Gemeente Rhenen - Uitvoeringsprogramma (U&H) 2026Burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen hebben op 16 december 2025 het Uitvoeringsprogramma 2026 Uitvoering en Handhaving inclusief Jaarverslag 2025 vastgesteld. Dit uitvoeringsprogramma, behorend bij de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027, biedt inzicht in de taken die de gemeente op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in 2026 gaat uitvoeren en welke taken door de gemeente in 2025 zijn uitgevoerd. 1.Inleiding Voor u ligt het U&H-uitvoeringsprogramma 2026 van de gemeente Rhenen (hierna: uitvoeringsprogramma), behorend bij de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 (hierna: U&H-strategie). Net als de U&H-strategie richt ook het uitvoeringsprogramma zich op alle U&H-taken die vallen onder de Omgevingswet en de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) en de Bijzondere Wetten. Met het opstellen van een uitvoeringsprogramma voor de U&H-taken die vallen onder de Omgevingswet, wordt voldaan aan de wettelijke verplichting zoals opgenomen in artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit. Met de U&H-strategie 2024-2027 is er een nieuwe beleidscyclus gestart. Het uitvoeringsprogramma 2026 is het derde uitvoeringsprogramma onder deze cyclus. In het uitvoeringsprogramma 2026 is het jaarverslag 2025 opgenomen. Het jaarverslag beschrijft wat de gemeente in 2025 heeft uitgevoerd op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de U&H-taken die de gemeente in 2026 wil gaan uitvoeren. Voor de taken die worden uitgevoerd door de samenwerkingspartners, wordt verwezen naar het eigen beleid van de betreffende samenwerkingspartners, zoals de Omgevingsdienst regio Utrecht (hierna: ODRU) en de Veiligheidsregio Utrecht (hierna: VRU). De gemeente wil hiermee bereiken dat het voor iedereen helder en transparant is hoe de gemeente uitvoering geeft aan haar U&H-strategie. Duidelijkheid en transparantie over het beleid en de uitvoering draagt namelijk bij aan meer begrip bij diegenen die hiermee te maken krijgen. In het omgevingsrecht zijn er regels waar overheden zich aan moeten houden bij het uitvoeren van de U&H-taken. Deze regels zijn er om de veiligheid en gezondheid van mens en natuur binnen de fysieke leefomgeving te beschermen. 2.Interbestuurlijk Toezicht provincie Utrecht (IBT) De provincie Utrecht houdt toezicht op de naleving van wettelijke taken door gemeenten en omgevingsdiensten en beoordeelt of deze op een juiste en doelmatige wijze worden uitgevoerd. De U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma vormen hiervoor het toetsingskader. Het Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT) richt zich op te taken rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving, evenals op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. 2.1Oordeel over de taakuitvoering omgevingsrecht 2024-2025 De gemeente Rhenen heeft het IBT geïnformeerd over de uitvoering van de taken in 2024-2025 op het terrein van het omgevingsrecht, met nadruk op de strategische en programmatische uitvoering en handhaving (U&H) en erfgoed. De interbestuurlijk toezichthouder heeft deze informatie beoordeeld om te bepalen of de taakuitvoering voldoet aan de wettelijke eisen. Hoewel de beoordeling door het IBT zich richt op zowel de meerjarige U&H-strategie (het beleid) als op het jaarlijkse uitvoeringsprogramma, hebben we in de gemeente Rhenen de keuze gemaakt om de jaarlijkse beoordeling door het IBT elk jaar op te nemen in het uitvoeringsprogramma. Het samenvattend oordeel van het IBT over de taakuitvoering binnen het omgevingsrecht luidt: Verbetering van de beleidscyclus U&H is nodig (trede 2 van de interventieladder). Er is verbetering nodig van de beleidscyclus U&H om een goede uitvoering van de U&H-thuistaken te waarborgen. Strategische en programmatische uitvoering en handhaving draagt immers bij aan een gestructureerde, consistente en kwalitatief goede uitvoering van U&H-taken. Als de beleidscyclus niet goed sluitend is en niet goed functioneert, dan heeft dat negatieve invloed op de kwaliteit van de uitvoering van de U&H-thuistaken. Uw U&H-strategie, uitvoeringsprogramma 2025 en evaluatierapportage 2024 zijn inhoudelijk beoordeeld aan de kwaliteits- en procescriteria. De punten waarop verbetering nodig is, zijn de criteria die op bijgevoegd beoordelingsformulier als ‘voldoet deels’ of ‘voldoet niet’ zijn beoordeeld. Volgend jaar zullen wij de beleidscyclus U&H opnieuw beoordelen. Wij verwachten dat gemeenten jaarlijks ten minste één verbeterpunt uitvoeren. Het niet uitvoeren van ten minste één verbeterpunt kan mogelijk tot een negatiever eindoordeel leiden in de volgende beoordelingsperiode 2025-2026. Beoordelingskader Het Beleidskader Interbestuurlijk Toezicht provincie Utrecht 2025-2028 bevat de uitgangspunten, instrumenten en werkwijze van het toezicht. Bij het uitvoeren van ons toezicht hanteren wij de interventieladder, die landelijk tussen Rijk, IPO en VNG is afgesproken. Het beoordelingsformulier biedt inzicht in de beoordeling van de wettelijke criteria. Aan de hand van het formulier en de IBT-handreiking ‘Kwaliteits- en procescriteria omgevingsrecht VTH-thuistaken; BIG-8 onder de Omgevingswet’ kunt u gericht aan de slag met de verbeterpunten. Verificatiegesprek Het beoordelingsformulier is ambtelijk in concept aan uw gemeente toegezonden met gelegenheid voor reactie. Wij hebben de beoordeling tijdens het verificatiegesprek op 12 juni 2025 ambtelijk met uw gemeente besproken. De uitkomst van het gesprek is door ons betrokken bij het definitief maken van het beoordelingsformulier. Benodigde actie(
- s)van uw kant Wij verwachten dat u jaarlijks ten minste één verbeterpunt uitvoert. Door te voldoen aan een of meerdere wettelijke criteria kunt u een hogere beoordeling behalen van de desbetreffende criteria en kan het eindoordeel de komende beoordelingsperiode positiever uitvallen. Het niet uitvoeren van ten minste één verbeterpunt kan mogelijk tot een negatiever eindoordeel leiden in de volgende beoordelingsperiode 2025-2026. Op 12 juni 2025 heeft het verificatiegesprek plaatsgevonden waarin wij aangegeven hebben ons in het algemeen te kunnen vinden in de beoordeling en aan de slag te gaan met de verbeterpunten. In het gesprek heeft het IBT bij enkele criteria desgevraagd een toelichting gegeven. Naar aanleiding van het gesprek is de score op een aantal criteria naar boven bijgesteld. Dit leidt niet tot een ander totaaloordeel (nog steeds ‘verbetering nodig), maar wel tot een iets hogere totaalscore. In figuur 1 is de totaalscore weergegeven en de score per onderdeel. FIGUUR 1: TOTAALSCORE EN SCORE PER ONDERDEEL 2.2Verbeterpunten 2026 Om bij de volgende beoordelingsperiode minimaal opnieuw op ‘verbetering nodig’ uit te komen, moeten we de komende periode werken aan ten minste één substantieel verbeterpunt. Door te voldoen aan één of meerdere wettelijke criteria kan een hogere beoordeling worden behaald en kan het eindoordeel in de volgende beoordelingsperiode hoger uitvallen. De focus ligt daarbij op het verbeteren van het jaarverslag 2025 en het Uitvoeringsprogramma 2026 en op het tijdig laten vaststellen daarvan (vóór 1 januari 2026). De rest van het jaar wordt benut door de meer ingrijpende verbeteringen. De inspanning richt zich vooral op het verder in kaart brengen van de verhouding tussen benodigde en beschikbare capaciteit. Als uit deze analyse blijkt dat er geen balans is, moeten de in het beleid gestelde doelen en/of de beschikbare capaciteit in een volgende stap opnieuw worden beoordeeld. De U&H-strategie zal in dat kader worden geactualiseerd. Daarnaast gaan we werken aan het inzichtelijk maken van de kwaliteitscriteria, het aanpassen van de doelen uit de U&H-strategie en het ontwikkelen van kengetallen voor toezicht en handhaving. Deze verbeteringen zijn noodzakelijk om beter te kunnen sturen op kwaliteit en uitvoering en om toekomstige beoordelingsmomenten beter te kunnen onderbouwen. Het uitvoeringsprogramma en de herziene U&H-strategie zijn voorgelegd aan de partners waarmee we samenwerken. Het betreft hier de ODRU (ODU), de VRU en de acht gemeenten binnen de Regio Foodvalley, waarmee de samenwerking is vastgelegd in een "gemeenschappelijke regeling". Daarnaast zijn het uitvoeringsprogramma en de herziene U&H-strategie voorgelegd aan de organen die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving, de politie en het Openbaar Ministerie. De ontvangen opmerkingen verwerken we in het uitvoeringsprogramma 2027 en de U&H-strategie. 3.Wat hebben we gedaan in 2025? Jaarlijks wordt een uitvoeringsprogramma en een jaarverslag opgesteld. Het afgelopen jaar hebben we gewerkt aan het uitvoeren van het Uitvoeringsprogramma 2025 zoals dat was vastgesteld. In dit hoofdstuk blikken we in algemene zin daarop terug. Voor een volledig en gedetailleerd overzicht per taak/activiteit wordt verwezen naar de verschillende productbladen per taakveld in paragraaf 4.5. 3.1Algemeen De Omgevingswet is nu bijna twee jaar geleden in werking getreden, toch is er nog veel onduidelijk. Dat heeft enerzijds geleid tot aanzienlijk meer vragen (bijvoorbeeld over vergunningsvrij bouwen) van initiatiefnemers aan de voorkant van het proces en anderzijds tot meer handhaving achteraf. Tijdens de behandeling van vergunningsaanvragen moet ook regelmatig worden bijgestuurd. Niet alleen bij aanvragen van particuliere initiatiefnemers, maar ook bij aanvragen van professionele partijen, zoals ontwikkelaars, architecten en tekenbureaus. Dit zorgt voor extra inzet van medewerkers en een hogere werkdruk. Dit beeld is ten opzichte van vorig jaar niet veranderd. Gelijktijdig met de Omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) in werking getreden. De Wkb geldt voor het nieuw bouwen van eenvoudige bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 (beperkte gevolgen), zoals bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Bouwwerken die vallen onder de Wkb worden door de gemeente niet meer preventief (door middel van een vergunning) getoetst aan de bouwtechnische eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Ook wordt er geen regulier toezicht op deze bouwwerken gehouden. In plaats daarvan moet een initiatiefnemer een onafhankelijke Kwaliteitsborger inschakelen die op basis van een borgingsplan toetst en toeziet op de bouw. Met name deze “Knip” tussen de omgevingsplanactiviteit bouwen (ruimtelijk) en de technische bouwactiviteit/bouwmelding blijkt nog niet altijd duidelijk en heeft regelmatig geleid tot foutief ingediende aanvragen. Naast het uitvoeren van de reguliere U&H-taken, zijn we ook bezig geweest met het verder implementeren van de processen in het kader van de Omgevingswet en de Wkb. De belangrijkste processen die betrekking hebben op vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn in de nieuwe taakapplicatie RX-Mission verwerkt. Gebleken is dat de mogelijkheden die RX-Mission biedt, nog niet op6aal worden gebruikt. Hierdoor werken we niet altijd efficiënt genoeg en is er ruimte voor verdere verbetering. Ook in 2025 zijn er personele wisselingen geweest. Met name in team Toezicht is de vaste toezichthouder langere tijd uitgevallen en is de inleen toezichthouder vervangen door twee nieuwe inleen toezichthouders. Wel is er eind 2025 besloten om 1 fte extra in de begroting 2026 op te nemen voor een extra toezichthouder. Ook in team Vergunningen zijn er de nodige wisselingen geweest. De vaste medewerker is gedurende het hele jaar ondersteund door inleen medewerkers om de formatie op peil te houden en de wettelijke taken uit te kunnen voeren. Inmiddels zijn de achterstanden grotendeels weggewerkt en is er in december een vaste senior vergunningverlener gestart. Ook is er in 2025 een beleidsmedewerker Vergunningen, Uitvoering en Handhaving gestart die de beleidstaken op zich neemt. We doen ons uiterste best om de personele bezetting voor een langere periode op orde te houden. Daarnaast maakt de intensivering van de handhaving door de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid van Zzp’ers het niet makkelijker om medewerkers tijdelijk in te huren. 3.2Belangrijkste resultaten In deze paragraaf zijn de belangrijkste resultaten van het afgelopen jaar terug te vinden. Deze gegevens zijn gebruikt om de doelbereiking (paragraaf 4.3) te scoren en verder verwerkt in de productbladen (paragraaf 4.5). Hieronder volgt per taakveld de belangrijkste resultaten gecombineerd met een kwalitatieve analyse van collega’s en/of experts. Daaronder staan ook de resultaten per doelstelling weergegeven. Er moet worden opgemerkt dat het IBT met ingang van deze beoordelingsperiode streng gaat toezien op het tijdig laten vaststellen van het jaarverslag 2025 en het Uitvoeringsprogramma 2026. Dat wil zeggen, vaststelling van deze stukken door het college moet vóór 1 januari 2026 hebben plaatsgevonden. Dit betekent dat de aantallen van de gerealiseerde producten niet zijn gebaseerd op een volledig kalenderjaar, maar over de periode 1 januari 2025 tot 1 november 2025. De aantallen kunnen daardoor iets lager uitvallen ten opzichte van voorgaande jaren. Hier is in de kwalitatieve analyses rekening mee gehouden. 3.2.1Taakveld Omgevingswet Voorfase Op basis van ons beleid en het uitvoeringsprogramma hebben we de doelstelling om vooroverleg met betrekking tot ruimtelijke plannen te s6uleren. Als een plan niet past binnen het omgevingsplan kan een initiatiefnemer, vooruitlopend op het doorlopen van een planologische procedure om het omgevingsplan aan te passen of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa), eerst een principeverzoek of conceptplan indienen. We beoordelen dan of een plan wenselijk en haalbaar is. Zo vergroten we de kans om een positief besluit te kunnen nemen op een later ingediende vergunningsaanvraag. Plannen die niet wenselijk of haalbaar blijken, vallen in een eerder stadium af. Hierdoor hoeft er minder tijd aan te worden besteed en het bespaart een initiatiefnemer kosten om een volledige vergunningsaanvraag uit te laten werken. Door middel van een webformulier op de gemeentelijke website kan een conceptplan of principeverzoek worden aangevraagd. Ook adviseren medewerkers van team Vergunningen in voorkomende gevallen om een principeverzoek of schetsplan in te dienen naar aanleiding van vragen die zijn binnengekomen. Het aantal afgehandelde principeverzoeken in 2025 is met 22 lager dan het afgelopen jaar (figuur 2). De reden hiervoor is dat in 2024 meer principeverzoeken zijn afgehandeld doordat er in eind 2023 geen nieuwe principeverzoeken in behandeling zijn genomen. Deze waren dus doorgeschoven naar 2024. Het aantal principeverzoeken wat is afgehandeld in 2025 is met 22 wel iets lager dan de jaren daarvoor, maar wijkt niet substantieel af. FIGUUR 2: AFGEHANDELDE PRINCIPEVERZOEKEN OVER DE AFGELOPEN 7 JAAR Het aantal afgehandelde conceptplannen in 2025 is met 12 aanzienlijk lager dan in de afgelopen jaren (figuur 3). Dit komt deels doordat meer vragen van initiatiefnemers telefonisch of per e-mail zijn afgehandeld, waardoor het indienen van een conceptaanvraag vaak niet meer nodig is. We proberen dit te veranderen door meer te sturen op het indienen van een conceptplan, maar in de praktijk gebeurt dit nog beperkt. Daarnaast zijn er in 2025 wel meer conceptplannen ingediend dan afgehandeld. Dit heeft te maken met het tijdelijke verzuim van de vaste medewerker, waardoor de beschikbare capaciteit beperkt was en de prioriteit is gelegd bij de afhandeling van reguliere aanvragen. Het indienen van een conceptplan blijft echter belangrijk. Het zorgt vooraf voor betere afstemming op het gebied van ruimtelijke ordening en welstand, waardoor een uiteindelijke vergunningaanvraag sneller kan worden afgehandeld. Ook kunnen eventuele voorwaarden of benodigde wijzigingen tijdig worden gecommuniceerd met de initiatiefnemer. Zowel voor efficiëntie als voor servicegericht werken levert het conceptplan daarmee een waardevolle bijdrage. FIGUUR 3: AFGEHANDELDE CONCEPTPLANNEN OVER DE AFGELOPEN 7 JAAR Naast het afhandelen van principeverzoeken en conceptplannen, is er zoals eerder benoemd in 2025 ook (kort) telefonisch vooroverleg gevoerd of per e-mail een reactie verstuurd over de haalbaarheid van een plan (bijvoorbeeld over vergunningsvrij bouwen). Hoewel deze vooroverleggen niet zijn geregistreerd zijn het er naar schatting 1000 geweest. Dit is een flinke toename ten opzichte van vorig jaar. De gemiddelde tijdsbesteding hiervan bedraagt 0,75 uur. Op jaarbasis is dat een substantieel aantal uren waar voor ongeveer 75% toe te rekenen is aan leges. Het doel was om in 2025 deze vooroverleggen te gaan registreren in RX-Mission, om een beter inzicht te krijgen in het aantal korte vooroverleggen, maar dit bleek in praktijk niet haalbaar. De voornaamste reden hiervoor is dat initiatiefnemers contact zoeken via e-mail of telefoon en deze verzoeken niet geregistreerd worden in een zaaksysteem. Daarnaast hebben we een ander zaaksysteem waar contactverzoeken vanuit het Klantcontactcentrum (KCC) binnenkomen. Het uitgangspunt bij een kort vooroverleg is dat het moet gaan om een enkelvoudige, eenvoudige vraag die binnen een half uur door een vergunningverlener kan worden afgehandeld en waarbij geen advies van een adviseur nodig is. In dat geval wordt een initiatiefnemer verzocht om een principeverzoek of conceptplan in te dienen. Dat laatste is in praktijk minder gebeurd. Omgevingsvergunning Het aantal verleende omgevingsvergunningen in 2025 is met 138 weer gestegen ten opzichte van vorig jaar (figuur 4). Het aantal ingediende aanvragen bedraagt 183 Dit aantal ligt redelijk in lijn met voorgaande jaren. Niet in alle gevallen wordt een vergunning verleend (bijvoorbeeld omdat deze wordt ingetrokken of buiten behandeling wordt gesteld) en er is sprake van “overloop” van het ene naar het andere jaar. Zowel aan het begin als aan het einde van een kalenderjaar. Hieronder volgen de resultaten in het geval er geen omgevingsvergunning is verleend: Er zijn 6 aanvragen geweigerd; Er zijn 8 aanvragen buiten behandeling gesteld; Er zijn 12 aanvragen ingetrokken; Er zijn 28 aanvragen waarvan de procedure voortijdig is afgebroken (vergunningsvrij, verkeerd ingediend, etc.) Naast het behandelen van aanvragen voor een omgevingsvergunning, zijn er ook meldingen activiteit en informatieplichten behandeld. Hieronder volgen de resultaten: Er zijn 12 meldingen activiteit behandeld, waarvan er 3 betrekking hebben op brandveilig gebruik en 4 een Wkb-melding betreft. Er zijn 34 informatieplichten behandeld, waarvan er 10 zijn aanvaard, er 4 niet zijn aanvaard, er 4 niet informatie plichtig zijn en er 13 zijn overgedragen naar een ander bevoegd gezag. FIGUUR 4: VERLEENDE OMGEVINGSVERGUNNINGEN OVER DE AFGELOPEN 10 JAAR Aantallen per activiteit Zoals in figuur 4 is aangegeven, bedraagt het aantal verleende omgevingsvergunningen in 2025 138 stuks. De aantallen zijn onderverdeeld in activiteiten weergegeven in figuur 5. De grootste categorieën zijn de Bouwactiviteit en de activiteit Opslag roerende zaken. Het beoordelen/toetsen van een vergunningsaanvraag voor een Bouwactiviteit neemt de meeste tijd in beslag. Dit vanwege de uitgebreide toetsing, waaronder de toets aan het Omgevingsplan, de toets aan de redelijke eisen van Welstand en de bouwtechnische regels uit het Bbl (behalve voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 Wkb). Als een bouwplan in strijd is met de ruimtelijke regels uit het Omgevingsplan, dan is ook een advies van team Ruimtelijke Ordening nodig. De aanvragen voor de activiteit Opslaan roerende zaken nemen ondanks het behoorlijke aantal, aanzienlijk minder tijd in beslag. Er hoeft slechts getoetst te worden aan de regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en er wordt hoofdzakelijk gekeken naar de verkeersveiligheid. Daarnaast zijn er ook een aantal activiteiten verleend onder de categorie ‘overig’. Hier vallen onder andere aanleg van (tijdelijke) in- en uitritten onder en onderhoud van openbare wegen. FIGUUR 5: AANTALLEN (ONDERVERDELING) PER ACTIVITEIT 3.2.2Taakveld APV en Bijzondere Wetten De verplichting om een U&H-strategie vast te stellen geldt niet voor de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) en de Bijzondere Wetten, maar het is niet ongebruikelijk om dat wel te doen. De gemeente Rhenen heeft ervoor gekozen om de U&H-taken in het kader van de APV en de Bijzondere Wetten op te nemen in de U&H-strategie 2024-2027. Daarmee zijn alle U&H-taken die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving in één beleidsdocument gebundeld en ontstaat een integrale benadering en prioritering van al deze taken. Daarom zijn ook voor dit taakveld de belangrijkste resultaten in het jaarverslag terug te vinden. In 2024 zijn de aantallen voor het eerst in het jaarverslag weergegeven, waardoor toen nog geen kwalitatieve analyse kon worden gemaakt. In 2025 is dat wel mogelijk, omdat we de cijfers kunnen vergelijken met vorig jaar. Die vergelijking biedt een eerste beeld van de ontwikkelingen binnen dit taakveld en vormt een goede basis om in de komende jaren verder te verdiepen. In 2025 zijn er: 95 evenementenvergunningen categorie A verleend; 8 evenementenvergunningen categorie B verleend; 3 evenementenvergunningen categorie C verleend; 98 meldingen in het kader van evenementen categorie A afgehandeld; 17 meldingen in het kader van de Wet op Kansspelen afgehandeld; 26 Verklaringen van geen bezwaar afgegeven; 58 vergunningen verleend voor tijdelijke reclame-uitingen op of aan de weg (0 geweigerd). Hoewel de aantallen voor dit jaar niet zijn gebaseerd op een volledig kalenderjaar, zijn ze grotendeels vergelijkbaar met vorig jaar. Alleen het aantal ingediende meldingen in het kader van evenementen categorie A is dit jaar aanzienlijk lager (98 stuks) ten opzichte van vorig jaar (158 stuks). Een directe verklaring hiervoor is niet te geven. Er is geen sprake geweest van deregulering. Het is een aanbod gestuurd product. 3.2.3Taakveld Juridisch In 2025 zijn er 13 handhavingsverzoeken ingediend. Hiervan zijn er 7 afgewezen en 6 toegewezen. 1 handhavingsverzoek is in overleg “on hold” gezet. Bij de handhavingsverzoeken die zijn toegewezen is in alle gevallen een handhavingsbrief verzonden aan de overtreder. Er zijn ambtshalve 9 handhavingsverzoeken opgestart (dus niet voortvloeiend uit een handhavingsverzoek). Hiervoor zijn 7 waarschuwingsbrieven verzonden, 6 lasten onder dwangsom opgelegd en 6 lasten onder bestuursdwang. Er zijn nog 7 grote zaken in behandeling die in voorgaande jaren al speelden. Deze zaken zijn zo omvangrijk en complex, met verschillende bestuurlijke afwegingen, dat ze nog steeds doorlopen. In 2025 zijn er 11 bezwaarzaken (totaal 31 bezwaarschriften) binnengekomen. Hiervan zijn er 3 gegrond verklaard, 1 ingetrokken, 1 niet ontvankelijk verklaard en 1 ongegrond verklaard. 5 bezwaarzaken zijn nog in behandeling. Het aantal bezwaarzaken is licht gestegen ten opzichte van 2024 (9 stuks). 3.2.4Taakveld Bouwtoezicht Ook in 2025 is de personele bezetting een knelpunt geweest. Desondanks is, in tegenstelling tot 2024, het aantal uitgevoerde bouwcontroles geregistreerd in RX-Mission. Hieronder volgen de belangrijkste resultaten: Er hebben 40 kleine (bouw)controles plaatsgevonden; Er hebben 30 middelgrote (bouw)controles plaatsgevonden; Er hebben 16 grote (bouw)controles plaatsgevonden; Er hebben 40 controles plaatsgevonden naar aanleiding van klachten en meldingen; Er hebben 20 controles plaatsgevonden naar aanleiding van handhavingsverzoeken. 3.2.5Taakveld Boa domein 1 Ook in 2025 is de personele bezetting een knelpunt geweest. Wel is er een senior Boa gestart en hebben er meer controles plaatsgevonden. Hieronder volgen de belangrijkste resultaten: Er zijn in de binnenstad (parkeren blauwe zone) 390 overtredingen geconstateerd, waarvan 45 bekeuringen, 313 waarschuwingen en 14 overige; Er zijn in de benedenstad (parkeervergunningen) 109 overtredingen geconstateerd, waarvan 12 bekeuringen en 89 waarschuwingen en 8 overige; Er zijn bij parkeerexcessen gemeente breed 1436 overtredingen geconstateerd, waarvan 147 bekeuringen en 395 waarschuwingen; Er hebben vrijwel geen controles met betrekking tot parkeren bij scholen plaatsgevonden; Er zijn 13 klachten en meldingen (City Control) van burgers en bedrijven ontvangen met betrekking tot jeugdoverlast; Er hebben geen controles in het kader van de Alcoholwet plaatsgevonden. Er waren geen Boa’s gecertificeerd om deze controles uit te mogen voeren; Er hebben geen controles in het kader van de Wet op kansspelen plaatsgevonden; Er heeft 208 uur aan controles BRP/LAA plaatsgevonden. De tijdsbesteding bedroeg 40,7% van de geraamde inzet; Er hebben 45 controles met betrekking tot de spitsafsluiting Boslandweg/Spoorbaanweg en geslotenverklaring Binnenveld plaatsgevonden. Er zijn 7 overtredingen geconstateerd en 0 boetes uitgeschreven; Er heeft 36 uur aan basiscontroles met betrekking tot evenementen of markten plaatsgevonden en er hebben 3 leeftijdsgrenzencontroles plaatsgevonden. Er hebben 14 controles met betrekking tot afval plaatsgevonden, waarbij er 3 overtredingen zijn geconstateerd; Er hebben 555 controles met betrekking tot overige APV-activiteiten (o.a. fietsen in voetgangersgebied, gebruik openbare ruimte, overlast door honden/dieren) plaatsgevonden, waarbij er 16 overtredingen zijn geconstateerd. 3.2.6Taakveld Boa domein 2 De inzet van de Boa domein 2 (“groene Boa”) is gericht geweest op het houden van toezicht en handhaven van soortenbescherming binnen de deelgebieden het Binnenveld, de Oostflank Utrechtse heuvelrug, de Utrechtse Heuvelrug en de uiterwaarden. Daarnaast richt de inzet zich op het houden van toezicht en handhaven van de openstellingsregels van dagrecreatiegebied Kwintelooijen en de Stadsbossen Rhenen. Voor het uitvoeren van deze taak wordt structureel 10 uur per week besteed. Daarnaast wordt er 2x per week toezicht gehouden op de volgende projecten: Handhaving geslotenverklaring vanwege paddentrek; Visserij (Valleikanaal, Rijn en Grebbenplas); Mountainbikeroutes (samen met de provincie); Stroperij, regelmatige surveillance hierop (samen met de provincie). APV-meldingen van burgers en bedrijven die betrekking hebben op domein 2 worden direct opgepakt. Het exacte aantal controles dat heeft plaatsgevonden, het aantal geconstateerde overtredingen en het aantal APV-meldingen van burgers en bedrijven is niet bekend. 3.2.7Taakveld Beleidsmatige en organisatorische ondersteuning In 2024 is de meerjarige U&H-strategie 2024-2027 vastgesteld door het college. In 2025 is deze aangepast, met name de doelformulering is nu SMART geformuleerd. Daarnaast hebben we gewerkt aan het uitvoeringsprogramma voor 2026. Het belangrijkste wat we daarin hebben gedaan, is het inzichtelijk maken van de Kwaliteitscriteria 3.0. Daarnaast hebben we een bijdrage geleverd aan het actualiseren van het Omgevingsplan. Dit is een continue en langlopende taak gedurende de transitieperiode tot 2032. De belangrijkste processen die betrekking hebben op vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn verwerkt in de taakapplicatie RX-Mission. Het inrichten van de applicatie is een doorlopend proces waar het afgelopen jaar ook aan is gewerkt. Onder andere zijn inmiddels de standaardbrieven geactualiseerd en verwerkt. 3.3Doelbereiking De belangrijkste doelen die volgen uit de risico- en gebiedsanalyse van de U&H-strategie zijn opgenomen in tabel 1. Om deze doelen te bereiken zijn in 2025 activiteiten uitgevoerd. In welke mate deze doelen zijn bereikt is door middel van een smiley met kleurcode aangegeven. De doelen uit de U&H-strategie zijn opnieuw TABEL 1: BELANGRIJKSTE DOELEN U&H-STRATEGIE EN RESULTATEN Doelen Uitgevoerde activiteiten met resultaat Beperken van risico’s met betrekking tot de zeven landelijke risicothema’s. De landelijke risicothema’s hebben betrekking op constructieve veiligheid, brandveiligheid van gebouwen, handhaven omgevingsplan, asbest, risicovolle Mba’s, bodem en brandveiligheid bij opslag gevaarlijke stoffen. Op basis van risico’s zijn constructietekeningen en berekeningen door een externe constructeur gecontroleerd. Er zijn geen grote bouwincidenten geweest met slachtoffers van een (gedeeltelijke) instorting als gevolg van een constructiefout. De inzet op brandveiligheid van gebouwen vindt plaats op basis van de risicoscan van de VRU. Er zijn geen grote incidenten geweest met slachtoffers als gevolg van een brandonveilig gebouw. In 2025 zijn er 13 handhavingsverzoeken ingediend. Hiervan zijn er 7 afgewezen en 6 toegewezen. Bij de handhavingsverzoeken die zijn toegewezen is in alle gevallen een handhavingsbrief verzonden aan de overtreder. Er zijn ambtshalve 9 handhavingsverzoeken opgestart (dus niet voortvloeiend uit een handhavingsverzoek). Hieruit volgt dat handhavingsverzoeken adequaat worden opgepakt. Voor de risicothema’s asbest, risicovolle Mba’s, bodem en brandveiligheid bij opslag gevaarlijke stoffen wordt verwezen naar de evaluaties 2025 van de VRU en de ODRU. Op dit moment zijn deze evaluaties nog niet beschikbaar. Wel kan worden vermeld dat er met betrekking tot de genoemde risicothema's, geen grote incidenten hebben plaatsgevonden. Bijdragen aan de uitvoering van de mobiliteitsagenda om parkeeroverlast te beperken. Alle vergunningsaanvragen en principeverzoeken die betrekking hebben op parkeren zijn ter beoordeling voorgelegd aan team Mobiliteit en Verkeer. Bij 1 bezwaarzaak waren de bezwaren (o.a.) gericht tegen het advies van team Mobiliteit en Verkeer. Er zou niet aan de juiste parkeernormen zijn getoetst. De commissie bezwaarschriften heeft geconcludeerd dat het college aan de juiste parkeernormen heeft getoetst en het college daarmee in het gelijk gesteld. Het realiseren en behouden van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving voor inwoners en ondernemers. Door beperkte personele bezetting (uitval van collega’s gedurende een groot deel van het jaar) hebben er voor sommige taken aanzienlijk minder, of zelfs geen controles plaatsgevonden. Opvallend is dat er wel meer overtredingen zijn geconstateerd. Daarmee is er minder tijd besteed aan het geven van uitvoering aan de veiligheidsdoelen zoals opgenomen in het IVP en UVP. Er hebben geen controles in het kader van de Alcoholwet plaatsgevonden. Er waren geen Boa’s gecertificeerd om deze controles uit te mogen voeren. Er hebben geen controles in het kader van de Wet op de kansspelen plaatsgevonden; Wel hebben er ten opzichte van vorig jaar meer controles met betrekking tot afval en vuilstort plaatsgevonden. Ook meer controles met betrekking tot de geslotenverklaring. Beperken van locatiespecifieke risico’s. Locatiespecifieke risico’s hebben te maken met de bouwtechnische regels in hoofdstuk 4 en 5 van het Bbl. Als er locatiespecifieke risico’s zijn, dan worden die als aandachtspunt opgenomen in de omgevingsvergunning. De kwaliteitsborger houdt in de risicobeoordeling, onderdeel van de Wkb-melding, rekening met deze locatiespecifieke risico’s. Er zijn geen bouwtechnische incidenten bekend die zijn voortgekomen uit locatiespecifieke risico’s. Opgemerkt moet worden dat er in 2025 nog maar enkele Wkb-meldingen zijn ingediend. Beschermen van cultureel erfgoed. Alle vergunningaanvragen die betrekking hebben op cultureel erfgoed zijn voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Rhenen. Het aantal specifieke uitvoeringscontroles die betrekking hebben gehad op cultureel erfgoed is niet bekend, waardoor niet bekend is of in alle gevallen is toegezien op vergunningsvoorwaarden ten aanzien van cultureel erfgoed. Er zijn geen incidenten bekend waarbij cultureel erfgoed is beschadigd of verloren is gegaan. Beperken van risico’s met betrekking tot ondermijning. In 2025 hebben ten opzichte van 2024 meer controles BRP en ondermijning plaatsgevonden. Ook hebben er meer controles plaatsgevonden met betrekking tot verdachte panden. Er hebben twee integrale controles plaatsgevonden. Deze worden samen met politie en het RIEC gedaan. In 2025 zijn er twee criminele verbanden in kaart gebracht en aangepakt. 3.4Actiepunten 2025 Naast de reguliere U&H-taken en de taken die volgen uit de probleem- en risicoanalyse, hebben we in het Uitvoeringsprogramma 2025 een aantal actiepunten benoemd. In tabel 2 zijn de actiepunten 2025 benoemd voorzien van een toelichting en in welke mate we deze actiepunten hebben gerealiseerd. TABEL 2: ACTIEPUNTEN 2025 MET TOELICHTING EN BEHAALD RESULTAAT Actiepunt Toelichting met resultaat Per product kengetallen vaststellen (normuren op basis van eigen ervaring (tijd registreren) en andere gemeenten) In 2025 hebben we de kengetallen voor Vergunningverlening geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Dit is verwerkt in de begroting 2026. Voor Toezicht en Handhaving hebben we een start gemaakt met de ontwikkeling van kengetallen. Dit hebben we gedaan door de verschillende controles bij te houden en daar een tijd aan te koppelen door middel van het bijhouden van tijd en meten van werkdruk. Deze kengetallen worden geëvalueerd om te bepalen of bijstelling hiervan nodig is. Per deskundigheidsgebied inzichtelijk maken of voldaan wordt aan de geldende Kwaliteitscriteria U&H. Dat geldt zowel voor de eigen organisatie en medewerkers, maar ook voor de organisaties en medewerkers van onze samenwerkingspartners. Waar niet wordt voldaan wordt gekeken hoe we wel kunnen gaan voldoen, bijvoorbeeld door het bijscholen van de eigen medewerkers of het inhuren van de benodigde expertise. Ook kan gemotiveerd worden afgeweken van de Kwaliteitscriteria U&H In 2025 is de nieuwe beleidsmedewerker gestart met het inzichtelijk maken van de Kwaliteitscriteria 3.0 onderdeel B. Aan sommige criteria kan niet worden voldaan en kan ook gemotiveerd van af worden geweken. Onderdeel D van de Kwaliteitscriteria 3.0 wordt in 2026 verder opgepakt samen met Personeelszaken en het management om dit een plek te geven in de reflectiegesprekken. De naleving van de kwaliteitscriteria U&H door de eigen organisatie en de samenwerkingspartners jaarlijks rapporteren aan de gemeenteraad. De Kwaliteitscriteria 3.0 deel B zijn inzichtelijk gemaakt en de raad wordt hierover geïnformeerd door middel van het Uitvoeringsprogramma 2026 waarin ook een toelichting wordt gegeven als gemotiveerd wordt afgeweken van bepaalde criteria. Optimaliseren en beschrijven van de werkprocessen, de procedures en de bijbehorende informatievoorziening voor de activiteiten Bouwen en RO. In de tweede helft van 2023 zijn we gestart met het inrichten van de processen voor vergunningverlening (Omgevingswet en Wkb) in de taakapplicatie RX-Mission. In 2024 zijn we, naast het verder inrichten van deze processen, gestart met het inrichten van de processen voor toezicht en handhaving. De belangrijkste processen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn in RX-Mission verwerkt. We hebben deze in 2025 verder verbeterd. Per 1 januari 2026 gaan we beter gebruik maken van de mogelijkheden die RX-Mission beidt, zoals bijvoorbeeld het gebruiken van de legesmodule. Eind 2025 zijn de werkprocessen voor de activiteiten Bouwen en RO beschreven. Standaard sjablonen/brieven met betrekking tot vergunningverlening (Omgevingswet en Wkb) nalopen. De belangrijkste sjablonen die betrekking hebben op de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging zijn volledig vernieuwd en geïmplementeerd in RX-Mission. Eventueel ontbrekende (incidenteel voorkomende) sjablonen worden op verzoek van de vergunningverleners direct opgesteld en toegevoegd. Regionale samenwerkingsafspraken maken binnen de provincie Utrecht. Hierbij zijn de provincie, gemeenten en samenwerkingspartner betrokken In 2025 heeft de gemeente Rhenen, samen met 26 andere gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht, randvoorwaarden en/of spelregels meegegeven voor de verdere ambtelijke uitwerking van de doelen en prioriteiten, waarna het college aan het einde van het jaar de regionale U&H-strategie heeft vastgesteld. Deze regionale U&H-strategie geeft richting aan de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht (ODU) welke operationeel wordt per 1 januari 2026. Voor het plaatsen van tijdelijke bouwobjecten op de openbare weg, zoals bijvoorbeeld een container, steiger of bouwmaterialen, is nu een omgevingsvergunning nodig (dit mag alleen als er écht geen mogelijkheid is om de bouwobjecten op eigen terrein te stallen). De vergunning wordt verleend als wordt voldaan aan de Beleidsregels voor bouwobjecten 2020. De wens is om hier te dereguleren door er een melding met algemene regels van te maken. In 2025 zijn we gestart met het verwerken van deze aanpassing in de APV. Dit gebeurt in nauwe afstemming met handhaving, openbare werken, vergunningverlening, functioneel beheer en communicatie. Het vraagt een andere inrichting en organisatie van de betrokken systemen, waardoor implementatie meer tijd vergt dan vooraf voorzien. De financiële en organisatorische impact van de Wkb verder uitwerken en monitoren. De exacte financiële en organisatorische impact van de Wkb is ook in 2025 niet uitgewerkt en gemonitord. Voor wat betreft het financiële aspect geldt voor vergunningverlening dat de legesopbrengsten lager zijn als gevolg van de Wkb. Er zijn een aantal vergunningen verleend voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 en waarvoor de bouwtechnische toets dus niet door de gemeente is uitgevoerd. Voor wat betreft het organisatorische aspect kan niet worden gesteld dat we hierdoor minder personele bezetting nodig hebben gehad. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft geleid tot aanzienlijk meer vragen (bijvoorbeeld over vergunningsvrij bouwen) van initiatiefnemers aan de voorkant van het proces. Ook moet tijdens de behandeling van vergunningsaanvragen regelmatig worden bijgestuurd. Ook voor toezicht en handhaving kan nog geen goede impactanalyse worden gemaakt. Toezicht volgt na vergunningverlening en er is slechts een enkel bouwproject in uitvoering gegaan dat valt onder de Wkb en waarvan de vergunning in 2025 (onder de Omgevingswet) is verleend. Onderzoeken of de werkprocessen in het kader van de APV en Bijzondere Wetten ook in de taakapplicatie RX-Mission kunnen worden verwerkt. Dit actiepunt is onderzocht. Vanwege de enorm hoge werkdruk bij (de enige) APV-vergunningverlener is ervoor gekozen om de werkprocessen in het nieuwe zaaksysteem Djuma te implementeren. Het is werkbaar, maar de wens blijft om deze werkprocessen alsnog binnen RX-Mission te implementeren. 3.5Regionale U&H-samenwerking Binnen de provincie Utrecht is sinds 2018 een regionale samenwerking op het gebied van U&H tot stand gekomen. De deelnemers werken met en/of voor elkaar aan een verbetering van de invulling van de beleids- en uitvoeringscyclus. Onder andere door het maken van uniforme documenten. Ook de gemeente Rhenen heeft in deze samenwerking een levert hieraan als dit kan ook een inhoudelijke bijdrage. Gemeenten in de provincie Utrecht, de RUD en de ODRU hebben samengewerkt aan een regionale risico- en omgevingsanalyse voor milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal). De regionale risico- en omgevingsanalyse is opgenomen in de uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2023 die op 22 februari 2022 door het college is vastgesteld. De beleidsperiode van de regionale U&H-strategie is verlengd tot en met 31 december 2025. De Utrechtse gemeenten, de provincie, ODRU en RUD Utrecht werken op dit moment ambtelijk samen aan een regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&H-strategie) voor de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). Het is hét gemeenschappelijke uitvoeringskader voor de taken die de ODU voor de eigenaren uitvoert. De U&H-strategie moet per 1 januari 2026 in werking treden en volgt de huidige U&H-strategie op. De gemeente Rhenen heeft, naast 26 andere gemeenten en Gedeputeerde Staten, randvoorwaarden en spelregels meegegeven voor de verdere ambtelijke uitwerking van de doelen en prioriteiten. 3.6Terug- en vooruitblik In paragraaf 3.3 is aangegeven welke doelstellingen behaald en welke nog niet volledig. In paragraaf 3.4 is toegelicht welke actiepunten in 2025 zijn uitgevoerd en welke (nog) niet volledig zijn uitgevoerd. Er is geen aanleiding om doelen uit de U&H-strategie te laten vervallen, wel om deze te verfijnen. Alle doelen hebben betrekking op de lange termijn en zijn daarom opnieuw aangescherpt opgenomen in het Uitvoeringsprogramma 2026. De U&H-strategie wordt volgend jaar opnieuw geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Eind 2027 zal een nieuwe U&H-strategie worden vastgesteld. In 2025 zijn we gestart met het verder inzichtelijk maken van de benodigde capaciteit. Met het ontwikkelen van kengetallen voor vergunningverlening is een goed beeld ontstaan van de uren die nodig zijn voor de uitvoering van de wettelijke taken. Voor toezicht en handhaving is een eerste basis gelegd. Deze kengetallen werken we in 2026 verder uit. Daarnaast hebben we in 2025 beoordeeld in hoeverre we voldoen aan de Kwaliteitscriteria 3.0. Dit heeft inzicht gegeven in de deskundigheidsgebieden waar we wel, deels of niet aan voldoen. Dit inzicht is ook gedeeld met de gemeenteraad. In 2026 werken we dit verder uit en verwerken we deze inzichten in het opleidingsplan en de jaarlijkse rapportage aan de gemeenteraad. Ook actualiseren we in 2026 de doelen uit de U&H-strategie waar dit nodig is, bijvoorbeeld als deze niet aansluiten bij de werkelijkheid in praktijk of de provinciale beoordelingscriteria. Hiermee versterken we de beleidscyclus en sluiten we aan bij de verwachtingen van het IBT. Tot slot verbeteren we in 2026 het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma en zorgen we (net zoals in 2026) voor een tijdige vaststelling daarvan. Daarmee werken we verder aan een structurele verbetering van kwaliteit en onderbouwing van de U&H-taakuitvoering. 4.Wat gaan we doen in 2026? We zijn in staat om binnen de wettelijke kaders van de Omgevingswet en de Wkb, vergunningsaanvragen, meldingen en informatieplichten tijdig af te handelen. We houden toezicht op de verleende vergunningen en handhaven eventueel daarop. We beantwoorden korte inhoudelijke vragen (telefonisch of per e-mail) van burgers en bedrijven binnen de daarvoor gestelde servicenormen. We verwachten dat het aantal klachten hierdoor tot een minimum beperkt blijft. Ook spreken we initiatiefnemers aan op hun eigen gedrag. We leveren een bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het omgevingsplan (inclusief Toepasbare regels). Het omgevingsplan wordt de komende jaren fasegewijs opgebouwd. De belangrijkste processen die betrekking hebben op vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn in RX-Mission verwerkt. Gebleken is dat de mogelijkheden die RX-Mission biedt, nog niet optimaal worden gebruikt. Hierdoor werken we niet altijd efficiënt genoeg en is er ruimte voor verdere verbetering. In 2026 gaan we (op onderdelen) de U&H-strategie, het uitvoeringsprogramma en onze U&H-processen verder door ontwikkelen. Enerzijds op verbeterpunten vanuit het IBT, maar ook op basis van de wensen en behoeften die volgen uit de eigen evaluatie(
- s)en de landelijke/regionale ontwikkelingen. Anderzijds willen we in samenwerking en samenspraak met regionale werkgroep(en), U&H-verbeteringen (op onderdelen) doorvoeren. Bijvoorbeeld als het gaat om de risicoanalyse, de verschillende strategieën en uniformiteit. Dit geldt zowel voor de “thuistaken” als voor het regionale U&H-beleid. In de U&H-strategie 2024-2027 zijn de onderdelen als de visie, uitgangspunten, doelen en prioriteiten en strategieën opnieuw geformuleerd. We gaan onze documenten, processen en organisatie op basis hiervan nog verder door ontwikkelen en verbeteren. 4.1Beschikbare capaciteit In de U&H-strategie zijn de meest voorkomende U&H-taken binnen de fysieke leefomgeving benoemd. Voor de uitvoering van deze taken is in de gemeentelijke begroting 2026 … Fte (… uren) aan capaciteit beschikbaar gesteld. Hiervan is … Fte (… uren) vacature/ingeleend. Tijdens de uitvoering van de U&H-taken wordt de capaciteit en de financiële middelen constant bewaakt. In het jaarverslag wordt de uitvoering van het uitvoeringsprogramma geëvalueerd. De beschikbare capaciteit voor de uitvoering van de U&H-taken is in tabel 3 weergeven 1 Fte = 1.375 uren). TABEL 3: BESCHIKBARE CAPACITEIT Functie Team Formatie (Fte) Uren Adviseur Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ontwikkeling 1,00 1.375 Adviseur Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ontwikkeling 0,89 1.224 Adviseur Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ontwikkeling 0,89 1.224 Adviseur Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ontwikkeling 0,50 687.50 Adviseur Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ontwikkeling 0,89 1.224 Adviseur Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ontwikkeling 0,89 1.224 Adviseur Ruimtelijke Ordening (vacature) Ruimtelijke Ontwikkeling 0,60 825 subtotaal 5,66 Fte 7.783.5 uren Coördinator Omgevingsvergunningen Vergunningen 1,00 1.375 Coördinator Omgevingsvergunningen (vacature) Vergunningen 1,00 1.375 Coördinator Omgevingsvergunningen (vacature) Vergunningen 0,94 1292,5 Beleidsmedewerker Vergunningen, Uitvoering en Handhaving Vergunningen 1,00 1.375 Administratief Juridisch Medewerker (APV & Bijzondere Wetten) Vergunningen 1,00 1.375 subtotaal 4,94 Fte 6.792,5 uren Jurist handhaving Veiligheid, Toezicht en handhaving 1,00 1.375 Jurist handhaving Veiligheid, Toezicht en handhaving 1,00 1.375 Jurist Veiligheid, Toezicht en handhaving 0,89 1.222 Senior Boa (ingeleend) Veiligheid, Toezicht en handhaving 1,00 1.375 Boa Veiligheid, Toezicht en handhaving 1,00 1.375 Boa (ingeleend) Veiligheid, Toezicht en handhaving 1,00 1.375 Boa (ingeleend) Veiligheid, Toezicht en handhaving 1,00 1.375 Boa (ingeleend) Veiligheid, Toezicht en handhaving 0,76 1.045 Boa Domein 2 Veiligheid, Toezicht en handhaving 0,94 1.292,5 Toezichthouder Veiligheid, Toezicht en handhaving 0,56 770 Toezichthouder (vacature) Veiligheid, Toezicht en handhaving 1,00 1.375 subtotaal 10,15 Fte 13.954,5 uren Totaal 20,75Fte 28.530,5 uren Naast de beschikbare capaciteit wordt structureel gebruik gemaakt van specialisten van o.a. de ODU, de VRU, MooiSticht en een externe constructeur. Voor de basistaken die door de ODU worden uitgevoerd, wordt verwezen naar het uitvoeringsplan van de ODU. De beschikbare financiële middelen voor de formatie is geborgd door vastlegging in de gemeentebegroting 2026, die is gekoppeld aan de meerjarenbegroting. De geraamde uren en middelen van de ODU en VRU zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomsten en eveneens geborgd in de meerjarenbegroting. 4.2Benodigde capaciteit 4.2.1 Taakveld Omgevingswet Voor het bepalen van de capaciteit die nodig is om uitvoering te geven aan een uitvoerings- of handhavingstaak, is inzicht vereist in de urenraming voor het behandelen van een dossier. Deze urenraming bevat zowel de tijd die nodig is voor het inhoudelijk behandelen van een dossier, maar ook de tijd die nodig is voor de administratieve taken. Daarnaast zijn er een aantal factoren waar rekening mee moet worden gehouden bij het bepalen van de urenraming zoals voorbereiding, informatieve vragen (telefonisch of per e-mail), reistijd, verslaglegging bij controles ter plaatse, correspondentie, advisering van het college, bezwaar en beroep etc. In 2024 hebben we een start gemaakt met het ontwikkelen van kengetallen voor vergunningverlening, zowel in het kader van de Omgevingswet als in het kader van de APV en Bijzondere Wetten. Kengetallen zijn normuren die worden vastgesteld op basis van landelijke modellen, ervaringen van andere gemeenten of door het systematisch bijhouden van tijd. Onze ervaring is dat de werklast en capaciteit, in ieder geval binnen team Vergunningen, jarenlang min of meer gelijk is gebleven. De capaciteit was altijd voldoende om de reguliere U&H-taken tijdig en met voldoende kwaliteit uit te voeren. Met de komst van de Omgevingswet en de Wkb is het takenpakket echter veranderd en uitgebreid. In combinatie net de vele personele wisselingen is binnen de teams Vergunningen en Veiligheid, Toezicht en Handhaving al langere tijd sprake van een hogere werkdruk. Hoewel er personeel is ingehuurd, was er onvoldoende inzicht in hoeveel tijd is gemoeid met de reguliere én incidentele werkzaamheden. Daardoor kon de totale benodigde capaciteit niet goed worden bepaald. In 2025 hebben we de eerder ontwikkelde kengetallen verder geëvalueerd en geoptimaliseerd, mede op basis van de ervaringen en de gegevens uit 2024. De geactualiseerde kengetallen en de daarbij behorende urenraming zijn geïntegreerd in de begroting 2026. Hiermee zijn de kengetallen nadrukkelijk gebruikt als onderbouwing voor de benodigde capaciteit en formatie: zij geven inzicht in de structurele werkdruk en in de tijd die nodig is voor het uitvoeren van onze wettelijke taken. Daarnaast zijn we in 2025 gestart met het ontwikkelen van kengetallen voor toezicht en handhaving. Door personele wisselingen, uitval en een voortdurende hoge werkdruk was dit niet eenvoudig. Toch hebben we een belangrijke eerste stap kunnen zetten. We hebben in kaart gebracht welke toezicht- en handhavingstaken geschikt zijn om te normeren, welke gegevens hiervoor worden geregistreerd en hoe onze systemen hiervoor ingericht moeten worden. We doen dit door het bijhouden van tijd en het meten van werkdruk. Deze start vormt de basis om de kengetallen in 2026 verder uit te werken en te verfijnen. In tabel 4 is op basis van de verwachte aantallen producten in 2026 uitgerekend welke formatie nodig is voor het behandelen van deze producten in het kader van de Omgevingswet. Daar waar in de begroting 2026 geen specifieke aantallen zijn opgenomen, zoals voor de activiteit bouwen, zijn de aantallen in tabel 4 geraamd op basis van het aantal te verwachten aanvragen voor dit jaar. TABEL 4: BENODIGDE CAPACITEIT VERGUNNINGVERLENING Bovenstaande taken worden uitgevoerd door de coördinatoren en medewerkers Omgevingsvergunningen (hierna: vergunningverleners). Hiervoor hebben we 2,31 Fte nodig. Formatief is er 4,94 Fte beschikbaar. Er is 1 Fte ingevuld door een vaste beleidsmedewerker (gestart in eerste kwartaal 2025) die niet is belast met het uitvoeren van de reguliere taken uit Tabel 4. Daarnaast is er 1 Fte ingevuld door de Administratief juridisch medewerker die ook niet belast is met de taken uit tabel 4. Daarmee blijft er 2,94 Fte beschikbaar voor het behandelen van vergunningsaanvragen, meldingen en informatieplichten in het kader van de Omgevingswet. Binnen de gemeente Rhenen, team Vergunningen, is geen administratieve en juridische ondersteuning beschikbaar. Administratieve taken, zoals het versturen van ontvangstbevestigingen, publiceren van ontvangen aanvragen en verleende vergunningen worden door de vergunningverleners zelf uitgevoerd. De tijdsbesteding van deze taken is verwerkt in de kengetallen. Naast het uitvoeren van de reguliere taken zoals weergegeven in tabel 4, voeren de vergunningverleners ook andere taken uit. Deze taken met kengetallen zijn weergegeven in tabel 5. TABEL 5: OVERIGE TAKEN VERGUNNINGVERLENING Omschrijving Aantal Kengetal Totaal uren Werkverdeling en publicaties 52 1 52 Bezwaarzaken 10 5 50 Participatie - - 150 Coördineren adviesverzoeken welstand en monumenten 52 1,5 75 Key user RX-Mission 26 2 52 Adviseren legesbezwaren 5 1,5 7,5 Totaal 386,5 Naast het uitvoeren van de taken zoals weergegeven in tabel 4, wordt er per jaar 386,5 uur (0,28 Fte) besteed aan de taken zoals weergegeven in tabel 5. De totale tijdsbesteding bedraagt per jaar 3.569 uur (2,6 Fte). Hieruit volgt dat er enige ruimte is (0,34 Fte) voor het realiseren van doelstellingen die buiten de reguliere werkzaamheden om worden gesteld. Een aantal taken binnen het vergunningenproces zijn op dit moment nog niet (volledig) geautomatiseerd in RX-Mission. Het publiceren van nieuwe aanvragen en verleende vergunningen en het berekenen van de leges gebeurt nu nog handmatig. In 2025 hebben we alle standaardbrieven vernieuwd en verwerkt in RX-Mission. Ook is het proces in RX-Mission geoptimaliseerd en daardoor efficiënter ingericht. Hier zijn al grote stappen in gemaakt, maar voor 2026 ligt het doel op het verder verbeteren vanuit de gebruikerskant. Een aantal taken die door de vergunningverleners werden uitgevoerd zijn inmiddels belegd bij de nieuwe beleidsmedewerker, waaronder het maandelijks aanleveren van CBS-gegevens en het aanleveren van financiële gegevens (incl. controlevragen). Ook het jaarlijks aanleveren van de informatie aan het IBT is belegd bij de beleidsmedewerker. In tabel 6 is op basis van de verwachte aantallen producten in het kader van taken op toezicht en juridische handhaving uitgerekend welke formatie nodig is voor het afhandelen van deze producten. Daar waar in de begroting geen specifieke aantallen zijn opgenomen, zijn de aantallen geraamd op basis van de verwachte aantal toezicht- en handhavingszaken voor dit jaar. TABEL 6: BENODIGDE CAPACITEIT TOEZICHT EN HANDHAVING De taken zoals beschreven in bovenstaande tabel 6 worden uitgevoerd door de toezichthouders bouw. Hiervoor hebben we 1,56 fte nodig. Formatief is er in de begroting 2026 1,56 fte beschikbaar. Op dit moment kan nog niet specifiek worden aangegeven hoeveel controlemomenten er per bouwwerk 4.2.2Taakveld APV en Bijzondere Wetten In tabel 7 is op basis van de verwachte aantallen producten in het kader van de APV en Bijzondere Wetten uitgerekend welke formatie in 2026 nodig is voor het afhandelen van deze producten. Daar waar in de begroting geen specifieke aantallen zijn opgenomen, zijn de aantallen geraamd op basis van het aantal te verwachten aanvragen voor dit jaar. TABEL 7: BENODIGDE CAPACITEIT VERGUNNIGVERLENING APV EN BIJZONDERE WETTEN Bovenstaande taken worden uitgevoerd door de Administratief juridisch medewerker. Hier hebben we 1.023 uur (0,74 Fte) voor nodig. Formatief is er 1,00 Fte beschikbaar. Een “overcapaciteit” van 0,26 Fte. Naast het uitvoeren van de reguliere taken zoals weergegeven in tabel 7, voert de Administratief juridisch medewerker ook andere taken uit. De taken met bijbehorende kengetallen zijn weergegeven in tabel 8. TABEL 8: OVERIGE TAKEN VERGUNNINGVERLENING APV EN BIJZONDERE WETTEN Omschrijving Aantal Kengetal Totaal uren Geregistreerde terugbel- of contactverzoeken 60 0,5 30 Niet-geregistreerde terugbel- of contactverzoeken 135 0,5 67,5 Aanvraag duurzaamheidslening 30 2 60 Aanvraag intakegesprek woonurgentie 125 1 125 Input beleid 7 5 35 Bezwaarzaken 4 5 20 Website 4 5 20 Totaal 357,5 Naast het uitvoeren van de taken zoals weergegeven in tabel 7, wordt er per jaar 357,5 uur (0,26 Fte) besteed aan de genoemde taken als weergegeven in tabel 8. De totale tijdsbesteding door de Administratief juridisch medewerker bedraagt per jaar 1.398 uur (1,02 Fte). Hieruit volgt dat de Administratief juridisch medewerker meer dan gemiddeld productief is. Dat is in de praktijk ook daadwerkelijk het geval. De werkdruk bij de Administratief juridisch medewerker is al jaren (
- te)hoog. Interne (team)overleggen worden daarom tot een minimum beperkt. Hieruit volgt dat er geen ruimte is voor het realiseren van doelstellingen die buiten de reguliere werkzaamheden om worden gesteld. 4.2.3Taakveld Boa In de begroting 2026 zijn de verschillende taken binnen het taakveld Boa domein 1 niet nader gespecificeerd. Totaal is het voor het Taakveld Boa 7.837 uur (5,70 Fte) opgenomen. Hiervoor is 0,94 Fte voor Boa domein 2 gereserveerd. Dat houdt in dat er voor Boa domein 1 4,76 Fte beschikbaar is. Dit is een verruiming ten opzichte van vorig jaar (4,50 Fte) met 0,26 Fte. In tabel 9 is de geraamde inzet per taak weergegeven. TABEL 9:BENODIGDE CAPACITEIT BOA Omschrijving Geraamde inzet (uur) Fte Parkeren 4.909,5 3,57 Jeugd, jeugdoverlast 624 0,45 Alcoholwet samen met exploitatievergunningen 72 0,05 Wet op kansspelen 72 0,05 Ondermijning en controles BRP 510 0,37 Evenementen of markten 433 0,31 Spitsafsluitingen/geslotenverklaringen 222 0,16 Afval 156 0,11 Overige APV 776 0,56 Totaal 7.774,5 5,63 De totaal geraamde capaciteit die nodig is voor het uitvoeren van de taken binnen het taakveld Boa domein 1 bedraagt 7.774,5 uur (5,63 Fte). Met de beschikbare formatie van 4,76 Fte betekent dit dat er 0,87 Fte extra nodig is om de gestelde doelen te kunnen bereiken. 4.3Kwaliteitscriteria 3.0 Voor het uitvoeren van de U&H-taken gelden voorwaarden ten aanzien van de organisatie, inrichting en de informatievoorziening om kwaliteit te kunnen leveren. Kwaliteit is het realiseren van de geformuleerde doelstellingen. Belangrijk voor het leveren van kwaliteitsproducten is de beschikbaarheid van vakmanschap en expertise en borging van de kwaliteit. Als kwaliteitsafspraken niet worden vastgelegd, gemonitord en gerapporteerd is er een sterke mate van afhankelijkheid van de individuele medewerker. Kwaliteit is enerzijds het realiseren van de afgesproken doelstellingen en anderzijds het voldoen aan de wettelijke eisen. Deze doelstellingen zijn door B&W in de “Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Rhenen 2022” vastgesteld en geven de in de kern aan wat vanuit de afdeling Fysiek Domein wordt bijgedragen aan de maatschappelijke opgaven. In de verordening is een verplichting opgenomen om te voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria 2.3
(2022), Deel B (en haar rechtsopvolgers). De kwaliteitscriteria hebben zowel betrekking op de kwaliteit van de organisatie als de kwaliteit van de medewerkers. De kwaliteitscriteria zijn vernieuwd en ingegaan op 1 januari 2025. De set kwaliteitscriteria bestaat uit vier onderdelen: Deel A – Inleiding en toelichting Deel B – Criteria voor de kritieke massa van een organisatie Deel C – Procescriteria voor VTH-uitvoering Deel D – Competentieprofielen Van de 23 deskundigheidsgebieden ligt de uitvoering van 5 deskundigheidsgebieden bij medewerkers van de gemeente zelf. De overige deskundigheidsgebieden zijn belegd bij onze samenwerkingspartners, waaronder de ODRU (vanaf 1 januari 2026 ODU), de VRU, Welstand en de externe constructeur. Van de 5 gemeentelijke deskundigheidsgebieden voldoet de gemeente aan 1 gebied volledig, aan 2 gebieden gedeeltelijk en aan 2 gebieden niet. De deskundigheidsgebieden waar momenteel niet aan wordt voldaan, zijn ‘Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening’ en ‘Behandelen juridische zaken’. Voor ‘Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening’ is in de begroting 2026 1 fte extra opgenomen om een extra toezichthouder aan te trekken die aan de gestelde criteria voldoet. Voor ‘Behandelen juridische zaken’ beschikt de gemeente momenteel niet over juridisch medewerkers met de vereiste expertise op het gebied van vergunningverlening. Dit wordt opgelost door het inhuren van juridisch specialisten die wel aan de kwaliteitscriteria voldoen. Daarnaast start in december 2025 een nieuwe casemanager vergunningverlening met de benodigde juridische kennis. Ook onze samenwerkingspartners moeten voldoen aan de geldende Kwaliteitscriteria U&H. De ODRU heeft in de tweede helft van 2023 de stand van zaken beoordeeld op basis van de Kwaliteitscriteria 2.3. Uit deze nulmeting blijkt dat de ODRU op 14 van de 23 deskundigheidsgebieden (nog) niet volledig voldoet. De verwachting is dat zij hun analyse op basis van Kwaliteitscriteria 3.0 in februari 2026 aanleveren als onderdeel van de IBT-rapportage. De VRU heeft ook in kaart gebracht of de organisatie voldoet aan de Kwaliteitscriteria 2.2 voor de deskundigheidsgebieden ‘Brandveiligheid’ en ‘Omgevingsveiligheid’. Uit deze analyse blijkt dat de VRU aan de eisen voldoet. Momenteel onderzoekt de VRU of zij ook voldoen aan de Kwaliteitscriteria 3.0. Voor onze externe constructeur en Welstand geldt dat zij voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de Kwaliteitscriteria 3.0 deel B via het Uitvoeringsprogramma 2026. 4.4Belangrijke doelen 2026 In paragraaf 3.4 van de U&H-strategie zijn de zeven landelijke risicothema’s benoemd die een hoge prioriteit hebben gekregen en de hoogste prioriteiten die volgen uit de risico- en gebiedsanalyse (bijlagen 2, 2a, 2b en 3 van de U&H-strategie) die door de gemeente zelf is opgesteld. Daarnaast zijn locatiespecifieke risico’s benoemd. De prioriteiten zijn in paragraaf 3.5 vertaald naar concrete en meetbare uitvoerings- en handhavingsdoelen. Bij de doelen is aangegeven of deze volgen uit de landelijke prioriteiten of uit de lokale prioriteiten. De belangrijkste doelen voor vergunningverlening die volgen uit de risico- en gebiedsanalyse van de U&H-strategie zijn: Doelen in het kader van het beperken van risico’s met betrekking tot de zeven landelijke risicothema’s: Elk jaar wordt 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t een technische bouwactiviteit (gevolgklasse 2 en 3) vooraf door de externe constructeur getoetst volgens het risicogestuurde toetsingsprotocol en vastgelegd, waardoor het aantal grote bouwincidenten met slachtoffers van een (gedeeltelijke) instorting als gevolg van een constructiefout elk jaar 0 is; Elk jaar wordt 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t. een technische bouwactiviteit voor publiektoegankelijke bouwwerken (gevolgklasse 2 en 3) vooraf door de VRU getoetst volgens het risicogestuurde toetsingsprotocol en vastgelegd, waardoor het aantal grote incidenten met slachtoffers als gevolg van een brandonveilig gebouw elk jaar 0 is; Elk jaar reduceert het team Vergunningen het aantal onterecht of onvoldoende onderbouwde afwijkingen van het omgevingsplan met 10% door het uitvoeren van een collegiale toets, zodat het aantal gegronde bezwaren tegen besluiten met een afwijking maximaal 2 per jaar is; Elk jaar wordt bij 100% van de asbest sloopmeldingen een geldige asbestinventarisatie aangeleverd en getoetst door de ODU, zodat ernstige gezondheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd; Elk jaar wordt 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t. risicovolle milieubelastende activiteiten getoetst volgens de risicobeoordelingschecklist van de ODU, zodat risico’s op ernstige milieu- en veiligheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd; Elk jaar wordt bij 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t. bodemgevoelige gebouwen of -locaties een geldig bodemonderzoek aangeleverd en getoetst door de ODU, zodat ernstige gezondheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd; Elk jaar wordt 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t. bedrijven die in de risicomatrix hoog zijn ingeschaald gecontroleerd volgens de risicobeoordelingschecklisten van de VRU en ODU, zodat risico’s op ernstige milieu- en veiligheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. Doel in het kader van het bijdragen aan de uitvoering van de mobiliteitsagenda om parkeeroverlast te beperken: Elk jaar wordt minimaal 90% van de vergunningsaanvragen getoetst aan de beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds, zodat de parkeeroverlast gemeentebreed met minimaal 15% wordt verminderd. Doel in het kader van het realiseren en behouden van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving voor inwoners en ondernemers: Elk jaar wordt bij minimaal 90% van de vergunningsaanvragen m.b.t. een technische bouwactiviteit, een bouwmelding (Wkb) of sloopmelding de (uitgebreide) risicomatrix vooraf ingevuld en getoetst, zodat het aantal geregistreerde meldingen over bouw- en sloopveiligheid elk jaar met 10% afneemt. Doel in het kader van het beperken van locatiespecifieke risico’s: Elk jaar wordt bij 90% van de vergunningsaanvragen m.b.t. een technische bouwactiviteit of een bouwmelding (Wkb) getoetst of er rekening is gehouden met eventuele locatiespecifieke risico’s, zodat het aantal grote (bouwtechnische) incidenten die zijn voortgekomen uit locatiespecifieke risico’s elk jaar 0 is. Doel in het kader van het beschermen van cultureel erfgoed: Elk jaar wordt 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t. cultureel erfgoed vooraf getoetst door de CRK en/ of gemeentelijke monumentencommissie en/ of de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), zodat risico’s op het beschadigen of verloren gaan van cultureel erfgoed tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. Doel in het kader van het beperken van risico’s met betrekking tot ondermijning: Elk jaar wordt er minimaal 1 crimineel samenwerkingsverband in kaart gebracht én juridische handhaving of vervolging gestart. De belangrijkste doelen voor toezicht en handhaving die volgen uit de risico- en gebiedsanalyse van de U&H-strategie zijn: Doelen in het kader van het beperken van risico’s met betrekking tot de zeven landelijke risicothema’s: Elk jaar wordt 100% van de verleende omgevingsvergunningen m.b.t een technische bouwactiviteit (gevolgklasse 2 en 3) tijdens de uitvoering risicogestuurd gecontroleerd volgens de toezichtmatrix, waardoor het aantal grote bouwincidenten met slachtoffers van een (gedeeltelijke) instorting als gevolg van een constructiefout elk jaar 0 is; Elk jaar vindt toezicht op brandveiligheid van bestaande bouw plaats op basis van een gezamenlijk controleprogramma VRU/ gemeente, waardoor het aantal grote incidenten met slachtoffers als gevolg van een brandonveilig gebouw elk jaar 0 is. Elk jaar start team Handhaving ambtshalve minimaal 5 handhavingszaken (niet voortvloeiend uit een handhavingsverzoek) wegens illegaal gebruik, waarbij de voortgang elk kwartaal wordt geëvalueerd; Elk jaar wordt 100% van de geconstateerde illegale saneringen van asbest direct opgevolgd door een handhavingstraject, zodat ernstige gezondheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd; Elk (half) jaar worden risicovolle Mba’s risicogestuurd en themagestuurd gecontroleerd, volgens een opgesteld toezichtplan waarin aan de hand van mogelijke risico’s wordt beschreven waar tijdens de controle extra nadruk op wordt gelegd; Elk jaar wordt 100% van de geconstateerde toepassingen van verontreinigde grond, direct opgevolgd door corrigerende maatregelen, zodat ernstige gezondheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd; Periodiek worden alle bedrijven die in de risicomatrix hoog zijn ingeschaald gecontroleerd volgens de risicobeoordelingschecklisten van de VRU en ODU, zodat risico’s op ernstige milieu- en veiligheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. Doel in het kader van het bijdragen aan de uitvoering van de mobiliteitsagenda om parkeeroverlast te beperken: Elk jaar voert team Handhaving gerichte controles en communicatieacties uit volgens het jaarlijkse uitvoeringsprogramma, waardoor het aantal geregistreerde meldingen en geconstateerde overtredingen m.b.t. parkeeroverlast elk jaar gemeentebreed met minimaal 15% verminderd. Doel in het kader van het realiseren en behouden van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving voor inwoners en ondernemers: Elk jaar wordt 100% van de verleende omgevingsvergunningen waarbij een bouw- of sloopveiligheidsplan aanwezig is tijdens de uitvoering gecontroleerd, zodat het aantal geregistreerde meldingen over bouw- en sloopveiligheid elk jaar met 10% afneemt. Doel in het kader van het beperken van locatiespecifieke risico’s: Elk jaar wordt 100% van de verleende omgevingsvergunningen m.b.t. een technische bouwactiviteit, een bouwmelding (Wkb) of een sloopmelding tijdens de uitvoering gecontroleerd of er rekening wordt gehouden met eventuele locatiespecifieke risico’s, zodat het aantal grote (bouwtechnische) incidenten die zijn voortgekomen uit locatiespecifieke risico’s elk jaar 0 is. Doel in het kader van het beschermen van cultureel erfgoed: Elk jaar wordt 100% van de verleende omgevingsvergunningen m.b.t cultureel erfgoed tijdens de uitvoering gecontroleerd, waardoor het aantal incidenten waarbij cultureel erfgoed is beschadigd of verloren is gegaan elk jaar 0 is. Doel in het kader van het beperken van risico’s met betrekking tot ondermijning: Elk jaar wordt er minimaal 1 crimineel samenwerkingsverband in kaart gebracht én juridische handhaving of vervolging gestart. 4.5Productbladen In deze paragraaf worden de voorgenomen U&H-taken voor 2026 genoemd. Deze taken zijn uitgewerkt in productbladen (bijlage 2). Ontwikkelingen, behaalde resultaten en cijfers van het jaar 2025 zijn gebruikt als basis voor de nieuwe programmering. De taken zijn onderverdeeld in: Taakveld Omgevingswet Taakveld APV en Bijzondere Wetten Taakveld Juridisch Taakveld Toezicht Taakveld Boa domein 1 Taakveld Boa domein 2 Taakveld Beleidsmatige en organisatorische ondersteuning Per productblad van de uit te voeren U&H-taak staan de volgende onderdelen zo concreet mogelijk beschreven: Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Relatie met de visie en prioriteiten uit de U&H-strategie 2024-2027 - Wat vinden we belangrijk? Doelstellingen - Welk(
- e)doel(
- en)willen we met deze taak/activiteit bereiken? Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Strategie uit de U&H-strategie 2024-2027 - Hoe gaan we dit doen? Uitvoering - Wie gaat dit doen? Uitvoeringsprogramma 2024 - Wat zouden we doen in 2025? Evaluatie – Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025) Uitvoeringsprogramma 2026 - Wat gaan we in het nieuwe jaar doen? Hoeveel capaciteit kennen we hieraan toe (urenraming)? In tabel 10 zijn de voorgenomen U&H-taken voor 2026 benoemd. In de doorontwikkeling van de invulling van de U&H-strategie kunnen er meer details in de productbladen worden verwerkt. Ook kunnen er (desgewenst) meer productbladen worden toegevoegd en ingevuld, bijvoorbeeld op één specifieke taak, activiteit of project. Met de huidige opzet/invulling leggen we voor de toekomst de basis hiervoor. TABEL 10: TAAKVELDEN U&H 4.6Actiepunten 2026 Naast de reguliere U&H-taken en de taken die volgen uit de probleem- en risicoanalyse zijn er een aantal actiepunten waar we in 2026 (verder) aan willen gaan werken: De kengetallen voor toezicht en handhaving evalueren en verder specificeren. Daarbij worden toezichtcontroles opgesplitst in categorieën bouwwerken; De kwaliteitscriteria 3.0 deel B opnieuw actualiseren en deel D verwerken met Personeelszaken en het management om te verwerken in de jaarlijkse reflectiegesprekken; Optimaliseren van de werkprocessen, de procedures en de bijbehorende informatievoorziening voor de activiteiten Bouwen en RO. Ook in de taakapplicatie RX.Mission; Voor het plaatsen van tijdelijke (bouw)objecten aan de openbare weg (opslag roerende zaken) niet meer het instrument omgevingsvergunning gebruiken, maar een eenvoudige APV-vergunning die via een webformulier op de website kan worden aangevraagd en in een zaaksysteem kan worden afgehandeld; De financiële en organisatorische impact van de Wkb (waar mogelijk) monitoren. Bijlage2:Productbladen Taakveld Omgevingswet Taakveld Omgevingswet 1. Participatie Omschrijving van de taak/activiteit Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft toepassing geven aan het participatiebeleid en de participatieverordening door een initiatief voorafgaand aan een vergunningsaanvraag met alle betrokkenen te bespreken, bijvoorbeeld via het omgevingsoverleg. De gemeenteraad heeft in 2023 het “Besluit participatieplichtige activiteiten bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit” vastgesteld. Voor aangewezen gevallen is participatie verplicht bij aanvragen met betrekking tot een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De vergunningverlener toetst in die gevallen of er aan participatie is gedaan door de initiatiefnemer en op welke wijze de resultaten zijn vastgelegd. Relatie met visie en prioriteiten U&H-strategie 2024-2027 Wat vinden we belangrijk? In de Visie op Rhenen 2035 is beschreven hoe we samen werken aan de manier waarop we willen wonen, werken, leven, winkelen en recreëren in de gemeente Rhenen. In de Visie op Rhenen staat één vraag centraal: hoe willen we dat Rhenen zich de komende jaren ontwikkelt? Wat zijn onze ambities en met welke opgaven willen we aan de slag? Denk daarbij aan nieuwe woningen, ruimte voor bedrijven, bereikbaarheid, energietransitie, klimaatverandering, cultuur, leefbaarheid, gezondheid, et cetera. Participatie is een belangrijk instrument om in te zetten bij de verdere ontwikkeling van de gemeente Rhenen. Met onze missie dragen we bij aan het waarmaken van de omgevingsvisie. We werken daarbij vanuit het fundament van de gemeente Rhenen (paragraaf 3.2 van de U&H-strategie 2024-2027). Participatie vindt niet risicogestuurd plaats. De verplichting volgt uit het participatiebeleid en de participatieverordening. Doelstellingen Welk(
- e)doel(
- en)willen we met deze taak/activiteit bereiken? Deze taak is niet concreet benoemd in de U&H-strategie, maar kan worden gerelateerd aan de interne kwaliteitsdoelstelling(
- en)“Dienstverlening” en “Uitvoeringskwaliteit”. Het doel van participatie is enerzijds een breder draagvlak creëren, maar anderzijds ook belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) te betrekken bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Bij voorkeur in een vroeg stadium van de besluitvorming, nog voordat de formele besluitvormingsprocedure aanvangt. Monitoringsindicatoren Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal initiatieven waarbij participatie voorafgaand aan een vergunningsaanvraag heeft plaatsgevonden. Aantal aanvragen met betrekking tot een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) waarbij participatie verplicht is gesteld. Strategie uit de U&H-strategie 2024-2027 Hoe gaan we dit doen? Participatie vindt plaats volgens de Vergunningenstrategie (paragraaf 4.2 en bijlage 5 van de U&H -strategie 2024-2027), het “Besluit participatieplichtige activiteiten bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit” en de “Wegwijzer participatie”. Uitvoering Wie gaat dit doen? Gemeente, Team Vergunningen (coördinator/medewerker Omgevingsvergunningen) en team Ruimtelijke Ordening (adviseur RO). Uitvoeringsprogramma 2025 Wat zouden we doen in 2025? Voor het uitvoeren van deze taak is 172 uur (0,13 Fte) in de begroting 2025 opgenomen: Medewerker Omgevingsvergunningen: 137 uur Coördinator Omgevingsvergunningen: 35 uur Evaluatie Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025) Naar aanleiding van een bezwaarzaak wordt alsnog nog 1 buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) voor advies voorgelegd aan de raad. Voor de grotere woningbouwprojecten is altijd een wijziging van het omgevingsplan vereist, waarbij participatie een verplicht onderdeel is. Uitvoeringsprogramma 2026 Wat gaan we in het nieuwe jaar doen? Hoeveel capaciteit kennen we hieraan toe (urenraming)? Deze taak is aanbodgestuurd. Het aantal bestede uren aan deze taak wordt uiteindelijk bepaald door het werkelijke aantal initiatieven waarbij participatie voorafgaand aan een vergunningsaanvraag heeft plaatsgevonden en het werkelijke aantal ingediende vergunningsaanvragen waarbij participatie verplicht is gesteld (bij bopa’s in aangewezen gevallen). Voor het uitvoeren van deze taak is 150 uur (0,11 Fte) in de begroting 2026 opgenomen: Medewerker Omgevingsvergunningen: 61 uur Coördinator Omgevingsvergunningen: 61 uur Vergunningverlener (inhuur): 28 uur Er zijn geen specifieke doelstellingen die extra inzet vergen. Deze taak is onderdeel van de reguliere werkzaamheden van de vergunningverleners. Taakveld Omgevingswet 2. Voorfase Omschrijving van de taak/activiteit Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft het behandelen principeverzoeken en schetsplannen. Voorafgaand aan een formele vergunningsaanvraag, kan een initiatiefnemer erachter komen of er een kans is dat de gemeente wil meewerken aan een plan. Hiervoor worden twee mogelijkheden geboden: Principeverzoek: als een plan niet past binnen het omgevingsplan, dan kan een planologische procedure worden doorlopen om het omgevingsplan aan te passen of er kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Om erachter te komen of de gemeente wil meewerken aan een plan, kan een principeverzoek worden ingediend. Als antwoord op een principeverzoek volgt een principe-uitspraak. Deze principe-uitspraak maakt duidelijk hoe het college tegen een plan aankijkt. Een principe-uitspraak kan inhouden dat het college positief is over het plan, dat er aanpassingen nodig zijn voordat de gemeente kan meewerken of dat het college het plan niet realiseerbaar acht. Een principe-uitspraak is geen formeel besluit. Voor het behandelen van een principeverzoek worden leges in rekening gebracht; Schetsplan: Als voor bouwen of verbouwen een omgevingsvergunning nodig is, dan kan een initiatiefnemer het bouwplan van tevoren door de gemeente laten beoordelen. Hiervoor kan een schetsplan worden ingediend. Het bouwplan wordt dan getoetst aan de Welstandsnota en het omgevingsplan van de gemeente. Voor het behandelen van een schetsplan worden leges in rekening gebracht; Telefonisch: Kort telefonisch overleg over haalbaarheid van een plan. Bijvoorbeeld over vergunningsvrij bouwen; E-mail: Korte informatie over de haalbaarheid van een plan. Bijvoorbeeld over vergunningsvrij bouwen. Relatie met visie en prioriteiten U&H-strategie 2024-2027 Wat vinden we belangrijk? In de Visie op Rhenen 2035 is beschreven hoe we samen werken aan de manier waarop we willen wonen, werken, leven, winkelen en recreëren in de gemeente Rhenen. In de Visie op Rhenen staat één vraag centraal: hoe willen we dat Rhenen zich de komende jaren ontwikkelt? Wat zijn onze ambities en met welke opgaven willen we aan de slag? Denk daarbij aan nieuwe woningen, ruimte voor bedrijven, bereikbaarheid, energietransitie, klimaatverandering, cultuur, leefbaarheid, gezondheid, et cetera. Het behandelen principeverzoeken en schetsplannen heeft een positief effect op de thema’s leefbaarheid en gezondheid. Met onze missie dragen we bij aan het waarmaken van de omgevingsvisie. We werken daarbij vanuit het fundament van de gemeente Rhenen (paragraaf 3.2 van de U&H-strategie 2024-2027). Het behandelen van principeverzoeken en schetsplannen is niet opgenomen in de risicoanalyse van de U&H-strategie en zodoende niet geprioriteerd. Doelstellingen Welk(
- e)doel(
- en)willen we met deze taak/activiteit bereiken? Deze taak is niet concreet benoemd in de U&H-strategie, maar kan worden gerelateerd aan de interne kwaliteitsdoelstelling(
- en)“Dienstverlening” en “Uitvoeringskwaliteit”. Met de voorfase wordt beoogd om voorafgaand aan een eventuele vergunningsaanvraag, de haalbaarheid van een plan te onderzoeken, de mogelijke knelpunten in beeld te brengen. 100% van de principeverzoeken en schetsplannen wordt behandeld. Monitoringsindicatoren Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal ingediende en afgehandelde principeverzoeken en schetsplannen. Strategie uit de U&H-strategie 2024-2027 Hoe gaan we dit doen? Het behandelen van principeverzoeken en schetsplannen vindt plaats volgens de Vergunningenstrategie (paragraaf 4.2 en bijlage 5 van de U&H -strategie 2024-2027). Uitvoering Wie gaat dit doen? Gemeente, team Vergunningen (coördinator/medewerker Omgevingsvergunningen) en team Ruimtelijke Ontwikkeling (adviseur Ruimtelijke Ordening). Adviserende samenwerkingspartners. Uitvoeringsprogramma 2025 Wat zouden we doen in 2025? In de begroting 2025 zijn de volgende aantallen geraamd: Principeverzoek: 35 stuks Schetsplan: 22 stuks Daarnaast vergt kort telefonisch overleg of het beantwoorden van een e-mail over de haalbaarheid van een plan, bijvoorbeeld over vergunningsvrij bouwen, extra inzet van de vergunningverleners om aan de interne kwaliteitsdoelstelling “Dienstverlening” te voldoen. Hiervoor hebben we 500 stuks geraamd, gemiddelde inzet 0,5 uur (250 uur). Evaluatie Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025) In 2025 zijn de volgende aantallen gerealiseerd: Principeverzoek: 22 stuks Schetsplan: 12 stuks Gebleken is dat kort telefonisch overleg of het beantwoorden van een e-mail over de haalbaarheid van een plan, bijvoorbeeld over vergunningsvrij bouwen, erg veel tijd en inzet vraagt van de vergunningverleners. Deze tijd wordt ook niet gedekt door leges. Zowel het aantal gerealiseerde principeverzoeken als het aantal gerealiseerde schetsplannen ligt een stuk lager dan begroot. In 2026 gaan we sneller verwijzen naar het indienen van een principeverzoek of schetsplan. Uitvoeringsprogramma 2026 Wat gaan we in het nieuwe jaar doen? Hoeveel capaciteit kennen we hieraan toe (urenraming)? Deze taak is aanbodgestuurd. Het aantal bestede uren aan deze taak wordt uiteindelijk bepaald door het werkelijke aantal ingediende principeverzoeken en schetsplannen. In de begroting 2026 zijn de volgende aantallen geraamd: Principeverzoek: 35 stuks, gemiddelde inzet 15 uur (525 uur) Schetsplan: 22 stuks, gemiddelde inzet 10 uur (220 uur) Daarnaast vergt kort telefonisch overleg of het beantwoorden van een e-mail over de haalbaarheid van een plan, bijvoorbeeld over vergunningsvrij bouwen, extra inzet van de vergunningverleners om aan de interne kwaliteitsdoelstelling “Dienstverlening” te voldoen. Hiervoor hebben we 1000 stuks geraamd, gemiddelde inzet 0,75 uur (750 uur). De totaal geraamde inzet voor het uitvoeren van deze taak in 2026 bedraagt 1.495 uur (1,09 fte). Voor het uitvoeren van deze taak is 1.720 uur (1,25 Fte) in de begroting 2026 opgenomen: Medewerker Omgevingsvergunningen: 237 uur Coördinator Omgevingsvergunningen: 158 uur Vergunningverlener (inleen): 64 uur Adviseur RO: 1.261 uur Taakveld Omgevingswet 3.. Omgevingsvergunning, melding activiteiten en informatieplicht Omschrijving van de taak/activiteit Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft het behandelen van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken (opa bouwen, technisch bouwen), bopa’s, cultureel erfgoed en werelderfgoed, aanlegactiviteiten (uitweg/ uitrit, archeologie) en overige activiteiten (kappen van bomen, reclame, opslaan van roerende zaken). Deze taak betreft tevens het behandelen van meldingen activiteiten en informatieplichten. De taak begint met de ontvangst van de aanvraag, de volledigheidstoets, de inhoudelijke beoordeling (waaronder de advisering door één of meerdere samenwerkingspartners) en wordt afgerond door: Het verlenen van de vergunning; Het weigeren van de vergunning; Het buiten behandeling laten van de aanvraag; Het intrekken van de aanvraag op verzoek van de aanvrager; Het accepteren van de melding of informatieplicht. De processtappen, checklists, termijnbewaking en standaardbrieven zijn vastgelegd in het zaaksysteem RX-Mission. Relatie met visie en prioriteiten U&H-strategie 2024-2027 Wat vinden we belangrijk? In de Visie op Rhenen 2035 is beschreven hoe we samen werken aan de manier waarop we willen wonen, werken, leven, winkelen en recreëren in de gemeente Rhenen. In de Visie op Rhenen staat één vraag centraal: hoe willen we dat Rhenen zich de komende jaren ontwikkelt? Wat zijn onze ambities en met welke opgaven willen we aan de slag? Denk daarbij aan nieuwe woningen, ruimte voor bedrijven, bereikbaarheid, energietransitie, klimaatverandering, cultuur, leefbaarheid, gezondheid, et cetera. Het verlenen van omgevingsvergunningen voor de hiervoor genoemde activiteiten heeft een positief effect op de thema’s leefbaarheid en gezondheid. Met onze missie dragen we bij aan het waarmaken van de omgevingsvisie. We werken daarbij vanuit het fundament van de gemeente Rhenen (paragraaf 3.2 van de U&H-strategie 2024-2027). Het behandelen van aanvragen voor een omgevingsvergunning is één van de kerntaken binnen VTH en vindt risicogestuurd plaats. De prioritering is afhankelijk van de bouwwerk categorie. Bijvoorbeeld bouwwerken met een publieksfunctie hebben een hoge prioriteit gekregen en de eenvoudige(
- re)woonfuncties hebben een lage prioriteit gekregen. De volledige risicoanalyse per bouwwerk categorie is opgenomen in “bijlage 2A Risicoanalyse vergunningverlening” van de U&H-strategie. Het beperken van risico’s met betrekking tot de zeven landelijke risicothema’s, het beperken van locatiespecifieke risico’s en het beschermen van cultureel erfgoed heeft een hoge prioriteit heeft gekregen. Doelstellingen Welk(
- e)doel(
- en)willen we met deze taak/activiteit bereiken? 100% van de aanvragen voor een omgevingsvergunning wordt behandeld. Door preventief en risicogestuurd te toetsen volgens de toetsmatrix Bbl, worden risico’s met betrekking tot de aspecten veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid bij de uit te voeren activiteiten, zo veel mogelijk beperkt. Monitoringsindicatoren Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal ingediende en afgehandelde aanvragen voor een omgevingsvergunning; Aantal grote bouwincidenten van een (gedeeltelijke) instorting als gevolg van een constructiefout; Aantal grote incidenten als gevolg van een brandonveilig gebouw; Aantal bouwtechnische incidenten dat is voortgekomen uit locatiespecifieke risico’s; Aantal incidenten waarbij cultureel is beschadigd of verloren is gegaan. Strategie uit de U&H-strategie 2024-2027 Hoe gaan we dit doen? Het behandelen van aanvragen voor een omgevingsvergunning vindt plaats volgens de Vergunningenstrategie (paragraaf 4.2 en bijlage 5 van de U&H -strategie 2024-2027). Daarbij vindt de toetsing aan de bouwtechnische eisen uit het Bbl risicogestuurd plaats volgens de toetsmatrix Bbl. Uitvoering Wie gaat dit doen? Gemeente, team Vergunningen (coördinator/medewerker Omgevingsvergunningen). Adviserende samenwerkingspartners. Uitvoeringsprogramma 2025 Wat zouden we doen in 2025? In de begroting 2025 zijn de volgende aantallen geraamd: Voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken: 169 stuks Voor activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed: 3 stuks Voor aanlegactiviteiten (uitweg/inrit, archeologie): 6 stuks Voor overige activiteiten (kappen van bomen, reclame, opslaan van roerende zaken, hogere waarden geluid): 45 stuks Evaluatie Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025) In 2025 zijn de volgende aantallen gerealiseerd: Voor de activiteit bouwen: 69 stuks Voor de activiteiten kappen: 6 stuks Voor de activiteit opslaan roerende zaken: 36 stuks Voor de activiteit Uitweg/ uitweg: 3 stuks Voor de activiteit strijdig gebruik (zonder bouwen): 0 stuks Voor de activiteit overig (o.a. aanleg): 24 stuks Uitvoeringsprogramma 2026 Wat gaan we in het nieuwe jaar doen? Hoeveel capaciteit kennen we hieraan toe (urenraming)? Deze taak is aanbodgestuurd. Het aantal bestede uren aan deze taak wordt uiteindelijk bepaald door het werkelijke aantal ingediende aanvragen voor een omgevingsvergunning, meldingen activiteit en informatieplichten. Voor 2026 zijn de volgende aantallen geraamd: Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen: Cat. 1 (Opa): 90 stuks, gemiddelde inzet 10 uur (900 uur) Cat. 1 (Bbl): 60 stuks, gemiddelde inzet 2,5 uur (150 uur) Cat. 2 (Opa): 8 stuks, gemiddelde inzet 20 uur (160 uur) Cat. 2 (Bbl), 5 stuks, gemiddelde inzet 5 uur (25 uur) Cat. 3 Opa), 3 stuks, gemiddelde inzet 35 uur (105 uur) Cat. 3 (Bbl), 3 stuks, gemiddelde inzet 10 uur (30 uur) Omgevingsvergunning voor de activiteit kappen: 8 stuks gemiddelde inzet 5 uur (40 uur) Omgevingsvergunning voor de activiteit opslaan roerende zaken: 33 stuks gemiddelde inzet 5 uur (165 uur) Omgevingsvergunning voor de activiteit Uitweg/ uitweg: 3 stuks, gemiddelde inzet 5 uur (15 uur) Omgevingsvergunning voor de activiteit strijdig gebruik: 2 stuks, gemiddelde inzet 15 uur (30 uur) Omgevingsvergunning voor de activiteit overig (o.a. aanleg): 6 stuks, gemiddelde inzet 5 uur (30 uur) Melding activiteit: 15 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (22,5 uur) Informatieplicht: 10 stuks, gemiddelde inzet 0,5 uur (5 uur) De totaal geraamde inzet voor het uitvoeren van deze taak in 2026 bedraagt 1.677,5 uur (1,22 fte). Voor het uitvoeren van deze taak is 1.949 uur (1,42 Fte) in de begroting 2026 opgenomen: Medewerker Omgevingsvergunningen: 1.000 uur Coördinator Omgevingsvergunningen: 563 uur Vergunningverlener (inleen): 386 uur Taakveld APV en Bijzondere Wetten Taakveld APV en Bijzondere Wetten 4. Overige vergunningen Omschrijving van de taak/activiteit Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft het behandelen van aanvragen tot: Het verlenen van een vergunning voor het tijdelijke plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg als bedoeld in artikel 2:10 van de APV voor: Reclame-uitingen; Overige voorwerpen. Het verlenen van een ontheffing inzake geluidhinder als bedoeld in artikel 4:6 van de APV; Het verlenen van een ontheffing inzake stoken als bedoeld in artikel 5:34 van de APV; Het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar op grond van: Wegenverkeerswet; Luchtvaartwet; Wet wapen en munitie. De taak begint met de ontvangst van de aanvraag, de volledigheidstoets, de inhoudelijke beoordeling (waaronder de advisering door één of meerdere samenwerkingspartners) en wordt afgerond door: Het verlenen van de vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar; Het weigeren van de vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar; Het buiten behandeling laten van de aanvraag; Het intrekken van de aanvraag op verzoek van de aanvrager. Relatie met visie en prioriteiten U&H-strategie 2024-2027 Wat vinden we belangrijk? In de Visie op Rhenen 2035 is beschreven hoe we samen werken aan de manier waarop we willen wonen, werken, leven, winkelen en recreëren in de gemeente Rhenen. In de Visie op Rhenen staat één vraag centraal: hoe willen we dat Rhenen zich de komende jaren ontwikkelt? Wat zijn onze ambities en met welke opgaven willen we aan de slag? Denk daarbij aan nieuwe woningen, ruimte voor bedrijven, bereikbaarheid, energietransitie, klimaatverandering, cultuur, leefbaarheid, gezondheid, et cetera. Het verlenen van overige vergunningen in het kader van de APV en Bijzondere Wetten heeft een positief effect op de thema’s leefbaarheid en gezondheid. Met onze missie dragen we bij aan het waarmaken van de omgevingsvisie. We werken daarbij vanuit het fundament van de gemeente Rhenen (paragraaf 3.2 van de U&H-strategie 2024-2027). Het behandelen van overige vergunningsaanvragen in het kader van de APV en Bijzondere Wetten vindt risicogestuurd plaats. Uit “bijlage 2A Risicoanalyse vergunningverlening” volgt dat het behandelen van overige vergunningsaanvragen in het kader van de APV en Bijzondere Wetten een gemiddelde prioriteit heeft gekregen. Doelstellingen Welk(
- e)doel(
- en)willen we met deze taak/activiteit bereiken? Het realiseren en behouden van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving voor inwoners en ondernemers. 100% van de vergunningsaanvragen wordt behandeld. Door preventief te toetsen, worden risico’s met betrekking tot de aspecten veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid bij de uit te voeren activiteiten, zo veel mogelijk beperkt. Monitoringsindicatoren Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal ingediende en afgehandelde vergunningsaanvragen. Strategie uit de U&H-strategie 2024-2027 Hoe gaan we dit doen? Het behandelen van overige vergunningsaanvragen in het kader van de APV en Bijzondere Wetten vindt plaats volgens de Vergunningenstrategie (paragraaf 4.2 en bijlage 5 van de U&H -strategie 2024-2027). Uitvoering Wie gaat dit doen? Gemeente, team Vergunningen (medewerker APV en Bijzondere Wetten). Adviserende samenwerkingspartners. Uitvoeringsprogramma 2025 Wat zouden we doen in 2025? In de begroting 2025 zijn de volgende aantallen geraamd: Het behandelen van aanvragen tot het verlenen van een vergunning voor het tijdelijke plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg als bedoeld in artikel 2:10 van de APV voor: Reclame-uitingen: 40 stuks Overige voorwerpen: 2 stuks Het behandelen van aanvragen tot het verlenen van een ontheffing inzake geluidhinder als bedoeld in artikel 4:6 van de APV: 8 stuks Het behandelen van aanvragen tot het verlenen van een ontheffing inzake stoken als bedoeld in artikel 5:34 van de APV: 15 stuks Het behandelen van aanvragen tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar op grond van: Wegenverkeerswet: 40 stuks Wet wapen en munitie: 3 stuks Totaal is voor Overige vergunningen (APV en bijzondere wetten) 160 uur (0,12 Fte) in de begroting 2025 opgenomen: Medewerker APV en Bijzondere Wetten: 120 uur Medewerker Frontoffice: 40 uur Evaluatie Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025) In 2025 zijn de volgende aantallen gerealiseerd: Het behandelen van aanvragen tot het verlenen van een vergunning voor het tijdelijke plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg als bedoeld in artikel 2:10 van de APV voor: Reclame-uitingen: 58 stuks verleend, 1 stuks geweigerd Overige voorwerpen: 0 stuks verleend Het behandelen van aanvragen tot het verlenen van een ontheffing inzake geluidhinder als bedoeld in artikel 4:6 van de APV: 3 stuks Het behandelen van aanvragen tot het verlenen van een ontheffing inzake stoken als bedoeld in artikel 5:34 van de APV: 3 stuks Het behandelen van aanvragen tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar op grond van: Wegenverkeerswet: 23 stuks Wet wapen en munitie: 2 stuks Uitvoeringsprogramma 2026 Wat gaan we in het nieuwe jaar doen? Hoeveel capaciteit kennen we hieraan toe (urenraming)? Deze taak is aanbodgestuurd. Het aantal bestede uren aan deze taak wordt uiteindelijk bepaald door het werkelijke aantal ingediende vergunningsaanvragen. In de begroting 2026 zijn de volgende aantallen geraamd: Het behandelen van aanvragen tot het verlenen van een vergunning voor het tijdelijke plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg als bedoeld in artikel 2:10 van de APV voor: Reclame-uitingen: 45 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (67,5 uur); Overige voorwerpen: 2 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (3 uur). Het behandelen van aanvragen tot het verlenen van een ontheffing inzake geluidhinder als bedoeld in artikel 4:6 van de APV: 8 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (12 uur). Het behandelen van aanvragen tot het verlenen van een ontheffing inzake stoken als bedoeld in artikel 5:34 van de APV: 15 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (22,5 uur). Het behandelen van aanvragen tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar op grond van: Wegenverkeerswet: 40 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (60 uur); Luchtvaartwet: 1 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (1,5 uur); Wet wapen en munitie: 3 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (4,5 uur). De totaal geraamde inzet voor het uitvoeren van deze taak in 2026 bedraagt 171 uur (0,12 fte). Voor het uitvoeren van deze taak is 120 uur (0,09 Fte) in de begroting 2026 opgenomen. • Administratief juridisch medewerker: 120 uur Taakveld APV en bijzondere wetten 5. Kansspelen Omschrijving van de taak/activiteit Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft het behandelen van aanvragen tot: Het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: Voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten; voor de eerste kansspelautomaat (wettelijk maximum) en voor iedere volgende kansspelautomaat (wettelijk maximum); Het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning); Het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Verordening speelautomatenhallen Rhenen (exploitatievergunning speelautomatenhal), volgens artikel 6 Speelautomatenbesluit 2000 (wettelijk maximum). De taak begint met de ontvangst van de aanvraag, de volledigheidstoets, de inhoudelijke beoordeling (waaronder de advisering door één of meerdere samenwerkingspartners) en wordt afgerond door: • Het verlenen van de vergunning; • Het weigeren van de vergunning; • Het buiten behandeling laten van de aanvraag; • Het intrekken van de aanvraag op verzoek van de aanvrager Relatie met visie en prioriteiten U&H-strategie 2024-2027 Wat vinden we belangrijk? In de Visie op Rhenen 2035 is beschreven hoe we samen werken aan de manier waarop we willen wonen, werken, leven, winkelen en recreëren in de gemeente Rhenen. In de Visie op Rhenen staat één vraag centraal: hoe willen we dat Rhenen zich de komende jaren ontwikkelt? Wat zijn onze ambities en met welke opgaven willen we aan de slag? Denk daarbij aan nieuwe woningen, ruimte voor bedrijven, bereikbaarheid, energietransitie, klimaatverandering, cultuur, leefbaarheid, gezondheid, et cetera. Het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet op de kansspelen heeft een positief effect op de thema’s leefbaarheid en gezondheid. Met onze missie dragen we bij aan het waarmaken van de omgevingsvisie. We werken daarbij vanuit het fundament van de gemeente Rhenen (paragraaf 3.2 van de U&H-strategie 2024-2027). Het behandelen van vergunningsaanvragen in het kader van de Wet op de kansspelen vindt risicogestuurd plaats. Uit “bijlage 2A Risicoanalyse vergunningverlening” volgt dat het verlenen van vergunningen in het kader van de kansspelen een lage prioriteit heeft gekregen. Doelstellingen Welk(
- e)doel(
- en)willen we met deze taak/activiteit bereiken? Het realiseren en behouden van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving voor inwoners en ondernemers. 100% van de vergunningsaanvragen wordt behandeld. Door preventief te toetsen, worden risico’s met betrekking tot de aspecten veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid bij de uit te voeren activiteiten, zo veel mogelijk beperkt. Monitoringsindicatoren Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal ingediende en afgehandelde vergunningsaanvragen. Strategie uit de U&H-strategie 2024-2027 Hoe gaan we dit doen? Het behandelen van vergunningsaanvragen in het kader van de Wet op de kansspelen vindt plaats volgens de Vergunningenstrategie (paragraaf 4.2 en bijlage 5 van de U&H -strategie 2024-2027). Uitvoering Wie gaat dit doen? Gemeente, team Vergunningen (medewerker APV en Bijzondere Wetten). Adviserende samenwerkingspartners. Uitvoeringsprogramma 2025 Wat zouden we doen in 2025? In de begroting 2025 zijn de volgende aantallen geraamd: Het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: Voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten; voor de eerste kansspelautomaat (wettelijk maximum) en voor iedere volgende kansspelautomaat (wettelijk maximum): 5 stuks Het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): 15 stuks Het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Verordening speelautomatenhallen Rhenen (exploitatievergunning speelautomatenhal), volgens artikel 6 Speelautomatenbesluit 2000 (wettelijk maximum): 1 stuks Evaluatie Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025) In 2025 zijn de volgende aantallen gerealiseerd: Het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): 17 stuks Uitvoeringsprogramma 2026 Wat gaan we in het nieuwe jaar doen? Hoeveel capaciteit kennen we hieraan toe (urenraming)? Deze taak is aanbodgestuurd. Het aantal bestede uren aan deze taak wordt uiteindelijk bepaald door het werkelijke aantal ingediende vergunningsaanvragen. Voor 2026 zijn de volgende aantallen geraamd: Het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): 20 stuks, gemiddelde inzet 1 uur (20 uur). Voor het uitvoeren van deze taak is 20 uur (0,01 Fte) in de begroting 2026 opgenomen: Administratief juridisch medewerker: 20 uur Taakveld APV en bijzondere wetten 6. Horeca Omschrijving van de taak/activiteit Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft het behandelen van aanvragen tot: Het verlenen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet; Het wijzigen van de persoonsgegevens met betrekking tot een al verleende vergunning; Het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet; Het verlenen van een vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV); Het verlenen van een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.29 tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV); Het verlenen van een terrasvergunning ingevolge artikel 2.27 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De taak begint met de ontvangst van de aanvraag, de volledigheidstoets, de inhoudelijke beoordeling (waaronder de advisering door één of meerdere samenwerkingspartners) en wordt afgerond door: Het verlenen van de vergunning; Het weigeren van de vergunning; Het buiten behandeling laten van de aanvraag; Het intrekken van de aanvraag op verzoek van de aanvrager. Voor een nieuw regulier horecabedrijf moet het vragenformulier Wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) worden ingevuld en voorzien van de nodige bijlagen. Met de Wet Bibob wil de overheid voorkomen dat een vergunning wordt misbruikt voor criminele activiteiten. Relatie met visie en prioriteiten U&H-strategie 2024-2027 Wat vinden we belangrijk? In de Visie op Rhenen 2035 is beschreven hoe we samen werken aan de manier waarop we willen wonen, werken, leven, winkelen en recreëren in de gemeente Rhenen. In de Visie op Rhenen staat één vraag centraal: hoe willen we dat Rhenen zich de komende jaren ontwikkelt? Wat zijn onze ambities en met welke opgaven willen we aan de slag? Denk daarbij aan nieuwe woningen, ruimte voor bedrijven, bereikbaarheid, energietransitie, klimaatverandering, cultuur, leefbaarheid, gezondheid, et cetera. Het verlenen van vergunningen in het kader van Horeca heeft een positief effect op de thema’s leefbaarheid en gezondheid. Met onze missie dragen we bij aan het waarmaken van de omgevingsvisie. We werken daarbij vanuit het fundament van de gemeente Rhenen (paragraaf 3.2 van de U&H-strategie 2024-2027). Het behandelen van vergunningsaanvragen in het kader van Horeca vindt risicogestuurd plaats. Uit “bijlage 2A Risicoanalyse vergunningverlening” volgt dat het verlenen van vergunningen in het kader van horeca een gemiddelde prioriteit heeft gekregen. Doelstellingen Welk(
- e)doel(
- en)willen we met deze taak/activiteit bereiken? Het realiseren en behouden van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving voor inwoners en ondernemers. 100% van de vergunningsaanvragen wordt behandeld. Door preventief te toetsen, worden risico’s met betrekking tot de aspecten veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid bij de uit te voeren activiteiten, zo veel mogelijk beperkt. Monitoringsindicatoren Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal ingediende en afgehandelde vergunningsaanvragen. Strategie uit de U&H-strategie 2024-2027 Hoe gaan we dit doen? Het behandelen van vergunningsaanvragen in het kader van Horeca vindt plaats volgens de Vergunningenstrategie (paragraaf 4.2 en bijlage 5 van de U&H -strategie 2024-2027). Uitvoering Wie gaat dit doen? Gemeente, team Vergunningen (medewerker APV en Bijzondere Wetten). Adviserende samenwerkingspartners. Uitvoeringsprogramma 2025 Wat zouden we doen in 2025? In de begroting 2025 zijn de volgende aantallen geraamd: Het verlenen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet: 3 stuks Het wijzigen van de persoonsgegevens met betrekking tot een al verleende vergunning: 5 stuks Het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: 25 stuks Het verlenen van een vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV): 8 stuks Het verlenen van een terrasvergunning ingevolge artikel 2.27 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV): 5 stuks Totaal is voor Horeca 190 uur (0,12 Fte) in de begroting opgenomen: Medewerker APV en Bijzondere Wetten: 150 uur Evaluatie Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025) In 2025 zijn de volgende aantallen gerealiseerd: Het verlenen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet: 1 stuks Het wijzigen van de persoonsgegevens met betrekking tot een al verleende vergunning: 0 stuks Het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: 8 stuks, 1 ingetrokken Het verlenen van een vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV): 2 stuks, 1 ingetrokken Het verlenen van een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.29 tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV): 2 stuks Het verlenen van een terrasvergunning ingevolge artikel 2.27 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV): 3 stuks Uitvoeringsprogramma 2026 Wat gaan we in het nieuwe jaar doen? Hoeveel capaciteit kennen we hieraan toe (urenraming)? Deze taak is aanbodgestuurd. Het aantal bestede uren aan deze taak wordt uiteindelijk bepaald door het werkelijke aantal ingediende vergunningsaanvragen. Voor 2026 zijn de volgende aantallen geraamd: Het verlenen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet: 3 stuks, gemiddelde inzet 9,5 uur (28,5 uur) Het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet: 5 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (7,5 uur) Het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: 25 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (37,5 uur) Het verlenen van een vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV): 8 stuks, gemiddelde inzet 8,5 uur (68 uur) Het verlenen van een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.29 tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV): 1 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (1,5 uur) Het verlenen van een terrasvergunning ingevolge artikel 2.27 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV): 5 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (7,5 uur) De totaal geraamde inzet voor het uitvoeren van deze taak in 2026 bedraagt 150,5 uur (0,11 fte). Voor het uitvoeren van deze taak is 190 uur (0,11 Fte) in de begroting 2026 opgenomen: Administratief juridisch medewerker: 150 uur Boa: 10 uur Jurist: 30 uur Taakveld APV en bijzondere wetten 7. Organiseren evenementen of markten Omschrijving van de taak/activiteit Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft het behandelen van aanvragen tot: Het verlenen van een vergunning voor het behandelen van een aanvraag op grond van artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor: Het organiseren van een evenement behorende tot categorie A; Het organiseren van een evenement behorende tot categorie B; Het organiseren van een evenement behorende tot categorie C; Het accepteren van een melding voor een klein evenement behorende tot categorie A; Het afgeven van een verklaring van geen bezwaar voor een klein evenement behorende tot categorie A. De taak begint met de ontvangst van de aanvraag of melding, de volledigheidstoets, de inhoudelijke beoordeling (waaronder de advisering door één of meerdere samenwerkingspartners) en wordt afgerond door: Het verlenen van de vergunning; Het weigeren van de vergunning; Het buiten behandeling laten van de aanvraag; Het intrekken van de aanvraag op verzoek van de aanvrager; Het accepteren van een melding. Relatie met visie en prioriteiten U&H-strategie 2024-2027 Wat vinden we belangrijk? In de Visie op Rhenen 2035 is beschreven hoe we samen werken aan de manier waarop we willen wonen, werken, leven, winkelen en recreëren in de gemeente Rhenen. In de Visie op Rhenen staat één vraag centraal: hoe willen we dat Rhenen zich de komende jaren ontwikkelt? Wat zijn onze ambities en met welke opgaven willen we aan de slag? Denk daarbij aan nieuwe woningen, ruimte voor bedrijven, bereikbaarheid, energietransitie, klimaatverandering, cultuur, leefbaarheid, gezondheid, et cetera. Het verlenen van vergunningen voor het organiseren van evenementen of markten heeft een positief effect op de thema’s leefbaarheid en gezondheid. Met onze missie dragen we bij aan het waarmaken van de omgevingsvisie. We werken daarbij vanuit het fundament van de gemeente Rhenen (paragraaf 3.2 van de U&H-strategie 2024-2027). Vergunningverlening vindt risicogestuurd plaats. Uit “bijlage 2A Risicoanalyse vergunningverlening” volgt dat evenementen behorende tot categorie A een lage prioriteit hebben gekregen, evenementen behorende tot categorie B een gemiddelde prioriteit en evenementen behorende tot categorie C een hoge prioriteit. Doelstellingen Welk(
- e)doel(
- en)willen we met deze taak/activiteit bereiken? Het realiseren en behouden van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving voor burgers en bedrijven. 100% van de vergunningsaanvragen wordt behandeld. Door preventief en risicogestuurd te toetsen, worden risico’s met betrekking tot de aspecten veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid bij de uit te voeren activiteiten, zo veel mogelijk beperkt. Monitoringsindicatoren Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal ingediende en afgehandelde vergunningsaanvragen Strategie uit de U&H-strategie 2024-2027 Hoe gaan we dit doen Het behandelen van vergunningsaanvragen vindt plaats volgens de Vergunningenstrategie (paragraaf 4.2 en bijlage 5 van de U&H -strategie 2024-2027). Uitvoering Wie gaat dit doen? Gemeente, team Vergunningen (Administratief juridisch medewerker). Adviserende samenwerkingspartners. Uitvoeringsprogramma 2025 Wat zouden we doen in 2025? In de begroting 2025 zijn de volgende aantallen geraamd: Het verlenen van een vergunning voor het behandelen van een aanvraag op grond van artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor: Het organiseren van een evenement behorende tot categorie A: 110 stuks Het organiseren van een evenement behorende tot categorie B: 15 stuks Het organiseren van een evenement behorende tot categorie C: 3 stuks Evaluatie Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025) In 2025 zijn de volgende aantallen gerealiseerd: Het verlenen van een vergunning voor het behandelen van een aanvraag op grond van artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor: Het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement behorende tot categorie A: 95 stuks Het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement behorende tot categorie B: 8 stuks Het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement behorende tot categorie C: 3 stuks Het accepteren van een melding voor een klein evenement behorende tot categorie A: 98 stuks Het afgeven van een verklaring van geen bezwaar voor een klein evenement behorende tot categorie A: 26 stuks Uitvoeringsprogramma 2026 Wat gaan we in het nieuwe jaar doen? Hoeveel capaciteit kennen we hieraan toe (urenraming)? Deze taak is aanbodgestuurd. Het aantal bestede uren aan deze taak wordt uiteindelijk bepaald door het werkelijke aantal ingediende vergunningsaanvragen. Voor 2025 zijn de volgende aantallen geraamd: Het verlenen van een vergunning voor het behandelen van een aanvraag op grond van artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor: Het organiseren van een evenement behorende tot categorie A: 100 stuks, gemiddelde inzet 3,5 uur (350 uur); Het organiseren van een evenement behorende tot categorie B: 8 stuks, gemiddelde inzet 9,5 uur (76 uur); Het organiseren van een evenement behorende tot categorie C: 3 stuks, gemiddelde inzet 30 uur (90 uur). Het accepteren van een melding voor een klein evenement behorende tot categorie A: 150 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (225 uur). Het afgeven van een verklaring van geen bezwaar voor een klein evenement behorende tot categorie A: 25 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (37,5 uur). De totaal geraamde inzet voor het uitvoeren van deze taak in 2025 bedraagt 778,5 uur (0,57 fte). Voor het uitvoeren van deze taak is 250 uur (0,18 Fte) in de begroting 2026 opgenomen: Administratief juridisch medewerker: 250 uur Taakveld APV en bijzondere wetten 8. Standplaatsen Omschrijving van de taak/activiteit Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft het behandelen van aanvragen tot: Het verlenen van een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor: Eén jaar m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van handelswaar, anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden; Eén dag m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van handelswaar, anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden; Eén dag m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van informatie, promotiemateriaal e.d. anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden. De taak begint met de ontvangst van de aanvraag, de volledigheidstoets en wordt afgerond door: Het verlenen van de vergunning; Het weigeren van de vergunning; Het buiten behandeling laten van de aanvraag; Het intrekken van de aanvraag op verzoek van de aanvrager. Relatie met visie en prioriteiten U&H-strategie 2024-2027 Wat vinden we belangrijk? In de Visie op Rhenen 2035 is beschreven hoe we samen werken aan de manier waarop we willen wonen, werken, leven, winkelen en recreëren in de gemeente Rhenen. In de Visie op Rhenen staat één vraag centraal: hoe willen we dat Rhenen zich de komende jaren ontwikkelt? Wat zijn onze ambities en met welke opgaven willen we aan de slag? Denk daarbij aan nieuwe woningen, ruimte voor bedrijven, bereikbaarheid, energietransitie, klimaatverandering, cultuur, leefbaarheid, gezondheid, et cetera. Het verlenen van vergunningen voor standplaatsen heeft een positief effect op de thema’s leefbaarheid en gezondheid. Met onze missie dragen we bij aan het waarmaken van de omgevingsvisie. We werken daarbij vanuit het fundament van de gemeente Rhenen (paragraaf 3.2 van de U&H-strategie 2024-2027). Het behandelen van vergunningsaanvragen in het kader van standplaatsen vindt risicogestuurd plaats. Uit “bijlage 2A Risicoanalyse vergunningverlening” volgt dat het verlenen van vergunningen in het kader van standplaatsen een lage prioriteit heeft gekregen. Doelstellingen Welk(
- e)doel(
- en)willen we met deze taak/activiteit bereiken? Het realiseren en behouden van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving voor burgers en bedrijven. 100% van de vergunningsaanvragen wordt behandeld. Door preventief en risicogestuurd te toetsen, worden risico’s met betrekking tot de aspecten veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid bij de uit te voeren activiteiten, zo veel mogelijk beperkt. Monitoringsindicatoren Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal ingediende en afgehandelde vergunningsaanvragen. Strategie uit de U&H-strategie 2024-2027 Hoe gaan we dit doen? Het behandelen van vergunningsaanvragen vindt plaats volgens de Vergunningenstrategie (paragraaf 4.2 en bijlage 5 van de U&H -strategie 2024-2027). Uitvoering Wie gaat dit doen? Gemeente, team Vergunningen (medewerker APV en Bijzondere Wetten). Adviserende samenwerkingspartners. Uitvoeringsprogramma 2025 Wat zouden we doen in 2025? In de begroting 2025 zijn de volgende aantallen geraamd: Het verlenen van een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor: Eén jaar m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van handelswaar, anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden: 3 stuks Eén dag m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van handelswaar, anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden: 10 stuks Eén dag m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van informatie, promotiemateriaal e.d. anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden: 5 stuks Evaluatie Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025) In 2025 zijn de volgende aantallen gerealiseerd: Het verlenen van een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor: Eén jaar m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van handelswaar, anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden: 2 stuks Eén dag m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van handelswaar, anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden: 10 stuks Eén dag m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van informatie, promotiemateriaal e.d. anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden: 5 stuks Uitvoeringsprogramma 2026 Wat gaan we in het nieuwe jaar doen? Hoeveel capaciteit kennen we hieraan toe (urenraming)? Deze taak is aanbodgestuurd. Het aantal bestede uren aan deze taak wordt uiteindelijk bepaald door het werkelijke aantal ingediende vergunningsaanvragen. In de begroting 2026 zijn de volgende aantallen geraamd: Het verlenen van een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor: Eén jaar m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van handelswaar, anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden: 3 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (4,5 uur) Eén dag m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van handelswaar, anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden: 10 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (15 uur) Eén dag m.b.t. kiosk, kraamtafel, auto, verkoopwagen e.d. voor het aanbieden van informatie, promotiemateriaal e.d. anders dan bedoeld in de Verordening Marktgelden: 5 stuks, gemiddelde inzet 1,5 uur (7,5 uur) De totaal geraamde inzet voor het uitvoeren van deze taak in 2026 bedraagt 27 uur (0,02 fte). Totaal is voor Standplaatsen 45 uur (0,03 Fte) in de begroting opgenomen: Administratief juridisch medewerker: 45 uur Taakveld Juridisch Taakveld Juridisch 9. Handhavingsverzoeken Omschrijving van de taak/activiteit Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft het behandelen van formele handhavingsverzoeken. Uit de praktijk blijkt dat het merendeel van de handhavingsverzoeken betrekking heeft op (vermeend) handelen in strijd met het omgevingsplan. De werkprocessen die betrekking hebben op deze taak zijn in 2024 binnen de taakapplicatie RX-Mission ingericht. Hiermee zijn de te nemen stappen en uit te voeren taken geborgd. Relatie met visie en prioriteiten U&H-strategie 2024-2027 Wat vinden we belangrijk? In de Visie op Rhenen 2035 is beschreven hoe we samen werken aan de manier waarop we willen wonen, werken, leven, winkelen en recreëren in de gemeente Rhenen. In de Visie op Rhenen staat één vraag centraal: hoe willen we dat Rhenen zich de komende jaren ontwikkelt? Wat zijn onze ambities en met welke opgaven willen we aan de slag? Denk daarbij aan nieuwe woningen, ruimte voor bedrijven, bereikbaarheid, energietransitie, klimaatverandering, cultuur, leefbaarheid, gezondheid, et cetera. Het behandelen van formele handhavingsverzoeken heeft een positief effect op de thema’s leefbaarheid en gezondheid. Met onze missie dragen we bij aan het waarmaken van de omgevingsvisie. We werken daarbij vanuit het fundament van de gemeente Rhenen (paragraaf 3.2 van de U&H-strategie 2024-2027). Uit “bijlage 2B Risicoanalyse toezicht en handhaving” volgt dat het behandelen van formele handhavingsverzoeken een hoge prioriteit heeft gekregen. Deze prioriteit is echter niet bepaald door middel van de formule “risico = kans x effect”. Voor het behandelen van handhavingsverzoeken gelden wettelijke termijnen. Dat betekent dat alle handhavingsverzoeken direct moeten worden opgepakt. De aard en omgeving van handhavingsverzoeken kan echter aanzienlijk verschillen. Doelstellingen Welk(
- e)doel(
- en)willen we met deze taak/activiteit bereiken? Elk jaar start team Handhaving ambtshalve minimaal 5 handhavingszaken (niet voortvloeiend uit een handhavingsverzoek) wegens illegaal gebruik, waarbij de voortgang elk kwartaal wordt geëvalueerd. Elk jaar voert team Handhaving gerichte controles en communicatieacties uit volgens het jaarlijkse uitvoeringsprogramma, waardoor het aantal geregistreerde meldingen en geconstateerde overtredingen m.b.t. parkeeroverlast elk jaar gemeentebreed met minimaal 15% verminderd. Elk jaar wordt er minimaal 1 crimineel samenwerkingsverband in kaart gebracht én juridische handhaving of vervolging gestart. Het doel van handhaven is het bijdragen aan het vertrouwen dat de veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid binnen de fysieke leefomgeving geborgd zijn. Monitoringsindicatoren Hoe meten we d