← Nederland

Gemeente Rhenen - Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Gemeente Rhenen 2024-2027 (Rhenen)

Kort samengevat

Dit document beschrijft de strategie en het uitvoeringsprogramma van de gemeente Rhenen voor vergunningen, toezicht en handhaving voor de periode 2024-2027, met een focus op de fysieke leefomgeving. Het beleid is opgesteld naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Gemeente Rhenen - Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Gemeente Rhenen 2024-2027Het College van Burgemeester en Wethouders van Rhenen heeft in zijn vergadering van 3 april 2024 de ‘Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Gemeente Rhenen 2024-2027’ en het ‘Uitvoeringsprogramma U&H gemeente Rhenen 2024 vastgesteld. Met dit besluit wordt het beleid op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving voor de komende vier jaar en de uitwerking daarvan voor dit jaar vastgesteld.Deel I: De strategie 1.Inleiding Voor u ligt de uitvoerings- en handhavingsstrategie (hierna: U&H-strategie) van de gemeente Rhenen. Voor u ligt de eerste partiële herziening van de uitvoerings- en handhavingsstrategie (hierna: U&H-strategie) van de gemeente Rhenen. Aanleiding om de U&H-strategie tussentijds te herzien, is onder andere het oordeel over de taakuitvoering omgevingsrecht door het Interbestuurlijk Toezicht van de provincie. In het kader daarvan zijn de doelen en meetbare indicatoren in paragraaf 3.5 opnieuw geformuleerd. Verder is gebleken dat de tabel “Overtredingen Algemene Plaatselijke Verordening (APV)” in bijlage 8 onvolledig was. Deze is nu aangevuld. Tot slot is, vooruitlopend op het samengaan van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) en de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) tot de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) per 1 januari 2026, elke verwijzing naar de ODRU in dit document vervangen door ODU. Deze U&H-strategie vervangt het Beleidsplan Omgevingsvergunningen 2017-2020 en het Integraal Handhavingsbeleid 2017-2020. Gemeenten (en provincies) zijn verplicht om beleid vast te stellen in het kader van een doelmatige uitvoering van taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH) binnen de fysieke leefomgeving. Dit zijn taken die zich richten op activiteiten met betrekking tot bouwen, milieu, ruimtelijke ordening en de openbare ruimte. De verplichting om een U&H-strategie vast te stellen volgt uit de Omgevingswet en de bijbehorende Algemene Maatregelen van Bestuur (hierna: AMvB’s), in het bijzonder het Omgevingsbesluit. De regels die hierin zijn opgenomen zijn nagenoeg gelijk aan de regels en afspraken die tot 1 januari 2024 van toepassing waren onder de Wabo, BOR, MOR en de wet VTH. Voor de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) en de Bijzondere Wetten geldt de wettelijke verplichting om dergelijk beleid vast te stellen niet, maar het is niet ongebruikelijk om dat wel te doen. De gemeente Rhenen heeft er voor gekozen om de U&H-taken in het kader van de APV en de Bijzondere Wetten op te nemen in deze U&H-strategie. Daarmee zijn alle U&H-taken die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving in één beleidsdocument gebundeld en ontstaat een integrale benadering en prioritering van al deze taken. Hierdoor kan de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving worden geborgd, maar wordt ook gezorgd voor een integrale aanpak en een goede afstemming binnen deze taakvelden. De U&H-strategie bestaat uit twee delen: Deel I, U&H-strategie 2024-2027 Deel II, Bijlagenbundel De U&H-strategie is tot stand gekomen door afstemming tussen verschillende interne en externe partijen. Het beleid wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college van B&W) en ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad. Daarmee is de U&H-strategie een richtinggevend document voor het college van B&W bij de uitvoering van de wettelijke U&H-taken in het kader van de Omgevingswet en de U&H-taken in het kader van de APV en de Bijzondere Wetten. 1.1Aanleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet regelt alles voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Deze nieuwe wet bundelt omgevingsrecht-regels en beoogt deze regels eenvoudiger te maken zodat projecten sneller kunnen starten en eerder klaar zijn. Onder de Omgevingswet zijn een aantal regels van het Rijk naar de gemeente verhuisd, de zogenaamde “Bruidsschat”. Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat er meer verantwoordelijkheid wordt neergelegd bij burgers en bedrijven en dit leidt niet alleen tot veranderingen bij het indienen van initiatieven, maar werkt ook door in toezicht en handhaving. Het omgevingsplan is in voorbereiding en is de opvolger van de verschillende bestemmingsplannen binnen de gemeente Rhenen. Het omgevingsplan is nog breder en omvat op termijn alle lokale regelgeving en beleid over de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan is van toepassing voor het hele gemeentelijke grondgebied. Gelijktijdig met de Omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) in werking getreden. Met deze wet is de toetsing aan de bouwtechnische eisen voor nieuw te bouwen eenvoudige bouwwerken en het toezicht daarop, van de gemeente naar een onafhankelijke partij verplaatst. 1.2Achtergrond Binnen dit nieuwe stelsel blijft de gemeente het bevoegd gezag en is zij verantwoordelijk voor een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak. De Omgevingsdienst regio Utrecht (hierna: ODRU) voert voor onder andere de gemeente Rhenen de U&H-basistaken voor milieuactiviteiten uit. In deze U&H-strategie 2024-2027 zijn de wijzigingen verwerkt die de Omgevingswet en de Wkb met zich meebrengen. De gemeente wil een veilige, fysieke leefomgeving voor burgers, bedrijven en bezoekers in onze gemeente. Dat doen we door middel van het stellen van regels, het maken van beleid en het geven van voorlichting. Maar het houden van toezicht op het navolgen van de regels en zo nodig het handhaven daarvan is minstens zo belangrijk. 2.Positionering en status van de U&H-strategie In hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit staan de eisen die worden gesteld aan de beleidscyclus bij de taken van uitvoering en handhaving: de zogenaamde procescriteria. De procescriteria zijn opgenomen in de artikelen 13.5 tot en met 13.11 en geven de afzonderlijke onderdelen aan van de strategische en programmatische uitvoering en handhaving die minimaal aanwezig moeten zijn. Deze U&H-strategie 2024-2027 geeft aan welke doelen de gemeente Rhenen zichzelf stelt bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten worden uitgevoerd om deze doelen te bereiken. Deze activiteiten worden jaarlijks uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma en geëvalueerd in een jaarverslag. Ook hiervoor geldt dat deze voor de Omgevingswet wettelijk verplicht is (artikelen 13.8 en 13.11 van het Omgevingsbesluit) en voor de APV en Bijzondere Wetten niet. Een jaarlijks uitvoeringsprogramma waarin de verschillende beleidsvelden samenkomen versterkt de gewenste samenhang (meer integraal werken). 2.1Beleidsvormende en uitvoerende cyclus De procescriteria vormen twee cycli, een beleidsvormende (strategische) cyclus en een uitvoerende (operationele) cyclus. Op het snijvlak van beide cycli ligt het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. De meerjarige beleidsvormende cyclus is voornamelijk het domein van het bevoegde gezag en bevat de lange termijn doelen. Het collegeprogramma, de omgevingsvisie en deze U&H-strategie maken hier deel vanuit. De jaarlijkse uitvoerende cyclus ligt zowel bij het bevoegde gezag zelf als de omgevingsdienst. Binnen deze cyclus van voorbereiden, uitvoeren en monitoren kan sneller worden geschakeld en aangepast. Onderdeel van de uitvoerende cyclus is het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en jaarverslag. 2.2BIG-8 model Het samenhangende geheel van beide cycli wordt de BIG-8 genoemd (zie figuur 1). Dit landelijke model maakt vanuit een strategisch beleidskader (bovenste cirkel) de vertaling naar operationeel beleid (onderste cirkel) ten behoeve van kwaliteitsborging samen met een sluitende planning- en control cyclus. Door deze cycli te volgen, wordt de cyclus, die begint bij het opstellen van het beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van het beleid, gesloten. Figuur 1: Big-8 cyclus Naast de Big-8 bestaat onder de Omgevingswet ook een beleidscyclus (zie figuur 2). De opbouw van de Omgevingswet volgt deze beleidscyclus. De beleidscyclus biedt een structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen. Deze kent een vergelijkbare opzet (Plan, do, check, act). De Omgevingswet heeft zes kerninstrumenten voor het gebruiken en beschermen van de leefomgeving. Met deze instrumenten kan de overheid beleid schrijven en uitvoeren. Daarnaast kunnen overheden met deze instrumenten regels stellen aan activiteiten en de uitvoering van projecten. De zes kerninstrumenten zijn: de omgevingsvisie, het programma, decentrale regels, algemene rijksregels, de omgevingsvergunning en het projectbesluit. Figuur 2: Plan-do-check-act beleidscylcus Omgevingswet 2.3Kwaliteitscriteria uitvoering en handhaving Naast procescriteria gelden er ook kwaliteitscriteria voor de uitvoering en handhaving. De kwaliteitscriteria voor de kritische massa (deskundigheid en ervaring) zijn verplicht voor U&H-taken van het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) hebben hiertoe een modelverordening opgesteld. Voor de overige U&H-taken geldt er een zorgplicht. De invulling hiervan is vrij. Een van de doelstellingen voor het bundelen van omgevingsrecht-regels in de Omgevingswet is om de dienstverlening door overheden te verbeteren. Het realiseren van de verbeterdoelen en maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden en vraagt om een goede en uniforme borging van de uitvoeringskwaliteit. Eén van de bestaande wetten die in de Omgevingswet wordt ondergebracht is de Wet VTH. Daarin zijn de afspraken opgenomen die het Rijk, de provincies en de gemeenten maakten om vergunningverlening, toezicht en handhaving van het omgevingsrecht beter te organiseren. De Wet VTH heeft daarmee de basis gelegd voor een landelijk dekkend stelsel van 29 regionale omgevingsdiensten. De Wet VTH is via de Invoeringswet Omgevingswet onder de Omgevingswet gebracht. Afdeling 18.3 van de Omgevingswet biedt de grondslag voor de kwaliteitsbevordering en afstemming uitvoering en handhaving. De gemeenteraad van Rhenen heeft de “Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Rhenen 2022” vastgesteld. Deze verordening geeft uitvoering aan de wettelijke opdracht uit de Wet VTH om regels te stellen aan de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Dit betekent dat het minimum kwaliteitsniveau van de eigen taken is vastgesteld. Het bevoegd gezag heeft daarmee de verplichting om te voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.3

(2022), Deel B (en haar rechtsopvolgers) en om kwaliteitsdoelen uit te werken. Deze U&H-strategie geeft daar invulling aan in paragraaf 3.
  1. De Omgevingswet vereist andere competenties. Daarom zijn onder regie van de Kerngroep Kwaliteitscriteria, met vertegenwoordigers van de koepelorganisaties VNG en IPO, Omgevingsdienst NL en het Rijk, vijf nieuwe competentieprofielen toegevoegd aan de kwaliteitscriteria uitvoering en handhaving, namelijk: casemanager, vergunningverlener, toezichthouder/handhaver, juridisch adviseur en specialistisch adviseur. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn deze competentieprofielen onderdeel (bijlage D) van de kwaliteitscriteria Uitvoering en Handhaving geworden. 2.4Scope Deze U&H-strategie geldt alleen voor de (thuis)taken die door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Voor de verplichte basistaken (milieu) die zijn overgedragen aan de ODU is de gezamenlijke U&H-strategie van alle gemeenten en de provincie in de regio Utrecht van toepassing. De beleidsperiode van de gezamenlijke U&H-strategie wordt verlengd tot en met 31 december
  2. De gemeente Rhenen blijft het bevoegd gezag en behoudt de bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid voor de taken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd. 2.5Ontwikkelingen Het omgevingsrecht is continu in ontwikkeling. Diverse juridische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen zijn van invloed op de doelen, keuzes, prioriteiten en de uitvoering van toezicht en handhaving binnen de gemeente. Het gaat om hier om lokale ontwikkelingen, maar ook om ontwikkelingen op regionaal en landelijk niveau, zoals wijzigingen van wet- en regelgeving of afspraken met samenwerkingspartners of andere overheidsorganisaties. Hierna worden een aantal ontwikkelingen verder toegelicht: Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet bundelt 26 wetten, 120 sectorale Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en honderden ministeriële regelingen. Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen enerzijds het in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en anderzijds het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van een goede omgevingskwaliteit om maatschappelijke behoeften te vervullen. De Omgevingswet legt meer verantwoordelijkheid neer bij initiatiefnemers en er wordt verwacht dat zij zelf meer aandacht besteden aan participatie en draagvlak bij omwonenden. De Bruidsschat Tot 2032 geldt een overgangssituatie met overgangsrecht. De zogenaamde “Bruidsschat” is opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het omgevingsplan van rechtswege) en bevat de verschillende wettelijke regels op het gebied van de fysieke leefomgeving die onder het Rijk vielen. Tijdens de overgangssituatie kan de gemeente ervoor kiezen om deze regels (on)gewijzigd op te nemen in het omgevingsplan of te laten vervallen. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Gelijktijdig met de Omgevingswet is de Wkb in werking getreden. De Wkb geldt voorlopig alleen voor het nieuw bouwen van eenvoudige bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 (beperkte gevolgen), zoals bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. De gemeente blijft wel het bevoegd gezag en deze wet heeft consequenties voor de handhaving door het bevoegd gezag. Bouwwerken die vallen onder de Wkb worden door de gemeente niet meer preventief (door middel van een vergunning) getoetst aan de bouwtechnische eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit
  3. Ook wordt er geen regulier toezicht meer op deze bouwwerken gehouden. In plaats daarvan moet de initiatiefnemer een onafhankelijke Kwaliteitsborger inschakelen die op basis van een borgingsplan toetst en toeziet op de bouw, zodat een gerechtvaardigd oordeel kan worden uitsproken of het bouwwerk aan de bouwtechnische voorschriften voldoet en dit bij het gereedkomen van het bouwwerk kan worden verklaard. Kruimelregeling vervalt Met de kruimelregeling (artikel 4, bijlage II Bor) kon voor veelvoorkomende categorieën gevallen, buitenplans worden afgeweken van het bestemmingsplan en een omgevingsvergunning worden verleend. In de Omgevingswet is dit komen te vervallen. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die in strijd is met de regels uit het omgevingsplan, zal worden behandeld als een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Vergunningsvrije bouwwerken (Bbl) Onder de Omgevingswet zijn de regels voor het bouwtechnisch vergunningsvrij bouwen veranderd. Er is sprake van een aanzienlijke verruiming, waardoor voor bepaalde categorieën gevallen geen bouwtechnische vergunning meer hoeft te worden aangevraagd. Dit houdt in dat een groter deel van het gemeentelijk bouwvolume zonder vergunning voor de bouwtechnische aspecten tot stand komt. Dit bouwvolume moet echter wel voldoen aan de daaraan gestelde technische regels uit het Bbl. Daarnaast heeft de gemeente ook meer regie over een deel van het vergunningsvrij maken van de ruimtelijke regels voor bouwwerken. Dit kan in het omgevingsplan worden geregeld. De knip In de Omgevingswet wordt voor een bouwactiviteit, de bouwtechnische en ruimtelijke beoordeling uit elkaar gehaald en gesplitst in twee los van elkaar staande activiteiten: De (technische) bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit. Dit wordt “de knip” genoemd. Met deze knip zal “het bouwen van een bouwwerk” moeten worden getoetst aan twee verschillende soorten regels. Enerzijds aan de bouwtechnische regels uit het Bbl en anderzijds aan de regels die de gemeente heeft opgenomen in het omgevingsplan. Energietransitie De energietransitie die landelijk is ingezet zal gevolgen hebben voor met name bouwactiviteiten onder de Omgevingswet. De toetsing van vergunningaanvragen zal veranderen, bijvoorbeeld door de eisen die gesteld worden aan nieuwe installaties als warmtepompen. Toezicht op bestaande gebouwen Mede onder invloed van de Omgevingswet en de Wkb bestaat de kans dat er een verschuiving plaats zal vinden van vergunningverlening naar toezicht. De bestaande gebouwenvoorraad veroudert en (thematisch) toezicht op deze voorraad moet vorm worden gegeven. Basistakenpakket Er kunnen altijd wijzigingen optreden van wet- en regelgeving die van invloed kunnen zijn op het basistakenpakket. Dan is er afstemming nodig tussen de gemeente en de ODU om te zien hoe dit moet worden geregeld. Ook kan de wetgever besluiten dat er taken worden toegevoegd of uitgenomen. Dat gaat in afstemming met gemeenten en provincies (via de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO)) en via een vastgesteld afwegingskader. 3.Strategisch beleidskader Het strategisch beleidskader vormt het beginpunt van de BIG-8 cyclus. In dit hoofdstuk zijn de visie en missie van de gemeente Rhenen geformuleerd, die leidend zijn voor de U&H-strategie. Daarnaast is er een inventarisatie uitgevoerd van de meest voorkomende taken die de gemeente uitvoert op het gebied van uitvoering en handhaving en de daarvoor beschikbare capaciteit en middelen. Op basis van de risicoanalyse zijn prioriteiten gesteld. Vervolgens is aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht (artikel 13.5 Omgevingsbesluit). 3.1Visie Op 20 juni 2023 heeft de gemeenteraad van Rhenen de Visie op Rhenen 2035, met de ondertitel “Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier”, vastgesteld. De Visie op Rhenen 2035 is een toekomstvisie en omgevingsvisie ineen. Het beschrijft hoe we samen werken aan de manier waarop we willen wonen, werken, leven, winkelen en recreëren in de gemeente Rhenen. In de Visie op Rhenen staat één vraag centraal: hoe willen we dat Rhenen zich de komende jaren ontwikkelt? Wat zijn onze ambities en met welke opgaven willen we aan de slag? Denk daarbij aan nieuwe woningen, ruimte voor bedrijven, bereikbaarheid, energietransitie, klimaatverandering, cultuur, leefbaarheid, gezondheid, et cetera. We kijken vooruit naar
  4. 3.2Missie Met onze missie dragen we bij aan het waarmaken van de omgevingsvisie. We werken daarbij vanuit het fundament van de gemeente Rhenen: Waarderend vernieuwen (Positieve grondhouding, Methode 4 V’s (Verkennen, Verlangen, Vormgeven, Vernieuwen), participatie); Werken vanuit de bedoeling (Ja-cultuur, samen verkennen, experimenteren, waarde toevoegen); Kernwaarden organisatie (flexibel, samenwerken, vertrouwen, verantwoordelijkheid). Algemene uitgangspunten We passen regels consequent toe en leveren maatwerk waar nodig; We beoordelen en behandelen gelijke gevallen op gelijke wijze; We kennen onze omgeving (inwoners, ondernemers, buurten, wijken, gebieden, gebouwen etc.) zo goed mogelijk; We gaan eerst het gesprek aan (mediation); We communiceren open, duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid en we zijn duidelijk over de rol van onze inwoners en ondernemers over wanneer wat verwacht wordt met welk resultaat; We werken risicogestuurd en hebben hierbij aandacht voor de verscheidenheid in onze gemeente; We gaan uit van het principe: goed gedrag beloont zichzelf. Als inwoners en ondernemers verzoeken, vergunningaanvragen en dergelijke compleet en volgens de regels indienen, komt dat de snelheid van afhandeling ten goede; We blijven op een constructieve manier (persoonlijk) in contact met inwoners en ondernemers. Vergunningverlening We beoordelen initiatieven vanuit mogelijkheden en oplossingen. (“Ja, mits...” i.p.v. “Nee, tenzij...”); We handelen aanvragen zo snel mogelijk af en in ieder geval binnen de wettelijke beslistermijnen; De diepgang van de beoordeling van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de activiteit (we werken risicogestuurd); Vergunningverlening vindt plaats volgens de Vergunningenstrategie in bijlage
  5. Toezicht Het toezicht voeren we doelmatig, efficiënt en effectief uit; Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden; De wijze en diepgang van het toezicht is afhankelijk van de risico’s van de betreffende activiteit (we werken risico- gestuurd); We houden buurt-, wijk-, gebied-, thema- of objectgericht toezicht; Onze toezichthouders voeren het toezicht zoveel mogelijk integraal en in samenwerking met andere partijen uit; We stimuleren goed naleefgedrag; Toezicht vindt plaats volgens de Toezichtstrategie in bijlage
  6. Handhaving We hebben oog voor de situatie “achter” de overtreding/overtreder; Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden; Mediation en het stimuleren van het eigen oplossingsvermogen zijn belangrijke onderdelen van het voortraject; Bij spoedeisende omstandigheden is bestuursrechtelijke handhaving het sluitstuk van een voortraject waarbij mogelijke oplossingen zijn bekeken en afgewogen; Handhaving vindt plaats volgens de Handhavingsstrategie in bijlage
  7. 3.3 Probleemanalyse De probleemanalyse bestaat uit een risicoanalyse en een omgevingsanalyse voor zowel de U&H-taken in het kader van de Omgevingswet als in het kader van de APV en Bijzondere Wetten. Samen met de prioriteiten vormen de risico- en omgevingsanalyse het uitgangspunt en toetsingskader voor het uitvoeren van het U&H-beleid in de uitvoeringsprogramma’s. Het beleidsveld “milieu” is niet meegenomen in de risico- en omgevingsanalyse. Gemeenten in de provincie Utrecht, de RUD en de ODU hebben samengewerkt aan een regionale risico- en omgevingsanalyse voor milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal). De regionale risico- en omgevingsanalyse is opgenomen in de uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2023 die op 22 februari 2022 door het college is vastgesteld. De beleidsperiode van de gezamenlijke U&H-strategie wordt verlengd tot en met 31 december
  8. Risicoanalyse Het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht op de naleving en het handhaven van regels speelt een belangrijke rol om de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet te kunnen bereiken. Deze doelen staan in artikel 1.3 van de Omgevingswet: “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” Voor de meest voorkomende U&H-taken binnen de fysieke leefomgeving is een risicoanalyse uitgevoerd. Door middel van de formule “risico = kans x effect” is bepaald welke taken een hoge prioriteit hebben, een gemiddelde prioriteit of een lage prioriteit. De aspecten “kans” en “effect” richten zich op een aantal thema’s. De thema’s “Veiligheid”, “Gezondheid”, “Omgevingskwaliteit” en “Duurzaamheid” hebben betrekking op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Daaraan zijn de thema’s “Financiële/economische gevolgen” en “Bestuurlijk imago” toegevoegd. Hierna volgt een algemene formulering van voorgenoemde thema’s, die op elk taakveld kunnen worden toegepast. Veiligheid: In hoeverre draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de (fysieke) veiligheid en in hoeverre leidt de overtreding tot aantasting van de (fysieke) veiligheid, en/of veiligheidsrisico’s voor de omgeving of derden? Het gaat hierbij om zaken als brandgevaar, explosiegevaar of instortingsgevaar. Gezondheid: In hoeverre draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de bescherming van de volksgezondheid en in hoeverre heeft de overtreding gevolgen voor de volksgezondheid? Het betreft vooral effecten op de lange termijn als gevolg van onvoldoende licht of lucht, geluid, vochtigheid en gebruik van of blootstelling aan schadelijke stoffen. Omgevingskwaliteit: In hoeverre draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de kwaliteit van de (sociale) leefomgeving en in hoeverre leidt de overtreding tot aantasting van de kwaliteit van de leefomgeving (leefbaarheid, aangezicht en privacy). Duurzaamheid: In hoeverre draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de kwaliteit van het milieu, de natuur en de cultuurhistorie en in hoeverre leidt de overtreding tot aantasting van de aspecten? Aspecten die hier aan de orde komen milieuverontreiniging (bodem, lucht water, afval), aantasting flora en fauna, duurzaamheid (verbruik van gas en elektra) en cultuurhistorie. Financiële/economische gevolgen: In hoeverre leidt de overtreding tot financieel- economische schade voor de gemeente? Bestuurlijk imago: Hoe groot is het politiek-bestuurlijke afbreukrisico als de voorschriften niet worden nageleefd? Dit effect leidt tot aantasting van het beeld van de gemeente bij burgers en bedrijven. Om een verantwoorde keuze te kunnen maken met betrekking tot de inzet van medewerkers, is voor zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving een risicoanalyse opgesteld. De risicoanalyse bestaat uit een risicoscorelijst waarbij per taak is bepaald wat de negatieve effecten per thema kunnen zijn. Om het effect van niet naleving van de voorschriften te objectiveren naar gevolg is voor elke taak een score toegekend op basis van een vijfpuntenschaal. Hieruit volgt het gemiddelde effect. Het gemiddeld effect van elke taak is vermenigvuldigd met de kans. Voor de taken met betrekking tot vergunningverlening is gekeken naar de kans op ernstige gevolgen als niet aan de regels wordt voldaan doordat geen vergunning wordt aangevraagd of doordat de regels en/of voorschriften uit de verleende vergunning niet worden nageleefd. Voor de toezicht en handhavingstaken is gekeken naar de kans dat de regels worden overtreden, de kans op een ernstige overtreding en de pakkans. Door de kans met het gemiddeld effect te vermenigvuldigen ontstaat de risico score. Op basis daarvan is een prioritering voorgesteld. In bijlage 2 is de vijfpuntenschaal opgenomen. In Bijlage 2A is de volledige risicoanalyse voor vergunningverlening opgenomen en in Bijlage 2B de volledige risicoanalyse voor toezicht en handhaving. Locatiespecifieke risico’s In artikel 2.19 van het Bbl staan de gegevens en bescheiden die moeten worden ingediend bij een bouwmelding onder kwaliteitsborging. Eén van de indieningsvereisten is de risicobeoordeling waarbij in lid 2 van artikel 2.19 het volgende is opgenomen: “Voor zover van toepassing wordt in de risicobeoordeling ten minste rekening gehouden met bijzondere lokale omstandigheden, zoals die zijn vastgesteld in lokaal beleid, anderszins kenbaar zijn gemaakt of redelijkerwijs bekend zijn.” In artikel 2.20 van het Bbl staat welke gegevens en bescheiden op verzoek van het bevoegd gezag moeten worden verstrekt over specifieke bouwwerkzaamheden en de momenten waarop deze worden uitgevoerd als dit bijzonder is aangewezen met het oog op het voorkomen en of beperken van risico’s die van invloed kunnen zijn op het voldoen aan de regels voor de bouwactiviteit, bedoeld in de hoofdstukken 4 en
  9. De gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen. Binnen de gemeente Rhenen zijn twee onderwerpen als locatiespecifieke risico’s aangeduid. Hiermee moet in de risicoanalyse van de kwaliteitsborger rekening worden gehouden. De volgende risico’s moeten specifiek worden geborgd: Niet gesprongen explosieven: Door gevechten in WOII bevat de bodem in en rond Rhenen explosieven zoals lege hulzen, munitie en granaten. Dit levert geen gevaar op zolang ze niet aangeraakt worden en in de grond liggen. Voor de kern Rhenen zijn kaarten beschikbaar waarop is aangegeven welke gebieden als mogelijk verdacht op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kunnen worden gezien. Dat betekent dat er op die plekken tijdens graaf- of bouwwerkzaamheden een verhoogd risico is op het aantreffen van explosieven. Voor de overige delen van de gemeente Rhenen is een dergelijk overzicht er niet. Grondlagen die na de oorlog zijn bewerkt, worden als niet verdacht gezien. De volgende bodembelastingkaarten kunnen worden opgevraagd: Rhenen Centrum, Noordelijk deel Rhenen, Achterberg, de Uiterwaarden en gedeelten van spoorlijnen en wegen. Hoogteverschillen: Rhenen kenmerkt zich door aanzienlijke hoogteverschillen tot circa 60 meter binnen de fysieke leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld risico’s geven met betrekking tot het aanleggen van fundaties en het bepalen en uitzetten van de juiste peilmaten bij nieuw te bouwen bouwwerken. Ook het lozen van hemelwater in de buitenruimte (o.a. wegen, bruggen, tunnels, andere kunstwerken, pleinen, winkelstraten en overige verhardingen) verdient nadrukkelijk de aandacht. Omgevingsanalyse Rhenen is een stad en gemeente in de provincie Utrecht, gelegen op de Utrechtse heuvelrug en langs de Rijn. De gemeente telt meer dan 20.000 inwoners en heeft een oppervlakte van circa 43 km². De gemeente omvat naast de stad Rhenen, de dorpen Elst en Achterberg. Geografisch ligt de gemeente Rhenen op het grensvlak met de provincie Gelderland. Hierdoor heeft de gemeente te maken met verschillende provinciale visies. Het is van belang om aansluiting te houden bij de mogelijkheden die beide provincies ons kunnen bieden. Door de geografische ligging is de gemeente Rhenen de zuidelijke toegang voor Regio FoodValley. Dit is een samenwerking met zeven andere gemeenten. Gemeente Rhenen werkt samen met haar omliggende gemeenten, want veel opgaven stoppen niet bij de gemeentegrens. In FoodValley-verband wordt samengewerkt met de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen aan de verstedelijkingsstrategie om de groeiende bevolking een goede plek te geven. Ook wordt bijvoorbeeld met de twee provincies, drie buurgemeenten, landbouw- en natuurorganisaties samen opgetrokken in het gebiedsproces Binnenveld. In grote lijn zijn er binnen de gemeente Rhenen drie type gebieden te onderscheiden: Dichtbebouwde gebieden, hieronder vallen de kernen Achterberg, Elst, Rhenen, het bedrijventerrein Remmerden en de bedrijvenlocatie Achterberg en woonzorglocatie Heimerstein; Randzones, dit zijn de overgangsgebieden tussen bebouwd en onbebouwd; De nagenoeg onbebouwde gebieden zoals de uiterwaarden, De Utrechtse Heuvelrug en het agrarisch gebied. Daarnaast zijn er diverse deelgebieden te onderscheiden. Elk met eigen kenmerken en kwaliteiten. Door natuurlijke grenzen op basis van bodem, hoogte, landschap, wegen en bebouwing, verkaveling en cultuurhistorie, kunnen 21 deelgebieden worden onderscheiden. In Bijlage 3 zijn per deelgebied de verschillende kenmerken beschreven en de mogelijke risico’s (activiteiten en/of ontwikkelingen) benoemd. Buurtschappen Laareind; Nude (deels); (Bedrijventerrein) Remmerden. Verkeer en vervoer Provinciale weg N225 door het hart van Rhenen en Elst; Hoog aantal verplaatsingen per auto en doorgaand verkeer. Wateren en groenvoorzieningen Elster buitenwaarden; Blauwe en groene verbindingen; Groene aders, waterlopen en waterkeringen; Ecologische verbindingen; Klimaatbestendig en waterrobuust. Landgoederen Prattenburg, Remmerstein, De Tangh, Dikkenberg. Landelijk gebied Binnenveld, Uiterwaarden, Heuvelrug; Agrarische sector; Stuwwallen; Heuvels: Grebbeberg, Sparreboomsche Berg, Buurtsche Berg, Paasheuvel, Lijster Eng, Koerheuvel, Donderberg en Laarschenberg. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natura 2000-gebied “de Rijntakken”; Grebbeberg, Kwintelooijen, Blauwe Kamer, Plantage Willem III, Laarsenberg, Stadsbossen, Palmerswaard; Historische verdedigingslinie Grebbelinie; Dierenpark. 3.4Prioriteiten Deze U&H-strategie richt zich op het beperken van risico’s met betrekking tot de veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid binnen de fysieke leefomgeving. Binnen het omgevingsrecht zijn zeven landelijke risicothema’s benoemd die, mits deze zich voordoen, een hoge prioriteit hebben en onderdeel moeten zijn van de uit te voeren risicoanalyse. Het gaat daarbij om de volgende thema’s: Constructieve veiligheid; Brandveiligheid van gebouwen; Handhaven omgevingsplan; Asbest; Risicovolle milieubelastende activiteiten; Bodem (toepassing van verontreinigde grond); en Brandveiligheid bij opslag gevaarlijke stoffen. Bij de uitvoering van de U&H-taken wordt door de gemeente Rhenen en haar samenwerkingspartners specifiek aandacht besteed aan deze zeven risicothema’s. Een verdere definiëring van deze thema’s is opgenomen in Bijlage
  10. Hierna volgen per taakveld de hoogste prioriteiten die volgen uit de risico- en gebiedsanalyse voor vergunningverlening en toezicht en handhaving die door de gemeente Rhenen is uitgevoerd. 3.4.1 Prioriteiten vergunningverlening In Bijlage 2A is de volledige risicoanalyse voor vergunningverlening opgenomen. De hoogst geprioriteerde activiteiten zijn hierna per taakveld weergegeven: Taakveld Omgevingswet: Vergunningsaanvragen die betrekking hebben op publiektoegankelijke bouwwerken; Sloopmeldingen met asbest; Vergunningsaanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s); Vergunningsaanvragen waarbij welstand een rol speelt; Vergunningsaanvragen die betrekking hebben op monumenten/cultureel erfgoed. Taakveld APV en Bijzondere Wetten Vergunningsaanvragen die betrekking hebben op evenementen behorende tot categorie C. 3.4.2 Prioriteiten toezicht en handhaving In Bijlage 2B is de volledige risicoanalyse voor toezicht en handhaving opgenomen. De hoogst geprioriteerde activiteiten zijn hierna per taakveld weergegeven: Taakveld Juridisch Handhavingsverzoeken; Wet goed verhuurderschap (het handhaven op de zeven wettelijk vastgelegde algemene regels voor goed verhuurderschap); Juridische ondersteuning met betrekking tot brandveilig gebruik, slopen met asbest, milieu (o.a. geluid), bouwen woning zonder omgevingsvergunning, RO-buitengebied strijdig gebruik, openbare orde, ondermijning (IVP), kinderopvang, alcoholwet, Boa’s en crisissituaties die niet onder de overige prioriteiten vallen. Taakveld Toezicht Houden van regulier toezicht op de bouw van publiektoegankelijke bouwwerken en opvragen en toetsen van constructiegegevens; Meldingen/klachten (mits hoog geprioriteerd); Controles lopende handhavingszaken. Taakveld Boa domein 1 Parkeren (binnenstad (blauwe zone), benedenstad (parkeervergunning), excessen gemeente breed en bij scholen); Jeugd, jeugdoverlast; Alcoholwet samen met exploitatievergunningen; Wet op de Kansspelen; Ondermijning en controles BRP. C-evenementen; APV (langer dan vastgestelde termijn); Fietsen in voetgangersgebied. Taakveld Boa domein 2 Het houden van toezicht op en handhaven van de openstellingsregels (toegang alleen tussen zonsopgang en zonsondergang, loslopende honden, aanwezigheid buiten de paden en dumpen van afval) van dagrecreatiegebied Kwintelooijen, de Stadsbossen Rhenen, de landgoederen, het Binnenveld en de TBO’s. 3.5Doelen uitvoering en handhaving In paragraaf 3.4 zijn de zeven landelijke risicothema’s benoemd die een hoge prioriteit hebben gekregen en de hoogste prioriteiten die volgen uit de risico- en gebiedsanalyse die door de gemeente Rhenen zelf is opgesteld. De prioriteiten zijn in deze paragraaf vertaald naar concrete en meetbare uitvoerings- en handhavingsdoelen. Bij de doelen is aangegeven of deze volgen uit de landelijke prioriteiten of uit de lokale prioriteiten. In 2023 stelde de gemeenteraad het Integraal Veiligheidsplan (hierna: IVP) vast voor de periode 2023-
  11. Samen met de gemeenten Veenendaal, Renswoude, Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug, de politie en het Openbaar Ministerie (hierna: OM) bepaalden we onze veiligheidsdoelen. Ook in 2024 werken we aan de thema’s die zijn opgenomen in het IVP om te werken aan een veilig Rhenen. Er is en blijft ruimte voor lokale speerpunten op het gebied van veiligheid. Het college van B&W van Rhenen heeft ook een lokaal uitvoeringsprogramma (UVP) vastgesteld, dat aanvullend is op het gezamenlijke Integraal Veiligheidsplan (IVP). Er zijn twee specifieke lokale thema's waar extra aandacht aan wordt besteed: een veilige woon- en leefomgeving en zorg & veiligheid. We zetten daarom onze boa’s in op het houden van toezicht in de openbare ruimte, op onze recreatieterreinen, in onze stadsbossen en in ons buitengebied. Daarnaast richten we ons op bestaande en nieuwe bouwwerken en op het gebruik van bouwwerken en percelen die niet overeenstemmen met de regels in het omgevingsplan. Door in te zetten op de naleving van de geldende regels en beleid zorgen we samen met onze inwoners voor een leefbaar, gezond en bovenal veilig Rhenen. De reguliere activiteiten in het deelprogramma Openbare orde en veiligheid richten zich op: Criminaliteitsaanpak; Ondermijning; Buurtbemiddeling; Demonstraties; Brandweerzorg; Crisisbeheersing; Geneeskundige zorg. De reguliere activiteiten in het deelprogramma Handhaving richten zich op: Toezicht; Juridische en bestuurlijke handhaving; De taken van de boa’s. De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb zorgt voor het vervallen van taken tijdens het vergunningenproces en voor een verschuiving van taken na het verlenen van de vergunning. Voor een aantal nieuw te bouwen bouwwerken voeren we vooraf geen bouwkundige toetsing meer uit. Wel zijn we verantwoordelijk voor het werkproces rondom de zogenaamde bouwmelding die initiatiefnemers van een project bij de gemeente moeten indienen. We verwachten dat we in het begin van 2024 meer tijd moeten besteden aan het beantwoorden van vragen van kwaliteitsborgers, aannemers en bouwers. Verder is er een verschuiving in de taken van het fysieke toezicht houden op de bouw naar juridische handhaving. Bijvoorbeeld doordat we een bouwproject moeten stilleggen vanwege de aanwezigheid van gebreken. Ook kan het zijn dat we ingebruikname van het bouwwerk moeten voorkomen, doordat de kwaliteitsborger geen goedkeuringsverklaring kan of wil overleggen. Ook hieraan verwachten we daarom meer tijd te besteden. Wij blijven verantwoordelijk voor al het toezicht op de omgevingsvergunningen die vóór 2024 zijn verleend op basis van de Wabo. Er is daardoor voor toezicht geen harde overgang tussen de Wabo en de Omgevingswet en de Wkb. Als gevolg hiervan vinden in 2024 werkzaamheden plaats op het terrein van zowel “oude” als “nieuwe” wetgeving. In figuur 3 zijn de doelen voor vergunningverlening weergegeven, voorzien van meetbare indicatoren en de uitvoerende organisatie. Figuur 3: Doelen vergunningverlening met meetbare indicatoren en uitvoerende organisatie Doelen vergunningverlening Meetbare indicatoren Uitvoering door volgend uit de landelijke prioriteiten Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. constructieve veiligheid Doel: • Elk jaar wordt 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t een technische bouwactiviteit (gevolgklasse 2 en 3) vooraf door de externe constructeur getoetst volgens het risicogestuurde toetsingsprotocol en vastgelegd, waardoor het aantal grote bouwincidenten met slachtoffers van een (gedeeltelijke) instorting als gevolg van een constructiefout elk jaar 0 is. • Aantal vooraf gecontroleerde aanvragen m.b.t. een technische bouwactiviteit (gevolgklasse 2 en 3); • Aantal grote bouwincidenten met slachtoffers. • GR (extern constructeur) Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. brandveiligheid van gebouwen Doel: • Elk jaar wordt 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t. een technische bouwactiviteit voor publiektoegankelijke bouwwerken (gevolgklasse 2 en 3) vooraf door de VRU getoetst volgens het risicogestuurde toetsingsprotocol en vastgelegd, waardoor het aantal grote incidenten met slachtoffers als gevolg van een brandonveilig gebouw elk jaar 0 is. • Aantal vooraf gecontroleerde aanvragen m.b.t. een technische bouwactiviteit voor publiektoegankelijke bouwwerken (gevolgklasse 2 en 3); • Aantal grote incidenten met slachtoffers. • VRU Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. afwijken van het omgevingsplan Doel: • Elk jaar reduceert het team Vergunningen het aantal onterecht of onvoldoende onderbouwde afwijkingen van het omgevingsplan met 10% door het uitvoeren van een collegiale toets, zodat het aantal gegronde bezwaren tegen besluiten met een afwijking maximaal 2 per jaar is. • Aantal onterecht of onvoldoende onderbouwde afwijkingen; • Aantal gegronde bezwaarschriften. • GR Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. asbest Doel: • Elk jaar wordt bij 100% van de asbest sloopmeldingen een geldige asbestinventarisatie aangeleverd en getoetst door de ODU, zodat ernstige gezondheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. • Aantal geaccepteerde asbest sloopmeldingen met een geldige asbestinventarisatie; • Aantal geconstateerde milieu- of veiligheidsrisico’s. • ODU Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. milieubelastende activiteiten Doel: • Elk jaar wordt 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t. risicovolle milieubelastende activiteiten getoetst volgens de risicobeoordelingschecklist van de ODU, zodat risico’s op ernstige milieu- en veiligheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. • Aantal vooraf gecontroleerde aanvragen m.b.t. risicovolle milieubelastende activiteiten; • Aantal geconstateerde milieu- of veiligheidsrisico’s. • ODU Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. bodem (toepassing van verontreinigde grond) Doel: • Elk jaar wordt bij 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t. bodemgevoelige gebouwen of -locaties een geldig bodemonderzoek aangeleverd en getoetst door de ODU, zodat ernstige gezondheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. • Aantal vooraf gecontroleerde aanvragen m.b.t. bodemgevoelige gebouwen of -locaties; • Aantal geconstateerde gezondheidsrisico’s. • ODU Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. brandveiligheid bij opslag gevaarlijke stoffen Doel: • Elk jaar wordt 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t. bedrijven die in de risicomatrix hoog zijn ingeschaald gecontroleerd volgens de risicobeoordelingschecklisten van de VRU en ODU, zodat risico’s op ernstige milieu- en veiligheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. • Aantal vooraf gecontroleerde aanvragen m.b.t. bedrijven die in de risicomatrix hoog zijn ingeschaald; • Aantal geconstateerde milieu- of veiligheidsrisico’s. • VRU/ODU volgend uit de lokale prioriteiten Prioriteit: Bijdragen aan de uitvoering van de mobiliteitsagenda om parkeeroverlast te beperken Doel: • Elk jaar wordt minimaal 90% van de vergunningsaanvragen getoetst aan de beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds, zodat de parkeeroverlast gemeentebreed met minimaal 15% wordt verminderd . • Aantal vooraf gecontroleerde aanvragen m.b.t. de beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds; • Aantal (meldingen van) geconstateerde parkeerovertredingen. • GR Prioriteit: Het realiseren en behouden van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving voor inwoners en ondernemers Doel: • Elk jaar wordt bij minimaal 90% van de vergunningsaanvragen m.b.t. een technische bouwactiviteit, een bouwmelding (Wkb) of sloopmelding de (uitgebreide) risicomatrix vooraf ingevuld en getoetst, zodat het aantal geregistreerde meldingen over bouw- en sloopveiligheid elk jaar met 10% afneemt. • Aantal vooraf ingevulde- en gecontroleerde risicomatrixen en veiligheidsplannen; • Aantal geregistreerde meldingen m.b.t. bouw- en sloopveiligheid. • GR Prioriteit: Beperken van locatiespecifieke risico’s Doel: • Elk jaar wordt bij 90% van de vergunningsaanvragen m.b.t. een technische bouwactiviteit of een bouwmelding (Wkb) getoetst of er rekening is gehouden met eventuele locatiespecifieke risico’s, zodat het aantal grote (bouwtechnische) incidenten die zijn voortgekomen uit locatiespecifieke risico’s elk jaar 0 is. • Aantal vooraf gecontroleerde aanvragen m.b.t eventuele locatiespecifieke risico’s; • Aantal (bouwtechnische) incidenten als gevolg van locatiespecifieke risico’s. • GR Prioriteit: Beschermen van cultureel erfgoed Doel: • Elk jaar wordt 100% van de vergunningsaanvragen m.b.t. cultureel erfgoed vooraf getoetst door de CRK en/ of gemeentelijke monumentencommissie en/ of de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), zodat risico’s op het beschadigen of verloren gaan van cultureel erfgoed tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. • Aantal vooraf gecontroleerde aanvragen m.b.t. cultureel erfgoed; • Aantal incidenten waarbij cultureel erfgoed is beschadigd of verloren is gegaan. • GR/CRK/RCE Prioriteit: Beperken van risico’s met betrekking tot ondermijning Doel: • Elk jaar wordt er minimaal 1 crimineel samenwerkingsverband in kaart gebracht én juridische handhaving of vervolging gestart. • Aantal in kaart gebrachte criminele samenwerkingsverbanden; • Aantal juridische handhavings- of vervolgtrajecten. • GR/Politie/ Belastingdienst/OM Afkortingen: GR = Gemeente Rhenen, VRU = Veiligheidsregio Utrecht, ODU = Omgevingsdienst Utrecht, CRK = Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (MooiSticht), RCE = Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In figuur 4 zijn de doelen voor toezicht en handhaving weergegeven, voorzien van meetbare indicatoren en de uitvoerende organisatie. Figuur 4: Doelen toezicht en handhaving met meetbare indicatoren en uitvoerende organisatie Doelen toezicht en handhaving Meetbare indicatoren Uitvoering door volgend uit de landelijke prioriteiten Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. constructieve veiligheid Doel: • Elk jaar wordt 100% van de verleende omgevingsvergunningen m.b.t een technische bouwactiviteit (gevolgklasse 2 en 3) tijdens de uitvoering risicogestuurd gecontroleerd volgens de toezichtmatrix, waardoor het aantal grote bouwincidenten met slachtoffers van een (gedeeltelijke) instorting als gevolg van een constructiefout elk jaar 0 is. • Aantal uitgevoerde bouwcontroles m.b.t. een technische bouwactiviteit (gevolgklasse 2 en 3); • Aantal grote bouwincidenten met slachtoffers. GR Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. brandveiligheid van gebouwen Doel: • Elk jaar vindt toezicht op brandveiligheid van bestaande bouw plaats op basis van een gezamenlijk controleprogramma VRU / gemeente, waardoor het aantal grote incidenten met slachtoffers als gevolg van een brandonveilig gebouw elk jaar 0 is. • Aantal uitgevoerde controles bij bestaande bouw; • Aantal grote incidenten met slachtoffers. • GR/VRU Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. afwijken van het omgevingsplan Doel: • Elk jaar start team Handhaving ambtshalve minimaal 5 handhavingszaken (niet voortvloeiend uit een handhavingsverzoek) wegens illegaal gebruik, waarbij de voortgang elk kwartaal wordt geëvalueerd. • Aantal ambtshalve gestarte handhavingszaken; • Aantal geëvalueerde handhavingszaken. • GR Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. asbest Doel: • Elk jaar wordt 100% van de geconstateerde illegale saneringen van asbest direct opgevolgd door een handhavingstraject, zodat ernstige gezondheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. • Aantal illegale saneringen van asbest; • Aantal gestarte handhavingszaken • ODU Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. milieubelastende activiteiten Doel: • Elk (half) jaar worden risicovolle Mba’s risicogestuurd en themagestuurd gecontroleerd, volgens een opgesteld toezichtplan waarin aan de hand van mogelijke risico’s wordt beschreven waar tijdens de controle extra nadruk op wordt gelegd. • Aantal risicovolle Mba’s dat elk (half) jaar wordt gecontroleerd. • ODU Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. bodem (toepassing van verontreinigde grond) Doel: • Elk jaar wordt 100% van de geconstateerde toepassing van verontreinigde grond, direct opgevolgd door corrigerende maatregelen, zodat ernstige gezondheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. • Aantal geconstateerde afwijkingen; • Aantal opgelegde corrigerende maatregelen. • ODU Prioriteit: Beperken van risico’s m.b.t. brandveiligheid bij opslag gevaarlijke stoffen. Doel: • Periodiek worden alle bedrijven die in de risicomatrix hoog zijn ingeschaald gecontroleerd volgens de risicobeoordelingschecklisten van de VRU en ODU, zodat risico’s op ernstige milieu- en veiligheidsrisico’s tijdig worden geïdentificeerd en geminimaliseerd. • Aantal uitgevoerde controles • VRU/ODU volgend uit de lokale prioriteiten Prioriteit: Bijdragen aan de uitvoering van de mobiliteitsagenda om parkeeroverlast te beperken Doel: • Elk jaar voert team Handhaving gerichte controles en communicatieacties uit volgens het jaarlijkse uitvoeringsprogramma, waardoor het aantal geregistreerde meldingen en geconstateerde overtredingen m.b.t. parkeeroverlast elk jaar gemeentebreed met minimaal 15% verminderd. • Aantal uitgevoerde gerichte controles volgens het jaarlijkse uitvoeringsprogramma; • Aantal geregistreerde meldingen; • Aantal geconstateerde overtredingen. • GR Prioriteit: Het realiseren en behouden van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving voor inwoners en ondernemers Doel: • Elk jaar wordt 100% van de verleende omgevingsvergunningen waarbij een bouw- of sloopveiligheidsplan aanwezig is tijdens de uitvoering gecontroleerd, zodat het aantal geregistreerde meldingen over bouw- en sloopveiligheid elk jaar met 10% afneemt . • Aantal uitgevoerde bouwcontroles m.b.t. een bouw- en sloopveiligheid; • Aantal geregistreerde meldingen. • GR Prioriteit: Beperken van locatiespecifieke risico’s Doel: • Elk jaar wordt 100% van de verleende omgevingsvergunningen m.b.t. een technische bouwactiviteit, een bouwmelding (Wkb) of een sloopmelding tijdens de uitvoering gecontroleerd of er rekening wordt gehouden met eventuele locatiespecifieke risico’s, zodat het aantal grote (bouwtechnische) incidenten die zijn voortgekomen uit locatiespecifieke risico’s elk jaar 0 is. • Aantal uitgevoerde bouwcontroles m.b.t eventuele locatiespecifieke risico’s; • Aantal (bouwtechnische) incidenten als gevolg van locatiespecifieke risico’s. • GR Prioriteit: Beschermen van cultureel erfgoed Doel: • Elk jaar wordt 100% van de verleende omgevingsvergunningen m.b.t cultureel erfgoed tijdens de uitvoering gecontroleerd, waardoor het aantal incidenten waarbij cultureel erfgoed is beschadigd of verloren is gegaan elk jaar 0 is. • Aantal uitgevoerde bouwcontroles m.b.t. cultureel erfgoed; • Aantal incidenten waarbij cultureel erfgoed is beschadigd of verloren is gegaan. • GR/CRK Prioriteit: Beperken van risico’s met betrekking tot ondermijning Doel: • Elk jaar wordt er minimaal 1 crimineel samenwerkingsverband in kaart gebracht én juridische handhaving of vervolging gestart. • Aantal in kaart gebrachte criminele samenwerkingsverbanden; • Aantal juridische handhavings- of vervolgtrajecten. • GR/Politie/ Belastingdienst/OM Afkortingen: GR = Gemeente Rhenen, VRU = Veiligheidsregio Utrecht, ODU = Omgevingsdienst Utrecht, CRK = Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (MooiSticht), RCE = Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 3.6Kwaliteitsborging en kwaliteitsdoelen De gemeenteraad van Rhenen heeft op 7 juni 2022 de “Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Rhenen 2022” vastgesteld. Daarmee heeft het college van B&W de verplichting om te voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.3
(2022), Deel B (en haar rechtsopvolgers). Over de naleving van de kwaliteitscriteria doet het college van B&W jaarlijks mededeling aan de raad. Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of konden worden nageleefd, doet het college van B&W daarvan gemotiveerd opgave. De uitvoerende samenwerkingsorganisaties (zoals bijvoorbeeld de ODU en de VRU) die de betreffende deskundigheid leveren aan het bevoegd gezag moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria voor de kritieke massa en de activiteiten dienen uitgevoerd te worden op basis van de overige procescriteria, inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten. Met het vaststellen van de “Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Rhenen 2022”, heeft het college van W&W ook de verplichting om interne kwaliteitsdoelen vast stellen. Deze doelen hebben in ieder geval betrekking op: De dienstverlening; De uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; De financiën. Hierna volgt een nadere definiëring van deze drie thema’s: Dienstverlening: de manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omgeving, melders etc.) omgaat. Uitvoeringskwaliteit: De mate waarin een product voldoet aan de juridische en organisatorische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Ook wel aangeduid als de inhoudelijke kwaliteit. Financiën: De inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten/producten. In figuur 5 zijn de drie thema’s weergegeven en voorzien van interne kwaliteitsdoelen voor vergunningverlening met meetbare indicatoren. Ook zijn er, indien mogelijk, streefwaarden opgenomen per doelstelling. Figuur 5: Interne kwaliteitsdoelen vergunningverlening met meetbare indicatoren Thema’s Interne kwaliteitsdoelen vergunningverlening Indicatoren Dienstverlening • Alle aanvragen en meldingen worden tijdig en correct binnen de wettelijke termijnen afgehandeld; • Besluiten zijn rechtmatig en van een zekere kwaliteit; • Tijdig verschaffen van informatie op verzoek. • Geen ingebrekestellingen en dwangsommen niet tijdig beslissen; • Aantal gegronde bezwaar en beroepschriften (max 10%); • Binnen 5 werkdagen wordt gereageerd op e-mails; Klanten worden binnen 3 werkdagen teruggebeld. Uitvoeringskwaliteit • Het personeel is goed opgeleid en voldoet aan de meest recente kwaliteitscriteria U&H; • Het beleid is actueel; • Handhaafbare regelgeving; • De taakapplicatie RX-Mission is correct ingericht voor de processen van de omgevingsvergunningen, inclusief archivering. • Binnen de beleidsperiode voldoen we 100% aan de gestelde kwaliteitscriteria U&H; • Binnen de beleidsperiode is het beleid voor 80% geactualiseerd; • Deregulering. Meer meldingen, minder vergunningen; • Updates worden tijdig uitgevoerd. Eenduidige werkwijze volgens vastgelegde processen en standaarden. Voldoen aan de archiefwet. Financiën • Een kostendekkende begroting; • Juiste informatie over de inkomsten uit leges; • Aantallen vergunningen en meldingen zijn inzichtelijk en voorzien van kengetallen per product. • 1x per maand een rapportage; • 1x per maand een rapportage; • Binnen de beleidsperiode worden kengetallen ontwikkeld per product. In figuur 6 zijn de drie thema’s weergegeven en voorzien van interne kwaliteitsdoelen voor toezicht en handhaving met meetbare indicatoren. Ook zijn er, indien mogelijk, streefwaarden opgenomen per doelstelling. Figuur 6 : Interne kwaliteitsdoelen toezicht en handhaving met meetbare indicatoren Thema’s Interne kwaliteitsdoelen toezicht en handhaving Indicatoren Dienstverlening • Effectieve preventieve handhaving; • Een uniforme handhavingsaanpak bewerkstelligen; • 24-uurs bereikbaarheid (piketdienst) bij overlast-meldingen; • De klachten- en meldingen procedure (handhaving) is helder en concreet, met een duidelijke afhandelwijze, termijnen en communicatiemomenten. • Beter naleefgedrag, minder formele handhavingstrajecten; • Inzetten van bestuursrechtelijke instrumenten volgens de LHSO; • 100% bereikbaarheid; • De informatie omtrent het klachten- en meldingenproces op de website is up-to-date. Uitvoeringskwaliteit • Het personeel is goed opgeleid en voldoet aan de meest recente kwaliteitscriteria U&H; • De taakapplicatie RX-Mission is correct ingericht voor de toezicht- en handhavingsprocessen, inclusief archivering. • Binnen de beleidsperiode voldoen we 100% aan de gestelde kwaliteitscriteria U&H; • Updates worden tijdig uitgevoerd. Eenduidige werkwijze volgens vastgelegde processen en standaarden. Voldoen aan de archiefwet. Financiën • Een kostendekkende begroting; • Opgelegde dwangsommen en bestuurlijke boetes worden tijdig verbeurd; • Aantallen uitgevoerde controles en handhavingszaken zijn inzichtelijk en voorzien van kengetallen per product • 100% van de dwangsommen worden tijdig verbeurd; • 1x per maand een rapportage; • Binnen de beleidsperiode worden kengetallen ontwikkeld per product. 4.Operationeel beleidskader In deze stap moeten de prioriteiten en doelstellingen uit hoofdstuk 3 worden vertaald naar concrete thema’s en meetbare activiteiten voor de uitvoering van de U&H-taken. Deze U&H-strategie is met name bedoeld om de naleving van de wetten en regels te bevorderen. Zonder toezicht en handhaving hebben burgers en bedrijven aanzienlijk minder de neiging om wetten en regels op te volgen. Op het moment dat zij weten dat de gemeente toezicht houdt en handhaaft bij overtredingen, zullen minder overtredingen plaatsvinden. Er zijn verschillende strategieën om naleving van de regels te bereiken, waarbij ook diverse handhavingsinstrumenten kunnen worden ingezet. Bij de uitvoering van de taken geldt het principe dat initiatieven, activiteiten en handhavingssituaties in een gelijke situatie gelijk worden behandeld. Om zoveel mogelijk volgens dat principe te werken zijn onderstaande U&H-strategieën zowel van toepassing op de taken die door de gemeente Rhenen zelf worden uitgevoerd als op de taken die door de ODU worden uitgevoerd. De grondslagen van de inhoud van de strategieën is terug te vinden in het Omgevingsbesluit, artikelen 13.6 en 13.7. De volgende vijf U&H-strategieën zijn te onderscheiden: Preventiestrategie; Vergunningenstrategie; Toezichtstrategie; Sanctiestrategie; Gedoogstrategie. Deze strategieën kunnen niet los van elkaar worden gezien. Ze vullen elkaar aan en versterken elkaar. De inzet van een instrument kan per overtreding of doelgroep verschillen. In veel gevallen zal een combinatie van deze strategieën en handhavingsinstrumenten tot een betere naleving leiden. De verschillende strategieën worden hierna verder toegelicht. 4.1Preventiestrategie De preventiestrategie is gericht op het voorkomen van overtredingen door middel van communicatie en voorlichting. In de eerste plaats ligt de verantwoordelijkheid voor het naleven van wet- en regelgeving bij burgers en bedrijven zelf, maar dan moeten de regels wel bekend en duidelijk zijn. Als de regels duidelijk zijn worden ze sneller begrepen en daardoor beter geaccepteerd en nageleefd. De Omgevingswet en de Wkb zijn nieuwe wetten met nieuwe regels. Van burgers en bedrijven kan niet worden verwacht dat zij direct op de hoogte zijn van alle wijzigingen. Zeker de eerste jaren is er een grotere kans dat overtredingen plaatsvinden door onwetendheid of dat verzoeken om handhaving worden gedaan voor zaken die bijvoorbeeld vergunningsvrij zijn geworden. Ook de knip tussen de (technische) bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit zal een uitgebreide en duidelijke voorlichting vragen. Scope In deze strategie wordt onder preventie verstaan: het beperken van risico’s op aantasting van de fysieke leefomgeving, door in te zetten op voorlichting en het geven van voorlichting en zorgen voor een heldere communicatie over het doel van wet- en regelgeving waar burgers en bedrijven zich aan moeten houden. Doel strategie Het doel van de preventiestrategie is het bevorderen van de spontane naleving van wet- en regelgeving door het vergroten van de bewustwording bij burgers en bedrijven. Uitgangspunten Uitgangspunt is een klantgerichte en klantvriendelijke benadering waarbij binnen de geldende wet- en regelgeving steeds gezocht wordt naar een passende oplossing. Als een initiatiefnemer/aanvrager er met de geboden informatie en voorlichting niet uitkomt is in principe een gesprek met een medewerker van de gemeente en/of (één van) de samenwerkingspartners mogelijk. De preventiestrategie is verder uitgewerkt in bijlage 4. 4.2Vergunningenstrategie (reguleren) Voor het uitvoeren van activiteiten binnen de fysieke leefomgeving kan een melding of vergunning nodig zijn van het bevoegd gezag. Het verlenen van vergunningen is aanbod gestuurd. Daar heeft het bevoegd gezag weinig invloed op. Wel kunnen op basis van ervaringen prognoses worden opgesteld. Het beoordelen van vergunningsaanvragen en meldingen vindt risicogestuurd plaats. Vergunningen moeten worden verleend als aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan, maar bij de beoordeling wordt steeds gekeken naar de aard van de aanvraag en welke aspecten daarbij het meest diepgaand moeten worden getoetst. Het gaat hierbij zowel om het object van de aanvraag (bijvoorbeeld wat voor soort bouwwerk) als de specifieke te toetsen elementen binnen deze aanvraag (bijvoorbeeld veiligheid of gezondheid). Belangrijke aandachtspunten zijn constructieve veiligheid, brandveiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid. Scope In deze strategie wordt onder vergunningverlening verstaan: Het toetsen en afhandelen (verlenen, weigeren, buiten behandeling stellen, intrekken of wijzigen) van vergunningsaanvragen, meldingen, principeverzoeken, schetsplannen en overige vragen; Het adviseren over vergunningsvrije activiteiten; Interne- en externe afstemming, advisering over de aanvraag (vooroverleg) en communicatie; Het verzorgen van klantcontacten die betrekken hebben op de aanvragen of die betrekking hebben op informatie in algemene zin betreffende de fysieke leefomgeving. Doel Het doel van de vergunningenstrategie is het beperken van risico’s met betrekking tot de aspecten veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid bij uit te voeren activiteiten, door preventief te toetsen aan geldende wet- en regelgeving. Uitgangspunten Uitgangspunt is een klantgerichte en klantvriendelijke benadering waarbij binnen de geldende wet- en regelgeving steeds gezocht wordt naar een passende oplossing. Als een initiatiefnemer/aanvrager er met de geboden informatie en voorlichting niet uitkomt is in principe een gesprek met een medewerker van de gemeente en/of (één van) de samenwerkingspartners mogelijk. De vergunningenstrategie is verder uitgewerkt in bijlage 5. 4.3Toezichtstrategie (controleren) In de toezichtstrategie is beschreven welke vormen van toezicht er zijn en op welke wijze gecontroleerd wordt of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Dit vindt plaats door het verzamelen van informatie over (het nalaten van) handelingen en het beoordelen daarvan. De resultaten worden vastgelegd in een rapportage. Onder toezicht vallen alle werkzaamheden die door of namens het bevoegd gezag worden verricht om te controleren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Het toezicht wordt uitgevoerd door daartoe aangestelde toezichthouders en boa’s. Scope Met toezicht stelt het bevoegd gezag vast of wet- en regelgeving wordt nageleefd en zo nodig wordt handhavend opgetreden. Niet voor elke situatie is het toezicht hetzelfde. De soort controle moet zijn afgestemd zijn op de specifieke situatie. Soms worden controles vooraf aangekondigd. De gemeente houdt toezicht aan de hand van een vooraf opgesteld jaarlijks uitvoeringsprogramma. Daarin zijn de prioriteiten van de uit te voeren activiteiten vastgelegd. Het streven is om voor thema’s met een gemeenschappelijke deler en meerwaarde voor toezicht op regionaal niveau, gezamenlijke afspraken te maken. Hiermee wordt bijgedragen aan uniformiteit en een gelijk speelveld voor burgers en bedrijven binnen de provincie Utrecht. Naast het geplande toezicht, houdt de gemeente toezicht naar aanleiding van handhavingsverzoeken, klachten en overlastmeldingen die bij de gemeente binnenkomen. Doel Het doel van toezicht is het bevorderen van het naleefgedrag door burgers en bedrijven. Het naleven van de regels leidt tot een kleinere kans op het ontstaan van risico’s. Uitgangspunten Het bevoegd gezag is verplicht om toezicht te houden en te handhaven bij geconstateerde overtredingen. Het is zaak om de beschikbare capaciteit zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten. Toezicht houden daar waar nodig is. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de risicoanalyse zoals opgenomen in bijlage 2B. De risico’s geven aan welke activiteiten in meer of mindere mate schade kunnen toebrengen aan de fysieke leefomgeving en waar toezicht dus een belangrijke rol speelt. De toezichtstrategie is verder uitgewerkt in bijlage 6. 4.4Handhavingsstrategie (sanctioneren) Als het uitvoeren van toezicht met een corrigerende insteek niet leidt tot beëindiging van de overtreding, is de gemeente in beginsel verplicht om handhavend op te treden. Handhaving kan met zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke instrumenten plaatsvinden. In de handhavingsstrategie is beschreven waarom we sanctioneren, welke interventiemiddelen we kennen, hoe we bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving afstemmen en hoe we zo integraal mogelijk te werk gaan. Daarbij geldt de nieuwe Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO) als leidraad. Scope Wanneer wet- en regelgeving wordt overtreden is de gemeente in beginsel verplicht om handhavend op te treden. De LSHO erkent dat er omstandigheden kunnen zijn om van (bestuursrechtelijk) handhaven af te zien. Doel Het doel van de handhavingsstrategie is het bijdragen aan het vertrouwen dat de veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid binnen de fysieke leefomgeving geborgd zijn. Uitgangspunten Eenduidigheid in optreden bij geconstateerde overtredingen in gelijke situaties; De soort controle is afgestemd op de specifieke situatie; De resultaten in een rapportage over de geconstateerde overtreding zijn bepalend voor de vraag of, en zo ja, hoe moet worden opgetreden door gemeente en/of andere instanties; De strategie geeft inzicht in de wijze waarop de gemeente reageert als de regels niet worden nageleefd. De handhavingsstrategie is verder uitgewerkt in bijlage 7. 4.5Gedoogstrategie (gemotiveerd accepteren) In de gedoogstrategie is beschreven in welke gevallen en onder welke voorwaarden er bewust kan worden afgezien van sancties in geval van overtredingen. Stilzwijgend, passief gedogen is absoluut onacceptabel. Gedogen van overtredingen is alleen bij uitzondering aanvaardbaar, na een zorgvuldige belangenafweging. Het gaat dan om uitdrukkelijk gedogen, na het nemen van een gedoogbeschikking. Scope In de volgende gevallen kan sprake zijn van gedogen: Overmacht situatie en strikte naleving van de wettelijke regels leidt tot ongewenste milieugevolgen; in zo’n geval staat het bevoegd gezag overtredingen van de wet toe, juist om het milieu te beschermen; Overgangssituatie, waarin het bevoegd gezag vooruitlopend op legalisatie gedoogt, bijvoorbeeld als ze binnen afzienbare termijn de omgevingsvergunning kan verlenen; Onevenredigheid; als handhaven onevenredig is in verhouding tot het belang voor de fysieke leefomgeving, dan kan het bevoegd gezag ervan afzien. Doel Het doel van de gedoogstrategie is duidelijkheid verschaffen in welke uitzonderlijke gevallen en onder welke voorwaarden bewust kan worden afgezien van bestuursrechtelijk handhaven in geval van geconstateerde overtredingen. Dit laat eventuele strafvervolging door het OM onverlet. Uitgangspunten Het uitgangspunt moet zijn om op te treden tegen illegale situaties en alleen in zeer bijzondere gevallen een illegale situatie voort te laten bestaan, bijvoorbeeld als er concreet zicht is op legalisatie of beëindiging van de overtreding. Gedogen moet zoveel mogelijk beperkt blijven in omvang en tijd. Gedogen is dermate specifiek en afhankelijk van de betreffende situatie en komt zo weinig voor, dat deze strategie niet verder is uitgewerkt. 4.6Optreden bij eigen overtredingen Het bevoegd gezag is verplicht om toezicht te houden en te handhaven bij geconstateerde overtredingen. Dat geldt ook voor overtredingen die worden begaan door de eigen organisatie. Handhaving vindt in die gevallen op dezelfde wijze plaats zoals ook bij burgers en bedrijven het geval is, overeenkomstig de instrumenten in deze U&H-strategie. Hier geldt, meer nog dan bij burgers en bedrijven, dat het naleefgedrag bijdraagt aan het algemeen normbesef en geloofwaardigheid van de overheid. 5.Planning en control “Planning en control” vormen het snijvlak van de beleidsvormende (strategische) cyclus en de uitvoerende (operationele) cyclus. Jaarlijks wordt de U&H-strategie uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma (artikel 13.8 Omgevingsbesluit), waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden het komende jaar zullen worden verricht. Daarbij wordt rekening gehouden met de prioriteiten en gestelde doelen uit de U&H-strategie. Het uitvoeringsprogramma wordt zo nodig afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving. Voor het bereiken van de doelen en het verrichten van de werkzaamheden daarvoor, worden de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk gemaakt en in de begroting gewaarborgd (artikel 13.10 Omgevingsbesluit). Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma moeten voldoende financiële en personele middelen beschikbaar worden gesteld. De “planning en control cyclus” is voor de gemeente Rhenen als volgt: De raad stelt in juli de kaders voor de begroting van het volgende jaar vast (kadernota); De raad stelt in november het beleid en de bijbehorende middelen voor het volgende begrotingsjaar vast (begroting); De raad wordt in het 3e kwartaal geïnformeerd over de voortgang van het beleid en zal de aangepaste budgetten uit de begroting vaststellen (voorjaarsrapportage); De raad wordt in het 4e kwartaal 2024 geïnformeerd over de voortgang van het beleid en zal de aangepaste budgetten uit de begroting vaststellen (najaarsrapportage); Het college legt in het 3e kwartaal verantwoording af aan de raad over het lopende begrotingsjaar (jaarstukken). 6.Voorbereiden De eerste stap in de operationele cyclus vormt het “voorbereiden”. Om ervoor te zorgen dat er op een goede manier uitvoering wordt gegeven aan de U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma, worden de taken en werkzaamheden uitgevoerd op grond van vooraf vastgestelde procedures, processen en protocollen (artikel 13.9 Omgevingsbesluit). De organisatie moet zodanig zijn ingericht dat een goede uitvoering van de U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma is gewaarborgd. Binnen de gemeente Rhenen zijn de beschikbare financiële en personele middelen voor de uitvoering van de U&H-taken in de begroting geborgd. De personele capaciteit bestaat uit een team met vaste medewerkers en ingeleend personeel. Daarnaast wordt structureel gebruik van de expertise van specialisten van o.a. de ODU, de VRU, MooiSticht en een externe constructeur. De geraamde uren en middelen van de ODU en de VRU zijn vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten en zijn eveneens geborgd in de meerjarenbegroting. Om een adequate en objectieve uitvoering van de taken en werkzaamheden mogelijk te maken, worden ondersteunende technische-, juridische- en administratieve middelen beschikbaar gesteld. Het gaat hierbij onder andere om bedrijfsauto’s, meetapparatuur, fototoestellen, mobiele telefoons, laptops, tablets, software, informatiebeheersystemen (o.a. NetBrowser), vakliteratuur, aansluiting op (juridische) databanken enzovoorts. Waar nodig wordt ervoor gezorgd dat de betreffende instrumenten en apparaten in een goede staat van onderhoud verkeren, voldoen aan de wettelijke (controle)eisen en zo nodig worden gekalibreerd. Personele en financiële middelen Voor de uitvoering van de U&H-taken is in de gemeentelijke begroting 2024, 19,63 Fte (26.957 uren) aan capaciteit beschikbaar gesteld. Hiervan is 8,31 Fte (11.413 uren) vacature/ingeleend. Tijdens de uitvoering van taken wordt de capaciteit en de financiële middelen constant bewaakt. In het jaarverslag wordt de uitvoering van het uitvoeringsprogramma geëvalueerd. De beschikbare capaciteit voor de uitvoering van de U&H-taken is in figuur 7 weergegeven (1 fte = 1.375 uren). Figuur 7: Beschikbare capaciteit uitvoering en handhaving Functie Team Formatie (Fte) Uren Adviseur Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ontwikkeling 0,89 1.222 Adviseur Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ontwikkeling 0,89 1.222 Adviseur Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ontwikkeling 0,89 1.222 Adviseur Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ontwikkeling Beleidsmedewerker Ruimtelijke Ordening (vacature/ingeleend) Ruimtelijke Ontwikkeling 0,89 1.222 subtotaal 4,56 Fte 6.263 uren Coördinator Omgevingsvergunningen Vergunningen 0,89 1.222 Coördinator Omgevingsvergunningen (vacature/ingeleend) Vergunningen 1,00 1.375 Coördinator Omgevingsvergunningen (vacature/ingeleend) Vergunningen 0,05 69 Medewerker Omgevingsvergunningen (vacature/ingeleend) Vergunningen 1,00 1.375 Medewerker Omgevingsvergunningen (vacature/ingeleend) Vergunningen 1,00 1.375 Medewerker APV & Bijzondere Wetten Vergunningen 1,00 1.375 subtotaal 4,94 Fte 6.791 uren Projectleider Ruimtelijke Projecten Projecten 0,67 917 Projectleider Ruimtelijke Projecten (vacature/ingeleend) Projecten 0,89 1.222 Projectleider Ruimtelijke Projecten (vacature/ingeleend) Projecten 0,67 917 subtotaal 2,23 Fte 3.056 uren Jurist handhaving Veiligheid, Toezicht en handhaving 0,75 1.031 Jurist handhaving Veiligheid, Toezicht en handhaving 1,00 1.375 Jurist handhaving (vacature/ingeleend) Veiligheid, Toezicht en handhaving 0,25 344 Juridisch beleidsmedewerker Veiligheid, Toezicht en handhaving 0,89 1.222 Boa Domein 1 Veiligheid, Toezicht en handhaving 1,00 1.375 Boa Domein 1 (vacature/ingeleend) Veiligheid, Toezicht en handhaving 1,00 1.375 Boa Domein 1 (vacature/ingeleend) Veiligheid, Toezicht en handhaving 1,00 1.375 Boa Domein 1 (vacature/ingeleend) Veiligheid, Toezicht en handhaving 0,56 764 Boa Domein 2 Veiligheid, Toezicht en handhaving 0,89 1.222 Medewerker Toezicht en Handhaving Veiligheid, Toezicht en handhaving 0,56 764 subtotaal 2,23 Fte 3.056 uren De beschikbare formatie voor projectleiders wordt gedeeltelijk ingezet op U&H-taken; Van de 4,12 fte Boa, voert 3,56 fte (4.880 uren) “blauwe” taken uit en 0,44 fte (611 uren) voert “groene” taken uit; De 2,00 fte jurist handhaving wordt zowel ingezet op handhaving in het kader van de Omgevingswet als handhaving van de regelgeving met betrekking tot APV en Bijzondere Wetten; De juridisch beleidsmedewerker is ondergebracht bij het team Veiligheid, Toezicht en handhaving, maar wordt breed ingezet; Voor de teams Vergunningen en Veiligheid, Toezicht en handhaving is geen administratieve ondersteuning beschikbaar; Vooralsnog gaan we ervan uit dat de werkzaamheden in het kader van de Omgevingswet en Wkb, passen binnen de beschikbaar gestelde invoeringsbudgetten (rijksmiddelen). Voor de kosten van de implementatie zijn de afgelopen jaren de nodige uitgaven gedaan. Op dit moment zijn de onderstaande incidentele middelen hiervoor nog beschikbaar: Reserve collegeprogramma: € 219.000, - (Omgevingswet); Reserve bestemmingsplannen: € 36.000, -; Restant budget tlv alg. reserve: € 99.000, - (Omgevingswet/Wkb). Voor het uitvoeren van de mobiliteitsagenda, is in de kadernota 2024-2027 voor 2024, 2025 en 2026 een incidenteel budget geraamd van € 40.000, -; Voor het uitvoeren van de aanbevelingen uit de evaluatie van de jaarwisseling in Achterberg, is in de kadernota 2024-2027 voor 2024 en 2025 een incidenteel budget geraamd van € 20.000, -; Voor de uitvoering van de Wet goed verhuurderschap, heeft de gemeente financiële middelen vanuit het Rijk ontvangen. Het budget voor de periode 2023-2026 bedraagt € 11.428, - per jaar. Op dit moment kan nog geen inschatting worden gemaakt van de hoeveelheid meldingen die binnen gaat komen. Het aantal binnengekomen meldingen zal in 2024 worden gemonitord. Daarmee kan een goed beeld worden gevormd van de benodigde capaciteit en inzet van het budget. De benodigde capaciteit is in het overzicht niet opgenomen. De formatie is geborgd door vastlegging in de gemeentebegroting welke is gekoppeld aan de meerjarenbegroting. De geraamde uren en middelen van ODU en VRU zijn vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten en zijn eveneens geborgd in de meerjarenbegroting. 7.Uitvoeren De kern van deze stap betreft de uitvoering van de U&H-taken en werkzaamheden met inachtneming van de beleidskeuzes die in deze U&H-strategie zijn gemaakt. Deze beleidskeuzes worden verder uitgewerkt in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma, waarin de concrete acties worden beschreven die bijdragen aan realisering van de beleidsdoelstellingen. Om het programma goed uit te kunnen voeren, moeten de taken en werkwijze helder en transparant zijn. De afzonderlijke U&H-taken worden daarom in dit uitvoeringsbeleid beschreven. Voor wat betreft vergunningverlening betreft het in ieder geval de volgende taken: Omgevingswet Coördineren en toetsen van aanvragen, verlenen of weigeren van omgevingsvergunningen en afhandelen van meldingen; Coördineren en toetsen van aanvragen, schetsplannen en principeverzoeken met externe adviseurs, zoals de welstands- en monumentencommissie, de ODU, de VRU, etc.; Afhandelen van bezwaar- en beroepsschriften; Afhandelen subsidieregeling Erfgoed; Voorlichting geven bij/over nieuwe bouwontwikkelingen, vergunningsvrij bouwen, etc. APV en Bijzondere Wetten Coördineren en toetsen van aanvragen, verlenen of weigeren van vergunningsaanvragen en afhandelen van meldingen; Coördineren en toetsen van aanvragen met externe adviseurs, zoals politie, de VRU, GHOR, etc.; Voorlichting geven over en afhandelen van urgenties woningzoekenden en regelgevingen. Beleid Creëren, bijhouden en actualiseren van (bestaand) beleid en nieuwe ontwikkelingen binnen het taakveld. Verantwoorden Verantwoorden bij de VRU, de ODU, de Provincie, de Waterschappen, etc. Voor wat betreft toezicht en handhaving betreft het in ieder geval de volgende taken: Omgevingswet Toezicht houden naar aanleiding van een verleende omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (waaronder monumenten en erfgoed); De omgevingsvergunning voor sloopactiviteiten om de omgevingsveiligheid te garanderen en ter bescherming van de nabijgelegen gebouwen; Het verbod om te bouwen/slopen zonder omgevingsvergunning; Toezicht houden op de kwaliteit van bestaande gebouwen voor wat betreft de aspecten brandveiligheid en constructieve veiligheid; Strijdig gebruik van het omgevingsplan; Behandelen van klachten en handhavingsverzoeken. APV en Bijzondere Wetten Controleren Alcoholwet samen met exploitatievergunningen (sluitingstijden, terrassen); Evenementen of markten; Illegaal recreëren (wildkamperen); Standplaatsen, collecteren en venten; Gebruik van de weg (parkeerexcessen en het plaatsen van object(
  1. en)op of aan de weg plaatsen in strijd met de publieke functie van de weg). Verantwoorden Verantwoorden bij de VRU, de ODU, de Provincie, de Waterschappen, etc. Bereikbaarheid en beschikbaarheid van hun organisatie ook buiten kantooruren Voor het melden van milieuklachten buiten kantooruren is een piketdienst ingesteld binnen de ODU. Via www.odu.nl/milieuklachten/ kan een klachtenformulier worden ingevuld. Ook staat hier het telefoonnummer voor tijdens en buiten kantooruren. Voor wat betreft de andere taakvelden zal bij noodgevallen (brand, plofkraak, sloop etc.) met name het aspect constructieve veiligheid relevant zijn. Wij hebben voor dergelijke gevallen afspraken met een extern adviseur (Ingenieursbureau Van Roekel en Van Roekel). Deze is 24/7 beschikbaar om de constructieve veiligheid te beoordelen. Meldingen/verzoeken m.b.t. noodgevallen komen bij ons binnen via politie en/of crisisbeheersing. In voorkomende gevallen kan crisisbeheersing bij spoed te allen tijde contact met de toezichthouders worden opgenomen. Functiescheiding tussen vergunningverlening en handhaving De gemeente Rhenen zorgt conform de kwaliteitscriteria voor een functiescheiding tussen vergunningverlening en handhaving (toezicht daaronder begrepen) en op objectniveau voor toetsing en toezicht door specialismen. De werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving zijn vastgelegd in de taakapplicatie RX-Mission. 8.Monitoren De doelen die in het uitvoeringsprogramma zijn geconcretiseerd, worden gedurende het jaar gemonitord. Het is van belang inzicht te hebben in werkvoorraden, doorlooptijden en trends en ontwikkelingen. Hierdoor wordt duidelijk welke resultaten zijn behaald en in welke mate de doelstellingen zijn gerealiseerd. Het goed registreren van de uitvoering is dus zowel voor de dagelijkse sturing als voor het actueel en scherp houden van het beleid van belang. Ook vinden periodiek op ambtelijk en bestuurlijk niveau evaluaties plaats of de gestelde doelen nog gehaald worden en in hoeverre bijstelling noodzakelijk is. Met de ODU en VRU worden separaat afspraken gemaakt voor monitoring, evaluatie en zo nodig aanpassing van doelen en programma, conform de eerder beschreven Big-8 beleidscyclus. 9.Rapportage en evaluatie Na afloop van elk kalenderjaar wordt de U&H-strategie geanalyseerd en het uitvoeringsprogramma geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie kunnen conclusies worden getrokken over de U&H-strategie en de uitvoering daarvan. Zijn de juiste doelen gesteld? Moet de aandacht worden verschoven naar een ander beleidsveld? Moet er op een andere wijze toezicht worden gehouden? Deze en andere vragen worden in de evaluatie beantwoord. Het college van B&W rapporteert jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen die zijn gesteld in deze U&H-strategie (artikel 13.11 Omgevingsbesluit). Hierbij wordt aangesloten bij de gemeentelijke planning- en control cyclus. Jaarlijks wordt aan de raad, gelijktijdig met de presentatie van de jaarrekening, verantwoording afgelegd met behulp van een jaarverslag. De U&H-strategie wordt in z’n geheel herzien na vier jaar, tenzij eerder noodzakelijk, bijvoorbeeld vanwege wijzigingen in de wet- en regelgeving, in het beleid of in het takenpakket. Ook de jaarlijkse evaluatie kan leiden tot een eerdere aanpassing. De evaluatie is input voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma voor het nieuwe jaar. Zowel het Beleidsplan Omgevingsvergunningen 2017-2020 als het Integraal Handhavingsbeleid 2017-2020 werden eind 2020 geëvalueerd en, met terugwerkende kracht, met één jaar verlengd tot 1 januari 2022. De doelstelling van die evaluatie was tweeledig: enerzijds om na te gaan in hoeverre de in het beleidsplan opgenomen doelstellingen werden behaald en anderzijds om aan te geven op welke punten het beleidsplan aanpassing of actualisatie behoeft. In bijlage 9 is de evaluatie van het Beleidsplan Omgevingsvergunningen 2017-2020 opgenomen en in bijlage 10 de evaluatie van het Integraal Handhavingsbeleid 2017-2020. Interbestuurlijk Toezicht provincie Utrecht (IBT) De Provincie Utrecht ziet toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het Omgevingsrecht. Het Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT) richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. In het kader van het IBT heeft de gemeente Rhenen informatie toegezonden over de taakuitvoering in 2022-2023 op het gebied van het Omgevingsrecht. De Provincie heeft deze informatie beoordeeld. Hoewel de beoordeling door het IBT zich richt op zowel de meerjarige U&H strategie (het beleid) als op de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s, is er bewust voor gekozen om de beoordeling door het IBT elk jaar op te nemen in het uitvoeringsprogramma. De beoordeling over de taakuitvoering in 2022-2023 is als bijlage opgenomen in het uitvoeringsprogramma 2024. 10.Samenwerking De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende aanpak van de fysieke leefomgeving. Bij de uitvoering van de gemeentelijke U&H-taken is het van belang dat de gemeente Rhenen samenwerkt en daarover afspraken maakt met diverse partners. De intensiteit van samenwerking en de mate waarin de samenwerking structureel is ingericht, verschilt. Voor sommige taken is een gemeente zelfs verplicht om deze uit te besteden, zoals bijvoorbeeld de milieutaken. Deze U&H-strategie gaat over de taken op het gebied van uitvoering en handhaving die door de gemeente Rhenen zelf worden uitgevoerd. Hieronder zijn (niet limitatief) de verschillende samenwerkingspartners benoemd en welke rol deze partners vervullen: MooiSticht (Ruimtelijke kwaliteit en Cultureel erfgoed): MooiSticht adviseert zowel op het gebied van ruimtelijke kwaliteit als over de omgang met Cultureel erfgoed. De adviseur toetst aan gemeentelijk beleid (de welstandsnota) en handelt in de meeste gevallen de plannen zelf af, onder mandaat van de Commissie Ruimtelijke kwaliteit (CRK). Als het ruimtelijk belang van een project groter is (meer openbare ligging, ingrijpend in relatie tot cultuurhistorische waarden, ontwerpen die meer discussie kunnen oproepen) wordt het plan ter advisering aan de CRK voorgelegd. Veiligheidsregio Utrecht (VRU): De VRU adviseert op het gebied van brandveilig gebruik. Ook voert de VRU op dit gebied het toezicht uit. De samenwerkingsafspraken tussen de VRU en de gemeente Rhenen liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst. De VRU rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente Rhenen een jaarplan/jaarprogramma op. Omgevingsdienst Utrecht (ODU): Per 1 januari 2026 zijn de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODU) en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht samengegaan tot de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). De ODU voert de verplichte U&H-milieutaken uit en adviseert in het kader van archeologie, ecologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit etc. De samenwerkingsafspraken tussen de ODU en de gemeente Rhenen liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst. De ODU rapporteert iedere vier maanden (3x per jaar) en ook jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken. Ook stelt de ODU, in samenspraak met de gemeente Rhenen, een uitvoeringsprogramma op. De koers die het algemeen bestuur wil uitzetten voor de ontwikkeling van de ODU is vastgelegd in een koersdocument Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD): De RUD voert provinciale taken uit. Provincie Utrecht: De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de U&H-taken te coördineren. Het provincie-brede Samenwerkingsprogramma komt tot stand in overleg met de leden van het ambtelijk Provinciaal Milieuoverleg (hierna: PMO) en de onderliggende werkgroepen. Daarnaast ziet de Provincie Utrecht toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Het Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT) richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. De provincie adviseert tevens in het kader van natuurbescherming en uitwegen op provinciale wegen. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE): De RCE adviseert over de omgang met Rijks Cultureel erfgoed. Waterschap Vallei en Veluwe en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR): De samenwerking tussen de waterschappen en de gemeente heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen. Politie: De Politie richt zich op de openbare orde en de zwaardere veiligheidsproblemen. De boa’s werken samen met de politie. De focus van de boa is op leefbaarheid en lichte veiligheidsproblematiek. Openbaar Ministerie (OM): Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving. Een deel van de overtredingen die worden geconstateerd kunnen zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden aangepakt. Daarom is het belangrijk dat er geregeld afstemming plaatsvindt tussen het OM en de gemeente. Dit houdt ook verband met de gemeentelijke bevoegdheden om een bestuurlijke boete op te leggen. De bestuurlijke boete valt onder het strafrecht en daarom is afstemming met het OM extra belangrijk. Dit valt overigens buiten de reikwijdte van dit beleid. Vooralsnog volstaan de bestaande overige instrumenten. Gemeentelijke Gezondheidsdienstregio Utrecht: De GGD regio Utrecht is de gemeentelijke gezondheidsdienst van de 26 gemeenten in de regio Utrecht. “Gezondheid” en “preventie” zijn dé sleutelwoorden in alles wat wij doen. Vanuit brede (sociaal medische) ervaring en deskundigheid wordt de gezondheid van alle inwoners bevorderd én beschermd. Er is een intentieovereenkomst getekend om te komen tot regionale samenwerkingsafspraken binnen de provincie Utrecht. Hierbij zijn de provincie, gemeenten en samenwerkingspartners betrokken. De samenwerkingsafspraken worden pas na vaststelling van deze U&H-strategie vastgesteld. Deel II: Bijlagen Evaluatie december 2020 De doelstelling van deze evaluatie van het Beleidsplan Omgevingsvergunningen 2017 – 2020 is tweeledig. Enerzijds is het doel om na te gaan in hoeverre de in het beleid opgenomen doelstellingen worden behaald. Anderzijds willen we aangeven op welke punten het beleid aanpassing of actualisatie behoeft. Zo kan deze evaluatie dienen als startpunt voor het opstellen van nieuw beleid in 2021. In het vigerende beleid zijn weinig meetbare doelstellingen opgenomen. De twee doelen die wel zijn gesteld hebben beide betrekking op de snelheid van het behandelen van aanvragen om omgevingsvergunning. Evaluatie doelstellingen Doelstelling: Geen vergunning van rechtswege. Er is in de hele beleidsperiode geen omgevingsvergunning van rechtswege verleend. Deze doelstelling wordt dus jaar-in-jaar-uit behaald. Doelstelling: Dienstverlening Het doel om vergunning zo snel mogelijk te verlenen sluit goed aan bij de dienstverlenende houding die de gemeente Rhenen graag aanneemt. De wensen van de burger staan centraal. Het formuleren van deze doelstelling heeft ertoe bijgedragen dat we scherper hebben gekeken naar bijvoorbeeld onze werkprocessen, waardoor de termijnen voor interne advisering zijn verkort. De afhandeling van aanvragen omgevingsvergunningen is hierdoor daadwerkelijk versneld. Het is wenselijk en mogelijk om deze doelstelling te behouden. Wel zijn tekstuele wijzigingen in de tekst nodig om duidelijker te maken in welke gevallen het verlenen van een vergunning binnen vier weken, dus binnen de helft van de termijn die hier wettelijk voor staat, mogelijk en wenselijk wordt geacht. In het beleid is op dit moment geen aandacht voor de rol die de gemeentelijke website speelt bij het informeren van initiatiefnemers. Punten voor aanpassing of actualisatie Prioritering ontbreekt Hoewel de praktijk uitwijst dat het de afgelopen jaren lukt om al onze taken uit te voeren, is het van belang om in het beleid vast te leggen welke prioriteit aan de diverse werkzaamheden wordt gegeven. Het ligt daarbij voor de hand om daarbij voorrang te geven aan die taken waaraan een wettelijke termijn is gekoppeld. Daarbij moet worden gedacht aan aanvragen omgevingsvergunning en meldingen. Lagere prioriteit wordt gegeven aan de behandeling van schetsplannen en principeverzoeken. Hoewel aan dergelijke verzoeken geen fatale termijnen zijn verbonden, hechten we er wel belang aan om deze zaken tijdig af te handelen. Goed vooroverleg om zo het vergunningenproces te versoepelen en te versnellen is immers één van de doelstellingen uit ons beleid. Laagste prioriteit wordt ten slotte gegeven aan de informatie- en terugbelverzoeken. Sloopvergunning In het beleid wordt aangegeven dat de toetsingskaders voor een sloopmelding ook van toepassing zijn op aanvragen om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘slopen’. Dit is echter niet het geval. Bij sloopmeldingen wordt met name getoetst op het op een veilige manier verwijderen van 2 asbest, terwijl bij een sloopvergunning de (monumentale) waarde van het te slopen bouwwerk centraal staat. Daarom moet vaak, als een sloopvergunning vereist is, daarnaast nog een sloopmelding worden ingediend. Het hebben van een alarminstallatie met opvallend geluid of lichtsignaal De vergunningplicht hiervoor is uit de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Rhenen geschrapt. Vergunningsaanvragen voor deze activiteit komen dan ook niet meer voor. Dit punt kan dan ook uit het beleid worden verwijderd. Het vellen van een houtopstand De vergunningplicht hiervoor is gewijzigd. Er wordt nu gewerkt met een Bomenlijst, waarin waardevolle bomen, boomstructuren en bomenzones zijn opgenomen. De tekst uit het beleid is achterhaald. In het uitvoeringsprogramma 2021 zal worden aangegeven op welke wijze nu wordt omgegaan met aanvragen voor deze activiteit: In 2019 is de “Bomenlijst Rhenen 2019” (hierna: Bomenlijst) vastgesteld. De vergunningplicht is daarmee gewijzigd. Waar voorheen voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig was als bomen gekapt worden die een diameter hebben van 30 centimeter of meer op 1.30 meter hoogte, geldt voor particuliere bomen nu dat deze alleen vergunningplichtig zijn als ze zijn opgenomen zijn in de Bomenlijst. Voor het opstellen van de Bomenlijst zijn alle bomen die niet in eigendom van de gemeente Rhenen zijn geïnventariseerd en wordt dus op voorhand gekeken welke bomen beschermd moeten worden in plaats van een beoordeling te maken na het aanvragen van een omgevingsvergunning. Gevolg hiervan is dat het aantal aanvragen om een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand beduidend zal afnemen. Daar staat tegenover dat voor het kappen van een boom die is opgenomen op de Bomenlijst alsnog een afweging plaats moet vinden. Deze aanvragen vragen om een zorgvuldige afweging, aangezien het hier gaat om bomen die op voorhand zijn aangemerkt als waardevol, Uitgangspunt hierbij is dat waardevolle bomen moeten als mogelijk moeten worden behouden. Indien kappen onvermijdelijk is, is het opleggen van een herplantplicht het uitgangspunt. Het is voor de kwaliteit van de vergunningverlening van belang dat de Bomenlijst geregeld wordt geëvalueerd en geactualiseerd. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij Team Openbare Werken.” Het plaatsen van handelsreclame op of aan een onroerende zaak/als eigenaar toe te staan dat handelsreclame wordt gemaakt Deze activiteit komt niet vaak voor, omdat slechts voor een deel van het beschermde stadsgezicht van Rhenen een vergunningplicht hiervoor geldt. In de rest van de gemeente Rhenen is hiervoor geen vergunning nodig. De vergunningplicht volgt uit het “Gevelreclame- en uitstallingenbeleid centrum Rhenen 2014”, waarin ook het toetsingskader is opgenomen. In dit beleid is niet direct aangeven wat de juridische basis is (te weten artikel 4:15 van de APV) waarop de vergunningplicht en het beleid zijn gebaseerd. Hierdoor ontstaat onduidelijkheid bij de plantoetsers over welke toetsingskaders moeten worden gehanteerd. Dit is een punt dat bij evaluatie en aanpassing van het “Gevelreclame en uitstallingenbeleid centrum Rhenen 2014” moet worden meegenomen. Dan is het ook verstandig om uitbreiding van het gebied waar een vergunningplicht geldt te overwegen. Op dit moment is dit gebied namelijk beperkt tot het winkelcentrum van Rhenen, terwijl in de afgelopen jaren is gebleken dat ook in andere delen van het historische centrum van Rhenen handelsreclame wordt geplaatst. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de reclame ten behoeve van het stadsmuseum op de Markt in Rhenen. De tekst in het Beleidsplan Omgevingsvergunningen kan ongewijzigd blijven. In een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente roerende zaken op te slaan Per 1 januari 2020 wordt toestemming voor het tijdelijk opslaan van bouwobjecten op de openbare weg gegeven in de vorm van een omgevingsvergunning in plaats van via een ontheffing op basis 3 van de APV. Het nieuwe beleid moet dan ook worden aangevuld met deze activiteit. In het uitvoeringsprogramma voor 2021 wordt alvast de volgende tekst opgenomen: “In onze gemeente geldt een vergunningplicht voor het plaatsen van bouwobjecten, zoals steigers of containers, op de openbare weg. Voorheen was hiervoor een ontheffing op basis van de APV nodig. Duidelijke voorwaarden voor het verlenen van deze ontheffing waren er echter niet. Dit maakte het voor zowel de vergunningverleners als onze toezichthouders (Boa’
  2. s)lastig om hun werk goed uit te voeren. Per 1 januari 2020 is ervoor gekozen om de vergunning te verlenen als Omgevingsvergunning. De bouwobjecten worden over het algemeen geplaatst voor het uitvoeren van bouw- of sloopactiviteiten die veelal vergunning- of meldingplichtig zijn. Op die manier wordt de administratieve last voor initiatiefnemers verlaagd. Tegelijkertijd met de omschakeling naar een omgevingsvergunningplicht is er beleid vastgesteld waaraan de vergunningaanvragen worden getoetst. In een deel van de gevallen zal voor de beoordeling van een aanvraag overleg met Team Openbare Werken nodig zijn. Hierover zijn werkafspraken gemaakt. Deze nieuwe werkwijze zal worden geëvalueerd, waarbij nadrukkelijk wordt onderzocht of het mogelijk is om de vergunningplicht deels op te heffen.” Sloopmeldingen worden vanaf 1 januari 2021 door de OdrU behandeld Waar voorheen de sloopmeldingen door de gemeente Rhenen zelf werden behandeld en de OdrU slechts het asbestinventarisatierapport beoordeelde, wordt per 1 januari 2021 de volledige behandeling van sloopmeldingen overgedragen aan de omgevingsdienst. Dit wordt vooral gedaan omdat het op die manier mogelijk is om efficiënter te werken. Deze nieuwe werkwijze zal in het uitvoeringsprogramma 2021 worden beschreven: “Sinds de inwerkingtreding van het Bouwbesluit 2012 volstaat meestal een sloopmelding als asbest verwijderd wordt of een bouwwerk gesloopt wordt. Het doel van een sloopmelding is het verzekeren van de veiligheid bij het slopen en met name het verwijderen van asbest. Als een sloopmelding wordt ingediend dan dient voor de sloop van een gebouw dat vóór 1994 is gebouwd altijd een asbestinventarisatierapport ingediend te worden. Per 1 januari 2021 is de behandeling van sloopmeldingen overgedragen aan de OdrU. Zij beoordelen ook – indien van toepassing – het asbestinventarisatierapport. Wij ontvangen een afschrift van de acceptatiebrief van de melding inclusief de voorwaarden die aan de sloop en het verwijderen van asbest worden gesteld om de veiligheid te waarborgen.” Het op vrijwillige basis opschorten van de beslistermijn Het op vrijwillige basis opschorten van de beslistermijn is een middel dat waarde heeft omdat het aanvragers de mogelijkheid biedt om een aanvraag aan te passen of de onderbouwing ervan te completeren, om zo weigering te voorkomen. Het voorbeeld dat daarbij in het beleid wordt genoemd, te weten het indienen van een aanvraag voordat het bestemmingsplan dat daarvoor is opgesteld in werking is getreden, is echter ongelukkig gekozen. Dit is iets wat wij namelijk niet willen stimuleren. In onze ogen is het beter dat de periode voor vaststelling van een bestemmingsplan te gebruiken voor het voeren van vooroverleg, zodat een aanvraag om omgevingsvergunning snel kan worden behandeld zodra het bestemmingsplan in werking is getreden. Het is daarom wenselijk dit voorbeeld uit het beleid te verwijderen. Bezwaar- en beroepsprocedures Op dit moment ontbreken in het beleid doelen ten aanzien van de behandeling van bezwaar en beroep. Tot de vaststelling van nieuw beleid wordt dit ondervangen door in het uitvoeringsprogramma 2021 de volgende doelen toe te voegen: “We zetten in eerste instantie in op het voorkomen van bezwaar- en beroepsprocedures. Dit gebeurt onder ander door het stimuleren van overleg tussen initiatiefnemers en omwonenden voor en tijdens de behandeling van een aanvraag omgevingsvergunning. Het is echter duidelijk dat het 4 onmogelijk is om bezwaar- en beroepsprocedures in alle gevallen te voorkomen. Als het zo ver komt dat een besluit op een aanvraag om omgevingsvergunning wordt aangevochten in bezwaar of beroep, dan streven we er naar de bezwaren te behandelen binnen de daarvoor in de Awb opgenomen termijn. Daarnaast streven we naar 100% vertegenwoordiging van het bevoegd gezag bij hoor- en rechtszittingen.” Vervolg en evaluatie In het beleidsstuk staat dat het beleid iedere vier jaar zal worden geëvalueerd, terwijl het Besluit omgevingsrecht vraagt om jaarlijkse evaluatie. Bijlage1Begrippenlijst Basistakenpakket: Het basistakenpakket is het minimale pakket aan taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving dat door gemeenten en provincies ondergebracht moet worden bij omgevingsdiensten. Onder de Omgevingswet is een nieuw basistakenpakket vastgesteld. De activiteiten die onder het basistakenpakket vallen, staan in bijlage VI van het Omgevingsbesluit. Welke werkzaamheden erbij horen staat in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit. Het basistakenpakket geldt alleen wanneer Gedeputeerde Staten of burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn. Bevoegd gezag: Het bestuursorgaan dat bevoegd is een handhavingsbesluit te nemen of een besluit te nemen op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Voor U&H-taken gaat het meestal om het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of om het college van gedeputeerde staten. Bibob-toets: De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. (Bibob) is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Het bestuursorgaan beoordeelt de integriteit van de onderneming om te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert. Big 8-cyclus: Systematiek afkomstig uit de wet VTH. De verschillende stappen in de cyclus (die in de vorm van een acht worden weergegeven) vormen samen het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. Bruidsschat: Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan of de Waterschapsverordening komen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'. Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO): Via het Omgevingsloket kan iedereen snel zien wat op een locatie mag en wat niet onder de Omgevingswet en voor welke activiteiten. Het een informatie- of meldingsplicht dan wel vergunningplicht bestaat. Via het Omgevingsloket kunnen initiatiefnemers een vergunningaanvraag of melding indienen in het DSO. Kwaliteitscriteria VTH: Er gelden kwaliteitscriteria voor uitvoering en handhaving (U&H). De kwaliteitscriteria voor de kritische massa (deskundigheid en ervaring) zijn verplicht voor U&H-taken van het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) hebben hiertoe een modelverordening opgesteld. Voor de overige U&H-taken geldt er een zorgplicht. De invulling hiervan is vrij. In deze U&H-strategie gaat het om de versie 2.3. Naleefgedrag: De mate waarin de wettelijke regels door bedrijven worden nageleefd. Normadressaat: Degene die een activiteit verricht en binnen het stelsel van de Omgevingswet primair verantwoordelijk wordt geacht voor de naleving van de regels die gelden voor het verrichten van activiteiten. Omgevingsloket: De landelijke onlinevoorziening waarmee een aanvraag opgesteld en ingediend kan worden voor een omgevingsvergunning, watervergunning en/of melding. Ook kan men een vergunningencheck doen om te zien of een vergunning of een melding nodig is. Oplevercontrole: Eerste toezichtsbezoek na afronding van vergunning of melding. Toegelaten instrument: Een werkwijze waarmee een kwaliteitsborger het ontwerp beoordeelt en tijdens de bouw erop toeziet of wordt voldaan aan de geldende voorschriften. De instrumentaanbieder ziet toe op een juiste toepassing van zijn instrument door de kwaliteitsborger. Bijlage2Risicoanalyse De U&H-strategie richt zich op het beperken van risico’s met betrekking tot de veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid binnen de fysieke leefomgeving. Voor de meest voorkomende U&H-taken binnen het taakveld vergunningverlening en toezicht en handhaving is een risicoanalyse uitgevoerd. Door middel van de formule “risico = kans x effect” is bepaald welke taken een hoge prioriteit hebben, een gemiddelde prioriteit of een lage prioriteit. De aspecten “kans” en “effect” richten zich op een aantal thema’s die nader zijn gedefinieerd in paragraaf 3.3 (Probleemanalyse) van de U&H-strategie. De risicoanalyse bestaat uit een risicoscorelijst waarbij per taak is bepaald wat de negatieve effecten per thema kunnen zijn. Om het effect van niet naleving van de voorschriften te objectiveren naar gevolg is voor elke taak een score toegekend op basis van een vijfpuntenschaal (1 is een heel klein effect en 5 is een zeer groot effect). Hieruit volgt het gemiddelde effect. De verschillende effecten per thema zijn weergegeven in figuur 1. Figuur 1: Effecten per thema Effect Veiligheid Gezondheid Omgevingskwaliteit Duurzaamheid Financieel/ Economisch Bestuurlijk imago 0 Geen effect Geen effect Geen effect Geen effect Geen effect Geen effect Geen effect 1 Heel klein Pijn of letsel bij individu Gering gevaar voor gezondheid Enige verstoring aanzien/nauwelijks toename onveiligheidsgevoel Enige verstoring van natuur/ milieu € 1 – € 1.000 Nauwelijks bestuurlijk belang/ aantasting imago 2 Klein Pijn of letsel bij meer individuen Gevaar voor de gezondheid Aanzienlijke verstoring aanzien/ enige toename onveiligheidsgevoel Aanzienlijke verstoring van natuur/milieu € 1.000 – € 10.000 Klein bestuurlijk belang/aantasting imago 3 Gemiddeld Zwaar letsel bij een enkeling of gering letsel bij velen Groot gevaar voor gezondheid/enige ziektegevallen Aantasting leefomgeving van enige duur/ gemiddelde toename onveiligheidsgevoel Aantasting van natuur/milieu van enige duur € 10.000 - € 100.000 Gemiddeld bestuurlijk belang/ aantasting imago 4 Groot Dood van een enkeling of ernstig letsel bij velen Veel ziektegevallen, enkel sterfgeval Aantasting leefomgeving van lange duur/grote toename onveiligheidsgevoel Aantasting van natuur/milieu van lange duur € 100.000 – € 1.000.000 Groot bestuurlijk belang/aantasting imago 5 Zeer groot Meer doden Meer sterfgevallen Onherstelbare schade leefomgeving/zeer grote toename onveiligheidsgevoel Onherstelbare schade natuur/ milieu > € 1.000.000 Zeer groot bestuurlijk belang/ aantasting imago Het gemiddeld effect van elke taak is vermenigvuldigd met de kans. Voor de taken met betrekking tot vergunningverlening is gekeken naar de kans op ernstige gevolgen als niet aan de regels wordt voldaan doordat geen vergunning wordt aangevraagd of doordat de regels en/of voorschriften uit de verleende vergunning niet worden nageleefd. Voor de toezicht en handhavingstaken is gekeken naar de kans dat de regels worden overtreden, de kans op een ernstige overtreding en de pakkans. Door de kans met het gemiddeld effect te vermenigvuldigen ontstaat de risico score. Op basis daarvan is een prioritering (1 is hoog, 2 is gemiddeld, 3 is laag) voorgesteld. In Bijlage 2A is de volledige risicoanalyse voor vergunningverlening opgenomen en in Bijlage 2B de volledige risicoanalyse voor toezicht en handhaving. Landelijke risicothema’s Met het in werking treden van de Wet revitalisering generiek toezicht, hebben de provincies de taken van de voormalige VROM-Inspectie van het Rijk overgedragen gekregen. De toenmalige VROM-inspectie heeft zeven landelijke risicothema’s benoemd die, mits deze zich voordoen, extra aandacht moeten krijgen en onderdeel moeten zijn van de uit te voeren risicoanalyse. De zeven risicothema’s zijn hierna aangegeven en verder gedefinieerd: Constructieve veiligheid Alle aanvragen voor een omgevingsvergunning die betrekking hebben op een technische bouwactiviteit (gevolgklasse 2 en 3), worden door een externe constructeur getoetst aan de regels voor constructieve veiligheid (hoofdstuk 3 en 4 van het Bbl). De toetsing vindt risicogestuurd plaats volgens de toetsmatrix Bbl, opgenomen in bijlage 5 (Vergunningenstrategie). Wat betreft toezicht is aan constructieve veiligheid voor de risicovolle bouwwerken een diepgaand toezichtniveau toegekend. De toezichthouder voert op verschillende momenten in de uitvoeringsfase (detail)controles uit volgens het nieuwe Bbl toezichtprotocol van de VBWTN, opgenomen in bijlage 6. Brandveiligheid van gebouwen Alle aanvragen voor een omgevingsvergunning die betrekking hebben op een technische bouwactiviteit (gevolgklasse 2 en 3) en meldingen brandveilig gebruik worden door de VRU getoetst aan de regels voor brandveiligheid uit het Bbl. De toetsing vindt risicogestuurd plaats volgens de Risicomodule Preventietaken die is ontwikkeld door Save Oranjewoud. Wat betreft toezicht worden alle bedrijven die milieubelastende activiteiten uitvoeren in het kader van brandveilig gebruik periodiek gecontroleerd door de VRU. Daarnaast worden de eindcontroles, na gereedmelding van een bouwactiviteit en voor zover brandveiligheid een rol speelt, gezamenlijk uitgevoerd door de toezichthouder van de gemeente en de VRU. Handhaven omgevingsplan De U&H-strategie benoemt verschillende RO-thema’s als zogenoemde “aandachtsgebieden”. Daarnaast betreft het behandelen van handhavingsverzoeken in de praktijk vaak het handhaven van het omgevingsplan. Asbest Asbest is schadelijk is voor de gezondheid en daken met asbest zijn de grootste bron van asbestvezels die nog aanwezig is in het milieu. Het is in Nederland al sinds 1993 verboden om asbest te gebruiken in de bouw. In veel woningen en bedrijfspanden zit echter nog steeds asbest. Voorlopig komt er geen verbod op asbestdaken. Toch saneren huiseigenaren vaak op eigen initiatief hun asbestdaken. Controle op asbestsloopmeldingen en het verwijderen van asbest heeft gelet op het risico op de omgeving en het risico op de volksgezondheid een hoog risico. Deze taken zijn wettelijk verplicht en vallen onder het basistakenpakket van de ODU op basis van de Omgevingswet. Risicovolle Milieubelastende activiteiten (Mba’
  3. s)Binnen de taken milieucontroles komt het toezicht bij risicovolle milieubelastende activiteiten aan bod. Risicovolle Mba’s worden risicogestuurd, maar ook themagestuurd gecontroleerd. De ODU stelt een toezichtplan op waarin, aan de hand van mogelijke risico’s, wordt beschreven waar tijdens de (half)jaarlijkse controle extra nadruk op wordt gelegd. Bodem (toepassing van verontreinigde grond) Binnen de taken milieucontroles-bodem komt het toezicht op de toepassing van (mogelijk) verontreinigde grond aan bod. Het toezicht hierop vindt plaats door de ODU. Brandveiligheid bij opslag gevaarlijke stoffen Binnen de taken milieucontroles wordt de brandveiligheid bij opslag gevaarlijke stoffen als een van belangrijkste risicofactoren gezien. Bedrijven waarbij dit speelt zijn in de risicomatrix hoog ingeschaald en worden geregeld bezocht door de VRU en de ODU. Bijlage2A Risicoanalyse vergunningverlening Bouwwerken zijn ingedeeld in gevolgklassen. Bij de gevolgklasse speelt de kans op bezwijken geen rol maar wel de reikwijdte van de mogelijke gevolgen voor gebruikers. Bijvoorbeeld als gevolg van brand of het instorten van een (deel van een) gebouw. Hoe groter de gevolgen zijn als er iets misgaat met het bouwwerk, hoe hoger de gevolgklasse. Het begrip risico is algemeen te kwantificeren als: risico = kans x gevolg. De (normatieve) gevolgklassen zijn in drie categorieën ingedeeld: CC1, CC2 en CC3 (CC staat voor Consequence Class), ook wel gevolgklasse 1, 2 en 3. Gevolgklasse 1 is de gevolgklasse met beperkte gevolgen als er iets misgaat, gevolgklasse 3 is de gevolgklasse met de grootste gevolgen als er iets misgaat. In figuur 1 is per gevolgklasse aangegeven wat de gevolgen zijn als het misgaat in het geval niet is voldaan aan de bouwtechnische regels uit het Bbl. Figuur 1: Drie gevolgklassen met voorbeelden In figuur 2 is de risicoanalyse voor de meest voorkomende vergunnings- of meldingsplichtige activiteiten weergegeven. Figuur 2: Risicoanalyse vergunningverlening * Voor een aantal taken kan vooraf geen voorgestelde prioriteit worden bepaald omdat voor deze taken de effecten per thema kunnen verschillen. * Voor een aantal taken is prioriteit 1 (hoog risicocijfer) voorgesteld omdat, ondanks dat de effecten per thema kunnen verschillen, het risicocijfer altijd hoog zal zijn. Bijlage2B Risicoanalyse toezicht en handhaving In figuur 1 zijn de resultaten van de risicoanalyse toezicht en handhaving weergegeven. Figuur 1: Risicoanalyse toezicht & handhaving * Voor een aantal taken kan vooraf geen voorgestelde prioriteit worden bepaald omdat voor deze taken de effecten per thema kunnen verschillen. *Voor een aantal taken is prioriteit 1 (hoog risicocijfer) voorgesteld omdat, ondanks dat de effecten per thema kunnen verschillen, het risicocijfer altijd hoog zal zijn. Risicoanalyse milieu Gemeenten in de provincie Utrecht, de RUD en de ODU hebben samengewerkt aan een risicoanalyse voor milieubelastende activiteiten. De risicoanalyse is op basis van de Omgevingswet gemaakt en gaat uit van de milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal). Op die manier vindt toezicht risicogestuurd en selectief plaats. De risicoanalyse is als bijlage opgenomen in de uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2023 die op 22 februari 2022 door het college is vastgesteld. Kortheidshalve wordt dan ook naar deze strategie verwezen. Risicoanalyse brandveiligheid In de risicoanalyse die de VRU uitvoert met betrekking tot brandveiligheid wordt de omvang van het risico bepaald door de negatieve effecten van het optreden van brand en de kans dat dit gebeurt. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Risicomodule Preventietaken die is ontwikkeld door Save Oranjewoud. Hiermee kunnen toezichttaken qua urgentie worden onderscheiden en kan de benodigde capaciteit voor dit taakveld worden bepaald. In deze risicomodule wordt de risicoanalyse gelijkelijk bepaald door de effecten van brand en de kans op de (niet)-naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van brandveiligheid. De effecten en de naleving worden voor alle gebruiksfuncties bepaald. Om de effecten van brand te bepalen wordt een weging gemaakt van de volgende variabelen: Fysieke veiligheid en brandveiligheid (telt voor 80% mee). Criteria zijn zelfredzaamheid en het aantal aanwezigen; Hinder, leefbaarheid en externe veiligheid, waaronder maatschappelijke impact van brand en omgevingsschade voor mens en milieu (telt voor 10% mee); Repressieve veiligheid, waaronder criteria als complexiteit van een gebouw en het risico voor de hulpdiensten om bij brand in een dergelijk gebouw op te treden (telt voor 10% mee). Om de naleving te bepalen, wordt een weging gemaakt van de volgende variabelen: Attitude (telt voor 40% mee). De belangrijkste criteria zijn hier politieke en bestuurlijke gevoeligheid en interne en externe klachten en meldingen; Naleving geanalyseerd volgens de Tafel van 11 (telt voor 40% mee); Ervaringscijfers met betrekking tot de naleving van wet- en regelgeving (telt voor 20% mee). Bijlage3Omgevingsanalyse 1. De historische kern De historische kern is een beschermd stadsgezicht. De Cunerakerk en Cuneratoren zijn beeldbepalende Rijksmonumenten; de toren is een baken. Het winkelgebied in de historische kern heeft ook een functie voor andere kernen dan Rhenen. Kenmerken: Historisch stadscentrum; Smalle pittoreske straatjes, pleintjes en restanten van eeuwenoude stadsmuur; Cunerakerk met toren die zichtbaar is vanuit de wijde omgeving; Recreatief en toeristisch aantrekkelijk; Kleinstedelijke en dorpse kwaliteiten; Kern winkelgebied; Beperkte mogelijkheden om te parkeren. Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot parkeren benedenstad (parkeervergunning), jeugdoverlast en gebruik openbare ruimte. Volgens de toezichthouder bouw zijn er risico’s met betrekking tot bouwplaats inrichting, omgevingsveiligheid, brandveiligheid en monumenten. 2. De kern Rhenen De kern Rhenen kent verschillende woonbuurten met eigen identiteiten door type woningen, hoe groen het er is en de mate waarin het hoogteverschil merkbaar is. Ook verschillen de voorzieningen per buurt. De kern Rhenen heeft een treinstation met een verbinding in de richting van Utrecht. Kenmerken: Gevarieerd woningaanbod; Woonwijken met eigen identiteit; Hoogteverschil zichtbaar in verschillende wijken; Groene ecologische verbindingen door de kern en speelvoorzieningen; Treinstation met goede verbinding in de richting van Utrecht; Voorzieningencentrum, ook voor andere kernen; Veel zzp’ers in de dienstverlening; Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang. Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot controles BRP, parkeren binnenstad (blauwe zone), jeugdoverlast, C-evenementen, fietsen in voetgangersgebied, parkeerexcessen, dumpen van afval, spitsafsluiting Boslandweg / Spoorbaanweg, Alcoholwet samen met exploitatievergunningen, gebruik openbare ruimte en ondermijning. Volgens de toezichthouder bouw zijn er risico’s met betrekking tot hoogbouw, omgevingsveiligheid en monumenten. 3. De kern Elst De kern Elst kent een geschiedenis van tabaksteelt. Verschillende voormalige tabaksschuren zijn bewaard gebleven. Elst heeft een kleine dorpskern met een aantal winkels. Een veerpont zorgt voor verbinding met de overkant van de Neder-Rijn. Kenmerken: Voormalige tabaksschuren; Karakteristieke doorkijkjes richting uiterwaarden; Sociale binding binnen subgroepen; Speelvoorzieningen. Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot parkeerexcessen, jeugdoverlast, ondermijning, controles BRP en hondenoverlast. Volgens de toezichthouder bouw zijn er veel bouw gerelateerde klachtmeldingen. 4. De kern Achterberg De kern Achterberg is het kleinste dorp van de gemeente Rhenen. Van oorsprong is Achterberg een agrarisch dorp; er zijn nog verschillende (monumentale) boerderijen aanwezig. Veel inwoners zijn betrokken bij één van de drie kerken. De kleine dorpskern heeft enkele winkels. Kenmerken: (Monumentale) boerderijen; Karakteristieke doorkijkjes naar het achterliggende landelijke gebied; Sociale binding; Veel gezinnen met kinderen; Christelijke identiteit en zondagsrust; Groen en landelijk; Veel zzp-ers met ambachtelijk beroep; Identificatie met agrariërs Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot ondermijning (agrarische opslagruimten), C-evenementen (trekker trek), jeugdoverlast en geslotenverklaring Binnenveld. 5. Heimerstein Heimerstein is een voormalig landgoed dat door Zideris in gebruik is als woon-zorglocatie voor mensen die (intensieve) zorg en/of begeleiding nodig hebben. Het is een dorp op zich met het hoofdgebouw en de verschillende zijgebouwen. Dit deelgebied markeert de overgang van de Grebbeberg naar de Gelderse vallei. Kenmerken: Kleinschalige zorgorganisatie Zideris, dorp op zich; Markeert de overgang van de Grebbeberg naar de Gelderse vallei; Voormalige ijskelder is bewaard gebleven; Voor voorzieningen aangewezen op andere kernen. Volgens de Boa’s zijn er risico’s met betrekking tot stroperij. 6. Het Veeneind Het Veeneind ligt tussen de Cuneraweg en de wijk Petenbos van de gemeente Veenendaal. De bebouwing aan weerszijden van de Cuneraweg is langzaam gegroeid en zal nog verder groeien (stedebouwkundigplan 2004- 2005). In dit deelgebied zijn de woningen veelal vrijstaand. Er is lintbebouwing op langgerekte kavels. Kenmerken: Veelal vrijstaande woningen in woonwijk, daarnaast lintbebouwing op langgerekte kavels; Kavels voorzien van erfrandbeplanting; Bomenrijen in verkavelingsrichting; Laanbeplanting langs wegen; Gemeente overschrijdende samenwerking met Veenendaal (vuilnis ophalen). Volgens de Boa’s zijn er risico’s met ondermijning (woonwagenkamp). 7. Bedrijventerrein Remmerden Bedrijventerrein Remmerden is gelegen aan de N225 en biedt ruimte aan verschillende bedrijfstypen met verschillende grootte. Kenmerken: Goede aansluiting op N225; Vrij zicht over de Rijn; Bedrijventerrein ligt vrij van woonbebouwing; Geen groen; Concentratie van bedrijven met relatief weinig arbeidsplaatsen ten opzichte van bedrijfsruimte; Schaarse ruimte rondom Remmerden om uit te breiden. Volgens de Boa’s zijn e

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.