Waterbeheerprogramma waterschap Brabantse Delta 2022-2027: Klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschapWaterbeheerprogramma 2022 – 2027 Waterschap Brabantse Delta Inhoud Hoofdstuk
- Over het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Hoofdstuk
- Trends & ontwikkelingen Hoofdstuk
- Water voor duurzame ontwikkeling Hoofdstuk
- Waterveiligheid Hoofdstuk
- Gezond water Hoofdstuk
- Voldoende water Hoofdstuk
- Vaarwegen Hoofdstuk
- Waterketen Hoofdstuk
- Uitvoeringsstrategie Bijlage
- Participatie Bijlage
- Nota van uitgangspunten Bijlage
- Kaarten en beelden Bijlage
- Beleidsdocumenten en verordeningen Bijlage
- Duurzame ontwikkelingsdoelen Bijlage
- Programmering Bijlage
- Toetsingskader VTH Bijlage
- Ruimtelijke kwaliteit Bijlage
- Samenvatting watersysteem analyses Bijlage
- Bibliografie 1.Over het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Water is belangrijk voor mens en natuur. We gebruiken het om te leven, werken en recreëren. De planten en dieren om ons heen kunnen niet zonder water. Waterschap Brabantse Delta is dé waterpartner voor inwoners, bedrijven, natuur en milieu in Midden- en West-Brabant. Wij kijken vooruit naar wat komende jaren nodig is om samen met partners overstromingsrisico's te beperken en te zorgen voor voldoende, schoon en bevaarbaar water. Met het Waterbeheerprogramma 2022–2027 bepaalt Brabantse Delta de doelstellingen en strategie. We werken hiermee samen aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap voor Midden- en West-Brabant voor de middellange (2027/2030) en lange termijn
(2050). 1.1Proces Tijdens de ontwikkeling van het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is een intensief participatietraject doorlopen. De belangrijkste uitdagingen voor het integraal waterbeheer en een duurzame ontwikkeling van de regio zijn besproken met burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. Een beschrijving van het proces en de resultaten van dit participatietraject zijn conform artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit opgenomen in Bijlage 1 – Participatie. Het algemeen bestuur heeft zich in december 2020 uitgesproken over de belangrijkste uitgangspunten voor het waterbeheerprogramma. Daarmee zijn de participatieve en bestuurlijke uitgangspunten geconsolideerd in de nota van uitgangspunten. Deze nota is opgenomen in Bijlage 2 – Nota van uitgangspunten. 1.2Doel Volgens de Omgevingswet is het waterbeheerprogramma hét instrument waarin het waterschap vastlegt hoe het uitvoering geeft aan zijn taken. Dat doen we voor het gehele werkgebied, voor de periode 2022-
- Het programma brengt op strategisch niveau samenhang tussen de verschillende kerntaken en draagt zo bij aan integraal waterbeheer en duurzame ontwikkeling in de regio. Het programma is niet vrijblijvend. Als doelen niet gehaald worden dient het programma aangescherpt te worden. Het waterbeheerprogramma vormt de basis voor andere kerninstrumenten van de Omgevingswet, zoals de verordening en het projectbesluit. Ook vormt het een toetsingskader voor vergunningverlening. De relatie met de instrumenten van de Omgevingswet is beschreven in paragraaf 3.3.2: Instrumenten. 1.3Leeswijzer Samen met onze partners geven we invulling aan het Waterbeheerprogramma 2022-
- We starten in Trends& ontwikkelingen met een overzicht van de ontwikkelingen in onze omgeving en de impact daarvan. In het onderdeel Water voor duurzame ontwikkeling laten we zien welke uitgangspunten we hanteren en wat dat in het algemeen betekent voor ons werk. In de hoofdstukken, Gezond water, Voldoende water,Vaarwegen en Waterketen gaan we dieper in op doelen en strategie voor deze specifieke kerntaken. In het laatste hoofdstuk gaan we in op de Uitvoeringstrategie. 2.Trends & ontwikkelingen De omgeving waarin waterschap Brabantse Delta opereert, is continu in beweging. Water is een integraal onderdeel van deze omgeving. Inzicht in (de impact van) ontwikkelingen helpt bij het maken van samenhangende keuzes voor het integraal waterbeheer. Met de omgeving als uitgangspunt ontwikkelen we een toekomstgericht waterbeheerprogramma. Omgeving is hierbij een breed begrip dat zich uitstrekt van zeer lokaal tot internationaal. 2.1Ontwikkelingen Wij maken onderscheid tussen maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de leefomgeving. 2.1.1Maatschappelijke ontwikkelingen De volgende ontwikkelingen in de samenleving hangen nauw samen. Demografie De verwachte bevolkingsgroei voor de provincie Brabant is onlangs naar boven bijgesteld (Provincie Noord-Brabant, 2020). Voor de regio’s Midden-Brabant en West-Brabant wordt in de periode 2020-2050 een bevolkingstoename verwacht van respectievelijk 15,5% en 5,9%. Het werkgebied van Brabantse Delta overlapt deze regio’s voor een belangrijk deel. De bevolking neemt het meest toe in de grotere steden. De toename wordt zwakker in middelgrote en kleine steden. In het landelijk gebied wordt een krimp van enkele procenten verwacht. Economie Na een periode van economische groei is een tijd van onzekerheid aangebroken. In 2020 kende de Nederlandse economie een historische terugval als gevolg van de coronacrisis (Centraal Planbureau, 2020). De onzekerheden rondom de duur en aard van de coronapandemie, maakt toekomstige economische ontwikkeling lastig te voorspellen. Het beeld is ook niet evenwichtig. Sommige onderdelen van de economie lopen meer schade op dan andere. Overheidsfinanciën van met name Rijk en gemeenten komen onder druk te staan. Participatie Individuele burgers staan steeds vaker op om zelf zaken in het publieke domein te realiseren. Deze vorm van actief burgerschap is zichtbaar bij energiecoöperaties en de realisatie van voedselbossen, maar ook op kleinere schaal in een buurt of straat. Bovendien stellen burgers zich steeds vaker kritisch op richting overheden. Zij vinden dat het ‘gewoon goed geregeld’ moet zijn. Het gezag van overheden zoals het waterschap wordt minder vanzelfsprekend geaccepteerd. Meerdere onderwerpen zijn ook in sterke mate politiek geworden (Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, 2020). Openbaar bestuur ‘De overheid’ werkt steeds vaker aan integrale maatschappelijke opgaven. Om deze opgaven effectief op te pakken, werken overheden vanuit een één overheidsgedachte. De Omgevingswet is een voorbeeld. Hiermee vervagen de grenzen tussen organisaties. De samenwerking blijft niet beperkt tot overheden, maar strekt zich uit naar partnerschap met andere partijen. Het waterschap is dan één van de partners in het netwerk rondom een maatschappelijke opgave. De schaal waarop de opgave speelt, is tegenwoordig ook maatgevend voor de manier waarop deze opgepakt wordt. Het belang van de regio en de manier waarop de samenwerking daar is vormgegeven, neemt toe (Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, 2020). Innovatie Voor veel van de hedendaagse opgaven worden technologische oplossingen voorgedragen. De ontwikkelingen en toepassing van technologie in de waterwereld gaan snel. Zo won een apparaat om binnenhuis water te hergebruiken in 2020 de prijs voor beste innovatie op een belangrijke internationale techbeurs (Hydraloop, 2020). Maar ook het inzicht in natuurlijke processen groeit sterk. Het ‘meebewegen met de natuur’ wordt vaker verkozen boven de traditioneel technische oplossing. Digitalisering speelt uiteraard een belangrijke rol. Beslissingen worden vaker, al dan niet autonoom, op basis van data genomen. Het verzamelen, analyseren en toepassen van gegevens neemt een grote vlucht. Duurzaamheid Het besef groeit dat de huidige manier van samenleven voor de lange termijn niet vol te houden is. Ontwikkelingen op het vlak van biodiversiteit, milieu en klimaat laten negatieve trends zien. De laatste decennia zijn grote en kleine initiatieven gestart om te werken aan een meer duurzame wereld. In 2015 lanceerde de Verenigde Naties de duurzame ontwikkelingsdoelen (Stichting SDG, 2020). De doelen zijn richtinggevend voor
- Organisaties gebruiken de doelen om op een eenduidige en integrale manier duurzaamheidsdoelen te formuleren. Op basis van internationale en nationale afspraken wordt in Nederland op diverse vlakken gewerkt aan duurzaamheid en klimaat. Belangrijke uitdagingen zijn het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen conform de Klimaatwet, het verminderen van het gebruik van grondstoffen conform het Grondstoffenakkoord en het terugdringen van de stikstofuitstoot. Ook de aanpassing aan klimaatverandering staat hoog op de agenda. 2.1.2Ontwikkelingen in de leefomgeving De leefomgeving verandert continu. Voor een waterschap zijn de staat van de bodem, het (grond-)water, de biodiversiteit en het klimaat van groot belang. Voor informatie over ontwikkelingen in de leefomgeving maken we gebruik van Brabant Inzicht (Provincie Noord Brabant & Brabantse Waterschappen, 2021). Bodem en grondwater Een bodem van goede kwaliteit kan verschillende diensten aan mensen leveren, zoals het bufferen en infiltreren van water of het verbouwen van gewassen. De bodemkwaliteit in Brabant is niet optimaal door een matige of slechte structuur, beperkt bodemleven en hoge concentraties fosfaat (Provincie Noord Brabant & Brabantse Waterschappen, 2021). Ook klimaatverandering heeft consequenties voor het bodemsysteem. Het diepe grondwater onder Brabant laat een licht dalende trend zien. Er wordt meer onttrokken dan aangevuld (Provincie Noord-Brabant, 2020). Ook bij de ondiepere grondwaterlagen neemt het gebruik en de afhankelijkheid van grondwater voor bijvoorbeeld beregening toe, terwijl aanvulling van grondwater door infiltratie onder druk staat. De droge zomers van 2018, 2019 en 2020 laten dat duidelijk zien. Door de klimaatverandering zal de mismatch tussen vraag en aanvulling van grondwater alleen maar groter worden. Niet alleen menselijke gebruikers hebben daaronder te lijden, maar uiteraard ook de natuur. Water Voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) waterlichamen in ons werkgebied zijn met watersysteemanalyses de kritische ecologische sleutelfactoren voor verbetering van de waterkwaliteit in beeld gebracht (Waterschap Brabantse Delta, 2020). Overwegend scoort de biologische toestand van de KRW-waterlichamen in het gebied van Brabantse Delta ontoereikend tot matig. Ook is er sprake van microverontreiniging. Veel wateren kunnen pas naar het gewenste doelniveau worden gebracht door combinaties van maatregelen binnen en buiten een waterloop. Dat kan niet zonder aanpassingen in het huidige water- en bodemgebruik. In samenwerking met waterschap Brabantse Delta en andere organisaties organiseerde Natuur & Milieu in 2020 het burgeronderzoek ‘vang de watermonsters’. Burgers konden een onderzoekskit aanvragen en daarmee water in de eigen omgeving controleren. Op basis van ruim 2.600 responses landelijk bleek dat voor een groot deel van de onderzochte wateren de kwaliteit matig of slecht is. Dit citizen science-onderzoek toont een beeld dat vergelijkbaar is met de waterkwaliteitsmetingen van het waterschap. Biodiversiteit In Nederland zijn de afgelopen jaren diverse maatregelen genomen om de teruggang van biodiversiteit te stoppen. Er is wel vooruitgang geboekt op de doelstellingen uit het verdrag voor biologische diversiteit, maar geen van de twintig doelstellingen is gerealiseerd. (Ministerie van LNV, 2019). Ook voor Brabant geldt dat sinds het ijkjaar 1995 de natuur in het Natuur Netwerk Brabant achteruit is gegaan. Klimaat De verandering van het klimaat heeft grote impact. De KNMI-klimaatscenario’s (KNMI, 2020) laten zien dat wij rekening moeten houden met stijgende temperaturen, extremer weer en stijging van de zeespiegel. Over de precieze uitwerking van de klimaatverandering bestaan onzekerheden. Het is niet helemaal duidelijk in welke mate de zomers droger worden of hoe snel de zeespiegel gaat stijgen. Zeker is dat klimaatverandering impact heeft op de manier waarop wij onze taken uitvoeren. 2.2Wat betekent dit ruimtelijk? Deze ontwikkelingen in de samenleving en de leefomgeving hebben een ruimtelijke impact op ons werkgebied. Die bepaalt mede hoe we leven, geld verdienen, ons verplaatsen en recreëren. De integrale kijk op de fysieke leefomgeving maakt ontwikkelingen in domeinen als ruimtelijke ordening, economie, mobiliteit en natuur uitermate belangrijk voor het thema water. Hetzelfde geldt andersom. 2.2.1Wonen Op basis van de hogere bevolkingsgroei (zie paragraaf 2.1.1: Demografie), individualisering en vergrijzing neemt het aantal huishoudens de komende jaren toe. De woonvraag verschuift verder naar meer eenpersoons woningen en betaalbare koop- en huurwoningen. In de periode 2022-2027 moeten in Midden- en West-Brabant ongeveer 24.000 woningen worden gebouwd. Naast het bouwen van nieuwe woningen is vooral herstructureren een grote opgave. Hier spelen de energietransitie en klimaatadaptatie een belangrijke rol. Het uitgangspunt bij het toevoegen van woningen blijft: eerst inbreiden, dan pas uitbreiden. Omdat het aantal vrijkomende locaties binnen het bebouwd gebied afneemt, verschuift de aandacht weer meer naar uitbreiden. Het verdichten van het stedelijk gebied heeft bovendien nadelen waar het gaat om een gezonde leefomgeving en voldoende groene ruimte in de stad. Vanuit het waterbeheer is het wenselijk om ook water in de stad vast te houden. Dat vraagt om groene ruimte. Verstedelijking kent dus kwantitatieve en kwalitatieve uitdagingen. In het landelijk gebied worden leegstaande boerderijen steeds vaker herbestemd tot woningen, waardoor wonen in het buitengebied toeneemt. Het karakter van het buitengebied wordt meer divers. 2.2.2Bedrijvigheid In Midden- en West-Brabant zijn de sectoren biobased economy, logistiek en maintenance sterk vertegenwoordigd. De groei van bedrijventerreinen vond de afgelopen jaren plaats rondom plekken waar deze sectoren gevestigd zijn. De prognoses voor de vraag naar nieuwe bedrijfslocaties zijn sterk afhankelijk van de prognoses voor de economie. Op dit moment zijn de vooruitzichten uitermate onzeker. Een prognose van vestigingslocaties van bedrijven in Brabant ( Stec Groep, 2018) laat zien dat inbreiding voorop staat. De vraag naar grootschalige terreinen omvat ongeveer de helft van het totaal. Daarbij gaat het vooral om vraag vanuit de logistieke sector. De eisen op het gebied van klimaat, energie en milieu die gelden voor kantoren en bedrijfspanden worden strenger. Dat vormt een belangrijk aandachtspunt bij revitalisering en nieuwbouw. 2.2.3Mobiliteit en energie (infrastructuur) Belangrijke infrastructurele projecten in deze planperiode zijn de aanpak van de A27/knooppunt Hooipolder en de A58 bij Gilze. In verband met de energietransitie zullen netbeheerders werken aan uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet. In de nabije toekomst komen ontwikkelingen rondom energieopslag, de warmtetransitie en aquathermie vaker voor. Ontwikkelingen concentreren zich voorlopig met name rond plaatsen waar het netwerk robuust is. In de Regionale Energie Strategie van de regio Hart van Brabant is ook het onderwerp klimaatadaptatie meegenomen. 2.2.4Landbouw (agrarische sector) Schaalvergroting en intensivering zijn de dominante ontwikkelingen in de agrarische sector. Het aantal bedrijven wordt jaarlijks kleiner, maar het landbouwareaal neemt niet sterk af. Gebiedsontwikkelingen vinden plaats als ondernemers stoppen of verhuizen. Er is een toename in vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s). Dat leidt tot functieverandering, maar ook tot leegstand en verloedering. Het besef groeit dat landbouw meer circulair en minder belastend voor de omgeving moet worden. Het ministerie van LNV heeft een visie op kringlooplandbouw gepresenteerd, waarin het gebruik van reststromen en hergebruik van grondstoffen centraal staan (Ministerie van LNV, 2018). Deze transitie heeft op de lange termijn impact op het buitengebied. Vanwege de Programmatische Aanpak Stikstof zijn er Nederlandse boeren die stoppen en zich elders vestigen, bijvoorbeeld in Vlaanderen. 2.2.5Natuur en landschap Het verbinden van de natuur via het natuurnetwerk is een belangrijke opgave. Hier is nog veel werk te doen. Vaker dan voorheen worden natuuropgaven verbonden met andere opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van landschap en recreatie. Ontwikkeling van de natuur is belangrijk voor onder andere grondwateraanvulling, biodiversiteit en het vestigingsklimaat. 2.3Wat betekent dat voor ons? Voorgaande schets laat zien dat ontwikkelingen snel gaan en zelden in een specifiek hokje te plaatsen zijn. Alles hangt met elkaar samen. Kunnen zaken ook vanuit een ander perspectief opgelost worden? Op welke wijze kunnen digitalisering en innovaties ons helpen? Dat zijn belangrijke vraagstukken om tot verbetering te komen. We moeten bij het realiseren van onze ambities samenwerken met allerlei partijen. Dat vraagt een bepaalde mate van flexibiliteit en strategisch inzicht in de belangen en ambities van anderen. Dit is zeker geen onbekend terrein voor ons, maar het vraagt wel continu aandacht en ontwikkeling. Het blijft van belang om naast flexibiliteit het vermogen te behouden om slagvaardig te acteren, als het gaat om opgaven waar we als waterschap voor staan. Gelijktijdig spelen de uitdagingen op het vlak van klimaatverandering; hoe remmen we de verandering en op welke wijze wapenen we ons daartegen? Onze omgeving heeft hoge verwachtingen van het waterschap. De manier waarop het waterschap uitvoering geeft aan dit waterbeheerprogramma heeft op zichzelf ook al een impact op de fysieke leefomgeving. Dan gaat het om het bewuster en doordachter omgaan met ruimtelijke kwaliteit in het waterschapswerk (Bijlage 8 – Ruimtelijke kwaliteit). In de komende periode gaat het waterschap hier actief mee aan de slag. 3.Water voor duurzame ontwikkeling Water is elementair voor de duurzame ontwikkeling van de regio Midden- en West-Brabant. Dit hoofdstuk beschrijft onze ambitie voor de periode 2022-2027 en illustreert het streefbeeld voor de toekomst. Ook gaan wij in op de keuzes die gemaakt moeten worden om de ambitie te realiseren. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de sturingsfilosofie van het waterschap. 3.1Streefbeeld In 2050 is Nederland aangepast om de negatieve gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Wij voelen ons medeverantwoordelijk om deze toekomstvisie uit de nationale en provinciale Omgevingsvisies te realiseren. We hebben daar ook afspraken over gemaakt in het Deltaprogramma. Vanuit onze eigen rol en verantwoordelijkheid formuleren we de volgende overkoepelende ambitie voor het waterbeheerprogramma. We pakken deze ambitie op in brede zin, met aandacht voor een duurzame waterketen en de ruimtelijke inrichting van stad en land in onze regio. In 2050 is het landen watergebruik in evenwicht met de draagkracht van het watersysteem. Zo draagt het bodem- en watersysteem bij aan een regio waarin mensen veilig, gezond en prettig kunnen blijven wonen, werken en recreëren. De natuur in de regio laat een positieve ontwikkeling zien. Mede hierdoor zijn de effecten van klimaatverandering als droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen beheersbaar. Waterschap Brabantse Delta is dé waterpartner voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in ons werkgebied. 3.1.1Samenhang Voor het realiseren van deze ambitie zijn in dit waterbeheerprogramma verschillende doelen, uitgangspunten en inspanningen voor de middellange (2027/2030) en lange termijn
(2050)opgenomen. Zoals hoofdstuk 2: Trends & ontwikkelingen schetst, staat waterbeheer niet op zichzelf. Om onze ambitie te realiseren wordt over functionele, administratieve en inhoudelijke grenzen heen gekeken. Dat vraagt een mate van omdenken. De ambitie kan enkel gerealiseerd worden als we daar vanuit alle taken aan werken. 3.1.2Klimaatbestendig en veerkrachtig in beeld We vinden het belangrijk om in beeld te brengen wat een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem inhoudt voor ons, voor het platteland, de stad en natuur. Daarvoor maken wij gebruik van figuur 3: de Praatplaat klimaatbestendig beeklandschap (STOWA). Deze indeling is uitgangspunt voor ruimtelijke ontwikkelingen en biedt ons inspiratie bij de uitvoering van ons werk. Uiteraard geldt klimaatbestendigheid en veerkracht ook voor de gebieden die geen beekdal vormen. Daar gelden weer andere Uitgangspunten. 3.2Strategie Bij het realiseren van onze ambities streven we naar samenhang tussen de wateropgaven en andere opgaven in de samenleving en leefomgeving. We hebben de maatschappelijke verantwoordelijkheid om actief een rol te pakken in de duurzame ontwikkeling van de regio. Vanuit de ‘blauwe kern’ leggen we verbindingen met diverse partners voor maatschappelijk gewenste transities. Dit vraagt in veel gevallen een andere manier van denken en handelen. Meer vanuit de bedoeling, dan vanuit de norm. Meer vanuit het grotere plaatje, dan vanuit een sectorale opgave. Om dit te bereiken maken we zes generieke beleidskeuzes. De strategie voor waterveiligheid, gezond water, voldoende water, vaarwegen en waterketen wordt in de volgende hoofdstukken aan de hand van deze beleidskeuzes uitgewerkt. De beleidskeuzes kunnen onderling conflicteren. Het is zaak een afweging te maken die recht doet aan de onderliggende waarden. Het werken aan de hand van zes beleidskeuzes vraagt een inspanning en gewenning voor de organisatie. Het gaat om de onderstaande beleidskeuzes: Beleidskeuze 1 - Water als drager voor een vitale regio Beleidskeuze 2 - Evenwicht in het water- en bodemsysteem Beleidskeuze 3 - We werken samen Beleidskeuze 4 - We werken duurzaam Beleidskeuze 5 - We werken veerkrachtig en vernieuwend Beleidskeuze 6 - We prioriteren op basis van verplichtingen en mogelijkheden 3.2.1Beleidskeuze 1 - Water als drager voor een vitale regio In het kader van de klimaatbestendigheid en veerkracht moeten we aansluiten bij het natuurlijk watersysteem. Water is een belangrijke medebepalende factor bij ruimtelijke ontwikkelingen. Duurzame ontwikkeling vereist slim aansluiten op de draagkracht van het bodem-watersysteem. Dat vergt een andere kijk dan in het verleden. Een focus op de lange termijn en op het grotere plaatje. Niet alles kan overal De ontwikkeling van een klimaatbestendig en veerkrachtig systeem begint met inzicht. Wat is de draagkracht van het systeem en hoe verschilt dit per locatie? Bij ons werk gebruiken we een klimaatonderlegger voor het hele werkgebied. De klimaatonderlegger (Bijlage 3 – Kaarten en beelden) is een feitenkaart met relevante informatie over de bodem, het watersysteem en luchtstromen. De kaart geeft inzicht in de kansen en risico’s en vormt daarmee een startpunt voor het denkproces en de dialoog over duurzame ontwikkeling van het werkgebied. Het waterschap heeft geen beslissende bevoegdheden op het gebied van ruimtelijke ordening. Als waterpartner helpt en stimuleert het waterschap andere overheden om keuzes te maken in het belang van een klimaatbestendige en veerkrachtige inrichting. Zo denken we actief mee met de Omgevingsvisies van onze partneroverheden. Het waterschap stimuleert een geleidelijke overgang van ‘peil volgt functie’ naar ‘functie volgt peil’. Dit vraagt om maatwerk door het waterschap: wat van belang is in een beeklandschap, kan minder relevant zijn in een kleipolder. De bedoeling is om te komen tot een ruimtelijke inrichting waarbij gebruiksfuncties, gebiedskenmerken en waterhuishouding zo goed mogelijk bij elkaar passen. Figuur 4: Klimaatonderlegger waterschap Brabantse Delta We kijken integraal en breed Voor onze maatregelen en activiteiten hanteren we een stroomgebiedbenadering. Door het systeem integraal te benaderen, werken we aan duurzame oplossingen. Waar nodig kijken we over functionele, administratieve en inhoudelijke grenzen heen. De haarvaten van het watersysteem spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling naar een klimaatbestendig en veerkrachtig systeem en bij het verbeteren van de waterkwaliteit. Herstel van het watersysteem is dus alleen mogelijk als het gehele systeem in ogenschouw wordt genomen. Om waterveiligheid te bevorderen kijken we niet alleen naar sterke keringen, maar ook naar de ruimtelijke inrichting en de organisatie met betrekking tot calamiteiten. Natuurlijk waar het kan, technisch als het moet We sluiten met onze maatregelen aan op natuurlijke processen, benutten ecosysteemdiensten en bouwen met de natuur. “Moeder Natuur is immers onze beste ingenieur” (Saeijs, 2015). Waar dat niet kan of niet doelmatig is, zetten we in op technische oplossingsrichtingen. Deze manier van werken vraagt oefening en moet gaandeweg verder ontwikkeld worden. 3.2.2Beleidskeuze 2 - Evenwicht in het water- en bodemsysteem In ons beleid en bij de uitvoering van ons werk staat het evenwicht in het water- en bodemsysteem centraal. Dit evenwicht is op dit moment niet altijd aanwezig. Dat betekent dat we ernaar streven om de balans te herstellen en behouden. We vergroten de sponswerking van de bodem Een goede sponswerking van de bodem is essentieel voor een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem. Verhoging van het organisch stofgehalte in de bodem zorgt dat water langer wordt vastgehouden en kan infiltreren. Wij bevorderen in ons werk de sponswerking van de bodem. Ook faciliteren we agrariërs en particulieren om de sponswerking te vergroten. Zo participeren we in het programma Bodem Up. Elke druppel telt In Nederland valt voldoende regenwater om het grondwater aan te vullen. Het huidige watersysteem is in veel gevallen ingericht op het snel afvoeren van overtollig water. Buiten de veranderopgave uit Niet alles kan overal is het optimaliseren van infiltratie ook een opgave. We houden regenwater vast en laten het in de bodem infiltreren. Dat doen we door peilen waar mogelijk hoog te houden. Ook werken wij samen met agrariërs aan vernieuwende oplossingen, zoals met de Drempel tegen droogte. Zonder aanvulling kunnen we niet onttrekken We zien het grond- en oppervlaktewater als één systeem, dat onderling verbonden is. Zeker in de droge jaren is dat systeem niet in balans. Waterschap Brabantse Delta hanteert het uitgangspunt dat niet meer grond- en oppervlaktewater wordt onttrokken dan aangevuld. We accepteren dat gebieden structureel natter worden Hier is sprake van een overgang in denken; voor een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem ligt de focus niet meer (hoofdzakelijk) op water afvoeren, maar houden we water (langer) vast. Lagergelegen gebieden en kwelgebieden worden structureel natter. We werken aan een systeem dat piekbuien op kan vangen, maar accepteren dat een natuurlijker systeem ook overlast met zich mee kan brengen. We werken aan bewustwording. 3.2.3Beleidskeuze 3 - We werken samen Samenwerken is voor ons een kernwaarde. Het waterschap kan de wateropgaven niet individueel realiseren. Wij werken vanuit onze kerntaken aan een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem. Brabantse Delta zet in op diverse samenwerkingsvormen om onze eigen opgaven en ambities te verbinden met die van partners. Net als de opgaven is de samenwerking inhoudelijk en geografisch grensoverschrijdend. We zijn de waterpartner van de regio Wij zijn als waterschap bereid ons flexibel op te stellen, om bij te dragen aan het grotere plaatje. Ons waterschap kan schakelen op verschillende schaalniveaus. We spelen adequaat in op initiatieven van inwoners en ondernemers volgens de participatie-aanpak en de participatieverordening van het waterschap (Bijlage 4 – Beleidsdocumenten en verordeningen). Met klimaatadaptatie verbinden we ons werk met maatschappelijkeopgaven Waterschap Brabantse Delta speelt een belangrijke rol bij de aanpassing aan klimaatverandering in de regio Midden- en West-Brabant. Het thema klimaatadaptatie is verbindend voor al onze kerntaken en biedt kansen om de samenwerking met de omgeving te versterken. Onze omgeving geeft een hoge prioriteit aan klimaatadaptatie en kijkt nadrukkelijk naar het waterschap voor expertise. Samen met onze partners bepalen we hoe we deze rol het beste kunnen oppakken. Onze samenwerking stopt niet bij de grens Het watersysteem stopt niet bij de grens. Samen met Vlaamse en Nederlandse partners werken we aan een vanzelfsprekende, grens-ontkennende stroomgebiedbenadering. Een mooi voorbeeld is de gezamenlijke regierol van het waterschap met het bekkensecretariaat Maas, in het gebiedsproces voor ‘t Merkske (Integraal Water Project). Het waterschap zoekt actief aansluiting bij Vlaamse gebiedsprocessen, zoals die worden opgestart voor Mark, Weerijs en Kleine Aa. Internationale samenwerking vindt plaats op verschillende thema’s en niveaus: Strategische samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van klimaat. Bij de realisatie van opgaven. Denk aan KRW-maatregelen in beide landen, de investeringsprojecten. Bij de uitvoering van onze werkzaamheden, zoals op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving bij de grens. Met het Rijk en de regionale partners in de stroomgebieden van Maas en Schelde zorgt het waterschap voor afgestemde bijdragen aan de internationale riviercommissies. Hierbij is speciale aandacht voor de samenhang tussen de grote rivieren en de regionale watersystemen. Europese projecten zijn een belangrijk vliegwiel voor het versterken van de samenwerking met de buurlanden. Een groot deel van ons werk voeren we uit in het kader van het Deltaprogramma. Zo dragen we actief bij aan deelprogramma’s Zuidwestelijke Delta, Deltaplan Hoge Zandgronden, Deltaplan Ruimtelijke adaptatie, Deltaplan Waterveiligheid en Deltaplan Zoetwater. Ook zijn we partner in de Delta-aanpak Waterkwaliteit en dragen we bij aan het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Het Deltaplan Zoetwater werkt met verschillende zoetwaterregio’s, die vanwege de kenmerken van elk gebied (en geografische ligging) eigen strategieën hebben ontwikkeld om invulling te kunnen geven aan de zoetwateropgave. De regionale zoetwaterstrategieën worden eens in de zes jaar herijkt. De herijkte strategie is steeds de basis voor het uitvoeringsprogramma van de volgende planperiode van zes jaar. Het werkgebied van waterschap Brabantse Delta valt binnen twee zoetwaterregio’s: de Zuidwestelijke Delta (het peilbeheerst gebied) en de Hoge Zandgronden (vrij-afwaterend gebied). 3.2.4Beleidskeuze 4 - We werken duurzaam Waterschap Brabantse Delta verduurzaamt actief. We dragen bij aan een vitale regio die klimaatbestendig, klimaatneutraal en circulair is. Het optimaliseren van bestaande werkwijzen is niet altijd toereikend. We kijken deze periode nadrukkelijk naar mogelijkheden voor herontwerp van bestaande processen en werkwijzen. We dragen bij aan de duurzame ontwikkelingsdoelen Waar het gaat om de duurzame ontwikkelingsdoelen, zetten wij in op de onderdelen waar wij de meeste impact en invloed hebben. Het gaat dan om het leveren van een intensieve, directe en actieve bijdrage aan de ontwikkelingsdoelen voor goede gezondheid en welzijn, schoon water en sanitair, industrie, innovatie en infrastructuur, duurzame steden en gemeenschappen, verantwoorde consumptie en productie, klimaatactie en leven op het land (inclusief waterlichamen). Een overzicht van de duurzame ontwikkelingsdoelen en de relatie met het waterschap is opgenomen in Bijlage 5 – Duurzame ontwikkelingsdoelen. In de hoofdstukken 4 tot en met 8 laten iconen zien aan welke ontwikkelingsdoelstellingen het (deel)programma direct bijdraagt. Verduurzaming pakken we op in de regio De regio biedt de beste kansen om concrete stappen te zetten voor duurzame ontwikkeling. We zetten ons actief in door bij te dragen aan de regionale energiestrategieën, door te zoeken naar mogelijkheden voor hergebruik van grondstoffen en naar reductie van uitstoot van broeikasgassen. Bij beoordeling van initatieven voor duurzame opwek van energie op of in het watersysteem, zoals waterkrachtcentrales of drijvende zonnepanelen, zijn de KRW doelen en andere resultaatverplichtingen leidend zijn. Bij ons werk zetten we in op het versterken van de biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. De aanpak Duurzaam GWW is daarbij een belangrijke leidraad waarmee wij ons werk uitvoeren. We geven uitvoering aan afspraken en akkoorden De afgelopen jaren zijn internationaal en nationaal akkoorden ontwikkeld om tot een duurzame wereld te komen. Wij ondersteunen deze akkoorden en voeren deze mede uit. De Europese Green Deal biedt mogelijkheden om onze kerntaken aan duurzame ontwikkeling te koppelen. De volgende doelstellingen zijn voor ons leidend: Concretisering van deze en andere klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen vindt plaats in het milieubeleid (Bijlage 4 – Beleidsdocumenten en verordeningen). 3.2.5Beleidskeuze 5 - We werken veerkrachtig en vernieuwend De vele ontwikkelingen in de samenleving en de leefomgeving vragen om een anticiperende, omgevingsgerichte en veerkrachtige houding van het waterschap, dat bijdraagt vanuit kennis en expertise. We transformeren digitaal De digitalisering heeft in coronatijd een onverwachte vlucht genomen. Digitale toepassingen zijn belangrijk voor samenwerking. Digitalisering biedt talrijke mogelijkheden om de waterschapstaken beter uit te voeren en is eigenlijk geen keuze meer. Waterschap Brabantse Delta zet in op de digitale transformatie om ons werk slimmer, beter en anders te doen. Dit vraagt om ‘digitale intelligentie’, onder andere door slim gebruik te maken van diverse datastromen. We zetten in op het ontdekken, verkennen en realiseren van de mogelijkheden. In ons werk hebben wij ook oog voor de schaduwkanten van digitalisering, zoals de problemen rond informatieveiligheid en privacy. We zetten innovatie in om ons werk beter te doen De omvang en complexiteit van de opgaven maakt dat we anders moeten kijken naar onze manier van werken. Alleen optimaliseren en verbeteren is onvoldoende. We moeten vooruit durven kijken en vervolgens terugredeneren naar welke stappen nodig zijn om onze ambities te realiseren. We spreken dan over herontwerp. Met een innovatiestrategie en -agenda geven wij sturing aan innovatie (Bijlage 4 – Beleidsdocumenten en verordeningen). We zetten daarbij in op strategische innovatiegebieden als de digitale transformatie en klimaat en duurzaamheid zodat we onze kerntaken beter kunnen uitvoeren. Hierbij kiezen we steeds bewust om actief te innoveren of een faciliterende houding aan te nemen. In Tabel 2 is een overzicht gegeven van de strategische innovatiegebieden en voorbeelden van innovaties. Ook zijn en blijven we alert op innovaties in onze omgeving. Calamiteitenzorg Het waterschap bereidt zich voor op verschillende soorten calamiteiten. Dat zijn situaties die een bedreiging vormen voor het waterbeheer. Denk aan watervervuiling, overstromingen of problemen op een rioolwaterzuivering. Om calamiteiten te bestrijden heeft het waterschap een calamiteitenorganisatie. Deze aanpak noemen we calamiteitenzorg. 3.2.6Beleidskeuze 6 - Wij prioriteren op basis van verplichtingen en mogelijkheden Het is niet haalbaar om alle doelen en opgaven tegelijk aan te pakken. Daarom moeten in de komende periode prioriteiten worden gesteld. Niet alleen vanwege haalbaarheid en betaalbaarheid, ook omdat de omgeving de veelheid en het tempo niet aan kan. Prioritering Als wij moeten prioriteren hanteren we de volgorde resultaatsverplichtingen, inspanningsverplichtingen en aanvullende wensen. Zo voldoen we aan onze belangrijkste verplichtingen en kunnen waar mogelijk extra meerwaarde creëren. Gebiedsgerichte aanpak In een aantal gebieden is veel samenhang tussen de wateropgaven en andere opgaven, als landbouw, natuur en verstedelijking. In deze gebieden werken we samen met onze partners in een gebiedsgerichte aanpak. Een gezamenlijk overeengekomen aanpak staat aan de basis van het maatwerk dat per gebied geleverd wordt. Per gebied wordt in beeld gebracht welke opgaven spelen, hoe deze opgaven zich tot elkaar verhouden, of er een gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak mogelijk is en wat rol en inbreng van de diverse partijen is. Voor de komende periode richten we ons in de samenwerking onder andere op het buitengebied Zundert, het Dal van de Bovenmark inclusief zijlopen en de stedelijke regio Breda-Tilburg. Gebieden die eerder in uitvoering zijn genomen, zoals de Westelijke Langstraat, blijven belangrijk. De paragraaf Wat betekent dit ruimtelijk? Laat zien dat de dynamiek juist in deze gebieden groot is. Paragraaf Prioritaire gebieden gaat verder in op de gebiedsgewijze prioritering. In de samenwerking gaat het om een breed scala aan partijen van inwoners(-groepen), bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. In de prioritaire gebieden zijn drinkwaterbedrijven belangrijke partners om te komen tot een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap. Assetmanagement Als waterschap zijn we verantwoordelijk voor verschillende assets. Die zijn essentieel voor de uitvoering van onze taken. Met assetmanagement verkrijgen wij inzicht in de staat van deze assets en bepalen we de optimale balans tussen kosten, prestatie en risico’s. Deze kennis helpt bij de keuze tussen in stand houden of vernieuwen van onze assets. We programmeren adaptief Wij streven ernaar om samen met partners complexe maatschappelijke opgaven aan te pakken. Dat kan alleen als het waterschap zelf flexibel en veerkrachtig is georganiseerd. De omgeving ziet graag dat het waterschap inzichtelijk maakt waar zij voor staat; welke doelen krijgen prioriteit? Maar de weg naar die doelen is dynamisch en wordt samen bepaald. Dat betekent dat niet alles vooraf te plannen is. Dat betekent dat capaciteit en middelen flexibel ingezet moeten worden. Dat gestuurd wordt op doelbereik door samen slim te ontwikkelen, in plaats van te werken met blauwdrukken. 3.3Sturingsfilosofie In een dynamische omgeving met grote opgaven is het belangrijk om scherp te hebben welke rol we willen spelen en welke instrumenten we inzetten. 3.3.1Rol Brabantse Delta werkt aan de hand van (wettelijke) verplichtingen en zorgvuldig geformuleerde ambities. Dat betekent dat we onze kerntaken volgens de wettelijke eisen uitvoeren. We hebben wel beleidsvrijheid om accenten te leggen. Voor het realiseren van onze maatschappelijke opgaven en aanvullende ambities zoeken we de samenwerking op. Bij waterschap Brabantse Delta staan de doelstellingen centraal. Maatregelen zijn manieren om die doelstellingen te bereiken. Zoals eerder omschreven, vragen de ontwikkelingen om de nodige flexibiliteit in het organiseren, financieren en programmeren van ons werk. Bestuur en ambtelijke organisatie zijn zich bewust van ieders rol om dit te realiseren. In paragraaf 9.2: Adaptief programmeren, wordt dit verder uitgewerkt. 3.3.2Instrumenten Om onze rol goed uit te voeren hebben we diverse instrumenten tot onze beschikking: Communicatie en participatie Heldere en gerichte communicatie bevordert draagvlak voor maatregelen en bewustwording rondom het leven met water. Het waterschap werkt al actief mee aan de waterbazencampagne. De juiste vorm van communicatie is een belangrijke voorwaarde voor het succes van onze activiteiten. Ons beleidskader participatie en de participatieverordening bevatten de uitgangspunten en spelregels voor participatie. Financiële instrumenten Met financiële instrumenten belonen we gewenst gedrag en belasten we ongewenst gedrag. We zetten financiële instrumenten in als het bijdraagt aan onze doelen. De waterschapsbelasting wordt jaarlijks door het algemeen bestuur bij de begroting vastgesteld. Voor de zuiveringsheffing geldt het principe ‘de vervuiler betaalt’. We hebben de ambitie om buiten de jaarlijkse inflatie de stijging van belastingen beperkt te houden. We hanteren hierbij de uitgangspunten uit het vigerende bestuursakkoord. Om positief gedrag en effectieve maatregelen te stimuleren zet waterschap Brabantse Delta ook financiële instrumenten als subsidies in. We maken steeds de afweging: hoe kunnen we onze doelen het beste halen? Soms is het effectiever om anderen te stimuleren tot het nemen van maatregelen, in plaats van het zelf te doen. Wij gaan naar nieuwe manieren van samenleven en organiseren. Om dat mogelijk te maken zoeken wij naar nieuwe mogelijkheden voor financiering, bijvoorbeeld op basis van ecosysteemdiensten. Juridisch De Omgevingswet kent de waterschappen een aantal juridische instrumenten toe. Het waterbeheerprogramma vormt de basis voor gebruik voor instrumenten als de waterschapsverordening en het projectbesluit. Deze instrumenten zetten we in om te werken aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap. Daarnaast vraagt de Omgevingswet om besluiten die sneller en meer integraal samen met andere overheden worden genomen. Daarbij is vaker dan voorheen sprake van maatwerk. Dit vereist dat beslissingsbevoegdheden zo effectief mogelijk gemandateerd en gedelegeerd zijn van algemeen bestuur, naar dagelijks bestuur, naar de ambtelijke uitvoeringsorganisatie. Het waterbeheerprogramma biedt hiervoor het kader. Waterschapsverordening De waterschapsverordening bevat de regels die wij binnen ons werkgebied stellen voor de fysieke leefomgeving. We willen zo min mogelijk beperkende regels stellen. Waar regels nodig zijn om onze doelen te bereiken, wordt dit instrument ingezet. We passen in de regels waar nodig maatwerk toe, om beter aan te sluiten bij wat nodig is in een gebied of bij activiteiten. We werken in twee stappen toe naar de waterschapsverordening. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat het allereerst om de omzetting van de bestaande regels (beleidsarm). De nadruk ligt op een vlotte overgang naar het werken onder de Omgevingswet. In de tweede stap, die direct daarna gaat lopen, gaan we de waterschapsverordening verrijken en bijstellen. Dit waterbeheerprogramma vormt daarbij het uitgangspunt. Daarbij nemen wij ook aanpassingen mee van de waterkwaliteitsregels die voorheen nationaal geregeld waren, maar die via de zogeheten ‘bruidsschat’ gedecentraliseerd worden naar de waterschappen. Omgevingsvergunning Met een omgevingsvergunning kunnen burgers, bedrijven en overheden toestemming vragen om activiteiten in de leefomgeving uit te voeren. Voor watergerelateerde activiteiten is het waterschap het bevoegd gezag. In de waterschapsverordening wordt aangegeven voor welke activiteiten een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden en aan welke voorwaarden de aanvrager dan moet voldoen. Instructieregels van de provincie, inhoudelijke beleidsregels van het waterschap en dit waterbeheerprogramma vormen daarvoor het toetsingskader. Het betrekken van het waterbeheerprogramma bij de toetsing van vergunningen leidt tot maatwerk. Belangrijk, omdat gebieden anders zijn qua problematiek op het gebied van (bijvoorbeeld) waterkwaliteit of wateroverlast. In die gebieden zijn verschillende inspanningen nodig om doelen te halen. Daarom kan de beslissing over een vergunningsaanvraag of kunnen de eisen die aan een initiatief gesteld worden, ook per gebied verschillend zijn. In paragraaf 9.3: Vergunningverlening is het toetsingskader voor vergunningverlening, toezicht en handhaving opgenomen. Besluiten van het waterschap zelf Als besluiten van het waterschap veranderingen in rechten en plichten tot gevolg hebben, worden betrokkenen zo direct mogelijk meegenomen in dit proces. Dit kan voorkomen bij: een algemene vrijstelling in de waterschapsverordening een vergunning eigen dienst een projectbesluit. Er is sprake van een algemene vrijstelling in de waterschapsverordening als in de waterschapsverordening staat dat een regel niet geldt voor het waterschap zelf voor het uitvoeren van de wettelijke kerntalen van het waterschap. Het waterschap maakt alleen gebruik van een dergelijke vrijstelling als het gaat om activiteiten die geen afbreuk doen aan rechten en plichten van anderen. Een voorbeeld is het uitvoeren van maaiwerk aan sloten, om te voldoen aan de regels uit de al vastgestelde legger. Bij een vergunning eigen dienst verlenen we alleen onszelf een vergunning, zoals we ook anderen een vergunning verlenen. Het gaat dan om activiteiten in het kader van de uitvoering van kerntaken, die een beperkte impact hebben en waar ook maar een beperkt aantal belanghebbenden bij betrokken is. Denk bijvoorbeeld aan het leggen van een duiker ten behoeve van het onderhoud aan watergangen, waarbij alleen de direct aanliggende perceeleigenaar belanghebbende is. Een projectbesluit kan worden genomen om complexe projecten met een publiek belang in de fysieke leefomgeving mogelijk te maken. Ruimtelijke procedures worden gebundeld voor een integrale besluitvorming. Belanghebbenden worden betrokken volgens de regels uit de participatieverordening. Een integraal projectbesluit nemen we enkel als er sprake is van een (complex) gebiedsproces. Onteigening Als een doorbraak nodig is die niet met bovenstaande instrumenten gerealiseerd kan worden, is onteigening door het waterschap een mogelijkheid. De onteigening moet cruciaal zijn om belangrijke opgaven te kunnen realiseren, waarbij geldt dat andere mogelijkheden zijn uitgesloten. Het kan bijvoorbeeld gaan om het realiseren van resultaatsverplichtingen. Onteigening door het waterschap is gekoppeld aan een projectbesluit als grondslag en beperkt tot de kerntaken van het waterschap. 4.Waterveiligheid Waterveiligheid is één van de kerntaken van het waterschap. Het gaat dan om het minimaliseren van overstromingsrisico’s tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Het uitgangspunt is dat voldaan wordt aan landelijke en provinciale normen, zodat de inwoners en bedrijven veilig kunnen wonen, werken en recreëren. Klimaatverandering, stijging van de zeespiegel en beleidsopgaven als ruimtelijke adaptatie, woningbouw, energie, natuur en landbouw zorgen dat in deze planperiode veel werk verzet moet worden op het gebied van waterveiligheid. Een voorbeeld is het verbeteren en versterken van de dijken, maar ook de ruimtelijke component van waterveiligheid krijgt meer nadruk. Waterveiligheid wordt niet alleen gerealiseerd door waterkeringen. Bij waterveiligheid staat het minimaliseren van overstromingsrisico’s centraal. Hierbij wordt risico gedefinieerd als kans maal gevolg. De waterveiligheid verbeteren we dus door het verkleinen van de kans op een overstroming én door het verkleinen van de mogelijke gevolgen. Om deze aspecten in samenhang te behandelen worden de drie lagen van het concept meerlaagsveiligheid gebruikt (Figuur 6: Meerlaagsveiligheid). De eerste laag, sterke waterkeringen, zorgt voor het verkleinen van de kans op overstromingen. De tweede laag, een klimaatrobuuste inrichting van het achterland, kan de gevolgen van een potentiële overstroming verminderen. Dit geldt ook voor de derde laag, een doelmatige crisisbeheersing, waaronder evacuatie. Het waterschap is primair verantwoordelijk voor de eerste laag van meerlaagsveiligheid; de zorg voor sterke dijken. Het waterschap beheert de primaire en regionale keringen in Midden- en West-Brabant die aan een vastgestelde norm moeten voldoen. Het voldoen aan die norm is een resultaatsverplichting. Het waterschap kan vanuit zijn bevoegdheden en verantwoordelijkheden een bijdrage leveren aan de tweede en derde laag van meerlaagsveiligheid. In dit hoofdstuk van het waterbeheerprogramma wordt aan de hand van het concept meerlaagsveiligheid de strategie voor waterveiligheid in de periode 2022-2027 beschreven. 4.1Streefbeeld In 2050 voldoen de primaire keringen aan de norm en in 2030 voldoen de regionale keringen aan de norm. Op deze wijze beschermen we onze regio tegen het risico van overstromingen. Inwoners en bedrijven zijn zich steeds beter bewust van de overgebleven risico’s en weten hoe te handelen in het kader van calamiteiten. Bij het maken van ruimtelijke toekomstplannen worden de overstromingsrisico’s altijd meegenomen. Het waterschap geeft het goede voorbeeld met de plannen voor de eigen assets. Het waterschap houdt de keringen die al aan de norm voldoen op orde door risicogestuurd beheer en onderhoud. De waterkerende functie van de keringen staat voorop. Waar mogelijk faciliteren onze keringen ook andere functies die bijdragen aan een verbetering van de leefbaarheid en natuur. 4.2Sterke waterkeringen Het waterschap beheert primaire, regionale en overige waterkeringen binnen het beheergebied. In totaal gaat het om 134 kilometer primaire keringen, 260 kilometer regionale keringen en 180 kilometer overige keringen. Primaire keringen Primaire keringen worden aangewezen en genormeerd door het Rijk. Sinds 1 januari 2017 gelden nieuwe normen voor de primaire keringen, waarin de overstap is gemaakt van overschrijdingskans naar overstromingskans. Hierbij wordt gekeken naar de kans op een overstroming en de impact daarvan. Hoe meer inwoners en economische waarde achter de dijk, hoe hoger de eisen die aan de dijk worden gesteld. Door de normering van de primaire keringen wordt een minimale basis-waterveiligheid gerealiseerd voor iedereen in Nederland, waarbij de kans dat iemand komt te overlijden door een overstroming maximaal 1/100.000 per jaar is. Regionale keringen Een regionale kering is een niet-primaire waterkering die is aangewezen op basis van een provinciale verordening. Het aanwijzen en normeren van regionale keringen is relatief nieuw. De vastgestelde normen zijn gebaseerd op overschrijdingskansen en opgenomen in de Regeling maatgevende hoogwaterstanden regionale keringen Noord-Brabant 2010. Er zijn drie typen regionale keringen binnen het beheergebied van waterschap Brabantse Delta: Regionale keringen langs regionale rivieren. Dit zijn de waterkeringen langs de Mark-Dintel-Vliet boezem. Deze keringen zijn genormeerd op T=100, ofwel ze moeten bestand zijn tegen een waterstand die eenmaal in de 100 jaar voor kan komen. Boezemkaden. Onder een boezemkade wordt een langs een boezem gelegen grondlichaam verstaan, dat enerzijds de lagergelegen poldergebieden beschermt tegen hogerliggend boezemwater, en anderzijds de boezem in stand houdt. In het beheergebied van waterschap Brabantse Delta kennen we geen boezems. Er zijn wel wat systemen die daar een grote gelijkenis mee hebben, zoals het Oude Maasje en de Roode Vaart. Vanwege die gelijkenis zijn deze regionale keringen aangewezen als boezemkaden. Ook deze zijn genormeerd op T=100. Compartimenteringskeringen. Dit zijn hoogtes in het achterland die de gevolgen van een overstroming kunnen beperken. Vaak zijn het historische dijken. De compartimenteringskeringen zijn niet genormeerd. Overige keringen Een overige kering beschermt het achterliggende gebied tegen inundatie vanuit het lokale watersysteem. In die zin hebben ze een functie om wateroverlast tegen te gaan. Overige keringen worden door het waterschap aangewezen en opgenomen in de legger. De overige keringen zijn niet genormeerd. 4.2.1Doelen De doelen voor het onderdeel sterke waterkeringen hebben vaak een langere looptijd dan het waterbeheerprogramma. De maatregelen hiervoor zijn opgenomen in tabel 3. Concreet betekent dat het volgende: In 2023 zijn alle primaire keringen beoordeeld aan de vigerende normen. Als ze niet voldoen aan de norm zijn ze aangemeld bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma, geprioriteerd en geprogrammeerd. Primaire keringen die niet voldoen aan de norm worden verbeterd, waarbij uiterlijk in 2050 alle primaire keringen voldoen aan de norm. In 2027 is bij de primaire (deel-)trajecten Willemstad- Noordschans en dijktrajecten rondom Geertruidenberg gestart met de uitvoering om te voldoen aan de norm. Uiterlijk in 2025 is het project Verbeteren regionale keringen afgerond. Uiterlijk 2030 voldoen alle regionale keringen aan de vigerende norm. Het waterschap houdt de keringen die aan de norm voldoen op orde door risicogestuurd beheer en onderhoud. Alle verbeterprojecten worden omgevingsgericht aangepakt. Waar mogelijk, dragen waterkeringen bij aan secundaire functies. 4.2.2Strategie De strategie om doelen te realiseren voor het onderdeel Sterke waterkeringen beschrijven we aan de hand van beleidskeuzes uit paragraaf 3.2: Strategie. Als delen van de strategie relevant zijn voor meerdere beleidskeuzes, zijn ze bij de meest passende geplaatst. Als een beleidskeuze niet is uitgelegd, wil dat niet zeggen dat daar niets mee wordt gedaan. Beleidskeuze 1 - Water als drager voor een vitale regio In 2023 zijn alle primaire waterkeringen beoordeeld op de overstromingskansen en zijn trajecten die niet voldoen aan de norm aangemeld bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Voor de verbetering van primaire keringen wordt aangesloten bij de prioritering in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Ook regionale keringen worden verbeterd, waarbij evenwicht wordt gezocht in de programmering. Bij zowel beoordelen als verbeteren van waterkeringen wordt aangesloten bij vigerende leidraden en handreikingen. In de periode tussen de beoordeling/toetsing en de verbetermaatregelen neemt het waterschap beheermaatregelen om de risico’s van een overstroming te beperken. Beleidskeuze 3 - We werken samen Bij dijkverbeteringen wordt omgevingsgericht gewerkt. Voor alle verbeterprojecten verkennen wij initiatieven en kansen uit de omgeving. Aan de hand daarvan bepalen wij voor ieder project of er sprake is van inpassing, samenloop (meekoppelen) of een gebiedsproces. Als wordt besloten om opgaven buiten de waterschapstaken mee te nemen, maken wij daartoe aanvullende juridische, onderhouds- en cofinancieringsafspraken. Beleidskeuze 4 - We werken duurzaam Naast de primaire functie kunnen waterkeringen ook andere functies vervullen. Te denken valt hier aan recreatie, duurzaamheid, beleving en biodiversiteit. Het waterschap draagt actief bij aan deze nevenfuncties, zolang er geen negatief effect is op waterveiligheidsaspecten en een maatschappelijke meerwaarde wordt gecreëerd (‘ja, mits’ principe). Daar waar een verbeteropgave geldt, worden potentiële nevenfuncties waar mogelijk meegenomen in de projecten. Bij ons werk aan keringen maken we gebruik van de Aanpak Duurzaam Grond, Weg en Waterbouw (Duurzaam GWW). Zo maken we inzichtelijk hoe die projecten bijdragen aan verduurzaming. Beleidskeuze 5 - We werken veerkrachtig en vernieuwend De waterkeringen die al aan de norm voldoen, worden op orde gehouden door doelmatig beheer en onderhoud. Er wordt actief toegezien op zowel menselijke als dierlijke activiteiten die de waterkering kunnen beïnvloeden. Daarbij nemen wij preventieve maatregelen, zoals het minder aantrekkelijk maken van de kering voor gravende dieren. 4.2.3Consequenties Om de activiteiten rondom het onderdeel sterke waterkeringen te beschrijven, maken wij gebruik van de beheercyclus. Het waterschap zorgt in eerste instantie voor veilige dijken door doelmatig beheer en onderhoud. Om de veiligheid van waterkeringen te controleren, wordt een periodieke beoordeling of toetsing uitgevoerd. Naar aanleiding van die beoordeling of toetsing kan een dijkverbetering noodzakelijk zijn, waarna het waterschap weer zorgt voor het doelmatige beheer en onderhoud daarvan. Beheer en Onderhoud De waterkeringbeheerder heeft de taak om de waterkeringen aan de veiligheidseisen te laten voldoen en voor het noodzakelijke preventieve beheer en onderhoud te zorgen. Dat is de zorgplicht. Activiteiten die de sterkte van de waterkeringen negatief beïnvloeden, worden niet toegestaan. De waterkeringen worden regelmatig geïnspecteerd om te beoordelen of de fysieke toestand van de kering nog in overeenstemming is met de eisen. Als dat niet zo is, treft het waterschap de nodige onderhouds- en herstelmaatregelen. Als een andere partij onderhoudsplichtig is, spreekt het waterschap deze partij aan en controleert actief of deze zijn onderhoudsplicht naleeft. Beoordelen en toetsen Periodiek controleren we of waterkeringen voldoen aan de vigerende normen. Voor primaire keringen wordt dat een beoordeling genoemd, voor regionale keringen een toetsing. De beoordeling van primaire keringen wordt uitgevoerd op basis van een overstromingskansbenadering. Tot 2023 voert het waterschap de Eerste Landelijke Beoordeling op Overstromingskans uit, ofwel LBO-1. Als blijkt dat de norm wordt overschreden, start een onomkeerbaar proces tot versterking. Wij verwachten dat vele tientallen kilometers keringen niet aan de nieuwe normen voldoen en verbeterd moeten worden. De volgende beoordeling van de primaire keringen zal voor 2035 worden uitgevoerd. De periodieke toetsing van regionale keringen vindt plaats op de vigerende overschrijdingskansen. De laatste toetsing van de regionale keringen heeft in 2019 plaatsgevonden. Regionale keringen die niet voldoen aan de norm worden ook verbeterd. Er is bij de regionale keringen, net als bij de primaire keringen, sprake van een 12-jaarlijkse cyclus. Uiterlijk 2031 zullen de regionale keringen weer volledig getoetst worden. Ontwerpen en versterken Als uit de beoordeling of toetsing van waterkeringen blijkt dat zij niet aan de norm voldoen, moeten deze keringen verbeterd worden. Primaire keringen worden aangemeld bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma, waarin alle landelijke dijkverbeteringen worden geprioriteerd en geprogrammeerd. Het doel is om alle primaire keringen voor 2050 te laten voldoen aan de normen. Waterschap Brabantse Delta sluit aan bij deze landelijke aanpak en prioritering. De prioritering en programmering van verbetermaatregelen aan de regionale keringen voert het waterschap zelf uit. De eerste verbeterprojecten voor primaire keringen zijn al gedefinieerd. Het gaat om de trajecten tussen Willemstad en Noordschans, Moerdijk en Drimmelen, de Standhazensedijk en het traject tussen Geertruidenberg en Oosterhout (GEA/WAD). Uit de Beoordeling op overstromingskansen, die in 2023 gereed is, zullen meerdere verbeterprojecten volgen. Voor afronding van het project Verbeteren regionale keringen streven wij naar afronding in 2023, met een uitloop tot uiterlijk 2025. Dit project omvat alle verbeteringen die voortkwamen uit de eerste ronde toetsing van de regionale keringen. Intussen is een tweede ronde toetsing uitgevoerd
(2019), waaruit aanvullende maatregelen zijn voortgekomen. Een deel van deze verbetermaatregelen wordt projectmatig opgepakt, zoals het verbeteren van de kunstwerken in de regionale keringen. Alle maatregelen uit de tweede ronde toetsing worden uiterlijk in 2030 afgerond, waarmee alle regionale keringen voldoen aan de vigerende norm. 4.2.4Monitoring Voor primaire keringen is het voldoen aan de zorgplicht, het geheel aan activiteiten in beheer en onderhoud, een wettelijke taak. Voor regionale keringen hanteert het waterschap echter dezelfde uitgangspunten. Monitoring van de activiteiten in het kader van de zorgplicht vindt plaats in de Veiligheidsrapportage, die jaarlijks aan het bestuur wordt aangeboden. Hiermee blijft het waterschap in control. 4.3Waterveiligheid door een andere ruimtelijke inrichting Met het nemen van ruimtelijke maatregelen kan een significante bijdrage worden geleverd aan het minimaliseren van overstromingsrisico’s. Zorgvuldig nadenken over locatiekeuze en inrichtingsvraagstukken kan slachtoffers en schade bij eventuele overstromingen beperken. Overstromingsrisico's gaan daarom een sterkere rol spelen bij afwegingen in de ruimtelijke planning. 4.3.1Doelen In 2027 wordt bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in ons werkgebied zorgvuldig nagedacht over overstromingsrisico’s. Wij zijn een belangrijke partner voor overheden die opereren in de ruimtelijke ordening. Het waterschap geeft het goede voorbeeld en neemt, daar waar het binnen de eigen bevoegdheden valt, gevolgbeperkende maatregelen. De maatregelen hiervoor zijn opgenomen in tabel 4. 4.3.2Strategie De strategie om doelen te realiseren voor het onderdeel Waterveiligheid door een andere ruimtelijke inrichting beschrijven we aan de hand van beleidskeuzes uit paragraaf 3.2: Strategie. Als delen van de strategie relevant zijn voor meerdere beleidskeuzes zijn ze bij de meest passende geplaatst. Als een beleidskeuze niet is uitgelegd, wil dat niet zeggen dat daar niets mee wordt gedaan. Beleidskeuze 1 - Water als drager voor een vitale regio Het waterschap geeft het goede voorbeeld door het nemen van gevolgbeperkende maatregelen, door de overstromingsrisico's mee te nemen in geplande aanpassingen van onder andere kunstwerken, zuiveringen en (buiten-) locaties. Daarnaast wordt verkend in welke mate compartimenteringskeringen verder kunnen bijdragen aan het verkleinen van de gevolgen van een overstroming. Hierover wordt in de planperiode een besluit genomen. Beleidskeuze 3 - We werken samen We werken in de ruimtelijke ordening samen met partners vanuit een gedeeld belang: een klimaatbestendige regio. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden overstromingsrisico’s besproken en expliciet meegenomen in de afweging. Beleidskeuze 5 - We werken veerkrachtig en vernieuwend Overstromingsinformatie is toegankelijk. De meest actuele informatie rondom risico’s, beoordelingsresultaten en verbeterwerken maken we online beschikbaar en toegankelijk. 4.3.3Consequenties In de ruimtelijke ordening heeft het waterschap een beperkte bevoegdheid. Wel zijn wij kennisdrager van informatie rondom overstromingsscenario’s, met inzicht in de potentiële gevolgen. Het waterschap kan daarom meedenken over de klimaatbestendige inrichting van het gebied. Een goede relatie met partners in de ruimtelijke ordening is essentieel. 4.3.4Monitoring Voor dit onderdeel is geen specifieke monitoring opgenomen. 4.4Waterveiligheid door crisisbeheersing Het waterschap werkt aan sterke, veilige dijken om inwoners en bedrijven te beschermen tegen overstromingen. Maar de kans op een overstroming verdwijnt nooit helemaal. Voorbereiding op een dergelijke gebeurtenis is essentieel. Daarom beschikt het waterschap over een slanke maar doeltreffende calamiteitenorganisatie, die bij een (dreigende) calamiteit of ramp snel en effectief kan optreden. In het geval van een (potentiële) overstroming is het waterschap een belangrijke partner in de veiligheidsketen. 4.4.1Doel De maatregelen hiervoor zijn opgenomen in tabel 5. 4.4.2Strategie De strategie om doelen te realiseren voor het onderdeel Waterveiligheid door crisisbeheersing beschrijven we aan de hand van beleidskeuzes uit paragraaf 3.2: Strategie. Als delen van de strategie relevant zijn voor meerdere beleidskeuzes, zijn ze bij de meest passende geplaatst. Als een beleidskeuze niet is uitgelegd, wil niet zeggen dat daar niets mee wordt gedaan. Beleidskeuze 3 - We werken samen In 2027 heeft het waterschap actuele overstromingsscenario’s beschikbaar. Deze scenario’s worden in een Brabantse samenwerking opgesteld en uitgewerkt. In de Zuidwestelijke Delta wordt bovendien samengewerkt rond het onderwerp crisisbeheersing. De gevolgen van de zeespiegelstijging in relatie tot de inzet van de waterberging Volkerak-Zoommeer raken immers de gehele Zuidwestelijke Delta. Binnen de planperiode realiseren wij een gezamenlijke strategie en aanpak. Beleidskeuze 5 - We werken veerkrachtig envernieuwend Naast actuele overstromingsscenario’s is het waterschap in 2027 toegerust om realtime inzicht te bieden in overstromingsrisico’s, ter ondersteuning van besluitvorming tijdens een potentiële crisis. We zoeken aansluiting bij landelijke instrumentaria en ervaringen van andere waterbeheerders. Het waterschap communiceert actief en gericht over waterveiligheid. Dit gebeurt na de beoordeling en bij uitvoeringsprojecten, maar ook rondom de beheeractiviteiten. Bewustwording van de overstromingsrisico’s en het aanreiken van een handelingsperspectief dragen bij aan het beperken van de gevolgen van een overstroming. 4.4.3Consequenties Crisisbeheersing levert een belangrijke bijdrage aan het verminderen van de gevolgen van een overstroming. Het evacueren van inwoners bij een potentiële dijkdoorbraak is daar een voorbeeld van. Voor en tijdens een overstroming neemt het waterschap beheermaatregelen, maar het waterschap staat hier niet alleen. Ook andere partners in de crisisketen, zoals brandweer, politie en defensie, hebben dan een belangrijke rol. De Veiligheidsregio coördineert alle maatregelen. Het beschikbaar hebben en uitwisselen van actuele informatie is daarbij van groot belang, zowel in de koude als in de warme fase. Het waterschap gaat het publiek actief voorlichten over overstromingsrisico’s. Inwoners en bedrijven hebben zelf een rol bij een (dreigende) ramp en beperking van de gevolgen daarvan. Het begint bij bewustzijn en het hebben van een handelingsperspectief. 4.4.4Monitoring Voor deze activiteit voeren we geen monitoring uit. 5.Gezond water Water is van levensbelang voor onze gezondheid. We drinken het, we beleven het, we zwemmen erin en soms schaatsen we erop. We produceren er ook ons voedsel mee. Talloze planten, vissen, vogels, insecten en amfibieën zijn afhankelijk van gezond water. Het is een essentiële schakel in een goed functionerend ecosysteem. Al deze functies vragen natuurlijk, schoon en aantrekkelijk water. Met Gezond water werkt het waterschap aan een verdere verbetering van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater en de waterbodems in het beheergebied. Het gaat om zowel de grotere waterlichamen (aangeduid voor de Kaderrichtlijn Water, Figuur 8: KRW-waterlichamen Brabantse Delta ) als de kleinere waterlopen in het buitengebied en watergangen in steden en dorpen. Klimaatverandering leidt tot extra urgentie, omdat waterkwaliteit en biodiversiteit negatief beïnvloed worden door droogte, extreme neerslag en watertemperatuur. Door de waterkwaliteitsmaatregelen uit te voeren in samenhang met investeringen voor andere wateropgaven (voldoende water, waterveiligheid) en met maatschappelijke transitieopgaven, levert het waterschap een belangrijke bijdrage aan meer klimaatbestendige waterlandschappen. Het deelprogramma Gezond water is opgebouwd uit drie thema’s: Natuurlijk water: ecologische verbetering, herstellen van biodiversiteit en vergroten van de klimaatbestendigheid (waaronder vasthouden van broeikasgassen). Schoon water: voorkomen van fysische en chemische verontreiniging door zuiveren van afvalwater, uitvoeren van onderzoek en het vergroten van waterbewustzijn. Aantrekkelijk water: veilig kunnen genieten in, op en langs het water in een uitnodigend landschap. 5.1Lange termijn wensbeeld Met Gezond water streven we naar natuurlijk, schoon en aantrekkelijk water. Samen met Vlaamse en Nederlandse partners is een ‘grens-ontkennend’ stroomgebiedherstel uitgevoerd, waarbij natuurlijke kringlopen centraal staan. Water- en bodemgebruik zijn aangepast aan de draagkracht en veerkracht van natuurlijke processen. Wateronttrekkingen zijn in evenwicht met aanvullingen vanuit hemelwater. Van grondwater afhankelijke natuurgebieden, beken en kreken beschikken over genoeg water van voldoende kwaliteit, ook in droge perioden. In 2050 zijn alle waterlandschappen klimaatbestendig en is het gebruik van meststoffen circulair. Lozingen van verontreinigende stoffen zijn tot een minimum beperkt. Deze toekomstbestendige, klimaatrobuuste waterlandschappen vormen een duurzame basis voor biodiversiteit en het welzijn van mensen en dieren. In 2027, het afsluitende jaar van de (huidige) Kaderrichtlijn Water, is de waterkwaliteit sterk verbeterd. Het waterschap, medeoverheden en andere belanghebbende partijen hebben noodzakelijke maatregelen uitgevoerd, zodat de waterkwaliteit voldoet aan de Europese, landelijke en waterlichaam-specifieke normen. De eerste praktijkvoorbeelden van klimaatbestendige waterlandschappen zijn een feit. Naast het landelijke mestbeleid hebben diverse maatregelen geleid tot een forse afname van de belasting van het water met stikstof, fosfor, zware metalen en gewasbeschermingsmiddelen. Voorbeelden zijn het Deltaplan Agrarisch waterbeheer en het programma Bodem Up van ZLTO, investeringen in de waterketen en maatregelen in Vlaanderen. Het waterschap, de provincie Noord-Brabant, het Rijk, gemeenten, de agrarische sector, industrie, ondernemers, natuurbeheerders, drinkwaterbedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen werken samen aan een circulaire economie, waarbij nutriënten en overige nuttige stoffen in hun eigen kringloop worden hergebruikt. Dankzij die kringloop zijn ze niet overtollig in het oppervlakte- en grondwater aanwezig. We hebben een actueel beeld van knelpunten met verontreinigende stoffen, en mogelijke oplossingsrichtingen. Dit beeld wordt onder meer gevoed door doelmatige monitoring- en onderzoekprogramma’s en metingen door burgers (‘citizen science’). Aantrekkelijke waterlandschappen in stad en platteland nodigen uit tot duurzaam wonen, werken en recreëren. Inwoners en ondernemers nemen zelf initiatief voor een waterrijke en groene openbare ruimte. Het water en de waterbodem zijn schoon en veilig voor diverse, duurzame vormen van gebruik en houden broeikasgassen vast. Zo zorgen (potentieel toxische) blauwalgen in een natuurlijke diversiteit niet gemakkelijk voor overlast. De waterkwaliteit is zodanig verbeterd dat recreatief medegebruik van oppervlaktewater (zoals kanovaart, hengelsport en zwemmen) op diverse plaatsen kan plaatsvinden, zonder negatieve gevolgen voor de gezondheid. 5.2Natuurlijk water Ecologisch gezond, natuurlijk water biedt een veilig onderkomen aan verschillende planten en dieren en is daarmee belangrijk voor behoud en versterking van biodiversiteit. Natuurlijke watersystemen houden meer broeikasgassen vast. Voldoende water van een goede kwaliteit is de basis voor duurzaam gebruik (artikel 1, KRW). 5.2.1Doelen In de landelijke Delta-aanpak Waterkwaliteit (Delta-aanpak Waterkwaliteit - Helpdesk water https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wetgeving-beleid/delta-aanpak/) heeft het Rijk met waterschappen, provincies, gemeenten en andere partijen maatregelen afgesproken. De gezamenlijke ambitie is het halen van de biologische KRW-doelen in 2027. Deze doelen hebben betrekking op algen, waterplanten, ongewervelde waterdiertjes en vissen. Ook moet de belasting door microverontreinigingen en stoffen als stikstof en fosfor (zie paragraaf 5.3.1) voldoende zijn afgenomen. In de huidige KRW-doelen is nog geen rekening gehouden met de effecten van klimaatverandering, omdat deze nog onvoldoende bekend zijn. Voor eind 2027 verkent het waterschap met partners welke waterkwaliteitsdoelen wenselijk zijn voor de periode ná 2027. Voor de 25 waterlichamen in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta zijn deze biologische KRW-doelen onderdeel van het Regionaal programma water en bodem Noord-Brabant 2022-2027. Zoals voorgeschreven in de Omgevingswet stuurt het waterschap met het waterbeheerprogramma op het eigen aandeel in de KRW-maatregelen voor de periode 2022-2027. Deze zijn opgenomen in Bijlage 6 – Programmering. Het betreft vooral maatregelen voor een meer natuurlijke herinrichting van het watersysteem en gedifferentieerd beheer en onderhoud. In planperiode werkt het waterschap met partners aan de volgende doelen: Van grondwater afhankelijke natuurgebieden, beken en kreken beschikken over voldoende water van voldoende kwaliteit, ook in droge perioden. In natte perioden wordt het water langer vastgehouden door sponswerking en infiltratie. Ecologische verbindingszones zijn belangrijk voor de verspreiding van diverse planten en dieren. Barrières voor vismigratie op prioritaire routes zijn weggenomen. We realiseren dit doel door alle met het Rijk en de provincie Noord-Brabant afgesproken KRW-inrichtingsmaatregelen uit te voeren. Onderdeel van de aanpak vormt bereikbaarheid van leefgebieden (onder andere in haarvaten en in Vlaanderen). Tabel 6 Balans KRW-inrichtingsmaatregelen 2010-2027 geeft een overzicht van de uitgevoerde KRW-inrichtings-maatregelen in de periode 2010-2021 en de geplande resterende KRW-maatregelen voor de periode 2022-2027. In Bijlage 3 – Kaarten en beelden is een overzichtskaart opgenomen van de KRW-inrichtingsmaatregelen. Het uitvoeren van extensief onderhoud in die watergangen waar dit nodig is voor het realiseren en vervolgens blijven voldoen aan de KRW-doelen voor waterplanten, algen, ongewervelde waterdiertjes en vissen. De uitgevoerde watersysteemanalyses geven aan voor welke (trajecten
- in)waterlichamen dit nodig is. De randvoorwaarden voor extensief onderhoud zijn vastgelegd in het Algemeen Onderhoudsplan Watersystemen en Waterkeringen 2020-2030. Het invoeren van een peilbeheer met natuurlijke fluctuaties van het waterpeil (zomer en winter) waar dat inpasbaar is met de vereisten voor voldoende water. Elk peilbesluit wordt periodiek heroverwogen en waar nodig aangepast conform de beleidsnota Peilbesluiten. Vanwege de doelen voor gezond water maken wij herziene peilafwegingen voor de peilbeheerste stroomgebieden van Gat van den Ham en Ligne. Zo nodig worden deze peilbesluiten (gedeeltelijk) herzien. Voor het stroomgebied van de Bavelse Leij en voor het Markiezaatsmeer, waar geen peilbesluit van toepassing is maar waar wel enige sturing mogelijk is, kijken we of een meer natuurlijk beheer mogelijk is. Hier gaat het om het maken van beheerafspraken. Verwijderen van een voedselrijke sliblaag waar dat effectief is voor het halen van de biologische KRW-doelen. In de planperiode voeren wij voor vier waterlichamen (Gat van den Ham, Rietkreek-Lange Water, Binnenschelde en Oude Maasje) onderzoek uit deze maatregel doelmatig en uitvoerbaar is. Voor de Binnenschelde maakt de waterbodem onderdeel uit van onderzoek van het waterschap en de gemeente Bergen op Zoom voor effectieve aanpak van blauwalgoverlast. Meer kennis en inzicht ontwikkelen over de werking van watersystemen en kritische ecologische sleutelfactoren. Dit doen we door uitvoeren van onderzoeken en pilots die onderdeel uitmaken van het KRW-maatregelpakket. Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen vervolgens besluiten worden genomen over doelmatigheid en uitvoerbaarheid van aanvullende maatregelen voor bepaalde waterlichamen. Aan het begin van de planperiode zal een plan van aanpak worden ontwikkeld voor een programmatische uitvoering van de onderzoeksmaatregelen waaronder een efficiënte, periodieke update van de watersysteemanalyses. Onderdeel van de programmatische aanpak is ook het met partners verkennen van de toepasbaarheid van concepten als ecosysteemdiensten en klimaatdiensten voor de financiering van watersysteemherstelmaatregelen. Uit oppervlaktewateren en baggerspecie komt veel broeikasgas vrij. We willen inzicht verkrijgen in de achterliggende processen en hotspots. Waar mogelijk vertalen we dit met partners naar (beheer)maatregelen om de uitstoot te verminderen. In het begin van de planperiode werken we een strategie uit om meer waterbewustzijn, handelingsperspectief, partnerschap en waterambassadeurschap te ontwikkelen en belanghebbenden te betrekken bij het werken aan natuurlijk water (bijvoorbeeld door inwoners zelf waterkwaliteitsmetingen te laten doen – ‘citizen science’). Het waterschap blijft jaarlijks zorgen voor betrouwbare, actuele waterkwaliteitsmetingen in KRW-waterlichamen en overige wateren conform de landelijke voorschriften en spelregels (zie de voortgangsindicatoren in 5.2.4. Monitoring). Toelichting bij de KRW-balans: SGBP = Stroomgebiedbeheerplan. Het betreft de 19 en 6 waterlichamen van Brabantse Delta in respectievelijk het Maas en Schelde stroomgebied. De getallen voor 2010-2015 betreffen de officiële rapportagecijfers zoals opgenomen in het waterkwaliteitsportaal en de nationale stroomgebiedbeheerplannen. Het aantal km beek- en kreekherstel is daarbij relatief hoog omdat in die eerste planperiode ook de maatregel ‘herstel waternatuur (lijnvormig)’ werd opgegeven. Die maatregel werd veelal uitgevoerd op trajecten waar ook beek- en kreekherstel was voorzien. Het netto aantal traject km waar maatregelen zijn uitgevoerd is daarmee lager (dubbeltelling). In de opgave voor 2022-2027 zit ook het (gefaseerde) deel van de maatregelen dat nog niet is afgerond in 2016-2021. Denk bijvoorbeeld aan grote projecten als Markdal, Westelijke Langstraat en Noordrand-Midden. Ook is een deel van de maatregelen uit 2016-2021 ingetrokken omdat die onderdeel zullen gaan uitmaken van de aanpak voor klimaatrobuuste watersystemen (met een tijdhorizon voorbij 2027). In de vorige planperiode (2016-2021) is een groot deel van die vismigratieknelpunten opgelost. Op basis van een heroverweging van belangrijke vismigratieroutes en knelpunten is de resterende opgave bepaald. Hoe haalbaar is de KRW-ambitie? Tussen 2016 en 2019 fluctueerde het percentage goede biologische KRW-beoordelingen tussen de 10% en 18%. In het rapportagejaar 2020 was dit percentage 19% (geen significant stijgende trend). In het rapportagedeel van het landelijk waterkwaliteitsportaal (www.waterkwaliteitsportaal.
- nl)zijn factsheets te vinden van elk KRW-waterlichaam per waterschap. Deze bieden onder andere een (jaarlijks geactualiseerd) tussenstand voor de biologische doelen. De mate waarin we de KRW-doelen in 2027 halen, is niet exact te voorspellen. Dit hangt vooral ook af van de investeringen van alle belanghebbenden. De terugweg naar gezond water is lang (zie kader). Ook is er onzekerheid over het effect van (combinaties van) maatregelen, en onvoldoende kennis over de gevolgen van klimaatverandering op waterkwaliteit. Bovendien leiden maatregelen pas enkele jaren na uitvoering tot merkbare resultaten. We verwachten aanzienlijke verbeteringen in de komende jaren. 100% KRW-doelbereik in 2027 is echter niet waarschijnlijk. De lange terugweg De weg terug naar een natuurlijker, gezond ecosysteem vraagt de nodige tijd. Uit de watersysteemanalyses blijkt dat de herstelopgave fors is. De beken in het grensgebied met Vlaanderen voeren structureel te weinig water. Door de focus op een snelle afvoer zijn de beken in het verleden op veel plaatsen breed en diep gemaakt. In droge zomerperioden zijn de stroomsnelheden daardoor te laag voor een goed functionerend ecosysteem. De beken worden te weinig beschaduwd, met in voorjaar en zomer een te hoge watertemperatuur als gevolg. De belasting met stikstof en fosfor is veelal te hoog. Ook in veel kreken, kanalen en sloten is de belasting met stikstof en fosfor te hoog voor gezonde, natuurlijke en aantrekkelijke watersystemen. Dit wordt versterkt door klimaatverandering. Daarbij speelt ook de historische belasting van land en water een rol. Die heeft invloed op natuurlijke processen in de ondergrond. In de westelijk gelegen zeekleigebieden is sprake van een hoge achtergrondbelasting vanuit de van oorsprong zoute-brakke (water)bodem. De morfologie en waterhuishouding van de krekenstelsels is sterk veranderd om landbouw goede mogelijkheden te bieden. Het land- en watergebruik in de Brabantse Delta is intensief. Ook is het aannemelijk dat toxische stoffen negatieve gevolgen hebben voor het waterleven. 5.2.2Strategie Voor een omslag naar een klimaatadaptief en robuust, natuurlijker waterlandschap (Figuur 9: Klimaatrobuuste) investeert het waterschap in een grens-ontkennende stroomgebiedbenadering. We kijken integraal en breed naar de opgaven voor natuurlijk water, naar de samenhang tussen KRW-waterlichamen en overige watersystemen en naar de synergie met andere wateropgaven. Denk daarbij aan de aanpak van droogte en wateroverlast, de zoetwatervoorziening en waterveiligheid. De strategie om doelen te realiseren voor natuurlijk water beschrijven we aan de hand van beleidskeuzes uit paragraaf 3.2: Strategie. Als delen van de strategie relevant zijn voor meerdere beleidskeuzes, zijn ze bij de meest passende geplaatst. Beleidskeuze 1 - Water als drager voor een vitale regio Investeringen in verbetering van de waterkwaliteit zijn gericht op de ontwikkeling van een leefbaar en duurzaam Midden- en West-Brabant. Tot 2027 ligt de focus voor natuurlijk water op uitvoering van de KRW-maatregelen, in samenhang met investeringen voor andere wateropgaven en in verbinding met maatschappelijke transities. De ambitie van het waterschap is het merkbaar verbeteren van waterkwaliteit en herstel van biodiversiteit door een combinatie van maatregelen. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet richting klimaatbestendige waterlandschappen. In zo’n klimaatbestendig waterlandschap hebben de beken voldoende ruimte om onder natte omstandigheden over te lopen. De sponswerking van de brongebieden en omliggende gebieden is hersteld. Ook onder droge omstandigheden is er nog sprake van stromend water in midden- en benedenlopen. Een klimaatrobuuste kreek heeft ruimte nodig om extreme neerslaghoeveelheden op te vangen en water vast te houden voor droge perioden. Die ruimte in geleidelijke land-waterovergangen biedt leefgebieden voor diverse planten en dieren en draagt bij aan het zelfreinigend vermogen van het water. Een klimaatrobuuste kreek zorgt voor meer zekerheid in de zoetwatervoorziening voor agrarisch gebruik, recreatie en natuur. Door verdere verduurzaming van het land- en watergebruik zal het perspectief op gezonde ecosystemen met de kenmerkende planten en dieren toenemen. Het stimuleren van agrarisch ondernemers is hierbij een belangrijke strategische sleutel. De omslag naar klimaatbestendige waterlandschappen kost tijd. Bijvoorbeeld als het gaat om een overgang naar het beginsel ‘functie volgt peil’. Vergroten van klimaatbestendigheid betekent dat niet alle activiteiten overal in een stroomgebied passen. Daarbij bieden transities nieuwe perspectieven voor inwoners en ondernemers. Door als één overheid te opereren kunnen waterschappen, provincie en gemeenten deze transities begeleiden en de nieuwe perspectieven mede mogelijk maken. Concepten als financiering van de levering van ‘ecosysteemdiensten’ of ‘klimaatdiensten’ kunnen hierbij een rol spelen. In een aantal van de prioritaire gebieden werken we met partners aan deze omslag door middel van bij het gebied passend maatwerk. Beleidskeuze 2 - Evenwicht in het water- enbodemsysteem Voldoende stromend water is essentieel voor natuurlijke beken, ook in droge perioden. Dan blijft de belasting met verontreinigende stoffen beperkt en wordt de capaciteit van het zelfreinigend vermogen niet overschreden. De interacties tussen grondwater en oppervlaktewater zijn in het ideale geval in een natuurlijke balans, die kringloopprocessen bevordert. Een samenhangende uitvoering van de Kaderrichtlijn Water met andere richtlijnen is van groot belang. Samenhang met andere richtlijnen Met de KRW-maatregelen leveren we een belangrijke bijdrage aan de watercondities voor beschermde habitat- en vogelrichtlijngebieden (Natura 2000), beschermingsgebieden voor drinkwaterproductie en zwemwateren. De KRW bevat ook een link met de Nitraatrichtlijn. Het generieke landelijk beleid (Meststoffenwet en Omgevingswet) is voor deze nutriëntenopgave leidend. Aanvullend is gebiedsgericht maatwerk nodig. Het gaat hierbij voor agrarische ondernemers om een combinatie van een resultaatsverplichting (wettelijke voorschriften) en een inspanningsverplichting (bovenwettelijke maatregelen op basis van vrijwilligheid, zoals het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer). De maatregelen van Rijk en regio voor het voldoen aan de vereisten van de Nitraatrichtlijn in relatie tot de KRW maken onderdeel uit van respectievelijk het zevende (2022-2025) en achtste (2026-2029) Nitraat-actieprogramma. Beleidskeuze 3 – We werken samen Het waterschap investeert in samenwerking, omdat doelen voor natuurlijk water alleen haalbaar zijn door investeringen van diverse belanghebbenden. Buiten het watersysteem is de cirkel van invloed van het waterschap beperkt (Figuur 10: De cirkel van invloed van het waterschap). Met onze partners staan we voor de volgende uitdagingen: De samenhangende wateropgaven onderdeel maken van de planologische instrumenten van provincie en gemeenten. Het ontwikkelen van een gedeelde Brabantse visie op de gebiedsgerichte inzet van instrumentarium (Omgevingswet) is nodig voor noodzakelijke veranderingen in land- en watergebruik, als onderdeel van maatschappelijke transities. Een samenhangende, actieve, anticiperende grondpolitiek is nodig van het waterschap, de provincie, de gemeenten, de agrarische sector en natuurbeheerders. Voor de inrichtingsmaatregelen is medewerking van grondeigenaren en -gebruikers essentieel. Het waterschap investeert in een Vlaams-Nederlandse agenda door aansluiting bij Vlaamse prioriteiten en samenwerkingsverbanden en het ontwikkelen van een gedeelde kennis- en informatiebasis. Europese projecten zijn hierbij een belangrijk vliegwiel. We stemmen ons beleid en investeringen af met de regionale partners en het Rijk in de stroomgebieden van Maas en Schelde. We volgen Europese en nationale beleidsontwikkelingen en activiteiten van de internationale riviercommissies (Maas en Schelde) en proberen, waar mogelijk, die te beïnvloeden. Beleidskeuze 4 – We werken duurzaam Hoe nutriëntarmer een watersysteem, hoe minder broeikasgassen deze uitstoot. Door actief te werken aan het verbeteren van de waterkwaliteit dragen we bij aan het reduceren van de onnatuurlijke hoge uitstoot van broeikasgassen (zoals methaan en CO2) naar de atmosfeer. Het waterschap participeert in onderzoek om inzicht te krijgen in hotspots en handelingsperspectief om deze emissies te beperken. Ons veenweidegebied (6000
- ha)is de grootste bron van CO2 in het beheergebied van Brabantse Delta (Figuur 11: Broeikasgassen Brabantse Delta). We kunnen de toekomstige uitstoot van CO2 beperken, als we voorkomen dat dit veen uitdroogt. Daartoe werken we samen met partners waaronder grondeigenaren en grondgebruikers aan een robuust watersysteem rondom dit gebied. Beleidskeuze 5 - We werken veerkrachtig en vernieuwend Door actieve samenwerking met bewoners bij het meten van de waterkwaliteit (‘citizen science’) wil het waterschap het waterbewustzijn vergroten. Voorbeelden zijn het project Schone Beek- Oeverlopers in het beekdal, Waterdiertjes.nl en Watermonsters. De verzamelde waterkwaliteitsgegevens geven inzicht in de blinde kennisvlekken. Op deze manier werken we ook aan meer begrip voor de noodzaak van bepaalde maatregelen. Beleidskeuze 6 – We prioriteren op basis van verplichtingenen mogelijkheden Voor de KRW-doelen geldt een (Europese) resultaatsverplichting. Maatregelen om deze doelen te halen moeten voor eind 2027 zijn uitgevoerd. Er mogen geen ingrepen plaatsvinden waardoor de waterkwaliteit blijvend achteruitgaat. De uitvoering van benodigde maatregelen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten (Omgevingswet). De KRW-doelen zijn alleen volledig te halen met de inzet van alle belanghebbende partijen. Daarom zijn in de landelijke Stuurgroep Water, bestuurlijke afspraken gemaakt over uitvoering van de Delta-aanpak Waterkwaliteit. Op de waterkwaliteitsdoelen voor de overige wateren rust een (Nederlandse) inspanningsverplichting. Omdat in de meeste watersystemen de basisvoorwaarden niet op orde zijn, is volledig KRW- doelbereik in 2027 (nog) niet mogelijk. Het waterschap kiest voor een langere tijdshorizon (klimaatrobuust 2050) in de stroomgebieden waar de basisvoorwaarden voor een gezond ecosysteem alleen op orde te brengen zijn door grote inzet van andere partijen en/of waarvoor ingrijpende aanpassingen in land- en watergebruik nodig zijn. Wij kiezen daarom voor een tweesporen aanpak: in het KRW-pakket 2022-2027 zitten de maatregelen die op korte termijn tot waterkwaliteitsverbetering leiden. In het spoor Klimaatrobuuste watersystemen nemen we de tijd om samen met partners klimaatbestendige waterlandschappen te realiseren. De hamvraag is in hoeverre en op welke termijn medeoverheden, gebruikers en ondernemers bereid zijn om noodzakelijke aanpassingen door te voeren in het bodem- en watergebruik. De belangen en prioriteiten van deze partijen zullen niet altijd overeenkomen met die van het waterschap. Het ontwikkelen van ‘gedeelde doelen’ met (gebieds-)partners en watergebruikers vraagt tijd en inzet van mensen en middelen. Daardoor kunnen wettelijke realisatietermijnen van kerntaken van het waterschap onder druk komen te staan. Het waterschap werkt daarom met een adaptieve programmering: als er zich in de planperiode in bepaalde gebieden kansen voordoen om een grote sprong te maken richting klimaatrobuust, dan kan dat tot aanpassing van voorgenomen keuzes leiden. Initiatieven waarop een resultaatsverplichting rust of waarover afspraken met partners zijn gemaakt, zullen niet snel worden uitgesteld. 5.2.3Consequenties Uitvoering Met de Delta-aanpak Waterkwaliteit werken de Rijksoverheid, waterschappen, drinkwater-bedrijven, provincies, gemeenten, kennisinstituten, natuurbeheerders, zorginstanties, landbouworganisaties en de industrie aan het halen van de KRW-doelen en overige waterkwaliteitsopgaven. Een belangrijk onderdeel van de Delta-aanpak is het verstevigen van de kennisbasis (Kennisimpuls Waterkwaliteit). Dan gaat het bijvoorbeeld om inrichting en beheer van brakke watersystemen met een hoge achtergrondbelasting van fosfor. Voor de beken in het grensgebied met Vlaanderen werkt het waterschap met partners aan een samenhangende aanpak van waterkwaliteit, droogte en wateroverlast. Voor het krekengebied ligt de focus op waterkwaliteitsmaatregelen, in samenhang met de aanpak voor een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening (Deltaprogramma’s Hoge Zandgronden en Zuidwestelijke Delta). Hierbij spelen brongebieden, grachten en sloten een belangrijke rol. In vier waterlichamen moet een nieuwe peilafweging worden gemaakt, om te kijken of een meer natuurlijk waterpeil mogelijk is. Dat is altijd een integrale afweging van functies en belangen in het gebied. Voor vier waterlichamen wordt onderzocht of kwaliteitsbaggeren doelmatig is. Zo ja, dan zullen baggerwerken hiervoor worden geprogrammeerd. Op verschillende plaatsen in Brabant zijn er initiatieven voor voedselbossen. Als dat mogelijk is in combinatie met meer bomen langs de beek (voor schaduwwerking), willen wij dergelijke ontwikkelingen mede mogelijk maken. Kleinschalige boselementen dragen ook bij aan het vastleggen van broeikasgassen. Op een aantal locaties is het vispasseerbaar maken van een aantal kunstwerken geparkeerd wegens het risico op intrek en verspreiding van invasieve exoten. Voor de aanvang van de volgende planperiode
(2028)vindt hiervoor een heroverweging plaats. Wij zetten samen met waterschap De Dommel en de provincie Noord-Brabant in op meer afstemming en informatie-uitwisseling met de provincie Antwerpen, de Vlaamse Milieumaatschappij en gemeenten over de omvang van onttrekkingen van grond- en oppervlaktewater in het grensgebied. Het gaat ook om de impact daarvan op de waterkwaliteitsdoelen. We streven naar een gezamenlijke benadering, met respect voor elkaars prioriteiten en wet- en regelgeving. Juridische aspecten Op basis van analyses heeft het waterschap voorstellen gedaan voor technische actualisatie van de waterlichaam-indeling, watertypen en de KRW-doelen en fysische en chemische waterkwaliteitsnormen. Het provinciebestuur van Noord-Brabant heeft ingestemd met deze voorstellen en heeft de aangepaste typen, doelen en waterkwaliteitsnormen voor elk KRW-waterlichaam opgenomen in bijlage 3 van het Regionaal programma water en bodem 2022-
- Ook voor de overige wateren zijn doelen en normen afgeleid volgens de KRW-systematiek. Deze zijn ook opgenomen in de genoemde bijlage van het provinciale plan. Alle doelen en waterkwaliteitsnormen voor de KRW-waterlichamen en overige wateren maken deel uit van het toetsingskader voor het verlenen van toestemming voor activiteiten, die een mogelijke negatieve impact hebben op het halen ervan (Bijlage 7 – Toetsingskader VTH). Het waterschap houdt met het Rijk, de provincie Noord-Brabant, de andere waterschappen en gemeenten in het Maas en Schelde stroomgebied vast aan de ambitie om de (geactualiseerde) KRW-doelen zoveel mogelijk voor eind 2027 te realiseren. In 2027 wordt de KRW-balans opgemaakt en bekijkt het Rijk in overleg met de Europese Commissie en de andere lidstaten in hoeverre er uitlooptijd mogelijk is voor resterende en aanvullende maatregelen. Op dat moment besluit men of er een beroep moet worden gedaan op doelverlaging (KRW, artikel 4.5) en hoe het Europese waterbeleid er na 2027 komt uit te zien. Samen met land- en watergebruikers zijn de overheden verantwoordelijk voor de KRW-opgave (gedeeld eigenaarschap). Hoe hoger het KRW-doelbereik, hoe lager de kans op bestuurlijk-juridische consequenties (waaronder een Europese ingebrekestelling, met mogelijke boetes). In geval van het niet kunnen halen van de KRW-doelen door aantoonbare grensoverschrijdende ‘afwenteling’ zal het waterschap dit agenderen bij het Vlaams Gewest, de Internationale Maascommissie en de Europese Commissie. Over interne Nederlandse afwentelingsvraagstukken met Rijkswaterstaat en andere waterschappen worden afspraken gemaakt in de regionale stroomgebiedsoverleggen voor Maas en Schelde. Financiën Voor het totale pakket aan KRW-inrichtingsmaatregelen in de periode 2022-2027 is een bruto investering van rond ¤ 75 miljoen nodig. Het waterschap gaat ervanuit dat ongeveer een derde van deze investeringen gefinancierd wordt uit eigen middelen (circa € 24 miljoen). Het andere deel van het investeringsbedrag verwacht het waterschap te financieren door middel van subsidies en bijdragen van anderen. Onderhoud valt onder de reguliere werkzaamheden, net als het herzien van peilbesluiten. Ongetwijfeld ontstaan er komende jaren meekoppelkansen, om in de periode 2022-2027 opgaven uit het pakket ‘Klimaatrobuust’ (horizon 2050) te realiseren. Hiervoor is aanvullende financiële ruimte nodig. In de Kadernota 2020-2029 is besloten om vanaf 2022 € 1 miljoen investeringsruimte per jaar op te nemen, om invulling te kunnen geven aan de ambities uit het bestuursakkoord. Dit budget kan ingezet worden om meekoppelkansen te realiseren. 5.2.4Monitoring Voor een doeltreffend beheer is het van belang het watersysteem goed te kennen. Op basis van het monitoringsplan ‘Schoon en natuurlijk water’ onderzoekt het waterschap de fysische, chemische en biologische waterkwaliteit. De resultaten van deze metingen zijn de basis voor rapportages in het kader van bijvoorbeeld de KRW, het landelijk meetnet nutriënten en de brede screening bestrijdingsmiddelen van het stroomgebied Maas. Centrale vraag is steeds of we aan de wettelijke normen voldoen en of het de goede kant opgaat (trendberekening). De mate waarin de KRW-waterlichamen voldoen aan de biologische doelen en fysische en chemische waterkwaliteitsnormen, brengen we jaarlijks in beeld als voortgangsindicatoren: Het % KRW-meetpunten dat voldoet aan de gestelde doelen voor algen, waterplanten, ongewervelde waterdieren en vissen en overall (op basis van one out, all out). Het % KRW-meetpunten dat voldoet aan de gestelde normen voor algemeen fysische en chemische parameters (biologie-ondersteunende kwaliteitselementen zoals stikstof, fosfor, zuurstof, chloride en temperatuur) en een aantal aangewezen verontreinigende en als prioritair benoemde chemische stoffen (zie paragraaf 5.3). Voor de overige wateren hebben de provincie Noord-Brabant en de Brabantse waterschappen ook waterkwaliteitsdoelen geformuleerd op basis van de KRW-systematiek. Voor deze wateren worden de ontwikkelingen op een vergelijkbare manier in beeld gebracht. Als deel van de monitoring worden hotspots voor de uitstoot van broeikasgassen in beeld gebracht. Kennis hiervan is fundamenteel, bij het nemen van emissiebeperkende maatregelen. Voor watersysteemanalyses maakt het waterschap gebruik van alle relevante, beschikbare data, inclusief die van partners en vanuit citizen science. Samen met partners zorgt het waterschap voor het op peil houden van de benodigde watersysteemkennis. 5.3Schoon water Voor een natuurlijk en aantrekkelijk watersysteem en gezonde mensen, planten en dieren is het belangrijk dat het grond- en oppervlaktewater en de waterbodem schoon zijn. Samen met partners investeert het waterschap in voorkomen en verminderen van de belasting van het water met verontreinigende stoffen. Het thema schoon water gaat over diverse stoffen waarvoor Europese, nationale of waterlichaam-specifieke normen zijn gesteld. In de planperiode ligt de focus op de volgende probleemstoffen: Nutriënten (fosfor en stikstof) Gewasbeschermingsmiddelen Zware metalen Medicijnresten, microplastics en ‘nieuwe stoffen'. In het landelijk kwaliteitsportaal zijn factsheets te vinden van elk KRW-waterlichaam per waterschap. Deze bieden een overzicht van de stoffen waarvoor de waterkwaliteitsnormen worden overschreden en inzicht in vervuilingsbronnen met een significante bijdrage. 5.3.1Doelen De doelen voor schoon water hebben betrekking op de fysische en chemische waterkwaliteit. De goede chemische toestand voor oppervlaktewaterlichamen (Kaderrichtlijn Water) wordt bepaald door Europees vastgelegde milieukwaliteitsnormen voor 45 stoffen (Richtlijn Prioritaire Stoffen 2013/39/EU). Hieronder vallen bijvoorbeeld een aantal zware metalen (lood, kwik en nikkel) en sommige gewasbeschermingsmiddelen. Een aantal van deze stoffen is aangemerkt als prioritair gevaarlijk (Bijlage II van de Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU). Prioritair gevaarlijk betekent dat deze stoffen in het watermilieu een groot risico vormen voor mens, plant en dier. De emissies van deze stoffen moeten worden stopgezet of verminderd. Voor het bereiken van de goede ecologische toestand (zie 5.2: Natuurlijk water) moeten ook specifieke verontreinigende stoffen (waaronder koper en zink) en algemeen fysisch-chemische parameters (zoals stikstof, fosfor, temperatuur, chloride en zuurstof) aan de nationale of watersysteem-specifieke normen voldoen. Samen met partners streeft het waterschap naar het voldoen aan de milieukwaliteitsnormen voor de verschillende stofgroepen in de 25 KRW-waterlichamen. Hierbij geldt een uitzondering voor de zogeheten ‘alomtegenwoordige stoffen’ die lang in het milieu aanwezig blijven, moeilijk afbreken en waarvoor geen effectieve reductiemaatregelen beschikbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is kwik. In planperiode werkt het waterschap met partners aan de volgende operationele doelen: Forse afname van de belasting van het water met stikstof, fosfor, zware metalen en gewasbeschermingsmiddelen. Lozingen van deze stoffen zijn tot een minimum beperkt door het voldoen aan wettelijke gebruiksnormen en vergunningsvoorschriften. Voor het halen van de Europese en nationale milieukwaliteitsnormen is vooral het generieke rijksbeleid bepalend. Dit bevat kaders voor te treffen maatregelen door waterbeheerders en maatschappelijke sectoren. Zo werkt het waterschap mee aan de nationale reductiedoelen voor gewasbeschermingsmiddelen (Gezonde Groei, Duurzame Oogst, 2e nota Duurzame Gewasbescherming 2013-2023): een afname van het aantal normoverschrijdingen in oppervlaktewater met 90% in 2023 ten opzichte van
- Het directe handelingsperspectief van het waterschap ligt in afvalwaterzuivering en advisering van/samenwerking met gemeenten voor de aanpak van riooloverstorten (hoofdstuk 8 Waterketen). Verder speelt het waterschap vooral een rol in het monitoren van de waterkwaliteit, ontwikkeling van beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving (Uitvoeringsstrategie) en het stimuleren van maatregelen door partners (zoals akkerrandenbeheer en het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer). Het ontwikkelen van meer kennis en inzicht in de locaties, omvang en de verspreidingsroutes van medicijnresten, microplastics, zwerfafval en ‘nieuwe stoffen'. Dit bereiken we door het uitvoeren van onderzoek en monitoring waarbij we diverse datastromen gebruiken (waaronder metingen door inwoners). Het waterschap neemt maatregelen om de gevolgen van verontreinigen van het oppervlaktewater en grondwater voor mensen, planten en dieren te beperken. Het waterschap blijft jaarlijks zorgen voor betrouwbare, actuele waterkwaliteitsmetingen in KRW-waterlichamen en overige wateren conform de landelijke voorschriften en spelregels (zie de voortgangsindicatoren in 5.3.4: monitoring). 5.3.2Strategie De strategie om doelen te realiseren voor schoon water beschrijven we aan de hand van beleidskeuzes uit paragraaf 3.2: Strategie. Als delen van de strategie relevant zijn voor meerdere beleidskeuzes, zijn ze bij de meest passende geplaatst. Als een beleidskeuze niet is uitgelegd, wil dat niet zeggen dat daar niets mee wordt gedaan. Beleidskeuze 2 – Evenwicht in het water- enbodemsysteem Voor herstel van een natuurlijk evenwicht in oppervlakte- en grondwatersystemen is het voldoende substantieel terugdringen van de belasting met stikstof en fosfor een basisconditie. Hiervoor is een combinatie van maatregelen (landbouw en waterketen) nodig in zowel Vlaanderen als Nederland. Ook de atmosferische depositie van stikstof speelt hierbij een rol. Naast zuiveren van afvalwater stimuleren we maatregelen van agrarische ondernemers en lobbyen we voor aanscherpingen in beleid-, wet- en regelgeving. In de laatste twee decennia is het aantal overschrijdingen van de waterkwaliteitsnormen voor gewasbeschermingsmiddelen behoorlijk afgenomen. Dit is het resultaat van aangescherpte regelgeving en stimuleringsprojecten (Schoon water voor Brabant, Actief Randenbeheer Brabant). In de planperiode ligt de focus op aanvullende maatregelen in intensieve teelten (pot- en containerteelt, vollegrondstuinbouw), voor het tegengaan van incidentele afspoeling van percelen en verminderen van erfemissies. Het waterschap zet in op aanscherping van de landelijke wet- en regelgeving en het stimuleren van maatregelen door ondernemers. Het waterschap monitort de waterkwaliteit, werkt aan vergroting van het waterbewustzijn van particulieren en bedrijven en faciliteert kennisdeling- en innovatietrajecten. Het doel is ontwikkeling van een weerbaarder teeltsysteem, met een robuustere overgang van landbouwperceel naar watersysteem (onder andere door akkerrandenbeheer en infiltratie van hemelwater in de bodem). Hiervoor willen we de kansen die het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouw Beleid (GLB) biedt, bijvoorbeeld voor blauwe diensten, optimaal benutten. Voor medicijnresten, microplastics en ‘nieuwe stoffen’ werkt het waterschap met partners van de Delta-aanpak Waterkwaliteit aan meer kennis en inzicht in de aanwezigheid, de verspreidingsroutes, oorzaken, effecten op het ecosysteem. Ook verkennen en ontwikkelen we samen effectieve oplossingsrichtingen, zowel brongericht als end-of-pipe (zuivering van afvalwater). We voeren experimenten uit om de toxische werking van mengsels van stoffen op levende organismen te onderzoeken (‘bio-assays’), we nemen deel aan het landelijk programma Kennisimpuls Waterkwaliteit en werken samen met Vlaamse instanties. Tegelijkertijd zet het waterschap in op pilots in samenwerking met andere waterschappen, kennisinstellingen en het bedrijfsleven (o.a. Schone Maaswaterketen). Onder de ‘nieuwe stoffen’ vallen ‘zeer zorgwekkende stoffen’. Deze stoffen zijn veelal door de mens gemaakt en zijn mogelijk (zeer) schadelijk zijn voor mens en milieu. Een voorbeeld van een zeer zorgwekkende stof die veelvuldig in het nieuws is geweest is PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen). Het ontbreken van normen voor deze nieuwe stoffen en toepassing van het voorzorgbeginsel belemmeren activiteiten zoals baggerprojecten. Voor PFAS zijn inmiddels tijdelijke normen gesteld. Het Rijk werkt aan een wettelijk handelingskader binnen het Besluit Bodemkwaliteit voor een werkbare omgang met dergelijke stoffen. Bij (bagger)projecten onderzoekt het waterschap het voorkomen van zeer zorgwekkende stoffen. Zware metalen komen in het water terecht vanuit verschillende, voornamelijk diffuse bronnen en door natuurlijke processen. Naast agendering bij het Rijk en Vlaamse instanties verkent het waterschap mogelijkheden om de kwaliteit van het gezuiverde afvalwater ‘effluent’ verder te verbeteren. Op locaties waar riooloverstorten een probleem opleveren voor de waterkwaliteit adviseert het waterschap de betreffende gemeenten. Beleidskeuze 3 – We werken samen Bij het streven naar schoon water is samenwerking van essentieel belang. Voor het voldoende terugdringen van de belasting met stikstof en fosfor is de inzet van Vlaamse en Nederlandse land- en watergebruikers (agrarische sector, afvalwaterketen, industrie en verkeer) essentieel. Het waterschap werkt mee aan het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, onder regie van de ZLTO. Het waterschap verkent samen met gemeenten een doelmatige aanpak van resterende lokale waterkwaliteitsknelpunten (riooloverstorten) en andere maatregelen in de waterketen. Uit KRW-watersysteemanalyses blijkt dat dit in elk geval een aandachtspunt is in de stroomgebieden van de Bavelse Leij, Zoom-Bleekloop en Donge. Het waterschap werkt mee aan het landelijk Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 van het Rijk, opgezet met verschillende stakeholders (waaronder Nefyto, Agrodis, LTO, Cumela, Vewin en Unie van Waterschappen). In de Schone Maaswaterketen (SMWK) werken de Limburgse en Brabantse Waterschappen samen met Rijkswaterstaat en drinkwaterbedrijven. Het gezamenlijk streven is een reductie van de vracht van zeer zorgwekkende stoffen (organische microverontreinigingen) naar het oppervlaktewater van 10% in 2027, en 30% in
- Het waterschap neemt deel aan het landelijk programma Kennisimpuls Waterkwaliteit om samen met kennisinstellingen meer zicht te krijgen op de schadelijke effecten van diverse stoffen, zoals medicijnresten, microplastics en zeer zorgwekkende stoffen. Ÿ Met Vlaamse partners verkennen we mogelijkheden en nieuwe technieken om samen gericht te monitoren op probleemstoffen in het grensgebied. In het Vlaamse deel van het grensgebied vormen vooral nutriënten een knelpunt. Voor het Mark stroomgebied vraagt de zuurstofhuishouding extra aandacht. We agenderen de noodzaak tot maatregelen, met speciale aandacht voor de belasting vanuit rwzi’s, riooloverstorten, ongezuiverd huishoudelijk afvalwater en de landbouwsector. Beleidskeuze 5 – We werken veerkrachtig envernieuwend Met de ontwikkeling van procesautomatisering en procesinformatisering (PA/PI) koppelen we interne systemen aan elkaar. Zo kunnen calamiteiten en hun gevolgen beter aangepakt worden. Zo kan er bijvoorbeeld een calamiteit zijn op de zuivering, waardoor besloten wordt om over te storten. Op het moment dat dat besluit valt, wordt er direct een calamiteit voor ‘schoon water’ in het watersysteem opgestart. PA/PI wordt in de planperiode opgezet en geïmplementeerd. We werken continu aan verbetering van het meldsysteem voor signalen van drugslozingen, dode vissen, stankoverlast en dergelijke. Zo zijn de meeste rioolwaterzuiveringsinstallaties voorzien van een early-warning systeem. Het waterschap is ook aangesloten bij het SSIB (Samen Sterk in Brabant) waarvan een van de speerpunten is (drugs) afvaldumpingen vroegtijdig te signaleren in het buitengebied. Zo kunnen we sneller ingrijpen. Beleidskeuze 6 – We prioriteren op basis van verplichtingenen mogelijkheden De Europese en nationale milieukwaliteitsnormen voor de verschillende stofgroepen zijn leidend voor de inzet van het waterschap. Ons handelingsperspectief ligt vooral bij monitoring, stimulering, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hierbij speelt het beginsel van ‘geen achteruitgang’ een belangrijke rol. Voor de grensoverschrijdende belasting vanuit Vlaanderen is agendering (samen met het Rijk en regionale partners) het belangrijkste middel voor het waterschap. 5.3.3Consequenties Uitvoering Voor het verminderen van gewasbeschermingsmiddelen en zware metalen in oppervlakte- en grondwater zet het waterschap in op monitoring, advisering, communicatie en stimulering. Dit in aanvulling op generieke wet- en regelgeving. De rol van het waterschap bij het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer bestaat uit het leveren van monitoringsgegevens en het stimuleren van goede landbouwpraktijken. We stimuleren bovenwettelijke prestaties van agrariërs en brengen deze in beeld aan de hand van de Biodiversiteitsmonitor (die voor de melkveehouderij en de akkerbouw ontwikkeld wordt) en het Bedrijfs-BodemWaterplan uit het Brabantse project Bodem Up. Het waterschap spoort ziekenhuizen en andere grote lozers van medicijnresten en andere microverontreinigingen aan om deze verontreinigingen te zuiveren aan de bron, zodat op de plekken met een hoge concentratie van medicijnresten en andere microverontreinigingen deze direct bij de bron verwijderd worden. Juridische aspecten Voor het emissiebeheer van het waterschap is de Omgevingswet leidend. Vergunningverlening, toezicht en handhaving spelen hierbij een belangrijke rol. Bij vergunningverlening worden de consequenties van voorgenomen activiteiten op de KRW-doelen in beeld gebracht. Het voorkomen van verdere achteruitgang van de kwaliteit van water en waterbodem is het uitgangspunt. Wij staan geen initiatieven toe die in strijd zijn met de KRW-doelen (artikel 8.84 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving). Zie hiervoor Bijlage 7 – Toetsingskader VTH. Bij de uitwerking van het voorzorgbeginsel in waterwetvergunningen en adviezen voor omgevingsvergunningen (t.a.v. indirecte afvalwaterlozingen) screenen we op stoffen die gevaarlijke eigenschappen hebben voor mens en/of waterorganismen (Zeer Zorgwekkende Stoffen). Onder de Omgevingswet blijft het beheer van de grondwaterkwaliteit onderdeel van het beheer van watersystemen. Dat is weer onderdeel van de fysieke leefomgeving, zoals bedoeld in artikel 1.2 en 1.3 van de Omgevingswet. Net als in het verleden onder de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming, is er niet één grondwaterbeheerder. Het grondwaterkwaliteitbeheer is een zaak van alle bestuursorganen die de onderlinge taken en bevoegdheden goed op elkaar moeten afstemmen, conform de bedoeling van de Omgevingswet (artikel 2.2 Omgevingswet). In algemene zin valt het beheer van watersystemen, zowel oppervlaktewater als grondwater, onder de waterschapstaken voor de fysieke leefomgeving (artikel 2.18 Omgevingswet), voor zover bij provinciale verordening aan het waterschap toebedeeld. Uit de memorie van toelichting blijkt dat hieronder ook valt het actief beheren van de chemische, ecologische en bacteriologische kwaliteit van watersystemen en de chemische grondwaterkwaliteit. De provincie stelt de kaders voor het grondwaterbeheer en heeft een wettelijke taak voor monitoring van de chemische kwaliteit (zie ook 6.6 Grondwater). Financiën Emissiebeheer, vergunningverlening, toezicht en handhaving, onderhoud, monitoring en onderzoek vallen onder het reguliere werk van het waterschap, net als onze bijdragen aan het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en onderzoeken met partners (zoals de Kennisimpuls Waterkwaliteit). 5.3.4Monitoring Voor een doeltreffend beheer is het van belang dat wij inzicht hebben in de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in het watersysteem. Hiertoe onderzoeken we op een aantal representatieve locaties regelmatig de fysische en chemische waterkwaliteit. De resultaten van de metingen zijn de basis voor rapportages zoals voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), het landelijk meetnet nutriënten en de brede screening bestrijdingsmiddelen van het stroomgebied Maas. Centrale vragen zijn: Voldoen we aan de vereisten? Is er sprake van veranderingen? Zijn maatregelen gewenst? Voortgangsindicatoren: Het % KRW-waterlichamen dat voldoet aan chemische KRW-doelen voor prioritaire stoffen, specifiek verontreinigende stoffen en nutriënten (stikstof, fosfor). Het % van de onderzochte overige wateren dat voldoet aan de chemische KRW-doelen voor prioritaire stoffen, specifiek verontreinigende stoffen en nutriënten (stikstof, fosfor). % van normoverschrijdingen van gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewateren. Het monitoringprogramma wordt periodiek geëvalueerd en aangepast. Zo blijven we alert op nieuwe stoffen die mogelijk schadelijk zijn voor planten of dieren. Een aantal stoffen verdient aandacht vanwege de volksgezondheid. Ook kijken we naar ‘mengseltoxiciteit’, die kan optreden door een cocktail van verschillende stoffen. Monitoring van de chemische kwaliteit van grondwater is een provinciale taak. Het bepalen van de biologische kwaliteit van grondwater (‘leven in de ondergrond’) is een blinde vlek in de Nederlandse waterwetgeving. Binnen de landelijke kennisimpuls waterkwaliteit is er wel aandacht voor leven in de ondergrond, in relatie tot de beschermende werking daarvan voor grondwaterkwaliteit. 5.4Aantrekkelijk water Steeds vaker willen mensen recreatief gebruikmaken van het water. Het is belangrijk dat het water schoon en veilig is voor diverse duurzame vormen van gebruik zoals kanovaren, hengelsport en zwemmen. Een aantrekkelijke omgeving rondom schoon en natuurlijk water, met diverse planten en dieren, verhoogt de belevingswaarde. Eén van de belemmeringen voor aantrekkelijk water is blauwalg. Blauwalg is een bacterie die van nature voorkomt in zoet water en in principe altijd aanwezig is. Dat is meestal geen probleem. Bij warm weer en veel voedingsstoffen in het water kan een explosieve groei van blauwalgen optreden. De bacterie kan gezondheidsklachten bij mensen en dieren veroorzaken. Blauwalg haalt zuurstof uit het water waardoor er te weinig zuurstof over kan blijven voor vissen en andere dieren. Vissterfte is dan het gevolg. De aanpak van de oorzaken van blauwalgoverlast is ook belangrijk voor de doelen van natuurlijk en schoon water. Elke locatie met blauwalgoverlast heeft zijn eigen kenmerken en bijzondere factoren, waardoor blauwalggroei op een bepaald moment kan exploderen. Elke locatie vraagt dus om gebiedsgerichte oplossingen. Per locatie is hiervoor gericht onderzoek nodig en moet er een aparte afweging worden gemaakt over het al dan niet nemen van (vaak kostbare) maatregelen. Naast het toenemend gebruik van aangewezen zwemwateren, zwemmen mensen ook vaker in andere wateren. Dit vraagt extra inzicht in bacteriologische vervuiling en invloed op waterkwaliteit van (stads)wateren. De huidige analysemethoden zijn hiervoor niet altijd geschikt. Samen met partners investeert het waterschap in de ontwikkeling van nieuwe technieken, inzicht in locaties waar veel gerecreëerd wordt en het opstellen van beleid. Sportvisserij kan in veel wateren plaatsvinden, mits dit het realiseren van KRW-doelen niet belemmert. 5.4.1Doelen In de planperiode werken we met partners aan de volgende doelen: De waterkwaliteit is zo goed dat recreatief medegebruik van oppervlaktewater (kanovaart, hengelsport, zwemmen) plaats kan vinden zonder negatieve gevolgen voor de gezondheid. Aangewezen zwemwateren voldoen aan de daarvoor geldende waterkwaliteitsnormen (Zwemwaterrichtlijn). Locaties met blauwalgoverlast, vissterfte en botulisme zijn in beeld. Waar uitvoerbaar en betaalbaar zijn problemen afgenomen door bron- en/of effectgerichte maatregelen. Samen met medeoverheden en belanghebbenden ontwikkelen we beleid voor recreëren in niet-aangewezen zwemwateren. 5.4.2Strategie In de strategie voor aantrekkelijk water hanteren we de beleidskeuzes zoals toegelicht in paragraaf 3.2 Strategie. Als delen van de strategie relevant zijn voor meerdere beleidskeuzes, zijn die bij de meest passende geplaatst. Als een beleidskeuze niet is uitgelegd, wil dat niet zeggen dat daar niets mee wordt gedaan. Beleidskeuze 1 - Water als drager voor een vitale regio Waterschap, gemeenten en provincie opereren als één overheid en versterken elkaars activiteiten en programma’s. Waar uitvoerbaar en betaalbaar wordt de verbinding gelegd met particuliere initiatieven. Investeringen voor natuurlijk en schoon water en versterking van biodiversiteit worden waar mogelijk gecombineerd met voorzieningen voor aantrekkelijk water (recreatief medegebruik). Beleidskeuze 3 – We werken samen Het waterschap zet samen met de provincie en de beheerders van de officiële zwemwateren in op een maximale beschikbaarheid van de zwemplassen voor het publiek tijdens zomerse dagen. Het aantal dagen en aantal zwemplassen met een waarschuwing of zwemverbod wegens blauwalgen of andere waterkwaliteitsproblemen is zo beperkt mogelijk. Het waterschap probeert met beheermaatregelen de ontwikkeling en verspreiding van blauwalg zoveel mogelijk te voorkomen. Aanwezigheid van blauwalg wordt gemonitord. Het waterschap stimuleert initiatieven van groepen inwoners en ondernemers die mede-eigenaarschap tonen voor (en willen investeren in) ontwikkeling, beheer en onderhoud van aantrekkelijke waterlandschappen. Dergelijke initiatieven (inclusief citizen science-projecten) worden ook benut voor het vergroten van het waterbewustzijn in Midden- en West-Brabant. Voorbeelden zijn het Buurtnatuur en Buurtwater Fonds Noord-Brabant (https://www.cultuurfonds.nl/fonds/buurtnatuur-en-buurtwaterfonds-noord-brabant ) en de subsidieregeling Schoolplein van de Toekomst (https://schoolpleinenbrabant.nl/ ). Ook in projecten als Waterdiertjes.nl, Watermonsters en Project Schone Beek wordt gewerkt aan een groter waterbewustzijn van de deelnemers. Samen met de gemeente Breda brengen we de fecale verontreiniging in de Bredase singels in kaart met behulp van innovatieve technieken. Ook doen we mee aan een landelijk onderzoek (TKI-project 'Snelle detectie fecalen zwemwater’) voor het delen van inzichten en meetgegevens en voor het ontwikkelen van beleidsvoorstellen, voor zwemwateren én niet-zwemwateren. Overige gezondheidsrisico’s voor recreanten zoals blauwalgen en zwemmersjeuk worden in dit project meegenomen. In de Visstandbeheercommissie (VBC) stemt het waterschap af met zowel sportvisserijgroepen als overkoepelende organisaties waaraan visrechten worden verhuurd over aanleg, beheer en onderhoud van vislocaties. In de VBC gaat het ook over de doelen van de Kaderrichtlijn water, een gezonde visstand in relatie tot een gezond leefmilieu, vismigratie en het voorkomen van vissterfte. Een belangrijk instrument hiervoor is het opstellen van een visplan. In het geval van specifieke wensen voor ontwikkeling en beheer van bepaalde vispopulaties in een aantal geïsoleerde visvijvers en plassen, is ook overleg nodig met de eigenaren. In veel gevallen zijn dat de gemeenten. Samen met de sportvisserij worden opties verkend voor het beperken van de verspreiding van (potentieel) invasieve exotische vissoorten, die een bedreiging kunnen vormen voor de van nature voorkomende vispopulatie. Beleidskeuze 5 - We werken veerkrachtig envernieuwend Gemeenten voeren de regie, als het gaat om kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte. Met zijn gebieds- en waterkennis adviseert het waterschap gemeenten over waterkwaliteitsmaatregelen. Ook bieden wij ondersteuning bij het ontwikkelen en uitproberen van innovatieve maatregelen. 5.4.3Consequenties Uitvoering Het waterschap heeft als waterkwaliteitsbeheerder samen met locatiehouders een inspanningsverplichting voor onderzoek naar en uitvoering van beheersmaatregelen ten behoeve van schoon zwemwater. Daarnaast is het waterschap verantwoordelijk voor monitoring van de zwemwaterkwaliteit tijdens het zwemseizoen. Dit wordt gerapporteerd aan de provincie. Dit is doorlopend werk. Actuele informatie over zwemwateren is te vinden op www.zwemwater.nl . De omgevingsdienst Zuidoost-Brabant heeft de taak als toezichthouder zwemwater voor heel Brabant. Overlast van blauwalg, vissterfte en botulisme zijn knelpunten die niet altijd te voorspellen zijn. Het knelpunt ontstaat door een unieke combinatie van locatie-specifieke factoren. Daarom zijn de problemen niet altijd makkelijk op te lossen. Uitvoeren van grotere maatregelen wordt per geval afgewogen en geprogrammeerd. Juridische aspecten Regels uit de Europese zwemwaterrichtlijn uit 2006 moeten zorgen voor schoner zwemwater en een betere informatievoorziening aan zwemmers. Deze Europese richtlijn is in de Nederlandse wetgeving overgenomen in de Wet, het Besluit en de Regeling hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden. Hierin is de onderlinge taakverdeling tussen overheden voor zwemwateren geregeld. De overige aspecten van werken aan aantrekkelijk water vallen onder de zorgplicht die het waterschap heeft voor het beheer van watersystemen. In pachtcontracten van visrechthebbenden voor wateren in beheer bij het waterschap kunnen wij voorwaarden stellen voor behoud en verbetering van de waterkwaliteit. Zo kan het opstellen van een visplan een verplicht onderdeel zijn. In de Visstandbeheercomissie overleggen we met sportvisserijgroepen over dergelijke voorwaarden. Financiën De zorg voor schoon zwemwater en de monitoring valt onder regulier werk. Voor het onderzoek naar blauwalgknelpunten en het uitvoeren van kleine maatregelen is