← Nederland

Technische publicatie Omgevingsvisie gemeente De Bilt (De Bilt)

Kort samengevat

Deze wet gaat over de omgevingsvisie van de gemeente De Bilt, die een toekomstbeeld schetst en de basis vormt voor het omgevingsplan en omgevingsprogramma’s. Het doel is om gewenste ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving te sturen en ruimte te bieden voor initiatieven en participatie.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR728272 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2026-02-06 2026-02-06 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR728272/nld@2026-02-06 /join/id/proces/gm0310/2024/Omgevingsvisie1 /join/id/proces/gm0310/2026/Omgevingsvisie2 2026-02-06 2026-02-06 /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie/nld@2026-02-04 /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie/nld@2026-02-04 /join/id/stop/work_019 2 Omgevingsvisie gemeente De Bilt 1 Inleiding 1.1 Algemeen Rol en sturingsfilosofie De omgevingsvisie geeft een toekomstbeeld van de gemeente. We hebben de omgevingsvisie opgesteld in samenwerking met de samenleving. Zo vormt de omgevingsvisie de beleidsmatige basis voor het omgevingsplan en eventuele (omgevings)programma’s. In het omgevingsplan zijn straks de juridische- en beleidsmatige regels per geografische locatie opgenomen. Het omgevingsplan vervangt de losse bestemmingsplannen. In omgevingsprogramma’s werken we doelstellingen van de visie uit en spelen we in op nieuwe maatschappelijke vraagstukken. Deze vraagstukken kunnen vervolgens weer leiden tot aanpassing van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Zo blijven de omgevingsvisie en het omgevingsplan actueel en toekomstbestendig. De omgevingsvisie biedt een flexibel raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen met heldere uitgangspunten voor alle partijen. Met behulp van de omgevingsvisie sturen we op gewenste ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Ook is er meer ruimte voor initiatieven en participatie van bewoners, bedrijven en organisaties. Als de juridische regels van het omgevingsplan een initiatief niet toestaan, kan hier van afgeweken worden met een zogenaamde Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het integrale afwegingskader in de omgevingsvisie helpt bij het afwegen van die afwijkingen. Daarmee vormt het ook een enthousiasmerende uitnodiging naar de samenleving. Voor het afwegingskader in de omgevingsvisie hebben wij kernwaarden met thema’s. De bestaande kwaliteiten van de gemeente De Bilt vormen daarbij het vertrekpunt. 1.2 Kernkwaliteiten van gemeente De Bilt 1.2.1 Historie De gemeente De Bilt is op 1 januari 2001 ontstaan na de gemeentelijke herindeling van de gemeenten De Bilt en Maartensdijk. De gemeente beschikt over een rijke en gevarieerde bewoningsgeschiedenis die tot circa 12.000 jaar geleden teruggaat. Naast de cultuurhistorisch waardevolle landschappelijke structuren en de daarin verweven kernen zijn er in de gemeente zeer veel bijzondere cultuurhistorische elementen aanwezig. Landschappen De verscheidenheid aan landschappen in de gemeente is groot door de ligging van de gemeente op het overgangsgebied van verschillende bodemtypen. Het noordoostelijke deel van de gemeente ligt op de flank van de stuwwallen van de Veluwe en Utrechtse Heuvelrug. Naar het (zuid) westen toe gaan de glooiende hellingen van de stuwwal over in dekzandvlaktes. Deze worden nog verder naar het westen toe bedekt met veen. In het zuiden van de gemeente bevinden zich afzettingen van het oude riviersysteem van de Rijn. Dit zeer gevarieerde landschap heeft geleid tot grote verschillen in bewoning en gebruik van de diverse landschapszones die hun weerslag kennen in vele tientallen archeologische vindplaatsen. Het karakter en de cultuurhistorische waarden en kwaliteiten van het veenweidelandschap, het coulisselandschap, het boslandschap en het Kromme Rijnlandschap worden in hoofdstuk 5 beschreven. Kern De Bilt en kern Bilthoven. Kern De Bilt en kern Bilthoven zijn twee kernen die op de grens van de Utrechtse Heuvelrug zijn ontstaan. Deze twee kernen hebben door de jaren heen de grootste verstedelijking doorgemaakt, met name vanaf de jaren zestig. Kern De Bilt en kern Bilthoven werden, door de aanwezige ruimte die in Utrecht niet geboden kon worden en de centrale ligging in het land, de vestigingsplaats van het KNMI, eind 19e eeuw en het RIVM in de jaren vijftig. De kernen zijn vergroeid met de groene kamers en bossen van de Utrechtse Heuvelrug en Bilthoven-Noord is zelfs het bos ingegroeid. Lintdorpen Groenekan, Maartensdijk en Westbroek. Meer westelijk bestaan Groenekan en Maartensdijk (gelegen in het coulisselandschap*) evenals Westbroek (gelegen in het veenweidelandschap met slagenverkaveling) uit bebouwingslinten langs de oost-west georiënteerde ontginningsassen. Vooral Maartensdijk is door uitbreidingswijken vanaf de jaren tachtig in zuidelijke richting uit het lint gegroeid maar het lint zelf is ook hier nog duidelijk herkenbaar. * Toelichting: Het coulisselandschap is ontstaan door de ontginning van de dekzandgronden op de overgang van de heuvelrug naar het veenweidegebied in een lange slagenverkaveling. Dit is een gevarieerd, halfopen landschap met landgoedbossen, singels, houtwallen, hagen, akkers en weilanden. Het coulisselandschap wordt ook wel landgoederenlandschap of kamerlandschap genoemd. Hollandsche Rading. Hollandsche Rading ligt tussen de bossen en het veenweidegebied bij de provinciegrens. Het wordt gekenmerkt door een aantal monumentale lanen die zijn gekoppeld aan bosstroken en houtwallen die vanuit de Utrechtse Heuvelrug het open weidegebied insteken. Groenekan en Hollandsche Rading zijn twee kernen die niet meeverhuisden met de verplaatsing van de ontginning waardoor verdere groei van de bebouwingslinten toentertijd uitbleef. De komst van een eigen treinstation in Hollandsche Rading bracht later alsnog een groeistimulans op gang met name vanaf

  1. Verdere historie De voorlaatste IJstijd (Saalien, 250.000 – 130.000 jaar geleden) De stuwwallen van de Veluwe en Utrechtse Heuvelrug hebben zich in deze tijd gevormd. Midden-Steentijd (Mesolithicum, 8800-4900 v. Chr.) De oudste bewoningssporen binnen de gemeente dateren uit deze periode. In deze periode was nog geen sprake van permanente woonplaatsen. De mensen leefden vooral van de jacht en het verzamelen van eetbare planten, en verbleven meestal maar kort (enkele dagen of weken) op dezelfde plek. In de gemeente zijn diverse vindplaatsen uit het Mesolithicum bekend op dekzandruggen en -koppen in het midden en westen van de gemeente. Nieuwe Steentijd (Neolithicum, 4900-2000 v. Chr.) Met de introductie van de landbouw verschenen de eerste permanente nederzettingen. De Neolithische boeren vestigden zich vooral op de hogere en drogere delen in het landschap: stuwwalflanken, dekzandruggen en oeverwallen, die geschikt waren voor akkerbouw. Het vee werd geweid in de lagergelegen gebieden. De Neolithische vindplaatsen in de gemeente zijn vooral teruggevonden op de makkelijk te bewerken zandgronden op of nabij de stuwwallen. Bronstijd (2000-800 v. Chr.) IJzertijd (800-12 v. Chr.) Romeinse tijd (12 v. Chr.-450 na Chr.) Archeologische sporen uit de daaropvolgende tijden zijn schaars in de gemeente De Bilt. Dit heeft mogelijk te maken met uitputting van de akkerarealen en een vernatting van grote delen van het gebied, waardoor ze minder aantrekkelijk werden voor bewoning. Grote Ontginning (10e – 13e eeuw) De succesvolle Grote Ontginning in de Middeleeuwen van een deel van het landschap van de gemeente De Bilt zorgde voor het ontstaan van nederzettingen, waarbij een wegenpatroon werd gevormd op de dwarsdijken en haaks daarvan richting het achterland. Dorpen ontstonden langs de ontginningsassen of op de overgang van landschapszones en kruispunten van wegen. Met de komst van de spoorlijn in 1863 tussen Utrecht en Amersfoort (en in 1871 tussen Utrecht en Hilversum) werd het gebied ontdekt als ideale woonplaats voor de welvarende klasse. 17e eeuw: Landgoederen en buitenhuizen Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw werden landgoederen aangekocht en in gebruik genomen. Buitenhuizen golden als statusobject en de opkomst van de Romantiek bekrachtigde het ideaal van ‘genieten van de onbezoedelde natuur’. Het gebied van Maartensdijk tot Soestdijk stond bekend als de ‘Laagte van Pijnenburg’. Het zuidelijke deel van de Utrechtse Heuvelrug stond bekend als de ‘Stichtse Lustwarande’. 1815: Nieuwe Hollandse Waterlinie De Nieuwe Hollandse Waterlinie werd opgezet toen Utrecht kort na de vestiging van de monarchie binnen de linie werd gebracht en is een belangrijk cultuurhistorisch element. Het heeft van 1815 tot 1951 dienstgedaan en bestaat uit een strook land die met behulp van sluizen, inlaten en kanalen onder water kon worden gezet. Hiermee konden de oprukkende vijandelijke legers worden gestopt. De hoger gelegen gebieden zijn voorzien van verdedigingswerken (onder andere forten) die door middel van beplanting aan het oog werden onttrokken. De linie is grotendeels nog intact. 1.2.2 Gemeente De Bilt nu De kernen zijn vooral vanaf de jaren zestig flink gegroeid. Toch wordt een aanzienlijk deel van de oppervlakte van de gemeente De Bilt gebruikt voor de landbouw. Verder bevinden zich op het grondgebied van de gemeente De Bilt delen van waardevolle (natuur)gebieden, waaronder het Oostelijke Vechtplassengebied (Natura 2000-gebied), de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Utrechtse Heuvelrug en de landgoederenzones (Laagte van Pijnenburg, Stichtse Lustwarande). Al deze gebieden hebben hoge natuurwaarden, maar zijn zeker ook van groot belang vanwege hun landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. De landschappen maken deel uit van de regionale en nationale ecologische hoofdstructuur (het Natuurnetwerk Nederland) en/ of de cultuurhistorische hoofdstructuur. Samen vormen deze gebieden essentiële ecologische verbindingszones tussen de omringende robuuste natuurgebieden van de Utrechtse Heuvelrug, het Kromme Rijngebied en het Vecht- en Plassengebied. Tevens versterken deze landschappen/ natuurgebieden de recreatieve aantrekkingskracht van de gemeente. Iedere kern is verknoopt met het omliggende landschap, omdat groene structuren -of dit nu polderlinten of statige bomenlanen zijn- tot diep in de kernen doordringen. Het groene landschap, de natuurgebieden en cultureel erfgoed dragen bij aan een prettige woonomgeving voor de inwoners van de gemeente De Bilt. Iedere kern heeft zijn eigen culturele historie en landschappelijk/ geografisch setting en daarmee zijn eigen unieke karakter. Zo kennen we in de gemeente verschillende beschermde dorpsgezichten en monumenten. De gemeente kent een goed voorzieningenniveau, met voorzieningen verspreid over de kernen. Elke kern huisvest waar mogelijk en naar behoefte maatschappelijke basisvoorzieningen (basisschool, sportvereniging) en ook zijn er voldoende zorg- voorzieningen in de buurt (huisarts, fysiotherapeut, tandarts et cetera). Voor dagelijkse boodschappen kunnen inwoners terecht bij een aantal supermarkten verspreid over de gemeente, in de winkelgebieden van De Bilt (Hessenweg-Looydijk), Bilthoven Centrum, Maartensdijk (Maertensplein) en daarnaast winkelcentrum de Planetenbaan met de wekelijkse markt op vrijdag. De winkelgebieden in De Bilt en Bilthoven bieden naast de dagelijkse boodschappen ook een aanbod aan horeca en andere winkels. Tot slot ligt de stad Utrecht op steenworpafstand met een grootstedelijk winkel- en horeca-aanbod en bovenlokale voorzieningen zoals theater, bioscoop, ziekenhuis et cetera. De Life Science As is een zone met instellingen en bedrijven op het gebied van kennis en life science. De Life Science As ligt tussen Utrecht Science Park (USP), USP Bilthoven en Berg en Bosch. Het Utrecht Science Park (USP) heeft grote aantrekkingskracht op talent en op innovatieve bedrijvigheid en is een belangrijke bron van werkgelegenheid in de regio. Met de verhuizing van het RIVM verhuist er hoogwaardige werkgelegenheid naar Utrecht en ontstaat er ruimte op het USP Bilthoven voor nieuwe hoogwaardige werkgelegenheid in de life science sector. Gemeente De Bilt in de regio Gemeente De Bilt ligt ten noordoosten van de stad Utrecht en ook op steenworp afstand van Hilversum en Amersfoort. De gemeente bestaat uit de zes kernen: Kern De Bilt, kern Bilthoven, Groenekan, Maartensdijk, Westbroek en Hollandsche Rading met elk hun eigen identiteit en (ruimtelijke) karaktereigenschappen. De centrale ligging van de gemeente De Bilt in de noordoostelijke vleugel van de Randstad zorgt ervoor dat grootstedelijke voorzieningen zoals ziekenhuizen en grote theaters op steenworp afstand liggen en dat er veel werkgelegenheid is. Gemeente De Bilt biedt aantrekkelijke groene woon- werkomgevingen met een goede bereikbaarheid door de positie van de gemeente in het regionale infrastructurele netwerk dat bestaat uit de A27, de A28, de N237, de N234, twee treinstations en het netwerk van buslijnen. De gemeente maakt deel uit van het ‘Daily Urban System* van Utrecht’. Dit betekent dat er een grote in- en uitgaande pendel is van en naar Utrecht. Daarnaast profileert gemeente De Bilt zich op het gebied van kennisintensieve bedrijvigheid, voornamelijk in de life science sector, maar ook kennisintensieve bedrijven zoals het KNMI en ingenieursbedrijf SWECO spelen een belangrijke rol in de regio Utrecht-Amersfoort. * Toelichting: Een Daily Urban System (DUS) is het gebied waarbinnen de belangrijkste dagelijkse verplaatsingen (woon- werk, studie, sport, etc.) zich afspelen. De gemeente De Bilt maakt deel uit van de regio Utrecht en ligt centraal in het landschappelijk hart van de noordvleugel van de Randstad. Dankzijde hoge landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden, is de gemeente aantrekkelijk voor inwoners uit de stad Utrecht om te recreëren. Dankzij de goede aansluiting op het stedelijk netwerk via de weg en over het spoor is de regionale bereikbaarheid uitstekend. Waterschappen en taakverdeling waterbeheer Het grootste deel van de gemeente De Bilt ligt in het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, waaronder vrijwel al het stedelijk gebied. Een kleiner deel ligt in het beheergebied van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, waaronder het veenweidegebied bij Westbroek. Een klein deel valt onder Waterschap Vallei & Veluwe. Waterschappen gaan over de thema’s Waterveiligheid (denk aan dijken), Voldoende water (denk aan oppervlaktewaterpeilen) en Gezond water (denk aan afvalwaterzuivering en oppervlaktewaterkwaliteit). Aanvullend kunnen zij ook nautisch en/of vaarwegbeheerder zijn. Voor Waterschap Amstel, Gooi en Vecht geldt dat de uitvoerende taken worden gedaan door Waternet. Verder is de provincie verantwoordelijk voor het grondwater en het beheren van de grondwaterkwaliteit. De watertaken van de gemeente hebben betrekking op het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater en het verwerken van hemelwater. Daarnaast heeft de gemeente ook een zorgplicht voor de grondwaterstand in stedelijk gebied. Drinkwaterbedrijven zuiveren het onttrokken grond- en oppervlaktewater en maken hier drinkwater van. In de gemeente De Bilt wordt het drinkwater geleverd door Vitens. 2 Ambities, opgave en doelen 2.1 Ambities Gemeente De Bilt staat er op tal van terreinen goed voor, maar er zijn verschillende krachten die druk uitoefenen op onze kwaliteiten. Dit maakt dat niets doen geen optie is. College, gemeenteraad, ketenpartners (Vaste overleg- en samenwerkingspartners van de gemeente zoals het waterschap, de veiligheidsregio en de omgevingsdienst), maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners moeten nu de handen ineenslaan en oplossingen in gang zetten. Door allemaal mee te kunnen doen, hier fijn te wonen en prettig te kunnen werken en winkelen, vinden we de juiste balans. Het moet in de gemeente De Bilt nóg mooier, gezonder en socialer worden. Daarbij markeert deze omgevingsvisie de verbinding tussen verleden, heden en toekomst. De identiteiten en kwaliteiten van gemeente De Bilt, die in de eerste fase van het traject zijn opgehaald, worden gebruikt om invulling te geven aan nieuwe uitdagingen. Onze drie kernwaarden (we kunnen allemaal meedoen, we wonen hier fijn en we kunnen hier prettig werken en winkelen) zijn elk verbonden aan vijf thema’s. Met deze thema’s en uitgangspunten gaan we de uitdagingen vol vertrouwen samen met de samenleving aan op weg naar een mooie toekomst! 2.2 Gemeente De Bilt in beleidsmatig perspectief Landelijk, provinciaal en regionaal beleid De gemeente De Bilt staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een groter geheel. Daarbij gaat het om (het beleid op) het nationale, de provinciale en het regionale schaalniveau. Het is een opgave om een balans te vinden tussen deze bredere belangen en behoud van lokale kwaliteiten. De hiernaast staande afbeelding uit het Integraal Ruimtelijk Perspectief 2040 (IRP) geeft de samenhang van de nationale, provinciale en regionale visies weer. Het Rijk stelt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) dat Nederland in de toekomst een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving moet bieden en economisch moet kunnen floreren. Met de NOVI wordt toegewerkt naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie: zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuur- inclusief, waarbij grote open ruimten tussen de steden hun groene karakter behouden. Daarbij wordt erkend dat de druk op de ruimte en de leefomgeving voortdurend om een afweging van verschillende belangen vraagt. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: Combineren boven enkelvoudig Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal Afwentelen voorkomen De provincie Utrecht stelt in haar Provinciale Omgevingsvisie (POVI) de volgende uitgangspunten: Stad en land gezond: een goede gezondheid in woon-, werk- en leefgebieden en groene, rustige gebieden in nabijheid van stad en dorp om te ontspannen Klimaatbestendig en waterrobuust: een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en perspectief voor bodemdalingsgebieden zoals het veenweidegebied Duurzame energie: een energieneutrale provincie in 2040 Vitale steden en dorpen: ruimte voor wonen, leven, werken en winkelen Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar: een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken van wegen, openbaar vervoer en fiets Levend landschap, erfgoed en cultuur: aantrekkelijke landschappen en toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed Toekomstbestendige natuur en landbouw: robuuste natuur met hoge biodiversiteit en duurzame landbouwtransitie In ’Utrecht Nabij’ presenteren het Rijk en de regio Utrecht hun visie voor de regio richting het jaar 2040 waarin staat hoe de regio Utrecht de komende decennia de groei van woningen en banen opvangt. Woningen, werklocaties en voorzieningen moeten in 2040 dicht bij elkaar liggen en goed bereikbaar zijn. De Utrechtse landschappen moeten hun kwaliteit behouden en goed toegankelijk zijn vanuit de stad en omliggende kernen. Er wordt stevig ingezet op mobiliteit doordat ‘meer ruimte voor wonen en werken’ gevolgen heeft voor de bereikbaarheid van de regio. Het openbaar vervoer- en fietsnetwerk wordt verbeterd om een aantrekkelijk alternatief te bieden voor autoritten. Er is ingestemd met het Integraal Ruimtelijk Perspectief 2040 (IRP) van de U10 en besloten dit als bouwsteen voor de omgevingsvisie te gebruiken. Het IRP is de gezamenlijke ontwikkelrichting tot 2040 van de 10 gemeenten in de regio Utrecht en sluit aan op de hierboven genoemde opgaven. Belangrijke bouwstenen voor gemeente De Bilt zijn: Beschermen en versterken van de waterliniescheg om de recreatieve druk op andere gebieden zoals de Utrechtse Heuvelrug te verminderen Woningbouwontwikkeling langs nieuwe en bestaande openbaar vervoerassen waaronder in de gemeente De Bilt Integreren van water, klimaatadaptatie en biodiversiteit in alle opgaven Voorkomen van versnippering van het landschap door te investeren in mobiliteit en verstedelijking om zo de landschappen beter met elkaar te verbinden Onderzoek naar en verbetering van verschillende (snel)fietsverbindingen Bilthoven en Utrecht Science Park Onderzoek naar het uitbreiden en versnellen van het openbaar vervoer netwerk Doorontwikkeling Utrecht Science Park Bilthoven Transformatie en menging spoorzone Bilthoven (knooppuntontwikkeling stationsgebied en bedrijventerrein Rembrandtlaan) Het IRP 2040 heeft geleid tot duidelijke keuzes die lokale, regionale, provinciale en nationale opgaven met elkaar verbinden. Het IRP is opgebouwd vanuit de lokale beleidslijnen, vervolgens zijn er (boven) lokale en regionale keuzes gemaakt. Over veel onderwerpen is overeenstemming maar andere onderwerpen vragen nog om voortzetting van de regionale dialoog. Het IRP is daarmee een dynamisch document dat periodiek geactualiseerd wordt. In de omgevingsvisie De Bilt 2040 worden deze regionale keuzes verder ingekleurd voor onze gemeente. 2.3 Relatie tussen OW-instrumenten De Omgevingswet voorziet in een zestal kerninstrumenten waarvan de omgevingsvisie en de omgevingsprogramma’s de belangrijkste beleidsmatige instrumenten zijn. De omgevingsvisie heeft een duidelijke relatie met de overige Omgevingswetinstrumenten, vooral met het omgevingsplan, omdat die de juridische vertaling is van het beleid uit de omgevingsvisie. De Omgevingswet gaat namelijk uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. De omgevingsvisie vormt de eerste stap in deze cyclus en is een dynamisch document dat we als gemeente samen met betrokkenen blijven aanscherpen. Niettemin is de omgevingsvisie zelfbindend. Dat wil zeggen dat - na vaststelling van de omgevingsvisie door de gemeenteraad - het college gebonden is deze ook uit te voeren, maar dat de omgevingsvisie niet bindend is voor burgers. Omgevingsplan Belangrijk is de bepaling in de Omgevingswet dat een gemeente één omgevingsplan kent. Dit betekent in principe dat het systeem zoals we dat nu kennen, met verschillende bestemmingsplannen voor het stedelijk- en het landelijk gebied niet meer aan de orde zal zijn. Die bestemmingsplannen worden van rechtswege (automatisch) samengevoegd in een tijdelijk omgevingsplan. De gemeente krijgt tot eind 2029 om hier een echt omgevingsplan van te maken. Ook de onderdelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving moeten in dat omgevingsplan worden opgenomen. Het omgevingsplan is het enige kerninstrument uit de Omgevingswet dat de burger, bedrijven, andere overheden en de gemeente zelf bindt. De omgevingsvisie wordt zo opgesteld dat de stap naar het omgevingsplan beleidsmatig relatief eenvoudig is te maken. We hebben namelijk in deze omgevingsvisie al de kernwaarden en beleidsthema’s als geheel - en per deelgebied - opgenomen die in het omgevingsplan verder uitgewerkt kunnen worden. Het omgevingsplan is integraal en gebiedsdekkend. Het geeft alle regels voor de fysieke leefomgeving. Nieuwe initiatieven kunnen dan snel en eenvoudig worden getoetst. Als een initiatief niet blijkt te passen in het omgevingsplan kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken en kunnen we terugvallen op de omgevingsvisie. Hiervoor is het integrale afwegingskader in deze paragraaf opgenomen. Dit is het kwalitatieve kader waarmee de gemeenteraad de beoordeling van initiatieven in vertrouwen loslaat aan het college van burgemeester en wethouders. Omgevingsprogramma De omgevingsvisie stelt ambities voor de toekomst en formuleert hiervoor het strategisch beleid aan de hand van kaders en richtlijnen. Gewenste verdere uitwerking van het strategisch beleid kan op tactisch/operationeel niveau plaatsvinden via het (vrijwillige/onverplichte) programma-instrument. De integrale afweging vindt op hoofdlijnen plaats in de omgevingsvisie, in de programma’s worden de lijnen voor de uitvoering uitgezet. Het omgevingsprogramma is een flexibel instrument dat de gemeente kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Een programma heeft verschillende kenmerken en is zelfbindend. Het wordt vastgesteld door het college. Deze kunnen gebiedsgericht of thematisch van aard zijn. De volgende thematische programma’s zijn hieronder opgenomen. Deze lijst is niet uitputtend. Iedereen doet mee; Wonen en zorg; Energieopwekking (100% energieneutraal in 2050); Transitievisie Warmte 2030 (ambitieniveau D); Mobiliteit; Erfgoed, landschap en ruimtelijke kwaliteit; Natuurherstel en Biodiversiteit (waaronder pilots op basis van het ‘Deltaprogramma Biodiversiteitsherstel); Actualisatie Integraal huisvestingsprogramma onderwijs; Volkshuisvesting. Nieuwe onderzoeken en richtlijnen van het Rijk, de provincie en waterschappen worden meegenomen in deze programma’s. De resultaten hiervan landen vervolgens in een volgende versie van de omgevingsvisie en eventueel het omgevingsplan. Daarmee wordt steeds voldaan aan de beleidscyclus waarbij onze ambities voor de langere termijn kunnen worden bijgesteld op basis van nieuwe inzichten en randvoorwaarden. Uitvoeringprogramma De omgevingsvisie gaat uit van realisatie van initiatieven door eenieder die in de gemeente De Bilt woont, werkt of er op een andere manier bij betrokken is. Als gemeente stimuleren en ondersteunen (leveren van kennis, zorgen voor verbinding) we initiatieven die bijdragen aan onze kernwaarden en het behalen van onze ambities. Onze kernwaarden zijn de basis voor onze ambities en de koers per deelgebied. In de uitvoering geven we daadwerkelijk vorm aan de gestelde ambities in de praktijk. Naar wens vindt de uitwerking plaats in thematische of gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s. Inspiratie- en afwegingskader De omgevingsvisie wordt uitgevoerd door het opstellen van het omgevingsplan en programma’s maar is op zichzelf ook een instrument voor het toetsen van nieuwe ontwikkelingen. Hierbij hanteren we als gemeente de ‘Ja, mits - benadering’ uit de Omgevingswet. Het is van belang daarbij de balans tussen borgen van kwaliteiten en ruimte bieden voor ontwikkelingen inzichtelijk te maken. De volgende beginselen uit de Omgevingswet en afwegingsprincipes uit de Nationale omgevingsvisie (NOVI), de Provinciale omgevingsvisie (POVI) en de waterschap verordeningen van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden en Waterschap Vallei en Veluwe zijn kaders waar wij rekening mee houden. Milieubeginselen Omgevingswet en Afwegingsprincipes NOVI: Het voorzorgsbeginsel; Het beginsel van preventief handelen; Het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden; Het beginsel dat de vervuiler betaalt; Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwenteling wordt voorkomen. 3 Gebiedstypen 3.1 Algemeen Het afwegingskader is een beeldende weergave van de koers van de gemeente. Het afwegingskader omvat de vijftien ambities van de omgevingsvisie. Op gemeenteniveau wordt ervan uitgegaan dat alle ambities even belangrijk zijn. Per deelgebied kan die balans echter anders zijn. Zo is de ambitie ‘vitaal platteland’ in het landelijk gebied logischerwijs meer van belang dan in een woonwijk. Daarom hebben we ook het afwegingskader per gebiedstype uitgewerkt. Omdat de ambitieverschillen tussen de landschappen niet heel groot zijn hebben we die samengepakt onder de noemer ‘landelijk gebied’. Verder zijn de verschillen binnen de kernen groter dan tussen de kernen. Zo is het verschil tussen een bedrijventerrein en een woonwijk in kern De Bilt groter dan tussen een jaren zestig woonwijk in kern De Bilt en een jaren zestig woonwijk in Maartensdijk. Daarom hebben we het afwegingskader uitgewerkt voor de volgende gebiedstypen: a. Landelijk gebied - natuur b. Landelijk gebied - agrarisch - agrarisch gebied c. Landelijk gebied - wonen d. Centrumgebied e. Woongebied f. Transformatiegebied g. Bedrijventerrein Dat werkt als volgt. Iedere as vertegenwoordigt een ambitie en bestaat uit vijf punten. Meer punten (meer naar buiten) betekent dat de ambitie in het betreffende gebied meer nadruk krijgt dan gemiddeld. Minder punten (meer naar binnen) betekent dus dat de ambitie in dit gebied minder belangrijk is dan gemiddeld. Deze puntenverdeling is relatief, namelijk ten opzichte van de andere deelgebieden. Een lager puntenaantal op één thema betekent dus een minder grote kwaliteitsverbetering van het betreffende aspect in het betreffende deelgebied dan in andere deelgebieden. We gebruiken het afwegingskader onder andere bij het toetsen van nieuwe initiatieven. Het afwegingskader maakt namelijk in één oogopslag duidelijk wat voor soort ontwikkelingen wenselijk zijn. De gezondheid van onze inwoners wordt deels beïnvloed door factoren in de fysieke leefomgeving. Met omgevingsbeleid kunnen wij sturen op het minimaliseren van de negatieve factoren en het verbeteren van ruimtelijke factoren die de gezondheid bevorderen. De (klassieke) milieuthema’s zijn luchtkwaliteit, lichtuitstoot, geur, geluidsoverlast, trillingen en bodem- en watervervuiling. Het scheiden van milieubelastende activiteiten en kwetsbare functies, zoals wonen, scholen en kinderdagverblijven, kan bijdragen aan een gezonde fysieke leefomgeving. We wegen per deelgebied de milieuthema’s af tegen de ontwikkelingen die we zien in het deelgebied. Hier komt vervolgens een bepaalde ambitie uit die uiteindelijk in het omgevingsplan wordt vertaald in een norm. De minimale wettelijke grenswaarde is hierbij onze ondergrens. Wanneer we dus voor een lage milieukwaliteit kiezen, voldoen de waarden nog steeds aan de vereiste normen. Er zal dus nooit sprake zijn van méér overlast dan wettelijk toegestaan. We zien echter wel ruimte om op bepaalde ambities in de gemeente hogere normen te stellen waarmee we de omgevingskwaliteit in de komende jaren willen verbeteren of juist op onderdelen de grens op te zoeken om ontwikkelingen mogelijk te maken. In veel gevallen zal het ambitieniveau gelijk zijn aan het huidige kwaliteitsniveau. Hier gaan we dan ook uit van het behouden en waarborgen van de huidige omgevingskwaliteit. Door verduurzaming van onze woningvoorraad, mobiliteit en economische activiteiten en met behulp van bijvoorbeeld groenvoorzieningen kunnen we wel de leefomgeving gezonder en veerkrachtiger maken. Hier zullen we dan een hoger kwaliteitsniveau hanteren. Aandachtspunt hierbij is wel dat bijvoorbeeld energietransitie ook negatieve effecten kan hebben op de veiligheid en op milieuaspecten, bijvoorbeeld geluidsoverlast van warmtepompen. Ook bestaat er een nuancering per deelgebied. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat we centraal in het gebied andere ambities hanteren dan aan de randen, waar bijvoorbeeld al een weg of spoorlijn loopt. Het kwaliteitsniveau biedt een globale ambitie voor het gehele deelgebied, maar is niet specifiek bindend per locatie. De uiteindelijke, verplichte normen worden opgenomen in het omgevingsplan. ...... Het waardevolle landschap, de natuur en de rijke cultuurhistorie van onze gemeente koesteren en versterken we. Dit is echter geen eenvoudige opgave, want de regionale verstedelijking zorgt voor veel ruimteclaims. Denk hierbij aan de woningbouwopgave, ruimte voor bedrijvigheid en de hierbij benodigde opwaardering van groen, infrastructuur en mobiliteit. De regionale energiestrategie leidt ook tot een forse ruimtevraag. Het landschap is de duurzame onderlegger voor ruimtelijk gebruik en ontwikkeling. Dit geldt niet alleen voor het landelijk gebied, maar ook voor de kernen. We staan alleen ontwikkelingen toe die goed zijn ingepast in het landschap. De landschappelijke karakteristieken en (het herstel van) de natuurwaarden en biodiversiteit zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. Om hier goed invulling aan te kunnen geven, zullen we een Programma ‘Natuurherstel en Biodiversiteit’ opstellen. Hierin onderzoeken we hoe we kunnen voldoen aan de Basiskwaliteit Natuur. Ook zal de gemeente samen met het Utrechts Landschap monitoren of de druk van de recreatie op de natuurgebieden en landgoederen niet ten koste gaat van de kwaliteit van die gebieden. Zo nodig zullen we maatregelen treffen. Afwegingskader We hebben onderscheid gemaakt tussen ‘landelijk gebied – natuur’ en ‘landelijk gebied – agrarisch’ en 'landelijk gebied - wonen'. De bijbehorende afwegingskaders zijn grotendeels hetzelfde ingericht. De verschillen zijn dat de ambities voor ‘sterk lokaal ondernemerschap’ in het agrarische deel van het landelijk gebied hoger staan ingeregeld dan in het natuurlijke deel. Andersom vinden we de ambities voor ‘versterken natuur en landschap’ belangrijker in de natuurlijke dan op de agrarische gronden. Ook ‘gezonde leefomgeving’ staat bij de natuurlijke delen iets hoger dan bij de agrarische delen van het landelijk gebied. Milieukader Voor diverse milieuaspecten zijn de ambities voor ‘landelijk gebied – agrarisch’ lager dan voor ‘landelijk gebied – natuur’ (maar nog steeds hoger dan wettelijk noodzakelijk) om agrariërs voldoende ruimte te geven voor een goede balans tussen een milieuvriendelijke en rendabele bedrijfsvoering. De verwachting is overigens wel dat op termijn deze twee steeds meer in elkaars verlengde komen te liggen. Dit is het gevolg van de aansturing van het Rijk op kringlooplandbouw en de groeiende aandacht voor biologische producten. 3.2 Bedrijventerreinen Naast de hoogwaardige kenniseconomie kent de gemeente De Bilt een sterk lokaal Midden-en Kleinbedrijf (MKB). Nu er op bedrijventerrein Larenstein geen kavels meer beschikbaar zijn, is er weinig tot geen ruimte voor bedrijven op bedrijventerreinen om door te groeien. Daarnaast is er een aanvullende vraag voor bedrijven die ruimte maken voor transformatie van verouderde bedrijventerreinen en solitaire bedrijfslocaties in de kernen en in het landelijk gebied. Kansen voor groei buiten de gemeenten zijn ook beperkt door een tekort aan bedrijfsruimte in de hele regio Utrecht. Bij onvoldoende ruimte voor bedrijven bestaat ook het risico dat het steeds lastiger wordt voor inwoners om lokaal een bedrijf te vinden voor bijvoorbeeld onderhoud- en reparatie klussen. De gemeente De Bilt heeft een sterk lokaal MKB. Nu op Larenstein geen kavels meer beschikbaar zijn, is er weinig tot geen ruimte voor bedrijven op bedrijventerreinen om door te groeien. Daarnaast is er een aanvullende vraag voor bedrijven die ruimte maken voor transformatie van verouderde bedrijventerreinen en transformatie van solitaire bedrijfslocaties in het landelijk gebied. Kansen voor groei buiten de gemeenten zijn ook beperkt door een tekort aan bedrijfsruimte in de hele regio Utrecht. Bij onvoldoende ruimte voor bedrijven wordt het steeds lastiger voor inwoners om lokaal een bedrijf te vinden voor bijvoorbeeld onderhoud- en reparatie klussen. Verder liggen er verschillende bedrijventerreinen in de kern van de Bilt waarvan bedrijventerreinen Molenkamp en Ambachtstraat verouderd zijn. Bedrijventerrein Weltevreden omvat naast bedrijven ook scholen, de gemeentewerf en de milieustraat. Afwegingskader Op de bedrijventerreinen hebben we extra aandacht voor de doelstellingen zoals verwoord onder ‘dynamische kenniseconomie’ en ‘100% energieneutraal in 2050’. Dat laatste is omdat bedrijventerreinen veel mogelijkheden hebben om zonnepanelen op daken te plaatsen. Omdat we graag de bedrijventerreinen goed bereikbaar maken en houden voor duurzame vervoersmiddelen, zijn de ambities voor een ‘duurzaam mobiliteitsnetwerk’ en ‘openbaar vervoer opschalen’ relatief hoog. Milieukader We bieden ondernemers voldoende ruimte om hun activiteiten uit te kunnen voeren. Daarbij streven we naar kwaliteitsborging- en verhoging op de bestaande bedrijventerreinen. Voor geluid (verkeer en activiteiten) zorgen we er in ieder geval voor dat de basis op orde is. We hanteren voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, waterkwaliteit (grondwater en oppervlaktewater) en geur een middelhoge ambitie. We willen namelijk geen ruimte bieden aan bedrijvigheid in een hoge milieucategorie en willen overlast voorkomen voor de omgeving en woningen op en rond de bedrijventerreinen. We besteden aandacht aan de ruimtelijke kwaliteit. Koers Larenstein Op Larenstein blijft ruimte voor bedrijvigheid en gaan we aan de slag met verduurzaming door meer opwek van zonne- energie in combinatie met laad infrastructuur voor elektrische voertuigen en stimuleren we circulaire bedrijvigheid. 3.3 Centrumgebied De gemeente De Bilt kent drie hoofdwinkelcentra: Centrum Bilthoven inclusief De Kwinkelier, winkelcentrum Hessenweg-Looydijk en het Maertensplein. Dit zijn de ontmoetingsplekken van onze gemeente en daarnaast ook belangrijke werkgevers. Voor deze centrumgebieden is het daarom belangrijk dat dit aantrekkelijke winkel- en verblijfsgebieden blijven met een mix van winkels, horeca en andere publieksfuncties en op het gebied van muziek, kunst en cultuur. Het moet voor jong tot oud aantrekkelijk zijn. Daarnaast zijn er een aantal boodschappenpunten met een wijk- en ontmoetingsfunctie in de eigen buurt zoals winkelcentrum Planetenbaan. Centrum Bilthoven is grootschalig vernieuwd en wordt met de laatste fase van De Kwinkelier de komende jaren afgerond. Ook het eerder vernieuwde Maertensplein staat er nog goed bij. De sfeer en beleving van de openbare ruimte en het vastgoed voor zowel winkelcentrum Hessenweg- Looydijk als winkelcentrum Planetenbaan behoeft verbetering. De oude kern biedt een bijzondere mix van horeca en winkels. Het is echter voor alle centra een uitdaging om tegemoet te komen aan de veranderingen in mobiliteit zoals de toename van (bak)fietsen en P&R-laadpalen voor auto’s en deelauto’s. De koers: Het concentreren van zoveel mogelijk publiekstrekkende functies zoals winkels en horeca in de winkelcentra. We zorgen dat onze winkelcentra goed bereikbaar blijven, ook voor klanten van buiten onze gemeente We zetten in op nauwe samenwerking tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en de gemeente in centra om het volgende te bereiken: Centrum Bilthoven: verbetering van winkel- en horeca aanbod waarmee de leegstand wordt teruggedrongen en inzetten op meer activiteiten en evenementen. Winkelcentrum Hessenweg- Looydijk: verbetering van winkel- en horeca aanbod, sfeer en beleving, vernieuwing van de openbare ruimte en meer ruimte voor voetgangers, groen en terrassen. Maertensplein: behoud winkelaanbod en ruimte voor horeca die ook overdag open is. Winkelcentrum Planetenbaan: verbetering van sfeer, beleving en uitstraling van het vastgoed in samenwerking met de eigenaren, verbeteren samenwerking met partijen in het Lichtruim en het toekomstbestendig maken van de vrijdagmarkt. Aan de randen van de winkelcentra staan we transformatie naar woonfuncties toe. Om de centra levendig te houden staan we transformatie naar woonfuncties op de begane grond in de kernen van het winkelgebied niet toe. In sommige gevallen kan wonen achter een winkel op de begane grond een optie zijn mits er voldoende woonkwaliteit geboden kan worden. Voor de verbetering van de sfeer, beleving, groen en ruimte voor de fiets in centra maken we ruimte, ook als dit soms ten koste gaat van parkeren voor auto’s. Dit gebeurt op basis van maatwerk. We spelen in op de verandering in mobiliteit zoals de toename van (bak) fietsen, laadpalen voor auto’s en deelauto’s. Grootschaligere evenementen kunnen alleen plaatsvinden in het centrum. ...... Afwegingskader We versterken de sociale betrokkenheid door onder andere hoog in te zetten op ‘lokaal winkelen en ontmoeten’. Ook een ‘passend voorzieningenniveau’ draagt hieraan bij. Veel voorzieningen zijn hier gecentreerd. We werken hier extra aan een gezonde leefomgeving door veiliger lopen en fietsen en het stimuleren van ontmoeting. Dit betekent ook dat er op die plekken aandacht moet zijn voor een goede inrichting van de buitenruimte. ‘Sterk lokaal ondernemerschap’ draagt door middel van het organiseren van evenementen ook bij aan ontmoeting en lokale betrokkenheid. Milieukader Het centrum is een druk gebied waar veel activiteiten en bewegingen van personen en goederen plaatsvinden. In tegenstelling tot de woongebieden is hier meer sprake van levendigheid. Hier zitten natuurlijk wel grenzen aan. We voorkomen dat er te veel overlast ontstaat of risicovolle activiteiten plaatsvinden in het centrum. We hanteren voor bijna alle milieuaspecten een hoge ambitienorm. Om voldoende ruimte te behouden voor de centrumfuncties (zoals detailhandel, horeca en evenementen) accepteren we voor geluidsnormen bij activiteiten een iets lagere omgevingsambitie. Voor de bijbehorende verkeersbewegingen in het centrum zetten we met de geluidsnorm in op de middelhoge ambitie. Ook voor geur hanteren we de middelhoge ambitie en met luchtkwaliteit zitten we iets daarboven. Koers kern van De Bilt Het centrumgebied centreert zich rond de Hessenweg en Looydijk waar verschillende voorzieningen te vinden zijn. Het centrum van de kern van De Bilt vormt samen met het centrum van kern van Bilthoven de hoofdcentra van de gemeente. Op de Dorpsstraat is daarnaast een nichemarkt van de creatieve sector aanwezig en biedt een verrassende combinatie van horeca en kleinschalige winkels. Het uiterlijk van de bedrijvigheid in de kern van De Bilt kan omschreven worden als kleinschalig, ambachtelijk en dienstverlenend. In het Winkelcentrum Hessenweg-Looydijk willen we een verbetering van het horeca- en winkelaanbod en meer sfeer en beleving door vernieuwing van de openbare ruimte en meer ruimte voor voetgangers, groen en terrassen. De randen van het winkelcentrum biedt kansen voor transformatie naar wonen. Voor het oude dorp is de afgelopen decennia veel winkelruimte vervangen voor woonruimte. Om van de oude kern niet alleen woongebied te maken en de aanwezige verrassende combinatie van wonen, horeca en kleinschalige winkels te behouden, kiezen we voor een conserverende lijn voor verdere transformatie naar woonfuncties. Koers kern van Bilthoven Van centrum Bilthoven willen we nog meer de ontmoetingsplek van de kern van Bilthoven maken door verbetering van het horeca- en winkelaanbod, om zo de leegstand terug te dringen, en inzetten op meer activiteiten en evenementen op het nieuwe Vinkenplein. Voor winkelcentrum Planetenbaan zetten we in op een verbetering van sfeer, beleving en uitstraling van het vastgoed in samenwerking met de eigenaren. Ook verbeteren we de samenwerking met partijen in het Lichtruim en behouden we de vrijdagmarkt voor boodschappen en als ontmoetingsplek in onze gemeente. Bij de winkelstrip aan de Bilderdijklaan in Bilthoven-Noord willen we ruimte geven voor kleinschalige daghoreca om ook hier een ontmoetingsplek in de wijk te creëren. De winkels bij Zwembad Brandenburg maken geen onderdeel uit van de wenselijke winkelstructuur voor de dagelijkse boodschappen in de gemeente. Hier liggen kansen voor een andere functie zoals een bouwmarkt of woonfuncties. 3.4 Landelijk gebied - agrarisch gebied Door de transitie van landbouw is er een sterke behoefte aan nieuwe verdienmodellen in het landelijk gebied - agrarisch bijvoorbeeld door agrarisch natuurbeheer, nevenfuncties en nieuwe vormen van landbouw. Voorbeelden hiervan zijn coöperatieve boerderijen door inwoners (het concept Herenboeren) of het verbouwen van grondstoffen voor biobased bouwmaterialen, boerenwinkels of herbestemming van agrarische panden naar wonen. Vanuit het Rijk en de provincie wordt ingezet op een duurzame transitie van de landbouw met afnemende milieudruk en een positief effect op natuur- en waterkwaliteit als gevolg. Hiervoor is ook aandacht in het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Daarom werken we, zoals eerder aangegeven, graag met de provincie samen in de gebiedsprocessen rondom het UPLG. We zien daarbij de landbouw en natuur niet als tegenstelling, maar we willen werken vanuit het uitgangspunt dat landbouw en natuur elkaar juist versterken. De doelstelling is helder. De weg hier naartoe is dat echter nog niet. Door de transitie van landbouw is er een sterke behoefte naar nieuwe verdienmodellen in het landelijk gebied. Denk aan agrarisch natuurbeheer, nevenfuncties en andere vormen van landbouw, zoals bijvoorbeeld coöperatieve boerderijen door inwoners (het concept Herenboeren), het verbouwen van grondstoffen voor biobased bouwmaterialen, boerenwinkels of herbestemming van agrarische panden naar wonen. Daarnaast blijft er ook ruimte voor boeren die door innovatie en aanpassing ook in de toekomst hun inkomsten volledig uit de veeteelt halen. Deze transitie vraagt om een aanpassing van het huidige ruimtelijke ordeningsbeleid voor het landelijk gebied, waarin de omgevingsvisie en uiteindelijk het omgevingsplan van groot belang zijn. De transitie naar circulaire landbouw en het gebruik van het landelijk gebied wordt in participatie met belanghebbende, waaronder agrariërs, vormgegeven. De koers: We willen mogelijk maken dat agrariërs kunnen blijven ondernemen en faciliteren de transitie naar duurzamere circulaire landbouw waar mogelijk. Andere vormen van landbouw en nevenfuncties zijn bijvoorbeeld: - Landschapsbeheer en natuur/ waterdiensten (groene en blauwe diensten, inclusief bijdrage verminderen stikstof- en CO2-uitstoot). - Nieuwe functies in voormalig agrarisch vastgoed zoals boerenlandwinkels, maatschappelijk zorgfuncties en recreatieve functies. - Meer akkerbouw van bijvoorbeeld biobased bouwmaterialen of concepten voor lokale voedselproductie zoals bijvoorbeeld het concept Herenboeren. - Energieopwekking met bijvoorbeeld kleine windmolens (tot 25m) bij agrarische bedrijven, kleinschalige vergisting van mest, zon op dak en zonneweides wanneer ruimtelijk inpasbaar. Voedselbossen zijn een serieuze optie, mits dit op plekken is waar de openheid niet een belangrijke kwaliteit is. We faciliteren bewezen innovatie die de landbouw milieu- en/of diervriendelijker maakt en die niet ten koste gaat van het open en groen houden van het landelijk gebied en het beschermen van natuur en landschap. Vrijkomende agrarische bebouwing kan bij bedrijfsbeëindiging gesloopt en deels gecompenseerd worden door een woning ‘ruimte voor ruimte’ als dit ook bijdraagt aan het open en groen houden van het landelijk gebied en het beschermen van natuur, landschap en cultuurhistorie. Afwegingskader We hebben onderscheid gemaakt tussen ‘landelijk gebied – natuur’ en ‘landelijk gebied – agrarisch’ en 'landelijk gebied - wonen'. De bijbehorende afwegingskaders zijn grotendeels hetzelfde ingericht. De verschillen zijn dat de ambities voor ‘sterk lokaal ondernemerschap’ in het agrarische deel van het landelijk gebied hoger staan ingeregeld dan in het natuurlijke en het woondeel. Andersom vinden we de ambities voor ‘versterken natuur en landschap’ belangrijker in de natuurlijke dan op de agrarische gronden. Ook ‘gezonde leefomgeving’ staat bij de natuurlijke en woondelen iets hoger dan bij de agrarische delen van het landelijk gebied. Milieukader Voor diverse milieuaspecten zijn de ambities voor ‘landelijk gebied – agrarisch’ lager dan voor ‘landelijk gebied – natuur’ en 'landelijk gebied - wonen' (maar nog steeds hoger dan wettelijk noodzakelijk) om agrariërs voldoende ruimte te geven voor een goede balans tussen een milieuvriendelijke en rendabele bedrijfsvoering. De verwachting is overigens wel dat op termijn deze twee steeds meer in elkaars verlengde komen te liggen. Dit is het gevolg van de aansturing van het Rijk op kringlooplandbouw en de groeiende aandacht voor biologische producten. 3.5 Landelijk gebied - wonen Door de transitie van landbouw is er een sterke behoefte aan nieuwe verdienmodellen in het landelijk gebied - wonen bijvoorbeeld door agrarisch natuurbeheer, nevenfuncties en nieuwe vormen van landbouw. Voorbeelden hiervan zijn coöperatieve boerderijen door inwoners (het concept Herenboeren) of het verbouwen van grondstoffen voor biobased bouwmaterialen, boerenwinkels of herbestemming van agrarische panden naar wonen. Afwegingskader We hebben onderscheid gemaakt tussen ‘landelijk gebied – natuur’ en ‘landelijk gebied – agrarisch’ en 'landelijk gebied - wonen'. De bijbehorende afwegingskaders zijn grotendeels hetzelfde ingericht. De verschillen zijn dat de ambities voor ‘sterk lokaal ondernemerschap’ in het agrarische deel van het landelijk gebied hoger staan ingeregeld dan in het natuurlijke en het woondeel. Andersom vinden we de ambities voor ‘versterken natuur en landschap’ belangrijker in de natuurlijke dan op de agrarische gronden. Ook ‘gezonde leefomgeving’ staat bij de natuurlijke en woondelen iets hoger dan bij de agrarische delen van het landelijk gebied. Milieukader Voor diverse milieuaspecten zijn de ambities voor ‘landelijk gebied – agrarisch’ lager dan voor ‘landelijk gebied – natuur’ en 'landelijk gebied - wonen' (maar nog steeds hoger dan wettelijk noodzakelijk) om agrariërs voldoende ruimte te geven voor een goede balans tussen een milieuvriendelijke en rendabele bedrijfsvoering. De verwachting is overigens wel dat op termijn deze twee steeds meer in elkaars verlengde komen te liggen. Dit is het gevolg van de aansturing van het Rijk op kringlooplandbouw en de groeiende aandacht voor biologische producten. Gelet op het agrarische karakter van een groot deel van het landelijk gebied accepteren we meer geurhinder dan in een gemiddelde woonwijk. 3.6 Landelijk gebied - natuur Afwegingskader In het landelijk gebied versterken we natuur en landschap. Vooral de biodiversiteit moet omhoog. Het landelijk gebied - natuur moet tegelijkertijd toegankelijk blijven voor bewoners en recreanten. We versterken de cultuurhistorische waarden, maar kijken daarbij ook verder terug dan honderd jaar geleden. We willen dat het met het oog op de vitaliteit mogelijk blijft hier te blijven boeren ook al zal dit op een andere manier zijn dan nu. Financiële ondersteuning in de vorm van groene, blauwe en grijze diensten helpen de boeren om de omslag te maken. Milieukader Aandacht voor de waterkwantiteit heeft topprioriteit omdat met een voldoende hoog waterpeil droogte in het veenweidelandschap en op de Utrechtse Heuvelrug wordt tegengegaan, CO2-uitstoot wordt voorkomen en de biodiversiteit wordt verhoogd. Waterkwaliteit is, gelet op het halen van de Europese richtlijnen, de komende jaren ook heel belangrijk: het is wettelijk verplicht de KRW-doelen te halen. Gelet op het agrarische karakter van een groot deel van het landelijk gebied accepteren we meer geurhinder dan in een gemiddelde woonwijk. 3.7 Woongebied We bieden in het woongebied ruimte aan burgerinitiatieven die bijdragen aan de sociale samenhang in de buurt of het aantrekkelijker maken van de buurt. Leefbaarheid gaat over een fijne woon- en leefomgeving en levendigheid over reuring, plezier en activiteiten. Soms kunnen leefbaarheid en levendigheid schuren. Beide zijn van belang, maar de balans daartussen kan per gebied verschillen. We maken heldere afspraken over de ruimte (en bijbehorende regelgeving) voor eventuele activiteiten. Passend voorzieningenniveau De bevolkingssamenstelling en vergrijzing vraagt ook een andere invulling van de woningvoorraad. Daarom zetten we in op kleine huisvesting geschikt voor zowel (alleenstaande) ouderen, jongeren en/ of studenten. Gemeente De Bilt beschikt over relatief veel eengezinswoningen, terwijl de behoefte aan (gelijkvloerse) appartementen groeit. In het (landelijk) beleid ligt de nadruk op langer thuis wonen, waardoor kwetsbare inwoners (waaronder ouderen) met een zorgvraag in de wijk blijven wonen en andere woonvoorzieningen nodig hebben. Ook wordt er meer ondersteuning van de omgeving verwacht, terwijl de sociale structuur van wijken en buurten hier niet altijd op is berekend. Het voorkomen van eenzaamheid is daarbij een aandachtspunt. Met name in de kleine kernen is al langer de trend gaande dat basisvoorzieningen, zoals maatschappelijke voorzieningen en winkels voor dagelijkse boodschappen, verdwijnen. Voor onze bewoners draagt een passend voorzieningenniveau bij aan sociale betrokkenheid en een gezonde leefomgeving. De koers: We bevorderen de zelfredzaamheid door goede toegankelijkheid van de openbare ruimte. We stimuleren de sociale cohesie in de kernen door activiteiten en initiatieven te ondersteunen. Hierin hebben met name de verenigingen en (sport)clubs een belangrijk rol. We bieden ruimte voor burgerinitiatieven die bijdragen aan de sociale samenhang in de buurt of het aantrekkelijker maken van de buurt. We zorgen ervoor dat het huidige maatschappelijke voorzieningenniveau in alle kernen zoveel mogelijk behouden blijft. Uit de participatie: “Inclusieve inrichting van de openbare ruimte door middel van veilige stoepen voor kinderen, bejaarden en minder validen en ruimte voor ontmoeting op straat door parken, bankjes en speelpleinen.” Afwegingskader In de woonwijken staat de leefbaarheid in een gezonde, veilige en sociale woonomgeving centraal. Daarom is de ambitie voor ‘sociale betrokkenheid’ en een ‘gezonde leefomgeving’ hoog. Dit bereiken we onder meer door in te zetten op ‘veiliger lopen en fietsen’ in de woonwijken. We versterken het woningbestand zodat dit toekomstbestendig is en we maken de transitie naar een energieneutrale gemeente in 2050 door de huidige en toekomstige woningvoorraad te verduurzamen. De ambities voor een ‘passend voorzieningenniveau’ en ‘lokaal winkelen en ontmoeten’ zijn relatief laag omdat deze voorzieningen in de centra zijn. Milieukader We willen de overlast voor inwoners tot het minimum beperken en risico- activiteiten niet toestaan in woonwijken. We hanteren voor bijna alle milieuaspecten een hoge ambitienorm. Dit betekent dat we een maximale inspanning doen om aan de hand van maatregelen een gezond woon- en leefklimaat te waarborgen. Door de ligging van gemeente De Bilt nabij infrastructuur valt geluidhinder niet uit te sluiten. Om die reden zetten we alleen voor geluid van verkeer van de A27/A28 en lokale wegen niet in op de hoogste ambitie. Dat neemt niet weg dat we ons inspannen om geluidsoverlast van verkeer (door passende maatregelen) zo veel mogelijk te beperken. Koers kern De Bilt In de woonstraten geven we prioriteit aan wandelen en fietsen. Hierdoor is er minder ruimte voor de auto en parkeren. Gezien de ambitie van de gemeente Utrecht, met betrekking tot haar strenge parkeerbeleid, waken we ervoor dat het waterbedeffect in en om de kern De Bilt zo beperkt mogelijk is. We ontwikkelen duurzame alternatieven voor (korte) autoverplaatsingen door de vervoersknoop rond het kruispunt Utrechtseweg/ Soestdijkseweg uit te bouwen voor openbaar vervoer en de fiets. Uit de participatie: “Waterherstel, groenherstel en verkeersluw maken van de wijken.” 4 Functies 4.1 Algemeen [Gereserveerd] 4.2 Functie agrarisch bedrijf De (Europese) Regelgeving is erop gericht om de huidige milieudruk van de landbouwsector te verlagen. Vanuit rijksbeleid wordt ingezet op een duurzame transitie van de landbouwsector richting natuurinclusieve kringlooplandbouw, met afnemende milieudruk en een positief effect op natuur- en waterkwaliteit als gevolg. 4.3 Functie agrarische gronden [Gereserveerd] 4.4 Functie bedrijf [Gereserveerd] 4.5 Functie defensie [Gereserveerd] 4.6 Functie detailhandel [Gereserveerd] 4.7 Functie groen [Gereserveerd] 4.8 Functie horeca [Gereserveerd] 4.9 Functie infrastructuur De afgelopen jaren is het aantal verkeersbewegingen toegenomen. Een toename van verkeer kan leiden tot meer verstopping op de grotere wegen met lokaal meer sluipverkeer als gevolg. De mate van doorstroming op het hoofdwegennetwerk (A27/A28) heeft nu en in de toekomst een effect op de doorstroming van het lokale wegennet. Daarnaast is gemeente Utrecht van plan in de gehele gemeente betaald parkeren in te voeren. Dit zal met name een mogelijke impact hebben op de kern Groenekan kern en kern De Bilt. De gemeente voert daarom een actief beleid om het autogebruik terug te dringen door in te zetten op openbaar vervoer, gebruik van de fiets en gebruik van deelauto’s. De toename van fietsverkeer op langere afstanden kan leiden tot een vermindering van autoverkeer, maar is wel afhankelijk van de kwaliteit van het fietsnetwerk. De gemeente gaat samen met de provincie Utrecht de komende jaren het regionale en lokale fietsnetwerk verder versterken. Een hogere intensiteit van fietsverkeer op de fietspaden, met grotere snelheidsverschillen, kan leiden tot meer verkeersongevallen. De gemeente De Bilt beschikt over een relatief goed openbaar vervoer netwerk met twee stations en verschillende regionale buslijnen. De insteek is dit netwerk verder te versterken. Daarnaast is de verwachting dat elektrische voertuigen de komende jaren verder worden verbeterd waardoor het wegverkeer stiller en schoner wordt. Naast een toename aan gebruik van elektrische auto’s komt er steeds meer nadruk te liggen op flexibel gebruik van mobiliteit in plaats van het eigen bezit. Met deelauto’s zal de groei van de hoeveelheid eigen auto’s beperkt blijven. De overgang naar elektrische auto’s vraagt wel om een grote hoeveelheid laadpalen. Deze ontwikkelingen leiden tot een toenemende diversiteit aan vervoersmiddelen die gebruik maken van de aanwezige infrastructuur. Meer mensen maken gebruik van het openbaar vervoer. Sluipverkeer en doorgaand verkeer is geweerd uit de kernen. De Bilt is er niet om doorheen te rijden, maar om er thuis te komen! Voetgangers krijgen een prominentere plek in het vervoerssysteem. De straten in woonwijken moeten uitnodigen tot verblijf met goed ingerichte woonomgevingen en brede stoepen waar nodig. Zoveel mogelijk barrières worden weggehaald zodat stoepen gemakkelijk en veilig te bereiken zijn voor voetgangers. Fietsen en lopen in combinatie met het verbeteren van de verkeersveiligheid is een belangrijk speerpunt. Met meer fietsgebruik en de opkomst van snelle elektrische fietsen, fietsbezorgers en (elektrische) bakfietsen wordt het steeds drukker en nemen de snelheidsverschillen op fietspaden toe. Door bestaande lokale fietsroutes te versterken en te verbinden, realiseren we doorfietsroutes waar fietsers vlot, veilig en comfortabel van A naar B kunnen reizen. Daarmee wordt het aantrekkelijker om ook voor langere afstanden de fiets te pakken. De doorfietsroute Amersfoort – Utrecht en de fietsroute Uppsalapad (De Bilt – Utrecht Science Park) zijn reeds gefinancierd en zijn in uitvoering of starten op korte termijn. De koers voor agrarisch gebied, bedrijventerrein, centrumgebieden, landelijk gebied - agrarisch, landelijk gebied - natuur, landelijk gebied - wonen en de woongebieden: De openbare ruimte nodigt uit tot fietsen en verplaatsingen te voet, waarbij de auto te gast is. Kwetsbare verkeersdeelnemers worden beschermd en verkeersveiligheid heeft prioriteit boven doorstroming. Bij herinrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente wordt rekening gehouden met mensen met een (fysieke) beperking. Het is van belang dat de school- omgeving veilig is en kinderen stimuleert om lopend of met de fiets naar school te gaan. Samen met inwoners en bedrijven brengen we gevaarlijke verkeerspunten in kaart. We streven naar een veiligere inrichting van deze punten. We creëren regionale doorfietsroutes voor elektrische fietsen ten behoeve van het woon-werkverkeer en fietspaden voor recreatief gebruik. We prioriteren de volgende fietsroutes: -Doorfietsroute Hilversum – Utrecht -Voormalige spoorbaan Bilthoven – Huis ter Heide -Aanpak Dr. Welfferweg in Westbroek -Verbeteren fietsroute USP – Zeist West (Bisschopsweg/Landgoed Oostbroek) -Aanpak Vuursche Dreef -Fietsverbinding station Bilthoven richting N234/Berg en Bosch (en verder richting noordoosten) De gemeente De Bilt heeft momenteel een relatief fijnmazig openbaar vervoernetwerk. Er is echter ruimte voor verbetering. De insteek is dat het aanbod van openbaar vervoer toeneemt en voor iedereen toegankelijk is, waardoor in verhouding meer gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer dan nu het geval is. NS-station Bilthoven is de belangrijkste schakel in het openbaar vervoernetwerk en van belang bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (o.a. Spoorzone, Schapenweide en USPB). Om de verwachte toenemende vraag van bewegingen (zowel lokaal als regionaal) van en naar NS-station Bilthoven goed te kunnen accommoderen zijn additionele investeringen noodzakelijk. Ook Hollandsche Rading heeft een NS-station die voor onze inwoners, maar ook voor recreanten, als startpunt om de Utrechtse Heuvelrug te ontdekken, een functie heeft. Daarnaast zijn er in de gemeente De Bilt circa 100 bushaltes. Het is van belang dat het openbaar vervoer op peil blijft en waar mogelijk qua frequentie en verbindingen wordt verbeterd. Als openbaar vervoer niet mogelijk is, zijn er voldoende en hoogwaardige alternatieven voor collectief- of deelvervoer. Uit de participatie: “Nieuwe vervoerssystemen en een goed mobiliteitsplan voor het verbeteren van de mobiliteit en bereikbaarheid van duurzaam vervoer.” De koers voor agrarisch gebied, bedrijventerrein, centrumgebieden, landelijk gebied - agrarisch, landelijk gebied - natuur, landelijk gebied - wonen en de woongebieden: We bevorderen het openbaar vervoer op een selectief aantal hoogwaardige hoofdroutes. We ontwikkelen twee knooppunten: -NS-station Bilthoven -De Bilt Zuid: kruising Utrechtseweg (N237) en Universiteitsweg (N412). De bestaande P&R locaties bij station Bilthoven, Nieuwe Wetering en station Hollandsche Rading behouden hun capaciteit. Voor 90% van de inwoners zijn de hoogwaardige hoofdroutes binnen tien fietsminuten bereikbaar. We participeren in regionale onderzoeken naar de verbetering van openbaar vervoerverbindingen zoals op de Gooi-hoofdroute (Utrecht- Hilversum) en de Soesterlijn (Utrecht- Baarn). Mobiliteit en bereikbaarheid dragen bij aan het vestigingsklimaat. Beiden veranderen in snel tempo. De diversiteit van mobiliteitsvormen en verkeersbewegingen nemen toe. Veilige en goede verbindingen zijn daarom essentieel binnen de gemeente De Bilt en met omliggende gemeenten. Door slimme keuzes te maken, wordt er ruimte gegeven bij het realiseren van een duurzamer mobiliteitsnetwerk. Daarnaast is mobiliteit voor iedereen beschikbaar en toegankelijk. Er zijn voor elke doelgroep passende alternatieve vervoersmiddelen om zich te kunnen verplaatsen. Het is de verwachting dat het aantal auto- en vrachtbewegingen de komende jaren op delen van het netwerk zal toenemen. Een belangrijk vertrekpunt is dat er meer inzicht wordt verkregen in knelpunten in het netwerk, zowel objectief als subjectief. Verkeersmodellen en veldwerk worden ingezet om samen met de inwoners te bepalen wat de belangrijkste knelpunten zijn als gevolg van de verwachte toenemende verkeersintensiteit (onder andere door ruimtelijke ontwikkelingen). Vervolgens is het van belang welke maatregelen mogelijk zijn om deze knelpunten zo goed mogelijk op te lossen. Het doel is om de groei van het aantal auto’s af te vlakken, het aandeel elektrische auto’s significant te zien stijgen en het deelauto concept eerder als regel te kunnen beschouwen, dan de uitzondering (van bezit naar gebruik). Hierdoor voeren schonere manieren van vervoer de boventoon. De gemeente zet in op duurzame en schone logistiek. Het college stuurt actief op een dialoog met omwonenden en bedrijven die gebruik maken van zwaar verkeer en landbouwverkeer. Zowel verkeersveiligheid als de bereikbaarheid van (landbouw)bedrijven hebben in die dialoog een plek. Sluipverkeer en doorgaand verkeer wordt zoveel mogelijk geweerd uit de kernen, mede door flankerende beleid. In samenwerking met regionale partners, de provincie en het Rijk willen we een betere doorstroming op de autosnelwegen bevorderen. De focus ligt op het optimaal benutten van het bestaande mobiliteitsnetwerk. Bestaande wegen worden bij voorkeur ‘auto te gast’ met een geloofwaardige 30 km/u inrichting, met uitzondering van de wijkontsluitingswegen en bovenlokale wegen zoals bijvoorbeeld de Soestdijkseweg. De Soestdijkseweg noord en zuid blijven voor kern De Bilt en kern Bilthoven de belangrijkste noord-zuid verbinding. Deze hoofdroute speelt ook een belangrijke rol in de ontsluiting van werklocaties. De koers voor agrarisch gebied, bedrijventerrein, centrumgebieden, landelijk gebied - agrarisch, landelijk gebied - natuur, landelijk gebied - wonen en de woongebieden: - We kiezen voor fietsverkeer en openbaar vervoer als dé manier om je te verplaatsen; zie hiervoor onze thema’s bij de eerste kernwaarde (paragraaf 4.2). - De mobiliteitsontwikkelingen worden in kaart gebracht aan de hand van een Mobiliteitsmonitor om beter inzicht te krijgen wat de effecten zijn van het beleid. Autogebruik We ontmoedigen het gebruik van auto’s en maken het openbaar vervoer tot een aantrekkelijk alternatief in de grote kernen. We zetten in op duurzaam autogebruik met een fijnmazige laadinfrastructuur, deelauto’s en goede parkeerzones. We brengen in kaart of er knelpunten kunnen ontstaan bij de verdere uitbreiding van de laadinfrastructuur. We stimuleren een netwerk van deelauto’s. Autoverkeer We weren zoveel mogelijk het doorgaande verkeer in de kernen. We maken in gebieden waar dit nodig is een verkeerscirculatieplan (in de kern De Bilt reeds gerealiseerd). Het versterken van een robuuste veilige ontsluiting tussen de Spoorzone en de N
  2. We richten de bebouwde kom zoveel mogelijk in op maximaal 30 km/u en handhaven daarop. We ondersteunen uit het oogpunt van leefbaarheid en veiligheid het verlagen van de maximumsnelheid naar 60 km/u op provinciale wegen, zoals de N237 tussen Utrecht en De Bilt. We maken meer wijken autoluw (relatief weinig gemotoriseerd verkeer), ontwerpen nieuwe wijken volgens de ‘STOMP-methode’ (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a Service (MaaS), Privé auto) en hebben speciale aandacht voor de omgeving rondom scholen en sport. Parkeren We streven naar een lagere, gedifferentieerde parkeernorm. Zeker op (nieuwbouw)locaties waar goed openbaar vervoer beschikbaar is. In grotere kernen en op knooppunten komt er minder ruimte voor parkeren. In kleine kernen in het landelijk gebied komt er voldoende ruimte voor parkeren, indien de toegang tot het openbaar vervoer netwerk ongewijzigd blijft. Wanneer te veel parkeerdruk ontstaat, onderzoeken we het verstrekken van parkeervergunningen. We kijken hierbij ook expliciet naar regionale ontwikkelingen, zoals het voornemen tot betaald parkeren in de gehele gemeente Utrecht. We werken de nieuwe uitgangspunten uit in een aparte parkeernota. Logistiek We ontlasten de woonwijken door vrachtverkeer te weren. We identificeren kansen voor een duurzamere en veiligere dorpslogistiek. We verkennen de haalbaarheid van het invoeren van een milieuzone. We verkennen de mogelijkheden van een regionale aanpak logistiek met buurtgemeenten. 4.10 Functie kantoor Veel van de in totaal circa 3.400 zzp’ers, voornamelijk uit de adviessector, werken vanuit huis. Deze nieuwe manier van werken zorgt voor minder vraag naar kantoorpanden. Desondanks is er momenteel beperkt kantoorvastgoed beschikbaar. De aard van de vraag naar kantoorlocaties is wel veranderd. Er is meer behoefte aan kleinschalige, multifunctionele en aantrekkelijke werklocaties met flexwerkplekken. Voor kantoorlocaties worden bereikbaarheid met hoogwaardig openbaar vervoer en fietspaden voor woon-werkverkeer steeds belangrijker. Het openbaar vervoer en de fiets moeten de komende jaren een aantrekkelijker alternatief worden voor de auto. 4.11 Functie maatschappelijk De bevolkingssamenstelling verandert als gevolg van vergrijzing en ontgroening. Dit vraagt om een andere invulling van de woningvoorraad en werkt daarnaast door op de behoefte en beschikbaarheid van voorzieningen zoals maatschappelijke- en zorgvoorzieningen, winkels, sportvoorzieningen en openbaar vervoer. Sociale cohesie en ontmoeting binnen de lokale gemeenschap wordt steeds belangrijker. Dat is een lastige opgave aangezien er juist sprake is van individualisering van de samenleving en verdwijnende voorzieningen (en dus ontmoetingsplekken) in kleinere kernen. Voor de zelfredzaamheid van ouderen is het van groot belang dat de openbare ruimte en voorzieningen goed toegankelijk zijn, ook voor mensen die slecht ter been zijn, en dat er (letterlijk en figuurlijk) laagdrempelige ontmoetingsplekken zijn. Daarnaast ligt in het beleid de nadruk op ‘langer thuis wonen’ waardoor kwetsbare mensen, waaronder ouderen, met een zorgvraag in de wijk kunnen blijven wonen. Dit vraagt om andere woonvoorzieningen, zoals (levensloopbestendige) appartementen en woningen met een zorgvoorziening. Met het programma ‘Iedereen doet mee’ werken we aan een samenhangend programma afgestemd op de specifieke doelgroepen, zoals jongeren, jonge gezinnen en ouderen. We stellen de behoeften van mensen centraal, van alle mensen. We willen dat iedereen gezond en gelukkig kan wonen, werken en leven. Bij de huisvesting van scholen zetten we in op kinderopvang. Bij nieuwbouw en renovatie zetten we in op integrale kindcentra. We bieden kansen aan hen die dat nodig hebben en zorgen dat de directe omgeving mensen inspireert, verzorgt en voedt. In een wijkgerichte aanpak zetten we in op een sterke koppeling tussen het sociale en fysieke domein. Maatschappelijke voorzieningen, zoals bibliotheken, zorgvoorzieningen, scholen en sportclubs, zijn goed afgestemd op de demografische ontwikkelingen en de maatschappelijke behoefte. Ruimte voor ontmoeting is een belangrijk uitgangspunt en voorzieningen zijn multifunctioneel. Zo zijn bijvoorbeeld bibliotheken een belangrijke voorziening voor zowel ontmoeting als ontwikkeling van onze jongeren. We sturen op een aantrekkelijke, groene leefomgeving, met ruimte voor sporten, spelen en ontmoeten in de openbare ruimte. We zorgen voor een goede fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte, maatschappelijke en commerciële voorzieningen en het openbaar vervoer voor al onze inwoners. Activiteiten die bijdragen aan de sociale cohesie in de kern worden van harte ondersteund. Hierin hebben met name de verenigingen en (sport)clubs een belangrijk rol. De koers: Het sociaal domein werkt aan een programma ‘Iedereen doet mee’ dat gericht is op zes speerpunten: Mensen die tussen wal en schip vallen beter bereiken. Mensen die ondersteuning nodig hebben beter ondersteunen. Het netwerk rondom de scholen integraler organiseren. Meer inzetten op spelen, bewegen en activiteiten. Beter zicht krijgen op wat er echt speelt in de wijken en wat daar nodig is. Meer gebruik maken van data om gerichter te kunnen sturen. In de omgevingsvisie leggen we de koppeling tussen het fysieke en het sociale domein door ons de vraag te stellen op welke wijze de inrichting van het fysieke domein kan bijdragen aan een gezonde en veilige woon- en leefomgeving. We brengen diverse doelgroepen en leeftijdsgroepen zo veel mogelijk samen in een wijk. 4.12 Functie natuur [Gereserveerd] 4.13 Functie onderwijs [Gereserveerd] 4.14 Functie recreatie Het aanbod van mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding is enorm gegroeid waarbij de nadruk ligt op dagrecreatie en/of korte uitstapjes. Hiervoor is ook aandacht in het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Daarom werken we als gemeente graag met de provincie samen in de gebiedsprocessen rondom het UPLG. Verder zetten we in op een goede recreatieve toegankelijkheid van de groenblauwe structuren in combinatie met de beleving van cultuurhistorie en erfgoed, zoals de Utrechtse Heuvelrug, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de landgoederen. Zo zijn er op de landgoederen kansen voor de versterking van recreatieve functies gecombineerd met ook de nodige economische functies die bijdragen aan het behoud van de landgoederen. Door te zorgen voor gescheiden fiets- en wandelroutes (waarbij kwetsbare natuur- waarden worden ontzien) en passende recreatieve voorzieningen willen we de recreatieve sector een kwaliteitsimpuls geven. Tegelijkertijd mag de druk op de natuurgebieden en de landgoederen niet zodanig toenemen dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Dit zal de gemeente samen met het Utrechts Landschap monitoren en zo nodig maatregelen treffen. De koers: We zetten waar mogelijk in op behoud, versterking en beleving door recreatieve ontwikkeling. We versterken onze natuurnetwerken en groene buffers tussen stedelijke gebieden. Waar dit nodig en mogelijk is, passen we recreatieve zonering toe om zo voor iedereen de recreatieve mogelijkheden toegankelijk te houden en de beleving te versterken. Voor het duurzaam te kunnen onderhouden van de landgoederen willen we meer ruimte geven voor recreatieve, economische of soms woonfuncties in de monumentale panden van de landgoederen met als uitgangspunt dat er altijd sprake moet zijn van een kwaliteitsverbetering. We nemen waar noodzakelijk maatregelen ter voorkoming van bosbranden. 4.15 Functie sport [Gereserveerd] 4.16 Functie verblijfsrecreatie [Gereserveerd] 4.17 Functie water [Gereserveerd] 4.18 Functie wonen Veel inwoners kunnen geen huis vinden. Dat is een groot maatschappelijk probleem. Het woningtekort wordt gevormd door huishoudens die nu bijvoorbeeld op een recreatiepark wonen, gescheiden mensen die op kamers wonen, starters die langdurig bij hun ouders blijven wonen, mensen met een specifieke zorgbehoefte en statushouders. De gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning in de gemeente is ruim tien jaar. Tijdens het participatietraject ‘Samen Werken Aan Wonen’ zijn inwoners van de gemeente en relevante (belangen) organisaties uitgenodigd om een advies over wonen op te stellen aan de gemeenteraad. Ruim 50 adviezen en 1400 reacties hebben een rijkdom aan ideeën opgeleverd over locaties en wat er voor wie gebouwd moet worden. Een redactieteam van inwoners heeft deze vertaald naar een overkoepelend advies. Vervolgens heeft de raad dit advies overgenomen als bouwsteen voor onder andere de omgevingsvisie. Het advies gaat over hoe inwoners het wonen in de toekomst voor zich zien en bevat zeven hoofdpunten: Het bouwen van woningen mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van groen, natuur en landschap. Verdiepen in de bestaande karakteristiek van de kern of het landschap en bouw hier op voort. Voorzie in eigen behoefte en preciseer ze. Zorg voor betaalbare woningen voor starters, jonge gezinnen en woningen voor ouderen. Zoek eerst naar creatieve oplossingen zoals transformatie, verdichting, door- stroming en bijzondere woonvormen. Zoek daarna naar bouwlocaties binnen de contour stedelijk gebied en pas daarna naar locaties buiten de contour stedelijk gebied. Ga uit van een integrale aanpak, in samenhang met andere aspecten, zoals een goedde ontsluiting en verkeers- veiligheid. Blijf inwoners actief betrekken! We bouwen daarom minimaal voor de eigen behoefte. Voor de gemeente De Bilt is in 2019 een nieuwbouwopgave tot 2030 berekend van 1130 woningen. Dat is inclusief het inlopen van een tekort van 670 woningen en exclusief de extra opgaven voor de huisvesting van statushouders, uitstroom beschermd wonen en maatschappelijke opvang, spoedzoekers en thuislozen. De focus ligt op het realiseren van betaalbare woningen en appartementen voor starters, jonge gezinnen en ouderen. Dit onderstreept de noodzaak om snel tot vergroting van het planaanbod (de bestaande woningbouwplannen) te komen. 4.19 Overige functies en bebouwingscontouren [Gereserveerd] 5 Beschermen 5.1 Beperkingengebieden Grondwaterbeschermingsgebieden De beherende waterschappen zullen het waterpeil niet meer volledig mee laten zakken met de bodem(daling), om zo te voorkomen dat het veen verder afbreekt (en dus de bodem verder daalt) en er extra broeikasgassen vrijkomen. Dit is om de combinatie van agrarisch gebruik en natuur meer kans te geven. Het beheer van grondwaterkwantiteit en -kwaliteit is een taak van de provincie en gemeenten. Binnen de gemeente De Bilt zijn verschillende grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen. Dit zijn gebieden die beschermd zijn omdat hier water wordt onttrokken uit de bodem voor drinkwater. De grondwaterbeschermingsgebieden liggen in het veenweidegebied, het coulisselandschap, het boslandschap en het noordelijke deel van de kern Bilthoven (zie afbeelding). Deze zijn ook opgenomen op de omgevingsvisiekaart. 5.2 Duurzaamheid Richting de toekomst is de verduurzaming van de economie een belangrijk aandachtspunt. De economie moet overgaan van een lineaire economie met veel gebruik van grondstoffen en CO2-uitstoot naar een circulaire economie waar producten efficiënter worden ontworpen en materialen zoveel mogelijk worden hergebruikt. Het Rijk heeft als doel gesteld dat Nederland in 2050 een volledig circulaire economie is. De circulaire economie heeft ook een ruimtelijke impact. Namelijk locaties waar de afvalstromen in De Bilt of regio weer worden verwerkt tot nieuwe grondstoffen of nieuwe producten maar ook manieren om ervoor te zorgen dat producten vaker worden hergebruikt hebben hier invloed op. Warmetetransitie algemeen Er ligt een flinke opgave (ook op basis van regionale afspraken) om initiatieven op het gebied van energieopwekking en warmtetransitie te realiseren. Naast de kleinschalige opwekking in bebouwd gebied zullen grootschalige voorzieningen voornamelijk ook in het landelijk gebied moeten landen. In veel gebieden loopt de capaciteit van het huidige energienet naar verwachting snel tegen grenzen aan. De Bilt is in dit kader een kansrijke locatie aangezien er de komende jaren nog voldoende capaciteit op het net beschikbaar is. Voorts zal er vol ingezet moeten worden op besparingsmaatregelen in gebouwen en dus ook monumenten (bijvoorbeeld isolatie), de transitie om ‘van het aardgas’ af te gaan en gebruik te maken van alternatieve warmtebronnen. Op dit moment, maar ook richting de toekomst spelen energieprijzen en technologische ontwikkeling hierin een belangrijke rol. We leggen zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in bebouwd gebied en bermen en geluidswallen. Dit is echter niet genoeg. Door middel van een participatietraject met inwoners realiseren we zon op landbouwgrond en wind langs de A27 en A
  3. Warmte voor de warmtetransitie halen we zoveel mogelijk uit de bodem, het oppervlaktewater en het riool. Daarnaast zorgen we ervoor dat wijk voor wijk afgekoppeld wordt van het gas met individuele en collectieve oplossingen. Warmtetransitie kern De Bilt Voor de hele kern geldt dat er verschillende mogelijkheden zijn om van het aardgas te gaan; zowel een collectief warmtenet als individuele oplossingen. Voor het gebied ten westen van de Biltse Rading en het landelijk gebied ten oosten van de kern is volgens de startanalyse geen collectief warmtenet mogelijk. Het alternatief met de laagst maatschappelijke kosten is een individuele warmtepomp. Warmtetransitie kern Bilthoven Voor de kern Bilthoven, het centrum en de woonwijken, geldt dat er veel verschillende mogelijkheden zijn om van het aardgas te gaan; zowel een collectief warmtenet als individuele oplossingen. Door de vele (verschillende) mogelijkheden voor warmtealternatieven zijn in de Transitieivisie Warmte (TVW) meerdere gebieden aangeduid als ‘kavels met potentie’. Deze gebieden zijn; Brandenburg PAW, Tuindorp en Brandenburg, De Leijen, Bilthoven Centrum en Larenstein. Larenstein is een bedrijfslocatie met veelal innovatieve ondernemers. Qua warmteoplossingen zijn hier diverse oplossingen mogelijk, van collectieve tot individuele en van warmtenet tot warmtepompen. Deze kavel leent zich hierdoor uitstekend voor een living lab. Daarbij gaat het niet zozeer om welke techniek hoe toegepast kan worden, maar vooral om het proces. De hoe vraag: ’Hoe kan een warmtekavel met (bijvoorbeeld) individuele warmteoplossingen collectief van het aardgas gaan. Warmtetransitie Maartensdijk Het zuidelijke deel van de kern kent verschillende mogelijkheden om van het aardgas te gaan. Zowel een collectief warmtenet als individuele oplossingen. In de Transitievisie Warmte (TVW) is dit gebied vanwege de collectieve mogelijkheden aangeduid als een ‘kavel met potentie’. In het noordelijke deel van de kern, het gebied aan de Industrieweg-Tolakkerweg en in het landelijk gebied is volgens de startanalyse geen collectief warmtenet mogelijk. Het alternatief met de laagst maatschappelijke kosten is een individuele warmtepomp. Warmtetransitie Hollandse Rading In de kern is een elektrische warmtepomp het alternatief met de laagste maatschappelijke kosten. Er is weinig potentie voor een collectief warmtenet. In het landelijk gebied is volgens de startanalyse geen collectief warmtenet mogelijk. Het alternatief met de laagst maatschappelijke kosten is een individuele warmtepomp. Warmtetransitie Groenekan In de kern en het landelijk gebied is volgens de startanalyse geen collectief warmtenet mogelijk. Het alternatief met de laagst maatschappelijke kosten is een individuele warmtepomp. Warmtetransitie Westbroek In de kern en het landelijk gebied is het alternatief met de laagst maatschappelijke kosten een individuele warmtepomp. In het landelijk gebied is daarnaast een collectief warmtenet niet haalbaar. Energieverbruik Het verbruik van energie dient teruggedrongen te worden. Eén van de grootste opgaven is het besparen van energiegebruik in gebouwen door beter te isoleren en te verwarmen zonder aardgas. In 2050 moeten namelijk alle woningen en gebouwen van het aardgas af zijn. Een complexe puzzel, die we lokaal, met elkaar, eerlijk en duurzaam willen leggen. Met de in 2022 vastgestelde ‘Transitievisie Warmte’ (ambitieniveau D) werken we proactief aan de warmtetransitie tot
  4. De aanpak en uitvoering, waarbij de gemeente de faciliterende regierol neemt, wordt uitgewerkt in een programma. De energietransitie zal in de aankomende decennia een grote opgave blijven. Zo zal energie op een duurzamere en zo lokaal mogelijke manier opgewekt moeten worden om zo de uitstoot van CO2 te verminderen. Hiervoor moeten we op zoek gaan naar potentiële energiebronnen en opweklocaties. Denk aan het opwekken van energie door middel van zonnevelden, windmolens, zon op dak, aardwarmte, oppervlaktewater en andere mogelijkheden die onze gemeente biedt. Door energie lokaal op te wekken en ook lokaal te gebruiken, kunnen we transportproblemen zoveel mogelijk voorkomen. Het doel is om in 2050 100% van het elektriciteitsverbruik duurzaam op te wekken. Naast volle inzet op ‘zon op dak’ en zorgvuldig afgewogen ruimte voor Het verbruik van energie dient teruggedrongen te worden. Eén van de grootste opgaven is het besparen van energiegebruik in gebouwen door beter te isoleren en te verwarmen zonder aardgas. In 2050 zon- en windenergie in het landschap langs grote infrastructurele werken, zetten we in op innovatieve technieken (proeftuin Brandenburg). Inmiddels is een hogere ambitie energie-opwek vastgesteld. De gemeente De Bilt wil in 2030 niet 33% maar 55% van het eigen energieverbruik opwekken. Om deze doelstelling te halen leggen we zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in bebouwd gebied en bermen en geluidswallen. Dit is echter niet genoeg. In participatie met inwoners realiseren we zon op landbouwgrond en wind langs grote infrastructurele werken zoals de A27 en A
  5. Warmte voor de warmtetransitie halen we zoveel mogelijk uit oppervlaktewater en het riool. Verder zorgen we ervoor dat wijk voor wijk afgekoppeld wordt van het gas met individuele en collectieve oplossingen. Het is de uitdaging om zoveel mogelijk zonnepanelen op bestaande daken te leggen en bodemenergie en oppervlaktewater te benutten om zo het landschap zo min mogelijk te hoeven aantasten. De koers: We kijken naar opwekkingsmogelijkheden voor zon- en windenergie in het landelijk gebied en langs grootschalige infrastructuur. Het is de bedoeling dat we in 2030 62 GWh opwekken door zonne- energie (allereerst op grote daken en daarnaast eventueel waar mogelijk op land, rekening houdend met natuurwaarden, cultuurhistorie en landschapsstructuren). Voor de overige 20 GWh in 2030 onderzoeken we het gebied langs de A28 en de A27 voor de opwekking van duurzame elektriciteit door middel van windenergie. Daarbij wordt gekeken naar de haalbaarheid, mogelijke aantasting van het landschap en het draagvlak in de samenleving. Voor de energieopwekking tot 2040 zijn er nog beleidskeuzes te maken. Er is ruimte voor zon- en windenergie en voor innovatieve vormen van energieopwekking om in de eigen behoefte te voorzien. We kijken ook hoe we met duurzame energieproductie tegelijkertijd de kwaliteit van het landschap kunnen versterken. Daarnaast werken we, net als iedere andere gemeente in Nederland, aan een Transitievisie Warmte (TVW). In de TVW is de gemeente De Bilt onderverdeeld in 25 warmtekavels/gebieden. Deze indeling is grotendeels gebaseerd op de administratieve indeling van het CBS. In de TVW staat wat per gebied technisch de mogelijke warmtealternatieven zijn en of deze collectief of individueel zijn. Dus of er één oplossing voor de hele buurt tegelijk is of dat het handiger is om het per woning te regelen. Een uniforme oplossing voor elke woning is er (nog) niet. In de gemeentelijke warmtevisie wordt er sterk ingezet op reductie in de hele gemeente en het ontwikkelen van een aanpak voor individuele oplossingen. Daarnaast gaan we ook aan de slag met Wijkuitvoeringsplannen voor een tweetal buurten; PAW Brandenburg en De Leijen. Dit zijn complexe processen waar met alle betrokken partijen wordt gekeken wat wenselijk en haalbaar is. Tot slot worden er een aantal verkennende haalbaarheidsstudies gedaan voor alle warmtekavels die potentie hebben voor collectieve oplossingen. De koers: Doel is om in 2050 100% van het elektriciteitsverbruik duurzaam op te wekken. We stellen randvoorwaarden op (bijvoorbeeld participatie/deelname) en wijzen zoekgebieden voor grootschalige opwek aan. Voor de plaatsing in het landschap is maatwerk erg belangrijk. Hierbij kan gekozen worden voor landschappelijke inpassing of landschappelijke transformatie. We brengen de infrastructuur op orde en zetten in op energieopslag en -vervoer. Er is ruimte voor innovatieve vormen van energieopwekking om in de eigen behoefte te voor zien. Er worden vernieuwende vormen van participatie gestart bij de verdere uitwerking. We onderzoeken en werken samen aan de overstap naar duurzame warmte. 5.3 Erfgoed De gemeente is rijk aan mooie landgoederen, maar het onderhoud hiervan wordt een steeds grotere uitdaging. Om de landgoederen in de toekomst te behouden en toegankelijk te houden, is het nodig om meer mogelijkheden te bieden om opbrengsten te genereren. In het programma ‘Erfgoed, landschap en ruimtelijke kwaliteit’ wordt de Cultuurhistorische Waarden Analyse en Archeologische Verwachtingen kaart nog uitgewerkt, waarnaar nu alvast verwezen wordt. Deze gemeentebrede analyse zal ingaan op de karakteristieken en kwaliteiten van alle landschapstypen en de dorpskernen. Deze waarden zijn van groot belang voor de leefbaarheid van de gemeente. De maatschappelijke en ruimtelijke identiteit en kwaliteiten van gemeente De Bilt vormen de kern van de omgevingsvisie. Voor de fysieke leefomgeving zijn de landschappelijke kwaliteiten belangrijk. Zo ligt de gemeente De Bilt op de overgang van hoger gelegen zandgronden in het oosten tegen de natte veengronden in het westen. Dit soort overgangszones zijn van oudsher ook de plekken waar landgoederen zijn ontstaan. We zetten in op het behouden en accentueren van de herkenbaarheid van deze verschillende landschappen. Het eigen karakter en de eigen ontstaansgeschiedenis geven de kernen hun specifieke karakter. Deze gebiedseigen kwaliteiten en verhalen verbinden we de komende jaren aan de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van onder andere wonen, natuur, duurzaamheid en mobiliteit. Die kwaliteiten versterken we richting
  6. De kernen en landschapstypen blinken dan uit met ieder hun eigen cultuurhistorische en landschappelijke karakteristieken. Het waardevolle landschap en de rijke cultuurhistorie van onze gemeente koesteren en versterken we. Dit wordt niet alleen benut voor recreatie maar betekent ook een aantrekkelijk woon- en ondernemersklimaat. We zorgen voor een toekomstbestendig woningaanbod. Door de aanpak van de energietransitie met als doelstelling 100% energieneutraal in 2050, is ons energieverbruik sterk teruggedrongen en hebben we voor het gebruik van aardgas alternatieve energiebronnen. Dan is de gemeente De Bilt nog meer dan nu een plek om te zijn en te verblijven met als uitgangspunt dat het hier fijn wonen is. Archeologie en cultuurhistorie We gaan bij ruimtelijke plannen nog zorgvuldiger om met archeologie en cultuurhistorie. De ambitie is verder om cultuurhistorisch waardevolle landschapsstructuren, elementen, landgoederenroutes en monumenten zichtbaarder te maken en zo mogelijk te herstellen. Aan de hand van het Programma ‘Erfgoed, Landschap en Ruimtelijke Kwaliteit’ wordt dit nader ingevuld. Verder kunnen we archeologische waarden gebruiken als inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkelingen. Archeologische ontdekkingen en vondsten maken we kenbaar en zichtbaar voor het publiek. Ook voor de wateropgaven laten we ons inspireren door ons verleden en historische watersystemen zoals de weteringen. Met het programma ‘Erfgoed, Landschap en Ruimtelijke Kwaliteit’ gaan we ons cultureel erfgoed en onze landschappen nader duiden om deze voor de toekomst nog beter te beschermen. Er is sprake van een herwaardering van cultuurhistorie, zowel van landschappelijke als cultuurhistorische structuren. In de komende jaren werken we aan de actualisatie van de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart’. Op de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart’ staat informatie over historische objecten en archeologische waarden in de gemeente. Naast de monumenten in onze gemeente zijn dat ook landschappelijke structuren zoals houtwallen, hagen, historische linten, landgoederenzones en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Aandacht voor cultuurhistorische waarden Het eigen karakter en de eigen ontstaansgeschiedenis geven de kernen van De Bilt en de kern van Bilthoven hun specifieke karakter. Deze gebiedseigen verhalen verbinden we de komende jaren aan de toekomstige ontwikkelingen op gebied van wonen, duurzaamheid, mobiliteit en dergelijke. Ook de algemene waarden van de verschillende landschapstypen worden in de geactualiseerde ‘Cultuurhistorische Waardenkaart’ beschreven en gekarakteriseerd. Daarbij worden de verschillende landschappen ook in hun context bezien, aansluitend op het veenlandschap van west-Nederland, het voormalige nationale Groene Hart en nationaal park de Utrechtse Heuvelrug. De koers: We brengen de kwaliteiten in beeld door middel van een actualisering van de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart’ waardoor we capabel zijn een gedegen afweging te maken tussen gewenste ontwikkelingen, cultuurhistorie en landschap (Programma ‘Erfgoed, Landschap en Ruimtelijke Kwaliteit’). 5.4 Veiligheid Als gevolg van klimaatverandering is het landelijk gebied ook extra kwetsbaar voor natuurbranden. Maatregelen ter vermindering van dit risico worden in de veiligheidsregio Utrecht (VRU) afgestemd en besloten. 5.5 Gezondheid Gemeente De Bilt biedt nu en in 2040 een aantrekkelijke leefomgeving. Hier is het goed leven. Alles is gericht op het halen van levenskwaliteit. Er is sprake van een hoge positieve gezondheid (gezondheidsbevordering) omdat mensen in de buitenruimte worden uitgedaagd te bewegen en elkaar te ontmoeten. Een veelzijdig en passend voorzieningenniveau draagt hieraan bij. Er is ook werk gemaakt van de gezondheidsbescherming. Verhoogde concentraties luchtverontreinigende stoffen en geluidshinder hebben invloed op de gezondheid van bewoners. Het is daarom van belang om grenswaardes te stellen en deze te monitoren door middel van het milieu-mengpaneel. Het milieu-mengpaneel is een instrument waarin het Rijk inhoudelijke kaders vastlegt in de vorm van een standaard norm of bandbreedte. Voor geluidsbelasting langs de A27 en A28 streven we naar de norm van Rijkswaterstaat (i.e. 50 dB). De gemeente kan verder de vrije regelruimte benutten en toevoegen. Een verhoogde concentratie luchtverontreinigende stoffen en geluidhinder hebben invloed op de gezondheid van bewoners. Wegverkeer, huishoudens, industrie en landbouw zijn de belangrijkste bronnen voor luchtverontreinigende stoffen. Daarnaast kennen de kernen die tegen de snelweg aanliggen en delen van de kern van De Bilt een hoge geluidsbelasting. Om die reden is het van belang om grenswaardes te stellen. Dat doen wij met het zogenaamde milieu-mengpaneel. Het milieu-mengpaneel is zoals gezegd een instrument waarin het Rijk inhoudelijke kaders vastlegt in de vorm van een standaard norm of bandbreedte. De gemeente kan de vrije regelruimte benutten en toevoegen. Naast deze traditionele vormen van milieubescherming, zet de gemeente in de Lokale Gezondheidsnota 2021-2025 ‘positieve gezondheid’ centraal. We zetten in op een gezonde en veilige woonomgeving voor alle inwoners, waarin iedereen betrokken is en in staat is om mee te doen. Hierbij hebben we ook aandacht voor de klimaatkwetsbaarheden van verschillende doelgroepen, zoals de gevolgen van hittestress op de gezondheid van onze inwoners. Voor het creëren van een gezonde leefomgeving is daarom ook de inpassing van klimaatadaptieve maatregelen noodzakelijk. We richten ons naast preventie ook op de aanpak van achterliggende problematiek bij gezondheidsproblemen. Het doel is dat inwoners zo lang mogelijk gezond en zelfstandig functioneren. We doen een beroep op de eigen (financiële) kracht van inwoners en hun sociale netwerk. Daarnaast zijn er voorliggende voorzieningen die daarbij kunnen ondersteunen zoals ‘Maatjesprojecten MENS De Bilt’, ‘Ouders Lokaal’ of ‘Handje Helpen’. Mocht dit niet voldoende zijn dan wordt passende zorg ingezet. Als lokale overheid voeren we de regie en stimuleren we de samenwerking tussen de partners binnen het domein van preventie, zorg en aanpalende sectoren. Ook werken we regionaal samen met andere gemeenten. De nadruk ligt hierbij op een goede samenwerking tussen inwoners, organisaties, ondernemers en gemeente om leefbaarheid, veiligheid en sociale betrokkenheid in de kernen en de wijken te versterken. Verder sluiten we aan op de regionale speerpunten voor een gezonde leefomgeving. Daarbij draagt een voor iedereen goed toegankelijke openbare ruimte bij aan een gezonde leefstijl door uitnodiging voor sport, beweging en ontmoeting. We ontwikkelen in dit verband vier wijkoverstijgende speelplekken en voldoende aantrekkelijke beweegroutes waar inwoners van alle leeftijden kunnen spelen, bewegen en ontmoeten. Ook willen we meer initiatieven ontplooien voor onze jongeren. Daarnaast willen we ervoor zorgen dat de maatschappelijke en commerciële basisvoorzieningen in iedere kern behouden blijven, zodat de leefbaarheid kan worden gewaarborgd. De koers: Bij het ontwerpen van nieuwe wijken, woningen en bedrijven wordt positieve gezondheid vanaf de start als uitgangspunt gehanteerd, onder andere door het milieu-mengpaneel aan te vullen met specifieke waarden op het gebied van geluidbelasting en luchtkwaliteit. We willen de luchtkwaliteit verbeteren. We zetten in op ‘sporten als middel om een gezonde leefstijl te bevorderen’. Hiervoor wordt onder andere gewerkt aan vier wijkoverstijgende speelplekken en voldoende aantrekkelijke beweegroutes waar inwoners van alle leeftijden kunnen bewegen, spelen en elkaar ontmoeten. We besteden bij het mobiliteitsbeleid aandacht aan het stimuleren van fietsen en lopen. We streven ernaar dat de bebouwde kom zo is ingericht dat kinderen vanaf een jaar of acht, zelfstandig en veilig zouden moeten kunnen lopen en fietsen naar school, verenigingen en vrienden. We willen ervoor zorgen dat de maatschappelijke en commerciële basisvoorzieningen in iedere kern behouden blijven. We zetten in op laagdrempelige ontmoetingsmogelijkheden op plekken voor jong en oud, ter bevordering van de mentale weerbaarheid van inwoners. Een inclusieve leefomgeving Ook wordt er meer verwacht van de ondersteuning van de omgeving, terwijl de sociale structuur van wijken en buurten hier niet altijd op berekend is. Het voorkomen van eenzaamheid is daarbij een aandachtspunt. Voor een goede gezondheid moeten er voldoende aantrekkelijke voorzieningen en beweegroutes zijn waar inwoners van alle leeftijden kunnen bewegen, spelen en elkaar kunnen ontmoeten. Denk hierbij aan kleinschalige recreatieplekken en voorzieningen voor sport en spel waar cultuurhistorie en het landschap een rol in kunnen spelen. We vinden het ook belangrijk dat jongeren een plek kunnen vinden voor ontmoeting. 5.6 Klimaat Gevolgen van klimaatverandering De gevolgen van klimaatverandering zijn een belangrijk aspect voor de fysieke leefomgeving. Binnen de gemeente zijn deze ontwikkelingen op sommige plekken goed te merken. Naar verwachting zal de klimaatverandering zich de komende jaren verder voortzetten waardoor zomers warmer zijn, er meer kans is op piekbuien en langere periodes van droogte. Er is hierdoor toenemende kans op hittestress in het stedelijk gebied. De kans op wateroverlast door piekbuien zal tevens toenemen. Daarnaast is er door de toenemende verandering in weerextremen ook een vergrote kans op droogtestress met een risico op natuurbranden in het landelijk gebied. De Veiligheidsregio Utrecht zoekt naar kwetsbaarheden, risico’s en kansen om incidenten zoveel mogelijk te voorkomen en om snel en effectief te kunnen optreden wanneer nodig. In het Regionaal Risicoprofiel 2023 ‘Veiligheid in samenspel’ van 6 februari 2023 zijn onder andere de Utrechtse Heuvelrug en Utrecht Science Park Bilthoven aangemerkt als risico-focus-gebieden. Het regionaal risicoprofiel (RRP) wordt iedere vier jaar geactualiseerd. 5.7 Milieu Fijnstof Een verhoogde concentratie luchtverontreinigende stoffen en geluidhinder hebben invloed op de gezondheid van bewoners in een gebied. De concentratie van fijnstof en zeer fijn fijnstof is het hoogst langs de A27 en de A
  7. Daarnaast is ook in het centrum van De Bilt een hogere concentratie gemeten dan in de rest van de gemeente. De hoogste concentraties liggen onder de wettelijke grenswaarde voor fijnstof, maar boven de advieswaarde gesteld door de World Health Organization (WHO). Door de technologische ontwikkeling (elektrische auto’s en schonere bedrijven) en door landelijk beleid dat wordt gevoerd op het verminderen van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, is er een dalende trend zichtbaar van de concentratie aan luchtverontreinigende stoffen. Zo is in Europees verband een (voorlopig) akkoord bereikt over een plan waarbij nieuwe personenauto’s en kleine commerciële voertuigen vanaf 2035 geen CO2 meer uitstoten. Bovendien ontwikkelt de markt van elektrische auto’s zich snel en worden deze auto’s steeds goedkoper. Geluid De kernen tegen de snelweg aan, Hollandsche Rading, Maartensdijk en Groenekan (en in mindere mate, kern De Bilt) kennen een hoge geluidbelasting. Enerzijds neemt de geluidbelasting toe door het toenemende wegverkeer. Anderzijds wordt in toenemende mate stil asfalt toegepast waardoor wegverkeerlawaai minder ver reikt. Dezelfde trend is ook op te merken voor industrie: bedrijven worden gestimuleerd om de Best Beschikbare Technieken (BBT) toe te passen om hun geluidemissie te beperken. Drinkwaterleveringszekerheid Door de aantrekkende economie, met toenemende productie en de voorliggende woningbouwopgave, stijgt de drinkwatervraag sterk. Om in de toekomst voldoende drinkwater te kunnen blijven leveren, is het van belang dat we zuiniger omgaan met ons (drink)water. Door bewustwording bij inwoners te creëren en het spoelen met regenwater kunnen we mogelijk de watervraag terugdringen. Daarnaast is het ook belangrijk om het wateraanbod te beschermen tegen de mogelijk negatieve effecten van de energietransitie en het nog onbekende effect van zonnepanelen op de waterkwaliteit. De belangrijke opgaven die ook gemeente De Bilt kent op gebied van water en energie, verbinden we de komende jaren aan de gebiedseigen kwaliteiten. Zo verbinden we ook de gemeentelijke wateropgaven met andere thema’s zoals klimaatadaptatie. We streven naar de verbetering van de watergebonden biodiversiteit en een algeheel ‘systeem-herstel’ van de (grond)waterbalans. Dit laatste levert een positieve bijdrage aan de (drink)watervoorziening. Binnen de gemeente bevinden zich zowel hogere als lagergelegen delen. Op de hogere delen kan het regenwater infiltreren om vervolgens in de lagere delen, als kwelwater, uit te treden. Verhogen van de grondwaterstand op het hogere deel van de gemeente zal de kwelzone aan de rand vergroten en de biodiversiteit verbeteren. 5.8 Natuur en landschap 5.8.1 Algemeen Het Biltse landschap en de kernen komen steeds meer onder druk te staan. Rijks- en provinciaal beleid is erop gericht om de groei van wonen en werken en de energietransitie zoveel mogelijk in het stedelijk gebied op te lossen. Toch komen er ook ruimteclaims op het landelijk gebied om de opgave op het gebied van wonen, werken en energie op te lossen. Denk hierbij aan de noodzakelijke energietransitie, de forse woningbouwopgave, ruimte voor bedrijvigheid en de hierbij benodigde opwaardering van infrastructuur en mobiliteit. Doordat de lage Veenweidegebieden niet geschikt zijn voor verstedelijking en de hogere gelegen gebieden vooral bestaan uit bos en natuur wordt voor deze ruimteclaims vooral gekeken naar het coulisselandschap. Het coulisselandschap kenmerkt zich echter als een zeer aantrekkelijk kleinschalig landschap met hoge cultuurhistorische waarden. Ook de Utrechtse Heuvelrug is een uniek gebied dat zich uitstrekt over meerdere gemeenten in de provincie Utrecht. Deelnemers aan het ‘Heuvelrugoverleg’ hebben 10 februari 2023 de samenwerkingsagenda 2023-2028 vastgesteld. Het Heuvelrugoverleg is een periodiek overleg tussen terreineigenaren en overheden in het gebied van de Utrechtse Heuvelrug. De samenwerkingsagenda beschrijft onder andere de voor de Utrechtse Heuvelrug gedeelde hoofdambitie van de deelnemers. Landelijk is er een sterke focus op het behoud van natuur. De natuurkwaliteit en de biodiversiteit staan daarnaast wel onder druk door onder andere de ruimtevraag voor woningen en bedrijven. Ook de ruimtelijke vertaling van de energietransitie (windmolens en zonneparken) wordt vooral in het meer natuurlijke landelijk gebied gezocht. Daarnaast zorgt de globale klimaatverandering, vooral de opwarming ervan met toenemende verdroging als gevolg, voor een verslechtering van de ecologische kwaliteit. Door de noodzakelijke woningbouw voor het overgrote deel door verdichting en transformatie tot stand te brengen, sparen we het landelijk gebied. Het gaat slecht met de biodiversiteit. Biodiversiteit gaat over de variatie in levende organismen die worden aangetroffen in een bepaald gebied. Het omvat alle dieren, planten en micro-organismen die samenwerken in een ecosysteem. Biodiversiteit is meetbaar. Daarbij gaat het niet alleen om het aantal verschillende soorten, maar nadrukkelijk ook om het aantal individuen per soort. De biodiversiteit is hoog, wanneer er veel soorten zijn, die veel individuen hebben met een grote genetische variatie. Het Planbureau van de Leefomgeving concludeerde dat ten opzichte van het jaar 1700 de biodiversiteit in Europa met 60% is afgenomen en in Nederland zelfs met 85%. Zo wordt bijvoorbeeld de trek van vogels beïnvloed door de stijgende temperatuur en vestigen zich nieuwe warmte minnende soorten in Nederland en zijn andere soorten sterk afgenomen of verdwenen. Het IPCC-rapport van de Verenigde Naties stelde in 2019 dat er meer dan één miljoen soorten met uitsterven worden bedreigd. De afname van populaties van soorten in Nederland komt onder meer door habitatvernietiging, stikstof en verstoring. Daarnaast leven we in een tijd waarin we ook geconfronteerd worden met klimaatverandering die ook grote gevolgen heeft voor de biodiversiteit. De situatie is zeer ernstig, maar het is nog niet te laat om effectieve maatregelen te nemen. Naarmate er echter langer wordt gewacht, zullen de kosten en de impact op de bewoners om de biodiversiteit te herstellen steeds groter worden. We gaan met de duurzame energieproductie tegelijkertijd de kwaliteit van het landschap versterken. Dit doen we in het coulisselandschap door de houtwallen terug te brengen. Daarbinnen zijn mogelijkheden om zonnepanelen deels uit het zicht te plaatsen, anderzijds zijn dit ook waardevolle agrarische gronden. In een nadere studie ‘Versterking coulisselandschap’ (zie paragraaf 4.
  8. Omgevingsvisiekaart) bepalen we waar en hoe dit kan plaatsvinden. De koers voor agrarisch gebied, bedrijventerrein, centrumgebieden, landelijk gebied - agrarisch, landelijk gebied - natuur, landelijk gebied - wonen en de woongebieden: Het veenweidegebied zullen we in goed overleg met de agrarische sector en de waterschappen enigszins vernatten* om CO2 uitstoot door veenoxidatie en de beperkte bodemdaling tegen te gaan. We willen het landschap niet helemaal onder water zetten. Op die manier blijft agrarisch gebruik mogelijk. Bij de vernatting focussen we op bepaalde delen van het veenweidegebied, met name de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In combinatie met de vernatting versterken we de ecologische structuren. We versterken de kwelnatuur. Landschappen houden we herkenbaar en versterken we waar mogelijk: -Door cultuurhistorische elementen terug te brengen of te versterken; -Door het versterken van de ecologische structuren; -Door het evenwichtig spreiden van recreatiemogelijkheden. We nemen maatregelen om het groenonderhoud natuurvriendelijker te maken. Daarbij denken we aan: -Het groenonderhoud afstemmen op herstel van de biodiversiteit. Meer ruimte voor wilde planten en dieren, zowel onder als boven de grond. Bijvoorbeeld bepaalde delen van plantsoenen laten verruigen zodat de egel zich er thuis voelt. -Bomen een beschermende status geven. Alleen kapvergunningen geven als bomen ziek zijn of een gevaar voor de omgeving zijn. De meeste boomsoorten kunnen gemakkelijk 100 jaar worden en nemen elk jaar meer CO2 op dan het jaar ervoor (de jaarring wordt groter en niet dunner). -Meer groen aanplanten in de gemeente. Dit is goed voor de biodiversiteit, tegen hittestress en voor CO2-binding. Naast het planten van bomen en struiken, kan ook gedacht worden aan het begroeien van gevels door klimplanten. -Het vervangen van uitheemse soorten als Amerikaanse eik, sneeuwbes en cotoneaster door inheemse soorten. -Meer bloemrijke velden en bermen aanleggen en het maaionderhoud hierop afstemmen. Uit de scan ‘Nederland Zoemt’ blijkt dat er potentieel 160 bijensoorten in gemeente De Bilt kunnen voorkomen, terwijl dat er momenteel circa 60 zijn. -Bodembiodiversiteit herstellen ten behoeve van het bufferend vermogen voor CO2 en water. Dit kan onder andere door op meer plaatsen bladeren niet te verwijderen. -Niet meer klepelen (het fijnmalen van ruige begroeiingen). -Initiatieven voor aanleg van groene daken stimuleren. -Het stopzetten van de afspraak om subsidie te ontvangen voor ‘snippergroen’, omdat dit een verkeerde stimulans is voor het groenonderhoud en omdat bio- massaverbranding leidt tot meer fijnstof en CO2 in de atmosfeer. We nemen maatregelen om de grondwaterstand in de gemeente te verhogen: -Het verminderen van grondwateronttrekkingen door bedrijven, sportverenigingen en particulieren; -Het vergroten van mogelijkheden om regenwater de grond in te laten trekken, zoals afkoppelen van riolering en tegengaan van verharding; -Sportvelden waterneutraal maken; -Het dempen van sloten en greppels in bosgebieden; -Het verhogen van de waterpeilen in de omliggende gebieden; -Het omvormen van naaldbossen naar loofbossen, om verdamping te verminderen. * Toelichting: Vernatten is het doelbewust verhogen van de grondwaterstand van -35 cm naar -20 cm in een gebied. Het is belangrijk de visie ook naar deelgebieden uit te werken. De gemeente heeft immers een grote verscheidenheid aan landschappen en gebieden. Zo kunnen we ook meer maatwerk leveren. We streven er namelijk naar om zeggenschap van inwoners over hun eigen woon- en leefomgeving te versterken. Het bijdragen aan het verhogen van de kwaliteiten per deelgebied is leidend voor de gesprekken met initiatiefnemers, waarbij het uitgangspunt is dat er sprake moet zijn van ‘maatschappelijke meerwaarde’. We werken dus zo gebiedsgericht mogelijk. 5.8.2 Veenweidelandschap Karakter Slagenverkaveling In het westen van de gemeente ligt het laaggelegen veenweidegebied met een zeer dominante verkavelingsrichting (zuidwest-noordoost). Het is stelselmatig in slagen ontgonnen vanaf de Vecht in noordoostelijke richting. Het gebied is onderdeel van het Nationaal landschap het Groene Hart. Het oostelijke deel van het veenweidegebied bestaat uit zandgrond. Het veenweidegebied is een vlak, groot open en waterrijk weidelandschap (met lange, smalle kavels) dat van belang is voor zowel de flora en fauna als de cultuurhistorie. Dit veenweidegebied kenmerkt zich door de slagenverkaveling, de cope-ontginningen (Ontginning van een gebied met een contract. Men kreeg toestemming van een landheer om een bepaald gebied te ontginnen. Zo’n contract heet een cope.), het slotenpatroon, de weteringen en de langgerekte ontginningslinten. In het open gebied liggen enkele bebouwingslinten, waaronder dat van Westbroek. In deze bebouwingslinten is de smalle weg met de daarnaast gelegen sloot en bruggetjes kenmerkend. Het bodemgebruik in het veenweidegebied bestaat uit (agrarische) weidegrond, wonen en natte natuur. Natura 2000 Ten westen van de A27 kenmerkt het veenweidelandschap zich door de landschappelijke gaafheid en openheid met rechte lijnen en lange zichten. In het meest westelijke deel van de gemeente liggen de Oostelijke Vechtplassen. Het moeras(bos)gebied de Westbroekse Zodden, benoemd tot aardkundig monument, is hier een onderdeel van. Het zoddengebied is een belangrijk natuurgebied, uniek voor Nederland met grote landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten waar onder andere trilvenen voorkomen. De Oostelijke Vechtplassen en dus ook de Westbroekse Zodden is een Natura 2000-gebied en is aangewezen als zowel Vogelrichtlijn als Habitatrichtlijngebied. Dit gebied is naast Natura 2000-gebied ook onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) net als de uitlopers van de Utrechtse Heuvelrug rondom de kern van De Bilt en de kern van Bilthoven. Tot slot zijn in de provinciale omgevingsverordening ganzenrustgebieden aangewezen, waaronder in de gemeente De Bilt (zie afbeelding). De rustgebieden moeten voldoende rust en foerageermogelijkheden bieden aan trekkende en overwinterende ganzen. Om ervoor te zorgen dat de uitwisseling van flora en fauna plaatsvindt tussen de verschillende gebieden liggen er in onze gemeente twee eco-passages en tientallen fauna-passages. Uit de participatie: “Zoveel mogelijk het open landschap behouden in ons bevolkte land/regio.” Recreatie, archeologie en cultuurhistorie Langs de rand met de gemeente Utrecht is het gebied wat minder open door recreatiegebieden zoals Park De Gagel, Polder Ruigenhoek en de Nieuwe Hollandse Waterlinie met Fort Ruigenhoek (gebouwd in de periode 1869-1870) in het veenweidegebied en Fort Voordorp (gebouwd in de periode 1867-1871) in het coulisselandschap. In het dekzand onder het veen zijn op diverse locaties resten gevonden van kleine kampementen uit de Midden Steentijd (Mesolithicum), die tot de oudste bewoningssporen van de gemeente behoren. De Gagel is net als de Westbroekse Zodden benoemd tot aardkundig monument. Langs de A27 ter hoogte van Maartensdijk ligt daarnaast ook landgoed Perseijn. Dit is één van de landgoederen die de gemeente De Bilt rijk is. Nieuwe Hollandse Waterlinie In 2021 heeft het Werelderfgoed-comité de Nieuwe Hollandse Waterlinie de UNESCO werelderfgoed- status gegeven. Dit is een uitbreiding van het werelderfgoed van de Stelling van Amsterdam. Samen vormen ze nu ‘de Hollandse Waterlinies’. We zetten ons in om dit bijzondere Nederlandse linie- erfgoed te behouden voor volgende generaties. De UNESCO werelderfgoed-status verzekert ons ervan dat ook de Nieuwe Hollandse Waterlinie behouden blijft, toegankelijk én bekender wordt zodat meer mensen de linie en haar bijzondere geschiedenis kunnen ontdekken en beleven. De kernkwaliteiten van de Hollandse Waterlinie verschillen per gebied. Voor de gemeente De Bilt geldt dat de overgang van de verschillende landschapstypen en hoe de Nieuwe Hollandse Waterlinie zich hier op een zeer natuurlijke manier in het landschap voegt, een belangrijke kwaliteit is. Koers We behouden en versterken de herkenbaarheid van het gave open veenweidelandschap met de kenmerkende opstrekende slagenverkaveling, ontginningsbasis en lintbebouwing. We versterken de natuur, vooral in samenwerking met de agrariërs, ook als gevolg van provinciaal, landelijk en Europees beleid voor de bescherming van Natura 2000-gebieden en de reductie van stikstofuitstoot door de landbouw. In een deel van ons gebied en met name het veenweidegebied hebben we te maken met een beperkte bodemdaling. We zullen samen met de waterschappen - in lijn met het Nationaal Programma Landelijk Gebied - zoeken naar kansen om bodemdaling tegen te gaan. Dit helpt de uitstoot van CO2 terug te brengen en is goed voor de natuur. We omarmen deze ontwikkeling en gaan hierover in gesprek met Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, agrariërs en natuurorganisaties. We zoeken in dit gebied naar een nieuwe balans en meer samenwerking tussen natuur en agrarisch gebruik. Agrariërs geven we de ruimte voor nieuwe neveninkomsten passend bij de waarden van het gebied, bijvoorbeeld op het gebied van recreatie en kleinschalige energieopwekking of door middel van kleine windmolens. Zo onderzoekt de provincie de mogelijkheid om in het ganzenrustgebied toch kleine windmolens toe te staan. Vrijkomende agrarische bebouwing biedt kansen voor ontwikkeling mits deze bijdragen aan de gebiedskwaliteiten. De verveningsplassen en het zoddengebied houden we in stand. We verbeteren de milieukwaliteit van de verveningsplassen en het bijzondere laagveengebied. We ontwikkelen een recreatief uitloopgebied met vensters op het veenweidelandschap in de Gagelpolder en polder Ruigenhoek. Ook versterken we de toegankelijkheid van het veenweidegebied en de herkenbaarheid en historische en recreatieve samenhang van de forten in de Nieuwe Hollandse Waterlinie door de aanleg van nieuwe fiets- en wandelpaden langs historische landschapslijnen. Daarbij is het belangrijk om de historische zichtlijnen te behouden. Verder beschermen we mogelijke archeologische vindplaatsen in de bodem en behouden de wegen hun landschappelijke karakter. Daar waar het kan stimuleren we de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Visiekaart Veenweidelandschap 5.8.3 Coulisselandschap Karakter Op de overgangen van hoog naar laag, langs de randen van de Utrechtse Heuvelrug, ligt het coulisselandschap. Het wordt ook wel landgoederen-of kamerlandschap genoemd en is ontstaan door de ontginning van zandgronden (ook wel dekzandgronden) op de overgang van de heuvelrug naar het veenweidegebied. Dit is een gevarieerd, halfopen landschap met landgoedbossen, singels, houtwallen, hagen, akkers en weilanden. In dit gebied ligt de ecologische verbinding Voordaan-Beukenburg en er zijn ook verschillende eco- en faunapassages aangebracht voor de uitwisseling van flora en fauna tussen de verschillende gebieden. Hier liggen ook de landgoederen Voordaan en Beukenburg die deel uitmaken van de landgoederenzone. Landgoed Beukenburg beschikt overigens niet over een landhuis. Het gebouw De Rustende Jager, Koningin Wilhelminaweg 126/126a te Maartensdijk, is 23 mei 2023 aangewezen als gemeentelijk monument. Het pand, in combinatie met de plek naast de trekvaart, is van algemeen (lokaal) belang. Het geeft uitdrukking aan de plek met een uitspanning waar de koopmannen die hun boot met koopwaar door de trekvaart joegen, konden rusten. Dit heeft herinneringswaarde voor de geschiedenis van de plek. Ook is het pand van waarde vanwege de relatie met het tegenovergelegen landgoed Persijn. Het verschil in ondergrond, landgebruik en de aanwezigheid van landgoederen is de reden dat we het coulisselandschap hebben onderscheiden van het veenweidelandschap. Het coulisselandschap is zeer interessant door het contrast tussen open en besloten delen met monumentale bomenlanen en doorkijkjes naar fraaie landhuizen. Op het kaartbeeld uit 1925 is de karakteristiek van het coulisselandschap goed te herkennen aan de bomenlanen (stippen op de lange lijnen) met daartussen het open landschap (zie afbeelding hiernaast). Het zuidelijke deel van het coulisselandschap is onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie dat in 2021 de UNESCO-werelderfgoed-status heeft gekregen. Het coulisselandschap heeft bovendien een grote ecologische waarde en in de bodem bevindt zich een grote variatie aan archeologische vindplaatsen: van kleine kampjes uit de steentijden tot boerderijen en molens uit de Middeleeuwen. Dit alles maakt dat het landschap (ook recreatief) zeer aantrekkelijk is. Tot slot ligt ook hier een grondwaterbeschermingsgebied. Dit gebied ligt in het zuiden van het coulisselandschap ter hoogte van de kern Groenekan. Koers We behouden en herstellen het contrast tussen openheid en beslotenheid waar het coulisselandschap om bekend staat. Verder versterken we de recreatieve en ecologische functie van het landschap door de aansluiting op de Stichtse Lustwarande (Een reeks van buitenplaatsen en landgoederen langs de zuidwestelijke rand van de Utrechtse Heuvelrug), het Kromme Rijngebied en de Nieuwe Hollandse Waterlinie te verbeteren. Tot slot gaan we versnippering van het landschap in de overgangszone naar de Utrechtse Heuvelrug tegen. Het gebied ten oosten van de A27 en tussen de noordgrens van de gemeente (de Vuursche Dreef) en de Groenekanseweg merken wij aan als ‘versterking coulisselandschap’. Hier brengen we de bomenlanen, heggen, hagen en houtwallen terug, die in de loop der jaren zijn verdwenen (zie afbeelding hierboven van rond 1900). Ook maken we natuurvriendelijke oevers. Zo ontstaat een robuust (halfopen) landschappelijk raamwerk, dat ook ecologisch en re

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.