← Nederland

Uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de uitvoering van vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving 2026-2029 g

Kort samengevat

Deze strategie beschrijft hoe de gemeente Midden-Groningen omgaat met vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het omgevingsrecht voor de periode 2026-2029. Het doel is een balans te vinden tussen het mogelijk maken van initiatieven en het beschermen van de belangen van inwoners en de leefomgeving.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de uitvoering van vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving 2026-2029 gemeente Midden-GroningenBesluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen van 25 november 2025, tot vaststelling van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2026–2029, op grond van artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit. Samenvatting Deze Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) beschrijft hoe de gemeente Midden-Groningen omgaat met vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) binnen het omgevingsrecht. De strategie sluit aan op de Omgevingswet en zoekt balans tussen het mogelijk maken van initiatieven en het beschermen van de belangen van inwoners en andere betrokkenen. Doel en Evaluatie De U&HS legt vast hoe de gemeente haar taken uitvoert: informeren, vergunning verlenen, toezicht houden en handhaven. De strategie bouwt voort op het eerdere beleid en neemt de doelstellingen uit het VTH-Omgevingsbeleidsplan 2021–2024 over. De nieuwe U&HS sluit aan op de opgaven uit de Omgevingsvisie Midden-Groningen en bevat concrete en meetbare kwaliteitsdoelen. Door de beleidscyclus actief te volgen, kan de strategie steeds worden aangepast aan veranderende omstandigheden. Wettelijk Kader en Reikwijdte De U&HS is opgesteld op basis van artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit en draagt bij aan de doelen van de Omgevingswet: een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; zorgvuldig gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De strategie omvat taken die voortkomen uit verschillende wetten, waaronder de Omgevingswet, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de Alcoholwet en de Wet Bibob. De taken van de Omgevingsdienst Groningen en de Veiligheidsregio Groningen vallen buiten de reikwijdte van dit document. Relatie met ander beleid De U&HS is een ondersteunende strategie en stelt geen nieuw beleid vast. De strategie sluit aan bij bestaande ambities uit het Collegeprogramma 2022–2026 “Samen aan de Slag” en de Omgevingsvisie Midden-Groningen. Het collegeprogramma richt zich op brede welvaart, met aandacht voor wonen, duurzaamheid, natuur, verkeer en de uitvoering van de Omgevingswet. De acht speerpunten uit de Omgevingsvisie zijn in de U&HS vertaald naar concrete prioriteiten. Hoofdlijnen en Bijlagen De U&HS bestaat uit twee delen: Hoofdlijnen – visie, doelen, prioriteiten en strategieën. Bijlagen – uitwerkingen en achtergrondinformatie. De bijlagen bevatten onder andere toelichtingen op het Omgevingsbesluit, de methode voor risicoanalyse en de werkwijze voor preventie, toetsing en toezicht. 1Inleiding Initiatiefnemers willen hun plannen en ideeën graag kunnen uitvoeren. Omwonenden en andere belanghebbenden willen dat hun belangen worden beschermd. Als gemeente zoeken we steeds naar een balans tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. In deze Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) leggen we uit hoe we met die balans omgaan. Wie iets wil ondernemen in de fysieke leefomgeving, moet nagaan of de activiteit voldoet aan de wet- en regelgeving. Voor sommige activiteiten geldt een informatie-, meldings- of vergunningsplicht. Wij informeren inwoners en ondernemers hierover, houden toezicht op de naleving van vergunningen en regels en treden handhavend op als dat nodig is. 1.1Doel U&HS De U&HS heeft als doel een evenwicht te vinden tussen ruimte geven aan initiatieven en het beschermen van de belangen van inwoners. In dit document staat hoe we dat doen: door inwoners en bedrijven goed te informeren; door te controleren of iedereen zich aan de regels houdt; en door op te treden als dat nodig is. Deze werkzaamheden noemen we de uitvoerings- en handhavingstaken (U&H-taken). 1.2Evaluatie beleid Voor de nieuwe U&HS kijken we eerst terug op de uitvoering van de eerdere VTH-taken. Het VTH-Omgevingsbeleidsplan 2021–2024 is vastgesteld op 17 november 2020 en bevatte diverse doelstellingen. Waar relevant, nemen we deze doelstellingen opnieuw op in de nieuwe strategie. De beleidscyclus is in de afgelopen periode deels onderbroken, omdat het VTH-Omgevingsbeleidsplan afliep en er niet jaarlijks een uitvoeringsprogramma met evaluatie is opgesteld. Met deze nieuwe U&HS starten we de beleidscyclus opnieuw op. Het interbestuurlijk toezicht (IBT) van de provincie Groningen houdt toezicht op de tijdigheid en actualiteit van onze verplichte documenten. Het IBT stuurt jaarlijks een overzicht met verbeterpunten. Een deel van die punten is in deze nieuwe strategie verwerkt. De overige punten werken we uit in het uitvoeringsprogramma en de evaluatie. Voor het eerst sluit de U&HS aan op de opgaven uit de Omgevingsvisie Midden-Groningen. Daarmee maken we zichtbaar welke bijdrage het VTH-taakveld levert aan de gemeentelijke ambities. In deze nieuwe strategie hebben we meetbare doelstellingen opgenomen. Ook hebben de kwaliteitsdoelstellingen uit de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Midden-Groningen 2019 een duidelijke plek gekregen. Door de beleidscyclus actief te volgen, zorgen we dat de U&HS kan worden aangepast aan veranderende omstandigheden en nieuwe behoeften. 1.3Opbouw en leeswijzer De Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) bestaat uit verschillende hoofdstukken en bijlagen. Elk onderdeel behandelt een specifiek thema binnen de gemeentelijke aanpak van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De strategie is opgebouwd uit twee delen: Hoofdlijnen - Hierin staan de belangrijkste punten van onze visie, doelen, prioriteiten en strategieën. Bijlagen - Dit deel bevat de uitwerkingen van de strategieën en extra informatie die de uitvoering van de U&HS ondersteunt. De U&HS maakt deel uit van het bredere beleid van de gemeente Midden-Groningen. Het is een ondersteunende strategie: de U&HS stelt geen nieuw beleid vast, maar helpt de gemeente bij het bereiken van bestaande doelen. Hoofdstuk1- Inleiding Geeft een inleiding op de U&HS en het belang van de balans tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De gemeente verstrekt informatie, houdt toezicht en treedt op waar nodig. Het hoofdstuk laat zien welke taken de gemeente uitvoert om de leefomgeving te beschermen. Hoofdstuk2- Wettelijk kader U&HS Beschrijft de wettelijke basis van de U&HS, de reikwijdte en de relatie met andere beleidsvelden. Het hoofdstuk legt de nadruk op de Omgevingswet, die als doel heeft initiatieven te versnellen en gemeenten meer beslisruimte te geven. De U&HS draagt bij aan de doelen van de Omgevingswet: een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving en een zorgvuldig gebruik van de fysieke ruimte. Hoofdstuk3- Missie, visie en kernwaarden Bevat de missie, visie en kernwaarden van de gemeente Midden-Groningen. Deze vormen het kompas voor de uitvoering van de VTH-taken en bepalen hoe de gemeente omgaat met inwoners, ondernemers en partners. Hoofdstuk4- Doelen en prioriteiten Beschrijft hoe we prioriteiten stellen binnen de uitvoering van de VTH-taken. De prioriteiten zijn gebaseerd op een risicoanalyse en een omgevingsanalyse. De risicoanalyse brengt de risico’s in beeld die de gemeente moet beheersen. De omgevingsanalyse beschrijft de kenmerken van onze gemeente en waar deze risico’s zich voordoen. Per prioriteit zijn doelen geformuleerd die aansluiten op de speerpunten uit de Omgevingsvisie en de bestuurlijke ambities uit andere beleidsdocumenten. Hoofdstuk5- Strategieën Bevat de strategieën en werkwijzen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hoofdstuk6- Borging van de uitvoering Beschrijft hoe we de kwaliteit van de uitvoering waarborgen. Hierin staan de kwaliteitsdoelstellingen, de monitoring van de voortgang en de evaluatie van de resultaten. Bijlagen De bijlagen bevatten gedetailleerde informatie en praktische instrumenten die de uitvoering van de U&HS ondersteunen: Bijlage 1: Toelichting op de regels uit het Omgevingsbesluit die de wettelijke basis vormen voor de beleidscyclus. Bijlage 2: Intentieverklaring VTH Drieslag 3.0 met afspraken over uniform optreden bij vergunningverlening binnen de versterkingsoperatie. Bijlage 3A en 3B: Handleiding risicoanalyse. Deel A - Methodiek en totstandkoming. Deel B - Afbakening en resultaten. Bijlage 4: Overzicht van de strategieën voor uitvoering van de VTH-taken, waaronder de preventiestrategie, toetsingsstrategie en toezichtstrategie. Deze strategieën richten zich op kennis en bewustwording, naleefgedrag en de beoordeling van vergunningen en meldingen. Bijlage 5: Toetsings- en toezichtstrategie bij de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Samen vormen deze hoofdstukken en bijlagen het kader voor de uitvoering van de VTH-taken binnen de gemeente Midden-Groningen. De nadruk ligt op een evenwichtige, risicogestuurde en kwaliteitsgerichte aanpak van vergunningverlening, toezicht en handhaving. 2Wettelijk kader U&HS Met deze Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) geven we invulling aan de wettelijke verplichting om een actuele strategie vast te stellen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving. Deze verplichting is vastgelegd in het Omgevingsbesluit, dat hoort bij de Omgevingswet. In het Omgevingsbesluit staan regels voor het bevoegd gezag over vergunningverlening, procedures, uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Deze regels zorgen ervoor dat de gemeentelijke taken op een zorgvuldige, transparante en doelmatige manier worden uitgevoerd. Het doel is om te zorgen voor een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. De regels uit het Omgevingsbesluit vormen samen de procescriteria van de zogenoemde BIG-8-beleidscyclus (zie bijlage 1 voor een toelichting). Deze U&HS is één van de producten binnen de VTH-beleidscyclus. Op basis van deze strategie worden keuzes gemaakt voor de uitvoering van taken en wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld. Daarnaast legt de gemeente jaarlijks verantwoording af in een evaluatierapportage. In het uitvoeringsprogramma beschrijven we: welke keuzes we maken bij het uitvoeren van onze taken; en hoe we die taken uitvoeren. In de evaluatierapportage leggen we verantwoording af over de gemaakte keuzes en behaalde resultaten. Alle documenten binnen de VTH-beleidscyclus worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd via een raadsbrief. 2.1Reikwijdte De U&HS gaat over de wettelijke taken die de gemeente uitvoert op basis van verschillende landelijke, provinciale en gemeentelijke regels. Deze regelgeving is bedoeld om de fysieke leefomgeving te beschermen. Een belangrijk landelijk kader is de Omgevingswet. Deze wet heeft een nieuw stelsel geïntroduceerd met andere instrumenten en principes. De Omgevingswet bundelt alle wetten voor de fysieke leefomgeving om initiatieven sneller te laten starten en beter af te stemmen op elkaar. Daarnaast introduceert de wet meer open normen en zorgplichten in plaats van strikte regels of verboden. Hierdoor krijgen gemeenten meer beslisruimte om zelf een evenwicht te vinden tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. De Omgevingswet gaat uit van twee samenhangende uitgangspunten: Het beschermen van de leefomgeving waar dat nodig is. Het benutten van kansen waar dat verantwoord kan. Met het uitvoeren van onze vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) leveren we een bijdrage aan de hoofddoelstelling van de Omgevingswet: Doelstelling Omgevingswet: De Omgevingswet heeft als doel om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren en te behouden. De wet richt zich op twee hoofddoelen: Een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving — waarin mens en natuur in balans zijn. Een zorgvuldig gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, zodat maatschappelijke behoeften worden vervuld op een duurzame manier. Deze doelen sluiten aan bij het uitgangspunt van duurzame ontwikkeling: het benutten van kansen zonder de leefomgeving voor toekomstige generaties aan te tasten. De Omgevingswet omschrijft de fysieke leefomgeving als alles wat we zien, voelen, horen en ruiken. De wet noemt daarbij de volgende onderdelen: bouwwerken en infrastructuur; water en watersystemen; bodem en lucht; landschappen en natuur; cultureel erfgoed en werelderfgoed. De fysieke leefomgeving omvat dus zowel de natuurlijke omgeving als alles wat door mensen is gebouwd of aangelegd. Naast de Omgevingswet gelden er ook regels uit andere wet- en regelgeving die de leefomgeving beschermen. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en diverse bijzondere wetten bevatten voorschriften voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Onder bijzondere wet- en regelgeving verstaan we in dit kader onder andere de: Alcoholwet Wet goed verhuurderschap Wet betaalbare huur Wet op de kansspelen Winkeltijdenwet en Winkeltijdenverordening Afvalstoffenverordening Wegenverkeerswet Zondagswet Opiumwet Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) Wet basisregistratie personen (Brp) De U&HS heeft betrekking op de uitvoering van deze taken binnen het fysieke domein. Het sociale domein valt buiten de reikwijdte van deze strategie. De taken die worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Groningen (ODG) en de Veiligheidsregio Groningen (VRG) vallen buiten deze strategie. Beide organisaties hebben een eigen beleidscyclus met eigen doelstellingen en prioriteiten. Voor de ODG geldt de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023–2027, die door de gemeente is vastgesteld. De gemeenteraad heeft in september de Meerjarenkoers 2024–2028 van de VRG vastgesteld. Daarin staan de prioriteiten beschreven voor de taken van de Veiligheidsregio. 2.2Relatie met andere beleidsvelden De Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) is een ondersteunende strategie binnen het bredere beleid van de gemeente Midden-Groningen. Met het uitvoeren van de U&H-taken dragen we bij aan de ambities uit het Collegeprogramma 2022–2026 “Samen aan de Slag” en aan de Omgevingsvisie Midden-Groningen. Collegeprogramma 2022-2026 “Samen aan de slag” Het collegeprogramma richt zich op het versterken van de brede welvaart in Midden-Groningen. De ambities zijn samengevat in drie pijlers: De inwoner centraal Iedereen doet mee Een prettige woon-, werk- en leefomgeving Het programma bevat beleidsvoornemens op diverse terreinen, zoals dienstverlening, armoedebestrijding, energietransitie en ruimtelijke ordening. Voor de uitvoering van de U&H-taken is vooral ruimtelijke ordening van belang. De belangrijkste onderdelen daarvan zijn: Wonen - De gemeente stimuleert nieuwbouw en het verbeteren van bestaande woningen. Daarbij ligt de nadruk op verduurzaming en het voorkomen van verpaupering. Tijdens bouw- en renovatieprojecten voeren we inspecties uit om te controleren of het werk voldoet aan de vergunning en bouwvoorschriften. Bij nieuwbouwprojecten geldt een zelfbewoningsplicht, om te voorkomen dat beleggers woningen opkopen. Omgevingswet - De gemeente werkt aan een zorgvuldige invoering van de Omgevingswet. Dat betekent dat er duidelijke regels en procedures komen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Duurzaamheid en energietransitie - We zetten in op verduurzaming van woningen en het stimuleren van zonne-energie. Voor zonneparken zijn vergunningen nodig; deze worden verleend op basis van locatiecriteria, milieunormen en landschappelijke inpassing. Hierop houden we actief toezicht. Natuur en landschap - Behoud en versterking van natuurgebieden zijn belangrijk. Toezicht is nodig om illegale activiteiten zoals dumping of vernieling te voorkomen. Verkeer en vervoer - Bij aanleg en onderhoud van wegen en infrastructuur letten we op veiligheidsnormen en vergunningen. Toezicht en handhaving zorgen ervoor dat werkzaamheden veilig en volgens de regels verlopen. Deze onderdelen vereisen allemaal een zorgvuldige uitvoering van de U&H-taken, zodat initiatieven volgens de regels plaatsvinden en de leefomgeving veilig, gezond en duurzaam blijft. Omgevingsvisie De Omgevingsvisie beschrijft de richting voor de inrichting en het gebruik van onze leefomgeving. De visie vormt samen met de Visie Sociale Veerkracht het kader voor het bereiken van brede welvaart. De speerpunten zijn gebaseerd op: participatie met inwoners en partners; bestaand beleid dat nog steeds relevant is; en nieuwe trends en ontwikkelingen die om nieuw beleid vragen. De Omgevingsvisie bundelt de hoofdlijnen van verschillende beleidsdocumenten, zoals: de Visie vrijetijdseconomie; de Woonvisie en Woondeal; de Duurzaamheidsvisie; het Ruimtelijk Economisch Perspectief; en de Detailhandelvisie. Daarnaast richt de visie zich op belangrijke opgaven binnen Midden-Groningen, zoals: wonen en leefbaarheid; bedrijvigheid en werkgelegenheid; landbouw en buitengebied; duurzame energie en klimaat; natuur, water en bodem; en veiligheid in de leefomgeving. De acht speerpunten uit de Omgevingsvisie. De volgende acht speerpunten uit de Omgevingsvisie zijn - waar van toepassing - verwerkt in hoofdstuk 4 van de U&HS: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Een beleefbare omgeving met behoud van landschapsverschillen en het karakter van kernen. Voldoende en betaalbare woningen voor huidige en nieuwe inwoners. Een toekomstbestendige landbouw en buitengebied met ruimte voor recreatie en vrijetijdseconomie. Ruimte voor bedrijvigheid en ondernemerschap in balans met de omgeving en arbeidsmarkt. Een verminderd energieverbruik en een betaalbare, groene energievoorziening. Voorbereiding op klimaatverandering en versterking van biodiversiteit. Goede fysieke en digitale bereikbaarheid voor iedereen. Deze speerpunten vormen de verbinding tussen de ambities van het gemeentebestuur en de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Integraal veiligheidsbeleid Een belangrijk beleidsdocument dat nauw samenhangt met deze strategie is het Integraal Veiligheidsbeleid Midden-Groningen 2025–

  1. Dit beleid is op 19 december 2024 vastgesteld door de gemeenteraad. In het veiligheidsbeleid staan de volgende prioriteiten centraal: Ondermijning Jeugd en Veiligheid NPG Verbeteren Veiligheid Midden-Groningen Mensenhandel Maatschappelijke onrust Personen met onbegrepen gedrag Daarnaast benoemt het beleid vier strategische thema’s: Cybercriminaliteit Actualisering APV Crisisbeheersing Evenementenbeleid Ook het team Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) levert een actieve bijdrage aan deze veiligheidsdoelen. Dat doen we onder andere door: integrale controles uit te voeren; handhaving effectiever in te zetten bij vergunningverlening en toezicht; en nauw samen te werken met het team Veiligheid en Vergunningen (V&V). Binnen het team Veiligheid en Vergunningen ligt de verantwoordelijkheid als volgt: OOV (Openbare Orde en Veiligheid): beleid, bezwaar & beroep en handhaving binnen APV en bijzondere wetten; BOA’s (buitengewoon opsporingsambtenaren): toezicht en vergunningverlening; Subteam APV-vergunningverleners en bijzondere wetten: uitvoering van onder meer de Alcoholwet, Wet op de kansspelen, drugs- en coffeeshopbeleid en de Wet Bibob. Een belangrijk preventief instrument is het vaker toepassen van de Wet Bibob bij vergunningaanvragen en bij transacties in branches die gevoelig zijn voor ondermijning (zoals horeca, prostitutie en vastgoed). Hiermee verkleinen we de kans dat criminele activiteiten via vergunningen worden gefaciliteerd. De informatie-uitwisseling tussen Veiligheid en VTH vindt plaats in verschillende overlegstructuren, zoals het Lokaal Informatie Overleg (LIO), waarin casussen worden besproken. Daarnaast draagt de aanpak van illegale bewoning en malafide verhuur bij aan het tegengaan van ondermijning. De gemeente past al bestuurlijke maatregelen toe en zet deze lijn de komende jaren voort. Waar dit mogelijk en proportioneel is, maken we gebruik van maatregelen zoals: het sluiten van een drugspand op grond van de Wet Damocles; het opleggen van een last onder dwangsom; of het opleggen van een bestuurlijke boete op basis van de APV. Samenwerking met het sociale domein Het VTH-taakveld werkt intensief samen met het sociale domein. Dit gebeurt onder andere bij situaties zoals: burenruzies; uithuisplaatsingen of woningontruimingen; en bij illegale permanente bewoning. Ook bij preventieve maatregelen trekken we samen op, bijvoorbeeld bij: voorlichting over alcoholgebruik door minderjarigen; en het tegengaan van openbare dronkenschap. Het toezicht en de handhaving in deze situaties worden uitgevoerd door de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). De samenwerking tussen het sociale en het fysieke domein blijft een aandachtspunt. Er zijn al goede stappen gezet, maar duidelijke werkafspraken over taken, verantwoordelijkheden en informatie-uitwisseling moeten verder worden uitgewerkt. 3Missie, visie en kernwaarden Een missie en visie vormen de basis voor de uitvoering van onze vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken). Ze geven richting aan onze prioriteiten en doelstellingen en zorgen voor duidelijke, betrouwbare en transparante dienstverlening. Bij het formuleren van de missie en visie voor VTH sluiten we aan bij de dienstverleningsvisie van de gemeente Midden-Groningen. Wij zien de uitvoering van onze vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken (U&H-taken) als een vorm van dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en partners. We willen dat onze vergunningverlening duidelijk, efficiënt en transparant is. Daarom communiceren we helder over wat inwoners kunnen verwachten en binnen welke termijnen we werken. Ons toezicht is gericht op voorkomen in plaats van corrigeren: we zetten in op samenwerking en bewustwording, zodat we samen zorgen voor een veilige en leefbare gemeente. Bij handhaving staan eerlijkheid, rechtvaardigheid en het algemeen belang voorop. We handelen zorgvuldig en proportioneel, met oog voor de menselijke maat. Met deze manier van werken maken we onze dienstverlening persoonlijk, betrouwbaar en mensgericht. Precies zoals inwoners dat van de gemeente Midden-Groningen mogen verwachten. 3.1Visie Onze visie op vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) sluit aan bij de gemeentelijke dienstverleningsvisie van Midden-Groningen. We willen de kwaliteit van leven in onze gemeente verbeteren door onze VTH-taken zorgvuldig, efficiënt en betrokken uit te voeren. Dat doen we met duidelijke en toegankelijke dienstverlening, zowel digitaal als persoonlijk. We werken in de geest van de Omgevingswet en in lijn met de ambities van de Omgevingsvisie. Daarbij staan onze kernwaarden vertrouwen, verantwoordelijkheid en vrijheid centraal: Vertrouwen – we gaan uit van goede bedoelingen en bieden ruimte aan initiatieven. Verantwoordelijkheid – we handelen professioneel en zorgvuldig binnen de regels. Vrijheid – we geven inwoners en ondernemers de ruimte om te ontwikkelen, binnen veilige en verantwoorde grenzen. Zo dragen we bij aan een gemeente waar het prettig wonen, werken en leven is — nu en in de toekomst. 3.2Kernwaarden Onze kernwaarden vormen de basis voor hoe we werken, samenwerken en met elkaar omgaan. Ze zijn verweven in de dagelijkse uitvoering van onze vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken). Deze waarden geven richting aan onze keuzes en houding in het werk. Ze staan voor een cultuur waarin samenwerking, openheid en respect vanzelfsprekend zijn — met als doel een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving voor alle inwoners, ondernemers en organisaties in Midden-Groningen. De kernwaarden sluiten aan bij de organisatievisie van de gemeente Midden-Groningen en vormen samen het fundament van onze dienstverlening en ons handelen. Vertrouwen: We werken vanuit vertrouwen. Vertrouwen geven en vertrouwen verdienen. Voor de uitvoering en handhaving betekent dit dat de gemeente Midden-Groningen transparant, eerlijk en betrouwbaar handelt. We communiceren ons beleid en onze besluiten duidelijk en vriendelijk, en we komen onze afspraken na. We zijn een betrouwbare partner voor inwoners, bedrijven, instellingen en andere overheden. Dat doen we onder meer door: onze werkwijze te standaardiseren; eenduidige vergunningsvoorschriften te hanteren; en te werken volgens een uniforme strategie. Zo bevorderen we rechtsgelijkheid - een gelijk speelveld voor iedereen. We benaderen inwoners, ondernemers en organisaties vanuit het principe dat iedereen vertrouwen verdient. We luisteren, wegen belangen zorgvuldig af en leggen onze besluiten altijd uit. Soms betekent dat dat we iets niet kunnen toestaan of moeten handhaven. Ook dan blijven we duidelijk en uitlegbaar over de keuzes die we maken. Verantwoordelijkheid: Wij nemen verantwoordelijkheid voor de taken waarvoor we als gemeente aan zet zijn — ieder vanuit zijn of haar eigen rol, vak en professionaliteit. Voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving betekent dit dat we integraal en samenhangend werken. Bij complexe aanvragen organiseren we een goed proces om snel tot een zorgvuldige afweging van alle belangen te komen: die van de initiatiefnemer, omwonenden en de beleidsdoelen van de gemeente. We zoeken samen naar passende oplossingen, vanuit onze eigen expertise en met behulp van instrumenten zoals het omgevingsoverleg. Bij de uitvoering van de U&H-taken zijn de kwaliteitscriteria VTH leidend. We werken volgens het BIG-8-principe: planmatig, cyclisch en lerend. Daarnaast verwerken we de verbeterpunten van het interbestuurlijk toezicht (IBT) actief in onze jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en evaluaties. Zo laten we zien dat we verantwoordelijkheid nemen, leren en verbeteren. Vrijheid: Wij denken in mogelijkheden. We benutten de ruimte die de wet biedt om onze taken innovatief en creatief uit te voeren, binnen de geldende kaders. Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving betekent dit dat we handelen in de geest van de Omgevingswet. We werken vanuit een positieve grondhouding: we denken mee met initiatiefnemers en zoeken samen naar wat wél kan. We bewegen daarmee van het principe “Nee, tenzij” naar “Ja, mits”. De Omgevingswet vraagt om: één loket voor initiatieven; snellere doorlooptijden; minder regeldruk; samenwerking met andere overheden (bijvoorbeeld aan de Regionale Omgevingstafel); en een open, oplossingsgerichte houding. Bij toezicht en handhaving onderzoeken we eerst alle mogelijkheden voor herstel voordat we optreden. We stimuleren overtreders om zelf verantwoordelijkheid te nemen en hun fouten te herstellen. Waar nodig nemen wij het voortouw en zoeken samen met betrokkenen naar oplossingen om illegale situaties te beëindigen. Tegelijkertijd durven we ook “nee” te zeggen tegen wie zich niet aan de regels houdt. We voorkomen waar het kan en grijpen in waar het moet - altijd met het oog op de veiligheid en leefbaarheid van Midden-Groningen. 4Doelen en prioriteiten De probleemanalyse bestaat uit twee onderdelen: een gebiedsbeschrijving en een risicoanalyse. De risicoanalyse laat zien welke risico’s we moeten beheersen. De gebiedsbeschrijving geeft inzicht in de kenmerken van de gemeente Midden-Groningen en waar deze risico’s zich voordoen. 4.1Gebiedsbeschrijving De gemeente Midden-Groningen ligt in het hart van de provincie Groningen. De gemeente is op 1 januari 2018 ontstaan uit de fusie van de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde. Met een oppervlakte van ongeveer 225 vierkante kilometer en ruim 62.000 inwoners is Midden-Groningen een middelgrote gemeente met een gevarieerd landschap van polders, veengebieden en bosrijke zones. Midden-Groningen grenst aan de gemeenten Groningen, Tynaarlo, Aa en Hunze, Veendam en Oldambt. De gemeente heeft een rijke geschiedenis, een sterke economische basis en een breed maatschappelijk en cultureel aanbod. 4.2Risicoanalyse We beschrijven het doel, de methodiek-, de totstandkoming, de afbakening en de uitkomsten. Doel De wet verplicht gemeenten om een risicoanalyse op te stellen. Deze analyse geeft inzicht in waar risico’s zich voordoen en hoe groot die risico’s zijn. De uitkomsten helpen ons bij het maken van keuzes voor toetsing, toezicht en handhaving. Risico’s moeten beheersbaar en controleerbaar zijn. Door vast te leggen hoe diep we aanvragen toetsen en op welke aspecten we toezicht houden, kunnen we risico’s beter beheersen. Deze afspraken leggen we vast in protocollen. Methodiek risicoanalyse Bij het vaststellen van prioriteiten speelt de risicoanalyse een centrale rol. We gebruiken hiervoor de landelijke methode, die uitgaat van de formule: Risico = Kans × Effect Deze methode brengt in beeld hoe groot de kans is dat een risico zich voordoet en welk effect dat heeft op de leefomgeving. Op basis van de berekende risicoscore bepalen we de prioriteiten voor onze VTH-taken. Een toelichting op deze methode en de berekening is opgenomen in bijlage 3A – Handleiding Risicoanalyse. Daarin staat beschreven hoe de scores tot stand zijn gekomen en welke waarden aan de begrippen zijn toegekend. Totstandkoming risicoanalyse De risicoanalyse is opgesteld in samenwerking met vakspecialisten binnen de gemeente Midden-Groningen. Per domein is in kaart gebracht welke risico’s zich kunnen voordoen. De onderzochte domeinen zijn: Bouwen en ruimtelijke ordening Erfgoed Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Alcoholwet Evenementen en bijzondere wetten De resultaten worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders, dat wordt gevraagd de risico’s te prioriteren voor de bestuurlijke prioriteitstelling. Afbakening risicoanalyse De risicoanalyse beperkt zich tot de VTH-taken die de gemeente zelf uitvoert. Voor het domein Brandveiligheid voert de Veiligheidsregio Groningen (VRG) de risicoanalyse uit. Voor het domein Milieu is de Omgevingsdienst Groningen (ODG) verantwoordelijk. Deze onderdelen vallen daarom buiten deze U&HS. 4.3Uitkomsten risicoanalyse Omdat onze capaciteit beperkt is, kunnen we niet alles tegelijk uitvoeren. Daarom geven we prioriteit aan de activiteiten met het hoogste risico voor de leefomgeving. Deze prioriteiten vormen de basis voor onze jaarlijkse uitvoering. Een overzicht van de volledige risicomatrix en de uitkomsten daarvan staat in bijlage 3B – Uitkomsten Risicoanalyse. De risicoanalyse wordt jaarlijks herzien en zo nodig aangepast.De actuele uitkomsten worden opgenomen in het Programma Uitvoering en Handhaving (PUH). De activiteiten met de hoogste prioriteit krijgen planmatig toezicht en handhaving. Activiteiten met een lager risico pakken we op wanneer er signalen of meldingen binnenkomen. Afhankelijk van de aard en ernst van de signalen kan dat leiden tot gericht toezicht op een specifiek thema, gebied of doelgroep. De prioritering van risico’s bepaalt hoe intensief we onze vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) inzetten. We stemmen onze inzet af op de mate van risico: hoe hoger het risico, hoe actiever onze inzet. Prioriteit Mate van VTH inzet Hoog (Pro)Actief We anticiperen op mogelijke overtredingen en sporen ze vroegtijdig op. Dit gebeurt vaak projectmatig, per thema, branche of gebied. De gemeente neemt zelf het initiatief voor controles bij activiteiten met een hoog risico, ook als er geen klachten of meldingen zijn. Signalen binnen deze categorie krijgen altijd voorrang. Gemiddeld Regulier (actief en/of passief) Signalen bij activiteiten met een gemiddeld risico worden afgehandeld op basis van de aard, ernst en omvang. Planmatig toezicht op specifieke thema’s, doelgroepen of gebieden is mogelijk. Laag Passief Signalen bij activiteiten met een laag risico worden meestal niet direct opgepakt, tenzij er sprake is van acuut gevaar of spoedeisende situaties. Waar mogelijk informeren we betrokkenen over de aanpak. Signalen kunnen worden gebundeld om inzicht te krijgen in patronen, waarna ze later in planmatig toezicht kunnen worden meegenomen. De prioritering helpt ons om beschikbare capaciteit gericht in te zetten en om keuzes te maken die het grootste effect hebben op de veiligheid en leefbaarheid in Midden-Groningen. Bij overtredingen met een hoog risico beschrijven we in het vervolg: de probleemstelling; de aanpak; en het doel van de beheersmaatregelen. Zo wordt duidelijk waarom een risico een probleem vormt, wat we eraan doen en wat we willen bereiken. Het doel geeft richting aan onze acties en helpt ons te meten of we succesvol zijn in het beheersen of verminderen van risico’s. Handelen zonder of in strijd met vergunningsvoorwaarden voor constructieve en brandveiligheidsaspecten bij het bouwen van bouwwerken Probleemstelling Het is onze taak om ervoor te zorgen dat er constructief en brandveilig wordt gebouwd. Wanneer wordt gehandeld zonder vergunning of in strijd met vergunningsvoorwaarden die betrekking hebben op constructieve of brandveiligheidseisen, kan dit leiden tot onveilige situaties. Er bestaat risico op instortingsgevaar en op het uitbreken van brand. Het risico is het grootst bij bouwwerken waarin niet-zelfredzame personen verblijven, zoals verzorgingsinstellingen of scholen. De aardbevingsproblematiek in Midden-Groningen vergroot deze risico’s. Aardbevingen kunnen bestaande scheuren en constructieve zwakheden verergeren, vooral als gebouwen niet voldoen aan de eisen voor aardbevingsbestendigheid. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor bewoners en gebruikers van het pand. Daarom is het naleven van vergunningsvoorwaarden in het aardbevingsgebied nog belangrijker. Onvoldoende brandveiligheidsmaatregelen vergroten het risico verder: bij een aardbeving kunnen gasleidingen, elektriciteitssystemen of brandalarminstallaties beschadigd raken, waardoor branden sneller uitbreiden. In gebieden met een verhoogd aardbevingsrisico is het daarom essentieel dat alle bouwwerken voldoen aan de hoogste veiligheidsnormen. Zo voorkomen we instortings- en brandgevaar en beschermen we bewoners en gebruikers. Doel 95% van de brandonveilige woonsituaties is binnen drie maanden na constatering opgelost. We realiseren een 95% naleving van de voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bij vergunningplichtige verbouwprojecten in het aardbevingsgebied. Aanpak Voor bouwwerken buiten het aardbevingsgebied werken we volgens onze toezichtstrategie en bijbehorende protocollen. We toetsen vergunningaanvragen risicogericht en houden toezicht op de uitvoering van verleende vergunningen. Voor het aardbevingsgebied hanteren we een specifieke aanpak. We werken nauw samen met de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) aan het aardbevingsbestendig maken van gebouwen. De NCG is verantwoordelijk voor het versterken van huizen, gebouwen en infrastructuur in het Groningse aardbevingsgebied. Bij het bouwen en versterken gebruiken we de Nederlandse Praktijkrichtlijn NPR
  2. Deze richtlijn biedt technische handvatten voor zowel nieuwbouw als het preventief versterken van bestaande gebouwen. Samenwerking binnen VTH Drieslag De term ‘VTH Drieslag’ verwijst naar een samenwerkingsverband van vijf Groningse gemeenten op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Deze samenwerking is gericht op het efficiënter en effectiever uitvoeren van U&H-taken, met speciale aandacht voor de versterkingsopgave als gevolg van de gaswinning. De gemeente Midden-Groningen maakt deel uit van dit samenwerkingsverband, maar voert de U&H-taken binnen de versterkingsopgave zelfstandig uit. Dat betekent dat we zelf verantwoordelijk zijn voor de behandeling van vergunningaanvragen, het toezicht en de handhaving bij versterkingsprojecten. We werken met een flexibel team van specialisten dat vergunningaanvragen beoordeelt, toezicht houdt tijdens de bouw en optreedt bij onveilige situaties. Sinds 2016 werken de aardbevingsgemeenten en de NCG nauw samen binnen het VTH-Drieslagkader. In december 2020 is deze samenwerking opnieuw bevestigd via de intentieverklaring ‘VTH Drieslag 3.0’. Hierin is afgesproken dat gemeenten en de NCG gezamenlijk en uniform optreden bij vergunningverlening in de versterkingsoperatie. De volledige intentieverklaring is opgenomen in bijlage
  3. In het Lokaal Plan van Aanpak Versterking Midden-Groningen 2025 staat hoe de gemeente met de versterkingsopgave omgaat. Dit plan bevat beleidsmatige en operationele kaders om de veiligheid en leefbaarheid in het aardbevingsgebied te waarborgen. Het vormt de jaarlijkse leidraad voor uitvoering door de gemeente en haar partners. Daarnaast stelt VTH Drieslag jaarlijks een uitgangspuntennotitie op als richtlijn voor het uitvoeringsprogramma handhaving. Bijdrage aan speerpunten uit de Omgevingsvisie Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Speerpunt 3: Voldoende en betaalbare woningen voor bestaande en nieuwe inwoners. In Midden-Groningen willen we invulling geven aan onze bouwopgave. In de Woonvisie is vastgelegd dat we de komende zeven jaar 1.250 woningen willen realiseren. De VTH-organisatie verleent vergunningen voor woningbouwprojecten die voldoen aan eisen van betaalbaarheid en diversiteit. Er zijn prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties en huurderorganisaties om voldoende betaalbare en sociale huurwoningen te realiseren. Daarnaast richt het Programma Vrijkomende Locaties zich op het hergebruiken van leegstaande panden (zoals voormalige scholen) en het omvormen van deze locaties tot aantrekkelijke woningen - zowel koop- als huurwoningen. Het in gebruik hebben en laten bestaan van verpauperde panden Probleemstelling Verspreid over de gemeente Midden-Groningen staan panden en woningen die verpauperd of slecht onderhouden zijn. Deze zogenoemde ‘rotte kiezen’ – kwetsbare percelen – hebben een negatieve invloed op de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving. Leegstaande, vervallen panden en rommelerven zorgen voor een onverzorgde uitstraling en kunnen gevoelens van onveiligheid vergroten. Daarnaast trekken deze locaties soms ongewenste activiteiten aan, zoals vandalisme of illegale bewoning. Doel De gemeente Midden-Groningen wil in de komende tien jaar 90% van de 132 geregistreerde verpauperde panden verbeteren. Dit doen we door: handhavend optreden waar nodig; herstel of verduurzaming (cascoherstel); of sloop in het kader van herstructurering of gebiedsontwikkeling. Door verpaupering aan te pakken verbeteren we de woon- en leefkwaliteit én maken we Midden-Groningen aantrekkelijker voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Aanpak We hanteren een proactieve aanpak om verpauperde panden structureel aan te pakken. Binnen het Nationaal Programma Groningen (NPG) zijn verschillende initiatieven ontwikkeld om pandeigenaren te ondersteunen bij herstel en revitalisatie. Dit omvat onder meer financiële steun voor aankoop en verbetering van panden, met als doel de leefkwaliteit in de wijken te verbeteren. De gemeente werkt sinds 2019 aan een plan van aanpak Zorgelijk Onderhoud. Op 28 januari 2021 stelde de gemeenteraad het lokale NPG-programmaplan “Hart voor Midden-Groningen” vast. Het project Aanpak Verpauperde Panden is onderdeel van dit programma. Voor dit project heeft de gemeente in 2021 NPG-middelen ontvangen. Het project loopt tien jaar en is opgedeeld in twee fasen. In de eerste fase (tot en met het eerste kwartaal van 2024) zijn de eerste panden aangepakt en is de aanpak verder ontwikkeld op basis van opgedane ervaringen. Het doel in deze fase is: 15 woningen cascoherstel en verduurzaming; eventueel 5 panden aankopen voor herstructurering of gebiedsontwikkeling. Toepassing van de excessenregeling Bij de aanpak van verpauperde panden gebruiken we de excessenregeling. Het college van burgemeester en wethouders past deze regeling toe wanneer sprake is van een buitensporig slecht uiterlijk dat duidelijk zichtbaar is en afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Deze regeling biedt de gemeente een juridisch instrument om eigenaren aan te spreken en herstel af te dwingen als vrijwillig herstel uitblijft. Bescherming van karakteristieke panden Voor karakteristieke panden hanteert de gemeente Midden-Groningen een afwegingskader karakteristieke panden. Dit kader waarborgt de bescherming van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Het helpt bij het afwegen van vergunningen voor verbouwing of sloop, zodat er een balans blijft tussen gebruikswaarde en karakteristieke waarde. Bij elke vergunningaanvraag wordt het afwegingskader toegepast om te beoordelen of plannen passen binnen het gemeentelijk beleid voor karakteristieke panden. De gemeente houdt toezicht op de uitvoering van verleende vergunningen en treedt handhavend op bij overtredingen. Zo zorgen we ervoor dat de karakteristieke kwaliteit van de gemeente behouden blijft en dat bouwwerkzaamheden voldoen aan de geldende regels en richtlijnen. Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 1:Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door verpaupering aan te pakken verbeteren we de kwaliteit en uitstraling van de leefomgeving. We versterken daarmee de veiligheid, leefbaarheid en trots op de woonomgeving. Splitsen van panden ten behoeve van het toevoegen van extra woningen/ wonen waar niet is toegestaan/ illegale kamergewijze verhuur Probleemstelling Ook in Midden-Groningen is er een tekort aan betaalbare woningen. Vooral in delen van Foxham, Hoogezand-Noord, Hoogezand-Zuid, Foxhol, Eemskanaal-Zuid, Boswijck-West en Margrietpark is de druk op de woningmarkt groot. De gemeente heeft de afgelopen jaren fors ingezet op woningbouw: in 2024 werden 164 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Toch is dat nog niet genoeg om het tekort op te lossen. Daardoor ontstaan ongewenste situaties zoals illegale woningsplitsing, kamergewijze verhuur of bewoning waar dat niet is toegestaan. Deze vormen van illegaal gebruik kunnen leiden tot: conflicten met het omgevingsplan; onveilige woonomstandigheden; overlast en druk op de leefbaarheid; en een verstoring van de woningmarkt. Illegale woningsplitsing lost de woningnood niet op — het verergert deze juist door hogere huren, overbewoning en een slechtere woningkwaliteit. Het is daarom belangrijk dat nieuwe woningen veilig, vergund en betaalbaar worden gerealiseerd. Een specifieke ontwikkeling binnen deze prioriteit is de aanpak van illegale bewoning van recreatiewoningen. De gemeenteraad besloot op 27 juni 2024 de recreatieve bestemming van vakantieparken te behouden en stelde beleidskaders vast voor het gebruik ervan. Het college kreeg de opdracht om dit beleid verder uit te werken en te komen met een plan van aanpak voor permanente en tijdelijke bewoning. Door een recente brief van minister Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) is dit proces echter tijdelijk stilgelegd. De minister heeft aangegeven dat personen die nu permanent in een recreatiewoning wonen, zekerheid moeten krijgen dat zij daar in de toekomst mogen blijven. De gemeente wacht de landelijke ontwikkelingen op dit punt af. Doel Binnen vier jaar controleert de gemeente minimaal 80% van alle gemelde gevallen van illegale woningsplitsing. De handhaving van illegale bewoning van recreatiewoningen wordt versterkt door voorlichting en bewustwording en door meer gerichte controles. Het aantal geconstateerde overtredingen van illegale bewoning daalt met 30% binnen vier jaar na de start van de bewustwordingscampagne. Aanpak Wonen is een van de belangrijkste prioriteiten van de gemeenteraad. In de Woonvisie is vastgelegd hoe we zorgen voor voldoende en betaalbare woningen en een prettige woonomgeving. Een belangrijk instrument hierbij is de opkoopbescherming. Deze regeling bepaalt dat woningen in bepaalde wijken of prijsklassen alleen gekocht mogen worden door mensen die er zelf gaan wonen. De opkoopregeling en de aanpak van illegale woningsplitsing versterken elkaar: Beleggers kunnen minder makkelijk woningen opkopen om te splitsen in kleine huurwoningen; Hierdoor blijft het aanbod van koopwoningen behouden voor inwoners die zelf een woning zoeken; Dit draagt bij aan betaalbaarheid, doorstroming en evenwicht op de woningmarkt. Door de opkoopregeling wordt het voor beleggers minder aantrekkelijk om woningen op te kopen en te (illegaal) splitsen. Wat betreft illegale bewoning van recreatiewoningen wachten we de landelijke besluitvorming af voordat verdere handhavingsmaatregelen worden genomen. Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 3: Voldoende en betaalbare woningen voor bestaande en nieuwe inwoners. Met deze aanpak dragen we bij aan een evenwichtige woningmarkt. We zorgen ervoor dat nieuwe woningen veilig, vergund en duurzaam worden gerealiseerd, zodat inwoners van Midden-Groningen betaalbaar en prettig kunnen wonen. 4.Handelen zonder of in strijd met erfgoed Probleemstelling Het behoud van erfgoed is voor de gemeente Midden-Groningen een belangrijk speerpunt.Erfgoed omvat rijks- en gemeentelijke monumenten, karakteristieke gebouwen en beschermde dorpsgezichten — gebouwen en objecten met historische en cultuurwaarde die onze dorpen hun eigen identiteit geven. De gemeente telt: 156 rijksmonumenten 2 rijksbeschermde dorpsgezichten 191 gemeentelijke monumenten circa 1.200 karakteristieke panden De rijksmonumenten en beschermde dorpsgezichten vallen onder rijksbescherming, terwijl de gemeentelijke monumenten zijn opgenomen in het Erfgoedregister Midden-Groningen en beschermd via de Erfgoedverordening
  4. De karakteristieke panden en gebieden zijn planologisch beschermd in het omgevingsplan. Door de gevolgen van de gaswinning zijn veel waardevolle panden beschadigd geraakt. Zonder extra aandacht dreigen sommige gebouwen met historische waarde verloren te gaan in de versterkings- en hersteloperatie. Het handelen zonder vergunning of in strijd met vergunningvoorwaarden bij een monument of karakteristiek pand kan leiden tot onomkeerbare schade aan cultuurhistorische waarden. Dat geldt ook voor werkzaamheden in archeologisch waardevolle gebieden zonder de juiste vergunningen: archeologische vondsten kunnen dan onherstelbaar verloren gaan. Erfgoed vertelt het verhaal van onze dorpen en inwoners. We willen dat behouden - zodat toekomstige generaties kunnen zien waar we vandaan komen en wie we zijn. Doel 100% van de vergunningsaanvragen voor sloop van karakteristieke panden toetsen aan het Afwegingskader bescherming karakteristieke objecten Midden-Groningen

(2020)om illegale sloop te voorkomen. Uiterlijk in 2027 voldoet 90% van de monumenten die worden aangepast aan alle vergunningseisen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Tegen 2027 is minimaal 90% van de karakteristieke panden behouden of versterkt, in lijn met de Omgevingsvisie, om de historische dorpsstructuren en landschapsverschillen te behouden. Aanpak
  1. Vergunningverlening en toezicht De gemeente hanteert strikte voorwaarden voor wijziging, renovatie of sloop van beschermde gebouwen. Elke ingreep aan een rijks-, gemeentelijk of karakteristiek monument moet voldoen aan vastgestelde eisen om de historische waarde te behouden. We toetsen aanvragen daarom zorgvuldig en integraal, op basis van: de Erfgoedverordening 2018; het Facetbestemmingsplan karakteristieke objecten; en de beleidsnota Archeologie
  2. Voor archeologische gebieden gebruiken we de verwachtingskaart, zodat inwoners en bedrijven weten waar extra voorzichtigheid nodig is. De nota stelt duidelijke regels vast voor onderzoek, certificering en toezicht volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Zo voorkomen we verstoring en beschermen we waardevolle bodemvondsten.
  3. Samenwerking en advisering We werken intensief samen met Libau en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (Erfgoedcommissie Midden-Groningen). Deze commissie adviseert het college en de raad over vergunningen, beleid en plannen die van invloed zijn op erfgoed en ruimtelijke kwaliteit. Zo borgen we dat elke aanpassing aan rijks- of gemeentelijke monumenten de historische waarde respecteert. We voeren daarnaast periodiek toezicht uit op de staat van monumenten en karakteristieke panden. Door vroegtijdige inspecties kunnen we overtredingen of schade snel signaleren en aanpakken.
  4. Bescherming van karakteristieke panden De gemeente telt ongeveer 1.200 karakteristieke panden die het straatbeeld mede bepalen. Deze panden zijn geen monument, maar hebben wél cultuurhistorische waarde. Daarom zijn ze beschermd in het Facetbestemmingsplan karakteristieke objecten. Een omgevingsvergunning voor sloop kan alleen worden verleend als dit past binnen de regels van het omgevingsplan. Bij elke aanvraag of melding toetsen wij aan het Afwegingskader bescherming karakteristieke objecten
(2020). Dat geldt ook voor verbouw of nieuwbouw waarbij karakteristieke onderdelen worden gewijzigd of verwijderd. We hanteren de algemene erfgoedcriteria en voeren in welstandsluwe gebieden een beperkte welstandstoets uit om wantoestanden te voorkomen. Deze toets is gekoppeld aan de excessenregeling uit de Welstandsnota
  1. Het college past de excessenregeling toe als er sprake is van een buitensporig uiterlijk dat duidelijk afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 2: Beleefbare omgeving met behoud en versterking van landschapsverschillen en karakter/historie van kernen. Door erfgoed te beschermen en zorgvuldig te beheren behouden we het karakter en de identiteit van onze dorpen. We versterken de beleefbaarheid van de omgeving en dragen bij aan een aantrekkelijke, herkenbare en trotse gemeente. Afval illegale stort (meldingen afvalstort en zwerfvuil) Probleemstelling Illegale afvalstort en zwerfafval veroorzaken milieuschade, onveilige situaties en verloedering van de openbare ruimte. Bewoners ervaren overlast en irritatie door rommel en bijplaatsingen van afval — het neerzetten van vuilnis naast of bij containers zonder toestemming. Bijplaatsingen zorgen voor vervuilde straten, ongedierte en een negatieve uitstraling van de buurt. Het gaat hierbij niet om illegale dumpingen van bijvoorbeeld drugsafval, die onder een ander beleidsterrein vallen. Een schone leefomgeving draagt bij aan veiligheid, leefbaarheid en trots op de eigen woonomgeving. Daarom pakken we dit probleem zichtbaar, structureel en in samenwerking met bewoners aan. Doel Uiterlijk eind 2027 is het aantal hotspots voor bijplaatsingen van afval met minimaal 50% verminderd ten opzichte van het huidige niveau. Aanpak We reageren direct op meldingen van afvalstort en zwerfvuil. Waar mogelijk wordt een melding onmiddellijk afgehandeld. Wanneer het aantal meldingen in een gebied stijgt, pakken we dit projectmatig aan: we voeren dan gedurende een bepaalde periode intensieve controles en handhaving uit. Naast handhaving zetten we ook in op preventie en bewustwording. Dat doen we door: te zorgen dat de afvalcontainers schoon en goed werkend blijven; de omgeving rondom de containers netjes te houden; en door middel van voorlichting en campagnes over juist afvalgedrag. De afdeling Beheer Openbare Ruimte (BOR/Afval) is verantwoordelijk voor deze campagnes en werkt samen met andere afdelingen aan een structureel schone en veilige leefomgeving. We geloven dat een schone buurt begint bij een goed voorbeeld van de gemeente zelf — en bij inwoners die weten wat ze kunnen doen. Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door het verminderen van zwerfvuil en bijplaatsingen verbeteren we de kwaliteit van de openbare ruimte. Een schone omgeving stimuleert bewoners om zich betrokken te voelen bij hun wijk en bijdraagt aan een prettig, veilig straatbeeld. Handelen in strijd met de voorschriften carbid schieten Probleemstelling Carbidschieten is een traditie die in onze gemeente leeft, maar het moet wel veilig en verantwoord gebeuren. Schieten zonder vergunning of in strijd met de regels kan leiden tot gevaarlijke situaties, geluidsoverlast en schade aan eigendommen. De regels voor carbidschieten zijn recent aangepast in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Tijdens de jaarwisseling van 2024/2025 zijn enkele overtredingen geconstateerd. Daarom is begin 2025 een nieuwe aanpak voorbereid om de naleving te verbeteren. Doel We willen het aantal overtredingen van de regels voor carbidschieten met 80% verminderen vóór 2029, door middel van: duidelijke en tijdige communicatie met inwoners; een eenvoudige ontheffingsprocedure; en actieve handhaving rond de jaarwisseling. Aanpak We blijven ruimte bieden voor veilig en gereguleerd carbidschieten. Inwoners en verenigingen die carbid willen schieten, nodigen we uit om tijdig een ontheffing aan te vragen. We informeren hen helder over de aanwijzingslocaties, de voorwaarden en de veiligheidsvoorschriften. Tijdens de jaarwisseling houden we gericht toezicht op locaties waar carbidschieten is toegestaan. Bij overtredingen treden we op, maar we zetten vooral in op voorlichting, veiligheid en naleving - zodat de traditie behouden blijft, zonder risico’s voor omwonenden. Bijdrage aan speerpunt 1 omgevingsvisie: Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door duidelijke regels en communicatie rondom carbidschieten zorgen we voor veiligheid, leefbaarheid en wederzijds begrip. Zo blijft deze traditie behouden op een manier die past bij een veilige en respectvolle samenleving. Handelen zonder of in strijd met de exploitatievergunning Probleemstelling Het exploiteren van een bedrijf zonder geldige vergunning kan leiden tot overlast, onveiligheid en oneerlijke concurrentie. Ondernemers die zonder exploitatievergunning werken, onttrekken zich aan toezicht en regels die bedoeld zijn om leefbaarheid en veiligheid in de omgeving te waarborgen. Daarnaast verzwakt het ontbreken van vergunningen de informatiepositie van de gemeente. Zonder actuele gegevens kunnen we geen Bibob-toets uitvoeren en niet goed beoordelen of er sprake is van integriteitsrisico’s of ondermijnende activiteiten. Dit maakt effectief toezicht moeilijker en vergroot het risico op onwenselijke of onveilige situaties in de openbare ruimte. Doel We willen de transparantie vergroten, overlast verminderen en de informatiepositie van de gemeente versterken. Daarom actualiseren we in deze beleidsperiode het vergunningenbestand, te beginnen bij de horecaondernemers. Ons doel is een actueel, volledig en betrouwbaar overzicht van alle exploitatievergunningen binnen de gemeente Midden-Groningen. Aanpak In deze beleidsperiode voeren we een analyse uit van de bestaande exploitatievergunningen en de bijbehorende voorwaarden. Daarnaast maken we een inventarisatie van klachten en meldingen om inzicht te krijgen in waar overtredingen of onvergunde activiteiten plaatsvinden. Op basis van die analyse ondernemen we gerichte, proactieve acties om bedrijven zonder geldige vergunning aan te spreken of handhavend op te treden. We werken hierbij nauw samen met: de politie; de brandweer; en andere relevante partners (zoals toezicht- en handhavingsteams). Samen zorgen we dat overtredingen vroegtijdig worden herkend en aangepakt, met als doel een veilige, eerlijke en leefbare omgeving voor inwoners en ondernemers. Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door toezicht te versterken en vergunningen te actualiseren, verbeteren we de veiligheid en betrouwbaarheid van ondernemerschap in Midden-Groningen. Zo zorgen we dat bedrijven eerlijk, transparant en verantwoord kunnen ondernemen binnen de regels die voor iedereen gelden. Handelen zonder of in strijd met de exploitatievergunning seksinrichting Probleemstelling Het exploiteren van een seksinrichting zonder geldige vergunning brengt grote risico’s met zich mee voor veiligheid, leefbaarheid en integriteit. Illegale bedrijven veroorzaken overlast, verstoren de leefomgeving en creëren oneerlijke concurrentie ten opzichte van vergunde ondernemingen. Daarnaast vergroten onvergunde seksinrichtingen het risico op criminele en ondermijnende activiteiten, zoals uitbuiting en mensenhandel. Deze bedrijven opereren vaak buiten zicht van de overheid, waardoor controle en toezicht moeilijk zijn. In Midden-Groningen zijn momenteel twee seksinrichtingen met een geldige exploitatievergunning. Er zijn echter signalen van illegale activiteiten, wat vraagt om een gerichte en versterkte aanpak vanuit vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Doel Binnen 12 maanden voeren we een volledige analyse uit van alle exploitatievergunningen voor seksinrichtingen. Daarnaast brengen we klachten, meldingen en signalen in kaart. Doel hiervan is om: meer zicht en grip te krijgen op deze risicovolle branche; openbare veiligheid en leefbaarheid te versterken; en illegale activiteiten te verminderen door gerichte handhaving en toezicht. Aanpak
  2. Analyse en inventarisatie We starten met het doorlichten van bestaande exploitatievergunningen en de bijbehorende voorwaarden. Tegelijkertijd maken we een overzicht van klachten, meldingen en signalen om patronen te herkennen. Deze informatie vormt de basis voor gerichte controles en prioritering van toezicht.
  3. Toezicht en handhaving Op basis van de analyse ondernemen we proactieve acties richting bedrijven zonder geldige vergunning. We treden handhavend op bij overtredingen door: schriftelijke waarschuwingen; boetes; of, bij herhaling of ernstige overtredingen, een last onder dwangsom. Bij aanhoudende of ernstige overtredingen kan het college besluiten tot tijdelijke of permanente sluiting van de inrichting.
  4. Samenwerking met partners We werken intensief samen met onze veiligheidspartners, waaronder: Politie (AVIM, TMM) Nederlandse Arbeidsinspectie GGD Groningen en andere relevante instanties binnen het zorg- en veiligheidsdomein. Deze samenwerking is essentieel om illegale praktijken te signaleren, informatie te delen en snel op te treden.
  5. Monitoring en evaluatie We implementeren een systeem voor structurele monitoring van alle vergunde bedrijven. Hiermee houden we vergunningen actueel en signaleren we vroegtijdig wanneer een inrichting niet meer aan de voorwaarden voldoet. Daarnaast voeren we jaarlijkse evaluaties uit van ons vergunningenbeleid en de effectiviteit van handhavingsmaatregelen, zodat we waar nodig kunnen bijsturen en verbeteren. Bijdrage aan speerpunt 5 omgevingsvisie Speerpunt 5: Ruimte voor bedrijvigheid en ondernemerschap in balans met de omgeving en arbeidsmarkt. Door toezicht en handhaving te versterken binnen deze risicovolle branche zorgen we dat ondernemerschap eerlijk en veilig blijft. Zo creëren we ruimte voor bedrijven die binnen de regels opereren, en beschermen we inwoners tegen misstanden en ondermijning. Overtreden van samenscholingsverbod en ongeregeldheden/gebiedsverboden Probleemschets Overtreding van samenscholingsverboden en gebiedsverboden kan leiden tot verstoring van de openbare orde, gevoelens van onveiligheid en overlast. In gebieden waar regelmatig samenscholing of onrust voorkomt, kunnen deze instrumenten noodzakelijk zijn om de rust en veiligheid te herstellen. Steeds meer gemeenten zetten gebiedsverboden in om crimineel of overlastgevend gedrag te beperken. Ook in Midden-Groningen zien we dat dit middel vaker zal worden toegepast. Daarom willen we deze ontwikkeling nauwkeurig volgen, ervaringen verzamelen en tijdig bijsturen waar nodig. Een overtreding van een gebiedsverbod kan wijzen op onderliggende problemen, zoals onduidelijkheid over de grenzen van het verbod, onvoldoende alternatieven voor de overtreder of gebrekkige naleving door de handhavende partijen. Een goede uitvoering vraagt daarom om duidelijke communicatie, goede afstemming en consistent toezicht. Doel Wanneer sprake is van (ernstige) overlast of verstoring van de openbare orde, handhaven wij actief op het naleven van gebieds- en samenscholingsverboden. Ons doel is om: de naleving van opgelegde gebiedsverboden te maximaliseren; en zo de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid te waarborgen. Aanpak Een gebiedsverbod kan worden opgelegd aan personen die herhaaldelijk overlast veroorzaken of strafbare feiten plegen in een bepaald gebied. De overtreding van zo’n verbod pakken we direct en zichtbaar aan. Onze aanpak bestaat uit drie onderdelen: Signaleren en monitoren – we volgen actief de ontwikkeling en het aantal opgelegde gebiedsverboden en overtredingen; Afstemmen en samenwerken – we werken samen met politie, toezichthouders, jeugd- en veiligheidspartners om toezicht te houden en herhaling te voorkomen; Communiceren en evalueren – we zorgen voor duidelijke uitleg over de geldende verboden en voeren periodiek overleg over de effectiviteit van de maatregel. Door deze integrale aanpak bevorderen we begrip, duidelijkheid en naleving, en dragen we bij aan een veilige openbare ruimte voor iedereen. Bijdrage aan speerpunt 1 omgevingsvisie Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door de naleving van gebiedsverboden te versterken en beter samen te werken met veiligheidspartners zorgen we voor meer rust, veiligheid en vertrouwen in de openbare ruimte. Zo blijft Midden-Groningen een plek waar inwoners zich vrij en veilig kunnen bewegen. Schenken van alcohol aan minderjarigen/wederverstrekking Probleemstelling Het verstrekken of wederverstrekken van alcohol aan minderjarigen brengt grote risico’s met zich mee voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid. Het kan leiden tot verslavingsproblematiek, overlast en ongewenst gedrag, vooral bij jongeren. Alcoholverstrekking aan minderjarigen vindt niet alleen plaats in de reguliere horeca, maar ook: bij evenementen; in sportkantines en andere paracommerciële instellingen; en soms thuis of via derden (wederverstrekking). De uitdaging is om een goede balans te vinden tussen het stimuleren van maatschappelijke activiteiten en het voorkomen van schadelijke neveneffecten zoals overmatig drankgebruik of overlast. Doel Ons doel is om de verstrekking en wederverstrekking van alcohol aan minderjarigen effectief te beperken. Dit doen we door: te handelen conform onze lokale regelgeving; en het vaststellen van een verordening voor paracommerciële instellingen. Zo bevorderen we gezondheid, naleving en gelijke concurrentievoorwaarden tussen commerciële en niet-commerciële horeca. Aanpak
  6. Verordening voor paracommerciële instellingen We stellen een verordening op die de alcoholverstrekking binnen paracommerciële instellingen (zoals sport- en buurtverenigingen) reguleert. Deze verordening zorgt dat instellingen zich blijven richten op hun maatschappelijke kernactiviteiten, zoals sport of cultuur, en niet op horeca als hoofdactiviteit. Door duidelijke regels te stellen - bijvoorbeeld over openingstijden, doelgroepen en soorten evenementen - kunnen we: gezondheidsrisico’s bij jongeren verminderen; oneerlijke concurrentie met commerciële horeca voorkomen; en overlast in woonwijken beperken. De verordening biedt zowel instellingen als de gemeente duidelijkheid over wat wel en niet is toegestaan, waardoor handhaving en naleving eenvoudiger worden.
  7. Toezicht en handhaving Gedurende het jaar houden we gericht toezicht op: paracommerciële instellingen; supermarkten; horecagelegenheden; en evenementen. We controleren op naleving van de regels uit de Alcoholwet en de gemeentelijke verordening. Bij overtredingen volgen we een stapsgewijze aanpak: van waarschuwing tot sanctie. Daarnaast werken we samen met partners in het preventienetwerk om jongeren en ouders bewust te maken van de gevaren van alcoholgebruik onder de
  8. Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door alcoholgebruik onder jongeren te beperken en handhaving te versterken, dragen we bij aan een gezonde, veilige en sociale leefomgeving. We stimuleren verantwoord gedrag binnen verenigingen en horeca, en beschermen jongeren tegen de negatieve gevolgen van te vroeg alcoholgebruik. Het niet (tijdig/ te laat) melden en/ of handelen in strijd met een evenementenvergunning Probleemstelling Evenementen dragen bij aan levendigheid, ontmoeting en plezier in Midden-Groningen. Maar wanneer een melding of vergunningaanvraag te laat wordt ingediend, ontstaat onvoldoende voorbereidingstijd voor toetsing op openbare orde, veiligheid en hulpdiensten. Dit kan leiden tot risico’s voor bezoekers, overlast voor omwonenden en druk op de organisatie. Door het groeiende aantal evenementen in onze gemeente neemt ook de complexiteit van vergunningverlening en toezicht toe. Een goede balans tussen ruimte voor initiatieven en zorgvuldige voorbereiding is daarom essentieel. Doel De gemeente wil dat alle evenementen veilig, goed georganiseerd en naleefbaar verlopen. Daarom streven we ernaar dat: de voorwaarden van evenementenvergunningen strikt worden nageleefd; meldingen en aanvragen tijdig worden ingediend; en het evenementenklimaat veilig, aantrekkelijk en beheersbaar blijft. Ons uiteindelijke doel is een prettige en veilige evenementenpraktijk, die bijdraagt aan de kwaliteit van leven in onze gemeente. Aanpak
  9. Uitvoering van het evenementenbeleid We voeren het beleid uit volgens de gemeentelijke evenementenregeling en toezichtstrategie. Hierbij hanteren we duidelijke richtlijnen voor: meldingsplichtige evenementen; vergunningsplichtige evenementen (type A, B en C); en meldingvrije evenementen. Het beleid biedt meer flexibiliteit door de introductie van meerjarige vergunningen voor terugkerende evenementen. Tegelijkertijd voeren we strenger toezicht uit op naleving, om risico’s te beperken en de veiligheid te vergroten.
  10. Handhaving en samenwerking Bij overtredingen - zoals het niet melden of te laat aanvragen van een evenement, of het handelen zonder vergunning - treden we proactief en consequent op. We werken hierbij samen met: politie; brandweer; Veiligheidsregio Groningen; en interne partners zoals VTH en OOV (Openbare Orde en Veiligheid). Deze samenwerking zorgt dat evenementen veilig kunnen plaatsvinden, met aandacht voor crowd control, verkeersveiligheid en noodhulp.
  11. Evaluatie Het evenementenbeleid wordt in de tweede helft van 2025 geëvalueerd. Daarbij bekijken we: of de huidige regels toereikend zijn; hoe de meldings- en vergunningsprocedures werken; en waar verbeteringen mogelijk zijn in voorbereiding, communicatie en toezicht. Bijdrage aan speerpunt 1 omgevingsvisie: Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door evenementen goed te reguleren en tijdig te toetsen dragen we bij aan een veilige, levendige en gastvrije gemeente. Zo blijven evenementen een positieve bijdrage leveren aan ontmoeting, verbinding en trots in Midden-Groningen. 5Strategieën en werkwijzen Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we de strategieën en werkwijzen die de gemeente Midden-Groningen hanteert bij de uitvoering van haar vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken (VTH). De prioriteiten en doelstellingen uit hoofdstuk 4 worden hierin vertaald naar concrete uitvoeringsstrategieën, waarmee we onze doelen realiseren. De wettelijke grondslagen voor deze strategieën zijn vastgelegd in artikelen 13.6 en 13.7 van het Omgevingsbesluit. Veranderingen door de Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de manier waarop we vergunningen verlenen, toezicht houden en handhaven ingrijpend veranderd. De wet legt de nadruk op samenwerking, participatie en snellere besluitvorming. Belangrijkste veranderingen: De Omgevingswet stimuleert participatie; bij sommige aanvragen is deze zelfs verplicht. Veel vergunningprocedures moeten binnen acht weken worden afgehandeld. Het is cruciaal om in een vroeg stadium initiatiefnemers, belanghebbenden en ketenpartners te betrekken. Een integrale afweging tussen verschillende belangen is noodzakelijk om besluiten tijdig en zorgvuldig te kunnen nemen. Door deze nieuwe werkwijze kunnen we sneller, transparanter en samenhangender handelen, in lijn met de uitgangspunten van de wet. Werkwijze en opbouw van de strategieën De manier waarop we onze doelen bereiken en risicogericht werken is uitgewerkt in de uitvoeringstrategieën. Deze strategieën zijn gebaseerd op landelijke en regionale kaders en aangevuld met gemeentelijke uitgangspunten die aansluiten op de lokale situatie in Midden-Groningen. De strategieën zorgen ervoor dat: de uitvoering uniform en voorspelbaar verloopt; we gericht kunnen prioriteren op basis van risico’s en effecten; en er duidelijkheid en transparantie is richting inwoners, bedrijven en samenwerkingspartners. Overzicht van de strategieën De samenhang tussen de verschillende strategieën binnen de U&HS is hieronder weergegeven. Deze zijn uitgebreid beschreven in Bijlage 4: Strategieën. Uitvoeringsstrategie Nalevingstrategie Preventiestrategie Toetsingsstrategie Toezichtstrategie vergunningen Communicatiestrategie Toezichtstrategie Sanctiestrategie Daarnaast is er voor de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) een afzonderlijk beleid opgesteld, waarin specifieke afspraken zijn opgenomen over toezicht, verantwoordelijkheden en kwaliteitsbewaking bij bouwprojecten. Samenhang en toepassing De strategieën vullen elkaar aan: De preventie- en communicatiestrategie richten zich op bewustwording en naleving. De toetsings- en toezichtstrategieën zorgen dat we risico’s vroegtijdig signaleren en effectief controleren. De sanctiestrategie bepaalt hoe we optreden bij overtredingen. Door deze strategieën in samenhang toe te passen ontstaat een sluitende beleidscyclus waarin we plannen, uitvoeren, evalueren en verbeteren. 5.1Uitvoeringsstrategie Doel en reikwijdte De uitvoeringsstrategie beschrijft hoe de gemeente Midden-Groningen omgaat met vergunningverlening, meldingen en toezicht binnen het omgevingsrecht. De strategie biedt inzicht in: de criteria die we gebruiken bij het beoordelen en beslissen op aanvragen voor omgevingsvergunningen; de werkwijze bij het behandelen van meldingen; en de manier waarop toezicht wordt gehouden op de naleving van de geldende wet- en regelgeving. Met het vastleggen van deze strategie voldoen we aan de verplichtingen uit het Omgevingsbesluit (artikelen 13.6 en 13.7). Onder uitvoering verstaan wij: “Het behandelen van vergunningaanvragen en meldingen, én het houden van toezicht op het naleven van de verleende vergunningen of meldingen.” Onderdelen van de uitvoeringsstrategie Onze uitvoeringsstrategie bestaat uit drie samenhangende onderdelen: Preventiestrategie - Gericht op het vergroten van kennis en bewustwording bij inwoners, ondernemers en instellingen. We leggen helder uit welke regels gelden en wanneer een vergunning of melding nodig is, zodat initiatiefnemers spontaan aan de regels kunnen voldoen. Daarnaast stimuleren we naleving door duidelijke communicatie, begeleiding en samenwerking. Toetsingsstrategie - Richt zich op de wijze van beoordeling van aanvragen en meldingen. We toetsen risicogericht: waar de risico’s voor veiligheid, gezondheid of leefomgeving het grootst zijn, ligt onze nadruk op zorgvuldige beoordeling. Toezichtstrategie - Richt zich op controle en naleving van verleende vergunningen en meldingen. Ook deze aanpak is risicogericht en verder uitgewerkt in Bijlage 4: Strategieën. Ons uitgangspunt bij toetsen en controleren is: “Wat we buiten bij toezicht belangrijk vinden, vinden we binnen bij toetsing ook belangrijk.” Succesvolle instrumenten zoals het omgevingsoverleg en de regionale omgevingstafel zetten we voort en willen we verder versterken. Basiswerkwijze vergunningverlening De gemeente zorgt als bevoegd gezag dat het proces van vergunningverlening zorgvuldig, transparant en geborgd verloopt. Het werkproces is vastgelegd in interne procesbeschrijvingen en uitgevoerd in het digitale systeem Rx.Mission, waarin alle stappen van aanvraag tot besluit systematisch worden doorlopen. De basiswerkwijze bestaat uit: ontvangst en registratie van de aanvraag; toetsing aan wet- en regelgeving; afstemming met ketenpartners; besluitvorming; en toezicht op naleving. Hiermee borgen we kwaliteit, uniformiteit en een voorspelbare dienstverlening. Centrale rol van de casemanager / vergunningverlener In onze uitvoeringsstrategie speelt de vergunningverlener (casemanager) een centrale rol. Hij of zij zorgt voor een integrale behandeling van aanvragen en een transparant proces. Casemanagement draagt bij aan: kortere doorlooptijden; betere afstemming tussen beleidsvelden; en duidelijke communicatie met initiatiefnemers. Een goed casemanagement zorgt voor besluitvorming op maat, passend bij de omgeving en de belangen van inwoners en ondernemers. De komende jaren richten we het voortraject sterker in op vroegtijdige afstemming met initiatiefnemers. Zo kunnen we samen werken aan volledige, vergunbare aanvragen en een snellere formele afhandeling. Casemanagement passen we toe in zowel het informele als het formele traject; de verdere invulling hiervan werken we de komende periode uit. Samenwerking met andere bevoegde gezagen Bij sommige omgevingsvergunningen delen we de verantwoordelijkheid met andere bevoegde gezagen, zoals de provincie of het waterschap. Onze rol verschilt per casus: Wanneer de gemeente Midden-Groningen het bevoegd gezag is, nemen wij de rol van vergunningverlener en besluitvormer. Wanneer een ander bestuursorgaan bevoegd gezag is, zijn wij als adviseur actief en leveren we inhoudelijke inbreng op basis van onze expertise. Deze samenwerking zorgt voor integrale besluitvorming en sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet: één overheid, één loket. 5.2Nalevingsstrategie Doel en opbouw De nalevingsstrategie beschrijft hoe de gemeente Midden-Groningen naleving van wet- en regelgeving stimuleert en afdwingt. De strategie bestaat uit drie onderdelen, die samen zorgen voor een evenwichtige aanpak: Communicatiestrategie – gericht op bewustwording, informatie en preventie; Toezichtstrategie – gericht op controle en signalering van overtredingen; Sanctiestrategie – gericht op het effectief beëindigen van overtredingen. Waar de gemeente regels stelt, hoort ook een duidelijke interventiestrategie bij om naleving te bevorderen. Deze interventies variëren van voorlichting en advies tot handhaving en sancties. Communicatie en bewustwording Naleving begint met duidelijke communicatie. Inwoners en ondernemers moeten weten welke regels gelden en wat de gevolgen zijn van niet-naleving. Via onze communicatiestrategie vergroten we kennis en bewustzijn door: begrijpelijke informatie te bieden via onze website en loketten; het gebruik van infobladen, campagnes en gesprekken in het veld; en het vroegtijdig betrekken van initiatiefnemers bij vergunning- en toezichtprocessen. Communicatie is daarmee de eerste stap in preventie: het voorkomt dat overtredingen ontstaan door onwetendheid. Toezicht en controle Preventie alleen is niet voldoende. Om te kunnen vaststellen of regels worden nageleefd, is toezicht onmisbaar. Onze toezichthouders voeren verschillende vormen van controle uit: Behandeling van meldingen en handhavingsverzoeken; Thematisch toezicht op specifieke onderwerpen (bijv. bouwveiligheid, horeca, milieu); Gebiedsgericht toezicht en surveillance in wijken en bedrijventerreinen. Deze werkzaamheden zijn verder uitgewerkt in de toezichtstrategie (zie bijlage 4). Het toezicht is risicogericht: we richten onze capaciteit op locaties en situaties waar de kans op overtreding het grootst is of de gevolgen het zwaarst wegen. Handhaving en sancties Wanneer een overtreding wordt vastgesteld die niet kan of mag worden gelegaliseerd, treden we handhavend op. We doen dit efficiënt, proportioneel en in lijn met de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO vormt het uitgangspunt voor prioritering en optreden. Deze landelijke leidraad zorgt dat: er uniform en zorgvuldig wordt gehandhaafd; elke sanctie passend en effectief is; en dat de aanpak evenwichtig blijft tussen preventie, herstel en straf. Conform de LHSO kiezen we voor een maatregel die het snelst en het meest doelmatig leidt tot beëindiging van de overtreding. De aard van de sanctie hangt af van: de ernst van de overtreding; de omstandigheden en gevolgen; en het naleefgedrag van de overtreder. Met het vaststellen van deze U&HS stelt de gemeente ook de LHSO formeel vast. De bijbehorende leidraad waarborgt de juiste toepassing in de dagelijkse praktijk. 5.3Wkb-beleid Inleiding De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is op 1 januari 2024 in werking getreden. De invoering vindt stapsgewijs plaats. Tot en met 2028 geldt de wet uitsluitend voor nieuwbouw van eenvoudige bouwwerken (gevolgklasse 1), zoals: eengezinswoningen; kleinere bedrijfsgebouwen; en bijbehorende bouwwerken. In latere jaren wordt de Wkb ook van toepassing op andere bouwcategorieën en verbouwingen. Zo krijgen bouwbedrijven, kwaliteitsborgers en gemeenten de kans om geleidelijk ervaring op te doen met het nieuwe toezichtstelsel in de bouw. Doel van het Wkb-beleid Het Wkb-beleid van de gemeente Midden-Groningen beschrijft hoe wij invulling geven aan ons toezicht en handhaving onder de nieuwe wet. De kern van dit beleid is dat we werken met een risicogerichte en/of steekproefsgewijze toetsing bij bouwmeldingen binnen gevolgklasse
  12. Het beleid geeft antwoord op drie vragen: Hoe beoordeelt de gemeente een bouwmelding? Hoe houdt de gemeente toezicht tijdens de bouw en wanneer grijpt zij in? Hoe beoordeelt de gemeente de gereedmelding en handhaaft zij bij ingebruikname zonder geldige verklaring van de kwaliteitsborger? Richting en uitgangspunten De Wkb legt meer verantwoordelijkheid bij de marktpartijen — zoals bouwbedrijven en kwaliteitsborgers — voor de bouwkwaliteit. De gemeente blijft echter verantwoordelijk voor: toezicht op veiligheid; en het handhaven bij risico’s of overtredingen. De wetgever heeft gemeenten ruimte gegeven om zelf te bepalen wanneer en in welke situaties handhavend wordt opgetreden. ezien de beschikbare capaciteit en de gewenste balans tussen vertrouwen en controle, kiest Midden-Groningen voor een gerichte, risicogestuurde aanpak. Prioritering in toezicht en handhaving Op basis van onze risicoanalyse geven wij prioriteit aan handhaving bij: constructieve onveiligheid; en brandonveiligheid. Deze twee thema’s raken direct aan de veiligheid van inwoners en gebruikers en vormen daarom de kern van onze toezichtstrategie. Waar mogelijk zetten we in op preventie, samenwerking met kwaliteitsborgers en actieve communicatie met initiatiefnemers en aannemers. Uitvoering en richtlijnen De gemeente hanteert bij het uitvoeren van het Wkb-beleid de landelijke handreiking van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG): “Toezicht en handhaving Wkb – Handelingsperspectieven voor gemeenten” (versie 2, januari 2024). Deze handreiking biedt praktische richtlijnen voor: de afbakening van gemeentelijke taken; de verhouding tussen kwaliteitsborgers en toezichthouders; en het bepalen van de juiste interventies bij overtredingen of onveilige situaties. De uitwerking van het Wkb-beleid en de bijbehorende handelingskaders zijn opgenomen in Bijlage 5 van dit document. Samenvatting kernpunten De Wkb geldt sinds 1 januari 2024 en wordt stapsgewijs ingevoerd tot
  13. Het beleid richt zich nu op nieuwbouw in gevolgklasse 1 (eenvoudige bouwwerken). De gemeente werkt risicogericht en hanteert prioriteit op veiligheid (constructief en brandveilig). De VNG-handreiking vormt de basis voor toezicht en handhaving. De uitwerking van het beleid staat in Bijlage
  14. 6Borging van de uitvoering Inleiding Volgens artikel 13.9 van het Omgevingsbesluit moet de gemeente haar uitvoeringsorganisatie zo inrichten dat deze voldoet aan bepaalde kwaliteitseisen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de gemeente Midden-Groningen invulling geeft aan deze eisen, welke middelen daarvoor nodig zijn en hoe we de kwaliteit van uitvoering, dienstverlening en financiën borgen. 6.1Organisatie en middelen Om onze uitvoerings- en handhavingstaken (U&H) goed uit te voeren, zijn voldoende financiële, personele en organisatorische middelen nodig. De eisen aan de kwaliteit van de uitvoering zijn vastgelegd in de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht
  15. Deze verordening geeft uitvoering aan de wettelijke opdracht uit het Omgevingsbesluit om regels te stellen aan de kwaliteit van de uitvoering. Daarmee is het minimumniveau van kwaliteit voor VTH-taken vastgelegd. De gemeente is verplicht te voldoen aan de Kwaliteitscriteria 3.0 (en eventuele opvolgers) en werkt deze uit via drie kwaliteitsdoelstellingen: Uitvoeringskwaliteit – de inhoudelijke kwaliteit van producten en processen; Dienstverlening – de manier waarop we communiceren en samenwerken met inwoners, bedrijven en instellingen; Financiën – de verhouding tussen inzet van middelen en de kwaliteit van resultaten. Met deze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&HS) geven we hieraan invulling. 6.2Kwaliteitsdoelstellingen
  16. Uitvoeringskwaliteit van diensten en producten De uitvoeringskwaliteit gaat over de mate waarin onze vergunningverlening, toezicht en handhaving voldoen aan wettelijke en bestuurlijke doelen en bijdragen aan de omgevingskwaliteit. Uitvoeringskwaliteit diensten & producten Wat willen we bereiken? Wat gaan we ervoor doen? Binnen zes maanden willen we de uitvoeringskwaliteit meetbaar verbeteren door kortere doorlooptijden (met 10%) en een hogere klanttevredenheid (met 10%). We houden werkprocessen actueel en passen ze aan waar nodig. Dit doen we via regelmatig overleg binnen het taakveld vergunningen. Uniforme afhandeling van vergunning-, toezicht- en handhavingszaken. Jaarlijks actualiseren we het handboek met werkprocessen en protocollen. De uitvoering wordt geborgd door interne kwaliteitscontroles binnen de werkoverleggen van elk domein. Continuïteit van dienstverlening waarborgen. We houden de kwaliteitscriteria actueel en ondernemen acties om eraan te blijven voldoen. Jaarlijkse kwaliteitsmetingen worden verwerkt in het evaluatieverslag.
  17. Dienstverlening Dienstverlening gaat over de manier waarop de gemeente communiceert, samenwerkt en service verleent aan inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. We werken vanuit de kernwaarden vertrouwen, verantwoordelijkheid en vrijheid. Dienstverlening Wat willen we bereiken? Wat gaan we ervoor doen? Initiatiefnemers snel duidelijkheid geven over de haalbaarheid van hun plannen. We leggen procesafspraken vast zodat alle betrokkenen weten wat er van hen verwacht wordt, met extra aandacht voor de voorfase (“Verken uw idee”). De klanttevredenheid en efficiëntie van onze dienstverlening verbeteren. We handelen conform onze dienstverleningsnormen. Binnen vastgestelde termijnen nemen we contact op en leggen dit zorgvuldig vast in ons zaaksysteem. Een betrouwbare overheid zijn die verwachtingen goed managet. We geven vroegtijdig duidelijke informatie over procedures, documenten en termijnen. Bij vergunningverlening doen we dit via het omgevingsoverleg (KIL/GIL) en de regionale omgevingstafel. Bij handhavingsverzoeken informeren we over de procedure en verwachte doorlooptijd.
  18. Financiën Financiën gaan over de inzet van middelen in verhouding tot de kwaliteit van producten en diensten. Financiën Wat willen we bereiken? Wat gaan we ervoor doen? U&H-taken effectief en efficiënt uitvoeren. We zorgen voor voldoende financiële middelen, gekwalificeerd personeel en moderne technologische ondersteuning. Jaarlijks evalueren we dit en sturen we bij waar nodig. Inzicht in benodigde en beschikbare middelen. We brengen jaarlijks de personele en financiële inzet in kaart, gekoppeld aan de gestelde doelen, zodat we tijdig kunnen bijsturen.
  19. Samenvattend Door deze kwaliteitsdoelstellingen te combineren, waarborgen we een professionele, betrouwbare en transparante uitvoering van onze taken. We blijven werken aan een organisatie die: kwaliteit borgt via actuele werkprocessen; dienstverlening verbetert door structurele communicatie; en middelen doelmatig inzet voor maximaal effect. Deze borging wordt jaarlijks geëvalueerd in het Evaluatieverslag Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, waarin resultaten, verbeterpunten en nieuwe acties worden opgenomen. 6.3Organisatorische eisen Om onze uitvoerings- en handhavingstaken (U&H) goed uit te voeren, moet de organisatie voldoen aan een aantal organisatorische en kwaliteitsvereisten. Deze eisen zijn vastgelegd in het Omgevingsbesluit en nader uitgewerkt in onze Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht
  20. Hieronder beschrijven we hoe de gemeente Midden-Groningen invulling geeft aan deze vereisten.
  21. Scheiding van functies Bij de uitvoering van vergunningverlening en toezicht is sprake van een duidelijke taakscheiding. Het verlenen van omgevingsvergunningen en het toezicht op de naleving daarvan worden uitgevoerd door verschillende medewerkers. Zo voorkomen we dat vergunningverleners toezicht houden op vergunningen waarvan zij zelf de voorschriften hebben opgesteld. Deze scheiding waarborgt objectiviteit, integriteit en onafhankelijkheid in de uitvoering.
  22. Bereikbaarheid en beschikbaarheid De gemeentelijke organisatie en de uitvoeringsdiensten zijn ook buiten kantooruren bereikbaar en inzetbaar voor toezicht, handhaving en calamiteiten. Bereikbaarheid - Voor acute klachten zijn de gemeente en haar partners bereikbaar via de gemeentelijke website en de milieuklachtencentrale. In geval van nood zijn alle betrokken organisaties bereikbaar via het crisis- en rampenbestrijdingsnetwerk. Beschikbaarheid - Voor de behandeling van incidenten en calamiteiten geldt een 24-uurs beschikbaarheid, onder andere via piketregelingen. Toezichthouders werken niet gebonden aan kantoortijden, maar worden ingezet wanneer de situatie dat vereist (bijvoorbeeld ’s avonds of in het weekend). Deze structuur zorgt dat we snel en adequaat kunnen handelen bij acute situaties of meldingen.
  23. Grote incidenten en rampen Voor de aanpak van rampen, crises en grote incidenten beschikt de gemeente over een crisisplan, dat is afgestemd op het regionaal crisisplan van de Veiligheidsregio Groningen (VRG). Hierin zijn de verantwoordelijkheden, communicatielijnen en inzetprocedures vastgelegd. Bij grootschalige incidenten werken we nauw samen met de VRG en andere veiligheidspartners, zodat er altijd sprake is van een coördinerende, eenduidige aanpak.
  24. Werkprocessen, procedures en informatievoorziening Onze werkprocessen en procedures zijn vastgelegd, geborgd en geïntegreerd in de VTH-applicatie (Rx.Mission). Deze digitale omgeving ondersteunt: de afhandeling van vergunningen en meldingen; de planning en registratie van toezichtactiviteiten; en de documentatie van handhavingsmaatregelen. Door het gebruik van deze applicatie zorgen we voor uniforme procesvoering, transparantie en actuele informatievoorziening binnen alle VTH-domeinen.
  25. Opleiding en deskundigheid De kwaliteit van onze uitvoering staat of valt met de kennis en deskundigheid van onze medewerkers. In de Kwaliteitscriteria 3.0 is vastgelegd welke kennis, vaardigheden en competenties onze VTH-medewerkers moeten bezitten. Om dit te borgen: is er een structureel opleidingsbudget beschikbaar; worden opleidingsplannen jaarlijks geactualiseerd; en stimuleren we medewerkers om te blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria door training, bijscholing en intervisie. Zo investeren we continu in een professionele, vakbekwame organisatie die de kwaliteit van uitvoering kan blijven garanderen.
  26. Samenvatting Met deze organisatorische maatregelen zorgen we dat de gemeente Midden-Groningen beschikt over een robuuste en wendbare uitvoeringsorganisatie. Een organisatie die: onafhankelijk en zorgvuldig werkt; 24/7 bereikbaar is voor toezicht en calamiteiten; beschikt over geborgde werkprocessen en actuele informatievoorziening; en voortdurend investeert in deskundigheid en vakmanschap. Zo borgen we de kwaliteit van uitvoering en blijven we voldoen aan de wettelijke eisen uit het Omgevingsbesluit. 6.4VTH Samenwerking Samenwerking als basis voor uitvoering De VTH-processen (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) staan nooit op zichzelf. Om vergunningen te kunnen verlenen, toezicht te houden en overtredingen op te lossen — via handhaving of gedragsbeïnvloeding - is structurele samenwerking essentieel. Deze samenwerking vindt plaats zowel intern binnen de gemeentelijke organisatie, als extern met onze ketenpartners in de regio. Alle betrokken partijen werken samen aan één doel: een veilige, gezonde en goed functionerende leefomgeving. Interne en externe afstemming Een eenduidige en uniforme aanpak richting inwoners en bedrijven vraagt om goede communicatie en afstemming. Daarom stemmen we intern af tussen: vergunningverleners, toezichthouders, handhavers en juridisch adviseurs; en andere teams, zoals Ruimtelijke Ordening, Beleid, Veiligheid, Milieu en Openbare Ruimte. Deze afstemming zorgt dat besluiten consistent zijn en dat inwoners één duidelijke lijn ervaren in beleid, uitvoering en communicatie. Extern werken we intensief samen met onze regionale en landelijke partners, waaronder: Waterschap Hunze en Aa’s; Veiligheidsregio Groningen (VRG); Omgevingsdienst Groningen (ODG); Politie, Openbaar Ministerie en GGD; Provincie Groningen; en maatschappelijke partners zoals woningcorporaties en architectenbureaus. Door kennis, informatie en ervaring te delen, benutten we elkaars deskundigheid en capaciteit. Deze samenwerking is cruciaal om binnen de wettelijke termijnen (zoals de acht weken voor vergunningverlening) te blijven en te komen tot integraal, zorgvuldig beleid en uitvoering. Vastlegging en borging De momenten van afstemming en de wijze van samenwerken zijn vastgelegd in werkprocessen, instructies en afspraken. Deze zijn digitaal toegankelijk voor alle betrokken medewerkers en ketenpartners. Hierin is ook opgenomen: wie op welk moment betrokken wordt; welke informatie gedeeld mag worden; en welke termijnen gelden voor advies en besluitvorming. Zo zorgen we voor transparantie, voorspelbaarheid en continuïteit in de samenwerking. Regionale samenwerking Binnen het regionale Omgevingswet-programma Groningen zijn afspraken gemaakt over: momenten van samenwerking; informatie-uitwisseling; en levertermijnen. Hiermee werken alle betrokken overheden volgens dezelfde uitgangspunten en ontstaat er een heldere, gezamenlijke VTH-keten in de regio. Deze afspraken zijn vastgelegd in regionale convenanten en werkafspraken, die onderdeel zijn van onze digitale samenwerkingsomgeving. Advies en deskundigheid Bij vergunningverlening laat het college zich adviseren door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Midden-Groningen. Deze commissie beoordeelt aanvragen op ruimtelijke kwaliteit, erfgoed, architectuur en inpassing in de omgeving. Bij overtredingen of afwijkingen van de voorschriften wordt - conform beleid - handhavend opgetreden. Afstemming ketenpartners Een goede samenwerking met ketenpartners is essentieel voor een effectieve en betrouwbare uitvoering van de U&H-taken. In de bijlagebundel zijn de afspraken met ketenpartners nader uitgewerkt. De onderdelen van de U&HS die betrekking hebben op strafrechtelijke handhaving stemmen we op operationeel niveau af met de politie en het Openbaar Ministerie. Daarnaast werken we structureel samen met de ODG, VRG, GGD en woningcorporaties om signalen te delen, informatie te bundelen en gezamenlijk op te treden. 6.5Monitoring en evaluatie Doel van monitoring In de U&HS zijn onze doelen, prioriteiten en strategieën vastgelegd. Om te weten of we deze doelen behalen, stellen we onszelf elk jaar de volgende vragen: Behalen we de gestelde doelstellingen? Houden we ons aan de prioriteiten en plannen? Hanteren we de juiste strategieën en middelen? Door deze vragen systematisch te beantwoorden, houden we inzicht in de voortgang en kunnen we tijdig bijsturen. Evaluatie en verantwoording De voortgang en resultaten worden jaarlijks vastgelegd in de VTH-evaluatierapportage. Deze rapportage: wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders; wordt ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden; en wordt verzonden aan de provincie Groningen, in haar rol als interbestuurlijk toezichthouder (IBT). Zo leggen we verantwoording af over onze uitvoering aan bestuur, inwoners en provincie. Verbetercyclus Wanneer uit de evaluatie blijkt dat doelstellingen niet zijn gehaald, worden verbetermaatregelen voorgesteld. Deze maatregelen worden opgenomen in de eerstvolgende evaluatierapportage en indien nodig verwerkt in een tussentijdse wijziging van de U&HS. Zo werken we volgens de BIG-8 beleidscyclus: plannen – uitvoeren – evalueren – bijstellen. Kwaliteitscriteria en kritieke massa De U&HS vormt het kader voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Onderdeel hiervan zijn de kwaliteitscriteria voor capaciteit, deskundigheid en organisatie. Vanaf 1 januari 2025 gelden de Kwaliteitscriteria 3.0, die eisen stellen aan: de kritieke massa (voldoende bezetting voor continuïteit); de deskundigheid van medewerkers; en de borging van kwaliteit binnen de organisatie. Door jaarlijks te evalueren of we voldoen aan deze criteria, weten we waar verbeteringen nodig zijn en kunnen we gericht actie ondernemen. De resultaten hiervan worden opgenomen in de VTH-kwaliteitsmeting. Wanneer we (tijdelijk) niet aan een criterium voldoen, motiveren we dit in het rapport en geven we aan welke stappen we ondernemen om dit te herstellen. Samenvatting Met deze werkwijze waarborgen we: een transparante en toetsbare uitvoering van de VTH-taken; een duidelijke samenwerking tussen interne en externe partners; en een continu proces van leren en verbeteren. Zo zorgen we dat onze uitvoering voldoet aan de kwaliteitscriteria, aansluit bij de verwachtingen van inwoners en bestuur, en bijdraagt aan een veilige en leefbare gemeente Midden-Groningen. Bijlagebundel gemeente Midden-Groningen Bijlage 1 Toelichting BIG-8 beleidscyclus Bijlage 2 Intentieverklaring VTH-Drieslag Bijlage 3 Handleiding risicomethodiek (A) en Uitkomsten risicoanalyse (B) Bijlage 4 Strategieën Bijlage 5 Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) beleid Bijlage1Toelichting BIG-8 beleidscyclus De regels in het Omgevingsbesluit vormen de wettelijke implementatie van de BIG-8-beleidscyclus. Deze cyclus bestaat uit acht samenhangende stappen (waarvan zeven zichtbaar in het proces en één overkoepelend in planning & control) die zorgen voor een continue verbetering van beleid, uitvoering en handhaving. De toepassing van de BIG-8 zorgt ervoor dat ook de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&HS) jaarlijks wordt geëvalueerd en – waar nodig – wordt aangepast op basis van nieuwe inzichten, beleidsontwikkelingen en organisatorische veranderingen. Figuur 1 BIG-8 De beleidscyclus onder de Omgevingswet Naast de BIG-8 is onder de Omgevingswet een tweede, meer strategische beleidscyclus geïntroduceerd. Deze cyclus volgt het Plan–Do–Check–Act-principe en biedt een gestructureerde manier om de instrumenten van de wet op elkaar af te stemmen. De cyclus bestaat uit vier kwadranten: Beleidsontwikkeling – (rechtsboven in de cirkel) Dit is de fase van visievorming en beleidsopbouw. Hier wordt bepaald wat de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving is en hoe deze wordt vastgelegd, bijvoorbeeld in de Omgevingsvisie. Input uit de terugkoppeling (onder andere vanuit VTH) is in deze fase essentieel. Beleidsdoorwerking – (rechtsonder) In dit kwadrant worden de beleidsdoelen juridisch en operationeel verankerd in Omgevingsplannen, Omgevingswaarden en Programma’s. Dit vormt de basis voor toetsing en uitvoering. Uitvoering – (linksonder) Hier gaat het om het uitvoeren van activiteiten die binnen de fysieke leefomgeving plaatsvinden. Denk aan vergunningverlening, meldingen en toezicht. Regels uit het omgevingsplan worden hier toegepast in de praktijk. Terugkoppeling – (linksboven) Dit kwadrant richt zich op vergunningverlening, toezicht en handhaving om naleving van regels te waarborgen. Via monitoring en evaluatie wordt bekeken of de maatregelen effectief zijn en of bijsturing in beleid nodig is. Figuur 2 Beleidscyclus Omgevingswet Rol van VTH binnen de beleidscyclus De VTH-taken komen in beide cycli terug in de kwadranten Uitvoering en Terugkoppeling. In deze U&HS is vastgelegd dat de gemeente Midden-Groningen werkt met een uniforme beleidscyclus, zodat beleid en uitvoering elkaar voortdurend versterken. Dat betekent: de samenwerking tussen beleid, uitvoering en toezicht wordt verder geïntensiveerd; de rol van VTH in de terugkoppeling wordt versterkt, door structureel te rapporteren over naleving, risico’s en trends; en de uitkomsten van evaluaties worden gebruikt om beleidsdoelen te verbeteren of bij te stellen. Zo vormt de BIG-8 samen met de beleidscyclus van de Omgevingswet een gesloten kwaliteitskringloop: van beleid naar uitvoering, en van uitvoering terug naar beleid. Deze werkwijze zorgt voor een lerende organisatie, waarin beleid, uitvoering en toezicht elkaar versterken en de kwaliteit van de leefomgeving continu verbetert. Bijlage2Intentieverklaring samenwerking NCG en VTH drieslag 3.0 VTH DRIESLAG Nationaal Coördinator Groningen Intentieverklaring samenwerking NCG en aardbevingsgemeenten in de provincie Groningen in het kader van VTH Drieslag 3.0 De versterkingsoperatie in het aardbevingsgebied heeft tot doel om, in het belang van de veiligheid van de bewoners, zo snel mogelijk panden in het gebied aan de vigerende veiligheidsnormen te laten voldoen. Naast snelheid in voorbereiding en uitvoering is zorgvuldigheid in de uitvoering in het belang van de bewoner/eigenaar. Daar horen heldere afspraken, goed doordachte plannen en betrouwbare procesafspraken bij. Zowel tussen de Nationaal Coôrdinator Groningen (NCG) en de bewoner/eigenaar, als ook tussen de NCG en gemeenten in het gebied. Gemeenten zowel vanuit hun positie als opdrachtgevers van de versterkingsoperatie alsook vanuit hun rol als bevoegd gezag met betrekking tot, vergunningen, toezicht en handhaving (VTH). Immers een belangrijke randvoorwaarde is dat versterkingsprojecten moeten voldoen aan vigerende wet- en regelgeving. Afhankelijk van de te nemen versterkingsmaatregelen dienen de nodige vergunningen en toestemmingen tijdig te worden verleend dan wel te worden verkregen. Middels deze intentieverklaring spreken de gemeenten Groningen, Midden-Groningen, Eemsdelta i.o., Het Hogeland, Oldambt en de NCG nadrukkelijk uit te willen streven naar een vlot, efficiënt en eenduidig proces van vergunningverlening voor versterkingsprojecten. Dit moet plaatsvinden in nauwe samenwerking en afstemming tussen NCG en de vijf gaswinningsgemeenten, ieder vanuit zijn eigen wettelijke taak en verantwoordelijkheid en moet passen binnen het Vigerend beleid en de recent of reeds eerder gemaakte bestuursafspraken. Deze samenwerking en afstemming vinden bij voorkeur plaats in de Regiekamer 'v'TH Drieslag. In 2016 zijn de aardbevingsgemeenten samen met het Centrum Veilig Wonen (CVW) als uitvoerende partij, een samenwerking onder de vlag van VTH Drieslag aangegaan. Met de inrichting van de NCG als publieke uitvoerder van de versterkingsoperatie, de gemeentelijke herindelingen in het gebied en het opheffen van de gezamenlijk werkorganisatie WO Deal eind dit jaar, was het initiatief VTH Drieslag aan herijking toe. Dit heeft geleid tot een nieuwe opzet genaamd VTH Drieslag 3.0 waarin de Vijf genoemde aardbevingsgemeenten blijven werken aan een gezamenlijke en uniforme aanpak van het vergunningenproces. Deze samenwerking is door de gemeenten inmiddels op 17 december 2020 bekrachtigd in de overeenkomst "kwaliteitsborging bouwplannen in de versterkingsoperatie" . Hierin is het uitgangspunt dat voor een snelle en adequate afhandeling van de versterkingsoperatie vergunningverlening, toezicht en handhaving een volwaardige plaats moeten krijgen in het proces en dat men dat in gezamenlijkheid vorm wil geven via vrrH Drieslag 3.
  27. De NCG heeft als publieke opdrachtnemer van de versterkingsoperatie veel belang bij een vlotte en eenduidige afhandeling van vergunningenprocedures en wil daarom de opzet en doelstelling van WH Drieslag 3.0 van harte ondersteunen en in samenwerking daar ook actief aan bijdragen. In deze intentieovereenkomst worden een aantal punten nader uitgewerkt waarmee de gewenste samenwerking tussen gemeenten en NCG in WH Drieslag 3.0 praktisch wordt ingevuld: Uitgangspunt is dat we er naar streven zoveel mogelijk vragen en problemen aan de 'voorkant' van het proces op te lossen. We weten wat we van en aan elkaar vragen en verwachten. NCG spant zich in om de vergunningaanvragen helder en adequaat onderbouwd, eenduidig en van kwalitatief voldoende niveau in te (laten) dienen. Gemeenten hebben hun vergunningenprocedüres zoveel mogelijk onderling afgestemd, hanteren waar mogelijk een uniform toetskader en zijn proactief als er eventueel aanvullende informatie nodig is; NCG neemt, als uitvoeringsorganisatie van de versterkingsoperatie, deel aan de in VTH Drieslag 3.0 voorziene Regiekamer. In deze kamer worden op ambtelijk niveau met de VTH-regisseurs aan de voorkant problemen/vraagstukken opgelost en vragen beantwoord op het gebied van VTH. We zien het als wederzijdse verantwoordelijkheid om een passende bijdrage aan de voorziene Regiekamer te leveren; dat geldt ook voor het Initiatievenloket\intake-overleg dat per gemeente ingericht is. Voor NCG is dit de ingang om aan de voorkant afspraken te maken op projectniveau. NCG spant zich in om afstemming over initiatieven op VTH-gebied via dit loket te laten lopen; In het licht van de Wet Kwaliteitsborging (Wkb, per 01-01-2022 nationaal doorgevoerd) werken we gedurende 2021 gezamenlijk aan het ontwikkelen van een vorm van private/onafhankelijke kwaliteitsborging, reeds in de geest van de Wkb. Primair is dit bedoeld als versnellingsmechanisme in de vergunningenprocedures. Dit wel vanuit het besef dat dit altijd een ontwikkelpad is, waarin geleidelijk en in afstemming met alle partijen, stappen richting de invoering van de Wkb kunnen worden gemaakt; Gelet op bovenstaande is er in 2021 ook blijvende aandacht voor de afhandeling binnen het reguliere proces nodig. Ook daar zorgen we voor wederzijdse aandacht voor mogelijke versnelling van de afhandeling van vergunningaanvragen. Ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan worden volop ingezet om ook in het reguliere aanvraagproces te komen tot een vlotte en adequate vergunningverlening; Waar de Wkb ziet op de bouwkundige kwaliteit van het werk in het kader van het bouwbesluit 2012, zijn er ook de omgevingsaspecten waaraan bouwprojecten moeten worden getoetst. De samenwerking is er op gericht ook op dit punt te komen tot een meer uniforme wijze van boordelen van projecten en het bespreken van mogelijk knelpunten. In dat kader gaat er speciale aandacht uit naar Tijdelijke Huisvesting (THV); De toepassing van private kwaliteitsborging leidt naar verwachting tot kostenbesparingen aan de zijde van NCG en betrokken gemeenten. We zullen onderzoeken hoe, in het kader van VTH Drieslag, dit beeld en deze verwachting kunnen worden vertaald in de legesverordening en de daarin opgenomen tarieven. In het kader van het versnellen en stroomlijnen van procedures benadrukken partijen het belang van het zoveel mogelijk digitaal afhandelen van de processen. Waar mogelijk en nodig nemen partijen adequate maatregelen en stappen om elkaar in deze te kunnen faciliteren; Op dit moment ligt de Tijdelijke Wet Groningen-Versterken voor ter goedkeuring in het parlement. In deze wet is een coördinatie plicht voor alle vergunningen en toestemmingen c.a. opgenomen die bij de NCG komt te liggen. Vooruitlopend op de invoering van deze wet verkennen partijen met elkaar in de Regiekamer Drieslag hoe deze verplichting vorm gegeven kan worden binnen de onderlinge samenwerking. Deze intentieverklaring omvat geen uitputtende opsomming van wederzijdse verplichtingen maar onderdelen waarop we elkaar vanuit de samenwerking in de structuur VTH Drieslag 3.0 willen vinden c.q. waar we deze verder willen uitbouwen. Transparantie en vertrouwen zijn daarbij belangrijk. Dit alles vanuit een gedeeld perspectief, zijnde een vlot, voorspelbaar en kwalitatief adequaat proces van vergunningverlening. Aldus opgemaakt en ondertekend in Hoogezand-Sappemeer op 17 december
  28. Groningen, Gemeente 01 ambt dhr. G. Engel Coördinator Groningen Bijlage3A Handleiding risicomethodiek Inleiding, doel en opbouw Deze bijlage beschrijft de kwalitatieve risicomethodiek die de gemeente Midden-Groningen gebruikt om een integrale, probleemgestuurde risicoanalyse uit te voeren. De methode is deels gebaseerd op het DBC-risicomodel1 en vormt de basis voor de prioritering binnen het integrale programma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Een strategie opstellen betekent keuzes maken: er is nooit voldoende capaciteit om alle taken volledig uit te voeren. Het stellen van prioriteiten helpt te bepalen welke overtredingen of probleemsoorten het grootste risico vormen en waar het meeste toezicht nodig is. De risicoanalyse – na vaststelling door het bestuur – biedt inzicht in de benodigde inzet van menskracht en middelen, op basis van: de geïdentificeerde risico’s, de lokale situatie, en de bestuurlijke ambities. Het doel van deze handleiding is om via één uniforme werkwijze de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving te ondersteunen. Ook de wetgeving streeft naar meer uniformiteit: steeds meer lokale regels worden landelijk afgestemd. De Omgevingswet voorziet daarom in één geïntegreerde aanpak voor uitvoering, toezicht en handhaving. In deze handleiding wordt uitgelegd hoe het probleemgestuurde, kwalitatieve risicomodel werkt en welke resultaten dit oplevert. De volgende onderdelen komen aan bod: de uitgangspunten van het risicomodel; de definities en criteria bij de risicoafweging; het toepassen en invullen van de risicomatrix; en een voorbeeld van een ingevulde risicomatrix. Uitgangspunten van het risicomodel Bij het gebruik van het risicomodel moeten soms bewuste keuzes worden gemaakt over de manier waarop bepaalde onderdelen worden toegepast of afgebakend. Deze keuzes zijn vastgelegd in onderstaande tabel. De uitgangspunten zorgen ervoor dat de risicoanalyse op een eenduidige en transparante manier wordt uitgevoerd. Uitgangspunten voor het invullen van de integrale risicomodule Keuze Toelichting De risicomatrixen hebben betrekking op soorten overtredingen en problemen binnen de gemeente Midden-Groningen. De integrale risicoanalyse richt zich uitsluitend op de probleemgerichte taken die door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Er wordt gewerkt met probleemonderwerpen per domein, zoals weergegeven in de eerste kolom van de matrix. Deze probleemonderwerpen hebben betrekking op vergunningverlening, toezicht én handhaving. Er wordt gescoord op een beperkt aantal problemen of overtredingstypen. De lijst van problemen is niet limitatief en in samenspraak met de vakinhoudelijke experts onze gemeente opgesteld. Bij naleefgedrag wordt gekeken in hoeverre regels worden nageleefd. De naleefscore geeft aan wat de kans is dat het probleem zich voordoet, of de kans op niet-naleving van een bepaalde regel. Vastleggen van definities risicoafweging Voor een goede risicoafweging moeten eerst de gebruikte variabelen worden gedefinieerd. Het gaat om de beoordelingscriteria, de scores (van 1 tot en met 3) en de uiteindelijke risicoscore die bepaalt hoe hoog een probleem of overtreding wordt geprioriteerd. De onderstaande definities sluiten grotendeels aan bij algemeen gebruikte risicomodellen. De risicoafweging wordt uitgevoerd op basis van zes beoordelingsaspecten: Veiligheid Doel: beoordelen in hoeverre een mogelijke calamiteit lichamelijk letsel kan veroorzaken. Het gaat om direct lichamelijk letsel als gevolg van een verstoring of calamiteit, bijvoorbeeld instortingsgevaar, brand of ongevallen bij evenementen. Hierbij willen we het risico op acute incidenten met letsel of dodelijke afloop zo klein mogelijk houden. (Asbest of straling valt onder het aspect Gezondheid.) Score Beschrijving Pijn of gering letsel bij één of meer personen (lichtgewonden). Zwaar letsel bij één of meer personen (zwaargewonden). Zwaar lichamelijk letsel bij meerdere personen en één of meer dodelijke slachtoffers.
  29. Gezondheid Doel: beoordelen in welke mate een activiteit of calamiteit invloed heeft op de gezondheid van mensen. Het gaat hier om gezondheidsrisico’s die kunnen ontstaan door bijvoorbeeld een slechte luchtkwaliteit, vervuild water, gebrekkige ventilatie in gebouwen of langdurige blootstelling aan gevaarlijke stoffen of situaties. Ook geluidsoverlast, geurhinder of stress kunnen op langere termijn een negatief effect hebben op de gezondheid. We kijken daarbij niet alleen naar directe gezondheidsproblemen, maar ook naar langdurige of blijvende effecten die kunnen ontstaan wanneer regels niet worden nageleefd. Score Beschrijving Tijdelijke of lichte gezondheidsklachten bij één of enkele personen, zoals irritatie aan ogen of luchtwegen, stankoverlast of stress door geluid. Het gevaar voor de volksgezondheid is gering. Duidelijke gezondheidsproblemen of ziektegevallen bij meerdere personen, bijvoorbeeld door ernstige lucht-, water- of bodemvervuiling. Er is sprake van tijdelijk gevaar voor de volksgezondheid, maar de effecten zijn omkeerbaar. Blijvende of ernstige gezondheidsproblemen bij meerdere personen, zoals langdurige longschade, psychische klachten of blijvende aantasting van zintuigen. Ook langdurige blootstelling aan stoffen als asbest of straling valt hieronder. Er kan sprake zijn van ziektegevallen met dodelijke afloop.
  30. Duurzaamheid Doel: beoordelen in welke mate een activiteit of overtreding invloed heeft op het gebruik van grondstoffen, energie en natuur, en op de manier waarop er met afval en milieu wordt omgegaan. Duurzaamheid gaat over het zuinig omgaan met onze natuurlijke hulpbronnen en het beschermen van de leefomgeving voor toekomstige generaties. We kijken naar verspilling van energie en grondstoffen, naar afvalproductie en afvalscheiding, en naar de effecten op natuur, landschap en cultureel erfgoed. Ook het naleven van regels uit de Groene wetgeving en de Erfgoedwet hoort hierbij. Voorbeelden zijn: onnodig energieverbruik, het gebruik van vervuilende bouwmaterialen, slecht afvalbeheer of sloop van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen zonder vergunning. Score Beschrijving De activiteit heeft nauwelijks effect op duurzaamheid. Er is sprake van een kleine verspilling of beperkt extra gebruik van energie of grondstoffen. De activiteit veroorzaakt merkbare verspilling of verstoring, zoals gebrekkige afvalscheiding, extra gebruik van energie of materialen of beperkte schade aan natuur of erfgoed. De activiteit leidt tot ernstige verspilling of blijvende aantasting van milieu, natuur of erfgoed. Er is sprake van grootschalig energie- of grondstoffenverbruik, of schade aan waardevolle natuur- of cultuurgebieden.
  31. Bedreiging milieu en leefbaarheid Doel: bepalen in hoeverre een activiteit de kwaliteit en beleving van de leefomgeving aantast. Het gaat om alle vormen van overlast of vervuiling die een negatieve invloed hebben op het woon- en leefklimaat. Denk aan geluid, trillingen, stank, bodem- of luchtverontreiniging, verpauperde panden, verrommeling of aantasting van het straatbeeld. Leefbaarheid gaat niet alleen over fysieke kwaliteit, maar ook over hoe veilig en prettig mensen zich voelen in hun omgeving. Ook als de normen niet worden overschreden, kan hinder leiden tot stress, verminderde gezondheid en afname van woongenot. Score Beschrijving De activiteit heeft nauwelijks invloed op de leefomgeving. Er is geen merkbare achteruitgang van milieu of woonkwaliteit. Er is sprake van een duidelijke, maar tijdelijke of omkeerbare aantasting van de leefomgeving. Denk aan tijdelijke geluidsoverlast, geurhinder of visuele verstoring. De activiteit veroorzaakt een ernstige en blijvende aantasting van de leefomgeving. Bijvoorbeeld door illegale lozing of storting van vervuilende stoffen, langdurige geluidshinder of ernstige verwaarlozing van panden en terreinen.
  32. Financiële schade Doel: bepalen wat de mogelijke financiële gevolgen zijn van een calamiteit of overtreding voor de gemeente, de provincie of de lokale economie. Het gaat om kosten of schade die de gemeente of provincie zelf moet dragen, bijvoorbeeld door noodmaatregelen, herstel, of verlies aan inkomsten. Ook indirecte schade, zoals verlies aan werkgelegenheid of economische terugval, valt hieronder. Voorbeelden hiervan zijn: niet-verzekerde kosten voor tijdelijke opvang of schadevergoedingen, stilgevallen bouw- of bedrijfsactiviteiten, verlies aan werkgelegenheid, afnemende investeringen of leegstand in een gebied, economische achteruitgang. Score Beschrijving De financiële schade is gering. De directe kosten blijven beperkt tot maximaal €10.
  33. De schade is aanzienlijk. De directe kosten bedragen maximaal €100.000 en/of er is sprake van een beperkte terugloop in economische bedrijvigheid. De schade is groot. De directe kosten zijn hoger dan €100.000 en/of er is sprake van een duidelijke of langdurige economische terugval.
  34. Bestuurlijke imagoschade Doel: beoordelen in welke mate een incident, overtreding of illegale situatie schade toebrengt aan het vertrouwen van inwoners in het gemeentebestuur. Bestuurlijke imagoschade gaat over de gevolgen voor de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de gemeente. Wanneer inwoners of bedrijven het gevoel krijgen dat de gemeente haar taken niet goed uitvoert of nalatig is, kan dit leiden tot klachten, onrust of negatieve media-aandacht. Voorbeelden hiervan zijn georganiseerde buurtprotesten, mediacampagnes, open brieven of langdurige juridische procedures. Deze situaties kunnen leiden tot gezichtsverlies of een gevoel dat de gemeente haar zaken niet op orde heeft. Score Beschrijving De schade aan het imago is minimaal. Er zijn enkele klachten of brieven, maar het algemene vertrouwen in het bestuur blijft intact. De schade is merkbaar, maar tijdelijk. Er is negatieve media-aandacht, buurtprotesten of enkele juridische procedures. Er ontstaat een beeld dat de gemeente het niet overal op orde heeft. De schade is groot en langdurig. Er is sprake van aanhoudende klachten, maatschappelijke onrust, zware juridische procedures of politieke gevolgen (zoals moties van wantrouwen). Het vertrouwen in het bestuur neemt sterk af. Toepassen en invullen van de risicomatrix De risicomatrix laat zien hoe groot het risico is dat een bepaald probleem of een overtreding oplevert. Daarvoor geven we per aspect een score van 1 tot en met 3, waarbij 1 staat voor een gering risico en 3 voor een groot risico. Punten Betekenis 3 GROOT NEGATIEF EFFECT 2 GEMIDDELD NEGATIEF EFFECT 1 GERING NEGATIEF EFFECT De risico’s van de verschillende overtredingen of problemen worden beoordeeld op zes beoordelingsaspecten: Veiligheid Gezondheid Duurzaamheid Bedreiging milieu en leefbaarheid Financiële schade Bestuurlijke imagoschade Voor elk aspect wordt beoordeeld hoe groot het negatieve effect is. Deze scores vormen samen de effectscore. Naleefgedrag Naast het effect beoordelen we ook het naleefgedrag: de kans dat de regels wel of niet worden nageleefd. In het model wordt dit weergegeven op dezelfde 3-puntsschaal. Punten Betekenis 3 ZEER LAAG NALEEFNIVEAU: NIET NALEEFGEDRAG IS ZEER HOOG 2 VOLDOENDE NALEEFNIVEAU: NALEEFGEDRAG IS GEMIDDELD 1 GOED NALEEFNIVEAU: NALEEFGEDRAG IS ZEER HOOG De naleefscore geeft dus weer hoe groot de kans is dat het probleem zich voordoet of dat de regels worden overtreden. Voorbeeld van een risicomatrix Hieronder staat een fictief voorbeeld van een risicoanalyse binnen het domein Ruimtelijke Ordening. De genoemde problemen en scores zijn illustratief en niet direct van toepassing op de situatie in de gemeente Midden-Groningen. Mogelijke overtreding(en) Effecten veiligheid gezondheid duurzaamheid leefbaarheid financiële schade bestuurlijk imagoschade EFFECTSCORE verkeerd particulier gebruik grond/erf 1 1 1 2 1 1 1 wonen (tijdelijk/permanent) waar niet is toegestaan 3 2 1 2 1 2 3 bij horeca 1 1 1 2 1 2 1 Toelichting bij de tabel In de eerste kolom staan de overtredingen of probleemsoorten. De kolommen 2 tot en met 7 tonen de scores voor de zes beoordelingsaspecten. De kleuren in de matrix laten zien hoe groot het risico is: Groen betekent een klein of verwaarloosbaar negatief effect (score 1). Rood betekent een groot negatief effect of een laag naleefniveau (score 3). De laatste kolom geeft de totale effectscore aan, en in een aparte kolom wordt het naleefniveau vermeld. Wanneer alle matrixen per taakveld zijn ingevuld, kan de totale risicoscore worden berekend. Bepaling van het totaalrisico Het totaalrisico wordt berekend op basis van de formule: Risico = Kans × Effect Mogelijke overtreding(en) Effect Kans Risico = kans x effect Strijdig gebruik: EFFECT SCORE NALEVING RISICO verkeerd particulier gebruik grond/erf 1 1 L wonen (tijdelijk/permanent) waar niet is toegestaan 3 3 H bij horeca 1 1 L H Hoog risico M Gemiddeld risico L Laag risico Toelichting op de totaalscore De totaalscore geeft aan waar de grootste risico’s liggen en helpt ons om prioriteiten te stellen. Activiteiten met een hoge risicoscore krijgen prioriteit in het uitvoeringsprogramma. De verdeling tussen hoog, gemiddeld en laag risico wordt gebaseerd op de volgende schaal: Totaalscore Betekenis Hoog (H) Grote kans op overtreding én groot effect bij optreden. Gemiddeld (M) Enige kans op overtreding en/of gemiddeld effect. Laag (L) Kleine kans op overtreding of gering effect. Bijlage3B Uitkomsten risicoanalyse Risicoanalyse onderdeel BOUW Risicoanalyse onderdeel RUIMTELIJKE ORDENING Risicoanalyse onderdeel APV, ALCHOHOLWET & EVENEMENTEN Bijlage4Strategieën In dit hoofdstuk beschrijven we de strategieën die we gebruiken bij het uitvoeren van de U&H-taken. De strategieën zijn verdeeld in twee groepen: uitvoeringsstrategieën en nalevingsstrategieën. Uitvoeringsstrategie Nalevingstrategie Preventiestrategie Toetsingsstrategie Toezichtstrategie vergunningen Communicatiestrategie Toezichtstrategie Sanctiestrategie De uitvoeringsstrategie gaat over het verlenen van vergunningen en het toezicht op verleende vergunningen. Alle andere vormen van toezicht vallen onder de nalevingsstrategie. Deze bijlage beschrijft de uitvoeringsstrategieën die we toepassen bij de uitvoering van onze taken. Ze bestaan uit twee onderdelen: Preventiestrategie; Toetsing- en toezichtstrategie. 1.Preventiestrategie De preventiestrategie richt zich op het voorkomen van overtredingen door kennis, duidelijkheid en samenwerking. Aan de ene kant gaat het om het vergroten van de kennis en bewustwording bij inwoners, bedrijven en organisaties. Mensen moeten weten welke regels gelden en voor welke activiteiten een vergunning of melding nodig is. Aan de andere kant stimuleert de preventiestrategie betrokkenen om zich aan die regels te houden. De preventiestrategie wordt doorlopend ingezet en

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.