, op aanzegging van het waterschap, alle maatregelen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen. Artikel 3 Melding 1. Degene die een eenvoudig demontabel object plaatst als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit (inclusief eventuele fundering), legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Eenvoudig demontabel object: Een niet-kapitaal intensief object dat wordt geplaatst op een prefab niet-gestorte fundering en dat snel en eenvoudig op handmatige wijze kan worden verwijderd. Voorbeelden zijn een kippenhok, fietsenrek, blokhut-tuinhuisje. Tijdelijk object: Een object dat op bestaand maaiveld wordt geplaatst zonder fundering. Voorbeelden zijn een container, kliko, bloempotten, terrasmeubilair. Risico’s Het plaatsen van tijdelijke objecten op het waterstaatswerk of de bijbehorende beschermingszone betreft vanuit waterstaatkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk waaraan weinig waterhuishoudkundige risico’s zijn verbonden. Aan realiseren van eenvoudig demontabele objecten in de beschermingszone van de waterkering zijn ook weinig risico’s verbonden. Omdat deze objecten verplaatsbaar of eenvoudig demontabel zijn, kunnen deze worden verwijderd of verplaatst indien dit noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van groot onderhoud of dijkverbetering. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WK 4. Onderhoud aan wegbermen en het plaatsen van verkeersborden Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het uitvoeren van onderhoud aan wegbermen en het plaatsen van verkeersborden in de wegberm op/in een waterkering en/of beschermingszone, voor zover: 1. deze activiteiten niet in of nabij een oppervlaktewaterlichaam worden uitgevoerd; 2. deze activiteiten niet in duin- en/of strandgebied worden uitgevoerd; 3. het roven en aanvullen betreft van een berm langs een weg, en/of 4. het plaatsen van verkeersborden betreft die nodig zijn ten behoeve van de verkeersveiligheid, en 5. de verkeersborden niet in het dijktalud worden geplaatst. Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. voert alle materialen die vrijkomen bij de werkzaamheden af; 2. gebruikt het dijktalud niet als opslagplaats voor materiaal of materieel; 3. voorziet palen van verkeersborden niet van een betonnen voet; 4. slaat of drukt de palen in de grond tot een maximale diepte van 0,90 m; 5. vult de wegberm aan met uit de werkzaamheden voortgekomen grond; 6. zaait de aangevulde grond als volgt in met een graszaadmengsel: Type graszaadmengsel Inzaai (kg/
  3. ha)Doorzaai (kg/
  4. ha)Beweid D1 100-150 50-75 Niet beweid D2 100-150 50-75 7. treft, wanneer op 1 oktober op de waterkering en haar bijbehorende beschermingszones geen grasmat aanwezig is, of de grasmat zich naar het oordeel van het waterschap in slechte staat bevindt, op aanzegging van het waterschap, alle maatregelen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Verkeersborden: Borden die voldoen aan bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Roven van een berm: Verwijderen van de bovenlaag van de wegberm ter verbetering van de afwatering van de weg. Risico’s Op veel waterkeringen zijn wegen aanwezig waaraan kleinschalig onderhoud moet worden gepleegd (het roven en aanvullen van bermen). Daarnaast is voor de verkeersveiligheid het plaatsen van verkeersborden noodzakelijk. De impact van deze werken op de waterkering zijn kleinschalig en de relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. De algemene regel is van toepassing op de wegen waar het waterschap zelf geen wegbeheerder is, op basis van de keur geldt geen vergunningplicht voor het waterschap. De algemene regel is hiermee bedoeld voor overige wegbeheerders zoals gemeenten. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WK 5. Erfverharding Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen en het behouden van gesloten erfverharding in de beschermingszone van een waterkering voor zover: 1. deze niet nabij een weg en/of oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd; 2. deze niet in duin- en/of strandgebied wordt aangelegd; 3. deze niet op het dijktalud wordt aangelegd; 4. deze wordt aangelegd op percelen met een woonbestemming; 5. niet meer dan 500 m2 oppervlak aan verharding wordt aangelegd. Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. ontgraaft voor de aanleg van de verharding en bijbehorende stellaag niet dieper aan dan 0,30 m onder bestaand maaiveld; 2. behoudt onder de verharding en de stellaag, een kleilaag van tenminste 1,00 m dik; 3. legt de verharding zodanig aan dat de afstroming van het hemelwater niet richting de waterkering gaat, dat de afwatering van de waterkering niet wordt gehinderd wordt en dat geen vernatting optreedt ter plaatse van de teen van de waterkering; 4. zaait de aangevulde grond als volgt in met een graszaadmengsel: Type graszaadmengsel Inzaai (kg/
  5. ha)Doorzaai (kg/
  6. ha)Beweid D1 100-150 50-75 Niet beweid D2 100-150 50-75 5. treft, wanneer op 1 oktober op de waterkering en haar bijbehorende beschermingszones geen grasmat aanwezig is, of de grasmat zich naar het oordeel van het waterschap in slechte staat bevindt, op aanzegging van het waterschap, alle maatregelen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Gesloten verharding: Dit betreft asfaltverharding, straatklinkers, sierbestrating als tegels. Deze algemene regel geldt niet voor halfverhardingen zoals grind. Teen van de waterkering: De lijn of het knikpunt, waar het hellende vlak van de waterkering en maaiveld elkaar snijden of geacht worden elkaar te snijden. Risico’s De waterkering moet te allen tijde zijn voorzien van een erosiebestendige deklaag. De meeste verhardingen op particuliere percelen zijn dit echter niet. Door de aanleg van verhardingen te beperken tot de beschermingszone van de waterkering is het risico op verzwakte dijkbekleiding uitgesloten. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. ALGEMENE REGELS OPPERVLAKTEWATERLICHAMEN WT 1. Steigers en vlonders WT 2. Bruggen WT 3. Beschoeiing WT 4. Damwanden WT 5. Versnelde afvoer via nieuw verhard oppervlak WT 6. Anti-worteldoek WT 7. Dam met duiker WT 8. Dempen WT 9. Graven WT 10. Bomen WT 11. Natuurvriendelijke oever WT 12. Afrasteringen WT 13. Lozen en onttrekken via een voorziening WT 1. Steigers en vlonders Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen en behouden van een steiger en/of vlonder, voor zover: 1. deze niet wordt aangelegd in/nabij een weg, waterkering en/of beschermingszone; 2. deze wordt aangelegd op 2,50 m uit de perceelgrens die haaks staat op een oppervlaktewaterlichaam in beheer en onderhoud bij het waterschap, en op 1,50 m uit de perceelgrens die haaks staat op overige oppervlaktewaterlichamen; 3. deze aansluit op eigendom van de initiatiefnemer of rechthebbende; 4. een steiger niet wordt aangelegd: a. binnen een natuurvriendelijke oever; b. in een oppervlaktewaterlichaam met specifieke natuurdoeleinden; c. in een hoofdwatergang; 5. deze wordt aangelegd en behouden in of aan een oppervlaktewaterlichaam met een minimale waterbreedte van 3,00 m; 6. het oppervlaktewaterlichaam en de steiger voldoen aan de volgende maatvoering: Breedte oppervlakte-waterlichaam Maximale breedte steiger/vlonder (gemeten vanaf de waterlijn) Maximale lengte steiger/vlonder (parallel gemeten aan de insteek) > 3 m 1/10 van de breedte van het oppervlaktewaterlichaam met een maximum van 1,50 m maximaal de helft van de lengte van het perceel met een maximum van 4,00 m Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. hanteert principetekening 1 als uitgangspunt voor de uitvoering. 2. wijzigt de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam niet; 3. draagt er zorg voor dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren. 4. houdt het werk en 1,00 m rondom het werk de een goede staat van onderhoud; 5. brengt taludbescherming aan onder de steiger; 6. plaatst geen bouwwerk op de steiger; 7. legt de onderkant van de steiger en/of vlonder aan op minimaal 0,30 m boven het hoogste gehanteerde peil. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, waaronder locatie van de steiger of vlonder ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam en de perceelgrens, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Peil: In het peilbesluit vastgestelde waterstand. Steiger: Constructie die over een oppervlaktewaterlichaam is geplaatst en is verankerd in het achterliggende perceel. Vlonder: Constructie op het maaiveld grenzend aan het oppervlaktewaterlichaam. Hieronder vallen mede houten vloeren. Natuurvriendelijke oever: Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’. Insteek: Snijlijn van het bovenwatertalud van het oppervlaktewaterlichaam met het aangrenzende maaiveld. Risico’s Het aanleggen en behouden van een steiger, vlonder betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk in of langs een oppervlaktewaterlichaam. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Om rondom de diverse waterstaatswerken doelmatig onderhoud te kunnen uitvoeren, moet voldoende ruimte aanwezig zijn voor het materieel om te kunnen manoeuvreren. Door een minimale afstand waterstaatswerken aan te houden, kan worden gegarandeerd dat de bestaande uitvoeringsmethode voor onderhoud kan worden behouden. Het is van belang dat de ingrepen in het waterstaatswerk goed worden uitgevoerd. Door de risicovolle locaties, zoals gevoelige natuur, uit te sluiten van deze algemene regel kan het aanleggen van steigers en vlonders onder voorwaarden worden toegestaan. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WT 2. Bruggen Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen en behouden van een brug over een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: 1. deze niet wordt aangelegd in/nabij een waterkering en/of beschermingszone; 2. deze niet wordt aangelegd en behouden in oppervlaktewaterlichamen zoals weergegeven op kaart 1 in de bijlage; 3. deze wordt aangelegd op minimaal 10 m van een naastgelegen ondersteunend kunstwerk; 4. de landhoofden en/of pijlers niet in het natte profiel worden geplaatst; 5. deze voldoet aan de volgende maatvoering: Categorie Brughoogte boven hoogst vigerend peil Brugbreedte boven het oppervlaktewater-lichaam 1. Primaire watergang breder dan of gelijk aan 3,50 m op de waterlijn en met tenminste 1,00 m waterdiepte op hoogst vigerend peil Minimaal 1,10 m over tenminste 2,50 m breedte Maximaal 4,00 m 2. Oppervlaktewaterlichamen breder dan 14,00 m op de waterlijn en met tenminste 1,00 m waterdiepte op hoogst vigerend peil Minimaal 1,10 m over tenminste 2,50 m breedte Maximaal 10,00 m 3. Primaire watergang smaller dan 3,50 m op de waterlijn en met minder dan 1,00 m waterdiepte op hoogst vigerend peil Minimaal 0,60 m Maximaal 4,00 m 4. Alle buiten de categorieën 1, 2 en 3 vallende oppervlaktewaterlichamen Minimaal 0,60 m Maximaal 4,00 m Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. tast de stabiliteit van de oevers niet aan met de brughoofden; 2. fundeert de brug zodanig dat wordt voorkomen dat deze meer zakt dan de natuurlijke maaivelddaling; 3. damt het oppervlaktewaterlichaam, indien nodig, niet eerder af dan na overleg met de toezichthouder van het waterschap; 4. beschermt taluds op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking en hanteert principetekening 2 als uitgangspunt voor de uitvoering; 5. herstelt het oppervlaktewaterlichaam zoals het bestaande, naastgelegen profiel; 6. voldoet, indien de brug aansluit op een weg in beheer bij het waterschap, aan de algemene regel ‘WE 3. Uitweg’. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de brug(gen) ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Brug: Werk over een oppervlaktewaterlichaam dat bedoeld is voor de doorgang van een perceel aan de ene kant van het oppervlaktewaterlichaam naar een perceel aan de andere kant van het oppervlaktewaterlichaam. Peil: In het peilbesluit vastgestelde waterstand. Profiel: Breedte, diepte en taludhellingen van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger. Bestaand profiel: Het profiel van het oppervlaktewaterlichaam zoals het daadwerkelijk aanwezig is. Primaire watergang: Oppervlaktewaterlichamen die als zodanig in de legger van waterschap Hollandse Delta zijn aangegeven. De typen oppervlaktewaterlichamen die hieronder vallen zijn: hoofdwatergang, boezemwater en inlaat- en uitwateringsgeul. Risico’s Het aanbrengen van bruggen over de oppervlaktewaterlichamen betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. In deze regeling zijn waterkeringen uitgesloten voor wat betreft het aanleggen van een brug. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WT 3. Beschoeiing Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het plaatsen en behouden van beschoeiing in een oppervlaktewaterlichaam en indien van toepassing tevens in een waterkering, voor zover: 1. deze niet wordt aangelegd in/nabij een weg; 2. deze niet wordt geplaatst: a. binnen primaire watergangen, met uitzondering van het binnenwater de Waal; b. binnen een natuurvriendelijke oever; 3. het talud van het oppervlaktewaterlichaam niet steiler is dan 1:2; 4. deze een maximale grondkerende hoogte heeft van 0,30 m. Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. verkleint het natte profiel op hoogst vigerend peil van het oppervlaktewaterlichaam niet; 2. werkt de beschoeiing gronddicht af, zodat geen grond of aangevuld materiaal vanachter of van onder de beschoeiing in het oppervlaktewaterlichaam kan komen; 3. sluit de beschoeiing geheel aan op een eventueel reeds aanwezige beschoeiing; 4. construeert de beschoeiing zodanig dat geen ontoelaatbare vervorming kan plaatsvinden; 5. draagt er zorg voor dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren; 6. hanteert principetekening 3 voor de uitvoering. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de beschoeiing ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Natuurvriendelijke oever: Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’. Beschoeiing: Constructie in de oeverlijn om de oever tegen afkalving te beschermen. Voorbeelden hiervan zijn beschoeiingen, bestaande uit een aan één gesloten rij palen of planken en betuiningen. Profiel: Breedte, diepte en taludhellingen van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger. Peil: In het peilbesluit vastgestelde waterstand. Primaire watergang: Oppervlaktewaterlichamen die als zodanig in de legger van waterschap Hollandse Delta zijn aangegeven. De typen oppervlaktewaterlichamen die hieronder vallen zijn: hoofdwatergang, boezemwater en inlaat- en uitwateringsgeul. Risico’s Het aanbrengen van oeverbeschermende beschoeiingen betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk in of langs het oppervlaktewaterlichaam. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WT 4. Damwanden Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het plaatsen en behouden van een damwand in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover deze: 1. deze niet wordt aangelegd in/nabij een weg, waterkering en/of beschermingszone; 2. deze niet wordt geplaatst: a. binnen oppervlaktewaterlichamen in gebieden met specifieke natuurdoeleinden; b. binnen een primaire watergang; c. binnen een natuurvriendelijke oever; 3. niet hoger is dan de halve breedte van het oppervlaktewaterlichaam, gemeten op het hoogst vigerend peil. 4. op de volgende locatie wordt aangebracht: Taludhelling Locatie damwand Flauwer dan 1:3 Tenminste 0,20 m boven hoogst vigerend peil Steiler dan 1:3 Op of boven hoogst vigerend peil Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. construeert de damwand zodanig dat geen ontoelaatbare vervorming kan plaatsvinden; 2. laat de damwand niet boven maaiveld uitsteken; 3. werkt de damwand gronddicht af, zodat geen grond of aangevuld materiaal vanachter of van onder de damwand in het oppervlaktewaterlichaam terecht kan komen; 4. sluit de damwand geheel aan op reeds aanwezige constructies; 5. draagt er zorg voor dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren. 6. hanteert principetekening 4 als uitgangspunt voor de uitvoering. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Peil: In het peilbesluit vastgestelde waterstand. Damwand: grondkerende constructie die in een oppervlaktewaterlichaam wordt geplaatst om afkalving en instorten van de oever te voorkomen. Insteek: Snijlijn van het bovenwatertalud van het oppervlaktewaterlichaam met het aangrenzende maaiveld. Natuurvriendelijke oever: Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’. Primaire watergang: Oppervlaktewaterlichamen die als zodanig in de legger van waterschap Hollandse Delta zijn aangegeven. De typen oppervlaktewaterlichamen die hieronder vallen zijn: hoofdwatergang, boezemwater en inlaat- en uitwateringsgeul. Risico’s Op een aantal locaties is het onwenselijk damwanden te plaatsen via een algemene regel, zoals in/nabij een weg, waterkering of primaire watergang, omdat in deze specifieke gevallen de sterkte van de damwand berekend moet worden. Natuurvriendelijke oevers verliezen hun werking op de ecologische en chemische waterkwaliteit bij toepassing van een damwand. De toegestane hoogte van de damwand is gerelateerd aan de breedte van het oppervlaktewaterlichaam. Indien de damwand faalt, is de tijdelijke situatie toelaatbaar doordat een voldoende (tijdelijk) doorstroomprofiel is gewaarborgd. Om te voorkomen dat de aanleg van een damwand de bergingscapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam sterk verminderd, zijn criteria opgenomen ten aanzien van de locatie van de damwand in het talud. Buiten deze locaties betreft het aanbrengen van damwand vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk in of langs het oppervlaktewaterlichaam. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WT 5. Versnelde afvoer via nieuw verhard oppervlak Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid van de keur, voor het versneld afvoeren van hemelwater van nieuw verhard oppervlak naar een oppervlaktewaterlichaam voor zover: 1. het totaal oppervlak aan nieuw verhard oppervlak in landelijk gebied niet meer bedraagt dan 1500 m2 en in stedelijk gebied niet meer bedraagt dan 500 m2; 2. het geen deeluitbreiding betreft van een groter planologisch geheel/inrichting waarvoor reeds een melding is gedaan op grond van deze algemene regel of een vergunning is verleend. Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. Brengt, indien wordt geloosd op oppervlaktewater, een uitstroomvoorziening aan conform ‘WT 13. Lozen en onttrekken via een inrichting’. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Risico’s Binnen het stedelijk gebied worden afspraken gemaakt tussen de gemeente en het waterschap over waar en hoe watertekorten worden opgelost. Omdat stedelijke wateropgaven veelal complex zijn om op te lossen en er binnen postzegelplannen kleiner dan 500m² veelal geen water te vinden in worden deze postzegelplannen vrijgesteld van compensatie. Binnen het landelijk gebied is deze problematiek anders van aard. Buien zijn langduriger van aard maar minder hevig, gelijktijdig is er veel open land waardoor de neerslag vertraagd wordt afgevoerd naar het watersysteem. Vanwege deze vertraagde afvoer en veelal lagere bui-intensiteit kunnen verharde oppervlakken tot 1500m² worden vrijgesteld van compensatieplicht. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WT 6. Anti-worteldoek Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen en behouden van anti-worteldoek voor zover deze: 1. deze niet wordt aangelegd in/nabij een weg, waterkering en/of beschermingszone; 2. wordt aangelegd op het talud van een oppervlaktewaterlichaam dat grenst aan een bedrijfsperceel in stedelijk gebied en/of een particuliere tuin; 3. niet wordt aangelegd op het talud van een oppervlaktewaterlichaam met een natuurvriendelijke oever, een aangewezen vaarweg en/of een oppervlaktewaterlichaam met specifieke natuurdoeleinden. Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. zet het anti-worteldoek zodanig vast dat voorkomen wordt dat deze in het oppervlaktewaterlichaam terecht komt of kan opwaaien; 2. plaatst eventueel een beschoeiing in het talud conform algemene regel ‘WT 3. Beschoeiing’ waarachter het anti-worteldoek wordt vastgezet 3. houdt eventuele begroeiing zo laag mogelijk met een maximale hoogte van 0,30 m. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Stedelijk gebied: Gebied dat zich bevindt binnen de door de betrokken gemeente als ‘bebouwde kom’ aangewezen gebied. Natuurvriendelijke oever: Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’. Risico’s Bij veel tuinen van particulieren en bedrijven wordt anti-worteldoek op het talud van oppervlaktewaterlichamen toegepast om de tuin ter plaatse een net afgewerkt karakter te geven en het onderhoud te vergemakkelijken. Het aanleggen en behouden van anti-worteldoek is vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WT 7. Dam met duiker Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen, verlengen, vervangen en behouden van een dam met duiker in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: 1. dit plaatsvindt in een secundaire watergang met een breedte op de waterlijn smaller dan 2,50 m; 2. deze activiteiten niet in duin- en/of strandgebied worden uitgevoerd; 3. deze wordt aangelegd op minimaal 10,00 m van een bestaand ondersteunend kunstwerk; 4. deze wordt aangelegd zonder knikpunten of bochten; 5. deze bedoeld is als de eerste perceelontsluiting en aansluit op eigendom van de initiatiefnemer of rechthebbende; 6. in de nieuwe situatie de volledige duiker voldoet aan de volgende maatvoering: Onderdeel Criteria Type duiker Rond Maximale totale duikerlengte Particulier gebruik 10,00m Maximale totale duikerlengte Bedrijfsmatig gebruik 12,00m Minimale inwendige diameter duiker Landelijk gebied 0,50m Minimale inwendige diameter duiker Stedelijk gebied 0,60m Hoeveelheid lucht in de duiker t.o.v. hoogst vigerend peil Droge sloot 2/3 Hoeveelheid lucht in de duiker t.o.v. hoogst vigerend peil Watervoerende sloot 1/3 Uitsteken van de duiker buiten de dam 0,10m Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. damt het oppervlaktewaterlichaam, indien nodig, niet eerder af dan na overleg met de toezichthouder van het waterschap; 2. verwijderd slib op locatie van de aan te leggen dam met duiker 3. legt de duiker in het midden van het oppervlaktewaterlichaam aan; 4. voorziet verbindingen tussen duikerelementen van een waterdichte afdichting; 5. beschermt het talud van de dam met duiker op doelmatige wijze tegen uitspoeling; 6. fundeert de duiker dusdanig dat verzakken van deze duiker, met meer dan de natuurlijke maaivelddaling, wordt voorkomen; 7. verwijdert bij vervanging de oude duiker volledig; 8. verlengt een bestaande duiker met hetzelfde materiaal duikerbuis; 9. past een betonbuis, of een buis van gelijkwaardig materiaal toe (geen staal en/of spirosol); 10. voorziet, indien wenselijk, de uiteinden van de duiker van frontmuren geplaatst op een fundatie; 11. verankert de frontmuren van de duiker onderling; 12. houdt de constructie in een goede staat van onderhoud; 13. hanteert principetekening 5 als uitgangspunt voor de uitvoering; 14. voldoet, indien de dam met duiker fungeert als eerste perceelontsluiting naar een weg in beheer bij het waterschap, aan de algemene regel ‘WE 3. Uitweg’. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, diameter en materiaalkeuze van de duiker, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen, te vervoeren of te laten liggen. Op grond van artikel 3.9 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels. Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder: Duiker: Buis in gronddam gelegen in een oppervlaktewaterlichaam. Secundaire watergang: Oppervlaktewaterlichamen die als zodanig in de legger van waterschap Hollandse Delta zijn aangegeven. De typen oppervlaktewaterlichamen die hieronder vallen zijn: dijksloot, wegsloot spoorsloot en overig water. Risico’s Het aanleggen, verlengen of vervangen van een dam met duiker is een veel voorkomende activiteit. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. In secundaire oppervlaktewaterlichamen heeft het aanbrengen van een dam met duiker een gering effect op de doorstroming van het oppervlaktewaterlichaam, indien aan de gestelde criteria en voorwaarden wordt voldaan. Om de doorstroming te waarborgen is de lengte van de duiker gelimiteerd en een minimale grootte van de diameter bepaald. De diameter verschilt in stedelijk gebied en landelijk gebied, omdat buien in stedelijk gebied in het algemeen sneller tot hogere afvoerdebieten leiden. Het betreft in deze algemene regel alleen de eerste perceelontsluiting. De demping van het oppervlaktewaterlichaam ten behoeve van de eerste perceelonsluiting is vrijgesteld van de compensatieplicht. Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via www.wshd.nl. WT 8. Dempen Artikel 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het dempen van een oppervlaktewaterlichaam voor zover: 1. dit niet plaatsvindt in/nabij een weg, waterkering en/of beschermingszone; 2. het een secundair oppervlaktewaterlichaam betreft tot en met 4,50 m waterbreedte; 3. het geen oppervlaktewaterlichaam betreft met een natuurvriendelijke oever en/of specifieke natuurdoeleinden; 4. het wateroppervlak van de demping tenminste gelijkwaardig wordt gecompenseerd, waarbij: a. een bestaand secundair oppervlaktewaterlichaam wordt verbreed met tenminste 0,20 m op de waterlijn en/of het graven van een nieuw secundair oppervlaktewater; b. deze compensatie binnen hetzelfde peilgebied plaatsvindt. 5. door de demping: a. een oppervlaktewaterlichaam niet wordt afgesloten van het watersysteem; b. de doorstroming niet ontoelaatbaar wordt belemmerd; c. geen nieuw doodlopend oppervlaktewaterlichaam wordt gecreëerd; 6. de demping wordt aangelegd op minimaal 10,00 m afstand van een ondersteunend kunstwerk; 7. de eventuele duiker wordt aangelegd zonder knikpunten of bochten; 8. bij toepassing van een duiker in het oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan de criteria in onderstaande tabel: Waterbreedte Maximale duikerlengte Minimale duikerdiameter Compensatie Landelijk gebied Stedelijk gebied Tot 2,50 m 12 m 0,50 m 0,60 m Tot 30 m² 2,50 tot 3,00 m 12 m 0,80 m 0,90 m 30 tot 36 m² 3,00 tot 3,50 m 12 m 1,00 m 1,00 m 36 tot 42 m² 3,50 tot en met 4,50 m 12 m 1,25 m 1,25 m 42 tot 54 m² Artikel 2 Voorwaarden Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: 1. beschermt het talud van de demping op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; 2. voert de compensatie vooraf aan of gelijktijdig met de demping uit; 3. houdt de gehele constructie in een goede staat van onderhoud; 4. draagt ervoor zorg dat taluds van het nieuw te graven of verbreden oppervlaktewaterlichaam en het bestaande oppervlaktewater vloeiend op elkaar aansluiten en een helling hebben niet steiler dan 2:3; 5. voert de compensatie uit conform de algemene regel ‘WT 9. Graven’. 6. voldoet bij het toepassen van een duiker in de demping aan de volgende voorwaarden: a. de duiker wordt dusdanig gefundeerd dat verzakken, met meer dan de natuurlijke maaivelddaling, van deze duiker wordt voorkomen, en b. de duiker wordt in het midden van het oppervlaktewaterlichaam aangelegd, en c. verbindingen tussen de eventuele duikerelementen worden van een waterdichte afdichting voorzien, en d. de duiker moet zijn vervaardigt van beton, of een buis van gelijkwaardig materiaal toe, en e. de uiteinden van de duiker moeten, indien wenselijk, worden van frontmuren van geplaatst op een fundatie, en f. eventuele frontmuren van de duiker moeten onderling worden verankerd; g. principetekening 5 wordt als uitgangspunt voor de uitvoering gehanteerd. Artikel 3 Melding 1. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste drie weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap. 2. De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via een daarvoor aangeboden voorziening. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. aanvang, einde en duur van de activiteiten; d. omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van het te dempen oppervlaktewaterlichaam en de te realiseren compensatie, diameter en materiaalkeuze van de eventuele duiker, legenda en noordpijl. 3. Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van te voren via het Waterschapsloket (startmelding). 4. De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming. Artikel 4 Overgangsrecht 1. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. 2. Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens artikel 3.2, eerste lid, van de keur in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 van de keur. 3. Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aange

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.