Beleidsprogramma GrondInleiding De gemeente Leeuwarden investeert in de toekomst van de stad en de dorpen. Ze investeert in welzijn boven welvaart, in het sociale boven het materiële, mensen boven systemen en kwaliteit boven kwantiteit. Dit betekent onder andere dat de gemeente de fysieke leefomgeving zo inricht en onderhoudt dat de kwaliteit van leven van huidige én toekomstige generaties vergroot. Hierin is een belangrijke rol voor het grondbeleid weggelegd. Om de genoemde ambities en doelstellingen te realiseren, herziet de gemeente het bestaande grondbeleid. De aanleiding hiervoor is – naast het vergroten van de kwaliteit van leven –, de wens om de stad, de dorpen en haar omgeving verder te ontwikkelen, rekening houdend met belangrijke thema’s zoals duurzaamheid, energietransitie, woningbouw, economie en sociale vraagstukken. Dit beleid is doorslaggevend om de unieke identiteit van Leeuwarden te behouden en te versterken, en om de rol van de stad als de “Brusplak fan Fryslân” (het bruisende middelpunt van Friesland) te waarborgen. Die unieke identiteit kenmerkt zich onder andere door de historie van de fysieke leefomgeving van Leeuwarden, de regio en Fryslân. Met een sterke relatie tot het water en de kwaliteit van die omgeving. De inwoners worden gekenmerkt door een groot cultuurbesef, trots, mienskip en eigenzinnigheid. Deze kenmerken en eigenschappen willen we koesteren én inzetten bij de keuzes die gemaakt voor de fysieke leefomgeving. De omvang en de status van Leeuwarden (100.000+, hoofdstad van Fryslân, tweede stad van Noord-Nederland) zijn op meerdere manieren relevant. De uitstraling, de aantrekkingskracht en de centrumfunctie wordt gezien als een belangrijke verantwoordelijkheid. Wij willen de positie van de gemeente versterken. Daarmee kan Leeuwarden zich onderscheiden. Niet als doel op zich, niet alleen ten gunste van Leeuwarden zelf, maar ook voor een leefbaar, florerend en economisch sterk verzorgingsgebied voor de regio en Fryslân breed. Het beleid bouwt voort op de rijke geschiedenis, de relatie met water en de nadruk op kwaliteit die de fysieke omgeving van Leeuwarden kenmerken. Daarnaast wordt rekening gehouden met de waarden van de inwoners, zoals cultuurbesef, trots, mienskip (gemeenschapszin) en eigenzinnigheid. Door deze karakteristieken te koesteren en te gebruiken, wil de gemeente haar positie als hoofdstad van Fryslân en tweede stad van Noord-Nederland verstevigen. Het doel is niet alleen om Leeuwarden zelf te laten bloeien, maar ook om te zorgen voor een leefbaar en economisch krachtig verzorgingsgebied voor de hele regio. Aanleiding voor het nieuwe beleid De herziening van het beleidsprogramma is noodzakelijk omdat de vorige Nota grondbeleid uit 2020 verouderd is. Er hebben zich sindsdien belangrijke ontwikkelingen voorgedaan, waaronder: Het vaststellen van de Omgevingsvisie gemeente Leeuwarden 2020-2028 en de geplande herijking daarvan; Het coalitieakkoord 2022-2026; De invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024; Gesloten woondeals en regionale afspraken over sociale en betaalbare woningbouw; De dynamiek en effecten in de lokale- en wereldeconomie; Uitdagingen op het gebied van energietransitie, biodiversiteit, klimaatadaptatie en mobiliteit; De inzet van het Rijk op de modernisering van grondbeleid en de uitspraken van het Didam-arrest I en II. In de op 21 januari 2025 door het college van B en W vastgestelde startnotitie werd grondbeleid geduid als een relevant en belangrijk onderwerp om de ruimtelijke doelen te behalen die zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie. Het gaat hierbij niet alleen om grond, maar ook in gevallen om op grond aanwezig vastgoed. Het nieuwe beleidsprogramma is dan ook optimaal toegespitst op het realiseren van de Leeuwarder ambities op al deze thema’s. Het Beleidsprogramma grond heeft de juridische status van een programma onder de Omgevingswet. Leeswijzer Het Leeuwarder grondbeleid is opgedeeld in een aantal delen, te weten: A Actief grondbeleid; B Faciliterend grondbeleid; C Samenwerking; D Taken en rollen, informeren en verantwoorden; E Technische bijlagen. Voorafgaand wordt in hoofdstuk 2 toegelicht wat het doel en de positie is van het grondbeleid, hoe het proces eruitziet en wie de betrokken partijen zijn. Er wordt inzicht gegeven in de kaders en de ontwikkelingen in het grondbeleid. In hoofdstuk 3 wordt het type grondbeleid toegelicht. Het afwegingskader grondbeleid helpt bij de rolkeuze van de gemeente. In deel A Actief grondbeleid wordt het proces van gebiedsontwikkeling behandeld wanneer de gemeente een actieve rol op zich neemt. Dit doen we in hoofdstuk 4 aan de hand van vier stappen; planvorming en grondverwerving, bouwrijp maken, gronduitgifte en het bouwen. Eén van de drie nieuwe instrumenten, het Strategisch verwervingsfonds, wordt in hoofdstuk 5 toegelicht. In deel B Faciliterend grondbeleid wordt het proces van gebiedsontwikkeling behandeld wanneer de gemeente geen eigenaar is en een partij faciliteert bij de gebiedsontwikkeling. In hoofdstuk 6 wordt weergegeven hoe kostenverhaal en financiële bijdragen werken en hoe hierover afspraken worden gemaakt. In dit deel worden ook de twee laatste nieuwe instrumenten geïntroduceerd. Dit zijn in hoofdstuk 7 het Bovenwijks kostenverhaal voor het ‘casco van de stad’, voor de grote openbare werken. In hoofdstuk 8 wordt tot slot het Vereveningfonds sociale woningbouw geïntroduceerd. In deel C Samenwerking worden de samenwerkingsvormen van gebiedsontwikkeling behandeld. In deel D Taken en rollen, informeren en verantwoorden is toegelicht hoe de taakverdeling tussen college en raad is. Tot slot volgen in deel E de Technische bijlagen met achtergrondinformatie, spelregels, financiële uitwerkingen en randvoorwaarden van de grondbeleidsinstrumenten. Samenvatting Met dit Beleidsprogramma grond en een Addendum op de Omgevingsvisie geven het college en de raad uitvoering aan de ambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie: Het is goed leven in Leeuwarden; Leeuwarden is het hart van een bijzondere groen-blauwe regio; Leeuwarden is een sterke economische regio. Dit wordt en werd gedaan volgens drie leidende ontwikkelprincipes: vergroenen, verbinden en verwaarden. Vergroenen: Grondbeleid is ondersteunend aan dit principe door bij verwerving, beheer en uitgifte te sturen op circulariteit, klimaatadaptatie en duurzame energie-infrastructuur. Het zorgt ervoor dat ruimtelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk emissievrij, circulair en klimaatadaptief zijn. Verbinden: Door het grondbeleid kan de gemeente fysieke verbindingen zoals fietsroutes en groene doorgangen creëren en sociale cohesie bevorderen door goed geplande openbare ruimtes en gemengde ontwikkelingen. Er wordt geïnvesteerd in het ‘casco van de stad’. Dit wordt niet alleen gedaan, maar met bijdragen van marktpartijen, die net als de gemeentelijke organisatie en onze inwoners baat hebben bij investeringen in de leefomgeving. Verwaarden: Grondbeleid stelt de gemeente in staat om voorrang te geven aan binnenstedelijke herontwikkeling en ‘brede welvaart’ toe te voegen door onderbenutte gebieden te transformeren, in plaats van uit te breiden in groene ruimtes. Dit zorgt ervoor dat waarde aan het geheel wordt toegevoegd. Dat gaat over meer dan alleen financieel rendement. Kortom, grondbeleid is een onmisbaar instrument voor de gemeente Leeuwarden om de strategische ambities van de Omgevingsvisie te vertalen naar tastbare ruimtelijke ontwikkelingen. Zo wordt een duurzame, leefbare en economisch sterke toekomst gewaarborgd. Grondbeleid omvat het geheel van middelen en acties waarmee een gemeente stuurt op het gebruik, de inrichting en de eigendom van grond, om zo maatschappelijke doelstellingen te verwezenlijken. Als gemeente Leeuwarden maken we gebruik van dit brede spectrum en we bekijken wat nodig is per opgave. Volgens de traditionele benaderingen wordt grondbeleid gebruikelijk ingedeeld naar actief, faciliterend of situationeel grondbeleid. Het gaat hierbij niet alleen om grond, maar in gevallen ook gebouwen. Strategisch kiezen wij er dan ook voor om, tijdig en bewust een rol te kiezen met bijpassend de inzet van instrumenten. Om die reden typeren wij het Leeuwarder grondbeleid als adaptief en maatwerkgericht. Het beleid is dan ook opgebouwd vanuit drie centrale benaderingen: Actief grondbeleid: De gemeente neemt de regie in eigen hand met strategische grond en vastgoed aankopen en -ontwikkeling, ondersteund door een speciaal daarvoor ingesteld fonds om de benodigde snelheid te waarborgen. Faciliterend grondbeleid: De gemeente faciliteert ontwikkelingen die het initiatief zijn van private partijen, waarbij de gemeente een regulerende en toetsende rol vervult. Samenwerkend grondbeleid: Dit betreffen hybride modellen, zoals publiek-private samenwerkingen, die een combinatie zijn van beide benaderingen. Met het Addendum op de Omgevingsvisie en Beleidsprogramma grond staat een uitgebreide instrumentenkoffer klaar. Om de keuze voor het juiste instrument te maken is een Afwegingskader grondbeleid geformuleerd. Dit is een hulpmiddel om onszelf vragen te stellen met betrekking tot de noodzaak van de ontwikkeling, of sturing hierbij nodig of gewenst is, of de ontwikkeling voldoende potentie heeft en of het ons het eventuele risico waard is. Naast eerdergenoemde onderwerpen is er aandacht voor de bestuurlijke afweging om, ondanks een (financieel) nadeel, tot actie over te gaan. De vraag óf de gemeente bereid is middelen beschikbaar te stellen is een politieke afweging. In deze situaties wordt een bestuurlijke afweging gemaakt tussen het financieel rendement en het maatschappelijk rendement. Niet alleen bij een financieel nadeel kan de bestuurlijke afweging gemaakt worden om een actieve rol te kiezen, maar ook bij een verwachte baat. Deze baat kan, in tegenstelling tot bij een private ontwikkeling, ten goede komen aan de maatschappelijke doelen van de gemeente. Naast strategie is er binnen het Beleidsprogramma grond ook aandacht voor de technische instrumenten. Met andere woorden: met welke instrumenten maken we de juiste beleidskeuzes. Naast de instrumenten waarvan al gebruik wordt gemaakt zoals grondexploitatie, gronduitgifte, anterieure contracteren en samenwerkingsvormen voeren we nieuwe instrumenten in. Dit zijn: Strategisch Verwervingsfonds; Bovenwijks kostenverhaal; Vereveningsfonds sociale woningbouw. Strategisch Verwervingsfonds De gemeente kan ervoor kiezen om op strategische plekken actief grond en vastgoed te verwerven. Met het Strategisch Verwervingsfonds wordt het mogelijk om bijvoorbeeld kansen te grijpen, snelheid te maken, te sturen, ontwikkelaars met een goed plan te faciliteren of om te investeren in het ruimtelijke ‘casco’ van de stad en onze dorpen. Bovenwijks kostenverhaal De ruimtelijke uitdagingen die voor ons staan zijn soms ingewikkeld en vragen om investeringen in het ‘casco’ van de stad. Kosten voor een groen openbaar gebied en goede infrastructuur volgens het STOMP1-principe worden met het instellen van het instrument Bovenwijks Kostenverhaal eerlijk verdeeld tussen de projectontwikkelaar en de belastingbetaler. Vereveningsfonds sociale woningbouw Ook draagt elk woningbouwplan naar rato en vermogen bij aan de opgave voor sociale huurwoningen. Als sociale huurwoningen echt niet passen op een locatie, wordt financieel bijgedragen aan compensatie elders. Dit is ingeregeld door middel van het instellen van een Vereveningsfonds Sociale woningbouw. Dit zorgt voor een financieel gelijker speelveld en stimuleert de realisatie van voldoende sociale huurwoningen. 2.Grondbeleid Doel en positie, proces en partijen In dit hoofdstuk wordt toegelicht wat grondbeleid is en waarvoor het dient. Het proces van plannen maken en uitvoeren en de daarbij betrokken partijen zijn daarbij sterk bepalend voor beleidskeuzes. Het grondbeleid is vooral een keuze uit juridische en financiële instrumenten. Deze komen uit de Omgevingswet en zijn in vogelvlucht opgenomen. De beleidskaders die de gemeenteraad in de Omgevingsvisie heeft gesteld, zijn weergegeven. 2.1Doel en positie grondbeleid Grondbeleid is een middel om de ruimtelijke beleidsdoelstellingen die de gemeente Leeuwarden zich stelt, te realiseren. De gemeente maakt plannen, bijvoorbeeld voor woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen en de energietransitie. Het belangrijkste doel van het grondbeleid is dat grond in voldoende mate en tijdig ter beschikking komt om deze plannen uit te voeren. Grondbeleid is een middel om doelen te bereiken. Het Addendum op de Omgevingsvisie en dit bijhorende Beleidsprogramma vormen een kader voor het handelen van de gemeente met betrekking tot de grond(-markt) en het verhalen van kosten van openbare voorzieningen op initiatiefnemers van bouwplannen. De gemeente spreekt zich hierin uit hoe en onder welke voorwaarden de instrumenten (zowel publiekrechtelijk en privaatrechtelijk) van grondbeleid worden ingezet om zo de ruimtelijke doelen te realiseren. 2.2Proces en partijen Het proces van gebiedsontwikkeling1‘Gebiedsontwikkeling heeft tot doel een groter gebied met verschillende locaties en functies (fysiek, red.) te veranderen, waardoor commerciëleen/of maatschappelijke meerwaarde ontstaat. De veranderingen gaan gepaard met risicodragende investeringen.’ – Leerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft (groot, multifunctioneel) of locatieontwikkeling (kleiner, monofunctioneel) is weergegeven in figuur
- 2.2.1Proces Het proces bestaat globaal uit de activiteiten beleids- en planvorming, grond verwerven, bouw- en woonrijp maken en het bouwen, realiseren van de gebouwen. Grondverwerving vindt soms ook wel eerder plaats dan beleids- en planvorming. 2.2.2Partijen De belangrijkste partijen zijn woningcorporaties, projectontwikkelaars, de gemeente en onderwijs-, commerciële en niet-commerciële maatschappelijke organisaties, andere overheden en natuurorganisaties. En ook bedrijven in uiteenlopende branches, agrariërs en particulieren die voor eigen gebruik bouwen. 2.3Beschikbare instrumenten en vormen van grondbeleid De gemeente heeft een aantal juridische en financiële instrumenten beschikbaar om het grondbeleid uit te voeren. Instrumenten zijn mogelijkheden die de wet biedt. Hierbij is er vanuit de wet onderscheid tussen grondbeleidsinstrumenten: Actief grondbeleid – Eigendom Aankoop, voorkeursrecht, onteigening, gronduitgifte en beheer; Faciliterend grondbeleid – Kostenverhaal Privaatrechtelijk – via een Anterieure overeenkomst; Publiekrechtelijk – via het Omgevingsplan. Dit zijn de uiterste vormen. Een tussenvorm is samenwerking tussen de gemeente en één of meer marktpartijen: publiek private samenwerking2Kortweg PPS. In bijlage 1 staan de instrumenten van grondbeleid met een toelichting. 2.4Kaders grondbeleid uit de Omgevingsvisie De gemeenteraad heeft voor het grondbeleid keuzes op hoofdlijnen vastgelegd in een losse toevoeging (addendum) op de bestaande Omgevingsvisie. Deze keuzes zijn: Grond en/of vastgoed en grondinstrumenten beter koppelen aan ruimtelijke visie. Grondbeleid wordt aan de voorzijde van projecten een onderwerp. Er wordt bijvoorbeeld bewust een keuze gemaakt of er wel of niet voorkeursrecht wordt gevestigd, voordat de start van een ruimtelijke visie openbaar wordt, om speculatie en te duur inkopen van de grond te voorkomen. Marktpartijen vragen hier ook om; Tijdig beschikbaar en betaalbaar hebben van grond en! of vastgoed om de ruimtelijke doelen van de gemeente Leeuwarden te behalen; Speculatie en patstelling door te duur gekochte gronden door een marktpartij voorkomen, of speculatief ‘opknippen’ van kavels; Kosten van ontwikkeling acceptabel houden door duidelijk te maken met welke kosten ontwikkelende partijen rekening moe ten houden als ze in de gemeente Leeuwarden gaan bouwen; De binnenplanse kosten die de gemeente maakt voor de ontwikkeling van een derde partij te verhalen conform de staande praktijk van het kostenverhaal; De kosten van bovenwijkse voorzieningen en sociale huur eerlijk te verdelen over bouwplannen en grondeigenaren die van nieuwe bouwplannen profiteren; De gemeente kijkt waar en onder welke condities grond en vastgoed strategisch verworven kan worden; Het proces van onteigening wordt parallel opgestart bij minnelijke verwerving, als een noodzakelijke functie praktisch gezien op één locatie of maar een beperkt aantal locaties kan. Binnen deze kaders heeft het college van B en W het grondbeleid uitgewerkt in dit Beleidsprogramma grond. 2.5Wat is er veranderd? De volgende onderwerpen zijn nieuw of anders dan in de vorige Nota grondbeleid
- Een afwegingskader dat richting geeft aan de rol die het college in verschillende situaties aanneemt; Een strategisch verwervingsfonds waarmee het college binnen kaders snel en op logische momenten grond en/of vastgoed kan verwerven; Erfpacht als instrument voor betaalbaarder woningbouw, het houden van regie en het voor de maatschappij behouden van waardestijging; Het verhalen van kosten van bovenwijkse voorzieningen voor het ‘casco van de stad’ op private bouwplannen; Een vereveningsfonds sociale woningbouw, uitvoering van de motie ‘Sturing op 30% sociale huur in nieuwbouwprogramma’ en van het Beleidsprogramma wonen in de stad; Update operationeel beleid: het Didam arrest II en een beleidslijn voor unsolicited proposals (ongevraagde voorstellen) van ontwikkelaars op gemeentegrond, ofwel Private Ontwikkel Initiatieven (POI). 2.6Overzicht van het grondbeleid De gemeente legt het grondbeleid op drie plaatsen vast: Omgevingsvisie3Ten tijde van het opstellen van het beleidsprogramma grond wordt de Omgevingsvisie gemeente Leeuwarden 2021-2026 herzien. Het beleidsprogramma grond is middels een addendum op de omgevingsvisie geïntegreerd in de bestaande Omgevingsvisie. Bij vaststelling van de herziene Omgevingsvisie zal het addendum op de omgevingsvisie grondbeleid geïntegreerd worden in de Omgevingsvisie., raad, vierjaarlijks; Beleidsprogramma grond, college, vierjaarlijks; Grondprijzenbrief gemeentelijke gronduitgifte, college, jaarlijks. In onderstaand overzicht is de samenhang weergegeven. 2.7Ontwikkelingen per thema Beleidsdoelen in de fysieke leefomgeving die de gemeente wil realiseren staan onder andere in de beleids- en ontwikkel programma’s zoals Wonen in de stad, Wonen in de dorpen, mobiliteit, biodiversiteit, energie, et cetera. Al deze beleidsdoelen hebben grond nodig en hebben daarmee een ‘ruimteclaim’. 3Grondbeleid Leeuwarden en afwegingskader 3.1Adaptief en maatwerkgericht grondbeleid Traditioneel gezien wordt door gemeenten een keuze gemaakt in het type grondbeleid dat men voert en focust ze zich op de risicobeheersing van de productie van grond ten behoeve van diverse beleidsdoelen. De ontwikkelingen die voor ons liggen houden zich niet altijd aan de klassieke indeling en variëren per geval. Denk bijvoorbeeld aan de wens om actief grondbeleid te willen voeren, maar dat dit gewoonweg niet mogelijk is vanwege het recht op zelfrealisatie van de betreffende grondeigenaar. In dat geval is er slechts sturing mogelijk via het ruimtelijk beleid. Anderzijds heeft een gemeente een indrukwekkende instrumentenkoffer tot haar beschikking om (bij) te sturen waar dat wenselijk is. Daarnaast is de overheid als geen andere partij, binnen bepaalde grenzen, in staat om voor een louter maatschappelijk rendement te kiezen. Terwijl marktpartijen dit gewoonweg (op termijn) niet overleven. Om de gewenste doelen te behalen is het noodzakelijk om op strategisch niveau af te wegen welke mogelijkheden de gemeente heeft (publiekrechtelijk versus privaatrechtelijk). Dat vergt maatwerk en het aanpassen aan de specifieke situatie. Beleidskeuze grondbeleid: Op strategisch niveau kiest de gemeente voor grondbeleid dat adaptief en maatwerkgericht is. Instrumenten van de traditionele grondbeleidstyperingen worden allemaal, indien noodzakelijk of gewenst, ingezet om ruimtelijke doelen te behalen. 3.2Afwegingskader: welke rol per situatie In de praktijk betekent adaptief en maatwerkgericht grondbeleid dat de gemeentelijke rol per situatie verschilt. Per geval wordt een keuze gemaakt om het gewenste grondbeleid en bijbehorende instrumentaria te bepalen. Als kapstok voor het maken van die keuze wordt het onderstaande afwegingskader gebruikt. Dit is een hulpmiddel bij de afweging. Andere criteria kunnen een rol spelen. De volgende vragen worden gesteld: Draagt realisatie van het initiatief bij aan de (beleids-) doelen van de gemeente en is er noodzaak om over te gaan tot handelen? Is er een wens om meer dan planologisch te sturen (invloed) om onze doelstellingen te realiseren? Is er sprake van een haalbare business case (potentie)? Zijnde risico’s draagbaar voor de gemeente (alleen)? Zie figuur 3 voor het Afwegingskader op de volgende pagina. 3.2.1Noodzaak De aanleiding kan meerledig zijn: een initiatief vanuit de markt of een gemeentelijk initiatief. In alle gevallen is het antwoord op vraag 1 relevant: Draagt realisatie van het initiatief bij aan de (beleids-)doelen van de gemeente en is er noodzaak toe? In dat verband is een inhoudelijke beoordeling aan de orde waarbij gestelde doelen uit de Omgevingsvisie en sectoraal beleid centraal staan. Hiermee wordt het maatschappelijk rendement onderbouwd. De beantwoording van deze vraag is een politieke afweging. 3.2.2Sturing Nadat is vastgesteld dat een plan of initiatief (on-)wenselijk is of voorrang heeft, komt de vraag aan de orde hoe de gemeente haar doelen het beste kan bereiken. De gemeente heeft hiervoor grofweg twee sturingsmogelijkheden: Sturen via planologie (publiekrechtelijk); Sturen via grond (privaatrechtelijk). Voorbereidingsbesluit Een voorbereidingsbesluit is een anticiperend instrument dat de gemeente kan inzetten om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Met een voorbereidingsbesluit4Afdeling 4.2 Omgevingswet wordt voorkomen dat een locatie minder geschikt wordt wanneer een omgevingsplan of omgevingsverordening in voorbereiding is. Omgevingsplan Dit betekent dat de gemeente haar plannen en doelen vastlegt in een omgevingsplan. In het omgevingsplan bepaalt de gemeente welke bestemmingen (bijvoorbeeld wonen, werken, natuur) op welke plekken zijn toegestaan. Als een initiatiefnemer een project wil starten dat past binnen de gemeentelijke doelen, sluit de gemeente een overeenkomst met deze partij. Daarna wordt het omgevingsplan aangepast om het project mogelijk te maken. Dit noemen we “toelatingsplanologie”: de gemeente kan alleen iets toestaan of verbieden via deze weg. Als initiatieven goed aansluiten bij het beleid en er is voldoende steun voor in de samenleving, dan is deze manier van sturen (ook wel ‘faciliterend grondbeleid’ genoemd) vaak voldoende. De gemeente sluit dan een overeenkomst en zorgt ervoor dat de kosten die zij maakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Soms voldoet een initiatief nog niet helemaal aan het beleid, maar gaat het wel de goede kant op. In dat geval kan de gemeente meer tijd en inzet (ambtelijke capaciteit) nodig hebben om het plan zo aan te passen dat het maatschappelijk aanvaardbaar wordt. Er worden dan afspraken met deze partij gemaakt over verwachtingen, uitgangspunten, inzet en kosten. Sturen via grond Als een initiatiefnemer of marktpartij niet bereid is om de gemeentelijke doelen te realiseren, moet de gemeente zelf actie ondernemen, eventueel samen met de initiatiefnemer. De gemeente neemt dan de regie in handen om de gewenste ontwikkeling tot stand te brengen. In deze situaties is een actief grondbeleid nodig. Dit houdt in dat de gemeente zelf eigenaar wordt van de grond, of een samenwerking aangaat met de initiatiefnemer. Door zelf eigenaar te zijn, kan de gemeente via de planvorming en de uitgiftevoorwaarden extra eisen stellen om haar doelen te bereiken. Bovendien verzekert de gemeente zo dat het project ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Een grondeigenaar die niet wil meewerken, kan dan worden vervangen door een partij die wel de gemeentelijke doelen wil realiseren. Het is alleen niet altijd mogelijk het eigendom te verkrijgen5Tevens tegen redelijke condities Hoe sterk de gemeente wil sturen om haar doelen te bereiken, is ook een politieke beslissing. Hoe belangrijker een situatie is en hoe groter de noodzaak tot actie in een gebied, hoe eerder de gemeente geneigd is om actief te sturen om het doel te verwezenlijken. In onderstaande tabel zijnde verschillende instrumenten ingedeeld naar type grondbeleid (rol van de gemeente) en of deze via het publiekrecht (planologie) of privaatrecht (grond) verlopen. 3.2.3Potentie Als gemeente bestaan onze middelen uit gemeenschapsgeld. Bij de ontwikkeling stelt de gemeente dan ook de vervolgvraag of er sprake is van een haalbare business case. Als de ontwikkeling haalbaar is, kan de gemeente deze ontwikkeling zelf ter hand nemen. Een haalbare business case ontstaat als de opbrengsten de kosten van de ontwikkeling overstijgen en de risico’s aanvaardbaar zijn. De berekening en inschatting van de haalbaarheid en risico’s wordt uitgevoerd conform wet- en regelgeving en de uitgangspunten van het BBV6Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten . Als er sprake is van een plan dat niet haalbaar is, zal het naar verwachting niet tot ontwikkeling komen. Bij marktpartijen moet er namelijk sprake zijn van een redelijke winst om over te gaan tot ontwikkeling. De ontwikkeling kan wel wenselijk zijn. In het geval er geen haalbare business case mogelijk is kan de gemeente zich de vraag stellen of het ondanks de ‘onrendabele top’ toch de moeite waard is de ontwikkeling op zich te nemen. Uit de praktijk blijkt dat veel (binnen-)stedelijke ontwikkelingen onrendabel zijn. Deze ontwikkelingen gaan of niet door, of het tekort wordt afgedekt met publieke middelen. Juist de gemeente is in de positie om financieel niet sluitende ontwikkelingen toch te realiseren. Hiervoor zijn er regelmatig ook subsidies vanuit het Rijk beschikbaar. Daarbij is de bestuurlijke afweging: is dit het ons waard? De vraag of de gemeente bereid is middelen beschikbaar te stellen is een politieke afweging. In deze situaties wordt een bestuurlijke afweging gemaakt tussen het financieel rendement en het maatschappelijk rendement. Beleidskeuzes in het kort: Tijdens visievorming en planvorming wordt het afwegingskader grondbeleid als een hulpmiddel gebruikt om de rol en het grondbeleid van de gemeente te kiezen. Aanvullende overwegingen kunnen een rol spelen; Bij wenselijke ontwikkelingen met een voorzien financieel tekort wordt afgewogen of de te behalen doelstellingen het tekort waard zijn. 3.2.4Risico Wanneer alle vragen beantwoord zijn, komt de vraag aan de orde of de gemeente de (financiële) risico’s kan en wil dragen. Is dat het geval dan kan de gemeente zelfstandig de grondexploitatie voeren. Is dit niet het geval, dan kan ervoor gekozen worden om op zoek te gaan naar een samenwerkingspartner met wie zowel de lusten als de lasten worden gedeeld. Als dit zich voordoet zijn er diverse mogelijkheden voor samenwerking. Mocht toch blijken dat de risico’s onaanvaardbaar zijn dan kan het project niet tot stand komen. Samenvattend worden de volgende beleidskeuzes gemaakt om het grondbeleid te concretiseren. Deel A – Actief grondbeleid 4Actief grondbeleid: proces 4.1Inleiding In dit deel worden de beleidskeuzes beschreven als de gemeente voor een actieve rol kiest. Bij actief grondbeleid neemt de gemeente het initiatief, de regie en draagt het financieel risico om de beleidsdoelstelling te behalen. Bij deze vorm van grondbeleid wordt grond aangekocht, van een ruimtelijk plan voorzien en weer verkocht. De gemeente kan de grond zelf bouwrijp maken en dan verkopen, of de grond in de huidige staat verkopen aan een ontwikkelaar met de verplichting om het gewenste plan te realiseren. Al dan niet met een uitvraag aan marktpartijen om met een goed plan te komen en een prijs voor de grond. Het kan hierbij zowel om grond als vastgoed gaan. Hierbij gelden voor de gemeente specifieke kaders zoals het Didam-arrest, de Wet Markt en Overheid en Europese regelgeving over staatssteun en marktconformiteit van grondprijzen. 4.2Proces Het proces van gebiedsontwikkeling is hiervoor weergegeven. De stappen zijn (met tussen haakjes de fasen van projectmatig werken): Planvorming (initiatiefase, haalbaarheidsfase, ontwerpfase); Anticiperen en verwerving; Bouwrijp maken (voorbereidingsfase, realisatiefase); Bouwen (realisatiefase). In de volgende paragrafen worden de beleidskeuzes toegelicht. 4.3Stap 1: Planvorming Planvorming vindt op verschillende schaalniveaus plaats. Van een samenhangende visie op een groter gebied tot een uitgewerkt plan voor een kleinere locatie of een enkel gebouw. Voor de inzet van grondbeleid is het gewenst om bij visie- of planvorming een bewuste en goed geïnformeerde keuze te maken voor actief of faciliterend grondbeleid. Een financiële haalbaarheidsstudie tijdens de planvorming biedt inzicht, het zogenaamde ‘rekenen en tekenen’. Vooral belangrijk is dat de keuze om zelf grond en/of het gebouw te willen verwerven wordt gemaakt, voordat het college een ruimtelijke visie openbaar maakt. Na het openbaar maken van een ruimtelijke visie of concreet plan voor een gebied kunnen marktpartijen positie innemen. Voor planvorming in opdracht van een overheidsinstantie gelden daarnaast de juridische kaders van aanbesteding van diensten. Beleidskeuze in het kort: In de initiatieffase van een project wordt een advies opgesteld over de verwerving of een te nemen voorbereidingsbesluit. Dit vindt alleen plaats als actief grondbeleid wenselijk is volgens het afwegingskader grondbeleid. Het advies kan bestaan uit een verwervingsstrategie en een haalbaarheidsstudie. 4.4Stap 2: Anticiperen en verwerving Verwerving is financieel risicovol. Gronden en vastgoed kunnen in waarde toenemen maar ook afnemen. In deze paragraaf staat het beleid voor verwerving. Dit beleid gaat over verwerving van grond en ook eventueel daarop aanwezig vastgoed, niet uitsluitend grond, waarop in de toekomst ontwikkeling wordt voorzien. Het beheren van vastgoed en wanneer dit aan te houden of af te stoten, staat niet in dit grondbeleid. Dat is in ander beleid vastgelegd. Zoals gesteld, het is vooral belangrijk dat de keuze om zelf te willen verwerven, wordt gemaakt voordat het college een ruimtelijke visie openbaar maakt. Na het openbaar maken van een ruimtelijke visie of concreet plan voor een gebied kunnen marktpartijen positie innemen. Mogelijk tegen prijzen die niet meer terugverdiend kunnen worden of zonder rekening te houden met bijvoorbeeld een aandeel betaalbare woningen of openbare voorzieningen. De locatie gaat daardoor langdurig op slot. Verwerving kan voor verschillende doeleinden en in diverse fasen van planvorming of realisatie plaatsvinden. Om consistent met de financiering, beheer en verantwoording om te gaan zijnde verwervingen naar type en moment van verwerving ingedeeld. De typen zijn als volgt ingedeeld: Verwervingen in realisatiefase: er is sprake van een vastgesteld projectgebied. De gronden zijn nodig voor realisatie van het plan; Strategische verwervingen: er zijn geen of slechts beperkt kaders of visies bepaald. De verwerving is anticiperend van aard; Incidentele verwervingen: het betreffen aankopen die geen deel uitmaken van een visie of project. Een uitgebreidere omschrijving van de typen verwervingen zijn opgenomen in bijlage
- 4.4.1Instrumenten actief grondbeleid Minnelijke grondverwerving Minnelijke verwerving is het op minnelijke, niet gedwongen, wijze in eigendom verkrijgen van grond. Partijen zijn gelijkwaardig. Om ongeoorloofde staatsteun te voorkomen moet een grondtransactie passen binnen het kader van een onafhankelijke taxatie. Voorkeursrecht De Omgevingswet biedt de gemeente de mogelijkheid om af te dwingen dat een eigenaar, bij een voorgenomen verkoop, de grond eerst aan de gemeente moet aanbieden. Vervolgens moeten de eigenaar en de gemeente het eens worden over de prijs. Voorkeursrecht is een passief middel. Zolang de eigenaar de grond niet te koop aanbiedt, gebeurt er niets. Het Voorkeursrecht werkt daarom het beste als aanvullend instrument. Van het vestigen van een voorkeursrecht gaat ook een bepaald signaal uit. Het wekt vertrouwen en zekerheid bij een eigenaar. Het voorkeursrecht is daarmee ook niet vrijblijvend. Het inzetten moet zorgvuldig afgewogen worden. Het college van burgemeester en wethouders kan een voorlopig voorkeursrecht vestigen voor 3 maanden. Daarna is het aan de gemeenteraad om een besluit te nemen over het vestigen van een voorkeursrecht voor de periode van 3 jaar. Er zijn verschillende mogelijkheden voor de gemeenteraad om daarna een opvolgend voorkeursrecht vast te stellen. In totaal kan een perceel ruim 16 jaar met een voorkeursrecht worden belast. Onteigening Het gedwongen ontnemen van eigendom is voor eigenaren en andere belanghebbenden ingrijpend. In dit geval wil een eigenaar niet of onder onredelijke voorwaarden meewerken. Het proces om te komen tot de inzet van dit instrument vraagt om zorgvuldigheid en afweging van belangen. Onteigening is alleen mogelijk als wordt aangetoond dat het publieke belang zwaarder weegt dan het persoonlijk belang. Het is ook een vereiste dat er eerst goede pogingen zijn gedaan tot minnelijke verwerving. Een onteigening duurt bij benadering 2,5-3 jaar. Beleidskeuzes actieve grondbeleidsinstrumenten in het kort: Bij voorkeur wordt er minnelijk verworven. Het instrument voorkeursrecht wordt indien wenselijk vooraf ingezet. Het instrument onteigening kunnen we parallel laten lopen, zodat bij vastlopende onderhandelingen minder tijdsverlies optreedt; Voorkeursrecht zetten we (per locatie) in wanneer er noodzaak is tot regie. Deze afweging wordt in principe gemaakt vóórdat een visie/plan openbaar wordt gemaakt; Het college vestigt een tijdelijk voorkeursrecht onaangekondigd. De raad kan vervolgens zelfstandig besluiten om het voorkeursrecht (blijvend) te vestigen; Onteigening kan worden ingezet voor maatschappelijk belangrijke functies die maar op één of een beperkt aantal locaties mogelijk zijn, en als tenminste één concreet minnelijk aanbod is gedaan. Om geen onnodig tijd te verliezen, wordt tegelijk met het minnelijke traject ook onteigening opgestart. Gedurende het gehele traject wordt alsnog geprobeerd om tot minnelijke overeenstemming te komen; De gemeente laat bij verwerving de ambtelijke planeconomie- en/of vastgoedfunctie een taxatie of advies uitbrengen over de marktwaarde. Als de overheid van een onderneming grond of vastgoed verwerft, is wettelijk ook een taxatie verplicht om ongeoorloofde staatssteun te voorkomen. 4.5Prijsbepaling bij verwervingen Verwerving vindt plaats tegen een marktconforme prijs. Dit is een voorwaarde om te voorkomen dat de gemeente ongeoorloofde staatssteun verstrekt. Als de gemeente zich voorneemt te verwerven, wordt een verkenning gedaan naar de marktwaarde van het betreffende object. De ambtelijke planeconomie- en vastgoedfunctie stelt hiervoor een prijsonderbouwing op (benchmarking, eventueel een business case en/of haalbaarheidsstudie). Wanneer wettelijk vereist en/of gewenst wordt aanvullend een onafhankelijk taxateur ingeschakeld voor een taxatie met betrekking tot de waarde van het betreffende object. Als de totale verwervingskosten hoger zijn dan de (getaxeerde) marktwaarde moet, afhankelijk van het type verwerving (zie bijlage 2 type verwervingen), een aanvullend besluit worden genomen over de verwerving door een bevoegd orgaan. Overige spelregels voor verwervingen staan in bijlage 2 en bijlage
- 4.6Stap 3: Bouwrijp maken en gronduitgifte Het bouwrijp maken van de locatie betekent: het op de juiste hoogte brengen van bouwkavels en wegen, het uitgraven van waterpartijen, het aanleggen van de riolering en het maken van bouwwegen. Bouwrijp maken heeft zowel betrekking op het aanleggen van openbaar gebied (een overheidstaak) als op het maken van bouwkavels (een marktactiviteit). 4.6.1Gronduitgifte- en prijsbeleid In het geval van een gemeentelijke grondexploitatie worden na het bouwrijp maken de kavels verkocht aan een partij of persoon die de kavels bebouwt. Hiervoor worden de uitgangspunten gehanteerd zoals omschreven in het Grondprijs- en uitgiftebeleid in bijlage
- Dit is al eerder vastgesteld beleid met een beperkt aantal wijzigingen, het is nu ondergebracht in dit beleidsprogramma. 4.6.2Erfpacht voor betaalbare nieuwbouw Het Uitvoeringsprogramma Betaalbaar Wonen 2025 geeft vier opgaven voor betaalbaar wonen in de gemeente Leeuwarden. Naar aanleiding hiervan is een verkenning gedaan of erfpacht helpt bij opgave C ‘Betaalbare nieuwbouw’. Uit deze verkenning blijkt dat erfpacht een aantal financiële voordelen heeft waardoor voor de particuliere woningkoper het kopen van een eigen woning een stap dichterbij kan komen. In bijlage 5 is de verkenning te vinden inclusief enkele rekenvoorbeelden op basis van een nieuwbouwwoning van € 310.
- Kortweg is erfpacht een eigendomsvorm waarbij de gemeente grondeigenaar blijft. De erfpachter betaalt een jaarlijkse vergoeding voor het gebruik van de grond, de canon. De canon wordt marktconform bepaald, zowel de grondslag – de actuele marktconforme grondwaarde - als het percentage. De voordelen voor een woningkoper zijn: De betaling van de canon voor de grond is op het moment van schrijven fiscaal aftrekbaar. Dit maakt voor bijvoorbeeld starters op de woningmarkt de netto maandlasten lager; Omdat de grond niet gekocht hoeft te worden, is een lagere hypotheeklening nodig. Dit kan de groep helpen die net geen hypotheek kan krijgen. Erfpacht en erfpachtvoorwaarden kunnen desgewenst worden ingezet voor betaalbaar wonen. Dit vraagt in sommige gevallen maatwerk. 4.7Stap 4: Bouwen Na het bouwrijp maken en de gronduitgifte wordt de grond bebouwd. Na de bouwfase wordt het openbaar gebied woonrijp gemaakt. Als de openbare ruimte is aangelegd door een ontwikkelaar, wordt deze overgedragen aan de gemeente. 4.8Financiële spelregels Het uitvoeren van actief grondbeleid waarbij de gemeente zelfde grond bouwrijp maakt en verkoopt, kan tot grote geldstromen en financiële risico’s leiden. In bijlage 6 worden de interne financiële spelregels en een beknopte vertaling van regelgeving naar de praktijk weergegeven. Ook wordt de wijze van risicobeheersing beschreven. 5Strategisch Verwervingsfonds De gemeente kiest voor een strategisch verwervingsfonds. Dit fonds bestaat uit een krediet dat de gemeenteraad aan het college vrijgeeft en een set van uitgangspunten en spelregels. Het verschil met een reguliere kredietaanvraag is dat het college binnen het budget en de spelregels zelfstandig grond en vastgoed kan verwerven. Grond is nodig voor al onze ambities, nu en in de toekomst. Daarbij kan de positie op de grondmarkt van belang zijn om de doelstellingen uit onze Omgevingsvisie te behalen. In de volgende gevallen is het Strategisch Verwervingsfonds nodig: Grond is schaars en locatie gebonden, sommige ontwikkelingen kunnen maar op één of een beperkt aantal plekken; Het wordt mogelijk om te anticiperen op kansen en voor de toekomst wordt geborgd dat doelen worden behaald; Er kan slagvaardig en vlot gehandeld worden op de vastgoedmarkt om kansen en/of mogelijkheden te pakken; Het cumulatief verschuiven van risico’s naar de toekomst toe wordt voorkomen; Het wordt mogelijk aankopen te financieren; Speculatie wordt voorkomen. Het fonds is een instrument voor de middellange en lange termijn. Dit betekent dat het Strategisch Verwervingsfonds vooruitloopt op verwachte planvorming, proactief onroerende zaken verwerft en daarmee de regie op ontwikkeling neemt. Het kan de verwerving van de volgende soorten gronden en/of vastgoed7Al dan niet inclusief roerende zaken betreffen: Verwerving van onroerend goed waarvoor nog geen beoogd ontwikkelperspectief bestaat, maar waarvan de locatie en andere eigenschappen wel een nieuw ontwikkelperspectief mogelijk maken; Verwerving van gronden waarop geen ontwikkeling wordt gedacht, maar die bijvoorbeeld geruild kunnen worden voor gronden waarop wel ontwikkeling verwacht wordt. Of als compensatie gebruikt kunnen worden om ontwikkeling elders mogelijk te maken. Voorbeelden zijn bedrijfsverplaatsing - al dan niet agrarisch, het voorkomen van speculatie, natuurcompensatie voor woningbouw, bedrijventerrein of energieopwekking of hinderzones van geur, geluid of gevaar wegnemen om nieuwbouw mogelijk te maken; Beleidskeuzes Strategisch Verwervingsfonds in het kort: Er wordt een strategisch verwervingsfonds ingesteld; Het college is bevoegd om strategische aankopen te doen binnen het (eenmalige) krediet en de reikwijdte van de opgestelde spelregels waarvan de exploitatie van de aankopen budgettair neutraal is; We verwerven in principe marktconform en houden wet- en regelgeving in acht bij verwerving. De uitgangspunten, budget en de spelregels voor het fonds staan in bijlage
- Deel B – Faciliterend grondbeleid 6Kostenverhaal en financiële bijdragen 6.1Inleiding Bij faciliterend grondbeleid ontvangt de gemeente een plan van een marktpartij en maakt de realisatie daarvan mogelijk. De gemeente is geen eigenaar van de grond. De grondverwerving en de kosten van het bouw- en woonrijp maken worden gedragen door de marktpartij. De gemeentelijke rol is beperkt tot het stellen van kaders en het toetsen van het plan, en het verhalen van de kosten op de initiatiefnemer. Bij grotere of maatschappelijk belangrijke initiatieven werkt de gemeente vaak actief samen met de initiatiefnemer om het plan passend te maken binnen het beleid. De Omgevingswet gaat er van uit dat de marktpartij de participatie met stad of dorp zelfstandig uitvoert en het verslag aan de gemeente overhandigt samen met het ruimtelijk plan. In de praktijk voeren de initiatiefnemer(s) en de gemeente dit ook wel gezamenlijk uit. Dit kan voor alle betrokken partijen wenselijk zijn. In de volgende paragrafen wordt het beleid bij kostenverhaal via overeenkomsten toegelicht. In paragraaf 6.2 wordt het kostenverhaal op basis van vrijwilligheid toegelicht. Vervolgens komt in 6.3 kostenverhaal via het Omgevingsplan aan de orde. 6.2Kostenverhaal via overeenkomsten (privaatrecht, vrijwillig) 6.2.1Partijen Het uitgangspunt is dat elke indiener van een bouwplan of ander ruimtelijk plan gelijk wordt behandeld. Woningcorporaties vergoeden ook alle kosten die de gemeente maakt. Bij herstructureringsprojecten met woningcorporaties kunnen maatwerkafspraken gemaakt worden, als de gemeente en de corporatie beide fysieke investeringen in het gebied doen. 6.2.2Voor welke plannen? Het uitgangspunt is dat de kosten worden verhaald voor alle wettelijk benoemde bouwactiviteiten die in strijd zijn met het Omgevingsplan en die andere handelingen en begeleiding vragen, dan voorzien in de legesverordening. Dit zijn onder andere: Nieuwbouw van één of meer woningen; Nieuwbouw van één of meer gebouwen met een andere functie zoals bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw, kantoor, horecagebouw; Verbouw van een bestaand pand tot tien of meer woningen; Substantiële uitbreiding of verbouw van een bestaand gebouw. De exacte lijst met bouwactiviteiten waarvan de kosten (verplicht) worden verhaald staat in Artikel 8.13 Omgevingsbesluit. 6.2.3Soorten overeenkomsten Afhankelijk van de situatie wordt een passend type overeenkomst opgesteld. Soms worden er twee opvolgende overeenkomsten voor één initiatief gesloten, als een gefaseerde aanpak wenselijk is. De volgende soorten overeenkomsten worden gebruikt: Geen overeenkomst nodig (de uit te voeren werkzaamheden zijn voorzien in de legesverordening); Overeenkomst ambtelijke kosten met eventueel een overeenkomst voor afwenteling van nadeelcompensatie (voorheen planschade); Intentieovereenkomst; Anterieure overeenkomst. Een uitwerking van de soorten overeenkomsten, wanneer deze van toepassing zijn en overige aspecten van privaatrechtelijk kostenverhaal staan in bijlage
- 6.2.4Zekerheidsstelling voor kostenverhaal en aanleggen openbare ruimte De gemeente Leeuwarden sluit regelmatig anterieure overeenkomsten af met projectontwikkelaars. Zij hebben meestal 100% grondeigendom. De projectontwikkelaar bouwt in ieder geval de opstallen. De gemeente loopt in deze overeenkomsten vooral risico op: Aanleg van openbare ruimte door de ontwikkelaar, te beschouwen als een kostenverhaal dat wordt betaald in natura. De nieuwe bewoners en andere vastgoedgebruikers lopen ook het risico dat dit niet tijdig of niet goed wordt aangelegd; Overige kosten die de gemeente maakt: Onder andere planbegeleiding, participatie, communicatie, toetsing onderzoeken, nadeelcompensatie (voorheen planschade). Beleidskeuze in het kort: Openbaar gebied dat wij als gemeente gaan beheren en onderhouden, blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente, ook als de gemeente het aanleggen daarvan via een overeenkomst doorlegt aan een ontwikkelende partij. In dat geval eist de gemeente voorafgaand aan de wijziging van het Omgevingsplan een financiële zekerheidsstelling voor het volledige woonrijp maken van het openbaar gebied, zodat de nieuwe bewoners tijdig en kwalitatief voldoende openbaar gebied krijgen. Het beleid over betalingen en zekerheidsstelling van het kostenverhaal via overeenkomsten staat in bijlage
- 6.3Kostenverhaal via het Omgevingsplan (publiekrecht, onvrijwillig) Het kan gebeuren dat de gemeente een belangrijke ontwikkeling op grondeigendom van een private partij wil doorzetten, maar niet tot een vrijwillige anterieure overeenkomst met deze partij komt. In dat geval kan de gemeente eenzijdig het Omgevingsplan wijzigen - of een afwijking toestaan met een vergunning - en de kosten op de grondeigenaar verhalen. Dit gebeurt met zogenoemde kostenverhaalsregels in het Omgevingsplan. Dit is de dwingende terugvaloptie, of ‘stok achter de deur’. Als vervolgens de realisatie van het plan te lang uitblijft, kan er onteigend worden. De regels hiervoor zijn vrij strak vastgelegd in de wet. Er is geen noodzaak om deze optie in het grondbeleid verder uit te werken. 7Bovenwijks kostenverhaal voor het casco van de stad en de dorpen 7.1Inleiding Het is in de inleiding al gezegd: de gemeente investeert in de toekomst van de stad en de dorpen. Ze investeert in welzijn boven welvaart, het sociale boven het materiële, mensen boven systemen en kwaliteit boven kwantiteit. Investeren in de toekomst betekent ook dat de gemeente de vitaliteit en aantrekkingskracht van stad en dorpen versterkt en zorgt voor een groen en gezond leefklimaat voor mensen, dieren en planten. We richten onze fysieke leefomgeving zo in en onderhouden deze, zodat we de kwaliteit van leven van huidige én toekomstige generaties vergroten. Binnen de gemeente neemt het aantal woningen, bedrijfsgebouwen en ander vastgoed in de komende jaren toe. Een toenemend aandeel van de woningbouw wordt binnenstedelijk gerealiseerd, met private ontwikkelingen uit de markt. Om de gemeente aantrekkelijk te houden voor wonen, werken, natuur en recreatie, investeren we in openbare voorzieningen. Bijvoorbeeld infrastructuur met de fiets op één, verbetering en herinrichting van de openbare ruimte in de stad en dorpen, ruimte voor natuur, groen en water rond gebouwen, sport en voor recreatie. Van grote openbare investeringen hebben meerdere nieuwe woon-, werk- of recreatielocaties profijt, soms zelfs de hele stad of het hele dorp. Dit zijn bovenwijkse voorzieningen op het niveau van het ‘casco’ van de stad of het dorp. Dan is het eerlijk als ontwikkelende marktpartijen meebetalen vanuit hun nieuwbouwplannen. Anders gezegd, dat deze kosten op winstgevende nieuwbouwplannen worden verhaald. Dit is een bovenwijks kostenverhaal. Beleidskeuzes in het kort: De gemeente verhaalt de bovenwijkse kosten voor het casco van de stad / de dorpen op de initiatiefnemers van bouwprojecten die er van meeprofiteren. De volgende uitgangspunten gelden hierbij: Ontwikkelingen die profijt hebben van de bovenwijkse investeringen zijn de kernen Leeuwarden, Grou en Stiens; Per type (woningbouw naar soort (huur-koop, goedkoop-duur), bedrijventerrein, kantoor, retail, sport en maatschappelijk) is de weging en verhouding per programmaonderdeel vertaald in een tarief per woning, per vierkante meter terrein of per vierkante meter BVO. 7.1.1Doelen In het grondbeleid wordt het kader vastgelegd voor de manier waarop de gemeente het kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen toepast. Dit kader draagt bij aan de volgende doelen: Eenduidigheid Het kostenverhaal voor de opgenomen investeringen wordt op eenduidige en uniforme wijze toegepast bij gebiedsontwikkelingen in de gemeente; Transparantie Het kostenverhaal voor de opgenomen investeringen vindt op transparante en onderbouwde wijze plaats; Duidelijkheid Dit beleid geeft duidelijkheid over de bijdrage die de gemeente vraagt aan de in de nota opgenomen ingrepen, nog voordat een gebiedsontwikkeling start. 7.1.2Uitgangspunten De volgende uitgangspunten gelden voor het kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen. Toepassing van de wettelijke PPT-criteria: profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid; Alleen verhalen wat de gemeente netto betaalt, na aftrek van eventuele subsidies en bijdragen van andere partijen; Draagkracht: functies met een hogere opbrengst dragen meer bij dan die met een lagere opbrengstpotentie. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. 7.1.3Bestemmingsreserve en aanwending van de middelen Ontvangen bedragen worden toegevoegd aan een specifieke bestemmingsreserve. Dit betreft zowel de bijdragen vanuit de private initiatiefnemers als vanuit (nieuwe) gemeentelijke grondexploitaties. Ontvangen bedragen aan kostenverhaal worden in de reserve gestort en vallen niet vrij in het exploitatieresultaat of de algemene middelen van de gemeente. De ontvangen bedragen aan kostenverhaal zijn uitsluitend bedoeld voor de specifieke investeringen zoals opgenomen in de lijst met bovenwijkse investeringen onderaan deze bijlage, en dan alleen voor de toekomstige investeringen – logischerwijs niet voor deal gepleegde investeringen. Het college doet voorstellen aan de raad over aanwending van de middelen. 7.1.4Tarieven De verdeling van de investeringen volgens de genoemde uitgangspunten resulteert in tarieven voor nieuwbouwplannen. De tarieven, een onderbouwing van de verdeling en een uitgebreide toelichting staan in bijlage
- 7.1.5Verantwoording Het college van B en W verantwoordt de inkomsten, de stand en de uitgaven jaarlijks aan de raad, in de begroting en de jaarrekening. 8Financiële bijdrage vereveningsfonds sociale woningbouw 8.1Inleiding Om een eerlijke financiële verdeling te verkrijgen tussen plannen met meer sociale woningbouw die minder renderen dan plannen met minder sociale woningbouw, stelt de gemeente een vereveningsfonds sociale woningbouw in. Het college heeft dit in april 2025 besloten met de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma betaalbaar wonen. Daarmee is gevolg gegeven aan de motie meer sturing op 30% sociale huur in nieuwbouwprogramma’, aangenomen op 13 november 2023 en het Beleidsprogramma wonen in de stad deel B, vastgesteld op 26 augustus
- 8.1.1Weking Dit betekent dat ontwikkelende partijen die minder dan 30% sociale huurwoningen bouwen, een financiële bijdrage betalen aan de gemeente. Omgekeerd verstrekt de gemeente aan ontwikkelende partijen een bijdrage per extra gerealiseerde sociale huurwoning die boven de 30% sociaal wordt gebouwd. Zo wordt financieel verevend tussen plannen met minder en plannen met meer dan het doelpercentage sociale huurwoningen. 8.1.2Doel Een vereveningsfonds sociale woningbouw neemt (een deel van) het financieel voordeel weg van alleen bouwen voor meer rendabele segmenten. Het fonds stimuleert de realisatie van het vereiste aandeel sociale huurwoningen in alle private bouwplannen waarin sociale huur praktisch mogelijk is. Ook maakt het plannen waar geen sociale huur gerealiseerd kan worden haalbaar. Ten slotte zorgt het voor een eerlijker financiële verdeling tussen plannen die wel bijdragen en die niet bijdragen aan de opgave voor betaalbaar wonen. 8.1.3Voorwaarde: locaties met meer dan 30% sociale huur Om het aandeel sociale huurwoningen in de toekomstige woningvoorraad te behalen, zijn er compensatielocaties nodig. Dat zijn gebieden of locaties waar méér dan 30% sociale huur wordt toegevoegd. Dat is ook een voorwaarde voor het succesvol functioneren van een vereveningsfonds. Als deze er niet zijn komen er alleen bijdragen in het fonds en kan er nooit uitgekeerd worden. De locaties of gebieden waar compensatie mogelijk is, worden de komende tijd aangewezen. 8.1.4Spelregels De tarieven, de spelregels en de juridische grondslag van het vereveningsfonds sociale woningbouw staan in bijlage
- 8.1.5Verantwoording Het college van burgemeester en wethouders verantwoordt de inkomsten, de stand en de uitgaven jaarlijks in de begroting en de jaarrekening, in de paragraaf grondbeleid. Beleidskeuzes in het kort: De gemeente stelt een vereveningsfonds sociale woningbouw in met op hoofdlijnen de volgende spelregels. Van partijen wordt gevraagd om in het plan te voldoen aan het beleidspercentage sociale huurwoningen; Als dat niet kan, wordt aan partijen de gelegenheid gegeven om eerst zelf elders in de gemeente de niet gebouwde sociale huurwoningen extra te realiseren. Als waarborg wordt tot de realisatie van de compenserende sociale huurwoningen wel afgedragen aan het fonds, de afdracht wordt na realisatie elders weer terugbetaald; Voor iedere sociale huurwoning die volgens het streefpercentage voor dat gebied gebouwd had moeten worden, maar niet wordt gebouwd, worden de volgende bedragen aan het fonds afgedragen: € 22.500 voor grondgebonden woningen; € 15.500 voor appartementen; Voor iedere sociale huurwoning die boven het streefpercentage voor dat gebied wordt gebouwd, worden deze zelfde bedragen per woningtype uit het fonds uitgekeerd, als ook wordt voldaan aan de spelregels van het Vereveningsfonds sociale woningbouw; De regeling geldt alleen voor netto nieuw toegevoegde bouwtitels die nog niet bij recht bestonden in het Omgevingsplan; De regeling geldt niet voor al gesloten overeenkomsten of vergevorderde onderhandelingen; Het college stelt de tarieven vast en kan het tarief periodiek herzien. Deel C – Samenwerking 9Samenwerking 9.1Inleiding Naast de uitersten van volledig actief of volledig faciliterend grondbeleid is er in de praktijk een breed spectrum van tussenvormen, waarbij de gemeente Leeuwarden samen met marktpartijen, woningcorporaties, maatschappelijke instellingen of andere overheden optrekt in de ontwikkeling van stad en dorpen. De opgaven waarvoor de gemeente zich gesteld ziet, zijn soms te ingewikkeld om enkel door de gemeente of enkel door de markt tot stand te laten komen. De opgaven variëren van de toevoeging van voldoende en betaalbare woningen tot de herstructurering van bestaande wijken. En van de energietransitie tot de vergroening en klimaatadaptatie van onze leefomgeving. Samenwerking is daarom een wezenlijke pijler van het grondbeleid. Het uitgangspunt is dat iedere vorm van samenwerking bijdraagt aan de drie ontwikkelprincipes die als leidraad dienen voor de uitvoering van de Omgevingsvisie: het vergroenen van de stad en de dorpen, het verbinden van mensen en functies in de fysieke leefomgeving, en het verwaarden van de bestaande kwaliteiten door deze op een duurzame wijze toekomstbestendig te maken. Samenwerking is in die zin nooit een doel op zichzelf, maar een instrument om maatschappelijke en ruimtelijke doelstellingen gezamenlijk te realiseren. 9.2Samenwerkingsvormen van grondbeleid De gemeente Leeuwarden kiest voor situationeel maatwerk: per project of gebiedsontwikkeling wordt bepaald welke vorm van samenwerking het meest passend is, waarbij de aard van de opgave, de kracht van de betrokken partners en de verdeling van verantwoordelijkheden, risico’s en opbrengsten leidend zijn. In de praktijk kan dit variëren van relatief eenvoudige en kortdurende afspraken, zoals een anterieure overeenkomst waarin afspraken over planvorming en het kostenverhaal worden vastgelegd, tot intensieve publiek-private samenwerkingen waarin de gemeente en private partijen gedurende langere tijd risicodragend optrekken. Bijvoorbeeld door middel van een gezamenlijke grondexploitatie of de oprichting van een ontwikkelmaatschappij. De keuze voor een bepaalde samenwerkingsvorm is steeds gebaseerd op proportionaliteit: de complexiteit van de samenwerkingsstructuur moet in verhouding staan tot de schaal en het belang van de opgave. Daarmee wordt voorkomen dat onnodig zware of bureaucratische constructies worden opgetuigd, terwijl tegelijkertijd voldoende zekerheid wordt geboden om investeringen en maatschappelijke meerwaarde te realiseren. In de praktijk zijn er tussen actief grondbeleid en faciliterend grondbeleid vele tussenvormen voor de rol die de gemeente kan aannemen. Op de vorige bladzijde in figuur 5 zijn er enkele mogelijkheden weergegeven, ter inspiratie. Voor elke situatie komen er enkele mogelijkheden in aanmerking. 9.3Proces om te komen tot een passende samenwerkingsvorm Om tot een passende vorm van samenwerking te komen, doorloopt de gemeente een afwegingsproces. In eerste instantie wordt de maatschappelijke urgentie van de opgave vastgesteld: welke publieke belangen zijn er, welke doelen uit de Omgevingsvisie moeten worden gerealiseerd, en welke urgentie ervaren inwoners, partners en de gemeenteraad? Vervolgens wordt beoordeeld welke rol de gemeente zelf op zich neemt en welke bijdrage van andere partijen verwacht wordt. Daarbij staat steeds de vraag centraal hoe kennis, capaciteit en middelen zo effectief mogelijk gebundeld kunnen worden. Het proces bestaat uit een verkenning van belangen en mogelijkheden, het gezamenlijk ontwerpen van een passende vorm van samenwerking en het vastleggen van afspraken in overeenkomsten of in een gezamenlijke rechtspersoon. In dit traject wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de verdeling van taken, verantwoordelijkheden, risico’s en financiële verplichtingen. Ook wordt in een vroeg stadium bepaald hoe eventuele knelpunten of geschillen kunnen worden opgelost, en op welke wijze partijen elkaar aanspreken op het nakomen van afspraken. Het overzicht van figuur 6 op de volgende bladzijde kan een praktische kapstok zijn bij het komen tot een samenwerkingsvorm die goed past bij de opgave, de betrokken partijen en eventueel beperkende randvoorwaarden zoals geld en capaciteit. 9.4Waar zijn wij en onze partners goed in? De gemeente Leeuwarden vervult in samenwerkingen een aantal karakteristieke rollen die passen bij haar publieke taak en positie. Zo agendeert de gemeente maatschappelijke urgentie en publieke belangen, geeft sturing aan initiatieven die door de markt niet vanzelf worden opgepakt en fungeert ze als de partij die uiteenlopende belangen bijeenbrengt en bewaakt dat het proces in evenwicht blijft. Daarnaast heeft de gemeente een unieke positie om kosten en opbrengsten op een evenwichtige wijze te verevenen, subsidies en rijksbijdragen aan te trekken en de aanleg en het beheer van openbaar gebied te waarborgen. Indien noodzakelijk beschikt de gemeente bovendien over publiekrechtelijke instrumenten die ingezet kunnen worden om de voortgang of het publieke belang veilig te stellen. Tegenover deze rol van de gemeente staat de ontwikkelkracht, investeringsbereidheid en specifieke expertise van marktpartijen, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties. Het succes van samenwerking is daarmee afhankelijk van de mate waarin partijen erin slagen elkaars kwaliteiten en belangen op een evenwichtige wijze te verbinden. De gemeente ziet het als haar verantwoordelijkheid om dit proces zorgvuldig te begeleiden en te zorgen voor een transparante en voorspelbare context, waarin partners weten waar zij aan toe zijn. Een vraag die goed is om aan het begin van een project regelmatig te stellen: waar is de gemeente goed in? En waar zijn de andere betrokken partijen goed in? Voor de gemeente kan gedacht worden aan: Initiëren op risico, later de kosten weer verhalen; Ontwikkelingen oppakken die de markt niet uit zichzelf oppakt; De partij in het midden zijn; Verevenen en verdelen van kosten en opbrengsten; Langdurig betrokken blijven; Subsidies aantrekken; Openbaar gebied aanleggen en beheren; Als nodig: publiekrechtelijke middelen inzetten als een partij verstek laat gaan; Een nieuwe regionale markt opzetten, de vraag naar gewenste producten en diensten stimuleren. 9.5Risico’s Samenwerking in gebiedsontwikkeling gaat onvermijdelijk gepaard met risico’s, zeker bij langlopende projecten waarin economische en maatschappelijke omstandigheden kunnen wijzigen. Om te voorkomen dat de gemeente als enige partij achterblijft wanneer private partners zich terugtrekken of wanneer zich financiële tegenvallers voordoen, is het essentieel dat vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt over verantwoordelijkheden, financiële zekerheden en zogenoemde exitscenario’s. Deze afspraken waarborgen dat partijen ook bij tegenslagen op een ordelijke en evenwichtige manier uit de samenwerking kunnen treden, zonder dat de continuïteit van de ontwikkeling of de bescherming van publieke belangen in gevaar komt. De gemeente Leeuwarden kiest er nadrukkelijk voor om samenwerkingsvormen zo eenvoudig en transparant mogelijk te houden en tegelijkertijd voldoende robuust te maken om bestand te zijn tegen tegenslagen. Door deze balans te zoeken, kan de gemeente ruimte geven aan initiatief en innovatie, terwijl tegelijk de publieke belangen en de kwaliteit van de leefomgeving beschermd worden. Beleidskeuze: De gemeente Leeuwarden kiest voor situationeel maatwerk bij de inrichting van samenwerkingen in het grondbeleid. Samenwerkingsvormen worden zo eenvoudig mogelijk gehouden en zorgvuldig vastgelegd, met expliciete aandacht voor risicoverdeling, verantwoordelijkheden en mogelijke exit scenario’s. Samenwerking wordt gezien als een instrument om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren die niet alleen financieel haalbaar zijn, maar die vooral bijdragen aan brede welvaart, duurzaamheid en de leefkwaliteit van huidige én toekomstige generaties. Deel D – Taken en rollen, informeren en verantwoorden 10Taken en rollen, informeren en verantwoorden 10.1Inleiding In dit hoofdstuk staan de taken en rollen van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. De wettelijke taak- en rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college is uitgewerkt voor het grondbeleid. Ook wordt in dit hoofdstuk weergegeven hoe het college de gemeenteraad informeert en zich naar de raad verantwoordt. 10.2Taken en rollen De gemeenteraad stuurt op hoofdlijnen en stelt de kaders. Het college voert het beleid uit binnen de gestelde kaders. De raad controleert vervolgens in hoeverre de uitvoering van het grondbeleid door het college binnen de vastgestelde kaders heeft plaatsgevonden. In onderstaand overzicht is de taak- en verantwoordelijkheidsverdeling voor wat betreft het grondbeleid weergegeven. 8Buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een vergunning in afwijking van het omgevingsplan. Het college mag deze verlenen. De raad heeft zichzelf bindend adviesrecht gegeven voor een aantal soorten plannen met grotere ruimtelijke impact en maatschappelijke belangen. 10.3Planning en controlcyclus Via de begroting en jaarrekening stelt de raad kaders en controleert achteraf. De verantwoording door het college over het grondbeleid is onderdeel van de jaarlijkse planning- en controlcyclus. Het college informeert de raad op twee momenten per jaar over de uitvoering van het grondbeleid, in de begroting en in de jaarrekening. Dit gebeurt in de verplichte paragraaf Grondbeleid, volgens de regels van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Deel E – Bijlagen 1Instrumenten van grondbeleid In deze bijlage zijnde instrumenten van grondbeleid weergegeven met een beknopte toelichting. Meer informatie is te vinden in de Handreiking grondeigendom Omgevingswet, Hoofdstuk
- De beschikbare instrumenten zijn in de onderstaande afbeelding weergegeven. De instrumenten komen voort uit de Omgevingswet en het Burgerlijk Wetboek, dit zijn: Voorkeursrecht; Onteigening; Kostenverhaal; Afdwingbare financiële bijdrage; Kavelruil; Inrichtingsprogramma, inrichtingsbesluit, ruilbesluit en besluit geldelijke regelingen; Gedoogplicht; Grondverwerving en gronduitgifte; Grondexploitatie. Ad a. Voorkeursrecht Na vestiging van voorkeursrecht op een perceel moet de eigenaar het eerst aan de gemeente te koop aanbieden. Voorbeeld: Spoordok. Ad b. Onteigening Gedwongen eigendomsontneming door de overheid, alleen voor het algemeen belang, als noodzakelijk en tegen volledige schadeloosstelling. Veelal ingezet als een functie uitsluitend mogelijk is of optimaal functioneert op een specifieke plek. Ad c. Kostenverhaal De gemeente is verplicht de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen te verhalen op de grondeigenaar die daar profijt van hebben. Dit heet kostenverhaal. Bij voorkeur door een anterieure overeenkomst te sluiten en als dat nodig is dwingend, via het omgevingsplan of een vergunning in afwijking van het omgevingsplan. Ad d. Afdwingbare financiële bijdrage Aanvullend op c. Kostenverhaal kan de gemeente een afdwingbare financiële bijdrage aan kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving opleggen. Voorbeelden zijn investeringen in extra groen, fietspaden en compensatie voor niet gebouwde sociale huurwoningen. Alleen op te leggen aan private initiatiefnemers van bouwplannen. Ad e. Kavelruil – stedelijk en landelijk Voor een nieuw plan moeten soms percelen grond van verschillende eigenaren opnieuw worden ingedeeld. In stad of dorp bijvoorbeeld op een verouderd bedrijventerrein waar een nieuw woningbouwplan wordt ontwikkeld. In landelijk gebied bijvoorbeeld bij een efficiëntere indeling van landbouwpercelen. Dit is kavelruil. Landelijke kavelruil bestond al. Het instrument stedelijke kavelruil is nieuw. Stedelijke kavelruil is een zaak tussen grondeigenaren onderling, de gemeente zelf kan ook grondeigenaar zijn. De gemeente kan dit wel aanjagen en faciliteren. Ad f. Inrichtingsprogramma, inrichtingsbesluit, ruilbesluit, besluit geldelijke regelingen De Omgevingswet bevat ook een instrument voor herinrichting van het landelijk gebied: het inrichtingsprogramma. Voor de herverkaveling in het landelijk gebied (de herschikking van eigendommen) biedt de Omgevingswet het inrichtingsbesluit, ruilbesluit en besluit geldelijke regelingen. De regeling in de Omgevingswet vervangt de regeling in de Wet inrichting landelijk gebied. Ad g. Gedoogplicht Daarnaast is in de Omgevingswet het instrument gedoogplicht voortgezet en gestroomlijnd: een eigenaar moet toestaan dat een ander gebruik mag maken van de grond. Ad h. Grondverwerving en gronduitgifte De gemeente kan zelf net als een private partij ‘minnelijk’ zonder onteigening grond aankopen en weer verkopen, nadat de gewenste functie op de grond is vastgelegd in het omgevingsplan. Ad i. Grondexploitatie Grondexploitatie is het aankopen van grond of gebouwen, slopen en bouwrijp maken, de bouwkavels verkopen en het openbaar gebied woonrijp maken. Voorbeeld: Zuidlanden! Middelsee. 2Grondverwerving In deze bijlage is het beleid voor grondverwerving uitgewerkt. 2.1 Typen verwervingen We onderscheiden de volgende typen verwervingen: Verwervingen in de realisatiefase: Dit zijn verwervingen binnen de kaders van het vastgestelde projectgebied. Deze gronden zijn opgenomen in een door de gemeenteraad vastgestelde grondexploitatie, er is verwervingsbudget voor begroot. De gronden zijn vereist om het vastgestelde planontwerp te kunnen realiseren. Als er geen overeenstemming wordt bereikt kan onteigening een volgende stap zijn. Strategische verwervingen: Dit zijn aankopen waarvoor de gemeenteraad geen of slechts beperkte kaders of visies heeft bepaald. Ook gelegenheidsaankopen kunnen hier onder vallen. De gelegenheidsaankoop kan ook de aanleiding zijn voor de ontwikkeling van de visie of het plan. In dit geval kan of wil de gemeentegrondposities verwerven met het oog op de te verwachten mogelijkheden voor (her)ontwikkeling van deze gebieden. Zowel gronden als opstallen kunnen worden verworven voor compensatiedoeleinden of voor het wegnemen van belemmerende factoren voor andere ontwikkelingen. Het innemen van strategische grondposities loopt vooruit op de keuze welke rol de gemeente bij de toekomstige ontwikkeling wil innemen. Strategische verwerving vindt over het algemeen plaats als een eigendomspositie te koop komt of te koop staat. Daarnaast kan de gemeente ook zelf het initiatief nemen, als vanuit de kennis van het gebied kansen worden gezien of de gemeente op een andere manier wordt getipt. Incidentele verwerving: Een aankoop die op zichzelf geen project vormt of deel uitmaakt van een project. Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld: Een extra impuls geven aan een bestaand project; De openbare ruimte verbeteren; Een onwenselijke situatie aanpakken. 2.2 Prijsbepaling bij verwervingen We gaan uit van verwerving tegen een marktconforme prijs. Dit is een vereiste om te voorkomen dat de gemeente ongeoorloofde staatssteun verstrekt. 2.2.1 Waardering en interne overdracht van gronden Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft onder andere voor: Hoe aangekochte gronden moeten worden gewaardeerd; Onder welke categorie ze op de gemeentelijke balans geplaatst worden; Tegen welke waarde ze intern mogen worden overgedragen. Hier onder is een samenvatting weergegeven om snel te kunnen handelen. Waardering en plaatsing op de balans Het BBV geeft regels hoe gemeenten grond moeten waarderen. Dit heeft direct financieel gevolg bij aankoop van grond. Voor de snelheid van handelen wordt hier een kort overzicht gegeven. Als de gemeente een plus bovenop de marktwaarde heeft betaald, kan het zijn dat deze direct na aankoop als verlies moet worden genomen. Afhankelijk van de doelstelling van het grondbezit zijn er de volgende categorieën gronden: Materiële vaste activa ‘Koude’ gronden Grond niet in een transformatieproces naar wonen of bedrijventerrein en zonder vastgestelde visie. De grond wordt opgenomen tegen de verkrijgingsprijs plus de aankoopkosten, of de marktwaarde van het huidige gebruik als die lager is. ‘Warme’ gronden Grond waarop de raad al een omgevingsvisie of het college van burgemeester en wethouders een programma heeft vastgesteld maar nog zonder vastgestelde grondexploitatie. Deze hebben soms een hogere marktwaarde dan bij het huidige gebruik. Deze gronden mogen onder voorwaarden tegen een warme grondprijs worden gewaardeerd. Verlies nemen tot aan de waarde van het huidige gebruik, direct na aankoop, is dan niet nodig. Onderhanden werk, bouwgrond in exploitatie (BIE) Grond in een vastgestelde grondexploitatie. Deze is in een transformatieproces naar wonen of bedrijventerrein. De grond wordt opgenomen tegen de verkrijgingsprijs en bijkomende kosten. Kosten voor bijvoorbeeld planvorming en bouwrijp maken mogen hier worden bijgeschreven (geactiveerd). Voorraad grond Deze grond staat op de lijst af te stoten of te ruilen tegen gronden waar wel bebouwing op komt. Deze grond wordt gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Als de actuele marktwaarde lager is, moet verlies worden genomen. 2.2.2 Interne overdracht van gronden Als er binnen de gemeente gronden van de Materiële Vaste Activa naar de Bouwgrond In Exploitatie worden overgedragen dan zijn de regels: Grond met de functie openbare ruimte of openbaar groen kan alleen worden overgedragen als deze kan worden herontwikkeld. Als bestaande openbare ruimte wordt overgedragen aan een grondexploitatie, gebeurt dit zonder vergoeding. Andere terreinen, inclusief voormalige schoollocaties, worden intern overgedragen tegen boekwaarde, waarbij een bovengrens geldt. Er wordt ten hoogste een prijs betaald om budgettair neutraal te kunnen ontwikkelen. De percelen worden overgedragen naar het grondbedrijf en verrekend nadat een planologische procedure is voltooid. Andersom, als er binnen de gemeente van de Bouwgrond In Exploitatie naar de Materiële Vaste Activa gronden worden overgedragen dan zijn de regels: Na oplevering van de openbare ruimte gaat deze zonder vergoeding over, het betrokken team verzorgt het onderhoud; De ondergrond van sportterreinen gaat over tegen kostprijs. De betrokken sector of het betrokken team zorgt vervolgens op eigen budget voor aanleg van velden en andere terreinvoorzieningen. Uitgeefbare grond, behalve sportterreinen, gaan over tegen een uitgifteprijs die het betreffende complex Bouwgrond In Exploitatie voor de grond ook gehanteerd zou hebben richting derden, zijnde marktconform gezien de bestemming. 3Uitgangspunten, budget en spelregels Strategisch Verwervingsfonds In deze bijlage staan het budget en de spelregels voor het Strategisch Verwervingsfonds. 3.1 Krediet Aan de gemeenteraad wordt een krediet gevraagd (verwacht € 6.000.000) voor zelfstandige grondverwerving door het college. De financiële dekking van grond- en vastgoedaankopen bestaat uit het op de balans bijschrijven van deze bezittingen9Boekhoudkundig activeren, een vorm van financiële dekking. De bezittingen kunnen op elk moment voor de marktwaarde weer worden verkocht.Jaarlijks zijn er wel rentelasten, onderhouds- en administratiekosten en eventueel afschrijving.. Het uitgangspunt is voorlopig dat de kosten van het grond- en vastgoedeigendom worden gedekt door inkomsten van verpachting of verhuur en daarom budgetneutraal zijn. Alleen verwervingen waarvoor dit aannemelijk is, vallen dan binnen het krediet van het college. Op een later moment kan aanvullend een budget gevraagd (verwacht € 1.000.000) voor grondverwervingen die niet budgetneutraal verworven en aangehouden kunnen worden. 3.2 Bevoegdheden In het beleidsprogramma grond is besloten uit te gaan van een adaptief en maatwerkgericht grondbeleid. Afhankelijk van de situatie en de context wordt voor de meest passende vorm van grondbeleid gekozen. Om te helpen bij deze keuze is het Afwegingskader grondbeleid opgesteld. Met betrekking tot (strategische) verwervingen zal in een zo vroeg mogelijk stadium met het college worden besproken of actieve grondverwerving aan de orde is. Als er voldoende inzicht is om een keuze voor het grondbeleid te bepalen kan het college bij de vaststelling van de Omgevingsvisie, de afzonderlijke gebiedsvisies/ontwikkelkaders, uitvoeringsprogramma’s of besluiten met ruimtelijke impact betrekken bij de keuze van het te voeren verwervingsbeleid c.q. aankoopbeleid voor het desbetreffende gebied. Het college informeert de raad over de strategische aankopen die hierbuiten vallen zo spoedig mogelijk nadat het aankoopbesluit door het college is genomen. De aankopen ten laste van het strategisch verwervingsfonds voldoen aan de uitgangspunten van het geldende grondbeleid. Op grond van artikel 160 lid e, Gemeentewet is het college bevoegd tot het besluiten en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen binnen de door de raad gestelde kaders. Omdat openbaarmaking van voornemens tot verwerving schade kan toebrengen aan de economische en financiële belangen van de gemeente Leeuwarden, worden deze voornemens conform artikel 25, lid 2 Gemeentewet onder oplegging van de geheimhoudingsplicht zo mogelijk vooraf overgelegd. 3.3 Uitgangspunten De uitgangspunten van het fonds zijn: Het Strategische Verwervingsfonds betreft een eenmalig krediet. Verwervingen zijn bij aanvang kostenneutraal. Dit betekent dat bij aankoop de verwachte exploitatie een neutraal resultaat laat zien. Het college van burgemeester en wethouders heeft de bevoegdheid om strategische aankopen te doen met behulp van het Strategisch Verwervingsfonds en met de inachtneming van deze uitgangspunten en spelregels. Op iedere aankoop van onroerend goed ligt een juridische check ten grondslag. Naast een juridische check wordt ook de financiële haalbaarheid van de aankoop inzichtelijk gemaakt door middel van een tentatieve grondexploitatieopzet, dan wel door middel van een rendementsberekening, waarbij zo nodig ook alternatieve scenario’s worden betrokken. Hierbij houden we de omschreven verwervings- en taxatie-uitgangspunten aan. Verwerving vindt plaats tegen marktconforme condities; Waardering als materieel vast activum tegen taxatiewaarde op basis van de huidige bestemming; We beoordelen of een aanbod passend is bij onze beleidsdoelen; Proactief gaan we op zoek naar kansen die passend zijn bij onze beleidsdoelen; Strategische verwervingen worden afgewogen met het afwegingskader grondbeleid; We monitoren periodiek de verwervingen in de bestaande planning- en control cyclus. 3.4Spelregels De spelregels waar het college zich aan houdt zijn als volgt: Onder het Strategisch Verwervingsfonds wordt verstaan een krediet, waarmee aankopen in onroerende zaken en roerende opstallen worden bekostigd en de bijbehorende beheers- en exploitatielasten; De middelen geadministreerd in het Strategisch Verwervingsfonds kunnen enkel worden aangewend voor de verkrijging van onroerende zaken en roerende opstallen en de bijbehorende beheers- en exploitatielasten. Gebruik van het Strategisch Verwervingsfonds zal plaatsvinden, voor zover verwacht mag worden dat de verkrijgingprijs voor de onroerende zaak en roerende opstallen, de marktwaarde, met inachtneming van de huidige bestemming, niet zal overstijgen. Onder marktwaarde moet in deze spelregels worden verstaan het geschatte bedrag waartegen vastgoed zou worden overgedragen op de waardepeildatum tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper in een zakelijke transactie, na behoorlijke marketing en waarbij de partijen zouden hebben gehandeld met kennis van zaken, prudent en niet onder dwang. Bij een aankoop wordt de financiële haalbaarheid van het tijdelijk gebruik en het verwachte eindgebruik inzichtelijk gemaakt. Hierbij kunnen alternatieve scenario’s worden betrokken en moet er zicht zijn op dekking van de exploitatiekosten van het tijdelijk gebruik en de verkrijgingsprijs bij verwacht eindgebruik. Als het niet mogelijk is om een dergelijke berekening op te stellen, kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken en wordt een risico inschatting opgesteld. In de situatie als het gaat om een aankoop voor een (toekomstig) investeringsproject, waarbij geen sprake is van een verkrijgingsprijs bij eindgebruik en geen grondexploitatie zal worden opgesteld, dienen de kosten van de aankoop gedekt te kunnen worden door de financiering van het (toekomstige) investeringsproject. De voor financiering door middel van het Strategisch Verwervingsfonds in aanmerking komende aankoop van onroerende zaken en roerende opstallen zijn passend binnen het vigerende grondbeleid. Het college maakt per verwerving een afweging over de aankoop op basis van het Afwegingskader grondbeleid. Het college zal de raad zo spoedig mogelijk informeren nadat het college het besluit over de aankoop heeft genomen. De informatieverstrekking aan de raad uit hoofde van lid 8 zal conform artikel 25, lid 2 Gemeentewet onder oplegging van de geheimhoudingsplicht plaatsvinden. In de administratie zal per onroerende zaak of roerende opstal zowel de boekwaarde als ook de marktwaarde bij huidige bestemming worden verantwoord. Dein lid 10 vermelde waarden zullen tenminste jaarlijks worden gerapporteerd aan de raad. Door middel van het Strategisch Verwervingsfonds gefinancierde onroerende zaken en roerende opstallen komen in aanmerking voor inbreng in een grondexploitatie, (toekomstige) overige investeringsprojecten, dan wel uitgifte aan derden. Uitgifte aan derden vindt plaats tegen marktconforme voorwaarden. De boekwaarde mag de marktwaarde, met inachtneming van de huidige bestemming, niet overstijgen. Als de boekwaarde de marktwaarde onder de huidige bestemming overstijgt, wordt een verliesvoorziening getroffen. Rentekosten en andere direct toe te rekenen kosten worden jaarlijks onder aftrek van de direct toe te rekenen opbrengsten ten laste gebracht van het door de raad jaarlijks beschikbaar gestelde budget. Jaarlijks wordt bij de begroting, bij de herziening van de grondexploitaties, gerapporteerd aan de raad over de administratie van het Strategisch Verwervingsfonds. De in lid 17 genoemde rapportage bevat de weergave van de boekwaarden in Strategisch Verwervingsfonds geadministreerde onroerende zaken en roerende opstallen op de rapportage datum en de omvang van inbreng en uitname van gronden ten opzichte van de laatste rapportage alsmede een toelichting op de inbreng en uitname in het Strategisch Verwervingsfonds. 4Gronduitgifte en -prijsbeleid 4.1 Inleiding In het gronduitgifte- en prijsbeleid legt de gemeente Leeuwarden haar beleid vast voor: Gronduitgiftebeleid, de wijze van gronduitgifte en grondprijsvorming; Grondprijsbeleid, de methoden voor bepaling van grondprijzen. Deze twee komen samen bij elke gronduitgifte die de gemeente uitvoert. Daarom is dit beleid samengevoegd in één document. Ad
- Gronduitgiftebeleid: Deel 1 Het gronduitgiftebeleid is herzien vanwege het Didam-arrest van 26 november
- Gemeenten moeten mededingingsruimte bieden bij vervreemding10Onder vervreemding en uitgifte wordt hier behalve eigendomsoverdracht op basis van koop en ruil onder andere ook verstaan het vestigen van zakelijke rechten (erfpacht en opstalrecht) en het in gebruik geven van onroerende zaken (huur, bruikleen en pacht). van grond en vastgoed. Uitzonderingen worden benoemd. Er is aangesloten bij de Handreiking (...) arrest Didam (...) (november 2022), BZK, NEPROM, VNG, VvG. Op 15 november 2024 is het Didam-II-arrest gewezen: hieruit blijken de regels van het Didam-II-arrest ook van toepassing op eerder gesloten overeenkomsten. Overeenkomsten zijn niet om die reden ongeldig maar mogelijk ontstaat wel een plicht tot schadevergoeding. Ad
- Grondprijsbeleid: Deel 2, 3 en 4 Hier worden methoden vastgelegd voor prijsbepaling van bouwrijpe grond die de gemeente zelf verkoopt, voor verschillende ruimtelijke functies. Doel Het doel van deze nota is een eenduidige werkwijze, om te komen tot: Toetsbare, objectieve en redelijke gronduitgiften; Marktconforme grondprijzen. Toepassingsbereik en geldigheidsduur Deze nota is van toepassing op alle te vervreemden11Zie
- grond. Het beleid geldt niet voor vastgoed. Deze nota is geldig tot de vaststelling van gewijzigd beleid. Bevoegdheid en hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het vaststellen van het gronduitgifte en -prijsbeleid. Grondprijswijziging met groot financieel gevolg in een gemeentelijke grondexploitatie behoeft instemming van de raad. Bij onredelijke benadeling van een persoon of partij door toepassing van dit beleid, is het college bevoegd om ervan af te wijken. 4.2 DEEL 1 Gronduitgifte Het gronduitgiftebeleid is herzien vanwege het Didam-arrest van 26 november
- Gemeenten moeten sindsdien mededingingsruimte bieden bij vervreemding van grond en vastgoed. Er is een aantal uitzonderingen, deze worden benoemd. Er is aangesloten bij de Handreiking implementatie van het arrest Didam in het gemeentelijke grond(uitgifte) beleid ten behoeve van vastgoed en gebiedsontwikkeling (november 2022), BZK, NEPROM, VNG, VvG. 4.2.1 Eerste afweging De eerste afweging die de gemeente maakt, is tussen: een selectieprocedure, de regel, zie hierna, of; één-op-één grondverkoop, de uitzondering. 4.2.2 TOR-principe In het geval van een selectieprocedure selecteert de gemeente een koper op basis van TOR-criteria: Toetsbaar De selectiecriteria moeten kunnen worden getoetst door rechter. Dit vraagt om consistente toepassing. Objectief Ondubbelzinnige en duidelijke formulering verzekert onpartijdige behandeling en voorkomt willekeur. Het is niet toegestaan toe te schrijven naar één bepaalde gegadigde. Redelijk Niet meer of zwaardere eisen opleggen dan nodig voor het doeleinde van het te verkopen vastgoed en/of de grond. 4.2.3 Passende mate van openbaarheid De gemeente zal een passende mate van openbaarheid verzekeren met betrekking tot: De beschikbaarheid van de onroerende zaak; De selectieprocedure; Het tijdschema; De selectiecriteria. Een belangrijke voorwaarde is dat met het stellen van privaatrechtelijke selectiecriteria de publiekrechtelijke kaders vastgelegd in wet- en regelgeving niet worden doorkruist. 4.2.4 Publicaties De gemeente zal een openbare publicatie doen bij grondverkoop. Bij bieden van mededingingsruimte: publicatie met uitnodiging tot bieding (voorbeeld: tender woningbouw) of inschrijving (voorbeeld: eerste uitgifte bedrijfskavels); Bij één serieuze gegadigde: Publicatie met voornemen tot verkoop en motivering daarvoor. Publicatie op de gemeentelijke website volstaat in ieder geval, publicatie in andere media is mogelijk. 4.2.5 Selectiecriteria en gunningscriteria Er kan onderscheid gemaakt worden tussen selectiecriteria, deze gaan over de partij zelf, en gunningscriteria, deze gaan over het aanbod van de partij. Vaak wordt eerst het aantal gegadigden tot een beperkt aantal teruggebracht met de selectiecriteria. Dan hoeft daarna slechts een beperkt aantal biedingen te worden opgesteld door partijen en te worden beoordeeld door de gemeente. Het beoordelen gebeurt met de gunningscriteria. Selectiecriteria zijn bijvoorbeeld: Financiële en economische draagkracht en aantoonbare kennis van en ervaring met bepaalde ontwikkelactiviteiten. Dit betekent echter niet dat het is toegestaan om toe te schrijven naar één bepaalde gegadigde; Uitsluitingscriteria zoals het verkeren in staat van faillissement of liquidatie; Bibob12Bibob: wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.-toets. Gunningscriteria zijn bijvoorbeeld: De kwaliteit van het stedenbouwkundig plan; De kwaliteit van de bebouwing; Kwaliteit van de openbare ruimte; De mate van duurzaamheid; Inpassing in de omgeving; Toevoeging van extra werkgelegenheid; Passend binnen beoogde beleidsdoelstellingen. Hierna worden voor de leesbaarheid ‘selectiecriteria’ en ‘selectieprocedure’ gebruikt voor de selectie- en gunningscriteria en het toepassen daarvan. De eerste vraag bij het formuleren van selectiecriteria is: kiest de gemeente voor kwaliteit met een hoog grondbod, voor een hoge kwaliteit/duurzaamheid met een lager bod of voor een hoge kwaliteit met een onafhankelijk getaxeerde vaste grondprijs? Bij een gunning op prijs en kwaliteit is het belangrijk om vooraf te bepalen hoe deze twee zich tot elkaar verhouden. Het kan nuttig zijn om de markt vooraf te verkennen om de haalbaarheid van de voornoemde criteria en de toetsbaarheid achteraf te onderzoeken. Dit kan bijvoorbeeld ook met een kennisgeving vooraf, in de vorm van een vooraankondiging. Let op: dit is een andere kennisgeving dan de ‘Didam-publicatie’ die een gemeente moet plaatsen als zij denkt dat een-op-een vervreemd kan worden. 4.2.6 Categorieën gronduitgifte In het gronduitgiftebeleid worden de volgende categorieën van gronduitgifte onderscheiden: Particuliere woningbouw (vrije kavels); Projectmatige woningbouw; Bedrijventerrein; ‘Losse’ initiatieven; Groen- en reststroken (snippergroen); Situaties waarin er slechts één serieuze gegadigde is. Deze categorieën worden hieronder toegelicht. Particuliere woningbouw (vrije kavels) De procedure wordt voorafgaand aan elke kaveluitgifte gepubliceerd. Bij kaveluitgiftes aan particulieren wordt met een loting gewerkt of een inschrijving bij hoogste bod. De manier waarop invulling wordt gegeven aan de loting en/ of inschrijving kan naderhand door de gemeente worden bepaald. Voor vrije kavels geldt dat nadat de uitgifteprocedure is doorlopen eventuele daarna nog beschikbare kavels kunnen worden uitgegeven volgens het criterium ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Projectmatige woningbouw De procedure wordt voorafgaand aan elke uitgifte gepubliceerd. Bij uitgifte voor projectmatige woningbouw kan met verschillende selectiemethoden worden gewerkt. Er wordt geselecteerd op prijs en als het plan en!of de kwaliteit nog niet vastliggen, op kwaliteit, ook omvattend duurzaamheid. De manier waarop de selectie plaatsvindt kan vooraf door de gemeente worden bepaald. Bedrijventerrein Voorafgaand aan de eerste kaveluitgifte op een nieuw bedrijventerrein wordt de verkoopprocedure gepubliceerd en gevolgd. Bij uitgifte van bedrijfskavels kan met verschillende selectiemethoden worden gewerkt. Bijvoorbeeld loting of de toepassing van selectiecriteria zoals duurzaamheid of aantal arbeidsplaatsen. Kavels die na de uitgifteprocedure nog niet zijn verkocht, worden verkocht aan ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. ‘Losse’ initiatieven Bij deze procedure gaat het vaak om partijen die zelf met een bepaald idee bij de gemeente komen en in dit kader gemeentegrond willen gebruiken of kopen. Ook in deze gevallen is het niet toegestaan om direct onderhands gemeentegrond uit te geven aan een initiatiefnemer. De gemeente dient de grond openbaar aan te bieden met daarbij vermeld het doel waarvoor de grond kan worden gebruikt. Als andere initiatiefnemers kenbaar maken mee te willen dingen voor het aangeboden perceel grond, dan zal de gemeente een selectieprocedure houden om te bepalen aan wie de grond wordt uitgegeven. De selectiemethode en criteria worden gepubliceerd op het moment dat de grond wordt aangeboden. Groen- en reststroken (snippergroen) Bij de verkoop van groen- en!of reststroken zal er bijna altijd sprake zijn van slechts één serieuze gegadigde. Een procedure met selectiemethode is hierom niet nodig. Wel wordt de verkoop vooraf gepubliceerd en wordt er na publicatie kort gewacht met de verkoop. Als er twee of meer serieuze gegadigden zijn om een groen- en/of reststrook te kopen of te gebruiken, dan zal de gemeente grond in overleg met de bewoners op een eerlijke manier verdelen. De uitgangspunten voor de toetsing van uitgifte van snippergroen zijn te vinden in bijlage
- 4.2.7 Situaties met slechts één serieuze gegadigde Hieronder staan gevallen waarin er sprake is van slechts één serieuze gegadigde. De onderstaande lijst is niet limitatief. Aan de hand van toetsbare, objectieve en redelijke criteria zal de gemeente beoordelen of een partij volgens haar redelijkerwijs de enige serieuze gegadigde is voor de uit te geven grond. Integrale planvorming Hierbij is er binnen een plangebied sprake van grondeigendom van zowel een ontwikkelende partij als de gemeente. “Kortom: het bestaan van een belemmerende grond-of vastgoedpositie van marktpartijen voor de realisatie van (een of meer zelfstandig te realiseren delen van) het stedenbouwkundige plan, die slechts door middel van onteigening kan worden verkregen, kan worden aangemerkt als een objectiel, toetsbaar en redelijk criterium op grond waarvan de gemeente met deze marktpartijen een samenwerking kan aangaan. (Handreiking ... Arrest Didam ...
(2022)” Ook bij andere gevallen van wederzijdse afhankelijkheid op de verschillende grondeigendommen kan er daardoor praktisch sprake zijn van slechts één serieuze gegadigde. Bouwclaims De gemeente en een ontwikkelende partij hebben een bouwclaimovereenkomst: de gemeente heeft grond gekocht van de ontwikkelende partij, daarvoor in ruil heeft de partij het exclusieve recht om bouwkavels terug te kunnen kopen, dit kan zijn in hetzelfde of in een ander plangebied. Compensatie met vervangende grond en kavelruil Voorbeeld: bedrijfsverplaatsing. Voor het verplaatsen van een bedrijf naar een beschikbare bedrijfskavel, kan deze kavel een-op-een worden verkocht. Voorbeeld: kavelruil binnen een plangebied, om tot ontwikkelbare percelen te komen, die samenvallen met de nieuwe bebouwing en openbare ruimte. Specifiek vastgoed op een specifieke locatie Voorbeeld: als gemeentelijke grond opnieuw moet worden uitgegeven die al jarenlang door een natuurlijke- of rechtspersoon wordt gebruikt op basis een overeenkomst voor een maatschappelijke doeleinde of sportvereniging. Voorbeeld: sociale huurwoningen door woningcorporaties op basis van prestatieafspraken. Voorbeeld: een groep zorgverleners die gezamenlijk een gebouw of bouwperceel kopen. Voorbeeld: grond voor nutsvoorzieningen. Grond grenzend aan één bestaand perceel, uitbreiding Voorbeeld: een strook gemeentegrond achter iemands tuin waaraan geen andere bewoner grenst. Voorbeeld: een strook gemeentegrond die grenst aan een bedrijfskavel. Vervreemding aan overheidsinstanties of voor uitvoering van een eigen gemeentelijke wettelijke taak Andere overheidsinstanties, semi-overheden of organisatie die een overheidstaak uitvoert, zoals het verwerken van afval of netbeheerders. Voorbeeld: huisvesting van bepaalde doelgroepen door de gemeente. Privaat ontwikkelinitiatief (POI), passend binnen beleid en werkelijk uniek Een POI of unsolicited proposal, is een initiatief van een marktpartij op grondeigendom of in een gebouw van de gemeente. Om te zien of een-op-een verkoop van de grond zonder openbare selectieprocedure toetsbaar, objectief en redelijk is, toetst zij op twee criteria: Past het initiatief bij gemeentelijk beleid? Is het werkelijk een uniek idee dat geen enkele andere marktpartij heeft? 4.2.8 Uitgifteprocedure per categorie Hieronder wordt de procedure weergegeven per categorie gronduitgifte. Particuliere woningbouw (vrije kavels) Publicatie van kaveluitgifte. Alle kavels die worden uitgegeven komen met verkoopprijs en oppervlaktes in een passend publicatiemedium te staan; Per uitgifte wordt een inschrijvings- en lotingsreglement vastgesteld. Reglement van inschrijving en lotingsprocedure worden vooraf bekendgemaakt via dezelfde media. Ook wordt er bekend gemaakt gedurende welke termijn gegadigden zich kunnen inschrijven voor de kaveluitgifte; Voor elk type kavel (vrijstaand, twee-onder-één-kap of tussenwoning) geldt een andere lotingpoule; Na afloop van de inschrijftermijn worden alle inschrijvingen gecontroleerd met het vooraf opgestelde reglement; Van goedgekeurde inschrijvingen worden loten gemaakt die worden getrokken door een notaris of een vergelijkbare onafhankelijke derde; De afgekeurde inschrijvingen krijgen bericht met motivering; De notaris of vergelijkbare onafhankelijke derde trekt per lotingpoule alle loten, zodat er een volgorde ontstaat; De volgorde van trekking bepaalt de volgorde van kavelkeuze en de volgorde op de reservelijst; als er geen reservelijst (meer) is, wordt verkocht aan ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ zonder publicatie. Projectmatige woningbouw Publicatie van voorgenomen verkoop. De gemeente zet grond met een woonbestemming (meerdere woningen) in de markt met aanvullende informatie over de minimale koopsom, oppervlakte, beeldkwaliteitsplan, omgevingsplan en/of afwijking daarop, bodemkwaliteit en dergelijke. De handelwijze in geval van slechts één gegadigde, zoals vermeld onder d., wordt ook kenbaar gemaakt. Daarnaast geeft de gemeente criteria mee waaraan de partij en het plan moet voldoen. De voorgenomen verkoop staat een periode openbaar in de verkoop, passend bij de complexiteit en vereiste inspanning om een redelijk onderbouwd bod en/of plan aan te bieden. Degene die in staat is het plan uit te voeren kan zich binnen deze termijn melden bij de gemeente op dein de publicatie gemelde wijze. Als er meer dan één gegadigde is voor het perceel grond, dan dient de gemeente een keuze te maken aan wie zijde grond verkoopt. De gemeente maakt de keuze om aan één van de gegadigden te verkopen op basis van vooraf bepaalde selectiecriteria en gunningscriteria. Als slechts één gegadigde zich meldt en aan de selectiecriteria voldoet, kan daaraan verkocht worden tegen diens bieding, als het dat hoger is dan de vooraf bepaalde minimumprijs. De prijs is dan tot stand gekomen in de markt en daarmee marktconform. Nadat de gemeente de koper heeft gekozen, stelt de gemeente alle gegadigden in kennis van de uitkomst van de selectieprocedure. Na dit bericht wacht de gemeente nog 20 kalenderdagen op een eventuele reactie van de niet-gekozen partijen alvorens de gemeente de koopovereenkomst aangaat met de geselecteerde partij. Bedrijventerrein Publicatie van kaveluitgifte. Alle kavels die worden uitgegeven komen met verkoopprijs, oppervlaktes, bodemkwaliteit en staat van de toegelaten bedrijven volgens het omgevingsplan in een passend publicatiemedium te staan. Daarnaast publiceert de gemeente de selectiecriteria op basis waarvan de kavel aan een bedrijf wordt toegewezen. Bedrijven kunnen zich gedurende een vooraf bepaalde termijn inschrijven voor een bepaalde bedrijfskavel. Als er meer bedrijven zijn die zich hebben ingeschreven voor dezelfde kavel, dan bepaalt de gemeente aan de hand van selectiecriteria of loting wie in aanmerking komt voor een bepaalde bedrijfskavel. Als niet alle bedrijfskavels verkocht zijn na de eerste uitgifteperiode, dan blijven de kavels te koop staan via een passend publicatiemedium en verkocht aan ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’, zonder publicatie. ‘Losse’ initiatieven Een initiatiefnemer meldt zich bij de gemeente om specifiek een bepaald perceel te kopen met een specifieke bedoeling. Het gaat om een daar nog niet bestaande, ruimtelijk nog niet toegestane functie. Denk aan de realisatie van een camping, een bedrijfsloods of een sportaccommodatie. De initiatiefnemer geeft aan dat hij de grond wil kopen of dat hij een ander recht op de grond wil verkrijgen. Publicatie van voorgenomen uitgifte. De gemeente zet een kavel met een bepaald doel in de markt met aanvullende informatie over oppervlakte, omgevingsplan, bodemkwaliteit en dergelijke. Daarnaast publiceert de gemeente de selectiecriteria op basis waarvan wordt bepaald aan wie de grond wordt uitgegeven. De voorgenomen uitgifte staat gedurende de gekozen termijn in een passend publicatiemedium. Andere belangstellenden die de grond willen gaan gebruiken overeenkomstig het door de gemeente gewenste doel, kunnen zich binnen deze periode melden bij de gemeente. Een belangstellende dient aan te geven waarom hij óók de grond overeenkomstig het doel dat de gemeente voor ogen heeft wil gaan gebruiken. Als andere belangstellenden de grond met een ander doel willen gaan gebruiken dan waarvoor de gemeente het in de markt zet, dan worden zij niet als een gegadigde gezien. Als er meer dan één gegadigde is voor het perceel grond, dan dient de gemeente een keuze te maken aan wie zijde grond verkoopt. De gemeente maakt de keuze om aan één van de gegadigden te verkopen op basis van vooraf bepaalde selectiecriteria, waarbij de oorspronkelijke initiatiefnemer bij een gelijke score de voorrang geniet. Nadat de gemeente de keuze heeft gemaakt om de grond aan een bepaalde partij te verkopen, zal de gemeente alle gegadigden in kennis stellen van de gemaakte keuze. Na dit bericht wacht de gemeente nog 20 kalenderdagen op een eventuele reactie van de niet-gekozen partijen alvorens de gemeente de koopovereenkomst aangaat met de geselecteerde partij. Groen- of reststroken (snippergroen), zie ook de bijlage 11 ‘snippergroen’ Alleen als de groenstrook grenst aan meerdere percelen, of wordt ingeschat dat er meerdere geïnteresseerden zijn, vindt publicatie van voorgenomen uitgifte plaats. De prijs, oppervlakte en bestemming worden gepubliceerd. Als de groenstrook aan een enkel perceel grenst, of anderszins is te onderbouwen dat er één gegadigde is, wordt niet gepubliceerd. Als een groenstrook tussen het perceel van aanvrager en een perceel van een ander ligt, dan zal de gemeente de aanvrager vragen om van zijn buren een akkoord op de verkoop te vragen. Na publicatie zal de gemeente 20 kalenderdagen wachten op een eventuele reactie van een andere geïnteresseerde alvorens de gemeente de koopovereenkomst aangaat met de aanvrager. De gemeente beoordeelt of een gegadigde ook een belang heeft bij de groenstrook. Hiervoor is in ieder geval vereist dat het perceel van de aanvrager de aanvrager rechtstreeks grenst aan de aangevraagde groen- of reststrook. Mochten er meerdere belangstellenden zijn voor een perceel groen- en/of reststroken, dan kan de gemeente de grond in gedeelten verkopen aan de meerdere belangstellenden; of via een loting, als opdelen niet logisch of wenselijk is. Slechts één serieuze gegadigde: algemeen Publicatie van mededeling van gronduitgifte. In de publicatie staat informatie over oppervlakte, omgevingsplan, bodemkwaliteit en dergelijke. In de publicatie is daarnaast onderbouwd waarom bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt. In de publicatie wordt een termijn van 20 kalenderdagen opgenomen waarbinnen eventuele andere gegadigden zich kenbaar kunnen maken. Melden zich geen andere serieuze gegadigden naar aanleiding van de publicatie, dan wordt de koopovereenkomst gesloten. Melden zich wel andere gegadigden dan zal eerst worden beoordeeld of deze gegadigde(
- n)een serieuze gegadigde(
- n)is. De criteria die aanvankelijk hebben geleid tot de conclusie dat er slechts één serieuze gegadigde was, worden op de andere gegadigde(
- n)toegepast. Wanneer dan blijkt dat er toch meerdere serieuze gegadigden zijn, wordt de selectie- en gunningsprocedure toegepast zoals eerder globaal beschreven. Als de nieuwe gegadigden niet aan die criteria voldoen, dan is een selectieprocedure niet nodig en kan de overeenkomst worden gesloten met de enige serieuze gegadigde. Slechts één serieuze gegadigde: Privaat ontwikkelinitiatief (POI) De situatie kan zich voordoen dat er sprake is van een uniek initiatief vanuit de markt. Om zeker te zijn dat het initiatief daadwerkelijk uniek is en past binnen het beleid van de gemeente wordt een Privaat ontwikkelinitiatief (kortweg POI) getoetst opa. passendheid binnen het gemeentelijk beleid en b. op het uniek karakter van het initiatief. Deze twee onderwerpen worden onder andere conform de volgende criteria getoetst: Passendheid bij gemeentelijk beleid op thema’s zoals wonen en duurzaamheid en eventuele ambities voor de locatie, bijvoorbeeld een vastgesteld ontwikkelkader. Ruimtelijke inpassing: Stedenbouwkundige kwaliteit; Verschijningsvorm, welstand; Planologische strijdigheid; Beschikbaarheid van grondposities door de gemeente en vaststellen van een gewenste grondopbrengst; Beperkingen zoals historische afspraken of afspraken met bouwclaimhouders. Toets op uniek karakter van het initiatief, bundeling schriftelijk advies van onder andere: Stedenbouwkundige; Jurist; Planeconoom; De initiatieventafel (in een adviesrol). De toetsing op het unieke karakter onder a. inclusief het bedoelde advies onder b. wordt ter besluitvorming voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. Bij een positief besluit wordt overeenkomstig de termijnen onder ´Slechts één serieuze gegadigde: algemeen’ gepubliceerd. Indien zich een andere serieuze gegadigden melden, wordt de beoogde locatie alsnog via een tender opengesteld met in ieder geval dezelfde criteria die in eerdere instantie als uniek beoordeeld zijn. Het bepalen van de verkoopprijs gebeurt via een onafhankelijke taxatie en een intern planeconomisch/ grondzakenadvies. Er wordt naar gestreefd om minimaal eens per jaar mede op basis van grondprijs een geschikte partij te selecteren in een openbare selectieprocedure, om gevoel bij de markt te houden. 4.2.9 Termijnen Bij het stellen van termijnen, waarbinnen mededingers vragen kunnen stellen of kunnen reageren, wordt rekening gehouden met het doel en de complexiteit van de gronduitgifte. Voorbeeld: een tender voor projectmatige woningbouw vereist een langere termijn dan de uitgifte van een stuk snippergroen, vanwege de tijd en inspanning voor het rekenen en tekenen door ontwikkelende partijen. Er worden twee standaardtermijnen gehanteerd: Korte termijn: 20 kalenderdagen; Lange termijn: zes weken. 4.3 DEEL 2 Methoden van grondprijsbepaling 4.3.1 Inleiding Grondprijzen kunnen op verschillende manieren worden bepaald. De best passende methode verschilt per situatie. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de mogelijke methoden binnen de gemeente Leeuwarden. De beleidskeuze welke methoden voor welke functie worden gebruikt, is weergegeven in de tabel op het einde van hoofdstuk 3. 4.3.2 Marktconformiteit De primaire doelstelling van het grondprijsbeleid is komen tot marktconforme grondprijzen. 4.3.3 Eerste afweging De eerste afweging die de gemeente maakt, is tussen: een selectieprocedure, de regel, of; één-op-een grondverkoop, de uitzondering. Ad. 1 Sinds het Didam-arrest uit 2021 is voor veel grondverkopen een openbare en transparante selectieprocedure noodzakelijk. Dit is de prijsvormingsmethode Tender, hieronder beschreven. Een tender kan met bieding op de onderdelen prijs, kwaliteit en duurzaamheid in de gewenste verhouding. Een tender kan ook met een vaste prijs en gunning op criteria zoals kwaliteit en duurzaamheid. Voor het bepalen van de vaste prijs worden dan de andere grondprijsmethoden in dit hoofdstuk gebruikt. Ad. 2 Bij een-op-een grondverkopen worden de andere grondprijsmethoden dan Tender gebruikt. 4.3.4 Methoden voor het bepalen van de grondprijs Vergelijkingsmethode of benchmarking Bij deze methode worden grondprijzen vastgesteld aan de hand van qua stand en ligging vergelijkbare locaties. De prijs wordt vastgesteld aan de hand van actueel gerealiseerde transacties. Deze methode is alleen geschikt voor eenvoudige functies die per vierkante meter grond kunnen worden gewaardeerd, zoals bijvoorbeeld agrarische grond of bedrijventerrein. Voor complexe(
- re)waardebepalingen leidt benchmarking niet tot een marktconforme grondprijs. Voorbeeld: grond onder appartementen is een complexe(
- re)taxatie; verschillende bouwprogramma’s en de parkeeroplossing leiden tot grote verschillen in grondwaarde. Bij de residuele grondwaardebepaling wordt benchmarking wel gebruikt, om de marktwaarde van het vastgoed (VON-prijzen of beleggerswaarde) te bepalen. Grondquotemethode Bij deze methode wordt de grondprijs bepaald aan de hand van het nemen van een bepaald percentage van de commerciële waarde (VON-prijs) van het te realiseren onroerend goed. In het percentage dat genomen wordt zit een bepaalde bandbreedte. De grondquote wordt vooraf bepaald met behulp van meerdere residuele grondwaardebepalingen, en kan daarna snel en eenvoudig worden toegepast. Residuele grondwaardemethode De residuele grondwaarde is de marktconforme waarde van het te realiseren vastgoed, de grond en opstallen, minus de bouwkosten en de bijkomende en ontwikkelkosten inclusief winst en risico. Het verschil, het residu, is de waarde van de grond. Bij deze berekeningsmethode wordt voor het bepalen van de vastgoedwaarde van koopobjecten de vergelijkingsmethode gebruikt. Voor het bepalen van de vastgoedwaarde van huurobjecten wordt een beleggerswaarde gebruikt, op basis van de huurprijs en het rendement. Complexwaardemethode Een ‘complex’ is een plangebied met daarbinnen verschillende functies zoals bijvoorbeeld te bebouwen grond en parkeren. Bij de complexwaardemethode worden alle te maken kosten en opbrengsten om te komen tot de nieuwe situatie, verrekend. Het saldo wordt gedeeld door het oppervlak van het complex. Elke vierkante meter van het complex heeft dan dezelfde complexwaarde. Voorbeeld: een vierkante meter parkeerplaats, benodigd voor een supermarkt, heeft dezelfde complexwaarde als een vierkante meter onder het supermarktgebouw waarde parkeerplaats bijhoort. Vast bedrag Voor functies voornamelijk in de maatschappelijke sfeer kan er voor de uit te geven grond een vast bedrag per m2 worden gerekend. Ook kan bij verkoop van snippergroen een vaste prijs per m2 worden gehanteerd. Kostprijsmethode Hierbij wordt de uitgifteprijs bepaald op basis van de totale grondkosten, te weten verwerving, bouw- en woonrijp maken en overige kosten. Al deze kosten moeten minimaal terugverdiend worden uit de verkoop van gronden. Onafhankelijke taxatie Onafhankelijke taxatie op zichzelf is niet een prijsbepalingsmethode, maar wordt gevraagd om objectiviteit in de prijsbepaling te bereiken. Een onafhankelijke taxatie wordt uitgevoerd door een taxateur die niet in dienst van de gemeente is. De taxateur krijgt de van toepassing zijnde prijsmethode(
- n)voor de betreffende functies mee. Daarnaast kan hij ook andere, niet genoemde methoden gebruiken, mits dit tot een marktconforme prijs leidt. Verkopen boven taxatiewaarde mag, verkopen eronder niet. Tender Dit is naast een methode om tot prijsvorming te komen, ook een manier van markt(partij)selectie. Bij een tender of openbare biedprocedure worden meerdere partijen uitgenodigd om in concurrentie een bod te doen op bouwgrond. Bij een tender komt de prijs tot stand door meerdere biedingen op de onderdelen grondprijs, de kwaliteit en de duurzaamheid van het stedenbouwkundig plan en/of bouwplan, in de gewenste verhouding. Bij de gunningscriteria kan worden gevarieerd met de percentages prijs, kwaliteit en duurzaamheid van het plan. De gemeente Leeuwarden bepaalt een minimale grondprijs en publiceert deze in de tenderdocumenten. Dit om (het moeten beoordelen van) onzinnige biedingen te voorkomen. Om tot een marktconforme grondprijs te komen wordt een van twee sporen gehanteerd: Er wordt (onder andere) op prijs gegund: In dat geval wordt de prijs voor minimaal 25% opgenomen in de gunningscriteria. Dit om tot een marktconforme prijs te komen. Er wordt niet op prijs gegund: Als de prijs helemaal niet wordt meegewogen vindt geen prijsvorming plaats in de markt. In dat geval laat de gemeente altijd een onafhankelijke taxatie uitvoeren, in combinatie met intern advies door een adviseur planeconomie en/of vastgoed. Dit om de marktconformiteit te onderbouwen en aan te kunnen tonen, en staatssteun uit te sluiten. Verkopen boven taxatiewaarde mag, verkopen eronder niet. 4.3.5 Staatssteun Verboden staatssteun kan een risico zijn bij verkoop aan een onderneming. Projectontwikkelaars en bouwbedrijven zijn ondernemingen. Staatssteun kan worden voorkomen door: een openbare biedprocedure, zie boven, onder Tender, of; taxatie en benchmarking13https://europadecentraal.nl/onderwerp/staatssteun/beleidsterreinen/grondtransacties/ . Taxatie-/benchmarking Een onafhankelijke taxatie of benchmarking is nodig in de volgende gevallen: een-op-een grondverkoop (uitzondering op het Didam-arrest); tender zonder prijs in de gunningscriteria. Dit om tot een marktconforme grondprijs te komen. Er vindt bij een-op-een verkoop immers geen prijsvorming plaats via een openbare biedprocedure in de vrije markt. Dat geldt ook voor een tender waarbij de prijs geen onderdeel uitmaakt van de gunningscriteria. Naast een onafhankelijke taxatie is Benchmarking ook toegestaan om de marktwaarde te onderbouwen. Deze methode is alleen geschikt voor eenvoudige functies die per vierkante meter grond kunnen worden gewaardeerd, zoals bijvoorbeeld agrarische grond of bedrijventerrein. Voor complexe(
- re)waardebepalingen leidt benchmarking niet tot een marktconforme grondprijs. Bijvoorbeeld: grond onder appartementen is een complexe(
- re)taxatie; verschillende bouwprogramma’s en de parkeeroplossing leiden tot grote verschillen in grondwaarde. Taxatie wordt ook gebruikt voor bijvoorbeeld: Periodiek onafhankelijk inzicht in marktconforme grondprijzen; Specialistische grondwaardebepalingen, bijvoorbeeld grondverkoop voor een tankstation of elektrisch laadstation. 4.3.6 Aanbesteding Grondverkopen door de gemeente, waarbij de koper/ ontwikkelaar onder andere openbare ruimte moet aanleggen en terugleveren aan de gemeente, bevatten een opdracht die de overheid moet aanbesteden. In dat geval moet de grondverkoop ook worden getenderd zoals hierboven beschreven. De kosten voor het aanleggen van openbaar gebied worden veelal expliciet als te beprijzen onderdeel opgenomen in de tender. Middels een openbare en transparante selectieprocedure wordt de grond in de markt gezet, volgens de aanbesteding weten/of het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid. 4.4 DEEL 3 Methoden per functie 4.4.1 Toepassingsbereik van dit hoofdstuk Sinds het Didam-arrest uit 2021 is voor grondverkopen in beginsel een openbare en transparante selectieprocedure noodzakelijk. In dat geval komt de prijs tot stand door meerdere biedingen op de onderdelen prijs, kwaliteit en duurzaamheid in de gewenste verhouding. Dit is de methode Tender met bieding op onder andere de grondprijs, hiervoor beschreven. De grondprijsmethoden in dit hoofdstuk worden alleen gebruikt voor een-op-een verkopen in één van de uitzonderingssituaties, of voor het bepalen van een minimumbod bij een tender. 4.4.2 Methoden Als meerdere methoden worden genoemd, betekent dit toepassing van meerdere methoden tegelijkertijd, om tot een betere benadering van de marktwaarde te komen. 4.4.2.1 Woningbouw Bouwkavels voor woningbouw worden aangeboden als ‘vrije kavels’ voor particulieren of als ‘projectmatige bouw’ aan ontwikkelaars, beleggers en woningcorporaties. Woningbouw vrije kavels Individuele vrije kavels kunnen via de vergelijkingswaarde (per m2 grond) en de residuele methode worden bepaald. Bij de residuele methode wordt voor het bepalen van de vastgoedwaarde, de VON-prijs, de vergelijkingsmethode gebruikt. Dit op basis van een redelijkerwijs te verwachten woning binnen de planologische ruimte. Hierbij wordt de prijs gedifferentieerd naar de kwaliteit: ligging, oriëntatie, bezonning en grootte van de kavel. Woningbouw projectmatige bouw De grondprijzen voor projectmatige bouw zijn afhankelijk van het te realiseren programma. Hierin kunnen segmenten worden onderscheiden zoals sociale huur, goedkope koop, midden-, hoog- en topsegment. Woningbouw grondgebonden woningen projectmatig koop Voor grondgebonden woningen wordt de grondprijs bepaald met de vergelijkingswaardemethode en de residuele methode. Voor gepubliceerde en gecontracteerde verkopen is nog gebruik gemaakt van de grondquotemethode. Nieuwe uitgiften worden getenderd, tenzij één van de uitzonderingen op het Didam-arrest van toepassing is. De grondquote wordt in koopovereenkomsten gebruikt voor financiële verrekening van meeroppervlakten, of als de gerealiseerde VON- of huurprijzen hoger blijken te zijn dan in de koopovereenkomst is vastgelegd als basis. Zie verder in 4.5 Condities bij gronduitgifte. Woningbouw appartementen projectmatig koop Voor koopappartementen wordt de grondprijs bepaald met de vergelijkingswaardemethode en de residuele methode. Woningbouw projectmatig huur, grondgebonden en appartementen Bij de uitgifte van grond voor grondgebonden woningen en appartementen in de geliberaliseerde huur wordt de grondwaarde residueel berekend, waarbij de commerciële waarde wordt bepaald door de jaarhuur gedeeld door het voor dit segment actuele marktconforme bruto aanvangsrendement6 (BAR). Daadwerkelijke uitponding na 15 jaar kan in een hogere grondwaarde op huidig prijspeil resulteren. Een methode die hier bijvoorbeeld recht aan doet is de discounted cashflow benadering (DCF), deze kan toegepast worden. Voor het geval deze woningen of appartementen binnen een periode van 15 jaar worden uitgepond, wordt in de koopovereenkomst de afspraak vastgelegd dat er aan de gemeente een nabetaling wordt gedaan over de grondwaarde. Het bedrag van de nabetaling wordt bepaald als het verschil tussen de grondwaarde als koopobject en de grondwaarde onder hetzelfde object in verhuurde staat. Dit is altijd een positief bedrag, een betaling van de koper aan de gemeente. Alleen als de gemeente een beleidsdoelstelling wil vastleggen - het moeten huurwoningen of huurappartementen blijven - wordt naast de nabetaling ook een boetebeding opgenomen, om zo de prikkel tot uitponding weg te nemen. Woningbouw betaalbare koopwoningen projectmatig Vereniging Eigen Huis ziet een koopwoning die is te financieren met 1,5 keer het modale inkomen als ‘betaalbaar’. De grondprijs wordt bij betaalbare koopwoningen residueel berekend. Met de projectontwikkelaar, bouwbedrijf of woningcorporatie wordt contractueel vastgelegd tegen welke prijs de woning met de grond wordt verkocht. Woningbouw sociale huurwoningen en -appartementen Het uitgangspunt is dat de huurwaarde omgezet wordt in een investeringswaarde voor de te bouwen woning (inclusief grondkosten) middels een op dat moment marktconform bruto aanvangsrendement14BAR: de verhouding tussen de jaarhuur van het eerste jaar en de aankoopwaarde van het vastgoed. (BAR). De grondkosten zijn een vast percentage van 15% van de aldus berekende investeringswaarde inclusief btw. Voor het geval de sociale huurwoningen binnen een periode van 25 jaar15Met de termijn van 25 jaar wordt hier alvast de instandhoudingstermijn van een sociale huurwoning uit de komende Wet versterking regie volkshuisvesting opgenomen. Indiende wet niet in werking treed of in gewijzigde vorm in werking treed en de 25-jaars termijn niet van toepassing is, wordt in principe een instandhoudingstermijn gehanteerd van 15 jaar. worden uitgepond, wordt in de koopovereenkomst de afspraak vastgelegd dat er aan de gemeente een nabetaling wordt gedaan over de grondwaarde. Het bedrag van de nabetaling wordt bepaald als het verschil tussen de grondwaarde als koopobject en de grondwaarde onder hetzelfde object in verhuurde staat. Dit is altijd een positief bedrag, een betaling van de koper aan de gemeente. Alleen als de gemeente een beleidsdoelstelling wil vastleggen - het moeten in deze periode beslist sociale huurwoningen blijven, wordt naast de nabetaling ook een boetebeding opgenomen, om zo de prikkel tot uitponding weg te nemen. Voorbeeldberekening grondprijs sociale huurappartement: Uitgangspunten: BAR16Dit is een voorbeeld, geen norm %8 Maandhuur € 647 Berekening: Maandhuur € 647 x 12 x grondquote 15% = € 23.292 incl. btw BAR 5% Grond voor sociale huurwoningen wordt bij voorkeur verkocht aan woningcorporaties, toegelaten instellingen. De reden hiervoor is dat zij door wet- en regelgeving zijn gereguleerd en er toezicht is op hun toewijzingsbeleid, er geen selectie is toepassing isvan alleen de beste huurders, er uitsluitend wordt toegewezen tot een maximaal inkomen, en de maximale huurprijzen voor hen vastliggen. Bij uitzondering kan worden verkocht aan andere organisaties die aantoonbaar sociale huur zonder winstoogmerk als primair doel hebben. 4.4.2.2 Bedrijventerreinen De grondprijs wordt voor bedrijventerreinen bepaald met de vergelijkingswaardemethode. Bij de prijsstelling wordt onderscheid gemaakt in verschillende segmenten: representatief, modern gemengd of watergebonden. De doelgroep ‘representatief’ zijn hoogwaardige en dienstverlenende bedrijven. ‘Modern gemengd’ zijn bedrijven tot en met milieucategorie 4.2, dienstverlenende bedrijven en detailhandel. ‘Watergebonden’ zijn bedrijven die een ligging aan het water nodig hebben. Een differentiatie binnen de bandbreedte wordt veroorzaakt door de ligging van de kavel, bijvoorbeeld een zichtlocatie, en specifieke omstandigheden die het gebruik beperken. 4.4.2.3 Kantoren De grondprijs voor kantoren wordt met de residuele en de vergelijkingswaardemethode bepaald. Hierbij vindt differentiatie plaats op basis van locatie, stand en ligging van de kavel. 4.4.2.4 Winkels, horeca en commerciële ruimte De grondprijzen voor deze categorieën worden bepaald met de vergelijkingsmethode en de residuele methode. Supermarktgrond wordt in geval van een-op-een verkoop altijd getaxeerd, vanwege de hoge waarde. 4.4.2.5 Parkeren Parkeren bij woningen Het uitgangspunt is dat alle benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Als de gemeente dit vanwege omstandigheden op een locatie (ook) niet wenselijk vindt, kunnen parkeerplaatsen worden afgekocht, voor de aanleg en beheer van die parkeerplaats. Als de te realiseren parkeeroplossing ten koste gaat van uitgeefbaar terrein, zullen aan de kop