(2010). De rijksoverheid heeft de normen uit het Convenant kwaliteit kinderopvang en Convenant Kwaliteit peuterspeelzaalwerk één op één overgenomen in beleidsregels en deze normen, samen met de concrete eisen uit de wet, toetsbaar uitgewerkt in toetsingskaders voor de GGD (zie 2.3). Op 21 december 2011 heeft de Raad van state in een hoger beroepszaak de handhaving op basis van beleidsregels kwaliteit kinderopvang als niet-correct bestempeld. Deze uitspraak heeft consequenties voor het gemeentelijk handhaven. Als gevolg van deze uitspraak kunnen gemeenten geen sanctie opleggen wegens het niet naleven van de specifieke kwaliteitseisen in de beleidsregels. Om de kwaliteit en de veiligheid in de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk weer goed te borgen, heeft de regering besloten de concrete kwaliteitseisen vast te leggen in een AMvB en een ministeriele regeling: Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen. Deze vervangen de beleidsregels en zijn verwerkt in de nieuwe toetsingskaders voor de GGD. 2.3 Beleidsregels Werkwijze toezichthouder kinderopvang en peuterspeelzalen De beleidsregels Werkwijze toezichthouder kinderopvang zijn opgesteld om een uniforme werkwijze van de toezichthouders te bevorderen. Als bijlagen bij de Beleidsregels zijn per opvangsoort toetsingskaders vastgesteld, waarin de kwaliteitsaspecten verder zijn uitgewerkt, ingedeeld naar domeinen en voorwaarden. De toetsingskaders zijn opgesteld door GGD Nederland, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Vastgelegd is naar welke kwaliteitsaspecten de toezichthouder kijkt. De verschillende vormen van onderzoek vinden plaats op basis van dit kader. Aan de hand van de toetsingskaders komt de toezichthouder tot een oordeel over de mate waarin aan de basiskwaliteitseisen van de betreffende opvangsoort wordt voldaan. Er zijn toetsingskaders opgesteld voor: Dagopvang; BSO; Gastouderbureau; Gastouder; Peuterspeelzalen; Voorschoolse Educatie; Ruimte en inrichtingeisen peuterspeelzalen (facultatief). Elk domein kent verschillende voorwaarden; criteria waarop wordt getoetst of wordt voldaan aan de kwaliteitsvoorschriften uit de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, Besluit Registratie Kinderopvang, de Regeling Wet kinderopvang, Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, de Wet klachtrecht cliënten zorgsector of het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. 3. Gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden De gemeentelijke verantwoordelijkheid is onderverdeeld in vier taken: Melding en registratie Toezicht op naleving van de kwaliteit Gemeentelijk ingrijpen, handhaven en sanctioneren Jaarlijkse verantwoording van de werkzaamheden aan de minister. 3.1 Melding en registratie De gemeente draagt zorg voor actuele registratie van kinderdagverblijven, centra voor buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouders. Hiervoor werkt de gemeente met het Landelijke Register Kinderopvang (LRK). Het register is openbaar toegankelijk via www.landelijkregisterkinderopvang.nl. Het is de verwachting dat vanaf begin 2012 ook de peuterspeelzalen opgenomen worden in het LRK. Aanvraag en registratie Degene die voornemens is een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaalwerk in exploitatie te nemen doet daarvoor een aanvraag bij de gemeente met een daarvoor vastgesteld formulier. Uiterlijk 10 weken na de aanvraag geeft de gemeente een beschikking af aan de houder. Wanneer na een aanvraag, en uiterlijk binnen tien weken, uit onderzoek (zie paragraaf 3.2.) is gebleken dat de exploitatie zal plaatsvinden in overeenstemming met de Wkkp zorgt de gemeente voor inschrijving in het register. De houder wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Wijziging en verwijdering van gegevens uit het register De houder dient elke wijziging van de gegevens die opgenomen staan in het register mee te delen aan het college. De houder wordt vervolgens schriftelijk op de hoogte gesteld van opname van de (gewijzigde) gegevens in het register. Het college heeft zelf ook de mogelijkheid om wijzigingen in het register aan te brengen, indien is gebleken dat de opgenomen gegevens niet overeenstemmen met de werkelijke situatie. Ook van deze wijziging wordt de houder schriftelijk op de hoogte gesteld. Het college kan overgaan tot verwijdering van gegevens uit het register als de houder daartoe een Verzoek heeft ingediend of als is gebleken dat de houder het kindercentrum niet langer exploiteert. Daarnaast kan het college tot verwijdering van gegevens overgaan, indien uit het inspectieonderzoek blijkt dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de kwaliteitseisen van de wet, respectievelijk de Beleidsregels kwaliteit. Niet-gemelde kinderopvang Houders van kindercentra die zich niet bij de gemeente hebben gemeld voor registratie plegen in principe een economisch delict in de zin van de Wet Economische Delicten. Het actief strafrechtelijk opsporen van niet-gemelde kinderopvang hoort niet tot de taak van de toezichthouder. Krijgt de gemeente echter een signaal dat in haar gemeente kinderopvang of gastouderopvang plaats vindt zonder dat de houder in het register is opgenomen dan kan de gemeente de GGD opdracht geven een zogenaamde voorselectie te doen. De GGD moet in dat geval onderzoeken of er sprake is van kinderopvang of gastouderopvang in de zin van de Wkkp. Weigert de houder mee te werken aan het onderzoek, en bestaat het vermoeden dat opvang in de zin van de Wkkp plaats vindt, kan aangifte gedaan worden bij de politie. 3.2 Toezicht op naleving van de kwaliteit Voor het naleven van de kwaliteitseisen van de Wkkp en eventueel aanvullende regelgeving houdt de gemeente toezicht op de kinderopvang en peuterspeelzalen. In de wet is vastgelegd dat het toezicht op naleving feitelijk is neergelegd bij de GGD. Hiertoe wijst de gemeente de directeur van de GGD West-Brabant aan als toezichthouder voor de gemeente Oosterhout. Hij kan deze taak in zijn organisatie verder mandateren. De Wet kinderopvang regelt dat de kosten voor toezicht en handhaving voor rekening van de gemeente zijn. Naast regionale afspraken worden er door de gemeente Oosterhout en de GGD West-Brabant jaarlijks lokale afspraken gemaakt over de wijze van toezicht, planning, de kosten etc. De werkzaamheden van de toezichthouder bestaan uit het beoordelen van de kwaliteit van de kinderopvang en peuterspeelzalen aan de hand van de landelijk opgestelde toetsingskaders, het voeren van overleg hierover met betrokkenen en het rapporteren over de kwaliteit. Toezicht op voorschoolse educatie Met de komst van de Wet OKE heeft de GGD een extra taak gekregen met betrekking tot de voorschoolse educatie. Bij kinderdagverblijven en peuterspeelzalen waar gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt gegeven beoordeelt de GGD, naast de kwaliteit op basis van de Wkkp, ook of aan de basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie volgens de Wet OKE wordt voldaan. Indien er tekorten worden geconstateerd ten aanzien van de basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, geeft de GGD dit rapport in afschrift aan de Inspectie van het Onderwijs. De Inspectie voert risicogestuurd toezicht uit en kan naar aanleiding van de signalen van de GGD haar toezichtbevoegdheden op basis van de Wet op het onderwijstoezicht intensiever gaan uitoefenen. Beoordelen van kwaliteit De toezichthouder voert de volgende onderzoeken uit: Onderzoek na een aanvraag nieuwe voorziening. Binnen 8 weken na een aanvraag voor een nieuwe voorziening onderzoekt de toezichthouder of de exploitatie van het kindercentrum, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de kwaliteitseisen genoemd in de Wkkp. Tot die tijd van acht weken of totdat uit het inspectiebezoek eerder is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de kwaliteitseisen van de wet en de beleidsregels, mag het kindercentrum nog niet in exploitatie worden genomen. Regulier en incidenteel onderzoek. De toezichthouder onderzoekt jaarlijks of elk kindercentrum, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal aan de kwaliteitseisen gesteld in de wet voldoet. Eventueel kan de toezichthouder incidenteel onderzoek uitvoeren. Bij het onderzoek maakt de toezichthouder gebruik van het instrument ‘overleg en overreding’, zodat de houder binnen de looptijd van het onderzoek de mogelijkheid krijgt om de geconstateerde overtredingen op te lossen en daarmee handhaving te voorkomen. Voor de te hanteren werkwijze voor het uitvoeren van bovenstaande onderzoeken zijn beleidsregels vastgesteld (zie paragraaf 2.3). Inspectierapport De toezichthouder legt het oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een kindercentrum, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal vast in een inspectierapport. Het inspectierapport bevat een advies aan de gemeente om al dan niet handhavend op te treden. In het inspectierapport beschrijft de toezichthouder per domein de context van de voorwaarden waar de houder niet aan voldoet. Nadat de toezichthouder zijn bevindingen in een inspectierapport heeft vastgelegd, krijgt de houder de gelegenheid zijn zienswijze over het rapport kenbaar te maken. De zienswijze wordt in een bijlage bij het inspectierapport opgenomen. Binnen 3 weken na vaststelling wordt het rapport openbaar gemaakt en wordt een afschrift voor ouders en personeel ter inzage gelegd. De toezichthouder maakt bij de rapportage over de bevindingen en afspraken met houders gebruik van een model inspectierapport. De inspectierapporten zijn openbaar en te raadplegen via het Landelijk register kinderopvang en/of op te vragen bij de instellingen of gemeente. 3.3 Gemeentelijk ingrijpen, handhaven en sanctioneren De basis voor handhaving is het inspectierapport van de GGD en het daarin opgenomen advies om al dan niet handhavend op te treden. De gemeente volgt het advies van de GGD in principe op, tenzij de zienswijze van de houder anders doet besluiten. Indien het advies van de GGD luidt om niet de handhaven krijgt de houder van de gemeente een schriftelijke bevestiging dat de voorziening aan de kwaliteitseisen voldoet. Indien het advies van de GGD is om te handhaven volgens het gemeentelijk handhavingsbeleid zal de gemeente een handhavingstraject starten. Voor het afwegen van de wijze van handhaven is het ‘Afwegingsmodel Handhaving Kwaliteit Kinderopvang en peuterspeelzalen gemeente Oosterhout opgesteld (zie hoofdstuk 4). Dit is gebaseerd op het afwegingsmodel van de VNG. Hierin zijn de algemene stappen opgenomen die gehanteerd worden bij het overtreden van de kwaliteitseisen. Handhaving is echter maatwerk en zal voor elke situatie apart worden afgewogen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met verzwarende of verzachtende omstandigheden en de inspanning en/of zienswijze van de houder. Sancties Bij niet spoedeisende situaties wordt in eerste instantie een schriftelijke waarschuwing afgegeven om de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Aangezien dit geen juridische status volgens de Algemene wet bestuursrecht heeft wordt hierbij, afhankelijk van het type en zwaarte van de overtreding, een korte hersteltermijn van twee tot maximaal vier weken aangehouden. Wanneer dit niet leidt tot het voldoen aan de kwaliteitseisen gesteld in de wet gaat de gemeente over tot wettelijke maatregelen om naleving van de kwaliteitseisen af te dwingen. Binnen handhaving kunnen twee typen sancties onderscheiden worden, te weten herstellende sancties en bestraffende sancties. Een herstellende sanctie heeft als doel het voorkomen van voortduren van de overtreding en/of herhaling in de toekomst. Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die in het verleden begaan is en kan apart maar ook gelijktijdig met een herstellende sanctie worden opgelegd. Herstellende sancties: Aanwijzing (door college) of bevel (door toezichthouder in spoedeisende gevallen); Last onder dwangsom of eventueel last onder bestuursdwang; Exploitatieverbod; Uitschrijving uit register; Bestraffende sancties: Bestuurlijke boete [1] Verdere uitleg over de sancties en de daarbij horende procedures staan beschreven in het 'Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang en peuterspeelzalen gemeente Oosterhout' (Bijlage 1). Mandatering De gemeentelijk handhavingstaak begint direct na ontvangst van het inspectierapport van de GGD. De bevoegdheid om handhavend op te treden ligt bij het college. Om de procedure efficiënt te laten verlopen, is de manager van de afdeling Sport, Cultuur en Welzijn gemandateerd door het college om hier tot en met stap 1 van de herstellende sancties uitvoering aan te geven. Zodra sprake is van een zwaardere herstellende sanctie of de keuze voor een boete wordt dit apart voorgelegd aan het college. Integrale handhaving Houders van kindercentra hebben niet alleen te maken met regels die voortvloeien uit de Wkkp, maar moeten ook voldoen aan tal van andere regels waarvan het toezicht bij de gemeente berust. Uit oogpunt van efficiency kan het de aanbeveling verdienen om de handhaving integraal uit te voeren samen met de brandweer en bouw- en woningtoezicht. Zo ontstaat een beter beeld van de mate waarin wetten worden nageleefd en wordt voorkomen dat de wijze, waarop regels worden uitgevoerd, verschillend worden geïnterpreteerd. Bovendien neemt de ‘toezichtlast’ voor ondernemers af. Invoering van een volledig integraal handhavingsbeleid vergt verregaande studie en afstemming dan in het kader van opstelling van deze nota mogelijk is. Om pragmatische redenen kiest de gemeente Oosterhout er op dit moment voor om op het registratieformulier kinderopvang en op de website van de gemeente Oosterhout aan de houders kenbaar te maken welke andere wet- en regelgeving zij in acht moeten nemen. Bij een binnengekomen melding vindt tussen de vakafdelingen gegevensuitwisseling plaats. AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZALEN 2012 Gemeente Oosterhout 2012 Handhaving- en sanctiebeleid gemeenten betreffende kwaliteit kinderopvang en kwaliteit peuterspeelzalen Dagopvang Buitenschoolse opvang (BSO) Gastouderbureau Gastouders Peuterspeelzalen Toelichting Paragraaf 1 Algemeen Het college hanteert het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang en Peuterspeelzalen bij het uitvoeren van de handhavingacties die nodig zijn indien een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (in het vervolg kortweg aangeduid als Wet kinderopvang/Wko) en alle daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (verder: Besluit kwaliteit), de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (verder: Regeling kwaliteit), de Beleidsregels werkwijze toezichthouder 2012 en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. In het model zijn de algemene stappen opgenomen die het college kan hanteren bij geconstateerde overtredingen van de kwaliteitseisen. Handhaving is maatwerk en zal in elke situatie apart afgewogen moeten worden. Proportionaliteit is daarbij van belang. Daardoor zijn niet automatisch alle genoemde stappen onverkort van toepassing op een geconstateerde overtreding. Telkens zal afgewogen worden of toepassing in dit specifieke geval onder meer proportioneel is. Dit Afwegingsmodel heeft als basis de model(inspectie)rapporten van GGD Nederland. De voorwaarden in het rapport en het Afwegingsmodel zijn gelijk. Voor de leesbaarheid van het Afwegingsmodel zijn diverse voetnoten die in het modelrapport zijn opgenomen ten behoeve van de inspectie, niet overgenomen in het Afwegingsmodel. Dit betekent echter niet dat de toelichtingen in de voetnoten niet van overeenkomstige toepassing zijn op de bepalingen van het Afwegingsmodel. Start handhavingtraject Het gemeentelijke handhavingtraject begint direct na ontvangst van het inspectierapport van de GGD. De GGD geeft in het rapport een handhavingadvies aan het college. In het rapport is het ‘Overzicht bevindingen toezichthouder per inspectiedomein’ de basis voor het afwegen van de te ondernemen handhavingactie. In dit overzicht beschrijft de toezichthouder per domein de context van de voorwaarden waar de houder niet aan voldoet. Ook de resultaten van eventueel door de inspecteur toegepast overleg en overreding worden hierin genoemd. Het college kan de aangegeven verzwarende of verzachtende omstandigheden, de inspanning van de houder etc. mee laten wegen bij het beoordelen van de te nemen handhavingactie. Het college kan in bijzondere gevallen overwegen eerst een schriftelijke waarschuwing te geven. Ook kan overwogen worden eerst op basis van mondelinge overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Zowel de waarschuwing als de overreding hebben geen juridische status en betekenen daarom een uitstel van het handhavingtraject. Handhaving voorschoolse educatie Voorschoolse educatie wordt door het college slechts getoetst en gehandhaafd voor zover het gesubsidieerde voorschoolse educatie betreft. Voor voorschoolse educatie kan door het college gekozen worden om bij tekortkomingen te handhaven via de subsidie(-voorwaarden) of op grond van de Wet kinderopvang. Indien gekozen wordt voor de Wet kinderopvang is onderhavig handhavingsbeleid van toepassing. Wordt gekozen voor handhaving via de subsidie dan zijn de subsidieverordening en de subsidiebeschikking met de subsidievoorwaarden van toepassing. Paragraaf 2 Verschillende soorten sancties Binnen de handhaving kunnen twee typen sancties onderscheiden worden, te weten herstellende sancties en bestraffende sancties. Deze typen sancties bestaan naast elkaar en derhalve kunnen sancties van een verschillend type tegelijkertijd worden opgelegd. A. Herstellende sancties In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een herstellende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding. Hieruit volgt dat het doel van de herstellende sanctie met name gelegen is in het voorkomen van voortduren van de overtreding en/of herhaling in de toekomst. Bestraffing van reeds begane overtredingen kan via de bestraffende sanctie (zie hieronder). Welke herstellende sancties worden er onderscheiden binnen dit handhavingsbeleid? Stap 1 Schriftelijk bevel Dit is een handhavingsmiddel dat in spoedeisende gevallen door de GGD-inspecteur direct tijdens een inspectie ingezet kan worden. Het middel wordt door de GGD-inspecteur ingezet en niet door het college. Daarom wordt dit bevel in dit Afwegingsmodel niet nader genoemd. Inzet van dit middel wordt door de GGD-inspecteur bepaald. De GGD geeft een bevel indien hij van mening is dat de kwaliteit bij een kindercentrum, gastouderbureau of peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. In geval van overtredingen met een lage of gemiddelde prioritering zal hier niet snel sprake van zijn. OF Aanwijzing Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal bevindt dat de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3, of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften (de ‘kwaliteitseisen”) niet of in onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven. In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen dienen te worden. Hersteltermijn Bij een aanwijzing wordt de houder een hersteltermijn gegeven. De hersteltermijn wordt bepaald door de zwaarte van de overtreding, welke zichtbaar wordt via de prioritering. De hersteltermijn in dit model wordt aangegeven in een bandbreedte. De handhaver geeft per concreet geval de exacte hersteltermijn aan. Na het verstrijken van de hersteltermijn dient de overtreding beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel opdracht geven voor een herinspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan zal een volgende stap worden ingezet. Stap 2 Last onder dwangsom Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit. Verschil tussen een last onder dwangsom en een preventieve dwangsom Van een preventieve last is sprake als de last wordt opgelegd voordat enige overtreding heeft plaatsgevonden. Hiervoor geldt dat het gevaar van de overtreding klaarblijkelijk dreigt, dat wil zeggen dat de overtreding zich met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal voordoen. Het verschil met een ‘gewone’ last onder dwangsom is, dat deze ‘gewone’ last opgelegd wordt als herstelsanctie, nadat een overtreding heeft plaatsgevonden. Dit kan diverse doelen hebben, onder meer het ongedaan maken van een overtreding en het voorkomen van herhaling. Als een overtreding heeft plaatsgevonden, maar inmiddels wel is hersteld, kan dus een nog steeds een last onder dwangsom worden opgelegd ter voorkoming van herhaling. Hiervoor geldt als criterium of er gegronde vrees voor herhaling bestaat. Of eventueel Last onder bestuursdwang Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding op te lossen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. Door de aanvullende sanctie van een exploitatieverbod binnen de handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen zijn er nog maar weinig overtredingen die zich daarnaast lenen voor toepassing van bestuursdwang. De optie last onder bestuursdwang is, op een enkele overtreding na, daarom niet opgenomen in dit Afwegingsmodel. Echter, op grond van het bestuursrecht geldt dat in die gevallen waarin last onder dwangsom mogelijk is, ook bestuursdwang kan worden toegepast indien het college de overtreding daardoor zelf kan doen beëindigen. Stap 3 Exploitatieverbod Het college kan de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau voort te zetten dan wel verbieden de instandhouding van een peuterspeelzaal voort te zetten. Dit kan het college zolang de houder een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is. Ook kan het college de houder verbieden de locatie in exploitatie te nemen, zolang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen uit hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2 is voldaan. Stap 4 Verwijdering uit het register kinderopvang of het register peuterspeelzaalwerk Er zijn verschillende gronden waarop het college, in het kader van handhaving, een voorziening uit het register kinderopvang of het register peuterspeelzaalwerk kan verwijderen: indien is gebleken dat de houder niet langer de organisatie voor kinderopvang exploiteert; indien uit een GGD-inspectie of anderszins is gebleken dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de bij en krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 van de Wko gegeven voorschriften; indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de organisatie voor kinderopvang of peuterspeelzaal niet daadwerkelijk is aangevangen. Vanaf het moment dat een voorziening is verwijderd uit het register, is er geen sprake meer van kinderopvang of peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale kinderopvang en tot een boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten. Doordat een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau uit het register is verwijderd, wordt ook de grond voor het recht op kinderopvangtoeslag voor vraagouders beëindigd. Verloop herstellend handhavingtraject Een herstellend handhavingtraject verloopt in beginsel volgens de hierboven beschreven stappen. Er kunnen zich echter situaties voordoen, waarin het naar beoordeling van het college gerechtvaardigd is om, gezien de aard en/of ernst van de overtreding, bepaalde stappen ‘over te slaan’ en direct over te gaan tot inzet van een zwaardere sanctie. Eén van de situaties waarin dit zich kan voordoen is recidive. B. Bestraffende sancties In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een bestraffende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te voegen. Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die ‘in het verleden’ begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de bestuurlijke boete. Een bestuurlijke boete kan apart, maar ook gelijktijdig met een herstellend handhavingtraject worden opgelegd. Een bestuurlijke boete is een punitieve sanctie, waardoor het opleggen hiervan een met veel waarborgen omkleed proces is. Daarbij is een bestuurlijke boete het sluitstuk van een handhavingsproces en daarmee een van de uiterste middelen die ingezet worden. Voordat een boete wordt opgelegd heeft er al een heel lang traject van handhaving plaatsgevonden, echter helaas zonder dat het gewenste resultaat is bereikt. Aangezien dit zeer weinig voorkomende situaties zijn, worden langdurige handhavingstrajecten waarin een bestuurlijke boete wordt overwogen apart aan het college voorgelegd. Voor het bepalen van de hoogte van de boete wordt dan gebruik gemaakt van de advisering en het afwegingsmodel van de VNG in deze. Er is geen apart boetebeleid vastgesteld. Grondslag bestuurlijke boete Bij kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureau’s Op grond van art.1.72 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste €45.000 bedragen. Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties: In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.60a Wko (hoofdstuk 1 afdeling 3 Kwaliteit kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureaus); In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 1.65 WKo) niet nakomt; In geval de houder een kindercentrum, voorziening voor gastouderopvang of GOB blijft exploiteren, terwijl op grond van artikel 1.66 Wko aan hem een exploitatieverbod is opgelegd; In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (art. 5:20 Awb); In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt. Bij voorziening voor gastouderopvang Voorzieningen voor gastouderopvang vallen volledig onder het regime van toezicht en handhaving en daarbij is ook de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen van toepassing. Een voorziening voor gastouderopvang is echter toch een bijzonder object van toezicht en handhaving. Derhalve is er voor gekozen niet vooraf in dit model boetebedragen te noemen voor overtredingen in het hoofdstuk ‘gastouderopvang’. Indien het college een overtreding van een voorziening voor gastouderopvang wil sanctioneren met een bestuurlijke boete, zal in dat geval het boetebedrag bepaald worden, met inachtneming van de algemene bepalingen hieromtrent in dit handhavingsbeleid. Daarbij kan bijvoorbeeld een relatie worden gelegd met de boetebedragen zoals die zijn bepaald binnen de dagopvang. Bij peuterspeelzalen Voor peuterspeelzalen geldt dat de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen, is bepaald in artikel 2.28 Wko. Artikel 2.27 Wko bepaalt daarnaast dat een bestuurlijke boete alleen opgelegd kan worden aan niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen. Dit betekent dat het onderdeel ‘bestraffende sanctie’ in dit Afwegingsmodel alleen van toepassing is op niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen. Bij gesubsidieerde peuterspeelzalen kan wel via de subsidie ingegrepen worden. Op grond van artikel 2.28 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste €45.000 bedragen. Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties: In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 2.2 tot en met 2.13 Wko (hoofdstuk 2 afdeling 2 Kwaliteit peuterspeelzalen); In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 2.23 WKo) niet nakomt; In geval de houder een peuterspeelzaal in stand blijft houden terwijl op grond van artikel 2.24 Wko de voortzetting van de instandhouding is verboden; In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (art. 5:20 Awb); In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt. Opleggen bestuurlijke boete Wanneer wordt een boete opgelegd? Bij een overtreding van de prioriteit ‘hoog’ zal in beginsel een boete ter hoogte van het in dit Afwegingsmodel genoemde bedrag worden opgelegd. Bij overtredingen met een prioriteit ‘gemiddeld’ of ‘laag’ kan het college besluiten een boete ter hoogte van het in dit Afwegingsmodel genoemde bedrag op te leggen. Bij een overtreding van de overtredingen uit het hoofdstuk ‘Overige overtredingen’ zal in beginsel een boete ter hoogte van het in het Afwegingsmodel genoemde bedrag worden opgelegd. Wanneer geen bestuurlijke boete? Het college legt geen boete op: indien de overtreder aannemelijk maakt dat elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of indien de houder, zijnde een natuurlijk persoon (en geen rechtspersoon), is overleden; of bij opzet of bewuste roekeloosheid en direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen; of indien tegen de houder (overtreder) voor dezelfde gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen; dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd; indien aan de houder (overtreder) wegens dezelfde overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd. Hoogte bestuurlijke boete De in dit handhavingsbeleid genoemde boetebedragen zijn richtlijnen. Per geconstateerde overtreding zal bepaald moeten worden of het genoemde boetebedrag proportioneel is. Het college stemt de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden Van boeteverhogende of -verlagende omstandigheden kan bijvoorbeeld sprake zijn, in geval van: recidive door de houder (boeteverhogend); opzettelijk niet naleven van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde voorschriften (boeteverhogend); een kleine, net startende houder (boeteverlagend). Matiging Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, boeteoplegging volgens dit Afwegingsmodel onevenredig is. Daarvan kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van dit Afwegingsmodel niet is voorzien. Paragraaf 3 Gebruikte afkortingen Art: artikel Artt: artikelen Awb: Algemene wet bestuursrecht Besluit kwaliteit: Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen Besluit registers: Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk BSO: buitenschoolse opvang GOB: gastouderbureau Kdv: kinderdagverblijf Psz: peuterspeelzaal VGO: voorziening voor gastouderopvang Regeling kwaliteit: Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012 Wkcz: Wet klachtrecht cliënten zorgsector Wko: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 1. Afwegingsmodel handhaving dagopvang De kwaliteitsaspecten voor dagopvang, zijn ingedeeld naar de volgende domeinen: Kinderopvang in de zin van de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Ouders Personeel Veiligheid en gezondheid Accommodatie en inrichting Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio Pedagogisch beleid Klachten Voorschoolse educatie 0 Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 0.1 Kinderopvang in de zin van de wet Wet kinderopvang (art 1.1) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3) constatering gevolg verdere sancties mogelijk? 1 De opvang vindt bedrijfsmatig of anders dan om niet plaats (art 1.1 lid 1 Wko en art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder) Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet. Verwijdering uit landelijk register Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang 2 Gedurende de opvang wordt verzorging en opvoeding geboden (art 1.1 lid 1 Wko en art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder). Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet. Verwijdering uit landelijk register Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang 3 De opvang is gericht op kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (art 1.1 lid 1 Wko en art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder). Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet. Verwijdering uit landelijk register Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang 0.2 Kinderopvang en naleving wet- en regelgeving Wet kinderopvang (art 1.49) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3) constatering gevolg 1 Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de onderneming(
- en)van de houder. (art 1.49 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder) Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder Als er handhaving loopt tegen de onderneming(
- en)van de houder kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college 2 De houder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in zijn onderneming(
- en)te voorkomen. (art 1.49 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder) Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder Als de houder aantoonbaar geen maatregelen treft om recidive te voorkomen kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college 1 Ouders 1.1 Reglement oudercommissie Wet kinderopvang (art 1.59) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 lid 1 Wko). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2500 1.1.1 Inhoud reglement oudercommissie Wet kinderopvang (art 1.59) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 lid 2 sub a Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 2 Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 lid 2 sub b Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 3 Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 lid 2 sub c Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 4 Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 lid 3 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 5 De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 lid 5 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 1.2 Instellen oudercommissie Wet kinderopvang (art 1.58) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 lid 1 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 1.2.1 Voorwaarden oudercommissie Wet kinderopvang (art 1.58) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder is geen lid (art 1.58 lid 2 en 3 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 2 Het personeel is geen lid (art 1.58 lid 3 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 3 De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 1.58 lid 2 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 4 De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 lid 4 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 1.2.2 Adviesrecht oudercommissie Wet kinderopvang (art 1.60) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 1 Wko). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 2 De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 lid 4 Wko). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 3 Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 lid 2 Wko). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 4 De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 3 Wko). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 1.3 Informatie Wet kinderopvang (artt 1.50 en 1.54) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 5) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art 1.54 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 2 De houder informeert de ouders en de kinderen in welke stamgroep het kind verblijft en welke beroepskrachten op welke dag bij welke groep horen (artt. 1.50 lid 2 en 1.54 Wko en art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 2 Regeling kwaliteit). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 3 De houder plaatst het inspectierapport op de eigen website. Indien geen website aanwezig is, legt de houder een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 1.54 lid 2 en 3 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 4 De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.54 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 5 De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie (art 1.54 Wko). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 Personeel 2.1 Verklaring omtrent het gedrag Wet kinderopvang (art 1.50) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Personen werkzaam bij het kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.50 Wko). Hoog maximaal 14 dagen [01] Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per ontbrekende VOG 2 De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het kindercentrum overgelegd (art 1.50 Wko). Hoog nvt Nvt Last onder dwangsom Nvt nvt 3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG 3 De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.50 Wko). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per te oude VOG 2.2 Passende beroepskwalificatie Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 3) Regeling kwaliteit (art 4) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 1 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per beroeps-kracht die niet voldoet 2.3 Voorwaarden en inzet van pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (PMIO) Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 3) Regeling kwaliteit (art 4) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1a Alle PMIO’ers beschikken over een diploma op minimaal MBO-3 niveau; Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per PMIO-er die niet voldoet OF 1b Een HAVO of VWO diploma; OF 1c Een voor de kinderopvang relevant, maar nog niet gelijkgesteld buitenlands diploma én relevante werkervaring. (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit) 2 Voor alle PMIO’ers is binnen 2 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit) Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per PMIO-er die niet voldoet 3 Alle PMIO’ers worden ingezet conform een actueel persoonlijk ontwikkelplan (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit) Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per PMIO-er die niet voldoet 2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal Wet kinderopvang (art 1.55) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1a De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 lid 1 Wko) Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2500 OF 1b Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 lid 2 Wko) 3 Veiligheid en gezondheid 3.1 Risico-inventarisatie veiligheid Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Besluit registers (art 5) Regeling kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar 2 De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit; art 2 lid 5 Regeling kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 4000 3.1.1 Beleid veiligheid Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub a en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 1 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 2 Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 3 Er is een registratie van ongevallen, waarop, voor zover de oorzaak van het ongeval niet louter gelegen is in de medische gesteldheid van het desbetreffende kind, de plaats en de aard van het ongeval en het jaar waarin het ongeval zich heeft voorgedaan en een overzicht van te treffen maatregelen ter voorkoming van verdere ongevallen worden vermeld (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 3 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 3.1.2 Uitvoering beleid veiligheid Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko en art 2 lid 1 sub b en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4 Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 5 Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3.2 Risico-inventarisatie gezondheid Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) Besluit registers (art 5) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar 2 De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 5 Regeling kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 4000 3.2.1 Beleid gezondheid Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De risico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub a en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 2 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 2 Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 3.2.2 Uitvoering beleid gezondheid Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub b en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4 Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 5 Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3.3 Meldcode kindermishandeling Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 3) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder heeft een meldcode kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 2 Wko; art 2 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 3 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 8000 3.3.1 Beleid meldcode kindermishandeling Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van de meldcode kindermishandeling (art 1.49 lid 1en 1.50 lid 2 Wko en art 2 lid 2 Besluit kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 3.3.2 Uitvoering beleid meldcode kindermishandeling Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De beroepskrachten kennen de inhoud van de meldcode (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 2 Wko en art 2 lid 2 Besluit kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 De beroepskrachten handelen aantoonbaar naar de meldcode kindermishandeling (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 2 Wko en art 2 lid 2 Besluit kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4 Accommodatie en inrichting 4.1 Binnenspeelruimte Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (artt. 5 en 6) Regeling kwaliteit (art 8) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste groepsruimte (art 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 8 lid 1 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 (per ontbrekende ruimte) 2 Er is ten minste 3,5 m² bruto oppervlakte in de groepsruimte beschikbaar per kind, waaronder mede begrepen passend voor spelactiviteiten ingerichte ruimtes buiten de groepsruimte (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 8 lid 1 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3.0-3.5 m2: 2000 < 3.0 m2: 4000 3 De binnenspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 4 De binnenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 8 lid 1 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom (evt bestuursdwang) Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 4.2 Slaapruimte Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 6) Regeling kwaliteit (art 9) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Er is een afzonderlijke slaapruimte voor in ieder geval kinderen tot anderhalf jaar (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 9 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2500 2 De slaapruimte is afgestemd op het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 9 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2500 4.3 Buitenspeelruimte Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 6) Regeling kwaliteit (art 10) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Er is ten minste 3 m² bruto buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 1 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2.5-3.0 m2: 1000 < 2.5 m2: 2000 2 De buitenspeelruimte is voor kinderen toegankelijk (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 1 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 De buitenspeelruimte is aangrenzend aan het kindercentrum (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 1 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4 De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 1 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 5 Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio 5.1 Opvang in groepen Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (artt. 4 en 5) Regeling kwaliteit (art 5) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De opvang vindt plaats in stamgroepen (art 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 1 en 4 en art 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 1 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 4000 2a De stamgroep bestaat uit maximaal 12 kinderen tot 1 jaar (art 1.50 lid 2 Wko; art 4 lid 1 en 3 en art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 1 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 per kind teveel OF 2b De stamgroep bestaat uit maximaal 16 kinderen van 0 tot 4 jaar waarvan maximaal 8 kinderen tot 1 jaar (art 1.50 lid 2 Wko; art 4 lid 1 en 3 en art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 1 Regeling kwaliteit) 5.2 Vaste beroepskrachten en vaste ruimtes Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 5) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Ieder kind heeft maximaal drie vaste beroepskrachten (art 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 en 6 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 Dagelijks is minimaal één van de vaste beroepskrachten werkzaam op de groep van het kind (art 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 en 6 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 Ieder kind maakt van maximaal twee stamgroepruimtes gebruik gedurende een week (art 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 4 en 6 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 5.3 Beroepskracht-kind-ratio Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 4) Regeling kwaliteit (art 5) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste: - 1 beroepskracht per 4 aanwezige kinderen tot 1 jaar; - 1 beroepskracht per 5 aanwezige kinderen van 1 tot 2 jaar; - 1 beroepskracht per 6 aanwezige kinderen van 2 tot 3 jaar; - 1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 3 tot 4 jaar. Bij kinderen van verschillende leeftijden in één groep wordt het rekenkundig gemiddelde berekend (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 7 en 8 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 5000 per ontbrekende beroeps-kracht 2 Indien conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 12 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 5.4 Inzet beroepskrachten in afwijking van de beroepskracht-kind-ratio bij openingstijden van 10 uur of langer Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 4) Regeling kwaliteit (art 5) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Gedurende de genoemde openingstijden kunnen ten hoogste drie uur per dag, niet aaneengesloten, minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 10 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 2 De drie uur afwijkende inzet betreft uitsluitend de tijd voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 10 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 3 De afwijking betreft maximaal anderhalf aaneengesloten uren voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze gedurende maximaal twee uur aaneengesloten (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 10 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 4 Minstens de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet wanneer er tijdelijk wordt afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 10 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 5 Indien als gevolg van het afwijken van de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum ingezet wordt, dan is er ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 11 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 6 Pedagogisch beleid 6.1 Pedagogisch beleidsplan Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Besluit registers (art 5) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat kindercentrum kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 6.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 7) Herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 2 Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de werkwijze, de maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de stamgroep (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub b Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 3 Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen bij welke (spel)activiteiten kinderen hun stamgroep verlaten (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub c Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 4 Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door andere volwassenen (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub d Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 6.1.2 Pedagogische praktijk Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De beroepskrachten kennen de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 3 Besluit kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 De beroepskrachten handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 3 Besluit kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 6.2 Emotionele veiligheid Wet kinderopvang (artt1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (artt 5 en 7) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De beroepskracht communiceert met de kinderen (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 De beroepskracht heeft een respectvolle houding naar de kinderen (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 Er heerst een ontspannen, open sfeer in de groep (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4 De kinderen worden uitgenodigd tot participatie (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 5 Kinderen hebben vaste beroepskrachten en bekende leeftijdsgenootjes om zich heen (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 Besluit kwaliteit; art 5 lid 1 en 3 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 6 Er is informatieoverdracht tussen ouders en beroepskracht (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 6.3 Persoonlijke competentie Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 7) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De beroepskracht ondersteunt en stimuleert individuele kinderen (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 Er is een goede interactie tussen beroepskracht en individuele kinderen (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 Kinderen hebben de mogelijkheid om eigen ervaringen op te doen middels spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4 Er is aandacht voor leermomenten. Hierbij is taal en motorisch spel van jonge kinderen belangrijk (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 6.4 Sociale competentie Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 7) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De beroepskracht ondersteunt de kinderen in de interactie tussen kinderen onderling (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 De beroepskracht ondersteunt de kinderen in het voorkómen en oplossen van conflicten (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 De kinderen maken deel uit van het groepsgebeuren (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 6.5 Overdracht van normen en waarden Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 7) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Afspraken, regels en omgangsvormen zijn aanwezig (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 Afspraken, regels en omgangsvormen zijn duidelijk (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 Afspraken, regels en omgangsvormen worden aan de kinderen uitgelegd (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4 Beroepskrachten geven zelf in hun spreken en handelen het goede voorbeeld (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 7 Klachten 7.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector Wet klachtrecht cliënten zorgsector (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten die voldoet aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz) Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet 2 De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van ouders (art 2 lid 1 Wkcz). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 3 De houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 4 De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 5 De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 2 lid 4 Wkcz). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 6 De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 7 De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 7.2 Klachtenregeling oudercommissie Wet kinderopvang (art 1.60a) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (art 1.60a Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet 2 De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (art 1.60a Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 3 De houder zorgt voor naleving van de regeling (art 1.60a Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 4 De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 1.60a Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 5 De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 1.60a Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 8 Voorschoolse educatie [2] 8.1 Omvang voorschoolse educatie Wet kinderopvang (art 1.50b) Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (art 2) herstellende sanctie Bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Bestuurlijke boete 1 Voorschoolse educatie omvat per week ten minste vier dagdelen van ten minste 2,5 uur of per week ten minste 10 uur aan activiteiten gericht op het stimuleren van de ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling (art. 1.50b Wko en art 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie) Voor deze voorwaarde lijkt handhaving via de Wet kinderopvang niet voor de hand liggend. Deze voorwaarde zal dan ook via de subsidie worden gehandhaafd 8.2 Aantal beroepskrachten en groepsgrootte Wet kinderopvang (art. 1.50b) Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (art 3) herstellende sanctie Bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Bestuurlijke boete 1 De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het feitelijk aantal aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste één beroepskracht per acht kinderen. (art. 1.50b Wko en art 3 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie) Hoog Maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 5000 per ontbrekende beroeps-kracht 2 De groep bestaat uit ten hoogste 16 feitelijk aanwezige kinderen. (art. 1.50b Wko en art 3 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie) Hoog Maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 per kind teveel 8.3 Kwaliteit van beroepskrachten Wet kinderopvang (art. 1.50b) Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (art 4) herstellende sanctie Bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Bestuurlijke boete 1 De beroepskrachten voorschoolse educatie zijn in het bezit van een getuigschrift van met gunstig gevolg afgelegd examen van één van de bij ministeriële regeling vastgelegde diploma’s. (art. 1.50b Wko en art 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie) Gemiddeld Maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per beroeps-kracht die niet voldoet 2a Onderdeel van de beroepsopleiding waarvoor het getuigschrift is behaald, vormt ten minste één module over het verzorgen van voorschoolse educatie. Gemiddeld Maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per beroeps-kracht die niet voldoet OF 2b De beroepskracht bezit een bewijs dat met gunstig gevolg scholing is afgerond specifiek gericht op het vroegtijdig bestrijden van achterstanden bij jonge kinderen of het werken met voor- en vroegschoolse educatieprogramma’s. (art. 1.50b Wko en art 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie) 3 De houder stelt jaarlijks een opleidingsplan op. (art. 1.50b Wko en art 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie) Gemiddeld Maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register Geen beleid= 3000 Te oud beleid= 1500 8.4 Voorschools educatieprogramma Wet kinderopvang (art. 1.50b) Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (art 5) herstellende sanctie Bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Bestuurlijke boete 1 Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. (art. 1.50b Wko en art 5 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie) Voor deze voorwaarde lijkt handhaving via de Wet kinderopvang niet voor de hand liggend. Deze voorwaarde zal dan ook via de subsidie worden gehandhaafd 2. Afwegingsmodel handhaving BSO De kwaliteitsaspecten voor BSO zijn ingedeeld naar de volgende domeinen: Kinderopvang in de zin van de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Ouders Personeel Veiligheid en gezondheid Accommodatie en inrichting Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio Pedagogisch beleid Klachten 0 Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 0.1 Kinderopvang in de zin van de wet Wet kinderopvang (art1.1) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3) constatering gevolg Verdere sancties mogelijk? 1 De opvang vindt bedrijfsmatig of anders dan om niet plaats (art 1.1 lid 1 Wko en art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder). Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet. Verwijdering uit landelijk register Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang 2 Gedurende de opvang wordt verzorging en opvoeding geboden (art 1.1 lid 1 Wko en art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder). Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet. Verwijdering uit landelijk register Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang 3 De opvang is gericht op kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (art 1.1 lid 1 Wko en art 3lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder). Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet. Verwijdering uit landelijk register Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang 0.2 Kinderopvang en naleving wet- en regelgeving Wet kinderopvang (art 1.49) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3 lid 3) constatering gevolg 1 Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de onderneming(
- en)van de houder. (art 1.49 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder) Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder Als er handhaving loopt tegen de onderneming(
- en)van de houder kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college 2 De houder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in zijn onderneming(
- en)te voorkomen. (art 1.49 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder) Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder Als de houder aantoonbaar geen maatregelen treft om recidive te voorkomen kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college 1 Ouders 1.1 Reglement oudercommissie Wet kinderopvang (art 1.59) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 lid 1 Wko). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2500 1.1.1 Inhoud reglement oudercommissie Wet kinderopvang (art 1.59) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 lid 2 sub a Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 2 Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 lid 2 sub b Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 3 Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 lid 2 sub c Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 4 Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 lid 3 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 5 De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 lid 5 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 1.2 Instellen oudercommissie Wet kinderopvang (art 1.58) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 lid 1 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 1.2.1 Voorwaarden oudercommissie Wet kinderopvang (art 1.58) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder is geen lid (art 1.58 lid 2 en 3 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 2 Het personeel is geen lid (art 1.58 lid 3 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 3 De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 1.58 lid 2 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 4 De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 lid 4 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 1.2.2 Adviesrecht oudercommissie Wet kinderopvang (art 1.60) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 1 Wko). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 2 De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 lid 4 Wko). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 3 Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 lid 2 Wko). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 4 De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 3 Wko). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 750 1.3 Informatie Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.54) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 5) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art 1.54 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 2 De houder informeert de ouders en de kinderen in welke basisgroep het kind verblijft en welke beroepskrachten op welke dag bij welke groep horen (artt. 1.50 lid 2 en 1.54 Wko; art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 2 Regeling kwaliteit). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 3 De houder plaatst het inspectierapport op de eigen website. Indien geen website aanwezig is, legt de houder een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 1.54 lid 2 en 3 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 4 De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.54 Wko). Laag maximaal 6 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 500 5 De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie (art 1.54 WKo). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 Personeel 2.1 Verklaring omtrent het gedrag Wet kinderopvang (art 1.50) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Personen werkzaam bij het kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.50 Wko). Hoog maximaal 14 dagen [3] Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per ontbrekende VOG 2 De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het kindercentrum overgelegd (art 1.50 WKo). Hoog nvt nvt Last onder dwangsom nvt nvt 3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG 3 De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.50 WKo). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per te oude VOG 2.2 Passende beroepskwalificatie Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 3) Regeling kwaliteit (art 4) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen (art 1.50 lid 1 en 2 WKo; art 3 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 1 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per beroeps-kracht die niet voldoet 2.3 Voorwaarden en inzet van pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (PMIO) Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 3) Regeling kwaliteit (art 4) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1a Alle PMIO’ers beschikken over een diploma op minimaal MBO-3 niveau; Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per PMIO-er die niet voldoet OF 1b Een HAVO of VWO diploma; OF 1c Een voor de kinderopvang relevant, maar nog niet gelijkgesteld buitenlands diploma én relevante werkervaring. (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit) 2 Voor alle PMIO’ers is binnen 2 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit) Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per PMIO-er die niet voldoet 3 Alle PMIO’ers worden ingezet conform een actueel persoonlijk ontwikkelplan (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit) Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3000 per PMIO-er die niet voldoet 2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal Wet kinderopvang (art 1.55) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1a De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 lid 1 WKo). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2500 OF 1b Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 lid 2 WKo). 3 Veiligheid en gezondheid 3.1 Risico-inventarisatie veiligheid Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) Besluit registers (art 5) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar 2 De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 5 Regeling kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 4000 3.1.1 Beleid veiligheid Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub a en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 1 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 2 Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 3 Er is een registratie van ongevallen, waarop, voor zover de oorzaak van het ongeval niet louter gelegen is in de medische gesteldheid van het desbetreffende kind, de plaats en de aard van het ongeval en het jaar waarin het ongeval zich heeft voorgedaan en een overzicht van te treffen maatregelen ter voorkoming van verdere ongevallen worden vermeld (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 3 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 3.1.2 Uitvoering beleid veiligheid Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4 Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 5 Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3.2 Risico-inventarisatie gezondheid Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) Besluit registers (art 5) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar 2 De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 5 Regeling kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 4000 3.2.1 Beleid gezondheid Wet kinderopvang (art. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De risico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub a en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 2 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 2 Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1500 3.2.2 Uitvoering beleid gezondheid Wet kinderopvang (artt. 1.50 en1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4 Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 5 Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3.3 Meldcode kindermishandeling Wet kinderopvang (artt.1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 3) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder heeft een meldcode kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 2 lid 3 Besluit kwaliteit; art 3 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 8000 3.3.1 Beleid meldcode kindermishandeling Wet kinderopvang (artt. 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van de meldcode kindermishandeling (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 2 lid 2 Besluit kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 3.3.2 Uitvoering beleid meldcode kindermishandeling Wet kinderopvang (artt. 1.49 en 1.50) Belsuit kwaliteit (art 2) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De beroepskrachten kennen de inhoud van de meldcode (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 2 lid 2 Besluit kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 De beroepskrachten handelen aantoonbaar naar de meldcode kindermishandeling (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 2 lid 2 Besluit kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4 Accommodatie en inrichting 4.1 Binnenspeelruimte Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 6) Regeling kwaliteit (art 8) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Er is ten minste 3,5 m² bruto oppervlakte voor spelactiviteiten ingerichte ruimtes beschikbaar per kind (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 8 lid 2 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 3.0-3.5 m2: 2000 < 3.0 m2: 4000 2 De binnenspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 3 De binnenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 8 lid 2 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom (evt bestuursdwang) Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 4.2 Buitenspeelruimte Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 6) Regeling kwaliteit (art 10) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Er is ten minste 3 m² bruto buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2.5-3.0 m2: 1000 < 2.5 m2: 2000 2 De buitenspeelruimte is voor kinderen toegankelijk (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 De buitenspeelruimte is vast beschikbaar voor de buitenschoolse opvang (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4 De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom (evt bestuursdwang) Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 4.3 Aanvullende eisen indien de buitenspeelruimte niet-aangrenzend is Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 6) Regeling kwaliteit (art 10) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is in de directe nabijheid van het kindercentrum (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 2 De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is voor kinderen goed bereikbaar (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 3 De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is voor kinderen veilig bereikbaar (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit). Gemiddeld maximaal 2 maanden Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 1000 5 Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio 5.1 Opvang in groepen Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (artt 4 en 5) Regeling kwaliteit (art 6) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1 Ieder kind behoort bij een basisgroep (art 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 1 Besluit kwaliteit; art 6 lid 1 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 4000 2a De basisgroep bestaat uit maximaal twintig kinderen in de leeftijd van 4 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 1 en 3 en art 5 lid 1 Besluit kwaliteit; art 6 lid 1 Regeling kwaliteit). Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 2000 per kind teveel OF 2b De basisgroep bestaat uit maximaal dertig kinderen in de leeftijd van 8 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 1 en 3 en art 5 lid 1 Besluit kwaliteit; art 6 lid 2 Regeling kwaliteit). 5.2 Beroepskracht-kind-ratio Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 4) Regeling kwaliteit (art 6) herstellende sanctie bestraffende sanctie Prioriteit Hersteltermijn Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 bestuurlijke boete 1a De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste: - 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 4 jaar - 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 6 lid 3 Regeling kwaliteit) Hoog maximaal 14 dagen Aanwijzing Last onder dwangsom Exploitatieverbod Verwijdering uit landelijk register 5000 per ontbrekende beroeps-kracht OF 1b - 2 beroepskrachten en een extra volwassene per 30 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 6 lid 4 Regeling kwaliteit) 2 Indien conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 6 lid 8 Regeling kwalite