Kort samengevat
Deze verordening regelt de heffing en invordering van parkeerbelasting in Amsterdam, met als doel de dominantie van autoparkeren te verminderen en ruimte vrij te maken voor andere doeleinden. Het brengt de vraag naar en het aanbod van parkeercapaciteit in balans door middel van belastingheffing en vergunningen.
Wat het reguleert
- De heffing van parkeerbelasting voor het parkeren op aangewezen parkeerplaatsen en in tariefgebieden.
- De voorwaarden voor het verkrijgen en gebruiken van parkeervergunningen voor bewoners en bedrijven.
- De tarieven en de geldigheidsduur van zowel de parkeerbelasting als de parkeervergunningen.
- De wijze waarop de parkeerbelasting moet worden voldaan, zowel via parkeerapparatuur als via vergunningen.
Wie het aangaat
- Houders van motorvoertuigen die parkeren in Amsterdam.
- Bewoners en bedrijven in Amsterdam die een parkeervergunning aanvragen of gebruiken.
Kernpunten
- Parkeerbelasting wordt geheven op aangewezen parkeerplaatsen in tariefgebieden gedurende specifieke tijdvakken (bloktijden).
- Parkeren op gehandicaptenparkeerplaatsen, belanghebbendenparkeerplaatsen, laad- en losplaatsen, taxistandplaatsen en in parkeerschijfzones is vrijgesteld van parkeerbelasting.
- De parkeerbelasting is verschuldigd bij aanvang van het parkeren en wordt voldaan via parkeerapparatuur of elektronische parkeerapparatuur.
- Parkeervergunningen worden verleend onder strikte voorwaarden en tegen een halfjaarlijks tarief, waarbij het aantal vergunningen per gebied, adres en bedrijf gemaximeerd is.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.