← Nederland

Winterswijk

Kort samengevat

Deze wet, genaamd de Omgevingsvisie Winterswijk, is een plan voor de toekomst van Winterswijk tot het jaar 2040. Het beschrijft hoe de gemeente zich wil ontwikkelen en welke keuzes gemaakt moeten worden om Winterswijk groen, gastvrij en vitaal te houden.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR756691 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0294/2025/Regeling83505c7b581346f89e2c42d9e651c495 /join/id/stop/work_019 2026-02-10 2026-02-10 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR756691/nld@2026-02-11 /join/id/proces/gm0294/2023/procedure175d1fe72d524fb7995d5608903410c8 2026-02-11 2026-02-11 /akn/nl/act/gm0294/2025/Regeling83505c7b581346f89e2c42d9e651c495/nld@2026-02-05;13311149 /akn/nl/act/gm0294/2025/Regeling83505c7b581346f89e2c42d9e651c495 /akn/nl/act/gm0294/2025/Regeling83505c7b581346f89e2c42d9e651c495/nld@2026-02-05;13311149 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie 1 Winterswijk 2040: waar willen we naar toe? 1.1 Voorwoord: Samen maken we de toekomst van Winterswijk Hoe ziet Winterswijk eruit in 2040? En wat is er nodig om daar te komen? Deze omgevingsvisie is een gezamenlijke zoektocht naar antwoorden op die vragen. Want de toekomst van Winterswijk maken we niet alleen als gemeente, maar samen met inwoners, ondernemers, verenigingen en partners in de regio. Als we in deze visie spreken over ‘we’, dan bedoelen we juist die samenwerking. De kracht van onze samenleving zit in het samen doen. Een woord van dank daarom ook aan alle inzenders van beeldmateriaal voor deze omgevingsvisie. Heel fijn dat u uw betrokkenheid daarmee toonde. Winterswijk is een gemeente met een sterke identiteit, betrokken inwoners en een rijk verenigingsleven. Vrijwilligers, cultuurmakers, jongeren, ondernemers – allemaal dragen ze bij aan een levendig dorp waar het prettig wonen, werken en verblijven is. Daar zijn we trots op en dat willen we koesteren én versterken. Deze visie kijkt ver vooruit, tot aan

  1. Dat vraagt om ambitie, durf en de ruimte om te dromen. Tegelijkertijd is dit geen vaststaand eindplaatje. De wereld verandert, en Winterswijk verandert mee. Deze visie is daarom een levend en dynamisch document, dat met de tijd kan en mag meebewegen. In het proces van het opstellen van deze visie hebben we veel mensen gesproken. Jong en oud, vanuit verschillende achtergronden en invalshoeken. Vooral jongeren verdienen onze aandacht – zij zijn de toekomst van Winterswijk. We willen hen blijven binden aan onze gemeente, met goede voorzieningen en kansen om zich hier thuis te voelen én te ontwikkelen. De omgevingsvisie geeft richting aan de keuzes die we samen gaan maken. Vanuit onze historie, onze kernwaarden én de kansen die er liggen. We bouwen op wat goed is, en durven te vernieuwen waar nodig. Deze omgevingsvisie is één van de laatste stukken die ik in mijn huidige rol mag meegeven. Het is een document waar veel inzet, kennis en betrokkenheid samenkomen. Ik vertrouw erop dat deze visie een stevige basis biedt voor de toekomst van onze gemeente. Laten we blijven dromen én doen, Joris Bengevoord Voormalig Burgemeester van Winterswijk 1.2 Toekomstbeeld Winterswijk De warmte komt me tegemoet zodra ik de trein uitstap. Hèhè, eindelijk weer in Winterswijk. De vergadering in Apeldoorn duurde langer dan verwacht, maar gelukkig kon ik nog net de sneltrein halen. Dat scheelt weer een kwartier, en daardoor ben ik nu toch nog op tijd bij de kinderopvang. De stress van de dag glijdt weer van me af als ik naar het mooie historische stationsgebouw loop. Ondanks dat het station inmiddels een kleine jongen is tussen de grote zorgvoorziening en het GKC achter het station, en de appartementengebouwen op de hoek van de Parallelweg, heeft het nog niets van zijn statigheid verloren. Op deze plek zou je bijna kunnen denken dat je in een stad bent beland, ook al vind ik Winterswijk echt nog een dorp, mijn dorp. Snel pak ik mijn bakfiets. Er is zelfs nog tijd om even mijn schoenen op te halen. Binnen een paar minuten ben ik bij de gezellige fietsparkeerplaats bij de Torenstraat, waar op een donderdag altijd nog wel ruimte is. Onder de bomen is het hier heerlijk koel. Zo fijn dat die sprietjes van een paar jaar geleden nu bomen met volle kruinen zijn! Ook het groen in de Misterstraat staat er in de zomer mooi bij. Zo te zien ben ik niet de enige die ervan geniet – het is druk! Uit gewoonte ga ik na of het een Duitse feestdag is, maar nee, kennelijk zijn er genoeg dagjesmensen die Winterswijk ook op een normale doordeweekse dag wel weten te vinden. Zodra ik mijn schoenen opgehaald heb pak ik mijn fiets weer en steek de markt over. Overal zitten de terrassen vol. Tussen de bomen hangen vaandels met daarop het logo van “500 jaar Jacobskerk”. O ja, daar had ik iets over gelezen. De kerk ziet er nog precies zo uit als toen die gebouwd werd rond 1500, op de kleine uitbouw van het theater na. Dat doet me eraan denken: Bas en ik waren van plan dit weekend naar de afscheidsshow van Ilse de Lange in de Jacobskerk te gaan. Als we daarvoor uit eten willen gaan moeten we er wel aan denken om te reserveren. Vanaf de Wheme kan ik bijna een kilometer langs de Whemerbeek fietsen voordat ik af moet buigen naar de Kleine Kastanje. Een libelle raakt bijna verstrikt in mijn haren, maar ik weet het beestje nog net te ontwijken. Overal langs de beek zitten ouderen op bankjes of scholieren op het gras. Daar is het ook echt wel het weer voor, als we straks de hond uit laten kunnen we misschien ook wel even een ommetje maken via de beek. Nu eerst Jet en Mats ophalen. Bij het gloednieuwe gebouw van de kinderopvang zet ik mijn bakfiets naast de vele anderen. Wat is het toch een mooi gebouw, niet gek dat dit een landelijke duurzaamheidsprijs heeft gewonnen. Het is ook bijna niet te geloven dat de groepen nu alweer vol zitten, terwijl deze locatie pas vorig jaar open is gegaan. Tien jaar geleden leek het er nog op dat er BSO’s moesten sluiten, maar daar is al lang geen sprake meer van. Daar hebben wij en de andere bewoners van het Leemkamp dan ook goed ons best voor gedaan: afgelopen jaren was er een heuse babyboom in de wijk! Met de kinderen voorin fiets ik het laatste stuk naar huis. In mijn hoofd ga ik na wat er nog allemaal moet gebeuren voor het weekend. Morgenavond een boog zetten voor het vijfentwintig jaar huwelijk van de buren, Jet naar haar orkestklasje, Mats heeft voetbal, Bas naar de corsoclub, en vanavond mag ik met onze klankbordgroep meedenken over een potentiële uitbreidingswijk… Alles bij elkaar wordt het toch best weer druk. Gaan we dat allemaal redden? Mijn schouders ontspannen zodra ik langs de bomenlaan van de Bataafseweg fiets en tussen het groen ons huis kan ontdekken. Ondertussen vertelt Mats voluit over zijn dag, terwijl Jet een vlinder bewondert die op haar hand geland is. Wat een heerlijk plekje hebben we hier toch. Een plek waar iedereen elkaar kent en naar elkaar omkijkt, ongeacht of je hier al generaties woont of net bent gearriveerd. Ach, ’t kump allemaal wal good. 1.3 Welke opgaven komen er op ons af? De gemeente Winterswijk staat voor grote opgaven. In het startdocument “Het verhaal van ons Winterswijk” zijn drie kernopgaven en zes deelopgaven geformuleerd. Deze opgaven geven richting aan de omgevingsvisie en vormen het kompas voor keuzes tot
  2. Hieronder lichten we deze kernopgaven toe. Kernopgave 1: Visitekaartje van Winterswijk Winterswijk willen we niet alleen behouden zoals het is, maar juist versterken en vernieuwen. Het is belangrijk dat onze gemeente herkenbaar en aantrekkelijk blijft voor inwoners, ondernemers, bezoekers en nieuwe bewoners. De focus ligt op het behouden en versterken van onze unieke kwaliteiten, zoals het groene landschap, de historische dorpskernen en de gastvrije sfeer. Tegelijkertijd investeren we in een duurzame, innovatieve toekomst, waarin natuur en economie hand in hand gaan. Kernopgave 2: Vergrijzing en emigratie: hoe blijven we vitaal? We krijgen te maken met een groeiende groep ouderen, wat zorgt voor een grotere zorgvraag en extra druk op voorzieningen. Tegelijkertijd vertrekken veel jongeren voor studie of werk. Dit vraagt om actie, zodat de vitaliteit van Winterswijk behouden blijft. We willen een gemeente zijn waar mensen graag wonen, werken en leven – nu én in de toekomst. Een plek waar iedereen zich thuis voelt, waar ruimte is voor ontmoeting, ontwikkeling en maatschappelijke deelname. Of je nu jong of oud bent, nieuwkomer of geboren Winterswijker: iedereen telt mee. Kernopgave 3: Gastvrij Winterswijk Winterswijk vervult een belangrijke regiofunctie en heeft een hoog voorzieningenniveau. Dit maakt onze gemeente aantrekkelijk voor inwoners én bezoekers, met name toeristen uit Duitsland. Een grote opgave is het op peil houden van dit voorzieningenniveau. Het gaat niet alleen om winkels, horeca en diensten, maar ook om zorg, sportfaciliteiten en ontmoetingsplekken. Deze voorzieningen zijn essentieel voor een leefbare gemeente, waar mensen zich verbonden voelen met hun omgeving en graag blijven wonen. In het verhaal van Winterswijk vind je alle opgaven terug. Winterswijk als schakel in de regio De positie van Winterswijk in de regio is bepalend voor de keuzes die we maken. Binnen het zogeheten haltermodel is Winterswijk de tweede regiokern naast Doetinchem. We zijn in het oosten van de Achterhoek met ons voorzieningenniveau van grote betekenis voor de omliggende gemeenten en het Duitse achterland. We willen onze regiofunctie verder versterken. Dat doen we door ons te richten op goede bereikbaarheid en het behouden en verbeteren van onze voorzieningen. Tegelijkertijd zetten we in op samenwerking met andere gemeenten in de Achterhoek, de provincie en partners over de grens. We zoeken actief de verbinding, omdat we geloven dat regionale samenwerking essentieel is om de uitdagingen van de toekomst het hoofd te bieden. Winterswijk wil zich onderscheiden als een gastvrije, levendige en duurzame gemeente met een sterke lokale identiteit, maar ook als een gemeente die stevig is ingebed in regionale netwerken. Zo blijven we van betekenis – voor onze eigen inwoners én voor de regio. 1.4 Waarom een omgevingsvisie? Koers voor 2040 De omgevingsvisie Winterswijk geeft ons de juiste richting om de uitdagingen en kansen die voor ons liggen goed aan te pakken. Het helpt ons om de juiste keuzes te maken voor de toekomst. De omgevingsvisie zorgt ervoor dat we voortbouwen op onze huidige kwaliteiten: hoe kunnen we ons landschap, onze infrastructuur en gemeenschappen zo inrichten dat ze duurzaam en levensvatbaar blijven voor toekomstige generaties? Het is onze routekaart die ons helpt om de regio sterker te maken, de samenleving duurzamer te maken en de kwaliteit van leven voor iedereen te waarborgen. Samen werken we aan de uitdaging om Winterswijk klaar te maken voor de toekomst: een plek die groen, gastvrij en vitaal is, waar iedereen zich kan ontwikkelen en waar iedereen prettig kan wonen. Samenhang met beleid Rijk, provincie en regio De omgevingsvisie van Winterswijk staat niet op zichzelf. Ze is nauw verbonden met ruimtelijke en maatschappelijke opgaven op hogere schaalniveaus. De keuzes die we maken richting 2040 sluiten aan bij landelijke en provinciale beleidskaders, én bij de regionale koers van de Achterhoek (Ruimtelijk Perspectief Achterhoek). Vanuit het Rijk wordt sterk gestuurd op nationale opgaven zoals de woningbouwopgave, energietransitie, klimaatadaptatie, bereikbaarheid en toekomstbestendige landbouw. Deze thema’s komen terug in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), het Nationaal Omgevingsprogramma en de NOVEX-gebieden (Nationale OmgevingsVisie EXecutiekracht). De provincie Gelderland stelt in haar omgevingsvisie en omgevingsverordening kaders voor onder meer woningbouw, landschap, water en bodem, mobiliteit en economische ontwikkeling. Daarbij is er aandacht voor het versterken van de leefbaarheid in het landelijk gebied en het behouden van karakteristieke Gelderse kwaliteiten. Winterswijk vertaalt deze provinciale doelen naar de lokale omstandigheden en voegt daar eigen accenten aan toe, passend bij het karakter van de gemeente. Daarnaast wordt binnen de regio Achterhoek samen met ondernemers, organisaties en overheden gewerkt aan het Ruimtelijk Perspectief Achterhoek (RPA). In dit regionale perspectief geven we gezamenlijk richting aan oplossingen voor grote landelijke opgaven, zoals het bouwen van voldoende woningen, de energietransitie, het herstel van water en natuur en de verduurzaming van de landbouw. Bovendien willen we de leefbaarheid van onze regio behouden. Het RPA vormt een belangrijk kader voor lokale keuzes. De omgevingsvisie van Winterswijk draagt bij aan de gedeelde ambitie om de Achterhoek leefbaar, innovatief en aantrekkelijk te houden, voor huidige en toekomstige generaties. 1.5 Van twee omgevingsvisies naar één omgevingsvisie In december 2019 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie voor het buitengebied van Winterswijk vastgesteld. Deze visie beschrijft de lange termijn koers voor het landelijke gebied en vormt sindsdien het strategisch kader voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving buiten de kom. Deze omgevingsvisie richt zich op de kom van Winterswijk. De opgaven in de kern verschillen van die in het buitengebied en vragen om een eigen benadering. Door voor beide gebieden afzonderlijk een visie op te stellen, doen we recht aan hun specifieke kenmerken en uitdagingen. Na vaststelling van de omgevingsvisie voor de kom voegen we beide visies samen tot één integrale omgevingsvisie voor de hele gemeente. Daarmee ontstaat één samenhangend strategisch kader dat de verbinding legt tussen stad en platteland en richting geeft aan de toekomst van Winterswijk als geheel. De omgevingsvisie doet dienst als bestuurlijk bindend afwegingskader voor nieuwe initiatieven en vormt de inhoudelijke basis voor het opstellen van het toekomstige omgevingsplan, dat het bestemmingsplan vervangt. 1.6 Hoe is de omgevingsvisie bebouwde kom tot stand gekomen? De omgevingsvisie voor de kom is een document van ons allemaal. We hebben ervoor gezorgd dat iedereen zijn of haar stem kon laten horen. We hebben verschillende manieren gebruikt om ideeën en meningen te verzamelen. Zo konden inwoners hun mening geven via een enquête met stellingen en een wens- en opgaveprikker, waarin ze konden aangeven wat voor hen belangrijk is. Daarnaast hebben we in de wijken gesprekken georganiseerd en een tour door Winterswijk gehouden om in direct contact te komen met bewoners. Dit gaf ons de kans om hun ideeën en wensen te horen. We hebben ook actief stakeholders betrokken door middel van gezamenlijke sessies, waar we samen de belangrijkste thema’s hebben besproken en prioriteiten hebben bepaald. Door deze brede betrokkenheid konden we een visie ontwikkelen die gedragen wordt door de gemeenschap en die rekening houdt met een verschillende kijk van iedereen in Winterswijk. Voor het volledige overzicht van alle participatie is het "Participatieverslag omgevingsvisie kom Winterswijk" te raadplegen. 1.7 Leeswijzer Hoofdstuk 1 – Winterswijk 2040: waar willen we naartoe? Dit hoofdstuk schetst het toekomstbeeld voor Winterswijk in 2040 en legt de basis van de omgevingsvisie. Het voorwoord introduceert de aanleiding en ambitie. Vervolgens wordt het toekomstbeeld geschetst, relevante opgaven benoemd en uitgelegd waarom een omgevingsvisie noodzakelijk is. Ook komt aan bod hoe deze visie tot stand is gekomen door middel van participatie. Hoofdstuk 2 – Lagen van Winterswijk: Waar bouwen we op voort? Hier wordt Winterswijk in lagen geanalyseerd, als fundament voor toekomstige keuzes. Bodem en water vormen de fysieke basis, gevolgd door netwerken en dorpsstructuur. Identiteitsdragers zoals landschap en bebouwing geven karakter en tot slot worden de bestaande functies weergegeven die de ruimtelijke inrichting en het dagelijks leven beïnvloeden. Hoofdstuk 3 – Integrale koers en visie In dit hoofdstuk wordt de centrale koers voor Winterswijk tot 2040 gepresenteerd, ondersteund door een visiekaart. Het laat zien hoe de verschillende thema’s en ambities ruimtelijk samenkomen in een integraal toekomstbeeld voor de kern van Winterswijk. Hoofdstuk 4 – Thematische uitwerking De overkoepelende visie wordt hier thematisch verdiept. Elk subhoofdstuk behandelt een specifiek thema zoals erfgoed, groen, wonen, mobiliteit, duurzaamheid. Samen geven deze thema’s invulling aan een leefbare, duurzame en veerkrachtige toekomst voor Winterswijk. Hoofdstuk 5 – Verantwoording en vervolg Het laatste hoofdstuk beschrijft hoe we de visie opnemen in beleid en uitvoering in relatie tot de Omgevingswet. Instrumenten van de Omgevingswet, de beleidscyclus en besluitvorming worden uitgelegd. Ook participatie, actualisering, juridische procedures en kostenaspecten komen aan bod om transparantie en voortgang te waarborgen. 2 Wat vormt de basis van Winterswijk 2.1 Inleiding Hoe is Winterswijk ontstaan en wat kenmerkt Winterswijk? De ondergrond, netwerken, ruimtelijke karakteristieken, huidige functies en historische kenmerken vormen de eerste basis voor de visie. Alleen door te begrijpen hoe Winterswijk zich historisch ontwikkeld heeft, kunnen we bepalen waar we trots op zijn. Wat willen we behouden richting de toekomst? Op welk fundament bouwen we voort? De laatste laag is de visie zelf. We combineren onze kennis over de ondergrond, netwerk, identiteit en huidige functies om te komen tot een visie die Winterswijk sterker, duurzamer en beter maakt voor de toekomst. Deze lagenbenadering helpt ons bij het afwegen van plannen en het borgen van kwaliteit. 2.2 De ondergrond: Water en bodem De volgorde van de lagen laat zien waar we als eerste rekening mee moeten houden. We beginnen bij de ondergrond, want dat is de basis van het landschap én het verhaal van de plek. Hoe Winterswijk is ontstaan, wat het gebied bijzonder maakt, dat bepaalt mede wat hier mogelijk is. Het karakteristieke Winterswijkse landschap is gevormd door een rijke gelaagdheid van bodemtypes, hoogteverschillen en waterlopen. Bodem als fundament van het Winterswijkse landschap Winterswijk ligt op een plateau dat we het Oost-Nederlands Plateau noemen. Dat plateau maakt deel uit van de randen van ‘Bekken van Münster’. Terwijl de rest van Nederland elk jaar door beweging van de aardplaten daalt, stijgt Winterswijk jaarlijks met een paar milimeter. Dat maakt Winterswijk samen met een paar andere gebieden uniek in Nederland. Door de continue stijging van dit plateau en de erosie van de bovenste lagen, zijn op deze plateaus miljoenen jaren oude aardlagen blootgelegd. In de steengroeve van Winterswijk is deze unieke opbouw nog altijd zichtbaar, met fossielen en kalklagen die elders in Nederland diep onder het maaiveld liggen. In dat plateau werden dalen uitgesleten. Het water liep van de hoge gronden weg, verzamelde zich in een netwerk van beken, waaronder de Whemerbeek, en vormde zo het watersysteem. In koude en droge perioden van de laatste ijstijd waaide zand op en bleef liggen op hogere ruggen. Deze natuurlijke opbouw zorgt voor een opvallend afwisselend beeld van aan de ene kant dalen met beken, beekdalbossen en zandruggen, en aan de andere kant plateaus met bossen en hoogteverschillen. Zowel de dalen als de plateaus hebben zich vervolgens steeds verder gevormd tot een afwisselend landschap. De hogere gronden in de dalen waren het eerst geschikt voor bewoning, ook met drinkwater uit de beken in handbereik. Het boerenbedrijf paste goed in het kleinschalige landschap en voegde daar weer een laagje aan toe met essen, erven en lanen. Zo tekent zich het ‘oude deel’ van het hele Winterswijkse landschap af: op alle hoogste gronden met hun kenmerkende kleinschalige en grillige inrichting. Pas later werden de plateaus buiten de dalen ontwikkeld. Bijzonder in Winterswijk is dat enkel delen daarvan nog steeds natuurgebied zijn: de hoogvenen zoals het Wooldse Veen, Korenburger Veen en Zwillbrocker Venn. Andere gronden werden wel als boerenland in gebruik genomen met inmiddels nieuwe ontginningstechnieken: daarmee zijn het grotere open gebieden met recht getrokken sloten. Dit type landschap wordt daarom ook vaak benoemd als jonge (heide) ontginningen. Het landschap van Winterswijk is dus laag op laag opgebouwd. Iedere periode heeft zijn eigen sporen achtergelaten. Het ene deel van de gemeente ontwikkelde zich anders en op een ander moment dan het andere. Die gelaagdheid en verscheidenheid maken het Winterswijkse landschap zo bijzonder. Niet voor niets is Winterswijk de enige gemeente in Nederland met het grootste grondgebied aan Nationaal Landschap. De unieke bodemopbouw van Winterswijk Winterswijk kent vier dominante landschapsvormen, elk met eigen kenmerken en ruimtelijke implicaties. Op de ondergrondkaart is zichtbaar hoe de ondergrondstructuur Winterswijk onderscheidt: Dekzandruggen Beekdalen Dekzandvlaktes Gebieden met leem-of kleilagen op de plateaus De ondergrond in de kom: wat zien we, wat betekent het? De ondergrond van de kom van Winterswijk is bepalend geweest voor de structuur van het dorp. Op de kaart komen heel duidelijk de dekzandruggen naar boven. Deze zijn altijd belangrijk geweest als ‘hoge en droge ruggen’. Zij vormen ook de dragers van historische routes en bebouwing (zoals beschreven in de laag over ruimtelijke karakteristiek/identiteit). Daarnaast loopt het beekdal van de Whemerbeek als zone centraal door de hele kom: van zuidoost naar noordwest, in het midden langs het gehele centrum. De strategische ligging van Winterswijk – op hoge ruggen, met nabijheid van water en oversteekbaarheid via bruggen, en op de grens van Gelderland en het Münsterland – vormt een belangrijk deel van de ontstaansgeschiedenis van het dorp én de latere groei tot regiokern. Ontwikkelingen in de kom: klimaatopgaven en kansen De bebouwde kom van Winterswijk ligt grotendeels op oude dekzandruggen en in de overgang naar lagergelegen beekdalen. Daarmee is het een gevarieerde ondergrond die binnen één dorpsstructuur zowel natte als droge zones kent. Dit maakt maatwerk nodig bij inbreiding, herontwikkeling of het vergroenen van de leefomgeving. Zeker omdat het merendeel van de ruimte al bebouwd of verhard is. Op basis van de ondergrondkaart kunnen we per landschapsvorm in de kom van Winterswijk bepalen wat de kansen zijn voor klimaatadaptatie en waterbeheer. Elke bodem vraagt om een andere benadering. De humusrijke, organische toplaag op de ruggen die vooral is ontstaan door het vermengen van dierlijke mest met heide- en beekdalplaggen speelt hierbij een belangrijke rol. Deze laag kan veel water vasthouden, wat bijdraagt aan de sponswerking van de bodem. Vergroening versterkt deze laag en helpt zo bij het voorkomen van verdroging, hittestress en wateroverlast. Het is daarom zinvol om bij elke ontwikkeling in de kom bewust te sturen op bodemverbetering en het versterken van groenstructuren. Zo maken we de bestaande dorpsstructuur klimaatbestendiger en leefbaarder. Per landschapsvorm betekent dit: Beekdalen (beekdalopvullingen en -afzettingen): gevoelig voor langdurige neerslag (wateroverschot) en kortdurende neerslag en verdroging ondergrond(droogte). Hier ligt de kans in het versterken van de sponswerking en het herstellen van natuurlijke waterlopen die het landschap volgen. Deze gebieden zijn minder geschikt voor intensieve bebouwing, maar juist kansrijk voor waterberging, verkoeling en ecologische verbindingen. Dekzandruggen (vaak met enkeerdgronden; bestaan uit een humusrijke bruingekleurde laag grond, het esdek, van ten minste 50 cm dik): gevoelig voor erosie en droogteschade. Door vergroening en het verhogen van de grondwaterstand kunnen deze gebieden beter regenwater vasthouden en bijdragen aan een robuuste, groene dorpsstructuur. Dekzandvlaktes: gevoelig voor wateroverlast en watertekort (verdroging), maar goed infiltreerbaar. Hier kunnen infiltrerende voorzieningen zoals wadi’s of groene zones helpen om piekbuien op te vangen. Keileemgronden op plateaus: waterondoorlatend. Water stroomt af naar omliggende gebieden. Daardoor zijn deze plekken geschikt voor opvang van oppervlaktewater, maar gevoeliger voor overlast als er niet op tijd wordt afgevoerd. Daarnaast komen er (buiten de kaart) nog veen- en moerige gronden voor, zoals bij het Korenburgerveen, Wooldse Veen en Zwillbrocker Venn. De randen van de kom: structuur van het omliggende landschap Zoals hierboven al werd beschreven, verklaren de landschapsvormen ook grotendeels de landschapsopbouw rond Winterswijk. Zoomen we iets uit, dan tekenen zich in het landschap, rondom de kom, heel mooi de lijnen af van de dekzandruggen en de beekdalen die samen op lopen. We kennen deze gebieden als één van de mooiste landschappen van Winterswijk: waar de beken zich door steilranden slijten, en waar bossen en beken samen een zeer gevarieerd en afwisselden landschap vormen. Volgen we de lijn van deze ruggen en beekdalen, dan vormen ze een slingerende structuur rondom de kom heen. Soms komen ze dicht bij de kom, zoals aan de zuidoostkant bij Bekendelle en de voormalige koppeling met de Whemerbeek. Soms slingeren ze weg van de kom en bakenen daarbij de iets opener tussengebieden af. Deze structuur is niet alleen visueel herkenbaar, maar ook ecologisch en cultuurhistorisch waardevol. Uitbreiding buiten de kom: sturing door bodem en water Voor toekomstige initiatieven buiten de kom vormt de bodem een belangrijke leidraad. Niet elk gebied is vanuit hydrologisch of ecologisch oogpunt even geschikt voor ontwikkelingen. De hoofdstructuur van beekdalen en dekzandruggen vormt een waardevol landschappelijk raamwerk dat we willen behouden. Voor ontwikkelingen gelden de volgende kansen en beperkingen vanuit bodem en klimaat: Zuidzijde: in aansluiting op/in nabijheid van de kom liggen keileempakketten/kleiputten. Dit gebied is ongeschikt voor bouw ontwikkelingen door de slechte waterdoorlatendheid. Westzijde: dit gebied bestaat uit een zandige ondergrond. Dit is technisch geschikt voor bebouwing. Noord- en oostrand: hier liggen zandige tussenstroken met kleinschalige dekzandruggen en keileem. Hier is bebouwing mogelijk, als de bodemstructuur én het landschap leidend blijven voor de opzet. Dat vraagt om een landschappelijke benadering van bijvoorbeeld (woon)gebieden, waarin natuurlijke structuren (lanen, bosschages, waterlopen, paden) het ruimtelijk raamwerk vormen en waarin bouwen ondergeschikt blijft aan de plek. Ondergrondkaart Winterswijk Let op: De beschrijvingen hierboven zijn gebaseerd op bodemkundige en hydrologische eigenschappen. Of een gebied daadwerkelijk geschikt is voor ontwikkeling, hangt af van meerdere factoren. Denk bijvoorbeeld aan bereikbaarheid, landschap, cultuurhistorie, milieukwaliteit of aanwezige functies. 2.3 Ruimtelijke karakteristiek: identiteitsdragers Winterswijk 2.3.1 Inleiding Vanuit de ondergrond bouwen we verder en kijken we naar de ruimtelijke karakteristiek van Winterswijk. Wat maakt het dorp in zijn opbouw, beeld en beleving bijzonder? En hoe kunnen we die kwaliteit behouden en benutten voor toekomstige keuzes? Hierbij werken we ook met de lagenbenadering. De ruimtelijke karakteristiek laat zien hoe het landschap, de verkaveling, de bebouwing en de openbare ruimte zich in de loop der tijd hebben gevormd. Winterswijk is niet in één keer ontstaan, maar stap voor stap opgebouwd. De gelaagdheid van het dorp, van oude erven tot textielfabrieken, van radialen tot naoorlogse buurten, vormt het fundament onder de identiteit van Winterswijk. 2.3.2 Structuur van het landschap: van ondergrond naar verkaveling De netwerkenkaart en de identiteitskaart laten zien hoe het beeld en het karakter van Winterswijk zijn ontstaan. In grote lijnen is dit alles wat boven op de ondergrond zichtbaar is geworden. Een deel van het landschap heeft een natuurlijke oorsprong, zoals de (hoog)venen en delen van de beeklopen. Maar het overgrote deel is door de mens gevormd: beken zijn verlegd, gronden zijn ontgonnen, lanen, bossen en hakhoutbosjes zijn aangelegd. De invloed van de ondergrond op het landschap is nog steeds zichtbaar in patronen van dekzandruggen en beekdalen. Langs deze structuren ontstonden routes, erven en ontginningen. De drogere gronden langs de beken werden eerder en met oudere methodes bewoond en in cultuur gebracht dan de natte laagten en de plateaus. Zo kreeg het landschap zijn kenmerkende ritme van open en gesloten delen, kleinschalige versus groter opgezette verkavelingen en met verschillende beplantingsvormen. Het dorp Winterswijk groeide vanuit die landschappelijke basis uit tot het karakteristieke, compacte en levendige Winterswijk van nu. De oude landwegen die de hogere gronden verbonden, vormden eeuwenlang de belangrijkste routes. Winterswijk ontstond op een strategische plek: waar die oude wegen over de dekzandruggen samenkwamen met de weg die het beekdal van de Whemerbeek overstak. Daar ontstond een nederzetting, een handelsplek, een centrum dat uitgroeide tot de kern die we nu kennen. De ruimtelijke karakteristiek van Winterswijk is onlosmakelijk verbonden met de ondergrond én met de geschiedenis. Het Winterswijkse beeld is nog steeds te herleiden tot drie duidelijke periodes: Winterswijk als groot dorp. De kom van Winterswijk laat zich nog steeds herkennen als een groot, uitgestrekt dorp met een bovenregionale betekenis, ook voor de handel. De afwisseling van boerderijen in het buitengebied enerzijds en aaneengesloten huizen, tuinen, arbeiderswoningen en statige panden in de kern zorgt voor kleinschaligheid en gemoedelijkheid – verspreid over een ruim gebied. Winterswijk is door haar functie voor de regionale handel altijd een dorp met veel voorzieningen geweest en plukt daar nog steeds de vruchten van. De industriële bloeiperiode. Vanaf ongeveer 1880 groeide Winterswijk sterk, van 8.000 tot meer dan 20.000 inwoners. De textielnijverheid ontwikkelde zich tot een stevige industrie met bekende textielterreinen en fabrieken. Fabrikanten bouwden villa’s en zorgden voor arbeiderswoningen. Tegelijk groeide het voorzieningenniveau: met handels- en ambachtsgebouwen, hotels, horeca en vermaak. Winterswijk werd aangesloten op meerdere spoorlijnen en kende zelfs een belangrijk rangeerterrein. Ook andere sectoren, zoals steenfabrieken, ambachten en maakindustrie bloeiden op. De naoorlogse groei naar een regionale groeikern. Vanaf ongeveer 1950 breidde Winterswijk zich in fases uit met nieuwe woonwijken en projectmatige buurten. De industrie ontwikkelde zich verder, onder andere op bedrijventerrein Zuid. Het ziekenhuis groeide door tot regionaal centrum. In en rond het centrum kwamen supermarkten, gestapelde woningbouw en andere functies. Vandaag de dag is het centrum nog steeds levendig, met een breed aanbod aan winkels, horeca, theater, muziekschool, bibliotheek en het Gerrit Komrij College. 2.3.3 De ruimtelijke karakteristiek van Winterswijk: waarden en kansen Door deze opeenvolgende periodes kreeg de kom van Winterswijk een gelaagde en karakteristieke opbouw. In tegenstelling tot het omliggende landschap dat een vanzelfsprekende schoonheid heeft, is het in de kom vooral de mix van tijdsbeelden die het straatbeeld bepaalt. Sommige structuren dragen duidelijk bij aan kwaliteit en identiteit; andere onderdelen minder. Duidelijk is de structuur van landwegen uit het buitengebied naar de kerk: langs die routes laat Winterswijk haar dorpse karakter heel mooi zien. Samen met de beeldbepalende gebouwen, groene tuinen, bosschages en bomen. En met nog duidelijk afleesbare binnengebieden die langer ‘leeg’ zijn gebleven. Voor de toekomst willen we het beste uit Winterswijk versterken. We kijken daarom naar de structuren, routes en plekken die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Waar zit het beeld dat Winterswijk maakt tot wat het is? We kijken hierbij niet alleen naar ruimtelijke structuren, maar ook naar de gebouwtypologieën die passen bij de identiteit van Winterswijk. Welke bebouwing vormt de dragers van het beeld? En welke nieuwe typen dragen in de toekomst bij aan een kwaliteitsvolle, herkenbare leefomgeving? Om dit inzichtelijk te maken, zijn de 'netwerkenkaart' en de 'ruimtelijke identiteitskaart' opgesteld. Daarin geven we aan welke routes, plekken, ruimtes en gebouwtypes beeldbepalend zijn. Daarnaast signaleren we plekken die minder goed werken of kansen bieden voor verbetering. 2.3.4 De identiteitskaart: beeldbepalers De dorpsstructuur van Winterswijk is gevormd op de ondergrond van dekzandruggen en de Whemerbeek, zoals eerder beschreven. Door de eeuwen heen is het dorp stap voor stap opgebouwd en ontwikkeld, door bewoners, ondernemers en initiatiefnemers. De ruimtelijke identiteitskaart maakt zichtbaar welke elementen bepalend zijn van de dorpsstructuur: de karakteristieke lijnen, gebouwen, plekken en groenstructuren die Winterswijk herkenbaar maken. Daarmee vormt de kaart een visuele samenvatting van de ruimtelijke karakteristiek, die richting geeft aan ontwikkeling en behoud. Let op: de tekstuele beschrijving in dit hoofdstuk vormt het leidende kader. De kaart en bijbehorende beelden dienen ter ondersteuning, inspiratie en visualisatie, maar zijn niet limitatief. Ze geven richting, maar laten ruimte voor maatwerk en interpretatie op basis van de kwaliteit van de plek. In de tekst hieronder lichten we deze beeldbepalende kenmerken toe, onderverdeeld in drie thema’s: Historische lijnen en plekken – zoals de oude landwegen, de Whemerbeekzone, het centrum en de textielterreinen. Naoorlogse groei en binnengebieden – met buurten uit verschillende periodes en hun karakteristieke opbouw. Dorpsstructuur, openbare ruimte en verblijfskwaliteit – denk aan het groen, de inrichting van straten en de kansen voor ontmoeten. 2.3.5 Historische lijnen en plekken Winterswijk kent een duidelijke ruimtelijke structuur die is gevormd door historische lijnen en plekken. Oude routes, waterlopen, fabrieksterreinen en bijzondere gebouwen geven het dorp zijn herkenbare opbouw en karakter. Winterswijk als knooppuntennederzetting Het dorpse Winterswijk is ontstaan als een soort knooppuntennederzetting op de plek waar een oude doorgaande route over een dekzandrug (Meddosestraat – Misterstraat) het beekdal van de Whemerbeek het dichtst naderde. Vanaf deze centrale plek kon men van de route afwijken en stak men de Whemerbeek over naar de nederzettingen op de oostoever (Ratumsestraat). Het dorp was als het ware een knooppunt in het snoer van een oude route. Vanuit het knooppunt ontstonden radialen naar andere buurtschappen in het buitengebied en plaatsen, zoals Miste, Woold, Groenlo en Vreden. De landwegen geven de eigen kwaliteit aan: ze hebben een typisch straatbeeld, dat van landelijk naar dorps naar stadser verloopt. De particuliere bouw, individuele kavels en tuinen zorgen voor afwisseling en karakter. Oorspronkelijk vormde de straat zelf ook een ontmoetingsruimte. De beschikbare openbare ruimte staat onder druk waardoor de kwaliteit van het straatbeeld afneemt. Kans: herstel van het dorpse, groene karakter. Meer ruimte voor wandelen, fietsen, ontmoeten en vergroening. Door slimmer te sturen op autoverkeer en routing kan de balans tussen verblijf en bereikbaarheid worden hersteld. De Whemerbeek als centrale groen- en waterstructuur Hoewel de Whemerbeek in het centrum deels is overkluisd, is het nog steeds de belangrijkste groen-blauwe drager van de kom. In de flanken van de kom tot aan het centrum liggen waardevolle parken en wandelroutes, zoals het Scholtenbrugpark, het Huininkmaatbos en het openluchttheater. Het bestaan van de Whemerbeekzone vormt één van de grootste basiskwaliteiten van Winterswijk en is onderdeel van de ontstaansgeschiedenis. De beekloop (als zone en als route) is langzamerhand minder herkenbaar geworden in de kom en in het centrum niet meer herkenbaar. Kans: de Whemerbeekzone is kansrijk voor doorontwikkeling tot een doorlopend groenstructuur met verblijfsplekken, recreatieve verbindingen en nieuwe (maatschappelijke of woon)functies. Juist de koppeling met het centrum maakt dit een sleutelgebied voor leefkwaliteit. De aanpak vraagt om een integrale gebiedsontwikkeling met een heldere fasering, passend bij de dynamiek van het gebied. Tegelijkertijd biedt de ontwikkeling kansen om klimaatadaptatie mee te nemen: meer groen en open water helpen wateroverlast te beperken, verlagen hittestress en versterken de biodiversiteit. Zo draagt de gebiedsaanpak ook bij aan een veerkrachtige en gezonde leefomgeving. Oude straatjes en statige lanen Tot circa de jaren 30-40 groeide Winterswijk tussen de landwegen door op de individuele setting, vergelijkbaar aan de landwegen. Kenmerkend zijn de compacte dorpse straatjes die op verschillende plekken een klein buurtje vormden. Denk aan de 2e en 3e Gasthuisstraat, Bloemstraat of Tweede Beuzenes. Daartegenover staan de statige lanen met grotere villa’s en rijke tuinen, zoals de Spoorstraat, Wilhelminastraat of Prins Hendrikstraat, die meer grandeur toevoegen. In het gebied rond de Groenloseweg en Wilhelminastraat is een concentratie van zulke voorname bebouwing te vinden. Kans: behoud en versterking van de buurten als belangrijke identiteitsdragers. Bij herontwikkeling of toevoeging gelden aandachtspunten voor ontwikkeling die zorgen voor aansluiting bij schaal, karakter en sfeer van het bestaande straatbeeld. Bijzondere groene en voorname plekken Naast het beekdal van de Whemerbeek heeft Winterswijk geen andere grote doorlopende groenstructuren. Een belangrijk deel van het groene karakter komt uit grote particuliere tuinen en voormalige landgoederen. Niet alleen voor het groene karakter, ook de gebouw-typologie geeft karakter en grandeur mee aan het Winterswijkse straatbeeld. Denk aan Frerikshof, (voormalig) Hof Wamelinck, de voormalige landbouwschool MAS, grotere (textiel)villa’s en binnentuinen. Deze plekken vormen samen met begraafplaatsen, de watertoren en overgebleven groen zoals het Spoorbosje de ‘groene footprint’ van Winterswijk. We moeten opletten dat we de eigen kwaliteit van deze plekken niet uit het oog verliezen. De eigen karakteristiek geeft richting bij doorontwikkelingen. Kans: behoud, versterking en hernieuwd gebruik van deze groene plekken als landschappelijke dragers én bouwstenen voor biodiversiteit, waterbuffering en klimaatadaptatie. Textielterreinen, het spoor en industrieel erfgoed Een speciale rol in het Winterswijkse karakter wordt vervuld door de (voormalige textielfabrieken) en historische fabrieksterreinen. De terreinen rond de Tricotfabriek, de Morse, Morsepoort en Batavierenpoort zijn stille getuigen van deze geschiedenis. Sommige gebouwen zijn behouden, andere zijn gesloopt of herontwikkeld. Stationsgebouwen, loodsen en andere industriële panden maken ook deel uit van het Winterswijkse erfgoed. Ze hebben een intrinsieke kwaliteit, doordat ze zich aftekenen als terreinen met een eigen karakter en het verhaal van het verleden vertellen. De soms wat informele, bescheiden wijze waarop ze in de kom liggen is zowel een kwaliteit als een kwetsbaarheid: we moeten alert blijven dat ze beeldbepalend zijn voor de identiteit van Winterswijk en ook als zodanig ingezet worden bij ontwikkelingen. Kans: deze grotere, eenheid vormende textielterreinen zijn kansrijk voor herontwikkeling op het moment dat de bedrijfsfunctie vervalt. Belangrijk daarbij is om de eigenstandige terreinen te behouden en waardevolle/ beeldbepalende gebouwen zoveel mogelijk her te gebruiken. De terreinen lenen zich bij uitstek om informele wandelroutes en verbindingen door deze gebieden te verzorgen, aanvullend op de radialen buitenlangs. Bij functieverandering bij stationsgebouwen, loodsen en andere industriële panden is de kwaliteit van deze plekken het startpunt voor ontwerp en inrichting. Stadse trekjes in en rond het centrum Rondom en in het centrum spreken de ‘stadse’ tinten van het grote dorp Winterswijk. Gebouwen zoals hotel de Oldschool, Stad Munster, het Vrijheidspark met het Raadhuis en Postgebouw, de Jacobskerk en de Jugendstilpanden rond het centrum dragen bij aan de rijke uitstraling. Hier refereert ook een aantal bijzondere dorpstuinen naar: het Vrijheidspark, de Notaristuin en (in potentie) de tuin Boogie Woogie, het Astoriatheater. Ook de structuur van de winkelstraten (Misterstraat, Weurden, Ratumsestraat, Meddosestraat en Torenstraat) – laat nog goed de historische structuur zien. Bijvoorbeeld bij prachtige dorpstuinen, zoals de Notaristuin en het Vrijheidspark. Deels doen ze wat meer aan als ‘de achterkant van de winkelstraat’. Zo heeft het centrum prachtige kanten die het soms stadse allure geven. Op andere plekken zoals aan de ‘achterkanten’ zakt de ruimtelijke kwaliteit wat weg, daar bestaan vooral kansen om de kwaliteiten van het centrum door te ontwikkelen. Kans: verbind de luwe en groenere tussenruimtes beter met de winkelstraten en zet waar mogelijk meer in op de waarde van groene en ontspannen dorpstuinen. Zo ontstaan verbindende wandelroutes tussen de winkelstraten. Dit verbetert de verblijfskwaliteit, met meer gelegenheid voor ontspanning én het winkelgemak. 2.3.6 Naoorlogse groei en binnengebieden De groei van Winterswijk na 1950 heeft geleid tot een nieuwe laag in de ruimtelijke structuur. Projectmatige uitbreidingswijken, invulling van binnengebieden en fragmentarische nieuwbouw gaven Winterswijk een ander ritme en schaalniveau dan de oudere delen. Deze ontwikkeling maakt een groot deel uit van het huidige straatbeeld. In dit thema lichten we de karakteristieken uit die typerend zijn voor deze naoorlogse opbouw en die kansen bieden voor verbetering van samenhang, kwaliteit en gebruik. Naoorlogse wijken en invulling van binnengebieden Vanaf 1950 groeide Winterswijk verder door met projectmatig opgezette woonwijken. In de loop van de tijd werden steeds meer binnengebieden ingevuld, in de stijl en verkaveling van hun bouwperiode. De buurtopbouw weerspiegelt de klassieke ontwikkeling van Nederlandse woonwijken zoals de tuindorpen uit de jaren ’50, rijwoningen in relatief groene straten in de jaren ’60, doorzonwoningen in de jaren ’70, en woonerven of ‘bloemkoolwijken’ in de jaren ’
  3. Deze opbouw is goed herkenbaar in het straatbeeld en zichtbaar in de identiteitskaart. In de zin van gebouwtypologie en beeldkwaliteit is de wijk Scholtenenk een opvallend voorbeeld. Deze buurt, van oorsprong verbonden met de textielindustrie, werd projectmatig gebouwd voor fabrieksarbeiders. Scholtenenk is nog altijd herkenbaar als klassiek tuindorp, met een doordachte opzet, accentgebouwen, poorten en fijnzinnige detaillering. Het verenigingsgebouw en de voormalige school dragen bij aan het ruimtelijk en sociaal karakter van de wijk. De woonbuurten hebben elk hun eigen kwaliteiten en uitdagingen, die vragen om een gebiedsgerichte benadering. Tussengebieden met gemengde opvulling Tussen de oude landwegen, lanen en straatjes lagen lange tijd grote open gebieden. Het paste bij de uitgestrekte groei van het grote dorp: de landroutes raakten als eerste bebouwd, de weilanden daarachter bleven nog liggen. Ze zijn pas later en vaak fragmentarisch ingevuld met nieuwe bebouwing. Daardoor zijn in deze zones oudere verkavelingspatronen vermengd met jongere woonvormen. Deze structuur is nog steeds zichtbaar in de opbouw van de kom: losse stukken vernieuwing tussen historische lijnen. De menging zorgt op sommige plekken voor afwisseling, maar elders ook voor een gebrek aan ruimtelijke samenhang. 2.3.7 Dorpsstructuur, openbare ruimte en verblijfskwaliteit De ruimtelijke kwaliteit van Winterswijk wordt niet alleen bepaald door bebouwing of historische lijnen, maar juist ook door de ruimte ertussen: straten, pleinen, groen, entrees en verbindingen. Deze openbare ruimte bepaalt hoe we het dorp ervaren, gebruiken en waarderen. In dit thema beschrijven we vier karakteristieken die samen richting geven aan een sterkere verblijfskwaliteit, ruimtelijke samenhang en herkenbaarheid van de dorpsstructuur. Ze vormen het fundament voor keuzes in vergroening, nieuwbouw, mobiliteit en de uitstraling van dorpsentrees. Betekenisvol groen in de kom en de rol van binnengebieden Zoals hierboven beschreven is Winterswijk een organisch gegroeid dorp met een dorpse schaal en veel variatie. In tegenstelling tot planmatig aangelegde steden of dorpen kent de bebouwde kom geen rigide stedenbouwkundige opzet of geplande groenstructuur. Het aanwezige groen bestaat uit overblijfselen van het oorspronkelijke landschap, particuliere tuinen en losse plekken met beplanting of plantsoenen. Samen vormen ze een lappendeken van groene fragmenten. Juist door die organische groei is er weinig samenhang ontstaan tussen de groene elementen. De kom mist een robuuste, samenhangende groenstructuur. Ook de Whemerbeekzone is opgebouwd uit losse deelgebieden met beperkte onderlinge verbinding. Het gevolg is versnippering, en daarmee een gemiste kans voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en verblijfskwaliteit. De opgave is om in samenhang te werken aan een meer herkenbare en functionele groenstructuur in de kom. Nieuwe bouwontwikkelingen in en rondom de kom In en rond het centrum zijn in de afgelopen decennia verschillende nieuwbouwprojecten gerealiseerd. Veel daarvan zijn appartementencomplexen. Die leveren een belangrijke bijdrage aan de woningvoorraad, maar sluiten niet altijd aan op het dorpse karakter van Winterswijk. Op meerdere plekken ontbreekt samenhang met het straatbeeld, de schaal, de verkaveling of de architectuur van de omgeving. Daardoor ontstaat spanning tussen het functioneel invullen van woningbehoefte en het behouden van identiteit en leefkwaliteit. De opgave is om nieuwe bebouwing zorgvuldig af te stemmen op de ruimtelijke eigenheid van Winterswijk. Binnen de kom bevindt zich daarnaast een aantal solitaire (monofunctionele) retaillocaties en kleinschalige bedrijventerreinen. Ook hier is bij functieverandering sturing op inpassing, beeldkwaliteit en bijdrage aan de omgeving noodzakelijk. Huidige autoroutes en dorpse karakter De bereikbaarheid van Winterswijk is georganiseerd via een combinatie van historische landwegen, centrumstraten en nieuw aangelegde hoofdwegen. Vanuit het buitengebied sluiten routes aan op de ringweg Zuid en West en op radiale routes richting het centrum, zoals de Groenloseweg, Europalaan en Wooldseweg. De meeste centrumroutes komen uit op de driekwart-ring rond het centrum: Stationsweg, Dingstraat, Zonnebrink en Singelweg. Van daaruit zijn diverse parkeerterreinen bereikbaar. Het huidige netwerk zorgt voor een goede bereikbaarheid, maar leidt ook tot knelpunten in de dorpsstructuur. Enkele oude landwegen — zoals de Wooldseweg en Weurden functioneren nu als doorgaande autoroute, terwijl ze van oorsprong landschappelijke of dorpse wegen zijn. Dit levert spanning op met het straatbeeld, het gebruik door voetgangers en fietsers, en de verblijfskwaliteit. Ook het parkeren rond het centrum leidt tot intensief zoekverkeer op de centrumring. Veel auto’s rijden een lus zonder directe bestemming. Dit leidt tot extra drukte, onnodige verkeersbewegingen en verminderde verblijfskwaliteit. De kernopgave is om te komen tot een logischer en meer gebalanceerde verkeersstructuur, waarin bereikbaarheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit hand in hand gaan. Winterswijk wil goed bereikbaar blijven als regiokern, maar met respect voor de schaal, structuur en sfeer van het dorp. Dat vraagt om zorgvuldige keuzes in de toewijzing en inrichting van routes, zodat oude landwegen hun dorpse karakter kunnen behouden en de verblijfskwaliteit in de kern versterkt wordt. Dorpsentrees Winterswijk kent verschillende dorpsentrees: de herkenbare ingangen vanaf de verbindingswegen uit het buitengebied. De entrees zijn verschillend van karakter. Belangrijk is dat ze de bezoeker de ervaring geven ‘Winterswijk binnen te rijden’. Dit doordat je de kerk kunt zien, of duidelijk het dorpse karakter ervaart. De grote entrees laten niet altijd een herkenbaar of aantrekkelijk beeld zien. Hoewel het niet overal mogelijk is om meteen het dorpse karakter te tonen, kunnen we wel inzetten op het aansterken van de herkenbaarheid en de Winterswijkse karakteristiek zodra ontwikkelingen zich voordoen. Het is van belang om bij toekomstige ontwikkelingen de dorpsentrees te versterken als herkenbare overgangen van buitengebied naar kern. Door zichtlijnen, beplanting, kleinschalige bebouwing of andere dorpse elementen ontstaat een vanzelfsprekende en aantrekkelijke entree die aansluit bij de identiteit van Winterswijk. Op afbeelding 4 zijn de belangrijkste netwerken voor Winterswijk in kaart gebracht. Netwerkenkaart Winterswijk Identiteitskaart Winterswijk 2.4 Leven en gebruik in Winterswijk: voorzieningen, ontmoeting en naoberschap in de dorpsstructuur In dit onderdeel kijken we naar de spreiding en betekenis van functies binnen de kern Winterswijk. Daarmee bedoelen we de plekken waar mensen elkaar ontmoeten, voorzieningen gebruiken of samenleven: van scholen tot zorginstellingen, van winkels tot sportclubs. Ze maken Winterswijk leefbaar, herkenbaar en verbonden. De functies zijn onderdeel van de historische groei en structuur van het dorp. De ondergrond, routes en bebouwing gaven richting aan de ontwikkeling van scholen, kerken, zorg en andere maatschappelijke functies. Veel daarvan zijn goed bereikbaar te voet of per fiets. Dit geldt nog steeds: vrijwel alle voorzieningen in Winterswijk zijn binnen 15 minuten te bereiken. Die nabijheid maakt het mogelijk om gezond, sociaal en duurzaam te leven. Winterswijk als regionale kern Winterswijk is niet alleen belangrijk voor de eigen inwoners. We zijn, naast Doetinchem, ook een regionale kern met een belangrijke rol voor omliggende dorpen en het Duitse achterland. Bezoekers komen hier voor het theater De Storm, het ziekenhuis en het uitgebreide winkel- en horecagebied. Ook voor onderwijs en zorg vervult Winterswijk een bovenlokale functie. Deze centrumfunctie vraagt om robuuste voorzieningen en een goede bereikbaarheid, niet alleen met de auto, maar ook met het openbaar vervoer, de fiets en te voet. Verwevenheid van functies in de dorpsstructuur De maatschappelijke functies zijn verweven met de ruimtelijke structuur van Winterswijk. Scholen en kerken liggen vaak in woonwijken of in de nabijheid van dorpsstraten. Ze liggen vaak aan bekende en veilige wandel- en fietsroutes. Dat komt doordat ze ooit zijn gebouwd voor kinderen, kerkbezoekers en buurtbewoners. De routes naar deze plekken zijn logisch mee ontworpen en afgestemd op gebruik. Dit maakt het mogelijk om bestaande structuren opnieuw te benutten. Denk aan het herbestemmen van kerken of schoolgebouwen voor andere maatschappelijke functies, of aan het toevoegen van nieuwe ontmoetingsplekken langs bestaande looproutes. Functies in beeld: samenhang tussen ruimte en gebruik De spreiding van voorzieningen in Winterswijk is niet alleen historisch gegroeid, maar ook goed zichtbaar op de kaart. Maatschappelijke functies liggen vaak op logische plekken binnen de dorpsstructuur: aan hoofdwegen, in het centrum of juist verspreid in de wijken. Op de kaart zijn herkenbare clusters zichtbaar, zoals rond het centrum (theater, zorg, winkels), langs radialen met kerken en scholen, en in de naoorlogse wijken. Deze spreiding weerspiegelt het dorpse karakter en maakt duidelijk welke plekken van oorsprong ontmoetingspunten zijn. Door deze ruimtelijke logica te benutten, kunnen nieuwe voorzieningen goed worden ingepast in het bestaande netwerk. Ruimte voor ontmoeting en naoberschap In Winterswijk zijn er veel plekken waar mensen elkaar ontmoeten: op school, bij de sportclub, in het buurthuis of in het park. Zulke plekken liggen vaak op kruispunten van loop- en fietsroutes. Ze zijn belangrijk voor hoe mensen samenleven en met elkaar in contact komen. Ook het rijke verenigingsleven in Winterswijk speelt hierin een grote rol. Winterswijk heeft een sterke traditie van ‘naoberschap’: naar elkaar omkijken, samen iets organiseren en meedoen in de buurt. Die mentaliteit zie je terug bij muziekverenigingen, koren, buurtverenigingen en in het dagelijks leven. Om dit te behouden, is het belangrijk dat er ruimte blijft voor ontmoeten. Dat kan binnen of buiten, in gebouwen of in de openbare ruimte. Nieuwe plannen en ontwikkelingen bieden de kans om zulke plekken bewust in te passen. Zo blijft Winterswijk een dorp waar mensen zich thuis voelen en naar elkaar omkijken. Opgave: versterken van functies en hun netwerk De bestaande functieverdeling laat zien waar kansen en knelpunten liggen. De vergrijzing vraagt om een andere spreiding van functies: meer nabijheid van zorg, voorzieningen op loopafstand en ontmoetingsplekken in de wijk. De sterke centrumfunctie biedt mogelijkheden om voorzieningen te clusteren en bereikbaar te houden voor een breed publiek. Bij toekomstige ontwikkelingen is het belangrijk om verder te kijken dan alleen een logische plek op de kaart. Wat maakt een plek sociaal levendig, veilig en uitnodigend? Hoe zorgen we ervoor dat de spreiding van functies blijft aansluiten op de behoeften van inwoners, jong en oud, nu en in de toekomst? Om de kwaliteiten van Winterswijk te behouden, is het essentieel om ook in de toekomst ruimte te houden voor voorzieningen. Belangrijk daarbij is: het slim hergebruiken van bestaande locaties en routes; het versterken van multifunctionele plekken waar ontmoeten, bewegen en zorgen samenkomen; het benutten van groen en infrastructuur als drager voor het netwerk van voorzieningen. Functies zijn niet op zichzelf staand, maar onderdeel van het dagelijkse leven en de ruimtelijke kwaliteit van ons dorp. Ze versterken de identiteit van Winterswijk, ondersteunen het naoberschap en vormen een cruciale schakel in een gezonde, inclusieve en toekomstbestendige leefomgeving. Op de functiekaart zijn de bestaande functies in kaart gebracht. Functiekaart 3 Integrale koers 3.1 Inleiding Winterswijk heeft veel kwaliteiten. In hoofdstuk 2 hebben we deze in beeld gebracht: van het landschap en de dorpsstructuur tot het naoberschap en de spreiding van voorzieningen. Dat is de basis waarop we voortbouwen. Tegelijk komen er nieuwe uitdagingen op ons af. Winterswijk heeft te maken met vergrijzing en ontgroening. Hierdoor neemt de druk op voorzieningen toe. Om de voorzieningen in stand te houden hebben we simpelweg inwoners nodig. Dat vraagt om meer woningen. Tegelijkertijd hebben we ook te maken met een veranderend klimaat en een veranderende mobiliteitsopgave. Daarom hebben we een duidelijke koers nodig met een integrale benadering. Die koers helpt ons bij het maken van keuzes over waar we wel en niet bouwen, hoe we ruimte gebruiken en welke kwaliteiten we willen behouden. In dit hoofdstuk leggen we de overkoepelende principes vast, die richtinggevend zijn voor alle ontwikkelingen. 3.2 Integrale koers Ruimte voor identiteit en kwaliteit Wat Winterswijk bijzonder maakt, willen we behouden en versterken. De unieke kenmerken maken Winterswijk aantrekkelijk voor nieuwe inwoners, bezoekers en bedrijven. Denk aan het landschap, de historische radialen die de bebouwde kom met het buitengebied verbinden, de Whemerbeek, de gebouwen uit het textielverleden, maar ook ons culturele verenigingsleven. Zij dragen bij aan onze identiteit, zoals beschreven in hoofdstuk
  4. Nieuwe ontwikkelingen moeten deze identiteit versterken. Dat kan door aan te sluiten bij de omgeving, het verhaal van de plek en het dorpse karakter. Daarbij gebruiken we de ruimtelijke identiteitskaart en de toelichting in hoofdstuk 2 als basis. Zo zorgen we dat de kwaliteiten van Winterswijk herkenbaar blijven, ook als het dorp verandert. Daarnaast vinden we het belangrijk dat mensen zich thuis en welkom voelen. De sociale kracht van Winterswijk – het naoberschap – blijft alleen bestaan als we ruimte houden voor ontmoeting, verenigingsleven en verbonden buurten. Ook dat hoort bij ruimtelijke kwaliteit. Gericht groeien om Winterswijk vitaal te houden Winterswijk staat voor een duidelijke opgave: we moeten groeien om vitaal te blijven. Door jongeren en jonge gezinnen aan te trekken houden we het voorzieningenniveau in stand, zoals scholen, verenigingen, winkels en zorginstellingen. Groei is geen doel op zich, maar een voorwaarde voor een leefbaar dorp. We willen tot 2040 ongeveer 2.000 tot 2.500 woningen in de gehele gemeente Winterswijk toevoegen. Daarmee maken we ruimte voor jongeren, gezinnen en ouderen. We kiezen voor een gevarieerd woningaanbod, in verschillende prijsklassen en typen. Zo zorgen we dat Winterswijk aantrekkelijk blijft voor nieuwe en bestaande inwoners. Bij groei kijken we verder dan alleen het aantal woningen. We letten ook op de plek en de kwaliteit. We combineren slimme inbreiding met gerichte uitbreiding op plekken die passen bij het landschap en de structuur van het dorp. Daarbij benutten we de kwaliteiten van de ondergrond, zoals beschreven in hoofdstuk 2, én houden we rekening met bereikbaarheid, leefbaarheid en sociale samenhang. Vitale economie en sterke regiofunctie Winterswijk is meer dan een dorp. We zijn de tweede kern in de regio Achterhoek. Veel mensen uit de omgeving en uit Duitsland komen hier winkelen, naar het theater of voor een dagje uit. Ook het Streekziekenhuis Koningin Beatrix (SKB) vervult een bovenregionale functie. Deze bezoekers zijn van groot belang: zij zorgen voor levendigheid en versterken onze voorzieningen. Daarnaast werken veel inwoners in Winterswijk zelf. Bijvoorbeeld in de zorg, in winkels, in de recreatie of in de maakindustrie. Deze brede economie maakt ons minder kwetsbaar. Daarom zetten we in op sterke sectoren die elkaar aanvullen en op een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers. Voor een vitale economie zijn goede voorwaarden nodig: ruimte om te ondernemen, aantrekkelijke werklocaties, goede bereikbaarheid en voldoende woningen voor medewerkers. Nieuwe ontwikkelingen moeten hieraan bijdragen en aansluiten bij de schaal van Winterswijk. Slim combineren: opgaven als kans We willen veel tegelijk: woningen bouwen, het centrum aantrekkelijk houden, verkeer veiliger maken en ons voorbereiden op een veranderend klimaat. Maar niet alles past overal. Daarom moeten we goed kijken wat waar kan. We streven naar een goede balans tussen mens, natuur en economie. Een ontwikkeling moet bijdragen aan meerdere doelen tegelijk, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, energietransitie, ruimtelijke kwaliteit en sociale samenhang. Dat vraagt om een integrale aanpak, waarin we vanaf het begin samenhang zoeken tussen thema’s en belangen. Een ontwikkeling die meerdere doelen dient, heeft meer kans van slagen. Denk aan een nieuwe buurt met bomen, groenstroken en speel- en ontmoetingsplekken. Daarmee zorgen we voor minder wateroverlast, verkoeling in warme zomers, ruimte om elkaar te ontmoeten en meer natuur in het dorp. Daarnaast is voldoende ruimte voor water en groen ook nodig voor onze waterkwaliteit. Ook bouwen we energiezuinig en toekomstgericht. Dat zorgt voor een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Verbinding en bereikbaarheid voor iedereen Een toekomstbestendig Winterswijk is goed bereikbaar, veilig en uitnodigend om te bewegen. Mobiliteit is geen doel op zich, maar een waarde die bijdraagt aan een vitale samenleving. Bij nieuwe ontwikkelingen en keuzes wordt dit integraal betrokken en vormt dit een randvoorwaarde. In 2040 willen we een Winterswijk waarin mensen bewust kiezen hoe ze zich verplaatsen. Daarvoor is het essentieel dat voorzieningen goed bereikbaar zijn voor iedereen, te voet, per fiets, met het openbaar vervoer en met de auto. Waar mogelijk willen we inwoners zoveel als mogelijk stimuleren om zich te voet of met de fiets te verplaatsen. We creëren aantrekkelijke en veilige fiets- en wandelverbindingen en zetten in op ommetjes in de wijk. Niet overal kunnen we de fiets en voet centraal stellen. Onze regionale functie vraagt om slimme keuzes, op het gebied van parkeren, aantrekkelijke looproutes, betere doorfietsroutes en een veilig en overzichtelijk netwerk voor alle verkeersdeelnemers. De auto blijft welkom, maar is in sommige delen te gast. Goede bereikbaarheid is niet alleen belangrijk voor inwoners, maar ook voor ondernemers, toeristen en bezoekers uit de regio en Duitsland. 3.3 Overkoepelende principes voor keuzes De volgende principes vormen de rode draad van deze omgevingsvisie. Ze helpen bij het maken van keuzes. Ze gelden voor elk thema, plan en elke plek:
  5. We bouwen voort op de identiteit van Winterswijk De kwaliteiten die in hoofdstuk 2 zijn beschreven vormen samen met de identiteitskaart de basis van Winterswijk. Hiermee bepalen we wat op welke plek de kernkwaliteiten zijn, waar ruimte is voor verandering en waar juist versterking of behoud nodig is. Wat dit vraagt van initiatieven: De ontwikkeling past bij het gebiedstype zoals beschreven in hoofdstuk 2 en bij wijze van voorbeeld is verbeeld op de identiteitskaart. Architectuur, hoogte en sfeer dragen bij aan het herkenbare karakter van Winterswijk. Daarbij gaat het onder andere om het behouden van de historische structuren, het ritme van de bebouwing, de kleinschalige maat, het contrast tussen open en besloten, en de samenhang tussen landschap en dorpsstructuur.
  6. Water en bodem geven richting aan ruimtegebruik Dit principe komt voort uit de natuurlijke laag van Winterswijk, zoals beschreven in hoofdstuk
  7. Bij nieuwe ontwikkelingen en keuzes houden we rekening met de onderliggende landschapsvormen (zoals beekdalen, leemzones en dekzandruggen) en hun betekenis voor wateropvang, infiltratie en bouwmogelijkheden. Wat dit vraagt van initiatieven: De ligging, waterhuishouding en bodemkwaliteit zijn aantoonbaar meegenomen. Er worden passende oplossingen geboden tegen droogte, wateroverlast, voor infiltratie en ruimte voor water en groen.
  8. We groeien voor een evenwichtige en vitale samenleving Groei is nodig om voorzieningen in stand te houden, maar moet passen bij het dorpse karakter, het landschap en de behoefte van inwoners. Wat dit vraagt van initiatieven: Groei vindt plaats op logische locaties en draagt bij aan een leefbare wijk of buurt. Het versterkt de bevolkingsopbouw en sluit aan op aanwezige voorzieningen.
  9. We combineren opgaven en (ver)bouwen duurzaam We kiezen voor slimme oplossingen die bijdragen aan meerdere opgaven tegelijk en (ver)bouwen met oog voor klimaat, energie, materiaalgebruik en circulariteit. Wat dit vraagt van initiatieven: het plan draagt bij aan minimaal twee maatschappelijke doelen, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, bereikbaarheid, gezondheid of ontmoeting. Daarnaast wordt er energie bespaard, circulair gebouwd of milieudruk verminderd.
  10. We geven ruimte aan werk en economische ontwikkeling Economische ontwikkeling is een belangrijke pijler voor onze leefbaarheid, ons voorzieningenniveau en functie als 2e kern van de regio. In het algemeen heeft Winterswijk een gastvrije houding voor ondernemers, ook van buiten Winterswijk. Echter, onze ruimte op bedrijventerreinen is schaars. De uitgifte van nieuw bedrijventerrein is bedoeld voor de ontwikkeling van het lokale Winterswijkse bedrijfsleven.
  11. We streven naar kwaliteit en samenhang We werken niet met standaardoplossingen, maar stemmen af op plek en context. Ook zorgen we dat ontwikkelingen passen in het geheel. Dat geldt binnen plannen én tussen initiatieven onderling. Dat betekent dat plannen aansluiten op de schaal van de omgeving, herkenbare structuren respecteren en bijdragen aan een logisch en samenhangend ruimtelijk geheel, zoals beschreven in hoofdstuk
  12. Wat dit vraagt van initiatieven: De ruimtelijke kwaliteit is zichtbaar in het ontwerp, de inpassing en de relatie tot het geheel. Er is afgestemd op omgeving, gebruik en uitstraling. Er is getoetst aan de beschrijving van de identiteitskaart. 3.4 Van koers naar uitvoering e koers die in dit hoofdstuk is neergezet, vormt de basis van de thematische hoofdstukken die volgen. In elk thematisch hoofdstuk worden de ambities per thema concreet gemaakt. We maken Winterswijk samen. Daarom blijven we in gesprek met inwoners, ondernemers en organisaties. We geven ruimte aan goede ideeën uit de samenleving, en zorgen tegelijk voor duidelijkheid en kwaliteit. Zo werken we met elkaar aan een toekomstbestendig Winterswijk dat leefbaar en aantrekkelijk blijft. De integrale koers en principes blijven hierbij de rode draad. Ze zorgen ervoor dat plannen op elkaar aansluiten en samen bijdragen aan een sterk en toekomstbestendig Winterswijk. Onderstaande kaart vormt de overkoepelende integrale visie voor Winterswijk. In de thematische hoofdstukken die volgen zullen we ambities verder worden toegelicht. Visiekaart Winterswijk 4 Thematische uitwerking 4.1 Inleiding De overkoepelende visie wordt in de volgende thematische hoofdstukken verder uitgewerkt. Elk subhoofdstuk behandelt een specifiek thema zoals erfgoed, groen, wonen, mobiliteit, duurzaamheid. Samen geven deze thema’s invulling aan een leefbare, duurzame en veerkrachtige toekomst voor Winterswijk. 4.2 Erfgoed en identiteit 4.2.1 Inleiding In hoofdstuk 3 staat het helder: We bouwen voort op de identiteit van Winterswijk. Die identiteit, zoals beschreven in hoofdstuk 2, diepgeworteld in de manier waarop het dorp zich door de tijd heen heeft ontwikkeling. Het bestaat uit een samenhang van structuren en lagen, zoals historische routes, oude erven, textielgebieden, lanen, buurten en gebouwen. Alles samen vertelt het verhaal van Winterswijk. Erfgoed en identiteit horen bij elkaar. Ze vormen het fundament waarop we toekomstgericht ontwikkelen. In dit hoofdstuk werken we die brede benadering verder uit. We kijken dus niet alleen naar monumenten of beschermde gebouwen, maar ook naar structuren, buurten, oude routes die Winterswijk herkenbaar en eigen maken. Door historische kwaliteiten te verbinden aan nieuwe functies en opgaven, bouwen we aan een toekomst die het verleden eert en vooruitkijkt. 4.2.2 Erfgoed en identiteit als leidraad voor ruimtelijke ontwikkeling We geven erfgoed en identiteit een actieve rol in de ruimtelijke ontwikkeling van Winterswijk. Niet als iets wat losstaat van verandering, maar als richtinggevend kader. Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten bij het karakter van de plek en de bestaande identiteit versterken. De identiteitskaart, karakteristieken en gebiedskenmerken uit hoofdstuk 2 bieden daarvoor concrete handvatten. 4.2.3 Cultuurhistorie zichtbaar en betekenisvol maken De identiteit van Winterswijk is niet alleen te zien in gebouwen of structuren, maar ook te beleven in verhalen, gewoonten, ambachten en routes. Het zegt iets over onze plek in de geschiedenis en het vertelt iets over de manieren waarop generaties vóór ons de ruimte inrichtten en gebruikten. In hoofdstuk 2 is beschreven hoe die identiteit zichtbaar is in buurten, de beleving van routes en het ritme van lanen en dorpsstraten. Het biedt mensen houvast. Het draagt ook bij aan een plezierige leefomgeving. En het zorgt voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. Ook komen er vaak toeristen op af. We willen niet zomaar uitwissen wat de generaties voor ons hebben gedaan en gemaakt. We maken juist gebruik van ons historische rijkdom. Winterswijk blijft trots op zijn rijke cultuur en erfgoed. We hebben de ambitie om die cultuurhistorische lagen niet alleen te bewaren, maar ook zichtbaar en toegankelijk te maken voor zowel de bewoners als bezoekers. Het gaat om het herkenbaar maken van de geschiedenis in het dagelijks gebruik van de ruimte. Dat kan via ontwerp, informatie, beplanting, naamgeving, kunst, of wandel- en fietsroutes. Zo zorgen we dat de plek vertelt waar ze vandaan komt. 4.2.4 Erfgoedbewustzijn vergroten Erfgoed krijgt betekenis wanneer mensen zich ermee verbinden. Daarom zetten we actief in op erfgoededucatie en bewustwording. We willen dat inwoners en bezoekers het erfgoed van Winterswijk ervaren als iets van henzelf: een gedeeld goed, dat bijdraagt aan trots, verbondenheid en betrokkenheid. Zo wordt erfgoed niet alleen iets om naar te kijken, maar iets om mee te doen. Erfgoedbewustzijn heeft niet alleen culturele, maar ook sociale, economische en ecologische waarde. Het draagt bij aan lokale verbondenheid, toerisme, duurzaam ruimtegebruik en zorg voor het landschap. Door erfgoed zichtbaar en beleefbaar te maken, bijvoorbeeld via onderwijs, verhalen, routes, kunst of erfgoedlocaties, zorgen we dat het verhaal van Winterswijk ook voor volgende generaties betekenisvol blijft. Dat past bij het Verdrag van Faro, waarin erfgoed wordt gezien als een bron van identiteit én als collectieve verantwoordelijkheid in een veranderende samenleving. 4.2.5 Hergebruik en transformatie met behoud van karakter De geschiedenis van Winterswijk vormt een leidraad in de manier waarop we Winterswijk ontwikkelen. Dit doen we door de identiteit van Winterswijk te integreren in nieuwe ontwikkelingen. Leegstaande textielcomplexen, historische kerken en andere gebouwen krijgen een nieuwe functie, die hen niet alleen een nieuwe rol geeft, maar ook bijdraagt aan de versterking van de gemeenschap. Bij veranderingen en herindeling zijn steeds de kwaliteit van de beeldbepalende gebouwen, groepen van gebouwen, dorpsgezichten en verkavelingspatronen onderdeel van een grondige analyse. Dat kan door ze te onderzoeken, waar nodig te beschermen en te onderhouden en oude structuren te hanteren als uitgangspunt voor nieuwbouw. Daarnaast maken we ook gebruik van de kennis van hetgeen dat verdwenen is. Met onderzoek daarna kan de koppeling worden gelegd tussen behoud en accentuering van bestaande waarden, aangevuld met nieuwe elementen. Met nieuwe toevoegingen, zoals een sprekende openbare ruimte en eigentijdse architectuur kan bij uitstek ‘een podium geboden worden’ aan de bestaande karakteristieken. Hierdoor blijft het DNA bewaard, en geeft het karakter aan de plek en transformeren dit soort plekken bovenal tot trekkers, tot de identiteitsdragers van Winterswijk. Hoe we invulling geven verder aan dorps en stedelijk bouwen, hogere bouwvormen en het bevorderen van sociale cohesie bij transformatieprojecten worden verder uitgewerkt in het thematische hoofdstuk Wonen en Leefbaarheid. Ook daar vormt de identiteit van Winterswijk een belangrijk uitgangspunt. 4.2.6 Erfgoed verbinden met duurzame opgaven De uitdagingen van vandaag zijn het behoud van ons erfgoed in combinatie met de noodzakelijke transities in het gebied, zoals de energietransitie, verduurzaming van de woningvoorraad en de verduurzaming van het landschap. In Winterswijk zetten we daarom in op een integraal erfgoedbeheer. Juist karaktervolle plekken, zoals de oude fabrieken, boerderijen en landgoederen bieden kansen om meerdere opgaven tegelijk te verbinden. In plaats van óf bewaren óf vernieuwen, zoeken we naar slimme combinaties: hergebruik van materialen, behoud van bestaande kwaliteiten en inpassing van nieuwe functies in een herkenbare omgeving. Zoals in hoofdstuk 2 is beschreven, is het landschap van Winterswijk opgebouwd uit lagen: bodem, waterstructuren, verkaveling en gebruik. Deze lagen bieden houvast bij klimaatadaptatie, wateropvang, vergroening en biodiversiteit. In hoofdstuk 3 is opgenomen dat elke ontwikkeling meerdere doelen moet dienen. We kiezen daarom voor een integrale benadering: herontwikkeling is niet alleen een ontwerp- of functievraag, maar ook een kans om de plek toekomstbestendig te maken op het gebied van water, energie, materiaalgebruik en leefkwaliteit. 4.2.7 Samen met inwoners de kwaliteit van de leefomgeving bewaken In Winterswijk vinden we het belangrijk dat ruimtelijke kwaliteit samen wordt vormgegeven in gesprek met bewoners. Zij kennen hun wijk, straat of buurt van binnenuit. Hun verhalen, ervaringen en opvattingen geven richting aan wat als waardevol wordt gezien. In de wijkaanpak spreken we daarom met wijk- en buurtbewoners over wat hun omgeving bijzonder maakt en wat behouden of zelfs versterkt zou moeten worden. De identiteit van buurten en wijken vormt zo het vertrekpunt. Bij nieuwe initiatieven is omgevingskwaliteit dé manier om álle deelaspecten met elkaar te verbinden. Of het nu gaat om erfgoed, biodiversiteit, energieneutraal bouwen, mobiliteit of openbare ruimte, ieder deelaspect draagt iets bij aan de kwaliteit van het gebied, de ontwikkeling of het gebouw. In de gemeente Winterswijk hebben adviesorganen als de Omgevingskamer én de Commissie Omgevingskwaliteit een belangrijke rol. Zij bewaken dat alle ruimtelijke initiatieven bijdragen aan toekomstbestendige en herkenbare leefomgeving. Bij plannen die erfgoed raken, is participatie bovendien verplicht op grond van het Verdrag van Faro. Dit verdrag benadrukt dat inwoners actief moeten worden betrokken bij het waarderen, beschermen en herinterpreteren van erfgoed in een veranderende samenleving. Het draagt zo bij aan eigenaarschap, identiteit en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de leefomgeving. 4.2.8 Waar gaan we de komende tijd mee aan de slag? Voor alle delen van Winterswijk maken we gebiedsbiografieën. Deze geven een eerste, gedeeld beeld van de identiteit van een plek. Bij ruimtelijke initiatieven kunnen initiatiefnemers hierop voortbouwen. Dit vormt ook een belangrijk onderdeel van de uitvoering van de Erfgoednota Oost-Achterhoek. We vullen de bestaande omgevingsatlas aan met erfgoed- en identiteitswaarden, en ontwikkelen leidraden en handreikingen. Zo maken we het mogelijk om de principes uit dit hoofdstuk concreet toe te passen in het omgevingsplan en in gesprekken met initiatiefnemers. 4.2.9 Wat betekent dit voor toekomstige initiatieven en ontwikkelingen? Integraal erfgoedbeheer We sluiten bij ruimtelijke ontwikkeling aan op de identiteit en erfgoedwaarden van gebieden. Bij ontwikkelingen met impact (veel gevolgen) op erfgoed is het opstellen van een gebiedsbiografie verplicht als vertrekpunt voor ontwerp en afweging. Erfgoedadviseurs worden vroegtijdig betrokken bij ruimtelijke initiatieven. We benutten de kennis, ervaringen en verhalen van bewoners om de kwaliteit van de leefomgeving te versterken. Bij erfgoedplannen is participatie verplicht. Inwoners worden actief betrokken bij het waarderen, beschermen en herinterpreteren van erfgoed (Verdrag van Faro). Ruimtelijke kwaliteit en identiteit We zorgen dat herontwikkeling bijdraagt aan ruimtelijke kwaliteit, samenhang en identiteit van een wijk of buurt, zoals bedoeld in hoofdstuk
  13. We geven cultuurhistorie een plek in het ontwerp van routes, straten, pleinen en ontmoetingsplekken. We zetten niet alleen in op het koesteren van monumenten maar ook op behoud van de historische opbouw van het dorp, zoals de landwegen, het beekdal, lanenstructuren en buurtjes. Beeldbepalende panden zoals textielgebouwen, kerken en villa’s worden waar mogelijk herbestemd of behouden, met ruimte voor passende nieuwe functies. Bij nieuwe ontwikkelingen in historische buurten letten we op schaal, maat, materiaalgebruik, oriëntatie en ritme van bestaande bebouwing en ruimte zodat samenhang met de omgeving behouden blijft. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de bestaande stedenbouwkundige structuur, met respect voor bouwmassa, rooilijnen en omgeving. Materialisering en architectonische uitstraling zijn in harmonie met het karakter van de directe omgeving. We stimuleren actieve herbestemming van leegstaande erfgoedpanden, onder andere via subsidies en begeleidingstrajecten. Historische groenelementen, zoals waardevolle binnentuinen of bomen, behouden we waar mogelijk en geven we een herkenbare plek in nieuwe ontwerpen. Duurzame transitie erfgoed Erfgoedlocaties worden ontwikkeld met aandacht voor klimaat, energie en circulariteit. We verduurzamen historische gebouwen met behoud van karakter, met slimme en passende oplossingen per situatie. Bij verduurzaming houden we rekening met zowel erfgoedwaarden als natuurinclusieve kwaliteiten. Infographic Erfgoed en identiteit 4.3 Groen en levend dorp 4.3.1 Inleiding Winterswijk is van oudsher een dorp dat wordt omringd door waardevol landschap. Maar ook binnen de kern willen we een omgeving die gezond, aantrekkelijk en klimaatbestendig is. Groen, water, biodiversiteit en klimaatadaptatie hangen daarbij onlosmakelijk samen. In het thema "Groen en Levend Dorp" laten we zien hoe we onze leefomgeving toekomstgericht willen versterken. Dit doen we door natuur en klimaatadaptatie niet los te beschouwen, maar als integraal onderdeel van onze ruimtelijke keuzes. 4.3.2 Groen en biodiversiteit als essentieel onderdeel van de leefomgeving In het bebouwde gebied staat de biodiversiteit onder druk. Dit komt door een stenige inrichting van de buitenruimte en het efficiënt en traditioneel beheren van de buitenruimte. Ook gaat groen verloren door gebruik van tegels en stenen in tuinen. Toch ligt daar juist een kans om het tij te keren. Het bebouwde gebied is steeds belangrijker voor de biodiversiteit. In de afgelopen 50 jaar is het dorp Winterswijk fors uitgebreid, delen van het Winterswijkse landschap zijn veranderd in bebouwd gebied. Op enkele plaatsen zijn de restanten van het landschap intact gebleven en vormen nu de groene en blauwe dooradering van Winterswijk. Een mooi voorbeeld is de Whemerbeek met zijn parkzones. Het overige groen in Winterswijk is grotendeels versnipperd aanwezig zoals in hoofdstuk 2 toegelicht. Natuurlijk systeem Bodem, water en groen worden gezien als een steeds belangrijker onderdeel van ons kapitaal in het bebouwde gebied, zowel in economische zin als in de zin van leefbaarheid, gezondheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De landelijke trend is om het bebouwde gebied steeds meer natuurinclusief te ontwerpen en te beheren. Dat betekent dat nieuwe ontwikkelingen altijd in balans zijn met de natuur en bijdragen aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Dit verhoogt de waarde van de omgeving voor inwoners, dieren en planten en het verlaagt de maatschappelijke kosten. Voorbeelden hiervan zijn schonere lucht, tegengaan van wateroverlast en hittestress. Groen als verbinding Niet alleen het buitengebied is belangrijk voor de natuur. Ook in de kom streven we naar een groennetwerk. Groene lobben en vingers vanuit het buitengebied het dorp in, zoals rond het radialen en de Whemerbeek, zijn van belang voor het woongenot van de dorpsbewoners. Deze vormen ecologische verbindingen waarlangs flora en fauna zich kunnen verplaatsen. Het versterken van de groene structuur en het bevorderen van biodiversiteit worden niet gezien als aparte doelstellingen, maar als integraal onderdeel van elke ruimtelijke ontwikkeling. Dit betekent dat bij nieuwe ontwikkelingen altijd gekeken wordt naar de meerwaarde voor groen. Van het inrichten van parken tot het integreren van groene elementen in de bebouwde omgeving. We hanteren als uitgangspunt Basiskwaliteit Natuur (BKN) in het dorp. Deze verwijst naar de minimale, noodzakelijke kwaliteit van natuurlijke elementen (zoals groenvoorzieningen, water, biodiversiteit en luchtkwaliteit) die aanwezig moeten zijn in stedelijke gebieden. Dit om een gezonde en duurzame leefomgeving te creëren voor de bewoners en de lokale ecosystemen. Het idee is dat er altijd een minimale hoeveelheid natuur aanwezig moet zijn, ongeacht de omvang of het type bebouwd gebied. 4.3.3 Versterken groenstructuur Ruimte voor groen Zoals al opgemerkt heeft de kom een relatief versnipperde groenstructuur. De Whemerbeekzone is de enige doorlopende zone in de ondergrond, echter bovengronds is deze niet meer continu herkenbaar. De versnippering komt ergens voort uit de oorsprong van Winterswijk als dorp, waarin groei op schaal van de hoofdstructuur toch een relatief eigen en natuurlijke lijn heeft gevolgd. Veel van het groen lag en ligt in particuliere tuinen. Karakteristiek dorps, maar ook kwetsbaar voor verandering. We beginnen nu te merken dat een doorlopende groenstructuur voor de kom ontbreekt (of steeds meer beschadigd is geraakt) en de bebouwde kom van Winterswijk relatief versteend is. We zetten in op het aanstevigen van de groenstructuur, zodat langzamerhand een duidelijker en breder aangezet groenkader groeit. Dit is van belang voor ecologie en biodiversiteit en biedt ook aan inwoners en bezoekers een gezondere en aangename leefomgeving. Door de dorpse, organische opzet is het ‘aanstevigen’ van de groenstructuur een werkproces dat via verschillende lijnen aangevlogen zal moeten worden. Het wordt de kunst om in openbaar gebied groen te behouden en toe te voegen, en daarbij aansluiting te zoeken met groen binnen particuliere terreinen. Bij ruimtelijke initiatieven voeren we regie op de samenhang en het toewerken naar meer continuïteit van de groenstructuur. Zo ‘schaken we op twee borden tegelijk’ toe naar het bieden van meer groen en een gezonde leefomgeving. De opgave is om in samenhang te werken aan een meer herkenbare en functionele groenstructuur in de kom. Natuurinclusieve ontwikkeling: groene en leefbare ruimtes Natuurinclusief bouwen is een andere belangrijke pijler van de toekomst van Winterswijk. Hierbij zorgen we ervoor dat onze nieuwe ontwikkelingen altijd in balans zijn met de natuur en bijdragen aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Bij de herinrichting van openbare ruimtes, nieuwbouwprojecten en het vergroenen van bestaande gebieden wordt telkens bekeken hoe we de biodiversiteit kunnen bevorderen. De vraag is niet óf een bijdrage mogelijk is, maar hoe; op elke plek zijn er mogelijkheden. Door bijvoorbeeld groene daken, geveltuinen en natuurinclusieve inrichting van de buitenruimte, willen we niet alleen de biodiversiteit bevorderen, maar ook bijdragen aan het welbevinden van de bewoners. Groene zones verbeteren de luchtkwaliteit, zorgen voor verkoeling tijdens warme dagen en bieden ruimte voor rust en recreatie. Daarbij maken we optimaal gebruik van de aansluitende bestaande ecologische verbindingen in het dorp - buitengebied. Natuurlijk beheer Het beheer in de bebouwde kom bestaat voor een deel uit ‘cultuurlijk’ beheer gericht op netheid en een bepaald eindbeeld. Op een aantal locaties is al overgegaan van ‘cultuurlijk’ naar ecologisch groenbeheer van bijvoorbeeld bermen en gazons. Hier wordt één à twee keer per jaar gemaaid en afgevoerd. Daarnaast worden op steeds meer plaatsen vaste planten toegepast met een rijke en gevarieerde bloei. We kunnen nog gerichter kijken naar waar ruimte is voor divers groen. Minder niet-inheemse bodembedekkers, meer aandacht voor inheemse (dracht)planten en meer wilde terreintjes helpen de biodiversiteit in het dorp. Natuurlijk beheer is vaak ook een duurzamer beheer, bijvoorbeeld als het gaat om minder afvoeren van blad en snoeiafval. 4.3.4 Klimaatadaptatie Veranderend klimaat in Winterswijk Het klimaat verandert. De gevolgen zijn steeds duidelijker merkbaar, ook op lokaal niveau in Winterswijk. Intensievere neerslag, langere periodes van droogte en hittestress in de kern. Dit heeft diverse gevolgen. Denk aan wateroverlast door onvoldoende opvangcapaciteit en droogte die gevolgen heeft voor landbouw, natuur en ook funderingen. Klimaatadaptatie is noodzakelijk om onze leefomgeving veilig, gezond en aantrekkelijk te houden voor huidige, maar vooral ook voor de toekomstige generaties. Wij streven naar een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van onze leefomgeving. Klimaatadaptatie is en wordt integraal onderdeel van alle ruimtelijke en beleidsmatige keuzes. We richten ons op het vergroten van de weerbaarheid tegen weersextremen en op het benutten van kansen die klimaatadaptatie biedt, bijvoorbeeld voor vergroening, biodiversiteit, verhogen van de leefkwaliteit en gezondheid. Water en bodemsturend bij wateroverlast In het centrum van Winterswijk zijn verschillende plekken die gevoelig zijn voor wateroverlast. Een deel hiervan is de afgelopen jaren al aangepakt; andere locaties worden de komende jaren meegenomen. Tegelijkertijd worden de buien steeds heviger, wat de druk op het watersysteem vergroot. Daarom is het essentieel om hierin te blijven investeren, zodat we wateroverlast kunnen beperken en de veiligheid van onze inwoners kunnen waarborgen. Water- en bodemsturend werken vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt, zoals in hoofdstuk 3 aangegeven. We zetten in op meer ruimte voor water in de openbare ruimte, bijvoorbeeld met wadi’s, zaksloten en hoogteverschillen. Ook bevorderen we waterinfiltratie en zorgen we voor duidelijke informatie richting inwoners over de verschillende vormen van wateroverlast – van tijdelijk water op straat tot structurele overlast in woningen en bedrijven. De bebouwde kom kent enkele lagergelegen gebieden waar de Whemerbeek stroomt. Deze loopt deels bovengronds met ruimte om water op te vangen, maar is ook deels ondergronds beduikerd onder gebouwen en openbare ruimte. Door integraal te werken in gebiedsvisies, functies met elkaar te verbinden en samen te werken met partijen zoals het waterschap, ontstaat de mogelijkheid om delen van deze beek in de toekomst te transformeren tot een waterbuffer in het centrum. Zo combineren we waterveiligheid met andere ruimtelijke opgaven, zoals woningbouw, vergroening, verkeer en veiligheid. Daarnaast benutten we kansen door oude, gedempte watersystemen opnieuw in te zetten in de aanpak van wateroverlast. We willen van wateroverlast juist een kans maken door (regen)water zoveel mogelijk vast te houden, te laten infiltreren, te hergebruiken in huis of tuin, of zelfs langdurig op te slaan voor drogere tijden. Op die manier bouwen we aan een klimaatbestendig en veerkrachtig Winterswijk. Aandacht voor hittestress in de kom Winterswijk is in zijn geheel redelijk koel vergeleken met andere gebieden in Nederland. Het buitengebied is een fijne plek om te zijn, waar hitte ook geen grote rol speelt. Door weinig verharding en ventilatie voelt het aangenaam. In de kom van Winterswijk is het een ander verhaal. Door de grote hoeveelheid verharding op zowel openbaar als privéterrein warmt het snel op en blijft de warmte ook in het gebied hangen. Vooral door de opbouw na de oorlog waarbij veel arbeiderswijken werden gebouwd vanwege de textielindustrie heeft ervoor gezorgd dat juist veel hitte in deze wijken nu en in de toekomst een grote rol gaat spelen voor de gezondheid van de inwoners. We hanteren drie thema's voor de aanpak van hittestress: gebied, gebouw en gezondheid. Voorbereid op droogte Droogte speelt in het buitengebied van Winterswijk een grote rol, maar ook in de kom zijn effecten van droogte zichtbaar. Door langdurige droogte krijgen planten en bomen het moeilijk en droogt de grond uit waardoor het water vasthouden bij regen (of zelfs piekbuien) verminderd wordt. Door water vast te houden en te infiltreren in zowel natte als droge tijden kan de kom weerbaarder worden gemaakt voor verdroging. Droogte adaptief houdt ook in dat keuze in soorten beplanting en bomen van belang is. Het gebruik van droogtebestendige beplanting en bomen is daarom ook nodig om ook in de toekomst onze omgeving leefbaar te houden. Daarnaast is het belangrijk om water lang vast te houden en te infiltreren in plek waar het valt. Zo vullen we de grondwaterstand aan om langdurige tijden van droogte beter te kunnen doorstaan. Andere, vooral technische, oplossingen kunnen ook bijdragen aan het verminderen van de droogteschade. In de openbare ruimte wordt ingezet op de eerste stap om zonder technische oplossingen droogte tegen te gaan, erna de stap van de technische oplossingen. Integrale benadering en gezondheid voorop Klimaatadaptatie vraagt om een integrale benadering, omdat het sterk samenhangt met andere opgaven in onze leefomgeving. We koppelen klimaatmaatregelen bewust aan thema’s als mobiliteit, energie en leefbaarheid. In een compact dorp als Winterswijk is de ruimte beperkt, waardoor functies slim gecombineerd moeten worden. Parkeerplaatsen kunnen deels groen worden ingericht om water op te vangen en hittestress te beperken, speelplekken kunnen dienen als tijdelijke waterbuffers bij hevige regenval en daken kunnen naast zonnepanelen ook worden vergroend. Daarbij is een gezonde leefomgeving altijd ons vertrekpunt. We zetten in op schone lucht, verkoeling, rust, beweging en contact met natuur. Vergroening speelt hierin een sleutelrol: het draagt bij aan mentaal welzijn, vermindert stress en maakt de omgeving aantrekkelijker en gezonder. Bij elke ruimtelijke ingreep kijken we daarom nadrukkelijk naar de impact op gezondheid, hitte en klimaatbestendigheid, zodat we bouwen aan een veerkrachtig én leefbaar Winterswijk. Samen werken aan een klimaatadaptief Winterswijk Klimaatadaptatie is een opgave die we gezamenlijk aanpakken. We werken samen met inwoners, bedrijven, waterschappen, provincies en maatschappelijke organisaties. We stimuleren initiatieven en stellen kennis, subsidies en uitvoeringskracht beschikbaar. Iedereen kan bijdragen aan een klimaatadaptief dorp. We faciliteren initiatieven met subsidies, voorbeeldprojecten en advies. Denk aan het vergroenen van tuinen, het aanleggen van regentonnen of het adopteren groenvakken of boomspiegels. Participatie is essentieel voor draagvlak én creativiteit. 4.3.5 Water en riolering Basis voor een gezonde leefomgeving Water en riolering vormen een essentiële basis voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Winterswijk streeft naar een klimaatbestendige, waterrobuuste gemeente waarin rekening houden met water en bodem centraal staat. Door de toenemende extremen in het weer, zoals langdurige droogte, langdurige natheid en hevige neerslag, is het van belang om waterbeheer toekomstbestendig in te richten. Daarnaast hebben wij ook te maken met Europese wet- en regelgeving, zoals de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze richtlijn verplicht overheden om te zorgen voor schoon en gezond oppervlakte- en grondwater. Dit betekent dat waterkwaliteit een integraal onderdeel is van het gemeentelijk waterbeleid. De ondergrond in de kom van Winterswijk kent een unieke opbouw, waarbij deze in bijna geen straat hetzelfde is. De bodemopbouw kan erg van elkaar verschillen waardoor iedere plek een gebiedsgerichte aanpak vereist. Whemerbeek als kans De Whemerbeek is een karakteristieke beek binnen de gemeente Winterswijk en vormt een belangrijke schakel in het lokale watersysteem. De beek ontspringt in het buitengebied en stroomt door de bebouwde kom en speelt een belangrijke rol in de af- en aanvoer van regen- en grondwater. Naast deze functionele rol heeft de Whemerbeek ook ecologische en landschappelijke waarde. In de jaren 60 is de beek deels beduikerd, oftewel ondergronds gebracht via grote betonnen rioolbuizen. Dit is gebeurd in een periode waarin watergangen slechts werden beschouwd als technische middelen om water zo snel mogelijk af te kunnen voeren. Door het toenemende ruimtegebrek in de bebouwde kom werd het destijds als efficiënter beschouwd om de beek ondergronds te brengen. Ook ten behoeve van de watervoorziening van diverse textielfabrieken. De beek was toen ook een afvoerend systeem van deels vervuild water, waardoor sommige inwoners het nog herkennen als ‘stinkbeke’. Tegenwoordig is dit niet meer van toepassing. Door nieuwe inzichten en verandering van het klimaat is er de wens om in de toekomst waar mogelijk de beek weer naar boven te halen. Dit brengt de volgende voordelen met zich mee: Meer capaciteit bij piekbuien In de toekomst wordt de kans op extreme piekbuien waarbij een grote hoeveelheid regen binnen een kort moment valt groter en vindt vaker plaats. Een open beek kan meer water verwerken in het profiel dan de duikers die zijn aangebracht. Bij het weghalen van de duiker is ook de kans op opstuwing kleiner waardoor bovenstrooms van de duiker minder risico op wateroverlast is. Dit draagt bij aan een klimaat robuuste inrichting van de bebouwde kom van Winterswijk; Infiltratie en aanvulling van grondwater in de zanderige gebieden Dit helpt bij de aanvulling van het grondwaterpeil, wat van belang is in droge perioden en bijdraagt aan het voorkomen van verdroging van stedelijk gebied waardoor groen betere kansen krijgt en minder schade door uitdroging plaatsvindt; Verkoeling bij hitte Water heeft invloed op de temperatuur in de directe omgeving, maar het effect hangt sterk af van de context. Stromend water of stilstaand water kan onder bepaalde omstandigheden juist warmte vasthouden of uitstralen. De combinatie van water met een robuuste groenstructuur zorgt voor de meeste verkoeling. Een open beek met omliggende beplanting draagt zo bij aan het tegengaan van hittestress in versteende buurten, zoals het centrum, en daarmee aan een betere leefkwaliteit tijdens warme zomerdagen Biodiversiteit en vergroening Een open beek vormt een ecologische verbinding in het stedelijk gebied. Door natuurvriendelijke oevers aan te leggen ontstaat leefruimte voor planten, vogels, insecten en kleine waterdieren. De vergroening rond de beek heeft bovendien een positief effect en draagt bij aan een aantrekkelijker en gezonder leefmilieu. Het brengt nog meer kansen met zich mee op het gebied van natuur en recreatie. Denk bijvoorbeeld aan verblijfsgebieden of fietspaden. Bewustwording en beleving. Een open beek maakt water zichtbaar en zorgt voor beleving. Inwoners en bezoekers worden zich meer bewust van het belang van water in hun omgeving. Een beek die in sommige tijden droog kan komen te staan kan zelfs voor beleving zorgen door een doordacht ontwerp. Rekening houden met water en bodem Het water en de bodem vormen de basis voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat we bij nieuwe ontwikkelingen rekening houden met de natuurlijke waterhuishouding en bodemgesteldheid. Winterswijk kiest voor een aanpak waarbij water en bodem niet langer slechts een randvoorwaarde zijn, maar juist sturend worden voor de inrichting van de ruimte. Dit is erg belangrijk om in de toekomst, voor zowel onszelf als voor de toekomstige generaties, klimaatschade te voorkomen. Door duidelijke uitgangspunten te hanteren, wordt het risico op wateroverlast en verdroging verminderd en wordt tegelijkertijd bijgedragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Inzet op zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater De woningbouwopgave en de groei van de economie leiden tot een toenemende vraag naar drinkwater en de afvoer van afvalwater, wat de capaciteit van bestaande waterzuiveringsinstallaties belast. De gemeente is verantwoordelijk voor drie waterzorgplichten: afvalwater, hemelwater en grondwater. Deze taken vormen samen een belangrijke basis voor een klimaatbestendig en duurzaam watersysteem. Ze hangen nauw samen met de verantwoordelijkheden van waterschap Rijn en IJssel, dat zorgt voor de zuivering van afvalwater en het beheer van het regionale watersysteem. Een goede afstemming en samenwerking zijn daarom essentieel. Door onze zorgplichten integraal te benaderen, werken we samen aan een veilige, waterbewuste en toekomstbestendige leefomgeving. 4.3.6 Waar gaan we de komende tijd mee aan de slag? We hanteren de klimaatadaptatiestrategie 2022-2027 (vastgesteld in 2022), Water- en rioleringsprogramma 2024-2028 (vastgesteld in 2023), Groenstructuurvisie (vastgesteld 2022) en de Beleidsvisie Natuur en Landschap (vastgesteld 2022) We werken aan richtlijnen voor natuurinclusief bouwen. Hierbij richten we ons op bewustwording en inspiratie om samen met de inwoners en initiatiefnemers de biodiversiteit te versterken. We geven uitwerking aan basiskwaliteit natuur in de stad. Dit doen we aan de hand van ambassadeurssoorten. Elke soort met specifieke eisen en wensen draagt bij een biodiverse leefomgeving. 4.3.7 Wat betekent dit voor toekomstige initiatieven en ontwikkelingen? Groen en biodiversiteit Bij nieuwe ontwikkelingen behouden en versterken we het bestaande groen en de biodiversiteit. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een biodiverse leefomgeving, door bijvoorbeeld natuurinclusief te bouwen of openbare ruimte natuurinclusief in te richten. Bij inbreiding wordt uitgegaan van het per saldo minimaal in stand houden van het aandeel groen ten opzichte van de verharding in de bebouwde kom. Waar mogelijk wordt het aandeel groen uitgebreid. We werken samen aan een waardevolle groene (be)leefomgeving. Versterken groenstructuur We werken aan een samenhangende en herkenbare groenstructuur door onder andere: Bij (private) locatie-ontwikkelingen die liggen in de nabijheid van waardevol groen en/of de groenstructuur een bijdrage te vragen ten behoeve van het versterken van het groen en biodiversiteit; Bij grotere gebiedsontwikkelingen sturen we aan op een bijdrage aan de samenhang van de groenstructuur voor de kom; Openbare groene plekken van betekenis behouden en doorontwikkelen als ankerpunten binnen de totale groenstructuur; Verbinding aanbrengen tussen losse deelgebieden, onder andere via wandelroutes, informele paden of landschappelijke structuren. Klimaatadaptatie Water en bodem hanteren we als leidend principe. Zie hiervoor de Integrale koers in hoofdstuk 3 Afhankelijk van het type ondergrond passen we het principe ‘vasthouden, bergen, afvoeren toe. Zie hiervoor hoofdstuk
  14. Klimaatadaptatie is een standaardonderdeel bij ruimtelijke planvorming, gebiedsontwikkelingen, vergunningverlening en beheer; We gebruiken de 3-30-300 regel als leidraad voor vergroening: 3 bomen zichtbaar vanuit elke woning; 30% schaduw in elke wijk (door bomen of andere schaduwgevende constructies); 300 meter maximaal tot de dichtstbijzijnde koele plek (van tenminste 200m² groot Aanpak wateroverlast: Meer ruimte voor water in de openbare ruimte (wadi's, zaksloten, hoogteverschillen); Oude structuren juist gebruiken voor wateroverlast problemen, zoals oude watersystemen die gedempt zijn of zijn functie hebben verloren; Aanpak hittestress: Gebied: maatregelen om de omgeving hittebestendiger te maken. Inzetten op vergroening en het gebruik van de 3-30-300 regel; Beperken van verharding en bevorderen van ventilatie; Strategisch ontwerp om koele bries toegang te geven tot wijken; Gebouw: maatregelen om het vastgoed hittebestendiger te maken Gebouwen voorzien van groene daken, gevelgroen, buitenzonwering en goede ventilatie; Gezondheid: maatregelen om hitte bij kwetsbare groepen tegen te gaan. Hitteplan inzetten voor kwetsbare groepen; Zorgen voor koelteplekken en drinkwatervoorzieningen op warme locaties. Aanpak droogte Water vasthouden en infiltreren in natte en droge tijden; Keuze van droogteresistente beplanting en bomen; Technische oplossingen inzetten waar nodig, maar voorkeur voor natuurlijke oplossingen. Water en riolering Water robuuste inrichting: Het realiseren van waterbuffers en wadi's in wijken om piekbuien op te vangen en water langer vast te houden. In bepaalde delen van Winterswijk is infiltratie van regenwater goed mogelijk. Dit proces zorgt ervoor dat neerslag wordt opgenomen in de bodem zodat het grondwater wordt aangevuld. Zowel de openbare ruimte als particuliere tuinen spelen hierin een belangrijke rol Door verharding zoveel mogelijk te beperken en te kiezen voor waterdoorlatende materialen, zoals halfopen bestrating en groene erfafscheidingen, kan regenwater effectief infiltreren; Het stimuleren van waterberging en infiltratie op particulier terrein, bijvoorbeeld door middel van regentonnen, groene daken en waterdoorlatende bestrating; Het inventariseren en aanpakken van knelpunten waar wateroverlast optreedt, bijvoorbeeld in straten en wijken met een lage afvoercapaciteit; In de gedeeltes waar infiltratie van hemelwater niet, of minder mogelijk is wordt het afstromend hemelwater eerst geborgen in voorzieningen zoals wadi’s of ondergrondse bergingen. Vanuit hier wordt het vertraagd afgevoerd richting het riool of oppervlaktewater. Op deze manier wordt de piekbelasting van een bui afgevangen; Het inzetten op adaptieve en innovatieve oplossingen, zoals waterpleinen (en parkeerplaatsen), tijdelijke wateropslag en het hergebruik van regenwater in huishoudens en bedrijven. Rekening houden met water en bodem: Het behouden en versterken van natuurlijke waterlopen, zoals de Whemerbeek; Het voorkomen van bebouwing in laaggelegen, natte gebieden om wateroverlast en schade te minimaliseren.; Een klimaatadaptieve inrichting van de buitenruimte door middel van ruimte voor water in de vorm van groen, infiltratievoorzieningen, groene daken, regenwatervriendelijke bestrating en andere duurzame maatregelen; Het verplichten van waterberging bij nieuwe bouwprojecten en herontwikkelingen. Zorgplichten gemeente afvalwater Het rioolstelsel wordt geoptimaliseerd om te voldoen aan de eisen van duurzaamheid en efficiëntie. Gescheiden inzameling van afval- en hemelwater is verplicht bij nieuwbouw en herontwikkeling. Waar mogelijk wordt bij bestaande bebouwing schoon hemelwater afgekoppeld van het vuilwaterriool om onnodige belasting van de rioolwaterzuiveringsinstallaties te voorkomen. We zetten in op slimme monitoring en datagestuurd rioolbeheer om onderhoud en investeringen efficiënter in te richten. We werken nauw samen met het Waterschap Rijn en IJssel en de Gemeente Oost-Gelre om de belasting op de gezamenlijke rioolzuivering zo laag en efficiënt mogelijk te maken. Een voorbeeld hiervan is het gezamenlijk toepassen van de ‘Slimme Gemalen Regeling’. We proberen de water keten zoveel mogelijk te ontlasten door te beginnen bij de bron. Door de bron aan te pakken zorgen we ervoor dat er minder vervuiling is de (afval)water keten terecht komt. Zorgplichten gemeente hemelwater De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. De aanpak van hemelwater volgt het principe: eerst gebruiken, dan infiltreren, dan bergen, en pas als laatste afvoeren. Zorgplichten grondwater Grondwater is een essentiële bron voor drinkwatervoorziening en natuurbehoud. We werken samen met Vitens en het waterschap om de kwaliteit en kwantiteit van het grondwater te beschermen. We nemen maatregelen om verdroging tegen te gaan en voorkomen wateroverlast door de juiste afstemming van drainage en infiltratievoorzieningen. Oppervlaktewater en ecologie Oppervlaktewater speelt een belangrijke rol in de ecologie en biodiversiteit van Winterswijk. We zetten ons in voor: De herinrichting en ecologische versterking van bestaande beken en waterlopen. Het bevorderen van de waterkwaliteit door het verminderen van nutriënten en chemische stoffen in oppervlaktewater. Het creëren van natuurvriendelijke oevers en verbindingen tussen waterlopen en retentievijvers om biodiversiteit te stimuleren. Het inzetten van natuurlijke processen zoals helofytenfilters voor waterzuivering. Het betrekken van inwoners en agrariërs bij het onderhoud en beheer van watergangen. Het aanleggen van wadi’s en ondergrondse bergingen bij nieuwe ontwikkelingen hebben de voorkeur, in plaats van nieuwe retentievijvers, welke gevoelig zijn voor een slechte waterkwaliteit. Infographic Groen en levend dorp 4.4 Leefbaar en aantrekkelijk wonen 4.4.1 Inleiding Wij streven ernaar om Winterswijk een breed en passend woningaanbod te bieden voor al onze bestaande inwoners en nieuwe inwoners. Hierbij ligt de focus op betaalbare, duurzame woningen die aansluiten bij de behoeften van diverse doelgroepen, zoals starters, senioren en mensen met een zorgbehoefte. Door in te zetten op levensloopgeschikte woningen, sociale huur en een gevarieerd woningaanbod, willen we een inclusieve en toekomstbestendige woonomgeving creëren voor iedereen in Winterswijk. 4.4.2 Demografische balans en vitale voorzieningen Winterswijk streeft naar een stabiele bevolkingsomvang die de basis vormt voor het behoud van belangrijke voorzieningen zoals scholen, winkels, zorg, openbaar vervoer en andere basisvoorzieningen. Door gericht woningen toe te voegen zorgen we ervoor dat het voorzieningenniveau op peil blijft en dat de leefbaarheid in de gemeente wordt versterkt. Deze aanpak helpt om zowel de leefbaarheid in bestaande wijken te behouden als nieuwe woonwijken functioneel en duurzaam in te richten. De bovenstaande aanpak vraagt om actief handelen. De getekende Woondeals A en B voorzien circa 1.400 woningen op inbreidingslocaties tot aan
  15. Uit nader onderzoek waarin is onderzocht hoe we ons voorzieningenniveau in stand houden, blijkt dat we 400 woningen extra moeten bouwen in de gehele gemeente (onderzoek Invisor). Dat betekent dus in totaal 1.800 woningen. Tenminste, als ze allemaal bij de doelgroep terechtkomen: de middenleeftijdsgroepen (jonge gezinnen en gezinnen met kinderen). Dat is in de praktijk niet 100% het geval. Daarom houden we als richtgetal 25% meer aan. Daarmee komt de totale opgave op 2.250 woningen. Hoe snel moeten deze extra woningen gebouwd worden? Moeten deze tot 2035 gebouwd worden of is uitloop tot 2040 mogelijk? Met het oog op het in standhouden van het voorzieningenniveau geldt: hoe eerder het draagvlak onder onze voorzieningen veiliggesteld kan worden, hoe beter. Want er zijn veel voorzieningen die als ze eenmaal verloren zijn gegaan niet gemakkelijk terugkeren. Bovendien wordt Winterswijk dan juist voor de doelgroep minder aantrekkelijk. Daarom is de lijn: als we regionaal de kans krijgen om de woningbouwaantallen in volgende woondeals voor de periode tot 2035 te verhogen, dan doen we dat. Is dat niet haalbaar dan houden we 2040 als richtjaar. 4.4.3 Waar moeten toekomstige woonlocaties aan bijdragen? Sociale basis versterken door gevarieerde wijken Woningbouw moet hand in hand gaan met het versterken van de sociale basis van de gemeenschap. We streven naar inclusieve buurten, waarin mensen van verschillende leeftijden, achtergronden en inkomens samen kunnen wonen. Dit vraagt om een gevarieerd woningaanbod en de nabijheid van belangrijke voorzieningen zoals winkels, zorginstellingen en scholen. Nieuwe woonwijken moeten zodanig worden ontwikkeld dat ze verbondenheid, veiligheid en ontmoeting bevorderen. Dit kan bijvoorbeeld door het aanleggen van routes, ontmoetingsplekken en het stimuleren van sociale interactie binnen de wijk. De gemeente zet daarnaast in op een robuuste en duurzame voorzieningenstructuur, waarbij wijkcentra en dagelijkse winkels goed gespreid liggen en in de nabijheid van supermarkten of openbaar vervoer knooppunten. Een goede spreiding en toegang tot voorzieningen is van belang voor alle leeftijdsgroepen maar in het bijzonder voor ouderen en ook jongeren. Ouderen zijn extra gebaat bij een buurt waarin zorg, winkels, ontmoeting en openbaar vervoer op loop- of fietsafstand beschikbaar zijn. Het is van belang om bij ontwikkelingen voorzieningen en woningen in samenhang te bekijken. Op deze manier kunnen ouderen zelfstandig en prettig blijven wonen in hun eigen omgeving. Voor jongeren is de aanwezigheid van een goed voorzieningenniveau ook van belang voor een aantrekkelijke woonomgeving. Door in te zetten op het behoud en versterken van voorzieningen zoals bijvoorbeeld sport, ontmoetingsplekken, cultuur en scholen, zorgen we voor leefbare en toekomstbestendige wijken waar het prettig opgroeien, wonen en leven is. Dit draagt eraan bij dat jongeren op een langdurige en stabiele manier zich hier vestigen, ontwikkelen en hun toekomst opbouwen. We investeren daarmee niet alleen in het bouwen van betaalbare woningen, maar in het creëren van een betrokken gemeenschap waarmee jongeren zich verbonden voelen, waar zij ruimte hebben om zich persoonlijk en professioneel te ontwikkelen en waar voldoende perspectief is op werk, ontspanning en ontmoeting. Levensloopbestendig, passend en betaalbaar wonen voor iedereen Het realiseren van een inclusieve samenleving is een belangrijke ambitie van Winterswijk. Dit betekent dat er een breed scala aan woningen beschikbaar moet zijn voor verschillende doelgroepen, zoals starters, gezinnen, senioren en mensen met een zorgbehoefte. We willen ervoor zorgen dat er een goede mix van woningtypen is, zoals appartementen, eengezinswoningen, zorgwoningen en levensloopbestendige woningen. Er is ook aandacht voor herstructurering van bestaande woningen en de uitbreiding van de sociale huurwoningvoorraad. Daarnaast verkennen we mogelijkheden voor kaveldeling tussen generaties, waarbij bijvoorbeeld ouders en kinderen samen een woning delen, of jongeren en ouderen elkaar ondersteunen in hun woonbehoeften. Flexwoningen kunnen tijdelijk worden ingezet voor specifieke maatschappelijke situaties, maar alleen wanneer ze goed ingepast zijn in de bestaande woonomgeving en geen permanent karakter hebben. Bij flexwoningen hebben we het over verplaatsbare objecten waarvan de gebruiksduur op één locatie maximaal 15 jaar is. Niet te verwarren met flexwonen wat betekent dat er minder dan twee jaar ergens gewoond (mag) worden. Klimaatbestendig wonen Woningen in Winterswijk moeten bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast, hitte en droogte. Dit vereist dat we niet alleen letten op energie-efficiëntie, maar ook op klimaatadaptieve maatregelen. Er wordt actief gewerkt aan het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering, dit kan door het stimuleren van groene daken, wateropvangsystemen, en het creëren van natuurlijke schaduw en biodiversiteit. Nieuwe woonwijken en andere nieuwbouw worden zo ontworpen dat ze optimaal bijdragen aan de klimaatbestendigheid van de regio, met oog voor groen en duurzaam ruimtegebruik. Goede bereikbaarheid en ontsluiting Nieuwe woningen moeten niet alleen goed worden ontsloten voor auto’s, maar ook voor langzaam verkeer (zoals fietsers en voetgangers). Het is van groot belang dat nieuwe woonwijken goed bereikbaar zijn, niet alleen voor de bewoners, maar ook voor mensen die afhankelijk zijn van openbaar vervoer of die zich in de wijk willen verplaatsen zonder auto. Dit betekent dat er extra aandacht moet zijn voor de bereikbaarheid van voorzieningen, het stimuleren van het gebruik van duurzame mobiliteit en de integratie van groen en groenstructuren in de komen het omliggende landschap. Duurzaam ruimtegebruik De gemeente Winterswijk zet in op het duurzaam hergebruik van bestaande gebouwen, erven en terreinen die hun oorspronkelijke functie hebben verloren. Dit kan bijvoorbeeld door schoolgebouwen, bedrijfslocaties of gymzalen te om te bouwen naar woonruimte of maatschappelijke functies. Zo voorkomen we onnodige uitbreiding van het bebouwde oppervlak en benutten we de bestaande ruimte efficiënt. Het doel is om bestaande buurten te versterken en te vernieuwen, zodat de regio duurzaam en toekomstbestendig wordt. 4.4.4 Welke locaties bieden kansen voor woningbouw? Zoals blijkt uit de voorgaande paragrafen, werken we aan een toekomstbestendig woonbeleid. We sturen actief op sociale variatie op wijkniveau, met aandacht voor een goede ruimtelijke inpassing en de nabijheid van voorzieningen. We streven naar inclusiviteit in doelgroepen op het niveau van de wijk en niet zozeer per afzonderlijke ontwikkeling. Zo ontstaan gevarieerde en inclusieve woonwijken die passen bij de identiteit van Winterswijk en zijn voorbereid op de uitdagingen van morgen. Inbreiding heeft tot 2034 de nadruk, met respect voor de bestaande dorpsstructuur (waaronder de ontstaansgeschiedenis, structuur van radialen en woonbuurten, voorzieningenstructuur). Bij uitbreiding ligt de lat hoog op het gebied van duurzaamheid, leefkwaliteit en landschappelijke inpassing. Hieronder wordt beschreven hoe inbreiding en uitbreiding bijdraagt aan de woningbouwopgave. Inbreiden waar het kan – met behoud van het dorpse karakter Bij inbreiding geldt voor iedere ontwikkeling dat de context bepalend is voor de ruimtelijke verschijningsvorm. Het ruimtelijk doel van inbreiden is om te komen tot een betere structuur van de kom, het centrumgebied en de schil rond het centrum. Inbreiding moet bijdragen aan woonvormen, maar ook aan de economische structuur en de groen- en waterstructuur. Voorbeelden van ruimtevormen kunnen zijn: nieuwbouw toevoegen, optoppen (verhogen van bestaande gebouwen), aanbouwen, ombouwen van bestaande gebouwen. Inbreiding beperkt zich niet tot de gedachte van ‘ruimte en/of groen inleveren’, maar gaat steeds samen op met het verbeteren en vernieuwen van de bijdrage aan groen, water, klimaat en biodiversiteit. Iedere inbreidingsopgave en ruimtelijk initiatief moet zo een schakel vormen naar een betere ruimtelijke structuur. Als gemeente zetten we in op de samenhang tussen projecten en de kwaliteit van de hoofdstructuur. De oude radialen Langs de radialen is de verkaveling in principe lineair, dat wil zeggen: in dezelfde richting als het wegbeloop. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt de verkaveling lineair ingericht langs de radialen, wat betekent dat de bebouwing zoveel mogelijk in de richting van het bestaande wegbeloop wordt geplaatst. De dichtheid neemt toe naarmate de ontwikkeling dichter bij het centrum plaatsvindt. Hier is bespreekbaar dat bij herontwikkeling een hogere dichtheid terugkeert dan voor de realisatie van het initiatief. Bovendien zijn andere functies dan wonen bespreekbaar. Hoe dichter bij het centrum en de schil daaromheen, hoe nadrukkelijker het daarbij om publieksgerichte functies moet gaan. In het centrum ligt de prioriteit bij de commerciële publieksgerichte functie detailhandel en horeca. Dat wil zeggen: zo lang voor die functies nog vraag naar vastgoed is, worden andere commerciële publieksgerichte functies (zoals persoonlijke dienstverlening) en niet-commerciële functies alleen toegelaten als dat: de detailhandelsstructuur niet duurzaam ontwricht; geen hoekpand betreft, omdat daar winkels en horeca sterk de voorkeur hebben. In de ontdekstraten (voorheen aanloopstraten) streven we naar behoud van levendigheid en een open, publieksgerichte uitstraling. Bij herontwikkeling van de uiteinden van deze straten geven we daarom de voorkeur aan commerciële functies op de begane grond, zoals winkels. . Hoewel het bestemmingsplan op sommige plekken ook wonen toestaat, past dit hier minder goed bij de gewenste centrumdynamiek. De stedelijke as Bij de onderstaande wegen die onderdeel uitmaken van de stedelijke as zijn ook hogere dichtheden en functiemenging bespreekbaar, als het past bij de maat en schaal: Europalaan, Parallelweg, Stationsstraat, Dingstraat, Zonnebrink, Vredensestraat, Singelweg, Peperbus Misterweg tussen rotonde met Europalaan / Parallelweg en spoorwegovergang (ook deel van de radialen); Misterstraat tussen spoorwegovergang en winkelstraat (ook deel van de radialen); Laan van Hilbelink van Zonnebrink tot Verlengde Morsestraat; Hogere bouwvormen Hogere bouwvormen zijn bespreekbaar langs (delen van) de radialen, stedelijke as en op plekken in het gemengde (grotere) centrumgebied waardoor ruimtelijke meerwaarde ontstaat. Bij lineaire bouwblokken (die dus niet alzijdig een voorgevel hebben) staan we maximaal drie lagen hoger dan in de directe omgeving toe. Bij alzijdige bouwblokken staan we maximaal 5 lagen hoger dan in de directe omgeving voor accenten toe.. Die accenten moeten een hoge en bij Winterswijk passende kwaliteit hebben. Voor lineaire blokken geldt dat bij Winterswijk niet past dat er veel herhaling in de architectuur optreedt. Dat is niet dorps en dat is niet hoe stedelijk we willen zijn. Variatie is wezenlijk. Hogere bouwvormen moeten altijd ruimtelijk worden onderbouwd, waarbij de ligging, de betekenis van het gebouw voor en de ruimtelijke bijdragen aan de omgeving leidende principes zijn. Referenties zijn de volgende recente en in ontwikkeling zijnde locaties: Europalaan: aan de stedelijke as, alzijdige blokken, hoogbouw, variatie. Narcisstraat: aan de stedelijke as, hoogteaccent op een hoek, variatie in woningtypen, prijsklassen en verkaveling. Dingstraat: aan de stedelijke as, lineaire blokken met voldoende variatie in de architectuur. Weurden: radiaal, wonen met daaronder winkels. Transformatielocaties Binnenstedelijke locaties die hun bestaande functie hebben verloren en hierin ook geen toekomst meer hebben, komen in aanmerking voor transformatie naar kansrijke functies die invulling geven aan deze omgevingsvisie. Herontwikkeling kan leiden tot hogere bouwvolumes, mits deze passen bij de schaal, structuur en identiteit van Winterswijk. Het is belangrijk dat accenten in de hoogte goed worden afgewogen en dat architectonische kwaliteit, variatie en een passende vormgeving worden gegarandeerd. Voorbeelden van transformatielocaties zijn verouderde binnenstedelijke bedrijvenlocaties, schoolgebouwen, gymzalen, kerk- en cultuurgebouwen. Deze locaties komen in aanmerking voor herontwikkeling naar kansrijke woon-, commerciële en/of maatschappelijke functies. Overige wooninitiatieven binnen de kom Bij overige inbreidingsontwikkelingen moet de nieuwe ontwikkeling goed aansluiten op de directe omgeving. Uitbreiden met oog voor landschap en voorzieningen De Woondeals A en B voorzien circa 1.400 woningen op inbreidingslocaties tot aan
  16. Zoals eerder aangegeven is woningbouw noodzakelijk om het voorzieningenniveau in stand te houden. Dat betekent dat we moeten gaan kijken naar mogelijke uitbreidingslocaties. Bij uitbreiding is er minder stedenbouwkundige context dan bij inbreiding. Daarom staat bij uitbreiding de landschappelijke opzet en inpassing centraal. Ook zijn er in vergelijking met inbreiding meer mogelijkheden om met duurzaamheid, klimaatadaptatie, water en bodem sturend te ontwerpen. Deze aanpak moet worden voortgezet bij toekomstige uitbreidingen, met voortdurende aandacht voor het behoud van de omgevingskwaliteit. De uitbreiding van De Rikker dient als voorbeeld voor nieuwe uitbreidingen. In de laatste fase De Rikker wordt (slechts) rond de 50% van de locatie uitgegeven voor wonen. Het is een ontwikkeling die financieel haalbaar bleek, een goede omgevingskwaliteit heeft en voldoet aan de eisen die we ten aanzien van betaalbaarheid stell

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.