← Nederland

Welstandsnota Vlaardingen (Vlaardingen)

Kort gezegd

Deze wet regelt de welstand in de gemeente Vlaardingen door beoordelingskaders vast te stellen voor de uitstraling van gebouwen en bouwwerken, met als doel een aantrekkelijke bebouwde omgeving te creëren en te behouden. Het actualiseert het beleid van 2004 en sluit aan bij een landelijke trend van meer vrijheid en verantwoordelijkheid voor de burger.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Welstandsnota Vlaardingen De gemeenteraad stelt de volgende regeling vast. Hoofdstuk1INLEIDING De gemeente Vlaardingen heeft in 2004 een welstandsnota vastgesteld zoals aangegeven in de Woningwet. Hierin zijn beoordelingskaders opgenomen voor gebieden en objecten, die hun grondslag vinden in de samenhang van het bebouwingsbeeld, stedenbouwkundige kenmerken en landschappelijke structuren. Met de herziening van 2011 wil de gemeente het welstandsbeleid actualiseren en meer afstemmen op de beleving van de burger. Hierbij wordt aangesloten op de landelijke trend van meer vrijheid en verantwoordelijkheid voor de burger. Artikel1Uitgangspunten voor het welstandsbeleid Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger of ondernemer wordt afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Met de verschijningsvorm van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte, dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Doel van het welstandsbeleid is het welstandstoezicht helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Daarbij is het van belang aanvragers door middel van de welstandsnota van tevoren op de hoogte te stellen van de aspecten die een rol spelen bij de welstandsbeoordeling. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Artikel2Gebruik van de nota De welstandsnota is niet bedoeld als leesboek, maar opgesteld als een naslagwerk. De nota bevat verschillende beoordelingskaders. Hoofdstuk 2 beschrijft de basis van het welstandstoezicht in het licht van de opbouw en ontwikkeling van de gemeente. De daaropvolgende hoofdstukken bevatten de criteria, die de gemeente hanteert bij de beoordeling van bouwplannen. Wie wil weten welke criteria op een aanvraag van toepassing zijn, doorloopt de volgende stappen om het juiste beoordelingskader te vinden (zie ook het hiernaast afgebeelde stroomschema): • Betreft het beoogde bouwwerk cultureel erfgoed zoals in hoofdstuk 5 beschreven? Voor bouwplannen in beschermde gezichten en binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed zoals monumenten en karakteristieke panden is een specifiek beoordelingskader opgenomen die de commissie gebruikt in afwijking van of aanvulling op die van het gebied, waarin het bouwwerk staat. • Zijn de criteria voor objecten van toepassing op het beoogde bouwwerk? Voor veel voorkomend (bescheiden) objecten als dakkapellen, aanbouwen en dakopbouwen zijn in hoofdstuk 4 zo vast mogelijk omlijnde criteria opgenomen, die in beginsel door de hele gemeente gelijk zijn. • In welk gebied wordt het beoogde bouwwerk geplaatst? Voor plannen die niet met de objectcriteria te beoordelen zijn gelden de gebiedscriteria van hoofdstuk 3. Deze bieden ruimte voor interpretatie. In het straatnamenregister (bijlage 3) is per straat aangegeven welke gebiedscriteria van toepassing zijn. Indien gewenst kan met een vertegenwoordiger van de commissie worden gesproken over de interpretatie van dit beoordelingskader in het licht van het beoogde plan. Artikel3Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft wat wordt verstaan onder redelijke eisen van welstand en hoe dit vertaald is in algemene criteria en een excessenregeling. De algemene welstandscriteria zijn de regels van het vakmanschap en gelden als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling. De excessenregeling bevat criteria voor bouwwerken en andere vergunningplichtige activiteiten die zonder vergunning of in afwijking van een vergunning zijn gerealiseerd, maar zo onder de maat zijn dat zij als exces moeten worden gezien. Met behulp van deze criteria kan de gemeente achteraf optreden tegen misstanden. In hoofdstuk 3 wordt voor de gebieden in de gemeente aangegeven op welke wijze het vakmanschap zou moeten worden ingevuld. De beschrijvingen en criteria geven aan welke eigenschappen wenselijk zijn en dienen als agenda voor de beoordeling door de welstandscommissie. Hoofdstuk 4 bevat criteria voor veel voorkomende objecten als dakkapellen en bijgebouwen. Hoofdstuk 5 bevat criteria voor bouwplannen in beschermde gezichten en aan of in de invloedssfeer van monumenten en beeldbepalende panden. In de bijlagen zijn een begrippenlijst, de tekst van de algemene criteria en een register van straatnamen met een verwijzing naar de betreffende gebiedsbeschrijving(

  1. en)opgenomen. De in de nota opgenomen foto’s zijn te zien als illustratie bij de gebiedsbeschrijving (dus niet als afbeelding van de gewenste eigenschappen). Hoofdstuk2WELSTAND OP HOOFDLIJNEN Dit hoofdstuk beschrijft de grondslag voor de welstandsnota. Deze is onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente, waarvan ook bestemmingsplannen en cultuurhistorie deel uitmaken. Dit hoofdstuk begint met de basisbeginselen van welstand. Hierna volgen een beschrijving van de ruimtelijke opbouw en het bebouwingsbeeld van de gemeente. Hiermee is het startpunt van de welstandsnota bepaald. Daarna volgen de algemene criteria, de excessenregeling en toelichting op de te volgen procedure bij grote bouwplannen die afwijken van de gangbare architectuur of structuur. Ook het verleden wordt niet uit het oog verloren. Monumenten en cultuurhistorie maken eveneens deel uit van de randvoorwaarden voor welstand. Tot slot van dit hoofdstuk worden de gevolgen van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid voor de uitgangspunten van het welstandstoezicht. Artikel4Redelijke eisen van welstand Volgens de Woningwet moet een plan voldoen aan redelijke eisen van welstand, aan algemene welstandscriteria. Deze eisen betreffen het bouwwerk op zichzelf en in zijn omgeving. In deze nota is dit vertaald in een nadruk op de beleving van de bebouwing vanuit de openbare ruimte en het landschap. Bouwdelen in het zicht zijn belangrijker voor het algemeen belang dan bouwdelen die aan het oog onttrokken zijn. De gemeente heeft in het welstansbeleid met name het algemeen belang op het oog. De gemeente hanteert beoordelingskaders, waarin deze aspecten zijn verwerkt in beschrijvingen en criteria. Daarbij wordt onder meer de invloed van een plan op het straatbeeld en het aanzien van de gemeente als geheel gewogen. Voor een dakkapel in een woonstraat gelden heel andere criteria dan voor een ingrijpende verbouwing van een monumentale boerderij in het buitengebied of een nieuw te bouwen winkel in het beschermd gezicht. Naarmate een plan meer invloed heeft op de identiteit van de gemeente zullen er meer aspecten worden betrokken bij de beoordeling en zal er zorgvuldiger worden gewogen. Daarnaast wordt bekeken of het een omgeving betreft, die vooral moet worden beheerd of een omgeving die aan verandering onderhevig is. De nota bevat in beginsel drie soorten welstandscriteria: algemene criteria, gebiedscriteria en objectcriteria voor bepaalde typen bouwwerken. Daarnaast zijn er aanvullende criteria voor excessen. Algemeen De algemene welstandscriteria beschrijven het vakmanschap, dat van een ontwerper mag worden verwacht bij het maken van bouwplannen. Dit vakmanschap is voor gebieden en objecten uitwerkt in richtlijnen, die aangeven hoe de algemene criteria in een buurt of bij een specifiek bouwtype kunnen worden geïnterpreteerd. In praktijk zullen deze criteria daarom vooral op de achtergrond een rol spelen. Gebieden De gebieden vormen de kern van het welstandsbeleid. De gemeente is verdeeld in gebieden met een eigen identiteit, zoals dorpslinten, woonwijken en bedrijventerreinen. Van deze gebieden is het ruimtelijk en architectonisch beeld beschreven gevolgd door een waardering en een verwachting welke veranderingen te verwachten zijn. Deze bepalen de uitgangspunten voor de welstandstoets. De welstandscriteria zijn te zien als een uitwerking van de algemene criteria, die de voor een bouwplan gewenste eigenschappen beschrijven. Objecten Net als te onderscheiden gebieden zijn er bescheiden objecten, die zich lenen voor vereenvoudigde toetsing. Voorbeelden daarvan zijn bijgebouwen bij en dakkapellen op een woning. Voor dit soort plannen zijn zo eenduidig en meetbaar mogelijke criteria opgenomen, die de planindiener vooraf een grote mate van duidelijkheid geven over de uitkomst van de toetsing. Artikel5Landschap en bebouwing Vlaardingen ligt tussen Maassluis en Schiedam en is enerzijds gelegen aan een belangrijke vaarroute voor de Rotterdamse havens en anderzijds aan de veenweides van het Midden-Delflandgebied. Landschap Vlaardingen is op te delen in een aantal zones met een eigen sfeer. Centraal ligt de historische stadskern die aan de noord-, west- en oostkant is uitgebreid met flinke woongebieden. Aan de zuidrand ligt een groot industriegebied. Aan de noord- en westzijde grenst Vlaardingen met de Zouteveensepolder, Broekpolder en Aalkeet Buitenpolder aan het open landschap van Midden-Delfland. Deze polders hebben verspreid liggende lintbebouwing. De Broekpolder is grotendeels in gebruik als recreatiepark. Aan de zuidzijde grenst de gemeente aan de havenzone van de Nieuwe Waterweg. Tussen spoor en Nieuwe Waterweg ligt een strook grond die in gebruik is door bedrijvigheid en industrie, een woongebied en aan de westkant met recreatiegebied het Oeverbos. Waar in de toekomst industrie verdwijnt, komt woningbouw terug. Uitgangspunten voor de kern Vlaardingen is een kern met compacte bebouwing en een stedelijk karakter. De binnenstad heeft een hoge cultuurhistorische waarde en krijgt op de status van beschermd stadsgezicht. De historische haven is getransformeerd tot gebied met een culturele functie met horeca en bedrijvigheid en heeft deels nog een industriële functie. Aan de westzijde van het oude centrum ligt winkelcentrum Liesveld. Rond het centrum liggen meerdere uitbreidingswijken uit diverse tijdsperiodes. Naast de oorspronkelijke bebouwing komen op veel plekken kleinschalige latere inbreidingen voor. In enkele wijken, zoals Babberspolder, wordt op grotere schaal stadsvernieuwing toegepast. Artikel6Algemene criteria De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. Deze criteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan elke planbeoordeling, omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In praktijk zullen die uitwerkingen meestal voldoende houvast bieden voor de planbeoordeling. In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene welstandscriteria. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan (slaafs) is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het zijn omgeving negatief zal beïnvloeden. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan worden teruggegrepen op de algemene welstandscriteria. De welstandscommissie kan burgemeester en wethouders in zo’n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren af te wijken van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In de praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. Het niveau van ‘redelijke eisen van welstand’ ligt dan uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. Criteria De algemene welstandscriteria staan in bijlage 2 en doen een uitspraak over de volgende onderwerpen: • relatie tussen vorm, gebruik en constructie • relatie tussen bouwwerk en omgeving • betekenissen van vormen en sociaal-culturele context • evenwicht tussen helderheid en complexiteit • schaal en maatverhoudingen • materiaal, textuur, kleur en licht Artikel7Excessen Van een exces is sprake als het uiterlijk van een bouwwerk sterk afwijkt van wat in de omgeving gebruikelijk is en daarmee onevenredig afbreuk doet aan de omgevingskwaliteit. Dit kan voorkomen als een bouwwerk in afwijking van de vergunning wordt gebouwd of bij plannen die niet preventief worden getoetst. De burger mag het initiatief nemen binnen de structuur en architectuur van het bestaande gebied. Dit betekent echter niet dat deze plannen welstandsvrij zijn. Het initiatief zal voldoende moeten aansluiten op wat in de omgeving gebruikelijk is. Ook vergunningvrij bouwen kan leiden tot een exces. Bouwwerken waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd, moeten ook aan minimale welstandseisen voldoen. Om te voorkomen dat een bouwwerk als exces wordt bestempeld, is het overigens mogelijk voorafgaand aan de bouw de welstandsnota te raadplegen en advies te vragen bij de gemeente. Volgens de wet kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Daarbij geldt, dat er eerder sprake is van strijdigheid naarmate een bouwwerk meer zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. Een aanbouw aan de achterzijde van een woning in een bouwblok is minder van invloed op het aanzien van de gemeente dan een aanbouw aan de zijgevel van een vrijstaande woning aan een doorgaande route. Ook is er eerder sprake van een exces in het geval van cultureel erfgoed. Volgens de wet moeten de criteria voor het beoordelen op excessen in de welstandsnota zijn opgenomen. De hier opgenomen criteria zijn niet bedoeld om de plaatsing van een bouwwerk tegen te gaan. De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium, dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Vaak heeft dit betrekking op: Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving De plaatsing van een schuur voor de voorgevel of het dichttimmeren van gevel openingen kan het zicht op een bouwwerk hinderen. Een hoge schutting voor de voorgevellijn heeft hetzelfde effect. Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden Aanpassingen aan een bouwwerk kunnen de architectonische bijzonderheden van een pand zodanig beschadigen dat het in strijd is met redelijke eisen van welstand. Denk hierbij aan twee dakkapellen boven elkaar in een dakvlak. Ook is hier sprake van bij een grondige gevelwijziging (zandstralen, ander voegwerk, andere kleur schilderwerk, nieuwe pannen, etcetera) van één van de woningen van een twee-onder-een-kapwoning, waardoor de eenheid verloren gaat. Een toegevoegd wezensvreemd element dat de architectuur van een pand ontkent, kan het oorspronkelijk karakter van een bouwwerk (deels) teniet doen, net als achterstallig onderhoud aan de buitenzijde van een bouwwerk, zoals scheurvorming in de gevels, betonrot of afbrokkelende onderdelen. Van een andere orde zijn bouwwerken die door een calamiteit geheel of gedeeltelijk onherstelbaar zijn beschadigd. Het in stand laten van dit soort objecten kan een exces zijn. Armoedig materiaalgebruik Omdat materialen die niet geschikt zijn als bouwmateriaal kunnen leiden tot een armoedige en ook gevaarlijke situaties, kan de gemeente op basis van welstand verlangen dat een ander materiaal wordt gebruikt. Felle of contrasterende kleuren Het toepassen van felle kleuren of kleuren die contrasteren met de directe omgeving, zoals het geval kan zijn na wijziging van een individuele woning in een blok of complex, kan leiden tot een onrustig beeld en is daarom welstandshalve ongewenst. Te opdringerige reclames Een veelheid of hinderlijk in het oog springende reclame kan een exces zijn. Of er daadwerkelijk sprake is van een exces is onder andere afhankelijk van de ligging van het gebouw. In een winkelgebied of op een bedrijventerrein is reclame meer op zijn plaats dan in een woonwijk. Ook de omvang van een gebouw is hierop van invloed. Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is Een gevel kan door een veelvoud van kleine toegevoegde elementen zoals vlaggen, schilderingen, spandoeken, verlichting, antennes en airco’s te veel uit de toon vallen. Daarnaast kunnen een of meerdere nieuwe gebouwen de samenhang in een gebied verstoren doordat de kenmerken hiervan teveel afwijken van wat gebruikelijk is. Gebiedsvreemde bouwstijlen zoals Chinese daken zijn hier een voorbeeld van. Net als een individuele uiting in een gebied met een seriematig karakter. Aan de hand van de gebiedsgerichte welstandscriteria kan bekeken worden wat redelijkerwijs verwacht kan worden van een nieuw gebouw. Voor de welstandsluwe gebieden zijn deze criteria wat grover gesteld en in de bijzondere gebieden juist wat preciezer. Bij de beoordeling of een object al dan niet een exces is, wordt hiermee rekening gehouden. Artikel8Ontwikkelingen De welstandsnota is opgesteld voor het beheer van de bestaande bebouwde omgeving. Nieuwbouwplannen vallen hier buiten en vereisen in Vlaardingen altijd een bijzondere inzet. De nota is geschreven voor het beheer van gebieden en objecten en bevat geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandscriteria kunnen niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan bijvoorbeeld in de vorm van een beeldkwaliteitplan aan ten grondslag ligt. Procedure Het opstellen van welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten vormt een vast onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden opgesteld door een stedenbouwkundige, supervisor of in overleg met de welstandscommissie. De gemeenteraad stelt de welstandscriteria vervolgens vast ter aanvulling op de welstandsnota. Voor dergelijke aanvullingen op de welstandsnota geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. Voorbeeld hiervan is Park Hoog Leede, waar gebiedsgerichte criteria voor zijn opgesteld. Artikel9Monumenten en cultuurhistorie Vlaardingen combineert een veranderlijk karakter met de wens monumenten en beeldbepalende bouwwerken te behouden. Beschermd stadsgezicht Vlaardingen bereidt de vaststelling van een beschermd stadsgezicht voor. Dit gebied kent een aantal deelgebieden met ieder een eigen sfeer. Naast de historische binnenstad met de binnenhaven maakt de oude buitenhaven en woongebied Oostwijk deel uit van het beschermd gezicht. Aan de noordkant van het gebied is een nieuw woongebied gedacht. Monumenten In Vlaardingen zijn 58 Rijksmonumenten aangewezen. Daarnaast heeft de gemeente 17 gemeentelijke monumenten aangewezen. Het gaat onder meer om kerken, molens, woonhuizen en openbare gebouwen. Door middel van het monumentenbeleid stelt de gemeente zich tot doel het bestaande bestand te behouden. Voor het welstandsbeleid betekent het monumentenbeleid extra aandacht voor de omgeving van het monument en dat de aangewezen monumenten een aparte status hebben. Bouwplannen voor monumenten worden eveneens beoordeeld door de monumentencommissie. Artikel10Uitgangspunten voor welstand Vlaardingen zoekt naar een evenwicht tussen de bouwmogelijkheden voor burgers en bedrijven enerzijds en het aanzien van de gemeente anderzijds. In het centrum, langs doorgaande wegen en bij nieuwe locaties, ook binnen de bestaande woongebieden, is een hoge beeldkwaliteit uitgangspunt en moet welstand bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Voor de meeste bestaande woongebieden en bedrijventerreinen wil de gemeente zich wat betreft welstand terughoudend opstellen en waar mogelijk ruimte laten voor particulier initiatief. De nadruk ligt in deze gebieden op het zicht vanuit de openbare ruimte. Bescheiden bouwplannen die (vrijwel) geen invloed hebben op het straatbeeld zullen in veel gevallen niet meer preventief getoetst worden. Hoofdstuk3WELSTANDSCRITERIA GEBIEDEN Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen, die de bestaande structuur van het gebied niet wezenlijk doorbreken. Paragraaf Paragraaf Artikel11Gebieden De gebiedsgerichte criteria zijn gebaseerd op het architectonisch vakmanschap en de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie worden aangetroffen. Deze criteria geven aan hoe een bouwwerk zich moet verhouden tot om in zijn omgeving niet teveel uit de toon te vallen, en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten worden gebruikt. De gebiedsgerichte welstandscriteria moeten worden gezien als de gewenste eigenschappen van het bouwplan. Per gebied is een samenhangend beoordelingskader opgesteld met daarin een korte beschrijving van het gebied, waarbij aandacht wordt besteed aan de ontstaansgeschiedenis, de stedenbouwkundige of landschappelijke omgeving, een typering van de bouwwerken, het materiaal- en kleurgebruik en de detaillering. Ook wordt er een samenvatting gegeven te verwachten of gewenste ontwikkelingen en een waardering voor het gebied op grond van de belevingswaarde en eventuele bijzondere cultuurhistorische, stedenbouwkundige of architectonische werken. Dit is de grondslag voor het welstandsniveau, waarbij tevens de hoofdpunten voor de beoordeling worden genoemd. Daarna volgen de welstandscriteria, steeds onderverdeeld in criteria betreffende de relatie met de omgeving van het bouwwerk, de bouwmassa, de architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Met de welstandscriteria kan de commissie zich binnen de grenzen van het bestemmingsplan een gewogen oordeel vormen. In aanvulling op de tekst zijn foto’s opgenomen, die een impressie van het gebied geven en zowel goede als slechte voorbeelden tonen. Paragraaf Artikel12Niveaus Voor elk welstandsgebied is het gewenste welstandsniveau aangegeven. Het welstandsniveau sluit zoveel mogelijk aan bij het gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. Het grootste deel van de gemeente is gewoon welstandsgebied. Hier heeft de gemeente gekozen voor het handhaven van een goede basiskwaliteit met daarbij voldoende vrijheid voor de burger of ondernemer om invulling te geven aan eigen initiatieven. Bouwplannen in deze gebieden mogen in principe geen afbreuk doen aan de basiskwaliteit van de omgeving. De bedrijventerreinen zijn soepel welstandsgebied. Hier wil de gemeente zich terughoudend opstellen en zich met name richten op het voorkomen van negatieve gevolgen voor de omgeving. Om deze reden ligt hier de nadruk op de randen en de hoofdwegen door het gebied. In de bijzondere gebieden is extra inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. Daarnaast is voor stedelijke inbreidingslocaties de inzet bijzonder. In beschermd gezicht is de cultuurhistorische kwaliteit mede bepalend voor de welstand. Hier is behoud van het historisch straatbeeld uitgangspunt. ParagraafGebied 1 Beschermd gezicht Het oudste deel van Vlaardingen zal binnenkort aangewezen worden als beschermd gezicht. De historische binnenstad van Vlaardingen is in de 7e eeuw ontstaan op de westelijke oeverwal van een kreek, nu de Oude haven. In de 11e en 12e eeuw krijgt het centrum van Vlaardingen met de oude Maasdijk (Hoogstraat, Korte Dijk), de kerkring (Markt) en de Oude Haven de basisvorm zoals we nu nog kennen. Met de opening van de Nieuwe Waterweg in 1872 komt de visserij tot bloei en vestigen veel nieuwe bedrijven zich in Vlaardingen. Kort daarop wordt begonnen met de aanleg van de spoorlijn. De spoordijk neemt de waterkerende functie van de middeleeuwse Maassluise- en Schiedamsedijk over, waardoor een groot gebied binnendijks komt te liggen. Door de toename van de werkgelegenheid in de visserij wordt dit nieuwe binnendijkse gebied bebouwd met arbeiderswoningen en middenstandswoningen (Oostwijk) en een strook bedrijven langs de Oude Haven. Buitendijks wordt in 1895/1896 de Koningin Wilhelminahaven aangelegd. Oostwijk wordt ter plaatse van buitenplaats ‘t Hof beëindigd met het Oranjepark. Vlaardingen is in de 20e eeuw getransformeerd van visserijnederzetting tot industriehaven. In de jaren vijftig is het historisch beeld gewijzigd als gevolg van saneringen aan zowel de oost- als de westkant van de Oude Haven. Winkelcentrum Liesveld en de stadsvernieuwing tussen spoor en Van Leyden Gaelstraat zijn hier onder andere voor teruggekomen. Een aantal gebouwen uit deze periode staat in sterk contrast met het historische karakter van de binnenstad. Het noordelijkste deel van de haven, Buizengat, wordt momenteel ontwikkeld tot woongebied. De watertoren en oude brandweerkazerne worden ingepast in het woongebied. Samengevat heeft het gebied vier delen met een eigen karakter en sfeer, die in de welstandsnota een eigen beschrijving en bijbehorende criteria krijgen. • de binnenstad met Oude Haven (beschermd 1) • Oostwijk en Oranjepark (beschermd 2) • Koningin Wilhelminahaven (beschermd 3) • inbreidingslocatie Buizengat (beschermd 4) Artikel13Uitgangspunten Algemene uitgangspunten voor het beschermd gezicht zijn: • voor het bouwen, verbouwen of slopen binnen het beschermd stadsgezicht moet men advies inwinnen bij de gemeente • bij verbouwing en herbouw worden in principe de bestaande goothoogtes, nokhoogtes en dakhellingen gehandhaafd • wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het straatbeeld • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume • bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar Artikel14Uitgangspunten Algemene uitgangspunten voor het beschermd gezicht zijn: • voor het bouwen, verbouwen of slopen binnen het beschermd stadsgezicht moet men advies inwinnen bij de gemeente • bij verbouwing en herbouw worden in principe de bestaande goothoogtes, nokhoogtes en dakhellingen gehandhaafd • wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het straatbeeld • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume • bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar Artikel15Hoog niveau In lijn met ander beleid zoals de Visie vitalisering binnenstad Vlaardingen is het welstandsniveau voor het gehele aankomende beschermd gezicht hoog. Het is een beschermd welstandsgebied. Voor een beschermd stadsgezicht gelden meer regels. Dit geldt ook voor welstand. De criteria bestaan uit gewone gebiedscriteria en aanvullende criteria voor enkele objecten, zoals te vinden in hoofdstuk 4. Deze aanvullende criteria zijn vastgelegd om de specifieke kenmerken van de architectuur van het gebied te behouden. Op een aantal punten wijken deze dan ook af van de standaarden, die elders vrijgegeven zijn of binnen de voor de hele verdere gemeente geldende criteria vallen. ArtikelGebied 1A Binnenstad Artikel16Beschrijving De binnenstad van Vlaardingen bestaat hoofdzakelijk uit stenige straten met een stedelijk karakter en bebouwing uit diverse periodes. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van Kortedijk, Hoogstraat, Markt, Westhavenkade en Oosthavenkade. De straten zijn stenig met aaneengesloten straatwanden met individuele panden en korte rijen woningen. Woningen staan direct aan de weg, soms is er een overgang door middel van een stoep. Voortuinen komen vrijwel niet voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. De binnenstad van Vlaardingen heeft veel verschillende functies. Woningen worden afgewisseld met winkels, kerken en bedrijven. De gevarieerde bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat in de kern veelal uit één tot twee lagen met variërende kappen. Aan de Oude haven komen ook pakhuizen van drie en vier lagen met kap voor. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Door de verschijningsvorm van de individuele gevels en de gesloten straatwanden ontstaat een levendig straatbeeld. De bebouwing heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige veelal rijke detaillering. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oorspronkelijke gevels hebben veel accenten terwijl de detaillering van nieuwere panden vaak sober is. Bijgebouwen zijn veelal eenvoudiger gedetailleerd dan het hoofdgebouw. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen in aardtinten, soms van natuursteen of in een lichte tint gepleisterd. Kappen zijn gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bijzondere elementen zijn gebouwen en objecten met een bijzondere functie, zoals de kerk, de oude visafslag, de stadskraan aan de Westhavenkade en de molen aan de Kortedijk. Deze gebouwen bepalen het silhouet van het beschermd gezicht en vormen accenten door hun ligging in het stedelijk weefsel en de afwijking in massa, opbouw en vorm. Artikel17Waardebepaling en beleid De binnenstad van Vlaardingen heeft een rijke geschiedenis. De waarde is vooral gelegen in het stedelijk weefsel met het kleinschalige afwisselende beeld van de straatwanden. Een groot aantal panden is door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijk structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing in een stenige omgeving. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. ArtikelGebied 1A Binnenstad Artikel18Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte (er is een duidelijk onderscheid in voor- en zijgevels) • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedten en samenhangende straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen • hoofdmassa’s staan direct aan de weg of zijn voorzien van een stoep • grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen • bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinstedelijke karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm, breedte en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur één tot twee lagen met eenduidige kap • aan de haven komt bebouwing van drie tot vier lagen met kap voor • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • architectonische uitwerking en detaillering zijn rijk, zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing met nadruk op de voorgevel en een verticale hoofdgeleding met hoge begane grond • top- en lijstgevels met geprofileerde kroonlijsten toepassen • gevelcomposities zijn samenhangend en afgestemd op de bestaande situatie • elementen in de gevel in een logische verhouding plaatsen • gevelopeningen zijn staand of verticaal onderverdeeld • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels in hoofdzaak uitvoeren in aardkleurige of gele baksteen of in lichte tint pleisteren of keimen, hellende daken dekken met matte keramische pannen • kozijnen, lijsten en dergelijke in principe uitvoeren in hout • kleuren harmoniëren met de omgeving en zijn bij voorkeur traditioneel ArtikelGebied 1B Oostwijk en Oranjepark Artikel19Beschrijving Oostwijk is de eerste uitbreiding van Vlaardingen en heeft gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een compacte structuur met als basis het individuele pand of de korte rij met een kleinstedelijk karakter. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Schiedamseweg, Emmastraat, Oosterstraat en 2e Van Leyden Gaelstraat. Daarnaast maken het Oranjepark en park Het Hof deel uit van het gebied. De straten zijn stenig en hebben vrijwel aaneengesloten straatwanden met individuele panden en korte rijen woningen. De woningen variëren van bescheiden arbeiderswoningen in de buurt de haven tot luxe ambtswoningen aan de hoofdwegen en enkele randen van het gebied. Ook zijn er middenklassewoningen in de wijk te vinden. In het gebied is sprake van enige functiemenging. Voortuinen komen vrijwel alleen aan de hoofdwegen voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is georiënteerd op de weg. De bebouwing is gevarieerd en individueel, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen met een kap. Aan hoofdwegen komt ook bebouwing van drie tot vier lagen voor. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Winkels en bedrijven hebben veelal een afwijkende begane grond. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Het gebied heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, variërend van sober tot rijk. Materialen en kleuren zijn divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is veelal gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bijgebouwen zijn van steen of hout. De begane grondlaag van bedrijven wijkt vaak af van de bovenlaag. Uitzondering is zijn de stadsvernieuwingsblokken die met name aan de zuidzijde van de wijk te vinden zijn. De bebouwing heeft hier veelal drie tot vier lagen en bestaat in tegenstelling tot de oude binnenstad uit complexen in plaats van individuele panden. Deze complexen hebben een seriematige en sobere uitwerking. De gevels hebben geen nadrukkelijke hiërarchie en worden vaak beëindigd met een plat dak. Bijzondere elementen zijn gebouwen met een afwijkende functie, zoals scholen, kerken en een enkel bedrijf. Deze gebouwen vormen accenten door hun vrije ligging in het stedelijk weefsel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Artikel20Waardebepaling en beleid De waarde van het gebied is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met variërende bebouwing aan overwegend stenige straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het gegroeide in beginsel kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. ArtikelGebied 1B Oostwijk en Oranjepark Artikel21Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte(
  2. n)en eventueel meerdere voorgevels geven • grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur één tot twee bouwlagen met een eenduidige en nadrukkelijke kap • de nok is evenwijdig aan of staat haaks op de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing met nadruk op de kap, grotere massa's onderverdelen • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • ramen bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdelen • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of in een lichte tint pleisteren • hellende daken dekken met (matte) keramische pannen • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren afstemmen op de omringende bebouwing ArtikelGebied 1C Koningin Wilhelminahaven Artikel22Beschrijving De Koningin Wilhelminahaven heeft hoofdzakelijk stenige kades met een stedelijk karakter en gevarieerde industriële bebouwing uit diverse periodes. Binnen de bestaande hoofdstructuur zal de haven ten westen van de insteekhaven wijzigen in een gebied met woningen en deels een recreatieve functie, waarbij de oorspronkelijke havensfeer behouden blijft. Het gebied bestaat onder andere uit de Koningin Wilhelminahaven Noord-, Zuid- en Zuidoostzijde, de Waterleidingstraat en een deel van de West- en Oosthavenkade. De straten zijn stenig met vrijwel aaneengesloten straatwanden met individuele panden van verschillende formaten. De gebouwen staan direct aan de weg, waarbij stoepen zich slechts onderscheiden van de rijbaan door een molgoot en een afwijkend klinkerpatroon. Groen komt vrijwel niet voor, de openbare ruimte bestaat uit steen en water. De rooilijn van de bebouwing volgt de wegen en kades en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. De haven heeft veel verschillende functies. Naast bedijvigheid en industrie aan de oostzijde van de insteekhaven, is aan de westzijde een aantal pakhuizen verbouwd tot horecagelegenheid. De gemeentelijke inzet is om in dit deel woningen te realiseren. De gevarieerde bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot drie lagen met variërende kappen. Eenlaagse bebouwing heeft veelal een plat dak. Aan de haven komen ook grotere pakhuizen van vier tot zes lagen met kap voor. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Door de verschijningsvorm van de individuele gevels en de overwegend gesloten straatwanden ontstaat een levendig straatbeeld. De bakstenen gevels zijn voorzien van grote gevelopeningen die met luiken gesloten zijn. De centrale assen van de gebouwen liggen veelal onder een topgevel. Het zijn robuuste gebouwen met een variërende detaillering. Bijgebouwen zijn veelal eenvoudiger gedetailleerd dan het hoofdgebouw. Materialen en kleuren zijn divers en terughoudend. Gevels zijn veelal van baksteen in aardtinten, kappen gedekt met pannen of leien, kozijnen van hout. Uitzondering is de industriële bebouwing aan de oostzijde van de haven. Deze gebouwen weerspiegelen de functies en kennen weinig opsmuk. De bebouwing is meestal eenvoudig van opzet met veel afwisseling in vorm. De detaillering en het materiaalgebruik zijn in het algemeen erg sober en functioneel. Artikel23Waardebepaling en beleid De waarde is vooral gelegen in het stedelijk weefsel met het kleinschalige afwisselende beeld van de straatwanden. Een groot aantal panden is door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijk structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing in een stenige, waterrijke omgeving en bezien vanuit de openbare ruimte. Bij wijzigingen, zoals de invulling van een deel van de haven, blijft de gevellijn van historische bebouwing behouden, terwijl daarachter meer vrijheid mogelijk is in de invulling. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. ArtikelGebied 1C Koningin Wilhelminahaven Artikel24Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het kleinstedelijke havenkarakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte (eventueel meerdere voorgevels geven) • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedten en samenhangende straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinstedelijke karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot drie lagen met kap of plat dak, afgestemd op de context • aan de haven komen grote pakhuizen van vier tot zes lagen met kap en een of meerdere topgevels voor, afgestemd op de context • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing • gevelcompositie afstemmen op de bestaande situatie (gevels historische bebouwing in beginsel behouden) • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • gevelopeningen zijn staand of verticaal onderverdeeld • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels uitvoeren in aardkleurige baksteen of deels in een lichte tint keimen of pleisteren • hellende daken dekken met matte, keramische pannen of leien • kozijnen, lijsten en dergelijke in principe uitvoeren in hout • kleuren harmoniëren met de omgeving en zijn bij voorkeur traditioneel ArtikelGebied 1D Buizengat Artikel25Beschrijving Buizengat is een recente woongebied en heeft een heldere structuur met gevarieerde woningen die per stedenbouwkundige eenheid worden herhaald. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van Buizengat en Hoflaan. Het gebied heeft een open karakter door grote water- en groenelementen. De architectuur van de woningen is gebaseerd op herhaling in stedenbouwkundige eenheden als clusters en rijen met behoud van de individualiteit. Door de variatie tussen rijen en clusters is het beeld afwisselend. De woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Per cluster is de rooilijn in samenhang en verspringt niet. De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw van veelal twee lagen met variërende kappen of tot drie lagen met plat dak. Hoeken van rijen zijn vaak verbijzonderd met uitbouwen of hebben een extra laag. Het gevelbeeld is gevarieerd. Gevels hebben veelal accenten en een duidelijke horizontale of verticale geleding. Appartementengebouwen hebben diverse vormen en variëren hoogte. De architectuur van de woningen is verzorgd en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld. De detaillering is zorgvuldig en eenvoudig. Accenten als luifels, dakoverstekken en structuur in het materiaal komen veel voor. Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, soms met houten delen of plaatmateriaal. Het metselwerk heeft vaak vlakken of banen van afwijkende kleur. Hellende daken zijn gedekt met pannen. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Samenhangend materiaal- en kleurgebruik is standaard. De overgang tussen openbaar en privé is vaak zorgvuldig vormgegeven met luifels, stoepen of lage tuinmuurtjes. Bijzondere elementen zijn de historische objecten met afwijkende functies als de watertoren en de brandweerkazerne. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Materialen en kleuren zijn traditioneel. Artikel26Waardebepaling en beleid De waarde is vooral gelegen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. Een andere kwaliteit is de hoeveelheid open ruimte in de wijk. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. De dynamiek van de wijk is gemiddeld tot hoog. Een deel van het gebied is nog in ontwikkeling. Het beleid is gericht op het tot stand komen en het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. Artikel27Aanvullend beleid De uitgangspunten uit beeldkwaliteitplan Buizengat Oost zijn leidend bij de beoordeling van bouwplannen in dit deelgebied. Uitgangspunt bij de beoordeling is het behalen van een zo hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit, die recht doet aan de (historische) omgeving en context. ArtikelGebied 1D Buizengat Artikel28Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met kap of tot drie lagen met plat dak • de nok is evenwijdig aan of dwars op de voorgevel • accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • bij rijenwoningen aan een voorkant zowel de aanwezige herhaling als de aanwezige differentiatie behouden • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en aan voorkanten per stedenbouwkundige eenheid in samenhang • gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbaar materiaal uitvoeren • op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa ParagraafGebied 2A Vlaardinger Ambacht Artikel29Beschrijving Vlaardinger Ambacht is een vooroorlogse groene uitbreidingswijk met voornamelijk korte rijtjes aaneengebouwde woningen uit de jaren ’20-‘30. De bebouwingsstructuur is gebaseerd op herhaling van de woning als basiseenheid, waarbij verbijzonderingen in de openbare ruimte vertaald worden in accenten in de massa en vormgeving van hoeken en kappen. De bebouwing bestaat uit rijen woningen van verschillende lengte. Ze vormt samenhangende clusters in gedifferentieerde composities. De panden zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. De rooilijn is per cluster in samenhang en verspringt. Dit gebied heeft ondanks smalle straten veelal een groen karakter door voortuinen en door de in de structuur opgenomen groenvoorzieningen als gazons en parken. De woningen hebben één tot twee lagen en een nadrukkelijke kap. Met name hoekwoningen hebben een gedifferentieerde opbouw met erkers, balkon, uitbouwen en serres. Opbouw en gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten. De overgang tussen privé en openbaar gebied is zorgvuldig vormgegeven door middel van bijvoorbeeld luifels en tuinmuurtjes. De voorgevel is veelal representatief, net als overige in het zicht staande gevels. De detaillering is zorgvuldig en per cluster in samenhang. De rand van het dak is benadrukt door een uitkragende dakgoot. Grote dakoverstekken zijn uitgetimmerd. Raamvlakken zijn deels onderverdeeld met stijl, regels en roeden. Door individuele wijzigingen is het samenhangende beeld soms aangetast. Materialen en kleuren zijn traditioneel en per cluster in samenhang. Gevels zijn grotendeels van baksteen met accenten en soms gestuct in lichte tinten. Hellende daken zijn in het algemeen gedekt met keramische pannen veelal in de kleur oranje. Kozijnen zijn van hout en in lichte tint geschilderd. Uitzondering zijn de in maat en schaal verschillende appartementengebouwen, zoals aan de Molenzicht. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en bestaan uit meerdere lagen met plat dak of kap. Zij vormen hoogteaccenten in de wijk. Ander uitzondering zijn de in clusters voorkomende vrijstaande woningen. Deze zijn deel van een ensemble of hebben een individuele uitstraling. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met andere functies zoals de kerk en de poort tot de begraafplaats. Deze bebouwing staat vrij op de kavel en wijkt af in massa, opbouw en vorm. Artikel30Waardebepaling en ontwikkeling De stedenbouwkundige opzet in samenhang met de zorgvuldig vormgegeven woningen levert een pittoresk beeld op. De groene voortuinen en groenvoorzieningen versterken dit beeld. De dynamiek in dit gebied is gemiddeld. Kleine wijzigingen kunnen een grote invloed hebben op de samenhang en worden zorgvuldig ingepast. Artikel31Bijzonder welstandsgebied Vlaardinger Ambacht is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van een samenhangend beeld per cluster, de herhaling van de woning met accenten bij een stedenbouwkundige aanleiding, de gedifferentieerde opbouw met nadrukkelijke kap, zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren. ParagraafGebied 2A Vlaardinger Ambacht Artikel32Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon • gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte • de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de weg, een haakse richting komt voor als accent • verspringingen in de rooilijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding • de individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd • gebouwen hebben representatieve voor- en zijgevels • woningen hebben per ensemble een sterke onderlinge samenhang • woningen bestaan uit een onderbouw met één tot twee bouwlagen en met nadrukkelijke kap • woningen hebben een zadeldak, mansardekap of schilddak • accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding • op- en aanbouwen zijn van hetzelfde model, materiaal en kleur in samenhang met de compositie van het woningenblok, bijgebouwen zijn ondergeschikt • aantasting van dakvlakken door grote dakkapellen, dakramen en dakopbouwen voorkomen • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en per cluster in samenhang • gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven (de oorspronkelijke erfafscheiding als gemetselde muurtjes, hekwerken en hagen zoveel mogelijk behouden) Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn traditioneel en per cluster in samenhang • gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruinachtige baksteen met hier en daar stuc- en siermetselwerkaccenten en bij uitzondering in een lichte kleur gestuct • hellende daken van de woningen voorzien van rode of gesmoorde keramische dakpannen • kozijnen en deuren uitvoeren in hout of houtachtige materialen • kleuren zijn traditioneel en afgestemd op de omringende bebouwing ArtikelGebied 2B Van Heutszpark Artikel33Beschrijving Het Van Heutszpark heeft voornamelijk vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen van twee lagen met zadeldak in een verzorgde architectuur langs groene straten. Het gebied bestaat voornamelijk uit de bebouwing aan het Van Heutszpark en een deel van de Riouwlaan, Floreslaan en Jan Pieterszoon Coenlaan. Hoewel de straten relatief smal zijn, heeft de wijk een groen karakter door de ruime tuinen en de groenelementen als het centraal gelegen park. De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van woningtypen. De rooi- en noklijnen verspringen en liggen evenwijdig aan straat met kleine verdraaiingen tussen de rijen. De voorgevels van de woningen zijn georiënteerd op de straat. Voor- en achtertuinen versterken het groene karakter. De woningen hebben een eenvoudige opbouw van veelal twee lagen met een eenvoudige kap. Op bijzondere plekken in de structuur zoals hoeken komen verbijzonderingen in massa en architectuur voor, waaronder woningen met samengestelde kappen. De herhaling van gevelelementen en schoorstenen geeft ritme aan het straatbeeld. Materiaalgebruik en detaillering zijn verzorgd en kennen een grote samenhang in het gebied. Gebouwen op hoeken hebben vaak een rijkere detaillering in dezelfde stijl. De gevels zijn van baksteen, daken gedekt met keramische pannen. Samenhangend kleurgebruik is standaard. Uitzondering is het appartementengebouw aan de Floreslaan. Dit relatief hoge gebouw staat vrij op de kavel en heeft een individuele uitstraling en afwijkende massa, materialen en kleuren. Artikel34Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van dit gebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen en de samenhangende bebouwing. De architectuur is verzorgd. De dynamiek van het woongebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als aanbouwen. Artikel35Bijzonder welstandsgebied Van Heutszpark is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. ArtikelGebied 2B Van Heutszpark Artikel36Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte(
  3. n)Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak • accenten in massa hebben een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen zijn indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • appartementengebouwen harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd • bij woningen aan voorkanten de herhaling behouden • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen bij voorkeur een bewoond karakter • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan een voorkant in samenhang met de rij en het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen, pleisterwerk of vergelijkbare materialen uitvoeren ArtikelGebied 2C Indische buurt Noord Artikel37Beschrijving De Indische buurt Noord heeft veelal korte rijen woningen van twee lagen met flauw hellende kap of plat dak en middelhoge appartementenblokken in een hoofdzakelijk sobere baksteenarchitectuur langs groene straten. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Ambonlaan, Ternatestraat, Molukkenstraat en een deel van de Riouwstraat. Hoewel de straten relatief smal zijn, heeft de wijk een groen karakter door ruime tuinen en enkele grote groen- en waterelementen als gazons en de vijver. De bebouwing bestaat uit herhaalde clusters. De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. Door individuele wijzigingen is de eenheid in de rijen soms verloren gegaan. De voorgevels van de woningen zijn veelal georiënteerd op de straat. Voor- en achtertuinen versterken het groene karakter. De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van veelal twee lagen met een flauw hellende kap, waarbij de hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan de tussenwoningen. De herhaling van gevelelementen en schoorstenen geeft ritme aan het straatbeeld. Daken zijn regelmatig voorzien van dakopbouwen. Materiaalgebruik en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. De meeste gevels zijn van baksteen, pleisterwerk of andere steenachtige materialen. Ook wat materiaalgebruik en bijbehorende detaillering is de eenheid in de rijen soms verloren gegaan. Samenhangend kleurgebruik is daarentegen wel standaard. Uitzondering zijn de blokken aan de Billitonlaan met winkels en bedrijven in de plint. Deze gebouwen hebben drie lagen met een flauwe kap. De begane grondlaag en heeft een afwijkende invulling en steekt uit ten opzichte van de bovenliggende lagen. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met bijzondere functies zoals scholen en kerken aan de zuidrand van het gebied. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Artikel38Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van dit gebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van het woongebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als aanbouwen. Niet iedere ingreep uit het verleden is een verbetering geweest, maar dit is niet de leidraad voor de toekomst. Artikel39Bijzonder welstandsgebied De Indische buurt Noord is een bijzonder welstandsgebied. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen. Het beleid is gericht op het beheer van de rust en waar mogelijk vergroting van de samenhang in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. ArtikelGebied 2C Indische buurt Noord Artikel40Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met flauw hellend zadeldak of plat dak • appartementengebouwen hebben bij voorkeur een eenvoudige vorm en zijn in beginsel middelhoog • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakopbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijenwoningen aan een voorkant de herhaling behouden • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel (er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat) • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan een voorkant in samenhang met de rij of het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen, pleisterwerk of vergelijkbare materialen uitvoeren • hellende daken van woningen in beginsel voorzien van pannen ArtikelGebied 2D Park Hoog Lede Artikel41Beschrijving Park Hoog Lede ligt ter plaatse van het oude Holy ziekenhuis en heeft een heldere structuur met gevarieerde woningen die per stedenbouwkundige eenheid worden herhaald. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan een deel van de Holysingel in het zuidoosten van de wijk Holy. Het gebied heeft een open en groen karakter door brede straatprofielen, ruime tuinen en grote groenelementen aan de randen. De architectuur van de woningen is gebaseerd op herhaling in stedenbouwkundige eenheden als clusters en rijen met behoud van de individualiteit. Door de variatie tussen rijen en clusters is het beeld afwisselend. De woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Per cluster is de rooilijn in samenhang en verspringt niet. De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw van veelal twee lagen met variërende kappen of drie lagen met plat dak. Hoeken van rijen zijn verbijzonderd met een nokverdraaiing. Het gevelbeeld is gevarieerd. Gevels hebben veelal accenten en een duidelijke horizontale of verticale geleding. De appartementengebouwen aan de Vlaardingsevaart hebben een eenvoudige plattegrond en een opbouw van zes lagen met een plat dak. De architectuur van de woningen is verzorgd en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld. De detaillering is zorgvuldig en eenvoudig. Accenten als luifels, overstekken en structuur in het materiaal komen veel voor. Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen in oranje, rode en bruine tinten. Het metselwerk heeft vaak vlakken of banen van afwijkende kleur. Hellende daken zijn gedekt met pannen. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Samenhangend materiaal- en kleurgebruik is standaard. De overgang tussen openbaar en privé is vaak zorgvuldig vormgegeven met heggen of lage tuinmuurtjes. Artikel42Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. Een andere kwaliteit is de hoeveelheid groenelementen in de wijk. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. De dynamiek van de wijk is gemiddeld tot hoog en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen. Een deel van de gebieden is nog in ontwikkeling. Artikel43Aanvullend beleid De uitgangspunten uit beeldkwaliteitplan Park Hoog Lede zijn leidend bij de beoordeling van bouwplannen in het betreffende (deel)gebied. Artikel44Bijzonder welstandsgebied Park Hoog Lede is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het tot stand komen en het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. ArtikelGebied 2D Park Hoog Lede Artikel45Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en de beeldkwaliteitplannen getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw • appartementengebouwen en gebouwen met een bijzondere functie kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met een nadrukkelijke kap of tot drie lagen met plat dak • de nok is evenwijdig aan of dwars op de voorgevel • accenten in hoogte of vormgeving afstemmen op stedenbouwkundige opzet • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijksoortig uitvoeren • erkers zijn hoogstens 1,50 m diep • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, evenwichtig en afgestemd op het gevarieerde beeld van de jaren ‘30 architectuur met een nadruk op horizontale belijning • bij rijenwoningen aan een voorkant zowel de aanwezige herhaling als de aanwezige differentiatie behouden • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke rijk detailleren • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen bij voorkeur een bewoond karakter • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en aan voorkanten per stedenbouwkundige eenheid in samenhang • accenten in hoogte en vormgeving kunnen een enigszins afwijkende kleur krijgen • gevels zijn bij voorkeur van baksteen, daken dekken met keramische pannen • op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa ArtikelGebied 2E Complex Vijfsluizen Artikel46Beschrijving Complex Vijfsluizen is een voormalig sportcomplex dat momenteel een ontwikkelingslocatie is voor onder andere kantoren, voorzieningen en een hotel, met behoud van de karakteristieke huidige bebouwing. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Meester L.A. Keplerweg. Het terrein krijgt een heldere stedenbouwkundige opzet met representatieve bebouwing, waarbij zicht op het hoofdgebouw van het voormalige sportcomplex leidend is voor de plaatsing van bebouwing. Ook de inrichting van de openbare ruimte wordt zorgvuldig, doelmatig en representatief. Het terrein wordt intensief bebouwd met vrijstaande gebouwen in een verspringende rooilijn en georiënteerd op de rand van het gebied en/of de ontsluitende weg. De individuele gebouwen krijgen meerdere lagen met veelal een plat dak, waarbij naast elkaar gelegen bebouwing in hoogte verschilt. Door de gebouwen op te tillen, blijft op het maaiveld het zicht op het binnenterrein behouden. Op de begane grond zijn alleen bescheiden entreepartijen met stijgpunten. De bebouwing heeft een grote variatie in maat, schaal en opbouw. Gevels worden representatief en krijgen een eenvoudige detaillering. Het materiaalgebruik wordt modern en duurzaam, kleuren terughoudend en per cluster in samenhang. Bijzonder element is het oude sportcomplex midden op het terrein. Dit gebouwstaat vrij op de kavel en wijkt af in massa, opbouw en vorm. Artikel47Waardebepaling en ontwikkeling Complex Vijfsluizen wordt een modern terrein met diverse functies. De waarde is vooral gelegen in de ruime stedenbouwkundige opzet en de verschijningsvorm van de bebouwing. De dynamiek van het terrein is de komende jaren hoog. Artikel48Aanvullend beleid Tijdens de ontwikkelingen zijn de uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan Vijfsluizen aanvullend van toepassing. Artikel49Bijzonder welstandsgebied Complex Vijfsluizen is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op de tot stand koming van samenhang in de bouwmassa's en het straatbeeld met behoud van de verscheidenheid per gebouw. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur. ArtikelGebied 2E Complex Vijfsluizen Artikel50Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en een eventueel beeldkwaliteitplan getoetst aan de hand van de volgende criteria: Algemeen • Onderstaande criteria zijn te interpreteren in het licht van het hoge ambitieniveau voor de nieuwbouw. Eventuele afwijkingen zijn denkbaar bij een gelijk ambitieniveau. Ligging • gebouwen staan vrij op de kavel • per kavel is er één hoofdmassa • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte(
  4. n)• rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg • expeditieruimte zoveel mogelijk aan de achterzijde van het gebouw situeren • opslag vindt in beginsel uit het zicht plaats Massa • gebouwen zijn overwegend vrijstaand, individueel en representatief • gebouwen hebben een eenvoudige vorm • gebouwen hebben een onderbouw van meerdere lagen met plat dak • entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als accenten of als zelfstandige volumes • bedrijven zijn herkenbaar als zelfstandige eenheden • er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering, gevouwen staalplaat of met kozijnen onderverdeelde glazen puien • materialen en kleuren van aanbouwen afstemmen op het hoofdvolume • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang ParagraafGebied 3A Babberspolder Artikel51Beschrijving Babberspolder is gebouwd als woongebied met veelal korte rijen woningen van twee lagen met flauw hellende kap of plat dak, afgewisseld met middelhoge appartementenblokken in een sobere architectuur. De bouwblokken zijn gegroepeerd in stempels met een ruime groene opzet die langs smalle straten staan. De oorspronkelijke woningen zijn verouderd en daarom wordt de wijk vernieuwd. Binnen de bestaande hoofdstructuur zal de Babberspolder wijzigen in een gebied met in clusters herhaalde woningen. De verschillende clusters zullen meer herkenbaar zijn als eenheid vanwege de grote variatie tussen de clusters. De zorgvuldige architectuur zal per cluster in samenhang zijn. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Van Hogendorplaan, Van der Duyn van Maasdamlaan en Kethelweg. De wens is een wijk met een vergelijkbaar open en groen karakter als nu het geval is. De woningtypen worden herhaald in stedenbouwkundige eenheden. De variatie tussen deze eenheden levert een afwisselend beeld op. De woningen worden gericht op de belangrijkste openbare ruimte, waarbij de rooilijn per cluster in samenhang zal zijn. Aan de doorgaande wegen komen accenten in massa en hoogte voor. De seriematig gebouwde woningen krijgen een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw. Het gevelbeeld wordt gevarieerd met accenten en een duidelijke horizontale of verticale geleding. Appartementengebouwen hebben diverse vormen en variëren hoogte. De architectuur van de woningen wordt zorgvuldig en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld. De detaillering wordt zorgvuldig en eenvoudig. Gevels worden bij voorkeur uitgevoerd in baksteen of vergelijkbare materialen. Samenhangende materialen en kleuren per cluster zijn en blijven standaard. De overgang tussen openbaar en privé wordt zorgvuldig vormgegeven. Uitzondering zijn de enkele vrijstaande woningen in de wijk. Deze woningen staan vrij op de kavel, variëren in massa en hebben een individuele uitstraling. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met bijzondere functies zoals scholen en kerken. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Winkels en bedrijven zitten veelal in de plint van appartementengebouwen. Artikel52Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van het gebied is de oorspronkelijk hoofdstructuur, zoals de wijze waarop de bouwblokken aan de straat staan, en zal daarnaast liggen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. De architectuur wordt verzorgd en gevarieerd. De dynamiek van de wijk is hoog. Een groot deel van de wijk wordt gesloopt en krijgt een nieuwe invulling. Artikel53Bijzonder welstandsgebied Babberspolder is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het tot stand komen en beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. De huidige bebouwing worden gewoon beheerd, waarbij de nadruk op het behoud van samenhang in het straatbeeld ligt. Bouwplannen aan achterkanten worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. De beeldkwaliteit van Spiegelhof is minimale inzet voor toekomstige ontwikkelingen. ParagraafGebied 3A Babberspolder Artikel54Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en een eventueel beeldkwaliteitplan getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met kap of twee tot drie lagen met plat dak • appartementengebouwen zijn middelhoog en voorzien van een kap of plat dak • de nok is evenwijdig aan of dwars op de voorgevel • accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en in beginsel per woningtype gelijk uitvoeren • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • bij rijenwoningen aan voorkanten de aanwezige herhaling behouden • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en per stedenbouwkundige eenheid in samenhang • gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbaar materiaal uitvoeren • op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa ArtikelGebied 3B Wonen centrum west Artikel55Beschrijving Het woongebied ten westen van het centrum is een vooroorlogse uitbreidingswijk met voornamelijk rijen aaneengebouwde woningen in een verzorgde en terughoudende baksteenarchitectuur waarin woningen van een gelijk type zijn gegroepeerd in clusters en rijen langs overwegend groene straten. In de loop der tijd zijn diverse verouderde woningen vervangen. De wijk bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Groen van Prinstenerstraat, Van der Driftstraat en Markgraaflaan. Het gebied bestaat uit een verzameling van stedenbouwkundige clusters, ontsloten door een hiërarchisch stratenpatroon. Naast rijwoningen komen ook appartementengebouwen en blokken met beneden- en bovenwoningen voor. In het gebied is sprake van enige functiemenging. Het voorkomen van veel (kleine) groenelementen geeft sommige deelgebieden een groen uiterlijk, terwijl met name grenzend aan de binnenstad ook stenige straten voorkomen. De bebouwing vormt samenhangende clusters. De panden zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. De rooilijn is per cluster in samenhang en verspringt soms. Appartementengebouwen hebben veelal een eenvoudige plattegrond en vorm en zijn middelhoog. Bij stedenbouwkundige aanleidingen zoals hoeken en aan doorgaande wegen komen onder andere hoogteaccenten en rooilijnverspringingen voor. De woningen zijn veelal één tot twee lagen hoog met een nadrukkelijke kap. Met name hoekwoningen hebben een gedifferentieerde opbouw. Bedrijven en winkels hebben een afwijkende begane grond. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. De detaillering is meestal verzorgd, seriematig en per cluster in samenhang. Oudere gevels zijn vaak voorzien van baksteenaccenten. Materialen en kleuren zijn traditioneel en per cluster in samenhang. Gevels zijn grotendeels van baksteen met accenten en soms gestuct in lichte tinten. Hellende daken zijn in het algemeen gedekt met keramische pannen. Het kleurgebruik is oorspronkelijk terughoudend. De begane grondlaag van winkels en bedrijven is vaak voorzien van grote ramen, afwijkende kleuren en reclame. Uitzondering zijn de verspreid voorkomende vrijstaande woningen. Deze zijn deel van een ensemble of hebben een individuele uitstraling. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met afwijkende functies zoals scholen en winkels. Deze elementen kunnen vrij op de kavel staan en wijken af in massa, opbouw en vorm. Ook de nieuwe toren aan de Burgemeester Pruissingel vormt een oriëntatiepunt in de wijk. Artikel56Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in de samenhang binnen de verschillende clusters met woningen in verzorgde architectuur. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en aanbouwen. Artikel57Gewoon welstandsgebied Het woongebied ten westen van het centrum is een gewoon welstandsgebied. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. ArtikelGebied 3B Wonen centrum west Artikel58Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon • gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte • de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de weg, een haakse richting komt voor als accent • verspringingen in de rooilijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding • de individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd en afgestemd op de samenhang in de rij of het cluster • woningen bestaan uit een onderbouw met één tot drie bouwlagen en met kap of plat dak • appartementengebouwen zijn middelhoog en voorzien van een kap of plat dak • accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren • vrijstaande woningen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn in beginsel verzorgd, gevarieerd en per cluster in samenhang • per rij of cluster de samenhang in de gevelindeling en architectonische elementen zoals schoorstenen een rol laten spelen • vrijstaande woningen kunnen een individuele uitstraling hebben • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn verzorgd en in samenhang met de rij of het cluster • gevels in hoofdzaak in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen uitvoeren danwel invullen met puien of houten delen • plaatmateriaal alleen gebruiken als invulling van een kozijn • hellende daken bij voorkeur voorzien van pannen • kleuren zijn terughoudend ArtikelGebied 3C Vettenoordsepolder Artikel59Beschrijving De Vettenoordsepolder is een vooroorlogse uitbreidingswijk met voornamelijk rijen aaneengebouwde woningen en appartementencomplexen in een verzorgde en terughoudende baksteenarchitectuur waarin woningen van een gelijk type zijn gegroepeerd in clusters en rijen langs overwegend groene straten. De wijk bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Mozartlaan, Mahlerstraat, Pieter Karel Drossaartstraat en Stationstraat. Het gebied bestaat uit een verzameling van een aantal relatief grote stedenbouwkundige clusters, ontsloten door een hiërarchisch stratenpatroon. Naast rijwoningen komen ook appartementengebouwen voor. In het gebied is sprake van enige functiemenging. Het voorkomen van veel (kleine) groenelementen geeft de wijk een groen uiterlijk, terwijl met name grenzend aan de binnenstad ook stenige straten voorkomen. De bebouwing vormt samenhangende clusters. De panden zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. De rooilijn is per cluster in samenhang en verspringt soms. Appartementengebouwen hebben veelal een eenvoudige plattegrond en vorm en zijn middelhoog. Bij stedenbouwkundige aanleidingen als hoeken en grote groenelementen komen onder andere hoogteverschillen in de massa, nokverdraaiingen en rooilijnverspringingen voor. De woningen zijn veelal één tot twee lagen hoog met een nadrukkelijke kap of plat dak. De afwisselende dakvlakken zijn vaak voorzien van dakkapellen en -opbouwen. Bedrijven en winkels hebben een afwijkende begane grond. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. De detaillering is meestal verzorgd, seriematig en per cluster in samenhang. Oudere gevels zijn vaak voorzien van baksteenaccenten, terwijl meer recente gevels veelal sober zijn met hier en daar een uitzondering zoals gevelstenen aan de Mozartlaan. Materialen en kleuren zijn traditioneel en per cluster in samenhang. Gevels zijn grotendeels van baksteen en soms gestuct in lichte tinten. Hellende daken zijn in veelal gedekt met keramische pannen. Het kleurgebruik is oorspronkelijk terughoudend. De begane grondlaag van winkels en bedrijven is vaak voorzien van grote ramen, afwijkende kleuren en reclame. Uitzondering zijn enkele individuele woningen, zoals aan de Prins hendrikstraat, Stationsstraat en Mozartlaan. Deze hebben een individuele uitstraling en staan vrijstaand of vormen een aaneengesloten straatwand. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met afwijkende functies als scholen. De bijzondere elementen kunnen vrij op de kavel staan en wijken af in massa, opbouw en vorm. Artikel60Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in de samenhang binnen de verschillende clusters met woningen in verzorgde architectuur. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en aanbouwen. Artikel61Gewoon welstandsgebied De Vettenoordsepolder is een gewoon welstandsgebied. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. ArtikelGebied 3C Vettenoordsepolder Artikel62Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon • gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte • de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de weg, een haakse richting komt voor als accent • verspringingen in de rooilijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding • de individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd en afgestemd op de samenhang in de rij of het cluster • woningen bestaan uit een onderbouw met één tot twee bouwlagen en met kap of plat dak • appartementengebouwen zijn middelhoog en voorzien van een kap of plat dak • accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren • vrijstaande woningen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en per cluster in samenhang • per rij of cluster de samenhang in de gevelindeling en architectonische elementen zoals schoorstenen een rol laten spelen • vrijstaande woningen kunnen een individuele uitstraling hebben • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn verzorgd en in samenhang met de rij of het cluster • gevels in hoofdzaak in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen uitvoeren danwel invullen met puien of houten delen • plaatmateriaal alleen gebruiken als invulling van een kozijn • hellende daken bij voorkeur voorzien van pannen • kleuren zijn terughoudend ArtikelGebied 3D Indische buurt Zuid Artikel63Beschrijving De Indische buurt Zuid heeft veelal korte rijen woningen van twee lagen met flauw hellende kap of plat dak en middelhoge appartementenblokken in een hoofdzakelijk sobere baksteenarchitectuur langs groene straten. Het gebied bestaat voornamelijk uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Insulindesingel, Surinamesingel en Soendasingel. Hoewel de straten relatief smal zijn, heeft de wijk een groen karakter door de ruime tuinen en de groenelementen als vijvers en gazons. De bebouwing bestaat uit herhaalde clusters. De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. De voorgevels van de woningen zijn georiënteerd op de straat. Voor- en achtertuinen versterken het groene karakter. De woningen hebben een eenvoudige opbouw van veelal twee lagen met een eenvoudige kap. Op de hoeken komen verbijzonderingen in massa voor, veelal in de vorm van een extra verdieping. De herhaling van gevelelementen en schoorstenen geeft ritme aan het straatbeeld. Daken zijn regelmatig voorzien van dakopbouwen in diverse soorten en maten. Appartementengebouwen komen voor aan de bredere straten in de buurt en hebben veelal een opbouw van drie lagen met een zadeldak. Materiaalgebruik en detaillering zijn eenvoudig en seriematig. De gevels zijn van baksteen of pleisterwerk en op enkele plekken voorzien van aaneengesloten dakkapellen over de hele rij. Samenhangend kleurgebruik is standaard. Uitzondering zijn de enkele oude lintwoningen aan de Soendalaan. Deze kleinschalige bebouwing heeft één tot twee lagen met een kap haaks op de gevel en een individuele uitstraling. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met een bijzondere functies zoals scholen en de seniorenflat aan de Bilitonlaan. Deze relatief grote gebouwen staan (enigszins) vrij op de kavel en hebben een individuele uitstraling en afwijkende massa, materialen en kleuren. Artikel64Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van dit gebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen en de samenhangende bebouwing. De architectuur is verzorgd. De dynamiek van het woongebied is gemiddeld tot hoog en betreft veelal kleine wijzigingen als aanbouwen. Artikel65Gewoon welstandsgebied De Indische buurt Zuid is een gewoon welstandsgebied. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. ArtikelGebied 3D Indische buurt Zuid Artikel66Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met flauw hellend zadeldak • appartementengebouwen hebben bij voorkeur een eenvoudige vorm en zijn in beginsel middelhoog • accenten in massa hebben een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakopbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijenwoningen aan een voorkant de herhaling behouden • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen bij voorkeur een bewoond karakter • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan een voorkant in samenhang met de rij of het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen, pleisterwerk of vergelijkbare materialen uitvoeren ArtikelGebied 3E Maasboulevard en Stationsgebied Artikel67Beschrijving Woongebied Maasboulevard heeft appartementengebouwen van verschillende grootte in een groene en waterrijke omgeving. In het Stationsgebied is de bouw van circa 500 woningen voorzien. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Maasboulevard en het gebied tussen spoor en Galgkade/Deltaweg. Woongebied Maasboulevard is ruim opgezet met vrijstaande gebouwen die op de weg zijn georiënteerd en verspringende rooilijnen hebben. De bebouwing is bij voorkeur individueel en eenvoudig van opzet. De opbouw is tot drie lagen hoog met een plat dak. Ze heeft een grote variatie in maat en schaal. Gevels hebben een eenvoudige detaillering. Bij gesloten gevels vormen entrees, representatieve ruimten en kantoorachtige delen accenten. Het materiaalgebruik is overwegend traditioneel. Het kleurgebruik is terughoudend en in onderlinge samenhang. Bijzonder element is het hotel aan de Maas. Dit gebouw heeft een samengestelde massa. Artikel68Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in de ruime stedenbouwkundige opzet met eenvoudige bebouwing. De dynamiek van het gebied is hoog. Het beleid is terughoudend en gericht op het goed functioneren en beheer. Voor de ontwikkelingen in het Stationsgebied wordt een bijzondere inzet gevraagd. Artikel69Gewoon welstandsgebied Maasboulevard en Stationsgebied is een gewoon welstandsgebied, waarbij nieuwbouwplannen en bouwplannen aan invalswegen een bijzondere inzet vergen. Het beleid is bij nieuwbouw gericht op het tot stand komen van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. De huidige bebouwing worden gewoon beheerd, waarbij de nadruk op het behoud samenhang in het straatbeeld ligt. Bouwplannen aan achterkanten worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur. ArtikelGebied 3E Maasboulevard en Stationsgebied Artikel70Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en een eventueel beeldkwaliteitplan getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen staan vrij op de kavel • per kavel is er één hoofdmassa • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • rooilijnen van de hoofdmassa’s liggen terug en volgen de weg Massa • de bouwmassa en gevelopbouw zijn evenwichtig en in harmonie met het karakter van het gebied • gebouwen zijn vrijstaand, individueel en hebben in beginsel een eenvoudige plattegrond • gebouwen hebben een onderbouw van meerdere lagen met in beginsel een plat dak • de individuele woning binnen een gebouw is deel van het geheel • entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als accenten of zelfstandige volumes • de voorzieningen zijn herkenbaar als zelfstandige eenheden • er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen zorgvuldig, evenwichtig en sober • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • gevels zijn bij voorkeur van baksteen • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang • materialen en kleuren van aanbouwen afstemmen op het hoofdvolume ArtikelGebied 3F Westwijk Artikel71Beschrijving Westwijk is gebouwd als woongebied met veelal korte rijen woningen van twee lagen met flauw hellende kap of plat dak, afgewisseld met middelhoge appartementenblokken in een sobere architectuur. De bouwblokken zijn gegroepeerd in clusters met een ruime groene opzet aan een hiërarchisch stratenpatroon. De oorspronkelijke woningen zijn deels verouderd en worden op diverse plekken vervangen. Binnen de bestaande hoofdstructuur krijgt Westwijk diverse nieuwe invullingen met in clusters herhaalde woningen. De verschillende clusters zullen meer herkenbaar zijn als eenheid vanwege de grote variatie tussen de clusters. Per cluster is de zorgvuldige architectuur in samenhang. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Dirk de Derdelaan, Marnixlaan en Doctor Wardi Beckmansingel. De wens is om het open en groene karakter te behouden. De woningtypen worden herhaald in stedenbouwkundige eenheden. De variatie tussen deze eenheden, ook in relatie tot de wederopbouwarchitectuur van de oorspronkelijke bebouwing, levert een afwisselend beeld op. De woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte, waarbij de rooilijn per cluster in samenhang is. Aan de doorgaande wegen komen accenten in massa en hoogte voor. De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw en een gevarieerd gevelbeeld. Appartementengebouwen hebben diverse vormen en variëren hoogte. De architectuur van de nieuwe woningen is zorgvuldig en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld. De detaillering wordt zorgvuldiger dan ze bij de oorspronkelijke bebouwing is, maar blijft in beginsel eenvoudig. Gevels worden bij voorkeur uitgevoerd in baksteen of vergelijkbare materialen. Samenhangende materialen en kleuren per cluster zijn standaard. Uitzondering zijn de enkele vrijstaande woningen in de wijk. Deze woningen staan vrij op de kavel, variëren in massa en hebben een individuele uitstraling. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met bijzondere functies zoals scholen en kerken. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Winkels en bedrijven zitten veelal in de plint van appartementengebouwen. Artikel72Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van het gebied is de oorspronkelijk hoofdstructuur, zoals de wijze waarop de bouwblokken aan de straat staan, en het rustige beeld van de groene straten. De waarde van de inbreidingen ligt daarnaast in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. De architectuur van de inbreidingen is verzorgd en gevarieerd. De dynamiek van de wijk is hoog. De wijk wordt hier en daar aangevuld en vervangen. Artikel73Gewoon welstandsgebied Westwijk is een gewoon welstandsgebied, waarbij nieuwbouwplannen en bouwplannen aan invalswegen een bijzondere inzet vergen. Het beleid is bij nieuwbouw gericht op het tot stand komen van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. De huidige bebouwing worden gewoon beheerd, waarbij de nadruk op het behoud samenhang in het straatbeeld ligt. Bouwplannen aan achterkanten worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. ArtikelGebied 3F Westwijk Artikel74Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en een eventueel beeldkwaliteitplan getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met kap of twee tot drie lagen met plat dak • appartementengebouwen zijn middelhoog en voorzien van een kap of plat dak • de nok is evenwijdig aan of dwars op de voorgevel • accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en in beginsel per woningtype gelijk uitvoeren • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en van inbreidingen zorgvuldig • bij rijenwoningen aan een voorkant de herhaling behouden • individuele woningen kunnen een individuele uitstraling hebben • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en per stedenbouwkundige eenheid in samenhang • gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbaar materiaal uitvoeren • op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa ArtikelGebied 3G Holy Zuid Artikel75Beschrijving Holy Zuid heeft veelal korte rijen woningen van twee lagen met flauw hellende kap of plat dak en middelhoge appartementenblokken in een hoofdzakelijk sobere baksteenarchitectuur langs groene straten. Het gebied ligt direct ten noorden van de snelweg en bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Lepelaarsingel, Kraanvogellaan, Holysingel, Dillenburgsingel, Frederik Hendriklaan en Anna Paulownalaan. De wijk heeft een groen karakter door brede straatprofielen, ruime tuinen en grote groen- en waterelementen als parken en vijvers. De bebouwing bestaat uit herhaalde clusters. De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. De voorgevels van de woningen zijn veelal georiënteerd op de straat. De tuinen versterken het groene karakter. De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van veelal twee lagen met (zadel)kap, waarbij de hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan de tussenwoningen. Recentere woningen hebben drie lagen met een plat dak. De herhaling van gevelelementen geeft ritme aan het straatbeeld. Daken zijn regelmatig voorzien van dakkapellen in diverse soorten en maten. Appartementenblokken hebben een eenvoudige vorm en meestal vier tot vijf bouwlagen. Aan doorgaande wegen komen accenten in massa en hoogte voor. Materiaalgebruik en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. Recente inbreidingen zijn veelal meer verzorgd in uitwerking en detaillering. De meeste gevels zijn van baksteen of pleisterwerk en soms voorzien van grote houten of kunststof puien. Samenhangend kleurgebruik is standaard. Uitzondering zijn de verspreid voorkomende vrijstaande woningen, zoals aan en in de omgeving van de Prins Alexanderlaan. Deze woningen staan vrij op de kavel en hebben veelal afwijkende massa’s en een individuele uitstraling. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met andere functies zoals scholen, kerken en winkels. Ook komen enkele grotere complexen voor, zoals aan de Dillenburgsingel. Deze gebouwen en complexen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Winkels zijn geclusterd in enkele buurtcentra. Boven de winkels wordt gewoond. Artikel76Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van dit gebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van het woongebied is gemiddeld. Artikel77Gewoon welstandsgebied Holy Zuid is een gewoon welstandsgebied. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. ArtikelGebied 3G Holy Zuid Artikel78Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak of drie lagen met plat dak • appartementengebouwen hebben bij voorkeur een eenvoudige vorm en zijn in beginsel middelhoog • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakopbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijenwoningen aan een voorkant de herhaling behouden • hoogteaccenten hebben een stedenbouwkundige aanleiding • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen in beginsel een bewoond karakter • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan een voorkant in samenhang met de rij of het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen, pleisterwerk of vergelijkbare materialen uitvoeren • hellende daken van woningen in beginsel voorzien van pannen ArtikelGebied 3H Holy Noord Artikel79Beschrijving Holy Noord is een uitbreidingswijk in een verzorgde en terughoudende baksteenarchitectuur waarin woningen van een gelijk type zijn gegroepeerd in clusters of rijen langs groene straten. De wijk bestaat in hoofdzaak uit de woonerven en -clusters die aantakken op de Amsterdamsingel, Olmendreef, Albert Schweitzersingel en Churchillsingel. De wijk vormt een besloten eenheid die bestaat uit een verzameling van woonerven ontsloten door een meanderend stratenpatroon. Daarnaast is er een wijkpark. De vele kleine groenelementen geven de wijk een groen uiterlijk. Binnen een erf komt in het algemeen één woningtype voor met verspringende nok- en rooilijnen. Laagbouw rijwoningen worden afgewisseld met middelhoge appartementenblokken Het beeld is gedifferentieerd door een wisselende oriëntatie van geschakelde woningen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte. De opbouw van de woningen varieert, maar in het algemeen bestaat ze uit een of twee lagen met een kap, waarbij verlengde daken en aanbouwen vaak voorkomen. De afwisselende dakvlakken zijn vaak voorzien van dakkapellen en dakramen. De materialisering en detaillering zijn meestal eenvoudig en seriematig met weinig accenten. De meeste gevels zijn opgebouwd uit baksteen en vaak voorzien van houten of kunststof puien. Het kleurgebruik is oorspronkelijk terughoudend. Uitzondering is het gedeelte aan de westkant van de Albert Schweitzersingel. De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw. Appartementengebouwen hebben diverse vormen en variëren in hoogte. Accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding. De architectuur van deze woningen is verzorgd en gebaseerd op herhaling in clusters in combinatie met een afwisselend beeld. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met bijzondere functies zoals scholen, kantoorgebouwen en kerken. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Aan de oostkant van de wijk is een winkelcentrum. Aan de Joke Smitkade ligt een woonwagenkamp. Artikel80Waardebepaling en ontwikkeling Holy Noord is een woonwijk aan de noordrand van Vlaardingen waar geen hoofdroutes door lopen. De waarde is vooral gelegen in de hoeveelheid groen en de samenhang tussen de stedenbouwkundige eenheden met ieder hun architectonische variaties. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen. Artikel81Gewoon welstandsgebied Holy Noord is een gewoon welstandsgebied. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen, zoals ter plaatse van Het Oog aan de Johanna Naberkade. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. ArtikelGebied 3H Holy Noord Artikel82Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijenwoningen aan voorkanten de herhaling behouden • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan voorkanten in samenhang met de rij of het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbare materialen uitvoeren • hellende daken van woningen in beginsel voorzien van pannen ArtikelGebied 3I Rotterdamseweg/Engelse Boomgaard Artikel83Beschrijving De inbreidingen aan Rotterdamseweg en Engelse Boomgaard hebben een heldere structuur met gevarieerde woningen die per stedenbouwkundige eenheid worden herhaald. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Lusthofstraat, Eleonorastraat, Engelse Boomgaard en Jonkvrouw van Naaldwijcklaan. De gebieden hebben een open en groen karakter door brede straatprofielen, ruime tuinen en enkele grote groenelementen. De architectuur van de woningen is gebaseerd op herhaling in stedenbouwkundige eenheden als clusters en rijen met behoud van de individualiteit. Door de variatie tussen rijen en clusters is het beeld afwisselend. De woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Per cluster is de rooilijn in samenhang en verspringt niet. De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw van veelal twee lagen met variërende kappen of drie lagen met plat dak. Hoeken van rijen zijn vaak verbijzonderd met uitbouwen of hebben een extra laag. Het gevelbeeld is gevarieerd. Gevels hebben veelal accenten en een duidelijke horizontale of verticale geleding. Appartementengebouwen hebben diverse vormen en variëren hoogte. De architectuur van de woningen is verzorgd en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld. De detaillering is zorgvuldig en eenvoudig. Accenten als luifels en structuur in het materiaal komen veel voor. Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, soms met houten delen of plaatmateriaal. Het metselwerk heeft vaak vlakken of banen van afwijkende kleur. Hellende daken zijn gedekt met pannen. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Samenhangend materiaal- en kleurgebruik is standaard. De overgang tussen openbaar en privé is vaak zorgvuldig vormgegeven met luifels, heggen of lage tuinmuurtjes. Artikel84Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. Een andere kwaliteit is de hoeveelheid groenelementen in de wijk. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. De dynamiek van de wijk is gemiddeld tot hoog en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen. Een deel van de gebieden is nog in ontwikkeling. Artikel85Gewoon welstandsgebied De inbreidingen aan de Rotterdamseweg en Engelse Boomgaard zijn gewone welstandsgebieden. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen. Het beleid is gericht op het tot stand komen en het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. ArtikelGebied 3I Rotterdamseweg/Engelse Boomgaard Artikel86Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en de beeldkwaliteitplannen getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de v

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.